NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Welkom op mijn blog
 Rudi & Christine wonen op de buiten te West-Vlaanderen(Belgium)..(rond Brugge die scone)
 Hebben 2 kinderen en sinds kort
Bomma & Bompa van 2 kleinkinderen..
Hebben ook een hele grote gevaarlijke hond...Gizmo onze chihuahua 1,8kg nat gemaakt..
Onze hobby's zijn zowat van alles...
waaronder ook PSP.....tuinieren...koken..
muziek..fietsen..lezen & uiteraard eten
kortom..genieten van het leven..
Groeten van Pepé & Memé

Hartelijk welkom op m'n blog
Bienvenue sur mon site
Wilkommen auf meiner website
Welcome to my site

Cyberbompa & Bomma
   Chris
Foto
Zoon Jo & Freya
Foto
Dochter Jannie &  schoonzoonThijs
Foto

Kleinkind Mauro
& Jannie

Foto
 Ons 2de kleinkind Brent
Foto
Foto
Inhoud blog
  • Kippenfilet met wokgroenten & rijst
  • Na de weedpizza: weedchocolade
  • Oostende -Club Brugge 2 - 2
  • Eindelijk onthuld: wie sterft in The Simpsons?
  • Lily Allen
    Foto

    Ons lief klein Crapuleke....Lag ik daar maar...
    Foto
    Categorieën
  • Crea's Rudietje (113)
  • Dieren (298)
  • Dranken (84)
  • Film (424)
  • Fotografie (359)
  • Gezondheid (296)
  • Koken (836)
  • Lessen leden (17)
  • Mails(alle) (87)
  • Mode (188)
  • Moppen (92)
  • Muziek (563)
  • Nieuws (1398)
  • Ons tuintje (397)
  • PPS Rudietje (28)
  • Sport (461)
  • Wetenschap (232)
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    teeveetje
    blog.seniorennet.be/teeveet

    Sluffertjes_creations

    >
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spinnen






    .
    De kerkzesoog (Segestria florentina) komt ook voor in België en Nederland



    Spinnen (Araneae) zijn een orde van geleedpotigen die behoren tot de klasse van de spinachtigen (Arachnida). Andere spinachtigen worden ook wel met 'spin' aangeduid, zoals de zeespinnen en de zweepspinnen. De vertegenwoordigers van de orde Araneae worden daarom ook wel 'echte spinnen' genoemd om ze van de andere groepen te onderscheiden.

    Er zijn tegenwoordig ruim 42.000 verschillende soorten spinnen beschreven. Spinnen hebben een wereldwijde verspreiding en kennen een grote variatie in lichaamsbouw, gedrag en voedselspecialisatie. Naast het grote soortenaantal komen spinnen ook in relatief hoge populatiedichtheden voor. De Britse spinnenkenner W. S. Bristowe omschreef de spinnen eens als een reusachtig tapijt dat de aarde omspant. Spinnen worden verdeeld in twee basale groepen: de tangkakigen(Araneomorphae) en de rechtkakigen of vogelspinachtigen (Mygalomorphae).

    De tijgerspin

    Spinnen zijn terrestrisch; het zijn typische landbewoners die levende prooidieren eten welke in de regel gevangen worden met behulp van spinsel. Veel spinnen maken een vangweb en zijn passieve jagers; ze wachten tot een prooidier in het web verstrikt raakt waarna de prooi wordt buitgemaakt. Andere spinnen jagen actief op prooien of wachten vanuit een hinderlaag. Spinnen ruimen grote hoeveelheden insecten op, vooral vliegen en muggen. Een aantal spinnen heeft zich gespecialiseerd in het vangen van andere dieren zoals op het land levende kreeftachtigen, sprinkhanen, mieren of andere spinnen.

    Spinnen zijn er in diverse vormen, kleuren en maten. Een aantal tropische soorten wordt groter en heeft soms bonte kleuren, een markante lichaamsvorm of karakteristieke uitsteeksels. De meeste spinnen hebben echter een goede camouflage. Een aantal spinnen is zo sterk gecamoufleerd dat ze niet meer als zodanig te herkennen zijn. Voorbeelden zijn spinnen die lijken op dierlijke uitwerpselen of plantendelen zoals bladeren en takjes. Er zijn ook soorten die andere dieren zoals wespen of mieren imiteren.

    De kruisspin

    De meeste spinnen blijven klein en hebben een lichaamslengte -exclusief poten- van ongeveer een centimeter. De kleinste spinnensoorten worden niet langer dan één millimeter. De grootste soorten kunnen een spanwijdte van de poten hebben van meer dan 25 centimeter.

    In België en Nederland leven bijna 700 verschillende soorten spinnen. Een aantal spinnen komt zeer algemeen voor en is bij het grote publiek bekend. Voorbeelden zijn de huisspin en de trilspin die in huizen leven en in tuinen komt de kruisspin algemeen voor. Sommige spinnen zijn echter zeldzaam en worden door wetgeving beschermd, een voorbeeld is de lentevuurspin.


    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spechten

    .
    Zwarte specht


    Spechten (Picidae) vormen een vogelfamilie van kleine tot middelgrote, robuuste vogels met scherpe snavels, een stijve staart en zygodactylisch poten waarvan de twee middelste tenen naar voren staan en de buitenste twee naar achteren. Zij leven meestal in bomen en gebruiken hun scherpe snavel en lange kleverige tong om daaruit insecten los te peuteren. Zij gebruiken hun staart daarbij als steunpilaar. Zij leven meest in paren en hakken hun nest uit in een boomstam.

    De familie wordt verdeeld in drie onderfamilies: de draaihalzen (Jynginae), de dwergspechten (Picumninae) en de echte spechten (Picinae). Er worden op dit moment 225 soorten in de familie der spechten erkend.

    Groene specht

    De groene specht is olijfgroen van boven en licht grijsgroen van onder, hij is zwart in zijn gezicht en het mannetje heeft een rode wangvlek, is rood boven op de kop en in de nek, geel op de borst, in de oorstreek, de kin en de keel witachtig. De vleugelveren zijn bruinzwart, gelig of bruinwit gevlekt, de stuurveren zijn groengrijs en zwart geband; de ogen zijn blauwwit en de poten en snavel zijn loodgrijs. Hij beweegt zich gemakkelijker op de grond voort dan de meeste spechten en timmert minder op bomen. Deze specht roffelt maar weinig, maar heeft een luide lach. De vogel is 31 cm groot. De tong is 10 cm lang. De tong gaat onderhuids over de schedel en komt zo in de bek en kan zeer ver worden uitgestoken, teneinde insecten te vangen.

    Vrouwtjes hebben een zwarte streep onder het oog, die baardstreep wordt genoemd. Bij mannetjes is deze rood en zwartomzoomd.

    De specht zijn tong is een handig gereedschap in het zoeken van voedsel. Ze zijn namelijk verzot op mieren, die ze met hun lange tong uit boomholtes halen. Dit wordt vergemakkelijkt door stekels of lijm aan het eindpunt waar mieren aan blijven kleven, ze kunnen ermee kronkelen. De tong is vastgehecht in het rechter neusgat en split daarna in tweeën, en gaat onderhuids over de schedel heen naar beide zijden van de nek. Daarna komen de twee delen terug bijeen en komt omhoog onder in de onderkaak en zo in de bek. Deze tong is erg elastisch en de vasthechting is versterkt door vijf kleine beentjes, genaamd hyoidbeen.

    De grote bonte specht


    De grote bonte specht is met een lengte van 20 tot 26 centimeter een vrij grote vogel, die bovenop zwart is en wit van onder. Hij heeft grote, ovale witte schoudervlekken en een rode anaalstreek. De ogen zijn bruinrood, de snavel en de poten zijn grijs. Het mannetje heeft een rode vlek op het achterhoofd, het vrouwtje heeft een geheel zwarte kruin. Juveniele vogels hebben een geheel rode kruin en een roze anaalstreek en lijken daardoor op de middelste bonte specht. Vaak hebben jonge vogels nog gebandeerde schoudervlekken.

    De middelste bonte specht



    In België komt de middelste bonte specht voor in het oosten. De hoogste dichtheden worden bereikt in het uiterste zuidoosten van het land.

    Het voedsel bestaat vrijwel alleen uit insecten; boomsappen staan echter ook op het menu

    Hij voedt zich met insecten, vooral met de larven van kevers die zich onder de bast van naaldbomen ingraven, maar hij eet ook noten, bessen en zaden van naaldbomen. Hij hakt vaak een gat in een boom om daar de dennenappel in vast te klemmen. Dit noemt men een spechtensmidse.


    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Boomblauwtje





    .



    Het boomblauwtje (Celastrina argiolus) is een dagvlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.

    De wetenschappelijke naam argiolus is een verkleinwoord van argus en verwijst ernaar dat de soort kleiner is dan het heideblauwtje (Plebejus argus)

    Mannelijk boomblauwtje



    De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt tussen de 13 en 16 millimeter.

    De vleugels van mannetjes zijn aan de bovenzijde vrijwel geheel fel lichtblauw met een smalle zwarte rand, terwijl de vrouwtjes een brede zwarte band langs de voorvleugels hebben. De franje is wit, bij de voorvleugel zijn er enkele zwarte onderbrekingen. De vlinder is met name goed te herkennen aan de zilverwitte tot lichtblauwe onderzijde van de vleugel waarop zwarte stippen te zien zijn. Verder vliegt deze vlinder niet of nauwelijks dicht bij de grond (beneden 50 cm hoogte), dit in tegenstelling tot vele blauwtjes.

