Mijn naam is INGELS Wilfried-Oscar-Maria Geboren te Lembeke, deelgemeente van de gemeente Kaprijke, Oost-Vlaanderen (België) op 16 december 1931 In het BelgischStaatsblad.van 22.11.1991 staat het volgende vermeld :
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Openbaar ambt. Personeel - Opruststelling. Bij koninklijk besluit van 3 april 1991 wordt m.i.v. 1 januari 1992 aan de heer Ingels Wilfried eervol ontslag verleend uit zijn ambt van inspecteur bij het mi- nisterie van Binnenlandse Zaken en openbaar ambt.
De heer Ingels Wilfried wordt ertoe gemachtigd zijn aanspraak op pensioen te doen gelden, de eretitel van zijn ambt te voeren en de ambtskledij te dragen (het uniform van Majoor bij de civiele Bescherming ).
Tot zover het Belgisch Staatsblad. Het Koninklijk besluit werd door Koning Boudewijn ondertekend te MOTRIL (Spanje), op 3 april 1991
Mijn loopbaan als Staatsambtenaar verliep als volgt :
In de kolonie 21.02.1955-Gewestbeambte in Belgisch Congo met voorlopige aanstelling op 15 januari 1955. 01.01.1959- Eerstaanwezend gewestbeambte. 31.07.1961- Einde loopbaan.
In België na de onafhankelijkheid van de Kolonie.
01.01.1962- Tijdelijk opsteller - Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur. 01.09.1962- Vastbenoemd opsteller idem. 01.10.1973- Bestuurssecretaris -dd.Hoofd van de Verificatiedienst. 01.07.1986- Inspecteur Ministerie van Binnenlandse Zaken en open- baar ambt, als provinciale chef van de Civiele bescherming provincie West-Vlaanderen.
Het publiceren van deze getuigenissen heeft een dubbele bedoeling. De eerste bedoeling is de wil om een bescheiden bijdrage te leveren aan de inspanningen die door de vereniging van de Oud-Kolonialen sedert jaren geleverd wordt om een halt toe te roepen aan de lasterlijke campagne die bijna onophoudelijk in media verspreid wordt in verband met het het beschavingswerk dat wij tot stand gebracht hebben in onze kolonie .
Tv-journalist Rudi Vranckx vindt dat we de beschavende invloed van de kolonisatie niet moeten overdrijven . Hij citeert in 2009 :
" HET ENIGE WAT WIJ CONGO HEBBEN NAGELATEN: een plastic emmer, een sandaal, een fiets "
Een klucht, onwetendheid of kwaadwilligheid ?
Hasselt, 26 november 2009 Wat lieten we werkelijk achter in Congo?
In 1959 had Congo een Afrikaanse bevolking van 14.443.862 personen.
In 1959 - 1960 liepen 1.682.195 kinderen school. Bijna alle kinderen die de schoolleeftijd hadden. We hadden 59.393 leerlingen in het middelbaar en 763 universiteitsstudenten, en al dat onderwijs was gratis voor iedereen (sic).
In 1956 hadden we 2.268 hospitalen, 315 leprozencentra en 316 kraaminrichtingen, daarbij waren er de private en missionaire hospitalen. En ja, alle behandelingen gratis. (sic, sic)!
In 1959 was er een goed onderhouden wegennet van 195.213 Km, waarvan héél wat geasfalteerd. Een spoorwegnet van 5.241 Km, honderden kilometers geëlektrificeerd. We hadden 14.597 Km bevaarbare waterwegen. Dan zwijg ik over landbouw, openbare werken, veeteelt, visserij, energie en mijnbouw. En overal was er vrede. Men kon van Matadi tot Bunia, van Libenge tot E'Stad reizen zonder angst. Er was geen honger en lonen werden tijdig uitbetaald.
Als dit alles slechts een plastic emmer, een sandaal, een fiets betreft, dan vraag ik me af-welke van de drie titel woorden van toepassing zijn.
Frans Jorissen Voorzitter Kon. Kol. Vereniging Limburg Bulletin A.F.A.C. 1/2010
De tweede bedoeling drukt een zeker verlangen uit om op zoek te gaan naar collega's amb- tenaren met wie ik de afreis met de Copacabana op 15 januari 1955,en de evenaarsdoop heb meegemaakt ,of met wie ik gedurende de kortstondige loopbaan in Kongo samenge- gewerkt heb.in het noorden van de toemalige Kasai provincie. (eventuele contactname kan gebeuren op het adres : Koningin Astridlaan 23 Maldegem.
volgende aflevering : Het begin van een ander leven
Mijn Afrikaherinneringen . 2 Het begin van een ander leven.
, -2-
HET BEGIN VAN EEN ANDER LEVEN
Als intern leerling begon ik in 1945 mijn humaniorastudies (Latijn-Grieks) aan het St. Vincentius College te Eeklo .
De zondagnamiddag stond er voor de interne leerlingen regelmatig een filmvoorstelling op het programma.Ik meen dat daardoor mijn verlangen naar Kongo ontstaan is. Tijdens de vertoning van filmen over Afrika, voelde ik mij in het bijzonder aangesproken door de machtige vertoning van het oerwoud en de uitgestrekte gebieden waar de negers leefden in een exotische omgeving en in de nabijheid van grote wilde dieren zoals olifanten leeuwen en slangen.
Er werd eveneens gesproken over het beschavingwerk dat hier en daar reeds door de blanken en door de missionarissen tot stand gebracht was.. Ik denk dat deze bewuste films een uitnodiging waren om het verlangen op te wekken tot medewerking aan dit beschavings- en missioneringswerk
Er was natuurlijk onder elkaar ook sprake van de verdiensten op financieel gebied..Voor sommigen was dit zeker een niet te versmaden voorstel om de financiële put die na de tweede oorlog in vele middens ontstaan was , op korte tijd te vullen. Ieder zijn keuze dus om opkomende verlangens in te vullen en te voeden !
In ieder geval was ik er in mijn binnenste voor Kongo gewonnen. Dit verlangen bleef groeiën, en heeft mij niet meer losgelaten gedurende gans mijn hunmanioraopleiding.
Na de legerdienst vervuld te hebben ( dit was een eerste en noodzakelijke vereiste) diende ik een aanvraag in bij het ministerie van Koloniën om de zes maanden durende ( versnelde) opleiding in de koloniale school te Brussel te mogen volgen (men diende minstens het diploma te hebben van de humaniorastudies). Het lessenpakket dat daar aangeboden werd, was niet van de poes , maar daar ben ik glansrijk doorgekomen en ik werd bij K.B. van 15 januari 1955, MET VOORLOPIGE AANSTELLING benoemd tot GEWESTBEAMBTE van het Bestuur in Afrika.. Er zou slechts na een verblijf van 3jaar, en mits gunstig advies ‘APTE’, een definitieve benoeming kunnen volgen.
Op 6 februari 1955 stond ik op de koude kade te Antwerpen. .Daar lag de COPACABANA. (een kleine Cargo-mixt wachtend op een 100tal passagiers ), onder stoom gereed voor de afvaart naar mijn droomland Vanop het schip weergalmden de klanken van de hymne ‘ Naar wijd en zijd’ over de kade als een uitnodigend signaal om in te schepen, .De afvaart ging eindelijk beginnen .
De reis verliep met de nodige kennismaking met de zee. In de golf van Gascogne was er een (kleine) winterstorm die nogal wat schade veroorzaakte aan enkele op het dek geparkeerde wagens enz. Er werden allerlei maatregels genomen om erger te voorkomen dan wat zeeziekte !
In Tenerife op de Canarische eilanden kwam het eerste contact met de warmte. Een welkome verpozing met aangename zomerzon ! . Een kleine snotaap van ongeveer een jaar of zeven stelde mij op de kade zelfs de vraag : “Monsieur vous cherchez une femme sur le lit ?”. Waarschijnlijk stond er hier of daar een oudere zus te wachten op het gunstig signaal van deze bengel ! Na de inscheping op Tenerife vrliep de reis verder over een rustige atlantische oceaan. Het dek van het schip werd met een zeil overspannen om de steeds krachtiger wordende zonnestralen wat te milderen.De lichte zomerkledij werd bovengehaald en de bemanning van het schip trok witte uniformen aan .
DE EVENAARSDOOP. De evenaarsdoop ..., dat was een bijzondere belevenis ! Wie ongedoopt de evenaar overgestoken had, was in overtreding met de wetten van de zeegoden. Neptunus kwam met zijn gevolg aan boord van het schip en de schuldigen werden gedagvaard. Eerst een verhoor en dan een straf in verhouding met de omstandigheden .De leeftijd en de status van de persoon in kwestie speelden daarin een grote rol. Wee de 'celibatairs' en de paters zonder baard. ! De kloosterzusters konden op mildere straffen rekenen. Neptunus en zijn gevolg installeren zich :
Doop van de celibatairs
De Akte van beschuldiging wordt voorgelezen -Knielen en vergiffenis vragen - daarna de godendrank bestaande uit peperkoek met bier en...? En dan de voeten kussen van Neptunus.
Die stoute pater zonder baard ??-- Daarna afspoelen !
Mijn Afrikaherinneringen 3. Varen naar een onbekende bestemming.
-3-
VAREN NAAR EEN NOG ONBEKENDE BESTEMMING.
Na de inscheping op Teneriffe verliep de reis verder over een rustige atlantische oceaan . Het dek van het schip werd met een zeil overspannen om de steeds krachtiger wordende zonnestralen wat te milderen .
De lichte zomerkledij werd bovengehaald en de bemanning van het schip trok de witte uniformen aan . Met een zekere spanning werd er gewacht op de mededeling van de plaats van bestemming
Op het achterdek werden er allerlei spelen ingericht om de passagiers bezig te houden .Ook de eetmalen , zowel ‘s morgens als ‘s middags en ’s avonds waren er op gericht om alles rustig aan te doen en de bewegingen van het schip wat te doen vergeten.
Ook de kloosterzusters waagden zich aan een spelletje op het achterdek
Een briefje schrijven naar huis en een cigaartje roken, hoorden er ook bij .
Ik had een fotoapparaat mee en het nodige gerief om de foto’s ter plaatse te ontwikkelen. Het waren wel geen kunstfoto’s , maar ik kon aldus samen met de brieven die ik aan het schrijven was een indruk van het leven op het schip mee sturen naar het thuisfront.
Hier een algmeen zicht op Kongo , met in het midden (ongeveer !) de plaats van bestemming.
(klik 2x L midden op de foto om te vergroten)
Ik werd aangeduid voor het Gewest Kole in de Provincie Kasai.. Ik diende dus te ontschepen in Matadi , en zou dus verder reizen per trein naar Leopoldstad.Van daaruit met de binnenscheep—vaart: langs de Kongostroom en de bijrivieren Kwa en Kasai naar Port-Francqui stomen .Daarna per trein naar Luluaburg, (de hoofdplaats van de provincie Kasai) , om uiteindelijk met de M.A.S. (Messagerie Automobile du Sankuru) Benadibele te bereilken en daarna verder met de S.T.A. (Service de transport automobile) tot Kole te reizen. Enkele dagen na de toewijzing van de eindbestemming kwam er een dame naar mij toe en maakte haar beklag dat ik naar Kole gestuurd werd. Ze beloofde mij dat ze mij zou volgen tot in Luluaburg en dat ze daar samen met mij de nodige aankopen zou regelen voor minstens een maand verblijf in de broesse. Ik heb haar na de ontscheping in Matadi niet meer gezien, maar in Luluaburg stond ze aan het station mij op te wachten en maakte een afspraak voor ’s anderendaags. Wat heb ik geluk gehad deze dame ontmoet te hebben, want in Kole heb ik noch de mogelijkheid , noch de tijd gehad , om mij iets van eten of andere kleinigheden die nodig waren , aan te schaffen . In Kole was er inderdaad niets te kopen, behalve petrol voor mijn kolemanlamp die ik ook in Luluaburg gekocht had. Matadi Leopoldstad verliep in één dagreis (365 Km) , Leopoldsad Port-Francqui vergde 8 dagen varen , Port-Francqui- Luluaburg 1 dagreis ( 401 Km), Luluaburg Bena) -Dibele één dagreis van 310 Km ) en tenslotte Bena-Dibele- Kole één dagreis van 109 Km. In totaal aanal kilometers uitgedrukt , ongeveer 2.694 Km.
Met de nodige onderbrekingen was ik ongeveer nog wel een maand onderweg alvorens aan te komen in Kole op een zondagnamiddag.
Hier een zichtje op de haven van Matadi en aangemeerde boten De Mevr.(Janssens naar ik meen mij te herinneren) met haar kinderen op weg naar vader ergens in de brou
!
Ik verbleef eerst enkele dagen in Matadi waar ik aangekomen was op 21 februari, en waar de bagage diende ontscheept te worden en op de trein geladen . Te Leopoldstad ontmoette ik mijn broer die daar reeds een paar jaar voor mij woonde en werkzaam was in de ‘Socotex’, een juteweverij waar men op ronde weefgetouwen zakken maakte voor de verpakking van koffie, rijst en andere producten uit het binnenland. Hij stond op de kade mij op te wachten .Ik ben ook te Leopoldstad enkele dagen moeten blijven om mijn bagage over te brengen op de stoomboot die mij naar Port-Francqui zou brengen. Hier een zicht op de kathedraal van Leopoldstad - samen met mijn broer Het standbeeld van mijn voorganger (?)en een kiekje bij de familie Lievens.
KORT VERBLIJF TE LEOPOLDSTAD en verdere reis naar Bena-Dibele.
Bij de aankomst te Leopldstad verscheen er ook een zekere heer Zaslafsky op' het perron. Hij riep mijn naam af, en hij had zoals hij zegde, de opdracht mij te begeleiden gedurende het oponthoud te Leo. Hij was hoofd van de "Ecole cen- trale des chauffeurs" en hij zou mij naar een logement brengen. Er was eveneens een zwarte chauffeur bij hem die mij overal zou voeren waar ik wilde zijn. Ik kreeg ook nog een zwarte 'bediende' die hij voorstelde met de woorden : "Voilà votre cheval qui va faire tout pour vous." .Het was echter een aangename kerel die er ook kon mee lachen en eveneens behoorlijk Frans sprak. Het onthaal was daarmee afgerond en geslaagd.
De chauffeur sp; Het logement De huis-boy (Cheval !!) Ik werd overal gebracht waar ik wilde en moest zijn voor het afhalen van mijn bagage en de formaliteiten i.v.m. de voortzetting van de reis die enkele dagen later zou plaats hebben met de stoomboot, van Leopoldstad naar Port-Francqui
Gedurende een drietal dagen was ik dus ook in gezelschap van mijn broer die me Leo liet zien. We gingen ook op bezoek bij vrienden van hem en bij mensen die wij kenden van bij ons in Belgiê.
Broer Johan aan zijn huis. Samen bij vrienden Vlieghaven in Leopoldstad
Op 3 maart werd het inschepen op de 'HUY' voor een 8daagse reis op de Kon- gostroom, op de bijrivier Kasai, met oponthoud te MUSHIE, en verdere halten op talrijke aanlegplaatsen - want 's nachts werd er niet gevaren -, tot aan Port- Francqui waar ik met de trein verder zou reizen naar Luluaburg. De kapitein van de boot was een Vlaming uit Zelzate .Zijn naam ben ik vergeten, maar het was een aangename verteller die de reis opfleurde .We stopten dus elke avond bij een aanlegplaats waar er gelost en geladen werd, en waar zwarte reizi- gers op en afstapten met allerlei bagage tot varkens en geiten toe.
Zicht op de Kongostroom sp; Aanlegpl. Mushie (Missiepost) Inlanders met prauw op bezoek bij de HUY.
Het leven op de Kongostroom was een heuse belevenis. Een bedrijvigheid die ons ook in contact bracht met het leven van de inlanders op en langs de stroom, en met de overweldigende plantengroei en drukkende warmte langs de oevers. Toen we na 8 dagen varen in de haven van Port-Francqui aanlegden in de morgen van 11maart, zaten alle blanke pas,sagiers na enkele uren reeds op de trein voor een tocht van 400 Km naarLuluaburg.. Dus ook weer een volle dagreis.
