Rudi & Christine wonen op de buiten te West-Vlaanderen(Belgium)..(rond Brugge die scone) Hebben 2 kinderen en sinds kort Bomma & Bompa van 2 kleinkinderen.. Hebben ook een hele grote gevaarlijke hond...Gizmo onze chihuahua 1,8kg nat gemaakt.. Onze hobby's zijn zowat van alles... waaronder ook PSP.....tuinieren...koken.. muziek..fietsen..lezen & uiteraard eten kortom..genieten van het leven.. Groeten van Pepé & Memé
Hartelijk welkom op m'n blog Bienvenue sur mon site Wilkommen auf meiner website Welcome to my site
De gevlekte rog (Raja montagui) is een rog uit de familie Rajidae. Deze kraakbeenvis komt voor in kustwateren met een zandbodem, in de noordoostelijke Atlantische Oceaan, de Noordzee en het westen en midden van de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. De gevlekte rog is ongeveer 50 cm maar kan maximaal 80 tot 100 cm lang worden. De rug is bruin, met veel zwarte stippen, die soms ringen vormen op de borstvinnen. Hij heeft stekels op de rug en snuit. De onderkant is wit.
Status aan de Nederlandse en Belgische kusten
Gevlekte roggen komen voor op een diepte tussen de 28 en 530 m. Langs de Nederlandse kust is deze rog minder algemeen. Net als zoveel bodembewonende soorten haaien is de gevlekte rog gevoelig voor overbevissing door visserij met bodemsleepnetten, maar de situatie is (nog) niet verontrustend. De soort staat als niet bedreigd op de internationale IUCN rode lijst
De blonde rog (Raja brachyura) is een rog uit de familie Rajidae
Blonde roggen komen voor op een diepte tussen de 10 en 150 m (tot 300 m). Over de voortplanting van de blonde rog is betrekkelijk weinig bekend. Langs de Nederlandse en Belgische kust is deze rog zeldzaam. Deze soort rog gaat in aantal achteruit. Net als zoveel bodembewonende soorten haaien is de blonde rog zeer gevoelig voor overbevissing door visserij met bodemsleepnetten. De soort staat als gevoelig op de internationale IUCN rode lijst
Categorie:Dieren
Prairiedogs...stokstaartjes
Prairiehonden, knaagdieren uit de familie van de eekhoorns, hebben een eigen, relatief complexe taal. De doorsnee mens hoort een monotoon gepiep, maar uit Amerikaans onderzoek blijkt dat ze gedetailleerde beschrijvingen van dreigingen kunnen doorgeven als ze alarm slaan, meldt de website Treehugger.com.
De bioloog Dr. Con Slobodchikoff van de universiteit van Noord-Arizona heeft samen met zijn studenten gedurende 25 jaar de roep (het gepiep) van de Gunnison-prairiehonden bestudeerd. Hij kan vandaag stilaan beweren dat hij al heel wat van hun taal begrijpt.
Via sonogrammen en statistische analyses werd de roep van de prairiehonden vergeleken bij bijvoorbeeld de komst van een hond, van een coyote of van een mens. In wat wij enkel horen als hoog gepiep zitten dermate subtiele verschillen dat Slobodchikoff zelfs spreekt van klinkers en medeklinkers en substantieven en adjectieven. Met die 'woorden' kunnen prairiehonden redelijk exact omschrijven welke dreiging er op komst is.
Heel concreet vergissen prairiehonden zich nooit tussen pakweg een herdershond en een coyote (die toch sterk op elkaar gelijken), maar ook niet tussen een mens met een geel of met een groen T-shirt. Ook een omschrijving of je groot of klein en dun of dik bent, wordt meegeleverd.
Dr. Con Slobodchikoff wijst erop dat er nog heel wat 'gebabbel' is tussen prairiehonden onderling, dat niet kan ontcijferd worden omdat wij de context niet kennen. Maar hij toont met zijn onderzoek alvast aan dat 'taal' niet alleen eigen is aan de mens.
Het is al langer duidelijk dat rattengif niet het gewenste effect heeft op heel wat ratten. Schattingen over het aantal dieren dat resistent is tegen het gif worden nu bevestigd door een Nederlands onderzoek.
Daaruit blijkt dat een kwart van de bruine ratten in Nederland resistent is. De dieren eten het gif wel, maar gaan daar niet of pas na lange tijd aan dood. Dat ontdekten wetenschappers van Wageningen University na een oproep om rattenkeutels op te sturen.
In totaal ontvingen de onderzoekers 361 inzendingen uit heel Nederland, waarvan 169 opgestuurde keutelmonsters waren geschikt om te analyseren. Een kwart daarvan was afkomstig van resistente ratten, genoeg om Nederlandse schattingspercentages en Frans onderzoek te bevestigen.
Categorie:Dieren
Fitnessende katten gaan viraal
Wat heeft de Italiaanse DJ Alex Gaudino met katten? Voor zijn nieuwste nummmer 'I Don't Wanna Dance' zette hij enkele exemplaren aan het fitnessen wat de videoclip meteen viraal deed gaan.
Gaudino werkte voor de opnames samen met Kate en George die een kattenhotel runnen en met 'Work It Kitty' een heus aerobicsprogramma voor poesjes opzetten. Met één swingende beweging ook een wereldprimeur.
