NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Inhoud blog
  • VANDAAG jaren terug 21 juni citaten
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer touchscreen
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer printer
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer laptop
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer de muis
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer commodore
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer apple
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer
  • VANDAAG jaren terug 21 juni 1952 computer arra
  • VANDAAG jaren terug 21 juni 1988 bea egli
  • VANDAAG jaren terug 21 juni 1988 bea egli
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1949 lionel richie
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1949 lionel richie
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1967 nicole kidman
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1978 garfield
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1978 garfield
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1990 schengen
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 curd jurgens
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 curd jurgens
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 paul mccarney
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 paul mccarney
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1980 venus wlliams
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1980 venus wlliams
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1898 escher
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1945 eddy merckx
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1829 geronimo
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1829 geronimo
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1890 stan laurel
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1890 stan laurel
  • VANDAAG jaren terug 1903 ford
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1903 ford
  • 15 juni ella fitzgerald
  • VANDAAG jaren terug 15 juni ella fitzgerald
  • demis roussos
  • VANDAAG jaren terug 15 juni demis roussos
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni 1864 alzheimer
  • VANDAAG jaren terug 14 juni 1928 che guevara
  • 13 juni benny goodman
  • VANDAAG jaren terug 13 juni benny goodman
  • 13 juni henk wijngaard
  • VANDAAG jaren terug 13 juni henk wijngaard
  • VANDAAG jaren terug 13 juni de legte
  • VANDAAG jaren terug 12 juni anne frank
  • VANDAAG jaren terug 11 juni le mans
  • VANDAAG jaren terug 11 juni fabiola
  • VANDAAG jaren terug 11 juni mandela
  • max van praag
  • VANDAAG jaren terug 10 juni max van praag
  • Ray Charles
  • VANDAAG jaren terug 10 juni Ray Charles
  • benny neyman
  • VANDAAG jaren terug 9 juni Benny Neyman
  • VANDAAG jaren terug 9 juni Donald Duck
  • boerenkrijg
  • gratiebossen
  • uitbergen
  • berlare
  • donkmeer
  • overmere
  • zele
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 632 mohammed
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm
  • VANDAAG jaren terug 8 juni bonnie tyler
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Alan Tuning
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Gaudi
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Paul Gauguin
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Tom Jones
  • VANDAAG jaren terug 6 juni 1944 the longest day
  • VANDAAG jaren terug 6 juni 1944 landing normandie
  • VANDAAG jaren terug 6 juni vrijheidsbeeld
  • VANDAAG jaren terug 5 juni internetcafe
  • VANDAAG jaren terug 5 juni reagen
  • VANDAAG jaren terug 4 juni hete luchtballon
  • VANDAAG jaren terug 4 juni Ghysen J
  • ZORBA
  • VANDAAG jaren terug 3 juni 2001 ZORBA
  • VANDAAG jaren terug 3 juni curtis mayfield
  • VANDAAG jaren terug 3 juni 1906 Josephine Baker
  • VANDAAG jaren terug 2 juni van gogh
  • VANDAAG jaren terug 2 juni de pil
  • VANDAAG jaren terug 2 juni 1904 tarzan
  • the beatles
  • VANDAAG jaren terug 1 juni the beatles
  • VANDAAG jaren terug 1 juni saint laurent
  • VANDAAG jaren terug 1 juni marleen monroe
  • VANDAAG jaren terug 31 mei Kennedytunnel
  • VANDAAG jaren terug 31 mei Monaco
  • VANDAAG jaren terug 31 mei de efteling
  • VANDAAG jaren terug 30 mei Benny Goodman
  • VANDAAG jaren terug 30 mei PPRubens
  • VANDAAG jaren terug 30 mei Benny Goodman
  • VANDAAG jaren terug 30 mei 1431 Jeanne d``Arc
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    blankenbergsseniorensteedje

    18-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.citaten




    18-05-2018 om 09:03 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 18 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    18 mei De Franse hogesnelheidstrein haalde een snelheid van 553 kilometer per uur.
    Het vorige record voor de TGV dateert van mei 1990. Toen haalde de hogesnelheidstrein een snelheid van 515,3 kilometer per uur. Het nieuwe record werd gevestigd ter hoogte van het dorpje Passavant-en-Agonne, op ongeveer 190 kilometer ten oosten van Parijs. Het bericht stond gisteren in de Franse krant Le Parisien, maar de Franse spoorwegen SNCF hebben het nog niet bevestigd.
    De nieuwe rechtstreekse lijn tussen Parijs en Straatsburg wordt als alles volgens plan loopt op 10 juni geopend. De rit tussen de twee steden zal in totaal 140 minuten beslaan.
    Het nieuwe record werd gehaald met een speciaal uitgeruste trein, die was samengesteld uit twee locomotieven en drie rijstellen.
    De commerciële snelheid van de TGV ligt trouwens een stuk lager dan die recordsnelheden. De TGV spoort momenteel door Frankrijk met topsnelheden van 300 tot 320 kilometer per uur. De Fransen hebben wel plannen om die commerciële snelheid geleidelijk op te trekken naar 360 kilometer per uur om de luchtvaartmaatschappijen nog meer de duvel aan te doen. De snelste gemiddelde snelheid tussen twee stations werd in 2005 opgetekend. De TGV legde toen het traject tussen Lyon en Aix-en-Provence af met een snelheid van 263,3 kilometer per uur.
    De TGV is daarmee de snelste conventionele trein. De Japanse magneetzweeftrein Maglev speelt nog in een andere categorie. Die trein haalde in Japan op 2 december 2003 een snelheid van 581 kilometer per uur. Met zo'n magneetzweeftrein gebeurde in september vorig jaar een zwaar ongeluk in Duitsland.

    18-05-2018 om 09:02 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 18 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    18 mei Jacqueline Cochran (11 mei 1906 - 9 augustus 1980) was een pionier op het gebied van de Amerikaanse luchtvaart en een van de meest prominente racepiloten van haar generatie. Ze leverde een belangrijke bijdrage aan de vorming van hetvrouwenhulpkorps voor oorlog in oorlogstijd (WAAC) en piloten voor vrouwelijke luchtmacht (WASP). Jacqueline Cochran, geboren Bessie Lee Pittman, in Pensacola , (sommige bronnen wijzen erop dat ze in DeFuniak Springs was geboren) ]in de Florida Panhandle , was de jongste van de vijf kinderen van Mary (Grant) en Ira Pittman, een deskundige millwright die van stad naar stad verhuisde zaagmolens aan het opzetten en herwerken. Hoewel haar familie niet rijk was, was de kinderjaren van Cochran in het kleine Florida vergelijkbaar met die in andere families van die tijd en plaats. In tegenstelling tot sommige verhalen, was er altijd eten op tafel en werd ze niet geadopteerd, zoals ze vaak beweerde. Rond 1920 (ze zou 13 of 14 jaar oud zijn geweest) trouwde Bessie met Robert Cochran en kreeg een zoon, Robert, die op 5- jarige leeftijd in 1925 stierf. Na het einde van het huwelijk behield Bessie de naam Cochran en begon Jacqueline of 'Jackie' als haar voornaam te gebruiken.Cochran werd toen een kapper en kreeg een baan in Pensacola, uiteindelijk slingerend in New York City. Daar gebruikte ze haar uiterlijk en persoonlijkheid om een baan te krijgen in een prestigieuze salon aan Saks Fifth Avenue. Hoewel Cochran haar familie en haar verleden ontkende, bleef ze in contact met hen en voorzag ze in de loop der jaren. Sommige van haar familie verhuisden zelfs naar haar ranch in Californië nadat ze hertrouwd was. Ze kregen echter de opdracht om altijd te zeggen dat ze haar geadopteerde familie waren. Cochran wilde blijkbaar de vroege hoofdstukken van haar leven verbergen voor het publiek en was succesvol tot na haar dood. Pas later ontmoette Cochran Floyd Bostwick Odlum , oprichter van Atlas Corp. en CEO van RKO in Hollywood . Veertien jaar ouder dan zij, stond hij bekend als een van de 10 rijkste mannen ter wereld. Odlum raakte gecharmeerd van Cochran en bood aan haar te helpen bij het opzetten van een cosmeticabedrijf. Nadat een vriend haar een rit in een vliegtuig had aangeboden, begon Cochran begin jaren 30 vlieglessen te nemen op het vliegveld Long Island, Long Island en leerde hij in slechts drie weken een vliegtuig te besturen. Ze soleerde vervolgens en binnen twee jaar verkreeg ze haar commerciële vliegbrevet. Odlum, met wie ze in 1936 na zijn scheiding trouwde, was een slimme financier en slimme marketeer die de waarde van publiciteit voor haar bedrijf inzag. Ze noemde haar lijn van cosmetica Wings to Beauty , en vloog met haar eigen vliegtuig door het land om haar producten te promoten. Jaren later gebruikte Odlum zijn Hollywood-verbindingen om Marilyn Monroe haar lijn lippenstift te laten bevestigen. Bekend door haar vrienden als "Jackie", en met behoud van de naam Cochran, was ze een van de drie vrouwen die deelnam aan de MacRobertson Air Race in 1934. In 1937 was ze de enige vrouw die meedeed aan de Bendix-race en werkte met Amelia Earhartom de race naar vrouwen te openen. Dat jaar stelde ze ook een nieuw nationaal snelheidsrecord voor vrouwen. In 1938 werd ze beschouwd als de beste vrouwelijke piloot in de Verenigde Staten. Ze had de Bendix gewonnen en een nieuw transcontinentaal snelheidsrecord en hoogterecords neergezet. Cochran was de eerste vrouw die een bommenwerper over de Atlantische Oceaan vloog. Ze won vijf Harmon-trofeeën . Ook wel de "Speed Queen" genoemd, op het moment van haar dood, heeft geen enkele piloot meer snelheids-, afstands- of hoogtemeldingen in de luchtvaartgeschiedenis bijgehouden dan Cochran. Voordat de Verenigde Staten zich bij de Tweede Wereldoorlog aansloten, maakte Cochran deel uit van "Wings for Britain", een organisatie die Amerikaanse vliegtuigen naar Groot
    Brittannië heeft overgebracht en de eerste vrouw is die een bommenwerper (een Lockheed Hudson V ) over de Atlantische Oceaan vliegt. In Groot-Brittannië bood zij haar diensten aan aan de Royal Air Force .Gedurende een aantal maanden werkte ze voor de British Air Transport Auxiliary (ATA), werven gekwalificeerde vrouwelijke piloten in de Verenigde Staten en bracht hen naar Engeland waar ze zich bij de ATA voegden. Cochran bereikte de rang van Flight Captain in de ATA. In september 1939 schreef Cochran aan Eleanor Roosevelt om het voorstel in te dienen om een divisie voor damesvliegtuigen te starten in de Army Air Forces. Ze was van mening dat gekwalificeerde vrouwelijke piloten al het huishoudelijke, niet-militaire luchtvaartwerk konden doen dat nodig was om meer mannelijke piloten vrij te laten voor gevechten. Ze stelde zich voor dat ze de leiding had over deze vrouwen, met dezelfde status als kolonel Oveta Culp Hobby , die toen de directeur was van het hulpkorps voor vrouwen van het leger (WAAC). (De WAAC kreeg op 1 juli 1943 de volledige militaire status, waardoor ze deel werden van het leger. Tegelijkertijd werd de eenheid omgedoopt tot Women's Army Corps (WAC).) Datzelfde jaar schreef Cochran een brief aan luitenant-kolonel Robert Olds , die op dat moment hielp bij het organiseren van het Air Corps Ferrying Command voor het luchtkorps. (Ferrying Command was oorspronkelijk een koeriers- / vliegtuigdienst, maar evolueerde naar de luchttransportafdeling van de Army Air Forces (VSAF) van de Verenigde Staten als het luchtvervoerscommando ). In de brief suggereerde Cochran dat vrouwelijke piloten worden ingezet om non-combat missies te vliegen voor het nieuwe commando. Begin 1941 vroeg Olds aan Cochran om uit te zoeken hoeveel vrouwelijke piloten er in de Verenigde Staten waren, wat hun vlieguren waren, hun vaardigheden, hun interesse om naar het land te vliegen en persoonlijke informatie over hen. Ze gebruikte gegevens van de Civil Aeronautics Administration om de gegevens te verzamelen. Ondanks piloottekorten was luitenant-generaal Henry H. 'Hap' Arnold de persoon die overtuigd moest worden dat vrouwelijke piloten de oplossing waren voor zijn personeelsproblemen. Arnold, hoofd van het luchtkorps, ging door als commandantgeneraal van de luchtmacht van het leger bij de oprichting in juni 1941. Hij wist dat vrouwen met succes in de ATA in Engeland werden gebruikt, dus stelde Arnold voor dat Cochran een groep gekwalificeerde vrouwelijke piloten zou meenemen naar kijk hoe het met de Britten ging. Hij beloofde haar dat er geen beslissingen zouden worden genomen over vrouwen die naar de USAAF vlogen, totdat ze terugkeerde. Toen Arnold Cochran vroeg om naar Groot-Brittannië te gaan om de ATA te bestuderen, vroeg Cochran 76 van de meest gekwalificeerde vrouwelijke piloten - geïdentificeerd tijdens het onderzoek dat ze eerder had gedaan voor Olds - om mee te gaan naar de ATA. De kwalificaties voor deze vrouwen waren hoog: ten minste 300 uur vliegtijd, maar de meeste vrouwelijke piloten hadden meer dan 1.000 uur. Degenen die in Canada aankwamen, ontdekten dat de uitspoelingsgraad ook hoog was. Een totaal van 25 vrouwen slaagden voor de tests en twee maanden later in maart 1942 gingen ze met Cochran naar Groot-Brittannië om zich bij de ATA aan te sluiten. Terwijl Cochran in september 1942 in Engeland was, keurde generaal Arnold de oprichting van het Women's Auxiliary Ferrying Squadron (WAFS) goed onder leiding van Nancy Harkness Love . De WAFS begon op New Castle Air Base in Wilmington, Delaware, met een groep vrouwelijke piloten wiens doel het was militaire vliegtuigen te vervoeren. Toen hij over de WAFS hoorde, keerde Cochran onmiddellijk terug uit Engeland. Cochran's ervaring in Groot-Brittannië met de ATA overtuigde haar ervan dat vrouwelijke piloten getraind konden worden om veel meer te doen dan veerdiensten. Arnold lobbyde voor
    uitgebreide vliegmogelijkheden voor vrouwelijke piloten en bekrachtigde de oprichting van het Women's Flying Training Detachment (WFTD) onder leiding van Cochran. In augustus 1943 fuseerden de WAFS en de WFTD tot de Women Airforce Service Pilots (WASP) met Cochran als regisseur en Nancy Love als hoofd van de divisie ferrying. Als directeur van de WASP begeleidde Cochran de training van honderden vrouwelijke piloten op het voormalige Avenger Field in Sweetwater, Texas van augustus 1943 tot december 1944. Voor haar dienst in de oorlog ontving zij de Distinguished Service Medal (DSM) in 1945. Haar prijs van de DSM werd aangekondigd in een persbericht van het Ministerie van Oorlog gedateerd op 1 maart 1945, waarin stond dat Cochran de eerste vrouwelijke burger was die de DSM ontving. was toen de hoogste non-combat award die werd uitgereikt door de regering van de Verenigde Staten. (In werkelijkheid ontvingen enkele burgervrouwen de DSM echter voor de dienst tijdens de Eerste Wereldoorlog, waaronder Hannah J. Patterson en Anna Howard Shaw van de Raad voor Nationale Defensie , Evangeline Booth van het Leger des Heils en Mary V Andress en Jane A. Delano van het Amerikaanse Rode Kruis .) Aan het einde van de oorlog werd Cochran ingehuurd door een tijdschrift om verslag uit te brengen over wereldwijde naoorlogse gebeurtenissen. In deze rol was ze getuige van de overgave van de Japanse generaal Tomoyuki Yamashita op de Filippijnen en was toen de eerste niet-Japanse vrouw die Japan na de oorlog binnenging (nodig citaat ) en deelnam aan de processen in Neurenberg in Duitsland. Op 9 september 1948 voegde Cochran zich bij de US Air Force Reserve als luitenantkolonel . Ze werd gepromoveerd tot kolonel in 1969 en ging met pensioen in 1970. ] Ze was, waarschijnlijk, de eerste vrouwelijke piloot in de luchtmacht van de Verenigde Staten. [ nodig citaat ] Tijdens haar carrière in het Reserve van de Luchtmacht, ontving zij drie toekenning van het Distinguished Flying Cross voor diverse verwezenlijkingen vanaf 1947 tot 1964. Na de oorlog begon Cochran met het vliegen met het nieuwe straalvliegtuig en ging door met het instellen van een groot aantal records; meest opvallende, ze werd de eerste vrouwelijke piloot die " supersonisch " ging. In 1952 besloot Cochran, toen 47 jaar oud, om het wereldrecord snelheid voor vrouwen uit te dagen, dat toen in handen was van Jacqueline Auriol . Ze probeerde een F-86 van de Amerikaanse luchtmacht te lenen, maar werd geweigerd. Ze werd voorgesteld aan een Air Vice-Marshal van de RCAF die, met toestemming van de Canadese minister van Defensie, ervoor zorgde dat ze 19200 leende, de enige Saber 3. Canadair stuurde een 16koppig supportteam naar Californië voor de poging. Op 18 mei 1953 stelde mevr. Cochran een nieuw snelheidsrecord van 100 km op 1.050.15 km / h (652.5 mph). Later op 3 juni plaatste ze een nieuw gesloten circuitrecord van 15 km van 1078 km / h (670 mph). Aangemoedigd door de toenmalige majoor Chuck Yeager , met wie Cochran een levenslange vriendschap had, vloog op 18 mei 1953 in Rogers Dry Lake, Californië, Cochran met de Sabre 3 met een gemiddelde snelheid van 652.337 mph. In de loop van deze run werd de Sabre supersonisch en Cochran werd de eerste vrouw die de geluidsbarrière doorbrak. Tussen haar vele prestaties in de geschiedenis, van augustus tot oktober 1961, stelde Cochran als consultant van Northrop Corporation een reeks snelheids-, afstands- en hoogterecords vast tijdens het vliegen met een Northrop T-38A-30-NO Talon supersonische trainer, serienummer 60-0551 . Op de laatste dag van de recordserie stelde
    ze twee wereldrecords van de Fédération Aéronautique Internationale (FAI) vast, waarbij ze de T-38 nam naar hoogten van 55.252.625 voet (16.841 meter) in horizontale vlucht en een piekhoogte van 56.072.835 voet (17.091 meter) bereikte . Cochran was ook de eerste vrouw die landde en vertrok van een vliegdekschip , de eerste vrouw die een bommenwerper over de Noord-Atlantische Oceaan (in 1941) piloot en later een straalvliegtuig op een transatlantische vlucht vloog, de eerste piloot die een blinde maakte (instrument) landing , de enige vrouw die ooit president werd van de Fédération Aéronautique Internationale (1958-1961), de eerste vrouw die een vliegtuig met vaste vleugels vloog over de Atlantische Oceaan, de eerste piloot die boven 20.000 voet (6,096 meter) vloog ) met een zuurstofmasker en de eerste vrouw die deelneemt aan de Bendix Transcontinental Race. Ze houdt nog steeds meer afstands- en snelheidsrecords bij dan elke piloot die levend of dood is, man of vrouw. Vanwege haar interesse in alle vormen van luchtvaart vloog Cochran in de vroege jaren zestig met de Goodyear Blimp Captain RW Crosier in Akron, Ohio. In de jaren zestig was Cochran een sponsor van het Mercury 13- programma, een vroege poging om het vermogen van vrouwen om astronauten te zijn te testen. Dertien vrouwelijke piloten hebben dezelfde voorlopige tests doorstaan als de mannelijke astronauten van het Mercury-programma voordat het programma werd geannuleerd. Het was nooit een NASA- initiatief, hoewel het werd geleid door twee leden van de NASA Life Sciences Committee, waarvan één, William Randolph Lovelace II , een goede vriend was van Cochran en haar man. Hoewel Cochran aanvankelijk het programma ondersteunde, was zij later verantwoordelijk voor het uitstellen van verdere testfasen, en brieven van haar aan leden van de Marine en de NASA die hun bezorgdheid uitten over de vraag of het programma correct zou worden uitgevoerd en in overeenstemming met NASA-doelen kan aanzienlijk hebben bijgedragen tot de uiteindelijke annulering van het programma. Het is algemeen aanvaard dat Cochran zich tegen het programma keerde uit bezorgdheid dat zij niet langer de meest prominente vrouwelijke vlieger zou zijn. Op 17 en 18 juli 1962 organiseerde afgevaardigde Victor Anfuso ( R - NY ) openbare hoorzittingen voor een speciale subcommissie van de House Committee on Science and Astronautics [39] om te bepalen of de uitsluiting van vrouwen uit het astronautprogramma discriminerend was, tijdens waarop John Glenn en Scott Carpenter hebben getuigd tegen toelating van vrouwen tot het astronautenprogramma. Cochran zelf debatteerde tegen het brengen van vrouwen in het ruimteprogramma, zeggend dat de tijd van de essentie was, en het vooruitgaan zoals gepland was de enige manier om de Sovjets in de Ruimterace te slaan. (Geen van de vrouwen die de tests hadden gehaald, waren militaire straalvliegers en evenmin hadden ze ingenieursdiploma's, wat de twee fundamentele ervaringskwalificaties waren voor potentiële astronauten.Vrouwen mochten op dat moment geen militaire jet-testpiloten zijn. ze hadden echter allemaal meer vliegervaring dan de mannelijke astronauten.) "De NASA vereiste dat alle astronauten afgestudeerden zijn van militaire jagerproefrouteprogramma's en ingenieursdiploma's hadden. In 1962 konden geen enkele vrouw aan deze vereisten voldoen." Dit beëindigde het Mercury 13programma. Veelbetekenend is dat de hoorzittingen twee jaar voordat de Civil Rights Act van 1964 dit illegaal maakte, de mogelijkheid van discriminatie op grond van geslacht hebbenonderzocht, waardoor deze hoorzittingen een signaal vormden van hoe ideeën over vrouwenrechten doordrongen waren van het politieke discours nog voor ze in de wet waren verankerd.
    Cochran en Chuck Yeager worden door president Dwight Eisenhower gepresenteerd met de Harmon International Trophies Een levenslange republikein, Cochran, zou als gevolg van haar betrokkenheid bij de politiek en het leger goede vrienden worden met generaal Dwight Eisenhower . In het begin van 1952 hielpen zij en haar man een grote bijeenkomst bij Madison Square Garden in New York, ter ondersteuning van een presidentiële kandidatuur van Eisenhower. De rally werd gedocumenteerd op film en Cochran vloog hem persoonlijk naar Frankrijk voor een speciale vertoning op het hoofdkantoor van Eisenhower. Haar inspanningen bewezen een belangrijke factor in het overtuigen van Eisenhower om voor President van de Verenigde Staten in 1952 te lopen en zij zou een belangrijke rol spelen in zijn succesvolle campagne. Goede vrienden daarna, Eisenhower bezocht haar en haar man vaak op hun ranch in Californië en schreef zijn memoires daar na zijn vertrek. Politiek ambitieus, Cochran liep voor het Congres in 1956 uit het 29e Congressional District van Californië als de kandidaat van de Republikeinse Partij . Haar naam verscheen gedurende de hele campagne en op de stemming als Jacqueline Cochran-Odlum. Hoewel ze een veld van vijf mannelijke tegenstanders versloeg om de Republikeinse nominatie te winnen, verloor ze bij de algemene verkiezingen een nauwe verkiezing voor de Democratische kandidaat en het eerste Aziatisch-Amerikaanse congreslid Dalip Singh Saund . Saund won met 54.989 stemmen (51.5%) voor Cochran's 51.690 stemmen (48,5%). Haar politieke tegenslag was een van de weinige mislukkingen die ze ooit had meegemaakt en ze heeft nooit een nieuwe poging gedaan. Degenen die Cochran kenden, zeiden dat het verlies haar de rest van haar leven hinderde Cochran staat op de vleugel van haar F-86 en praat met Chuck Yeager en Canadair's hoofdtestpiloot Bill Longhurst Cochran stierf op 9 augustus 1980 in haar huis in Indio, Californië, dat ze met haar man deelde. Ze was een lange tijd resident van de Coachella Valley en ligt begraven op de Coachella Valley Public Cemetery. Ze maakte regelmatig gebruik van Thermal Airport in de loop van haar lange carrière in de luchtvaart. De luchthaven, die de naam Desert Resorts Regional had gekregen, werd ter ere opnieuw benoemd tot Jacqueline Cochran Regional Airport . Cochran's luchtvaartprestaties hebben nooit de aanhoudende aandacht van de media gekregen, die van Amelia Earhart, maar dat kan gedeeltelijk worden toegeschreven aan de fascinatie van het publiek voor degenen die jong sterven op het hoogtepunt van hun carrière. Ook verminderde Cochran's gebruik van de enorme rijkdom van haar echtgenoot de vodden-tot-rijkdom-aard van haar verhaal. Desalniettemin verdient ze een plaats in de gelederen van beroemde vrouwen in de geschiedenis als een van de beste vliegeniers ooit, en een vrouw die haar invloed vaak heeft gebruikt om de zaak van vrouwen in de luchtvaart te bevorderen. Ondanks haar gebrek aan formele scholing, had Cochran een snelle geest en een affiniteit met het bedrijfsleven en haar investering in de cosmetica was lucratief. Later, in 1951, stemde de Kamer van Koophandel in Boston haar als een van de 25 vooraanstaande zakenvrouwen in Amerika. In 1953 en 1954 noemde de Associated Press haar "Woman of the Year in Business".
    Gezegend door roem en rijkdom schonk Cochran veel tijd en geld aan liefdadigheidswerken, vooral aan mensen met verarmde achtergronden zoals die van haar.

