Inhoud blog
  • MEER WETEN OVER YOGA.
  • Yogacursus voor beginners - Les 15.
  • Yogacursus voor beginners : les 14.
  • Yogacursus voor beginners . Les 13
  • YOGA-CURSUS VOOR BEGINNERS - Les 12
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    E-mail mij

    Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.

    YOGA-CURSUS
    15 Yoga-lessen
    29-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.YOGA-CURSUS VOOR BEGINNERS- Inleiding.

    YOGACURSUS VOOR BEGINNERS

    INLEIDEND VOORWOORD

    Als inleiding bij de cursus die de komende maanden op deze blog zal verschijnen, wil ik de bezoeker op de volgende aanbevelingen wijzen :

    I ° De kennismaking met de auteur en de totstandkoming van deze cursus kan je nalezen
        op mijn blog: "blog.seniorennet.be/wilmaldegemI931 ".

    2° De filosofische basis van de cursus kan je raadplegen op mijn blog De yoga-sutra van
         Patañjali : "blog.seniorennet.be/2wilmaldegemI931 ".

    3° De praktijk en toepassingen van de yoga-beleving zal in deze cursus uitgelegd worden aan het tempo van één les per maand, zodat je ruim de tijd hebt om de aan te leren houdingen en andere praktijken in te oefenen . Het inleidend gedeelte tot en met pag. 19 zal op een vlugger tempo afgehandeld worden.

    4° Deze cursus is volledig gratis te volgen en te donwloaden zonder kosten!

    Ik wens je alvast het geduld en het uithoudingsvermogen om dit alles in u op te nemen en te leren toepassen.
                                                     

    De afbeelding hierboven weergegeven is een houtsnijwerk van de priester-kunstenaar Omer Gilliet, pastoor van de kerk H.Barbara te Breskens -Nederland.. Ze werd mij angeboden ter gelegenheid van de tiende verjaardag van Halàsana , door de leerlingen en yogalesgevers van Haläsana. .

    Yoga voor Beginners


    Handleiding voor lesgevers
     

    -2­-

    VOORWOORD en "kennismaking met de auteur"

    HET BEGIN

    Waarom ik in 1966 met :Yoga begonnen ben zou ik niet precies kunnen zeggen

    Van een vriend had ik vernomen dat er in het Jeugdhuis yogalessen gegeven werden. Yoga scheen iets totaal nieuw te zijn, goed voor mannen en vrouwen; uitstekend vooral voor mensen met een zittend beroep. Uitstekend voor mij, want ik pendelde toen dage­lijks naar het ministerie te Brussel.

    Met een collega trok ik er op een donderdagavond op af. We wilden eerst eens kijken. Ja, dat mocht wel. We hadden een matje meegebracht en terwijl we daar toch op de grond zaten konden we zowel meedoen. Het mocht allemaal en het lukte bijzonder goed. Het viel erg mee. We zouden zeker terug gaan. Zo begon het voor mij, en zo blijft het tot op heden voort duren. "

    Ik had een jaar of wat vroeger eens een boek gelezen over yoga, maar toen ik de houdin­gen bekeek en natuurlijk de moeilijkste en de voor mij althans gevaarlijkste houding pro­beerde, was ik ervan overtuigd dat ik nooit yoga zou kunnen doen omdat ik nooit op

    mijn hoofd zou kunnen staan. Ik had daar met niemand over gesproken. Met de yoga -lessen bleek het toch allemaal anders. Ik kon mij wonderwel aanpassen en geleidelijk lukte het allemaal. Ook de kopstand was binnen het jaar aangeleerd.

    HALÄSANA

    Ik begon mij te interesseren voor de namen en de betekenis van de yoga-houdingen.

    - Ik ondervond vrij vlug dat de leraar daar niet zo diep op inging. Hij voerde de houdin­gen wel perfect uit, maar de uitspraak van de sanskrietnamen klonk mij onwelluidend in de oren. Over de ware betekenis van de yoga zegde hij zeer weinig. Voor mij werden het ondertussen àsana's, met de klemtoon op de eerste a in plaats van op de tweede a .

    De àsana-Ies en de äsana-beoefening leerde ik zien als een onderdeel van de yoga-dis­cipline die ik slechts uit eigen studie en opzoekingen kon ontdekken.

    Ik werd lid van de toen ongeveer één jaar oude Belgische-Yoga-Federatie (B. Y. F. )

    -3­ -

    De leraar stopte na de winter van 1967 zijn wekelijkse àsana -les bij gebrek aan voldoende belangstelling. . . . . ; hij had ons blijkbaar ook alles geleerd wat in zijn

    vermogen lag. Een paar mensen vonden er wel iets voor om samen met mij elke donderdagavond te blijven oefenen, maar de meerderheid wees deze formule van de hand omdat het gewoonweg ondenkbaar was, dat iemand van ter plaatse de leraar zou kunnen vervangen. Mij kon het niet veel schelen. Ik nodigde tenslotte uit en we zouden de huurkosten van de zaal onder elkaar verdelen. Uiteindelijk werd er verder yoga gedaan met een vijftal mensen waarvan ik er later twee kon overtui­gen om samen met mij een feitelijke vereniging te stichten die ik de naam HALÄSANA gaf. We schreven 11 april 1968.

    Op zoek naar de ware Yoga-filosofie.

    Via de B. Y. F. (x)" kwam ik in contact met andere yoga-leraars. Mijn contacten

    hadden vooral als doel een stevige basis te vinden op filosofisch gebied. Iets waar­mede we voor de mensen zouden kunnen verschijnen om hen de betekenis van de yoga uit te leggen. In afwachting bouwde ik de lessen op volgens het schema van de vroegere leraar, zonder van enige filosofische strekking te gewagen.

    De B Y F. begon zich meer en meer met de vorming van de lesgevers bezig te hou­den. Vooral de äsana-beoefening was in het begin doorslaggevend. Wie erkend wilde worden als yoga-leraar diende via een peterschap van een erkend leraar eeÏl gunstige beoor-deling te krijgen van een jury die ter plaatse kwam oordelen over de manier van lesgeven. Voor mij bleek dit maar een formaliteit en ik werd als yoga-leraar er­kend door de B Y. F.

    Een uitgebreider plan werd door de B. Y. F. opgesteld voor de vervolmaking van de yoga leraars. De cursussen zouden gegeven worden te Gent en handelen over anatomie, fy§;i.o-logie, didaktiek, filosofie (yogafilosofie) en asana's. Drie jaar lang , twee zaterdagen op drie, behalve tijdens de verlofPerioden, werd er ijverig gedo­ceerd en ook gediscutieerd. VooraI de lessen over filosofie gaven regelmatig aan­eiding, tot fel geanimeerde gesprekken ofhoog oplopende woordenwisselingen. Ik behoorde zelf tot geen enkel uitgesproken filosofisch kamp en liet de verschil­lende strekkingen naar mij toekomen. De overgrote meerderheid der cursisten -leraars werden door indiase Swami' s gepatroneerd, maar ik kon er niet toe be­sluiten mij bij hun zienswijzen aan te sluiten. Ze kwamen mij zeer devotioneel over,

    terwijl iedereen telkens ten stelligste beweerde dat yoga geen godsdienst is.

    (x) Belgische Y ogá-federatie

    -4­-

    Steeds op zoek naar de ware yoga-filosofie werd ik na drie jaar een gediplomeerd yoga
    leraar.

    Voor HALÁSANA die ondertussen steeds aangroeide kwam een vaste vestiging buiten
    het Jeugdhuis. De nu alom gekende "zolder" koste ons wel enkele leden, maar we verble­
    ven van dan af op neutraal terrein en waren zelfstandig. HALÁSANA ploegde rustig ver­
    der. Er werden zelfs lessen gegeven in andere gemeenten, maar bij gebrek aan tijd en me-
    dewerkers werd dit na korte tijd onmogelijk. Er waren reeds twee vaste avonden op de
    "zolder". Toen er eindelijk helpende handen kwamen opdagen werd het aantal avonden
    uitgebreid tot vier. Er kwamen ook steeds meer leerlingen die ons werk en onze neutrale
    zienswijze waardeerden.

    Er werd feest gevierd voor het vijfjarig bestaan en nog steeds was HALÁSANA niet mee
    opgestapt met de algemene trend in de B. Y. F. waar de yoga op sterk devotionele wijze
    werd voorgesteld. De door iedereen aangehaalde Patafijali, auteur van de yoga-sutra's
    scheen met zijn yoga-darsana geen volwaardige zienswijze naar voor te brengen. Er werd
    wel over zijn yoga-sutra's gesproken, maar steeds vervaagde de ware dimentie ervan in
    een soort eucumenische smeltkroes waarin "ISWARA" - het bijzondere "Zijn". de Heer,
    aangezien wordt als God, en de Gum ais zijn afgezant aan wie alle eer en lofbetuigingen
    toekomen. In deze voorstelling van de yoga vindt de westerse mens ongetwijfeld voedsel
    voor zijn onrustige moderne geest. Wij waren van mening dat ook zij die niet in een opper­
    wezen geloven of voor wie de yoga niet ipso facto aan het geloof diende gekoppeld te wor­-
    den, in de yoga -darsana van Patafijali 's sutra's de bevrijdende zelftealisatie kunnen berei­-
    ken. De yoga werd voor HALÁSANA de zienswijze waarop iedereen zich- zonder scru­-
    pules- zou kunnen verlaten. De yoga werd immers toch door iedereen naast de. andere vijf
    Indiase därsana 's aangegeven ais een orthodoxe zienswijze.
    Nergens bleek ze in haar zuivere dimentie te vinden. . . .. Wie zou ze ons verklaren?

    De Guru ?

    Kort na de viering van het vijfjarig bestaan van HALÁSANA kocht ik een boek:
    " Patafijala-yoga. From related Ego to Absolute Self"; auteur G. M. Koelman s. j. Poona
    1970. Omwille van zijn titel sprak dit boek mij geweldig aan, maar de taal en de zware
    ilosofische inhoud vielen niet te best mee. Begin 1974 werd dit boek voor mij een uitdaging,
    het bleef mij de baas en ik voelde aan dat alles wat ik over de yoga filosofie wilde weten
    daarin zwart op wit stond. Tijdens de zomervacantie in Spanje begon ik met de vertaling
    van hoofdstuk 3 ISWARA; het scheen mij het gemakkelijkste en het was ook het korste
    hoofdstuk.

    -5­-

    Het onderwerp ISWARA zou me vlug duidelijk maken of de auteur, s.j.en Vlaming; een
    objectieve visie over de yoga-darsana naar voor bracht. Mijn vermoeden was juist, het was
    een objectieve voörstelling en daar stond voor mij het bewijs dat yoga geen gods­dienst is!
    Met toestemming van de auteur heb ik het boek vertaald. Deze vertaling was voltooid
    toen HALÀSANA haar tienjarig bestaan vierde. Alle teksten dienden echter nog naar India
    gestuurd te worden­ en de kopij zou dan verder bewerkt worden. Van dit boek had ik, gaan­-
    deweg de vertaling, een synthese gemaakt welke in de vereniging aanstonds werd gebruikt om
    mijn zienswijze over de yoga te bevestigen. Deze synthese werd ondertussen met goed­keu-
    ring van de auteur van het boek, uitgegeven in boekvorm bij HALÀSANA.
    G. M. Koelman s. j. is een zeer bekwaam en objectief yoga-kenner. Hij plubliceerde zijn
    hoger vermeld boek, na 30 jaar studie in de Indiase en Oosterse zienswijzen. Zijn werk is
    de yoga-darsana zoals ze in de oude sanskrietteksten en de daaromheen zeer uitgebreide
    bibliografie wordt weergegeven. Na veertig jaar verblijf in India werd deze yoga-kenner de
    Guru die aan HALÄSANA de bevestiging zou brengen van haar verwachtingen omtrent het
    bestaan van de ware yoga­därsana, die we in de yoga-sutras van Patañjali aantreffen
    Ook deze sutra' s werden door hem met mijn medewerking vertaald in het Nederlands en
    van commentaar en uitleg voorzien.

    Yoga is geen godsdienst

    Al de hierboven aangehaalde werken kunnen met zekerheid hun zuivere objectiviteit t. a. v.
    de ware yoga-darsana bewijzen. Nergens wordt er afgeweken van de ware betekenis van de Patañjala-yoga.
    De yoga van Patañjali door HALÀSANA in haar juiste proporties voorgesteld ten aanzien
    van de godsdienst en de moraal, is geen aanval op de andere zienswijzen. Ik ben echter van
    mening dat het niet opgaat zich omwille van de yoga als een Indiër te gedragen en een levens­-
    wijze te willen aankleven die de Westerse mens losslaat van zijn eigen beschaving; de yoga
    als een soort godsdienst te beschouwen die in de plaats zou moeten komen van de Westerse
    godsdiensten, wat deze ook mogen te betekenen hebben voor de mens van vandaag.
    Ook Koelman heeft geen enkele poging ondernomen om dit te doen, en zijn Patañjala-yoga
    -sutra’s is geen poging tot verkerstening of idealisering naar Rooms modl van de zienswijze
    van de sutra’s. Daarom werd zijn werk voor HALÄSANA het basisdocument van de ziens-
    ijze over de yoga welke reeds van bij de aanvang aanwezig was, maar tot dan toe onverklaard
     bleef.

    -6­-

    Wij westerlingen dragen in ons het Karma (vergeldingswet) van overheersing en inquisitie
    die door onze godsdienst werd gebruikt om alles en iedereen die niet voor was, tot de on­-
    dergang te bewerken. Het zal niet eenvoudig zijn om het weinige humanane dat ons nog
    rest, en dat door slechts weinigen benut wordt om de dwanggedachten die ons neerdruk­
    ken uit onze geesten weg te branden, opnieuw in ere te herstellen. De gespletenheid van
    onze beschaving waarin godsdienst en geweld, devotie en uitbuiting, liefde en bedrog, sa­-
    men gehuldigd worden onder de mom van de ware en harde realiteit, zal slechts. kunnen
    omgebogen worden naar een spontane en geweldloze samenleving, indien het individu de
    moed zal hebben zich neer te zetten en de studie en de praktijk van de ware yoga opnieuw
    toe te passen zoals voor onze tijdrekening.
    Daaraan medewerken is het verlangen van HALÄSANA, want de yoga streeft naar een
    levensklimaat zonder geweld, zonder haat, zonder schrikbewind en vol verdraagzaamheid
    waarover ook de verdrukkers spreken ter­ wille van de goede zaak.
    Dit is ook de reden waarom ik dit boek wilde schrijven en aan iedere beginner de ware
    inhoud van de yoga op een begrijpelijke wijze wil voorstellen. Ik wil hiermede niemand
    overtuigen tot het afzweren van zijn eigen ideologische overtuiging of geloof.
    Deze yogacursus voor beginners wil zowel op filosofisch als op praktisch vlak een hulp
    zijn tot het nemen van de lichamelijke trede en de aanloop van de hogere treden die in de
    zelftealisa­tie uitmonden.

                                         W. Ingels
                                        Yoga-leraar ­
                                  Halasana-Maldegem
                                        Zomer 1980


    -7­-_

    VOORWOORD   EN INLEIDING

    I.    INHOUD van het Lesboek.

          HALÀSANA Blz.2
          Op zoek naar de ware Yoga-filosofie Blz.3
          De Gurum ? BIz 4
          Yoga is geen godsdienst. Blz. 5
          Wat is Yoga? BIz.11
          Hoe gaat het? (indeling van   de Yoga-beoefening) BIz.12
          Hoe moet men de Yoga benaderen? Blz.14
          Hoe moet men op de Yoga-les verschijnen? Blz. 16
          - Uitrusting-De kledij-Voorzorg smaatregelen- leeftijd-
          De Ploeg (HALASANA ) BIz.18

    II. LDST VAN DE ÄSANA'S DIE IN DE LESSEN
        AANGELEERD WORDEN.

     1. Ardha-bhujangásana (éénzijdige rugwaartse buiging) Blz.75
     2. Ardha-bhujangásana met torsie Blz.106
     3. Ardha -matsyendrásana (vereenvoudigde draaihouding) Blz.109
     4. Ardha-trikonäsana (kleine zijwaartse buiging) Blz.20
     5. Bhujangásana (rugwaartse buiging) Blz.34
     6. Boogschuttershoudin Blz.94
     7. Dhanurásana (booghouding) Blz.lOl
     8. Gomukásana (koekophouding)
     9 .Halâsana (ploeghouding) Blz 67
    10.. Kukutásana (evenwicht op de handen) Blz.l13
    11. Makrásana (dolfijnhouding) Blz.l13
    12. Matsyás,ana (vishouding) BIz.51
    13. Padahastásana (vooroverbuigende houding) Blz.27

    -8­-

    14. Pashimotanäsana (vooroverliggende stand) Blz 43
    15. Pavanamuktàsana (houding van de bevrijdende wind) Blz.34
    16. VY AGRA (Rekhouding) Blz 46
    17. Salabhäsana (been-opheffende stand) Blz. 105
    18. Sarvangàsana (alle delen houding) Blz.64
    19. Savàsana (lijkhouding - ontspanning) Blz.29
    20. Supta-vajràsana (achteroverliggende stand) Blz.27
    21. Suryanamaskar - deel 1 Blz.99 - deel 2 Blz.IlO
    22. Trikonàsana (zijwaarts e buiging) Blz 45
    23. Trikonäsana met torsie Blz. 82
    24. Uditta-parsakonäsana (schuine stand) Blz.118
    25. Usträsana (kameelhouding) Blz .l11
    26. Vajràsana (zithouding) Blz.29
    27. Vikräsana (evenwicht op één voet) Blz.76
    28. Viparita -karani (halve omgeke.erde stand) Blz.54
    29. Yanusirsàsana (hoofd bij de knie houding) Blz.88
    30. Oogversterkende houding Blz.98

    lIl.  VOORBEREIDENDE EN LOSMAAKOEFENINGEN

    1 - losmaking van de nekwervels Blz.26
    2- losmaking van de benen Blz 4l
    3 - losmaking van de voeten Blz 49
    4 - Parivartana (volledige losmaking rollen)
         parivartana 1 (enkelvoudige rol) Blz.22
         parivartana 2 (met opgetrokken benen) Blz 4O
         parivartana 3 (hulpmethode) Blz 48.

    parivartana 4 (dubbele ademhaling) Blz.62

    5 - Shakti-banda (betekenis)

    1 e. oefening (losmaking schoudergordel) Blz.63

    2e. oefening (losmaking lange rugspieren en ruggegraat) Blz.72 3e. oefening (losmaking bekkengebied en lendewervels) Blz.80 4e.. oefening (losmaking benen en achterzijde van de romp) Blz.86

    -9­-

    IV. HET ZINGEN VAN OM Betekenis en praktijk. Blz. 21

    V.. ONTSPANNING. -op de rug. Blz. 23 ; -op de buik Blz. 29.

    VI. OPBREKEN. '(en op het einde van de les) Blz. 30

    VII  PRANA Y AMA. (betekenis en soorten zie les 4)
           1. liggende pranayäma Blz.50
           2. Zuiverende" " 66
           3 .Longversterkende" " 66
          4. Spijsverteringversterkende pro Blz.74
          5. Energieopladende pro Blz. 81
          6. Ademhalingswegenversterkende pro Blz.87
          7. Nadi-vertstevigende pro Blz. 88
          8. Bloedzuiverende pro Blz.100
          9. Zenuwsterkende pro Blz.107
        10. Longversterkende pr.Blz.107

    VII  LIJsS VAN TREFWOORDEN-
           THEORIE - LESSEN -Anatomie (Oosterse anathomie) Blz. 103

            -Arjuna (aanvoerder van de Pandavas) Blz.78
            -Asna (betekenis -indeling-verschil met gymnastiek) Blz.39
            -Boeddhisme (opkomst enbetekenis voor de yoga) Blz.78
            -Chakras §betekenis en beschrijving) Blz. 109
             Christianisme (opkomst en betekenis voor de Yoga) Blz.9&84
            -Därsana & Filosofie: betekenis-soorten
            - de 6 orthodoxe därsana's Blz.94
             -Dhärsana (vastzetting van de denkfunctie) Blz.56.

    -10­-

    -Dhyäna (éénpuntige vasthouding van de denkfunctie Blz. 56
      -Islam (opkomst en betekenis voor de Yoga) Blz.84
      Iswara (betekenis in de Patafijala Yoga) Blz.31

    -Krishna (betekenis in de Bagavad-Gita) Blz. 78

    -Mantra (betekenis) Blz.115

    -Nyama (gebiedende voorschriften) Blz.32

    -Patafijali (wie is Patafijali ?) Blz. 20

    -Prakriti (betekenis) Blz. 12

    -Pratyahara (terugtrekking) Blz. 56

    -Purusa (betekenis) Blz.92

    -Samädhi (opslorping) Blz. 56

    -Upanishaen Blz. 70

    -Veda's Blz.70

    - Y ama ( beheersing of onthouding) Blz.32

    -YOGA - algemeen plan Blz.31

    - eigenschappen van de yoga Blz.57

     - Patañala-yoga (därsana) Blz. 91 &61

     - andere soorten yoga Blz. 96

    - Yoga Sutra's indeling. Blz.121

    IX. HET SAMENSTELLEN VANEEN OEFENREEKS. Blz.123

    -11­-

    INLEIDING

    Wat vooraf dient geweten.

    . 1. Wat is Yoga?

    Als men de auteurs van vele yoga-boeken moet geloven, dan heeft bijna iedereen zijn eigen bepaling over yoga. De meeste omschrijvingen van het woord ofhet begrip yoga, gaan voorbij aan het feit dat de yoga in werkelijkheid door Patatañjali omschreven en verklaard werd als : "het stilleggen van het denkvermogen". Daarmee was alles gezegd. De rest, ofwat erbij of erover gezegd wordt ter aanvulling of ter verduidelijking is meestal eigen visie van de auteur. Deze visie geeft dan aanleiding tot interpretaties en discussies die soms aanleiding geven tot onenigheid ofhet innemen van onverzoenlijke standpunten of blijvende twisten.

    Oorlogen vinden soms ook hun oorsprong in twisten die aan de basis zeer onschuldig of heilig zijn. Er is geen volk dat niet zijn heilige oorlog kent. Dagelijks worden er nog ontelbare mensen verdrukt en vermoord in de naam van de gerechtigheid die zowel in het kamp van de verdrukten alls door de verdrukker met evenveel overtuiging beleden wordt.

    Ik geef over de yoga geen andere bepaling dan deze van Patatañjali. Ze is duidelijk en volgens mij genoeg-zeggend. Meestal begrijpt men ze pas, wanneer het stilleggen van het denkvermogen zover gevorderd is, dat het besef omtrent het bestaan van het ware "Zijn" dat noch lichaam noch geest is, klaar begint te worden. Het "Zijn", dat geconditioneerd is door het dagelijks bestaan en gebonden door de materie waarin het vertoeft, en zelfs dit niet meer beseft, kan bevrijd worden uit deze toestand, door er niet meer aan te denken, door er niet meer mee bezig te zijn of er zich mee te vereenzelvigen. Het is inderdaad het nooit stilstaande denkvermogen dat de valse gedachten en de vereenzelviging met de bestaande, ons omringende wereld, levendig houdt. Iedereen wil zoveel mogelijk bezitten en genieten van de materiële dingen waarvan we uiteindelijk moeten ervaren dat ze ons het ware geluk niet kunnen verschaffen. Zolang deze gedachten dus zegevieren over ons bestaan, zijn wij niet bevrijd. Het komt er dus op aan, de yogatechniek te leren kennen en toe te passen om deel te kunnen hebben in de vrijheid die volgt op het stilleggen van het denkvermogen.

    - 12 ­

    Om dit doel te bereiken schreefPatañjali 195 sutra's (kernachtige gezegden waarin de yoga leer wordt uitgelegd). Daarin staat het, wat men moet doen, maar zeer weinigen kunnen het onmiddellijk begrijpen. De grote meerderheid van de mensen zullen er nooit toe komen, zich los te wrikken van de macht van het materialistisch bestaan dat hen steeds vaster in zijn greep houdt met macht, geld en roem. Patañjali heeft dit ook duidelijk geweten. Met de bedoeling iedereen erbij te betrekken heeft hij dan ook alles wat tot aan zijn tijd over yoga gekend was, samengebracht. De yogasutra 's werden als het ware de bijbel voor alle zienswijzen, ook van de latere. Het moet ons dan ook niet verbazen dat we in alle yoga-middens en bij alle leraars en zieners, de yoga-leer van Patafijali aantreffen als de basis van hun theorie. De yoga van Patañjali is inderdaad universeel en soepel genoeg om in alle bevrijdingstechnieken gebruikt te worden, ook in de godsdiensten, mits kleine aanpassingen die de oningewijde niet eens zal merken. Toch blijft de yoga zelf en haar zienswijze origineel naast de andere zienswijzen zoals de Mimànsa, de Vedänta, de Sähkhya, de Nyaya en de Vaicesika. Alle Hinduspiritualiteit en alle bevrijdingssystemen, welke ook hun metafisische onderbouw weze, worden door de yoga van Patafijali bei'nvloed. Het is deze' yoga en
    haar toepassing welke in praktijk gebracht wordt in het lesboek voor beginners.

    2. Hoe het gaat.

    Hoe wij tot het stilleggen van ons denkvermogen kunnen komen wordt beschreven in de techniek die in feite slechts begrepen kan worden door de toepassing ervan.
    Via de concentratie van het denkvermogen op één punt, wordt de vastzetting van de aandacht verkregen waarin er geen andere interesse meer is dan het éne punt waarop de aandacht zich concentreert. Dit is mogelijk door het afsluiten van de zintuigen die, alhoewel ze nog blootgesteld zijn aan de prikkels van de omgeving, niet meer reageren en de geest gerust laten. Geleidelijk aan verdiept deze concentratie en het denkvermogen dat niet meer aangespoord wordt tot werken, wegens de afsluiting van de zintuigen en de beperktheid van het voorwerp van de concentratie, zal uiteindelijk niet meer bewegen. Men zal gedachtenloos, maar toch bewust, de ervaring opdoen van een zekere aanwezigheid in zichzelf. Dit resultaat is de aanvang van een proces dat leidt tot zelfrealisatie en dat niet meer met materiele vergelijkingen te omschrijven valt.

    Het boek dat op de weg naar deze toestand uw gids zal zijn, en U de ware betekenis van de yoga zelf zal doen ontdekken, wordt per.  

    - 13 _­

    les ingdeeld in twee delen. Het eerste gedeelte is een theoretische uitleg over de historische localisatie van de yoga, heel beknopt, en talrijke andere verklaringen die de yoga-darsana .

    duidelijk moeten stellen t. a. v. andere zienswijzen. Het tweede gedeelte bestaat uit praktische uiteenzettingen over de uitvoering van de äsana's die voor elke beginner zonder gevaar uit te voeren zijn. Hun uitwerking is nochtans niet te onderschatten.

    Het opstellen van dergelijk lesboek is vanzelfsprekend geen gemakkelijke opgave. Er moet onvermijdelijk beroep gedaan worden op "ergens" aangeleerde technieken waarvan in de grond niemand auteursrechten zou kunnen opeisen maar waarin sommigen inderdaad plagiaat zouden kunnen zien. Eén feit is echter geruststellend: niemand zou in staat zijn én een juiste techniek én een juiste zienswijze naar voor te brengen zonder ervaring die hier en daar zal opgemerkt worden.

    Alleen de houdingen die noodzakelijk geacht worden om de beheersing van het lichaam zonder gevaar te kunnen bereiken, zullen aangeleerd worden. Indachtig de sutra's, bedoel ik hiermede dat houdingen die te weinig inzet vragen en aanleiding kunnen geven tot loomheid en verstrooidheid evenals deze welke te gevaarlijk zijn en teveel energie opeisen, geweerd worden. Beide soorten zijn niet bevorderlijk voor de latere concentratie van het denkvermogen. De äsana' s moeten ook niet leiden. tot een soort acrobatie die nog gevaarlijk kan zijn en de spanning van lichaam en geest niet zal doen afuemen.

    De Patañjala-yoga kan ingedeeld worden in vier gedeelten of fasen:

    1) Het lichamelijke gedeelte

    In dit gedeelte treft men de nodige technieken aan die het lichaam en zijn biologische functies tot rust moeten brengen en een goede gezondheid verzekeren.

    2) Het etisch gedeelte

    Hier zal de denkfunctie gezuiverd worden van haar gehecht heid aan het empirisch bestaan, en gekalmeerd worden

    3) Het psychologisch gedeelte

    Dit gedeelte is de hoogste trede die door een mens op eigen krachten kan bereikt worden. Het systematisch leegmaken en het stilleggen van elke denkactiviteit, is het doel van deze trede.

    - 14­

    4) Het metafysisch gedeelte

    Deze trede stijgt uit boven elke lichamelijke en pschologische oefening. In deze fase zal de zelfrealisatie plaats hebben. Het is de toestand waarin het "Zelf' van de mens, los van elke gebondenheid of gehechtheid aan materiële dingen of begeerten, alleen nog zichzelf is, en niets anders. Deze toestand kan onmogelijk door empirische begrippen of hoedanigheden om schreven worden.

    Deze vier stappen vormen het plan van de volledige yoga-beoefening zoals ze door Patañjali werd uitgewerkt in het achttredig pad waarover we het later in de lessen zullen hebben.

    Theoretisch zijn alle mensen in staat deze toestand van zelfrealisatie te bereiken. We moeten ons echter geen illusies maken. .. de weg is scherp als de snede van een scheermes. .. . Dit mag ons echter niet afschrikken toch deze weg op te gaan en reeds te genieten van de resultaten die ons door de beoefening van de voorbereidende treden te beurt vallen.

    3. Hoe moet men de yoga benaderen?

    Wanneer men de yoga benadert zoals Iemand die dit op een typisch westerse manier doet, dan
    kan men ongeveer het volgende verloop verwachten. Bij de aanvang is er grote bewondering en verwondering over de weldoende rust en kalmte die ervan uitgaan.
    De eenvoud en de ongedwongenheid is onbeschrijfelijk, het is gewoonw.eg verbazend, en men voelt zich als het ware een ander mens worden.
    Wanneer na enkele weken het nieuwste er wat af is, zullen er al wat bezwaren rijzen tegen bepaalde houdingen die wat moeilijk uitvallen. Het lichaam is nog steeds niet soepel genoeg en de spieren zijn nog teveel gespannen. Dit komt natuurlijk omdat er niet regelmatig getraind wordt. In het begin moetmen wel ongeveer één uur per dag aan de inoefening van de houdingen besteden ten einde het lichaam eraari gewend te maken.

    Hier zal reeds de vraag komen of dit wel allemaal nodig is; bestaat er dan geen yoga zonder al deze houdingen, of een gemakkelijker systeem, ofkan men dat gedeelte van de yoga eenvoudig niet vervangen door gymlessen waar nog wat beweging insteekt en een beetje rythme ? Hier komt het loslaten ingevolge de redenerende westerse geest, die er uiteindelijk wil op aansturen de ganse yoga-beoefening als niet nodig, te verwijzen naar het land der sprookjes. Zij die het niet aankunnen om met geduld hun lichaam te leren kennen en beheersen, zullen ongetwijfeld nooit zover geraken dat ze ook hun geest zouden kunnen kalmeren en afsluiten van de omgeving. Zo gaat het niet alleen met de yoga ook tal van andere

    - 15­-

    dingen worden door de meeste westerse mensen op deze wijze benaderd. Eenmaal de nieuwsgierigheid van hun ontledende .geest voldaan, blijft er geen kracht genoeg meer over om verder te gaan. In feite zijn we als westerling geneigd de yoga te willen kennen en begrijpen in
    't geheel zonder beeld; onze geest openstellen om het beeld van de yoga geleidelijk aan te laten groeien tijdens het aanvangsproces dat uitsluitend op de praktijk moet ingesteld worden. Wanneer we ons openstellen voor datgene wat ons voorgesteld wordt, en niet overgaan tot ontleden van alles wat ons wordt aangeboden, dan zullen wij reeds na korte tijd kunnen vaststellen dat men de yoga moet beoefenen om ze te kunnen begrijpen.

    Oost en West worden door hun benaderingswijze der dingen gescheiden door een bijna onoverbrugbare kloof, niettegenstaande beide diep in de wortels van hun bestaan toch één en dezelfde oorsprong hebben. Evenals de continenten van onze aardbol uit elkaar gedreven werden tijdens een langdurig proces van uitwendige krachten waartegen zij zich geenszins konden verzetten en van elkaar vervreemdden, zijn Oost en West ook uit elkaar gedreven. Het zou een utopie zijn om in enkele ogenblikken deze werelden opnieuw in elkaar te doen haken tot één geheel.
    Het volstaat, zich te realiseren dat ze heel diep onder de oppervlakte van de uitgestrekte zee~n en oceanen in wezen toch één zijn met elkaar, en samen de wereldbol vormen.
    De waarheid is voor Oost en West dezelfde, maar de wijze waarop ze benaderd wordt is erg verschillend. Daardoor ontstaat de kloof die ook de geesten van elkaar vervreemdt alhoewel zij
    aan de basis één zijn wat hun bestaan betreft.

    Niet het uiterlijke, maar het innerlijke van de mens speelt een rol bij de beoefening van de yoga. Daarom kunnen we ons terecht afvragen Waarom sommige mensen hun eigen levenswijze zo nodig moeten verlaten, hun naam veranderen of een oranje kleed aantrekken wanneer ze yoga willen doen. Wij moeten de uiterlijke dingen gewoon gerust laten en proberen innerlijk open te staan. Het aannemen van nieuwe uiterlijke vormen komt inderdaad voor als een vlucht uit de werkelijkheid waarin we ondanks alles leven. De yoga is immers geen uiterlijke manier van leven, maar een innerlijke wijze van zijn.

