Vanaf 1 januari 2006 wordt er een naamswijziging doorgevoerd en vanaf deze datum noemt de Great Japanese Dog, nu Amerikaanse Akita. De Amerikaanse Akita wordt ook terug ondergebracht bij groep 5, Spitsen en oertypes.
Keesachtige jachthond, ontstaan uit middelgrote honden die migranten vanuit het Japanse hoofdeiland Honshu vergezelden naar het eiland Hokkaido.
Algemeen voorkomen
Middelgrote hond, stevig en goed van verhouding, met duidelijk verschil in geslachtstype.
Schofthoogte
reuen 48,5-51,5 cm, teven 45,5-48,5 cm
Gewicht
20-30 kg
Vacht
Korte, harde, rechte bovenvacht; dikke, zachte ondervacht zorgt voor uitstaan bovenvacht. Sesam (lichtere kleur haar met zwarte punt), gestroomd, rood, zwart, black and tan, wit.
Gebruik
Oorspronkelijk zelfstandig werkende jachthond (ook voor de berenjacht). Tegenwoordig ook in gebruik als waakhond.
Gezondheid
Geen bijzonderheden bekend.
Aard
Levendig, onafhankelijk, onverdraagzaam met andere honden.
Bijzonderheden
De vacht is heel makkelijk te onderhouden en vraagt buiten de ruitijd (waarin zeer veel haar vrijkomt) nauwelijks zorg.
Oud ras uit het Midden-Japanse bergland, in gebruik als jachtond. In het begin van de twintigste eeuw dreigde het ras uit te sterven, maar is vanaf ongeveer 1928 in Japan toch weer opgebouwd.
algemeen voorkomen
Kleine hond met vosachtige uitstraling, evenredig en stevig van bouw, met een lichtvoetig, veerkrachtig gangwerk.
schofthoogte
reuen 40 cm, teven 37 cm; een afwijking van 1,5 cm naar boven en beneden is toegestaan.
gewicht
10-15 kg
vacht
Bovenvacht hard, recht en relatief kort (aan de staart wat langer), ondervacht zacht en dicht. Rood, black and tan (zwart met roodbruine aftekening) en sesam (haren rood met zwarte punt), alle drie met ‘urajiro’-patroon: witachtige aftekening op snuit, wangen, onderkant van de kaak, hals, borst en buik, binnenkant van de benen en onderkant van de staart.
gebruik
Inzetbaar als waakhond en jachthond op kleinwild en gevogelte. Tegenwoordig vooral geliefd als gezelschapshond. Om daarin volledig tot zijn recht te kunnen komen, vraagt hij veel aandacht in de vroege socialisatieperiode.
gezondheid
Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie, patella luxatie en erfelijke oogaandoeningen.
aard
Alert, attent en actief. Teven meestal pinniger dan de reuen.
bijzonderheden
De vacht vraagt vrijwel geen verzorging. In de halfjaarlijkse ruitijd komt er echter veel haar vrij.
Pinschers, Schnauzers, Molossers en Zwitserse Sennenhonden
FCI
344
sectie
0
herkomst
De oorsprong is gelijk aan die van de Akita. In de Verenigde Staten is men na de Tweede Wereldoorlog verder gaan fokken met het type van halverwege het Akita-terugfokprogramma in Japan. In de FCI-landen is dit type sinds 1999 erkend als `Great Japanese Dog´.
algemeen voorkomen
Groot, sterk gebouwd met veel substantie en zwaar beenwerk.
schofthoogte
reuen 66 - 71 cm, teven 61 - 66 cm
gewicht
reuen circa 40 kg, teven circa 30 kg
vacht
Ondervacht dik, zacht, dicht en korter dan de bovenvacht. Bovenvacht recht, hard en ietwat uitstaand. Elke kleur is toegestaan: rood, geel, wit, zelfs gevlekt en gestroomd.
gebruik
Oorspronkelijk gebruik: jachthond; nu gezelschaps-, begeleidings- en waakhond.
gezondheid
Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie.
aard
Vriendelijk, alert, gehoorzaam, waardig, leergierig en moedig.
bijzonderheden
De vacht vereist regelmatige kam- en borstelbeurten. Twee maal per jaar tijdens de ruitijd komt er veel haar vrij.
Uit Japan afkomstige veelzijdige hond, die eind negentiende, begin twintigste eeuw, onder meer om zijn gebruiksmogeljkheden te vergroten, vaak is gekruist met andere rassen. Daarbij evolueerde hij van middenslag tot grote hond. Na de Tweede Wereldoorlog is het ras opnieuw opgebouwd. Het flinke formaat bleef behouden, voor het type ging men terug op de vanaf 1600 in Akita voorkomende ´Akita Matagis', die daar in gebruik was als jachthond.
algemeen voorkomen
Groot, robuust gebouwd, met veel substantie. Straalt adel en waardigheid uit.
schofthoogte
Reuen 67 cm, teven 61 cm, met een variatie van 3 cm naar boven of beneden.
gewicht
30-35 kg
vacht
Kortharig, met harde dekharen en zachte onderwol, in rood, sesam (rood haar met zwarte punt), gestroomd en wit. Alle behalve de witte moeten het ´urajiro´-patroon tonen: een witachtige vacht langs de voorsnuit, wangen, onderkant kaak, hals, borst, buik, staart en binnenkant van de poten.
gebruik
In Japan gebruikt als onder andere jachthond en trekhond (ook voor de slee). Die functies heeft het ras in Nederland verloren: hier word de Akita puur gehouden als gezelschap.
gezondheid
Geen ernstige gezondheidsproblemen in het ras bekend. Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie en erfelijke oogafwijkingen.
aard
Bedaard, waardig, laat echter niet met zich spotten. Volgzaam en ontvankelijk, niet slaafs. Waaks en afstandelijk tegen vreemden.
bijzonderheden
Zeer gemakkelijk in het onderhoud: borstelen vooral nodig tijdens het verharen (twee maal per jaar), dan komt er veel los haar vrij.