Categorie:Dieren
De Merel
Mannetjesmerel
De merel (Turdus merula) is een vogel uit de familie Lijsters (Turdidae). De naam komt van het Latijnse woord voor merel, merula. De merel is één van de bekendste soorten van deze Lijsterfamilie en daarmee een typisch voorbeeld van een zangvogel. De soort Turdus merula is nog eens verder opgedeeld in enkele ondersoorten. Zo leeft op de Canarische Eilanden de T. merula cabrerae. T. merula azorensis (op de Azoren) is kleiner en donkerder. Hier heeft het vrouwtje ook vaak een helder gekleurde snavel. T. merula mauritanicus (te vinden in Noordwest-Afrika) is grijzer dan de nominaat ondersoort T. merula merula uit Noordwest-Europa. Vaak verdeelt men de merels ook onder in twee groepen: stads- en bosmerels.
Vrouwtjesmerel
De merel is een soort met duidelijke verschillen in verenkleed tussen mannetjes, vrouwtjes en jongen. Een mannetjesmerel is een middelgrote zangvogel, 24-25 centimeter met een spanwijdte van 34 tot 38,5 centimeter. Ze wegen tussen de 80 en de 110 gram. Zijn hele lijf is egaal zwart, op een opvallende, oranje, spitse snavel, die van groot belang is bij hun onderlinge communicatie, en een ook opvallende gele oogring na. Dit zwarte verenpak leverde hem de Engelse naam blackbird ("zwarte vogel") op. In de vlucht is te zien dat de veren aan hun vleugelpunten vooral aan de onderkant bleker zijn dan de andere veren. Een vrouwtjesmerel heeft een aardbruin tot licht roodbruin lijf en is dus lichter dan het mannetje, maar donkerder dan alle andere lijsters. Haar snavel is bruingeel gekleurd. Zij heeft donkere strepen op de keel en een gespikkelde of donker gevlekte onderzijde, een onduidelijk patroon. Andere lijsters zijn duidelijker gevlekt, een vrouwtjesmerel lijkt van op een afstand zelfs egaal bruin. Heel oude wijfjes hebben een gele snavel en een witte keel en borst. Verwarring met de zanglijster komt het meeste voor, maar de wijfjesmerel is veel slanker en de merelstaart is langer dan bij zijn familieleden. Een onvolwassen mannetje, in de eerste winter, heeft bruine vleugels, een vaal zwart lijf en een donkere, tot zwarte, snavel. Daarmee lijken ze nog meer op de vrouwtjes dan op volwassen mannetjes. Een onvolwassen vrouwtje lijkt ook sterk op het volwassen wijfje. Een juveniel heeft bleke strepen op de rug en een gemberkleurig lijf met gele vlekjes. Hun snavel is hoornachtig gekleurd. Merels kunnen vijf jaar oud worden. Zoals bij meer dieren het geval is, komt ook bij de merel, en dan vooral de stadsmerel, soms een albino-vorm voor. De snavel is dan wel geel, maar het verenkleed spierwit met mogelijk één of twee verdwaalde donkere veertjes.Ook andere soorten kleurveranderingen komen voor. Vrouwtjes en juvenielen hebben een perfect camouflagekleed waardoor ze volledig opgaan in de achtergrond van hun oorspronkelijke habitat, open bossen en donkere bosgrond met dorre bladeren.
In het baltsseizoen gedraagt het mannetje zich erg opvallend en rent met opgezette stuitveren, uitgespreide staart en hangende vleugels rond. Ze bakenen een territorium af, dat vaak ongeveer de grootte heeft van een tuin. De in de natuur levende merels bouwen hun nest in de struiken en de kruinen van lage bomen, zelden hoger dan twee meter; de stadsmerels nestelen op houtachtige planten in tuinen en parken en op gebouwen. Ook kunstmatige plekken, zoals tuinhuisjes, zijn vaak erg in trek. Een stadsmerel is erg inventief, als het op nestgelegenheid aankomt. Ze zijn op de meest uiteenlopende nestelplaatsen gevonden: op een uitstekende balk, een raamkozijn, onder een afdak, in een garage op een plank, in een loods, op de grond, in de dakgoot, op een bezem...
Hun nest, dat grotendeels door het wijfje wordt gebouwd, bestaat uit een compact, diep holletje van droog gras en mos, van binnen bepleisterd met modder en gevoerd met fijn plantenmateriaal en gras (bij de zanglijster is de binnenkant van het nest bepleisterd met modder, mest en speeksel). 2 tot 4 keer per jaar leggen ze tussen de 3 en de 5 eieren (meestal 4, zoals de meeste lijsters, in een erg goed jaar wel eens 6), die in ongeveer 12 à 15 dagen worden uitgebroed. De eieren zijn blauwgroen en bedekt met rood- of geelbruine vlekken. Hun broedtijd loopt van half maart tot begin augustus. Stadsmerels vinden meer voedsel en zij kunnen dus wel 3 tot 4 legsels voortbrengen op een jaar. Een bosmerel heeft veel meer moeite met het zoeken naar voedsel en zij houden het dus meestal bij twee.
Na de geboorte zijn de jonge mereltjes nog volledig naakt. Na iets minder dan twee weken hebben ze een volwaardig verenkleed. Zolang ze in het nest liggen, blijven ze doodstil. Als één van de ouders met voer op de nestrand neerstrijkt, steken de jongen de kopjes omhoog en houden de snavel wagenwijd open.
De jongen worden de eerste tijd om de beurt door hun ouders gevoederd met vruchten, zaden en insecten. Na ongeveer twee weken verlaten de jongen het nest, nog voordat ze kunnen vliegen. Ze blijven nog ongeveer drie weken voor hun voedsel van hun ouders afhankelijk.
