NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Inhoud blog
  • VANDAAG jaren terug 24 juni 1901 pablo picasso
  • VANDAAG jaren terug 24 juni 1942 fleetwood mac
  • 24 juni 1987 lionel messi
  • VANDAAG jaren terug 23 juni 1981 zarah leander
  • VANDAAG jaren terug 23 juni 1981 zarah leander
  • VANDAAG jaren terug 23 juni 1962 rob de nijs
  • VANDAAG jaren terug 22 juni 1990 checkpoint
  • VANDAAG jaren terug 22 juni 1949 meryl streep
  • VANDAAG jaren terug 22 juni 1986 maradonna
  • VANDAAG jaren terug 21 juni citaten
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer touchscreen
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer printer
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer laptop
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer de muis
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer commodore
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer apple
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer
  • VANDAAG jaren terug 21 juni 1952 computer arra
  • VANDAAG jaren terug 21 juni 1988 bea egli
  • VANDAAG jaren terug 21 juni 1988 bea egli
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1949 lionel richie
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1949 lionel richie
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1967 nicole kidman
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1978 garfield
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1978 garfield
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1990 schengen
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 curd jurgens
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 curd jurgens
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 paul mccarney
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 paul mccarney
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1980 venus wlliams
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1980 venus wlliams
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1898 escher
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1945 eddy merckx
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1829 geronimo
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1829 geronimo
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1890 stan laurel
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1890 stan laurel
  • VANDAAG jaren terug 1903 ford
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1903 ford
  • 15 juni ella fitzgerald
  • VANDAAG jaren terug 15 juni ella fitzgerald
  • demis roussos
  • VANDAAG jaren terug 15 juni demis roussos
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni 1864 alzheimer
  • VANDAAG jaren terug 14 juni 1928 che guevara
  • 13 juni benny goodman
  • VANDAAG jaren terug 13 juni benny goodman
  • 13 juni henk wijngaard
  • VANDAAG jaren terug 13 juni henk wijngaard
  • VANDAAG jaren terug 13 juni de legte
  • VANDAAG jaren terug 12 juni anne frank
  • VANDAAG jaren terug 11 juni le mans
  • VANDAAG jaren terug 11 juni fabiola
  • VANDAAG jaren terug 11 juni mandela
  • max van praag
  • VANDAAG jaren terug 10 juni max van praag
  • Ray Charles
  • VANDAAG jaren terug 10 juni Ray Charles
  • benny neyman
  • VANDAAG jaren terug 9 juni Benny Neyman
  • VANDAAG jaren terug 9 juni Donald Duck
  • boerenkrijg
  • gratiebossen
  • uitbergen
  • berlare
  • donkmeer
  • overmere
  • zele
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 632 mohammed
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm
  • VANDAAG jaren terug 8 juni bonnie tyler
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Alan Tuning
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Gaudi
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Paul Gauguin
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Tom Jones
  • VANDAAG jaren terug 6 juni 1944 the longest day
  • VANDAAG jaren terug 6 juni 1944 landing normandie
  • VANDAAG jaren terug 6 juni vrijheidsbeeld
  • VANDAAG jaren terug 5 juni internetcafe
  • VANDAAG jaren terug 5 juni reagen
  • VANDAAG jaren terug 4 juni hete luchtballon
  • VANDAAG jaren terug 4 juni Ghysen J
  • ZORBA
  • VANDAAG jaren terug 3 juni 2001 ZORBA
  • VANDAAG jaren terug 3 juni curtis mayfield
  • VANDAAG jaren terug 3 juni 1906 Josephine Baker
  • VANDAAG jaren terug 2 juni van gogh
  • VANDAAG jaren terug 2 juni de pil
  • VANDAAG jaren terug 2 juni 1904 tarzan
  • the beatles
  • VANDAAG jaren terug 1 juni the beatles
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    blankenbergsseniorensteedje

    09-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.benny neyman

     

    09-06-2018 om 10:00 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 9 juni Benny Neyman

    9 juni 1951 Benny Neyman Wilhelmus Albertus (Benny) Neyman (Maastricht, 9 juni 1951 – Soesterberg, 7 februari 2008) was een Nederlandse zanger. Neyman werd geboren in Maastricht. Op zijn zesde kreeg hij een gitaar met Sinterklaas en nam les. Hij luisterde graag naar de radio en kocht af en toe een plaatje. Eind jaren 60 maakte hij kennis met de muziek van Engelse popbands. Na zijn MULO-diploma volgde hij begin jaren zeventig een opleiding aan de Kleinkunst Academie in Amsterdam. Neyman brak in de tweede helft van de jaren zeventig door, zijn eerste succes kwam in 1980 met het nummer Ik weet niet hoe, een cover van Agapimu van Mia Martini. In 1985 scoorde Neyman zijn grootste hit met Waarom fluister ik je naam nog (nummer 1-positie in de Nederlandse hitparades). In de Radio 2's Top 2000 editie 2007 nam het de 384e positie in, wat tot dan toe zijn hoogste klassering is in het bestaan van de oudejaarslijst.] Vanaf de tweede helft van de jaren tachtig had Neyman geen grote hits meer. Wel bracht hij nog een groot aantal goed verkopende albums uit en had hij een aantal theatertournees. In 1995 bracht hij onder meer enkele Franstalige en Griekse klassiekers op de bühne. Neyman ontving in 1996 een Gouden Harp. Hij brak in de zomer van 2006 met zijn management en begon met zijn gezondheid te sukkelen. Zijn echtgenoot Hans van Barneveld werd in 2006 zijn nieuwe manager. In oktober 2007 verscheen Neymans laatste album Onverwacht. Zijn laatste optreden, een hommage aan de overleden Conny Vandenbos, vond plaats op 2 december 2007. Neyman maakte op 21 december 2007 bekend dat hij leed aan kanker, in een vergevorderd stadium [ en dat de aard van de ziekte niet duidelijk was Op 7 februari 2008 overleed Benny Neyman op 56-jarige leeftijd. Neyman zong ook liedjes over zijn geboortestreek, die buiten Limburg weinig bekendheid kregen. Een uitzondering is de ballade M'n land. De coupletten beschrijven Limburg, dat door de tijd en uitbuiting verandert, maar in het refrein toch mooi is en blijft: Maar mooi is mijn land, en mooi zal het blijven Waar de Maas stroomt van Mook tot aan Maastricht Dat glooiende land van mergel en mijnen Daar zal ik ooit sterven, wellicht.









    09-06-2018 om 09:59 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 9 juni Donald Duck

    9 juni 1934 Donald DuckDonald Duck is een fictieve eend die voorkomt in veel van de strips en tekenfilms gemaakt door The Walt Disney Company. Zijn volledige naam is Donald Fauntleroy Duck.De naam Donald Duck duikt voor het eerst op in The Adventures of Mickey Mouse, een boekje uit 1931. Hier wordt een zekere Donald Duck genoemd als vriend van Mickey Mouse. Deze Donald Duck speelt verder geen rol in het boekje. Wel is op een van de afbeeldingen een eend te zien, die echter weinig weg heeft van de latere Donald Duck. Donald Duck zoals hij nu algemeen bekend is debuteerde in de cartoon The Wise Little Hen uit 1934, een van de filmpjes uit de serie Silly Symphonies. Donald werd voor deze film ontworpen door Art Babbitt en Dick Huemer, twee animators die aan het filmpje werkten. Hij zag er in dit filmpje nog sterk uit als een eend, met een lange snavel en vleugels. Na dit debuut speelde hij mee in een aantal Mickey Mouse-filmpjes en kreeg al snel zijn eigen tekenfilmserie. Ook had Donald een bijrol in de krantenstrips van Mickey Mouse. Vanaf 1936 kreeg hij een eigen krantenstrip, getekend door Al Taliaferro en geschreven door Ted Osborne. De wereld rond Donald Duck werd hierna met name verder uitgewerkt door Carl Barks, die nieuwe vaste personages als Dagobert Duck, Willie Wortel en Guus Geluk in de strips introduceerde. Ook ontwierp Barks de stad waar al deze personages wonen, Duckstad. Donalds snavel en nek waren in het begin veel langer, en zijn handen waren meer vleugelachtig dan nu. Donald lijkt daardoor tegenwoordig minder op een echte eend dan in zijn eerste jaren als tekenfilm-/ stripheld. Zijn kwakende stem is in de filmpjes wel altijd gebleven. De strips van Donald Duck zijn ook niet hetzelfde gebleven. Vroeger waren er vaak meer plaatjes en minder tekst. De grappen zaten verstopt in de tekeningen. Later kwamen er meer grappen in de tekst, in de "tekstwolkjes" bij de plaatjes. Donald en de andere figuren gingen meer praten. Woordspelingen werden belangrijker. Donald Duck is over de hele wereld beroemd geworden. Naast de vele stripverhalen zijn er honderden films van hem gemaakt. Donald was voor het eerst in Nederland te zien in 1938. Men kreeg toen in Nederland slechts twee filmpjes te zien. Daarnaast was hij af en toe te zien in krantenstrips van Mickey Mouse, als bijfiguur. In 1950 bracht uitgeverij Mulder & Zoon in Nederland de eerste boekjes op de markt met Donald Duck in de hoofdrol. In oktober 1952 volgde De Geïllustreerde Pers met het eerste nummer van het weekblad Donald Duck, dat tot op heden bestaat. Donald speelt in totaal in meer dan honderd korte filmpjes mee (dat zijn filmpjes die acht tot tien minuten duren) en, samen met andere stripfiguren als Mickey Mouse, in meer dan vijftig lange films. In ongeveer veertig landen zijn Donald Duck-strips te koop. Sinds 1984 is zijn voetafdruk te vinden in de Walk of Fame. Op 9 augustus 2004 kreeg hij, ter ere van zijn zeventigste verjaardag, eveneens een ster in deze beroemde straat. Donald Duck is mede beroemd geworden door zijn opmerkingen en zijn gedrag in de filmpjes. De bekende eend spreekt als een mens, maar is zo koppig als een ezel. Hij wil alles goed doen, maar bijna altijd gaat het juist andersom, zeker wanneer zijn neefjes Kwik, Kwek en Kwak zich ermee bemoeien. Die hebben vaak ondeugende plannetjes, waarvan Oom Donald dan het slachtoffer is. Donald is een eend van 12 ambachten en 13 ongelukken. Hij houdt het zelden ergens langer dan een week uit, omdat hij zo onhandig is of omdat hij in de problemen komt door zijn opvliegende karakter. Soms doet hij zijn werk echt goed, maar vrijwel altijd komt er een moment dat hij, meestal bij een extreem belangrijke klus voor een burgemeester, minister of staatshoofd, een blunder begaat waardoor de zaak in de soep loopt en Donald snel naar een ver oord (bijvoorbeeld Timboektoe) moet vluchten omdat iedereen boos op hem is. Zo'n blunder ontstaat ook vaak als hij een probleem veroorzaakt, bang is om ontslagen te worden en Willie Wortel inschakelt om hem te helpen door iets voor hem uit te vinden waarmee hij het probleem voortijdig denkt te kunnen oplossen, zodat hij in dienst kan blijven. Deze uitvinding veroorzaakt dan juist een veel groter probleem door een verkeerde werking of een vervelend bijeffect, waardoor Donald dan alsnog ontslagen wordt.
    Vaak heeft hij ook een slecht betaald baantje als muntenpoetser in het geldpakhuis van zijn schatrijke oom Dagobert Duck, die Donald in dienst neemt omdat hij familie is en omdat Donald bovendien een fikse schuld bij zijn oom heeft. Munten poetsen is feitelijk ook het enige werk dat Donald echt goed kan. Oom Dagobert neemt hem dan ook vaak weer aan als hij elders ontslagen wordt. Het geldpakhuis is voor Donald ook een schuilplaats waar hij zich kan verstoppen als hij bang is om door anderen ontdekt te worden. Door de manier waarop Donald Duck is getekend, is goed te zien hoe hij zich voelt, wat hij wil en in welke gemoedstoestand hij verkeert. Donald heeft zeer veel verschillende gezichtsuitdrukkingen: boos, heel erg boos, verbaasd, droevig, blij en slim, maar ook chagrijnig of juist tevreden. Als Donald tevreden is krullen de uiteinden van zijn snavel omhoog, als hij verdrietig is wijzen zijn "mondhoeken" omlaag. Aan de achterkant van zijn kop heeft hij altijd een paar veertjes overeind staan. Als Donald erg nijdig is, staan bijna alle veren overeind. Vaak is dan ook aan zijn pet te zien hoe het met hem gaat: als hij kalm is, staat zijn pet recht op zijn kop. Als hij boos is, hangt zijn pet over zijn ogen. Als hij verbaasd is, vliegt het petje soms helemaal van zijn hoofd af. Naar verluidt is Donald Duck een combinatie van alle mensen waaraan Walt Disney − de grondlegger van het megabedrijf The Walt Disney Company − zelf een grote hekel had.[5] Waar de meeste andere Disneyfiguren zoetsappig, vriendelijk en goedaardig zijn, is Donald Duck driftig en opvliegend. In de Amerikaanse strips, met name de oudere afleveringen, valt Donald dan ook vaak op door zijn asociale gedrag. Ook de personages met wie hij in deze strip in aanraking komt vallen vaak op door onbeleefd en asociaal gedrag, In Hoe lees ik Donald Duck wordt Donalds reactionaire karakter besproken. Donald behoort volgens de schrijvers van deze kritische studie tot de geprivilegieerdewitte middenklasse. Wanneer hij op avontuur is in het buitenland, kiest hij steeds de zijde van Midden-Amerikaanse dictators en andere potentaten.[
    Donald Duck zou – net als zijn tweelingzus Dumbella – op 9 juni 1934 zijn geboren. Verschillende stripauteurs, zoals Keno Don Rosa, dateren zijn geboorte echter eerder, namelijk rond 1920. In deel XI van De jonge jaren van Oom Dagobert komt hij al voor (als kind) in 1930. Uit de film Donald Duck gets drafted (1942) blijkt dat zijn volledige naam Donald Fauntleroy Duck is. Zijn tweede naam staat in een kort fragment vermeld op een oproepformulier voor het leger. De vader van Donald is Woerd Snater Duck. Donald is in oudere verhalen zelf ook weleens Woerd Snater genoemd. Zijn moeder is Hortensia Duck. Zijn temperament heeft Donald waarschijnlijk van zijn beide ouders, die werden ook heel vaak boos om kleine dingen. Donald woont samen met zijn drie neefjes Kwik, Kwek en Kwak, die de zoontjes zijn van Dumbella. De drie neefjes zijn een keer bij hem op bezoek gekomen en sinds die tijd nooit meer vertrokken. Vaak zijn de neefjes slimmer dan Donald zelf. Een ander bekend familielid van Donald is zijn neef Guus Geluk, die bijna altijd geluk heeft en mede daardoor behoorlijk arrogant is. Guus voelt zich een stuk beter dan Donald en denkt dat hij veel slimmer en leuker is. De twee zijn dan ook grote rivalen en hebben vaak ruzie, hoewel ze soms ook goed met elkaar overweg kunnen. Katrien Duck en Donald hebben in veel verhalen een knipperlichtrelatie. Donald doet voortdurend zijn best om Katrien in te palmen maar verpest het bijna altijd, met name voor zichzelf. Guus Geluk heeft eveneens een oogje op Katrien, een van de redenen dat de twee elkaar voortdurend dwarsliggen. Door zijn constante geluk krijgt Guus vaak wel dingen voor elkaar die Donald niet lukken. Er is nooit een officiële stamboom van de hele Duck-familie geweest. Allerlei tekenaars hebben door de jaren heen steeds hun eigen personages toegevoegd, waarvan sommige (zoals Dagobert Duck) zeer belangrijk zijn geworden, terwijl veel andere familieleden slechts eenmalig ooit in een verhaal zijn voorgekomen Donald is een antropomorfe eend met oranje-gele benen, voeten en snavel. Hij draagt altijd een matrozenpak, bestaand uit een shirt (in de stripverhalen is dit meestal zwart en op (voor)platen blauw) een rode strik en een blauwe pet. Hij draagt geen broek en hij heeft wel tanden, maar dit is
    alleen te zien als hij ze poetst of als hij razend is. Donald staat bekend om zijn temperament en onhandigheid. Donald woont in Duckstad en daar woont ook het merendeel van zijn familie, waaronder de schatrijke Oom Dagobert. Laatstgenoemde maakt vaak misbruik van de situatie waarin Donald verkeert door hem slecht betaald werk te laten verrichten of door hem op gevaarlijke klussen te sturen, al dan niet met een toegevoegd dreigement hem te onterven. Dagobert neemt de neefjes en Donald wel vaak mee op de gekste avonturen. Ze gaan samen de hele wereld rond op zoek naar schatten en nog meer geld. Donald moet zijn oom dan vaak weer te hulp schieten. Donald heeft ook een aantal verschillende huisdieren, die echter lang niet in alle verhalen voorkomen. De Sint-Bernard Loebas is het vaakst te zien en speelt ook mee in veel oude krantenstripjes. In sommige lange verhalen jaren uit de zestig heeft Donald ook een kat, Tobber. Ook heeft hij in sommige verhalen een of meer goudvissen. Donald heeft een Duckatti. Deze auto is voornamelijk gebaseerd op de American Bantam uit 1939.





