Ik ben Everaert Albert, en gebruik soms ook wel de schuilnaam Awbeir (Eeklo's voor Albert).
Ik ben een man en woon in Eeklo (Belgiƫ) en mijn beroep is ...bloggen.
Ik ben geboren op 11/02/1948 en ben nu dus 76 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: mijn blog, foto's, computer, fietsen...
Naast het veldrijden is ook het pistegebeuren een wieleractiviteit waarmee de supporter zich tijdens de donkere wintermaanden kan amuseren. Jammer genoeg liggen de ‘vette jaren’ van de wielerbaan al enige decennia achter ons. Enkel de jaarlijkse Gentse zesdaagse kan de pistefan hedendaags nog bekoren.
Ook in die rijke pistegeschiedenis hebben de Meetjeslandse flandriens duchtig hun woordje mee gesproken. De meest getalenteerde onder hen is zeker en vast Romain De Loof.
Bij Romain geldt het gezegde dat ‘de appel niet ver van de boom valt’. Vader Remi, zelf een gewaardeerd renner, loodste zijn zoon Romain overal mee naar toe waar er gekoerst werd. Hij groeide als het ware op tussen de renners. Logisch dat hij zich dan ook al gauw tot de wielersport aangetrokken voelde. Nochtans werd zijn debuut niet onmiddellijk een gigantisch succes : bij zijn eerste optreden bij de beginnelingen werd hij meteen gedubbeld. Maar de kleine Romain leerde snel bij. Bij zoverre dat hij zijn derde koersje reeds als winnaar besloot. Het zou het begin zijn van een rijke carrière…
Nadat hij menig succesje op de weg had behaald werd hij door een zekere Oscar Daemers naar de piste gelokt. Eerst naar de open piste in Langerbrugge, later naar het gesloten Kuipke in Gent. En de Gentse baandirecteur had het goed gezien : in 1961 behaalde Romain zijn eerste Belgische pistetitel in de achtervolging. En dat smaakte naar meer. Dat hij een allround renner was bewijzen zijn behaalde nationale titels in de verschillende pistedisciplines zoals achtervolging, achter derny’s, achter zware motoren en in de ploegkoers (met onder meer Patrick Sercu als ploegmaat).
Maar Romain zijn ambities reikten veel verder. Hij droomde er zowaar van om wereldkampioen te worden. En dat lukte hem in 1962 in Milaan in de regenboogstrijd achter zware motoren, weliswaar nog bij de amateurs. Een jaartje later prolongeerde hij die titel voor eigen volk op de piste van Rocourt. Ook als prof zou hij de hoogste eer behalen : in 1966 in het Duitse Frankfurt behaalde hij zijn eerste en tevens enige profstayerstitel. Dat hij er niet meer behaalde kwam door een samenloop van omstandigheden. Romain steekt het niet onder stoelen of banken dat hij niet altijd als een voorbeeldige prof voor zijn sportcarrière heeft geleefd. Hij hield van een flamboyante levensstijl en liet zich graag opmerken. Ook in de talrijke zesdaagsen die hij heeft betwist viel hij zowel op als naast de baan graag op. Zwarte truien, gelakte schoenen en parelmoeren fietsen werden zijn handelsmerk. Niettegenstaande hij zeker niet het maximum uit zijn carrière heeft gehaald, mag Romain toch zeker en vast terugblikken op een schitterende loopbaan.
Maar het geluk stond ook niet altijd aan zijn zijde. Vooral de zware val, waarvan hij het slachtoffer werd in Gent-Wevelgem 1970, hypothekeerde voor een groot stuk zijn verdere loopbaan. Na die doodssmak zou Romain nooit meer de oude zijn, dit niettegenstaande hij in 1974 nog eens Belgisch kampioen werd achter de zware motoren. Dat hij daarvoor een klasbak als Theo Verschueren moest verslaan, gaf nog meer glans aan die laatste titel.