    De yoga is eveneens een strikt individuele aangelegenheid. Niemand of niets kan yoga in onze plaats beoefenen. Noch met geld of uiterlijk vertoon of voorspraak kan de yoga gekocht worden. Zij is ook niet met eer of aanzien te verkrijgen.

    16 ­-

    We mogen ons ook niet laten verleiden door iemand die zich als Guru komt aanmelden om het ons allemaal te leren mits een mil­de gift. De Guru verschijnt wanneer de leerling daartoe gereed is. De Guru kiest zijn leerling niet, maar de leerling zal zijn Guru ontmoeten op het ogenblik dat dit nodig is.

    Het benaderen van de yoga moet dus onbevooroordeeld zonder wetenschappelijke nieuwsgierigheid gebeuren, zonder het verza­ken aan zijn eigen leefgewoonten. De nieuwe mens die uit de be­oefening van de yoga zal geboren worden, zal zijn bestaan enkel te danken hebben aan de persoonlijke inzet, en niet aan geld of voorspraak, kledij of naam. Het is daarom absoluut onontbeer­lijk dat de beoefenaar de wil opbrengt om met een volgehouden inspanning te werken, want een toevallige of een halve inspan­ning is niet voldoende. Zelfs twijfel in verband met de uitwer ­king van de oefeningen, kan tot een fatale mislukking leiden.

    4. Hoe men op de yoga-les moet verschijnen. ?

    De uitrusting

    Om de yoga-äsana's en de rest uit te voeren moet men niet over een uitgebreide uitrusting beschikken. Het volstaat een reeds ge­bruikt deken (liefst wol of katoen) dubbel te vouwen zodat men er volledig uitgestrekt kan op neerliggen. Dit is nodig om het li­chaam te isoleren van de soms kille ondergrond. Deze onder­grond mag hard zijn. Een houten vloer is echter aangenamer dan steen of beton, alhoewel een tapis-plain ook uitstekend is.

    De kledij.

    Het lichaam moet vrij en los alle bewegingen en houdingen kun­nen uitvoeren. Daarom moet de kledij liefst zo los en beperkt mogelijk zijn. Men beoefent geenszins äsana's met een wollen training aan. Collants en kousen zijn eveneens af te raden. Het lichaam moet zoveel mogelijk kunnen ademen langs de poriën van de huid. Zwaar ondergoed en een b. h. met een sluiting op de rug zijn eveneens hinderlijk. Een eenvoudige shirt met wijd uitgesneden hals en okselgaten (zeker geen lange mouwen) en een goed zittende short, zijn ruim voldoende. Speciaal voor de vrouwen ontworpen gympakjes kunnen aanbevolen worden terwijl de mannen een gym­broekje kunnen dragen waarin een slipje verwerkt is.
    Dergelijke kledij is geenszins kostelijk en zal niet vlug verslijten door äsana's uit te voeren. Houdt ze evenwel proper door ze re­gelmatig te wassen.


    - 17 ­- -Zorg er voor dat je niet op de les verschijnt rnet een werkende rnaag, en dat je fris gewassen op je oefendeken kunt plaats nernen. Properheid is een lichamelijke vereiste orn in alle rust en onge ­dwongen elke ,houding te kunnen aannernen. De aandacht wordt rninder afgeleid wanneer rnen fris en ongedwongen kan werken. Tijdens de eerste dagen van de rnenstruatie is het niet aan te ra­den yogahoudingen uit te voeren ornwille van de grote druk die sorns tijdens bepaalde houdingen op de buikorganen wordt uitge­oefend. Daarna kan rnen zich houden aan lichte houdingen, prä­näyäma oefeningen en lichte kriya's.

    Bij ziekte of koorts is het beter geen yogahoudingen uit te voeren; pränäyärna's (via de adernhaling) kunnen echter geen gevaar zijn indien rnen zich beperkt tot deze welke in de cursus aangeleerd worden. Yoga is in wezen geen remedie tegen allerlei kwalen.

    Het is echter niet uitgesloten dat bepaalde ziekten door yoga­therapie kunnen genezen. Eventuele rnedicatie op doktersadvies is wel rnogelijk rnet yoga-houdingen. Wees echter nooit je eigen dokter of denk niet te vlug dat het allemaal wel zal overgaan rnet yoga-houdingen. De yoga-äsana's zijn doorgaans wel een uitste­kend middel orn normaal gezond te blijven. Het organisme wordt door de houdingen tot normale werking aangespoord zodat er een goede opname van de voedingstof-fenen een snelle afscheiding van de afvalstoffen plaats heeft. Hier en daar wordt er tijdens de lessen wel gewezen op de therapeutische waarde van de houdingen, rnaar dit is geenszins bedoeld orn als rnedische gids te dienen voor zelf-rnedicatie. De yoga heeft imrners geen rnedisch doel, haar lichamelijke trede is bedoeld om het lichaarn sterk te rnaken en gezond, opdat het geen hinderpaal zou zijn. . .In een gezond lichaarn zal de geest inderdaad rustiger zijn dan in een door ziekte gekweld organisrne dat alle aandacht zal opeisen.
    Wie aarzelt orntrent de licharnelijke geschiktheid tot het uitvoe­ren van de yoga-houdingen, dient vooraf een bevoegd dokter te raadplegen.

    De leeftijd.

    De leeftijd waarop de yoga-beoefening kan aanvangen speelt op lichamelijk vlak een geringe rol. Al te jonge rnensen wier been­dergestel nog niet voldoende verhard is, en oude rnensen wier skelet reeds te broos zou geworden zijn, kunnen echter wel let­seIs oplopen bij het innernen van zekere houdingen.

    - 18 ­-

    De geeestelijke rijpheid is evenwel van groter belang omdat men toch de ware betekenis van hetgene men zal doen, dient te kunnen begrijpen. Het heeft maar weinig zin de yoga-darsana uit te leg­gen aan kinderen of aan hen die geestelijk niet in staat zijn de be­tekenis ervan te begrijpen. Het gaat ook in hoofdzaak om de geest en het denkvermogen dat moet stilgelegd worden.

    Iedereen kan natuurlijk wel met gunstig resultaat voor lichaam en geest, de yoga-houdingen uitvoeren, maar uiteindelijk moet men kunnen komen tot het onbeweeglijk stil zitten in een vaste houding, een niet te onderschatten drempel in de uitwendige middelen die Patañjali aangeeft om het doel te bereiken.

    Sommigen voeren de yoga-houdingen uit als een soort kunstige gymoefening waarover men in bepaalde middens zeer enthousiast is. Ik meen dat men via deze manipulatie van de yoga-houdingen niet op het vrijmakende resultaat van de yogadârsana kan reke­nen. Deze strekt zich immers uit over vier elkaar opvolgende treden waarvan de lichamelijke trede de eerste is.

    5. Om niet te vergeten

    De ploeg en het geduld

    De beoefening van de yoga is niet alleen een individuele zaak wat uitvoering en resultaat betreft, er dient eveneens zeer grote aan­dacht geschonken aan de manier waarop men de beoefening aan­pakt. Wie haastig alles afwerkt om snel resultaten te halen, zal na korte tijd de lust om verder te werken zien verdwijnen. ­

    -Toen ik in 1968 HALÄSANA gesticht heb, was het mij duidelijk dat er vooral met veel geduld zou moeten gewerkt worden. Het kiezen van een naam voor de vereniging was dus geinspireerd op dit ge­duld.
    De ploeghouding (Halâsana) was voor mij het geschikte sym­bool voor het geduld waarmede men de yoga-beoefening dient aan te pakken. ­
    De ploeg maakt de akker klaar om te planten of te zaaien. Snede voór snede wordt het uitgestrek-te veld opengescheurd en omge­keerd. Deze bewerking gaat steeds rechtdoor, zonder dralen maar ook zonder overhaasting, desnoods door regen en wind, of zelfs tijdens de nacht. Zo dient het ook met de yoga-beoefening te zijn. Steeds voortdoen, en met geduld het stijve lichaam soepel maken opdat het los en ongedwongen en ontspannen zou kunnen neerzitten, gereed om de verdere treden van de eigenlijke yoga te kunnen be­steigen. Het gevaar van overbelasting van de gewrichten en de spieren en de longen wordt niet nutteloos in alle yoga-boeken aan­gehaald.

    - 19 -­

    Voorzichtigheid en geduld zijn hier noodzakelijk. Een verzekering tegen ongevallen van dit soort kan niet beletten dat U eventueel tijdelijk of voor altijd van de beoefening van zekere hou­dingen zoudt uitgesloten blijven. Denk daarom aan de ploeg en wil niet te vlug resultaten zien.

    Haast en spoed is zelden goed. Dit spreekwoord is voor de yoga­beoefening dubbel waar.

                                                              -------------

                                                                  

    29-10-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    » Reageer (0)
    30-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.YOGA-CURSUS VOOR BEGINNERS - Les 1.

    ²- 20 ­-

    Mededeling vooraf bij de publicatie van deze cursus.
    1° Er wordt één les per maand gepubliceerd , zodat de cursist ruim de tijd krijgt voor het instuderen der lessen, dit in tegenstelling met de aankondiging in het lessenboek zelf, dat in 1980 werd opgesteld.
    2° Lees de teksen meerdere malen en bekijk goed de voorstelling van de houding of de oefening alvorens tot de praktijk over te gaan. Eerst lezen en kijken , dan doen  .


    EERSTE LES


    De yoga-beoefening die bij HALÀSANA aangeleerd wordt, is de yoga van Patañjali.


    Per week wordt er één les aangeleerd, zodat je de houdingen een ganse week kunt inoefenen. Houd je aan dit schema en loop niet te vlug van stapel ook als je voelt dat de aangeleerde houdingen voor U niet moeilijk zijn. Een afbeelding van de houdingen vindt je achteraan in het boek.

    Zowel in het Oosten als in het Westen wordt de autoriteit van Patañjali erkend als stichter van de yoga-filosofie.

    Patáñjali werd geboren in Gonarda (Oost-India) en leefde later in Kasmir; er is weinig over zijn leven bekend.
    Sommigen plaatsen zijn geboortedatum  tussen 800 en 300 v. C. , terwijl anderen van mening zijn, dat Pátañjali zelfs 10. 000 jaar v. C. leefde.(?!)

    Patañjali was de eerste die over de yoga een geschreven samen­vatting maakte welke later uitgroeide tot een ware filosofie.
    Het werk van Patañjali is geschreven in sutras (aforismen of kern­achtige zinnen) welke door de leerlingen gemakkelijk van buiten konden geleerd worden. Men noemt ze ook yoga-sutras.

    De yoga-sutras van Patañali, 195 in aantal, worden ingedeeld in vier boeken nl. :

    1. De praktijk van Samádhi (opslorping)

    2: De middelen om het doel te bereiken (het achttredig pad) 3.' De bovennatuurlijke krachten       (bijkomende resultaten)

    4. De Bevrijding of het eindresultaat.


    De vier boeken van Patañjala-yoga, zoals we ze nu bezitten, schij­nen de codificatie te zijn van diverse yoga-overleveringen, welke Patañjali in één verhandeling heeft willen samenbrengen (aldus KOELMAN). De eerste drie boeken omvatten de essentie van de yoga (soms met overlappingen, maar meestal met aanvullende verduide­lijkingen). Het vierde boek zou een bijvoegsel zijn, om boeddhistische tegenspraak te weerleggen.

    De Patañjala-yoga is praktisch .volledig ontstaan op basis van de (zie verder blz;21)

    - 21 ­

    Sänkhya- filosofie. Toch is de bevrijdingstechniek van de yoga volko­men origineel, en blijkt soepel genoeg om met weinig aanpassingen gebruikt te worden in andere filosofieën.

    "OM"

    Wat is "OM", en waarom "OM" gezongen bij het begin en op het einde van iedere les ?

    De reden waarom het woord "OM" bij uitstek door de Zieners, die aan de basis liggen van de grote filosofieën, verkozen wordt als het geliefde object van concentratie, is het feit dat geen enkel ander woord zo kan kalmeren als het woord "OM". Zelfs wanneer het woord "OM" mentaal wordt voortgebracht, ontstaat er als het ware een bewegende kracht die van de keel opstijgt naar het brein.

    De.".O ".moet betrekkelijk kort uitgesproken worden, terwijl de".M.". zo lang mogelijk zonder opnieuw in te ademen, moet verlengd worden.

    Het herhalen van "OM" is een gebruik, dat overal waar mensen die yoga beoefenen samenkomen, gezongen wordt en herhaald wordt om de aandacht naar binnen te leiden en de geest rustig te maken.

    "OM" kan men niet vertalen en geen ander woord kan het vervangen. Het is de naam van Iswara, de opperste Heer of een bijzonder Zelf waarover in de Patañjala-yoga gezegd wordt, dat het oneindig is.

    "OM" wordt in de Patañjala-yoga gebruikt als een object voor con­centratie,naast andere objecten.

    PRAKTIJK

    Zoals je gelezen hebt beginnen en eindigen we elke les met het zin­gen van "OM", driemaal luidop.

    Zet je vooraan op je oefendeken in kleermakerszit. Sluit de ogen en probeer enkel met jezelf bezig te zijn. Zit flink rechtop, zodanig dat je rug, je nek en achterhoofd één rechte lijn vormen. Je hoofd zal daarbij lichtjes naar voor neigen.

    Laat je knieën wijd open vallen. Ontspan je schouders door ze te la­ten afhangen.

    - 22 ­

    Leg je voorarmen op je knieën en houd je handen met de handpalmen naar boven gericht. De wijsvingers worden onder de gestrekte dui­men geplooid, ze vormen daar een "O". De andere vingers zijn gewoon gestrekt. Dit is een synlbool van rust.

    Adem nu zo rustig mogelijk in en uit. Luister even naar je ademha­ling. Wanneer deze luid genoeg gaat, zul je bij iedere ademstroom een klank horen. Deze klank is "O". Wanneer je nu langs je neus in­ademt en dan met open mond weer uitademt, dan hoor je een lang gerekte "O". Sluit dan je mond en adem de rest van de lucht langs de neus uit en je hoort "M", lang gerekt. "OM" is de klank van je adem­haling.

    Adem na een grondige uitademing diep in; zing dan lang gerekt met open mond "O". Sluit dan je mond, en zing de "M" verder zolang je uit­ademing nog duurt. Dit doen we driemaal na elkaar. Luister alleen naar je eigen gezang. Zing "OM" volgens je eigen mogelijkheden en stemhoogte.

    "OM" zingen ontspant je. Meteen voel je je gerustgesteld. Je hebt laten horen dat je erbij bent. Je hebt je "OM" vermengd met het "OM" van de anderen tot één trillend geluid dat opsteeg vanuit je
    keel, van heel diep in jezelf, en bleef natrillen tot boven in je sche­del.

    We zingen "OM" voor en na elke les, vergeet het niet. "OM" zingen is tevens een zeer goede oefening om grondig te leren uitademen. Forceer dit echter niet. Niet iedereen heeft een lange adem. Hou daar rekening mee.

    Alvorens over te gaan tot de eigenlijke uitvoering van de äsana's is het nodig het lichaam wat op te warmen en los te maken.

    Zit vooraan op je oefendeken met opgetrokken knieën. Neem met de linkerhand de rechter pols vast onder de knieholten. Trek de knieën naar boven zodat je voeten de grond verlaten. Blijf op het zitvlak in evenwicht met het hoofd zo dicht mogelijk bij de opgetrokken knieën. Hef je ellebogen zo hoog mogelijk opwaarts, zodat je rug rond komt te staan.


                                img522/783/scannenjpgparivartana2rs1.jpg
                                

         om nu op de rug te rollen, zodat je even met de toppen van de tenen de grond kunt aanraken achter je hoofd, volstaat het de benen te strek­ken. Je evenwicht wordt door het strekken van de benen verbroken, zodat je zonder verdere inspanning vanzelf achterover rolt. Adem daarbij flink uit en buig je hoofd zo dicht mogelijk naar de knieë toe.

    Om terug in de uitgangshouding te komen volstaat het je benen weer te plooien en inademend terug te rollen; klaar voor de volgende beurt

    - 23 ­-

    Tijdens het heen en weer rollen dat dus gebeurt op het rythme van je ademhaling, moet je er steeds voor zorgen dat je ellebogen wijd open staan en dat je hoofd steeds zo dicht mogelijk bij de knieën blijft.

    De roloefening wordt in het begin een vijftal keren uitgevoerd.
    La­ter zul je in staat zijn zonder de minste inspanning tot twintig en meer rolbewegingen uit.te voeren.

    Let op :

    Ruk niet met je schouders of met het hoofd zodat je met gestrekte rug achterover valt en je hoofd tegen de grond stoot in plaats van met de toppen van je tenen de grond achter je hoofd aan te raken.

    Uitwerking:

    Wat gebeurt er tijdens het rollen?

    1. Massage van de rug: iedere wervel van je wervelkólom wordt
    over de grond gerold zodat gans de rug gemasseerd wordt.

    2. Het centrale zenuwstelsel waarvan een groot gedeelte zich in het
    ruggemerg bevindt, krijgt een goede massage.

    3. Het sympatisch zenuwstelsel dat voornamelijk vertegenwoordigd
    is door de twee ganglia langsheen de ruggegraat, wordt eveneens
    bewerkt.

    4. De rugspieren, alsook de spieren van de schouders, de nek, de
    beenspieren, de armspieren, zijn in werking en worden gemas­seerd.

    5. De aandacht wordt gevraagd voor het regelen van de ademhaling
    en het is noodzakelijk zich te concentreren op de rolbeweging om het
     evenwicht niet te verliezen.

    Als afzonderlijke oefening 's morgens bij het opstaan is deze rol­oefening ook een zeer goede ochtendgymnastiek. Je wordt er goed en klaar wakker van.

    ONTSPANNING ­

    Na deze roloefening ga je languit op de grond neerliggen. Let echter op de volgende punten :

    - de benen zijn lichtjes gespreid, zodat de hielen ongeveer op heup­breedte van elkaar verwijderd zijn terwijl de voeten naar buiten vallen.

    - de armen liggen langs de romp met de h.andpalmen naar boven ge­keerd zodat de duimen naar buiten gedraaid 'zijn. - op deze wijze

    - 24 ­-

    ligt het spaakbeen in de voorarm naast de ellepijp, en zijn de voorarmspieren eveneens in rust. ­

    - de schouders zijn ontspannen en los afhangend; voel even de schou­derbladen aan de grond.

    - het achterhoofd ligt zo ver mogelijk van de romp weg zodat de nek­wervels gestrekt worden
      en de kin niet naar boven gespitst is.

    - laat je ogen open en kijk recht naar boven, zoek daar een vastpunt uit, en kijk er naar.

    - houd de mond gesloten zonder spanning en bijt niet op je tanden,laat je tong los liggen.

    - adem rustig in en uit door de neus, en laat de in - en uitstromende ucht rechtstreeks op dè        neuskeelholte vallen, dit geeft een zeker keelgeluid.

    In deze houding zul je voortaan elke ontspanning tussen de houdingen in, uitvoeren. Aan het einde van iedere les wordt deze houding

    (SAVASANA) voor een langere periode uitgevoerd.

    Terwijl je ontspannen neerligt en je adem observeert, voel je on­middellijk dat het ademrythme vertraagt.

    Van deze gelegenheid maak je gebruik om even na te gaan hoe diep de lucht in je longen binnen gaat.

    Je borst beweegt op en neer, en je voelt deze beweging ook in je schouders. " Je ademt niet zo diep".

    Deze manier van ademen noemt men de bovenliggende ademhaling of de oppervlakkige ademhaling. Weet je dat je met zo'n ademhaling amper 500 cc. lucht in je longen toelaat ? Wat een kleine hoeveel­heid, wanneer je weet dat je longen een totale inhoud hehben van on­geveer 5. 000 cc., en je in staat bent met wat aandacht en oefening minstens 1. 500 cc. lucht te verplaatsen bij iedere ademhaling?

    Het driedubbele dus. Tijdens de yoga-lessen zul je goed en diep leren ademen. Je organisme dat niet kan leven zonder ademhaling zal er wel bij varen.

    De lucht die je inademt bevat naast de zuurstof die de cellen van je lichaam nodig hebben om te kunnen leven, ook nog energie; men noemt ze Präna, of levensenergre. Er is ook een zeer grote hoeveel­heid stikstof in de lucht aanwezig welke je tijdens de uitademing doorgaans volledig weer uitstort, samen met het koolzuurgas, af­komstig van het energieverbruik in je organisme, dat door je bloed in de longen gebracht werd, waar het in je longblaasjes werd uitge­wasemd. Hoe beter je ademhaling, hoe beter' de uitwisseling van de

    - 25 ­-

    verbrandingsgassen uit je organisme en hoe groter de opname van energie en zuurstof, nodig voor het verder werken van alle organen in je lichaam.

    Hoe kun je nu je longen beter leren gebruiken en hun vermogen uit­breiden? Door het aanleren van de volledige yoga-ademhaling.

    Deze ademhaling bestaat uit een laag- een midden- en een hooglig­gend gedeelte.

    We zullen tijdens deze les de lage ademhaling aanleren. Daarom vooraf een beetje anatomie.

    Midden in je lichaam, als een koepel boven je ingewanden, lever en maag, bevindt zich een spier die het middenrif genoemd wordt. Zij is de voornaamste ademhalingsspier en gaat bij iedere inademing
    naar beneden, terwijl ze bij de uitademing naar boven gaat. Tijdens het inademen maakt ze aldus plaats voor de uitzetting van de longen naar beneden toe, en tijdens de uitademing duwt ze de longen opnieuw naar boven; ze helpt aldus de longen vullen en leeg maken. Hoe beter we deze spier leren gebruiken hoe intenser de ademhaling wordt. Het middenrif drukt niet alleen op de longen, maar ook op de buikindhoud, op de lever, de maag en de ingewanden. Telkens wanneer je inademt drukt het middenrif tegen de buikinhoud. Daardoor komt deze naar voor en de buik welft uit. Wanneer je dan weer uitademt, komt de buikinhoud' opnieuw op zijn normale plaats en de buik neemt zijn oor­spronkelijke vorm weer aan.

    Deze ademhaling noemt men de 'lage ademhaling' omdat er enkel een lage beweging plaats heeft en er verder bijna geen beweging in de borstkas te bespeuren valt. Hoe gaan we nu te werk om deze ademha­ling uit te voeren?

    Blijf rustig op de rug liggen. Krom de vingers van beide handen zo­danig, dat je de bovenkant van de nagels tegen elkaar kunt brengen. Plaats de aldus samengehouden handen met de vingertoppen op je buik zodat de pinken op je navel komen. Zo kun je zeer goed de op en neergaande beweging van de buik volgen tijdens de ademhaling. In het begin mag je met je buik wel een beetje overdrijven. De buik naar boven duwen bij het inademen, en de buik intrekken bij het uit­ademen.

    Aanvankelijk voel je deze ademhaling wel ietwat tegenstrijdig aan, maar na enkele oefeningen zul je voelen dat dit echt de natuurlijke gang van zaken is. Weet je dat een baby op deze manier ademt en
    dat ook de dieren op deze ademhaling leven. Enkel de mens schakelt over op een oppervlakkige ademhaling vanaf het ogenblik dat hij rechtop begint te lopen.

    Let op

    - 26 ­-

    - Adem steeds door je neus in en uit. De lucht wordt in de neus ver­warmd en gezuiverd van hinderlijke stofdeeltjes die in de trilhaart­jes blijven kleven.
    - Om goed te kunnen inademen moet men steeds goed uitademen Dit is van zeer groot belang.
    Wie slecht of onvoldoende uitademt, kan niet verwachten dat hij een grote diepe inademing kan uitvoeren. Mensen die kortademig zijn lijden gewoonlijk aan het feit dat ze niet voldoende kunnen. uitademen; terwijl de longen nog met lucht gevuld zijn doen zij al het mogelijke om verse lucht in te ademen, maar dit gaat niet. Daarom moeten deze mensen leren uitademen; de longen leren leeg maken met de lage ademhaling. Vergeet dus nooit meer: eerst goed uitademen, en dan pas inademen.

    Voer de lage ademhaling nu 10 maal na elkaar uit, met volle aan­dacht voor wat er gebeurt in uw romp ter hoogte van het middenrif.

     HOOFDROL  (losmaking van de nekwervels)

    Zit nu opnieuw rechtop in kleermakerszit. Voel even bij jezelf hoe aangenaam deze zithouding nu overkomt na het liggen en de ademha­lings oefening.

    Ontspan nu verder in deze houding. Laat je schouders afhangen.

    Houd je rug zo recht mogelijk, laat je kn:ieë zo wijd mogelijk open­vallen en houd de voorarmen boven op de knieën, de vingers ge­plooid in het symbool van rust. Laat je ademhaling laag verlopen ge­durende deze oefening.

    Laat eerst het hoofd zo ver mogelijk naar beneden hangen, tot je kin tegen het bovenste gedeelte van het zwaardbeen komt. .. ontspan de nek. Blijf even in deze houding zitten en voel hoe het lichaam ont­spant.

    Na een uitademing draai je de kin inademend naar rechts en naar bo­ven tot het achterhoofd in de nek aankomt. Ga door naar links terwijl je uitademt en de kin opnieuw naar de uitgangshouding laat dalen. Je hoofd rolt dus inademend rechts naar boven en uitademend links naar beneden. Voer deze beweging met aandacht driemaal uit. Let er op dat je schouders aan deze beweging niet moeten meewerken. Daarna doe je nog driemaal hetzelfde, beginnend in links opgaande richting. Beschrijf telkens met je kin een zo groot mogelijke cirkel. Adem en­kel door je neus in en uit en denk er aan de lage ademhaling uit te voeren. Rol volgens je ademrythine.

    Deze hoofdrol zet je nekwervels aan het werk, samen met alle spie­ren daarrond. Ze houdt hen soepel zodat ze niet meer zo vlug ver­krampen. De hoofdrol houdt ook je hals slank en belet het uitzakken van je onderkin. Voer deze oefening zonder geweld uit.

    - 27 ­-

    ONTSPANNING

    Ga nu opnieuw ontspannen op de rug liggen. Let op de volgende punten:

    - lage ademhaling uitvoeren

    - losse schouders,

    - losse armen met de handpalmen naar boven,

    - benen gespreid, hielen op heupbreedte uit elkaar, en opengeval­len voeten.

    De ontspanning tussen de oefeningen moet niet opgevat worden als een rustpause, maar als het ogenblik waarop de beweging, de oefe­ning of de houding die je uitgevoerd hebt haar uitwerking krijgt in de organen, in de spieren en de gewrichten die aan het werk zijn geweest, of aan een zekere druk of uitrekking hebben bloot gestaan. De ontspanning verhoogt hun werking en vitaliteit.

    PADAHASTÂSANA ( voorwaartse buiging).

                              img140/7394/scannenjpgpadahastasanaaf8.jpg

    -Sta rechtop; de voeten op heupbreedte uit elkaar en de schouders ongedwongen los.

    -Kruis de duimen over elkaar en adem uit.

    Verhef beide handen samen tot boven je hoofd, zodat je armen ge­strekt langs je oren komen. Adem ondertussen goedinmet de lage ademhaling. Je lichaam is nu volledig gestrekt.

    Buig uitademend het gestrekte bovenlichaam naar beneden; houd je hoofd tussen de armen en trek je buik in. Ga zo ver je kunt doch zon­der duwen of veren, en blijf daar met lege longen een ogenblik staan tot de ademnood je weer opwaarts doet komen terwijl je inademt. Het hoofd blijft gedurende de ganse oefening tussen de armen. Her­haal deze beweging nog tweemaal. Daarna buig je opnieuw, en blijf ontspannen en rustig ademend in deze gebogen houding staan, gedu­rende een vijftal ademhalingen. Later kun je het aantal ademhalin­gen opvoeren naar 10 of 20. Overdrijf echter niet.


    Let op :


    - buig in de lenden en trek je buik in bij het buigen; adem met een la­ge ademhaling terwijl je in de houding blijft staan, ga niet dieper dan je eigen mogelijkheden,
    - veer niet tijdens de houding om met je handen de grond aan te ra­-

    - 28 ­-

    ken, blijf enkel in ontspannen houding staan, de rest komt van zelf.

    Uitwerking

    De uitwerking van deze houding is uitstekend voor de versteviging

    van de spieren aan de achterzijde van het lichaam; na de uitrekking zal een goede doorbloeding van deze spieren plaats hebben.

    De buikspieren worden samengedrukt en daardoor wordt de druk op de ingewanden verhoogd. De spijsvertering wordt erdoor gestimu­"leerd. De darmen krijgen een actieve massage door de lage adem­haling en dit is bevorderlijk voor hun peristaltiek.

    ONTSPANNING OP DE RUG

    Ga nu opnieuw ontspannen op de rug neer liggen in de reeds hierbo­ven aangehaalde houding. Let vooral op de ontspannen toestand van alle spieren en op de kalme en lage ademhaling. Lees deze punten hierboven nog eens na.


    ARDHA - TRlKONASANA  (kleine booghouding)


    Sta opnieuw rechtop en neem een kleine spreidstand aan. Leg je rechter arm over je hoofd, zodat je metuje hand je linker oor kunt aan raken.

    Buig met een uitademing hoofd en romp zijwaarts naar links en blijf daar tot de ademnood je opnieuw doet inademen en je weer rechtop" doet komen in de uitgangshouding. Doe dit driemaal. Daarna buig je weer en blijf in deze gebogen houding staan met een rustige ademha­ling.

    Denk er om, dat je arm omheen je hoofd blijft hangen en dat je hoofd eveneens dient te buigen. Kom terug in de uitgangshouding na een tiental ademhalingen. Let er evenwel op dat je met een inademing " moet terugkomen en dat je je arm rond je hoofd wegneemt en naast je romp laat zakken met een uitademing.

    Uitwerking:

    Deze houding bevordert de beweeglijkheid van de wervelkolom zij­waarts. Ze verstevigt de
    spieren van de flanken en de schouders.

    Ook voor de zenuwen en de bekkenorganen werkt ze stimulerend. Ze bevordert eveneens maag- en leverwerking.


                          img48/5880/scannenjpgardatrikonasaxk4.jpg

    - 29 -­

    ONTSPANNING OP DE BUIK

    Ga nu ontspannen op de buik liggen. Leg je zo breed mogelijk uit,  met de handpalmen naar beneden gekeerd als in een grote omarming die je kunt uitbreiden zo ver je verbeelding reikt; leg je los met je armen open over de ganse wereld.

    Draai het hoofd op een oor. Laat je schouders naar voor neigen. Leg je voeten op heupbreedte open terwijl je hielen naar buiten of naar binnen vallen. Tracht zoveel mogelijk de grond aan te raken met je ontspannen lichaam.

    Adem rustig met de lage ademhaling en voel je buik telkens tegen de grond drukken bij iedere inademing. De lendenstreek beweegt zacht­jes op en neer. .. laat deze beweging gebeuren en ontspan je.

    Draai na een poosje je hoofd ook eens op het andere oor, en ontspan verder.


    VAJRÂSANA. (diamantzit.)

                           img108/9752/scannenjpgvajrasanatc4.jpg


     Ga eerst op je knieën zitten. Laat je voeten openvallen zodat de wreef van de voeten tegen de grond ligt. De voetzolen vormen zo een kussentje waarop je gaat neer zitten. Je hielen komen aan de buitenkant van het zitvlak en de tenen zijn naar binnen gericht. Het bekken rust als het ware in een met de voeten gemaakte kom. Ont­span in deze houding vooral je voeten, je enkels en je dijspieren.

    Het is ook van belang dat je het bekken loslaat, en rustig met een lage ademhaling gans het lichaam ontspant. Laat je schouders afhan­gen. Leg de handpalmen op de knieën.

    In het begin valt deze houding voorzeker wel zwaar..,niáar .1ate:r zal dit wel veranderen en zal deze zithouding haar weldoende invloed laten gelden. Let er vooral op dat je ontspant, en steeds blijft door ­ademen: Deze zithouding heeft zeer grote invloed op je natuurlijke houding; vooral voor de ruggegraat is ze van uitzonderlijke waarde. Dikwijls wordt de vajräsana aangenomen als uitgangspunt voor ande­re houdingen. Oefen regelmatig maar zonder overdrijven. Na zeer korte tijd zul je reeds gewaar worden hoe je voeten en enkels aan soe­pelheid winnen.

    SAVÄSANA (volledige ontspanning)

                            ; img70/3230/scannenjpgsavasanats0.jpg

                                
    Ga opnieuw volledig uitgestrekt op de grond neerliggen. De houding die je reeds kent van de ontspanning tussen de andere houdingen in, wordt in de saväsana nu meer benadrukt; ze duurt
     ook wel langer.

    Tijdens deze ontspanning wordt het lichaam opnieuw volledig losge­laten; alle spieren worden zoveel mogelijk ontspannen. Daarom be­-


    - 30 ­-

    ginnen we met een volledige bewustwording van het lichaam. Over­loop met je geest je beide voeten, ontspan achtereenvolgens je tenen, de wreef van de voeten, de enkels, de spieren van.
     de henen, je knieën, dijën en zitvlak. Overloop dan de romp. Eerst de achterzij ­de waarbij je
    de ganse rug tegen uw oefendeken voelt liggen. Daarna overloop je de voorkant: vanaf de liesstreek, de buik, de borstkas tot aan de keel. Ga nu naar je armen en ontspan de handen,
     de pol­sen en de ellebogen. Uiteindelijk blijft nog het hoofd over. Ontspan eerst je aangezicht,
     alle spieren van de schedelhuid, je oren, de nek en het achterhoofd. Keer dan je geest naar je ademhaling en ob­serveer de luchtstroom achter in de neuskeelholte. Voel het trage op- en neergaan van de buik bij elke ademhaling en blijf daar enkele ogenblikken, zonder aan andere dingen te denken.

