NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Inhoud blog
  • VANDAAG jaren terug 25 juni 1997 cousteau
  • VANDAAG jaren terug 25 juni 1998 wndows 98
  • VANDAAG jaren terug 25 juni 1963 georges michael
  • de stormmuur van blankenberge
  • VANDAAG jaren terug 24 juni 1901 pablo picasso
  • VANDAAG jaren terug 24 juni 1942 fleetwood mac
  • 24 juni 1987 lionel messi
  • VANDAAG jaren terug 23 juni 1981 zarah leander
  • VANDAAG jaren terug 23 juni 1981 zarah leander
  • VANDAAG jaren terug 23 juni 1962 rob de nijs
  • VANDAAG jaren terug 22 juni 1990 checkpoint
  • VANDAAG jaren terug 22 juni 1949 meryl streep
  • VANDAAG jaren terug 22 juni 1986 maradonna
  • VANDAAG jaren terug 21 juni citaten
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer touchscreen
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer printer
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer laptop
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer de muis
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer commodore
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer apple
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer
  • VANDAAG jaren terug 21 juni 1952 computer arra
  • VANDAAG jaren terug 21 juni 1988 bea egli
  • VANDAAG jaren terug 21 juni 1988 bea egli
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1949 lionel richie
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1949 lionel richie
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1967 nicole kidman
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1978 garfield
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1978 garfield
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1990 schengen
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 curd jurgens
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 curd jurgens
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 paul mccarney
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 paul mccarney
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1980 venus wlliams
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1980 venus wlliams
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1898 escher
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1945 eddy merckx
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1829 geronimo
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1829 geronimo
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1890 stan laurel
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1890 stan laurel
  • VANDAAG jaren terug 1903 ford
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1903 ford
  • 15 juni ella fitzgerald
  • VANDAAG jaren terug 15 juni ella fitzgerald
  • demis roussos
  • VANDAAG jaren terug 15 juni demis roussos
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni 1864 alzheimer
  • VANDAAG jaren terug 14 juni 1928 che guevara
  • 13 juni benny goodman
  • VANDAAG jaren terug 13 juni benny goodman
  • 13 juni henk wijngaard
  • VANDAAG jaren terug 13 juni henk wijngaard
  • VANDAAG jaren terug 13 juni de legte
  • VANDAAG jaren terug 12 juni anne frank
  • VANDAAG jaren terug 11 juni le mans
  • VANDAAG jaren terug 11 juni fabiola
  • VANDAAG jaren terug 11 juni mandela
  • max van praag
  • VANDAAG jaren terug 10 juni max van praag
  • Ray Charles
  • VANDAAG jaren terug 10 juni Ray Charles
  • benny neyman
  • VANDAAG jaren terug 9 juni Benny Neyman
  • VANDAAG jaren terug 9 juni Donald Duck
  • boerenkrijg
  • gratiebossen
  • uitbergen
  • berlare
  • donkmeer
  • overmere
  • zele
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 632 mohammed
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm
  • VANDAAG jaren terug 8 juni bonnie tyler
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Alan Tuning
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Gaudi
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Paul Gauguin
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Tom Jones
  • VANDAAG jaren terug 6 juni 1944 the longest day
  • VANDAAG jaren terug 6 juni 1944 landing normandie
  • VANDAAG jaren terug 6 juni vrijheidsbeeld
  • VANDAAG jaren terug 5 juni internetcafe
  • VANDAAG jaren terug 5 juni reagen
  • VANDAAG jaren terug 4 juni hete luchtballon
  • VANDAAG jaren terug 4 juni Ghysen J
  • ZORBA
  • VANDAAG jaren terug 3 juni 2001 ZORBA
  • VANDAAG jaren terug 3 juni curtis mayfield
  • VANDAAG jaren terug 3 juni 1906 Josephine Baker
  • VANDAAG jaren terug 2 juni van gogh
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    blankenbergsseniorensteedje

    13-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 13 juni henk wijngaard

    13 juni 1946 Henk Wijngaard Henk Wijngaard (Stadskanaal, 13 juni 1946) is een Nederlandse zanger. Henk Wijngaard werd geboren als zoon van een uit Frankrijk gevluchte moeder en een Canadese geallieerde soldaat. Al op jonge leeftijd was hij met muziek bezig. Op zijn 14e verjaardag kreeg hij een gitaar van zijn moeder. Hij was aanvankelijk werkzaam als vrachtwagenchauffeur.] Zijn bijrijder vroeg waarom hij geen liedjes over vrachtwagenchauffeurs schreef. Door mee te doen aan talentenjachten kreeg Wijngaard een contract bij platenmaatschappij Telstar. In 1978 beleefde Wijngaard zijn doorbraak als soloartiest met de door hemzelf geschreven hit Met de vlam in de pijp. Voordat Wijngaard als soloartiest doorbrak, speelde hij in een bandje genaamd William W. dat in 1977 een klein hitje had met Kunnen we elkaar niet vergeven, dat onder de piratenzenders van toen heel bekend was.] Hetzelfde nummer heeft hij onder zijn eigen naam op zijn eerste soloalbum opnieuw uitgebracht. Nadien volgden nog vele nummers, die vaak handelden over de truckerswereld. 'n Sneeuwwitte bruidsjurk (1988) stond tien weken in de hitparade. In 1990 haalde Wijngaard met Hé Suzie opnieuw de top tien. Wijngaard bracht in juni 2009 een nieuw album uit: Van de wereld. Het was, inclusief diverse verzamelalbums, zijn 41e album. De single Wat zegt je hart ervan is zijn 70e. In de loop der jaren haalde hij twintig nummer 1-hits in de Nederlandstalige Top 20. In 2013 kwam Wijngaard met een parodistische cover van zijn eigen hit Met de vlam in de pijp over de abdicatie van paus Benedictus XVI: Komt er rook uit de pijp.





    13-06-2018 om 09:27 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 13 juni de legte

    13 juni 2004 de slegte De Slegte is een winkelketen die nieuwe boeken (vaak restpartijen), tweedehandsboeken en studieboeken aan- en verkoopt. Tussen 1 juli 2013 en 19 maart 2014 verrichtte De Slegte haar winkelactiviteiten, samen met boekenwinkelketen Selexyz, onder de naam Polare. Na het faillissement van Polare Nederland in 2014 werden de Belgische filialen opgekocht en opnieuw tot De Slegte omgedoopt.[] Ook zijn er inmiddels weer twee filialen in Nederland. Het aanbod van De Slegte bestaat uit enerzijds restanten, onder de huisbenaming 'Fonds': boeken die niet meer in de moderne boekhandel verkrijgbaar zijn, gewoonlijk omdat ze niet zo goed meer verkochten voor de nieuwprijs. Ook worden er wel kleinere partijen van nog nieuw verkrijgbare boeken gekocht, vaak van buitenlandse uitgevers, die al naargelang de grootte van de winkels in een of meer exemplaren te koop werden aangeboden. De tweede pijler van De Slegte is de tweedehandsafdeling, waarin studieboeken voor middelbare en hogere opleidingen een apart assortiment vormen. In het antiquariaat van De Slegte is het aanbod divers, van pockets tot kostbare eeuwenoude folianten en antieke topografische kaarten en prenten. Door het grote aantal filialen (waarbij respectievelijk Amsterdam, Den Haag en Utrecht het uitgebreidste en meest gevarieerde aanbod hadden) was De Slegte zowel in Nederland als in België tientallen jaren met gemak qua omzet en werkgelegenheid de grootste speler op de markt voor antiquarische boeken. De laatste jaren worden er tegen de normale prijs ook kranten en een beperkt aanbod nieuw uitgebrachte boeken (vooral bestsellers) verkocht. Ook worden er veel boeken via het internet verkocht, deels via gespecialiseerde zoekwebsites als Boekwinkeltjes en Antiqbook, deels met behulp van een gedetailleerd zoeksysteem via de eigen website. Het samenwerkingsverband met Selexyz heeft de formule niet wezenlijk veranderd, al is het volume van de tweedehandsboekenverkoop sterk teruggelopen ten gunste van de verkoop van nieuwe (in de zin van ongebruikte) boeken "Boekhandel De Slegte" werd begin 20e eeuw opgericht in Rotterdam door Johannes (Jan) de Slegte (1871-1945). De Slegte was oorspronkelijk lantaarnopsteker in de stad en hoefde dus enkel bij dageraad en schemering te werken, zodat hij veel tijd overhield om een uitleenbibliotheek en boekenwinkel uit te baten. Toen de Rotterdamse gasverlichting werd vervangen door elektrisch licht, raakte hij zijn werk als lantaarnopsteker kwijt en werd de boekhandel zijn primaire inkomstenbron. Zijn zoon Johan Cornelis Gerard (Jan junior, 1899-1961) kwam bij zijn vader in de zaak en stond met een boekenkraam op de markt. "De Slegte" breidde vanaf de jaren dertig uit. Er ontstonden filialen in de Kalverstraat in Amsterdam, in de Vlamingstraat in Den Haag en later ook in Utrecht en Haarlem. De oorspronkelijke winkels in Rotterdam, Utrecht en Haarlem overleefden de Tweede Wereldoorlog niet en het Amsterdamse pand brandde in 1977 uit als gevolg van de brand in het naastgelegen Hotel Polen. In 2011 had De Slegte in Nederland winkels in Amsterdam, Apeldoorn (2005), Arnhem, Den Haag, Eindhoven(1966), Enschede, Groningen, Haarlem, 's-Hertogenbosch (2003), Hilversum (2004), Leeuwarden (2005), Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Tilburg, Utrecht en Zwolle (1981). In 1959 opende het bedrijf zijn eerste filiaal in België. Herman Kras opende toen in Antwerpen op de Meir (aanvankelijk op nummer 18, later op nummer 40) een winkel en in 1986 kwam er nog een tweede winkel bij, op de Wapper. In 1975 opende er ook een "Slegte" in de Volderstraat in Gent. In 1984 volgde Leuven, in 1989 Brussel, in 1992 Brugge, in 1994 Hasselt, in 1998 Mechelen en in 2004 Aalst. Na de dood van Jan de Slegte sr. in 1961 volgde zijn zoon John hem als bedrijfsleider op. Het was diens streven om filialen te vestigen in panden op A-locaties in winkelsteden die hij zelf kocht om ze aan zijn groeiende winkelketen te verhuren. John de Slegte ontving in 1978 de Laurens Janszoon Costerprijs voor zijn bijzondere inspanningen ten behoeve van het Nederlandse boek. Sinds 1995 is
    zijn zoon Jan Bernard de Slegte mededirecteur van de onderneming; nadat zijn vader in 2004 overleed werd hij enig eigenaar van Boekhandel De Slegte. Zijn moeder (†2017) en zusters zijn gezamenlijke eigenaars van de winkelpanden in België en Nederland. Mede vanwege de toenemende concurrentie van boekverkoop via internet tijdens de eerste jaren van de 21e eeuw werd De Slegte in het najaar van 2006 gedwongen om vier filialen te sluiten, te weten in Alkmaar, Amersfoort, Breda en Dordrecht.[ Terwijl de handel in tweedehandsboeken zich naar het internet verplaatste, bleef de tweedehandsafdeling van De Slegte op het web in de steigers staan. Daardoor kon Bol.com in april 2007 in het gat in de markt springen en zelf een platform aanbieden dat bedrijven en particulieren toelaat om tweedehandsboeken uit het ISBN-tijdperk (vanaf ca. 1970) te kopen en te verkopen.[Ook de sterke opkomst van Boekwinkeltjes, waar grote aantallen particulieren en handelaars hun oudere en nieuwere tweedehandsboeken aanbieden, was mogelijk doordat De Slegte aanvankelijk stil bleef staan wat het internet betreft. Pas in 2010 is er een omvangrijke en gemakkelijk toegankelijke website tot stand gekomen. Medio 2007 sloot de keten opnieuw vestigingen, in het Belgische Turnhout (waar het filiaal pas sinds 2005 bestond[]) en Kortrijk (waar het filiaal acht jaar bestaan had).[ Ook de filialen in Veenendaal en Roeselare werden gesloten. In 2007 trok de familie De Slegte interim-manager Ron Mulders aan om orde op zaken te stellen.] Onder Mulders als algemeen directeur begon De Slegte eind 2008 aan een restyling om de boekenketen een frisser imago te geven.[ Hoewel het frisse imago veel klanten aansprak, viel het resultaat 'onder de streep' tegen. Mulders concludeerde dat de ontwikkeling van offline naar online kopen zich nog sneller voltrok dan menigeen verwachtte en investeerde fors in de ontwikkeling van een innovatieve online winkel. Met succes: de online-omzet van De Slegte steeg explosief. In juni 2009 dook het gerucht op dat het bedrijf te koop zou staan. De keten had enkele moeilijke jaren achter de rug, maar de directeur wilde het gerucht bevestigen noch ontkennen.[ In augustus 2010 werd bekendgemaakt dat De Slegte in de Belgische filialen ook nieuwe boeken zou gaan verkopen. In de Nederlandse filialen liep reeds een proefproject.[In 2011 werd Mulders opgevolgd door Jan Kooiker, maar de onder Mulders begonnen veranderingen bleken niet genoeg om de keten te kunnen redden. Op 4 april 2012 werd De Slegte overgenomen door investeringsmaatschappij Procures. Sterke huurverhogingen voor de winkelpanden (die eigendom zijn van de moeder en zusters van Jan Bernard de Slegte) drukten de bedrijfsresultaten van de filialen. Om hieraan het hoofd te bieden werden de winkelactiviteiten gecombineerd met die van de eveneens door Procures overgenomen Selexyz-keten, overigens zonder dat daarbij sprake is van een juridische fusie. Wel werden veel personeelsleden ontslagen of gedwongen werkuren en anciënniteitsverdiensten op te geven. De meeste vestigingen van De Slegte werden gesloten of trokken in bij een voormalige Selexyzvestiging. Op 1 juli 2013 verdween de naam De Slegte en werden de winkels onder de vlag Polare gebracht. Polare ging echter op 24 februari 2014 failliet. De acht Belgische vestigingen bleven buiten het faillissement. Op 7 maart 2014 werd door boekveilinghuis Amsterdam Book Auctions een groot deel van de winkelvoorraad van de vestiging in Amsterdam geveild alsmede een substantieel deel van de inventaris. In maart 2014 kocht de oorspronkelijke eigenaar van de keten De Slegte-winkels, Jan Bernard de Slegte, de Belgische winkels van De Slegte opnieuw aan. Twee ervan, Brugge en Antwerpen-Meir, werden in de loop van het jaar gesloten. Ook kocht hij de voorraad van de Polare in Haarlem. De resterende zes winkels in België kregen in 2015 weer de naam De Slegte en concentreren zich opnieuw op hun oorspronkelijke verkoopproducten.[Eind 2015 sloot de winkel in Hasselt als gevolg van het aflopen van de huurovereenkomst. In april 2016 volgde de winkel van Aalst hetzelfde scenario. Daardoor telt de keten in België nog slechts vier winkels: Antwerpen, Gent, Leuven en Mechelen. Ook in Nederland werd een voormalig De Slegte-filiaal heropend onder de oude naam, de vestiging in Leiden, op 6 juni 2015. Op 8 oktober 2016 werd een nieuwe vestiging van De Slegte geopend in Rotterdam.[





