NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Inhoud blog
  • VANDAAG jaren terug 21 juni citaten
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer touchscreen
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer printer
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer laptop
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer de muis
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer commodore
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer apple
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer
  • VANDAAG jaren terug 21 juni 1952 computer arra
  • VANDAAG jaren terug 21 juni 1988 bea egli
  • VANDAAG jaren terug 21 juni 1988 bea egli
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1949 lionel richie
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1949 lionel richie
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1967 nicole kidman
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1978 garfield
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1978 garfield
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1990 schengen
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 curd jurgens
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 curd jurgens
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 paul mccarney
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 paul mccarney
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1980 venus wlliams
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1980 venus wlliams
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1898 escher
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1945 eddy merckx
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1829 geronimo
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1829 geronimo
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1890 stan laurel
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1890 stan laurel
  • VANDAAG jaren terug 1903 ford
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1903 ford
  • 15 juni ella fitzgerald
  • VANDAAG jaren terug 15 juni ella fitzgerald
  • demis roussos
  • VANDAAG jaren terug 15 juni demis roussos
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni 1864 alzheimer
  • VANDAAG jaren terug 14 juni 1928 che guevara
  • 13 juni benny goodman
  • VANDAAG jaren terug 13 juni benny goodman
  • 13 juni henk wijngaard
  • VANDAAG jaren terug 13 juni henk wijngaard
  • VANDAAG jaren terug 13 juni de legte
  • VANDAAG jaren terug 12 juni anne frank
  • VANDAAG jaren terug 11 juni le mans
  • VANDAAG jaren terug 11 juni fabiola
  • VANDAAG jaren terug 11 juni mandela
  • max van praag
  • VANDAAG jaren terug 10 juni max van praag
  • Ray Charles
  • VANDAAG jaren terug 10 juni Ray Charles
  • benny neyman
  • VANDAAG jaren terug 9 juni Benny Neyman
  • VANDAAG jaren terug 9 juni Donald Duck
  • boerenkrijg
  • gratiebossen
  • uitbergen
  • berlare
  • donkmeer
  • overmere
  • zele
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 632 mohammed
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm
  • VANDAAG jaren terug 8 juni bonnie tyler
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Alan Tuning
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Gaudi
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Paul Gauguin
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Tom Jones
  • VANDAAG jaren terug 6 juni 1944 the longest day
  • VANDAAG jaren terug 6 juni 1944 landing normandie
  • VANDAAG jaren terug 6 juni vrijheidsbeeld
  • VANDAAG jaren terug 5 juni internetcafe
  • VANDAAG jaren terug 5 juni reagen
  • VANDAAG jaren terug 4 juni hete luchtballon
  • VANDAAG jaren terug 4 juni Ghysen J
  • ZORBA
  • VANDAAG jaren terug 3 juni 2001 ZORBA
  • VANDAAG jaren terug 3 juni curtis mayfield
  • VANDAAG jaren terug 3 juni 1906 Josephine Baker
  • VANDAAG jaren terug 2 juni van gogh
  • VANDAAG jaren terug 2 juni de pil
  • VANDAAG jaren terug 2 juni 1904 tarzan
  • the beatles
  • VANDAAG jaren terug 1 juni the beatles
  • VANDAAG jaren terug 1 juni saint laurent
  • VANDAAG jaren terug 1 juni marleen monroe
  • VANDAAG jaren terug 31 mei Kennedytunnel
  • VANDAAG jaren terug 31 mei Monaco
  • VANDAAG jaren terug 31 mei de efteling
  • VANDAAG jaren terug 30 mei Benny Goodman
  • VANDAAG jaren terug 30 mei PPRubens
  • VANDAAG jaren terug 30 mei Benny Goodman
  • VANDAAG jaren terug 30 mei 1431 Jeanne d``Arc
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    blankenbergsseniorensteedje

    08-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN

     

    08-06-2018 om 13:08 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm

    8 juni 1972 napalm Napalm is benzine waaraan als verdikkingsmiddel een mengsel van naftenaat en palmitaat is toegevoegd, zodat het beter blijft kleven als de (brandende) spetters ergens tegenaan vliegen. Op die manier vat de onderlaag eerder vlam. Het verlaagt tegelijk de neiging van de benzine tot ontbranden en maakt de verbranding trager. Nafteenzuur is een algemene naam voor een verzameling van organische zuren die in ruwe olie aanwezig zijn en werd oorspronkelijk gebruikt bij de bereiding van napalm. Tegenwoordig worden meestal andere middelen gebruikt voor de bereiding van napalm, maar de naam is blijven hangen. Napalm werd in 1942 ontwikkeld. Het wordt voornamelijk gebruikt in brandbommen en is gevreesd door de ernstige brandwondendie het bij mensen en dieren veroorzaakt. Napalmbommen maken vaak gebruik van fosfor om de napalm te ontsteken. Napalm werd voor het eerst op grote schaal ingezet door het Amerikaanse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1945 werden vele Japanse steden waaronder Tokio met napalm gebombardeerd. Tijdens de laatste (loopgraafoorlog) fase van de Koreaoorlog bestookten de Amerikanen het hele grondgebied van Noord-Korea met napalmbommen, met vermoedelijk enkele honderdduizenden doden als resultaat. Ook in de Vietnamoorlog werd door de Amerikanen veelvuldig gebruikgemaakt van napalm. Dit leidde tot verzet onder delen van de Amerikaanse bevolking. Tijdens de Eerste Golfoorlog werd geen gebruik gemaakt van napalm, maar van Mark 77brandbommen, die een met napalm vergelijkbaar effect hebben. Naast Amerika maakten ook landen zoals Frankrijk (in Algerije), Israël (in de Zesdaagse oorlog) en het Verenigd Koninkrijk (in Kenia) gebruik van napalm. In 1980 verklaarde de VN het gebruik van brandbommen tegen burgers tot een oorlogsmisdaad. Phan Thị Kim Phúc (2 april 1963) ook bekend als Kim Phuc of ook wel als het "napalmmeisje", werd bekend doordat zij als 9-jarige naakt met napalm op haar lichaam te zien was op de bekendste foto uit de Vietnamoorlog. De foto haalde wereldwijd de voorpagina's van kranten en droeg hierdoor bij aan het groeiende verzet tegen de oorlog die hiermee een gezicht had gekregen. Degene die de foto nam, Nick Ut, heeft er de Pulitzer-prijs en World Press Photo mee gewonnen. De foto werd gemaakt op 8 juni 1972, nadat er een napalmaanval was geweest in haar woonplaats Trang Bang. Het dorp was gebombardeerd door een Zuid-Vietnamese bommenwerper om vermeende strijders van de Vietcong te verjagen. Ze vatte zelf vlam door de napalm, waardoor haar kleren verbrandden. Zonder kleren rende Kim de hoofdweg bij Trang Bang op, waar zij werd vastgelegd op de foto. De fotograaf, Nick Ut, bracht haar vervolgens met de auto naar een ziekenhuis. Als gevolg van de napalmliep zij derdegraadsverbrandingen op aan haar rug en haar armen. Ruim een maand verkeerde ze in kritieke toestand. Ze kreeg bloedtransfusies en huidtransplantaties. Ze heeft een jaar in een Vietnamees ziekenhuis gelegen, is in 1984 in Duitslandgeopereerd en ondervindt nog steeds gezondheidsproblemen. Op de terugreis van haar huwelijksreis van Cuba naar Moskou verliet Kim met haar man het vliegtuig tijdens een tussenlanding in Canada. Kim en haar man vroegen politiek asiel aan en wonen sindsdien in Canada, waar Kim haar eigen stichting heeft opgericht: Kim Foundation. Een organisatie die kinderen helpt, die slachtoffer geworden zijn van oorlogen. Op 10 november 1994 werd Kim Phuc uitgeroepen tot Goodwill Ambassadeur voor UNESCO. In 2015 kreeg ze een nieuwe reeks laserbehandelingen in het Dermatology and Laser Institute van Miami.









