NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Inhoud blog
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1949 lionel richie
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1949 lionel richie
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1967 nicole kidman
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1978 garfield
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1978 garfield
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1990 schengen
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 curd jurgens
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 curd jurgens
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 paul mccarney
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 paul mccarney
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1980 venus wlliams
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1980 venus wlliams
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1898 escher
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1945 eddy merckx
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1829 geronimo
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1829 geronimo
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1890 stan laurel
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1890 stan laurel
  • VANDAAG jaren terug 1903 ford
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1903 ford
  • 15 juni ella fitzgerald
  • VANDAAG jaren terug 15 juni ella fitzgerald
  • demis roussos
  • VANDAAG jaren terug 15 juni demis roussos
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni 1864 alzheimer
  • VANDAAG jaren terug 14 juni 1928 che guevara
  • 13 juni benny goodman
  • VANDAAG jaren terug 13 juni benny goodman
  • 13 juni henk wijngaard
  • VANDAAG jaren terug 13 juni henk wijngaard
  • VANDAAG jaren terug 13 juni de legte
  • VANDAAG jaren terug 12 juni anne frank
  • VANDAAG jaren terug 11 juni le mans
  • VANDAAG jaren terug 11 juni fabiola
  • VANDAAG jaren terug 11 juni mandela
  • max van praag
  • VANDAAG jaren terug 10 juni max van praag
  • Ray Charles
  • VANDAAG jaren terug 10 juni Ray Charles
  • benny neyman
  • VANDAAG jaren terug 9 juni Benny Neyman
  • VANDAAG jaren terug 9 juni Donald Duck
  • boerenkrijg
  • gratiebossen
  • uitbergen
  • berlare
  • donkmeer
  • overmere
  • zele
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 632 mohammed
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm
  • VANDAAG jaren terug 8 juni bonnie tyler
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Alan Tuning
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Gaudi
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Paul Gauguin
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Tom Jones
  • VANDAAG jaren terug 6 juni 1944 the longest day
  • VANDAAG jaren terug 6 juni 1944 landing normandie
  • VANDAAG jaren terug 6 juni vrijheidsbeeld
  • VANDAAG jaren terug 5 juni internetcafe
  • VANDAAG jaren terug 5 juni reagen
  • VANDAAG jaren terug 4 juni hete luchtballon
  • VANDAAG jaren terug 4 juni Ghysen J
  • ZORBA
  • VANDAAG jaren terug 3 juni 2001 ZORBA
  • VANDAAG jaren terug 3 juni curtis mayfield
  • VANDAAG jaren terug 3 juni 1906 Josephine Baker
  • VANDAAG jaren terug 2 juni van gogh
  • VANDAAG jaren terug 2 juni de pil
  • VANDAAG jaren terug 2 juni 1904 tarzan
  • the beatles
  • VANDAAG jaren terug 1 juni the beatles
  • VANDAAG jaren terug 1 juni saint laurent
  • VANDAAG jaren terug 1 juni marleen monroe
  • VANDAAG jaren terug 31 mei Kennedytunnel
  • VANDAAG jaren terug 31 mei Monaco
  • VANDAAG jaren terug 31 mei de efteling
  • VANDAAG jaren terug 30 mei Benny Goodman
  • VANDAAG jaren terug 30 mei PPRubens
  • VANDAAG jaren terug 30 mei Benny Goodman
  • VANDAAG jaren terug 30 mei 1431 Jeanne d``Arc
  • VANDAAG jaren terug 29 mei heizeldrama
  • VANDAAG jaren terug 29 mei Kennedy
  • VANDAAG jaren terug 29 mei Romy Schneider
  • VANDAAG jaren terug 28 mei 1940 WOII
  • deja vu Fogerty
  • VANDAAG jaren terug 28 mei John Fogerty
  • VANDAAG jaren terug 27 mei 1975 Jamie Oliver
  • VANDAAG jaren terug 27 mei 1968 softenon
  • john lennon
  • VANDAAG jaren terug 26 mei
  • VANDAAG jaren terug 26 mei
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    blankenbergsseniorensteedje

    17-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 17 mei

    17 mei 1846 Antoine-Joseph (Adolphe) Sax (Dinant, 6 november 1814 – Parijs, 7 februari 1894) was een Belgische bouwer van muziekinstrumenten. Zijn grootste bekendheid heeft hij te danken aan zijn uitvinding van de saxofoon. Sax was de oudste zoon van Charles-Joseph Sax (1791-1865), instrumentenbouwer en eigenaar van een fabriek voor blaasinstrumenten in Brussel. Vader Sax was tevens hofleverancier voor het Huis van Oranje ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Zijn moeder was Marie-Joseph Masson (?-1861 of 1865). Er waren elf kinderen in het gezin, maar slechts vier zouden ouder dan 25 jaar worden. Sax begon zijn muzikale opleiding in 1828 aan de Brusselse Koninklijke Muziekschool. Naast deze algemene opleiding volgde hij ook klarinetlessen; met dat instrument deed hij op 15-jarige leeftijd mee aan een wedstrijd. Zijn eerste experimenten deed hij met de basklarinet: hij ontwikkelde een nieuw 24-kleppensysteem, dat hij demonstreerde op de Brusselse industrietentoonstelling van 1835 en later patenteerde. Daarna werkte Sax aan de plannen voor een reeks nieuwe instrumenten. Op de Brusselse industrietentoonstelling van 1841 gaf Sax een eerste officiële auditie van zijn creatie: de saxofoon. Maar aangezien de saxofoonnog niet gepatenteerd was, speelde Sax achter een gordijn, zodat niemand kon zien welk instrument die klanken voortbracht. In België kreeg Sax echter niet de erkenning die hij verwachtte. De jury weigerde hem een eerste prijs toe te kennen omdat Sax volgens hen nog te jong was en hij dan later geen hogere waardering zou kunnen ontvangen. Hij antwoordde duidelijk: “Als zij denken dat ik te jong ben voor de gouden medaille, dan vind ik mezelf te oud voor de zilveren.” Hij ging dan ook elders zijn geluk zoeken. In 1842 vertrok hij naar Parijs, op verzoek van luitenant-generaal graaf De Rumigny. Deze zag in Sax de geschikte persoon om de Franse militaire muziekkapellen van betere instrumenten te voorzien. In 1843 opende Sax in Parijs, in een oude schuur, zijn eerste instrumentenfabriek: "Adolphe Sax & Cie". Zijn productie was op industriële leest geschoeid en op het hoogtepunt van zijn activiteit had hij 200 arbeiders in dienst. Al een jaar later toonde hij een groot aantal vormgegeven en opzienbarende muziekinstrumenten op een grote Industriële Expositie in Parijs. Een aantal ministeriële decreten bezorgden hem achtereenvolgens een monopolie als leverancier van saxofoons aan de Franse militairen. In 1848, na de Franse omwenteling, werd het decreet, dat zijn saxhoorns van een vaste plaats in de militaire bands verzekerde, ingetrokken. Mede als gevolg van dit alles ging zijn bedrijf in 1852 voor de eerste maal failliet. In 1853, na de dood van zeven van zijn kinderen, en als gevolg van financiële problemen, voegde Sax senior zich bij zijn zoon in Parijs. Ook Sax' jongere broer had zich al wat eerder als medewerker bij hem gevoegd. Gelukkig voor hem werd in 1854 onder Napoleon III het decreet opnieuw ingevoerd en, mede dankzij de steun van de keizer zelf, kon Sax zijn bedrijf weer verder opbouwen. In 1858 werd Adolphe Sax op welhaast miraculeuze wijze genezen van kanker, dankzij een zwarte dokter die Indische planten gebruikte. Tijdens de Frans-Duitse oorlog stortte de productie wederom in, deze keer voorgoed. Hierbij werd Sax' persoonlijke instrumentenverzameling, bestaande uit 467 stukken, zelfs openbaar verkocht. Daardoor kwamen zijn enige inkomsten alleen nog uit zijn functie als muzikaal directeur van de Opera, ook omdat inmiddels veel van zijn patenten waren verlopen. Sax overleed begin 1894 op 80-jarige leeftijd in Parijs Hij was nooit bijzonder rijk
    geworden. Door de aanhoudende processen liet hij zelfs een berg schulden na, maar hij kreeg wel de erkenning die hem toekwam. Hij werd op Cimetière de Montmartre begraven. Een Bruggeling kreeg de rechten op de naam en bracht in september 2012 een nieuwe saxofoonlijn op de markt onder de merknaam "Adolphe Sax & Cie". Er zouden ook plannen zijn om de teloorgegane Belgische saxofoonindustrie nieuw leven in te blazen.





    17-05-2018 om 09:59 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    16-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 16 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    James Maury (Jim) Henson (Greenville, 24 september 1936 - New York, 16 mei 1990) was een Amerikaanse poppenspeler, producenten regisseur. Hij werd vooral bekend als de bedenker van de Muppets. Een van zijn eerste en bekendste creaties was Kermit de Kikker. In 1936 werd Jim Henson geboren in Greenville, Mississippi. Samen met zijn toekomstige vrouw Jane Nebel verhuisde hij naar Washington D.C. waar hij in de jaren vijftigpoppenshows verzorgde voor de televisie. Daarin ontwikkelde hij de Muppets. Ook experimenteerde hij met technieken voor poppenspelen op televisie. Door slim gebruik te maken van het bereik van de camera kan de speler buiten beeld de pop manipuleren. De poppen zijn uiteindelijk vervolmaakt door de poppenmaker Don Sahlin. In 1963 verhuisden Henson en zijn vrouw naar New York, waar Frank Oz in dienst van het jonge bedrijf Muppets Inc. kwam. Oz en Henson zouden samen blijven werken. Het spelen van de Muppets werd, vooral in de beginjaren, voornamelijk door hen beiden gedaan. Op 16 mei 1990 stierf Jim Henson in een ziekenhuis in New York aan een sepsis veroorzaakt door een longontsteking. Hij werd 53 jaar oud. Tijdens de herdenkingsdienst in de Saint Paul's Cathedral werd door zo'n vijftig Muppets het lied 'One Voice' ten gehore gebracht, ingezet door Kermit, die ditmaal werd gespeeld door Frank Oz. Daarnaast werd het beroemde 'It's Not Easy Being Green' van Kermit ten gehore gebracht. Na zijn dood werd de leiding van de Jim Henson Company overgenomen door zijn zoon Brianen dochter Lisa. Zijn dochter Cheryl is voorzitter van de Jim Henson Foundation. Vanaf 1955 maakte Henson Sam and Friends, een vijf minuten durend poppenprogramma. Hiervoor kreeg hij in 1958 een Emmy. In dit programma was een oerversie te zien van wat later Kermit de Kikker zou worden. Oorspronkelijk was Kermit een onduidelijk reptielachtig wezen. Pas later kreeg hij de kraag om zijn nek die hem zijn huidige uiterlijk gaf. In de jaren zestig volgde een periode van reclamefilmpjes en gastoptredens in verschillende televisieshows. Tussen 1964 en 1968 maakt Henson een aantal experimentele films. In 1965 werd hij genomineerd voor een Oscar voor Beste Korte Film voor Timepiece. In 1969 produceerde Henson nog een experimentele film genaamd The Cube. Deze werd eenmaal op de televisie vertoond en verdween vervolgens ergens op de planken in de vergetelheid. Inmiddels is het stuk wereldwijd herontdekt, en op het internet is niet alleen de oude zwart-wit versie te zien, maar ook een kleurenversie. In 1969 begon Henson bij PBS het educatieve kinderprogramma Sesame Street. Het programma was erg succesvol. Het loopt nog steeds, werd in 120 landen uitgezonden en kreeg meer prijzen dan welk televisieprogramma dan ook. In twintig landen werd een aangepaste versie van het programma uitgezonden, zoals in Nederland waar het sinds 1976 te zien is onder de naam Sesamstraat. In Sesamstraat is het spel van de Amerikaanse acteurs vervangen door filmclips met Nederlandse (en Vlaamse) spelers, maar de meeste Henson-poppen uit Sesame Street zijn behouden en nagesynchroniseerd: onder meer Bert en Ernie, Koekiemonster, Grover, Elmo en Kermit de Kikker.
    In 1976 was The Muppet Show alleen op een commerciële Britse zender te zien. Henson kreeg de show niet aan een Amerikaanse zender verkocht. Uiteindelijk werd, door een mondelinge overeenkomst met de mediamagnaat Lord Grade, de show geproduceerd in Engeland. Al na twee jaar was de show te zien in 106 landen. Iedere week keken wereldwijd 235 miljoen mensen naar de show, die uitgroeide tot één van de succesvolste televisieseries aller tijden. In 1981 kwam er een eind aan de reeks. Daarna volgden er nog wel enkele films. Het programma speelde zich af in een ouderwets variététheater en werd gepresenteerd door Kermit de Kikker. The Muppet Show introduceerde onder andere de personages Miss Piggy, Gonzo, Fozzie Bear en Animal. Het was gericht op een ouder, breder publiek dan Sesamstraat. In 2004 zijn de rechten van de Muppetsverkocht aan The Walt Disney Company. Sindsdien mag Kermit niet meer worden gebruikt in nieuwe Sesamstraat-filmpjes. The Muppet Show liep vijf seizoenen en kende veel spin-offs, waaronder een aantal films: The Muppet Movie (1979), The Great Muppet Caper (1981), The Muppets Take Manhattan (1984), The Muppet Christmas Carol (1992), Muppet Treasure Island (1996) en Muppets From Space (1999). In 1996 werd The Muppet Show nieuw leven ingeblazen en werd een soortgelijke televisieshow geproduceerd onder de titel Muppets Tonight. Jim Henson regisseerde veel voor televisie en waagde zich een enkele keer aan de regie van films. Hij deed The Great Muppet Caper en de fantasyfilms The Dark Crystal(1982) en Labyrinth (1986) met David Bowie in een grote rol. De studio van Henson heeft in de loop der jaren ook veel bijdragen aan filmprojecten van anderen geleverd. Best bekend zijn Yoda uit de Star Wars-cyclus, de poppen in de verfilming van Michael Endes boek The Neverending Story en de dieren in Dr. Dolittle. In 1983 begon Jim Henson een derde succesvolle Muppet-serie: Fraggle Rock. In Nederland is dit kinderprogramma beter bekend als De Freggels. Fraggle Rock is de meest moralistische van Hensons creaties. De wereld van de Freggles is vrolijk en kleurrijk, maar vormt ook een complex systeem van symbiotische relaties tussen verschillende rassen, te weten Freggels, Doeners en Griezels, alsook echte mensen. In deze wereld behandelde Henson op een onderhoudende manier serieuze thema's als vooroordelen, spiritualiteit, identiteit, milieu en sociale conflicten. In 1988 begon Hensons televisieserie The Storyteller, waarin sprookjes en mythen werden herverteld met gebruikmaking van acteurs en poppen. De rol van Storyteller was, wellicht in verband met zijn specifieke stemgeluid, weggelegd voor de Britse acteur John Hurt. In de serie verschenen de bewerkte verhalen van onder andere De ware bruid, Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen en Bontepels. Net als aan film leverde de Henson studio ook bijdragen aan televisieseries van andere producenten, zoals Dinosaurs en Farscape. De studio is eveneens verantwoordelijk voor honderden liedjes die onder meer Sesame Street, The Muppet Show en Fraggle Rock muzikaal omlijstten. Meest bekend zijn de openingsthema's van The Muppet Show en Fraggle Rock en de door Kermit gezongen nummers 'The Rainbow Connection' en 'It's Not Easy Being Green'. Ook erg bekend is 'Mah Na Mah Na', dat overigens niet door de mensen van Henson werd gecomponeerd. Een deel van de liedjes is op verzamelalbums uitgegeven.