Aan de deur van mijn cajuit Aankomst te Port-Francqui In de trein -Pater KEUNEN op de Huy. nog steeds zonder baard !
We verbleven 2 dagen in Luluaburg. Dit was noodzakelijk voor het verhandelen van de , meereizende bagage en het in orde brengen van reisformaliteiten alvorens naar de eindbestemming te vertrek- ken. De vrouw die mij op de Copacabana had beklaagd i.v.m.. het afgelegen Kole waar ik naartoe gestuurd werd, kwam mij zoals ze had beloofd, afhalen aan het hotel waar ik logeerde, De nodige aankoop van allerlei levensmiddelen en nog wat andere dingen die ik zou nodig hebben, verliep zeer vlot onder haar aanwijzingen. .
Twee dagen later vertrok ik met de MAS (messageries automobile de Sankuru) .voor een reis van 310 Km langs aardewegen naar BenaDibele. Gans mijn bezit ( mijn uitrusting die ik in de metalen koffers uit België had meegebracht en de in Luluaburg aangekochte dingen die ik zeer nodig zou hebben om het leven in de brousse te kunnen starten) vergezelde mij . De dame in kwestie heb ik niet meer ontmoet. Zij moet ergens in Luluaburg ge- woond hebben en zeker ook eens in Kole geweest zijn. Zij heeft het in ieder geval mogelijk gemaakt, dat Victor (mijn eerste boy), een brood kon bakken voor mijn eerste ontbijt te Kole !
De reis met de MAS. naar Bena-Dibele, duurde tot in de nachtelijke uren. (donker vanaf 18 uur!). We hadden ook hier en daar af te rekenen met de in- landse reizigers die onder weg op en afstapten. Opnieuw zoals op de boot, beladen met kiekens en geiten en allerlei andere spullen. Als blanke passagier mocht ik vooraan bij de chauffeur plaatsnemen. Dat was natuurlijk een buitengewoon voordeel en zeker een eerste klasse plaats waard ! Voor het eerst beleefde ik de drukte, de warmte en de reuk van Afrika.
De blanke Postoverste van Bena-Dibele heeft me, na het oversteken van de Sankuru naar de missiepost van de paters Passionnisten gebracht waar ik even- eens een paar dagen verbleef alvorens verder te reizen naar mijn eindbestemming.
Mijn Afrikaherinneringen -5 Einde van de reis - Kole.-Broesseleven.
-5-
EINDE VAN DE REIS - GEWEST KOLE - BEGIN VAN HET BROESSELEVEN
De laatste etappe van de lange reis, om mijn uiteindelijke be- stemming te bereiken (2.694 Km vanaf de monding van de Congo- stroom tot Kole),bedroeg slechts 109 kilometer. Er was een voertuig van de S.T.A.(Service Transport Automobile) naar Bena Dibele gekomen om mij af te halen.Gans mijn bezit, drie metalen koffers en de aankopen die ik in Luluaburg gedaan had)werd ingeladen en zo vertrok ik met een zwarte chauffeur en nog een begeleider op zondagvoormiddag naar de hoofdplaats van het Gewest Kole. Het was reeds een eind in de namiddag toen we de Lukenië rivier over staken met de 'bak'
De overzet Lukenie rivier. Kole Bureel Huizen vd Blanken.
De aankomst op de post was verre van uitbundig. De gewestbeheeerder was niet thuis en zou pas maandag terug zijn. Ik werd verwelkomt door een agent van de openbare werken ( T.P. Travaux Publiques) en zijn vrouw. Zij waren van St.Kruis-Brugge. Zeer vriendelijk en gedienstig, alhoewel ze van mijn komst niet op de hoogte waren. Zij vroegen zich af waar ik zou logeren. Hij van de T.P.zijnde, wist waar dit mogelijk was alhoewel er in dit huis ( een gebouw met een strooiën dak)nog heel wat de doen scheen. Er waren nog geen deuren, maar de kaders van de ramen zaten er wel reeds in. Na wat gebabbel en wat eten en drinken was het vlug avond geworden Het was reeds donker toen hun boy mij met een stallantaarn begeleidde naar dit huis. Ik vond daar een provisoir veldbed met een deken. Er stond ook een kastje dat ik vlug voor de opening zette waar een deur zou komen. Er was verder niet veel te zien. Het was donker en de boy vertrok met zijn lantaarn. Uiteindelijk heb ik toch een rustige nacht dootgebracht want ik was tamelijk moede. 's Morgens om 6 uur had de T.P. gezegd, war er de groet aan de vlag. Ik ben geen lange slaper en zo was ik daar toch omstreeks 6 uur op het plein waar de vlaggenmast stond (bijna rechtover de plaats waar ik de nacht had doorgebracht). Bij het klaar worden had ik ondertussen ook al gezien dat er nog twee andere openingen in het huis waren zonder deur. Daar had dus niets voor de openingen gestaan Na de groet aan de vlag was er een korte kennismaking met de chef (die in de late avond reeds toegekomen was) en met het personeel van de post: de assistent-gewestbeheerder (een franstalige),de boekhouder( een neder- landsstalige), en nog eens de T.P.die ik reeds had ontmoet bij mijn aankomst. Zij kregen het bevel om mijn administratieve benodigdheden en allerlei andere zaken te verzamelen en klaar te zetten voor een vertrek in de broesse. Dit was o.a.een keukenkoffer (malle cuisine)met potten en pannen.Ook een bedkoffer (malle lit)met matras en muskietnet.Een douche- emmer met onderaan een sproeier, heel praktisch om zich eens volledig te wassen.Er kwamen daar ook nog enkele fichebakken bij en een bureaukoffer. Ik kreeg ook nog een dienstrevolver en een stengun, voor het geval..., men kon nooit weten !
Huis Administrateur. Magazijn en prison. Binnen in mijn woning ( ramen plexi-glas )
's Anderendaags zou alles opgeladen worden op de S.T.A, en zo werd ik met enkele zwarte personeelsleden ( een planton met zijn vrouw, twee politie- mannen en twee berichtenoverbrengers (messagers)en mijn boy natuurlijk) naar Kutu-Kunda gevoerd. Daar was het einde van de weg voor autovoertuigen en daar begon de piste voor de voetgangers, recht het oerwoud in, langs smalle paden die hier en daar toegegroeid waren. Het is uiteindelijk allemaal zeer vlug gegaan. Een dag na mijn aankomst had ik al een boy, Victor, een jonge man van ongegeer mijn leeftijd, die mij door de madam van de T.P. gestuurd was. Hij deed zijn ingangsexamen (met glans geslaag!) door het bakken van een mooi en smakelijk brood,( in de grond gebakken).
VICTOR Victor voor mijn huis Het brood ! op de post. gebakken in de grond.
Twee dagen na mijn aankomst zat ik dus reeds in een etappehuis(je) op 20 Km.van de post. De gewestbeheerder had mij daar naartoe gestuurd met hebben en houden, om hem daar 's anderendaags op te wachten. Hij zou mij daar tonen hoe de volkstelling gehouden werd en dan zou ik de ganse streek van de ATSHURU'S doorkruisen voor een algehele volks- telling. Hij overhandigde mij een streekkaart (schaal 1/200.OOO) waarop de dorpen en de etappehuizen (voor zover er nog waren !)aangeduid waren. Slechts na twee maanden wilde hij mij terugzien op de post. Ik wist dus wat gedaan. Gelukkig had ik een goede planton.... Het onderricht van de administrateur over de volkstelling duurde slechts een korte voormiddag, met een volgens mij nogal brutale aanpak van de zwarten die naar de volkstelling gekomen waren.
Kutu-Kunda etappehuis. aankomst voor planton (mijn leer- de volkstelling. meester) en ijn vrouw.
ENKELE MEDEDELINGEN, NUTTIG VOOR EEN GOEDE INSCHATTING VAN HET BROESSELEVEN
Hier wil ik even stoppen met mijn verhaal, omdat ik van oordeel ben dat het nodig is om met zekere feiten en toestanden rekening te houden, wil men zich een duidelijk beeld kunnen vormen van het leven in de broesse.
1° DE DAGINDELING.
's Morgens om 6 uur, de groet aan de vlag, al dan niet gepaard met klaroengeschal, naar gelang de plaats (hoofdpost of onder weg op dienst), en personeelsbezetting (alleen of met bijhorende policiers of soldaten ). ZO VROEG?
Gezien de ligging van Kongo op het evenaarsgebied, zijn de dagen en de nachten even lang! De zon staat er om 6 uur 's morgens, en is om 18 uur weer weg. De schemering is kort en duurt amper 15 à 20 minuten. Na de groet aan de vlag, volgt het uurtje van het 'rapport' , op zijn negers uitgesproken: 'arrapor'. Dit is de gelegenheid om aan de administrateur of zijn vervanger, allerlei vragen en problemen voor te stellen die de inlanders bezig houden. Daarna is het tijd voor het ontbijt.De bureeluren of andere werkzaamheden starten dan rond 9 uur tot de middag. Na de middagrust herbeginnen de werkzaamheden rond 14.00 uur tot ongeveer 17.00 uur. De avond is daar vlug, en om 18.00 uur is het donker.
2° ER IS GEEN ELEKTRICITEIT.
Behalve in de steden en grote posten is er geen elektriciteit. De koleman- of Petromaxslampen (met petroleum aangedreven onder een zekere druk ), worden aangestoken bij de blanken, terwijl de inlanders het vuur voor de hutten hoger opstoken. Wanneer de maan schijnt genieten zij eveneens van deze verlichting tijdens hun dansen.
3° ER IS GEEN WATERLEIDIING.
In de broesse is er geen waterleiding. In het post wordt het water aangebracht in een ton gedragen door twee man (meestal gevangenen). Deze ton is een half vat van petroleum of benzine. Verder in het binnenland wordt het water voor de blanken meestal door de vrouwen aangebracht in kalebassen , mandenflessen of andere vaatjes. DRINKWATER ? -Eerst koken en dan in de staaffilter. Ook voor het klaarmaken van het eten filteren !
4° HET ETEN.
Het aanleggen van een voorraad is noodzakelijk. Vooral voor de blanken moeten de bestellingen in de steden of in grotere posten gedaan worden. Ter plaatse is er meestal weinig of niets te vinden. Het betreft vooral de voedingswaren zoals bloem (de gist niet vergeten) , aardappelen, conserven allerhande, zout en suiker, boter enz... Ook de drank mag niet vergeten worden (whisky, limonade enz...).
5° DE TEMPERATUUR. - DE REGENNEERSLAG - DE SEIZOENEN;
In de streek waar ik verbleef, bedroeg de middagtemperatuur gewoonlijk 35 graden, soms oplopend tot 38 à 40 graden, naargelang de seizoenen.
Boven de evenaar, in het noorden dus, zijn er twee regenseizoenen en twee droge seizoenen. Het eerste regenseizoen is van april tot eind juni, en het tweede van september tot eind oktober. Daartussen komen de droge seizoenen, van november tot eind maart, en van juli tot eind augustus. Onder de evenaar, in het zuiden dus, waar ik verbleef, is er een regenseizoen vanaf half oktober tot half april (met een kleine droge periode in januari). Het groot droog seizoen begint half april en duurt tot half oktober. OP de evenaar zelf, in het regenwoud (oerwoud), zijn deze perioden minder merkbaar aangezien er daar bijna dagelijks onweer of hevige regens voorkomen. Tijdens het regenseizoen regent het bijna dagelijks, terwijl er in de droge perioden geen neerslag is.
6° DE ADMINISTRATIEVE INDELING VAN KONGO.
Tijdens de koloniale periode was Kongo ingedeeld in 6 provincies (nu zijn er 25 meen ik). De provincies waren onderverdeeld in distrikten (in totaal 19). Elk distrikt was ingedeeld in gewesten, in totaal 125 gewesten . In de Kasai-provincie (beneden de evenaar) waren er 3 distrikten die samen 21 gewesten omvatten .Elk gewest werd nog eens in bepaalde gebieden ingedeeld waar een blanke beamb- te verbleef. De totale oppervlakte van Kongo bedraagt 2.344.858 Km2 ongeveer 80 x Belgiê . De Kasai bedroeg 321.535 Km2 , nagenoeg 10x de oppervlakte van Belgiê .
Het gebied van de ATSHURU'S , waar ik de twee eerste maanden van mijn verblijf in de broesse heb doorgebracht kan vergeleken worden met de provincie West-Vlaanderen.( hieronder een kaartje). Er zijn hier en daar nog binnenwegjes in het woud die niet op het kaartje vermeld staan. Een tocht door dit gebied gebeurt te voet ( fiets ?) of met de tipoy. In het noorden grenst het ATSHURU-gebied aan de gewesten Dekese, Monkoto en Lomela.
Dit zijn, naar mijn mening , feiten en werkelijkheden waar men toch even dient bij stil te staan om zich een beeld te kunnen vormen van het broesseleven.
Mijn Afrikaherinneringen 7- De volkstelling bij de Atshuru's.
-7-
DE VOLKSTELLING BIJ DE ATSHURU'S - (spreek de 'u' uit als 'oe' )
De administrateur was vertrokken en ik bleef achter met mijn personeel en de bagage. De volkstelling was niet gedaan. Er stonden nog enkele mensen te wachten om opgeroepen te worden.
HOE VERLIEP DE VOLKSTELLING ?
De te tellen personen werden met hun naam opgeroepen ; zij die reeds bij een vorige telling opgenomen waren per dorp, waren alfabetisch geregistreerd op steekkaarten (rood = mannelijk, geel = vrouwelijk.) .
In de fichebak zat telkens de kaart van een man voorop, met daarachter de kaarten van zijn gezin indien hij getrouwd was.De naam van deze man werd door de voorzitter van de telling (de blanke) afgelezen.Daarop riep de chef van het dorp een naam (de roepnaam ) die gekend was in het dorp.De geroepene kwam naar voor, al dan niet met een gezin. De fiches toegevoegd achter deze van de opgeroepen persoon , werden verder afgelezen en elkeen diende zijn of haar naam te bevestigen. Indien iemand de volwassen leeftijd (18 jaar) bereikte, werd de rechter boven hoek van de fiche afgeknipt met een schaar . Zo kon men later het aantal volwassenen in het dorp tellen, zonder het nalezen van de fiches( mannen, vrouwen en kinderen).voor de statistieken.
De volwassen mannen hadden ook een identiteitsboekje waarin alle gegevens die hen aanbelangden,genoteerd werden. De jongens die 18 jaar werden kregen dergelijk ,boekje. Dikwijls werd dit volwassen zijn (of worden) vastgesteld via een korte keuring : zoals. de haargroei, de spieren, de tanden, de stemverandering of de mabélé =de borsten). .
Tijdens de telling diende dit boekje overhandigd te worden aan de blanke, die daarin nog eens alle inschrijvingen overliep,vooral deze betreffende de familiale toestand.. Bij de meerderheid was dit boekje ingepakt in een grauw papier of zat op een gespleten stokje om het niet te bevuilen. Na enige boekjes aldus in handen gehad te hebben kon je er zeker van zijn dat het vuil slechts aan blanke handen plakte. Een degelijke wasbeurt was nodig alvorens bv te eten !
Ik meen, dat ik aan niemand hoef te vertellen dat ik mijn inbreng tijdens de telling er alleen in bestond de naam af te lezen van de fiche, of uit het boekje. Ik had ondertussen toch vlug opgemerkt dat de roepnaam van sommige mannen ook op de steekkaart vermeld stond, zeker aangebracht door een voorganger. In latere tellingen riep ik zelf deze naam, tot verbijstering van de omstaanders en de dorpschef . Was er een speciale kracht aan het werk ?
