1986, de pre-LM periode
'k Was gemonsterd op een klein schipke. Klein is relatief natuurlijk, het was gewoon kleiner dan de andere schepen waarop ik al gewerkt had.

Een klein schipke wil zeggen dat het de rivieren op kon, Rio Grande, Orinoco, tot ver in het binnenland om daar dan iets nuttigs te gaan laden. Veel was er aan een jungle terminal niet te zien. Laden en zo rap mogelijk weer weg van insecten en andere vieze beesten.
De woonruimtes waren navenant. Compact. Later heb ik nog kleiner meegemaakt, maar dat is een ander verhaal.
Als verlichting zijn er aan boord van een vrachtschip TL-buizen. Nu had als kind al een hekel aan dat soort licht. 'k Werd er neerslachtig van. Op geen enkele plek waar ik ooit gewoond heb gebruikte ik TL-licht. Al hing het er, ik gebruikte het niet. 'k Installeerde iets met witte knijpspotjes, spotjes op knijpers, om de plek en mezelf een warmer licht te gunnen. Die knijpspotjes waren toen spotgoedkoop bij Ikea.
Er gingen ook knijpspotjes in de bagage mee naar boord, want aan boord was TL de alleenheerser in heel de bewoning en ik wou mijn cabine wat menselijk hebben, niet als een hok.
In heel de bewoning TL, dwz ook in de pantry.
In alle ruimtes waar water verbruikt wordt, de keuken, de pantry & de laundry werden waterdichte armaturen gebruikt. Zoals buiten aan deck of beneden in de machineruimte. Die waterdichte modellen waren iets dikker dan de andere armaturen en kwamen bijgevolg lager uit het plafond.

Op dat schipke had de pantry een verhoogde vloer. Waarom dat was weet ik niet. Wie er binnen stapte kwam plots een 10cm dichter bij het plafond te staan. En daar hingen dan twee (of drie?) van die plompe armaturen.
Wanneer de captain binnengestoven kwam met een hongertje of zin in koffie of andere dringende noodzakelijkheden waarvoor men in de pantry moet zijn, liep hij met zijn 1m90 al eens tegen de eerste lichtarmatuur, tegen de lamp.
De eerste keer was ik bezorgd. Hij was de gezagvoerder, hij mocht zich geen hersenschudding lopen. Wel, toch liefst niet op mijn terrein.
De tweede keer moest ik mijn lach verbijten en ik haalde het klassieke zinnetje boven: "Ai kaptein, ze hebben hier vannacht een lamp gehangen zonder u te verwittigen?" Over de ezel en de steen zei ik niks, want ik zag hem denken.
De derde keer haalde ik mijn schouders eens op en ik vroeg me af of hij het opzettelijk deed. Die keer zou hij zich werkelijk pijn gedaan hebben maar ik reageerde al niet meer. Het is geen vierde keer gebeurd.
Als ze aandacht willen moeten ze iets anders verzinnen.
m – HiH-09/2016, bijgewerkt -
|