    18-05-2018 om 09:00 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 17 mei

    17 mei Donna Summer, pseudoniem van LaDonna Adrian Gaines ( Boston, 31 december 1948 – Key West, 17 mei 2012), was een Amerikaans zangeres, songwriter en artieste. Ze was het bekendst van haar discohits uit de jaren 70, die haar de bijnaam "koningin van de disco" opleverden. Als een van de weinige discosterren slaagde ze er ook in om later met andere genres, zoals de r&b, hits te blijven scoren. Summer groeide op in een gezin van zeven kinderen met vrome, christelijke ouders. Ze werd beïnvloed door de Amerikaanse gospelzangeres Mahalia Jackson en zong in haar jeugd in de kerk. Naar eigen zeggen had ze tijdens haar eerste solo een goddelijke openbaring, waarin haar te verstaan werd gegeven haar stem te gebruiken om een ster te worden. Als tiener formeerde ze kleine zanggroepjes, met onder anderen haar zus en een nicht. Gezamenlijk imiteerden ze muziekgroepen als The Supremes en Martha & The Vandellas. Aan het eind van de jaren 60 werd ze beïnvloed door Janis Joplin. Ze staakte haar opleiding en werd leadzanger van een psychedelische-rockgroep, Crow. In 1968 deed ze auditie voor de rol van Sheila in de Broadwaymusical Hair. Ze kreeg de rol niet, maar toen de musical naar Europa ging werd deze haar alsnog aangeboden. Zo vertrok ze naar Duitsland, waar ze tijdens een langdurig verblijf onder meer meezong in de musicals Godspell en Show Boat en zich aansloot bij de Weense Volksopera (de Volksoper Wien). Nadat ze in München was gaan wonen, trouwde Gaines met de Oostenrijkse acteur Helmuth Sommer en nam daarna haar artiestennaam Donna Summer aan, een verengelsing van het Duitse woord Sommer (zomer). In 1971 kwam ze in Nederland met haar eerste solosingle Sally Go Round the Roses, maar haar eerste grote internationale hit scoorde ze in 1974 met The Hostage. Summer tekende daarvoor een albumcontract in Nederland en bleef daarna een graag geziene gast bij AVRO's Toppop. Lady of the Night is de titel van het album uit 1974, met daarop de internationale hit The Hostage en de vooral in Nederland succesvolle single Lady of the Night(eigenlijk een Engelstalige smartlap over een prostituee/escortmeisje). Met deze laatste single brak Donna Summer in Nederland in 1974 door. Het was haar eerste doorbraak als soloartieste, dankzij optredens met de singles Lady of the Night en The Hostage in de in die jaren satirische en vaak controversiële televisieshow Van Oekel's Discohoekvan Dolf Brouwers alias Sjef van Oekel. Bovendien werd Nederland in die tijd als belangrijk trendsettend land gezien voor de popmuziek. Nederland was min of meer de bakermat van haar succes. Haar eerste album werd echter een matig succes. Donna Summer bracht de volgende jaren veel singles uit. In 1975 werd in veel landen Love To Love You Baby uitgebracht. Het nummer sloeg in als een bom. Het orgastische gekreun dat de zangeres in dit nummer ten gehore bracht, was een tijd lang het gesprek van de dag. Het nummer schoot in veel landen naar de eerste plaats in de hitlijsten. In de VS werd het nummer eerst niet uitgebracht, maar wel door enkele radiozenders gedraaid als import uit Europa. Uiteindelijk werd het ook in de Verenigde Staten uitgebracht en ook daar een grote hit. Een aantal radiozenders boycotte de single echter wegens de obscene geluiden. Maar haar naam werd wel gevestigd. Op dezelfde leest als Love to love you baby waren de nummers Could it be magic (1976) en Down deep inside (1977) geschoeid. Het laatste was de titelsong uit de film The Deep met in de
    hoofdrollen onder anderen Nick Nolte, geproduceerd door John Barry (die ook onder andere James Bond produceerde). In de jaren daarna bracht Summer meerdere singles uit, die allemaal grote hits werden. Er werd in die periode gezegd dat "alles wat Donna Summer aanraakt, verandert in goud". Ze kreeg in 1975-1976 de officiële titel The Queen of Disco en de officieuze titel The First Lady of Love, de laatste mede vanwege haar vele min of meer erotisch getinte liefdesliedjes in die periode. Ze was een van de weinige discoartiesten die ook veel aandacht aan elpees besteedt. Een greep uit de vele singles die ze uitbracht: Spring Affair en Winter Melody (1976) I Love You I Feel Love en I Remember Yesterday (1977) Heaven Knows MacArthur Park (een discocover van de hit van Richard Harris) Last Dance (1978, uit de discofilm Thank God It's Friday) Hot Stuff, Bad Girls en No More Tears (Enough is Enough) (1979) No more tears (Enough is enough) was een duet samen met Barbra Streisand. Het werd een wereldhit en de eerste platina maxisingle in de Verenigde Staten. Bekend is dat beide diva's zo onder de indruk van de ander waren, dat ze (ondanks eerdere pogingen) het nummer apart hebben ingezongen. De langzame intro is zelfs door de songwriters voor Streisand geschreven, omdat disco toch meer Summer op het lijf geschreven was. Summer heeft in 1978-1979 vier nummer 1-hits op rij weten te scoren in de Billboard Hot 100. Dat was toen een unicum en voor zover bekend is dat nadien door geen enkele andere artiest geëvenaard. Daarna volgde nog eind 1979 de grote hit On the Radio, waarna Summer compleet instortte. De enorme druk van haar grote successen was ondraaglijk geworden en ze kreeg psychische en gezondheidsklachten. Ze keerde terug tot het geloof (christendom) en krabbelde begin jaren 80 weer uit haar diepe dal omhoog. Summer sloeg na dit herstel begin jaren 80 een geheel andere weg in, zowel persoonlijk als artistiek. Dit wellicht omdat ze meer het eigen heft in handen nam wat haar imago en muzikale richting betrof. Dat is ook duidelijk terug te vinden in haar nummers. Er stonden vanaf toen regelmatig nummers op haar albums met invloeden van de gospel. Regelmatig benadrukte ze dat ze haar inspiratie putte uit haar geloof en God. Er ontstond een gerucht[1] dat Summer zich tegen homoseksuelen had uitgelaten, wat nooit echt is bewezen en zelfs publiekelijk door haar is ontkend. Toch blijft dit gerucht regelmatig de kop opsteken. Vermeld dient hier wel te worden dat zij daarna mee heeft gedaan aan vele benefietoptredens en donaties voor homoseksuelen. Haar carrière leefde vervolgens weer wat op, maar zakte midden jaren 80 weer in. Summer was nog steeds verbonden als The Queen of Disco met haar glorieuze discoperiode en kon zich na het einde van de discohype moeilijk daarvan lostrekken. Of waren het haar bewonderaars die Summer als discokoningin bleven zien? Wel is zij de enige superster die de discoperiode blijvend heeft nagelaten. Het nieuwe album The Wanderer in 1980 was een matig succes, en het volgende album, I'm a Rainbow, werd niet uitgebracht in 1981, maar pas in 1996. De reden is dat David Geffen van Geffen Records de plaat niet goed genoeg vond, en hierna Summer combineerde met Quincy Jones. Het was de bedoeling van de producenten dat dat haar
    hoogtepunt zou gaan worden in haar carrière. Verder eindigde in die tijd de langdurige samenwerking met Giorgio Moroder en Pete Belotte. Het album dat in 1982 uitkwam heet Donna Summer. Met het nummer State of independence (oorspronkelijk van Vangelis en Jon Anderson) scoorde ze in 1982 een nummer 1-hit in de Top 40. In de Nationale Hitparade kwam het tot de derde plaats. Grote namen die in het achtergrondkoor zitten, zijn onder anderen Michael Jackson, Lionel Richie, Dionne Warwick, Quincy Jones, Stevie Wonder, Christopher Cross en Brenda Russell. Het album verkocht uiteindelijk goed, maar zou niet haar bestverkochte album worden; dat is nog steeds het album Bad Girls uit 1979. Verdere hits van het album uit 1982 zijn Love Is In Control (Finger on the Trigger) en The Woman in Me. In 1983 scoorde ze nog een hit met She Works Hard for the Money. De overige singles uit 1982 en 1983 scoorden nog redelijk. Het album uit 1984 (Cats Without Claws), met onder andere de matig scorende hit Supernatural Love en There Goes My Baby, scoorde ook als album redelijk. Wel kreeg ze een Grammy voor het gospelnummer Forgive Me. Het volgende album uit 1987 (All Systems Go) scoorde zelfs matig, evenals de twee singles daarvan (All Systems Go en Dinner with Gershwin). Steeds meer nam het succes af, tot ze eind jaren 80 ging samenwerken met Stock, Aitken & Waterman. Van dit album komen de grote hits I Don't Wanna Get Hurt, Love's About To Change My Heart en This Time (I Know It's For Real). Het was de bedoeling dat Summer nog een tweede album met Stock, Aitken & Waterman zou opnemen, maar doordat de contracten tussen Summer en SAW niet rondkwamen is dit er niet van gekomen. SAW hadden al wel Happenin' All Over Again geschreven wat de eerste single van het nieuwe album had moeten worden. Toen de plannen met Summer niet doorgingen, werd het nummer aan Lonnie Gordon gegeven die er een grote hit mee had. Halverwege de jaren 90 scoorde Summer een grote hit met een remix van I Feel Love, de rest van de in de jaren 90 uitgebrachte singles verkochten aanzienlijk minder. Een aantal titels daarvan zijn Work that Magic (1991), Melody of Love (Wanna be Loved) (1994), clubremixen van The State of Independence (1996), Carry On en I Will Go With You (1999) en voor de film Pokémon het nummer The Power of One (2001). Ook zong ze voor de Disneyfilm De Klokkenluider van de Notre Dame, uit 1996, de soundtrack Someday en een duet met Liza Minnelli, Does He Love You. De meeste van deze nummers scoorden wereldwijd echter wel hoog in de dancehitlijsten. Met de single Carry On(een hernieuwde samenwerking met Giorgio Moroder) won ze de eerste Grammy in de categorie Dance. In 1994 kwam er een compleet kerstalbum uit, getiteld Christmas Spirit. Dit album oogstte veel gunstige recensies, de verkopen echter waren ook hier niet erg hoog. Verder volgden in de jaren 90 onder meer nog optredens bij Oprah Winfrey en op de Divas III-concerten. Rond de eeuwwisseling bracht ze een cd/dvd uit onder de titel Live & More Encore van een concertregistratie in New York, waarop ze ook een paar nieuwe nummers ten gehore bracht. Verder schilderde ze al vanaf de jaren 80. Hiermee trad ze in de 21e eeuw steeds meer naar buiten. Ook schreef ze begin 21e eeuw nog een boek over haar eigen leven en volgde er een daarop gebaseerde musical, getiteld Ordinary Girl. In de jaren daarna toerde zij nog regelmatig door Amerika en was ze in Europa te zien op Night of the Promsconcerten.
    Op 20 mei 2008 verscheen, na een stilte van 17 jaar, weer een compleet nieuw studioalbum, getiteld Crayons. Met drie nummers, I'm A Fire, Fame (The Game) en Stamp Your Feet, haalde ze wederom de nummer 1-positie, ditmaal in Billboards Hot Dance Club Songs. Ze trad op in verschillende programma's. In 2009 maakte ze een grote concerttournee door Amerika met haar nieuwe album en deed ze ook Europa aan (Parijs, Berlijn, Lokeren). Eind 2009 trad ze op bij de uitreikingsceremonie van de Nobelprijs voor de Vrede in Oslo. In augustus 2010 verscheen op iTunes haar nieuwste single, To Paris With Love. Deze single werd eind oktober 2010 nummer 1 in Billboards Hot Dance Club Songs. Hoewel ze bij leven al diverse keren voorgedragen was voor de "Rock and Roll Hall of Fame", zou ze uiteindelijk pas in 2013 (postuum) opgenomen worden. Na een lang gevecht tegen longkanker, die ze beweerde te hebben opgelopen door het inhaleren van giftige deeltjes tijdens de aanslagen op 11 september 2001, overleed Donna Summer op 17 mei 2012 op 63-jarige leeftijd. Ze liet haar man, hun twee dochters, een dochter uit een eerder huwelijk en vier kleinkinderen achter. In Summers carrière kunnen drie fasen worden onderscheiden. In de jaren 70 was zij de sensuele en aantrekkelijke, wat wilde jonge zangeres die veel meisjes tot voorbeeld diende en ook door veel jongens als aantrekkelijke vrouw werd gezien. Het succes werd haar te veel (overigens waardeerde zij het zelf helemaal niet dat ze in die periode min of meer wordt afgeschilderd als seksbom, vooral naar aanleiding van nummers als I Love to Love You Baby, Try Me, I Know We Can Make It, I Feel Love, Deep Down Deep Inside en Hot Stuff). De combinatie van haar sensuele verschijning, haar stem met een hoog en breed bereik en de samenwerking met producenten Pete Bellotte en Giorgio Moroder zorgt voor de rest. Ze werd een ster, een idool. Haar samenwerking met Giorgio Moroder en Pete Bellotte heeft in hoge mate bijgedragen aan de doorbraak van zowel de disco als de latere techno. Met name het nummer I Feel Love (1977) was zijn tijd ver vooruit. Elk nummer op dat betreffende album, I Remember Yesterday, belichaamde de muziekstijl van een decennium uit de 20e eeuw. I Feel Love was het laatste nummer van dit album en moest de jaren 90 belichamen. Achteraf gezien heeft het grote invloed gehad op enkele muziekstijlen uit de jaren 90, met name de techno en house. Het latere album The Wanderer, uit 1980, is samen met het album Bad Girls uit 1979 van invloed geweest op de muziekstijlen van andere grote namen later in de jaren 80, zoals David Bowie, Billy Idol, Whitney Houston, Cyndi Lauper en Madonna. Na de discoperiode, Summers grootste tijd, werden veel van haar liedjes minder onstuimig, deels in de geest van de tijdsperiode van de jaren 80, deels waarschijnlijk vanwege haar eigen rustigere levensfase. Ze bleef wel nog steeds haar eigen liedjes schrijven en verdiende miljoenen aan royalty's van haar oude hits. Haar laatste albums en singles verkopen nog steeds redelijk tot goed. In de jaren 90 scoorde zij echter vrijwel geen grote hits meer. Wel was ze met nieuwe singles in de dancehitlijsten nog steeds succesvol. Grote aantallen worden er echter niet meer verkocht van haar nieuwe album(s) en de verschillende nieuwe singles. Veel van haar nieuwe singles bevatten een groot aantal verschillende remixen van hetzelfde nummer. In 2008, 14 jaar na haar laatste nieuwe album uit 1994, verscheen er weer een