    Het eitje is klein een afgeplat wittig bolletje en heeft een honingraatstructuur. Eitjes zijn bijzonder lastig te vinden.

    De rups is geelachtig groen, met een variabele rode tekening, al dan niet met rozewit, langs de rand en als rugstreep. Deze tekening ontbreekt echter vaak. Het lichaam is bedekt met korte witte haartjes. De kop is zwartbruin. De rups wordt 14 tot 17 mm lang.



    De waardplanten van de vlinder zijn diverse struiken, onder andere klimop, hulst, vlinderstruik, struikhei, vuilboom, kornoelje, grote kattenstaart, wegedoorn en kardinaalsmuts. De eitjes worden afzonderlijk afgezet hoog in de waardplant, aan de basis van bloemknoppen of bij jonge vruchten. Er is een voorkeur voor grotere planten die in de zon staan. Het vrouwtje zet soms ook eitjes af op planten die ongeschikt zijn. De rups overleeft niet op sneeuwbes en op bijvoorbeeld blauwe regen kan hij niet volgroeid raken, omdat de bloemen te snel afvallen en geen vrucht vormen. In verschillende generaties worden verschillende waardplanten gebruikt. In het voorjaar worden vooral hulst en sporkehout gebruikt, in de zomer vooral klimop, grote kattenstaart, struikhei en vlinderstruik.

    Na 3 tot 5 dagen komt de rups uit het eitje. De rups eet aanvankelijk van de knoppen of de jonge vruchten, in de laatste stadia soms jong blad. De rups maakt een gaatje in de knop of de vrucht, en eet van het binnenste. De rups scheidt een zoete vloeistof af, waarvoor hij vaak wordt bezocht door diverse mieren. Deze mieren bieden bescherming tegen belagers. De rupsen worden vaak geparasiteerd, met name door de sluipwesp Listrodomus nycthemerus, wat fluctuaties in het voorkomen oplevert.

    Na 2 tot 4 weken verpopt de rups. De verpopping vindt plaats in de strooisellaag of in spleten en holtes in de schors of nabij de waardplant. De pop overwintert. Er zijn meldingen dat poppen bezocht zouden worden door mieren, of zelfs meegenomen zouden worden naar mierennesten. Exemplaren die niet overwinteren blijven 11 tot 20 dagen in het popstadium. Het imago leeft vervolgens 9 tot 18 dagen.

    Het boomblauwtje vliegt in Nederland en België in twee generaties per jaar. De eerste generatie van april tot juni en de tweede generatie in juli, augustus en begin september. Soms is er een derde generatie die vliegt van eind augustus tot halverwege oktobeR

    Ei van het boomblauwtje





    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Landkaartje




    .


    Het landkaartje (Araschnia levana) is een dagvlinder uit de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders.

    De onderkant van de vleugels is een netwerk van lijnen en daar dankt deze vlinder zijn naam aan.

    Het landkaartje komt in grote delen van Europa algemeen voor en heeft als leefgebied de bossen, tuinen, en bosranden. De waardplant van de rupsen is de brandnetel.


    Bijzonder aan deze vlinder is dat er twee vormen zijn. De eerste generatie in het voorjaar is oranjerood met zwarte vlekken terwijl de zomergeneratie zwart is met een witte band. De verschillende vormen had Carolus Linnaeus in 1758 als twee verschillende soorten beschreven. De voorjaarsvorm als Papilio levana en de zomervorm als Papilio prorsa. Het seizoendimorfisme wordt veroorzaakt door de diapauze die de overwinterende poppen van de voorjaarsvorm ondergaan.

    De vlinder vliegt van zeeniveau tot 1500 meter. De vliegtijd is van mei tot en met oktober.

    Zomervorm



    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De kleine vos ...






    .
    De
    kleine vos (Aglais urticae) is een dagvlinder uit de familie Nymphalidae
    , de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders



    De kleine vos heeft een voorvleugellengte van 22 tot 25 millimeter.

    De basiskleur van de bovenkant van de vleugels is oranje. Langs de voorrand (costa) van de voorvleugel loopt een band van afwisselend gele en zwarte vlekken, die bij de vleugelpunt (apex) wordt afgesloten met een witte vlek. Ook in het middenveld bevinden zich nog een zwarte vlek geflankeerd door een gele vlek en twee zwarte stippen. De vleugelbasis van de achtervleugel is zwartbruin. Bij de voorrand van de vleugel loopt het oranje over in geel. Langs de vleugelranden loopt een rand met aan de binnenkant opvallende blauwe maanvormige vlekjes die zwartomrand zijn. De franje is geblokt. Zowel de voorvleugel als de achtervleugel heeft een meestal onopvallend uitstulpinkje.

    De kleurstelling van de kleine vos is vermoedelijk een voorbeeld van aposematische kleuring, die predatoren afschrikt. Onderzoek met het voeren van kleine vossen aan de koolmees heeft laten zien dat deze terughoudend is in het eten van de kleine vos, en deze terughoudendheid is groter bij gevleugelde dan ontvleugelde exemplaren.

    De onderzijde van de achtervleugel is donkerbruin met een wittige soms licht oranje band. Op de voovleugel zijn de vlekken langs de voorrand te herkennen, en is de kleur ook wittig of soms licht oranje met donkerbruin.

    De kleine vos kan verward worden met de grote vos, die echter flink groter is. Op de voorvleugels van de grote vos ontbreken blauwe maantjes, en in het middenveld van de voorvleugel zijn vier zwarte vlekjes te vinden, in plaats van drie bij de kleine vos. Daarbij moet worden opgemerkt dat de grote vos veel minder vaak wordt waargenomen. Enerzijds door een meer verborgen leefwijze, anderzijds doordat hij zeldzamer is.

    Grote vos



    De eitjes van de kleine vos zijn klein, groen en bol.

    De basiskleur van de rups is donkergrijs met lichtgele tot felgele tekening. Over het lichaam verspreid bevinden zich stekels, die in de basis geel zijn met zwarte vertakkingen. De kop is zwart met gele stipjes. De rups groeit uit tot een maximumlengte van 27 tot 32 millimeter.



    De pop is variabel van kleur, en verkleurt van groen tot bruin of goud.


    Het vrouwtje zet de eitjes in groepen van veertig tot ruim honderd op de grote brandnetel (urtica dioica). Het vrouwtje kiest daarbij meesstal voor de onderkant van een vrij jong blad van jonge brandnetels. De voorkeur gaat uit naar brandnetels op een zonnige plaats, in een groepje in een tamelijk open omgeving, waar de eitjes worden afgezet aan de zuidoostkant. Weer opgroeiende brandnetels die eerder zijn afgemaaid verdienen ook een duidelijke voorkeur, omdat deze meer voedingsstoffen bevatten. Om een geschikte plant te vinden onderzoekt het vrouwtje de plant met zintuigen op onbehaarde delen van haar voorpoten. Ze zoekt 's middags een geschikte waardplant, overnacht daar, en zet de volgende ochtend nadat het warm genoeg is geworden de eitjes af. Als ze wordt verstoord vliegt het vrouwtje in een rechte lijn weg. Maar even later keert zij weer terug om het afzetten te vervoltooien.

    Na 6 tot 10 dagen verschijnen de rupsen. Deze rupsen spinnen een aantal bladeren bij elkaar en leven samen dat spinsel. Als de bladeren zijn kaalgevreten verhuizen zij naar een andere plant. Pas in het laatste stadium leven de rupsen solitair. Vooral deze solitaire rupsen worden geïnfecteerd door parasieten.

    Na 13 tot 22 dagen zoekt de rups een plaats om te verpoppen. Ze kruipen daarbij enkele meters weg. De rupsen verpoppen hangend in de vegetatie of aan een muurtje op ongeveer 1 meter hoogte. Het popstadium duurt 8 tot 12 dagen. De poppen zijn gevoelig voor vorst, en met name nachtvorst in mei kan aan de eerste generatie flinke schade toebrengen.


    Het mannetje van de kleine vos verdedigt vanaf de middag een territorium vanaf een beschutte zonnige plek in de buurt van brandnetels. Het mannetje vliegt naar elk voorbijvliegend dier dat mogelijk een kleine vos zou kunnen zijn. Soortgenoten mannetjes jaagt hij weg en achtervolgt het soms lang in een rondcirkelende vlucht. Als het mannetje langere tijd geen succes heeft, verhuist hij naar een nieuw territorium - gemiddeld gebruikt een mannetje twee territoria per dag. Een vrouwtje wordt net zolang achtervolgd tot het gaat zitten. Dit kan lang duren (uren) en soms wordt een vrouwtje door meerdere mannetjes gevolgd. Het mannetje gaat achter het vrouwtje zitten, en betast haar met de antennes. De paring duurt de hele nacht en vindt plaats onder een blad van een brandnetel.

    De kleine vos gebruikt een grote verscheidenheid aan planten als nectarplant, zoals heelblaadjes, watermunt,leverkruid, paardenbloem, ....

    De kleine vos is een zeer mobiele soort. Bekend is dat hij kan zwerven, en zo tot wel 150 kilometer kan afleggen. Soms vindt er ook gerichte vlindertrek plaats, en trekken duizenden vlinders onze omgeving (Nederland en België) binnen. Deze neiging is vooral bekend van de tweede generatie.


    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Belgische witblauw koe

    .