    16-05-2018 om 09:15 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 16 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Thomas Alva Edison (Milan (Ohio), 11 februari 1847 – West Orange (New Jersey), 18 oktober 1931) was een Amerikaanseuitvinder en oprichter van General Electric Company, die zijn fortuin maakte door uitvindingen op te kopen en de octrooien op zijn eigen naam vast te leggen. Als deze succesvol bleken, perfectioneerde hij ze en nam ze in productie. Edison was lange tijd recordhouder voor het grootste aantal octrooien toegekend aan een persoon (ongeveer 1400). Op 21 oktober 1879 brandde zijn gloeilamp met koolstofvezel voor het eerst. Hij was echter niet de eerste met het idee van een gloeilamp, de gloeilamp werd namelijk bedacht in 1806 door Humphry Davy.] Ten opzichte van de bestaande verlichtingsbronnen in die tijd, zoals olielampen en kaarsen, was het een hele vooruitgang. Hoewel zijn eerste lamp het maar een paar uur uithield, lukte het hem later lampen te maken met een veel langere levensduur. Om zijn uitvinding bekend te maken aan het New Yorkse publiek, bedacht Edison een publiciteitsstunt. Op oudejaarsavond 1879 liet hij rondom Menlo Park tientallen gloeilampen branden als feestversiering. Al snel daarna werd zijn gloeilamp een commercieel succes; in 1881 richtte hij de Edison Lamp Company op en begon de grootschalige serieproductie. Om in ieder huis zijn gloeilamp te laten branden legde Edison tevens de complete elektrotechnische infrastructuur aan. In tegenstelling van wat velen denken was niet Edison de eerste uitvinder van de gloeilamp. Heinrich Göbel – een uit Duitsland afkomstige Amerikaanse immigrant – claimde dat hij in 1854 reeds een gloeilamp had gemaakt. Göbel was echter zijn tijd vooruit en kon door het ontbreken van een economische elektriciteitsbron zijn belangrijke uitvinding niet in de praktijk brengen. Edison pakte het bestaand idee later op, verbeterde het procedé, en maakte er een werkend en bruikbaar product van. Toen hij probeerde zijn uitvinding in het Verenigd Koninkrijk te patenteren bleek dat de Engelsman Joseph Swan – onafhankelijk van Edison – enkele maanden eerder de gloeilamp ook had uitgevonden en gepatenteerd. In eerste instantie probeerde Edison Swan te beschuldigen van plagiaat, maar de Britse justitie verwierp dit.[10] Later legden ze hun juridische geschil bij en richtten ze in 1884 de Edison & Swan United Electric Company op. In 1891 kwam de toen 28-jarige Henry Ford bij Edison Illuminating Company werken. Ford was toen al bezig met het ontwerp van zijn auto, en het was Thomas Edison zelf die Ford, met de vuist op tafel slaande, aanmoedigde om een autofabriek te starten.

    16-05-2018 om 09:13 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug mei 16
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De eerste gloeilampenfabriek van Philips is een gebouw op adres Emmasingel 31 in het centrum van Eindhoven. Het ligt tegenover de Witte Dame en naast de Admirant. Het is eigendom van Philips. Het is een zeldzaam voorbeeld van een kleinschalig fabrieksgebouw en is een rijksmonument. Aan de straatkant bestaat het uit twee blokken, links met twee zadeldaken, rechts met een schilddak. Tussen de twee blokken bevinden zich de ingang en een schoorsteen. Daarachter bevinden zich een kantoor en een fabriekshal met lichtkappen. Op de schoorsteen is een plaquette aangebracht van Gerard Philips van de hand van Louise Beijerman. Het oorspronkelijke gebouw dateert uit 1869. Het is gebouwd als stoomspijkerfabriek in opdracht van Franciscus en Henricus Raijmakers. In 1871 fungeerde het als draadtrekkerij en draadnagelfabriek. De draadtrekkerij stopte in 1872. Franciscus overleed en de fabriek werd verkocht aan Johan Schröder die er vanaf 1876 bukskin en laken fabriceerde. In 1879 en 1880 werd de fabriek uitgebreid. Op 12 april 1888 brak er brand uit; van het pand kon vrijwel niets worden gered. De herbouw werd nog in 1888 gestart. De oudste delen van het huidige gebouw dateren dus, in strijd met vermeldingen uit vele bronnen, uit 1888/1889. Per 7 juni 1890 werd het bedrijf geliquideerd en kwam het pand leeg te staan. In 1891 werd het gekocht door Gerard Philips voor 12150 gulden en in gebruik genomen als fabriek voor de fabricage van gloeilampen, en de kooldraad die daarin zat. Ook werd er onderzoek en ontwikkelingswerk gedaan. In 1907 werd de fabricage en 1909 het ontwikkelingswerk overgebracht naar de nieuwbouw aan de overzijde van de straat. Het pand fungeerde als chemisch magazijn en als pakhuis. Op 26 oktober 1926 brak brand uit in het magazijn; van het pand konden alleen het kantoor, schoorsteen en delen van het voorfront worden gered. Het pand werd in 1926 of wellicht pas in 1930 in oude staat hersteld, waarna het tot 1934 leeg stond. In 1934 nam de afdeling Neon het in gebruik. In 1944 werd de productie van fluorescentiepoeders er ondergebracht (voor tl-buizen). Bij het 60-jarig bestaan van het Philipsconcern in 1951 werd de plaquette op de schoorsteen aangebracht. Ook werd het pand toen in gebruik genomen als het Philips Demonstratielaboratorium ("Demlab"). Dat duurde veertig jaar, tot 1991. Vanaf 1991 was het gebouw tien jaar het onderkomen van het Concernarchief van Philips (Philips Archives). Ook de stichting Lichteffecten in de Schilderkunst en Sculptuur kreeg er een onderkomen. Sinds 27 maart 2002 heeft het nog enkel een museumfunctie, toen eerst het museum Philipsfabriek 1891 werd geopend en een maand later het Centrum Kunstlicht in de Kunst (per 5 december 2010 gesloten). Sinds 2001 is het een rijksmonument. In april 2011 werd het hele gebouw gesloten voor een verbouwing, waarbij het in oude staat werd teruggebracht met een glazen facade aan de voorzijde; zo is de ingang terugverplaatst naar de Nieuwe Emmasingel. Op 5 april 2013 werd op deze locatie het Philips museum door de toenmalige Koningin Beatrix geopend. De bestaande opstelling van oude apparatuur voor fabricage van gloeilampen is blijven bestaan.

    16-05-2018 om 09:12 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug mei 15
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Rik Van Steenbergen (Arendonk, 9 september 1924 – Antwerpen, 15 mei 2003) was een Belgische wielrenner in de jaren veertig, vijftig en zestig. Als beroepsrenner, tussen 1942 en 1966, won Van Steenbergen onder andere twee keer de Ronde van Vlaanderen, twee keer Parijs-Roubaix, twee keer de Waalse Pijl, een keer Parijs-Brussel en een keer Milaan-San Remo. Hij werd driemaal wereldkampioen op de weg. Hij was de snelste in verscheidene etappes in de Ronde van Frankrijk en de Ronde van Italië en won eenmaal het puntenklassement in de Ronde van Spanje. In 1948 kreeg hij bij de overwinning in Parijs-Roubaix de "Gele wimpel" uitgereikt, de onderscheiding voor het hoogste uurgemiddelde behaald in een internationale klassieker. Hij verbeterde hiermee de prestatie van de Italiaan Jules Rossi uit 1938. Gedurende zijn carrière reed Van Steenbergen ook met grote regelmaat op de piste. In het bijzonder vanaf eind jaren vijftig tot de tweede helft van de jaren zestig, toen hij zijn activiteiten op de weg geleidelijk afbouwde, behoorde Van Steenbergen tot de dominante renners binnen het zesdaagsepeloton en won uiteindelijk 40 zesdaagsen, waarvan 19 met zijn landgenoot Emile Severeyns, een groot aantal meetings, en werd in deze jaren bovendien ook viermaal Europees kampioen koppelkoers (1957/58, 1958/59, 1959/60, 1960/61 (met Severeyns) en 1962/63 (met Palle Lykke) en eenmaal Europees kampioen omnium (1959). Een krant berekende ooit dat hij één miljoen kilometer aflegde. Onderweg behaalde hij 1645 triomfen en draaide tot zijn 43ste mee aan de top. Na zijn actieve wielercarrière raakte Van Steenbergen een tijd lang aan lager wal. In 1968 speelde hij zelfs mee in een erotische film, Pandora, om wat extra geld te kunnen verdienen. Deze film werd op 9 september 2010 uitzonderlijk en eenmalig nog eens in een Antwerpse bioscoop vertoond. Rik Van Steenbergen wordt gezien als een medisch wonder, vanwege het uitzonderlijk grote hart dat hij had. De man overleed in 2003 in Antwerpen. Van 1991 tot 2012 vond in Aartselaar jaarlijks de naar Van Steenbergen vernoemde wielerwedstrijd Memorial Rik van Steenbergen plaats. Deze zou vanaf 2017 opnieuw georganiseerd worden, maar dan in zijn geboortedorp Arendonk. In 2004 werd in Arendonk een monument geplaatst met de torso van de sportman, ontworpen door leerlingen van de Academie voor Schone Kunsten.

    15-05-2018 om 08:26 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug mei 15
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Op zaterdag 15 mei 1971 ontplofte een brandbom aan boord van de Mebo II.] Niet de olieleiding in de machinekamer zoals oorspronkelijk de bedoeling was, werd getroffen, maar de waterleiding van de MEBO II. Het achterschip vatte vlam. Dj Alan West, die op dat moment een live programma in het Engels - 's avonds was er een Engelstalige programmering - presenteerde, werd tijdens het draaien van de plaat Melting pot van Blue Mink opgeschrikt door de explosie en ging poolshoogte nemen. Hij zag nog net een kleine motorboot met buitenboordmotor wegvaren. Hij rende terug naar de studio en riep over de zender (hij was duidelijk in paniek) om hulp: Mayday, mayday, the Mebo II is on fire, SOS, SOS, we had an explosion on board, mayday, mayday, we need help! Deze oproep bleef hij verschillende malen herhalen in het Engels, later deed de Nederlandse kapitein nog een oproep. Er kwam hulp van blusboten die de brand snel wisten te doven. Het station ging uit de lucht. Er vielen geen gewonden. De schade aan de MEBO II bleef beperkt; het bovendeel van de kombuis en het achterdek waren grotendeels afgebrand. De volgende dag was de zender terug in de lucht. Hoewel er aanvankelijk verhalen in de pers verschenen dat de BVD achter de aanslag zat - Meister en Bollier zouden banden hebben met het bewind van de DDR of zelfs Libië, en de korte golfzender gebruiken voor het verzenden van gecodeerde geheime berichten - bleek al spoedig, dat Radio Veronica de schuldige was: er werden drie duikers gepakt, aan wie Veronica 100.000 gulden (= € 45.380,-) had betaald om het schip binnengaats te krijgen, zodat men beslag op het schip kon leggen omdat RNI de onderlinge overeenkomst niet zou hebben nageleefd. Maar de aanslag bewerkte precies het tegendeel van wat Veronica beoogd had: het leverde Radio Noordzee veel sympathie van de luisteraars op en het station won enorm aan populariteit. Het prikkelde echter ook de Nederlandse overheid om de zeezenders nu eens definitief met wetgeving aan te pakken. Bull Verweij, een van de gebroeders Verweij, eigenaren van Veronica, en Veronica-aandeelhouder Norbert Jürgens werden, net als de drie duikers, tot gevangenisstraffen veroordeeld

    15-05-2018 om 08:23 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 15 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Trini Lopez (geboren als Trinidad López III, Dallas (Texas), 15 mei 1937) is een Amerikaans zanger van Mexicaanse afkomst. Hij had groot succes in 1963 met het lied If I had a hammer. Het bereikte de eerste plaats in de hitlijsten in vijfentwintig landen, waaronder de Nederlandse Tijd voor Teenagers Top 10. Het nummer stond op zijn debuutalbum Trini Lopez Live at PJ's, dat verscheen op Reprise Records, het platenlabel van Frank Sinatra. Ook La Bamba van dezelfde lp werd een hit. Latere succesnummers van Lopez waren onder andere This land is your land, Kansas City en Adalita. Met minder succes werkte Lopez ook als acteur. Zijn eerste film was "Marriage On The Rocks" (1965), waarin hij optrad naast Sinatra en Dean Martin. De bekendste film waarin hij speelde was "The Dirty Dozen" (1967). Tegenwoordig treedt Trini Lopez nog steeds op. In 2005 nam hij deel aan een benefietconcert voor de slachtoffers van de Tsunami. In de zomer van 2013 trad hij op in de concertreeks van André Rieu op het Vrijthof in Maastricht.

    15-05-2018 om 08:21 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    14-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug mei 14

    Francis Albert Sinatra (Hoboken (New Jersey), 12 december 1915 – Los Angeles (Californië), 14 mei 1998) was een Amerikaans zanger, acteur, filmproducent en filmregisseur. Frank Sinatra, geboren in Hoboken (New Jersey), besloot zanger te worden nadat hij Bing Crosby op de radio hoorde. Hij begon in kleine clubs in New Jersey en kwam op die manier onder de aandacht van trompettist en bandleider Harry James. Na een korte periode met James sloot hij zich aan bij het Tommy Dorsey Orchestra, en na zijn debuut met hen in 1940 werd hij beroemd als zanger. Hij had een grote aantrekkingskracht op de tieners van die tijd (de zogenoemde bobby soxers), die een heel nieuw publiek waren voor populaire muziek. Deze muziek was tot dan toe voorbehouden aan volwassenen, en Sinatra werd zo het eerste tieneridool. Eind jaren veertig en begin jaren vijftig ging het bergaf met zijn carrière, maar hij maakte een terugkeer op het witte doek in de film From Here to Eternity. Hij verscheen daarna in veel verschillende films, in het bijzonder The Man with the Golden Arm en The Manchurian Candidate. In de jaren vijftig en zestig was Sinatra een populaire attractie in Las Vegas. Hij was bevriend met Dean Martin, Sammy Davis jr., Peter Lawford en Joey Bishop, en samen vormden zij de Rat Pack – een losse groep muzikanten en zangers die vrienden waren en samen feestvierden. Samen met andere Rat Pack-leden speelde hij in een aantal films, waaronder Ocean's 11, Sergeants 3en Robin and the 7 Hoods. Zijn hele carrière werd hij ervan beschuldigd contacten in het maffia- en criminele milieu te hebben. Zijn stem is onmiddellijk herkenbaar en wordt beschreven niet alleen in termen van kracht en charisma, maar ook van nostalgie en tederheid. Sinatra wordt daarom ook wel The Voice genoemd. Er wordt ook vaak naar hem verwezen als Ol' Blue Eyes. Sinatra was getrouwd met Nancy Barbato (1939–1951), Ava Gardner (1951–1957), Mia Farrow (1966–1968) en Barbara Blakeley (1976–1998, zijn dood). Met Barbato kreeg hij dochters Nancy en Tina en zoon Frank jr. (1944–2016). Hij overleed in 1998 op 82-jarige leeftijd aan een hartaanval. Zijn laatste woorden zijn: "I'm losing"verwijzend naar zijn gevecht om in leven te blijven. Sinatra is begraven in het Desert Memorial Park in Cathedral City, Palm Springs, Californië. Op zijn grafsteen staat de tekst "The Best is Yet to Come".







    14-05-2018 om 09:05 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug mei 14

    14-05-1902 Vandaag sneeuwt het in een groot deel van het land. Voor Ukkel is dit de meest laattijdige sneeuw van de eeuw. In de Ardennen blijft de sneeuw liggen en geeft aanleiding tot uitzonderlijke sneeuwdikten voor deze periode van het jaar : 4 cm in Hestreux (Baelen), 6 cm in Libramont, 11 cm in La Roche-en-Ardenne...