    09-06-2018 om 09:57 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.boerenkrijg
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De Boerenkrijg, ook Beloken of Besloten tijd geheten, was een opstand van de Vlaamse landelijke bevolking (Brigands) in 1798, gericht tegen de Franse bezetters van de Zuidelijke Nederlanden. Zij vond haar oorzaak in de algemene misnoegdheid over de antigodsdienstige politiek en de plundering van het land door de Fransen. De wet van 5 september 1798 op de algemene dienstplicht was de druppel die de emmer deed overlopen. De opstand werd al na twee maanden met geweld de kop ingedrukt en was, alhoewel het verzet op sommige plaatsen nog tot 1799 werd verdergezet, eind 1798 al over zijn hoogtepunt heen. Vergeleken met de vele honderdduizenden doden bij de opstand in de Vendée enkele jaren voordien was de Boerenkrijg slechts een schermutseling, maar ook in Zuid-Nederland was de repressie door het Franse regime bijzonder hard. Later werd de opstand geromantiseerd als een belangrijke gebeurtenis in Belgische natievorming en vervolgens de Vlaamse ontvoogdingsstrijd in de Belgische staat. Op 12 oktober 1798 kwam de Vlaamse en Brabantse boerenbevolking in opstand tegen de Franse bezetters, die de opstandelingen brigands (struikrovers) noemden. Het verzet had als leuze Voor Outer en Heerd ("voor altaar en haard", dit betekent: "voor Kerk en gezin"). De Fransen hadden de Zuidelijke Nederlanden drie jaar voordien (1795) in handen gekregen, na een overwinning op het ZuidNederlandse leger van de Habsburgse keizer Frans II. Het strenge regime van de militaire bezetting door de Franse revolutionairen (vanaf de Slag bij Fleurus op 26 juni 1794, tot het uitvaardigen van het decreet van 1 oktober 1795), de vele confiscaties, extra heffingen en de oorlogsleningen, zonder de minste inspraak van de plaatselijke bevolking, hadden het regime weinig geliefd gemaakt. De bewoners van de Zuidelijke Nederlanden en het prinsbisdom Luik waren door dit decreet van 1 oktober 1795 Franse staatsburgers geworden. Alle eeuwenoude privaatrechtelijke en publieke gebruiken waren afgeschaft. In de Vlaamse, Duitse en zelfs Waalse streken werd het Frans als officiële taal slechts door een minderheid verstaan en werden de officiële publicaties zo goed als niet begrepen. De redenen tot dit gewapend verzet waren dan ook de hoge belastingen, de antigodsdienstige politiek van sluiting van de kerken gepaard gaande met de vervolging van de niet-beëdigde priesters (die de door de paus afgekeurde eed van trouw aan de Franse grondwet en "haat aan het koningschap" niet wilden afleggen). Door de Wet op de algemene dienstplicht (ook gekend als de wet Jourdan-Delbrel) van 5 september 1798 (19 fructidor VI) werden alle jongemannen tussen 20 en 25 jaar opgenomen in het Franse "bevrijdings"leger. Een algemene dienstplicht was voorheen onbekend, omdat legers bestonden uit vrijwilligers aangevuld met huurlingen. Verloop[bewerken] Er verschenen plakkaten (aanplakbrieven) in de grote steden op kerken en openbare gebouwen met o.a. de tekst: "Nederlanders ! blyft nu bijeen, wy moeten standvastich wezen". De begindatum van de opstand was gepland op donderdag 25 oktober 1798 door de "Brabantse patriotten". Zij hadden steun gevraagd aan buitenlandse mogendheden, Engeland en Pruisen. Het verzet kreeg beperkte steun onder de vorm van Engelse wapens. Willem V van Oranje hoopte op een herstel van de Verenigde Nederlanden en ook Pruisen beloofde hulp. Maar op 12 oktober 1798 vond een eerste incident plaats bij Overmere (tussen Gent en Dendermonde) naar aanleiding van een inbeslagname bij een boer-belastingweigeraar. Dienstweigeraars bij de gedwongen rekrutering waren ondergedoken en hadden zich verenigd tot een verzetslegertje. In de gemeenten die de beweging onder controle kreeg, velden zij de "vrijheidsbomen", vernielden zij de registers van de burgerlijke stand en de conscriptielijsten, werden niet-beëdigde
    priesters opnieuw aangesteld en werden vrijwilligers gerekruteerd in afwachting van de komst van de geallieerde troepen. De steden bleven afzijdig, ook omdat ze beter gecontroleerd werden. Sommige groepen trokken naar de kust, de Engelsen tegemoet. Twee landingen van de Engelse schepen mislukten, eerst te Vlissingen (op 21 oktober 1798) en dan te Blankenberge (op 23 en 24 oktober 1798). De opstandelingen leden een nederlaag te Ingelmunster. Er vielen 200 doden. Ook in Zuid-Oost-Vlaanderen werd de opstand reeds op 20 oktober 1798 de kop ingedrukt. De stad Mechelen werd kortstondig bevrijd op 22 oktober 1798 (zie Boerenkrijg in Mechelen). Franse symbolen werden vernietigd en documenten werden verscheurd. Dezelfde dag nog heroverden de Fransen de stad. De dag erna werden 41 verzetslieden voor de SintRomboutskathedraal geëxecuteerd. Ook de dagen erna bleef het in en om Mechelen onrustig. Twee eeuwen later, op 5 september 2011 werd in de pers bekendgemaakt dat hun stoffelijke resten teruggevonden waren in een massagraf, tijdens de aanleg van een ondergrondse parking.[1] In Vlaams-Brabant konden de opstandelingen, onder leiding van Emmanuel Rollier, ongeveer twee weken standhouden, maar de opstand werd gebroken op 5 november 1798. Anderen sloten zich aan bij het groeiende Kempense leger onder aanvoering van Emmanuel Jozef van Gansen. Hier begon de opstand in Geel op 15 oktober 1798. Ze hadden hun basis in de abdij van Tongerlo en beheersten kortstondig, en met wisselend succes, de wijde omgeving. Zij werden echter in de rug bestookt door Franse afdelingen uit de Bataafse Republiek. De ruggengraat van de opstand brak op 5 december 1798 toen het Brabantse katholieke leger na een achtervolging over Herentals, Geel en Diest [2] bij Hasselt na verraad werd verslagen. Men schat het aantal doden tussen 5.000 en 10.000. Repressie[bewerken] Er volgde een strenge repressie door het Franse regime waarbij de meeste leiders werden terechtgesteld (190 gefusilleerden, waaronder de leiders Constant, Corbeels en Meulemans), maar ook de verdachten onder de bevolking, jong en oud, het met de dood moesten bekopen. Er volgden 3000 aanhoudingen, honderden deportaties en een strenge toepassing van de militaire conscriptie. In totaal vielen er in deze opstand rond de 15.000 doden. Deze opstand, gevoed door een vaag federalisme, onder Robespierre een halsmisdrijf, vond minder aanhang in de grotere steden en geen weerklank in de Waalse dorpen, tenzij in het noorden van Henegouwen en Waals-Brabant. De benaming Boerenkrijg werd voor het eerst gebruikt in 1798 door een Mechelse kroniekschrijver.
    Boerenkrijgstandbeeld te Herentals Leiders[bewerken] Leiders van de opstand waren onder meer Pieter Corbeels uit Turnhout (geboren in Leuven) (17551799), Emmanuel Benedict Rollieruit Sint-Amands (1769-1851), Michiel van Rompay uit Bonheiden en Emmanuel Jozef van Gansen uit Westerlo (1766-1842). In het zuiden van het land was de legendarische brigand Charles-François Jacqmin actief, die al in 1795 in Loupoigne (Waals-Brabant) een verzetsgroep vormde om tegen de Franse revolutionairen te strijden en het land terug onder Oostenrijks gezag te brengen. Daarbij gebruikte hij de naam Charles de Loupoigne; die naam is later in de volksmond verbasterd tot "Charlepoeng". Hij werd in juli 1799 eveneens verraden en door de sansculotten gedood tijdens een gevecht in Margijsbos te Loonbeek, bij Huldenberg. Luxemburg
    Hardstenen Kruis in Haasdonk met de gouden tekst: IHS D.O.M. Ter gedachtenis van J.B. Tassijns – Alhier laffelijk vermoord – Den 5 oegst 1799 – Gedenkt, gij die voorbijgaat, En diep dit kruise groet, Gedenkt o volk van Vlaanderen, Hier vloeide onschuldig bloet, Hier viel Tassijns voor land en Kerk, Hier draagt de grond het heilig merk, Van enen martelaar – 18 september 1898 – R.I.P. In Duitstalige delen van Luxemburg (het Woudendepartement) kwam er wel een opstand, de Klöppelkrieg, maar ook deze werd snel de kop ingedrukt. Op 29 oktober 1798 trok een legertje van 2000 man op naar de stad Luxemburg, maar ze hebben zich wijselijk teruggetrokken. Bij Arzfeld is er een schermutseling geweest met enkele tientallen doden.  Er waren nog kleinere heropflakkeringen in de periode 1799-1800, toen de kansen van de Fransen op de internationale slagvelden even leken te keren. De dokterszoon Jan Cornelis Elen uit Scherpenheuvel, Van Gansen en zijn boezemvriend, Geert Helsenvoerden nog maandenlang enige guerrillagevechten. Maar toen de landing van de Engelsen in augustus 1799 in Den Helder opnieuw uitdraaide op een mislukking hielden zij zich verder schuil. Na 1800 waren er geen vermeldenswaardige feiten meer. Na de bevrijding door de geallieerde legers voerde het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden geen repressie tegen de Fransgezinden en de verzetsstrijders van de Boerenkrijg werden niet in ere hersteld. De traditionele Belgische geschiedschrijving plaatst dit verzet helemaal in het antirevolutionaire kamp. Moderne historici zien in deze strijd een laatste stuiptrekking van het ancien régime in een poging de vernieuwing van de maatschappij af te wenden. Hendrik Conscience schreef een geromantiseerd epos over deze opstand en heeft deze strijd wat geïdealiseerd. Hij schreef het volgende: "Vandaag durft niemand van de nog levende patriotten beweren dat hij aan deze heroïsche strijd heeft meegedaan" (De Boerenkrijg, 1853). Ook August Snieders schreef meerdere romans en novelles over de Boerenkrijg.
    In Hasselt (Oude Truierbaan, aan de Kapel van Hilst waar de slag plaatshad) wordt deze gebeurtenis jaarlijks door het Boerenkrijgcomité herdacht met een optocht en een mis. Aan het Leopoldplein staat ook een gedenkteken van de Boerenkrijg, ontworpen door François De Vriendt en Albert Baggen. In 1853 schreef Hendrik Conscience een roman over de Boerenkrijg. Archeologen vonden in 2011 op het Sint-Romboutskerkhof in Mechelen een massagraf met daarin 41 skeletten, lichaamsresten van gefusilleerde boerenkrijgers. In Herentals staat op de Grote Markt voor de Lakenhal een monument dat doet herinneren aan de bloedige slag om Herentals op 28 oktober 1798. Willy Vandersteen tekende in 1948 een eenmalig stripverhaal rond de Boerenkrijg genaamd "De Jonge Brigand". De Boerenkrijg vormt ook de achtergrond voor het Suske en Wiskealbum De gladde glipper Op het kerkplein van Overmere (Oost-Vlaanderen), waar de opstand uitbrak, bevindt zich het Boerenkrijgmonument. In Haasdonk (Oost-Vlaanderen) wordt deze gebeurtenis jaarlijks herdacht op 13 oktober door het branden van kaarsjes op de vensterbanken en boven de deuren. Het eerste lied over deze gebeurtenis heet "Voor Outer en Heerd". Het tweede lied "O Kruise den Vlaming" verhaalt in de laatste strofe over het kruis van Haasdonk: O Kruise den Vlaming door moeders hand, Op ’t voorhoofd gedrukt en in ’t harte geplant! O Kruis voor de nachtrust! O Kruis voor het werk! O Kruis op de haardstêe! O Kruis op de Kerk! Geen hand zal u schenden. Geen storremgeweld
    Dat ’t Kruisbeeld in Vlaanderen ooit nedervelt. (bis)
    Eens velde de vijand het Kruisbeeld ter neer: Toen grepen ons jongens naar vaders geweer, En moeder verborg hun haar vliemende smart, En spelde hun bevend het Kruis op het hart. O gaat nu, mijn kindren, en strijdt voor Gods Kruis. Het voer’ u ten zege, en ’t breng’ u weer thuis. (bis)
    Niet één heeft het hoofd voor den kogel gebukt; Zij vielen, het Kruis aan hun lippen gedrukt; Het Kruis op hun borst was wel rood van hun bloed, Doch sterven voor ’t Kruis dat is Vlamingenmoed. O Moeder, en ween niet in ’t eenzame huis. Uw kind is gestorven in d’armen van ’t Kruis. (bis)
    O Kruise dat rijst aan de rand van het woud, O Kruise van hardsteen met letters van goud, Gij zijt met de Vlaming in 't graf neergedaald, Gij rijst uit zijn graf nu, en zegepraalt. O Kruis in het bloed onze helden geplant, Bewaar steeds, en zegen ons Vlaanderland". (bis)

    09-06-2018 om 09:21 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gratiebossen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De Gratiebossen zijn bossen nabij de wijk Kamershoek van de gemeente Berlare, in de provincie Oost-Vlaanderen. Het huidige bos is een stuk kleiner dan het bos dat er vroeger was gelegen. Tot in 18e eeuw was het een groot en uitgestrekt bos, vanop de Kouter in Zele tot diep in Overmere. Naast het bos is er ook de gelijknamige straat, een zijstraat van Kamershoek, die voor het bos ligt. Befaamde bewoners van het Gratiebossen waren de bende van Jan Praet, overdag huis aan huis verkopers en 's nachts pleegden ze overvallen op een huis waar ze overdag waren geweest. Men overviel ook voorbijgangers in het bos. De naam van het bos dateert uit deze periode, de rovers beroofden de voorbijgangers namelijk zonder gratie.