    Het Belgisch witblauw is een runderras ontstaan in België in het begin van de 19e eeuw uit kruisingen tussen "Shorthorns of Durhams" (een rundveeras met grote verspreiding in West-Europa en Noord-Amerika) en lokale rundveerassen. Gedurende jaren vermindert de inmenging van de Shorthorn waardoor het reeds voor het einde van de 19e eeuw verdwijnt. Het huidige Belgisch-witblauwras heeft echter zijn positieve eigenschappen (sierlijke lijn, zijn vruchtbaarheid en diversiteit aan kleuren; blauw, wit en zwart) overgeërfd en aan het einde van de 19e eeuw begint men een "blauw" ras te ontwikkelen, ontdaan van de negatieve eigenschappen van de Durham.

    Een Belgisch witblauwrund is vaak een dikbil, een rund met een overmatige spierontwikkeling. Dit fenotype, dat door selectie vaak voorkomt bij het Belgisch witblauw, wordt veroorzaakt door het dikbil-allel van het myostatine-gen dat normaal de spierontwikkeling remt.



    Een van de grote problemen die zich voordoen bij de Belgische witblauw, is dat de kalveren een dubbel gespierde schouder hebben. Hierdoor kunnen de kalveren niet doorheen het geboortekanaal. Alle geboortes worden uitgevoerd door middel van een keizersnede. Op zich geeft dit geen grote problemen voor de dieren, maar er bestaan vooral ethische bezwaren. De dieren zouden in de vrije natuur niet kunnen overleven, gezien ze daar niet kunnen bevallen met een keizersnede.


    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Waarom jij wordt gebeten door muggen (en anderen niet)

    .

    Iedereen kent wel een muggenafleider, de persoon die steeds met alle muggenbeten aan de haal gaat. Maar waarom wordt de ene persoon gebeten en de andere niet, vroeg nieuwswebsite Business Insider zich af.

    Een op de vijf personen is een doelwit voor de bloedzuigende beestjes. Mannelijke muggen zijn helemaal niet geïnteresseerd in je bloed, maar vrouwtjes des te meer. Zij hebben die vloeistof nodig om eitjes te kunnen maken.

    Ze kunnen je al vanop een afstand van 45 meter ruiken, maar hoe kiezen ze hun slachtoffers?

     • Bacteriën
    Er leven een triljoen microben op onze huid en die zorgen voor onze  lichaamsgeur. Slechts 10 procent van die microben hebben we allemaal gemeen. Sommige mensen hebben dus een collectie microben die aantrekkelijker is voor muggen dan anderen.

     • CO2
    Muggen zijn dol op CO2. Hoe meer CO2 je lichaam uitstoot, hoe makkelijker muggen je vinden. Daarom zijn volwassenen populairder bij muggen dan kinderen, en grote volwassenen populairder dan kleine volwassenen.

     • Beweging en warmte
    Ook houden muggen van beweging en warmte. Als je bijvoorbeeld door het park rent of er voetbalt ben je makkelijker een doelwit. Als je dan nog eens buiten adem bent, ben je het perfecte slachtoffer.


    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Muggen

    .
     




    Een mug is een vliegend insect uit de orde tweevleugeligen en de onderorde muggen (Nematocera). Sommige soorten lijken echter meer op een vlieg, een spin of een vlinder dan op een mug.

    Een mug is eenvoudig beschouwd een primitieve versie van een vlieg en heeft een klein, dun en fragiel lichaam, zes dunne pootjes, meestal twee veer-achtige antennes waarmee zeer goed geur waargenomen kan worden en een kleine kop met vaak zichtbare zuigsnuit. Er zijn wel soorten die wat groter worden maar deze hebben steeds een langwerpige bouw en meestal sprieterige poten. Sommige muggen echter, zoals de knutten, hebben een meer vlieg-achtige bouw, ze worden ook wel zandvliegen genoemd. Alle muggen hebben een zuigsnuit, maar verreweg de meeste soorten kunnen daar niet mee bijten. De muggen die wel kunnen bijten behoren tot verschillende families, waarvan die der steekmuggen (Culicidae) ongetwijfeld de bekendste is. Soorten uit deze familie zijn onder andere de malariamuggen (geslacht Anopheles) die bij de mens indirect verantwoordelijk zijn voor meer dan een miljoen doden per jaar. Ook andere muggen kunnen voor overlast zorgen al kunnen ze niet bijten, voorbeelden zijn langpootmuggen waarvan de larven het gazon aantasten, motmuggen die massaal kunnen opduiken bij een gesprongen riolering en rouwmuggen die in reusachtige zwermen kunnen voorkomen die het verkeer kunnen hinderen. Bovendien brengt het trillen van de vleugels van muggen een zoemend geluid voort, dat door mensen veelal als hinderlijk wordt ervaren.

    Muggen leven van plantensappen als nectar en zijn vrij onopvallende insecten. De twee vleugels worden in rust achter de rug gevouwen en het achterste paar poten is bij veel soorten langer en steekt in rust naar achteren. Dit doet een mug om eventuele aanstormende vijanden waar te nemen; in plaats van deze te zien voelt de mug de luchtwervelingen met de achterpoten en vliegt snel weg bij gevaar

    Steekmuggen



    Steekmuggen of muskieten zijn de bekendste muggen en zijn in beginsel onschuldige insecten die leven van nectar. Toch staan ze voor de mens bekend als vervelende vampiristische wezens omdat ze onder andere menselijk bloed zuigen, althans de vrouwtjes tijdens de aanmaak van de eitjes. Bij de mens resulteert dat meestal in een rode jeukende bult, maar bijtende muggen kunnen ook veel schade aanrichten vanwege ziekten die ze kunnen verspreiden, zoals de beruchte West-Nijlziekte. In tropische gebieden verspreiden muggen op grote schaal vaak dodelijke ziekten (onder andere malaria), waaraan jaarlijks miljoenen mensen sterven. Ook op dieren kunnen muggen verschillende ziektes overbrengen. Vogel- en veehouders kunnen hierdoor enorme economische schade lijden. Muggen kunnen bijvoorbeeld ook verantwoordelijk zijn voor grote uitbraken van veeziekten, zoals blauwtong.

    Dansmug



    Dansmuggen (Chironomidae), ook wel vedermuggen genoemd, vormen een familie van muggen die over de hele wereld voorkomen, zelfs op Antarctica leven soorten dansmuggen. Ze dienen niet te worden verward met de dansvliegen (Empididae).
    De meeste dansmuggen worden ongeveer 10 millimeter lang en geen enkele soort zuigt bloed. De weinige soorten met een andere naam dan een wetenschappelijke worden vaak gewoon dans- of vedermug genoemd, ook de bekendere soorten Chironomus attenuatus (in Amerika) en Chironomus plumosus (o.a. in Europa, Nederland en België). Wereldwijd zijn minimaal 7054 soorten beschreven


    Motmug



    Motmuggen (Psychodidae) zijn een familie van kleine insecten die behoren tot orde tweevleugeligen en de onderorde muggen (Nematocera). De vleugels zijn vaak voorzien van schubben en worden in rust gespreid gehouden. De muggen lijken hierdoor enigszins op kleine vlinders waaraan de naam te danken is. Ze worden ook wel aalputmotje genoemd.
    Motmuggen die op rottende voedselresten leven of in de natte organische substantie onder een lekkende rioleringsbuis kunnen in aanraking komen met voor de mens gevaarlijke bacteriën. De larven kunnen niet bijten of steken en brengen alleen indirect ziektes over. Ook de volwassen insecten richten geen directe schade aan. Alle muggen, en dus ook de motmug, hebben een steeksnuit al kan deze soort daar niet mee steken. De aanwezigheidheid van de motmug is hoogstens irritant, vooral als ze in grote aantallen voorkomen.
    Ze zijn zelfs nuttig omdat de larven de omzetting van het organisch materiaal bevorderen, de geur wegnemen en het vuil losmaken zodat het kan wegspoelen. Motmuggen en steekmuggen hebben totaal andere behoeftes als larve en komen nooit in elkaars territorium voor. In ruimtes met veel motmugjes zullen dus minder steekmuggen voorkomen. Ook de larven van de motmug zijn in stilstaande wateroppervlakken agressiever dan de steekmuglarven, en zullen ze zo wegconcurreren.
    Preventie en bestrijding

    Preventieve maatregelen zijn het reinigen van aflopen met een flessenborstel en het spoelen van de afvoerbuizen met heet sodawater. Containers met organisch afval moeten goed afgesloten worden. Rottend materiaal als bladeren dient uit dakgoten en van daken verwijderd te worden. Er zal een inspectie op de aanwezigheid van smurrie-achtige substanties rond het huis moeten plaatsvinden; stilstaand water in bloempotten e.d. moeten geledigd worden. De verluchtingspijp van de septische put kan het best worden afgesloten met een gaas met een zeer fijne maaswijdte. Kitranden in natte ruimtes zoals bij een bad of wastafel moeten worden nagekeken.

    Om motmuggen te bestrijden dient de voedselbron van de larven te worden opgespoord en verwijderd, het wegvangen van de volwassen insecten heeft weinig zin. De motmug kan buitengehouden worden door de uitgangswegen van de mogelijke voedingsbronnen af te sluiten. Omdat de larven in extreme omgevingen kunnen leven, waar vrijwel geen zuurstof is, zal dit hun ontwikkeling niet stoppen, maar de muggen zullen wegblijven als de ruimte goed is afgesloten.


    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hollandse Nieuwe Maatjes





    .
    Hollandse Nieuwe
    (ook maatjesharing) is de Nederlandse benaming voor de eerste, jonge haring van het seizoen die geschikt is voor consumptie. Hollandse Nieuwe wordt ook wel maatjesharing genoemd, een verbastering van maagdenharing (maagd, omdat de jonge vis nog geen hom of kuit bevat).