    Sluit bij deze oefening je ogen niet, want je lichaam heeft in deze ont­spannen houding zeer
    weinig nodig om in een diepe slaap te vallen. Blijf bewust naar een vast punt kijken boven
    je hoofd op de zoldering van het lokaal.

    Adem nu volledig ontspannen en rustig met een lage ademhaling gedu­rende enkele minuten.

    OPBREKEN

    Na deze verkwikkende ontspanning ga je..nu niet meteen rechtspringen en weglopen.
     Maak je lichaam beetje bij beetje weer aktief. Begin met je vingers en je tenen, dan je
    handen en je voeten, de benen en armen, de knieën en de ellebogen, de heupen en de
    schouders, het  hoofd en de ganse romp. Maak dan allerlei bewegingen, rek je lichaam
     eens lekker uit als bij het ontwaken, geeuw desnoods eens heel diep uit, en kom dan
    overeind zitten in kleermakerszit, klaar voor het zingen van "OM".

    Zing "OM" driemaal en luister vooral op het einde naar de trillingen die dit zingen in je
    achterlaat.

    Daarmede is je eerste les ten einde. Maak nu het voornemen om elke dag deze enkele
     houdingen en oefeningen uit te voeren. Je kunt dit doen zonder thuis iemand lastig te
    vallen wanneer je ' s morgens een half uurtje vroeger opstaat. In het begin vraagt dit wel
    een inspanning, maar na zeer korte tijd zul je de dag niet meer willen beginnen zonder
    eerst je li.chaam te hebben geoefend.

    Werk steeds met het geduld van de PLOEG.

    30-10-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    27-11-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.YOGA-CURSUS VOOR BEGINNERS - Les 2.



    - 31 ­

    TWEEDE LES

    Patañjali zegt in het eerste boek:

    YS 1/27. : De verwoording van deze (Heer) is de heilige letter­greep (nI. OM).
    YS1/28. : (De yogi oefent zich in) het herhalen van dat (woord) en het overwe-
                     gen van de betekenis ervan.

    De herhaling van OM, de naam van Iswara, is een middel om sa:mädhi (zie verkla-
    ring van dit woord in les vijf) te bereiken.
    Iswara is geen god, aldus Koelman. Indien een yogi Iswara aanziet als een god,
     dan ligt dit niet aan de yoga-leer, maar aan de inge­steldheid van de yogi. Men zou
    kunnen zeggen dat de techniek van de Patañjala-yoga buiten beschouwing laat, of
    men een God erkent of niet. Koelman zegt eveneens, dat alle sutras in verband met
    Iswara uit de PatañjaIa.-yoga kunnen weggelaten worden, zonder enig spoor van
    deze weglating achter te laten.

    OM is een mantra, d. w. z. een geestes.beschermer. Het voortdu­rend herhalen van
    een mantra kalmeert de geest, en leidt tot con­centratie".

    Behalve de yoga-sutras schijnen nog andere wetenschappelijke wer­ken van Patañjali
    afkomstig te zijn, nI. een grammaticaal werk, en een boek over geneeskunde.


    Het plan van de Patañjala-yoga loopt over vier delen

    1. Het gedeelte waarin we de nodige technieken aantreffen voor licha­melijke sterkte
        en gezondheid. Dit is de lichamelijke trede.

    2. Het gedeelte waarin we de geestelijke gezondmaking en onthech­ting aanleren; dit
        is de etische trede.

    3. Het psychologisch gedeelte, waarin de geest leeggemaakt en stilgelegd wordt.
        Het is het hoogste wat de mens op eigen krach­ten kan bereiken.

    4. Het metafysisch gedeelte waarin samädhi kan bereikt worden.


    Het geheel van de Patañjala.-yoga loopt echter over een pad van acht treden.

    In boek 2, sutra 29 , worden de acht treden van de Patañja-yoga opgesomd

    YÂMA - NYÂMA - ÂSANA - PRANA YÂMA - PRATYAHÂRA-
     ­DHÄRANÄ - DHYÄNA - SAMÄDHI.

    - 32 ­

    De eerste vijf treden zijn uitwendige middelen die bedoeld zijn om lichamelijke
    en geestelijke rust te brengen.

    De drie laatste treden zijn inwendige middelen die bedoeld zijn om de
     OPSLORPING en de uiteindelijke BEVRIJDING te bereiken.

    Boek 2 sutra 30 : YÄMA is beheersing of onthouding, en bestaat uit: het zich
    nthouden van het benadelen van anderen,van leugens, van diefstal, van gebrek
    aan zelf­beheersing en van het aannemen van geschenken. = geweldloosheid.

    Boek 2 sutra 32 : NYÄMA bestaat uit gebiedende voorschriften, en houdt in :
    het zich toeleggen op lichamelijke en geestelijke = denkfunctie) zuiverheid,
    waardoor arrogantie en hoogmoed en afgunst weggewist worden en teder­heid
    in de plaats komt. = tevredenheid. Verder worden zelfkastijding, spirituele studie
    en devotie tot Iswara als Kriya-yoga vermeld. (zie daarover later, les elf)

    Een grote verdienste van Patafijali is ongetwijfeld deze, dat hij de middelen ont-
    leed heeft, die iedere mens in staat kunnen stellen gelei­delijk aan zichzelf te leren
    kennen.

    PRAKTIJK

    Zet je nu in de aangeleerde houding voor het zingen van OM. (herlees nog eens
    de uitleg in de eerste les en ga dan pas over tot de uitvoe­ring).

    Let er op dat je je mond goed opent tijdens het uitspreken van de O.

    PARIVÄRTANA  (roloefening op de rug)

    De praktijk van iedere les begint steeds met de losmaking. De pari­vartana is daar-
    van een vast onderdeel. Let er op, dat het rollen op de rug geen inspanning wordt
    die je nutteloos energie doet verbruiken. Het strekken van de benen bij het heen-
     rollen moet je vooral in het oog houden. Bij het terugkeren worden de benen op-
    nieuw geplooid. Let vooral ook op de stand van de schouders En de ellebogen.
    Beweeg je vlot heen en weer op het rythme van je ademhaling

    adem eerst in, rol dan :  heen = uitademen,

    - 33 ­

    kom dan-:terug = inademen.
    Parivartana verzekert je in feite een algehele massage welke uit­ werking heeft op
    gans het lichaam. -­ Rol minstens l0 maal, en let op je adem.

    DE JUISTE ADEMHALING

    Na het rollen ga je uitgestrekt op je oefendeken liggen op de rug.

    Over het belang van een juiste ademhaling hebben we in de eerste les reeds ge-
    sproken. Vooral in het begin vergt de lage ademhaling bijzondere aandacht.
    Voer tijdens de ontspanning steeds de lage ademhaling uit. Voel de- beweging
    van je ademhaling met je vinger­toppen en laat je handen met je adem op en neer
    bewegen. Voel hoe de ademhaling trager en dieper wordt.

    ZIJWAARTSE  OF  FLANKENADEMHALING.

    Blijf op je rug neerliggen. Plaats de handpalmen tegen het laagste gedeelte van
    de ribbenkast zodat je vingers naar boven gericht op de borstkas rusten.
    Wanneer je uitademt, beweeg dan eens met een lichte druk je handen naar el-
    kaar toe, alsof je je longen zijwaarts uitperst. Als je daarna inademt gaan je han-
    den opnieuw uit elkaar en je borstkas wordt ruimer. Door de zijwaartse uitzet-
    ting en inkrim­ping gaat de ademhaling ook meer en meer zijwaarts verlopen.

    Vestig je aandacht op deze zijwaartse beweging. Je buik zal niet of zeer weinig
    bewegen, want je longen vinden hun uitzetting in zijwaarts plan. Oefen enkele
    ogenblikken en volg de bewegingen met je geest .

    Na een tijdje kun je de lage en de zijwaartse ademhalingen na elkaar uitvoeren.
    Let er wel op, dat je de longen niet volledig laat vollopen met de lage ademhaling,
    want dan zal de zijwaartse uitzetting van niet veel nut zijn.  Adem rustig in twee
    delen, in en uit.

    Bekijk in je geest de bewegingen van de spieren die deze gecombi­neerde adem-
    haling mogelijk maken: het middenrif, de buikspieren, en niet te vergeten, de tus-
    senribspieren die de zijwaartse beweging van de ribben doet plaats hebben.

    Adem nu vijf maal met aandacht met de lage en middenademhaling, gecombi-
    neerd tot één vloeiende beweging.

    PADAHASTÂSANA  (voorwaartse buiging rechtstaande)

    Sta nu eerst rechtop en voer dan de padahastasana uit zoals ze in de eerste les
    reeds werd uitgelegd.

    - 34 ­

    Denk er om, werk niet te vlug en verzorg steeds je ademhaling.
    Houd je hoofd tussen de gestrekte armen, veer niet op en neer, maar blijf rus-
    tig in de houding staan gedurende minstens 10 ademhalingen. Kom dan met een
    inademing weer rechtop terwijl het hoofd steeds tussen de gestrekte armen blijft,
    en laat dan uitademend de armen langs de romp naar beneden.

    Na deze houding volgt een ontspanning op de rug waarbij opnieuw alle spieren
    van het lichaam volledig los gelaten worden. Let op de voornaamste punten die
    reeds eerder werden aangehaald. Adem rustig in en uit (lage ademhaling) en voel
    de uitwerking van deze ont­spanning.

    PAVANAMUKTÄSANA (wind uitdrijvende houding)


                          img502/1157/scannenjpgpavanamuktsanzh9.jpg 

    Ga nu rechtop zitten met opgetrokken knieën. Omarm je benen zo laag mogelijk,
    druk je borstkas en buik tegen de dijen en leg de kin indien mogelijk boven op de
    knieën.
    In deze houding ga je flink doorademen met de lage ademhaling.Daardoor ontstaat
    een grote druk op je buik en in de darmen. De eventuele gasvorming in de darmen
    zal uitgedreven worden.Daarom noemt men deze houding ook de houding van de 
    bevrijdende winden. De ingewanden worden in elk geval flink gemasseerd: wat hun
    wer­king zeker ten goede komt. Na een tiental ademhalingen verbreek je deze hou-
    ding en blijf je een poosje met gekruiste benen rechtop zitten.

    Om op de buik neer te liggen ga je als volgt te werk.
    Vanuit de zithou:ling met gekruiste benen leg je eerst je handpalmen en je voorar-
    men op de grond vöör de gekruiste benen. Buig nu het hoofd en leg het voorhoofd
    eveneens op de grond, tussen je handen, adem bij deze beweging flink uit.Trek dan
    één voor één je benen onder je uit, zodat je uitgestrekt op de buik terecht komt.
    Leg daar­na je armen eveneens gestrekt  op  de grond, naast je lichaam. Doe dan
    verder zoals in de eerste les werd aangeleerd bij de ontspanning op de buik.


    BHUJANGÄSANA (rugwaartse buiging vanuit buiklig)


    Tijdens de Bhujangâsana wordt de ruggegraat naar achter gebogen. Soms wordt
    deze houding aangeduid met de naam "cobra", alhoewel

    - 35 ­

    ze in feite meer gelijkenis vertoont met de houding van een liggende sfinkx.
    We leren deze houding aan in drie fasen.


                       img134/977/scannenjpgbhujangsanayw5.jpg

                    

    Fase 1 : met gestrekte armen.

    Schuif je handen op schouderbreedte voorbij het hoofd. De stand van de han-
    den moet zodanig zijn, dat alleen de vingertoppen, de muis van de duim en de
    benedenrand tegen de pols, de grond aan­raken.
    Leg je voorhoofd op de grond en ontspan verder het ganse lichaam, ook de
    schouders.
    Blijf een paar ogenblikken in deze houding. . . . . . .
    Verhef nu langzaam het hoofd met een inademing. Duw je niet af op je handen,
    maar blijf verder inademend het hoofd oprichten terwijl eveneens je schouders
    en je romp de grond zullen verlaten, door het trekken op de rugspieren.
    Wanneer je armen volledig gestrekt zijn, adem dan opnieuw uit en laat je romp
    en tenslotte je hoofd weer op de grond rusten.
    Herhaal deze beweging nog eenmaal. . . . .
    Voer nu een derde maal dezelfde beweging uit maar blijf met gestrek­te armen
    staan terwijl je met doorgezakte rug enkele lage ademha­lingen uitvoert.

    Let op de volgende punten :

    - de schouders zijn naar achter gedrukt en de schouderbladen zijn tegen elkaar,
       de schoudertoppen naar beneden.
    - de borst is fier naar voor terwijl de buik bij elke inademing even de grond aan-
       raakt.
    - het zitvlak, de dijen en de benen zijn volledig ontspannen en werken niet mee.
    - de rugspieren zijn volledig samengetrokken en het hoofd is maxi­maal naar om-
       hoog uitgerokken.

    Fase 2 :

    De handen worden op schouderbreedte ter hoogte van het hoofd ge­plaatst.
    We gaan op dezelfde wijze te werk als bij fase I, maar de rug zal iets meer moe-
    ten doorbuigen  om  de gewenste stand  te  kun­nen innemen. Forceer dit echter
    niet, en let vooral op de ontspan­ning van de onderste ledematen en op je lage
    ademhaling.
    Blijf in deze houding gedurende een vijftal ademhalingen en kom dan uitademend
    in de uitgangshouding terug. . .. ontspan  dan even op de buik.

    - 36 ­

    Fase 3.
    Leg de handen opnieuw op de aangegeven wijze op de grond, maar nu onder de
    schoudertoppen. Je kunt de kneukels van je vingers nu met de schoudertoppen
    eens aanraken terwijl het voorhoofd op de grond rust. Houd je ellebogen zo dicht
    mogelijk tegen de borstkas en laat ze daar gedurende het verder verloop van de
    houding. Wan­neer je nu met een inademing het hoofd en de schouders zult oprich­-
    ten, zul je merken dat je niet in staat bent de armen volledig te strekken. Ga zover
    je kunt, met het hoofd omhoog, maar zorg er­voor dat je de rug achterwaarts buigt
    door je rugspieren te gebrui­ken. De buiging voel je vooral in de lenden.
    Zorg ervoor dat het bekken volledig op de grond blijft en dat je schouders niet
    naar om­hoog geduwd zijn. De lage ademhaling zal je helpen om in deze houding te
    ontspannen. Blijf niet te lang in deze houding, maar geef het ook niet ogenblikkelijk
    op. Voer het aantal ademhaling en gelei­delijk op tot maximuum 25.

    Let op :
    - houd je schouders open en achterwaarts gericht; - houd je hoofd steeds zo ver
      mogelijk opgericht;
    - span de spieren van de schouders en de rug, maar laat deze van het zitvlak en de
      dijen en de benen volledig los,
    - ontspan de buiging in de rug bij iedere uitademing,
    - oefen eerst enkele dagen de twee eerste fasen en ga dan geleide­lijk aan over op
      het uitvoeren van de statische houding.

    Uitwerking:
    De bhujangäsana bewerkt de ruggegraat die daardoor haar soepelheid bewaart.
    De beweging bij het innemen van de houding stimuleert de werking van de gebruik-
    te spieren, de zenuwen en de bloedcirculatie in het achterhoofd, de nek, de schou-
    ders en in de rug. De bhujang­äsana oefent ook invloed uit op de werking van de
    schildklier door de uitrekking van de keel tijdens de uitvoering.  De buikspieren
    worden eveneens uitgerokken; daardoor verhoogt de druk in de buik, en dit geeft
    een stimulerende werking aan het ganse spijsverteringsstelsel. De borstkas gaat
    maximaal open en daardoor verruimt ook de moge­lijkheid tot een goede ademhaling.

    De bhujangäsana heeft eveneens een zeer grote invloed op de werking van de nieren
    en de bijnieren. Ze voorziet de ganglia van vers bloed en stimuleert aldus het sympa-
    tisch zenuwstelsel.

    - 37 ­

    ONTSPANNING
    Ga nu opnieuw ontspannen op de buik liggen. De weldoende uitwerking van deze
    houding straalt haar gloed vooral uit in de lendenstreek en de rug, waar tijdens de
    ontspanning het bloed opnieuw overvloedig doorspoelt. De lichte op en neergaan-
    de beweging van de lendenstreek tijdens de lage ademhaling zal zeer aangenaam
    en verkwikkend over­komen.

    ARDHA - TRIKONÄSANA
    Sta nu opnieuw rechtop met een kleine spreidstand en voer de ardha­trikonäsana
    uit zoals we in de eerste les aangeleerd hebben. Blijf an elke zijde gedurende 15
    ademhalingen gebogen staan. Daarna blijf je ontspannen rechtop staan met afhan-
    gende schouders en losse armen.

    GOMUKÄSANA



                               img407/8019/scannenjpggomuksanaby8.jpg 

    Zet je neer in vajrasana (zie eerste les) met de knieën een weinig ge­spreid.
    Schuif de geopende linkerhand met de handpalm naar buiten gekeerd, zo hoog
    mogelijk tussen de schouderbladen in, naar omhoog. Laat je hoofd eens in de
    nek vallen en raak even met de vingertoppen je achter hoofd aan. Wanneer dit
    niet gaat, pannikeer niet; het is niet noodzake­lijk voor de verdere uitvoering.
    Houd de linkerhand op deze plaats en laat je rechterhand over het hoofd naar
    beneden dalen tot je beide han­den in elkaar kunt haken. Houd je rechter elle-
    boog omhoog achter je hoofd, zodat je rechter flank zo ver mogelijk wordt
    uitgerokken. . . . ; je ademhaling gaat daardoor meer zijwaarts verlopen, bijna
    volledig in de rechter longhelft. Ontspan na het innemen van de houding zoveel
    mogelijk spieren, terwijl je in de zithouding blijft. Voer het aantal ademhalingen
    geleidelijk op tot vijftien. Los je greep steeds met een uitademing.
    Doe nadien hetzelfde aan de andere zijde, d. w. z. laat je rechterhand tussen de
    schouderbladen maximaal naar omhoog gaan en grijp beide handen in elkaar
    terwijl de linker elleboog rechtop achter het hoofd staat. De ademhaling zal nu
    zijwaarts links verlopen. Blijf eerst vijf, en later opvoerend tot vijftien, ademha-
    lingen in deze houding.
    Wie onmogelijk beide handen in elkaar kan haken achter de schouders, kan
    daarbij een (zak)doek gebruiken. Houd de zakdoek in de hand die achter het
    hoofd naar beneden komt, en grijp deze met de andere hand achter de rug.
    Na verloop van tijd zul je de afstand tussen beide han­den kunnen verkleinen,
    tot beide handen elkaar aanraken en je de greep zult kunnen uitvoeren.
    Forceer echter niets en blijf rustig oefe­nen. De schoudergordel zal geleidelijk
    zijn spanningen loslaten.

    - 38 ­

    Uitwerking :
    Gomukásana maakt de schouderspieren los en verbetert de llchaams­houding
    (rechte rug). Ze heeft een heilzame uitwerking op de ganse schoudergordel
    en de nek.

    SAVÄSANA

    Aan het einde van iedere les doe je een volledige ontspanning door de savä-
    sana aan te nemen gedurende een vijftal minuten. Overloop daarbij de voor-
    naamste raakpunten met de grond, en ga na of alle spieren in het lichaam ont-
    spannen zijn. Gedurende deze houding wordt de lage ademhaling uitgevoerd:
    zie de uitleg in de eerste les. .

    OPBREKEN
    Na deze volledige ontspanning ga je niet meteen rechtveren. Maak het lichaam
    geleidelijk weer actief zoals aangeleerd tijdens de eerste les. Kom dan rechtop
    zitten met gekruiste benen en zing om re eindi­gen nog 3 maal OM.

    Dit was je tweede les.
    Oefen steeds met geduld en volharding.




    27-11-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    27-12-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.YOGA-CURSUS VOOR BEGINNERS - Les 3.

    -39- 
          
    DERDE LES

    Patañjali zegt dat 'ÄSANA I vast en gemakkelijk moet .zijn - Boek 2 sutra 46.
    De lichaamshoudingen (asana' s) zijn volgens de Patañjala -yoga be­doeld om
    de denkfunctie tot onverstoorde aandacht te leiden. Wan­neer het lichaam sterk
    en gezond is, zal het uiteindelijk onbeweeg­lijk, vast en ontspannen rechtop
    kunnen zitten. Dit is nodig voor de concentratie. In andere vormen van yoga,
    bv. Hatha -yoga, zijn de houdingen in hoofdzaak bedoeld voor de inwendige
    hygiëne, het voor­komen van ziekten, en in sommige gevallen, voor het opnieuw
    ge­zondmaken van het lichaam (yoga-therapie).

    Welke asana's zijn er, en wat is hun uitwerking op het lichaam ?
    Het juiste aantal asana' s is niet gekend. Er wordt melding gemaakt van acht-
    enveertigduizend  asana' s waarvan een vierentachtig­tal goed gekend zijn en
    regelmatig door iedereen kunnen beoefend worden.

    In de soorten asana's onderscheidt men
    - voorwaartse buigingen
    - achterwaartse buigingen
    - draaihoudingen
    - zijwaartse buigingen
    - omgekeerde houdingen
    - evenwichtshoudingen
    - zithoudingen.

    Hun uitwerking op het lichaam kan men als volgt samenvatten
    - versoepeling van de spieren, gewrichten en zenuwen;
    - versteviging van de spieren, enz....
    - massage van de inwendige organen en invloed op het endocriene
      klierenstelsel;
    - betere toevoer van energie;
    - goede en regelmatige voedselopname;
    -  evenwicht in lichaam en geest;

    - 40 ­

    De uitvoering van äsana' s leert ons eveneens de aandacht van de geest
    bij het lichaam te houden.

    Hoe moet men een äsana uitvoeren ?

    "Geen beeld, geen symbool, is meer toepasselijk op de yoga-beoefe­naar,
    dan dat van een bloem, die kalm en zonder schijn van in­spanning, zich
    opent en zich ontplooit in de vredige rust van de morgen. " - (P. Dechanet}

    Wat is het verschil tussen yoga-houdingen en gymnastiek?

    "Yoga-äsana's zijn een kunst, toegepast op de anatomie van het
    levende lichaam, terwijl gymnastiek een vorm van ingenieurs­kunst is,
    toegepast op .de spieren van het lichaam.
    De yoga beoogt niet alleen oppervlakkige spierontwikkeling.
    Haar houdingen zijn bedoeld om de functies van het gehele lichaam, en
    gans het organisme te normaliseren, en om de willekeurige ademhalings-
    processen, de bloedsomloop, de spijsvertering, de stoelgang en de stof-
    wisseling te regelen, en om de werkzaamheid van alle klieren en organen,
    zowel als het zenuwstelsel en het denkvermogen te beinvloeden.
    Dit resultaat wordt bereikt met diepe ademhalingen terwijl het lichaam
    verschillende houdingen (äsana's) aanneemt.tI (Indra Devi).

    PRAKTIJK

    Zet je nu in de goede houding voor het zingen van 3 x OM. (indien nodig
    zul je nog eens de uitleg herlezen in de eerste les). Let vooral op de ont-
    spanning van het zitten tijdens het zingen. Forceer je adem­haling niet.

    PARIVARTANA

    Rol nu eerst vijf maal op de rug, zoals wij tijdens de eerste les aan­geleerd
    hebben. Tel, en let op de juiste ademhaling.
    Je kunt ook de roloefening uitvoeren vanuit de volgende aanvangs­houding.
    Zet je neer met gekruiste benen (in kleermakerszit). Grijp over de openge_
    vallen knieën  heen met je rechterhand je linkervoet en met je linkerhand je
    rechtervoet, zodanig, dat beide handen de tenen en het voorste gedeelte
    van de voet omknellen. Balanceer even op je zitvlak en trek beide voeten
    opwaarts zodat je met je ellebogen bo­ven op je knieën kunt steunen.
    Blijf in deze houding in evenwicht door aan de voeten te trekken.
    Om te rollen laat je gewoon je rug

    - 41 ­

    doorhangen, trek het hoofd zo ver mogelijk naar voor en rol uitade­mend
    over de rug tot beide gekruiste voeten de grond raken achter je hoofd.
    Door het aanhalen van de voeten, naar de dijen toe; rol je terug met een
    inademing.
    Doe nu een vijftal pogingen om deze roloefening uit te voeren. Lukt dit,
    dan is alles in orde. Lukt dit niet, dan moet je geen zorgen maken want
    de uitwerking van deze roloefening is nagenoeg dezelf­de als de vorige.
    Je kunt deze roloefening gedurende de ganse week elke dag inoefenen.

    Wanneer je deze roloefening onder de knie hebt, probeer dan eens bij
    het terugkomen niet meer voorover te vallen, maar in evenwicht met op-
    getrokken voeten te blijven zitten en van daaruit de volgende rolbewe-
    ing uit te voeren.

    Na deze roloefening ga je uitgestrekt op de rug neerliggen voor een
    korte ontspanning. Overloop je lichaam in grote trekken, beginnend met
    de voeten en eindigend met het hoofd. Daarbij ga je vooral op de uit-
    ademing letten; laat het lichaam steeds meer los bij elke uit­ademing.


    HOOFDROL  ( losmaking van de nekwervels)

    Na de ontspanning kom je opnieuw rechtop zitten in kleermakerszit om
     over te gaan tot de losmaking van dè nekwervels door het uitvoe­ren
    van de hoofdrol. Zie de uitleg in de eerste les.Voer de roloefe­ning minstens
    driemaal uit aan elke kant. Je kunt de hoofdbewegin­gen afwerken met en-
    kele trage op en neerwaartse bewegingen van het hoofd. Let daarbij echter
    op de ontspannen toestand van de schou­ders en doe je best om hierbij de
    lage ademhaling uit te voeren. Hoofd naar beneden is uitademen; hoofd naar
    omhoog en in de nek is inademen.

    LOSMAKING VAN DE BENEN.

    Zit rechtop met gespreide benen voor U. Neem beurtelings de linker en de
    rechter voet met beide handen vast en breng aldus afwisselend de linker en
    de rechter hiel tot tegen de bilnaad. Door deze rythmi­sche beweging die ech-
    ter zonder geweld dient te gebeuren, worden de knieên  afwisselend geplooid
    en dit bevordert hun soepelheid. Laat de knieên echter steeds tegen de grond
    komen, en zorg er voor dat je dij de grond niet verlaat bij deze beweging.
    Blijf ondertussen rustig doorademen en werk alleen met je benen. Vervolgens
    neem je beide voeten met je handen vast zodat de hielen in je handpalm rusten.
    Strek nu beurtelings de benen en de armen schuin naar boven.-

    Let er vooral op het been volledig te strekken.

    - 42 ­

    Voer beide bewegingen een tiental keren uit aan elke kant, en ga dan vervol-
    gens op de rug ontspannen.

    Blijf op je rug liggen en adem enkele malen met de toppen van je longen.
    Deze ademhaling kun je best uitvoeren wanneer je je schou­ders naar boven toe-
    laat gaan en je adem niet te diep naar binnen haalt.
    je voelt onmiddellijk dat deze manier van ademen je geen volledige voldoening
    geeft. . . . ; ga dan verder over naar de lage ademhaling en combineer deze met
    de midden- en hoge ademhaling. Deze combina­tie zal je niet moeilijk vallen wan-
    neer je de vorige ademwijzen goed hebt geleerd. Zorg er echter voor je longen
    niet te vlug of ineens te laten vollopen, maar verdeel het volume over drie bewe-
    gingen. . . . laag. midden en hoog. Je kunt tot drie tellen: één tel bij elke bewe­ging,
    of tot zes, d. w. z. twee tellen bij elke adembeweging. Je kunt de beweging van
    je ademhaling ook met je handen nabootsen. Plaats de toppen van je vingers te-
    gen de maagstreek, adem laag in en tel één. ..    laat je handen open gaan en tel
    twee terwijl je zijwaarts ademt; tel tenslotte drie bij de hoge ademhaling terwijl
    je handen naar omhoog gaan. Keer dan terug in omgekeerde zin voor het uit­ade-
    men. Hoog... midden... laag.

    Bij het uitademen ontspan je achtereenvolgens de schouders, de borstkas en ten-
    slotte de buikspieren die je lichtjes intrekt.

    Deze manier van ademen brengt vlug evenwicht in je bloedspiegel en geeft veel
    energie zodat je minder vlug vermoeid geraakt.
    Over 't al­gemeen wordt deze drieledige ademhalingsoefening gebruikt als af -
    zonderlijke oefening, of bij pränäyäma -oefeningen. De lage of de middenadem-
    haling, of ook wel de hoge ademhaling, wordt tijdens ze­kere yoga-houdingen
    uitgevoerd naargelang de buiging of de draairng van het lichaam waarbij ze het
    best past.

    PADAHAST ASANA ­

    Sta nu rechtop en voer de voorwaartse buiging uit gedurende 10 à 15 adem-
    halingen.
    Let op de beweegloosheid gedurende de houding, op de buiging in de lenden-
    streek, en op de lage ademhaling. Houd je hoofd steeds tussen de gestrekte
    armen en zorg er voor dat je met één inademing in de uitgangshouding terugkomt.

    - 43 ­

    ONTSPANNING

    Ga nu uitgestrekt op je rug neerliggen en ontspan alle spieren van je lichaam. 
    Wees vooral met je ademhaling bezig en ontspan bij elke uitademing. .. laat
    het lichaam uitzetten en groter worden bij elke uitademing.

    PASHIMOTANÂSANA.

         ;   img247/276/pashimotanasanalo0.jpg

    Sluit je benen en leg je armen tegen je romp aan met de handpalmen
    naar beneden gekeerd.

    De nu volgende houding is een voorwaartse buiging van de rugge­graat die
    vooral in de léndenwervels plaats heeft zoals de padahas­täsana.

    Kruis je duimen over elkaar en leg de gestrekte armen over het hoofd tot op
    de grond, terwijl je inademt en je dan even goed uit­rekt.
    Laat dan alle spieren weer los met een uitademing en blijf met je armen ge-
    strekt achterover liggen. Adem nogmaals goed in en duw dan de hielen en de
    handen zo ver mogelijk van de romp weg met ingehouden adem en ontspan
    dan opnieuw. Nu zijn we klaar voor de eigenlijke houding.
    Blijf gewoon doorademen terwijl je beide han­den met gestrekte armen naar
    omhoog brengt en voorbij je ogen laat passeren. Laat je handen verder naar
    beneden gaan over je romp en volg deze beweging met je ogen. Op het ogen-
    blik dat je je handen niet meer ziet en ze bijna de dijen raken, richt je je hoofd
    op en verder je schouders en je hele bovenlichaam.
    Laat je handen over de benen glijdend tot aan de enkels gaan, dit alles terwijl
    je uit­ademt en met rechte rug het lichaam voorover laat buigen.
    Neem dan je benen vast met je handpalmen aan de onderkant zodat je dui­men
    boven op het uiteinde van je benen, en je handpalmen en je vin­gers de achiles-
    pees ondersteunen. Eindig je uitademing met het in­trekken van de buik zoals je
    zoudt doen bij de padahastàsana.

    Let er op dat je knieën  de grond niet verlaten en dat je voeten ge­woon rechtop
    blijven staan.
    Kom dan met een inademing terug in de uitgangshoudingi met je han­den glij-
    dend over de benen en de dijen en daarna een halve cirkel be­schrijvend over
    je hoofd heen, tot je armen opnieuw gestrekt achter je hoofd op de grond ko-
    men. Herhaal deze oefening nog tweemaal en ontspan dan een ogenblik.

    De eigenlijke pashimotanàsana is een statische houding. Blijf daar­om na de vier-
    de dynamische beweging in de eindfase zitten en pro­beer rustig tot ontspanning
    te komen terwijl je met de lage ademha­ling doorademt.


    - 44 ­

    Let op
    - Je knieën mogen de grond niet verlaten.
    - Houd je voeten gewoon ontspannen rechtop en steek de tenen niet naar voor.
    - Houd je rug recht en rol je hoofd niet naar beneden of met je kin tegen het
       borstbeen. Blijf integendeel rustig je voeten bekijken.
    - span . de greep van je handen rondom je enkels niet te strak aan, maar maak
      deze greep geleidelijk aan losser. Indien je verder wil doorbuigen, trek dan bij
      elke inademing je buik in en laat je ellebogen zijwaarts (of naar buiten toe) be-
      wegen; probeer met je kin op of voorbij je knieën te komen, nooit met je voor-
      hoofd, want dan krom je de rug en dit is niet de bedoeling van deze hou­ding.

    Uitwerking
    Tijdens de uitvoering van pashimotanásana worden alle spieren aan de achterzij-
    de van het lichaam gestrekt terwijl deze aan de voorzijde worden samengetrokken.
    De uitrekking van de spieren aan de achterzijde van het lichaam versoepelt en ver-
    stevigt deze spieren. Ook de zijwaarts gelegen spieren komen in werking.
    Daardoor worden de heupen steviger en slanker. De buikspieren die samenge-
    trokken worden oefenen een grote druk en massage uit op de buikinhoud; niet en-
    kel op de inge­wanden maar ook op de lever en de alvleesklier. De uitwerking op
    de maag dient met aandacht geobserveerd te worden want deze hou­ding kan wel
    eens nare gevolgen hebben voor hen die met een nog werkende maag deze hou-
    ding uitvoeren: daarom wordt er aangeraden niet meer te eten vier uren vôôr de
    aanvang van de yoga-les.