Mijn brave planton die naast mij gezeten was aan de tellingstafel, gaf mij ondertussen in gebroken frans hier en daar aanwijzingen die mij duidelijk maakten wat ik moest doen. Ik noteerde zorgvuldig het frans en een in het lingala aangehaald woord , zodat ik langzaam aan, de taal leerde die bij de meeste dorpschefs gekend was (Lingala) omdat velen onder hen bij het leger gediend hadden.
Op het einde van mijn eerste telling kwam er een jong koppel aan de tafel staan . De planton zei ‘mariage’ = 'kubala'. Ik dacht : wat krijgen we nu ? moet ik nu mijn witte uniform aantrekken en hier een zekere huwelijksplechtigheid organiseren ? Hij zag mijn aarzeling en zei "ecrire dans le carnet la femme, et fini' . Dat werd dus vlug gedaan en het koppel was officieel gehuwd.Dit was daar dan ook het einde van de telling in Ekumakoko. De dag liep ook ten einde en 's anderendaags zouden we verhuizen naar een volgende standplaats.
Op de kaart van de streek die ik van de administrateur ontvangen had, waren er ongeveer om de 15 à 2O kilometer etappehuizen aangeduid. De dorpjes er rond zouden daar de volgende dagen geteld worden.
In de vroege morgen ( om 6 uur !) , werd alle bagage aan stokken gebonden met lianen . Per koffer waren er telkens twee dragers voorzien. Voor de Tipoy waren er 8 mannen voorzien ( vier per draagbeurt te wisselen om het uur )
Bagage op stokken binden. Afscheid van Ekumakoko. Vertrek karavaan
Wie een afbeelding van de tipoy wil zien (ik heb er spijtig zelf geen !) moet maar even bij Google het woord Tipoy ingeven en op Enter klikken ( men ziet een kloosterzuster, gezeten in de tipoy - ) Mijn ganse karavaan, ongeveer 40 mensen, heeft dus ruim twee maanden het gebied van de Atshuru's doorkruist. Ik heb in vele dorpen moeten verblijven omdat de etappehuizen niet meer bewoonbaar waren. Bij iedere verhuis keerden de dragers naar hun dorp terug. Zij werden voor de heen- en terugreis betaald . Hoeveel weet ik niet meer, maar ze bleken toch telkens zeer tevreden.
Bij de aankomst in een verblijfplaats staken de dragers de tipoy in de hoogte en liepen met mij rond het dorp , meestel gevolgd door de vrouwen . De kinderen die nog geen blanke gezien hadden waren doodsbang en gingen zich verstoppen.De verhuis, met het installeren van alles en iedereen, nam telkens een ganse dag in beslag
Mijn nachtverblijf (hutje in een Dumbas (ongehuwde meisjes) Vuur vôôr een hut ( met bed) dorpje). brengen water. evt. vooçr Shinderi-nachtwacht.
Voor mij werd er een hutje gekuist waarin mijn veldbed met muskietnet geïnstalleerd kon worden. De rest van de bagage bleef gewoonlijk buiten staan en werd bewaakt door een 'shinderie' de ‘ bewaker’ die daar ook de nacht zou doorbrengen . Hij betokkelde een klein muziekinstrumentje tot de slaap hem overmandde. Er werd water aangebracht en allerlei andere dingen zoals fruit en etenswaren voor iedereen.In alle oprechtheid werd daarvoor de nodige centen neergeteld. De chef van het dorp gaf gewoonlijk een kieken. Hiervoor kreeg hij dan ook de tegenwaarde in geld ( = uitwisseling van de welkomstge-schenken bij de aankomst van 'mundele' in het dorp). 's Avonds was er gewoonlijk een kampvuur en werd er gedanst en gedronken. Ik werd geïnstalleerd op een inlandse zetel die belegd was met een deken. Dit bezorgde mij na korte tijd overal nogal wat jeuk zodat ik na de voorstelling blij was nog een douche te kunnen nemen met de sproei-emmer die gelukkig ook de reis meemaakte. De nachten verliepen gewoonlijk rustig en fris . Eenmaal werd ik ergens wakker door het omhoog gaan van mijn bed. Een varken had zich ongezien binnen mijn hut begeven en maakte aanstalten onder mijn bed de nacht door te brengen. Ik moet er toch nogal een mep op gegeven hebben, want huilend stormde het beest naar buiten en liep bijna de nachtwacht overhoop. Hij had slapend natuurlijk, niets gemerkt van wat er gaande was.
En zo verliepen de dagen , hier en daar met nogal wat schrijfwerk bij het opstellen van nieuwe fiches voor de kinderen die na de laatste telling geboren waren, en het afknippen van rechter hoeken voor hen die volwassen geworden waren, want het was jaren geleden dat er bij de Atshuru’s nog een telling gehouden was.
Tipoypiste door het oerwoud, niet altijd vlak en droog . Hier het gezin van een Hier de weg door een moeras in het regenwoud.. polygaam.
Verrassing bij het terugkeren naar de Gewesthoofdplaats. Gedurende mijn rondzwerving had ik het thuisfront niet vergeten. Opdat zij mijn werkzaamheden zouden kunnen volgen hebben, had ik dag na dag alles opgeschreven en daarbij een kopie ge- maakt van de kaart van de streek waarin ik rondreisde..Elke veertien dagen had ik een brief meegegeven aan een van de bodes die heen en terug reisde naar het Gewest. Ik had geen postzegels bij en dacht ..., dat zullen ze op het bureau wel zien, en ik kan de rekening bij mijn thuiskomst dan wel betalen. Ik had verkeerd gedacht, want bij mijn thuiskomst lagen mijn brieven bij de boekhouder van het gewest. Reden ? "Er waren geen postzegels geplakt". Wat kon ik daar tegen inbrengen ? " Je moet op alles voorzien zijn " (collegialiteit ? ) : daar was in ieder geval weinig van te merken !. Ondertussen waren de thuisgenoten in grote ongerustheid, niet wetende wat te denken bij deze situatie waarin ze mij ook niet zelf konden bereiken . En de boekhouder... ? Deze had mij een dure les geleerd. " Wees op alles voorzien wanneer je in de broesse vertrekt".
Alles bij elkaar genomen werd het toch nog een boeiende reis, nuttig en aangenaam . Ik leerde de stiel en de taal kennen via mijn goede planton, midden in het oerwoud en in de vele kleine dorpjes. Ingevolge latere dienstwijzigingen heb ik deze man niet meer ontmoet, maar daarover later in mijn volgende bijdrage.
Tot begin oktober 1955 ben ik in het Gewest Kole gebleven. Deze periode werd als ‘stage de formation ' vermeld in de mutatienota’s die later opgesteld werden. Deze stage is hoofdzakelijk gebeurd gedurende mijn verblijf bij de Atshuru's,( samen met mijn commis die me dus veel van de Lingala–taal leerde), en mijn verblijf in Bena Dibele. Na dit verblijf bij de Atshuru’s heb ik nog enkele maanden in Bena Dibele gewoond. Dit gebied stond onder de leiding van Mr.Coorens, assistent gewest-beheerder.
Mijn woning -Bena Dibele . In unifoorm aan de vöördeur. Mr. Coorens , vrouw en kindje.
Mijn voornaamste opdracht was daar eveneens de volkstelling, want dit werk leverde immers de voornaamste kennis op i.v.m. het leven en de werkzaamheden van de inlanders. Bena Dibele, op 109 Km ten zuiden van Kole, was gelegen op de rechter oever van de Sankuru-stroom. Het was een handels- en nijverheidscentrum, bereikbaar via de baan en de stroom. Daar was ook de grote missiepost waar iedereen, op doorreis naar Kole, Lodja of Lomela, bleef overnachtten.Daar heb ik trouwens ook de nacht doorgebracht bij mijn doorreis naar Kole. In Bena Dibele was er ook een dienst van de M.A.S.. De transportdienst die levensmiddelen en vele andere bestellingen verder naar het binnenland vervoerde voor de blanken. Ook de inlanders maakten van deze transportdienst veelvuldig gebruik voor hun verplaatsingen. Ik heb mij daar een motorfiets (gilette 250 cc ) aangeschaft voor diverse verplaatsingen naar de dorpen in de omtrek. Ondertussen had ik, wat de tellingen aanging, reeds de nodige kennis opgedaan en sprak ik ook voldoende Lingala om mij bij de bevolking verstaanbaar te maken. In Ishenga Oswe langs de weg die ik voordien reeds gevolgd had tijdens mijn laatste etappe om Kole te bereiken, was er op 65 km.ook een grote missiepost.
Op de motor ! De klok van de missiepost De smid in zijn smisse. Ishenga Oswe.
In Ishenga Oswe waren er kunstsmeden en beeldhouwers. De vrouwen weefden daar ook de zeer bekende ‘Velours de Kasai”, gemaakt uit raffiavezels Een beeldhouwer heeft daarvoor mij het werk ‘De familie’ (Vader moeder zoon en dochter’ gemaakt uit één stuk. U kunt het zien op de afbeelding hieronder.Het staat op een ‘Velours de Kasai’.
De behuizing op de post was van een andere kwaliteit dan in het noorden van het gewest. De streek was ook gekend voor de katoennijverheid .Elke volwassen man had als opdracht i.v.m. met de ontwikkeling en de verbetering van de levensstandaard, minstens 24 aren grond te bewerken .Meestal werd er katoen verbouwd, maar men had ook de vrijheid om andere gewassen te kiezen zoals : koffie, pindas, maniok, rijst enz. De werkelijkheid was in vele gevallen deze : wie geen vrouw had was (meestal) gezien, want de vrouwen bewerkten het veld. Wie meerdere vrouwen had (waaronder ook de vrouwen van vader die gestorven was !), was een rijk man
Even uitrusten binnen en buiten ... op bezoek bij de familie Dhaese. De vertegen- woordiger van de Colocoton-firma in B. D.
De bevolking was er ook reeds meer geciviliseerd. Dit kon je merken aan de kledij en aan de bouwtrant van de hutten. Uit dit gebied kwam ook een groot deel van de soldaten voor het kongolees leger. Zij behoorden meestal tot de Batetela stam . In de verafgelegen dorpen was er hier en daar een ‘commercieel centrum’. Daar hadden soms drie of meer firma’s een winkel (tje) gebouwd. De winkelbediende, ‘Capita-vendeur’, werd meestal aangeworven in de streek. In die winkelmagazijntjes konden de inlanders allerlei zaken kopen zoals : een ‘Pièsa-wax’ (een stuk bedrukte stof waaruit de vrouwen een pagne en een borststuk (bloesje) konden maken) , zout ( afgemeten per leeg conservendoosje, waarin soms een vals bodempje verborgen was, kwestie van het profijt voor de verkoper), een naaimachien, een fiets, petrol, cornedbeef ( waar, op de verpakking soms een lachende negerkop stond afgebeeld ; dit gaf soms aanleiding tot verdenking van verpakt mensenvlees) , bier enz… De opsomming van alle uitgestalde goederen zou ons te ver brengen. Het interessante van de hele zaak was, dat in elk van die magazijntjes die naast elkaar rond een pleintje opgesteld waren dus: ‘Centre Commercial’, ongeveer de zelfde dingen verkocht werden. Dat was interessant voor de Capita-vendeurs. Bij controle door de blanke van de firma (inventaris en kasinhoud) kon er onder elkaar tijdelijk geleend worden. Helaas, als de blanke soms de ganse inhoud meenam in zijn camion, en de controle deed in zijn residentie. Dit kon voor de Capita collega, soms rare gevolgen hebben, waardoor hij zijn uitgeleende goederen nooit meer terug zag. Zo gebeurde het ook met de kasinhoud. Deze bestond gewoonlijk behalve uit geld, in menige gevallen ook uit ‘Bon-pour’s’: ‘Te-goed-bonnen’ , onderte- kend door een koper die later zou betalen !. De capita die daardoor meestal in moeilijkheden kwam, legde dan zelf klacht neer bij de blanke van de staat.Bij ons dus!.De schuldige werd gehoord en gewoonlijk was een aanmaning voldoende om het verschuldigde bedrag te betalen.
VERHUIS NAAR LOMELA. Op 3 oktober 1955 ben ik verhuisd naar het gewest Lomela.Ik werd aangeduid door de Districts-commissaris voor de Post Musadi , het westelijk gebied van Lomela. Daar ben ik echter nooit geweest, want de gewestbeheerder had mij blijkbaar tijdelijk nodig voor het secretariaat van de Hoofdpost. Lomela was gelegen op 401 Km. Ten noorden van Bena Dibele . Dus dichter bij de evenaar en het regenwoud. Alhoewel de gewestbeheerder van Lomela een Vlaming was, heb ik hem nooit Nederlands horen spreken. Hij was later schijnbaar wel akkoord dat ik mijn persoonlijke nota's van de reizende dienst -waarvoor ik later werd aangeduid - in het Nederlands opstelde. De aanstellingen die van het District kwamen, waren steeds in het Nederlands . De beoordelingen en de quotering die van het Gewest uitgingen , waren meestal in het Frans. Het leven op de gewesthoofdplaats was anders dan in de broesse. Er waren meer blanken, waaronder een dokter , een assistent-gewestbeheerder, de boekhouder, een hoofd agronoom, Ze hadden hun vrouw en kinderen. Er was ook een commercieel centrum voor de blanken, en een klein hotel. Men kwam er ook in contact met meer geciviliseerde inlanders . Sommigen van hen postuleerden toen al naar een postje in de administratie, of schreven een brief (zie hier onder), om klacht neer te leggen wegens een niet betaalde "Bon Pour".
Brief van de Capita-vendeur - Firma Allaert & Cie.
In het secretariaat was ik belast met de courrier en allerlei administratieve zaken zoals de burgerlijke stand van de blanke bevolking enz… Daar heb ik ook mijn eigen rijbewijs opgesteld. Het rijden(met de S.T.A.) had ik in Bena Dibele reeds geleerd. .Gelukkig kwam er al spoedig een einde aan dit Secretariaatswerk, zodat ik begin 1956 kon vertrekken naar Eligampangu, een 'Poste détaché' , ver in de broesse. Gelegen aan de Tsuapa rivier grenzend aan de Evenaarsprovincie . Ik had er mijn vaste verblijfplaats op ongeveer op 200 Km van de hoofdplaats van het Gewest., maar daarover meer in mijn volgende bijdrage..
In februari 1956 was het gedaan met het bureelwerk te Lomela. Vol verwachting naar nieuwe uitdagingen nam ik afscheid van de post en van een paar jonge en goede vrienden .
Lomela - laatste huis Bureau Gewesthoofdplaats De guitige tweeling van de fa- milie Geelen - boekhouder van het gewest.
Ik kon inpakken voor Elingampangu. Deze post had de reputatie, niet geschikt te zijn voor gehuwde agenten ! Vooral de grote afstand , ongeveer 200 Km verwijderd van de hoofdpost, langs een doodlopen- de weg , eindigend in het uiterste noorden van de Provincie Kasai, op enkele kilometers van de evenaarsprovincie, gelegen op de 2de zuiderbreedtegraad (dit is ongeer. 210 km onder de evenaar) , maakte van Elingampangu een weinig aanlokkelijk gebied. Een blik op de streekkaart toont beter hoe ver men daar van alles verwijderd was, alhoewel in vogelvlucht de afstand slechts een goede 66 km. bedroeg. het klimaat was er warmer en vochtiger wegens de nabijheid van de evenaar en zware onweders tijdens het regenseizoen.
Ik werd aangeduid als opvolger van Mr. NELISSEN, de ambtenaar die op verlof zou gaan, maar die mij eerst introduceerde in de totaliteit van het echte en zelfstandig besturen van gans het gebied..
De post Elingampangu. Bureel . Mijn vaste verblijfplaats.