    13-06-2018 om 09:25 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    12-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 12 juni anne frank

    12 juni 1929 Anne Frank Annelies Marie (Anne) Frank (Frankfurt am Main, 12 juni 1929 – Bergen-Belsen, (waarschijnlijk) februari 1945]) was een uit Duitsland afkomstig Joods meisje dat bekend is geworden door het dagboek dat ze schreef tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen ze ondergedoken zat in Amsterdam. Zij stierf aan uitputting en/of vlektyfus in het concentratiekamp Bergen-Belsen. Haar dagboek is postuum gepubliceerd en een van de meest gelezen boeken ter wereld. Anne Frank is opgenomen in de Canon van Nederland als een van de vijftig thema's van de Nederlandse geschiedenis. Annes vader Otto verhuisde in juli 1933 van het Duitse Frankfurt am Main, waar Anne was geboren, naar Amsterdam om aan vervolging door de nazi's te ontkomen. Annes moeder Edith Frank, haar oudere zus Margot en Anne zelf volgden begin 1934. Het gezin ging wonen aan het Merwedeplein, in een Amsterdamse nieuwbouwwijk. Margot en Anne gingen naar het Joods Lyceum toen het voor Joden verboden was om naar niet-Joodse scholen te gaan. Anne was net dertien jaar oud toen ze in juli 1942 onderdook in een achterhuis achter het bedrijf Opekta van haar vader Otto Frank aan de Prinsengracht 263. De deur tussen voorhuis en achterhuis zat verstopt achter een boekenkast. In het voorhuis en in het magazijn werkte personeel, waarvan enkelen op de hoogte waren van de onderduikers. Anne Frank en haar familie verloren in 1941 hun Duitse nationaliteit vanwege een Duitse wet. De familie werd op dat moment staatloos. Door haar overlijden kon ze de Duitse nationaliteit na de oorlog niet meer terugkrijgen. De Nederlandse nationaliteit heeft ze nooit gekregen daar die alleen aan levende personen wordt toegekend. Haar vader weigerde na de oorlog de Duitse nationaliteit en werd in 1949 Nederlander. Anne Frank woonde met haar ouders en zus in het achterhuis van 6 juli 1942 tot 4 augustus 1944. Daar zaten in totaal acht mensen ondergedoken: de familie Frank, Hermann, Auguste en hun zoon Peter van Pels (die model stonden voor de familie Van Daan in het dagboek) en naderhand ook Fritz Pfeffer, een Joodse tandarts (die model stond voor het dagboekpersonage Dussel). In deze jaren hield Anne een dagboek bij, waarin ze onder andere schreef over de angst van het hoofdpersonage 'Anne' tijdens het onderduiken, haar ontluikende gevoelens voor Peter, de ruzies met haar ouders en haar ambities om schrijver te worden. Het enige stukje natuur dat het hoofdpersonage in het boek kon zien vanaf de zolderkamer was de top van een kastanjeboom. Decennia later zou deze boom de Anne Frankboom genoemd worden. Anne schreef een aantal schriften vol. Na een oproep op Radio Oranje in Londen om dagboeken te verzamelen die na de oorlog konden worden gepubliceerd, herschreef ze een groot gedeelte. In tien weken schreef ze 324 vellen vol, maar ze kon het boek niet meer voltooien. Het Achterhuis hoort tot de Nederlandse literatuur en is een bewerking van de werkelijkheid. Zo komen in het boek gebeurtenissen voor die de schrijfster niet zelf kan hebben meegemaakt, zoals razzia's op de Prinsengracht.
    Na meer dan twee jaar werden de onderduikers ontdekt. Ze werden op 4 augustus 1944 door de Grüne Polizei en Nederlandse politieagenten gearresteerd. Lange tijd werd gedacht dat de onderduikers verraden waren, al was niet bekend door wie. In 2016 publiceerde de Anne Frank Stichting de resultaten van een nieuw onderzoek, waaruit blijkt dat de onderduikers misschien bij toeval werden ontdekt. Het dagboek werd later gevonden door twee personeelsleden in het voorhuis die tot de helpers van de onderduikers behoorden: Miep Gies en Bep Voskuijl (die model stond voor Elly Vossen in het dagboek). Nadat zij waren gearresteerd werden de onderduikers en twee andere helpers, Victor Kugler en Johannes Kleiman, naar het hoofdkwartier van de Gestapo in Amsterdam-Zuid gereden. Na enige tijd in een kamer met andere gevangenen te hebben gezeten, werden Kugler en Kleiman naar een andere cel gebracht. Het was de laatste keer dat de onderduikers hun vrienden zagen.
    De volgende dag werden de onderduikers naar de gevangenis aan het KleineGartmanplantsoen gebracht, waar zij twee dagen verbleven. Op 8 augustus 1944 werden ze naar het Centraal Station van Amsterdam gebracht en in een trein opgesloten. 's Middags kwam de trein op zijn bestemming aan in kamp Westerbork. Omdat ze zich niet vrijwillig voor 'tewerkstelling in Duitsland' (in werkelijkheid: voor massavernietiging) hadden gemeld maar waren ondergedoken werden ze in de strafbarak gezet. Gevangenen in de strafbarak kregen minder eten en moesten harder werken dan andere gevangenen. Hun werk bestond uit de demontage van afgedankte batterijen in de werkbarakken. Zondagochtend 3 september 1944 werden ongeveer duizend mensen per trein naar het oosten gebracht. Een selectieleider kwam de avond tevoren naar de strafbarak, waar hij de namen op zijn lijst voorlas. Ook de onderduikers uit het achterhuis hoorden daarbij. Het was de laatste trein die vanuit Westerbork naar Auschwitz zou vertrekken. Op 5 september arriveerde de trein in het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. De acht onderduikers doorstonden de beruchte selectie voor de gaskamers. Vervolgens werden de mannen van de vrouwen gescheiden. Otto Frank, Hermann van Pels, Peter van Pels en Fritz Pfeffer werden naar het nabijgelegen kamp Auschwitz I weggevoerd. Anne, Margot, moeder Edith en Auguste van Pels bleven achter in het vrouwenkamp van Birkenau. Na enige tijd kreeg Anne schurft. Ze werd in het zogenaamde Krätzeblock (schurftblok) ondergebracht dat door een hoge muur gescheiden was van de rest van het kamp. Margot ging met haar mee. Op 28 oktober 1944 vertrok een transport met 1308 vrouwen uit Birkenau naar het concentratiekamp Bergen-Belsen. Waarschijnlijk maakten ook Anne en Margot daar onderdeel van uit. Edith bleef achter en stierf op 6 januari 1945. In februari of maart 1945 overleed Margot. Enkele dagen later overleed ook Anne, waarschijnlijk aan de gevolgen van vlektyfus. In die periode lieten naar schatting 17.000 gevangenen het leven in Bergen-Belsen. Van een kamp-administratie was toen geen sprake meer, zodat de exacte overlijdensdata van Anne en Margot niet meer te achterhalen zijn. Het Rode Kruis nam destijds aan dat het 'ergens tussen 1 en 31 maart' geweest moest zijn. De officiële overlijdensakte vermeldt 31 maart 1945 als overlijdensdatum. Later onderzoek wees uit dat een sterfdatum in februari waarschijnlijker is.
    Anne Frank schreef haar dagboek in de vorm van brieven aan een fictieve vriendin Kitty. Ze schreef: 'Ik zal hoop ik aan jou alles kunnen toevertrouwen, zoals ik het nog aan niemand gekund heb, en ik hoop dat je een grote steun voor me zult zijn.' Nadat de schrijfster en haar familie verraden waren en gedeporteerd, heeft helpster Miep Gies de dagboekpapieren bewaard. Alleen Annes vader Otto overleefde het vernietigingskamp. Gies gaf het dagboek na de oorlog aan de vader van de schrijfster. Otto Frank redigeerde de tekst en/of liet dat door anderen doen, en publiceerde het boek in 1947 onder de titel Het Achterhuis. Het is sindsdien een van de meest gelezen boeken ter wereld geworden.] Anne Frank schreef naast Het Achterhuis ook een aantal andere werken. In 2004 verscheen het Mooie-zinnenboek. Op aanraden van haar vader had Anne (in een kasboek) fragmenten overgeschreven uit de vele boeken die zij op haar onderduikadres las. Het gaat om fragmenten en versjes die haar bijzonder troffen. In de meeste gevallen betreft het volwassenenliteratuur in het Nederlands, Duits en Engels. Het boek bevat facsimilia van Annes originele handschrift met daarnaast de gedrukte tekst. Het manuscript werd al tentoongesteld in het Anne Frank Huis en in het buitenland, maar verscheen niet eerder in druk. Verspreid zijn enkele gedichten van Anne verschenen die niet zijn gebundeld. Verder staat op haar naam het boek Verhaaltjes, en gebeurtenissen uit het achterhuis. De herinnering aan Anne Frank wordt levend gehouden door verschillende stichtingen en musea. In Nederland beheert de Anne Frank Stichting het Anne Frank Huis. Sinds enige tijd werkt deze stichting samen met het Anne Frank Zentrum in Berlijn. In 1963 richtte Otto Frank het Anne Frank Fonds op,
    gevestigd in Bazel. Het fonds ondersteunt wereldwijd projecten om onder meer jongeren voor te lichten over racisme en is betrokken bij de Bildungsstätte Anne Frank in Frankfurt am Main. In de Verenigde Staten richtte Otto Frank het Anne Frank Center for Mutual Respect op, dat zijn hoofdkantoor in New York heeft. In 1960 werd een beeld van Anne Frank op het Janskerkhof in Utrecht onthuld. In 1977 is een beeld van haar op de Westermarkt geplaatst, vlak bij het onderduikadres. Op 9 juli 2005 werd op het Merwedeplein, waar de familie Frank van 1934 tot 1942 woonde, een beeld onthuld ter nagedachtenis aan haar noodgedwongen vertrek. In mei 2009 werd besloten voor Anne Frank, haar zuster Margot en haar moeder Edith elk een monumentje op te richten in Aken in Duitsland, de laatste woonplaats voor hun komst naar Nederland. De Keulse kunstenaar Gunter Demnig zou drie messing herinneringsplaatjes wijden in het trottoir voor de woning waar de drie in 1933 bij Ediths moeder woonden, voor hun vlucht naar Nederland. Eerder liet Demnig her en der in de Bondsrepubliek, en in Nederland, al zo'n 17.000 plaatjes, zogenoemde Stolpersteine (struikelstenen), plaatsen als kleine monumenten voor de slachtoffers van de nazi's. In de vroegere Jodenbuurt is een straat naar Anne Frank genoemd. Ook de Montessorischool, waar Anne Frank in 1941 moest vertrekken omdat ze Joods was, draagt haar naam. In 2004 werd Anne Frank genomineerd voor het televisieprogramma De grootste Nederlander. Voor de organiserende omroep KRO was dit aanleiding om voor te stellen Anne Frank postuum te naturaliseren. Dit voorstel werd door een aantal Tweede Kamerleden gesteund. Volgens de Nederlandse wet komen echter alleen levende personen in aanmerking voor naturalisatie. Naar de mening van de Anne Frank Stichting, die onder meer het huis beheert waar Anne Frank ondergedoken heeft gezeten, wordt Anne Frank allang als Nederlands staatsburger beschouwd omdat ze in Nederland opgroeide en in Nederland haar literaire werk schreef. De KRO besloot daarop de nominatie van de formeel staatloze Anne Frank in stand te houden, te meer omdat het bezit van de Nederlandse nationaliteit bij de verkiezing van De grootste Nederlander er niet echt toe zou doen. Ze eindigde op de 8ste plaats in de slotverkiezing. Bij een soortgelijk televisieprogramma in Duitsland (Unsere Besten voor de verkiezing van de grootste Duitser) werd Anne Frank eveneens genomineerd. Zij eindigde hier op de 134ste plaats. Er zijn diverse films en toneelstukken op Anne en haar dagboek gebaseerd. Het eerste toneelstuk kwam uit in 1955, onder de titel The Diary of Anne Frank. Dit toneelstuk won een Pulitzerprijs. In 1959 verscheen de gelijknamige verfilming, die op haar beurt drie Oscars won. Een Nederlandse versie van het toneelstuk ging in november 1956 in première in het bijzijn van koningin Juliana als Het Dagboek van Anne Frank. Een nieuwe versie van het toneelstuk kwam in 1984 uit in Nederland, onder regie van Jeroen Krabbé. In 1997 verscheen een nieuwe versie op Broadway met Natalie Portman in de hoofdrol. In 1995 kwam de documentaire Anne Frank Remembered uit en in 2001 de film Anne Frank: The Whole Story. Van november 2010 tot februari 2011 was een muzikale bewerking van het dagboek in de Nederlandse en Belgische theaters te zien. Het muziektheaterstuk Je Anne, met in de hoofdrollen Thom Hoffman en Abke Bruins, werd geproduceerd door Mark Vijn. In het Theater Amsterdam werd van 8 mei 2014 tot januari 2016 het toneelstuk Anne opgevoerd dat geschreven werd door Leon de Winter en Jessica Durlacher. In 2016 ging de Duitse film Das Tagebuch der Anne Frank in première.