    Wettelijke eisen

    Wil haring "Hollandse Nieuwe" worden genoemd dan moet hij voldoen aan bepaalde eisen:

    • het vetpercentage moet ten minste 16% zijn.
      • de haring moet tussen half mei en eind juni worden gevangen, voor die tijd is hij te mager, erna heeft hij te veel hom of kuit;
    • hij moet gekaakt zijn;Bij het kaken worden met een speciaal mesje de kieuwen en de ingewanden van de (nog niet geslachtsrijpe) haring verwijderd, op de alvleesklier na. Enzymen uit de alvleesklier laten de haring 'rijpen'.
    • hij moet gezouten en gerijpt zijn:
      • het zouten is van belang voor het bewaren
      • tijdens het zouten wint de haring aan smaak, mede doordat de alvleesklier niet verwijderd is;
      • om mogelijke parasieten, met name de haringworm, te doden moet de haring tenminste 24 uur bevroren zijn geweest;Het invriezen van de haring doodt de voor de mens ongezonde haringwormparasiet.
    • hij moet op de juiste manier gefileerd zijn:
      • de graat moet zijn verwijderd op de staart na.
    • De temperatuur bij verkoop mag maximaal 7°C bedragen.

    De haring kan met en zonder ui worden gegeten. Tegenwoordig gebruikt men minder zout, omdat het vriezen voldoende bescherming geeft.



    Noorse, Deense en Schotse haring

    De sluiting van de Noordzee voor de haringvisserij in 1977 noopte Nederlandse vissers en handelaren de bakens te verzetten. Een enkeling beproefde zijn geluk in de Ierse Zee, in de hoop er haring aan te treffen die te vergelijken was met die uit de Noordzee. Denemarken bleek een geschikter alternatief. Deense vissers visten in het Skagerrak op haring die sterk leek op de ‘Hollandse’ maatjesharing. Een aantal vissers en inkopers van verwerkende bedrijven uit Nederland vestigde zich in het noorden van Jutland. De Denen eten geen Hollandse Nieuwe, haring wordt in Denemarken op een andere manier bereid. Nederlandse bedrijven benutten hun knowhow ter plaatse en voerden de kaaktechniek in. In 2007 was Noorwegen het belangrijkste aanvoerland. 80 Procent van de aanvoer is in Noorse handen. Daarnaast hebben Nederlandse bedrijven hun werkterrein in Denemarken en Schotland.



    Geschiedenis

    Over het moment waarop men is overgegaan op het kaken van haring bestaat veel onduidelijkheid; daarbinnen past ook de naam van de 'uitvinder' Willem Beukelszoon. Voorafgaand aan het kaken schijnt men haring ongekaakt te hebben gezouten en verpakt in tonnen. Dit heeft mogelijk bijgedragen tot de onjuiste aanname dat gezouten haring dús gekaakte haring zou zijn. Dit zouten van haring, zonder haar voorafgaand te hebben gekaakt, werd het 'steuren' genoemd.

    Zoveel is duidelijk dat men het kaken in de loop van de 14de eeuw is gaan toepassen. Men kent de bezigheid toe aan de toenmalige gebieden waarin de haringvisserij actueel was, namelijk Vlaanderen en Zeeland. In hoeverre dit toen al aan boord van schepen plaatsvond, blijft onbeantwoord; gezien de geringe omvang van de toenmalige vissersscheepjes lijkt het aan boord kaken van de vangst onwaarschijnlijk.


    Elke Noor heeft er een garage, die uitgeeft op het water en waarin hij dus zijn boot parkeert . Hen hoef je dus niets te vertellen over vissen vangen, maar van maatjesharing moeten ze niets hebben.

    Een geluk voor de Hollanders, die de Noren inhuren op een moment dat ze hun vissersboten toch niet gebruiken . Goed voor ons ook, want de Belgen lusten de zilveren haring ook .

    Toch maken we samen met de Hollanders die Noren niet gek. Want zij wachten geduldig tot er een andere vis in de haringnetten zwemt, zoals deze kabeljauw. Die leggen ze dan wel eventjes apart in de frigo. Smikkelen, dat spreekt voor zich. Al zou je dat niet zeggen als je de vis in de bek kijkt.



    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Noorse kreeft of Lagoustines

    .




    De Noorse kreeft (Nephrops norvegicus) is een kreeftachtige uit de orde van tienpotigen.

    De Noorse kreeft wordt in de handel vaak aangeduid als langoustine De naam langoustine moet niet verward worden met de langoest of hoornkreeft. De Italiaanse benaming voor de Noorse kreeft, scampo, wordt in het Nederlands meestal gebruikt voor verscheidene soorten grote garnalen, meestal met een foutief dubbel meervoud (scampi's).

    Noorse kreeft is commercieel gezien de belangrijkste kreeftsoort in Groot-Brittannië. De bestanden in het noordelijk deel van de Noordzee zijn binnen veilige biologische grenzen.

    Bij aankoop moeten ze pikzwarte ogen en een glimmend pantser hebben, anders is de kreeft al aan bederf onderhevig. De meeste worden gepocheerd gegeten, maar ze kunnen ook verwerkt worden in andere gerechten, zoals Spaanse paella.

    In de musical "De Kleine Zeemeermin" is er een personage Guust de lakei die transformeert in een langoustine waarschijnlijk omdat dat past bij zijn gladde, ijdele karakter.


    Het is een zeekreeft die 10 tot 24 centimeter groot kan worden en ingegraven leeft in zanderige en modderige bodems tot op een diepte van 800 meter (meestal echter tussen 30 en 200 meter diep).
    Noorse kreeften zijn bovenaan en opzij oranje gekleurd en aan de onderzijde wit. Ze zijn betrekkelijk lang en slank vergeleken met andere kreeftensoorten. Het eerste paar pereopoden draagt slanke doch krachtige scharen. De carapax draagt vooraan een scherp rostrum en een paar relatief grote, donkere, niervormige ogen.

     


     


    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mossel (weekdier)





    .
    De mossel (Mytilus edulis) is een in zee levend tweekleppig weekdier. De soort wordt ook wel 'gewone' of 'eetbare mossel' genoemd.



    Echte ademhalingsbuizen (sifonen) ontbreken, er is wel een in- en een uitstroomopening. De voetklier scheidt een uit eiwitten bestaande kleverige substantie af. Buiten de schelp verhardt deze substantie tot draden (byssusdraden) die zich aan het substraat hechten. Deze byssusdraden zijn taai en elastisch en hebben een zeer hoge sterkte waardoor de schelp stevig verankerd wordt.



    Zoals de meeste tweekleppigen vindt de voortplanting buiten de dieren in het zeewater plaats. Min of meer gelijktijdig worden miljoenen eitjes en zaadcellen van vele volwassen dieren het water in gespoten. In het zeewater vindt de bevruchting plaats. Er ontstaat dan een larve met een planktonische levenswijze. De larvale dieren kunnen wel enigszins op eigen kracht door het water zwemmen, maar deze beweging is slechts van ondergeschikt belang. De larve gaat waar de zeestroming het dier heen voert, zoals dat met al het plankton het geval is. Na ongeveer één maand wordt de larvale schelp gevormd, die gedurende enige tijd verder aangroeit. De larvale schelp ziet er nog niet zo uit als die van de volwassen mossel. Na verloop van tijd wordt de schelp te zwaar voor een zwevende levenswijze en zakt het 'broed' naar de zeebodem. Deze 'broedval' is een kritieke fase want het dier is afhankelijk van de geschiktheid van de plaats om zich met byssusdraden (de baard van een mossel) vast te kunnen hechten. Daarvoor leent een vaste ondergrond zich het best. Aangezien het dier nog maar 1,5 à 2 mm groot is, is de speelruimte niet groot: lange afstanden om een geschikte plaats op te zoeken kunnen niet worden afgelegd. De fase is verder kritiek omdat ook op de zeebodem veel predatoren aanwezig zijn. Slechts een gering deel van de oorspronkelijke larvenpopulatie komt terecht op een geschikte plek en overleeft de eerste periode. Mosselen van ongeveer 1 centimeter noemt men mosselzaad. Wanneer de mosselen circa vier tot vijf centimeter groot zijn, worden ze halfwasmosselen genoemd. Na ongeveer twee jaar zijn de mosselen zes tot zeven centimeter groot en geschikt als consumptiemossel.



    De mossel is een filteraar. Het enige dat hij hoeft te doen is zijn 'huisje' te openen. Door de instroom opening wordt water naar binnen gezogen en door de uitstroom opening spuit het dier het water weer naar buiten. Ondertussen komt het water voorbij een rij kieuwen. Deze halen uit het voorbijstromende water zuurstof (O2) en voedsel. Het water wordt door ciliën (beweeglijke trilharen) op de kieuwen voortgeduwd. Deze ciliën nemen het voedsel op en verplaatsen het naar een slijmlaag, die dan de voedseldeeltjes naar de maag brengt. Het voedsel van de mossel bestaat voornamelijk uit plankton. Andere zwevende stof, zoals slib en dergelijke wordt eveneens uit het water gefilterd.

    Verteerd en onverteerbaar materiaal wordt in pakketjes, de zogenaamde pseudofaeces uitgeworpen. Op deze wijze kunnen enorme hoeveelheden slib door mossels uit het water worden gehaald en vastgelegd. Mossels kunnen door het opnemen van giftige stoffen of algen die giftige verbindingen produceren, zelf óók giftig worden. Hier hebben ze zelf tot op zekere hoogte geen last van, maar consumptie door dieren (inclusief de mens) die hoger in de voedselketen staan kunnen door een cumulatief effect wel schade ondervinden.