    nieuw album, Crayons, waarmee zij een hitrecord vestigde (drie nummers van dit album krijgen een nummer 1-notering in Billboards dancehitlijst) over een periode van meer dan 40 jaar. Met dit laatste album leek ze door te gaan op haar muzikale weg. Ze schreef haar nummers nog steeds grotendeels zelf, in plaats van te rusten of alleen nog maar klassiekers op te nemen. Ze bleek nog steeds grote waardering te krijgen voor haar zang- en schrijftalenten en mocht zich scharen onder de beste vocalisten van haar tijd. Er zijn ruim 187 miljoen albums van Donna Summer verkocht. Ze won Grammy Awards in 1978 (Last Dance), 1979 (Hot Stuff), 1983 (He's a Rebel), 1984 (Forgive me) en 1997 (Carry On). Last Dance ontving een Oscar voor Best Original Song, maar de prijs staat op naam van Paul Jabara, die tekst en muziek schreef. Ze heeft wel een Golden Globenominatie voor Down Deep Inside (1977), naast nog andere onderscheidingen. Ze heeft een eigen ster op de Hollywood Walk of Fame. Summer stond naar verluidt in de jaren 70 in de Sovjet-Unie op een lijst met ongewenste buitenlandse personen vanwege haar volgens de regering van dat land te erotisch getinte nummers. Haar stem uit haar nummers wordt ook nu nog gebruikt door andere producenten, dj's en remixers voor eigen nummers. Een voorbeeld is het Franse duo Cassius met het nummer 1999 (remix, radio edit); hierin is de stem van Summer uit If it Hurts Just a Little van het album Donna Summer uit 1982 gesampled. Summer steunde beginnende artiesten door middel van een door haar opgericht fonds. Verder was ze regelmatig te zien op grote evenementen, zoals de Night of the Proms (in 2005 in Antwerpen, België, en eind 2007 in Rotterdam, Nederland). Summer is de enige artiest die in Amerika met vier dubbelalbums achter elkaar nummer 1 heeft gestaan: Once Upon A Time, Live & More, On the Radio en Bad Girls. Summer heeft als enige zangeres in elk van de laatste vijf decennia (nummer 1-)hits op haar naam staan.[bron?] Naast zangeres was Summer ook songwriter. Ze heeft het grootste deel van haar repertoire zelf (mee)geschreven en ontving hiervoor grote bedragen aan royalty's. Summer heeft driemaal in Van Oekel's Discohoek opgetreden. 1.Eerst met The Hostage (waarbij zij gebruik moest maken van de telefoon op de set, wat tot misverstanden met Van Oekels assistent leidde). Van Oekel zelf liet duidelijk blijken zeer gecharmeerd van Summer te zijn. 2.Daarna met Love to love you, waarbij zij werd lastiggevallen door een telkens fotograferende paparazzo (gespeeld door acteur Cees Schouwenaar), die door Van Oekel werd weggejaagd. 3.Een derde maal was ze te gast met Lady of the Night, waarbij Van Oekel opnieuw om haar heen draaide en haar letterlijk van boven tot onder bekeek. Donna Summer zag er zelf overigens wel de lol van in, ze vertelde naderhand in interviews door Nederlandse journalisten dat zij met veel genegenheid terugdacht aan deze opvallende gastheer. Giorgio Moroder werkte later samen met The Three Degrees. Dat leidt soms tot het misverstand dat Summer eveneens in die formatie gezongen heeft.





    17-05-2018 om 10:45 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 17 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Máxima Zorreguieta (Buenos Aires, Argentinië, 17 mei 1971) is de echtgenote van koning Willem-Alexander der Nederlanden. Máxima draagt sinds haar huwelijk bij Koninklijk Besluit de naam Máxima, Prinses der Nederlanden, Prinses van OranjeNassau, mevrouw van Amsberg. Sinds het koningschap van Willem-Alexander wordt zij aangeduid als 'koningin Máxima der Nederlanden', hetgeen in dit geval een zogenoemde titre de courtoisie is. Máxima is rooms-katholiek, van Argentijnse afkomst en ze bezit de Argentijnse en de Nederlandse nationaliteit. Máxima Zorreguieta werd geboren als het oudste kind van Jorge Zorreguieta en Maria del Carmen Cerruti. De naam 'Máxima' komt van haar overgrootmoeder Máxima Bonorino 1874–1965); een dochter van Máxima González y de Islas en een verwante van generaal Justo José de Urquiza, president van Argentinië (1854–1860). Zij heeft twee broers en een zuster: Martín, Juan en Inés. Daarnaast heeft Máxima drie halfzusters uit een eerder huwelijk van haar vader: Dolores, María en Ángeles. Zij groeide op in een bescheiden appartement in de straat Uriburu, in de wijk Barrio Norte in Buenos Aires. De familie bracht de zomervakanties door in Mar del Plata. Tijdens de wintersportvakanties verbleef het gezin in een eigen vakantiehuisje in Bariloche, een Argentijns vakantieoord. Van haar ouders mocht ze als kind niet televisiekijken. Máxima doorliep de middelbare school het Northlands, een op Britse aristocratische tradities geënt opleidingsinstituut, gelegen in Olivos, een chique buitenwijk van Buenos Aires. Zij ging vervolgens economie studeren aan de Universidad Católica Argentina. Als studente werkte zij in 1989 en 1990 bij Mercado Abierto S.A., waar zij onderzoek verrichtte naar software voor de financiële markten. Van 1992 tot 1995 was zij werkzaam op de verkoopafdeling van Boston Securities S.A. in Buenos Aires. In dezelfde periode gaf zij Engelse les aan kinderen en volwassenen, en wiskundeles aan middelbare scholieren en eerstejaarsstudenten. Na haar studie economie ging zij in New York wonen. Van juli 1996 tot maart 1998 was zij vicepresident Latijns-Amerikaanse Institutionele Verkoop bij de bank HSBC James Capel Inc. Aansluitend was zij tot 1999 bij de bank Dresdner Kleinwort Benson vicepresident afdeling Opkomende Markten. Daarna vervulde zij tot augustus 2000 de functie van vicepresident Institutionele Verkoop bij de Deutsche Bank. In april 1999 ontmoette zij kroonprins Willem-Alexander in de Spaanse stad Sevilla. Met hem bracht zij in augustus dat jaar een vijfdaagse vakantie door in Bariloche. Daar stelde zij hem voor aan haar ouders. In de Nederlandse pers verschenen daarna de eerste speculaties over een liefdesrelatie. Ruim een jaar later verhuisde Máxima naar Brussel, waar zij tot april 2001 bij het EU-kantoor van Deutsche Bank heeft gewerkt. Al snel wisten de Nederlandse media te melden, dat tijdens de militaire junta in Argentinië Máxima's vader staatssecretaris (en minister) van Landbouw (en Veeteelt) was geweest onder president Jorge Videla (1976-1981). De juntaperiode (april 1976 – maart 1983) staat bekend als de Vuile Oorlog, waarbij (vermeende) tegenstanders in gevangenissen geïnterneerd en vaak gemarteld werden. Naar schatting 9.000 tot 30.000 mensen zijn voorgoed verdwenen. In Nederland kwamen protesten tegen een huwelijk met de dochter van een voormalige staatssecretaris van een junta, van wie vermoed werd dat hij ten minste op de hoogte was van de excessen. Een onderzoek, via een geheime opdracht van minister-president Wim Kok aan Michiel Baud, had als conclusie dat Zorreguieta op de hoogte moet zijn geweest van deze gedwongen verdwijningen, maar dat het "praktisch uit te sluiten is" dat
    Zorreguieta in de periode van zijn regeringsdeelname "persoonlijk betrokken is geweest bij de repressie of schending van de mensenrechten". Willem-Alexander vertelde tijdens een interview dat hij wist dat zijn schoonvader van ten minste één gedwongen verdwijning op de hoogte was. Deze persoon was volgens Willem-Alexander teruggevonden. In het Nederlandse parlement leek zich een duidelijke meerderheid te vormen die haar vader wilde verbieden aanwezig te zijn op de in Nederland geplande huwelijksdag. De minister van staat en voormalige diplomaat Max van der Stoel wist Jorge Zorreguieta te overtuigen uit eigen beweging af te zien van het bijwonen van de plechtigheden. Uiteindelijk liet ook haar moeder verstek gaan. Koningin Beatrix maakte op 30 maart 2001 de verloving bekend in een rechtstreekse televisie-uitzending. Direct na de bekendmaking las Máxima een verklaring voor, waarin zij afstand nam van het Videla-regime. Onder meer zei zij: "Ik verwerp sinds lang de Videladictatuur, de verdwijningen, de martelingen, de moorden en alle verschrikkelijke feiten uit die tijd. Dat heeft zeker grote littekens op onze maatschappij achtergelaten." Voor haar vader verontschuldigde zij zich: "Over mijn vaders deelname aan die toenmalige regering wil ik in alle eerlijkheid zeggen dat ik spijt heb dat hij zijn best gedaan heeft voor de landbouw in een verkeerd regime". Tegelijkertijd verdedigde zij hem: "Hij had de beste intenties en ik geloof in hem." In een later gehouden interview noemde Máxima de conclusie van Baud "zijn mening". Op 7 maart 2001 verwees Willem-Alexander tijdens een persontmoeting in New York naar een ingezonden brief in de Argentijnse krant La Nación. Kort daarvoor was de publicatie van een boek over Videla aangekondigd. De schrijvers hadden in de Nederlandse krant NRC Handelsblad aangegeven dat volgens hen de vader van Máxima een coördinerende rol had gespeeld bij het voorbereiden van de staatsgreep die het dictatoriale regime van Videla aan de macht zou brengen. Het boek was gebaseerd op interviews. Willem-Alexander gaf aan dat de interviews nooit hadden plaatsgevonden en verwees naar de brief waarin dat zou staan. Hij suggereerde dat het schrijven afkomstig was uit een betrouwbare bron, hoewel hij tegelijkertijd aangaf niet te weten wie de brief geschreven had. Kort daarna bevestigde hij tegenover de tv-camera's van de NOS dat hij achter zijn woorden stond. Het schrijven bleek afkomstig van Videla, waardoor in Nederland de betrouwbaarheid ontkend werd. Ook bleek Videla niet specifiek te ontkennen dat de vraaggesprekken hadden plaatsgevonden. Hij betwistte slechts dat zijn uitspraken correct waren weergegeven. Dat Videla de brief geschreven had, was duidelijk: zijn naam stond eronder. Tijdens een interview op de dag van de bekendmaking van zijn verloving met opnieuw de Nederlandse pers, vertelde Willem-Alexander dat zijn verwijzing naar de brief “stom” was geweest. Máxima, die naast hem zat en reeds een beetje Nederlands sprak, reageerde tot tweemaal toe met: “Je was een beetje dom”. Met die uitspraak stal ze de harten van het Nederlandse volk. Sindsdien is “een beetje dom” een gevleugelde uitdrukking om aan te geven dat iemand een blunder begaan heeft. Later bleek dat de uitspraak van te voren door Máxima was ingestudeerd op advies van Wim Kuijken, indertijd de hoogste ambtenaar op het ministerie van Algemene Zaken. Op 17 mei 2001 werd Máxima bij Koninklijk Besluit het Nederlanderschap verleend. Met de Nederlandse nationaliteit zou zij door haar huwelijk lid worden van het Koninklijk Huis. Tegelijkertijd behield zij de Argentijnse nationaliteit. De rooms-katholieke Máxima diende om te kunnen trouwen in te stemmen met een protestantse opvoeding van eventuele kinderen.
    De Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal aanvaardde op 3 juli 2001 een door de regering ingediende wet tot het verlenen van toestemming aan de Prins van Oranje om met Máxima Zorreguieta in het huwelijk te treden. De Nederlandse bisschoppen spraken hun vreugde uit over de verloving. Kardinaal Simonis merkte op dat de Rooms-Katholieke Kerkliever niet zag dat Máxima toetrad tot de Nederlandse Hervormde Kerk, waar Willem-Alexander indertijd lid van was. Hij reageerde op een opmerking van Máxima dat zij nadacht over een eventuele overgang naar het protestantisme. Máxima besloot vooralsnog om rooms-katholiek te blijven en bisschop Ad van Luyn verleende haar dispensatie van de verplichting om te trouwen volgens de rooms-katholieke voorschriften. Op 2 februari 2002 voltrok de burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, het burgerlijk huwelijk in de Grote Zaal van de Beurs van Berlage te Amsterdam. Het huwelijk werd aansluitend kerkelijk ingezegend in de plaatselijke Nieuwe Kerk door dominee Carel ter Linden, predikant in de Nederlandse Hervormde Kerk. Máxima droeg die dag een trouwjurk van Valentino en een tiara, waarvan de stersieraden van koningin Emma waren geweest en de basis afkomstig was van de tiara die Beatrix droeg bij haar inhuldiging als koningin. Miljoenen televisiekijkers in binnen- en buitenland volgden de trouwplechtigheid. Máxima huilde bij de Argentijnse tangomuziek van Carel Kraayenhof, die het nummer Adiós Nonino (Dag vadertje) speelde.