    08-06-2018 om 09:45 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 8 juni 632 mohammed
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    8 juni 632 mohammed Mohammed (Arabisch: بد اَن عِد بَم َحُ م (volledige Arabische naam: Moehammad ibn 'Abd Allah ibn 'Abd al-Moettalib ibn Hasjim ibn 'Abd Manaf al-Koeraisji) (Mekka, ca. 570 - Medina, 8 juni 632), wordt door moslims en bahá'ís beschouwd als profeet en boodschapper van God. Volgens moslims is hij de voltooier van het monotheïstische geloof dat volgens de islam is begonnen met Adam en daarna werd geherintroduceerd door Nuh (Noach), Ibrahim (Abraham), Musa (Mozes), Isa (Jezus) en de overige profeten. Hij was ook actief als staatsman, sociaal hervormer, koopman, filosoof, redenaar, leraar, wetgever, militair leider en filantroop. In de islam wordt hij als de laatste profeet en boodschapper gezien die de uiteindelijke openbaring van God (Arabisch: ,ا Allah), de Koran, heeft ontvangen. Door moslims wordt hij daarom aangeduid als het Zegel der Profeten. Veel moslims zeggen op basis van Ahadith vaak na het horen van de naam Mohammed sallallahu alaihi wa sallam ("zegeningen en vrede met hem" of "vrede zij met hem"), in geschreven tekst vaak afgekort als 's(a)ws' of '(z)v(z)mh'. Er zijn geen bronnen uit de tijd van Mohammed waarop een biografie gebaseerd kan worden. Het oudst bekende geschrift is de Sira van Ibn Ishaq (plusminus 750), latere biografieën zijn (deels) daarop gebaseerd.
    Verschillende gedichten uit de klassieke Arabische literatuur ondersteunen de traditionele visie, dat de afstamming van Mohammed van de stam van Haashim, een verarmde substam van de Qoeraisj is. De stam Qoeraisj komt voort uit het volk van Adnaan dat af zou stammen van Kedar,[bron?] de tweede zoon van de profeet Ismaël (Genesis 25:13-15).[ ] Mekkaanse tegenstanders van Mohammed bekritiseerden hem met het argument, dat ze hem en zijn boodschap geloofd zouden hebben als hij een van de vooraanstaande mannen van de twee steden (Mekka en at-Thakif) zou zijn geweest. Over zijn vader Abdallah ("dienaar van God"), die vlak voor de geboorte van Mohammed gestorven zou zijn, is weinig bekend. Zijn grootvader van vaders zijde wordt Abd al-Moettalib genoemd. Over hem is eveneens weinig bekend. Zijn moeder Aminah bint Wahab was afkomstig uit Medina en overleed toen hij zes jaar was. Tot zijn achtste was hij bij zijn grootvader in huis maar toen die stierf werd zijn opvoeding voortgezet door zijn oom, Aboe Talib. Uit historische bronnen zijn Mohammeds ooms Aboe Talib, Hamza en Abd al-Oezza bekend. Uit de islamitische traditie is ook bekend dat Mohammed in zijn jonge jaren als schaapherderheeft gewerkt voordat hij een koopman werd. Polytheïsme en geestenverering kenmerkten de Arabische wereld toen Mohammed opgroeide, hoewel er ook Joodse stammen (met name in Medina) waren en groepen bedoeïenen die een vorm van monotheïsme kenden. Mekka was in die tijd een handelsstad waar enkele karavaanroutes samenkwamen. Handelaars en andere reizigers namen hun religies en (af)godsbeeldenmee en velen daarvan werden in Mekka neergezet, vooral rond de Ka'aba. De Ka'aba was in de tijd van Mohammed een universeel religieus heiligdom waar 360 goden werden aanbeden. De stam Qoeraisj had vanouds het beheer over de Ka'aba. Mohammed groeide op in de stad en ontmoette daar voldoende rondreizende bedoeïenen en kooplieden uit allerlei windstreken om iets meer te weten te komen over deze religies. Ook nam zijn oom hem ten minste één keer mee naar Syrië. Een van de bijnamen die zijn stadgenoten hem volgens de overlevering gaven was al-Amin, de betrouwbare. Toen Mohammed 25 jaar oud was trouwde hij met de vijftien jaar oudere weduwe Chadidja, die handelskaravanen bezat. Zij had hem kort daarvoor in dienst genomen als leider van een van haar karavanen. Reizend als Chadidja's handelsvertegenwoordiger kwam Mohammed in contact met joden en christenen. Hij kwam daarbij in aanraking met hun godsdienst. Volgens de tradities zou Mohammed zich in de maand ramadan in het jaar 610 teruggetrokken hebben in de grot van Hira toen hem de engel Djibriel (Gabriël) verscheen en hem aanwees als profeet van
    God. Hij zou toen 40 jaar oud geweest zijn. De eerste vijf regels van Soera De Bloedklomp vormen volgens een meerderheid van de Koranexegeten het begin van de openbaringen die Mohammed gedurende de volgende 22 of 23 jaar via Gabriël van God zou hebben ontvangen. Deze openbaringen werden later samengevoegd in de Koran. Na ongeveer twee jaar begon Mohammed in Mekka als profeet op te treden en riep hij zijn plaatsgenoten op geen afgoden meer te aanbidden. Zijn boodschap van monotheïsme, politieke eenheid en sociale bewogenheid stuitte op verzet van de heersende klasse die zijn rijkdom en aanzien mede aan de veelgodencultus rond het heiligdom in Mekka te danken had. De Koran beschrijft niet openlijk dat Mohammed wonderen heeft verricht en algemeen wordt de Koran als het grootste wonder van Mohammed gezien. De Koran vermeldt dat God Mohammed een hemelse bescherming tegen de mensen gaf. De islamitische traditie schrijft echter wel vele bovennatuurlijke gebeurtenissen toe aan Mohammed. Zo liet hij op verzoek voor een wonder van de heidense Mekkanen de maan splijten (Bukhari, Volume 4, Boek 56, Nummer 831) en liet hij water uit zijn vingers stromen (Bukhari 3576 en Muslim 1856) waarmee hij aan het gebrek aan water bij zijn metgezellen een einde maakte terwijl ze met vijftienhonderd man waren. Veel moslims interpreteren de soera 54:1-2 als een verwijzing naar het splijten van de maan. De Isra en Mi'raj zijn de twee delen van een "Nachtelijke Reis" volgens de islamitische traditie de reis van Mohammed tijdens een nacht rond het jaar 621. Het is een gebeurtenis die zowel als een fysieke en spirituele reis wordt beschreven. Een korte schets van het verhaal is in Soera 17 te vinden en andere gegevens komen uit de Hadith. Hier zou Mohammed met Buraq naar "de verste moskee" reizen waar hij leiding geeft aan andere profeten in het gebed. Hij stijgt dan naar de allerbovenste hemel, waar hij tot God spreekt en de instructies van God ontvangt die voor de gelovigen de details van het gebed inhouden. Volgens de tradities is deze reis een van de belangrijkste gebeurtenissen in de islamitische kalender. Tot Mohammeds eerste volgelingen behoorden zijn vrouw Chadidja, zijn vriend en koopman Aboe Bakr, zijn minderjarige neef Ali, zijn geadopteerde zoon Zayd en de rijke koopman Oethman ibn Affan. Vanwege zijn sociale boodschap trok hij in het begin met name armere Mekkanen en slaven aan. In de dertien jaar dat Mohammed in Mekka predikte verzamelden zich ongeveer 70 families om hem heen.[3] De heersende klasse voelde zich door het optreden van Mohammed dermate bedreigd dat ze hem het leiderschap over Mekka aanboden op voorwaarde dat hij met zijn prediking ophield. Toen Mohammed dat weigerde, riep een aantal leidende figuren op tot een boycot van de clan van Mohammed, die twee jaar duurde. Zij raakten gedurende die tijd economisch en sociaal volledig geïsoleerd. In die tijd overleed Chadidja en niet lang na het opheffen van de boycot ook zijn oom en beschermer Aboe Talib ibn Abdul Muttalib, wat zijn tegenstanders in de gelegenheid stelde om openlijk te speculeren over mogelijkheden om Mohammed uit de weg te ruimen. In 620 en 621 ontving Mohammed delegaties uit Yathrib (later Medina genoemd), waarvan de leden tot de islam overgingen en die de moslims uit Mekka hulp en bescherming aanboden. Dit stelde de moslims in de gelegenheid om naar Yathrib uit te wijken. Op het moment dat zijn vijanden hadden besloten om Mohammed gezamenlijk te vermoorden, vertrok hij in 622 naar Yathrib. Samen met Aboe Bakr wist Mohammed aan zijn belagers te ontkomen en vertrok hij 's nachts in zuidelijke richting, om zijn achtervolgers op een dwaalspoor te zetten. In een grot voorkwamen een spin en een rotsduif de ontdekking van deze schuilplaats door een web en een nest aan de ingang van de grot te maken. Zijn achtervolgers kregen zo de indruk dat de grot reeds lang niet meer betreden was. Deze migratie staat bekend als de hidjra en is later als begin van de islamitische jaartelling gaan gelden Mohammed vestigde zich in Yathrib. Zijn dromedaris werd bij aankomst losgelaten en wees zo de plaats aan van Mohammeds huis. De plaatsnaam werd omgedoopt in Medinat-un-Nabawi ('stad van de profeet'), later afgekort tot Medina. In Medina zou Mohammed naast zijn religieuze functie op een later tijdstip ook een politiek-militaire rol op zich nemen als opperbevelhebber van het moslimleger. Volgens de tradities sloot Mohammed een verdrag met de Arabische en Joodse stammen dat bepaalde dat ieder zijn eigen religievrij kon belijden, vijandigheden tussen moslims verbood en voorschreef dat
    geschilpunten ter beoordeling aan Mohammed werden voorgelegd. Tevens zouden de partijen elkaar steun verlenen in het geval een van hen door een vijand zou worden aangevallen. Het Verdrag maakte weliswaar een einde aan de onderlinge vijandigheden tussen partijen in Yathrib, maar met de komst van Mohammed en zijn getrouwen ontstond een nieuw conflict, namelijk tussen moslims en niet-moslims. Het is onzeker of het overgeleverde verdrag hetzelfde is als het verdrag dat de strijdende partijen in Yathrib ondertekenden. Om in de landbouwenclave aan inkomsten te komen waren de moslims aangewezen op de steun van de inwoners van Medina, die mede daarom 'helpers' (ansaar) werden genoemd. De moslims waren geëmigreerd uit Mekka maar hadden al hun bezittingen achtergelaten. De Qoeraisj waren van plan om deze bezittingen van de moslims te gaan verhandelen. Zo vertrok er dus een karavaan met de bezittingen van de geëmigreerde moslims. Mekka stuurde in 624 een leger om deze belangrijke karavaan te beschermen. Mohammed besloot om deze bezittingen niet zomaar in handen van de Qoeraisj te laten. Bij Badr, een oase op de karavaanroute tussen Mekka en Medina, kwam het tot een treffen. De karavaan bleef in handen van de Mekkanen, maar het leger van de Mekkanen werd door het aanzienlijk kleinere leger van de moslims onder leiding van Mohammed verslagen. Volgens de overlevering was dat te danken aan de tussenkomst van engelen, die het aantal van de moslims schijnbaar deed toenemen. In 626 versloeg een leger van circa 3000 Mekkanen het duizendkoppige leger van moslims bij Oehoed. De moslims moesten zich in Medina terugtrekken. In 627 stuurde Mekka een leger van 10.000 soldaten naar Medina om de moslimgemeenschap definitief te vernietigen. De moslims hadden echter een gracht gegraven, een techniek die nieuw was voor de Arabieren die gewend waren om man tegen man te vechten. Na twee weken beleg moest het leger zich terugtrekken, niet in staat de vesting van Medina binnen te komen. Deze gebeurtenis staat bekend als de loopgravenoorlog of 'Slag van de gracht'. Belangrijk voor wat volgde zijn de onderhandelingen van de Qoeraisj met de joden van Banoe Koraiza om via het zuiden van de oase van Medina waar deze joden woonden, de stad binnen te trekken,[ onderhandelingen die weliswaar niet tot concrete hulp aan de Mekkanen leidden maar wel aanleiding gaven tot wantrouwen. Vrijwel meteen hierna keerde Mohammed zich tegen de joodse stam Banoe Koraiza, daartoe volgens de tradities aangezet door de engel Djibril. Na een beleg van 25 dagen gaf de stam zich over. De stam onderwierp zich aan het oordeel van Mohammed, maar deze wees de strijder Sa'd ibn Mua'dh aan als rechter. Deze veroordeelde de volwassen mannen van de stam collectief tot de dood en de vrouwen en kinderen tot slavernij.] Mohammed koos een van de weduwen, Raihana, als zijn persoonlijke slavin. Al voor de Slag van de Gracht wilde Mohammed het bloedgeld verhogen, maar volgens de overlevering zou tijdens de onderhandelingen met de joden aan Mohammed zijn geopenbaard dat de joden hem wilden vermoorden. De joodse vesting werd twee weken belegerd, waarna de palmbomen werden omgehakt, iets wat de joden zo'n angst inboezemde, dat zij vroegen te mogen vertrekken. Met alles wat zij mee konden nemen, vertrokken zij naar Khaybar.[ Na het Verdrag van Hoedaibiya echter, waarbij een wapenstilstand tussen de moslims met de Qoeraisj werd gesloten, besloot Mohammed zijn aandacht te richten op het gevaar in het noorden, Khaybar. Met 600 man werd gepoogd in de Slag bij Khaybar de plaats in te nemen die als onneembaar gold. Met het kleine leger leek Mohammed gedoemd te zijn deze Slag te verliezen, maar de onderlinge verdeeldheid in het stammensysteem aan de joodse zijde leek Mohammed in de kaart te spelen. Hoewel de overleveringen spreken van een snelle overwinning, moet de strijd een maand in beslag hebben genomen. Een vredesvoorstel van de joden aan Mohammed werd geaccepteerd met Koranistisch voorschrift. Het was precies het soort overeenkomst dat de Arabieren in de sedentaire gebieden regelmatig sloten met de bedoeïen; in ruil voor de helft van de dadeloogst zou Mohammed voor militaire bescherming zorgen. Het nabijgelegen Fadak hoorde van deze overeenkomst en anticipeerde op een mogelijke aanval. Ook de Fadakse joden besloten zich over te geven onder dezelfde voorwaarde. Om dit alles te bezegelen trouwde Mohammed de dochter van zijn voormalige vijand.[ Omringende Arabische stammen begonnen nu de kracht van Mohammed te erkennen en waren bereid om verdragen met hem te sluite
    In 628 trok Mohammed met 1500 ongewapende volgelingen in ihram (pelgrimskledij) en voorzien van een groot aantal offerdierennaar Mekka met het doel de hadj te verrichten, maar de toegang tot de stad werd hem ontzegd. De Qoeraisj en de moslims kwamen wel een tienjarig bestand overeen, het Verdrag van al-Hoedaibiyyah, dat de moslims in staat stelde om het jaar daarop de kleine bedevaart, de oemra, te verrichten. Voor de zekerheid trokken de Mekkanen zich terug op de omringende heuvels. Na vijf dagen verblijf in Mekka keerden de moslims weer terug naar Medina. In januari 630 schonden de Mekkanen het verdrag van al-Hoedaibiyya, doordat enkele Qoeraisjieten de clan Bakr hielp bij het doden van een aantal leden van de met Mohammed verbonden clan Choezaa'a. Daarop overvielen de moslims met een leger van 10.000 soldaten Mekka. Mohammed kondigde algehele amnestie voor de Qoeraisj af, op voorwaarde dat zij zich niet tegen Mohammeds heerschappij zouden verzetten. Na de terugkeer in Mekka werd de Ka'aba door Mohammed gezuiverd van de in totaal 360 afgoden in en rondom de Ka'aba. Elf Qoeraisjieten werden uiteindelijk ter dood gebracht. In zijn laatste levensjaren zou Mohammed een aantal brieven naar naburige heersers hebben gestuurd, met daarin een uitnodiging de islam te accepteren. Hij zou brieven hebben geschreven aan de volgende wereldleiders: De Romeinse keizer Herakleios. Hoogstwaarschijnlijk heeft de brief de keizer niet eens bereikt. Ook zou Abu Sufyan ibn Harb, toen nog geen moslim maar een mede-ondertekenaar van het Verdrag van al-Hoedaibiyyah, een onderhoud met Heraclius hebben gehad. Heraclius zou onder de indruk zijn geweest maar zich om politieke redenen niet tot de islam hebben willen bekeren. De negus van Abessinië, die reeds eerder een deel van de moslims onderdak had gegeven toen zij in Mekka werden vervolgd. De negus zou een positief antwoord hebben teruggestuurd waarin hij zou verklaren de islam te willen accepteren. Vrij snel daarop overleed de negus echter. Muqawqis, door sommige bronnen patriarch Cyrus van Alexandrië genoemd, die namens de Romeinen Egypte bestuurde. Hoewel moslims de brief aan Muqawqis als authentiek zien, wordt deze authenticiteit door sommigen betwist. Muqawqis zou Mohammed twee concubines hebben teruggestuurd, maar zijn antwoord was ontwijkend en hij bekeerde zich niet. Sjah Khusro II van Iran. Deze zou de brief direct hebben verscheurd en nam overigens niet de moeite te reageren. Hij zou zelfs soldaten naar Mekka hebben gestuurd om de persoon die zulke 'brutaliteiten' verkondigde gevangen te nemen. Naar verluidt bekeerden deze soldaten zich in plaats van dat ze Mohammed arresteerden. Wellicht was de reden voor deze reactie dat Mohammed zijn naam voor die van Khusro had geschreven, wat Khusro als een belediging ervoer. Munzir ibn Sawa Al Tamimi, die voor de Iraniërs in Bahrein als gouverneur optrad. Hijzelf en een groot deel van zijn onderdanen bekeerden zich. Hauda bin Ali, de heerser van Al-Yamama, een woestijngebied in westelijk centraal-Arabië. Deze wilde zich alleen bekeren indien hij een hoge post zou krijgen binnen de oemma, wat Mohammed weigerde. Harith ibn Abi Shamir al-Ghassani, Ghassanidische gouverneur van Damascus, toentertijd deel van het Oost-Romeinse Rijk. Hij zou de brief als beledigend hebben ervaren. Jaifer en `Abd al-Jalani, twee broers die de Azd stam in het huidige Oman bestuurden, ontvingen de brief en bekeerden zich tot de islam. In maart 632 volbracht Mohammed zijn enige hadj. Tijdens de reis hield hij een preek waarin hij een aantal richtlijnen op religieus en sociaal gebied nogmaals uiteenzette en afscheid nam van zijn volgelingen. Na een kort ziekbed overleed Mohammed rond de middag op maandag 8 juni 632 in Medina. Hij was toen 62 of 63 jaar oud. Zijn vriend en schoonvader Aboe Bakr volgde hem op als leider (kalief) van de moslims. Mohammed werd begraven in de kamer waar hij stierf en die later tot de Moskee van de Profeet werd omgebouwd. Dit omdat volgens de islam de lichamen van profeten niet verplaatst mogen worden.
    In de Hadith van Bukhari (1:282) staat dat Mohammed op enig moment negen vrouwen heeft gehad. Als profeet had hij deze bevoegdheid in een openbaring van God gekregen; voor de andere moslims gold en geldt de beperking zoals geopenbaard in Soera De Vrouwen, waar in aya 3 een beperking van vier vrouwen wordt opgelegd die allen gelijkwaardig behandeld behoren te worden. Achter elke naam van een vrouw staat de huwelijksdatum (voor zover bekend), of ze maagd, weduwe of gescheiden was, of er een politieke reden voor het huwelijk was en of ze Mohammed overleefde. Khadijah bint Khuwaylid trouwde in 595 na Chr.; weduwe; stierf in 619 Sawada bint Zama trouwde snel na 619; weduwe; stierf na Mohammed Aïsja trouwde op zevenjarige leeftijd circa 622; huwelijk werd pas twee à drie jaar later geconsummeerd; stierf na Mohammed circa 678 Hafsa bint Umar trouwde tussen circa 624-625; weduwe, politiek huwelijk; stierf na Mohammed Zaynab bint Khuzayma trouwde circa tussen 626-627; weduwe; stierf kort daarna Oemm Salama Hind bint Abi Oemmayya trouwde in 626; weduwe; stierf na Mohammed Zaynab bint Jahsh trouwde circa tussen 625-627; weduwe en gescheiden; stierf na Mohammed Juwayriya bint al-Harith trouwde circa tussen 627-628; weduwe, waarschijnlijk politiek huwelijk; stierf na Mohammed Umm Habibah trouwde in 629; weduwe, politiek huwelijk; stierf na Mohammed Safiyya bint Huyayy trouwde in 629; weduwe, gevangengenomen tijdens een veldslag; stierf na Mohammed Maymuna bint al-Harith trouwde in 629; weduwe; stierf na Mohammed Maria al-Qibtiyya; Egyptische (naam verwijst naar "Maria de Koptische"); ze was als slavin gegeven aan Mohammed door de heerser van Egypte. Velen beweerden dat ze slavin bleef; anderen beweerden dat ze toch deels vrijheid verkreeg; getrouwd circa tussen 628-629; ze was de moeder van Mohammeds enige zoon Ibrahim, die maar kort geleefd heeft (hij stierf enkele maanden vóór de dood van Mohammed) Diverse Koranverzen benadrukken dat Mohammed geen stichter van een nieuwe religie was. Zijn taak bestond alleen uit het oproepen van de schepping en de mensheid[ om terug te keren tot de oorspronkelijke religie, die in de Koran wel de religie van Ibrahim wordt genoemd, en om te waarschuwen voor de Dag des oordeels. De Koran leert dat God zich al eerder tot andere volken had gericht, maar zich nu voor het eerst rechtstreeks tot de Arabieren richtte. "Hen, die de boodschapper, de reine profeet volgen, die zij in de Torah en het Evangelie beschreven vinden, legt hij het goede op en verbiedt het kwade, veroorlooft hun de goede dingen en verbiedt de slechte en ontheft hen van de last en de kluisters die hen bonden. Zij, die in hem geloven en hem eren en ondersteunen en het licht dat met hem is neergezonden volgen, zullen gewis slagen. Zeg: "O mensdom, ik ben u allen tot een boodschapper van God, aan Wie het koninkrijk der hemelen en der aarde behoort. Er is geen God naast Hem. Hij geeft het leven en doet sterven. Gelooft daarom in God en Zijn boodschapper, de reine Profeet, die in God en Zijn woorden gelooft en volgt hem opdat gij recht geleid moogt worden."
    Omdat Mohammed met joden en christenen in aanraking kwam, wordt door islamologen verondersteld dat hij de joodse en christelijke leer 'bewerkte' of er elementen uit overnam. In die visie is Mohammed dan ook de auteur, of ten minste de redacteur van de Koran. Moslims gaan er daarentegen van uit dat de Koran in opdracht van God door de engel Gabriël(Jibriel) aan Mohammed geopenbaard werd. De voor de Arabieren revolutionaire religieuze ideeën worden in de Koran nadrukkelijk in verband gebracht met de Mensen van het Boek (ahl al-kitab), een uitdrukking die verwijst naar de joodse en christelijke gemeenschappen op het Arabisch schiereiland. Soera Jonas 94 daagt de tegenstanders van Mohammed zelfs uit om de Mensen van het Boek te consulteren voor onweerlegbaar bewijs voor de waarheid van zijn boodschap: "En als u over hetgeen Wij tot u hebben nedergezonden twijfelt, vraagt dan degenen die het Boek vóór u hebben gelezen." Toch konden joden en christenen het met die boodschap niet zomaar eens zijn. Het voornaamste twistpunt vormt de status van Jezus: volgens de joden géén profeet, volgens christenen méér dan een
    profeet en zelfs Gods zoon. Ook konden joden en christenen in Mohammed niet zomaar een profeet zien; deden zij dat wel, dan bekeerden zij zich tot de islam. Volgens de islam is Mohammed de langverwachte laatste profeet en boodschapper van God die, na een reeks profeten uit Israël, voor de gehele mensheid zou komen met een universele wet. Zijn komst zou dan ook plaatsvinden in een periode tussen ná de eerste en vóór de tweede komst van de Messias. Hiermee ontbindt volgens de islam Mohammed zowel de Thora als het Evangelie, die niet zuiver overgeleverd zouden zijn. Moslims zien het Evangelie als een aanvulling op de Thora, terwijl de Koran de vervanger van de Thora is. De komst van de messias zal daarom onder de wetten van de Koran vallen en niet onder die van de Thora. De komst van Mohammed manifesteert volgens de islam het verbond van God met de mensheid. De Koran (Soera De Profeten 107) zegt namelijk het volgende: "En Wij hebben u slechts als genade voor de werelden gezonden." Moslims geloven dat Mohammed in het Oude Testament door Mozes (Deuteronomium 18:18-19) [9] en Jesaja (Jesaja 42) [] en in het Evangelie door Jezus (Johannes 14:15-16 [, Mattheüs 21:43 [] ) is voorspeld. Mohammed is een profeet en zal niet terugkeren als messias. Er is ook een Hadith overgeleverd waarin Mohammed het volgende zegt: "Waarlijk, ik en de profeten voor mij zijn te vergelijken met een bouwwerk dat door een man gebouwd wordt, dat een mooi aanzien wordt gegeven, behalve de plaats van één hoeksteen die leeg is blijven staan. De mensen die dit gebouw kwamen bezichtigen, vonden het ontzettend mooi, maar zeiden steeds: “Was die laatste hoeksteen maar ook geplaatst?” Toen zei de Profeet: “Ik ben die laatste steen en ik ben de laatste der profeten”". (Overgeleverd door al-Boecharie) Belangrijk is dat Mohammed zijn hele leven eraan gewijd heeft de eenheid van God te prediken; de Koran waarschuwt onophoudelijk dat geen enkel schepsel de eer gegeven mag worden die alleen aan God verschuldigd is. Mohammed zelf waarschuwt ook om hem niet te vereren zoals de christenen Jezus vereren. Aboe Bakr zou bij het overlijden van Mohammed hebben gesproken: Mensen, als iemand Mohammed aanbidt, Mohammed is dood, maar als iemand God aanbidt, God leeft en zal niet sterven. Daarop reciteerde Aboe Bakr soera Het Geslacht van Imraan: "En Mohammed is slechts een boodschapper. Waarlijk, alle boodschappers vóór hem zijn heengegaan. Zult gij u dan op de hielen omkeren als hij sterft of gedood wordt?..."] Mohammed neemt wel een prominente plaats in in de "islamitische geloofsbelijdenis". In de Koran wordt nergens gesproken over het uiterlijk van Mohammed. De paar bekende afbeeldingen van Mohammed staan in geschriften uit Perzië, het huidige Iran, die voor de culturele elite waren bedoeld. Nu nog nemen sjiieten een wat lossere houding aan tegenover afbeeldingen dan soennieten. In de Hadith is echter wel informatie te vinden van zijn metgezellen die de profeet beschrijven. Volgens de meest gezaghebbende overleveringen van Al-Bukhari en Muslim was Mohammed van gemiddelde lengte, niet dik, had een wit rond gezicht met volle zwarte baard waarin maar weinig grijze haren zaten. Zijn gezicht zou schijnen als de maan als hij vol was. Hij had brede schouders, halflang haar, donkere ogen en lange oogleden. Als hij liep, was het of hij een heuvel afdaalde. Hij had ook een moedervlek zo groot als een duivenei tussen zijn schouderbladen, die in de traditie bekend werd als het ‘zegel der profeten’. Een andere beschrijving vinden we van Oemm Ma'bad al-Khoezaa'iyyah, die door Mohammed en zijn metgezellen werd bezocht:
    Ik zag een man die grote schoonheid bezat en een stralend gezicht en een mooi uiterlijk had. Hij was niet ontsierd door magerheid, noch was hij mismaakt door een klein hoofd. Hij was bijzonder aantrekkelijk. Zijn pupillen waren pikzwart en zijn wimpers waren lang en gebogen. Zijn stem was scherp en lichtelijk hees. Hij had een lange nek en een volle, maar niet al te lange baard. Zijn wenkbrauwen waren lang, dun en doorlopend. Wanneer hij zweeg, straalde hij waardigheid uit en wanneer hij sprak, werd hij omvat door heerlijkheid. De schoonste en prachtigste mens van veraf, de meest bekoorlijke en bevallige mens van dichtbij. Zijn woorden waren zoet en beslissend. Hij sprak niet te weinig en niet te veel. Zijn woorden waren als parels die van een koord rolden. Hij was van gemiddelde
    lengte: hij was niet te lang, noch was hij te kort waardoor men op hem neer zou kijken. Hij was als een twijg tussen zijn twee metgezellen. De meest glansrijke en achtenswaardige van de drie. Zijn metgezellen omringden hem: wanneer hij sprak, luisterden zij naar hem en wanneer hij beval, haastten zij zich naar zijn bevel. Hij werd geëerd en gevolgd. Hij was geen geprikkelde man, noch was hij iemand die onzinnigheid sprak .
    'Ik vroeg mijn oom, Hind ibn Abie Haalah at-Tamiemie, naar de eigenschappen van de Profeet, aangezien hij hem goed kon beschrijven. Hij zei: 'De Boodschapper van Allah was groots en geëerd. Zijn gezicht straalde zoals de volle maan tijdens een heldere nacht. Hij was langer dan de gemiddelde persoon en korter dan een slungel. Hij had een groot hoofd en golvend haar. Hij scheidde zijn haar niet, tenzij dit uit zichzelf gebeurde. Wanneer zijn haar niet gescheiden was, kwam dit niet verder dan zijn oorlellen. Hij had een witte, lichtende huid. Hij had brede slapen en dunne, lange wenkbrauwen die naar elkaar reikten, maar elkaar net niet raakten. Tussen zijn wenkbrauwen was er een ader die klopte wanneer hij boos was. Hij had een dunne, aan het eind omhoog gebogen neus die in het licht omvangen werd. Wie hem niet goed bestudeerde, zou denken dat hij een wipneus had. Hij had een volle, maar niet al te lange baard en geen volle wangen. Hij had een wijde mond en zijn tanden waren smal en van elkaar verwijderd. Van zijn borst tot aan zijn navel was hij licht behaard. Zijn nek was als van een portret en blonk als zilver. Zijn lichaamsdelen waren in harmonie met elkaar. Hij had een stevig lichaam, maar was niet zwaarlijvig. Zijn buik en borst liepen in een rechte lijn. Hij had een brede borst en zijn schouders waren ver uit elkaar. Hij had grote gewrichten en zijn lichaam was lichtgekleurd. Haren liepen in een dunne lijn van zijn bovenborst tot aan zijn navel, daarbuiten waren zijn borst en buik onbehaard. Hij had behaarde onderarmen, schouders en bovenborst. Hij had lange handbenen, grote handen en gladde ledematen. Hij had dikke, maar gladde vingers en tenen en diepe voetholten. De bovenkant van zijn voeten was glad; als er water over werd gegoten, vloeide het snel van zijn voeten. Wanneer hij liep, tilde hij zijn voeten hoog van de grond. Hij liep voorovergebogen, op een nederige wijze, en nam grote stappen. Wanneer hij liep, was het alsof hij van een helling neerdaalde. Wanneer hij wilde omkijken, draaide hij met zijn hele lichaam om. Zijn blik was vaak neergeslagen en hij keek meer naar de grond dan naar de hemel. Meestal keek hij vanuit zijn ooghoeken. Hij liet zijn Metgezellen voor zich lopen en liep zelf achter hen. Wanneer hij iemand tegenkwam, was hij de eerste die groette. De Boodschapper van Allah was doorgaans bedroefd en altijd in gedachten verzonken. Hij kende geen rust. Hij zweeg lange pozen en sprak enkel wanneer dit nodig was. Hij begon en eindigde zijn woorden vanuit zijn mondhoeken. Hij sprak met weinig woorden die vele betekenissen bevatten; duidelijke en beslissende woorden die buitensporig noch nalatig waren. Hij was vriendelijk, niet hardvochtig en vernederde niemand. Hij minachtte geen enkele gunst, hoe klein deze ook was. Maar hij prees geen voedsel, noch bekritiseerde hij dit. Hij werd nooit boos omwille van deze wereld, noch omwille van iets wat hiermee te maken heeft. Maar wanneer de waarheid werd aangetast, herkende niemand hem en niets kon zijn woede bedwingen, totdat hij de waarheid had gevestigd. Hij werd nooit boos omwille van zichzelf, noch zocht hij ooit vergelding voor zichzelf. Wanneer hij wees, wees hij met zijn hele hand en wanneer hij verbaasd was, draaide hij deze om. Wanneer hij sprak, gebaarde hij met zijn hand en sloeg met zijn
    rechterhandpalm tegen de binnenkant van zijn linkerduim. Wanneer hij boos werd, draaide hij zich volledig om en wanneer hij verheugd was, sloeg hij zijn blik neer. Zijn lachen was meestal niet meer dan een glimlach, waarbij hij zijn tanden ontblootte die als hagel uit de wolken waren.'
    Sommige humanisten zien Mohammed, net als Jezus en Boeddha, als een belangrijk ethisch leider. In de Middeleeuwen stond Mohammed onder de joden bekend als 'ha-meshuggah' ("de kwade" of "de bezetene", vergelijk het Nederlandse woord 'mesjogge'). De titel wordt onder andere in de Hebreeuwse Bijbel gebruikt voor degenen die zichzelf als profeten beschouwden, maar vals waren. Voor veel joden is de ernstig afwijkende hervertelling door Mohammed van oude verhalen onverteerbaar. Mohammeds ontkenning van de goddelijke status van Jezus gaat in tegen de christelijke dogmatiek. Christenen beschouwen Mohammed als een valse leraar. Anderen gaan nog een stap verder en beweren dat Mohammed werd geïnspireerd door Satan. Veel middeleeuwse christenen meenden dat de stichting van de islam een schisma binnen het christendom was, en dat Mohammed oorspronkelijk een christelijke priester was. In De Goddelijke Komedie van Dante Alighieri wordt Mohammed samen met Ali in de negende kloof van de achtste kring van de Hel geplaatst als zijnde schismaticus. Volgens het Bahá'í-geloof is Mohammed niet de laatste profeet (maar wel de laatste van de profetische cyclus, die met Adam was begonnen), maar Bahá'u'lláh, die wordt beschouwd als de, tot nu toe, laatste in de reeks Boodschappers van God. Ook een deel van de Ahmadiyya-moslims gelooft dat Mohammed niet de laatste profeet was. Buiten de islamitische overlevering is er over het optreden van Mohammed in de periode in Mekka weinig informatie te vinden. Wat we over hem weten, weten we uit de Koran, Korancommentaren en mondeling overgeleverde uitspraken van volgelingen. Moderne historici kunnen niet anders dan zeer omzichtig omgaan met deze informatie. De profeet staat niet vermeld in enig bekend historisch document van buurvolkeren. In de Koran komt het woord Mohammed slechts viermaal voor, maar onduidelijk is of het om een eigennaam of een bijvoeglijk naamwoord gaat, dat met 'de prijzenswaardige' vertaald kan worden en of daar inderdaad de historische Mohammed mee wordt bedoeld. In de Korantekst komt wel een naamloze jij-figuur voor, die soms gezant of profeet wordt genoemd. De oudste biografie van Mohammed is die van Ibn Ishaaq en dateert van rond 750, meer dan een eeuw na de dood van de profeet. Dit is een verzameling mondeling overgeleverde uitspraken van tijdgenoten die niet beschouwd kan worden als objectieve en verifieerbare geschiedschrijving in de moderne zin van het woord. Volgens sommige islamologen lijken biografieën van de profeet vooral bedoeld om passages in de Koran achteraf van een context te voorzien en zijn het alleen al daarom geen betrouwbare historische bronnen. Wim Raven wijst erop dat er verschil van mening tussen moslimgeleerden en westerse islamologen en oriëntalisten bestaat over de vraag of de talloze overleveringen over Mohammed inderdaad als historisch betrouwbaar materiaal mogen worden beschouwd. Moslimgeleerden geloven dat dit materiaal in grote lijnen met de werkelijkheid overeenkomt, westerse geleerden hebben daarentegen hun ernstige twijfels, met name omdat nauwelijks enige brontekst met zekerheid in de eerste eeuw van de islam te dateren zou zijn en van vele teksten elkaar tegensprekende varianten bestaan. Niet-islamitische bronnen, die soms heel oud zijn, zouden een heel ander beeld opleveren dan islamitische bronnen. De pogingen om feit en fictie in de beschikbare bronnen van elkaar te onderscheiden hebben tot nu toe weinig bruikbare resultaten opgeleverd voor een kritische beschrijving van de historische persoon Mohammed en de rol die hij speelde in de islam. Harald Motzski stelt dat het onderzoek op dit moment
    gevangen is in een dilemma. Aan de ene kant is het volgens Motzki niet mogelijk een historische biografie te schrijven zonder ervan beschuldigd te worden de bronnen kritiekloos over te nemen, terwijl het aan de andere kant onmogelijk is om op basis van een kritische beschouwing van die bronnen een bruikbare biografie te schrijven.[ Arthur Jeffrey veronderstelde in 1926 dat er misschien gewacht moet worden op verder onderzoek naar de vroege bronnen voordat er uitspraken kunnen worden gedaan over de historische Mohammed. "Als de berg niet naar Mohammed komt, zal Mohammed naar de berg moeten gaan" is een Nederlandse uitdrukking. Het betekent dat als het geluk niet naar je toe komt, moet je naar het geluk toe gaan. De vroegste verschijning van de uitdrukking is in het Engels in het werk "Essays", hoofdstuk 12, van Francis Bacon, dat in 1625 werd gepubliceerd, If the mountain won't come to Muhammad, Muhammad will go to the mountain.[

    08-06-2018 om 09:43 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm

    8 juni 1972 napalm Napalm is benzine waaraan als verdikkingsmiddel een mengsel van naftenaat en palmitaat is toegevoegd, zodat het beter blijft kleven als de (brandende) spetters ergens tegenaan vliegen. Op die manier vat de onderlaag eerder vlam. Het verlaagt tegelijk de neiging van de benzine tot ontbranden en maakt de verbranding trager. Nafteenzuur is een algemene naam voor een verzameling van organische zuren die in ruwe olie aanwezig zijn en werd oorspronkelijk gebruikt bij de bereiding van napalm. Tegenwoordig worden meestal andere middelen gebruikt voor de bereiding van napalm, maar de naam is blijven hangen. Napalm werd in 1942 ontwikkeld. Het wordt voornamelijk gebruikt in brandbommen en is gevreesd door de ernstige brandwondendie het bij mensen en dieren veroorzaakt. Napalmbommen maken vaak gebruik van fosfor om de napalm te ontsteken. Napalm werd voor het eerst op grote schaal ingezet door het Amerikaanse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1945 werden vele Japanse steden waaronder Tokio met napalm gebombardeerd. Tijdens de laatste (loopgraafoorlog) fase van de Koreaoorlog bestookten de Amerikanen het hele grondgebied van Noord-Korea met napalmbommen, met vermoedelijk enkele honderdduizenden doden als resultaat. Ook in de Vietnamoorlog werd door de Amerikanen veelvuldig gebruikgemaakt van napalm. Dit leidde tot verzet onder delen van de Amerikaanse bevolking. Tijdens de Eerste Golfoorlog werd geen gebruik gemaakt van napalm, maar van Mark 77brandbommen, die een met napalm vergelijkbaar effect hebben. Naast Amerika maakten ook landen zoals Frankrijk (in Algerije), Israël (in de Zesdaagse oorlog) en het Verenigd Koninkrijk (in Kenia) gebruik van napalm. In 1980 verklaarde de VN het gebruik van brandbommen tegen burgers tot een oorlogsmisdaad. Phan Thị Kim Phúc (2 april 1963) ook bekend als Kim Phuc of ook wel als het "napalmmeisje", werd bekend doordat zij als 9-jarige naakt met napalm op haar lichaam te zien was op de bekendste foto uit de Vietnamoorlog. De foto haalde wereldwijd de voorpagina's van kranten en droeg hierdoor bij aan het groeiende verzet tegen de oorlog die hiermee een gezicht had gekregen. Degene die de foto nam, Nick Ut, heeft er de Pulitzer-prijs en World Press Photo mee gewonnen. De foto werd gemaakt op 8 juni 1972, nadat er een napalmaanval was geweest in haar woonplaats Trang Bang. Het dorp was gebombardeerd door een Zuid-Vietnamese bommenwerper om vermeende strijders van de Vietcong te verjagen. Ze vatte zelf vlam door de napalm, waardoor haar kleren verbrandden. Zonder kleren rende Kim de hoofdweg bij Trang Bang op, waar zij werd vastgelegd op de foto. De fotograaf, Nick Ut, bracht haar vervolgens met de auto naar een ziekenhuis. Als gevolg van de napalmliep zij derdegraadsverbrandingen op aan haar rug en haar armen. Ruim een maand verkeerde ze in kritieke toestand. Ze kreeg bloedtransfusies en huidtransplantaties. Ze heeft een jaar in een Vietnamees ziekenhuis gelegen, is in 1984 in Duitslandgeopereerd en ondervindt nog steeds gezondheidsproblemen. Op de terugreis van haar huwelijksreis van Cuba naar Moskou verliet Kim met haar man het vliegtuig tijdens een tussenlanding in Canada. Kim en haar man vroegen politiek asiel aan en wonen sindsdien in Canada, waar Kim haar eigen stichting heeft opgericht: Kim Foundation. Een organisatie die kinderen helpt, die slachtoffer geworden zijn van oorlogen. Op 10 november 1994 werd Kim Phuc uitgeroepen tot Goodwill Ambassadeur voor UNESCO. In 2015 kreeg ze een nieuwe reeks laserbehandelingen in het Dermatology and Laser Institute van Miami.









