NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Inhoud blog
  • VANDAAG jaren terug 25 juni 1997 cousteau
  • VANDAAG jaren terug 25 juni 1998 wndows 98
  • VANDAAG jaren terug 25 juni 1963 georges michael
  • de stormmuur van blankenberge
  • VANDAAG jaren terug 24 juni 1901 pablo picasso
  • VANDAAG jaren terug 24 juni 1942 fleetwood mac
  • 24 juni 1987 lionel messi
  • VANDAAG jaren terug 23 juni 1981 zarah leander
  • VANDAAG jaren terug 23 juni 1981 zarah leander
  • VANDAAG jaren terug 23 juni 1962 rob de nijs
  • VANDAAG jaren terug 22 juni 1990 checkpoint
  • VANDAAG jaren terug 22 juni 1949 meryl streep
  • VANDAAG jaren terug 22 juni 1986 maradonna
  • VANDAAG jaren terug 21 juni citaten
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer touchscreen
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer printer
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer laptop
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer de muis
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer commodore
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer apple
  • VANDAAG jaren terug 21 juni computer
  • VANDAAG jaren terug 21 juni 1952 computer arra
  • VANDAAG jaren terug 21 juni 1988 bea egli
  • VANDAAG jaren terug 21 juni 1988 bea egli
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1949 lionel richie
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1949 lionel richie
  • VANDAAG jaren terug 20 juni 1967 nicole kidman
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1978 garfield
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1978 garfield
  • VANDAAG jaren terug 19 juni 1990 schengen
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 curd jurgens
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 curd jurgens
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 paul mccarney
  • VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 paul mccarney
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1980 venus wlliams
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1980 venus wlliams
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1898 escher
  • VANDAAG jaren terug 17 juni 1945 eddy merckx
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1829 geronimo
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1829 geronimo
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1890 stan laurel
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1890 stan laurel
  • VANDAAG jaren terug 1903 ford
  • VANDAAG jaren terug 16 juni 1903 ford
  • 15 juni ella fitzgerald
  • VANDAAG jaren terug 15 juni ella fitzgerald
  • demis roussos
  • VANDAAG jaren terug 15 juni demis roussos
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni auschwitz
  • VANDAAG jaren terug 14 juni 1864 alzheimer
  • VANDAAG jaren terug 14 juni 1928 che guevara
  • 13 juni benny goodman
  • VANDAAG jaren terug 13 juni benny goodman
  • 13 juni henk wijngaard
  • VANDAAG jaren terug 13 juni henk wijngaard
  • VANDAAG jaren terug 13 juni de legte
  • VANDAAG jaren terug 12 juni anne frank
  • VANDAAG jaren terug 11 juni le mans
  • VANDAAG jaren terug 11 juni fabiola
  • VANDAAG jaren terug 11 juni mandela
  • max van praag
  • VANDAAG jaren terug 10 juni max van praag
  • Ray Charles
  • VANDAAG jaren terug 10 juni Ray Charles
  • benny neyman
  • VANDAAG jaren terug 9 juni Benny Neyman
  • VANDAAG jaren terug 9 juni Donald Duck
  • boerenkrijg
  • gratiebossen
  • uitbergen
  • berlare
  • donkmeer
  • overmere
  • zele
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 632 mohammed
  • VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm
  • VANDAAG jaren terug 8 juni bonnie tyler
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Alan Tuning
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Gaudi
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Paul Gauguin
  • VANDAAG jaren terug 7 juni Tom Jones
  • VANDAAG jaren terug 6 juni 1944 the longest day
  • VANDAAG jaren terug 6 juni 1944 landing normandie
  • VANDAAG jaren terug 6 juni vrijheidsbeeld
  • VANDAAG jaren terug 5 juni internetcafe
  • VANDAAG jaren terug 5 juni reagen
  • VANDAAG jaren terug 4 juni hete luchtballon
  • VANDAAG jaren terug 4 juni Ghysen J
  • ZORBA
  • VANDAAG jaren terug 3 juni 2001 ZORBA
  • VANDAAG jaren terug 3 juni curtis mayfield
  • VANDAAG jaren terug 3 juni 1906 Josephine Baker
  • VANDAAG jaren terug 2 juni van gogh
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    blankenbergsseniorensteedje

    13-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WELKOM OP DIT BLOG VOOR EN DOOR VIJFTIG PLUSSERS




    13-05-2018 om 11:20 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    12-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 12 juni anne frank

    12 juni 1929 Anne Frank Annelies Marie (Anne) Frank (Frankfurt am Main, 12 juni 1929 – Bergen-Belsen, (waarschijnlijk) februari 1945]) was een uit Duitsland afkomstig Joods meisje dat bekend is geworden door het dagboek dat ze schreef tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen ze ondergedoken zat in Amsterdam. Zij stierf aan uitputting en/of vlektyfus in het concentratiekamp Bergen-Belsen. Haar dagboek is postuum gepubliceerd en een van de meest gelezen boeken ter wereld. Anne Frank is opgenomen in de Canon van Nederland als een van de vijftig thema's van de Nederlandse geschiedenis. Annes vader Otto verhuisde in juli 1933 van het Duitse Frankfurt am Main, waar Anne was geboren, naar Amsterdam om aan vervolging door de nazi's te ontkomen. Annes moeder Edith Frank, haar oudere zus Margot en Anne zelf volgden begin 1934. Het gezin ging wonen aan het Merwedeplein, in een Amsterdamse nieuwbouwwijk. Margot en Anne gingen naar het Joods Lyceum toen het voor Joden verboden was om naar niet-Joodse scholen te gaan. Anne was net dertien jaar oud toen ze in juli 1942 onderdook in een achterhuis achter het bedrijf Opekta van haar vader Otto Frank aan de Prinsengracht 263. De deur tussen voorhuis en achterhuis zat verstopt achter een boekenkast. In het voorhuis en in het magazijn werkte personeel, waarvan enkelen op de hoogte waren van de onderduikers. Anne Frank en haar familie verloren in 1941 hun Duitse nationaliteit vanwege een Duitse wet. De familie werd op dat moment staatloos. Door haar overlijden kon ze de Duitse nationaliteit na de oorlog niet meer terugkrijgen. De Nederlandse nationaliteit heeft ze nooit gekregen daar die alleen aan levende personen wordt toegekend. Haar vader weigerde na de oorlog de Duitse nationaliteit en werd in 1949 Nederlander. Anne Frank woonde met haar ouders en zus in het achterhuis van 6 juli 1942 tot 4 augustus 1944. Daar zaten in totaal acht mensen ondergedoken: de familie Frank, Hermann, Auguste en hun zoon Peter van Pels (die model stonden voor de familie Van Daan in het dagboek) en naderhand ook Fritz Pfeffer, een Joodse tandarts (die model stond voor het dagboekpersonage Dussel). In deze jaren hield Anne een dagboek bij, waarin ze onder andere schreef over de angst van het hoofdpersonage 'Anne' tijdens het onderduiken, haar ontluikende gevoelens voor Peter, de ruzies met haar ouders en haar ambities om schrijver te worden. Het enige stukje natuur dat het hoofdpersonage in het boek kon zien vanaf de zolderkamer was de top van een kastanjeboom. Decennia later zou deze boom de Anne Frankboom genoemd worden. Anne schreef een aantal schriften vol. Na een oproep op Radio Oranje in Londen om dagboeken te verzamelen die na de oorlog konden worden gepubliceerd, herschreef ze een groot gedeelte. In tien weken schreef ze 324 vellen vol, maar ze kon het boek niet meer voltooien. Het Achterhuis hoort tot de Nederlandse literatuur en is een bewerking van de werkelijkheid. Zo komen in het boek gebeurtenissen voor die de schrijfster niet zelf kan hebben meegemaakt, zoals razzia's op de Prinsengracht.
    Na meer dan twee jaar werden de onderduikers ontdekt. Ze werden op 4 augustus 1944 door de Grüne Polizei en Nederlandse politieagenten gearresteerd. Lange tijd werd gedacht dat de onderduikers verraden waren, al was niet bekend door wie. In 2016 publiceerde de Anne Frank Stichting de resultaten van een nieuw onderzoek, waaruit blijkt dat de onderduikers misschien bij toeval werden ontdekt. Het dagboek werd later gevonden door twee personeelsleden in het voorhuis die tot de helpers van de onderduikers behoorden: Miep Gies en Bep Voskuijl (die model stond voor Elly Vossen in het dagboek). Nadat zij waren gearresteerd werden de onderduikers en twee andere helpers, Victor Kugler en Johannes Kleiman, naar het hoofdkwartier van de Gestapo in Amsterdam-Zuid gereden. Na enige tijd in een kamer met andere gevangenen te hebben gezeten, werden Kugler en Kleiman naar een andere cel gebracht. Het was de laatste keer dat de onderduikers hun vrienden zagen.
    De volgende dag werden de onderduikers naar de gevangenis aan het KleineGartmanplantsoen gebracht, waar zij twee dagen verbleven. Op 8 augustus 1944 werden ze naar het Centraal Station van Amsterdam gebracht en in een trein opgesloten. 's Middags kwam de trein op zijn bestemming aan in kamp Westerbork. Omdat ze zich niet vrijwillig voor 'tewerkstelling in Duitsland' (in werkelijkheid: voor massavernietiging) hadden gemeld maar waren ondergedoken werden ze in de strafbarak gezet. Gevangenen in de strafbarak kregen minder eten en moesten harder werken dan andere gevangenen. Hun werk bestond uit de demontage van afgedankte batterijen in de werkbarakken. Zondagochtend 3 september 1944 werden ongeveer duizend mensen per trein naar het oosten gebracht. Een selectieleider kwam de avond tevoren naar de strafbarak, waar hij de namen op zijn lijst voorlas. Ook de onderduikers uit het achterhuis hoorden daarbij. Het was de laatste trein die vanuit Westerbork naar Auschwitz zou vertrekken. Op 5 september arriveerde de trein in het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. De acht onderduikers doorstonden de beruchte selectie voor de gaskamers. Vervolgens werden de mannen van de vrouwen gescheiden. Otto Frank, Hermann van Pels, Peter van Pels en Fritz Pfeffer werden naar het nabijgelegen kamp Auschwitz I weggevoerd. Anne, Margot, moeder Edith en Auguste van Pels bleven achter in het vrouwenkamp van Birkenau. Na enige tijd kreeg Anne schurft. Ze werd in het zogenaamde Krätzeblock (schurftblok) ondergebracht dat door een hoge muur gescheiden was van de rest van het kamp. Margot ging met haar mee. Op 28 oktober 1944 vertrok een transport met 1308 vrouwen uit Birkenau naar het concentratiekamp Bergen-Belsen. Waarschijnlijk maakten ook Anne en Margot daar onderdeel van uit. Edith bleef achter en stierf op 6 januari 1945. In februari of maart 1945 overleed Margot. Enkele dagen later overleed ook Anne, waarschijnlijk aan de gevolgen van vlektyfus. In die periode lieten naar schatting 17.000 gevangenen het leven in Bergen-Belsen. Van een kamp-administratie was toen geen sprake meer, zodat de exacte overlijdensdata van Anne en Margot niet meer te achterhalen zijn. Het Rode Kruis nam destijds aan dat het 'ergens tussen 1 en 31 maart' geweest moest zijn. De officiële overlijdensakte vermeldt 31 maart 1945 als overlijdensdatum. Later onderzoek wees uit dat een sterfdatum in februari waarschijnlijker is.
    Anne Frank schreef haar dagboek in de vorm van brieven aan een fictieve vriendin Kitty. Ze schreef: 'Ik zal hoop ik aan jou alles kunnen toevertrouwen, zoals ik het nog aan niemand gekund heb, en ik hoop dat je een grote steun voor me zult zijn.' Nadat de schrijfster en haar familie verraden waren en gedeporteerd, heeft helpster Miep Gies de dagboekpapieren bewaard. Alleen Annes vader Otto overleefde het vernietigingskamp. Gies gaf het dagboek na de oorlog aan de vader van de schrijfster. Otto Frank redigeerde de tekst en/of liet dat door anderen doen, en publiceerde het boek in 1947 onder de titel Het Achterhuis. Het is sindsdien een van de meest gelezen boeken ter wereld geworden.] Anne Frank schreef naast Het Achterhuis ook een aantal andere werken. In 2004 verscheen het Mooie-zinnenboek. Op aanraden van haar vader had Anne (in een kasboek) fragmenten overgeschreven uit de vele boeken die zij op haar onderduikadres las. Het gaat om fragmenten en versjes die haar bijzonder troffen. In de meeste gevallen betreft het volwassenenliteratuur in het Nederlands, Duits en Engels. Het boek bevat facsimilia van Annes originele handschrift met daarnaast de gedrukte tekst. Het manuscript werd al tentoongesteld in het Anne Frank Huis en in het buitenland, maar verscheen niet eerder in druk. Verspreid zijn enkele gedichten van Anne verschenen die niet zijn gebundeld. Verder staat op haar naam het boek Verhaaltjes, en gebeurtenissen uit het achterhuis. De herinnering aan Anne Frank wordt levend gehouden door verschillende stichtingen en musea. In Nederland beheert de Anne Frank Stichting het Anne Frank Huis. Sinds enige tijd werkt deze stichting samen met het Anne Frank Zentrum in Berlijn. In 1963 richtte Otto Frank het Anne Frank Fonds op,
    gevestigd in Bazel. Het fonds ondersteunt wereldwijd projecten om onder meer jongeren voor te lichten over racisme en is betrokken bij de Bildungsstätte Anne Frank in Frankfurt am Main. In de Verenigde Staten richtte Otto Frank het Anne Frank Center for Mutual Respect op, dat zijn hoofdkantoor in New York heeft. In 1960 werd een beeld van Anne Frank op het Janskerkhof in Utrecht onthuld. In 1977 is een beeld van haar op de Westermarkt geplaatst, vlak bij het onderduikadres. Op 9 juli 2005 werd op het Merwedeplein, waar de familie Frank van 1934 tot 1942 woonde, een beeld onthuld ter nagedachtenis aan haar noodgedwongen vertrek. In mei 2009 werd besloten voor Anne Frank, haar zuster Margot en haar moeder Edith elk een monumentje op te richten in Aken in Duitsland, de laatste woonplaats voor hun komst naar Nederland. De Keulse kunstenaar Gunter Demnig zou drie messing herinneringsplaatjes wijden in het trottoir voor de woning waar de drie in 1933 bij Ediths moeder woonden, voor hun vlucht naar Nederland. Eerder liet Demnig her en der in de Bondsrepubliek, en in Nederland, al zo'n 17.000 plaatjes, zogenoemde Stolpersteine (struikelstenen), plaatsen als kleine monumenten voor de slachtoffers van de nazi's. In de vroegere Jodenbuurt is een straat naar Anne Frank genoemd. Ook de Montessorischool, waar Anne Frank in 1941 moest vertrekken omdat ze Joods was, draagt haar naam. In 2004 werd Anne Frank genomineerd voor het televisieprogramma De grootste Nederlander. Voor de organiserende omroep KRO was dit aanleiding om voor te stellen Anne Frank postuum te naturaliseren. Dit voorstel werd door een aantal Tweede Kamerleden gesteund. Volgens de Nederlandse wet komen echter alleen levende personen in aanmerking voor naturalisatie. Naar de mening van de Anne Frank Stichting, die onder meer het huis beheert waar Anne Frank ondergedoken heeft gezeten, wordt Anne Frank allang als Nederlands staatsburger beschouwd omdat ze in Nederland opgroeide en in Nederland haar literaire werk schreef. De KRO besloot daarop de nominatie van de formeel staatloze Anne Frank in stand te houden, te meer omdat het bezit van de Nederlandse nationaliteit bij de verkiezing van De grootste Nederlander er niet echt toe zou doen. Ze eindigde op de 8ste plaats in de slotverkiezing. Bij een soortgelijk televisieprogramma in Duitsland (Unsere Besten voor de verkiezing van de grootste Duitser) werd Anne Frank eveneens genomineerd. Zij eindigde hier op de 134ste plaats. Er zijn diverse films en toneelstukken op Anne en haar dagboek gebaseerd. Het eerste toneelstuk kwam uit in 1955, onder de titel The Diary of Anne Frank. Dit toneelstuk won een Pulitzerprijs. In 1959 verscheen de gelijknamige verfilming, die op haar beurt drie Oscars won. Een Nederlandse versie van het toneelstuk ging in november 1956 in première in het bijzijn van koningin Juliana als Het Dagboek van Anne Frank. Een nieuwe versie van het toneelstuk kwam in 1984 uit in Nederland, onder regie van Jeroen Krabbé. In 1997 verscheen een nieuwe versie op Broadway met Natalie Portman in de hoofdrol. In 1995 kwam de documentaire Anne Frank Remembered uit en in 2001 de film Anne Frank: The Whole Story. Van november 2010 tot februari 2011 was een muzikale bewerking van het dagboek in de Nederlandse en Belgische theaters te zien. Het muziektheaterstuk Je Anne, met in de hoofdrollen Thom Hoffman en Abke Bruins, werd geproduceerd door Mark Vijn. In het Theater Amsterdam werd van 8 mei 2014 tot januari 2016 het toneelstuk Anne opgevoerd dat geschreven werd door Leon de Winter en Jessica Durlacher. In 2016 ging de Duitse film Das Tagebuch der Anne Frank in première.





    12-06-2018 om 08:53 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    11-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 11 juni le mans

    11 juni 1955 Le Mans De ramp van de 24 uur van Le Mans 1955 voltrok zich tijdens de 23ste editie van dit evenement toen een van de racewagens door een botsing in het publiek vloog. Hierbij kwamen de coureur (Pierre Levegh) en 82 toeschouwers om het leven. Dit is het hoogste aantal slachtoffers ooit in de racegeschiedenis. Pierre Levegh was door Mercedes-Benz in 1955 ingehuurd als fabrieksrijder. Zijn gedrevenheid als coureur was voor Mercedes duidelijk geworden na zijn optreden in 1952. Bij deze race reed Levegh 23 uren non-stop achter elkaar en leidde hierdoor de wedstrijd door het sparen van tijd (benodigd voor het wisselen van coureurs), terwijl er wel een coureur beschikbaar was om hem te vervangen. Hij verloor deze wedstrijd doordat hij een misschakeling maakte en hierdoor de motor beschadigde in het laatste uur van de race. In 1955 debuteerde tevens Mercedes' nieuwe Mercedes-Benz 300 SLR-racewagen in het World Sportscar Championship-seizoen, met enkele noemenswaardige successen, waaronder de winst in de Mille Miglia. De 300 SLR beschikte over een ultralichte carrosserie van een magnesiumlegering, genaamd Elektron, met een soortelijke massa van slechts 1,8 kg/dm3 (ter vergelijking: aluminium heeft een soortelijke massa van 2,7 en ijzer 7,8). Deze carrosserie zorgde voor een aanzienlijke gewichtsverlaging van de auto, hetgeen zorgde voor betere prestaties. De auto had niet de moderne schijfremmen waarover de Jaguar D-Type beschikte, wat de ingenieurs van Mercedes dwong een grote luchtrem achter de cockpit te plaatsen welke omhoog kwam, om op deze manier meer weerstand te ontwikkelen wat zorgde voor een grote vertraging. De 24 uur van Le Mans begon op 11 juni 1955, met Pierre Levegh achter het stuur van de #20 Mercedes Benz 300 SLR. De Amerikaan John Fitch was de tweede coureur van het team en zou na een aantal uren het stuur overnemen van Levegh. De concurrentie tussen Mercedes, Jaguar, Ferrari, Aston Martin en Maserati was groot, er werd gevochten voor kopposities door al deze merken. Twee uur na de start van de wedstrijd (om 18:26 lokale tijd) reed Levegh aan het einde van de 35e ronde vlak achter de Jaguar D-Type van Mike Hawthorn die op de eerste positie reed. Hawthorn had zojuist de langzamere Austin-Healey 100 van Lance Macklin ingehaald toen hij begon af te remmen voor zijn pitstop. Hawthorns Jaguar, voorzien van schijfremmen, remde beduidend sneller af dan de concurrerende Mercedes van Levegh. De plotselinge rem-actie van Hawthorn zorgde ervoor dat de zojuist ingehaalde Austin-Healey moest uitwijken naar het midden van de baan, zodat deze de Jaguar in kon halen. Helaas zag Lance Macklin de snel naderende Pierre Levegh en Juan Manuel Fangio over het hoofd. Fangio reed op dat moment op een tweede positie en stond op het punt Levegh op een ronde te zetten. Levegh had op dat moment geen tijd om te reageren en raakte de linkerachterkant van de auto van Macklin. Het aerodynamische ontwerp van de Austin-Healey leek op een lange schansachtige carrosserie. Toen Levegh de Austin-Healey raakte, werd zijn auto gelanceerd naar de linkerkant van de baan, waar hij een dam van aarde in boorde, welke bedoeld was om de toeschouwers te beschermen. De impact zorgde ervoor dat vele onderdelen van de auto losgeslingerd werden. Onder andere de motorkap en vooras kwamen los van het frame en belandden in het publiek. Aan de voorkant van het chassis werden cruciale verbindingen voor het motorblok beschadigd, waardoor het zware motorblok loskwam en ook in het publiek belandde. Levegh werd uit de auto geslingerd en brak bij de fatale val zijn schedel. Toen de overblijfselen van de 300 SLR tot stilstand waren gekomen, scheurde de brandstoftank die achter de cockpit geplaatst was. De vlamvattende brandstof verhoogde de temperatuur van de overgebleven Elektron-carrosserie en raakte snel voorbij het brandpunt, dat door de magnesiumlegering zeer laag was. De eigenschappen van het magnesium betekenen dat een verbranding in zuurstof bij vrij lage temperaturen mogelijk is, die de legering toestaat om in witte hete vlammen los te barsten. Veiligheidswerkers die probeerden het brandende wrak te blussen faalden, doordat zij niet wisten dat water op een magnesium-vuur resulteert in een nog grotere vuurzee, met tot
    gevolg dat de auto meerdere uren bleef branden. In totaal kwamen 82 toeschouwers om het leven doordat zij geraakt waren door losvliegende brokstukken of verbrandden in het vuur. Fangio, die vlak achter Levegh reed, ontsnapte ternauwernood aan de zwaar beschadigde AustinHealey, die op dat moment op de rechterkant van de baan in zijn lijn terechtgekomen was. Macklin raakte hierop de pitsmuur en sloeg terug naar de linkerkant van de baan. Hierna boorde de auto zich in de dam vlak bij de plek waar de brandende 300 SLR zich bevond. Dit leidde tot het verongelukken van nóg een toeschouwer. Macklin overleefde het ongeluk echter wel. De race werd niet afgebroken, officieel om op die manier geen toeschouwers op de uitvalswegen te krijgen die zouden zorgen voor wegblokkades en vertraging van ambulances. Mike Hawthorn, die zojuist de pitstraat ingereden was, reed door ondanks dat hij geschokt was van wat hij zag gebeuren aan de andere kant van de baan. Tijdens de nacht, nadat het aantal overleden toeschouwers was vastgesteld en doorgegeven was aan het Mercedes-Benz-hoofdkantoor in Stuttgart, kwam de officiële order binnen voor de twee overgebleven Mercedes racewagens, bestuurd door Juan Manuel Fangio/Stirling Moss en Karl Kling/André Simon, om zich met directe ingang terug te trekken uit de race uit respect voor de slachtoffers. Op dat moment reed Mercedes aan kop met een ronde voorsprong op Jaguar. Mike Hawthorn en het Jaguar-team, geleid door motorsportmanager Lofty England, bleef in de wedstrijd omdat zij vonden dat ze niet verantwoordelijk waren voor de crash. Hawthorn won de race samen met zijn teamgenoot Ivor Bueb, maar zij vierden de overwinning niet uit respect voor de overledenen. De begrafenisdiensten voor de overledenen werden de volgende dag gehouden in de Kathedraal van Le Mans. Na de race werd na officieel onderzoek vastgesteld dat het ongeluk niet door Jaguar veroorzaakt was, maar dat het ging om een raceongeluk. De dood van de toeschouwers werd geweten aan de ontoereikende veiligheidsmaatregelen van het circuit, wat leidde tot het verbannen van autosport in Frankrijk, Zwitserland, Duitsland en nog andere landen totdat de circuits aan een hogere veiligheidsmaatstaf waren aangepast. Het verbod in Zwitserland betrof auto- en motorsportevenementen waarbij meerdere deelnemers zich gelijktijdig op hetzelfde parcours bevinden. Wedstrijden 'tegen-de-klok', zoals Heuvelklimwedstrijden zijn wel toegestaan. In juni 2007 begon de Zwitserse overheid maatregelen te treffen dit verbod op te heffen. De wetgeving werd echter door het Zwitserse parlement niet aanvaard. Het World Sportscar Championship-seizoen van 1955 werd voltooid met twee resterende races (de Britse RAC Tourist Trophy en de Italiaanse Targa Florio). Mercedes-Benz won beide evenementen, en verzekerde zichzelf op deze manier van het constructeurskampioenschap van dat seizoen. Na het winnen van de laatste belangrijke race in het seizoen van 1955, de Targa Florio, kondigde MercedesBenz aan dat zij niet langer zou deelnemen aan de autosport zodat zij zich meer konden gaan concentreren op de ontwikkeling van normale auto's. Het aan zichzelf opgelegde verbod op autoracen duurde tot in de 80'er jaren.







    11-06-2018 om 09:30 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 11 juni fabiola

    11 juni 1928 Fabiola Doña Fabiola Fernanda María-de-las-Victorias Antonia Adelaida Mora y Aragón (Madrid, Fabiola werd geboren in het Paleis van Zurbano in de Spaanse hoofdstad Madrid. Ze was de derde van de zeven kinderen van Don Gonzalo Mora y Fernández, markies van Casa Riera en graaf (van) Mora (1887-1957) en van zijn vrouw doña Blanca Aragón y Carrillo de Albornóz (1892-1981). Via haar moeder stamt ze af van de graven van Elio, Johan II van Aragón en Beatrice van Portugal. Haar doopmeter was Victoria Eugenia, koningin van Spanje. Haar broer Jaime Mora y Aragón was bekend als Spaans acteur en playboy. Fabiola werd opgeleid als verpleegster en stond bekend om haar sociale betrokkenheid. Ze dacht eraan in het klooster te treden, maar veranderde van mening na haar ontmoeting met Boudewijn, die haar meenam naar België. Fabiola bezat samen met haar echtgenoot de villa Astrida (genoemd naar koningin Astrid) in Motril (Spanje), waar ze jaarlijks vakanties doorbrachten. Tijdens hun vakantie in 1993 overleed koning Boudewijn daar op 31 juli. Ze leerde Boudewijn kennen door bemiddeling van hulpbisschop Leo Suenens, de latere kardinaalaartsbisschop van het aartsbisdom Mechelen-Brussel. Beiden waren diepgelovig katholiek en hun eerste ontmoeting vond plaats in Lourdes. Het hof kondigde op 16 september 1960 officieel de verloving aan van doña Fabiola met koning Boudewijn. Fabiola en Boudewijn trouwden in Brussel, burgerlijk in de Troonzaal van het koninklijk paleis, kerkelijk in de Sint-Michielskathedraal op 15 december 1960. Haar getuigen waren: de Markies van Casa Riera (broer), graaf Alejandro Mora en de graaf van Barcelona. Johannes XXIII stuurde Kardinaal Siri als pontificaal gezant die de persoonlijke gelukwensen en een bijzondere apostolische zegen overmaakte aan het vorstenpaar, de nuntius Mgr. Forni las een boodschap voor. Kardinaal Van Roey zegende het huwelijk in. Tijdens de huwelijksplechtigheid droeg Fabiola het diadeem der Negen Provinciën dat haar schoonmoeder koningin Astrid na haar huwelijk met de toekomstige koning Leopold III op 25 februari 1927 ontvangen had als geschenk van het Belgische volk (door nationale intekening). Haar witte huwelijksjapon werd ontworpen door Cristobal Balenciaga. Fabiola de Mora y Aragón kreeg door haar huwelijk de titel Koningin der Belgen. Fabiola en Boudewijn bleven kinderloos. Fabiola raakte enkele keren zwanger, maar het bleken steeds buitenbaarmoederlijke zwangerschappen te zijn. Nadat duidelijk werd dat het leven van Fabiola zelf op haar leeftijd in gevaar zou komen bij een volgende zwangerschap, berustten beiden in hun lot en beschouwden dit als een kans om "meer van alle kinderen te kunnen houden". De voornaamste officiële activiteiten van Fabiola bestonden uit het vergezellen van de koning tijdens staatsbezoeken en bij het ontvangen van buitenlandse personaliteiten in Brussel. In 1990 vertegenwoordigde ze België samen met de koning op de eerste wereldtop van de VN over het kind. Daarnaast had ze een sociaal secretariaat dat talrijke verzoeken om hulpverlening behandelde, in afspraak met de bevoegde ministeries en de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW).
    erevoorzitster van de Koning Boudewijnstichting (1993-2014); erevoorzitster van de Koningin Elisabethwedstrijd (1965-2013); erevoorzitster van de Damiaanactie (1965-2010); beschermvrouw van Unicef België; oprichtster van de Nationale Stichting Koningin Fabiola voor de Geestelijke Gezondheid; beschermvrouw van de Werelddag Poëzie en Kind; beschermvrouw aan de Unie van schouwspelkunstenaars; beschermvrouw van het Salon van aquarellisten;
    meter van de Internationale Wedstrijd voor beiaardiers; beschermvrouw van het Muziekfestival Musica Antiqua, Festival van Vlaanderen, Brugge; beschermvrouw van de Europese Prijs voor het Museum van het Jaar. Koningin Fabiola werd in de uitvoering van haar taken geholpen door haar uitgebreide talenkennis. Ze sprak, naast Spaans, vlot Nederlands, Frans, Duits, Engels en Italiaans. Na het overlijden van haar echtgenoot in 1993 trok ze zich terug uit het publieke leven. Ze woonde sindsdien op het Kasteel van Stuyvenberg. Ze bleef wel erevoorzitster van de Koning Boudewijnstichting. Ze bleef tot 2013 erevoorzitster van de Koningin Elisabethwedstrijd waarvan de jaarlijks uitgereikte eerste prijs haar naam droeg. Ook haar fonds is nog steeds actief, en ze was bij officiële plechtigheden aanwezig in binnen- en buitenland, zoals op het Festival Internacional de Música Sacra Rey Balduino en het EMF. De familie Mora onderhield, zoals de meeste families in de Spaanse aristocratie, goede banden met het Spaanse staatshoofd, de nationaalkatholieke en fascistische dictator Franco, die de Spaanse kroon had toegezegd aan de troonopvolger Don Juan de Bourbon. Carmen Polo, de echtgenote van Franco, was aanwezig bij het overhandigen aan Fabiola door Fernando María Castiella van het diadeem, huwelijksgeschenk vanwege de Spaanse regering. De goede verhouding bleef bestaan tot de dood van Franco.[Fabiola correspondeerde met de caudillo (o.m. verjaardagswensen, bedankjes voor etentjes en gastverblijven). Ze bracht als koningin samen met Boudewijn privébezoeken aan het echtpaar Franco, die in sommige milieus bekritiseerd werden. Op 16 mei 2009 kreeg de Belgische krant La Dernière Heure een brief afgeleverd waarin een onbekende groep dreigde met een aanslag met een kruisboog op Fabiola tijdens het defilé op de Belgische nationale feestdag.[ ] Er werden maatregelen genomen die haar veiligheid moesten garanderen.[] Aan het einde van het defilé haalde de vorstin een appel uit haar handtas en hield die in de hand, waarmee ze naar Willem Tell verwees en haar onverschrokkenheid bevestigde. Begin 2010 kwam er een soortgelijke dreigbrief.
    Medio januari 2009 werd Fabiola enige tijd in een ziekenhuis opgenomen voor een infectie van de luchtwegen nadat zij enkele dagen eerder een schildklieroperatie had ondergaan. Haar gezondheidstoestand was ernstig,[] en daarbij leed ze zichtbaar aan artrose en reuma. Ze kon na enige tijd het ziekenhuis weer verlaten. Nadien verscheen ze in het openbaar in een rolstoel en voor het laatst tijdens de herdenkingsplechtigheid van de 20ste verjaardag van het overlijden van haar man, koning Boudewijn, op 31 juli 2013. Nadien leefde ze teruggetrokken in het Kasteel van Stuyvenberg te Laken, waar ze op 5 december 2014 overleed.[ Op vrijdag 12 december 2014 werd Fabiola, na een requiemmis in de Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele en de absoute in de Onze-LieveVrouwekerk van Laken, bijgezet bij haar echtgenoot Boudewijn in de Koninklijke Crypte. Op 10 januari 2013 kwam Fabiola in het nieuws omdat ze geld zou hebben ondergebracht in een private stichting waardoor de erfgenamen minder erfrechten zouden moeten betalen.[ De stichting, "Fons Pereos", had als doel het ondersteunen van haar neven en nichten, en hun afstammelingen, op voorwaarde dat ze geboren zouden zijn uit een eerste, rooms-katholiek gesloten huwelijk. Op 12 januari 2013 werd bekend dat de eerste minister Di Rupo voor de begroting van 2013 voorstelde de dotatie van Fabiola met bijna een half miljoen te verlagen vanaf 2013 tot € 923.000.[18] Op 6 juni 2013 besloot de regering vervolgens haar dotatie te verlagen tot 423.000 euro. Hiervan bedroeg het inkomensdeel 90.000 euro per jaar ofwel 7.500 euro per maand. Over dit inkomensdeel moest Fabiola belasting betalen. Op 25 januari 2013 werd bekend dat Fabiola het Fons Pereos zou opheffen.[ Volgens artikel 17 van de statuten zouden de gelden verdeeld worden over de stichting die door haar man was opgericht bij testament van 1992 en een in 1999 door haar zelf in Spanje opgerichte stichting.[] In september 2013 werd bekend dat het Fons Pereos op 11 juli 2013 daadwerkelijk was opgeheven. De gelden werden getransfereerd naar een andere stichting, Astrida.]
    Op 28 mei 2013 kwam Fabiola opnieuw in het nieuws omdat Villa Astrida, het vakantieverblijf van Boudewijn en Fabiola in het Spaanse Motril, in een Spaanse stichting werd ondergebracht “zodat de neven van de koningin ervan kunnen genieten zonder successierechten te betalen”. De dag na het overlijden van Fabiola op 5 december 2014 deelden de diensten van het Paleis mee dat haar erfenis gaat naar het Hulpfonds van de Koningin dat zich inzet voor "hulp aan behoeftige en in dringende nood verkerende personen". Fabiola heeft twaalf sprookjes geschreven die in 1955 in Spanje gebundeld verschenen onder de titel Los doce Cuentos maravillosos. Toen het boek geen succes werd, kocht ze zelf het grootste deel van de oplage op om vervolgens de boeken weg te geven. Na haar huwelijk verscheen de bundel ook in België, waar het wel een succes werd. De vertaling De twaalf wonderlijke sprookjes van Koningin Fabiola (van Lia Timmermans) werd in 1961 uitgegeven bij Desclée de Brouwer. Ter gelegenheid van de vijftiende verjaardag van attractiepark De Efteling werd de attractie De Indische Waterlelies gebouwd, een uitbeelding van een van de twaalf sprookjes. 11 juni 1928 – Laken, 5 december 2014 ) werd door haar huwelijk in 1960 met koning Boudewijn van België de vijfde Koningin der Belgen.









    11-06-2018 om 09:29 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 11 juni mandela

    11 juni 1963 Nelson Mandela Nelson Rolihlahla Mandela (IPA xoˈliɬaɬa manˈdeːla; uitspraak in het Xhosa) (Mvezo, 18 juli 1918 – Johannesburg, 5 december 2013 ) was een Zuid-Afrikaans antiapartheidsstrijder en politicus. Vanaf 1944 was Mandela betrokken bij de strijd van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Als leider van de militaire tak van het ANC werd hij in 1963 opgepakt en kreeg hij een levenslange gevangenisstraf opgelegd. In 1990 kwam hij vrij en werd het ANC gelegaliseerd. Samen met president F.W. de Klerk kreeg Mandela in 1993 de Nobelprijs voor de Vrede voor "hun inspanningen voor het vreedzaam einde van het apartheidsregime en het leggen van de funderingen voor een nieuw democratisch Zuid-Afrika". Bij de eerste vrije, niet-raciale verkiezingen in 1994 werd de op dat moment 75-jarige Mandela gekozen tot president van de Republiek Zuid-Afrika. In 1999 trad hij af. In Zuid-Afrika wordt hij beschouwd als de "vader des vaderlands".] Zijn bijnaam was Madiba, de naam in zijn clan voor Thembu-koningen. Mandela werd geboren in Mvezo, in de toenmalige Unie van Zuid-Afrika, en groeide op in Qunu, een klein dorp vlak bij Mthatha in de Oost-Kaap. Als voornaam kreeg hij de naam Rolihlahla, dat in de taal van de Xhosu letterlijk 'de tak van een boom trekken' betekent en als figuurlijke betekenis 'lastpost' heeft. Hij was een lid van de Ixhiba-clan, een zijtak van de koninklijke familie Thembu, die toentertijd heerste over de regio Transkei. Zijn vader was stamhoofd Gadla Henry Mphakanyiswa. Zijn moeder Nosekeni Fanny was de derde echtgenote van zijn vader. In totaal had zijn vader vier echtgenotes, bij wie hij vier zonen en negen dochters kreeg. Mandela's familie leverde vroeger adviseurs aan het hof van de koning. Zijn vader was een van hen.[ Mandela was het eerste lid uit de geschiedenis van zijn familie dat naar school ging. In 1927 stierf de vader van Mandela en kwam hij onder de voogdij van de regent van de Thembu. Hij kon zich inschrijven aan het College van de Universiteit van Fort Hare, wat de enige plaats was waar zwarten hoger onderwijs mochten volgen. Vanaf 1943 volgde Mandela de opleiding rechten aan de Universiteit van de Witwatersrand te Johannesburg. In 1944 raakte Mandela betrokken bij de strijd van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) tegen de dominantie van de blanke etnische minderheid en de segregatiepolitiek. Als advocaat volgde hij het voorbeeld van satyagraha van Mohandas Gandhi. In augustus 1953 opende Mandela samen met zijn vriend Oliver Tambo een eigen advocatenkantoor, Mandela en Tambo, in het centrum van Johannesburg. Het was indertijd het enige door zwarten geleide advocatenkantoor in Zuid-Afrika. Het was populair bij zwarte cliënten die zich beklaagden over politiegeweld. De overheid trok de vergunning in en dwong hen te verhuizen, waardoor de clientèle afnam. Door tijdgebrek werd het kantoor uiteindelijk opgeheven.[ Aangezien de resultaten van de geweldloze acties achterbleven en het ANC in 1960 verboden werd, stichtte en leidde Mandela de militaire tak van het ANC, Umkhonto we Sizwe (Speer van de Natie). Die voerde sabotageacties uit tegen militaire en publieke installaties. Mandela en andere ANC-leden hadden deze vleugel opgericht, omdat ze dachten dat geweldloos verzet zinloos was aangezien het keer op keer met geweld werd neergeslagen. De aanslagen waren op overheidseigendommen gericht en werden 's nachts uitgevoerd. Ze hadden als doel de zwarte bevolking van Zuid-Afrika ertoe te bewegen in opstand te komen om een revolutie te bewerkstelligen. Mandela zag iedereen die zich tegen de apartheid verzette als een vriend, waarbij de huidskleur, religie of politieke achtergrond er niet toe deed Mandela's ANC kreeg steun (politiek en militair) van bevrijdingsbewegingen in andere landen, met leiders als Robert Mugabe (Zimbabwe) , Fidel Castro (Cuba), Yasser Arafat(Palestina) en Moammar alQadhafi (Libië). Mandela vergat zijn bondgenoten nooit en bleef hen vanwege hun steun steeds trouw, al kon hij hun latere gedrag soms ook wel kritiseren (Mugabe). In 1961 werd Mandela verdacht van hoogverraad, maar vrijgesproken. Op 5 augustus 1962 werd hij, na een tip van de CIA, echter opnieuw gearresteerd wegens zijn gewapende strijd tegen de apartheid.
    [4] Met andere ANC-leiders werd hij in 1964 veroordeeld voor het voorbereiden van een guerrillaoorlog, met de bedoeling het apartheidsregime met geweld omver te werpen. In het zogeheten Rivoniaproces kreeg hij een levenslange gevangenisstraf opgelegd. Voordat Mandela gevangengezet werd, was hij een voorstander van een samenwerking van het ANC met de South African Communist Party (SACP), die sterk onder invloed van de toenmalige Sovjet-Unie stond. Zijn gevangenisnummer 46664 werd jaren later het symbool voor zijn aidsbestrijdingsproject. Nelson Mandela verbleef van 1964 tot 1982 in de gevangenis op Robbeneiland. Tijdens zijn gevangenschap werd de problematiek van de apartheid op internationaal niveau besproken. Mandela raakte daarbij internationaal bekend en werd het symbool van de wereldwijde anti-apartheidsbeweging. De gevangenen op het eiland werden gedwongen tot arbeid in een plaatselijke kalkgroeve. Velen kregen last van hoornvliesontsteking als gevolg van stof en het felle zonlicht dat weerkaatst werd door de witte kalk. In het begin mocht Mandela geen zonnebril dragen. Hij liep daardoor schade aan zijn ogen op en moest aan een traanbuis geopereerd worden. Tijdens het verblijf in de gevangenis en het werk in de groeve, ontstonden hechte vriendschapsbanden tussen de gevangenen. Deze spelen nog altijd een grote rol in de Zuid-Afrikaanse politiek. De gevangenen werden gescheiden op basis van huidskleur en zwarte gevangenen ontvingen kleinere rantsoenen dan kleurlingen en Indische personen. De categorie van politieke gevangenen, waartoe Nelson Mandela behoorde, werd afgescheiden en had minder rechten. De gevangenen moesten zich met koud zeewater wassen en Mandela sliep in een cel van 2,4 bij 2,1 meter op een slaapmat.[ Mandela was officieel een gevangene van 'klasse D'. Gevangenen uit deze laagste klasse hadden slechts recht op één bezoek of brief per half jaar. Althans in theorie. In praktijk werden de spaarzame brieven lang vertraagd of gecensureerd. Robbeneiland volstond niet om de wil van Mandela te breken. Integendeel, die bleek alleen maar toe te nemen. Volgens de getuigenis van medegevangene Ahmed Kathrada aanvaardde Mandela geen enkele voorkeursbehandeling en leidde hij alle protestacties in de gevangenis . Mandela weigerde stelselmatig om zijn (Afrikaanstalige) bewakers met "baas" aan te spreken. Terwijl veel gevangenen weigerden met hun bewakers te praten, probeerde Mandela hun situatie te analyseren. Hij besefte dat het gedrag van de Afrikaners geleid werd door een rabiate angst. Als de zwarte bevolking aan de macht zou komen, zou dit volgens hem tot een genocide kunnen leiden. Mandela gebruikte zijn jarenlange opsluiting om de geschiedenis van de Afrikaners en hun taal, het Afrikaans, te leren. Dit stelde hem in staat hun mentaliteit te begrijpen en in dialoog te gaan. In tegenstelling tot het ANC, dat de bezetting van zuidelijk Afrika door blanken beschouwde als een moderne versie van het Europese kolonialisme, zag Mandela de Afrikaners óók als rechtmatige inwoners van (Zuid-)Afrika. Hij realiseerde zich dat hij in dezelfde situatie mogelijk dezelfde drastische beslissingen had genomen In 1976 ontving hij voor het eerst een delegatie van de Zuid-Afrikaanse regering. De minister van gevangenissen Jimmy Kruger stelde voor hem vrij te laten onder voorwaarde dat Mandela verhuisde naar het toenmalige thuisland Transkei. Mandela weigerde, stelde zijn eigen voorwaarden en eiste zijn vrijlating. Op 16 juni 1976 braken in de krottenwijk Soweto van Johannesburg rellen uit, een nieuwe stap in het protest en de repressie. In 1982 werd Mandela met andere ANC-leiders overgeplaatst naar de Pollsmoor Maximum Security Prison in Tokai. Zes jaar later verhuisde hij naar de Victor Verster Prison, in de buurt van Paarl, waar hij een vrijstaande woning van een cipier kreeg toegewezen, evenals een privékok. Hij mocht veel bezoekers van buiten de gevangenis ontvangen. In 1985 speelde ook Margaret Thatcher een rol bij het vrij krijgen van Mandela.[Vanuit haar economisch liberalisme was zij eigenlijk niet zo voor apartheid, maar ze wilde het ook niet doen opheffen door internationale boycots of andere sancties. Daarom stuurde zij uiteindelijk een brief aan president Botha waarin ze schreef dat in haar opinie het vrijlaten van Mandela meer impact zou hebben dan vrijwel iedere andere handeling die Botha zou kunnen uitvoeren.
    Mandela voerde vanaf 1987 in het geheim besprekingen met de minister van justitie Kobie Coetsee. In drie jaar werden elf ontmoetingen gehouden. Coetsee organiseerde vanaf mei 1988 onderhandelingen tussen Mandela en een overheidsdelegatie van vier personen. Uiteindelijk stemde de Zuid-Afrikaanse overheid ermee in dat Mandela en alle politieke gevangenen werden vrijgelaten en het ANC gelegaliseerd zou worden, op voorwaarde dat Mandela en het ANC voor altijd het geweld zouden afzweren, zouden breken met de communistische partij en zich niet zouden inzetten voor het omverwerpen van de blanke regering. Mandela weigerde dat en gaf aan dat het ANC alleen met de gewapende strijd zou stoppen, als de regering dat ook zou doen
    Mandela's vrijlating op 11 februari 1990 geschiedde op verzoek van president Frederik de Klerk. Het zorgde wereldwijd voor opgetogenheid. Na zijn vrijlating ging Mandela meteen naar het ANChoofdkwartier in Kaapstad. Het verbod van het ANC werd opgeheven en Mandela werd in juli 1991 unaniem gekozen tot de nieuwe voorzitter van deze partij. Met de toenmalige regering voerde hij onderhandelingen over een zwart-blanke toekomst voor Zuid-Afrika. In september 1992 resulteerde dat in de haastige samenstelling van een tijdelijke regering die als taak had hervormingen door te voeren. Direct na zijn vrijlating bezocht Mandela Fidel Castro. Diens Cubaanse Revolutie van 1959 was een bron van inspiratie voor hem geweest. Volgens hem had de Cubaanse steun aan Angola in de jaren zeventig en tachtig het Zuid-Afrikaanse regime verzwakt. “Wie trainde onze mensen”, vroeg Mandela retorisch aan Castro. “Wie gaf ons middelen, wie trainde onze soldaten, onze dokters? U was nog nooit in ons land. Wanneer komt u?” Ook bezocht hij na zijn vrijlating, ondanks een verbod van de VS, kolonel Khadaffi in Libië.[] Khadaffi liet hem niet alleen toen anderen in het Westen dat wel deden, was zijn argument. In februari 1994 werd besloten tot het houden van vrije, niet-raciale verkiezingen in de daaropvolgende winter, om te komen tot een nationale eenheidsregering. Alle partijen die meer dan twintig zetels zouden behalen, zouden worden uitgenodigd zitting te nemen in de nieuwe regering. Mandela nodigde uiteindelijk ook partijen uit die er minder hadden gekregen. Mandela werd op 27 april 1994, op 75-jarige leeftijd, president van Zuid-Afrika, als opvolger van De Klerk, die al een aarzelend begin had gemaakt met afschaffing van apartheidsregels. Mandela stelde met hulp van onder meer de zwarte anglicaanse aartsbisschop Desmond Tutu de Waarheids- en Verzoeningscommissie in. In december 1997 trad hij af als leider ('president') van het ANC ten gunste van Thabo Mbeki In 1999 besloot Mandela om zich niet opnieuw verkiesbaar te stellen als president. Mbeki volgde hem op. Mandela sprak zich herhaaldelijk kritisch uit over westerse landen. Zo verzette hij zich in 1999 heftig tegen de NAVO-interventie die leidde tot de Kosovo-oorlog. Hij noemde het een poging van machtige staten om de hele wereld te beheersen. In 2003 sprak hij zich uit tegen de plannen van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk om Irak binnen te vallen. Mandela omschreef het als een "tragedie" en zei dat de Verenigde Staten meer verschrikkelijke misdaden begaan hadden dan welk ander land ook, daarmee refererend aan de atoombommen op Japan die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog door de VS waren afgeworpen op Japan. Mandela had in principe niets tegen het bestaan van Israël, dat het Apartheidsregime gesteund had, maar hij was tegen het bezet houden van Arabisch land na de Zesdaagse Oorlog van 1967.[ Ook was hij tegen de onvrijheid van het Palestijnse volk. Zelfbeschikkingsrecht, daar ging het hem om. Yasser Arafat noemde hij zijn “wapenbroeder” en ook zei hij: “Wij identificeren ons met de PLO”.] Verder zei hij: “Wij kunnen ons niet vrij voelen zolang het Palestijnse volk niet vrij is.” Sinds zijn aftreden als president was Mandela's publieke rol symbolisch en informeel. Zo was hij onder andere medeoprichter en lid van The Elders, een raad van voormalige wereldleiders en andere prominente personen. Hij was een groot voorstander van het naar Zuid-Afrika halen van
    het wereldkampioenschap voetbal 2010. Voorafgaand aan de finale reed hij met zijn echtgenote een ererondje over het veld, maar wegens zijn slechte gezondheid bekeek hij de wedstrijd thuis voor de televisie. Mandela is drie keer getrouwd. In 1944 trouwde hij met Evelyn Ntoko Mase. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren: zoon Madiba Thembekile, die in juli 1969 omkwam bij een verkeersongeval (Mandela bevond zich toen nog in gevangenschap en kreeg geen toestemming aanwezig te zijn op de begrafenis), zoon Makgatho en twee dochters die beiden Makaziwe heetten. Hun eerste dochter overleed toen zij negen maanden oud was. Naar haar is de tweede dochter vernoemd. Het huwelijk met Evelyn eindigde in 1957 in een echtscheiding. Mandela huwde in 1958 voor de tweede keer met Nomzamo Winifred Madikizela (Winnie Mandela), een strijdbare mensenrechtenactiviste. Uit dit huwelijk werden twee dochters geboren: Zenani en Zindziswa. Na Mandela's vrijlating in 1990 volgde al snel een reeks onthullingen over Winnies rol en die van haar privéknokploeg met de naam 'Mandela United Football Club', bij het martelen en doden van opponenten, alsook bij het ontvoeren en vermoorden in Soweto van de 14-jarige tiener James Seipei, bekend geworden onder zijn schuilnaam Stompie Moeketsi. Sommige ANC-leiders drongen er bij Mandela op aan van haar te scheiden, maar hij besloot haar trouw te blijven totdat ze door een rechtbank schuldig zou worden verklaard. Na andere onthullingen over een vermeende buitenechtelijke relatie verliet Nelson Mandela haar in 1992. De echtscheiding werd in 1996 wettelijk bekrachtigd. Met zijn derde echtgenote, Graça Machel, trouwde Mandela op zijn tachtigste verjaardag. Zij was tevens de achtentwintig jaar jongere weduwe van de voormalige president van Mozambique, Samora Machel (1933-1986). Op 6 januari 2005 maakte Mandela bekend dat zijn zoon Makgatho overleden was aan aids. Enkele uren na Makgatho's overlijden belegde Mandela een persconferentie om het nieuws wereldkundig te maken en aan te dringen op meer openheid over aids. Mandela liep door een tbc-besmetting longschade op tijdens zijn gevangenschap op Robbeneiland. Zijn gezondheid bleef broos. In 2012 werd hij tweeënhalve week opgenomen in een ziekenhuis. Hij vertrok hierna uit Johannesburg naar zijn geboortedorp Qunu, waar hij in rust en vrede zijn laatste jaren wilde doorbrengen. Eind maart 2013 werd hij tien dagen opgenomen in het ziekenhuis. Een maand lang kreeg hij bezoek van bekende politici, waaronder de Zuid-Afrikaanse president Jacob Zuma. Een zichtbaar verzwakte Mandela leek niet te beseffen wat hem overkwam. Dit leidde tot een storm van protest van de ZuidAfrikaanse bevolking, die vond dat misbruik gemaakt werd van de politieke status van Mandela.[16] Begin juni 2013 werd hij opnieuw opgenomen met 'ernstige' longproblemen.Op 23 juni 2013 liet president Zuma weten dat Mandela's toestand kritiek was. Mandela verliet het ziekenhuis desondanks op 1 september 2013.[ Op 5 december 2013 maakte president Zuma tijdens een persconferentie bekend dat Mandela op 95jarige leeftijd was overleden in zijn woning in Johannesburg.[19] In Zuid-Afrika werd een periode van nationale rouw afgekondigd. Zondag 8 december werd uitgeroepen tot een landelijke 'dag van gebed en bezinning' en op 10 december was er een massale herdenkingsbijeenkomst in Soccer City bij Soweto. Mandela werd op 15 december in Qunu begraven.









    11-06-2018 om 09:27 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.max van praag

     

    10-06-2018 om 09:27 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 10 juni max van praag
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    10 juni 1991 Max van Praag Max van Praag (Amsterdam, 24 juni 1913 – Hilversum, 10 juni 1991) Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest van Praag onderduiken als gevolg van zijn Joodse afkomst. Hij scoorde veel hits in de jaren vijftig, waaronder Als ik tweemaal met mijn fietsbel bel en Daar zijn de appeltjes van Oranje weer. Van Praag vormde in die tijd samen met Willy Alberti het duo De Straatzangers. Onder die naam hadden de heren diverse hits, waaronder Aan het strand stil en verlaten (1955) en Als de klok van Arnemuiden (1959). Sinds 1958 organiseerde hij jaarlijks het Loosdrecht Jazz Concours. Ook opende hij zijn eerste grammofoonplaten-winkel in Utrecht op de Amsterdamsestraatweg. Hij breidde het bedrijf, samen met zijn vrouw Sari en zoon Chiel, uit tot een van de grootste platenwinkelketens van Nederland. In 1974 openden zij in winkelcentrum Hoog Catharijne hun succesvolste winkel. Echter in de jaren tachtig kwam de cd in opmars. De vernieuwing werd niet gevolgd door de financiële adviseurs. Max en Sari moesten noodgedwongen hun winkels sluiten. In 1991 overleed hij aan de gevolgen van de ziekte van Parkinson. De broer van Max is Jaap van Praag, oud-voorzitter van Ajax. Bekende kinderen zijn Chiel van Praag, televisie- en radiopresentator, en Marga van Praag, voormalig verslaggeefster bij en presentatrice van het NOS Journaal. was een Nederlandse zanger, die vooral in de jaren vijftigvan de twintigste eeuw een aantal successen boekte.