Voedsel
Merels zijn alleseters en voeden zich onder meer met wormen, insecten, bessen, brood, zaadjes en afval. Ze hebben een territorium dat door het mannetje vinnig wordt verdedigd tegen soortgenoten en ook wel tegen kleinere vogels. Hun voedsel is erg gevarieerd. Ze foerageren meestal hippend op de grond en in de grond hakkend. Daarbij werpen ze mos en bladeren op, een techniek waar het bos zelf ook van profiteert, want zo wordt de bodem verlucht. Als de vogels op zoek zijn naar regenwormen houden ze hun kop scheef, waarschijnlijk om de wormen te zien met de ogen die aan de zijkant van de kop zitten. Hun grote ogen zijn karakteristiek voor het feit dat ze oogjagers zijn, ze zoeken met andere woorden hun prooien door de grond af te speuren. Ook eten ze in de late zomer bessen en vlezige, zoete vruchten uit struiken en dat wordt hen soms kwalijk genomen door de fruittelers. Ook in stadstuinen kunnen ze schade aanrichten door ontkiemende planten uit de grond te trekken. De grote aantallen waarmee ze voorkomen in steden is mogelijk doordat ze niet kieskeurig zijn met betrekking tot hun dieet. Aangerichte schade wordt evenwel gecompenseerd door de opruiming die de dieren houden onder schadelijke ongewervelden. Ze maken ook veel gebruik van het voedselaanbod in vogelhuisjes en eten verspreid liggend fruit en brood. In de winter foerageren merels soms in groepen samen met andere lijsterachtigen. Vooral gevallen fruit en bessen, onder andere duindoorn en liguster, zijn dan in trek. Buiten de koude periode leeft de merel nooit in groepsverband. Het komt voor dat een merel zich bij voedselschaarste met eieren of jonge vogels voedt.
De merel heeft een vrij grote, spitse snavel, die perfect aangepast is aan het eten van zaden en groter voedsel. Deze snavelvorm komt voor bij talrijke andere vogels van gemiddelde grootte. De scherpte maakt het mogelijk kleine deeltjes op te pikken, maar de lengte laat ook het verorberen van groter voedsel toe. Merels stoten na het eten soms braakballen met daarin onverteerde zaden uit. Zaden van in gegeten bessen kunnen kilometers verderop worden gedeponeerd. De vogel heeft zo een aandeel in de verspreiding van planten. Dit is ook in het belang van de eigen soort waarvoor zo een deel van de voedselvoorziening wordt verzekerd.
Categorie:Dieren
Zwitserse witte herder
De Zwitserse witte herder is een vriendelijke herdershond met volgens de standaard een voorliefde voor kinderen en vrouwen.
De witte herder is een variant van de Duitse herder, maar de kleur was begin-20e eeuw in Europa ongewenst. In Amerika ontwikkelde de fokker Ann Tracy een bloedlijn met de huidige kenmerken van de witte herder. Het dier was daarom vroeger bekend onder de naam Amerikaans-Canadese witte herder.
Sinds 2003 is de hond voorlopig erkend voor een proefperiode van 10 jaar, onder de naam Berger Blanc Suisse (Zwitserse witte herder; BBS). In Nederland heeft de Raad van Beheer gekozen voor de Engelstalige benaming White Swiss Shepherd Dog.
Door zijn zachtaardigheid is hij een van de herderrassen die door het FCI niet tot een werkproef verplicht zijn.
De Zwitserse witte herder is een sociale, vriendelijke hond. Het is een echte gezinshond, waarmee wel, zoals met elke herdershond, gewerkt moet worden. De rasstandaard zegt het volgende over het karakter: temperamentvol zonder nervositeit, opmerkzaam en waakzaam, soms enigszins gereserveerd tegenover vreemden, echter nooit angstig of agressief.
Het is een hond waarmee men in veel hondensporten kan meedoen. Zoals gehoorzaamheid, behendigheid, flyball en doggydance. Zoals bij alle snelgroeiende hondenrassen moet er in het eerste levensjaar van de hond extra voorzichtig worden gedaan om overbelasting van gewrichten te voorkomen. Snelle wendingen in het spel kunnen dan ook gedurende de snelle groeifase het beste worden vermeden. De Zwitserse Witte Herder is ook prima geschikt om IPO (africhting sport) mee te doen.
Categorie:Dieren
Wetenschappers redden meest bedreigde vogel van uitsterven
Nog amper 22 exemplaren zouden er in het wild leven en dus wordt de Madagaskarwitoogeend beschouwd als de meest bedreigde vogel ter wereld. Maar onlangs werden er 18 eendjes uitgebroed in gevangenschap. En dus hebben wetenschappers opnieuw hoop dat de diersoort gered kan worden van het uitstervenHoewel de eend ooit heel normaal was op Madagaskar, werd er in de jaren 90 gedacht dat ze uitgestorven was. Maar in 2006 werd een klein groepje ontdekt langs een afgelegen meer. En nu zijn wetenschappers van de Wildfowl en Wetlands Trust er dus in geslaagd om de dieren te kweken in gevangenschap.
Categorie:Dieren
Bijen doden rottweiler
Een zwerm honingbijen is een rottweiler fataal geworden. De insecten vlogen op de hond af en de viervoeter overleefde de aanval niet.