    12-06-2018 om 08:53 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    11-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 11 juni le mans

    11 juni 1955 Le Mans De ramp van de 24 uur van Le Mans 1955 voltrok zich tijdens de 23ste editie van dit evenement toen een van de racewagens door een botsing in het publiek vloog. Hierbij kwamen de coureur (Pierre Levegh) en 82 toeschouwers om het leven. Dit is het hoogste aantal slachtoffers ooit in de racegeschiedenis. Pierre Levegh was door Mercedes-Benz in 1955 ingehuurd als fabrieksrijder. Zijn gedrevenheid als coureur was voor Mercedes duidelijk geworden na zijn optreden in 1952. Bij deze race reed Levegh 23 uren non-stop achter elkaar en leidde hierdoor de wedstrijd door het sparen van tijd (benodigd voor het wisselen van coureurs), terwijl er wel een coureur beschikbaar was om hem te vervangen. Hij verloor deze wedstrijd doordat hij een misschakeling maakte en hierdoor de motor beschadigde in het laatste uur van de race. In 1955 debuteerde tevens Mercedes' nieuwe Mercedes-Benz 300 SLR-racewagen in het World Sportscar Championship-seizoen, met enkele noemenswaardige successen, waaronder de winst in de Mille Miglia. De 300 SLR beschikte over een ultralichte carrosserie van een magnesiumlegering, genaamd Elektron, met een soortelijke massa van slechts 1,8 kg/dm3 (ter vergelijking: aluminium heeft een soortelijke massa van 2,7 en ijzer 7,8). Deze carrosserie zorgde voor een aanzienlijke gewichtsverlaging van de auto, hetgeen zorgde voor betere prestaties. De auto had niet de moderne schijfremmen waarover de Jaguar D-Type beschikte, wat de ingenieurs van Mercedes dwong een grote luchtrem achter de cockpit te plaatsen welke omhoog kwam, om op deze manier meer weerstand te ontwikkelen wat zorgde voor een grote vertraging. De 24 uur van Le Mans begon op 11 juni 1955, met Pierre Levegh achter het stuur van de #20 Mercedes Benz 300 SLR. De Amerikaan John Fitch was de tweede coureur van het team en zou na een aantal uren het stuur overnemen van Levegh. De concurrentie tussen Mercedes, Jaguar, Ferrari, Aston Martin en Maserati was groot, er werd gevochten voor kopposities door al deze merken. Twee uur na de start van de wedstrijd (om 18:26 lokale tijd) reed Levegh aan het einde van de 35e ronde vlak achter de Jaguar D-Type van Mike Hawthorn die op de eerste positie reed. Hawthorn had zojuist de langzamere Austin-Healey 100 van Lance Macklin ingehaald toen hij begon af te remmen voor zijn pitstop. Hawthorns Jaguar, voorzien van schijfremmen, remde beduidend sneller af dan de concurrerende Mercedes van Levegh. De plotselinge rem-actie van Hawthorn zorgde ervoor dat de zojuist ingehaalde Austin-Healey moest uitwijken naar het midden van de baan, zodat deze de Jaguar in kon halen. Helaas zag Lance Macklin de snel naderende Pierre Levegh en Juan Manuel Fangio over het hoofd. Fangio reed op dat moment op een tweede positie en stond op het punt Levegh op een ronde te zetten. Levegh had op dat moment geen tijd om te reageren en raakte de linkerachterkant van de auto van Macklin. Het aerodynamische ontwerp van de Austin-Healey leek op een lange schansachtige carrosserie. Toen Levegh de Austin-Healey raakte, werd zijn auto gelanceerd naar de linkerkant van de baan, waar hij een dam van aarde in boorde, welke bedoeld was om de toeschouwers te beschermen. De impact zorgde ervoor dat vele onderdelen van de auto losgeslingerd werden. Onder andere de motorkap en vooras kwamen los van het frame en belandden in het publiek. Aan de voorkant van het chassis werden cruciale verbindingen voor het motorblok beschadigd, waardoor het zware motorblok loskwam en ook in het publiek belandde. Levegh werd uit de auto geslingerd en brak bij de fatale val zijn schedel. Toen de overblijfselen van de 300 SLR tot stilstand waren gekomen, scheurde de brandstoftank die achter de cockpit geplaatst was. De vlamvattende brandstof verhoogde de temperatuur van de overgebleven Elektron-carrosserie en raakte snel voorbij het brandpunt, dat door de magnesiumlegering zeer laag was. De eigenschappen van het magnesium betekenen dat een verbranding in zuurstof bij vrij lage temperaturen mogelijk is, die de legering toestaat om in witte hete vlammen los te barsten. Veiligheidswerkers die probeerden het brandende wrak te blussen faalden, doordat zij niet wisten dat water op een magnesium-vuur resulteert in een nog grotere vuurzee, met tot
    gevolg dat de auto meerdere uren bleef branden. In totaal kwamen 82 toeschouwers om het leven doordat zij geraakt waren door losvliegende brokstukken of verbrandden in het vuur. Fangio, die vlak achter Levegh reed, ontsnapte ternauwernood aan de zwaar beschadigde AustinHealey, die op dat moment op de rechterkant van de baan in zijn lijn terechtgekomen was. Macklin raakte hierop de pitsmuur en sloeg terug naar de linkerkant van de baan. Hierna boorde de auto zich in de dam vlak bij de plek waar de brandende 300 SLR zich bevond. Dit leidde tot het verongelukken van nóg een toeschouwer. Macklin overleefde het ongeluk echter wel. De race werd niet afgebroken, officieel om op die manier geen toeschouwers op de uitvalswegen te krijgen die zouden zorgen voor wegblokkades en vertraging van ambulances. Mike Hawthorn, die zojuist de pitstraat ingereden was, reed door ondanks dat hij geschokt was van wat hij zag gebeuren aan de andere kant van de baan. Tijdens de nacht, nadat het aantal overleden toeschouwers was vastgesteld en doorgegeven was aan het Mercedes-Benz-hoofdkantoor in Stuttgart, kwam de officiële order binnen voor de twee overgebleven Mercedes racewagens, bestuurd door Juan Manuel Fangio/Stirling Moss en Karl Kling/André Simon, om zich met directe ingang terug te trekken uit de race uit respect voor de slachtoffers. Op dat moment reed Mercedes aan kop met een ronde voorsprong op Jaguar. Mike Hawthorn en het Jaguar-team, geleid door motorsportmanager Lofty England, bleef in de wedstrijd omdat zij vonden dat ze niet verantwoordelijk waren voor de crash. Hawthorn won de race samen met zijn teamgenoot Ivor Bueb, maar zij vierden de overwinning niet uit respect voor de overledenen. De begrafenisdiensten voor de overledenen werden de volgende dag gehouden in de Kathedraal van Le Mans. Na de race werd na officieel onderzoek vastgesteld dat het ongeluk niet door Jaguar veroorzaakt was, maar dat het ging om een raceongeluk. De dood van de toeschouwers werd geweten aan de ontoereikende veiligheidsmaatregelen van het circuit, wat leidde tot het verbannen van autosport in Frankrijk, Zwitserland, Duitsland en nog andere landen totdat de circuits aan een hogere veiligheidsmaatstaf waren aangepast. Het verbod in Zwitserland betrof auto- en motorsportevenementen waarbij meerdere deelnemers zich gelijktijdig op hetzelfde parcours bevinden. Wedstrijden 'tegen-de-klok', zoals Heuvelklimwedstrijden zijn wel toegestaan. In juni 2007 begon de Zwitserse overheid maatregelen te treffen dit verbod op te heffen. De wetgeving werd echter door het Zwitserse parlement niet aanvaard. Het World Sportscar Championship-seizoen van 1955 werd voltooid met twee resterende races (de Britse RAC Tourist Trophy en de Italiaanse Targa Florio). Mercedes-Benz won beide evenementen, en verzekerde zichzelf op deze manier van het constructeurskampioenschap van dat seizoen. Na het winnen van de laatste belangrijke race in het seizoen van 1955, de Targa Florio, kondigde MercedesBenz aan dat zij niet langer zou deelnemen aan de autosport zodat zij zich meer konden gaan concentreren op de ontwikkeling van normale auto's. Het aan zichzelf opgelegde verbod op autoracen duurde tot in de 80'er jaren.







    11-06-2018 om 09:30 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 11 juni fabiola

    11 juni 1928 Fabiola Doña Fabiola Fernanda María-de-las-Victorias Antonia Adelaida Mora y Aragón (Madrid, Fabiola werd geboren in het Paleis van Zurbano in de Spaanse hoofdstad Madrid. Ze was de derde van de zeven kinderen van Don Gonzalo Mora y Fernández, markies van Casa Riera en graaf (van) Mora (1887-1957) en van zijn vrouw doña Blanca Aragón y Carrillo de Albornóz (1892-1981). Via haar moeder stamt ze af van de graven van Elio, Johan II van Aragón en Beatrice van Portugal. Haar doopmeter was Victoria Eugenia, koningin van Spanje. Haar broer Jaime Mora y Aragón was bekend als Spaans acteur en playboy. Fabiola werd opgeleid als verpleegster en stond bekend om haar sociale betrokkenheid. Ze dacht eraan in het klooster te treden, maar veranderde van mening na haar ontmoeting met Boudewijn, die haar meenam naar België. Fabiola bezat samen met haar echtgenoot de villa Astrida (genoemd naar koningin Astrid) in Motril (Spanje), waar ze jaarlijks vakanties doorbrachten. Tijdens hun vakantie in 1993 overleed koning Boudewijn daar op 31 juli. Ze leerde Boudewijn kennen door bemiddeling van hulpbisschop Leo Suenens, de latere kardinaalaartsbisschop van het aartsbisdom Mechelen-Brussel. Beiden waren diepgelovig katholiek en hun eerste ontmoeting vond plaats in Lourdes. Het hof kondigde op 16 september 1960 officieel de verloving aan van doña Fabiola met koning Boudewijn. Fabiola en Boudewijn trouwden in Brussel, burgerlijk in de Troonzaal van het koninklijk paleis, kerkelijk in de Sint-Michielskathedraal op 15 december 1960. Haar getuigen waren: de Markies van Casa Riera (broer), graaf Alejandro Mora en de graaf van Barcelona. Johannes XXIII stuurde Kardinaal Siri als pontificaal gezant die de persoonlijke gelukwensen en een bijzondere apostolische zegen overmaakte aan het vorstenpaar, de nuntius Mgr. Forni las een boodschap voor. Kardinaal Van Roey zegende het huwelijk in. Tijdens de huwelijksplechtigheid droeg Fabiola het diadeem der Negen Provinciën dat haar schoonmoeder koningin Astrid na haar huwelijk met de toekomstige koning Leopold III op 25 februari 1927 ontvangen had als geschenk van het Belgische volk (door nationale intekening). Haar witte huwelijksjapon werd ontworpen door Cristobal Balenciaga. Fabiola de Mora y Aragón kreeg door haar huwelijk de titel Koningin der Belgen. Fabiola en Boudewijn bleven kinderloos. Fabiola raakte enkele keren zwanger, maar het bleken steeds buitenbaarmoederlijke zwangerschappen te zijn. Nadat duidelijk werd dat het leven van Fabiola zelf op haar leeftijd in gevaar zou komen bij een volgende zwangerschap, berustten beiden in hun lot en beschouwden dit als een kans om "meer van alle kinderen te kunnen houden". De voornaamste officiële activiteiten van Fabiola bestonden uit het vergezellen van de koning tijdens staatsbezoeken en bij het ontvangen van buitenlandse personaliteiten in Brussel. In 1990 vertegenwoordigde ze België samen met de koning op de eerste wereldtop van de VN over het kind. Daarnaast had ze een sociaal secretariaat dat talrijke verzoeken om hulpverlening behandelde, in afspraak met de bevoegde ministeries en de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW).
    erevoorzitster van de Koning Boudewijnstichting (1993-2014); erevoorzitster van de Koningin Elisabethwedstrijd (1965-2013); erevoorzitster van de Damiaanactie (1965-2010); beschermvrouw van Unicef België; oprichtster van de Nationale Stichting Koningin Fabiola voor de Geestelijke Gezondheid; beschermvrouw van de Werelddag Poëzie en Kind; beschermvrouw aan de Unie van schouwspelkunstenaars; beschermvrouw van het Salon van aquarellisten;
    meter van de Internationale Wedstrijd voor beiaardiers; beschermvrouw van het Muziekfestival Musica Antiqua, Festival van Vlaanderen, Brugge; beschermvrouw van de Europese Prijs voor het Museum van het Jaar. Koningin Fabiola werd in de uitvoering van haar taken geholpen door haar uitgebreide talenkennis. Ze sprak, naast Spaans, vlot Nederlands, Frans, Duits, Engels en Italiaans. Na het overlijden van haar echtgenoot in 1993 trok ze zich terug uit het publieke leven. Ze woonde sindsdien op het Kasteel van Stuyvenberg. Ze bleef wel erevoorzitster van de Koning Boudewijnstichting. Ze bleef tot 2013 erevoorzitster van de Koningin Elisabethwedstrijd waarvan de jaarlijks uitgereikte eerste prijs haar naam droeg. Ook haar fonds is nog steeds actief, en ze was bij officiële plechtigheden aanwezig in binnen- en buitenland, zoals op het Festival Internacional de Música Sacra Rey Balduino en het EMF. De familie Mora onderhield, zoals de meeste families in de Spaanse aristocratie, goede banden met het Spaanse staatshoofd, de nationaalkatholieke en fascistische dictator Franco, die de Spaanse kroon had toegezegd aan de troonopvolger Don Juan de Bourbon. Carmen Polo, de echtgenote van Franco, was aanwezig bij het overhandigen aan Fabiola door Fernando María Castiella van het diadeem, huwelijksgeschenk vanwege de Spaanse regering. De goede verhouding bleef bestaan tot de dood van Franco.[Fabiola correspondeerde met de caudillo (o.m. verjaardagswensen, bedankjes voor etentjes en gastverblijven). Ze bracht als koningin samen met Boudewijn privébezoeken aan het echtpaar Franco, die in sommige milieus bekritiseerd werden. Op 16 mei 2009 kreeg de Belgische krant La Dernière Heure een brief afgeleverd waarin een onbekende groep dreigde met een aanslag met een kruisboog op Fabiola tijdens het defilé op de Belgische nationale feestdag.[ ] Er werden maatregelen genomen die haar veiligheid moesten garanderen.[] Aan het einde van het defilé haalde de vorstin een appel uit haar handtas en hield die in de hand, waarmee ze naar Willem Tell verwees en haar onverschrokkenheid bevestigde. Begin 2010 kwam er een soortgelijke dreigbrief.
    Medio januari 2009 werd Fabiola enige tijd in een ziekenhuis opgenomen voor een infectie van de luchtwegen nadat zij enkele dagen eerder een schildklieroperatie had ondergaan. Haar gezondheidstoestand was ernstig,[] en daarbij leed ze zichtbaar aan artrose en reuma. Ze kon na enige tijd het ziekenhuis weer verlaten. Nadien verscheen ze in het openbaar in een rolstoel en voor het laatst tijdens de herdenkingsplechtigheid van de 20ste verjaardag van het overlijden van haar man, koning Boudewijn, op 31 juli 2013. Nadien leefde ze teruggetrokken in het Kasteel van Stuyvenberg te Laken, waar ze op 5 december 2014 overleed.[ Op vrijdag 12 december 2014 werd Fabiola, na een requiemmis in de Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele en de absoute in de Onze-LieveVrouwekerk van Laken, bijgezet bij haar echtgenoot Boudewijn in de Koninklijke Crypte. Op 10 januari 2013 kwam Fabiola in het nieuws omdat ze geld zou hebben ondergebracht in een private stichting waardoor de erfgenamen minder erfrechten zouden moeten betalen.[ De stichting, "Fons Pereos", had als doel het ondersteunen van haar neven en nichten, en hun afstammelingen, op voorwaarde dat ze geboren zouden zijn uit een eerste, rooms-katholiek gesloten huwelijk. Op 12 januari 2013 werd bekend dat de eerste minister Di Rupo voor de begroting van 2013 voorstelde de dotatie van Fabiola met bijna een half miljoen te verlagen vanaf 2013 tot € 923.000.[18] Op 6 juni 2013 besloot de regering vervolgens haar dotatie te verlagen tot 423.000 euro. Hiervan bedroeg het inkomensdeel 90.000 euro per jaar ofwel 7.500 euro per maand. Over dit inkomensdeel moest Fabiola belasting betalen. Op 25 januari 2013 werd bekend dat Fabiola het Fons Pereos zou opheffen.[ Volgens artikel 17 van de statuten zouden de gelden verdeeld worden over de stichting die door haar man was opgericht bij testament van 1992 en een in 1999 door haar zelf in Spanje opgerichte stichting.[] In september 2013 werd bekend dat het Fons Pereos op 11 juli 2013 daadwerkelijk was opgeheven. De gelden werden getransfereerd naar een andere stichting, Astrida.]
    Op 28 mei 2013 kwam Fabiola opnieuw in het nieuws omdat Villa Astrida, het vakantieverblijf van Boudewijn en Fabiola in het Spaanse Motril, in een Spaanse stichting werd ondergebracht “zodat de neven van de koningin ervan kunnen genieten zonder successierechten te betalen”. De dag na het overlijden van Fabiola op 5 december 2014 deelden de diensten van het Paleis mee dat haar erfenis gaat naar het Hulpfonds van de Koningin dat zich inzet voor "hulp aan behoeftige en in dringende nood verkerende personen". Fabiola heeft twaalf sprookjes geschreven die in 1955 in Spanje gebundeld verschenen onder de titel Los doce Cuentos maravillosos. Toen het boek geen succes werd, kocht ze zelf het grootste deel van de oplage op om vervolgens de boeken weg te geven. Na haar huwelijk verscheen de bundel ook in België, waar het wel een succes werd. De vertaling De twaalf wonderlijke sprookjes van Koningin Fabiola (van Lia Timmermans) werd in 1961 uitgegeven bij Desclée de Brouwer. Ter gelegenheid van de vijftiende verjaardag van attractiepark De Efteling werd de attractie De Indische Waterlelies gebouwd, een uitbeelding van een van de twaalf sprookjes. 11 juni 1928 – Laken, 5 december 2014 ) werd door haar huwelijk in 1960 met koning Boudewijn van België de vijfde Koningin der Belgen.