    10-06-2018 om 09:24 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ray Charles

     

    10-06-2018 om 09:22 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 10 juni Ray Charles

    10 juni 2004 Ray Charles Ray Charles Robinson (Albany (Georgia), 23 september 1930 – Beverly Hills (Californië), 10 juni 2004) was een blinde Amerikaanse zanger en pianist. Hij was een groot vertolker van de moderne blues en de rhythm-and-blues, maar ook soul, jazzen popmuziek stonden op zijn muzikale menukaart. In de jaren 50 ontwikkelde hij de blues en rhythm-and-blues verder door de introductie van elementen uit de kerkelijke gospelmuziek, waarin zowel een krachtige pianobegeleiding als het vrouwenkoor een prominente rol speelt. Zo was Ray Charles, meestal begeleid door een groep zangeressen (The Raelettes), een vroege soulartiest met nummers als I got a woman, The night time is the right time en What'd I Say. Ook de jazz had een plaats in zijn repertoire. Tijdens concerten werd Ray Charles vaak begeleid door een big band. In 1960 volgde een verandering van stijl: violen en popsongs deden hun intrede. De blues en rhythmand-blues hadden afgedaan. Ray Charles scoorde enkele grote hits met Hit the road Jack en I can't stop loving you. Notoir is zijn nummer Busteddat hij schreef nadat hij een jaar in de gevangenis gezeten had voor het bezit van heroïne. In 1980 speelde Ray Charles een kleine rol in de film The Blues Brothers. Zijn muziek was ook in veel andere films te horen. Ray Charles stierf op 10 juni 2004 op 73-jarige leeftijd, ten gevolge van leverkanker, in zijn huis te Beverly Hills, Californië, in bijzijn van familie en vrienden. Hij is begraven in een mausoleum of the Golden West op Inglewood Park Cemetery in Los Angeles. Over het leven van Charles is een film gemaakt met in de hoofdrol Jamie Foxx: Ray (2004). In 1979 werd Charles opgenomen in de Georgia Music Hall of Fame.





    10-06-2018 om 09:20 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    09-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.benny neyman

     

    09-06-2018 om 10:00 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 9 juni Benny Neyman

    9 juni 1951 Benny Neyman Wilhelmus Albertus (Benny) Neyman (Maastricht, 9 juni 1951 – Soesterberg, 7 februari 2008) was een Nederlandse zanger. Neyman werd geboren in Maastricht. Op zijn zesde kreeg hij een gitaar met Sinterklaas en nam les. Hij luisterde graag naar de radio en kocht af en toe een plaatje. Eind jaren 60 maakte hij kennis met de muziek van Engelse popbands. Na zijn MULO-diploma volgde hij begin jaren zeventig een opleiding aan de Kleinkunst Academie in Amsterdam. Neyman brak in de tweede helft van de jaren zeventig door, zijn eerste succes kwam in 1980 met het nummer Ik weet niet hoe, een cover van Agapimu van Mia Martini. In 1985 scoorde Neyman zijn grootste hit met Waarom fluister ik je naam nog (nummer 1-positie in de Nederlandse hitparades). In de Radio 2's Top 2000 editie 2007 nam het de 384e positie in, wat tot dan toe zijn hoogste klassering is in het bestaan van de oudejaarslijst.] Vanaf de tweede helft van de jaren tachtig had Neyman geen grote hits meer. Wel bracht hij nog een groot aantal goed verkopende albums uit en had hij een aantal theatertournees. In 1995 bracht hij onder meer enkele Franstalige en Griekse klassiekers op de bühne. Neyman ontving in 1996 een Gouden Harp. Hij brak in de zomer van 2006 met zijn management en begon met zijn gezondheid te sukkelen. Zijn echtgenoot Hans van Barneveld werd in 2006 zijn nieuwe manager. In oktober 2007 verscheen Neymans laatste album Onverwacht. Zijn laatste optreden, een hommage aan de overleden Conny Vandenbos, vond plaats op 2 december 2007. Neyman maakte op 21 december 2007 bekend dat hij leed aan kanker, in een vergevorderd stadium [ en dat de aard van de ziekte niet duidelijk was Op 7 februari 2008 overleed Benny Neyman op 56-jarige leeftijd. Neyman zong ook liedjes over zijn geboortestreek, die buiten Limburg weinig bekendheid kregen. Een uitzondering is de ballade M'n land. De coupletten beschrijven Limburg, dat door de tijd en uitbuiting verandert, maar in het refrein toch mooi is en blijft: Maar mooi is mijn land, en mooi zal het blijven Waar de Maas stroomt van Mook tot aan Maastricht Dat glooiende land van mergel en mijnen Daar zal ik ooit sterven, wellicht.









    09-06-2018 om 09:59 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 9 juni Donald Duck

    9 juni 1934 Donald DuckDonald Duck is een fictieve eend die voorkomt in veel van de strips en tekenfilms gemaakt door The Walt Disney Company. Zijn volledige naam is Donald Fauntleroy Duck.De naam Donald Duck duikt voor het eerst op in The Adventures of Mickey Mouse, een boekje uit 1931. Hier wordt een zekere Donald Duck genoemd als vriend van Mickey Mouse. Deze Donald Duck speelt verder geen rol in het boekje. Wel is op een van de afbeeldingen een eend te zien, die echter weinig weg heeft van de latere Donald Duck. Donald Duck zoals hij nu algemeen bekend is debuteerde in de cartoon The Wise Little Hen uit 1934, een van de filmpjes uit de serie Silly Symphonies. Donald werd voor deze film ontworpen door Art Babbitt en Dick Huemer, twee animators die aan het filmpje werkten. Hij zag er in dit filmpje nog sterk uit als een eend, met een lange snavel en vleugels. Na dit debuut speelde hij mee in een aantal Mickey Mouse-filmpjes en kreeg al snel zijn eigen tekenfilmserie. Ook had Donald een bijrol in de krantenstrips van Mickey Mouse. Vanaf 1936 kreeg hij een eigen krantenstrip, getekend door Al Taliaferro en geschreven door Ted Osborne. De wereld rond Donald Duck werd hierna met name verder uitgewerkt door Carl Barks, die nieuwe vaste personages als Dagobert Duck, Willie Wortel en Guus Geluk in de strips introduceerde. Ook ontwierp Barks de stad waar al deze personages wonen, Duckstad. Donalds snavel en nek waren in het begin veel langer, en zijn handen waren meer vleugelachtig dan nu. Donald lijkt daardoor tegenwoordig minder op een echte eend dan in zijn eerste jaren als tekenfilm-/ stripheld. Zijn kwakende stem is in de filmpjes wel altijd gebleven. De strips van Donald Duck zijn ook niet hetzelfde gebleven. Vroeger waren er vaak meer plaatjes en minder tekst. De grappen zaten verstopt in de tekeningen. Later kwamen er meer grappen in de tekst, in de "tekstwolkjes" bij de plaatjes. Donald en de andere figuren gingen meer praten. Woordspelingen werden belangrijker. Donald Duck is over de hele wereld beroemd geworden. Naast de vele stripverhalen zijn er honderden films van hem gemaakt. Donald was voor het eerst in Nederland te zien in 1938. Men kreeg toen in Nederland slechts twee filmpjes te zien. Daarnaast was hij af en toe te zien in krantenstrips van Mickey Mouse, als bijfiguur. In 1950 bracht uitgeverij Mulder & Zoon in Nederland de eerste boekjes op de markt met Donald Duck in de hoofdrol. In oktober 1952 volgde De Geïllustreerde Pers met het eerste nummer van het weekblad Donald Duck, dat tot op heden bestaat. Donald speelt in totaal in meer dan honderd korte filmpjes mee (dat zijn filmpjes die acht tot tien minuten duren) en, samen met andere stripfiguren als Mickey Mouse, in meer dan vijftig lange films. In ongeveer veertig landen zijn Donald Duck-strips te koop. Sinds 1984 is zijn voetafdruk te vinden in de Walk of Fame. Op 9 augustus 2004 kreeg hij, ter ere van zijn zeventigste verjaardag, eveneens een ster in deze beroemde straat. Donald Duck is mede beroemd geworden door zijn opmerkingen en zijn gedrag in de filmpjes. De bekende eend spreekt als een mens, maar is zo koppig als een ezel. Hij wil alles goed doen, maar bijna altijd gaat het juist andersom, zeker wanneer zijn neefjes Kwik, Kwek en Kwak zich ermee bemoeien. Die hebben vaak ondeugende plannetjes, waarvan Oom Donald dan het slachtoffer is. Donald is een eend van 12 ambachten en 13 ongelukken. Hij houdt het zelden ergens langer dan een week uit, omdat hij zo onhandig is of omdat hij in de problemen komt door zijn opvliegende karakter. Soms doet hij zijn werk echt goed, maar vrijwel altijd komt er een moment dat hij, meestal bij een extreem belangrijke klus voor een burgemeester, minister of staatshoofd, een blunder begaat waardoor de zaak in de soep loopt en Donald snel naar een ver oord (bijvoorbeeld Timboektoe) moet vluchten omdat iedereen boos op hem is. Zo'n blunder ontstaat ook vaak als hij een probleem veroorzaakt, bang is om ontslagen te worden en Willie Wortel inschakelt om hem te helpen door iets voor hem uit te vinden waarmee hij het probleem voortijdig denkt te kunnen oplossen, zodat hij in dienst kan blijven. Deze uitvinding veroorzaakt dan juist een veel groter probleem door een verkeerde werking of een vervelend bijeffect, waardoor Donald dan alsnog ontslagen wordt.
    Vaak heeft hij ook een slecht betaald baantje als muntenpoetser in het geldpakhuis van zijn schatrijke oom Dagobert Duck, die Donald in dienst neemt omdat hij familie is en omdat Donald bovendien een fikse schuld bij zijn oom heeft. Munten poetsen is feitelijk ook het enige werk dat Donald echt goed kan. Oom Dagobert neemt hem dan ook vaak weer aan als hij elders ontslagen wordt. Het geldpakhuis is voor Donald ook een schuilplaats waar hij zich kan verstoppen als hij bang is om door anderen ontdekt te worden. Door de manier waarop Donald Duck is getekend, is goed te zien hoe hij zich voelt, wat hij wil en in welke gemoedstoestand hij verkeert. Donald heeft zeer veel verschillende gezichtsuitdrukkingen: boos, heel erg boos, verbaasd, droevig, blij en slim, maar ook chagrijnig of juist tevreden. Als Donald tevreden is krullen de uiteinden van zijn snavel omhoog, als hij verdrietig is wijzen zijn "mondhoeken" omlaag. Aan de achterkant van zijn kop heeft hij altijd een paar veertjes overeind staan. Als Donald erg nijdig is, staan bijna alle veren overeind. Vaak is dan ook aan zijn pet te zien hoe het met hem gaat: als hij kalm is, staat zijn pet recht op zijn kop. Als hij boos is, hangt zijn pet over zijn ogen. Als hij verbaasd is, vliegt het petje soms helemaal van zijn hoofd af. Naar verluidt is Donald Duck een combinatie van alle mensen waaraan Walt Disney − de grondlegger van het megabedrijf The Walt Disney Company − zelf een grote hekel had.[5] Waar de meeste andere Disneyfiguren zoetsappig, vriendelijk en goedaardig zijn, is Donald Duck driftig en opvliegend. In de Amerikaanse strips, met name de oudere afleveringen, valt Donald dan ook vaak op door zijn asociale gedrag. Ook de personages met wie hij in deze strip in aanraking komt vallen vaak op door onbeleefd en asociaal gedrag, In Hoe lees ik Donald Duck wordt Donalds reactionaire karakter besproken. Donald behoort volgens de schrijvers van deze kritische studie tot de geprivilegieerdewitte middenklasse. Wanneer hij op avontuur is in het buitenland, kiest hij steeds de zijde van Midden-Amerikaanse dictators en andere potentaten.[
    Donald Duck zou – net als zijn tweelingzus Dumbella – op 9 juni 1934 zijn geboren. Verschillende stripauteurs, zoals Keno Don Rosa, dateren zijn geboorte echter eerder, namelijk rond 1920. In deel XI van De jonge jaren van Oom Dagobert komt hij al voor (als kind) in 1930. Uit de film Donald Duck gets drafted (1942) blijkt dat zijn volledige naam Donald Fauntleroy Duck is. Zijn tweede naam staat in een kort fragment vermeld op een oproepformulier voor het leger. De vader van Donald is Woerd Snater Duck. Donald is in oudere verhalen zelf ook weleens Woerd Snater genoemd. Zijn moeder is Hortensia Duck. Zijn temperament heeft Donald waarschijnlijk van zijn beide ouders, die werden ook heel vaak boos om kleine dingen. Donald woont samen met zijn drie neefjes Kwik, Kwek en Kwak, die de zoontjes zijn van Dumbella. De drie neefjes zijn een keer bij hem op bezoek gekomen en sinds die tijd nooit meer vertrokken. Vaak zijn de neefjes slimmer dan Donald zelf. Een ander bekend familielid van Donald is zijn neef Guus Geluk, die bijna altijd geluk heeft en mede daardoor behoorlijk arrogant is. Guus voelt zich een stuk beter dan Donald en denkt dat hij veel slimmer en leuker is. De twee zijn dan ook grote rivalen en hebben vaak ruzie, hoewel ze soms ook goed met elkaar overweg kunnen. Katrien Duck en Donald hebben in veel verhalen een knipperlichtrelatie. Donald doet voortdurend zijn best om Katrien in te palmen maar verpest het bijna altijd, met name voor zichzelf. Guus Geluk heeft eveneens een oogje op Katrien, een van de redenen dat de twee elkaar voortdurend dwarsliggen. Door zijn constante geluk krijgt Guus vaak wel dingen voor elkaar die Donald niet lukken. Er is nooit een officiële stamboom van de hele Duck-familie geweest. Allerlei tekenaars hebben door de jaren heen steeds hun eigen personages toegevoegd, waarvan sommige (zoals Dagobert Duck) zeer belangrijk zijn geworden, terwijl veel andere familieleden slechts eenmalig ooit in een verhaal zijn voorgekomen Donald is een antropomorfe eend met oranje-gele benen, voeten en snavel. Hij draagt altijd een matrozenpak, bestaand uit een shirt (in de stripverhalen is dit meestal zwart en op (voor)platen blauw) een rode strik en een blauwe pet. Hij draagt geen broek en hij heeft wel tanden, maar dit is
    alleen te zien als hij ze poetst of als hij razend is. Donald staat bekend om zijn temperament en onhandigheid. Donald woont in Duckstad en daar woont ook het merendeel van zijn familie, waaronder de schatrijke Oom Dagobert. Laatstgenoemde maakt vaak misbruik van de situatie waarin Donald verkeert door hem slecht betaald werk te laten verrichten of door hem op gevaarlijke klussen te sturen, al dan niet met een toegevoegd dreigement hem te onterven. Dagobert neemt de neefjes en Donald wel vaak mee op de gekste avonturen. Ze gaan samen de hele wereld rond op zoek naar schatten en nog meer geld. Donald moet zijn oom dan vaak weer te hulp schieten. Donald heeft ook een aantal verschillende huisdieren, die echter lang niet in alle verhalen voorkomen. De Sint-Bernard Loebas is het vaakst te zien en speelt ook mee in veel oude krantenstripjes. In sommige lange verhalen jaren uit de zestig heeft Donald ook een kat, Tobber. Ook heeft hij in sommige verhalen een of meer goudvissen. Donald heeft een Duckatti. Deze auto is voornamelijk gebaseerd op de American Bantam uit 1939.





    09-06-2018 om 09:57 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.boerenkrijg
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De Boerenkrijg, ook Beloken of Besloten tijd geheten, was een opstand van de Vlaamse landelijke bevolking (Brigands) in 1798, gericht tegen de Franse bezetters van de Zuidelijke Nederlanden. Zij vond haar oorzaak in de algemene misnoegdheid over de antigodsdienstige politiek en de plundering van het land door de Fransen. De wet van 5 september 1798 op de algemene dienstplicht was de druppel die de emmer deed overlopen. De opstand werd al na twee maanden met geweld de kop ingedrukt en was, alhoewel het verzet op sommige plaatsen nog tot 1799 werd verdergezet, eind 1798 al over zijn hoogtepunt heen. Vergeleken met de vele honderdduizenden doden bij de opstand in de Vendée enkele jaren voordien was de Boerenkrijg slechts een schermutseling, maar ook in Zuid-Nederland was de repressie door het Franse regime bijzonder hard. Later werd de opstand geromantiseerd als een belangrijke gebeurtenis in Belgische natievorming en vervolgens de Vlaamse ontvoogdingsstrijd in de Belgische staat. Op 12 oktober 1798 kwam de Vlaamse en Brabantse boerenbevolking in opstand tegen de Franse bezetters, die de opstandelingen brigands (struikrovers) noemden. Het verzet had als leuze Voor Outer en Heerd ("voor altaar en haard", dit betekent: "voor Kerk en gezin"). De Fransen hadden de Zuidelijke Nederlanden drie jaar voordien (1795) in handen gekregen, na een overwinning op het ZuidNederlandse leger van de Habsburgse keizer Frans II. Het strenge regime van de militaire bezetting door de Franse revolutionairen (vanaf de Slag bij Fleurus op 26 juni 1794, tot het uitvaardigen van het decreet van 1 oktober 1795), de vele confiscaties, extra heffingen en de oorlogsleningen, zonder de minste inspraak van de plaatselijke bevolking, hadden het regime weinig geliefd gemaakt. De bewoners van de Zuidelijke Nederlanden en het prinsbisdom Luik waren door dit decreet van 1 oktober 1795 Franse staatsburgers geworden. Alle eeuwenoude privaatrechtelijke en publieke gebruiken waren afgeschaft. In de Vlaamse, Duitse en zelfs Waalse streken werd het Frans als officiële taal slechts door een minderheid verstaan en werden de officiële publicaties zo goed als niet begrepen. De redenen tot dit gewapend verzet waren dan ook de hoge belastingen, de antigodsdienstige politiek van sluiting van de kerken gepaard gaande met de vervolging van de niet-beëdigde priesters (die de door de paus afgekeurde eed van trouw aan de Franse grondwet en "haat aan het koningschap" niet wilden afleggen). Door de Wet op de algemene dienstplicht (ook gekend als de wet Jourdan-Delbrel) van 5 september 1798 (19 fructidor VI) werden alle jongemannen tussen 20 en 25 jaar opgenomen in het Franse "bevrijdings"leger. Een algemene dienstplicht was voorheen onbekend, omdat legers bestonden uit vrijwilligers aangevuld met huurlingen. Verloop[bewerken] Er verschenen plakkaten (aanplakbrieven) in de grote steden op kerken en openbare gebouwen met o.a. de tekst: "Nederlanders ! blyft nu bijeen, wy moeten standvastich wezen". De begindatum van de opstand was gepland op donderdag 25 oktober 1798 door de "Brabantse patriotten". Zij hadden steun gevraagd aan buitenlandse mogendheden, Engeland en Pruisen. Het verzet kreeg beperkte steun onder de vorm van Engelse wapens. Willem V van Oranje hoopte op een herstel van de Verenigde Nederlanden en ook Pruisen beloofde hulp. Maar op 12 oktober 1798 vond een eerste incident plaats bij Overmere (tussen Gent en Dendermonde) naar aanleiding van een inbeslagname bij een boer-belastingweigeraar. Dienstweigeraars bij de gedwongen rekrutering waren ondergedoken en hadden zich verenigd tot een verzetslegertje. In de gemeenten die de beweging onder controle kreeg, velden zij de "vrijheidsbomen", vernielden zij de registers van de burgerlijke stand en de conscriptielijsten, werden niet-beëdigde
    priesters opnieuw aangesteld en werden vrijwilligers gerekruteerd in afwachting van de komst van de geallieerde troepen. De steden bleven afzijdig, ook omdat ze beter gecontroleerd werden. Sommige groepen trokken naar de kust, de Engelsen tegemoet. Twee landingen van de Engelse schepen mislukten, eerst te Vlissingen (op 21 oktober 1798) en dan te Blankenberge (op 23 en 24 oktober 1798). De opstandelingen leden een nederlaag te Ingelmunster. Er vielen 200 doden. Ook in Zuid-Oost-Vlaanderen werd de opstand reeds op 20 oktober 1798 de kop ingedrukt. De stad Mechelen werd kortstondig bevrijd op 22 oktober 1798 (zie Boerenkrijg in Mechelen). Franse symbolen werden vernietigd en documenten werden verscheurd. Dezelfde dag nog heroverden de Fransen de stad. De dag erna werden 41 verzetslieden voor de SintRomboutskathedraal geëxecuteerd. Ook de dagen erna bleef het in en om Mechelen onrustig. Twee eeuwen later, op 5 september 2011 werd in de pers bekendgemaakt dat hun stoffelijke resten teruggevonden waren in een massagraf, tijdens de aanleg van een ondergrondse parking.[1] In Vlaams-Brabant konden de opstandelingen, onder leiding van Emmanuel Rollier, ongeveer twee weken standhouden, maar de opstand werd gebroken op 5 november 1798. Anderen sloten zich aan bij het groeiende Kempense leger onder aanvoering van Emmanuel Jozef van Gansen. Hier begon de opstand in Geel op 15 oktober 1798. Ze hadden hun basis in de abdij van Tongerlo en beheersten kortstondig, en met wisselend succes, de wijde omgeving. Zij werden echter in de rug bestookt door Franse afdelingen uit de Bataafse Republiek. De ruggengraat van de opstand brak op 5 december 1798 toen het Brabantse katholieke leger na een achtervolging over Herentals, Geel en Diest [2] bij Hasselt na verraad werd verslagen. Men schat het aantal doden tussen 5.000 en 10.000. Repressie[bewerken] Er volgde een strenge repressie door het Franse regime waarbij de meeste leiders werden terechtgesteld (190 gefusilleerden, waaronder de leiders Constant, Corbeels en Meulemans), maar ook de verdachten onder de bevolking, jong en oud, het met de dood moesten bekopen. Er volgden 3000 aanhoudingen, honderden deportaties en een strenge toepassing van de militaire conscriptie. In totaal vielen er in deze opstand rond de 15.000 doden. Deze opstand, gevoed door een vaag federalisme, onder Robespierre een halsmisdrijf, vond minder aanhang in de grotere steden en geen weerklank in de Waalse dorpen, tenzij in het noorden van Henegouwen en Waals-Brabant. De benaming Boerenkrijg werd voor het eerst gebruikt in 1798 door een Mechelse kroniekschrijver.
    Boerenkrijgstandbeeld te Herentals Leiders[bewerken] Leiders van de opstand waren onder meer Pieter Corbeels uit Turnhout (geboren in Leuven) (17551799), Emmanuel Benedict Rollieruit Sint-Amands (1769-1851), Michiel van Rompay uit Bonheiden en Emmanuel Jozef van Gansen uit Westerlo (1766-1842). In het zuiden van het land was de legendarische brigand Charles-François Jacqmin actief, die al in 1795 in Loupoigne (Waals-Brabant) een verzetsgroep vormde om tegen de Franse revolutionairen te strijden en het land terug onder Oostenrijks gezag te brengen. Daarbij gebruikte hij de naam Charles de Loupoigne; die naam is later in de volksmond verbasterd tot "Charlepoeng". Hij werd in juli 1799 eveneens verraden en door de sansculotten gedood tijdens een gevecht in Margijsbos te Loonbeek, bij Huldenberg. Luxemburg
    Hardstenen Kruis in Haasdonk met de gouden tekst: IHS D.O.M. Ter gedachtenis van J.B. Tassijns – Alhier laffelijk vermoord – Den 5 oegst 1799 – Gedenkt, gij die voorbijgaat, En diep dit kruise groet, Gedenkt o volk van Vlaanderen, Hier vloeide onschuldig bloet, Hier viel Tassijns voor land en Kerk, Hier draagt de grond het heilig merk, Van enen martelaar – 18 september 1898 – R.I.P. In Duitstalige delen van Luxemburg (het Woudendepartement) kwam er wel een opstand, de Klöppelkrieg, maar ook deze werd snel de kop ingedrukt. Op 29 oktober 1798 trok een legertje van 2000 man op naar de stad Luxemburg, maar ze hebben zich wijselijk teruggetrokken. Bij Arzfeld is er een schermutseling geweest met enkele tientallen doden.  Er waren nog kleinere heropflakkeringen in de periode 1799-1800, toen de kansen van de Fransen op de internationale slagvelden even leken te keren. De dokterszoon Jan Cornelis Elen uit Scherpenheuvel, Van Gansen en zijn boezemvriend, Geert Helsenvoerden nog maandenlang enige guerrillagevechten. Maar toen de landing van de Engelsen in augustus 1799 in Den Helder opnieuw uitdraaide op een mislukking hielden zij zich verder schuil. Na 1800 waren er geen vermeldenswaardige feiten meer. Na de bevrijding door de geallieerde legers voerde het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden geen repressie tegen de Fransgezinden en de verzetsstrijders van de Boerenkrijg werden niet in ere hersteld. De traditionele Belgische geschiedschrijving plaatst dit verzet helemaal in het antirevolutionaire kamp. Moderne historici zien in deze strijd een laatste stuiptrekking van het ancien régime in een poging de vernieuwing van de maatschappij af te wenden. Hendrik Conscience schreef een geromantiseerd epos over deze opstand en heeft deze strijd wat geïdealiseerd. Hij schreef het volgende: "Vandaag durft niemand van de nog levende patriotten beweren dat hij aan deze heroïsche strijd heeft meegedaan" (De Boerenkrijg, 1853). Ook August Snieders schreef meerdere romans en novelles over de Boerenkrijg.
    In Hasselt (Oude Truierbaan, aan de Kapel van Hilst waar de slag plaatshad) wordt deze gebeurtenis jaarlijks door het Boerenkrijgcomité herdacht met een optocht en een mis. Aan het Leopoldplein staat ook een gedenkteken van de Boerenkrijg, ontworpen door François De Vriendt en Albert Baggen. In 1853 schreef Hendrik Conscience een roman over de Boerenkrijg. Archeologen vonden in 2011 op het Sint-Romboutskerkhof in Mechelen een massagraf met daarin 41 skeletten, lichaamsresten van gefusilleerde boerenkrijgers. In Herentals staat op de Grote Markt voor de Lakenhal een monument dat doet herinneren aan de bloedige slag om Herentals op 28 oktober 1798. Willy Vandersteen tekende in 1948 een eenmalig stripverhaal rond de Boerenkrijg genaamd "De Jonge Brigand". De Boerenkrijg vormt ook de achtergrond voor het Suske en Wiskealbum De gladde glipper Op het kerkplein van Overmere (Oost-Vlaanderen), waar de opstand uitbrak, bevindt zich het Boerenkrijgmonument. In Haasdonk (Oost-Vlaanderen) wordt deze gebeurtenis jaarlijks herdacht op 13 oktober door het branden van kaarsjes op de vensterbanken en boven de deuren. Het eerste lied over deze gebeurtenis heet "Voor Outer en Heerd". Het tweede lied "O Kruise den Vlaming" verhaalt in de laatste strofe over het kruis van Haasdonk: O Kruise den Vlaming door moeders hand, Op ’t voorhoofd gedrukt en in ’t harte geplant! O Kruis voor de nachtrust! O Kruis voor het werk! O Kruis op de haardstêe! O Kruis op de Kerk! Geen hand zal u schenden. Geen storremgeweld
    Dat ’t Kruisbeeld in Vlaanderen ooit nedervelt. (bis)
    Eens velde de vijand het Kruisbeeld ter neer: Toen grepen ons jongens naar vaders geweer, En moeder verborg hun haar vliemende smart, En spelde hun bevend het Kruis op het hart. O gaat nu, mijn kindren, en strijdt voor Gods Kruis. Het voer’ u ten zege, en ’t breng’ u weer thuis. (bis)
    Niet één heeft het hoofd voor den kogel gebukt; Zij vielen, het Kruis aan hun lippen gedrukt; Het Kruis op hun borst was wel rood van hun bloed, Doch sterven voor ’t Kruis dat is Vlamingenmoed. O Moeder, en ween niet in ’t eenzame huis. Uw kind is gestorven in d’armen van ’t Kruis. (bis)
    O Kruise dat rijst aan de rand van het woud, O Kruise van hardsteen met letters van goud, Gij zijt met de Vlaming in 't graf neergedaald, Gij rijst uit zijn graf nu, en zegepraalt. O Kruis in het bloed onze helden geplant, Bewaar steeds, en zegen ons Vlaanderland". (bis)

    09-06-2018 om 09:21 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gratiebossen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De Gratiebossen zijn bossen nabij de wijk Kamershoek van de gemeente Berlare, in de provincie Oost-Vlaanderen. Het huidige bos is een stuk kleiner dan het bos dat er vroeger was gelegen. Tot in 18e eeuw was het een groot en uitgestrekt bos, vanop de Kouter in Zele tot diep in Overmere. Naast het bos is er ook de gelijknamige straat, een zijstraat van Kamershoek, die voor het bos ligt. Befaamde bewoners van het Gratiebossen waren de bende van Jan Praet, overdag huis aan huis verkopers en 's nachts pleegden ze overvallen op een huis waar ze overdag waren geweest. Men overviel ook voorbijgangers in het bos. De naam van het bos dateert uit deze periode, de rovers beroofden de voorbijgangers namelijk zonder gratie.

    09-06-2018 om 09:17 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.uitbergen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Uitbergen is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Berlare. De oppervlakte bedraagt 6,48 km². Bij de fusie met Berlare in 1977 waren er 1.605 inwoners. Het Donkmeer ligt gedeeltelijk in Uitbergen. Uitbergen is een van de oudste dorpen in het land van Dendermonde. Het is nog niet te vinden op een kaart van het jaar 879 gemaakt onder het bestuur van Boudewijn met de ijzeren arm en zijn vrouw Judith. Maar een oorkonde van Keizer Lotharius, dagtekenend van 966 en voorkomende in het Cartularium van de St-Baafsabdij (Gent) vermeldt het onder de naam Villa Bergina, als deeluitmakende van de bezittingen van de abdij. Een villa was een groot boerenhof bewoond door een Heer of zijn plaatsvervanger. Rondom stonden de hutten van de dienstknechten. De bevolking van een villa beliep soms tot 500 op 1000 personen. Van dit latijnse woord is het Franse woord village (dorp) afgeleid. Dorp zou komen van terp, torp, hoogte, heuvel op de welke de inwoners vluchtten of zich gingen vestigen om aan de overstromingen te ontsnappen. In latere documenten van de 13e eeuw schrijft men Huitberghine. In een Franse oorkonde van 1306 schrijft men Utbergues en Utberges. In 1312 vinden wij Uytberghe en Hutenbergina. In 1578 Uutberghen. Wat de betekenis mag zijn van die naam blijft een raadsel. Verschillende schrijvers hebben hem op verschillende wijzen verklaard. Het waarschijnlijkste is dat Uitbergen een interessante woonplaats was omwille van zijn zandheuvels. Hier konden de eerste bewoners zich beveiligen tegen de overstromingen van de Schelde. Deze heuvels zijn in de 20ste eeuw afgegraven omwille van de zavel. Er was de Molenberg (aan de Moleneindestraat), de Kouterberg ( nu Fonteinstraat) en de Rijsberg (achteraan de Grote Kouterstraat).
    De Sint-Pieterskerk: de achtzijdige bakstenen vieringtoren in vroeg-gotiek is het oudste gedeelte van de kerk en klimt vermoedelijk in de kern op tot de 12de eeuw. Het koor met twee traveeën werd opgetrokken in zandsteen. Het wordt doorbroken door tweelichtvensters met drielobtracering. Het kerkschip en de zijbeuken dateren van 1906 en werden gebouwd onder leiding van architect Jules Goethals uit Aalst. Het interieur heeft een overwegend neogotische aankleding. Het voormalig gemeentehuis (1927) is van de hand van Valentin Vaerwyck en sluit stilistisch aan bij dat van Zomergem, van dezelfde architect. Toen was Albert Visart de Bocarmé burgemeester van Uitbergen.

    09-06-2018 om 09:10 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.berlare
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Berlare is een plaats en gemeente in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen. Berlare is een landbouw- en woongemeente, met 's zomers een grote toeristische activiteit dankzij het Donkmeer. Het is gelegen aan een brede bocht in de Zeeschelde. De gemeente telt ruim 14.500 inwoners, die Berlarenaars[ worden genoemd. De inwoners van Berlare worden ook wel puitenkloppers genoemd.  Berlare heeft geen spoorwegstation, maar de naburige gemeente Schoonaarde wel. Via het station in Schoonaarde is er verbinding met Gent-Wetteren-Dendermonde-Mechelen. Op 12 oktober 1798 begon in de deelgemeente Overmere de Boerenkrijg, een mislukte katholieke landbouwersopstand tegen de Franse bezetting die over heel Vlaanderen, Brabant en het land van Loon navolging kreeg. In de 19de en 20e eeuw was er een stoomspinnerij en touwslagerij van de gebroeders Janssens. Deze fabriek stopte zijn activiteiten in 1988. In de dorpskern van Berlare staat een 17de-eeuwse schandpaal Aan de weg naar Overmere staat de beschermde kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën (Bareldonkkapel), gebouwd in 1300, herbouwd in de 15e eeuw en vergroot in 1774 in eigentijdse rococo. Naast de kapel ligt een calvarieberg met kruisweg Het Donkmeer (60 ha), ontstaan uit turfwinningsputten, ligt in het gehucht Donk in de deelgemeente Overmere, en is als landschap beschermd. Het is een toeristische trekpleister. Nabij het meer ligt het dierenpark Eendenkooi Recreatiedomein Nieuwdonk Boerenkrijgstandbeeld en het interactief Museum Donkmeer, geopend in 2006 Het museum Huize Bareldonk met volkskundige voorwerpen Het Madonnamuseum (Uitbergen) met een verzameling Mariabeelden en voorwerpen over de Mariaverering in Vlaanderen De pastorie met rococogevel. De Sint-Martinuskerk Het Kasteel van Berlare met het bijhorende parkdomein De natuurgebieden Berlare Broek en Gratiebossen Riekend Rustpunt, een klein museum aan Het Sluis over het mesttransport over water van de stad naar het platteland met een permanente tentoonstelling Van stadsstront naar zandgrond De Sint-Annakapel werd gebouwd in 1910 ter vervanging van de oudere Vennekapel. De Vennekapel of vroegere Sint-Annakapel bevond zich meer zuidwaarts op de hoek van de toenmalige dreef ter hoogte van de Alfons De Grauwelaan. De bouw van de huidige kapel iets verderop gebeurde gelijktijdig met de uitbreiding en vernieuwing van de Sint-Martinuskerk van Berlare volgens de plannen van architect Henri Valcke uit Ledeberg. Of architect Valcke ook het ontwerp maakte voor de SintAnnakapel is niet bekend. Bij de bouw van de Sint-Annakapel zou onder meer recuperatiemateriaal van de oude kerk gebruikt zijn.

    09-06-2018 om 09:08 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.donkmeer
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het Donkmeer (ook bekend als Overmere-Donk) is een meer in de Belgische gemeente Berlare, gelegen tussen de dorpen Overmere, Uitbergen en Berlare-centrum. Aan de noordoostelijke kant van het meer ligt het gelijknamige gehucht Donk. Het Donkmeer heeft een wateroppervlakte van circa 86 hectare en is daarmee één van de grootste meren in Vlaanderen na enkele Maasplassen, het Rauwse Meer (Kempense Meren) en het Schulensmeer. De diepte is gering en bedraagt maximaal 3,20 meter. Van het gebied is 30 hectare beschermd natuurreservaat, dat sinds 1993 wordt beheerd door de vzw Durme. Het is Europees beschermd als onderdeel van Natura 2000-gebied 'Schelde en Durme-estuarium van de Nederlandse grens tot Gent' (BE2300006). Bij het meer bevindt zich de Eendenkooi, een dierenpark met een historische eendenkooi. Er zijn veel drink- en eetgelegenheden rondom het meer.
    Op de plaats waar nu het Donkmeer en het Berlaars Broek liggen, lag er verschillende duizenden jaren geleden een meander van de Schelderond een alluviale zandheuvel. Door een verandering van de loop van de rivier, ontstond er een hoefijzervormig meer. Het gebied is uiteindelijk verland, maar niet zonder een laag veen achter te laten. In de late 17e eeuw is men vermoedelijk begonnen met het opgraven van die turf, een gegeerde brandstof, in het Berlaars Broek, dat ten oosten van de Donk ligt. Aan het begin van de 18e eeuw was turfsteken een prominente nijverheid in Berlare. Op het einde van de 17e eeuw kwamen er bijna uitsluitend drassige weiden voor op de plaats waar nu het Donkmeer ligt. Een sloot deelde het gebied in twee. Het deel ten westen ervan heette "'t Vaerebroeck op Overmeere" terwijl het deel ten oosten ervan "'t Vaerebroeck op Uytberghen" heette. Volgens een kaart uit 1676 was er ook een kleine waterplas in het gebied, genaamd "de Coye", met enkele grachten errond. Ook op de Ferrariskaarten uit de jaren 1770 is het Donkmeer nog niet te zien. Het Donkmeer is namelijk pas in de late 18e en vroege 19e ontstaan als gevolg van turfwinning, in tegenstelling tot het Broek, waar de turfwinning al eerder begonnen was. In de jaren 1850 was het resultaat van meer dan honderd jaar turfwinning een groot, nat gebied met zo'n 225 hectare wateroppervlak, 400 hectare moeras en natte weiden en 200 hectare minderwaardige landbouwgrond. Er werd besloten de moerassen rond de Donk en in het Broek droog te leggen om zo vruchtbare landbouwgrond te bekomen. In 1862 slaagde men erin het water in het Broek weg te pompen, maar tijdens de Eerste Wereldoorlog lag de kolenpomp stil en liep het gebied terug onder. In 1926 werd het Broek definitief drooggelegd, met uitzondering van een aantal vijvers langs Kamershoek en Berlare, en werd de vrijgekomen grond bebost met wilgen voor de mandenvlechterij. Na de Tweede Wereldoorlog werden er populieren aangeplant voor de fabricage van lucifers. Toen er in 1891 een stoomtram in gebruik werd genomen tussen Gent en Hamme, bracht de eerste toeristen naar het Donkmeer. Voor 1918 waren er al verschillende cafés en restaurants rond het meer en werden er zeil- en roeibootjes verhuurd. In de daaropvolgende jaren groeide het toerisme sterk. De Donk werd een bekend recreatieoord in Oost-Vlaanderen en trok veel toeristen, onder andere door de palingrestaurants. In de tweede helft van de 20e eeuw nam de bebouwing rond het meer sterk toe. Er kwamen ook verschillende kampeerterreinen. Zo waren er in 1978 vijftien kampeerterreinen met in totaal zo'n duizend staanplaatsen.

    09-06-2018 om 09:05 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.overmere
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Overmere is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Berlare, gelegen in de driehoek Gent-Aalst-Lokeren. In 1331 vormde Overmere één heerlijkheid met Uitbergen. Aanvankelijk was het in het bezit van de heren van Dendermonde en later van de graven van Vlaanderen. Die laatste gaven het achtereenvolgens in leen aan het huis van Massemen in de 14e à 15e eeuw, aan de familie du Bois (van den Houte) in de 16e eeuw, aan de familie van Coudenhove in de 17e eeuw en de aan families de Lannoy de Hautpont, de Croy de Beaurainville, van Roosendael en de Heuvel in de 17e à 18e eeuw. Overmere vormde samen met Uitbergen ook één parochie, met de moederkerk in Uitbergen en een kapel in Overmere. Deze kapel werd in 1350 vervangen door een kerk. Op 24 mei 1452 had te Overmere een bloedige veldslag plaats tussen de Gentenaars en de troepen van Filips de Goede, hertog van Bourgondië. Vandaar komt de naam “strijddam” die vroeger gegeven werd aan de oevers van het Donkmeer. Bij vorstelijk octrooi van 18 april 1673 wordt, op vraag van Antoon van Coudenhove, het leen van Uitbergen opgesplitst in twee lenen: Uitbergen en Overmere. Er bleef echter één schepenbank. Op 12 oktober 1798 begon in Overmere de Boerenkrijg, een historische gebeurtenis die in Overmere levendig wordt gehouden door het Boerenkrijgstandbeeld, een werk van Aloïs de Beule, de Boerenkrijglaan en de 12 Oktoberlaan in een woonwijk ten zuidoosten van het centrum van Overmere. Op 2 november 1862 brandde de 14e-eeuwse kerk af. Deze werd vervangen door de neogotische Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk in 1864-1866 die door Mgr. Hendrik-Frans Bracq werd ingewijd op 10 september 1866. Het doksaal en het orgel werden ongeveer samen uitgevoerd, het eerste in 1889 door beeldhouwer Lippens uit Gentbrugge; het tweede in 1890 door de gebroeders Vereecken uit Gijzegem. De orgelkast komt voor als een drieluik waarvan de middenpartij als een torenbouw uitsteekt. Samen vormen doksaal en orgel een neogotisch ensemble in een ruime kerk die zowel naar architectuur als naar meubilair een eenheid vormt. Het orgel is tevens opgenomen als beschermd monument.

    09-06-2018 om 09:01 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.zele
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Zele is een Belgische gemeente in de provincie Oost-Vlaanderen. Het is de hoofdplaats van het gelijknamige kanton, dat ook de gemeente Berlare omvat. Zele ligt tussen de waterlopen Schelde en Durme, en de twee steden Lokerenen Dendermonde. De gemeente telt 20.916 inwoners (2017). De inwoners van Zele worden Zelenaars genoemd.
    Zele werd circa 800 voor het eerst vermeld toen Karel de Grote het grondgebied schonk aan de abdij van Werden in Duitsland, gesticht door Sint Ludgerus. De monniken bouwden vóór 1141 een proosdij in Zele die volgens de legende in 1452 afgebrand werd samen met het kasteel, de molen en de helft van Zele. In 1699-1704 werd de huidige, barokke Sint-Ludgeruskerk gebouwd. Zele was in de vorige eeuwen een textielcentrum voor vlas (tot het begin van de 20e eeuw) en voor jute (20e eeuw). Zele was dan een gemeente zoals vele andere in Oost-Vlaanderen met vele cafés, brouwerijen, een distilleerderij, ongeveer 12 molens, en veel landbouwgrond. Op het einde van de 19e eeuw behoorde Zele, samen met buurgemeente Hamme, tot de meest verpauperde van Vlaanderen. Dit hield verband met de misstanden in de plaatselijke nijverheid, die werden toegedekt door de burgerlijke en religieuze overheden. In het bekende A travers la Flandre (Door Arm Vlaanderen) (1901) van de socialist August De Winne wordt over deze uitbuiting gerapporteerd. Verschillende aangrijpende foto's uit het boek werden in Zele genomen. In de jaren 1960 werd een bedrijvencentrum opgericht voor onder meer glasvezelweven, metaalnijverheid en drukkerijen De gemeente Zele heeft geen deelgemeenten. Binnen de gemeentegrenzen liggen, naast het centrum, wel nog een aantal kleinere kernen, gehuchten en wijken. De gemeente telt vier grote buitenwijken[, namelijk Avermaat in het zuiden, Durmen in het noordoosten, Heikant in het westen en Huivelde-Hansevelde in het oosten. De laatste drie hebben elk hun eigenlijk parochie, meer bepaald Heilig Hart voor Durmen, Sint-Jozef en Sint-Antonius voor Heikant en Sint-Jozef voor Huivelde. In het dorpscentrum, de Sint-Ludgerusparochie, heeft ook de wijk Kouter zijn eigen parochie, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van 7 Weeën. Andere kleine wijken of gehuchten in de gemeenten zijn Bookhamer, Burgemeester Van Ackerwijk, Dijk, Dries, Elst, Hoek, Kamershoek, Langevelde, Meerskant, Mespelaar, Rinkhout, de Schrijverswijk, Stokstraat, de Tuinwijk, Veldeken, Wezepoel en de Zandberg.

    09-06-2018 om 09:00 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN

     

    08-06-2018 om 13:12 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN

     

    08-06-2018 om 13:11 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN

     

    08-06-2018 om 13:09 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZELE-OVERMERE-DONKMEER-BERLARE-UITBERGEN

     

    08-06-2018 om 13:08 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm

    8 juni 1972 napalm Napalm is benzine waaraan als verdikkingsmiddel een mengsel van naftenaat en palmitaat is toegevoegd, zodat het beter blijft kleven als de (brandende) spetters ergens tegenaan vliegen. Op die manier vat de onderlaag eerder vlam. Het verlaagt tegelijk de neiging van de benzine tot ontbranden en maakt de verbranding trager. Nafteenzuur is een algemene naam voor een verzameling van organische zuren die in ruwe olie aanwezig zijn en werd oorspronkelijk gebruikt bij de bereiding van napalm. Tegenwoordig worden meestal andere middelen gebruikt voor de bereiding van napalm, maar de naam is blijven hangen. Napalm werd in 1942 ontwikkeld. Het wordt voornamelijk gebruikt in brandbommen en is gevreesd door de ernstige brandwondendie het bij mensen en dieren veroorzaakt. Napalmbommen maken vaak gebruik van fosfor om de napalm te ontsteken. Napalm werd voor het eerst op grote schaal ingezet door het Amerikaanse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1945 werden vele Japanse steden waaronder Tokio met napalm gebombardeerd. Tijdens de laatste (loopgraafoorlog) fase van de Koreaoorlog bestookten de Amerikanen het hele grondgebied van Noord-Korea met napalmbommen, met vermoedelijk enkele honderdduizenden doden als resultaat. Ook in de Vietnamoorlog werd door de Amerikanen veelvuldig gebruikgemaakt van napalm. Dit leidde tot verzet onder delen van de Amerikaanse bevolking. Tijdens de Eerste Golfoorlog werd geen gebruik gemaakt van napalm, maar van Mark 77brandbommen, die een met napalm vergelijkbaar effect hebben. Naast Amerika maakten ook landen zoals Frankrijk (in Algerije), Israël (in de Zesdaagse oorlog) en het Verenigd Koninkrijk (in Kenia) gebruik van napalm. In 1980 verklaarde de VN het gebruik van brandbommen tegen burgers tot een oorlogsmisdaad. Phan Thị Kim Phúc (2 april 1963) ook bekend als Kim Phuc of ook wel als het "napalmmeisje", werd bekend doordat zij als 9-jarige naakt met napalm op haar lichaam te zien was op de bekendste foto uit de Vietnamoorlog. De foto haalde wereldwijd de voorpagina's van kranten en droeg hierdoor bij aan het groeiende verzet tegen de oorlog die hiermee een gezicht had gekregen. Degene die de foto nam, Nick Ut, heeft er de Pulitzer-prijs en World Press Photo mee gewonnen. De foto werd gemaakt op 8 juni 1972, nadat er een napalmaanval was geweest in haar woonplaats Trang Bang. Het dorp was gebombardeerd door een Zuid-Vietnamese bommenwerper om vermeende strijders van de Vietcong te verjagen. Ze vatte zelf vlam door de napalm, waardoor haar kleren verbrandden. Zonder kleren rende Kim de hoofdweg bij Trang Bang op, waar zij werd vastgelegd op de foto. De fotograaf, Nick Ut, bracht haar vervolgens met de auto naar een ziekenhuis. Als gevolg van de napalmliep zij derdegraadsverbrandingen op aan haar rug en haar armen. Ruim een maand verkeerde ze in kritieke toestand. Ze kreeg bloedtransfusies en huidtransplantaties. Ze heeft een jaar in een Vietnamees ziekenhuis gelegen, is in 1984 in Duitslandgeopereerd en ondervindt nog steeds gezondheidsproblemen. Op de terugreis van haar huwelijksreis van Cuba naar Moskou verliet Kim met haar man het vliegtuig tijdens een tussenlanding in Canada. Kim en haar man vroegen politiek asiel aan en wonen sindsdien in Canada, waar Kim haar eigen stichting heeft opgericht: Kim Foundation. Een organisatie die kinderen helpt, die slachtoffer geworden zijn van oorlogen. Op 10 november 1994 werd Kim Phuc uitgeroepen tot Goodwill Ambassadeur voor UNESCO. In 2015 kreeg ze een nieuwe reeks laserbehandelingen in het Dermatology and Laser Institute van Miami.









