Inhoud blog
  • MEER WETEN OVER YOGA.
  • Mijn Loopbaan in B.Congo
  • Yoga Cursus voor beginners
  • Boek 4.Kailvaliyapada -vervolg 4- Sutra 4.25 -4.34. - EINDE.
  • De Yoga Sutra -Boek 4. KAIVALIAPADA - vervolg 3 : sutra 4.18.- 4.24
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    De yoga-Sutra's van Patañjali.
    De Yoga-dârsana vlg. Patañjali .
    30-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE YOGA-SUTRA VAN PATAÑJALI; - 1 Voorwoord- 2. Kennismaking met het geheel .

    1.
              DE YOGADARSANA VOLGENS PATAÑJALI

     VOORWOORD
    .
    Na ruim 40 jaar Yoga in mijn leven, voel ik mij als een medium bij het doorgeven van de Yoga-Sutra van Patañjali. Wijlen G.M.Koelman heeft ze mij als geschenk ter beschikking gesteld en ik geef ze op dezelfde wijze graag door aan alle oprechte Yoga-zoekers . De verdere verspreiding en bekendmaking van deze vertaalde teksten kan dus vrij gebeuren mits bronvermelding.






    W.o.m. ingels -yogaleraar.

    img258/4872/scannenaa8.jpg
    Hier nu is de uiteenzettingaangaande de yoga-leer.


    De yoga-sutra van Patañjali is ongetwijfeld het oudste en tevens het voornaamste werk dat de meeste en de zuiverste gegevens bevat over de yoga-dârsana. Zoals ik in mijn blog "Mijn yoga-belevenissen " heb uitgelegd, is de yoga-dârsana een volwaardige zienswijze die behoort tot de orthodoxe indiase zienswijzen en niet berust op dogmatische premissen . Ze is pragmatisch en men kan ze slechts begrijpen en in zekere mate uitleggen door ze zelf toe te passen.
    Toen ik de vertaling in het Nederlands van het engelstalige boek 'From related ego to Absolute Self''geschreven door wijlen G.M. Koelman s.j. en guru van Halâsana-Maldegem had beeindigd en er ook een synthese had van geschreven voor het onderricht van de yoga-dârsana , heb ik gemeend dat daarbij een vertaling van de yoga-sutra zelf ,vanuit de bronteksten van het oude Sanskriet naar het Nederlands, als een bewijskracht à fortiore, niet zou misstaan. Trouwens, tijdens het vertaalwerk en het opmaken van de synthese, werd het steeds duidelijker dat de wetenschap van de yoga-dârsana in deze 195 korte zinnen opgeborgen lag. Alleen een echte 'kenner' van deze bijna onontwarbare geheime taal kon in staat zijn, ons de inhoud ervan te onthulllen.
    Nu we G.M.Koelman hadden leren kennen en ondervonden hadden dat zijn kennerskwaliteit van het oude Sanskriet het zeker tegen de besten kon opnemen ,was er geen twijfel mogelijk. Hij zou het voor ons klaarspelen om een begrijpelijke vertaling te maken (zij het hier en daar met mijn medewerking ontdaan van wat verroeste woorden uit de vooroorlogse Spelling 'Nederlands ').
    Het relaas van het onstaan van deze vertaling en de uitgave ervan, kan men lezen in mijn vorige blog in de afleveringen 11 én 12.. Ik kan dus hier bijna onmiddellijk van start gaan met de studie van de Sutra zoals ik deze destijds (in 1983) voor de eerste maal heb voorgesteld aan de aspirant -yogadocenten in de opleidingslessen tot Yogacharya.
    Voor de studie van de Yoga-sutra werd gebruik gemaakt van de volgende boeken.:
    1.The yoga-system of Patañjali - J.H. Woods.
    2.Yoga-philosophi of Patañjali Sw. Hariharananda. (Engelse vertaling P.N. Mukersi.
    3.Raja-yoga - Sw/Vivikananda.(Nederlandse vertaling G.Van Suchtelen Van de Haere)
    4.Zien door Yoga - Joh.Dijkstra & Salv.Cantore (De toorts)
    5.Initiation au Yoga-sutra - J.Varenne & G. Blitz (cursus EYU)
    6.De Yoga-sutra's van Patañjali -G.M. Koelman & W. Ingels (eigen uitgave)
    7.Het wetenschappelijk onderzoek van de mystiek - Frits Staal (aulareeks 619)
    8.Patañjala Yoga (from related ego to Absolute Self) .M.Koelmman ,(inhetNederlands vertaald door W.Ingels (eigen uitgave).
    De uitleg en de commentaren bij de sutra-teksten wordt beslist geen polemiek tussen deze verschillende auteurs en hun boeken.De vergelijking ervan laat ik over aan de lezer van mijn blog. Mij is heter alleen om te doen de Sutra van Patañjali voor te stellen die berust op de dualistische strekking van de Yoga-dârsana die ik in mijn blog 'Mijn yoga-belevenissen' heb uiteengezet (zie de bijdragen nr.19 tot en met nr.25 , en de nr.34 tot en met nr.41).

                                                    -oOo-

    2.
             KENNISMAKING MET HET GEHEEL  (sutra   &  auteur)

               

       1°Betekenis Sutra :
    Het woord Sutra betekent in de eerste plaats de beknopte weergave van een leer.Het is a.h.w. het tekstboek waarin de essentie van deze leer wordt neergeschreven . In India hebben de zes grote dârsnas ( Vedanta - Mimansa - Sankhya - Yoga - Niyaya - Vaiçesika ) hun eigen sutra of tekstboek waarin we de formulering van hun filosofie aantreffen. Het woord sutra slaat dus in de eerste plaats op het geheel .In onze uiteenzetting zullen we spreken  over de  Yoga-sutra.
    Het woord Sutra betekent ook 'kernachtige zin' of een beknopte tekst die voor de oningewijde wel enige uitleg vergt om begrepen te kunnen worden. Men spreekt in dit geval van Sutras. De beknoptheid van deze zinnen brengt o.a. mee, dat bepaalde woorden  spontaan weggelaten worden. Dit is o.a. dikwijls het geval met werkwoorden, die verondersteld worden. De tekst wordt dan leesbaarder en duidelijker, wanneer men de weggelaten werkwoorden eraan toevoegt.
    Het woord Sutra betekent ook 'koord' of 'draad'. Dit duidt dan op een reeks aanelkaargeregen kernachtige zinnen die doorlopend en zonder onderbreking de nodige toelichting geven Het is trouwens op deze wijze dat de Sutra moet gelezen worden , want de voorgaande en de erna komende sutra sluit er soms, als bijkomende verklaring , bij aan.
    Het is dus meteen ook duidelijk, dat het praktisch niet mogelijk is één sutra (zin) uit haar contekst te nemen en daarover een verklaring te geven zonder verder rekening te houden met de voorgaande of de volgende sutra.
    De betekenis van de Sutra (als leer ) is dus vooral te vinden in de draad van het verhaal, en zeker niet in gezegden die soms uit hun verband gerukt worden  om welbepaalde redenen, bv. de opvatting of de zienswijze van de commentator. Deze opmerking is van groot belang, en we vinden ze trouwens bevestigd  in "Het wetenschappelijk onderzoek van de mystiek"-zie aulareeks nr.619 Frits Staal pag. 1O7)- "De structuur van de yoga-sutra's": filologen houden zich gewoonlijk bezig met tekstsanalyse, en  het meest spectaculaire wat een filoloog kan doen, is een tekst in stukken knippen en laten zien dat deze stukken afkomstig zijn van andere teksten die, als zij niet gevonden worden , waarschijnlijk verloren geraakt zijn.... (na eerst gezegd te hebben dat dit in de meeste gevallen met de Bhagavad-Gita gebeurt, gaat hij verder... ) De yoga-sutra gaat over aanzienlijk minder bekende en begrepen onderwerpen dan de Bhagavad-Gita ; het is dus een sutra-tekst en daarom veel beknopter en pregnanter en er komen veel technische termen in voor. Filologische technieken kunnen daarom hier nog minder succes hebben.Maar toch zijn er nogal wat pogingen gedaan . De uitdaging ertoe vormde een opmerking van de grote Duitse geleerde Hermann Oldenberg, die de  yoga als 'Eine ununtwirrbre Mischung von Philosophie und Zauber'  beschouwde (een onontwarbaar mengsel van filosofie en tovenarij ). De Duitse geleerde die de meeste aandacht aan de Yoga-sutra besteedde is J/W. Hauwer . Hij verdeelde de tekst in vijf  gedeelten. de eerste hiervan is de 'Nirodha-tekst' en omvat de eerste tweeëntwintig sutra's van het eerste boek, die het begrip 'Nirodha', het 'Verstillen' introduceert, en de definitie van Yoga als 'citta vritti nirodha', het 'verstillen van de wervelingen van de geest' uitwerkt. Hauwers historisch gezichtspunt is al impleciet aanwezig in de eerste zet die hij doet in zijn poging dit gedeelte van de sutra af te zonderen en het te dateren : deze tekss moet daarom afkomstig zijn uit een periode dat de yoga zich tegen de buitensporige exploitatie van het bewustzijn verzette, een periode dus, waarin volgens Indische maatstaven dialectische en speculatieve activiteiten sterk toenamen, iets wat tenslotte op verscheidene momenten van de Indische geschiedenis als een weg tot heil was beschouwd '(Hauwer 1958 blz.227)......Het zou ons te ver voeren Hauwers analyses op de voet te volgen . Het meest ontstellende van  dat in stukken rijten van de tekst is wel, dat de geleerden die in deze richting verder gingen, weer geheel anders onleedden...)" Tot zover de aanhaling van Fritz Staal. En zo gaat het betoog en de waarschuwing verder.
    De indeling in een "Nirodha-" en een "Astanga-yoga" toont aan, dat men met de draad  of de doorlopende  zin van de Sutra geen rekening houdt. De Samapatti is derhalve geen apparte vorm van Yoga; aangezien de Sutra zelf in 1-41 aantoont dat deze voorkomt in het mentaal complex waarin de golvingen stilgelegd zijn (dit laatste  noemt men dan volgens Oberhammer, Nirodha-yoga ). De tekst en de betekenis van deze sutra wordt later in de contekst uitgelegd. In vele gevallen is het ook best niets méér  in de tekst te zoeken dan er werkelijk in staat.
    2°Karakter van de Sutra-leer.
        Het karakter van de Sutra-leer is openbaar. Alle geheimen of voorbehoud van leermeester naar uitverkoren leerling vallen weg door de schriftelijke tekst die voor iedereen ten toon ligt. Het karakter van de Sutra-leer is dus openbaar. Naast het openbaar zijn is de tekst ook niet-dringend : in zijn boek "Yoga-philosophy of Patanjli" zegt Sw. Hariharananda in zijn inleiding, dat de Yoga-sutra een niet-dwingend boek is over yoga. Hij zegt o.a. "Het bevat geen verwijzingen, noch goedkeurende, noch afkeurende , over het onderricht van enig ander filosofisch systeem. Haar sutra's of aforismen willen alleenhaar eigen leerstellingen bewijzen en niet de leerstellingen van andere systemen weerleggen zoals de latere filosofische werken wel doen. Patañjali  bewijst niets. Hij omschrijft".
    3°Basistekst van de Yoga ?
       Wanneer men zegt dat de Yoga-sutra de basistekst is van de Yoga, dan mogen we dit niet opvatten in de zin van "Yoga in 't algemeen' Er bestaat inderdaad een heel duidelijk verschil tussen de yoga van de Bhagavad-Gita  en de yoga door Patañjali in de Sutra uitgelegd en omschreven. Het zou van kortzichtigheid getuigen om de Yoga-Sutra als 'Het boek van de Yoga' te zien, evenzeer als het een utopie zou zijn in de Yoga-sutra de betekenis van het 'Alles-één' principe van de Vedanta-leer te willen aantonen. De Yoga-sutra is dus het tekstboek van  'De Yoga van Patañjali '. Daaromtrent moet men het vooraf eens zijn .Patañjali had zijn mening over Yoga. Deze mening wordt door eerste commentatoren,  Vyasa en Vacaspati-misjra , bewezen.
    4° Wie  is  PATAÑJALI ?
         Met zekerheid kan niemand zeggen wie Patañjali was. Het is hier zeker niet de plaats om een gok te doen in één of andere richting of naargelang de bron van de commentatoren. De meningen zijn zo uiteenlopend dat sommigen  zelf spreken van twee Patañjali's , een die leefde in de tweede eeuw V.C.en een andere die zou geleefd hebben in de tweede of de derde eeuw N.C.. Soms wordt beweerd dat Patañjali een groot grammaticus of zelfs een geneesheer zou geweest zijn.
    Wat er ook van zij ,het geschrift "Yoga-Sutra" is de geschiedenis van de Yoga-dârsana ingegaan als een niet te verdringen bron van kennis over de theorie én de praktijk van de yoga-beoefening.
    5° Hoe staat het met de Commentatoren ?
         Ontegensprekelijk zijn de oudste commentatoren de belangrijkste. In zijn boek 'Patañjala Yoga , from related ego to Absolute Self' verklaart G.M.Koelman  zeer uitvoerig dat vooral de eerste commentator nl. VYASA zeer uitvoerig en grondig werk leverde, zodat alle latere commentaren deze als basis hebben. Bij Feuerstein lezen we dat we wel op onze hoede moeten zijn voor de talrijke commentaren die na Vyasa ontstonden. " Zelfs , zozegt hij, antagonistische scholen beroepen zich op de Sutra, en dit steekspel gaat nog steeds voort omdat vooral scholen met een 'Advaït-Vedanta'-strekking ofwel opzettelijk een andere wending willen geven aan sommige  teksten, ofwel  de definitie van Yoga zoals ze door Patañjali wordt vooropgesteld , niet kunnen aanvaarden ".  G.Feuerstein  geeft in zijn 'Handboek voor Yoga'  op pag.110-111-112 een vrij volledig overzicht van de voornaamste  commentaren . In mijn uiteenzetting volg ik de commentaren door G.M.Koelman weergegeven in  een eigen uitgegeven uitgave (Herfst 1980) en hier boven vermeld.

    De volgende bijdrage zal handelen over : De indeling van de Sutra - De samenhang van de vier boeken als basistekst   voor een antwoord op enkele stellingnamen.

      30-01-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (14 Stemmen)
      » Reageer (0)
      06-02-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Yoga-sutra's van Patañjali. Indeling & Samenhang .
      3.
             1. INDELING VAN DE SUTRA.

        De yoga-sutra bestaat uit vier hoofstukken , ook boeken genoemd , waarin telkens een afzonderliijk deel van de yoga-dârsana wordt uitgelegd .Voor de verdere bespreking en uitleg gebruik ik de benaming 'boek' omdat deze benaming in de meeste uitgaven  gebezigd wordt.
      Het eerste boek , SAMADHIPADA  of   De Concentratie omvat  51 sutra's. Het tweede boek SADHANAPADA handelt over het leerlingschap. Het wordt  soms ook 'de yoga van de actie' genoemd  en bestaat uit 55 sutra's. Het derde boek, VIBHUDIPADA, handelt over de vermogens of de wonderbare gevolgen  en telt eveneens 55 sutra's. Tenslotte wordt in KAIVALYAPADA , het boek dat handelt over de 'bevrijding' , het uiteindelijke resultaat van de concentratie besproken in 34 sutra's. De totale inhoud van de Yoga-sutra van Patañjali omvat dus 195 sutra's.
      Vooraf wil ik hier een opmerking maken die van belang is en als antwoord kan dienen  i.v.m. dit aantal . Toen ik aan wijlen G.M. Koelman  (de vertaler van de sutra teksten die in de verdere besprekingen zullen gebruikt worden), de vraag stelde over de autenticiteit en dus ook over het aantal sutra's , heeft hij mij in zijn brief  nr.21 het volgende laten weten  "De sanskriete tekst is gedrukt door de 'Bhandarkar Oriental Research Institute' hier in Puna. Dit instituut doet niets anders dan sanskriete werken drukken , en is dus zeer gespecialiseerd. Gewoonlijk nemen ze geen drukwerk van iemand anders aan, enkel nieuwe wetenschappelijke herdrukken van oude teksten, of het drukken van werken voor het doctoraat van hen die speciale studies maken omtrent de Oosterse kultuur, meestal het Hindouismus. Maar omdat mijn boek zo gewaardeerd werd door die bijzondere specialisten , hebben ze voor mij een uitzondering gemaakt...." Men treft inderdaad in sommige uitgaven over de yoga-sutra's , vooral in deze van Vedantijnse oorsprong ,een ander aantal of een andere indeling aan . In de  verdere uitleg over de sutra's zal daarover de nodige  aandacht aan geschonken worden in het belang van verdere of persoonlijke vergelijkingen die sommige lezers zouden maken
      .
                 2.SAMENHANG VAN DE VIER BOEKEN.
       
        Zoals hier boven reeds gezegd in het uittreksel 'De Structuur van de yoga-sutra ' door Frits Staal , wordt de voorstelling van de samenhang van de sutra's soms geweld aangedaan. Het is van belang zo goed mogelijk te willen inzien dat de Sutra één geheel vormt van onderrichtingen en aanwijzingen . Zij is bijgevolg ook énig onder diverse aspecten uniek, zoals  :
      -De basistekst van de klassieke Yoga .
        In het handboek voor yoga van G.Feuerstein , blz.107 lezen we dat onze kennis van de klassieke yoga bijna uitsluitend op de yoga-sutra's van Patañjali steunt. De dârsana van Yoga is inderdaad niet elders dan bij Patañjali ontstaan en de sutra was de basis van het denkstelsel waardoor Yoga  t.a.v. vele rivalen zich kon meten met de andere dârsanas , zonder  het Boeddhisme te vergeten waartegen vooral in het vierde boek geageerd wordt zonder het evenwel tegen te spreken.
      -Systematisch hulpmiddel voor de studie van de klassieke yoga.
        De systematische weg die door Patañjali gevolgd wordt, niet alleen om de praktische toepassing van de uitwendige middelen in praktijk te brengen, maar ook deze van de inwendige middelen, heeft velen ertoe aangezet de Yoga van Pañjali als praktische verwezenlijking van de Zelfrealistie te aanvaarden.. Spijtig genoeg wordt er niet ver genoeg doorgedrongen tot in de teksten zelf  die de dârsana weergeven. Wij bedoelen hier in het bijzonder de verklaringen over de opvatting van de materie (Prakriti) en het Zelf ( Purusha - meestal  gewoon  'de ziener'  genoemd ). Ook over het karakter van Iswara  (niet als schepper van de kosmos te beschouwen), wordt met onachtzaam-
      heid  heen gekeken alsof Patañjali zich daar vergist heeft . Hij geeft nochtans uitdrukkelijk te kennen dat  Iswara  eventueel  als een keuzemiddel van concentratie kan beschouwd worden, en dus niets te maken heeft met 'éénwording' volgens het principe van de Vedanta-leer , waardoor de meeste  commentatoren zich laten leiden
      -Logisch- realistisch .
        Een merkwaardige uitlating over Patañjali's  logische en realistische theorie,  komt van Bagwan Rajnees (de guru die o.a. eveneens in Puna verbleef en wel gekend door G.M. Koelman) : "Wanneer ik zeg dat Patañjali logisch is, rationeel matematisch en wetenschappelijk, dan is dit omdat hij je niets vraagt, tenzij de moed om het te doen. Hij zegt niet : 'Geloof en dan zal je het ondervinden', hij zegt : 'Ondervindt, en dan zult u geloven'. En hij heeft een structuur opgesteld om stapsgewijze te werk te gaan. De treden ervan zijn niet willekeurig , het is niet als een doolhof. Het is als een super hoofdweg. Elk stuk is klaar en hij geeft de kortst mogelijke weg aan . Maar je moet deze in elk détail volgen , zoniet zul je uit het pad geraken en in de wildernis terechtkomen.Dat is de reden waarom ik zeg dat hij logisch is.En u zult zien hoe logisch hij is. Hij begint met het lichaam. Hij start en werkt met uw ademhaling , omdat de adem uw leven is. Eerst werkt hij aan het lichaam , dan aan prana, de tweede levensbasis, uw adem, en dan begint hij aan uw denkvermogen te werken. Er zijn vele methoden die direct met het denkvermogen beginnen werken. Grote meesters geven je enkel methoden, geen antwoorden. U vraagt om een antwoord en u krijgt een methode , ze geven je technieken . Patañjali is te begrijpen : er is geen verwarring in wat hij zegt. Hij is absoluut rationeel. Hij kan gevolgd worden, er is geen probleem . Al zijn  technieken zijn  uit te voeren omdat hij u zegt wat en hoe je het moet doen. Al deze technieken kunnen uitgevoerd worden omdat hij u zegt wat en hoe.Hij geeft u de  technieken . Patañjali praat over de weg, niet over het doel." - tot zover Bagwan rajnees .
      -Objectief onderricht.
        Hier kunnen we nogmaals de tekst aanhalen   waarover ik gesproken heb n.a.v. het niet dwingend karakter van de Sutras. Niettegenstaande het feit dat Patañjali  met nadruk de klemtooon zal leggen  op verschillende aspecten van zijn dârsana die niet stroken met deze van de Boeddhistische en Upanishad-meningen : zie de bewering waar Prakriti als bewerker van eigen werking optreedt (sutra 3- 4de boek) of waar het ontstaan der dingen uitgelegd wordt  (sutra 14- 4de boek) -daarover zal later gehandeld worden in mijn uiteenzetting-. Men zal echter nergens een aanval aanreffen op een dârsana  die een andere verklaring heeft voor deze Prakriti-evolutie.
      -Hoogste autoriteit  van Raja-Yoga.
        De vedantijnse monnik Swami Vivekananda verklaart volmondig dat de yoga-sutra van Patañjali de hoogste autoriteit is over de raja-yoga en er tevens het handboek van is.. In zijn boek  'Raja-Yoga'  zegt hij in zijn voorwoord ( pag.8 ) : "Het onderwerp van dit boek is die vorm van Yoga, bekend als Raja-Yoga  (Koninklijke-Yoga). De aforismen van Patañjali zijn de hoogste autoriteit  over Raja-Yoga   en vormen haar handboek. De andere filosofen, hoewel op enige filosofische punten afwijkend van Patañjali , hebben als regel aan zijn methode van oefening de voorkeur gegeven ." , en verder op pag. 9 ..." Het systeem van Patañjali berust op het systeeem van de Sankhyas, de geschilpunten zijn slechts zeer gering. De twee meest belangrijke verschillen zijn, ten eerste dat Patañjali een persoonlijke God aanvaardt  in de vorm van een eerste leraar , terwijl de enige God die de Sankhyas aanvaarden,een bijna volmaakt wezen is, tijdelijk bestuurder van een scheppingsperiode . In de tweede plaats verklaren de Yogis dat de geest evenals de ziel of Poeroesha aldoordringend is en de Sankhyas huldigen dit standpunt niet. "
      Het boek 'Raja-Yoga'  kwam in mijn bezit op 13 september 1973, als geschenk mij aangeboden  door een bevriende yoga-leraar van Vedantijnse strekking om kennis te maken met de Sutra's van Patañjali .Ik was toen in volle opleiding tot Yogacharya, ingericht door de Belgische Yogafederatie  Het was voor mij het begin van mijn intense zoektocht naar de Yoga-dârsana. Dit boek heeft mij ervan overtuigd dat er een op de Sutra's van Patañjali gebaseerde zienswijze  of Yoga-dârsana moest bestaan. Enkele jaren later ontdekte ik het boek van G.M.Koelman waarin ik mijn vermoe-dens  bewaarheid zag.

      In de volgende bijdrage starten we met de tekststudie van het eerste boek.

      06-02-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
      » Reageer (0)
      13-02-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Yoga Sutra's van Patañjali ; Definitie van Yoga (sutra 1 en 2 )
      4.
                 Tekststudie van het eerste boek - sutra 1 en 2.

          BOEK 1 : SAMADHIPADA.  DE CONCENTRATIE.

      Inhoud en overzicht van het eerste boek.-  Een woordje uitleg vooraf.
      Het hier weergegeven algemeen overzicht laat ons toe kennis te maken met de volledige inhoud van het eerste boek dat handelt over 'De Concentratie ', (tevens de definitie van de Patañjala-Yoga. ). De cijfers tussen haakjes vermeld, verwijzen  naar de  nummers van  de sutra's (in totaal  51 sutra's voor het eerste boek.) Indien sommige passages of woorden in deze beknopte inhoud nog niet duidelijk begrijpbaar zijn, geen paniek. Denk niet te vlug dat dit alles voor u te veel of te duister is. Heb geduld . Wil niet onmiddellijk verder zien dan de tekst die voor u staat. Elke voorstelling, ook al bevat zij nog onbegrepen woorden , wordt bij de bespreking van de teksten zelf duidelijk uitgelegd. Het aanleggen van een lijstje met de getranslitereerde woorden uit de sutrateksten, met hun betekenis in het kort, is geen overbodige luxe. Het zal u later veel opzoekingswerk besparen.Hier en daar zal ik , om herhalingen te vermijiden in de uitleg, verwijzen naar mijn eerste blog  (Mijn yoga belevenissen - in het kort: m.y.b. met het nummer van het bericht ). In het nu volgende overzicht worden er nog geen dergelijke verwijzingen vermeld.

       INHOUD EN OVERZICHT.
      In het eerste boek wordt de definitie van de  (Patañjala) yoga gegeven en het effect op de Ziener voorgesteld (1-4). De golvingen van het mentaal complex waar het om gaat worden opgesomd (5) en uitgelegd (6-11). Daarna volgt een uitleg over de wijze waarop de stillegging kan gebeuren, nl. door de algemene middelen (12-15) en door de andere keuzemiddelen ( samen  met de algemene middelen ) 9 in aantal (16-23). Onder deze keuzemiddelen bekleedt ISWARA  een bijzondere plaats , en daarom wordt er verder ingegaan op zijn naam, zijn betekenis en de wijze waarop men Hem als object van concentrtie kan gebruiken.  (24-29). Vervolgens worden de hinderpalen opge-somd die de concentratie beletten (30) ; ook de beletsels die ermede samengaan, worden opge-noemd (31). Daarna geeft  Patañjali enkele aanbevelingen om te helpen de verstrooidheid  tegen te werken, nl. door het fixeren van één enkel object (32). Daarna geeft hij bijkomnde richtlijnen om het mentaal complex tot meer kalmte te brengen en ons aldus klaar te maken voor het bereiken van de nodige passieloosheid  die vereist is om de concentrtie te bereiken (33-39). Tenslotte volgt er een uitleg over het effect dat door de concenratie wordt bereikt, nl. een algemeen effect dat zich laat voelen door bijkomende voordelen, uitgedrukt in de heerschappij over de ganse Prakriti-wer- king (40)en het effect dat uiteindelij moet bereikt worden , nl. de intentionele vereenzelviging met  het object van de concentratie (41). Hoe deze intentionele vereenzelviging kan tot stand gebracht worden , wordt nu verklaard, d.w.z.  het keuzemiddel aangehaald in sutra 17, nl."concentratie met objectief bewustzijn" wordt nu verder uitgelegd, want deze concentratie kan met een grof of subtiel object gebeuren. Ze kan met of zonder verwarring zijn (42-45) m.a.w. lagere vorm van intentionele vereenzelviging, of hogere vorm van intentionele vereenzelviging. Al deze intentionele vereenzelvigingen zijn zaadbarend zegt Patañjali  (46) maar ze leiden tot onverstoorbare kalmte (47) en tot intuïtief inzicht (48). Hij legt uit wat intuïtief inzicht is (49). Het eindresultaat waartoe dit alles leidt wordt nu omschreven in de laatste sutra's. Tijdens de concentratie 'Nirvicara', worden de verzonken indrukken  door intuïtief inzicht naar voor gebracht , sterker dan deze welke door gewoon inzicht  (op een grof object) worden voortgebracht, en verdringen deze  (5O), maar worden op hun beurt verdrongen of afgesloten omdat zij niet zaadbarend zijn. Dit wordt zaadloze verzinking genoemd en daarin komen de golvingen van het mentaal complex tot stilstand (51) .

      4.
               
                     BESPREKING VAN DE SUTRA'S

          

      Hier nu is de uiteenzetting aangaande de yoga-leer.
      Het woord 'atha' is dikwijls het inleidend woord van de sutra's van een bevrijdingssysteem  ; het heeft dan een heilzame betekenis, en omsluit een zegen.

      Definitie van Yoga.
       

      Yoga is het afsluiten van de golvingen van het mentaal complex.
      Yoga wil het mentaal complex stilleggen en aldus het Bewustzijnslicht (zie m.y.b. nr.'41 wat is waarnemen?) in zijn zuivere , onbezoedelde doorzichtigheid waarnemen.
      Indien men de betekenis van de term Yoga wil begrijpen zoals Patañjali deze voorstelt en gebruikt in zijn werk, dan is het zeker aangewezen  te luisteren naar de verklarende woorden van de grote commentatoren die de sutra's hebben toegelicht.
      De eerste, en wellicht de voornaamste van deze commentatoren is ongetwijfeld Vedavyasa ( 650-850 NC),  kortweg Vyasa genoemd. Zijn werk is gekend onder de naam 'Yoga-Bhasya' Het wordt in vele gevallen samen met de Sutra's  als één geheel voorgesteld.
      De tweede en niet minder vermaarde meester is Vacaspati-misra, die in zijn 'Tattvavaiçaradi' omstreeks 850 NC, als het ware een woord-voor-woord verklaring geeft van Vyasa's Bhasya. Beide commentaren werden samen in 1914 onder één band uitgegeven bij de Harvard Oriental Series ( volume 17) door James Haughton Woods. Dit kostbare boek was speciaal voor India alleen bestemd en kwam langs daar in ons bereik. Het is een studieboek dat zeker niet mag ontbreken bij hen die Patañjali's woorden willen begrijpen en zijn yoga-filosofie toepassen.
      Een derde commentator die eveneens van uitzonderlijke betekenis blijkt te zijn, is Swami Hariharananda, de stichter van het Kapilaklooster te Madhupur in Bihar.  Hij schreef menige werken over Yoga, maar zijn  'Yoga filosofie van Patañjali' is ongetwijfeld het bijzonderste. Dit boek  bevat de sutra's met de commentaar van Vyasa  en bijzondere verklarende toelichtingen daarover door hemzelf in het Bengali geschreven . De eerste uitgave dateert van 1911. Een van zijn leerlingen P.N.Mukerji, vertaalde het werk in het Engels ten behoeve van de universiteit van Calcutta, waar het in 1977 werd uitgegeven en gebruikt als studieboek.
      Talrijk zijn natuurlijk nog de andere commentatoren maar bijna allen geven ze meestal  slechts afwijkende  betekenissen aan de verklaringen die we bij deze drie hierboven vermelde grootmeesters aantreffen. . Opvallend is de bezorgdheid waarmede Vyasa en ook beide andere commentatoren  te werk gaan , opdat de lezers toch zeker en vooraf de ware betekenis zouden begrijpen van de term YOGA  waarover  Patañjali in zijn sutra's spreekt.. Zij verduidelijken hun verklaringen door ontleding alleen van de tekst die Patañjali heeft nagelaten  in de eerste twee sutra's nl.: 1°  atha yoga 'nusasanam en 2 yoga's citta-vritti nirrodhah..Laten we Vyasa aan het woord. "Hier nu is de uiteenzetting over Yoga aan de orde . De uitdrukking 'atha' (hier nu) betekent dat hier een welbepaald onderwerp wordt aangesneden . Het gezaghebbende boek dat uitlegt hoe  yoga moet worden begrepen, vangt aan. YOGA IS CONCENTRATIE ; dit is echter een eigenschap van  de denksubstantie 'Citta' (zie m.y.b. nr.4O) welke in elk van haar stadia kan thuis- horen De stadia van de denksubstandie zijn deze : het stadium van rusteloosheid (ksipa), het verdwaasde (mudha) het verstrooide (viksipta), het éénpuntig gerichte (ekagra) en het beheerste (niruddha). Van deze stadia hebben de eerste twee niets met yoga te maken en zelfs in het beheerste stadium van de geest wordt zijn concentratie soms overheerst door tegengestelde verstoringen en kan bijgevolg niet echt als yoga aanzien worden. Maar het stadium dat, wanneer de geest éénpuntig gericht is , tenvolle en alleen  één reëel object verlicht en de hindernissen (kleça's) dwingt tot vermindering, dat de banden van karma (zie m.y.b. nr 29) doet afnemenrn dat zich ten doel stelt alle golvingen te beperken, wordt de yoga genoemd waarin er bewustzijn aanwezig is van een object (samprajnata). Deze bewuste yoga gaat zeker nog gepaard met concentratie op grove  objecten, met vreugde of met een persooonsgebonden gevoel (asmita). Daarover zullen we later nog spreken; Maar wanneer er stillegging is van alle golvindgen van de denksubstantie (vritti's), dan hebben we te maken met concentratie waarin geen bewustzijn van een object aanwezig is."
      Vacaspati-misra beklemtoont in de eerste plaats de reden waarom Vyasa een voorlopige definitie geeft van (deze) yoga en verstevigt in de tweede plaats de uitdrukking van het feit dat yoga hier niet kan worden gezien  in de betekenis van 'Verenigen'. Hij zegt :" Het voorgestelde onderwerp echter is enkel de Yoga, welke begrensd is in haar activiteit door het gezaghebbend boek .Daarover gaat het.Twijfel over de voorgestelde zaak  (Yoga)wordt veroorzaakt door twijfel omtrent het woord (Yoga) Deze ( twijfel ) neemt hij (Vyasa) weg door te stellen dat Yoga in de zin van ' Yoga is concentratie', etimologisch afgeleid wordt van de stam 'Yuj-a' in de betekenis van concentratie en, niet van de stam 'Yuj-i' in de betekenis van vereniging."
      Dat zeggen dus de oudste commentatoren.. Ook Hariharananda  (monnik en onder de invloed van de Advaid-Vedanta van Sankara), geeft nochtans de volgende vertaling en uitleg  i.v.m. de definitie van Patañjali  over de Yoga : "Deze term 'Yoga' heeft verschillende betekenissen zoals verenigen van Jivatman met Paramatman , de vereniging van Prana met Apana, enz..., zowel als andere technische, afgeleide en conventionele betekenissen. Maar in deze filosofie wordt de term Yoga gebruikt  in de betekenis van Samadhi of Concentratie, wat in de tweede sutra wordt uitgewerkt."Inderdaad, de tweede sutra luidt :Yoga is het stilleggen  (of het beteugelen) van de golvingen van het mentaal complex." Wanneer we opnieuw Vyasa aan het woord laten, dan lezen we : " De bedoeling van de volgende sutra is het bevestigen van het onderscheiden karakter van  deze (yoga) Door geen gebruik te maken van het woord ALLE voor de golvingen, wordt aldus de yoga waarin bewustzijn van objecten aanwezig is, eveneens gerekend onder de benaming Yoga." Opnieuw wordt de uitleg van Vyasa bevestigd door Vacaspati-misra die er aan toevoegt :"Indien er gezegd ware dat Yoga de stillegging betekent van ALLE golvingen van het mentaal complex, dan zou Yoga met bewustzijn van een object, uitgesloten worden."
      De tekst die ik hier boven heb neergeschreven i.v.m. de uitleg over de eerste twee sutra's, is van zeer groot belang om te bevestigen (en de zekerheid te geven aan hen die twijfelen over de betekenis van het woord 'Yoga 'dat in de Sutra van Patañjali wordt bedoeld ) dat het hier gaat om  CONCENTRATIE en niet om VERENIGEN . Deze tekst is afkomstig uit mijn schriftelijke cursus  (bijlage aan les 10) voor de opleiding tot Yogacharya, geschreven in 1984 met als titel : De betekenis van Yoga, gezien vanuit het standpunt van Patañjali.

      De volgende bijdrage geeft antwoord op de vraag  " Wat, als de golvingen van het mentaal complex stil liggen ? Wat , als ze niet stil liggen  ? Wie is de Ziener ?  e.d.



      Yoga is het afsluiten van de golvingen van het mentaal complex.
      Yoga wil het mentaal complex stilleggen en aldus het Bewustzijnslicht (zie m.y.b. nr.'41 wat is waarnemen?) in zijn zuivere , onbezoedelde doorzichtigheid waarnemen.
      Indien men de betekenis van de term Yoga wil begrijpen zoals Patañjali deze voorstelt en gebruikt in zijn werk, dan is het zeker aangewezen  te luisteren naar de verklarende woorden van de grote commentatoren die de sutra's hebben toegelicht.
      De eerste, en wellicht de voornaamste van deze commentatoren is ongetwijfeld Vedavyasa ( 650-850 NC),  kortweg Vyasa genoemd. Zijn werk is gekend onder de naam 'Yoga-Bhasya' Het wordt in vele gevallen samen met de Sutra's  als één geheel voorgesteld.
      De tweede en niet minder vermaarde meester is Vacaspati-misra, die in zijn 'Tattvavaiçaradi' omstreeks 850 NC, als het ware een woord-voor-woord verklaring geeft van Vyasa's Bhasya. Beide commentaren werden samen in 1914 onder één band uitgegeven bij de Harvard Oriental Series ( volume 17) door James Haughton Woods. Dit kostbare boek was speciaal voor India alleen bestemd en kwam langs daar in ons bereik. Het is een studieboek dat zeker niet mag ontbreken bij hen die Patañjali's woorden willen begrijpen en zijn yoga-filosofie toepassen.
      Een derde commentator die eveneens van uitzonderlijke betekenis blijkt te zijn, is Swami Hariharananda, de stichter van het Kapilaklooster te Madhupur in Bihar.  Hij schreef menige werken over Yoga, maar zijn  'Yoga filosofie van Patañjali' is ongetwijfeld het bijzonderste. Dit boek  bevat de sutra's met de commentaar van Vyasa  en bijzondere verklarende toelichtingen daarover door hemzelf in het Bengali geschreven . De eerste uitgave dateert van 1911. Een van zijn leerlingen P.N.Mukerji, vertaalde het werk in het Engels ten behoeve van de universiteit van Calcutta, waar het in 1977 werd uitgegeven en gebruikt als studieboek.
      Talrijk zijn natuurlijk nog de andere commentatoren maar bijna allen geven ze meestal  slechts afwijkende  betekenissen aan de verklaringen die we bij deze drie hierboven vermelde grootmeesters aantreffen. . Opvallend is de bezorgdheid waarmede Vyasa en ook beide andere commentatoren  te werk gaan , opdat de lezers toch zeker en vooraf de ware betekenis zouden begrijpen van de term YOGA  waarover  Patañjali in zijn sutra's spreekt.. Zij verduidelijken hun verklaringen door ontleding alleen van de tekst die Patañjali heeft nagelaten  in de eerste twee sutra's nl.: 1°  atha yoga 'nusasanam en 2 yoga's citta-vritti nirrodhah..Laten we Vyasa aan het woord. "Hier nu is de uiteenzetting over Yoga aan de orde . De uitdrukking 'atha' (hier nu) betekent dat hier een welbepaald onderwerp wordt aangesneden . Het gezaghebbende boek dat uitlegt hoe  yoga moet worden begrepen, vangt aan. YOGA IS CONCENTRATIE ; dit is echter een eigenschap van  de denksubstantie 'Citta' (zie m.y.b. nr.4O) welke in elk van haar stadia kan thuis- horen De stadia van de denksubstandie zijn deze : het stadium van rusteloosheid (ksipa), het verdwaasde (mudha) het verstrooide (viksipta), het éénpuntig gerichte (ekagra) en het beheerste (niruddha). Van deze stadia hebben de eerste twee niets met yoga te maken en zelfs in het beheerste stadium van de geest wordt zijn concentratie soms overheerst door tegengestelde verstoringen en kan bijgevolg niet echt als yoga aanzien worden. Maar het stadium dat, wanneer de geest éénpuntig gericht is , tenvolle en alleen  één reëel object verlicht en de hindernissen (kleça's) dwingt tot vermindering, dat de banden van karma (zie m.y.b. nr 29) doet afnemenrn dat zich ten doel stelt alle golvingen te beperken, wordt de yoga genoemd waarin er bewustzijn aanwezig is van een object (samprajnata). Deze bewuste yoga gaat zeker nog gepaard met concentratie op grove  objecten, met vreugde of met een persooonsgebonden gevoel (asmita). Daarover zullen we later nog spreken; Maar wanneer er stillegging is van alle golvindgen van de denksubstantie (vritti's), dan hebben we te maken met concentratie waarin geen bewustzijn van een object aanwezig is."
      Vacaspati-misra beklemtoont in de eerste plaats de reden waarom Vyasa een voorlopige definitie geeft van (deze) yoga en verstevigt in de tweede plaats de uitdrukking van het feit dat yoga hier niet kan worden gezien  in de betekenis van 'Verenigen'. Hij zegt :" Het voorgestelde onderwerp echter is enkel de Yoga, welke begrensd is in haar activiteit door het gezaghebbend boek .Daarover gaat het.Twijfel over de voorgestelde zaak  (Yoga)wordt veroorzaakt door twijfel omtrent het woord (Yoga) Deze ( twijfel ) neemt hij (Vyasa) weg door te stellen dat Yoga in de zin van ' Yoga is concentratie', etimologisch afgeleid wordt van de stam 'Yuj-a' in de betekenis van concentratie en, niet van de stam 'Yuj-i' in de betekenis van vereniging."
      Dat zeggen dus de oudste commentatoren.. Ook Hariharananda  (monnik en onder de invloed van de Advaid-Vedanta van Sankara), geeft nochtans de volgende vertaling en uitleg  i.v.m. de definitie van Patañjali  over de Yoga : "Deze term 'Yoga' heeft verschillende betekenissen zoals verenigen van Jivatman met Paramatman , de vereniging van Prana met Apana, enz..., zowel als andere technische, afgeleide en conventionele betekenissen. Maar in deze filosofie wordt de term Yoga gebruikt  in de betekenis van Samadhi of Concentratie, wat in de tweede sutra wordt uitgewerkt."Inderdaad, de tweede sutra luidt :Yoga is het stilleggen  (of het beteugelen) van de golvingen van het mentaal complex." Wanneer we opnieuw Vyasa aan het woord laten, dan lezen we : " De bedoeling van de volgende sutra is het bevestigen van het onderscheiden karakter van  deze (yoga) Door geen gebruik te maken van het woord ALLE voor de golvingen, wordt aldus de yoga waarin bewustzijn van objecten aanwezig is, eveneens gerekend onder de benaming Yoga." Opnieuw wordt de uitleg van Vyasa bevestigd door Vacaspati-misra die er aan toevoegt :"Indien er gezegd ware dat Yoga de stillegging betekent van ALLE golvingen van het mentaal complex, dan zou Yoga met bewustzijn van een object, uitgesloten worden."
      De tekst die ik hier boven heb neergeschreven i.v.m. de uitleg over de eerste twee sutra's, is van zeer groot belang om te bevestigen (en de zekerheid te geven aan hen die twijfelen over de betekenis van het woord 'Yoga 'dat in de Sutra van Patañjali wordt bedoeld ) dat het hier gaat om  CONCENTRATIE en niet om VERENIGEN . Deze tekst is afkomstig uit mijn schriftelijke cursus  (bijlage aan les 10) voor de opleiding tot Yogacharya, geschreven in 1984 met als titel : De betekenis van Yoga, gezien vanuit het standpunt van Patañjali.

      De volgende bijdrage geeft antwoord op de vraag  " Wat, als de golvingen van het mentaal complex stil liggen ? Wat , als ze niet stil liggen  ? Wie is de Ziener ?  e.d.



