|
Chiang Rai
'De stad werd in 1262 gesticht door de eerste koning van het Lannarijk, koning Mengrai. De status van hoofdstad verloor het echter al snel aan de stad Chiang Mai, die in 1296 door Mengrai gebouwd werd.
Pas in 1786 werd de stad onder koning Rama I voorgoed bij het toenmalige Siam (Thailand) gevoegd.
In 1432 werd de Smaragdgroene Boeddha, Thailands meest geëerde Boeddhabeeld dat nu te bewonderen is in Bangkok, bij een aardbeving in Chiang Rai ontdekt'. (Bron: Wikipedia)
We doen hier een georganiseerde daguitstap, via allerlei bezienswaardigheden, naar de 'gouden driehoek.
Onze eerste halte (na nog 6 andere menseen opgepikt te hebben) wordt Wat Rong Khun, de “hemels Witte Tempel”.
Wikipedia zegt hierover:
“Wat Rong Khun( Thai: วัดร่องขุ่น), onder buitenlanders beter bekend als de Witte Tempel, is een hedendaagse en onconventionele boeddhistische tempel in Chiang Rai, Thailand.
Hij is ontworpen door Chalermchai Kositpipat in 1997. Wat Rong Khun is gebouwd in een witte kleur om de reinheid van Boeddha weer te geven. Met witte mozaïek wordt de wijsheid van Boeddha weerspiegeld.
Naar verwachting zal de bouw van het complete tempelcomplex pas rond 2070 volledig afgerond zijn. Het volledige complex zal dan uit negen gebouwen bestaan, waarbij ieder gebouw een eigen betekenis heeft.
Bij een aardbeving op 5 mei 2014 met een kracht van 6,3 op de schaal van Richter in het noorden van Thailand raakte Wat Rong Khun zwaar beschadigd. In eerste instantie zou het tempelcomplex blijvend gesloten blijven, maar door een grote hoeveelheid donaties kon de tempel volledig worden hersteld.”
De tempel is groot en indrukwekkend. Het is een verbluffend samenspel van traditionele en moderne elementen. We lopen hier een uur rond en zijn verwonderd door de schoonheid van de gebouwen en de beelden. Tussen haakjes, de tempel is volledig gefinancierd (op het herstel na de aardbeving na) door een industrieel die iets wou terugdoen voor zijn land.
Onze tweede halte is de 'Blauwe tempel'.
Vrij naar Wikipedia:
“Op deze plek stond voorheen een verlaten tempel, met oude bakstenen resten. De lokale gemeenschap nam in 1996 het initiatief om de tempel te vervangen, maar de werken begonnen pas in oktober 2005. Het ontwerp werd gerealiseerd door Phutta Kabkaew, een volkskunstenaar uit Chiang Rai. De bouw duurde elf jaar, het hoofdgebouw van de tempel werd voltooid in 2016“.
Deze tempel is totaal anders dan de vorige die wij bezocht hebben, ook heel mooi, maar meer traditioneel. Hij werd uitgevoerd in opvallende blauwe en gouden kleuren. De kleur blauw in het boeddhisme staat voor mededogen, wijsheid, onmetelijkheid (als de hemel of oceaan) en genezing.
De tempel is misschien minder indrukwekkend, maar intiemer en zeker zo mooi.
Wat speciaal is aan dit verhaal: waar bij ons kerken gesloten worden en omgedoopt tot feestzalen..., worden hier door de mensen zelf (!) nog tempels bijgebouwd.
Op naar de volgende: het zwarte huis (of beter: het zwarte dorp). De officiële naam is 'Baandam Museum'. Het gaat over het huis waar Thawan Duchanee woonde en werkte. De man studeerde aan verschillende academies, waaronder aan de 'Koninklijke Academie voor beeldende kunsten' in Amsterdam. Hij was schilder en veel van zijn werken hangen in Thaise en andere Aziatische musea. In het huis waar hij woonde en werkte waren een deel van zijn werken te zien: schilderijen, maar ook meubels (stoelen en zetels gemaakt van runderhoorns) en houtsnijwerk vervaardigd naar zijn werken. Impressionant, maar ons sprak het niet erg aan.
Dan naar het dorp van de langnek-Karen. De Karen zijn een bergstam, oorspronkelijk afkomstig van Oost-Myanmar. Zij vestigden zich in Thailand en vormen de grootste 'tribal community' van het land. Ze zijn vooral bekend voor de gewoonte hun vrouwen en meisjes al vanaf zeer jonge leeftijd messing ringen om de hals te doen, elk jaar eentje meer, zodat de sleutelbeenderen neergedrukt worden en de nek 'uitgerokken' lijkt. Het leek ons geen echt gezonde gewoonte, die gelukkig stilaan uitsterft: op school is het verboden, dus de jonge meisjes dragen meer en meer een 'afneembare' nekuitrekker.
Volgende halte: de Choi Fong tea plantation. Choi Fong (of Choui Fong) betekent groene berg in het Chinees. Dat klopt ook: de plantage is gelegen op een heuvel en zover je kan kijken zie je onafgebroken rijen theestruiken. We krijgen een uitgebreide uitleg over de soorten en de verwerking (de beste thee wordt nog steeds met de hand geplukt) en dan gaan we thee proeven: groene thee, zwarte thee en Olong thee. Interessant en zelfs lekker!
Laatste halte: de gouden driehoek en het opium museum.
Ai zegt hierover: 'De Gouden Driehoek bij Chiang Rai is het beroemde, bergachtige drielandenpunt waar Thailand, Laos en Myanmar samenkomen bij de Mekong-rivier. Het gebied, ooit berucht om de opiumhandel, staat nu bekend om prachtige uitzichten, boottrips op de Mekong, tempels in Chiang Saen en het 'House of opium museum'.
In 2003-2004 hebben wij deze plek nog bezocht en er is veel veranderd: waar aan de overkant van de Mekong vroeger velden en weiden waren, ligt nu een volledig nieuwe stad. De Chinezen pachten dit gebied en stichtten er de 'Golden triangle Special Econmic Zone (GTSEZ), waar Chinese investeringen, casino's en infrastructuurprojecten de regio transformeren.
De gouden driehoek is historisch bekend om zijn opiumproductie en is nu een centrum voor de handel in synthetische drugs (Yaba). De naam 'gouden driehoek' komt van de handel in opium: vroeger kostte een kilogram opium één kilo goud.
Wij bezoeken hier het opium museum, waar alles verteld wordt over de productie, handel, het gebruik (nee, deze keer geen proeverij!) en het politiek en economisch belang van deze handel.
Na nog een laatste blik over de mekong vertrekken we (doodmoe) terug naar ons hotel.
Nog even gaan eten op de avondmarkt en dan douchen en slapen, want morgen verplaatsing: terug naar Chiang Mai.













|