    08-06-2018 om 09:43 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 8 juni bonnie tyler

    8 juni 1953 Bonnie Tyler Bonnie Tyler, artiestennaam van Gaynor Hopkins (Skewen, Wales, 8 juni 1951) is een Welshe zangeres. Ze komt uit een gezin van zes kinderen. Haar vader was een mijnwerker; haar moeder, een operafan, deelde haar passie voor muziek met haar kinderen. Janis Joplin en Tina Turner waren haar grote voorbeelden. Na in verschillende bands gezeten te hebben en na verschillende artiestennamen kwam ze uiteindelijk uit bij Bonnie Tyler. In 1975 nam ze haar eerste liedje op bij een platenmaatschappij: My my honeycomb; de single werd geen succes. Haar tweede single Lost in France toonde meteen haar vocale kwaliteiten en ze haalde er de top 10 mee. Later werd het zelfs een Europese hit. Haar eerste album, in 1977, had een bescheiden succes, maar toch genoeg om door Europa te toeren. Net voor het album werd uitgebracht moest ze een knobbeltje op haar stembanden laten wegnemen. Tegen doktersadvies in sprak ze voor ze genezen was, hierdoor kreeg ze een schor geluid in haar keel, ze dacht dat haar zangcarrière over was maar niets was minder waar. Haar volgende single It's a Heartache waar ze met schorre stem zong haalde de top 5 in Engeland, Europa en de Verenigde Staten, waardoor ze daar voor het eerst kon gaan toeren. In 1979 won ze het World Popular Song Festival in Tokio met het lied Sitting on the Edge of the Ocean. Toch bleef groot succes uit na deze overwinning. In 1982 tekende ze een platencontract bij CBS Records en bracht ze het album Faster Than the Speed of Night uit, met daarop het lied Total Eclipse of the Heart. Producer van dit album was Jim Steinman, die eerder succes had met Bat Out of Hell van Meat Loaf. Zijn combinatie van rock en theatrale arrangementen zorgde voor internationaal succes. In veel landen kwam de single op 1; ook het album schoot in Engeland meteen naar de eerste plaats. Ze was de eerste vrouwelijke artiest die dat overkwam. Ze won ook twee Grammy's. Twee jaar later had ze opnieuw een groot succes, dit keer met Holding Out for a Hero. In 1991 nam ze het album Bitterblue op, dat viervoudig platina werd in Noorwegen, platina in Oostenrijk en goud in o.a. Duitsland, Zweden en Zwitserland. Van 1991 tot en met 1994 produceerden zanger Rolf Köhler en producent Dieter Bohlen de muziek van Bonnie Tyler. Samen met de Franse zangeres Kareen Antonn nam ze Si Demain... (Turn Around) op (de Franse versie van Total Eclipse of the Heart). Hiermee had ze een nummer 1-hit in België, Frankrijk en Polen. In 2013 vertegenwoordigde Tyler het Verenigd Koninkrijk op het Eurovisiesongfestival in Malmö met het lied "Believe in me".[ Ze eindigde met 23 punten op de 19e plaats.





    08-06-2018 om 09:38 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 7 juni Alan Tuning

    Alan Mathison Turing (Maida Vale, 23 juni 1912 – Wilmslow, 7 juni 1954) was een Britse wiskundige, computerpionier en informaticus, mathematisch bioloog en logicus. Alan Turing was het tweede kind van Julius Mathison en Ethel Sara Turing. Hij had één oudere broer: John Turing. Julius werkte voor de Indian Civil Service, die hem in BritsIndië plaatste. Daar ontmoette hij Ethel, met wie hij later in het huwelijk stapte. Door de overzeese tewerkstelling van hun vader groeiden Alan en John op in verschillende pleeghuizen. In die pleeghuizen werden originaliteit, wetenschap en expressie ontmoedigd. Desondanks las Turing in zijn jeugd het boek Natural Wonders Every Child Should Know, waarover hij later zei dat het een grote invloed op hem had gehad. Turing studeerde vanaf 1931 wiskunde aan de Universiteit van Cambridge. Hij kwam terecht in een wereld van deïsme en intellectuele uitdagingen. In 1935 maakte hij kennis met het zogeheten Entscheidungsproblem en publiceerde hij zijn artikel On Computable Numbers, with an Application to the Entscheidungsproblem. Dit beslissingsprobleem laat zich als volgt omschrijven: "bestaat er een algoritme waarmee kan bewezen worden of een wiskundige bewering waar is of niet?" (is het antwoord op een logische vraag berekenbaar?). In 1936 kwamen Turing en, onafhankelijk van hem, ook Alonzo Church, tot de conclusie dat het algemene antwoord 'nee' luidt onder bepaalde voorwaarden: de Church-Turing-hypothese. Op basis van dit artikel bedacht Turing de Logical Computing Machine. Dit gedachteexperiment werd later de turingmachinegenoemd. Na Cambridge werkte Turing van 1936 tot 1938 bij Church aan de Princeton-universiteit in de Verenigde Staten. Daarna keerde hij terug naar Cambridge. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog werkte Turing in het geheim bij de Government Code and Cipher School, gehuisvest op het landgoed Bletchley Park. Dit was de Britse crypto-analytische dienst, die als doel had onderschepte gecodeerde berichten van de Duitsers te ontcijferen, zodat de geallieerden de vijand een stap voor konden zijn. Turing maakte deel uit van een team dat succesvol voortbouwde op het werk van de Poolse wiskundigen Marian Rejewski, Henryk Zygalski en Jerzy Różycki, die een decoderingsapparaat hadden uitgevonden dat de codes kon ontcijferen die door het Enigma-apparaat, een Duits coderingssysteem, waren gegenereerd. De ontcijfering van de Enigma wordt vaak aangehaald als een van de grootste prestaties in de Tweede Wereldoorlog die de alliantie de uiteindelijke overwinning zou hebben gebracht. Na de oorlog werkte Turing aan de universiteit van Manchester, waar hij de Deputy Director of the Computing Laboratory werd. Hij bouwde de Automatic Computing Engine (ACE). In 1950 publiceerde Turing in het tijdschrift Mind een artikel getiteld Computing Machinery and Intelligence. Hierin beschreef hij zijn turingtest. Hij bleef ook in het geheim werken voor GCHQ, tot hij daar in 1948 wegens zijn homoseksualiteit geweerd werd, omdat hij daardoor door de geheime dienst als een veiligheidsrisico werd beschouwd. Turing werd voor zijn vitale bijdragen aan de oorlogsinspanning in 1945 geëerd met de benoeming tot Officier in de Orde van het Britse Rijk, en in 1951 werd hij voor zijn belangrijke bijdragen aan de wiskunde gekozen tot lid (fellow) van de Royal Society. De A.M. Turing Award wordt algemeen gezien als de hoogste onderscheiding in de informatica. Na de oorlog werkte Turing tevens aan wiskundige modellen voor de ontwikkelingsbiologie, onder meer hoe kleurpatronen op de huid ontstaan.
    In 1952 werd Turing gearresteerd wegens homoseksuele handelingen (die tot 1967 in Engeland voor mannen strafbaar waren) en veroordeeld, waarbij hij kon kiezen tussen een experimentele chemische castratie gedurende een jaar, of een gevangenisstraf. Turing koos het eerste. De hormonen die hij verplicht werd te laten injecteren, leidden onder meer tot borstvorming. Op 7 juni 1954 werd hij dood aangetroffen met een appel, die - naar beweerd werd - met cyanide vergiftigd was. Er wordt over zijn dood veel gespeculeerd. De officiële doodsoorzaak is zelfmoord, maar er wordt beweerd dat hij door de Engelse geheime dienst is vermoord, omdat hij te veel zou weten over geheime codes en daardoor een te groot veiligheidsrisico werd. In juni 2012 liet de Turingexpert Jack Copeland op een congres weten dat Turings dood een ongeluk kan zijn geweest. De appel zou, volgens deze bron, nooit op cyanide zijn onderzocht. Bovendien waren er in Turings gedrag kort voor zijn dood geen aanwijzingen dat het niet goed met hem ging. Ook is bekend dat Turing thuisexperimenten met cyanide uitvoerde, waarbij hij slordig met dit materiaal zou zijn omgegaan. In ieder geval bleek een blootstelling aan cyanide bij de autopsie de doodsoorzaak. In zijn (niet getrouw verfilmde) Turing-biografie brengt wiskundige en schrijver Andrew Hodges de mogelijkheid naar voren dat Turing inderdaad zelfmoord heeft gepleegd, maar zijn 'experimenten' gebruikte om voor zijn moeder de gedachte open te laten dat zijn dood een ongeval was. Anno 2009 gingen er stemmen op in het Verenigd Koninkrijk die pleitten voor een postuum eerherstel.[5] In september dat jaar heeft premier Gordon Brown namens de regering postuum excuses aangeboden aan Alan Turing. In het plaatsje Ipswich is door een vriend van Alan (Chrispin Rope) een fors herdenkingsmonument opgericht, waarin door de vormgeving de wiskunde tot uiting komt. De Zweedse schrijver David Lagerkrantz heeft recent (jan. 2016) een biografische thriller geschreven met als titel De val van Turing. Op 24 december 2013 verleende koningin Elizabeth II Alan Turing gratie en werd zijn veroordeling wegens homoseksualiteit uit de boeken geschrapt. Alan Turing heeft tijdens zijn leven veel belangrijk werk verricht. Het belangrijkst zijn zonder twijfel zijn theoretische vorderingen op het gebied van de berekenbaarheidgeweest, en de turingmachine, een mechanisch model van berekening en berekenbaarheid en daarmee een model voor een computer. Het bekendst bij het grote publiek is de turingtest, en zijn betrokkenheid bij het kraken van de Enigma-code (waardoor de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog op de hoogte zijn geweest van de locaties van de onderzeeërs van de Duitsers). In de jaren 80 schreef Hugh Whitemore Breaking the Code, een toneelstuk over het leven van Alan Turing. In 1989 werd de Nederlandse versie (De verbroken Code) in de regie van Jo Dua op de planken gebracht. De hoofdrol werd gespeeld door Willem Nijholt. In de Londense versie werd de hoofdrol vertolkt door Derek Jacobi. In 2001 werd het kraken van de code verfilmd onder de titel Enigma, gebaseerd op de roman Enigma uit 1995 van Robert Harris. In deze film speelde Dougray Scott de rol van
    de briljante wiskundige Thomas Jericho, maar die rol was gebaseerd op de figuur van Alan Turing. In 2014 kwam de Brits-Amerikaanse film The Imitation Game uit over het leven van Turing. Hij wordt hierin gespeeld door Benedict Cumberbatch











    07-06-2018 om 09:44 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 7 juni Gaudi

    7 juni 1926 Gaudi Antoni Gaudí i Cornet (Reus of Riudoms, 25 juni 1852 – Barcelona, 10 juni 1926) was een Catalaanse architect. Hij ontwierp rond 1900 markante gebouwen en objecten, vooral in Barcelona, waarvan de Sagrada Família het bekendste is. Hij wordt beschouwd als een grondlegger van de organische architectuur. Zijn werk valt onder de art nouveau/jugendstil. In Catalonië is deze stijl het Catalaans modernisme. Momenteel wordt Gaudí door de Rooms-Katholieke Kerk als eerbiedwaardig beschouwd. Verwacht wordt dat hij door de Paus zal worden zaligverklaard. Gaudí werd in 1852 vermoedelijk in de Catalaanse stad Reus geboren, in een huis aan de Carrer de Sant Joan 4. Andere bronnen beweren dat hij in het nabijgelegen Riudoms is geboren. Zijn vader, Francesc Gaudí i Serra, was een onbemiddelde kopersmid. Sinds zijn kindertijd leed Gaudí aan reuma. Op zijn zeventiende trok hij naar Barcelona om er architectuur te studeren aan de Escola Superior d ´Arquitectura (Hogeschool voor de Architectuur). Om in zijn levensonderhoud te voorzien had hij bijbaantjes bij architecten in de stad. Gaudí was geen goede student maar viel op door zijn eigenzinnigheid. Zo tekende hij bij zijn afstudeerproject "voor de sfeer" een volstrekt irrelevante lijkwagen op een bouwtekening van een poortgebouw van een begraafplaats. Tussen zijn twintigste en dertigste was Gaudí lid van de vrijmetselarij, maar na herontdekking van zijn katholieke geloof, distantieerde hij zich formeel van dit lidmaatschap, vanwege zowel het kerkelijk verbod op vrijmetselaarslidmaatschap als het sterk "antichristelijke karakter" van de Spaanse irreguliere tak van de vrijmetselarij. De internationale vrijmetselarij gebruikt Gaudí Bij zijn diploma-uitreiking in 1878 zei de directeur Elie Rogent: "He aprobado a un loco o a un genio", Ik heb een dwaas of een genie laten slagen.[ Opvallend is dat Gaudí, die zich later altijd tamelijk sjofel kleedde, in deze tijd buitengewoon veel tijd aan zijn uiterlijk besteedde en aldus een dandy was. Niettemin leefde hij alleen voor zijn werk. Hij huwde nooit, hoewel hij volgens een gerucht rond 1884 verloofd was. In de tijd dat Gaudí afstudeerde, was er in de Europese architectuur sprake van openheid. Het strakke en sobere neoclassicisme van de Parijse Arc de Triomphe maakte plaats voor de Romantiek, met gevoel en waardering voor alle bouwstijlen uit het verleden, niet alleen de Romeinse en Griekse. Spanje was enigszins geïsoleerd van Europa, maar ook hier las men het werk van John Ruskin, die in 1853 schreef: "Het ornament is de oorsprong van de architectuur". Het werk van Gaudí is uitzonderlijk rijk aan ornamenten. In Gaudí's jonge jaren ging het de stad Barcelona voor de wind. De rijke intellectuele burgers omringden zich graag met kunstenaars en Gaudí begaf zich in deze kringen. Hij ontwikkelde een antikerkelijke houding en was begaan met de arbeiders. Een van de bouwstijlen die in de belangstelling stonden, was de gotiek. Gaudí bezocht het door Eugène Viollet-le-Duc herschapen Carcassonne en de kathedraal in Tarragona. De interesse voor de gotiek had een politieke achtergrond. Catalonië bloeide economisch, maar werd politiek overheerst door Castilië (Madrid). Onderwijs in het Catalaans was verboden. Gaudí, die fervent Catalaans was, was lid van de Centre Excursionista, een groep jongeren die plaatsen uit het verleden van Catalonië bezocht. Gaudí sprak zo veel mogelijk Catalaans, ook als dat dan voor anderstalige bouwvakkers vertaald moest worden. Net als Viollet-le-Duc nam Gaudí de architectuur uit het verleden niet klakkeloos over, maar gebruikte hij die ter inspiratie. Het gevolg was dat Gaudí in zijn leven slechts één keer een prijs kreeg - voor het relatief conventionele Casa Calvet. Hij schijnt onder deze miskenning geleden te hebben.[bron?] Vreemd genoeg kreeg Gaudí al voordat hij naam maakte een grote opdracht. In 1881 kocht een vereniging in Barcelona grond, waarop zij een kerk en bijbehorend complex wilde bouwen ter ere van de Sagrada Família (de Heilige Familie: Jozef, Maria en Jezus). De opdracht ging eerst naar Francisco de Paula del Villar, voor wie Gaudí in zijn studententijd werkte. Deze trok zich na het begin van de werkzaamheden terug. Joan Martorell, een bekende van Gaudí en qua neogotiek dé Catalaanse
    architect, zou de leiding overnemen, maar weigerde. Waarom de onbekende Gaudí in 1883 de opdracht kreeg, is niet duidelijk.
    Het exterieur van de Sagrada Família. De hand van Gaudí is waarneembaar in de Façade van de Geboorte en haar torens, rechts, terwijl de bouwdelen, waar eerst na zijn dood aan werd begonnen, steeds vrijer wordende interpretaties van zijn ideeën laten zien. In dat jaar begon de bouw van Casa Vicens. Het is een combinatie van baksteen en natuursteen, maar opvallend zijn de tegels die de buitenkant van het huis bedekken. De geometrische patronen die ze vormen, doen denken aan Arabische bouwwerken en Gaudí liet zich hiervoor inspireren door de Moorse architectuur in Spanje. Het huis, waarvan hij ook het interieur ontwierp, combineert vele stijlen. Zo zitten er op het balkon van een hoektoren Rafaël-achtige engeltjes en is de eetkamer jugendstil. Zoals vermeld kon de overheid Gaudí's werk zelden waarderen, maar er waren genoeg anderen die dat wel deden, zoals textielmagnaat Eusebi Güell i Bacigalupi en bisschop Joan Bautista Grau i Vallespionós. Güell was een typische mecenas, iemand die kunstenaars in zijn huis ontving en ondersteunde. Op het moment dat de zakenman Gaudí leerde kennen, had laatstgenoemde nog maar weinig gepresteerd. Güell baseerde zijn waardering vooral op de ontwerpen die hij tijdens de wereldtentoonstelling van 1888 had gezien. Voor Güell realiseerde Gaudí diverse objecten, waaronder het Palau Güell. Ook dit huis is een combinatie van vele stijlen. Gaudí gebruikte hier voor het eerst, onder meer in de gietijzeren poorten, de parabool en kettinglijn als vorm; elementen die in zijn latere werk steeds terugkomen. Ook de bizarre torentjes op het dak vallen op. De jonge architect trok met dit gebouw voor het eerst de aandacht van de pers. Aan het begin van de 20e eeuw creëerde Gaudí het Park Güell. Behalve de gebouwen ontwierp hij veel van de mozaïeken. Hiermee toonde hij zich aanhanger van de stelling van Ruskin dat een architect ook de schilderkunst en de beeldhouwkunst moest beheersen. Het park was oorspronkelijk overigens bedoeld als woonwijk,] maar van die sociale bedoeling kwam weinig terecht. Gaudí's belangrijkste werk is de Sagrada Família, een basiliek gebouwd in opdracht van een roomskatholieke vrome broederschap ter ere van de heilige Jozef. In 1914 besloot Gaudí, die op latere leeftijd niet meer sterk tegen de kerk gekant was, alleen nog maar aan de Sagrada Família te werken. Soms ging hij zelf langs de deuren om geld op te halen voor de bouw ervan en in zijn laatste jaren woonde hij zelfs op het bouwterrein. Aan de kerk wordt tot op de dag van vandaag gebouwd Op 7 juni 1926 wandelde Gaudí over de Gran Via de les Corts Catalanes in Barcelona. Hij stak de Carrer de Bailén over, dicht bij de Plaça de Tetuan. Het was een route die hij vaak volgde om van de kerk aan de Plaça Sant Philip Neri naar de Sagrada Família te wandelen waar hij toen werkte. Een tram reed hem aan maar stopte niet en Gaudí bleef bewusteloos achter. Het was duidelijk dat hij zwaargewond was en men bracht hem naar een eerstehulppost aan de Ronda de Sant Pere. Taxichauffeurs weigerden Gaudí naar een kliniek te brengen wegens zijn sjofel voorkomen. Uiteindelijk belandde hij in het Hospital de la Santa Creu de Barcelona, toen het armenhospitaal. Omdat hij niet kwam opdagen op zijn werkplaats begonnen zijn medewerkers aan een zoektocht. Monseigneur Gil Parés en de architect Domènec Sugrañes i Gras vonden hem in het hospitaal. Hij weigerde naar een kliniek te worden overgebracht, zeggende: "Mijn plaats is hier, tussen de armen". Gaudí stierf in het hospitaal op 10 juni, om vijf uur in de namiddag. Hij was 73 jaar oud geworden. Op zijn grafsteen staat volgende inscriptie: Antonius Gaudí Cornet. Reusensis. Annos natus LXXIV, vitae exemplaris vir, eximius que artifex, mirabilis operis hujus, templi auctor, pie obiit Barcinone die X Junii MCMXXVI, hinc cineres tanti hominis, resurrectionem mortuorum expectant. R.I.P.
    (Antoni Gaudí Cornet. Van Reus. Een man die een voorbeeldig leven leidde, een buitengewone vakman, de auteur van dit prachtige werk, de kerk, stierf op 74-jarige leeftijd vroom in Barcelona op 10 juni 1926, vanaf dit moment wacht de as van zo een groot man op de opstanding van de doden. Moge hij rusten in vrede.) Zijn begrafenis op 12 juni was een belangrijke gebeurtenis: de rouwstoet was wel een kilometer lang. Hij ligt begraven in de crypte van de Sagrada Família. Een rogatoriale commissie van het Aartsbisdom Barcelona, onderzoekt sinds 2003 de mogelijkheid om Gaudí zalig te laten verklaren, mede omdat hij zijn architectenwerk ter meerdere eer en glorie van God gebruikte en zo in zijn dagelijks leven de heiligheid van de leek uitgedragen heeft. Het voorstel tot zaligverklaring werd in 2003 gepresenteerd bij de H.Stoel en sindsdien wordt er al gewerkt aan de uitgebreide studie. Het gaat om een document van honderden pagina’s met de biografie van de bouwmeester, zijn werk en de getuigenissen van personen die hem gekend hebben. Wanneer de Congregatie voor de Heilig- en Zaligsprekingsprocessen en de Paus hun akkoord hebben gegeven, en het vereiste mirakel op voorspraak van de kandidaat-zalige een feit is, zal de zaligverklaring van Gaudí officieel zijn Vergeleken met de architecten van zijn tijd was Gaudí opvallend praktisch ingesteld. In plaats van veel tijd achter de tekentafel door te brengen, was hij vaak in de weer met maquettes om bijvoorbeeld de sterkte van een constructie te testen. Zijn werkwijze daarbij was om maquettes ondersteboven uit te voeren als constructies van hangende touwtjes. Het idee was dat de touwtjes de kettinglijnaannemen, en vrij zijn van zijdelingse krachten. Als de maquette dan nauwgezet als staande constructie wordt gerealiseerd, zal deze constructie vrij zijn van spatkrachten en met minimaal gebruik van materiaal kunnen worden gerealiseerd. Een geniale benadering die door Gaudí veel werd toegepast, zoals voor de zuilen, de torens en het gewelf van de Sagrada Família en het dakpaviljoen op Casa Milà. Zijn bouwtekeningen waren vaak schetsen, dus weinig exact. Pas tijdens de bouw ontwikkelde hij veel van zijn ideeën, vaak na overleg met de arbeiders. Omdat hij over zijn theorieën en principes vrijwel niets op papier zette, werd hij na zijn dood relatief weinig nagevolgd. Onder meer de langdurige bestudering na zijn dood van de maquettes leverde inzicht waarop Gaudí's compositieregels, vooral die bij de Sagrada Família, zijn gebaseerd. De architect gebruikte bij dat kerkgebouw een klein aantal meetkundige principes, die hij combineerde. Qua talstelsel gebruikte Gaudí het decimale getallensysteem; echter verhoudingen tussen de bouwdelen bleken tevens gebaseerd op het twaalftallig stelsel. Basisvormen die hij toepaste zijn onder meer de hyperboloïde en paraboloïde. De zuilen van het schip van de Sagrada Família zijn een uniek ontwerp en bestaan uit dubbelgetordeerde Salomonische zuilen met gelijke helices die tegen elkaar indraaien. Om na zijn dood tot een goed inzicht te komen hoe het kerkgebouw verder af te bouwen, is de hulp ingeroepen van CAD-software. Vanwege de bijzondere vormgeving die Gaudí toepaste, bleek de CAD-software voor architectuur ongeschikt en er diende overgestapt te worden op software die in de luchtvaarttechniek gebruikt wordt. Het was ook niet makkelijk om Gaudí's werk voort te zetten. Gaudí werkte veelal proefondervindelijk zijn constructies uit zonder veiligheidsmarge, te klein zelfs. Gaudí's gebouwen maken een extravagante indruk, maar hij gebruikte vooral relatief goedkoop en lokaal beschikbaar materiaal, zoals baksteen. Voor zijn mozaïeken werden vaak scherven gebruikt die afval waren van firma's in keramiek