Na zijn actieve loopbaan was Romain De Loof vijf seizoen ploegleider, eerst bij Ebo later bij Marc Zeepcentrale. Ook in die job slaagde hij met verve : ondanks het feit dat hij nooit met de allergrootste namen kon werken, wist hij toch klassiekers zoals Gent-Wevelgem (met Ferdi Van Den Haute) en Bordeaux-Parijs (met Herman Vanspringel) binnen te halen voor zijn sponsor.
Later werd Romain een graag geziene gast op de wekelijkse markten waar hij naast zijn portefeuilles en handtassen ook zijn vele wieleranekdotes graag aan de man bracht.
Na lang twijfelen zal ik het toch maar doen. We verplaatsen ons naar de Boelare, de straat waarin ik geboren werd. Dit is het huis tussen de twee auto's in. Op de bovenste kamer links was mijn geboorteplaats. Men ziet ook de inrit van mijn vaders garage. Dit was dezelfde inrit van likeurstokerij Brandi, de zaak van Albert Van Branteghem. Daarnaast de winkel van Van Doorselaer waar men stoffen, hoeden, 'klakken' en nog veel meer kon kopen.
Aan de andere kant van de inrit was café St.Elooi van de familie Matthijs. Er waren daar twee zonen waarvan de jongste, Guido, mijn leeftijd had. We hebben veel uren samen gespeeld. Het was Alfons Van Cauwenberghe, die juist naast het café woonde, die op 13 mei 1963 een bouwaanvraag indiende om hier bureau's en appartementen te bouwen. Trouwens de 'vleugelauto' die men op de foto ziet was van zoon Van Cauwenberghe.
Zo ziet het er de dag van vandaag uit. Na de eerste verbouwing was de rechtse inrit van de Brandi en de linkse van Van Cauwenberghe. Want ongeveer tegelijkertijd bouwde ook Van Branteghem een nieuw huis. Hoe het 'van achter' was en nu is vertel ik een volgende keer wel.
In de Eecloonaar van 09/10/1986 verscheen het bericht, zoals u op de foto kan zien, dat Strobbes stopten. Deze in de Molenstraat gelegen kruidenierszaak was in Eeklo (en daar buiten) een bekend huis want men kon daar ook een beetje van alles kopen. Marie-Louise Lebrun heeft het er altijd moeilijk mee gehad dat ze de zaak stop moest zetten en kwam niet veel meer buiten. De laatste jaren ziet men haar terug tussen de mensen en doet ze regelmatig een terrasje op de Eeklose Markt.
De in 1923 nieuw gebouwde winkel van Strobbes ziet er de dag van vandaag niet zo goed meer uit. Het verval lijkt niet meer te stoppen en men zal binnenkort toch eens moeten nakijken welke oplossing men hier kan aan geven.
Vroeger ( ik dacht tot half de jaren '80) toen er een brand, of een ander ongeluk gebeurd was waar de brandweer moest ter hulp komen loeide op het Stadhuis een sirene die men bijna over het ganse Eeklose gebied hoorde. Dikwijls zag men dan brandweermannen die vanaf hun werk door het verkeer laveerden om zo vlug mogelijk in de kazerne te geraken. Later werd het corps 'opgebiept' en was de sirene niet meer nodig. Daarna, op iedere eerste donderdag van de maand om 13 uur, loeide de sirene over Eeklo. Maar ook dit werd gestopt en zal de sirene waarschijnlijk nooit meer in Eeklo te horen zijn.
Maar de sirene is er nog steeds. Deze foto is tussen het Stadhuis en de Belforttoren. Daar ziet men de sirene staan, het lijkt een potteke op een staander, en wordt waarschijnlijk bewaard voor het geval het toch nog eens nodig moest zijn.
In de Teirlinckstraat lagen vandaag de werken stil maar er is hier al goed gewerkt. Als het zo verder gaat zal de winter 'den bouw' flink storen dit jaar. Temperaturen rond het vriespunt, volgende week sneeuw, het ziet er niet goed uit.
De heer Alfons Van Mosselvelde was in vroegere jaren een opgemerkte figuur in de Eeklose gemeenteraad. In 1963 gaf hij les aan de economische afdeling van het Koninklijk Atheneum. Dit is een foto van zijn toenmalige klas.
