Ik ben op weg naar de dageraad, het is al laat En ik hoor hoe de klok zijn nieuwe uren slaat De nacht voorbij, leg ik mijn hoofd opzij En ik staar naar de kant, waarin jij in bed bent beland
Ik zie jouw ogen staren, mijn hart komt niet tot bedaren Mooier dan de maan, de zon en de sterren die aan de hemel staan Rusteloos, en toch ook weer vol kalmte kijk ik jouw aan En ik zie in de weerspiegeling van jouw ogen, mijn ogen staan
Blikken gevangen tot een lus, monden openend tot een kus Teder, samen, één, doezelend, niet meer alleen En ogen vallen dicht, dromend van het gevonden licht Op weg naar naar de dageraad, naar de zon in zicht .
zal ik ooit nog eens met jou kunnen praten zonder dat ze er iets achter zoeken zal ik ooit nog eens mijn hartje kunne luchten ik hoop van wel maar op deze manier hoeft het voor mij allemaal niet meer dit doet echt zoveel zeer wetende dat ik nog naar jou toe mag komen maar ik gewoon die stap niet durf te zetten om je aan te spreken en het te vragen of ik je ff kan spreken ik durf dat niet meer zal dit ooit nog eens in orde komen? zal ik ooit nog eens met jou kunne praten zonder dat ik er moet opletten over wat ik praat dat ik gewoon mijn hart trug eens kan luchten bij jou jij was op deze moment de enigen die ik vertrouwde de enige persoon waar ik bij terecht kon eigenlijk da eingiste persoon die me al zo ver had gebracht zo ver naar het einde van deze zwaare tijd maar nu geraak ik alles kwijt en ik weet dat je niet altijd opnieuw wilt beginnen maar op deze mannier kan ik ook niet ùeer verder op deze mannier zak ik gewoon altijd trug in die put .
Jij bent er altijd voor mij, maar als ik denk aan jou lijkt het soms of je niet het gevoel hebt dat ik er altijd ben voor jou, maar ik wil er zijn voor jou, altijd.