    07-06-2018 om 09:41 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 7 juni Paul Gauguin

    7 juni 1848 Paul Gauguin Eugène Henri Paul Gauguin (Parijs, 7 juni 1848 – Atuona op de Marquesaseilanden, 8 mei 1903) was een Franse kunstschilder. Zijn werk wordt meestal gekenschetst als postimpressionistisch, dat van na 1891 als symbolistisch. Na zijn opleiding in Orléans bracht Gauguin zes jaar door in de koopvaardij. Later diende hij in de Franse marine. Bij terugkomst in Frankrijk in 1870 werd hij assistent bij een beursmakelaar. Gustave Arosa, die Gauguins voogd werd toen hij op 19-jarige leeftijd zijn moeder verloor, bracht hem in contact met de schilderkunst. Dezelfde Arosa had hem ook aan zijn baan geholpen bij de Marine en later bij de bank. Arosa is dus een sleutelfiguur in het leven van Gauguin, omdat hij indirect ook een grote invloed zou gaan hebben op de kunst van Gauguin. Dit had ook te maken met het feit dat Arosa een grote liefde had voor amateurfotografie en goed bevriend was met Nadar, die foto's maakte als reproductie van belangrijke monumenten in de wereld, als de zuil van Trajanus en het Parthenon. Gauguin huwde in november 1873 met de Deense Mette Sophie Gad, bij wie hij vijf kinderen kreeg. Hij werd een succesvolle beursmakelaar, en werd tevens kunstverzamelaar en, zoals nu te zien is, zeer verdienstelijk amateurschilder, die in impressionistische stijl werkte. In 1882 stortte de beurs in en raakte Gauguin zijn baan kwijt. Tegen 1884 verhuisde Gauguin met zijn familie naar Kopenhagen, waar hij minder succes had in een loopbaan als vertegenwoordiger van een Franse textielfabrikant. Hij wilde echter liever fulltime gaan schilderen en keerde daarom in 1885 terug naar Parijs, na het mislukken van een tentoonstelling van zijn werk in Denemarken. Hij kon zijn vrouw en kinderen niet behoorlijk onderhouden, met als gevolg dat zijn vrouw terugging naar haar familie. Gauguin woonde, op initiatief van Theo van Gogh, de broer van Vincent, twee maanden samen met Vincent van Gogh, in Arlesom te schilderen en van elkaar te leren. Het was geen gelukkige periode. Gauguin kreeg depressieve buien en deed een zelfmoordpoging. Uit de brieven van Van Gogh – die Gauguin financieel steunde[bron?] – blijkt dat ze voortdurend ruzie hadden. Op een moment was Gauguin zo geschrokken van het gedrag van zijn huisgenoot, die hem tijdens een avondwandeling achtervolgde, dat hij een nacht in een hotel doorbracht. De volgende ochtend had Van Gogh een deel van zijn oor afgesneden. Daarop werd Van Gogh in een gesticht opgenomen en vertrok Gauguin uit Arles. Duitse wetenschappers beweren echter, na een langdurig onderzoek, dat Gauguin het oor van Van Gogh met een zwaard afhakte, na een ruzie. Ze zouden er zelf voor gekozen hebben om de toedracht geheim te houden. Gauguin deed dit om vervolging te voorkomen. Er zijn schilderijen van Gauguin en Van Gogh die eruitzien alsof ze met dezelfde verf geschilderd zijn. Ze maakten ook portretten van elkaar. In 1886 kwamen Gauguin, Émile Bernard en Paul Sérusier naar Pont-Aven. Zij richtten er de School van Pont-Aven op. Tot die groep behoorde ook de Nederlandse schilder Meijer de Haan, met wie hij bevriend raakte en die hij diverse malen geportretteerd heeft. In 1891 vertrok Gauguin naar Frans-Polynesië om te ontsnappen uit de Europese beschaving, en aan "alles wat kunstmatig en conventioneel was". Hij had hierbij het beeld van de "nobele wilden" voor ogen (zoals beschreven door Jean-Jacques Rousseau) en wilde zich afzetten tegen de burgerlijke maatschappij. Wellicht heeft echter ook een rol gespeeld dat hij in Frankrijk als kunstenaar weinig erkenning kreeg. Hij verbleef eerst op Tahiti, dat hem zo tegenviel dat hij al snel verder trok naar de Marquesaseilanden. Daarvandaan heeft hij nog slechts eenmaal Frankrijk bezocht. Hij leefde hier samen met Paou'óura, bij wie hij een zoon Émile kreeg, geboren in 1899. Paul Gauguin stierf op 54-jarige leeftijd in 1903, ziek van syfilis en hartaanvallen. Hij ligt begraven op het kerkhof in Atuona, Hiva Oa, Marquesaseilanden. De werken van Gauguin behoren tot het postimpressionisme. Zijn werk loopt vooruit op het ongebruikelijke kleurgebruik van de fauvisten en de expressionisten. Na 1888 beschouwt Gauguin zichzelf als symbolist. De kunst van de impressionisten bevredigde Gauguin niet, omdat hij vooral het onzichtbare wilde weergeven, de stemming en gevoelens achter het beeld. Naast olieverfschilderijen maakte Gauguin ook veel grafisch werk, zoals houtsneden, waarvan de wildheid, de directheid hem aansprak.
    Na zich eerst aangesloten te hebben bij de impressionisten, begon Gauguin tijdens zijn periode in Bretagne een eigen stijl te ontwikkelen. Hij schilderde daar de vrouwen in klederdracht in een zeer verstilde en geconcentreerde stijl, die vooral de rust en de eenvoud van het boerenleven weer schijnt te geven. Zijn eigen stijl in die periode duidt Gauguin aan met de term cloisonnisme, een woord dat is afgeleid van de middeleeuwse techniek van het emailleren, het cloissoné, waarbij de vlakjes emaille van elkaar gescheiden worden door metalen randjes. Rond vrijwel alle figuren uit deze tijd, en ook meestal in de latere schilderijen, tot het eind van zijn leven, staan donkere randen geschilderd. In de periode in Bretagne schildert Gauguin ook religieuze taferelen, onder andere het doek Het visioen na de preek (ook wel genoemd: Jacob met de engel) uit 1888. Dit schilderij laat een combinatie zien van biddende Bretonse vrouwen met hun witte mutsen en Jacob die stevig door de engel wordt vastgegrepen, dit alles op een uitermate gedurfde knalrode achtergrond, met tussen de vrouwen en de engel een stevige boom, schuin over het doek. Na zijn vertrek naar de tropen bereikt Gauguin de toppen van zijn kunstenaarschap, al blijkt hij ook een vechtersbaas en een amokmaker. Het prachtige kleurgebruik, de indringende blikken van de Polynesische vrouwen, die gewillig voor hem poseerden, en de geheimzinnige titels van de schilderijen zijn voor de liefhebber van het werk van Gauguin een waar genoegen. Een voorbeeld is het grote schilderij (375 × 139 cm) met daarop de tekst: D'où venons-nous, Que sommes-nous? Où allonsnous? (Waar komen we vandaan? Wie zijn wij? Waar gaan we heen?). Op dit schilderij zijn een tiental bijna levensgrote personen afgebeeld, omringd door sprookjesachtige planten, dieren en symbolen uit de Polynesische godsdienst.







    07-06-2018 om 09:39 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 7 juni Tom Jones

    7 juni 1940 Tom Jones Tom Jones (Pontypridd (Wales), 7 juni 1940) is een pop zanger , die ter wereld kwam met de naam Thomas John Woodward als zoon van een mijnwerker in Zuid-Wales. Vooral in de jaren zestig en zeventig was Tom Jones een wereldster en een sekssymbool. Hij scoorde vanaf 1965 verschillende hits zoals: It's not unusual, Delilah, The Green Green Grass of Home en She's a Lady. Vanaf 1970 was hij een graag geziene gast in Las Vegas. Daar trad hij op naast andere wereldvedetten als Elvis Presley (was tevens een goede vriend van Jones) en Frank Sinatra. Eind jaren 90 kende hij een revival met het album Reload. Daarop staat onder andere de hit Sex Bomb. Op 29 maart 2006 werd Jones geridderd door de Britse koningin Elizabeth II. Van maart 2012 tot 1 oktober 2015 is Tom Jones coach geweest bij The Voice UK op de zender BBC 1.[] Begin 2017 werd hij opnieuw coach. Op 11 april 2016 overleed zijn echtgenote Melinda op 75-jarige leeftijd thuis in Los Angeles. Ze waren 59 jaar getrouwd





    07-06-2018 om 09:38 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 6 juni 1944 the longest day

     

    06-06-2018 om 09:35 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 6 juni 1944 landing normandie