    17-05-2018 om 10:01 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 17 mei

    17 mei 1846 Antoine-Joseph (Adolphe) Sax (Dinant, 6 november 1814 – Parijs, 7 februari 1894) was een Belgische bouwer van muziekinstrumenten. Zijn grootste bekendheid heeft hij te danken aan zijn uitvinding van de saxofoon. Sax was de oudste zoon van Charles-Joseph Sax (1791-1865), instrumentenbouwer en eigenaar van een fabriek voor blaasinstrumenten in Brussel. Vader Sax was tevens hofleverancier voor het Huis van Oranje ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Zijn moeder was Marie-Joseph Masson (?-1861 of 1865). Er waren elf kinderen in het gezin, maar slechts vier zouden ouder dan 25 jaar worden. Sax begon zijn muzikale opleiding in 1828 aan de Brusselse Koninklijke Muziekschool. Naast deze algemene opleiding volgde hij ook klarinetlessen; met dat instrument deed hij op 15-jarige leeftijd mee aan een wedstrijd. Zijn eerste experimenten deed hij met de basklarinet: hij ontwikkelde een nieuw 24-kleppensysteem, dat hij demonstreerde op de Brusselse industrietentoonstelling van 1835 en later patenteerde. Daarna werkte Sax aan de plannen voor een reeks nieuwe instrumenten. Op de Brusselse industrietentoonstelling van 1841 gaf Sax een eerste officiële auditie van zijn creatie: de saxofoon. Maar aangezien de saxofoonnog niet gepatenteerd was, speelde Sax achter een gordijn, zodat niemand kon zien welk instrument die klanken voortbracht. In België kreeg Sax echter niet de erkenning die hij verwachtte. De jury weigerde hem een eerste prijs toe te kennen omdat Sax volgens hen nog te jong was en hij dan later geen hogere waardering zou kunnen ontvangen. Hij antwoordde duidelijk: “Als zij denken dat ik te jong ben voor de gouden medaille, dan vind ik mezelf te oud voor de zilveren.” Hij ging dan ook elders zijn geluk zoeken. In 1842 vertrok hij naar Parijs, op verzoek van luitenant-generaal graaf De Rumigny. Deze zag in Sax de geschikte persoon om de Franse militaire muziekkapellen van betere instrumenten te voorzien. In 1843 opende Sax in Parijs, in een oude schuur, zijn eerste instrumentenfabriek: "Adolphe Sax & Cie". Zijn productie was op industriële leest geschoeid en op het hoogtepunt van zijn activiteit had hij 200 arbeiders in dienst. Al een jaar later toonde hij een groot aantal vormgegeven en opzienbarende muziekinstrumenten op een grote Industriële Expositie in Parijs. Een aantal ministeriële decreten bezorgden hem achtereenvolgens een monopolie als leverancier van saxofoons aan de Franse militairen. In 1848, na de Franse omwenteling, werd het decreet, dat zijn saxhoorns van een vaste plaats in de militaire bands verzekerde, ingetrokken. Mede als gevolg van dit alles ging zijn bedrijf in 1852 voor de eerste maal failliet. In 1853, na de dood van zeven van zijn kinderen, en als gevolg van financiële problemen, voegde Sax senior zich bij zijn zoon in Parijs. Ook Sax' jongere broer had zich al wat eerder als medewerker bij hem gevoegd. Gelukkig voor hem werd in 1854 onder Napoleon III het decreet opnieuw ingevoerd en, mede dankzij de steun van de keizer zelf, kon Sax zijn bedrijf weer verder opbouwen. In 1858 werd Adolphe Sax op welhaast miraculeuze wijze genezen van kanker, dankzij een zwarte dokter die Indische planten gebruikte. Tijdens de Frans-Duitse oorlog stortte de productie wederom in, deze keer voorgoed. Hierbij werd Sax' persoonlijke instrumentenverzameling, bestaande uit 467 stukken, zelfs openbaar verkocht. Daardoor kwamen zijn enige inkomsten alleen nog uit zijn functie als muzikaal directeur van de Opera, ook omdat inmiddels veel van zijn patenten waren verlopen. Sax overleed begin 1894 op 80-jarige leeftijd in Parijs Hij was nooit bijzonder rijk
    geworden. Door de aanhoudende processen liet hij zelfs een berg schulden na, maar hij kreeg wel de erkenning die hem toekwam. Hij werd op Cimetière de Montmartre begraven. Een Bruggeling kreeg de rechten op de naam en bracht in september 2012 een nieuwe saxofoonlijn op de markt onder de merknaam "Adolphe Sax & Cie". Er zouden ook plannen zijn om de teloorgegane Belgische saxofoonindustrie nieuw leven in te blazen.





    17-05-2018 om 09:59 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    16-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 16 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    James Maury (Jim) Henson (Greenville, 24 september 1936 - New York, 16 mei 1990) was een Amerikaanse poppenspeler, producenten regisseur. Hij werd vooral bekend als de bedenker van de Muppets. Een van zijn eerste en bekendste creaties was Kermit de Kikker. In 1936 werd Jim Henson geboren in Greenville, Mississippi. Samen met zijn toekomstige vrouw Jane Nebel verhuisde hij naar Washington D.C. waar hij in de jaren vijftigpoppenshows verzorgde voor de televisie. Daarin ontwikkelde hij de Muppets. Ook experimenteerde hij met technieken voor poppenspelen op televisie. Door slim gebruik te maken van het bereik van de camera kan de speler buiten beeld de pop manipuleren. De poppen zijn uiteindelijk vervolmaakt door de poppenmaker Don Sahlin. In 1963 verhuisden Henson en zijn vrouw naar New York, waar Frank Oz in dienst van het jonge bedrijf Muppets Inc. kwam. Oz en Henson zouden samen blijven werken. Het spelen van de Muppets werd, vooral in de beginjaren, voornamelijk door hen beiden gedaan. Op 16 mei 1990 stierf Jim Henson in een ziekenhuis in New York aan een sepsis veroorzaakt door een longontsteking. Hij werd 53 jaar oud. Tijdens de herdenkingsdienst in de Saint Paul's Cathedral werd door zo'n vijftig Muppets het lied 'One Voice' ten gehore gebracht, ingezet door Kermit, die ditmaal werd gespeeld door Frank Oz. Daarnaast werd het beroemde 'It's Not Easy Being Green' van Kermit ten gehore gebracht. Na zijn dood werd de leiding van de Jim Henson Company overgenomen door zijn zoon Brianen dochter Lisa. Zijn dochter Cheryl is voorzitter van de Jim Henson Foundation. Vanaf 1955 maakte Henson Sam and Friends, een vijf minuten durend poppenprogramma. Hiervoor kreeg hij in 1958 een Emmy. In dit programma was een oerversie te zien van wat later Kermit de Kikker zou worden. Oorspronkelijk was Kermit een onduidelijk reptielachtig wezen. Pas later kreeg hij de kraag om zijn nek die hem zijn huidige uiterlijk gaf. In de jaren zestig volgde een periode van reclamefilmpjes en gastoptredens in verschillende televisieshows. Tussen 1964 en 1968 maakt Henson een aantal experimentele films. In 1965 werd hij genomineerd voor een Oscar voor Beste Korte Film voor Timepiece. In 1969 produceerde Henson nog een experimentele film genaamd The Cube. Deze werd eenmaal op de televisie vertoond en verdween vervolgens ergens op de planken in de vergetelheid. Inmiddels is het stuk wereldwijd herontdekt, en op het internet is niet alleen de oude zwart-wit versie te zien, maar ook een kleurenversie. In 1969 begon Henson bij PBS het educatieve kinderprogramma Sesame Street. Het programma was erg succesvol. Het loopt nog steeds, werd in 120 landen uitgezonden en kreeg meer prijzen dan welk televisieprogramma dan ook. In twintig landen werd een aangepaste versie van het programma uitgezonden, zoals in Nederland waar het sinds 1976 te zien is onder de naam Sesamstraat. In Sesamstraat is het spel van de Amerikaanse acteurs vervangen door filmclips met Nederlandse (en Vlaamse) spelers, maar de meeste Henson-poppen uit Sesame Street zijn behouden en nagesynchroniseerd: onder meer Bert en Ernie, Koekiemonster, Grover, Elmo en Kermit de Kikker.
    In 1976 was The Muppet Show alleen op een commerciële Britse zender te zien. Henson kreeg de show niet aan een Amerikaanse zender verkocht. Uiteindelijk werd, door een mondelinge overeenkomst met de mediamagnaat Lord Grade, de show geproduceerd in Engeland. Al na twee jaar was de show te zien in 106 landen. Iedere week keken wereldwijd 235 miljoen mensen naar de show, die uitgroeide tot één van de succesvolste televisieseries aller tijden. In 1981 kwam er een eind aan de reeks. Daarna volgden er nog wel enkele films. Het programma speelde zich af in een ouderwets variététheater en werd gepresenteerd door Kermit de Kikker. The Muppet Show introduceerde onder andere de personages Miss Piggy, Gonzo, Fozzie Bear en Animal. Het was gericht op een ouder, breder publiek dan Sesamstraat. In 2004 zijn de rechten van de Muppetsverkocht aan The Walt Disney Company. Sindsdien mag Kermit niet meer worden gebruikt in nieuwe Sesamstraat-filmpjes. The Muppet Show liep vijf seizoenen en kende veel spin-offs, waaronder een aantal films: The Muppet Movie (1979), The Great Muppet Caper (1981), The Muppets Take Manhattan (1984), The Muppet Christmas Carol (1992), Muppet Treasure Island (1996) en Muppets From Space (1999). In 1996 werd The Muppet Show nieuw leven ingeblazen en werd een soortgelijke televisieshow geproduceerd onder de titel Muppets Tonight. Jim Henson regisseerde veel voor televisie en waagde zich een enkele keer aan de regie van films. Hij deed The Great Muppet Caper en de fantasyfilms The Dark Crystal(1982) en Labyrinth (1986) met David Bowie in een grote rol. De studio van Henson heeft in de loop der jaren ook veel bijdragen aan filmprojecten van anderen geleverd. Best bekend zijn Yoda uit de Star Wars-cyclus, de poppen in de verfilming van Michael Endes boek The Neverending Story en de dieren in Dr. Dolittle. In 1983 begon Jim Henson een derde succesvolle Muppet-serie: Fraggle Rock. In Nederland is dit kinderprogramma beter bekend als De Freggels. Fraggle Rock is de meest moralistische van Hensons creaties. De wereld van de Freggles is vrolijk en kleurrijk, maar vormt ook een complex systeem van symbiotische relaties tussen verschillende rassen, te weten Freggels, Doeners en Griezels, alsook echte mensen. In deze wereld behandelde Henson op een onderhoudende manier serieuze thema's als vooroordelen, spiritualiteit, identiteit, milieu en sociale conflicten. In 1988 begon Hensons televisieserie The Storyteller, waarin sprookjes en mythen werden herverteld met gebruikmaking van acteurs en poppen. De rol van Storyteller was, wellicht in verband met zijn specifieke stemgeluid, weggelegd voor de Britse acteur John Hurt. In de serie verschenen de bewerkte verhalen van onder andere De ware bruid, Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen en Bontepels. Net als aan film leverde de Henson studio ook bijdragen aan televisieseries van andere producenten, zoals Dinosaurs en Farscape. De studio is eveneens verantwoordelijk voor honderden liedjes die onder meer Sesame Street, The Muppet Show en Fraggle Rock muzikaal omlijstten. Meest bekend zijn de openingsthema's van The Muppet Show en Fraggle Rock en de door Kermit gezongen nummers 'The Rainbow Connection' en 'It's Not Easy Being Green'. Ook erg bekend is 'Mah Na Mah Na', dat overigens niet door de mensen van Henson werd gecomponeerd. Een deel van de liedjes is op verzamelalbums uitgegeven.

    16-05-2018 om 09:15 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 16 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Thomas Alva Edison (Milan (Ohio), 11 februari 1847 – West Orange (New Jersey), 18 oktober 1931) was een Amerikaanseuitvinder en oprichter van General Electric Company, die zijn fortuin maakte door uitvindingen op te kopen en de octrooien op zijn eigen naam vast te leggen. Als deze succesvol bleken, perfectioneerde hij ze en nam ze in productie. Edison was lange tijd recordhouder voor het grootste aantal octrooien toegekend aan een persoon (ongeveer 1400). Op 21 oktober 1879 brandde zijn gloeilamp met koolstofvezel voor het eerst. Hij was echter niet de eerste met het idee van een gloeilamp, de gloeilamp werd namelijk bedacht in 1806 door Humphry Davy.] Ten opzichte van de bestaande verlichtingsbronnen in die tijd, zoals olielampen en kaarsen, was het een hele vooruitgang. Hoewel zijn eerste lamp het maar een paar uur uithield, lukte het hem later lampen te maken met een veel langere levensduur. Om zijn uitvinding bekend te maken aan het New Yorkse publiek, bedacht Edison een publiciteitsstunt. Op oudejaarsavond 1879 liet hij rondom Menlo Park tientallen gloeilampen branden als feestversiering. Al snel daarna werd zijn gloeilamp een commercieel succes; in 1881 richtte hij de Edison Lamp Company op en begon de grootschalige serieproductie. Om in ieder huis zijn gloeilamp te laten branden legde Edison tevens de complete elektrotechnische infrastructuur aan. In tegenstelling van wat velen denken was niet Edison de eerste uitvinder van de gloeilamp. Heinrich Göbel – een uit Duitsland afkomstige Amerikaanse immigrant – claimde dat hij in 1854 reeds een gloeilamp had gemaakt. Göbel was echter zijn tijd vooruit en kon door het ontbreken van een economische elektriciteitsbron zijn belangrijke uitvinding niet in de praktijk brengen. Edison pakte het bestaand idee later op, verbeterde het procedé, en maakte er een werkend en bruikbaar product van. Toen hij probeerde zijn uitvinding in het Verenigd Koninkrijk te patenteren bleek dat de Engelsman Joseph Swan – onafhankelijk van Edison – enkele maanden eerder de gloeilamp ook had uitgevonden en gepatenteerd. In eerste instantie probeerde Edison Swan te beschuldigen van plagiaat, maar de Britse justitie verwierp dit.[10] Later legden ze hun juridische geschil bij en richtten ze in 1884 de Edison & Swan United Electric Company op. In 1891 kwam de toen 28-jarige Henry Ford bij Edison Illuminating Company werken. Ford was toen al bezig met het ontwerp van zijn auto, en het was Thomas Edison zelf die Ford, met de vuist op tafel slaande, aanmoedigde om een autofabriek te starten.