    11-06-2018 om 09:29 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 11 juni mandela

    11 juni 1963 Nelson Mandela Nelson Rolihlahla Mandela (IPA xoˈliɬaɬa manˈdeːla; uitspraak in het Xhosa) (Mvezo, 18 juli 1918 – Johannesburg, 5 december 2013 ) was een Zuid-Afrikaans antiapartheidsstrijder en politicus. Vanaf 1944 was Mandela betrokken bij de strijd van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Als leider van de militaire tak van het ANC werd hij in 1963 opgepakt en kreeg hij een levenslange gevangenisstraf opgelegd. In 1990 kwam hij vrij en werd het ANC gelegaliseerd. Samen met president F.W. de Klerk kreeg Mandela in 1993 de Nobelprijs voor de Vrede voor "hun inspanningen voor het vreedzaam einde van het apartheidsregime en het leggen van de funderingen voor een nieuw democratisch Zuid-Afrika". Bij de eerste vrije, niet-raciale verkiezingen in 1994 werd de op dat moment 75-jarige Mandela gekozen tot president van de Republiek Zuid-Afrika. In 1999 trad hij af. In Zuid-Afrika wordt hij beschouwd als de "vader des vaderlands".] Zijn bijnaam was Madiba, de naam in zijn clan voor Thembu-koningen. Mandela werd geboren in Mvezo, in de toenmalige Unie van Zuid-Afrika, en groeide op in Qunu, een klein dorp vlak bij Mthatha in de Oost-Kaap. Als voornaam kreeg hij de naam Rolihlahla, dat in de taal van de Xhosu letterlijk 'de tak van een boom trekken' betekent en als figuurlijke betekenis 'lastpost' heeft. Hij was een lid van de Ixhiba-clan, een zijtak van de koninklijke familie Thembu, die toentertijd heerste over de regio Transkei. Zijn vader was stamhoofd Gadla Henry Mphakanyiswa. Zijn moeder Nosekeni Fanny was de derde echtgenote van zijn vader. In totaal had zijn vader vier echtgenotes, bij wie hij vier zonen en negen dochters kreeg. Mandela's familie leverde vroeger adviseurs aan het hof van de koning. Zijn vader was een van hen.[ Mandela was het eerste lid uit de geschiedenis van zijn familie dat naar school ging. In 1927 stierf de vader van Mandela en kwam hij onder de voogdij van de regent van de Thembu. Hij kon zich inschrijven aan het College van de Universiteit van Fort Hare, wat de enige plaats was waar zwarten hoger onderwijs mochten volgen. Vanaf 1943 volgde Mandela de opleiding rechten aan de Universiteit van de Witwatersrand te Johannesburg. In 1944 raakte Mandela betrokken bij de strijd van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) tegen de dominantie van de blanke etnische minderheid en de segregatiepolitiek. Als advocaat volgde hij het voorbeeld van satyagraha van Mohandas Gandhi. In augustus 1953 opende Mandela samen met zijn vriend Oliver Tambo een eigen advocatenkantoor, Mandela en Tambo, in het centrum van Johannesburg. Het was indertijd het enige door zwarten geleide advocatenkantoor in Zuid-Afrika. Het was populair bij zwarte cliënten die zich beklaagden over politiegeweld. De overheid trok de vergunning in en dwong hen te verhuizen, waardoor de clientèle afnam. Door tijdgebrek werd het kantoor uiteindelijk opgeheven.[ Aangezien de resultaten van de geweldloze acties achterbleven en het ANC in 1960 verboden werd, stichtte en leidde Mandela de militaire tak van het ANC, Umkhonto we Sizwe (Speer van de Natie). Die voerde sabotageacties uit tegen militaire en publieke installaties. Mandela en andere ANC-leden hadden deze vleugel opgericht, omdat ze dachten dat geweldloos verzet zinloos was aangezien het keer op keer met geweld werd neergeslagen. De aanslagen waren op overheidseigendommen gericht en werden 's nachts uitgevoerd. Ze hadden als doel de zwarte bevolking van Zuid-Afrika ertoe te bewegen in opstand te komen om een revolutie te bewerkstelligen. Mandela zag iedereen die zich tegen de apartheid verzette als een vriend, waarbij de huidskleur, religie of politieke achtergrond er niet toe deed Mandela's ANC kreeg steun (politiek en militair) van bevrijdingsbewegingen in andere landen, met leiders als Robert Mugabe (Zimbabwe) , Fidel Castro (Cuba), Yasser Arafat(Palestina) en Moammar alQadhafi (Libië). Mandela vergat zijn bondgenoten nooit en bleef hen vanwege hun steun steeds trouw, al kon hij hun latere gedrag soms ook wel kritiseren (Mugabe). In 1961 werd Mandela verdacht van hoogverraad, maar vrijgesproken. Op 5 augustus 1962 werd hij, na een tip van de CIA, echter opnieuw gearresteerd wegens zijn gewapende strijd tegen de apartheid.
    [4] Met andere ANC-leiders werd hij in 1964 veroordeeld voor het voorbereiden van een guerrillaoorlog, met de bedoeling het apartheidsregime met geweld omver te werpen. In het zogeheten Rivoniaproces kreeg hij een levenslange gevangenisstraf opgelegd. Voordat Mandela gevangengezet werd, was hij een voorstander van een samenwerking van het ANC met de South African Communist Party (SACP), die sterk onder invloed van de toenmalige Sovjet-Unie stond. Zijn gevangenisnummer 46664 werd jaren later het symbool voor zijn aidsbestrijdingsproject. Nelson Mandela verbleef van 1964 tot 1982 in de gevangenis op Robbeneiland. Tijdens zijn gevangenschap werd de problematiek van de apartheid op internationaal niveau besproken. Mandela raakte daarbij internationaal bekend en werd het symbool van de wereldwijde anti-apartheidsbeweging. De gevangenen op het eiland werden gedwongen tot arbeid in een plaatselijke kalkgroeve. Velen kregen last van hoornvliesontsteking als gevolg van stof en het felle zonlicht dat weerkaatst werd door de witte kalk. In het begin mocht Mandela geen zonnebril dragen. Hij liep daardoor schade aan zijn ogen op en moest aan een traanbuis geopereerd worden. Tijdens het verblijf in de gevangenis en het werk in de groeve, ontstonden hechte vriendschapsbanden tussen de gevangenen. Deze spelen nog altijd een grote rol in de Zuid-Afrikaanse politiek. De gevangenen werden gescheiden op basis van huidskleur en zwarte gevangenen ontvingen kleinere rantsoenen dan kleurlingen en Indische personen. De categorie van politieke gevangenen, waartoe Nelson Mandela behoorde, werd afgescheiden en had minder rechten. De gevangenen moesten zich met koud zeewater wassen en Mandela sliep in een cel van 2,4 bij 2,1 meter op een slaapmat.[ Mandela was officieel een gevangene van 'klasse D'. Gevangenen uit deze laagste klasse hadden slechts recht op één bezoek of brief per half jaar. Althans in theorie. In praktijk werden de spaarzame brieven lang vertraagd of gecensureerd. Robbeneiland volstond niet om de wil van Mandela te breken. Integendeel, die bleek alleen maar toe te nemen. Volgens de getuigenis van medegevangene Ahmed Kathrada aanvaardde Mandela geen enkele voorkeursbehandeling en leidde hij alle protestacties in de gevangenis . Mandela weigerde stelselmatig om zijn (Afrikaanstalige) bewakers met "baas" aan te spreken. Terwijl veel gevangenen weigerden met hun bewakers te praten, probeerde Mandela hun situatie te analyseren. Hij besefte dat het gedrag van de Afrikaners geleid werd door een rabiate angst. Als de zwarte bevolking aan de macht zou komen, zou dit volgens hem tot een genocide kunnen leiden. Mandela gebruikte zijn jarenlange opsluiting om de geschiedenis van de Afrikaners en hun taal, het Afrikaans, te leren. Dit stelde hem in staat hun mentaliteit te begrijpen en in dialoog te gaan. In tegenstelling tot het ANC, dat de bezetting van zuidelijk Afrika door blanken beschouwde als een moderne versie van het Europese kolonialisme, zag Mandela de Afrikaners óók als rechtmatige inwoners van (Zuid-)Afrika. Hij realiseerde zich dat hij in dezelfde situatie mogelijk dezelfde drastische beslissingen had genomen In 1976 ontving hij voor het eerst een delegatie van de Zuid-Afrikaanse regering. De minister van gevangenissen Jimmy Kruger stelde voor hem vrij te laten onder voorwaarde dat Mandela verhuisde naar het toenmalige thuisland Transkei. Mandela weigerde, stelde zijn eigen voorwaarden en eiste zijn vrijlating. Op 16 juni 1976 braken in de krottenwijk Soweto van Johannesburg rellen uit, een nieuwe stap in het protest en de repressie. In 1982 werd Mandela met andere ANC-leiders overgeplaatst naar de Pollsmoor Maximum Security Prison in Tokai. Zes jaar later verhuisde hij naar de Victor Verster Prison, in de buurt van Paarl, waar hij een vrijstaande woning van een cipier kreeg toegewezen, evenals een privékok. Hij mocht veel bezoekers van buiten de gevangenis ontvangen. In 1985 speelde ook Margaret Thatcher een rol bij het vrij krijgen van Mandela.[Vanuit haar economisch liberalisme was zij eigenlijk niet zo voor apartheid, maar ze wilde het ook niet doen opheffen door internationale boycots of andere sancties. Daarom stuurde zij uiteindelijk een brief aan president Botha waarin ze schreef dat in haar opinie het vrijlaten van Mandela meer impact zou hebben dan vrijwel iedere andere handeling die Botha zou kunnen uitvoeren.
    Mandela voerde vanaf 1987 in het geheim besprekingen met de minister van justitie Kobie Coetsee. In drie jaar werden elf ontmoetingen gehouden. Coetsee organiseerde vanaf mei 1988 onderhandelingen tussen Mandela en een overheidsdelegatie van vier personen. Uiteindelijk stemde de Zuid-Afrikaanse overheid ermee in dat Mandela en alle politieke gevangenen werden vrijgelaten en het ANC gelegaliseerd zou worden, op voorwaarde dat Mandela en het ANC voor altijd het geweld zouden afzweren, zouden breken met de communistische partij en zich niet zouden inzetten voor het omverwerpen van de blanke regering. Mandela weigerde dat en gaf aan dat het ANC alleen met de gewapende strijd zou stoppen, als de regering dat ook zou doen
    Mandela's vrijlating op 11 februari 1990 geschiedde op verzoek van president Frederik de Klerk. Het zorgde wereldwijd voor opgetogenheid. Na zijn vrijlating ging Mandela meteen naar het ANChoofdkwartier in Kaapstad. Het verbod van het ANC werd opgeheven en Mandela werd in juli 1991 unaniem gekozen tot de nieuwe voorzitter van deze partij. Met de toenmalige regering voerde hij onderhandelingen over een zwart-blanke toekomst voor Zuid-Afrika. In september 1992 resulteerde dat in de haastige samenstelling van een tijdelijke regering die als taak had hervormingen door te voeren. Direct na zijn vrijlating bezocht Mandela Fidel Castro. Diens Cubaanse Revolutie van 1959 was een bron van inspiratie voor hem geweest. Volgens hem had de Cubaanse steun aan Angola in de jaren zeventig en tachtig het Zuid-Afrikaanse regime verzwakt. “Wie trainde onze mensen”, vroeg Mandela retorisch aan Castro. “Wie gaf ons middelen, wie trainde onze soldaten, onze dokters? U was nog nooit in ons land. Wanneer komt u?” Ook bezocht hij na zijn vrijlating, ondanks een verbod van de VS, kolonel Khadaffi in Libië.[] Khadaffi liet hem niet alleen toen anderen in het Westen dat wel deden, was zijn argument. In februari 1994 werd besloten tot het houden van vrije, niet-raciale verkiezingen in de daaropvolgende winter, om te komen tot een nationale eenheidsregering. Alle partijen die meer dan twintig zetels zouden behalen, zouden worden uitgenodigd zitting te nemen in de nieuwe regering. Mandela nodigde uiteindelijk ook partijen uit die er minder hadden gekregen. Mandela werd op 27 april 1994, op 75-jarige leeftijd, president van Zuid-Afrika, als opvolger van De Klerk, die al een aarzelend begin had gemaakt met afschaffing van apartheidsregels. Mandela stelde met hulp van onder meer de zwarte anglicaanse aartsbisschop Desmond Tutu de Waarheids- en Verzoeningscommissie in. In december 1997 trad hij af als leider ('president') van het ANC ten gunste van Thabo Mbeki In 1999 besloot Mandela om zich niet opnieuw verkiesbaar te stellen als president. Mbeki volgde hem op. Mandela sprak zich herhaaldelijk kritisch uit over westerse landen. Zo verzette hij zich in 1999 heftig tegen de NAVO-interventie die leidde tot de Kosovo-oorlog. Hij noemde het een poging van machtige staten om de hele wereld te beheersen. In 2003 sprak hij zich uit tegen de plannen van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk om Irak binnen te vallen. Mandela omschreef het als een "tragedie" en zei dat de Verenigde Staten meer verschrikkelijke misdaden begaan hadden dan welk ander land ook, daarmee refererend aan de atoombommen op Japan die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog door de VS waren afgeworpen op Japan. Mandela had in principe niets tegen het bestaan van Israël, dat het Apartheidsregime gesteund had, maar hij was tegen het bezet houden van Arabisch land na de Zesdaagse Oorlog van 1967.[ Ook was hij tegen de onvrijheid van het Palestijnse volk. Zelfbeschikkingsrecht, daar ging het hem om. Yasser Arafat noemde hij zijn “wapenbroeder” en ook zei hij: “Wij identificeren ons met de PLO”.] Verder zei hij: “Wij kunnen ons niet vrij voelen zolang het Palestijnse volk niet vrij is.” Sinds zijn aftreden als president was Mandela's publieke rol symbolisch en informeel. Zo was hij onder andere medeoprichter en lid van The Elders, een raad van voormalige wereldleiders en andere prominente personen. Hij was een groot voorstander van het naar Zuid-Afrika halen van
    het wereldkampioenschap voetbal 2010. Voorafgaand aan de finale reed hij met zijn echtgenote een ererondje over het veld, maar wegens zijn slechte gezondheid bekeek hij de wedstrijd thuis voor de televisie. Mandela is drie keer getrouwd. In 1944 trouwde hij met Evelyn Ntoko Mase. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren: zoon Madiba Thembekile, die in juli 1969 omkwam bij een verkeersongeval (Mandela bevond zich toen nog in gevangenschap en kreeg geen toestemming aanwezig te zijn op de begrafenis), zoon Makgatho en twee dochters die beiden Makaziwe heetten. Hun eerste dochter overleed toen zij negen maanden oud was. Naar haar is de tweede dochter vernoemd. Het huwelijk met Evelyn eindigde in 1957 in een echtscheiding. Mandela huwde in 1958 voor de tweede keer met Nomzamo Winifred Madikizela (Winnie Mandela), een strijdbare mensenrechtenactiviste. Uit dit huwelijk werden twee dochters geboren: Zenani en Zindziswa. Na Mandela's vrijlating in 1990 volgde al snel een reeks onthullingen over Winnies rol en die van haar privéknokploeg met de naam 'Mandela United Football Club', bij het martelen en doden van opponenten, alsook bij het ontvoeren en vermoorden in Soweto van de 14-jarige tiener James Seipei, bekend geworden onder zijn schuilnaam Stompie Moeketsi. Sommige ANC-leiders drongen er bij Mandela op aan van haar te scheiden, maar hij besloot haar trouw te blijven totdat ze door een rechtbank schuldig zou worden verklaard. Na andere onthullingen over een vermeende buitenechtelijke relatie verliet Nelson Mandela haar in 1992. De echtscheiding werd in 1996 wettelijk bekrachtigd. Met zijn derde echtgenote, Graça Machel, trouwde Mandela op zijn tachtigste verjaardag. Zij was tevens de achtentwintig jaar jongere weduwe van de voormalige president van Mozambique, Samora Machel (1933-1986). Op 6 januari 2005 maakte Mandela bekend dat zijn zoon Makgatho overleden was aan aids. Enkele uren na Makgatho's overlijden belegde Mandela een persconferentie om het nieuws wereldkundig te maken en aan te dringen op meer openheid over aids. Mandela liep door een tbc-besmetting longschade op tijdens zijn gevangenschap op Robbeneiland. Zijn gezondheid bleef broos. In 2012 werd hij tweeënhalve week opgenomen in een ziekenhuis. Hij vertrok hierna uit Johannesburg naar zijn geboortedorp Qunu, waar hij in rust en vrede zijn laatste jaren wilde doorbrengen. Eind maart 2013 werd hij tien dagen opgenomen in het ziekenhuis. Een maand lang kreeg hij bezoek van bekende politici, waaronder de Zuid-Afrikaanse president Jacob Zuma. Een zichtbaar verzwakte Mandela leek niet te beseffen wat hem overkwam. Dit leidde tot een storm van protest van de ZuidAfrikaanse bevolking, die vond dat misbruik gemaakt werd van de politieke status van Mandela.[16] Begin juni 2013 werd hij opnieuw opgenomen met 'ernstige' longproblemen.Op 23 juni 2013 liet president Zuma weten dat Mandela's toestand kritiek was. Mandela verliet het ziekenhuis desondanks op 1 september 2013.[ Op 5 december 2013 maakte president Zuma tijdens een persconferentie bekend dat Mandela op 95jarige leeftijd was overleden in zijn woning in Johannesburg.[19] In Zuid-Afrika werd een periode van nationale rouw afgekondigd. Zondag 8 december werd uitgeroepen tot een landelijke 'dag van gebed en bezinning' en op 10 december was er een massale herdenkingsbijeenkomst in Soccer City bij Soweto. Mandela werd op 15 december in Qunu begraven.