    6 juni 1944 landing Normandie Operatie Overlord was tijdens de Tweede Wereldoorlog de codenaam voor de invasie door de westerse geallieerdenin het door Duitsland bezette West-Europa. Operatie Overlord begon op 6 juni 1944 en eindigde op 25 augustus1944, toen Parijs werd bevrijd. De operatie startte met luchtlandingen en een massale amfibische aanval in de vroege morgen van 6 juni. Na de landing werd allereerst gepoogd het Normandische bruggenhoofd te behouden en uit te breiden. Diverse operaties werden hiervoor ondernomen en tijdens Operatie Cobra braken de geallieerden definitief door de Duitse linies. Toen de Duitsers in de val kwamen bij Falaise, was de strijd in geallieerd voordeel beslist. De weg naar Parijs lag open en de Franse hoofdstad aan de Seine werd ingenomen. Men beschouwt de bevrijding van Parijs over het algemeen als het einde van Operatie Overlord. De eerste dag van Overlord werd aangeduid met D-day, een term die vaak wordt geassocieerd met de hele operatie.] Sinds de Duitse aanval op de Sovjet-Unie in 1941 (Operatie Barbarossa), hadden de Sovjets de last van de strijd tegen nazi-Duitsland vrijwel alleen gedragen. De Amerikaanse president Franklin Roosevelt en de Britse premier Winston Churchill hadden namens de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk beloofd op het Europese vasteland een tweede front te openen om de wanhopige situatie van de Sovjet-Unie te verlichten. Deze belofte uit 1942[] stuitte echter op grote praktische bezwaren omdat de Britten onvoldoende waren uitgerust voor een dergelijke operatie en de V.S. geen kans zagen op korte termijn genoeg materieel aan te voeren, hoewel men de noodzaak voor een tweede front inzag.[
    Om deze reden werd tijdens een topconferentie in Washington D.C. (kerst 1941) besloten tot Operatie Bolero (naar de Bolero van Ravel), die erop gericht was alle noodzakelijke materialen aan te voeren voor een aanval op West-Europa.[10] In de Noord-Atlantische Oceaan woedde echter de strijd tegen de U-boot-vloot van Duitsland en er heerste een groot gebrek aan vrachtruimte. Bovendien moesten de VS hun aandacht tussen de strijd in Europa en die in Japan verdelen. Dit had tot gevolg dat het grootste deel van het door de Verenigde Staten geproduceerde materieel werkeloos in opslag stond. Zonder een nieuw groot strijdtoneel kon het geallieerde productieoverwicht niet tot gelding komen. Hierover bestonden eind 1941 twee meningen. De Amerikanen, onder leiding van Dwight D. Eisenhower kwamen met een plan voor een directe aanval op de stranden van Calais en Dieppe (Operatie Roundup) en een kleinere landing in de omgeving van Cherbourg onder de naam Operatie Sledgehammer, terwijl de Britten een sterke voorkeur hadden voor een aanval op Noord-Afrika om Rommel de pas af te snijden, het Vichy-regime onder druk te zetten en vandaar door het minder sterk verdedigde zuiden van Europa te kunnen oprukken.[ De drie grootmachten waren allesbehalve eensgezind. Aan Britse zijde heerste het gevoel dat Amerikanen en Russen de moeilijkheden onderschatten die een amfibische operatie opleveren. Admiraal Ramsay schreef in de zomer van 1942:
    "De zaak zit op hoog niveau lelijk in de knoop doordat de Amerikanen vlug iets willen doen, zonder te weten wat de mogelijkheden zijn. Daardoor hebben ze geen enkel inzicht en dat is duidelijk gebleken. Toch geloof ik dat ze, na een heleboel heen en weer gepraat, het nu wel in beginnen te zien." Aan de andere kant waren de Amerikanen geenszins van de Britse bedoelingen overtuigd, maar waren de mening toegedaan dat de Britten voor alles hun Empire wensten te behouden. Hun gevoelens werden vertolkt door Generaal Albert C. Wedemeyer, lid van de sectie Operaties:
    "De Britten zijn meesters in het onderhandelen en bijzonder kundig in het gebruik van uitdrukkingen die voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn. (...) Als het om staatszaken gaat hebben ze gewetens van rubber. Voor Koning en Vaderland de
    waarheid omzeilen is gerechtvaardigd voor het geweten van deze heren (...) wat ik waarnam was de Britse geslepenheid op zijn best, een kunst, ontwikkeld door de eeuwen van internationale intriges, vleierij en zachte dwang."
    De Sovjets ten slotte waren ervan overtuigd dat de westerse geallieerden het openen van een tweede front zo lang mogelijk wilden uitstellen, opdat het Rode Leger het vuile werk alleen zou opknappen. Ze waren ongevoelig voor het Britse argument dat een amfibische aanval uit zou lopen op een bloederige nederlaag. De wanhopige pogingen van Vjatsjeslav Molotov om in mei 1942 de VS en het Verenigd Koninkrijk de noodzaak van het tweede front te laten inzien hadden enig succes, mede door de druk van de publieke opinie in het Verenigd Koninkrijk.
    Het Britse opperbevel besloot, onder druk van de Amerikanen, de Sovjets en de publieke opinie in het Verenigd Koninkrijk, zelf een groots opgezette aanval uit te voeren, deels als verkenning, deels om te zien in hoeverre de geallieerde tactieken opgewassen waren tegen de Atlantikwall. De aanval op Dieppe op 19 augustus 1942 liep uit op een ramp. Van de 6100 manschappen werden er 3500 gedood, gewond of gevangengenomen en 108 geallieerde toestellen werden neergehaald tegenover 48 van de Luftwaffe. Deze nederlaag bleek leerzaam: de geallieerden kregen praktische ervaring in dit soort grootschalige amfibische operaties en het werd duidelijk dat een rechtstreekse aanval op een versterkte haven grote verliezen met zich meebracht. In Noord-Afrika was het fortuin de geallieerden echter gunstiger gezind. Op 8 november 1942 vonden de eerste grootscheepse landingen in de Tweede Wereldoorlog plaats bij Casablanca, Oran en Algiers. De laatste twee werden vanuit Engeland ondernomen, de eerste rechtstreeks vanuit de VS. De troepen van Vichy-Frankrijk boden slechts symbolisch weerstand en de springplank over de Middellandse zee lag gereed. Hoewel de Amerikanen op dit punt nog geenszins overtuigd waren van de soft underbellytactiek van Churchill, zagen de Duitsers de implicaties onmiddellijk en bezetten inderhaast het zuidoosten van Frankrijk, waar tot dan toe het marionettenregime in Vichy de scepter zwaaide. De asmogendheden werden bovendien, terwijl aan het oostfront de Russische weerstand toenam bij de opmars naar Stalingrad, meteen gedwongen versterkingen te sturen naar Noord-Afrika. Deze moesten zich in het westen verdedigen tegen de Amerikanen en de Britten en in het oosten tegen de Britten, die in de Tweede slag om El Alamein zojuist het tij in hun voordeel gekeerd hadden
    In januari 1943 vond de Conferentie van Casablanca plaats, bijgewoond door Roosevelt, Churchill en de verzamelde chef-stafs. Tijdens deze conferentie werd duidelijk dat de Britten de Amerikaanse druk voor een tweede front niet langer konden weerstaan. Hoewel de strijd in Noord-Afrika nog in volle gang was en ondanks de Britse ervaringen in Dieppe, hielden de Amerikanen vast aan Roundup. De Amerikanen waren weliswaar bereid de strijd in de Middellandse Zee voort te zetten met landingen op Sicilië of Sardinië, waarvoor Eisenhower zelfs plannen had, maar Churchill zag zich gedwongen te benadrukken dat Roundup het hoofddoel van de geallieerde inspanningen moest zijn. De operatie werd hernoemd naar Overlord en de datum werd vastgesteld op 1 mei 1944.[
    Tussen 17 en 24 augustus 1943 vond er in Quebec (Canada) een conferentie plaats tussen de regeringsleiders van het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De hoofdvertegenwoordigers waren Winston Churchill (Verenigd Koninkrijk), Franklin Delano Roosevelt (Verenigde Staten) en William Lyon Mackenzie King(Canada). De belangrijkste besluiten die hier werden genomen gingen voornamelijk over het uitbreiden van de troepensterkte in Italië en het Verenigd Koninkrijk, met het oog op een invasie in Normandië. Daarnaast was het plan van luitenant-generaal Frederick Morgan voor Operatie Overlord zo goed als gereed.[] Een ander belangrijk punt was het verhevigen van de bombardementen op Duitsland.
    De conferentie van Teheran vond plaats tussen 28 november en 1 december 1943. Tijdens deze conferentie, waaraan Stalin, Roosevelt en Churchill deelnamen, werden veel dingen besloten voor na de oorlog, voornamelijk de verdeling van Duitsland en het vastleggen van grenzen van andere landen werd besproken. Wat belangrijk was voor de invasie was voornamelijk dat de invasie in mei 1944 gelanceerd zou worden, tezamen met een offensief tegen Vichy-Frankrijk Door het beperkte vliegbereik van de geallieerde jachtvliegtuigen Spitfire en Hawker Typhoon was de keuze van de landingsplaatsen beperkt. Geografische omstandigheden beperkten de keuze tot het Nauw van Calais en de stranden van Normandië. Calais lag het dichtst bij het Verenigd Koninkrijk, de stranden daar waren het meest geschikt om te landen en de marsroute naar Duitsland was het kortst. Maar omdat een landing op deze kust erg voor de hand lag en Hitler ervan overtuigd was dat de geallieerden hier zouden landen, was dit stuk kust ook het zwaarst verdedigd. Dit gaf de doorslag in de keuze voor Normandië. Als gevolg van de mislukte Canadese aanval op Dieppe in 1942, werd besloten geen directe aanval op een havenstad te ondernemen. Landingen over een breed front in Normandië moesten een bedreiging vormen voor de haven van Cherbourg en havens in Bretagne. Daarna zou een aanval via Parijs naar de grens van Duitsland volgen. Normandië was minder zwaar verdedigd dan het Nauw van Calais en vormde een onverwachte maar strategische springplank die de Duitsers zou verwarren en tot versnippering van hun troepen zou kunnen leiden. Voor een geslaagde operatie was het nodig om gedetailleerde kaarten van de kustlijn te hebben. Maar aangezien de beschikbare Franse stafkaarten (1:80 000) dateerden van rond 1890 en niet voldoende detail bevatten, was het noodzakelijk nieuwe kaarten te maken. Met hulp van het Franse verzet en Britse verkenningsvluchten met Spitfires waarbij luchtfoto's werden genomen werden de geografie en de bewapening in kaart gebracht. De militaire cartografie is van cruciaal belang geweest voor het slagen van de invasie. Reeds in 1942 werd begonnen met het verzamelen van alle informatie en het maken van kaarten. In december 1943 werd generaal Eisenhower tot opperbevelhebber van de geallieerde invasiestrijdkrachten benoemd. In januari 1944 volgde de benoeming van generaal Montgomery als bevelhebber van de grondstrijdkrachten. Aanvankelijk zouden drie divisies vanuit zee landen, ondersteund door twee luchtlandingsbrigades. Montgomery breidde dit snel uit tot vijf divisies over zee en drie via de lucht. In totaal zouden 47 divisies voor de operatie worden ingezet; 26 divisies van Britten, Canadezen, Commonwealth-troepen en vrije Europeanen, en 21 Amerikaanse divisies. Onder bevel van admiraal Bertram Ramsay zouden bij de invasie meer dan 6000 vaartuigen worden ingezet, waaronder 4000 landingsvaartuigen en 130 oorlogsschepen voor de beschieting van de kust. Daarnaast zouden 12 000 vliegtuigen onder bevel van luchtmaarschalk Trafford Leigh-Mallory worden ingezet om de landingen te ondersteunen, inclusief 1000 transportvliegtuigen om de 20 000 parachutisten en luchtlandingstroepen over te brengen. 5000 ton bommen werd tegen de Duitse kustverdediging ingezet. Volgens documenten uit het Generaal Eisenhower Archief hebben (in totaliteit) 7000 schepen aan de invasie meegedaan, zowel de direct als niet-direct betrokken schepen In de eerste veertig dagen moesten de volgende doelen worden bereikt: een bruggenhoofd vestigen, inclusief de steden Caen en Cherbourg, waarbij Cherbourg belangrijk was vanwege de haven;[ uit het bruggenhoofd breken om Bretagne en de havens langs de Atlantische kust te bevrijden en verder op te rukken, met een frontlijn die zou lopen van Le Havre via Le Mans tot Tours. Na drie maanden moest een gebied zijn ingenomen dat werd begrensd door de rivieren de Loire in het zuiden en de Seine in het noordoosten.
    Om de Duitsers te misleiden zetten de geallieerden een massale afleidingscampagne op. De campagne kreeg de naam Operatie Fortitude en werd in twee delen gesplitst: Noord en Zuid. Operatie Fortitude Noord was bedoeld om de indruk te wekken dat de geallieerden Noorwegen wilden binnenvallen in samenwerking met de Russen. De Schotse generaal Andrew Thorne had de leiding over deze operatie. Er werd een Vierde Leger in het leven geroepen dat bestond uit acht divisies. Er werd een hoop nep-radioverkeer geproduceerd, dat de Duitsers af zouden moeten luisteren. Twee divisies moesten de haven van Narvik binnenvallen en de rest zou zich concentreren op Stavanger, verder in het zuiden. Door de Duitse spionnen in Groot-Brittannië, die inmiddels al betrapt waren en nu als dubbelspion werkten, werd gemeld dat er Russische officieren in Edinburgh waren.[12] Enkele eenheden die deel zouden nemen aan de invasie in Normandië doorliepen hun training in Schotland, waardoor het leek alsof er een grote troepenconcentratie was in het noorden van Groot-Brittannië.[ Hitler, die er zelf al van overtuigd was dat de geallieerden Noorwegen zouden binnenvallen en daarin nu werd bevestigd, bracht een aanzienlijk deel van zijn zee- en landstrijdkrachten naar Noorwegen, ver van de uiteindelijke plaats van de invasie.[ Het andere deel van het plan, Operatie Fortitude Zuid, behelsde een veel grotere list en was bedoeld om de Duitsers wijs te maken dat de invasie bij het Nauw van Calais zou plaatsvinden. In de buurt van Dover werd een geheel fictief Eerste Amerikaanse Legergroep gecreëerd, met nepgebouwen, nepuitrusting (waaronder opblaastanks) en misleidend radioverkeer.[ Generaal Patton werd als commandant van de eenheid benoemd.[ De Duitsers deden hun uiterste best om de juiste landingsplek te ontdekken en hadden een uitgebreid netwerk van geheim agenten in Zuid-Engeland. Dezen waren allemaal ontmaskerd door de Britten, en werden ingezet als dubbelspionnen om de Duitsers te misleiden. Ze bevestigden de Duitse vermoedens dat de invasie bij het Nauw van Calais zou plaatsvinden. Om deze illusie in stand te houden werd voorafgaand aan de eigenlijke invasie het gebied rond Calais veel zwaarder gebombardeerd dan de landingszones in Normandië. Op de avond van de landing wierpen geallieerde vliegtuigen namaak-parachutisten af boven Calais om verwarring te zaaien. Ook na 6 juni bleven de geallieerden radarinstallaties en verdedigingswerken rondom Calais intensief bombarderen.[] Lange tijd verkeerden de Duitsers in de veronderstelling dat de aanval in Normandië slechts een afleidingsmanoeuvre was. Op bevel van Hitler werden tankeenheden achter de hand gehouden om tegen de verwachte aanval bij Calais te worden ingezet. Omdat de geallieerden in de weken die voorafgingen aan de invasie vaak voor een vals alarm hadden gezorgd, werd het 'echte' alarm niet meer geloofd door het Duitse Zevende Leger, waardoor dit er te laat achter kwam dat de invasie wel degelijk was begonnen.[ Voor de landing in Normandië en het opruimen van de door de Duitsers aangelegde versperringen, werd onder leiding van Generaal-Majoor Percy Hobart een aantal speciale voertuigen ontwikkeld; onder meer de Duplex Drive Shermantank die bleef drijven en varend het strand kon bereiken; de Sherman Crab, een normale Shermantank met een (dors)vlegel voor de tank die alle mijnen opruimde zonder de tank te beschadigen; bruggenleggende Churchilltanks; en tanks die loopgraven konden opvullen en rijpaden konden aanleggen. Deze voertuigen werden ook wel Hobart's Funnies genoemd. Het plan voorzag ook in de bouw van twee kunstmatige Mulberryhavens om gedurende de eerste paar weken van de campagne, als er nog geen zeehavens veroverd zouden zijn, de noodzakelijke voorraden zo snel en efficiënt mogelijk aan land te kunnen brengen. Operatie PLUTO (Pipe Line Under The Ocean) bestond uit een serie onderzeese pijpleidingen die brandstof uit Engeland naar de invasiestrijdkrachten zou overbrengen.[ Britse 6de luchtlandingsdivisie, waaronder de 8ste en 9de parachutistenbataljons van de 3de parachutistenbrigade en de 1ste Canadese parachutistenbataljon, voert ten oosten van de rivier de Orne een luchtlanding uit per parachute en zweefvliegtuig om de oostelijke flank te beschermen. Britse speciale eenheden landen bij Ouistreham in de Queen Red sector, de meest oostelijke sector. De Britse 3de infanteriedivisie landt samen met de Britse 27ste pantserbrigade op Sword Beach, van Ouistrehamtot Lion-sur-Mer. Britse speciale eenheden landen ver westelijk van Sword Beach.
    De Canadese 3de infanteriedivisie, Britse 2de pantserbrigade en een marinecommando landen op Juno Beach, van St Aubin tot La Riviere. Het Britse 46ste Commando's bij Juno landt op een klif aan de oostelijke zijde van de monding van de rivier Orneom een daar gebouwde geschutsbatterij te vernietigen. (Het vuur van de batterij bleek zo verwaarloosbaar dat deze eenheid op zee werd gehouden als drijvende reserve, ze ging pas op D+1 aan land.) De Britse 50e divisie en de Britse 8ste pantserbrigade landen op Gold Beach, van La Rivière-SaintSauveur tot Arromanches. Commando 47 van de Royal Marines landt aan de westflank van Gold Beach. Het Amerikaanse vijfde legerkorps (US 1e Infanteriedivisie en de US 29e Infanteriedivisie) landen op Omaha Beach, van Sainte-Honorine-des-Pertes tot Vierville-sur-Mer. US 2e Ranger bataljon bij Pointe du Hoc. Het Amerikaanse zevende legerkorps (US 4e Infanteriedivisie met andere eenheden) landt op Utah Beach, rond Pouppeville en La Madeleine. De US 101e Luchtlandingsdivisie landt rond Sainte-Marie-du-Mont. De US 82e Luchtlandingsdivisie landt rond Sainte-Mère-Église, ter bescherming van de westelijke flank.
    Activiteiten van het Franse verzet, de Maquis, hielpen om de Duitse communicatie en aanvoerlijnen te ontregelen. Het Franse verzet had op 1 en 3 juni 1944 en dus enige dagen voor de landing - via de BBC-radio - het volgende codewoord (uit het gedicht Chanson d'automne van Paul Verlaine) ontvangen: "Les sanglots longs des violons de l'automne." Dat betekende dat de invasie binnen 48 uur zou plaatsvinden.[] Op 5 juni 1944 werd het tweede deel van het codewoord uitgezonden door Londen: "Blessent mon coeur d'une langueur monotone." De landing zou nu binnen 24 uur plaatsvinden.[17] De Duitse inlichtingendienst was al achter deze codewoorden gekomen en wist ook dat de landing aanstaande was. De Duitse inlichtingendienst merkte op dat het Franse verzet in opperste staat van paraatheid was gebracht en dat de codes van de geallieerden eerder waren gewijzigd dan voorheen het geval was. Dit alles maakte de invasie alleen maar waarschijnlijker. Maar hoe goed men van Duitse zijde ook was ingelicht, er werd niet goed op de waarschuwing van een naderende invasie gereageerd. Zelfs niet, toen de invasie in volle gang was.[
    Landingsvoertuigen lossen goederen op Omaha Beach, bij laag water tijdens de eerste dagen van de operatie. Het gehele kustgebied was door de Duitsers uitgebreid versterkt, als onderdeel van hun Atlantikwall. Dit gold ook voor de stranden en de zee vlak voor de kust. Hierdoor was het noodzakelijk de aanval bij laag water uit te voeren, om de versperringen te kunnen ontdekken en onschadelijk te kunnen maken. Het gebied werd door vier divisies bewaakt, waarvan er slechts één (de 352e Infanteriedivisie) in goede conditie was. Veel andere divisies bevatten Duitse manschappen die om medische redenen niet geschikt geacht werden voor actieve dienst aan het oostfront, en andere nationaliteiten, vooral Russen, die liever in Duitse dienst getreden waren dan hun leven in een krijgsgevangenkamp door te brengen. De 21e Panzer-Division bewaakte Caen, en de 12e SS-Panzer-Division was in het zuidoosten gestationeerd. De soldaten van deze laatste waren allen in 1943 op 16-jarige leeftijd direct uit de Hitlerjugend gerekruteerd. In de komende gevechten zouden ze een reputatie van felheid en fanatisme verwerven. Een gedeelte van het gebied achter Utah Beach was door de Duitsers onder water gezet (inundatie) als voorzorgsmaatregel tegen parachutistenlandingen. Voorafgaand aan de strijd hadden de geallieerden het gebied zorgvuldig in kaart gebracht, waarbij ook veel zorg besteed was aan de weersgesteldheid rond Het Kanaal. Voor de operatie was eb nodig en goed zicht. D-Day werd oorspronkelijk bepaald op 5 juni 1944, maar slecht weer noopte tot uitstel.
    Op 6 juni waren de weersomstandigheden niet veel beter, maar generaal Eisenhower koos ervoor om niet tot de volgende volle maan te wachten. Deze beslissing hielp bij het verrassen van de Duitsers, omdat hun experts, gelet op de weersomstandigheden, geen aanval verwachtten. Rommel was zelfs op 4 juni naar Duitsland vertrokken om thuis de 50e verjaardag van zijn vrouw te viere In november 1943 besloot Hitler dat de dreiging van een invasie in Frankrijk niet langer kon worden genegeerd. Alles wat Duitsland nog aan pantserreserves kon vrijmaken, werd gereserveerd voor de opbouw van een pantserstrijdmacht in Frankrijk. Zo had alleen al de dreiging van een invasie als gevolg dat Duitsland aan het oostfront geen enkel strategisch initiatief kon ondernemen. Veldmaarschalk Erwin Rommel werd aangesteld als Inspecteur van de kustverdediging en later als commandant van Heeresgruppe B, de grondstrijdkrachten die waren belast met de verdediging van Noord-Frankrijk.[ Rommel was ervan overtuigd dat een invasie alleen kon worden gestopt door een tegenaanval op de stranden. Dit diende zo vroeg mogelijk te geschieden, met pantservoertuigen of met sterke ondersteuning daardoor, als de vijand nog geen gelegenheid had gehad een stevig bruggenhoofd op te bouwen. Rommel wilde dan ook de beschikbare pantsereenheden zo dicht mogelijk bij de kust stationeren.[] Maar Rommels bevoegdheden waren tamelijk beperkt, doordat hij geen opperbevelhebber van de Duitse strijdkrachten in het westen was: die titel was voorbehouden aan veldmaarschalk Gerd von Rundstedt. Von Rundstedt gaf de voorkeur aan een legering van de pantsertroepen dieper in het achterland, zodat eerst de aanvalsrichting van de vijandelijke troepen kon worden bepaald, waarna een krachtige tegenaanval kon worden gelanceerd.[19] Von Rundstedt werd in zijn visie gesteund door de commandant van 'Pantsergroep West', Geyr von Schweppenburg, die op zijn beurt gesteund werd door generaal-kolonel Heinz Guderian, de inspecteur-generaal van de pantsertroepen.[ Dit verschil in opvattingen had te maken met de oorlogservaring van de verschillende bevelhebbers. Von Rundstedt en Guderian hadden hun frontervaring opgedaan in een periode dat de Luftwaffe een overweldigend luchtoverwicht had. Rommel had juist ervaren hoezeer de geallieerden hun overwicht in de lucht wisten uit te buiten. Ten tijde van de invasie bestond de Duitse luchtverdediging van de NoordFranse kust uit slechts 169 vliegtuigen, omdat de vliegvelden in dit gebied reeds lang onderhevig waren aan voortdurende geallieerde bombardementen. De Luftwaffe zou op 6 juni slechts twee acties uitvoeren. Om aan de discussie een eind te maken, splitste Hitler de zes beschikbare pantserdivisies in NoordFrankrijk op. Drie werden onder direct bevel van Rommel geplaatst; de andere drie werden op afstand gelegerd en konden niet zonder de directe toestemming van Hitlers persoonlijke staf worden ingezet.[ Het Duitse opperbevel kampte met een tekort aan manschappen en probeerde dit gebrek te verhelpen met het bouwen van bunkers voor meerdere doeleinden. Deze muur van bunkers werd de Atlantikwall genoemd, omdat het van Noord-Noorwegen tot aan de grens van Frankrijk met Spanje liep. De plannen om een groot aantal versterkte posities, bunkers, artilleriestukken, luchtafweergeschut, versperringen en barrières vlak langs de kust te bouwen, waren al eind 1941 gereed. Noorwegen had toen al een verdedigingslinie aan de kust liggen. Deze was al direct na de Duitse inval opgezet. Zoals eerder bij de bouw van soortgelijke installaties in Noorwegen, werden in de daaropvolgende jaren honderdduizenden buitenlandse en Duitse arbeidskrachten ingezet om de Atlantikwall te bouwen. Deze (dwang)arbeiders stond onder toezicht van Organisation Todt. De hoofddoelen waren: 1.Het versterken van de Frans-Belgische kustlijn 2.Het versterken van alle sectoren langs Het Kanaal Er werd in een zeer hoog tempo gebouwd. Dit zorgde ervoor dat op de dag dat de invasie plaatsvond, er 12.247 van de 15.000 geplande verdedigingswerken klaar waren.[20] Ook waren er 943 fortificaties aan de Middellandse Zeekust gebouwd. Tevens hadden de Duitsers op de verschillende stranden meer dan 500.000 versperringen gebouwd en 6,5 miljoen mijnen gelegd. Dit was allemaal het idee van veldmaarschalk Rommel, die er alles aan deed om de kust te veranderen in één groot verdedigingswerk. Rommel was ervan overtuigd, net als de andere Duitse legerleiders, dat de landing zou plaatsvinden in het Nauw van Calais. Dit had tot gevolg dat hij dit gebied, waar het 15de leger was gestationeerd, het
    zwaarst liet versterken. Daardoor was de verdediging van het 7e leger, waar de geallieerden daadwerkelijk aan land kwamen, verzwakt. Dit waren echter niet de enige problemen. De Duitsers hadden grote problemen met het kustgeschut, dat een groot bereik over zee moest hebben. Dit was niet het geval en daarbij kwam ook nog het feit dat de tweede verdedigingslinie, die 20 tot 30 kilometer landinwaarts was aangebracht, slechts voor een deel klaar was. Verder had het versterken van de grote havens in Cherbourg, Brest, Lorient en Saint-Nazaire erg veel mankracht en materieel opgeslokt, omdat de Duitsers dachten dat de geallieerden dicht bij een grote haven zouden landen. De Duitsers hadden veel hindernissen aan de kust opgesteld. Deze vormden voor de geallieerden op D-Day een groot probleem. De hindernissen waren primitief en vergden veel arbeidskracht, maar de versperringen waren goedkoop, makkelijk te maken en, wellicht het belangrijkste, zeer effectief. De hindernissen waren bij vloed niet te herkennen en alleen bij eb zichtbaar. De Duitsers hadden de verdedigingslinie als volgt opgebouwd: Het dichtst bij de zee stond een rij grote houten palen, gericht op zee en aan de kop zaten mijnen bevestigd.[ Achter deze houten palen zaten hindernissen gemaakt van drie boomstammen.[ Hierna volgde de Tetrapoden; piramidevormige hindernissen gemaakt van ijzeren balken.[ Deze werden gevolgd door Tsjechische egels; hindernissen bestaande uit drie ijzeren balken, die in het midden aan elkaar waren bevestigd. Deze 1,5 meter hoge constructies waren ontworpen om landingsvaartuigen en tanks tegen te houden.[ Als laatste obstakel in zee waren Belgische poorten neergelegd. Dit waren poortvormige ijzeren constructies, gesteund door een onderstel bestaande uit ijzeren balken.[ Op de stranden hadden de Duitsers grote mijnenvelden aangelegd en hier en daar lagen Tsjechische egels.[ Boven op de duinen en kliffen hadden zich Duitse mitrailleursnesten en geschutstellingen gevestigd.[ De mijnen werden door de Duitsers ook gebruikt op verschillende soorten mijnvlotten. Dit waren goed doordachte constructies die bedoeld waren om landingsvaartuigen al ver voor de kust op te blazen. Achter deze verdedigingswerken, verder landinwaarts, stonden de verschillende divisies van het leger al klaar om met de doorgebroken vijand af te rekenen. Maar in Normandië waren deze divisies erg zwak, aangezien de Duitse legerleiding dacht dat de invasie zou plaatsvinden rond de grote havens of in het Nauw van Calais. Daardoor hadden ze de sterkere divisies rondom de havenplaatsen gestationeerd en de zwakkere divisies aan de Normandische kust neergezet. De 716e Infanteriedivisie verdedigde de oostelijke helft van de landingszone, inclusief de meeste Britse en Canadese stranden. Deze divisie bestond voornamelijk uit voor het oostfront afgekeurde Duitse soldaten en uit soldaten van andere nationaliteiten, zoals Polen en Russische gevangenen.
    De 352e Infanteriedivisie verdedigde het gebied tussen Bayeux en Carentan, inclusief Omaha Beach. In tegenstelling tot veel andere divisies in dit gebied, was de 352 Infanteriedivisie een goed getrainde en uitgeruste divisie die veel oostfrontveteranen bevatte. De divisie werd in november 1943 opgericht en moest al gauw anti-invasie trainingen ondergaan. Deze waren er speciaal op gericht om gelande troepen direct terug in zee te drijven. Het 6e Parachutistenregiment verdedigde de belangrijke verbindingsstad Carentan. Zij moesten voorkomen dat de Amerikaanse troepen van Omaha Beach contact zouden maken met de Amerikaanse troepen van Utah Beach. Het regiment stond onder leiding van majoor Friedrich August von der Heydte. De 91e Luchtlandingsdivisie verdedigde het schiereiland Cotentin, waarin zich het gebied van de Amerikaanse luchtlandingen bevond. De divisie was een samenvoeging van het 1057e en 1058e Infanterieregiment en stond onder leiding van generaal-majoor Wilhelm Falley. Het was een normale infanteriedivisie en was getraind en uitgerust om door de lucht te worden vervoerd. De 709e Infanteriedivisie verdedigde het oostelijke en noordelijke deel van Cotentin, waaronder Cherbourg en Utah Beach. De divisie was een samenvoeging van het 729e, 739e en 919e
    Infanterieregiment en stond onder leiding van Generaal-Luitenant Karl-Wilhelm von Schlieben. Evenals de 716e Infanteriedivisie, bestond deze divisie uit afgekeurde Duitse soldaten en troepen uit het oosten. 243e Infanteriedivisie verdedigde de westelijke helft van Cotentin. Hier landden geen geallieerde troepen en de divisie werd later ingezet tegen de Amerikaanse luchtlandingstroepen en de gelande troepen op Utah Beach. De divisie stond onder leiding van Generaal-Luitenant Heinz Hellmich en omvatte het 920e Infanterieregiment (twee bataljons), het 921e Infanterieregiment en het 922e Infanterieregiment 711e Infanteriedivisie verdedigde het westelijk deel van de Pays de Caux en dus ook de belangrijke havenstad Le Havre. De divisie was een samenvoeging van het 731e Infanterieregiment en het 744e Infanterieregiment. 30e Mobiele Brigade bevatte drie fietsbataljons en stond onder leiding van Oberstleutnant Freiherr von und zu Aufses Het succes van de amfibische landing hing voor een groot deel af van de luchtlandingen. De luchtlandingstroepen kregen de taak om achter de kustverdediging enkele belangrijke punten in te nemen, zoals bruggen en wegen. Hiermee kon de vorming en uitbreiding van het bruggenhoofd worden versneld. Bovendien zouden de Duitsers daardoor geen grootschalige tegenaanvallen kunnen lanceren. Zonder stevig bruggenhoofd waren de troepen die op de stranden landden namelijk zeer kwetsbaar bij een tegenaanval. De luchtlandingstroepen werden achter de stranden gedropt, om de druk op de strandlandingstroepen te beperken. In enkele gevallen wisten de troepen ook de Duitse kustverdediging te neutraliseren, zoals uiteindelijk op Omaha Beach, waar de Amerikanen vanuit zee niet door de Duitse verdedigingslinie heen kwamen. De Amerikaanse luchtlandingstroepen, de 82e en 101e Luchtlandingsdivisie, kregen taken toegewezen ten westen van Utah Beach. De Britse 6e Luchtlandingsdivisie kreeg doelen toegewezen aan de oostelijke flank van de landingsplaatsen.
    De Britse 6e Luchtlandingsdivisie was de eerste grote eenheid die in actie kwam, namelijk om 00:10. Hun doelen waren de Pegasusbrug en andere bruggen over de rivieren die de oostflank van het landingsgebied bestreken, en een geschutsbatterij bij Merville.[ De kanonnen van de batterij werden vernield, en de bruggen werden gehouden tot de divisie later op 6 juni werd afgelost. Aan de oostelijke flank was het open, vlakke gebied tussen de Orne en Dives ideaal voor Duitse tegenaanvallen. Tussen het amfibische landingsgebied en deze vlakte liep de Orne, die vanuit Caen in noordoostelijke richting naar de baai van de Seine loopt. De enige manier voor de Duitsers om deze rivier over te steken, was over de bruggen nabij Bénouville en Ranville. Deze lagen zeven kilometer van de kust verwijderd, maar was voor de Duitsers de enige weg om een tegenaanval te lanceren op de oostelijke flank. De bruggen waren voor de geallieerden eveneens van vitaal belang. Ze hadden de bruggen nodig bij een aanval op Caen, indien deze vanuit het oosten zou worden gelanceerd. De geallieerden besloten daarop om luchtlandingstroepen in te zetten. Aangezien dit gebied direct achter de Brits-Canadese sector lag, werd besloten om hier Britse luchtlandingstroepen in te zetten. De Britse 6e Luchtlandingsdivisie kregen de volgende tactische doelen: 1.De bruggen nabij Bénouville en Ranville intact veroveren.[ 2.De weg naar de stranden afsluiten voor een tegenaanval met pantsertroepen.[ 3.De Merville Batterij, die Sword Beach bedreigde, veroveren.[ 4.Vijf bruggen over de Dives vernietigen, om Duitse troepenverplaatsingen in het oosten te vertragen of beperken.[ De luchtlandingstroepen landden kort na middernacht op 6 juni en kwamen direct in aanraking met Duitse troepen van de 716e Infanteriedivisie. Bij het aanbreken van de dag ondernam de Duitse 21e Pantserdivisie een tegenaanval vanuit het zuiden. De tegenaanval vond plaats aan beide zijdes van de Orne. De luchtlandingstroepen hadden inmiddels al een verdedigingsgordel opgezet rond de bruggen.
    Ondanks zware verliezen wisten de Britse troepen stand te houden. Later op de dag werden de troepen versterkt met commando's van de 1st Special Service Brigade. De Duitsers lanceerden nog kleine tegenaanvallen, maar de Britten wisten eenvoudig stand te houden. Aan het einde van D-Day had de 6e Luchtlandingsdivisie al haar doelen bereikt. In de volgende dagen wisten de Britten, ondanks verwoede Duitse tegenaanvallen, stand te houden. De eerste dagen probeerden de Duitsers de Britten nog van hun posities te verdrijven, maar na 12 juni ondernamen de Duitse troepen geen serieuze acties meer om het Britse bruggenhoofd bij Ranville te doorbreken. De luchtlandingstroepen, inmiddels aangevuld met grondtroepen, hielden tot begin september stand, alvorens ze definitief werden ontzet.
    De Amerikaanse 82e en 101e Luchtlandingsdivisie, gezamenlijk ongeveer 14.000 manschappen, hadden het minder makkelijk.[] De troepen landden gedeeltelijk als gevolg van de onervarenheid van de piloten en gedeeltelijk vanwege het moeilijke terrein zeer verspreid en ongeorganiseerd. Sommigen kwamen in de onder water gezette gebieden of zelfs in zee terecht. Het werd al snel duidelijk dat niet alle doelen op tijd gerealiseerd konden worden. Als eerste werden drie regimenten van de 101e Luchtlandingsdivisie gedropt. Dit gebeurde tussen 00:48 en 01:40 uur. Ze werden snel gevolgd door troepen van de 82e Luchtlandingsdivisie, die landden tussen 01:51 en 02:42. Elke operatie omvatte ongeveer 400 C-47's. Vlak voor het aanbreken van de dag landden ook nog troepen per zweefvliegtuigen, die antitankwapens en extra munitie meebrachten. Tijdens de avond landden nog eens twee artilleriebataljons per zweefvliegtuig. Ze namen 24 houwitsers met zich mee, die de komende dagen ingezet zouden worden. Na 24 uur kwamen slechts 2000 man van de 82e en 2500 man van 101e Luchtlandingsdivisie georganiseerd in actie. Vele andere zwierven en vochten nog dagen na de landing ongeorganiseerd achter de Duitse linies.[25] Het feit dat de Amerikanen overal verspreid waren geland had de Duitsers echter ook verward, zodat ze geen grootschalige tegenaanvallen durfden te ondernemen. Ook hielp het dat de Duitsers gebieden onder water hadden gezet. Aanvankelijk hadden ze dit gedaan voor hun eigen verdediging, maar naderhand hielp het de Amerikaanse troepen. Het gebied dat onder water was gezet, dekte de Amerikaanse zuidelijke flank. De luchtlandingstroepen vochten enkele dagen achter de vijandelijke linies. Veelal werd er geopereerd in kleine groepen. Vaak waren het ook nog mannen uit verschillende compagnieën, bataljons, regimenten of zelfs divisies. De 82e Luchtlandingsdivisie bezette de plaats Sainte-Mère-Église op de vroege morgen van 6 juni, wat de stad de titel van eerste bevrijde stad van de invasie opleverde. De vierde commando-eenheid ging aan land, geleid door eenheden van de Vrije Franse strijdkrachten, zoals zij onderling waren overeengekomen.[ De troepen hadden afzonderlijke doelen in Ouistreham; de Fransen een kazemat en het casino, dat als hoofdkwartier van de Duitsers fungeerde, en de Britten twee batterijen die het landingsgebied bestreken. De kazemat bleek te sterk voor de PIAT (Projector Infantry Anti Tank) draagbare granaatwerpers, maar het casino werd genomen met hulp van een Centaur genietank. De Britse commando's bereikten beide batterijen en ontdekten dat de kanonnen waren verwijderd. Het afronden van de operatie aan de infanterie overlatend, trokken de commando's zich uit Ouistreham terug om zich bij de parachutisten van de zesde luchtlandingsdivisie te voegen.[
    Op Sword Beach kwamen de Britten en 177 Fransen met flinke verliezen aan land. De Duitse verdedigingswerken bij la Bréche werden om 10.00 uur veroverd. Door Duitse tegenaanvallen kwamen de troepen een paar minuten te laat op Sword aan, maar nog wel op tijd om te helpen bij de verdediging van de bruggen bij Bénouville. Hierna boekten ze echter slechts langzaam voortgang. Aan het eind van de dag waren ze nog geen acht kilometer landinwaarts opgerukt. Ook Caen, een belangrijk doelwit, was aan het eind van de dag nog in Duitse handen.[
    De Canadese en Britse strijdkrachten die op Juno Beach landden, werden geconfronteerd met 11 zware batterijen van 155mm geschut en negen middelzware batterijen met 75mm kanonnen, evenals
    met machinegeweernesten, geschutsbunkers, en andere betonnen fortificaties, en een zeemuur die twee keer zo hoog was als op Omaha Beach. De eerste aanvalsgolf leed 50% verlies, het hoogste percentage van alle stranden, met uitzondering van Omaha Beach. Ondanks de tegenstand, de Duitse versterkingen en de obstakels, slaagden de Canadezen en Britten er binnen enkele uren in om het strand achter zich te laten en hun opmars landinwaarts te beginnen.[ De 1st Hussars van het zesde Canadese pantserregiment waren de enige Geallieerde eenheid die op 6 juni de gestelde doelen voor de dag haalden, toen ze de weg Caen-Bayeux, 12 km landinwaarts, bereikten.[ Tegen het eind van D-Day waren er 14.000 Canadezen aan land gegaan, en de derde Canadese divisie was verder in Frankrijk doorgedrongen dan welke andere geallieerde eenheid ook. . Op Gold waren de verliezen ook zeer hoog, gedeeltelijk doordat de drijvende Shermantanks vertraging opliepen, gedeeltelijk doordat de Duitsers een direct aan zee liggend dorp zwaar hadden versterkt. De 50e divisie overwon evenwel deze problemen en was aan het eind van de dag bijna tot de buitenwijken van Bayeuxgevorderd.[27] Na de Canadezen kwamen zij het dichtst bij de gestelde doelen. Commando-eenheid No.47 was de laatste Britse commando-eenheid om aan land te gaan op Gold, ten oosten van Le Hamel. Hun taak was om landinwaarts op te rukken, en dan af te slaan naar het westen. Hier dienden zij 10 mijl door vijandelijk gebied op te rukken en de kusthaven van Port en Bessin vanaf de landzijde aan te vallen. Deze kleine haven, aan de uiterste westelijke zijde van de Britten, lag goed verscholen tussen de kalkrotsen.
    Op Omaha Beach had de Amerikaanse 1e infanteriedivisie het zwaar te verduren. De drijvende Shermantanks waren vrijwel allemaal al voor het bereiken van de kust verloren gegaan.[] Het zeer zware bombardement had de Duitse versterkingen gemist. Hun tegenstander, de 352ste infanteriedivisie, was de beste van alle divisies die langs de stranden gelegerd waren, en had posities op steile kliffen die het strand overzagen.[ De divisie verloor meer dan 4000 man. Desondanks hergroepeerden de overlevenden zich, wisten door de strandverdediging te breken en begonnen landinwaarts op te rukken. Een beslissende rol hierbij speelden de geallieerde torpedobootjagers, die, voor zover hun diepgang dat toestond, de Duitse kazematten zo dicht mogelijk naderden en ze dan met direct vuur het zwijgen oplegden. Eisenhower had al op het punt gestaan verdere landingen op deze plek af te gelasten.
    In schrille tegenstelling hiermee stonden de verliezen op Utah Beach. Van de 23.000 man die aan land gingen, kwam slechts 197 man om; de geringste verliezen van alle stranden. Hier had het bombardement door middelzware bommenwerpers zijn doel wél getroffen en waren de landingstroepen per toeval op een betere plaats geland. De beoogde landingsplaats was 1 km naar het noorden waar betere verdedigingswerken en meer bunkers lagen. De aanval op Utah Beach verliep in vier verschillende golven: De eerste aanvalsgolf bestond uit twintig landingsvaartuigen van het type LCVP's (Landing Craft Vehicle Personnel, platbodems met aan de voorkant een brede klep om zover mogelijk het strand op te komen), met elk dertig manschappen.[ De tweede aanvalsgolf bestond uit 32 LCVP's, waaronder ook genietroepen.[ De derde aanvalsgolf, die een kwartier na de eerste landing aankwam, bestond uit acht LCT's met gepantserde voertuigen.[ De vierde aanvalsgolf was voornamelijk samengesteld uit detachementen van het 237e en 299e geniebataljon. Zij kregen de taak om de stranden te zuiveren.[ Ook in de sector Utah rukten de troepen landinwaarts op en maakten verbinding met een deel van de luchtlandingsdivisies aldaar
    Het doel van het Amerikaanse tweede Ranger-bataljon was de massieve betonnen rotsbatterij bij Pointe du Hoc. De taak was om onder vijandelijk vuur de 30 meter hoge kliffen met touwen en ladders te beklimmen, en dan de kanonnen aan te vallen en te vernietigen.] Men nam aan dat deze zowel de Omaha- als Utah-sector bestreken. De versterkte posities werden bereikt, maar de kanonnen waren niet in de bunkers, want ze waren op een eerder moment door de Duitsers ongeveer 1 kilometer naar achter verplaatst en werden uiteindelijk toch vernietigd. De verliezen van de Rangers bedroegen bijna 50 procent. De Nederlandse betrokkenheid bij de invasie was bescheiden en bestond aanvankelijk alleen uit een klein aantal schepen en vliegtuigen. De kanonneerboten Flores en Soemba, die zich eerder de bijnaam Terrible Twins hadden verworven, gaven, dicht onder de Franse kust, vuursteun. De kruiser Sumatra werd voor de kust van Normandië tot zinken gebracht om te dienen als kunstmatige golfbreker om het aanleggen van een tijdelijke haven te vergemakkelijken. In de lucht was het Nederlandse 320e squadron van de Marine Luchtvaartdienst, dat B-25 Mitchellbommenwerpers vloog, onder de eerste eenheden die aan D-Day deelnamen. Het squadron leed (verhoudingsgewijs) forse verliezen bij de invasie: 25 man en acht B-25's. Verder waren dertien Nederlandse motortorpedoboten betrokken om landingsschepen te beschermen en nam een twintigtal schepen van de Nederlandse koopvaardij deel. In augustus kreeg de operatie een Nederlandse impuls. Op 26 augustus bevrijdde de Prinses Irene Brigade Pont-Audemer. De Fransen schrijven deze bevrijding van het plaatsje toe aan de Nederlanders, ook al beweerden de Belgen enkele jaren geleden dat de prestatie op het conto kwam van het tweede peloton van het Belgische Eskadron pantserwagens.[bron?]Volgens generaal Rudi Hemmes, destijds zelf ter plekke, ging het echter om Belgische voertuigen met daarin Nederlandse soldaten. De brigade bestond uit 1200 man. Op 22 augustus 1944 bevrijdden 2500 soldaten van de Belgische 1e Infanteriebrigade (ook Brigade Piron genoemd) de badplaats Deauville. Ook namen het 349ste en het 350ste Belgische luchtmacht eskader deel aan D-Day. Ze gaven luchtdekking aan troepen op de grond.



