      Yoga is het afsluiten van de golvingen van het mentaal complex.
      Yoga wil het mentaal complex stilleggen en aldus het Bewustzijnslicht (zie m.y.b. nr.'41 wat is waarnemen?) in zijn zuivere , onbezoedelde doorzichtigheid waarnemen.
      Indien men de betekenis van de term Yoga wil begrijpen zoals Patañjali deze voorstelt en gebruikt in zijn werk, dan is het zeker aangewezen  te luisteren naar de verklarende woorden van de grote commentatoren die de sutra's hebben toegelicht.
      De eerste, en wellicht de voornaamste van deze commentatoren is ongetwijfeld Vedavyasa ( 650-850 NC),  kortweg Vyasa genoemd. Zijn werk is gekend onder de naam 'Yoga-Bhasya' Het wordt in vele gevallen samen met de Sutra's  als één geheel voorgesteld.
      De tweede en niet minder vermaarde meester is Vacaspati-misra, die in zijn 'Tattvavaiçaradi' omstreeks 850 NC, als het ware een woord-voor-woord verklaring geeft van Vyasa's Bhasya. Beide commentaren werden samen in 1914 onder één band uitgegeven bij de Harvard Oriental Series ( volume 17) door James Haughton Woods. Dit kostbare boek was speciaal voor India alleen bestemd en kwam langs daar in ons bereik. Het is een studieboek dat zeker niet mag ontbreken bij hen die Patañjali's woorden willen begrijpen en zijn yoga-filosofie toepassen.
      Een derde commentator die eveneens van uitzonderlijke betekenis blijkt te zijn, is Swami Hariharananda, de stichter van het Kapilaklooster te Madhupur in Bihar.  Hij schreef menige werken over Yoga, maar zijn  'Yoga filosofie van Patañjali' is ongetwijfeld het bijzonderste. Dit boek  bevat de sutra's met de commentaar van Vyasa  en bijzondere verklarende toelichtingen daarover door hemzelf in het Bengali geschreven . De eerste uitgave dateert van 1911. Een van zijn leerlingen P.N.Mukerji, vertaalde het werk in het Engels ten behoeve van de universiteit van Calcutta, waar het in 1977 werd uitgegeven en gebruikt als studieboek.
      Talrijk zijn natuurlijk nog de andere commentatoren maar bijna allen geven ze meestal  slechts afwijkende  betekenissen aan de verklaringen die we bij deze drie hierboven vermelde grootmeesters aantreffen. . Opvallend is de bezorgdheid waarmede Vyasa en ook beide andere commentatoren  te werk gaan , opdat de lezers toch zeker en vooraf de ware betekenis zouden begrijpen van de term YOGA  waarover  Patañjali in zijn sutra's spreekt.. Zij verduidelijken hun verklaringen door ontleding alleen van de tekst die Patañjali heeft nagelaten  in de eerste twee sutra's nl.: 1°  atha yoga 'nusasanam en 2 yoga's citta-vritti nirrodhah..Laten we Vyasa aan het woord. "Hier nu is de uiteenzetting over Yoga aan de orde . De uitdrukking 'atha' (hier nu) betekent dat hier een welbepaald onderwerp wordt aangesneden . Het gezaghebbende boek dat uitlegt hoe  yoga moet worden begrepen, vangt aan. YOGA IS CONCENTRATIE ; dit is echter een eigenschap van  de denksubstantie 'Citta' (zie m.y.b. nr.4O) welke in elk van haar stadia kan thuis- horen De stadia van de denksubstandie zijn deze : het stadium van rusteloosheid (ksipa), het verdwaasde (mudha) het verstrooide (viksipta), het éénpuntig gerichte (ekagra) en het beheerste (niruddha). Van deze stadia hebben de eerste twee niets met yoga te maken en zelfs in het beheerste stadium van de geest wordt zijn concentratie soms overheerst door tegengestelde verstoringen en kan bijgevolg niet echt als yoga aanzien worden. Maar het stadium dat, wanneer de geest éénpuntig gericht is , tenvolle en alleen  één reëel object verlicht en de hindernissen (kleça's) dwingt tot vermindering, dat de banden van karma (zie m.y.b. nr 29) doet afnemenrn dat zich ten doel stelt alle golvingen te beperken, wordt de yoga genoemd waarin er bewustzijn aanwezig is van een object (samprajnata). Deze bewuste yoga gaat zeker nog gepaard met concentratie op grove  objecten, met vreugde of met een persooonsgebonden gevoel (asmita). Daarover zullen we later nog spreken; Maar wanneer er stillegging is van alle golvindgen van de denksubstantie (vritti's), dan hebben we te maken met concentratie waarin geen bewustzijn van een object aanwezig is."
      Vacaspati-misra beklemtoont in de eerste plaats de reden waarom Vyasa een voorlopige definitie geeft van (deze) yoga en verstevigt in de tweede plaats de uitdrukking van het feit dat yoga hier niet kan worden gezien  in de betekenis van 'Verenigen'. Hij zegt :" Het voorgestelde onderwerp echter is enkel de Yoga, welke begrensd is in haar activiteit door het gezaghebbend boek .Daarover gaat het.Twijfel over de voorgestelde zaak  (Yoga)wordt veroorzaakt door twijfel omtrent het woord (Yoga) Deze ( twijfel ) neemt hij (Vyasa) weg door te stellen dat Yoga in de zin van ' Yoga is concentratie', etimologisch afgeleid wordt van de stam 'Yuj-a' in de betekenis van concentratie en, niet van de stam 'Yuj-i' in de betekenis van vereniging."
      Dat zeggen dus de oudste commentatoren.. Ook Hariharananda  (monnik en onder de invloed van de Advaid-Vedanta van Sankara), geeft nochtans de volgende vertaling en uitleg  i.v.m. de definitie van Patañjali  over de Yoga : "Deze term 'Yoga' heeft verschillende betekenissen zoals verenigen van Jivatman met Paramatman , de vereniging van Prana met Apana, enz..., zowel als andere technische, afgeleide en conventionele betekenissen. Maar in deze filosofie wordt de term Yoga gebruikt  in de betekenis van Samadhi of Concentratie, wat in de tweede sutra wordt uitgewerkt."Inderdaad, de tweede sutra luidt :Yoga is het stilleggen  (of het beteugelen) van de golvingen van het mentaal complex." Wanneer we opnieuw Vyasa aan het woord laten, dan lezen we : " De bedoeling van de volgende sutra is het bevestigen van het onderscheiden karakter van  deze (yoga) Door geen gebruik te maken van het woord ALLE voor de golvingen, wordt aldus de yoga waarin bewustzijn van objecten aanwezig is, eveneens gerekend onder de benaming Yoga." Opnieuw wordt de uitleg van Vyasa bevestigd door Vacaspati-misra die er aan toevoegt :"Indien er gezegd ware dat Yoga de stillegging betekent van ALLE golvingen van het mentaal complex, dan zou Yoga met bewustzijn van een object, uitgesloten worden."
      De tekst die ik hier boven heb neergeschreven i.v.m. de uitleg over de eerste twee sutra's, is van zeer groot belang om te bevestigen (en de zekerheid te geven aan hen die twijfelen over de betekenis van het woord 'Yoga 'dat in de Sutra van Patañjali wordt bedoeld ) dat het hier gaat om  CONCENTRATIE en niet om VERENIGEN . Deze tekst is afkomstig uit mijn schriftelijke cursus  (bijlage aan les 10) voor de opleiding tot Yogacharya, geschreven in 1984 met als titel : De betekenis van Yoga, gezien vanuit het standpunt van Patañjali.

      De volgende bijdrage geeft antwoord op de vraag  " Wat, als de golvingen van het mentaal complex stil liggen ? Wat , als ze niet stil liggen  ? Wie is de Ziener ?  e.d.

      13-02-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
      » Reageer (0)
      20-02-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Yoga-Sutra's van Patañjali.- De Ziener : gevolgen(sutra 3 en 4)

      5.
                  Vervolg Tekst-studie Sutra 3
       
                Wat is er , wanneer de golvingen van het mentaal complex stil liggen ?

                 
                           

            Sutra 3       Dan staat de Ziener vast in zijn eigen vorm.

      De Ziener is het Zelf, dat Zuiver Bewustzijn is.   Alle  inhoud  van  bewustzijn  verkleurt  het Bewustzijnlicht met een vorm die niet de zijne is. Alleen wanneer er geen inhoud meer is, kan men het Zuiver Bewustzijn in zijn pure essentie aantreffen.
      Het woord  'De Ziener ' (drastir) wordt door Patañjali gebruikt daar waar sommigen misschien het woord ATMAN zouden verwachten , of wat nog onwaarschijnlijker is :  De Ziener vergelijken met ons Westers begrip ZIEL. (zie voor  De Ziener m.y.b. nr 9 - voor de vergelijking van De Ziener met ZIEL m.y.b.nr. 37 ). Verder gebruikt Patañjali in het tweede boek sutra 6 zelfs het woord dirga-sakti d.w.z. :  De kracht van het zien..
      De betekenis  'in zijn eigen vorm' duidt er op, dat , wanneer er geen beweging of vervorming meer is in het mentaal complex (verder vermeld als M.C.) m.a.w. geen verkleuring van het Bewustzijnslicht  met iets anders dan met zijn eigen vorm of werkelijkheid , de Ziener in zijn eigen essentie kan uitstralen. De uitzonderlijke staat van beweegloosheid in het M.C. wordt dus vooropgesteld om in yoga te kunnen zijn. Voor de rede is deze uitzonderlijke staat onbegrijpbaar en met empirische begrippen niet uit te leggen , omdat het Zelf (De Ziener)  IS , d.w.z. op zichzelf bestaat,  zonder steun van ergens anders en onveranderlijk onbeweeglijk  zichzelf is . De mogelijkheid dat het Zelf aan enige verandering of golving onderhevig zou zijn wordt dus uitgesloten. Om in zijn eigen status vast te kunnen staan en te schitteren is er bijgevolg een volledige beweegloosheid van mentale golven vereist. Voor verdere uitleg geef ik hier het woord aan G.M.Koelman , uit zijn boek Patañjala Yoga :
      "Het Zelf is steeds de Ziener. Wanneer er golvingen zijn van objectieve aard in de bewustzijnsfunctie (d.w.z. wanneer we een object zien ) dan heeft het Zelf daar kennis van .Wanneer er geen objectieve golvingen zijn in de bewustzijnsfunctie dan is er ook geen kennis, maar toch blijft het Zelf de Ziener van deze functie. Ware dit niet, dan zou het Zelf veranderlijk zijn, met een onderbreking van zuiver Bewustzijn (let op de hoofdletter B !). Voor Yoga vormen de natuuur en de functies ervan een afzonderlijk bestaan. De vraag kan echter gesteld worden of de aanwezigheid van objectieve golvingen in de bewustzijnsfunctie niet gepaard gaan met een opflakkering in het Zelf dat ze waarneemt. Het antwoord is JA ; en  het ziet er dus naar uit dat het Zelf op een bepaald ogenblik er zal gaan uit zien als veranderd. Dit is echter maar schijn , want zoals de roodheid van een kristal -zoals Vyasa het eveneens verduidelijkt - een verkleuring is vanwege de nabijheid van een Hibiscusbloem en de verwijdering van deze bloem geen verandering teweeg brengt in het kristal en zijn doorzichtbare witheid, zoöok is de weerkaatsing van de objectieve golvingen tot het Zelf alleen maar een schijn , die de natuur van het Zelf  niet aantast en niet doet verandereen. Bewustzijn is voor het Zelf zijn eigen natuur, maar de kennis die het heeft van objectieve golvingen van de bewustzijnsfunctie (d.w.z. het geconditioneerd  bewustzijn -let op de kleine letter 'b' ), is afhanke-
      lijk van omstandigheden. Zuiver Bewustzijn duurt echter ononderbroken voort en er is dus een onsterfelijk Bewustzijn volgens de Yoga ." Tot daar de verklaring van G.M.Koelman .We kunnen daaruit dus besluiten dat het Zelf niet aangetast wordt door de golvingen van het M.C., maar dat deze golvingen beletten dat het Zelf  gerealiseerd kan worden wanneer zij aanwezig zijn in het M.C. .
      Wat is er, wanneer de golvingen van het M.C niet stilliggen ?

             

      Sutrra 4.
      In de andere toestanden is er gelijkvormigheid (van de Ziener) aan de golvingen (van het M.C.)

      In het gewone leven zijn onze kennis en onze ervaringen gebaseerd op de inhoud.Ons bewustzijn schijnt gekleurd door die inhoud en komt naar voor als één bestaan met die bewuste disposities.
      Met deze sutra sluit Patañjali de inleiding af van zijn verklaring over de definitie van Yoga.
      Wanneer de golvingen in het M.C. niet stilliggen  dan is er waarneming of bewuste ervaring , en met deze bewegende golvingen vereenzelvigt men het Zelf. Er is dus verwarring. Deze verwarring ontstaat door dat het Spirituele Zelf, de niet handelende oorzaak en neutrale  waarnemer , gezien wordt als de uitvoerder of de actieve bewerker van de waarnemeng. Het proces van waarneming behoort echter tot Prakriti ; langs de zintuigen en het verstand bereiken de objecten de bewustzijns
      functie waar ze belicht worden door het licht van het Zelf, en aldus bewustzijnsinhoud worden.

      De bewuste ervaringen worden tot stand gebracht door vier verschillende realiteiten :
      1° Het bewustzijn zelf dat een besef is van aanwezigheid  en het mogelijk maakt alle subjectieve  en    objectieve dingen mee te maken. Het is de ego-functie, beschenen door het Zelf.
      2° De voortdurende stroming  van op- en neergaand bewustzijn, tot stand gebracht door de objec-
      tieve vaststellingen die tot ons doordringen in mindere of meerdere mate : het gaat hier alleen  om de  inhoud van hetgeen men ervaart. Het verstand Manas zorgt voor het onderscheid in de dingen.
      3°De ervaring van bewustsworden van de ons bekende objecten , tot stand gebracht door een gene-tisch werkend proces, waardoor een object in ons bezit komt . Dit is de relatie 'Prakriti en
      Spirituele Zelf''.
      4 De bewerker van het hele proces of de bewerker van de eenheid tussen het aspect  van bewust-zijn, het aspect van op- en neergaande inhoud van kennis en het aspect van een geleidelijk 'worden'.
      Deze bewerker is de ego-functie .

      SAMENVATTING .
      De inleiding van het eerste boek omvat aldus de eerste vier sutra's , waarin we met zekerheid de volgende punten terugvinden :
      1° Yoga, en niets anders. :
      Patañjali zegt dat hij het over de Yoga wil hebben  en niet over iets anders. Het is alsof hij met nadruk wil laten weten dat het werk of de uiteenzetting die nu volgt, alleen over Yoga handelt . Dat kan er eventueel op wijzen, dat hij nog andere uiteenzettingen geschreven heeft. Dit wordt hier en daar wel verondersteld of beweerd. Het is dus geenszins uitgesloten dat er nog andere werken op Patañjali's naam staan.
      2° Wat betekent Yoga volgens Patañjali ? 
      Hij maakt duidelijk wat hij met Yoga bedoelt en wat er moet  om in Yoga te zijn .Yoga doen is de wervelingen van het denkvermogen stilleggen en dan is men er. Hij zegt alleen dat het aldus moet gebeuren..., dat is nog geen methode , want zomaar het denkvermogen stilleggen ( d.w.z. de golvingen die het denkvermogen allerlei vormen doen aannemen) doen stoppen , dat is niet "hocus-pocus" zo gebeurd. Hij zal verder in zijn onderricht uitleggen hoe dit mogelijk is door geleidelijke oefening in concentratie. Hij spreekt niet over een 'vereniging' van het Zelf met om het even welk ander Zelf of opperwezen. Indien hij dit bedoeld had, dan had hij het zeker gezegd.
      3° Het resultaat : 
       Het resultaat van (mijn) Yoga is dit , zegt Patañjali :
      "De Ziener staat vast in zijn eigen vorm." Het resultaat geeft  ook het na te streven doel aan : de Ziener vrij maken van de belemmeringen die hem verlagen tot profane dingen, d.w.z. tot alles wat Prakriti is. Die belemmeringen worden veroorzaakt door de golvingen die in het M.C. alle dingen weergeven of herleiden tot mentale vormen : het empirisch bewustzijn waarin de ego-functie de plaats inneemt  van het Bewustzijn .

       Deze uitgebreide uitleg over de eerste vier sutra's  van Patañjali's onderricht  over Yoga  is van essentieel belang en nodig;voor het begrijpen van de verdere studie.

      De volgende bijdrage zal handelen over de golvingen - hun  betekenis en aantal-  en de eerste middelen tot  de stillegging ervan . 


       

      20-02-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
      » Reageer (0)
      27-02-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Yoga Sutra's van Patañjali ; De golvingen : sutra 's 5 tot 11 .
      6.
                         Tekststudie Sutra's 5 tot 11.

          Na de inleiding waarin Patañjali duidelijk gemaakt heeft wat hij met Yoga bedoelt, gaat hij verder met de verklaring dat de vorm van de stil te leggen golvingen vijfvoudig is, en dat deze kwellend of niet kwellen kunnen zijn. . Hier zijn sutra : 

      img338/3278/scannenjpg5rn0.jpg


      Sutra 5  -De golvingen zijn vijfvoudig van aard en zijn kwellend of niet-kwellend.
      Er zijn vijf categoriën van kennisgolvingen ; ze kunnen gegrondvest zijn in de kwellingen of er vrij van zijn . De kwellingen worden besproken in boek 2 sutra 2- 11. De vijf mentale golvingen zijn middelen tot bewuste gewaarwording .Ze kunnen leiden tot bevrijding (niet kwellend) of tot grotere gebondenheid (kwellend) , naargelang de mens de kwellingen koestert  of ze tegenwerkt. Ze hou-
      den slechts op voor een gegeven Zelf , wanneer dit Zelf bevrijd is. 
      In het begrip 'klista' treft men het woord 'klesa' aan. De commentator Vyasa zegt dat de golvingen welke veroorzaakt worden door de klesa's (= niet onderscheidmakend inzicht ) de bodem zijn voor de vermeerdering of de groei van de latente overblijfselen die nieuw Karma veroorzaken . De gol-vingen echter, aldus Vyasa nog, welke ontstaan onder invloed  van  'onderscheidmaken inzicht' houden de werking van de  guna's tegen en verwekken geen karma. Alles wat met 'klesa's  te ma- ken heeft , werkt dus de gehechtheid in de hand (kwellend) . Voor een Yogi werken deze golvin-
      gen  geen gehechtheid in de hand omdat ze niet ontstaan onder invloed van de klesa's maar onder de inwerking van ' Vivekakhyati ' (=onderscheidmaken inzicht) , Wanneer het Zelf bevrijd is dan houden de klesa's op te bestaan voor dit Zelf  : dan staat de Ziener vast in zijn eigen vorm (s.3) .
      Met deze uitleg kunnen we Patañjali verder volgen in de sutra's met de omschrijving der golvingen.
       
       
      img410/2776/scannenjpg6xr9.jpg

       Sutra 6.
      (Deze vijf zijn) bronnen van ware kennis, miskennis, begripspredicaties, slaap en herinneringen.
      Elke bewuste ervaring bestaat in een van deze vijf golvingen. 
      De betekenis van deze vijf worden nu verder verduidelijkt  :

      img224/3831/scannenjpg7tv2.jpg

       Sutra 7.
       De bronnen van ware kennis zijn  : directe waarneming, gevolgtrekking en geloof
      Deze drie soorten kennisgolvingen worden beschouwd als activiteiten die ware kennis geven
       van om het even welke inhoud.. Dit behoeft geen verdere uitleg  

      img186/8352/scannenjpg8jo6.jpg

      Sutra 8.
      Miskennis is een valse voorstelling die niet rust op de vorm ( van de realiteit).

      Miskennis is die kennis waarvan de intentionele inhoud als dusdanig geen werkelijke realiteit is.
      Avidya is ook miskennis  ; maar de valsheid daarvan betreft ook het subject en het bewustzijn  in het kennisproces , niet de inhoud ervan. Avidya vertalen wij door "miskennis" of nog door "miswijs- heid . Het gaat hier dus niet over de onjuistheid  of de onwaarheid van de inhoud van hetgeen men zegt of of meent , wanneer men zegt "daar is een grote hond" terwijl het in feite een klein kalf  be-
      treft,  dan is  dit onjuist  of niet waar . Miskennis is de valsheid van empirische kennis als zodanig. Het is de ' niet-onderscheidmakende-kennis' in haar vijf gedaanten (avidya in haar brede beteke-
      nis  - zie m.y.b. nr 41 de kwellingen-.) Miskennis bestaat hierin, dat men het ganse Prakriti-organis-
      me met al zijn kennisfuncties enerzijds, en het Bewustzijnslicht dat er op neerschijnt anderzijds , aanziet als één bestaand wezen. maw., alsof het  'ik' dat de functies uitvoert, werkt, vreugde of droefheid ondergaat, hetzelfde wezen zou zijn als het Zelf dat onveranderlijk Bewustzijn is, slechts 'toeschouwer' of  'getuige' is. Daarbij komt nog dat miskennis samen met het zuiver kennisaspect, ook nog gehechtheid en verlangen inhoudt.

      img362/55/scannenjpg9cp8.jpg

      Sutra 9.
      Begripspredicatie is zonder objectieve realiteit en berust op het waarnemen van woord en begrip.

      Begripspredicatie is een kennis die gebaseerd is op een rationele constructie aangeduid door een woord . Alle negatieve predicaties zijn aldus  begripspredicaties. Begripspredicatie is aan een sub-
      ject iets toeschrijven wat geen objectieve realiteit is, maar alleen berust op het waarnemen van een
      woord. Onze gewone kennis associeert twee verschillende realiteiten  nl. het subject en  het predi-
      caat. Dikwijls is het predicaat iets negatiefs,of maw. de afwezigheid van een eigenschap. Deze af-wezigheid van een eigenschap is geen bestaande realiteit , maar een louter begrip. Voorbeeld  1 : 'de auto stopt ': stoppen is het ophouden of de afwezigheid van bewegen ; afwezigheid is een begrip, en kan dus niet als iets reëels aan de  auto toegeschreven worden.: het is dus een beripspredicatie. Voor-beeld 2 : ' Het Zelf is Bewustzijn' . Het predicaat 'Bewustzijn' is logisch toegevoegd aan het subject  'Zelf'' en is er dus verschillend van. In feite is er een absolute gelijkheid tussen het Zelf  en het  Bwustzijn, zij zijn één en het zelfde. Dus dit is ook een begripspredicatie. Vacaspati-Misjra heeft dus gelijk wanneer hij zegt dat men soms ten onrechte verschil toeschrijft aan dingen die identiek zijn (dit is zo met alles wat men over Het Zelf kan zeggen ), of identiciteit toekent aan dingen die verschillend zijn (vb. de auto en 'stoppen' . Deze wijze van kennen is , nl. door een begripspredicatie , is geen directe waarneming , geen gevolgtrekking , geen geloof, en ook geen miskennis. Zij geeft ons echter wel een zekere kennis, en is dus een begripspredicatie.

      img176/7369/scannenjpg10nv9.jpg

      Sutra 10.
      Slaap is de golving die berust op manifectatie van afwezigheid (van waak en droomtoestand).

      Slaap wordt beschouwd als een kennisgolving, nl. deze welke de afwezigheid van naar buitenge-keerde golvingen weergeeft. Slaap moet dus ook verdwijnen voor de gevorderde yogi. Slaap is toe te schrijven aan overdreven ' Tamas' (een van de guna's). Diepe droomloze slaap is een golving van Tamas  die het Sattvam bedekt en aldus mentale duisternis meebrengt.Alhoewel deze golving  in ze- kere zin éénpuntig is, komt er geen object in voor. De straling van het Bewustzijnslicht wordt dus niet weerkaatst in de bewustzijnsfunctie : er is mentale duisternis. Slaap kan dus geen hulp zijn om het Zelf te benaderen. Het is een hindernis. Het is een toestand die volledig verschilt van het hogere stadium van 'concentratie-zonder-objectief-bewustzijn'. In dit laatste geval blijft de straling  van zui- ver Bewustzijn  weerspiegeld in de bewustzijnsfunctie. Daar zal dus een verinwendigd bewustzijn al- leen , de mogelijkheid verlenen aan het Zelf , zich te weerkaatsen..

       img182/1459/scannenjpg11vb9.jpg

      Sutra 11.
      Geheugen bestaat in het niet insluipen  (van iets anders) in (de voorstelling ) van een vroeger waar- genomen object.

      Om echt te zijn, mag het geheugen niets anders bevatten  dan vroegere waarnemingen (niets méér) er mag niets ontbreken . Het geheugen geeft het vroeger waargenomen  object , of  iets minder ,
      weer. Indien er iets aan toegevoegd wordt , is het geen geheugen meer . Aangezien er bijna altijd een verschil is van tijd en plaats, is er zelden echt geheugen. Deze golvingen beletten eveneens de concentratie.
      Nu komt de vraag : hoe kunnen we deze stroom van golvingen stil leggen  en het doel van de Yoga benaderen ?. Dit zullen we verder ontdekken in mijn volgende aflevering.

      27-02-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
      » Reageer (0)
      06-03-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Yoga Sutra's van Patañjali. -Stillegging van de golvingen .
      7
               Het stilleggen van de golvingen van het M.C. (sutra's 12 tot  22 )

         Na de kennismaking met de golvingen gaat Patañjali verder met zijn onderricht. Hij zal nu het antwoord geven op de vraag hoe de stillegging in werkelijkheid gebeurt . In de sutra 12 geeft hij eerst de algemene maar ook de hoofdvereisten aan die er  moeten zijn , nl oefening  (abhyasa) en passieloosheid ( veairagya)  .

      img92/7783/scannenjpg12rt6.jpg


      De afsluiting van deze (golvingen) gebeurt door oefening en passieloosheid .
      Na de opsomming van de kennisgolvingen worden de algemene middelen aangeduid om deze tegen te werken . Door deze twee algemene middelen komt er afzwakking , en uiteindelijk het ophouden  van golvingen die het Zelf met het mentaal complex ogenschijnlijk verbinden. Deze twee middelen worden in de volgende sutra's verder uitgelegd .Men kan ze ook keuzemiddelen noemen omdat er verder nog andere middelen worden  aangegeven.

      img63/2253/scannenjpg13gb5.jpg


      Oefening is de  (herhaalde) inspanning om (het mentaal complex) daar te (in afsluiting) te houden.
      Deze oefening is een geleidelijk proces : van de grovere tot de meer subtiele golvingen, tot deze van het  'verheven inzicht' Men moet er dus voortdurend mee bezig zijn, want het komt niet van zelf. Zonder oefening en doorzettingsvermogen zal men nooit tot stillegging komen.Alle uitwendige en in-
      wendige middelen hebben het zelfde doel : de golvingen doen afzwakken en uiteindelijk doen verdwijnen. Naar mate men oefent groeit de stevigheid  zegt Patañjali in sutra 14.

      img243/1271/scannenjpg14ad8.jpg


      Deze  (inspanning) groeit echter tot een stevige dispositie wanneer ze voor lange tijd, onophoudelijk met ernstige toewijding  aangekweekt wordt..
      Yoga-oefeningen onder alle vormen,  moeten zonder ophouden voortgezet worden. Zwakke of dik- wijls onderbroken inspanning, kan het naar ervaring gekeerde M.C., met zijn bezinksels, niet tot stilstand brengen. Het is dus absoluut onontbeerlijk dat de yoga-beoefenaar de wil opbrengt om met een volgehouden inspanning te werken . Daarbij komt nog, dat twijfel  i.v.m.de uitwerkingskracht  van de oefenningen, tot fatale mislukking zal leiden.. De beoefenaar kan de nodige vaste wil verwer-ven door elke inspanning, iedere opwinding , elke competitie met zichzelf of anderen , te vermijden.. Geen verlangen  naar bevrijding, mag uitgroeien tot een mentale spanning. Kalmte te brengen in de  ganse psyche is het enige doel waarin men moet geloven, en dit geeft de wil de nodige sterkte.
      Passieloosheid  is het tweede hoofdmiddel :

        
       

      Passieloosheid is de gemoedstoestand  van meesterschap , in iemand die niet dorst objecten hetzij waargenomen of in de veropenbaring genoemd..
      Passieloosheid betekent afwezigheid van verlangen en afkeer . Het is de aangevoelde beheersing  van alles wat ervaring voedt, zodat men volledig meester wordt  van zijn daden en gemoedstemmin- gen . Deze passieloosheid heeft te maken met de werking van  Prakriti , en wordt de lagere passie-loosheid genoemd . Passieloosheid is gelegen in het niet belust zijn op het laten voortduren van  ge- bondenheid, d.w.z. geen aantrekking of verlangen naar de objecten  of de resultaten van hun wer-king.. Alle overdrijving moet vermeden worden . Door een zachte, maar kordate handelswijze moet men komen tot een verlamming van de naar buiten gerichtheid van de geest om te komen tot passie-loosheid . Zonder deze psychische ingesteldheid kunnen de fysische oefeningen  en technieken van de yoga in niets bijdragen tot de bevrijding van ons Zelf.  De golvingen die moeten stilgelegd wor-den zijn dus de kennisgolvingen en de emotiegolvingen.
      De meer specifieke middelen tot stillegging worden nu verder door Patañjali voorgesteld :

      1° Niet dorsten naar de guna's.

      img407/8508/scannenjpg16qj0.jpg


      Meer verheven dan deze ( passieloosheid) en voortkomend uit (iemands) inzicht in zijn Zelf , (als gans anders ) is het niet dorsten naar de guna's.
      Dit is de hoogste passieloosheid ; ze betreft de bron zelf van alle resultaten (der dingen ) nl.de Guna's, die de essentie zijn  van Prakriti . Prakriti laat de yogi als dusdanig  onverschillig, wanneer hij de ware natuur van zijn Zelf heeft ingezien. Hij verkeert aldus in de toestand van  'Verheven inzicht' en deze toestand verblindt de yogi want hij ziet reeds het anders zijn van het Zelf t.a.v. alle Prakriti-dingen die ook intuitief waargenomen worden . De keuze tussen deze twee kan  slechts tot  stillegging  van het mentaal complex leiden wanneer er volledige onthechting bestaat t.a.v. de guna's . De buitengewone gaven ('Siddhis) die  de  yogi    te  beurt  vallen , eens  op  dit  niveau  aanbeland, oefenen ook een  zware aantrekkingskracht uit. Alleen als men de diepste Prakritilagen  (de guna's en hun werking ) kan verlaten, dan kan men verder gaan ...; hun verleiding moet wel krachtig zijn, aangezien Patañjali daarvoor waarschuwt . De hoogste passieloosheid kan deze krachtige verleiding breken
      .
      2°Concentratie met objectief bewustzijn.
          Buiten de algemene middelen die a.h.w. de grondslag zijn van de manier waarop men in het alge-
      meen moet te werk gaan en de beoefening van de yoga aanpakken, nl. door te blijven oefenenen in een geest van onthechting ... zelfs als men reeds verder gevorderd is en Siddhi bekomt, zal Patañjali nu  de praktische toepassing beschrijven  nl. het beoefenen van de soorten concentraties. Men dient zich vooral eerst goed te realiseren wat er bedoeld wordt met 'concentratie' We moeten weten dat
      'concentrtie' staat voor Samyama  d.w.z. dharana, dhyana en  samadhi  ( zie m.y.b. nr. 47) .
      Patañjali zegt in Sutra 17 dat concentratie waarin nog een object; in het bewustzijn aanwezig is on-onder vier vormen kan bestaan .

      img124/6955/scannenjpg17ti4.jpg


       De concentratie is met objectief bewustzijn , wanneer deze gepaard gaat met  afbeeldings- begrips- blijdschaps- of ik-ben gevoel .
      De verhevenste oefening voor het stilleggen van de golvingen is de 'concentratie' Hier wordt de concentratie voorgesteld  tijdens dewelke er nog een object in het bewustzijn aanwezig is .
      1° Savitarka  : een obeject dat een beeld is van iets grofstoffelijks is het concentrtie-object .
      2° Savicara   : het object van concentratie is een begrip .
      3° Sananda   : het  object van concentratie is een blijdschaps gevoel.
      4° Sasmita    : het object van concentratie is het ik-gevoel.
      Wanneer de concentratie gepaard gaat met een van deze vier objecten dan noemt Patañjali deze
      concentratie 'Samprajnata-samadhi, concentratie met verwarring., zij is niet perfect.
      Voor een volledig overzicht van de concentratie vormen zie m.y.b. aflevering 43

      3° Concentratie zonder objectief bewustzijn .
      Concentratie zonder object in het M.C.; noemt Patañjali 'Asamprajnata-samadhi '( sutra 18)

      img253/4190/scannenjpg18rq5.jpg



      (De concentratie die ) ingeleid wordt door oefeningen die het stilleggen (van het mentaal complex) teweeg brengen, en waarin slechts verzonken indrukken  overblijven, is de andere (concentratie) nl. zonder objectief bewustzijn).
       Deze sutra beschrijft de bevrijdende concentratie, nl. de concentratie van afsluiting , waarin alleen bezinksel-golvingen overblijven die zonder inhoudsbewustzijn gebeuren.

      4°Concentratie van de ontlichaamden.



      img50/6459/scannenjpg19xv4.jpg 

           
      De concentratie van de ontlichaamden en van hen die in de onherleidbare oergrond liggen, wordt teweeg  gebracht  door positieve middelen.
      Er bestaat een gans andere concentratie van hen die in Prakriti rusten , of van hen die, alhoewel ze hun lichaam tijdelijk verlaten hebben, hun bevrijding toch niet hebben bereikt , en die de kringloop van geboorten moeten voortzetten. Deze concentratie wordt teweeg gebracht hier op aarde , door positieve middelen  bv. door goede daden , niet door het stilleggen van hun mentaal complex. Dit is geen zelfrealisatie maar zogezegde heiligen die goede daden doen om goed karma te verwerven.

      5° Concentratie van de  'anderen'.

      img103/9807/scannenjpg20mq4.jpg


       (concentratie die) ingeleid wordt door heilzaam geloof en onderscheidmakend inzicht  (is de con- centratie)  van de  'anderen'  (d.w.z.  van de echte yogi's).
      De eilzame concentratie (sutra's 17 en 18) bestaat in het geleidelijk stilleggen v&n het M.C.. Dit ver
      eist heilzaam geloof, krachtdadigheid enz.... Zij die yoga beoefenen  , de yogi's dus, komen tot de 
      concentratie via de aangeduide weg  ( sutra's 17 en 18) en door geleidelijke stillegging van hun men- taal complex  . De ijver die ze daarvoor moeten aan de dag leggen speelt een  grote rol in het  vlug of langzaam bereiken van de concentratie .

      img117/5998/scannenjpg21cp7.jpg


      Voor hen die grote ijver aan de dag leggen , wordt deze  (concentratie) spoedig bereikt.
      De uitmuntende concentratie is dus deze welke het vlugst tot stand komt. zegt Patañjali verder.

       img440/4052/scannenjpg22td1.jpg

        Aangezien ijver  ofwel zacht  of middelmatig of hevig kan zijn, bestaat er een uitmuntende  (concentratie)-
      .
      Ijver kan minder of meer krachtdadig zijn  ; men kan dus vlug of minder vlug de perfecte concentra-tie bereiken .

      6°Concentratie door devotie tot ISVARA
      In de volgende bijdrage zal   Isvara  voorgesteld worden als object om concentrtie te bereiken.

      06-03-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
      » Reageer (0)
      13-03-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Yoga-Sutra's van Patañjali. -Concentratie door devotie tot ISVARA
      8
                    . Concentratie door devotie tot ISVARA.

      img180/8804/scannenjpg23mw7.jpg


      Ofwel wordt concentratie bereikt ) door devotie tot de Heer.
      Volgens de vorige sutra's over de concentratie , is de yogi in staat om op eigen krachten zonder hulp van van enig Opperwezen concentratie te bereiken . Bevrijding is dus mogelijk zonder oppewezen. Hier worden de sutra's ingelast die betrekking hebben op Isvara, ze worden door Vyasa ingeleid met de woorden " is het bereiken van concentratie dichter bij als resultaat van deze laatste (voornoemde methoden) , of is er ook een andere methode om dit te bereiken , of niet ? Het  antwoord  luidt dat er een andere methode bestaat  nl. "door devotie tot de Heer. Dit middel is echter niet onontbeerlijk zoals de sutra zelf zegt : "ofwel, kan deze (concentratie bereikt worden door devotie  tot de Heer". Deze sutra geeft een alternatief en hoe dit gebeurt  zie sutra 27 en 28
      De sutra's over de Heer worden door sommigen aangezien als interpollatie . Wij ,aldus Koelman , zijn van oordeel dat ze wel van Patañjali  afkomstig zijn.

      Wie is ISVARA ?

      img83/3931/scannenjpg24by4.jpg



      De Heer is een bijzonder Zelf, onaangetast door kwellingen, vrij van daden die vergelding meebrengen, vrij van de vruchten daarvan en vrij van verzonken indrukken.
      Dit is de omschrijving van de Heer.Zijn essentie verschilt niet van de andere Zelven ; alleen de ver-meende bindingen met Prakriti en de effecten daarvan , worden uitgesloten . Zie in verband met de omschrijving en de betekenis van Isvara ,  m.y.b. nr  38. Koelman legt verder uit : "Concentratie op de Heer wordt hier niet bedoeld als een soort devotie of onderwerping. Het is een louter hulpmiddel tot concentratie, geen onderwerping, niet een  houding van aanbidding en liefde maar alleen gebruikt  om doelbewust het doel (de concentratie ) te bereiken Het weinige dat  in de Patañjali -yoga over de Heer gezegd wordt  is niet relevant in het geheel van haar techniek . De Heer Isvara is niet noodzakelijk, en iedere trede  in de yoga-techniek kan uitgelegd worden ( en is uitgelegd ) zon- der enige toevlucht ( of beroep te doen ) tot de Heer . De sutra's i.v.m. Isvara  kunnen hier, zonder spoor van verdwijning achter te laten, gemakkelijk uit de patañjala-sutra's verwijderd worden ".
      In de volgende sutra gaat Patañjali verder met de omschrijving van de eigenschappen van Isvara.

      img148/1361/scannenjpg25ck0.jpg


      In deze Heer is de (kennis) kiem van de Alwetende onovertrefbaar.
      Er bestaat geen groter bron van kennis. Deze is echter niet bedorven (aangetast) door het niet onderscheiden van zuiver Bewustzijn  en de kennisfuncties ( de reeds beschreven verwarring).
      Het onderscheid tussen Isvara en de andere Zelven , zou bestaan in het feit dat , zoals men zegt , "in Hem de bron van alwetendheid haar uiterste uitmunttendheid bereikt". "Voor de Heer (aldus Koel- man , is er dus geen opgaande gradatie van kennis door het verdwijnen van de onwetendheid  waaruit  de bevrijding ontstaat. Overeenkomstig de algemene principes  van de Patañjala-yoga be- hoort de activiteit van het kennen tot Prakriti, terwijl het inactive Bewustzijn de aard van het Zelf is. Vanuit dit standpunt is het te begrijpen dat geen speciale en meer perfecte natuur van kennis , aan de Heer wordt toegeschreven ; de manier van kennen zou tocht een activiteit blijven en zou dus een Prakriti-modaliteit zijn die dus de natuur van Isvara als opperste Zelf  geenszins  kan onderscheiden van de andere Zelven. Zijn kennis is daarom absoluut en onveranderlijk".

      img174/3953/scannenjpg26rm8.jpg


      (Deze Heer) is de leraar, zelfs van de eerste (wijzen), aangezien  hij niet afgescheiden is  (van hen)  door de tijd.
      Alle vorige wijzen sinds beginloze tijd, zijn door Hem opgeleid. Hij is aanwezig in alle tijden.
      Met betrekking tot het proces van bevrijding kunnen aan de opperste Heer verschillende functies toegeschreven worden :
      - 1° Zonder begin of einde is hij de leraar aller tijden, en de weg van openbaring en verlossing is
      iedere nieuwe evolutie aan Hem verschuldigd.
      -  2° Hij zorgt er voor dat in elk leven en gelijkmatige verdeling  van Pakriti-voorwaarden aanwezig  is  uit wiens werking de bevrijding tot stand zal komen. De Heer blijft echter, met alle respect voor iedere vrijheid , verdiensten en gebreken,  een 'causa removens prohibens' (de oorzaak die de hin- dernissen wegneemt ) met betrekking tot bevrijding , van hem die er om vraagt.
      -  3° Hij dient als gemakkelijk object om de geest stil te leggen, omwille van zijn gelijkenis met het individuele Zelf.
      -  4° Hij kan speciale hulp verlenen aan zijn aanbidders zodat het Hem mogelijk wordt de yoga-lad-der te bestijgen , met overslaan van sommige treden.
      De yoga-filosofie echter, en de technieken tot bevrijding komen naar voor als zijnde a-theïstisch.
      "Indien een yogi (aldus Koelman ) Isvara aanziet als een God, dan ligt dit niet aan de yoga-leer , maar aan de individuele ingesteldheid van de yogi. Men zou kunnen zeggen dat de Patñjala-yoga buiten beschouing laat of men God erkent of niet.. De Patañjala -yoga doctrine van de Opperste Heer komt echter voort uit uit de a-theïstische opvatting van de Sankhya-leer . Het formuleren van  God, indien de Sankhya-terminologie toch grbruikt en gerespecteerd  moest worden , diende de vorm aan te nemen van een speciaal Zelf . Slechts in die termen  kon een godsleer geformuleerd  worden zonder de basisstellingen van de Sankhya tegen te spreken. Maar dergelijke godsleer was niet vereist en kon dus wegvallen zonder spoor achter te laten".
      Mircea Eliade zegt in zijn boek "Yoga"- wat volgt over de opvatting van Isvara bij andere commen-tatoren. " Isvara krijgt bij latere commentatoren  (na Vyasa) een steeds actievere rol. Bij Vacaspati
      Misra en Vijnana Bhikshu grote importantie. Nu moet gezegd worden dat beide Patañjali en Vyasa hebben geïnterpreteerd in het licht van de  geestelijke stromingen van hun eigen tijd, en zij  leefden in  een periode waarin geheel India in de  ban was van mystieke en devotionele stromingen( de 9de eeuw voor Vacaspati Misra en de 17de  eeuw voor Vijnana Bhiksu ). Deze laatste spreekt , beïn-vloed  door bepaalde Vedanta-concepten en door de Bhakti of mystieke devotie, zeer uitvoerig in de 'Yogasarasamgragha' over de bijzondere genade van God. Volgens Das Gupta schrijft Nilakan- tha, een andere commentator, dat Isvara een wil bezit welke het leven van de mens kan voorbe-stemen  ;  want Hij dwingt hen die Hij wil verheffen , tot goede daden, en hen, die Hij wil vernie-tigen, tot  slechte daden. Wij zijn hier wel ver af van de bescheiden rol die Isvara van Patañjali  mocht spelen ".

      Hoe gebeurt de concentratie op  ISVARA ?

      img339/5664/scannenjpg27ik9.jpg


      De verwoording van deze  (Heer ) is de heilige lettergreep  (d.i. OM) .
      De lettergreep OM is in de Hindoe-heilige schrift gezien als de verwoording van het Opperste we- zen ; een verwoording waarin dat wezen tegenwoordig is. Het LOGOS.
      OM is een mantra, dwz een geestesbeschermer . Het voortdurend herhalen  van een mantra leidt tot concentratie omdat het een éénpuntig concentratie-object is : een vereiste om tot stillegging van de 
      wervelingen van het M.C. te kunnen komen. 

      img338/2333/scannenjpg28ip9.jpg


      (De yogi oefent zich in) het herhalen van die (heilige lettergreep) en het overwegen van de betekenis- ervan.
      In plaats van een immobilizerende kennis waarin de vroeger vermelde concentraties bestaan, is er hier het immobilizerend effect van een geluid, dat ononderbroken de aandacht vastklemt . Deze oe- fening kan ook het M.C. stil leggen. Het resultaat van deze oefening lezen we in de volgende sutra.


      img452/6406/scannenjpg29gh7.jpg


      Daardoor bekomt hij de naar binnen (naar zijn Zelf) gekeerde denkwijze, en eveneens het verdwijnen van de hindernissen.
      Deze sutra wijst terug naar, en is de voortzetting van, de sutra's 17 - 22.. Het ingekeerd denken be-
      staat in het zich realiseren dat zijn Zelf als Zuiver Bewustzijn geen betrekking heeft met het mentaal
      complex, en afzonderlijk bestaat. De hindernissen behoren allen tot Prakriti.
      Ik wil hier nogmaals aan toevoegen dat het niet noodzakelijk is deze vorm van concentratie te beoe-
      fenen, maar het kan voor hen die devotioneel aangelegd zijn een middel worden om samadhi te be-
      reiken. Hiermede zijn de keuzemogelijkheden voorgesteld. Patañjali zal  nu verder gaan met het be-
      handelen van de hindernissen die de concentratie kunnen beletten of vertragen.
                                                               -  oOo -

      YOGA-INSTITUUT HALASANA V.Z.w.- artikel geschreven in 1983.

      OPLEIDING YOGACHARYA -

      ISVARA DE HEER

       

      Ishvara-pranidhânâd vâ (Y.S. 1-23)

      De staat van samàdhi kan door een yogabeoefenaar ook bereikt worden door devotie tot Ishvara.

      In het eerste boek (Y.S. 1-23) wordt door Patañjali de devotie tot Isvara aangehaald als een andere weg om parasamádhi te bereiken. Wie is Isvara en waar is zijn plaats in de patañjala-yoga ? Ter verduidelijking weze hier vooraf gezegd dat er met "Patañjala-yogi niets anders bedoeld wordt dan de yoga zoals ze door Sri patañjali wordt verklaard in de yoga-sutra's.

      In zijn studie over de Patañjala-yoga wordt door G. KOELMAN S.J. een zeer realistische voorstelling gegeven over bovenvermelde sutra's. Een afzonderlijk hoofdstuk van de studie over de Patañjalayoga wordt eveneens aan Isvara gewijd.

      Heel verrast zal menig yoga-beoefenaar opkijken wanneer door een zeer goed yoga-kenner (G. KOELMAN schreef zijn studie na 40 jaar intens werk en verblijf in India waar hij nu nog is) gewezen wordt op het feit dat de devotie tot Isvara, één van de middelen om samàdhi te bereiken, geen echte devotie is zoals wij westerlingen ons voorstellen. Het is inderdaad zo dat wij al te vlug geneigd zijn ons de yoga voor te stellen iis een soort devote weg die we zouden moeten bewandelen in een geest van oecumenische verdraagzaamheid. We beweren dat yoga geen godsdienst is en toch wordt het bereiken van samadhi in de meeste gevallen omgeven door een sfeer van heiligheid of devotie die we toetsen aan onze godsdienstig gerichte levensvisie.

      Devotie tot de Heer wordt door patañjali aangehaald 'als een andere weg om parasamadhi te bereiken.

      De leer en de filosofie waarop de yoga van patañjali werd opgesteld is praktisch volledig ontstaan uit de Sankhya-filosofie (de Vedanta-fiiosofie bestond toen nog niet). Door het inlassen van de devotie tot Isvara als een andere weg om samádhi te bereiken, wordt de Yoga ook wel sesvarasankhya genoemd ; het begrip Isvara wordt in de Sankhya-filosofie immers niet aanvaard.

      Duidelijker wordt het wanneer de yoga-beoefenaar aldus weet dat er ook andere wegen zijn om samàdhi te bereiken. Het staat immers vast dat de toepassing van yoga kan afdalen tot zuivere techniek en kan opstijgen tot de meest verfijnde metafysische ervaringen.

      Aldus is yoga ook geschikt of bruikbaar voor de meest uiteenlopende doctrines zoals het primitief animisme, het nihilisme, het atheIsme, een eenvoudige volksdevotie of theosofische leerstellingen. Volledigheidshalve heeft patañjali de devotie tot de Heer in zijn systeem ingelast als één van de middelen om samádhi te bereiken. Het moet ons dan ook niet verwonderen dat de yogi die niet de weg van deze devotie wil opgaan, gerust de sutra's met betrekking tot de devotie van Isvara kan achterwege laten zonder doen ilan het wezen van de Yoga.

      Wie wil weten wie Isvara is, leze dan verder de sutra's 24, 25 en 26, boek I. Als onderscheiden van Prakriti en de andere zelven is Ishvara een bijzonder zelf, vrij van alle hindernissen of karma, absoluut in zijn bestaan, zowel wat het verleden, het heden of de toekomst betreft. Hij is onaantastbaar voor om het even welke evolutie of involutie. Het onderscheid tussen Isvara en de andere zelven zou er in bestaan dat in Hem de bron van alle alwetendheid aanwezig is.