    14-05-2018 om 09:04 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WELKOM OP DIT BLOG VOOR EN DOOR VIJFTIG PLUSSERS




    13-05-2018 om 11:20 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 13 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Paus Johannes Paulus II, Latijn: Ioannes Paulus PP. II, geboren als Karol Józef Wojtyła (uitspraak) (Wadowice, 18 mei 1920– Vaticaanstad, 2 april 2005), was een Pools priester die aartsbisschop en kardinaal werd en uiteindelijk op 16 oktober 1978 werd verkozen tot 264ste paus van de Rooms-Katholieke Kerk. Hij was de opvolger van de plotseling overleden Johannes Paulus I. In zijn hoedanigheid van paus was hij tevens soeverein van Vaticaanstad, alsook bisschop van Rome. Hij was de eerste Poolse paus en de eerste niet-Italiaan sinds de uit de Nederlanden afkomstige Adrianus VI (1522-1523). Op 1 mei 2011 werd hij door zijn opvolger, paus Benedictus XVI, zalig verklaard.[1] Op 27 april 2014 werd hij door paus Franciscusheilig verklaard. De Kerk gedenkt hem op 22 oktober, de dag waarop hij in 1978 als paus werd geïntroniseerd Johannes Paulus II werd geboren als Karol Józef Wojtyła in Wadowice, nabij Krakau, in het zuiden van Polen als zoon van Karol Wojtyła (1879-1941) en Emilia Kaczorowska (1884-1929). Hij was de jongste van drie kinderen. Zijn enige zuster stierf voordat hij geboren werd. Zijn vader was een zoon van een meester-kleermaker en was eerst administratief officier voor het Oostenrijks-Hongaarse leger op een departement van het ministerie en werd later tot aan zijn pensioen in 1927 luitenant in het Poolse leger. Toen Karol bijna negen jaar oud was, overleed zijn moeder en in 1941 overleden zowel zijn vader als zijn oudere broer. In zijn jeugd in Wadowice had hij veel vriendschappelijk contact met de plaatselijke joodse gemeenschap.Als kind was hij sportief en hij beoefende diverse sporten tot in zijn volwassenheid. Zo voetbalde hij (zijn favoriete positie was die van doelman) en was hij een goed skiër en zwemmer. Wojtyła doorliep het plaatselijk lyceum in Wadowice en begon een studie letterkunde aan de Jagiellonische Universiteit in Krakau. Na de Duitse inval in Polen in 1939 werd de universiteit door de nazi's gesloten. Om deportatie en gevangenschap te voorkomen, was hij verplicht een baan te nemen. Hij werkte in Zakrzowek te Krakau als steenhouwer in een groeve en vanaf de lente van 1942 tot in 1944 bij het chemische concern Solvay ] Op 1 november 1946 werd hij tot priester gewijd. Van de aartsbisschop van Krakau, kardinaal Sapieha, kreeg hij de opdracht om nog dezelfde maand in Rome theologie te gaan studeren. Hij studeerde er aan de Pauselijke Universiteit Sint Thomas van Aquino en overnachtte onder meer in het Belgisch Pauselijk College.[4] In die Romeinse periode bezocht hij in 1947 Frankrijk en België en bracht hij acht dagen door in Nederland. In juni 1948 behaalde hij in Rome zijn doctoraat in de filosofie met het proefschrift over de geloofsdoctrine van Johannes van het Kruis, geschreven onder supervisie van Réginald Garrigou-Lagrange. Op 16 december dat jaar kreeg hij een master in de theologie aan de Jagiellonische Universiteit in Krakau. Tevens behaalde hij die maand aan deze universiteit een doctoraat in de theologie. Hij volgde meerdere taalcursussen, waardoor hij behalve zijn moedertaal ook Slowaaks, Russisch, Italiaans, Frans, Spaans, Portugees, Duits, Engels, Latijn en Oud-Grieks sprak Karol Wojtyła werd op 4 juli 1958 door paus Pius XII tot hulpbisschop van Krakau benoemd. Op 28 september 1958 werd hij tot bisschop gewijd door de apostolisch administrator van het aartsbisdom Krakau, aartsbisschop Eugeniusz Baziak van het aartsbisdom Lviv. Tot aan zijn benoeming tot aartsbisschop van Krakau was hij professor aan de Katholieke Universiteit van Lublin, die sinds 2005 zijn naam draagt. In de periode van 1962 tot 1965 nam hij deel aan het Tweede Vaticaans Concilie, dat door paus Johannes XXIII was bijeengeroepen
    Na het overlijden van aartsbisschop Eugeniusz Baziak werd Karol Wojtyła op 13 januari 1964 door paus Paulus VI tot aartsbisschop van Krakau benoemd. Op 26 juni 1967 werd hij door Paulus VI kardinaal gecreëerd. Hij kreeg de diakonie San Cesareo in Palatio - pro hac vice - als titelkerk
    Op 16 oktober 1978 werd Wojtyła gekozen tot paus. Onder de aanwezigen op het SintPietersplein klonk enige verbazing bij het horen van de niet-Italiaanse naam. Onmiddellijk daarna verscheen de nieuwe paus op de loggia van de Sint-Pietersbasiliek om de zegen Urbi et Orbi te geven aan de verzamelde gelovigen op het plein. In afwijking van wat pausen voor hem hadden gedaan, begon hij met een korte toespraak:
    Geloofd zij Jezus Christus. Dierbare broeders en zusters, wij zijn nog steeds aangedaan vanwege het overlijden van onze geliefde paus Johannes Paulus I. En nu hebben de heren kardinalen een nieuwe bisschop van Rome gekozen. Zij hebben hem geroepen uit een ver land. Ver weg, en toch dichtbij in de gemeenschap van het geloof en in de christelijke tradities. Ik was bang om deze verantwoordelijkheid te aanvaarden, maar ik heb dat toch gedaan, in een geest van gehoorzaamheid aan onze Heer Jezus Christus en in een onwankelbaar vertrouwen in Zijn Moeder, de Allerheiligste Madonna. Ik weet niet zeker of ik mij correct kan uitdrukken in uw, nee, in onze Italiaanse taal. Mocht ik fouten maken, dan wilt u mij wel verbeteren. En zo stel ik me aan u voor: om gezamenlijk ons geloof te belijden, onze hoop en ons vertrouwen in de Moeder van Jezus, de Moeder van de Kerk. En om een nieuw hoofdstuk te beginnen in de geschiedenis van de Kerk, met hulp van God en van de mensen.
    Overigens viel dit praatje niet bij iedereen in de smaak. Een aantal curiekardinalen op het balkon fluisterde een aantal keren basta, ten teken dat de paus beter zou overgaan tot het geven van de zegen. Wojtyła werd de eerste Poolse paus en de eerste niet-Italiaanse paus in 455 jaar. De laatste was de Nederlandse paus Adrianus VI in 1523 geweest. Wojtyła was als Pool ook de eerste Slavische paus en was bovendien afkomstig uit een land dat behoorde tot het communistische Oostblok. De keuze had daarmee niet alleen een religieuze, maar ook een politieke betekenis. Als eerbetoon aan zijn voortijdig overleden voorganger nam hij de naam Johannes Paulus II aan, ook uit respect voor de twee daaraan voorafgaande pausen, Johannes XXIIIen Paulus VI. Hij begon ermee het ambt te vereenvoudigen door af te zien van de pluralis majestatis als aanspreek- en schrijftitel en verkoos een eenvoudige inauguratieceremonie zonder een formele pauselijke kroning. De pauselijke tiara zou hij nimmer dragen. Hij volgde hiermee het voorbeeld van zijn voorganger De verkiezing van Karol Wojtyła tot paus was een verrassing, te meer omdat hij de eerste niet-Italiaanse paus was sinds 1523. Het leidde tot onrust bij Leonid Brezjnev, de leider van de Sovjet-Unie. Hij zag de paus als een gevaar voor de invloed van de Sovjet-Unie in Polen en het Oostblok in het algemeen. Dat de vrees terecht was, bleek een jaar later, toen Johannes Paulus II een bezoek bracht aan zijn geboorteland en een grote menigte op de been wist te krijgen. Johannes Paulus' invloed in Polen en in de wereld heeft op een indirecte manier de macht van de Sovjet-Unie beperkt. Hoewel de Sovjet-Unie en het
    Vaticaan nooit rechtstreeks de confrontatie zijn aangegaan, was er vanwege de pauselijke invloed wel spanning tussen beide. Johannes Paulus II was de eerste paus die veelvuldig de wereld introk. In juni 1979 bracht hij zijn eerste van negen pastorale bezoeken aan zijn geboorteland Polen. Miljoenen landgenoten kwamen voor hem op de been. Tot zijn overlijden heeft de paus meer dan honderd pastorale bezoeken afgelegd, waarbij hij 129 landen bezocht.Legendarisch is dat hij altijd bij aankomst de grond kuste. Toen hij op hoge leeftijd niet meer kon bukken, werd voor hem aarde op een schaal gelegd en naar zijn mond gebracht, zodat hij staande alsnog een kus kon geven. In mei 1985 bezocht hij Nederland, Luxemburg en België. Er was in Nederland relatief weinig belangstelling. Veel Nederlandse rooms-katholieken achtten hem te conservatief. In de stad Utrecht moest bij een betoging de Mobiele Eenheidingrijpen.
    In Luxemburg en België, waar hij zijn 65ste verjaardag vierde, kreeg hij een hartelijk onthaal en brachten zijn bezoeken veel volk op de been. Op 13 mei 1981 schoot de 23-jarige Turk Mehmet Ali Ağca de paus met een pistool neer op het plein voor de Sint-Pietersbasiliek. Hij raakte hem vier keer. De dader werd meteen aangehouden. Johannes Paulus II verloor door de verwondingen driekwart van zijn bloed, maar overleefde de aanslag. Hij schonk de dader, die tot levenslang veroordeeld werd, vergiffenis en bezocht hem in de gevangenis.Op voorspraak van de paus werd Ağca door de Italiaanse president Carlo Azeglio Ciampi amnestie verleend en in juni 2000 uitgeleverd aan Turkije. Op 2 maart 2006 maakte een Italiaanse parlementaire onderzoekscommissie bekend dat naar alle waarschijnlijkheid de Sovjet-Unie opdracht had gegeven voor de aanslag, als vergelding voor de voortdurende steun van de paus aan de Poolse vakbond Solidarność. Op 12 mei 1982 werd in Fátima, Portugal, een tweede aanslag op Johannes Paulus II gepleegd. De 34-jarige uit Spanje afkomstige priester Juan María Fernández y Krohnprobeerde hem met een bajonet neer te steken. Fernández y Krohn verklaarde tijdens zijn proces dat hij gelooft dat Johannes Paulus II een spion van de SB en de KGB is en de opdracht heeft het verzet van het Vaticaan tegen de Sovjet-Unie te stoppen. Deze tweede aanslag werd vijfentwintig jaar voor de openbaarheid verborgen gehouden. Het Vaticaan had geopperd dat de paus door de Spaanse priester slechts bedreigd werd. Maar kardinaal Stanislaw Dziwisz onthulde in de documentaire 'Testimony' in 2008 dat Johannes Paulus II wel degelijk werd neergestoken, maar dat de paus de niet levensbedreigende wond geheim had gehouden. De paus zag het belang in van het betrekken van de jeugd bij de Kerk. Daarom initieerde hij in 1984 de Wereldjongerendagen die om de paar jaar honderdduizenden jongeren vanuit heel de wereld samenbrengen om het geloof te vieren, te delen en uit te dragen. De slotmis van de Wereldjongerendagen in Manilla werd zelfs bezocht door zo'n 4 miljoen mensen. Ook wilde hij duidelijk maken dat mensen die een verschil maken erkenning verdienen. Zo heeft hij in totaal 1338 zaligverklaringen uitgesproken.[noot 6] Hij verklaarde in totaal 482 mensen heilig. Dit waren er meer dan alle andere pausen voor hem ooit hebben gedaan. Het hoge aantal was mede het gevolg van zijn streven naar versimpeling en stroomlijning van de procedure, zodat alles sneller kon verlopen. Hij besloot de promotor fidei (de advocaat van de duivel), af te schaffen, zodat meer mensen de vaak lang gehoopte erkenning konden krijgen.