Het verblijf op de post zelf was slechts 11 dagen per maand toegestaan. Voor de rest diende men ergens onder weg te zijn .Er was werk genoeg, zoals het onderhoud van de baan (gewone aardeweg), de volkstelling en het toezicht over het werk in de velden. De streek was ook bekend voor de afwezigheid van industrie of grote plantages.Dit had voor de inlanders natuurlijk een ongunstig gevolg i.v.m. de vooruitgang van hun ontwikkeling. Zij woonden doorgaans in grote dorpen langs de openbare weg. Er was echter geen doorgaand verkeer tenzij het vervoer tijdens de katoenoogst. Ook hier werkten meestal de vrouwen op het veld. De mannen brouwden liever 'Malafu' (palmwijn uit de élaïs-palmboom), of stookten alcohol op zeer primitieve wijze. Het verdoken cultiveren van hennep was voor velen een uitdaging, alhoewel dit verboden en strafbaar was. Op gebied van smederij trof men hier en daar kunstsmeden aan.. Er werden vooral messen en lansen gemaakt voor de jacht. Later heb ik honderden van deze lansen opgekocht in opdracht, voor de wereldtentoonstelling die in 1958 zou plaats hebben in MPUTU (België). Ook het vervaardigen van 'elundjas’ (klokken), gemaakt uit lege vaten van petrol of benzine, was een ware kunst.. Een goede smid kon 12 elundjas maken uit één vat. Men ging deze klokken dan verkopen in Ikela, in de evenaarsprovincie ,(een fameuze reis te voet door het oer-woud !).
Dit werd dus het gebied waar ik nog twee jaar te werken had. Ik was ondertussen reeds aan mijn tweede dienstjaar begonnen.
Van l. naar r. ikzelf , NELISSEN De chevrolet-delivery- drie Begin baan Elingampangu. -mevr.en mr. Fumière : deurs, bestelwagen .met gro- vanuit Lomela. Agent van Cotonco (katoen- te kofferruimte. maatschappij in het gebied) .
In Lomela had ik mij kort voor mijn vertrek, een occasie chevrolet-delivery aangeschaft die hier boven te zien is. Dienstig voor privé gebruik, met kilometervergoeding voor de dienst. Samen met een legerjeep en een S.T.A.-camionnet, had ik voldoende vervoer om in alle verplaatsingen van het personeel en het transport van allerlei materialen te voorzien. Ik had daarbij ook twee chauffeurs ter beschikking, een kantoorbediende (niet deze oude van Kole, maar een jongere Muluba : MILAMBO . Het was een goede werker die fatsoenlijk frans sprak en ook op de hoogte was van alle bureel- en veldwerk Hij had maar één groot gebrek : veel dorst ! . Als we in een dorp aankwamen waar er weinig malafu of bier te vinden was, kwam hij geregeld met de klacht : "Monsieur, on crêve de soif ici ". Verder had ik nog als personeel : een planton, 2 policiers en 2 messagers ( boden) voor de zendingen en het transport van de wekelijkse briefwisseling naar en van het gewest en naar het thuisfront, een nieuwe boy, want zo ver heb ik mijn Victor uit Kole niet kunnen overtuigen mee te reizen.
Van l.naar r.Chauffeur1-Vincent voetbalploeg E.Pangu ! ? In het wit : lokale personali- met vrouw (nieuwe boy), Chauf- teiten. In donkler : policier en feur 2, Met bril MILAMBO , planton. messager met fiets en kinderen van de huis- en bureelbewaker.
Er waren in het gebied ook tien etappehuizen,.waarvan er enkele in zeer slechte staat verkeerden. Daarvan heb ik er drie gesloopt en nieuwe in de plaats gebouwd. Dit heeft mij zeer goede punten opgeleverd voor het signalement. De constructie van een van mijn bouwsels is te volgen op de foto’s hierbij.
Het skelet van het dak wordt op Het opbinden van de pakjes Dakconstuctie met dekking. grote palen bevestigd en nadien bladeren Te binden met kleine Zie de palen. Het bouwen ingekort op gewenste lengte. lianen.Schikking zoals de scha- der muren kan beginnen. liën bij ons.
Het speciale aan mijn opbouw was het inmetselen van de kaders voor de deuren en de ramen . Dit gebeurde met balken van 15 cm breed en 7 cm dik, op hoogte en breedte van de deuren en de ramen. Daar rond werden de bouwstenen (15x15x30 cm).gemetseld. Dit had het grote voordeel, dat de kaders waaraan later de ramen en de deuren bevestigd werden, niet meer loskwamen in de muren. De bouwstenen waren geen gebakken stenen, maar enkel in de zon gedroogd .Daarom werd eerst het dak gebouwd op grote palen die na het beëindigen der werkzaamheden weg gehaald werden zodat het dak op de muren kon rustten Alleen voor de fundaties ,die bestonden uit allerlei zwerfstenen die verzameld werden in de omgeving , werd er cement gebruikt .Het dak werd bedekt met bladeren die per drie boven elkaar gebonden, gerangschikt werden zoals schalies .Ook was een bedekking mogelijk met dunne plankjes van zeer licht hout, die eveneens met lianen ase schalies gebonden werden . Dit hout was zo licht dat men een tamelijk grote boomstam kon dragen. Er waren vele duizenden pakjes bladeren of houten schalies nodig om een dak te dekken. Met vele binders samen zingend op het dak vlotte dit werk vlugger dan men zou denken.
Mijn logement gedurende de Etappehuis afgewerkt De Bak (overzet) Tshuapa . bouwwerken. Een opslag- De rivier was te breed en te plaats voor katoen. diep voor een brug . De kabel is zichtbaar !.
Ik stond daarbij ook nog voor een zeer grote opgave. Een nieuwe overzetboot moest gebouwd worden (een ‘bak’ die via een kabel over de stroom getrokken wordt). Een ‘bak’ ziet er uit als een plateau, gedragen door vier grote prauwen zoals er nu nog een te zien is in het museum van Tervuren. De prauwen werden ter plaatse gekapt en te water gelaten. Er werd een rastering over de wand van de prauwen aangebracht met een zekere ruimte er tussen, die de breedte van de ‘bak’ bepaalde. De balken die daarvoor gebruikt werden, waren ook ter plaatse gezaagd (over de put), met een grote boomzaag). Die balken hadden als lengte, de breedte van de ‘bak’, en ze werden voorzien van inkepingen die juist over de buitenwanden van de prauwen pasten. Een precisiewerk dus, waardoor alles in elkaar kon gezet worden ( als een puzzel), zonder bouten of andere hechtingsmiddelen. Alleen de plankenvloer van het daarop bevestigde plateau, werd met zware spijkers vast geklonken. Een dergelijke BAK droeg gemakkelijk een grote camion, gela- met katoen . Ik reed als eerste mijn ‘bak’ op . Er was wat gekraak, maar alles bleek in orde, en we vaarden over de brede Tshuapa, getrokken langs een stalen kabel. Deze opgave was een werk van vele weken. De voorbereidingen alleen al voor het maken van een dergelijke bak, zoals het kappen van de prauwen, het zagen van de balken namen reeds een paar maanden in beslag. Het aanduiden der werkers die alles zouden uitvoeren onder mijn leiding, was het werk van de inlandse chefs die daar ook maanden vooraf hadden voor gezorgd. Het was, met alles rekening houdend, een zeer gewaagde en grote onderneming.die natuurlijk ook zeer gewaardeerd werd bij het toekennen van de jaarlijkse quotering.
De nieuwe BAK aangemeerd . Van l. naar Milambo, Ik en een pater waarover meer in volgende afleverin.
De volgende aflevering : op donderdag 23 april 2009. . -oOo-
Mijn Afrikaherinneringen- 10 - Het Derde Broessejaar
-10 –
HET DERDE BROESSEJAAR.
TATA NA NGAI. Mijn kongolese vader;
Wanneer de adoptie werkelijk heeft plaats gehad weet ik niet meer. Een feit is zeker, ik had een negervader. Een oude Wetshy (medicijnman – en tovenaar ?) kwam mij op zekere dag bezoeken toen ik ergens langs de weg in een etappehuis verbleef . Hij had een kip mee als geschenk. Hij kwam vertellen dat hij van mij gehoord had en dat ik , zo jong, een vader nodig had. Hij was daar-voor de geschikte man volgens zijn uitleg. Hij nodigde mij uit bij hem te komen in zijn hut om wat te babbelen . Ik heb dit natuurlijk aanvaard en dat is zo gebleven tot aan het einde van mijn term. Gelijk waar ik verbleef in de streek kon hij onverwacht opduiken . Hij bleef nooit lang. Het was maar even, om te zien hoe het met mij was. Hij kreeg natuurlijk ook altijd een geschenk ‘mpata-moko’ dat was een vierkantig briefje van 5 frank.
Aan de woning van Tata. ; Tata met lukele (trommel) Tata Wetshy aan de hut. na ngai .
SUKARI en BEMBELE .
De naamgeving aan de blanken was een normaal verschijnsel zoals bij ons vroeger de leerlingen hun meester een naam gaven .Wanneer ik mijn (eerste) naam gekregen heb weet ik natuurlijk niet meer. De reden waarom ze mij Sukâri (suiker) noemden had waarschijnlijk de volgende oorsprong ;ik kon, wanneer ik een of ander werk uitgevoerd wilde zien, mijn waar nogal goed verkopen.Het was natuurlijk altijd voor hun welzijn en het goede doel. Ze aanhoorden mijn uiteenzetting en er werd dan soms gelachen en gezegd : “Hij is weer bezig met ZEEM aan onzen baard te smeren” .In werkelijkheid stuitte ik echter nooit op weerstand. De ouden gaven mij zelfs een luipaardtand aan een koordje, om rond mijn nek te hangen wanneer ik in een dorp aankwam. Dat gaf , samen met de officiële plaat op mijn helm, nog meer gezag. Later kreeg ik ook een stuk luipaardvel : de kracht die daarvan uitging bv. tijdens ondervragingen als ‘Juge-de-police’ of i.v.m. bepaalde vergrijpen, was indrukwekkend. Wie tijdens een verhoor op de KOY (=het luipaardvel ! ) stond, durfde of kon niet liegen. Later werd ik ook Bembélé genoemd, d.w.z. de mug die onverwachts ergens kon verschijnen om controle te doen ( een muggenprik ?) tijdens bepaalde werken, of ook in de velden , samen met de agronoom, Mr.Ceustermans, die ook ik de streek op bezoek en controle kwam i.v.m. de 24 aren te bewerken grond.
Tamtam roept op voor het werd. Groepsfoto van de werkers Bembele probeert ook eens !
WERKEN OP DE POST;
Niettegenstaande het verblijf op de post beperkt was tot maximum 11 dagen per maand, was er daar ook steeds activiteit . Hetzij in het bureel om de administratie bij te werken, hetzij aan de gebouwen om herstellingen uit te voeren of vernieuwingen aan te brengen. Zo kreeg - gespreid over verscheidene perioden ! - de ‘Barza’ (terras) een nieuwe bedekking Ik kreeg daar ook regelmatig bezoek van een visarend die rustig kwam mee genieten van het wijde panorama . Mijn woning was immers gelegen op een hoogte die wel honderd meter uitstak boven de oevers van de Tshuapa in het dal.
Barza kijkend op het dal. De visarend is aanwezig ! DE overdekking van de barza wordt vernieuwd.
OP VERLOF NAAR LEOPOLDSTAD
In het begin van het jaar 1957 ben ik tijdens het jaarlijks verlof op bezoek geweest bij mijn broer in Leopoldstad. Dit was een fameuze reis. Van Lomela naar Luluaburg ( 901 Km), kon ik met een camion meereizen.Van Luluaburg ( waar ik na 2 dagen aankwam) naar Leopoldstad, verliep de reis per vliegtuig . Ongeveer.uren en 40 minuten vliegen. Daar ben ik dan van de vlieghaven per taxi naar de fabriek gereden waar mijn broer werkte als verantwoordelijke voor de technische uitrusting van de weverij Tissaco.. De taxichauffeur was zeer verbaasd dat ik, een blanke, Lingala sprak. Hij liet mijn broer roepen zeggende dat er een blanke op bezoek was die beweerde zijn broer te zijn, maar geen Frans sprak. In Leo sprak men Frans met de negers !. Het probleem was vlug opgelost toen wij Lembeeks spraken …, maar dit werd dan weer een ander probleem voor de taximan ! Ik ben ongeveer een week in Leopoldstad gebleven en heb de stad en omgeving leren kennen. We brachten ook bezoek aan vrienden van mijn broer en aan mensen uit ons dorp in België. Voor mij was de drukte van de Stad in zeer schril contrast met het verblijf in de eenzame broesse, Terug in mijn streek gekomen gingen de normale werkzaamheden weer hun gang en met nieuwe moed, want het derde jaar van mijn term was reeds aan het lopen.
DE MISSIEPOST
Er was bezoek op de post .Op de rechter oever van de stroom in een verlaten katoenloods, niet ver van de overzet, was er tijdens mijn afwezigheid een nieuwe missiepost gesticht. Drie paters van de HH.Harten (Picpussen) hadden zich daar geïnstalleerd. Ik was van dan af ook niet altijd alleen op mijn berg.
Pater Herman luidt ; Het altaar in loods ; Buitenkant van de loods. geïmproviseerde klok !
Op een dag hoorde ik plots een geweldige knal .Een ontploffing die van beneden aan de bak bleek te komen. Ik sprong in mijn jeep en reed naar beneden Op het hof van de missiepost stond pater Boudewijn gans zwart geblakerd, naast een benzinevat waaruit het bovendeksel wel 50 meter was weg gekatapulteerd. Hij had een leeg benzinevat willen schoonbranden om er maïs in te bewaren. Toen hij echter een brandende lucifer aan de opening van het vat bracht, ontplofte de nog aanwezige benzinedamp, met de fameuze knal die ik gehoord had . Gelukkig was de pater in kwestie niet gewond of verbrand. Pater Floribert , de overste, en pater Herman stonden er lachend bij.
In gesprek met P. Boudewijn P Floribert doet aankopen Een biertje kon er altijd bij ! op Zondag morgen . bij de inlanders
Spelende kinderen. Wat zouden ze uitbeelden? , TIPOY ?
OTUTU.
in het bezit van een Afrikaans beeldje waar toevallig een bizar verhaal aan vast zit. Toen ik van hoger hand de opdracht kreeg om voor de wereldtentoonstelling van 1958 in België een hoeveelheid messen en lansen op te kopen bij de inlandsen smeden, kwam er een jonge kerel mij een beeldje aanbieden. Ik vond het een echt origineel stukje en kocht het voor 50 fr. Toen ik het als versiering in mijn huis of ergens in een etappehuis ophing zag ik dat mijn personeel er niet mee opgezet was. Iedereen wendde de blik af bij het voorbijgaan van het beeldje. Ik vroeg aan Vincent, mijn boy , wat dit te betekenen had. Hij zegde mij dat het een afgod was met slechte bedoelingen . Enige tijd nadien kwam de jongen, aan wie ik het gekocht had mijn vragen om het terug te krijgen want hij was door de dorpsraad gestraft. Hij -of zijn familie - moest 2 van alle dieren die in het dorp leefden, aan de ouderlingen geven. Twee honden, twee geiten, twee varkens en twee duiven enz..., ofwel de tegenwaarde ervan in geld in de dorpskas storten. Ook de chefs van het dorp vanwaar die jongen afkomstig was, kwamen de zaak bespreken Van hen vernam ik dat het een OTUTU was ( een vruchtbaarheidsgod ). Ik zei dat ik het beeldje reeds naar Mputu (België) gestuurd had en dat ik het niet kon teruggeven. De zaak was daarmee afgesloten en ik heb verder niets meer vernomen Het beeldje hangt reeds 50 jaar als souvenir bij de voordeur in ons huis.