      Er is dus geen opgaande gradatie van kennis aanwezig waaruit bevrijding zou moeten ontstaan. Daarom ook staat Isvara buiten Prakriti. Elke activiteit, ook het denken, is Prakriti, terwijl het inactieve bewustzijn, de onbewogen ziener, de aard van het zelf is Als men de Heer of Isvara vanuit dit standpunt uit bekijkt, dan begrijpt men dat er geen enkele verandering aan hem kan worden toegeschreven want hij is absolute en onveranderlijke kennis in zich zelf. De kennis van de Heer is echter afhankelijk van zijn aanwezigheid in Prakriti ten einde zich aan de andere zeI ven kenbaar te kunnen maken en om zich aldus te kunnen laten gebruiken als voorwerp van meditatie of als een andere weg om samadhi te bereiken. Deze verbinding met Prakriti is evenwel vrijwillig.

      De yoga-filosofie en de techniek tot bevrijding komt, gezien haar oorsprong, over als zijnde atheistisch. Indien echter de yogi Isvara aanziet als een god, dan ligt dit niet aan de yoga-leer, maar aan de yogi en zijn individuele ingesteldheid. Men moet hier in herinnering brengen dat de Patañjala-yoga buiten beschouwing laat of men (een) God erkent of niet.

      De yoga van Patañjali komt echter, wat de leer van Isvara betreft op de mens over als een theistische yoga, tenzij men de sutra's zou weglaten die daarop betrekking hebben. Het blijft evenwel een feit dat de andere sutra's verder in Sankhya-termen zijn opgesteld en het bestaan van Isvara of een opperwezen niet verder toelichten. Met betrekking tot het proces van bevrijding kunnen voor hen die de devotie tot Isvara als weg aanvaarden, aan de Heer verschillende functies worden toegeschreven ; nl.

      1. Zonder begin of einde is hij de leraar aller tijden; de weg van de openbaring en van de verlossing. Aan hem is' men iedere evolutie verschuldigd.

      2. Hij zorgt er voor dat in elk leven een gelijkmatige verdeling van Prakriti-voorwaarden aanwezig is waaruit de bewerking van de bevrijding tot stand kan komen.

      3. De Heer blijft met respect voor ieders vrijheid, verdiensten en gebreken, een "causa movens prohibens" (een wegruimer van de hindernissen) op de weg van bevrijding.

      4. Hij laat zich (geheel vrijwillig) gebruiken als een gemakkelijk object om de geest stil te leggen.

      5. Hij kan speciale hulp verlenen aan zijn aanbidders, waardoor het mogelijk wordt de yoga-ladder te bestijgen met overslaan van sommige treden.

       

      De beheersing of het beletten dat de geest vormen aanneemt (aldus G. KOELMAN) kan behalve door de wil van de beoefenaar, ook door devotie tot Isvara bereikt worden. Het is echter niet de enige weg en dit feit maakt de yoga van Patañjali tot een universeel systeem en de ware Yoga.


      De volgende aflevering zal handelen over de hindernissen op het yoga-pad.


      13-03-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
      » Reageer (0)
      20-03-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE YOGA-SUTRA VAN PATAÑJALI; - Hindernissen op het yoga-pad.
      9. 
             Hindernissen op het Yogapad

                 
      De vraag wordt nu gesteld : welke zijn de hindernissen die de concentratie kunnen beletten ?. Ik verwijs hier in de eerste plaats naar m.y.b. nr. 42 - hindernissen op de weg, dd.23.10.2006 . Patañjali  geeft in de nu volgende sutra's een overzicht over de mogelijke hindernissen zonder daar-bij onmiddellijk de methode te omschrijven of de oefeningen uit te leggen die men kan aanwenden om deze hindernissen te doen afnemen of te doen stoppen. Dit zal pas gebeuren in het tweede boek  ,  waar de yoga van de actie  (ook Kriyaygoga genoemd) aan bod zal komen .
      In de sutra 30 worden de hindernissen voorgesteld  :
      img244/958/scannenjpg30ts7.jpg


      Ziekte, loomheid, twijfel, onverschilligheid, luiheid , verlangen naar aardse dingen, valse waarnemingen , geen yoga-treden kunnen veroveren, en (eens bereikt), daarin verstrooiïngen van onstandvastigheid  het mentaal complex ; deze zijn de hindernissen.
      Deze disposities beletten de concentratie. : Om yoga te beoefenen moet men zich voorbereiden . De meeste mensen zijn niet in staat hun denkfunctie , waar het eigenlijk om gaat, te temmen en te richten. Deze denkfunctie kan rusteloos zijn of verdwaasd (stompzinnig) of verstrooid, en in deze  toestand kan men de eigenlijke yoga niet beoefenen. Daarom moeten de meeste, zoniet alle mensen  Kriya-yoga beoefenen (dit volgens de voorschriften in het tweede boek). De enkele uitzonderingen
      die een zuivere en kalme denkfunctie hebben , welke niet verstrooid is of niet steeds afdwaald, en gewoonlijk rustig en bedaard is, kunnen de mentale discipline van de yoga aanvatten. De hindernis-
      sen hier opgesomd gaan , zoals in de volgende sutra gezegd wordt, gepaard met pijn, moedeloos-heid, ongedurigheid enz... .

      img253/4949/scannenjpg31th4.jpg


      Pijn, moedeloosheid, ongedurigheid, (niet gecontroleerde) in- en uitademingen, gaan samen met verstrooidheid .
      Verstrooidheden duiden aan dat het M.C. niet éénpuntig gericht is , en dit gaat gepaard met  de ge- noemde pijn , ongedurigheid ongecongroleerde ademhalingen  enz...  De betekenis van de hier be-doelde pijn  (die in werkelijkheid het geconditioneerde bestaan is , maar daarover wordt verder de nodige uitleg gegeven). Ook de controle over de ademhaling (waarmede de pranayama bedoeld wordt) komt later aan bod. eerst geeft Patañjali enkele middelen op die aangehaalde verstrooiïng kunnen tegenwerken.
      1°Concentreren op één punt  (op één enkele realiteit  : zie myb.nr.46 het voorwerp kiezen )

      -   img144/3071/scannenjpg32ib4.jpg


          Om deze verstrooiïngen tegen te werken ( moet men) zich  oefenen in  (het fixeren van) één enkele realiteit
       Om de standvastigheid van het mentaal complex te bedwingen , moet men zich oefenen in het vastzetten van zijn aandacht om één ding.
      2° Aankweken van kalmte in het M.C.
          *door vriendelijkheid.

          img201/5337/scannenjpg33ru4.jpg



      Door het aankweken van vriendelijkheid , medelijden, vreugde en gelatenheid ten aanzien van  (respectievelijk) geluk, pijn, deugd en ondeugd , (verwerft men) de onverstoorde kalmte van het mentaal complex.
      Indien iemand dergelijke vredevolle disposities kan koesteren, dat hij vriendelijk kan zijn wanneer iemand gelukkig is, medelijden kan tonen wanneer  iemand droevig is, vreugde zonder uitbundigheid kan voelen wanneer iemand deugdzaam is, kalm en gelaten kan zijn, wanneer iemand kwaad doet , dan is zijn mentaal complex zonder storing. Het komt er op aan steeds (zoveel mogelijk) gelijk en 
      evenwichtig te zijn in alles , en niet te oordelen of te veroordelen Een voorbeeld van deze  Upeksha 
      wordt door Sree Bagwan Rajnees gegeven in  de volgende bijlage aan Sutra 1.33 :

      YOGA-INSTITUUT HALASANA V.Z.w.


      BIJLAGE 2 - LES 24

                                                                                                                 - najaar 1983 -

      Sutra 1. 33


       

      "Door het aankweken van vriendelijkheid, mede­lijden, vreugde en gelatenheid ten aanzien van (respectievelijk) geluk, pijn, deugd en on­deugd, (verwerft men) de onverstoorbare kalmte van het   mentaal complex."


       

      Het woord Upeksha = gelaten tegenover anderen, dat Patañjali geko­zen heeft is zeer mooi. Het betekent noch apathie noch antagonisme noch ontvluchting (van iets). Het is eenvoudigweg gelatenheid zon­der enige opstelling, onthoud goed, zonder enige opstelling, want men kan ook gelaten zijn met een opstelling. U kunt ook denken dat iets geen aandacht verdient, dat het de moeite niet waard is om er aan te denken. Neen, dan neemt ge een standpunt in en er ontstaat een zekere veroordeling over dit. Gelatenheid is een eenvoudige weg ongemoeid laten. Wie ben jij dat je beslist, dat je oordeelt ?

      Met gelatenheid moet je over jezelf denken. Wie ben ik? Hoe kun jij zeggen wat slecht is en wat goed is ? Wie weet dat ?

      Het leven is zo complex dat het kwaad goed wordt en dat het goede het kwade wordt. Er ontstaat een verwisseling. Er zijn .zondaars gekend die het hoogste ultieme bereikten en heiligen die in de hel belandden. Zo dan, wie weet het? En wie ben jij? Wie vraagt het U ? Let op jezelf. Wanneer je daartoe in staat bent, hebt U genoeg gedaan. U zult meer geestelijk besef hebben en bewuster zijn. .

      Dan volgt er een verhaal over Vivekananda die, voor hij naar Ame­rika ging, uitgenodigd werd bij een Maharaja ; deze had nu de re­ceptie prostitué's uitgenodigd om te dansen en te zingen voor Vi­vekananda. Toen hij de prostitués zag, vluchtte Vivekananda in een kamer en sloot zich op vol verontwaardiging en wilde niet naar buiten komen. De Maharaja kwam aan de deur zich verontschuldigen maar niets hielp. Vivekananda was niet gelaten want hij veroor­deelde deze vrouwen en zei dat ze hem bang maakten. Hij was zeer bang en wilde niet naar buiten komen. Dan begonnen de prostitué's te zingen. Een zeer mooi lied waarin ze zichzelf afschilderden als onwaardig en zondig en smeekten om een beetje begrip vanwege Vive­kananda. "Ik ben een zondares en U bent een heilige, waarom bent U bang van mij ?"... Toen voelde Vivekananda hoe onvolwassen hij was en hoe kinderachtig hij zich had opgesteld. De reden...? Hij was nooit diep ingegaan op de betekenis van Patañjali's woord en ook Ramakrishna had hem dit niet bijgebracht, omdat ze beiden niet ge­laten waren en oordeelden over wat goed en slecht was voor hen. Hier ziet men, aldus Ragnesh,dat het van groter belang is te weten wat er in Uzelf is dan te weten of te oordelen wat er buiten U is.

      Vivekananda zag zijn belachelijke situatie uiteindelijk in en is toch buitengekomen. Hij was toen zodanig verrijkt dat hij de dans en het spel der prostitué's met gelatenheid en zonder oordeel kon aanschouwen en naast hen neerzitten.

      's Nachts schreef hij in zijn dagboek : "Nu zou ik zelfs met hen in bed kunnen gaan slapen". Men weet nooit vanwaar de hulp komt om te transcenderen. Niemand weet wat goed of slecht is. Wie kan be­slissen? Het verstand is onmachtig en hulpeloos. Dus neem geen standpunt in : dat is de betekenis van gelaten of onverschillig zijn !


                                           -000­-

          * door het buitensluiten en inhouden van de adem : hier wordt pranayama  bedoeld.

      img339/2619/scannenjpg34sb3.jpg


      Ofwel ontstaat (mentale vastheid) door het buitensluiten en het inhouden van adem.
      Het gecontroleerde in- en uitademen , en die beweging geleidelijk vertragen en verlengen, veroor-
      zaakt lichamelijke kalmte, en stilt het mentaaal omplex. De techniek van ademhaling is zeer belang-
      rijk voor yoga en andere Hindoe-systemen ; ze bestonden reeds eeuwen V.C. De Indiërs hebben  het nauwe verband tussen ademhaling en gemoedsstemming ingezien en benut.. Verderere uitleg in de sutra's 49 tot 52 boek 2. Daar wordt de pranayama  in het bijzonder behandeld . Zij is de belangrijkste van de lichamelijke oefeningen  (zie m.y.b. nr 42 de uitwendige middelen  4° ).

         *door een buitengewoon fijn gevoel.

      img466/5545/scannenjpg35hg4.jpg


      Ofwel ontstaat (mentale standvastigheid) wanneer in verband met een object, een buitengewoon fijn gevoel opdaagt en de denkfunctie vastbindt en stillegt.
      Het woord 'vissayavati'  is een technisch woord ; het betekent een diep doordringende waarneming  van een object, dat een diepe gemoedsstemming verwekt in ' manas' van de waarnemer. Manas  is
      hier door Patañjali gebruikt in de plaats van 'Citta' (zie verklaring citta m.y.b. nr 40).Manas komt 2x
      voor in de Sutra's (1.35 en 2.43 ). Het is niet precies het zelfde als citta is is steeds verbonden met een externe activiteit zoals spreken, leven, edemhalen en zelfs aan slaap. G.M.Koelman vertaalt het
      door 'verstand'. Het is volgens de yoga de functie die tussen de zintuigen en de bewustzijnsfunctie ligt en heeft als specifieke taak, algemene begrippen te vormen , onderscheid te maken tussen verschillende dingen, te vergelijken , te redeneren en de eigenschappen te ontwaren die door de zintuigen niet kunnen waargenomen worden.. Vacaspati zegt dat zintuiglijke kennis slechts een vage
      indruk geeft van de uiterlijke dingen , zonder abstracte begrippen en universele noties, maar dat manas ons in staat stelt uiterlijke dingen door vergelijking en tegenelkaarstelling, dieper te leren ken-
      nen ; Manas is dus een kennisfunctie die fijner is dan de zintuigen.

         *door het opdagen van waarneming vrij van droefheid.

      img469/9099/scannenjpg36sf3.jpg


      Ofwel  (ontstaat mentale standvastigheid  wanneer ) een waarneming opdaagt die gans vrij is van droefheid en schitterend helder is.
       Het woord  'yotismati' is een ander technisch woord dat een diepe  helder klare  waarneminge be-
      schrijft met een diepe vreugde. Diepe ervaring van de lotus van het hart, of van het licht boven het hoofd, kunnen als voorbeeld dienen. Deze ervaring doet ons de zuivere bewustzijnsfunctie in haar onaangetaste doorzichtigheid ervaren .Nadere  uitleg hierover volgt in het 3de boek 'Wonderbare
      gevolgen'.

          *door het vrij worden van elk verlangen.
      img265/6311/scannenjpg37zm5.jpg


      Zonder passie, als object  ofwel, een mentaal .complex
      Ofwel (ontstaat mentale standvastigheid wanneer) het object (van concentratie) het mentaal complex is van iemand die vrij is van elk verlangen. Wanneer men bv. zijn aandacht strak fixeert op het mentaal complex van de Heer, of van een grote heilige. Passie (raga) is het sterk aangetrokken worden of aangeboren gehechtheid aan goederen en genoegens . Het is dus een kwellig die in het
      mentaal complex van iemand die vrij is van elk verlangen, niet aanwezig is.

          *door droom of slaap als steun

      img253/7342/scannenjpg38zs9.jpg


      Ofwel (ontstaat mentale standvastigheid wanneer) de objectieve steun een droomvoorstelling is, of de slaaptoestand.
      Een droomvoorstelling (niet de inhoud van de droom, maar de droom als dusdanig), en nog meer de slaaptoestand , zijn fijne vredevolle realiteiten die het mentaal complex weinig gelegenheid geven om van het steunpunt af te dwalen.

      *door geconcentreerde aandacht op gelijk wat. Elk object kan dienstig zijn voor de beoefening van concentratie.

      img78/3829/scannenjpg39fp1.jpg


      Ofwel (ontstaat mentale standvastigheid ) door geconcentreerde aandacht op om het even wat men maar verkiest.
      Wat men ook verkiest, het kan als steunpunt dienen om standvastigheid te bereiken.
      Hier eindigt Patañjali met de aanbevelingen die ons een keuze van mogelijkheden en voorstellen  ge- ven en die ons in zekere mate voorbereiden  om  de echte yoga (concentratie ) te beoefenen.. Hij zal ons echter ook inlichten over het effect dat we kunnen verwachten.

      In mijn volgende bijdrage zal ik dit effect nader toelichten

      20-03-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
      » Reageer (0)
      27-03-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE YOGA-SUTRA VAN PATAÑJALI ; Het effect v.d. Concentratie.
      10. 
                  Het effect van de concentratie.

      Als laatste onderdeel van het eerste boek bespreekt Patañjali in het kort de resultaten die kunnen verwacht worden door wie intens oefent.
      1° Algemeen effect.

      img86/4571/scannenjpg40mr9.jpg


      De heerschappij van deze  (yogi) strekt zich uit van het kleine atoom tot het uiterst grote.
      In deze sutra wordt het algemeen effect van de hoger genoemde concentratie en hulpmiddelen aangeduid. De volgende sutra's behandelen het effect van de klassieke concentraties . In het derde
      boek sutra's 44 tot 49 worden er  meer toelichtingen gegeven  in verband met de heerschappij over alle objecten en de elementen waarop de concentratie wordt toegepast en intentionele vereenzelvi-
      ging ontstaat.

      2° Wat is Intentionele vereenzelviging en hoe ontstaat ze ?
            De intentionele vereenzelviging ontstaat wanneer de golvingen  van het M.C. de vorm  aanne-
      men  van het object waarop men zich concentreert .Dit object kan een gewoon voorwerp zijn , de akte van kennen of de kenner, al naar gelang men in staat is grove of subtiele dingen als object van   concentratie te nemen. Door concentratie te beoefenen , worden de gunas van de denkfunctie  ge-lijkvormig aan de gunas van het object waarop men concentreert . Aldus ontstaat er een soort intentionele weergave van dit object in de denkfunctie. Door dit proces ontstaat er intentionele vereenzelviging (samapatti) of perfecte overeenstemming van de denkfunctie met het object van concencentratie . Voor het ontstaan van een gedacht zijn er immers drie Prakriti-factoren vereist : 1°de inhoud of het voorwerp dat voorgesteld wordt 2° de activiteit van het denken en 3° de per-soon of het subject dat denkt. Men kan zich dus concentreren op één van deze drie, naargelang men daartoe in staat is.  Daaruit volgen de soorten concentratie :  met een voorwerp (samprañata ) ofwel zonder voorwerp (asamprañata). Daarover gaan de volgende sutra's, met nadere uitleg.

      img149/5302/scannenjpg41sa8.jpg


      (wanneer het mentaal complex) vanwaar, als van een edelgesteente, golvingen verdwenen zijn ( gevestigd is) hetzij op de kenner hetzij op de kennisactiviteit , hetzij op het te kennen object, rust dit onbeweeglijk op één  (van deze drie), en neemt de gedaante aan van dat  (éne waarop het rust); dit is de intentionele vereenzelviging.
      Wanneer er objectief  bewuste concentratie is, blijft de bewustzijnsfunctie vastgeklemd aan het con-centratiepunt, en neemt er de gedaante van aan, onder vorm van een kennisgolving ;  dit is de intentionele vereenzelviging. Het concentratiepunt is ofwel  de kenner, ofwel het proces van kennen, ofwel  het kenbaar ding. Bij  het aanleren van de concentratie wordt de volgorde omgekeerd toegepast, men begint met het kenbaar ding, gaat verder met het kennisproces om te eindigen met de concentratie op de kenner. In de uiteenzetting die volgt (sutra's 42 tot 44) begint Patañjali ook met 'het ding'. De intentionele vereenzelviging doet zich dus voor onder diverse vormen, naargelang het object van concentratie.  

      img139/6493/scannenjpg42ax7.jpg


      Wanneer er in deze (intentionele vereenzelviging) omwille van begripspredicatie, een mengsel is van (uitdrukkend) woord en (grofstoffelijk) ding-op-zichzelf en het begrip (daarvan), dan is de intentionele vereenzelviging afbeeldend en verward.
      Woord, ding-op-zichzelf, en idee, zijn drie verschillende realiteiten . De intentionele vereenzelviging die perfect is, mag deze drie niet doorelkaar gebruiken. Indien dat toch gebeurt, ten aanzien van grofstoffelijke objecten, dan is er verschuiving van aandacht van het ene naar het andere , en is de vereenzelviging verward. Dit noemt men de 'afbeeldende' vereenzelviging; als het intentioneel beeld en het woord aanhoudend afwisselt met het ding-op-zichzelf, Men spreekt dan van SAVITARKA  d.w.z. afbeeldend met verwarring. Zonder verwarring , zie  de volgende sutra .

      img187/6288/scannenjpg43kl6.jpg


      Wanneer het geheugen gans vrij is (van herinnerde woorden) en alsof (het mentaal complex) leeg is van zijn eigen vorm, zodat uitsluitend het (grofstoffelijk)  ding-op-zichzelf  (in het bewustzijn) oplicht, (dan) is de intentionele vereenzelviging niet-afbeeldend.
      Een woord is de uitdrukking van een begrip  ; deze twee zijn universeel van aard, en kunnen dus niet vereenzelvigd worden met ding-op-zichzelf . Indien dus het geheugen geen woord oproept en er geen begrip aanwezig is in de concentratie, wanneer ook de activiteit van kennen en de kenner niet waargenomen worden, dan is de bewustzijnsfunctie onverstoord vastgeklemd aan het ding-op-zichzelf. Dit is de vereenzelviging zonder verwarrende afbeelding, zonder begripspredicatie  ; dit is perfecte vereenzelviging met het concentratiepunt. NIRVITARKA  = afbeeldende vereenzelviging  zonder verwarring via een grof object . Deze vereenzelviging wordt ook 'van de hogere graad 'genoemd , daar waar deze  met verwarring 'de lagere graad' genoemd wordt. In nirvitarka  zal dus  enkel het ding-op-zichzelf, zonder begripsvorming, zonder bijdrage van het geheugen, zonder verbeelding, zonder redenering en zonder associaties of relaties  oplichten in het bewustzijn . De vereenzelviging is dus een perfecte vereenzelviging zonder verwarring.


      img104/4373/scannenjpg44zz9.jpg


      Door deze (voorgaande omschrijving) zijn ook de begrijpende en niet-begrijpende (intentionele vereenzelvigingen ), die te maken hebben met subtiele objecten, verklaard
      De twee vorige sutra's hadden het over grofstoffelijke concentratieobjecten. Men kan echter ook concentreren  op een subtiel object .Men kan er geen ware  afbeelding van maken : men kan er echter  wel een inbeelding van krijgen, of een  begrip . Zo kan men concentreren op de guna's, op de primaire atomen , op de vijf objectieve algemeenheden of op de bewustzijnsfunctie  enz... .
      Indien de kunstmatige inbeelding of het begrip samen met het ding-op-zichzelf in het bewustzijn oplicht, is er zoals in de vorige afbeeldende concentratie , afwisseling van drie verschillende realitei-ten (afbeelding, activiteit en uitvoerder); omwille van die verwarring is de concentratie niet perfect  (men noemt ze SAVICARA). Wanneer echter de verbeelding en dat begrip niet bewust worden waargenomen, dan is de vereenzelviging met dat subtiel object , perfect en zonder verwarring (men noemt ze NIRVICARA) ; Betreffende subtiele objecten hebben we dus ook twee graden, nl. de ' begrijpende ' en de 'niet-begrijpende' vereenzelviging. Zoals in de volgende sutra zal worden gezegd, worden ook de vereenzelvigingen met of zonder blijdschapsgevoel, en die met of zonder ik-ben-gevoel, verklaard. Hun steunobjecten zijn immers subtiele realiteiten.( Ik verwijs hier eveneens naar m.y.b. aflevering 43 - de praktijk  en de vormen van concentratie).
       3° -Wat zijn subtiele objecten ? Patañjali geeft  zelf  het antwoord in de volgende sutra.

      img114/7886/scannenjpg45gh8.jpg


      En (het domein) van subtiele objecten strekt zich uit tot de onherleidbare entiteiten.
      Alle prakriti-effecten , op hun diepste niveaus bekeken , bestaan uit subtiele realiteiten; alleen de onherleidbare entiteit heeft geen diepere grondoorzaak. Concentratie op het kennisproces en op de kenner zijn bijzondere gevallen van concentratie op subtiele objecten; deze objecten zijn subjectivo-objectief . (zie m.y.b. bijdragen 39 en 4O - De  aard van Prakriti's evolutie - en  De Tattvas ).
      Op de vraag of dergelijke concentratie wel mogelijk is, kan men de bevestiging van hen die ze beleefden, niet zonder meer terzijde schuiven. Het vergt in elk geval een zeer ver gevorderd stadium van verfijnde aandacht, met afsluiting van alles wat afleiding kan veroorzaken. Alleen gevorderde yogi's zijn in staat de subtiele objecten als concentratie-object te nemen. De subjectivo-objectieve realiteiten zijn : de zintuigen en hun werking - de denkfunctie en haar werking - de egofunctie - de bewustzijnsfunctie - de intensiteit van de kwellingen - de graad van inspanning van elk individu - de morele waardebezinksels (morele indrukken van iemands vroegere morele gedrag ) - fysische verzonken indrukken (indrukken van vroegere daden waardoor gewoonten worden opgebouwd) psychische verzonken indrukken ( waardoor de grond van passie en afkeer wordt in herinnering gebracht). De beoefening van concentratie hierboven genoemd geeft nog niet de stillegging van het M.C.  Patañjali zegt in de volgende sutra dat ze door hun beoefening  de weg naar  verder geconcentreerd denken teweegbrengen.

      img122/9895/scannenjpg46jr6.jpg


      Deze zelfde (intentionele vereenzelvigingen) zijn de zaadbarende verzinkingen.
      De concentrtie met objectief bewustzijn ( op grofstoffelijke  of op subtiele objecten ) laten bezink- sels achter die verder geconcentreerd denken teweegbrengen. Zo groeit de kunde in deze concen-traties  en gaat tenslotte van  'zaadbarende verzinking'  over naar verzinking die 'zonder zaad ' genoemd zal worden in het derde boek waar in de sutra's 8 tot 10 verdere uitleg wordt gegeven.
      Hier  wordt door Patañjali bevestigd  in sutra 46, dat de zaadbarende  verzinksels  het verder
       functioneren van het M.C. in de hand blijven werken. Er is dus meer nodig om tot de stillegging te komen van het M.C.
      Wat wordt er dan wel bereikt door deze zaadbarende verzinksels  en wat is het mogelijke gevolg ervan?
      Het antwoord daarop zal gegeven worden in de volgende aflevering  (sutra's 47 tot 51 ) 
      Van  inwendige kalmte naar intuïtief inzicht tot het ophouden van het objetief bewustzijn.

      27-03-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
      » Reageer (0)
      03-04-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Yoga Sutra's van Patañjali ; sutra's 47 tot 51 .

      11   
                   Atmaprasada en Rtambara

      4° Onverstoorbare inwendige kalmte  (atmaprasada) is het resultaat van de concentratie die door Patañjali  vermeldt wordt in sutra 47.

      img266/4548/scannenjpg47vq4.jpg


      Wanneer bedrevenheid in de niet-begrijpende (intentionele vereenzelviging) verworven is, ontstaat er onverstoorbare kalmte .

      Wanneer men in staat is de concentratie zonder verwarring op subtiele objecten uit te voeren, komt het mentaal complex tot onverstoorbare kalmte . We mogen niet vergeten dat ook het proces van kennen en de kenner, subtiele Prakriti-realiteiten zijn. De buitengewone inwendige kalmte bekroont dus de niet-verwarrende-concentratie op subtiele objecten ; dit kan zijn : het subtiele ding op-zich
      -zelf  (nirvicara), het proces van  kennen (nirananda)  of de subtiele kenner (nirananda). De sutra vermeldt echter alleen nirvicara, maar sluit ook de twee andere niet uit.
      Deze inwendige kalmte leidt op haar beurt (een zaadbarende concentratie zijnde) tot intuitief inzicht (rtambara ) zoals in de volgende sutra wordt gezegd.

      img71/858/scannenjpg48pj6.jpg


      In deze (kalmte) is het inzicht vol van waarheid .

      Het woord 'rtambara' is een technisch woord. Er bestaat geen groter  kennen  met objectief be- wustzijn dan  uit  niet-begrijpende  concentratie op subtiele objecten . Maar er bestaan graden van subtiliteit. (zie sutra 54). Het kennen dat ontstaat uit atmaprasada wordt daarom 'Intuitief inzicht' genoemd., een ' kennen ' of een  inzicht  dat Patañjali in de volgende sutra nader omschrijft.


      img384/8085/scannenjpg49wk6.jpg



      Dit inzicht heeft een ander object  dan (de kennis die verkregen wordt door ) getuigenis en gevolg- trekking , aangezien het één individueel ding-op-zichzelf als object heeft.

      Gewone kennis komt voort  uit wat men van anderen hoort, wat men leest , wat veropenbaring
      zegt, of uit redenering. Deze soorten kennis zijn allen gebaseerd op woorden  die algemene begrippen uitdrukken ; ze kunnen niet het ding-op-zichzelf  in zijn individualiteit voorstellen . Het inzicht echter, dat ontstaat uit  niet-verwarrende concentratie op subtiele objecten  is daarentegen de klare intuitie  van een individueel ding . Er is geen schaduw van rationele constructies .
      Het hieronder weergegeven artikel dat ik als bijlage  in  het onderricht tot de opleiding 'yogacharya' heb geschreven in 1983, geeft een beeld van de betekenis 'Intuitief inzicht ' en kan hier als verduide-
      lijking van het geheel van het eerte boek der sutra's bijdragen.

      YOGA-INSTITUUT HALASANA V.Z.w.

      INTUITIEF INZICHT (Resultaat van onverstoorbare kalmte ‘atmaprasada’)

      Dit inzicht heeft een ander object dan (de kennis die verworven wordt door) getuigenis en gevolgtrekking, aangezien het een indi­vidueel ding-op-zichzelf als object heeft." Yoga Sutra 1.49

      Patañjali heeft tot hiertoe verklaard wat Yoga is (YS 1.1 - 1.4), welke golvingen ons beletten in de staat van Yoga te zijn (YS 1.5 - 1.11) ; daarna heeft hij ons de middelen bekend gemaakt die ons kunnen helpen het stilleggen van het denkvermogen te bereiken (YS 1.12 - 1.29) en de hindernissen opgesomd die ons in de weg staan (YS 1.30 - 1.39). Tenslotte wil hij ook het effect beschrijven van de verschillende concentratiemogelijkheden (YS 1.40 - 1.51).

      In dit laatste gedeelte vernoemt hij atmaprasada (de onverstoorba­re kalmte) als bron van inzicht (inzicht vol waarheid, YS 1.48). Over dit inzicht geeft hij in YS 1.49 de betekenis, door de waarde ervan af te wegen tegenover de kennis die verkregen wordt langs redenering, het lezen van boeken bv., of uit hetgeen anderen ons zeggen, kortom, theoretische kennis.

      Met "Dit inzicht" bedoelt Patañjali hier dus een gans ander in­zicht dan het kennen der dingen, nl. het kennen van het werkelijk bestaan zoals het is op dit ogenblik, zonder verkleuring of gecon­ditioneerdheid, welke afhangen van een redeneerproces. De Yogi krijgt een klare waarneming van ieder ding-op-zichzelf, hoe sub­tiel het ook weze, waarop hij zich concentreert (Syn. 9.3). Dit inzicht is het eerste resultaat van de yogabeoefening en het leidt tot het steeds fijner wordende onderscheidmakend inzicht tussen het Zelf en Prakriti.                  /

      Er is hier intuïtieve (directe) waarneming, zonder tussenweg. De Yogi kent onmiddellijk de kern van alles, omdat hij deze ziet in het licht van de grote mentale kalmte waarin hij verkeert. Hij ziet dus de waarheid, de dingen zoals deze zijn, en niet zoals deze door gevolgtrekking zouden kunnen gekend of aanvaard worden met het verstand . Het gaat hier dus niet om empirische kennis , want deze houdt het denkvermogen bezig en geeft niet de nodige kalmte aan de geest waar het tenslotte om gaat in het proces naar de stillegging. Empirische kennis brengt door haar werking de Yogi niet dichter bij het eindresultaat van de yoga-beoefening. Zij zal desgevallend een hinderpaal zijn, in­dien de Yogi blijft staan bij alles wat zijn denkvermogen in bewe­ging houdt. Het volstaat echter ook weer niet alleen deze empiri­sche kennis weg te bannen uit zijn denkvermogen. De Yogi moet nog verder gaan en ook afstand doen van de intuïtieve kennis, die wel­iswaar fijner is van aard, doch eveneens oorzaak kan zijn van mis­lukking wanneer de Yogi zich daaraan hecht. Uit het intultief zien en kennen der dingen volgt er immers een reeks bijkomende resulta­ten.

       Dit is het gevolg van de beheersing van Prakriti in haar ge­heel. Daardoor ontstaan soms uitzonderlijke gaven. Perfecte opslorping (Samadhi) kan ook zonder deze bijkomende re­sultaten en de Yogi die ze heeft, zal ze zeker moeten achter laten om verder te kunnen gaan.

      Hier dringen we dus heel wat dieper door in de verklaring over de betekenis van dit inzicht waarover patañjali spreekt in zijn Sutra 1.49.
      Het andere object dan het object van de kennis die verkregen wordt door getuigenis en gevolgtrekking (theoretische kennis dus), wordt door patañjali zelf ook verklaard. Het is nl. de essentie van een individueel ding en deze essentie is aan de basis van de evolutie, alleen bestaande uit Prakriti en niet uit het Zijn.

      Hier zien we dus nogmaals dat het uitdrukkelijk gaat om het waarnemen van de werkelijke essentie der dingen. Deze waarneming laat ons dan ook zien dat we nog niet het Zelf waarnemen, maar de (de zeer subtiele kern) van de Prakriti-werking.

      De betekenis van deze Sutra gaat dus veel dieper dan het opper­vlakkig kennen der dingen. De beoefening van Yoga heeft niet tot doel ons een grotere kennis te laten verwerven, maar in de eèrste plaats de ware aard der dingen aan te tonen, hun wezenlijk anders zijn dan het Zelf te laten blijken. Het ganse proces van de Yoga­beoefening moet ons tenslotte in staat stellen het onderscheid te zien tussen Prakriti (de materie) en het Zijn (het Spirituele Zelf) .

       

      W. INGELS
      Yoga-leraar

      Zomer 1983

                                    -oOo-

      In sutra 50 geeft Patañjali dan het vervolg op rtambara , het intuïtief inzicht  aan .

      img352/3314/scannenjpg50lc1.jpg


      De verzonken indrukken door deze (concentratie-kennis) voortgebracht werken de andere verzonken indrukken tegen.

      De verzonken indrukken van  concentratiekennis en kalmte, beletten het opkomen van gewone naar buitengekeerde kennis : de indrukken van deze bezinksels zijn tegenstrijdig aan deze van de stand-vastige gewone ervaringen. We staan hier dus met zaadloze verzinkingen (indrukken) die het resul-
      taat zijn van de concentratie van afsluiting die uitmondt in stillegging van alle golvingen in het M.C.
      Dan is er geen objectie bewustzijn meer aanwezig.

      img120/108/scannenjpg51dq5.jpg


      Wanneer er afsluiting is van deze  (verzonken indrukken van  intuitief inzicht) is de verzinking zaadloos, aangezien er (dan) afsluiting is van absoluut alle  (golvingen).

      Wanneer zelfs de verzonken indrukken van objectief bewuste concentratie tegengehouden worden  door de concentratie van afsluiting, of door concentratie zonder objectief bewustzijn, dan wordt elke denkactiviteit tegengehouden . De concentratie van afsluiting is , zo zegt men,  'zonder zaad ' d.w.z. : er zijn wel  verzonken indrukken, maar ze brengen meer en meer afsluiting voort en  neigen het M.C. tot volkomen ophouden van objectief bewustzijn. 
      Hier eindigt de omschrijving die Patañjali geeft van wat hij met YOGA bedoelt. In zijn tweede boek zal hij de middelen voorstellen die hij aanreikt met het oog op het bereiken van het doel. 

      In mijn volgende bijdrage zal ik dus met de bespreking van het tweede boek aanvangen.

      03-04-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
      » Reageer (0)
      10-04-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE YOGA-SUTRA VAN PATAÑJALI -Boek 2 : SADANAPADA
      12. 
                        BOEK 2  - SADANAPADA .

      1.Inhoud en overzicht van het tweede boek.
      In het tweede boek wordt de KRIYA-YOG(of de yoga van de aktie) voorgesteld. Patañjali beschrijft hierin de middelen die kunnen aangewend worden om het doel te bereiken. In het eerste boek heeft hij enkel de beschrijving gegeven van de betekenis van zijn filosofie, maar daarmee kan men de praktijk nog niet toepassen en zich stil gedachtenloos neerzetten . Hij begint met  te zeggen waaruit de Kriya-yoga bestaat en wat de bedoeling ervan is in de aanloop naar de werkelijke toe-passing van de concentratie . Het gaat over de bevordering van de verzinking en het afzwakken van de klesas of de kwellingen die haar tegenwerken. (sutra's 2.1-2.2 ). Het aantal kwellingen wordt aangehaald en er volgt een beschrijving van elke kwelling. (2.3 -2.9). Daarna wordt uitgelegd hoe de kwellingen weggewerkt kunnen worden en wat hun uiterking is in het geconditioneerd bestaan dat als één lijden  wordt voorgesteld(2.10 -2.16 ). De karmawet komt tersprake en de definitie van het 'lijden' dat aangezien wordt als de relatie van de Ziener (het Zelf ) met Prakriti ( de materie ). Beide begrippen nl.de Ziener en het object van het zien, worden duidelijk voorgesteld. De reden waarom alles bestaat en ten dienste staat van het Zelf , wordt eveneens besproken. Patañjali geeft dan de middelen aan om aan het 'lijden' te kunnen ontsnappen  (2.17 - 2.26 ) . Twee middelen nl. 'onderscheidmakend inzicht ' en 'de zevenvoudige intuïtie ' worden eerst voorgesteld en daarna wordt er uitgelegd hoe men ze bereikt. Dit is dan de beoefening van zijn yoga of het achtvoudig pad  ( 2.27 -2.32 ). Er wordt eveneens uitgelegd wat men kan doen om eventuele tegenwerkingen te bestrijden ( 2.33 - 2.34 ). Als slot volgt er een beschrijving  van de resultatie die men kan verwachten bij het naleven van de eerste vijf treden van het achtvoudig pad ( Yama -Niyama - Asana - pranayama -prathyahara ) de middelen van de Kriya-yoga ( 2.35 -2.55).
      Deze korte samenvatting  geeft ons dus een overzicht van de uitwendige middelen die uitmonden in 'de opslorping in het object van de concentratie 'waardoor men uiteindelijk in de mogelijkheid komt om het denkvermogen stil te leggen en het doel te bereiken .
       
      2. Waarin bestaat de Kriya-Yoga, en wat is haar doel ?
          img410/1927/scannenjpg21sf7.jpg


      Zelf-kastijding, geestelijke studie, devotie tot de Heer zijn de yoga van de aktie.
      De meeste mensen kunnen niet onmiddellijk met de concentratie beginnen ; hun mentaal complex  is nog te onstandvastig, ze zijn nog te veel onder de invloed van passies.Velen moeten beginnen met de yoga van de aktie. Deze oefeningen helpen onrechtstreeks met het stilleggen van het mentaal complex, ze brengen een lichamelijke stilte tot stand ,  een stilte van gemoedsstemmingen, een etishe kalmte en vrede. De door Patañjali aangehaalde zelf-kastijding, geestelijke studie en devotie, staan  in verband met de drie voornaamste elementen van een spiritueel leven. Zelf-kastijding toomt het lichaam in, en staalt het . Ze helpt aldus de standvastigheid van de denkfunctie te bevorderen. Devotie tot de Heer kan veel bijdragen tot het opwekken van rust, gelatenheid en vertrouwen.Het is een steun voor de gevoelens. De geestelijke studie verlicht het verstand, verstevigt de overtuiging ; datgene waarvan men overtuigd is, streeft men met ijver na.
      Uit gezaghebbende comcommentaren  mogen we echter aannemen dat deze drie geen overdreven uitgebreidheid moeten kennen en zeker niet moeten gezien worden als rechtstreekse middelen tot zelfrealisatie. Vyasa zegt aldus, dat  zelkastijding niet mag leiden tot verstoring van lichaam en geest. Vacaspati voegt daaraan toe, dat  ze niet mag leiden tot aantasting van het humeur of dat ze dan een vijand wordt van de yoga.. Verder wordt er ook herhaald, dat devotie tot de Heer geen aanbidding of mystieke devotie is, maar een opoffering van de vruchten van zijn daden aan de Heer, en dat de studie in hoofdzaak bestaat in het herhalen van de lettergreep OM , daarbij toevoegend, de studie in boeken die handelen over de bevrijdingsleer. Hoe dan ook, we weten nu waarin de Kriya-yoga bestaat. Maar waartoe ze moet dienen zegt Patañjali zelf in de volgende sutra.

      img443/3931/scannenjpg22tz6.jpg


      (Deze yoga heeft) als doel het bevorderen van verzinking en het afzwakken van de kwellingen.
      De yoga van de aktie bestaat in uitwendige daden die het mentaal complex slechts voorbereiden en in staat stellen de mentale golvingen direct aan te pakken.
      De hogere yoga die met concentraties samen gaat op fysich en etisch gebied, gaat naar een temmen en richten van het M.C. , tot een verfijning van de gedachtenstroom die uiteindelijk ophoudt in een mentaal immobilisme dat in de hogere graad zal uitmonden in de realisatie van het Zelf.. De verzinking  (samadhi of opslorping in het object van de concentratie ) is nog geen stillegging van het M.C., ze blijft een uitwendig middel (kriya-yoga).
      Ook de kwellingen moeten afgezwakt worden en volledig verdwijnen om de bevrijding van het Zelf te bdereiken.. De volgende sutra's handelen  over de kwellingen

      Hun aantal.
      img19/1946/scannenjpg23ra7.jpg



      Miswijsheid, het  ik-ben-gevoel, passie, afkeer  en de-wil-om-te-leven zijn de vijf kwellingen.
      Het zijn aangboren neigingendie het Zelf verblinden en ogenschijnlijk gebonden houden : ze zijn de oorzaak van de kringloop van wedergeboorten.

      Hun betekenis.
         Patañjali verklaart van elke klesa haar betekenis : wat hebben ze te maken met het feit dat ze ons beletten  in Yoga te zijn ?
         AVIDYA (miswijsheid)

      img59/5567/scannenjpg24sc9.jpg


      Miswijsheid is de grond waarin de andere (kwellingen) groeiën, hetzij ze verzonken zijn, of afgezwakt of onderschept  of opgekomen.
      Miswijsheid is de hoofdkwelling: de andere kwellingen zijn slechts verschillende vormen van miswijsheid. Als hoofdklesa belet zij ons een zuiver onderscheid te maken tussen wat het ware Zelf is en wat voor ons in ons empirisch bestaan de schijn verwerkt het ware Zelf te zijn.

      img183/1928/scannenjpg25cz7.jpg


      Miswijsheid is het beschouwen van wat onbestendig is, onzuiver is, wat pijn is, wat niet-zelf is als zijnde altijd durend en geluk en het ware Zelf.
      Dit is een algemene omschrijving van miswijsheid in zover ze haar omvorming insluit. Op  zichzelf beschouwd, en onderscheiden van de vier andeze kwellingen, bestaat miskennis in het feit dat het Zelf, dat zuiver Bewustzijn is, zich  één waant met zijn Prakriti omhulsel, zich een subject van acti-viteit  waant, zijn afzonderlijke bestaansacte niet erkent, maar zich samen met de Prakriti-omhulsels beschouwt als één (bestaand)wezen. Deze eerste kwelling is de basis van alle andere kwellingen, zij
      is Avidya  = ongedifferentieerd bewustzijn . Aangezien ze verder in de vier andere kwellingen over-gaat, staat ze dus in brede zin voor alle kwellingen. In deze brede zin wordt ze omschreven als het gewoon menselijk gevoel dat de psychische en de psychologische houdingen omvat welke in feite prakritische uitingen zijn , waardoor iemand pijnlijk of aangenaam beïnvloed wordt, en welke toe- behoen aan het Spirituele Zelf . Dit  is een valse voorstelling

      AVIDYA : DE HOOFDKWELLING

       

      (Antwoord op een vraag)

       

      In de lente van dit jaar schreef ik een artikel over AVIDYA. Ter aanvulling van dit artikel en naar aanleiding van een vraag, ge­

      steld door een lezer van de nieuwsbrief 1983-4 van de federatie, maak ik van de gelegenheid dankbaar gebruik om het begrip AVIDYA zoals het in de yoga-sutra van Patañjali wordt verklaard, nader toe te lichten.

      Na de betekenis te hebben uitgelegd van het begrip KRIYA-YOGA (YS­ 2.6), zegt patanjali ook waartoe Kriya-Yoga dient (YS-II,2) : ter bevordering van de concentratie en voor het afzwakken van de hin­dernissen. Welke deze hindernissen zijn wordt onmiddellijk gezegd

      in de volgende sutra : avidya, asmita, raga, abhinivesa en avesa. Dit zijn de vijf hindernissen of klesha's die ons beletten in Yoga te zijn. Patanjali zal verder zelf uitleggen wat ze juist beteke­nen.

       

      In de vierde sutra geeft hij de omschrijving van de eerste kwel­ling, nl. AVIDYA.

      ~

      "Ongedifferentieerd bewustzijn is de grond (vootplantings­bodem) van de andere (kwellingen), hetzij ze verzonken, of

              afgezwakt, of onderschept ofwel opgekomen zijn". (YS-II,4)

      Ongedifferentieerd bewustzijn, door ons vertaald door niet-onder­scheidmakend inzicht of mis-wijsheid, (a-vidya), is dus de hoofd­kwelling die aan de basis ligt van de andere vier kwellingen.

      Omdat ze dergelijke plaats inneemt in ons geconditioneerd bestaan, acht patanjali het nodig er nog een sutra aan te wijden.