    09-06-2018 om 09:17 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.uitbergen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Uitbergen is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Berlare. De oppervlakte bedraagt 6,48 km². Bij de fusie met Berlare in 1977 waren er 1.605 inwoners. Het Donkmeer ligt gedeeltelijk in Uitbergen. Uitbergen is een van de oudste dorpen in het land van Dendermonde. Het is nog niet te vinden op een kaart van het jaar 879 gemaakt onder het bestuur van Boudewijn met de ijzeren arm en zijn vrouw Judith. Maar een oorkonde van Keizer Lotharius, dagtekenend van 966 en voorkomende in het Cartularium van de St-Baafsabdij (Gent) vermeldt het onder de naam Villa Bergina, als deeluitmakende van de bezittingen van de abdij. Een villa was een groot boerenhof bewoond door een Heer of zijn plaatsvervanger. Rondom stonden de hutten van de dienstknechten. De bevolking van een villa beliep soms tot 500 op 1000 personen. Van dit latijnse woord is het Franse woord village (dorp) afgeleid. Dorp zou komen van terp, torp, hoogte, heuvel op de welke de inwoners vluchtten of zich gingen vestigen om aan de overstromingen te ontsnappen. In latere documenten van de 13e eeuw schrijft men Huitberghine. In een Franse oorkonde van 1306 schrijft men Utbergues en Utberges. In 1312 vinden wij Uytberghe en Hutenbergina. In 1578 Uutberghen. Wat de betekenis mag zijn van die naam blijft een raadsel. Verschillende schrijvers hebben hem op verschillende wijzen verklaard. Het waarschijnlijkste is dat Uitbergen een interessante woonplaats was omwille van zijn zandheuvels. Hier konden de eerste bewoners zich beveiligen tegen de overstromingen van de Schelde. Deze heuvels zijn in de 20ste eeuw afgegraven omwille van de zavel. Er was de Molenberg (aan de Moleneindestraat), de Kouterberg ( nu Fonteinstraat) en de Rijsberg (achteraan de Grote Kouterstraat).
    De Sint-Pieterskerk: de achtzijdige bakstenen vieringtoren in vroeg-gotiek is het oudste gedeelte van de kerk en klimt vermoedelijk in de kern op tot de 12de eeuw. Het koor met twee traveeën werd opgetrokken in zandsteen. Het wordt doorbroken door tweelichtvensters met drielobtracering. Het kerkschip en de zijbeuken dateren van 1906 en werden gebouwd onder leiding van architect Jules Goethals uit Aalst. Het interieur heeft een overwegend neogotische aankleding. Het voormalig gemeentehuis (1927) is van de hand van Valentin Vaerwyck en sluit stilistisch aan bij dat van Zomergem, van dezelfde architect. Toen was Albert Visart de Bocarmé burgemeester van Uitbergen.

    09-06-2018 om 09:10 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.berlare
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Berlare is een plaats en gemeente in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen. Berlare is een landbouw- en woongemeente, met 's zomers een grote toeristische activiteit dankzij het Donkmeer. Het is gelegen aan een brede bocht in de Zeeschelde. De gemeente telt ruim 14.500 inwoners, die Berlarenaars[ worden genoemd. De inwoners van Berlare worden ook wel puitenkloppers genoemd.  Berlare heeft geen spoorwegstation, maar de naburige gemeente Schoonaarde wel. Via het station in Schoonaarde is er verbinding met Gent-Wetteren-Dendermonde-Mechelen. Op 12 oktober 1798 begon in de deelgemeente Overmere de Boerenkrijg, een mislukte katholieke landbouwersopstand tegen de Franse bezetting die over heel Vlaanderen, Brabant en het land van Loon navolging kreeg. In de 19de en 20e eeuw was er een stoomspinnerij en touwslagerij van de gebroeders Janssens. Deze fabriek stopte zijn activiteiten in 1988. In de dorpskern van Berlare staat een 17de-eeuwse schandpaal Aan de weg naar Overmere staat de beschermde kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën (Bareldonkkapel), gebouwd in 1300, herbouwd in de 15e eeuw en vergroot in 1774 in eigentijdse rococo. Naast de kapel ligt een calvarieberg met kruisweg Het Donkmeer (60 ha), ontstaan uit turfwinningsputten, ligt in het gehucht Donk in de deelgemeente Overmere, en is als landschap beschermd. Het is een toeristische trekpleister. Nabij het meer ligt het dierenpark Eendenkooi Recreatiedomein Nieuwdonk Boerenkrijgstandbeeld en het interactief Museum Donkmeer, geopend in 2006 Het museum Huize Bareldonk met volkskundige voorwerpen Het Madonnamuseum (Uitbergen) met een verzameling Mariabeelden en voorwerpen over de Mariaverering in Vlaanderen De pastorie met rococogevel. De Sint-Martinuskerk Het Kasteel van Berlare met het bijhorende parkdomein De natuurgebieden Berlare Broek en Gratiebossen Riekend Rustpunt, een klein museum aan Het Sluis over het mesttransport over water van de stad naar het platteland met een permanente tentoonstelling Van stadsstront naar zandgrond De Sint-Annakapel werd gebouwd in 1910 ter vervanging van de oudere Vennekapel. De Vennekapel of vroegere Sint-Annakapel bevond zich meer zuidwaarts op de hoek van de toenmalige dreef ter hoogte van de Alfons De Grauwelaan. De bouw van de huidige kapel iets verderop gebeurde gelijktijdig met de uitbreiding en vernieuwing van de Sint-Martinuskerk van Berlare volgens de plannen van architect Henri Valcke uit Ledeberg. Of architect Valcke ook het ontwerp maakte voor de SintAnnakapel is niet bekend. Bij de bouw van de Sint-Annakapel zou onder meer recuperatiemateriaal van de oude kerk gebruikt zijn.

    09-06-2018 om 09:08 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.donkmeer
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het Donkmeer (ook bekend als Overmere-Donk) is een meer in de Belgische gemeente Berlare, gelegen tussen de dorpen Overmere, Uitbergen en Berlare-centrum. Aan de noordoostelijke kant van het meer ligt het gelijknamige gehucht Donk. Het Donkmeer heeft een wateroppervlakte van circa 86 hectare en is daarmee één van de grootste meren in Vlaanderen na enkele Maasplassen, het Rauwse Meer (Kempense Meren) en het Schulensmeer. De diepte is gering en bedraagt maximaal 3,20 meter. Van het gebied is 30 hectare beschermd natuurreservaat, dat sinds 1993 wordt beheerd door de vzw Durme. Het is Europees beschermd als onderdeel van Natura 2000-gebied 'Schelde en Durme-estuarium van de Nederlandse grens tot Gent' (BE2300006). Bij het meer bevindt zich de Eendenkooi, een dierenpark met een historische eendenkooi. Er zijn veel drink- en eetgelegenheden rondom het meer.
    Op de plaats waar nu het Donkmeer en het Berlaars Broek liggen, lag er verschillende duizenden jaren geleden een meander van de Schelderond een alluviale zandheuvel. Door een verandering van de loop van de rivier, ontstond er een hoefijzervormig meer. Het gebied is uiteindelijk verland, maar niet zonder een laag veen achter te laten. In de late 17e eeuw is men vermoedelijk begonnen met het opgraven van die turf, een gegeerde brandstof, in het Berlaars Broek, dat ten oosten van de Donk ligt. Aan het begin van de 18e eeuw was turfsteken een prominente nijverheid in Berlare. Op het einde van de 17e eeuw kwamen er bijna uitsluitend drassige weiden voor op de plaats waar nu het Donkmeer ligt. Een sloot deelde het gebied in twee. Het deel ten westen ervan heette "'t Vaerebroeck op Overmeere" terwijl het deel ten oosten ervan "'t Vaerebroeck op Uytberghen" heette. Volgens een kaart uit 1676 was er ook een kleine waterplas in het gebied, genaamd "de Coye", met enkele grachten errond. Ook op de Ferrariskaarten uit de jaren 1770 is het Donkmeer nog niet te zien. Het Donkmeer is namelijk pas in de late 18e en vroege 19e ontstaan als gevolg van turfwinning, in tegenstelling tot het Broek, waar de turfwinning al eerder begonnen was. In de jaren 1850 was het resultaat van meer dan honderd jaar turfwinning een groot, nat gebied met zo'n 225 hectare wateroppervlak, 400 hectare moeras en natte weiden en 200 hectare minderwaardige landbouwgrond. Er werd besloten de moerassen rond de Donk en in het Broek droog te leggen om zo vruchtbare landbouwgrond te bekomen. In 1862 slaagde men erin het water in het Broek weg te pompen, maar tijdens de Eerste Wereldoorlog lag de kolenpomp stil en liep het gebied terug onder. In 1926 werd het Broek definitief drooggelegd, met uitzondering van een aantal vijvers langs Kamershoek en Berlare, en werd de vrijgekomen grond bebost met wilgen voor de mandenvlechterij. Na de Tweede Wereldoorlog werden er populieren aangeplant voor de fabricage van lucifers. Toen er in 1891 een stoomtram in gebruik werd genomen tussen Gent en Hamme, bracht de eerste toeristen naar het Donkmeer. Voor 1918 waren er al verschillende cafés en restaurants rond het meer en werden er zeil- en roeibootjes verhuurd. In de daaropvolgende jaren groeide het toerisme sterk. De Donk werd een bekend recreatieoord in Oost-Vlaanderen en trok veel toeristen, onder andere door de palingrestaurants. In de tweede helft van de 20e eeuw nam de bebouwing rond het meer sterk toe. Er kwamen ook verschillende kampeerterreinen. Zo waren er in 1978 vijftien kampeerterreinen met in totaal zo'n duizend staanplaatsen.

    09-06-2018 om 09:05 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.overmere
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Overmere is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Berlare, gelegen in de driehoek Gent-Aalst-Lokeren. In 1331 vormde Overmere één heerlijkheid met Uitbergen. Aanvankelijk was het in het bezit van de heren van Dendermonde en later van de graven van Vlaanderen. Die laatste gaven het achtereenvolgens in leen aan het huis van Massemen in de 14e à 15e eeuw, aan de familie du Bois (van den Houte) in de 16e eeuw, aan de familie van Coudenhove in de 17e eeuw en de aan families de Lannoy de Hautpont, de Croy de Beaurainville, van Roosendael en de Heuvel in de 17e à 18e eeuw. Overmere vormde samen met Uitbergen ook één parochie, met de moederkerk in Uitbergen en een kapel in Overmere. Deze kapel werd in 1350 vervangen door een kerk. Op 24 mei 1452 had te Overmere een bloedige veldslag plaats tussen de Gentenaars en de troepen van Filips de Goede, hertog van Bourgondië. Vandaar komt de naam “strijddam” die vroeger gegeven werd aan de oevers van het Donkmeer. Bij vorstelijk octrooi van 18 april 1673 wordt, op vraag van Antoon van Coudenhove, het leen van Uitbergen opgesplitst in twee lenen: Uitbergen en Overmere. Er bleef echter één schepenbank. Op 12 oktober 1798 begon in Overmere de Boerenkrijg, een historische gebeurtenis die in Overmere levendig wordt gehouden door het Boerenkrijgstandbeeld, een werk van Aloïs de Beule, de Boerenkrijglaan en de 12 Oktoberlaan in een woonwijk ten zuidoosten van het centrum van Overmere. Op 2 november 1862 brandde de 14e-eeuwse kerk af. Deze werd vervangen door de neogotische Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk in 1864-1866 die door Mgr. Hendrik-Frans Bracq werd ingewijd op 10 september 1866. Het doksaal en het orgel werden ongeveer samen uitgevoerd, het eerste in 1889 door beeldhouwer Lippens uit Gentbrugge; het tweede in 1890 door de gebroeders Vereecken uit Gijzegem. De orgelkast komt voor als een drieluik waarvan de middenpartij als een torenbouw uitsteekt. Samen vormen doksaal en orgel een neogotisch ensemble in een ruime kerk die zowel naar architectuur als naar meubilair een eenheid vormt. Het orgel is tevens opgenomen als beschermd monument.