    Johannes Paulus II sprak zich uit tegen het communisme, het materialisme, het ongebreideld kapitalisme en de politiekeonderdrukking. Heel actief was hij in het bestrijden van het communisme in de jaren tachtig. Toen in het Oostblok de communistische macht was verdwenen, zette hij zich actief in voor de Europese eenwording.[noot 8] De val van het communisme was echter geen doel op zich voor de paus. Hij had gehoopt dat Polen na het verdwijnen ervan terug zou keren naar een maatschappij met conservatieve waarden. Dit gebeurde echter niet en Polen koos meer voor de westerse consumptiemaatschappij. Steeds meer verloor Johannes Paulus II de voeling met de ontwikkeling van de Kerk, meer bepaald in West-Europa. Het feit dat men in Europa steeds minder oor had naar zijn conservatieve agenda, leidde tot ergernis bij de paus. Daarom had hij vaak kritiek op de westerse maatschappij en het kapitalisme. Ook in ethische kwesties voer hij een harde koers en verwierp hij, in lijn met de traditionele opvattingen van de Rooms-Katholieke Kerk, expliciet abortus, euthanasie, anticonceptie, homoseksualiteit, transseksualiteit en de doodstraf. Door dit conservatisme daalde zijn populariteit echter in West-Europa.[8] De paus was ook uitgesproken in zijn afkeer van oorlog voeren. Hij veroordeelde publiekelijk de Tweede Golfoorlog, nadat hij al de Eerste Golfoorlog fel had bekritiseerd. In Europa en Azië was er kritiek op zijn standpunten over voortplanting. Men verweet de paus dat doordat hij het gebruik van condooms veroordeelde, hij het voorkomen van besmetting met hiv ernstig hinderde. De paus was er voorstander van aan de armen medicijnen beschikbaar te stellen, maar voorkoming van hiv-besmetting was volgens hem vooral te bereiken door een monogaam gezinsleven. In 1994 wees paus Johannes Paulus II in zijn apostolische brief Ordinatio Sacerdotalis toelating van lekenpriesters, openstelling van het priesterambt voor vrouwen en opheffing van het celibaat af.] In de apostolische brief De mulieris dignitate gaf de paus aan dat vrouwen recht hadden op waardigheid met betrekking tot mensenrechten en werk, maar dat kon volgens hem niet leiden tot de openstelling voor hen van het priesterambt. Johannes Paulus II was de eerste paus die het concentratiekamp in Auschwitz in Polen bezocht. Zijn bezoek aan de Synagoge van Rome was het eerste synagogebezoek van een paus in de geschiedenis van de Rooms-Katholieke Kerk. In maart 2000 bezocht hij het Holocaustherinneringscentrum Yad Vashem in Israël en raakte het heiligste heiligdom van de joden aan, de westelijke muur in Jeruzalem, ter bevordering van de christelijk-joodse verzoening, en sprak uit dat de joden "onze oudere broeders" zijn. Hoewel sommigen kritiek hadden op bepaalde handelwijzen waar hij medeverantwoordelijk voor was, als de zaligverklaring van paus Pius XII, die volgens critici zich tijdens de Tweede Wereldoorlog onvoldoende voor de Joden had ingezet, en op het zalig verklaren van bekeerde Joden, heeft hij er actief aan bijgedragen om de verhoudingen tussen het joodse geloof en het rooms-katholieke geloof te verbeteren. In mei 1999 bezocht Johannes Paulus II Roemenië. Het was de eerste keer dat een paus een overwegend oosters-orthodox land bezocht sinds het Grote Schisma, de scheiding van de oostelijke orthodoxie en het westelijke rooms-katholicisme in het jaar 1054. Hij werd verwelkomd door de patriarch Teoctist Arăpaşu en de Roemeense president Emil Constantinescu. De patriarch stelde dat het "tweede millennium van christelijke geschiedenis met het pijnlijke verwonden van de eenheid van de Kerk begon; aan het eind van dit millennium is er een herstel van christelijke eenheid geweest". Samen met de
    patriarch woonde de paus massale vereringsdiensten bij in de open lucht en droeg zo bij aan een verbeterde relatie. In Athene ontmoette de paus aartsbisschop Christodoulos, het hoofd van de GrieksOrthodoxe Kerk. Na een bilaterale bijeenkomst spraken de twee in het openbaar. Christodoulos las een lijst van "dertien inbreuken" van de Rooms-Katholieke Kerk tegen de Orthodoxe Kerk sinds het Grote Schisma voor, waaronder het plunderen van Constantinopel door kruisvaarders in 1204 en het gebrek aan verontschuldiging hiervoor. De paus antwoordde met de vraag aan de Heer of Hij daarvoor vergiffenis wou schenken, wat Christodoulos meteen toejuichte. Johannes Paulus II zei dat de plundering van Constantinopel een bron van "diepe spijt" voor de rooms-katholieken was. Daarna bezochten beiden de plek waar Paulus de Apostel aan Atheense christenen had gepredikt. De patriarch en de paus gaven een gemeenschappelijke verklaring uit, waarin stond: "Wij zullen alles doen wat in onze macht ligt, opdat de christelijke wortels van Europa en zijn christelijke ziel kunnen worden bewaard. (...) Wij veroordelen elke toevlucht tot geweld, proselytisme en fanatisme, in naam van de godsdienst. Later bracht de paus bezoeken aan andere oosters-orthodoxe landen, zoals Oekraïne. Johannes Paulus II heeft niet zoveel aandacht besteed aan de Protestantse Kerken als aan de orthodoxe. Volgens sommigen omdat met de protestanten minder raakvlakken zijn. Zo kon de vrijzinnigheid in veel protestantse richtingen zijn goedkeuring niet wegdragen en bleef voor hem het 'weglopen' van Calvijn en Maarten Luther een ketterse daad. Met de meer conservatieve stromingen binnen het protestantisme kon de paus zich vinden in de gedeelde kern van de christelijke leer over zonde en verzoening, God, Jezus en Heilige Geest, maar bleef er verschil in inzicht over de Mariaverering en het primaat van het pauselijk ambt. Met de Anglicaanse Kerk, die in liturgie en organisatie dicht bij de RoomsKatholieke Kerk staat, werd meer contact gezocht Johannes Paulus II was als paus betrekkelijk jong, 58, toen hij verkozen werd. Zijn pontificaat werd het op twee na langste in de geschiedenis (na dat van Petrus en Pius IX). Bij zijn aantreden was hij in een goede lichamelijke conditie en was een actief sporter. Hij wandelde, zwom en skiede. Na de eerste aanslag op zijn leven ging zijn gezondheid achteruit. In 1989 schreef hij een brief waarin hij aangaf dat hij zou aftreden als zich bij hem een ongeneeslijke ziekte of een andere vergaande verslechtering van zijn gezondheid had gemanifesteerd die hem het werken onmogelijk zou maken. In dat voorkomende geval zou hij het overlaten aan de deken van het College van Kardinalen, de Romeinse Curie en aan de vicaris van Rome wanneer zijn ontslag geaccepteerd zou worden. In 1992 werd er bij Johannes Paulus II een tumor verwijderd, in 1993 had hij een schouderoperatie, een jaar later brak hij een dijbeenen op hoge leeftijd, in 1996, kreeg hij een blindedarmontsteking en moest zijn blindedarm verwijderd worden. In 2001 werd door een arts onthuld dat de paus aan de ziekte van Parkinson leed, wat in 2003 door het Vaticaan bevestigd werd. Johannes Paulus II kreeg steeds meer moeite met zijn motoriek en spreken in het openbaar ging hem steeds slechter af. Johannes Paulus II begon door deze toenemende lichamelijke problemen een steeds fragielere indruk te geven bij openbare optredens.
    In 2005 kreeg hij zware ademhalingsproblemen, waardoor hij op 24 februari een tracheotomie moest ondergaan. Op 31 maart 2005 kreeg de paus "zeer hoge koorts die door een urinebuisinfectie werd veroorzaakt", maar de paus werd op zijn uitdrukkelijk verzoek niet naar het ziekenhuis gebracht, waarschijnlijk overeenkomstig zijn wens in het Vaticaan te sterven als zijn tijd gekomen was. Later die dag meldden bronnen in het Vaticaan dat de paus de laatste sacramenten had ontvangen. Op 1 april verslechterde zijn toestand en kreeg hij orgaanuitval. De paus werd gevoed door middel van een neussonde. In een officieel communiqué werd gesproken van een "ernstige, maar stabiele toestand". Rapporten uit het Vaticaan vroeg in de ochtend berichtten dat de paus een hartaanval had gekregen, maar bij kennis was gebleven. Op 2 april om ongeveer half één in de ochtend bevestigde het Vaticaan dat de paus de laatste sacramenten had ontvangen. De daaropvolgende morgen was er om 11.30 uur een persconferentie waarin de woordvoerder van het Vaticaan, Joaquín Navarro-Valls, meldde dat de paus steeds minder bij bewustzijn was. Navarro-Valls vertelde dat de paus de woorden "Ik denk aan jullie" had uitgesproken, volgens hem waarschijnlijk refererend aan de jongeren die op het Sint-Pietersplein verzameld waren. Dezelfde dag schreef de paus een afscheidsbriefje aan zijn naaste Poolse medewerkers (drie nonnen en twee secretarissen) met de tekst: "Ik ben gelukkig, laten jullie ook gelukkig zijn." Uiteindelijk overleed paus Johannes Paulus II in zijn privéappartement op 2 april om 21:37 uur op de leeftijd van 84 jaar aan de gevolgen van een sepsis en bijbehorende infecties, waardoor zijn nieren en andere vitale organen, waaronder uiteindelijk zijn hart, het lieten afweten. In zijn laatste bericht, aan de jongeren op het Sint-Pietersplein, zei hij: "Ik kwam voor u, nu bent u naar mij gekomen. Ik dank u." Volgens de officiële lezing van het Vaticaan waren zijn laatste woorden, uitgesproken in het Pools: "Laat mij gaan naar het huis van de Vader".[18] Zes uur later kwam na 26 jaar, vijf maanden en zestien dagen een eind aan zijn pontificaat. Johannes Paulus II werd wereldwijd herdacht. In Polen verzamelden rooms-katholieken zich bij de kerk in zijn geboorteplaats. In Nederland overheerste de algemene waardering voor zijn vredebevorderende oproepen het eerdere gevoelen van ergernis over zijn conservatieve denkbeelden op andere terreinen. De Australische eerste minister John Howard zei dat paus Johannes Paulus II een vrijheidsvechter was tegen het communisme. In Brazilië werd een rouwperiode van zeven dagen afgekondigd. In Chili was er een officiële rouwperiode van drie dagen. De Cubaanse leider Fidel Castro kondigde drie dagen van nationale rouw af. In Duitsland en Frankrijk hing de vlag - heel uitzonderlijk - halfstok vanaf openbare gebouwen. Desgevraagd werd vermeld, dat het om een bijzonder mens ging. De vlaggen op het Witte Huis en andere openbare gebouwen in de Verenigde Staten werden halfstok gehangen. President George W. Bush betuigde zijn medeleven en noemde de paus "kampioen van de menselijke vrijheid". Dalai lama Tenzin Gyatso eerde de paus voor het bevorderen van "harmonie en spirituele waarden". En zelfs in het overwegend boeddhistische Thailand gingen de vlaggen halfstok. Bij de begrafenis op 8 april vertegenwoordigde kroonprins Charles zijn moeder koningin Elisabeth II van het Verenigd Koninkrijk, waardoor zijn tweede huwelijk moest worden uitgesteld. De Verenigde Staten stuurden drie presidenten: de zittende en diens twee voorgangers. België werd vertegenwoordigd door koning Albert II en koningin Paola. Vanuit Nederland werd geen staatshoofd gestuurd, dit in schril contrast met voorgaande
    pauselijke overlijdens. Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) was de aanwezigheid van minister-president Jan Peter Balkenende voldoende. Dit regeringsstandpunt leidde in Nederlandse rooms-katholieke kringen tot verontwaardiging en protest. Vooral de roomskatholieke oud-premier Dries van Agt liet zijn afkeuring blijken. Het Vaticaan reageerde na afloop van de eredienst laconiek: "Wij hebben de Nederlandse koningin niet gemist". De begrafenis van Johannes Paulus II wordt een van de grootste rouwplechtigheden van de moderne geschiedenis genoemd, vanwege de honderden aanwezige hoogwaardigheidsbekleders en delegaties, de vele pelgrims in Rome en de wereldwijde aandacht via televisie en radio. Tijdens de begrafenis werd er door sommige pelgrims gevraagd om Johannes Paulus II onmiddellijk heilig te verklaren. Op borden stond "Santo Subito" te lezen. Op 13 mei 2005 werd de procedure gestart zonder de gebruikelijke vijf jaar af te wachten. Als reden daarvoor werden "exceptionele omstandigheden" gegeven, zonder nadere uitleg. Voor een zaligverklaring is een wonder nodig dat toegeschreven kan worden aan de betrokkene, in dit geval dus paus Johannes Paulus II. Voor een heiligverklaring zijn er twee nodig. Op 14 januari 2011 werd bekend dat de Congregatie voor de Heilig- en Zaligsprekingsprocessen door paus Benedictus XVI gemachtigd was om één van de aan Johannes Paulus II toegeschreven wonderen als zodanig te erkennen. Het betrof de wonderbaarlijke genezing van zuster Marie Simon-Pierre Normand, van het 'Institut des Petites Soeurs des Catholiques Maternités', die op voorspraak van de toen net overleden kerkvorst volgens de Kerk genezen is van de ziekte van Parkinson. Vanuit medisch oogpunt is de genezing volgens de Kerk onverklaarbaar en daarmee een wonder. Johannes Paulus II werd mede door dit feit op 1 mei 2011 zalig verklaard. Monseigneur Mauro Parmeggiani liet weten dat nog nooit in de 2000-jarige geschiedenis van het Christendom iemand een snellere procedure had gekregen. Na de zaligverklaring kreeg zijn lichaam een nieuwe plek: het grafmonument werd van een crypteonder de basiliek overgeplaatst naar de Sint-Pietersbasiliek. Op 5 juli 2013 maakte paus Franciscus, de opvolger van Benedictus XVI, bekend dat het tweede wonder van paus Johannes Paulus II door de Kerk erkend is. Op 30 september werd een consistorie gehouden waarop de voorgenomen heiligverklaring besproken werd. Naar aanleiding daarvan werd besloten de heiligverklaring te laten plaatsvinden op 27 april 2014, de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid.] Die dag werd hij door paus Franciscus heilig verklaard, samen met paus Johannes XXIII.

