Misschien
heb ik wèl een engelbewaarder die me beschut tegen erger en vindt dat dit leven
voor mij het beste is. Neen, ik mag niet klagen. Zeker niet als ik kijk naar
andere mensen in mijn stad.
De dakloze zwerver
, ooit een succesvol gesettelde burger, zijn gezicht en armen nu vol littekens
van automutilatie, zijn huidige manier van leven bewust gekozen omdat hij nooit
heeft kunnen verwerken dat zijn vrouw en kinderen levend verbrandden in huis.
Het
vrouwtje, nauwelijks 1m20 waardoor het lijkt of haar hoofd veel te groot lijkt.
Ze waggelt langs de huizen door de drukke straten in het centrum. Ze verwacht
al lang niet meer dat iemand zich ooit om haar zal bekommeren, getekend door de
spot die ze zo lang moest verdragen, vertrouwt ze niemand meer.
De man die
al jaren lang elke week trouw een bezoek brengtaan zijn vrouw, op het kerkhof. Hij wist het stof van haar foto, giet
het regenwater uit het vaasje met de zijden bloempjes. Telkens weer. Zijn leven
is rustig wachten op het ogenblik dat hij weer met haar zal verenigd zijn.
Het smiere
mannetje, gerimpeld en vaal, die elke ochtend pilsjes uit het flesje drinkt aan
de toog van het eethuis.
Zo zijn er
velen in deze en andere steden.
Wat zit ik
dan te klagen en depri te zijn?
Omdat ik al
drie weken in ziekenverlof ben omdat mijn knie versleten is en ik op mijn jonge
leeftijd nu al met een stok moet lopen om de pijnscheuten op te vangen?
Omdat ik
niet met vervroegd pensioen zal kunnen gaan omdat de regering besloten heeft de
hierbij horende uitkering met 25% in te korten, zodat alleenstaanden als ik
langer moeten blijven werken en ik dat onrechtvaardig vind omdat wie een
goedverdienende partner heeft wèl kan thuis blijven?
Omdat ik
vind dat ik er toch niet zo slecht uitzie maar toch geen partner heb met wie ik
affectie kan delen?
Tel je
zegeningen en wees blij met wat je wèl hebt,las ik meermaals. Ik leef, ben
geestelijk gezond, heb geen levensbedreigende ziekte, woon dank zij mijn moeder
in een mooi appartement, ik heb werk, heb drie kinderen die het weliswaar moeilijk
hebben op school maar toch het slechte pad niet zijn opgegaan. En er is de Lieve Man die me uit mijn
eenzaamheid trekt door me mee te vragen naar hier of daar. Tegen hem klaag ik
niet, te bang hem te verliezen. Hij heeft het ook niet gemakkelijk en zit
liever met een lachende vrouw naast zich dan met een stuk chagrijn. Hoe zou je zelf
zijn.
En zo moet
mijn verstandheteens te meer opnemen tegen dat triestige gevoel
dat de laatste weken altijd weer de kop op steekt en me doet wenen, ’s morgens en
‘s avonds in bed waar niemand me ziet. Ik wou dat iemand me een knuffel gaf.
Vier uur in
de ochtend - of is het nu nog nacht? – is mijn favoriete moment van het etmaal.
De uitgaanders zijn thuis, de ochtendwerkers nog niet op de baan. Stilte op
straat. Nog donker maar reeds een merel die fluit beneden in het park. Rijtjes geel-oranje
lampen duiden het verloop van de straten aan, zwarte vlekken waar huizen staan.
In het ziekenhuis een eindje verderop zijn venstertjes verlicht.
Verpleegposten, spoedopname, intensieve verzorging. Zou iemand daar dit
verlichte venstertje zien?
Nog even het
gevoel van tijdloze eeuwigheid.