    09-06-2018 om 09:01 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.zele
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Zele is een Belgische gemeente in de provincie Oost-Vlaanderen. Het is de hoofdplaats van het gelijknamige kanton, dat ook de gemeente Berlare omvat. Zele ligt tussen de waterlopen Schelde en Durme, en de twee steden Lokerenen Dendermonde. De gemeente telt 20.916 inwoners (2017). De inwoners van Zele worden Zelenaars genoemd.
    Zele werd circa 800 voor het eerst vermeld toen Karel de Grote het grondgebied schonk aan de abdij van Werden in Duitsland, gesticht door Sint Ludgerus. De monniken bouwden vóór 1141 een proosdij in Zele die volgens de legende in 1452 afgebrand werd samen met het kasteel, de molen en de helft van Zele. In 1699-1704 werd de huidige, barokke Sint-Ludgeruskerk gebouwd. Zele was in de vorige eeuwen een textielcentrum voor vlas (tot het begin van de 20e eeuw) en voor jute (20e eeuw). Zele was dan een gemeente zoals vele andere in Oost-Vlaanderen met vele cafés, brouwerijen, een distilleerderij, ongeveer 12 molens, en veel landbouwgrond. Op het einde van de 19e eeuw behoorde Zele, samen met buurgemeente Hamme, tot de meest verpauperde van Vlaanderen. Dit hield verband met de misstanden in de plaatselijke nijverheid, die werden toegedekt door de burgerlijke en religieuze overheden. In het bekende A travers la Flandre (Door Arm Vlaanderen) (1901) van de socialist August De Winne wordt over deze uitbuiting gerapporteerd. Verschillende aangrijpende foto's uit het boek werden in Zele genomen. In de jaren 1960 werd een bedrijvencentrum opgericht voor onder meer glasvezelweven, metaalnijverheid en drukkerijen De gemeente Zele heeft geen deelgemeenten. Binnen de gemeentegrenzen liggen, naast het centrum, wel nog een aantal kleinere kernen, gehuchten en wijken. De gemeente telt vier grote buitenwijken[, namelijk Avermaat in het zuiden, Durmen in het noordoosten, Heikant in het westen en Huivelde-Hansevelde in het oosten. De laatste drie hebben elk hun eigenlijk parochie, meer bepaald Heilig Hart voor Durmen, Sint-Jozef en Sint-Antonius voor Heikant en Sint-Jozef voor Huivelde. In het dorpscentrum, de Sint-Ludgerusparochie, heeft ook de wijk Kouter zijn eigen parochie, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van 7 Weeën. Andere kleine wijken of gehuchten in de gemeenten zijn Bookhamer, Burgemeester Van Ackerwijk, Dijk, Dries, Elst, Hoek, Kamershoek, Langevelde, Meerskant, Mespelaar, Rinkhout, de Schrijverswijk, Stokstraat, de Tuinwijk, Veldeken, Wezepoel en de Zandberg.

    09-06-2018 om 09:00 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN

     

    08-06-2018 om 13:12 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN

     

    08-06-2018 om 13:11 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN

     

    08-06-2018 om 13:09 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN

     

    08-06-2018 om 13:08 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm

    8 juni 1972 napalm Napalm is benzine waaraan als verdikkingsmiddel een mengsel van naftenaat en palmitaat is toegevoegd, zodat het beter blijft kleven als de (brandende) spetters ergens tegenaan vliegen. Op die manier vat de onderlaag eerder vlam. Het verlaagt tegelijk de neiging van de benzine tot ontbranden en maakt de verbranding trager. Nafteenzuur is een algemene naam voor een verzameling van organische zuren die in ruwe olie aanwezig zijn en werd oorspronkelijk gebruikt bij de bereiding van napalm. Tegenwoordig worden meestal andere middelen gebruikt voor de bereiding van napalm, maar de naam is blijven hangen. Napalm werd in 1942 ontwikkeld. Het wordt voornamelijk gebruikt in brandbommen en is gevreesd door de ernstige brandwondendie het bij mensen en dieren veroorzaakt. Napalmbommen maken vaak gebruik van fosfor om de napalm te ontsteken. Napalm werd voor het eerst op grote schaal ingezet door het Amerikaanse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1945 werden vele Japanse steden waaronder Tokio met napalm gebombardeerd. Tijdens de laatste (loopgraafoorlog) fase van de Koreaoorlog bestookten de Amerikanen het hele grondgebied van Noord-Korea met napalmbommen, met vermoedelijk enkele honderdduizenden doden als resultaat. Ook in de Vietnamoorlog werd door de Amerikanen veelvuldig gebruikgemaakt van napalm. Dit leidde tot verzet onder delen van de Amerikaanse bevolking. Tijdens de Eerste Golfoorlog werd geen gebruik gemaakt van napalm, maar van Mark 77brandbommen, die een met napalm vergelijkbaar effect hebben. Naast Amerika maakten ook landen zoals Frankrijk (in Algerije), Israël (in de Zesdaagse oorlog) en het Verenigd Koninkrijk (in Kenia) gebruik van napalm. In 1980 verklaarde de VN het gebruik van brandbommen tegen burgers tot een oorlogsmisdaad. Phan Thị Kim Phúc (2 april 1963) ook bekend als Kim Phuc of ook wel als het "napalmmeisje", werd bekend doordat zij als 9-jarige naakt met napalm op haar lichaam te zien was op de bekendste foto uit de Vietnamoorlog. De foto haalde wereldwijd de voorpagina's van kranten en droeg hierdoor bij aan het groeiende verzet tegen de oorlog die hiermee een gezicht had gekregen. Degene die de foto nam, Nick Ut, heeft er de Pulitzer-prijs en World Press Photo mee gewonnen. De foto werd gemaakt op 8 juni 1972, nadat er een napalmaanval was geweest in haar woonplaats Trang Bang. Het dorp was gebombardeerd door een Zuid-Vietnamese bommenwerper om vermeende strijders van de Vietcong te verjagen. Ze vatte zelf vlam door de napalm, waardoor haar kleren verbrandden. Zonder kleren rende Kim de hoofdweg bij Trang Bang op, waar zij werd vastgelegd op de foto. De fotograaf, Nick Ut, bracht haar vervolgens met de auto naar een ziekenhuis. Als gevolg van de napalmliep zij derdegraadsverbrandingen op aan haar rug en haar armen. Ruim een maand verkeerde ze in kritieke toestand. Ze kreeg bloedtransfusies en huidtransplantaties. Ze heeft een jaar in een Vietnamees ziekenhuis gelegen, is in 1984 in Duitslandgeopereerd en ondervindt nog steeds gezondheidsproblemen. Op de terugreis van haar huwelijksreis van Cuba naar Moskou verliet Kim met haar man het vliegtuig tijdens een tussenlanding in Canada. Kim en haar man vroegen politiek asiel aan en wonen sindsdien in Canada, waar Kim haar eigen stichting heeft opgericht: Kim Foundation. Een organisatie die kinderen helpt, die slachtoffer geworden zijn van oorlogen. Op 10 november 1994 werd Kim Phuc uitgeroepen tot Goodwill Ambassadeur voor UNESCO. In 2015 kreeg ze een nieuwe reeks laserbehandelingen in het Dermatology and Laser Institute van Miami.