    06-06-2018 om 09:30 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 6 juni vrijheidsbeeld

    Het (Amerikaanse) vrijheidsbeeld komt op 6 juni 1885 op het Franse schip 'Isere' aan in New York. Het Vrijheidsbeeld (Engels: Statue of Liberty) is een standbeeld in de New York Bay. Het beeld staat symbool voor de vrijheid, een van de kernwaarden van de Verenigde Staten, en geldt bovendien als een teken van verwelkoming van iedereen: terugkerende Amerikanen, gasten en immigranten. Het 46 meter hoge beeld (93 meter als de sokkel wordt meegerekend) met een gewicht van 225 ton was een geschenk van Frankrijk ter ere van het eeuwfeest van de Onafhankelijkheidsverklaring en ook als teken van vriendschap. Op de plaquette in haar linkerhand staat "JULY IV MDCCLXXVI", de datum (4 juli 1776) van de verklaring in Romeinse cijfers. Op het voetstuk staat het sonnet The new Colossus (1883) van de Joodse dichteres Emma Lazarus, met de bekende regel Give me your tired, your poor, die de Amerikaanse gastvrijheid zou uitdrukken. In de Jardin du Luxembourg in Parijs bevindt zich het originele beeld, dat stamt uit 1870 en door Frédéric Bartholdi, een Frans ontwerper en beeldhouwer, is gebruikt als basis voor de grote zuster in de VS. De moeder van Bartholdi zou model hebben gestaan. De grote variant voor de VS werd voorzien van een staalconstructie, ontworpen door Gustave Eiffel. De volledige naam van het beeld luidt in het Frans La liberté éclairant le monde (de Vrijheid die de wereld verlicht) en in het Engels Liberty Enlightening the World. Oorspronkelijk was het bedoeld als reusachtige vuurtoren aan de noordelijke ingang van het Suezkanaal, maar Egypte had er geen geld voor. Het beeld werd in juli 1884 voltooid in Frankrijk, en ten geschenke gegeven aan de Verenigde Staten. In juni 1885 arriveerde het beeld in de haven van New York, na een reis over de Atlantische Oceaan te hebben gemaakt aan boord van het Franse fregat Isere. Tijdens deze reis bestond het beeld uit 350 stukken, verdeeld over 214 kratten. In april 1886 was het nieuwe voetstuk klaar. In een tijdsbestek van 4 maanden werd het beeld weer in elkaar gezet. Op 28 oktober 1886 werd het Vrijheidsbeeld ingehuldigd.[3] Het bestaat geheel uit koperen platen die bevestigd zijn aan een geraamte. Maurice Koechlin, een naaste medewerker van Eiffel, kreeg de leiding bij het vervaardigen van de constructie. De sokkel werd van graniet gemaakt, naar een ontwerp van de Amerikaanse architect Richard Morris Hunt.[4] De kroon bestaat uit zeven punten, symbool voor de zeven continenten en zeeën. Op 15 oktober 1924 werd het standbeeld samen met Fort Wood tot National Monument bestempeld. Het Vrijheidsbeeld werd Statue of Liberty National Monument. In 1935 werd heel Bedlou's Island hieraan toegevoegd en omgedoopt tot Liberty Island. Op 11 mei 1965 werd ook Ellis Island aan dit National Monument toegevoegd. Van 1984-1986 is het beeld gerestaureerd, waarbij de toorts met de 24-karaats bladgouden vlam is vervangen. Sinds 1984 staat het Vrijheidsbeeld op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Na de aanslagen op 11 september 2001 is het beeld enige jaren gesloten geweest voor het publiek. In 2003 werd het toen 118 jaar oude monument wederom gerestaureerd, vooral om de veiligheid van de bezoekers te vergroten en het behoud van het beeld te waarborgen. Sinds de zomer van 2004 is het Vrijheidsbeeld weer te bezoeken. Er is een veerverbinding van Battery Park op het zuidpuntje van Manhattan naar Liberty Island, het eiland waarop het Vrijheidsbeeld staat, en naar Ellis Island, waar de aankomsthallen voor immigranten te bezichtigen zijn. Op Onafhankelijkheidsdag (4 juli) 2009 is ook de kroon van het Vrijheidsbeeld, voor het eerst sinds 11 september 2001, weer opengesteld voor het publiek Een kopie van 11,5 meter hoog bevindt zich in Parijs, op het Île aux Cygnes in de Seine, vlak bij de Eiffeltoren. Dit beeld werd onthuld in 1885. Omdat toen het bronzen beeld nog niet klaar was, werd een gipsen kopie gebruikt. Het definitieve beeld werd in 1889 geplaatst. Hoewel Bartholdi het in de richting van haar zusterbeeld in het westen wilde laten kijken, werd het beeld aanvankelijk naar de
    Eiffeltoren gericht om te voorkomen dat het met de rug naar het presidentiële paleis, het Élysée, zou komen te staan. Bij de wereldtentoonstelling van 1889 is het beeld uiteindelijk omgedraaid; het is nu gericht op New York. Afgezien van het verschil in grootte, is het verschil met het beeld in New York dat de Parijse kopie een boek in de hand houdt dat zowel de datum van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring toont (4 juli 1776), als de datum van de Franse Revolutie (14 juli 1789). Een 2,50 meter hoge kopie is in 1913 geplaatst in Saint-Cyr-sur-Mer. Daarnaast bevinden zich kopieën, allemaal op minder dan ware grootte, te Barenti, Colmar(de geboorteplaats van Bartholdi), Lunel, Poitiers en Roybon. In het Franse dorp Châteauneuf-la-Forêt (Haute-Vienne 87130) bekroont een kleine kopie sinds 1922 het plaatselijke Monument aux Morts. Een exacte kopie van de vlam van het Vrijheidsbeeld is te zien nabij de Pont de l'Alma in Parijs. Deze Vrijheidsvlam is jarenlang beplakt met gedachtenissen aan prinses Diana die bij de Alma-tunnel verongelukte en later overleed. Hoewel de eerste beplakkingen verwijderd zijn, wordt de Vrijheidsvlam nog steeds als officieus herdenkteken voor prinses Diana beschouwd. Er worden nog regelmatig boodschappen en bloemen bij het monument achtergelaten. Op het Plein van de Hemelse Vrede werd bij het studentenprotest van 1989 ook een Vrijheidsbeeld opgericht, maar dat werd bij het breken van het protest opgeruimd. In de Verenigde Staten zelf staat een kopie voor het New York-New York Hotel & Casino in Las Vegas, Het Deense Billund herbergt een plastic versie van het beeld. Dit beeld bestaat geheel uit de kleine bouwsteentjes van LEGO en staat in Legoland. Ook in Tokio staat een kopie. In het attractiepark Heide-Park in Duitsland staat tevens een kopie. Het beeld staat midden in een vijver en op de plaquette staat de naam van het park geschreven. In Nederland staat in Assen tijdelijk een versie van het beeld, gemaakt door beeldhouwer Natasja Bennink. Haar interpretatie vertoont specifiek Drentse kenmerken, zoals een blik bruine bonen in plaats van de fakkel en zes punten op de kroon, die verwijzen naar de zes middeleeuwse rechtsdistricten van de provincie. Het standbeeld is van 19 november 2017 tot 27 mei 2018 te zien, zolang in het Drents Museum een tentoonstelling loopt over het naoorlogs Amerikaans Realisme.







    06-06-2018 om 09:27 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 5 juni internetcafe
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    5 juni 2000 opening eerste internetcafe La Bastille opent eerste Internetcafé in Amsterdam EasyEverything en KPN vechten al maanden om de eer, maar het door Sun gesponsorde café La Bastille in Amsterdam gaat er met de eer vandoor. Daar komt het eerste grootschalige Internetcafé van Nederland. De 37 werkplekken worden uitgerust met de Sun Ray enterprise appliance, plug & play apparaten.
    Geheel nieuw is de wijze waarop betalingen door bezoekers kunnen worden verricht. Als eerste in Nederland introduceert het internetcafé La Bastille de zogenaamde Smart card. Bij binnenkomst ontvangt de bezoeker een persoonlijke kaart waarop niet alleen de kosten van het Internet-gebruik worden geregistreerd, maar ook de kosten van consumpties.
    Het internetcafé richt zich op een zeer breed publiek: scholieren en studenten, toeristen, maar ook zakenmensen. Het café wordt gehost door provider WideXS. Wat een uur toegang gaat kosten is nog niet bekend.
    De initiatiefnemers van dit Internetcafé zijn op zoek gegaan naar een combinatie tussen het authentieke Amsterdamse bruincafé en aspecten van het moderne van de 21e eeuw. Het resultaat is een oud Amsterdams grachtenpand nabij het Leidseplein, dat ingericht is in "oude stijl": houten meubelen, vloeren en plafonds, grove bakstenen, een kroonluchter en donkere gewelven. Het geheel is gecombineerd met moderne accenten. Het pand is een ontwerp van Architect Michel Ruigrok van architectenbureau Wim Klaasen uit Amsterdam. Het café is gevestigd aan de Lijnbaansgracht 246.

    05-06-2018 om 10:56 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 5 juni reagen