    11-06-2018 om 09:27 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.max van praag

     

    10-06-2018 om 09:27 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 10 juni max van praag
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    10 juni 1991 Max van Praag Max van Praag (Amsterdam, 24 juni 1913 – Hilversum, 10 juni 1991) Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest van Praag onderduiken als gevolg van zijn Joodse afkomst. Hij scoorde veel hits in de jaren vijftig, waaronder Als ik tweemaal met mijn fietsbel bel en Daar zijn de appeltjes van Oranje weer. Van Praag vormde in die tijd samen met Willy Alberti het duo De Straatzangers. Onder die naam hadden de heren diverse hits, waaronder Aan het strand stil en verlaten (1955) en Als de klok van Arnemuiden (1959). Sinds 1958 organiseerde hij jaarlijks het Loosdrecht Jazz Concours. Ook opende hij zijn eerste grammofoonplaten-winkel in Utrecht op de Amsterdamsestraatweg. Hij breidde het bedrijf, samen met zijn vrouw Sari en zoon Chiel, uit tot een van de grootste platenwinkelketens van Nederland. In 1974 openden zij in winkelcentrum Hoog Catharijne hun succesvolste winkel. Echter in de jaren tachtig kwam de cd in opmars. De vernieuwing werd niet gevolgd door de financiële adviseurs. Max en Sari moesten noodgedwongen hun winkels sluiten. In 1991 overleed hij aan de gevolgen van de ziekte van Parkinson. De broer van Max is Jaap van Praag, oud-voorzitter van Ajax. Bekende kinderen zijn Chiel van Praag, televisie- en radiopresentator, en Marga van Praag, voormalig verslaggeefster bij en presentatrice van het NOS Journaal. was een Nederlandse zanger, die vooral in de jaren vijftigvan de twintigste eeuw een aantal successen boekte.

    10-06-2018 om 09:24 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ray Charles

     

    10-06-2018 om 09:22 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 10 juni Ray Charles

    10 juni 2004 Ray Charles Ray Charles Robinson (Albany (Georgia), 23 september 1930 – Beverly Hills (Californië), 10 juni 2004) was een blinde Amerikaanse zanger en pianist. Hij was een groot vertolker van de moderne blues en de rhythm-and-blues, maar ook soul, jazzen popmuziek stonden op zijn muzikale menukaart. In de jaren 50 ontwikkelde hij de blues en rhythm-and-blues verder door de introductie van elementen uit de kerkelijke gospelmuziek, waarin zowel een krachtige pianobegeleiding als het vrouwenkoor een prominente rol speelt. Zo was Ray Charles, meestal begeleid door een groep zangeressen (The Raelettes), een vroege soulartiest met nummers als I got a woman, The night time is the right time en What'd I Say. Ook de jazz had een plaats in zijn repertoire. Tijdens concerten werd Ray Charles vaak begeleid door een big band. In 1960 volgde een verandering van stijl: violen en popsongs deden hun intrede. De blues en rhythmand-blues hadden afgedaan. Ray Charles scoorde enkele grote hits met Hit the road Jack en I can't stop loving you. Notoir is zijn nummer Busteddat hij schreef nadat hij een jaar in de gevangenis gezeten had voor het bezit van heroïne. In 1980 speelde Ray Charles een kleine rol in de film The Blues Brothers. Zijn muziek was ook in veel andere films te horen. Ray Charles stierf op 10 juni 2004 op 73-jarige leeftijd, ten gevolge van leverkanker, in zijn huis te Beverly Hills, Californië, in bijzijn van familie en vrienden. Hij is begraven in een mausoleum of the Golden West op Inglewood Park Cemetery in Los Angeles. Over het leven van Charles is een film gemaakt met in de hoofdrol Jamie Foxx: Ray (2004). In 1979 werd Charles opgenomen in de Georgia Music Hall of Fame.





    10-06-2018 om 09:20 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    09-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.benny neyman

     

    09-06-2018 om 10:00 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 9 juni Benny Neyman

    9 juni 1951 Benny Neyman Wilhelmus Albertus (Benny) Neyman (Maastricht, 9 juni 1951 – Soesterberg, 7 februari 2008) was een Nederlandse zanger. Neyman werd geboren in Maastricht. Op zijn zesde kreeg hij een gitaar met Sinterklaas en nam les. Hij luisterde graag naar de radio en kocht af en toe een plaatje. Eind jaren 60 maakte hij kennis met de muziek van Engelse popbands. Na zijn MULO-diploma volgde hij begin jaren zeventig een opleiding aan de Kleinkunst Academie in Amsterdam. Neyman brak in de tweede helft van de jaren zeventig door, zijn eerste succes kwam in 1980 met het nummer Ik weet niet hoe, een cover van Agapimu van Mia Martini. In 1985 scoorde Neyman zijn grootste hit met Waarom fluister ik je naam nog (nummer 1-positie in de Nederlandse hitparades). In de Radio 2's Top 2000 editie 2007 nam het de 384e positie in, wat tot dan toe zijn hoogste klassering is in het bestaan van de oudejaarslijst.] Vanaf de tweede helft van de jaren tachtig had Neyman geen grote hits meer. Wel bracht hij nog een groot aantal goed verkopende albums uit en had hij een aantal theatertournees. In 1995 bracht hij onder meer enkele Franstalige en Griekse klassiekers op de bühne. Neyman ontving in 1996 een Gouden Harp. Hij brak in de zomer van 2006 met zijn management en begon met zijn gezondheid te sukkelen. Zijn echtgenoot Hans van Barneveld werd in 2006 zijn nieuwe manager. In oktober 2007 verscheen Neymans laatste album Onverwacht. Zijn laatste optreden, een hommage aan de overleden Conny Vandenbos, vond plaats op 2 december 2007. Neyman maakte op 21 december 2007 bekend dat hij leed aan kanker, in een vergevorderd stadium [ en dat de aard van de ziekte niet duidelijk was Op 7 februari 2008 overleed Benny Neyman op 56-jarige leeftijd. Neyman zong ook liedjes over zijn geboortestreek, die buiten Limburg weinig bekendheid kregen. Een uitzondering is de ballade M'n land. De coupletten beschrijven Limburg, dat door de tijd en uitbuiting verandert, maar in het refrein toch mooi is en blijft: Maar mooi is mijn land, en mooi zal het blijven Waar de Maas stroomt van Mook tot aan Maastricht Dat glooiende land van mergel en mijnen Daar zal ik ooit sterven, wellicht.