Robert Denmark was zijn huisdier aan het wassen toen er een zwerm bijen naar het dier vloog. "Plots waren ze daar en vielen ze Rico aan", zegt de Amerikaan uit West Park in de staat Florida. Een getuige draaide het noodnummer 911 en de hulpdiensten rukten meteen uit. "Ik probeerde om de bijen met een aansteker te verjagen maar ze vielen ook mij aan. Het waren er zeker duizend en ik werd ook gestoken. Ik kon alleen nog maar vluchten voor de zwerm." Zijn hond moest hij aan zijn lot overlaten. De 6-jarige rottweiler was geen partij voor de bijen. Hij bracht zijn lieveling nog naar de veearts maar geen hulp kon nog baten. "Als die bijen een hond kunnen doden dan kunnen ze ook een kind doden. Dit is heel ernstig", aldus Denmark.
Rolando Calzadilla ging op zoek naar de nest van de insecten en die vond hij in een boom bij de buren van Denmark. "Ik heb ze uitgerookt. Toen ik de rook in de stam joeg, ging ze opniew zwermen. Het leek wel een helikopter." De specialist heeft maar een advies voor slachtoffers van een aanval. "Zet het op een lopen!" Hij vermoedt dat het om Afrikaanse honingbijen ging. Enkel onderzoek met een miscroscoop kan volgens hem het verschil tussen de Afrikaanse en Europese honingbij aantonen. Volgens Mark Fagan van het departement Landbouw van de staat Florida hebben de Afrikaanse honingbijen al zeventien slachtoffers gemaakt in de VS.
Categorie:Dieren
West-Vlaanderen krijgt meldpunt voor everzwijnen
West-Vlaanderen heeft een centraal meldpunt opgericht om everzwijnen of schade toegebracht door de dieren door te geven. Bedoeling is de everzwijnenpopulatie in de kustprovincie drastisch te verminderen.
De voorbije maanden hebben everzwijnen in de gemeenten Zedelgem en Jabbeke al heel wat schade aangericht op landbouwpercelen en natuurdomeinen. De populatie is er fors toegenomen en door het gebrek aan voedsel in de bossen gaan de dieren elders op zoek. Bovendien zijn ze een gevaar voor de gezondheid van de varkensstapel en brengen ze de verkeersveiligheid in het gedrang.
Jagers Er zijn al inspanningen gedaan om de everzwijnenpopulatie terug te dringen, maar het meldpunt, een idee van gedeputeerde Bart Naeyaert (CD&V), moet dat nu gemakkelijker maken. De West-Vlamingen worden opgeroepen door te spelen als ze een everzwijn spotten. Met de melding kunnen jagers actie ondernemen om de dieren veilig af te schieten. Naeyaert vraagt de West-Vlamingen uitdrukkelijk enkel melding te maken en zelf geen actie te ondernemen.
Categorie:Dieren
Straffe primeur: blauwe vinvis opgespoord met geluid
. Voor het eerst zijn onderzoekers erin geslaagd het grootste zoogdier ter wereld, de blauwe vinvis, op te sporen met behulp van akoestische detectietechnieken. Een Australisch team van wetenschappers bleek in staat de walvissen op honderden kilometers afstand te horen.
Nadat de blauwe vinvissen in de ijskoude wateren rondom Antarctica waren opgespoord, werden ze met een luchtgeweer voorzien van een label. Daardoor is de route die ze afleggen per satelliet te volgen.
Sonarsignalen Tijdens een zeven weken durende reis van de leden van de Australian Antarctic Division werden de vinvissen opgespoord met behulp van sonarsignalen, afkomstig van speciale boeien.
De blauwe vinvis kan tot 30 meter lang worden en 170 ton wegen. Over de leefgewoonten van het dier is, ondanks zijn reusachtige omvang, niet veel bekend. "Dit soort gedetailleerde informatie over zijn bewegingen is nog niet vastgelegd, dus dit is echt belangrijk", zegt Virginia Andrews-Goff, een van de onderzoekers.
Walvisjacht De gegevens moeten uitwijzen in hoeverre de Antarctische blauwe vinvis, waarop tot in de afgelopen eeuw veelvuldig werd gejaagd, de walvisjacht te boven is gekomen. Tot nu toe wordt aangenomen dat er nog enkele duizenden voorkomen over de hele wereld, maar preciezere cijfers ontbreken.
Categorie:Dieren
Nog nooit zo weinig mussen geteld in Vlaamse tuinen
De huismus is tijdens het grote vogeltelweekend van Natuurpunt geteld in iets meer dan de helft van de tuinen, namelijk in 52 procent. "Dat is het laagste cijfer ooit", meldt de organisatie. Goed 14.000 deelnemers, of een verdubbeling in vergelijking met 2012, telden op 2 en 3 februari meer dan 500.000 vogels in hun tuin. Acteur Tom Van Dyck steunde de actie.
"In 2005 kwam de vogel nog voor in 65 procent van alle tuinen. Jarenlang was de huismus de meestgetelde vogel in Vlaanderen," zegt Natuurpunt. Nu staat de huismus op de derde plaats, na de vink en de koolmees. Reden voor de achteruitgang van de huismus is het gebrek aan voedsel en nestplaatsen. Als huismussen eenmaal op een bepaalde plaats zijn verdwenen, dan kan het jaren duren voor ze terugkeren.
Het valt Natuurpunt op dat de huismus het vooral slecht doet in de (binnen)steden. Op het platteland blijft de huismus zeer aanwezig, zoals blijkt uit de hogere aantallen in West-Vlaanderen en Limburg.
Hulp De strenge winter bracht veel vinken naar voederplaatsen. Daarnaast bracht het heel kleine aantal noten in de bossen meer noteneters, zoals gaaien, boomklevers en spechten, naar de tuinen. Volgens Natuurpunt kan iedereen een steentje bijdragen om de huismus te helpen: het jaar rond zaden en graden voorzien, nestkasten installeren en de tuin inrichten met wilde hoekjes en dicht struikgewas.