    16-05-2018 om 09:13 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug mei 16
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De eerste gloeilampenfabriek van Philips is een gebouw op adres Emmasingel 31 in het centrum van Eindhoven. Het ligt tegenover de Witte Dame en naast de Admirant. Het is eigendom van Philips. Het is een zeldzaam voorbeeld van een kleinschalig fabrieksgebouw en is een rijksmonument. Aan de straatkant bestaat het uit twee blokken, links met twee zadeldaken, rechts met een schilddak. Tussen de twee blokken bevinden zich de ingang en een schoorsteen. Daarachter bevinden zich een kantoor en een fabriekshal met lichtkappen. Op de schoorsteen is een plaquette aangebracht van Gerard Philips van de hand van Louise Beijerman. Het oorspronkelijke gebouw dateert uit 1869. Het is gebouwd als stoomspijkerfabriek in opdracht van Franciscus en Henricus Raijmakers. In 1871 fungeerde het als draadtrekkerij en draadnagelfabriek. De draadtrekkerij stopte in 1872. Franciscus overleed en de fabriek werd verkocht aan Johan Schröder die er vanaf 1876 bukskin en laken fabriceerde. In 1879 en 1880 werd de fabriek uitgebreid. Op 12 april 1888 brak er brand uit; van het pand kon vrijwel niets worden gered. De herbouw werd nog in 1888 gestart. De oudste delen van het huidige gebouw dateren dus, in strijd met vermeldingen uit vele bronnen, uit 1888/1889. Per 7 juni 1890 werd het bedrijf geliquideerd en kwam het pand leeg te staan. In 1891 werd het gekocht door Gerard Philips voor 12150 gulden en in gebruik genomen als fabriek voor de fabricage van gloeilampen, en de kooldraad die daarin zat. Ook werd er onderzoek en ontwikkelingswerk gedaan. In 1907 werd de fabricage en 1909 het ontwikkelingswerk overgebracht naar de nieuwbouw aan de overzijde van de straat. Het pand fungeerde als chemisch magazijn en als pakhuis. Op 26 oktober 1926 brak brand uit in het magazijn; van het pand konden alleen het kantoor, schoorsteen en delen van het voorfront worden gered. Het pand werd in 1926 of wellicht pas in 1930 in oude staat hersteld, waarna het tot 1934 leeg stond. In 1934 nam de afdeling Neon het in gebruik. In 1944 werd de productie van fluorescentiepoeders er ondergebracht (voor tl-buizen). Bij het 60-jarig bestaan van het Philipsconcern in 1951 werd de plaquette op de schoorsteen aangebracht. Ook werd het pand toen in gebruik genomen als het Philips Demonstratielaboratorium ("Demlab"). Dat duurde veertig jaar, tot 1991. Vanaf 1991 was het gebouw tien jaar het onderkomen van het Concernarchief van Philips (Philips Archives). Ook de stichting Lichteffecten in de Schilderkunst en Sculptuur kreeg er een onderkomen. Sinds 27 maart 2002 heeft het nog enkel een museumfunctie, toen eerst het museum Philipsfabriek 1891 werd geopend en een maand later het Centrum Kunstlicht in de Kunst (per 5 december 2010 gesloten). Sinds 2001 is het een rijksmonument. In april 2011 werd het hele gebouw gesloten voor een verbouwing, waarbij het in oude staat werd teruggebracht met een glazen facade aan de voorzijde; zo is de ingang terugverplaatst naar de Nieuwe Emmasingel. Op 5 april 2013 werd op deze locatie het Philips museum door de toenmalige Koningin Beatrix geopend. De bestaande opstelling van oude apparatuur voor fabricage van gloeilampen is blijven bestaan.

    16-05-2018 om 09:12 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug mei 15
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Rik Van Steenbergen (Arendonk, 9 september 1924 – Antwerpen, 15 mei 2003) was een Belgische wielrenner in de jaren veertig, vijftig en zestig. Als beroepsrenner, tussen 1942 en 1966, won Van Steenbergen onder andere twee keer de Ronde van Vlaanderen, twee keer Parijs-Roubaix, twee keer de Waalse Pijl, een keer Parijs-Brussel en een keer Milaan-San Remo. Hij werd driemaal wereldkampioen op de weg. Hij was de snelste in verscheidene etappes in de Ronde van Frankrijk en de Ronde van Italië en won eenmaal het puntenklassement in de Ronde van Spanje. In 1948 kreeg hij bij de overwinning in Parijs-Roubaix de "Gele wimpel" uitgereikt, de onderscheiding voor het hoogste uurgemiddelde behaald in een internationale klassieker. Hij verbeterde hiermee de prestatie van de Italiaan Jules Rossi uit 1938. Gedurende zijn carrière reed Van Steenbergen ook met grote regelmaat op de piste. In het bijzonder vanaf eind jaren vijftig tot de tweede helft van de jaren zestig, toen hij zijn activiteiten op de weg geleidelijk afbouwde, behoorde Van Steenbergen tot de dominante renners binnen het zesdaagsepeloton en won uiteindelijk 40 zesdaagsen, waarvan 19 met zijn landgenoot Emile Severeyns, een groot aantal meetings, en werd in deze jaren bovendien ook viermaal Europees kampioen koppelkoers (1957/58, 1958/59, 1959/60, 1960/61 (met Severeyns) en 1962/63 (met Palle Lykke) en eenmaal Europees kampioen omnium (1959). Een krant berekende ooit dat hij één miljoen kilometer aflegde. Onderweg behaalde hij 1645 triomfen en draaide tot zijn 43ste mee aan de top. Na zijn actieve wielercarrière raakte Van Steenbergen een tijd lang aan lager wal. In 1968 speelde hij zelfs mee in een erotische film, Pandora, om wat extra geld te kunnen verdienen. Deze film werd op 9 september 2010 uitzonderlijk en eenmalig nog eens in een Antwerpse bioscoop vertoond. Rik Van Steenbergen wordt gezien als een medisch wonder, vanwege het uitzonderlijk grote hart dat hij had. De man overleed in 2003 in Antwerpen. Van 1991 tot 2012 vond in Aartselaar jaarlijks de naar Van Steenbergen vernoemde wielerwedstrijd Memorial Rik van Steenbergen plaats. Deze zou vanaf 2017 opnieuw georganiseerd worden, maar dan in zijn geboortedorp Arendonk. In 2004 werd in Arendonk een monument geplaatst met de torso van de sportman, ontworpen door leerlingen van de Academie voor Schone Kunsten.

    15-05-2018 om 08:26 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug mei 15
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Op zaterdag 15 mei 1971 ontplofte een brandbom aan boord van de Mebo II.] Niet de olieleiding in de machinekamer zoals oorspronkelijk de bedoeling was, werd getroffen, maar de waterleiding van de MEBO II. Het achterschip vatte vlam. Dj Alan West, die op dat moment een live programma in het Engels - 's avonds was er een Engelstalige programmering - presenteerde, werd tijdens het draaien van de plaat Melting pot van Blue Mink opgeschrikt door de explosie en ging poolshoogte nemen. Hij zag nog net een kleine motorboot met buitenboordmotor wegvaren. Hij rende terug naar de studio en riep over de zender (hij was duidelijk in paniek) om hulp: Mayday, mayday, the Mebo II is on fire, SOS, SOS, we had an explosion on board, mayday, mayday, we need help! Deze oproep bleef hij verschillende malen herhalen in het Engels, later deed de Nederlandse kapitein nog een oproep. Er kwam hulp van blusboten die de brand snel wisten te doven. Het station ging uit de lucht. Er vielen geen gewonden. De schade aan de MEBO II bleef beperkt; het bovendeel van de kombuis en het achterdek waren grotendeels afgebrand. De volgende dag was de zender terug in de lucht. Hoewel er aanvankelijk verhalen in de pers verschenen dat de BVD achter de aanslag zat - Meister en Bollier zouden banden hebben met het bewind van de DDR of zelfs Libië, en de korte golfzender gebruiken voor het verzenden van gecodeerde geheime berichten - bleek al spoedig, dat Radio Veronica de schuldige was: er werden drie duikers gepakt, aan wie Veronica 100.000 gulden (= € 45.380,-) had betaald om het schip binnengaats te krijgen, zodat men beslag op het schip kon leggen omdat RNI de onderlinge overeenkomst niet zou hebben nageleefd. Maar de aanslag bewerkte precies het tegendeel van wat Veronica beoogd had: het leverde Radio Noordzee veel sympathie van de luisteraars op en het station won enorm aan populariteit. Het prikkelde echter ook de Nederlandse overheid om de zeezenders nu eens definitief met wetgeving aan te pakken. Bull Verweij, een van de gebroeders Verweij, eigenaren van Veronica, en Veronica-aandeelhouder Norbert Jürgens werden, net als de drie duikers, tot gevangenisstraffen veroordeeld

    15-05-2018 om 08:23 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 15 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Trini Lopez (geboren als Trinidad López III, Dallas (Texas), 15 mei 1937) is een Amerikaans zanger van Mexicaanse afkomst. Hij had groot succes in 1963 met het lied If I had a hammer. Het bereikte de eerste plaats in de hitlijsten in vijfentwintig landen, waaronder de Nederlandse Tijd voor Teenagers Top 10. Het nummer stond op zijn debuutalbum Trini Lopez Live at PJ's, dat verscheen op Reprise Records, het platenlabel van Frank Sinatra. Ook La Bamba van dezelfde lp werd een hit. Latere succesnummers van Lopez waren onder andere This land is your land, Kansas City en Adalita. Met minder succes werkte Lopez ook als acteur. Zijn eerste film was "Marriage On The Rocks" (1965), waarin hij optrad naast Sinatra en Dean Martin. De bekendste film waarin hij speelde was "The Dirty Dozen" (1967). Tegenwoordig treedt Trini Lopez nog steeds op. In 2005 nam hij deel aan een benefietconcert voor de slachtoffers van de Tsunami. In de zomer van 2013 trad hij op in de concertreeks van André Rieu op het Vrijthof in Maastricht.

    15-05-2018 om 08:21 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    14-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug mei 14

    Francis Albert Sinatra (Hoboken (New Jersey), 12 december 1915 – Los Angeles (Californië), 14 mei 1998) was een Amerikaans zanger, acteur, filmproducent en filmregisseur. Frank Sinatra, geboren in Hoboken (New Jersey), besloot zanger te worden nadat hij Bing Crosby op de radio hoorde. Hij begon in kleine clubs in New Jersey en kwam op die manier onder de aandacht van trompettist en bandleider Harry James. Na een korte periode met James sloot hij zich aan bij het Tommy Dorsey Orchestra, en na zijn debuut met hen in 1940 werd hij beroemd als zanger. Hij had een grote aantrekkingskracht op de tieners van die tijd (de zogenoemde bobby soxers), die een heel nieuw publiek waren voor populaire muziek. Deze muziek was tot dan toe voorbehouden aan volwassenen, en Sinatra werd zo het eerste tieneridool. Eind jaren veertig en begin jaren vijftig ging het bergaf met zijn carrière, maar hij maakte een terugkeer op het witte doek in de film From Here to Eternity. Hij verscheen daarna in veel verschillende films, in het bijzonder The Man with the Golden Arm en The Manchurian Candidate. In de jaren vijftig en zestig was Sinatra een populaire attractie in Las Vegas. Hij was bevriend met Dean Martin, Sammy Davis jr., Peter Lawford en Joey Bishop, en samen vormden zij de Rat Pack – een losse groep muzikanten en zangers die vrienden waren en samen feestvierden. Samen met andere Rat Pack-leden speelde hij in een aantal films, waaronder Ocean's 11, Sergeants 3en Robin and the 7 Hoods. Zijn hele carrière werd hij ervan beschuldigd contacten in het maffia- en criminele milieu te hebben. Zijn stem is onmiddellijk herkenbaar en wordt beschreven niet alleen in termen van kracht en charisma, maar ook van nostalgie en tederheid. Sinatra wordt daarom ook wel The Voice genoemd. Er wordt ook vaak naar hem verwezen als Ol' Blue Eyes. Sinatra was getrouwd met Nancy Barbato (1939–1951), Ava Gardner (1951–1957), Mia Farrow (1966–1968) en Barbara Blakeley (1976–1998, zijn dood). Met Barbato kreeg hij dochters Nancy en Tina en zoon Frank jr. (1944–2016). Hij overleed in 1998 op 82-jarige leeftijd aan een hartaanval. Zijn laatste woorden zijn: "I'm losing"verwijzend naar zijn gevecht om in leven te blijven. Sinatra is begraven in het Desert Memorial Park in Cathedral City, Palm Springs, Californië. Op zijn grafsteen staat de tekst "The Best is Yet to Come".







    14-05-2018 om 09:05 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug mei 14

    14-05-1902 Vandaag sneeuwt het in een groot deel van het land. Voor Ukkel is dit de meest laattijdige sneeuw van de eeuw. In de Ardennen blijft de sneeuw liggen en geeft aanleiding tot uitzonderlijke sneeuwdikten voor deze periode van het jaar : 4 cm in Hestreux (Baelen), 6 cm in Libramont, 11 cm in La Roche-en-Ardenne...





    14-05-2018 om 09:04 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WELKOM OP DIT BLOG VOOR EN DOOR VIJFTIG PLUSSERS