    De pashimotanásana is een goede houding voor een betere werking van het spijs-
    verteringsstelsel. Deze houding bestrijdt eveneens zwaarlijvigheid en doet de vet-
    lagen op buik en heupen geleidelijk af­nemen. Ze stimuleert nochtans de eetlust.
    Blijf in het begin een vijftal ademhaling en in de houding, later kun je de tijd opdrij-
    ven tot vijfentwintig en meer ademhalingen. Heb echter geduld. Bij maag- of lever-
    ziekten, of bij stoornissen in het darmstelsel moet men deze houding niet uitvoeren.

    ONTSPANNING

    Na deze houding ontspannen op de rug liggen en rustig ademen
    met de lage ademhaling.

    - 45 ­

    Na de ontspanning kom je rechtop staan voor de uitvoering ván ardha-
    trikonäsana. Let op je adem en laat ook je hoofd mee zij­waarts buigen.


    TRIKONASANA ­ (grote zijwaartse buiging)







                 img259/5480/scannenjpgtrikonasanayt7.jpg

             
     Neem nu een grotere spreidstand aan en verhef met een inademing beide
    gestrekte armen zijwaarts met de handpalmen naar boven ge­keerd tot ze
    in elkaars verlengde zijn. Kijk nu naar de linker hand­palm. Adem dan lan-
    gzaam uit terwijl je linker arm een boog be­schrijft over je hoofd heen en
    je romp eveneens zijwaarts naar rechts buigend meedraait; grijp met je
    rechterhand je rechter enkel vast en houd stil wanneer je linker arm hori-
    zontaal is t. o. v.' de grond. Je blik blijft op de linker handpalm gericht.
    Kom inademend terug terwijlje je linker arm breed uitdraaiënd over je
    hoofd laat gaan en tenslotte uitademend opnieuw langs de romp laat neer-
    komen. Herhaal deze oefening en voer ze dan ook tweemaal uit aan de
    ande­re kant d. w. z. met je rechter arm werkend en links buigend.
     Let er op dat je steeds de handpalm blijft bekijken gedurende de uit-
    voe­ring, ook bij het terugkomen, tot de armen opnieuw in elkaars ver­-
    lengde komen.

    De statische houding, d. w. z. het innemen van de eigenlijke trikon­äsana
    is de gebogen stand zijwaarts gedurende enkelè ademhalingen aanhouden.
    Voer de houding in het begin uit gedurende vijf ademha­lingen en laat dit
    geleidelijk aan evolueren tot vijftien ademhalingen.

    Let op :

    Blijf steeds naar je handpalm kijken, het zal je beletten dat de zij­waartse
    buiging een voorwaartse buiging wordt.
    Buig slechts zo diep en zo ver je kunt en forceer deze houding niet.

    Uitwerking:

    Evenals bij de ardha-trikonäsana geeft deze houding een zijwaartse buiging
    van de ruggegraat die stimulerend werkt op de zenuwen.

    Zij geeft lenigheid en zorgt voor een goede peristaltiek van de dar­men; (een
    stimulerende werking op maag en lever en alvleesklier is niet uitgesloten. ).

    ONTSPANNING
    Na de uitvoering van trikonäsana ga je nu ontspannen op de buik liggen.

    - 46 ­

    Probeer  hierbij je aandacht goed bij je lichaam te houden. Wees los en
    adem rustig terwijl je vooral bij elke uitademing het lichaam steeds losser
    laat worden.

    PAVANAMUKT ASANA
    Kom nu met zo weinig mogelijk bewegingen in zithouding voor de uit­voering
    van pavanamuktàsana. Let er op dat je je benen zo laag mo­gelijk in je armen
    neemt en dat je je buik stevig tegen je dijen aan­drukt terwijl je laag blijft door-
    ademen.
    Ga daarna opnieuw op je buik liggen op de manier die we geleerd hebben tij-
    dens de tweede les, na de uitvoering van de pavanamuktâsana.

    VYAGRA(Rekhouding)


                         
    img91/2038/scannenjpgvyagraff0.jpg­

    Plaats je handen onder je schoudertoppen als voor de uitvoering van de bhu-
    jangäsana, leg echter de handpalmen volledig op de grond. Spreid je benen
    en plaats je kin met een uitademing stevig op de grond. Schuif inademend de
    kin naar achter toe terwijl je zitvlak naar boven, en je voeten naar elkaar toe
    bewegen tot je armen ge­strekt zijn. Let op, verplaats je handen niet, en houd
    je kin zo dicht mogelijk bij de grond. Laat je rug doorhangen en adem verder
    in deze houding met de lage ademhaling, zodat je buik telkens naar de grond
    toe beweegt. Om de beweging van de kin naar achter toe op gang te brengen,
    kun  je  best  eerst de ellebogen op de grond plaatsen om ze daarna ervan te
    verwijderen terwijl je de armen strekt.
    Blijf in deze houding gedurende een tiental ademhalingen.
    Schuif daarna verder naar achter toe, en ga op de opengelegde voe­ten plaats
    nemen in vajräsana.

    Uitwerking:
    Deze houding heeft zeer grote uitwerking op de schoudergewrichten en de
    dijen. Ze oefent zeer grote invloed uit op de uitdrijvende bewe­ging van de
    endeldarm en is dus zeer doeltreffend tegen constipatie.

    BESLUIT.

    Eindig nu deze les met een volledige ontspanning (saväsana) en drie­maal
    zingen van OM.

    Oefen elke dag een weinig maar nooit met een volle maag.

    27-12-2007 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    28-01-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.YOGA-CURSUS VOOR BEGINNERS - Les 4.

    47
     
    VIERDE LES
     
     
    Na de verklaring van âsana, geeft Patañjali in boek 2 sutra 49, de verklaring van
    pränäyäma. Het is het bedwingen van de stroom van inademen en van uitademen.

    Präna is de samenvatting van de energie die in het lichaam alle funties op gang brengt
    en in leven houdt. Pränäyäma is de beheer­sing van deze energie, en dit gebeurt in
    hoofdzaak via de beheer­sing van de energie die de ademhaling regelt. Het grootste
    deel van de energie komt inderdaad in ons lichaam via de ademhaling. Ook langs het
    eten en drinken. We kunnen immers vrij lange tijd zon­der eten, minder lang zonder
     drinken, maar slechts enkele minuten in leven blijven zonder te ademen. Vandaar
    het grote belang van de ademhaling en de beheersing ervan.

    In ons lichaam beweegt de pränastroom zich via nadis (te vergelij­ken met energie-
    banen in de acupunctuur). De drie voornaamste na­dis zijn:
    Shushumnä in het midden tegenover de ruggegraat.
    Ida, links daarvan.
    Pingala, aan de rechterkant.

    Verder zijn er naar schatting 72. 000 nadis, het zijn kleinere of bij­komende nadis.
     Deze energiebanen vrij houden, is een onderdeel van pranäyäma.
    De uitwerking van pranäyäma op het lichaam is het zuiveren, stimu­leren of beper-
    ken van de pränawerking in het organisme.

    De pränäyäma-oefeningen in deze cursus zijn afkomstig van Swami Shivananda
    Saraswati (Calcutta). Ze zijn absoluut ongevaarlijk en zeer aanbevolen voor begin-
    ners. Andere pränäyäma's die men aan­treft in diverse yoga-boeken, zijn niet altijd
    zonder gevaar.

    De pränäyäma-oefeningen moeten met aandacht uitgevoerd worden.
    In sutra 50 van boek 2 gaat Patafijali verder:
    "De uitwendige, de inwendige en de beweegloze (adem)golving, ge­regeld wat
     plaats, tijd, aantal betreft, is de lange en subtiele (ademcontrole)".
    Uitwendig, wanneer er geen ademstroom is na de uitademing.
    Inwendig, wanneer er geen ademstroom is na de inademing.

    - 48 ­

    Onderbroken, wanneer er geen ademstroom is en geen in- of uit­ademing
    plaats heeft.

    Ruimte, is de plaats tot waar de pränastroom in het lichaam, of daar buiten
                zich beweegt. (op en neer gaat).

    Aantal, is het aantal in- en uitademingen.

    Tijd, is de tijd die de pränastroom nodig heeft om op en neer te gaan.

    Lang en subtiel, betekent dat de ademstroom dan lichter en subtie­ler
           en trager wordt.

    In sutra 51 wordt een vierde pränäyäma aangehaald. Zij transcen­deert
    de andere en leidt. tot samädhi via de concentratie op de uit­ademing.

    Het belang van de ademhaling gedurende de uitvoering van de äsana IS
    is zeer groot.
    "Wie äsana's in 'het wilde weg ademend,en zonder innerlijke beleving
     uitvoert,  aldus Yesudian, moet niet op enig resultaat rekenen. "

    PRAKTIJK

    Zet je in de goede houding voor het zingen van OM (3'x) en probeer
    de trillingen zo goed mogelijk doorheen je lichaam te laten gaan.

    Begin niet aan de houdingen als je niet ontspannen bent in je geest.

    PARIVARTANA 3­

    Tot hiertoe heb je leren rollen op twee wijzen. Het kan wel zijn dat gee
    van deze twee je goed ligt, en dat je er niet toe komt om ontspan­nen te
    rollen over je rug.
    Een andere wijze die je zeker wel zal luk­ken gaat als volgt :

    Zet je met opgetrokken knieën  op je oefendeken neer. Spreid je knieën
    en grijp met je handen je voeten vast aan de binnenkant van je hielen zodat
    je armen tussen  je benen zijn. Adem eerst in, en laat je lichaam dan met een
    uitademing achterovervallen terwijl je armen en benen ge­lijktijdig uitstrekt, en
    gespreid over het hoofd heen tot op de grond uitzwaait. Kom dan terug met
    een inademing en plooi je benen.
    Zorg er voor dat je hoofd steeds zover mogelijk naar voor gericht is.
    Voer deze oefening een tiental keren uit.

    Let op

    - 49 ­

    - Houd  ~hoofd steeds nàar voor zodat je bij het achterover rollen nniet met je 
      achterhoofd tegen de grond belandt.
    - Strek en plooi de benen zoals bij de andere roloefeningen, want de beweging
       van   de benen zal je met meer vlotheid heen en weer doen rollen

    LOSMAKING NEK

    Ga nu flink rechtop zitten en neem een goede ontspannen houding aan.
     Zit met gekruiste benen. .

    Voer nu de hoofdrol uit zoals reeds vroeger werd aangeleerd. Tracht met je kin
    een zo groot mogelijke cirkel te beschrijven zon­der dat je de schouders 'Of om
    het even welk ander deel van het li­chaam beweegt.

    Rol driemaal links opgaand en driemaal rechts opgaand.

    LOSMAKING VAN DE BENEN 
    de roloefening en het losmaken van de nekwervels volgt de los­making van de
    benen. Voer deze oefening minstens vijfmaal met elk been uit. Let er op dat je
    je kniegewrichten niet te veel belast door te veel te eisen.
    Laat bij elke beweging de knie zo ver mogelijk naar beneden vallen en als het
    gaat telkens de grond aanraken.
    Om de losmaking van de benen te eindigen ga je nu ook nog de voe­ten loswer-
    ken. Neem je rechter been onder je rechter arm, zodat je voorarm over je
    scheenbeen komt terwijl je met je rechterhand je enkel stevig kunt vast nemen.
    Met je linkerhand neem je nu je rechter voet vast ter hoogte van de tenen, en
    draai je voet driemaal naar buiten rond en driemaal naar binnen rond, zonder
    met je voet zelf mede te wer­ken. Alleen je linkerhand doet het werk en de voet
    draait willoos mee. Aan het einde van de draaibewegingen neem je met beide
    han­den je enkel vast en schud je nog enkele malen je voet heen en weer in een
    losse beweging.
    Voer daarna hetzelfde uit met je linker been en voet, en draai met je rechter
    hand aan je linker voet. Om te eindigen, losschudden en dan ontspannen op je
    rug gaan neerliggen.

    Tijdens de ontspanning ga je wel opletten dat je ademhaling rustig en laag ver-
    loopt en dat je zoveel mogelijk bij elke uitademing je lichaam uitzet.

    - 50 ­


    PRANÄYÄMA

    Wanneer je nu de volledige yoga-ademhaling kunt uitvoeren, kan je ook begin-
    nen met de pränäyäma-oefeningen. Herlees indien nodig nog eens de theorie over
    de pränayäma. Volgens Patañjali is de pränäya.ma de voornaamste van de licha-
    melijke oefeningen die je moet verder brengen op het pad van de zelfrealisatie en
    de bevrij­ding van het Zelf (zie Synthese Yoga-Filosofie 7. 15).

    De eerste pränäyama-oefening is de liggende pranayama. Ze ver­sterkt de longen,
    verdrijft rheuxna uit handen en voeten en behoedt voor verkoudheid en hoestaan-
    vallen.
    Leg je uitgestrekt en ontspannen op je oefendeken neer met de ar­men langsheen
    je lichaam. De handpalmen naar beneden gekeerd. Na een diepe uitademing ga
    je langzaam met de lage ademhaling in­ademen terwijl je de gestrekte rechterarm
    een halve cirkel laat be­schrijven tot je vingernagels de grond raken voorbij je hoofd.
    Houd de adem een poosje in, en blijf gestrekt in deze houding. Rek de rechterkant
    van je lichaam volledig uit zonder de linkerzijde te laten meewerken. Kom dan met
    een langzame beweging terug in de uit­gangshouding terwijl je uitademt.

    Let op :
    - Bij het uitrekken moet je er op letten dat je je hand' en je hiel zo ver mogelijk
      van je wegduwt: maak je zo lang mogelijk.
    - Laat je linkerzijde volledig los liggen.

    Na het terugkomen ontspan je bewust beide schouders vooraleer de­zelfde bewe-
    ging en rekoefening uit te voeren aan de linkerzijde.
    Herhaal de oefening vijf maal aan elke kant. Na de armbewegingen ga je de vingers
    in elkaar kruisen en de handen aldus onder het achterhoofd plaatsen. Je ellebogen
    vallen open op de grond, en blijf zo gedurende het verder verloop van de oefening.
    Adem in terwijl je het gestrekte rechterbeen vertikaal verheft met de voetzool naar
    omhoog. Span je been even aan met ingehouden adem, en laat je linker been onder-
    tussen rustig neerliggen. Kom dan terug met een uitademing en ontspan het bekken.
    Herhaal deze oefening met het linker been, en daarna voer je nog viermaal de be­we-
    ging uit rechts en links. Tussen elke beweging in moet je er op letten dat je het bek-
    ken even volledig ontspant terwijl je longen leeg zijn.

    Let op
    Bij iedere beweging is er slechts één been in beweging en in strekhouding.

    - 51 ­

     Het andere been blijft zoveel mogelijk ontspannen op de grond liggen.
    Om deze pränäyáma-oefening te beëindigen ga je nu met een krachti­ge uitademing
    beide benen gelijk en gestrekt uitzwaaien over het hoofd heen, en met je tenen de
    grond achter je hoofd raken. Kom on­middellijk terug terwijl je inademt en doe de-
    ze beweging vijf maal na elkaar.
    Wanneer dit niet lukt: stop na de derde poging en heb geduld ; wel­licht lukt het je
    morgen of een andere dag wel.

    Na deze pränáyäma-oefening ga je uitgestrekt op je rug neerliggen.

    PASHIMOTANÄSANA
    Herlees eerst nog eens de beschrijving van deze äsana. Voer dan eerst drie dyna-
    mische bewegingen uit, d. w. z. : blijf niet in de hou­ding, maar kom na de uitade-
    mende buiging onmiddellijk terug naar de uitgangshouding. Daarna kun je de hou-
    ding innemen en een tiental volledig ontspannen ademhalingen uitvoeren.
    Let er op dat je geen geweld gebruikt. Laat je beide benen gestrekt op de grond
    liggen, en probeer zoveel mogelijk te ontspannen tijdens de houding.

    Na de uitvoering ga je ontspannen op de rug neerliggen.

    De ontspanningen tussen de houdingen in moeten minsten tweemaal zolang aange-
    houden worden als de houding zelf. Het mag ook langer, maar blijf je steeds be-
    wust van de ontspanning en adem rustig en langzaam in het centrum van het lichaam.


    MATSYASANA (achteroverliggende houding)


                  img176/7020/scannenjpgmatsyasanasn2.jpg


    Blijf uitgestrekt op je rug liggen en concentreer je op je ruggegraat.
    Keer nu je handpalmen naar boven toe en schuif je handen aldus on­der je dijen
    met je armen stevig tegen de romp aangedrukt.
    Met steun op je ellebogen richt je nu inademend je bovenlichaam op­waarts, en kijk
    recht voor je uit. Laat dan het hoofd in de nek vallen en beweeg je langzaam naar
    beneden tot je achterhoofd op de grond steunt. Je ademt ondertussen uit.

    Je steunt nu enkel met het zitvlak en met het achterhoofd op de grond, terwijl je de
    handen onder je dijen wegneemt en je romp in deze ge­bogen stand houdt.
    Blijf in deze houding, en adem tweemaal met de lage ademhaling alvorens je te laten
    doorzakken en opnieuw op de rug neer te liggen.


    - 52 ­


    Let op :
    - Tijdens de uitvoering werken de voeten en de benen niet mee. Laat ook de spieren
       van je dijen en je bekken ontspannen terwijl je rustig de ademhaling zo laag mogelijk
       uitvoert.
    - Wanneer je de houding kunt uitvoeren zonder veel spanning, kan je ook de armen
       kruisen en boven je aangezicht laten komen, ofwel je gestrekte armen over het hoofd
       heen laten gaan tot beide handen de grond raken.
    - Blijf niet te lang in deze houding. In het begin volstaan twee adem­halingen die je later
      tot vijf, en maximum tien kunt opdrijven. Zon­der geweld echter en zonder competitie.
    - Na de uitvoering is het goed de nek even te strekken en het hoofd langzaam heen en
      weer te bewegen.

    Uitwerking:

    Door het aanspannen van de nekspieren en uitrekken van de keel komt het hoofd
    het hoofd in hypertrekking zodat er gelegenheid is tot een zeer gron­dige en diepe
    ademhaling. Door het uitrekken van de keel kan de tong de toevoer van de ingea-
    demde lucht geenszins afsluiten. De intense ademhaling met het middenrif als voor-
    naamste spierbeweging, ver­hoogt de toevoer van zuurstof en energie naar het hoofd
    en het aange­zicht waar de bloedcirculatie geactiveerd wordt.
    Deze houding stimuleert de werking van de endocriene klieren (hypo­fyse, epifyse en
    schildklier). Ze heeft verder een helende invloed op beginnende verkoudheid, stij­ve
    nek en etterende arnandelen.
    De rugspieren worden door de hevige samentrekking verstevigt.
    De ruggegraat wordt er beter door gesteund en veerkrachtiger.


    ONTSPANNEN

    Ga nu een tweetal minuten ontspannen op je rug neerliggen en laat je lichaam gelei-
    delijk aan losser bij elke uitademing.

     AVANAMUKTÄSANA­

    Zit ontspannen rechtop en voer de pavanarnuktäsana uit gedurende vijftien adem-
    halingen.

    Ga dan over tot buiklig op de reeds vroeger aangeleerde wijze en zonder overhaast.

    - 53 ­


    BHUJANGäSANA

    Leg je klaar voor de uitvoering van de bhujangäsana.

    Voer nu eerst in herhaling de twee eerste fasen uit als dynamische bewegingen al-
    vorens de eigenlijke houding in te nemen. Voer bhujan­gäsana uit gedurende min-
    stens tien ademhalingen, en ga dan op­nieuw uitgestrekt op de buik liggen, het hoofd
    gedraaid op één oor.

    Let op :

    - De onderste ledematen werken niet mee.

    - Gebruik zo weinig mogelijk je armen om recht te komen, maar zoveel mogelijk
       je rugspieren.

    - Hef je hoofd zo hoog mogelijk en steek je kin naar boven.

    - Laat je ademhaling zo laag mogelijk verlopen en tracht iedere in­ ademing met
      je buik op de grond te voelen.

    - Laat je schouders ontspannen naar achter toe.


    ONTSP ANNING

    Voor de ontspanning die nu volgt blijf je op je buik liggen. Draai je hoofd op één
    oor, en laat je ganse lichaam meegaan met de bewe­ging van je ademhaling. Voel
    vooral de losse op en neergaande be­weging van de lendewervels. Voel ook de
    warmte die in de lende­streek ontstaat door de verhoogde bloedcirculatie.

    Na de ontspanning kom je in vajräsana op de aangeleerde wijze via de rekhou-
    ding (zie voorgaande les).

    Houd daar je rug flink rechtop en ontspan je verder zittend in deze houding gedu-
    rende een tiental ademhaling en.

    TRIKONÄSANA

    Vervolgens voer je de trikonäsana uit gedurende vijftien ademhalin­gen aan elke
    kant. Lees nog eens aandachtig de uitleg in les 3, en concentreer je vooral op de
    strekking van je armen terwijl je de houding inneemt.

    Na de houding ontspan je opnieuw in vajräsana. . . ., zo los mogelijk en met af-
    hangende schouders. Laat je handen los op de dijen rusten. Adem met een lage
    ademhaling.

    - 54 ­

    GOMUKÄSANA  (losmaking van de schoudergordel)

    Na een poosje ga je nog eens gomukasana uitvoeren.
    Deze houding zal je schouders en je armen een extra beurt geven en losmaken.
    Voer deze houding gedurende een tiental ademhalingen uit aan elke kant en ga
    vervolgens uitgestrekt op de rug neerliggen om te ont­spannen.

    VIPARITA-KARANI.


                      img20/4380/scannenjpgviparitakarannt0.jpg 

    Sluit je benen en leg je armen gestrekt langs de romp met de hand­palmen naar
    beneden gekeerd. Verhef uitademend beide benen ge­lijktijdig gestrekt omhoog,
    en plooi je knieën op je voorhoofd.
    Verhef nu beide voorarmen met opengespreide handen terwijl je ellebogen op
    de grond blijven rusten.
    Laat je zitvlak naar je polsen toe gaan en strek beide benen tot je je voeten ge-
    makkelijk boven je aangezicht kunt bekijken.
    Ondersteun de rand van het bekken met beide polsen en laat je open­gespreide
    vingers tegen je zitvlak rusten. In deze houding ga je laag ademen.
    Om uit viparita-karani terug te keren plaats je eerst even je knieën op je voor-
    hoofd met een uitademing en laat dan verder met een lang­gerekte inademing je
    rug afrollen terwijl je de gestrekte benen lang­zaam op de grond neervleid.


    Let op :

    - Deze houding dient ontspannen ingenomen te worden. Adem rustig en lang-
      zaam, en zo diep mogelijk.

    - Tel rustig je ademhaling en. Voer het aantal langzaam op tot je on­geveer een
       twintig ademhaling en zonder spanning kunt blijven staan. Forceer je niet, en
      wees eerlijk tegenover jezelf en je uit­houdingsvermo gen.

    Uitwerking:

    De halfomgekeerde houding verschaft je de allergrootste vitaliteit.
    Het aderlijke bloed uit je benen en de buikorganen vloeit door de zwaartekracht
    zonder spanning naar je hart toe; de aders rusten, zodat hun elasticiteit  kan  her-
    stellen. Naarmate de spieren ontspan­nen, verhoogt de uitwerking van deze houding.
    Door de omkering is er ook een grotere toevloed van bloed in de longen en wordt
    er meer zuurstof en energie in het bloed opgenomen indien je maar goed blijft door-
    ademen.

    - 55 ­

    De uitwerking strekt zich ook uit tot de schildklier, de keel, de oren, de ogen en de
    hersenen. Aangezicht en hals worden ook goed doorbloed.

    Viparitakarani is heilzaam bij beginnende verkoudheid en geeft een grote vitaliteit
    aan gans het organisme.

    SAVÄSANA

    Om de äsana's te eindigen ga je nu de saväsana uitvoeren.
    Overloop je ganse lichaam en ontspan vooral bij elke uitademing, zoals aangeleerd
     tijdens de vorige lessen.

    Na de volledige ontspanning breek je langzaam op en ga je flink rechtop zitten voor
    het zingen van 3 x OM.

    Oefen elke dag met overtuiging.

    28-01-2008 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    » Reageer (0)
    27-02-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.YOGA-CURSUS VOOR BEGINNERS - Les 5.

    - 56 ­-

    VIJFDE  LES.


    Na de verklaring van Pränäyäma, geeft Patañjali in sutra 54 van boek 2
    Pratyähära weer als het uitschakelen van de zintuigen.
    "Wanneer. ze van hun object gescheiden zijn, nemen ze als het ware de na-
      tuur van het denkvermogen aan".

    Dit betekent, dat de zintuigen ongevoelig worden voor de voor hen specifieke
    prikkels van de uitwendige objecten. De geest kan zich dus losmaken van de
    hem omringende wereld en volledig tot kalmte komen.
    Om Pratyähära te bereiken dient men lichamelijk en geestelijk voorbereid te
    zijn door de beoefening van de voorgaande treden.
    Nagojibhatti, een c.ommentator over de Patañjala-yoga zegt:
    "Pratyähära is het cumulerend effect van net lichamelijke en etisch niveau (zie
     les 2), en is de grondslag van al de oefeningen van het psychologisch niveau".

    Wanneer de denkfunctie onbeweeglijk op één punt gericht is, aldus Koelman,
     en wanneer er geen gedachten over dit punt meer aanwe­zig zijn, wanneer de
    lichaamsactiviteit tot de elementaire vegeta­tieve functies beperkt is en wanneer
    de ademhaling regelmatig en traag is, dan kan men de terugtrekking van de zin-
    tuigen verwachten. Alleen het beeld van het object van concentratie zal naar de
    denk­functie overgebracht worden.
    Dit is meesterschap over de zintuigen (sutra 55 boek 2).

    Volgens de Patañjala-yoga bestaat concentratie uit drie oefeningen die elkaar
    opvolgen en de inwendige middelen genoemd worden. In boek 3 sutra1wordt
    Dhäranä verklaard als het vastzetten van de denkfunctie op één punt. Dit is het
    steunpunt van de concentratie.Het kan een object zijn, binnen in het lichaam of
    er buiten.

    Dhyäna betekent (sutra 2 boek 3) het stevig vasthouden van het beeld waarop
    éénpuntige vastzetting gebeurt. Het is een starende onbeweeg­lijke verstandsblik
    zonder redenering.

    De derde oefening is Samädhi of de opslorping. (sutra 3 boek 3): dik­wijls wordt
    Samädhi vertaald door contemplatie of gebed. Het is geen van beide. Hier wordt
    geen verrijking van de mens, maar het uit­doven van verstand  bedoeld. Samädhi
    kan niet tot stand komen zonder de andere twee oefeningen. Patañjali noemt ze
    samen in sutra 4 van het derde boek: samyama.
    Dit woord onderstreept zeer goed de tem­mende inspanning aldus Koelman; we
    vertalen het door concentratie.

    - 57 ­

    Van bij de aanvang van de yoga-beoefening kan men zich toeleggen op het rich-
    ten van de aandacht naar één punt of één zaak.
    Men kan dit doen door de uitvoering van de äsana's goed te beleven of door op
    de ademhaling te letten en niet afwezig te zijn met zijn aandacht.

    De eigenschappen van de yoga zijn:

    - volledige on tspanning - bewuste ademhaling - bewuste rusthouding

    - bewuste lichaamshouding

    - onderdrukking van de dwalende geest - meditatie (in zichzelfgekeerdheid)

    Dr. C. Keus

    PRAKTIJK

    Alvorens de praktijk van deze les aan te vatten ga je eerst rustig neerzitten
    met gekruiste benen. Zing dan driemaal OM en laat de trillingen ervan door-
    heen je ganse lichaam gaan.

    Deze vijfde les kun je aanzien als een herhalingsles. Alle tot nu toe aangeleer-
    de houdingen komen er in voor.Wanneer je regelmatig je lichaam getraind
    hebt en zonder overdrij­ven de ademhalingsoefeningen en pränäyäma hebt uit-
    gevoerd, zal  deze reeks houdingen  die nu volgt een zeer ontspannende en
    energie­opwekkende uitwerking hebben op je lichaam en geest.

    Vooraleer de eigenlijke asana' s uit te voeren, moet je steeds eerst je lichaam
    opwarmen of loswerken. Dit doe je dan met de volgende oefeningen.

    PARlVARTANA

    ----------­

    Rol ontspannen over je rug heen en weer en let daarbij vooral op je ademhaling.
    Blijf met aandacht de rolbewegingen tellen en ga tot vijftien. Kies zelf de soort
    parivartana die je wil uitvoeren.

    HOOFDROL

    -------­

    Zet je eerst flink rechtop met je rug, je nek en hoofd in een opwaart­se lijn.
    Laat je schouders los hangen en voer de hoofdrol uit.met de lage ademhaling.
    Driemaal naar links -opgaand en driemaal naar rechts -opgaand. Observeer de
    manier van instromen van de lucht in je neusgaten.

    - 58 ­

     Denk er om, dat enkel je hoofd in beweging mag zijn en dat de rest van je li-
    chaam zo beweegloos mogelijk moet gehouden worden.

    Eindig de hoofdbeweging met de pranayama-oefening waarbij je hoofd op en
    neer gaat. Adem steeds met de lage ademhaling en be­weeg het hoofd op het
    rythme van je ademhaling. Bij elke inademing strek je je hoofd maximaal naar
    achter en trekken je nekspieren sa­men.Wanneer je uitademt gaat je kin zo laag
    mogelijk naar je borst­been toe en wordt  je nek maximaal uitgerokken.
    Voer deze oefening gedurende zes ademhalingen uit.

    LOSMAKING VAN DE BENEN
           ---------------------------

    Zit rechtop met gespreide benen en beweeg dan elke voet beurtelings vijfmaal
    met behulp van je handen tot tegen de binnenkant van je dij. Je kunt eventueel
    ook de voeten beurtelings boven op de dijen plaat­sen, doch zonder druk of
    kracht te gebruiken. Grijp daarna de hielen aan de binnenkant vast (met de ar-
    men tussen de geopende knieën door) en strek dan beurtelings elk been vijfmaal
    schuin naar boven.
    eindig de beenoefening met het losdraai!!n van de voeten : draai~n en losschud-
    den zonder met de voet zelf mede te werken.

    ONTSPANNING
            ----------­

    Ga nu languit op de rug neerliggen en ontspan je lichaam op de aan­geleerde wijze.
    Deze ontspanning duurt slechts zeer kort; juist tijd genoeg om gans het lichaam
    even te overlopen, en dan maak je je klaar voor de liggende -pranayama.

    PRÄNÄYÄMA
               ---------­

    De liggende pranayama zal nu verder je lichaam klaarmaken voor de uitvoering
    van de äsana's die er op volgen.
    Strek, en rek uit aan elke zijde gedurende vijf ademhaling en. Werk op het ryth-
    me van je eigen ademhaling, en vergeet niet te ontspannen tussen elke beweging in.

    Na de pranayama-oefening die eindigt met het uitzwaaiën van de benen, kun je
    nog even terugkomen op het normaal tempo van ademen, door achtereenvolgens
    de drie bewegingen uit te voeren nl. : laag, midden en hoog.
    Doe op deze manier vijf volledige ademhalingen. Nu ben je klaar voor de uitvoe-
    ring van de äsana's.

    Voer de hieronder aangegeven houdingen uit gedurende het aantal ademhalingen
    dat aangegeven is.

    - 59 ­-


    Let op : .

    De ademhalingen verlopen steeds rustig en zo laag mogelijk d. w.z..: in het
    centrum van je lichaam.

    Tracht de bewegingen om in de houding te komen, zo vlot mogelijk uit te voe-
    ren met de aangepaste adembeweging, in of uit.

    Laat het lichaam steeds volgen op de geest, d. w. z. : voer steeds eerst men-
    taal elke beweging en äsana uit, en doe het dan met je lichaam.

    Wanneer een houding te moeilijk blijkt of je te lang uitvalt en je lichaam tegen-
    werkt of je geest onrustig wordt, stop dan de uitvoe­ring en ontspan even..
    Je kunt nadien de houding hernemen en het aangegeven aantal ademhalingen
    voor deze houding uitvoeren in twee -, of desnoods in driemaal.

    Blijf dus nooit gespannen in een houding omwille van de aangegeven timing.
    ontspan je steeds grondig 1ussen iedere houding in. Let er wel op dat de ont-
    spanning minstens dubbel zo lang duurt als de houding die er aan voorafgaat.


    VIPARITA -KARANI
          -----------­
    15 ademhaling

    PASHIMOTANÂSANA
     -------------------------
    2 dynamische bewegingen  en
    15 ademhalingen in statische stand


    MATSYÂSANA
    --------------------
    5 ademhalingen.
    Daarna ontspannen op de buik.

    BHUJANGÂSANA.
    ------------------

    2 dynamische bewegingen
    10 ademhalingen in statische stand.


    VYAGRA
    -------------
    5 ademhalingen.

    - 60- ­

    V AJRASANA-
    -----------------­
    15 ademhaling en

    TRIKONASANA
    ----------­-----------
    10 ademhaling en aan elke kant.


    Als besluit voer je dan saväsana uit met overlopen van gans het li­chaam.
    Eindig bij de adem die je eerst gedurende enkele minuten observeert zon-
    der in te grijpen, maar waarvan  je  op het einde ge­bruik maakt om het li-
    chaam weer aktief te laten worden.

    Zing driemaal OM in een volledig ontspannen toestand, en luister,aan het
     einde enkele ogenblikken naar de stilte die in jezelf daardoor ontstaat.
    Oefen steeds met volle aandacht en vooral met veel geduld. . . . .
     denk aan HALÄSANA.