    08-06-2018 om 09:45 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 8 juni 632 mohammed
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    8 juni 632 mohammed Mohammed (Arabisch: بد اَن عِد بَم َحُ م (volledige Arabische naam: Moehammad ibn 'Abd Allah ibn 'Abd al-Moettalib ibn Hasjim ibn 'Abd Manaf al-Koeraisji) (Mekka, ca. 570 - Medina, 8 juni 632), wordt door moslims en bahá'ís beschouwd als profeet en boodschapper van God. Volgens moslims is hij de voltooier van het monotheïstische geloof dat volgens de islam is begonnen met Adam en daarna werd geherintroduceerd door Nuh (Noach), Ibrahim (Abraham), Musa (Mozes), Isa (Jezus) en de overige profeten. Hij was ook actief als staatsman, sociaal hervormer, koopman, filosoof, redenaar, leraar, wetgever, militair leider en filantroop. In de islam wordt hij als de laatste profeet en boodschapper gezien die de uiteindelijke openbaring van God (Arabisch: ,ا Allah), de Koran, heeft ontvangen. Door moslims wordt hij daarom aangeduid als het Zegel der Profeten. Veel moslims zeggen op basis van Ahadith vaak na het horen van de naam Mohammed sallallahu alaihi wa sallam ("zegeningen en vrede met hem" of "vrede zij met hem"), in geschreven tekst vaak afgekort als 's(a)ws' of '(z)v(z)mh'. Er zijn geen bronnen uit de tijd van Mohammed waarop een biografie gebaseerd kan worden. Het oudst bekende geschrift is de Sira van Ibn Ishaq (plusminus 750), latere biografieën zijn (deels) daarop gebaseerd.
    Verschillende gedichten uit de klassieke Arabische literatuur ondersteunen de traditionele visie, dat de afstamming van Mohammed van de stam van Haashim, een verarmde substam van de Qoeraisj is. De stam Qoeraisj komt voort uit het volk van Adnaan dat af zou stammen van Kedar,[bron?] de tweede zoon van de profeet Ismaël (Genesis 25:13-15).[ ] Mekkaanse tegenstanders van Mohammed bekritiseerden hem met het argument, dat ze hem en zijn boodschap geloofd zouden hebben als hij een van de vooraanstaande mannen van de twee steden (Mekka en at-Thakif) zou zijn geweest. Over zijn vader Abdallah ("dienaar van God"), die vlak voor de geboorte van Mohammed gestorven zou zijn, is weinig bekend. Zijn grootvader van vaders zijde wordt Abd al-Moettalib genoemd. Over hem is eveneens weinig bekend. Zijn moeder Aminah bint Wahab was afkomstig uit Medina en overleed toen hij zes jaar was. Tot zijn achtste was hij bij zijn grootvader in huis maar toen die stierf werd zijn opvoeding voortgezet door zijn oom, Aboe Talib. Uit historische bronnen zijn Mohammeds ooms Aboe Talib, Hamza en Abd al-Oezza bekend. Uit de islamitische traditie is ook bekend dat Mohammed in zijn jonge jaren als schaapherderheeft gewerkt voordat hij een koopman werd. Polytheïsme en geestenverering kenmerkten de Arabische wereld toen Mohammed opgroeide, hoewel er ook Joodse stammen (met name in Medina) waren en groepen bedoeïenen die een vorm van monotheïsme kenden. Mekka was in die tijd een handelsstad waar enkele karavaanroutes samenkwamen. Handelaars en andere reizigers namen hun religies en (af)godsbeeldenmee en velen daarvan werden in Mekka neergezet, vooral rond de Ka'aba. De Ka'aba was in de tijd van Mohammed een universeel religieus heiligdom waar 360 goden werden aanbeden. De stam Qoeraisj had vanouds het beheer over de Ka'aba. Mohammed groeide op in de stad en ontmoette daar voldoende rondreizende bedoeïenen en kooplieden uit allerlei windstreken om iets meer te weten te komen over deze religies. Ook nam zijn oom hem ten minste één keer mee naar Syrië. Een van de bijnamen die zijn stadgenoten hem volgens de overlevering gaven was al-Amin, de betrouwbare. Toen Mohammed 25 jaar oud was trouwde hij met de vijftien jaar oudere weduwe Chadidja, die handelskaravanen bezat. Zij had hem kort daarvoor in dienst genomen als leider van een van haar karavanen. Reizend als Chadidja's handelsvertegenwoordiger kwam Mohammed in contact met joden en christenen. Hij kwam daarbij in aanraking met hun godsdienst. Volgens de tradities zou Mohammed zich in de maand ramadan in het jaar 610 teruggetrokken hebben in de grot van Hira toen hem de engel Djibriel (Gabriël) verscheen en hem aanwees als profeet van
    God. Hij zou toen 40 jaar oud geweest zijn. De eerste vijf regels van Soera De Bloedklomp vormen volgens een meerderheid van de Koranexegeten het begin van de openbaringen die Mohammed gedurende de volgende 22 of 23 jaar via Gabriël van God zou hebben ontvangen. Deze openbaringen werden later samengevoegd in de Koran. Na ongeveer twee jaar begon Mohammed in Mekka als profeet op te treden en riep hij zijn plaatsgenoten op geen afgoden meer te aanbidden. Zijn boodschap van monotheïsme, politieke eenheid en sociale bewogenheid stuitte op verzet van de heersende klasse die zijn rijkdom en aanzien mede aan de veelgodencultus rond het heiligdom in Mekka te danken had. De Koran beschrijft niet openlijk dat Mohammed wonderen heeft verricht en algemeen wordt de Koran als het grootste wonder van Mohammed gezien. De Koran vermeldt dat God Mohammed een hemelse bescherming tegen de mensen gaf. De islamitische traditie schrijft echter wel vele bovennatuurlijke gebeurtenissen toe aan Mohammed. Zo liet hij op verzoek voor een wonder van de heidense Mekkanen de maan splijten (Bukhari, Volume 4, Boek 56, Nummer 831) en liet hij water uit zijn vingers stromen (Bukhari 3576 en Muslim 1856) waarmee hij aan het gebrek aan water bij zijn metgezellen een einde maakte terwijl ze met vijftienhonderd man waren. Veel moslims interpreteren de soera 54:1-2 als een verwijzing naar het splijten van de maan. De Isra en Mi'raj zijn de twee delen van een "Nachtelijke Reis" volgens de islamitische traditie de reis van Mohammed tijdens een nacht rond het jaar 621. Het is een gebeurtenis die zowel als een fysieke en spirituele reis wordt beschreven. Een korte schets van het verhaal is in Soera 17 te vinden en andere gegevens komen uit de Hadith. Hier zou Mohammed met Buraq naar "de verste moskee" reizen waar hij leiding geeft aan andere profeten in het gebed. Hij stijgt dan naar de allerbovenste hemel, waar hij tot God spreekt en de instructies van God ontvangt die voor de gelovigen de details van het gebed inhouden. Volgens de tradities is deze reis een van de belangrijkste gebeurtenissen in de islamitische kalender. Tot Mohammeds eerste volgelingen behoorden zijn vrouw Chadidja, zijn vriend en koopman Aboe Bakr, zijn minderjarige neef Ali, zijn geadopteerde zoon Zayd en de rijke koopman Oethman ibn Affan. Vanwege zijn sociale boodschap trok hij in het begin met name armere Mekkanen en slaven aan. In de dertien jaar dat Mohammed in Mekka predikte verzamelden zich ongeveer 70 families om hem heen.[3] De heersende klasse voelde zich door het optreden van Mohammed dermate bedreigd dat ze hem het leiderschap over Mekka aanboden op voorwaarde dat hij met zijn prediking ophield. Toen Mohammed dat weigerde, riep een aantal leidende figuren op tot een boycot van de clan van Mohammed, die twee jaar duurde. Zij raakten gedurende die tijd economisch en sociaal volledig geïsoleerd. In die tijd overleed Chadidja en niet lang na het opheffen van de boycot ook zijn oom en beschermer Aboe Talib ibn Abdul Muttalib, wat zijn tegenstanders in de gelegenheid stelde om openlijk te speculeren over mogelijkheden om Mohammed uit de weg te ruimen. In 620 en 621 ontving Mohammed delegaties uit Yathrib (later Medina genoemd), waarvan de leden tot de islam overgingen en die de moslims uit Mekka hulp en bescherming aanboden. Dit stelde de moslims in de gelegenheid om naar Yathrib uit te wijken. Op het moment dat zijn vijanden hadden besloten om Mohammed gezamenlijk te vermoorden, vertrok hij in 622 naar Yathrib. Samen met Aboe Bakr wist Mohammed aan zijn belagers te ontkomen en vertrok hij 's nachts in zuidelijke richting, om zijn achtervolgers op een dwaalspoor te zetten. In een grot voorkwamen een spin en een rotsduif de ontdekking van deze schuilplaats door een web en een nest aan de ingang van de grot te maken. Zijn achtervolgers kregen zo de indruk dat de grot reeds lang niet meer betreden was. Deze migratie staat bekend als de hidjra en is later als begin van de islamitische jaartelling gaan gelden Mohammed vestigde zich in Yathrib. Zijn dromedaris werd bij aankomst losgelaten en wees zo de plaats aan van Mohammeds huis. De plaatsnaam werd omgedoopt in Medinat-un-Nabawi ('stad van de profeet'), later afgekort tot Medina. In Medina zou Mohammed naast zijn religieuze functie op een later tijdstip ook een politiek-militaire rol op zich nemen als opperbevelhebber van het moslimleger. Volgens de tradities sloot Mohammed een verdrag met de Arabische en Joodse stammen dat bepaalde dat ieder zijn eigen religievrij kon belijden, vijandigheden tussen moslims verbood en voorschreef dat
    geschilpunten ter beoordeling aan Mohammed werden voorgelegd. Tevens zouden de partijen elkaar steun verlenen in het geval een van hen door een vijand zou worden aangevallen. Het Verdrag maakte weliswaar een einde aan de onderlinge vijandigheden tussen partijen in Yathrib, maar met de komst van Mohammed en zijn getrouwen ontstond een nieuw conflict, namelijk tussen moslims en niet-moslims. Het is onzeker of het overgeleverde verdrag hetzelfde is als het verdrag dat de strijdende partijen in Yathrib ondertekenden. Om in de landbouwenclave aan inkomsten te komen waren de moslims aangewezen op de steun van de inwoners van Medina, die mede daarom 'helpers' (ansaar) werden genoemd. De moslims waren geëmigreerd uit Mekka maar hadden al hun bezittingen achtergelaten. De Qoeraisj waren van plan om deze bezittingen van de moslims te gaan verhandelen. Zo vertrok er dus een karavaan met de bezittingen van de geëmigreerde moslims. Mekka stuurde in 624 een leger om deze belangrijke karavaan te beschermen. Mohammed besloot om deze bezittingen niet zomaar in handen van de Qoeraisj te laten. Bij Badr, een oase op de karavaanroute tussen Mekka en Medina, kwam het tot een treffen. De karavaan bleef in handen van de Mekkanen, maar het leger van de Mekkanen werd door het aanzienlijk kleinere leger van de moslims onder leiding van Mohammed verslagen. Volgens de overlevering was dat te danken aan de tussenkomst van engelen, die het aantal van de moslims schijnbaar deed toenemen. In 626 versloeg een leger van circa 3000 Mekkanen het duizendkoppige leger van moslims bij Oehoed. De moslims moesten zich in Medina terugtrekken. In 627 stuurde Mekka een leger van 10.000 soldaten naar Medina om de moslimgemeenschap definitief te vernietigen. De moslims hadden echter een gracht gegraven, een techniek die nieuw was voor de Arabieren die gewend waren om man tegen man te vechten. Na twee weken beleg moest het leger zich terugtrekken, niet in staat de vesting van Medina binnen te komen. Deze gebeurtenis staat bekend als de loopgravenoorlog of 'Slag van de gracht'. Belangrijk voor wat volgde zijn de onderhandelingen van de Qoeraisj met de joden van Banoe Koraiza om via het zuiden van de oase van Medina waar deze joden woonden, de stad binnen te trekken,[ onderhandelingen die weliswaar niet tot concrete hulp aan de Mekkanen leidden maar wel aanleiding gaven tot wantrouwen. Vrijwel meteen hierna keerde Mohammed zich tegen de joodse stam Banoe Koraiza, daartoe volgens de tradities aangezet door de engel Djibril. Na een beleg van 25 dagen gaf de stam zich over. De stam onderwierp zich aan het oordeel van Mohammed, maar deze wees de strijder Sa'd ibn Mua'dh aan als rechter. Deze veroordeelde de volwassen mannen van de stam collectief tot de dood en de vrouwen en kinderen tot slavernij.] Mohammed koos een van de weduwen, Raihana, als zijn persoonlijke slavin. Al voor de Slag van de Gracht wilde Mohammed het bloedgeld verhogen, maar volgens de overlevering zou tijdens de onderhandelingen met de joden aan Mohammed zijn geopenbaard dat de joden hem wilden vermoorden. De joodse vesting werd twee weken belegerd, waarna de palmbomen werden omgehakt, iets wat de joden zo'n angst inboezemde, dat zij vroegen te mogen vertrekken. Met alles wat zij mee konden nemen, vertrokken zij naar Khaybar.[ Na het Verdrag van Hoedaibiya echter, waarbij een wapenstilstand tussen de moslims met de Qoeraisj werd gesloten, besloot Mohammed zijn aandacht te richten op het gevaar in het noorden, Khaybar. Met 600 man werd gepoogd in de Slag bij Khaybar de plaats in te nemen die als onneembaar gold. Met het kleine leger leek Mohammed gedoemd te zijn deze Slag te verliezen, maar de onderlinge verdeeldheid in het stammensysteem aan de joodse zijde leek Mohammed in de kaart te spelen. Hoewel de overleveringen spreken van een snelle overwinning, moet de strijd een maand in beslag hebben genomen. Een vredesvoorstel van de joden aan Mohammed werd geaccepteerd met Koranistisch voorschrift. Het was precies het soort overeenkomst dat de Arabieren in de sedentaire gebieden regelmatig sloten met de bedoeïen; in ruil voor de helft van de dadeloogst zou Mohammed voor militaire bescherming zorgen. Het nabijgelegen Fadak hoorde van deze overeenkomst en anticipeerde op een mogelijke aanval. Ook de Fadakse joden besloten zich over te geven onder dezelfde voorwaarde. Om dit alles te bezegelen trouwde Mohammed de dochter van zijn voormalige vijand.[ Omringende Arabische stammen begonnen nu de kracht van Mohammed te erkennen en waren bereid om verdragen met hem te sluite
    In 628 trok Mohammed met 1500 ongewapende volgelingen in ihram (pelgrimskledij) en voorzien van een groot aantal offerdierennaar Mekka met het doel de hadj te verrichten, maar de toegang tot de stad werd hem ontzegd. De Qoeraisj en de moslims kwamen wel een tienjarig bestand overeen, het Verdrag van al-Hoedaibiyyah, dat de moslims in staat stelde om het jaar daarop de kleine bedevaart, de oemra, te verrichten. Voor de zekerheid trokken de Mekkanen zich terug op de omringende heuvels. Na vijf dagen verblijf in Mekka keerden de moslims weer terug naar Medina. In januari 630 schonden de Mekkanen het verdrag van al-Hoedaibiyya, doordat enkele Qoeraisjieten de clan Bakr hielp bij het doden van een aantal leden van de met Mohammed verbonden clan Choezaa'a. Daarop overvielen de moslims met een leger van 10.000 soldaten Mekka. Mohammed kondigde algehele amnestie voor de Qoeraisj af, op voorwaarde dat zij zich niet tegen Mohammeds heerschappij zouden verzetten. Na de terugkeer in Mekka werd de Ka'aba door Mohammed gezuiverd van de in totaal 360 afgoden in en rondom de Ka'aba. Elf Qoeraisjieten werden uiteindelijk ter dood gebracht. In zijn laatste levensjaren zou Mohammed een aantal brieven naar naburige heersers hebben gestuurd, met daarin een uitnodiging de islam te accepteren. Hij zou brieven hebben geschreven aan de volgende wereldleiders: De Romeinse keizer Herakleios. Hoogstwaarschijnlijk heeft de brief de keizer niet eens bereikt. Ook zou Abu Sufyan ibn Harb, toen nog geen moslim maar een mede-ondertekenaar van het Verdrag van al-Hoedaibiyyah, een onderhoud met Heraclius hebben gehad. Heraclius zou onder de indruk zijn geweest maar zich om politieke redenen niet tot de islam hebben willen bekeren. De negus van Abessinië, die reeds eerder een deel van de moslims onderdak had gegeven toen zij in Mekka werden vervolgd. De negus zou een positief antwoord hebben teruggestuurd waarin hij zou verklaren de islam te willen accepteren. Vrij snel daarop overleed de negus echter. Muqawqis, door sommige bronnen patriarch Cyrus van Alexandrië genoemd, die namens de Romeinen Egypte bestuurde. Hoewel moslims de brief aan Muqawqis als authentiek zien, wordt deze authenticiteit door sommigen betwist. Muqawqis zou Mohammed twee concubines hebben teruggestuurd, maar zijn antwoord was ontwijkend en hij bekeerde zich niet. Sjah Khusro II van Iran. Deze zou de brief direct hebben verscheurd en nam overigens niet de moeite te reageren. Hij zou zelfs soldaten naar Mekka hebben gestuurd om de persoon die zulke 'brutaliteiten' verkondigde gevangen te nemen. Naar verluidt bekeerden deze soldaten zich in plaats van dat ze Mohammed arresteerden. Wellicht was de reden voor deze reactie dat Mohammed zijn naam voor die van Khusro had geschreven, wat Khusro als een belediging ervoer. Munzir ibn Sawa Al Tamimi, die voor de Iraniërs in Bahrein als gouverneur optrad. Hijzelf en een groot deel van zijn onderdanen bekeerden zich. Hauda bin Ali, de heerser van Al-Yamama, een woestijngebied in westelijk centraal-Arabië. Deze wilde zich alleen bekeren indien hij een hoge post zou krijgen binnen de oemma, wat Mohammed weigerde. Harith ibn Abi Shamir al-Ghassani, Ghassanidische gouverneur van Damascus, toentertijd deel van het Oost-Romeinse Rijk. Hij zou de brief als beledigend hebben ervaren. Jaifer en `Abd al-Jalani, twee broers die de Azd stam in het huidige Oman bestuurden, ontvingen de brief en bekeerden zich tot de islam. In maart 632 volbracht Mohammed zijn enige hadj. Tijdens de reis hield hij een preek waarin hij een aantal richtlijnen op religieus en sociaal gebied nogmaals uiteenzette en afscheid nam van zijn volgelingen. Na een kort ziekbed overleed Mohammed rond de middag op maandag 8 juni 632 in Medina. Hij was toen 62 of 63 jaar oud. Zijn vriend en schoonvader Aboe Bakr volgde hem op als leider (kalief) van de moslims. Mohammed werd begraven in de kamer waar hij stierf en die later tot de Moskee van de Profeet werd omgebouwd. Dit omdat volgens de islam de lichamen van profeten niet verplaatst mogen worden.
    In de Hadith van Bukhari (1:282) staat dat Mohammed op enig moment negen vrouwen heeft gehad. Als profeet had hij deze bevoegdheid in een openbaring van God gekregen; voor de andere moslims gold en geldt de beperking zoals geopenbaard in Soera De Vrouwen, waar in aya 3 een beperking van vier vrouwen wordt opgelegd die allen gelijkwaardig behandeld behoren te worden. Achter elke naam van een vrouw staat de huwelijksdatum (voor zover bekend), of ze maagd, weduwe of gescheiden was, of er een politieke reden voor het huwelijk was en of ze Mohammed overleefde. Khadijah bint Khuwaylid trouwde in 595 na Chr.; weduwe; stierf in 619 Sawada bint Zama trouwde snel na 619; weduwe; stierf na Mohammed Aïsja trouwde op zevenjarige leeftijd circa 622; huwelijk werd pas twee à drie jaar later geconsummeerd; stierf na Mohammed circa 678 Hafsa bint Umar trouwde tussen circa 624-625; weduwe, politiek huwelijk; stierf na Mohammed Zaynab bint Khuzayma trouwde circa tussen 626-627; weduwe; stierf kort daarna Oemm Salama Hind bint Abi Oemmayya trouwde in 626; weduwe; stierf na Mohammed Zaynab bint Jahsh trouwde circa tussen 625-627; weduwe en gescheiden; stierf na Mohammed Juwayriya bint al-Harith trouwde circa tussen 627-628; weduwe, waarschijnlijk politiek huwelijk; stierf na Mohammed Umm Habibah trouwde in 629; weduwe, politiek huwelijk; stierf na Mohammed Safiyya bint Huyayy trouwde in 629; weduwe, gevangengenomen tijdens een veldslag; stierf na Mohammed Maymuna bint al-Harith trouwde in 629; weduwe; stierf na Mohammed Maria al-Qibtiyya; Egyptische (naam verwijst naar "Maria de Koptische"); ze was als slavin gegeven aan Mohammed door de heerser van Egypte. Velen beweerden dat ze slavin bleef; anderen beweerden dat ze toch deels vrijheid verkreeg; getrouwd circa tussen 628-629; ze was de moeder van Mohammeds enige zoon Ibrahim, die maar kort geleefd heeft (hij stierf enkele maanden vóór de dood van Mohammed) Diverse Koranverzen benadrukken dat Mohammed geen stichter van een nieuwe religie was. Zijn taak bestond alleen uit het oproepen van de schepping en de mensheid[ om terug te keren tot de oorspronkelijke religie, die in de Koran wel de religie van Ibrahim wordt genoemd, en om te waarschuwen voor de Dag des oordeels. De Koran leert dat God zich al eerder tot andere volken had gericht, maar zich nu voor het eerst rechtstreeks tot de Arabieren richtte. "Hen, die de boodschapper, de reine profeet volgen, die zij in de Torah en het Evangelie beschreven vinden, legt hij het goede op en verbiedt het kwade, veroorlooft hun de goede dingen en verbiedt de slechte en ontheft hen van de last en de kluisters die hen bonden. Zij, die in hem geloven en hem eren en ondersteunen en het licht dat met hem is neergezonden volgen, zullen gewis slagen. Zeg: "O mensdom, ik ben u allen tot een boodschapper van God, aan Wie het koninkrijk der hemelen en der aarde behoort. Er is geen God naast Hem. Hij geeft het leven en doet sterven. Gelooft daarom in God en Zijn boodschapper, de reine Profeet, die in God en Zijn woorden gelooft en volgt hem opdat gij recht geleid moogt worden."
    Omdat Mohammed met joden en christenen in aanraking kwam, wordt door islamologen verondersteld dat hij de joodse en christelijke leer 'bewerkte' of er elementen uit overnam. In die visie is Mohammed dan ook de auteur, of ten minste de redacteur van de Koran. Moslims gaan er daarentegen van uit dat de Koran in opdracht van God door de engel Gabriël(Jibriel) aan Mohammed geopenbaard werd. De voor de Arabieren revolutionaire religieuze ideeën worden in de Koran nadrukkelijk in verband gebracht met de Mensen van het Boek (ahl al-kitab), een uitdrukking die verwijst naar de joodse en christelijke gemeenschappen op het Arabisch schiereiland. Soera Jonas 94 daagt de tegenstanders van Mohammed zelfs uit om de Mensen van het Boek te consulteren voor onweerlegbaar bewijs voor de waarheid van zijn boodschap: "En als u over hetgeen Wij tot u hebben nedergezonden twijfelt, vraagt dan degenen die het Boek vóór u hebben gelezen." Toch konden joden en christenen het met die boodschap niet zomaar eens zijn. Het voornaamste twistpunt vormt de status van Jezus: volgens de joden géén profeet, volgens christenen méér dan een
    profeet en zelfs Gods zoon. Ook konden joden en christenen in Mohammed niet zomaar een profeet zien; deden zij dat wel, dan bekeerden zij zich tot de islam. Volgens de islam is Mohammed de langverwachte laatste profeet en boodschapper van God die, na een reeks profeten uit Israël, voor de gehele mensheid zou komen met een universele wet. Zijn komst zou dan ook plaatsvinden in een periode tussen ná de eerste en vóór de tweede komst van de Messias. Hiermee ontbindt volgens de islam Mohammed zowel de Thora als het Evangelie, die niet zuiver overgeleverd zouden zijn. Moslims zien het Evangelie als een aanvulling op de Thora, terwijl de Koran de vervanger van de Thora is. De komst van de messias zal daarom onder de wetten van de Koran vallen en niet onder die van de Thora. De komst van Mohammed manifesteert volgens de islam het verbond van God met de mensheid. De Koran (Soera De Profeten 107) zegt namelijk het volgende: "En Wij hebben u slechts als genade voor de werelden gezonden." Moslims geloven dat Mohammed in het Oude Testament door Mozes (Deuteronomium 18:18-19) [9] en Jesaja (Jesaja 42) [] en in het Evangelie door Jezus (Johannes 14:15-16 [, Mattheüs 21:43 [] ) is voorspeld. Mohammed is een profeet en zal niet terugkeren als messias. Er is ook een Hadith overgeleverd waarin Mohammed het volgende zegt: "Waarlijk, ik en de profeten voor mij zijn te vergelijken met een bouwwerk dat door een man gebouwd wordt, dat een mooi aanzien wordt gegeven, behalve de plaats van één hoeksteen die leeg is blijven staan. De mensen die dit gebouw kwamen bezichtigen, vonden het ontzettend mooi, maar zeiden steeds: “Was die laatste hoeksteen maar ook geplaatst?” Toen zei de Profeet: “Ik ben die laatste steen en ik ben de laatste der profeten”". (Overgeleverd door al-Boecharie) Belangrijk is dat Mohammed zijn hele leven eraan gewijd heeft de eenheid van God te prediken; de Koran waarschuwt onophoudelijk dat geen enkel schepsel de eer gegeven mag worden die alleen aan God verschuldigd is. Mohammed zelf waarschuwt ook om hem niet te vereren zoals de christenen Jezus vereren. Aboe Bakr zou bij het overlijden van Mohammed hebben gesproken: Mensen, als iemand Mohammed aanbidt, Mohammed is dood, maar als iemand God aanbidt, God leeft en zal niet sterven. Daarop reciteerde Aboe Bakr soera Het Geslacht van Imraan: "En Mohammed is slechts een boodschapper. Waarlijk, alle boodschappers vóór hem zijn heengegaan. Zult gij u dan op de hielen omkeren als hij sterft of gedood wordt?..."] Mohammed neemt wel een prominente plaats in in de "islamitische geloofsbelijdenis". In de Koran wordt nergens gesproken over het uiterlijk van Mohammed. De paar bekende afbeeldingen van Mohammed staan in geschriften uit Perzië, het huidige Iran, die voor de culturele elite waren bedoeld. Nu nog nemen sjiieten een wat lossere houding aan tegenover afbeeldingen dan soennieten. In de Hadith is echter wel informatie te vinden van zijn metgezellen die de profeet beschrijven. Volgens de meest gezaghebbende overleveringen van Al-Bukhari en Muslim was Mohammed van gemiddelde lengte, niet dik, had een wit rond gezicht met volle zwarte baard waarin maar weinig grijze haren zaten. Zijn gezicht zou schijnen als de maan als hij vol was. Hij had brede schouders, halflang haar, donkere ogen en lange oogleden. Als hij liep, was het of hij een heuvel afdaalde. Hij had ook een moedervlek zo groot als een duivenei tussen zijn schouderbladen, die in de traditie bekend werd als het ‘zegel der profeten’. Een andere beschrijving vinden we van Oemm Ma'bad al-Khoezaa'iyyah, die door Mohammed en zijn metgezellen werd bezocht:
    Ik zag een man die grote schoonheid bezat en een stralend gezicht en een mooi uiterlijk had. Hij was niet ontsierd door magerheid, noch was hij mismaakt door een klein hoofd. Hij was bijzonder aantrekkelijk. Zijn pupillen waren pikzwart en zijn wimpers waren lang en gebogen. Zijn stem was scherp en lichtelijk hees. Hij had een lange nek en een volle, maar niet al te lange baard. Zijn wenkbrauwen waren lang, dun en doorlopend. Wanneer hij zweeg, straalde hij waardigheid uit en wanneer hij sprak, werd hij omvat door heerlijkheid. De schoonste en prachtigste mens van veraf, de meest bekoorlijke en bevallige mens van dichtbij. Zijn woorden waren zoet en beslissend. Hij sprak niet te weinig en niet te veel. Zijn woorden waren als parels die van een koord rolden. Hij was van gemiddelde
    lengte: hij was niet te lang, noch was hij te kort waardoor men op hem neer zou kijken. Hij was als een twijg tussen zijn twee metgezellen. De meest glansrijke en achtenswaardige van de drie. Zijn metgezellen omringden hem: wanneer hij sprak, luisterden zij naar hem en wanneer hij beval, haastten zij zich naar zijn bevel. Hij werd geëerd en gevolgd. Hij was geen geprikkelde man, noch was hij iemand die onzinnigheid sprak .
    'Ik vroeg mijn oom, Hind ibn Abie Haalah at-Tamiemie, naar de eigenschappen van de Profeet, aangezien hij hem goed kon beschrijven. Hij zei: 'De Boodschapper van Allah was groots en geëerd. Zijn gezicht straalde zoals de volle maan tijdens een heldere nacht. Hij was langer dan de gemiddelde persoon en korter dan een slungel. Hij had een groot hoofd en golvend haar. Hij scheidde zijn haar niet, tenzij dit uit zichzelf gebeurde. Wanneer zijn haar niet gescheiden was, kwam dit niet verder dan zijn oorlellen. Hij had een witte, lichtende huid. Hij had brede slapen en dunne, lange wenkbrauwen die naar elkaar reikten, maar elkaar net niet raakten. Tussen zijn wenkbrauwen was er een ader die klopte wanneer hij boos was. Hij had een dunne, aan het eind omhoog gebogen neus die in het licht omvangen werd. Wie hem niet goed bestudeerde, zou denken dat hij een wipneus had. Hij had een volle, maar niet al te lange baard en geen volle wangen. Hij had een wijde mond en zijn tanden waren smal en van elkaar verwijderd. Van zijn borst tot aan zijn navel was hij licht behaard. Zijn nek was als van een portret en blonk als zilver. Zijn lichaamsdelen waren in harmonie met elkaar. Hij had een stevig lichaam, maar was niet zwaarlijvig. Zijn buik en borst liepen in een rechte lijn. Hij had een brede borst en zijn schouders waren ver uit elkaar. Hij had grote gewrichten en zijn lichaam was lichtgekleurd. Haren liepen in een dunne lijn van zijn bovenborst tot aan zijn navel, daarbuiten waren zijn borst en buik onbehaard. Hij had behaarde onderarmen, schouders en bovenborst. Hij had lange handbenen, grote handen en gladde ledematen. Hij had dikke, maar gladde vingers en tenen en diepe voetholten. De bovenkant van zijn voeten was glad; als er water over werd gegoten, vloeide het snel van zijn voeten. Wanneer hij liep, tilde hij zijn voeten hoog van de grond. Hij liep voorovergebogen, op een nederige wijze, en nam grote stappen. Wanneer hij liep, was het alsof hij van een helling neerdaalde. Wanneer hij wilde omkijken, draaide hij met zijn hele lichaam om. Zijn blik was vaak neergeslagen en hij keek meer naar de grond dan naar de hemel. Meestal keek hij vanuit zijn ooghoeken. Hij liet zijn Metgezellen voor zich lopen en liep zelf achter hen. Wanneer hij iemand tegenkwam, was hij de eerste die groette. De Boodschapper van Allah was doorgaans bedroefd en altijd in gedachten verzonken. Hij kende geen rust. Hij zweeg lange pozen en sprak enkel wanneer dit nodig was. Hij begon en eindigde zijn woorden vanuit zijn mondhoeken. Hij sprak met weinig woorden die vele betekenissen bevatten; duidelijke en beslissende woorden die buitensporig noch nalatig waren. Hij was vriendelijk, niet hardvochtig en vernederde niemand. Hij minachtte geen enkele gunst, hoe klein deze ook was. Maar hij prees geen voedsel, noch bekritiseerde hij dit. Hij werd nooit boos omwille van deze wereld, noch omwille van iets wat hiermee te maken heeft. Maar wanneer de waarheid werd aangetast, herkende niemand hem en niets kon zijn woede bedwingen, totdat hij de waarheid had gevestigd. Hij werd nooit boos omwille van zichzelf, noch zocht hij ooit vergelding voor zichzelf. Wanneer hij wees, wees hij met zijn hele hand en wanneer hij verbaasd was, draaide hij deze om. Wanneer hij sprak, gebaarde hij met zijn hand en sloeg met zijn
    rechterhandpalm tegen de binnenkant van zijn linkerduim. Wanneer hij boos werd, draaide hij zich volledig om en wanneer hij verheugd was, sloeg hij zijn blik neer. Zijn lachen was meestal niet meer dan een glimlach, waarbij hij zijn tanden ontblootte die als hagel uit de wolken waren.'
    Sommige humanisten zien Mohammed, net als Jezus en Boeddha, als een belangrijk ethisch leider. In de Middeleeuwen stond Mohammed onder de joden bekend als 'ha-meshuggah' ("de kwade" of "de bezetene", vergelijk het Nederlandse woord 'mesjogge'). De titel wordt onder andere in de Hebreeuwse Bijbel gebruikt voor degenen die zichzelf als profeten beschouwden, maar vals waren. Voor veel joden is de ernstig afwijkende hervertelling door Mohammed van oude verhalen onverteerbaar. Mohammeds ontkenning van de goddelijke status van Jezus gaat in tegen de christelijke dogmatiek. Christenen beschouwen Mohammed als een valse leraar. Anderen gaan nog een stap verder en beweren dat Mohammed werd geïnspireerd door Satan. Veel middeleeuwse christenen meenden dat de stichting van de islam een schisma binnen het christendom was, en dat Mohammed oorspronkelijk een christelijke priester was. In De Goddelijke Komedie van Dante Alighieri wordt Mohammed samen met Ali in de negende kloof van de achtste kring van de Hel geplaatst als zijnde schismaticus. Volgens het Bahá'í-geloof is Mohammed niet de laatste profeet (maar wel de laatste van de profetische cyclus, die met Adam was begonnen), maar Bahá'u'lláh, die wordt beschouwd als de, tot nu toe, laatste in de reeks Boodschappers van God. Ook een deel van de Ahmadiyya-moslims gelooft dat Mohammed niet de laatste profeet was. Buiten de islamitische overlevering is er over het optreden van Mohammed in de periode in Mekka weinig informatie te vinden. Wat we over hem weten, weten we uit de Koran, Korancommentaren en mondeling overgeleverde uitspraken van volgelingen. Moderne historici kunnen niet anders dan zeer omzichtig omgaan met deze informatie. De profeet staat niet vermeld in enig bekend historisch document van buurvolkeren. In de Koran komt het woord Mohammed slechts viermaal voor, maar onduidelijk is of het om een eigennaam of een bijvoeglijk naamwoord gaat, dat met 'de prijzenswaardige' vertaald kan worden en of daar inderdaad de historische Mohammed mee wordt bedoeld. In de Korantekst komt wel een naamloze jij-figuur voor, die soms gezant of profeet wordt genoemd. De oudste biografie van Mohammed is die van Ibn Ishaaq en dateert van rond 750, meer dan een eeuw na de dood van de profeet. Dit is een verzameling mondeling overgeleverde uitspraken van tijdgenoten die niet beschouwd kan worden als objectieve en verifieerbare geschiedschrijving in de moderne zin van het woord. Volgens sommige islamologen lijken biografieën van de profeet vooral bedoeld om passages in de Koran achteraf van een context te voorzien en zijn het alleen al daarom geen betrouwbare historische bronnen. Wim Raven wijst erop dat er verschil van mening tussen moslimgeleerden en westerse islamologen en oriëntalisten bestaat over de vraag of de talloze overleveringen over Mohammed inderdaad als historisch betrouwbaar materiaal mogen worden beschouwd. Moslimgeleerden geloven dat dit materiaal in grote lijnen met de werkelijkheid overeenkomt, westerse geleerden hebben daarentegen hun ernstige twijfels, met name omdat nauwelijks enige brontekst met zekerheid in de eerste eeuw van de islam te dateren zou zijn en van vele teksten elkaar tegensprekende varianten bestaan. Niet-islamitische bronnen, die soms heel oud zijn, zouden een heel ander beeld opleveren dan islamitische bronnen. De pogingen om feit en fictie in de beschikbare bronnen van elkaar te onderscheiden hebben tot nu toe weinig bruikbare resultaten opgeleverd voor een kritische beschrijving van de historische persoon Mohammed en de rol die hij speelde in de islam. Harald Motzski stelt dat het onderzoek op dit moment
    gevangen is in een dilemma. Aan de ene kant is het volgens Motzki niet mogelijk een historische biografie te schrijven zonder ervan beschuldigd te worden de bronnen kritiekloos over te nemen, terwijl het aan de andere kant onmogelijk is om op basis van een kritische beschouwing van die bronnen een bruikbare biografie te schrijven.[ Arthur Jeffrey veronderstelde in 1926 dat er misschien gewacht moet worden op verder onderzoek naar de vroege bronnen voordat er uitspraken kunnen worden gedaan over de historische Mohammed. "Als de berg niet naar Mohammed komt, zal Mohammed naar de berg moeten gaan" is een Nederlandse uitdrukking. Het betekent dat als het geluk niet naar je toe komt, moet je naar het geluk toe gaan. De vroegste verschijning van de uitdrukking is in het Engels in het werk "Essays", hoofdstuk 12, van Francis Bacon, dat in 1625 werd gepubliceerd, If the mountain won't come to Muhammad, Muhammad will go to the mountain.[

    08-06-2018 om 09:43 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 8 juni 1972 napalm

    8 juni 1972 napalm Napalm is benzine waaraan als verdikkingsmiddel een mengsel van naftenaat en palmitaat is toegevoegd, zodat het beter blijft kleven als de (brandende) spetters ergens tegenaan vliegen. Op die manier vat de onderlaag eerder vlam. Het verlaagt tegelijk de neiging van de benzine tot ontbranden en maakt de verbranding trager. Nafteenzuur is een algemene naam voor een verzameling van organische zuren die in ruwe olie aanwezig zijn en werd oorspronkelijk gebruikt bij de bereiding van napalm. Tegenwoordig worden meestal andere middelen gebruikt voor de bereiding van napalm, maar de naam is blijven hangen. Napalm werd in 1942 ontwikkeld. Het wordt voornamelijk gebruikt in brandbommen en is gevreesd door de ernstige brandwondendie het bij mensen en dieren veroorzaakt. Napalmbommen maken vaak gebruik van fosfor om de napalm te ontsteken. Napalm werd voor het eerst op grote schaal ingezet door het Amerikaanse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1945 werden vele Japanse steden waaronder Tokio met napalm gebombardeerd. Tijdens de laatste (loopgraafoorlog) fase van de Koreaoorlog bestookten de Amerikanen het hele grondgebied van Noord-Korea met napalmbommen, met vermoedelijk enkele honderdduizenden doden als resultaat. Ook in de Vietnamoorlog werd door de Amerikanen veelvuldig gebruikgemaakt van napalm. Dit leidde tot verzet onder delen van de Amerikaanse bevolking. Tijdens de Eerste Golfoorlog werd geen gebruik gemaakt van napalm, maar van Mark 77brandbommen, die een met napalm vergelijkbaar effect hebben. Naast Amerika maakten ook landen zoals Frankrijk (in Algerije), Israël (in de Zesdaagse oorlog) en het Verenigd Koninkrijk (in Kenia) gebruik van napalm. In 1980 verklaarde de VN het gebruik van brandbommen tegen burgers tot een oorlogsmisdaad. Phan Thị Kim Phúc (2 april 1963) ook bekend als Kim Phuc of ook wel als het "napalmmeisje", werd bekend doordat zij als 9-jarige naakt met napalm op haar lichaam te zien was op de bekendste foto uit de Vietnamoorlog. De foto haalde wereldwijd de voorpagina's van kranten en droeg hierdoor bij aan het groeiende verzet tegen de oorlog die hiermee een gezicht had gekregen. Degene die de foto nam, Nick Ut, heeft er de Pulitzer-prijs en World Press Photo mee gewonnen. De foto werd gemaakt op 8 juni 1972, nadat er een napalmaanval was geweest in haar woonplaats Trang Bang. Het dorp was gebombardeerd door een Zuid-Vietnamese bommenwerper om vermeende strijders van de Vietcong te verjagen. Ze vatte zelf vlam door de napalm, waardoor haar kleren verbrandden. Zonder kleren rende Kim de hoofdweg bij Trang Bang op, waar zij werd vastgelegd op de foto. De fotograaf, Nick Ut, bracht haar vervolgens met de auto naar een ziekenhuis. Als gevolg van de napalmliep zij derdegraadsverbrandingen op aan haar rug en haar armen. Ruim een maand verkeerde ze in kritieke toestand. Ze kreeg bloedtransfusies en huidtransplantaties. Ze heeft een jaar in een Vietnamees ziekenhuis gelegen, is in 1984 in Duitslandgeopereerd en ondervindt nog steeds gezondheidsproblemen. Op de terugreis van haar huwelijksreis van Cuba naar Moskou verliet Kim met haar man het vliegtuig tijdens een tussenlanding in Canada. Kim en haar man vroegen politiek asiel aan en wonen sindsdien in Canada, waar Kim haar eigen stichting heeft opgericht: Kim Foundation. Een organisatie die kinderen helpt, die slachtoffer geworden zijn van oorlogen. Op 10 november 1994 werd Kim Phuc uitgeroepen tot Goodwill Ambassadeur voor UNESCO. In 2015 kreeg ze een nieuwe reeks laserbehandelingen in het Dermatology and Laser Institute van Miami.









    08-06-2018 om 09:43 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 8 juni bonnie tyler

    8 juni 1953 Bonnie Tyler Bonnie Tyler, artiestennaam van Gaynor Hopkins (Skewen, Wales, 8 juni 1951) is een Welshe zangeres. Ze komt uit een gezin van zes kinderen. Haar vader was een mijnwerker; haar moeder, een operafan, deelde haar passie voor muziek met haar kinderen. Janis Joplin en Tina Turner waren haar grote voorbeelden. Na in verschillende bands gezeten te hebben en na verschillende artiestennamen kwam ze uiteindelijk uit bij Bonnie Tyler. In 1975 nam ze haar eerste liedje op bij een platenmaatschappij: My my honeycomb; de single werd geen succes. Haar tweede single Lost in France toonde meteen haar vocale kwaliteiten en ze haalde er de top 10 mee. Later werd het zelfs een Europese hit. Haar eerste album, in 1977, had een bescheiden succes, maar toch genoeg om door Europa te toeren. Net voor het album werd uitgebracht moest ze een knobbeltje op haar stembanden laten wegnemen. Tegen doktersadvies in sprak ze voor ze genezen was, hierdoor kreeg ze een schor geluid in haar keel, ze dacht dat haar zangcarrière over was maar niets was minder waar. Haar volgende single It's a Heartache waar ze met schorre stem zong haalde de top 5 in Engeland, Europa en de Verenigde Staten, waardoor ze daar voor het eerst kon gaan toeren. In 1979 won ze het World Popular Song Festival in Tokio met het lied Sitting on the Edge of the Ocean. Toch bleef groot succes uit na deze overwinning. In 1982 tekende ze een platencontract bij CBS Records en bracht ze het album Faster Than the Speed of Night uit, met daarop het lied Total Eclipse of the Heart. Producer van dit album was Jim Steinman, die eerder succes had met Bat Out of Hell van Meat Loaf. Zijn combinatie van rock en theatrale arrangementen zorgde voor internationaal succes. In veel landen kwam de single op 1; ook het album schoot in Engeland meteen naar de eerste plaats. Ze was de eerste vrouwelijke artiest die dat overkwam. Ze won ook twee Grammy's. Twee jaar later had ze opnieuw een groot succes, dit keer met Holding Out for a Hero. In 1991 nam ze het album Bitterblue op, dat viervoudig platina werd in Noorwegen, platina in Oostenrijk en goud in o.a. Duitsland, Zweden en Zwitserland. Van 1991 tot en met 1994 produceerden zanger Rolf Köhler en producent Dieter Bohlen de muziek van Bonnie Tyler. Samen met de Franse zangeres Kareen Antonn nam ze Si Demain... (Turn Around) op (de Franse versie van Total Eclipse of the Heart). Hiermee had ze een nummer 1-hit in België, Frankrijk en Polen. In 2013 vertegenwoordigde Tyler het Verenigd Koninkrijk op het Eurovisiesongfestival in Malmö met het lied "Believe in me".[ Ze eindigde met 23 punten op de 19e plaats.





    08-06-2018 om 09:38 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 7 juni Alan Tuning

    Alan Mathison Turing (Maida Vale, 23 juni 1912 – Wilmslow, 7 juni 1954) was een Britse wiskundige, computerpionier en informaticus, mathematisch bioloog en logicus. Alan Turing was het tweede kind van Julius Mathison en Ethel Sara Turing. Hij had één oudere broer: John Turing. Julius werkte voor de Indian Civil Service, die hem in BritsIndië plaatste. Daar ontmoette hij Ethel, met wie hij later in het huwelijk stapte. Door de overzeese tewerkstelling van hun vader groeiden Alan en John op in verschillende pleeghuizen. In die pleeghuizen werden originaliteit, wetenschap en expressie ontmoedigd. Desondanks las Turing in zijn jeugd het boek Natural Wonders Every Child Should Know, waarover hij later zei dat het een grote invloed op hem had gehad. Turing studeerde vanaf 1931 wiskunde aan de Universiteit van Cambridge. Hij kwam terecht in een wereld van deïsme en intellectuele uitdagingen. In 1935 maakte hij kennis met het zogeheten Entscheidungsproblem en publiceerde hij zijn artikel On Computable Numbers, with an Application to the Entscheidungsproblem. Dit beslissingsprobleem laat zich als volgt omschrijven: "bestaat er een algoritme waarmee kan bewezen worden of een wiskundige bewering waar is of niet?" (is het antwoord op een logische vraag berekenbaar?). In 1936 kwamen Turing en, onafhankelijk van hem, ook Alonzo Church, tot de conclusie dat het algemene antwoord 'nee' luidt onder bepaalde voorwaarden: de Church-Turing-hypothese. Op basis van dit artikel bedacht Turing de Logical Computing Machine. Dit gedachteexperiment werd later de turingmachinegenoemd. Na Cambridge werkte Turing van 1936 tot 1938 bij Church aan de Princeton-universiteit in de Verenigde Staten. Daarna keerde hij terug naar Cambridge. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog werkte Turing in het geheim bij de Government Code and Cipher School, gehuisvest op het landgoed Bletchley Park. Dit was de Britse crypto-analytische dienst, die als doel had onderschepte gecodeerde berichten van de Duitsers te ontcijferen, zodat de geallieerden de vijand een stap voor konden zijn. Turing maakte deel uit van een team dat succesvol voortbouwde op het werk van de Poolse wiskundigen Marian Rejewski, Henryk Zygalski en Jerzy Różycki, die een decoderingsapparaat hadden uitgevonden dat de codes kon ontcijferen die door het Enigma-apparaat, een Duits coderingssysteem, waren gegenereerd. De ontcijfering van de Enigma wordt vaak aangehaald als een van de grootste prestaties in de Tweede Wereldoorlog die de alliantie de uiteindelijke overwinning zou hebben gebracht. Na de oorlog werkte Turing aan de universiteit van Manchester, waar hij de Deputy Director of the Computing Laboratory werd. Hij bouwde de Automatic Computing Engine (ACE). In 1950 publiceerde Turing in het tijdschrift Mind een artikel getiteld Computing Machinery and Intelligence. Hierin beschreef hij zijn turingtest. Hij bleef ook in het geheim werken voor GCHQ, tot hij daar in 1948 wegens zijn homoseksualiteit geweerd werd, omdat hij daardoor door de geheime dienst als een veiligheidsrisico werd beschouwd. Turing werd voor zijn vitale bijdragen aan de oorlogsinspanning in 1945 geëerd met de benoeming tot Officier in de Orde van het Britse Rijk, en in 1951 werd hij voor zijn belangrijke bijdragen aan de wiskunde gekozen tot lid (fellow) van de Royal Society. De A.M. Turing Award wordt algemeen gezien als de hoogste onderscheiding in de informatica. Na de oorlog werkte Turing tevens aan wiskundige modellen voor de ontwikkelingsbiologie, onder meer hoe kleurpatronen op de huid ontstaan.
    In 1952 werd Turing gearresteerd wegens homoseksuele handelingen (die tot 1967 in Engeland voor mannen strafbaar waren) en veroordeeld, waarbij hij kon kiezen tussen een experimentele chemische castratie gedurende een jaar, of een gevangenisstraf. Turing koos het eerste. De hormonen die hij verplicht werd te laten injecteren, leidden onder meer tot borstvorming. Op 7 juni 1954 werd hij dood aangetroffen met een appel, die - naar beweerd werd - met cyanide vergiftigd was. Er wordt over zijn dood veel gespeculeerd. De officiële doodsoorzaak is zelfmoord, maar er wordt beweerd dat hij door de Engelse geheime dienst is vermoord, omdat hij te veel zou weten over geheime codes en daardoor een te groot veiligheidsrisico werd. In juni 2012 liet de Turingexpert Jack Copeland op een congres weten dat Turings dood een ongeluk kan zijn geweest. De appel zou, volgens deze bron, nooit op cyanide zijn onderzocht. Bovendien waren er in Turings gedrag kort voor zijn dood geen aanwijzingen dat het niet goed met hem ging. Ook is bekend dat Turing thuisexperimenten met cyanide uitvoerde, waarbij hij slordig met dit materiaal zou zijn omgegaan. In ieder geval bleek een blootstelling aan cyanide bij de autopsie de doodsoorzaak. In zijn (niet getrouw verfilmde) Turing-biografie brengt wiskundige en schrijver Andrew Hodges de mogelijkheid naar voren dat Turing inderdaad zelfmoord heeft gepleegd, maar zijn 'experimenten' gebruikte om voor zijn moeder de gedachte open te laten dat zijn dood een ongeval was. Anno 2009 gingen er stemmen op in het Verenigd Koninkrijk die pleitten voor een postuum eerherstel.[5] In september dat jaar heeft premier Gordon Brown namens de regering postuum excuses aangeboden aan Alan Turing. In het plaatsje Ipswich is door een vriend van Alan (Chrispin Rope) een fors herdenkingsmonument opgericht, waarin door de vormgeving de wiskunde tot uiting komt. De Zweedse schrijver David Lagerkrantz heeft recent (jan. 2016) een biografische thriller geschreven met als titel De val van Turing. Op 24 december 2013 verleende koningin Elizabeth II Alan Turing gratie en werd zijn veroordeling wegens homoseksualiteit uit de boeken geschrapt. Alan Turing heeft tijdens zijn leven veel belangrijk werk verricht. Het belangrijkst zijn zonder twijfel zijn theoretische vorderingen op het gebied van de berekenbaarheidgeweest, en de turingmachine, een mechanisch model van berekening en berekenbaarheid en daarmee een model voor een computer. Het bekendst bij het grote publiek is de turingtest, en zijn betrokkenheid bij het kraken van de Enigma-code (waardoor de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog op de hoogte zijn geweest van de locaties van de onderzeeërs van de Duitsers). In de jaren 80 schreef Hugh Whitemore Breaking the Code, een toneelstuk over het leven van Alan Turing. In 1989 werd de Nederlandse versie (De verbroken Code) in de regie van Jo Dua op de planken gebracht. De hoofdrol werd gespeeld door Willem Nijholt. In de Londense versie werd de hoofdrol vertolkt door Derek Jacobi. In 2001 werd het kraken van de code verfilmd onder de titel Enigma, gebaseerd op de roman Enigma uit 1995 van Robert Harris. In deze film speelde Dougray Scott de rol van
    de briljante wiskundige Thomas Jericho, maar die rol was gebaseerd op de figuur van Alan Turing. In 2014 kwam de Brits-Amerikaanse film The Imitation Game uit over het leven van Turing. Hij wordt hierin gespeeld door Benedict Cumberbatch











    07-06-2018 om 09:44 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 7 juni Gaudi

    7 juni 1926 Gaudi Antoni Gaudí i Cornet (Reus of Riudoms, 25 juni 1852 – Barcelona, 10 juni 1926) was een Catalaanse architect. Hij ontwierp rond 1900 markante gebouwen en objecten, vooral in Barcelona, waarvan de Sagrada Família het bekendste is. Hij wordt beschouwd als een grondlegger van de organische architectuur. Zijn werk valt onder de art nouveau/jugendstil. In Catalonië is deze stijl het Catalaans modernisme. Momenteel wordt Gaudí door de Rooms-Katholieke Kerk als eerbiedwaardig beschouwd. Verwacht wordt dat hij door de Paus zal worden zaligverklaard. Gaudí werd in 1852 vermoedelijk in de Catalaanse stad Reus geboren, in een huis aan de Carrer de Sant Joan 4. Andere bronnen beweren dat hij in het nabijgelegen Riudoms is geboren. Zijn vader, Francesc Gaudí i Serra, was een onbemiddelde kopersmid. Sinds zijn kindertijd leed Gaudí aan reuma. Op zijn zeventiende trok hij naar Barcelona om er architectuur te studeren aan de Escola Superior d ´Arquitectura (Hogeschool voor de Architectuur). Om in zijn levensonderhoud te voorzien had hij bijbaantjes bij architecten in de stad. Gaudí was geen goede student maar viel op door zijn eigenzinnigheid. Zo tekende hij bij zijn afstudeerproject "voor de sfeer" een volstrekt irrelevante lijkwagen op een bouwtekening van een poortgebouw van een begraafplaats. Tussen zijn twintigste en dertigste was Gaudí lid van de vrijmetselarij, maar na herontdekking van zijn katholieke geloof, distantieerde hij zich formeel van dit lidmaatschap, vanwege zowel het kerkelijk verbod op vrijmetselaarslidmaatschap als het sterk "antichristelijke karakter" van de Spaanse irreguliere tak van de vrijmetselarij. De internationale vrijmetselarij gebruikt Gaudí Bij zijn diploma-uitreiking in 1878 zei de directeur Elie Rogent: "He aprobado a un loco o a un genio", Ik heb een dwaas of een genie laten slagen.[ Opvallend is dat Gaudí, die zich later altijd tamelijk sjofel kleedde, in deze tijd buitengewoon veel tijd aan zijn uiterlijk besteedde en aldus een dandy was. Niettemin leefde hij alleen voor zijn werk. Hij huwde nooit, hoewel hij volgens een gerucht rond 1884 verloofd was. In de tijd dat Gaudí afstudeerde, was er in de Europese architectuur sprake van openheid. Het strakke en sobere neoclassicisme van de Parijse Arc de Triomphe maakte plaats voor de Romantiek, met gevoel en waardering voor alle bouwstijlen uit het verleden, niet alleen de Romeinse en Griekse. Spanje was enigszins geïsoleerd van Europa, maar ook hier las men het werk van John Ruskin, die in 1853 schreef: "Het ornament is de oorsprong van de architectuur". Het werk van Gaudí is uitzonderlijk rijk aan ornamenten. In Gaudí's jonge jaren ging het de stad Barcelona voor de wind. De rijke intellectuele burgers omringden zich graag met kunstenaars en Gaudí begaf zich in deze kringen. Hij ontwikkelde een antikerkelijke houding en was begaan met de arbeiders. Een van de bouwstijlen die in de belangstelling stonden, was de gotiek. Gaudí bezocht het door Eugène Viollet-le-Duc herschapen Carcassonne en de kathedraal in Tarragona. De interesse voor de gotiek had een politieke achtergrond. Catalonië bloeide economisch, maar werd politiek overheerst door Castilië (Madrid). Onderwijs in het Catalaans was verboden. Gaudí, die fervent Catalaans was, was lid van de Centre Excursionista, een groep jongeren die plaatsen uit het verleden van Catalonië bezocht. Gaudí sprak zo veel mogelijk Catalaans, ook als dat dan voor anderstalige bouwvakkers vertaald moest worden. Net als Viollet-le-Duc nam Gaudí de architectuur uit het verleden niet klakkeloos over, maar gebruikte hij die ter inspiratie. Het gevolg was dat Gaudí in zijn leven slechts één keer een prijs kreeg - voor het relatief conventionele Casa Calvet. Hij schijnt onder deze miskenning geleden te hebben.[bron?] Vreemd genoeg kreeg Gaudí al voordat hij naam maakte een grote opdracht. In 1881 kocht een vereniging in Barcelona grond, waarop zij een kerk en bijbehorend complex wilde bouwen ter ere van de Sagrada Família (de Heilige Familie: Jozef, Maria en Jezus). De opdracht ging eerst naar Francisco de Paula del Villar, voor wie Gaudí in zijn studententijd werkte. Deze trok zich na het begin van de werkzaamheden terug. Joan Martorell, een bekende van Gaudí en qua neogotiek dé Catalaanse
    architect, zou de leiding overnemen, maar weigerde. Waarom de onbekende Gaudí in 1883 de opdracht kreeg, is niet duidelijk.
    Het exterieur van de Sagrada Família. De hand van Gaudí is waarneembaar in de Façade van de Geboorte en haar torens, rechts, terwijl de bouwdelen, waar eerst na zijn dood aan werd begonnen, steeds vrijer wordende interpretaties van zijn ideeën laten zien. In dat jaar begon de bouw van Casa Vicens. Het is een combinatie van baksteen en natuursteen, maar opvallend zijn de tegels die de buitenkant van het huis bedekken. De geometrische patronen die ze vormen, doen denken aan Arabische bouwwerken en Gaudí liet zich hiervoor inspireren door de Moorse architectuur in Spanje. Het huis, waarvan hij ook het interieur ontwierp, combineert vele stijlen. Zo zitten er op het balkon van een hoektoren Rafaël-achtige engeltjes en is de eetkamer jugendstil. Zoals vermeld kon de overheid Gaudí's werk zelden waarderen, maar er waren genoeg anderen die dat wel deden, zoals textielmagnaat Eusebi Güell i Bacigalupi en bisschop Joan Bautista Grau i Vallespionós. Güell was een typische mecenas, iemand die kunstenaars in zijn huis ontving en ondersteunde. Op het moment dat de zakenman Gaudí leerde kennen, had laatstgenoemde nog maar weinig gepresteerd. Güell baseerde zijn waardering vooral op de ontwerpen die hij tijdens de wereldtentoonstelling van 1888 had gezien. Voor Güell realiseerde Gaudí diverse objecten, waaronder het Palau Güell. Ook dit huis is een combinatie van vele stijlen. Gaudí gebruikte hier voor het eerst, onder meer in de gietijzeren poorten, de parabool en kettinglijn als vorm; elementen die in zijn latere werk steeds terugkomen. Ook de bizarre torentjes op het dak vallen op. De jonge architect trok met dit gebouw voor het eerst de aandacht van de pers. Aan het begin van de 20e eeuw creëerde Gaudí het Park Güell. Behalve de gebouwen ontwierp hij veel van de mozaïeken. Hiermee toonde hij zich aanhanger van de stelling van Ruskin dat een architect ook de schilderkunst en de beeldhouwkunst moest beheersen. Het park was oorspronkelijk overigens bedoeld als woonwijk,] maar van die sociale bedoeling kwam weinig terecht. Gaudí's belangrijkste werk is de Sagrada Família, een basiliek gebouwd in opdracht van een roomskatholieke vrome broederschap ter ere van de heilige Jozef. In 1914 besloot Gaudí, die op latere leeftijd niet meer sterk tegen de kerk gekant was, alleen nog maar aan de Sagrada Família te werken. Soms ging hij zelf langs de deuren om geld op te halen voor de bouw ervan en in zijn laatste jaren woonde hij zelfs op het bouwterrein. Aan de kerk wordt tot op de dag van vandaag gebouwd Op 7 juni 1926 wandelde Gaudí over de Gran Via de les Corts Catalanes in Barcelona. Hij stak de Carrer de Bailén over, dicht bij de Plaça de Tetuan. Het was een route die hij vaak volgde om van de kerk aan de Plaça Sant Philip Neri naar de Sagrada Família te wandelen waar hij toen werkte. Een tram reed hem aan maar stopte niet en Gaudí bleef bewusteloos achter. Het was duidelijk dat hij zwaargewond was en men bracht hem naar een eerstehulppost aan de Ronda de Sant Pere. Taxichauffeurs weigerden Gaudí naar een kliniek te brengen wegens zijn sjofel voorkomen. Uiteindelijk belandde hij in het Hospital de la Santa Creu de Barcelona, toen het armenhospitaal. Omdat hij niet kwam opdagen op zijn werkplaats begonnen zijn medewerkers aan een zoektocht. Monseigneur Gil Parés en de architect Domènec Sugrañes i Gras vonden hem in het hospitaal. Hij weigerde naar een kliniek te worden overgebracht, zeggende: "Mijn plaats is hier, tussen de armen". Gaudí stierf in het hospitaal op 10 juni, om vijf uur in de namiddag. Hij was 73 jaar oud geworden. Op zijn grafsteen staat volgende inscriptie: Antonius Gaudí Cornet. Reusensis. Annos natus LXXIV, vitae exemplaris vir, eximius que artifex, mirabilis operis hujus, templi auctor, pie obiit Barcinone die X Junii MCMXXVI, hinc cineres tanti hominis, resurrectionem mortuorum expectant. R.I.P.
    (Antoni Gaudí Cornet. Van Reus. Een man die een voorbeeldig leven leidde, een buitengewone vakman, de auteur van dit prachtige werk, de kerk, stierf op 74-jarige leeftijd vroom in Barcelona op 10 juni 1926, vanaf dit moment wacht de as van zo een groot man op de opstanding van de doden. Moge hij rusten in vrede.) Zijn begrafenis op 12 juni was een belangrijke gebeurtenis: de rouwstoet was wel een kilometer lang. Hij ligt begraven in de crypte van de Sagrada Família. Een rogatoriale commissie van het Aartsbisdom Barcelona, onderzoekt sinds 2003 de mogelijkheid om Gaudí zalig te laten verklaren, mede omdat hij zijn architectenwerk ter meerdere eer en glorie van God gebruikte en zo in zijn dagelijks leven de heiligheid van de leek uitgedragen heeft. Het voorstel tot zaligverklaring werd in 2003 gepresenteerd bij de H.Stoel en sindsdien wordt er al gewerkt aan de uitgebreide studie. Het gaat om een document van honderden pagina’s met de biografie van de bouwmeester, zijn werk en de getuigenissen van personen die hem gekend hebben. Wanneer de Congregatie voor de Heilig- en Zaligsprekingsprocessen en de Paus hun akkoord hebben gegeven, en het vereiste mirakel op voorspraak van de kandidaat-zalige een feit is, zal de zaligverklaring van Gaudí officieel zijn Vergeleken met de architecten van zijn tijd was Gaudí opvallend praktisch ingesteld. In plaats van veel tijd achter de tekentafel door te brengen, was hij vaak in de weer met maquettes om bijvoorbeeld de sterkte van een constructie te testen. Zijn werkwijze daarbij was om maquettes ondersteboven uit te voeren als constructies van hangende touwtjes. Het idee was dat de touwtjes de kettinglijnaannemen, en vrij zijn van zijdelingse krachten. Als de maquette dan nauwgezet als staande constructie wordt gerealiseerd, zal deze constructie vrij zijn van spatkrachten en met minimaal gebruik van materiaal kunnen worden gerealiseerd. Een geniale benadering die door Gaudí veel werd toegepast, zoals voor de zuilen, de torens en het gewelf van de Sagrada Família en het dakpaviljoen op Casa Milà. Zijn bouwtekeningen waren vaak schetsen, dus weinig exact. Pas tijdens de bouw ontwikkelde hij veel van zijn ideeën, vaak na overleg met de arbeiders. Omdat hij over zijn theorieën en principes vrijwel niets op papier zette, werd hij na zijn dood relatief weinig nagevolgd. Onder meer de langdurige bestudering na zijn dood van de maquettes leverde inzicht waarop Gaudí's compositieregels, vooral die bij de Sagrada Família, zijn gebaseerd. De architect gebruikte bij dat kerkgebouw een klein aantal meetkundige principes, die hij combineerde. Qua talstelsel gebruikte Gaudí het decimale getallensysteem; echter verhoudingen tussen de bouwdelen bleken tevens gebaseerd op het twaalftallig stelsel. Basisvormen die hij toepaste zijn onder meer de hyperboloïde en paraboloïde. De zuilen van het schip van de Sagrada Família zijn een uniek ontwerp en bestaan uit dubbelgetordeerde Salomonische zuilen met gelijke helices die tegen elkaar indraaien. Om na zijn dood tot een goed inzicht te komen hoe het kerkgebouw verder af te bouwen, is de hulp ingeroepen van CAD-software. Vanwege de bijzondere vormgeving die Gaudí toepaste, bleek de CAD-software voor architectuur ongeschikt en er diende overgestapt te worden op software die in de luchtvaarttechniek gebruikt wordt. Het was ook niet makkelijk om Gaudí's werk voort te zetten. Gaudí werkte veelal proefondervindelijk zijn constructies uit zonder veiligheidsmarge, te klein zelfs. Gaudí's gebouwen maken een extravagante indruk, maar hij gebruikte vooral relatief goedkoop en lokaal beschikbaar materiaal, zoals baksteen. Voor zijn mozaïeken werden vaak scherven gebruikt die afval waren van firma's in keramiek