Robin Gibb
is gestorven. Massachusets, 1 of May, Don’t Cry Alone. De
helft van The Beatles is er al lang niet meer. Net zo min als een als maar
groter wordend aantal andere zangers en muzikanten die onze jeugd bepaalden. Men
vond toen dat het geen muziek meer was als vroeger. Neen, inderdaad niet, het
waren mijlpalen van vernieuwing! Men vond dat het op niets trok. Herken ik
daarin de reacties van de huidige ouder wordende generatie op de Metal waar
mijn kinderen met plezier naar luisteren? De ene generatie vloeit automatisch
over in de volgende. Er worden constant kinderen geboren, er sterven constant
mensen.
Ook ik zal
er op een dag niet meer zijn. Mijn kinderen zullen even verdriet hebben. Voor
klein- en achterkleinkinderen zal ik een gezicht op een foto zijn waar ze geen
emotionele binding mee hebben. En zo zal ook ik de vergetelheid inglijden,
niets ander nalatend dan mijn genen in volgende generaties.
Half vijf.
Het nachtblauw verbleekt. Ik wou dat iemand mij een knuffel gaf.
Vreemd
hoe het leven plots andere wendingen kan nemen. Maar het is veilig oog te
hebben voor de oorzaken.
De Lieve
Man heeft een leven achter de rug dat op zijn zachtst gezegd bewogen kan
genoemd worden. Moest je ’t zien in een Hollywood-film, je zou het overdreven
vinden. Hij heeft echter zo'n pak tegenslagen te verwerken gekregen dat het bijna onmenselijk lijkt. Hij heeft het allemaal moedig gedragen, maar zoveel schade aan over gehouden
dat psychiatrische hulp op den duur nog
de enige oplossing bleek. Hoogtevrees, ruimtevrees, een pak “vresen” tezamen
hebben zijn leven verschillende jaren lang gedomineerd en dus beperkt. Tot zijn
hart bijna tilt sloeg en de cardioloog verstandig genoeg was hem door te verwijzen
naar een psychiater. En de
Voorzienigheid ook hier gezorgd heeft dat een bekwaam deskundige hem te hulp
schoot.
De blauwe
pilletjes. De oorzaak van zijn beginnen
geeuwen om vijf uur in de namiddag en het steevast in slaap vallen tijdens een
of ander geliefkoosd tv-programma. De blauwe pilletjes die hem weer laten
durven als een kind. De blauwe pilletjes die hem opnieuw een onbezorgd gevoel
geven, hem opnieuw spontaan en zonder belemmering laten lachen. De blauwe
pilletjes waardoor hij (na jaren!!! ) opnieuw over de autosnelweg durft. De blauwe
pilletjes die hem op een dag spontaan en ontspannen “ja” lieten antwoorden
toen ik hem onaangekondigd na boodschappen gewoon vroeg of hij mee naar boven kwam… naar de
dertiende verdieping! En die hem daar zonder ook maar de minste problemen
op het balkon lieten gaan en hem, de man die daarvoor niet in de verte en zeker
niet in de diepte kon kijken, ineens lieten genieten van een panorama van
kilometers ver! Goe poer, die blauwe pilletjes!
En zo
komt het dat de Lieve Man na al die maanden eindelijk af en toe bij mij komt ontbijten, op de
dertiende verdieping, en eindelijk de katjes in levende lijve ziet en met hen
kan spelen. En dat hij met het
enthousiasme van een prille twintiger opnieuw over de snelweg durft te razen,
zijn auto goed onder controle maar zonder de angsten die hem zo lang het leven
beperkt hebben.
Ik ben
blij voor hem, zie dat van hier! En ik ben blij omdat hij eindelijk onbelemmerd
mijn appartement kan betreden en hij telkens, elke dag weer , spontaan blij
lijkt mij te zien en samen met mij het grootse deel van de dag doorbrengt. Alleen een gedeeld gevoelsleven, laat staan gedeeld sexleven, is er niet bij! Maar ik
ben blij met wat ik wel met hem kan delen. Tevreden met wat ik hier en nu heb.