AFTELLEN NAAR HET GROOT VERLOF
Op 26 september 1957 kreeg ik een officiële mededeling dat mijn lopende dienstterm zou eindigen op 20 februari 1958 . Ik werd verzocht mijn keuze van terugkeer (per boot of per vliegtuig) kenbaar te maken vôôr 25 september. De brief was ondertekend op 31 augustus te Luluaburg en via de administratieve weg Lusambo, Lomela en per courrier-messager naar Elingampangu gebracht. Ik koos natuurlijk het vliegtuig om vlug thuis te zijn bij mijn verloofde die daar drie jaar op mij wachtte. In november kreeg ik reeds antwoord met de regeling die getroffen was. Ik zou vanuit Lodja per vlieguig vertrekken naar Luluaburg, op 20 februari 1958, om van daar naar Leopoldstad te vliegen op 22 februari . Op 23 februari zou ik dan van Leopoldstad naar Brussel vliegen. Alle ' Requisitoirs' (de nodige papieren) zouden in Lodja aanwezig zijn bij de afreis. Er waren ook nog een ganse reeks verplichtingen in Luluaburg te vervullen alvorens het land te mogen verlaten. Alles is verder verlopen zoals voorzien. .Op 23 februari 1958 landde ik te Brussel bij mijn geliefde en familie voor een verlofperiode van zes maanden .Ons huwelijk had plaats, de dag van de opening van de wereldtentoonstelling, waar we natuurlijk ook uitgebreid van genoten hebben.
HET STAGERAPPORT ;
Mijn laatste signalement werd door de gewestbeheerder reeds opgesteld op 18 juni 1957, en via de administratieve weg naar de provinciale personeelsdienst gestuurd als Stagerapport. Ik ontving het thuis te Lembeke op 27 mei 1958. Het gaf tevens een geruststellend beeld voor mijn verdere loopbaan,.
Hieronder een afschrift van dit rapport dat mijn toekomst zou zekeren
--------------
copie INTERESSE.
PROVINCE DU KASAI Service: TERRITORIAL. DISTRICT DU SANKURU. Matricule: 25.544 TERRITOIRE DE LOMELA -----------------------------------
Rapport de stage de monsieur INGELS Wilfried , Oscar, Maria. Agent Territorial.
-INSTRUCTION GENERALE : Monsieur Ingels a terminé ces humanités greco- latines, et Ecole coloniale de Bruxelles. -EDUCATION : Très bonne. - CONDUITE GENERALE : Très bonne - ACTIVITE : Très grande.
-HABTITUDES ET HABILITE PROFESSIONNELLE : Grandes - CONAIISSANCE DE LANGUES INDIGENES : parle très bien le Lingala. - MANIERE DE SERVIR ET SERVICES RENDUS: Monsieur Ingels est arrivé à la Colonie le 21 février 1955. iode de formation de 8 moisen territoire de le, il a été désigné pour Lomela où il a été affecté à la region Est qu ‘ il administre jusqu‘a ce jour avec beaucoup de mérite et de conscience. - Après des débuts hésitants, cet agent a amélioré son ren- dement au cours de son terme, a pris plus d ‘ assurance et rend actuellement d' excellents services dans une région particulièrement ingrate et isolée. Véritable Territorial , continuellement en route et aimant son métier..
- AVIS DU CHEF IMMEDIAT:
Monsieur Ingels possède toutes les qualités professionnelles et morales requises pour être admis à titre définitif .
- AVIS DU CHEF DU DEGRE SUPERIEUR
Je partage entièrement ces considérations. Lusambo 3 Juillet 1957 Sé. / Le C.du D. Geurts M.
- AVIS DU GOUVERNEUR DE PROVINCE:
Monsieur Ingels s’ intéresse vivement aux populations qu’il administre. Avis très favorable à l'admission à titre définitif. Luluabourg, le 12. 7 . 57. Sé../ LE GOUVERNEUR, J; LEMBORELLE.
Pour copie certifiée conforme, LE DIRECTEUR PROVINCIAL DU PERSONNEL, FF. JORIS. = ------------
Ingevolge de gebeurtenissen, werd er amper twee jaar later een onvoorzien einde gesteld aan mijnKoloniale loopbaan.
Op 16 augustus 1958 weerklonk in de morgen op de kade van de haven van Antwerpen de mars uit de film "The Bridge on the River Kwai" . Dit was het sein om afscheid te nemen van onze vrienden en kenissen en in te schepen op de Charlesville die klaar lag om af te varen naar Kongo. Samen met mijn vrouw vertrok ik nu voor mijn 2de ambtstermijn .
Zoals normaal, ging de tocht over Tenerife waar enkele uren halt gehouden werd om ons in de gelegenheid te stellen een toeristische uitstap te maken op het eiland. Op de kade was het zoals altijd zeker, een ongelooflijke drukte om alle soorten kantwerk en souvenirs aan de passagiers te verkopen.
Een uitstap op Tenerife met de tourissimocar, samen met mr.&mevr. Meerschaert met wie we de reis verder gezet hebben tot in Luluaburg.
De verdere reis, met de evenaarsdoop en de nodige feestelijke diners verliep in een aangename sfeer . De Charlesville was ook heel wat luxueuzer dan de Copacabana waarmede ik mijn eerste reis had beleefd.
Een blik over de wijde zee. Samen op het achterdek. Even verpozen .
Daags voor de aankomst te Lobito was er een bericht aangekomen van de 'Agence Maritime Internationale S.A.- Agence Lobito', dat er op 26/ 08/1958 een telegram te Lobito binnengekomen was met de melding dat ik aangeduid werd voor de Provincie Kasai., en dat de nodige reisdocumenten voor de trein, ter beschikking zouden liggen in het treinstation van Lobito, waar een trein zou vertrekken met bestemming Kongo, om 16.45 uur . Bij de aankomst te Lobito op 30 augustus in de vroege morgen, ontscheepten nog menige andere kolonialen die eveneens ofwel de Kasaiprovincie of de Katangaprovincie als bestemming hadden. Alles verliep volgens de aankondigingen en op dezelfde dag nog, zaterdagnamiddag 30 augustus, vertrokken we met de trein voor een rit van 1.350 Km.dwars door Portugees Angola . Gedurende de reis was er niet zoveel te zien . Hier en daar een stationnetje of een dorpje en verder dorre en kale landschappen. Er waren talrijke halten om inlandse passagiers te laten in- en uitstappen met hun pakken en zakken en levende bagage, zoals kippen en geiten en soms wel een varkentje. Er moest ook water en hout ingeslagen worden, want de locomotief werd gestookt met hout. We overnachtten drie keer op de trein en in de morgen van de vierde dag (dinsdag 2 september) kwamen we aan in Tenke aan de grens met Kongo. Vanuit Tenke ( na de nodige formaliteiten en douanecontrole), vertrokken we om 7uur 's avonds met een moderne trein in eerste klasse, naar Luluaburg. waar we (na 919 km ) op donderdag 4september in de voormiddag aankwamen. We konden onze intrek nemen in het 'Palce' hotel., waar we een kamer toegewezen kregen. ‘s Anderendaags vernamen we op de administratieve diensten van de provincie, dat ik door de gouverneur ter beschikking werd gesteld om tot eind september mee te werken aan de volks- telling in de wijk van de stad waar de inlanders verbleven. Daarmee zaten we vast te Luluaburg en we konden onze intrek nemen in het ' Hotel Moderne,. een heel wat ruimer en aangenamer verblijf dan een hotelkamer in het ‘Palace’ hotel.
In het park van het Hotel . In de hotelkamer In ht park van het Hotel.
Van deze volkstelling herinner ik mij niet zoveel meer, tenzij dat sommige percelen en de huisjes overvol zaten met families die uit het binnenland waren afgezakt om mee te profiteren van hun ‘Nduku' ( broer of ander familielid) die ergens aan het werk was. Men wilde een zuivere toestand van de aldaar verblijvende bevolking op papier zetten, en de illegalen naar hun dorp terugsturen. We hadden in de stad ook de gelegenheid om eens naar de cinema te gaan, op restaurant of naar de winkels om sommige nog ontbrekende zaken aan te schaffen voor straks in de broesse .Zo kochten we o.a. een radiotoestel op batterijen, en een tweede Kolemanlamp.Twee onmisbare zaken wegens het ontbreken van elektriciteit in het binnenland. In een van de magazijnen ontmoette mijn vrouw per toeval een vriendin die ze vroeger in België op de trein naar het werk had gekend. Haar man werkte bij de Telecom en ze verbleven tijdelijk ook in Luluaburg . Soms waren zij ook in het binnenland op de posten waar er telecommunicatie was.
Op bezoek bij Armand (telecom) en Hermine -Mientje Foto langs de baan Luluaburg.
We maakten van de gelegenheid gebruik om elkaar te bezoeken en de stad wat beter te leren kennen. Op woensdag 1 oktober konden we zoals voorzien vertrekken naar het gewest Lomela voor de streek van Musadi waarvoor ik aangeduid was. De vriendin die we in Luluaburg ontmoet hadden heeft ons boterhammen gebracht voor onder weg, dat was een vriendelijke verrassing die ons goed van pas gekomen is, want onder weg zijn er natuurlijk geen restaurants of eetgelegenheden De reis verliep met de S.T.A.(geladen met al onze bagage) langs de weg die ik vroeger met de M.A.S. ook had gedaan, ( maar nu bijna non stop) , naar Benadibele , met overnachting op de missiepost van de paters picpussen. We zijn er aangekomen toen het nog klaar was.‘s Anderendaags zijn we daar vertrokken in de vroege morgen en we kwamene aldus, na een reis van ongeveer 700 Km,. rond 4 uur in de namiddag aan te Lomela. We verbleven tot 6 oktober in de hoofdpost om kennis te maken met de andere bewoners en om de nodige schikkingen te treffen vooraleer wij naar Musadi ( 90 Kml. Noordwaarts), zouden vertrekken. Hier konden wij ook op restaurant gaan eten. Mijn vorige post te Elingampangu (bestemming voor ongehuwden !), was ingenomen door een andere celibatair( Mr. Meeuwis) We konden daar in Lomela ook onmiddellijk een jonge boy in dienst nemen (Nongo Fabien), die met ons de reis naar Musadi en het verder verblijf in Kongo zou meemaken. Mijn auto, die voor ons twee toch te klein was om verder te gebruiken, heb ik kunnen verkopen aan een inlander. Ik was trouwens van plan om aan een Amerikaanse missionaris (Father DAVIS) een Ford camionette te kopen met een dubbele rij zetels vooraan. De man kwam echter niet opdagen want hij was tijdens mijn verlof uit de streek vertrokken, zodat wij zonder persoonlijk vervoer waren. Er werd ons echter een camionette van de S.T.A.(met chauffeur ) ter beschikking gesteld voor de dienstreizen, en.zo konden wij toch de baan op met alles en iedereen die met ons zou vertrekken naar Musadi. De zondag zijn we op de missiepost naar de mis geweest. We zijn daar blijven eten en babbelen. Mijn vervanger uit Elingampangu was daar ook en zo werd het nog een aangename zondag. Op de hoofdplaats van het gewest was er ook een grote winkel, door blanken gehouden. Daar konden we dus allerlei zaken en vooral ook voedingswaren kopen. Er was ook een klein hotel, uitgebaat door een Zwitsers koppel. Daar werd af en toe ook een film vertoond. Zij hadden ook een restaurant waar we zoals hier boven reeds gezegd, konden gaan eten.
Huis van de blanke dokter . Weg naar Centre commercial. Huis van de Gewestbeheerder.
De totale blanke bevolking van het gewest Lomela bestond uit ongeveer 200 bewoners : het administratief personeel van de staat en hun familie , de paters en de zusters van de 2 missieposten, de beheerders van de katoen bedrijven met hun familie, de bevolking van het commercieel centrum, waaronder zelfstandigen die er een beroep uitoefenden o.a. een garage, een zaak van bouwmaterialen, schrijnwerkerij enz …!
-oOo-
Het vervolg van de belevenissen verschijnt op donderdag 7 mei 2009.
Tijdens mijn verlof in België hadden er zich wijzigingen voorgedaan in de personeelsbezetting van het gewest. De administrateur was met verlof vertrokken en een vervanger was aangeduid. Aan- gezien hij niet op de post was bij onze aankomst, was de assistent bevoegd om mijn verplaatsing naar Musadi te bevestigen.Op maandag 6 oktober was hij daartoe niet bereid gevonden, en verdaagde onze afreis met een dag. Op dinsdag echter was de nieuwe administrateur nog niet aangekomen. De assistent liet ons uiteindelijk toch vertrekken rond 9 uur.
De vrouw en Vincent ; Vincent Planton en vrouw Vincent met vrouw : Chauffeur met hoed op draagt een papaya zoete en voetzame boomvrucht.
Toen ik vernam wie de nieuwe trateur was, verwonderde de aarzeling voor het geven van de toestemming tot vertrek, mij niet ; de nieuwe baas was Mr.de administrateur van Kole bij wie ik mijn STAGE gedaan had in 1955. Ik wist dus met wie wij het zouden te doen krijgen. Achteraf gezien is dit toch meegevallen .Hij heeft mijn werk in zijn quoteringen volmondig .geapprecieerd. Ondertussen was ook mijn boy Vincent met zijn vrouw aangekomen op de post, en zo konden we vertrekken met een grote en een kleine nieuwe boy Nongo Fabiën. De weg naar Musadi , ongeveer 9O Km van Lomela is een drukke weg wegens de aanwezigheid in de streek van vele rubberplantages . Het is ook de algemene doortocht vanuit Port-Franqui en Luluaburg naar de Evenaarsprovincie. Op de post van Musadi woonde ook een agronoom principal die op het ogenblik van onze aan-komst bezoek had van de Ingenieur-Agronoom die op inspectie was in de streek. De ambtenaar die ik zou vervangen was reeds uit het huis vertrokken naar de nabij liggende gîte. Hij en zijn vrouw, beiden west-vlamingen uit Torhout, ontvingen ons heel hartelijk . Ook de ingenieur en zijn vrouw van StJoris-ten-distel, ontvingen ons zeer vriendelijk . De agronoom was een zeer aangena- me en vriendelijke Waal uit Godinne (Namur). We waren dus niet alleen als Blanke op de post.. Alles zag er voor de toekomst prima uit , met spontane en onderlinge hulpvaardigheid. Toen we goed en wel in Musadi geïnstalleerd waren, doken de eerste geruchten op van grondige wijzigingen in het bestuur van de gewesten. Er waren nog geen schriftelijke mededelingen maar het nieuws van herschikking en bestuur in de bijposten, deed de ronde. De blanken zouden allen op de hoofdpost van het gewest gehuisvest worden. Naast hun administratieve taken zouden ze ook sporadisch de broesse intrekken voor wegenwerken, politioneel werk als politierechter of in op-dracht van het parket, om onderzoeken ter plaatse uit te voeren, of om de inlandse rechtbanken te controleren en te helpen waar nodig. Dit alles zou tegen het einde van 1958 moeten gebeuren, als toepassing van een nieuw statuut, dat vanaf 1959 in werking zou moeten treden. Ondertussen ging het normale werk op de post zijn gewone gang. De volkstelling , het onderhoud van de wegen, de assistentie bij de handelaars die hun ‘capita-vendeur’ kwamen controleren enz. Alvorens de overname van de post uit te voeren waren er nog enkele dringende herstellingen aan een paar bruggen uit te voere. Samen met de vertrekkende ambtenaar heb ik de herstellingen aan de eerste brug uitgevoerd (over de Lonkonia) . Zijn aanwijzingen zouden mij zeer vlug van pas komen want er stond mij zwaarder werk te wachten aan de tweede grote brug , ook gelegen op de hoofdweg ( over de Lona-rivier ongeveer 20meter breed ), waar ik alleen zou voor staan wegens zijn vervroegd vertrek naar de hoofdpost. Ons huiselijk leven was voor mij natuurlijk iets anders dan het leven als celibatair . Mijn vrouw was sedert september zwanger. Bij leven en welzijn konden we dus volgend jaar in mei met drie zijn. Het feit werd slechte in november aan het thuisfront medegedeeld. Alles bleek na onderzoek van de dokter in orde te zijn . De zwangerschap berokkende geen noemenswaardige ongemakken tenzij dat mijn echtgenote steeds vermagerde, maar dit bleek achteraf ook geen hinderpaal te zijn. In de wekelijkse briefwisseling van en naar huis werd er druk over de komende gebeurtenis onderhandeld. Aangezien we ook een 8mm-camera mee hadden, zou men alles met bewegende beelden kunnen volgen . In de streek waren er ook een paar grote heveaplantages . De moeite om even te bezoeken. Het tappen van de latex gebeurde 's morgens vroeg . Voor de inlanders was er veel geld te verdienen. Men zag dit ook aan de evolutie van de levensomstandigheden van de bevolking. In opdracht van de firma was er voor de inlanders door een Italiaanse bouwmaatschappij begonnen met het bouwen van bakstenen huisjes. Deze huisjes werden echter niet ten volle aanvaard, want het was er binnen veel te warm .Het bladerdak van hun hutten bood beter weerstand aan de evenaarszon dan de metalen bedekking. Dus probleem ! . De huisjes bleven voor sommigen meer gebruikt als stalling voor de kippen en de geiten. Voor het bewaren van de maniokwortels en de graangewassen .Ook voor katoen enz….waren ze zeer welkom !