    De mossel is één van de algemeenste diersoorten aan de Nederlandse en Belgische kust. In Nederland komen kweekmosselen o.a. voor in twee gebieden: de Oosterschelde en de Waddenzee, waarbij op dit moment de Waddenzee de grootste producent is van kweekmosselen, ook wel mosselzaad genoemd. Ook aan de Hondsbossche Zeewering, de pieren van IJmuiden, Hoek van Holland en verder op de basalten zeeweringen langs de kust komt mosselzaad voor. De vishandel spreekt in de beide eerste gevallen van 'Zeeuwse mosselen' omdat alle Nederlandse mosselen voor consumptie in de Oosterschelde verwaterd worden. Verwateren betekent: zandvrij gespoeld. Door vervuiling van randzeeën als de Noordzee is de natuurlijke populatie de afgelopen honderd jaar met ca. 70% afgenomen.





    Mossels zijn als 'zeevrucht' een bekend ingrediënt, ze bevatten eiwitten, mineralen, vitaminen, fosfor, ijzer, jodium en seleen. Met 1% is het vetgehalte te verwaarlozen. Honderd gram gekookt mosselvlees levert 70 kcal. Voor consumptie onderscheidt men vijf gewichtsklassen, aflopend van groot naar klein zijn dat: Goudmerk, Jumbo, Imperiaal, Super en Extra.

    Het mosselseizoen loopt van half juli tot half april, dus niet alleen tijdens maanden met een r zoals vroeger wel beweerd werd. Ook buiten het mosselseizoen zijn mosselen te koop, dit zijn echter diepgevroren of geïmporteerde mosselen. De Nederlandse mosselproductie zit in 2009 rond de 70.000 ton.

    In België worden mosselen doorgaans met frieten gegeten (moules-frites), in Nederland kiest men meestal voor mosselen met brood en sauzen of met friet. Het plaatsje Philippine in Zeeuws-Vlaanderen is een geliefde plek voor mosseleters. Er staat een aantal mosselrestaurants en zelfs een (druipend) mosselmonument. De tot voor kort enige mosselveiling van Europa staat in Yerseke, recent wordt de Vlaamse mossel uit hangmosselcultuur in Oostende geveild. De met name in België en Nederland populaire Zeeuwse mossel wordt grotendeels verhandeld in Yerseke.

    Sommige mensen zijn overgevoelig voor de eiwitten van de mossel, wat kan leiden tot huidirritatie en misselijkheid. Mensen met een lichte allergie voor mosselen zullen daar alleen last van hebben bij het begin van het seizoen, later in het seizoen loopt het eiwitpercentage terug. Er wordt nogal eens gezegd dat het niet verstandig is om mosselen te eten tijdens de zwangerschap. Dat is achterhaald, in het verleden konden mosselen minder goed bewaard worden omdat de koeling slechter was. Hierdoor waren mosselen vatbaar voor salmonellabesmetting. Met de huidige koeltechniek is dat niet meer het geval en kunnen mosselen ook tijdens een zwangerschap veilig gegeten worden.

    2de soort mosselen is de  hangcultuurmossel die echter nog maar een jaar of 12-15 hier bestaat...

    In landen als: Frankrijk, Spanje en Italië, is dit al vele jaren ingeburgerd...
    mosselen in het zeewater laten hangen, kent vele voordelen. Ze zijn eerder volgroeid - binnen 14 maanden - dan mosselen op de bodem...








    Deze zijn praktisch het gehele jaar door verkrijgbaar....

    Als klein kind leerde ik echter de bodemmosselen te waarderen met brood...azijn of frieten...

    Het was van moeten opeten of ik had geen eten(hmm)


    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sardines

    .

    .



    Sardines, ook wel sardienen of pelsers, is een groep vissen die behoren tot de straalvinnige vis uit de familie haringen (Clupeidae). Sardines komen bijna wereldwijd voor en danken hun naam aan het Mediterrane eiland Sardinië, waar ze ooit zeer talrijk voorkwamen.

    De sardien kan een lengte bereiken van 25 centimeter en kan maximaal 15 jaar oud worden. Van de zijkant gezien heeft het lichaam van de vis een normale vorm, van bovenaf gezien is de vorm het beste te typeren als gedrongen. De kop is min of meer recht. De ogen zijn normaal van vorm en zijn symmetrisch.

    De vis heeft één rugvin en één aarsvin. Er zijn 13 tot 21 vinstralen in de rugvin en 12 tot 23 vinstralen in de aarsvin.

    Sardina pilchardus


    De sardien komt zowel in zoet, zout als brak water voor, op een diepte van 10 tot 100 m. Ze is gebonden aan een subtropisch klimaat.

    De vis eet zowel plantaardig als dierlijk plankton.

    De sardien is voor de visserij van groot commercieel belang.


    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De eikenprocessierups

    .
    Eikenprocessierupsen beginnen aan hun 'processie'



    De eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea) is de rups van een nachtvlinder die algemeen is in België en ook in Nederland sinds 1990 steeds algemener voorkomt.

    De soort is in het bezit van voor de mens gevaarlijke brandharen en vertoont herhaaldelijk getalsmatig pieken in aanwezigheid, waardoor ze als een plaaginsect wordt beschouwd.

    Brandharen en gevolgen voor mens en dier

     

    De brandharen van de rups vormen voor de mens een gevaar voor de gezondheid. De haren zijn 0,2 tot 0,3 millimeter lang. Elke rups heeft er honderdduizenden tot een miljoen van. Het zijn pijlvormige haren, die bij een bedreiging worden afgeschoten. De haren kunnen dan makkelijk de huid, de ogen en de luchtwegen binnendringen. De stoffen die van de haren afkomen veroorzaken een op allergie lijkende huiduitslag, zwellingen, rode ogen en jeuk. In de meeste gevallen verdwijnen de klachten vanzelf. Niet alle personen zijn even gevoelig voor de brandharen.

    In zeldzame gevallen kunnen andere verschijnselen ontstaan, namelijk braken, duizeligheid en koorts.

    De rupsen hoeven niet te worden aangeraakt om in contact te komen met de brandharen. De haartjes verspreiden zich met de wind en kunnen zo in contact komen met wandelaars of fietsers. De haren verschijnen vanaf ongeveer half mei tot eind juni op de rupsen. De haren blijven ook na het vertrek van de rupsen in de nesten, die aan de stammen en dikke takken hangen, aanwezig. Na jaren kunnen deze nesten bij aanraking nog overlast veroorzaken.

    Ook dieren, met name honden, kunnen last hebben van de brandharen van de rups


    Imago.

    .

    In Vlaanderen vertoonde het voorkomen van de eikenprocessierups sinds het begin van de jaren 90 herhaaldelijk een piek. In 2007 was er sprake van een plaag, vooral in de provincie Limburg, als gevolg van het warme voorjaar; ter bestrijding zette de Belgische federale regering zelfs het leger in.

    De herintroductie in Nederland begon in 1991 met de ontdekking van enkele nesten in een wegbeplanting bij Hilvarenbeek. De soort verspreidde zich daarna snel over de zuidelijke provincies. De populaties bereikten in het zuiden een voorlopig hoogtepunt in 1996. Een jaar later werden er veel minder gezien en menigeen dacht dat het insect wel weer uit Nederland zou verdwijnen. Dit bleek echter niet het geval en ieder jaar waren er meldingen uit noordelijker gelegen plaatsen. In 2010 zijn de meest noordelijke nesten gevonden in de stad Groningen.

    Door vroegtijdige bestrijding kan een plaag worden voorkomen. Dit gebeurt door een bestrijdingsmiddel te spuiten in de toppen van eikenbomen waar de nesten van de rups zijn aangetroffen. In 2004 wordt hiervoor in Nederland als proef Xentari WG gebruikt. Dit middel bevat een bacterie, Bacillus thuringiensis var. aizawai. De bacterie produceert in het darmstelsel van de rups eiwitkristallen. Bij de afbraak van deze kristallen in het darmkanaal komt een toxine vrij, dat de darmwand van de rups aantast. Een uur na opname van de bacterie stopt de rups met eten, doordat de kaakspieren verlammen. Geïnfecteerde rupsen bewegen zich langzaam, ze verkleuren en tenslotte verschrompelen ze. 2 tot 5 dagen na de bestrijding zijn de rupsen dood. De dode rupsen blijven met hun voorpoten aan de eikenbladeren hangen.

    Een andere manier van bestrijding is het ter plaatse verbranden van de rupsen of het wegzuigen ervan, waarna ze begraven, verbrand of verdronken worden. Deze op zich omslachtige manieren worden vooral toegepast om geen andere vlindersoorten te treffen, wat met name bij gebruik van gif wel het geval is. Natuurlijke predatoren als de sluipvlieg nemen een groot deel van de bestrijding voor hun rekening. Ook de grote poppenrover zou als biologisch bestrijdingsmiddel kunnen worden uitgezet. In de Verenigde Staten gebeurt dit al.

    Bestrijding is een taak voor professionele firma's of diensten.














     


    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vleermuizen ...







    .







    Vleermuizen
    (orde Chiroptera, ook wel handvleugeligen genoemd) zijn zoogdieren die echt kunnen vliegen (in tegenstelling tot zweven). Hiertoe zijn hun vleugels voorzien van een vlieghuid die tussen de vingers van hun voor- en achterpoten en hun staart zit. Er zijn veel soorten vleermuizen. Sommige zeldzame soorten komen slechts op één enkele locatie voor (meestal een grot).