Staande : Roger Batsleer, Van De Walle, Georges Blomme, Gerard De Baets, Christ Bouchier, Claeys, Oosterlinck en De Sutter. Zittend : Viviane De Vos, William Ryckaert, Betty Hooft, Alfons Van Mosselvelde, Y.Fiems, L.Collet en Rolanda Stofferis.
Het is nu al een tijdje geleden dat hier een artikel verscheen over Idee het jongeren café van vroeger aan de watertoren hier in Eeklo. Nu kwam ik in het Eeklose archief vorige week deze foto's tegen.
Zo ging het er aan toe in het café. Deze foto is waarschijnlijk genomen bij een muziekoptreden welke daar dan doorging.
Ook schreef ik in het vorige artikel dat zij eens op een boerenkar mee gedaan hebben aan een stoet hier in Eeklo. Ter gelegenheid van wat het was weet ik niet. Dit lijkt me hier in de Zuidmoerstraat aan de hoek met de Euerardstraat waar de stoet voorbij komt. Staan hier bekende mensen op voor iemand?
Deze foto is hun kunstwerk met de oude autobanden. Deze foto is echter meer om te tonen hoe het er vroeger uitzag aan de watertoren, waarvan men nog een klein stukje ziet links op de foto. Aan de rechtse kant ziet men nog het oude huis waar nu slager Frankel is. Hier vlak voor onze neus waar de autobanden liggen is nu het rond punt.
Deze foto van een vaderlandse stoet in de Stationsstraat is van ongeveer 1953 en was ter gelegenheid van de overbrenging van soldaten die tijdens de oorlog gesneuveld waren en naar hun geboorteplaats werden overgebracht. Vooraan links met zwarte rok is Anita Haeck. Weet iemand hier soms nog van?
Deze foto zou van een Kruiskenskermis zijn waar een stoet uitging met de reuzen en zou van eind de jaren '50 zijn. Zittend tweede van rechts is Anita Haeck en helemaal rechts Rita De Smet. Staande is helemaal rechts Noël De Smet met naast zich Freddy De Craene, tweede van links Van De Walle, middenste Theophiel Meiresonne. Van de anderen ontbreken de namen.
Door de werken in de K.Albertstraat en er hier geen auto's voorbij komen kon ik mij deze morgen eens op een andere plaats stellen om de werken op de hoek van de Boelare op foto te zetten. Het in een lichte mist gehulde gebouw moet toch stilaan zijn geheim van 'hoe zal het er uit zien' prijsgeven.
We nemen nog een kijkje in de Rabautstraat die mijn inziens toch wel een straat is die een hele grote evolutie heeft meegemaakt.
Toen Urbaan Bassier in 1953, toen wonende op Blommekens, een woning ging bouwen in de Rabautstraat noemde de straat toen nog de Rabautswegel. En zoals men op de foto kan zien was het inderdaad maar een wegel.
Een jaar later, 29 mei 1954, bracht ook Herman Roesbeke zijn aanvraag binnen om een woonhuis te bouwen in de Rabautswegel. Nog steeds ziet het er geen echte straat uit. Het huis links, waarvan we de voordeur nog zien, is van de familie Norbert Opsomer
Op het einde van 1954 bouwde ook Marcel Descamps een woning in de Rabautswegel. Deze foto is genomen op de hoek aan het rond punt nu. Rechts ziet men nog de smidse, waar nu de bakker is. Hier begint de straat stilaan haar huidige vorm te krijgen. Achteraan op de foto de hagen die men beter op de bovenste foto ziet.
Tegenwoordig ziet de Rabautsraat er zo uit. Deze foto heb ik genomen ongeveer aan het midden van de straat. Het eerste huis die men rechts ziet is dit van Roesbeke zoals het in 1954 werd gebouwd. Later kom ik nog wel eens terug op deze straat want er kwamen na 1954 nog veel veranderingen.
Vorige week ging ik nog een kijkje nemen in de Zuidmoerstraat waar vroeger de oude Broederschool stond. Ook daar doet men goed verder en zit men al aan de eerste 'statie'.