Op 20 en 21 april organiseert Vogelbescherming Vlaanderen een mussentelweekend om de toestand van de huismus beter in kaart brengen.
Categorie:Dieren
Huismus
De huismus (Passer domesticus) is een kleine zangvogel die samen met ongeveer twintig andere mussensoorten zoals de ringmus, behoort tot de familie Passeridae.
De huismus eet voornamelijk zaden en insecten. De zang van het vogeltje beperkt zich doorgaans tot getjilp. De huismus beweegt zich vliegend of hippend voort. De mus is een standvogel: hij blijft doorgaans rond dezelfde plek wonen.
Het mannetje is duidelijk te onderscheiden van het vrouwtje, omdat de eerste zwarter en bruiner getekend is ...
De huismus is 14 tot 16 cm lang en weegt maximaal 30 gram. Het mannetje heeft een grijze kruin en grijze wangen, een zwarte keel en borst, een zwart masker met witte stip achter het oog, een witte streep over de vleugels, en in het broedseizoen een zwarte snavel. Het vrouwtje heeft een minder contrastrijke tekening dan het mannetje, een lichte oogstreep, enige tekening op rug en vleugels en een effen licht grijs/bruine borst. In de ruitijd is hun verenkleed soms nauwelijks meer te herkennen als zijnde van een huismus.
Soorten die uiterlijk op de huismus lijken en daarmee verward kunnen worden, zijn de heggenmus, de ringmus, het vrouwtje vink en de Spaanse mus. Deze laatste komt zelden voor in Nederland en België.
Voortplanting en ontwikkeling
Een mussenpaar bouwt gezamenlijk een nest, waarin het vrouwtje vier tot zeven eieren legt. Na ongeveer 12 dagen broeden komen de eieren uit. Als de kuikens uit het ei komen, zijn ze nog naakt (zie foto) en wegen niet meer dan 3 gram. Zodra er iemand in de buurt komt, sperren ze de nog relatief grote bek wijd open in de hoop voedsel te krijgen. Gedurende deze eerste dagen worden de kuikens door beide ouders met klein dierlijk voedsel gevoed, maar al snel wordt het dieet gevarieerder en plantaardiger. Na ongeveer twee weken vliegen de jongen uit. Ze blijven hierna nog enige tijd afhankelijk van de zorg van de ouders en worden nog regelmatig gevoed.
Vrouwelijke mus
Volwassen huismussen zijn graan- en onkruidzaden eters en passen zich gemakkelijk aan aan wat beschikbaar is. Granen als haver, tarwe en gerst hebben de voorkeur. Omdat huismussen geen kiezen hebben wordt voor de vertering van de zaden grit gebruikt. Ook eten huismussen groenten, in de vorm van bladeren van diverse planten en gele krokus , en fruit zoals appels en abrikozen. Jonge huismussen worden door de ouders vooral gevoerd met insecten zoals vliegen en muggen. Huismussen bijvoeren kan in principe het hele jaar door. Bijvoorbeeld met duiven- of kippenvoer, zoals het goedkope gemengd graan met gebroken mais. Oud brood is niet zo geschikt vanwege het extra zout dat daaraan wordt toegevoegd.
Roofvogels zoals de sperwer, ransuil en kerkuil, kraaiachtigen zoals de ekster, kauw en gaai, spechten en zoogdieren zoals de kat zijn (min of meer) natuurlijke vijanden van de huismus.
Kuiken van een paar dagen oud
De huismus leeft in grote delen van de wereld, in ieder geval in bijna alle gematigde en subtropische gebieden. Het dier komt vaak dicht bij of in de woongebieden van mensen voor en geldt als cultuurvolger. Voor een deel is de verspreiding op een natuurlijke wijze verlopen, voor een deel is de huismus door de mens actief verspreid.
De huismus heeft zich mogelijk in de prehistorie verspreid door de uitbreiding van de landbouw van de mens te volgen. In Noord-Amerika, Australië en in Nieuw-Zeeland is de huismus tussen 1850 en 1870 bewust op verschillende plaatsen uitgezet. In 1872 werden ze in Buenos Aires uitgezet en in 1953 in Peru. In 1890 werden huismussen in Zuid-Afrika uitgezet.
In koudere streken, zoals rond de poolcirkel, kan de mus dankzij de warme omgeving van de mensen overleven. De huismus en de ringmus hebben een deels complementaire spreiding: waar de huismus de overhand heeft, zijn er veel minder ringmussen, en vice versa.
Categorie:Dieren
Fotograaf Donald Jusa uit Indonesië maakte deze intrigerende close-up
.
Categorie:Dieren
Teek
Teken (Ixodida) vormen een orde van geleedpotige parasieten die behoren tot de klasse der spinachtigen. Samen met de mijten vormen zij de onderklasse der Acarina. Teken zijn nauw verwant aan de mijten, maar de precieze relatie is onduidelijk. Teken leven van het bloed van gewervelde dieren: ze bijten zich vast in de huid en laten zich na een bloedmaaltijd, die enige uren tot dagen duurt, weer vallen. Teken kunnen verschillende ziekten overbrengen, ze worden daarom een vector genoemd. Na de steekmuggen zijn teken de belangrijkste verspreiders van pathogenen . Tekenbeten zijn meestal niet pijnlijk en worden vaak alleen opgemerkt doordat men de teek in de huid ziet zitten. Het dier waarop de teek leeft, wordt gastheer genoemd. Bekende gastheren van teken zijn vogels, reptielen en verschillende zoogdieren. De bekendste Europese teek, die tevens een overbrenger is van de lymeziekte en van de FSME, is de schapenteek (Ixodes ricinus).