    27-02-2008 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    26-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.YOGA-CURSUS VOOR BEGINNERS - Les 6.

    - 61 ­-


    ZESDE LES


    De yoga van Patañjali berust, zoals we gezien hebben op 8 treden, die inge-
    deeld worden in 4 delen nl. het lichamelijke, het etische, het psychologische
    en het metafysisch gedeelte. De middelen die in de Patafijala-leer aangewend
    worden om het doel te bereiken zijn in de eerste plaats uitwendige middelen.
    Zij dienen als voorbereiding om ons in staat te stellen de inwendige middelen
    te kunnen uitvoeren. Zij beslaan de 5 eerste treden en we zijn er als beginners
    ook het meest mee bezig. Slechts wanneer men daarin enigzins gevorderd is,
    kan men de inwendige middelen beoefenen.

    Wanneer we onze aandaêht gemakkelijk kunnen vestigen op de uit­voering
    van de houdingen en de juiste ademhaling, zijn we goed op weg om de be-
    heersing van de zintuigen te beoefenen. Er dient wel aandacht geschonken
    aan het feit, dat men niet mag vervallen in een vorm van veredelde gymna-
    stiek of devotionele verwachting.
    De yoga is een individuele zaak, en de  doelstelling is alleen gericht op de
    be­vrijding van ieders zelf; niet op de vereniging van een kleine ik met het
    Grote IK , zoals zeer dikwijls beweerd wordt.

    In de yoga-sutras van Patañjali wordt de yoga op klare en duidelijke wijze
    voorgesteld zoals we in vorige lessen gezien hebben.
    Van deze sutras bestaan er menige commentaren die', naargelang de filoso-
    fische beschouwingen van de commentator, nogal grondig van elkaar kunnen
    verschillen.
    De beste, en ook meest betrouwbare commentaren komen van Vyasa en -
    Vacaspati-Misra. Wij vinden ze terug bij J. H. Woods (The yoga­system of
    Patañjali) en bij Swami Hariharananda Aranya's - Yoga Philosophy.
    De Patafijala-yoga van G. Koelman is er volledig op ge­baseerd.
    Deze zienswijze wordt door HALASANA gevolgd.
    Buiten deze zienswijze bestaan er dus nog andere filosofische syste­men die
    hun eigen commentators hebben over de sutras. Vooraleer echter onze aan-
    dacht te richten naar de eigenlijke filosofie rond de yoga, is het zeer nuttig
    eerst een kijkje te nemen in de historische achtergronden waarop de yoga
    in India gegroeid is.
    In 1921 werden te Mohengo -Daro (W. Pakistan) en in Harapa (Punjab­N.
    India) opgravingen gedaan die vestingen bloot legden uit het bron­zen tijdperk.
    Er werden zelfs opgravingen gedaan welke wijzen op een oude beschaving
    die teruggaat tot 3 à 4. 000 jaar voor onze tijd­rekening. Men ontdekte er
    beeldjes van yogis in de klassieke yoga­houding.

    - 62 ­-

    Volgens Swami Siddheswarananda onthulde Mohengo Daro (berg van de
     dood) de resten van zeven op elkaar gebouwde steden.
     Algemeen wordt dus aangenomen, dat de Indiase beschaving reeds een grote
    bloei kende op het ogenblik dat de Ari!;rs 1. 500 v. C. India binnen vielen.
    nel na deze inval ontwikkelde er zich een nieuwe beschavingsvorm, nl. de Indo
    -Arische. Dit was in India mogelijk, dank zij de toen reeds aanwezige geest
    voor assimilatie bij de oorspronkelijke be­woners.

    PRAKTIJK

    Ga nu ontspannen rechtop zitten voor het zingen van OM. Herhaal OM drie-
    maal en tracht de trillingen in je lichaam te voelen. Luister op het einde even
    naar de stilte binnen in je lichaam.

    Je kan nu nog een andere wijze van parivartana uitvoeren die de los­making van
    je lichaam nog meer ten goede komt. Deze uitvoering be­staat er in, dat je even-
    eens een voorwaartse buiging maakt tijdens een uitademing.

    Zet je vooraan op je oefendeken met gekruiste benen en openliggende kniel!n.
    Trek je voeten zo ver mogelijk onder je knie!!n, zodat ze je kniel!n ondersteunen.
    Indien je nog niet zover gevorderd bent in het zitten, geen paniek. . .
    Ga met beide handen onder de openliggende dijen,om daar je voeten te grijpen

     Met je rechterhand neem je je linker voet, en met je linkerhand je rechtervoet,
    zodat je met je handpalm tegen de onder­kant van je voet komt en je duim boven
    op de tenen is. Trek nu stevig aan beide voeten en buig daarbij voorover met een
    uitademing.
    Kom inademend recht en laat je over de rug rollen. Zwaai uitademend je gekruis-
    te benen uit en raak even de grond aan met de toppen van je tenen. Kom onmid-
    dellijk inademend terug en rol verder voorover door met een uitademing.
    Tracht met je voorhoofd de grond aan te raken v66r je benen.

    Je ademt dus tweemaal in en uit, terwijl je deze rolbeweging uitvoert.
    Blijf nooit stil in één der fasen van deze oefening, maar rol voortdu­rend heen en
    weer, op het rythme van je ademhalingen.

    Rol op deze wijze minstens een tiental maal heen en weer.

    Je kunt natuurlijk ook op de vroeger aangeleerde wijzen blijven rol­len indien
    deze roloefening U te zwaar valt.


    - 63 -­

    LOSMAKEN VAN DE NEKWERVELS EN DE BENEN
    -----------------------------------­---------------------------------------

    Voer nu achteenvolgens de losmakingsoefeningen uit :

    1. Het rollen met het hoofd. Driemaal aan elke kant opgaan, en ein­digen
        met de op - en neerwaartse beweging. .. (met de pränäyäma­oefening).

    Let echter goed op de ademhaling, en laat enkel je hoofd aan deze bewe-
    gingen meewerken.

    2. Losmaking van de benen.

       Trek elke voet beurtelings op tot tegen de bilnaad. Wanneer je de­ze bewe-
       ging met gemak kunt uitvoeren, kan je ook je voet boven op je dij plaatsen
       in plaats van de voetzool tegen de binnenkant van de dij te laten komen.
       Le er echter op, dat dan telkens je knie ont­spannen op de grond moet terecht
       komen.
      Forceer deze laatste be­weging nooit, want het kniegewricht is een zeer zwak
      gewricht.

    ONTSPANNING
    ----------------------­

    Ga dan op de gekende wijze gedurende een tweetal minuten ontspannen op de
    rug. Zit dan opnieuw rechtop met gekruiste benen. De nu vol­gende oefeningen
    vergen vooraf enige uitleg opdat je goed zoudt weten wat je verder zult uitvoeren.

    SHAKTI -BANDHA
    ----------------------

    ­De energiestroom in je lichaam kan geblokkeerd zijn zodat je gewrich­ten en je
    spieren daardoor ver:krampen.
    Om opnieuw een goede doorstroming van de energie in je lichaam te verkrijgen,
     kun je vier aangepaste oefeningen uitvoeren die zeer doeltreffend werken.
    Het zijn vier oefeningen die ook als losmakings- ­of opwarmingsoefeningen kunnen
    uitgevoerd worden.
    Tijdens de nu komende lessen wordt telkens één van deze oefeningen uitgelegd
    en aangeleerd.

    1 e. Oefening
    --------------

            img122/2488/scannenjpgshaktibanda1tn4.jpg
      

    Voor het losmaken van verkramping in de schoudergordel :
    (schouder­bladen losmaken - schoudergewricht en de spieren daarrond. )

    Ga in vajräsana zitten met gespreide knieën
    Laat je schouders naar achter bewegen zodat je schouderbladen naar elkaar
    toe gaan.
    Om te beletten dat je armen plooi~n tijdens het ver­der verloop van de oefening
    kun je de handpalmen naar beneden draai­en dit gaat als volgt :
    houd eerst je handpalmen naar boven gekeerd, de vingerts in elkaar gekruist


    - 64 ­-

    de duimen zijn dan naar binnen of te­gen het zitvlak gekeerd en de pinken zijn
    naar buiten. Draai nu je pinken tot ze tegen je zitvlak komen en laat je ellebogen
    naar elkaar toe gaan, zodat je handpalmen naar beneden komen.
    Op deze manier zijn de armen sterk gestrekt en kun je ze niet meer plooiën.
    Zit flink rechtop en adem in...  ;  adem dan uit terwijl je voorover buigt en armen
    zo ver mogelijk over je hoofd heen laat gaan.
    Aan het einde van de beweging rust je voorhoofd op de grond en is je zitvlak
    naar omhoog gericht. Adem niet weer in, maar blijf met lege lon­gen in deze gebo-
    gen houding je schouders beurtelings naar beneden toe bewegen zodat je gestrekte
    armen heen en weer zwaaiën over het hoofd.
    Roteer op deze wijze je armen heen en weer gedurende tien tellen...
    adem dan rechtkomend opnieuw in. en maak je armen en schouders los door je
    vingers los te laten.
    Blijf in vajrásana zit­ten, en herhaal na een poosje dezelfde oefening nog tweemaal.

    Uitwerking:

    Deze oefening lost vooral de energieblokkades op in de ganse schou­dergordel.
    De wervelkolom wordt flink uitgerokken en dit geeft een goede doorbloeding in
    het ganse ruggegebied.
    Kouwelijkheid ver­dwijnt ten gevolge van de energieopwekkende uitwerking
    van deze oefening.

    VIPARITA - KARANI
     -------------­---------------

    Ga nu op je rug liggen en bereid je mentaal voor op de uitvoering van de viparita
     -karani.
    tijdens de uitvoering moet je vooral zorgen voor een doorlopende ontspanning en
    een goede ademhaling.
    Blijf in deze houding gedurende vijftien ademhalingen en ga dan op­nieuw ontspan-
    nen op de rug liggen.

    SARVANGÄSANA (alle delen houding)
    ______________________________

                                    img138/2568/scannenjpgsarvangasananh6.jpg           


    De sarvangäsana is eveneens een halfomgekeerde houding. Ze dankt haar naam
    aan de uitwerking er van op alle delen van het lichaam.

    Sluit je benen en leg je armen tegen je romp aan met de handpalmen naar bene-
    den gekeerd. Ontspan even in deze houding. Breng dan uit­ademend je knieën
    het voorhoofd zoals bij het innemen van de viparita-karani.
    Je nek en achterhoofd moeten nu volledig tegen de grond komen.
    Plaats dan beide handen gestrekt aan beide kanten van de ruggegraat.
    Houd je ellebogen stevig tegen de grond en zorg er voor dat je handen zo laag
    mogelijk naar je schouderbladen toe zijn. Je borstbeen drukt tegen je kin, en op
    deze wijze is je romp stevig geklemd

    -65 ­-

    tussen je handen en je kin. Steek nu beide benen om­hoog met de voetzolen
    naar boven gekeerd (niet met de tenen.naar boven gestrekt).
    Probeer in deze houding enkele ademhalingen stil te staan. Adem met de lage
    ademhaling en ontspan je voeten, je benen en de spieren van je zitvlak.
    Stel U tevreden met een tiental ademhalingen, later kun je dit aantal opdrijven
    tot twintig en meer.

    Let op :

    Span je hele lichaam niet op, maar gebruik zo weinig mogelijk spieren.

    Houd je benen strak gestrekt en rechtop zodat ze met je romp in een rechte
    lijn naai' boven wijzen.
    Laat je nek en achterhoofd ontspannen tegen de grond liggen en vang het
    gewicht van je lichaam op met je schouders en je elle­bogen.
    Blijf vooral niet in de houding staan tot het lichaam trilt of tot je evenwicht
    kwijtraakt.

    Uitwerking:

    Tijdens de sarvangäsana wordt de schildklier samengedrukt tussen het hand-
    vat (bovenste gedeelte van het zwaardbeen), en de kin.
    Daardoor wordt haar werking gestimuleerd en wordt .ze in goede conditie
    gehouden. Dit is van zeer groot belang voor de werking van alle functies in
    het lichaam.   Alle delen van het lichaam  hangen af van de werking van de
    schildklier en daarom wordt de sarvang­äsana de alle delen houding genoemd.
    De schildklier is beslissend inzake de beweeglijkheid en vlotte uitdrukking van
    de mens of van zijn trage of lome reacties.
    Voor de benen en buikorganen heeft de sarvangásana dezelfde gun­stige uit-
    werking als de viparita-karani. Ze werkt verjongend en kal­merend en is ook
    een goede regelaar voor de werking van de sexuele klieren.
    Verder rekt deze houding ook de nekspieren volledig uit. Dit komt ten goe-
    de aan de algehele zenuwverbinding tussen het organisme en de hersenen.

    ONTSPANNING
    ------------------------

    Na deze houding ga je languit op de rug neerliggen om het ganse li­chaam los
    te maken.

    - 66 ­-

    MATSYÄSANA
    -------------------

    Als tegenhouding, vooral voor de nekwervels en de bovenliggende schouder-
    en nekspieren voer je nu gedurende vijf ademhalingen de matsyäsana uit.

    Probeer daarbij eens om beide armen gestrekt over je hoofd heen te brengen
    met samengevouwen handen. Ontspan vooral je benen en dij en


    ONTSPANNEN
    ------------------
    ga dan ontspannen op je rug liggen. Maak vooral je schouders en je nek los.
    Adem regelmatig en met aandacht met een lage ademhaling.


    PRÄNAYÄMA 2
    _______________
    Ga flink rechtop zitten met gekruiste benen en met gesloten ogen.
    deze pränäyäma bestaat er in, volledig in te ademen langs de neus zn daarna
     krachtig uit te ademen met open mond. Doe dit vijfmaal.
    Wanneer je later in een oefenreeks deze pränäyärna inlast, kun je gedurende
    2 à 3 minuten op deze wijze ademen als pränäyärna­oefening. Overdrijf niet !

    Uitwerking:

    Deze pränäyäma zuivert de longen en is goed voor maag- en lever­ werking
     omwille van de diepe massage die ze uitoefent bij elke uit­ademing.
    Ze is ook een goede voorbereiding voor de later aan te le­ren kapala-bathi
    (zuiverende ademhaling), waarbij je nog krachti­ger zult leren uitademen door
    bewust gebruik van het middenrif en de rechte buikspieren.

    PRÄNÄ YÄMA 3
    ------------------------
    Deze pränäyäma wordt uitgevoerd met een op- en neergaande bewe­ging van
    het hoofd zoals je reeds doet aan het einde van de hoofdrol.
    Voer ze echter uit met nog meer aandacht. .. sluit hierbij ook je ogen en volg
     intens elke spierbeweging van het aangezicht, de keel en de nek enz. . .

    Ook deze pränäyäma wordt gedurende 2 à 3 minuten uitgevoerd wil men een
    goede uitwerking hebben.

    Uitwerking:Deze pränäyäma heeft zeer grote uitwerking op de slijmvliezen van de

    - 67 ­-

    ademhalingswegen. Ze kan beginnende verkoudheid doen verdwijnen of verlichting
    brengen bij verkoudheid. Adem steeds met de lage ademhaling.

    Waarschuwing.
    ---------------
    In pränäyäma-oefeningen kun je gemakkelijk overdrijven. De gron­dige uitade-
    mingen kunnen een te groot zuiverend effect hebben d. w. z. een overdreven toe-
    voer van zuurstof en een grote afvoer van kool­zuurgas. Dit overdreven zuiverend
    effect zal je het eerst in je hoofd merken aan een soort duizeligheid. Wanneer dit
    gebeurt, volstaat het enkele ogenblikken de adem in te houden of met ledige lon-
    gen te blijven, zodat de verhouding zuurstof-koolzuurgas zich opnieuw kan her-
    stellen in je bloed. Je kunt ook in dergelijk geval enkele ogen­blikken op je rug
    neerliggen, en de duizeligheid verdwijnt als van­zelf.

    HALASANA  (Ploeghouding).
    ---------------

                            img291/4864/scannenjpghalasanajl6.jpg
    Wanneer je tot hiertoe goed en regelmatig de parivartana hebt uitge­voerd, zul
    je niet veel moeite hebben om haläsana uit te voeren.

    Trek heide knieë met een soepele beweging naar je voorhoofd toe ter­wijl je
    uitademt. Laat daarbij je handen en armen beweegloos op de grond liggen en
    ontspan vooral de schouders. Blijf een poosje met je knieën  op het voorhoofd
    en tracht daar ook je nek volledig op de grond te voelen.
    Strek dan je benen naar achter toe en plaats je voeten op omgekrulde tenen zo
    dicht mogelijk naar je hoofd toe. In deze houding rol je dus zover mogelijk over
    de nekwervels, en je borstbeen drukt tegen je kin aan.
    Haläsana is een voorwaartse buiging van de ruggegraat : door je hielen zo dicht
    mogelijk naar de grond toe te richten zul je voelen dat de ruggewervels verder
    voorwaarts buigen. Trek je buik in bij elke uitademing, zodat je werkelijk de
    masserende uitwerking op je ingewanden bekomt die bij een voorwaartse bui-
    ging van de rug­gegraat plaats grijpt.

    Let op :

    Blijf niet onmiddellijk in de uiterste stand, maar trek even je knieën  naar het
    voorhoofd en ontspan daar even je benen.
    Maak je geen zorgen wanneer je voeten in het begin de grond niet bereiken.
    Dit zal later gebeuren wanneer je deze houding met ge­duld blijft beoefenen.

    - 68 ­-

    Om uit de houding terug te komen in de uigangspositie trek je eerst je knieën
    op je voorhoofd met een goede uitademing, en ontrol je daarna je wervelko-
    lom met neerlegging van de benen, terwijl je een langzame inademing uitvoert
    als afremming van deze beweging. . . ;
    aldus zul je in staat zijn je benen op een beheerste wijze op de grond neer te
    .leggen.

    Herneem dan na een korte ontspanning nog even deze houding gedu­rende een
    vijf- tot tiental ademhalingen : (later zul je dit aantal spontaan opdrijven tot der-
    tig en meer ademhalingen, en je zult de weldoende invloed er van doorheen je
    lichaam voelen).

    Uitwerking:
    -------------

    Haläsana oefent vrijwel"alle spieren in het lichaam. Haar regelma­tige beoefening
    verstevigt en versoepelt de ruggegraat en alle rug­spieren.
    Ze stimuleert alle zenuwverbindingen die het ruggemerg verlaten en zich vertak-
    ken in de buik. Haar invloed strekt zich zo­wel uit op het synlpatisch als op het
    cerebro-spinaal zenuwstelsel.
    Zij bevordert de bloedcirculatie en regelt eveneens de werking van de spijsver-
    teringsorganen door een aangepaste massage (via de ademhaling):

    Wie haläsana beoefent blijft vlug en beweeglijk omdat ze de rugge­graat gezond,
    krachtig en buigzaam houdt.
    Haläsana is tevens een houding die met geduld en volharding moet aangeleerd,
    en met grote regelmaat moet uitgevoerd worden.
    Ze sterkt het uithoudingsvermogen.
    Haläsana werd omwille van deze eigenschappen, gekozen als naam van de
     Yogavereniging; (zie inleiding).

    ONTSP ANNING
    -----------------------­

    Ga nu uitgestrekt neerliggen op je buik, en laat je lichaam in een bre­de ont-
    spannen houding de ganse wereld omarmen.

    Na de ontspanning kun je nog verder de volgende ásana's uitvoeren, afgewis-
    seld met korte ontspanningen waarin je vooral de nadruk leert leggen op het
    loslaten van je ganse lichaam bij elke uitademing.

    BHUJANGÄSANA
    -----------­---------------
    Gedurende 10 ademhaling en. Na twee dynamische bewegingen.

    VYAGRA
    ------------
    Gedurende 10 ademhalingen, gevolgd door een ontspannen zit in vaj­räsana
    terwijl je een vijftal volledige yoga-ademhalingen uitvoert.(laag-midden-hoog).


    - 69 -

    ARDHA - TRlKONASANA
    ---------------­

    Gedurende 15 ademhalingen aan elke zijde om nadien zonder tussen­ontspan-
    ning over te gaan tot de saväsana.

    SAVASANA
    --------------

    Overloop tijdens de saväsana je ganse lichaam. vanaf de tenen tot de kruin.
    Tracht zoveel mogelijk delen en organen van je lichaam in uw geest te over-
    lopen" en telkens bij het uitademen verder te ont­spannen.
    Eindig het overlopen van je lichaam bij je adem zelf;voel en hoor je ademha-
    ling binnen in je lichaam en tracht U een beeld te vormen van wat er in je lon-
    gen en verder in je organisme omgaat terwijl je zo volop energie inademt en
    laat rondcirculeren.

    Breek daarna op met kleine bewegingen die uitlopen op een volledig actief
    beweRen van gans je lichaam, om daarna rechtop te zitten, klaar voor het
    zingen van OM.

    Zing luidop driemaal OM; laat de trillingen doorheen gans je orga­nisme gaan .
    Wees even stil na het zingen van deze mantra. . .  hoor de stilte binnen in je zelf.

    Oefen met regelmaat zonder overdrijven.




    26-03-2008 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (14 Stemmen)
    » Reageer (0)
    15-05-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. Yoga-Cursus Beginners- les 7

    - 70 ­-


    ZEVENDE LES


    De Indo -Arische beschaving heeft als voornaamste kenmerk, de geest voor
    synthese en het vermogen tot assimilatie met de andere culturen.
    Dit wordt eveneens weerspiegeld door de grote verdraag­zaamheid van dit volk.


    Deze beschavingsperiode vangt aan tussen de jaren 2. 000 en 1. 000 v. C.,
    midden in de Vedische periode, tijdens dewelke men vooral de natuurelemen-
    ten aanbad.

    De VEDA's, overgebleven geschriften uit de vbbr Arische periode, zijn hymnen
    en voorschriften ter begeleiding van de offerplechtig­. heden. Volheid en levens-
    vreugde kenmerkte deze periode en de betekenis van de yoga was toen, in zo-
    verre men van yoga kan spre­ken, hoofdzakelijk religieus van aard. .. een geeste-
    lijk hoogtepunt met aanbidding van Brachman = de gezegende van de Veda's.

    Na de vestiging der Ariërs in de overwonnen gebieden, waar ze nieuwe staatjes
    stichtten en zich vermengden met de plaatselijke be­volking, ontstond er een zeke-
    re omwenteling op geestelijk vlak. Er volgde een depressieve periode.
    Deze depressieve periode wordt gekenmerkt door de Upanishaden : dit zijn filo-
    sofische geschriften waarin het vrij onderzoek gesteld wordt tegenover de ve-
    dische wijsheid, aanbidding en offer.

    De kennis van de Upanishaden was geheim, en werd doorgegeven van meester -
    tot leerling. De betekenis van het woord is sprekend: zit­tend aan de voeten van
    de meester.


    Naast het kritisch onderzoek omtrent het bestaan en de cosmos, zoekt men een
    uitweg om te komen tot een geestelijke bevrijding in het "Alles in Eén", d. w. z.
    de vaststelling dat één en dezelfde basis aanwezig is in de microcosmos als in de
    macrocosmos. Tijdens de­ze periode was de yoga een praktijk tot het bereiken
    van.lichame­lijke rust, het bedaren van emoties en concentratie van de geest.
    Het basisthema van de Upanishaden wordt goed weergegeven in de volgende zin :

    "De waarheid is één, de wijzen geven haar verschillende namen".
    Op deze waarheid berust vanaf toen, de ganse Indiase cultuur.
    De Upanishaden hebben de weg geopend naar een uitgesproken yoga­code, gelij-
    kend op deze van Patañjali. Men vindt immers, zij het

    - 71 ­-

    niet in ~zelfde volgorde, de acht treden van de Pataftjala-yoga te­rug in de Upani-
    shaden :

    4° en 5° trede: in de Upanishaden welke ontstonden rond de Boed­dhistische peri-
                 ode (500 v. C. )

    6° en 7° trede: in de Kathaka Upanishad, waarin de meditatie opOM verklaard
                 wordt.

    De eerste drie treden, die een louter voorbereidend karakter heb­ben, worden
    slechts later omschreven, wanneer lichamelijk asce­tisme een ereplaats zal bekle-
    den in de Epische periode: de periode van de Mahabharata (+/ - 400 v. C. ).

    Yama en Nyama zullen op de voorgrond treden als morele code voor de strijders
     in de Bagavadgita. (zie volgende les).

    PRAKTIJK

    Zing drie~aal OM in ontspannen houding.

    Zoals bij de andere lessen begint de praktijk van deze les eveneens met de losma-
    king van alle spieren van het lichaam.

    Voer achtereenvolgens uit met aandacht

    PARlVARTANA
    -------------------

    Vijftien rolbewegingen die je kunt verdelen over drie verschillende wijzen. Je kunt
     b. v. vijfmaal rollen op de eerst aangeleerde wijze, daarna vijfmaal met opgetrok-
    ken voeten en de ellebogen boven op je knieën om tenslotte vijfmaal te rollen op
    de wijze die je in de vorige les aangeleerd hebt met een voorwaartse beweging bij
     het terug komen.

    LOSMAKING VAN DE NEKWERVELS : HOOFDROL.
    ------------------------------------------------------------

    Ga driemaal links op en driemaal naar rechts op, om te eindigen met de pränäyä-
    ma-oefening 3 gedurende een tiental ademhalingen.

    LOSMAKING VAN DE BENEN
    -------------------­-----------------------

    -Beurtelings optrekken van de hielen tot tegen de bilnaad, of de voe­ten afwisse-
      lend boven op de dijen leggen.
    Eindig met het losdraaien van de voeten en het schudden van elke


    - 72 ­-

    voet na dè draaibewegingen.

    SHAKTI -BANDHA 1.
    -----------------------------­

    Ga zonder ontspanning onmiddellijk over tot de uitvoering van deze oefening;
    driemaal de schouders roteren met een korte loslating tussen elke rotatie in.
     Let vooral op de uitademing bij het voorover buigen. .. zitvlak van de grond.
    .. roteren met lege longen.

    SHAKTI-BANDHA  2.
    -------------------------

               img187/8763/scannenjpgshaktibanda2do1.jpg 

    Deze oefening is vooral bedoeld voor de opheffing van blokkades in de rug
    en de lenden.

    Zet je rechtop met gestrekte benen voor je uit. Grijp met een uit­ademing je
    beide voeten vast over je tenen heen, en strek je rugmet een inademing terwijl
    je zover mogelijk naar boven kijkt en je benen volledig tegen de grond laat lig-
    gen. Houd je adem even in. Adem vervolgens uit tervÁjl je voorover buigt en
    je hoofd zover mo­gelijk tussen je armen tot op je knie!;n laat komen.
    Voel de grote uitrekking van je rug- en lendewervels. Blijf een poosje met lege
    longen en kom dan opnieuw met een inademing recht, met strekking van de rug
    en uitrekking van de keel. . . . .

    Herhaal de oefening vijfmaal.

    Let op :

    Probeer je gestrekte benen op de grond te houden. .. je knie!;n heb­

    ben wel neiging de grond te verlaten en naar boven te komen, maar geef daar
    niet te gewillig aan toe. De gestrekte benen zorgen voor een degelijke uitrek-
    king van de ruggegraat.

    ONTSP ANNING
    -----------------------­

    Na al deze voorbereidende oefeningen ga je nu een volledige ontspan­ning op
    de rug uitvoeren. Rek je lichaam eens behaaglijk uit en ga dan ontspannen en
    met de grootst mogelijke aanraking op je oefen­deken neerliggen.
    Houd je ogen open en tracht enkel te voelen met je ganse lichaam wat er ge-
    beurt tijdens de ontspanning.


    SUPTA-V AJRASANA -  (achteroverliggende houding)
    -------------------------------
            img180/5850/scannenjpgsuptavajrasanfi0.jpg
    Tijdens de vorige lessen heb je reeds geleerd om ontspannen in vajrásana te
    zitten.
     Een houding die met vajräsana begint is de supta -vajräsana.

    - 73- ­

    Zet je inVajràsana met gespreide knieën. .. (later kun je de knie~n ook bij el-
    kaar houden. maar dit verhoogt de moeilijkheidsgraad van de houding). Laat
    je rug doorzakken terwijl je achtereenvolgens beide ellebogen op de grond
    steunt. Neem met je linkerhand je lin­ker voetzool. en met je rechterhand je
    rechter voetzool vast. Adem ondertussen uit. Leg dan je hoofd in de nek en
    laat je langzaam ter­wijl je inademt achterover zakken tot je achterhoofd de
    grond raakt. Vanaf je zitvlak vormt je een boog met je rug. Je hoofd steunt op
    de grond en je kan je armen voor de borst kruisen ofwel ontspannen op je dij-
    en leggen. Adem in deze houding met volle longen en zo laag mogelijk.
    De borstkas staat volledig open en je longen krijgen maximaal gelegenheid tot
    ademen. Na een vijftal ademhalingen ga je terug naar de uitgangshouding op
    de volgende wijze : leg je hand­palmen op je voetzolen en steun stevig met je
    voorarmen op de grond. Duw je af met je handen terwijl je uitademt en ga al-
    dus op­nieuw in vajràsana zitten.
    Je kunt nu de ganse houding nog eens hernemen gedurende vijf adem­halingen.
    Indien mogelijk probeer eveneens je armen gestrekt over je hoofd heen te leg-
    gen en met samengevouwen handen de grond aan te raken acpter je.
    Kom terug met een uitademing.

    Let op :

    - In het begin kun je last hebben met je knie~n die voortdurend om­hoog ko-
    men bij de achterwaartse buiging. Dit komt omdat je en­kels nog niet soepel
    genoeg zijn om deze stand van de benen te kunnen opvangen. Oefen verder
    met vajräsana. de zithouding. en wen langzaam aan uw enkels aan deze grote
    uitrekking. door een tijdje op je ellebogen te steunen en later geleidelijk aan
    verder naar achter door te buigen.

    - Ook je bovenliggende dijspieren kunnen je last bezorgen bij het achterover-
    buigen. Hier ook geldt geduld en oefening. Ontspan­ning is een zeer grote factor,
    gebruik enkel de spieren die je nodig hebt voor het aannemen van de houding
    en ontspan zoveel mogelijk de rest van het lichaam.

    Uitwerking:
    ------------

    Supta-vajràsana heeft vooral !uitwerking op de soepelheid van de beenspieren
    en de enkels. Ook de kniegewrichten en de vierhoofdige dijspier worden volle-
    dig uitgerokken, dit geeft nadien een grote doorbloeding waardoor de gewrich-
    ten en de spieren aan stevigheid en elasticiteit winnen.

    -74 ­-

    ONTSPANNG
    -----------------
    Ga nu ontspannen op de rug liggen. Strek eerst je benen eens goed uit, en ont-
    span dan verder het ganse lichaam.
    Adem rustig in en uit, en laat vooral je lichaam loskomen bij de uitademingen.
    Je kunt de loskoming van het lichaam in fasen laten verlopen of in eens het gan-
    se lichaam er bij betrekken en bij iedere uitademing telkens je ganse lichaam
    laten uitzetten.


    HALASANA
    ---------------
    Na de ontspanning ga je over tot de uitvoering van haläsana.
    Blijf, zonder je geweld aan te doen, gedurende een vijf tiental ademhalin­gen
    in deze houding. Probeer je te ontspannen wanneer je in de houding bent.
    Vooral de schouders en de armen moet je extra leren loslaten. Ontspan na
    de houding zoals hierboven.


    PRANA YAMA 4.
    -------------------
    Kom nu rechtop zitten in vajräsana of met gekruiste benen. De eerste zithou-
    ding is echter te verkiezen boven de tweede omdat je in de eerste houding
    vrijer zult kunnen werken.
    Plaats de toppen van de middenvingers ter hoogte van de navel op je buik.
    Adem diep uit, en trek dan zonder evenwel opnieuw in te ademen, de navel
    zover. mogelijk naar achter toe. Wanneer de ademnood je weer doet inade-
    men, laat je de navel los, en dan adem je in met een ontspannen buik.
    Herhaal tienrnaaI.

    Uitwerking:
    ------------
    Deze pränáyäma verdrijft indigestie en wekt de eetlust op, vermin­dert de
    vetafzetting op de buik en tonifieert de testes en de eiër­stokken.


    ONTSPANNING
    ---------------------
    Ga na deze pránäyäma-oefening ontspannen op je buik liggen en laat je
    lichaam loskomen met je adembewegingen zoals je reeds hebt geleerd in
    vorige lessen.

    Eindig de ontspanning met de rekhouding, en ga dan in vajrásana zitten
    voor de volgende houding.

    - 75 ­-

    Zet je op je linker knie en"plaats je rechter voet zodanig naar voor op de
    grond zodat je been en je dij een hoek vormen van negentig graden.
    Laat armen los afhangen en plooi nu je rechter knie zover mogelijk naar
    voor zonder echter je hiel op te heffen. Je bekken daalt daardoor naar be-
    neden, samen met je ganse romp en je schou­ders. .. mogelijks kun je de
    grond aanraken met je vingertoppen.
    Dit alles voer je uit met een volledige uitademing.

    Let op :

    - Houd je rug recht.

    - Houd je schouders open en naar achter. - Houd je hiel op de grond.

    - Adem rustig in en uit en blijf stil.

    Dezelfde houding kun je ook uitvoeren met je rechter voet op de grond
    en je linker knie naar boven.
    Bij het doorbuigen voel je een sterke buiging in de rug, aan de kant van
    het been en de knie die op de grond zijn.
    Wanneer je echter voorover gaat buigen, dan is het effect van deze hou-
    ding niets meer.