Het tappen van de latex gebeurde met het wegsnijden van een paar millimeter schors van de boom, waardoor het sap in een aan de boom gehangen potje kon opgevangen worden en later verzameld worden, wanneer alle bomen in de plantage getapt waren.. De midden foto is een plantage van Hevea palmbomen, en rechts de palmnoten..
ZWAAR WERK.
De tweede brug. De brug over de Lona, was in zeer slechte staat en diende grotendeels vervangen te worden. Deze brug lag ongeveer 20 km verder, ook in de richting Lomela. We verhuisden daarom naar de dichter bijgelegen gîte.
Mijn echtgenote aan deze gîte, en uitdeling van snoepjes .
Naar het werk aan de Lona. Gelukkig waren daar ook de boomstammen (voor de draagpalen in het water) en de dwarsbalken om de verdere afwerking en de rijbaan te bevestigen, reeds ter plaatse beschikbaar. De dorpelingen in de omgeving waren ook klaar om aan de werken te beginnen, want voor hen was er ook weer een goede frank te verdienen. Dit werk is ook grotendeels met de 8mm camera opgenomen. Aangezien deze brug eveneens op de hoofdweg naar Ikela in de Evenaarsprovincie gelegen was, werd er vooraf per brief aan de handelaars medegedeeld dat de weg onderbroken zou zijn tot 12 december.
De eerste foto toont het oprichten van een steunpaal (7m lang) Bovenaan zijn vier lianen bevestigd die, wanneer de gescherpte paal in het water is gedropt, beurtelings zullen getrokken worden en aldus de paal met een draaiende beweging in de bedding van de stroom boren tot hij vast komt te zitten . Er worden telkens 4 van deze palen op een rij geplaatst met een tussen- ruimte van anderhalve meter. Samen met de dikte van deze palen, bepalen zij de breedte van de brug (ongeveer 6 meter). Voor de Lona waren er 10 rijen van 4 palen nodig om de 20 meter brede rivier te overgbruggen.Vier van deze rijen dienden volledig vervangen te worden. Op de tweede foto ziet men hoe boven op elke rij van 4palen een dwarsbalk ingewerkt zit op de steunpalen. ; ; Elke dwarsbalk vormt aldus telkens de steun waarop verder de lengtepalen van de brug gelegd worden. Derde foto :de lengte palen wworden gelegd. Boven op deze lengtepalen komen er, in de breedte van de brug , zware planken van 6meter lengte op 5 cm dikte en 25 cm breedte, waarop dan met oogbouten of met lange kepernagels de loopplanken worden bevestig volgens de wielbreedte van de voertuigen. Het afbreken van de oude brug, het aanleggen van een noodovergang voor de voetgangers en de fietsers, duurde echter langer.dan voorzien. De weg was pasr terug open op 16 december. Er waren 60 vaste medewerkers die vroeger bij de 'force publique' hadden leren werken, en nog wat losse helpers, aan de slag geweest. Telkens van 's morgens 6.30 uur tot rond 15 uur in de namiddag. Het totaal aan lonen en materiaal bedroeg ongeveer 35.000 C.Fr. Enkel voor het dek van de brug, waren de oude planken opnieuw in gebruik genomen. Na de uitbetaling der werken , keerden we tevreden maar moede terug naar Musadi.
Persoonlijk heb ik aan het bouwen van deze brug, wegens het voortdurend verblijf rond het water, een fameuze aanval van malaria overgehouden. Op aanraden van een amerikaanse dokter van de protestantse missiepost te Loto, heb ik een paar weken rust genomen Ondertussen kwam stilaan 1959 in het zicht, en kwam de verhuis naar de hoofdplaats Lomela dichter bij. Er moest ingepakt worden en de zwarte bediende moest eerst, samen met het ander personeel, de taken overnemen die vroeger door de blanke gedaan werden. Deze overname nam ook nog ettelijke dagen in beslag (dit kaderde ook in de toepassing van het nieuwe statuut dat op 1januari 1959 van kracht zou worden ). De maandwedden van deze mensen gingen natuurlijk de hoogte in ! Kort voor ons voorziene vertrek uit Musadi, werd ik door een Portugese handelaar nog opgeroe- pen om te Loto bij de controle van zijn inlands magazijn te assisteren, in een dorp gelegen op de grens met Dekese., ongeveer 100 Km van Musadi .Hij was mij komen halen en ik ben met hem kort na de middag vertrokken. De controle liep nogal uit. Er werd een deficit vastgesteld van om en rond de 73.000 frank. Gezien de afstand terug naar de post, werd het na 2 uur’s nachts toen ik terug thuis kwam . De Portugees is blijven overnachten in de gîte. De nodige vordering werd ‘s anderendaags opgesteld . Justitie kon verder haar werk doen Mijn vrouw, die toen in haar vijfde maand zwangerschap verkeerde, was ondertussen op deze bewuste avond zeer ongerust geworden. Zij had de agronoom, die vlak bij woonde, laten roepen door de boy. Hij was vlug gekomen en had haar uitgelegd dat het dorp waarvan zij meende waar ik naartoe was (Looto, met twee‘O’s geschreven en dichter bij Musadi), niet de plaats kon zijn waar ik naartoe geroepen was, maar wel Loto, het 'centre-commercial' dat aan de grens gelegen was met het gewest Dekese. De agronoom, een brave man in zijn derde term meen ik, was bij mijn vrouw gebleven tot ik terug was. Mijn opdracht was uitgevoerd. Dergelijk dringend werk hoorde dus ook tot onze (normale) opdrachten zonder enige inachtneming van tijd. Ondertussen had ik ook bericht gekregen van de administrateur dat ik nog niet kon verhuizen om-dat ons huis in Lomela nog niet volledig afgewerkt was. We vierden dan maar nieuwjaar onder ons twee, met de boys en het personeel . Een rustig nieuwjaar... ! We vernamen eveneens langs de radio dat er te Leopoldstad een grote opstand uitgebroken was met 47 doden en 257 gekwetsten en honderden milioenen schade enz… De aanstoker was met enkele aanhangers ingerekend. Dergelijke berichten waren natuurlijk niet opbeurend voor de komende veranderingen die ons te wachten stonden, alhoewel er in het binnenland daarover weinig onder de bevolking bekend was. Het werd uiteindelijk donderdag 21 januari 1959, toen we konden vertrekken naar onze nieuwe woning in Lomela. We hadden aldus 106 dagen te Musadi doorgebracht. Er kon een nieuw hoofdstuk beginnen, maar daarover later, in mijn volgende bijdrage.
Mijn Afrikabelevenissen- 13 - Verblijf te Lomela enVerhuis naar Lubefu.
-13-
VERBLIJF TELOMELA-VERHUISNAARLUBEFU;
Na 106 dagen te Musadi en omstreken te hebben verbleven kwam er eindelijk op 22 januari 1959 de geplande verhuis naar een nieuwe woonst op de post van Lomela .
Buitenzicht huis te lomela Op de barza (terras) Aan de voordeur
Voor de eerste keer zouden we in een modern verblijf wonen. Dus geen opgekuiste gîte meer ! De omgeving was een vlak terrein dat niet lang daarna met allerlei struiken en bloemen werd be- plant. Binnen in huis was er een grote zitkamer, een keuken, twee slaapkamers en een badkamer . Er was natuurlijk nog geen elektriciteit of stromend water, maar dit werd volgens de oude methode opgelost Buiten stond er een groot vat op een verhoog dat met een trap bereikbaar was.Dit vat werd dagelijks opgevuld met water uit de rivier. De Koleman-lampen gaven licht genoeg om na 6 uur nog en boek of brieven te lezen en indien nodig nog wat naaiwerk uit te voeren met een met de hand bediende Singer.
foto's binnen in huis.
In de zitkamer een sigaretje roken en naar de radio (op batterijen) luisteren. Singer naaimachien ! We waanden ons thuis zoals tijdens de zomer in België. Er was verder op de post een grote winkel waar we vele soorten levensmiddelen en allerlei zaken konden kopen. Eenmaal in de week kwam de M.A.S. van Ikela met de brieven en de korf (verse ?) groenten die we konden bestellen bij de hoeve 'Karavia ' in de kivuprovincie . Ik had zelfs de ( utopische) pretentie een moestuin aan te leggen met zaaigoed ons toegestuurd van- uit België .Gezien het zeer gunstige (serre-)klimaat schoot alles zeer vlug op, maar het resutaat was enkel groene struikjes zonder vruchten of echt resultaat. Bij de uitroeing van deze 'lochting' vonden we toch een heel klein radijsje dat we a.h.w. met plechtigheid hebben opgeëten !
Samen met Fabien (de wasser en strijker die kort daarop ook kok werd ) aan het werk in de met palmbladeren overdekte moestuin.
Nu het ernstige werk en serieuze gebeurtenissen.
Ik werd als secretaris van het gewest aangeduid en kreeg nog het onderhoud toegewezen op een gedeelte van de weg naar Ikela (33 Km). Dit laatste om mij een halve dag in de week te kunnen bezig houden met teritoriaal werk. Controle van de kantonniers (de werkers op de weg). Onderhoud en herstel van de brug over de Ndjali-rivier, op de grens met Evenaarsprovincie Op de hoofdpost van het gewest,waar ondertussen ook alle andere beambten verbleven,heerste er een zeer aangename sfeer. De verstandhouding inzake onderlinge hulpvaardigheid op alle gebied, was uitstekend. Het leek wel een grote familie.
Op depost werd de politieke toestand en ook het nieuw statuut besproken: termen van 2 jaar en 4maanden verlof met volle wedde plus nog eens 5.000 Fr. voor logement, enz..., stonden ons te wachten. Onze term zou alduseindigen in september 1960. De toestand was echter wel anders aan het evolueren dan werd voorgesteld. Iedereen had in stilzwijgendheid a.h.w. ook zijn toekomstplannen klaar voor een definitief vertrek indien de zaken ongunstig zouden evolueren.
Voor mijn vrouw was de voorbereiding voor de geboorte van de baby de voornaamste bezigheid, Vooral in de briefwisseling met haar moeder thuis om allerlei zaken te regelen en tebespreken . Ter plaatse was dit eveneens,met de andere dames van de post (waaronder er nog een drietal in blijde verwach- ting), het voornaamste onderwerp van de gesprekkenen bezigheden. Naai- en breiwerk voorop !
In de gedétacheerde posten werden de inlandse chefs nu verantwoordelijk voor de administratie zoals de volkstellingen, het normale onderthoud van de wegen op de secundaire banen enz… . De blanken zorgden voorde zwaarderedingen zoals onderhoud en reparaties van de bruggen op de hoofdwegen. Zo had ik af te rekenen met debrug over de Ndjali opweg naar Ikela (de vaste courrierverbinding tussen Lomela en de Evenaarsprovincie. Een grote herstelling diende o.a.uitgevoerd te worden zonder
het verkeer stil te leggen. Dat was territoriale arbeid ...(en goed voor malaria !).
Het wonen in een stenen huis bracht voor de boys ook problemen mee. Vincent, de oude boy uit mijn vorige term ( de keukenpiet), wilde alles ook op zijn 'brousses' regelen. Vooral het koken buiten en het schikken van pottten en pannen enz.was zijn vak. Hij wilde niet naar mijn vrouw luisteren toen zij haar schikkingen voor de keuken wilde uitvoeren. Hij verduidelijkte haar, dat hij en niet zij, eerst bij mij gekomen was om te werken. Dus: zij was tweede in dienst en konniet de baas zijn. We hebben die brave man laten gaan, en Fabien werd de hulpkok . Er was een gasvuur aangeschaft, en binnen in de keuken werd er ook wel iets klaargemaakt.
De wapens die tot dan toe (in bewaring op de post) ter beschikking waren voor de dienst,werden
uitgedeeld onder de blanken. We hielden schietoefeningen, samen met de zwarte soldaten die op de gewestpost gekazerneerd waren. Ieder van ons was trouwens ingelijfd bij de Force Publique (het Kon-golese leger.)
Geboorte op de missiepost.
Op 22 mei 1959 om 8.00 uur 's morgens kwam onze Michelter wereld in Eyangu .Dit is een kleine missiepost waar paters en nonnetjes verbleven . Erwasdaar voor de inlandse meisjeso.a. een opleidingsschool voor vroedvrouw. Deze missiepost lag ongeveer op 15 Km van de post.
De geboorte van een blanke baby was natuurlijk een fameuze gebeurtenis. Het was trouwens de eerste ,(en ingevolge de gebeurtenissen nadien,) ook wel de laatste keer dat daar een blank kindje geboren werd. De belangstelling vanwege de schoolgaande jeugdwas dus enorm groot .De aapjes speelden daar echtin de bomen !. De doopplechtigheidhadplaats op de missiepost.
Pater overste- Moeder overste Wij, met moeder overste Met peter en Meter met de aanstaande moeder. na de geboorte
Het aangename verblijf te Lomela werd hervat.Moeder en kind waren gezond. Alles leek O.K. !
Veranderingen op komst !!
Erkwam plots een storende brief van de provinciegouverneur met de melding van een nieuwe datum van einde-term, vastgesteldop 1 maart 1961 i.p.v. september 1960 (met mijn goedkeuring ). Dergelijke goedkeuring had ik bij mijn weten nergenstoegestaan en protesteerde, zelfs met copie voorBrussel en voor de personeelsdiensten te Leo en te Luluaburg. Het resultaat was, dat er toch 'd'office'een verlenging kwam tot 1.12.1960.
MUTATIE ! Verhuis naar Lubefu.
Niet langdaarna kwam er opnieuw een nieuwe stoorzender met een aanstellingsnota waardoor ikstante pede moest verhuizen naar het gewest Lubefu om daar de dienst te verzekeren op het secretariaat en in het noordelijk gebied van het gewest.. Men weet natuurlijk nooit wie of wat er achter de schermen werkt om een dergelijke beslissing te nemen. Daar kon ik natuurlijk niets tegen inbrengen.Ik heb wel op aanraden van de dokter uitstel vanvertrek aangevraagdwegens de recente geboortevan onzebaby, voor wie een dergelijke verplaatsing(over een afstand van 530 Km ) volgens hem niet verantwoord zou geweest zijn. Ik kreeg de toelating om de verplaatsing uit te stellen tot eind juni, maar diende zeker op 2 juli op post te zijn, wat trouwens ook gebeurd is . De verhuis verliep op 1 julimet een overnachting te Lodja in het hotel. Onze boys Fabien en Berthold maakte de reis mee naar het onbekende Lubefu.
Gereed voor de lange reis. Veilig in het reismandje.! Aankomst op de 'bak' te Lubefu.
Hieronder het Sankuru -distrikt met Lubefu op de 5de breedtegraad,170 Km links van Lusambo.
156 dagen Lomela lagen achter ons !. .
Wat er ons te Lubefu te wachten stond vertel ik in een volgende aflevering ; op vrijdag 22 mei a.s.