    07-06-2018 om 09:41 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 7 juni Paul Gauguin

    7 juni 1848 Paul Gauguin Eugène Henri Paul Gauguin (Parijs, 7 juni 1848 – Atuona op de Marquesaseilanden, 8 mei 1903) was een Franse kunstschilder. Zijn werk wordt meestal gekenschetst als postimpressionistisch, dat van na 1891 als symbolistisch. Na zijn opleiding in Orléans bracht Gauguin zes jaar door in de koopvaardij. Later diende hij in de Franse marine. Bij terugkomst in Frankrijk in 1870 werd hij assistent bij een beursmakelaar. Gustave Arosa, die Gauguins voogd werd toen hij op 19-jarige leeftijd zijn moeder verloor, bracht hem in contact met de schilderkunst. Dezelfde Arosa had hem ook aan zijn baan geholpen bij de Marine en later bij de bank. Arosa is dus een sleutelfiguur in het leven van Gauguin, omdat hij indirect ook een grote invloed zou gaan hebben op de kunst van Gauguin. Dit had ook te maken met het feit dat Arosa een grote liefde had voor amateurfotografie en goed bevriend was met Nadar, die foto's maakte als reproductie van belangrijke monumenten in de wereld, als de zuil van Trajanus en het Parthenon. Gauguin huwde in november 1873 met de Deense Mette Sophie Gad, bij wie hij vijf kinderen kreeg. Hij werd een succesvolle beursmakelaar, en werd tevens kunstverzamelaar en, zoals nu te zien is, zeer verdienstelijk amateurschilder, die in impressionistische stijl werkte. In 1882 stortte de beurs in en raakte Gauguin zijn baan kwijt. Tegen 1884 verhuisde Gauguin met zijn familie naar Kopenhagen, waar hij minder succes had in een loopbaan als vertegenwoordiger van een Franse textielfabrikant. Hij wilde echter liever fulltime gaan schilderen en keerde daarom in 1885 terug naar Parijs, na het mislukken van een tentoonstelling van zijn werk in Denemarken. Hij kon zijn vrouw en kinderen niet behoorlijk onderhouden, met als gevolg dat zijn vrouw terugging naar haar familie. Gauguin woonde, op initiatief van Theo van Gogh, de broer van Vincent, twee maanden samen met Vincent van Gogh, in Arlesom te schilderen en van elkaar te leren. Het was geen gelukkige periode. Gauguin kreeg depressieve buien en deed een zelfmoordpoging. Uit de brieven van Van Gogh – die Gauguin financieel steunde[bron?] – blijkt dat ze voortdurend ruzie hadden. Op een moment was Gauguin zo geschrokken van het gedrag van zijn huisgenoot, die hem tijdens een avondwandeling achtervolgde, dat hij een nacht in een hotel doorbracht. De volgende ochtend had Van Gogh een deel van zijn oor afgesneden. Daarop werd Van Gogh in een gesticht opgenomen en vertrok Gauguin uit Arles. Duitse wetenschappers beweren echter, na een langdurig onderzoek, dat Gauguin het oor van Van Gogh met een zwaard afhakte, na een ruzie. Ze zouden er zelf voor gekozen hebben om de toedracht geheim te houden. Gauguin deed dit om vervolging te voorkomen. Er zijn schilderijen van Gauguin en Van Gogh die eruitzien alsof ze met dezelfde verf geschilderd zijn. Ze maakten ook portretten van elkaar. In 1886 kwamen Gauguin, Émile Bernard en Paul Sérusier naar Pont-Aven. Zij richtten er de School van Pont-Aven op. Tot die groep behoorde ook de Nederlandse schilder Meijer de Haan, met wie hij bevriend raakte en die hij diverse malen geportretteerd heeft. In 1891 vertrok Gauguin naar Frans-Polynesië om te ontsnappen uit de Europese beschaving, en aan "alles wat kunstmatig en conventioneel was". Hij had hierbij het beeld van de "nobele wilden" voor ogen (zoals beschreven door Jean-Jacques Rousseau) en wilde zich afzetten tegen de burgerlijke maatschappij. Wellicht heeft echter ook een rol gespeeld dat hij in Frankrijk als kunstenaar weinig erkenning kreeg. Hij verbleef eerst op Tahiti, dat hem zo tegenviel dat hij al snel verder trok naar de Marquesaseilanden. Daarvandaan heeft hij nog slechts eenmaal Frankrijk bezocht. Hij leefde hier samen met Paou'óura, bij wie hij een zoon Émile kreeg, geboren in 1899. Paul Gauguin stierf op 54-jarige leeftijd in 1903, ziek van syfilis en hartaanvallen. Hij ligt begraven op het kerkhof in Atuona, Hiva Oa, Marquesaseilanden. De werken van Gauguin behoren tot het postimpressionisme. Zijn werk loopt vooruit op het ongebruikelijke kleurgebruik van de fauvisten en de expressionisten. Na 1888 beschouwt Gauguin zichzelf als symbolist. De kunst van de impressionisten bevredigde Gauguin niet, omdat hij vooral het onzichtbare wilde weergeven, de stemming en gevoelens achter het beeld. Naast olieverfschilderijen maakte Gauguin ook veel grafisch werk, zoals houtsneden, waarvan de wildheid, de directheid hem aansprak.
    Na zich eerst aangesloten te hebben bij de impressionisten, begon Gauguin tijdens zijn periode in Bretagne een eigen stijl te ontwikkelen. Hij schilderde daar de vrouwen in klederdracht in een zeer verstilde en geconcentreerde stijl, die vooral de rust en de eenvoud van het boerenleven weer schijnt te geven. Zijn eigen stijl in die periode duidt Gauguin aan met de term cloisonnisme, een woord dat is afgeleid van de middeleeuwse techniek van het emailleren, het cloissoné, waarbij de vlakjes emaille van elkaar gescheiden worden door metalen randjes. Rond vrijwel alle figuren uit deze tijd, en ook meestal in de latere schilderijen, tot het eind van zijn leven, staan donkere randen geschilderd. In de periode in Bretagne schildert Gauguin ook religieuze taferelen, onder andere het doek Het visioen na de preek (ook wel genoemd: Jacob met de engel) uit 1888. Dit schilderij laat een combinatie zien van biddende Bretonse vrouwen met hun witte mutsen en Jacob die stevig door de engel wordt vastgegrepen, dit alles op een uitermate gedurfde knalrode achtergrond, met tussen de vrouwen en de engel een stevige boom, schuin over het doek. Na zijn vertrek naar de tropen bereikt Gauguin de toppen van zijn kunstenaarschap, al blijkt hij ook een vechtersbaas en een amokmaker. Het prachtige kleurgebruik, de indringende blikken van de Polynesische vrouwen, die gewillig voor hem poseerden, en de geheimzinnige titels van de schilderijen zijn voor de liefhebber van het werk van Gauguin een waar genoegen. Een voorbeeld is het grote schilderij (375 × 139 cm) met daarop de tekst: D'où venons-nous, Que sommes-nous? Où allonsnous? (Waar komen we vandaan? Wie zijn wij? Waar gaan we heen?). Op dit schilderij zijn een tiental bijna levensgrote personen afgebeeld, omringd door sprookjesachtige planten, dieren en symbolen uit de Polynesische godsdienst.







    07-06-2018 om 09:39 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 7 juni Tom Jones

    7 juni 1940 Tom Jones Tom Jones (Pontypridd (Wales), 7 juni 1940) is een pop zanger , die ter wereld kwam met de naam Thomas John Woodward als zoon van een mijnwerker in Zuid-Wales. Vooral in de jaren zestig en zeventig was Tom Jones een wereldster en een sekssymbool. Hij scoorde vanaf 1965 verschillende hits zoals: It's not unusual, Delilah, The Green Green Grass of Home en She's a Lady. Vanaf 1970 was hij een graag geziene gast in Las Vegas. Daar trad hij op naast andere wereldvedetten als Elvis Presley (was tevens een goede vriend van Jones) en Frank Sinatra. Eind jaren 90 kende hij een revival met het album Reload. Daarop staat onder andere de hit Sex Bomb. Op 29 maart 2006 werd Jones geridderd door de Britse koningin Elizabeth II. Van maart 2012 tot 1 oktober 2015 is Tom Jones coach geweest bij The Voice UK op de zender BBC 1.[] Begin 2017 werd hij opnieuw coach. Op 11 april 2016 overleed zijn echtgenote Melinda op 75-jarige leeftijd thuis in Los Angeles. Ze waren 59 jaar getrouwd





    07-06-2018 om 09:38 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 6 juni 1944 the longest day

     

    06-06-2018 om 09:35 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 6 juni 1944 landing normandie

    6 juni 1944 landing Normandie Operatie Overlord was tijdens de Tweede Wereldoorlog de codenaam voor de invasie door de westerse geallieerdenin het door Duitsland bezette West-Europa. Operatie Overlord begon op 6 juni 1944 en eindigde op 25 augustus1944, toen Parijs werd bevrijd. De operatie startte met luchtlandingen en een massale amfibische aanval in de vroege morgen van 6 juni. Na de landing werd allereerst gepoogd het Normandische bruggenhoofd te behouden en uit te breiden. Diverse operaties werden hiervoor ondernomen en tijdens Operatie Cobra braken de geallieerden definitief door de Duitse linies. Toen de Duitsers in de val kwamen bij Falaise, was de strijd in geallieerd voordeel beslist. De weg naar Parijs lag open en de Franse hoofdstad aan de Seine werd ingenomen. Men beschouwt de bevrijding van Parijs over het algemeen als het einde van Operatie Overlord. De eerste dag van Overlord werd aangeduid met D-day, een term die vaak wordt geassocieerd met de hele operatie.] Sinds de Duitse aanval op de Sovjet-Unie in 1941 (Operatie Barbarossa), hadden de Sovjets de last van de strijd tegen nazi-Duitsland vrijwel alleen gedragen. De Amerikaanse president Franklin Roosevelt en de Britse premier Winston Churchill hadden namens de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk beloofd op het Europese vasteland een tweede front te openen om de wanhopige situatie van de Sovjet-Unie te verlichten. Deze belofte uit 1942[] stuitte echter op grote praktische bezwaren omdat de Britten onvoldoende waren uitgerust voor een dergelijke operatie en de V.S. geen kans zagen op korte termijn genoeg materieel aan te voeren, hoewel men de noodzaak voor een tweede front inzag.[
    Om deze reden werd tijdens een topconferentie in Washington D.C. (kerst 1941) besloten tot Operatie Bolero (naar de Bolero van Ravel), die erop gericht was alle noodzakelijke materialen aan te voeren voor een aanval op West-Europa.[10] In de Noord-Atlantische Oceaan woedde echter de strijd tegen de U-boot-vloot van Duitsland en er heerste een groot gebrek aan vrachtruimte. Bovendien moesten de VS hun aandacht tussen de strijd in Europa en die in Japan verdelen. Dit had tot gevolg dat het grootste deel van het door de Verenigde Staten geproduceerde materieel werkeloos in opslag stond. Zonder een nieuw groot strijdtoneel kon het geallieerde productieoverwicht niet tot gelding komen. Hierover bestonden eind 1941 twee meningen. De Amerikanen, onder leiding van Dwight D. Eisenhower kwamen met een plan voor een directe aanval op de stranden van Calais en Dieppe (Operatie Roundup) en een kleinere landing in de omgeving van Cherbourg onder de naam Operatie Sledgehammer, terwijl de Britten een sterke voorkeur hadden voor een aanval op Noord-Afrika om Rommel de pas af te snijden, het Vichy-regime onder druk te zetten en vandaar door het minder sterk verdedigde zuiden van Europa te kunnen oprukken.[ De drie grootmachten waren allesbehalve eensgezind. Aan Britse zijde heerste het gevoel dat Amerikanen en Russen de moeilijkheden onderschatten die een amfibische operatie opleveren. Admiraal Ramsay schreef in de zomer van 1942:
    "De zaak zit op hoog niveau lelijk in de knoop doordat de Amerikanen vlug iets willen doen, zonder te weten wat de mogelijkheden zijn. Daardoor hebben ze geen enkel inzicht en dat is duidelijk gebleken. Toch geloof ik dat ze, na een heleboel heen en weer gepraat, het nu wel in beginnen te zien." Aan de andere kant waren de Amerikanen geenszins van de Britse bedoelingen overtuigd, maar waren de mening toegedaan dat de Britten voor alles hun Empire wensten te behouden. Hun gevoelens werden vertolkt door Generaal Albert C. Wedemeyer, lid van de sectie Operaties:
    "De Britten zijn meesters in het onderhandelen en bijzonder kundig in het gebruik van uitdrukkingen die voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn. (...) Als het om staatszaken gaat hebben ze gewetens van rubber. Voor Koning en Vaderland de
    waarheid omzeilen is gerechtvaardigd voor het geweten van deze heren (...) wat ik waarnam was de Britse geslepenheid op zijn best, een kunst, ontwikkeld door de eeuwen van internationale intriges, vleierij en zachte dwang."
    De Sovjets ten slotte waren ervan overtuigd dat de westerse geallieerden het openen van een tweede front zo lang mogelijk wilden uitstellen, opdat het Rode Leger het vuile werk alleen zou opknappen. Ze waren ongevoelig voor het Britse argument dat een amfibische aanval uit zou lopen op een bloederige nederlaag. De wanhopige pogingen van Vjatsjeslav Molotov om in mei 1942 de VS en het Verenigd Koninkrijk de noodzaak van het tweede front te laten inzien hadden enig succes, mede door de druk van de publieke opinie in het Verenigd Koninkrijk.
    Het Britse opperbevel besloot, onder druk van de Amerikanen, de Sovjets en de publieke opinie in het Verenigd Koninkrijk, zelf een groots opgezette aanval uit te voeren, deels als verkenning, deels om te zien in hoeverre de geallieerde tactieken opgewassen waren tegen de Atlantikwall. De aanval op Dieppe op 19 augustus 1942 liep uit op een ramp. Van de 6100 manschappen werden er 3500 gedood, gewond of gevangengenomen en 108 geallieerde toestellen werden neergehaald tegenover 48 van de Luftwaffe. Deze nederlaag bleek leerzaam: de geallieerden kregen praktische ervaring in dit soort grootschalige amfibische operaties en het werd duidelijk dat een rechtstreekse aanval op een versterkte haven grote verliezen met zich meebracht. In Noord-Afrika was het fortuin de geallieerden echter gunstiger gezind. Op 8 november 1942 vonden de eerste grootscheepse landingen in de Tweede Wereldoorlog plaats bij Casablanca, Oran en Algiers. De laatste twee werden vanuit Engeland ondernomen, de eerste rechtstreeks vanuit de VS. De troepen van Vichy-Frankrijk boden slechts symbolisch weerstand en de springplank over de Middellandse zee lag gereed. Hoewel de Amerikanen op dit punt nog geenszins overtuigd waren van de soft underbellytactiek van Churchill, zagen de Duitsers de implicaties onmiddellijk en bezetten inderhaast het zuidoosten van Frankrijk, waar tot dan toe het marionettenregime in Vichy de scepter zwaaide. De asmogendheden werden bovendien, terwijl aan het oostfront de Russische weerstand toenam bij de opmars naar Stalingrad, meteen gedwongen versterkingen te sturen naar Noord-Afrika. Deze moesten zich in het westen verdedigen tegen de Amerikanen en de Britten en in het oosten tegen de Britten, die in de Tweede slag om El Alamein zojuist het tij in hun voordeel gekeerd hadden
    In januari 1943 vond de Conferentie van Casablanca plaats, bijgewoond door Roosevelt, Churchill en de verzamelde chef-stafs. Tijdens deze conferentie werd duidelijk dat de Britten de Amerikaanse druk voor een tweede front niet langer konden weerstaan. Hoewel de strijd in Noord-Afrika nog in volle gang was en ondanks de Britse ervaringen in Dieppe, hielden de Amerikanen vast aan Roundup. De Amerikanen waren weliswaar bereid de strijd in de Middellandse Zee voort te zetten met landingen op Sicilië of Sardinië, waarvoor Eisenhower zelfs plannen had, maar Churchill zag zich gedwongen te benadrukken dat Roundup het hoofddoel van de geallieerde inspanningen moest zijn. De operatie werd hernoemd naar Overlord en de datum werd vastgesteld op 1 mei 1944.[
    Tussen 17 en 24 augustus 1943 vond er in Quebec (Canada) een conferentie plaats tussen de regeringsleiders van het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De hoofdvertegenwoordigers waren Winston Churchill (Verenigd Koninkrijk), Franklin Delano Roosevelt (Verenigde Staten) en William Lyon Mackenzie King(Canada). De belangrijkste besluiten die hier werden genomen gingen voornamelijk over het uitbreiden van de troepensterkte in Italië en het Verenigd Koninkrijk, met het oog op een invasie in Normandië. Daarnaast was het plan van luitenant-generaal Frederick Morgan voor Operatie Overlord zo goed als gereed.[] Een ander belangrijk punt was het verhevigen van de bombardementen op Duitsland.
    De conferentie van Teheran vond plaats tussen 28 november en 1 december 1943. Tijdens deze conferentie, waaraan Stalin, Roosevelt en Churchill deelnamen, werden veel dingen besloten voor na de oorlog, voornamelijk de verdeling van Duitsland en het vastleggen van grenzen van andere landen werd besproken. Wat belangrijk was voor de invasie was voornamelijk dat de invasie in mei 1944 gelanceerd zou worden, tezamen met een offensief tegen Vichy-Frankrijk Door het beperkte vliegbereik van de geallieerde jachtvliegtuigen Spitfire en Hawker Typhoon was de keuze van de landingsplaatsen beperkt. Geografische omstandigheden beperkten de keuze tot het Nauw van Calais en de stranden van Normandië. Calais lag het dichtst bij het Verenigd Koninkrijk, de stranden daar waren het meest geschikt om te landen en de marsroute naar Duitsland was het kortst. Maar omdat een landing op deze kust erg voor de hand lag en Hitler ervan overtuigd was dat de geallieerden hier zouden landen, was dit stuk kust ook het zwaarst verdedigd. Dit gaf de doorslag in de keuze voor Normandië. Als gevolg van de mislukte Canadese aanval op Dieppe in 1942, werd besloten geen directe aanval op een havenstad te ondernemen. Landingen over een breed front in Normandië moesten een bedreiging vormen voor de haven van Cherbourg en havens in Bretagne. Daarna zou een aanval via Parijs naar de grens van Duitsland volgen. Normandië was minder zwaar verdedigd dan het Nauw van Calais en vormde een onverwachte maar strategische springplank die de Duitsers zou verwarren en tot versnippering van hun troepen zou kunnen leiden. Voor een geslaagde operatie was het nodig om gedetailleerde kaarten van de kustlijn te hebben. Maar aangezien de beschikbare Franse stafkaarten (1:80 000) dateerden van rond 1890 en niet voldoende detail bevatten, was het noodzakelijk nieuwe kaarten te maken. Met hulp van het Franse verzet en Britse verkenningsvluchten met Spitfires waarbij luchtfoto's werden genomen werden de geografie en de bewapening in kaart gebracht. De militaire cartografie is van cruciaal belang geweest voor het slagen van de invasie. Reeds in 1942 werd begonnen met het verzamelen van alle informatie en het maken van kaarten. In december 1943 werd generaal Eisenhower tot opperbevelhebber van de geallieerde invasiestrijdkrachten benoemd. In januari 1944 volgde de benoeming van generaal Montgomery als bevelhebber van de grondstrijdkrachten. Aanvankelijk zouden drie divisies vanuit zee landen, ondersteund door twee luchtlandingsbrigades. Montgomery breidde dit snel uit tot vijf divisies over zee en drie via de lucht. In totaal zouden 47 divisies voor de operatie worden ingezet; 26 divisies van Britten, Canadezen, Commonwealth-troepen en vrije Europeanen, en 21 Amerikaanse divisies. Onder bevel van admiraal Bertram Ramsay zouden bij de invasie meer dan 6000 vaartuigen worden ingezet, waaronder 4000 landingsvaartuigen en 130 oorlogsschepen voor de beschieting van de kust. Daarnaast zouden 12 000 vliegtuigen onder bevel van luchtmaarschalk Trafford Leigh-Mallory worden ingezet om de landingen te ondersteunen, inclusief 1000 transportvliegtuigen om de 20 000 parachutisten en luchtlandingstroepen over te brengen. 5000 ton bommen werd tegen de Duitse kustverdediging ingezet. Volgens documenten uit het Generaal Eisenhower Archief hebben (in totaliteit) 7000 schepen aan de invasie meegedaan, zowel de direct als niet-direct betrokken schepen In de eerste veertig dagen moesten de volgende doelen worden bereikt: een bruggenhoofd vestigen, inclusief de steden Caen en Cherbourg, waarbij Cherbourg belangrijk was vanwege de haven;[ uit het bruggenhoofd breken om Bretagne en de havens langs de Atlantische kust te bevrijden en verder op te rukken, met een frontlijn die zou lopen van Le Havre via Le Mans tot Tours. Na drie maanden moest een gebied zijn ingenomen dat werd begrensd door de rivieren de Loire in het zuiden en de Seine in het noordoosten.
    Om de Duitsers te misleiden zetten de geallieerden een massale afleidingscampagne op. De campagne kreeg de naam Operatie Fortitude en werd in twee delen gesplitst: Noord en Zuid. Operatie Fortitude Noord was bedoeld om de indruk te wekken dat de geallieerden Noorwegen wilden binnenvallen in samenwerking met de Russen. De Schotse generaal Andrew Thorne had de leiding over deze operatie. Er werd een Vierde Leger in het leven geroepen dat bestond uit acht divisies. Er werd een hoop nep-radioverkeer geproduceerd, dat de Duitsers af zouden moeten luisteren. Twee divisies moesten de haven van Narvik binnenvallen en de rest zou zich concentreren op Stavanger, verder in het zuiden. Door de Duitse spionnen in Groot-Brittannië, die inmiddels al betrapt waren en nu als dubbelspion werkten, werd gemeld dat er Russische officieren in Edinburgh waren.[12] Enkele eenheden die deel zouden nemen aan de invasie in Normandië doorliepen hun training in Schotland, waardoor het leek alsof er een grote troepenconcentratie was in het noorden van Groot-Brittannië.[ Hitler, die er zelf al van overtuigd was dat de geallieerden Noorwegen zouden binnenvallen en daarin nu werd bevestigd, bracht een aanzienlijk deel van zijn zee- en landstrijdkrachten naar Noorwegen, ver van de uiteindelijke plaats van de invasie.[ Het andere deel van het plan, Operatie Fortitude Zuid, behelsde een veel grotere list en was bedoeld om de Duitsers wijs te maken dat de invasie bij het Nauw van Calais zou plaatsvinden. In de buurt van Dover werd een geheel fictief Eerste Amerikaanse Legergroep gecreëerd, met nepgebouwen, nepuitrusting (waaronder opblaastanks) en misleidend radioverkeer.[ Generaal Patton werd als commandant van de eenheid benoemd.[ De Duitsers deden hun uiterste best om de juiste landingsplek te ontdekken en hadden een uitgebreid netwerk van geheim agenten in Zuid-Engeland. Dezen waren allemaal ontmaskerd door de Britten, en werden ingezet als dubbelspionnen om de Duitsers te misleiden. Ze bevestigden de Duitse vermoedens dat de invasie bij het Nauw van Calais zou plaatsvinden. Om deze illusie in stand te houden werd voorafgaand aan de eigenlijke invasie het gebied rond Calais veel zwaarder gebombardeerd dan de landingszones in Normandië. Op de avond van de landing wierpen geallieerde vliegtuigen namaak-parachutisten af boven Calais om verwarring te zaaien. Ook na 6 juni bleven de geallieerden radarinstallaties en verdedigingswerken rondom Calais intensief bombarderen.[] Lange tijd verkeerden de Duitsers in de veronderstelling dat de aanval in Normandië slechts een afleidingsmanoeuvre was. Op bevel van Hitler werden tankeenheden achter de hand gehouden om tegen de verwachte aanval bij Calais te worden ingezet. Omdat de geallieerden in de weken die voorafgingen aan de invasie vaak voor een vals alarm hadden gezorgd, werd het 'echte' alarm niet meer geloofd door het Duitse Zevende Leger, waardoor dit er te laat achter kwam dat de invasie wel degelijk was begonnen.[ Voor de landing in Normandië en het opruimen van de door de Duitsers aangelegde versperringen, werd onder leiding van Generaal-Majoor Percy Hobart een aantal speciale voertuigen ontwikkeld; onder meer de Duplex Drive Shermantank die bleef drijven en varend het strand kon bereiken; de Sherman Crab, een normale Shermantank met een (dors)vlegel voor de tank die alle mijnen opruimde zonder de tank te beschadigen; bruggenleggende Churchilltanks; en tanks die loopgraven konden opvullen en rijpaden konden aanleggen. Deze voertuigen werden ook wel Hobart's Funnies genoemd. Het plan voorzag ook in de bouw van twee kunstmatige Mulberryhavens om gedurende de eerste paar weken van de campagne, als er nog geen zeehavens veroverd zouden zijn, de noodzakelijke voorraden zo snel en efficiënt mogelijk aan land te kunnen brengen. Operatie PLUTO (Pipe Line Under The Ocean) bestond uit een serie onderzeese pijpleidingen die brandstof uit Engeland naar de invasiestrijdkrachten zou overbrengen.[ Britse 6de luchtlandingsdivisie, waaronder de 8ste en 9de parachutistenbataljons van de 3de parachutistenbrigade en de 1ste Canadese parachutistenbataljon, voert ten oosten van de rivier de Orne een luchtlanding uit per parachute en zweefvliegtuig om de oostelijke flank te beschermen. Britse speciale eenheden landen bij Ouistreham in de Queen Red sector, de meest oostelijke sector. De Britse 3de infanteriedivisie landt samen met de Britse 27ste pantserbrigade op Sword Beach, van Ouistrehamtot Lion-sur-Mer. Britse speciale eenheden landen ver westelijk van Sword Beach.
    De Canadese 3de infanteriedivisie, Britse 2de pantserbrigade en een marinecommando landen op Juno Beach, van St Aubin tot La Riviere. Het Britse 46ste Commando's bij Juno landt op een klif aan de oostelijke zijde van de monding van de rivier Orneom een daar gebouwde geschutsbatterij te vernietigen. (Het vuur van de batterij bleek zo verwaarloosbaar dat deze eenheid op zee werd gehouden als drijvende reserve, ze ging pas op D+1 aan land.) De Britse 50e divisie en de Britse 8ste pantserbrigade landen op Gold Beach, van La Rivière-SaintSauveur tot Arromanches. Commando 47 van de Royal Marines landt aan de westflank van Gold Beach. Het Amerikaanse vijfde legerkorps (US 1e Infanteriedivisie en de US 29e Infanteriedivisie) landen op Omaha Beach, van Sainte-Honorine-des-Pertes tot Vierville-sur-Mer. US 2e Ranger bataljon bij Pointe du Hoc. Het Amerikaanse zevende legerkorps (US 4e Infanteriedivisie met andere eenheden) landt op Utah Beach, rond Pouppeville en La Madeleine. De US 101e Luchtlandingsdivisie landt rond Sainte-Marie-du-Mont. De US 82e Luchtlandingsdivisie landt rond Sainte-Mère-Église, ter bescherming van de westelijke flank.
    Activiteiten van het Franse verzet, de Maquis, hielpen om de Duitse communicatie en aanvoerlijnen te ontregelen. Het Franse verzet had op 1 en 3 juni 1944 en dus enige dagen voor de landing - via de BBC-radio - het volgende codewoord (uit het gedicht Chanson d'automne van Paul Verlaine) ontvangen: "Les sanglots longs des violons de l'automne." Dat betekende dat de invasie binnen 48 uur zou plaatsvinden.[] Op 5 juni 1944 werd het tweede deel van het codewoord uitgezonden door Londen: "Blessent mon coeur d'une langueur monotone." De landing zou nu binnen 24 uur plaatsvinden.[17] De Duitse inlichtingendienst was al achter deze codewoorden gekomen en wist ook dat de landing aanstaande was. De Duitse inlichtingendienst merkte op dat het Franse verzet in opperste staat van paraatheid was gebracht en dat de codes van de geallieerden eerder waren gewijzigd dan voorheen het geval was. Dit alles maakte de invasie alleen maar waarschijnlijker. Maar hoe goed men van Duitse zijde ook was ingelicht, er werd niet goed op de waarschuwing van een naderende invasie gereageerd. Zelfs niet, toen de invasie in volle gang was.[
    Landingsvoertuigen lossen goederen op Omaha Beach, bij laag water tijdens de eerste dagen van de operatie. Het gehele kustgebied was door de Duitsers uitgebreid versterkt, als onderdeel van hun Atlantikwall. Dit gold ook voor de stranden en de zee vlak voor de kust. Hierdoor was het noodzakelijk de aanval bij laag water uit te voeren, om de versperringen te kunnen ontdekken en onschadelijk te kunnen maken. Het gebied werd door vier divisies bewaakt, waarvan er slechts één (de 352e Infanteriedivisie) in goede conditie was. Veel andere divisies bevatten Duitse manschappen die om medische redenen niet geschikt geacht werden voor actieve dienst aan het oostfront, en andere nationaliteiten, vooral Russen, die liever in Duitse dienst getreden waren dan hun leven in een krijgsgevangenkamp door te brengen. De 21e Panzer-Division bewaakte Caen, en de 12e SS-Panzer-Division was in het zuidoosten gestationeerd. De soldaten van deze laatste waren allen in 1943 op 16-jarige leeftijd direct uit de Hitlerjugend gerekruteerd. In de komende gevechten zouden ze een reputatie van felheid en fanatisme verwerven. Een gedeelte van het gebied achter Utah Beach was door de Duitsers onder water gezet (inundatie) als voorzorgsmaatregel tegen parachutistenlandingen. Voorafgaand aan de strijd hadden de geallieerden het gebied zorgvuldig in kaart gebracht, waarbij ook veel zorg besteed was aan de weersgesteldheid rond Het Kanaal. Voor de operatie was eb nodig en goed zicht. D-Day werd oorspronkelijk bepaald op 5 juni 1944, maar slecht weer noopte tot uitstel.
    Op 6 juni waren de weersomstandigheden niet veel beter, maar generaal Eisenhower koos ervoor om niet tot de volgende volle maan te wachten. Deze beslissing hielp bij het verrassen van de Duitsers, omdat hun experts, gelet op de weersomstandigheden, geen aanval verwachtten. Rommel was zelfs op 4 juni naar Duitsland vertrokken om thuis de 50e verjaardag van zijn vrouw te viere In november 1943 besloot Hitler dat de dreiging van een invasie in Frankrijk niet langer kon worden genegeerd. Alles wat Duitsland nog aan pantserreserves kon vrijmaken, werd gereserveerd voor de opbouw van een pantserstrijdmacht in Frankrijk. Zo had alleen al de dreiging van een invasie als gevolg dat Duitsland aan het oostfront geen enkel strategisch initiatief kon ondernemen. Veldmaarschalk Erwin Rommel werd aangesteld als Inspecteur van de kustverdediging en later als commandant van Heeresgruppe B, de grondstrijdkrachten die waren belast met de verdediging van Noord-Frankrijk.[ Rommel was ervan overtuigd dat een invasie alleen kon worden gestopt door een tegenaanval op de stranden. Dit diende zo vroeg mogelijk te geschieden, met pantservoertuigen of met sterke ondersteuning daardoor, als de vijand nog geen gelegenheid had gehad een stevig bruggenhoofd op te bouwen. Rommel wilde dan ook de beschikbare pantsereenheden zo dicht mogelijk bij de kust stationeren.[] Maar Rommels bevoegdheden waren tamelijk beperkt, doordat hij geen opperbevelhebber van de Duitse strijdkrachten in het westen was: die titel was voorbehouden aan veldmaarschalk Gerd von Rundstedt. Von Rundstedt gaf de voorkeur aan een legering van de pantsertroepen dieper in het achterland, zodat eerst de aanvalsrichting van de vijandelijke troepen kon worden bepaald, waarna een krachtige tegenaanval kon worden gelanceerd.[19] Von Rundstedt werd in zijn visie gesteund door de commandant van 'Pantsergroep West', Geyr von Schweppenburg, die op zijn beurt gesteund werd door generaal-kolonel Heinz Guderian, de inspecteur-generaal van de pantsertroepen.[ Dit verschil in opvattingen had te maken met de oorlogservaring van de verschillende bevelhebbers. Von Rundstedt en Guderian hadden hun frontervaring opgedaan in een periode dat de Luftwaffe een overweldigend luchtoverwicht had. Rommel had juist ervaren hoezeer de geallieerden hun overwicht in de lucht wisten uit te buiten. Ten tijde van de invasie bestond de Duitse luchtverdediging van de NoordFranse kust uit slechts 169 vliegtuigen, omdat de vliegvelden in dit gebied reeds lang onderhevig waren aan voortdurende geallieerde bombardementen. De Luftwaffe zou op 6 juni slechts twee acties uitvoeren. Om aan de discussie een eind te maken, splitste Hitler de zes beschikbare pantserdivisies in NoordFrankrijk op. Drie werden onder direct bevel van Rommel geplaatst; de andere drie werden op afstand gelegerd en konden niet zonder de directe toestemming van Hitlers persoonlijke staf worden ingezet.[ Het Duitse opperbevel kampte met een tekort aan manschappen en probeerde dit gebrek te verhelpen met het bouwen van bunkers voor meerdere doeleinden. Deze muur van bunkers werd de Atlantikwall genoemd, omdat het van Noord-Noorwegen tot aan de grens van Frankrijk met Spanje liep. De plannen om een groot aantal versterkte posities, bunkers, artilleriestukken, luchtafweergeschut, versperringen en barrières vlak langs de kust te bouwen, waren al eind 1941 gereed. Noorwegen had toen al een verdedigingslinie aan de kust liggen. Deze was al direct na de Duitse inval opgezet. Zoals eerder bij de bouw van soortgelijke installaties in Noorwegen, werden in de daaropvolgende jaren honderdduizenden buitenlandse en Duitse arbeidskrachten ingezet om de Atlantikwall te bouwen. Deze (dwang)arbeiders stond onder toezicht van Organisation Todt. De hoofddoelen waren: 1.Het versterken van de Frans-Belgische kustlijn 2.Het versterken van alle sectoren langs Het Kanaal Er werd in een zeer hoog tempo gebouwd. Dit zorgde ervoor dat op de dag dat de invasie plaatsvond, er 12.247 van de 15.000 geplande verdedigingswerken klaar waren.[20] Ook waren er 943 fortificaties aan de Middellandse Zeekust gebouwd. Tevens hadden de Duitsers op de verschillende stranden meer dan 500.000 versperringen gebouwd en 6,5 miljoen mijnen gelegd. Dit was allemaal het idee van veldmaarschalk Rommel, die er alles aan deed om de kust te veranderen in één groot verdedigingswerk. Rommel was ervan overtuigd, net als de andere Duitse legerleiders, dat de landing zou plaatsvinden in het Nauw van Calais. Dit had tot gevolg dat hij dit gebied, waar het 15de leger was gestationeerd, het
    zwaarst liet versterken. Daardoor was de verdediging van het 7e leger, waar de geallieerden daadwerkelijk aan land kwamen, verzwakt. Dit waren echter niet de enige problemen. De Duitsers hadden grote problemen met het kustgeschut, dat een groot bereik over zee moest hebben. Dit was niet het geval en daarbij kwam ook nog het feit dat de tweede verdedigingslinie, die 20 tot 30 kilometer landinwaarts was aangebracht, slechts voor een deel klaar was. Verder had het versterken van de grote havens in Cherbourg, Brest, Lorient en Saint-Nazaire erg veel mankracht en materieel opgeslokt, omdat de Duitsers dachten dat de geallieerden dicht bij een grote haven zouden landen. De Duitsers hadden veel hindernissen aan de kust opgesteld. Deze vormden voor de geallieerden op D-Day een groot probleem. De hindernissen waren primitief en vergden veel arbeidskracht, maar de versperringen waren goedkoop, makkelijk te maken en, wellicht het belangrijkste, zeer effectief. De hindernissen waren bij vloed niet te herkennen en alleen bij eb zichtbaar. De Duitsers hadden de verdedigingslinie als volgt opgebouwd: Het dichtst bij de zee stond een rij grote houten palen, gericht op zee en aan de kop zaten mijnen bevestigd.[ Achter deze houten palen zaten hindernissen gemaakt van drie boomstammen.[ Hierna volgde de Tetrapoden; piramidevormige hindernissen gemaakt van ijzeren balken.[ Deze werden gevolgd door Tsjechische egels; hindernissen bestaande uit drie ijzeren balken, die in het midden aan elkaar waren bevestigd. Deze 1,5 meter hoge constructies waren ontworpen om landingsvaartuigen en tanks tegen te houden.[ Als laatste obstakel in zee waren Belgische poorten neergelegd. Dit waren poortvormige ijzeren constructies, gesteund door een onderstel bestaande uit ijzeren balken.[ Op de stranden hadden de Duitsers grote mijnenvelden aangelegd en hier en daar lagen Tsjechische egels.[ Boven op de duinen en kliffen hadden zich Duitse mitrailleursnesten en geschutstellingen gevestigd.[ De mijnen werden door de Duitsers ook gebruikt op verschillende soorten mijnvlotten. Dit waren goed doordachte constructies die bedoeld waren om landingsvaartuigen al ver voor de kust op te blazen. Achter deze verdedigingswerken, verder landinwaarts, stonden de verschillende divisies van het leger al klaar om met de doorgebroken vijand af te rekenen. Maar in Normandië waren deze divisies erg zwak, aangezien de Duitse legerleiding dacht dat de invasie zou plaatsvinden rond de grote havens of in het Nauw van Calais. Daardoor hadden ze de sterkere divisies rondom de havenplaatsen gestationeerd en de zwakkere divisies aan de Normandische kust neergezet. De 716e Infanteriedivisie verdedigde de oostelijke helft van de landingszone, inclusief de meeste Britse en Canadese stranden. Deze divisie bestond voornamelijk uit voor het oostfront afgekeurde Duitse soldaten en uit soldaten van andere nationaliteiten, zoals Polen en Russische gevangenen.
    De 352e Infanteriedivisie verdedigde het gebied tussen Bayeux en Carentan, inclusief Omaha Beach. In tegenstelling tot veel andere divisies in dit gebied, was de 352 Infanteriedivisie een goed getrainde en uitgeruste divisie die veel oostfrontveteranen bevatte. De divisie werd in november 1943 opgericht en moest al gauw anti-invasie trainingen ondergaan. Deze waren er speciaal op gericht om gelande troepen direct terug in zee te drijven. Het 6e Parachutistenregiment verdedigde de belangrijke verbindingsstad Carentan. Zij moesten voorkomen dat de Amerikaanse troepen van Omaha Beach contact zouden maken met de Amerikaanse troepen van Utah Beach. Het regiment stond onder leiding van majoor Friedrich August von der Heydte. De 91e Luchtlandingsdivisie verdedigde het schiereiland Cotentin, waarin zich het gebied van de Amerikaanse luchtlandingen bevond. De divisie was een samenvoeging van het 1057e en 1058e Infanterieregiment en stond onder leiding van generaal-majoor Wilhelm Falley. Het was een normale infanteriedivisie en was getraind en uitgerust om door de lucht te worden vervoerd. De 709e Infanteriedivisie verdedigde het oostelijke en noordelijke deel van Cotentin, waaronder Cherbourg en Utah Beach. De divisie was een samenvoeging van het 729e, 739e en 919e
    Infanterieregiment en stond onder leiding van Generaal-Luitenant Karl-Wilhelm von Schlieben. Evenals de 716e Infanteriedivisie, bestond deze divisie uit afgekeurde Duitse soldaten en troepen uit het oosten. 243e Infanteriedivisie verdedigde de westelijke helft van Cotentin. Hier landden geen geallieerde troepen en de divisie werd later ingezet tegen de Amerikaanse luchtlandingstroepen en de gelande troepen op Utah Beach. De divisie stond onder leiding van Generaal-Luitenant Heinz Hellmich en omvatte het 920e Infanterieregiment (twee bataljons), het 921e Infanterieregiment en het 922e Infanterieregiment 711e Infanteriedivisie verdedigde het westelijk deel van de Pays de Caux en dus ook de belangrijke havenstad Le Havre. De divisie was een samenvoeging van het 731e Infanterieregiment en het 744e Infanterieregiment. 30e Mobiele Brigade bevatte drie fietsbataljons en stond onder leiding van Oberstleutnant Freiherr von und zu Aufses Het succes van de amfibische landing hing voor een groot deel af van de luchtlandingen. De luchtlandingstroepen kregen de taak om achter de kustverdediging enkele belangrijke punten in te nemen, zoals bruggen en wegen. Hiermee kon de vorming en uitbreiding van het bruggenhoofd worden versneld. Bovendien zouden de Duitsers daardoor geen grootschalige tegenaanvallen kunnen lanceren. Zonder stevig bruggenhoofd waren de troepen die op de stranden landden namelijk zeer kwetsbaar bij een tegenaanval. De luchtlandingstroepen werden achter de stranden gedropt, om de druk op de strandlandingstroepen te beperken. In enkele gevallen wisten de troepen ook de Duitse kustverdediging te neutraliseren, zoals uiteindelijk op Omaha Beach, waar de Amerikanen vanuit zee niet door de Duitse verdedigingslinie heen kwamen. De Amerikaanse luchtlandingstroepen, de 82e en 101e Luchtlandingsdivisie, kregen taken toegewezen ten westen van Utah Beach. De Britse 6e Luchtlandingsdivisie kreeg doelen toegewezen aan de oostelijke flank van de landingsplaatsen.
    De Britse 6e Luchtlandingsdivisie was de eerste grote eenheid die in actie kwam, namelijk om 00:10. Hun doelen waren de Pegasusbrug en andere bruggen over de rivieren die de oostflank van het landingsgebied bestreken, en een geschutsbatterij bij Merville.[ De kanonnen van de batterij werden vernield, en de bruggen werden gehouden tot de divisie later op 6 juni werd afgelost. Aan de oostelijke flank was het open, vlakke gebied tussen de Orne en Dives ideaal voor Duitse tegenaanvallen. Tussen het amfibische landingsgebied en deze vlakte liep de Orne, die vanuit Caen in noordoostelijke richting naar de baai van de Seine loopt. De enige manier voor de Duitsers om deze rivier over te steken, was over de bruggen nabij Bénouville en Ranville. Deze lagen zeven kilometer van de kust verwijderd, maar was voor de Duitsers de enige weg om een tegenaanval te lanceren op de oostelijke flank. De bruggen waren voor de geallieerden eveneens van vitaal belang. Ze hadden de bruggen nodig bij een aanval op Caen, indien deze vanuit het oosten zou worden gelanceerd. De geallieerden besloten daarop om luchtlandingstroepen in te zetten. Aangezien dit gebied direct achter de Brits-Canadese sector lag, werd besloten om hier Britse luchtlandingstroepen in te zetten. De Britse 6e Luchtlandingsdivisie kregen de volgende tactische doelen: 1.De bruggen nabij Bénouville en Ranville intact veroveren.[ 2.De weg naar de stranden afsluiten voor een tegenaanval met pantsertroepen.[ 3.De Merville Batterij, die Sword Beach bedreigde, veroveren.[ 4.Vijf bruggen over de Dives vernietigen, om Duitse troepenverplaatsingen in het oosten te vertragen of beperken.[ De luchtlandingstroepen landden kort na middernacht op 6 juni en kwamen direct in aanraking met Duitse troepen van de 716e Infanteriedivisie. Bij het aanbreken van de dag ondernam de Duitse 21e Pantserdivisie een tegenaanval vanuit het zuiden. De tegenaanval vond plaats aan beide zijdes van de Orne. De luchtlandingstroepen hadden inmiddels al een verdedigingsgordel opgezet rond de bruggen.
    Ondanks zware verliezen wisten de Britse troepen stand te houden. Later op de dag werden de troepen versterkt met commando's van de 1st Special Service Brigade. De Duitsers lanceerden nog kleine tegenaanvallen, maar de Britten wisten eenvoudig stand te houden. Aan het einde van D-Day had de 6e Luchtlandingsdivisie al haar doelen bereikt. In de volgende dagen wisten de Britten, ondanks verwoede Duitse tegenaanvallen, stand te houden. De eerste dagen probeerden de Duitsers de Britten nog van hun posities te verdrijven, maar na 12 juni ondernamen de Duitse troepen geen serieuze acties meer om het Britse bruggenhoofd bij Ranville te doorbreken. De luchtlandingstroepen, inmiddels aangevuld met grondtroepen, hielden tot begin september stand, alvorens ze definitief werden ontzet.
    De Amerikaanse 82e en 101e Luchtlandingsdivisie, gezamenlijk ongeveer 14.000 manschappen, hadden het minder makkelijk.[] De troepen landden gedeeltelijk als gevolg van de onervarenheid van de piloten en gedeeltelijk vanwege het moeilijke terrein zeer verspreid en ongeorganiseerd. Sommigen kwamen in de onder water gezette gebieden of zelfs in zee terecht. Het werd al snel duidelijk dat niet alle doelen op tijd gerealiseerd konden worden. Als eerste werden drie regimenten van de 101e Luchtlandingsdivisie gedropt. Dit gebeurde tussen 00:48 en 01:40 uur. Ze werden snel gevolgd door troepen van de 82e Luchtlandingsdivisie, die landden tussen 01:51 en 02:42. Elke operatie omvatte ongeveer 400 C-47's. Vlak voor het aanbreken van de dag landden ook nog troepen per zweefvliegtuigen, die antitankwapens en extra munitie meebrachten. Tijdens de avond landden nog eens twee artilleriebataljons per zweefvliegtuig. Ze namen 24 houwitsers met zich mee, die de komende dagen ingezet zouden worden. Na 24 uur kwamen slechts 2000 man van de 82e en 2500 man van 101e Luchtlandingsdivisie georganiseerd in actie. Vele andere zwierven en vochten nog dagen na de landing ongeorganiseerd achter de Duitse linies.[25] Het feit dat de Amerikanen overal verspreid waren geland had de Duitsers echter ook verward, zodat ze geen grootschalige tegenaanvallen durfden te ondernemen. Ook hielp het dat de Duitsers gebieden onder water hadden gezet. Aanvankelijk hadden ze dit gedaan voor hun eigen verdediging, maar naderhand hielp het de Amerikaanse troepen. Het gebied dat onder water was gezet, dekte de Amerikaanse zuidelijke flank. De luchtlandingstroepen vochten enkele dagen achter de vijandelijke linies. Veelal werd er geopereerd in kleine groepen. Vaak waren het ook nog mannen uit verschillende compagnieën, bataljons, regimenten of zelfs divisies. De 82e Luchtlandingsdivisie bezette de plaats Sainte-Mère-Église op de vroege morgen van 6 juni, wat de stad de titel van eerste bevrijde stad van de invasie opleverde. De vierde commando-eenheid ging aan land, geleid door eenheden van de Vrije Franse strijdkrachten, zoals zij onderling waren overeengekomen.[ De troepen hadden afzonderlijke doelen in Ouistreham; de Fransen een kazemat en het casino, dat als hoofdkwartier van de Duitsers fungeerde, en de Britten twee batterijen die het landingsgebied bestreken. De kazemat bleek te sterk voor de PIAT (Projector Infantry Anti Tank) draagbare granaatwerpers, maar het casino werd genomen met hulp van een Centaur genietank. De Britse commando's bereikten beide batterijen en ontdekten dat de kanonnen waren verwijderd. Het afronden van de operatie aan de infanterie overlatend, trokken de commando's zich uit Ouistreham terug om zich bij de parachutisten van de zesde luchtlandingsdivisie te voegen.[
    Op Sword Beach kwamen de Britten en 177 Fransen met flinke verliezen aan land. De Duitse verdedigingswerken bij la Bréche werden om 10.00 uur veroverd. Door Duitse tegenaanvallen kwamen de troepen een paar minuten te laat op Sword aan, maar nog wel op tijd om te helpen bij de verdediging van de bruggen bij Bénouville. Hierna boekten ze echter slechts langzaam voortgang. Aan het eind van de dag waren ze nog geen acht kilometer landinwaarts opgerukt. Ook Caen, een belangrijk doelwit, was aan het eind van de dag nog in Duitse handen.[
    De Canadese en Britse strijdkrachten die op Juno Beach landden, werden geconfronteerd met 11 zware batterijen van 155mm geschut en negen middelzware batterijen met 75mm kanonnen, evenals
    met machinegeweernesten, geschutsbunkers, en andere betonnen fortificaties, en een zeemuur die twee keer zo hoog was als op Omaha Beach. De eerste aanvalsgolf leed 50% verlies, het hoogste percentage van alle stranden, met uitzondering van Omaha Beach. Ondanks de tegenstand, de Duitse versterkingen en de obstakels, slaagden de Canadezen en Britten er binnen enkele uren in om het strand achter zich te laten en hun opmars landinwaarts te beginnen.[ De 1st Hussars van het zesde Canadese pantserregiment waren de enige Geallieerde eenheid die op 6 juni de gestelde doelen voor de dag haalden, toen ze de weg Caen-Bayeux, 12 km landinwaarts, bereikten.[ Tegen het eind van D-Day waren er 14.000 Canadezen aan land gegaan, en de derde Canadese divisie was verder in Frankrijk doorgedrongen dan welke andere geallieerde eenheid ook. . Op Gold waren de verliezen ook zeer hoog, gedeeltelijk doordat de drijvende Shermantanks vertraging opliepen, gedeeltelijk doordat de Duitsers een direct aan zee liggend dorp zwaar hadden versterkt. De 50e divisie overwon evenwel deze problemen en was aan het eind van de dag bijna tot de buitenwijken van Bayeuxgevorderd.[27] Na de Canadezen kwamen zij het dichtst bij de gestelde doelen. Commando-eenheid No.47 was de laatste Britse commando-eenheid om aan land te gaan op Gold, ten oosten van Le Hamel. Hun taak was om landinwaarts op te rukken, en dan af te slaan naar het westen. Hier dienden zij 10 mijl door vijandelijk gebied op te rukken en de kusthaven van Port en Bessin vanaf de landzijde aan te vallen. Deze kleine haven, aan de uiterste westelijke zijde van de Britten, lag goed verscholen tussen de kalkrotsen.
    Op Omaha Beach had de Amerikaanse 1e infanteriedivisie het zwaar te verduren. De drijvende Shermantanks waren vrijwel allemaal al voor het bereiken van de kust verloren gegaan.[] Het zeer zware bombardement had de Duitse versterkingen gemist. Hun tegenstander, de 352ste infanteriedivisie, was de beste van alle divisies die langs de stranden gelegerd waren, en had posities op steile kliffen die het strand overzagen.[ De divisie verloor meer dan 4000 man. Desondanks hergroepeerden de overlevenden zich, wisten door de strandverdediging te breken en begonnen landinwaarts op te rukken. Een beslissende rol hierbij speelden de geallieerde torpedobootjagers, die, voor zover hun diepgang dat toestond, de Duitse kazematten zo dicht mogelijk naderden en ze dan met direct vuur het zwijgen oplegden. Eisenhower had al op het punt gestaan verdere landingen op deze plek af te gelasten.
    In schrille tegenstelling hiermee stonden de verliezen op Utah Beach. Van de 23.000 man die aan land gingen, kwam slechts 197 man om; de geringste verliezen van alle stranden. Hier had het bombardement door middelzware bommenwerpers zijn doel wél getroffen en waren de landingstroepen per toeval op een betere plaats geland. De beoogde landingsplaats was 1 km naar het noorden waar betere verdedigingswerken en meer bunkers lagen. De aanval op Utah Beach verliep in vier verschillende golven: De eerste aanvalsgolf bestond uit twintig landingsvaartuigen van het type LCVP's (Landing Craft Vehicle Personnel, platbodems met aan de voorkant een brede klep om zover mogelijk het strand op te komen), met elk dertig manschappen.[ De tweede aanvalsgolf bestond uit 32 LCVP's, waaronder ook genietroepen.[ De derde aanvalsgolf, die een kwartier na de eerste landing aankwam, bestond uit acht LCT's met gepantserde voertuigen.[ De vierde aanvalsgolf was voornamelijk samengesteld uit detachementen van het 237e en 299e geniebataljon. Zij kregen de taak om de stranden te zuiveren.[ Ook in de sector Utah rukten de troepen landinwaarts op en maakten verbinding met een deel van de luchtlandingsdivisies aldaar
    Het doel van het Amerikaanse tweede Ranger-bataljon was de massieve betonnen rotsbatterij bij Pointe du Hoc. De taak was om onder vijandelijk vuur de 30 meter hoge kliffen met touwen en ladders te beklimmen, en dan de kanonnen aan te vallen en te vernietigen.] Men nam aan dat deze zowel de Omaha- als Utah-sector bestreken. De versterkte posities werden bereikt, maar de kanonnen waren niet in de bunkers, want ze waren op een eerder moment door de Duitsers ongeveer 1 kilometer naar achter verplaatst en werden uiteindelijk toch vernietigd. De verliezen van de Rangers bedroegen bijna 50 procent. De Nederlandse betrokkenheid bij de invasie was bescheiden en bestond aanvankelijk alleen uit een klein aantal schepen en vliegtuigen. De kanonneerboten Flores en Soemba, die zich eerder de bijnaam Terrible Twins hadden verworven, gaven, dicht onder de Franse kust, vuursteun. De kruiser Sumatra werd voor de kust van Normandië tot zinken gebracht om te dienen als kunstmatige golfbreker om het aanleggen van een tijdelijke haven te vergemakkelijken. In de lucht was het Nederlandse 320e squadron van de Marine Luchtvaartdienst, dat B-25 Mitchellbommenwerpers vloog, onder de eerste eenheden die aan D-Day deelnamen. Het squadron leed (verhoudingsgewijs) forse verliezen bij de invasie: 25 man en acht B-25's. Verder waren dertien Nederlandse motortorpedoboten betrokken om landingsschepen te beschermen en nam een twintigtal schepen van de Nederlandse koopvaardij deel. In augustus kreeg de operatie een Nederlandse impuls. Op 26 augustus bevrijdde de Prinses Irene Brigade Pont-Audemer. De Fransen schrijven deze bevrijding van het plaatsje toe aan de Nederlanders, ook al beweerden de Belgen enkele jaren geleden dat de prestatie op het conto kwam van het tweede peloton van het Belgische Eskadron pantserwagens.[bron?]Volgens generaal Rudi Hemmes, destijds zelf ter plekke, ging het echter om Belgische voertuigen met daarin Nederlandse soldaten. De brigade bestond uit 1200 man. Op 22 augustus 1944 bevrijdden 2500 soldaten van de Belgische 1e Infanteriebrigade (ook Brigade Piron genoemd) de badplaats Deauville. Ook namen het 349ste en het 350ste Belgische luchtmacht eskader deel aan D-Day. Ze gaven luchtdekking aan troepen op de grond.



