    Voer Ardha-bhujangäsana uit gedurende tien ademhalingen aan elke kant.
    Tussen beide oefenperioden in, kun je even ontspannen in vajräsana gaan
    zitten.

    Uitwerking:
    -----------
    De uitwerking van deze houding is nagenoeg dezelfde als bij de bhujang-
    äsana voor wat de rug en de bekkenorganen betreft. De bij­komende uit-
    werking, zoals versteviging en soepelheid van knie- en enkelgewricht, ver-
    hoogt de doelmatigheid van deze houding.

    ONTSPANNING
    _______________

    Ga opnieuw ontspannen op de rug liggen. Let vooral op het losma­ken van
    het bekken en de benen. Blijf ook een poosje langer bij de voeten en de
    kniegewrichten wanneer je je lichaa;m in fasen over­loopt. Verdiep de ont-
    spanning bij elke  uitdeming.

    TRlKONASANA
    -------------------

    Kom met zo weinig mogelijk bewegingen rechtop staan voor de uit­voering
    van trikonäsana. Blijf in de houding gedurende tien adem­halingen aan elke
    kant.

    - 76 ­-

    Let er op dat je steeds buigt met een uit­ademing, en dat je met een inade-
    ming terug naar de uitgangs ­houding komt. Aan het einde van de uitvoeringen
    blijf je rechtop­staan en laat je lichaam in deze houding ontspannen met afhan-
    gende schouders.

    VIKRASANA (evenwichtshouding op één been)
    ____________
                     img411/2332/scannenjpgvikrasanauf8.jpg

    Laat je lichaam volledig los. .. Na een poosje verleg je het gewicht van je li-
    chaam naar rechts door een beweging van je bekken, zodat je gewicht voll-
    edig door je rechter been opgevangen wordt. De middenlijn van je lichaam
     is aldus boven je rechter hiel. Je linker been is ontspannen en los.
    Hef je linker voet op en plaats deze met behulp van je handen boven op je
    rechter dij, of met de voetzool tegen de binnenkant van je rechter dij.

    Blijf in evenwicht staan en fixeer desnoods daartoe een vast punt op de grond.
    - Blijf vooral doorademen en steek dan beide han­den boven je hoofd;
    de handpalmen tegen elkaar. Na een tiental adem­halingen kun je terugkomen
    en op het ander been gaan staan.

    Let op :

    - Wanneer je je evenwicht verliest, blijf niet armzwaaiend pogin­gen doen om
    rechtop te blijven.
    Plaats in alle kalmte je voet op de grond en herneem de houding.

    - Vergeet niet dat je tijdens de uitvoering flink moet blijven door­ te ademen
     Dit verstevigt je houding.

    - Wanneer alles goed meevalt kun je even je ogen sluiten en blijven staan.
    Maak je echter geen zorgen wanneer dit niet onmiddellijk lukt.

    Uitwerking
    -----------

    Vikrä.sana maakt je lichaamshouding gracieuser en steviger.
    Ze ver­betert je evenwichtsgevoel. Ze verstevigt de beenspieren en staalt je
    uithoudingsvermogen. Tenslotte is deze houding bevorderend voor de sere-
    niteit en de rust van de geest.

    SAVÄSANA
    --------------

    We eindigen deze les met een volledige ontspanning. Overloop je lichaam
    mentaal en met geopende ogen. Ontspan telkens de spieren of organen die
    je in je geest één voor één oproept. 

    - 77 ­-

    Blijf tenslotte stil bij Jè adem, en breek dan op met kleine bewegingen die
    uit­groeien tot de algehele loswerking van je lichaam.

    Zing aan het einde driemaal OM in deze ontspannen toestand.

    Blijf steeds in kalmte voortwerken. Yoga leert je je eigen lichaam en geest
    kennen.


    15-05-2008 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    26-06-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.YOGA-CURSUS VOOR BEGINNERS - Les 8.

    - 78 ­-

    ACHTSTE LES
    _____________


    De gedachten die ontwikkeld werden in de leerstellingen van de Upanisha-
    den van de Epische periode, worden zeer goed weerge­geven in de foloso-
    fische passages van de Bagavad-gita, waar de geheiIne leer door Krishna
    zelf wordt onderwezen.
    Krishna, de menslievende incarnatie van Visnu, komt op zicht­bare wijze
    tussenbeide in de strijd van twee tegenover elkaar staande legers, nl. het
    goede en het kwade. Ze worden verper­soonlijkt door twee families nl. de
    Pandavas, de goeden, en de Kuravas, de slechten.
    Arjuna, de aanvoerder van de Pandavas, en tevens de held van de Bagavad-
    gita, weigert de strijd aan te vatten, omdat hij tussen de rangen van de Kura-
    vas enkele van zijn bloedverwanten ontdekt. Krishna zal hem aansporen om
    toch te strijden, zijn volk te beschermen en zich te verzetten tegen het kwaad.
    Hij zegt, dat elke rnens, wil hij op spiritueel vlak vooruit­gang maken, twee
    soorten plichten te vervullen heeft nl.
    - plichten tegenover de gemeenschap = yama,
    - plichten tegenover .zichzelf = niyama.

    Krishna zegt o. a. "Het karakter en de sociale omstandigheden be­palen de
    verplichtingen van ieder individu waarvan het opperwezen zich bedient, en
     waardoor Hij ageert. "
    In deze periode zien we de opkomst van het Boeddhisme. Deze-leer is een
    voortzetting van de Upanishaden en bevat eveneens een more­le code die
    men in de yoga terugvindt; voornamelijk in de geweld­loosheid De Boeddhis-
    tische monnikken hebben hun wetenschap over meer dan de helft van de
    wereld uitgedragen zonder troepengeweld of bloedvergieten.

    Geweldloosheid was, samen met beheersing, de basis geworden van het
    ganse openbare leven. De yoga-discipline wordt geleidelijk aan een mentale
    discipline ten dienste van de geestelijke bevrijding van ieder individu.
    Haar leer die eerst slechts aan ingewijden werd doorgegeven, zal met de
    komst van Patañjali algemeen verspreid worden.

    In de geschiedenis van India komt er een periode van herstel, met de oprich-
    ting van het Magadha koning rijk. Tussen 327 en 325 werd Magadha echter
    opnieuw overrompeld door Alexander de Grote, doch niet voor lang, want
    zijn opvolger Seleucus werd op zijn beurt door Gandragupta verdreven.
    Hierop volgde de gouden eeuw voor India. Ze wordt gekenmerkt door een
    golf van kracht en bloei op vele domeinen zoals de wetenschap, kunst en let-
    teren. Haar invloed loopt voort tot in de 8ste à 9de eeuw V.C.

    - 79 ­-

    Verschillende filosofieën (zienswijzen) beginnen vaste vorm te krij­gen.
    Zij worden vooral langs de godsdiensten verspreid. Vooral het Boeddhisme
    en het Jainisme hebben hier grote verdiensten; vooral in de Oosterse landen
    Arabië, Perzië, Syrië, Egypte, Palestina en Alexandrië.

    Na het Boeddhisme komt het Christianisme ten tonele.
    Zijn leer­stellingen vertonen veel gelijkenissen met de toen heersende Hindu-
    ­gedachte maar voor de verspreiding van de yoga heeft het in het ge­heel niet
    bijgedragen.

    PRAKTIJK
    --------------
    Zing nu driemaal OM in totale overgave en voel de trillingen door­heen je
    ganse lichaam gaan.

    PARlVARTANA.
    ----------------------­

    Begin nu deze praktijk met vijftien rolbewegingen.
    Voer deze bewe­gingen aandachtig uit zodat je met je geest bij de uitvoering
    en de uitwerking betrokken blijft.

    Neem de rolbeweging die je best ligt, en tracht enkel te werken met de spie-
    ren die daarvoor nodig zijn. Let ook op je ademhaling.

    Na het rollen ga je ontspannen rechtop zitten met gekruiste benen.
    Voer vervolgens de hoofdrol uit, driemaal aan elke kant opgaand, om te ein-
    digen met de pränäyäma-oefening nr.3 ( tien ademhalingen ). Let vooral op
    dat je bij de pranayama­oefening je ademhaling zo laag mogelijk uitvoert en
    dat je steeds langzamer de adembewegingen op elkaar laat volgen.
    Ondertussen kun je ook je aandacht op alle spierbewegingen van nek  keel
    en aangezicht vestigen.
    Vergeet vooral  niet je schouders volledig te ontspannen tijdens de  roloefe-
    ning met het hoofd.

    Het losmaken van de benen volgt op de roloefening. Je kunt de bewe­gingen
    desnoods nog eens nalezen in de vorige lessen. Het voornaam­ste is wel, dat
    je dit onderdeel van je les niet op een drafje afwerkt ,want de losmaking is
    zeer belangrijk.

    - 80 ­-

    SHAKTI -BANDHA 3
    ------------­-----------------   (déblokkeren van lenden en bekken)
    Ga dan onmiddellijk over tot de uitvoering van de volgende shakti­bandha  nr.3.
       

                                img240/9343/scannenjpgshaktibanda3ie4.jpg


    Ga op de hurken zitten met gespreide knieë!n. Breng je handpalmen tegen el-
    kaar en plaats ze tegen je borstbeen terwijl je je ellebo­gen tegen de binnenkant
    van je knieën drukt. Deze beweging duwt je knieën van elkaar weg en maakt
    het je mogelijk je beide handen tegen je borstbeen te houden, en je rug te strek-
    ken. Deze strekking gebeurt tijdens een inademing. Bij de daaropvolgende uita-
    deming duw je met beide knieën je ellebogen naar elkaar toe, zodat je je armen
    moet strekken en je samengehouden handen naar beneden gericht, doet vooruit-
    komen. Buig je hoofd ondertussen tot tegen je ar­men,( of ertussen), en blijf met
    lege longen een ogenblik in deze. houding. Je voelt je lichaam trillen. ..  , keer
    dan terug met een in­ademing waarbij je met je ellebogen je knieën opnieuw uit
    elkaar duwt,  je handen opnieuw tegen je borstbeen aandrukt en je rug volledig
    strekt.  Herhaal  deze bewegingen met in- en  uitademing nog twee­maal, en ga
    dan ontspannen in zithouding (met gekruiste benen).

    Let op :

    Indien je niet op je hurken kunt zitten. dan kun je dit leren met een stapel boe-
    ken of enkele stenen waarvan je er telkens enkele weg­neemt tot je met je zit-
    vlak tegen je hielen kunt zitten.
    Met geduld kan iedereen deze zithouding aanleren. Ze is niets speciaals, want
    spelende kinderen nemen deze zithouding spontaan aan.
    Geef het niet te vlug op en leer je ontspannen waar nodig. . . , hier vooral in
    de benen en de voeten.
    .
    Uitwerking:
    -------------
    Deze shakti-bandha oefening heeft vooral uitwerking op het déblok­keren van
    mogelijke verkrampingen in de lendewervels en het bek­ken.
    Verder draagt zij ook bij tot de versteviging van de voetspie ­ren, de beenspie-
    ren en de dijspieren  die voor het zitten van groot belang zijn.


    ONTSPANNING
    ----------­-------------

    Na deze oefening ga je ontspannen op je rug liggen voor een volledige losma-
    king. Overloop je lichaam in grote delen, maar vertoef  iets  langer bij je bek-
    ken en je benen.

    - 81 ­-



    SARVANGASANA
    -----------­----------------
    MATSYASANA
    ---------­------------
    PASHIMOTANÂSANA
    ---------------------------------
    HALASANA
    ------­-----------
    Deze gekende houdingen voer je na elkaar uit met tussenin een kor­te ont-
    spanning op de rug. Let er eens op dat je de houdingen aan­neemt en dan
    gedurende een zeker aantal ademhalingen (10 tot 20), beweegloos blijft.
    Traçht nooit je houding tijdens de uitvoeringen voortdurend te verbeteren.
    De verbetering en de soepelheid van uitvoering komt geleidelijk aan door
    geregeld alle houdingen te be­oefenen, en niet door je steeds maar in te
    spannen en verbeterin­gen te willen aanbrengen.


    PRANA YAMA 5
    --------------------

    Blijf na de laatste ontspanning rustig op je rug neerliggen en kruis je
     vingers boven op je buik zodat je pinken op de navel rusten.
    Denk alleen nog aan je ademhaling en aan de vitale energie die bij
    elke inademing je lichaam binnenstroomt onder je handen, vanwaar
    ze bij elke uitademing uitstraalt over je ganse lichaam dat steeds los-
    ser en wijder gaat uitliggen op de grond.
    Ingelast in een oefenreeks die je moet leiden tot de concentratie,
    kan je deze pränäyama gedurende drie à vier minuten uitvoeren om
    eerst je lichaam te ontspannen en rustig te maken.

    Deze pränäyäma verstevigt de wilskracht en laadt je lichaam boorde-
    ­vol energie. Tracht je mentaal een beeld te vormen van de wijze waar-
    op de energie in je lichaam beweegt via deze ademhaling.

    Na deze pränäyäma kom je zonder veel bewegingen in de goede zit-
    ­houding voor de uitvoering van de ardha-bhujangäsana.
    Let op de stand van je voet ten opzichte van de knie waarop je knielt.
    Ontspan je schouders en houd je rug zo recht mogelijk gedurende de
    houding.
    Let er tevens op, dat je vooruitgeplaatste voet de grond niet verlaat.
    Voer de houding uit gedurende 10 ademhalingen aan elke zijde.

    Leg je na de uitvoering ontspannen op de buik en let vooral op de los­-
    making van je bekken en benen. Voel de weldoende inwerking in de
    lendewervels en in de nierstreek.

    - 82 ­

    TRlKONÄSANA MET TORSIE
    __________________________
    ­

    Kom nu op de gekende wijze in vajräsana via de rekhouding (zie derde les)
     en vandaar in rechtstaande houding.


                                                 img293/6140/scannenjpgtrikonasanamedj0.jpg

    Neem  een spreidstand aan zodat je met beide benen en de grond een gelijk-
    zijdige driehoek vormt. (je spreidstand mag eventueel ook wijder zijn).

    Hef inademend beide armen zijwaarts op met je handpalmen naar boven ge-
    keerd. Wanneer je armen in elkaars verlengde zijn, doe je een kwart-draai
    naar links terwijl je naar je linker handpalm blijft kijken. Je linkerhand gaat
    dus naar achter en je rechter­hand draait naar voor; de houd daarbij je adem
    in. Vooroverbui­gend en steeds met je blik op je linker handpalm gericht.
    Plaats  nu uitademend je rechterhand aan de binnenkant naast je linker voet
     terwijl je linker arm de hoogte in gaat, steeds in het verleng­de blijvend van
    je rechter arm. In deze houding blijf je een vijftal ademhalingen staan; zorg
    er nadien voor, dat je inademend met ge­spreide armen opnieuw rechtop
    komt, om nadien beide armen met een uitademing te laten zakken. Verzorg
    goed je ademhaling bij de bewegingen. Ze zijn een niet te onderschatten hulp.

    Na een korte ontspanning rechtop, ga je opnieuw beide armen ver­heffen.
    Kijk nu echter naar je rechter handpalm en voer de bewegingen uit in tegen-
    overgestelde zin. Draai rechts na-ar achter en plaats je linkerhand naast de
    rechter voet terwijl je rechter arm de hoogte ingaat en je aldus gebogen, vijf
    ademhalingen blijft staan. Kom dan terug met één adembeweging (inademend),
    en laat uitein­delijk je armen zakken met een uitademing.

    Je kunt deze houding nog een tweede maal uitvoeren en je iets be­ter
    ontspannen.

    Let op :

    - Houd je armen steeds in elkaars verlengde.
    - Verzorg je ademhalingen die. elke beweging ondersteunen. - Blijf steeds
       met gestrekte benen staan.
    - Houd je hoofd tijdens de uitvoering van de gebogen houding zo dicht
       mogelijk bij je knie.

    Uitwerking:

    Trikonäsana met torsie buigt de ruggegraat terwijl ze een kwart ge draaid is.
     Deze zijwaartse draaihouding van de rug, geeft een sti­mulerende uitwerking
     op de zenuwverbindingen tussen het ruggemerg en de buikorganen


    - 83 ­-

    Ze is een goede versteviger van de lange rug­spieren en de dieper gelegen
    spieren in de rug. De beweeglijkheid van gans het lichaam wordt soepeler.
    Tenslotte heeft deze äsana ook grote uitwerking op de peristaltiek van de
    darmen.

    VIPARITA-KARANI
     -------------­--------------

    Na de uitvoering van Trikonäsana met torsie ga je heel ontspannen over
    tot de uitvoering van de viparita-karani. Voel de grote ont­spanning in je
    benen en in je bekken.

    Laat echter je houding niet te lang duren teneinde niet teveel ener­gie te
    erspelen. Probeer je in de houding volledig te ontspannen en kom zeker
    terug wanneer je voelt dat je lichaam erdoor belast zou worden in plaats
    van er voordeel uit te halen.
    Viparita-karani is een energieopwekkende houding die je vooral een goe-
    de doorbloeding in je hersenen moet bezorgen. Tracht dus deze houding
    ontspannen uit te voeren.

    SAVÄSANA

    Om te eindigen ga je dan opnieuw op je rug liggen. Begin met een loswer-
    king of aangenaam schikken van je lichaam op je oefendeken.
    Overloop mentaal  alle  delen van je lichaam en  laat ze één voor één ont-
    spannen achter. Let er op dat je de ontspanning telkens met een uitademing
    laat samengaan.

    Blijf een beetje langer bij de diverse onderdelen van je aangezicht en tracht
     volledig los te komen van elke spanning in het hoofd.
    Denk alleen aan je oefening en ga tenslotte binnen in je lichaam om met de
     energiewerking bezig te zijn.
    Laat je ganse organisme uitzetten bij elke uitademing zodat de energie vrij
     en overal kan rondstromen.

    Na een paar minuten ga je je ademhaling intenser maken en beginnen met
    het opbreken. Begin met kleine bewegingen. .. vingers en tenen ..., ga ge-
    leidelijk over naar je ledematen om uiteindelijk het ganse lichaam in één
    beweging op te nemen alvorens rechtop te komen zit­ten voor het zingen
    van OM. .

    Zing tenslotte driemaal OM en voel de uitwerking.
    Luister aan het einde nog even naar die inwendige stilte.

    Oefen nooit overhaastig of met spanning.

    26-06-2008 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    29-07-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.YOGA-CURSUS VOOR BEGINNERS - Les 9.

    - 84 ­-


    NEGEN.IDE LES


    De Islam, die na het Christendom in het Oosten ontstond, vero­verde met
    geweld alle Oosterse landen. India weerstond 6 eeuwen lang, maar moest
    ook uiteindelijk deze godsdienst toelaten.
    Dank zij het Islamisme echter werden de Indiase astrologie en de Vedische
    geschriften sneller verspreid. Via de Perzen en de Arabieren kwamen ze
    ook tot Europa.
    De overheersing van het Islamisme (8e. en ge. eeuw n. C., droeg ook bij
    tot de liberalisering van de geest en de bijna ongelooflijke verdraagzaam-
    heid van de Indiërs. De mongoolse koning Akbar werd, niettegenstaande
     hij een overheerser was, zeer geëerd.
    De Islam werd eveneens door de Indiase traditie van jnäna en de Veda-.
    wijsheid betnvloed, de Alla-Upanishad was een vermenging van het
    Islamisme met de Vedas.
    Na de val van Akbar' s rijk kwam het Westen ten tonele, aangetrok­ken
    door het goud en de specerijën. Achtereenvolgens kwamen de Hollanders,
    de Portugezen, de Fransen en de Engelsen.
    De Engelsen, als vertegenwoordigers van de renais'Sance, zetten het ver-
    breidingswerk van de Islam verder; ze introduceerden de Vedische en de
    Upanishad wijsheden in het Westen.
    India werd een Engelse kolonie in 1747. De Engelse taal werd de voertaal
     in alle staten van India. Het assimilatieproces ging zijn gang. Pas in 1947
    werd India opnieuw een onafhankelijke staat, na een geweldloze strijd
    waarin de grote leider en yogi Mahatma­Gandhi een zeer ruim aandeel heeft
    gehad. De onafhankelijkheids­strijd was reeds ingeluid sedert 1928, met de
    oprichting van een nationale beweging .voor morele heropleving van India.
    Deze bewe­ging was vooral ingegeven door de rijke culturele waarden uit
    de oude geschriften. De promotors van deze morele heropleving wa­ren
    Ram Mohum Roy, de stichter van de beweging Brahmo Samaj, Debhen-
    dranath Tagore, en Swami Dayananda, Ramakrishna, Auro­bindo e. a..
    Het onderwijs in de gewijde taal werd opgeeist.
    In de grote centra werden universiteiten door de Engelsen opge­richt (Bom-
    bay, Madras, Calcuta e. a.). Niettegenstaande het feit dat het Engels ver-
    plicht was, bleven de Indiërs trouw aan hun ei­gen tradities en de uitstraling
    van de yoga die nu ook op universi­tair niveau bestudeerd en onderwezen
    werd. Ook de bezetters werkten mede aan de verspreiding van de Indiase

    - 85 ­-

    wijsheid.Sir John Woodroff, chef van Justitie in Calcutta werd door studie
    en vertaling van de Indiase meesterwerken, één van de meest vermaarde
    Westerse India- en Yogakenners. Zijn boe­ken over Yoga en Kundalini
    zijn zeer bekend.
    India heeft ondanks de vele jaren bezetting, de geest van assimila­tie en
    synthese kunnen behouden dank zij de yoga van zijn leiders. De kernge-
    dachte van dit assimilatievermogen vinden wij terug in de Upanishaden :

    DE WAARHEID IS EEN, DE WIJZEN GEVEN HAAR
    VERSCHIL­LENDE NAMEN.

    PRAKTIJK

    Zing eerst driemaal OM en ontspan lichaam en geest.

    De praktijk van deze les begint zoals bij de andere lessen, met de los-
    maakoefeningen.

    PARIVÄR T ANA
    ----------­------------

    15 bewegingen. Rol naar keuze.

    LOSMAKING NEK
    -----------------------
    3 maal rechts opgaand en 3 maal links opgaand, gevolgd door de
     pranayama 3, gedurende ongeveer twee minuten.

    LOSMAKING BENEN EN VOETEN
     ----------------------­-------------------------

    5 maal beurtelings optrekken van de voet tegen de binnenkant van de
    dijen; 5 draaibewegingen met elke voet gevolgd door losschud­ding.

    Werk alle oefeningen na elkaar af, zonder je te haasten of te force­ren.

    ONTSPANNING
    ----------­-------------

    Na de losmaking ga je enkele ogenblikken ontspannen op de rug liggen
    ten einde de reacties van het lichaam na te gaan. Blijf dus met je aan-
    dacht bij je lichaam en ontspan elke spier, zodat de bloedcirculatie on-
    gehinderd kan verlopen.

    - 86 ­-

    SHAKTI-BANDA 4. (losmaking van de volledige achterzijde van
                                       het lichaam).

                  img508/3828/scannenjpgshaktibabdha4ke0.jpg
                                                                                                           
    Ga in hurkhouding zitten. Breng je armen tussen de benen en de knieën
    en steek je vingers onder je voetzolen. De voeten worden dus door de
    handen gegrepen (rechterhand grijpt rechter voet, en linkerhand zal de
    linker voet grijpen) zodat je duim boven op de wreef komt.

    Adem nu flink in terwijl je naar boven kijkt en de rug zo recht mo­gelijk
    maakt. Adem dan onmiddellijk uit terwijl je het zitvlak naar boven steekt
    door de benen te strekken. Blijf stevig op je vingers staan, en houd je
    hoofd bij deze voorovergebogen houding tussen je armen.
    Blijf een poosje met lege longen staan, kom dan inade­mend in de zithou-
    ding terug, het hoofd naar boven gericht en de rug zo goed mogelijk ge-
    strekt. Houd een poosje de adem in, en voer dan opnieuw dezelfde hou-
    ding uit met een uitademing, enz...

    Herhaal deze oefening een vijftal keren.

    Let op :

    Bij het strekken en uitademen zijn de benen niet geplooid, maar volledig
     gestrekt. Het hoofd verdwijnt telkens tussen de gestrekte armen.

    Uitwerking

    Bij het strekken van de benen en de rug. worden alle spieren aan de ach-
    terzijde van het lichaam uitgerokken. Wanneer dit zonder geweld of na-
    vering gebeurt, heeft deze uitrekking een losmakend effect. De eventuele
    blokkades van energie in het lichaam (vooral in de ganse rugstreek en be-
    nen) worden daardoor losgemaakt of volledig opgeheven.

    ONTSPANNING
    -----------------------­

    Na deze oefening ga je op de rug ontspannen. Laat je spieren van de
    achterzijde van je lichaam vooral volledig 105". ten einde een goede door-
    bloeding te kunnen bekomen. Leid de energie door een intense lage adem-
    haling. Vooral de uitademing is van belang voor het loskomen.

    - 87-

     .ÄSANA ' S
       -------------­
    De nu volgende äsana's moeten uitgevoerd worden met de meeste zorg en
    aandacht gedurende de aangegeven tijd. Doe een ernstige poging om elke
    houding beweegloos in te nemen. Ontspan tussen de houdingen in en let
    daarbij in de eerste plaats op de loslatende beweging van de uitademing.
    VIPARITA-KARANI          :  15   Ademhalingen.
    HALÄSANA                       :   15          "
    MATSYASANA                 :     5          "
    P ASHIMOT ANASANA   :   15         "

    BHUJANGÄSANA   
    Doe eerst twee dynamische bewegingen  waar­bij je dus niet in de hou-
    ding blijft, maar on­middellijk terugkeert.
    Voer daarna de houding statisch uit geduren­de 10 ademhalingen.

    PRANAYAMA
    --------­------------
    Na de laatste ontspanning die op de buik zal plaats hebben, kom je via
    de rekhouding in vajrà.sana zitten voor de nu volgende pranaya­ma.
    Je mag desnoods ook wel in kleermakerszit plaats nemen, maar denk er
    om, dat je je rug zo recht mogelijk gestrekt houdt tijdens de oefening.
     ­

    PRANAYAMA 6.
    -------------------
    Zit in vajräsana, adem volledig in langs de neus. Adem daarna stootsge-
    wijze uit langs de mond met vooruitgestoken lippen, tot de longen leeg zijn.

    Uitwerking:
    ------------


    Deze pränäyäma heeft een zuiverende uitwerking. op de mond- en keel-
    slijmvliezen. Ze verstevigt de luchtpijp en alle spieren in het aangezicht.

    Als afzonderlijke oefening uitgevoerd, mag je ruim 5 tot 10 minu­ten deze
     ademwijze toepassen zonder enig gevaar.

    - 88 ­-

    PRÄNAYÄMA 7.
    Zit met gekruiste benen in kleermakerszit. Plooi je wijsvinger en je mid-
    denvinger op je handpalm zodat je duim en je ringvinger + kleine vinger
    vrijkomen.
    Sluit met je ringvinger je linker neusgat af langs onder, en adem langs het
    rechter neusgat uit. Adem in langs je rechter neusgat. Sluit dan je rechter
    neusgat af met je duim en adem uit langs je linker neusgat. Adem dan op-
    nieuw links in, sluit af en adem rechts uit enz. . . ..
    Dit is de afwisselende ademhaling.

    Deze pränayäma mag gedurende 5 tot IO minuten beoefend worden.

    Uitwerking:
    Ze heeft een verstevigende uitwerking op de slijmvliezen, zuivert en ver-
    stevigt de nadis .
    He is een uitstekende oefening voor het aan­leren van concentratie.

    YANUSHIRSASANA      (Hoofd bij de knie houding) 
    ---------­--------------------                                                 

                     img61/7356/scannenjpgjanushirsasankc0.jpg                                           

    Zit gewoon neer op je deken en leg je benen gestrekt voor je uit.
    Plaats je linker voet tegen de buitenkant van je linker dij terwijl de
     geplooide knie op de grond blijft liggen.
    Hef inademend beide armen gestrekt opwaarts en steek met inge-
    ­houden adem je beide handen samen zo hoog mogelijk boven je uit
    zodat je ruggegraat maximaal wordt uitgerokken.
    Buig vervolgens de gestrekte armen en romp gelijktijdig met één uit-
    ademing naar voor, zodat je handen bij je voeten, en je aange­zicht
    bij je knie~n terecht komen.
    Blijf in deze houding gedurende vijf ademhaling en in het begin.
    Later kun je gedurende tien ademhaling en deze houding uitvoeren.
    Kom terug met een inademing en herneem de houding met de rechter
    voet aan de buitenkant van de rechter dij.
    Later kun je ook de voeten beurtelings aan de binnenkant van de dij
    plaatsen, of boven op de dij; let echter wel op dat je je knie­gewricht
    niet overbelast.

    Let op :
    -Strek vooral eerst goed je lichaam met ingehouden adem. 
    - Adem krachtig uit bij de voortwaartse buiging.

    - 89 ­-


    - Vermijd je rug op te bollen tijdens de houding; ga daarom steeds met
       je aangezicht zover mogelijk voorbij de knieên wanneer je dieper wilt
      doorbuigen.
    - Laat de benen steeds goed gestrekt op de grond neerliggen en probeer
      de achterzijde van je benen zoveel mogelijk te ontspan­nen.

    Uitwerking.
    ------------
    Tijdens yanushirsasana worden alle spieren aan de achterzijde van het
     lichaam aangt::::3pannen en uitgerokken. Ook de wervelkolom, en vooral
    de lendewervels krijgen een goede rekbeurt. Deze uitrek­kingen komen ten
    goede aan de stevigheid en de goede doorbloeding van de spieren en de
    gewrichten.
    De grote druk op de ingewanden bij het naar voorbuigen geeft sa­men met
    een aangepaste lage ademhaling, een weldoende mas sage voor het spijs-
    verteringsstelsel, vooral voor het gedeelte dat in­staat voor de evacuatie
    van de afvalstoffen.

    De uitwerking gaat eveneens naar een stimulerende druk op de zonnevlecht.

    ONTSPANNING
    ------------------------
    Ga nu ontspannen neerliggen op de rug; laat vooral je benen en je rug losko-
    men. Voel de weldoende warmte die in de rug en de benen ontstaat door de
    goede doorbloeding die volgt op de uitrekking.

    Als verder verloop van deze les voer je nog de volgende Ässana's uit zonder
    tussenpauze :
    TRIKONASANA : gedurende IO ademhalingen aan elke kant.
    VIKRASANA      :  gedurende IO ademhalingen op elke voet.

    SAVÄSANA
    -----------------
    Saväsana is de laatste houding in deze les; het is tevens de houding waarin we
    nog eens alle spieren in het lichaam zullen losmaken.
    Overloop eerst je ledematen en de grote spiergroepen die je telkens opnoemt
    en loslaat bij iedere uitademing.
    Ontspan dan de spieren van je romp, de achterzijde, de voorzijde en de flan-
    ken Noem bij je zelf zoveel mogelijk spieren op en ont­span deze dan telkens
    wanneer je uitademt.

    - 90 ­-

    .Eindig met het aangezicht waarvan je alle onderdelen kunt opnoe­men en
    achtereenvolgens ontspannen achterlaten.
    Ga dan binnen in je mond, en volg de lucht die via je ademhaling in je longen
    binnengaat en weer buitenkomt. Probeer te voelen en te zien wat er gebeurt
    tijdens de ademhaling in je longen. Voel de energie in je lichaam binnenstro-
    men en zich verdelen over je gan­se organisme bij elke uitademing. .

    Na een tijdje kun je dan je ademhaling intens opdrijven en dieper laten wor-
    den terwijl je, met kleine bewegingen beginnend, je li­chaaIIl in één beweging
    weer in de actieve denksfeer opneemt.

    Zit dan uiteindelijk rechtop met gekruiste benen. Houd je flink rechtop; voel
    hoe aangenaam deze zithouding nu overkomt.

    In deze ontspannen toestand de les beeindigen met drie­maal OM te zingen.

    Geduld en ontspanning zijn het geheim van de àsanabeoefening.



     

    29-07-2008 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    26-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.YOGA-CURSUS VOOR BEGINNERS - Les 10.

     -91-

    TIENDE LES

    De yoga-filosofie is één van de zes "darsanas" welke in de loop van de
    geschiedenis van India ontstonden tussen 1. 000 v. C. en 900 n. C. .
    Nergens zijn er juiste data met zekerheid bekend, zo­dat men wel eens
    ver uiteenlopende jaartallen aantreft.

    Darsana betekent Zienswijze, manier van voorstellen. Dit komt niet strikt
    overeen met ons woord filosofie. De Westerse filosofen benaderen het
    transcendente, (aldus Dr. U. Libbrecht), door pro­ductief handelen en ge-
    stalten of velden van beleving op te bouwen, terwijl de Oosterse denker
    reductief, (d. w. z. met beleving die niet rechtstreeks wetenschappelijk te
    verklaren is) zich een beeld vormt waarvan men aanneemt dat het niet ge-
    lijk is aan. . . . , maar een model dat vatbaar is voor verbetering of aanvul-
    ling van latere denkers of zieners.

    De 6 darsanas worden ingedeeld bij de orthodoxe zienswijze, om­dat ze
    de autoriteit van de Vedas erkennen.
    Het zijn:
    1°De Mimánsa en Vedánta, die gebaseerd op de Vedas, alleen deze
       Vedische teksten erkennen.
    2°De Sáhkhya, Yoga, Nyaya en Vaicesika, die gebaseerd zijn op diver­-
       se pragmatische gronden, met erkenning van de Vedas.