En toch
komt af en toe, al stop ik het
telkens weer vlug terug in zijn hoekje, dat rationeel aandoende gedachtje naar boven
dat niemand weet of kan zeggen, of de Lieve Man deze nieuw
verworven vrijheden zal behouden, eens hij het dagelijks innemen van die
wonderbaarlijk blauwe pilletjes terug zal moeten afbouwen, of hij mijn gezelschap dan
nog zo op prijs zal stellen, of hij dan nog zo levenslustig zal zijn, of hij
dan nog…
Neen,
niet aan denken. 't Is nu dat we leven. Gisteren is voorbij en morgen komt misschien.
Met oorverdovend lawaaizoefde de moto door de straat, de aangeduide snelheidslimieten mooi aan
zijn laars lappend. Voorovergebogen, in rood en wit gevlamd lederen pak tartte
de man alle wetten van de fysica en de juridisch ingestelde snelheidswet zelf.
Bewondering welde in ons op toen we hem eerst hoorden en toen zagen passeren.
Zo wilden we ook ooit (en nu nog) zijn! Op zo’n moto over de wereld razen en in gedachten de middenvinger opsteken naar al
wie we passeerden.
We herkenden het geluid van zijn moto onmiddellijk opnieuw
toen we in een eethuisje een bescheiden maaltijd nuttigden.
We zagen hem fier de parking oprijden, vakkundig parkeren, zelfzeker van zijn moto stappen en toen de helm van zijn hoofd nemen.
Verrassing! Van onder de helm kwam een verrimpeld hoofd tevoorschijn
van een man die zeventiger, misschien zelfs tachtiger leek te zijn. Hij??? Zo
iemand??? Ja dus. De man bestelde een makkelijk te kauwen gerecht. Toen we
merkten dat hij over nog slechts één
tand beschikte, begrepen we zijn beslissing.
Zeg nu eens eerlijk: willen we niet allemaal op die manier oud worden? Zolang we kunnen, ons goesting doen!
Op mijn
FaceBook-paginastaat een foto die de
Lieve Man vorig jaar van me nam. Een week of twee geleden lees ik daaronder een
voor mij héél vleiende opmerking van een Andere Man. Zomaar ineens, van een
gemeenschappelijke FB-vriend,iemand die
we van haar noch pluimen kenden, maar via-via een FB-vriendschap had
aangevraagd. Ik zou "soft, serieus en sexy" zijn! Waw. Mijn dag goed natuurlijk. Zijn profielfoto’s laten een getaande wereldreiziger zien van onze
leeftijd, zelfzekere blik,opvallend
blauwe ogen, verzorgd wit stoppelbaardje,lederen hoed die al heel wat lijkt te hebben meegemaakt.
Een “Coup de foudre” moet het geweest zijn!Want ineens bleek dat de Andere Man alle foto’s
die ik op mijn pagina zet, meesterwerkjes vindt. Fantastisch, zegt hij,
natuurtalent, vindt hij, geboren fotografe, vleit hij. Op elke status die ik
plaatste, reageerde hij prompt met “vind ik leuk”. Eerlijk gezegd, ik vond dat
wel leuk, voelde me tevens gecharmeerd, reageerde inwendig lichtjes geamuseerd
en maakte van de bewuste foto mijn profielfoto.Omdat de Lieve Man, de Andere Man en ik enkele gemeenschappelijke
interesses hebben en in dezelfde stad wonen, werd afgesproken om samen
eensiets te gaan drinken op een terras
en persoonlijk kennis te maken. Zo
gezegd, zo gedaan.
Toen ik op
de plaatsafspraak toekwam, waren de
Lieve en de Andere Man reeds in een gesprek verwikkeld. Ze deelden hun verhalen
over de ongelukkige liefdes die ze elk gekend hadden in een verleden dat ze
allebei nog niet verwerkt hebben. Een gespreksonderwerp als een ander
natuurlijk, maar ik vond dat wel wat zwaar en een beetje depri voor een eerste
ontmoeting. Gedurende de rest van de namiddag bleven beide mannenvnl het woord voeren, wat ik, zwijger van
nature, geen probleem vond. Luisteren en observeren laat me immers toe vrij
vlug een accuraat profiel van een mens op te stellen.