    08-06-2018 om 09:45 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 8 juni 632 mohammed
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    8 juni 632 mohammed Mohammed (Arabisch: بد اَن عِد بَم َحُ م (volledige Arabische naam: Moehammad ibn 'Abd Allah ibn 'Abd al-Moettalib ibn Hasjim ibn 'Abd Manaf al-Koeraisji) (Mekka, ca. 570 - Medina, 8 juni 632), wordt door moslims en bahá'ís beschouwd als profeet en boodschapper van God. Volgens moslims is hij de voltooier van het monotheïstische geloof dat volgens de islam is begonnen met Adam en daarna werd geherintroduceerd door Nuh (Noach), Ibrahim (Abraham), Musa (Mozes), Isa (Jezus) en de overige profeten. Hij was ook actief als staatsman, sociaal hervormer, koopman, filosoof, redenaar, leraar, wetgever, militair leider en filantroop. In de islam wordt hij als de laatste profeet en boodschapper gezien die de uiteindelijke openbaring van God (Arabisch: ,ا Allah), de Koran, heeft ontvangen. Door moslims wordt hij daarom aangeduid als het Zegel der Profeten. Veel moslims zeggen op basis van Ahadith vaak na het horen van de naam Mohammed sallallahu alaihi wa sallam ("zegeningen en vrede met hem" of "vrede zij met hem"), in geschreven tekst vaak afgekort als 's(a)ws' of '(z)v(z)mh'. Er zijn geen bronnen uit de tijd van Mohammed waarop een biografie gebaseerd kan worden. Het oudst bekende geschrift is de Sira van Ibn Ishaq (plusminus 750), latere biografieën zijn (deels) daarop gebaseerd.
    Verschillende gedichten uit de klassieke Arabische literatuur ondersteunen de traditionele visie, dat de afstamming van Mohammed van de stam van Haashim, een verarmde substam van de Qoeraisj is. De stam Qoeraisj komt voort uit het volk van Adnaan dat af zou stammen van Kedar,[bron?] de tweede zoon van de profeet Ismaël (Genesis 25:13-15).[ ] Mekkaanse tegenstanders van Mohammed bekritiseerden hem met het argument, dat ze hem en zijn boodschap geloofd zouden hebben als hij een van de vooraanstaande mannen van de twee steden (Mekka en at-Thakif) zou zijn geweest. Over zijn vader Abdallah ("dienaar van God"), die vlak voor de geboorte van Mohammed gestorven zou zijn, is weinig bekend. Zijn grootvader van vaders zijde wordt Abd al-Moettalib genoemd. Over hem is eveneens weinig bekend. Zijn moeder Aminah bint Wahab was afkomstig uit Medina en overleed toen hij zes jaar was. Tot zijn achtste was hij bij zijn grootvader in huis maar toen die stierf werd zijn opvoeding voortgezet door zijn oom, Aboe Talib. Uit historische bronnen zijn Mohammeds ooms Aboe Talib, Hamza en Abd al-Oezza bekend. Uit de islamitische traditie is ook bekend dat Mohammed in zijn jonge jaren als schaapherderheeft gewerkt voordat hij een koopman werd. Polytheïsme en geestenverering kenmerkten de Arabische wereld toen Mohammed opgroeide, hoewel er ook Joodse stammen (met name in Medina) waren en groepen bedoeïenen die een vorm van monotheïsme kenden. Mekka was in die tijd een handelsstad waar enkele karavaanroutes samenkwamen. Handelaars en andere reizigers namen hun religies en (af)godsbeeldenmee en velen daarvan werden in Mekka neergezet, vooral rond de Ka'aba. De Ka'aba was in de tijd van Mohammed een universeel religieus heiligdom waar 360 goden werden aanbeden. De stam Qoeraisj had vanouds het beheer over de Ka'aba. Mohammed groeide op in de stad en ontmoette daar voldoende rondreizende bedoeïenen en kooplieden uit allerlei windstreken om iets meer te weten te komen over deze religies. Ook nam zijn oom hem ten minste één keer mee naar Syrië. Een van de bijnamen die zijn stadgenoten hem volgens de overlevering gaven was al-Amin, de betrouwbare. Toen Mohammed 25 jaar oud was trouwde hij met de vijftien jaar oudere weduwe Chadidja, die handelskaravanen bezat. Zij had hem kort daarvoor in dienst genomen als leider van een van haar karavanen. Reizend als Chadidja's handelsvertegenwoordiger kwam Mohammed in contact met joden en christenen. Hij kwam daarbij in aanraking met hun godsdienst. Volgens de tradities zou Mohammed zich in de maand ramadan in het jaar 610 teruggetrokken hebben in de grot van Hira toen hem de engel Djibriel (Gabriël) verscheen en hem aanwees als profeet van
    God. Hij zou toen 40 jaar oud geweest zijn. De eerste vijf regels van Soera De Bloedklomp vormen volgens een meerderheid van de Koranexegeten het begin van de openbaringen die Mohammed gedurende de volgende 22 of 23 jaar via Gabriël van God zou hebben ontvangen. Deze openbaringen werden later samengevoegd in de Koran. Na ongeveer twee jaar begon Mohammed in Mekka als profeet op te treden en riep hij zijn plaatsgenoten op geen afgoden meer te aanbidden. Zijn boodschap van monotheïsme, politieke eenheid en sociale bewogenheid stuitte op verzet van de heersende klasse die zijn rijkdom en aanzien mede aan de veelgodencultus rond het heiligdom in Mekka te danken had. De Koran beschrijft niet openlijk dat Mohammed wonderen heeft verricht en algemeen wordt de Koran als het grootste wonder van Mohammed gezien. De Koran vermeldt dat God Mohammed een hemelse bescherming tegen de mensen gaf. De islamitische traditie schrijft echter wel vele bovennatuurlijke gebeurtenissen toe aan Mohammed. Zo liet hij op verzoek voor een wonder van de heidense Mekkanen de maan splijten (Bukhari, Volume 4, Boek 56, Nummer 831) en liet hij water uit zijn vingers stromen (Bukhari 3576 en Muslim 1856) waarmee hij aan het gebrek aan water bij zijn metgezellen een einde maakte terwijl ze met vijftienhonderd man waren. Veel moslims interpreteren de soera 54:1-2 als een verwijzing naar het splijten van de maan. De Isra en Mi'raj zijn de twee delen van een "Nachtelijke Reis" volgens de islamitische traditie de reis van Mohammed tijdens een nacht rond het jaar 621. Het is een gebeurtenis die zowel als een fysieke en spirituele reis wordt beschreven. Een korte schets van het verhaal is in Soera 17 te vinden en andere gegevens komen uit de Hadith. Hier zou Mohammed met Buraq naar "de verste moskee" reizen waar hij leiding geeft aan andere profeten in het gebed. Hij stijgt dan naar de allerbovenste hemel, waar hij tot God spreekt en de instructies van God ontvangt die voor de gelovigen de details van het gebed inhouden. Volgens de tradities is deze reis een van de belangrijkste gebeurtenissen in de islamitische kalender. Tot Mohammeds eerste volgelingen behoorden zijn vrouw Chadidja, zijn vriend en koopman Aboe Bakr, zijn minderjarige neef Ali, zijn geadopteerde zoon Zayd en de rijke koopman Oethman ibn Affan. Vanwege zijn sociale boodschap trok hij in het begin met name armere Mekkanen en slaven aan. In de dertien jaar dat Mohammed in Mekka predikte verzamelden zich ongeveer 70 families om hem heen.[3] De heersende klasse voelde zich door het optreden van Mohammed dermate bedreigd dat ze hem het leiderschap over Mekka aanboden op voorwaarde dat hij met zijn prediking ophield. Toen Mohammed dat weigerde, riep een aantal leidende figuren op tot een boycot van de clan van Mohammed, die twee jaar duurde. Zij raakten gedurende die tijd economisch en sociaal volledig geïsoleerd. In die tijd overleed Chadidja en niet lang na het opheffen van de boycot ook zijn oom en beschermer Aboe Talib ibn Abdul Muttalib, wat zijn tegenstanders in de gelegenheid stelde om openlijk te speculeren over mogelijkheden om Mohammed uit de weg te ruimen. In 620 en 621 ontving Mohammed delegaties uit Yathrib (later Medina genoemd), waarvan de leden tot de islam overgingen en die de moslims uit Mekka hulp en bescherming aanboden. Dit stelde de moslims in de gelegenheid om naar Yathrib uit te wijken. Op het moment dat zijn vijanden hadden besloten om Mohammed gezamenlijk te vermoorden, vertrok hij in 622 naar Yathrib. Samen met Aboe Bakr wist Mohammed aan zijn belagers te ontkomen en vertrok hij 's nachts in zuidelijke richting, om zijn achtervolgers op een dwaalspoor te zetten. In een grot voorkwamen een spin en een rotsduif de ontdekking van deze schuilplaats door een web en een nest aan de ingang van de grot te maken. Zijn achtervolgers kregen zo de indruk dat de grot reeds lang niet meer betreden was. Deze migratie staat bekend als de hidjra en is later als begin van de islamitische jaartelling gaan gelden Mohammed vestigde zich in Yathrib. Zijn dromedaris werd bij aankomst losgelaten en wees zo de plaats aan van Mohammeds huis. De plaatsnaam werd omgedoopt in Medinat-un-Nabawi ('stad van de profeet'), later afgekort tot Medina. In Medina zou Mohammed naast zijn religieuze functie op een later tijdstip ook een politiek-militaire rol op zich nemen als opperbevelhebber van het moslimleger. Volgens de tradities sloot Mohammed een verdrag met de Arabische en Joodse stammen dat bepaalde dat ieder zijn eigen religievrij kon belijden, vijandigheden tussen moslims verbood en voorschreef dat
    geschilpunten ter beoordeling aan Mohammed werden voorgelegd. Tevens zouden de partijen elkaar steun verlenen in het geval een van hen door een vijand zou worden aangevallen. Het Verdrag maakte weliswaar een einde aan de onderlinge vijandigheden tussen partijen in Yathrib, maar met de komst van Mohammed en zijn getrouwen ontstond een nieuw conflict, namelijk tussen moslims en niet-moslims. Het is onzeker of het overgeleverde verdrag hetzelfde is als het verdrag dat de strijdende partijen in Yathrib ondertekenden. Om in de landbouwenclave aan inkomsten te komen waren de moslims aangewezen op de steun van de inwoners van Medina, die mede daarom 'helpers' (ansaar) werden genoemd. De moslims waren geëmigreerd uit Mekka maar hadden al hun bezittingen achtergelaten. De Qoeraisj waren van plan om deze bezittingen van de moslims te gaan verhandelen. Zo vertrok er dus een karavaan met de bezittingen van de geëmigreerde moslims. Mekka stuurde in 624 een leger om deze belangrijke karavaan te beschermen. Mohammed besloot om deze bezittingen niet zomaar in handen van de Qoeraisj te laten. Bij Badr, een oase op de karavaanroute tussen Mekka en Medina, kwam het tot een treffen. De karavaan bleef in handen van de Mekkanen, maar het leger van de Mekkanen werd door het aanzienlijk kleinere leger van de moslims onder leiding van Mohammed verslagen. Volgens de overlevering was dat te danken aan de tussenkomst van engelen, die het aantal van de moslims schijnbaar deed toenemen. In 626 versloeg een leger van circa 3000 Mekkanen het duizendkoppige leger van moslims bij Oehoed. De moslims moesten zich in Medina terugtrekken. In 627 stuurde Mekka een leger van 10.000 soldaten naar Medina om de moslimgemeenschap definitief te vernietigen. De moslims hadden echter een gracht gegraven, een techniek die nieuw was voor de Arabieren die gewend waren om man tegen man te vechten. Na twee weken beleg moest het leger zich terugtrekken, niet in staat de vesting van Medina binnen te komen. Deze gebeurtenis staat bekend als de loopgravenoorlog of 'Slag van de gracht'. Belangrijk voor wat volgde zijn de onderhandelingen van de Qoeraisj met de joden van Banoe Koraiza om via het zuiden van de oase van Medina waar deze joden woonden, de stad binnen te trekken,[ onderhandelingen die weliswaar niet tot concrete hulp aan de Mekkanen leidden maar wel aanleiding gaven tot wantrouwen. Vrijwel meteen hierna keerde Mohammed zich tegen de joodse stam Banoe Koraiza, daartoe volgens de tradities aangezet door de engel Djibril. Na een beleg van 25 dagen gaf de stam zich over. De stam onderwierp zich aan het oordeel van Mohammed, maar deze wees de strijder Sa'd ibn Mua'dh aan als rechter. Deze veroordeelde de volwassen mannen van de stam collectief tot de dood en de vrouwen en kinderen tot slavernij.] Mohammed koos een van de weduwen, Raihana, als zijn persoonlijke slavin. Al voor de Slag van de Gracht wilde Mohammed het bloedgeld verhogen, maar volgens de overlevering zou tijdens de onderhandelingen met de joden aan Mohammed zijn geopenbaard dat de joden hem wilden vermoorden. De joodse vesting werd twee weken belegerd, waarna de palmbomen werden omgehakt, iets wat de joden zo'n angst inboezemde, dat zij vroegen te mogen vertrekken. Met alles wat zij mee konden nemen, vertrokken zij naar Khaybar.[ Na het Verdrag van Hoedaibiya echter, waarbij een wapenstilstand tussen de moslims met de Qoeraisj werd gesloten, besloot Mohammed zijn aandacht te richten op het gevaar in het noorden, Khaybar. Met 600 man werd gepoogd in de Slag bij Khaybar de plaats in te nemen die als onneembaar gold. Met het kleine leger leek Mohammed gedoemd te zijn deze Slag te verliezen, maar de onderlinge verdeeldheid in het stammensysteem aan de joodse zijde leek Mohammed in de kaart te spelen. Hoewel de overleveringen spreken van een snelle overwinning, moet de strijd een maand in beslag hebben genomen. Een vredesvoorstel van de joden aan Mohammed werd geaccepteerd met Koranistisch voorschrift. Het was precies het soort overeenkomst dat de Arabieren in de sedentaire gebieden regelmatig sloten met de bedoeïen; in ruil voor de helft van de dadeloogst zou Mohammed voor militaire bescherming zorgen. Het nabijgelegen Fadak hoorde van deze overeenkomst en anticipeerde op een mogelijke aanval. Ook de Fadakse joden besloten zich over te geven onder dezelfde voorwaarde. Om dit alles te bezegelen trouwde Mohammed de dochter van zijn voormalige vijand.[ Omringende Arabische stammen begonnen nu de kracht van Mohammed te erkennen en waren bereid om verdragen met hem te sluite
    In 628 trok Mohammed met 1500 ongewapende volgelingen in ihram (pelgrimskledij) en voorzien van een groot aantal offerdierennaar Mekka met het doel de hadj te verrichten, maar de toegang tot de stad werd hem ontzegd. De Qoeraisj en de moslims kwamen wel een tienjarig bestand overeen, het Verdrag van al-Hoedaibiyyah, dat de moslims in staat stelde om het jaar daarop de kleine bedevaart, de oemra, te verrichten. Voor de zekerheid trokken de Mekkanen zich terug op de omringende heuvels. Na vijf dagen verblijf in Mekka keerden de moslims weer terug naar Medina. In januari 630 schonden de Mekkanen het verdrag van al-Hoedaibiyya, doordat enkele Qoeraisjieten de clan Bakr hielp bij het doden van een aantal leden van de met Mohammed verbonden clan Choezaa'a. Daarop overvielen de moslims met een leger van 10.000 soldaten Mekka. Mohammed kondigde algehele amnestie voor de Qoeraisj af, op voorwaarde dat zij zich niet tegen Mohammeds heerschappij zouden verzetten. Na de terugkeer in Mekka werd de Ka'aba door Mohammed gezuiverd van de in totaal 360 afgoden in en rondom de Ka'aba. Elf Qoeraisjieten werden uiteindelijk ter dood gebracht. In zijn laatste levensjaren zou Mohammed een aantal brieven naar naburige heersers hebben gestuurd, met daarin een uitnodiging de islam te accepteren. Hij zou brieven hebben geschreven aan de volgende wereldleiders: De Romeinse keizer Herakleios. Hoogstwaarschijnlijk heeft de brief de keizer niet eens bereikt. Ook zou Abu Sufyan ibn Harb, toen nog geen moslim maar een mede-ondertekenaar van het Verdrag van al-Hoedaibiyyah, een onderhoud met Heraclius hebben gehad. Heraclius zou onder de indruk zijn geweest maar zich om politieke redenen niet tot de islam hebben willen bekeren. De negus van Abessinië, die reeds eerder een deel van de moslims onderdak had gegeven toen zij in Mekka werden vervolgd. De negus zou een positief antwoord hebben teruggestuurd waarin hij zou verklaren de islam te willen accepteren. Vrij snel daarop overleed de negus echter. Muqawqis, door sommige bronnen patriarch Cyrus van Alexandrië genoemd, die namens de Romeinen Egypte bestuurde. Hoewel moslims de brief aan Muqawqis als authentiek zien, wordt deze authenticiteit door sommigen betwist. Muqawqis zou Mohammed twee concubines hebben teruggestuurd, maar zijn antwoord was ontwijkend en hij bekeerde zich niet. Sjah Khusro II van Iran. Deze zou de brief direct hebben verscheurd en nam overigens niet de moeite te reageren. Hij zou zelfs soldaten naar Mekka hebben gestuurd om de persoon die zulke 'brutaliteiten' verkondigde gevangen te nemen. Naar verluidt bekeerden deze soldaten zich in plaats van dat ze Mohammed arresteerden. Wellicht was de reden voor deze reactie dat Mohammed zijn naam voor die van Khusro had geschreven, wat Khusro als een belediging ervoer. Munzir ibn Sawa Al Tamimi, die voor de Iraniërs in Bahrein als gouverneur optrad. Hijzelf en een groot deel van zijn onderdanen bekeerden zich. Hauda bin Ali, de heerser van Al-Yamama, een woestijngebied in westelijk centraal-Arabië. Deze wilde zich alleen bekeren indien hij een hoge post zou krijgen binnen de oemma, wat Mohammed weigerde. Harith ibn Abi Shamir al-Ghassani, Ghassanidische gouverneur van Damascus, toentertijd deel van het Oost-Romeinse Rijk. Hij zou de brief als beledigend hebben ervaren. Jaifer en `Abd al-Jalani, twee broers die de Azd stam in het huidige Oman bestuurden, ontvingen de brief en bekeerden zich tot de islam. In maart 632 volbracht Mohammed zijn enige hadj. Tijdens de reis hield hij een preek waarin hij een aantal richtlijnen op religieus en sociaal gebied nogmaals uiteenzette en afscheid nam van zijn volgelingen. Na een kort ziekbed overleed Mohammed rond de middag op maandag 8 juni 632 in Medina. Hij was toen 62 of 63 jaar oud. Zijn vriend en schoonvader Aboe Bakr volgde hem op als leider (kalief) van de moslims. Mohammed werd begraven in de kamer waar hij stierf en die later tot de Moskee van de Profeet werd omgebouwd. Dit omdat volgens de islam de lichamen van profeten niet verplaatst mogen worden.