    De Nyaya en Vaicesika zienswijzen zijn realistische filosofieën, die plu-
    ralisme van de geesten met theïsme combineren.
    Ze geloven in een schepping als ontstaan van de wereld.

    De Sáhkhya en de Yoga zijn filosofieën met een dualistisch realisme
    (geest en materie). De Sahkhya is atheïstisch, terwijl de Yoga zich daar-
    over niet uitspreekt en de yogi zelf laat beslissen (daar­door is de yoga
    bruikbaar in al de andere zienswijzen, als een weg ter bevrijding).

    Mimáhsa en Vedánta staan tegenover elkaar wat betreft het Gods­begrip,
    alhoewel ze beiden de Vedische wijsheid als éne ware bron aanvaarden.

    De Yoga-darsana door Patañjali uitgewerkt in de 195 sutras, is volledig
    gebaseerd op de Sáhkhya zienswijze, met de uitbreiding van Iswara de
    Heer, die echter niet als een schepper, maar als een buitengewoon ZIJN
    aanzien wordt, en een middel tot bereiken van Samádhi.

    - 92 ­-

    Prakriti  is de materie van de cosmos die zich onder alle vormen en uitin-
    gen voordoet, naast Purusa, de veelvuldige Zijnsvorm die men ook het
    Spirituele Zelf noemt. De relatie van beide en de be­vrijding van het Zelf
    wordt uitgelegd in de synthese over de Patañ­jala-yoga, een afzonderlijke
    uitgave vanl  Halásana.

    Vele Griekse filosofen, waaronder Plato  (die een tijdgenoot was van
    Boeddha) studeerden aan de Perzische universiteit onder In­diase leraren
    de Sänkhya filosofie en de Vedische leerstellingen. Hun eigen zienswijzen
    werden later volledig productief, en weten­schappelijk. Ze zijn aldus ver-
    wijderd geraakt van de Oosterse manier van filosoferen.

    De verspreiding van de Yoga is vooral te danken aan de godsdien­sten.
    Niettegenstaande het feit, dat Jezus een zeker aantal jaren in India zou
    hebben geleefd en gestudeerd ( in het klooster van Himis -Math,  aldus
    Swami Sivanande Sarasvati van Calcutta), heeft het Christianisme, en alle
    godsdiensten met de Bijbel , niet medegewerkt aan de verspreiding van
    de Yoga.

    PRAKTIJK

    Zing driemaal OM in volledige ontspanning.

    Deze les is een toepassing van lichamelijke yoga-training, met äsana's die
    werden uitgelegd en aangeleerd tijdens de voorgaande lessen.

    Het is de bedoeling dat je deze les met zoveel mogelijk aandacht uitvoert,
    om de weldoende invloed van de lichaamshoudingen te leren aanvoelen.
    Yoga-äsana's moeten niet uitgevoerd worden als losstaande oefeningen die
    elk op hun beurt invloed kunnen uit­oefenen op een welbepaald deel of or-
    gaan van het lichaam, maar als een samenhangend geheel, dat zijn uitwer-
    king heeft op het gan­se organisme:, om uiteindelijk de beheersing van lichaam
    en geest te verwerven.

    Het blijft natuurlijk waar, dat de regelmatige beoefening van de lichaamshou-
    dingen borg staat voor een goede gezondheid op licha­melijk gebied, alhoe-
    wel  dit  niet  de uiteindelijke  bedoeling van de lichamelijke fase der yoga-
    beoefening is.
    Als voorbereidend gedeelte voer je achtereenvolgens uit : 
     PARIVAR­TANA , de LOSMAKING VAN DE NEKWERVELS,
     de LOSMAKING VAN  DE BENEN EN DE VOETEN,
     en de vier SHAKTI-BANDA's.

    - 93 ­-

    Het belalig van deze inleidende oefeningen moet niet meer bespro­ken
    worden.

    - Voer een twintigtal rolbewegingen uit; zorg voor enige afwisse­ling in
       de rolbeweging.

    - Let op het ritme van de ademhaling bij de hoofdrol en ga drie­maal op
      en neer aan elke kant.

    - Forceer je kniegewrichten niet bij het losmaken van de benen en de
      voeten.

    De shakti-banda oefeningen geven je een innerlijke losmaking van ge-
    spannen zenuwen:

    I e. oefening : 2 x IO bewegingen met lege longen.

    2e. oefening : 3 x strekken en buigen met een goede in- en uitade­ming.

    3e. oefening : 3 x de handen tegen het borstbeen met rechte rug, met
                         inademing.

    4e. oefening : 3 x het zitvlak naar boven met uitademing, en met strek-
                         ken van de benen

    Herlees, indien nodig, nog eens de uitleg in de voorgaande lessen.

    ONTSPANNING

    Alvorens de eigenlijke uitvoering van de asana I s aan te vangen, ga
    je nu eerst enkele ogenblikken uitgestrekt op de rug neerliggen om te
    ontspannen.

    UITVOERING VAN DE  ÂSANA'S
    Algemene aanbevelingen :

    - Vermijd elke vorm van competitie. .. zelfs met jezelf, en je eigen ver-
       mogens.
    - Probeer elke houding in een zekere graad van ontspanning in te nemen
      gedurende het aantal aangegeven ademhalingen.
    - Werk op een rustige manier, en maak zo weinig mogelijk bijko­mende
       bewegingen.

    - 94 ­-


    - Let op je ademhaling, en tracht deze steeds kalm en zo laag mogelijk (of
      steeds in het centrum van het lichaam) uit te voe­ren. Forceer echter het nor-
      male ritme van je ademhaling niet. . . laat je adem steeds normaal verlopen.

    Ook tijdens de ontspanning tussen de houdingen in, moet je steeds op je
    ademhaling letten. .. vooral de uitademing is zeer geschikt voor verdere uit-
    zetting en ontspanning van het lichaam.


    VIP ARIT A -KARANI     : gedurende 20 ademhalingen.

    SAR VANGASANA         :         "                    "

    HALASANA                    :          "                    "

    MATSYASANA              :          "         5 ademhalingen.

    BHUJANGÂSANA         :          "        10         "

    VYAGRA - ÂSANA        :          "         10       "

    VAJRÂSANA  : om te ontspannen en daarna onmiddellijk over te gaan
                               naar de volgende houding
         
    TRIKONASANA           :   gedurende 10 ademhalingen aan elke kant.

    VIKRASANA                :   minstens 10 ademhalingen op elk been staande.


    Daarna ga je onmiddellijk over tot de liggende pränäyä.ma; voer je elke be-
    weging van armen en benen 5 x uit.
    Alvorens nu over te gaan op de SAVÂSANA, ga je toch nog een niewig-
    heid aanleren.

    DE BOOGSCHUTTERSHOUDING

    Zet je gewoon neer op je oefendeken met de benen vooruit gestrekt.
    Neem met je linkerhand je rechter voet vast terwijl je het been plooit en de
    voet naar je toehaalt.
    De greep van de hand omheen de voet moet zodanig zijn, dat je duim en je
    vingers rond je tenen ko­men, en de onderkant van de tenen in je handpalm
    rust.Ga met je rechterhand onder het geplooide been door, en grijp de tenen
    van de linker voet vast zonder het linker been te plooien.

    - 95-

    Kijk nu recht voor je uit, en trek aan beide voeten. Door deze trek­beweging
    voer de beweging uit  alsvan een boogschutter. . ., je spant de pees aan door 
    aan je rechter voet te trekken, terwijl je het hout van de boog in je hand klemt
    door met je rechterhand aan je linker voet te trekken.
    Je spant aldus alle spieren van je lichaam aan.
    Doe dit met ingehouden adem zoals een echte boogschutter doet al­vorens hij
    de pijl afschiet.
    Je kunt nadien hetzelfde doen aan de andere.kant:  je linker been en voet als
    pees gebruiken.
    Voer deze boogschuttershouding 2 x uit aan elke kant.

    Let op :

    - Heb geduld, en wil niet onmiddellijk een perfecte boogschutter zijn.

    - Vergeet niet dat de aanspanning gebeurt met ingehouden adem.

    UITWERKING:

    Deze houding heeft uitwerking op alle spieren, gewrichten en zenu­wen van
    het lichaam. Forceer je echter niet om de BOOGSCHUTTER uit te voeren.

    SAVÂSANA
    ------------------­
    Om deze les te beeindigen ga je nu een volledige ontspanning uit­voeren.
    Overloop al je ledematen, je spieren en gewrichten. Maak een reis in en
    omheen je romp en je hoofd, om te eindigen bij je ademhaling.
    Blijf steeds aandachtig voor hetgeen er gebeurt.
    Volg met je geest het verloop van je ademhaling en de beweging van de
    energie (präna) in je lichaam en alle organen.
    Laat vooral je lichaam uitzetten bij iedere uitademing, tot je je vol­ledig los
    en licht voelt, en bijna gewichtloos op het oefendeken neer­ligt.

    Om te eindigen begin je met kleine bewegingen te maken: eerst met de vin-
    gers en de tenen, dan met de handen en de voeten, daarna met de armen
    en de benen, met je romp en hoofd, tot gans je lichaam in één grote bewe-
    ging opgenomen wordt.

    Kom dan rechtop zitten voor het zingen van OM.
    Zing driemaal OM in deze volledig ontspannen toestand.

    Oefen steeds op een rustige tempo en zonder competitiegeest.


    26-08-2008 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    25-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.YOGA-CURSUS VOOR BEGINNERS - Les 11.

    -96-

    ELFDE LES.


    Soorten Yoga

    Als men de Yoga in haar ruime betekenis van "een weg ter bevrij­ding" neemt,
    dan zou men kunnen zeggen dat er nog andere vor­men van Yoga bestaan.
    Vivekananda (Vedantijn) verklaart, dat de Yoga verdeeld is in acht graden.
    Hij noemt ze de koninklijke weg of RAJA-YOGA. Hij aanvaardt de autoriteit
    van PATAÑJALI als het hoogste gezag op gebied van Yoga, alhoewel hij de
    Sutras van  PATAÑJALI  op eigen manier en met persoonlijke interpretaties
    uitlegt.
    Hij zegt o.a. dat de "asana"-trede praktisch gelijk staat met de HATHA-YOGA.

    HATHA- YOGA is het geheel van voorshriften welke dienen om de lichame-
    lijke én mentale gezondheid van het lichaam op peil te hou­den en hun energie te
    beheersen. Hèt evenwicht tussen lichaam en geest leidt tot een gezond en har-
    monisch leven. Volgens Vedänta  is het enige doel van de HATHA- YOGA 
    de gezondheid van het li­chaam.

    Volgens de Sutras van PATAÑJALI bestaan er inderdaad voorbe­reidende tre-
    den of oefeningen die dan ook wel de naàrn van Yoga meekrijgen: aldus kent
    men .de KARMA-YOGA, de Yoga van de actie. Ze bestaat hierin, dat het da-
    gelijkse leven geleefd wordt zonder egorstische of persoonlijke belangen. Alle
    daden worden op­gedragen aan Iswara. Deze vorm yan Yoga is terug te vinden
    bij de KRIYA-YOGA. boek 2 van PATANJALl.


    JNANA- YOGA is de Yoga van de kennis. Door studie en methodisch onder-
    zoek. door het werken met de geest, leert de beoefenaar de ware aard der din-
    gen kennen. Hieruit volgt dat hij alles zal laten gebeuren zonder er door beroerd
    te worden. Ook deze vorm van Yoga is KRIYA-YOGA.


    BHAKTI- YOGA is aanbidding of devotie. Deze vorm van Yoga is voorbehou-
    den aan mystisch gerichte personen. Het is één der vroe­gere vormen van Yoga.
    Men zou kunnen zeggen met Jean Roost, dat deze yoga de weg is van alle heiligen
    uit de werelgeschiedenis. Deze vorm van Yoga is echter ook KRIYA- YOGA.


    TANTRA-YOGA of KUNDALINI-YOGA is volgens Sir John Wood­roff, de
     hoogste afdeling van de HATHA-YOGA. Deze Yoga is ge­baseerd op de

    - 97 -­

    de levensenergie die onder impuls van de vuur-ademha­ling en de sexuele kracht,
    samengebracht wordt en geleid wordt door een reeks energiecentra in het lichaam
    langsheen de wervel­kolom.
    Deze vorm van Yoga vereist zeer grote beheersing van de ademhaling (energie)
    en het lichaam. Zonder begeleiding van een ervaren meester is deze beoefening
    van yoga zeer gevaarlijk.

    JAPA- YOGA (zie YS 1/28 - les 2)
    De herhaling van OM en het mediteren over zijn betekenis is de weg. Het is dus
    het herhalen van een mantra. Dit doet in de denk­substantie zekere trillingen ont-
    staan die tot kalmte van de geest aanzetten.

    Het yoga-systeem van Patañjali....  ook PATAÑJALA-YOGA genoemd, iswel
    de meest zuivere en minst gevaarlijke vorm van yogabeoefe­ning. Zonder het sys-
    teem in zijn geheel te schaden kunnen we in de praktijk de äsanatrede tijdelijk op
    de voorgrond laten treden om later de volgende treden geleidelijk, volgens het in-
    dividueel ver­mogen van elkeen afzonderlijk, te beoefenen.

    PRAKTIJK

    Zing driemaal OM in ontspannen toestand.

    De praktijk van deze les begint zoals gewoonlijk met de losmaak­oefeningen.

    PARIVARTANA : 15 rolbewegingen naar keuze.


    HOOFDROL


    drie rolbewegingen aan elke kant opgaand, en ein­digen met de prànäyärna-
    oefening 3.


    LOSMAAK BENEN EN VOETEN:

    - 5 maal optrekken van elke voet tot tegen de bin­nenkant van de dij; op de
         dij  plaatsen ( indien mo­gelijk) .

    - losdraaien van de voeten, 5 maal buitenwaarts en 5 maal binnenwaarts,
      om.te eindigen met 10 x lossschudden.van de voet.

    - 98 -­


    OOGOEJtENING
    -------­----------------
    Sluit met de handpalmen beide ogen goed af, zodat er geen licht meer te zien
    is wanneer ge de ogen opent onder de handpalmen. Voer achtereenvolgens
    de volgende oogbewegingen uit met ge ­opende ogen, terwijl je rustig blijft ade-
    men. Elke beweging dient tweemaal traag uitgevoerd te worden:

    1. Kijk uiterst naar omhoog, en dan weer naar voor;
        Kijk uiterst naar beneden, en weer naar voor.

    2. Kijk zijwaarts uiterst naar links, en dan weer naar voor;
        Kijk zijwaarts uiterstnaar rechts, en dan weer naar voor.

    3. Kijk in de linker bovenhoek, en weer naar voor ;
        Kijk in de rechter benedenhoek, en weer naar voor.naar voor;

    4. Kijk in de rechter bovenhoek   , en weer naar voor.
        Kijk in de linker benedenhoek, en weer naar voor.

    5. Kijk achtereenvolgens rechts boven, links boven, links onder,
        rechts onder, rechts boven en naar voor;
        Kijk achteenvolgens links boven, rechts boven, rechts onder,
        links onder, links boven, en naar voor.

    6. Draai met je ogen driemaal snel rond van links naar rechts,
        en driemaal rond van rechts naar links.

    Sluit de ogen en neem de handen weg. .. open de ogen en kijk
    eerst op een meter voor U op de grond, en dan recht voor je uit.


    Uitwerking:

    Deze oogoefening is zeer doeltreffend voor de goede werking van de
    oogspieren.
    anneer je regelmatig deze oogoefening eens uitvoert in de loop van de
    dag, zullen je ogen  minder  vermoeid  raken, en  niet vlug onderhevig
    worden aan wat men noemt ouderdomsslijtage.

    ONTSPANNING
    ______________

    Ga nu op de buik liggen en ontspan je zo goed mogelijk.'  Draai je hoofd
    op één wang en laat ook alle spieren van de nek en het schou­dergebied los.
    NA de ontspanning blijf je op de buik liggen; strek beide armen voor je uit
    en kruis de duimen over elkaar. Steun met de kin 

    - 99- ­

     zo ver mogelijk naar voor op de grond, en ga op omgekrulde tenen steunen
     met een kleine spreidstand.
    Rol in deze houding heen en weer over je buik en heupen, zonder je schouder
    en hoofd te laten mee rollen; adem rustig in en uit, en rol op het ritme van je
    ademhaling.

    Uitwerking:
    --------------
    Deze oefening verhindert vetafzetting op de buik en houdt de heu­pen slank
    en lenig. .

    Let op :

    Houd je kin op de grond gedrukt. Rol over de buik heen en weer.
    Rol niet op de borstkas en de schouders. Blijf regelmatig doorademen.

    SURYANAMASKAR  -  eerste helft

    Bekijk eerst aandachtig de afbeeldingen en de aanduiding omtrent  de
    ademhaling.



            img230/1406/scannenjpgzonnegroet1cu1.jpg

                     

    Sta flink rechtop en begin de oefening met een uitademing terwijl uw armen
    naar beneden gaan. Hef. beide armen opwaarts met een inademing en strek
    daarbij je ganse lichaam.

    Buig met een uitademing naar voor, en plaats je handen op de grond naast
    je voeten.

    Kniel onmiddellijk op de rechter knie en adem gelijktijdig weer in terwijl je
    zover mogelijk naar omhoog kijkt.

    Houd dan de adem in, plaats je rechter voet naast je linker voet ter­wijl je
    zitvlak naar boven komt en je met armen en benen een omge­keerde V vormt.
    Je kin is nu zo dicht mogelijk tegen je keelputje.

    Glij nu met een duikbeweging uitademend naar voor en naar de grond toe. ..
    eerst met je voorhoofd en dan met de borst en de knie­ën de grond rakend.

    Aan het einde van de uitademing lig je op de buik, en dit is het einde van het
    eerste deel van de zonnegroet.

    Probeer deze oefening nog enkele malen en let vooral op de volgende punten :

    Beweeg je op het ritme van jd ademhaling en adem steeds gron­dig in en uit.

    - 100- ­

    Houd: nu je handen op de plaats waar je ze hebt geplaatst aan het ein­de van
    de buiging; schuif ze niet naar achter, want dan wordt de terugkeer,  in glijbe-
    weging,  onmogelijk.

    Wanneer je in omgekeerde V staat, houd de adem in, en duw je af op je han-
    den zodat je hielen de grond aanraken alvorens de glijbeweging uit te voeren.

    ONTSPANNING ----------­

    Ga nu ontspannen op de rug liggen en laat gans je lichaam tot rust komen.
    Wanneer je buiten adem bent, maak dan enkele malen je longen leeg door
    een stootsgewijze uitademing langs de neus (met gesloten mond.!)

    PRANA YAMA 8
    ---------­--------------

    Zit in vajrisana en steek je tong naar buiten als een gootje. Adem in langs dit
    gootje; houd de adem een vijftal seconden binnen onder de keel, en adem
    vervolgens traag uit langs de neus.

    Als afzonderlijke pränäyäma-oefening moet je deze ademwijze min­stens ge-
    durende drie à vier minuten uitvoeren om een gunstige uit­werking te bekomen.

    Uitwerking:

    Deze pränäyäma heeft een gunstige uitwerking als afkoeling.
    Ze heeft tevens een zuiverende uitwerking op de lever en de gal in het bijzonder,
    en op het bloed in het algemeen.

    ONTSP ANNING
    ----------­-----------

    Na deze pränäyäma kun je nog even ontspannen op de- rug liggen en je voor-
    bereiden om de hiernavolgende äsana's uit te voeren.

    Vergeet niet tussen de houdingen in,  ook telkens een korte ontspanning uit te
    voeren.

    -101­

    PASHIMOT ANÀSANA

    : 15 ademhalingen.

    HALASÀNA

    : 15 ademhaling en.

    SAR V ANGÀSANA

    : 20 ademhaling en.

    BHUJANGÀSANA

    : 10 ademhalingen, gevolgd door een ont-

           spanning op de buik.



    DHANURÄSANA
    -------­------------------ 
             
                        img502/814/scannenjpgdhanyrasanarh1.jpg
    Blijf op je buik liggen en preid de benen.
    Plooi dan je benen en grijp uw handen over de wreef van uw voeten
    als een haak .
    Let op !
    (niet de enkel omvatten met een greep van duim en vingers. )
    Duw je voeten een weinig achteruit tot je armen gestrekt zijn en wacht nog
    even  met je voorhoofd op de. grond. Met een inademing verhef je nu gelijk-
    tijdig het hoofd en de borstkas terwijl je de voeten ver­der naar achter beweegt. . ,
    houd daarbij je armen gestrekt.
    Adem dan uit terwijl je de voeten hoger opduwt zodat ook je dijen van de
    grond komen en je als het ware nog enkel met het schaam­been en de buik aan
    de grond komt.
    Adem in deze houding enkele malen in en uit terwijl je zo beweeg­loos mo'gelijk
    blijft. In het begin kun je deze houding slechts gedu­rende enkele ogenblikken
    volhouden omdat je je teveel inspant. La­ter zul je met gemak tot twintig en dertig -
    ademhalingen in de hou­ding kunnen blijven. Je voelt geleidelijk aan je lichaam los-
    komen en naannate je verder kunt buigen zul je enkel nog op de maag steunen.
    De rugwaartse buiging mag geen voortdurende inspanning zijn.

    . Let op

    Tracht op een zo klein mogelijke plaats te gaan liggen.
    Houd je armen gedurende de ganse duur van de houding goed ge­strekt
    Je moet niet voortdurend de houding trachten" te verbeteren. . . .
    denk aan de ontspanning van alle spieren.

    U i t werking :

    -De rechte buikspieren en de buikwand worden uitgerokken, en


    - 102 ­-

      gemaseerd door de ademhaling.
    -De heupgewrichten versoepelen.
    -De geslachtsorganen ondergaan een stimulerende uitwerking.
    -Deze äsana is een zegen voor de mensen met een zittend beroep.
    -Deze ä-sana is een uitstekend middel tegen vetafzetting op de buik.

    ONTSPANNING
    ----------­-------------
    Ontspan na deze houding op de buik alvorens de laatste houdingen van
    deze les uit te voeren, nl. de rekhouding en de viparita-karani.

    VYÄGRA                     : gedurende 15 ademhalingen.
    V!PARITAKARÄNI    : gedurende 20 ademhalingen.


    Om deze les te belëindigen voer je nog een grote volledige ontspan­ning uit
    met de savasana. Overloop gans het lichaam van onder naar boven.
    Laat telkens het overlopen gedeelte van de ledematen en de romp ontspan-
    nen achter, om te eindigen bij het loslaten van alle or­ganen in je lichaam.

    Breek daarna op met kleine bewegingen die geleidelijk uitgroei~n tot een
    volledige beweging van het lichaam.
    Kom dan ontspannen recht­op zitten voor het zingen van OM (driemaal).


    Voer de bewegende delen van elke oefening en äsana steeds uit op het
    ritme van de ademhaling; overdrijf nooit in de uitvoering van de äsana' s.

    25-09-2008 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    24-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.YOGA-CURSUS VOOR BEGINNERS - Les 12

    - 103 ­-

    TWAALFDE LES

    De hoofdnadis waarover we reeds spraken in de vierde les worden op zekere
    plaatsen omgeven door knooppunten die Chakra's ge­noemd worden.
    Het zijn centra, waar volgens Sir John Woodroff de cosmische energie wordt
    omgevormd tot energie die nodig is voor de diverse functies van het menselijk
    lichaam.

    Het zijn subtiele centra. Elke Chakra is een Shakti (kracht), welke opereert in de
     verschillende toe-standen welke de lichamelijke of geestelijke Prakriti -vormen
     uitmaken.

    Vooraleer de beschrijving van deze Chakra's aan te vatten, is het nodig te weten
    hoe de Oosterse anatomie en fysiologie het centrale en sympatisch zenuwstelsel
    opvat.

    Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen (+ verlengde merg), terwijl het
    sympatisch zenuwstelsel zich bevindt aan beide zijden van de ruggegraat en zich
    uitstrekt van de schedelbasis tot het staartbeen.

    De wervelkolom wordt ingedeeld in vijf zones

    1. gebied van het staartbeen (4 onvolmaakte wervels)

    2. gebied van het heilig been (5 in elkaar vergroeide wervels- sacrum)

    3. gebied van de lenden (5 wervels)

    4. gebied van de rug (12 wervels) 5. gebied van de nek (7 wervels)

    Deze gebieden komen ruwweg overeen met de gebieden of zones welke
     door de Chakra's gedomineerd worden.

    Het centrale zenuwstelsel staat in verbinding met de buitenwereld via 31
    paar ruggemergzenuwen, komende uit het ruggemerg, en. 20 hersenzenuwen.

    Het centrale zenuwstelsel staat eveneens in verbinding met het sympatisch
    zenuwstelsel.

    De activiteit welke aan het centrale zenuwstelsel wordt toegeschre­ven ,

    - 104 ­-

     strekt zich uit over het lichamelijk en het geestelijk leven van
    de mens, in te delen als volgt :

    1. de vrijwillige bewegingen en de zintuigen;

    2. de onvrijwillige bewegingen via het sympatisch zenuwstelsel;

    3. de bewustzijnsvorming (niet gelocaliseerd, en zeker niet uit­

    sluitend een product van de hersenen, die in hoofdzaak dienen om de
    geestelijke gevoelens uit te drukken via het ganse lichaam)

    Het sympatisch zenuwstelsel beheerst vooral de bloedsomloop, de spijs-
    vertering en de ademhaling. Het wordt op zijn beurt beïnvloed door de
    bewustzijnsvorming en enigermate door vrijwillige ingrepen (pränayäma
    - concentratie).

    Chakra wil zeggen WIEL, en wordt voorgesteld door een lotusbloem met
    een centruml en verscheidene blaadjes. Op deze blaadjes vindt men in
    totaal 50 lettertekens van het Sanskriet alfabet.

    PRAKTIJK

    Zing driemaal OM in ontspannen houding.

    Begin de praktijk van deze les met de gekende losmaakoefeningen :

    Parivartana; losmaak van de nek en benen. Voer nadien enkele rol­bewe-
    gingen uit op de buik zoals in de vorige les werd aangeleerd en ontspan
    dan een ogenblik op de buik,

    Na deze inleidende oefeningen herhaal je nu het eerste gedeelte van de
    zonnegroet. Let er op dat je elke beweging uitvoert op het ritme van de
     ademhaling. Wanneer je de ademhaling goed verzorgt kun' je
    door de uitvoering van de zonnegroet niet buiten adem geraken.
    Wie de ademhaling echter in het wilde weg laat verlopen, geraakt vlug
    buiten adem en de uitvoering wordt dan een zeer zware opgave waar be-
    roep gedaan zal worden op al je krachten.

    Herlees nog eens goed de uitleg van dit eerste gedeelte .en beperk je tot
    een vijftal uitvoeringen.

    Ga ontspannen op de rug liggen. Indien je toch enIgzins last hebt met de
    ademhaling d. w. z., wanneer je ondanks je oplettendheid om regelmatig
    te ademen toch je ademhaling enigzins ontregeld voelt,


    - 105 ­-

    adem dan met gesloten mond enkele malen na elkaar stootsgewijze uit langs
     de neus. . .. : inademen langs de neus. en de lucht uitbla­zen met gesloten
     mond in verschillende stootjes, tot je longen vol­ledig leeg zijn.

    Blijf dan verder rustig ontspannen liggen.

    ASANA'S
    -----­

    De drie volgende äsana I s zijn na elkaar uit te voeren gedurende de aange-
    geven tijd en met de nodige ontspanning tussenin.

     

    SARVANGÄSANA  : gedurende 20 ademhaling en.


    PASHIMOTANASANA:gedurende 20 ademhaling en.


    HALASANA : gedurende 20 ademhaling en.


    SALABHÄSANA


                  img373/5103/scannenjpgsalabhasanaey4.jpg 


    Na de laatste ontspanning kom je met zo weinig mogelijk bewegingen
     (op de gekende wijze) op de buik te liggen.

    Strek je armen langsheen de romp, met de handpalmen naar de grond
    gekeerd. Sluit de benen. Plaats de kin zover mogelijk naar voor alsof je
    je keel op de grond zoudt willen plaatsen.

    Verhef met een niet al te diepe inademing je gestrekte rechter been een
    twintigtal centimeter van de grond en blijf daar vijf tellen met in­gehouden
    adem. Druk ondertussen je rechter handpalm stevig op de grond. .

    Kom met een uitademing terug in de uitganshouding en doe hetzelfde met
    het linker been.

    Let op :

    - Houd je kin steeds zover mogelijk naar voor.

    - Verhef het gestrekte been niet te hoog. want dan bestaat er kans
       Dat je het bekken gaat meedraaien en bijna op je zijde' gaat liggen
    - Steek je tenen niet naar achter ~ij het opheffen.. van het gestrekte
       been, maar laat je voet ontspannen. aan je been hangen.

    - Wanneer je het rechter been opheft. en je rechter handpalm op de
       grond drukt, moet je de linkerzijde van je lichaam ontspannen hou­den

    - Werk ook.bij het verheffen van je been, met de spieren van de rug,

    - 106 ­-

    zodat je boven het zitvlak de samentrekking en de druk van deze rug-
    waartse buiging voelt werken.

    Wanneer je de houding aan beide zijden goed kunt uitvoeren, kun je
    later beide benen gelijk verheffen. De spanning is dan echter groter en
    de druk veel heviger. Mensen met een zwak hart moeten deze ge­com-
    bineerde opheffing van de benen niet uitvoeren.

    Je kunt ook tijdens de houding blijven doorademen, i.en aldus de uit­-
    voering van de houding tot tien of meer ademhaling en volhouden. T
    Terwijl je dit doet, kun je ondanks de inspanning toch een zekere graad
     van ontspanning teweegm:en.;gen d. w. z. je kunt de houding zodanig
    uitvoeren dat ze praktisch je krachten niet aantast.

    U itwerking

    Salabhäsana is een houding met uitwerking op de organen van het bek-
    ken en de buik. Ze stimuleert de bloedsomloop en werkt darm­verster-
    kend. Zeis doeltreffend tegen constipatie.

    Door de verhoogde druk in de buik heeft deze houding ook grote
    in­vloed op de verschillende zenuwcentra in de buik.

    ONTSPANNING ­

    Ontspan na deze houding op de buik en adem grondig met de lage adem-
    haling. Laat je lichaam meedrijven op de beweging van je adem­haling,
    vooral ter hooS1e van het bekken en de lendewervels.

    Na de ontspanning voer je achtereenvolgens de nu volgende asana's uit :

    DHANURÄSANA : gedurende 10 ademhalingen.

    ARDHA-BHUJANGÄSANA : gedurende l0 ademhaling en aan elke kant.

    ARDHA-BUJANGÄSANA  MET TORSIE

                      img505/6081/scannenjpgardhabujangtoly1.jpg




    Na .de gebruikelijke ontspanning volgt nu de ardha -bhujangäsana met torsie.
    Voer eerst de bhujnagásana uit met de rechter voet op de grond.
    Plaats je rechterhand op je rechter knie, zodanig dat je vingertoppen
    naar je toewijzen en je elleboog naar buiten staat in het verlengde van je dij.

    - 107- ­

    De linkerhand leg je ondertussen over je linker knieholte.

    Duw je af met je rechterhand en trek ondertussen met je linker­
    hand aan je linker knieholte. Je rechter knie gaat daardoor licht­jes naar
    buiten en je voelt je stevig zitten. Draai nu je romp en hoofd zodanig naar
    links, zodat je boven op je linker voetzool kunt kijken.
    Blijf ondertussen regelmatig doorademen en tracht een ze­kere graad van
    ontspanning te bereiken. Na een tiental ademhalin­gen keer je terug in de
    uitgangshouding. Zit een ogenblik in vajrä­sana en herneem de houding aan
    de andere zijde. Je zult dan rechts draaien en je rechter voetzool bekijken.


    Let op :

    - Voer vooraf de ardha-bhujangäsana uit, en begin niet onmiddel­lijk met
    het draaien van de romp.
    De draaing is onmogelijk in­dien je romp niet recht en stevig in een goede
    stand is door de uitvoering van de ardha-bhujangäsana.
    - Vergeet niet dat je tijdens de uitvoering regelmatig moet blijven ademen.

    Uitwerking

    Deze houding heeft naast de uitwerking van de bhujap.gäsana ook nog
    grote uitwerking op de spieren van de schouders, de nek en de rug.
    De draaibeweging verstevigt de houding van de wervelkolom.

    Ga nu ontspannen op de rug liggen. Blijf met je aandacht bij je uit­ademing,
    tijdens dewelke je alle spieren meer en meer loslaat.


    PRANAYÄMA  9  en  10

    Sta, rechtop en in spreidstand.

    9 -. Breng de handen uitademend voor de borst, en spreid dan de ar­men 
    zijwaarts met een langgerekte inademing. Blijf enkele secon­den met inge-
    houden adem en maximaal gestrekte armen staan, zon­der nochtans naar
    achter te veren, terwijl je alle spieren van je lichaam aanspant.

    10- Als 9 , maar de armen ( de handen tegen elkaar brengend )boven het
    hoofd stekend met ingehouden adem.

    Na de uitvoering der pränäyämas ga je zonder ontspanning over tot de
    uitvoering van TRIKONASANA met torsie.


    - 108 ­-

    Let op 


    - Blijf goed doorademen.

    - Buig flink door in de lenden en trek je buik zo goed mogelijk in.

    - Draai je hoofd zover mogelijk met de blikken naar boven gericht
       zodat je steeds je opgehevenndpalm kunt blijven bekijken.

    - Plaats je hand stevig op de grond, dit is een zekere en goede 
      steun om je evenwicht te bewaren.

    Voer de houding uit gedurende tien ademhalingen aan elke kant.