    06-06-2018 om 09:30 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 6 juni vrijheidsbeeld

    Het (Amerikaanse) vrijheidsbeeld komt op 6 juni 1885 op het Franse schip 'Isere' aan in New York. Het Vrijheidsbeeld (Engels: Statue of Liberty) is een standbeeld in de New York Bay. Het beeld staat symbool voor de vrijheid, een van de kernwaarden van de Verenigde Staten, en geldt bovendien als een teken van verwelkoming van iedereen: terugkerende Amerikanen, gasten en immigranten. Het 46 meter hoge beeld (93 meter als de sokkel wordt meegerekend) met een gewicht van 225 ton was een geschenk van Frankrijk ter ere van het eeuwfeest van de Onafhankelijkheidsverklaring en ook als teken van vriendschap. Op de plaquette in haar linkerhand staat "JULY IV MDCCLXXVI", de datum (4 juli 1776) van de verklaring in Romeinse cijfers. Op het voetstuk staat het sonnet The new Colossus (1883) van de Joodse dichteres Emma Lazarus, met de bekende regel Give me your tired, your poor, die de Amerikaanse gastvrijheid zou uitdrukken. In de Jardin du Luxembourg in Parijs bevindt zich het originele beeld, dat stamt uit 1870 en door Frédéric Bartholdi, een Frans ontwerper en beeldhouwer, is gebruikt als basis voor de grote zuster in de VS. De moeder van Bartholdi zou model hebben gestaan. De grote variant voor de VS werd voorzien van een staalconstructie, ontworpen door Gustave Eiffel. De volledige naam van het beeld luidt in het Frans La liberté éclairant le monde (de Vrijheid die de wereld verlicht) en in het Engels Liberty Enlightening the World. Oorspronkelijk was het bedoeld als reusachtige vuurtoren aan de noordelijke ingang van het Suezkanaal, maar Egypte had er geen geld voor. Het beeld werd in juli 1884 voltooid in Frankrijk, en ten geschenke gegeven aan de Verenigde Staten. In juni 1885 arriveerde het beeld in de haven van New York, na een reis over de Atlantische Oceaan te hebben gemaakt aan boord van het Franse fregat Isere. Tijdens deze reis bestond het beeld uit 350 stukken, verdeeld over 214 kratten. In april 1886 was het nieuwe voetstuk klaar. In een tijdsbestek van 4 maanden werd het beeld weer in elkaar gezet. Op 28 oktober 1886 werd het Vrijheidsbeeld ingehuldigd.[3] Het bestaat geheel uit koperen platen die bevestigd zijn aan een geraamte. Maurice Koechlin, een naaste medewerker van Eiffel, kreeg de leiding bij het vervaardigen van de constructie. De sokkel werd van graniet gemaakt, naar een ontwerp van de Amerikaanse architect Richard Morris Hunt.[4] De kroon bestaat uit zeven punten, symbool voor de zeven continenten en zeeën. Op 15 oktober 1924 werd het standbeeld samen met Fort Wood tot National Monument bestempeld. Het Vrijheidsbeeld werd Statue of Liberty National Monument. In 1935 werd heel Bedlou's Island hieraan toegevoegd en omgedoopt tot Liberty Island. Op 11 mei 1965 werd ook Ellis Island aan dit National Monument toegevoegd. Van 1984-1986 is het beeld gerestaureerd, waarbij de toorts met de 24-karaats bladgouden vlam is vervangen. Sinds 1984 staat het Vrijheidsbeeld op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Na de aanslagen op 11 september 2001 is het beeld enige jaren gesloten geweest voor het publiek. In 2003 werd het toen 118 jaar oude monument wederom gerestaureerd, vooral om de veiligheid van de bezoekers te vergroten en het behoud van het beeld te waarborgen. Sinds de zomer van 2004 is het Vrijheidsbeeld weer te bezoeken. Er is een veerverbinding van Battery Park op het zuidpuntje van Manhattan naar Liberty Island, het eiland waarop het Vrijheidsbeeld staat, en naar Ellis Island, waar de aankomsthallen voor immigranten te bezichtigen zijn. Op Onafhankelijkheidsdag (4 juli) 2009 is ook de kroon van het Vrijheidsbeeld, voor het eerst sinds 11 september 2001, weer opengesteld voor het publiek Een kopie van 11,5 meter hoog bevindt zich in Parijs, op het Île aux Cygnes in de Seine, vlak bij de Eiffeltoren. Dit beeld werd onthuld in 1885. Omdat toen het bronzen beeld nog niet klaar was, werd een gipsen kopie gebruikt. Het definitieve beeld werd in 1889 geplaatst. Hoewel Bartholdi het in de richting van haar zusterbeeld in het westen wilde laten kijken, werd het beeld aanvankelijk naar de
    Eiffeltoren gericht om te voorkomen dat het met de rug naar het presidentiële paleis, het Élysée, zou komen te staan. Bij de wereldtentoonstelling van 1889 is het beeld uiteindelijk omgedraaid; het is nu gericht op New York. Afgezien van het verschil in grootte, is het verschil met het beeld in New York dat de Parijse kopie een boek in de hand houdt dat zowel de datum van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring toont (4 juli 1776), als de datum van de Franse Revolutie (14 juli 1789). Een 2,50 meter hoge kopie is in 1913 geplaatst in Saint-Cyr-sur-Mer. Daarnaast bevinden zich kopieën, allemaal op minder dan ware grootte, te Barenti, Colmar(de geboorteplaats van Bartholdi), Lunel, Poitiers en Roybon. In het Franse dorp Châteauneuf-la-Forêt (Haute-Vienne 87130) bekroont een kleine kopie sinds 1922 het plaatselijke Monument aux Morts. Een exacte kopie van de vlam van het Vrijheidsbeeld is te zien nabij de Pont de l'Alma in Parijs. Deze Vrijheidsvlam is jarenlang beplakt met gedachtenissen aan prinses Diana die bij de Alma-tunnel verongelukte en later overleed. Hoewel de eerste beplakkingen verwijderd zijn, wordt de Vrijheidsvlam nog steeds als officieus herdenkteken voor prinses Diana beschouwd. Er worden nog regelmatig boodschappen en bloemen bij het monument achtergelaten. Op het Plein van de Hemelse Vrede werd bij het studentenprotest van 1989 ook een Vrijheidsbeeld opgericht, maar dat werd bij het breken van het protest opgeruimd. In de Verenigde Staten zelf staat een kopie voor het New York-New York Hotel & Casino in Las Vegas, Het Deense Billund herbergt een plastic versie van het beeld. Dit beeld bestaat geheel uit de kleine bouwsteentjes van LEGO en staat in Legoland. Ook in Tokio staat een kopie. In het attractiepark Heide-Park in Duitsland staat tevens een kopie. Het beeld staat midden in een vijver en op de plaquette staat de naam van het park geschreven. In Nederland staat in Assen tijdelijk een versie van het beeld, gemaakt door beeldhouwer Natasja Bennink. Haar interpretatie vertoont specifiek Drentse kenmerken, zoals een blik bruine bonen in plaats van de fakkel en zes punten op de kroon, die verwijzen naar de zes middeleeuwse rechtsdistricten van de provincie. Het standbeeld is van 19 november 2017 tot 27 mei 2018 te zien, zolang in het Drents Museum een tentoonstelling loopt over het naoorlogs Amerikaans Realisme.







    06-06-2018 om 09:27 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 5 juni internetcafe
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    5 juni 2000 opening eerste internetcafe La Bastille opent eerste Internetcafé in Amsterdam EasyEverything en KPN vechten al maanden om de eer, maar het door Sun gesponsorde café La Bastille in Amsterdam gaat er met de eer vandoor. Daar komt het eerste grootschalige Internetcafé van Nederland. De 37 werkplekken worden uitgerust met de Sun Ray enterprise appliance, plug & play apparaten.
    Geheel nieuw is de wijze waarop betalingen door bezoekers kunnen worden verricht. Als eerste in Nederland introduceert het internetcafé La Bastille de zogenaamde Smart card. Bij binnenkomst ontvangt de bezoeker een persoonlijke kaart waarop niet alleen de kosten van het Internet-gebruik worden geregistreerd, maar ook de kosten van consumpties.
    Het internetcafé richt zich op een zeer breed publiek: scholieren en studenten, toeristen, maar ook zakenmensen. Het café wordt gehost door provider WideXS. Wat een uur toegang gaat kosten is nog niet bekend.
    De initiatiefnemers van dit Internetcafé zijn op zoek gegaan naar een combinatie tussen het authentieke Amsterdamse bruincafé en aspecten van het moderne van de 21e eeuw. Het resultaat is een oud Amsterdams grachtenpand nabij het Leidseplein, dat ingericht is in "oude stijl": houten meubelen, vloeren en plafonds, grove bakstenen, een kroonluchter en donkere gewelven. Het geheel is gecombineerd met moderne accenten. Het pand is een ontwerp van Architect Michel Ruigrok van architectenbureau Wim Klaasen uit Amsterdam. Het café is gevestigd aan de Lijnbaansgracht 246.

    05-06-2018 om 10:56 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 5 juni reagen

    5 juni Ronald Reagen Ronald Wilson Reagan (Tampico (Illinois), 6 februari 1911 – Los Angeles, 5 juni 2004) was de 40e president van de Verenigde Staten van 1981 tot 1989. Reagan ging, na een carrière als filmacteur, in de politiek. Als lid van de Republikeinse Partij was hij van 1967 tot 1975 de 33e gouverneur van Californië, alvorens hij als opvolger van de Democraat Jimmy Carter de 40e president van de Verenigde Staten werd en twee ambtstermijnen – van 1981 tot 1989 – in deze functie de Verenigde Staten regeerde. Reagans eerste termijn als president werd vooral gekenmerkt door een aanbodeconomisch beleid, later Reaganomicsgenoemd, met een nadruk op belastingverlagingen om economische groei te stimuleren, beperkingen op het geldaanbod om de inflatie te verlagen, het dereguleren van de economie, een afname van overheidsuitgaven en een beperking van de macht van vakbonden. Hij werd in 1984 herkozen als president. Zijn tweede termijn werd overheerst door buitenlandse gebeurtenissen, zoals het einde van de Koude Oorlog, de door hem uitgevoerde bombardementen op Libië in 1986 en het aan het licht komen van de Iran-Contra-affaire waardoor zijn regering grote imago-schade opliep: het bleek dat in het geheim wapens aan Iran geleverd waren, met de opbrengst waarvan de opstandelingen in Nicaragua gefinancierd waren. Reagan omschreef de SovjetUnie publiekelijk als "het rijk van het kwaad", en steunde anticommunistische bewegingen wereldwijd. Reagan zocht evenwel tegelijkertijd een diplomatieke uitweg voor de wapenwedloop tussen de VS en de Sovjet-Unie; dit resulteerde in het sluiten van het INF-verdrag waarin beide landen overeenkwamen een groot aantal (nucleaire) raketten te vernietigen. Reagan was de zoon van schoenverkoper en verhalenverteller Jack Reagan (van Iers-katholieke afkomst) en Nelle Clyde Wilson Reagan (van Schots-Engelse komaf). Hij werd geboren in Tampico, maar groeide op in Dixon. Zijn eerste baantje was als strandwacht bij de Rock River in Lowell Park, bij Dixon, in 1927. Hij redde 77 personen in deze functie en elke reddingspoging noteerde hij door een markering aan te brengen op een stuk hout. Hij genoot hierna zijn opleiding aan het Eureka College, waar hij een graad haalde in economie en sociologie. Tijdens zijn studie blonk hij uit in politiek, sport en theater en was hij lid van het voetbalteam en aanvoerder van het zwemteam. Tijdens zijn studie leidde Reagan een studentenopstand tegen de president van het college. Na zijn studie begon Reagan zijn carrière bij een regionaal radiostation als sportverslaggever. De filmmaatschappij Warner Bros bood hem in 1937 een contract aan; hij bracht de daarop volgende eerste jaren in Hollywood door als acteur in B-films, waar, zoals Reagan grapte, de producenten didn't want them good, they wanted them Thursday. Hoewel zijn rollen vaak overschaduwd werden door die van anderen kreeg hij voor zijn acteerprestaties goede kritieken. De eerste belangrijke rol die Reagan kreeg was de leidende rol in de film Love is on the Air (1937) en tegen het einde van 1939 was hij al in 19 films verschenen, waaronder Dark Victory. Vlak voor de film Santa Fe Trail speelde hij de rol van George "The Gipper" Gipp in de rolprent Knute Rockne, all American. Door deze film kreeg hij later de bijnaam "The Gipper". In 1941 werd hij tot de op vier na populairste acteur van de nieuwe generatie in Hollywood gekozen. De favoriete rol van Reagan was die van een man die dubbel geamputeerd was (Kings Row, 1942), waarin hij de tekst Where's the rest of me? uitsprak; deze woorden gebruikte hij later als titel van zijn autobiografie, die uitkwam in 1965. Veel critici zien Kings Row tegenwoordig als een van de beste films van Reagan, hoewel de film werd gekraakt door de criticus van de New York Times, Bosley Crowther, maar desalniettemin genomineerd werd voor drie Oscars. Hoewel Reagan Kings Row de film noemde die van hem een ster maakte was hij niet in staat het succes te kapitaliseren omdat hij in actieve dienst werd geroepen van het Amerikaanse leger te San Francisco; dat was twee maanden nadat de film was uitgebracht. Hij zou in de toekomst ook niet meer een sterrenstatus in films herkrijgen. In de naoorlogse periode, na bijna vier jaar dienst bij de World War II stateside service in de eerste Motion Picture Unit, hervatte hij zijn filmcarrière met The Voice of the Turtle, John loves Mary, The Hasty Heart, Bedtime for Bonzo, Cattle Queen of Montana, Tennessee's Partner en Hellcats of the Navy and the Killers (zijn laatste film, een remake in 1964). Tijdens zijn filmcarrière beantwoordde hij vaak persoonlijk zijn fanmail.
    De loopbaan van Reagan werd, net als die van veel andere acteurs in die jaren, in negatief opzicht beïnvloed door de Tweede Wereldoorlog. Vlak voor het uitbreken daarvan had hij een contract getekend dat hem tot een van de best betaalde acteurs van dat moment maakte. Tijdens de looptijd van dit contract brak de oorlog uit en werd hij opgeroepen voor actieve dienst in het Amerikaanse leger. Hij had in de jaren dertig, in de tijd dat hij reserveofficier was, 14 cursussen van het leger gevolgd en werd op 29 april 1937 als soldaat toegevoegd aan troop B, 322nd cavalry in Des Moines. Op 25 mei 1937 werd hij bevorderd tot tweede luitenant in het reservecorps der officieren van de cavalerie. Doordat Reagan slechte ogen had werd hij niet naar Europa gezonden maar als liaisonofficier ingezet te San Francisco Port bij de Port and Transportation Office. Reagan vroeg op 15 mei 1942 overplaatsing naar de AAF aan en werd toegevoegd aan de AAF Public Relations en uiteindelijk bij de First Motion Pictures Unit geplaatst. Reagan keerde na afloop van zijn dienstplicht weer terug naar deze eenheid en werd op 22 juli 1943 aldaar bevorderd tot kapitein. In deze tijd was hij een aanhanger van de Democratische Partij. Terwijl hij diende bij de First Motion Picture Unit in 1945 was hij direct betrokken bij de ontdekking van actrice Marilyn Monroe. Hij keerde vervolgens terug naar Fort MacArthur, Californië, waar hij de actieve dienst op 9 december 1945 verliet. Tegen het einde van de oorlog had zijn eenheid meer dan 400 trainingsfilms voor de AAF geproduceerd. Reagan werd in 1941 voor het eerst gekozen in de Board of Directors van de Screen Actors Guild. Na de Tweede Wereldoorlog hervatte hij deze werkzaamheden en in 1946 werd hij tot derde vicepresident gekozen. In 1947 leidde de aanname van een aantal wetten ertoe dat de SAG-president en zes leden van het bestuur ontslag namen; Reagan werd in een speciale verkiezing gekozen tot president; hij werd daarnaast gekozen om nog zeven jaren deze functie te bekleden, van 1947-1952 en in 1959. Hij leidde de SAG door moeilijke jaren, die gekenmerkt werden door allerlei ruzies, de Taft-Hartley Act, de House Committee on Un-American Activities (HUAC) hoorzittingen en de tijd van de Zwarte Lijst. Tijdens de periode van het Mccarthyisme zorgde hij ervoor dat de FBI namen van acteurs kreeg, waarvan hij geloofde dat ze volgers van het communisme waren. Reagan getuigde hierover ook voor de House UnAmerican Activities Committee. Hij was een fervent anticommunist en betuigde zijn steun aan democratische principes, waarover hij zei: I never as a citizen want to see our country become urged, by either fear or resentment of this group, that we ever compromise with any of our democratic principles through that fear or resentment. In 1950 ging hij naast zijn acteursbestaan werken voor het bedrijf General Electric (huishoudelijke apparaten). Hij werd het 'reclamegezicht' van GE en trok met een roadshow door het land om de producten aan te prijzen. Ook werkte hij van tijd tot tijd voor de televisie, toen nog een medium in de kinderschoenen. Ronald Reagan trad op als 'host' van een aantal zaterdagavondprogramma's, met GE Theater als bekendste. In deze tijd maakte hij geleidelijk de overgang naar de Republikeinen. Hij verwierf in 1964 landelijke bekendheid met een televisietoespraak ter ondersteuning van de Republikeinse presidentskandidaat Barry Goldwater. Deze toespraak, A time for choosing, bevatte het gedachtegoed dat zijn gehele politieke carrière onveranderd is gebleven: een beperkte rol voor de overheid, bescherming van individuele vrijheden en een krachtig militair apparaat om deze te beschermen in een wereld die, volgens Reagan, steeds sterker werd bedreigd door het communisme. In 1938 speelde Reagan naast actrice Jane Wyman (1917-2007) in de film Brother Rat. Zij verloofden zich in het Chicago Theater en trouwden op 26 januari 1940 in de Wee Kirk o' the Heather kerk in Glendale. Het echtpaar kreeg 2 kinderen, Maureen en Christine en adopteerde een derde kind, Michael. Na een twist over de politieke aspiraties van Reagan vroeg Wyman in 1948 echtscheiding aan en voerde hierbij als reden de activiteiten van Reagan voor de Screen Actors Guild aan, waardoor er een onoverbrugbare afstand was ontstaan. Reagan was later de eerste en tot de verkiezing van Donald Trump in 2016 de enige Amerikaanse president die gescheiden was. Reagan ontmoette actrice Nancy Davis (1921-2016) in 1949, nadat zij hem in zijn functie als president van de Screen Actors Guild benaderde om haar te helpen met zaken betreffende haar verschijning op de zwarte lijst in Hollywood (op de lijst was zij aangezien voor een andere Nancy Davis).
    Reagan begon zijn politieke loopbaan als een progressieve Democraat, was een bewonderaar van Franklin Delano Roosevelt en verleende actieve steun aan diens New Dealpolitiek. In de vroege jaren vijftig begon zijn politieke voorkeur naar rechts te veranderen. Hij bleef wel actief voor de Democraten maar steunde intussen de Republikeinse presidentskandidaten Dwight D. Eisenhower in 1952 en Richard Nixon in 1960. Reagan kwam in 1950 voor het laatst in actie voor een Democratische kandidaat toen hij bij de verkiezingen voor de Senaat Helen Gahagan Douglas hielp in haar campagne tegen Nixon. Nadat hij in 1954 was ingehuurd als gastheer bij het General Electric Theater (een televisieserie) begon Reagan al snel de conservatieve zienswijze te waarderen. De vele toespraken die hij schreef voor General Electric waren niet zo zeer patriottisch als wel conservatief en prozakenleven en probedrijfsactiviteiten. Hij werd hierin beïnvloed door Lemuel Boulware, een van de leidende figuren bij General Electric. Boulware, bekend door zijn antivakbondsstandpunten, stond voor de belangrijkste pijlers van het moderne Amerikaanse conservatisme: vrije markt, anticommunisme, lagere belastingen en een terugtredende overheid. Uiteindelijk werden de kijkcijfers van Reagans televisieshows minder en General Electric ontsloeg hem in 1962. In augustus van dat jaar veranderde hij officieel van partij en werd hij Republikein; hij zei daarover: Ik heb niet de Democratische Partij verlaten. De partij heeft mij verlaten. In de vroege jaren 60 was Reagan gekant tegen de invoering van bepaalde wetten betreffende de rechten van de mens, waarbij hij zei: Als iemand negers of anderen wil discrimineren bij het verkopen of verhuren van zijn huis, is dat zijn goed recht. Zijn verzet tegen overheidsinvloed en actie voor persoonlijke vrijheid stelde hij voor als het tegendeel van racisme; toen er sprake van was dat er gezondheidszorg vanuit de overheid (later "Medicare") zou komen (ingevoerd in 1961) verklaarde Reagan namens de "American Medical Association" dat een dergelijke gezondheidszorg het einde van de vrijheid in Amerika zou betekenen. Hij zei dat als men niet naar hem luisterde: dan zullen we ooit wakker worden en ontdekken dat we socialisme hebben. In deze tijd werd hij ook lid en bleef dat voor de rest van zijn leven van de "American Rifle Association" Reagan steunde de campagne van de conservatieve Republikeinse presidentskandidaat Barry Goldwater in 1964. In zijn toespraak ten gunste van Goldwater sprak hij over het belang van een kleinere overheid. Hij onthulde zijn ideologische motieven in een bekende toespraak op 27 oktober 1964, waarin hij zei: The Founding Fathers knew a government can't control the economy without controlling people. And they knew when a government sets out to do that, it must use force and coercion to achieve its purpose. So we have come to a time for choosing. Hij zei ook: You and I are told we must choose between a left or right, but I suggest there is no such thing as a left or right. There is only an up or down. Up to man's age-old dream – the maximum of individual freedom consistent with order – or down to the ant heap of totalitarianism. Deze "A Time for Choosing" toespraak droeg 1 miljoen dollar bij aan de campagne van Goldwater en wordt tegenwoordig wel gezien als het startpunt van Reagans politieke loopbaan. Republikeinen in Californië waren onder de indruk van de politieke ideeën en standpunten van Reagan na zijn toespraak "Time of Choosing" en stelden hem in 1966 kandidaat voor gouverneur van Californië. In zijn campagne benadrukte Reagan twee thema's: de bijstandsklaplopers weer aan het werk zetten en, als reactie op de antioorlogsstromingen en studentenprotesten tegen het establishment aan de Universiteit van Berkeley, de rommel in Berkeley opruimen. Hij werd gekozen, waarbij hij de gouverneur van twee eerdere termijnen, Edmund G. "Pat" Brown, versloeg. Op 2 januari 1967 kwam hij in functie. Tijdens zijn eerste termijn bevroor hij onder meer de overheidsuitgaven. Kort na het begin van zijn ambtsperiode begon Reagan een inschatting te maken van zijn kansen om in 1968 president te worden; hij steunde de "stop Nixon beweging", in de hoop de steun die Nixon in de zuidelijke staten had te verminderen zodat hij compromiskandidaat kon zijn indien noch Nixon noch Nelson Rockefeller genoeg stemmen zouden halen in de eerste stemming van de Republikeinse conventie. Op die conventie kreeg Nixon echter 692 stemmen, 25 meer dan hij nodig had; tweede werd Rockefeller, en Reagan eindigde op de derde plaats.
    Als gouverneur was Reagan betrokken bij grootschalige conflicten met de protestbewegingen in Californië. Op 15 mei 1969, tijdens de People's Park protests aan de Universiteit van Berkeley, stuurde hij de Californische Highway Patrol en andere officieren erop af om de protesten te onderdrukken, een incident dat bekendheid kreeg als "Bloedige Donderdag": de student James Rector kwam om het leven en de timmerman Alan Blanchard werd blind. Reagan stuurde vervolgens 2.200 man van de Nationale Garde om de stad Berkeley twee weken lang te bezetten om aldus het verzet te breken. Een jaar na deze gebeurtenis antwoordde hij op vragen over deze kwestie: Als er een bloedbad voor nodig is, laten we dat dan snel afhandelen. Geen gesus meer. Toen het Symbionese Liberation Army Patricia Hearst in Berkeley ontvoerde en eiste dat voedsel aan de armen zou worden uitgedeeld grapte Reagan: Wat jammer dat we geen epidemie van botulisme kunnen hebben. Begin 1967 vond er een nationaal debat plaats over abortus; de Democratische Californische senator Anthony Beilenson lanceerde de Therapeutic Abortion Act; dat was een poging om het aantal illegale abortussen in Californië terug te dringen. De State Legislature stuurde het wetsontwerp naar Reagan, die na een aantal dagen van aarzeling het wetsontwerp tekende. Ongeveer 2 miljoen abortussen zouden als een resultaat van deze wet worden gepleegd, de meesten waren het gevolg van de bepaling dat, indien een abortus beter was voor de moeder, deze legaal gepleegd kon worden. Reagan was indertijd nog maar vier maanden in functie. Hij stelde later dat indien hij meer ervaring had gehad in de functie van gouverneur hij niet zou hebben getekend. Nadat hij zich gerealiseerd had, zoals hij zei, wat "de consequenties" van het wetsontwerp waren, stelde hij dat hij "pro-life" was; ook later bleef hij bij dit standpunt en schreef hij uitvoerige stukken over abortus. In 1970 werd Reagan herkozen, waarbij hij de tegenkandidaat Jesse Unruh versloeg. Hij koos ervoor niet voor een derde termijn te opteren. Een van de grootste frustraties van Reagan in deze periode was de doodstraf. Hij was hier een warm voorstander van, maar door een uitspraak van het Opperste Gerechtshof van Californië konden alle doodvonnissen die vóór 1972 in Californië waren uitgesproken, niet uitgevoerd worden. Deze beslissing werd later teruggedraaid door een wijziging van de grondwet. De enige executie die in de tijd van het gouverneurschap van Reagan plaatsvond was op 12 april 1967, toen de doodstraf van Aaron Mitchell werd uitgevoerd in de gaskamer van San Quentin State Prison. In 1969 ondertekende Reagan de "Family Law Act", een van de eerste officiële echtscheidingswetten. Tijdens zijn termijnen als gouverneur van Californië ontwikkelde Reagan de politieke ideeën die hij later als president zou nastreven. Door campagne te voeren met als programmapunt "de bijstandsklaplopers weer aan het werk zetten" sprak hij zich uit tegen de verzorgingsstaat. Hij was tevens een sterk voorstander van het Republikeinse ideaal van minder overheidsbemoeienis in het bedrijfsleven. Hij werd op 6 januari 1975 als gouverneur van Californië opgevolgd door Jerry Brown. In 1976 streefde Reagan naar de Republikeinse kandidatuur voor het presidentschap maar hij werd op de Republikeinse Conventie verslagen door de zittende president Gerald Ford. In 1980 werd hij wel de Republikeinse kandidaat en versloeg hij op 69-jarige leeftijd president Jimmy Carter overtuigend. In 1976 daagde Reagan de zittende president Gerald Ford uit in een poging om de Republikeinse kandidaat te worden voor het presidentschap. Hij profileerde zichzelf als de conservatieve kandidaat en had de steun van conservatieve organisaties als de American Conservative Union. De campagne van Reagan was bedacht door campagnestrateeg John Sears en bestond uit het winnen van een paar staten, die de kwetsbaarheid van Fords nominatuur naar voren had moeten brengen. Reagan won de voorverkiezingen in de staten North Carolina, Texas en Californië maar uiteindelijk lukte zijn strategie niet, omdat hij in de staten New Hampshire, Florida en de staat van zijn geboorte, Illinois, verloor. Zijn campagne in Texas verliep voorspoediger en veel van het succes aldaar behaald was te danken aan het werk van onder meer Ernest Angelo, burgemeester van Midland en Ray Barnhart, burgemeester van Houston, die Reagan in 1981 tot directeur van de Federal Highway Administration zou benoemen. Uiteindelijk wist Ford deze strijd dus te winnen; Reagan kreeg de stemmen van 1.070 gedelegeerden tegen 1.187 stemmen voor Ford. Deze verloor uiteindelijk in 1976 de verkiezingen van de Democraat Jimmy Carter. De toespraak die Reagan op de conventie hield ging over de gevaren van de nucleaire oorlog en de grote dreiging die van de Sovjet-Unie uitging.
    De strijd om het presidentschap in 1980 ging tussen Reagan en de zittende president Jimmy Carter; het was onder meer de tijd van economische onrust en het voortduren van de Iraanse gijzelingscrisis. De campagne van Reagan benadrukte enkele van zijn fundamentele principes zoals lagere belastingen om de economie te stimuleren, minder overheidsbemoeienis in het leven van de burger, de rechten van de staten, een sterke nationale defensie en herstel van de Amerikaanse dollar tot de goudstandaard. Reagan lanceerde zijn campagne in Philadephia, Mississippi, met de verklaring: I believe in states' rights; Philadelphia was indertijd vooral bekend als de plek waar drie man, die hadden geprobeerd om Afrikaans-Amerikaanse burgers over te halen te stemmen tijdens de civilrightsbeweging, waren vermoord. Nadat Reagan door de republikeinse partij was verkozen tot presidentskandidaat koos hij een van zijn voormalige tegenstanders, George H.W. Bush, als zijn kandidaat voor vicepresident. Een verkiezingsdebat, dat in oktober werd uitgezonden op de televisie, leverde veel steun op voor zijn campagne. Adviseurs van Reagan kregen voor het debat gestolen documenten in handen van het kamp van Carter die bedoeld waren als voorbereiding van Carter op het debat.[]Uiteindelijk won Reagan de verkiezing op 4 november 1980 met grote overmacht, waarbij hij van 44 staten 489 electorale stemmen verkreeg tegen slechts 49 electorale stemmen voor Carter (zes staten en Washington D.C.). Reagan verkreeg 50,7% van de stemmen terwijl Carter 41% kreeg; de onafhankelijke kandidaat John B. Anderson (een progressieve Republikein) ontving 6,7% van de stemmen. De Republikeinen veroverden nu, voor het eerst sinds 1952, de meerderheid in de Senaat en wonnen 34 zetels in het Huis van Afgevaardigden, maar daar behielden de Democraten de meerderheid. Reagan was president van de Verenigde Staten van 20 januari 1981 tot 20 januari 1989. Op 4 november 1984 werd hij met een grote meerderheid herverkozen. Hij behaalde maar liefst 525 kiesmannen, tegenover 13 kiesmannen voor de democratische presidentskandidaat Walter Mondale. Zijn overwinning was nog net iets groter dan die van Nixon in 1972, die toen 520 kiesmannen achter zich kreeg. Globaal gezien was zijn regering voor het inperken van de macht van de federale overheid en was ze de initator van een van de grootste belastingverlagingen in de Amerikaanse geschiedenis. De economische politiek die gevoerd werd stond bekend als de "Reaganomics" en was een voorbeeld van een aanbodeconomie. Reagan probeerde het ondernemerschap te stimuleren en de sociale uitgaven, de vele regels en de inflatie te verminderen. De economische groei gaf vanaf 1980 een stevig herstel te zien maar de nationale schuld werd daarentegen belangrijk groter. De regering van Reagan was anticommunistisch; de Sovjet-Unie werd een evil empire genoemd en de legerkrachten werden verder opgebouwd en uitgebreid. Grenada werd bezet, de eerste Amerikaanse legeractie aan de overzijde van de oceaan sinds het einde van de Vietnamoorlog. Amerikaanse militaire en diplomatieke krachten werden aan het werk gezet om communistische regeringen omver te werpen, met name in CentraalAmerika en Afghanistan. Reagan sloot een diplomatiek verbond met de Britse ministerpresident Margaret Thatcher en ontmoette de Russische leider Michail Gorbatsjov vier keer met de intentie om een einde te maken aan de steeds groter wordende nucleaire arsenalen van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. De periode van het presidentschap van Reagan wordt wel de "Reagan Revolution" genoemd of "the Age of Reagan" – waarmee erkend werd dat er zowel binnen als buiten de Verenigde Staten door het conservatisme en het geloof in de vrije markt van de regering-Reagan verandering plaatsvond. De regering werkte toe naar een ineenstorting van het Sovjetcommunisme en deze politieke macht implodeerde ook daadwerkelijk op het moment dat Reagan het Witte Huis verliet. Successen tijdens de Koude Oorlog leidden tot een unipolaire wereld, met de Verenigde Staten als de enige supermacht die over was. Terwijl de Iran-Contra-affaire tijdens de tweede termijn van Reagan een aantal leden van zijn regering beschadigde, wist Reagan zelf het Witte Huis te verlaten met in de peilingen een goedkeuringspercentage van 63 %; dat was een van de hoogste percentages van vertrekkende presidenten tot dan toe. Als president van de VS wilde Reagan het defensieve ruimteschild SDI laten ontwikkelen: een systeem waarmee vijandelijke nucleaire raketten zouden kunnen worden uitgeschakeld voor ze de VS zouden
    bereiken. Reagan zette het toen algemeen aanvaarde strategische paradigma van mutual assured destruction overboord. Het idee dat de Verenigde Staten zich niet konden verdedigen tegen een nucleaire aanval beviel hem geenszins, en hij riep wetenschap en industrie op een methode te ontwikkelen die het mogelijk zou maken een aanval af te slaan. Een ruimteschild werd gekozen als het juiste antwoord. Een bekende uitspraak van Reagan in dit kader was: Let's defend the American people, not avenge them. Het plan was een belangrijke factor in zijn onderhandelingen over wederzijdse nucleaire ontwapening met de toenmalige Sovjet-Russische president Michail Gorbatsjov, in Reykjavik (IJsland) (1986). De Russen realiseerden zich dat zij deze uitdaging niet konden beantwoorden. Het ontbrak de Sovjet-Unie zowel aan geld als aan technische mogelijkheden om deze wapenwedloop te beantwoorden. Amerika was gedurende het presidentschap van Reagan niet in oorlog. De invasie van Grenada in 1983 was het belangrijkste gewapende conflict. Ook bombardeerden de VS doelen in Libië als vergelding voor terreuraanslagen waar Libië verantwoordelijk voor werd gehouden. De VS financierde onder Reagans bewind de moedjahedien die in de Afghaanse Oorlog tegen de Sovjet-Unie vochten en die de basis vormden van de groep rond Osama bin Laden, Jonas Savimbi's rebellen in Angola en Saddam Hoessein, wiens Irak in oorlog was met Iran. In 1986 brak een schandaal uit, de Iran-Contra-affaire. Bekend werd dat de Verenigde Staten in het geheim illegaal wapens hadden geleverd aan Iran en dat de opbrengst daarvan heimelijk ging naar de Contra's, rebellen die trachtten de linkse regering van Nicaragua omver te werpen. Het Amerikaanse Congres had dit verboden. Reagan zei geen kennis hiervan te hebben. Hij benoemde zelf een commissie, bestaande uit twee Republikeinen en één Democraat (John Tower, Brent Scowcroft en Edmund Muskie, bekend als de Tower Commission) om de affaire te onderzoeken. De commissie kon geen direct bewijs vinden dat Reagan kennis had van het programma, maar kritiseerde hem voor het gebrek aan leidinggeven aan zijn personeel, waardoor het misbruik van de gelden plaats kon vinden.[4] Een door het Congres ingestelde commissie concludeerde: "Als de president niet wist wat zijn adviseurs voor nationale veiligheid deden, dan had hij dat wel moeten weten." De populariteit van Reagan daalde in nog geen week van 67% tot 46%, de hevigste en snelste daling die enige president meegemaakt had.Als gevolg van dit schandaal werden veertien medewerkers van Reagan strafrechtelijk vervolgd, elf van hen werden veroordeeld. Het Internationaal Gerechtshof veroordeelde de Verenigde Staten wegens schending van het internationaal recht en van de soevereiniteit van Nicaragua, ook doordat de VS mijnen hadden gelegd in de territoriale wateren van Nicaragua. De regering-Reagan weigerde de rechtsmacht van het Hof te erkennen. Reagan probeerde de Amerikaanse economie uit het slop te trekken door een economisch beleid dat wel Reaganomics wordt genoemd, supply side economics of aanbodeconomie. Hierbij wordt de economische groei gestimuleerd door zo veel mogelijk barrières voor mensen om goederen te produceren en diensten aan te bieden, zoals belastingen, weg te nemen en meer flexibiliteit toe te staan door minder regulering. Deze toename in economische activiteiten leidt voorts tot meer inkomen dat door de overheid belast kan worden, waardoor de belastingverlaging zichzelf terugverdient (zie ook Laffer curve). Het toptarief van de federale inkomstenbelasting werd onder Reagan verlaagd van 70% naar 28%. Toen Reagan het Witte Huis verliet, was de inflatie op een laag en stabiel peil gebracht en de werkloosheid, die aan het eind van Jimmy Carters ambtsperiode op 7,5% stond, teruggebracht tot 5,3%. Wel groeide tijdens Reagans' ambtstermijn de kloof tussen arm en rijk; al werden ook de armen onder zijn beleid rijker. Doordat Reagan weinig bezuinigde, en de overheidsuitgaven aan defensie juist liet toenemen, nam de staatsschuld onder zijn termijn toe.







    05-06-2018 om 10:54 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 4 juni hete luchtballon

    4 juni 1783 hete luchtballon Een luchtballon of ballon is een luchtvaartuig waarbij een mand, die plaats biedt aan de passagiers, opstijgt, hangende aan een ballon ('envelop') die lichter is dan lucht. Het geheel wordt voortbewogen door de wind. De horizontale voortbeweging van de luchtballon hangt af van de windrichting, slechts de verticale (stijgen en dalen) en een draaiende beweging (roteren) kan door de ballonvaarder worden beïnvloed. In 2004 waren er in Nederland ongeveer 9000 ballonvaarten. Voor het gebruik van ballonnen geldt een aantal voorschriften zoals de vaarhoogten, het vermijden van gevoelige gebieden en de manier van landen en bergen van de ballon. Er bestaan drie soorten luchtballons: heteluchtballons, gasballons en rozièreballons. De heteluchtballon is het oudste type en werd in 1783 uitgevonden door de gebroeders Montgolfier. In het Frans wordt de heteluchtballon daarom nog steeds Montgolfière genoemd. De heteluchtballon is het type dat men tegenwoordig het vaakst ziet. De lucht in een heteluchtballon wordt verhit tot een temperatuur van ongeveer 100 graden. De ballon is van boven meestal bolvormig en heeft een trechtervormige opening aan de onderkant. Er bestaan echter ook special-shapes, die een afwijkende vorm kunnen hebben. Het omhulsel wordt voor de start op de grond uitgespreid, met de mand op zijn kant. Met een grote ventilator blaast men koude lucht naar binnen, waardoor het omhulsel bol gaat staan. Daarna ontsteekt men de gasbranders die de lucht in de ballon verhitten, zodat hij omhoog komt, de mand rechtop trekt en met de inmiddels ingestapte passagiers het luchtruim kiest. Aan de mand van een heteluchtballon hangen geen zandzakken. Om te stijgen verhit de ballonvaarder de lucht in de ballon. Doet hij de gasbranders uit, dan zal de lucht langzamerhand afkoelen, zodat de ballon weer daalt. Eventueel kan het dalen versneld worden door een ventiel bovenin open te trekken, zodat de warme lucht ontsnapt. De gasbranders van een moderne heteluchtballon gebruiken propaan of lpg. Een nadeel van het gebruik van lpg is dat de vlam minder heet is en er dus meer gas verbruikt wordt tijdens de vaart dan wanneer men met zuiver propaan werkt. Een ander nadeel van het gebruik van lpg is dat het minder schoon is en geleidelijk aan een roetaanslag aan de binnenkant van de ballon zal veroorzaken, waardoor vooral de lichtere kleuren een grauwe aanblik zullen krijgen. Wanneer de buitentemperatuur erg laag is, kan de ballonvaarder ervoor kiezen om zijn gasflessen na het vullen met propaan af te persen met stikstof. Dit veroorzaakt een hogere druk in de fles waardoor er een grotere vlam ontstaat en de ballon sneller verwarmd wordt. Dit kan in sommige gevallen waarbij snel stijgen nodig is, veel gas en tijd sparen. De gebroeders Montgolfier gebruikten een houtvuur en ze zorgden ervoor dat het vuur flink rookte, omdat ze dachten dat de rook voor de stijgkracht zorgde. Omdat de meeste ballonvaartbedrijven vaarten van ongeveer een uur uitvoeren, nemen de ballonvaarders meestal een gasvoorraad mee voor zo'n anderhalf à twee uur. Hierdoor is de kans om zonder gas te geraken heel klein. Een duurdere methode is een gasballon. De omhulling (envelop) is bolvormig, met een aanhangsel (de 'vulslurf') aan de onderkant. De vulslurf dient in de eerste plaats om de ballon met gas te vullen. Vroeger werd daarvoor vooral lichtgasgebruikt, omdat het gemakkelijk verkrijgbaar was. Lichtgas bevat onder andere waterstof en koolstofmonoxide; het is dus brandbaar en giftig. Tegenwoordig werkt men vaak met helium, dat absoluut veilig is, maar veel duurder. Na de start blijft de vulslurf open. De envelop is namelijk, in tegenstelling tot die van de speelgoedballon, niet van rekbaar materiaal, en het gas zal niet direct door de vulslurf ontsnappen. Stijgt de ballon echter, dan zet het gas uit door de verminderde luchtdruk en moet het kunnen ontsnappen, opdat de ballon niet barst.
    Een gasballon heeft natuurlijk geen gasbranders. Om te stijgen moet de ballonvaarder ballast uitwerpen. Daarvoor hangen er meestal zakken met zand aan de mand. Om te dalen trekt de ballonvaarder aan het ventielkoord dat door de vulslurf naar het ventiel bovenin loopt; daardoor loopt er wat gas weg. Een reis met een gasballon kan een hele dag duren, of zelfs meerdere dagen, maar door de kosten van de gasvulling zijn gasballons zeldzaam geworden. Voor meer informatie over gassen die gebruikt kunnen worden voor het opstijgen van een ballon, zie het artikel hefgas. Een rozièreballon is een gasballon in een heteluchtballon. Het drijfvermogen komt hoofdzakelijk van de gasballon. De hete lucht dient alleen om het drijfgas te verwarmen en zo het drijfvermogen te verhogen. Dit is vooral praktisch bij nachtvaarten, als de zon het drijfgas in een ballon niet kan verwarmen. Heteluchtballons en gasballons hebben gemeen dat er gas voor nodig is, maar voor een heel ander doel. Een gasballon is gevuld met een licht, en liefst onbrandbaar, gas. De heteluchtballon heeft gasbranders, meestal met propaan, om de lucht te verhitten. Propaan is brandbaar en niet bijzonder licht. Het verschil wordt in onderstaande tabel duidelijk gemaakt. Strikt genomen is lucht ook een gas, maar het wordt meestal geen gas genoemd. Gasballon Heteluchtballon Waar is het gas? In de envelop onder atmosferische druk In gasflessen onder hoge druk Is het gas brandbaar? Liever niet (gevaarlijk) Ja Is het gas licht? Ja, lichter dan lucht Hoeft niet Soort gas Vroeger lichtgas of waterstof, thans helium Propaan of lpg
    De heteluchtballon werd op 4 juni 1783 door Joseph en Étienne Montgolfier gedemonstreerd. Hun ballon was van doek gemaakt en gevoerd met wit papier. Het papier was bestreken met aluin als brandwerende laag en het werd bijeengehouden met ongeveer 2000 knopen. De ballon was onbemand en overbrugde een afstand van 2 km. Op 19 september 1783 lieten de broers de eerste ballon met passagiers opstijgen. De vaart van een schaap, een haan en een eend vertrok vanuit Versailles en duurde 8 minuten. De ballon, beplakt met behang, bereikte een maximale hoogte van 500 meter en vloog 3,5 km ver. Het voorstel om een koe op te laten stijgen, zodat er nog vlees zou zijn als de "machine" te pletter viel, haalde het niet. Op 21 november 1783 maakten voor het eerst in de geschiedenis twee mensen een luchtreis, namelijk Jean-François Pilâtre de Rozier en markies François Laurent d'Arlandes. Het vaartuig bereikte een hoogte van 90 meter. Na 25 minuten landde de ballon veilig 8 km verderop. Op 1 december 1783 steeg de eerste waterstofballon op. Jacques Charles was de uitvinder en een van de passagiers. Twee jaar later, op 7 januari 1785 staken de Fransman Jean-Pierre Blanchard en de Amerikaan John Jeffries het Kanaal over. Nicolas-Jacques Conté stelde voor de ballons aan te wenden voor oorlogsdoeleinden en kreeg in 1793 toestemming een instituut op te richten in Meudon; er werd een luchtmachteenheid opgericht de Compagnie d'aérostiers. Bij de Slag bij Fleurus (1794) werd voor het eerst een luchtballon ingezet voor militaire luchtverkenning. Op 11 augustus 1978 werd de Atlantische Oceaan in zes dagen per heteluchtballon overgestoken. Gedurende deze tijd werd een afstand van 5000 km afgelegd.
    Op 19 maart 1784 berichtte de Groninger Courant dat Jan Modderman samen met Gerrit van Olst in Groningen een ballonvaart georganiseerd had. Vanaf een van de scheepswerven van de gebroeders Modderman werd een zelfgemaakte papieren heteluchtballon met daaraan een vogel in een kooi opgelaten om 15 kilometer verderop in het Drentse Bunneweer te landen. Jan Modderman was daarmee de eerste Nederlander die met succes een heteluchtballon liet opstijgen.[1] Daarna volgde een geslaagde ballonvaart in Amsterdam op 25 maart 1784 langs de Amstel. De ballon was rood-wit-blauw gekleurd. De experimenten zijn herhaald in Leiden en op 14 mei in Leeuwarden. De ballon werd door een troep jongens met stokken aangevallen en geheel gesloopt en vernield. Een mislukte ballonvaart op 20 juli 1785 bij de Utrechtse poort leidde tot een rel. De menigte begon met stenen en dakpannen te gooien naar de initiatiefnemer, die in een kroeg een goed heenkomen zocht. De eerste bemande ballonvaart in Den Haag vond plaats op 12 juli 1785, uitgevoerd door Blanchard vanuit de paleistuinvan paleis Noordeinde. Bij de landing nabij Zevenhuizen werd de ballon door woedende boeren kapotgeprikt. De eerste ballonvaart in Nederland door een Nederlander vond plaats op 29 september 1804 door de Haarlemse fabrikant en instrumentmaker Abraham Hopman. Zijn aanvankelijke mislukte poging leverde hem de bijnaam Abraham Fopman op. In 1870 kwam, per ongeluk, de eerste ballonpostvlucht aan in Nederland, nabij het plaatsje Castelré landde de Franse ballon Archimède met post uit het omsingelde Parijs (De FransDuitse oorlog). Dit feit wordt herdacht met een monument in Castelré en een gevelsteen in het stadhuis van Baarle-Nassau. Een ballon kan een veel grotere hoogte bereiken dan enig ander luchtvaartuig en wordt alleen door raketten overtroffen. De officieel als hoogste geregistreerde vlucht met een heteluchtballon vond plaats op 26 november 2005 door de Indiase zakenman Vijaypat Singhania. Met een 48 meter hoge heteluchtballon steeg de 67-jarige man om 06:45 uur (02:15 CET) in Bombay op. Ongeveer drie uur later was hij op een hoogte van 21 291 m. Hiermee slaagde hij er niet in zijn doel, namelijk 21 336 m (70 000 voet) te bereiken, maar toch had hij het vorige record, dat in juni 1988 door Per Lindstrand in Plano (Texas) met 19 811 m gevestigd was, duidelijk verbeterd. Volgens een BBC-verslaggever ter plaatse werd het opstijgen van de heteluchtballon voor de recordpoging begeleid door een band, waren er honderden toeschouwers en deed een nationale televisieomroep er verslag van. De piloot bevond zich in een 560 kg zware aluminium cabine, ongeveer 2,7 bij 1,4 m groot. De cabine stond onder druk en was verwarmd om de piloot tegen de extreem lage druk en temperaturen van 93°C te beschermen. De ballon bevatte ongeveer 45 500 m³ lucht, die verhit werd door 18 branders die vanuit drie brandstoftanks gevoed werden. De piloot beschikte over VHF-radio, GPS en een satelliettelefoon. De ballon was ook voorzien van een mechanisme om in geval van nood met een parachute een noodlanding te kunnen maken. De vaart duurde ongeveer 5 uur: drie uur waren nodig om de maximale hoogte te bereiken, de afdaling duurde ongeveer twee uur. De ballon landde in Panchale in het westen van India. De hoogste bemande vlucht met een gasballon werd op 24 oktober 2014 uitgevoerd door Alan Eustace die een hoogte van 41,42 km bereikte. Op die hoogte sprong hij vanuit de capsule onder de ballon naar beneden en verbeterde daarmee een ander record, namelijk voor de hoogste parachutesprong ooit. De vorige recordhouder was Felix Baumgartner. Een ballon drijft met de wind mee, en het is aan boord dan ook windstil. De passagiers kunnen in de mand de krant lezen of de kaart uitvouwen zonder last te hebben van de wind. Bij een eenvoudige ballonvaart met een heteluchtballon, waarbij geen spectaculaire hoogtes worden bereikt, is het nauwelijks nodig warme kleren aan te trekken. Omdat de landing onvoorspelbaar is, de mand zal door
    de wind vaak omvallen waarbij de passagiers in de modder zouden kunnen belanden, is het niet aan te bevelen in zondagse kleding te varen. Het landen van een luchtballon is complex en kan bemoeilijkt worden als er een harde wind staat. In principe is het landen het omgekeerde proces van het opstijgen. Door de lucht in de ballon minder frequent op te warmen met de brander koelt de lucht in de ballon af en gaat weer krimpen, waardoor de dichtheid (soortelijk gewicht) hoger wordt. Hierdoor zal de ballon minder snel stijgen en op een gegeven moment gaan dalen. Het proces kan versneld worden door een ventiel boven in de ballon te openen om hete lucht of gas te laten ontsnappen. Door de brander af en toe even aan te steken, kan de daalsnelheid van de ballon onder controle worden gehouden. Bij een gasballon wordt de daling ingezet door het ventiel te openen, zodat er gas ontsnapt. Meestal kiest de ballonvaarder voor de landing een weiland, liefst zonder vee, waar ruimte genoeg is om de ballon om te kiepen en de warme lucht of het gas te laten weglopen. Doordat de ballon met de wind meedrijft kan hij pas op het laatste moment beslissen waar hij zal landen, en dat is voor de grondeigenaar dus altijd onaangekondigd. Kort voor de landing moet de daalsnelheid vertraagd worden, door snel nog even wat ballast uit te werpen (bij een gasballon) of de gasbranders aan te steken (heteluchtballon). Dit is een subtiel precisiewerk, omdat bij een teveel aan gewichts- of heteluchtsverlies de ballon weer zal stijgen. Vroeger werd er een anker gebruikt maar daarmee werd soms veel schade aangericht. Staat er veel wind, dan zal de ballon na de landing meteen omvallen, en de mand ook. Een gasballon heeft een scheurbaan, - een strook stof die boven in de omhulling is geplakt en met een ruk wordt losgetrokken zodat de ballon snel leegloopt. Bij zwakke wind valt de ballon niet om. De ballonvaarder zal nu de omhulling niet leeg laten lopen, want dan krijgen de inzittenden het doek en de hete lucht over zich heen. De ballonvaarder houdt het gas warm en de passagiers moeten in de mand blijven om de ballon aan de grond te houden. Er wordt gewacht op de komst van de crew die de ballon omtrekt. Crew is ballonvaardersjargon voor teamleden. Een ballonteam bestaat uit een piloot en een of meer crewleden, meestal vrijwilligers. De crew assisteert bij het gereedmaken van de ballon. Ook de passagiers kunnen helpen. Nadat de ballon is opgestegen rijdt de crew er met auto en aanhangwagen achteraan. Een radioverbinding met de ballon maakt het makkelijker. Na de landing is de crew vaak de eerste die de landeigenaar spreekt. Nadat de ballon is ingepakt, zorgt de crew weer dat iedereen thuis wordt gebracht. Voor onderzoek van hogere luchtlagen kan een onbemande ballon worden gebruikt. Dit geldt onder andere voor de weerballon, die tot zeer grote hoogte kan stijgen - veel hoger dan een vliegtuig. Een weerballon bestaat uit een flexibele latex-envelop, waarin helium of waterstofgas wordt gepompt. De weerballon wordt bij de vulopening zorgvuldig afgesloten, zodat geen gas uit de ballon kan ontsnappen. Door uitzetting tijdens het stijgen zal de ballon op een gegeven moment barsten. Voor langdurige onderzoeksmissies in de bovenlucht wordt de 'zero-pressure-ballon' toegepast, die openingen heeft waaruit overtollig gas kan ontsnappen, zodat de ballon op een bepaalde hoogte blijft zweven. Een dergelijke ballon wordt slechts gedeeltelijk met gas gevuld. In Nederland worden verschillende ballonevenementen gehouden, zoals de Friese Ballonfeesten in Joure, Ballonfiësta Barneveld in Barneveld, Twente Ballooningin Oldenzaal, Breda Ballon Fiësta in Breda, Eindhoven Ballooning in Eindhoven het Ballonnenfestival in Hardenberg in Hof van Twente de Höfteballooning en De Brabantse Ballonfeesten. België kent onder andere de Vredefeesten in Sint-Niklaas en de Ballonhappening in Waregem en Eeklo. Ook in andere landen vindt dit soort evenementen plaats, bijvoorbeeld het Bristol International Balloon Fiesta in Bristol.