Een ietwat haperende manier van sprekenmet een lijzige stem deed prompt afbreuk aan
het zelfzekere imago die zijn foto liet vermoeden, net zoals het fijne
brilletje en de afwezigheid van de doorleefde lederen hoed.De werkelijkheid is niet altijd wat een foto suggereert. De Andere Man was ook een stuk kleiner van gestalte dan ik
vermoed had en keek me slechts één keer
rechtstreeks aan, toen de Lieve man even naar het toilet was. Hij had wel heel mooie blauwe ogen! Hij overhandigde
mij een stick waar ik enkele foto’s op kon kopiëren en bood aan storende
elementen zoals kranen en fabrieksschouwen met Photoshop voor mij te
verwijderen, aangezien ik daar geen verstand van heb.Toen de Lieve Man terug was, praatten beide
mannen nog wat over politiek en de veranderingen die onze stad op korte tijd
ondergaat. Op het einde van de namiddag
namen we afscheid. De Lieve Man en ik keken elkaar even aan met een blik van “
we weten nu wie dat is, geen slechte vent maar we voelen geen behoefte er
buiten FB nog verder contact mee te houden”.Op de weg naar huis bekende de Lieve Man me dat een andere vriendin van
hem, en FB-vriendin van mij, hem al had verwittigd dat de Andere Man meer dan
zomaar een boontje voor me had. Zij vond dat dat duidelijk bleek uit de reacties die hij schreef. We lachten het weg. Toch voelde ik een steekje toen de Lieve Man me zei dat hij haar toen had geantwoord dat ik vrij was te doen wat ik wilde en hij zich daar niet mee moeide.
Twee dagen
later ontving ik een mail van de Andere Man. Of ik met hem wilde uit eten gaan.
Pardon? Hij vond me zo lief en zou dat zo graag eens doen, schreef hij.Ik wimpelde het beleefd af, zei dat ik voor
de dag die hij voorsteldereeds andere plannen had en dat het misschien later eens zou passen. Ik probeerde het
zodanig te verwoorden dat het niet kwetsend overkwam maar toch liet blijken dat
ik niet geïnteresseerd was.Eerstgaan eten, en daarna zeker…. Nee dank je!
De volgende
dag bracht ik de Lieve Man hiervan op de hoogte. Toen zei hij me dat de Andere
Man aan hem geschreven had dat hij mij een toffe madam vond!Enerzijds was ik geamuseerd, anderzijds vond
ik het toch maar vreemd dat de Andere Man mij mee uit vroeg achter de rug van
de Lieve Man om.Beetje geniepig, vond
ik. Het zou toch kunnen datde Lieve Man
en ik een relatie hebben? Daar had de Andere mij niets over gevraagd. Misschien
dat de Lieve Man hem tijdens hun eerste gesprek had laten weten dat ik maar een
gewone vriendin ben, maar toch… Die avond las ik op FB hoe de Andere Man aan
het flikflooien was met zijn andereFB-vriendinnen. Ik liet niet blijken dat ik ook online was.
Enfin, ik ben
niet ingegaan op de uitnodiging van de Andere Man en ben ook niet van plan dat
ooit te doen. In de eerste plaats omdat
de Andere Man mijn type niet is en mij tijdens dat gesprek helemaal niet heeft
weten boeien, maar vooral omdat ik nu eenmaal van de Lieve Man houd, al blijft
hij herhalen dat het tussen ons nooit méér zal worden dan het nu is. En als ik van iemand
houd dan is er geen plaats voor een ander. Zo simpel zit ik in elkaar. Toch vraag ik me af of de Lieve Man echt zo onverschillig zou zijn moest ik toch zijn ingegaan op de uitnodiging van de Andere Man.
Ik weet het
, ik krijg nu eens meer dan gewone aandacht van een andere man en ik wuif het
allemaal weg. Ik ben toch een ondankbaar schepsel.