    Hier vliegen er al weer een viertal boven de vijver bij schemering die dan knus
    bij elkaar in onze spouwen van ons huis de dag doorbrengen....
    Ik kan moeilijk die spouwen dichtmetselen hé.....
    Maar die beestjes doen geen kwaad....

    In Nederland en België komt uitsluitend een twintigtal gladneuzen en hoefijzerneuzen voor, waarvan een aantal zeer zeldzaam is. Door hun verborgen en nachtelijke levenswijze hebben veel mensen nog nooit een vleermuis in het wild gezien, maar ongeveer zeven soorten komen in Nederland toch algemeen voor. Er zijn wereldwijd ruim 1.100 soorten, zodat meer dan één op de vijf zoogdiersoorten een vleermuis

     Ouderdom

    Een van de eerste vleermuizen was Icaronycteris, waarvan fossielen zijn gevonden die dateren van 54 miljoen jaar geleden, uit het Eoceen.

     Levenswijze

    De Europese vleermuizen zijn veelal insecteneters. Deze insecten worden in de avondschemer in de lucht gevangen door echolocatie. Omdat er 's winters nauwelijks insecten rondvliegen, houden de in Nederland en België voorkomende soorten een winterslaap, waarbij ze hun metabolisme tot een uiterst laag pitje terugdraaien en hun lichaamstemperatuur maar net boven het vriespunt blijft. Vleermuizen paren vóór de winter, maar de eisprong en bevruchting treden pas een paar maanden later op. Meestal is er maar één jong; dat wordt gezoogd en blijft tijdens de jacht van de moeder op de slaapplaats hangen. Vleermuizen kunnen tot tientallen jaren oud worden en planten zich maar langzaam voort. Ze zijn meestal zeer trouw aan hun standplaats en overwinteringsplaats.

    Thermografische afbeelding ; zijn vleugels houden de lichaamswarmte binnen

    Vleermuizen slapen en overwinteren vaak in grote aantallen in grotten, of, in Noordwest-Europa, bij gebrek aan grotten, in ijskelders, bunkers en forten. Sommige vleermuizen overwinteren ook in boomholten, terwijl dwergvleermuizen hoofdzakelijk in huizen (in de spouw of op zolder) overwinteren. In de zomer verkiezen ze plaatsen die warmer zijn dan bunkers en forten, en komen ze veelvuldig voor op zolders en kerkzolders. Ze hangen daar overdag met hun hoofd naar beneden. Ze kunnen ook ondersteboven in bunkers hangen of aan takken van bomen, onder afdakjes enzovoort. 's Avonds vliegen vleermuizen uit. Ze zijn in de schemering goed te herkennen, in de eerste plaats omdat er in de schemering weinig vogels vliegen, en in de tweede plaats omdat hun vlucht nogal afwijkend is. Op jacht naar vliegende insecten hebben ze een zeer onregelmatige vlucht, ze kunnen snel hun vliegrichting aanpassen. Deze vleermuizen zenden namelijk ultrasone geluiden uit die op een prooi weerkaatsen en weer opgevangen worden. Zo kan de vleermuis de afstand tot zijn prooi en omgeving inschatten en vliegt hij opmerkelijk veilig. Vleermuizen kunnen in het stikdonker door een kamer vliegen waarin zeer dunne draden gespannen zijn, zonder deze te raken.

    PS:
    's avonds vliegen er hier een paar rond
     boven onze vijver...

     


    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dagpauwoog

    .

    De dagpauwoog (Aglais io, vroeger: Inachis io) is een middelgrote dagvlinder uit de familie Nymphalidae en de onderfamilie aurelia's (Nymphalinae).

    De dagpauwoog is een van de bontst gekleurde en bekendste soorten vlinders in Europa. De soort komt binnen Europa algemeen voor in de gematigde zones en ontbreekt in het uiterste noorden en zuiden. Ook in de gematigde gebieden van Azië vinden we de soort tot in Japan. Het grote verspreidingsgebied is onder meer te verklaren doordat de belangrijkste voedselplant, de brandnetel, zoveel voorkomt. In België en Nederland is de dagpauwoog overal algemeen.

    De dagpauwoog is hier niet te verwarren met andere vlinders vanwege de grootte, de oranjerode vleugels en de karakteristieke oogvlek op de bovenzijde van iedere vleugel. De onderzijde is juist goed gecamoufleerd door donkerbruine kleuren en donkere strepen.

    De dagpauwoog is goed onderzocht waardoor er veel bekend is over de levenswijze, de voortplanting en de ontwikkeling van de vlinder. Het is een van de soorten die als volwassen vlinder overwintert en 's winters kan worden aangetroffen in huizen.



    De dagpauwoog is een palearctische soort die voorkomt in grote delen van Europa en oostwaarts in Azië voorkomt tot in Japan. In zuidelijk en zuidoostelijk Azië ontbreekt de soort.

    Binnen Europa heeft de soort zijn noordgrens in het zuiden van Scandinavië omdat het ten noorden hiervan te koud is. In het zuiden van Europa ontbreekt de soort rond het Middellandse Zeegebied. In Groot-Brittannië is de dagpauwoog met name in het zuidelijke deel te vinden en wordt deze naarmate men noordelijker komt, zeldzamer. In Ierland komt de soort wel algemeen voor.

    De vlinder heeft geen echte voorkeur voor een bepaald leefgebied, als het maar zonnig is en er bloemen zijn om nectar uit te zuigen. Daarom is de soort vooral te vinden in bloemrijke graslanden, maar ook tuinen worden veel bezocht, vooral als er planten als vlinderstruik in staan. Waar andere vlindersoorten in hun verspreiding in sterke mate beperkt worden door het voorkomen van de waardplanten waarop de rupsen leven, geldt dat veel minder voor de dagpauwoog. De brandnetels waarop de rupsen leven komen namelijk zeer algemeen voor in vochtige, beschaduwde milieus. De vlinder kan zich ontwikkelen in slecht onderhouden tuinen, slootkanten, industrieterreinen, braakliggende stukken grond, bosranden, vuilstortplaatsen, tuinen, parken, wegbermen, spoordijken en vele andere door de mens geschapen biotopen.

    De dagpauwoog is een standvlinder maar kan nieuwe gebieden snel koloniseren. De soort kan tot tientallen kilometers zwerven, waarbij de dieren vooral met de wind mee worden gevoerd en niet gericht trekken zoals bijvoorbeeld de atalanta. Soms komen grote aantallen door de wind meegevoerde exemplaren voor, zoals in het jaar 1995 het geval was in Nederland. Ook de algemene verspreiding van de voedselplanten draagt ertoe bij dat de soort in een gunstig jaar enorm in aantal kan toenemen; dan zijn er drie generaties mogelijk en leggen de vrouwtjes tot 1000 eitjes.

    In België en Nederland is de soort van de vroege lente tot in de herfst vrijwel overal te vinden, ook in hoger gelegen delen van de Ardennen en alle Waddeneilanden


    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Icarusblauwtje






    .


    Het icarusblauwtje (Polyommatus icarus) is een dagvlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes. Een flink deel van de vrouwtjes zijn van boven bruingekleurd met oranje vlekjes. Daardoor worden deze vrouwtjes soms aangezien voor bruin blauwtjes.


    Het icarusblauwtje komt algemeen voor in heel Europa, op droge schrale graslanden tot matig vochtige steppe. Ook in Nederland en België is de vlinder zeer algemeen. In 2005 is de soort voor het eerst ook in Noord-Amerika gevonden, in de buurt van Mirabel in de Canadese Provincie Québec.


    De vliegtijd is van april tot en met oktober. De rups overwintert.

    Waarnemingen van feitelijke ei-afzetting zijn vrij spaarzaam. De eitjes worden tussen de bovenste bladeren op de jonge nog niet bloeiende planten van gewone rolklaver afgezet.


    De rupsen worden gevonden op diverse planten uit de Vlinderbloemenfamilie als sikkelklaver (Medicago falcata), hopklaver (Medicago lupulina), kleine klaver (Trifolium dubium), gewone rolklaver (Lotus corniculatus), moerasrolklaver (Lotus uliginosus), paardenhoefklaver (Hippocrepis comosa), Coronilla varia, kattendoorn (Ononis spinosa) en kruipend stalkruid (Ononis repens). De jonge rupsen mineren


    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hommels

    .



    Hommels (Bombus) is een geslacht van insecten die behoren tot de orde vliesvleugeligen. Ze zijn zo nauw verwant aan de bijen dat ze in de taxonomie niet als aparte groep worden gezien maar beschouwd worden als grotere en sterker behaarde bijen. Er zijn ongeveer 250 soorten hommels die vrijwel wereldwijd voorkomen, een aantal vertegenwoordigers komt voor in België en Nederland. De meeste soorten leven op het noordelijk halfrond, vooral in berggebieden.

    Hommels zijn aangepast om te overleven in een wat kouder klimaat. Het lichaam is voor een insect relatief groot en is zowel lang- als dichtbehaard, waardoor de warmte goed wordt vastgehouden. Daardoor komen hommels zelfs voor op de koude toendra's in het hoge noorden. De lange beharing is echter een nadeel bij warm weer, ze moeten dan veel rusten.