    04-06-2018 om 09:13 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 4 juni Ghysen J
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    4 juni 2014 overlijden van John Ghysen os Ghysen (Hasselt, 1 mei 1926 – aldaar, 4 juni 2014) was een Vlaams radio- en tv-presentator, schrijver en blogger. Jos Ghysen werd geboren in Hasselt, waar hij in het Sint-Jozefscollege school liep. Toen Ghysen veertien jaar was, brak de oorlog uit. Deze periode had een grote invloed op hem. Geïnspireerd door een leraar die geregeld stukjes van Johan de Maegt uit Het Laatste Nieuws voorlas,[1] is hij zelf cursiefjes beginnen te schrijven. In een lokaal weekblad, 'het Aankondigingsblad', publiceerde hij op 14 oktober 1944 zijn eerste cursiefje. De uitgever van het blad zei hem: doe dit voortaan maar iedere week, wat Ghysen vijftig jaar lang ononderbroken gedaan heeft. In diezelfde naoorlogse periode heeft hij ook kort als journalist voor Het Belang van Limburggewerkt, tot hij zijn opleiding als onderwijzer voltooide. Aan het college van Mechelen-aan-de-Maas studeerde hij af voor onderwijzer. Hij ging er dadelijk aan de slag als leraar van het zevende leerjaar. In de jaren vijftig van de 20e eeuw debuteerde hij als schrijver onder het pseudoniem "André Roggen". Zijn roman "Requiem voor Christine" (1958) werd bekroond met de Eugeen Leen-prijs. Van 1967 tot 1990 presenteerde hij wekelijks op zaterdag het legendarische radioprogramma Te bed of niet te bed op de gewestelijke radio-omroep BRT2 Limburg. Ook was Ghysen bekend om zijn cursiefjes die hij wekelijks voorlas in Het Schurend Scharniertje (1954-1994) en waarvan er vele zijn gepubliceerd in diverse boekjes. Andere populaire radioprogramma's van Ghysen waren Zondagsparasol (1964-1966) en Het zal je plaat maar wezen, later herdoopt tot Rodenbachstraat 29 (1973-1976), een muzikaal verzoekprogramma waar hij wekelijks een miljoen luisteraars mee bereikte. Sinds november 2005 had Ghysen een blog waarop hij regelmatig korte stukjes plaatste. Op aanvraag van Sven Ornelis schreef en las hij ook one-liners voor in het ochtendprogramma dat Sven Ornelis op Q-music presenteert. In 2009 werd hij door de lezers en de vakjury van het computermagazine Clickx Magazineverkozen tot Blogger van het jaar In de jaren 80 presenteerde hij diverse televisiespelprogramma's op de openbare omroep. Na zijn pensionering bij de BRT ging hij aan de slag als televisiepresentator bij de commerciële omroep VTM. Hier presenteerde hij onder meer Zondag Josdag en was te gast in het moppenprogramma HT&D. In 2012 bracht zijn voormalige collega Kris Smet naar buiten dat Ghysen in de jaren zeventig jarenlang zijn medepresentatrice van Te bed of niet te bed Ireen Houben seksueel geïntimideerd en misbruikt zou hebben. Ghysen ontkende dat. Ghysen stierf in 2014 op 88-jarige leeftijd.

    04-06-2018 om 09:11 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZORBA

     

    03-06-2018 om 10:41 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 3 juni 2001 ZORBA

    3 juni 2001 overlijden Anthony Quinn Antonio Rudolfo (Anthony) Quinn Oaxaca ( Chihuahua, 21 april 1915 – Boston, 3 juni 2001) was acteur, schilder en beeldhouwer. Quinn was de zoon van een Iers-Mexicaanse vader die in Los Angeles werkte als cameraman. Na het overlijden van zijn vader was hij genoodzaakt voor zijn oma, moeder en zusters te zorgen. Hij werkte in een matrassenfabriek, speelde saxofoon in het evangelisch orkest van Aimee Semple McPherson en studeerde en werkte met architect Frank Lloyd Wright. Wright overtuigde Quinn ervan om de toneelschool te gaan volgen om zijn spraak te verbeteren. Zodoende werd de weg naar het theater geopend. Quinn had al op het toneel gestaan met Mae West in Clean Beds (1936) en al een eerste rol gehad in de film Parole (1936). Hij wees regisseur Cecil B. DeMille terecht ten overstaan van het voltallige filmteam. Quinn speelde een Cheyenne-indiaan in The Plainsman (1937). Na een zoveelste tirade van de regisseur reageerde hij door te vertellen hoe de scène wél gefilmd kon worden en dat DeMille de $75 dagsalaris in zijn gat kon steken. DeMille staarde Quinn hierop enige tijd zwijgend aan en verkondigde toen dat Quinn gelijk had. De setting werd gewijzigd. DeMille zei hier later over: "It was one of the most auspicious beginnings for an actor I've ever seen." Quinn speelde in nog twee films (The Buccaneer 1938, Union Pacific 1939) van de regisseur. Hij verleidde en trouwde DeMilles geadopteerde dochter Katherine en regisseerde in 1958 the remake van The Buccaneer, met DeMille als uitvoerend producent. Dit werd DeMilles laatste project voor diens dood. Quinn ontkwam aan het label 'DeMilles schoonzoon' door een aanzienlijke eigen reputatie te verwerven. Hij hield het meer dan zeventig jaar vol in de filmindustrie. Quinn werd vier keer genomineerd voor een Oscar en verzilverde die nominaties twee keer, beide keren in de categorie 'beste mannelijke bijrol' in 1952 en 1956. (alleen nominatie: Wild Is the Wind in 1957 en Zorba de Griek in 1964). Hij heeft van alle Oscarwinnaars, met de meeste Oscarwinnaars (voor acteerwerk) samengespeeld, namelijk 46: 28 acteurs en achttien actrices. Quinn is drie keer getrouwd geweest: met Katherine deMille, Iolanda Addolori en Kathy Benvin. Hij was de vader van dertien kinderen die voortkwamen uit deze huwelijken en uit buitenechtelijke relaties. Met Addolori kreeg hij onder andere zoon Francesco Quinn, die met rollen in meer dan dertig films en verschillende televisieseries het nadrukkelijkst in zijn vaders voetsporen trad als acteur. Quinn stierf op 86-jarige na een ziekbed van zeventien dagen aan longontsteking en ademhalingsproblemen.







    03-06-2018 om 10:38 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 3 juni curtis mayfield

    Curtis Mayfield (Chicago, 3 juni 1942 – Roswell, Georgia, 26 december 1999) Eind jaren vijftig vormde hij samen met Jerry Butler de zanggroep The Impressions. The Impressions scoorden hits met "For Your Precious Love" en "Gypsy Woman". Nadat Butler zich losmaakte van de groep om een solocarrière te beginnen, werd Mayfield de leadzanger van de zanggroep. Hij was tevens de gitarist van de groep en schreef veel van de liedjes. Veel van deze hits, waaronder "Keep on Pushing", "People Get Ready" en "We're a Winner", waren politieke boodschappen, die het optimisme en de trots in de Afro-Amerikaanse gemeenschap vertolkten. In 1970 verliet Mayfield The Impressions en begon hij een solocarrière. Hij bereikte commercieel en artistiek zijn hoogtepunt met Super Fly, de soundtrack voor de gelijknamige film. Op Super Fly leverde hij commentaar op het zware leven in het getto en uitte hij kritiek op drugsmisbruik. Samen met Stevie Wonder en Marvin Gaye werd Curtis Mayfield beschouwd als een van de belangrijkste exponenten van de funky, geëngageerde soulmuziek die begin jaren zeventig ontstond. Latere albums waren minder succesvol, maar Curtis Mayfield wist nog enkele hits te scoren gedurende de jaren zeventig en tachtig. Op latere nummers uitte hij nog steeds kritiek op onder andere raciale problemen en de Vietnamoorlog. In augustus 1990 raakte hij tot aan zijn nek verlamd toen tijdens een concert in Brooklyn, New York een lichtbak op hem viel. In 1993 werd hij opgenomen in de Georgia Music Hall of Fame. Ondanks zijn verlamming bracht hij in 1996 nog een album uit, New World Order. In 1998 moest een van zijn benen worden geamputeerd als gevolg van diabetes. In december 1999 overleed hij. Curtis Mayfield werd 57 jaar oud. was een Amerikaans soul- en funkzanger, -liedschrijver en -gitarist. Zijn muziek werd gekenmerkt door symfonische soul met een hoge tenorstem, en was van grote invloed op de Chicago soul en hiphop. Hij was een van de eerste artiesten die in zijn muziek aandacht gaf aan de rassenproblematiek en de burgerrechtenbeweging. Mayfield werd vooral bekend met de soundtrack van de blaxploitationfilm Super Fly.





    03-06-2018 om 10:36 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 3 juni 1906 Josephine Baker

    3 juni 1906 Josephine Baker Josephine Baker of Joséphine Baker , artiestennaam van Freda Josephine McDonald ( Saint Louis (Missouri), 3 juni 1906 Parijs, 12 april 1975) was een AmerikaansFranse danseres, zangeres en actrice. Baker groeide op in armoede. Als kind was ze dienstmeid bij verschillende families om vanaf haar twaalfde als dakloze te leven. Ze bedelde door op straat voor voorbijgangers te dansen. Op haar vijftiende trad ze op in het Vaudeville in Saint Louis. Hierna verhuisde ze naar New York en debuteerde begin jaren twintig op Broadway. Hierna trad ze op in Europa en Zuid-Amerika, in Parijs voor het eerst in 1925, onder andere in de Folies Bergère. In deze tijd verscheen ze ook bijna naakt op het podium en werd beroemd vanwege haar bananenrokje en haar erotische dansen. Vaak had ze dan een jachtluipaard bij zich, die zelfs een keer in de orkestbak gesprongen is. In 1937 nam ze de Franse nationaliteit aan door met de Fransman Jean Lion te trouwen en ging ze definitief in Frankrijk wonen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog deed ze verzetswerk voor de Résistance door haar positie te gebruiken om inlichtingen te verkrijgen. Hiervoor werd zij later onderscheiden met het Croix de Guerre, de Herinneringsmedaille van de Vrijwilligers van het Vrije Frankrijk en de Verzetsmedaille. Zij droeg ook het ridderkruis van het Legioen van Eer. Baker zette zich na de oorlog in voor de rechten van Afro-Amerikanen. Zo weigerde ze zelf in gesegregeerde zalen op te treden. In 1951 werd haar de toegang tot een club in New York geweigerd. Grace Kelly, die wel binnengelaten was, besloot meteen het pand te verlaten met al haar vrienden en nooit meer terug te komen. Hierna werden Baker en Kelly goede vrienden. In 1963 liep ze met Martin Luther King mee in de March on Washington waarbij ze de enige vrouwelijke spreker was. Na de moord op Martin Luther King werd haar gevraagd om zijn plaats in te nemen. Ze bedankte voor de eer, omdat ze haar kinderen te jong vond om hun moeder te verliezen. Op 12 april 1975, vier dagen na de opening van een succesvolle première van een nieuwe revue, werd Baker dood in bed gevonden. Ze had een hersenbloeding gehad. Ze ligt begraven in het Cimetière de Monaco in Monte Carlo. In Château des Milandes is een expositie van wassen beelden, kleding en voorwerpen te zien over het leven van Josephine Baker In 1941 had Baker een miskraam waarna haar baarmoeder verwijderd moest worden. Later adopteerde ze twaalf kinderen uit alle delen van de wereld, haar kinderen werden daarom wel de regenboogkinderen (la tribu arc-en-ciel) genoemd. Een tijd lang woonde ze met haar kinderen in het Château des Milandes in Castelnaud-la-Chapelle in de Dordogne. De Nederlandse schrijver en illustrator Piet Worm schreef hierover in 1957 het kinderboek De Regenboogkinderen. Josephine Baker heeft diverse relaties gehad:









    03-06-2018 om 10:34 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 2 juni van gogh

    2 juni 1973
    Koningin Juliana opent het Van Gogh-museum in Amsterdam.
    Het Van Gogh Museum is een aan de Nederlandse kunstschilder Vincent van Gogh gewijd museum, aan de Paulus Potterstraaten het Museumplein in Amsterdam, in het stadsdeel Zuid. De verzameling van het museum bevat ruim tweehonderd schilderijen, vijfhonderd tekeningen en zevenhonderd brieven van Vincent van Gogh, alsmede diens verzameling Japanse prenten, en de bibliotheek omvat meer dan 23.000 werken. Van Vincent van Gogh werden bij leven slechts twee schilderijen verkocht.Na zijn dood liet Vincent zijn complete werk na aan zijn jongere broer, Theo van Gogh. Bij Theo's dood ging de verzameling over in handen van diens weduwe, Jo van Gogh-Bonger. Zij verkocht een aantal werken, maar hield een collectie bijeen die representatief was voor Van Goghs oeuvre. Na haar overlijden in 1925 kwamen de kunstwerken in bezit van haar zoon Vincent Willem van Gogh (de grootvader van de in 2004 vermoorde filmmaker Theo van Gogh). In 1960 richtte deze de Vincent van Gogh Stichting op. Naast hemzelf en zijn echtgenote hadden ook zijn drie nog levende kinderen zitting in de stichting, evenals een vertegenwoordiger van de Nederlandse regering. Op 21 juli 1962 werd een overeenkomst ondertekend tussen de Staat der Nederlanden en de Vincent van Gogh Stichting. De familie Van Gogh droeg voor 15 miljoen gulden de gehele verzameling, bestaande uit 200 schilderijen van Vincent van Gogh en Paul Gauguin, 400 tekeningen, en alle brieven van Vincent, over aan de staat. De belangrijkste voorwaarde was dat de gehele collectie in een aan Van Gogh gewijd museum zou worden ondergebracht. Hiermee werd de grondslag gelegd voor het Van Gogh Museum. Het museum opende in 1973 haar deuren met Emile Meijer als eerste directeur. Destijds was het een rijksmuseum, tegenwoordig is het museum een zelfstandige stichting en maken de schilderijen deel uit van de rijkscollectie Het hart van de collectie vormen de schilderijen van Van Gogh, de grootste collectie van zijn schilderijen ter wereld. Bekende werken van Van Gogh, zoals De aardappeleters, Het gele huis, Zonnebloemen en De slaapkamer zijn hier te vinden. Vincent van Gogh schreef veel brieven, vooral aan zijn broer Theo. Het grootste deel van deze brieven wordt bewaard in het museum. Van Goghs invloed op het expressionisme, het fauvisme en de vroege abstractie was enorm en kan worden gezien in vele andere aspecten van de twintigste-eeuwse kunst. Daarom heeft het museum naast werken van Van Gogh ook werk van andere kunstschilders die door hem zijn beïnvloed of met hem hebben samengewerkt. Het museum heeft werken van onder meer: Paul Gauguin Jozef Israëls Claude Monet Camille Pissarro Georges Seurat Paul Signac Henri de Toulouse-Lautrec Sinds 1991 valt De Mesdag Collectie in Den Haag onder de verantwoordelijkheid van het Van Gogh Museum.
    Op 7 december 2002 werden twee schilderijen van Van Gogh uit het museum gestolen. Het ging om Uitgaan van de Hervormde Kerk te Nuenen uit 1884 en Zeegezicht bij Scheveningen uit 1882. De twee dieven gebruikten een ladder om op het dak te klimmen.] In december 2003 werden de daders veroordeeld maar waren de schilderijen nog niet teruggevonden. Pas in 2016, 14 jaar na de diefstal, werden de doeken in Italië teruggevonden. De doeken bleken in het bezit te zijn van de Napolitaanse maffia en waren verstopt in een huis bij Pompeï. Op 19 januari 2017 besloot de rechtbank te Napels de gestolen werken terug naar het Van Gogh Museum te sturen.Vanaf 22 maart 2017 zijn de twee werken weer te zien in het museum. Het Van Gogh Museum bestaat uit twee gebouwen: het hoofdgebouw dat in 1973 werd geopend, en de nieuwe vleugel die in 1999 werd geopend. Het hoofdgebouw werd in 1963-1964 in opdracht van de Staat der Nederlanden (Rijksgebouwendienst) ontworpen door de Nederlandse architect Gerrit Rietveld. Eerder was men in gesprek met architect Duintjer, maar om onbekende redenen werd deze samenwerking beëindigd. Na Rietvelds dood in 1964 werd diens schetsontwerp uitgewerkt door zijn compagnons Joan van Dillen en J. van Tricht. Daarbij werd nadrukkelijk afgeweken van Rietvelds plannen voor de gevels, die afwisselend uit geglazuurde baksteen en uit staalplaten met een holle vorm bekleed hadden moeten worden. Rietvelds opvolgers kozen voor een overal aangebrachte imitatiebreuksteen van beton, die al snel grote technische problemen in het interieur zou gaan opleveren. Met de bouw werd in 1969 begonnen. De opening vond plaats op 2 juni 1973; de bibliotheek was overigens al in 1969 opengegaan. Het gebouw uit betonsteen en glas bestaat uit een aantal ruimtes rond een centrale vide, ontworpen op een grit van vijf meter. Zowel de permanente collectie als de tijdelijke tentoonstellingen werden hier ondergebracht. In de loop der jaren werden in het gebouw tal van wijzigingen aangebracht. Terwijl de nieuwe vleugel werd gebouwd, werd het hoofdgebouw in 1998-1999 verbouwd, naar een ontwerp van Martien van Goor. Hij bracht de indeling van het hoofdgebouw meer in overeenstemming met het oorspronkelijke ontwerp, en verplaatste de kantoren naar een glazen aanbouw. Sinds de opening van de nieuwe vleugel wordt het hoofdgebouw alleen gebruikt voor de permanente tentoonstelling. De nieuwe vleugel is ontworpen door Kisho Kurokawa. Het gebouw is speciaal bedoeld voor tijdelijke tentoonstellingen, en werd gefinancierd door een gift van The Japan Foundation van de Yasuda verzekeringsmaatschappij in Tokio. Het is een met natuursteen en titanium bekleed ellipsvormig gebouw, uitgevoerd in beton, dat half in de grond ligt. Via een ondergrondse doorgang, die sinds 2015 ook als hoofdingang dient, is het met het hoofdgebouw verbonden. De openingstentoonstelling was gewijd aan Vincents broer Theo van Gogh Eind september 2012 sloot het museum voor de duur van een zeven maanden. In verband met nieuwe brandveiligheidseisen vond een verbouwing plaats, waarbij onder andere vluchtroutes voor het publiek werden aangelegd en het gebouw werd gerenoveerd. De 75 belangrijkste werken waren in die periode (tot eind april 2013) te zien in museum De Hermitage in Amsterdam, waar de tentoonstelling van de schilderijen van Van Gogh werd gecombineerd met een tentoonstelling van Franse impressionisten, een collectie uit De Hermitage in Sint-Petersburg. De verbouwing werd aangekondigd op 24 juni 2011, terwijl de andere musea aan het Museumplein, het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum langdurig gesloten waren wegens verbouwing. De heropening was op 1 mei 2013. In 2011 was het Van Gogh Museum het best bezochte museum van Nederland met gedurende dat jaar 1,5 miljoen bezoekers. Op 14 augustus 1975 werd ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het GVB in een van de vleugels de expositie Halte 75 geopend, die tot september doorliep. Tussen 9 februari en 2 juni 2002 was er een tentoonstelling gewijd aan de belangrijke relatie tussen Van Gogh en Paul Gauguin. De tentoonstelling was onder meer bijzonder omdat er voor de eerste keer de drie versies van zijn Vaas met vijftien zonnebloemen naast elkaar waren te zien: de versie uit de National Gallery, die van het Van Gogh zelf, en de versie die in 1987 door het Japanse bedrijf Yasuda voor een recordbedrag van 25 miljoen pond werd aangekocht. Over dit laatste werk is altijd enige commotie blijven bestaan omdat er wellicht sprake zou zijn van een vervalsing, bijvoorbeeld door de Franse schilder Émile Schuffenecker (1851-1934).
    In 2006 was er een grote tentoonstelling gewijd aan de schilderijen van Rembrandt van Rijn en de Italiaanse kunstschilder Caravaggio. Vele topstukken uit het buitenland, waaronder De Emmaüsgangers (National Gallery, Londen), Amor Vincit Omnia (Gemäldegalerie, Berlijn) en Het offer van Isaac (Uffizi, Florence) kwamen hiervoor naar Nederland. De tentoonstelling was een groot succes, ondanks de vrij hoge toegangsprijs (20 euro zonder korting). Deze tentoonstelling werd samen georganiseerd met het Rijksmuseum. Van 24 november 2006 tot en met 4 maart 2007 was er een tentoonstelling getiteld 'Vincent van Gogh en het Expressionisme. Hier werden 20 werken van Van Gogh en 40 expressionistische werken tentoongesteld. Getoond werd de invloed die Van Gogh had op de Duitse en Oostenrijkse expressionisten. Van 21 september 2007 tot en met 20 januari 2008 was er de tentoonstelling Barcelona 1900. Van 14 november 2008 tot en met 13 februari 2009, Stedelijk Museum te gast: Fauvisten en expressionisten. Van 16 mei 2008 tot en met 4 januari 2009 de tentoonstelling Vincent van Gogh en het Franse stilleven. Van 13 februari tot en met 7 juni 2009 de tentoonstelling Van Gogh en de kleuren van de nacht. Van 9 oktober 2009 tot en met 3 januari 2010 de tentoonstelling Van Goghs brieven. De kunstenaar aan het woord. Er zijn 120 originele brieven te zien. Ook is er een nieuwe editie van de brieven van Vincent van Gogh uitgeven in zes boekdelen met 819 brieven die door Vincent van Gogh zijn geschreven en 83 brieven die aan hem zijn gericht. Door het Van Gogh Museum en het Huygens Instituut is 15 jaar onderzoek naar de brieven gedaan. Van 19 februari tot en met 6 juni 2010 de tentoonstelling Paul Gauguin. De doorbraak naar moderniteit. Van 1 mei 2013 tot en met 12 januari 2014 de tentoonstelling Van Gogh aan het werk, jubileumtentoonstelling om het afsluiten van acht jaar onderzoek naar Van Goghs werkwijze te vieren.





    02-06-2018 om 09:44 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 2 juni de pil
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    2 juni 1999 In Japan wordt op 2 juni 1999 door een medische adviesraad voor de regering het gebuik van de anticonceptiepil toegestaan. Japan was tot dan toe het enige geïndustrialiseerde land in de wereld waar de pil verboden was. Condoomfabrikanten zijn er dertig jaar lang in geslaagd de anticonceptiepil buiten de deur te houden. Nu eens beweerden ze dat de pil niet werkte, dan weer was hij levensgevaarlijk en zou losbandigheid en verspreiding van seksueel overdraagbare ziektes bevorderen. Slechts een zeer ouderwetse variant, een soort hormonenbom, mocht op medische gronden worden voorgeschreven. Een gevolg van de ban op de pil was dat Japan een van de hoogste abortuscijfers van de wereld kende. Op verscheidene plaatsen in Japan zijn "begraafplaatsen" voor geaborteerde kinderen. Onafzienbare rijen poppen vormen daar de herinnering aan kinderen die werden verwekt, maar er nooit kwamen.

    02-06-2018 om 09:42 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 2 juni 1904 tarzan

    2 juni 1904 TARZAN Peter Johann Weissmüller (Freidorf (Oostenrijk-Hongarije), 2 juni 1904 – Acapulco (Mexico), 20 januari 1984) was een zwemkampioen in de jaren 20 van de twintigste eeuw en vertolker van Tarzan tussen 1932 en 1948. Hij nam tweemaal deel aan de Olympische Spelen en won hierbij in totaal zes medailles. Hij werd geboren als Peter Johann Weissmüller in Freidorf (een wijk in het huidige Timişoara in Roemenië) in het toenmalige Oostenrijk-Hongaarse rijk en gedoopt als János Weissmüller. Zijn ouders waren de Duitssprekende Oostenrijkers Petrus Weißmüller en Erzsébet Kersch. Toen Johnny zeven maanden oud was verhuisde de familie naar de Verenigde Staten. Met de S.S. Rotterdam vertrokken zij op 14 januari 1905 uit Rotterdam en kwamen twaalf dagen later aan in New York. Bij aankomst werden hun namen veranderd in de meer Engels klinkende namen Peter, Elizabeth en Johann Weissmuller. Na een kort verblijf in Chicago, Illinois, waar ze familie bezochten, verhuisden zij naar de mijnstad Windber in Pennsylvania. Peter Weissmuller werkte hier als mijnwerker. Op 3 september 1905 werd een broertje van Johnny geboren: Peter Weissmuller Jr. Na een aantal jaren in Pennsylvania gewoond te hebben verhuisde de familie naar Chicago. Johnny's vader was de eigenaar van een bar en zijn moeder werd chef-kok in een restaurant. Uit documenten die Elizabeth Weissmuller indiende in Chicago blijkt dat zijn ouders later scheidden. Zijn moeder werd dus geen weduwe van Johnny's vader (die zou zijn overleden aan tuberculose als gevolg van zijn werk in de mijnen) zoals veel bronnen abusievelijk vermelden. Al op jonge leeftijd waren Johnny en zijn broer goede zwemmers. De stranden van het Michiganmeer werden hun favoriete zomerbestemming. Hij werd lid van het Stanton Park-zwembad en won alle jeugdtoernooien. Op zijn twaalfde werd hij opgenomen in het YMCA-zwemteam. Na zijn schooljaren werkte Weissmuller een tijdlang als liftboy in een hotel. In zijn vrije tijd trainde hij zich verder in het zwemmen. Weissmuller was een van de beste zwemmers aller tijden. Hij was wereldrecordhouder op de 100 meter en haalde in totaal vijf gouden Olympische medailles: 1922: De eerste in de geschiedenis die de 100 meter vrije slag onder de minuut zwom (58,6 sec.) 1924: drie gouden en één bronzen medaille op de Olympische Spelen in Parijs: Goud: 100 meter en 400 meter vrije slag, 4 x 200 meter estafette Brons: waterpolo 1928: 2 gouden medailles op de Olympische Spelen in Amsterdam: 100 meter vrije slag en 4 x 200 estafette In 1932 speelde Weissmuller de hoofdrol in Tarzan the Ape Man. De vrouwen vielen in katzwijm voor deze kampioen. Hij zou tot 1948 in twaalf Tarzan films meedoen. Vanaf 1934 werd Maureen O'Sullivan zijn vaste tegenspeelster als Jane. Beiden werden grote filmsterren. Weissmuller had echter minder succes in andere zaken. Vijf huwelijken strandden en hij geraakte financieel aan de grond. Zijn reputatie en sterrenstatus raakte hij kwijt. Op 20 januari 1984 overleed hij aan de gevolgen van longoedeem. Bij het ter aarde laten van zijn doodskist klonk zijn typerende Tarzanroep driemaal. Dit was al vastgelegd voor zijn dood, op zijn eigen verzoek. Weissmuller werd 79 jaar.









    02-06-2018 om 09:41 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.the beatles

     

    01-06-2018 om 09:26 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 1 juni the beatles

    1 juni 1967 The Beatles Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band The Beatles was een popgroep uit de Engelse stad Liverpool. De groep was actief van 1960 tot 1970 en wordt algemeen beschouwd als de meest invloedrijke band uit de geschiedenis van de popmuziek.[1] De bezetting bestond uit John Lennon, Paul McCartney, George Harrison en Ringo Starr; andere vroege leden waren Stuart Sutcliffe en Pete Best. Al vrij snel na hun doorbraak kregen de leden van The Beatles te maken met hysterische reacties van voornamelijk jonge tienermeisjes, die tijdens concerten de muziek met hun gegil overstemden. Voor dit gedrag raakte de term "Beatlemania" in zwang. Tijdens hun carrière verrichtten ze pionierswerk in de geluidsstudio, waarvoor ze in brede kring lof oogstten. Onder hun invloed groeide de popmuziek uit van een op Amerikaanse rhythm-and-bluesgebaseerd genre tot een veel breder georiënteerde muzieksoort. Met de ontwikkeling en de verfijning van hun muziek, geleid door het songwritersduo Lennon-McCartney, werd The Beatles steeds meer beschouwd als belichaming van de gezamenlijke idealen van de sociaal-culturele revoluties tijdens de jaren zestig. The Beatles-leden John Lennon en Paul McCartney waren de belangrijkste liedjesschrijvers van het viertal. De Amerikaanse artiesten die ze bewonderden en die ze als inspiratiebronnen beschouwden waren Chuck Berry, Little Richard, Fats Domino, Elvis Presley, The Everly Brothers, Buddy Holly, de songwriter Smokey Robinson en, na 1964, de folksinger-songwriter Bob Dylan maar ook Harry Nilsson.Tot de bekendste nummers van The Beatles behoren: I Want to Hold Your Hand, She Loves You, Yesterday, Michelle, Yellow Submarine, Lucy in the Sky with Diamonds, All You Need Is Love, Hey Jude, Let It Be, Help!, Penny Lane, In My Life en Strawberry Fields Forever. The Beatles zijn tot nu toe de bestverkopende band in de geschiedenis, met een geschatte omzet van meer dan 600 miljoen platen wereldwijd. De groep staat bovenaan de lijst van de meest succesvolle ‘Hot 100’ kunstenaars aller tijden van het Amerikaanse Billboard Magazine; in 2015 houdt de groep het record voor de meeste nummers-een op de Billboard Hot 100-lijst met twintig. The Beatles kreeg tien Grammy Awards, een Oscar voor beste originele muzieken vijftien Ivor Novello Awards. Collectief is The Beatles opgenomen in de 'Time 100: The Most Important People of the Century', een compilatie van de 100 meest invloedrijke personen van de twintigste eeuw van het tijdschrift Time. The Beatles staat nummer 1 op de lijst van de 100 invloedrijkste artiesten dat door het Amerikaanse muziektijdschrift Rolling Stone werd samengesteld. De groep werd ingewijd in de Rock and Roll Hall of Fame in 1988 en alle vier leden individueel tussen 1994 en 2015. Als echte hoogtepunten in het repertoire gelden de albums A Hard Day's Night (1964, soundtrack van de klassieke film), Rubber Soul (1965), Revolver (1966), Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band (1967), The Beatles (1968) en Abbey Road (1969). Hun album Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band uit 1967 geldt als een mijlpaal in de popgeschiedenis. De basis voor The Beatles werd op 6 juli 1957 gelegd, toen John Lennon op een festival in Woolton, Liverpool, tussen de optredens van zijn groep The Quarrymendoor Paul McCartney ontmoette.Die bracht op zijn beurt enige maanden later weer schoolvriend George Harrison mee die in eerste instantie door John Lennon te jong werd bevonden om tot de groep toe te treden. Harrison was toen 14, Lennon 17 en McCartney 15 jaar oud.
    In 1960 wijzigden ze op voorstel van Stuart Sutcliffe de groepsnaam eerst in Beatals, waarna nog enkele wijzigingen volgden (een maand heetten ze de Silver Beetles) en ze in augustus op de definitieve groepsnaam stuitten, een woordspelige combinatie van de woorden "beat" en "beetles", dat kevers betekent en een eerbetoon was aan de naar insecten vernoemde begeleidingsband van Buddy Holly, de Crickets (krekels). John Lennon, Stuart Sutcliffe en Paul McCartney waren regelmatig te vinden in club Jacaranda in Slater Street. The Beatles begonnen te spelen in de Jac in de zomer van 1960. De eigenaar van de club, Allan Williams kon tussen mei en augustus 1960 ook een aantal boekingen regelen voor optredens op andere locaties en werd zo de eerste manager van de band. Hij regelde ook optredens in Hamburg, waar hij ze persoonlijk naar toe reed. [7]. Ze leerden in Hamburg de zanger Tony Sheridan kennen, die daar ook in het clubcircuit optrad. In juni 1961 maakten ze als zijn begeleidingsgroep hun eerste platenopnamen. Twee van de liedjes die daarbij werden opgenomen, My Bonnie en The Saints, werden op single uitgebracht. Die werd in Duitsland een klein hitje, maar dat leverde voor The Beatles geen naamsbekendheid op: op de hoes werden ze helemaal niet vermeld en op het etiket heetten ze The Beat Brothers. De overige liedjes van de Hamburgse opnamesessies bleven op de plank liggen tot 1964, toen The Beatles beroemd waren geworden en platenmaatschappij Polydor probeerde mee te liften op het succes door ze op een lp (The Beatles' First) en een paar singles uit te brengen. In november 1961 maakte de groep kennis met Brian Epstein, die aanbood hun manager te worden.[Toen The Beatles daarmee akkoord gingen, begon Epstein verwoede pogingen te doen om voor hen een platencontract in de wacht te slepen. Op 1 januari 1962 deed de groep auditie bij Decca Records. Ze werd afgewezen. Pas op 6 juni 1962 leverde een auditie bij producer George Martin van Parlophone een platencontract op. Tot aan de definitieve samenstelling vonden nog diverse personeelswisselingen plaats; bekende ex-leden zijn bassist Stuart Sutcliffe die kort na het verlaten van de groep op 21jarige leeftijd overleed in het ziekenhuis van Hamburg, en drummer Pete Best, die ook nog eens onder een keur van namen optrad. Best werd bedankt voor zijn diensten op 16 augustus 1962 door Beatles-manager Brian Epstein. Reden hiervoor was dat George Martin bij hun auditie niet tevreden was over Bests drumwerk op de eerste versie van Love Me Do, het liedje dat later de eerste echte single van The Beatles zou worden. Toen de overige Beatles dit hoorden, drongen ze bij manager Epstein aan op het ontslag van Best. Ten slotte werd Ringo Starr gevraagd om bij de band te komen.Starr, wiens echte naam Richard Starkey is, speelde daarvoor bij Rory Storm and the Hurricanes, eveneens afkomstig uit Liverpool. Love Me Do werd bespeeld door Andy White, een sessiedrummer, omdat George Martin ook bij Ringo Starr niet tevreden was bij dit nummer, de tweede versie, waardoor de derde versie uiteindelijk de originele single werd. De muziek van The Beatles, die oorspronkelijk deel uitmaakte van de Merseybeat, ontwikkelde zich vanaf 1961 explosief. Waren de eerste singles zoals Love Me Do gebaseerd op een drietal akkoorden en inhoudelijk nogal mager, al snel werden nieuwe instrumenten en akkoorden ingebracht en werden de muziek en liedteksten complexer. Op She Loves You sloegen The Beatles een nieuwe weg in door zich niet meer in de eerste persoon direct tot de (vrouwelijke) luisteraar te richten, maar de derde persoon te gebruiken. Muzikaal gezien was het einde van She Loves You, waarbij The Beatles gebruik maakten van een sextinterval, ook een progressie. Later maakten The Beatles onder andere als eerste popgroep gebruik van de sitar in Norwegian Wood (This
    Bird Has Flown)(1965)en gebruikten ze voor het eerst een strijkorkest voor McCartneys Yesterday (1965). De B-kanten van hun singles kregen vaak dezelfde 'hitpotentie' kregen als de A-kant. Ook werden meerdere singles uitgebracht met een dubbele A-kant, zoals We Can Work It Out/ Day Tripper en Penny Lane/Strawberry Fields Forever. De eerste succesjaren kenmerkten zich door een ongekende massahysterie, door de Britse pers in 1963 heel treffend Beatlemania genoemd. Hadden The Beatles in dat jaar alleen nog maar succes in eigen land en vanaf het najaar in Zweden, vanaf januari 1964 veroverde de groep ook de rest van de wereld. In Australië, de Verenigde Staten, Europa en Azië werden The Beatles immens populair. In deze tijd begonnen The Beatles films te maken, zoals de zwart-wit-komedie A Hard Day's Night (1964). Verder verschenen Help! (1965), Magical Mystery Tour (1967), Yellow Submarine (1968) en Let It Be (1970). De Amerikaanse media kregen in 1963 lucht van The Beatles. Hun reactie was in eerste instantie schamper. In februari 1964 traden The Beatles op in de Ed Sullivan Show, waar 73 miljoen mensen naar keken. In april 1964 bezetten The Beatles de eerste vijf plaatsen van de Billboard Top 100. De eerste drie lp's van de groep vertonen een duidelijke progressie. Please Please Me (1963) is een verzameling van covers, maar ook van eigen werk, waaronder klassiekers als I Saw Her Standing There en Do You Want To Know A Secret. Het tweede album, With the Beatles kan opgevat worden als een productioneel beter verzorgde kopie van de debuut-lp, maar was anderzijds ook een grote stap voorwaarts. EMI (de platenmaatschappij) had onderhand al meer vertrouwen in de groep, er hoefden geen geheide hits meer op en de hoesfoto mocht al wat onconventioneler. A Hard Day's Night wordt beschouwd als de beste vroege plaat van de groep. Het geluid erop wordt sterk gedomineerd door de twaalfsnarige gitaar van Rickenbacker, een revolutionair instrument in die dagen. Gedurende 1964 en 1965 hadden The Beatles het zeer druk met reizen en optreden. Tournees in Azië, Europa, Australië en de Verenigde Staten werden afgewisseld met studiowerk in Londen en met filmopnames voor A Hard Day's Night en Help!. Op het gelijknamige album, maar vooral op Beatles for Salevertoonde de groep tekenen van vermoeidheid. Deze tijdelijke artistieke stilstand werd, zoals gezegd, wel gecompenseerd door enorme commerciële successen. Vanaf eind 1965 waren de artistieke krachten helemaal terug, mede onder de invloed van marihuana. En waar A Hard Day's Night een hoogtepunt vormde voor wat de ontwikkeling in de hoogte betrof, begon nu een andere ontwikkeling: die in diepte. Het klassieke album Rubber Soul, eind 1965 afgeraffeld om de deadline voor de kerstmarkt te halen,[21] was hier het resultaat van. Vanwege de tijdsdruk, het feit dat de steeds geraffineerder geworden lp's niet live gereproduceerd konden worden en omdat de fans toch maar door hun muziek heen schreeuwden, stopten The Beatles in 1966 met toeren. Op 29 augustus 1966 was het laatste concert (Candlestick Park, San Francisco). Ook de druk van het reizen viel de leden uiteindelijk te zwaar. Zo waren er problemen in Amerika na de uitspraak van Lennon dat The Beatles populairder waren dan Jezus, werden The Beatles in de Filipijnen vrijwel
    gemolesteerd en afgeperst nadat ze hadden geweigerd om presidentsvrouw Imelda Marcos te ontmoeten en werden ze in Japanbehandeld alsof ze gevangenen waren. Bovendien hadden The Beatles inmiddels muzikale ideeën ontwikkeld die niet op het podium konden worden uitgevoerd. Zo zijn de liedjes van het album Revolver, dat in de zomer van 1966 uitkwam nooit live uitgevoerd, hoewel ze tussen de tournees door wel werden opgenomen. 'Paperback Writer', opgenomen tijdens de Revolver-sessies is overigens wel een aantal keer live gespeeld. De studiojaren braken aan. In een volumineus boekwerk Recording The Beatles verklaren twee geluidstechnici omstandig hoe het kwam dat The Beatles in de studio klonken zoals zij klonken. De studiojaren waren in feite al aangevangen met het album Rubber Soul (1965). Vanaf eind 1965 ging de artistieke ontwikkeling van The Beatles steeds sneller. Vele fans konden de ontwikkeling van de groep niet bijhouden; zo duurde het langer dan normaal voor de single Paperback Writer/Rain de eerste plaats van de hitparade had bereikt. Het intensieve gebruik van studio-effecten (strijkers, tape-loops, gitaren waarvan het geluid achterwaarts weergegeven werd, versnelde of vertraagde nummers enz.) was al begonnen op Revolver, maar deze technieken kregen pas echt hun beslag op het volgende album. Op 1 juni 1967 verscheen het album Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band, dat algemeen beschouwd wordt als het hoogtepunt uit hun artistieke loopbaan. De elpee stelt The Beatles voor als een andere groep, Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band. De extravagante hoes met liedteksten op de achterste hoes − een noviteit in de popmuziek − is beroemd om zijn fotocollage van beroemdheden, waaronder The Beatles zelf (in de vorm van wassen beelden in keurig maatpak die hun 'oude' alter ego voorstellen), die de fictieve groep Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band bewonderen. Met dit album werd de rock-'n-roll, een genre dat tot dan toe nog steeds als iets voor de jongere generaties beschouwd was, verheven tot een voor iedereen toegankelijke kunstvorm. Een van de directe gevolgen was dat vanaf dat moment het album dominant werd in de popmuziek, daar waar vroeger het succes en de populariteit van artiesten werden afgemeten aan de singles. In de gerespecteerde Londense Times beschreef muziekcriticus Kennet Tynan de plaat als een "beslissend moment in de geschiedenis van de westerse beschaving"en in de editie van het bekende weekblad Time van 22 september 1967 vergeleken eminente musicologen en 'klassieke componisten' onder wie Leonard Bernstein de composities van de groep met muzikale grootheden uit het verleden als Schumann of Schubert. Kosten noch moeite werden gespaard om van dit album iets speciaals te maken. Dat ging dan van het aanschrijven van tientallen beroemdheden om op de hoes te worden afgebeeld (door middel van sterk vergrote en uitgesneden afbeeldingen) tot het gebruiken van een heel strijkorkest (uiterst ongewoon in die dagen). De plaat begint eenvoudigweg waar Revolver stopte, bij Tomorrow Never knows. Het is een aaneenschakeling van muziek, hallucinerende bellen, sociale kritiek, droomvisioenen, cryptische boodschappen, Indiase invloeden, studio-gepraat en geluidscollages. Hoewel er geen sprake is van een thematisch concept, is de sfeer zo eenduidig dat deze plaat als het eerste conceptalbum uit de geschiedenis kan worden beschouwd. Groot is de invloed van chemische substanties (lsd), groot is ook de invloed van producer George Martin die de complexe geluidscollages maandenlang aaneensmeedde. Hoogtepunt is A Day in the Life,
    volgens sommigen een visie op de dag des oordeels. Hoewel van het album geen singles werden uitgebracht, werd het een doorslaand succes. De opnames van de nummers Strawberry Fields Forever en Penny Lane werden gebruikt om deze vroeg in 1967 op single met dubbele A-kant uit te brengen en kwamen niet op de elpee. George Martin verklaarde in de tv-documentaire The Making of Sgt. Pepper dat het ontbreken van deze nummers op de elpee de grootste blunder uit zijn artistieke loopbaan was. Toen in de zomer van 1967 manager Epstein overleed, luidde dat het begin van het einde voor The Beatles in. Ze wilden voortaan zelf hun zaken regelen. Met Kerstmis 1967 brachten ze Magical Mystery Tour uit, als een televisiefilm en een bijbehorende ep, waar de psychedelische klanken van Sgt. Pepper's een magere nagalm beleefden. De film flopte. Bovendien zond de BBC de film in zwart-wit uit, een blunder in een tijd waarin alles om kleur draaide. Ook gingen The Beatles in zaken. Apple Corps werd opgericht, met onder meer een kleding- en een filmafdeling en een muzieklabel. Apple Corps was matig succesvol. The Beatles verloren al snel de interesse in het zakendoen, ze maakten liever muziek. De kledingafdeling werd wegens enorme verliezen opgeheven door de complete inventaris weg te geven. Op het Apple-label verscheen Hey Jude als eerste single en werden namen als James Taylor, Badfinger, Mary Hopkin en Jacky Lomax binnengehaald. De filmafdeling maakte nog wel enige winst. Yellow Submarine (1968), een film gebaseerd op de gelijknamige hit uit 1966, was een redelijk succes, hoewel The Beatles zich er amper mee bemoeiden. De nummers op de soundtrack van Yellow Submarine brachten weinig enthousiasme teweeg, al wist de groep in deze periode met ander werk — zoals Hello, Goodbye (alleen op de Amerikaanse lp Magical Mystery Tour verschenen, waarbij de ep aangevuld werd met singles, later werd dit de standaard cd-editie), Hey Bulldog, Lady Madonna (alleen op single uitgebracht), The Fool On The Hill, All You Need Is Love en I Am The Walrus — nog genoeg respect af te dwingen. In 1968 gingen The Beatles echter weer de andere kant op en brachten ze het dubbelalbum The Beatles uit, beter bekend als The White Album, vanwege de minimalistische witte hoes. De groep heeft hierop minder overdadig gebruikgemaakt van de mogelijkheden die de studio bood. Op dit voor veel muzikanten belangrijke dubbelalbum (de trendsetter voor alle rock-dubbelalbums tot vandaag aan toe) staan liedjes als Back in the U.S.S.R., Revolution 1, Ob-La-Di, Ob-La-Da, Blackbird en Dear Prudence. Een van de bekendste composities op het dubbelalbum is Harrisons While My Guitar Gently Weeps, met Eric Clapton op gitaar. Dit was de eerste maal dat een popmuzikant die geen deel uitmaakte van The Beatles op een album meespeelde. Er waren tientallen takes nodig om dit nummer op te nemen. Gegeven de omstandigheden zou het heel wat zelfdiscipline van de groep vereist hebben − waarover ze toen niet beschikten − om, zoals George Martin voorgesteld had, de plaat te beperken tot de beste 14 of 16 nummers, om zo een "superelpee" te maken. Verder bevat het album de avantgardistische muzikale collage Revolution 9 van Lennon, een minutenlang durende chaos van geluiden. Het album kenmerkt zich door een breed scala aan verschillende stijlen, van rock, country en ska tot hardrock en musical.
    Terwijl The Beatles bezig waren met de opnames voor het 'witte' dubbelalbum 'The Beatles', viel de groep verder uit elkaar. McCartney had zich sinds het overlijden van Epstein officieus opgeworpen als de leider van de groep. Hij streek daarmee Lennon tegen de haren in, die de groep had opgericht. Lennon op zijn beurt nam zijn nieuwe geliefde Yoko Ono mee de studio in, waar haar aanwezigheid niet werd gewaardeerd door de overige Beatles. Verder werd Lennons muziek door Ono's invloed extravaganter en had hij liedjes en singlevoorstellen die voor de overige Beatles te apart waren (What's The New Mary Jane werd door hen voor release tegengehouden, Give Peace A Chance en Cold Turkey zou Lennon later met zijn eigen Plastic Ono Band buiten The Beatles om uitbrengen). Ringo Starr kon niet tegen de ruzies, stopte ermee en kwam pas na twee weken en op aandringen van de overige leden weer terug. Op initiatief van McCartney werd in januari 1969 begonnen met de opnames van het Get Back-project, bedoeld om weer terug te keren naar de eenvoud van vroeger. Er zou een eenvoudige tournee komen, een film daarvan, een single en een album. Dat project faalde eveneens. Er werd niet getoerd; in plaats daarvan verzorgden ze op 30 januari 1969 een onaangekondigd optreden op het dak van het Apple-kantoor in Londen, waar na een paar nummers door de politie een einde aan werd gemaakt. Ontevreden over het materiaal bleef de release van een lp voorlopig uit; alleen een single (Get Back) werd uitgebracht. De later uitgebrachte film Let It Be laat zien hoe de groep uit elkaar valt, geïllustreerd door de ruzie tussen Harrison en McCartney. Harrison gooide ook tijdelijk het bijltje erbij neer. Met Abbey Road, dat in september 1969 verscheen, brachten The Beatles hun laatste succesvolle elpee uit. Hun ruzies hadden ze hiervoor even opzij gezet. Een deel van kant twee bevat een medley van onvoltooide liedjes die aan elkaar zijn geregen. De plaat eindigt heel veelzeggend met The End (latere uitgaven vermelden Her Majesty als laatste nummer; dat korte liedje kwam door een fout van een geluidstechnicus op de plaat terecht, waarmee de eerste hidden track uit de rockgeschiedenis een feit was. Deze persing werd gehandhaafd en de hoes werd aangepast). John Lennon kondigde vervolgens aan uit de groep te willen stappen, maar het nieuws werd stilgehouden. Na een promotionele fotosessie in september 1969 werden de leden echter niet meer samen gezien. In april 1970 verscheen nog Let It Be, een door producer Phil Spector opgepoetst en opgeleukt album met opnames van de Get Back-sessies waar The Beatles geen interesse meer voor hadden, tegelijk met de film. Het voor dit album op 3 januari 1970 opgenomen I me mine was de laatste opname-sessie van The Beatles. Lennon was echter niet bij deze sessie aanwezig. Geen van The Beatles kwam opdagen bij de première. Op hetzelfde moment bracht McCartney zijn eerste solo-elpee uit, McCartney, met een zelf afgenomen interview in de hoes gestoken waarin hij verklaarde dat The Beatles voorbij waren. "I didn't leave the Beatles. The Beatles have left The Beatles, but no one wants to be the one to say the party's over", zou McCartney later verklaren.[25 Er werd in de jaren zeventig nog meermalen gepoogd om de groep weer bij elkaar te krijgen. McCartney en Lennon waren in 1974 nog bij elkaar om (samen met onder anderen Harry Nilsson en Stevie Wonder) wat te jammen, maar van blijvende samenwerking was geen sprake meer. Toen John Lennon op 8 december 1980 voor zijn huis (Dakota Building aan 72nd street, New York) door Mark David Chapman werd vermoord, was de tijd van The Beatles echt voorbij.
    In 1995 en 1996 brachten George Harrison, Paul McCartney, Ringo Starr en Yoko Ono drie albums uit, Anthology getiteld, die speciale versies en outtakes bevatten van Beatlesnummers. De nieuwe singles Free as a Bird en Real Love, waarvoor audiocassettes van John Lennon als basis dienden, brachten The Beatles opnieuw onder de aandacht van het grote publiek. De Anthology-albums werden in 1996 gevolgd door een documentaire (waarvan een deel als televisiedocumentaire werd uitgebracht) en in 2000 door een boek waarin "het verhaal van The Beatles wordt verteld door The Beatles zelf". In 2003 werd de documentaire op een dvd-box uitgebracht die bestaat uit vijf dvd's. De documentaire is verspreid over vier dvd's. Op de vijfde dvd staan extra's, waaronder een jamsessie van Paul McCartney, George Harrison en Ringo Starr in 1994, en extra interviews in de Abbey Road Studio's. George Harrison overleed aan de gevolgen van kanker op 29 november 2001 in Los Angeles. Zowel McCartney als Starr werkten mee aan een benefietconcert ter nagedachtenis van de gitarist. In november 2003 werd het album Let it Be opnieuw uitgebracht onder de titel Let it Be.... Naked, dit aan de hand van de opnames van het oude album Let it Be, een remix en dus dit keer zonder Phil Spectors inbreng (onder andere diverse orkestraties). Een samenwerking met Cirque du Soleil leidde ertoe dat George Martin samen met zijn zoon Giles Martin het gehele archief aan mastertapes afkomstig van de Abbey Road Studios doorwerkte om een experimentele pro-tools-mix van Beatles-geluiden te creëren. Tegen de bedoelingen in (de geluiden zouden gebruikt worden in de Las Vegas show Love, die wordt gespeeld in The Mirage) werd dit werk november 2006 uitgebracht op cd en dvd-audio onder de naam Love. Het album bevat liedjes met daaronder diverse partijen die in andere liedjes gebruikt werden. In 2008 was er sprake van het verschijnen van een nieuwe single, Now And Then. Uit het archief wordt er materiaal van een oude Lennon-track gebruikt voor een nieuwe Beatlestrack, die Sir Paul McCartney van Lennons weduwe Yoko Ono had gekregen. Hoewel deze release uitbleef, was er op 16 november van dat jaar sprake van een release van een experimentele Beatles-track. McCartney vertelde tijdens een radio-interview met de BBC dat hij het veertien minuten durende Carnival Of Light uit 1967 uit wilde brengen. Op 17 januari 2008 maakte het Amerikaanse label Fuego Records bekend te beschikken over live-opnames uit 1962 die niet eerder zijn uitgebracht. De dj had destijds de gespeelde nummers van de beatgroep opgenomen op tapes en deze verstuurd aan het label, dat ze nu graag wilde uitbrengen op cd. De nummers waar het om ging waren onder meer Twist and Shout, I Saw Her Standing There en Money. Op 13 december 2013 werd bekend dat nooit eerder uitgebrachte 59 opnames uit opnamesessies en radio-uitzendingen zouden verschijnen op het album Bootleg Recordings 1963. Alle albums van The Beatles, inclusief Past Masters, Volume One en Past Masters, Volume Two, werden op 9 september 2009 geremasterd uitgebracht op cd. Op die dag werden de albums ook in twee verschillende cd-boxen uitgebracht; zowel een cd-box met de stereoversies van de albums als een cd-box met de albums in mono. In de monobox ontbreken de albums Yellow Submarine, Abbey Road en Let It Be, omdat er van die albums geen monomix gemaakt is. De geremasterde cd's bevatten videomateriaal met daarin onder andere op elke cd een korte documentaire over het tot stand komen van het
    album. De stereobox bevat ook de extra dvd The Documentaries, waarop door The Beatles zelf wordt uitgelegd hoe hun albums tot stand zijn gekomen. Ook bevat de box replica's van de originele platenhoezen. Begin december 2009 werden de geremasterde albums ook in een beperkte oplage in MP3-formaat uitgebracht op een USB-stick in de vorm van een appel. Mat Snow, journalist bij Mojo Magazine, was voor het verschijnen van de geremasterde albums uitgenodigd om tien geremasterde tracks van The White Album te komen beluisteren en kwam toen tot de conclusie dat het beter klonk dan hij ooit had kunnen hopen. Ook in Nederland waren de recensies van de nieuwe uitgave positief, waarbij werd genoemd dat de muziek "minder dof", "kraakhelder" en "krachtiger en voller" klonk dan op de oude uitgave. In oktober 2008 werd bekend dat er een overeenkomst was gesloten met Viacom, waaraan de licentie van de liedjes van The Beatles zijn verkocht. Hierdoor mochten de nummers van The Beatles gebruikt worden in de videogame The Beatles: Rock Band. Op 9 september 2009, dezelfde dag waarop ook de bovengenoemde remasters uit werden gebracht, verscheen er een speciale editie van Rockband waarin de muziek van The Beatles centraal staat. In het spel kunnen fans zich als lid van de popgroep voordoen. The Beatles behoorden lange tijd tot de weinige artiesten van wie de liedjes niet via iTunes te downloaden waren. Dit kwam mede door het conflict tussen het computerbedrijf Apple Inc. en Apple Records, het label van The Beatles. Sinds dinsdag 16 november 2010 zijn alle albums van de band te downloaden via iTunes. Op 20 november 2010 zijn 7 singles binnengekomen in de Single Top 100. Het eerste museum over The Beatles was Cavern Mecca (1981-1984) in Liverpool dat enkele jaren heeft bestaan. In 1990 verkreeg de stad van herkomst opnieuw een museum, The Beatles Story genaamd. In 1981 werd het Beatles Museum in Krommenie gestart. Later verhuisde deze naar verschillende locaties in Alkmaarwaar het nu nog steeds gevestigd is. In Halle in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt staat sinds 2000 het Beatles Museum. In Hamburg, de stad waar The Beatles in de beginjaren veel hebben gespeeld, was van 2009 tot 2012 Beatlemania Hamburg gevestigd. Andere musea zijn het Egri Road Beatles Múzeum in het Hongaarse Eger en het Museo Beatlein de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. Over de hele wereld zijn monumenten van The Beatles te zien, waaronder meerdere in Liverpool en verder nog op allerlei andere plaatsen, van Jekaterinenburg in Rusland tot Ulan Bator in Mongolië. Daarnaast zijn er monumenten voor individuele leden, in het bijzonder voor John Lennon. Aan hem is bijvoorbeeld het John Lennon Park in Havanna gewijd en Strawberry Fields in Manhattan. In 2007 is in de stad Hamburg in de uitgaanswijk St. Pauli een stalen sculptuur geplaatst, ter herinnering aan de Fab Four. De initiatiefnemer, het radiostation Oldie 95, kreeg de voor het gedenkteken benodigde 460.000 euro door schenkingen bij elkaar en begon in 2007 met de bouw.