    In de Hadith van Bukhari (1:282) staat dat Mohammed op enig moment negen vrouwen heeft gehad. Als profeet had hij deze bevoegdheid in een openbaring van God gekregen; voor de andere moslims gold en geldt de beperking zoals geopenbaard in Soera De Vrouwen, waar in aya 3 een beperking van vier vrouwen wordt opgelegd die allen gelijkwaardig behandeld behoren te worden. Achter elke naam van een vrouw staat de huwelijksdatum (voor zover bekend), of ze maagd, weduwe of gescheiden was, of er een politieke reden voor het huwelijk was en of ze Mohammed overleefde. Khadijah bint Khuwaylid trouwde in 595 na Chr.; weduwe; stierf in 619 Sawada bint Zama trouwde snel na 619; weduwe; stierf na Mohammed Aïsja trouwde op zevenjarige leeftijd circa 622; huwelijk werd pas twee à drie jaar later geconsummeerd; stierf na Mohammed circa 678 Hafsa bint Umar trouwde tussen circa 624-625; weduwe, politiek huwelijk; stierf na Mohammed Zaynab bint Khuzayma trouwde circa tussen 626-627; weduwe; stierf kort daarna Oemm Salama Hind bint Abi Oemmayya trouwde in 626; weduwe; stierf na Mohammed Zaynab bint Jahsh trouwde circa tussen 625-627; weduwe en gescheiden; stierf na Mohammed Juwayriya bint al-Harith trouwde circa tussen 627-628; weduwe, waarschijnlijk politiek huwelijk; stierf na Mohammed Umm Habibah trouwde in 629; weduwe, politiek huwelijk; stierf na Mohammed Safiyya bint Huyayy trouwde in 629; weduwe, gevangengenomen tijdens een veldslag; stierf na Mohammed Maymuna bint al-Harith trouwde in 629; weduwe; stierf na Mohammed Maria al-Qibtiyya; Egyptische (naam verwijst naar "Maria de Koptische"); ze was als slavin gegeven aan Mohammed door de heerser van Egypte. Velen beweerden dat ze slavin bleef; anderen beweerden dat ze toch deels vrijheid verkreeg; getrouwd circa tussen 628-629; ze was de moeder van Mohammeds enige zoon Ibrahim, die maar kort geleefd heeft (hij stierf enkele maanden vóór de dood van Mohammed) Diverse Koranverzen benadrukken dat Mohammed geen stichter van een nieuwe religie was. Zijn taak bestond alleen uit het oproepen van de schepping en de mensheid[ om terug te keren tot de oorspronkelijke religie, die in de Koran wel de religie van Ibrahim wordt genoemd, en om te waarschuwen voor de Dag des oordeels. De Koran leert dat God zich al eerder tot andere volken had gericht, maar zich nu voor het eerst rechtstreeks tot de Arabieren richtte. "Hen, die de boodschapper, de reine profeet volgen, die zij in de Torah en het Evangelie beschreven vinden, legt hij het goede op en verbiedt het kwade, veroorlooft hun de goede dingen en verbiedt de slechte en ontheft hen van de last en de kluisters die hen bonden. Zij, die in hem geloven en hem eren en ondersteunen en het licht dat met hem is neergezonden volgen, zullen gewis slagen. Zeg: "O mensdom, ik ben u allen tot een boodschapper van God, aan Wie het koninkrijk der hemelen en der aarde behoort. Er is geen God naast Hem. Hij geeft het leven en doet sterven. Gelooft daarom in God en Zijn boodschapper, de reine Profeet, die in God en Zijn woorden gelooft en volgt hem opdat gij recht geleid moogt worden."
    Omdat Mohammed met joden en christenen in aanraking kwam, wordt door islamologen verondersteld dat hij de joodse en christelijke leer 'bewerkte' of er elementen uit overnam. In die visie is Mohammed dan ook de auteur, of ten minste de redacteur van de Koran. Moslims gaan er daarentegen van uit dat de Koran in opdracht van God door de engel Gabriël(Jibriel) aan Mohammed geopenbaard werd. De voor de Arabieren revolutionaire religieuze ideeën worden in de Koran nadrukkelijk in verband gebracht met de Mensen van het Boek (ahl al-kitab), een uitdrukking die verwijst naar de joodse en christelijke gemeenschappen op het Arabisch schiereiland. Soera Jonas 94 daagt de tegenstanders van Mohammed zelfs uit om de Mensen van het Boek te consulteren voor onweerlegbaar bewijs voor de waarheid van zijn boodschap: "En als u over hetgeen Wij tot u hebben nedergezonden twijfelt, vraagt dan degenen die het Boek vóór u hebben gelezen." Toch konden joden en christenen het met die boodschap niet zomaar eens zijn. Het voornaamste twistpunt vormt de status van Jezus: volgens de joden géén profeet, volgens christenen méér dan een
    profeet en zelfs Gods zoon. Ook konden joden en christenen in Mohammed niet zomaar een profeet zien; deden zij dat wel, dan bekeerden zij zich tot de islam. Volgens de islam is Mohammed de langverwachte laatste profeet en boodschapper van God die, na een reeks profeten uit Israël, voor de gehele mensheid zou komen met een universele wet. Zijn komst zou dan ook plaatsvinden in een periode tussen ná de eerste en vóór de tweede komst van de Messias. Hiermee ontbindt volgens de islam Mohammed zowel de Thora als het Evangelie, die niet zuiver overgeleverd zouden zijn. Moslims zien het Evangelie als een aanvulling op de Thora, terwijl de Koran de vervanger van de Thora is. De komst van de messias zal daarom onder de wetten van de Koran vallen en niet onder die van de Thora. De komst van Mohammed manifesteert volgens de islam het verbond van God met de mensheid. De Koran (Soera De Profeten 107) zegt namelijk het volgende: "En Wij hebben u slechts als genade voor de werelden gezonden." Moslims geloven dat Mohammed in het Oude Testament door Mozes (Deuteronomium 18:18-19) [9] en Jesaja (Jesaja 42) [] en in het Evangelie door Jezus (Johannes 14:15-16 [, Mattheüs 21:43 [] ) is voorspeld. Mohammed is een profeet en zal niet terugkeren als messias. Er is ook een Hadith overgeleverd waarin Mohammed het volgende zegt: "Waarlijk, ik en de profeten voor mij zijn te vergelijken met een bouwwerk dat door een man gebouwd wordt, dat een mooi aanzien wordt gegeven, behalve de plaats van één hoeksteen die leeg is blijven staan. De mensen die dit gebouw kwamen bezichtigen, vonden het ontzettend mooi, maar zeiden steeds: “Was die laatste hoeksteen maar ook geplaatst?” Toen zei de Profeet: “Ik ben die laatste steen en ik ben de laatste der profeten”". (Overgeleverd door al-Boecharie) Belangrijk is dat Mohammed zijn hele leven eraan gewijd heeft de eenheid van God te prediken; de Koran waarschuwt onophoudelijk dat geen enkel schepsel de eer gegeven mag worden die alleen aan God verschuldigd is. Mohammed zelf waarschuwt ook om hem niet te vereren zoals de christenen Jezus vereren. Aboe Bakr zou bij het overlijden van Mohammed hebben gesproken: Mensen, als iemand Mohammed aanbidt, Mohammed is dood, maar als iemand God aanbidt, God leeft en zal niet sterven. Daarop reciteerde Aboe Bakr soera Het Geslacht van Imraan: "En Mohammed is slechts een boodschapper. Waarlijk, alle boodschappers vóór hem zijn heengegaan. Zult gij u dan op de hielen omkeren als hij sterft of gedood wordt?..."] Mohammed neemt wel een prominente plaats in in de "islamitische geloofsbelijdenis". In de Koran wordt nergens gesproken over het uiterlijk van Mohammed. De paar bekende afbeeldingen van Mohammed staan in geschriften uit Perzië, het huidige Iran, die voor de culturele elite waren bedoeld. Nu nog nemen sjiieten een wat lossere houding aan tegenover afbeeldingen dan soennieten. In de Hadith is echter wel informatie te vinden van zijn metgezellen die de profeet beschrijven. Volgens de meest gezaghebbende overleveringen van Al-Bukhari en Muslim was Mohammed van gemiddelde lengte, niet dik, had een wit rond gezicht met volle zwarte baard waarin maar weinig grijze haren zaten. Zijn gezicht zou schijnen als de maan als hij vol was. Hij had brede schouders, halflang haar, donkere ogen en lange oogleden. Als hij liep, was het of hij een heuvel afdaalde. Hij had ook een moedervlek zo groot als een duivenei tussen zijn schouderbladen, die in de traditie bekend werd als het ‘zegel der profeten’. Een andere beschrijving vinden we van Oemm Ma'bad al-Khoezaa'iyyah, die door Mohammed en zijn metgezellen werd bezocht:
    Ik zag een man die grote schoonheid bezat en een stralend gezicht en een mooi uiterlijk had. Hij was niet ontsierd door magerheid, noch was hij mismaakt door een klein hoofd. Hij was bijzonder aantrekkelijk. Zijn pupillen waren pikzwart en zijn wimpers waren lang en gebogen. Zijn stem was scherp en lichtelijk hees. Hij had een lange nek en een volle, maar niet al te lange baard. Zijn wenkbrauwen waren lang, dun en doorlopend. Wanneer hij zweeg, straalde hij waardigheid uit en wanneer hij sprak, werd hij omvat door heerlijkheid. De schoonste en prachtigste mens van veraf, de meest bekoorlijke en bevallige mens van dichtbij. Zijn woorden waren zoet en beslissend. Hij sprak niet te weinig en niet te veel. Zijn woorden waren als parels die van een koord rolden. Hij was van gemiddelde
    lengte: hij was niet te lang, noch was hij te kort waardoor men op hem neer zou kijken. Hij was als een twijg tussen zijn twee metgezellen. De meest glansrijke en achtenswaardige van de drie. Zijn metgezellen omringden hem: wanneer hij sprak, luisterden zij naar hem en wanneer hij beval, haastten zij zich naar zijn bevel. Hij werd geëerd en gevolgd. Hij was geen geprikkelde man, noch was hij iemand die onzinnigheid sprak .
    'Ik vroeg mijn oom, Hind ibn Abie Haalah at-Tamiemie, naar de eigenschappen van de Profeet, aangezien hij hem goed kon beschrijven. Hij zei: 'De Boodschapper van Allah was groots en geëerd. Zijn gezicht straalde zoals de volle maan tijdens een heldere nacht. Hij was langer dan de gemiddelde persoon en korter dan een slungel. Hij had een groot hoofd en golvend haar. Hij scheidde zijn haar niet, tenzij dit uit zichzelf gebeurde. Wanneer zijn haar niet gescheiden was, kwam dit niet verder dan zijn oorlellen. Hij had een witte, lichtende huid. Hij had brede slapen en dunne, lange wenkbrauwen die naar elkaar reikten, maar elkaar net niet raakten. Tussen zijn wenkbrauwen was er een ader die klopte wanneer hij boos was. Hij had een dunne, aan het eind omhoog gebogen neus die in het licht omvangen werd. Wie hem niet goed bestudeerde, zou denken dat hij een wipneus had. Hij had een volle, maar niet al te lange baard en geen volle wangen. Hij had een wijde mond en zijn tanden waren smal en van elkaar verwijderd. Van zijn borst tot aan zijn navel was hij licht behaard. Zijn nek was als van een portret en blonk als zilver. Zijn lichaamsdelen waren in harmonie met elkaar. Hij had een stevig lichaam, maar was niet zwaarlijvig. Zijn buik en borst liepen in een rechte lijn. Hij had een brede borst en zijn schouders waren ver uit elkaar. Hij had grote gewrichten en zijn lichaam was lichtgekleurd. Haren liepen in een dunne lijn van zijn bovenborst tot aan zijn navel, daarbuiten waren zijn borst en buik onbehaard. Hij had behaarde onderarmen, schouders en bovenborst. Hij had lange handbenen, grote handen en gladde ledematen. Hij had dikke, maar gladde vingers en tenen en diepe voetholten. De bovenkant van zijn voeten was glad; als er water over werd gegoten, vloeide het snel van zijn voeten. Wanneer hij liep, tilde hij zijn voeten hoog van de grond. Hij liep voorovergebogen, op een nederige wijze, en nam grote stappen. Wanneer hij liep, was het alsof hij van een helling neerdaalde. Wanneer hij wilde omkijken, draaide hij met zijn hele lichaam om. Zijn blik was vaak neergeslagen en hij keek meer naar de grond dan naar de hemel. Meestal keek hij vanuit zijn ooghoeken. Hij liet zijn Metgezellen voor zich lopen en liep zelf achter hen. Wanneer hij iemand tegenkwam, was hij de eerste die groette. De Boodschapper van Allah was doorgaans bedroefd en altijd in gedachten verzonken. Hij kende geen rust. Hij zweeg lange pozen en sprak enkel wanneer dit nodig was. Hij begon en eindigde zijn woorden vanuit zijn mondhoeken. Hij sprak met weinig woorden die vele betekenissen bevatten; duidelijke en beslissende woorden die buitensporig noch nalatig waren. Hij was vriendelijk, niet hardvochtig en vernederde niemand. Hij minachtte geen enkele gunst, hoe klein deze ook was. Maar hij prees geen voedsel, noch bekritiseerde hij dit. Hij werd nooit boos omwille van deze wereld, noch omwille van iets wat hiermee te maken heeft. Maar wanneer de waarheid werd aangetast, herkende niemand hem en niets kon zijn woede bedwingen, totdat hij de waarheid had gevestigd. Hij werd nooit boos omwille van zichzelf, noch zocht hij ooit vergelding voor zichzelf. Wanneer hij wees, wees hij met zijn hele hand en wanneer hij verbaasd was, draaide hij deze om. Wanneer hij sprak, gebaarde hij met zijn hand en sloeg met zijn
    rechterhandpalm tegen de binnenkant van zijn linkerduim. Wanneer hij boos werd, draaide hij zich volledig om en wanneer hij verheugd was, sloeg hij zijn blik neer. Zijn lachen was meestal niet meer dan een glimlach, waarbij hij zijn tanden ontblootte die als hagel uit de wolken waren.'
    Sommige humanisten zien Mohammed, net als Jezus en Boeddha, als een belangrijk ethisch leider. In de Middeleeuwen stond Mohammed onder de joden bekend als 'ha-meshuggah' ("de kwade" of "de bezetene", vergelijk het Nederlandse woord 'mesjogge'). De titel wordt onder andere in de Hebreeuwse Bijbel gebruikt voor degenen die zichzelf als profeten beschouwden, maar vals waren. Voor veel joden is de ernstig afwijkende hervertelling door Mohammed van oude verhalen onverteerbaar. Mohammeds ontkenning van de goddelijke status van Jezus gaat in tegen de christelijke dogmatiek. Christenen beschouwen Mohammed als een valse leraar. Anderen gaan nog een stap verder en beweren dat Mohammed werd geïnspireerd door Satan. Veel middeleeuwse christenen meenden dat de stichting van de islam een schisma binnen het christendom was, en dat Mohammed oorspronkelijk een christelijke priester was. In De Goddelijke Komedie van Dante Alighieri wordt Mohammed samen met Ali in de negende kloof van de achtste kring van de Hel geplaatst als zijnde schismaticus. Volgens het Bahá'í-geloof is Mohammed niet de laatste profeet (maar wel de laatste van de profetische cyclus, die met Adam was begonnen), maar Bahá'u'lláh, die wordt beschouwd als de, tot nu toe, laatste in de reeks Boodschappers van God. Ook een deel van de Ahmadiyya-moslims gelooft dat Mohammed niet de laatste profeet was. Buiten de islamitische overlevering is er over het optreden van Mohammed in de periode in Mekka weinig informatie te vinden. Wat we over hem weten, weten we uit de Koran, Korancommentaren en mondeling overgeleverde uitspraken van volgelingen. Moderne historici kunnen niet anders dan zeer omzichtig omgaan met deze informatie. De profeet staat niet vermeld in enig bekend historisch document van buurvolkeren. In de Koran komt het woord Mohammed slechts viermaal voor, maar onduidelijk is of het om een eigennaam of een bijvoeglijk naamwoord gaat, dat met 'de prijzenswaardige' vertaald kan worden en of daar inderdaad de historische Mohammed mee wordt bedoeld. In de Korantekst komt wel een naamloze jij-figuur voor, die soms gezant of profeet wordt genoemd. De oudste biografie van Mohammed is die van Ibn Ishaaq en dateert van rond 750, meer dan een eeuw na de dood van de profeet. Dit is een verzameling mondeling overgeleverde uitspraken van tijdgenoten die niet beschouwd kan worden als objectieve en verifieerbare geschiedschrijving in de moderne zin van het woord. Volgens sommige islamologen lijken biografieën van de profeet vooral bedoeld om passages in de Koran achteraf van een context te voorzien en zijn het alleen al daarom geen betrouwbare historische bronnen. Wim Raven wijst erop dat er verschil van mening tussen moslimgeleerden en westerse islamologen en oriëntalisten bestaat over de vraag of de talloze overleveringen over Mohammed inderdaad als historisch betrouwbaar materiaal mogen worden beschouwd. Moslimgeleerden geloven dat dit materiaal in grote lijnen met de werkelijkheid overeenkomt, westerse geleerden hebben daarentegen hun ernstige twijfels, met name omdat nauwelijks enige brontekst met zekerheid in de eerste eeuw van de islam te dateren zou zijn en van vele teksten elkaar tegensprekende varianten bestaan. Niet-islamitische bronnen, die soms heel oud zijn, zouden een heel ander beeld opleveren dan islamitische bronnen. De pogingen om feit en fictie in de beschikbare bronnen van elkaar te onderscheiden hebben tot nu toe weinig bruikbare resultaten opgeleverd voor een kritische beschrijving van de historische persoon Mohammed en de rol die hij speelde in de islam. Harald Motzski stelt dat het onderzoek op dit moment
    gevangen is in een dilemma. Aan de ene kant is het volgens Motzki niet mogelijk een historische biografie te schrijven zonder ervan beschuldigd te worden de bronnen kritiekloos over te nemen, terwijl het aan de andere kant onmogelijk is om op basis van een kritische beschouwing van die bronnen een bruikbare biografie te schrijven.[ Arthur Jeffrey veronderstelde in 1926 dat er misschien gewacht moet worden op verder onderzoek naar de vroege bronnen voordat er uitspraken kunnen worden gedaan over de historische Mohammed. "Als de berg niet naar Mohammed komt, zal Mohammed naar de berg moeten gaan" is een Nederlandse uitdrukking. Het betekent dat als het geluk niet naar je toe komt, moet je naar het geluk toe gaan. De vroegste verschijning van de uitdrukking is in het Engels in het werk "Essays", hoofdstuk 12, van Francis Bacon, dat in 1625 werd gepubliceerd, If the mountain won't come to Muhammad, Muhammad will go to the mountain.[