    5 juni Ronald Reagen Ronald Wilson Reagan (Tampico (Illinois), 6 februari 1911 – Los Angeles, 5 juni 2004) was de 40e president van de Verenigde Staten van 1981 tot 1989. Reagan ging, na een carrière als filmacteur, in de politiek. Als lid van de Republikeinse Partij was hij van 1967 tot 1975 de 33e gouverneur van Californië, alvorens hij als opvolger van de Democraat Jimmy Carter de 40e president van de Verenigde Staten werd en twee ambtstermijnen – van 1981 tot 1989 – in deze functie de Verenigde Staten regeerde. Reagans eerste termijn als president werd vooral gekenmerkt door een aanbodeconomisch beleid, later Reaganomicsgenoemd, met een nadruk op belastingverlagingen om economische groei te stimuleren, beperkingen op het geldaanbod om de inflatie te verlagen, het dereguleren van de economie, een afname van overheidsuitgaven en een beperking van de macht van vakbonden. Hij werd in 1984 herkozen als president. Zijn tweede termijn werd overheerst door buitenlandse gebeurtenissen, zoals het einde van de Koude Oorlog, de door hem uitgevoerde bombardementen op Libië in 1986 en het aan het licht komen van de Iran-Contra-affaire waardoor zijn regering grote imago-schade opliep: het bleek dat in het geheim wapens aan Iran geleverd waren, met de opbrengst waarvan de opstandelingen in Nicaragua gefinancierd waren. Reagan omschreef de SovjetUnie publiekelijk als "het rijk van het kwaad", en steunde anticommunistische bewegingen wereldwijd. Reagan zocht evenwel tegelijkertijd een diplomatieke uitweg voor de wapenwedloop tussen de VS en de Sovjet-Unie; dit resulteerde in het sluiten van het INF-verdrag waarin beide landen overeenkwamen een groot aantal (nucleaire) raketten te vernietigen. Reagan was de zoon van schoenverkoper en verhalenverteller Jack Reagan (van Iers-katholieke afkomst) en Nelle Clyde Wilson Reagan (van Schots-Engelse komaf). Hij werd geboren in Tampico, maar groeide op in Dixon. Zijn eerste baantje was als strandwacht bij de Rock River in Lowell Park, bij Dixon, in 1927. Hij redde 77 personen in deze functie en elke reddingspoging noteerde hij door een markering aan te brengen op een stuk hout. Hij genoot hierna zijn opleiding aan het Eureka College, waar hij een graad haalde in economie en sociologie. Tijdens zijn studie blonk hij uit in politiek, sport en theater en was hij lid van het voetbalteam en aanvoerder van het zwemteam. Tijdens zijn studie leidde Reagan een studentenopstand tegen de president van het college. Na zijn studie begon Reagan zijn carrière bij een regionaal radiostation als sportverslaggever. De filmmaatschappij Warner Bros bood hem in 1937 een contract aan; hij bracht de daarop volgende eerste jaren in Hollywood door als acteur in B-films, waar, zoals Reagan grapte, de producenten didn't want them good, they wanted them Thursday. Hoewel zijn rollen vaak overschaduwd werden door die van anderen kreeg hij voor zijn acteerprestaties goede kritieken. De eerste belangrijke rol die Reagan kreeg was de leidende rol in de film Love is on the Air (1937) en tegen het einde van 1939 was hij al in 19 films verschenen, waaronder Dark Victory. Vlak voor de film Santa Fe Trail speelde hij de rol van George "The Gipper" Gipp in de rolprent Knute Rockne, all American. Door deze film kreeg hij later de bijnaam "The Gipper". In 1941 werd hij tot de op vier na populairste acteur van de nieuwe generatie in Hollywood gekozen. De favoriete rol van Reagan was die van een man die dubbel geamputeerd was (Kings Row, 1942), waarin hij de tekst Where's the rest of me? uitsprak; deze woorden gebruikte hij later als titel van zijn autobiografie, die uitkwam in 1965. Veel critici zien Kings Row tegenwoordig als een van de beste films van Reagan, hoewel de film werd gekraakt door de criticus van de New York Times, Bosley Crowther, maar desalniettemin genomineerd werd voor drie Oscars. Hoewel Reagan Kings Row de film noemde die van hem een ster maakte was hij niet in staat het succes te kapitaliseren omdat hij in actieve dienst werd geroepen van het Amerikaanse leger te San Francisco; dat was twee maanden nadat de film was uitgebracht. Hij zou in de toekomst ook niet meer een sterrenstatus in films herkrijgen. In de naoorlogse periode, na bijna vier jaar dienst bij de World War II stateside service in de eerste Motion Picture Unit, hervatte hij zijn filmcarrière met The Voice of the Turtle, John loves Mary, The Hasty Heart, Bedtime for Bonzo, Cattle Queen of Montana, Tennessee's Partner en Hellcats of the Navy and the Killers (zijn laatste film, een remake in 1964). Tijdens zijn filmcarrière beantwoordde hij vaak persoonlijk zijn fanmail.
    De loopbaan van Reagan werd, net als die van veel andere acteurs in die jaren, in negatief opzicht beïnvloed door de Tweede Wereldoorlog. Vlak voor het uitbreken daarvan had hij een contract getekend dat hem tot een van de best betaalde acteurs van dat moment maakte. Tijdens de looptijd van dit contract brak de oorlog uit en werd hij opgeroepen voor actieve dienst in het Amerikaanse leger. Hij had in de jaren dertig, in de tijd dat hij reserveofficier was, 14 cursussen van het leger gevolgd en werd op 29 april 1937 als soldaat toegevoegd aan troop B, 322nd cavalry in Des Moines. Op 25 mei 1937 werd hij bevorderd tot tweede luitenant in het reservecorps der officieren van de cavalerie. Doordat Reagan slechte ogen had werd hij niet naar Europa gezonden maar als liaisonofficier ingezet te San Francisco Port bij de Port and Transportation Office. Reagan vroeg op 15 mei 1942 overplaatsing naar de AAF aan en werd toegevoegd aan de AAF Public Relations en uiteindelijk bij de First Motion Pictures Unit geplaatst. Reagan keerde na afloop van zijn dienstplicht weer terug naar deze eenheid en werd op 22 juli 1943 aldaar bevorderd tot kapitein. In deze tijd was hij een aanhanger van de Democratische Partij. Terwijl hij diende bij de First Motion Picture Unit in 1945 was hij direct betrokken bij de ontdekking van actrice Marilyn Monroe. Hij keerde vervolgens terug naar Fort MacArthur, Californië, waar hij de actieve dienst op 9 december 1945 verliet. Tegen het einde van de oorlog had zijn eenheid meer dan 400 trainingsfilms voor de AAF geproduceerd. Reagan werd in 1941 voor het eerst gekozen in de Board of Directors van de Screen Actors Guild. Na de Tweede Wereldoorlog hervatte hij deze werkzaamheden en in 1946 werd hij tot derde vicepresident gekozen. In 1947 leidde de aanname van een aantal wetten ertoe dat de SAG-president en zes leden van het bestuur ontslag namen; Reagan werd in een speciale verkiezing gekozen tot president; hij werd daarnaast gekozen om nog zeven jaren deze functie te bekleden, van 1947-1952 en in 1959. Hij leidde de SAG door moeilijke jaren, die gekenmerkt werden door allerlei ruzies, de Taft-Hartley Act, de House Committee on Un-American Activities (HUAC) hoorzittingen en de tijd van de Zwarte Lijst. Tijdens de periode van het Mccarthyisme zorgde hij ervoor dat de FBI namen van acteurs kreeg, waarvan hij geloofde dat ze volgers van het communisme waren. Reagan getuigde hierover ook voor de House UnAmerican Activities Committee. Hij was een fervent anticommunist en betuigde zijn steun aan democratische principes, waarover hij zei: I never as a citizen want to see our country become urged, by either fear or resentment of this group, that we ever compromise with any of our democratic principles through that fear or resentment. In 1950 ging hij naast zijn acteursbestaan werken voor het bedrijf General Electric (huishoudelijke apparaten). Hij werd het 'reclamegezicht' van GE en trok met een roadshow door het land om de producten aan te prijzen. Ook werkte hij van tijd tot tijd voor de televisie, toen nog een medium in de kinderschoenen. Ronald Reagan trad op als 'host' van een aantal zaterdagavondprogramma's, met GE Theater als bekendste. In deze tijd maakte hij geleidelijk de overgang naar de Republikeinen. Hij verwierf in 1964 landelijke bekendheid met een televisietoespraak ter ondersteuning van de Republikeinse presidentskandidaat Barry Goldwater. Deze toespraak, A time for choosing, bevatte het gedachtegoed dat zijn gehele politieke carrière onveranderd is gebleven: een beperkte rol voor de overheid, bescherming van individuele vrijheden en een krachtig militair apparaat om deze te beschermen in een wereld die, volgens Reagan, steeds sterker werd bedreigd door het communisme. In 1938 speelde Reagan naast actrice Jane Wyman (1917-2007) in de film Brother Rat. Zij verloofden zich in het Chicago Theater en trouwden op 26 januari 1940 in de Wee Kirk o' the Heather kerk in Glendale. Het echtpaar kreeg 2 kinderen, Maureen en Christine en adopteerde een derde kind, Michael. Na een twist over de politieke aspiraties van Reagan vroeg Wyman in 1948 echtscheiding aan en voerde hierbij als reden de activiteiten van Reagan voor de Screen Actors Guild aan, waardoor er een onoverbrugbare afstand was ontstaan. Reagan was later de eerste en tot de verkiezing van Donald Trump in 2016 de enige Amerikaanse president die gescheiden was. Reagan ontmoette actrice Nancy Davis (1921-2016) in 1949, nadat zij hem in zijn functie als president van de Screen Actors Guild benaderde om haar te helpen met zaken betreffende haar verschijning op de zwarte lijst in Hollywood (op de lijst was zij aangezien voor een andere Nancy Davis).
    Reagan begon zijn politieke loopbaan als een progressieve Democraat, was een bewonderaar van Franklin Delano Roosevelt en verleende actieve steun aan diens New Dealpolitiek. In de vroege jaren vijftig begon zijn politieke voorkeur naar rechts te veranderen. Hij bleef wel actief voor de Democraten maar steunde intussen de Republikeinse presidentskandidaten Dwight D. Eisenhower in 1952 en Richard Nixon in 1960. Reagan kwam in 1950 voor het laatst in actie voor een Democratische kandidaat toen hij bij de verkiezingen voor de Senaat Helen Gahagan Douglas hielp in haar campagne tegen Nixon. Nadat hij in 1954 was ingehuurd als gastheer bij het General Electric Theater (een televisieserie) begon Reagan al snel de conservatieve zienswijze te waarderen. De vele toespraken die hij schreef voor General Electric waren niet zo zeer patriottisch als wel conservatief en prozakenleven en probedrijfsactiviteiten. Hij werd hierin beïnvloed door Lemuel Boulware, een van de leidende figuren bij General Electric. Boulware, bekend door zijn antivakbondsstandpunten, stond voor de belangrijkste pijlers van het moderne Amerikaanse conservatisme: vrije markt, anticommunisme, lagere belastingen en een terugtredende overheid. Uiteindelijk werden de kijkcijfers van Reagans televisieshows minder en General Electric ontsloeg hem in 1962. In augustus van dat jaar veranderde hij officieel van partij en werd hij Republikein; hij zei daarover: Ik heb niet de Democratische Partij verlaten. De partij heeft mij verlaten. In de vroege jaren 60 was Reagan gekant tegen de invoering van bepaalde wetten betreffende de rechten van de mens, waarbij hij zei: Als iemand negers of anderen wil discrimineren bij het verkopen of verhuren van zijn huis, is dat zijn goed recht. Zijn verzet tegen overheidsinvloed en actie voor persoonlijke vrijheid stelde hij voor als het tegendeel van racisme; toen er sprake van was dat er gezondheidszorg vanuit de overheid (later "Medicare") zou komen (ingevoerd in 1961) verklaarde Reagan namens de "American Medical Association" dat een dergelijke gezondheidszorg het einde van de vrijheid in Amerika zou betekenen. Hij zei dat als men niet naar hem luisterde: dan zullen we ooit wakker worden en ontdekken dat we socialisme hebben. In deze tijd werd hij ook lid en bleef dat voor de rest van zijn leven van de "American Rifle Association" Reagan steunde de campagne van de conservatieve Republikeinse presidentskandidaat Barry Goldwater in 1964. In zijn toespraak ten gunste van Goldwater sprak hij over het belang van een kleinere overheid. Hij onthulde zijn ideologische motieven in een bekende toespraak op 27 oktober 1964, waarin hij zei: The Founding Fathers knew a government can't control the economy without controlling people. And they knew when a government sets out to do that, it must use force and coercion to achieve its purpose. So we have come to a time for choosing. Hij zei ook: You and I are told we must choose between a left or right, but I suggest there is no such thing as a left or right. There is only an up or down. Up to man's age-old dream – the maximum of individual freedom consistent with order – or down to the ant heap of totalitarianism. Deze "A Time for Choosing" toespraak droeg 1 miljoen dollar bij aan de campagne van Goldwater en wordt tegenwoordig wel gezien als het startpunt van Reagans politieke loopbaan. Republikeinen in Californië waren onder de indruk van de politieke ideeën en standpunten van Reagan na zijn toespraak "Time of Choosing" en stelden hem in 1966 kandidaat voor gouverneur van Californië. In zijn campagne benadrukte Reagan twee thema's: de bijstandsklaplopers weer aan het werk zetten en, als reactie op de antioorlogsstromingen en studentenprotesten tegen het establishment aan de Universiteit van Berkeley, de rommel in Berkeley opruimen. Hij werd gekozen, waarbij hij de gouverneur van twee eerdere termijnen, Edmund G. "Pat" Brown, versloeg. Op 2 januari 1967 kwam hij in functie. Tijdens zijn eerste termijn bevroor hij onder meer de overheidsuitgaven. Kort na het begin van zijn ambtsperiode begon Reagan een inschatting te maken van zijn kansen om in 1968 president te worden; hij steunde de "stop Nixon beweging", in de hoop de steun die Nixon in de zuidelijke staten had te verminderen zodat hij compromiskandidaat kon zijn indien noch Nixon noch Nelson Rockefeller genoeg stemmen zouden halen in de eerste stemming van de Republikeinse conventie. Op die conventie kreeg Nixon echter 692 stemmen, 25 meer dan hij nodig had; tweede werd Rockefeller, en Reagan eindigde op de derde plaats.
    Als gouverneur was Reagan betrokken bij grootschalige conflicten met de protestbewegingen in Californië. Op 15 mei 1969, tijdens de People's Park protests aan de Universiteit van Berkeley, stuurde hij de Californische Highway Patrol en andere officieren erop af om de protesten te onderdrukken, een incident dat bekendheid kreeg als "Bloedige Donderdag": de student James Rector kwam om het leven en de timmerman Alan Blanchard werd blind. Reagan stuurde vervolgens 2.200 man van de Nationale Garde om de stad Berkeley twee weken lang te bezetten om aldus het verzet te breken. Een jaar na deze gebeurtenis antwoordde hij op vragen over deze kwestie: Als er een bloedbad voor nodig is, laten we dat dan snel afhandelen. Geen gesus meer. Toen het Symbionese Liberation Army Patricia Hearst in Berkeley ontvoerde en eiste dat voedsel aan de armen zou worden uitgedeeld grapte Reagan: Wat jammer dat we geen epidemie van botulisme kunnen hebben. Begin 1967 vond er een nationaal debat plaats over abortus; de Democratische Californische senator Anthony Beilenson lanceerde de Therapeutic Abortion Act; dat was een poging om het aantal illegale abortussen in Californië terug te dringen. De State Legislature stuurde het wetsontwerp naar Reagan, die na een aantal dagen van aarzeling het wetsontwerp tekende. Ongeveer 2 miljoen abortussen zouden als een resultaat van deze wet worden gepleegd, de meesten waren het gevolg van de bepaling dat, indien een abortus beter was voor de moeder, deze legaal gepleegd kon worden. Reagan was indertijd nog maar vier maanden in functie. Hij stelde later dat indien hij meer ervaring had gehad in de functie van gouverneur hij niet zou hebben getekend. Nadat hij zich gerealiseerd had, zoals hij zei, wat "de consequenties" van het wetsontwerp waren, stelde hij dat hij "pro-life" was; ook later bleef hij bij dit standpunt en schreef hij uitvoerige stukken over abortus. In 1970 werd Reagan herkozen, waarbij hij de tegenkandidaat Jesse Unruh versloeg. Hij koos ervoor niet voor een derde termijn te opteren. Een van de grootste frustraties van Reagan in deze periode was de doodstraf. Hij was hier een warm voorstander van, maar door een uitspraak van het Opperste Gerechtshof van Californië konden alle doodvonnissen die vóór 1972 in Californië waren uitgesproken, niet uitgevoerd worden. Deze beslissing werd later teruggedraaid door een wijziging van de grondwet. De enige executie die in de tijd van het gouverneurschap van Reagan plaatsvond was op 12 april 1967, toen de doodstraf van Aaron Mitchell werd uitgevoerd in de gaskamer van San Quentin State Prison. In 1969 ondertekende Reagan de "Family Law Act", een van de eerste officiële echtscheidingswetten. Tijdens zijn termijnen als gouverneur van Californië ontwikkelde Reagan de politieke ideeën die hij later als president zou nastreven. Door campagne te voeren met als programmapunt "de bijstandsklaplopers weer aan het werk zetten" sprak hij zich uit tegen de verzorgingsstaat. Hij was tevens een sterk voorstander van het Republikeinse ideaal van minder overheidsbemoeienis in het bedrijfsleven. Hij werd op 6 januari 1975 als gouverneur van Californië opgevolgd door Jerry Brown. In 1976 streefde Reagan naar de Republikeinse kandidatuur voor het presidentschap maar hij werd op de Republikeinse Conventie verslagen door de zittende president Gerald Ford. In 1980 werd hij wel de Republikeinse kandidaat en versloeg hij op 69-jarige leeftijd president Jimmy Carter overtuigend. In 1976 daagde Reagan de zittende president Gerald Ford uit in een poging om de Republikeinse kandidaat te worden voor het presidentschap. Hij profileerde zichzelf als de conservatieve kandidaat en had de steun van conservatieve organisaties als de American Conservative Union. De campagne van Reagan was bedacht door campagnestrateeg John Sears en bestond uit het winnen van een paar staten, die de kwetsbaarheid van Fords nominatuur naar voren had moeten brengen. Reagan won de voorverkiezingen in de staten North Carolina, Texas en Californië maar uiteindelijk lukte zijn strategie niet, omdat hij in de staten New Hampshire, Florida en de staat van zijn geboorte, Illinois, verloor. Zijn campagne in Texas verliep voorspoediger en veel van het succes aldaar behaald was te danken aan het werk van onder meer Ernest Angelo, burgemeester van Midland en Ray Barnhart, burgemeester van Houston, die Reagan in 1981 tot directeur van de Federal Highway Administration zou benoemen. Uiteindelijk wist Ford deze strijd dus te winnen; Reagan kreeg de stemmen van 1.070 gedelegeerden tegen 1.187 stemmen voor Ford. Deze verloor uiteindelijk in 1976 de verkiezingen van de Democraat Jimmy Carter. De toespraak die Reagan op de conventie hield ging over de gevaren van de nucleaire oorlog en de grote dreiging die van de Sovjet-Unie uitging.
    De strijd om het presidentschap in 1980 ging tussen Reagan en de zittende president Jimmy Carter; het was onder meer de tijd van economische onrust en het voortduren van de Iraanse gijzelingscrisis. De campagne van Reagan benadrukte enkele van zijn fundamentele principes zoals lagere belastingen om de economie te stimuleren, minder overheidsbemoeienis in het leven van de burger, de rechten van de staten, een sterke nationale defensie en herstel van de Amerikaanse dollar tot de goudstandaard. Reagan lanceerde zijn campagne in Philadephia, Mississippi, met de verklaring: I believe in states' rights; Philadelphia was indertijd vooral bekend als de plek waar drie man, die hadden geprobeerd om Afrikaans-Amerikaanse burgers over te halen te stemmen tijdens de civilrightsbeweging, waren vermoord. Nadat Reagan door de republikeinse partij was verkozen tot presidentskandidaat koos hij een van zijn voormalige tegenstanders, George H.W. Bush, als zijn kandidaat voor vicepresident. Een verkiezingsdebat, dat in oktober werd uitgezonden op de televisie, leverde veel steun op voor zijn campagne. Adviseurs van Reagan kregen voor het debat gestolen documenten in handen van het kamp van Carter die bedoeld waren als voorbereiding van Carter op het debat.[]Uiteindelijk won Reagan de verkiezing op 4 november 1980 met grote overmacht, waarbij hij van 44 staten 489 electorale stemmen verkreeg tegen slechts 49 electorale stemmen voor Carter (zes staten en Washington D.C.). Reagan verkreeg 50,7% van de stemmen terwijl Carter 41% kreeg; de onafhankelijke kandidaat John B. Anderson (een progressieve Republikein) ontving 6,7% van de stemmen. De Republikeinen veroverden nu, voor het eerst sinds 1952, de meerderheid in de Senaat en wonnen 34 zetels in het Huis van Afgevaardigden, maar daar behielden de Democraten de meerderheid. Reagan was president van de Verenigde Staten van 20 januari 1981 tot 20 januari 1989. Op 4 november 1984 werd hij met een grote meerderheid herverkozen. Hij behaalde maar liefst 525 kiesmannen, tegenover 13 kiesmannen voor de democratische presidentskandidaat Walter Mondale. Zijn overwinning was nog net iets groter dan die van Nixon in 1972, die toen 520 kiesmannen achter zich kreeg. Globaal gezien was zijn regering voor het inperken van de macht van de federale overheid en was ze de initator van een van de grootste belastingverlagingen in de Amerikaanse geschiedenis. De economische politiek die gevoerd werd stond bekend als de "Reaganomics" en was een voorbeeld van een aanbodeconomie. Reagan probeerde het ondernemerschap te stimuleren en de sociale uitgaven, de vele regels en de inflatie te verminderen. De economische groei gaf vanaf 1980 een stevig herstel te zien maar de nationale schuld werd daarentegen belangrijk groter. De regering van Reagan was anticommunistisch; de Sovjet-Unie werd een evil empire genoemd en de legerkrachten werden verder opgebouwd en uitgebreid. Grenada werd bezet, de eerste Amerikaanse legeractie aan de overzijde van de oceaan sinds het einde van de Vietnamoorlog. Amerikaanse militaire en diplomatieke krachten werden aan het werk gezet om communistische regeringen omver te werpen, met name in CentraalAmerika en Afghanistan. Reagan sloot een diplomatiek verbond met de Britse ministerpresident Margaret Thatcher en ontmoette de Russische leider Michail Gorbatsjov vier keer met de intentie om een einde te maken aan de steeds groter wordende nucleaire arsenalen van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. De periode van het presidentschap van Reagan wordt wel de "Reagan Revolution" genoemd of "the Age of Reagan" – waarmee erkend werd dat er zowel binnen als buiten de Verenigde Staten door het conservatisme en het geloof in de vrije markt van de regering-Reagan verandering plaatsvond. De regering werkte toe naar een ineenstorting van het Sovjetcommunisme en deze politieke macht implodeerde ook daadwerkelijk op het moment dat Reagan het Witte Huis verliet. Successen tijdens de Koude Oorlog leidden tot een unipolaire wereld, met de Verenigde Staten als de enige supermacht die over was. Terwijl de Iran-Contra-affaire tijdens de tweede termijn van Reagan een aantal leden van zijn regering beschadigde, wist Reagan zelf het Witte Huis te verlaten met in de peilingen een goedkeuringspercentage van 63 %; dat was een van de hoogste percentages van vertrekkende presidenten tot dan toe. Als president van de VS wilde Reagan het defensieve ruimteschild SDI laten ontwikkelen: een systeem waarmee vijandelijke nucleaire raketten zouden kunnen worden uitgeschakeld voor ze de VS zouden
    bereiken. Reagan zette het toen algemeen aanvaarde strategische paradigma van mutual assured destruction overboord. Het idee dat de Verenigde Staten zich niet konden verdedigen tegen een nucleaire aanval beviel hem geenszins, en hij riep wetenschap en industrie op een methode te ontwikkelen die het mogelijk zou maken een aanval af te slaan. Een ruimteschild werd gekozen als het juiste antwoord. Een bekende uitspraak van Reagan in dit kader was: Let's defend the American people, not avenge them. Het plan was een belangrijke factor in zijn onderhandelingen over wederzijdse nucleaire ontwapening met de toenmalige Sovjet-Russische president Michail Gorbatsjov, in Reykjavik (IJsland) (1986). De Russen realiseerden zich dat zij deze uitdaging niet konden beantwoorden. Het ontbrak de Sovjet-Unie zowel aan geld als aan technische mogelijkheden om deze wapenwedloop te beantwoorden. Amerika was gedurende het presidentschap van Reagan niet in oorlog. De invasie van Grenada in 1983 was het belangrijkste gewapende conflict. Ook bombardeerden de VS doelen in Libië als vergelding voor terreuraanslagen waar Libië verantwoordelijk voor werd gehouden. De VS financierde onder Reagans bewind de moedjahedien die in de Afghaanse Oorlog tegen de Sovjet-Unie vochten en die de basis vormden van de groep rond Osama bin Laden, Jonas Savimbi's rebellen in Angola en Saddam Hoessein, wiens Irak in oorlog was met Iran. In 1986 brak een schandaal uit, de Iran-Contra-affaire. Bekend werd dat de Verenigde Staten in het geheim illegaal wapens hadden geleverd aan Iran en dat de opbrengst daarvan heimelijk ging naar de Contra's, rebellen die trachtten de linkse regering van Nicaragua omver te werpen. Het Amerikaanse Congres had dit verboden. Reagan zei geen kennis hiervan te hebben. Hij benoemde zelf een commissie, bestaande uit twee Republikeinen en één Democraat (John Tower, Brent Scowcroft en Edmund Muskie, bekend als de Tower Commission) om de affaire te onderzoeken. De commissie kon geen direct bewijs vinden dat Reagan kennis had van het programma, maar kritiseerde hem voor het gebrek aan leidinggeven aan zijn personeel, waardoor het misbruik van de gelden plaats kon vinden.[4] Een door het Congres ingestelde commissie concludeerde: "Als de president niet wist wat zijn adviseurs voor nationale veiligheid deden, dan had hij dat wel moeten weten." De populariteit van Reagan daalde in nog geen week van 67% tot 46%, de hevigste en snelste daling die enige president meegemaakt had.Als gevolg van dit schandaal werden veertien medewerkers van Reagan strafrechtelijk vervolgd, elf van hen werden veroordeeld. Het Internationaal Gerechtshof veroordeelde de Verenigde Staten wegens schending van het internationaal recht en van de soevereiniteit van Nicaragua, ook doordat de VS mijnen hadden gelegd in de territoriale wateren van Nicaragua. De regering-Reagan weigerde de rechtsmacht van het Hof te erkennen. Reagan probeerde de Amerikaanse economie uit het slop te trekken door een economisch beleid dat wel Reaganomics wordt genoemd, supply side economics of aanbodeconomie. Hierbij wordt de economische groei gestimuleerd door zo veel mogelijk barrières voor mensen om goederen te produceren en diensten aan te bieden, zoals belastingen, weg te nemen en meer flexibiliteit toe te staan door minder regulering. Deze toename in economische activiteiten leidt voorts tot meer inkomen dat door de overheid belast kan worden, waardoor de belastingverlaging zichzelf terugverdient (zie ook Laffer curve). Het toptarief van de federale inkomstenbelasting werd onder Reagan verlaagd van 70% naar 28%. Toen Reagan het Witte Huis verliet, was de inflatie op een laag en stabiel peil gebracht en de werkloosheid, die aan het eind van Jimmy Carters ambtsperiode op 7,5% stond, teruggebracht tot 5,3%. Wel groeide tijdens Reagans' ambtstermijn de kloof tussen arm en rijk; al werden ook de armen onder zijn beleid rijker. Doordat Reagan weinig bezuinigde, en de overheidsuitgaven aan defensie juist liet toenemen, nam de staatsschuld onder zijn termijn toe.







    05-06-2018 om 10:54 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 4 juni hete luchtballon