Deze morgen een nieuwe veelbejubelde koffiezaak bezocht. We
hadden er niet aan gedacht ons Italiaans woordenboekje mee te nemen, maar
gelukkig stond op de kaart telkens een verklaring voor de ons nog onbekende
nieuwe productenals Macchiato, Moccachino,
Latte en meer van die dure cultureel hoog klinkende benamingen. Een gewone koffie stond nergens vermeld. De
thees werden in het Engels omschreven, vreemd. Ik kreeg een vingerhoedje espresso
voorgeschoteld, met een glaasje water en
een zandkoekje ter grootte van een één-euromuntje. Probleem.Wat werd ik verondersteld te doen met dat glaasje water? Discreet
rondkijken leerde me niets meer, want de andere gasten hadden allemaal grote
mokken voor zich. Het water was koud,
dus veronderstelde ik dat het niet moest gemengd worden met het geutje
espressokoffie, al was er meer dan plaats genoeg voor in het glazen kopje. Even nippen van het geutje koffie leerde me
dat die ondrinkbaar sterk was, dus vlug even nippen van het glaasje water. Koffiesmaak
onmiddellijk weg. Hum, ofwel is deze manier van koffie savoureren niet “my cup
of tea”, ofwel deed ik het konteverkeerd.
De Lieve Man keek
even raar op toen hem een mok warm water met welgeteld zeven minuscule
theeblaadjes werd voorgezet. Hij was blij dat er strooisuiker op tafel stond om
het boeltje wat smaak te geven. Ook hij kreeg er een minuscuul zandkoekje bij. De rekening was niet laag. Tzal aan ons liggen
zeker, maar geef ons maar een goeie ouwe getrouwe echte koffie! Wij laten deze nieuwe
baristabeker aan ons voorbij gaan en hebben niet het gevoel iets te missen.
Er zijn ook verontrustende voorgevoelens - ik weet niet hoe ik het anders moet noemen - die me een nu niet bepaald aangenaam gevoel geven als ik de (virtuele) leefwereld van de Lieve Man bekijk. Iets gaat fout, maar ik weet niet wat...
Maak ik me ongerust over hem? Ontdek ik een aspect van hem dat ik nog niet kende? Of voel ik me gewoon onzeker omdat ik dat schertsen tussen mensen niet begrijp en dus niet kan plaatsen?
En dan is er nog die eeuwige verlatingsangst van mij....
Ik kon het
niet direct duiden, die opwellende tranen die ik nog net kon tegenhouden. Was het
omdat de paasvakantie gedaan was en het vooruitzicht het arrogante beter
wetende pubergeweld opnieuw te moeten confronteren me tegenstond?
De paas
vakantie was eerder rustig verlopen. Geen daguitstap naar zee wegens te koud of
te nat. Veel minder dan anders koffiepauze genomen in de stad. Toen de Lieve Man vorige week in allerijl naar
de spoedopname werd overgebracht, vreesde ik even het ergste. Er werd
longontsteking vastgesteld. Een flinke dosis antibiotica zou hem er weer
bovenop helpen. Neen, hij moest niet blijven, mocht naar huis, mocht zelfs
buiten als hij maar stof en rook vermeed. Maar het weer was nu niet bepaald gezondheid
bevorderend, net zo min als de buurt waar we wonen of waar we door moeten als
we naar het centrum willen. Zo werden
onze uitstapjes beperkt. De dag dat de Ronde van Vlaanderen werd uitgezonden op
tv, nodigde hij me uit bij hem te komen kijken, wat ik met alle plezier ook deed. Al zaten we
dan ook samen op zijn bed, het bleef daar bij. Ik ben zijn gezelschap, niets
meer. Maar ik genoot er toch van, zowel
van de koers als van zijn nabijheid.
Het was
raar. Van zodra ik deze morgen wakker werd, voelde ik dat verdriet. De Lieve
Man sms’te mij de vraag om samen te gaan ontbijten. Natuurlijk stemde ik toe.