    09-06-2018 om 09:59 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 9 juni Donald Duck

    9 juni 1934 Donald DuckDonald Duck is een fictieve eend die voorkomt in veel van de strips en tekenfilms gemaakt door The Walt Disney Company. Zijn volledige naam is Donald Fauntleroy Duck.De naam Donald Duck duikt voor het eerst op in The Adventures of Mickey Mouse, een boekje uit 1931. Hier wordt een zekere Donald Duck genoemd als vriend van Mickey Mouse. Deze Donald Duck speelt verder geen rol in het boekje. Wel is op een van de afbeeldingen een eend te zien, die echter weinig weg heeft van de latere Donald Duck. Donald Duck zoals hij nu algemeen bekend is debuteerde in de cartoon The Wise Little Hen uit 1934, een van de filmpjes uit de serie Silly Symphonies. Donald werd voor deze film ontworpen door Art Babbitt en Dick Huemer, twee animators die aan het filmpje werkten. Hij zag er in dit filmpje nog sterk uit als een eend, met een lange snavel en vleugels. Na dit debuut speelde hij mee in een aantal Mickey Mouse-filmpjes en kreeg al snel zijn eigen tekenfilmserie. Ook had Donald een bijrol in de krantenstrips van Mickey Mouse. Vanaf 1936 kreeg hij een eigen krantenstrip, getekend door Al Taliaferro en geschreven door Ted Osborne. De wereld rond Donald Duck werd hierna met name verder uitgewerkt door Carl Barks, die nieuwe vaste personages als Dagobert Duck, Willie Wortel en Guus Geluk in de strips introduceerde. Ook ontwierp Barks de stad waar al deze personages wonen, Duckstad. Donalds snavel en nek waren in het begin veel langer, en zijn handen waren meer vleugelachtig dan nu. Donald lijkt daardoor tegenwoordig minder op een echte eend dan in zijn eerste jaren als tekenfilm-/ stripheld. Zijn kwakende stem is in de filmpjes wel altijd gebleven. De strips van Donald Duck zijn ook niet hetzelfde gebleven. Vroeger waren er vaak meer plaatjes en minder tekst. De grappen zaten verstopt in de tekeningen. Later kwamen er meer grappen in de tekst, in de "tekstwolkjes" bij de plaatjes. Donald en de andere figuren gingen meer praten. Woordspelingen werden belangrijker. Donald Duck is over de hele wereld beroemd geworden. Naast de vele stripverhalen zijn er honderden films van hem gemaakt. Donald was voor het eerst in Nederland te zien in 1938. Men kreeg toen in Nederland slechts twee filmpjes te zien. Daarnaast was hij af en toe te zien in krantenstrips van Mickey Mouse, als bijfiguur. In 1950 bracht uitgeverij Mulder & Zoon in Nederland de eerste boekjes op de markt met Donald Duck in de hoofdrol. In oktober 1952 volgde De Geïllustreerde Pers met het eerste nummer van het weekblad Donald Duck, dat tot op heden bestaat. Donald speelt in totaal in meer dan honderd korte filmpjes mee (dat zijn filmpjes die acht tot tien minuten duren) en, samen met andere stripfiguren als Mickey Mouse, in meer dan vijftig lange films. In ongeveer veertig landen zijn Donald Duck-strips te koop. Sinds 1984 is zijn voetafdruk te vinden in de Walk of Fame. Op 9 augustus 2004 kreeg hij, ter ere van zijn zeventigste verjaardag, eveneens een ster in deze beroemde straat. Donald Duck is mede beroemd geworden door zijn opmerkingen en zijn gedrag in de filmpjes. De bekende eend spreekt als een mens, maar is zo koppig als een ezel. Hij wil alles goed doen, maar bijna altijd gaat het juist andersom, zeker wanneer zijn neefjes Kwik, Kwek en Kwak zich ermee bemoeien. Die hebben vaak ondeugende plannetjes, waarvan Oom Donald dan het slachtoffer is. Donald is een eend van 12 ambachten en 13 ongelukken. Hij houdt het zelden ergens langer dan een week uit, omdat hij zo onhandig is of omdat hij in de problemen komt door zijn opvliegende karakter. Soms doet hij zijn werk echt goed, maar vrijwel altijd komt er een moment dat hij, meestal bij een extreem belangrijke klus voor een burgemeester, minister of staatshoofd, een blunder begaat waardoor de zaak in de soep loopt en Donald snel naar een ver oord (bijvoorbeeld Timboektoe) moet vluchten omdat iedereen boos op hem is. Zo'n blunder ontstaat ook vaak als hij een probleem veroorzaakt, bang is om ontslagen te worden en Willie Wortel inschakelt om hem te helpen door iets voor hem uit te vinden waarmee hij het probleem voortijdig denkt te kunnen oplossen, zodat hij in dienst kan blijven. Deze uitvinding veroorzaakt dan juist een veel groter probleem door een verkeerde werking of een vervelend bijeffect, waardoor Donald dan alsnog ontslagen wordt.
    Vaak heeft hij ook een slecht betaald baantje als muntenpoetser in het geldpakhuis van zijn schatrijke oom Dagobert Duck, die Donald in dienst neemt omdat hij familie is en omdat Donald bovendien een fikse schuld bij zijn oom heeft. Munten poetsen is feitelijk ook het enige werk dat Donald echt goed kan. Oom Dagobert neemt hem dan ook vaak weer aan als hij elders ontslagen wordt. Het geldpakhuis is voor Donald ook een schuilplaats waar hij zich kan verstoppen als hij bang is om door anderen ontdekt te worden. Door de manier waarop Donald Duck is getekend, is goed te zien hoe hij zich voelt, wat hij wil en in welke gemoedstoestand hij verkeert. Donald heeft zeer veel verschillende gezichtsuitdrukkingen: boos, heel erg boos, verbaasd, droevig, blij en slim, maar ook chagrijnig of juist tevreden. Als Donald tevreden is krullen de uiteinden van zijn snavel omhoog, als hij verdrietig is wijzen zijn "mondhoeken" omlaag. Aan de achterkant van zijn kop heeft hij altijd een paar veertjes overeind staan. Als Donald erg nijdig is, staan bijna alle veren overeind. Vaak is dan ook aan zijn pet te zien hoe het met hem gaat: als hij kalm is, staat zijn pet recht op zijn kop. Als hij boos is, hangt zijn pet over zijn ogen. Als hij verbaasd is, vliegt het petje soms helemaal van zijn hoofd af. Naar verluidt is Donald Duck een combinatie van alle mensen waaraan Walt Disney − de grondlegger van het megabedrijf The Walt Disney Company − zelf een grote hekel had.[5] Waar de meeste andere Disneyfiguren zoetsappig, vriendelijk en goedaardig zijn, is Donald Duck driftig en opvliegend. In de Amerikaanse strips, met name de oudere afleveringen, valt Donald dan ook vaak op door zijn asociale gedrag. Ook de personages met wie hij in deze strip in aanraking komt vallen vaak op door onbeleefd en asociaal gedrag, In Hoe lees ik Donald Duck wordt Donalds reactionaire karakter besproken. Donald behoort volgens de schrijvers van deze kritische studie tot de geprivilegieerdewitte middenklasse. Wanneer hij op avontuur is in het buitenland, kiest hij steeds de zijde van Midden-Amerikaanse dictators en andere potentaten.[
    Donald Duck zou – net als zijn tweelingzus Dumbella – op 9 juni 1934 zijn geboren. Verschillende stripauteurs, zoals Keno Don Rosa, dateren zijn geboorte echter eerder, namelijk rond 1920. In deel XI van De jonge jaren van Oom Dagobert komt hij al voor (als kind) in 1930. Uit de film Donald Duck gets drafted (1942) blijkt dat zijn volledige naam Donald Fauntleroy Duck is. Zijn tweede naam staat in een kort fragment vermeld op een oproepformulier voor het leger. De vader van Donald is Woerd Snater Duck. Donald is in oudere verhalen zelf ook weleens Woerd Snater genoemd. Zijn moeder is Hortensia Duck. Zijn temperament heeft Donald waarschijnlijk van zijn beide ouders, die werden ook heel vaak boos om kleine dingen. Donald woont samen met zijn drie neefjes Kwik, Kwek en Kwak, die de zoontjes zijn van Dumbella. De drie neefjes zijn een keer bij hem op bezoek gekomen en sinds die tijd nooit meer vertrokken. Vaak zijn de neefjes slimmer dan Donald zelf. Een ander bekend familielid van Donald is zijn neef Guus Geluk, die bijna altijd geluk heeft en mede daardoor behoorlijk arrogant is. Guus voelt zich een stuk beter dan Donald en denkt dat hij veel slimmer en leuker is. De twee zijn dan ook grote rivalen en hebben vaak ruzie, hoewel ze soms ook goed met elkaar overweg kunnen. Katrien Duck en Donald hebben in veel verhalen een knipperlichtrelatie. Donald doet voortdurend zijn best om Katrien in te palmen maar verpest het bijna altijd, met name voor zichzelf. Guus Geluk heeft eveneens een oogje op Katrien, een van de redenen dat de twee elkaar voortdurend dwarsliggen. Door zijn constante geluk krijgt Guus vaak wel dingen voor elkaar die Donald niet lukken. Er is nooit een officiële stamboom van de hele Duck-familie geweest. Allerlei tekenaars hebben door de jaren heen steeds hun eigen personages toegevoegd, waarvan sommige (zoals Dagobert Duck) zeer belangrijk zijn geworden, terwijl veel andere familieleden slechts eenmalig ooit in een verhaal zijn voorgekomen Donald is een antropomorfe eend met oranje-gele benen, voeten en snavel. Hij draagt altijd een matrozenpak, bestaand uit een shirt (in de stripverhalen is dit meestal zwart en op (voor)platen blauw) een rode strik en een blauwe pet. Hij draagt geen broek en hij heeft wel tanden, maar dit is
    alleen te zien als hij ze poetst of als hij razend is. Donald staat bekend om zijn temperament en onhandigheid. Donald woont in Duckstad en daar woont ook het merendeel van zijn familie, waaronder de schatrijke Oom Dagobert. Laatstgenoemde maakt vaak misbruik van de situatie waarin Donald verkeert door hem slecht betaald werk te laten verrichten of door hem op gevaarlijke klussen te sturen, al dan niet met een toegevoegd dreigement hem te onterven. Dagobert neemt de neefjes en Donald wel vaak mee op de gekste avonturen. Ze gaan samen de hele wereld rond op zoek naar schatten en nog meer geld. Donald moet zijn oom dan vaak weer te hulp schieten. Donald heeft ook een aantal verschillende huisdieren, die echter lang niet in alle verhalen voorkomen. De Sint-Bernard Loebas is het vaakst te zien en speelt ook mee in veel oude krantenstripjes. In sommige lange verhalen jaren uit de zestig heeft Donald ook een kat, Tobber. Ook heeft hij in sommige verhalen een of meer goudvissen. Donald heeft een Duckatti. Deze auto is voornamelijk gebaseerd op de American Bantam uit 1939.