      "Het erkennen van het permanente, van het zuivere, van vreugde en van een Zelf, in wat niet-permanent is, in het onzuivere, in wat pijn is en in wat niet-Zelf is, is onge­differentieerd bewustzijn."

      Deze vertaling geeft J.H. WOODS in het boek "The Yoga system of patanjali" - blz. 110 (YS-II,5).

      Van G.M. KOELMAN (zie uitgave Halasana blz. 51 "De Yoga-Sutra's van Patanjali") kregen we de volgende vertaling

      "Miswijsheid (avidya) is het beschouwen van wat onbesten­dig is, onzuiver is, wat pijn is, wat niet-zelf is, als

              zijnde altijddurend en zuiver, en geluk en het ware Zelf".

      Hoe dan ook, het is hier duidelijk dat patanjali vier voorbeelden

      geeft waarmede hij ons wil uitleggen wat hij bedoeld met avidya. Met zekerheid kunnen wij zeggen dat iemand die in avidya verkeert,

      er een verkeerde opvatting op nahoudt over wat de betekenis is van

      bestendig - zuiver - vreugde - het Zelf, in de yoga-darsana. Hij

      of zij, heeft dus een valse kennis over deze begrippen. Er wordt niet gezegd dat het geen kennis zou zijn, het is geen onwetendheid maar dez~ kennis strookt niet met wat in de yoga-darsana aangezien wordt als bestendig, zuiver, vreugde en het Zelf.

       

      Vele commentatoren geven zeer uitvoerig uitleg over avidya, maar men zal vaststellen dat sommige uitleg zeer duidelijk onder de in­vloed staat van eigen zienswijzen en dus min of meer geforceerd wordt om toch maar het werkelijke bestaan van Prakriti met de

      werking van de drie guna's, zowel in de zichtbare als in de on­zichtbare dingen te blijven negeren. Avidya betekent geenszins onwetendheid, maar het is een gans andere wetendheid, nl. deze waar geen onderscheid gemaakt wordt tussen alles wat Prakriti-wer­king is en het ware Zelf. patanjali verduidelijkt dit door de. uit­

      leg die hij geeft over de andere kwellingen. In de sutra 11,6 zegt hij : "Het principe van het zien (de Ziener) en het principe van de activiteit van het zien als eenzelfde wezen beschouwen, is as­

      mita.", d.w.z. het ik-gevoel aanzien als het ware Zijn is een hindernis of een kwelling op het pad van de yoga. Ook over raga, ave­sa

       en abhinivesa geeft hij verduidelijkingen. Zijn uitleg komt er

      op neer dat er verwarring of verwisseling in het spel is tengevol­ge van de kwellingen die eigen zijn aan het menselijk bestaan. M.a.w. een erfenis uit vorige levens die de mens belet om in yoga

      te zijn. Daarom ook zegt Vyasa over het vierde beeld dat patanjali geeft om avidya uit te leggen (nl. een niet-zelf aanzien als het Zelf), hetgeen volgt:

      Hij die elk bestaand ding, zij het gemanifesteerd of niet (eerste materie of Prakriti~ als zichzelf beschouwt, of hij die zich verheugt over het succes van deze (tasya) dingen, het beoordelend als zijn eigen succes, of hij die treurt over het uitblijven van succes van deze (dingen) en het aan~iet als zijn eigen mislukking, deze (sa) zijn al­len niet-verlicht."

       

      Antwoorden op de vraag : "is avidya onwetendheid of het ontbreken van wijsheid (weten, kennis, inzicht) ?" (zie nieuwsbrief 1983-6) zou ik als volgt willen doen :

      Avidya betekent geenszins onwetendheid ; het is het ontbreken van wijsheid, weten, kennis en inzicht..., ontbreken van het onder­scheidmakend inzicht. Door Vyasa wordt dit antwoord duidelijk toe­gelicht (zie blz. 111 "The Yoga-system of Patafijali" J.H. WOODS).

      "... En dit niet-onderscheidmakend inzicht (ongedifferen­tieerd bewustzijn) avidya, is juist zoals in het geval van

      een vijand (a-mitra) of van een onbetreden woud(a-gospada) te aanzien als een werkelijk bestaand ding."

      Vyasa zegt duidelijk dat avidya een even werkelijk bestaand ding (d.w.z. een Prakriti-werking) is als het begrip a-mitra en het be­grip a-gospada. Avidya moet dus niet gezien worden als iets wat enige objectieve werkelijkheid bezit, HET IS WERKELIJKHEID, geen maya!

               Het vervolg van Vyasa's uitleg luidt als volgt:

      "... Een vijand (a-mi tra) is niet een negatieve vriend of iets wat verband houdt met een vriend, het is het tegeno­vergestelde van deze (vriend), een rivaal. Aldus is een onbetreden woud (a-gospada) niet (een plaats), niet-be­zocht-door-koeien (gospada-abhava), noch opnieuw louter een (stuk) land dat iets te maken zou hebben met koehoef­afdrukken, maar in tegendeel is het niets minder dan een welbepaalde plaats, een ander ding, iets anders dan deze twee (en het tegenovergestelde aan de afdruk van een koe­hoef). Precies aldus is ongedifferentieerd bewustzijn niet een bron-van-geldige-gedachten, noch de ontkenning van een bron-van-geldige-gedachten, maar een gans andere wijze van denken, het tegenovergestelde van (wereldse) kennis."

      Ongedifferentieerd bewustzijn is dus niet het ontbreken van objec­tieve of materiële of profane kennis... alles wat Prakriti is. Het is het ontbreken van een gans andere soort kennis, nl. het ont­breken van het juiste inzicht, het niet in staat zijn het onder­scheid te maken tussen al

      les wat van Prakriti-oorsprong is en het werkelijke Zijn. De oorzaak van dit gebrek is in de mens aangebo­ren aanwezig en blijft bestaan tot wanneer het "weten" aanbreekt, d.w.z. zolang de zelfrealisatie er niet is, blijft men gevangen in avidya.

      Dit gebrek of deze avidya transcenderen opent de weg naar yoga. Door de Kriya-Yoga kunnen we, aldus patanjali, de kwellingen af­zwakken en verder zal men ze kunnen laten verdwijnen wanneer het onderscheidmakend inzicht ons zal bevrijden.

      Aanvullend kunnen we KaIvalya of 'alleen zijn...', bevrijding, vinden bij patanjali YS-IV,34.

       

      Met deze aanvullende toelichting wil ik enkel bijdragen tot het verduidelijken van de yoga-darsana.

       

      W. INGELS

      Voorzitter Halasana

      Maldegem

       

      Herfst 1983




       2.ASMITA. (ik-ben-gevoel =egotisme)                                  

         img96/7736/scannenjpg26iy0.jpg


       
      Het ik-ben-gevoel bestaat uit (dit,dat )het principe van het zien  (als getuige) en het principe van de activiteit van het zien , één zelfde wezen uitmaken.
      Er bestaat een onoverbrugbaare kloof tussen het Spirituele Zuiver Bewustzijn , en al het andere dat Prakriti is . De Ziener -getuige id Zuiver Bewustzijn . Dat het Prakriti uitvoerend subject zich beschouwt als de Getuige , of dat het Zuiver Bewustzijn de schijn heeft van een uitvoerend subject , dat is het ik-ben-gevoel, te vertalen als EGOTISME.

          3. RAGA  (passie)
      img89/6050/scannenjpg27zg7.jpg


       
      Passie is  (de gemoedsstemming die) genot als voorwerp heeft.
      De dispositie die uit de herinnering van eengenieting, of door het waarnemen van iets dat tot genot leidt, genot doet verlangen, is passie.Deze kwelling heeft betrekking op het genotvan een geconditioneerd bestaan  ; zelfs het genot van de Hindoe-hemelen behoort tot een geconditioneerd bestaan.. Het is eveneens het sterk angetrokken worden of aangeboren gehechtheid naar goederen en genoegens.

           4. DVESA  (afkeer).

      img179/6790/scannenjpg28an7.jpg


      Afkeer is ( de gemoedsstemming die) pijn als voorwerp heeft.
      Deze kwelling wordt ook werkzaam met behulp van het geheugen dat een pijnlijke vroegere ervaring op-roept.Deze kwelling omsluit ook de pijn die in de verschillende Hindoe-hellen bestaan  Dvesa is het te-
      genovergestelde van Raga .

            5. ABHINIVESA  ( de wil om te leven.)

      img153/2465/scannen29ls5.jpg


      De wil-om-te-leven wordt door de natuur zelf voortgezet, en komt voor onder die vorm, zelfs bij de wijzen.
      De kwelling heeft invloed op iemands bestaan, niet op een object. Ze wordt voortgezet door de gecondi-tioneerdheid  vanons bestaan , niet door bepaalde daden , en wordt aangevoeld onder vorm van vrees voor de dood , alsof iemands ware Zelf één bestaan zou vormen met zijn vergankelijke Prakriti condities..

      3° Hun bestrijding.  
                                  In de volgende bijdrage zal de bestrijding  van de kwellingen en het verder verloop van de Kriya-yoga aan bod komen.

      10-04-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
      » Reageer (0)
      17-04-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE YOGA-SUTRA VAN PATAÑJALI -Boek 2 : SADANAPADA -vervolg
      13

      DE KWELLINGEN - Bestrijding en vernietiging. (sutra's 10 tot 16)

      Patañjali zal in de volgende sutra's uitleggen hoe we de kwellingen kunnen bestrijden en uiteindelijk kunnen vernietigen. De kwellingen zijn van Prakriti-oorsprong , ze kunnen  bestreden worden  in de laatste fase  van Asamprajnata (zie m.y.b. nr 43) . Maar we moeten ons daarbij  niet voorstellen dat dit kan gebeuren met onze empirische wil. Dit  vernietigen gebeurt  zoals Patañjali zegt door de werking van Prakriti zelf .

      img442/4146/scannenjpg210of3.jpg

      Wanneer deze (kwellingen) subtiel zijn geworden ; moeten ze weggewerkt worden door omgekeerde evolutie..
      Wanneer deze kwellingen subtiel geworden zijn als verbrande zaden , en de waarnemingsgolven  niet langer beinvloeden, zijn ze buiten het bereik van de yogi. Alleen Prakriti zelf kan de ontbinding voleindigen; ze keren terug naar hun guna-grondslag  (dus omgekeerde evolutie ). Dit alles gebeurt in de metafisische trede die boven elke lichamelijke en psychologische oefening uitstijgt . Op dit niveau zal menselijke inzet niet meer meespelen . De yogi stelt geen daden meer die vergelding opeisen, aangezien hij volkomen passieloos is en zich heeft onttrokken aan alle kwellingen. De guna's zijn van hun finaliteit (doel) beroofd omdat Prakriti ophoudt te werken voor het Zelf dat niet langer  geconditioneerd is . De schijnverbinding met het empirisch bestaan is verbroken. Patañjali herhaalt nog in de volgende sutra hoe we de golvingen van de kwellingen kunnen bestrijden.

      img147/47/scannenjpg211gx3.jpg

      De golvingen van deze moeten tegengewerkt worden  door éénpuntige aandacht .
      Wanneer de kwellingen nog als vruchtbaar zaad bestaan en actief worden, moet de yogi ze tegenwerken door gegradueerde concentraties .De verschillende vormen van concentratie zijn de kern van de Patañjala-yoga .Ze volgen elkaar gradueel op tenneinde de yogi in staat te stellen los te komen van de conditionerende werking van Prakriti , om aldus zijn  ware Zelf zo dicht mogelijk te kunnen benaderen, los van alle schaduwen en verkleuringen.  Alle concentraties  brengen intentione-le vereenzelviging teweeg in de yogi. Geleidelijk aan gaat hij over van zijn geobjectiveerd berwust- zijn naar het niet-geobjectiveerd Zuiver Bewustzijn ; naar zijn wareZelf. De éénpuntige aandacht wordt geleidelijk aan scherper  tot de yogi (in de achtste concentratie) ,de intentionele vereenzelvi-ging zal verwezenlijken via het bewustzijnslicht , het beeld of de verlenging van zijn ware Zelf .

      4 Hoe staan we  er voor, wat de vernietiging van de kwellingen betreft. ?
      We dienen ons te realiseren dat de kwellingen en hun vernietiging te maken hebben met de karma-wet.  Al de bezinksels of de indruken die de kwellingen achterlaten , zijn bronnen van nieuwe aan- komende kwellingen . Daarom waarschuwt Patañjali  ons, dat we rekening moeten houden met de karmawet en moeten aanvaarden dat de uitwerking  ervan  nu of later (in een volgend leven) kan plaats hebben .

      img216/4048/scannenjpg212mo5.jpg

      De bezinksels van daden die vergelding meebrengen  en die de kwellingen als basis hebben , zullen ofwel in het (huidig) leven ofwel in een niet geziene (toekomst)  leven, aangevoeld worden.
       Alle daden, deugdzame en ondeugdzame, door de kwellingen beïvloed, brengen vergelding mee , (de Karmawet), en ze zullen hun vruchten uitwerken in het huidige of in een toekomstig leven . De vraag kan gesteld worden hoelang de Karmawet uitwerking zal hebben  en of  we  er iets kunnen aan veranderen ?  Patañjali geeft antwoord.

      img154/7199/scannen213nl9.jpg

      Zolang de wortel bestaat zal er vruchtvorming zijn  (te weten ) geboorte, levensduur en ervaring.
      Zolang de wortel niet uitgebrand zal zijn zal hij vruchten voortbrengen ; a) onder vorm van klassen d.w.z.  : de wedergeboorte als mens, als slang of als kat,  b) onder vorm van ervaring d.w.z. : onder vorm van genot of pijn, de soorten genot of pijn , grote of kleine pijn , lichamelijke of geestelijke - c) onder vorm van levensduur van een slang of van een kat ; hoe lang zal elk genot of elke pijn duren ?We zullen het later  vernemen in Boek 4. Wat de vraag nu is, is dit  (leven, ervaring of duur ) een beloning of een straf ? Een beloning voor braaf of slecht leven ?  Patañjali geeft antwoord .

      img154/2971/scannenjpg214an2.jpg

      Deze( vruchten)  zijn productief van vreugde of groot leed, naargelang ze deugd of ondeugd als oor-zaak heben.
      Er is noch beloning noch straf  (ze zijn productief ) ; de morele bezinksels zijn het zaad dat uit eigen  natuur de juiste vergelding zal opleveren. De rijpe  vruchten van morele bezinksels kunnen niet tot standkomen zonder de medewerking van de onderbewuste indrukken in het geheugen bewaard . Het ganse leven, zegt Patañjali verder, is niets anders dan leed. Er is enkel kwestie van er 'gewild' een einde aan te maken  door onderscheidmakend inzicht, waardoor men kan ontsnappen aan het nog niet opgekomen leed,  d.w.z. een volgend leven . De sutra's 15 en 16 geven uitleg.




      Omwille van smarten (onder vorm van ) mutaties ,angsten en verzonken indrukken, en ook omdat de guna-golvingen onderling tegenstrijdig zijn, is alles (in het geconditioneerd leven) niets anders dan leed voor hem die onderscheidmakende kennis heeft verworven.
      Een noot pessimisme ! Dat volgt logisch uit de leerstelling die al het veranderlijke aan  Prakriti toe-schrijft, en het ware Zelf als zuiver Bewustzijn aanschouwt, dat  toch, hoe  dan ook, met  het stoffelijke verbonden is.In deze veronderstelling is al het stoffelijke en het veranderlijke een hindernis voor de geest, aangezien er dan in een waarnemend wezen feitelijk twee tegenover elkaarstaande of gans onafhankelijke wezens zijn, nl.: het Zuiver Bewustzijn, en al wat veranderlijk Prakriti is. Zelfs in de concentratie van afsluiting is er nog een reeks mutaties ; alleen in ISOLATIE houdt 'pijn' op.

      img219/3331/scannenjpg216sw8.jpg

      Het nog niet opgekomen leed is dat, waaraan men moet ontsnappen.
      Wanneer het rijpen van karma begonnen is moet  het zich volledig uitwerken., Men kan de bevruch- ting niet verkorten of beperken. Alleen het zaad dat nog niet beginnen rijpen is, kan belet worden zijn vruchten te baren ; vergeet niet,  dat  volgens  de vorige sutra  zelfs  datgene wat  men  in  de geconditioneerde toestand als geluk beschouwt , vanuit het absoluut standpunt, niets anders  is dan pijn .

      Het ware na te streven doel is bijgevolg het vermijden van nieuw leed. Dit heb ik in een hieronder  weergegeven artikel  trachten te omschrijven.

      HET WARE NA TE STREVEN DOEL IN YOGA

       

      "Heyam duhkham anagatam" YS.II,16

      "Het nog niet opgekomen leed is dat,

      waaraan men moet ontsnappen"

       

      Met deze sutra geeft Patanjali op zeer duidelijke en ondubbelzin­nige wijze het ware na te streven doel aan van Yoga: zorgen dat

      er niet nog eens nieuw leed komt.            .

      We moeten hier niet weer opnieuw elkaar vragend aankijken en den­ken: "is dat je eigenwijze denkwijze?". Neen, Patañjali legt zelf uit hoe we dit gezegde moeten begrijpen.

      In sutra 11,15 heeft hij formeel gesteld dat alles in het (gecon­ditioneerde) leven niets dan leed is voor hem die onderscheidma­kend inzicht heeft bereikt. Over het "leed" en over het "onder­scheidmakend inzicht" heb ik reeds vroeger geschreven. De vraag die ons nu bezig houdt is, wat Patañjali bedoelt met "het nog niet opgekomen leed".

      In sutra 11,15 hebben we vernomen wat het leed is. We moeten vast­stellen dat het dit huidige leven is. Het leven dat we nu leiden is dat wat we als nu bestaande prakriti-wezens waarin ons Zelf ge­incarneerd werd, tot zijn einde moeten voortleven als gevolg van de karmawet. Het rad der wedergeboorte blijft draaien voor elk in­dividueel "Zijn" dat aan het einde van de levenscyclus niet de staat van Zelfrealisatie bereikt heeft. We mogen met Taimni zeggen dat de dood het spiritueel probleem evenmin oplost als de slaap onze economische problemen oplost. De karmawet is onverbiddelijk. Alle daden van niet-gerealiseerde individuen brengen karma voort.

      Pätañjali licht ons daarover in wanneer hij zegt: "Het karma van de yogi is noch wit noch zwart; dat van de anderen is van drie soorten" YS.IV,7.

      Verder in sutra IV,8 en IV,9 geeft Patañjali uitleg over het feit dat deze drie soorten karma "der anderen" wel,en de soort van de yogi geen gevolgen teweeg brengen.
      Patanjali zegt tenslotte dat de gevolgen steeds aanwezig blijven en ,zich slechts manifesteren als hun tijd gekomen is. Wat staat er ons dus te doen? Zorgen dat we een yogi worden zodat onze daden geen van de drie gewone soorten karma voortbrengen. Goede daden hebben eveneens gevolgen.

      Er mogen dus geen gekleurde daden meer gesteld worden. Dit kan al­leen de zelfgerealiseerde, bij wie het perfecte onderscheidmakend inzicht bereikt is en in staat van Yoga verkeert.

      Het leed dat moet vermeden worden kan dus niets anders zijn dan een nieuwe confrontatie met de materie, een volgend leven. Karma­loos streven zal geen wedergeboorte als gevolg kennen. Het doel is dus als volgt samen te vatten:

               -Stop er mee, je Zelf samen met de materie als één te be­-            schouwen, het is oorzaak van alle leed (YS.II,17). (Patañjali noemt dit één beschouwen : samyoga).

               -Volg het achttredig pad van Patanjali ; het leidt je tot de staat van Yoga of kaivalya (YS.IV,34) waarin je Zelf niet langer in samyoga, maar in yoga verkeert.

      Met yogische groeten.

       

      wom. INGELS

      Yogaleraar HALASANA

       

      Lente 1984

      Nu weten we wat Patañjali bedoelt met lijden of leed.
      In de volgende bijdrage zullen we verder de yoga-filosofie nagaan : de oorzaak van het lijden ,de verdere evolutie van Prakriti, de Ziener en de onderlinge schijnverbinding van beide leren kennen.

      17-04-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
      » Reageer (0)
      24-04-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE YOGA-SUTRA VAN PATAÑJALI -Boek 2 : SADANAPADA -vervolg 2
      14.
           De oorzaak van het lijden - De evolutie - De zevenvoudige intuitie .
                                                                               (Sutra's 2.17 tot 2.27.)

      img242/2786/scannenjpg217qz2.jpg

      De verbinding van de Ziener (getuige) met het  'object- van -het- zien ', is de oorzaak van datgene waaraan men moet ontsnappen.
      Deze gewaande verbinding ,  (nl. miswijsheid  -zie m.y.b. nr 43  inwendige middelen - miskennis),  is de reden waarom er ervaring is ; waarom er voor een bepaald Zelf objecten zijn. Het Zelf is niet degene die 'lijden 'ondergaat , Het  is enkel de toeschouwer ervan . Het Prakriti-organisme is het subject van de mutaties en de golvingen, die in het Bewustzijnslicht weerspiegeld worden . Indien de gewaande verbinding als een illusie wordt aangezien, dan  bestaat  er  voor dat Zelf  niets meer waaraan het moet ontsnappen (dan is men in Yoga).
      Nu we weten wat Patañjali bedoelt met 'LIJDEN', kunnen we ook  begrijpen  waarom hij  dan kan zeggen dat dit lijden onstaat door  SAMYOGA (verbinding)  tussen Ziener en het 'object -van-het-ziens: dus een vaststelling . Ter verduidelijking echter van zijn zienswijze (filosofie) zal Patañjali nu  ook duidelijk aantonen wat hij bedoelt met het 'object-van-het-zien' . In deze uitleg komen we aan  de  uiteenzetting over de  guna's en de voorstelling van de  evolutie. Hierin  volgen we de indeling :

       1 Waaruit bestaat Prakriti en wat is haar doel? (zie ook m.y.b. nr.35 Prakriti en de guna's)






      Het object- van- het-zien  heeft de natuur van helderheid , activiteit  en apatie , het bestaat onder vorm van  vaste elementen en organen ,(en) het heeft als doel , ervaring en bevrijding.
      Alle Prakriti-realiteit bestaat uit de drie guna's die van elkaar onafscheidbaar zijn. De vaste elemen-ten zijn de objectievo-objectieve realiteiten, d.w.z. alle dingen die geen deel uitmaken van de mens, of tenminste geen direct aandeel hebben in het waarnemingsproces .De  subjectivo-objectieve  rea-liteiten zijn de organen die een bestanddeel zijn van het waarnemingsproces , bv. de zintuigen, de  denkfunctie, de ego-functie en de bewustzijnsfunctie .De guna's van Prakriti zijn de uitvoerders van alles . Prakriti verwekt talloze objectieve realiteiten en toestanden aan ieders karma aangepast, om voor iedereen ervaring en bevrijding mogelijk te maken . De helderheid   is Sattvam, de activiteit is Rajas  en apatie is Tamas.

      2.Hoe worden de guna's ingedeeld ? 
        Hier zal Patañjali aantonen  hoe het object zich aan ons voordoet , nl. als Alinga , een Lingamatra  een avesa of Visesa : dit zijn de vier verschijneingsvormen . In de volgende sutra geeft Patañjali er  de nodige uitleg over .

      img120/7108/scannenjpg219xa5.jpg

      Het individuele, het algemene, de teken-entiteit en de onherleidbare entiteit zijn de (algemene) indelingen van de guna's.
      De volgorde van opsomming is hier van het actueel bestaande  naar de grondoorzaak toe ( dus om- gekeerd  in evolutie).1. Het individuele is bv. de mens hier en nu. 2.Het algemene is dat wat alge-meen of  eigen is aan alle mensen of ook de objectieve algemeenheden (tanmatrani).3. De teken-entiteit is de eerste evolutie van Prakrite, ook 'De grote entiteit' en, op psychologisch vlak de bewustzijnsfunctie genoemd. 4.De onherleidbare entiteit is de oergrond van alles . De verschillende onderverdelingen van Prakriti worden hier niet vernoemd ; de 24 bestendige  Prakriti-realiteiten  behoren tot een van deze vier categoriën. (zie m.y.b. nr 40 De Tattvas )
      Laat ons voor alle duidelijkheid nog even in herinnering brengen dat het begrip 'GUNA' geen loutere eigenschap of kwaliteit betekent , maar een element is met een fysiche eigenschap . Door sommige (meestal vele ) commentatoren wordt het begrip 'guna' voorgesteld en beweerd een  'eigenschap' te zijn  van Prakriti. .
      De evolutie die Patañjali voorstelt en uitlegt in zijn zienswijze  wordt dus ingedeeld  in vier stadia :
      In sutra 2.19 in omgekeerde volgorde voorgesteld.
      1° De niet-ontleedbare genetische entiteit  ALINGA
      2° De ontleedbare genetische entiteiten LINGAMATRA
      3° De  niet-waarneembare realiteiten  AVISESA
      4° De waarneembare grove realiteiten  VISESA.
      Aangezien het Zelf,( de Ziener of Purusha) niet behoort tot de Prakriti-evolutie komt er ahw nog een 25ste entiteit in de yoga-dârsana voor nl. dit 'Spirituele Zelf ' waarover Patañjali het nu heeft in de volgende sutra..

      3.Wie is de Ziener ? (het Spirituele Zelf)

      img337/1766/scannenjpg220ki0.jpg

      De Ziener (het Zelf) die niets anders is dan het zien (zonder activiteit), ofschoon hij onbezoedeld is (door de objectieve determinaties) beschouwt de voorstelling.
      Het Zelf, de Ziener, is het onveranderlijk lichtvan Bewustzijn. De voorstelling of het geziene is de golving van de bewustzijnsfunctie; de Ziener-getuige is de toeschouwer daarvan . Het 'zien' of het waarnemen is geen golving, maar een nabootsing van de golving van het Bewustzijnslicht.
      Het Zelf of de Ziener is de geestelijke monade PURUSHA  (zie m.y.b. nr 37), niet gelijk te stellen met het begrip 'ziel' vlg onze westerse opvatting . Hij  is dus niets anders dan het 'zien' (zonder activiteit) . Hij wordt niet bezoedeld door het schouwspel waaraan hij ook  niet deelneemt . Hij is ook niet de aandrijvingskracht van het  evolutie-proces en ons empirisch bestaan. Ziener en object-van-het-zien  zijn dus twee van elkaar onderscheiden entiteiten.. En toch moet er een relatie bestaan tussen deze twee. In het licht daarvan bespreekt Patñjali ook het evolutie-proces.

      4.De evolutie en haar relatie met het Zelf.
      Waarom bestaat de evolutie en haar objecten ? Het antwoord daarop geeft Patañjali in de volgende sutra's.
      1° De vraag  kan gesteld worden waarom de ovolutie bestaat . Het antwoord daarop luidt als volgt :
           Terwille van Het Zelf en zijn bevrijding.


      img148/6151/scannenjpg221mv6.jpg

      Uitsluitend ten dienste van deze (Ziener) is de essentie van het zienbare object.
      Alle Prakriti-objecten , organen of processen van ervaring hebben de vorm die aangepast is aan ieders karma. De evolutie van Prakriti heeft zowel wat de objecten  betreft als wat het domein van de subjectieve organen aangaat, geen ander doel dan aan de Zelven  de geschikte middelen te ver- schaffen  tot ervaring en bevrijding.
      Het woord  'tma( ( atma ) dat in de tekst van Patañjali wordt gebruikt (er staat dus woordelijk "Het atma van het geziene is voor deze ...enz. ) is voor sommige commentatoren van Vedantijnse strek- king aanleiding geweest tot allerlei mystificaties rond 'Atman-Brachman' alhoewel het hier duidelijk niets anders bedoelt dan Svarupa, of de aard  van het zienbare object.

      2°De vraag kan gesteld worden wat er met de dingen van de evolutie gebeurt wanneer één Zelf tot bevrijding gekomen is. Het antwoord luidt :  De dingen gaan terug naar de oerbasis, ter beschikking van de andere Zelven


      img58/6615/scannenjpg222oz3.jpg

      Ofschoon  (het zienbare object) niet langer bestaat ten opzichte van hem die zijn doel heeft bereikt, is het (ding-op-zizelf) niet gans vernietigd , angezien  dit (ding-op-zichzelf ) gemeenschappelijk  (ten dienste staat) van andere (Zieners).
      Wanneer een Zelf zijn doel, nl. bevrijding, heeft bereikt, dan is er voor dat Zelf geen object van er- varing meer , aangezien de gewaande verbinding met Prakriti afwezig is. De objectieve dingen-op- zichzelf  blijven voortbestaan aangezien diezelfde dingen op een andere wijze  als zichtbaar object moeten dienen voor de karma-realisering van andere  Zelven. Prakriti heeft dus als bestaan een on- vernietigbare status m.a.w. Prakriti is eeuwig  bestaande.

      3° De vraag kan gesteld worden wat het nut is van de relatie der dingen met het Zelf . Het antwoord luidt : deze relatie heeft als nut dat ze aan de Prakriti-samenstelling  die wij 'mens' noemen de erva- ring geeft dat zijn Zelf de beschikking heeft over de Prakriti-realiteiten om tot bevrijding te komen.


      img176/4630/scannenjpg223mx7.jpg

      Verbinding is bedoeld om zich te realiseren wat de eigen natuur is van het principe eigenaar te zijn, en van het principe eigendom te zijn .
      Om het inzicht te hebben van de natuur van zijn diepste Zelf, moet men langs ervaring passeren ; daarin ziet men het verschil  tussen Zuiver Bewustzijn-Zelf, en het veranderllijke dat ermee vermengd is. Ervaring, en dus verbinding, zijn  nodig  als vertrekpunt  voor  bevrijding. De  Ziener wordt omschreven als eigenaar die in zichzelf niet verandert door het bezit van een eigendom ; de Prakriti-realiteiten integendeel  worden aanzien als eigendom , omdat ze ten dienste staan van de eigenaar, het Zelf .

      4° De vraag kan gesteld worden hoede relatie tussen de dingen en het Zelf tot stand gekomen is. Wat is m.a.w. de oorzaak van deze relatie ? Het antwoord is  AVIDYA.



      De oorzaak van deze  (verbinding) is miswijsheid.
      De oorzaak van de gewaande verbinding en de gevolgen daarvan zoals gehechtheid  aan aardse dingen, passie, afkeer, enz...,  is het gebrek aan onderscheid tussen de bewustzijnsinhoud en de kennisactiviteit  enerzijds en het Zuiver Bewustzijn dat een afgescheiden bestaan heeft, anderzijds
      .
      5° De vraag kan gesteld worden : Wat, als deze relatie verdwijnt , als avidya wegvalt ? Het ant- woord luidt dat door het verdwijnen van deze relatie de bevrijding gerealiseerd is.


      img413/3332/scannenjpg225oi3.jpg

      Door het verdwijnen van deze (miswijsheid) verdwijnt de verbinding en is er ontsnapping ; en dit is  het alleen-zijn van de Ziener.
      Bevrijding is geen positief effect in de zin dat er een verandering zou gebeuren in het Zelf ; de afwezigheid van miswijsheid  (die enkel een illusie is) is identiek hetzelfde als zijn eigen essentie terug te vinden... niet een positief nieuwe toestand teweeg te brengen.Deze toestand van Zelfverwezenlij-king is volledige isolatie van alles buiten zichzelf; isolatie die altijd bestond maar niet oplichtte in het  Bewustzijn .

      6° De vraag kan gesteld worden hoe men miswijsheid (avidya) kan doen verdwijnen.  Wat moet  men doen ? Het antwoord luidt : onderscheidmakend inzicht verwerven.


      img264/3700/scannenjpg226wj4.jpg

      Onderscheidmakend inzicht, wanneer het onwrikbaar is geworden , is het middel om te ontsnappen.
      Niet door redenering; dit geeft alleen een rationeel bewijs, geen actuele beleving. Alleen door direc-te  intuïtie kan men het 'anders-zijn' van het Zelf werkelijk aantasten.Wanneer deze intuïtie een over-
      weldigende ondervinding is geworden , is men goed op weg naar ontsnapping..

      7° De vraag kan gesteld worden wat er volgt op het verwerven van onderscheidmakend inzicht . Het antwoord luidt  : de zevenvoudige intuïtie die voorkomt in de laatste fasen van de Yoga-beoe-fening .


      img181/4780/scannenjpg227wv4.jpg


      Voor hem (die zulk inzicht heeft verworven), is er zevenvoudige intuïtie (die geleidelijk voorkomt) in de laatste ( yoga)-fasen.
      In de laatste fasen van de yoga-oefeningen daagt er diepe intuïtie op in zeven opgaande vormen. Het kan gebeuren dat de yogi nog een tijd voortleeft om wille van reeds rijpe karma dat zich volle-dig moet uitwerken in duur. Maar er zal geen andere geboorte komen ; de yogi is 'jïvanmukta', dat is : 'nog levend in de wereld en toch reeds bevrijd'

      5. Wat is de door Patañjali aangehaalde  zevenvoudige intuïtie, en hoe ontstaat ze ?

      Menige vragen worden gesteld omtrent de zevenvoudige intuïtie die geleidelijk schijnt te ontstaan in de laatste fasen van de yoga-beoefening. Vyasa stelt deze intuïtie in haar opeenvolgende fasen als volgt voor .  Hierbij geef ik de daarbijhorende verduidelijkingen die ik in mijn ' Synthese van de Yoga-filosofie' heb vermeld , komende uit de  'Patañjala Yoga' van G.M.Koelman , ( zie m.y.b. bijdrage nr. 9 dd. 06/03/2006 ) .,

      1° Men heeft inzicht in de dingen waaraan men wil ontsnappen, men overdenkt ze niet meer ...er zijn kortstondige flitsen van onderscheidmakend inzicht .

      Wanneer de yogi perfecte intentionele vereenzelviging bereikt door zijn concentratie, dan hebben er eerst kortstondige flitsen plaats van het ondersdcheidmakend inzicht . Geleidelijk aan daagt er een opkomend schemerlicht op , zoals dat van de dageraad (pratibha). Dit schemerlicht wordt helderder tot dat het schittert als de middagzon en onderscheidmakend inzicht voortbrengt.

      2° Men heeft inzicht in de oorzaak waarvoor de dingen bestaan ... er is meer aanhoudende of opkomende vastheid.

      Dit inzicht wordt niet bereikt door redenering noch door een of andere bijzondere concentratie: ze  is het cumulatief effect van de steeds scherper wordende éénpuntige aandacht . De yogi wordt overweldigt door het onderscheidmakend inzicht , en er ontstaat afkeer van alles wat Prakriti is.

      3° Men ervaart de ontsnapping der dingen die de relatie in stand hielden  tussen de dingen en het... Zelf ... het inzicht wordt helderder.

      Deze ervaring houdt in dat de yogi inziet dat alle Prakriti-realiteiten slechts bestaan terwille van een  ander nl. Het Zelf , dat absoluut is en voor zichzelf bestaat zonder de gemeende relatie.

      4° De redenen of  het inzicht om de ontsnapping aan de dingen te verwezenlijken, worden duidelijk.  Men krijgt een verheven inzicht  van het onderscheid tussen de dingen en het Zelf.

      Verheven inzicht  (prasankhyana) , is nog steeds een mentale toestand met objectief bewustzijn . De yogi wordt ahw verblind door 'het anders-zijn' van het Zelf, maar dit 'anders-zijn' kan alleen waargenomen worden  door tegenstelling met een Prakriti-relaliteit. Ook deze band moet verbroken worden ;  de buitengewone intuïtieve kennis van om het even wat moet verworpen worden om volledig onafhankelijk te worden van Prakriti. De enige weg dartoe is de concentratie van 'afsluiting'. (nirodha-samadhi).

      -5° De macht van het denkend Prakriti-organisme  eindigt...er ontstaat een  regen van loslating van alle dingen waarin de schittering van het Zelf overheerst.

      De overgang naar de concentratie van  'afsluiting '  gebeurt door de concentratie van  'de wolk van essentie' (dharmameghasamadhi) . Deze concentratie wordt binnen in de yogi opgewekt zonder tus- komst van om het even welke Prakriti-realiteit .Het is alsof  een regen van concentratiepunten op de yogi neerstort , terwijl via intuïtieve waarneming, het verschil tussen het Zelf en het Sattvan van de bewustzijnsfunctie duidelijk wordt.

      6° De guna's vallen als rotsblokken omlaag en vormen geen objecten meer waaraan de geest (het; denkvermogen )  zich kan vastklampen... de concentratie van afsluiting vangt aan.

      De concentratie van 'afsluiting'  is het gevolg van onverstoorbare kalmte van de bewustzijnsfunctie , waarin Rajas  en Tamas volledig opgehouden hebben te werken ; er is geen mentale activiteit meer. Het is de toestand waarin de vrijheid van het Zelf elke mentale activiteit tegenwerkt  (omwille van de volledige passieloosheid).. Er is in de concentratie van 'afsluiting ' geen objectief bewustzijn meer aan wezig . Deze concentratie wordt ook 'zaadloos' genoemd omdat de verzonken indrukken alleen nog kiemen zijn van afsluiting, dwz het verhinderen van elke waarneming. Ze blijft echter nog een Prakriti-activiteit ook al heeft ze onbewust (=zonder aanwezigheid van  een beeld in de geest) plaats ; ze brengt nog golvingen voort . Tengevolge echter van het onbewuste gebeuren  zullen de verzonken indrukken van 'afsluiting' de verzonken indrukken van elke mentale activiteit volkomen tegenwerken  of 'verbranden', zodat er geen kiemkracht voor nieuwe mentale activiteit meer overblijft .Het mentale complex van de yogi komt daardoor volledig tot stilstand wat waaneming betreft : een toestand van volledige passieloosheid is ontstaan.

      7° Het Zelf wordt volledig vrij door de afwezigheid van elke mogelijke binding die nog zou ontstaan; ... de concentratie van afsluiting  brengt de  volledige stilstand van het mentaal complex teweeg en dan is er alleen  nog  Bewustzijn of  het Zelf.

      De concentrtie van ' afsluiting ' is nog steeds een Prakriti-werking maar dan zonder werking van waarnemingsgolven .Niettegenstaande er in deze toestand geen objectief  bewustzijn meer is, ver- hoogt de helderheid van het verinwendigd bewustzijn van de yogi, maar in onze geconditioneerde staat is het niet mogelijk deze hoge helderheid te begrijpen of uit te drukken.. Het Zelf is alleen.


      De volgende aflevering zal handelen over de wijze waarop Patañjali verder uitlegt  geeft over zijn methode om onderscheidmakend inzicht te bereiken nl. het  achttredig pad van de yoga.
          

      24-04-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
      » Reageer (0)
      01-05-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LI -Boek 2 : SADANAPA DA - vervolg 3 : Het achttredig pad.
      15.
             HET ACHTTREDIG PAD.  Tweede boek :sutra 2.28 tot 2.34


      De middelen om bevrijd te worden  uit het 'lijden' werden door Patañjali aangehaald in de sutra's 2.26 & 2.27 . Het zijn : onderscheidmakend inzicht  (viveva-khyati) en de zevenvoudige intuïtie . Deze sutra's brengen ons midden in de toepassing van de yoga-beoefening, want er wordt gezegd  dat de yoga de methode is die ons kan leiden naar het beöogde doel .
      De bewustzijnsfundtie wordt meer en meer bevrijd van golvingen die het inzicht belemmeren over het onderscheidmakend inzicht  en het Prakriti-bestaan, aldus de volgende sutra :

      img82/5065/scannenjpg228sq0.jpg

      Wanneer de onreinheid ( van het mentaal complex )gans afgezwakt is door het naleven van de yoga-treden (achtvoudig pad) daagt er een verlichting van kennis op (die uitmondt) in onderscheidmakend inzicht .     
      Voor iemand die met ernst yoga beoefent  is er geleidelijke afzwakking van het onrein en verduis-terend element , nl. Tamas , dat de bewustzijnsfundtie overdekt. Daardoor wordt de bewustzijns- functie meer vrij van golvingen , en schijnt het bewustzijnslicht met minder en minder verkleuring of  vervorming. Op deze manier verscherpt het inzicht, tot dat uiteindelijk het bewustzijnslicht in de be- wustzijnsfunctie weerspiegeld wordt , onaangetast door Prakriti .Het verscherpt  inzicht (het on-derscheidmakend-inzicht ) is het middel waardoor de yogi  het peil bereikt dat hem in staat stelt het zuivere Bewustzijnslicht af te zonderen van de rest van de ervaringscomponenten ; dit gebeurt in de hoogste graad van  'samprajñatasamadhi'  of bewuste opslorping.

      1. WAARUIT BESTAAT DE YOGA VAN PATAÑJALI ?
           * De acht treden  (achtvoudig pad ) worden opgesomd in de sutra 2.29


      img215/4919/scannenjpg229ra3.jpg

      Onthouding, posititeve praktijken, zitwijze, geregelde ademing, afsluiting van de zintuigen, vastzetting (van het mentaal complex ) éénpuntige aandacht en verzinking, zijn de acht yoga-treden.
      Het lichamelijke, het etische en het psychologische staat met elkaar in nauw verband , door wederzijdse beinvloeding. De eerste twee treden behoren tot het etisch vlak, de twee volgende behoren tot het lichamelijke vlak ; alle vier zijn zij uitwendige middelen ten aanzien van het doel van de yoga. Afsluiting van de zintuigen is een overgangsppunt tussen de uitwendige en de inwendige middelen . Deze afsluiting is gedeeltelijk lichamelijk , gedeeltelijk etisch en gedeeltelijk psychologisch .
      De laatste drie treden vormen de inwendige middelen en behoren tot het psychologisch vlak ter- wijl de vier uitwendige middelen (samen met de afsluiting)een voorbereiding zijn voor de laatste drie. Deze drie treden, de hogere treden genoemd, kan men evenwel niet beoefenen zonder de ge-leidelijke beoefening of toepassing van de eerste vier , de lagere treden genoemd , met de vijfde  daar tussen gelegen trede van vastzetting.
      De eerste twee treden; ( de etische treden) worden nader toegelicht in de sutra's 2.30-2.31 en 2.32. Wat hun toepassing betreft verwijs ik naar m.y.b. nr 43 waar het plan van de klassieke Yoga wordt voorgesteld en waar benadrukt wordt dat de toepassing van de yogische deugden alleen tot doel heeft het lichaam en de geest tot kalmte te brengen, en niet om goede werken te doen of zijn naaste te beminnen . 

       

      Geen kwaad berokkenen, waarachtigheid, niet stelen, kuisheid, geen geschenken aanvaarden, zijn  onthoudingen.
      Geen kwaad berokkenen (Ahimsa), is vervat in de vier andere onthoudingen , en is als het ware de  uitstraling in Prakriti van de diepe niet-geconditioneerdheid- van het Zelf .Zie het artikel op het einde van deze aflevering.

      img116/3055/scannenjpg231hj1.jpg

      Deze (onthouding) zonder uitzondering wat voorwerp, plaats, tijd en omstandigheid betreft,  (dat is) in absoluut alle toestanden, vormen het verheven voornemen.
      Nooit een uitzondering toelaten, een uitvlucht zoeken  voor om het even welke reden , is de heldhaftige belofte van de perfecte yogi .




      Zindelijkheid,tevredenheid, zelf-kastijding , geestelijke oefening en devotie tot de Heer zijn de( voorgeschreven  ) positieve praktijken .
      Naast de onthoudingen (2.30 en 31) zijn er ook de positive praktijken. Deze vijf voorzchriften
      willen de golvingen doen afzwakken  ; lichamelijke alsook inwendige kalmte teweeg brengen. De  devotie tot de Heer dient hier niet als concentratiepunt zoals in boek 1 s.1.23. Hier betekent deze devotie het opofferen van al zijn daden aan de Heer , zonder persoonlijke beloning te beögen. Naast de lichamelijke zuiverheid is er ook die van de denkfunctie,waardoor  hoogmoed of afgunst  weggewist wordt en tederheid in de plaats komt. Tevredenheid laat niets toe wat niet nodig is of noodzakelijk , zodat elke begeerte naar objecten of gehechtheid eraan, verdwijnt.Zelfkastijding , spirituele studie en devotie tot de Heer werden afzonderlijk besproken bij het begin van het twee- de boek s.2.1 hierboven. Ze staan in verband met de drie voornaamste elementen van een spiritu- eel leven.

      2.  WAARSCHUWING .
           Na de beschrijving waaruit de Yoga (achttredig pad) bestaat, zal Patañjali nu aanbevelingen doen en duidelijk maken wat er kan gedaan worden in geval van tegenkantingen die we kunnen   ontmoeten op de af te leggen weg.

      img100/6596/scannenjpg233tk3.jpg

      In geval dat (deze onthoudingen en positieve praktijken verhinderd worden door perverse beschou- wingen , moeten tegengestelde gevoelensaangekweekt worden.
      Dikwijls zal de lagere natuur in opstand komen en de yoga-levenswijze tegenspreken . De yogi mag  niet aarzelen ; hij moet alle argumentatie tegenwerken en zich ervan overtuigen dat dat alleen  'Bevrijding' van dit gewoon-menselijk bestaan, waar geluk kan opleveren. De wonderbare effecten die het resultaat zijn van juist handelen  zullen een prikkel zijn om verder te doen , maar men mag er zich  niet aan hechten. In het derde boek worden deze  wonderbare effecten  besproken. Ze liggen op psychologisch vlak en begeleiden het meesterschap in concentratie. In de Kriya-yoga zijn er ook wonderbare effecten, maar deze liggen dan  meer op organisch en lichamlijk vlak . Ze maken de concentrtie( ook )gemakkelijker omdat het lichaam beter in staat is de concentratie zonder pijn of spanningen uit te voeren . De aandacht gaat gemakkelijker naar lichamelijke ongemakken.
      Patañjali geeft zelfs voorbeelden van perverse houdigen die ons kunnen beletten Yama en Niyama te beoefenen.

      img240/6469/scannenjpg234ia5.jpg


      Perverse beschouwingen zoals (het gedacht)schade te berokkenen en andere (perverse gedachten), hetzij het plegen (daarvan) of (iemand ertoe) aan te sporen, of (zulke daden) goed te keuren,hetzij  (ze) zacht of middelmatig of hevig (zijn), hebben (allemaal) als gevolg  (een reeks) smarten en mis- wijsheid waar geen einde aan komt ; in zulke overwegingen (bestaat het) aankweken van  tegeno-
      vergestelde gevoelens.
       De lagere natuur zal allerlei soorten van uitvluchtsels of redenen voorstellen om de yogi zijn vast- beradenheid te breken. Hij moet zulke perverse gedachten tegenwerken door het overwegen de  nadelige gevolgen , vanaf de minste toegeving.