    SAVÄSANA
    ---------------
    Om deze les te beëindigen ga je nu de savasana uitvoeren met een totale
    ontspanning van alle spieren en organen in het lichaam.
    Overloop systematisch je ganse lichaam terwijl je rustig blijft ade­men met
    de lage ademhaling.
    Ga met je geest naar alle delen die je bij dit overlopen kunt opnoe­men.
    Tracht daar alle spanningen op te heffen. Laat telkens elk op­genoemd
    deel achter, en beweeg het verder niet meer. Het overlo­pen van je lichaam
    bevordert tevens de concentratie van je geest omdat hij voortdurend bezig
    blijft binnen in een beperte ruimte. . . . : je lichaam.

    Na het overlopen van je lichaam blijf je uitsluitend met je ademha­ling bezig
    in het centrum van het lichaam.Vandaar uit zal je na enkele intense samen-
    trekkende en uitzettende bewegingen opnieuw je ledematen en je ganse
    lichaam actief maken. Hoe meer je lichaam ontspannen is hoe beter de
    energiewerking van samentrekking en uit­zetting merkbaar is.

    Werk tenslotte je ganse lichaam los, en ga dàn om te eindigen op'­nieuw
     rechtop zitten.
    Zing dan driemaal OM en beëindig aldus deze les.


    Oefen regelmatig en tracht je steeds te ontspannen in elke houding,
    ook al is deze moeilijk uit te voeren.

    24-10-2008 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    25-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Yogacursus voor beginners . Les 13

    - 109 -­


    DERTIENDE LES
    --------------------

    DE CHAKRA'S
    -----------­---------
    De beschrijving van de Chakra's is een samenvatting van de be­schrijvingen, gegeven door Woodroff (A. Avalon), Sri Aurobindo, J. Roost en Swami Satyananda.


    Alhoewel niet fysiek lokaliseerbaar in het lichaam, kunnen de Cha­kra's zo intens werken, dat men duidelijk het gevoel krijgt dat ze fysiek gelokaliseerd zijn. Sommige Chakra's komen overeen wat lokalisatie betreft, met een aantal bekende zenuwcentra en met de endocrine klieren.


    Volgens Sri Aurobindo zijn deze centra bij de "normale" mens in­geslapen, of laten slechts zeer weinig energie door die nodig is voor een schamel bestaan. Met de beoefening van de Yoga openen deze centra zich.


    MULADHÄRA is de laagste Olakra, gelegen ter hoogte van het staartbeen, (boven de bilnaad in KANDA). Hier begint Shushumna en komen alle nadis samen. Kundalini (de slapende kracht) beheerst in muladhära onze sexualiteit en ons fysiek wezen.


    SVADISTÄNA is gelegen ter hoogte van het heilig been. Het is de zetel van het instinct of van de nog onbewuste krachten.

    Svadistàna wordt vergeleken met het element water en beheerst onze laagste vibraties van jaloezie, afgunst en woede.

    MANIPURA is het centrum waarmede het zonnevlecht vergeleken wordt. Het ligt ter hoogte van de navel en h~t spijsverteringsstel­sel. Hier is Präna tot Samäna geworden en wordt vergeleken met
    het element vuur. .
    Manipura beheerst onze zucht tot heersen, bezitten en overwinnen.


    ANAHÄTHA Chakra bevindt zich ter hoogte van het hart. Het is de grote Chakra van elk levend wezen. De kracht van Anahatha leidt ons emotioneel leven (liefde, haat, egoïsme).


    VISHUDI, ter hoogte van de keel en de schildklier, is het centrum van de spraak. Het is de zetel van de objectieve kennis, en het onderscheidingsvermogen. Vishudi beheert alle vormen van men­tale expressie. Het Prana wordt hier omgezet in U dana, de kracht
    van de uitdrukking.

    - 110 ­-

    AJÑA-Chakra stemt overeen met de thalamus, (een onderdeel van
    de hypofyse, de dirigent van het endocrine klierenstelsel, gelegen
    in het turkse' zadel). De kracht van Ajña bestaat in het derde oog
    en is de zetel van helderziendheid, beheersing van het onderbewust­zijn,
    de wil, en al onze mentale activiteiten.

    SAHASRÄRA, of het centrum van de duizendbladige lotus, bevindt
    zich ter hoogte van de epifyse, (tussen de twee hersenhelften);
    wordt soms vergeleken met de fontanel. Hier zetelt de kennis van het
    Universele of het Absolute, en komt de positieve en negatieve energie
    bij elkaar.
    Sahasrára staat boven de zes andere lager gelegen Chakra's alsde heerser
    en beheerder van hun activiteiten.
    Deze activiteiten worden voorgesteld door een aantal stralen.

    Sahasrára is ' tegelijkertijd het ZIJN, de GEEST, het ONDERBEWUSTYE
    en het BEWUSTE. (deze visie is niet in overeenstemming met deze van de
    Patañjala-yoga.

    PRAKTIJK
    --------------

    Ga nu ontspannen rechtop zitten en zing driemaal OM.

    Als losmaakoefening van deze les voer je enkel PAR:VIVARTANA uit.
     (doe vijftien rolbewegingen op afwisselende wijze).

    Na de roloefening ga je onmiddellijk rechtop staan voor de uitvoe­ring van het eerste gedeelte van de ZONNEGROET. Na deze uitvoe­ring blijf je op de buik liggen, want vandaaruit ga je het tweede ge­deelte aanvangen.


                 


    Steun op je handen en op omgekrulde tenen en hef inademend je gan­se romp van de grond terwijl je naar boven kijkt. Je armen zijn ge­strekt en je hoofd is zover mogelijk naar omhoog.

    Houd je adem in en beweeg je naar de stand van de omgekeerde V (doe dit ongeveer op dezelfde wijze, maar in omgekeerde zin als toen je vanuit deze omgekeerde V -stand op de buik ging liggen) ­laat je hoofd eerst naar beneden gaan in de richting van je handen; duw dan je zitvlak naar achter en naar boven, terwijl je het hoofd buigt en je kin tegen je borstbeen drukt, en je hielen op de grond. Steun goed op je handen. Plaats dan, - nog steeds met ingehouden adem -, je linker of rechter voet zover mogelijk naar voor (als het


    - 111- ­

    kan tot tussen je handen die je niet van plaat~ moogt veranderen), breng dan je andere voet bij je eerste voet, terwijl je uitademt,

    en trek dan je lichaam in volledige uitstrekking rechtop met een in­ademing tot je armen volledig uitgestrekt boven je hoofd uitsteken. Laat tenslotte je armen met een uitademing zakken en je bent klaar voor een volgende zonnegroet. Oefen deze bewegingen enkele malen vanuit buiklig, en ga dan ontspannen op de rug neerliggen.

    - ­

    PRANA YAMA 1
    ----------­

    Terwijl je op de rug neerligt ga je nu de pra.näyäma 1 uitvoeren. . . vijf tellen of ademhalingen voor elke beweging om te besluiten met vijf rolbewegingen.

    Na de pränäyàma-oefening voer je achtereenvolgens de nu aange­geven houdingen uit met een ontspanning tussen elke houding.

    VIPARITA-KARANI : gedurende 15 ademhaling en.

    HALÄSANA

    : gedurende 15 ademhalingen.

    MATSYÄSANA

    : gedurende

    5 ademhalingen.

    BHU JANGÄSANA

    : gedurende 15 ademhalingen.

    Blijf na de laatste houding ontspannen op de buik.

    USTRÄSANA
    ------------------
                                      

    Kom nu op de gekende wijze in vajräsana zitten met gespreide knieën. Zorg ervoor dat de wreef van je voeten goed tegen de grond komt.
    Vorm een vork met je wijsvinger en je middenvinger. Plaats deze vork over je Achillespees terwijl je duim op de onderkant van de hiel drukt.
    Verhef je zitvlak en duw -je met beide handen af, terwijl je inade­mend je bekken naar voor drukt.
    Steek uitademend je buik verder vooruit en laat je hoofd achterover­vallen. Je armen zijn nu volledig gestrekt en je zit op beide knieën
    in een grote rugwaartse buiging. Blijf in deze houding gedurende vijf ademhalingen. . . . ; adem zo diep mogelijk met de lage ademha­ling. Kom daarna opnieuw in vajräsana zitten.


    - 112 ­-

    Let op


    - Voer de bewegingen uit met de aangegeven ademhaling.

    - Indien je ondanks de juiste beweging en de aangepaste ademha­ling. er niet in slaagt je bekken en je buik naar voor te brengen, probeer het dan op de volgende wijze: plaats enkel je rechter handgreep op je rechter Achillespees en laat je linker arm ge­woon ontspannen, of richt hem op, over je hoofd heen.
    Oefen dit ook langs de linkerzijde, tot je voelt hoe je het bekken moet opduwen en de buik vooruit steken in de gewenste positie om de houding tenslotte te kunnen uitvoeren. Na enkele oefeningen lukt het wel om het dan uit te voeren met beide handen aan de hielen. Heb geduld en forceer je niet.


    Uitwerking:


    U strásana heeft uitwerking op de schildklier en op de bekkenorga­nen evenals op de geslachtsklieren.
    Deze houding verschaft energietoevoer op ruime wijze. .. de adem­halingswegen worden volledig opengezet.
    Ze verbetert de ganse lichaamshouding en is doeltreffend als verste­viging van de schouders en de rug.


    ONTSPANNING
    ----------­-------------

    Na deze houding ga je ontspannen op de rug liggen.

    PRANAYAMA  -( 9  en 10)

    Kom zonder veel bewegingen rechtop staan voor de uitvoering van deze twee pránäyäma-oefeningen. Maak vijf .bewegingen bij elke oe­fening. Blijf na de oefening rechtop staan voor de volgende houding.

    TRIKONÄSANA MET TORSIE
    ___________________________

    Herlees nog eens goed de uitleg over deze houding alvorens over te gaan tot de uitvoering. Voer dan de houding gedurende tien ademha­lingen aan elke kant. .


    ONTSPANNING
    ---------­-------------
    Blijf rechtop staan voor de ontspanning. Laat vooral je schouders los en steun op beide voeten gelijk. Plaats je voeten ongeveer op

    - 113 ­-

    heupbreedte uit elkaar zoals je zou doen bij de liggende ontspan­ning.


    ­KUKUTÄSANA 
    -----------------------­    (ook KAKA TASANA uitgesproken)

    Deze houding is een evenwichtshouding.

                                 



    Ga op de hurken zitten terwijl je de handen met opengespreide vin­gers stevig op de grond plaatst.
    Steun goed op beide handen en verhef je zitvlak terwijl je op omge­krulde tenen gaat staan. Op deze wijze kun je met je knieën bijna tot in je oksels en het is de bedoeling van ze daar te laten.
    Neig nu naar voor tot je voeten de grond verlaten en je in even­wicht op je handen blijft staan.
    Trek daarbij je hielen zo dicht mo­gelijk naar je zitvlak toe.


    Let op :

    - Doe slechts een drietal pogingen om in deze houding te komen. . . ; stop er mee alvorens een te grote inspanning je een bloedneus of een ferme buil op je voorhoofd bezorgt.

    - Ga voor de inneming van deze houding zeer kalm tewerk. (dit is trouwens de aanbeveling voor alle houdingen waar 'evenwicht bij te pas komt)

    - Werk vooral niet met een sprongetje of met geweld, dit zal U niets helpen.

    - Denk niet dat deze houding ineens moet lukken, maar heb geduld.


    Uitwerking:
    --------------

    Kukutäsana bevordert het evenwichtsgevoel. Deze houding verstevigt
    de buikwand, versterkt de polsen en de schoudergewrichten.

    MAKRÄSANA
    -----------------
                                     

    Na een korte ontspanning op de rug kom je in vajräsana zitten, met gespreide knieën.

    Maak een vuist met je rechterhan.d en plaats je ~oorarm aldus tussen je beide knieën. Kruis nu je vingers in elkaar en maak een gelijkzij ­dige driehoek met je voorarmen en de ruimte tussen je beide knieën. Steek je duimen naar boven en plaats je achterho.ofd tegen je aldus ge­opende handpalmen. .. daarbij rust je hoofd op de grond ter hoogte van de "fontanel" of de midden schedelnaad. Houd alles goed op de

    - 114 ­-

    aangegeven plaats, en richt dan het zitvlak naar boven tot je benen gestrekt zijn. Steun op omgekrulde tenen.

    Blijf tien ademhaling en in deze houding. Ga dan opnieuw in vajrasa­na zitten, terwijl je je hoofd laat rusten op beide op-elkaargestapel­de vuisten. Kom na een vijftal ademhaling en rechtop zitten.

    Let op :

    - Let vooral op de stand van de ellebogen. Verplaats de ellebogen niet en houd goed de vorm van de gelijkzijdige driehoek. Deze stand geeft je de meeste zekerheid voor een goede uitvoering.

    - Verdeel het gewicht van je lichaam, dat bijna hoofdzakelijk op je hoofd drukt, over je beide ellebogen en voorarmen.

    - De druk op je hoofd wordt je gewend door oefening (wees gerust er kan niets gebeuren indien
    je de houding niet forceert en rustig je ademhaling blijft uitvoeren. )

    Uitwerking:
    ------------

    Makräsana stimuleert de doorbloeding van de hersenen. Ze verste­vigt het ganse zenuwstelsel en de wervelkolom. Ze tonifieert de spieren van de buikorganen en maakt de buikspieren stevig. Ook

    voor de longen en de ademhalingsspieren is de uitwe.rking van deze houding te vermelden.

    SAVÄSANA
    -------­----------

    Na deze houding ga je oMspannen in de eindhouding liggen. Over­loop het lichaam en ga met je geest langs alle spieren en organen die je kent. Ontspan, en blijf rustig doorademen tot gans het lichaam los en ongedwongen open ligt voor de uitwerking van deze houdingen.

    Breek dan op met kleine bewegingen en neem het lichaam opnieuw in de actieve denksfeer op, door het gans los te werken en even uit te rekken.

    Ga dan met gekruiste benen rechtop zitten voor het zingen van OM.

    Heb geduld bij elke houding.


     

    25-11-2008 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    26-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Yogacursus voor beginners : les 14.

    - 115- ­

    -VEERTIENDE  LES

    DE MANTRA en zijn betekenis
    --------------------------­-----------
    (gegevens uit A. Avalon en Dr. A. Besant).


    De mantra is waarschijnlijk één der minst begrepen krachten uit de Indiase
    Shastra. Door velen wordt de mantra omschreven als een gebed of aanbid-
    dingsformule (mystische lettergrepen enz. . . ).
    In feite is MANTRA een kracht die zich leent tot elk gebruik.

    MANTRA is een bepaalde opeenvolging van klanken, in een al dan niet
    verstaanbare of zinvolle tekst. Wanneer men deze klanken op een ritmische
    wijze steeds herhaalt in dezelfde volgorde, bren­gen zij geleidelijk de trillingen
    der voertuigen (zintuigen) in onder­linge harmonie. Aldus Dr. A. Besant.

    Van zodra de opeenvolging der klanken en de regelmaat van hun tril­lingen
    verbroken wordt, houdt de mantra op mantra te zijn. Vandaar de onmogelijk-
    heid een mantra te vertalen en deze vertaling als man­tra te gebruiken.De ver-
    taling kan in bepaalde gevallen een mooië poësie zijn, maar geen mantra.


    MANTRA is een kracht (mantrashakti) welke zich leent voor alle gebruik.
    Volgens Avalon  kan iemand gekwetst worden door een man­tra. Ook kan
    mantra een scheppende kracht aannemen: de schep­pende kracht van de geest;
    doe gedachten lezen, gedachten overbren­gen en hypnose zouden uitingen zijn
    van de mantrashakti.

    Het denken, produkt van de werkende geest, is een kracht die even werkelijk
    is als de materiële dingen welke wij waarnemen; het zijn modaliteiten of uitingen
    van de Prakriti-werking.

    Een mantra met betekenis geeft gewoonlijk een beschrijving of om­schrijving
    van één der eigenschappen van Brahman (vedische oor­sprong).

    Eén der beroemdste mantra's is de GAYATRI.-Mantrta
    Om Bhur Bhuvah Svah
    Sat savitur varenyam
    Bhargo Devasya Dheemahi
    Dhiyo Yo nah prachodyat.

    -116­-

    Wij mediteren op de glorie van de Schepper die het heelal gescha­pen
     heeft, op hem die bestaat om aanbeden te worden en die de be­lichaming
    is van kennis en licht; op hem die alle zonden en onwetend­heid wegneemt.
    Moge Hij onze geest verlichten.

    Het herhalen van de mantra noemt men JAPA.
    Het beoefenen van japa wordt ook Japa -yoga genoemd. Zie Patañjala.-yoga
    . . . .. twee­de les.

    G. M. KOELMAN  de  bezieler van de Patañj-yoga zegt:
     " Concentratie op de Heer (Iswara), door het steeds herhalen van
        zijn naam, is niet bedoeld als een devotie of onderwerping. . . .. "

    Herhalen van OM is één van de middelen om de Yoga of Samädhi te bereiken.


    PRAKTIJK
    -------------
    Zing driemaal OM in ontspannen toestand.

    Als losmaakoefeningen voer je achtereenvolgens uit

    PARIVARTANA: 20 rolbewegingen naar keuze, en de

    SHAKTI-BANDHA - oefening voor de schoudergordel

    3 bewegingen met elk I0 rotaties van de schou­ders in uitgeademde
    toestand.

    Ga daarna op de buik liggen; ontspan je een ögenblik en bereid je
    voor op de uitvoering van het tweede deel van SURYANANASKAR.

    Let op :

    Wanneer je recht gekomen bent na de uitvoering van het tweede ge­deelte
     van de zonnegroet, blijf je rechtop staan en begin je opnieuwmet het eerste 
     gedeelte. .

    Inademen   :   armen strekken en lichaam uitrekken.

    Uitademen :   met het hoofd tussen de armen.vooroverbuigen, de handen op
                         de grond plaatsen aan de buiten­zijde van de voeten, en onmid--
                         dellijk knielen op je rechter knie (of op de linker knie. . . )

    -117-

    Inademen          : hoofd oprichten en zo ver mogelijk naar omhoog kijken.

    Adem inhouden : linker( of rechter) voet naast de rechter (of linker) voet
                              brengen : zitvlak omhoog kin tegen het borstbeen en de
                              hielen tegen de grond
                                       DE HANDEN NIET VERPLAATSEN !

    Uitademen       : duiken ... eerst met het hoofd, dan met de borst en tenslotte
                             met de buik naar de grond dalen en de armen dan strekken .

    Inademen         : terwijl je zo ver mogelijk naar boven kijkt...de armen blijven
                             gestrekt, en het lichaam hangt min of meer doorgebogen en
                              je steunt op omgekrulde tenen.

    Adem inhouden: kom terug in omgekeerde V-_STAND en let op je kin... op
                              je hielen ...de handen zeker niet verplaatsen..
                              Doe een stap naar voor met je rechter voet ( zo ver mogelijk)
                              in de richting van  je handen ( of er tussen  als 't kan !)
                              -deze stap kun je ook uitvoeren met je linker voet-, en daarna
                              de andere niet verplaatste voet eveneens naar voor brengen
                              met een uitrademing.
    Inademen        : terwijl je met het hoofd tussen de armen het lichaam rechtop
                             brengt en uitstrekt..


    Overdrijf niet in de bewegingen maar let vooral op je ademhaling die elke
    beweging moet ondersteunen om niet buiten adem te gera­ken.

    Voer de aldus beschreven zonnegroet vijf."'na.al na elkaar uit.

    ONTSPANNING
    -------------------
    Ga ontspannen op je rug liggen. Indien je min of meer buiten adem bent, ledig
    dan je longen stootsgewijze met rukjes van het midden­rif
    (doe dit drie tot vijfmaal) en adem daarna opnieuw normaal in en uit.
    Na de ontspanning voer je de nu  volgnde äsana's uit met de nodige ontspan-
    ning tussen in.

    SARVANGÂSANA : gedurende 20 ademhalingen

    HALASANA            :                    idem


    - 118 ­-

    MATSYÂSABA          : gedurende  20 ademhalingen

    BHUDJANGÂSANA  :                  idem

    USTRÂSANA             :                  idem
     

    UDITTA PARSVAKONASANA
    ------------------------------------------

    Na de laatste ontspanning die je in buiklig uitgevoerd hebt, kom je over
    de rekhouding in vajräsana, en van daaruit rechtop, voor de uitvoering
    van de volgende houding.

                                                                    

    Sta in spreidstand als voor de trikonäsana. Buig door je rechter knie (de
    knie naar vóór buigen) en plaats gelijktijdig je rechter­hand op de grond
    (op een voetlengte of twee afstand van de buiten­kant van je rechter voet),
     terwijl je uitademt. Adem in, steek je linker arm over je hoofd heen schuin
    omhoog en kijk naar de hand­palm. Blijf daar staan en adem vijf maal in en
    uit. Kom dan inade­mend terug in de uitgangshouding (rechtstaande in spreid-
    stand). Herhaal deze houding aan de linker kant. .. : linker knie vooruit. . . ,
    linkerhand plaatsen. . ., rechter arm schuin over het hoofd heen. . .
    vijf ademhalingen.

    Let op :

     -Vooral de stand van je knie is van groot belang voor een goede uitvoering.

    - Bij het kijken naar de opgeheven handpalm zul je je hoofd lichtjes moeten
       moeten draaien.

    Uitwerking :

    Naast de voordelen van de trikonäsana heeft de uditta- parsvakonä­sana nog
    de volgende voordelen of gunstige uitwerking op het orga­nisme: ze houdt de
    maagstreek plat, verstevigt de tonus van de spieren aan de binnenzijde van de
    dijen. Ze geeft verlichting bij een stijve rug en versterkt de bekkenstreek en de
    buikorganen.

    ONTSPANNING
     ----------­----------

    Ga ontspannen op de rug liggen. ..
    verzorg vooral je ademhaling tijdens de ontspanning.



    - 119 ­-

    ARDHA~MATSYENDRÄSANA
    -------------------------------------

                                     


    Zit op de grond neer met je benen voor je uitgestrekt. Plaats je rechter
    voet over je linker knie op de grond. Draai je schouders naar rechts, zodat
    je linker schoudertop tegen de buitenkant van je rechter knie steunt.
    Met je linker arm ga je voorbij je rechter dij en keer dan met je linkerhand
    over je linker been terug om je hand onder je rechter voetzool te haken zo-
    dat je stevig vast zit.   Draai nu verder naar achter en plaats je rechterhand
    met open­gespreide vingers zo dicht mogelijk achter je zitvalk met de vinger­-
    toppen naar buiten gericht. Adem flink uit en draai zover mogelijk naar ach-
    ter tot je alles achter je kunt zien. Blijf daar gedurende een vijftal ademhalin-
    gen en kom met een uitademing terug.

    Herhaal deze houding ook aan de andere kant. Begin met je linker voet over
    je rechter knie te zetten en je rechter schouder tegen je linker knie te plaatsen.
    Daarna ga je links achter je kijken.

    Let op :

    - Bij de kwartdraai rechts of links moet je steeds begiImen met een uitademing.

    - Plaats je hand - met gespreide vingers -, steeds zo dicht moge­lijk achter je zit-
      vlak, anders ga je achteroverliggen en kun je niet meer verder draaien.

    - Kijk zover mogelijk achter je; draai ook je schouders en je gan­se romp.

    - Probeer bij de kwartdraai je volledige borstkas voorbij je opstaan­de dij te
       brengen, je ademhaling zal daardoor veel verruimen.

    Uitwerking:

    Ardha-matsyendräsana geeft in één stand twee grote verdraaitngen van dé
    ruggegraat. (eerst door het overplaatsen van je voet over je knie, en dan  ..
    door de draaitng naar achter); dit corrigeert vele af­wijkingen van de rugge-
    graat (vooral de zijwaartse. .. skoliose).

    De houding stimuleert verder de werking van de milt, gaat zwaarlij ­vigheid
    tegen, verhindert constipatie en indigestie door de grote. druk op het spijs-
    verteringskanaal.
    De uitwerking is ook gunstig voor de werking van de nieren en bijnieren.
    Verder zorgt de torsie ook voor een goede massage van alle spieren en de
    gewrichtsbanden van de wervelkolom. .. een goede toevoer van bloed ont-
    staat vooral tijdens de ontspanning na de uitvoering van de houding.



    - 120 -­


     ONTSPANNING
     ----------­------------
    Ga na-de uitvoering van deze houding ontspannen op de rug liggen.
    Concentreer de ontspanning vooral in de rug, het bekken en de benen.


    PRÂNÂYÂMA
    ---------­-----------
    Blijf na de ontspanning nog even op je rug liggen voor de uitvoering van de
     5dr . oefening van de pránáyäma. Blijf je een dertigtal ademha­lingen concen-
    treren op het centrum van je lichaam waar de energie­werking vooral plaats
    heeft.


    SAVÂSANA
    ---------------

    Eindig tenslotte je pränäyäma-oefening met de volledige ontspanning van de
    saväsana.
    Kom dan opnieuw rechtop te zitten en hier kun je deze les beeindigen met het
    zingen van OM.

    Oefen steeds in alle eenvoud en ontspannenheid.




    .

    26-12-2008 om 11:52 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    27-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Yogacursus voor beginners - Les 15.

    - 

    -121-

    VIJFTIENDE LES.
    ----------------------
    Samenvattende inhoud van de Yoga-sutra',s, voorgesteld door Vyäsa
    ------------------------------------------------------------­------------------------

    Boek 1          :  DE CONCENTRATIE
    --------            ------------------------

    Sutra's                         Inhoud


    1 - 4             Doel van de Yoga is het stilleggen van de golvingen van de
                        denksubstantie.
    5-11             Er zijn vijf vormen van golvingen van de denksubstantie
                        (mentaal complex).
    12 - 16         Methoden om die golvingen te bedaren.

    17 -18          Soorten concentratie : met of zonder objectief bewust­zijn.

    19 - 23         Hoe kan men concentratie benaderen?

    24 - 28        Analyse van ISwara de opperste Heer.

    29 -34         Hinderpalen bij het kalmeren van het mentaal complex.

    35 -39         Middelen tot het bereiken van mentale standvastigheid.

    40 -47          Rangschikking van de vormen van concentratie.

    48 - 51         Het resultaat van het onverstoorbaar inzicht.


    Boek 2     :   MIDDELEN OM HET DOEL TE BEREIKEN
    ---------       -----------------------------------------------

    Sutra' s           Inhoud

     1 - 11             Kriya-Yoga, middelen om de hindernissen af te zwakken.

     12 - 15           Karma. .. oorsprong en .resultaat van het bestaan en weder-
                           geboorte van het leven.  Alles is lijden. .. (15).

    16                   De uitweg uit het lijden. .. het kennen van de toekomst


    -122-

    17 - 24          De oorzaak van het lijden

    25 -               De bevrijding

    26 -  27         Middelen ter bevrijding

    28 - 29          De acht treden van de Yoga... vijf uitwendige en  drie
                          inwendige middelen.

    30 - 31          YAMA  eerste uitwendig middel

    32                  NYAMA   tweede uitwendig middel

    33 - 45          Het resultaat van deze twee  : Yogische deugden.

    46 -48           ÂSANA : derde uitwendig middel

    49 -52           PRÂNÂYÂMA  vierde uitwendig middel

    53 -55           PRATYAHÂRA  vijfde uitwendig middel


    Boek 3           DE BOVENNATUURLIJKE MIDDELEN
    ______           _________________________________
    Sutra's              Inhoud.

    1                     DHÂRANA   eerste uitwendig middel

    2                     DHYÂNA     tweede uitwendig midde

    3                     SAMÂDHI   derde uitwendig middel

    4 - 10              Overgang naar zaadloze  Samâdhi

    11 - 15            Verandering van de substantie der dingen

    16 - 52            Toepassing van beheersing ten opzichte van de verschil-
                            lende veranderingen der dingen
                            Buitengewone gaven ontstaan.

    53 - 55            Het hoogtepunt....kennis van alle dingen...
                            Bevrijding van alle dingen .. alleenheid.


    -123-


    Boek 4            DE ONAFHANKELIJKHEID
    -------             --------------------------------


    Sutra' s            Inhoud
    1 - 13              De substanties en hun onderbewustzijn. . .
                           de overeenstemming tussen de waarneembare vormen
                           en de oervormen in de guna ' s.

    14 - 23           Kennis van voortdurend bewustzijn ontstaat door con­fron-
                           tatie met de voorbijgaande vormen van de dingen.


    24 - 34          Naar volledige zelfrealisatie van het ZIJN. Alle hinder­palen
                         zijn weggewerkt, er zijn geen beperkingen of on­gekende din-
                         gen en de eigenlijke realiteit. .. Het ZIJN wordt zichtbaar en
                        de isolatie staat ongebonden van om het even welke invloed. . .


    PRAKTIJK

    ------------

    Zit ontspannen rechtop en zing driemaal OM.


    De praktijk'van deze vijffiende les zul je zelf samenstellen aan de hand van
    de oefeningen en houdingen die je gedurende de voorgaan­de lessen hebt
    geleerd.


    Bij de samenstelling van deze reeks moet je rekening houden met het feit
    dat de houdingen specifieke uitwerking hebben, nu eens op dit, dan op dat
    gedeelte van je organisme.

    Daarom moet je de hou­dingen zodanig op elkaar laten volgen, dat alle delen
    en organen van je lichaam achtereenvolgens aan bod komen.

    Gewoonlijk begint een oefenreeks met losmakingsoefeningen.
    Je kunt kiezen tussen de roloefeningen, gecombineerd met losmaking van nek
    en benen, ofwel enkele zonnegroeten uitvoeren.
    Je kunt ook de shakti-bandha's uitvoeren.

    De eerste houding, (of je kunt er ook meerdere uitvoeren), zal een half omge-
    keerde houding zijn, daarvoor komen in aanmerking: de viparita-karani, de
    sarvangäsana of de makräsaria.

    Daarna voer je voorwaartse buigingen uit van de ruggegraat; je kunt een keuze
    doen onder pada-hastäsana, haläs.ana, of pashimo­tanäsana.

    De rugwaartse buigingen komen op de derde plaats en daarin heb je

    - 124 ­-

    een ruime keuze tussen bhujangasana, dhanurasana, ardha-bhujan­gásana of
    .usträsana.

    Op de vierde plaats komen dan houdingen zoals pavanamuktásana, gomuk-
    âsana, salabásana en ook wel matsyásana, of de rekhouding.

    Daarna kun je de zijwaartse buigingen uitvoeren, of althans één er­van; trikon-
    ásana zonder of met torsie, ardha-trikonásana of uditta­parsvakonásana.

    Dan kun je rechtstaande ook ontspannen en daar een evenwichts ­houding
    aan toevoegen zoals vrikásana, utkásana of kukutásana.

    Torsiehoudingen komen op de zevende plaats en hier kun je natuur­lijk ook
    de bhujangäsana of de trikonásana met torsie uitvoeren of enkel de ardha-
    matsyendrásana.

    Als achtste in de serie kun je dan weer een omgekeerde houding of half om-
    gekeerde houding uitvoeren; sarvangasana, viparita-karani, makrásana, of la-
    ter de shirsásana,   de kopstand,    die voortkomt uit de beoefening van  de
    makrásana, dit zul je wel ondervinden.

    Om de reeks te besluiten zul je steeds een algehele ontspanning uit­voeren
    met de saväsana. Niets belet je echter van eveneens recht­staande te ont-
    spannen en op deze manier je ganse lichaam los te laten.

    De pranäyama-oefeningen plaats je in feite best na de reeks en de ontspan-
    ning. Het lichaam is dan in goed uitgeruste toestand om stil te z!jn en in een
    gemakkelijke zithouding enkele oefeningen van prä­nayama uit te voeren.

    Indien je deze pran';:yama's niet afzonderlijk na de reeks uitvoert, kun je ze
    ook inlassen tijdens de gewone oefe"nreeks, op het ogenblik dat je bv. na
    de uitvoering van de rekhouding of na gomukäsana of ardha-bhujangäsana
    in vajräsana zit. De liggende pranäyama kun je ook juist vbbr of na de voor-
    waartse buigingen uitvoeren. Het zijn suggesties. Je kunt naargelang de tijd
    waarover je beschikt of die je ervoor voorbehoud, de oefen reeks opstellen
    die je het beste ligt.

    Vergeet echter niet dat al deze lichamelijke of uitwendige technieken van de
    Yoga slechts een voorbereidend onderdeel zijn die je uitein­delijk moeten
     voeren naar het beheersen van je lichaam en de ener­gie (prána) opdat je in
    staat zoudt zijn de volgende treden op het yoga­pad verder te bestijgen

    - 125 ­-

    Vergeet ook niet dat het uit den boze is je te forceren. of te concu­reren met
     je zelf of met iemand anders.

    Werk de voorgenomen reeks steeds met kalmte af. ontspan regel­matig tus-
    sen elke houding in, en blijf geconcentreerd op wat je doet. Laat je geest
    niet afdwalen of weg gaan uit je lichaam dat je met deze yoga-houdingen
    leert beheersen.

    Ik wens je verder een goede vaart op het yoga-pad.

                                                                      -oOo-

    27-01-2009 om 00:00 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    » Reageer (0)
    26-11-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MEER WETEN OVER YOGA.
    Beste bezoeker,

                              Indien u meer wilt weten over de yoga van Patañjali,
                              gelieve mijn nieuwe blog te raadplegen.
                               http://blog.seniorennet.be/4dewilmaldegem1931
     

    26-11-2009 om 10:16 geschreven door womingels  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    » Reageer (0)


    Archief per week
  • 23/11-29/11 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 29/10-04/11 2007

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!