Lubefu is gelegen aan een naar onze normen grote stroom, eveneens Lubefu genaamd . Men stak deze stroom over met een ‘Bak’ gebouwd op walvissloepen en getrokken langs een kabel omdat de diepte ( 8 meter ?) en de breedte (meer dan 50 meter ?) te groot waren om er een brug over te bouwen. De stroming was er tijdens het regenseizoen zeer sterk. De uitmonding lag ruim 180 Km naar boven toe in de Sankurustroom, op ongeveer 25 Km ten oosten van Benadibele.
Op 3 juli 1959 kwamen we aan te Lubefu waar we door de Administrateur werden ontvangen en uitgenodigd om bij hem het avondmaal te gebruiken. Veel stelde dit niet voor, want de man was vrijgezel. Zijn woning lag op ongeveer honderd meters van de burelen van het gewest, langs de hoofdweg die de post doorkruiste. Wij kregen langs dezelfde hoofdweg, ongeveer rechtover zijn huis een woning - oude koloniale stijl - toegewezen. De andere blanken – de assistent , de boekhouder en de secretaris –, woonden op een hoger gelegen plaats aan het einde van een doodlopende zijweg . Ons huis was ruim van binnen en fris. Er was een grote ruime barza (terras) , in de hof een boyerie (verblijfplaats voor de boys) , een waskot, een keuken en een magazijn. Ook een grote garage .
Voorkant van het huis. Op de trappen met Op de barza met Michel enkele sloebers. ( let op de lampen, met vergroting duidelijk te zien !)
De voorzieningen waren zoals overal elders, met dit verschil dat de M.A.S. nu uit de richting van Luluaburg kwam en dat we slechts 170 Km verwijderd waren van Lusambo, de hoofdplaats van het district, waar we allerlei bestellingen konden doen van etenswaren enz…. De groenten kwamen nu uit de richting van Elisabethstad , ook per wekelijkse zending toegestuurd. Eenmaal in de week was er vers rundsvlees. Gezien de ligging van Lubefu (ongeveer op de vijfde breedtegraad ten zuiden van de evenaar ) was het klimaat iets milder. Er was een lagere vochtigheidsgraad, en meer afgetekende seizoenen . Op de post was er een ‘Centre commercial’ met enkele magazijntjes waar eveneens een tamelijke aanbieding van allerlei dingen te koop was. Ook verpakte eetwaren en snoep en andere snuiste- rijën voor de inlanders. Er woonde daar, tussen de inlandse bevolking in, ook een jonge Portugees, in dienst van een firma Wij waren spontaan en vrij vlug met hem in vriendschap en zijn tot op heden ( 50 jaar later), nog steeds vrienden gebleven. Als wij op de Post verbleven kwam hij geregeld een bezoekje brengen. Een etentje en een goede Portugese wijn was voor hem, als vrijgezel , een aangename verpozing.
De boyerie en garage. In de zitkamer met Alberto Dorine in de hof achter het huis Dorine bij de kippen. onze Portugese vriend.
Er woonde daar ook een Italiaan, samen met zijn zoon. Hij was behalve winkelbediende ook nog coiffeur, voor de mannen en de inlanders althans. Hij sprak ook een beetje Frans . Toen ik later een van de boys naar hem zond met de vraag wanneer ik kon komen voor het haarsnijden, antwoordde hij per briefje : “ Ne porte que leur “ Dat was dus klare en verstaanbare Italiaans-Franse taal !. Door het wonen op deze plaats, langs een hoofdweg dus, gebeurde het wel dat passanten, op doortocht naar Lodja of verder, halt hielden om eventueel de weg te vragen of om een verfrissing te vragen, of zelfs om een kleine panne aan de wagen te herstellen.. Zo kregen we niet lang na onze aankomst reeds bezoek van een blanke militair en zijn vrouw. Zij waren op weg naar Stanleystad waar ze gekazerneerd waren. Ze gingen overnachten te Lodja om dan verder te reizen. Bij de kennismaking bleek de man een soldatenvriend te zijn van mijn jongere broer Victor in België. Dus een aangename ontmoeting en een gezellige verpozing op onze eenzame plaats daar beneden langs de baan. Op een zondagnamiddag stopte een 'chic' koppel in sportwagen-décapotable . Zij vroegen het adres van een hotel in Lubefu ! Hij was juwelier (uit Leopoldstad) en fransman , Zij waren op rondreis door het binnenland. Van een hotel was er natuurlijk geen sprake. De enige oplossing was natuurlijk de gîte, het etappehuis dat zich ook langs onze weg bevond. Daar hebben ze dan maar overnacht met de nodige voorzieningen die wij hen konden ter beschikking stellen. Eten en drank hadden ze bij zich. Zo zou ik kunnen doorgaan met verhaaltjes, maar Ik wil toch ook nog uitdrukkelijk vermelden dat de kennismaking en de verstandhouding met de collega’s staatsambtenaren eveneens uitstekend was. Naast het administratief werk (secretariaat) op het bureau , had ik ook het onderhoud van de weg naar Katako Kombe, het gewest gelegen in het noorden ten opzichte van Lubefu, Er waren daar een paar kleinere bruggen die gelukkig in goede staat verkeerden.
Vertrek naar de bijpost in Ndju.
Iedereen moet mee: de kleine Michel met mama Pose bij de aankomst (v.Ln R.) mundele bij Fabien, de planton Berthold (wasboy)Fabien (kok Planton en Musafiri chauff.+ Mcl)
DE voornaamste pleisterplaats was de post Ndju. Verderop (150 Km) was de grote missiepost van Tshumbe ST.Marie, en de leprozerie te Dikungu waar dokter Demuynck met zijn ega en een vijftal kinderen woonde. Wanneer deze familie op doorreis was naar Lusambo of zo, en een bezoekje bracht, was onze schappraai totaal geledigd en konden we pannenkoeken bakken voor de rest van de dagen of tot er een nieuwe voorraad eten aankwam. In de broesse was iedereen steeds te allen tijde welkom. Men deelde onberekend alles met allen. Ook op de hoofdpost was deze gewoonte steeds optimaal aan de orde. Iedereen was in die tijd ook wel benieuwd naar wat er komen zou.We woonden immers in de streek van waaruit LUMUMBA afkomstig was. Geruchten waren er genoeg, maar de politiek bleef steeds buiten onze bureaus. Begin augustus stond de bouw van een nieuw etappehuis ( in de nabijheid van Ndju) op mijn programma, maar gezien de omstandigheden is het er nooit gekomen. Een blijde melding kwam toch ook plots binnengewaaid via de boys. Zij hadden op de radio vernomen dat ik bevorderd was. De schriftelijke bevestiging is slechts dagen nadien gekomen toen we op weg waren in de streek. Met felicitaties van de provinciegouverneur, van de districts- commissaris en van de gewestbeheerder. Mijn benoeming en bevordering in rang was zelfs met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1959 . Dit had ik te danken aan de Gouverneur Lemborelle, die mijn eindestage nota's ( augustus 1957 ) had vervolledigd met de bemerking dat er eveneens redenen waren om te besluiten tot bevordering, en niet enkel ‘APTE’ tot vaste benoeming, zoals dit na drie jaar de regel was met ' Très Bon- nota's').. Deze promotie betekende ook een welkome financiële aanvulling voor de spaarpot thuis. Er werden schikkingen getroffen voor de naderende verkiezingen van het nieuwe bestuur voor het gewest . De kiezerslijsten moesten per dorp opgesteld worden. Er diende ook een kandidaten lijst gemaakt worden met de foto’s van de kandidaten erbij, want de meeste mensen konden natuurlijk niet lezen. Alleen bij het zien van hun kandidaat, zouden ze voor hem kunnen stemmen. Dus heel wat werk. Een heel merkwaardig feit stak echter in sommige dorpen de kop op : de kiezers kregen een volgnummer op de lijst om dubbel stemmen te vermijden en zo was het ook mogelijk te volgen wie er gestemd had. Dit volgnummer moest ergens op een vaste plaats aangebracht worden. Het identiteits-boekje leek daarvoor het best geschikt. Er was een stempel gemaakt, waarop de naam het gewest vermeld stond. De sectie en het bureau moesten nog ingevuld worden samen met het volgnummer op de lijst waar de kiezende werd ingeschreven. De vermelding 'Rôle No.' (nummer) gaf problemen. Deze afkorting ‘No’, was er te veel aan, want deze 'No' betekende voor sommigen althans, ‘Non ' i.p.v . Numero . Dus No = geen independance (geen onafhankelijkheid.)! De stempel werd geweigerd ! Niets aan te doen. En toch hebben wij door te blijven aandringen en uitleggen, en alle middelen ter overtuiging aan te wenden, uiteindelijk nog tot zelfs enkele dagen voor de verkiezingen, stempels en nummers moeten aanbrengen bij vroegere weigeraars. De verkiezingen hadden plaats in december 1959. Daarover meer in de volgende aflevering op donderdag 28 mei a.s.
Hieronder een afbeelding van de fameuze stempel.
-oOo- Allen die in Lubefu de onafhankelijksplechtigheden meemaakten.
In de volgende aflevering komt er een chronologisch overzicht van de voornaamste gebeurtenissen in Lubefu tot einde 1959.
Mijn Afrikabelevenissen- 15-LUBEFU -enkele gebeurtenissentot einde 1959
-15-
LUBEFU - enkele gebeurtenissen) tot einde 1959 .
Tussen de werkzaamheden in tikte de tijd voort in de richting van het onvermijdelijke. De berichten uit Leopoldstad en de andere provinciehoofdplaatsen waren niet hoopgevend .Het werk op de gewestelijke hoofdplaats verliep zonder uitbundigheid . Enkele zwarte klerken namen stilaan bepaalde diensten over.
Tussen de voorbereiding en de uitvoering van de verkiezingen in, zijn de onderstaande gebeurtenissen ook nog aan de orde .
Op 3 september was er cinema in open lucht op de post . Vertoning van het bezoek van Koning Leopold III en princes Liliane te Lodja op 20 maart 1959 . De belangstelling was maar matig, aangezien Leopold 3 praktisch niet gekend was bij de bevolking.. Dit bezoek had trouwens geen officieel karakter .Het duurde maar één dag en kaderde in de hoby van de Koning nl. fotografie..
Op 5 september werden de foto’s gemaakt van de kandidaten voor de gewestelijke verkiezing. Een hele bedoening, want er waren voorschriften qua grootte en helderheid. De foto’s van de kandidaten werden op een paneel gekleefd met onder elke foto een bepaalde kleur. Deze kleur werd ook aangebracht op de urne van de kandidaat, waarop nog eens zijn foto werd aangebracht.De kiezer diende het stembiljet dat hij zou ontvangen, in de urne van de gekozen kandidaat te deponeren. De vrouwen niet stemgerechtigd. Er waren ook geen vrouwelijke kandidaten.
Op. 2 oktober waren we in Ndju en er was een zonsverduistering. Dit hadden ze daar nog nooit echt bekekent. Ik liet iedereen die wilde, kijken door een licht berookt stuk glas. Een wonder dat j sommigen een slecht voorteken inhield. Vooral de ouderen waren er niet gerust in.
Op 12 oktober was er bericht gekomen per telegram (van mijn broer te Leo), dat vader overleden was op 7 oktober 1959.. Dit telegram bereikte ons te Longombe in volle brousse . Het werd bezorgd door een onbekende blanke die op weg was naar Lodja. We konden een tekst voor een telegram van mede rouwen meegeven.. We werden er even stil van . Vader was pas 64 jaar geworden..
Op 28 oktober brak de overzetboot te Lubefu midden door. Een geladen camion van de M.A.S. stond er op en de boot was bijna aan het einde van de overtochtgekomen..Plots gebeurde het. Een der sloepen van de bak begon te lekken en liep vol water .Daardoor begon, gans het gevaarte langzaam in de rivier te zinken Op zeer korte tijd echter werd alles als een draaiende tol door de sterke stroming meegesleurd en verdween onder water. De camion was geladen met een zending stenen en vloertegels die bestemd waren voor de nieuwe leprozerie die men aan het bouwen was in Dikungu. De camion werd na heel wat duiken en zoeken teruggevonden.Een nieuwe bak werd gemaakt. Alles verliep betrekkelijk vlot , omdat er een matabisch (beloning) van 1.000 C.Fr., (geschonken door de directie van de M.A.S.) aan te pas kwam voor de duikers.!
Op 2 november , ter gelegenheid van Allerheiligen , verlofdag , werden er wafels gebakken , en werd er monopolie gespeeld met de collega’s op de post..
Op 12 november nog een overlijdensbericht.! De broer van vader was overleden op 26 oktober Hij was slechts een paar jaar ouder dan vader. We stuurden een telegram naar onze tante..
Op 18 november weer naar Ndju. Moeilijkheden met de dorpelingen in de omtrek. Men weigerde het katoenzaad in ontvangst te nemen voor de volgende zaaitijd . ‘ Cotonco ‘ in de problemen ! Dit was ook voor de inlanders een groot verlies want katoen was bijna hun enige bron van inkomen. De oorzaak van de weigering was eveneens een politieke zet die een vals beeld van de onafhanke lijkheid voorstelde . Men zou niet meer moeten werken.. Toch werd er gepostuleerd naar een plaatsje in het bestuur dat zou komen.
Op 1 december werd de post getroffen door een zeer hevig onweer. De bliksem sloeg in door een openstaand raam op de Post. De assistent gewestbeheerder werd zwaar getroffen aan een oor en aan zijn schouder. Hij was verscheidene dagen werkonbekwaam.
Op 21 december werd er medegedeeld dat er gelijktijdig te Luluaburg en te Brussel een bevorde-ringsexamen voort assistent gewestbeheerder zou plaats hebben. Dit examen zou doorgaan op 24, 25 en 26 februari 1960. Ingevolge mijn goede beoordelingen kon ik aan dit overgangsexamen deelnemen. Ik deed een aanvraag via hiërarchische weg en kreeg een positief antwoord met alle inlichtingen en uitleg over de te kennen stof voor het examen . Een niet te onderschatten opgave. Voor de territoriale dienst was het examen gespreid over drie dagen. :Eerste dag : Een geschreven samenvatting en commentaar van een voordracht van 20 minuten over een onderwerp van algemeen belang . Tweede dag : Een schriftelijke beroeps proef – bestaande uit het oplossen van 4 vragen over de technische materies eigen aan de bevorderingsgraad die beoogd werd. door de kandidaat. (de koloniale bestuurswetten en decreten ) Derde dag : Een mondelinge proef bestaande uit een gesprek van 15 minuten met twee leden van de jury.
In de briefwisseling met thuis was de onrust in de steden aan de orde alhoewel er in het binnenland daarvan niets te merken viel. De steden waren zo ver van ons verwijderd. .
Op 24 december gingen we samen met de andere blanken naar de middernachtmis op de missie-post.. Alles verliep in vredige rust en iedereen was ook getuige van de aanwezigheid van muizen die rond het altaar op het tapijt ongestoord rond liepen.
Zo ging de tijd rustig naar het nieuwe jaar waarin er grote verwachting werd gesteld. Oudejaars-avond hebben we op de hoogte gevierd , samen met al de andere blanken . Er werd monopoli ge-speeld en de nodige glaasjes werden gedronken.We zijn daar boven blijven overnachten !
Bij de inlanders beneden in de dorpen, was alles rustig. Er klonk wel trommelgeroffel en gezang, maar geen uitdagend lawaai.
Op 1 januari kwamen de nieuwjaarders aan de deur om gelukkig jaar wensen. De klerken ( inlanders die reeds in de burelen van de post werkten), werden binnen in huis ontvangen en er werd samen gedronken op het nieuwe jaar en op de toekomst.. Dit was voor hen ook een teken van opname in de geëvolueerde samenleving. Het was een positief gebaar dat ons zeker ten goede werd aangerekend in het vooruitzicht van de komende dagen.
Tijdens de maand januari kreeg ik last van een wijsheidstand die maar niet kon doorbreken. Een ingreep van de tandarts zou noodzakelijk worden . Gelukkig hebben we deze ingreep kunnen uitstellen tot in februari. Het examen in Luluaburg bood daartoe de gelegenheid .