    09-06-2018 om 09:57 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.boerenkrijg
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De Boerenkrijg, ook Beloken of Besloten tijd geheten, was een opstand van de Vlaamse landelijke bevolking (Brigands) in 1798, gericht tegen de Franse bezetters van de Zuidelijke Nederlanden. Zij vond haar oorzaak in de algemene misnoegdheid over de antigodsdienstige politiek en de plundering van het land door de Fransen. De wet van 5 september 1798 op de algemene dienstplicht was de druppel die de emmer deed overlopen. De opstand werd al na twee maanden met geweld de kop ingedrukt en was, alhoewel het verzet op sommige plaatsen nog tot 1799 werd verdergezet, eind 1798 al over zijn hoogtepunt heen. Vergeleken met de vele honderdduizenden doden bij de opstand in de Vendée enkele jaren voordien was de Boerenkrijg slechts een schermutseling, maar ook in Zuid-Nederland was de repressie door het Franse regime bijzonder hard. Later werd de opstand geromantiseerd als een belangrijke gebeurtenis in Belgische natievorming en vervolgens de Vlaamse ontvoogdingsstrijd in de Belgische staat. Op 12 oktober 1798 kwam de Vlaamse en Brabantse boerenbevolking in opstand tegen de Franse bezetters, die de opstandelingen brigands (struikrovers) noemden. Het verzet had als leuze Voor Outer en Heerd ("voor altaar en haard", dit betekent: "voor Kerk en gezin"). De Fransen hadden de Zuidelijke Nederlanden drie jaar voordien (1795) in handen gekregen, na een overwinning op het ZuidNederlandse leger van de Habsburgse keizer Frans II. Het strenge regime van de militaire bezetting door de Franse revolutionairen (vanaf de Slag bij Fleurus op 26 juni 1794, tot het uitvaardigen van het decreet van 1 oktober 1795), de vele confiscaties, extra heffingen en de oorlogsleningen, zonder de minste inspraak van de plaatselijke bevolking, hadden het regime weinig geliefd gemaakt. De bewoners van de Zuidelijke Nederlanden en het prinsbisdom Luik waren door dit decreet van 1 oktober 1795 Franse staatsburgers geworden. Alle eeuwenoude privaatrechtelijke en publieke gebruiken waren afgeschaft. In de Vlaamse, Duitse en zelfs Waalse streken werd het Frans als officiële taal slechts door een minderheid verstaan en werden de officiële publicaties zo goed als niet begrepen. De redenen tot dit gewapend verzet waren dan ook de hoge belastingen, de antigodsdienstige politiek van sluiting van de kerken gepaard gaande met de vervolging van de niet-beëdigde priesters (die de door de paus afgekeurde eed van trouw aan de Franse grondwet en "haat aan het koningschap" niet wilden afleggen). Door de Wet op de algemene dienstplicht (ook gekend als de wet Jourdan-Delbrel) van 5 september 1798 (19 fructidor VI) werden alle jongemannen tussen 20 en 25 jaar opgenomen in het Franse "bevrijdings"leger. Een algemene dienstplicht was voorheen onbekend, omdat legers bestonden uit vrijwilligers aangevuld met huurlingen. Verloop[bewerken] Er verschenen plakkaten (aanplakbrieven) in de grote steden op kerken en openbare gebouwen met o.a. de tekst: "Nederlanders ! blyft nu bijeen, wy moeten standvastich wezen". De begindatum van de opstand was gepland op donderdag 25 oktober 1798 door de "Brabantse patriotten". Zij hadden steun gevraagd aan buitenlandse mogendheden, Engeland en Pruisen. Het verzet kreeg beperkte steun onder de vorm van Engelse wapens. Willem V van Oranje hoopte op een herstel van de Verenigde Nederlanden en ook Pruisen beloofde hulp. Maar op 12 oktober 1798 vond een eerste incident plaats bij Overmere (tussen Gent en Dendermonde) naar aanleiding van een inbeslagname bij een boer-belastingweigeraar. Dienstweigeraars bij de gedwongen rekrutering waren ondergedoken en hadden zich verenigd tot een verzetslegertje. In de gemeenten die de beweging onder controle kreeg, velden zij de "vrijheidsbomen", vernielden zij de registers van de burgerlijke stand en de conscriptielijsten, werden niet-beëdigde
    priesters opnieuw aangesteld en werden vrijwilligers gerekruteerd in afwachting van de komst van de geallieerde troepen. De steden bleven afzijdig, ook omdat ze beter gecontroleerd werden. Sommige groepen trokken naar de kust, de Engelsen tegemoet. Twee landingen van de Engelse schepen mislukten, eerst te Vlissingen (op 21 oktober 1798) en dan te Blankenberge (op 23 en 24 oktober 1798). De opstandelingen leden een nederlaag te Ingelmunster. Er vielen 200 doden. Ook in Zuid-Oost-Vlaanderen werd de opstand reeds op 20 oktober 1798 de kop ingedrukt. De stad Mechelen werd kortstondig bevrijd op 22 oktober 1798 (zie Boerenkrijg in Mechelen). Franse symbolen werden vernietigd en documenten werden verscheurd. Dezelfde dag nog heroverden de Fransen de stad. De dag erna werden 41 verzetslieden voor de SintRomboutskathedraal geëxecuteerd. Ook de dagen erna bleef het in en om Mechelen onrustig. Twee eeuwen later, op 5 september 2011 werd in de pers bekendgemaakt dat hun stoffelijke resten teruggevonden waren in een massagraf, tijdens de aanleg van een ondergrondse parking.[1] In Vlaams-Brabant konden de opstandelingen, onder leiding van Emmanuel Rollier, ongeveer twee weken standhouden, maar de opstand werd gebroken op 5 november 1798. Anderen sloten zich aan bij het groeiende Kempense leger onder aanvoering van Emmanuel Jozef van Gansen. Hier begon de opstand in Geel op 15 oktober 1798. Ze hadden hun basis in de abdij van Tongerlo en beheersten kortstondig, en met wisselend succes, de wijde omgeving. Zij werden echter in de rug bestookt door Franse afdelingen uit de Bataafse Republiek. De ruggengraat van de opstand brak op 5 december 1798 toen het Brabantse katholieke leger na een achtervolging over Herentals, Geel en Diest [2] bij Hasselt na verraad werd verslagen. Men schat het aantal doden tussen 5.000 en 10.000. Repressie[bewerken] Er volgde een strenge repressie door het Franse regime waarbij de meeste leiders werden terechtgesteld (190 gefusilleerden, waaronder de leiders Constant, Corbeels en Meulemans), maar ook de verdachten onder de bevolking, jong en oud, het met de dood moesten bekopen. Er volgden 3000 aanhoudingen, honderden deportaties en een strenge toepassing van de militaire conscriptie. In totaal vielen er in deze opstand rond de 15.000 doden. Deze opstand, gevoed door een vaag federalisme, onder Robespierre een halsmisdrijf, vond minder aanhang in de grotere steden en geen weerklank in de Waalse dorpen, tenzij in het noorden van Henegouwen en Waals-Brabant. De benaming Boerenkrijg werd voor het eerst gebruikt in 1798 door een Mechelse kroniekschrijver.
    Boerenkrijgstandbeeld te Herentals Leiders[bewerken] Leiders van de opstand waren onder meer Pieter Corbeels uit Turnhout (geboren in Leuven) (17551799), Emmanuel Benedict Rollieruit Sint-Amands (1769-1851), Michiel van Rompay uit Bonheiden en Emmanuel Jozef van Gansen uit Westerlo (1766-1842). In het zuiden van het land was de legendarische brigand Charles-François Jacqmin actief, die al in 1795 in Loupoigne (Waals-Brabant) een verzetsgroep vormde om tegen de Franse revolutionairen te strijden en het land terug onder Oostenrijks gezag te brengen. Daarbij gebruikte hij de naam Charles de Loupoigne; die naam is later in de volksmond verbasterd tot "Charlepoeng". Hij werd in juli 1799 eveneens verraden en door de sansculotten gedood tijdens een gevecht in Margijsbos te Loonbeek, bij Huldenberg. Luxemburg
    Hardstenen Kruis in Haasdonk met de gouden tekst: IHS D.O.M. Ter gedachtenis van J.B. Tassijns – Alhier laffelijk vermoord – Den 5 oegst 1799 – Gedenkt, gij die voorbijgaat, En diep dit kruise groet, Gedenkt o volk van Vlaanderen, Hier vloeide onschuldig bloet, Hier viel Tassijns voor land en Kerk, Hier draagt de grond het heilig merk, Van enen martelaar – 18 september 1898 – R.I.P. In Duitstalige delen van Luxemburg (het Woudendepartement) kwam er wel een opstand, de Klöppelkrieg, maar ook deze werd snel de kop ingedrukt. Op 29 oktober 1798 trok een legertje van 2000 man op naar de stad Luxemburg, maar ze hebben zich wijselijk teruggetrokken. Bij Arzfeld is er een schermutseling geweest met enkele tientallen doden.  Er waren nog kleinere heropflakkeringen in de periode 1799-1800, toen de kansen van de Fransen op de internationale slagvelden even leken te keren. De dokterszoon Jan Cornelis Elen uit Scherpenheuvel, Van Gansen en zijn boezemvriend, Geert Helsenvoerden nog maandenlang enige guerrillagevechten. Maar toen de landing van de Engelsen in augustus 1799 in Den Helder opnieuw uitdraaide op een mislukking hielden zij zich verder schuil. Na 1800 waren er geen vermeldenswaardige feiten meer. Na de bevrijding door de geallieerde legers voerde het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden geen repressie tegen de Fransgezinden en de verzetsstrijders van de Boerenkrijg werden niet in ere hersteld. De traditionele Belgische geschiedschrijving plaatst dit verzet helemaal in het antirevolutionaire kamp. Moderne historici zien in deze strijd een laatste stuiptrekking van het ancien régime in een poging de vernieuwing van de maatschappij af te wenden. Hendrik Conscience schreef een geromantiseerd epos over deze opstand en heeft deze strijd wat geïdealiseerd. Hij schreef het volgende: "Vandaag durft niemand van de nog levende patriotten beweren dat hij aan deze heroïsche strijd heeft meegedaan" (De Boerenkrijg, 1853). Ook August Snieders schreef meerdere romans en novelles over de Boerenkrijg.
    In Hasselt (Oude Truierbaan, aan de Kapel van Hilst waar de slag plaatshad) wordt deze gebeurtenis jaarlijks door het Boerenkrijgcomité herdacht met een optocht en een mis. Aan het Leopoldplein staat ook een gedenkteken van de Boerenkrijg, ontworpen door François De Vriendt en Albert Baggen. In 1853 schreef Hendrik Conscience een roman over de Boerenkrijg. Archeologen vonden in 2011 op het Sint-Romboutskerkhof in Mechelen een massagraf met daarin 41 skeletten, lichaamsresten van gefusilleerde boerenkrijgers. In Herentals staat op de Grote Markt voor de Lakenhal een monument dat doet herinneren aan de bloedige slag om Herentals op 28 oktober 1798. Willy Vandersteen tekende in 1948 een eenmalig stripverhaal rond de Boerenkrijg genaamd "De Jonge Brigand". De Boerenkrijg vormt ook de achtergrond voor het Suske en Wiskealbum De gladde glipper Op het kerkplein van Overmere (Oost-Vlaanderen), waar de opstand uitbrak, bevindt zich het Boerenkrijgmonument. In Haasdonk (Oost-Vlaanderen) wordt deze gebeurtenis jaarlijks herdacht op 13 oktober door het branden van kaarsjes op de vensterbanken en boven de deuren. Het eerste lied over deze gebeurtenis heet "Voor Outer en Heerd". Het tweede lied "O Kruise den Vlaming" verhaalt in de laatste strofe over het kruis van Haasdonk: O Kruise den Vlaming door moeders hand, Op ’t voorhoofd gedrukt en in ’t harte geplant! O Kruis voor de nachtrust! O Kruis voor het werk! O Kruis op de haardstêe! O Kruis op de Kerk! Geen hand zal u schenden. Geen storremgeweld
    Dat ’t Kruisbeeld in Vlaanderen ooit nedervelt. (bis)
    Eens velde de vijand het Kruisbeeld ter neer: Toen grepen ons jongens naar vaders geweer, En moeder verborg hun haar vliemende smart, En spelde hun bevend het Kruis op het hart. O gaat nu, mijn kindren, en strijdt voor Gods Kruis. Het voer’ u ten zege, en ’t breng’ u weer thuis. (bis)
    Niet één heeft het hoofd voor den kogel gebukt; Zij vielen, het Kruis aan hun lippen gedrukt; Het Kruis op hun borst was wel rood van hun bloed, Doch sterven voor ’t Kruis dat is Vlamingenmoed. O Moeder, en ween niet in ’t eenzame huis. Uw kind is gestorven in d’armen van ’t Kruis. (bis)
    O Kruise dat rijst aan de rand van het woud, O Kruise van hardsteen met letters van goud, Gij zijt met de Vlaming in 't graf neergedaald, Gij rijst uit zijn graf nu, en zegepraalt. O Kruis in het bloed onze helden geplant, Bewaar steeds, en zegen ons Vlaanderland". (bis)

    09-06-2018 om 09:21 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gratiebossen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De Gratiebossen zijn bossen nabij de wijk Kamershoek van de gemeente Berlare, in de provincie Oost-Vlaanderen. Het huidige bos is een stuk kleiner dan het bos dat er vroeger was gelegen. Tot in 18e eeuw was het een groot en uitgestrekt bos, vanop de Kouter in Zele tot diep in Overmere. Naast het bos is er ook de gelijknamige straat, een zijstraat van Kamershoek, die voor het bos ligt. Befaamde bewoners van het Gratiebossen waren de bende van Jan Praet, overdag huis aan huis verkopers en 's nachts pleegden ze overvallen op een huis waar ze overdag waren geweest. Men overviel ook voorbijgangers in het bos. De naam van het bos dateert uit deze periode, de rovers beroofden de voorbijgangers namelijk zonder gratie.

    09-06-2018 om 09:17 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.uitbergen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Uitbergen is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Berlare. De oppervlakte bedraagt 6,48 km². Bij de fusie met Berlare in 1977 waren er 1.605 inwoners. Het Donkmeer ligt gedeeltelijk in Uitbergen. Uitbergen is een van de oudste dorpen in het land van Dendermonde. Het is nog niet te vinden op een kaart van het jaar 879 gemaakt onder het bestuur van Boudewijn met de ijzeren arm en zijn vrouw Judith. Maar een oorkonde van Keizer Lotharius, dagtekenend van 966 en voorkomende in het Cartularium van de St-Baafsabdij (Gent) vermeldt het onder de naam Villa Bergina, als deeluitmakende van de bezittingen van de abdij. Een villa was een groot boerenhof bewoond door een Heer of zijn plaatsvervanger. Rondom stonden de hutten van de dienstknechten. De bevolking van een villa beliep soms tot 500 op 1000 personen. Van dit latijnse woord is het Franse woord village (dorp) afgeleid. Dorp zou komen van terp, torp, hoogte, heuvel op de welke de inwoners vluchtten of zich gingen vestigen om aan de overstromingen te ontsnappen. In latere documenten van de 13e eeuw schrijft men Huitberghine. In een Franse oorkonde van 1306 schrijft men Utbergues en Utberges. In 1312 vinden wij Uytberghe en Hutenbergina. In 1578 Uutberghen. Wat de betekenis mag zijn van die naam blijft een raadsel. Verschillende schrijvers hebben hem op verschillende wijzen verklaard. Het waarschijnlijkste is dat Uitbergen een interessante woonplaats was omwille van zijn zandheuvels. Hier konden de eerste bewoners zich beveiligen tegen de overstromingen van de Schelde. Deze heuvels zijn in de 20ste eeuw afgegraven omwille van de zavel. Er was de Molenberg (aan de Moleneindestraat), de Kouterberg ( nu Fonteinstraat) en de Rijsberg (achteraan de Grote Kouterstraat).
    De Sint-Pieterskerk: de achtzijdige bakstenen vieringtoren in vroeg-gotiek is het oudste gedeelte van de kerk en klimt vermoedelijk in de kern op tot de 12de eeuw. Het koor met twee traveeën werd opgetrokken in zandsteen. Het wordt doorbroken door tweelichtvensters met drielobtracering. Het kerkschip en de zijbeuken dateren van 1906 en werden gebouwd onder leiding van architect Jules Goethals uit Aalst. Het interieur heeft een overwegend neogotische aankleding. Het voormalig gemeentehuis (1927) is van de hand van Valentin Vaerwyck en sluit stilistisch aan bij dat van Zomergem, van dezelfde architect. Toen was Albert Visart de Bocarmé burgemeester van Uitbergen.