    01-06-2018 om 09:22 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 1 juni saint laurent

    1 juni 2008 Saint Laurent Yves Henri Donat Mathieu Saint Laurent (Oran (Algerije), 1 augustus 1936 - Parijs, 1 juni 2008) was een Franse modeontwerper. Yves Saint Laurent was de zoon van Charles Saint Laurent, een Pied-Noir en manager bij een verzekeringsmaatschappij en Lucienne Mathieu. Toen hij zeventien was verliet Saint Laurent het ouderlijk huis om voor de ontwerper Christian Dior te gaan werken. Toen Dior in 1957 stierf, kreeg Saint Laurent op 21-jarige leeftijd de leiding over het toen slecht lopende modehuis Dior. De ontwerpen van Saint Laurent waren zo vernieuwend, dat ze tot grote successen leidden. Zo bijvoorbeeld de trapeziumjurk uit 1958, die ruim viel om de taille in plaats van deze in te snoeren. Saint Laurent gebruikte zowel fel lichte, als donkere kleuren, al ontwierp hij eenmalig ook een collectie waarvan alle kledingstukken zwart waren. Tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog werd Saint Laurent opgeroepen om in het Franse leger te dienen. Na twintig dagen werd hij echter vanwege een zenuwinzinking opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, waar hij onder andere met elektroshocktherapie werd behandeld. Vanwege zijn zenuwinzinking werd Saint Laurent de leiding over het modehuis Dior ontnomen. Samen met zijn partner Pierre Bergé begon hij daarop zijn eigen modehuis, met de later bekend geworden merknaam YSL. In de jaren zestig en zeventig zette Yves Saint-Laurent trends zoals het broekpak en de "beatnik look" en de puntlaarzen die tot dijhoogte de benen omsloten. Midden jaren zestig ontwierp Saint Laurent een collectie wollen tricotjurkengeïnspireerd op het werk van Piet Mondriaan. Deze ogen rechttoe rechtaan met zwarte omlijning, primaire kleuren en hebben een bedachte vlakverdeling. Tot Saint Laurents clientèle behoorden onder meer zijn "muze" Loulou de la Falaise en de actrice Catherine Deneuve. In 1993 werd het modehuis van Yves Saint Laurent voor ongeveer 600 miljoen dollar verkocht aan het farmaceutische bedrijf Sanofi. Zes jaar later werd het merk YSL gekocht door Gucci. Tom Ford kreeg de leiding over de ready-to-wear-collectie, terwijl Saint Laurent de haute couture-collectie ontwierp. In 2002 werd, mede als gevolg van Laurents leeftijd, drugsmisbruik, depressie, alcoholisme, kritiek op de YSL-ontwerpen en problemen met Tom Ford, besloten het couturehuis van YSL te sluiten. Hierna trok Saint Laurent zich meer en meer terug in zijn huis in Marrakesh, Marokko. Yves Saint Laurent overleed op 71-jarige leeftijd. Hij werd begraven in Marrakesh.





    01-06-2018 om 09:19 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 1 juni marleen monroe

    1 juni 1926 Marleen Monroe Marilyn Monroe, pseudoniem van Norma Jeane Mortenson (Los Angeles, 1 juni 1926 – aldaar, 5 augustus 1962), was een Amerikaans fotomodel, actrice en zangeres. Ze werd als sekssymbool een icoon in de jaren vijftig. Marilyn Monroe – Norma Jeane – had een moeilijke jeugd. Haar moeder was Gladys Pearl Mortenson, geboren Monroe,en was eerder gehuwd met John Baker. Norma Jeanes moeder liet zich nog naar hem Gladys Sasha Baker noemen en liet Norma Jeane ook met deze achternaam dopen. Gladys Baker was weliswaar in 1924 getrouwd met Martin E. Mortensen, maar ze leefden al gescheiden voordat Gladys zwanger werd. Mogelijk was Norma Jeanes vader Charles Stanley Gifford ]Gifford en Gladys Baker werkten beiden in de snijstudio van RKO Pictures, waar Baker Giffords ondergeschikte was. Gladys Baker was drugsverslaafd en liet de opvoeding van Marilyn over aan haar vrienden Albert en Ida Bolender. Toen Baker na een lange tijd met haar dochter in een oud krot ging wonen, kreeg ze een zenuwinzinking waardoor ze helemaal op hol sloeg (volgens ooggetuigen zou ze op het dak geklommen zijn en zo de hele buurt bij elkaar geschreeuwd hebben). Monroe werd daarna in het gezin van Grace McKee (later Goddard) geplaatst. Monroe zou nooit een goede band met haar moeder opbouwen. In een later interview zei ze over haar moeder: "To me, she was just that red-haired woman." ("Voor mij was ze slechts die roodharige vrouw.") In 1942 moest McKee's man voor zijn werk naar de oostkust van de Verenigde Staten. Het was voor het stel te duur om de 16-jarige Monroe nog te onderhouden. De jonge Monroe had twee keuzes: terug naar het weeshuis of trouwen. Ze koos voor het laatste en trouwde op 19 juni 1942 met haar 21-jarige buurjongen James Dougherty. Terwijl Dougherty in het leger diende, ging Monroe in op het verzoek van een fotograaf om te poseren, onder andere voor naaktfoto's. Toen Dougherty terugkeerde, kon hij haar niet langer thuishouden en op 13 september 1946 scheidde het stel. Dougherty trouwde daarna nog tweemaal. Hij overleed in 2005. In de jaren daarna probeerde Monroe aan de slag te komen in Hollywood. Ze kreeg onder de naam Marilyn Monroe een contract bij een filmmaatschappij, maar buiten één kleine bijrol, die ook nog eens sneuvelde in de montagekamer, bleef dit aanvankelijk zonder succes. Een contract bij een maatschappij was in die tijd vaak een geïnstitutionaliseerde vorm van prostitutie: de 'actrices' mochten met de relaties van de filmbazen uit eten. Ze werkte ondertussen aan haar houding, nam acteer- en zanglessen, blondeerde haar haar en liet haar gebit reviseren. Geleidelijk aan maakte ze naam als dom blondje, een imago dat ze bewust cultiveerde. Haar eerste grote rol was in How to Marry a Millionaire. Ze had groot succes met Gentlemen Prefer Blondes, naast Jane Russell, en met The Seven Year Itch, waarin het befaamde shot zit met de opwaaiende jurk. Haar laatste project was Something's Got To Give, een onvoltooide film waarin ze tegenover Dean Martin speelde. Monroes huwelijk met de honkballer Joe DiMaggio, met wie ze op 14 januari 1954 trouwde, duurde slechts 7 maanden (tot 27 oktober 1954). Ze gingen evenwel als goede vrienden uit elkaar. DiMaggio bracht na Monroes dood in 1962 gedurende 20 jaar driemaal per week verse rozen naar haar graf. Aan het einde van de jaren vijftig richtte Monroe haar eigen productiehuis op en verhuisde ze naar New York. Ze nam lessen bij The Actors Studio van Lee Strasberg en kreeg een relatie met toneelschrijver Arthur Miller, met wie ze op 29 juni 1956 trouwde. Ze wilde zich verdiepen en serieuzere rollen spelen. In Engeland maakte ze The Prince and the Showgirl, met Laurence Olivier. De film was een flop, maar werd achteraf helemaal niet slecht bevonden. Velen vinden dat haar beste film Some Like It Hot was, tegenover Jack Lemmon en Tony Curtis, alhoewel ze ook goede recensies kreeg voor haar optreden in Bus Stop. Arthur Miller schreef voor haar het script van The Misfits, waarin ze speelde tegenover Clark Gable en Montgomery Clift, twee Hollywoodlegenden. De opnames waren een hel, doordat ze plaatsvonden in de woestijn van Nevada, ver van de bewoonde wereld. Monroe repeteerde tot diep in de nacht met haar persoonlijke coach, Paula Strasberg, de tekst voor de volgende dag. Door
    vermoeidheid, maar ook door haar alcohol- en medicijngebruik, verscheen ze vaak te laat op de set, of soms gewoon helemaal niet. Halverwege de opnamen stuurde de regisseur, John Huston, die zelf ook wel een slokje lustte en soms tijdens de opnamen in slaap viel, haar naar een kliniek om van haar verslaving af te komen. De laatste opnamen van Monroe zijn in soft focus gefilmd om de sporen van de verslaving te maskeren. Miller ontmoette tijdens de opnamen de fotografe Inge Morath, met wie hij een relatie begon. Dit leidde tot de scheiding van Monroe op 20 januari 1961.
    Monroe ligt begraven op het Westwood Village Memorial Park Cemetery Na The Misfits werkte Monroe nog mee aan opnames voor Something's Got to Give, een project dat door de studio werd stilgelegd omdat ze bijna nooit op de set kwam. Haar psychische problemen, deels geërfd van haar moeder, verergerden door haar chronische medicijngebruik. Op 5 augustus 1962 werd ze dood aangetroffen door de huishoudster Eunice Murray in haar huis in Brentwood, Californië. Bij de autopsie op het lichaam van Marilyn Monroe werd acht milligram van het middel chloraalhydraat en 4,5 milligram van het middel Nembutal in haar lichaam gevonden, en dr. Theodore J. Curphey van The Los Angeles County Coroner's Office zei in een persconferentie dat de doodsoorzaak een acute "barbituraat-vergiftiging" was, als gevolg van een "waarschijnlijke zelfmoord". Monroe is begraven op het Westwood Village Memorial Park Cemetery Er is in de media veel gespeculeerd over een mogelijke relatie tussen Monroe en de Kennedy's. Met de Amerikaanse president John F. Kennedy zou ze volgens deze geruchten een affaire hebben gehad, maar toen hij haar beu was, zou hij haar hebben overgedragen aan zijn broer, Bobby Kennedy. Toen deze haar zou hebben laten vallen, zou Monroe door het lint zijn gegaan en een poging tot chantage hebben gedaan. Bewijs voor de relatie en een andere doodsoorzaak dan zelfmoord is echter nooit gevonden. Er zijn oorzaken aan te wijzen voor het ontstaan van deze geruchten. Het grote publiek was in de jaren 1960 onwetend van het drugsgebruik van Monroe. Voor buitenstaanders kwam haar dood dan ook onverwacht. Dat gaf dan ook voeding aan speculaties over de doodsoorzaak. Ook het optreden van Monroe op de verjaardag van president Kennedy in mei 1962, toen ze de president op opvallend zwoele manier Happy Birthday toezong, gaf achteraf voeding aan de bovengenoemde speculaties. Ten slotte ging het hier om twee iconen van de vroege jaren 1960 die alle twee op een onverwachte en raadselachtige manier aan hun eind kwamen, voor de populaire pers goed voor veel sappige verhalen.





    01-06-2018 om 09:18 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    31-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 31 mei Kennedytunnel

    31 mei 1969 opening Kennedytunnel De Kennedytunnel is een belangrijke tunnel onder de Schelde ten zuiden van Antwerpen. Hij werd door koning Boudewijn op 31 mei 1969 geopend en is genoemd naar John F. Kennedy, de 35e president van de Verenigde Staten. De plannen voor deze tunnel dateren van eind jaren vijftig. Tussen 1945 en 1960 vervijfvoudigde het verkeer door de Waaslandtunnel en eind jaren vijftig reden dagelijks meer dan 38.000 voertuigen door die tunnel. Aan beide zijden leidde dit tot veelvuldige files. Daarom werd een tweede oeververbinding noodzakelijk geacht. In 1958 werd het tracé van de E3 vastgesteld. Hierna werd een aanbestedingswedstrijd uitgeschreven voor een brug of tunnel. Minister Georges Bohy koos in 1963 voor de bouw van een tunnel in plaats van een brug in navolging van adviezen van technici. De werken begonnen op 4 september 1964. De afgezonken tunnel heeft een lengte van 590 meter en bestaat uit vier kokers die op 15 meter onder de zeespiegel liggen: twee tunnelbuizen voor het autoverkeer, met elk een inwendige breedte van 14,25 m (2 x 3 rijstroken), oorspronkelijk berekend voor een verkeerscapaciteit van 4.500 tot 5.000 voertuigen per uur per richting (1969). Het wegdek ervan is in 2005 vernieuwd, samen met dat van de hele Antwerpse ring. een fietstunnel in het midden met een breedte van 4 m, en toegangsliften met een lengte van 2,85 m. een koker voor het treinverkeer (aan de noordzijde van de autokokers) met een breedte van 10,50 m. Het centrale gedeelte van de tunnel onder de Schelde werd uitgevoerd door middel van vijf in een nabijgelegen droogdok gebouwde caissons, die ter plaatse afgezonken werden. De uitvoering werd aanbesteed voor een bedrag van 3,1 miljard frank (ongeveer 80 miljoen euro). Door de Kennedytunnel lopen de autosnelweg R1 (Ring rond Antwerpen) en de spoorlijn 59 Antwerpen - Gent. In 1969 werd de tunnel voor het wegverkeer geopend; op 1 februari 1970 reed de eerste trein door de Kennedytunnel. Na een zwaar, dodelijk verkeersongeval op 3 oktober 2006 werd op 9 oktober 2006 in de tunnel voor wegverkeer een snelheidsbeperking tot 70 km/u van kracht (op werkdagen, tussen 6.00 en 20.00 uur). In de tunnel voor het wegverkeer geldt een doorritverbod voor voertuigen die ontplofbare stoffen of sommige brandbare stoffen in colli of brandbare stoffen in tanks vervoeren. Oorspronkelijk werd het ADR-verkeer zuidwaarts afgeleid via de Scheldebrug in Temse en de Boomse steenweg of de E19. Sinds de voltooiing van de Liefkenshoektunnel wordt dit verkeer noordwaarts naar deze tunnel afgeleid. In 2007 werd de tunnelveiligheid geïnspecteerd door het European Tunnel Assessment Programme (EuroTAP). Omwille van de ondermaatse score inzake het beheer van de communicatie en de noodgevallen daalde de veiligheidswaardering van de tunnel van 'acceptable' naar 'poor'.[2] Als onderdeel van het trans-europees netwerkmoet de tunnel uiterlijk tegen april 2014 voldoen aan de minimale veiligheidsvereisten opgelegd door de Europese Commissie. In antwoord daarop kondigde de Vlaamse overheid in 2007 aan dat een reeks onderzoeken worden opgestart voor het verminderen van het veiligheidsrisico in de tunnel. De nota voorziet dat de hellingsgraad van alle toeritten naar de tunnel maximaal tot 3 % zal beperkt worden en dat de tunnel zal voorzien worden van een evacuatieverlichting en een radiofrequentie voor het leveren van noodinformatie. Verschillende maatregelen om de training en de communicatie van de hulpdiensten te verbeteren werden eveneens in het rapport aangekondigd. Vlaams minister Theo Kelchtermans lanceerde op 17 juli 1992 een denkoefening om vrachtverkeer ook in de Kennedytunnel tol te laten betalen. De toenemende verkeersdruk wil men in de toekomst beheersen door de bouw van de Oosterweelverbinding. Vanaf dan zou volgens die plannen alle vrachtverkeer door de Kennedytunnel verboden worden. In haar beslissing van 28 maart 2009 naar aanleiding van de grondige studie van het onafhankelijk onderzoek betreffende de Oosterweelverbinding bevestigde de Vlaamse regering dat ze het vrachtverkeer wil blijven verbieden zolang het niet mogelijk of toegelaten is afzonderlijk tol te heffen voor vrachtwagens in deze tunnel. Tevens erkende de Vlaamse regering toen ook dat zelfs na de bouw van de Oosterweelverbinding en
    de invoering van een vrachtverbod in de tunnel de bezettingsgraad van de Kennedytunnel zeer hoog zal blijven. De tunnel komt volgens de Vlaamse overheid in aanmerking om er in 2013 de snelheid te handhaven met behulp van trajectcontrole.





    31-05-2018 om 08:57 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 31 mei Monaco

    31 mei 1923 Prins Rainier III Prins Rainier Louis Henri Maxence Bertrand werd geboren op 31 mei 1923 in Monaco. Hij is de zoon van Charlotte de Grimaldi, die huwde met Pierre de Polignac, lid van een oud Frans adellijk geslacht. Deze Charlotte was de geëchte dochter uit de relatie van Lodewijk II van Grimaldi met Juliette Louvet. Zijn komaf is dus niet geheel langs de gebruikelijke lijnen verlopen; langs lijnen, die toch ook bij koninklijke geslachten doorgaans wel gebruikelijk zijn. In 1918 was deze Lodewijk II al 48 jaar en nog ongehuwd. De Franse regering maakte zich ongerust, dat bij een voortijdig overlijden van de regerende vorst de troon wel eens in handen zou kunnen komen van een Duits geslacht, de hertogen van Urach. Dat wilde de Franse staat voorkomen en daarom drong zij de vader van Lodewijk, de regerende prins Albert I, een verdrag op waarin onder meer werd opgenomen dat, bij gebreke van erfgenamen, Monaco tot Frankrijk zou gaan behoren. Dat was de reden waarom Lodewijk zijn onwettige kind, Charlotte, adopteerde. Haar echtgenoot, de prins de Polignac, stemde er in toe af te zien van de rechten op zijn eigen titel en de naam en titels van zijn schoonvader aan te nemen. En zo werd de troon van Monaco voor de zoveelste keer voor de Grimaldi's gered. Uit het huwelijk van Charlotte en de prins de Polignac kwamen twee kinderen voort, prinses Antoinette en prins Rainier. Charlotte deed, al voordat haar regerende vader overleed, afstand van de troon van Monaco ten gunste van haar zoon en zo kwam prins Rainier, toen zijn grootvader Lodewijk II in 1949 stierf, als prins Rainier III op de troon van Monaco. Rainier III leerde de filmster Grace Patricia Kelly kennen tijdens opnamen in Monaco van de film 'To catch a thief' (Met een dief vangt men dieven). Grace Kelly werd geboren op 12 november 1929 in Philadelphia, Pennsylvania. Ze was de dochter van mensen, die carrière hadden weten te maken. Haar vader, John Brendan Kelly, was van metselaar opgeklommen tot miljonair. Haar moeder, Margaret Maier, was ooit fotomodel geweest en werd later lector op het gebied van de lichaamsbeweging aan de universiteit van Pennsylvania. Haar ouders wilden aanvankelijk niet dat hun dochter naar de toneelschool ging, maar Grace zette haar zin door en werd ten slotte een opvallende filmster: blond, blauwogig, slank, knap. Precies het type waarop Rainier viel. Op Grace Kelly was niet het minste aan te merken, ze was altijd een keurig meisjes gebleven, hoe de roddelpers ook zocht naar mogelijke ontsporingen, maar er bleek niets te vinden. Een ideaal meisje dus als echtgenote voor de prins van Monaco. Eind 1955 ging prins Rainier III naar de Verenigde Staten om aan de vader van Grace Kelly (prinses Gracia) de hand van zijn dochter te vragen. En snel daarna werd het huwelijk gesloten. Op 18 april 1956 werd het burgerlijk huwelijk in Monaco gesloten en een dag later het kerkelijk huwelijk. Het paar kreeg drie kinderen. Prinses Caroline werd in Monaco geboren op 23 januari 1957. Prins Albert, de troonopvolger, werd daar geboren op 14 maart 1958 en het jongste kind, prinses Stephanie, kwam in Monaco ter wereld op 1 februari 1965.
    De eerste jaren was het huwelijk van prins Rainier en prinses Gracia een sprookje. Maar dat bleef niet zo. In 1978 trouwde hun oudste kind tegen hun wil met Philip Junot. Prinses
    Gracia was naar Parijsgekomen om te trachten haar dochter van een huwelijk te doen afzien, maar het paar bleek al getrouwd te zijn. Prinses Gracia was diep ongelukkig, dat haar dochter zich 'vergooid' had aan deze charmeur. Velen vonden dat Gracia de zaken wat overdreef, maar ten slotte kreeg prinses Gracia gelijk: Het huwelijk van haar dochter liep op de klippen. De grootste klap voor prins Rainier kwam in 1982. Op 13 september van dat jaar wilde prinses Gracia haar dochter naar het station brengen, omdat Stephanie weer naar Parijs moest om daar haar studie voort te zetten. De weg van het buitenverblijf van de Grimaldi's naar het station daalt vrij steil. Wat er precies gebeurd is, zal wel altijd een raadsel blijven, maar op dit weggedeelte verongelukte de auto. De auto raakte van de weg en kwam vele meters lager terecht. Prinses Gracia en haar dochter raakten ernstig gewond en werden naar het ziekenhuis overgebracht, waar prinses Gracia de volgende dag overleed. Prinses Stephanie overleefde het ongeluk wel, maar ze heeft nooit willen of kunnen vertellen wat er precies is misgegaan. Sinds de uitvaartdienst van prinses Gracia was prins Rainier III jarenlang een gebroken man. Heel langzaam krabbelde hij geestelijk weer overeind, maar zijn kinderen bleven hem zorgen baren. De dochters hadden steeds weer andere vriendjes of echtgenoten en zijn troonopvolger, prins Albert, wilde maar niet aan de vrouw. In de loop van de jaren, die sinds de dood van prinses Gracia verstreken, droeg prins Rainier III, hierdoor gedwongen door zijn slechte gezondheid, steeds meer taken over aan zijn zoon Albert en dochter Caroline. In november 2004 kreeg Rainier een longinfectie en ging zijn gezondheid snel achteruit. Prins Rainier III van Monaco overleed in een ziekenhuis in Monaco in de vroege ochtend van 6 april 2005. Prins Rainier III werd opgevolgd als monarch van Monaco door zijn zoon Albert.





    31-05-2018 om 08:55 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 31 mei de efteling

    31 mei 1952 De Efteling Sinds het begin van de geschiedenis van de Efteling ( 31 mei 1952 - heden), is een onontgonnen stuk heide, bezaaid met vliegdennen, gegroeid tot het hedendaags themapark. De Efteling groeide door de jaren heen, waarbij attracties hier en daar werden aangepast en bijna jaarlijks nieuwe attracties werden toegevoegd. De oudste attracties, de sprookjes in het Sprookjesbos en de authentieke draaimolens en schommels op het Anton Pieckplein, laten nog duidelijk zien hoe het in de beginjaren van de Efteling was, al zijn ook deze attracties door de jaren heen wel een keer gereviseerd. Vanaf 1981 zijn er in het familiepark ook meer adrenaline-opwekkende attracties verschenen die vooral tot doel hadden de jeugdige bezoekers tussen twaalf en twintig jaar aan te trekken. Een daling in de bezoekersaantallen en de concurrentie van de zogenaamde moderne attractieparken (parken met voornamelijk achtbanen, wildwaterbanen, etc.), die ook in Europa als paddenstoelen uit de grond schoten, waren de voornaamste redenen om het roer om te gooien. De introductie van de Python zette de Efteling meer dan ooit op de kaart. Na een aantal van deze zogenaamde thrillrides werd vanaf 1986 toch ook teruggegrepen naar het oorspronkelijke thema: het sprookje. Attracties van formaat zijn onder meer Fata Morgana (1986) en Droomvlucht (1993). De Efteling kwam vermoedelijk aan zijn naam door een hoeve die gebouwd werd in de 16de eeuw en de naam "Ersteling" had. De hoeve verdween, maar de buurtschap kreeg de merkwaardige naam van de hoeve. "Ersteling" werd verbasterd tot "Essteling". De gotische s'en ging men op den duur uitspreken als een f waarna de buurtschap de naam "Efteling" krijgt. In 1933 kregen pastoor F.J. De Klijn, kapelaan E. Rietra en de voorzitter van voetbalvereniging D.E.S.K., Jac. Smit, het plan om een sportpark aan te leggen op de zandgronden van de gemeente Loon op Zand, nabij het dorpje Kaatsheuvel. Een jaar later ging onder supervisie van de Koninklijke Nederlandse Heidemaatschappij de eerste spade de grond in en werd het sportpark aangelegd. Op 19 mei 1935 opende het R.K. Sport- en Wandelpark officieel. Het park bestond toen onder andere uit een voetbalveld, twee oefenvelden en een speelweide. In de jaren daarna werd het park uitgebreid met een speeltuin met draaimolen, een glijbaan (de hoogste van Nederland), een kabelbaan, een ponybaan en een wielerbaan van zand. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef voetbalclub De Parktrappers het balletje doortrappen. Voorzitter van het kerkbestuur, deken A. van den Brekel, ging zich in 1948 met de Efteling bemoeien en er kwamen plannen voor de uitbreiding van de recreatiemogelijkheden in de gemeente Loon op Zand ter tafel. Deze plannen werden uitgewerkt door ir. Heijdelberger en ir. Markvoort van de Dienst Uitvoerende Werken (D.U.W.). R.J.Th. van der Heijden werd in datzelfde jaar burgemeester van Loon op Zand/Kaatsheuvel. Van 23 tot en met 27 juli 1949 werd op het terrein de tentoonstelling De Schoen gehouden. Voor deze expositie werd een ingang gebouwd die in de jaren die volgden de ingang van de Efteling zou zijn. Op 25 mei 1950 werd de oprichtingsakte van Stichting Natuurpark De Efteling ondertekend. Er kwam subsidie van de gemeente voor de vernieuwing van de speeltuin en er werd een begin gemaakt voor grote grondwerkzaamheden, onder andere de aanleg van de Siervijver, de Vonderplas en de roei- en kanovijver. Er kwamen paden, parkeervelden, tennisbanen en sportvelden. Op 11 mei 1951 werd de nieuwe speeltuin met bijbehorend theehuis geopend. Aan de wieg van de Efteling stond: de toenmalige burgemeester van Loon op Zand/Kaatsheuvel Reinier van der Heijden. Op 25 mei 1950 werd de stichtingsakte van Stichting Natuurpark "De Efteling" ondertekend. Als voorzitter van het stichtingsbestuur trad burgemeester R.J.Th van der Heijden op. Het was een publiek geheim, dat het op de eerste plaats diens durf, beleid en werkcapaciteit zijn geweest, die De Efteling hebben ontwikkeld tot een oord waar nog vele miljoenen een gezonde en plezierige ontspanning hebben gevonden. Het idee van een sprookjesbos kwam van
    mevrouw E. van der Heijden - Perquin, echtgenote van de oprichter Mr. R.J.Th. van der Heijden. Later zijn fotograaf Peter Reijnders en illustrator Anton Pieck aangetrokken. Samen zorgden zij ervoor dat op 31 mei 1952 het Sprookjesbos kon worden geopend met tien sprookjes. Op het terrein van 65 ha lagen toen ook waterpartijen, tennis- en voetbalvelden, een theehuis en een speeltuin. De 222.941 bezoekers in het eerste jaar betaalden 80 cent (36 eurocent) voor een toegangskaartje. Door het grote succes namen in de jaren daarna steeds meer sprookjesfiguren hun intrek in het Sprookjesbos. Vanaf 1954 was tuinarchitect Lou Smeetsverantwoordelijk voor de parkaanleg. In 1955 kwam het sprookje van Hans en Grietje, geopend door Marleen van der Heijden, een dochter van de grondlegger van de Efteling, Reinier van der Heijden, in 1958 de Vliegende Fakir en in 1960 vond Roodkapje er het huisje van haar grootmoeder. Een andere attractie die opende in deze jaren was het zwembad, waar de bezoekers van 1953 tot 1989 een frisse duik konden nemen. Het Anton Pieckplein werd een middeleeuws stadsplein met kermismolens en kleine attracties, zoals de eierleggende kip. Paters uit een naburig klooster verdienden in de beginjaren een leuk centje met het vullen van de eitjes. Eén van de laatste vier saloncarrousels ter wereld, waar Anton Pieck zelf nog in zijn jeugd menig rondje op deed, kreeg in 1956 een plaatsje in de Efteling. Holle Bolle Gijs liet vanaf 9 september 1958 zijn stem klinken door het hele park en werd een internationaal succes met de kreet 'Papierrr Hierrr'. De Efteling groeide in een enorme vaart. Anton Pieck en Peter Reijnders bleven trouw het park bezoeken en werkten mee aan de vele creatieve ideeën die er ontsproten. De grootste attractie in deze jaren werd in 1966 geopend: de Indische Waterlelies, naar een sprookje geschreven door Koningin Fabiola van België. Zelf was ze niet aanwezig bij de opening, maar zij bezocht een jaar later alsnog haar geesteskind. Het Kinderspoor (of Traptreintjes) werd al in 1954 in gebruik genomen, maar de eerste stoomtrein reed in 1969 door het park. Locomotief Aagje kreeg in 1974versterking van Moortje, in 1979 van Neefje en in 1992 van Trijntje. Nog meer treinen verschenen achter de Stoomcarrousel in 1971 in de driedimensionale miniatuurwereld Diorama, die lijkt op een prent van Anton Pieck. Alle inspanningen werden beloond in 1972 met de Pomme d'Or, de eerste grote internationale onderscheiding voor de Efteling voor haar opzet, originaliteit en recreatieve functie. Begin jaren 70 werden er nog enkele sprookjes en kleine attracties toegevoegd. Anton Pieck en Peter Reijnders trokken zich uit het park terug en een nieuwe ontwerper nam het potlood van Pieck over: Ton van de Ven. Hij vernieuwde niet alleen oude ontwerpen (zoals Sneeuwwitje, Langnek en Doornroosje), maar zorgde ook voor nieuwe attracties. In 1978 opende het Spookslot, het eerste grote project van creatief directeur Ton van de Ven. Een daling in de bezoekersaantallen en de moordende concurrentie van andere attractieparken waren de voornaamste redenen om het roer om te gooien aan het begin van de jaren 80. Zodoende opende de eerste stalen achtbaan op het vasteland van Europa. Toen de Python in 1981 werd geopend was deze meteen een doorslaand succes. Tegelijk met de Python werd de Gondoletta aangelegd. Deze bootjes op de grote Siervijver waren bedoeld als tijdelijk testtraject voor het later te bouwen Fata Morgana, maar waren - vooral voor de ouderen - zo'n groot succes, dat de Gondoletta als zelfstandige attractie bleef bestaan. Het park bouwde op het succes van de Python voort aan grootse attracties, vooral bedoeld voor adolescenten en (jonge) volwassenen. In 1982 vond de op dat moment grootste schommelschip ter wereld, de Halve Maen, in de Efteling een plaats, gevolgd door de wildwaterbaan Piraña (1983), de bobsleebaan Swiss Bob(1985) en de houten achtbaan Pegasus (1991). Attracties als Carnaval Festival (van Joop Geesink), Polka Marina, De Oude Tuffer (1984) en Monsieur Cannibale(1988) zorgden voor genoeg aanbod voor de andere doelgroepen van het park, waaronder voornamelijk gezinnen met kleine kinderen.
    Daarna keerde de Efteling weer terug naar het sprookjesthema. Na een voorbereiding van meer dan vijf jaar door Ton van de Ven en zijn team werd in 1986 Fata Morgana geopend. Deze attractie is gebaseerd op de 'Sprookjes van 1001 Nacht'. In bijna één kilometer decor bewegen 140 verschillende poppen (animatronics). De Pagode brengt de bezoekers sinds 1987 naar een hoogte van 45 meter. In het Sprookjesbos verscheen na een lange tijd weer een nieuw sprookje: de Trollenkoning. Een geheel eigen Eftelingsprookje, het Volk van Laaf, werd in 1989 geschreven door Ton van de Ven. De attractie opende een jaar later. In 1991 ontving de Efteling haar 50 miljoenste bezoeker sinds de opening in 1952. Door de vele verzoeken van bezoekers om een kijkje achter de schermen van de Efteling te mogen nemen en de even zovele afwijzingen ervan, besloot de Efteling om zelf naar het publiek toe te gaan. Op 17 en 18 oktober 1982 vond een grote manifestatie plaats in De Werft in Kaatsheuvel waarbij het publiek kennis kon nemen met alle afdelingen van het park. Ter gelegenheid hiervan werden ongeveer zestig originele tekeningen van Anton Pieck tentoongesteld. Ook kon men maquettes van diverse attracties bewonderen, werden bouwtechnieken getoond en was het eerste prototype te zien van de bedelende Arabieren uit de vier jaar later te openen attractie Fata Morgana. In 1992 ontving de Efteling de Applause Award. Met deze hoge toeristische onderscheiding van de International Association of Amusement Parks and Attractions (IAAPA) mocht de Efteling zich twee jaar lang het beste park ter wereld noemen. In 1992 opende buiten het park het eerste onderdeel van het 'Wereld van de Efteling'-project (om het park geschikt te maken voor een bezoek van meerdere dagen): het Efteling Hotel. De achttien holes van het Efteling Golfpark en het Clubhuis werden officieel geopend in 1995. In 1996 opende het 'Huis van de Vijf Zintuigen', het entreegebouw met de onofficiële titel het grootste rieten dak ter wereld te hebben. In 2000 werden de Pardoespromenade en de Brink aangelegd. Daardoor ontstonden grote paden van de ingang naar het centrum van het park, die de bezoekers gemakkelijker naar de vier uithoeken van het park brengen. In Droomvlucht, een darkride ontworpen door Ton van de Ven, is gebruikgemaakt van mythologische figuren als trollen, gnomen en elfjes. De attractie wordt al jaren door vele bezoekers beschouwd als de favoriete attractie. Deze attractie werd aanvankelijk bedacht als jubileumattractie bij het veertigjarig bestaan in 1992, maar door technische mankementen aan de gemotoriseerde karretjes, kon de attractie pas een jaar later worden geopend. Gebaseerd op een oude kermisattractie ontwikkelde de Efteling samen met Vekoma in 1996 de attractie Villa Volta. Het park mocht er later in Hollywood de THEA-award voor ophalen. In 1998 opende Vogel Rok. De entree van deze achtbaan kreeg een vermelding in het Guinness Book of Records. Het entertainment groeide jaar op jaar, met producties als 'Showtime met Pardoes' (1994), 'Samson en Gert' (1994-1997), 'Efteling Sprookjesshow' (1996-1997), 'Nieuwe Efteling Sprookjesshow' (1998-2001) en 'Efteling on Ice' (2001). Voor de laatste twee shows ontving de Efteling tweemaal de Big E-award, de internationale prijs van de IAAPA voor de beste parkshow ter wereld. Voor het eerst in tien jaar verschenen in 1998 nieuwe sprookjesfiguren in het Sprookjesbos: Klein Duimpje en de Reus en Repelsteeltje maakten hun opwachting. Een jaar later werden twee sprookjes compleet gemaakt met de herberg van Tafeltje dek je en het kasteel van de Stiefmoeder van Sneeuwwitje waar een nieuwe toverspiegel te zien is. De oude spiegel in het Sprookjesmuseum verdween daarmee. Na twintig jaar keerde tevens de Chinese Nachtegaal terug, ditmaal in het paleis van de keizer. In 2001 kwam Raponsje in haar toren wonen. Voor het eerst in haar bestaan was de Efteling in de winter van 1999/2000 gedurende 21 dagen geopend. Na een proef van drie jaar werd in maart 2002 besloten de Winter Efteling definitief op te nemen in het programma.
    2002 - In het gouden jubileumjaar van de Efteling werd de zaal van het nieuwe Efteling Theater voor het eerst gebruikt. Een jaar later werd ze officieel geopend. Het theater was het eerste object van het nieuwe uitgaanscentrum 'Uitrijk'. In 2002 werd de 'Nieuwe Sprookjesshow' in het nieuwe theater vervangen door 'De Wonderlijke Efteling-show' met Hans Klok. 2003 - De 'Wonderlijke Efteling Show' werd aangepast en Hans Klok werd vervangen door Christian Farla. Op de plek van het oude theater is het Zandsculpturenfestival Sprookjesstrand te zien. Daarnaast worden het nieuwe Anton Pieckplein en de foyer van het Efteling Theater geopend en krijgt het Theater zijn eigen restaurant. Dit restaurant kreeg de naam Theaterrestaurant Applaus. Vanaf november 2003 tot februari 2004 staat de musical Doornroosje op de planken van het Efteling Theater. Ton van de Ven ging in januari 2003 met pensioen. Een nieuw team van Efteling-ontwerpers zorgt sindsdien voor de nieuwe attracties van het park. Zo werd onder andere PandaDroom (2002), de attractie in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds, getekend door ontwerpster Marieke van Doorn. Het nieuwe Anton Pieckplein (2003) en het Meisje met de Zwavelstokjes (2004) waren creaties van de jonge ontwerper Michel den Dulk. 2004 - Dit jaar werd het Efteling Museum geopend en het 25e sprookje werd geopend in het Sprookjesbos: Het meisje met de zwavelstokjes. Vanaf november 2004tot 2 april 2005 staat de musical De kleine zeemeermin van Studio 100 op de planken van het Efteling Theater
    Bordje bij Rode Schoentjes ter ere van 200e geboortedag H.C. Andersen 2005 - De Efteling ontving de THEA Classic Award waarmee het park werd bekroond voor al het werk dat in meer dan vijftig jaar was verricht en waarvan meer dan 90 miljoen bezoekers al hebben genoten. Vanaf 2005 was er een nieuwe Sprookjesshow ter ere van Hans Christian Andersen, vanwege zijn 200e geboortedag. Ook komt bij het Carnaval Festival Loeki de Leeuw er bij en staat er weer een musical op de planken, ditmaal TiTa Tovenaarvan V&V Entertainment. De laatste jaren heeft het park vooral zorg besteed aan infrastructurele zaken als pleinen, paden, hegjes, bloemperken, bordjes, horecapunten, etc. Tevens kregen attracties vernieuwende elementen. In 2005 werden bijvoorbeeld de voertuigen van de Python en de Swiss Bob vervangen door compleet nieuw ontworpen exemplaren. Ook kwam de figuur Loeki de Leeuw in verschillende scènes van de attractie Carnaval Festival te staan. 2006 - Voor het seizoen 2006 stond een nieuwe attractie in de planning: De Vliegende Hollander. Wegens technische problemen en het overlijden van een eftelingmedewerker tijdens de bouw is de attractie pas in april 2007 open gegaan voor het publiek. In het museum van het park kon men de tentoonstelling over 25 jaar snelle attracties bezoeken. En na een succesvolle theatertour staat de musical Annie vanaf november 2006 tot maart 2007 op de planken van het Efteling Theater. 2007 - De Efteling bestaat 55 jaar en dat wordt gevierd met de nieuwe attractie De Vliegende Hollander en een nieuwe Parkshow; namelijk 'TiTa Tovenaar: Tika is Jarig' van V&V Entertainment. Ook wordt in het museum een tentoonstelling gegeven van het entertainment in de Efteling van de afgelopen jaren. De Vliegende Hollander wordt na de zomer weer gesloten vanwege noodzakelijke aanpassingen aan de baan. Vanaf 14 november 2007 tot maart 2008 staat de musical Assepoester (Cinderella) op de planken van het Efteling Theater. 2008 - In 2008 krijgt het park geen nieuwe attracties. Wel opent een nieuw horecapunt met de naam "De Flierefluiter" bij de Traptreintjes. In het Efteling Museum is een tentoonstelling ter ere van de vijftigste verjaardag van de Fakir. Een nieuwe tulp, genaamd Tulipa Efteling, kortweg de Eftelingtulp is gekweekt en te zien in het park. Ook is dit jaar begonnen met de bouw van het vakantiepark Bosrijk.
    2009 - In het Sprookjesbos presenteert de Efteling het 26ste sprookje: Assepoester. In Ruigrijk wordt gebouwd aan een nieuw station voor de Stoomtrein, Station De Oost. Het nieuwe station met horeca opent aan het einde van het jaar voor het publiek, evenals de nieuwe verblijfsaccommodatie Efteling Bosrijk. In mei start de Efteling het SprookjesMysterie, een zoektocht naar zeven 'verdwenen sprookjes-elementen'. De attributen, waaronder de schatkist van de Draak en het mandje van Roodkapje, liggen verspreid door heel Nederland. Verder doet de Efteling in 2009 een bouwaanvraag voor Raveleijn, evenementenlocatie annex kantorencomplex. 2010 - Eind 2009 werd de houten achtbaan Pegasus gesloopt om plaats te maken voor de nieuwe houten tweelingachtbaan Joris en de Draak. De nieuwe attractie opende op 1 juli 2010. Tevens kreeg het Sprookjesbos een nieuwe bewoner, namelijk de Sprookjesboom, tussen het Meisje met de Zwavelstokjes en de Vliegende Fakir. Sinds 2010 is het park vrijwel dagelijks in het jaar geopend. In het najaar van 2010 stond in Theater de Efteling de musical Kruimeltje op de planken, de eerste coproductie met Rick Engelkes Producties. 2011 - In 2011 werd Raveleijn geopend. De Roeivijver moet plaats ruimen voor Aquanura. 2012 - In 2012 viert de Efteling haar 60-jarige bestaan. In dit jaar werd fonteinenshow Aquanura in samenwerking met WET geopend. Ook verscheen Jokie weer in Carnaval Festival na 7 jaar afwezigheid. Pannenkoekenrestaurant Polles Keuken opende op de Brink, met het oog op de plannen voor Symbolica. Tevens werd een nieuw sprookje voorgesteld: De nieuwe kleren van de keizer. 2013 - In 2013 werd er groot onderhoud gepleegd aan Droomvlucht. Ook Langnek werd helemaal opgeknapt. 2014 - In 2014 kreeg het park een nieuwe directeur, Fons Jurgens. De Piraña en Het Witte Paard werden grondig gerenoveerd en in ere hersteld. 2015 - In 2015 opende de duikachtbaan Baron 1898. De Game Gallery en De Indische Waterlelies werden onder handen genomen. Het is tevens het jaar waarin Ton van de Ven komt te overlijden. 2016 - In 2016 opende het sprookje Pinokkio. Hans & Grietje en Roodkapje werden in ere hersteld. Kapitein Gijs werd verplaatst naar het Ruigrijk. 2017 - In 2017 viert het park haar 65-jarige bestaan. De ambitieuze darkride Symbolica wordt geopend. Het is de duurste en grootste attractie die het park ooit bouwde. Ook opent een tweede vakantiepark naast Bosrijk: Het Loonsche Land.





    31-05-2018 om 08:53 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    30-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 30 mei Benny Goodman

    &nbsp:

    30-05-2018 om 09:35 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 30 mei PPRubens

    Peter Paul Rubens (Siegen, Heilige Roomse Rijk (tegenwoordig Duitsland), 28 juni 1577 – Antwerpen , 30 mei 1640 ) was een Zuid-Nederlands schilder van Vlaamse barok, tekenaar en diplomaat, werkzaam in Antwerpen. Hij werd ook wel Pieter Paul, Pieter Pauwel of Petrus Paulus genoemd. Rubens' vader Jan Rubens was advocaat en bekleedde van 1562 tot 1568 in Antwerpen een schepenambt. Zijn moeder was Maria Pypelinckx en kwam uit een vooraanstaande familie. In 1568 week het gezin uit naar Keulen omdat ze als Calvinisten in hun thuisland vervolging vreesden.Nadat Peter Pauls vader werd aangesteld als juridisch adviseur van Anna van Saksen, de tweede vrouw van Willem van Oranje, verhuisde het gezin Rubens in 1570 naar Siegen waar haar hof gevestigd was. Jan Rubens had vervolgens een affaire met Anna van Saksen die tot een zwangerschap leidde. Jan Rubens werd hiervoor opgesloten en liep het risico ter dood veroordeeld te worden. Dankzij de smeekbeden van zijn vrouw kon Jan Rubens na twee jaar de gevangenis verlaten. Na zijn vrijlating werd Jan Rubens een tijd lang verboden het beroep van advocaat uit te oefenen. Dit legde een zware druk op het gezin die pas verlicht werd toen in 1577 het beroepsverbod werd opgegeven na de dood van Anna van Saksen. In deze moeilijke situatie werd in 1574 Philip Rubens geboren, gevolgd in 1577 door zijn broer Peter Paul. In 1578 verhuisde het gezin Rubens naar Keulen waar vader Jan Rubens in 1587 overleed. De weduwe Maria Pypelinckx keerde in 1590 met haar gezin terug naar Antwerpen, waar ze zich opnieuw tot het katholicisme bekeerde. Rubens en zijn oudere broer Philip Rubens kregen een humanistische opvoeding in Keulen, en daarna in Antwerpen. Ze studeerden aan de Latijnse school van Rombout Verdonck in Antwerpen, waar ze de Latijnse klassieken leerden kennen. In 1590 dienden de broers om financiële redenen hun scholing af te breken, meer bepaald om een bruidsschat te voorzien voor hun zuster Baldina. Peter Paul ging dan eerst als page dienen bij de hertogin Margaretha de Ligne-Arenberg, wier schoonvader de gouverneur-generaal van de Spaanse Nederlanden was geweest. Hij wilde echter een artistieke opleiding volgen en zijn moeder zorgde er dus voor dat hij in de leer kon bij Tobias Verhaecht, die verre familie van haar was. Na een jaar bij Tobias Verhaecht in de leer te zijn geweest, studeerde hij twee jaar onder Adam van Noort om ten slotte zijn leer te beëindigen bij Otto van Veen (Otto Venius), een van de leidende schilders van Antwerpen. Hij werd in 1598 opgenomen als meester in het Antwerpse Sint-Lucasgilde. [3] Behalve een in 1597 gedateerd classicistisch portret, dat zich te New York bevindt, kent men alleen onzekere toeschrijvingen van jeugdwerk van voor 1600. Op 9 mei 1600 vertrok hij naar Italië, waar hij beïnvloed werd door de kunst van de Oudheid. In Venetië trad hij, op uitnodiging van een Mantuaans edelman, in dienst van de hertog van Mantua, Vincenzo I Gonzaga tot 1608. In deze periode leerde hij veel van de werken van de kunstschilder Caravaggio kennen. In 1601 reisde hij naar Florence en Rome. Hij maakte er kennis met de Griekse en Romeinse kunst en kopieerde er werken van de Italiaanse meesters. In Rome schilderde hij zijn eerste altaarstuk voor het Santa Helena altaar in de kerk van het Heilig Kruis. Van 1603 tot 1604 verbleef hij in Spanje. Hij ging er op diplomatieke missie in opdracht van de hertog van Mantua. Aan het hof van koning Filips III leverde hij verschillende geschenken. Hij beleefde er de confrontatie van de Spaanse kunst met de Venetiaanse werken van Titiaan in Madrid. In opdracht van de Hertog van Lerma schilderde hij de dertiendelige reeks der Apostelen en een Christusfiguur, alsook een schilderij van zijn opdrachtgever gezeten op diens paard. In oktober 1608 keerde hij terug naar de Spaanse Nederlanden en werd daar in 1609 benoemd als hofschilder van de aartshertogen Albrecht van Oostenrijk en Isabella van Spanje. Hij bleef in Antwerpen wonen en trouwde er op 3 oktober van datzelfde jaar met Isabella Brant. In 1611 werd hun eerste dochter geboren, Clara Serena, die jong overleed in 1623. In 1614 werd een zoon Albert geboren en in 1618 kreeg het echtpaar een tweede zoon, Nicolaas. Als gevolg van het Twaalfjarig Bestand in de Nederlanden tijdens de periode 1609-1621 steeg de welvaart in Antwerpen, waardoor Rubens snel verschillende opdrachten kreeg. In 1610 richtte hij het grote pand aan de Wapper, dat nu nog altijd het Rubenshuis heet, in als atelier met een aantal knapen en leerjongens. De meester zelf schilderde vaak bij portretten alleen het gezicht en de handen; de rest
    was na een grove schets voor de knapen, zo kon de meester aan hoog tempo vele opdrachten aanvaarden. Afbeeldingen van dieren liet hij over aan Frans Snyders die in Rubens' atelier werkte, maar ook op zelfstandige basis opdrachten mocht aanvaarden. De productiviteit van de meester was verbazingwekkend. Rubens schilderde tussen 1621 en 1625 24 schilderijen voor het Palais du Luxembourg, zijn grootste opdracht ooit, die historisch-allegorisch de levensloop van koningin Maria de' Medici uitbeelden. In 1626 overleed zijn vrouw Isabella Brant. In een brief aan de geleerde Pierre Dupuy gaf hij datzelfde jaar uiting aan zijn gevoelens: Ik heb werkelijk een uitmuntende gezellin verloren, die men met recht en rede kon, ja moest liefhebben, omdat zij geen enkele vrouwelijke ondeugd bezat; zij was niet grillig of zwak, maar zo goed en zo oprecht. Tijdens haar leven was zij om haar deugden bemind en na haar dood beweend door iedereen. Een dergelijk verlies kost immens veel verdriet. Alleen de tijd kan deze wonde helen.] Rubens genoot het volste vertrouwen van de landvoogdes Isabella en kreeg meerdere diplomatieke opdrachten en missies te verwerken. Aldus kwam hij weer in Spanje en Engeland terecht. De werken van Titiaan en de bewondering van de Hertog van Buckingham stimuleerden de kunstenaar. [bron?] Rubens was 53 jaar toen hij, terug uit Engeland, in 1630 hertrouwde met zijn 16-jarige nicht Hélène Fourment. Naar aanleiding van dit tweede huwelijk schreef hij in 1634 het volgende aan de Franse geleerde Nicolas-Claude Fabri de Peiresc: Ik besloot te trouwen omdat ik vaststelde dat ik nog niet geschikt was voor het celibaat. Ik koos een jonge vrouw uit een fatsoenlijke, maar burgerlijke familie, hoewel iedereen mij aanraadde een vrouw van adel te nemen. Maar ik vreesde de hoogmoed, de algemene kwaal van de adel, zeker bij vrouwen. Daarom koos ik een meisje dat niet zou blozen wanneer zij me mijn penselen zag nemen. Om eerlijk te zijn, leek het me hard om de kostbare schat van de vrijheid te verliezen in ruil voor de omhelzingen van een oude vrouw. In 1632 werd zijn dochter Clara Johanna geboren, in 1633 zijn zoon Frans. In 1635 kreeg hij nog een dochter, Isabella Helena, en in datzelfde jaar kocht hij Kasteel Het Steen in Elewijt. Het gelukkige gezinsleven op het platteland begunstigden zijn kunst als landschapsschilder. In 1636 werd zijn zoon Peter Paul geboren. Lijdend aan jicht stierf Rubens op 30 mei 1640 in het Rubenshuis te Antwerpen. Zes weken voor zijn dood schreef hij het volgende aan de beeldhouwer Frans Duquesnoy: Indien mijn leeftijd en jicht me er niet van weerhielden, zou ik naar Rome reizen om met eigen ogen van dit werk te genieten en de volmaaktheid ervan te bewonderen. Ik hoop niettemin u weer tussen ons te zien, zodat ons geliefde land op een dag zal schitteren door uw prachtige werken. Rubens ligt samen met zijn familie begraven in een grafkapel in de Sint-Jacobskerk te Antwerpen. Boven zijn graf prijkt een beeld van Maria van de hand van zijn leerling Lucas Faydherbe, beeldhouwer in Mechelen en architect, die gedurende de laatste drie jaren van Rubens' leven woonde en werkte in diens atelier aan de Wapper, waar hij uitgroeide tot Rubens' vertrouweling. Maria's hart is met een zwaard doorboord. Dit verwijst naar de naam van de kapel: kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Smarten. Boven het altaar van zijn grafkapel bevindt zich een werk van zijn hand: Madonna omringd door heiligen, dat uit de private kunstcollectie van Rubens kwam en hij daartoe voorbestemde. De stijl van Rubens behoort tot de Antwerpse School uit de vroege 17e eeuw. Rubens' oeuvre wordt gekenmerkt door de triomfalistische contrareformatorische barok. Rubens is waarschijnlijk de belangrijkste vertegenwoordiger van de Vlaamse barok, alhoewel hij duidelijk een Italiaanse invloed onderging. Sommige van zijn portretten hebben trekjes van het absolutisme, maar veel ex-voto's blijven toch trouw aan hun Vlaamse aard. Rubens genoot een goede opleiding bij zijn leermeester en kende de knepen van het vak. Alles werd tot in detail voorbereid, veel studies en tekeningen getuigen hiervan. Uit de gedetailleerde schetsen die nog bewaard zijn gebleven kan worden geconcludeerd dat schilderijen in fasen werden afgewerkt. Zie ook: Olieschets Het schilderij van de allegorie van De Vereniging van Water en Aarde heeft een driehoekige compositie, die vooral wordt versterkt door de drie gezichten aan de bovenkant van het schilderij (de drie hoofden). De basis van de driehoek is echter breder dan het schilderij zelf. Deze wordt gevonden door vanaf het hoofd van de Aarde over de rug van de tijger naar beneden te gaan, en van de knie van Neptunus aan de andere kant.
    Verder zijn er in het schilderij allerlei richtingen zichtbaar. De kijkrichtingen tussen de verschillende personen, de richting van de drietand, het stromende water naar beneden, en de omhoog klauterende tijger aan de linker kant. Verder is de Aarde afgebeeld als naakte Rubensvrouw, naar waarschijnlijk de mode van die tijd, relatief kleine borsten, maar verder goed gevuld met brede heupen. De mannen zijn gespierd, met daarbij de techniek van de verkorting toegepast om diepte en beweging in het schilderij te suggereren. De meeste schilderijen werden voorafgegaan door een kleine olieschets, zo had de meester een idee van de compositie en de kleuren . De Liefdestuin Medici-cyclus Allegorie op de zegeningen der vrede De drie gratiën (Prado te Madrid) Classicistisch portret, 1597 Medusa, circa 1617 De vereniging van Aarde en Water, circa 1618 De Roof der Sabijnse Maagden Kindermoord van Bethlehem Het Venusfeest Venus Frigida uit 1614, gesigneerd en gedateerd Het Oordeel van Paris Kruisoprichting Kruisafneming Helena Fourment en haar kinderen De Marteling van Sint-Jan De marteling van de Heilige Livinus, circa 1635 Dans van dorpelingen en mythische figuren, circa 1635 Saint George and the Dragon, circa 1606 Tussen 1610 en 1620, tijdens het Twaalfjarig Bestand, ontstaan de meesterstukken, die nog altijd in de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwe kathedraal te bewonderen zijn: de twee drieluiken de Kruisoprichting en de Kruisafneming, met de opmerkelijke stijlwisseling. In 1626 schildert hij De Hemelvaart van Maria voor het hoogaltaar in de O.L.V.-kathedraal, zowel qua compositie als door de technische uitvoering ervan een uitermate gelukkige interpretatie van het thema. In 1612 schildert hij het schilderij de verrijzenis van Christus dat zich ook in de O.L.V.-Kathedraal in Antwerpen bevindt. Uit de samenwerking met Jan Bruegel ontstaan kostbare kabinetstukken. In Spanje laat hij het monumentale Ruiterportret van Hertog Lerma na en te Rome het altaarstuk van S. Maria de Vallicella een monument van de vroeg-barokke kunst. In 1628 maakt hij zijn omvangrijkste altaarstuk De Madonna met Heiligen in de Antwerpse Augustijnenkerk. In 1624 ontstaat het grote altaarstuk De Aanbidding door de Koningen (Sint-Michielsabdij), een voorbeeld van barok pathos. Na 1630 ontstaan nieuwe groepen en dwarrelende massa's in dramatische scènes: De Roof der Sabijnse Maagden, De Kindermoord, Het Venusfeest. Van de Spaanse koning Filips IV kreeg hij de opdracht tot het schilderen van Het Oordeel van Paris. Naast deze eerder allegorische taferelen creëert Rubens grandioze landschappen van een stralende glans en innerlijke bewogenheid.