Maar mijn geliefde koffiehuis had geen tafeltje meer vrij, dus ontbeten we maar
in het 1€-warenhuis. Troosteloos interieur, troosteloos publiek, te koude omelet
in het broodje.De Lieve Man straalde
verdriet en ongenoegen uit. Had ik iets miszegd? Iets misdaan? Pas toen we
bijna weer thuis waren, bekende hij me dat hij een heel levendige droom had
gehad over zijn overleden vrouw, alive and kicking was ze, zei hij. Dat
verklaarde alles. Maar hoe komt het dat ik dat bij mijn ontwaken reeds had
gevoeld? Ik had het eigenaardige gevoel, al is ze niet meer van deze wereld, dat ze bijna op een jaloerse manier op ons neerkeek, niet van plan
de Lieve Man voor gelijk wie of wat te lossen. Achteraf beschouwd vrees ik dat het mijn eigen angsten waren die ik op haar projecteerde. Mijn grootste angst die weer de kop op steekt na al die tijd. De angst dat niemand mij graag ziet en ik moederziel alleen achterblijf...
Het lesgeven
verliep gelukkig vlotter dan ik had gevreesd. Maar het te zware gewicht van alleen-zijn
verliet me niet meer, zeker niet toen ik terug naar huis wandelde en vooral niet toen
ik het lege appartement binnen stapte.
Nu ben ik
wel graag alleen, maar ik lééf niet
graag alleen.
*Bethelgonda*
PS: de
Jongste is ontslagen wegens te veelziekteverlof tijdens zijn stageperiode. Ik had het kunnen weten.
En natuurlijk mocht ik gisterenmorgen de dokter van wacht opbellen! Na zijn nachtelijke escapade had het zieke jongste zoontje koorts gekregen en voelde hij zich zo ziek als een hond. Zal hem leren! Als je ziek bent, blijf je thuis! Gelukkig bleek het allemaal mee te vallen, de dokter stelde een lichte infectie vast maar oordeelde toch dat antibiotica hier wel aangewezen is. En nu mag de Jongste drie keer per dag een kanjer van een pil slikken ("moet dat echt?", "ja jongen!") met wat yoghurt ("moet dat ook?", "zij maar zeker dat het moet!", "bwèèèks!"). Ik mocht wel 52 € op tafel leggen en naar het centrum om een apotheker van wacht te vinden. Natuurlijk had ik er niet aan gedacht om de SIS-kaart van de Jongste mee te nemen, zodat de apotheker verplicht was me de volle pot te laten betalen voor de kanjers. Zal mij leren! Dinsdag echter kan ze me een deel teruggeven als ik zijn kaart laat inscannen. Maar enfin, het is allemaal niet zo erg.
Wat me ongeruster maakt is de sms die ik vannacht rond half twee ontving van de Lieve Man. Hij sukkelt al een week met een hardnekkige hoest. De pilletjes die zijn huisarts voorgescheven heeft, brachten tijdelijk verlichting. Maar gisterenavond kon hij niet meer ademen telkens hij zich neerlegde in bed. Daarom belde hij een ambulance op die hem naar de spoedafdeling van het naburige ziekenhuis bracht. Daar kreeg hij de passende eerste zorgen. Morgen komt de longspecialist hem onderzoeken. Weten dat het medisch personeel hem nu in het oog houdt, zal hem geruststellen. Ik ben blij dat hij me hiervan zo vlug mogelijk op de hoogte heeft gesteld, al was het midden in de nacht, hij wist dat hij dat mocht doen. Mijn rationele kant neemt blijkbaar het voortouw want ik blijf er vreemd kalm bij, al moet ik bekennen dat ik de eerte minuten toch in paniek was en alle mogelijke doemscenario's me in recordtempo voor de geest kwamen. "Stel dat..."! De klassieke Engelse remedie bracht vlug soelaas: "make yourself a nice cup of tea", wat ik ook deed. Nu proberen om nog een uur of twee-drie te slapen. Morgen zal ik rond acht uur het ziekenhuis bellen om te vragen hoe het met de Lieve Man gaat, voor ik met hem zelf contact opneem. Om 11 uur begint het bezoekuur. Zie van hier dat ik daar dan stipt zal staan!
God, bescherm en genees hem aub. Ik zie hem graag.