    09-06-2018 om 09:10 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.berlare
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Berlare is een plaats en gemeente in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen. Berlare is een landbouw- en woongemeente, met 's zomers een grote toeristische activiteit dankzij het Donkmeer. Het is gelegen aan een brede bocht in de Zeeschelde. De gemeente telt ruim 14.500 inwoners, die Berlarenaars[ worden genoemd. De inwoners van Berlare worden ook wel puitenkloppers genoemd.  Berlare heeft geen spoorwegstation, maar de naburige gemeente Schoonaarde wel. Via het station in Schoonaarde is er verbinding met Gent-Wetteren-Dendermonde-Mechelen. Op 12 oktober 1798 begon in de deelgemeente Overmere de Boerenkrijg, een mislukte katholieke landbouwersopstand tegen de Franse bezetting die over heel Vlaanderen, Brabant en het land van Loon navolging kreeg. In de 19de en 20e eeuw was er een stoomspinnerij en touwslagerij van de gebroeders Janssens. Deze fabriek stopte zijn activiteiten in 1988. In de dorpskern van Berlare staat een 17de-eeuwse schandpaal Aan de weg naar Overmere staat de beschermde kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën (Bareldonkkapel), gebouwd in 1300, herbouwd in de 15e eeuw en vergroot in 1774 in eigentijdse rococo. Naast de kapel ligt een calvarieberg met kruisweg Het Donkmeer (60 ha), ontstaan uit turfwinningsputten, ligt in het gehucht Donk in de deelgemeente Overmere, en is als landschap beschermd. Het is een toeristische trekpleister. Nabij het meer ligt het dierenpark Eendenkooi Recreatiedomein Nieuwdonk Boerenkrijgstandbeeld en het interactief Museum Donkmeer, geopend in 2006 Het museum Huize Bareldonk met volkskundige voorwerpen Het Madonnamuseum (Uitbergen) met een verzameling Mariabeelden en voorwerpen over de Mariaverering in Vlaanderen De pastorie met rococogevel. De Sint-Martinuskerk Het Kasteel van Berlare met het bijhorende parkdomein De natuurgebieden Berlare Broek en Gratiebossen Riekend Rustpunt, een klein museum aan Het Sluis over het mesttransport over water van de stad naar het platteland met een permanente tentoonstelling Van stadsstront naar zandgrond De Sint-Annakapel werd gebouwd in 1910 ter vervanging van de oudere Vennekapel. De Vennekapel of vroegere Sint-Annakapel bevond zich meer zuidwaarts op de hoek van de toenmalige dreef ter hoogte van de Alfons De Grauwelaan. De bouw van de huidige kapel iets verderop gebeurde gelijktijdig met de uitbreiding en vernieuwing van de Sint-Martinuskerk van Berlare volgens de plannen van architect Henri Valcke uit Ledeberg. Of architect Valcke ook het ontwerp maakte voor de SintAnnakapel is niet bekend. Bij de bouw van de Sint-Annakapel zou onder meer recuperatiemateriaal van de oude kerk gebruikt zijn.

    09-06-2018 om 09:08 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.donkmeer
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het Donkmeer (ook bekend als Overmere-Donk) is een meer in de Belgische gemeente Berlare, gelegen tussen de dorpen Overmere, Uitbergen en Berlare-centrum. Aan de noordoostelijke kant van het meer ligt het gelijknamige gehucht Donk. Het Donkmeer heeft een wateroppervlakte van circa 86 hectare en is daarmee één van de grootste meren in Vlaanderen na enkele Maasplassen, het Rauwse Meer (Kempense Meren) en het Schulensmeer. De diepte is gering en bedraagt maximaal 3,20 meter. Van het gebied is 30 hectare beschermd natuurreservaat, dat sinds 1993 wordt beheerd door de vzw Durme. Het is Europees beschermd als onderdeel van Natura 2000-gebied 'Schelde en Durme-estuarium van de Nederlandse grens tot Gent' (BE2300006). Bij het meer bevindt zich de Eendenkooi, een dierenpark met een historische eendenkooi. Er zijn veel drink- en eetgelegenheden rondom het meer.
    Op de plaats waar nu het Donkmeer en het Berlaars Broek liggen, lag er verschillende duizenden jaren geleden een meander van de Schelderond een alluviale zandheuvel. Door een verandering van de loop van de rivier, ontstond er een hoefijzervormig meer. Het gebied is uiteindelijk verland, maar niet zonder een laag veen achter te laten. In de late 17e eeuw is men vermoedelijk begonnen met het opgraven van die turf, een gegeerde brandstof, in het Berlaars Broek, dat ten oosten van de Donk ligt. Aan het begin van de 18e eeuw was turfsteken een prominente nijverheid in Berlare. Op het einde van de 17e eeuw kwamen er bijna uitsluitend drassige weiden voor op de plaats waar nu het Donkmeer ligt. Een sloot deelde het gebied in twee. Het deel ten westen ervan heette "'t Vaerebroeck op Overmeere" terwijl het deel ten oosten ervan "'t Vaerebroeck op Uytberghen" heette. Volgens een kaart uit 1676 was er ook een kleine waterplas in het gebied, genaamd "de Coye", met enkele grachten errond. Ook op de Ferrariskaarten uit de jaren 1770 is het Donkmeer nog niet te zien. Het Donkmeer is namelijk pas in de late 18e en vroege 19e ontstaan als gevolg van turfwinning, in tegenstelling tot het Broek, waar de turfwinning al eerder begonnen was. In de jaren 1850 was het resultaat van meer dan honderd jaar turfwinning een groot, nat gebied met zo'n 225 hectare wateroppervlak, 400 hectare moeras en natte weiden en 200 hectare minderwaardige landbouwgrond. Er werd besloten de moerassen rond de Donk en in het Broek droog te leggen om zo vruchtbare landbouwgrond te bekomen. In 1862 slaagde men erin het water in het Broek weg te pompen, maar tijdens de Eerste Wereldoorlog lag de kolenpomp stil en liep het gebied terug onder. In 1926 werd het Broek definitief drooggelegd, met uitzondering van een aantal vijvers langs Kamershoek en Berlare, en werd de vrijgekomen grond bebost met wilgen voor de mandenvlechterij. Na de Tweede Wereldoorlog werden er populieren aangeplant voor de fabricage van lucifers. Toen er in 1891 een stoomtram in gebruik werd genomen tussen Gent en Hamme, bracht de eerste toeristen naar het Donkmeer. Voor 1918 waren er al verschillende cafés en restaurants rond het meer en werden er zeil- en roeibootjes verhuurd. In de daaropvolgende jaren groeide het toerisme sterk. De Donk werd een bekend recreatieoord in Oost-Vlaanderen en trok veel toeristen, onder andere door de palingrestaurants. In de tweede helft van de 20e eeuw nam de bebouwing rond het meer sterk toe. Er kwamen ook verschillende kampeerterreinen. Zo waren er in 1978 vijftien kampeerterreinen met in totaal zo'n duizend staanplaatsen.

    09-06-2018 om 09:05 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.overmere
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Overmere is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Berlare, gelegen in de driehoek Gent-Aalst-Lokeren. In 1331 vormde Overmere één heerlijkheid met Uitbergen. Aanvankelijk was het in het bezit van de heren van Dendermonde en later van de graven van Vlaanderen. Die laatste gaven het achtereenvolgens in leen aan het huis van Massemen in de 14e à 15e eeuw, aan de familie du Bois (van den Houte) in de 16e eeuw, aan de familie van Coudenhove in de 17e eeuw en de aan families de Lannoy de Hautpont, de Croy de Beaurainville, van Roosendael en de Heuvel in de 17e à 18e eeuw. Overmere vormde samen met Uitbergen ook één parochie, met de moederkerk in Uitbergen en een kapel in Overmere. Deze kapel werd in 1350 vervangen door een kerk. Op 24 mei 1452 had te Overmere een bloedige veldslag plaats tussen de Gentenaars en de troepen van Filips de Goede, hertog van Bourgondië. Vandaar komt de naam “strijddam” die vroeger gegeven werd aan de oevers van het Donkmeer. Bij vorstelijk octrooi van 18 april 1673 wordt, op vraag van Antoon van Coudenhove, het leen van Uitbergen opgesplitst in twee lenen: Uitbergen en Overmere. Er bleef echter één schepenbank. Op 12 oktober 1798 begon in Overmere de Boerenkrijg, een historische gebeurtenis die in Overmere levendig wordt gehouden door het Boerenkrijgstandbeeld, een werk van Aloïs de Beule, de Boerenkrijglaan en de 12 Oktoberlaan in een woonwijk ten zuidoosten van het centrum van Overmere. Op 2 november 1862 brandde de 14e-eeuwse kerk af. Deze werd vervangen door de neogotische Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk in 1864-1866 die door Mgr. Hendrik-Frans Bracq werd ingewijd op 10 september 1866. Het doksaal en het orgel werden ongeveer samen uitgevoerd, het eerste in 1889 door beeldhouwer Lippens uit Gentbrugge; het tweede in 1890 door de gebroeders Vereecken uit Gijzegem. De orgelkast komt voor als een drieluik waarvan de middenpartij als een torenbouw uitsteekt. Samen vormen doksaal en orgel een neogotisch ensemble in een ruime kerk die zowel naar architectuur als naar meubilair een eenheid vormt. Het orgel is tevens opgenomen als beschermd monument.

    09-06-2018 om 09:01 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.zele
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Zele is een Belgische gemeente in de provincie Oost-Vlaanderen. Het is de hoofdplaats van het gelijknamige kanton, dat ook de gemeente Berlare omvat. Zele ligt tussen de waterlopen Schelde en Durme, en de twee steden Lokerenen Dendermonde. De gemeente telt 20.916 inwoners (2017). De inwoners van Zele worden Zelenaars genoemd.
    Zele werd circa 800 voor het eerst vermeld toen Karel de Grote het grondgebied schonk aan de abdij van Werden in Duitsland, gesticht door Sint Ludgerus. De monniken bouwden vóór 1141 een proosdij in Zele die volgens de legende in 1452 afgebrand werd samen met het kasteel, de molen en de helft van Zele. In 1699-1704 werd de huidige, barokke Sint-Ludgeruskerk gebouwd. Zele was in de vorige eeuwen een textielcentrum voor vlas (tot het begin van de 20e eeuw) en voor jute (20e eeuw). Zele was dan een gemeente zoals vele andere in Oost-Vlaanderen met vele cafés, brouwerijen, een distilleerderij, ongeveer 12 molens, en veel landbouwgrond. Op het einde van de 19e eeuw behoorde Zele, samen met buurgemeente Hamme, tot de meest verpauperde van Vlaanderen. Dit hield verband met de misstanden in de plaatselijke nijverheid, die werden toegedekt door de burgerlijke en religieuze overheden. In het bekende A travers la Flandre (Door Arm Vlaanderen) (1901) van de socialist August De Winne wordt over deze uitbuiting gerapporteerd. Verschillende aangrijpende foto's uit het boek werden in Zele genomen. In de jaren 1960 werd een bedrijvencentrum opgericht voor onder meer glasvezelweven, metaalnijverheid en drukkerijen De gemeente Zele heeft geen deelgemeenten. Binnen de gemeentegrenzen liggen, naast het centrum, wel nog een aantal kleinere kernen, gehuchten en wijken. De gemeente telt vier grote buitenwijken[, namelijk Avermaat in het zuiden, Durmen in het noordoosten, Heikant in het westen en Huivelde-Hansevelde in het oosten. De laatste drie hebben elk hun eigenlijk parochie, meer bepaald Heilig Hart voor Durmen, Sint-Jozef en Sint-Antonius voor Heikant en Sint-Jozef voor Huivelde. In het dorpscentrum, de Sint-Ludgerusparochie, heeft ook de wijk Kouter zijn eigen parochie, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van 7 Weeën. Andere kleine wijken of gehuchten in de gemeenten zijn Bookhamer, Burgemeester Van Ackerwijk, Dijk, Dries, Elst, Hoek, Kamershoek, Langevelde, Meerskant, Mespelaar, Rinkhout, de Schrijverswijk, Stokstraat, de Tuinwijk, Veldeken, Wezepoel en de Zandberg.

    09-06-2018 om 09:00 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief
  • Alle berichten

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Blog als favoriet !

    Archief
  • Alle berichten

    Hoofdpunten blog blankenbergsstadsbeeld
  • fotowandeling 20
  • HARMONIE
  • WORDING
  • fotowandeling 20
  • LIPPENS & DE BRUYNE

    Hoofdpunten blog einstein
  • ACHT EN TWINTIG
  • ACHT EN TWINTIG
  • VIJFENTWINTIG
  • VIJFENTWINTIG
  • DRIE EN TWINTIG

    Hoofdpunten blog mijnroots
  • Van al diegenen die niets te zeggen hebben, zijn de meest aangename mensen diegenen die zwijgen
  • Ik heb geconstateerd dat mensen van gedachten houden die niet tot denken dwingen.
  • Tijd hebben alleen diegenen, die het tot niets gebracht hebben en daarmee hebben ze het verder gebracht dan alle anderen.
  • Depressies kan je bestrijden door op je arm geleund in het niets te staren. Bij zware depressies van arm wisselen.
  • Een kus is een mooie truc van de natuur om het praten te stoppen als woorden overbodig zijn.

    Hoofdpunten blog automobile
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria
  • BMW-bavaria


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!