Deze klasfoto's zijn nog niet zo heel oud. De bovenste uit 1973, de onderste uit 1974 en zijn genomen in het Koninklijk Atheneum hier in Eeklo.
Mr.De Vlaeminck, Christel Van De Genachte, Anja Blomme, Cathy De Vliegher, Nico Dysserinck, Marie-Rose Beauprez, Eddy De Ketelaere, Peter Barrat, Philip Van Zele, Myriam Oosterlinck, Sabine Corné, Ronny Wieme, Franco Claeys.
Vele jaren geleden, dat moet begin de jaren '70 geweest zijn, had Eeklo een dancing op een...boot. Die lag aan de 'kop van de vaart' en had, zeker in het begin, grote bijval. Weet nog iemand wie dat indertijd openhield? De dancing kreeg de toepasselijk naam : dancing Ledeganck...
- Reacties: van Johan en Robert. Het was Cassier Wilfried en zijn vrouw Astrid die 'den boot' openhielden. Hij was op dat moment chef aan het station hier in Eeklo.
- van Julien : de naam zou 't Gouden Anker geweest zijn. Hieronder het bewijs.
Dit huis op de Gentse Steenweg blijft iets 'speciaal'. Ook hier zit men in de eindfaze (aan de buitenkant dan toch) en blijft het huis opvallen tussen al de andere 'gewone' huizen.
Op de hoek van de Vis-en Zuidmoerstraat worden er ook 'serieuze koeken' op gegeven. Hoe hoog men zal gaan weet ik niet, waarschijnlijk nog één verdiep bij denk ik.
Nu het veldritseizoen stilaan op kruissnelheid komt is het moment aangebroken om in de maandelijkse reeks over het reilen en zeilen van de Meetjeslandse flandriens even stil te staan bij de exploten van een bijna vergeten figuur : André Geirland.
Er wordt inderdaad nog zeer weinig over die Adegemse veldrijder gesproken, dit niettegenstaande hij maar liefst 155 overwinningen in de wacht sleepte. Maar wanneer er over die periode van het veldrijden gesproken wordt, gaat alle aandacht naar Erik De Vlaeminck en Albert Van Damme.
André Geirland werd op 16 mei 1945 in Adegem geboren. Net als zijn streekgenoot Erik De Vlaeminck koos hij op jonge leeftijd voor het veldrijden. Zowel bij de juniores als bij de amateurs behoorde André bij de nationale top. Maar doordat hij zijn ganse carrière het veldrijden combineerde met een dagelijkse job, schoot hij dikwijls net dat tikkeltje tekort om het de allergrootsten moeilijk te maken. Toch slaagde André erin om enkele keren op het podium te staan na een Belgisch kampioenschap bij de amateurs en vijfmaal de Oost-Vlaamse kampioenentrui te omgorden. De ook vandaag nog gereputeerde veldritten van Niel, Koksijde en Otegem prijken op zijn palmares. Die sterke prestaties ontgingen de bonzen van de Belgische Wielrijdersbond niet : het resulteerde in vijf selecties voor het wereldkampioenschap bij de amateurs. Zijn fraaiste resultaat in de mondiale titelstrijd was een vijfde plaats in 1975 in het Zwitserse Melchnau.
Op 35-jarige leeftijd maakte André de overstap naar de beroepsrenners en alhoewel zijn sterkste periode dan al een tijdje voorbij was, behaalde hij toch nog zeven zegetuilen in de hoogste categorie. Na vele jaren te moeten optornen tegen de grootmeester Erik De Vlaeminck kreeg André tijdens de laatste jaren van zijn carrière vooral af te rekenen met ene Roland Liboton. Zodat hij terecht mag zeggen dat hij de misschien wel mooiste periode van het Belgische veldrijden van zeer nabij heeft meegemaakt.
In 1985 zette André Geirland op veertigjarige leeftijd een punt achter zijn rijkgevulde sportloopbaan.
Ook zijn broer Antoon was een meer dan verdienstelijk wielrenner.