    Er zijn twee groepen hommels; de bekendste zijn de soorten die een nest maken net zoals andere vliesvleugeligen zoals mieren, bijen en wespen. Het hommelnest blijft in de regel kleiner dan dat van andere sociale vliesvleugeligen.
    Er zijn ook hommels die zelf geen nest maken maar de eitjes in het nest van andere soorten leggen, de koekoekshommels, deze missen ook de stuifmeelkorfjes die de andere hommels wel hebben. De parasitaire koekoekshommels worden soms tot het geslacht Psithyrus gerekend, maar sommige taxonomen (onder wie de bekende Hymenoptera-specialist Charles D. Michener) maken geen onderscheid en rekenen alle hommels tot het geslacht Bombus.

    Akkerhommel angel

    File:Akkerhommel angel.jpg


    Bestuiving

     


    Hommels leven net als alle andere bijen van nectar en stuifmeel, de suikerrijke nectar is de energiebron van de hommel. Er zijn hommelsoorten die het stuifmeel opslaan in aparte voorraadcellen (pockets) en er zijn soorten, zoals de aardhommel, die het in toevallig leegstaande broedcellen opslaan. Hommels kunnen tot wel 2 uur achter elkaar stuifmeel verzamelen tot een gewicht van 60% van hun lichaamsgewicht. Het stuifmeel kunnen de vrouwtjes met behulp van nectar en hun voorpoten tot een klompje samenplakken aan hun achterpoten en zo vervoeren naar het nest. Op de holle scheen van de achterpoot zit hiervoor een kale plek, die omgeven is met stijve haren. Deze plek wordt een stuifmeelkorfje (corbicula) genoemd.

    Een hommel heeft een lange tong met haartjes aan het uiteinde, waarmee ze nectar uit de bloemen opzuigen. De tong wordt beschermd door de schede. Wanneer de hommel haar tong niet gebruikt zit de schede onder haar lichaam gevouwen. De lengte van de uitrolbare hommeltong, ook wel proboscis genoemd, varieert van soort tot soort. Hierdoor treedt er een zekere specialisatie in bloembezoek op, waardoor hommels minder onderlinge concurrentie hebben. In Australië en Nieuw-Zeeland introduceerden kolonisten rond 1880 hommels uit Zuid-Engeland omdat geen van de inheemse bijen door de diepe kroonbuizen de ingevoerde rode klaver konden bestuiven. Alleen een uitrolbare hommeltong kan deze rode klaver bestuiven. In Denemarken en Frankrijk worden gekweekte hommels ingezet voor het bestuiven van rode klaver. Wanneer de nectar te diep in een bloem verborgen is bijt de hommel een gaatje in de zijkant van de bloemkroon om zo bij de nectar te kunnen komen. De plantensoorten waarbij dit voorkomt zijn smeerwortel, rode klaver, grote ratelaar, holwortel, hengel en dopheide.

    De hommel, vooral de aardhommel, wordt tegenwoordig ook gekweekt voor bestuiving van onder andere tomaten, paprika, aubergine, meloen, aardbei, framboos en rode bes in kassen. Bij paprika moet de hommel wel worden bijgevoerd met suikerwater, omdat paprika geen nectar produceert. Hommels zijn goede bestuivers, omdat ze met de bovenkaken (mandibels) en klauwtjes aan de poten de meeldraad kunnen vastpakken en met behulp van de borstspieren de meeldraden heen en weer kunnen schudden om zo de stuifmeelkorrels uit de helmhokjes te laten vallen. Bij komkommerkruid kunnen alleen hommels op deze manier het stuifmeel uit de helmhokjes krijgen. De vallende korrels plakken aan hun elektrostatisch geladen lijf. Vervolgens kunnen zij met hun poten het stuifmeel verzamelen in hun korfjes. Een hommel neemt ook sneller genoegen met stuifmeel als er geen nectar aanwezig is. Ook verlaat een hommel niet zo gauw de kasruimte, in tegenstelling tot bijen.

    In noordelijke landen zoals Noorwegen en Zweden zijn hommels voor de bestuiving zeer belangrijke insecten, omdat ze bij lage temperatuur nog vliegen, in tegenstelling tot bijen. In de zuidelijke landen zoals Frankrijk is de bij belangrijker voor de bestuiving. Nederland zit daar tussenin. In Nederland komen zo'n 29 verschillende soorten hommels voor, waarvan 7 soorten koekoekshommels. Sommige soorten zijn echter zeer moeilijk uit elkaar te houden.

    Hommels (hoofdzakelijk aardhommels) die op de bloeiwijze van prei nectar uit de preibloempjes verzamelen gaan steeds trager bewegen en raken versuft. Soms vallen ze zelfs op de grond om na een poosje weer weg te vliegen. Er kunnen wel tot tien hommels tegelijk op een bloeiwijze zitten.

    Door voedselconcurrentie kunnen onder laatbloeiende lindebomen, vooral onder alleenstaande bomen, veel dode hommels worden aangetroffen. Doordat de nectar van lindebomen minder bruikbare suikers bevat, gebruiken op lindebomen vliegende hommels meer energie bij het rondvliegen dan er in de vorm van nectar verzameld kan worden. Hierdoor verhongeren de hommels en ook worden de verzwakte exemplaren door vijanden als vogels en wespen belaagd.


    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hagedis bron van salmonellabesmetting

    .

    Een baardagaam, of bearded dragon. © ap.

    Een hagedissensoort die vooral in Australië voorkomt blijkt een salmonellabacterie te kunnen overbrengen op mensen. Dat hebben onderzoekers van het Amerikaanse centrum voor Ziektebestrijding (CDC) bekend gemaakt.

    In de afgelopen twee jaar raakten in Amerika 132 mensen in 31 verschillende staten besmet met een zeldzame vorm van salmonella. Van de 31 mensen die een uitgebreide vragenlijst invulden, zeiden 21 dat ze met de hagedissensoort, baardagamen of bearded dragons genoemd, in aanraking waren geweest.

    Onderzoekers vonden de zeldzame bacterie bovendien in een terrarium van een van de besmette gevallen. "We zijn ervan overtuigd dat deze hagedissen de bron zijn van deze besmetting", aldus onderzoeker Casey Barton Behravesh. Van de besmette gevallen zijn er 42 opgenomen geweest in het ziekenhuis. Niemand overleed aan de bacterie.

    Baardagamen zijn woestijndieren die ongeveer 50 centimeter kunnen worden. Ze worden in Amerika als huisdier gehouden en zijn in dierenwinkels te koop. De CDC onderzoekers waarschuwen eigenaren goed hun handen te wassen na het aanraken van de hagedissen en de dieren te weren uit keukens en badkamers.

    Andere bekende dragers van de salmonellabacterie zijn kikkers, schildpadden, slangen, egels, kuikens en eenden.


    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Distelvlinder





    .



    De distelvlinder (Vanessa cardui, syn. Cynthia cardui) is een dagvlinder uit de familie van de Aurelia's (Nymphalidae), onderfamilie Nymphalinae. In Nederland en België is de distelvlinder vooral bekend als trekvlinder die in sterk wisselende aantallen passeert. Zowel de Nederlandse als de wetenschappelijke naam van deze soort verwijzen naar het geslacht van de distels (Carduus), een van de waardplanten van de distelvlinder.



    Distelvlinders hebben oranje vleugels met zwarte vlekken, en aan de vleugelpunten van de voorvleugels een zwart gebied met witte vlekken. Aan de onderzijde van de achtervleugels zitten 5 ronde vlekken, die soms een blauw hart hebben en oogvlekken worden. De onderzijde is verder bruin met wit lijntjes in een fijn vakjespatroon. De spanwijdte is 5 tot 6 centimeter. De distelvlinder lijkt door zijn oranje-zwarte tekening enigszins op parelmoervlinders, maar onderscheidt zich makkelijk door de zwart met witte vleugelpunten.

    Het imago van de distelvlinder drinkt graag nectar van allerlei bloemen, en is bijvoorbeeld vaak te vinden op vlinderstruiken in tuinen. In tegenstelling tot de verwante atalanta komt de distelvlinder echter niet op rottend fruit.

    De distelvlinder gebruikt vooral soorten vederdistel (Cirsium) als waardplanten, met een voorkeur voor akkerdistel, kale jonker en speerdistel. Maar ook vele andere planten zoals klit (Arctium), alsem (Artemisia), bernagie (Borago officinalis), slangenkruid (Echium vulgare), zonnebloem (Helianthus), en brandnetel(Urtica) worden gebruikt.

    De eitjes worden door het vrouwtje een voor een op de bovenzijde van het blad afgezet. De voorkeur gaat uit naar planten in de volle zon in een lage vegetatie. De rups gaat vervolgens naar de onderzijde van het blad, spint dat met een paar losse draden bij elkaar en voedt zich met het blad. Alleen harde nerven blijven over. Als het blad op is, maakt hij een nieuw spinsel op dezelfde plant en eet daar verder. Zo blijven er rommelige kaalgevreten samengebonden bladeren met uitwerpselen achter. Alleen in het laatste stadium loopt de rups "vrij" over de waardplant. Uiteindelijk verpopt hij meestal op een plant in de buurt van de waardplant, weer in een los spinsel. De totale levensfase als rups duurt ongeveer een maand.



    De pop



    Distelvlinders komen overal ter wereld voor, behalve op Antarctica en in Zuid-Amerika. De vliegtijd in de Benelux is van mei tot oktober, in tropische gebieden is hij heel het jaar door te vinden.