    4 juni 1783 hete luchtballon Een luchtballon of ballon is een luchtvaartuig waarbij een mand, die plaats biedt aan de passagiers, opstijgt, hangende aan een ballon ('envelop') die lichter is dan lucht. Het geheel wordt voortbewogen door de wind. De horizontale voortbeweging van de luchtballon hangt af van de windrichting, slechts de verticale (stijgen en dalen) en een draaiende beweging (roteren) kan door de ballonvaarder worden beïnvloed. In 2004 waren er in Nederland ongeveer 9000 ballonvaarten. Voor het gebruik van ballonnen geldt een aantal voorschriften zoals de vaarhoogten, het vermijden van gevoelige gebieden en de manier van landen en bergen van de ballon. Er bestaan drie soorten luchtballons: heteluchtballons, gasballons en rozièreballons. De heteluchtballon is het oudste type en werd in 1783 uitgevonden door de gebroeders Montgolfier. In het Frans wordt de heteluchtballon daarom nog steeds Montgolfière genoemd. De heteluchtballon is het type dat men tegenwoordig het vaakst ziet. De lucht in een heteluchtballon wordt verhit tot een temperatuur van ongeveer 100 graden. De ballon is van boven meestal bolvormig en heeft een trechtervormige opening aan de onderkant. Er bestaan echter ook special-shapes, die een afwijkende vorm kunnen hebben. Het omhulsel wordt voor de start op de grond uitgespreid, met de mand op zijn kant. Met een grote ventilator blaast men koude lucht naar binnen, waardoor het omhulsel bol gaat staan. Daarna ontsteekt men de gasbranders die de lucht in de ballon verhitten, zodat hij omhoog komt, de mand rechtop trekt en met de inmiddels ingestapte passagiers het luchtruim kiest. Aan de mand van een heteluchtballon hangen geen zandzakken. Om te stijgen verhit de ballonvaarder de lucht in de ballon. Doet hij de gasbranders uit, dan zal de lucht langzamerhand afkoelen, zodat de ballon weer daalt. Eventueel kan het dalen versneld worden door een ventiel bovenin open te trekken, zodat de warme lucht ontsnapt. De gasbranders van een moderne heteluchtballon gebruiken propaan of lpg. Een nadeel van het gebruik van lpg is dat de vlam minder heet is en er dus meer gas verbruikt wordt tijdens de vaart dan wanneer men met zuiver propaan werkt. Een ander nadeel van het gebruik van lpg is dat het minder schoon is en geleidelijk aan een roetaanslag aan de binnenkant van de ballon zal veroorzaken, waardoor vooral de lichtere kleuren een grauwe aanblik zullen krijgen. Wanneer de buitentemperatuur erg laag is, kan de ballonvaarder ervoor kiezen om zijn gasflessen na het vullen met propaan af te persen met stikstof. Dit veroorzaakt een hogere druk in de fles waardoor er een grotere vlam ontstaat en de ballon sneller verwarmd wordt. Dit kan in sommige gevallen waarbij snel stijgen nodig is, veel gas en tijd sparen. De gebroeders Montgolfier gebruikten een houtvuur en ze zorgden ervoor dat het vuur flink rookte, omdat ze dachten dat de rook voor de stijgkracht zorgde. Omdat de meeste ballonvaartbedrijven vaarten van ongeveer een uur uitvoeren, nemen de ballonvaarders meestal een gasvoorraad mee voor zo'n anderhalf à twee uur. Hierdoor is de kans om zonder gas te geraken heel klein. Een duurdere methode is een gasballon. De omhulling (envelop) is bolvormig, met een aanhangsel (de 'vulslurf') aan de onderkant. De vulslurf dient in de eerste plaats om de ballon met gas te vullen. Vroeger werd daarvoor vooral lichtgasgebruikt, omdat het gemakkelijk verkrijgbaar was. Lichtgas bevat onder andere waterstof en koolstofmonoxide; het is dus brandbaar en giftig. Tegenwoordig werkt men vaak met helium, dat absoluut veilig is, maar veel duurder. Na de start blijft de vulslurf open. De envelop is namelijk, in tegenstelling tot die van de speelgoedballon, niet van rekbaar materiaal, en het gas zal niet direct door de vulslurf ontsnappen. Stijgt de ballon echter, dan zet het gas uit door de verminderde luchtdruk en moet het kunnen ontsnappen, opdat de ballon niet barst.
    Een gasballon heeft natuurlijk geen gasbranders. Om te stijgen moet de ballonvaarder ballast uitwerpen. Daarvoor hangen er meestal zakken met zand aan de mand. Om te dalen trekt de ballonvaarder aan het ventielkoord dat door de vulslurf naar het ventiel bovenin loopt; daardoor loopt er wat gas weg. Een reis met een gasballon kan een hele dag duren, of zelfs meerdere dagen, maar door de kosten van de gasvulling zijn gasballons zeldzaam geworden. Voor meer informatie over gassen die gebruikt kunnen worden voor het opstijgen van een ballon, zie het artikel hefgas. Een rozièreballon is een gasballon in een heteluchtballon. Het drijfvermogen komt hoofdzakelijk van de gasballon. De hete lucht dient alleen om het drijfgas te verwarmen en zo het drijfvermogen te verhogen. Dit is vooral praktisch bij nachtvaarten, als de zon het drijfgas in een ballon niet kan verwarmen. Heteluchtballons en gasballons hebben gemeen dat er gas voor nodig is, maar voor een heel ander doel. Een gasballon is gevuld met een licht, en liefst onbrandbaar, gas. De heteluchtballon heeft gasbranders, meestal met propaan, om de lucht te verhitten. Propaan is brandbaar en niet bijzonder licht. Het verschil wordt in onderstaande tabel duidelijk gemaakt. Strikt genomen is lucht ook een gas, maar het wordt meestal geen gas genoemd. Gasballon Heteluchtballon Waar is het gas? In de envelop onder atmosferische druk In gasflessen onder hoge druk Is het gas brandbaar? Liever niet (gevaarlijk) Ja Is het gas licht? Ja, lichter dan lucht Hoeft niet Soort gas Vroeger lichtgas of waterstof, thans helium Propaan of lpg
    De heteluchtballon werd op 4 juni 1783 door Joseph en Étienne Montgolfier gedemonstreerd. Hun ballon was van doek gemaakt en gevoerd met wit papier. Het papier was bestreken met aluin als brandwerende laag en het werd bijeengehouden met ongeveer 2000 knopen. De ballon was onbemand en overbrugde een afstand van 2 km. Op 19 september 1783 lieten de broers de eerste ballon met passagiers opstijgen. De vaart van een schaap, een haan en een eend vertrok vanuit Versailles en duurde 8 minuten. De ballon, beplakt met behang, bereikte een maximale hoogte van 500 meter en vloog 3,5 km ver. Het voorstel om een koe op te laten stijgen, zodat er nog vlees zou zijn als de "machine" te pletter viel, haalde het niet. Op 21 november 1783 maakten voor het eerst in de geschiedenis twee mensen een luchtreis, namelijk Jean-François Pilâtre de Rozier en markies François Laurent d'Arlandes. Het vaartuig bereikte een hoogte van 90 meter. Na 25 minuten landde de ballon veilig 8 km verderop. Op 1 december 1783 steeg de eerste waterstofballon op. Jacques Charles was de uitvinder en een van de passagiers. Twee jaar later, op 7 januari 1785 staken de Fransman Jean-Pierre Blanchard en de Amerikaan John Jeffries het Kanaal over. Nicolas-Jacques Conté stelde voor de ballons aan te wenden voor oorlogsdoeleinden en kreeg in 1793 toestemming een instituut op te richten in Meudon; er werd een luchtmachteenheid opgericht de Compagnie d'aérostiers. Bij de Slag bij Fleurus (1794) werd voor het eerst een luchtballon ingezet voor militaire luchtverkenning. Op 11 augustus 1978 werd de Atlantische Oceaan in zes dagen per heteluchtballon overgestoken. Gedurende deze tijd werd een afstand van 5000 km afgelegd.
    Op 19 maart 1784 berichtte de Groninger Courant dat Jan Modderman samen met Gerrit van Olst in Groningen een ballonvaart georganiseerd had. Vanaf een van de scheepswerven van de gebroeders Modderman werd een zelfgemaakte papieren heteluchtballon met daaraan een vogel in een kooi opgelaten om 15 kilometer verderop in het Drentse Bunneweer te landen. Jan Modderman was daarmee de eerste Nederlander die met succes een heteluchtballon liet opstijgen.[1] Daarna volgde een geslaagde ballonvaart in Amsterdam op 25 maart 1784 langs de Amstel. De ballon was rood-wit-blauw gekleurd. De experimenten zijn herhaald in Leiden en op 14 mei in Leeuwarden. De ballon werd door een troep jongens met stokken aangevallen en geheel gesloopt en vernield. Een mislukte ballonvaart op 20 juli 1785 bij de Utrechtse poort leidde tot een rel. De menigte begon met stenen en dakpannen te gooien naar de initiatiefnemer, die in een kroeg een goed heenkomen zocht. De eerste bemande ballonvaart in Den Haag vond plaats op 12 juli 1785, uitgevoerd door Blanchard vanuit de paleistuinvan paleis Noordeinde. Bij de landing nabij Zevenhuizen werd de ballon door woedende boeren kapotgeprikt. De eerste ballonvaart in Nederland door een Nederlander vond plaats op 29 september 1804 door de Haarlemse fabrikant en instrumentmaker Abraham Hopman. Zijn aanvankelijke mislukte poging leverde hem de bijnaam Abraham Fopman op. In 1870 kwam, per ongeluk, de eerste ballonpostvlucht aan in Nederland, nabij het plaatsje Castelré landde de Franse ballon Archimède met post uit het omsingelde Parijs (De FransDuitse oorlog). Dit feit wordt herdacht met een monument in Castelré en een gevelsteen in het stadhuis van Baarle-Nassau. Een ballon kan een veel grotere hoogte bereiken dan enig ander luchtvaartuig en wordt alleen door raketten overtroffen. De officieel als hoogste geregistreerde vlucht met een heteluchtballon vond plaats op 26 november 2005 door de Indiase zakenman Vijaypat Singhania. Met een 48 meter hoge heteluchtballon steeg de 67-jarige man om 06:45 uur (02:15 CET) in Bombay op. Ongeveer drie uur later was hij op een hoogte van 21 291 m. Hiermee slaagde hij er niet in zijn doel, namelijk 21 336 m (70 000 voet) te bereiken, maar toch had hij het vorige record, dat in juni 1988 door Per Lindstrand in Plano (Texas) met 19 811 m gevestigd was, duidelijk verbeterd. Volgens een BBC-verslaggever ter plaatse werd het opstijgen van de heteluchtballon voor de recordpoging begeleid door een band, waren er honderden toeschouwers en deed een nationale televisieomroep er verslag van. De piloot bevond zich in een 560 kg zware aluminium cabine, ongeveer 2,7 bij 1,4 m groot. De cabine stond onder druk en was verwarmd om de piloot tegen de extreem lage druk en temperaturen van 93°C te beschermen. De ballon bevatte ongeveer 45 500 m³ lucht, die verhit werd door 18 branders die vanuit drie brandstoftanks gevoed werden. De piloot beschikte over VHF-radio, GPS en een satelliettelefoon. De ballon was ook voorzien van een mechanisme om in geval van nood met een parachute een noodlanding te kunnen maken. De vaart duurde ongeveer 5 uur: drie uur waren nodig om de maximale hoogte te bereiken, de afdaling duurde ongeveer twee uur. De ballon landde in Panchale in het westen van India. De hoogste bemande vlucht met een gasballon werd op 24 oktober 2014 uitgevoerd door Alan Eustace die een hoogte van 41,42 km bereikte. Op die hoogte sprong hij vanuit de capsule onder de ballon naar beneden en verbeterde daarmee een ander record, namelijk voor de hoogste parachutesprong ooit. De vorige recordhouder was Felix Baumgartner. Een ballon drijft met de wind mee, en het is aan boord dan ook windstil. De passagiers kunnen in de mand de krant lezen of de kaart uitvouwen zonder last te hebben van de wind. Bij een eenvoudige ballonvaart met een heteluchtballon, waarbij geen spectaculaire hoogtes worden bereikt, is het nauwelijks nodig warme kleren aan te trekken. Omdat de landing onvoorspelbaar is, de mand zal door
    de wind vaak omvallen waarbij de passagiers in de modder zouden kunnen belanden, is het niet aan te bevelen in zondagse kleding te varen. Het landen van een luchtballon is complex en kan bemoeilijkt worden als er een harde wind staat. In principe is het landen het omgekeerde proces van het opstijgen. Door de lucht in de ballon minder frequent op te warmen met de brander koelt de lucht in de ballon af en gaat weer krimpen, waardoor de dichtheid (soortelijk gewicht) hoger wordt. Hierdoor zal de ballon minder snel stijgen en op een gegeven moment gaan dalen. Het proces kan versneld worden door een ventiel boven in de ballon te openen om hete lucht of gas te laten ontsnappen. Door de brander af en toe even aan te steken, kan de daalsnelheid van de ballon onder controle worden gehouden. Bij een gasballon wordt de daling ingezet door het ventiel te openen, zodat er gas ontsnapt. Meestal kiest de ballonvaarder voor de landing een weiland, liefst zonder vee, waar ruimte genoeg is om de ballon om te kiepen en de warme lucht of het gas te laten weglopen. Doordat de ballon met de wind meedrijft kan hij pas op het laatste moment beslissen waar hij zal landen, en dat is voor de grondeigenaar dus altijd onaangekondigd. Kort voor de landing moet de daalsnelheid vertraagd worden, door snel nog even wat ballast uit te werpen (bij een gasballon) of de gasbranders aan te steken (heteluchtballon). Dit is een subtiel precisiewerk, omdat bij een teveel aan gewichts- of heteluchtsverlies de ballon weer zal stijgen. Vroeger werd er een anker gebruikt maar daarmee werd soms veel schade aangericht. Staat er veel wind, dan zal de ballon na de landing meteen omvallen, en de mand ook. Een gasballon heeft een scheurbaan, - een strook stof die boven in de omhulling is geplakt en met een ruk wordt losgetrokken zodat de ballon snel leegloopt. Bij zwakke wind valt de ballon niet om. De ballonvaarder zal nu de omhulling niet leeg laten lopen, want dan krijgen de inzittenden het doek en de hete lucht over zich heen. De ballonvaarder houdt het gas warm en de passagiers moeten in de mand blijven om de ballon aan de grond te houden. Er wordt gewacht op de komst van de crew die de ballon omtrekt. Crew is ballonvaardersjargon voor teamleden. Een ballonteam bestaat uit een piloot en een of meer crewleden, meestal vrijwilligers. De crew assisteert bij het gereedmaken van de ballon. Ook de passagiers kunnen helpen. Nadat de ballon is opgestegen rijdt de crew er met auto en aanhangwagen achteraan. Een radioverbinding met de ballon maakt het makkelijker. Na de landing is de crew vaak de eerste die de landeigenaar spreekt. Nadat de ballon is ingepakt, zorgt de crew weer dat iedereen thuis wordt gebracht. Voor onderzoek van hogere luchtlagen kan een onbemande ballon worden gebruikt. Dit geldt onder andere voor de weerballon, die tot zeer grote hoogte kan stijgen - veel hoger dan een vliegtuig. Een weerballon bestaat uit een flexibele latex-envelop, waarin helium of waterstofgas wordt gepompt. De weerballon wordt bij de vulopening zorgvuldig afgesloten, zodat geen gas uit de ballon kan ontsnappen. Door uitzetting tijdens het stijgen zal de ballon op een gegeven moment barsten. Voor langdurige onderzoeksmissies in de bovenlucht wordt de 'zero-pressure-ballon' toegepast, die openingen heeft waaruit overtollig gas kan ontsnappen, zodat de ballon op een bepaalde hoogte blijft zweven. Een dergelijke ballon wordt slechts gedeeltelijk met gas gevuld. In Nederland worden verschillende ballonevenementen gehouden, zoals de Friese Ballonfeesten in Joure, Ballonfiësta Barneveld in Barneveld, Twente Ballooningin Oldenzaal, Breda Ballon Fiësta in Breda, Eindhoven Ballooning in Eindhoven het Ballonnenfestival in Hardenberg in Hof van Twente de Höfteballooning en De Brabantse Ballonfeesten. België kent onder andere de Vredefeesten in Sint-Niklaas en de Ballonhappening in Waregem en Eeklo. Ook in andere landen vindt dit soort evenementen plaats, bijvoorbeeld het Bristol International Balloon Fiesta in Bristol.







    04-06-2018 om 09:13 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 4 juni Ghysen J
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    4 juni 2014 overlijden van John Ghysen os Ghysen (Hasselt, 1 mei 1926 – aldaar, 4 juni 2014) was een Vlaams radio- en tv-presentator, schrijver en blogger. Jos Ghysen werd geboren in Hasselt, waar hij in het Sint-Jozefscollege school liep. Toen Ghysen veertien jaar was, brak de oorlog uit. Deze periode had een grote invloed op hem. Geïnspireerd door een leraar die geregeld stukjes van Johan de Maegt uit Het Laatste Nieuws voorlas,[1] is hij zelf cursiefjes beginnen te schrijven. In een lokaal weekblad, 'het Aankondigingsblad', publiceerde hij op 14 oktober 1944 zijn eerste cursiefje. De uitgever van het blad zei hem: doe dit voortaan maar iedere week, wat Ghysen vijftig jaar lang ononderbroken gedaan heeft. In diezelfde naoorlogse periode heeft hij ook kort als journalist voor Het Belang van Limburggewerkt, tot hij zijn opleiding als onderwijzer voltooide. Aan het college van Mechelen-aan-de-Maas studeerde hij af voor onderwijzer. Hij ging er dadelijk aan de slag als leraar van het zevende leerjaar. In de jaren vijftig van de 20e eeuw debuteerde hij als schrijver onder het pseudoniem "André Roggen". Zijn roman "Requiem voor Christine" (1958) werd bekroond met de Eugeen Leen-prijs. Van 1967 tot 1990 presenteerde hij wekelijks op zaterdag het legendarische radioprogramma Te bed of niet te bed op de gewestelijke radio-omroep BRT2 Limburg. Ook was Ghysen bekend om zijn cursiefjes die hij wekelijks voorlas in Het Schurend Scharniertje (1954-1994) en waarvan er vele zijn gepubliceerd in diverse boekjes. Andere populaire radioprogramma's van Ghysen waren Zondagsparasol (1964-1966) en Het zal je plaat maar wezen, later herdoopt tot Rodenbachstraat 29 (1973-1976), een muzikaal verzoekprogramma waar hij wekelijks een miljoen luisteraars mee bereikte. Sinds november 2005 had Ghysen een blog waarop hij regelmatig korte stukjes plaatste. Op aanvraag van Sven Ornelis schreef en las hij ook one-liners voor in het ochtendprogramma dat Sven Ornelis op Q-music presenteert. In 2009 werd hij door de lezers en de vakjury van het computermagazine Clickx Magazineverkozen tot Blogger van het jaar In de jaren 80 presenteerde hij diverse televisiespelprogramma's op de openbare omroep. Na zijn pensionering bij de BRT ging hij aan de slag als televisiepresentator bij de commerciële omroep VTM. Hier presenteerde hij onder meer Zondag Josdag en was te gast in het moppenprogramma HT&D. In 2012 bracht zijn voormalige collega Kris Smet naar buiten dat Ghysen in de jaren zeventig jarenlang zijn medepresentatrice van Te bed of niet te bed Ireen Houben seksueel geïntimideerd en misbruikt zou hebben. Ghysen ontkende dat. Ghysen stierf in 2014 op 88-jarige leeftijd.

    04-06-2018 om 09:11 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZORBA

     

    03-06-2018 om 10:41 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 3 juni 2001 ZORBA

    3 juni 2001 overlijden Anthony Quinn Antonio Rudolfo (Anthony) Quinn Oaxaca ( Chihuahua, 21 april 1915 – Boston, 3 juni 2001) was acteur, schilder en beeldhouwer. Quinn was de zoon van een Iers-Mexicaanse vader die in Los Angeles werkte als cameraman. Na het overlijden van zijn vader was hij genoodzaakt voor zijn oma, moeder en zusters te zorgen. Hij werkte in een matrassenfabriek, speelde saxofoon in het evangelisch orkest van Aimee Semple McPherson en studeerde en werkte met architect Frank Lloyd Wright. Wright overtuigde Quinn ervan om de toneelschool te gaan volgen om zijn spraak te verbeteren. Zodoende werd de weg naar het theater geopend. Quinn had al op het toneel gestaan met Mae West in Clean Beds (1936) en al een eerste rol gehad in de film Parole (1936). Hij wees regisseur Cecil B. DeMille terecht ten overstaan van het voltallige filmteam. Quinn speelde een Cheyenne-indiaan in The Plainsman (1937). Na een zoveelste tirade van de regisseur reageerde hij door te vertellen hoe de scène wél gefilmd kon worden en dat DeMille de $75 dagsalaris in zijn gat kon steken. DeMille staarde Quinn hierop enige tijd zwijgend aan en verkondigde toen dat Quinn gelijk had. De setting werd gewijzigd. DeMille zei hier later over: "It was one of the most auspicious beginnings for an actor I've ever seen." Quinn speelde in nog twee films (The Buccaneer 1938, Union Pacific 1939) van de regisseur. Hij verleidde en trouwde DeMilles geadopteerde dochter Katherine en regisseerde in 1958 the remake van The Buccaneer, met DeMille als uitvoerend producent. Dit werd DeMilles laatste project voor diens dood. Quinn ontkwam aan het label 'DeMilles schoonzoon' door een aanzienlijke eigen reputatie te verwerven. Hij hield het meer dan zeventig jaar vol in de filmindustrie. Quinn werd vier keer genomineerd voor een Oscar en verzilverde die nominaties twee keer, beide keren in de categorie 'beste mannelijke bijrol' in 1952 en 1956. (alleen nominatie: Wild Is the Wind in 1957 en Zorba de Griek in 1964). Hij heeft van alle Oscarwinnaars, met de meeste Oscarwinnaars (voor acteerwerk) samengespeeld, namelijk 46: 28 acteurs en achttien actrices. Quinn is drie keer getrouwd geweest: met Katherine deMille, Iolanda Addolori en Kathy Benvin. Hij was de vader van dertien kinderen die voortkwamen uit deze huwelijken en uit buitenechtelijke relaties. Met Addolori kreeg hij onder andere zoon Francesco Quinn, die met rollen in meer dan dertig films en verschillende televisieseries het nadrukkelijkst in zijn vaders voetsporen trad als acteur. Quinn stierf op 86-jarige na een ziekbed van zeventien dagen aan longontsteking en ademhalingsproblemen.







    03-06-2018 om 10:38 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 3 juni curtis mayfield

    Curtis Mayfield (Chicago, 3 juni 1942 – Roswell, Georgia, 26 december 1999) Eind jaren vijftig vormde hij samen met Jerry Butler de zanggroep The Impressions. The Impressions scoorden hits met "For Your Precious Love" en "Gypsy Woman". Nadat Butler zich losmaakte van de groep om een solocarrière te beginnen, werd Mayfield de leadzanger van de zanggroep. Hij was tevens de gitarist van de groep en schreef veel van de liedjes. Veel van deze hits, waaronder "Keep on Pushing", "People Get Ready" en "We're a Winner", waren politieke boodschappen, die het optimisme en de trots in de Afro-Amerikaanse gemeenschap vertolkten. In 1970 verliet Mayfield The Impressions en begon hij een solocarrière. Hij bereikte commercieel en artistiek zijn hoogtepunt met Super Fly, de soundtrack voor de gelijknamige film. Op Super Fly leverde hij commentaar op het zware leven in het getto en uitte hij kritiek op drugsmisbruik. Samen met Stevie Wonder en Marvin Gaye werd Curtis Mayfield beschouwd als een van de belangrijkste exponenten van de funky, geëngageerde soulmuziek die begin jaren zeventig ontstond. Latere albums waren minder succesvol, maar Curtis Mayfield wist nog enkele hits te scoren gedurende de jaren zeventig en tachtig. Op latere nummers uitte hij nog steeds kritiek op onder andere raciale problemen en de Vietnamoorlog. In augustus 1990 raakte hij tot aan zijn nek verlamd toen tijdens een concert in Brooklyn, New York een lichtbak op hem viel. In 1993 werd hij opgenomen in de Georgia Music Hall of Fame. Ondanks zijn verlamming bracht hij in 1996 nog een album uit, New World Order. In 1998 moest een van zijn benen worden geamputeerd als gevolg van diabetes. In december 1999 overleed hij. Curtis Mayfield werd 57 jaar oud. was een Amerikaans soul- en funkzanger, -liedschrijver en -gitarist. Zijn muziek werd gekenmerkt door symfonische soul met een hoge tenorstem, en was van grote invloed op de Chicago soul en hiphop. Hij was een van de eerste artiesten die in zijn muziek aandacht gaf aan de rassenproblematiek en de burgerrechtenbeweging. Mayfield werd vooral bekend met de soundtrack van de blaxploitationfilm Super Fly.





    03-06-2018 om 10:36 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 3 juni 1906 Josephine Baker

    3 juni 1906 Josephine Baker Josephine Baker of Joséphine Baker , artiestennaam van Freda Josephine McDonald ( Saint Louis (Missouri), 3 juni 1906 Parijs, 12 april 1975) was een AmerikaansFranse danseres, zangeres en actrice. Baker groeide op in armoede. Als kind was ze dienstmeid bij verschillende families om vanaf haar twaalfde als dakloze te leven. Ze bedelde door op straat voor voorbijgangers te dansen. Op haar vijftiende trad ze op in het Vaudeville in Saint Louis. Hierna verhuisde ze naar New York en debuteerde begin jaren twintig op Broadway. Hierna trad ze op in Europa en Zuid-Amerika, in Parijs voor het eerst in 1925, onder andere in de Folies Bergère. In deze tijd verscheen ze ook bijna naakt op het podium en werd beroemd vanwege haar bananenrokje en haar erotische dansen. Vaak had ze dan een jachtluipaard bij zich, die zelfs een keer in de orkestbak gesprongen is. In 1937 nam ze de Franse nationaliteit aan door met de Fransman Jean Lion te trouwen en ging ze definitief in Frankrijk wonen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog deed ze verzetswerk voor de Résistance door haar positie te gebruiken om inlichtingen te verkrijgen. Hiervoor werd zij later onderscheiden met het Croix de Guerre, de Herinneringsmedaille van de Vrijwilligers van het Vrije Frankrijk en de Verzetsmedaille. Zij droeg ook het ridderkruis van het Legioen van Eer. Baker zette zich na de oorlog in voor de rechten van Afro-Amerikanen. Zo weigerde ze zelf in gesegregeerde zalen op te treden. In 1951 werd haar de toegang tot een club in New York geweigerd. Grace Kelly, die wel binnengelaten was, besloot meteen het pand te verlaten met al haar vrienden en nooit meer terug te komen. Hierna werden Baker en Kelly goede vrienden. In 1963 liep ze met Martin Luther King mee in de March on Washington waarbij ze de enige vrouwelijke spreker was. Na de moord op Martin Luther King werd haar gevraagd om zijn plaats in te nemen. Ze bedankte voor de eer, omdat ze haar kinderen te jong vond om hun moeder te verliezen. Op 12 april 1975, vier dagen na de opening van een succesvolle première van een nieuwe revue, werd Baker dood in bed gevonden. Ze had een hersenbloeding gehad. Ze ligt begraven in het Cimetière de Monaco in Monte Carlo. In Château des Milandes is een expositie van wassen beelden, kleding en voorwerpen te zien over het leven van Josephine Baker In 1941 had Baker een miskraam waarna haar baarmoeder verwijderd moest worden. Later adopteerde ze twaalf kinderen uit alle delen van de wereld, haar kinderen werden daarom wel de regenboogkinderen (la tribu arc-en-ciel) genoemd. Een tijd lang woonde ze met haar kinderen in het Château des Milandes in Castelnaud-la-Chapelle in de Dordogne. De Nederlandse schrijver en illustrator Piet Worm schreef hierover in 1957 het kinderboek De Regenboogkinderen. Josephine Baker heeft diverse relaties gehad:









    03-06-2018 om 10:34 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief
  • Alle berichten

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Blog als favoriet !

    Archief
  • Alle berichten

    Hoofdpunten blog blankenbergsstadsbeeld
  • fotowandeling 20
  • HARMONIE
  • WORDING
  • fotowandeling 20
  • LIPPENS & DE BRUYNE

    Hoofdpunten blog einstein
  • ACHT EN TWINTIG
  • ACHT EN TWINTIG
  • VIJFENTWINTIG
  • VIJFENTWINTIG
  • DRIE EN TWINTIG

    Hoofdpunten blog mijnroots
  • Van al diegenen die niets te zeggen hebben, zijn de meest aangename mensen diegenen die zwijgen
  • Ik heb geconstateerd dat mensen van gedachten houden die niet tot denken dwingen.
  • Tijd hebben alleen diegenen, die het tot niets gebracht hebben en daarmee hebben ze het verder gebracht dan alle anderen.
  • Depressies kan je bestrijden door op je arm geleund in het niets te staren. Bij zware depressies van arm wisselen.
  • Een kus is een mooie truc van de natuur om het praten te stoppen als woorden overbodig zijn.

    Hoofdpunten blog automobile
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!