Het verdere verloop van de gebeurtenissen vertel ik op blz.16, in mijn afleveruing van donderdag 4 juni 2009
MIJN AFRIKABELEVENISSEN. -16- DE ONAFHANKELIJKHEID en DE AFTOCHT
-16-
DE ONAFHANKELIJKHEID en DE AFTOCHT. (1)
In het voorjaar van 1960 kregen we in Lubefu nog vlug enkele wijzigingen te verwerken. Op 10 januari vertrok de administrateur in mutatie naar Ruanda-Urundi ... ! (reden ?) Een vervanger kwam vanuit Lomlea . Het was een jonge A.T.A. die wij natuurlijk kenden en van wiens zoontje ik dooppeter was .Ook voor mijn echtgenote was het weerzien van een vriendin en haar twee kinderen een aangename verassing. Het werk op het gewest ging zijn normale gang tot we in februari vertrekkensklaar waren om op reis te gaan naar Luluaburg .Het examen was natuurlijk hoofdzaak, maar het tandartsbezoek en een oogonderzoek voor mijn vrouw, lieten ons toe er iets meer van te maken. We zouden met ons drie, (wij en de kleine Michel), meereizen.(389 Km). met een collega die ook deelnam aan het examen. . De terugkeer was zo geregeld dat wij met ons drie per 'Air-brousse ' zouden terug vliegen over de bossen en het mooie landschap. Een buitenkansje dat erg meegevallen is ondanks het onweer dat bij de landing ons even door elkaar geschud heeft. Zo naderde de dag waar iedereen naar uitkeek vol verwachting. Lubefu was een rustige post en dat zou ten andere blijken uit alles wat de onafhankelijkheidsceremonie en de voorbereiding daartoe uitstraalde. Er werd van alles in gereedheid gebracht .( Wij hebben daarvan een overzicht op 8mm-film . Ook van de feestelijkheden die op de dag zelf plaats hadden, hebben we beelden en foto’s). > Na een rustige nacht werd er op het plein voor de burelen om 9.00uur een H.Mis opgedragen door de zwarte pastoor van de missie, in aanwezigheid van blank en zwart . De vlaggen werden gewisseld aan de mast onder joelend geroep en applaus van de menigte.
R>
Alle kinderen van de missieschool waren keurig in uniform en marcheerden naar het plein waar een gezamenlijk en overvloedig eet-maal opgediend werd.
>>Er werd geëten dat het een lust was om aan te zien : een nijlpaard was de dag voordien geslacht en werd in grote biefstukken gebakken in de olie. Er werden 8 zakken rijst naar binnen gespeeld en er was bier en frisdranken in overvloed. Alles verliep zonder moeilijkhe- den . De gevulde magen waren daar ook zeker gedeeltelijk verantwoordelijk voor en er volgde ook een rustige avond en nacht. Lubefu en omgeving bleef uiterst kalm .. Niet lang nadien... , op 7 juli , kwam er bevel van hoger hand tot evacuatie van de vrouwen en kinderen. Via Lodja per vliegtuig .Deze maatregel was het gevolg van het losgebroken geweld in de steden, en de vrees dat het geweld zou overwaaien naar de brousseposten. Het wegbrengen van de vrouwen en kinderen verliep tamelijk geordend. Wat er verder met hen gebeurd is staat te lezen in de nota 's waarvan ik een uittreksel hier onder laat volgen.
DE LAATSTE DAGEN. - Opgetekend door Dorine, mijn echtgenote .
"Die laatste dagen waren rap voorbij. Er kwam bericht dat alle vrouwen en kinderen naar Lodja moesten. Onze mannen brachten ons weg.Wij werden in auto's gestopt.Dat gebeurde allemaal zonder incidenten, we moesten gewoon naar huis. Wij werden naar het luchthaventje van Lodja gebracht en moesten in de missie logeren.
Op 7 juli 1960 stond de hele Congo in vuur en vlam. Bij ons stond niets in vuur en vlam. Had de autoriteit geen bevel gegeven, dan waren wij nooit weggegaan. De zwarten waren zeer vriendelijk en gewoon. Er was niets aan de hand, alhoewel het de streek van Lumumba was. De Batetela waren nochtans geen gemakkelijke mensen. Wij zagen niets verkeerd en konden gerust ter plaatse blijven. Wij vlogen naar Luluaburg (Kananga) en vandaar naar Kamina. De dokter had ons een medicament gegeven om niet bang of paniekerig te zijn. In Kamina aankomend was ik daardoor totaal machteloos. Ik kon niets meer doen. De militairen tilden mij uit het vliegtuig en legden mij in een van de loodsen. Ik kreeg twee spuiten en viel in slaap. Toen ik wakker werd was alles weg: mijn handtas, mijn dekentje, mijn zakje en mijn kind,alles was weg. Allen waren 2O Km verder gebracht. Men bracht mij daar ook in een auto naartoe. Ik zie alles nog voor mijn ogen gebeuren. Wij kwamen toe op een zeer groot terrein of een weide. Daar waren allemaal vluchtelingen, moeders en kinderen, maar ik kon mijn Michel niet vinden. Ik weende en liep overal rond te kijken. Dat duurde een tijd. Ik had niets meer, geen paspoort ... Ik had enkel de klederen die ik aanhad. Dat was alles. Toen kwam een lief meisje mij zegen:"Madam, u moet niet wenen,hier is ook een kinderverblijfplaats". Ik ging er naartoe en michel zat daar te wenen op zijn dekendje, bij mijn handtas en mijn klederen. Ik had hem terug. Wij bleven daar 2 of 3 dagn in de kazerne van het Belgisch leger.De juiste data weet ik niet meer. Daar waren llemaal vrouwenmet kinderen
Op een ochtend kwam iemand zeggen: "Er is een vliegtuig voor België, maar u (op mij wijzend)mag nog niet weg. Eerst vertrekken de moeders met meerdere kindjes." Ik hielp de andere vrouwen met hun kinderen. Een vrouw was pas van een tweeling bevallen en zij had nog 3 andere kinderen. Ik begon van 's morgens 8 uur te helpen. Opeens kwam die man terug en hij zegde: "Toe mevrouw, er is nog een plaatsje, u mag ook mee." Ik werd op het zelfde vliegtuig gezet.'s Morgens begon de lading en wij vertrokken om 12 uur. Al die kinderen zaten van 8 tot 12 uur in de blakende tropische zon te wenen. Een vrouw had een poes mee. Een steward bracht een beetje water voor die poes. Hij moest wel zorgen dat hij rap buiten was! Toen wij in de lucht waren gaven ze zuurstof, en werden de mensen kalmer. Wij vlogen naar Leopoldstad (Kinshasa) om bij te tanken, maar we mochten niet uit het vliegtuig omdat de Russen daar al lagen. Wij vertrokken dan en kwamen 's nachts om 12u in Brussel aan. Mijn vrienden van het Rode Kruis, in uniform, kwamen met dekens. Ze tilden ons uit het vliegtuig. Het was het zwaarst geladen vliegtuig.In dat vliegtuig konden 202 passagiers en wij waren met 303. De meeste waren wel kinderen en zo kan men het verstaan. Een mijnheer en een mevrouw stonden te wachten om aankomende vluchtelingen naar huis te voeren. Ik heb vanaf de luchthaven getelefoneerd dat ik op komst was. Ik kwam thuis bij mijn moeder,en de volledige familie was aanwezig. Ik stapte uit en gaf de kleine Michel aan mijn ma. Toen waren deze mensen al weg. Ze waren van Antwerpen of omgeving. Indien wij een eindbalans maken van die korte Kongotijd van 2 jaar, een zeer geanimeerde periode, was die tijd toch de moeite waard. Wij mogen die mooie ervaringen niet vergeten. Wij hebben er ook zeer mooie herinneringen aan. Maar rechtuit gezegd: uit mijn eigen zou ik nooit studeren om naar Afrika te kunnen vertrekken. Dat zou ik nooit doen, alhoewel de mensen, het verblijf, de natuur en alles, daar perfect was".
Wat er nu verder met mij gebeurde vertel ik in de volgende aflevering op donderdg 11 juni 2009
Mij Afrikabelevenissen.- De AFTOCHT (2) en - EEN NIEUW BEGIN
-17-
DE AFTOCHT (2) HET EINDE en EEN NIEUW BEGIN in BELGIÊ .
Voor ons die uit Lodja terugkeerden naar het gewest, was er één zaak die ons aan talrijke wegversperringen redde uit de klauwen van dronken soldaten : wij spraken Lingala en zij ook !. Wij konden hen overtuigen van onze bedoelingen nl. het samenwerken met de nieuwe overheden en het ware doel van onze terugkeer naar de hoofdplaats van het Gewest Lubefu duidelijik maken. Daar terug aangekomen werden wij hartelijk ontvagen, niettegenstaande het late avond uur. Er was geen onheil te verwachten. Alles bleef rustig . Ten gevolge echter van de toestand in Luluaburg en andere steden, werd er op bevel van hoger hand medegedeeld dat wij ons dringend dienden bezig te houden met de totale overgave van de gewestelijke diensten en burelen, aan de zwarte overheid. Er had dus uitgebreide “remise-reprise’ plaats van de territoir. Dit hield in, dat alles wat overgedragen werd, zowel de dossiers, het meubilair , de boekhouding enz… op papier gezet moest worden. Voor de meeste zaken ging dit betrekkelijk vlot. Bij het overhandigen van de wapens ging het echter zo ver, dat er geëist werd dat de daarbijhorende ammunitie uitgepakt en geteld moest worden om er zeker van te zijn dat geen kogel achtergehouden zou kunnen worden . Veiligheid voor alles !
De definitieve aftocht. Op 19 juli kwam er een delegatie militairen ter plaatse met het bevel dat wij ‘stante pede’ moesten inpakken en plaats nemen in hun voertuigen. We werden bewaakt door zwaar bewapende soldaten, en op transport gezet naar Luluaburg. Er was voorzien om ons naar de gevangenis te brengen voor enkele administratieve formaliteiten. Onder weg werd er af en toe eens halt gehou-den om ons te tonen aan de dorpelingen. We kregen het bevel om enkel Lingala te spreken, zowel met de soldaten als onder elkaar. Na een onrustige overnachting te Lusambo, kwamen we na de namiddag in de nabijheid van de vlieghaven van Luluaburg. Daar waren Belgische para’s op de uitkijk in de toren van de vlieghaven. De groep voertuigen, waarmede wij , en nog enkele andere blanken vervoerd werden, was aangegroeid tot een colonne van een tiental auto’s. Bij het zien van dit transport kwamen de para’s naar de weg afgezakt. Ze stelden zich op langs de baan . De colonne stopte, en buiten alle verwachting kozen de zwarte soldaten het hazenpad , uit schrik wellicht voor de para’s. Op deze wijze waren we plots en als bij wonder bevrijd, en werden wij naar de vlieghaven gebracht, i.p.v. naar de gevangenis van Luluaburg. Rond de vlieghaven stond het vol met achtergelaten voertuigen. In de hal lag er een berg van allerlei toestellen en bagage, alles eveneens achtergelaten door vluchtelingen die daar voor ons vertrokken waren. Per persoon mocht er slechts één valies mee . Wat op zo’n momenten mee te nemen of achter te laten ? Ik nam in ieder geval mijn persoonlijk dossier, mijn tropenhelm, nog wat kledij en andere kleine spullen mee. Nog dezelfde dag werden we overgevlogen naar Leopoldstad. Daar werden wij opgevangen door behulpzame mensen, ook zwarten, die voor eten en drank zorgden .We brachten de nacht door in een overvolle vlieghaven, zonder slaap mogelijkheden. Brood, toespijs, koffie en allerlei andere dranken bleven echter gans de nacht voortdurend ter beschikking.
Nu naar huis ! ’s Anderendaags in de vroege morgen vlogen we met een Sabena vliegtuig naar Brussel . Daar werden we ontvangen en geregistreerd door Belgische ambtenaren !. Elke aankomende persoon ontving er 2.000 Bfr. als voorschot op later salaris tegoed. Thuis geraken was geen probleem. Er stonden vele vrijwilligers te wachten, die voor transport zorgden. Ik werd naar huis gebracht door de zoon ven de provinciegouverneur van West-Vlaanderen. Aangekomen liet hij mij uitstappen en hij was reeds verdwenen toen ik aanbelde . Het onthaal moet ik u zeker niet beschrijven. Het was uitbundig en tevens verassend. Zo plots en onaangekondigd aankomen na dagen van stilte . Het was donderdag 21 juli. Voor België misschien de somberste nationale feestdag ooit, maar voor ons een van de gelukkigste dagen van ons leven, wetende wat er op hetzelfde ogenblik aan het gebeuren was in een van de mooiste landen van Afrika .Niet enkel tegenover de blanken die er nog verbleven, maar ook bij de zwarten onder elkaar was er een moordende actie aan de gang Hier eindigt mijn Afrikaverhaal waarover ik u in de voorbij weken mijn verhaal heb neergeschreven. Het einde van mijn Kongo loopbaan (wettelijke verlofperiodes inbegrepen), werd uiteindelijk vast-gesteld op 31 juli 1961.
Hoe moest het nu verder ?
-Ik was lid van de Vereniging der Kolonialen. Deze vereniging zou onze belangen behartigen en doet dit tot op heden . Er is nog jaarlijks tijdens de maand april een algemene vergadering die plaats heeft in het Paleis der Koloniën, nabij het Afrika Museum in Tervuren. Daar staat ook nog steeds de traditionele Kongolese Moambe op het menu. We ontmoeten er ook de steeds ouder- en steeds mindertalrijkwordende groep lotgenoten. - In toepassing van de bestaande integratiewet die voorzien was voor deze omstandigheden, kon ik genieten van een rustverlof gedurende zes maanden, met mijn volledige wedde zoals in Kongo. -Deze periode eindigde voor mij op 31 januari 1961. Aansluitend daarop kon ik genieten van een maandelijks wachtgeld van 4.096 Bfr. tot eind december 1961, of , in afwachting van een nieuwe aanwerving bij de Staat of bij een private werkgever, of zelfs bij het zelfstandig aan het werk gaan. -Ik heb eerst, zoals het ondertussen ook toegestaan was, hier en daar wat gewerkt ( zoals in een lokale boomplanterij als boekhouder, als klerk bij een notaris te Knokke, en als opsteller bij een verzekeringsmaatschappij te Brussel ). -Ik verkoos uiteindelijk bij de Staat in dienst te gaan en ben na het slagen van een ingangsexamen, aangenomen als tijdelijk opsteller, op 2 januari 1962. Op 31 jarige leeftijd begon ik dus aan een nieuwe loopbaan bij het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur. Ik genoot daardoor, ook in toepassing van de integratiewet, van een 10jarige degressieve vergoeding die berekend werd op één tiende van de laatste kongolese jaarwedde. Voor mij betekende dit gedurende het eerste jaar een maandelijks bedrag van 2.302 Bfr en tijdens het tiende jaar nog maandelijks telkens 249 Bfr. Een toch niet te versmaden totale vergoeding -Op 5 juni van hetzelfde jaar 1962 kwam een meisje, onze Carolyn, ons gezinnetje vergroten. We hebben toen ook tijdens dit jaar ( zoals alle Belgen !?) een eigen woning gebouwd . -Mijn Belgische loopbaan heb ik met niet aflatende ijver en examens, tot een zeer behoorlijk einde gebracht, als ere-inspecteur bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Openbaar ambt, en als dd.Provinciale Chef van de Civiele bescherming van West-Vlaanderen , Het kort overzicht hiervan is opgenomen bij de inleiding van deze Afrikaherinneringen.
Behalve de uitoefening van mijn beroep als staatsambtenaar, heb ik mij vanaf 1968 toegelegd op de studie en de beoefening van de toen opkomende YOGA . Wie verlangt met deze activiteit kennis te maken kan zich wenden tot het WWW : http://blog.seniorennet.be/wilmaldegem1931