    13-05-2018 om 11:20 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 13 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Paus Johannes Paulus II, Latijn: Ioannes Paulus PP. II, geboren als Karol Józef Wojtyła (uitspraak) (Wadowice, 18 mei 1920– Vaticaanstad, 2 april 2005), was een Pools priester die aartsbisschop en kardinaal werd en uiteindelijk op 16 oktober 1978 werd verkozen tot 264ste paus van de Rooms-Katholieke Kerk. Hij was de opvolger van de plotseling overleden Johannes Paulus I. In zijn hoedanigheid van paus was hij tevens soeverein van Vaticaanstad, alsook bisschop van Rome. Hij was de eerste Poolse paus en de eerste niet-Italiaan sinds de uit de Nederlanden afkomstige Adrianus VI (1522-1523). Op 1 mei 2011 werd hij door zijn opvolger, paus Benedictus XVI, zalig verklaard.[1] Op 27 april 2014 werd hij door paus Franciscusheilig verklaard. De Kerk gedenkt hem op 22 oktober, de dag waarop hij in 1978 als paus werd geïntroniseerd Johannes Paulus II werd geboren als Karol Józef Wojtyła in Wadowice, nabij Krakau, in het zuiden van Polen als zoon van Karol Wojtyła (1879-1941) en Emilia Kaczorowska (1884-1929). Hij was de jongste van drie kinderen. Zijn enige zuster stierf voordat hij geboren werd. Zijn vader was een zoon van een meester-kleermaker en was eerst administratief officier voor het Oostenrijks-Hongaarse leger op een departement van het ministerie en werd later tot aan zijn pensioen in 1927 luitenant in het Poolse leger. Toen Karol bijna negen jaar oud was, overleed zijn moeder en in 1941 overleden zowel zijn vader als zijn oudere broer. In zijn jeugd in Wadowice had hij veel vriendschappelijk contact met de plaatselijke joodse gemeenschap.Als kind was hij sportief en hij beoefende diverse sporten tot in zijn volwassenheid. Zo voetbalde hij (zijn favoriete positie was die van doelman) en was hij een goed skiër en zwemmer. Wojtyła doorliep het plaatselijk lyceum in Wadowice en begon een studie letterkunde aan de Jagiellonische Universiteit in Krakau. Na de Duitse inval in Polen in 1939 werd de universiteit door de nazi's gesloten. Om deportatie en gevangenschap te voorkomen, was hij verplicht een baan te nemen. Hij werkte in Zakrzowek te Krakau als steenhouwer in een groeve en vanaf de lente van 1942 tot in 1944 bij het chemische concern Solvay ] Op 1 november 1946 werd hij tot priester gewijd. Van de aartsbisschop van Krakau, kardinaal Sapieha, kreeg hij de opdracht om nog dezelfde maand in Rome theologie te gaan studeren. Hij studeerde er aan de Pauselijke Universiteit Sint Thomas van Aquino en overnachtte onder meer in het Belgisch Pauselijk College.[4] In die Romeinse periode bezocht hij in 1947 Frankrijk en België en bracht hij acht dagen door in Nederland. In juni 1948 behaalde hij in Rome zijn doctoraat in de filosofie met het proefschrift over de geloofsdoctrine van Johannes van het Kruis, geschreven onder supervisie van Réginald Garrigou-Lagrange. Op 16 december dat jaar kreeg hij een master in de theologie aan de Jagiellonische Universiteit in Krakau. Tevens behaalde hij die maand aan deze universiteit een doctoraat in de theologie. Hij volgde meerdere taalcursussen, waardoor hij behalve zijn moedertaal ook Slowaaks, Russisch, Italiaans, Frans, Spaans, Portugees, Duits, Engels, Latijn en Oud-Grieks sprak Karol Wojtyła werd op 4 juli 1958 door paus Pius XII tot hulpbisschop van Krakau benoemd. Op 28 september 1958 werd hij tot bisschop gewijd door de apostolisch administrator van het aartsbisdom Krakau, aartsbisschop Eugeniusz Baziak van het aartsbisdom Lviv. Tot aan zijn benoeming tot aartsbisschop van Krakau was hij professor aan de Katholieke Universiteit van Lublin, die sinds 2005 zijn naam draagt. In de periode van 1962 tot 1965 nam hij deel aan het Tweede Vaticaans Concilie, dat door paus Johannes XXIII was bijeengeroepen
    Na het overlijden van aartsbisschop Eugeniusz Baziak werd Karol Wojtyła op 13 januari 1964 door paus Paulus VI tot aartsbisschop van Krakau benoemd. Op 26 juni 1967 werd hij door Paulus VI kardinaal gecreëerd. Hij kreeg de diakonie San Cesareo in Palatio - pro hac vice - als titelkerk
    Op 16 oktober 1978 werd Wojtyła gekozen tot paus. Onder de aanwezigen op het SintPietersplein klonk enige verbazing bij het horen van de niet-Italiaanse naam. Onmiddellijk daarna verscheen de nieuwe paus op de loggia van de Sint-Pietersbasiliek om de zegen Urbi et Orbi te geven aan de verzamelde gelovigen op het plein. In afwijking van wat pausen voor hem hadden gedaan, begon hij met een korte toespraak:
    Geloofd zij Jezus Christus. Dierbare broeders en zusters, wij zijn nog steeds aangedaan vanwege het overlijden van onze geliefde paus Johannes Paulus I. En nu hebben de heren kardinalen een nieuwe bisschop van Rome gekozen. Zij hebben hem geroepen uit een ver land. Ver weg, en toch dichtbij in de gemeenschap van het geloof en in de christelijke tradities. Ik was bang om deze verantwoordelijkheid te aanvaarden, maar ik heb dat toch gedaan, in een geest van gehoorzaamheid aan onze Heer Jezus Christus en in een onwankelbaar vertrouwen in Zijn Moeder, de Allerheiligste Madonna. Ik weet niet zeker of ik mij correct kan uitdrukken in uw, nee, in onze Italiaanse taal. Mocht ik fouten maken, dan wilt u mij wel verbeteren. En zo stel ik me aan u voor: om gezamenlijk ons geloof te belijden, onze hoop en ons vertrouwen in de Moeder van Jezus, de Moeder van de Kerk. En om een nieuw hoofdstuk te beginnen in de geschiedenis van de Kerk, met hulp van God en van de mensen.
    Overigens viel dit praatje niet bij iedereen in de smaak. Een aantal curiekardinalen op het balkon fluisterde een aantal keren basta, ten teken dat de paus beter zou overgaan tot het geven van de zegen. Wojtyła werd de eerste Poolse paus en de eerste niet-Italiaanse paus in 455 jaar. De laatste was de Nederlandse paus Adrianus VI in 1523 geweest. Wojtyła was als Pool ook de eerste Slavische paus en was bovendien afkomstig uit een land dat behoorde tot het communistische Oostblok. De keuze had daarmee niet alleen een religieuze, maar ook een politieke betekenis. Als eerbetoon aan zijn voortijdig overleden voorganger nam hij de naam Johannes Paulus II aan, ook uit respect voor de twee daaraan voorafgaande pausen, Johannes XXIIIen Paulus VI. Hij begon ermee het ambt te vereenvoudigen door af te zien van de pluralis majestatis als aanspreek- en schrijftitel en verkoos een eenvoudige inauguratieceremonie zonder een formele pauselijke kroning. De pauselijke tiara zou hij nimmer dragen. Hij volgde hiermee het voorbeeld van zijn voorganger De verkiezing van Karol Wojtyła tot paus was een verrassing, te meer omdat hij de eerste niet-Italiaanse paus was sinds 1523. Het leidde tot onrust bij Leonid Brezjnev, de leider van de Sovjet-Unie. Hij zag de paus als een gevaar voor de invloed van de Sovjet-Unie in Polen en het Oostblok in het algemeen. Dat de vrees terecht was, bleek een jaar later, toen Johannes Paulus II een bezoek bracht aan zijn geboorteland en een grote menigte op de been wist te krijgen. Johannes Paulus' invloed in Polen en in de wereld heeft op een indirecte manier de macht van de Sovjet-Unie beperkt. Hoewel de Sovjet-Unie en het
    Vaticaan nooit rechtstreeks de confrontatie zijn aangegaan, was er vanwege de pauselijke invloed wel spanning tussen beide. Johannes Paulus II was de eerste paus die veelvuldig de wereld introk. In juni 1979 bracht hij zijn eerste van negen pastorale bezoeken aan zijn geboorteland Polen. Miljoenen landgenoten kwamen voor hem op de been. Tot zijn overlijden heeft de paus meer dan honderd pastorale bezoeken afgelegd, waarbij hij 129 landen bezocht.Legendarisch is dat hij altijd bij aankomst de grond kuste. Toen hij op hoge leeftijd niet meer kon bukken, werd voor hem aarde op een schaal gelegd en naar zijn mond gebracht, zodat hij staande alsnog een kus kon geven. In mei 1985 bezocht hij Nederland, Luxemburg en België. Er was in Nederland relatief weinig belangstelling. Veel Nederlandse rooms-katholieken achtten hem te conservatief. In de stad Utrecht moest bij een betoging de Mobiele Eenheidingrijpen.
    In Luxemburg en België, waar hij zijn 65ste verjaardag vierde, kreeg hij een hartelijk onthaal en brachten zijn bezoeken veel volk op de been. Op 13 mei 1981 schoot de 23-jarige Turk Mehmet Ali Ağca de paus met een pistool neer op het plein voor de Sint-Pietersbasiliek. Hij raakte hem vier keer. De dader werd meteen aangehouden. Johannes Paulus II verloor door de verwondingen driekwart van zijn bloed, maar overleefde de aanslag. Hij schonk de dader, die tot levenslang veroordeeld werd, vergiffenis en bezocht hem in de gevangenis.Op voorspraak van de paus werd Ağca door de Italiaanse president Carlo Azeglio Ciampi amnestie verleend en in juni 2000 uitgeleverd aan Turkije. Op 2 maart 2006 maakte een Italiaanse parlementaire onderzoekscommissie bekend dat naar alle waarschijnlijkheid de Sovjet-Unie opdracht had gegeven voor de aanslag, als vergelding voor de voortdurende steun van de paus aan de Poolse vakbond Solidarność. Op 12 mei 1982 werd in Fátima, Portugal, een tweede aanslag op Johannes Paulus II gepleegd. De 34-jarige uit Spanje afkomstige priester Juan María Fernández y Krohnprobeerde hem met een bajonet neer te steken. Fernández y Krohn verklaarde tijdens zijn proces dat hij gelooft dat Johannes Paulus II een spion van de SB en de KGB is en de opdracht heeft het verzet van het Vaticaan tegen de Sovjet-Unie te stoppen. Deze tweede aanslag werd vijfentwintig jaar voor de openbaarheid verborgen gehouden. Het Vaticaan had geopperd dat de paus door de Spaanse priester slechts bedreigd werd. Maar kardinaal Stanislaw Dziwisz onthulde in de documentaire 'Testimony' in 2008 dat Johannes Paulus II wel degelijk werd neergestoken, maar dat de paus de niet levensbedreigende wond geheim had gehouden. De paus zag het belang in van het betrekken van de jeugd bij de Kerk. Daarom initieerde hij in 1984 de Wereldjongerendagen die om de paar jaar honderdduizenden jongeren vanuit heel de wereld samenbrengen om het geloof te vieren, te delen en uit te dragen. De slotmis van de Wereldjongerendagen in Manilla werd zelfs bezocht door zo'n 4 miljoen mensen. Ook wilde hij duidelijk maken dat mensen die een verschil maken erkenning verdienen. Zo heeft hij in totaal 1338 zaligverklaringen uitgesproken.[noot 6] Hij verklaarde in totaal 482 mensen heilig. Dit waren er meer dan alle andere pausen voor hem ooit hebben gedaan. Het hoge aantal was mede het gevolg van zijn streven naar versimpeling en stroomlijning van de procedure, zodat alles sneller kon verlopen. Hij besloot de promotor fidei (de advocaat van de duivel), af te schaffen, zodat meer mensen de vaak lang gehoopte erkenning konden krijgen.
    Johannes Paulus II sprak zich uit tegen het communisme, het materialisme, het ongebreideld kapitalisme en de politiekeonderdrukking. Heel actief was hij in het bestrijden van het communisme in de jaren tachtig. Toen in het Oostblok de communistische macht was verdwenen, zette hij zich actief in voor de Europese eenwording.[noot 8] De val van het communisme was echter geen doel op zich voor de paus. Hij had gehoopt dat Polen na het verdwijnen ervan terug zou keren naar een maatschappij met conservatieve waarden. Dit gebeurde echter niet en Polen koos meer voor de westerse consumptiemaatschappij. Steeds meer verloor Johannes Paulus II de voeling met de ontwikkeling van de Kerk, meer bepaald in West-Europa. Het feit dat men in Europa steeds minder oor had naar zijn conservatieve agenda, leidde tot ergernis bij de paus. Daarom had hij vaak kritiek op de westerse maatschappij en het kapitalisme. Ook in ethische kwesties voer hij een harde koers en verwierp hij, in lijn met de traditionele opvattingen van de Rooms-Katholieke Kerk, expliciet abortus, euthanasie, anticonceptie, homoseksualiteit, transseksualiteit en de doodstraf. Door dit conservatisme daalde zijn populariteit echter in West-Europa.[8] De paus was ook uitgesproken in zijn afkeer van oorlog voeren. Hij veroordeelde publiekelijk de Tweede Golfoorlog, nadat hij al de Eerste Golfoorlog fel had bekritiseerd. In Europa en Azië was er kritiek op zijn standpunten over voortplanting. Men verweet de paus dat doordat hij het gebruik van condooms veroordeelde, hij het voorkomen van besmetting met hiv ernstig hinderde. De paus was er voorstander van aan de armen medicijnen beschikbaar te stellen, maar voorkoming van hiv-besmetting was volgens hem vooral te bereiken door een monogaam gezinsleven. In 1994 wees paus Johannes Paulus II in zijn apostolische brief Ordinatio Sacerdotalis toelating van lekenpriesters, openstelling van het priesterambt voor vrouwen en opheffing van het celibaat af.] In de apostolische brief De mulieris dignitate gaf de paus aan dat vrouwen recht hadden op waardigheid met betrekking tot mensenrechten en werk, maar dat kon volgens hem niet leiden tot de openstelling voor hen van het priesterambt. Johannes Paulus II was de eerste paus die het concentratiekamp in Auschwitz in Polen bezocht. Zijn bezoek aan de Synagoge van Rome was het eerste synagogebezoek van een paus in de geschiedenis van de Rooms-Katholieke Kerk. In maart 2000 bezocht hij het Holocaustherinneringscentrum Yad Vashem in Israël en raakte het heiligste heiligdom van de joden aan, de westelijke muur in Jeruzalem, ter bevordering van de christelijk-joodse verzoening, en sprak uit dat de joden "onze oudere broeders" zijn. Hoewel sommigen kritiek hadden op bepaalde handelwijzen waar hij medeverantwoordelijk voor was, als de zaligverklaring van paus Pius XII, die volgens critici zich tijdens de Tweede Wereldoorlog onvoldoende voor de Joden had ingezet, en op het zalig verklaren van bekeerde Joden, heeft hij er actief aan bijgedragen om de verhoudingen tussen het joodse geloof en het rooms-katholieke geloof te verbeteren. In mei 1999 bezocht Johannes Paulus II Roemenië. Het was de eerste keer dat een paus een overwegend oosters-orthodox land bezocht sinds het Grote Schisma, de scheiding van de oostelijke orthodoxie en het westelijke rooms-katholicisme in het jaar 1054. Hij werd verwelkomd door de patriarch Teoctist Arăpaşu en de Roemeense president Emil Constantinescu. De patriarch stelde dat het "tweede millennium van christelijke geschiedenis met het pijnlijke verwonden van de eenheid van de Kerk begon; aan het eind van dit millennium is er een herstel van christelijke eenheid geweest". Samen met de
    patriarch woonde de paus massale vereringsdiensten bij in de open lucht en droeg zo bij aan een verbeterde relatie. In Athene ontmoette de paus aartsbisschop Christodoulos, het hoofd van de GrieksOrthodoxe Kerk. Na een bilaterale bijeenkomst spraken de twee in het openbaar. Christodoulos las een lijst van "dertien inbreuken" van de Rooms-Katholieke Kerk tegen de Orthodoxe Kerk sinds het Grote Schisma voor, waaronder het plunderen van Constantinopel door kruisvaarders in 1204 en het gebrek aan verontschuldiging hiervoor. De paus antwoordde met de vraag aan de Heer of Hij daarvoor vergiffenis wou schenken, wat Christodoulos meteen toejuichte. Johannes Paulus II zei dat de plundering van Constantinopel een bron van "diepe spijt" voor de rooms-katholieken was. Daarna bezochten beiden de plek waar Paulus de Apostel aan Atheense christenen had gepredikt. De patriarch en de paus gaven een gemeenschappelijke verklaring uit, waarin stond: "Wij zullen alles doen wat in onze macht ligt, opdat de christelijke wortels van Europa en zijn christelijke ziel kunnen worden bewaard. (...) Wij veroordelen elke toevlucht tot geweld, proselytisme en fanatisme, in naam van de godsdienst. Later bracht de paus bezoeken aan andere oosters-orthodoxe landen, zoals Oekraïne. Johannes Paulus II heeft niet zoveel aandacht besteed aan de Protestantse Kerken als aan de orthodoxe. Volgens sommigen omdat met de protestanten minder raakvlakken zijn. Zo kon de vrijzinnigheid in veel protestantse richtingen zijn goedkeuring niet wegdragen en bleef voor hem het 'weglopen' van Calvijn en Maarten Luther een ketterse daad. Met de meer conservatieve stromingen binnen het protestantisme kon de paus zich vinden in de gedeelde kern van de christelijke leer over zonde en verzoening, God, Jezus en Heilige Geest, maar bleef er verschil in inzicht over de Mariaverering en het primaat van het pauselijk ambt. Met de Anglicaanse Kerk, die in liturgie en organisatie dicht bij de RoomsKatholieke Kerk staat, werd meer contact gezocht Johannes Paulus II was als paus betrekkelijk jong, 58, toen hij verkozen werd. Zijn pontificaat werd het op twee na langste in de geschiedenis (na dat van Petrus en Pius IX). Bij zijn aantreden was hij in een goede lichamelijke conditie en was een actief sporter. Hij wandelde, zwom en skiede. Na de eerste aanslag op zijn leven ging zijn gezondheid achteruit. In 1989 schreef hij een brief waarin hij aangaf dat hij zou aftreden als zich bij hem een ongeneeslijke ziekte of een andere vergaande verslechtering van zijn gezondheid had gemanifesteerd die hem het werken onmogelijk zou maken. In dat voorkomende geval zou hij het overlaten aan de deken van het College van Kardinalen, de Romeinse Curie en aan de vicaris van Rome wanneer zijn ontslag geaccepteerd zou worden. In 1992 werd er bij Johannes Paulus II een tumor verwijderd, in 1993 had hij een schouderoperatie, een jaar later brak hij een dijbeenen op hoge leeftijd, in 1996, kreeg hij een blindedarmontsteking en moest zijn blindedarm verwijderd worden. In 2001 werd door een arts onthuld dat de paus aan de ziekte van Parkinson leed, wat in 2003 door het Vaticaan bevestigd werd. Johannes Paulus II kreeg steeds meer moeite met zijn motoriek en spreken in het openbaar ging hem steeds slechter af. Johannes Paulus II begon door deze toenemende lichamelijke problemen een steeds fragielere indruk te geven bij openbare optredens.
    In 2005 kreeg hij zware ademhalingsproblemen, waardoor hij op 24 februari een tracheotomie moest ondergaan. Op 31 maart 2005 kreeg de paus "zeer hoge koorts die door een urinebuisinfectie werd veroorzaakt", maar de paus werd op zijn uitdrukkelijk verzoek niet naar het ziekenhuis gebracht, waarschijnlijk overeenkomstig zijn wens in het Vaticaan te sterven als zijn tijd gekomen was. Later die dag meldden bronnen in het Vaticaan dat de paus de laatste sacramenten had ontvangen. Op 1 april verslechterde zijn toestand en kreeg hij orgaanuitval. De paus werd gevoed door middel van een neussonde. In een officieel communiqué werd gesproken van een "ernstige, maar stabiele toestand". Rapporten uit het Vaticaan vroeg in de ochtend berichtten dat de paus een hartaanval had gekregen, maar bij kennis was gebleven. Op 2 april om ongeveer half één in de ochtend bevestigde het Vaticaan dat de paus de laatste sacramenten had ontvangen. De daaropvolgende morgen was er om 11.30 uur een persconferentie waarin de woordvoerder van het Vaticaan, Joaquín Navarro-Valls, meldde dat de paus steeds minder bij bewustzijn was. Navarro-Valls vertelde dat de paus de woorden "Ik denk aan jullie" had uitgesproken, volgens hem waarschijnlijk refererend aan de jongeren die op het Sint-Pietersplein verzameld waren. Dezelfde dag schreef de paus een afscheidsbriefje aan zijn naaste Poolse medewerkers (drie nonnen en twee secretarissen) met de tekst: "Ik ben gelukkig, laten jullie ook gelukkig zijn." Uiteindelijk overleed paus Johannes Paulus II in zijn privéappartement op 2 april om 21:37 uur op de leeftijd van 84 jaar aan de gevolgen van een sepsis en bijbehorende infecties, waardoor zijn nieren en andere vitale organen, waaronder uiteindelijk zijn hart, het lieten afweten. In zijn laatste bericht, aan de jongeren op het Sint-Pietersplein, zei hij: "Ik kwam voor u, nu bent u naar mij gekomen. Ik dank u." Volgens de officiële lezing van het Vaticaan waren zijn laatste woorden, uitgesproken in het Pools: "Laat mij gaan naar het huis van de Vader".[18] Zes uur later kwam na 26 jaar, vijf maanden en zestien dagen een eind aan zijn pontificaat. Johannes Paulus II werd wereldwijd herdacht. In Polen verzamelden rooms-katholieken zich bij de kerk in zijn geboorteplaats. In Nederland overheerste de algemene waardering voor zijn vredebevorderende oproepen het eerdere gevoelen van ergernis over zijn conservatieve denkbeelden op andere terreinen. De Australische eerste minister John Howard zei dat paus Johannes Paulus II een vrijheidsvechter was tegen het communisme. In Brazilië werd een rouwperiode van zeven dagen afgekondigd. In Chili was er een officiële rouwperiode van drie dagen. De Cubaanse leider Fidel Castro kondigde drie dagen van nationale rouw af. In Duitsland en Frankrijk hing de vlag - heel uitzonderlijk - halfstok vanaf openbare gebouwen. Desgevraagd werd vermeld, dat het om een bijzonder mens ging. De vlaggen op het Witte Huis en andere openbare gebouwen in de Verenigde Staten werden halfstok gehangen. President George W. Bush betuigde zijn medeleven en noemde de paus "kampioen van de menselijke vrijheid". Dalai lama Tenzin Gyatso eerde de paus voor het bevorderen van "harmonie en spirituele waarden". En zelfs in het overwegend boeddhistische Thailand gingen de vlaggen halfstok. Bij de begrafenis op 8 april vertegenwoordigde kroonprins Charles zijn moeder koningin Elisabeth II van het Verenigd Koninkrijk, waardoor zijn tweede huwelijk moest worden uitgesteld. De Verenigde Staten stuurden drie presidenten: de zittende en diens twee voorgangers. België werd vertegenwoordigd door koning Albert II en koningin Paola. Vanuit Nederland werd geen staatshoofd gestuurd, dit in schril contrast met voorgaande
    pauselijke overlijdens. Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) was de aanwezigheid van minister-president Jan Peter Balkenende voldoende. Dit regeringsstandpunt leidde in Nederlandse rooms-katholieke kringen tot verontwaardiging en protest. Vooral de roomskatholieke oud-premier Dries van Agt liet zijn afkeuring blijken. Het Vaticaan reageerde na afloop van de eredienst laconiek: "Wij hebben de Nederlandse koningin niet gemist". De begrafenis van Johannes Paulus II wordt een van de grootste rouwplechtigheden van de moderne geschiedenis genoemd, vanwege de honderden aanwezige hoogwaardigheidsbekleders en delegaties, de vele pelgrims in Rome en de wereldwijde aandacht via televisie en radio. Tijdens de begrafenis werd er door sommige pelgrims gevraagd om Johannes Paulus II onmiddellijk heilig te verklaren. Op borden stond "Santo Subito" te lezen. Op 13 mei 2005 werd de procedure gestart zonder de gebruikelijke vijf jaar af te wachten. Als reden daarvoor werden "exceptionele omstandigheden" gegeven, zonder nadere uitleg. Voor een zaligverklaring is een wonder nodig dat toegeschreven kan worden aan de betrokkene, in dit geval dus paus Johannes Paulus II. Voor een heiligverklaring zijn er twee nodig. Op 14 januari 2011 werd bekend dat de Congregatie voor de Heilig- en Zaligsprekingsprocessen door paus Benedictus XVI gemachtigd was om één van de aan Johannes Paulus II toegeschreven wonderen als zodanig te erkennen. Het betrof de wonderbaarlijke genezing van zuster Marie Simon-Pierre Normand, van het 'Institut des Petites Soeurs des Catholiques Maternités', die op voorspraak van de toen net overleden kerkvorst volgens de Kerk genezen is van de ziekte van Parkinson. Vanuit medisch oogpunt is de genezing volgens de Kerk onverklaarbaar en daarmee een wonder. Johannes Paulus II werd mede door dit feit op 1 mei 2011 zalig verklaard. Monseigneur Mauro Parmeggiani liet weten dat nog nooit in de 2000-jarige geschiedenis van het Christendom iemand een snellere procedure had gekregen. Na de zaligverklaring kreeg zijn lichaam een nieuwe plek: het grafmonument werd van een crypteonder de basiliek overgeplaatst naar de Sint-Pietersbasiliek. Op 5 juli 2013 maakte paus Franciscus, de opvolger van Benedictus XVI, bekend dat het tweede wonder van paus Johannes Paulus II door de Kerk erkend is. Op 30 september werd een consistorie gehouden waarop de voorgenomen heiligverklaring besproken werd. Naar aanleiding daarvan werd besloten de heiligverklaring te laten plaatsvinden op 27 april 2014, de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid.] Die dag werd hij door paus Franciscus heilig verklaard, samen met paus Johannes XXIII.