      3.RESULTATEN VAN DE ETISCHE TREDE . dit zal het onderwerp zijn van mijn volgende aflevering . Hierna volgt echter nog een artikel dat ik in 1983 heb geschreven om nog eens in het
      bijzonder de nadruk te leggen op Ahimsa .

      EEN ZIENSWIJZE OVER AHIMSA...EEN METAFYSISCHE WET.
      Geweldloosheid is volgens de commentaren van Vyasa's Bhasya, het zich onthouden van het berokkenen van e­nig kwaad aan welk levend schepsel ook, dit in alle opzichten en ten allen tijde. Hij voegt er zelfs aan toe dat in dat (deze uitleg) alle andere (de andere onthoudingen) vervat zijn.(commentaar Y.S. 11-30)
      xml:namespace prefix = o />

      Volgens de Patanjala-yoga, uitgelegd door G. KOELMAN, is AHIMSA de hoofdgedachte in de eerste trede van het yoga-pad. Het is dus wel de moeite waard even na te gaan waarom zij als eerste onthouding aangehaald wordt. Heeft zij zo'n grote betekenis in de yoga-beoe­fening ?

      Wij kunnen gerust vooropstellen dat AHIMSA in feite de peiler is waarop de ganse Indiase spiritualiteit berust. Men kan geweldloos­heid aanzien als de algemene regel volgens dewelke vrede, sereni­teit, kalmte en gelijkheid van gemoed kunnen bereikt worden. Com­mentaren over de yoga-sutra's verduidelijken ons dat AHIMSA en de andere onthoudingen die worden opgesomd in Y.S. 11-30 in werke­lijkheid hetzelfde betekenen, gezien echter onder diverse aspecten

      van het Prakriti-bestaan.          ~

      De grote opzet van de yoga-discipline is het bereiken van de Zelfrealisatie - theoretisch voor iedereen mogelijk - door toepas­sing van een welbepaalde reeks voorschriften en aanbevelingen die reeds vroeger door anderen werden toegepast. Yoga is als een dis­cipline die volgens een bepaalde orde moet worden uitgewerkt. Som­mige voorschriften zijn uitwendig (voor het lichaam), andere zijn inwendig (voor de geest). Samen zijn zij daar om de yoga-beoefe­naar in de eerste plaats duidelijk te maken dat zijn Prakriti-be­staan slechts een kleine schakel is in het voorbijgaande evolutie­proces en bijgevolg de moeite niet loont om er zich aan te hechten. Eens van dit besef doordrongen, kan de yogi door het temmen, het richten en vasthouden van zijn denkvermogen, zijn ware IK leren onderscheiden dat door het ZIJN voelbaar gemaakt, de eerste scha­kel is in de Prakriti-werking waarin dat zelfde ZIJN is opgesloten. De uiteindelijke bevrijding van het ZIJN uit de veranderingen van Prakriti is het doel van de yoga. Yoga is dus een individuele kwestie voor elk ZIJN afzonderlijk. De bevrijding uit de Prakriti­veranderingen hangt niet af van iemand anders. Alle voorschriften moeten dus individueel toegepast worden, zowel deze welke betrekking hebben op het lichaam en zijn biologische functies, als deze welke betrekking hebben op de geest en zijn fijne Prakriti-werking waar we het etische en morele aspect van de yoga aantreffen.

      AHIMSA, aldus G. KOELMAN, de grondslag van de yoga-moraal, is een afstraling van het ZELF dat in zijn zuivere essentie niets anders dan VREDE is. Geweldloosheid is in essentie geen positieve liefde tegenover de bestaande schepselen, noch een gehecht zijn aan hun welzijn, noch geinteresseerd zijn aan hun ongestoord bestaan. AHIMSA is geen actieve ontboezeming van iemands aangeboren goedheid,maar het volvoeren van een in zichzelf keren van iemands spiritue­le ZELF. Het is evenmin een altruIstische zelfopoffering, die an­deren de onaangename kanten van het leven bespaart door ze voor zichzelf te nemen. Het is geen deugd met betrekking tot anderen,maar een onontkoombare verplichting om aldus de ware aard van het -ZELF in herinnering te brengen en om uiting te geven aan wat iemand werkelijk is : de absolute ongebondene, wiens zuivere na­tuur VREDE is. Ook I.K. TAIMNI noemt geweldloosheid het beantwoor­den aan een universele wet. Het ZELF immers, dat onaantastbaar aanwezig (gevangen) is in Prakriti, heeft voor zijn bevrijding geen conventionele of religieuze moraal nodig. De bevrijding kan slechts bereikt worden wanneer het proces van de veranderingen op­houdt. Dit is niet afhankelijk van een compromis met anderen. AHIMSA is een harde wet die niemand kan ontzien en ook niet bestaat om oppervlakkige Prakriti-zwakheden tegen te gaan of om er voor te zorgen dat wij goede individuen zouden worden die sociaal zijn en alle wetten eerbiedigen. De bedoelde universele wet heeft slechts de bevrijding van het ZELF op het oog en deze kan niet plaats heb­ben wanneer er nog tegenstrijdigheden bestaan of wanneer er nog veranderingen van Prakriti plaats hebben. (zie Y.S. 11-15)

      De yoga-moraal, aldus G. KOELMAN, bestaat niet terwille van de verbetering van een menselijke wereld, maar om in staat te zijn deze te verlaten. Akkoorden afsluiten die de werking van Prakriti laten voortduren is dus een afremming naar de opgang tot de yoga.

      Uit dit alles blijkt dat AHIMSA een positieve ingesteldheid is die niet bestaat omwille van de zichtbare resultaten die ze zal teweeg brengen, maar enkel en uitsluitend terwille van het ZELF wiens ei­genschap ze is,gevangen in de greep van Prakriti die ons verblindt en in onwetendheid vasthoudt.

      Het resultaat van hem die geweldloosheid toepast mogen we zien als een afstraling van vrede en vriendelijkheid. In deze optiek is het duidelijk dat Vyasa alle andere onthoudingen in geweldloosheid te­rugvindt.

      Tenslotte wijst Patanjali er verder op (Y.S. 2-31) dat de yogi steeds door de wet van geweldloosheid gebonden is : noch persoon, noch plaats of tijd, noch omstandigheden, mogen een excuus zijn.

      Met enige geruststelling lezen we echter bij TAIMNI dat de yoga­beoefenaar steeds datgene moet doen wat hij meent het goede te zijn en niet datgene wat anderen hem zeggen het goede te zijn. In­ dien het blijkt dat dit echter niet het goede is, dan zal lijden zijn deel zijn en hem op het goede spoor brengen om hem te tonen waar het goede is. De juiste gedragslijn, aldus de commentator, is deze en zij is van het allergrootste belang voor de yogi.

      Zou men uit dit alles niet kunnen besluiten dat AHIMSA tenslotte een metafysische wet is ?

                                                            W.INGELS
                                                            Yogaleraar
                                                            Halasana.
                                  -oOo-

      01-05-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
      » Reageer (0)
      08-05-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE YOGA-SUTRA VAN PATAÑJALI -Boek 2 : SADANAPA vervolg 4
      16 

                   DE RESULTATEN VAN DE ETISCHE TREDE.  -Sutra 2.35 tot 2.48.

      3. Resultaten van YAMA - De onthoudingen.

          1°AHIMSA = Geen schade berokkenen aan anderen . Door het nastreven van  Ahimsa
                                 verdwijnt vijandschap.  

       img157/852/scannenjpg235tu4.jpg 
         ( Wanneer de yogi ) standvastig gegrondvest is in de onthouding van schade-berokkening, leggen (andere levende wezens) in zijn aanwezigheid hun vijandschap af.
      In deze en de volgende sutra's  (35-39) worden de wonderbare effecten van de vijf onthoudingen aangegeven. In sutra 4O tot 50 worden de wonderbare effecten aangeduid van de positieve voor-schriften . Het wonderbaar effect van nooit kwaad te berokkenen is dat bev.dieren die van nature uit vijanden zijn, zoals kat en muis, roofvogel en klein gevogelte, hun vijandfschap afleggen in de aanwezeigheid van de yogi die deze onthouding heeft veroverd.

          2°SATYA = Waarachtigheid nastreven . Door het nastreven van SATYA  worden uw wensen 
                                vervuld.

          img155/3318/scannenjpg236dm6.jpg

      (Wanneer de yogi ) standvastig gegrondvest is in waarheid , (is de yogi's woord of wens) de waarborg van werkelijkheid en van de gevolgen.
      Indien de yogi iets zegt of wenst in verband met iemand anders, dan worden deze woorden of wensen verwezenlijkt in die andere. 

          3°ASTEYA = Onthouding van diefstal. Door het nastreven van ASTEYA valt rijkdom u te
                                  beurt.

          img243/1645/scannenjpg237wx6.jpg

      (Wanneer de yogi) standvastig blijft in onthouding van diefstal, komen alle edelgesteenten naar hem.
      Hoe dit te verklaren ? Is het misschien geestelijke rijkdom ? 

          4°BRAHMACHARYA = Sexuele beheersing . Door het nastreven van BRAHMACHARYA
                                                    verkrijgt de yogi buitengewone kracht. 

           
          
      (Wanneer de yogi ) standvastig in kuisheid is, bekomt hij buitengewone kracht.
      Die zelfbeheersing wordt beschouwd als productie van grote kracht ; niet enkel op geestelijk, maar  ook fysisch. Brahmacharya  is de leerperiode die in het Vedisch stelsel  gekenmerkt wordt  door inachtneming van het celibaat. Brahma = het Eerste levend wezen, schepper en bestuurder van
      de cosmos. Acarya = een leraar die zelf voorbeeld is van zijn leer . 

          5°APARIGRAHA = Het afwijzen van giften.. Door het nastreven van APAR IGRAHA, be-
                                           komt de yogi levenskennis.

           img254/2637/scannenjpg239qu4.jpg
       
      'Wanneer de yogi ) standvastigheid heeft verworven in het afwijzen van giften, bekomt hij perfecte kennis van de omstandigheden van zijn (huidig en toekkomstig) leven 
      Het woord  'kathamata' betekent ' hoe-heid' , 'wanneer- heid , waar-naartoe-heid enz...De yogi verkrijgt kennis van alle détails van wat hij was, en is, en zal zijn.

      4. Resultaten van NIYAMA. Positieve voorschriften.
          
          1°SAUCA = Zindelijkheid. Door toepassing van SAUCA ontstaat er afkeer van stoffelijke
                               dingen.

           img99/9306/scannenjpg240pb2.jpg

      Als gevolg van zindelijkheid ontstaat er afkeer van zijn eigen ledematen  en vermijden van contact met andere (lichamen).
      Het lichaam is vol vloeistoffen , slijmen en vochten ; op stoffelijk gebied zijn het bevlekkingen.


              img296/5207/scannenjpg241zn6.jpg

      Hij bekomt ook zuiverheid van Sattvam, blijde gemoedstemming, éénpuntige aandacht , beheer-    van de zintuigen en geschiktheid om zijn eigen Zelf te zien.
      Sutra 40 sprak van de gevolgen van uitwendige zindelijkheid ; deze sutra heeft het over de inwen- dige zindelijkheid. De uitwendige eigenschappen van sattvam kunnen de uitwendige glans zijn van  de diepe inwendige eigenschappen. 

          2° SANTOSA.  = Tevredenheid.  Door topassing van Santosa ontstaat er onovertroffen 
                                        vreugde. 

                 img515/1903/scannenjpg242yu9.jpg

      Als gevolg van tevredenheid is er onovertrefbare vreugde 
      Tevredenheid in alle toestanden belet alle golvingen van verlangen, afkeer, schrik of angst. Door de vijf onthoudingen worden alle verlangens uitgedoofd. Vreugde bestaat in het verwezenlijken van  iemands doeleinden  ; indien er dan geen andere verlangens zijn, en de onthechting aan aardse din- gen volledig is, is het niet te verwonderen dat zulke yogi onovertrefbare vreugde geniet.

            3° TAPAS. = Zelfkastijding .Door toepassing van Tapas  ontstaat er lichamelijke perfectie.

            img186/5150/scannenjpg243bb1.jpg

      (Buitengewone) perfectie van lichaam en organen is het gevolg van zelfkastijding, omwille van het verdwijnen van onzuiverheden.
      Aangezien Sattvam meer en meer overheersend wordt door onthechting aan wereldse belangen, werkt dit Sattvam zich meer uit in de ledematen en in de zintuiglijke organen.

           4° SVADHYAYA. = Geestelijke oefening. Door toepassing van SVADHYAYA  ontstaat er 
                                              vereniging met de godheid die men verkiest.

           

      Gevolg van geestelijke oefening is gemeenschap met de god die iemand verkiest.
      In feite worden er verschillende goden of hemelingen vereerd ; of die afzonderlijk bestaan of ver- schillende aspecten zijn van één enkele god , hangt af van de verschillende scholen.

             5° ISVARAPRANIDHANA. = Devotie tot de Heer. Door toepassing van Isvarapranidhana
                                                               ontstaat er eveneens toegang tot perfecte verzinking.

              img172/2528/scannenjpg245pg8.jpg

      Als gevolg van devotie tot de Heer is er volmaaktheid van verzinking.
      Door de opoffering van de yogi's daden aan de Heer en de vredevolle gelatenheid van de vruchten ervan,  wordt verzinking bekomen.Deze verzinking ontstaat niet door concentratie, maar door ge-
      nade 

      5. ASANA - lichaamshouding.
          1° Omschrijving.
               Patañjali geeft als âsana enkel de beweegloze zithouding die zonder spanning geruime tijd kan volgehouden worden .

           img113/7886/scannenjpg246ud5.jpg

        Een beweegloze zitwijze die volgehouden kan worden met gemak, (is de yoga-zitwijze)
      .Een zekere strakheid is nodig om verstorende lichamelijke bewegingen te beletten en verstrooïngen te verhinderen. Teveel strakheid kan het de yogi ongemakkelijk maken en daardoor verstrooïngen veroorzaken. Teveel comfort verwekt slaperigheid , bedwelmt de aandacht en brengt eveneens verstrooïng teweeg;  Patañjali zegt dus dat de lichaamshouding vast en gemakkelijk moet zijn . uiteindelijk moet âsana leiden tot een onbeweeglijkheid van het lichaam dat men vast en ontspannen rechtop kan zitten . Een soort gevoelsneutraliteit kan daardoor optreden die zelfs kan leiden tot het niet meer ondergaan van de omgeving (warmte, koude, zintuiglijke contacten met de buitenwereld).
       In de volgende sutra geeft Patañjali aan hoe dit kan gebeuren.   


             img440/3999/scannenjpg247up4.jpg           

      (Deze ideale zitwijze bereikt men) door deze twee middelen , het afzwakken van inspanning en de  mentale vereenzelviging met het oneindige.
      Teveel inspanning vraagt teveel aandacht en energie, zodat er maar weinig meer overblijft om de  nodige concentratie te verwezenlijken . Het mentale complex moet zich verliezen in iets dat onbe-perkt is, zodat het zich daarin vergeet; Patañjali  stelt het resultaat ideaal voor door te verklaren dat er dan niet langer aanvoeling is van de paren der tegengesteldenzols koude en hitte, honger en  dorst enz...

               img250/628/scannenjpg248ar8.jpg

      Dan (is de yogi) niet langer aangetast door de paren ( der tegengestelden ).
      De paren der tegengestelden zijn dus zoals gezegd, warmte en koude, honger en dorst . Dergelijke lichamelijke status bevordert het stilleggen van het denkvermogen. Voor een buitenstaander is de- ze praktijk echter niet zo eenvoudig en zal ongetwijfeld oefening en voorbereidende inleving vragen.

          2° Praktische toepassing en resultaat.
      Met de bedoeling de yoga-praktijk aan te leren en vooral wat âsana betreft , (de door Patañjali bedoelde zithouding), worden her en der cursussen ingericht. We kunnen er zeker van zijn dat dergelijke inleidende oefeningen in het bijzonder de westerse mens aanspreken omdat de uitwerking ervan vooral op lichamelijk vlak grote invloed heeft. Men vergeet daarbij dikwijls dat er ook een wederzijdse en niet te onderschatten beinvloeding van lichaam en geest bestaat . De lesgevers spelen daarin een belangrijke rol. Hij of zij moeten daartoe eveneens de nodige opleiding genoten hebben. Zij worden verondersteld eveneens de nodige waarschuwingen en aanwijzingen te kunnen aanreiken , en de nodige ondervinding en vaardigheid te bezitten om de âsana-lessen te leiden.
      In verband met ASANA verwijs ik hier naar m.y.b. nr.5-( Wel en wee van Halâsana: uit mijn notaboekje 1968)- m.y.b. nr. 9- (-De synthese -Hoe zal de yoga-beoefenaar de yoga-houdingen uitvoeren ?)- m.y.b. nr 10  (Verdere uitbreidng : Koelman- De lichaamshouding.)

      In de volgende aflevering wordt Pranayama behandeld, de vierde trede van de patañjala-yoga..

      08-05-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
      » Reageer (0)
      15-05-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. De Sutra VAN PATAÑJALI -Boek 2 : SADANAPA vervolg 5 Pranayama.
      17. 

              PRANAYAMA  (regeling van de ademhaling) en  PRATYAHARA (afsluiting zintuigen)
             Einde van boek 2  - ( Sutra's  2.49 tot  2.55 ).
           
      1- PRANAYAMA .
           Vooraf wil ik de aandacht vestigen op het feit dat de Pranayama in de Patañjala-yoga niet dezelfde is als de Pranayama die bv. in de Hatha-yoga beoefend wordt. De stura's die over  de
      Pranayama van het achttredig pad handelen geven  a.h.w. alle  nodige uitleg en inlichtingen daar-omtrent. Het is de bedoeling om via de regeling van de ademhaling tot volledige ontspanning en rust te komen. Lees de teksten met bijkomende uitleg van Koelman . Bestudeer de inhoud van het artikel dat in in 1983 heb toegevoegd aan de onderrichting voor Yogacharya. Tracht deze prana-
      yama  hier als adembeheersing in praktijk om te zetten.

         img183/1828/scannenjpg249cn6.jpg

      Wanneer deze (perfecte zitwijze) er is, komt de geregelde ademhaling, die bestaat in de afsnijding  van de inademings- en uitademingsbeweging .
      Wanneer door de zitwijze  het lichaam  stijf en stil is, kan men zonder veel moeite de perfecte adem- haling bekomen. De belangrijkste van de lichamelijke oefeningen is de 'pranayama' of de regeling van de ademhaling. Iedereen weet bij ondervinding dat er een verband bestaat tessen de manier van ademen en de gemoedstoestanden. De yoga van Patañjali tracht door het aanwenden van zekere ademhalingsmethoden bepaalde psychische gemoedstoestanden teweeg te brengen.
      Waaruit bestaat deze Pranayama : Patañjali geeft de soorten aan.


         img514/9375/scannenjpg250yx3.jpg

      De uitwendige, de inwendige en de beweegloze  (adem) golving , geregeld wat plaats, tijd en aan- tal betreft is de lange en subtiele (ademcontrole)
      Het is niet zozeer het in- en uitademen dat geregeld moet worden ; het is eerder de beweegloze fa- se na de inademing en na de uitademing. De beweging die nodig is om te ademen moet vetraagd  worden zodat de drie fasen langer duren; daardoor verminderen de bewegingen in aantal. Het pro- ces van ademen moet ook door verschillende gedeelten van het lichaam gebeuren  (dat is de plaats)
      De commentator Bhojaraja  (in Rajamartanda -11eeuw) zegt daarover het volgende :" De regeling van de ademhaling, bestaande uit het drievoud , nl. uitademen, inademen en vasthouden van de adem , bindt het denkorgaan tot standvastigheid, omwille van zijn éénpuntigheid , omdat alle golvin-gen van de organen voorafgegaan worden door de golvingen van de ademhaling. Daarbij komt nog ,
      dat wegens de overeenstemming van de respectievelijke functies van denkvermogen en ademhaling, wat werken en rusten betreft, de afremming van de ademhaling  de éénpuntigheid van het mentale complex veroorzaakt, daar alle golvingen van de gevoelsorganen belemmerd worden ; en dit heeft  voor gevolg dat alle vlekken van het denkvermogen afnemen , omdat, naar wij vernemen uit de Heilige tekst, deze golvingen van verstrooidheid  veroorzaakt worden door deze vlekken" (G.M. KOELMAN  in het boek  Patañjala Yoga ).
      Er bestaat nog een vierde soort adembeheersing., die, zoals Patañjali zegt, verder  gaat dan hetgeen
      waarmede de eerste drie te maken hebben .

         img176/4184/scannenjpg251xd9.jpg

      De vierde (ademcontrole) gaat verder dan het geen waarmede de uitxwendige en de inwendige (contole)  te maken hebben .
      De uitwendige  bestaat in het langzaam en zacht uit jagen van de lucht  ; de inwendige in het lang-zaam en zacht innemen van lucht . Deze bewegingen gaan gepaard met het buiten houden en het bin- nenhouden van de lucht die ook moeten verlengd worden . Deze vierde controle is dus verschillend. De drie eerste gebeuren langs demond ; de inneming na het buitensluiten gaat vlug ; het stoppen na de inademing is ook een vlugge beweging. De vierde pranyama bestaat ehter i  het ademen door het uitzetten en het intrekken van de buik, niet door een beweging van de mond en de keel. Ze bestaat hoofdzakelijk in het langer en langer inhouden, zonder spanning, van een minimum lucht. Het inade-men na het verlengde buitensluiten mag niet bruusk zijn. Het moet zacht en langzaam gebeuren ; zo- ook moet  het uitademen na een verlengd inhouden van de lucht bijna gevoelloos voleindigd worden. (vooral de beweging van het middenrif speelt hier een belangrijke rol) . 

      Wat is het gevolg van de Patañjala- Pranayama ? Het antwoordt staat in de volgende sutra's :
          1° De overdekking van de helderheid (Sattvam) verdwijnt .
          2° De denkjfunctie wordt geschikt tot fixeren.


        

      Als gevolg hiervan verdwijnt de overdekking van (sattva) helderheid
      Het verduisterende Tamas houdt op het Sattvam van de bewustzijnsfunctie te overdekken, en zo  kunnen de subtielste dingen in die functie weersiegeld en waargenomen worden..Wanneer het pro-ces verdiept ontstaat er een beginnend gevoel van aanwezigheid bij zichzelf, een vaag realiseren van de aanwezigheid van de geest in zijn lichaam. Dit soort inwendige bewustzijn breidt zich bij meer concentratie op zichzelf  uit in omvang en diepte en daardoor wordt ge geest klaar gemaakt voor on- beweeglijke aandacht.

         img209/6986/scannenjpg253pu7.jpg

      Eveneens wordt de denkfunctie geschikt voor de  (oefeningen) van fixeren.
      Een diepe concentratie vereist een langzame en subtiele ademhaling, waarin de denkfunctie volledig  dus volledig betrokken is. Daardoor zal het beter gaan om een object te fixeren , terwijl op een op- pervlakkige en onrustige  ademhaling de denkfunctie her en der zal rondfladderen

            2.  . PRATYAHARA  ( Het terugtrekken of afsluiten der zintuigen).

      De vijfde trede van de Patañjala-yoga is Pratyahara. Het is de terugtrekking van de zintuigen  dwz.
      het niet meer gevoelig zijn voor uitwendige prikkels  van welke aard ook. Deze prikkels worden dus niet meer naar de denkfunctie gestuurd . Er is dus een stilstand in de toevoer  van prikkels , behalve  voor deze welke uitgezonden worden door het object van de concentratie zoals Patañjali zegt  in de  volgende sutra.

         img527/7773/scannenjpg254tn7.jpg

      De afsluiting van de zindtuigen bestaat hierin, dat deze als het ware,de natuur van het mmentaal comples (in verzinking)nabootsend , (in zo ver dat ze ) niet in contact komen met hun eigen objec- ten .
      Indien de concentratie perfect is wordt er volstrekt niets  in de bewustzijnsfunctie op gevangen  (concentratie van afsluiting), of ten hoogst enkel één punt (in de concentratie met objectief bewust- zijn). Het mentaal complex is dus vrij van determinaties,  zelfs van zijn eigen vorm , bv. de bewust- zijnsfunctie, van de ego functie, van het proces van waarnemen. Om dit mogelijk te maken mag er  geen object van buiten uit in de denkfunctie  binnendringen. De zintuigen moeten dus afgesneden zijn van hun eigen objecten. Het is de oefening die als brug  of overgang fungeert tussen  het  lichamelij-ke en het etische vlak. Het is het psychologisch niveau van de mentale oefening waarin de zintuigen zich a.h.w. nar binnen keren.. Als dusdanig maakt Pratyahara ook deel uit van het psychologisch ni- veau . Het resultaat van Pratyahara  wordt door Patañjali in de laatste sutra van het tweede boek  omschreven als volkomen meesterschap over de zintuiglijke organen.

          img47/8916/scannenjpg255ui7.jpg
      Daaruit volgt het volkomen meesterschap over de zintuiglijke organen.
      Indien de zintuigen niet langer reageren op de prikkels van de uitwendige objecten, niet omdat er iets in de zintuigen hapert, maar omdat hun kenniskracht van binnen in afgesloten is, heeft men van zelfsprekend het hoogste meesterschap over de zintuigien bereikt. Dan kan de bewustzijnsfunctie, onaangetast door om het even welk object, het bewustzijnslicht weerspiegelen zonder de minste verkleuring . Wanneer de denkfunctie aldus op één punt gericiht is en er geen associaties of gedach-ten omtrent dit punt bestaan , wanneer de lichaamsactiviteit  beperkt is tot de elementaire vegetatie- ve functies en de ademhaling regelmatig en traag verloopt , wzanneer er geen passies of verlangens of angsten zijn, dan kan Pratyahara verwacht worden. Buiten het object van de concentratie is er geen interesse en wordt er dus geen ander beeld naar de denkfunctie overgebracht  (zelfs indien er een fysisch beeld op netvlies zou vallen). Het meesterschap over de zintuigen is maw. een feit  en  de perfecte concentratie kan bereikt worden  waardoor ook alle kwellingen afgezwakt worden , en dit is het doel van de Kriya-yoga zoals Patañjali zegt in sutra 2.2. Van hier kan de toepassing van de in-wendige middelen of de Antaranga  plaats hebben. Dit deel van  het achttredig pad zal aan bod ko-men in het derde boek : VIBHUDIPADA ;


       

      YOGA-INSTITUUT HALASANA V.z.w.


       OPLEIDING YOGACHARIA


                              PRANAYAMA IN DE PATANJALA-YOGA.


       ,Wat men vooraf dient te weten.

       

      De Patanjala-Yoga, ook nog klassieke - of Raja-yoga genoemd, wordt zowel wat haar praktische toepassing als wat haar filosofische ba­sis betreft, uiteengezet in de yoga-sutra's van Patanjali.

      Evenals de andere orthodoxe darsana's (zienswijzen), nl. Mimansa, Vedanta, Sankhya, Nyaya en Vaicesika, hun eigen sutra's hebben, heeft ook de yoga-darsana haar sutra ,waarin het pad wordt aan­gegeven tot het bereiken van Zelfrealisatie. Dit pa~ is alomgekend als het achttredig pad van patanjali.

      Andere vormen van yoga hebben eveneens een pad, maar alle paden omvatten niet allemaal evenveel treden. Zo telt het pad van Hatha­ yoga slechts zes treden. De yoga van de Gheranda-Samhita heeft, e­venals de Jnana-yoga zeven treden, terwijl de Bhakti-yoga een pad heeft van negen treden. Nog andere vormen van yoga-paden vindt men in de Bagavad-Gita zoals de karma-yoga. Ook de yoga van Sri Auro­bindo heeft een yoga-pad.

      Vele westerse yoga-beoefenaars bewandelen,bij gebrek aan inzichtwellicht, verschillende van deze paden tegelijk. Aangezien een pad eigen is aan een bepaalde soort yoga en aangezien een soort yoga bij één of andere filosofische strekking (darsana) thuishoort, volgt daaruit dat vele mensen en zelfs vele yoga-leraars niet we­ten welke darsana ze eigenlijk volgen of welke strekking ze voor­hebben.

      Wie echter de klassieke yoga van Patanjali wil volgen zal de yoga­darsana als strekking voorstaan en dus de Zelfrealisatie trachten te bereiken via het achttredig pad van de Patanjala-yoga. Men vindt het volledig onderricht zowel theoretisch als praktisch in de yoga-sutra's. Men kan het ermee doen, maar men moet de yoga-su­tra's leren begrijpen en vooral er leren mee-werken.

      Dat de Patanjala-yoga. met haar darsana volkomen origineel is en een wijdvertakte invloed uitoefent op alle andere vormen van yoga; werd reeds voldoende aangetoond in de artikelen van "HALASANA" en vooral in de Synthese (uitgave 'patanjala-yoga - een synthese van de yoga-filosofie' - 1979).

      Deze originaliteit treedt zeer merkwaardig en zeer duidelijk op de

      voorgrond wanneer we het hebben over PRANAYAMA. We vinden pranaya­ma als de vierde trede op het yoga-pad. Ze behoort tot de uitwen­dige middelen van de yoga-beoefening.

       

      Pranayama is in het achttredig pad een zeer belangrijke schakel in de poging om het mentaal complex tot rust te brengen  pranayama werkt met de andere uitwendige middelen samen om de kwellingen (klesa's)af te zwakken welke oorzaak zijn van onze gehechtheid .
       

      In sommige vormen van yoga maakt pranayama geen deel uit van het pad zie Jnana-yoga, Karma-yoga, Bhakti-yoga e.d.), terwijl ze in nog andere vormen van yoga, zoals in de Hatha-yoga, in de Tantra ­yoga, in de yoga van Aurobindo e.d., een andere rol speelt dan in de Patanjala-yoga. Deze andere rol veronderstelt een beheersing van prana, de cosmische energie in het lichaam en het bereiken van een evenwichtige prana-werking die tot een stabiele en gezonde staat van het lichaam en het mentaal complex zal leiden. Aan deze 'pranayama gaan de reinigingstechnieken vooraf, opdat de nadis (=prana-kanalen) zuiver zouden zijn.Diverse en soms moeilijke asa­-

      na's, ademtechnieken en mudra's spelen in deze vorm van pranayama een zeer intense rol. De kern van de Hatha-yoga is trouwens de pranayama die de levenskrachten doet beheersen om aldus de mens tot een goddelijk niveau te verheffen. Ook in de Tantra-yoga' neemt pranayama een heel bijzondere plaats in. Vooral lange geforceerde kumbaka's (het inhouden van de adem) moeten de yogi in staat stel­len de ingewikkelde visualisatieoefeningen te doen die typerend zijn voor het tantrisme. Ook het opwekken van kundalini doorheen de chakra's langs de shushumna (nadi), is het resultaat van een andere soort pranayama dan deze welke Patanjali voorschrijft.

      In Georg Feuersteins "Handboek voor Yoga" lezen we i.v.m. pranaya­ma in de Patanjala-yoga (zie blz. 202)

      "De belangrijkste vormen van levenskracht zijn prana en ap~na die verantwoordelijk zijn voor het inademen en het üitademen van fysieke lucht. Hun onafgebroken werkzaamheid wordt geacht de oorzaak te zijn van de rusteloosheid van het denken. Het tilleggen ervan is het hoofddoel van pranayama­. "

      De pranayama in de Patanjala-yoga wordt dus aangewend om de onre­gelmatigheden van het ademen, die de concentratie van de yoga-be­oefenaar verstoren, te herstellen.

      Pranayama krijgt bijgevolg haar betekenis naargelang het pad waar­in ze voorkomt. Wanneer men dit duidelijk wil inzien en de prana­yama van de Patanjala-yoga niet zal vervangen door de pranayama van de Hatha-yoga e.a., zodanig dat men niet langer geneigd is verschillende yoga-paden tegelijkertijd of door elkaar te bewande­len, dan kan men de pranayama-trede in praktijk brengen.

      Patanjali was zeker op de hoogte van het bestaan en de betekenis van prana, de cosmische energie die van oudsher in de Arthava-veda en in de Yogasika-upanishad o.a. werd omschreven. In het derde boek van de yoga-sutra dat handelt over de resultaten van samyama (concentratie, bestaande uit de drie inwendige middelen), zien we trouwens hoe de yogi bepaalde vermogens krijgt, die hem in staat stellen de algehele werking van prana in al haar fa­cetten te beheersen.

      Zowel voor de betekenis als voor de uitvoering van de pranayama trede in de Patanjala-yoga zijn we aangewezen op de yoga-sutra's en op de commmen-taren van deze sutra's.

      De sutra's zijn volgens G. Feuerstein de "klassiek~" formulering van het filosofisch standpunt van een bepaalde strekking (zie blz. 110 "Handboek voor Yoga"). Deze formulering, en dit geldt voor de sutra's van elke darsana, is zeer beknopt en voor de oningewijden soms zeer moeilijk te begrijpen. Vooral indIen het praktische aan­wijzingen betreft, zoals dit o.a. het geval is met pranayama in het pad van de yoga-darsana. Dan is de moeilijkheid des te groter. De meest originele denkers van elke darsana hebben echter door het opstellen van commentaren een grote bijdrage geleverd tot het be­ter begrijpen van de sutra-teksten. Zo bestaan over de yoga-sutras van Patanjali menige commentaren, maar ze zijn niet allemaal even betrouwbaar omdat ze niet allemaal geschreven zijn door meesters die de yoga-darsana en haar dualistische strekking genegen waren; in menige gevallen wordt de bedoeling van patanjali geweld aange­daan omdat andere strekkingén de bovenhand hebben. De geInteres­seerden kunnen in het reeds vermelde handboek voor yoga op blz. 110, 111 en 112 hierover meer vernemen.

      Voor de verdere uitleg over pranayama in het achttredig pad van Patanjali verwijst HALASANA met betrouwbare zekerheid naar de com­mentaren van Vyasa en Vacaspati Misra. Beide commentaren zijn ver­enigd in het boek "The Yoga System of patanjali" door J.H. Woods, en in het boek "Yoga Philosophy of patanjali" door Swami Harihara­nanda Aranya, University of Calcutta.

      Heel merkwaardig in dit laatste boek zegt de auteur Hariharananda over de yoga-sutra's wat volgt: (blz. 4)

      "De yoga-sutra is het oudste werk onder de zes Indiase fi­losofische systemen, die de autoriteit van de Veda's aan­vaarden. Het bevat geen verwijzingen, noch goedkeurende,

      noch afkeurende, over het onderricht of de meningen van enig ander filosofisch systeem. Haar sutra's of aforismen willen alleenlijk haar eigen leerstellingen bewijzen en niet de leerstellingen van andere systemen weerleggen zo­als de latere filofische werken doen."
       
      Samen met het gebruik van
      de eigen uitgaven van HALASANA heeft de studie van voornoemde commentaren ons nogmaals aangezet tot het ontwarren van één van de knopen waarin nog vele yoga-beoefenaars en helaas ook yoga-leraars verstrikt zitten.

      De Praktijk

       

      De uitvoering van de vierde trede van het achttredig pad, nl.de pranayama, de aanbevelingen en de te verwachten resultaten, werden opgetekend uit het boek "Yoga Philosophy" van Swami Hariharananda Aranya. Voor de betekenis wordt er eveneens verwezen naar de "syn­these" en de "Sutra's", eigen uitgaven van HALASANA. Het geheel is gebaseerd op de commentaren van Vyasa en Vacaspati Misra uit het boek "The Yoga System of Patanjali" van J.H. Woods.

      Wanneer er deze (perfecte zitwijze) is, komt de geregelde ademing, die in het afsnijden van de inademings- en uitademingsbeweging be­staat. (YS. II-49)

      Na de perfecte uitvoering van asana komt pranayama. Ze bestaat er­in de processen van het inademen van buitenlucht en van het uita­demen van binnenlucht te onderbreken.

      Volgens Hariharananda bedoelt patanjali hier niet rechaka (uitade­men), puraka (inademen) en kumbaka (inhouden of onderbreken). De

      drie pranayama's zijn de volgende:

                    1.,Wanneer de lucht na de inad~ming niet uitgedreven

      nbsp; wordt, is er een halte in di beweging van de adem :

      dit is pranayama.

      2. Wanneer er na de uitdrijving van de lucht geen be­weging is die opnieuw lucht laat binnenstromen, is er een halte in de beweging van de adem: dit is e­veneens pranayama.

      3. Het ophouden van de adem zelf na het inademen of na

      het uitademen is pranayama.

      De ene pranayama zal dus na de andere uitgevoerd worden. Hoe meer men er in slaagt elke pranayama en de rust daartussen te verlengen hoe rustiger de geest zal worden.

      Pranayama als onderbreking van de beweging na de uitademing. wordt in sutra 34, eerste boek, door Patanjali aangegeven als een middel om mentale standvastigheid te verwerven.

      "ofwel ontstaat (de mentale vastheid) door het buitenslui­ten en het     inhouden van adem."

       

      Het uitademen moet gekoppeld worden aan een voorstelling van leeg­te die, samen met het ledigen van de longen, ontstaat in de geest.

      Aldus Hariharananda. De sutra maakt geen gewag van inademen omdat de staat van leeg-zijn alleen maar mogelijk is tijdens of na het uitademen. Het stoppen van de beweging na het uitademen ontspant de zenuwen van het lichaam en de geest geraakt in een soort lege en inactieve staat. Men moet er nadien voor zorgen dat deze staat zoveel mogelijk behouden blijft tijdens de natuurlijke inademing en de daaropvolgende uitademing.

      Het uitademen gebeurt langs beide neusgaten met een constante aan­gepaste kracht welke voortgebracht wordt door de lage ademhaling.

      Het lichaam en vooral de borst, zullen niet bewegen. Men moet de longen niet volledig leeg maken zodat het onderbreken van de bewe­ging als het ware ineenvloeit met de uitademing. Het stoppen na iedere uitademing zal verlengen naarmate de geest vaster wordt in de leegte, want het vasthouden van de adem op een natuurlijke wij­ze zonder inspanning om de adem in te houden,is te benadrukken. De­ze pranayama is zeer geschikt om vastheid van geest te verwerven.

      Men kan zich afvragen hoe lang de adembeweging met inhouden na het uitademen,moet volgehouden worden. Het antwoord is zeer eenvoudig. Het vasthouden van de adem is het zo lang mogelijk verblijven in deze staat van leegte van de geest. Tijdens deze vasthouding zal er zich geleidelijk aan een gevoel van lichtheid uitspreiden over gans het lichaam. Naarmate men vordert zal dit gevoel ook langer volgehouden kunnen worden. Het is aan elk individu er zelf aan te werken.Deze pranayama kan afzonderlijk beoefend worden. Ze is zeer geschikt om vastheid van het mentaal complex te verwerven.

      Terugkerend naar pranayama in sutra 2.49 is er dus eveneens spra­ke van de staat van leegte waarin de geest moet gebracht worden, terwijl men de ene pranayama na de andere uitvoert. De perioden van afsnijden of onderbreken van de beweging zullen daardoor ge­leidelijk aan verdiepen en verlengen. Een voorafgaande voorwaarde is "perfecte zithouding", een stabiele en toch comfortabele zit­wijze die geen afleiding of verstrooing doet ontstaan.De betekenis van deze sutra is, dat de onderbreking van de beweging van de binnenstromende lucht, zowel als van de naar buiten stromende lucht, pranayama is. De wijze waarop deze onderbrekingen kunnen gebeuren wordt uitgelegd in de volgende sutra.

      "De uitwendige, de inwendige en de beweegloze (adem) gol­ving, geregeld wat plaats, tijd en aantal betreft, is de

              lange en subtiele (ademcontrole)." (YS. 2-50)

      Patañjali gebruikt de termen "bahya-vrtti" = uitwendige golving, "abhyantara-vrtti" = inwendige golving, en "stambha-vrtti" = stil­staande golving of onderbreking, in plaats van rechaka (uitademen) puraka (inademen) en kumbaka (inhouden). Deze laatste termen zijn ook van latere datum en ze hebben niet dezelfde betekenis als wat Patanjali bedoelt met het onderbreken van de beweging die deze in­en uitademing doet plaats hebben.

      De proceduren van rechaka - puraka - kumbaka zijn volgens Háriha­rananda gekoppeld aan een inspanning waarbij men bv. zekere delen in het lichaam zal samentrekken of opspannen. Het is trouwens dui­delijk dat het organisme slechts onder druk gedwongen kan worden om langer dan twee à drie minuten zonder zuurstof te zijn. In de Hatha-yoga noemt men deze inspanning "bandha's", nl. mula-bandha (contractie van anusspier en rectum), uddiyana-bandha (contractie van de buik, middenrif) en jalandhara-bandha (contractie van de

      keel). De uitvoering van kechari-mudra is gelijkaardig. Als resul­taat van deze inspanningen worden de zenuwen aangezet tot- onder­breken van hun normale functies of prikkels en men kan de adem en de lever.senergie of prana dwingend opschorten. Maar deze oefenin­gen leiden niet tot het stilleggen van de wervelingen van het men­taal complex. Niets belet ons evenwel, teneinde het lichaam en het ademhalingsstelsel te oefenen en te sterken, deze praktijken uit te voeren. Men dient wel indachtig~te zijn dat ze geen deel uitma­ken van de vierde trede van het pad van de patanjala-yoga. Al deze inspanningen kan men niet uitvoeren met een week lichaam en daarom bestaan ook de diverse houdingen en oefeningen om het lichaam per­fect gezond en stevig te maken.


      Uitvoering 

      1. ... met inachtneming van plaats (of ruimte)

      De plaats bevindt zich ofwel in de uitwendige ofwel in de' in­wendige ruimte. De uitwendige ruimte strekt zich uit vanaf de top van de neus tot waar de luchtstroom reikt. De inwendige ruimte wordt gevormd door het ganse lichaam, vertrekkend vanuit de hartstreek tot de top van het hoofd en tot aan de voetzolen.

      a) Pranayama, uitgevoerd met inachtneming van de plaats tot waar de uitademingsstroom zich uitstrekt, beginnend vanaf de neus, is regeling met observatie van de uit­wendige ruimte.

      b) Pranayama, uitgevoerd met inachtneming van de plaats tot waar de ingeademde lucht binnen in het lichaam ge­voeld wordt. In werkelijkheid gaat de lucht niet verder dan de longen, maar een uitzettend gevoel verspreidt zich doorheen gans het lichaam bij het inademen, en een terugtrekkend gevoel heeft plaats bij de uitademing ;

      dit gebeurt door het sattvische vermogen van bewustzijn.

      In het begin observeert men aldus gans de interne ruim­te, in het bijzonder tot de voetzolen en de handpalmen. Wanneer dit zonder weerstand gebeurt, verwekt dit een gevoel van aangenaamheid en heeft dit een goed resul­taat. Wanneer dit aangenaam gevoel ontbreekt, is het resultaat negatief en kan er ziekte verwekt worden.

      Beide uitvoeringen hebben voor gevolg dat de beweging van de a­demhaling geleidelijk aan zachter wordt en dit veroorzaakt ge­leidelijk aan een zeer subtiele en steeds langer wordende on­

      derbreking. De sattvische werking in het lichaam verhoogt het aangenaam gevoel,en vanaf dan kan de prana-werking gestopt wor­den zonder inspanning. De kracht van beheersing wordt uitzon­derlijk sterk ingevolge de inertheid van het lichaam. Alhoewel zowel de inwendige als de uitwendige pranayama beoefend wordt, geeft de auteur toch de voorkeur aan de uitwendige (sutra 1-34) omdat het vermogen tot de derde pranayama (stambha-vrtti) spon­taner optreedt na de onderbreking volgend op een uitademing. Men dient er eveneens rekening mede te houden dat volledig vol­le longen en totaal geledigde longen de derde pranayama niet spontaan zullen aanvaarden; in dit geval is alleen de inwendi­ge of uitwendige pranayama mogelijk.

      2... met inachtneming van tijd

      De uitgestrektheid in tijd tot waar het bedwingen van de bewe­gingen van de adem geen spanning veroorzaakt, noch voor het uitademen noch voor het inademen van de lucht, vormt een Udgha­ta. Men mag dus niet gehaast zijn om na het uitademen opnieuw in te ademen of niet gehaast zfjn na de inademing opnieuw uit te ademen. Men moet geleidelijk aan de bewegingen van de adem­stroom leren bedwingen zodat de rustpozen tussen deze bewegin­gen steeds groter worden.

      Normaal duurt 1 ademhaling 4 seconden (15 x per minuut). Op de­ze basis leert men gedurende de tijd van 12 normale ademhalin­gen één Udghata uit te voeren, d.w.z. uitademen, stoppen, ina­demen en stoppen duurt 48 seconden (men noemt dit de eerste Udghata). Men kan aldus verder gaan en de tweede Udghata toe­passen, d.w.z. uitademen, stoppen, inademen en stoppen duurt de tijd van 24 normale ademhalingen of 96 seconden. Er bestaat ook een derde Udghata die 144 seconden duurt.Volgens Hariharananda. is dit de beste Udghata.

      Een gemakkelijker methode bestaat erin alleen maar de inademing en de uitademing zo lang mogelijk te onderbreken zonder span­ning en zonder de tijd te tellen. Het tellen kan gebeuren met het mentaal herhalen van OM of japa~pranava.

      In werkelijkheid vereist de toepassing van pranayama met inacht neming van tijd geen strikte regels. Het komt er in hoofdzaak op aan dat men de uitvoering niet opdrijft en geen spanning verwekt. Lang betekent dus een lange tijd en subtiel betekent dat de ademstroom bijna onvoelbaar wordt. Wanneer een dun ka­toenpluisje aan de top van de neus gehouden wordt en niet be­weegt, duidt dit op een subtiele ademhaling.