    13-05-2018 om 09:48 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 13 mei

    Stevie Wonder (Saginaw (Michigan), 13 mei 1950), geboren als Steveland Judkins of Steveland Morris, is een Amerikaans zanger , componist en multi-instrumentalist. Op twaalfjarige leeftijd werd deze blinde rhythm-and-blues-, soul-, pop- en funkartiestdoor Motown geïntroduceerd als de nieuwe Ray Charles. In het begin werd zijn carrière vrijwel geheel door de platenbazen bepaald, maar in de jaren zeventig verwierf hij met een nieuw platencontract artistieke vrijheid en nam hij een aantal muziekalbums op die door zowel het publiek als recensenten gunstig werden ontvangen. Hij oogstte succes met onder meer "Higher Ground" en "I Just Called to Say I Love You". Hij heeft meer dan honderd miljoen platen verkocht, won vijfentwintig Grammy Awards en werd in 1989 opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame Wonder werd twee maanden te vroeg geboren en bracht zijn eerste dagen door in een couveuse. Hij kreeg zuurstof omdat hij niet goed ademde door onrijpheid van zijn longen. Dat heeft zijn blindheid veroorzaakt. De ziekte die dit veroorzaakte, wordt prematurenretinopathie genoemd. Een teveel aan zuurstof, die hem in de couveuse werd toegediend, verstoorde de groei van de bloedvaten in zijn ogen. Wonder is het derde kind van Lula Mae Hardaway, die uiteindelijk zes kinderen kreeg. Zijn vader heette Calvin Judkins, maar op Wonders geboorteakte stond de naam Morris vermeld. Door de jaren heen heeft Wonder gebruikgemaakt van verschillende namen: Morris, Judkins en Hardaway. [noot 1] Calvin Judkins was een veteraan van de Tweede Wereldoorlog. Hij had een drankprobleem, sloeg zijn vrouw en zou haar gedwongen hebben tot prostitutie. Hardaway scheidde in het voorjaar van 1953 van Judkins en verhuisde met de kinderen naar Detroit. Op zevenjarige leeftijd speelde Wonder voor het eerst piano. Hij zong in een kerkkoor en leerde zichzelf (chromatische) mondharmonica,drums en basgitaar spelen. Hij maakte vaak muziek met een jeugdvriendje, John Glover. Als "John and Steve" imiteerden ze zangers als Jackie Wilson en Smokey Robinson, die ze op de radio hoorden. Wonder bespeelde daarbij de bongo's en Glover speelde gitaar. Een neef van Glover, Ronnie White, maakte met Robinson deel uit van rhythm-and-bluesgroep The Miracles. Nadat hij Wonders vertolking van het Miracleslied "Lonely Boy" had gehoord, regelde White een auditie bij Hitsville Records (later omgedoopt tot Motown). Brian Holland, destijds werkzaam bij dit platenlabel als scout, was onder de indruk en bracht Wonder in contact met oprichter Berry Gordy. Op elfjarige leeftijd sloot Wonder, geholpen door zijn moeder, met Motown zijn eerste platencontract. Hij volgde lessen aan de Michigan School for the Blind en bracht veel van zijn vrije tijd door in de muziekstudio. In augustus 1962 werd het liedje "I Call It Pretty Music, but the Old People Call It the Blues" als eerste single van Wonder uitgegeven. Enkele maanden later verschenen ook "Little Water Boy" en "Contract on Love" in de winkel. Geen van de singles zorgde voor succes en zijn eerste twee albums, The Jazz Soul of Little Stevie (september 1962) en Tribute to Uncle Ray (oktober 1962), konden evenmin het grote publiek bekoren. In 1963 brak Wonder echter door met het liedje "Fingertips (Part 2)". Deze single, die tijdens een optreden in het Regal-theater in Chicago werd opgenomen, werd op 21 mei 1963 uitgebracht onder de naam Little Stevie Wonder.[noot 2] In "Fingertips" nam Wonder de zangpartijen, bongo's en mondharmonica voor zijn rekening en het drumspel werd verzorgd door Marvin Gaye.De single werd in de Verenigde Staten een nummer één-hit. De mensen achter het Motownlabel vreesden dat het succes van "Fingertips" niet geëvenaard zou worden. Bijna het gehele repertoire van Wonder werd in het begin van de jaren zestig bepaald door de managers en schrijvers van Motown, zoals Holland en Clarence Paul. Tussen september 1963 en augustus 1965 werden zeven singles uitgegeven. De succesvolste hiervan, "Hey Harmonica Man", behaalde de negenentwintigste plek in de Amerikaanse hitlijst.De voor hem geschreven liedjes sloegen niet aan en tot overmaat van ramp kreeg Wonder de baard in de keel. Het probleem met zijn stem werd ondervangen doordat hij zijn nummers in duet ging zingen met Paul.] Sylvia Moy hoorde Wonder een riff spelen en maakte daar in samenwerking met Henry Cosby het liedje "Uptight (Everything's Alright)" van.In november 1965 werd dit lied als single uitgegeven en met een derde plaats in de Amerikaanse hitlijst betekende dit nummer een heropleving van Wonders succes. Met "A Place in the Sun" en een vertolking van het door Bob Dylangeschreven "Blowin' in the Wind" scoorde Stevie Wonder, sinds 1964 zonder de toevoeging "Little nog meer hits.
    In de tweede helft van de jaren zestig schreef Wonder veel van zijn liedjes samen met Cosby en Moy. Hij nam zijn muzikale ideeën met een bandrecorder op, waarna Cosby er verder aan schaafde. Moy hielp met het schrijven van de liedteksten. Wonder vertelde in 1969 in een interview dat het schrijven van hele liedteksten niet aan hem besteed was:
    I usually come up with the idea (...) and the music pattern. And I can't write any lyrics at all. That's just something I can't do. I might come up with a punchline, but as far as the lyrics, I forget that, immediately.
    In 1970 werd het album Signed, Sealed & Delivered uitgegeven. Hierop speelden onder anderen ook Syreeta Wright, met wie hij later dat jaar trouwde, en Lynda Laurence. Tijdens de optredens ter promotie van het album liet hij zich begeleiden door The Third Generation, een achtergrondkoortje bestaande uit Laurence, haar zus Sundray Tuckeren nicht Terri Hendricks. Op de eenentwintigste verjaardag van Wonder liep het door zijn moeder ondertekende contract bij Motown af. Hij hernieuwde het contract aanvankelijk niet en inde een miljoen dollar bij het label. Met dit geld liet hij zijn eigen muziekstudio bouwen en hij schreef zich in bij de University of Southern California.Een maand voor zijn verjaardag verscheen het album Where I'm Coming From. Wonder wilde meer artistieke vrijheid en die bereikte hij in maart 1972 met een nieuw contract bij Motown. Het label mocht zijn platen uitgeven, maar Wonder behield alle rechten op zijn muziek. Where I'm Coming From was al aanmerkelijk beïnvloed door de onderhandelingen tussen Wonder en Motown. Het was het eerste album dat hij volledig zelf produceerde en ook uit de inhoud van de door Wonder gezongen teksten blijkt een grotere onafhankelijkheid. In het nummer "I Wanna Talk to You" zingt hij bijvoorbeeld over racisme, een onderwerp waarover bij Motown niet of nauwelijks werd gezongen. Ook Marvin Gaye, met wie hij in de beginjaren had opgetreden, ontworstelde zich indertijd, met het album What's Going On in 1971, aan het strikte beleid van de platenbazen. Het eerste album dat onder het tweede contract werd uitgegeven was Music of My Mind, in het voorjaar van 1972. De muziek voor deze plaat was al opgenomen tijdens de onderhandelingen. Wonder scheidde van Wright toen het album werd uitgegeven, maar schreef nog wel enkele liedjes van haar debuutalbum. Hij verzorgde in 1972 het voorprogramma van de Rolling Stones en bracht zo zijn muziek nog meer onder de aandacht van het blanke publiek.Wonder werkte voor Music of My Mind voor het eerst samen met het Britse elektronische-muziekduo Malcolm Cecil en Robert Margouleff, ook wel bekend als Tonto's Expanding Head Band ] Deze samenwerking had onder meer tot gevolg dat Wonder veel gebruik ging maken van synthesizers en de talkbox in zijn muziek introduceerde. In het najaar van 1972 bracht Motown het album Talking Book uit. De tournee met de Stones had tot gevolg dat twee van de singles van dit album, het energieke funknummer"Superstition" en het liefdesliedje "You Are the Sunshine of My Life", een succes werden. Beide platen bereikten de hoogste positie in de Amerikaanse hitlijst.Talking Bookis, meer dan de voorgaande albums, een uiting van Wonders persoonlijke gevoelens en opvattingen:
    Here is my music. It is all I have to tell you how I feel. Know that your love keeps my love strong.
    Talking Book werd begin augustus 1973 gevolgd door Innervisions, een conceptalbum waarmee Wonder zijn visies op de maatschappij naar buiten bracht.Met het lied "Too High" waarschuwt hij voor de gevaren van drugs en in "Living for the City" beschrijft hij hoe moeilijk het leven van een
    zwarte man in New York was. Wonder werkte vaak tot diep in de nacht aan het schrijven en opnemen van de muziek. Bij de Grammy Awards in 1974 viel Wonder vier keer in de prijzen. Innervisions werd daarbij geprezen als het beste muziekalbum van 1973. Drie dagen na de uitgave van Innervisions belandde Wonder in een coma ten gevolge van een auto-ongeluk. Op 6 augustus 1973 was hij met zijn neef John Wesley Harris onderweg naar een benefietconcert in North Carolina. Harris, die achter het stuur zat, verloor zijn concentratie en reed in op een semi-dieplader. Wonder raakte bewusteloos en Harris besloot hem met een andere auto naar een ziekenhuis in Winston-Salem te brengen. Toen Wonder na vier dagen bijkwam, kon hij tijdelijk niet meer ruiken en proeven.[26] Op 25 maart 1974 gaf Wonder zijn eerste concert sinds het ongeluk in de Madison Square Garden. Drie dagen later speelde hij met onder anderen John Lennonen Paul McCartney. De opnamen van deze jamsessie werden uitgebracht als bootleg met de titel A Toot and a Snore in '74.[27] Op 25 september 1974 trad Wonder samen met Elton John op in de Boston Garden. John en hij speelden hier een medley van "Superstition" en "Honky Tonk Woman
    In het begin van de jaren zeventig doopte hij zijn achtergrondkoortje om tot Wonderlove, een naam die hij soms ook gebruikte voor zijn solowerk buiten Motown. Het label Epic Records gaf in 1974 het album Perfect Angel van Minnie Riperton uit. Wonder verzorgde hiervoor de arrangementen, speelde mee op enkele liedjes en werd onder de naam El Toro Negro als drummer vermeld. [35] Riperton sloot zich in 1973 bij Wonderlove aan en was op haar beurt te horen op het in juli 1974 uitgegeven album Fulfillingness' First Finale.[29]De liedjes "You Haven't Done Nothin'" en "Boogie on Reggae Woman" werden hiervan als single uitgegeven. In diezelfde periode schreef en produceerde hij grotendeels het album Stevie Wonder Presents: Syreeta van zijn ex-vrouw Syreeta Wright. Op 15 augustus 1975 verlengde Wonder zijn contract met Motown. De nieuwe overeenkomst leverde hem volledige artistieke vrijheid en dertien miljoen dollar op.[36] [37] Wonder werkte in totaal twee jaar lang aan het schrijven en opnemen van het album Songs in the Key of Life, dat vaak gezien wordt als het laatste album uit zijn klassieke periode en als zijn magnum opus.[38] Hij schreef in het najaar van 1975 ongeveer tweehonderd liedjes, waardoor de uitgave van Songs in the Key of Life telkens moest worden uitgesteld.[36]
    There were times when he'd stay in the studio 48 hours straight. You couldn't even get the cat to stop and eat!
    Bij de uitreiking van de Grammy Awards in 1975 bedankte Paul Simon, die dat jaar de prijs voor het beste album won met Still Crazy After All These Years, Wonder voor het feit dat hij dat jaar geen album had gemaakt. Op Songs in the Key of Life staat "Contusion" (Engels voor kneuzing), het enige liedje waarin Wonder verwijst naar het auto-ongeluk. Het stond dertien weken op de nummer één-positie in de Amerikaanse albumlijst en in 1976 werd ook dit album bekroond met een Grammy Awar In de periode van 1976 tot 1979 nam Wonder niets op en werd enkel het verzamelalbum Looking Back uitgegeven. Hij bracht in 1977 een bezoek aan Fela Kuti in Nigeria om met hem te spelen in zijn thuisstudio, de Kalakuta Republic. In 1979 werd Journey Through The Secret Life of Plants uitgebracht, met filmmuziek voor The Secret Life of Plants. Deze door Walon Green geregisseerde natuurdocumentaire toonde met behulp van time-lapse-fotografie de groei en ontwikkeling van planten. Wonder schreef hiervoor grotendeels instrumentele newagemuziek aan de hand van gedetailleerde beschrijvingen door producent Michael Braun en geluidstechnicus Gary Olazabal.
    De muziek op zijn twintigste studioalbum, Hotter than July (1980), kende invloeden uit de reggae en rap. Met een tweede plaats in de Britse hitlijst was dit zijn succesvolste album in het Verenigd Koninkrijk. Verder kwam er in 1982 een medley uit van Stars on 45 met hits uit zijn repertoire, Stars on Stevie, die in allerlei landen in de hitparades terechtkwam. Hoewel hij wel veel bleef optreden, nam hij in deze periode een stuk minder op dan in het vorige decennium. In de eerste helft van de jaren tachtig gaf Tamla/Motown een reeks singles uit van Wonder, waaronder "Master Blaster (Jammin')", "That Girl", "Ebony & Ivory" (met Paul McCartney) en "I Just Called to Say I Love You". In 1982 werd de compilatie Stevie Wonder's Original Musiquarium I uitgegeven. Het liedje "I Just Called to Say I Love You", dat deel uitmaakte van de soundtrack van The Woman in Red, leverde Wonder in 1985 een Oscar en Grammy Award op. In dat jaar werkte hij mee aan "We Are the World" van USA for Africa. Wonder werkte bijna vijf jaar aan het album In Square Circle (1985). Het liedje "Part-Time Lover" werd hiervan als single uitgebracht en bereikte de eerste plaats in de Amerikaanse hitlijst. In hetzelfde jaar werkte hij samen met Dionne Warwick aan een vertolking van het Burt Bacharachnummer "That's What Friends are For", die eveneens een Amerikaanse nummer één-hit werd. Daarnaast nam Wonder aan het eind van de jaren tachtig de singles "Get It" (met Michael Jackson) en "My Love" (met Julio Iglesias) op. In 1989 werd Wonder opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. Wonder nam met Whitney Houston het liedje "We Didn't Know" op. Het staat op Houstons album I'm Your Baby Tonight en in 1992 werd het ook als single uitgegeven. Wonder en Houston traden in The Arsenio Hall Show op met "We Didn't Know" en "Superstition". Het album Conversation Peace uit 1995 was in commercieel opzicht teleurstellend, maar leverde Wonder wel twee Grammy Awards op voor de single "For Your Love In het kader van de door American Express gesponsorde Charge Against Hunger/Natural Wonder Tour trad hij in elf Amerikaanse steden op. Een cover van Wonders compositie "Pastime Paradise" (van het album Songs in the Key of Life) door rapper Coolio, getiteld "Gangsta's Paradise", werd in het najaar van 1995 een nummer één-hit in vijftien landen, waaronder Nederland, België en het Verenigd Koninkrijk. Een jaar later zong Wonder samen met urbanpopartiest Babyface over huiselijk geweld op de single "How Come, How Long". Hierop volgde een periode van bijna tien jaar waarin hij niets opnam en ook niet meer optrad. In 2005 keerde hij terug met het album A Time to Love, waarop hij onder meer met Prince en Paul McCartney speelt. Op 2 juli 2005 trad hij op Live 8 op met de liedjes "Higher Ground" en "Master Blaster (Jammin')". In 2007 toerde hij voor het eerst weer rond, en wel met de tournee A Wonder Summer's Night. Na Jacksons overlijden bracht Wonder bij diens rouwdienst op 7 juli 2009 de liedjes "Never Dreamed You'd Leave in Summer" en "They Won't Go When I Go" ten gehore.[ Op 29 oktober 2009 trad hij met onder anderen Sting (als bassist), Jeff Beck en John Legend op ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan van de Rock and Roll Hall of Fame.In oktober 2011 werd bekend dat muziek van Wonder te spelen zal zijn in het derde deel van het videospel Rock Band.] Wonder nam voor het in november 2013 uitgegeven album Loved Me Back to Life van Céline Dion met haar opnieuw het liedje "Overjoyed" op. In januari 2014 trad Wonder met Daft Punk, Pharrell Williams en Nile Rodgers op tijdens de uitreiking van de 56e Grammy Awards. Naast zijn muzikale loopbaan is Wonder een fervent activist. In de jaren zeventig gaf hij in zijn muziek voor het eerst uiting aan zijn morele en politieke standpunten. De liedjes "Living for the City" (van Innervisions) en "Black Man" (van Songs in the Key of Life) schetsen bijvoorbeeld een maatschappij waarin gekleurde mensen minder rechten krijgen. In de jaren tachtig liet hij zich nog meer kennen als politiek activist. Op 14 februari 1985 nam Wonder deel aan een protest tegen apartheid, waarbij hij gearresteerd werd, de single "Happy Birthday" hoorde bij een campagne voor de verwezenlijking van de Martin Luther Kingdag en hij was betrokken bij de Rainbow Coalition van Jesse Jackson. Zijn Oscar voor "I Just Called to Say I Love You" in 1985 droeg Wonder op aan Nelson Mandela, waardoor zijn muziek tijdelijk niet meer op Zuid-Afrikaanse radiostations gedraaid werd.Wonder heeft zich onder meer verzet tegen racisme,alcoholmisbruik en rijden onder invloed. Hij protesteerde op 6 juni 1982 met Bob
    Dylan en Jackson Brownetegen kernenergie en geweld op Peace Sunday in Pasadena (Californië). Hij zamelt geld in voor verstandelijk gehandicapte en blinde kinderen via zijn Wonder Foundation, en zette zich in voor de bewustwording van (de gevaren van) aids. Zo nam hij in de jaren tachtig met Gladys Knight, Dionne Warwick en Elton John een cover op van That's What Friends Are For voor amfAR, een Amerikaanse non-profitorgansiatie die onderzoek doet naar ai Op 14 september 1970 trouwde Wonder met Syreeta Wright. De twee werkten op muzikaal vlak samen, ook na hun scheiding in 1972. Wright overleed op 6 juli 2004. In de jaren zeventig had hij een relatie met Yolanda Simmons. De geboorte van hun eerste kind, Aisha Zakia (Swahili voor 'kracht' en 'intelligentie'), in april 1975 inspireerde hem tot het schrijven van "Isn't She Lovely?".] In dit liedje is Aisha te horen. Dertig jaar later, op het album A Time to Love, zingt Aisha Morris op enkele liedjes mee. Op 16 april 1977 werd hun tweede kind geboren. Wonder woonde van 1996 tot 2000 samen met kledingassistente Angela McAfee en trouwde in 2001 met modeontwerpster Karen Millard, die werkzaam is onder de naam Kai Milla. Haar zoon uit een vorig huwelijk werd vervolgens door Wonder geadopteerd. Wonder en Millard kregen samen twee kinderen. In 2012 vroeg Wonder een echtscheiding aan. In de zomer van 2017 trouwde Stevie Wonder met de 25 jaar jongere Tomeeka Robyn Bracy met wie hij in december 2014 dochter Nia kreeg