Verspreiding
Teken zijn kosmopoliet, ze komen wereldwijd voor. In Nederland en België kent men een tiental soorten teken, die deels zeer gespecialiseerd zijn in het bloed van bepaalde diersoorten, bijvoorbeeld vleermuizen, woelratten en oeverzwaluwen. In Nederland en België komen teken vooral voor in landelijke gebieden met bossen en struikgewas, o.a. in Zeeland, Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Drenthe, Overijssel, Noordoost-Groningen, de Kempen en de Ardennen. Ixodes -teken zijn gevoelig voor uitdroging en komen het meest voor op plaatsen waar een wat vochtige bodem bestaat, b.v. door een dikke strooisellaag.
Hoe voorkom ik een tekenbeet?
U kunt op een aantal manieren de kans op een beet van een teek verminderen.
1. Vermijd zo mogelijk dichte begroeiing en struikgewas, want hier bevinden zich de teken meestal voordat ze vallen en of zich hechten aan mens of dier. Blijf zoveel mogelijk op de paden.
2. Bedek de huid goed tijdens wandelingen of werk op plaatsen waar teken kunnen voorkomen: draag een lange broek en kleren met lange mouwen en gesloten schoenen. Steek uw broek eventueel in uw sokken. Dat is geen garantie dat u geen tekenbeet oploopt, maar maakt de kans wel kleiner. Draag bij voorkeur lichtgekleurde kleren: op een lichte kleur broek ziet u de teek beter.
3. Teken kruipen vaak op het hoofd van een kind; laat hen daarom een pet dragen als extra bescherming.
4. Kampeer liever niet aan de bosrand, niet langs de omzoming van de camping.
5. Smeer de onbedekte huid in met een anti-insectenmiddel met 30-50% DEET. Let wel, die bieden slechts enkele uren bescherming. Wees extra voorzichtig bij kinderen en gebruik bij hen enkel een product met maximaal 20% DEET. Lees aandachtig de bijsluiter.
6. Spuit sokken, schoenen en broek eventueel in met een DEET of Permethrine-kledingsspray.
7. Draag eventueel geïmpregneerde broeken met permitrine (verkijgbaar bij gespecialiseerde outdoorzaken).
Controleer na een uitstapje in bos en natuur uw lichaam en uw kleding op teken. Controleer ook op de moeilijk zichtbare plekken. Treft u een teek aan, verwijder ze dan zo snel mogelijk.
Preventie bij huisdieren Het is van belang ook uw huisdier regelmatig te controleren op teken. In elk geval na een verblijf in de natuur. Voorkeursplaatsen zijn vooral rond of in de oren, onder de staart, tussen de poten, buik, kop en nek en tussen de tenen. Treft u een teek aan dan dient deze op dezelfde manier als bij mensen verwijderd te worden.
Er zijn diverse middelen in de handel om uw dier preventief te behandelen tegen tekenbeten. Informeer hiervoor bij een dierenspeciaalzaak of bij uw dierenarts. De controle op uw huisdier is van belang voor uzelf en uw huisgenoten. Via hond of kat kunnen teken overlopen op mensen. Bovendien kunnen ook de dieren zelf ziek worden door een tekenbeet.
Categorie:Dieren
Goudhaantje
De
goudhaan (meestal vanwege zijn formaat het goudhaantje genaamd) (Regulus regulus) is een zangvogel uit de familie van Regulidae. Ze worden slechts 9 cm groot, bij een gewicht van 4 tot 7 gram, en zijn daarmee samen met het nauw verwante vuurgoudhaantje de kleinste Europese vogelsoort.
In Nederland en België komen goudhaantjes het gehele jaar voor.
Vuurgoudhaantje
De vuurgoudhaan (meestal vanwege zijn formaat het vuurgoudhaantje genaamd) (Regulus ignicapilla) is een zangvogel uit de familie van Regulidae. Ze worden slechts 9 cm groot en zijn daarmee samen met het nauw verwante goudhaantje de kleinste Europese vogelsoort.
In het Europese binnenland komen vuurgoudhaantjes vooral in de zomer voor. Ze overwinteren aan de Zuidwest-Europese kusten en westelijk Middellandse Zeegebied.
Categorie:Dieren
Vrouwtjesvlieg eet sperma van ongewenste partner op
Nieuw onderzoek toont aan dat sommige vrouwtjesvliegen bepalen welke partner ze willen. Dat doet de vrouwtjesvlieg door, nadat ze met het mannetje gepaard heeft, sperma uit te stoten van de partner die ze niet ziet zitten en zich ermee te voeden. Dat hebben onderzoekers in in het tijdschrift 'Behavioral Ecology and Sociobiology' verklaard.
Onderzoek toont aan dat de vrouwtjesvlieg (van de ulidiid soort) kiest hoeveel sperma ze uitstoot en welke mannetjesvlieg haar mag bevruchten. Dat vrouwtjesvliegen absoluut geen romantische zielen zijn blijkt uit de lange paringstijden waardoor de vrouwtjesvliegen meer sperma uitstoten.
Onderzoekers hebben bewezen dat het sperma voedingsmiddelen bevat voor de vrouwtjesvliegen als voeding schaars is. Vrouwtjesvliegen die sperma aten tijdens het experiment bleken langer te leven, maar dat geldt niet voor alle vrouwelijke insectensoorten.