      I

      Y.S. 2.51 

      De vierde (ademcontrole) gaat verder dan hetgeen waarmee de uit­wendige en de inwendige (controle) te maken hebben.

      De praktijk van deze pranayama zal ongetwijfeld ook haar betekenis verklaren. Daarom hier de praktische uitvoering als uitleg.

      Om te beginnen moet men ontspannen neerzitten. De uit- en inade­ming gebeurt door de beweging van het middenrif. Een goede voorbe­

      .reiding is ongetwijfeld de kapalabhati ( zuiverende ademhaling) of de bhastrika waarbij men het middenrif ten volle leert gebruiken. De uitademing wordt zo ver mogelijk uitgevoerd, traag en volledig. Dit zal de inademingsbeweging min of meer doen versnellen. In ie­der geval moet het inademen gebeuren met uitzetting van de buik. De uitademing gaat gepaard met het leegmaken van de geest en. deze staat moet aangevoeld worden over gans het lichaam. Na het inade­men ontstaat er een gevoel van volheid dat zich eveneens over gans het lichaam uitstrekt. Door de aandacht op deze gevoelens te ves­tigen gaan ze zich verdiepen en uitbreiden. Iedere staat heeft het hart als middelpunt. Het stoppen van de adem moet een gevoel van comfort en niet van spanning oproepen. Elke onderbreking moet als aangenaam overkomen. Ze moet de uitbreiding zijn van de natuurlij­ke ademhaling en daardoor transcendeert ze de andere pranayama's.

      Besluit.
      H
      et onderbreken alleen van de werking van prana of het beheersen van de vitale energie, is niet de yogische pranayama van de vierde trede in de Patanjala-yoga. Er zi1n inderdaad mensen die de func­ties van prana kunnen bedwingen en hun macht over de vitale ener­gie demonstreren door zich gedurende uren of dagen te laten ingra­ven. Dit is geen yoga en ook geen samadhi.

      De prana-ayama = het op een natuurlijke wijze laten doorstromen van prana en de verschillende fasen ervan laten verlengen met de bedoeling dat daardoor dezelfde rustige beweging van de geest zal volgen, waaruit de concentratie (dharana-dhyana-samadhi) zal tot stand komen. Dat is pranayama in de Patafljala-yoga.

      Twaalf pranayama's maken een prathyahara, twaalf prathyahara's ma­ken een dharana, twaalf dharana's maken dhyana, .twaalf dhyana's maken samadhi.

       

      -000­

       

      W. INGELS YOGA-LERAAR HALASANA -1983

      15-05-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
      » Reageer (0)
      22-05-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Sutra van Patañjali - Boek 3 : VIBHUDIPADA;- SAMYAMA
      18.
       
                   Inhoud en overzicht van het derde boek. (Wonderbare gevolgen.).

      Het derde boek van de Sutra handelt over de toepassing van de inwendige middelen ; de hogere trede van de yoga-beoefening en het  rechtstreekse resultaat dat daaruit voortvloeit.
      Eerst wordt de betekenis uitgelegd van de begrippen  DHARANA - DHYANA - en SAMADHI(sutra's 3.1- 3.2 - 3.3 ) . Het gevolg van  SAMYAMA , dat zijn deze drie samen, ook concen-tratie genoemd  , is intuïtief inzicht wordt uitgelegd in de sutra's 3.4 en 3.5.
      Daarna wordt de vraag gesteld hoe de Samyama gebeurt, d.w.z. op welk niveau ze plaats heeft. Het antwoord is dat dit zowel op een grof als op een subtiel object kan gebeuren (sutra 3.6)
      Verder worden de drie  (Dharana-Dhyana en Samadhi) voorgesteld als inwendige middelen t.o.v. de eerste vijf treden  maar als uitwendige middelen t.o.v. ' ASAMPRAJNATA-SAMADHI'
      (sutra's 3.7 en 3.8). Daarna geeft Patañjali  de nodige uitleg over 'Asamprajnata-samadhi' De ka- rakteristieken ervan worden één voor één voorgesteld nl.:
             * Het voortbrengen van indrukken van afsluiting  (sutra 3.9).
             * Het rustig stromen van het M.C. (sutra 3.10).
             * De éénpuntige gerichtheid  (sutra 3.12).
             * De verzinkingsmutatie (sutra 3.11).
             * De wijze waarop deze éénpuntige gerichtheid  en de andere karakteristieken zich voordoen
                t.o.v. modaliteit (verschijningsvorm) tijdscoëffecient en intensiteit (duurzaamheid) der gro-
                ve elementen en organen ( sutra 3.13).
      De wijze waarop de wijziging der grove elementen en organen zich gedragen in de evolutie van Prakriti, wordt voorgesteld , en de vaste volgorde van de evolutie wordt aangetoond (sutra's 3.14 en 3.15). Verder worden de resultaten besproken van de concentraties d.w.z. de voordelen  of de buitengewone gaven die uit de toepassing ervan  voortspruiten naargelang de aard van het ob- ject dat als concentratieobject gebruikt wordt.(sutra's 3.16 tot  3.53 ).
      Tussendoor wordt ook de aandacht gevestigd op het feit dat er gevaar schuilt in het zich hechten  aan deze resultaten.
      Tot slot volgen nog twee vragen : 'Hoe ontstaat intuïtieve kennis ?' (sutra 3.54),en 'Wanneer ont-staat  alléénheid ?' (sutra 3.55).

      2. De inwendige middelen.
          Alhoewel er reeds ruime aandacht besteed werd aan de betekenis van de Samyama (dharana, dhyana en samadhi) zie m.y.b. nr. 43 , wil ik, aan de hand van de sutra's die er een afzonderlijke uitleg over verstrekken - het zijn namelijk de drie laatste treden van het achttredig pad  - nog eens
      met Patañjali's woorden de betekenis ervan voorstellen.
      1° DHARANA - FIXEREN.
           Patañjali geeft eerst de omschrijving van Dharana , als het vastzetten van het M.C. op één
           plaats. (3.1).

        img406/8064/scannenjpg31dt9.jpg

       Fixeren is het vastzetten van het mentaal complex op één plaats.
      Deze plaats is feitelijk het voorwerp van concentratie. Dit voorwerp is dikwijls een lichaamsdeel, zoals de punt van de neus, het licht in het voorhoofd tussen de ogen, de lotus van het hart, enz. Indien het concentratiepunt een uitwendig object is, wordt het in de bewustzijnsfunctie weerspie- geld . Aanobject op diverse plaatsen in het lichaam vastgeklonken en wordt daar aanschouwd.. Deze  lichamelijke plaatsen behoren tot een ingewikkelde mystieke fysiologie.
      Het gaat hier wel degelijk om het vastzetten van Citta  (het mentaal complex ). Citta omvat zoals   er reeds is gezien, de bewustzijnsfunctie, (buddhi)  ,  het verstand (manas), de ego-functie (ahan-kara). Dus deze drie samen of het geheel  van de functies dat door prikkels van buiten af diverse vormen kan aannemen en gekleurd worden door eigen gevoelens , moet dus vastgezet worden.De bewustzijnsfunctie speelt bijgevolg ook een rol t.a.v de vervorming van Citta, aange- zien zij de grondbasis is waarin het kennislicht van het Zelf opgevangen wordt. Zo lang deze grond -basis , die zeer sattvisch is,( vervormd wordt door gewone objecten), kan het Bewustzijn van het Zelf niet tot zijn recht komen. Het belang van de vastzetting moet niet onderschat worden, want  ook het verstand (manas)  d.w.z. het redeneren , en de ego-functie (ahankara) of het centralize-rend principe waardoor het opgevangen beeld bewust genoten wordt, moeten samen op één
      plaats , zoals G.M.Koelman zegt op één object  vastgezet worden om verdere verstrooingen of versnippering te vermijden. Vyasa en Vacaspati geven eveneens als vaszettingsplaats  : de navel,  de hartlotus, het centrum in het voorhoofd, de top van de neus of de tong, het verhemelte oe een uitwendig object dat in de geest genomen wordt , a.h.w. verinwendigd. Hariharananda  voegt daar nog aan toedat dharana  of vastzetting ook reeds tijdens de pranayama kan toegepast wor- den als een vorm van  'meditatie' .

       2° DHYANA - AANDACHT.
      De tweede fase van Samyama  is Dhyana, door Ptañjali omschreven als zijnde het  éénvormig -
      zonder- wijziging, daar , op deze plaats verblijven van Citta  (het mentaal complex). Dan alleen neemt Citta de vorm aan van dit object ..., van deze plaats waarop het vastgezet werd.

      img440/3023/scannenjpg32bx2.jpg
       

      Aandacht is het eenvormig uitstrekken van de voorstelling daar ( op die plaats).
      Wanneer het voorwerp in de bewustzijnsfunctie beweegloos voortduurt wordt men dit voorwerp gewaar omwille van het bewustzijnslichaam ; dit onverstoort waarnemen is 'aandacht'.
      Het vasthouden van het concentratie-object moet zo stevig zijn, dat er geen enkele ander gedacht de denkfunctie kan binnendringen. Het moet een oplettende starende en onbeweeglijke verstands
      -blik zijn  die zonder redeneren, de intentionele  voorstelling van het object van de concentratie
      vasthoudt, gedurende( twaalfmaal twaalf yoga)-ademhalingen , die zullen vertragen naarmate de denkfunctie éénpuntig gericht blijft. Dhyana wordt meestal vertaald door het  woord 'meditatie',
      maar men ziet hoe dit begrip een andere betekenis kan geven aan het 'éénvormig-zonder-wijzi-ging 'op één plaats vertoeven van het mentaal complex.-Het japanse woord ZEN is ook van het
      woord Dhyana afgeleid : komende van jhan...chan ...zen .

      3° SAMADHI - VERZINKING.
      We hebben reeds vroeger Samadhi vertaald door verzinking of opslorping. Wat zegt Patañjali
      over Samadhi ?

      img102/5206/scannenjpg33pa3.jpg

      Verzinking is het oplichten van uitsluitend dat (voorgestelde) zonder iets meer, alsof (de voorstel-lingsdaad zelf ) geen eigen natuur had.
      Wanneer de aandacht verdiept, staat er in het bewustzijn niets anders dan dat voorserp ; zodanig, dat zelfs het bewustzijn  van de kennisactiviteit en van het uitvoerend subject afwezig is : dit is ver- zinking of opslorping .
      Patañjali zegt dus dat het object van de concentratie volledig overheerst en het volledig mentaal  complex in beslag neemt. .De bewustzijnsfunctie, de ego-functie en het verstand worden volko- men overheerst of in beslag genomen : er is dus con-centratie. Vyasa en vacaspati vertalen deze
      hoogste vorm van overheersing door  Concentratie . Dikwijls wordt  'opslorping  vertaald door contenplatie  of gebed. Het is dus geen van beiden. Hier wordt geen verrijking van de menselijke geest bedoeld, maar het uitdoven van het verstand. Er worden geen gvoelens aangewakkerd ,ze
      worden ,zoals Koelman zegt, uitgehongerd. Zelfs wanneer er in de hogere graden van concentra-tie bovennormale intuïties ontstaan, zijn  ze altijd van bijkomend belang en hebben geen morele  waarde. Levitatie en andere fysische  perfecties zijn alleen en uitsluitend fysische resultaten die het geestelijke Zelf  geenszins ten goede komen.

      4° SAMYAMA - CONCENTRATIE.
      De drie voorgaande  : dharana, dhyana en samadi, worden door Patañjali samen Samyama  ge- noemd  in de vollgende sutra.

      img518/6824/scannenjpg34dm8.jpg

      De drie (voorgenoemde) gelijktijdig beoefend is concentratie.
      Vastzetting, aandacht en verzinking zijn de bestanddelen van concentratie. Concentratie beklem-toont de inspanning, terwijl het wegzinken in het concentratiepunt aangeduid wordt door het woord 'Samapatti'  d.w.z. :  intentionele vereenzelviging.
      Het samengaan van deze drieledige oefening wordt onderlijnt in de betekenis van geleidelijk temmen van het mentaal complex dat de vast moet blijven op dit ene object . Daardoor wordt het ook gelijk-vormig aan dat object . Er ontstaat dus perfecte overeenstemming  van het M.C. met het object van concentratie, en die gelijkvormigheid wordt ' samapatti'  genoemd.

      2. Resultaat van Samyama/
            Het resultaat van deze oefening van beheersing is diep inzicht of directe waarneming in het wezen der dingen  :  Patañjali  noemt dit intuïtief inzicht  .

       

      Als gevolg van het beheersen van deze  (concentratie) komt het intuïtief inzicht.
      Het intuïtief inzicht is een directe waarneming . Wanneer deze perfect is wordt het object in zijn  diepste realiteit  direct waargenomen  met al zijn determinaties, niet door aaneenvoeging van zul-ke determinaties, maar ineens, als een geheel.
      Voor hen die zouden denken dat deze hoge vorm van concentratie het eindpunt betekent  in de
      yoga van Patañjali, wordt hier geen gelegenheid tot twijfel gelaten . Concentratie of Samyama doet intuïtief inzicht ontstaan, dus nog niet de staat van bevrijding ' kaivalya', want hier is het stilleggen van het M.C. nog niet bereikt .

      In een volgende aflevering zullen we vernemen hoe de concentratie verder verloopt.

      22-05-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
      » Reageer (0)
      29-05-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Sutra van Patañjali - Boek 3 : VIBHUDIPADA; - De concentratie.
      19.
                    Hoe verloopt de concentratie ?- (Sutra 3.6 tot 3.13).

      Alvorens nu verder te gaan met het thema 'Intuïtief inzicht' dat geleidelijk aan evolueert naar intuï-tiefve kennis van het diepe onderscheid tussen Prakriti en Purusha  (onderscheidmakend inzicht) ,zal Patañjali eerst nog wat uitleg geven over de concentratie zelf , beginnend met het onderscheid tussen samprajnata- samadhi  en asamprajnata-samadhi.

      Hoe verloopt de concentratie ?

      1* Samprajnata-samadhi .
      Hier stelt Patañjali de beoefenaar in de gelegenheid de concentratie te leren beoefenen, door aan te tonen dat ze op verschillende niveaus van aandacht kan plaats hebben. Ze kan immers plaats hebben door gebruik te maken van een grof object  als concentratieobject  of van  een subtiel  oject als concentrtieobject. De inspanning zal minder zwaar zijn wanneer men zich op zich op een grof  object concentreert  .

      img260/1262/scannenjpg36fy0.jpg

      (Het beoefenen) van deze (concentratie) geschiedt op verschillende niveaus.
      Men kan concentreren op grofstoffelijke of op subtiele objecten, op het waarnemingsproces en op de waarnemer-uitvoerder. Elke van deze verchillende concentraties kan in verwarde of niet verwarde intentionele vereenzelvigiing bestaan.Er zijn dus vier niveaus waarop men kan concentreren, naargelang het object van concentrataie nl. 1.grof object - 2.subtiel object - 3 waarnemingsproces als object, en 4 de uitvoerder (waarnemer) als object.

      1. Op een grof object : dit object kan gelijk wat zijn , voortkomentde uit het evolutieproces van Prakriti dat de grofstoffelijke dingen doet ontstaan. Elk voorwerp kan daarvoor in aanmerking komen. Het element afbeelding zal steeds de verstandinhoud domineren.

      2. Op een subtiel object : de subtiele entiteiten kunnen behoren , ofwel tot de objectieve evoluti-
      lijn van Prakriti en bestaan uit een van de objectieve algemeenheden (tanmatra's) zoals het gevoel, het geluid,de kleur de smaak en  de reuk, ofwel tot de subjectieve evoluties , en dan zal het object van concentratie om het even welke substratieve oorzaak zijn zoals bv. de ego-functie (ahankara).  Deze laatste zijn dus  concrete individuele en fysische  entiteiten . Hier bestaat wel het gevaar, dat
      het voorwerp van de concentratie op subtiele objecten, meer bloot gesteld is aan de werking van het verstand dat de voorstelling ervan kan overheersen.

      3. Op het proces van de waarneming : men kan zich concentreren op de activiteit van het denken, en deze als concentratiepunt nemen . Dit proces van waarneming behoort tot de subjectieve-objectivo -realiteiten en is hoofdzakelijk rajasisch van uitwerking. Dit vereist een diepere concentratie

      4. Op de uitvoerder : Men kan dus ook het subject van de denkactiviteit als object van concentratie nemen. Dit is  ook een subjectivo -objectieve realiteit, maar ze staat dichter bij het zuivere sattvam waarin het Bewustzijnslicht weerspiegeld wordt. De concentratie heeft dus gradaties of niveaus naargelang de overheersende guna in het voorwerp van deze concentratie.

      Na deze verklaring van Patañjali i.v.b. met de niveaus van concentratite, wil hij nu verduidelijken welke soort middelen  de drie (dharana, dhyana en samadi) zijn in het kader van zijn yoga-pad.

      img252/5140/scannenjpg37rh7.jpg

      (Deze) drie zijn inwendige middelen in vergelijking met de vorige (middelen. nl. onthouding en voorschriften ).
      Concentratie met objectief bewustzijn is een bestanddeel van de inwendige yoga, terwijl de ont-houdingen en de voorschriften slechts uitwendige middelen zijn die het mentaal complex niet
      rechtstreeks controleren. Maar tegenover wat nu volgt, zegt dat  deze drie toch nog als een uitwendi-
      ge oefening te beschouwen zijn, aangezien daar geen object meer zal aan te pas komen.

      2*Asamprajnata -Samadi.

      Patañjali geeft hier de diepere betekenis van de term  'Asamprajnata-Samadhi'



      Zelfs deze (drie) zijn uitwendige middelen voor de zaadloze  (concentratie).
      De concentratie met objectief bewustzijn is nog niet de perfecte yoga, aangezien er nog waar- nemingsgolven nodig zijn .De perfecte yoga is de concentratie van afsluiting op de zaadloze con- centratie waar er geen bewustzijn van object overblijft.(zie Sutra 1.18).
      Wat verstaat Patañjali onder Zaadloze-concentratie ?
      De concentratie waar het 'één-zijn' met het object van concentratie bereikt wordt met een object
      laat steeds indrukken na die later zullen ontkiemen, d.w.z. dat er nog geen volledige stillegging van het mentaal complex zal uit volgen , niettegenstaande  het M.C. geconcentreerd blijft op dit ene object.
      Wanneer echter de concentratie beoefend wordt zoals in de sutra 1.18  werd aangehaald, dan ontstaat er geen 'zaad' meer dat dat zou ontkiemen en de stillegging beletten. In de volgende sutra geeft Patañjali de omschrijving van deze afsluiting.

      img516/970/scannenjpg39vi9.jpg

      Het onderdrukt worden van de verzonken indrukken van opkomend denken, en het te voorschijn- komen van de verzonken indrukken van afsluiting, de twee vormen de afsluitingsmutatie , die imma- nent is aan het mentaal complex op (elke) stonde dan de afgesloten toestand.
      Alles wat Prakriti is bestaat uit de gunas die in de gewone toestand nooit zonder mutatie zijn. Men  kan zich afvragen of er mutaties zijn  in verzinking en in afsluiting. De sutras 3.9  -3.11 en 3.12  ge- ven daarop antwoord :
      Sutra 3.9  omschrijft de mutatie van afsluiting : ze is immanent aan het M.C., steeds in werking.
      Sutra 3.11 omschrijft de mùtatie in de concentratie met objectief bewustzijn (zie verder 3.11).
      Sutra  3.12 omschrijft de mutatie van éénpuntige gerichtheid ( zie 3.12).
      Sutra 3.13 voegt daar aan ot dat deze drie soorten mutatie ook toepasselijk zijn op alle Prakriti-
      dingen. Het verdrukt worden van opkomend denken in concentratie van afsluiting, is te wijten aan het werkzaam worden van de bezinksels van afsluiting die de bezinksels van opkomend denken tegen- werken. Dit verdrukt worden en dit tevoorschijn komen gebeuren aanhoudend , op elk moment van de toestand van afsluiting ; het is dus een hele reeks van mutaties. Dit alles komt omwille van de voort
      -durende veranderingen van Prakriti , het principe van voortdurend produceren en transformeren.

      3* Eigenschappen van de zaadloze concentratie
      Patañjali geeft nu verder de eigenschappen n van deze vorm van concentratie.

      1° Er ontstaat afsluitngsmutatie.
         Reeds eerder (zie Sutra 2.15) heeft Patañjali uitgelegd dat de steeds veranderende werking van de 
      drie gunas  niets dan lijden betekent. Door de oncentratie van afsluiting stoppen deze veranderingen, zodat er geen verder lijden meer kan ontstaan.
      2° Het mentaal complex stroomt rustig. : De verzonken indrukken van afsluiting zorgen voor de rust.

           img255/4736/scannenjpg310xd6.jpg

      In zulk (mentaal complex) is er rustige stroming omwille van de verzonken indrukken (v.afsluiting)
      De verzonken indrukken van waarneming beletten meerdere waarnemingen voort te brengen door de tegenovergestelde indrukken die objectief bewustzijn afsluiten. De mutaties van het mentaal complex in afsluiting vloeien dus rustig voort zonder onderbroken te worden  door het  opkomen van objectief bewuste waarneming.(zie Sutra 1.18).
      3° Er in verzinkingsmutatie in het M.C. : de verstrooidheid valt weg ...men is niet meer bezig met andere dingen. De concentratie wordt ook steviger zoals gezegd wordt in de volgende sutra. 

           

      Het verdwijnen naar-alle-dingen-gerichtheid, samen met het opkomrn van éénpuntige gerichtheid, is de mutatie van verzinking van het mentaal complex.
      Het zelfde principe als in sutra 3.9, In verzinking is er waarneming, maar onophoudend van het zelf- de object . De verzonken indrukken van  naar-alle-dingen-gerichtheid  worden tegengewerkt door de verzonken indrukken van  éénpuntige gerichtheid . Hier ook, zoals in sutra 3.9  is er een ononder- broken reeks van tegenstrijdige bezinksels .
      In alle concentraties met voorwerpsbewustzijn (samprajnata-samadhi) is er nog activiteit van voorstelling en heeft er dus nog wijziging plaats in de denkfunctie . Deze activiteit laat sporen na (verzonken indrukken) die gelijkaardige toestanden zullen voortbrrengen. Naarmate deze toestanden frekwenter worden, worden  de concentraties steviger . Ze worden als een gewoonte en de concen-tratie , of het éénpuntig richten van de aandacht  wordt gemakkelijker, perfecter en langduriger. 
      4° Er is mutatie van éénpuntige gerichtheid :

             img78/5500/scannenjpg312fp5.jpg

      Dan weer, wanneer de voorbijë en de opgekomen voorstelling gelijkvormig elkaar opvolgen , is er  in het mentaal complex de mutatie van éénpuntige gerichtheid.
      De reeks voorstellingen van één en hetzelfde  object , zonder onderbroken te worden door andere  voorstellingen, is de mutatie van éénpuntig-gerichtheid. Dit wil zeggen dat verzinking in één en hetzelf-de object steviger en ouder wordt, terwijl de naar-alle-dinggen-gekeerdheid  zwakker en zwakker wordt. De éénpuntige gerichtheid  wordt dus opnieuw gevolgd door eenpuntige gerichtheid...het beeld dat continu stroomt , wordt (omdat hetzelfde beeld zichzelf opvolgt in tijd ) steeds steviger.
      Deze opeenvolging noemt Patañjali  'mutatie'-in de tijd; d.w.z. gedurende de tijd dat het M.C. op dit object gefixeerd blijft..
      5° Het zelfde doet zich voor t.o.v. de modaliteit, de tijdscoïfficient en de intensiteit der grove dingen
      zoals we lezen in de volgende sutra waar Patañjali uitlegt dat de mutaties ( de opeenvolgende beel- den)   steviger worden  naargelang deze opeenvolging. De mutaties zijn ook terug te vinden  bij de grove elementen  en de organen . We zien hier dus ook dat de evolutie der materiele dingen bijko-mende wijzigingen ondergaan.
                
                img76/8783/scannenjpg313sk2.jpg

      Door (de omschrijving) van deze (drie mutaties )zijn eveneens verklaard, de mutaties van modaliteit , van tijdscoïfficient  en van intensiteit, die in de (grove) elementen en in de organen gebeuren.
      In sutra 3.9, 3.11 en 3.12 was er sprake van de verschillende mutaties in een concentrerend M.C.
      Aangezien voorstellingen en ook  afremming van voorstellingen determinaties zijn van het M.C., is ook de oneindige reeks mutaties verklaard die niet  niets met de concentratie, maar met de bestaans- vormen van de Prakriti-realiteiten te maken hebben. Aldus is afsluiting een modaliteit van het M.C. evenals het opkomen van één en dezelfde waarneming .Die modaliteit verschuift in tijd en wordt dus aangetast door de tijdscoifficient . Door de ononderbroken opeenvolging van die modaliteit, groeit de intensiteit  (stevigheid) van de modaliteiten. Modaliteit van tijdscoïfficient en intensiteit , zijn dus ook mutaties van  elementen ; bv. :klei die de vorm aanneemt van een kruik is een modeliteits-mutatie, het bijblijven van deze vorm gedurende een zekere tijd, impliceert tijdsverschuiving, en daardoor de mu-tatie van tijdscoïfficient , d.w.z. : de kruik wordt ouder., die vorm (kruik) wordt steviger  en intenser..
      Ik besluit hier deze aflevering met de aanhaling van het yoga-principe dat alles wat Prakritisch is, bestaat uit de drie gunas die nooit ophouden noch beginnen te bestaan . Door de concentrtie op deze  op de wijzigingen van de Prakriti-objecten  verwerft de yogi kennis  van het heden, verleden en toekomst.( Zie m.y.b.  nr. 40 voor  meer uitleg over  de evolutieleer van de yoga) .
       
      In de volgende bijdrage gaan we ( met Patañjali )dieper in op de opeenvolging van de mutaties.

      29-05-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
      » Reageer (0)
      05-06-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Boek 3. -Vibhudipada : ( Sutra 3.14 en 3.15 )
      20.
                   De mutaties.

      1. DE OPEENVOLGING VAN DE MUTATIES.

        In sutra 3.13 heeft  Patañjali de aandacht gevestigd op de mutaties. Met mutaties bedoelde hij de opeenvolging van de wijzigingen die zich voordoen in de evolutie der dingen. Hij beweert dat de wereld van de Praktiti-dingen een reeks op elkaarvolgende mutaties moet ondergaan om het ontstaan, de duurzaamheid en het vergaan der dingen te verwezenlijken. Hiermede bewijst hij ook het werkelijke bestaan der dingen. Hoe grof of subtiel ze ook zijn,  de dingen wijzigen voortdurend, zelfs gedurende de tijdspanne dat wij ons concentreren op één van deze dingen.
      De drie fundamentele wijzigingen  zijn  :
         1° de modaliteit  = de verschijningsvorm of de uiterlijke kenmerken.
         2° de tijdscoifficient = de plaats in de tijdsband  van het Prakriti-verschijnsel.(verleden-  
         3° de  intensiteit = de duurzaamheidsgraad van het verschijnsel : hoe vast  of  stabiel ?
      Het ontstaan, het voortbestaan en de duurzaamheid der dingen werd door Patañjali als voorbeeld genomen van de wijze waarop we het ontstaan en het verloop  van de concentratie moeten zien. Ze ontstaat langzaam en wordt steviger naarmate ze beoefend wordt en voortduurt.
      In de volgende sutra's gaat hij nog even verder met de uitleg  hoe hij de cyclus van de evolutie der dingen ziet.. Hij wil dus a.h.w. de begonnen uiteenzetting in sutra 3.13 verder zetten . Wellicht om , i.v.b. met het aansnijden van het thema der evolutie, nutteloze of onbeantwoorde vragen te vermij-den ;  Daarom gaat hij nu verder in Sutra 3.14 met de volgende vragen  :

      2.HOE WORDT DE OPEENVOLGING GEREGELD ?

          img114/8660/scannenjpg314wb5.jpg

      De substratieve grond schikt zich naar de determinaties,( d.w.z.) de (reeds) verzonken, de (nu) op-gekomen en de  (alsnog) onbeschrijfbare  (determlinaties ).
       In de eindeloze reeks mutaties van een Prakriti-realiteit bestaat er samenhorigheid : een relatief vaste basis  ( die toch zelf een wijziging is van de Prakriti-grondoorzaak), ondergaat onophoudend muaties .Deze zijn het gevolg van determinaties die in  de bepaalbare basis tegenwoordig zijn. Zij behoren tot het verleden (rustend), tot de nu gemanifesteerde tijd (opgekomen ), of tot de toeko-mende tijd (onbechrijfbaar). De opeenvolging van de mutaties hangt af van de Karma.
      Volgens de yoga-leer  is Prakriti één enkel substantieel geheel met ontelbare determinaties. Deze kunnen bestaan in het verleden, in het heden of in de toekomst, maar ze zijn allen even echt. Enkel de tijdsvorm verschilt. Het kennen gebeurt in de bewustzijnsfunctie, onder bestraling van het bewustzijnsliicht ; iets kennnen is dus de weerspiegeling zien van het ding-op-zichzelf. Wanneer de yogi, door perfecte  éénpuntige concentratie de volledige passieloosheid , de onverstoorbare kalm-te, en de zuiverheid van Sattvam heeft bereikt,  dan zal het ding-op-zichzelf , waarop hij zich con-centreert, tot in de diepste guna-wijzigingen weerspiegeld worden zonder enige beperking, verandering of verkleuring. De yogi zal dus het voorwerp van concentratie zien in zijn absolute toestand, zonder enige beperking.Hij zal dus alwetend worden, wanneer hij de gunas als voorwerp tot concentratie neemt.
      Elke beweging van de drie gunas gaat doorheen de drie tijdsveranderingen, maar blijft steeds  een werkelijkheid . Deze werkelijkheid  vindt haar zekerheid in het feit dat niets uit het niet-bestaande  kan voortkomen , en dat het bestaande niet vernietigd kan worden (wel van vorm veranderen). Al-leen de tijdsvormen veranderen, nl. verleden, heden en toekomst, maar een realiteit die eenmaal heeft bestaan, kan nooit tot niet-bestaan komen.
      De opeenvolging der mutaties (evolutie der dingen) wordt dus geregeld naargelang de :
      1° Reeds verzonken indrukken.
          De karmawet werkt ondubbelzinnig elke verzonken indruk uit, die achtergelaten wordt door vroegere daden. Deze verzonken indrukken behoren dus tot het verleden maar ze wachten op een nieuwe vormgeving die in de toekomst zal plaats hebben ; ofwel zijn ze op het ogenblik nu aan de  orde,  en bezig vorm te krijgen.
      2° Opgekomen indrukken.
          Wanneer ze nu opkomen dan is de werking volop bezig en niet tegen te houden. De werking van  de evolutie gaat haar gang volgens het zaad en de kiemkracht van de verzonken indrukken, welke nu tot ontplooing komen. Deze ontploooing is het gevolg van het steeds wentelend rad der wedergeboorte dat niet gestopt werd door  Zelfrealisatie waaruit de bevrijding of  Kailvalya  ont-staat.
      3° Nog niet opgekomen indrukken .
          De mutaties die te wachten staan, zijn reeds geprogrammeerd maar nog niet zichtbaar. Ze blijven in de toekomst en zullen pas naar het heden afdalen wanneer de tijd gekomen is dat de nieuwe evolutie aanbreekt of dat nieuwe vormen nodig zijn om het Zelf gevangen te houden in een bepaal-de vorm. De zelfrealistie kan deze nog niet opgekomen indrukken dus tegenhouden ; dit is het ware na te streven doel in Yoga. ( zie mijn artikel over dit onderwerp bij de uitleg van sutra 2.16).
      De yoga-beoefenaar die er in slaagt het object van de concentratie volledig te doorgronden, ziet op deze wijze dus de ganse werking van de gunas tot in de diepste lagen. Deze werking staat nooit stil , tenzij voor het Zelf dat bevrijd wordt. Voor dit zelf is de opeenvolging der mutaties van geen tel meer . Ook de werking van de  karmawet wordt doorbroken door de bevrijding van het Zelf.
      De mutaties worden dus, zoals men ziet, veroorzaakt door de  karmawet. 

      3. IS ER EEN VASTE VORM IN DE MUTATIES ?

      Patañjali zegt in sutra 3.15, dat de mutaties plaats hebben naargelang de volgorde wijzigt van de drie verschijnselen (modaliteit - tijd - intensiteit ) Hun opeenvolging is dus de reden van de muta-ties van de evolutie in Prakriti :

         img117/7600/scannenjpg315zs3.jpg

      Het veranderen in de volgorde  (van opeenvolgende  modaliteiten , tijden of modaliteiten ) is de reden van de volgorde in de (werkelijke) mutaties.
      Er is een vaste volgorde in de opeenvolging van de modaliteiten en van de intensiteitene . Een ge-geven determinatie kan niet altijd ineens tot een gans andere determinatie overgaan  ; zo bv. kan papier niet onmiddellijk de modaliteit van een mens aannemen  ; papier verrot, wordt mest, wordt  een plant ,dan misschien een geit, en zo door de mens geëten. Zo wordt ook de tegenwoordige  tijd voorafgegaan door de toekomende, en het verleden wordt voorafgegaan door de tegenwoordige tijd. De toekomst wordt echter nooit voorafgegaan. Aldus ook voor de mutatie van intensiteit : iets minder stevigs  en jonger moet voorafgaan om steviger en ouder te worden . Elke moment van een modaliteitsmutatie is een aanschuiving van wat onmiddellijk verwant is an de vorige toestand.Zo komt het dat sommige karma-bezinksels soms later in het leven, zelfs in een ander leven, soms na verschillende andere levens, hun vruchten kunnen voortbrengen. Naargelang de opeenvolgende determinaties onmiddellijk verwant zijn; m.a.w. naargelang de volgorde van de determinaties vooraf bepaald is, zullen de werkelijke mutaties zich ontwikkelen.
      Naargelang de vordering op de  weg van de bevrijding van het Zelf, wijzigen de drie gunas het sub-ject en de objecten. Indien het Zelf door de betovering van het kosmisch bestaan volledig wordt ge-domineerd, zullen de drie gunas zowel in de persoon als in de voorwerpen, condities neigingen en  aangelegenheden van het aardse type voortbrengen. Wanneer het Zelf op de weg van de bevrijding enigzins vorderingen heeft gemaakt, dan zullen de drie gunas hun greep verzwakken en meer be-darende toestanden verwekken in het subject en in het object.
       De drie gunas vormen de  ganse kosmos en zijn aldus aanwezig in alle wezens en soorten, maar steeds op de gepaste en juiste wijze, zodat ze door hun zeer afwisselende samenwerking, het bestaan vormen van elke soort en elk individu binnen zijn soort. Van chemische elementen worden ze planten, van planten dieren, van dieren mensen, en binnen elke soort geven ze het ontstaan van  allerlei varianten en vormen en ervaringen.
      Voor de mens is geboren worden een nieuwe (ogenschijnlijke) vereniging van het Zelf met een Pra-kriti-organisme , lichaam en zintuigen, functies en  gevoelens die individueel zijn voor ieder Zelf , en een voortzetting van vorige opgedane ervaringen  dia de morele-waarde-bezinksels , samen met de verschillende verzonken indrukken.
      Tot daar de om-  en beschrijving van de door Patañjali voorgestelde 'MUTATIES'

      De  volgende aflevering zal  handelen over de resultaten van de concentratie . Het eigenlijke onderwerp  van het derde boek - 'Wonderbare gevolgen'.

      05-06-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
      » Reageer (0)
      12-06-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. 4.De resultaten van de concentratie- Vibhudipada : Wonderbare gevolgen. ( Sutra 3.16 tot sutra 3.24)
      21.
                 Boek 3 Vibhudipada - De wonderbare gevolgen.

      4. DE RESULTATEN VAN DE CONCENTRATIE 
       
          Na de uiteenzetting over de mutaties, hun opeenvolging en de regelmaat die in standgehouden wordt door de Karmawet stapt Patañjali nu over op het beschrijven of het voorstellen van aller- lei resultataten die het gevolg kunnen zijn van de concentratie. We dienen ons vooral opnieuw goed te herinneren  dat 'concentratie' het gevolg is van een samenvloeing van de drie graden van fixering  in het mentaal complex (citta) . Samapatti  ontstaat immers uit de opeenvolging van de
      drie treden van het achtvoudig pad (tw. uit dharana- dhyana-samadhi ), en betekent dat er dan gelijkvormigheid  ontstaan is tussen de guna's van het object van concentratie en deze van het mentaal complex . De yogi bereikt dus Samapatti en op dit ogenblik wordt het object van de concentratie volledig door  hem/haar gekend tot in de diepste betekenis . Er is op dit ogenblik geen ander object aanwezig in zijn/haar mentaal complex De aandacht is éénpuntig gericht op het object van de concentratie. Patañjali stelt in zijn sutra 25 objecten van concentratie voor, samen
      met de resultaten of de gevolgen ervan. We laten hem nu zelf aan het woord. :

      1.Concentratie op de drie mutaties .- gevolg  : kennis van verleden en toekomst.

      img260/6189/scannenjpg316be8.jpg

      Door concentratie op de drie (voorgaande) mutaties, verkrijgt men kennis van (zijn) verleden en van  (zijn ) toekomst.
      De mogelijkheid van deze kenis ligt in het feit dat de ganse evolutie van Prakriti (de werking der gunas) geen verborgenheden heeft wanneer Samapatti  ontstaat  van het M.C. en het object van de' concentratie. In deze sutra en ook in de sutra 49 , 53 en 54 wordt over over wonderbare effecten gesproken . De drie ( modaliteit , intensiteitsvorm en tijdscoifficient) zijn steeds actueel aanwezig in de substratieve grond. Het verleden en de toekomst kunnen dus door de gevorderde yogi direct waargenomen worden. Dit echter in bijzondere gevallen van meesterschap . De yogi  die zich ten volle kan concentreren op de drie gunas kan dus het ganse domein van de subjectieve en objectieve evolutie kennen.  Het is voor  de yogi tevens het bewijs dat de ingesla-gen weg goed is .  Het is  ook een prikkel om deze weg verder te blijven volgen alhoewel Patañ-
      jali zal waarschuween  dat men er zich niet mag aan hechten.

      2.Concentratie op  woord-ding-voorstelling.- gevolg : alle geluiden van levende wezens wor-                                                                                   den begrepen.

      img413/3038/scannenjpg317xv0.jpg

      Aangezien woord en ding-op-zichzelf en voorstelling voor elkaar staan, is er verwarring; door concentrtie op die (drie)afzonderlijk, verstaat (de yogi) de kreten van alle levende wezens.
      Ding-op-zichzelf, begrip en woord zijn verschillende realiteiten die door elkaar gebruikt worden
      Dieren hebben zintuiglijke kennis ; er is dus bewustzijn. De yogi kan concentreren op het mentaal complex van elk wezen dat met kennis begaafd is. Hij kan concentreren op de voorstelling die een dier heeft, en in een kreet uitdrukt; de yogi kent dus de betekenis van deze kreet. Vyasa  en Vacaspati leggen dit uit door de sphota-theorie. Deze theorie beweert immmers dat de aaneen-schakeling van letterklanken een  vastgeteld beginloos woord en betekenis weergeven. De bete-kenis is conventioneel, maar toch van beginloze tijd overgeleverd en in het geheugen bewaard. De gevorderde yogi , aldus de yoga, kan door concentratie op bezinksels met deze betekenis en deze geluiden, de kreten van de dieren verstaan.
      De concentratie op grove objecten kan eveneens gebeuren op  het woord , op het ding zelf en op de voorstelling van het object, want volens Patañjali zijn dit drie afzonderlijke realiteiten.

      3. Concentratie op vedrzonken indrukken. - resultaat : kennis van vorige levens.

      img156/9143/scannenjpg318uu4.jpg

      Door directe waarneming van verzonken indrukken, is er intuitieve  kennis van vorige geboorten.
      Niet alleen de details van zijn huidig leven (sutra 16), maar zelfs van zijn verleden levens kan de gevorderde yogi kennen, aangezien de verzonken indrukken van die levens, en de ondervinding ervan nooit vernietigd worden . Patañjali betoogt dus dat de kennis van de werking der gunas niet beperkt is tot wat er nu  zichtbaar is. Ook van wat vroeger gebeurde  en dus indrukken heeft nagelaten,. kan de werking gekend worden wanneer men op deze verzonken indrukken concen-tratie uitoefent Men zal daartoe echter slechts  in staat zijn wanneer men trapsgewijze bekwaam wordt één te worden met die fijnere achtergronden.

      4.Concntratie op iemands mentaal complex. -gevolg : Men kan iemands gedachten lezen.

      img512/6346/scannenjpg319la9.jpg

      (Door concentratie) op (iemand anders) voorstelling, (kan de yogi intuïtie hebben van het mentaal complex van die andere.
      De gezaghebbende commentaren geven geen uitleg Het is misschien (aldus Koelman) omdat een voorstelling een determinatie is van het mentaal complex, zodat , door het concentreren op die  voorstelling de substratieve basis ervan ook waargenomen wordt  ?  De perceptie  van de men- tale basis zou misschien wel de andere voorstellingen en gedachten (die eveneens determinaties  zijn) kunnen opleveren? Dit is een mogelijke verklaring . Hier zegt Patañjali dus dat de yogi die in staat is elke wijziging van de gunas te kennen, deze wijzigingen ook kan kennen wanneer ze zich voordoen in het M.C. van iemand anders . Er dient echter wel op gewezen dat de concentratie moet gebeuren op de inhoud (op de voorstelling) en daarvoor moet het eigen M.C. volledig leeg zijn. Patañjali komt enigzins ter hulp om de betekenis van deze sutra toe te lichten. We  weten dat de concentratie slechts op één ding afzonderlijk mag gebeuren wil men het gewenste  resultaat bereiken . Hij zegt het  in de volgende sutra .

      img240/9840/scannenjpg320xr1.jpg

      Maar toch niet samen met de objectieve steun van die (voorstelling, aangezien deze (steun) buiten het concentratieveld  (van de yogi) ligt.
      Deze sutra ontbreekt in sommige uitgaven ; het is een verdere uitleg van de vorige sutra. De yogi kan wel de gedachten van een ander persoon kennen, maar niet  het ding-op-zichzelf  waarop deze gedachten opgebouwd zijn. Het object van de concentratie ligt immers buiten het concen-
      tratieveld van  de yogi en maakt dus geen deel uit van zijn M.C.. Men kan bijgevolg  niet op het  zelfde moment én het M.C. én de inhoud ervan  kennen.

      5.Concentratie op de straling die het lichaam zichtbaar maakt  -: Men kan onzichtbaar worden.



      Door concentratie op de uitwendige gedaante van (zijn) lichaam , wanneer de energie die deze (gedaante) waarneembaar maakt , stopgezet wordt (door de yogi)en daarom de ogen  (van een toeschouwer ) niet in aanraking komen met zijn (stopgezette gedaante -) uitstraling , wordt (de yogi) onzichtbaar.
      De uiterlijke vorm van een lichaam is zichtbaar, (aldus de yoga) omwille van een aangeboren kracht die de gedaante actief uitstraalt.De yogi kan deze kracht beheersen. Indien hij deze energie  afsluit gebeurt er dus geen gedaante-uitstraling . De ogen van een toeschouwer kunnen dus niets opvangen, en de yogi is onzichtbaar.
      In sommige uitgaven wordt deze sutra gevolgd door een andere sutra waarin gezegd wordt dat de yogi zich 'onhoorbaar' kan maken ; de aangegeven reden is evenzeer een aangeboren kracht  die de yogi kan stopzetten . Deze ingelaste sutra wordt door gezaghebbende  commentatoren  aanzien als interpolatie en "wij (aldus Koelman) vermelden deze sutra niet".

      6. Concentratie op de morele waardebezinksels . -: Men kan zijn naderend einde kennen.

      img168/6806/scannenjpg322ug3.jpg

      Het morele-waarde-bezinksel is naderend of niet naderend ; door concentratie op deze (twee) verkrijgt men intuïtieve kennis van het naderend einde (nl. de dood). (Dit kan men ook kennen) door de voortekens ( van het einde)..
      Karma-bezinksels kunnen reeds aan het kiemen gegaan zijn onder gunstige omstandigheden  ofwel inactief blijven als gezond zaad, tot het in het toekomstig leven of later, gunstige omstandig-heden zal ontmoeten. Door concentratie op de bezinksels , die met  het tijdscoifficient bezegeld zijn, kan de yogi het moment en de manier van zijn dood kennen.Hij kan dit ook  tewetenkomen  door buitengewone gebeurtenissen zoals verchijnselen of andere voorboden.

      7.Concentratie opo vriendelijkheid. - : men straalt vriendelijkheid uit.

      img515/4969/scannenjpg323yg3.jpg

      (Door concentratie op vriendelijkheid en andere (goede gemoedsstemmingen  ) verwerft men stevigheid (in die deugden) .
      Vriendelijkheid, medelijden en vreugde zijn de drie gemoedsstemmingen (Sutra 1.3) die stevig worden door concentratie.Door concentratie op vriendelijkheid maakt de yogi anderen gelukkig, door concentratie op medelijden lenigt hij het lijden van anderen en neemt  zelfs het lijden  en de oorzaak van lijden weg, door concentratie op  vreugde verwekt hij gelatenheid.

      8. Concentratie op bepaalde fysische krachten. -: Men verwerft fysische sterkte.

      img107/826/scannenjpg324fs4.jpg

      (Concentratie) op (bepaalde)  fysische krachten, begiftigt ( de yogi met ) diezelfde krachten.
      Niemand geeft een uitleg (aldus Koelman) , maar wanneer wij bedenken dat psycho-mentale gemoedsstemmingen kunnen overgaan in fysische werkelijkheden zoals in shamanistische prestaties soms het geval is, dan kunnen bovenmenselijke krachten door de yogi eveneens ontwikkeld worden .
      Ze hebben dan echter dikwijls een uitgesproken magische tint .