    13-05-2018 om 09:46 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 13 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ricardo Esteban 'Richard' Valenzuela Reyes, beter bekend als Ritchie Valens (Pacoima, 13 mei 1941 - bij Clear Lake (Iowa), 3 februari 1959) was een Amerikaans rock-'n-roll-zanger, songwriter en gitarist die reeds aan het begin van zijn carrière om het leven kwam in een vliegtuigongeluk, samen met collega-rockers Buddy Holly en The Big Bopper.[1] De sterfdag van deze drie is bekend geworden als The day the music died. Ritchie Valens werd geboren in het Californische Pacoima, een district van Los Angeles, uit ouders van Mexicaanse origine. Hij groeide op met de typisch Mexicaanse mariachimuziek, maar ontdekte al snel de Spaanse flamenco en de zwarte blues en R&B. Later kwam daar de toen alomtegenwoordige rock-'n-roll bij. Ritchie leerde gitaar en trompet spelen en werd autodidactisch drummer. Op zijn zestiende werd hij gitarist bij het lokale rockbandje The Silhouettes. In 1958, op 17-jarige leeftijd, kreeg hij zijn eerste platencontract aangeboden bij Del-Fi Records. Al snel bracht hij twee singles uit, Come On, Let's Go en Donna. Voor de B-kant van die laatste single bracht Valens een gitaarrockversie van het oude Mexicaanse volksliedje La Bamba, wat hem uiteindelijk zijn bekendste nummer zou opleveren. Deze vernieuwende stijl met Latijns-Amerikaanse invloeden werd Chicano rock gedoopt. Later zou deze muziek van grote invloed zijn op onder meer Carlos Santana. Ritchie Valens vergaarde al snel beroemdheid en mocht optreden over heel de Verenigde Staten, onder meer met zijn grote voorbeelden Buddy Holly, Paul Anka, Chuck Berry, Bo Diddley, The Everly Brothers, Duane Eddy, Eddie Cochran en Jackie Wilson. In de winter van 1959 toerde Valens met Buddy Holly en The Big Bopper door het Middenwesten van de VS. Na het optreden in Clear Lake, Iowa, op 2 februari 1959, vlogen de drie artiesten met een vliegtuigje dat Holly gecharterd had naar Fargo, North Dakota, de volgende stopplaats van de tournee. Het vliegtuigje belandde echter in een sneeuwstorm en stortte neer, waarbij alle inzittenden stierven. 3 februari 1959 ging de geschiedenis in als The Day the Music Died, een term die zanger Don McLean jaren later verzon voor zijn nummer American Pie, waarin hij hulde bracht aan de overleden rockgrootheden. In 1987 kwam de film La Bamba uit, die het levensverhaal van Ritchie Valens vertelde. De regie was in handen van Luis Valdezen Valens werd gestalte gegeven door de acteur Lou Diamond Phillips. De titelsong werd uitgevoerd door de groep Los Lobos, wat hen ook internationaal succes opleverde. Hij werd opgenomen in de Hollywood Walk of Fame,de Rock and Roll Hall of Fame en Rockabilly Hall of Fame.

    13-05-2018 om 09:44 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 13 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Johnny Logan (Frankston, Victoria (Australië), 13 mei 1954) is een Iers zanger en liedjesschrijver. Zijn werkelijke naam luidt Seán Patrick Michael Sherrard. Zijn vader was een bekende Ierse tenor, Patrick O'Hagan, die drie keer optrad in het Witte Huis. Johnny Logan won tweemaal het Eurovisiesongfestival voor Ierland. De eerste keer was dat in Nederland in 1980 met What's another year, gecomponeerd door Shay Healy. De tweede keer was dat in België in 1987 met Hold me now, dat Logan zelf schreef. Naast Hold me now schreef Logan nog twee nummers voor het songfestival die uitgevoerd werden door Linda Martin. Zij behaalde in 1984 met het nummer Terminal 3 een tweede plaats en won het festival in 1992 met Why me?. Johnny Logan is vooral populair in Duitsland, Nederland en Denemarken, waar hij bekend is als Mister Eurovision. In 2006 zetelde hij in de Belgische voorronde van het songfestival. In zijn thuisland weigerde hij in de jury te zitten, maar aangezien hij in België zijn tweede overwinning behaalde vond hij dat hij het dit land niet kon weigeren. Hier raakte hij onder de indruk van de Leuvense zanger Kaye Styles en zijn nummer Profile. Samen brachten Logan en Styles in 2006 de hit Don't Cry uit, een r&b-versie van het nummer Hold Me Now. Hij was ook te gast bij Toppers In Concert 2009. In 2010 nam Logan plaats in de jury van de Nederlandse voorronde van het songfestival, die uiteindelijk door Sieneke werd gewonnen

    13-05-2018 om 09:43 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 13 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Imca Marina (artiestennaam van Hendrikje Imca Bijl) (Zuidbroek, 13 mei 1941) is een Nederlandse zangeres. De artiestennaam Imca Marina wordt gevormd door haar tweede voornaam (Imca) en de tweede voornaam van haar moeder (Marina). Imca Marina's loopbaan als zangeres begon bij het zangkoor de Damster Wichter in Appingedam. In 1959 kreeg zij haar eerste platencontract. Vooral in de jaren 60 en 70 scoorde zij hits, waaronder Viva España en Harlekino. In de jaren die volgden nam het succes af, maar bleef zij een graag geziene gast in het Nederlandse schnabbelcircuit. Imca Marina is behalve zangeres ook buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand. Zij voltrekt huwelijken, zowel in haar trouwkapel te Midwolda als door het hele land. Zij dreef in Midwolda ook een aanvankelijk goedlopende brasserie die gericht was op toeristen en deelnemers aan het project Blauwestad, maar door de kredietcrisis ging die in 2010 failliet. In juli 2009 werd bekend dat Marina en haar Engelse partner Stephen Porter (Steven) na dertien jaar uit elkaar gaan]. Uit een eerder huwelijk heeft ze een zoon, Floris. In 2008 werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau Tijdens een vakantie in Antalya in maart 2014 kreeg Marina een hartaanval.

    13-05-2018 om 09:41 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    12-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug mei 12
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    IJsheiligen is de naam voor een aantal katholieke heiligen, van wie de naamdagen vallen in de periode van 11 tot en met 15 mei. Volgens de volksweerkunde zijn dit de laatste dagen in het (voor)jaar waarop nog nachtvorst kan optreden. De volgende heiligen worden tot de ijsheiligen gerekend: Mamertus (11 mei) Pancratius (12 mei) Servatius van Maastricht (13 mei) Bonifatius van Tarsus (14 mei) De naamdagen van de genoemde ijsheiligen vormen een periode in mei die wordt gezien als de overgang van weer met mogelijk nachtvorst naar meer zomers getint weer. Het is niet uitgesloten dat er na half mei nog nachtvorst optreedt, maar die kans is heel klein. IJsheiligen is een van de oudste en wellicht bekendste begrippen uit de volksweerkunde. De eerste berichten over deze "strenge heren" dateren van rond het jaar 1000. De naam IJsheiligen komt van de naamdagen van vier heiligen die hierboven genoemd zijn. Drie is het heilig getal en daarom rekent men in de meeste landen maar drie tot de IJsheiligen. In sommige landen wordt St. Mamertus niet meegeteld, in andere landen hoort St. Bonifatius er niet bij. Deze heilige is niet de bekende Bonifatius, (bijgenaamd de Apostel van Duitsland), die in 754 in de buurt van Dokkum werd gedood, want die heeft zijn feestdag op 5 juni. Zijn naamgenoot, de IJsheilige Bonifatius, was een Romeinsburger die in 307 de marteldood stierf tijdens de christenvervolgingen onder keizer Diocletianus. Sommige landen, waaronder Duitsland, Hongarije en Zwitserland, rekenden in het verleden ook 15 mei (ook wel aangeduid als koude Sophie) nog tot de IJsheiligen. Dat gebruik dateert uit de 11e eeuw, toen zij beschermvrouwe tegen de nachtvorst was. In het Alpengebied werden indertijd op die dagen vuren ontstoken ter bescherming tegen de vorst. In Duitsland gebruikt men nog de uitdrukking "Pflanze nie vor der kalten Sophie", waarmee bedoeld wordt dat men nooit spullen moet poten vóór 15 mei (de naamdag van de heilige). De ijsheiligen ontlenen hun benaming aan het gevaar van koud voorjaarsweer voor het gewas, dat in deze tijd in volle bloei staat. Een late vorstnacht kan in deze periode veel schade aanrichten. Het is echter niet zo dat tijdens de ijsheiligen de kans op een overgang naar koud weer groter is dan op andere dagen in het voorjaar. Abrupte temperatuurveranderingen, die onder andere het gevolg zijn van het nog relatief koude zeewater, zijn kenmerkend voor dit hele jaargetijde en kunnen ook in juni nog voorkomen. Wel neemt na half mei de kans op vorst sterk af en aan het eind van deze maand zijn temperaturen onder nul heel uitzonderlijk. In dat opzicht markeren de ijsheiligen meestal de overgang naar een periode met een meer zomers karakter, maar in 1998 begon de zomer al eerder en ontstond het karakteristieke IJsheiligenweer met vorst aan de grond in de tweede helft van mei. De IJsheiligen houden zich in Nederland echter lang niet altijd aan hun data: In 2006 kwam in de nacht van 2 op 3 juni nachtvorst voor, in 2008 in de nacht van 23 op 24 juni en in 2013 zelfs in de nacht van 25 op 26 juni.
    In Hongarije vallen de drie ijsheiligen op Pongrác: 12 mei, Szervác: 13 mei en Bonifác: 14 mei. De laatste van de ijsheiligen valt op Orbán: 25 mei. Naar verluidt, zal de wijnzuur zijn als het dan regent, maar als het helder weer is wordt de wijn zoet.

    12-05-2018 om 09:07 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    11-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 11 mei