    08-06-2018 om 09:43 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm

    8 juni 1972 napalm Napalm is benzine waaraan als verdikkingsmiddel een mengsel van naftenaat en palmitaat is toegevoegd, zodat het beter blijft kleven als de (brandende) spetters ergens tegenaan vliegen. Op die manier vat de onderlaag eerder vlam. Het verlaagt tegelijk de neiging van de benzine tot ontbranden en maakt de verbranding trager. Nafteenzuur is een algemene naam voor een verzameling van organische zuren die in ruwe olie aanwezig zijn en werd oorspronkelijk gebruikt bij de bereiding van napalm. Tegenwoordig worden meestal andere middelen gebruikt voor de bereiding van napalm, maar de naam is blijven hangen. Napalm werd in 1942 ontwikkeld. Het wordt voornamelijk gebruikt in brandbommen en is gevreesd door de ernstige brandwondendie het bij mensen en dieren veroorzaakt. Napalmbommen maken vaak gebruik van fosfor om de napalm te ontsteken. Napalm werd voor het eerst op grote schaal ingezet door het Amerikaanse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1945 werden vele Japanse steden waaronder Tokio met napalm gebombardeerd. Tijdens de laatste (loopgraafoorlog) fase van de Koreaoorlog bestookten de Amerikanen het hele grondgebied van Noord-Korea met napalmbommen, met vermoedelijk enkele honderdduizenden doden als resultaat. Ook in de Vietnamoorlog werd door de Amerikanen veelvuldig gebruikgemaakt van napalm. Dit leidde tot verzet onder delen van de Amerikaanse bevolking. Tijdens de Eerste Golfoorlog werd geen gebruik gemaakt van napalm, maar van Mark 77brandbommen, die een met napalm vergelijkbaar effect hebben. Naast Amerika maakten ook landen zoals Frankrijk (in Algerije), Israël (in de Zesdaagse oorlog) en het Verenigd Koninkrijk (in Kenia) gebruik van napalm. In 1980 verklaarde de VN het gebruik van brandbommen tegen burgers tot een oorlogsmisdaad. Phan Thị Kim Phúc (2 april 1963) ook bekend als Kim Phuc of ook wel als het "napalmmeisje", werd bekend doordat zij als 9-jarige naakt met napalm op haar lichaam te zien was op de bekendste foto uit de Vietnamoorlog. De foto haalde wereldwijd de voorpagina's van kranten en droeg hierdoor bij aan het groeiende verzet tegen de oorlog die hiermee een gezicht had gekregen. Degene die de foto nam, Nick Ut, heeft er de Pulitzer-prijs en World Press Photo mee gewonnen. De foto werd gemaakt op 8 juni 1972, nadat er een napalmaanval was geweest in haar woonplaats Trang Bang. Het dorp was gebombardeerd door een Zuid-Vietnamese bommenwerper om vermeende strijders van de Vietcong te verjagen. Ze vatte zelf vlam door de napalm, waardoor haar kleren verbrandden. Zonder kleren rende Kim de hoofdweg bij Trang Bang op, waar zij werd vastgelegd op de foto. De fotograaf, Nick Ut, bracht haar vervolgens met de auto naar een ziekenhuis. Als gevolg van de napalmliep zij derdegraadsverbrandingen op aan haar rug en haar armen. Ruim een maand verkeerde ze in kritieke toestand. Ze kreeg bloedtransfusies en huidtransplantaties. Ze heeft een jaar in een Vietnamees ziekenhuis gelegen, is in 1984 in Duitslandgeopereerd en ondervindt nog steeds gezondheidsproblemen. Op de terugreis van haar huwelijksreis van Cuba naar Moskou verliet Kim met haar man het vliegtuig tijdens een tussenlanding in Canada. Kim en haar man vroegen politiek asiel aan en wonen sindsdien in Canada, waar Kim haar eigen stichting heeft opgericht: Kim Foundation. Een organisatie die kinderen helpt, die slachtoffer geworden zijn van oorlogen. Op 10 november 1994 werd Kim Phuc uitgeroepen tot Goodwill Ambassadeur voor UNESCO. In 2015 kreeg ze een nieuwe reeks laserbehandelingen in het Dermatology and Laser Institute van Miami.









    08-06-2018 om 09:43 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 8 juni bonnie tyler

    8 juni 1953 Bonnie Tyler Bonnie Tyler, artiestennaam van Gaynor Hopkins (Skewen, Wales, 8 juni 1951) is een Welshe zangeres. Ze komt uit een gezin van zes kinderen. Haar vader was een mijnwerker; haar moeder, een operafan, deelde haar passie voor muziek met haar kinderen. Janis Joplin en Tina Turner waren haar grote voorbeelden. Na in verschillende bands gezeten te hebben en na verschillende artiestennamen kwam ze uiteindelijk uit bij Bonnie Tyler. In 1975 nam ze haar eerste liedje op bij een platenmaatschappij: My my honeycomb; de single werd geen succes. Haar tweede single Lost in France toonde meteen haar vocale kwaliteiten en ze haalde er de top 10 mee. Later werd het zelfs een Europese hit. Haar eerste album, in 1977, had een bescheiden succes, maar toch genoeg om door Europa te toeren. Net voor het album werd uitgebracht moest ze een knobbeltje op haar stembanden laten wegnemen. Tegen doktersadvies in sprak ze voor ze genezen was, hierdoor kreeg ze een schor geluid in haar keel, ze dacht dat haar zangcarrière over was maar niets was minder waar. Haar volgende single It's a Heartache waar ze met schorre stem zong haalde de top 5 in Engeland, Europa en de Verenigde Staten, waardoor ze daar voor het eerst kon gaan toeren. In 1979 won ze het World Popular Song Festival in Tokio met het lied Sitting on the Edge of the Ocean. Toch bleef groot succes uit na deze overwinning. In 1982 tekende ze een platencontract bij CBS Records en bracht ze het album Faster Than the Speed of Night uit, met daarop het lied Total Eclipse of the Heart. Producer van dit album was Jim Steinman, die eerder succes had met Bat Out of Hell van Meat Loaf. Zijn combinatie van rock en theatrale arrangementen zorgde voor internationaal succes. In veel landen kwam de single op 1; ook het album schoot in Engeland meteen naar de eerste plaats. Ze was de eerste vrouwelijke artiest die dat overkwam. Ze won ook twee Grammy's. Twee jaar later had ze opnieuw een groot succes, dit keer met Holding Out for a Hero. In 1991 nam ze het album Bitterblue op, dat viervoudig platina werd in Noorwegen, platina in Oostenrijk en goud in o.a. Duitsland, Zweden en Zwitserland. Van 1991 tot en met 1994 produceerden zanger Rolf Köhler en producent Dieter Bohlen de muziek van Bonnie Tyler. Samen met de Franse zangeres Kareen Antonn nam ze Si Demain... (Turn Around) op (de Franse versie van Total Eclipse of the Heart). Hiermee had ze een nummer 1-hit in België, Frankrijk en Polen. In 2013 vertegenwoordigde Tyler het Verenigd Koninkrijk op het Eurovisiesongfestival in Malmö met het lied "Believe in me".[ Ze eindigde met 23 punten op de 19e plaats.





    08-06-2018 om 09:38 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 7 juni Alan Tuning

    Alan Mathison Turing (Maida Vale, 23 juni 1912 – Wilmslow, 7 juni 1954) was een Britse wiskundige, computerpionier en informaticus, mathematisch bioloog en logicus. Alan Turing was het tweede kind van Julius Mathison en Ethel Sara Turing. Hij had één oudere broer: John Turing. Julius werkte voor de Indian Civil Service, die hem in BritsIndië plaatste. Daar ontmoette hij Ethel, met wie hij later in het huwelijk stapte. Door de overzeese tewerkstelling van hun vader groeiden Alan en John op in verschillende pleeghuizen. In die pleeghuizen werden originaliteit, wetenschap en expressie ontmoedigd. Desondanks las Turing in zijn jeugd het boek Natural Wonders Every Child Should Know, waarover hij later zei dat het een grote invloed op hem had gehad. Turing studeerde vanaf 1931 wiskunde aan de Universiteit van Cambridge. Hij kwam terecht in een wereld van deïsme en intellectuele uitdagingen. In 1935 maakte hij kennis met het zogeheten Entscheidungsproblem en publiceerde hij zijn artikel On Computable Numbers, with an Application to the Entscheidungsproblem. Dit beslissingsprobleem laat zich als volgt omschrijven: "bestaat er een algoritme waarmee kan bewezen worden of een wiskundige bewering waar is of niet?" (is het antwoord op een logische vraag berekenbaar?). In 1936 kwamen Turing en, onafhankelijk van hem, ook Alonzo Church, tot de conclusie dat het algemene antwoord 'nee' luidt onder bepaalde voorwaarden: de Church-Turing-hypothese. Op basis van dit artikel bedacht Turing de Logical Computing Machine. Dit gedachteexperiment werd later de turingmachinegenoemd. Na Cambridge werkte Turing van 1936 tot 1938 bij Church aan de Princeton-universiteit in de Verenigde Staten. Daarna keerde hij terug naar Cambridge. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog werkte Turing in het geheim bij de Government Code and Cipher School, gehuisvest op het landgoed Bletchley Park. Dit was de Britse crypto-analytische dienst, die als doel had onderschepte gecodeerde berichten van de Duitsers te ontcijferen, zodat de geallieerden de vijand een stap voor konden zijn. Turing maakte deel uit van een team dat succesvol voortbouwde op het werk van de Poolse wiskundigen Marian Rejewski, Henryk Zygalski en Jerzy Różycki, die een decoderingsapparaat hadden uitgevonden dat de codes kon ontcijferen die door het Enigma-apparaat, een Duits coderingssysteem, waren gegenereerd. De ontcijfering van de Enigma wordt vaak aangehaald als een van de grootste prestaties in de Tweede Wereldoorlog die de alliantie de uiteindelijke overwinning zou hebben gebracht. Na de oorlog werkte Turing aan de universiteit van Manchester, waar hij de Deputy Director of the Computing Laboratory werd. Hij bouwde de Automatic Computing Engine (ACE). In 1950 publiceerde Turing in het tijdschrift Mind een artikel getiteld Computing Machinery and Intelligence. Hierin beschreef hij zijn turingtest. Hij bleef ook in het geheim werken voor GCHQ, tot hij daar in 1948 wegens zijn homoseksualiteit geweerd werd, omdat hij daardoor door de geheime dienst als een veiligheidsrisico werd beschouwd. Turing werd voor zijn vitale bijdragen aan de oorlogsinspanning in 1945 geëerd met de benoeming tot Officier in de Orde van het Britse Rijk, en in 1951 werd hij voor zijn belangrijke bijdragen aan de wiskunde gekozen tot lid (fellow) van de Royal Society. De A.M. Turing Award wordt algemeen gezien als de hoogste onderscheiding in de informatica. Na de oorlog werkte Turing tevens aan wiskundige modellen voor de ontwikkelingsbiologie, onder meer hoe kleurpatronen op de huid ontstaan.
    In 1952 werd Turing gearresteerd wegens homoseksuele handelingen (die tot 1967 in Engeland voor mannen strafbaar waren) en veroordeeld, waarbij hij kon kiezen tussen een experimentele chemische castratie gedurende een jaar, of een gevangenisstraf. Turing koos het eerste. De hormonen die hij verplicht werd te laten injecteren, leidden onder meer tot borstvorming. Op 7 juni 1954 werd hij dood aangetroffen met een appel, die - naar beweerd werd - met cyanide vergiftigd was. Er wordt over zijn dood veel gespeculeerd. De officiële doodsoorzaak is zelfmoord, maar er wordt beweerd dat hij door de Engelse geheime dienst is vermoord, omdat hij te veel zou weten over geheime codes en daardoor een te groot veiligheidsrisico werd. In juni 2012 liet de Turingexpert Jack Copeland op een congres weten dat Turings dood een ongeluk kan zijn geweest. De appel zou, volgens deze bron, nooit op cyanide zijn onderzocht. Bovendien waren er in Turings gedrag kort voor zijn dood geen aanwijzingen dat het niet goed met hem ging. Ook is bekend dat Turing thuisexperimenten met cyanide uitvoerde, waarbij hij slordig met dit materiaal zou zijn omgegaan. In ieder geval bleek een blootstelling aan cyanide bij de autopsie de doodsoorzaak. In zijn (niet getrouw verfilmde) Turing-biografie brengt wiskundige en schrijver Andrew Hodges de mogelijkheid naar voren dat Turing inderdaad zelfmoord heeft gepleegd, maar zijn 'experimenten' gebruikte om voor zijn moeder de gedachte open te laten dat zijn dood een ongeval was. Anno 2009 gingen er stemmen op in het Verenigd Koninkrijk die pleitten voor een postuum eerherstel.[5] In september dat jaar heeft premier Gordon Brown namens de regering postuum excuses aangeboden aan Alan Turing. In het plaatsje Ipswich is door een vriend van Alan (Chrispin Rope) een fors herdenkingsmonument opgericht, waarin door de vormgeving de wiskunde tot uiting komt. De Zweedse schrijver David Lagerkrantz heeft recent (jan. 2016) een biografische thriller geschreven met als titel De val van Turing. Op 24 december 2013 verleende koningin Elizabeth II Alan Turing gratie en werd zijn veroordeling wegens homoseksualiteit uit de boeken geschrapt. Alan Turing heeft tijdens zijn leven veel belangrijk werk verricht. Het belangrijkst zijn zonder twijfel zijn theoretische vorderingen op het gebied van de berekenbaarheidgeweest, en de turingmachine, een mechanisch model van berekening en berekenbaarheid en daarmee een model voor een computer. Het bekendst bij het grote publiek is de turingtest, en zijn betrokkenheid bij het kraken van de Enigma-code (waardoor de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog op de hoogte zijn geweest van de locaties van de onderzeeërs van de Duitsers). In de jaren 80 schreef Hugh Whitemore Breaking the Code, een toneelstuk over het leven van Alan Turing. In 1989 werd de Nederlandse versie (De verbroken Code) in de regie van Jo Dua op de planken gebracht. De hoofdrol werd gespeeld door Willem Nijholt. In de Londense versie werd de hoofdrol vertolkt door Derek Jacobi. In 2001 werd het kraken van de code verfilmd onder de titel Enigma, gebaseerd op de roman Enigma uit 1995 van Robert Harris. In deze film speelde Dougray Scott de rol van
    de briljante wiskundige Thomas Jericho, maar die rol was gebaseerd op de figuur van Alan Turing. In 2014 kwam de Brits-Amerikaanse film The Imitation Game uit over het leven van Turing. Hij wordt hierin gespeeld door Benedict Cumberbatch