      In de volgende aflevering  wordt de reeks wonderbare gevolgen voortgezet.

      12-06-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
      » Reageer (0)
      19-06-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De resulltaten van de concentratie -(sutra's 3.25 tot 3.33 )
      22.

                          De Resultaten van de concentratie  (sutra's 3.25 - 3.33 )

       Concentratie op het derde oog. - geeft  intuïtieve kennis van het verborgene.

           Intuïtieve kennis van subtiele dingen of verborgen dingen of van verafgelegen dingen wordt ver-ondersteld de toekomst te zijn . Deze kennis wordt door Patañjali ook gelijkgesteld met kennis die vrij is van droefheid en schitterend helder is  ( zie sutra 1.36)  Hij bedoeld de intuïtieve waar-neming die de yogi in staat  stelt uiterst kalm en geconcentreerd te zijn.

      img528/8748/scannenjpg325dg4.jpg

      Door het licht van een schitterend heldere kennisactiviteit (op het gewenste object) te richten, is er intuïtie  van wat subtiel of verborgen of verafgelegen  is.
      Van deze schitterende kennisactiviteit is er sprake in sutra 1.36 en 3.32. In het voorhoofd tussen de ogen, ietwat naar achter, is er een shitterend licht dat door gevorderde yogis  gebruikt kan worden . Dit behoort tot de "mystieke fysiologie".


      10. Concentratie op de zon. - geeft intuïtieve kennis van de ganse kosmische ruimte.

      img512/7874/scannenjpg226xe4.jpg

      Door concentratie op de zon komt er intuïtieve kennis van de ruimte.
      De  "ZON" is ook een plaats van de  "mystieke fysiologie" .
      Buiten onze aarde worden zes werelden met verschillende onderdelen en met hun eigen bewoners, genoemd.Die "Hemelen zijn  slechts tijdelijke verblijfplaatsen voor bijzondere verdiensten ; na  die beloning moeten de inwoners  hun kringloop van geboorten voortzetten.
      De psychomentale weg die volgens de eerste Indiase opvattingen gevolgd werd om de tijdelijke beperkingen los te laten, en waardoor aldus het leven tot een relatief bestaan werd herleid, ver-toont veel gelijkenis met de magie .De buitengewone krachten welke door de yogi ontwikkeld  worden , hebben dikwijls een magische tint. ( zie sutra's 3.17-21-24-26 tot 3.38-42 en 4.1)


      11.  Concentratie op de maan. - geeft  het kennen van de schikking der hemellicha-men-
                                                        

      img107/2420/scannenjpg327tw0.jpg

      (Door concentratie) op de maan, is er intuïtieve kennis van de schikking der sterren.
      Eveneens "mystieke fysiologie ; de tekst is duidelijk.


      12. Concentartie op de poolster.- geeft kennis over de beweging van de sterren.

      img406/1736/scannenjpg328qi9.jpg

       (Door concentratie )op de poolster, is er intuïtieve kennis van hun (=de sterren) beweging
      .
      Ook "mystieke fysiologie".  De tekst is klaar.


      13. Concentratie op de navel . geeft als resultat de kennis van het inwendige van het      lichaam.

      img249/4285/scannenjpg329ze5.jpg

      (Door concentratie ) op het wiel van de navel , is er intuïtieve kennis van de lichaamsschikking.
      Vöör de geboorte  wordt het kind gevoed en ontwikkeld langs de navel ; zoals een wiel door de  naaf wordt vastgehouden, zo wordt het lichaam voorgesteld als opgebouwd rond de navel.


      14. Concentrtie op de keelholte . - geeft het resultaat van gevoelloosheid t.a.v. honger en dorst.



      (Door concentratie ) op de keelholte is er ophouden van honger en dorst.
      De keelholte wordt aanzien als de plaats waar honger en dorst aangevoeld worden (zie Sutra 2.48)


      15. Concentratie op de schildpadpijp / - geeft meesterschap over de ademhaling en haar organen.

      img296/8827/scannenjpg331ag3.jpg

      (Door concentratie ) op de schildpad-pijp bekomt men standvastigheid (van het mentaal complex)
      De schildpad-pijp is de luchtpijp en haar vertakkingen ; deze zijn de organen van de ademhaling.
      Concentratie op een object leidt tot meesterschap erover . Aangezien  een trage demhaling, grote  stilte en onverstoordheid van het mentaal complex teweegbrengt , kan de yogi  die op de adem-halingsorganen concentreert, en er meesterchap over verwerft , diezelfde organen kalmeren, en  aldus standvastigheid van het mentaal complex bereiken.


      16. Concentratie op de schittering in het hoofd. - geeft als resultaat het zien van de Siddhas. 
             Dit wordt eveneens gelijkgesteld met intuïtief inzicht .

      img512/1526/scannenjpg332ah5.jpg

      (Door concentratie)  op de schittering in het hoofd , bekomt ment het zien van de Siddhas .
      Een plaats van de "mystieke fysiologie". De Siddhas zijn half-goden  of buitenaardse wezens van de Hindoe mythologie.


      17. Ofwel kent de yogi alles door het opkomen van het dageraadslicht
             Niet door concentrtie !

      img19/4598/scannenjpg333qb3.jpg

      Ofwel (kent de yogi) alles door het opkomen van het dageraadslicht.
      Het dageraadslicht is de voorlopere van het "verheven inzicht " dat ontstaat tijdens de concentratie met perfecte intentionele vereenzelviging. Het object van de concentratie wordt dan ineens volko-men  intuïtief waargenomen . Het blijft niet bij dit ene object , want het Verheven inzicht breidt zich  uit over alle bestaande  dingen, welke ook hun tijdsvorm is. De yogi krijgt daardoor inzicht in de diepste lagen van het bestaan der dingen. Niets blijf onbekend. Deze fase van alwetendheid gaat vooraf aan de concentrtie van afsluiting . Het verheven inzicht is dus de perfectie van het on-derscheidmakend inzicht. Het is echter nog steeds een mentale toestand met objectief bewustzijn. De yogi  wordt a.h.w. verblind  door het "anders zijn" van het Zelf; maar dit "anders zijn" van het  Zelf  kan alleen waargenomen worden door tegenstelling met een Prakriti-realiteit. Er bestaat dus  nog een relatie met Prakriti. Ook deze moet verbroken worden .Alle denken en waarnemen moet dus ophouden , en de enige weg daartoe  is de concentratie van afsluiting  (nirodha-samadhi).
      (zie m.y.b. nr 44).

      De volgende aflevering gaat verder met de concentratie op het hart en andere objecten .<>

      19-06-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
      » Reageer (0)
      26-06-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Boek 3. - De resultaten van de concentratie - (sutra 3.34 tot 3.43 )
      23.

                          De Resultaten van de concentratie  (sutra's 3.34 - 3.43 )


       Concentratie op het derde oog geeft  intuïtieve kennis van het verborgene.

           Intuïtieve kennis van subtiele dingen of verborgen dingen of van verafgelegen dingen wordt ver-ondersteld de toekomst te zijn . Deze kennis wordt door Patañjali ook gelijkgesteld met kennis die vrij is van droefheid en schitterend helder is  ( zie sutra 1.36)  Hij bedoeld de intuïtieve waar-neming die de yogi in staat  stelt uiterst kalm en geconcentreerd te zijn.

       

      (Door ccncentratie) op het hart is er bewustzijn van het mentaal complex:
      het hart wordt aanzien a1s de grot of de citadel van bestaan en de plaats van het Zuiver Bewustzijn in zijn verhevenste vorm op het mentaal complex, meer precies op de bewustlijnsfunctie, neerstraalt.




      De voorstelling waarin geen onderscheid voor­komt tussen het sattamm en het Zelf, (welke nochtans) absoluut onvermengd bestaan, is (ge­woonmenselijke) ervaring; aangezien (deze erva­ring) ten dienste van een ander bestaat, is het door concentratie op wat voor-zichzelf be­staat, dat de kennis van het Zelf verworven kan worden.
      In gewoonmenselijke ervaring is men zich niet bewust van het bestaanson-derscheid tussen de Prakriti uitvoerende oorzaak, maar precies het sattvam, en het bewustzijnsprincipe, nl. het Zelf, dat die activiteit belicht en waarneemt. Het uitvoerend principe staat ten dienste van de Ziener-getuige. Het ware Bewustzijn-Zelf kan dus benaderd worden, enkel door concentratie op hetgeen voor zichzelf bestaat, te weten: op het licht-uitstralend-ZElf of het bewustzijns­aspect van elke ervarirg.
      Su II/6,20,21,25 - IV/18,22,34
      Syn 2.22-33; 6.1-7, 13,23, 8.46-50; 5.31 , 9.24-26; 10.10,11.

      Als gevolg van deze (concentratie op wat voor zichzelf bestaat) komt het (mentaal) dageraads­licht, (alsook de vermogens van) buitennatuur­lijk horen, tasten, zien, smaken en ruiken
      Het dageraadslicht breekt aan wanneer er concentratie is op het bewust-zijnslicht zelf, zodat de verkleuring van objectieve determinaties bijna verdwenen is. Het bewustzijnslicht is dan zo helder dat er intuItieve kennis ontstaat, en de zintuigen op buitennatuurlijke wijze verfijnd worden. 5yn 9.6,8,9.



      Deze (buitennatuurlijke perfecties) zijn verstoringen tijdens de verzin-king, (ze zijn echter) perfecties tijdens het naar-buiten-gekeerd denken.
      I
      n de toestand van verzinking in een objectieve inhoud, kunnen deze buiten-natuurlijke vermogens de perfecte vereenzelviging verhinderen; maar tijdens de gewone menselijke ervaringen zijn ze perfecties.

      .

      Door het verzwakken van de oorzaken van gebondenheid, samen met de (concentratie-) kennis van de werkwijze (van het mentaal complex), vindt het mentaal complex ingang in het lichaam van iemand anders
      D
      e bewustzijnsfunctie (een onderdeel van het mentaal complex)is het psycho-
      logisch aspect van de "Grote Entiteit", die in zichzelf niet geIndividua-liseerd is; alleen de Ego-functie en iemands handelingen zijn de oorzaak van individualisatie.
      W
      anneer dus de gebondenheid verzwakt door het afnemen van zelfzuchtige handelingen en van subjectiviteit, komt de bewustzijnsfunctie los van het individueel lichaam. De bewustzijnsfunctie kan dan,zo wordt beweerd, in het 1ichaam van iemand anders binnen dringen. Of die andere lichamen kunstma-tige lichamen zijn van de yogi zelf (Su IV/4,S) ofwel de lichamen van andere personen, is niet duidelijk.
      S
      u IV/4-6 Syn 5.13-16, 30.




      Door beheersing van de udana
       (worct de yogi) niet vastgehouden door water, modder of doornen en dergelijke dingen, en (bij de dood) is er opgang naar
      boven.
      I
      n sutra 39 en 40 is er sprake van twee (van de vijf) levensstromingen. De udana heeft als eigenschap de levenskrachten opwaarts te leiden. Het ont-snappen van het levensprincipe langs het hoofd wordt beschouwd als een heilzame dood.

      Door beheersing van de samäna is er (lichamelijke) uitstraling. 
      Aan de samana wordt de eigenschap toegekend het voedsel in het lichaam harmonieus uit te delen.
      D
      e perfecte yogi is, als het ware, gehuld in zacht licht.
       




      Door concentratie op het verband tussen het gehoororqaen en de lucht, verwerft (de yogi) een goddelijk gehoorvermogen.
      G
      eluid is een trilling; trillingen gebeuren in iets dat leeg is. Deze leegte, zo zegt yoga, is äkasa of lucht. Het oor dat de trillingen die van buiten komen opvangt, moet dus ook leegte hebben. Door concentratie (en dus beheersing)zal deze leegte in het oor groter worden, zodat het oor bekwaam is de fijnste geluidstrillingen op te vangen. Er ontstaat dus een buiten-natuurlijk vermogen van horen, aldus yoga en sámkhya. Vergelijk deze sutra met sutra III/36, waar men het ontstaan van dit buitennatuurlijk vermogen toeschrijft aan concentratie op het bewustzijnslicht.

      Door concentratie op het verband tussen het lichaam en de lucht, bekomt (de yogi). het vermogen om zich door de lucht te verplaatsen; (dit bekomt hij) ook door intentionele vereenzelviging met (iets) lichts(zoals) een katoen-draadje.
      Z
      waarte ontstaat door de aantrekkingskracht tussen grofstoffelijke mate-ries. Door concentratie onttrekt men zich aan die grofstoffelijke materie, de gunas verliezen hun grofstoffelijkheid en nemen terug hun onstoffelijke toestand aan. De aantrekkingskracht van de aarde wordt dus verijdeld. De lucht biedt geen weerstand (zo zegt de yoga); de yogi wordt niet gehinderd door zijn eigen lichaam (Su III/45). De yogi kan zich dus verplaatsen door de leegte van de lucht heen. Een ander middel is de concentratie (en dus het beheersen) op iets zeer lichts zoals een pluisje, of een stofje.

      De golving (van de denkfunctie) die buiten het lichaam geschiedt en waarin het lichaam geen aandeel heeft, draagt de naam van de "Grote Ontlichaamde"; ze heeft als gevolg, het wegvallen van de overdekking van (sattva-) helder-heid.
      Y
      oga beweert dat een waarnemingsgolving buiten het lichaam kan gebeuren; deze golving is al of niet van dat lichaam onafhankelijk : de ontlichaamde en de grote ontlichaamde.
      Indien de waarnemingsgolven van de yogi buiten het lichaam gebeuren, dan is er voorzeker een losmaken van de grofstoffelijke materie, evenals het onafhankelijk maken van deze golvingen van wat sattva-helderheid bedekt, nl.: karma en kwellingen, evenals hun oorzaak, rajas en tamas.
      S
      u 111/38; IV/4-6 Syn 9.2.

                                              
      de volgende aflevering gaat verder met de concentratie op het hart en andere objecten

      26-06-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
      » Reageer (0)
      03-07-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Boek 3. - De resultaten van de concentratie - (sutra 3.44 tot 3.55)
      24.

                De resultaten van de concentratie - vervolg (sutra 3.44 tot 3.55 ).

       Concentratie op de vijf niveaus van de evolutie . Deze concentratie geeft meesterschap
      over de resultaten van deze vijf niveaus van de evolutie. Men beheerst dus de werking van
      de gunas op elk niveau van de evolutie. De greep van de gunas wordt steeds zwakker
      naarmate men er vat op krijgt.

         img158/2882/scannenjpg344xx4.jpg

      Door concentratie op de grofstoffelijkheid, het (algemene) specifieke, het subtiele, de substratie-ve realiteit en de doelvorm, bekomt men meesterschap over de (objectieve) elementen.
      Er zijn vijf niveaus van oorzakelijkheid: het concrete individu, de algemene specifieke natuur
      (= de vijf objectieve algemeenheden ) de diepste substratieve grond, en de aandrijvende finaliteit. Concentratie is altijd een soort beheersing. Wanneer de yogi , door perfecte verzinking op een object , het mentaal complex stillegt , maakt hij zich los van de meer uitwendige niveaus van de  guna-evoluties . De meer oppervlakkige Prakriti-realiteiten hebben hun taak volbracht ; ze hebben ervaring mogelijk gemaakt en verliezen a.h.w. hun objectieviteit . De yogi komt in direct contact  met hun diepste realiteit , en beheerst deze. Deze sutra handelt over de beheersing van de objectieve elementen ; in sutra 3.47 zal er sprake zijn van de beheersing van de organen.
      De gevolgen daarvan zijn
      1° Beheersing of meesterschap over de acht machten .

      img338/395/scannenjpg345kf2.jpg

      Als gevolg daarvan komen te voorschijn, atomisatie en de andere (lichamelijke perfecties), als-ook de uitmuntendheid van zijn lichaam, en hij is niet verhinderd door de eigenschappen van dit (lichaam).
      Er zijn  acht machten of lichamelijke perfecties :atomisatie of zich klein maken, zich licht maken, zich groot makenn, zich heel ver uitstrekken in de wijdte, onweerbare wil, controle over elemen-ten, overal zijn, en verkrijgen wat men wil. De statische perfecties worden vermeld in de volgende sutra.
      2° Meesterschap over het lichaam en zijn perfecties.

         img406/6125/scannenjpg346uy1.jpg

      Schoon gevormde gedaante, bevalligheid, sterkte, kracht, en de hardheid als van de bliksem , zijn   de uitmuntendheid van het lichaam 
      De tekst is duidelijk !

      23. Concentratie op het waarnemingsproces, op de specifieke vorm (van elk orgaan) en functie, het ik-ben-gevoel, de substratieve grond  (van alle dingen) en de finaliteit (= de bevrijding.)
      Het resultaat is het geleidelijk loskomen uit de greep van de Prakriti-overheersing met alle gevolgen daaraan verbonden .

      img128/9068/scannenjpg347bb8.jpg

      Door concentratie op het waaarnemingsproces , de specifieke vorm, het ik-ben-gevoel , substratieve grond en finaliteit , is er beheersing van de organen.
      Deze sutra is gelijklopend met sutra 3.44 , waar er sprake is van de objectieve elementen . De vijf  Prakriti-oorzakelijke niveaus van de organen zijn : het concrete waarnemingsproces , de spe-cifieke aard en functie van elk orgaan, de subtiele vorm  van het onderliggend ik-ben-gevoel, de  substratieve "Grote Entiteit" en de finaliteit die elke werking aandrijft. Het stilleggen door concen-tratie van het M.C. op elk van deze niveaus  is a.h.w. een geleidelijk losmaken van Prakriti en een beheersing van de waarnemingen.
      Het gevolg van de beheersing van de organen wordt door Patañjali zelf medegedeeld in de volgende sutra .

      img168/4967/scannenjpg348ow3.jpg

      Als gevolg hiervan (kan het lichaam zich verplaatsen met ) de snelheid van de denkfunctie, er kan activiteit zijn van warnemingsgangen buiten (het lichaam) en er is beheersing van de onherleidbare grondoorzaak.
       Deze dynamische perfecties zijn moeilijk te verklaren.  Er wordt beweerd dat de yogi, in een oogwenk , lichamelijk anwezig kan zijn op grote afstanden, dat de organen kunnen werken aan om het even  wat in de tegenwoordige , de toekomstige en de verleden tijd, dat er meesterschap  ontstaat, zelfs over de onherleidbare  of de universele grondoorzaak .
      Ik verwijs hier even naar het boek 'Een jaar bij de yogis van India en Tibet' , waarin prake is van dergelijke perfecties. ( auteur : Lily Everdijk Smulders).

      24..Concentratie op het anders zijn van het Zelf  t.a.v. sattvam - geeft als resutaat alwetendheid op alle terreinen. Dit wordt uitglegd in de nu volgende sutra  :

      img119/1188/scannenjpg349fr1.jpg

      Hij die (bevestigd is in het) waarnemen van niets anders dan het 'anders-zijn' van het Zelf ten aan-zien van het sattvam (van de bewustzijnsfundtie ), bezit heerschappij over alle bestaansvormen en alwetendheid.
      De yogi die in zijn waarnemingen en ervaringgen overtuigd is van het bewustzijn van het  anders-
      zijn ' van het Zelf ten aanzien  van  zelfs de subtiele sattva-guna , beheerst  alle Prakriti-realiteiten en is alwetend.
      OPMERKING.
            Opnieuw is Patañjali daar met waaschuwingen opdat de yogi zich niet door deze absolute alwetendheid of beheersingsvermogen  van de gunawerking zou laten verleiden .

      1° De 'Alleenheid' (kaivalya) zal slechts bereikt worden indien de yogi volledig passieloos blijft 
          ten aanzien van deze buitengewone perfecties..

      img122/7038/scannenjpg350ee8.jpg

       Wanneer door passieloosheid ,zelfs ten aanzien van deze (perfecties en onderscheidmakend inzicht)het zaad van alle bevlekkingen verdwenen is, (wordt ) alleenheid  (verwezenlijkt).
      Dit is deperfecte passieloosheid. De yogi is onthecht  van alles waarin Prakriti betrokken  is, zelfs van onderscheidmakend inzicht waar het zuiverste sattvam van de bewustzijnsfunctie nog een  weerspiegelende activiteit heeft. Dan blijven er slechts "verbrande"  zaden over die niets kunnen voortbrengen.. Dan eindigt  de finaliteit van Prakriti, en is er isolatie van het Zelf.

      2° Indien de yogi zich laat verleiden door de hemelbewoners (of de volmaakten) die hem aanspo
           ren van deze grote gaven te genieten en dit als een beloning te zien voor alle inspanningen  die
           hij tot hiertoe deed , dan valt hij terug in de kwellingen.

      img527/5329/scannenjpg351ec1.jpg

      In geval van  (bekorende) uitnodigingen vanwege hemelse bewoners, mag geen gehechtheid of hoogmoed  opgewekt worden , want (dan) komen ongewenste (gevolgen) weer terug.
      De yogi die ver gevorderd is ,maar de hoogste graad nog niet heeft bereikt, kan bekoord worden door jaloerse hemelse bewoners . Bij de minste toegeving of gehechtheid aan eerbetoon , zouden de kwellingen terug komen .

      25. Door concentratie op de tijdsruimten  en hun opeenvolging  ontstaat het intuïtief inzicht .

      img120/7404/scannenjpg352ub8.jpg

      Door concentratie op tijdsruimten en hun opeenvolging, komt intuïtieve kennis, teweeggebracht door fijn onderscheid..
      Alle Prakriti dingen ondergaan onophoudelijk mutaties.Elke modaliteit verschuift aanhoudend  in tijd, en deze tijdscoëfficienten verschillen in verschillende dingen ; ze bezegelen de verschillende modaliteiten. De yogi. die inzicht heeft in de tijdscöefficienten en in hun opeenvolging,  kan dus twee identieke dingen onderscheiden .Voorbeeld : twee gelijke glazen staan naast elkaar.Tijdens de afwezigheid  van de yogi worden ze van plaats verwisseld. Deze verplaatsing kan de yogi vaststellen , wegens het verschil van opeenvolging van de tijdscoëfficient  : het eerste glas stond op plaats A in het verdere verleden, daarna stond het in het  dichtere verleden op plaats B. Het tweedee glas was eerste met plaats B verbonden , daarna komt het in plaats A. De relatie met die twee plaatsen in twee opeenvolgende momenten, verschilt wegens de opeenvolging  van momenten . Het inzicht in dit verschil heeft natuurlijk niets te maken met het 'onderscheidmakend-inzicht '. Nog een gevolg van intuïtieve kennis is de helderziendheid in bv. dingen die identiek zijn  maar toch wat plaats en tijd betreft een verschil kunnen laten aanvoelen zoals we lezen in de volgende sutra .

      img249/2712/scannenjpg353ao5.jpg

      Als gevolg daarvan bestaat er duidelijke kennis van twee dingen die gelijk zijn voor zover hun verschil niet uitgemaakt kan worden door specifieke soort of individueel kenmerk of bepalende plaats.
      De voorgaande sutra geeft de uitleg . Hoezeer de verschillende dingen gelijk kunnen schijnen, de opeenvolging ven hun modaliteiten door de tijdscoëfficienten aangeduid, kan nooit dezelfde zijn in beide dingen.

      Hier eindigt de bespreking van de soorten objecten waarmede door concentratie de 'Samapati' of gelijkvormigheid kan bereikt worden en waardoor alle belemmeringen kunnen wegvallen.Het resultaat van al deze soorten is dus, dat er bij de yogi buitengewone gaven ontstaan  die hem onderscheiden van de gewone mensen . Dit houdt echter een gevaar in, en op dit gevaar heeft Patañjali ook willen wijzen in zijn uiteenzetting.

      5. HET ONTSTAAN VAN INTUITIEVE KENNIS.

          Aan het einde van het derde boek geeft  Patañjali in de sutra 3.54 ( nogmaals) antwoord op de vraag hoe de intuïtieve kennis ontstaat.



      Intuïtief, met alle dingen als object, met alle tijden als object en zonder opeenvolging (inééns), zo wordt de kennis door (dit) onderscheidmakend inzicht voortgebracht.
      De intuïtieve waarneming die het gevolg is van het onderscheidmakend inzicht  (sutra 3.52), dringt door tot de individuele concreetheid  van alle Prakriti-realiteiten , tot in hun diepste wezen  en on-der alle tijdscoëfficienten . Dergelijke kennis van een object behelst het denkbare in dit object ;  alles  inééns als één geheel, zonder opeenvolging van steeds diepere aspecten van dit object. De ganse realiteit is concreet en individueel. Er is geen schaduw van abstracte dingen mee gemoeid.

      6.WANNEER ONTSTAAT DE ALLEENHEID ?

          De slotvraag aan het einde van dit derde boek gaat terug naar het einddoel van de yoga beoe-fening  nl. KAIVALYA  of  alleenheid..
      Met de laatste sutra van dit boek wil Patañjali nogmaals het einddoel duidelijk in het licht stellen  van allen die aan zijn lering over Yoga zouden twijfelen (nl. het stilleggen van de golvingen van het mentaal complex) . Hij zegt dat de ' alléénheid ' te vergelijken is aan het gelijk zijn van sattvam,  in haar hoogste schittering, met het licht of de  schittering van het ZIJN  in de bewustzijnsfunctie.

      img517/6162/scannenjpg355tp4.jpg

      Wanneer de zuiverheid van het Sattvam (van de bewustzijnsfunctie)  en die van het Zelf gelijk zijn dan is er , wat men noemt, alléénheid .
      De gelijkenis is deze van een spiegelbeeld ten opzichte van de realiteit ; ze is echter niet absoluut.Wat zuiverheid betreft mag men zeggen dat er gelijkheid is ; Het onbezoedeld spiegel-beeld zonder de minste verkleuring enerzijds, en het Zuiver Bewustzijn-Zelf  anderzijds. Het spie-gelbeeld is echcter onophoudend afhankelijk van het Zelf. Het is veranderlijk en vergankelijk, ter-wijl het Zelf eeuwig onafhankelijk, onveranderbaar en onvergankelijk is. Het gevolg  van deze verhevenste toestand van het sattvam van de bewustzijnsfunctie is 'bevrijding' . Dan heeft Prakriti  zijn uiteindelijke doel van dat Zelf bereikt , en houdt dus op te weerspiegelen bij gebrek aan aan-drijvende finaliteit. 
      Wanneer Sattvam zijn  toppunt bereikt , volgt de volledige opslorping van het Prakriti-omhulsel  in de universele voedingsbodem  van Prakriti voor wat de aanverwante geest aangaat. Dit is  dan de uiteindelijke en onverliesbare gelukzaligheid .

      De volgende bijdrage zal aan aanvangen met de uitleg van het vierde boek dat handelt over de  ISOLATIE  of  de ONAFHANKELIJKHEID.
       

      03-07-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
      » Reageer (0)
      10-07-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE YOGA-SUTRA VAN PATAÑJALI - Boek 4 -KAIVALYAPADA - I solatie) Sutra 4.1 tot 4.7.
      25.
                            Boek 4 -KAIVALYAPADA - DE ISOLATIE.

      1.INLEIDING..
         De vier boeken van de yoga-sutra zoals we ze nu bezitten schijnen volgens G.M.Koelman de  codificatie te zijn van diverse yoga-overleveringen welke Patañjali in één verhandeling heeft willen samenbrengen. De eerste drie boeken omvatten de essentie van de yoga soms wel met overlappingen, maar meestal met aanvullende verduidelijkingen. Het vierde boek ziet hij meer als een soort bijvoegsel waarin Patañjali vooral een antwoord wilde geven op Boeddhistische tegen-stellingen in verband met het bestaan der dingen, de werking van het mentaal complex en de be-stendigheid van het Spirituele Zelf. (zie het boek Patañjala Yoga pag 287 voor eventueel meer uitleg).
      Er zijn inderdaad een paar zeer opvallende tegenstellingen.of meningen die in het Boeddhisme vooropgesteld worden en die niet stroken met de zienswijze die in de Yoga-sutra voorgesteld wordt.
      Zeer in het oog springende verschillen in opvatting zijn alvast deze twee : 
      1°Alles bestaat slechts één moment.
          Het Boeddhisme houdt staande dat alles slechte één ogenblik  bestaat. Dit blijkt uit het gezegde  "De oorzaak keert terug naar het niet-bestaande op het ogenblik dat het gevolg daar is". Het is dus  niet zoals Patañjali beweert, dat het gevolg reeds werkelijk bestaande is in de nog niet gemanifesteerde toestand van de oorzaak  Er is volgens de yoga geen domein van het 'niet-be-staande'  en het gevolg is niets anders dan de oorzaak onder een nieuwe manifestatie . De oorzaak zelf is het gevolg van een nog niet gemanifesteerde toestand . Deze verklaring houdt verband met de theorie van de evolutieleer van  de yoga waarin voorop staat dat de evolutie niet het produce-ren inhoudt van een nieuw wezen, maar het evolueren vanuit een besloten  ongedifferentieerde toestand van bestaan . Het bestaan zelf is permanent . Aldus volgt daaruit dat het gevolg de oor-zaak is onder een nieuwe manifestatie  en dat de oorzaak het gevolg is in een ' nog-niet-gemani-festeerde' toestand.
      2° De kennis en het Zelf.
           Het Boeddhisme beweert eveneens dat het  mentaal complex zichzelf en het object op één en hetzelfde ogenblik kent, dat het-ding-op-zich geen fysisch bestaan heeft en dat het Zelf geen be-
      stendig bestaan heeft. Op deze stelling zal Patañjali een antwoord geven door de uitvoerige be-spreking over  de werking van het mental complex ; door uit te leggen hoe een waarneming ge-beurt en hoe alles door het bestendige Zelf verlicht wordt.
      Het bestaan der dingen en de verschillende niveaus van bestaan zijn geen spel van onze verbeel- ding. Het mentaal complex is eveneens een Prakriti-ontwikkeling die nodig is om de staat van be-vrijding te bereiken, want het helpt ons tot de staat van onderscheidmakend inzicht te komen. Het zal ons via de concentraties en vooral door de concentratie van afsluiting in asamprajnatasamadhi  toelaten zijn eigen werking volledig stil te leggen om aldus tot de staat van Kaivalya te komen. 

      2. INHOUD EN BESPREKING VAN DE SUTRA'S. (sutra  4.1 tot 4.7 )

          1°Het ontstaan der buitengewone perfecties.

      img516/852/scannenjpg41ri2.jpg

      (Buitennatuurlijke) perfecties ontstaan ofwel door geboorte, of door narcotische middelen , of toverkracht  of zelfkastijding. of verzinking.
      Wanneer we teruggaan naar de primaire bedoelingen van alle indiase systemen van bevrijdin, dan zien we dat ze allen streven naar het loslaten van de tijdelijke beperkingen die oorzaak zijn waar-door we ons Zelf tot een relatief bestaan herleiden  De weg van deze loslating is een psychomenta-le weg waardoor we buitengewone perfecties nastreven die ons in staat moeten stellen los te ko- men van de materiele dingen. De middelen om tot deze weg te komen en om deze fysische buiten- gewone perfecties in werkelijkheid om te zetten , zou men kunnen putten uit magie, uit drugs of uit zelfkastijding. Patañjali echter geeft de voorkeur aan Samadhi of verzinking. In deze toestand zijn we immers in staat door te dringen tot de diepste werkelijkheid der dingen en er door 'samapatti'  (= perfecte overeenstemming van de denkfunctie met het object van concentrtie ) aan te ontstijgen. De nietigheid van alle objecten wordt inderdaad voor de yogi duidelijk en hij kan ze achterlaten.
      Dit is de inhoud en de betekenis van de eerste sutra van het vierde boek.

           2° Het ontstaan van een andere natuur.
      In de tweede en de derde sutra stelt Patañjali voor hoe de mutaties tot stand komen, m.a.w. hoe er een andere natuur tot stand kan komen bij  de geboorte .Hij zegt dat Prakriti de grondoorzaak is en dat deze zodanig kan aangevuld worden met verzonken indrukken van vorige levens , dat er daaruit een andere natuur kan ontstaan, aangepast aan het Zelf (het leven !) dat opnieuw geboren wordt. Prakriti past zich  aan naargelang het Zelf.



      De mutatie (van geboorte) in een andere natuur is het gevolg van de aanvulling van de Prakriti (grondoorzaak).
      Zo gebeurt bv.de gedaanteverandering  van mens  tot dier, door geboorte. Onder de oorzakelijke invloed  van morele, psychische en fysische bezinksels , vult Prakriti zichzelf aan, of beperkt zich- zelf, om de nieuwe lichaamsgedaante en de organen te vormen.

      img524/7181/scannenjpg43gz8.jpg

      De werkende oorzaak is niet de aandrijvende oorzaak, maar het is door haar, dat wat in de weg staat van (het opkomen van) de Prakritirealiteiten , weggeruimd wordt, evenals de boer, (die de aarden dijk opbreekt zodat het water zijn rijstveld overspoelt ).
      Patañjali gebruikt hier het beeld van de boer die, om zijn land te laten bevloeien door het water, slechts de dijk moet doorbreken en het water stroomt vanzelf over het land. Hiermede bedoelt hij dat de oorzaak die de mutatie in een andere natuur tot stand brengt, niet de werkende oorzaak is. De nieuwe Prakriti-schikking  gebeurt door de aandrijvende kracht van Prakriti ; de invloed der bezinksels bestaat enkel in het weggnemen van wat in de weg staat , van een manifes-tatie van een licham, en de aangepaste organen die eigen zijn aan een specifieke natuur door het Karma vereist . Prakriti werkt dus onder impuls van de Karmawet deze of gene natuurverande- ring uit . De oorzaak die de evolutie tot stand brengt is Prakriti (of het water dat de bevloeing uit- voert . 
          3°De mentale complexen door de yogi voortgebracht.
      De yogi kan zich na de zelfrealistie een kunstmatig mentaal complex aanmeten om anderen te kun-nen helpen. 

      img406/3854/scannenjpg44mg0.jpg

      (kunstmatig) opgebouwde mentale complexen kunnen alleen uit het ik-ben-gevoel voortkomen.
      Een perfecte yogi kan bevrijd zijn terwijl  zijn huidig leven nog een tijd voortduurt ; dan is zijn eigen mentaal complex zonder miswijsheid ; stil gelegd aangezien Prakriti voor hem geen verder doel moet bereiken . Maar hij kan andere mensen nog helpen en raad geven. Hij moet zich daarvoor een kunstmatig mentaal complex maken en dit kan hij door  zijn ik-ben-gevoel . Niet uit andere gevoelens, want dan zouden zijn daden karma verwekken. Koelman vraagt zich af waarom dit zo zou zijn. Hij zegt : " Waarom ? : ik heb geen uitleg kunnen vinden. Is het misschien omdat de kunst-matige mentale complexen bewuste eenheden moeten zijn ? . Het ik-ben-gevoel impliceert de werking van de ego-functie en van de bewustzijns-functie : het  eenheidsprinciepe van ego- en bewustzijnsfunctie wordt ervaren als "ik" in de bewustzijnsfunctie. Noch de bewustzijnsfunctie alleen, noch de denkfunctie (die enkel een inwendig kennisorgaan is) volstaat om het  'ik-ben-gevoel'  voort te brengen. Alleen de samenwerking van de bewustzijnsfunctie en de ego-functie kunnen het oorspronkelijke 'ik-ben-gevoel' van de yogi voorzetten in de kunstmatige mentale complexen. Prakrti bouwt deze kunstmatige complexen op, maar onder leiding van de yogi die Prakriti in zijn macht heeft ". Patañjali gaat nu verder in op de werking van deze kunstmatig voortgebrachte mentaea complexen.

      img329/5308/scannenjpg45rc4.jpg

      Terwijl er verscheideheid is in de activiteiten  (van de kunstmatige mentale complexen) is er (toch maar ) één mentaal complex dt de andere aandrijft.
      Deze kunstmatige complexen zijn werkzaam . Aangezien het aangeboren mentaal complex  van de yogi stilgelegd is, moet er noodzakelijker wijze één van de kunstmatige mentale complexen het lei-dend en coödinerend principe zijn van de anderen. Ware dit niet, dan zouden de kunstmatige complexen niet afhangen van één en dezelfde yogi , en zouden ze elkaar kunnen tegenspreken.
      Tenslotte kan men zich de vraag stellen of deze mentale complexen geen karma zullen verwekken.
      Patañjali reageert hierop door aan de halen dat alleen het mentaal complex dat voortkomt uit "verzinking" (samadhi) zonder gehechtheid bestaat en dus karmaloos zal handelen.


      img249/5940/scannenjpg46ub7.jpg

      Van deze  (buitennatuurlijke mentale complexen  die op  vijf verchillende manieren kunnen ontstaan) is ( alleen) het (opgebouwde) mentake complex dat uit verzinking voortkomt , zonder bezinksels.
      Sutra 4.1 noemde vijf mogelijke manieren voor het ontstaan van buitennatuurlijke perfecties. Alleen de perfecties die voortkomen  uit concentratie, zijn vrij van morele, psychische en fysische bezinksels ; zijn zonder hindernissen en kwellingen. Aangezien het mentaal compklex van de con- centrerende yogi gans onthecht is en zonder verlangens, komen zijn opgebouwde kunstmatige complkexen niet voort uit bezinksels, maar uit de onthechte wil van de yogi. De mentale com-plexen, opgebouwd  op andere manieren zijn het gevolg van gehechtheid , en laten dus bezinksels achter die de geconditioneerdheid van het Zelf nog vaster maken.

      In de volgende sutra's gaat Patañjali  verder in op het karma  en haalt  nog even de werking van de Karma-wet aan. 

           4° Het Karma.;
      Om uit te leggen dat de daden van een zelfgerealiseerd persoon karmaloos zijn, gebruikt
      Patañjali een kleurenschakering. 
      *Goed karma is wit.
      *Slecht karma is zwart.
      *Gemengd karma is wit-zwart.
      *Yogi karma is kleurloos

      img262/4932/scannenjpg47qm2.jpg

      De karma van de yogi is noch wit-noch-zwart. ; die van de anderen is van drie soorten.
      Witte karma is het bezinksel van uitwendige goede daden die geen kwaad berokkenen aan levende wezens.Zwarte karma is het tegenovergestelde ; nl. bezinksels van uitwendige daden die levende wezens schade of pijn doen. Wit-en-Zwart  is het bezinksel van gewoonmenselijke daden, waarin  bijna onvermijdelijk een levend wezen schade wordt aangedaan, bv. het voedsel dat we eten en voorbereiden ; er is ook gehechtheid in vermengd. Er bestaat een vierde karma, die vande yogi, noch-wit-noch-zwart : zijn uitwendige dden zijn vrij van alle schade voor anderen, zijn zijn inwendige daden zijn vol van  onthechting en brengen geen vruchten voort, noch  met verdienste,  noch zonder verdienste.
      Reeds in het tweede boek, sutra 2.12, 1.13  en 2.14 heeft Patañjali gesproken over bezinksels die het gevolg zijn van de karmawet. Hier zal nu dieper ingegaan worden op de werking en de gevolgen van de drie andere soorten karma dan deze van de yogi.

      In de volgende bijdrage volgt de uitleg en de benaderingswijze van. dit karma.

      10-07-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
      » Reageer (0)
      17-07-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE YOGA-SUTRA VAN PATAÑJALI -Boek 4 - KAIVALYAPAD A Sutra 4.8 tot 4.14.
      26. 

               Boek 4.- KAIVALYAPADA - (sutra 4.8 tot  4.14 )

           HET KARMA -vervolg. -
                  In verband met het Karma wordt in de sutra's 4.8 tot 4.11 op een meer diepgaande wijze herhaald dat de bezinksels steeds aanwezig blijven en dat er maar één manier is om hun uitwerking  (indien ze nog niet opgekomen is) te doen stoppen, nl. door het mentaal complex stil te leggen .
      Het ware na te streven doel in yoga is dus het doen stoppen vn alle daden of gedachten die bezink- sels voortbrengen die nu of later moeten uitgewerkt worden. Lees in dit verband nog eens het arti-
      kel  ' Het ware na te streven doel in Yoga'  toegevoegd aan de bespreking van de sutra 2.16.

      img115/7983/scannenjpg48el0.jpg

      Wat deze (eerste drie soorten bezinksels betreft) is er alleen ontluiking van de onderbewuste in-drukken welke samenhorig zijn met het rijpen van die (geveven karma)
      De eerste drie karmas brengen vruchtgen voort ; toch roepen zij alleen die verzonken indrukken  op welke samengaan met de specifieke natuur van de nieuwe geboorte , zoals b.v. de gevoelens, en instincten van dit of dat dier. Deze onderbewuste indrukken krijgen  uitwerking  via de hulp  van de latente herinneringen.

      img507/6516/scannenjpg49mt3.jpg

      Zelfs wanneer ( de onderbewuste indrukken ) verwijderd zijn door (tussenkomst van ) geboorten in andere naturen, of door plaats en tijd, is er (toch) onafgebroken aansluiting, aangezien beide , geheugen en onderbewuste indrukken, de zelfde vorm hebben.
      (er volgt  hier een verdere  uitleg van de vorige sutra) .
      De morele waarde-bezinksels, samen met de psychische bezinksels, blijven altijd aanwezig , maar  ze manifesteren zich alleen wanneer de tijd gekomen is tot rijping in een gunstige natuur en toe- standen. Zie en en lees in dit verband de sutra 2.12 en uitleg.. Een belangrijke opmerking wordt  in de volgende sutra naar voor gebracht.

      img503/9631/scannenjpg410zg2.jpg

      Bovendien, deze (onderbewuste indrukken) zijn zonder begin, angezien begeerte voortdurend  bestaat.
      In elke bestaansvorm van levende wezens zijn er verlangens, afkeer enz... Deze komen voort uit vorige onderbewuste indrukken, welke op hun beurt bezinksels zijn van vroegere begeerten. Be- geerte en afkeer zijn dus zonder begin.
      Waarom gelooft het Prakriti-subject  (het ego) dat hij of zij het is, die waarneemt ? Waarom schijnt  hij die in zichzelf  Zuiver Bewustzijn is , de uitvoerder te zijn van de activiteit van kennen ? Waarom ? Omdat de mens gedurende zijn vorige levens dezelfde verwarring heeft begaan. Deze  verwarring zal ook in de toekomst haar gevolg hebben . Ze bestaat (zoals de reeks kip en ei ) in een oneindige reeks, waarin datgene wat effect is van een vroegere oorzaak, op zijn beurt oorzaak is van een later effect.
      Hier kan de vraag gesteld worden : Wanneer zullen deze onderbewuste indrukken verdwijnen ? Het antwoord luidt : Wanneer er geen golvingen meer zijn in het mentaal complex.

      img162/2762/scannenjpg411cr6.jpg

      Aangezien (onderbewuste-indrukken) vastliggen aan oorzaak, effect, substratieve steun en opwekkend object, zullen deze (indrukken) verdwijnen wanneer die (oorzaak enz...) ophouden.
      Oorzaak is deugdzame of ondeugdzame dispositie ; efect is goede of slechte daden  ; grondslag  is het mentaal complex dat nog golvingen heeft ; objectieve steun zijn de uitwendige dingen en omstandigheden die de golvingen oproepen. Deze vier  gaan altijd samen . De kringloop van geboorten wordt beschreven als een wiel met zes spaken : deugdzaamheid en ondeugdzaamheid, genot en pijn, begeerte en afkeer. Men kan geen eerste spaak aanduiden aangezien elke spaak beurtelings effect is en oorzaak .Miswijsheid blijft altijd de naaf van het wiel.

          5° Het werkelijke bestaan der dingen.

      1. Bestendig bestaan der dingen.
      Hier  raakt Patañjali een punt aan waar vele andere dârsanas maar in het bijzonder deze van  de Vedanta-strekking , het niet eens zijn.
      Het bestaan der dingen die we waarnemen noemt men in de meeste gevallen geen echt bestaan, maar een product van de geest, een voorstelling of een bestaan zonder werkelijke duurzaamheid, men noemt dit  "MAYA"
      Voor de yoga van Patañjali is dit gans anders, want de wereld der materie heeft haar werkelijke bestaan en is reëel , evenals het Zelf reëel is . Om dit aan te tonen verwijst Patañjali naar verschil-lende vaststellingen waarop hij reeds vroeger de aandacht vestigde . Vooral in het derde boek van zijn Sutra,  waarin   hij zegt dat iemand die zich op de mutaties concentreert (sutra 3.16) kennis krijgt van het verleden en de toekomst, waar de dingen die ingevolge mutatie tot stand  kwamen, ook hun bestaan hebben maar niet zichtbaar voor het gewone oog. Iemand die de dingen kan
      waarnemen zonder belemmering van verleden en toekomst, bezit dus een buitengewone gave die
      'onderscheidmakend inzicht' wordt genoemd of intuïtief inzicht  Gewone waarneming is alleen mogelijk voor dingen die in  de tegenwoordige tijd bestaan.



      Het verleden en het toekomstige bestaan in hun specifieke natuur, aangezien de tijdsverschu
      vingen tot de (modaliteit-) determinaties behoren.
      Elke specifieke determinatie  blijft altijd bestaan, alleen haar tijdscoëfficient ( en dus haar inten-siteit) verschuift aanhoudend van de toekokmst naar het tegenwoordige, en vandaar naar het verleden. Deze specifieke determinatie kan dus altijd waargenomen worden, samen met haar situatie in de tijd.
      De verschillende essentiële bepalingen bestaan eeuwig , maar voor ons,gewone mensen , zijn ze niet altijd waarneembaar. Sommige behoren tot het verleden en blijven ongemanifesteerd ,andere behoren nog tot de toekomt en zijn eveneens ongemanifecteerd .