    Salvador Domingo Felipe Jacinto Dalí i Domènech, markies de Dalí de Pubol (Figueres, 11 mei 1904 – aldaar, 23 januari 1989 ) was een wereldberoemd Spaans kunstschilder. Dalí werd geboren in Figueres, een klein stadje aan de voet van de Pyreneeën, zo'n 25 kilometer van de Franse grens, in Catalonië (Spanje) op 11 mei 1904. Hij had een zus, Anna Maria (1908-1989), die in 1949 een boek over haar broer schreef. Salvadors oudere broer, die ook Salvador heette, werd op 12 oktober 1901 geboren, maar overleed op 1 augustus 1903, negen maanden voor de geboorte van Salvador. Zijn eerste tekenonderwijs kreeg Dalí op tienjarige leeftijd van een vriend van zijn vader, de impressionistische kunstschilder Ramón Pichet (1872-1925). Zijn eerste tentoonstelling vond in 1918 plaats in het stadstheater van Figueres. In zijn jonge jaren was Dalí geïnteresseerd in kunstschilders als El Greco, Francisco Goya, Michelangelo en Diego Velázquez. Hij richtte zijn aandacht in die tijd op het impressionisme en het kubisme. Salvador Dalí studeerde in Madrid van 1921 tot 1924. Al in die tijd was hij, waarschijnlijk om de aandacht op zich te richten, een excentriek figuur. In 1926 ging hij naar Parijs. Daar leerde hij Pablo Picasso en André Breton kennen. In 1929 werd hij verwelkomd door Breton en sloot hij zich aan bij het surrealisme. Hij werkte er samen met onder anderen de cineast Luis Buñuel. In augustus 1929 bezochten Gala, haar echtgenoot Paul Éluard en enkele vrienden Dalí in Portlligat, vlakbij Cadaqués. Het was liefde op het eerste gezicht voor Dalí en Gala. Gala scheidde daarna van Éluard en huwde in 1934 voor de wet met Dalí. De Spaanse Republiek stond echtscheiding voor het eerst toe, en kende voor het eerst ook een burgerlijk huwelijk. Pas in 1958 werd hun kerkelijk huwelijk te Montrejic ingezegend, na de dood van Paul Éluard. Het gerucht ging dat Dalí een fobie voor vrouwelijke genitaliën bezat. Nog voordat Dalí en Gala elkaar ontmoetten had hij een zeer innige vriendschap met de homoseksuele poëet Federico García Lorca, die tweemaal vergeefs seksueel contact zocht met Dalí. Hun vriendschapsband eindigde echter nadat de film Un chien andalou van Luis Buñuel en Dalí uitkwam. García Lorca beschouwde deze film als een persoonlijke aanval op hem. In 1936 was het commentaar van Dalí op de dood van García Lorca in een nationalistische gevangenis: "Lorca is gestorven op een manier die bij hem past. In de zomer 1940 vestigde hij zich in de Verenigde Staten na een vlucht uit Frankrijk dat door het Duitse Rijk werd bezet, waar hij 15 jaar zou wonen. In 1955 keerde hij terug naar Spanje. Deze periode staat bekend als zijn "klassieke" periode. Hierin uitte hij zijn gedachten over de wetenschappen en zijn diepe katholieke geloof. In deze tijd maakte Dalí een serie van 18 grote schilderijen. Ook maakte hij enkele kunstjuwelen. Na de Tweede Wereldoorlog keerde hij met Gala uit zijn zelfverkozen ballingschap terug naar Europa; eerst in Portugal, later in Italië. In 1948 begon Salvador Dalí in Rome een samenwerking met de Italiaanse film- en theaterregisseur Luchino Visconti om een voorstelling van William Shakespeare's pastorale komedie As You Like It te arrangeren. Dalí ontwierp hiervoor de decors en kostuums. Hij had voor de oorlog de opstand van Francisco Franco en andere officieren gesteund, die leidde tot de Spaanse Burgeroorlog, hoewel Dalí Spanje lange tijd niet zou bezoeken, en feliciteerde met andere kunstenaars de generalissimo bij de overwinning van de
    Spaanse nationalisten in 1939] In New York bad hij in de Sint-Patrickkathedraal in de jaren 40 herhaaldelijk publiekelijk voor de Caudillo en diens Spaanse staat. In de VS werkte Dalí jarenlang als adviseur en tekenaar voor de beroemde Walt Disney. Dalí werd later als aanhanger van de alfonsistische monarchisten – zelf noemde hij zich anarcho-monarchist[3] – door de Spaanse koning Juan Carlos in de adelstand verheven. Hij en Gala werden markies en markiezin de Dalí de Pubol. Eerder werd hij al opgenomen in de Orde van Isabella de Katholieke. De adellijke titel verdween met Dalí in het graf, aangezien van hem geen kinderen bekend waren. In 1981 werd hij met de Medalla d'Or de la Generalitat de Catalunya, de hoogste Catalaanse onderscheiding, gedecoreerd. Dalí stond ook bekend om zijn snor, die dun en langwerpig was. Als antennes wezen beide snorpunten omhoog of waren gekruld. Dalí beweerde dat hij via zijn snorharen inspiratie uit de kosmos ontving. Zijn snor was geïnspireerd op die van een andere wereldberoemde Spaanse schilder, Diego Velázquez.[4] In 1982 overleed zijn vrouw en levenslange muze Elena Djakonova, 89 jaar oud. Op 23 januari 1989 overleed Dalí aan een hartstilstand in de Galatea-toren van het Dalí Theatermuseum in Figueres, waar hij de laatste jaren van zijn leven woonde. Hij werd hier begraven in een crypte onder het podium In zijn vroege periode maakte Dalí hoofdzakelijk werken met als onderwerp het landschap in de omgeving van Figueres en het vissersplaatsje Cadaqués. Hij werd geïmponeerd door het grillige, bijna buitenaardse landschap van Cap de Creus, het meest oostelijke puntje van het Iberisch Schiereiland waar hij graag kwam. Zijn vroegste werken tonen al zijn verwantschap met het impressionisme en kubisme. Deze periode wordt gekarakteriseerd door heftig experimenteren. De doeken hebben vaak verschillende texturen, gemaakt met verscheidene verfkunstharsen en een collage van grof zand en grind van dichtbijgelegen stranden. Dalí nam hierin ook stenen, kurk en andere materialen op, en werkte later met verschillende soorten hars, wat later de benaming 'plastic' heeft gekregen. De surrealisten geloofden dat logica alleen niet voldeed, dus wendden zij zich tot het onderbewuste en dromen in een poging de grenzen van de rede te overschrijden. De surrealisten werden beïnvloed door de ideeën van Sigmund Freud en Dalí begon zijn eigen angsten en fantasieën te verkennen en legde deze door symbolische beelden op doek vast in een ultrarealistische, fotografische stijl. Hij verwees naar deze schilderijen als 'handgeschilderde droomfoto's'. In 1941 gaf Dalí zijn surrealistische stijl op voor een meer universele artistieke verklaring. Zijn interesse ging van persoonlijke obsessie over op universele thema's en hij raakte gefascineerd door religie en moderne wetenschap. Dalí keek terug om inspiratie te halen uit de klassieke en renaissancistische kunst. Deze inspiratie deelde hij met Arno Breker, de Duitse beeldhouwer die hij al vanaf zijn Parijse tijd kende en bewonderde. Ook keek hij vooruit naar de wetenschappelijke ontdekkingen van zijn eigen tijd. In 1969 ontwierp Dalí het logo van het lollymerk Chupa Chups. Dalí heeft een blijvende indruk nagelaten op Freud, die hierover schrijft aan Stefan Zweig (Freud and the Humanities, ed. By Poregrine Horden, Duckworth 1985, p 115,
    voetnoten 7 en 8). Door Dalí zou Freuds mening over het surrealisme in positieve zin veranderd zijn. In 1929 maakte Salvador Dalí samen met Luis Buñuel de surrealistische film Un chien andalou. In 1945 verscheen Alfred HitchcocksSpellbound, waarvoor hij de "droomscène" ontwierp. In 1946 werkte Dalí met Walt Disney samen aan een korte animatiefilm die Destino zou heten. Het project werd destijds niet afgewerkt, maar in 2003 werkte de studio het alsnog af. Het is terug te vinden als bonusfilmpje op de dvd van Disney's Fantasia. Dalí's bekendste schilderijen ontstonden begin jaren dertig: De volharding der herinnering, 1931 Brandende giraffe, 1935 Hij beschreef zijn schilderijen als geschilderde droomfoto's, omdat de zeer realistisch geschilderde objecten vaak in geen enkel verband met elkaar lijken te staan. Ook was hij een meester in de techniek van het trompe-l'oeil (gezichtsbedrog) en het spel met perspectief. De volharding der herinnering, 1931 De hallucinogene toreador, 1970 Aankondiging van de Burgeroorlog, 1936 Birth of Liquid Desires, 1931–32, olieverf en collage op linnen, 96,1 × 112,3 cm De Christus van de Heilige Johannes van het kruis, 1951 olieverf 205 × 116 cm Het uiteenvallen van de volharding der herinnering, 1954 Wood and glass, 32,3 × 42,5 × 31,1 cm Portret van Gala, 1935. olieverf op hout, 32 × 27 cm [5] Lobster telephone, 1936 Galarina and Dream Caused by the Flight of a Bumblebee around a Pomegranate a Second Before Awakening, 1944 Betoverend strand met de drie vloeibare Gratiën, 1938, olieverf op doek, 66 × 80 cm. Salvador Dalí Museum in Sint-Petersburg The station of Perpignan, 1965 La Toile Daligram, 1972 Weke constructie met gekookte bonen, voorgevoel van burgeroorlog, 1936, olieverf op linnen, 101 × 101 cm, Museum of Modern Art De verzoeking van de Heilige Antonius, 1946, olieverf op doek, 89,7 × 119,5 cm Dalí's werken zijn onder andere ondergebracht in de Dalí Foundation, dat bestaat uit drie Spaanse Dalí musea in Figueres, Púbol en Port Lligat in Spanje. Op 23 september 1974 werd in Dalí's geboorteplaats Figueres het Teatro Museo Dalí geopend. Zowel eigen werken als werken van kunstenaars die Dalí bewonderde, zijn hier te zien. Dalí maakte niet alleen schilderijen maar ontwierp onder andere ook sieraden en parfumflesjes. Veel van Dalí's werk bevindt zich in de Verenigde Staten. Zijn werk is te zien in diverse musea. De grootste collectie werken bevindt zich in het Salvador Dalí Museum in Florida. Daarnaast zijn er werken te zien in het Guggenheim Museum, Metropolitan Museum of Art, het Museum of Modern Art in New York en het Minneapolis Institute of
    Artsin Minnesota. Ook in de National Galleries of Scotland in Edinburgh en in het museum Tate Modern in Londen zijn enkele werken terug te vinden. In Frankrijk (Parijs/Montmartre) is een aan Dali gewijd museum. In Spanje in het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía en het Museo Thyssen-Bornemisza in Madrid. In Nederland heeft het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam werk van Dalí in de collectie. In Italië bevinden zich werken in het Peggy Guggenheim Collection in Venetië. In België is er een permanente tentoonstelling rond Salvador Dalí in de Museum-Gallery Xpo: Salvador Dalí in Brugge. In Duitsland, meer bepaald het Ludwig Museum te Keulen, bevinden zich ook verschillende werken van Dalí, waaronder het bekende schilderij "Het station van Perpignan". In 2009 waren er plannen om ook het geboortehuis van Dalí tot museum om te vormen. "Wie wil niet liever door geluk dommer worden dan wijzer door schade?" "Ik ben de clown niet, dat is deze op monsterlijke manier cynische en onbewust naïeve maatschappij die het spel van de ernst speelt om haar idiotie beter te verhullen." "Ik geloof dat ik in wat ik schep een echt middelmatig schilder ben, wat ik als echt geniaal beschouw, is mijn visioen, niet datgene wat ik precies realiseer." "Het enige verschil tussen een gek en Dalí is heel simpel: Dalí is helemaal niet gek', een "vertaling" van: 'The only difference between one crazy man and Dalí is very simple: Dalí is not crazy at all'. "Toen ik zes jaar oud was, wilde ik kok worden. Toen ik zeven jaar oud was, wilde ik Napoleon worden. Sindsdien is mijn ambitie in hetzelfde tempo blijven groeien." "Iedere morgen wanneer ik wakker word, is mijn grootste vreugde: dat ik Salvador Dalí ben." "Wanneer je voor genie speelt, dan word je er een." Dalí publiceerde in 1967 het boek Mijn leven als genie. Op 20 juli 2017 werd het lichaam van Dalí opgegraven voor een DNA-test. De test moest duidelijk maken of María Pilar Abel Martínez een dochter van hem was. De opgraving werd in juni door de rechtbank verordonneerd. Bij de opgraving bleek dat zijn snor nog steeds ongeschonden was, in de vorm van de wijzers van een klok die de tijd van tien over tien aangaven. Voor de opgraving werd een betonblok van 1,5 ton verwijderd, evenals een zinken deksel die de grafkist bedekte. Het hoofd lag onder een zijden zakdoek. Aangezien het lichaam gebalsemd was, moest er een elektrische zaag aan te pas komen om twee lange botten te verwijderen. Ook werden monsters genomen van het hoofdhaar en van nagels. De kist bleef een uur en twintig minuten geopend.] Pilar Abel bleek niet zijn dochter te zijn.[8] In de nacht van 15 op 16 maart 2018 werden zijn overblijfselen weer teruggeplaatst.







    11-05-2018 om 09:15 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 11 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Dorothea Margaretha (Teddy) Scholten-van Zwieteren (Rijswijk, 11 mei 1926 - aldaar, 8 april 2010) was een Nederlands zangeres en presentatrice. Ze won in 1959 het Eurovisiesongfestival met het lied 'n Beetje. Teddy van Zwieteren was de dochter van een amateurtoneelspeler en -regisseur, die de Haagse toneelvereniging 'Odia' oprichtte. Hij inspireerde haar om ook te gaan toneelspelen. Na haar middelbareschoolopleiding op het Rooms-katholiek Meisjes Lyceum in Den Haag (het tegenwoordige Internationaal College Edith Stein) speelde ze een kleine rol in een show van Toon Hermans. Op 27 maart 1944 ontmoette Van Zwieteren de zanger Henk Scholten, die in die tijd optrad in een duo met Albert Van 't Zelfde onder de naam Scholten & Van 't Zelfde. Ze verloofden zich in 1945 en trouwden op 22 augustus 1947. Henk Scholten overleed op 17 juni 1983 te Rijswijk. Teddy overleed zevenentwintig jaar later op 83-jarige leeftijd eveneens in Rijswijk. Op 12 april 2010 werd ze in besloten kring gecremeerd. Teddy Scholten trad op in het radioprogramma De bonte dinsdagavondtrein van de AVRO met liedjes die door Henk Scholten waren geschreven. Van 1955 tot 1960 trad ze op als “gastvedette” in het televisieprogramma De Snip en Snap Revue van de AVRO. In 1959 werd ze door de NTS gevraagd om mee te doen aan het Nationaal Songfestival 1959. Daar zong ze twee liedjes, De regen en 'n Beetje. Met het tweede, een compositie van Dick Schallies op tekst van Willy van Hemert (dirigent Dolf van der Linden) behaalde Scholten uiteindelijk de eerste plaats op het Eurovisiesongfestival 1959 in Cannes.
    'n Beetje, verliefd was je wel meer, meneer, dat weet je. Je hart kwam wel eens meer op een ideetje. Dat speet je, maar ach weet je, soms vergeet je wel een beetje gauw je eedje van trouw.[7]
    Ze nam het nummer vervolgens ook op in het Frans (Un p'tit peu), Duits (Sei ehrlich), Italiaans (Un poco) en Zweeds (Om våren). In 1960 stond Teddy Scholten samen met Willy Alberti, Corry Brokken, Rita Reys en Ton van Duinhoven in de finale van het Knokke-festival.] Na haar overwinning op het Eurovisiesongfestival kregen Teddy en Henk Scholten een eigen tv-show bij de KRO, Zaterdagavondakkoorden. In 1963 presenteerde ze het KRO-programma Kiekeboe, het eerste Nederlandse candid camera-programma. In 1965 en 1966 presenteerde Teddy Scholten zélf het Nationaal Songfestival, in Theater Concordia te Bussum, resp. Tivoli te Utrecht.] Halverwege de jaren 70 stopte Scholten met zingen. Van 1974 tot 1986 werkte ze als public-relationsfunctionarisvan het hoofdbestuur van het Nederlandse Rode Kruis. [11] Vanaf 1960 was Teddy Scholten de stem geweest voor het radioprogramma: Dutch Light Music welke voor Radio Nederland (de latere Wereldomroep) werd opgenomen en uitgezonden voor Engelstalige landen. Voor het programma nam zij tot eind jaren 60 deze programma's op

    11-05-2018 om 09:13 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 11 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Eric Victor Burdon (Walker-on-Tyne, Northumberland, 11 mei 1941) is een Engelse zanger. Hij is vooral bekend als zanger van The Animals, een in Newcastle upon Tyne opgerichte rockband, als zanger van de funkrock-band War en van zijn agressieve podiumoptredens. Zijn krachtige rauwe stem is befaamd. Hij is in het blad Rolling Stone als 57ste geplaatst op de lijst met de grootste zangers aller tijden. Burdon was de leadzanger van de Britse band The Animals. In 1958 had Alan Price The Alan Price Combo opgericht.[2] Kort nadat Burdon zich in 1962 had aangesloten bij die band, werd de naam veranderd in The Animals. De groep combineerde blues met rock. In de Verenigde Staten waren zij een van de toonaangevende bands van de British Invasion. Naast Burdon als zanger en Price op elektronisch orgel bestond de band uit Hilton Valentine op gitaar, Chas Chandler op basgitaar en John Steel op drums. De groep maakte een paar grote hits, zoals The House of the Rising Sun, Don't Let Me Be Misunderstood en Bring It on Home to Me. Alan Price verliet de groep in de zomer van 1965 na onenigheid met vooral Eric Burdon en werd vervangen door Dave Rowberry. Het had geen gevolgen voor de populariteit van de groep. Ook We Gotta Get out of This Place en It’s My Life werden hits. Begin 1966 vertrok John Steel. Hij werd opgevolgd door Barry Jenkins. De groep stapte ook over naar een ander platenlabel: van Columbia naar Decca. De grootste hit van de groep in deze samenstelling was Don't Bring Me Down. In september 1966 vielen The Animals uit elkaar. Eric Burdon ging verder met een nieuwe band als Eric Burdon and The Animals, met als uitvalsbasis Californië in de VS. Alleen de drummer Barry Jenkins ging met hem mee. Ook met deze groep bleek Burdon te kunnen scoren; de grootste hits waren San Franciscan Nights (waarmee hij aanhaakte bij de hippiecultuur) en Sky Pilot. In februari 1969 viel ook deze groep uit elkaar. Toen Burdon in 1969 in San Francisco woonde, ontmoette hij de Deense mondharmonicaspeler Lee Oskar. Samen sloten ze zich aan bij de Californische funkrock-band The Nightshift. Ze waren de enige ‘witte’ leden in de verder ‘zwarte’ band, die werd herdoopt in Eric Burdon and War. De nieuwe groep toerde intensief door Europa en de VS. In 1970 maakte ze het album Eric Burdon Declares "War". Twee nummers van het album kwamen uit als single: Spill the Wine en Tobacco Road. In december 1970 nam de band nog het dubbelalbum The Black-Man's Burdon op. In 1971 gingen Eric Burdon aan de ene kant en War met Lee Oskar aan de andere kant ieder hun eigen weg. Het gebeurde tijdens een toer door Europa, toen Burdon moest afhaken wegens oververmoeidheid. De toer werd zonder hem afgemaakt. In 1976 verscheen Love Is All Around, een verzameling opnamen van Eric Burdon and War die nooit eerder waren uitgebracht. Nog in 1971 stichtte Burdon The Eric Burdon Band, een sterk wisselend gezelschap, dat vaak werkte met gastoptredens. In augustus van dat jaar nam hij het album Guilty! op met bluesmuzikant Jimmy Witherspoon en Ike White van The San Quentin Prison Band. Na een paar tournees bracht de band in 1974 het album Sun Secrets en in 1975 het album Stop uit.
    In 1975 namen de vijf oorspronkelijke Animals in de studio's van Chas Chandler een nieuwe lp op, die pas twee jaar later uitkwam onder de titel Before we were so rudely interrupted. In het tussenliggende jaar deden ze een korte tournee. In 1977 vestigde Eric Burdon zich in Duitsland. Daar maakte hij met onder andere de gitarist Alexis Korner en de keyboardspeler Zoot Money het album Survivor. In mei 1978 nam hij in Ierland het album Darkness Darkness op, dat pas in 1980 uitkwam. In 1979 toerde hij door Duitsland en Nederland. In mei van dat jaar nam zijn band de naam ‘Eric Burdon's Fire Department’ aan. De band bezocht een groot deel van Europa en maakte het album The Last Drive. In december 1980 viel de groep uit elkaar. In 1981 speelde Burdon de hoofdrol in een film over zijn eigen leven, getiteld Comeback, die ook een album opleverde. In augustus 1982 stichtte Burdon een nieuwe ‘Eric Burdon Band’. De komende jaren waren vooral gewijd aan tournees. Tussentijds, in 1983, nam hij nog eens een album op met de oorspronkelijke Animals, getiteld Ark, dit keer gevolgd door een langere tournee met zijn oude bandleden. In 1986 publiceerde Burdon zijn autobiografie onder de titel I Used to Be an Animal, But I'm Alright Now. In 2001 publiceerde hij een vervolg, Don't Let Me Be Misunderstood. In 1988 kwam een album uit onder de naam I Used to Be an Animal. Eric Burdon werd daarbij begeleid door een gelegenheidscombinatie van vijftien musici. De volgende jaren toerde hij met alweer een nieuwe Eric Burdon Band. Pas in april 2004 kwam een album met nieuw materiaal uit: My Secret Life, dat in hetzelfde jaar werd gevolgd door een live-album Athens Traffic Live. Na korte tijd te hebben opgetreden met een band getiteld ‘The Blues Knights’, maakte hij in januari 2006 het album Soul of a Man, opgedragen aan de nagedachtenis van Ray Charles en John Lee Hooker. Op 21 april 2008 kwam Eric Burdon and War weer even tot leven in een concert in de Royal Albert Hall in Londen. Eric Burdon werkte in kortstondige projecten ook samen met onder andere Brian Auger, Bon Jovi en Ringo Starr. Hij speelde ook enkele filmrollen. De laatste jaren treedt Burdon weer regelmatig op met een band onder de naam ‘Eric Burdon and the Animals’. In oktober 2009 traden ze op in Paradiso in Amsterdam. In 2013 maakte Burdon een album Till Your River Runs Dry. Het idee voor het nummer Water op dit album, dat over waterschaarste gaat, deed de zanger op in een gesprek met Michail Gorbatsjov. Op 13 december 2008 verloor Burdon een drie jaar durend proces over de rechten van de naam "The Animals" in Groot-Brittannië. Ex-drummer John Steel kreeg de rechten op de naam. Burdon toert nog steeds als Eric Burdon and the Animals, maar mocht de naam "The Animals" in Groot-Brittannië niet voeren zolang er nog geen uitspraak was gedaan in het hoger beroep. Op 9 september 2013, vijf jaar later, kwam die uitspraak. Burdon mag ook in Groot-Brittannië de naam "The Animals" voeren. In 1994 kregen The Animals een plaats in de Rock and Roll Hall of Fame. Alle vijf oorspronkelijke leden waren aanwezig bij de plechtigheid. In mei 2001 mochten ze hun
    handafdrukken achterlaten op Hollywood’s Rock Walk of Fame. Daar waren Eric Burdon, Hilton Valentine, John Steel en Dave Rowberry aanwezig. Ze gaven ook een concert. De Rock Walk of Fame is een stuk trottoir langs Sunset Boulevard, waar veel rocksterren hun handafdruk in het beton hebben gezet. Tussen de afdrukken van de vier is daar een kleine gedenkplaat aangebracht voor Chas Chandler, die in 1996 was overleden. Eric Burdon is driemaal getrouwd, de eerste maal met Angie King in 1967. In 1969 scheidden ze. In 1972 trouwde hij de Duitse Rosie Marks. Het huwelijk eindigde in 1978. De nasleep was een verbitterde strijd om het voogdijschap over hun dochter Alexandria. Het liep zo hoog op dat Rosie Burdons huis in Californië in brand stak. Veel archiefmateriaal is daarbij verloren gegaan. Burdon is sinds 1999 getrouwd met de Griekse Marianna Proestou, die tevens als zijn manager optreedt.