    13-05-2018 om 09:48 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 13 mei

    Stevie Wonder (Saginaw (Michigan), 13 mei 1950), geboren als Steveland Judkins of Steveland Morris, is een Amerikaans zanger , componist en multi-instrumentalist. Op twaalfjarige leeftijd werd deze blinde rhythm-and-blues-, soul-, pop- en funkartiestdoor Motown geïntroduceerd als de nieuwe Ray Charles. In het begin werd zijn carrière vrijwel geheel door de platenbazen bepaald, maar in de jaren zeventig verwierf hij met een nieuw platencontract artistieke vrijheid en nam hij een aantal muziekalbums op die door zowel het publiek als recensenten gunstig werden ontvangen. Hij oogstte succes met onder meer "Higher Ground" en "I Just Called to Say I Love You". Hij heeft meer dan honderd miljoen platen verkocht, won vijfentwintig Grammy Awards en werd in 1989 opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame Wonder werd twee maanden te vroeg geboren en bracht zijn eerste dagen door in een couveuse. Hij kreeg zuurstof omdat hij niet goed ademde door onrijpheid van zijn longen. Dat heeft zijn blindheid veroorzaakt. De ziekte die dit veroorzaakte, wordt prematurenretinopathie genoemd. Een teveel aan zuurstof, die hem in de couveuse werd toegediend, verstoorde de groei van de bloedvaten in zijn ogen. Wonder is het derde kind van Lula Mae Hardaway, die uiteindelijk zes kinderen kreeg. Zijn vader heette Calvin Judkins, maar op Wonders geboorteakte stond de naam Morris vermeld. Door de jaren heen heeft Wonder gebruikgemaakt van verschillende namen: Morris, Judkins en Hardaway. [noot 1] Calvin Judkins was een veteraan van de Tweede Wereldoorlog. Hij had een drankprobleem, sloeg zijn vrouw en zou haar gedwongen hebben tot prostitutie. Hardaway scheidde in het voorjaar van 1953 van Judkins en verhuisde met de kinderen naar Detroit. Op zevenjarige leeftijd speelde Wonder voor het eerst piano. Hij zong in een kerkkoor en leerde zichzelf (chromatische) mondharmonica,drums en basgitaar spelen. Hij maakte vaak muziek met een jeugdvriendje, John Glover. Als "John and Steve" imiteerden ze zangers als Jackie Wilson en Smokey Robinson, die ze op de radio hoorden. Wonder bespeelde daarbij de bongo's en Glover speelde gitaar. Een neef van Glover, Ronnie White, maakte met Robinson deel uit van rhythm-and-bluesgroep The Miracles. Nadat hij Wonders vertolking van het Miracleslied "Lonely Boy" had gehoord, regelde White een auditie bij Hitsville Records (later omgedoopt tot Motown). Brian Holland, destijds werkzaam bij dit platenlabel als scout, was onder de indruk en bracht Wonder in contact met oprichter Berry Gordy. Op elfjarige leeftijd sloot Wonder, geholpen door zijn moeder, met Motown zijn eerste platencontract. Hij volgde lessen aan de Michigan School for the Blind en bracht veel van zijn vrije tijd door in de muziekstudio. In augustus 1962 werd het liedje "I Call It Pretty Music, but the Old People Call It the Blues" als eerste single van Wonder uitgegeven. Enkele maanden later verschenen ook "Little Water Boy" en "Contract on Love" in de winkel. Geen van de singles zorgde voor succes en zijn eerste twee albums, The Jazz Soul of Little Stevie (september 1962) en Tribute to Uncle Ray (oktober 1962), konden evenmin het grote publiek bekoren. In 1963 brak Wonder echter door met het liedje "Fingertips (Part 2)". Deze single, die tijdens een optreden in het Regal-theater in Chicago werd opgenomen, werd op 21 mei 1963 uitgebracht onder de naam Little Stevie Wonder.[noot 2] In "Fingertips" nam Wonder de zangpartijen, bongo's en mondharmonica voor zijn rekening en het drumspel werd verzorgd door Marvin Gaye.De single werd in de Verenigde Staten een nummer één-hit. De mensen achter het Motownlabel vreesden dat het succes van "Fingertips" niet geëvenaard zou worden. Bijna het gehele repertoire van Wonder werd in het begin van de jaren zestig bepaald door de managers en schrijvers van Motown, zoals Holland en Clarence Paul. Tussen september 1963 en augustus 1965 werden zeven singles uitgegeven. De succesvolste hiervan, "Hey Harmonica Man", behaalde de negenentwintigste plek in de Amerikaanse hitlijst.De voor hem geschreven liedjes sloegen niet aan en tot overmaat van ramp kreeg Wonder de baard in de keel. Het probleem met zijn stem werd ondervangen doordat hij zijn nummers in duet ging zingen met Paul.] Sylvia Moy hoorde Wonder een riff spelen en maakte daar in samenwerking met Henry Cosby het liedje "Uptight (Everything's Alright)" van.In november 1965 werd dit lied als single uitgegeven en met een derde plaats in de Amerikaanse hitlijst betekende dit nummer een heropleving van Wonders succes. Met "A Place in the Sun" en een vertolking van het door Bob Dylangeschreven "Blowin' in the Wind" scoorde Stevie Wonder, sinds 1964 zonder de toevoeging "Little nog meer hits.
    In de tweede helft van de jaren zestig schreef Wonder veel van zijn liedjes samen met Cosby en Moy. Hij nam zijn muzikale ideeën met een bandrecorder op, waarna Cosby er verder aan schaafde. Moy hielp met het schrijven van de liedteksten. Wonder vertelde in 1969 in een interview dat het schrijven van hele liedteksten niet aan hem besteed was:
    I usually come up with the idea (...) and the music pattern. And I can't write any lyrics at all. That's just something I can't do. I might come up with a punchline, but as far as the lyrics, I forget that, immediately.
    In 1970 werd het album Signed, Sealed & Delivered uitgegeven. Hierop speelden onder anderen ook Syreeta Wright, met wie hij later dat jaar trouwde, en Lynda Laurence. Tijdens de optredens ter promotie van het album liet hij zich begeleiden door The Third Generation, een achtergrondkoortje bestaande uit Laurence, haar zus Sundray Tuckeren nicht Terri Hendricks. Op de eenentwintigste verjaardag van Wonder liep het door zijn moeder ondertekende contract bij Motown af. Hij hernieuwde het contract aanvankelijk niet en inde een miljoen dollar bij het label. Met dit geld liet hij zijn eigen muziekstudio bouwen en hij schreef zich in bij de University of Southern California.Een maand voor zijn verjaardag verscheen het album Where I'm Coming From. Wonder wilde meer artistieke vrijheid en die bereikte hij in maart 1972 met een nieuw contract bij Motown. Het label mocht zijn platen uitgeven, maar Wonder behield alle rechten op zijn muziek. Where I'm Coming From was al aanmerkelijk beïnvloed door de onderhandelingen tussen Wonder en Motown. Het was het eerste album dat hij volledig zelf produceerde en ook uit de inhoud van de door Wonder gezongen teksten blijkt een grotere onafhankelijkheid. In het nummer "I Wanna Talk to You" zingt hij bijvoorbeeld over racisme, een onderwerp waarover bij Motown niet of nauwelijks werd gezongen. Ook Marvin Gaye, met wie hij in de beginjaren had opgetreden, ontworstelde zich indertijd, met het album What's Going On in 1971, aan het strikte beleid van de platenbazen. Het eerste album dat onder het tweede contract werd uitgegeven was Music of My Mind, in het voorjaar van 1972. De muziek voor deze plaat was al opgenomen tijdens de onderhandelingen. Wonder scheidde van Wright toen het album werd uitgegeven, maar schreef nog wel enkele liedjes van haar debuutalbum. Hij verzorgde in 1972 het voorprogramma van de Rolling Stones en bracht zo zijn muziek nog meer onder de aandacht van het blanke publiek.Wonder werkte voor Music of My Mind voor het eerst samen met het Britse elektronische-muziekduo Malcolm Cecil en Robert Margouleff, ook wel bekend als Tonto's Expanding Head Band ] Deze samenwerking had onder meer tot gevolg dat Wonder veel gebruik ging maken van synthesizers en de talkbox in zijn muziek introduceerde. In het najaar van 1972 bracht Motown het album Talking Book uit. De tournee met de Stones had tot gevolg dat twee van de singles van dit album, het energieke funknummer"Superstition" en het liefdesliedje "You Are the Sunshine of My Life", een succes werden. Beide platen bereikten de hoogste positie in de Amerikaanse hitlijst.Talking Bookis, meer dan de voorgaande albums, een uiting van Wonders persoonlijke gevoelens en opvattingen:
    Here is my music. It is all I have to tell you how I feel. Know that your love keeps my love strong.
    Talking Book werd begin augustus 1973 gevolgd door Innervisions, een conceptalbum waarmee Wonder zijn visies op de maatschappij naar buiten bracht.Met het lied "Too High" waarschuwt hij voor de gevaren van drugs en in "Living for the City" beschrijft hij hoe moeilijk het leven van een
    zwarte man in New York was. Wonder werkte vaak tot diep in de nacht aan het schrijven en opnemen van de muziek. Bij de Grammy Awards in 1974 viel Wonder vier keer in de prijzen. Innervisions werd daarbij geprezen als het beste muziekalbum van 1973. Drie dagen na de uitgave van Innervisions belandde Wonder in een coma ten gevolge van een auto-ongeluk. Op 6 augustus 1973 was hij met zijn neef John Wesley Harris onderweg naar een benefietconcert in North Carolina. Harris, die achter het stuur zat, verloor zijn concentratie en reed in op een semi-dieplader. Wonder raakte bewusteloos en Harris besloot hem met een andere auto naar een ziekenhuis in Winston-Salem te brengen. Toen Wonder na vier dagen bijkwam, kon hij tijdelijk niet meer ruiken en proeven.[26] Op 25 maart 1974 gaf Wonder zijn eerste concert sinds het ongeluk in de Madison Square Garden. Drie dagen later speelde hij met onder anderen John Lennonen Paul McCartney. De opnamen van deze jamsessie werden uitgebracht als bootleg met de titel A Toot and a Snore in '74.[27] Op 25 september 1974 trad Wonder samen met Elton John op in de Boston Garden. John en hij speelden hier een medley van "Superstition" en "Honky Tonk Woman
    In het begin van de jaren zeventig doopte hij zijn achtergrondkoortje om tot Wonderlove, een naam die hij soms ook gebruikte voor zijn solowerk buiten Motown. Het label Epic Records gaf in 1974 het album Perfect Angel van Minnie Riperton uit. Wonder verzorgde hiervoor de arrangementen, speelde mee op enkele liedjes en werd onder de naam El Toro Negro als drummer vermeld. [35] Riperton sloot zich in 1973 bij Wonderlove aan en was op haar beurt te horen op het in juli 1974 uitgegeven album Fulfillingness' First Finale.[29]De liedjes "You Haven't Done Nothin'" en "Boogie on Reggae Woman" werden hiervan als single uitgegeven. In diezelfde periode schreef en produceerde hij grotendeels het album Stevie Wonder Presents: Syreeta van zijn ex-vrouw Syreeta Wright. Op 15 augustus 1975 verlengde Wonder zijn contract met Motown. De nieuwe overeenkomst leverde hem volledige artistieke vrijheid en dertien miljoen dollar op.[36] [37] Wonder werkte in totaal twee jaar lang aan het schrijven en opnemen van het album Songs in the Key of Life, dat vaak gezien wordt als het laatste album uit zijn klassieke periode en als zijn magnum opus.[38] Hij schreef in het najaar van 1975 ongeveer tweehonderd liedjes, waardoor de uitgave van Songs in the Key of Life telkens moest worden uitgesteld.[36]
    There were times when he'd stay in the studio 48 hours straight. You couldn't even get the cat to stop and eat!
    Bij de uitreiking van de Grammy Awards in 1975 bedankte Paul Simon, die dat jaar de prijs voor het beste album won met Still Crazy After All These Years, Wonder voor het feit dat hij dat jaar geen album had gemaakt. Op Songs in the Key of Life staat "Contusion" (Engels voor kneuzing), het enige liedje waarin Wonder verwijst naar het auto-ongeluk. Het stond dertien weken op de nummer één-positie in de Amerikaanse albumlijst en in 1976 werd ook dit album bekroond met een Grammy Awar In de periode van 1976 tot 1979 nam Wonder niets op en werd enkel het verzamelalbum Looking Back uitgegeven. Hij bracht in 1977 een bezoek aan Fela Kuti in Nigeria om met hem te spelen in zijn thuisstudio, de Kalakuta Republic. In 1979 werd Journey Through The Secret Life of Plants uitgebracht, met filmmuziek voor The Secret Life of Plants. Deze door Walon Green geregisseerde natuurdocumentaire toonde met behulp van time-lapse-fotografie de groei en ontwikkeling van planten. Wonder schreef hiervoor grotendeels instrumentele newagemuziek aan de hand van gedetailleerde beschrijvingen door producent Michael Braun en geluidstechnicus Gary Olazabal.
    De muziek op zijn twintigste studioalbum, Hotter than July (1980), kende invloeden uit de reggae en rap. Met een tweede plaats in de Britse hitlijst was dit zijn succesvolste album in het Verenigd Koninkrijk. Verder kwam er in 1982 een medley uit van Stars on 45 met hits uit zijn repertoire, Stars on Stevie, die in allerlei landen in de hitparades terechtkwam. Hoewel hij wel veel bleef optreden, nam hij in deze periode een stuk minder op dan in het vorige decennium. In de eerste helft van de jaren tachtig gaf Tamla/Motown een reeks singles uit van Wonder, waaronder "Master Blaster (Jammin')", "That Girl", "Ebony & Ivory" (met Paul McCartney) en "I Just Called to Say I Love You". In 1982 werd de compilatie Stevie Wonder's Original Musiquarium I uitgegeven. Het liedje "I Just Called to Say I Love You", dat deel uitmaakte van de soundtrack van The Woman in Red, leverde Wonder in 1985 een Oscar en Grammy Award op. In dat jaar werkte hij mee aan "We Are the World" van USA for Africa. Wonder werkte bijna vijf jaar aan het album In Square Circle (1985). Het liedje "Part-Time Lover" werd hiervan als single uitgebracht en bereikte de eerste plaats in de Amerikaanse hitlijst. In hetzelfde jaar werkte hij samen met Dionne Warwick aan een vertolking van het Burt Bacharachnummer "That's What Friends are For", die eveneens een Amerikaanse nummer één-hit werd. Daarnaast nam Wonder aan het eind van de jaren tachtig de singles "Get It" (met Michael Jackson) en "My Love" (met Julio Iglesias) op. In 1989 werd Wonder opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. Wonder nam met Whitney Houston het liedje "We Didn't Know" op. Het staat op Houstons album I'm Your Baby Tonight en in 1992 werd het ook als single uitgegeven. Wonder en Houston traden in The Arsenio Hall Show op met "We Didn't Know" en "Superstition". Het album Conversation Peace uit 1995 was in commercieel opzicht teleurstellend, maar leverde Wonder wel twee Grammy Awards op voor de single "For Your Love In het kader van de door American Express gesponsorde Charge Against Hunger/Natural Wonder Tour trad hij in elf Amerikaanse steden op. Een cover van Wonders compositie "Pastime Paradise" (van het album Songs in the Key of Life) door rapper Coolio, getiteld "Gangsta's Paradise", werd in het najaar van 1995 een nummer één-hit in vijftien landen, waaronder Nederland, België en het Verenigd Koninkrijk. Een jaar later zong Wonder samen met urbanpopartiest Babyface over huiselijk geweld op de single "How Come, How Long". Hierop volgde een periode van bijna tien jaar waarin hij niets opnam en ook niet meer optrad. In 2005 keerde hij terug met het album A Time to Love, waarop hij onder meer met Prince en Paul McCartney speelt. Op 2 juli 2005 trad hij op Live 8 op met de liedjes "Higher Ground" en "Master Blaster (Jammin')". In 2007 toerde hij voor het eerst weer rond, en wel met de tournee A Wonder Summer's Night. Na Jacksons overlijden bracht Wonder bij diens rouwdienst op 7 juli 2009 de liedjes "Never Dreamed You'd Leave in Summer" en "They Won't Go When I Go" ten gehore.[ Op 29 oktober 2009 trad hij met onder anderen Sting (als bassist), Jeff Beck en John Legend op ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan van de Rock and Roll Hall of Fame.In oktober 2011 werd bekend dat muziek van Wonder te spelen zal zijn in het derde deel van het videospel Rock Band.] Wonder nam voor het in november 2013 uitgegeven album Loved Me Back to Life van Céline Dion met haar opnieuw het liedje "Overjoyed" op. In januari 2014 trad Wonder met Daft Punk, Pharrell Williams en Nile Rodgers op tijdens de uitreiking van de 56e Grammy Awards. Naast zijn muzikale loopbaan is Wonder een fervent activist. In de jaren zeventig gaf hij in zijn muziek voor het eerst uiting aan zijn morele en politieke standpunten. De liedjes "Living for the City" (van Innervisions) en "Black Man" (van Songs in the Key of Life) schetsen bijvoorbeeld een maatschappij waarin gekleurde mensen minder rechten krijgen. In de jaren tachtig liet hij zich nog meer kennen als politiek activist. Op 14 februari 1985 nam Wonder deel aan een protest tegen apartheid, waarbij hij gearresteerd werd, de single "Happy Birthday" hoorde bij een campagne voor de verwezenlijking van de Martin Luther Kingdag en hij was betrokken bij de Rainbow Coalition van Jesse Jackson. Zijn Oscar voor "I Just Called to Say I Love You" in 1985 droeg Wonder op aan Nelson Mandela, waardoor zijn muziek tijdelijk niet meer op Zuid-Afrikaanse radiostations gedraaid werd.Wonder heeft zich onder meer verzet tegen racisme,alcoholmisbruik en rijden onder invloed. Hij protesteerde op 6 juni 1982 met Bob
    Dylan en Jackson Brownetegen kernenergie en geweld op Peace Sunday in Pasadena (Californië). Hij zamelt geld in voor verstandelijk gehandicapte en blinde kinderen via zijn Wonder Foundation, en zette zich in voor de bewustwording van (de gevaren van) aids. Zo nam hij in de jaren tachtig met Gladys Knight, Dionne Warwick en Elton John een cover op van That's What Friends Are For voor amfAR, een Amerikaanse non-profitorgansiatie die onderzoek doet naar ai Op 14 september 1970 trouwde Wonder met Syreeta Wright. De twee werkten op muzikaal vlak samen, ook na hun scheiding in 1972. Wright overleed op 6 juli 2004. In de jaren zeventig had hij een relatie met Yolanda Simmons. De geboorte van hun eerste kind, Aisha Zakia (Swahili voor 'kracht' en 'intelligentie'), in april 1975 inspireerde hem tot het schrijven van "Isn't She Lovely?".] In dit liedje is Aisha te horen. Dertig jaar later, op het album A Time to Love, zingt Aisha Morris op enkele liedjes mee. Op 16 april 1977 werd hun tweede kind geboren. Wonder woonde van 1996 tot 2000 samen met kledingassistente Angela McAfee en trouwde in 2001 met modeontwerpster Karen Millard, die werkzaam is onder de naam Kai Milla. Haar zoon uit een vorig huwelijk werd vervolgens door Wonder geadopteerd. Wonder en Millard kregen samen twee kinderen. In 2012 vroeg Wonder een echtscheiding aan. In de zomer van 2017 trouwde Stevie Wonder met de 25 jaar jongere Tomeeka Robyn Bracy met wie hij in december 2014 dochter Nia kreeg