      2. Gemanifesteerd of niet gemanifesteerd.
      Er volgt nog verdere uitleg over het bestaan der dingen.  Patañjali zegt nu uitdrukkelijk dat de de-terminaties  (de modaliteiten of bestaande dingen) steeds blijven  bestaan, maar niet op een voor ons zichtbare wijze.

      img119/7913/scannenjpg413ly7.jpg

      Deze (specifieke determinaties met hun aangepaste tijdscoïfficient , bestaan ofwel op gemanifesteerde ofwel op subtiele wijze) ; ze hebben de gunas als hun diepste wezen.
      Verdere uitleg van vorige sutra. Een specifieke determinatie bestaat altijd, maar met verschillende tijdscoïfficienten .Alle Prakriti-evoluties zijn in hun  diepste wezen  niets dan guna-samenstellingen en uitwerkingen. Er werd reeds gewezen op de bestendigheid van de materie en over de drie ver-schillende niveaus van bestaan volgens de yoga nl. -het terzijdelevend bestaan van geesten dat niet  te zien is en dat niets te maken heeft met de werkelijkheid van  Prakriti, - het gemaninfesteerde be-staan zoals we dit waarnemen en het ongemanifesteerde bestaan dat we, ofwel nog niet kunnen waarnemen  ofwel  niet meer kunnen waarnemen. Er bestaan  echter eveneens vier stadia van be-staan , waarin de gunas zich kunnen bevinden . Ze werden reeds aangehaald en besproken  bij de uitleg aangaande sutra 2.19 (zie aldaar voor een heropfrissing van het ontstaan der evolutie en het  werkelijke bestaan der dingen. ) . Dit ontstaan wordt nu verder toegelicht.
       
      3. Het ontstaan ligt bij mutatie van de gunas. Dit zegt Patañjali :

      img128/1926/scannenjpg414hh1.jpg

      Door één enkele mutatie ontstaat de hoedanigheid  van een ding-op-zichzelf.
      Er is één enkele mutatie, nl. die van de gunas. De gunas werken gezamenlijk en schikken zich  sa-menhangend om een ding-op-zichzelf voort te brengen.Dit ding-op-zichzelf is één eenheid  welke alle nodige determinaties bezit , nl.  fysische, psychische en morele . Dit ding-op-zichzelf ondergaat  onophoudelijk veranderingen. Aangezien er uiteindelijk slechts één substratieve oorzaak is, nl. de drie gunas samen,  raken alle mutaties, hoe oppervlakkig ze ook schijnen, de grondoorzaak aan, en zijn toe te schrijven aan de gunas. Deze sutra verdedigt het werkelijke fysich bestaan van de bestendige stoffelijke realiteiten . Zij is het antwoord  op de Boeddhistische stelling van "de Vernielers", die de fysische  werkelijkheid van een ding-op zichzelf verlochent en ze afbreekt  tot  elkaar-opvolgende momenten zonder bestendigheid. De gunas en hun specifieke werking worden door Vyasa (de eerste commentator van de sutras) op meesterlijke wijze beschreven (zie m.y.b. nr 35 ).Uit deze bechrijving weten we dus dat ze werkelijk bestaan en uit zichzelf zonder hulp van  buiten af, samenwerken om alles wat nodig is voor de bevrijding van de Zelven, tot stand te bren- gen. zij vormen essentiele structuren  doordat ze elkaar tot steun dienen. Ze zijn dus veel meer dan  een soort eigenschappen  van  Prakriti.

      In mijn volgende bijdrage zal het bestaansniveau van de materie en van het mentaal complex
      nader toegelicht worden .

      17-07-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
      » Reageer (0)
      24-07-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Yoga Sutra - Boek 4 Kaivalyapada-vervolg 2 -sutra 4.15 tot 4.17.
      27.
                     KAIAIVALYAPADA - vervolg 2 -(sutra 4.15 tot 4.17)

      4. Verschillend bestaansniveau ding en mentaal complex.
      Het duidelijkste bewijs om aan te tonen dat de dingen en het mentaal complex niet het zelfde bestaansniveau hebben of m.a.w. om aan te tonen dat de dingen ook bestaan als men ze zich niet voorstelt , of dat ze niet enkel in onze verbeelding betaan, vindt Patañjali in het bewijs dat vele mentale complexen te gelijkertijd  het zelfde ding als identiek kunnen waarnemen . De bijkomende verkleuringen door de waarnemende eventueel vastgesteld , wijzigen de essentie van het waarge-nomen ding niet. Hij verduidelijkt deze bewering in sutra  4.15.

      img520/7555/scannenjpg415ua0.jpg

      Aangezien er verscheidenheid is van mentale complexen terwijl het ding-op-zichzelf hetzelfde blijft (is het duidelijk dat) deze twee (mentaal complex en ding-op-zichzelf) zich op afzonderlijke bestaansniveaus bevinden .
      Ten aanzien van één en dezelfde realiteit kunnen er in verschillende mentale complexen verschillende gemoedsstemmingen bestaan ; ten aanzien van verschillende realiteiten kunnen er gemoedsstemmingen bestaan.  Het ding en het mentaal complex behoren dus tot verschillende domeinen . Het ding-op zich-zelf bestaat dus onafhankelijk van de mentale complexen.
      Deze sutra weerlegt een andere Boeddhistische leerstelling , nl. deze van de "Idealisten" die beweren dat wat men ding-op zichzelf noemt enkel een mentale projectie is van het mentaal complex ; deze school verwerpt dus het fysische bestaan van het ding-op-ziichzelf.
      In de uiteenzetting over de evolutie van Prakriti werd uitgelegd dat de objectieve  evoluties van Prakriti  zich ontwikkelen  op het ogenblik dat de vijf algemeenheden (tanmatra's) zich losgemaakt hebben  uit de bewustzijnsfunctie  en van daaraf zet de ganse evolutielijn van de objecten zich in beweging. 

      5. Het ding is onafhankelijk van het M.C
      Om nog verder bewijs te leveren van het werkelijke bestaan der dingen zal Patañjali  nogmaals wijzen op de onafhankelijkheid van het ding ten aanzien van het mentaal complex, en à fortiori verklaren dat dit zelfs zo is t.a.v. één mentaal com plex waarvan elk bestaan afhankelijk zou zijn volgens sommige andere zienswijzen. 

      img248/8538/scannenjpg416pm9.jpg

      Noch is het ding-op-zichzelf  afhankelijk ( in zijn bestaan) van één enkel mentaal complex; wat zou dat ding dan zijn indien (dat één mentaal complex) geen kennis-activiteit had aangaande dit (ding ) ?
      Deze sutra ontbreekt in sommige uitgaven ; ze is de verdere uitleg van de vorige.
      Om uit te leggen hoe één  en hetzelfde ding-op-zichzelf , ofschoon het een projectie is van de verschillende mentale complexen, toch hetzelfde is voor die mentale comlexen , hebben sommige Boeddhistische Idealisten  beweerd dat er maar één projecterend  mentaal complex bestaat , waarvan de andere mentale complexen een deel of een weergave zouden zijn . Yoga ontkent dit. Ware dit zo, wat zou het ding-op-zichzelf  dan zijn wanneer dat éne projecterend mentaal complex dat gedacht niet had ?
      Dat deze sutra ontbreekt in bepaalde uitgaven is dus niet te verwonderen , want ze past niet in de zienswijze of in de verklaring van de commentatoren van bepaalde strekkingen . Patañjali  wijst niemand terecht; maar de vermoedens dat hij  zekere  zienswijzen ( die niet stroken met de  Yoga-zienswjze ) afwijst, zijn duidelijk. 

      6 Wanneer het ding gekend is, is er verkleuring van her M.C.

      Patañjali besluit zijn betoog over het onafhankelijk bestaan der dingen, door er op te wijzen dat het ding ook nog bestaat wanneer het  m.c. er geen kennis van  neemt 
      Wanneer het  m.c.  er wel kennis van neemt , is er verkleuring van het  m.c.

      img341/6544/scannenjpg417kh2.jpg

      Naargelang het ding-op-zichzelf  het mentaal complex verkleurt ( of niet verkleurt) is het ding gekend of niet gekend.
      Het  ding-op-zichzelf  bestaat, onafhankelijk van  het ene of van vele mentale complexen  Het wordt slechts een object van kennis , wanneer door tussenkomst van de organen, golvingen verwekt worden in de bewustzijnsfunctie  welke aldaar in het bewustzijnslicht worden opgevangen.

      Hier eindigt Patañjali zijn uiteenzetting over het werkelijk bestaan der dingen en hun onafhankelijk bestaan t.o.v. het mentaal complex (CITTA)waarover hij het in de volgende sutra's 4.18 tot 4.25 zal hebben.
      In deze tot hiertoe gevoerde  uiteenzetting komt vooral de eigenheid van de yoga-dârsana tot uiting t.o.v. andere zienswijzen. Naar aanleiding van deze verklaringen heb ik  in 1983 een  artikel geschreven  als bijlage aan les 29 van de opleiding  tot yogacharya . Ik wil het  tot slot van deze aflevering hier opnemen  alvorens in een volgende aflevering de aangekondigde uiteenzetting over Citta aan te vatten.

       YOGA-INSTITUUT HALASANA v.z.w.    BIJLAGE - LES 29

      HET ZELF, HET EGO EN DE WERELD DIE WIJ WAARNEMEN

      Dat patanjali een merkwaardige persoonlijkheid was blijkt uit de inhoud en de voorstelling van zijn yoga-sutra.Reeds vroeger schreef ik dat we in de yoga-sutra's van patanjali zowel de filosofische als de praktische uitleg aantreffen over wat men de yoga-darsana (zienswijze) noemt (zie patanjala-Yoga, een Synthese van de Yoga-filosofie - uitgave Halasana, blz. 5 "Verant­woording").

      De vernuftige wijze waarop de inhoud van de Sutra's wordt gerang­schikt laat vermoeden dat Patanjali niets aan het toeval of aan gissingen wilde overlaten. Eerst stelt hij een vraag of een pro­bleem voor en in de volgende sutra's zal hij het antwoord of ver­dere uitleg geven. Aldus stelt hij de Yoga en de aanpak ervan voor op een realistische wijze, zeer schematisch, bijna wetenschappe­lijk. Hij gebruikt geen verhaaltjes of parabels waaruit iedereen een conclusie kan trekken die het best past of altijd past.Hij zinspeelt nergens op andere zienswijzen die eventueel met de zijne niet zouden stroken. Hij stelt de yoga voor zonder omwegen en vraagt niemand hem te volgen of te geloven. Hij geeft de nodige uitleg en nog eens bijkomende verklaringen en verschillende moge­lijkheden om de staat van Samadhi te bereiken.

      De zelfrealisatie noemt hij de isolatie van het Zelf dat vast in zijn eigen vorm staat, wanneer, door toepassing van de yoga-treden alle golvingen van het mentaal complex tot stilstand gekomen zijn.
      De laatste sutra van het vierde boek is als een besluit van alles wat hij in de 194 voorgaande sutra's heeft verklaard: "Isolatie is de involutie... (naar de oergrond) van de gu­na's voor dewelke het Zelf niet langer een doel is ; (van) ofwel het definitief in zijn eigen essentie gegrondvest zijn van het Zuiver  bewustzijnsprincipe" (Y.S. 4.34).
      In deze sutra wordt de staat beschreven waarin de twee werkelijk bestaande realiteiten (Purusha en Prakriti) zich bevinden op het ogenblik dat het grote doel van de yoga bereikt is voor een be­paald Zelf (... mens ??),

      - aan de ene kant keren de guna's terug naar hun oerbasis (Prakriti), waar ze opgenomen worden in het geheel van de steeds in werking zijnde materie, ten dienste van de ande­re nog niet gerealiseerde Zelven, en van de materiele we­reld die zonder ophouden evolueert en involueert.

      - aan de andere kant is daar het Zijn (het Zelf), alleen; de geestelijke monade die voorheen (schijnbaar) gebonden was met de gunasamenstelling en haar functies, die wij in onze taal de mens noemen...,de mens wiens lichaam en geest slechts een kortstondige schakel is in een groot evolutie­proces.

      Tijdens het leven in het menselijk lichaam heeft elk individu zijn eigen ik-gevoel. Dit ik-gevoel is niet het Zelf, maar een subjec­tief gevoel, een ego dat de uitvoerder is van alle daden en gedragingen, en het ontstaat ingevolge de misleiding door de kwel1ingen ­(k1esha's) die er de oorzaak van zijn dat a.h.w. een versme1ting plaats heeft tussen het ego en het Zelf (Y.S. 2.6).
      Het ego krijgt de indruk het Zelf te zijn en deze verkeerde indruk heeft voor gevolg dat het Zelf vereenzelvigd wordt met de materie ... de persoonlijkheid, in plaats van met zichzelf.

      Om deze grote verwarring of dit grote drama uit de weg te ruimen, moet men juist yoga doen: ophouden met deze verkeerde bedenkingen ... de golvingen van het mentaal complex stilleggen, dan straalt de Ziener (het Zelf) in zijn eigen natuur.
      Over dit drama heb ik een artikel geschreven: "Avidiya, het grootste drama".

      Met dit alles blijven er ongetwijfeld toch nog vragen, zoals : wat is nu juist het Zelf ?, wat is het ego ?, wat is tenslotte de we­reld die wij waarnemen ? Kortom, wat is er werkelijk bestaande en wat is er maya of schijn waarover men soms hoort of leest?
      Volgens de yoga-darsana zijn HET ZELF, HET EGO en DE WERELD DIE WIJ WAARNEMEN, echt reëel bestaande realiteit, in tegenstelling met andere opvattingen die niet tot de yoga-darsana behoren.
      Patanja1i zegt dat het Zelf (door hemzelf omschreven als drastr, de Ziener of Purusha...( nooit atman) in zijn ware aard Bewustzijn is, niet geconditioneerd door om het even wat en niet afhankelijk van om het even wie (Y.S. 2.20 - Syn. 2.23 & 2:24 - Y.S. 4.22 & 4.34).
      Het Zelf is een individuele monade... het Zelf IS. Het Zelf is een inactief Zuiver Bewustzijn dat zelfs niet vatbaar is voor enige vervolmaking (Syn. 9.25).
      Daarnaast staat het feit dat er vele Ze1ven zijn, wiens plurali­teit vooral tot uiting komt in het ego of het geconditioneerd be­wustzijn in ieder mens... geconditioneerd bewustzijn dat bewuste­loos zou zijn zonder de aanwezigheid van het Zelf (Syn. 1.3&8.50).

      Het EGO is eveneens werkelijk bestaande.Men kan het echter niet om­schrijven zonder vooraf te weten wat Prakriti is en de aard van de guna's. Prakriti is in gewone taal uitgedrukt, de wereld of het domein van de steeds veranderende en voortdurend voorbijgaande ac­tiviteit. Prakriti bestaat uit de drie guna's. De guna's zijn geen loutere eigenschappen of kwaliteiten, maar werkelijk bestaande
      elementen. Ze zijn niet beperkt tot één domein, want ze zijn cos­misch, fysiologisch en etisch en naast de constituante van alle dingen zijn zij ook de gemoedstoestand en het karakter van de mens Niets van alles wat tot de veranderbare sfeer van het geziene en het ongeziene behoort, ontsnapt aan hun werking. Deze werking komt niet van buitenuit, maar is daar van binnen steeds aanwezig... zie de beschrijving van hun werking: Syn. 1.42.
      De guna's hebben tenslotte een tweevoudige natuur, nl. (Syn. 1.39)
      1. deze waardoor ze zich gedragen als een principe dat waarneemtt subject, het ego...
      2. deze waardoor ze zich gedragen als een principe dat  iets waarneembaar maakt, in de eerste plaats de elemen ten en de buitenwereld, maar ook de subjectieve reali­teiten van het principe dat waarneemt (d.w.z. het ene subject da~ het andere kan zien).
      Het ego is dus een Prakritiverschijnsel, ontstaan ingevolge de werking van de guna's, evenals het menselijk lichaam. In deze Pra­kriticombinatie wordt het Zelf (schijnbaar) gevangen gehouden tot de Zelfrealisatie bereikt is (Syn. 5.59).
      De bevrijdingsweg wordt door Patanjali uiteengezet in de Yoga-Su­tra. Het komt er op aan deze weg te leren ontdekken... en daardoor is er ook wel enige studie nodig, naast oefening en onthechting.

      W. INGELS yogaleraar HALASANA .        20 /04/1983

      24-07-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
      » Reageer (0)
      31-07-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. De Yoga Sutra -Boek 4. KAIVALIAPADA - vervolg 3 : sutra 4.18.- 4.24
      28 .
                         Boek 4  KAIVALIAPADA - Sutra 4/18 - 4.24

      7. Het mentaal complex.
              Reeds vanuit de voorgaande studie  (zie m.y.b. nr 40 - Verklaring Citta), weten we dat de term  "Citta' een specifieke  yoga-term is die zelfs in de Sankhya niet terug te vinden is. In de uiteenzetting van G.M. Koelman wordt deze term vertaald door de uitdrukking  'Mentaal Complex'. Deze voorstelling geeft eveneens de samenwerkende betekenis aan van de drie functies die samen  het begrip Citta uitmaken , nl .buddhi (de bewustzijnsfunctie) , ahankara (de egofunctie) en manas ( het verstand)..
      In het nu volgende gedeelte van de Sutra zal  Patañjali het hebben over de eigenschappen en de bijzondere kenmerken van het mentaal complex (citta ), en daaromtrent enkele verklaringen doen. Voor de duidelijkheid zullen wij de vragen stellen en Patañjali zal antwoorden.

      1. Worden de golvingen van het mentaal complex waargenomen door Het Zelf ?
           Het antwoord is natuurlijk JA.

      img117/7291/scannenjpg418vm3.jpg

      De golvingen van het mentaal complex worden altijd waargenomen , aangezien de meester ervan , Het Zelf, onveranderlijk is.
      De bewustzijnsfunctie , de plaats van bewustzijn , ontvangt onophoudelijk het bewustzijnslicht , aangezien deze lichtuitstraling de essentie van Het Zelf is. Indien er onderbreking van uitstraling ware, dan zou Het Zelf veranderlijk zijn. Zijn er objectieve golvingen, dan worden deze waargenomen. Indien er geen objectieve golvingen zijn dan is er minstens altijd de opgevangen  geobjectiveerde bewustzijnsstraal of beeld. Dit wordt altijd waargenomen door Het Zelf , maar kan in onze geconcitioneerde toestand niet uitgedrukt worden . Bijna altijd wordt die lichtuitstraling verkleurd door objective realiteiten.
      Bewustzijn is voor het Zelf zijn eigen natuur, maar de kennis die het heeft van objectieve golvingen  van de bewustzijnsfunctie  (d.w.z. het geconditioneerd bewustzijn) is afhankelijk van omstandighe-den. Zuiver Bewustzjn duurt ononderbroken voort . Voor de yoga is er dus een onsterfelijk Bewustzijn. Om dit antwoord te begrijpen moeten we natuurlijk weten hoe het m.c. werkt , hoe de waarneming plaats grijpt en wat het licht van Het Zelf daarbij komt doen. De onstofelijkheid van Het Zelf  maakt dat het niet kan veranderen en dat het dus ononderbroken kan voortbestaan als Bewustzijn.
      Bewustzijn behoort tot het Zelf, maar de kennis die Het heeft van objectieve golvingen wordt uitgevoerd ( d.w.z. de functie ervan),   door de werking van het m.c.zelf. Het Zelf schijnt de uitvoerder te zijn van de waarneming , maar dit is dus niet het geval.

      2. Is het m.c. zelfverlichtend ?     -  Het antwoord is negatief.

      img526/9932/scannenjpg419ed9.jpg

      Noch is dat ( mentaal complex ) zelfverlichtend , aangezien het een waarneembaar (object) is.
      Aangezien het mentaal complex, en ook de bewustzijnsfunctie "alleen" gezien kunnen worden in het invallend Bewustzijnslicht, zijn deze functies een object van waarneming (een subjectivo-objectieve realiteit); ze hebben nood aan verlichting door een anderen  realiteit, nl. Het Zelf.
      Een waarneembaar object kan zichzelf niet verlichten Het is voor ons duidelijk dat alles wat in de bewustzijnsfunctie wordt opgenomen via waarneming of handeling, eveneens geconfronteerd wordt met de egofunctie en manas, maar ook zij  zijn objecten  t.a.v. het Zelf  en moeten verlicht worden om waarneembaar te kunnen zijn. Het geheel m.c. is dus niet alleen niet-zelfverlichtend, maar ook een object dat de functies van waarneembaar uitvoert. In het boek "Patañjala Yoga" pag.56, van G.M. Koelman wordt hierover nog verdere uitleg verstrekt

      3. Wordt het mentaal complex terzelfdertijd waargenomen als het object van kennis ?
           Het antwoord  is eveneens negatief.

      img111/1643/scannenjpg420ss0.jpg

      Ten andere, op één en hetzelfde ogenblik kan er geen waarneming zijn  van beide. (nl.het object van kennis en het mentaal complex).
      De Boeddhistische theorie  "Universele ogenblikkelijkheid " verwerpt een bestendig Zelf, en  be-weert dat op één en hetzelfde ogenblik het mentaal complex zichzelf en het object kent . Bij afwezigheid van een bestendig Bewustzijn-Zelf, en in de veronderstelling van "Universele ogenblikkelijkheid, moet het mentaal complex gelijktijdigheid én het object én  zichzelf kennen.
      Dit is onmogelijk zegt de sutra.  Aangegeven redenen  :
       1.Het subject van een activiteit kan niet identiek zijn aan het object, aangezien de activiteit een  tussenliggende  realiteit is.
       2.Wanneer er een tussenliggende realiteit bestaat, kan er geen sprake zijn van "ogenblikkelijkelijk-heid".
       3. Indien het mentaal complex verlicht moet worden, dan kan dat alleen door een ander geschieden.
       4. Een en dezelfde activiteit kan niet te gelijkertijd gespecifieerd worden door twee verschillende objecten, nl. het mentaal complex zelf, en het object daarvan..
       5. Het object wordt direct waargenomen , het subject enkel indirect via terugkeer na de directe perceptie. De naar het subject terugkerende kennisbeweging gebeurt op een ander ogenblik dan de naar het object uitgaande kennnisbeweging
      Hier komt weer een boeddhistische stelling naar voor , als zou er een "algemeen ...(gemeenschappelijk) ogenblik" zijn waarop het m.c. en object door het m.c. zelf  gekend zijn.Indien dit waar is, dan moet het m.c.dat de actie uitvoert, identiek zijn aan het object. Dat is echter onmogelijk aangezien de actviteit van kennen, het kennen voorafgaat., en  het  kennen  niet  gelijktijdig  kan  plaatsgrijpen  als de activiteit van dit kennen . De 5 argumenten  weerleggen  trouwens  het  gezegde  van  de  universele ogenblikkelijkheid 

      4. Kan een m.c. een ander m.c. waarnemen , Het antwoord is opnieuw negatief.

      img505/9384/scannenjpg421cb0.jpg

      Indien (een mentaal complex) waargenomen werde door een ander mentaal complex, (dan) zou de ene bewustzijnsfunctie van de andere bewustzijnsfunctie afhankelijk zijn in een eindeloze reeks ; (er zou dan ook ) verwarring zijn van herinneringen.
      Indien er geen bestendig Zelf is, indien er meer dan één bewustzijnsfunctie moet zijn  (su 16), indien de bewustzijnsfunctie zelfverlichtend is (su.19) , moet men aannemen , aldus een andere Boeddhistische school , dat er een reeks bewustzijnsfuncties bestaat, waarvan   elke vorige functie verlicht wordt door elke volgende. Ook dit is onmogelijk , aldus deze sutra . In dergelijke reeks zouden alle opeenvolgende bewustzijnsfuncties verlichtend zijn, terwijl geen enkele ervan zich van iets bewust zou zijn  of iets kennen. In de onmogelijke veronderstelling dat er toch een kennende bewustzijnsfunctie ware, dan  zou  er verwarring  zijn van  herinneringen, aangezien  een  vorige  "kenner-bewust-zijnsfunctie" niet hetzelfde zou zijn als de "her-kenner bewustzijnsfunctie".
      Reeds in het derde boek heeft Patañjali allusie gemaakt op dit probleem.Bij de beschrijving van de wonderbare resultaten (Siddis) als gevolg van de concentraties. De inhoud van het m.c. wordt  ge-kend door concentratie op het m.c., maar niet datgene wat de inhoud als basis (de verzonken indrukken) heeft, noch het m.c. zelf. De reden van het negatief antwoord  houdt ook de weerlegging in van de hierboven vermelde boeddhistische stelling dat er een reeks bewustzijnsfuncties zou  be-staan  waarvan de vorige de volgende verlicht.

      5. Hoe gebeurt de waarneming in de yoga ?-  Patañjali geeft in de nu volgende sutra 4.22 enige uitleg over de waarneming van een object (die gebeurt)  door het m.c.

      img398/9158/scannenjpg422nu9.jpg

      Het Zuiver Bewustzijn blijft (absoluut) onangetast  (door om het even welk object); wanneer de gedaante van dat (Zuiver Bewustzijn) opgenomen wordt  (in de bewustzijnsfunctie die ermee verbonden is) is er waarneming van zijn eigen bewustzijnsfunctie.
      Deze sutra verklaart hoe de yoga de waarneming van een object ziet. Het m.c. ontvangt de indruk van een object onder vorm van golvingen ; deze golvingen dringen door tot het zuiverste en diepste orgaan , nl. tot de bewustzijnsfunctie.Ze zijn een beeld van het object. Maar diezelfde bewustzijn-functie wordt ook onophoudelijk verlicht door het bewustzijnslicht dat vanuit het Zelf uitstraalt. Het bewustzijnslicht verkleurt door de objectieve golvingen, wordt altijd waargenomen, altijd "gezien" door hete Zelf dat uitsluitend toeschouwer of getuige is. Het Zelf heeft geen activiteit aangezien het onveranderlijk is ; Op deze manier ontstaat er waarneming van die bewustzijnsfunctie, ofwel samen met haar objectieve inhoud, ofwel met het geöbjectiveerd  bewustzijnslicht alleen .
      Patañjali zegt dus dat het Zelf niet aangetast wordt op het ogenblik dat Zijn licht verbonden wordt  met een object dat in de bewustzijnsfunctie opgenomen wordt om gekend te worden.

      6. Kan het m.c. alle dingen kennen ? - Het antwoord is  JA

      img456/6259/scannenjpg423cr7.jpg

      Het mentaal complex gekleurd door de Ziener (getuige) en het waarneembare ding, is bekwaam alle dingen te kennen.
      Het mentaal complex kan alle dingen kennen , d.w.z. alle objectievo-objectieve dingen , alle sub-jectivo-objectieve realiteiten  (bv. de organen, uitwendig en inwendig) en zelfs  het spiegelbeeld  van  het Zelf. De oorsprong van dit spiegelbeeld , nl. het transcendent Zuiver Bewustzijn , kan  nooit waargenomen worden in onze geconditioneerde toestand.
      Ook in de hoogste vorm van concentratie kennen we het Zelf niet zoals het in werkelijkheid is .We kunnen wel een (zuivere ) afstraling van het Bewustzijnslicht kennen dat a.h.w. een geobjectiveerd Zuiver Bewustzijn is, maar nooit het Ware Zelf  kan zijn. Het Zelf kan men niet  "kennen" , men kan  het "zijn" in de staat van kaivalia (bevrijding).

      7. Werkt het m.c. voor zichzelf  ?      Het antwoord is NEEN.
      Soms zou men de indruk kunnen krijgen dat het m.c. voor zichzelf werkt, angezien de informatie die er samenkomt niet meer verder doorgegeven wordt.

      img393/2053/scannenjpg424ko5.jpg

      Dit (mentaal complex) ofschoon door  talloze onderbewuste indrukken  verschillend, bestaat voor voor een ander (wezen) , aangezien het (van nature) als samenstelling werkzaam is.
      Het  m.c. is zoals alle prakriti-realiteiten , werkzaam voor een ander wezen. Een  bepaald   m.c. werkt  voor de finaliteit van een bepaald Zelf  ; het  moet dus voorzien zijn van alle mogelijke be-zinksels die in de  kringloop van wedergeboorten van dat Zelf nodig zijn. Het m.c. werkt dus als  een samenstel en is daarom voor een ander wezen werkzaam.
      Het is trouwens zo met elke samenstelling . Zij bestaat terwille van  of ten dienste van iemand anders of m.a.w. uiteindelijk voor een finaliteit die niet samengeteld is.Indien dit niet zo ware, dan zou deze reeks oneindig verder gaan en zou de bevrijding nooit plaats hebben . Een ban de basis-teksten welke dienen als bewijs van het bestaan van het Spirituele Zelf zegt dat alle samengestelde wezens bestaaan terwille van een ander , en dit ander is het Zelf .(zie m.y.b. nr.36 ).

      Tot hiertoe omvatte de sutratekst .onderrichtingen die duidelijk aantonen dat er andere zienswijzen bestaan die over dit alles andere meningen hebben . We vinden ze vooral in het Boeddhisme maar ze zijn ook terug te vinden in menige stellingen van de Vedanta. Patañjali zelf verwijst er niet naar  en zijn verklaringen zijn duidelijk gericht op de yogadärsana die haar eigen zienswijze heeft (die
      op bepaalde punten zelfs afwijkt van de Sankhya waarmede ze over  't algemeen de mening deelt).
      In het nu volgend gedeelte dat het slot vormt  van zijn Sutra, zal Patañjali zich nog enkel bezig houden met nadere toelichtingen omtrent zijn eigen leer en de voorstelling van de bevrijding voor elk individueel Zelf.
      In mijn volgende aflevering komen ( in -8.)Het onderscheidmakend  inzicht en gevolgen , en (in - 9 ) De Isolatie, aan bod . Dit betekent dan ook het einde van deze Sutrastudie .

      31-07-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
      » Reageer (0)
      07-08-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Boek 4.Kailvaliyapada -vervolg 4- Sutra 4.25 -4.34. - EINDE.
       29. 
              Boek 4 - Kaivaliyapada  - sutra 4.25 - 4.34.

         8. Het onderscheidmakend inzicht. - Inzicht en gevolgen. -sutra 4.25 tot 4.33.
      Het onderscheidmakend inzicht ( VIVEKAKHYATI ) is het proces waardoor het mogelijk wordt  het onderscheid waar te nemen tussen alles wat van Prakriti-oorsprong is en het Spirituele Zelf. Men  is zich in deze toestand bewust van de "anders-heid" van het Zelf dat op intuïtive wijze wordt waargenomen (zie hier boven mijn nr14 - Boek 2 , vervolg 2, -sutra's 2.26 en 2.27.) .
      In de sutra 4.25 tot en met 4.33 geeft Patañjali een overzicht van de gevolgen van dit o.m.i.:

      Het denken i.v.m.de levenstoestanden houdt op.
      Lees de tekst en de uitleg van de sutra 4.25. Er is geen bijkomende verklaring nodig. Alles wat prakriti-werking aangaat wordt a.h.w. nietig t.a.v. de schittering van het Zelf.

      img258/8959/scannenjpg425en0.jpg

      Voor hem die het onderscheid ziet (tussen het sattvam van de bewustzijnsfunctie en het Zelf) is er ophouden van denken aangaande zijn levenstoestanden.
      Iemand die het " anders-zijn " van het Zelf, zijn diepste realiteit  inziet, heeft geen interesses meer  voor zijn geconditioneerd bestaan en de oorzaken daarvan.Hij leeft in de overtuiging dat alleen zijn Zelf waarde heeft.

      Het m.c. helt over naar o.m.i. en beoogt  "isolatie".- Sutra 4.26.
      Ook deze tekst is duidelijk en behoeft geen verdere uitleg.

      img115/373/scannenjpg426up3.jpg

      Dan helt het mentaal complex over naar onderscheidmakend inzicht. en beöogt isolatie.
      Zijn mentaal complex wordt overweldigd door dat inzicht , en in steeds grotere kalmte streeft het naar  "Isolatie".

      3. Andere gedachten zijn er nog bij tussenpozen, ingevolge verzonken indrukken.
      In sutra 4.27 wil Patañjali zeker niet  nalaten te vermelden dat een gerealiseerd mens ook nog wel  gewone praktische gedahten heeft. Daarmede wordt nogmaals aangetoond dat Zelfrealisatie en bevrijding  van het Zelf niet noodzakelijk gepaard gaan  met de fysieke dood van het individu.

      img382/2434/scannenjpg427xf7.jpg

      In de tussenpozen  (tussen de toestanden van langduriger onderscheidmakend -inzicht ) van dit mentaal complex, komen er andere gedachten voor tengevolge van  verzonken indrukken .
      De yogi heeft nog wel andere gedachten voor zijn praktisch leven, maar hij heeft er zich vant ont-hecht . Deze gewoonmenselijke gedachten spruiten voort uit morele en psychishe  bezinksels  waarvan de bevruchting  in dit leven begonnen was ; een karma dat begint te rijpen,  kan niet stopgezet of verkort worden.
      Anderzijds geeft Patañjali toch weer opnieuw bijkomende  uitleg aan hen die van mening zouden zijn dat  deze andere gedachen niet weg te werken zouden  zijn aangezien de verzonken indrukken waaraan ze toe te schrijven zijn  ingevolge de karmawet,  hun uitwerking moeten hebben .
       In sutra 4.28 gaat hij  in op deze moeilijkheid en verklaart hoe aan deze verzonken indrukken een einde kan gemaakt worden..

      img238/205/scannenjpg428kk4.jpg

      Men kan aan deze  (verzonken indrukken) ontsnappen op de manier aangeduid  om aan kwellin-gen ( te ontkomen ) -   (Sutra 2.10 en sutra  2.11 )
      De actuele voorstellingen worden tegengewerkt door concentratie ; de subtiele bezinksels ontbinden zich zelf in Prakriti..
      Patañjali verwijst dus naar de manier waarop men aan de kwellingen kan ontkomen en zegt dus dat men deze verzonken indrukken op dezelfde wijze kan uitbannnen. Dit gaat dus als volgt :
      1°- Wanneer deze (kwellingen ) subtiel geworden  zijn moeten ze weggewerkt worden door om-
             gekeerde evolutie . Sutrat 2.10)
        De golvingen van deze ( kwellingen ) moeten tgengewerkt worden door éénpuntige aandacht
           (sutra 2.11 )
      Bij deze twee sutra's , waarin we de middelen aantreffen die ons kunnen helpen om de andere gedachtgen welke nog sporadisch opkomen, weg te werken, verwijs ik hier naar de uitleg over de
      kwellingen en hun bestrijding (zie de nrs. 12 en 13 hier boven -Boek 2 Sadhanapada.).
      Aangezien het volledig verdwijnen van de kwellingen een kwestie is die zich afspeelt op metafy-sisch  niveau  is het nodig de betekenis van deze fase in de yoga-beoefening goed in te zien.Het is de diepste fase  waar directe activiteit van de yogi uitgesloten blijft en waar Prakriti zelf het werk overneemt om de fysische make-up van de yogi voor goed te onbinden en zijn bevrijding  vol-tooïen .

      4. Het grote gevolg.
          De gevolgen tot hiertoe aangehaald zijn in feite gevolgen die nog niet   rechtstreeks het proces van de bevrijding in gang zetten. Het zijn eerder logische gevolgen die in feite als een voorbereiding kunnen gezien worden van wat er nu zal gebeuren.

           1° De verzinking  "Wolk van essenties"             
       Wie in de toestand  van "Verheven inzicht " belandt en daar niet stil staat uit interesse vanwege de buitengewone gaven waarmede deze toestand gepaard gaat, komt via  o.m.i.  terecht  in  de verzinking van de "wolk van essenties"  Deze verzinking is de overgang naar de concentratie van  "afsluiting ". De betekenis van "wolk van essenties" wordt weergegeven  bj de verklaring van  sutra 4.29.

      img510/4043/scannenjpg429bg2.jpg

      Voor hem die zelfs in het "verheven inzicht " geen voordeel zoekt, komt in elk geval, tengevolge van onderscheidmakend- inzicht de verzinking (die de naam draagt van ) de wolk van Essenties.
      Samen met het "Verheven inzicht" komt er dikwijls een objecitieve alwetendheid. Voor de yogi die geen interesse heeft in dat "Verheven inzicht " en in de objectieve alwetendheid (indien hem die ge-gund is ), komt er altijd een toestand waarin hij zonder inspanning en zonder uitwendige concentra-tiesteun , verzinking of absorptie bereikt in het onderscheid tussen zijn Zelf en het Zuiverste sattvam
      Deze toestand draagt de naam  "Wolk van Essentie" omdat verzinking, als vanuit een wolk op de yogi neer regent. Het is ook  normaal en volkomen aanvaardbaar dat ingevolge deze verzinking al-le kwellingen ophouden en dus de karmawerking stil valt . Patañjali bevestigt dit met nadruk in de 
      sutra 4.30 waarbij geen verdere uitleg nodig zal zijn.

      img119/6545/scannenjpg430hx1.jpg

      Als gevolg daarvan is er ophouden van de kwellingen en van Karma.
      De overweldigende perceptie  van het "anders-zijn" van zijn Zelf , ontwortelt miswijsheid en de an-dere kwellingen , zodat zijn daden geen vergeldingszaad opleveren.

           2° Alles is gekend - Sutra 4.31

      img504/2540/scannenjpg431et2.jpg

      Dan, omwille van de oneindigheid van kennis waarvan alle verduisterende  bevlekkingen verdwenen zijn, blijft er weinig over dat nog te kennen is.
      De bewustzijnsfunctie is dan zo helder en zuiver van objectieve determinaties, dat het bewustzijn-licht niet langer beperkt wordt door de ego-functie en door de zelfzuchtige neigingen. Men moet  zich herinneren dat de yogi door zijn verschillende concentraties reeds zeer wijde en diepe kennis heeft opgedaan. Men mag ook niet vergeten dat de bewustzijnsfunctie , op zichzelf slechts het psy- chologisch  aspect is van de algemene "grote entiteit " waaruit alle evoluties voortkomene.De be-wustzijnsfunctie wordt tot een individu  beperkt door de weerspiegeling van de Ego-functie en de  individuele neigingen. Wanneer door heldhaftige passieloosheid de centraliserende functie (de Ego- functie )nagenoeg alle ikzucht heeft overwonnen, en wanneer door onderscheidmakend-inzicht het  ik-ben-gevoel bijna uitgedoofd is, is het niet te verwonderen dat de bewustzijnsfunctie alle Prakriti- dingen direct  weerspiegelt zonder tussenkomst van organen. Wat blijft er dan nog over dat te ken- nen is? Trouwens, welke interesse om Prakriti-dingen te kennen kan er nog bestaan, als iemand de isolatie zo dicht heeft benaderd ?
      Door het wegvallen van elke verduistering, d.w.z. het wegvallen van alle interesse voor Prakriti- dingen , wordt de bewustzijnsfunctie niet langer belemmerd en weerspiegelen alle objecten  zonder tussenkomst van organen. Zoals de bewustzijnsfunctie er dan voorstaat worden alle dingen onmid-delijk tot in hun diepste lagen gekend. Men nadert dus het punt waar alleen maar " ZIJN ' of  "Be- staan overblijft , d.w.z. alleen  "Bewustzijn" . Het Spirituele Zelf treedt dus op de voorgrond in de bewustzijnsfunctie door zijn eigen licht en niet door enige actie of handeling .

            3° De mutaties stoppen.
      Wanneer de gunas hun werk stopzetten ingevolge de uitwerking van de "wolk van essenties", dan is er geen opeenvolging van mutaties meer  (sutra 4.32)  zoals Paañjali zegt :

      img523/3357/scannenjpg432fm2.jpg

      Na deze "Wolk van Essentie" wanneer de gunas hun taak volbracht hebben komt het einde van de  opeenvolging van mutaties.
      Prakriti-realiteiten , bijzonder de subjectieve organen van waarneming,werken voor de verschillen-de Zelven. Wanneer dus een Zelf zijn doel heeft bereikt, komt de finaliteit van de gunas die voor dat Zelf werken,  ten einde en de mutaties om dit Zelf te dienen , houden op. (d.w.z. de opeenvol-ging van de mutaties stopt voor dit Zelf ). Patañjali zal eveneens uitleggen wat hij juist verstaat on-der  "de opeenvolging", -  (sutra 4.33).

      img186/8479/scannenjpg433is8.jpg

      Wat gepaard gaat ùet elk ogenblik, en waarneembaar wordt ophet eindevan de mutties , (dat is wat men noemt) de opeenvolging  (van de mutaties).
      Elke mutatie is een proces dat zich over verchillende momenten uitstrekt. Alleen het eindresultaat van de mutaties wordt waargenomen  ; maar het mutatieproces bestaat in het opbouwend ver-schuiven van de fasen die op elk moment gebeuren. Deze reeks fasen als één geheel beschouwd , noemt men de opeenvolging.
      De opeenvolging is dus de onzichtbare evolutie die op elk moment voortduurt en uitmondt in een  waarneembaar resultaat dat gericht is naar de bevrijding van het Zelf. Wanneer nu dit Zelf bevrijd is dan houden deze mutaties t.a.v. dit Zelf natuurlijk op .
      In zijn laatste sutra zal Patañjali trouwens nog eens duidelijk stellen wat er gebeurt wanneer de toe-stand van bevrijding wordt bereikt.

       9. ISOLATIE  -  KAIVALYA . (sutra 4.34 ).

      Als slot van de yoga-sutra vinden we duidelijke aanwijzingen die het begin ervan en de definitie van "Yoga " volgens de opvattingen van Patañjali nog eens uitleggen. . De sutra 4.34 is onderverdeeld in twee verklaringen  waarvan de eerste geldt voor de materie 'Prakriti" die haar werk t.a.v. dit Zelf heeftt volbracht, en de tweede duidelijk verklaart dat het Zelf in eigen essentie gegrondvest blijft , zonder gevangenschap of overschaduwing van de guna-werking. Het Zelf schittert in zichzelf en de materie die haar dienst gedaan heeft, keert terug naar de oerbasis van Ptrakriti.

      img478/3461/scannenjpg434vr9.jpg

      Isolatie is de involutie...(naar hun oergrond) van de gunas voor dewelke het Zelf  niet langer een doel is ; ofwel het definitief  in  zijn eigen  essentie gegrondvest zijn van  het  Zuiver-Bewustzijnsprincipe.
      Deze verwezenlijking is geen verandering in het Zelf, maar enkel het ophouden van een schijn.
      Met onze empirische begrippen is deze toestand niet begrijpbaar en onvergelijkbaar .

      Dat het Zelf  "IS", dat het "TRANSCENDENT " is, zelfvoldaan zonder de minste samenstelling  verandering of relatie , dat het "EEN" is, en intern volledig zichzelf , zijn perfecties die ten overstaan van ons empirisch verstand, verscheidenheden of eigenschappen zijn, maar in werkelijkheid voor  het Zelf  enkel  "IDENTITEIT" zijn.
                                                                - oOo-

      HIER EINDIGT DE  UITEENZETTING OVER DE YOGA-SUTRA  VAN  PATAÑJALI .
      HET IS DE VERTOLKING VAN EEN VERTALING UIT DE OUDE SANSKRIETTEK-
      STEN, GEREALISEERD DOOR  G.M. KOELMAN s.j. ( 1909 -1991 ) - Papal Athenaeum
      te Poona  India , in 1980 .(-Samenstelling en verwerking in 29 wekelijkse afleveringen  door WOM INGELS - yogacharya°.
      Dank gaat  langs deze weg naar de heer Pascal Vynche die mij als 'rijpe starter' in de gelegenheid heeft gesteld mijn yoga-belevenissen en de yoga-dârsana van Patañjali  'langs  het www de wereld in te sturen  

      Zie eveneens mijn blog : Yoga cutsus voor beginners :      
                                     http://blog.seniorennet.be/3wilmaldegem1931

      In de cztegorie Herinneringen en ervaringen:
      AFRIKA ; http://blog.seniorennet.be/5wilmaldegem1931

                                                           -oOo-

      07-08-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
      » Reageer (0)
      17-08-2007
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Yoga Cursus voor beginners
                                     YOGA  CURSUS VOOR BEGINNERS.

      Begin oktober a.s. verschijnt op een volgende blog
      mijn yogacursus voor beginners  in  15 lessen.
      Deze cursus wordt gratis aangeboden aan alle belangstellenden . Voor bijkomende inlichtingen  kan men steeds  terecht  op  ' ingelseeckhout @telenet .be '
                                                        ---------------

      YOGA-INSTITUUT  HALÂSANA   v.z.w.



                                                        YOGACURSUS

                                                    VOOR BEGINNERS                                                        -----

      17-08-2007 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
      » Reageer (0)
      31-07-2009
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn Loopbaan in B.Congo
      Wie kennis wil maken met mijn loopbaan in B.Congo :
      Bekijk even mijn blog : http;//blog.seniorennet.be/5wilmaldegem1931

                                                              - oOo -

      31-07-2009 om 14:07 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
      » Reageer (0)
      26-11-2009
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MEER WETEN OVER YOGA.
      Beste bezoeker,
      Indien u meer wilt weten over de yoga van Patañjali,
      gelieve mijn nieuwe blog te raadplegen :
      4dewilmaldegem1931 Meer weten over Yoga

      26-11-2009 om 00:00 geschreven door 2WOMINS  

      0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
      » Reageer (0)


      Archief per week
    1. 23/11-29/11 2009
    2. 27/07-02/08 2009
    3. 13/08-19/08 2007
    4. 06/08-12/08 2007
    5. 30/07-05/08 2007
    6. 23/07-29/07 2007
    7. 16/07-22/07 2007
    8. 09/07-15/07 2007
    9. 02/07-08/07 2007
    10. 25/06-01/07 2007
    11. 18/06-24/06 2007
    12. 11/06-17/06 2007
    13. 04/06-10/06 2007
    14. 28/05-03/06 2007
    15. 21/05-27/05 2007
    16. 14/05-20/05 2007
    17. 07/05-13/05 2007
    18. 30/04-06/05 2007
    19. 23/04-29/04 2007
    20. 16/04-22/04 2007
    21. 09/04-15/04 2007
    22. 02/04-08/04 2007
    23. 26/03-01/04 2007
    24. 19/03-25/03 2007
    25. 12/03-18/03 2007
    26. 05/03-11/03 2007
    27. 26/02-04/03 2007
    28. 19/02-25/02 2007
    29. 12/02-18/02 2007
    30. 05/02-11/02 2007
    31. 29/01-04/02 2007

      E-mail mij

      Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


      Blog als favoriet !


      Blog tegen de regels? Meld het ons!
      Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!