    11-05-2018 om 09:11 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 11 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Robert Nesta (Bob) Marley (Nine Miles, 6 februari 1945 – Miami, 11 mei 1981) was een Jamaicaans reggae-artiest. Hij draagt de bijnaam The King of Reggae. Hij was een van de belangrijkste verantwoordelijken voor de doorbraak van reggae buiten Jamaica en gold tevens als belangrijk voorvechter van het rastageloof. Marley had tijdens de jaren 70 over de hele wereld reggaehits, als No Woman, No Cry en I Shot the Sheriff. Hij bracht reggaealbums uit als Exodus en Uprising. Samen met zijn vrouw Rita Marley is hij een symbool voor de rastafari-beweging Op 6 februari 1945, twee minuten voor half drie 's nachts, werd op Jamaica in Nine Miles, provincie Saint Ann, Robert Nesta Marley geboren. Zijn moeder, het toen 18-jarige donkere tienermeisje Cedella Malcolm, was van Afrikaanse afkomst; zijn vader, de 60jarige blanke kapitein in het leger Norval Marley, had Engelse ouders.Norval was opzichter voor de Britse koloniale macht op het gebied van landbouw. Marley zag zijn vader, die overleed toen hij tien was, slechts sporadisch. Volgens zijn moeder had Marley zijn zachtaardige karakter en geringe lichaamslengte geërfd van zijn vader. Eind jaren vijftig verhuisde zijn moeder op zoek naar werk naar Trenchtown, een sloppenwijk van Kingston. Marley ging met haar mee. Marley sprak veel over muziek met zijn neef, een voormalige gitarist. Op zijn tiende, terwijl hij nog naar school ging, verdiende hij soms wat geld met zingen op straat. Zijn gitaar maakte hij van afvalhout. Ofschoon hij niet slecht op school was, voetbalde hij liever. In 1962, het jaar van Jamaica's onafhankelijkheid, nam Bob Marley solo zijn eerste single op: Judge Not. Later dat jaar volgden nog twee andere nummers, echter zonder succes. Na enige tijd met Bunny Livingston te hebben opgetrokken, richtten de twee samen met Peter Tosh, een andere jongen uit de buurt, een groep op: de Wailing Rudeboys. Die naam veranderde vervolgens in The Wailing Wailers, om uiteindelijk in The Wailers te eindigen. Hun eerste opname was Simmer Down (1964) voor het label Studio One van Clement "Coxsone" Dodd, een van de succesvolste producers van dat moment. Het nummer sloeg al snel aan en vanaf dat moment waren The Wailers niet langer weg te denken uit de Jamaicaanse hitlijsten. Deze eerste nummers van The Wailers waren gebaseerd op de populaire dansmuziek ska. De relatie tussen The Wailers en hun producer verslechterde na enkele jaren: niet alleen bleven de rechten voor de nummers in handen van Clement Dodd, maar hij betaalde hun slechts een fractie van datgene wat hijzelf aan hun hits verdiende. Ontevreden over deze situatie richtten The Wailers in 1967 hun eigen muzieklabel op. Bob Marley trouwde op 10 februari 1966 met Rita Anderson; een jaar later werd hun eerste kind geboren. Vanaf het midden van de jaren 60 kreeg Marley belangstelling voor de Rastafari-beweging, onder invloed van Rita bekeerde hij zich in 1967 van het christendom tot deze geloofsrichting. Hij zou later uitgroeien tot één van de bekendste uitdragers van dat geloof. In deze periode brachten The Wailers op Jamaica zonder succes albums uit als Soul Rebel en Soul Revolution Part I/II. 1972 was een goed jaar voor The Wailers. In Londen ontmoetten ze Chris Blackwell, eigenaar van Island Records. Hij kende wat muziek van The Wailers en was onder de
    indruk van hun stoutmoedige, zelfverzekerde houding. Hij bood hen een contract en een bedrag van 4000 pond om een album op te nemen. Het was voor het eerst in de geschiedenis dat een gerenommeerd label een platencontract aan een reggaeband gaf. The Wailers keerden terug naar Jamaica en gingen onmiddellijk aan de slag in de studio. Het eerste opgenomen album Catch a Fire was aanvankelijk geen groot succes. Er werden in een jaar tijd maar 14.000 exemplaren van verkocht. Voordien verscheen reggae alleen op singles of goedkope compilatiealbums en werd buiten Jamaica meestal als een vorm van novelty-muziek beschouwd. In oktober 1973 werd het album Burnin' uitgebracht. Het bevatte de hitsingle I Shot The Sheriff (een jaar later had Eric Clapton er een internationale hit mee) en het bekende protestlied Get Up, Stand Up. Het album was een groter succes dan Catch A Fire. In 1973 verlieten zowel Peter Tosh als Bunny Livingston de groep om een solocarrière op te bouwen. Bob Marley richtte zijn eigen label Tuff Gong op, waar zijn albums vanaf nu onder werden uitgebracht. In 1974 gaf Marley The Wailers een nieuw aanzien. Doordat de vocale ondersteuning van Peter en Bunny wegviel, besloot Bob om zangeressen Rita Marley, Marcia Griffiths en Judy Mowatt (samen de I Threes) in de band op te nemen. Bovendien werd de naam veranderd in Bob Marley and the Wailers. Het eerste album in de nieuwe bezetting opgenomen, was het alom geprezen Natty Dread. Het nummer No Woman, No Cry van dit album zou hun eerste internationale hitsingle worden. Met nieuwe energie en een opeenvolging van internationale tours tilde Bob de reggaestijl naar internationaal niveau. In 1976 was er een heuse reggae-mania in de Verenigde Staten en Bob Marley & The Wailers werden door Rolling Stone Magazine uitgeroepen tot "band van het jaar". In december 1976 werd een aanslag gepleegd op Marley en zijn familie. Schutters slopen het huis binnen en losten meerdere schoten op Bob. Hij werd geraakt in zijn buik en arm, maar was niet in levensgevaar. Hoewel hij volgens sommigen wist wie de daders waren heeft hij de politie niet ingelicht: dit zou volgens hem niets oplossen. De precieze omstandigheden rond deze aanslag zijn tot op vandaag onbekend, maar er wordt aangenomen dat het om een politiek geïnspireerde aanval ging. Met zijn deelname aan het Smile Jamaica concert, georganiseerd door de toenmalige eerste minister enkele dagen later, vonden bepaalde groeperingen dat Bob duidelijk een kant had gekozen. Ondanks de aanslag en de opgelopen verwondingen besloot Bob toch deel te nemen aan het concert. Hij wilde de mensen laten zien dat 'politricks' hem niet konden tegenhouden. Hij had voor zichzelf echter besloten dat het beter zou zijn om Jamaica voor een tijdje te verlaten. Vrijwel onmiddellijk na het optreden nam hij het vliegtuig richting Londen. Tijdens hun verblijf in Londen namen Bob en The Wailers de nummers op die op beide albums Exodus en Kaya kwamen. Enkele van deze nummers verwijzen duidelijk naar de moordaanslag. Het album Exodus werd opnieuw een internationaal succes met de hitsingles Jamming, Waiting In Vain, One Love/People Get Ready en Three Little Birds.
    Na bijna 16 maanden in het buitenland te hebben verbleven, speelde Bob in april 1978 voor het eerst weer terug op Jamaica- op het One Love Peace Concert. Het was een concert om de wapenstilstand tussen de twee belangrijkste politieke groeperingen in Jamaica te onderstrepen. Vlak voor het einde van zijn optreden vroeg hij de politieke leiders Michael Manley van de People's National Party en Edward Seaga van de Jamaica Labour Party, die beiden uitgenodigd waren, op het toneel te komen. Daar liet hij de twee aartsvijanden elkaar de hand schudden met de boodschap: One Love. Later dat jaar kreeg Bob "the Peace Medal of the Third World" van de Verenigde Naties. Een andere gebeurtenis waaraan door de rasta's een groot symbolisch belang werd gehecht was in 1977, toen Bob de ring werd overhandigd die afkomstig was van de Ethiopische keizer Haile Selassie, die in 1975 was gestorven. In het najaar van 1978 begon Bob aan een droomproject van hem te werken: een eigen opnamestudio. Deze werd gebouwd op de benedenverdieping van zijn huis in 56 Hope Road in Kingston. De studio werd Tuff Gong Studio genoemd, naar Bobs bijnaam toen hij in Trenchtown leefde. Toen de studio af was, werd vrijwel onmiddellijk begonnen aan de opnames voor hun volgende plaat, Survival. Om dit album aan het publiek te tonen volgde in 1979 een uitgebreide tour door de VS. Survival was niet zo'n succes als Exodus, maar bevatte wel de kleine hit Africa Unite. In 1977 had Bob Marley een wondje aan zijn teen. Hij nam aanvankelijk aan dat het om een voetbalblessure ging. Toen de wond niet herstelde, werd de diagnose melanoom(huidkanker) gesteld. Hij wilde de teen niet laten amputeren, omdat dat in strijd met zijn geloofsovertuiging was. De kanker sloeg vervolgens over naar zijn maag, en later naar zijn longen en zijn hersenen. In 1980 stortte hij tijdens het joggen in ten gevolge van een hersentumor. Volgens artsen had hij niet langer dan drie weken te leven. Bob stond er op verder te reizen naar zijn volgende concert. Zijn allerlaatste concert was op 23 september 1980 in Pittsburgh, VS, waarna hij te ziek was om nog verder op te treden. Op 4 november 1980 bekeerde Marley zich terug tot het christendom en werd gedoopt door aartsbisschop Abuna Yesehaq van de Ethiopisch-orthodoxe Kerk in Kingston met de naam Berhane Selassie ("Licht van de Drie-eenheid") (naar de Rastafari-Messias Haile Selassie). Daarna ging hij voor behandeling naar het Duitse stadje Rottach-Egern. In mei 1981 besloot hij terug te vliegen naar Jamaica om daar te sterven, maar kwam niet verder dan Miami waar hij op 11 mei 1981 overleed. Hij stierf in het Cedars of Lebanon ziekenhuis in Miami (nu Universiteit of Miami Hospital) op 36-jarige leeftijd aan uitzaaiingen van een melanoom. Hij kreeg op 21 mei 1981 een staatsbegrafenis in Kingston, met gecombineerde elementen uit de Ethiopisch-orthodoxe traditie en rituelen van de Rastafari. Zijn lichaam werd bijgezet in een mausoleum in zijn geboortedorp. In 1980 werd nog met enorm succes de lp Uprising uitgebracht, met de hits Could You Be Loved en Redemption Song. In 1983 werd nog een studioalbum Confrontationuitgebracht, dat na Bobs dood nog niet helemaal af was en daarom werd aangevuld met oude, niet eerder uitgebrachte nummers, uitgebracht. Marley had over de hele wereld een hit met het nummer Buffalo Soldier. In 1984 werd het compilatiealbum Legend uitgebracht, dat al zijn hits bevat.
    Bob Marley had twaalf kinderen; drie met zijn vrouw Rita, twee geadopteerd van Rita's vorige huwelijk en de overige zeven bij verschillende vrouwen. Een aantal van Marleys kinderen werd ook reggae-zanger. Ziggy Marley is hiervan waarschijnlijk de bekendste, met hits als Tomorrow People, Look who's dancing en Kozmik. Ook Damian Marley had een aantal hits, waarvan de bekendste Welcome To Jamrock is. In 2011 speelde Damian Marley bij de band SuperHeavy en in 2012 had hij een grote hit samen met Skrillex. De groep Ziggy Marley & The Melody Makers (actief van 1986 tot 2000) bestaat ook uit kinderen van Marley. Bob Marleys zoon Stephen heeft in 2007 zijn debuutalbum Mind Control uitgebracht waarvoor hij in 2008 en voor de akoestische versie ervan ook in 2010 een Grammy Awardontving. Ook Ky-Mani Marley ontving voor zijn album Many More Roads in 2002 een Grammy en Julian Marley ten slotte kreeg in 2010 een prijs voor zijn derde uitgebrachte album Awake.

    11-05-2018 om 09:10 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief
  • Alle berichten

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Blog als favoriet !

    Archief
  • Alle berichten

    Hoofdpunten blog blankenbergsstadsbeeld
  • fotowandeling 20
  • HARMONIE
  • WORDING
  • fotowandeling 20
  • LIPPENS & DE BRUYNE

    Hoofdpunten blog einstein
  • ACHT EN TWINTIG
  • ACHT EN TWINTIG
  • VIJFENTWINTIG
  • VIJFENTWINTIG
  • DRIE EN TWINTIG

    Hoofdpunten blog mijnroots
  • Van al diegenen die niets te zeggen hebben, zijn de meest aangename mensen diegenen die zwijgen
  • Ik heb geconstateerd dat mensen van gedachten houden die niet tot denken dwingen.
  • Tijd hebben alleen diegenen, die het tot niets gebracht hebben en daarmee hebben ze het verder gebracht dan alle anderen.
  • Depressies kan je bestrijden door op je arm geleund in het niets te staren. Bij zware depressies van arm wisselen.
  • Een kus is een mooie truc van de natuur om het praten te stoppen als woorden overbodig zijn.

    Hoofdpunten blog automobile
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!