    13-05-2018 om 09:46 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 13 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ricardo Esteban 'Richard' Valenzuela Reyes, beter bekend als Ritchie Valens (Pacoima, 13 mei 1941 - bij Clear Lake (Iowa), 3 februari 1959) was een Amerikaans rock-'n-roll-zanger, songwriter en gitarist die reeds aan het begin van zijn carrière om het leven kwam in een vliegtuigongeluk, samen met collega-rockers Buddy Holly en The Big Bopper.[1] De sterfdag van deze drie is bekend geworden als The day the music died. Ritchie Valens werd geboren in het Californische Pacoima, een district van Los Angeles, uit ouders van Mexicaanse origine. Hij groeide op met de typisch Mexicaanse mariachimuziek, maar ontdekte al snel de Spaanse flamenco en de zwarte blues en R&B. Later kwam daar de toen alomtegenwoordige rock-'n-roll bij. Ritchie leerde gitaar en trompet spelen en werd autodidactisch drummer. Op zijn zestiende werd hij gitarist bij het lokale rockbandje The Silhouettes. In 1958, op 17-jarige leeftijd, kreeg hij zijn eerste platencontract aangeboden bij Del-Fi Records. Al snel bracht hij twee singles uit, Come On, Let's Go en Donna. Voor de B-kant van die laatste single bracht Valens een gitaarrockversie van het oude Mexicaanse volksliedje La Bamba, wat hem uiteindelijk zijn bekendste nummer zou opleveren. Deze vernieuwende stijl met Latijns-Amerikaanse invloeden werd Chicano rock gedoopt. Later zou deze muziek van grote invloed zijn op onder meer Carlos Santana. Ritchie Valens vergaarde al snel beroemdheid en mocht optreden over heel de Verenigde Staten, onder meer met zijn grote voorbeelden Buddy Holly, Paul Anka, Chuck Berry, Bo Diddley, The Everly Brothers, Duane Eddy, Eddie Cochran en Jackie Wilson. In de winter van 1959 toerde Valens met Buddy Holly en The Big Bopper door het Middenwesten van de VS. Na het optreden in Clear Lake, Iowa, op 2 februari 1959, vlogen de drie artiesten met een vliegtuigje dat Holly gecharterd had naar Fargo, North Dakota, de volgende stopplaats van de tournee. Het vliegtuigje belandde echter in een sneeuwstorm en stortte neer, waarbij alle inzittenden stierven. 3 februari 1959 ging de geschiedenis in als The Day the Music Died, een term die zanger Don McLean jaren later verzon voor zijn nummer American Pie, waarin hij hulde bracht aan de overleden rockgrootheden. In 1987 kwam de film La Bamba uit, die het levensverhaal van Ritchie Valens vertelde. De regie was in handen van Luis Valdezen Valens werd gestalte gegeven door de acteur Lou Diamond Phillips. De titelsong werd uitgevoerd door de groep Los Lobos, wat hen ook internationaal succes opleverde. Hij werd opgenomen in de Hollywood Walk of Fame,de Rock and Roll Hall of Fame en Rockabilly Hall of Fame.

    13-05-2018 om 09:44 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 13 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Johnny Logan (Frankston, Victoria (Australië), 13 mei 1954) is een Iers zanger en liedjesschrijver. Zijn werkelijke naam luidt Seán Patrick Michael Sherrard. Zijn vader was een bekende Ierse tenor, Patrick O'Hagan, die drie keer optrad in het Witte Huis. Johnny Logan won tweemaal het Eurovisiesongfestival voor Ierland. De eerste keer was dat in Nederland in 1980 met What's another year, gecomponeerd door Shay Healy. De tweede keer was dat in België in 1987 met Hold me now, dat Logan zelf schreef. Naast Hold me now schreef Logan nog twee nummers voor het songfestival die uitgevoerd werden door Linda Martin. Zij behaalde in 1984 met het nummer Terminal 3 een tweede plaats en won het festival in 1992 met Why me?. Johnny Logan is vooral populair in Duitsland, Nederland en Denemarken, waar hij bekend is als Mister Eurovision. In 2006 zetelde hij in de Belgische voorronde van het songfestival. In zijn thuisland weigerde hij in de jury te zitten, maar aangezien hij in België zijn tweede overwinning behaalde vond hij dat hij het dit land niet kon weigeren. Hier raakte hij onder de indruk van de Leuvense zanger Kaye Styles en zijn nummer Profile. Samen brachten Logan en Styles in 2006 de hit Don't Cry uit, een r&b-versie van het nummer Hold Me Now. Hij was ook te gast bij Toppers In Concert 2009. In 2010 nam Logan plaats in de jury van de Nederlandse voorronde van het songfestival, die uiteindelijk door Sieneke werd gewonnen

    13-05-2018 om 09:43 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 13 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Imca Marina (artiestennaam van Hendrikje Imca Bijl) (Zuidbroek, 13 mei 1941) is een Nederlandse zangeres. De artiestennaam Imca Marina wordt gevormd door haar tweede voornaam (Imca) en de tweede voornaam van haar moeder (Marina). Imca Marina's loopbaan als zangeres begon bij het zangkoor de Damster Wichter in Appingedam. In 1959 kreeg zij haar eerste platencontract. Vooral in de jaren 60 en 70 scoorde zij hits, waaronder Viva España en Harlekino. In de jaren die volgden nam het succes af, maar bleef zij een graag geziene gast in het Nederlandse schnabbelcircuit. Imca Marina is behalve zangeres ook buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand. Zij voltrekt huwelijken, zowel in haar trouwkapel te Midwolda als door het hele land. Zij dreef in Midwolda ook een aanvankelijk goedlopende brasserie die gericht was op toeristen en deelnemers aan het project Blauwestad, maar door de kredietcrisis ging die in 2010 failliet. In juli 2009 werd bekend dat Marina en haar Engelse partner Stephen Porter (Steven) na dertien jaar uit elkaar gaan]. Uit een eerder huwelijk heeft ze een zoon, Floris. In 2008 werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau Tijdens een vakantie in Antalya in maart 2014 kreeg Marina een hartaanval.

    13-05-2018 om 09:41 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief
  • Alle berichten

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Blog als favoriet !

    Archief
  • Alle berichten

    Hoofdpunten blog blankenbergsstadsbeeld
  • fotowandeling 20
  • HARMONIE
  • WORDING
  • fotowandeling 20
  • LIPPENS & DE BRUYNE

    Hoofdpunten blog einstein
  • ACHT EN TWINTIG
  • ACHT EN TWINTIG
  • VIJFENTWINTIG
  • VIJFENTWINTIG
  • DRIE EN TWINTIG

    Hoofdpunten blog mijnroots
  • Van al diegenen die niets te zeggen hebben, zijn de meest aangename mensen diegenen die zwijgen
  • Ik heb geconstateerd dat mensen van gedachten houden die niet tot denken dwingen.
  • Tijd hebben alleen diegenen, die het tot niets gebracht hebben en daarmee hebben ze het verder gebracht dan alle anderen.
  • Depressies kan je bestrijden door op je arm geleund in het niets te staren. Bij zware depressies van arm wisselen.
  • Een kus is een mooie truc van de natuur om het praten te stoppen als woorden overbodig zijn.

    Hoofdpunten blog automobile
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!