Categorie:Dieren
Huisvlieg
De huisvlieg of kamervlieg (Musca domestica) is een tweevleugelig insect dat behoort tot de familie echte vliegen (Muscidae). De huisvlieg is een van de bekendste soorten vliegen en door het kosmopolitische voorkomen wellicht ook een van de bekendste insecten.
Iedere vlieg kan per ongeluk een huis binnenvliegen maar de naam huisvlieg is gebonden aan de soort Musca domestica, die in dit artikel beschreven wordt. De wetenschappelijke naam betekent vrij vertaald cultuurvolgende vlieg. De huisvlieg is van de meeste andere vliegen te onderscheiden door de relatief grote lichaamslengte en de drie donkere lengtestrepen op de bovenzijde van het borststuk. Een soort die gemakkelijk verward wordt met de huisvlieg is de kleine kamervlieg (Fannia canicularis), deze soort blijft echter kleiner. Andere soorten vliegen die met de huisvlieg verward kunnen worden, zijn beschreven onder het kopje onderscheid met andere soorten.
De huisvlieg is een modelorganisme dat op grote schaal wordt gebruikt als proefdier. Hierdoor zijn de uiterlijke kenmerken en daarnaast de levenswijze en ontwikkeling uitvoerig beschreven. Bij laboratoriumproeven met betrekking tot bijvoorbeeld genetica is het belangrijk om de kleinste verschillen tussen de verschillende exemplaren te beschrijven. Hierdoor heeft zelfs het kleinste haartje op het lichaam een aparte naam. Ook de ontwikkelingstijd is zo nauwkeurig in kaart gebracht dat het aantreffen van een aantal bepaalde ontwikkelingsstadia van de vlieg door forensische opsporing als bewijsmateriaal kan dienen in rechtszaken.
De huisvlieg komt over vrijwel de gehele wereld voor, maar is in drogere of koudere gebieden wel afhankelijk van de mens om zich te kunnen handhaven. De vlieg is dan ook net als muizen en ratten een typische cultuurvolger. Men ziet de huisvlieg vaak in de buurt van afval of vee. Vaak treft men daar ook hun larven, de maden, in groten getale aan.
Men vermoedt dat het oorspronkelijk leefgebied van huisvliegen het zuidelijke palearctisch gebied was, en dan met name Noordoost-Afrika en het Midden-Oosten. In de voetsporen van de mens heeft de vlieg zich over vrijwel de gehele wereld verspreid. Alleen in heel droge gebieden zoals woestijnen en heel koude gebieden zoals de polen komen geen huisvliegen voor.
De huisvlieg is een vrij klein insect en bereikt een lichaamslengte van 6 tot 8 millimeter. De mannetjes blijven gemiddeld wat kleiner dan de vrouwtjes. Het lichaam van de huisvlieg is net als alle insecten ingedeeld in drie hoofdsegmenten, de kop of cephalon, het borststuk of thorax en het achterlijf of abdomen. Deze segmenten zijn zelf ook weer onderverdeeld in deelsegmenten en dragen verschillende aanhangsels. De kop draagt de gespecialiseerde zintuiglijke organen en de monddelen, het borststuk draagt drie paar poten en één paar vleugels. Het achterste vleugelpaar is net als alle tweevleugeligen omgevormd tot een paar kleine stompjes die de halters worden genoemd. Ze vervullen een functie als evenwichtsorgaan. Dankzij dit tot 'gyroscoop' omgebouwde vleugelpaar is de huisvlieg een zeer behendige vlieger.
De huisvlieg is overwegend zwart van kleur. De bovenzijde van het achterste deel van zowel de kop als het borststuk zijn zwart, terwijl het borststuk lichtere lengtestrepen aan de bovenzijde heeft. Ook uitsteeksels zoals antennes en poten zijn zwart van kleur en hetzelfde geldt voor de lichaamsbeharing. De uiteinden van de poten of tarsen zijn lichter tot geel van kleur.
De grote ogen en het achterlijf van de vlieg zijn niet zwart en hieraan is de huisvlieg van veel andere vliegen te onderscheiden. De ogen zijn duidelijk roodbruin van kleur, het achterlijf is grotendeels geelbruin met uitzondering van een brede band aan het midden van de bovenzijde, die donkerbruin tot zwart van kleur is. Opvallend zijn de lichtere plekjes aan de vleugelbasis, kleine flapjes die calyptra worden genoemd.
Paring van de huisvlieg, mannetje links. De ogen van mannetjes komen vrijwel samen aan de bovenzijde, bij vrouwtjes liggen ze duidelijk uit elkaar
Paring
Als de vlieg uit de pop kruipt duurt het ongeveer drie dagen voordat de vlieg kan paren. De paring vindt altijd op een vaste ondergrond plaats en nooit in de lucht. De paring van de vlieg verloopt altijd volgens een vast voorspel. Het mannetje immobiliseert hierbij een vrouwtje door haar met zijn poten tegen de grond te drukken. Vervolgens brengt hij zijn stempel-achtige zuigsnuit tussen haar ogen. Na dit voorspel brengt het vrouwtje haar legbuis in de geslachtsopening van het mannetje. Hierin bevindt zich het mannelijke geslachtsorgaan zodat het mannetje haar kan bevruchten.