    De vlinders die we in Europa zijn in het algemeen afkomstig uit Centraal-Afrika en in mindere mate Noord-Afrika en Zuid-Europa, waar de soort overwintert. De soort vliegt vervolgens naar Zuid-Europa, waar een eerste voortplanting plaatsvindt. In de voorzomer trekken de vlinders naar noordelijker streken, (tot in Scandinavië toe) en planten zich hier voort. Hij laat zich daarbij door gunstige wind meevoeren. Soms is er september en oktober een kleine tweede generatie. De aantallen kunnen van jaar tot jaar sterk verschillen. In 2009 vond er bijvoorbeeld een enorme invasie van distelvlinders plaats, nadat de weersomstandigheden in het Atlasgebergte gunstig waren geweest (veel regen), en de wind in het voorjaar gunstig was. In het najaar vindt remigratie plaats, al is niet duidelijk in hoeverre die vanuit Nederland en België succesvol is.

    De rups






    Categorie:Dieren
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wezel

    .




    De wezel (Mustela nivalis) is een roofdier uit de familie der marterachtigen (Mustelidae). De wezel is het kleinste roofzoogdier ter wereld. Een vrouwtjeswezel weegt slechts 35 gram, lichter dan een veldmuis. In België wordt het dier ook wel muishond genoemd.

    De wezel is een lang dier met een klein lichaam. Een volwassen dier is circa 4 tot 5 centimeter dik en 20 centimeter lang. De staart is ongeveer 6 centimeter. Vrouwtjes zijn een stuk kleiner dan mannetjes. Mannetjes worden 16,6 tot 31,4 centimeter lang, met een staartlengte van 6 tot 12,5 centimeter en een gewicht van 54 tot 73 gram, vrouwtjes hebben een kop-romplengte van 14,8 tot 18,1 centimeter, een staartlengte van 3 tot 8,8 centimeter, en een gewicht van 30 tot 35 gram. Bovendien zijn in het zuiden van Europa wezels iets groter dan in het noorden, en kan de gemiddelde lengte per regio verschillen.

    Wezels hebben een roodachtig tot kastanjebruine rugzijde en een witte buikzijde, waarbij de grens tussen de kleuren onregelmatig is. In het hoge noorden worden wezels in de winter (gedeeltelijk) wit, maar in Nederland en België worden ze niet zuiver wit. De witte vacht dient als camouflage. Wezels hebben een witte vlek op de keel en hebben een bruinrode staart. De staart heeft geen zwarte punt, zoals bij de grotere hermelijn, die verder veel op de wezel lijkt.



    De wezel voedt zich voornamelijk met knaagdieren als muizen, woelmuizen en lemmingen, maar ook grotere zoogdieren als konijnen en woelratten, vogels, eieren, kleine reptielen, kikkers en insecten. Veel van hun prooidieren zijn groter dan de wezel zelf. Als wezels jagen, achtervolgen ze prooien zoals kleine knaagdieren tot in hun hol. De dieren eten ongeveer een derde van hun lichaamsgewicht aan voedsel per dag. Ze moeten dagelijks eten om niet te sterven aan verhongering.

    De dieren zijn zowel 's nachts als overdag actief, waarbij de dieren onregelmatig rustperiodes nemen. Vaak staan wezels op hun achterpoten om de omgeving te verkennen.

    Wezels leven solitair. Het territorium van een mannetje overlapt meestal meerdere territoria van vrouwtjes. Het hol is vaak een oud hol van een gedood prooidier. Het nest wordt in koudere streken bedekt met de vacht van prooidieren. Vrouwtjes leggen in de zomer voedselvoorraden aan, waardoor ze minder hoeven te jagen en energie sparen voor de dracht.

    In april en mei is de eerste worp, na een draagtijd van 34 tot 37 dagen. De wezel kent geen verlengde draagtijd, zoals vele andere marterachtigen. Bij voldoende voedsel volgt er in juli en augustus een tweede worp. Per worp krijgen de dieren 4 tot 6 jongen. Dit getal kan variëren van één tot zes jongen per worp. Vooral in een goed lemmingjaar krijgen wezels in noordelijke populaties grotere en meerdere worpen. De lenteworp groeit snel, de zomerworp trager. Na vier weken gaan de oogjes open, en na drie tot vier weken worden de jongen gespeend. Als de jongen acht weken oud zijn, kunnen ze al goed jagen.

    Na 40 tot 45 weken verlaten de jongen de moeder, en gaan op zoek naar een eigen territorium. De dieren zijn geslachtsrijp na 5 tot 7 maanden. Jongen uit het eerste nest kunnen in de eerste winter een eigen nestje hebben. Wezels worden in het wild maximaal drie jaar oud, maar in gevangenschap worden ze wel 50 jaar oud.


    Verspreiding

    Wezels leven in Noordwest-Afrika, Europa, Noord- & Centraal-Azië en Noord-Amerika. Ook is hij ingevoerd in Nieuw-Zeeland. In geheel Europa kunnen wezels aangetroffen worden, met uitzondering van Ierland. Zowel in stedelijke gebieden als op het platteland komen ze voor. Met name leven de dieren in heggen, struikgewas en bosranden, maar ze kunnen overal overleven, zolang er voldoende beschutting en prooi is. De dieren zijn te vinden van graslanden tot bossen, van zandduinen tot in bergen, van moerassen tot woestijnen.



    Categorie:Dieren



    Muziek uit(off) click hier(here)


    Fuck you
    Lily Allen


    Tekstgrootte aanpassen?
    Klik op + of -

    BLOG ZOOM




    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto


    Blogvrienden
  • Rudy
  • Klaas
  • Willy's moppentrommel &pps
  • Joyce10
  • Suzieke
  • Lana
  • Jos
  • Foefelen bij Willy
  • Jan('t groene hart)
  • Petros

    Mijn favorieten 1
  • Etienne & Rosette
  • Joyce
  • Sjeke(Rogier)
  • Dini
  • Dasha
  • Francis
  • Marouska
  • Lydie
  • Fietszwerver
  • Suz

    Blogvrienden 1a
  • Dieter
  • Galaxy
  • IL
  • Nadie
  • Czilla
  • Ann
  • Armin
  • Nurcahyaku10
  • Lady Ann
  • Angeles

    Blogvrienden 1b
  • Aniko
  • Tebinfea
  • nervenruh
  • Grace
  • Anisoara
  • Galaxy
  • Incan Kecil
  • Irvin
  • Diecast(Vietnam)
  • Lina

    Blogvrienden 1c
  • Loker
  • Caroline
  • Roffe De Noorse Viking
  • Nad
  • Pr4 wise
  • Bimba
  • Aniko
  • Abigail's Blog
  • Kzella
  • Jomsantaisekejap

    Lijst(4)
  • Lore
  • Holabda
  • Wolfgang
  • Cahaya
  • Andyrra
  • Raja & Ratu
  • Seiko Selular
  • Byp
  • B'jue Corner
  • Julio

    Lijst( 3)
  • Thailand info
  • Bayoe
  • DIOGO
  • Arief
  • Joli's site.....
  • Valter
  • Misaki Pure blood
  • Petitecafe
  • Toxifier
  • Videosnabox

    Lijst (5)
  • Chipshoes
  • Permata Kopo
  • Karga
  • Agatuccia
  • Thomas
  • Lalique
  • Chez Tebinfea
  • Bred
  • Indonesia Blogger
  • Miklos

    Lijst(6)
  • Der Alte
  • Istana Larangan
  • Agoy
  • Zsuzsanne
  • Halimah
  • BR-olshop
  • Blog Dummy
  • Gisell
  • Costas
  • Janu

    lijst(7)
  • Obat
  • Ang Note's
  • Rahma
  • Ceppy
  • Nr....
  • Rohim
  • Fiona
  • Love Always
  • SBI
  • Eddy Elly

    Blogvrienden(1)
  • Frankie
  • De Westhoek
  • Monique...Voske
  • Meeuw
  • Omaria
  • Luc(fotografie)
  • Alois
  • Els
  • Steffie
  • Jeannine's

    Blogvrienden(2)
  • Alda
  • Jetty
  • Noella
  • Nikki...
  • Maarten
  • Ria..Hondenliefhebster &crack psp
  • José
  • Caroline's kiekjes
  • Charlotte
  • Myriam

    Blogvrienden(3)
  • Frieda
  • Alfacinha
  • Zeno
  • Guido
  • Mandy
  • Gita
  • Johan
  • Ria...Fotografie
  • Jennie
  • Martin

    Blogvrienden (4)
  • Ronny
  • Corba Jack
  • Boomer
  • Gerdien
  • Jos(bundeltje)
  • Tinie & Ans
  • Dion
  • Krikie
  • Franky & Sandra
  • Geldwolven

    Blogvrienden(5)
  • Roosje
  • Nele
  • Benthe
  • Marisk@ Cheyenne & Moby Dick
  • Elfina
  • Patty & Freddy
  • Roland
  • Jeske..
  • Wattson Jeffy
  • EdjeB

    Blogvrienden 6
  • Greetje
  • Lydie
  • Rachel
  • Christine
  • Martine
  • Jasmijn
  • Claire
  • Lucien
  • Dini
  • Happy

    Blogvrienden 7
  • Nicole
  • Brigitte
  • Harmke
  • Annelies
  • Tonny
  • Julien
  • Anny & Gilbert
  • The Labeo's
  • Jo Delsey
  • Gotha

    Gastenboek
  • Hallo Blogmaatje
  • Groetjes
  • Een gelukkig mens is er twee waard!Fijne dinsdag!
  • Bedank voor u bezoekjes
  • fijne dinsdag Rudi en Christine

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto



    Zoeken in blog


    Een interessant adres?

    Foto

    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!