    07-06-2018 om 09:44 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 7 juni Gaudi

    7 juni 1926 Gaudi Antoni Gaudí i Cornet (Reus of Riudoms, 25 juni 1852 – Barcelona, 10 juni 1926) was een Catalaanse architect. Hij ontwierp rond 1900 markante gebouwen en objecten, vooral in Barcelona, waarvan de Sagrada Família het bekendste is. Hij wordt beschouwd als een grondlegger van de organische architectuur. Zijn werk valt onder de art nouveau/jugendstil. In Catalonië is deze stijl het Catalaans modernisme. Momenteel wordt Gaudí door de Rooms-Katholieke Kerk als eerbiedwaardig beschouwd. Verwacht wordt dat hij door de Paus zal worden zaligverklaard. Gaudí werd in 1852 vermoedelijk in de Catalaanse stad Reus geboren, in een huis aan de Carrer de Sant Joan 4. Andere bronnen beweren dat hij in het nabijgelegen Riudoms is geboren. Zijn vader, Francesc Gaudí i Serra, was een onbemiddelde kopersmid. Sinds zijn kindertijd leed Gaudí aan reuma. Op zijn zeventiende trok hij naar Barcelona om er architectuur te studeren aan de Escola Superior d ´Arquitectura (Hogeschool voor de Architectuur). Om in zijn levensonderhoud te voorzien had hij bijbaantjes bij architecten in de stad. Gaudí was geen goede student maar viel op door zijn eigenzinnigheid. Zo tekende hij bij zijn afstudeerproject "voor de sfeer" een volstrekt irrelevante lijkwagen op een bouwtekening van een poortgebouw van een begraafplaats. Tussen zijn twintigste en dertigste was Gaudí lid van de vrijmetselarij, maar na herontdekking van zijn katholieke geloof, distantieerde hij zich formeel van dit lidmaatschap, vanwege zowel het kerkelijk verbod op vrijmetselaarslidmaatschap als het sterk "antichristelijke karakter" van de Spaanse irreguliere tak van de vrijmetselarij. De internationale vrijmetselarij gebruikt Gaudí Bij zijn diploma-uitreiking in 1878 zei de directeur Elie Rogent: "He aprobado a un loco o a un genio", Ik heb een dwaas of een genie laten slagen.[ Opvallend is dat Gaudí, die zich later altijd tamelijk sjofel kleedde, in deze tijd buitengewoon veel tijd aan zijn uiterlijk besteedde en aldus een dandy was. Niettemin leefde hij alleen voor zijn werk. Hij huwde nooit, hoewel hij volgens een gerucht rond 1884 verloofd was. In de tijd dat Gaudí afstudeerde, was er in de Europese architectuur sprake van openheid. Het strakke en sobere neoclassicisme van de Parijse Arc de Triomphe maakte plaats voor de Romantiek, met gevoel en waardering voor alle bouwstijlen uit het verleden, niet alleen de Romeinse en Griekse. Spanje was enigszins geïsoleerd van Europa, maar ook hier las men het werk van John Ruskin, die in 1853 schreef: "Het ornament is de oorsprong van de architectuur". Het werk van Gaudí is uitzonderlijk rijk aan ornamenten. In Gaudí's jonge jaren ging het de stad Barcelona voor de wind. De rijke intellectuele burgers omringden zich graag met kunstenaars en Gaudí begaf zich in deze kringen. Hij ontwikkelde een antikerkelijke houding en was begaan met de arbeiders. Een van de bouwstijlen die in de belangstelling stonden, was de gotiek. Gaudí bezocht het door Eugène Viollet-le-Duc herschapen Carcassonne en de kathedraal in Tarragona. De interesse voor de gotiek had een politieke achtergrond. Catalonië bloeide economisch, maar werd politiek overheerst door Castilië (Madrid). Onderwijs in het Catalaans was verboden. Gaudí, die fervent Catalaans was, was lid van de Centre Excursionista, een groep jongeren die plaatsen uit het verleden van Catalonië bezocht. Gaudí sprak zo veel mogelijk Catalaans, ook als dat dan voor anderstalige bouwvakkers vertaald moest worden. Net als Viollet-le-Duc nam Gaudí de architectuur uit het verleden niet klakkeloos over, maar gebruikte hij die ter inspiratie. Het gevolg was dat Gaudí in zijn leven slechts één keer een prijs kreeg - voor het relatief conventionele Casa Calvet. Hij schijnt onder deze miskenning geleden te hebben.[bron?] Vreemd genoeg kreeg Gaudí al voordat hij naam maakte een grote opdracht. In 1881 kocht een vereniging in Barcelona grond, waarop zij een kerk en bijbehorend complex wilde bouwen ter ere van de Sagrada Família (de Heilige Familie: Jozef, Maria en Jezus). De opdracht ging eerst naar Francisco de Paula del Villar, voor wie Gaudí in zijn studententijd werkte. Deze trok zich na het begin van de werkzaamheden terug. Joan Martorell, een bekende van Gaudí en qua neogotiek dé Catalaanse
    architect, zou de leiding overnemen, maar weigerde. Waarom de onbekende Gaudí in 1883 de opdracht kreeg, is niet duidelijk.
    Het exterieur van de Sagrada Família. De hand van Gaudí is waarneembaar in de Façade van de Geboorte en haar torens, rechts, terwijl de bouwdelen, waar eerst na zijn dood aan werd begonnen, steeds vrijer wordende interpretaties van zijn ideeën laten zien. In dat jaar begon de bouw van Casa Vicens. Het is een combinatie van baksteen en natuursteen, maar opvallend zijn de tegels die de buitenkant van het huis bedekken. De geometrische patronen die ze vormen, doen denken aan Arabische bouwwerken en Gaudí liet zich hiervoor inspireren door de Moorse architectuur in Spanje. Het huis, waarvan hij ook het interieur ontwierp, combineert vele stijlen. Zo zitten er op het balkon van een hoektoren Rafaël-achtige engeltjes en is de eetkamer jugendstil. Zoals vermeld kon de overheid Gaudí's werk zelden waarderen, maar er waren genoeg anderen die dat wel deden, zoals textielmagnaat Eusebi Güell i Bacigalupi en bisschop Joan Bautista Grau i Vallespionós. Güell was een typische mecenas, iemand die kunstenaars in zijn huis ontving en ondersteunde. Op het moment dat de zakenman Gaudí leerde kennen, had laatstgenoemde nog maar weinig gepresteerd. Güell baseerde zijn waardering vooral op de ontwerpen die hij tijdens de wereldtentoonstelling van 1888 had gezien. Voor Güell realiseerde Gaudí diverse objecten, waaronder het Palau Güell. Ook dit huis is een combinatie van vele stijlen. Gaudí gebruikte hier voor het eerst, onder meer in de gietijzeren poorten, de parabool en kettinglijn als vorm; elementen die in zijn latere werk steeds terugkomen. Ook de bizarre torentjes op het dak vallen op. De jonge architect trok met dit gebouw voor het eerst de aandacht van de pers. Aan het begin van de 20e eeuw creëerde Gaudí het Park Güell. Behalve de gebouwen ontwierp hij veel van de mozaïeken. Hiermee toonde hij zich aanhanger van de stelling van Ruskin dat een architect ook de schilderkunst en de beeldhouwkunst moest beheersen. Het park was oorspronkelijk overigens bedoeld als woonwijk,] maar van die sociale bedoeling kwam weinig terecht. Gaudí's belangrijkste werk is de Sagrada Família, een basiliek gebouwd in opdracht van een roomskatholieke vrome broederschap ter ere van de heilige Jozef. In 1914 besloot Gaudí, die op latere leeftijd niet meer sterk tegen de kerk gekant was, alleen nog maar aan de Sagrada Família te werken. Soms ging hij zelf langs de deuren om geld op te halen voor de bouw ervan en in zijn laatste jaren woonde hij zelfs op het bouwterrein. Aan de kerk wordt tot op de dag van vandaag gebouwd Op 7 juni 1926 wandelde Gaudí over de Gran Via de les Corts Catalanes in Barcelona. Hij stak de Carrer de Bailén over, dicht bij de Plaça de Tetuan. Het was een route die hij vaak volgde om van de kerk aan de Plaça Sant Philip Neri naar de Sagrada Família te wandelen waar hij toen werkte. Een tram reed hem aan maar stopte niet en Gaudí bleef bewusteloos achter. Het was duidelijk dat hij zwaargewond was en men bracht hem naar een eerstehulppost aan de Ronda de Sant Pere. Taxichauffeurs weigerden Gaudí naar een kliniek te brengen wegens zijn sjofel voorkomen. Uiteindelijk belandde hij in het Hospital de la Santa Creu de Barcelona, toen het armenhospitaal. Omdat hij niet kwam opdagen op zijn werkplaats begonnen zijn medewerkers aan een zoektocht. Monseigneur Gil Parés en de architect Domènec Sugrañes i Gras vonden hem in het hospitaal. Hij weigerde naar een kliniek te worden overgebracht, zeggende: "Mijn plaats is hier, tussen de armen". Gaudí stierf in het hospitaal op 10 juni, om vijf uur in de namiddag. Hij was 73 jaar oud geworden. Op zijn grafsteen staat volgende inscriptie: Antonius Gaudí Cornet. Reusensis. Annos natus LXXIV, vitae exemplaris vir, eximius que artifex, mirabilis operis hujus, templi auctor, pie obiit Barcinone die X Junii MCMXXVI, hinc cineres tanti hominis, resurrectionem mortuorum expectant. R.I.P.
    (Antoni Gaudí Cornet. Van Reus. Een man die een voorbeeldig leven leidde, een buitengewone vakman, de auteur van dit prachtige werk, de kerk, stierf op 74-jarige leeftijd vroom in Barcelona op 10 juni 1926, vanaf dit moment wacht de as van zo een groot man op de opstanding van de doden. Moge hij rusten in vrede.) Zijn begrafenis op 12 juni was een belangrijke gebeurtenis: de rouwstoet was wel een kilometer lang. Hij ligt begraven in de crypte van de Sagrada Família. Een rogatoriale commissie van het Aartsbisdom Barcelona, onderzoekt sinds 2003 de mogelijkheid om Gaudí zalig te laten verklaren, mede omdat hij zijn architectenwerk ter meerdere eer en glorie van God gebruikte en zo in zijn dagelijks leven de heiligheid van de leek uitgedragen heeft. Het voorstel tot zaligverklaring werd in 2003 gepresenteerd bij de H.Stoel en sindsdien wordt er al gewerkt aan de uitgebreide studie. Het gaat om een document van honderden pagina’s met de biografie van de bouwmeester, zijn werk en de getuigenissen van personen die hem gekend hebben. Wanneer de Congregatie voor de Heilig- en Zaligsprekingsprocessen en de Paus hun akkoord hebben gegeven, en het vereiste mirakel op voorspraak van de kandidaat-zalige een feit is, zal de zaligverklaring van Gaudí officieel zijn Vergeleken met de architecten van zijn tijd was Gaudí opvallend praktisch ingesteld. In plaats van veel tijd achter de tekentafel door te brengen, was hij vaak in de weer met maquettes om bijvoorbeeld de sterkte van een constructie te testen. Zijn werkwijze daarbij was om maquettes ondersteboven uit te voeren als constructies van hangende touwtjes. Het idee was dat de touwtjes de kettinglijnaannemen, en vrij zijn van zijdelingse krachten. Als de maquette dan nauwgezet als staande constructie wordt gerealiseerd, zal deze constructie vrij zijn van spatkrachten en met minimaal gebruik van materiaal kunnen worden gerealiseerd. Een geniale benadering die door Gaudí veel werd toegepast, zoals voor de zuilen, de torens en het gewelf van de Sagrada Família en het dakpaviljoen op Casa Milà. Zijn bouwtekeningen waren vaak schetsen, dus weinig exact. Pas tijdens de bouw ontwikkelde hij veel van zijn ideeën, vaak na overleg met de arbeiders. Omdat hij over zijn theorieën en principes vrijwel niets op papier zette, werd hij na zijn dood relatief weinig nagevolgd. Onder meer de langdurige bestudering na zijn dood van de maquettes leverde inzicht waarop Gaudí's compositieregels, vooral die bij de Sagrada Família, zijn gebaseerd. De architect gebruikte bij dat kerkgebouw een klein aantal meetkundige principes, die hij combineerde. Qua talstelsel gebruikte Gaudí het decimale getallensysteem; echter verhoudingen tussen de bouwdelen bleken tevens gebaseerd op het twaalftallig stelsel. Basisvormen die hij toepaste zijn onder meer de hyperboloïde en paraboloïde. De zuilen van het schip van de Sagrada Família zijn een uniek ontwerp en bestaan uit dubbelgetordeerde Salomonische zuilen met gelijke helices die tegen elkaar indraaien. Om na zijn dood tot een goed inzicht te komen hoe het kerkgebouw verder af te bouwen, is de hulp ingeroepen van CAD-software. Vanwege de bijzondere vormgeving die Gaudí toepaste, bleek de CAD-software voor architectuur ongeschikt en er diende overgestapt te worden op software die in de luchtvaarttechniek gebruikt wordt. Het was ook niet makkelijk om Gaudí's werk voort te zetten. Gaudí werkte veelal proefondervindelijk zijn constructies uit zonder veiligheidsmarge, te klein zelfs. Gaudí's gebouwen maken een extravagante indruk, maar hij gebruikte vooral relatief goedkoop en lokaal beschikbaar materiaal, zoals baksteen. Voor zijn mozaïeken werden vaak scherven gebruikt die afval waren van firma's in keramiek









    07-06-2018 om 09:41 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief
  • Alle berichten

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Blog als favoriet !

    Archief
  • Alle berichten

    Hoofdpunten blog blankenbergsstadsbeeld
  • fotowandeling 20
  • HARMONIE
  • WORDING
  • fotowandeling 20
  • LIPPENS & DE BRUYNE

    Hoofdpunten blog einstein
  • ACHT EN TWINTIG
  • ACHT EN TWINTIG
  • VIJFENTWINTIG
  • VIJFENTWINTIG
  • DRIE EN TWINTIG

    Hoofdpunten blog mijnroots
  • Van al diegenen die niets te zeggen hebben, zijn de meest aangename mensen diegenen die zwijgen
  • Ik heb geconstateerd dat mensen van gedachten houden die niet tot denken dwingen.
  • Tijd hebben alleen diegenen, die het tot niets gebracht hebben en daarmee hebben ze het verder gebracht dan alle anderen.
  • Depressies kan je bestrijden door op je arm geleund in het niets te staren. Bij zware depressies van arm wisselen.
  • Een kus is een mooie truc van de natuur om het praten te stoppen als woorden overbodig zijn.

    Hoofdpunten blog automobile
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!