Ei
Het vrouwtje legt haar eitjes in strohoudende mest, afval, dode dieren, compost of rottende voedingsmiddelen. Het ei is sterk langwerpig van vorm en heeft een lengte van ongeveer 1,2 millimeter, het ei is wit van kleur. Het vrouwtje kan in totaal meer dan 900 eitjes produceren die in kleinere groepjes worden afgezet.De eitjes komen na twaalf tot 36 uur uit waarbij de larven van de vliegen tevoorschijn komen. Omdat de vrouwtjes van verschillende exemplaren vaak eitjes afzetten op hetzelfde substraat, kunnen zich enorme aantallen maden ontwikkelen. Onder warme omstandigheden kunnen de eitjes al na acht uur uitkomen De eitjes moeten permanent vochtig blijven tijdens de embryonale ontwikkeling, anders komen ze niet uit.
Categorie:Dieren
Beagle Cliff speurt ziekenhuisbacterie met gemak op
Honden blijken goed in staat een ziekenhuisbacterie op te sporen. Het VU medisch centrum in Nederland heeft met de 2-jarige beagle Cliff aangetoond dat deze viervoeter prima kan ruiken of patiënten besmet zijn met de bacterie Clostridium difficile, die diarree en levensbedreigende darmontstekingen kan veroorzaken.
De 2-jarige Cliff kon na een training van twee maanden binnen tien minuten een hele ziekenhuisafdeling controleren op de aanwezigheid van de bacterie. Normaal gesproken is daar tijdrovend laboratoriumonderzoek voor nodig.
83 procent De jonge hond geeft door dat patiënten besmet zijn door naast hun bed te gaan zitten. Tijdens de tests wist hij 25 van de 30 besmette patiënten aan te wijzen (83 procent). Toen de beagle monsters van de ontlasting moest ruiken, had hij het zelfs in 100 procent van de gevallen goed, blijkt uit de onderzoeksresultaten, die donderdag werden gepubliceerd in het British Medical Journal.
Verder onderzoek nodig Hoewel de resultaten veelbelovend zijn, wijzen de onderzoekers erop dat het slechts een beperkt onderzoek was. Ook blijft veel onduidelijk. Zo valt nog niet te zeggen wat de hond precies ruikt en hoe in de dagelijkse praktijk honden ingeschakeld kunnen worden
Categorie:Dieren
Oostende test ludieke methodes tegen meeuwenoverlast
Oostende pakt uit met een nieuwe poging om meeuwen de binnenstad uit te jagen, richting hun natuurlijke biotoop. De bevoegde schepen Martine Lesaffre (Open VLD) denkt dat netten op platte daken en kleurrijke windmolentjes de klus zullen klaren. In september wordt de evaluatie opgemaakt.
Oostende neemt nu reeds maatregelen om de meeuwenoverlast, die vorige zomer leek te escaleren, aan te pakken. "We beginnen nu omdat er op dit moment nesten worden gevormd en eieren worden uitgebroed", aldus Lesaffre.
"Om te vermijden dat er in de binnenstad een forse aangroei komt, gaan we netten spannen over platte daken. Maar we gaan ook kleurrijke windmolentjes en andere objecten op een rondraaiend vlak plaatsen, wat de meeuwen moet afschrikken. Ook de havikken aan een touwtje blijven we komend broedseizoen inzetten."
Telegeleide vos De voorbije zomer werden soms de meest vreemde dingen ondernomen om de overlast te beperken. Dat ging van een telegeleide vos tot het inzetten van kleine helikopters. "Ook dit is ludiek, maar we hopen dat het werkt. Als het niet positief wordt geëvalueerd, gaan we zoeken naar een alternatief."
Schepen Lesaffre doet ook een oproep aan de bevolking. "Bel de meeuwentelefoon als je een nest ziet. Eieren schudden, wat moet gebeuren door de brandweer, blijft de meeste efficiënte methode om de aangroei te beperken", besluit de schepen.
Categorie:Dieren
Chimpansees gaan in regenwoud op zoek naar specifieke vruchten
Chimpansees bezitten kennis over plantenkunde en gaan in het regenwoud op zoek naar specifieke vruchten. Dat heeft het onderzoeksteam van het Max Planck-Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig (Duitsland) ontdekt. De wetenschappers observeerden in het Taï Nationaal Park in Ivoorkust (West-Afrika) hoe de apen vruchten in het oog houden net voordat ze rijp zijn. De chimpansees weten bovendien dat verschillende bomen op hetzelfde moment vruchten dragen.
"Onze resultaten tonen hoeveel strategieën de chimpansees gebruiken om voedsel te zoeken", aldus het hoofd van de afdeling primatologie, Christophe Boesch. "Bovendien geven ze meer inzicht over de evolutionaire oorsprong van de menselijke vaardigheden van het categoriseren en het abstract denken."
De wetenschappers registreerden hoe de chimpansees met hun blik de boomtoppen afspeurden. Voor hun analyse gebruikten ze enkel de beelden van wanneer de apen naar de bomen keken, zonder vruchten te vinden. Zo konden ze uitsluiten dat de dieren gelokt werden door de geur van de vruchten.
Uit de analyse bleek dat de chimpansees de bomen inspecteerden waar vruchten aan groeien die bijna rijp zijn. Bovendien konden de wetenschappers bij bomen die op hetzelfde moment vruchten dragen, voorspellen dat de apen net in die bomen op zoek gingen naar eten.
Chimpansees combineren verschillende vaardigheden in hun zoektocht naar voedsel, concluderen de wetenschappers, met name botanische kennis, het categoriseren van vruchtensoorten en het ruimtelijk inzicht om de juiste bomen terug te vinden.