    30-05-2018 om 09:30 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 30 mei Benny Goodman

    Benjamin David (Benny) Goodman, bijnaam The King of Swing (Chicago, 30 mei 1909 - New York, 13 juni 1986) was een beroemd Amerikaans jazzmusicus. Als zoon van arme Joodse immigranten leerde hij klarinet spelen in een jeugdorkest dat door een goed doel werd gefinancierd. Op school leerde hij drummer Dave Tough kennen. Hij bleek al op jonge leeftijd een getalenteerd muzikant en speelde mee met The Austin High School Gang. Op twaalfjarige leeftijd imiteerde hij al de bekende bandleider en klarinettist Ted Lewis. Het was tijdens zo'n concert dat Ben Pollack hem ontdekte. Benny Goodman zou in 1926 met Pollacks orkest zijn eerste plaatopnames maken. Zijn invloeden waren die van de jazzklarinettisten in Chicago, met name Johnny Dodds, Leon Roppolo en Jimmy Noone. Hij begon op zijn 16e te spelen bij het orkest van Ben Pollack, een van de toporkesten in Chicago en maakte met hen in 1926 zijn eerste opnames. De eerste opnames op zijn eigen naam kwamen twee jaar later. Aan het eind van de jaren twintig werd hij sessiemuzikant in New York. Zijn reputatie was die van een goed voorbereide en betrouwbare speler. Hij speelde met de beroemde Amerikaanse bands van Red Nichols, Isham Jones en Ted Lewis. Hij vormde zijn eigen band in 1932. In 1934 begon hij met optredens voor het radioprogramma Let's Dance. Voor de show had hij iedere week nieuwe muziek nodig en John Hammond, met wie hij bevriend was, raadde hem aan wat jazzmuziek van Fletcher Henderson te kopen. Henderson was de bandleider van de populairste Afrikaans-Amerikaanse band aan het eind van de jaren twintig en het begin van de jaren dertig. De combinatie van zijn klarinetspel, de muziek van Henderson en een goed geoefende band zorgden ervoor dat hij in het midden van de jaren dertig snel bekendheid kreeg. Na zijn fabelachtige optreden op 21 augustus 1935 in de Palomar Ballroom in Los Angeles kreeg hij ook nationale bekendheid. Zijn radio-optredens zorgden voor een schare fans in Californië, waar hij met open armen ontvangen werd. Daardoor trok hij de aandacht van de nationale media en werd op slag beroemd. Sommige schrijvers hebben deze datum aangemerkt als de start van de swing. Op 16 januari 1938 speelde hij het beroemde concert in Carnegie Hall in New York. Hij was de eerste die jazz speelde in deze beroemde concertzaal, en er was in eerste instantie veel tegenstand tegen een jazzconcert in deze tempel van de klassieke muziek. Het concert was echter een groot succes en versterkte de reputatie van jazz als een kunstvorm. In het midden van de jaren veertig verloren de bigbands veel van hun populariteit. De oorzaak hiervoor was dat veel getalenteerde muzikanten het leger in gingen of beter betaald (fabrieks)werk gingen doen. Rubber en benzine werden tijdens de Tweede Wereldoorlog gerantsoeneerd, de opname-industrie had met twee lange stakingen te kampen, en sterren als Frank Sinatra wonnen aan populariteit. Goodman bleef opnames maken en speelde in kleine ensembles. Hij vormde af en toe een nieuwe band en speelde op jazzfestivals of op internationale tournees. Velen suggereren dat Goodman hetzelfde succes met jazz en swing had als Elvis Presley met rock-'nroll. Beide artiesten maakten de zwarte muziek populair bij een jong blank publiek. Veel van Goodmans arrangementen werden jaren ervoor al gespeeld door het orkest van Fletcher Henderson, en Goodman gaf dit ook zelf aan, maar zijn jonge fans hadden nog nooit van Henderson gehoord. Goodman drukte echter met zijn virtuoze en creatieve klarinetspel wel degelijk zijn eigen stempel op de stukken, en was daarmee een van de meest vernieuwende jazzmuzikanten van voor de bebop. Goodman is ook verantwoordelijk voor een grote stap voorwaarts in de rassenintegratie in Amerika. Aan het begin van de jaren dertig konden zwarte en blanke muzikanten niet samen spelen in veel clubs en concerten. In de zuidelijke staten was het bij wet verboden. Benny Goodman ging hier tegenin en begon met Teddy Wilson en Gene Krupa het Goodman Trio. In 1936 voegde hij Lionel Hampton toe op de vibrafoon en vormde het Benny Goodman Quartette. Van 1940 tot zijn vroegtijdige dood in 1942 speelde de vernieuwende jazzgitarist Charlie Christian bij de band. Door zijn bekendheid hoefde Goodman niet om financiële redenen door de zuidelijke staten te toeren, waar de samenstelling van de band zeker tot arrestaties zou hebben geleid
    Wat velen niet weten over Benny Goodman, is dat hij ook een begaafd klassiek speler was. Hij nam daartoe les bij Reginald Clifford Kell en moest zijn hele techniek wijzigen. Eind jaren dertig had hij al een opname gemaakt van Mozarts klarinetkwintet en in de late jaren veertig speelde hij werken van voornamelijk 20e-eeuwse componisten, onder wie Igor Stravinsky, Leonard Bernstein en Morton Gould. De Hongaarse componist Béla Bartók (1881-1945) schreef voor hem zijn 'Contrasts', een virtuoos driedelig werk voor viool, klarinet en piano. In 1950 gaf hij de wereldpremière van het aan hem opgedragen klarinetconcert van de Duitse componist Paul Hindemith (1895-1963). Goodman speelde ook de wereldpremière van het tweede klarinetconcert van Malcolm Arnold met een fantastische 'ragtime' finale. Hij bleef ook gedurende de jaren dertig en veertig optreden met de belangrijkste Amerikaanse orkesten, waarbij hij vooral gewaardeerd werd vanwege de combinatie van expressiviteit aan de jazz ontleend - met een perfecte klassieke techniek. Zo trad hij in de jaren zestig op als solist bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Fanz Paul Decker in Mozarts beroemde klarinetconcert. Benny trouwde in 1942 met Alice Hammond, de zus van zijn vriend John Hammond. Zij hadden twee dochters, Benjie en Rachel. Hij bleef tot aan zijn dood de klarinet spelen. Hij overleed op 77-jarige leeftijd en ligt begraven op de Long Ridge Cemetary in Stamford, Connecticut.





    30-05-2018 om 09:28 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 30 mei 1431 Jeanne d``Arc

    Domrémy , Lotharingen , ca. 1412 – Rouen , Normandië , 30 mei 1431 ) , bijgenaamd de Maagd van Orléans, is een nationale heldin van Frankrijk. Als jong meisje van eenvoudige afkomst speelde ze een beslissende rol in de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk. Op negentienjarige leeftijd werd ze door een partijdige kerkelijke rechtbank veroordeeld en stierf ze op de brandstapel in Rouen. Vijfentwintig jaar na haar dood liet paus Calixtus III het proces herzien, ze werd onschuldig bevonden en kreeg bij de plechtige uitspraak van het proces op 7 juli 1456 de titel van martelares. In 1909 werd ze uiteindelijk zalig verklaard door de Katholieke Kerk en in 1920 volgde de heiligverklaring. Ondertussen wordt ze gerekend tot de patroonheiligen van Frankrijk samen met Dionysius van Parijs, Martinus van Tours, de heilige Lodewijk en Theresia van Lisieux. Jeanne d'Arc werd geboren tijdens de Franse Burgeroorlog, een bijzonder woelige periode in de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk, die samenviel met het Westers Schisma in de kerk met drie tegenpausen van 1378 tot 1417. Aan de basis van de Franse Burgeroorlog lag de moord op Lodewijk I van Orléans, de vierde[ zoon van Karel V en Johanna van Bourbon en broer van Karel VI de koning van Frankrijk van 1380-1422. De hertog van Orléans werd vermoord op 2 november 1407 in opdracht van zijn neef Jan zonder Vrees, hertog van Bourgondië. De aanleiding voor deze moord was de concurrentie tussen de Bourguignons en de Armagnacs in verband met het regentschap over het koninkrijk. De ooms van Karel VI regeerden Frankrijk tussen 1380 en 1388 omdat de koning zelf nog te jong was om te regeren. Vanaf 3 november 1388 zou de koning zelf gaan regeren, maar in augustus 1392 kreeg hij een zware aanval van waanzin en doodde daarbij vier van zijn begeleiders. Na die gebeurtenis had de koning heldere periodes waarin hij zelf trachtte te regeren, afgewisseld met periodes van waanzin waarin de regering werd overgenomen door zijn ooms. Na het Bal des Ardents op 28 januari 1393, waar de koning slechts op het nippertje aan de dood ontsnapte dankzij de tegenwoordigheid van geest van zijn tante Jeanne de Boulogne, sloeg de waanzin compleet toe. Vanaf 1393 werd het land dus wederom bestuurd door een regentenraad voorgezeten door Isabella van Beieren de koningin (echtgenote van Karel VI) en met als leden zijn oom Filips de Stoute, diens zoon Jan zonder Vrees en zijn oom Jean de Berry. Zijn broer Lodewijk van Orléans won meer en meer aan invloed, men beweerde zelfs dat hij de minnaar was van de koningin. Na de dood van Filips de Stoute nam Lodewijk van Orléans de touwtjes in handen, hij profiteerde van de affectie van zijn broer tijdens diens heldere momenten en van zijn invloed op de koningin tijdens de ziekteperiodes van de koning. Op die manier wist hij Jan zonder Vrees opzij te zetten. Met een dreigende inval van de Engelsen als voorwendsel verhoogde hij de belastingen om de opbrengst voor eigen profijt aan te wenden.[5] Negentig procent van zijn inkomen kwam uit de koninklijke schatkist. Jan zonder Vrees kreeg het volk op zijn hand door belastingsverminderingen en hervormingen van het beleid te beloven. De moord op Lodewijk was het begin van de burgeroorlog. Karel van Orléans wilde zijn vader wreken en bij zijn huwelijk met Bonne, de dochter van Bernard VII van Armagnac vormde hij een bondgenootschap tegen de hertog van Bourgondië samen met zijn schoonvader, de hertogen van Berry en Bourbon en Bretagne, Jan van Berry, Lodewijk II van Bourbon en Jan V van Bretagne, en met de graaf van Alençon, Jan I van Alençon. Bernard VII ondernam met huurlingen, die hij rekruteerde in het zuiden, strooptochten tot in de directe omgeving van Parijs maar werd op 9 november 1411 verslagen door Jan zonder Vrees in Saint-Cloud. In 1413 slaagde Jan zonder Vrees erin om de Parijzenaars in opstand te laten komen en de macht te grijpen. Maar door het schrikbewind dat gevoerd werd door zijn medestanders de Cabochiens kwam de bevolking massaal in opstand en konden de Armagnacs weer de macht grijpen. De Engelsen maakten van de gelegenheid gebruik om beide partijen tegen elkaar op te zetten door het afsluiten van verdragen of het afkopen van hun neutraliteit. Zo sloten de Armagnacs in 1412 een verdrag met Hendrik IV van Engeland waarbij ze hem de Guyenne afstonden en hem erkenden als soeverein van Poitou, de Angoulême en de Périgord. Jan zonder Vrees van zijn kant ontzag de Engelsen, omdat hij de wolleveringen in het rijke Vlaanderen niet in gevaar wilde brengen. In 1415 hervatten de Engelsen de vijandelijkheden. Jan zonder Vrees bleef rustig toekijken toen het Franse
    leger, dat voornamelijk bestond uit aanhangers van de Armagnacs, bij Azincourt verpletterend verslagen werd. Door verraad werd op 29 mei 1418 Parijs opnieuw ingenomen door medestanders van Jan zonder Vrees. Vele Armagnacs, waaronder Bernard VII, werden door het gepeupel vermoord. Jan zonder Vrees begon onderhandelingen met de Engelsen en leek bereid de aanspraken van de Engelse koning op de Franse troon te gaan steunen. De dauphin Karel VII zocht toenadering tot Jan zonder Vrees, die op dat moment een groot deel van Frankrijk in zijn macht had, en er werden onderhandelingen tussen beide partijen opgestart. Bij een van die ontmoetingen, op 10 september 1419, werd Jan zonder Vrees vermoord op de brug van Montereau-Fault-Yonne. Elk vergelijk werd daardoor onmogelijk en Frankrijk dreigde ten onder te gaan. Philips de Goede, de zoon van Jan zonder Vrees, verbond zich met de Engelsen. Het gevolg van dit alles was, dat Isabella van Beieren met Hendrik V van Engeland in 1420 het Verdrag van Troyes sloot dat bepaalde dat Karel VI na zijn dood opgevolgd zou worden door de zoon geboren uit het huwelijk van Hendrik V en Catherina van Frankrijk, de dochter van Karel VI en Isabella van Beieren. De dauphin, Karel VII, werd van de opvolging uitgesloten, maar de meerderheid van de Franse adel verzette zich hiertegen. Bij de dood van Karel VI in 1422 had Frankrijk geen koning meer die gezalfd en gekroond was in Reims. Engeland eiste de kroon op voor Hendrik VI, die op dat moment nog geen jaar oud was. De dauphin van zijn kant twijfelde zelf aan zijn afkomst en aan zijn rechten op de troon. Met het verdrag van Troyes had zijn moeder zich trouwens akkoord verklaard met het verlies van zijn rechten. Ook wat betreft het grondgebied was de situatie ongunstig voor hem, het zuidoosten en het grootste deel van het noorden van het land waren onder Engelse controle met uitzondering van het onafhankelijke Bretagne. Bretagne zou niettemin een belangrijke rol spelen op het einde van de Honderdjarige oorlog door de blokkade van Bordeaux. Het was in deze voor de dauphin uitzichtloze situatie dat Jeanne een doorbraak zou forceren.
    Jeanne werd waarschijnlijk geboren in 1412op een boerderij die eigendom was van haar vader, dicht bij de kerk van Domrémy. Domrémy was toen een dorpje in het grensgebied tussen de Champagne, de Barrois en Lotharingen.Tegenwoordig heet het dorp Domrémy-la-Pucelle ter ere van Jeanne. Ze was de dochter van Jacques d’Arc en Isabelle Devouton (of de Vouthon).[Haar vader was een 'laboureur' en dus in de toenmalige situatie geen arme man. De familienaam, in documenten uit die periode, werd geschreven als Darc, Tarc, Dare, Day. Ze werd Jehanne genoemd, waarschijnlijk naar haar moeders zus Jehanne Lassois of naar een van haar meters Jehanne Royer of Jehanne de Viteau. De andere kinderen in het gezin waren Jacquemin, Jean, Pierre en Cathérine. Tijdens haar proces verklaarde ze zelf dat ze Jehanne heette en in Frankrijk, waar ze later naartoe ging, Jeanne genoemd werd; dat ze dacht dat ze negentien was en geboren was in “Domrémy qui est tout un avec Grus”;dat ze van haar moeder het Pater Noster, het Ave Maria en het Credo had geleerd en niemand anders haar had onderwezen sinds haar geboorte. Op de 9e zitting van haar proces verklaarde Jeanne, dat ze kon naaien en weven en dat ze het hierin tegen elke vrouw van Rouen wou opnemen. Volgens de getuigen uit haar dorp die werden opgeroepen tijdens het rehabilitatieproces was ze een goed, eenvoudig, levenslustig en aangenaam kind dat plichtsbewust haar moeder hielp en graag werkte. Ze ging ook graag naar de mis en ging dikwijls bidden en kaarsen offeren in de kapel van Notre Dame de Bermont bij de kluizenarij van Bermont. Jehanne moest een godvruchtig meisje geweest zijn, want er waren verschillende getuigen die verklaarden dat ze ook tijdens het werk op het veld neerknielde om te bidden als de kerkklokken opriepen tot gebed. Niettemin was Jeanne volgens diezelfde getuigen geen pilarenbijtster maar speelde en vierde ze mee met de jeugd van het dorp. De verhalen rond Jeanne d’Arc hebben van haar een herderinnetje willen maken dat in de weiden met de schapen ronddwaalde, maar dit strookt niet met de getuigenverklaringen. Ze was een boerenmeisje dat zich, zoals alle boerenmeisjes in die tijd, vooral bezighield met de werkzaamheden in en om het huis en haar broers en vader hielp op het veld waar nodig was.
    Gedurende de ondervraging van de negende zitting, de tweede keer dat Jeanne zelf ondervraagd werd, verklaarde ze dat ze dertien was toen ze voor de eerste keer de stem van God hoorde. Ze was heel bang de eerste keer en ze verklaarde dat het gebeurde op de middag in de tuin van haar vader. De stem kwam van rechts van de kant van de kerk en ging niet gepaard met een grote ‘klaarte’ zoals het daarna wel dikwijls het geval was. De stem droeg haar op, om zich goed te gedragen en veel naar de kerk te gaan en ze zei ook dat Jeanne naar Frankrijk[ moest gaan. De stem drong aan op dit punt en zei dat Jeanne het beleg van Orléans moest breken. Eerst moest ze Robert de Baudricourt opzoeken om steun te vragen, want zij was maar een eenvoudig meisje dat niet kon paardrijden noch oorlog voeren. Ze ging dan acht dagen bij haar oom[logeren en vroeg, om haar naar Vaucouleurs te brengen, waar ze de kapitein Robert de Baudricourt onmiddellijk herkende dankzij de stem. Na twee vergeefse pogingen kreeg ze de derde keer een onderhoud en gaf Robert de Baudricourt haar de escorte waarom ze vroeg. Na nog een bezoek bij de hertog van Lotharingen te Nancy vertrok ze van Vaucouleurs, gekleed als man met een degen, die ze gekregen had van de kapitein onder begeleiding van een ridder en diens schildknaap en vier mannen. Ze kwam zonder probleem bij het kasteel van Chinon waar de dauphin verbleef. Bij de ondervraging tijdens de 11e zitting van haar proces op 27 februari 1431 identificeerde Jeanne de stemmen als die van de heilige Catharina en van de heilige Margaretha en ze zouden zichzelf bekendgemaakt hebben aan Jeanne. Ook de aartsengel Michaël sprak regelmatig tot haar volgens haar getuigenissen.[Die drie heiligen waren in de middeleeuwen zeer populair en maakten voor Jeanne deel uit van haar dagelijks leven, ze zag ze ongetwijfeld regelmatig in de kerken die ze bezocht. Van Margaretha stond er een beeld in de kerk van Domrémy en van Catharina in de kerk van Maxey-surMeuse Op 2 februari 1429 kwam ze aan in Chinon en twee dagen later werd ze door de dauphin ontvangen in zijn privévertrekken en niet in de grote zaal. Het moet daar geweest zijn, dat ze met Karel haar missie besprak. Het verhaal dat ze tijdens een grote receptie Karel herkende, die gekleed was als een gewoon edelman, werd slechts door één auteur vermeld.[Jeanne kondigt vier evenementen aan: de bevrijding van Orléans, de kroning van Karel in Reims, de bevrijding van Parijs en de vrijlating van de hertog van Orléans die bij Azincourt was gevangengenomen door de Engelsen. Hierop werd Jeanne door de koning naar Poitiers gestuurd om ondervraagd te worden door de geleerden van de universiteit van Parijs die daar hun onderkomen hadden gezocht na de inname van Parijs door de Engelsen. De notulen van deze ondervragingen zijn verloren gegaan, alleen de conclusies die aan de dauphin werden gestuurd zijn bewaard gebleven en zijn zeer lovend over Jeanne.] Naast de ondervraging door de doctors in de theologie werd Jeanne ook nog onderzocht op haar maagdelijkheid omdat een gezondene van God ongetwijfeld maagd moest zijn en om de laster van de tegenpartij te ontkrachten (die noemden haar de hoer van de Armagnacs). Bovendien kon een maagd geen heks zijn. Karel gaf uiteindelijk zijn akkoord dat ze naar het belegerde Orléans zou trekken, hoewel niet aan het hoofd van een leger, maar met een bevoorradingskonvooi. Jeanne werd eerst naar Tours gebracht om haar de nodige wapenrusting te maken. Twee van haar broers sloten zich bij haar leger aan De Engelsen die het noorden van Frankrijk bezetten werden tegengehouden door de natuurlijke grens gevormd door de Loire, om op te trekken tegen het zuiden dat trouw gebleven was aan de dauphin. Om een doorgang te forceren moesten ze Angers of Orléans innemen. Angers werd beschermd door een kasteel en ze besloten daarom Orléans te belegeren. Er werden versterkingen rond de stad gebouwd, maar de Engelsen hadden niet voldoende manschappen om de stad volledig te omsingelen. Na de mislukte aanval op een Engels bevoorradingskonvooi door de Frans-Schotse troepen op 12 februari 1429 (La journée des Harengs) waren de verdedigers volledig gedemoraliseerd. Op 29 april kwam Jeanne met haar leger van 4000 man en de bevoorrading aan in Orléans en werd ze enthousiast ontvangen door de bevolking. Door het vertrouwen dat ze uitstraalde en haar enthousiasme wist ze de Fransen opnieuw te motiveren. Op 4 mei 1429 veroverden de Fransen onder de leiding van Jeanne de bastille van Saint-Loup[ en op 6 mei nam Jeanne de versterking Saint-Jean-le-Blanc in. Op de volgende dag forceerde Jeanne een nieuwe uitval en veroverde ze de vesting Saint-Augustin. Dit was tegen de beslissingen van de legerleiding onder Jean d’Orléans . De legerleiding kwam daarna bijeen zonder Jeanne erbij te betrekken en besloot op versterkingen te wachten, maar zij wilde de hoofdmacht van de Engelsen bij Les Tourelles aanvallen op 7 mei en in de nacht van 7 op 8 mei hieven de Engelsen het beleg op en trokken weg.
    In hoeverre Jeanne zelf betrokken was bij de militaire operaties, vormt nog altijd het onderwerp van discussie. Traditionele historici zien haar als de vaandeldraagster die erin slaagde het moreel van de troepen op te krikken. Anderen zijn van oordeel dat ze wel degelijk betrokken was bij de leiding van de operaties. Iedereen schijnt het er wel over eens te zijn dat dankzij haar optreden het Franse leger een serie van successen kende. Na de overwinning op de Engelsen bij Orléans gingen de Fransen door op hun elan en wilden ze de bruggen in de Loirevallei heroveren om zo de weg naar Reims vrij te maken. Een deel van de Engelse troepen die van Orléans waren weggevlucht had zijn kamp opgeslagen bij Jargeau onder leiding van William de la Pole, de hertog van Suffolk en wachtte op versterking van John van Lancaster, beter bekend als de hertog van Bedford, de Engelse regent. Het Franse leger onder leiding van Jean d’Alençon en Jeanne d’Arc kreeg versterking van Jean d’Orléans en Florent d’Illiers. Onderweg werd het tegemoet getreden door de Engelsen. In het gevecht dat volgde konden de Fransen optrekken tot bij Jargeau. De volgende dag, de 12e juni, werden de gevechten hervat. Suffolk probeerde nog een wapenstilstand te bewerken, maar de Fransen gingen door en Jargeau werd diezelfde dag ingenomen. Suffolk werd gevangengenomen en zijn troepen vluchtten naar Meung-sur-Loire en Beaugency. De Fransen trokken verder naar Meung-sur-Loire en op 15 juni 1429 werd hier de belangrijke brug over de Loire door de Fransen heroverd. Het stadje zelf en het versterkte kasteel werden door de Franse troepen ongemoeid gelaten. Ze trokken onmiddellijk verder naar Beaugency, een klein stadje op de noordelijke oever van de Loire, waar eveneens een strategische brug lag. In Beaugency trokken de Engelsen zich terug in de citadel in het midden van de stad. Toen Jean d’Alençon de informatie kreeg dat er Engelse versterkingen uit Parijs onderweg waren, ging hij onderhandelen met de Engelsen, die de stad opgaven en ongemoeid mochten vertrekken. De campagne van de Loire zou afgesloten worden met de slag bij Patay op 18 juni, de enige echte open veldslag in de campagne. Het Engelse leger stond onder leiding van John Fastolf die met versterkingen uit Parijs was aangekomen. De troepen uit Beaugency hadden zich bij hem gevoegd. De Engelsen vertrouwden op hun gebruikelijke tactiek, die hen sinds de slag bij Crécy de ene overwinning na de andere had bezorgd, namelijk hun uitzonderlijk goed getrainde beroepskorps van longbowschutters. Dit elitekorps stak ter verdediging gepunte palen in de grond, die de vijandelijke cavalerie tegenhield en de infanterie zodanig hinderde dat ze ten onder gingen aan de moordende pijlenregen. Bij Patay verrieden ze hun stelling door in het veld waarin ze zich bevonden een hert neer te schieten. Met het rumoer dat daarbij ontstond, trokken ze de aandacht van Franse verkenners. [25] De voorhoede van het Franse leger viel daarop het longbowkorps aan op de flanken, waar de verdedigingsstellingen vanwege tijdsgebrek nog niet waren uitgevoerd. Het korps werd afgeslacht en de Franse cavalerie dreef de Engelsen op de vlucht. John Talbot werd gevangengenomen. Het Engelse longbowkorps is deze nederlaag nooit te boven gekomen en werd nooit meer heropgericht.Wat Azincourt geweest was voor de Fransen werd Patay voor de Engelsen: de complete nederlaag. Er zouden (afhankelijk van de bron) 2000 à 2500 Engelsen gesneuveld zijn op een leger van 5000 man, tegen 5 tot 100 Fransen. Na de slag bij Patay trok Jeanne naar Loches en overtuigde de dauphin om naar Reims te gaan om zich als koning te laten zalven. De tocht naar Reims ging door Bourgondisch gebied en verliep zonder problemen. Het gezelschap vertrok uit Gien-sur-Loire op 29 juni. Auxerre stelde zich neutraal op, Troyes capituleerde na een belegering van vier dagen waarbij geen slachtoffers vielen en Châlonsen-Champagne opende zijn poorten voor het leger van de dauphin. Op 16 juli kwamen ze aan in Reims, dat ook de poorten opende voor de dauphin. Karel VII werd op 17 juli 1429 in de kathedraal van Reims in de aanwezigheid van Jeanne d’Arc, tot koning gekroond en gezalfd door aartsbisschop Regnault de Chartres. Na de kroning drong de koning er bij Jeanne op aan om rust te nemen, want de koning had onder invloed van zijn raadgevers het besluit genomen om niet aan te vallen. Men had wapenstilstanden gesloten met de Bourgondiërs voor 14 dagen. Onder invloed van zijn raadgevers en in het bijzonder van Georges de la Trémoille en Regnault de Chartres wilde Karel VII in de eerste plaats de alliantie tussen Filips de Goede en Jan van Bedford breken. Jeanne moest dus geneutraliseerd worden, want zij wilde naar Parijs optrekken.
    Filips de Goede brak dit verdrag door van de pauze gebruik te maken om de versterking van Parijs uit te bouwen.[ Op 4 augustus trok de hertog van Bedford op tegen het Franse leger vanuit Parijs met een leger van 10.000 man. Karel VII trok de vijand tegemoet en sloeg zijn kamp op tussen Montépilloy en Mont-l'Évêque. Op 15 augustus stonden de twee legers tegenover elkaar opgesteld, maar Azincourt indachtig riskeerde het Franse leger geen frontale aanval tegen het ingegraven Engelse leger; eigenlijk vond er geen veldslag plaats. Het koninklijke leger trok daarna op naar Parijs. Onderweg waren er nog een aantal steden die Karel VII als hun vorst binnenhaalden, waaronder Beauvais. De tegenstanders van Karel VII mochten ongemoeid de stad verlaten. Onder hen was bisschop Cauchon, een fervent aanhanger van de Engelsen. Met zijn bisdom verloor Cauchon een belangrijk deel van zijn inkomsten en hij zou het Jeanne nooit vergeven, want hij hield haar verantwoordelijk voor zijn verlies. Jeanne d’Arc met Jan II van Alençon, de maarschalken Gilles de Rais en Jean de Brossevoerden op 8 september 1429 een aanval uit op de stadspoort van SaintHonoré. Jeanne raakte bij deze aanval gewond aan een been. ’s Avonds trokken ze zich zonder resultaat terug en Jeanne kreeg bevel van de koning om de vijandelijkheden te staken. De koning trok zich terug naar de Loire en het leger werd ontbonden. In oktober nam Jeanne met haar eigen troep Saint-Pierre-le-Moûtier en sloeg het beleg op voor La Charité-sur-Loire, maar tegen kerstmis hief ze het beleg op en keerde ze terug naar Jargeau. Op 29 december 1429 werden Jeanne en haar familie in de adelstand verheven. De originele akte hiervan is verloren gegaan, maar er zijn diverse kopieën bewaard gebleven. In 1614 zou Lodewijk XIII deze beslissing voor de familie hebben herroepen omdat ze in de praktijk gewoon volk waren gebleven. Na de expeditie bij La-Charité-sur-Loire kreeg Jeanne bevel om in het kasteel van la Trémouille in Sully-sur-Loire te blijven, maar zonder toestemming van de koning trok ze naar Compiègne dat door de Bourgondiërs belegerd werd. Tijdens een uitval uit de belegerde stad en de schermutseling die daar op volgde werd Jeanne d’Arc gevangengenomen door de Bourgondiërs op 23 mei 1430. In een dergelijk geval was het normaal geweest, dat Jeanne vrijgekocht zou zijn voor losgeld, maar Karel VII deed geen enkele poging daartoe. Drie dagen na haar gevangenneming schreef de grootinquisiteur van Frankrijk, waarschijnlijk geïnspireerd door de professoren van de Sorbonne, al een brief aan Philips de Goede met het verzoek, om haar zo snel mogelijk over te brengen naar Parijs, om haar te berechten voor misdaden die aan ketterij deden denken. Jeanne was de gevangene van Jean II de Luxembourg-Ligny. Om te voorkomen dat ze door de Fransen bevrijd zou worden werd ze overgebracht naar het kasteel van Beaulieu in de Vermandois. Ze genoot daar een mild regime en mocht zelfs haar eigen hofmeester Jean d’Aulon bij zich houden. Niettemin waagde ze hier een eerste ontsnappingspoging. Daarop werd het besluit genomen om haar weg te brengen uit de gevechtszone en haar onder te brengen in het kasteel van Beaurevoir waar ze goed werd opgevangen door een tante van Jean de Luxembourg, Jeanne de Luxembourg-Saint-Pol en door Jeanne de Béthune, zijn echtgenote. Ze kon bezoek ontvangen en werd op de hoogte gehouden van de situatie bij Compiègne. Niettemin waagde ze een tweede ontsnappingspoging door uit een venster in de toren te springen van 21 meter hoog. Ze raakte daarbij ernstig gewond. Daarop werd ze door de Bourgondiërs overgebracht naar Arras. Pierre Cauchon had al zeer snel contact opgenomen met Jean de Luxembourg met het aanbod om Jeanne te “kopen” voor een aanzienlijk bedrag om haar uit te leveren aan de Engelsen. Hij handelde daarbij in opdracht van Jan van Bedford. Deze koehandel met een krijgsgevangene was in strijd met de toen geldende gedragscode: een krijgsgevangene werd gewoonlijk vrijgelaten in ruil voor een losgeld. De tante van Jean de Luxembourg, die genegenheid had opgevat voor Jeanne, verzette zich tegen de verkoop en dreigde ermee om haar neef te onterven. Uiteindelijk, na het overlijden van zijn tante op 13 november 1430, werd ze door Jean de Luxembourg voor 10.000 pond verkocht aan de Engelsen] op 21 november 1430. Ze werd overgeleverd aan Pierre Cauchon die het proces tegen Jeanne zou voer Het werd een politiek proces: de hertog van Bedford eiste de troon op voor zijn neef Hendrik VI van Engeland en de Engelsen waren er dus erg op gebrand Jeanne als heksen ketter neer te zetten, om zodoende het koningschap van Karel VII te ondermijnen. Het proces werd gevoerd in Rouen, de zetel van de Engelse bezetting. De procedure was van het begin op verschillende punten omstreden. Zo had bisschop Cauchon geen jurisdictie om deze zaak te voeren. De inquisiteur van Rouen, Jean le Maître, tekende hier dan ook bezwaar tegen aan voor wat betreft zijn eigen deelname tot hij tot de orde geroepen werd door de inquisiteur van Frankrijk op vraag
    van Cauchon. Cauchon dankte zijn aanstelling alleen aan zijn evidente partijdigheid ten gunste van het Engelse regime, zijn broodheren. De Engelsen financierden het proces ook. De griffier Nicolas Bailly die aangesteld werd om getuigenissen ten laste van Jeanne te vinden kon niets aanbrengen, zodat er geen grond was om een proces te beginnen. Hij zou hierover getuigen tijdens het rehabilitatieproces. Ook weigerde het hof aan Jeanne rechtskundige bijstand van geestelijken uit de delen van Frankrijk waar zij afkomstig was,wat eveneens een inbreuk was op het kerkelijke recht. De partijdigheid van Cauchon was vanaf het begin overduidelijk. Hij zorgde er bijvoorbeeld voor dat Jean de Saint-Avit, bisschop van Avranches en deken van de bisschoppen van Normandië, niet als rechter aangesteld zou worden. Deze bisschop had geen verplichtingen ten aanzien van de Engelsen, en had zich gunstig uitgelaten over Jeanne. Jeanne werd door de Engelsen aan de kerkelijke rechtbank overgedragen onder de voorwaarde, dat ze weer aan het wereldlijke gerecht moest worden overgedragen als ze zou worden vrijgesproken. Deze hypocriete voorwaarde liet een eventuele vrijspraak open, hoewel de veroordeling vanaf het begin vaststond. De zorg waarmee alle wereldlijke autoriteiten van het proces wegbleven is tekenend en het schouwspel dat georganiseerd werd met een ongezien aantal doctoren in de theologie, licentiaten in kerkelijk en wereldlijk recht en andere geleerden die van de Engelsgezinde universiteit van Parijs werden gehaald, naast het bijna volledige kapittel van Rouen, abten en prelaten, was ongezien voor een proces over geloofszaken. In gelijkaardige processen die echt over geloofszaken gingen zetelden hooguit drie of vier kanunniken naast de bisschop en de inquisiteur. Het proces begon op 21 februari 1431 en zou duren tot 23 mei 1431. In totaal waren er 56 zittingen. Jeanne werd opgesloten in een toren van het kasteel van Philippe Auguste, waarvan tegenwoordig alleen de donjon nog bestaat. De donjon wordt nu de toren van Jeanne d’Arc genoemd wordt, hoewel Jeanne in een ander deel van het kasteel gevangen werd gehouden. Hoewel het over een kerkelijk proces ging, bleef Jeanne opgesloten in een wereldlijke gevangenis, wat nogmaals een aanfluiting van de rechtsregels was. Cauchon had weliswaar de gevangenis gekwalificeerd als een kerkelijke gevangenis, maar zelfs dan was het in strijd met het canoniek recht dat Jeanne bewaakt werd door mannelijke wachten. Het regime waaronder ze werd opgesloten was weliswaar niet zachtaardig, maar ze werd niet gemarteld om bekentenissen af te dwingen. Ze beklaagde zich wel verscheidene keren bij Cauchon, Jean Lemaître en Nicolas Loyseleur dat een van de wachten had geprobeerd haar te verkrachten.[38] Het werd haar ook verboden om te biechten, de communie te ontvangen en de mis bij te wonen. Dit moet voor de vrome Jeanne een zware beproeving zijn geweest. Het rechtscollege telde ongeveer 120 personen, waarvan er verscheidene achteraf op het rehabilitatieproces zouden getuigen dat ze onder dwang hadden gehandeld, onder meer Jean Lemaître, de vice-inquisiteur. Ondanks de talloze ondervragingen slaagden de rechters er niet in, om een geloofwaardige beschuldiging te formuleren. Jeanne bleek een goed christelijk meisje te zijn, overtuigd van haar goddelijke missie. Men hield het dan maar bij de magere beschuldigingen van het weglopen uit het ouderlijk huis zonder toestemming van de ouders, het dragen van mannenkleren en vooral het ontkennen van de kerkelijke autoriteit, omdat ze de stemmen volgde die ze hoorde, zonder daarvan rekenschap af te leggen aan de kerkelijke autoriteiten. De rechters namen gemakshalve aan dat die stemmen geïnspireerd waren door de duivel. De notities van het proces die zijn overgeleverd tonen een Jeanne d’Arc die helemaal niet geïntimideerd is door het college van geleerden die haar moeten ondervragen en met allerlei spitsvondigheden probeerden om haar foute dingen te laten zeggen zodat ze zichzelf zou beschuldigen. Een beroemd voorbeeld daarvan was de vraag of zij in staat van genade was. Dit was een theologische valstrik van de geleerden, want de leer van de kerk zei dat niemand dat van zichzelf kon weten. Als ze ja antwoordde was dat een ketterij en als ze nee zei, gaf ze zelf haar schuld toe. Tot grote verbazing van de geleerden antwoordde Jeanne: "Si je n’y suis pas, Dieu m’y mette et si j’y suis, Dieu m’y tienne. Je serais la plus dolente de tout le monde si je savais ne pas être en la grâce de Dieu. De ondervragers stonden versteld van dat antwoord. Cauchon lukte het niet om Jeanne iets fout te laten zeggen en zelfs de slinkse bezoeken in de gevangenis door Loyseleur, een van de bijzitters van het hof, die zich valselijk voorstelde als een medestander van Karel VII en als een streekgenoot leverden geen resultaat op. Cauchon had zelfs geprobeerd om valse notulen te laten opnemen door twee geestelijken achter een gordijn geposteerd.
    Manchon, de griffier van het proces, weigerde hieraan mee te werken en wilde met deze notities geen rekening houden. Manchon is waarschijnlijk een van de weinigen die bij het proces betrokken was die altijd geprobeerd heeft de zaak eerlijk te behandelen. Vanaf 10 maart werden er geen algemene zittingen meer gehouden. Omdat Cauchon vaststelde dat Jeanne meer en meer op sympathie kon rekenen binnen het rechtscollege, besloot hij nog een aantal ondervragingen met een klein aantal ondervragers waarvan hij zeker was, te laten doorgaan in Jeannes gevangenis. Jeannes beroep op het Concilie van Basel en op de paus werd door Cauchon verworpen omdat dit zijn positie onmogelijk zou hebben gemaakt, onder meer door zijn negeren van richtlijnen van de inquisitie zoals het gevangen houden van Jeanne in een seculiere gevangenis met mannelijke bewakers. Op 5 april 1431 werd een lijst van twaalf artikels opgesteld die de “misdaden” van Jeanne samenvatten. Op 12 en 13 april werden de deelnemers aan het proces gehoord die in hun conclusie unaniem Jeanne veroordeelden. Op 18 april bezocht de rechtbank Jeanne in haar kerker, omdat ze ziek was, en stelde haar voor om zich te bezinnen en haar fouten toe te geven en zich onder de leiding te plaatsen van een of meerdere van de geleerde doctoren om weer op de goede weg te komen. Jeanne vroeg enkel om te mogen biechten en om begraven te worden in gewijde grond, maar dat werd haar geweigerd: ze moest zich eerst onderwerpen aan de kerk. Op 2 mei 1431 werd een publieke admonitie tegen haar uitgesproken vooraleer over te gaan tot de definitieve veroordeling om haar nog een “kans” te geven zich te bekeren na de mislukte poging op 18 april, maar Jeanne bleef zich toevertrouwen aan God en voor alle zogenaamde misdaden die haar werden toegeschreven verwees ze naar haar goddelijke opdracht. Ook hier bleef Jeanne nog zeer alert en verstandig de opwerpingen en vragen beantwoorden, bijvoorbeeld wanneer men haar vroeg, of ze de paus wilde gehoorzamen, waarop zij antwoordde: “breng me voor hem”. Op 9 mei werd ze in de kerker gebracht waar de marteltuigen stonden en bedreigd met marteling. Ze zei hierop, dat ze geen andere verklaringen zou afleggen onder marteling en als ze dat toch zou doen, ze die zou herroepen voor de rechtbank en zeggen dat ze door marteling waren afgedwongen. Op 12 mei werd besloten om van marteling af te zien. Uiteindelijk werd Jeanne veroordeeld door de geleerde doctoren van de Parijse Sorbonne en door het kapittel van Rouen die geen van beiden hun broodheren wilden teleurstellen. Zij werd schuldig bevonden als schismatieke, afvallige, leugenares, zienster, verdachte van ketterij en godslaster. Haar visioenen worden afgedaan als falsificaties, omdat Jeanne niet was aangekondigd in de heilige schrift en omdat ze geen mirakels had verricht Op 24 mei werd Jeanne naar het kerkhof van Saint-Ouen in Rouen gebracht, waar een brandstapel was opgericht. Na een donderpreek en nieuwe ondervragingen bezweek Jeanne in een zwak moment onder de druk en tekende een abjuratiedocument waarin ze haar fouten toegaf en het gezag van de kerk erkende.Hierop werd ze veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf “avec le pain de douleur et l’eau de l’angoisse” Als eerste stap in haar “bekering” zou Jeanne weer vrouwenkleren aantrekken. De abjuratie vormde een belangrijk element voor Cauchon en zijn Engelse opdrachtgevers omdat op een "hervallen in de dwaling" na een abjuratie automatisch de veroordeling tot de brandstapel zou volgen. Op 28 mei deed Jeanne in de gevangenis weer mannenkleding aan.Ondervraagd hierover zei ze dat ze werd vastgehouden door mannen en dat men de beloften die haar gedaan werden niet gehouden had; men had haar onder meer beloofd dat ze de mis mocht bijwonen en de communie mocht ontvangen. Bovendien was ze nog steeds in de ijzers geslagen in tegenstelling tot de beloften die men haar gedaan had. Ze zei dat ze zich bij alle wensen van haar rechters zou neerleggen als men eerst uitvoerde wat haar beloofd was en dat ze vrouwenkleding zou aantrekken als ze niet meer door mannen werd bewaakt en geen risico meer liep om verkracht te worden. Vervolgens herriep Jeanne haar abjuratie door te verklaren dat ze nog steeds haar stemmen hoorde, dat ze door God gezonden was en alleen aan hem verantwoording verschuldigd was en dat ze een grove fout gemaakt had door, onder bedreiging met de brandstapel en uit angst voor het vuur, op het kerkhof van Saint-Ouen de waarheid te verloochenen. Ze zei ook dat ze liever wilde sterven dan levenslang opgesloten te worden. Hier hadden de rechters op gewacht, met Jeannes ontkenning hoopten ze aan te tonen, dat Karel VII onder valse voorwendsels tot koning was gezalfd en anderzijds konden ze Jeanne liquideren. Er werd
    niet getalmd; op 29 mei werd Jeanne tot ketter verklaard, waarna ze op 30 mei werd overgedragen aan het wereldlijke gerecht en nog dezelfde dag levend verbrand op de Oude Markt (Place du Vieux Marché) van Rouen. In wezen was het enige “gerechtelijke” argument voor haar veroordeling een Bijbels kledingvoorschrift,[50] men had het ver moeten zoeken. Henri Beaufort, de kardinaal van Winchester had erop aangedrongen dat er niets van het lichaam van Jeanne zou overblijven dat zou kunnen gebruikt worden als reliek, omdat hij vreesde voor een postume verering van Jeanne. Jeanne stierf waarschijnlijk eerst door koolmonoxidevergiftiging, maar daarna werd de brandstapel opgestookt om haar organische resten te verbranden en na een derde verbranding bleven alleen nog wat beenresten en as over. Die werden door de beul Geoffroy Thérage vanaf de Pont Mathilde in de Seine geworpen. De zogenoemde Jeanne d’Arcrelieken worden bewaard in het museum van kunst en geschiedenis van Chinon en zouden volgens een opschrift op het perkament dat de bokaal afdekte, afkomstig zijn van onder de brandstapel waarop Jeanne werd verbrand. Deze relieken werden in 1867 ontdekt op de zolder van een apotheek in Parijs. Aanvankelijk werden ze bewaard in een glazen flesje uit het begin van de 19e eeuw met als opschrift: Restes trouvés sous le bûcher de Jeanne d’Arc, Pucelle d’Orléans. Multidisciplinair wetenschappelijk onderzoek[ wees echter uit dat het om een vervalsing gaat, waarschijnlijk uit de late 18e of de vroege 19e eeuw. Het monster bevat een stuk kattenbeen, menselijke resten (deel van een rib) die waarschijnlijk afkomstig zijn van een Egyptische mummie van tussen de 7e en de 3e eeuw v.Chr., stukjes houtskool en een stuk linnen. De beenderen waren gekleurd met een bitumenmengsel, analoog aan de producten die gebruikt werden bij het balsemen in het oude Egypte, om een verkoold aspect te creëren. De houtskool is van dezelfde materie. Karel VII, die zijn koningschap aan Jeanne d'Arc te danken had, deed toen het nog kon geen enkele moeite om haar te bevrijden en het zou bijna twintig jaar duren voor hij een actie ondernam om Jeanne van elke schuld te zuiveren. Sommigen zien daar dan ook slechts een poging in om zichzelf van de blaam te zuiveren dat hij door een ketterse naar Reims was gebracht om zich tot koning te laten kronen. Er waren natuurlijk ook enkele praktische bezwaren. Karel moest in bezit zijn van Parijs voor hij iets kon ondernemen. Het was immers de universiteit van Parijs die een zeer belangrijke rol had gespeeld in de aanklacht tegen en de veroordeling van Jeanne d’Arc. Hij kon de medeplichtigen van de Engelsen pas ter verantwoording roepen, nadat Parijs in zijn handen zou zijn gevallen. Maar ook Rouen moest in zijn bezit zijn, voor hij echt iets kon ondernemen, omdat het proces daar was gevoerd en de originele documenten in Rouen werden bewaard. Rouen kwam pas in de handen van Karel VII in november 1449.





    30-05-2018 om 09:25 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    29-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 29 mei heizeldrama
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    29 mei 1985 heizeldrama Het is vandaag precies drieendertig jaar geleden dat er bij rellen voor de Europacupfinale tussen Liverpool en Juventus 39 mensen stierven in de Heizel in Brussel. Dat is vanmorgen herdacht met een korte, sobere plechtigheid aan het Koning Boudewijnstadion. De Britse en Italiaanse ambassadeur in ons land waren daarbij aanwezig en legden bloemen neer als eerbetoon aan de slachtoffers. Op 29 mei 1985 braken ongeveer een uur voor de start van de fnale van Europacup I op de Heizel tussen het Italiaanse Juventus Turijn en het Engelse Liverpool zware rellen uit tussen Britse en Italiaanse voetbalsupporters. Door een blunder van de organisatoren bleken de verschillende clans vlak naast mekaar te staan. Dronken Britse fans begonnen meteen met het gooien van stenen en chargeerden daarna richting de Italiaanse supporters in blok Z. Door de druk van de mensenmassa bij de Engelsen stortte een muur in en mensen tuimelden naar beneden. In de paniek die daarop uitbrak, werden tientallen supporters vertrappeld. Politie en rijkswacht konden nauwelijks ingrijpen. Er waren overigens ook veel te weinig manschappen. Na afoop werden 39 doden (32 Italianen, twee Belgen, vier Fransen en een Ier) en tientallen zwaargewonden geteld. De fnalewedstrijd werd een paar uur later alsnog gespeeld, en gewonnen door Juventus na een doelpunt van Michel Platini. Oorzaak van het drama waren onder andere de slechte staat van het stadion, het gebrekkige en ongecoördineerde optreden van politie en rijkswacht. Er waren ook te veel mensen in het stadion doordat er tickets op de zwarte markt verkocht werden.

    29-05-2018 om 09:00 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 29 mei Kennedy

    29 mei 1917 geboorte John F Kennedy John Fitzgerald („Jack”) Kennedy ( Brookline ( Massachusetts), 29 mei 1917 – Dallas ( Texas), 22 november 1963), ook bekend onder zijn initialen JFK , was een Amerikaans politicus van de Democratische Partij. Vanaf 20 januari 1961 was hij de 35e en jongst gekozen[1] president van de Verenigde Staten, totdat hij op 22 november 1963 op 46-jarige leeftijd, tijdens een rondrit in een open limousine, in Dallas werd vermoord. Bij het grote publiek is Kennedy bekend geworden als de president die de Amerikaanse plannen bekendmaakte om een man op de maan te zetten om zo de ruimtewedloop met de Sovjet-Unie te winnen. Daarnaast werd zijn voortijdig afgebroken termijn gekenmerkt door de Cubacrisis en steeds sterkere Amerikaanse inmenging in de Vietnamoorlogen zijn poging de wapenwedloop te stoppen. Kennedy was evenwel een meer pragmatisch dan ideologisch geïnspireerd leider. Kennedy kwam uit een van oorsprong Ierse rooms-katholieke familie. Zijn moeder heette Rose Kennedy. Zijn vader Joseph (Joe) Kennedy was een politicus en steenrijk zakenman. Het echtpaar had negen kinderen. Het gezin werd na Kennedy's verkiezing tot president ook wel schertsend de onofficiële koninklijke familie van de Verenigde Staten en de Kennedyclan genoemd, omdat er zo veel invloedrijke personen uit voortgekomen zijn. Kennedy bleek zeer intelligent en had goede schoolresultaten, maar hij had al vroeg een slepende ziekte en, later, zware rugproblemen, die hem de rest van zijn leven zouden kwellen. Hij woonde en studeerde enige tijd in Londen en maakte vóór de oorlog een reis door Europa, waarover hij in 1940 als afstudeerscriptie een scherp analyserend verslag schreef met daarin waarschuwingen tegen Hitler, getiteld "Why England Slept" over het Britse aandeel in het Verdrag van München, een scriptie die daarna als boek gepubliceerd een bestseller werd. Hij behaalde aan Harvard cum laude een graad in internationale betrekkingen. In de oorlog was hij luitenant bij de marine, hoewel hij als gevolg van zijn lichamelijke kwalen in eerste instantie niet werd goedgekeurd voor actieve dienst. Dankzij de invloed van zijn familie lukte het hem echter in een gevechtsfunctie te worden geplaatst. Voor veel kiezers zou dat bij presidentsverkiezingen een voorwaarde voor hun stem zijn. Een dag nadat de Japanners Pearl Harbor bombardeerden (op 7 december 1941), werd Kennedy uitgezonden naar de Stille Oceaan. Daar voerde hij het bevel over een motortorpedoboot (de PT-109) die door de Japanse kruiser Amagiri bij de Salomonseilanden overvaren werd en zonk, waarna hij met een moedige actie toch zijn bemanning wist te redden. Na het zinken van de boot zwom Kennedy met de overlevenden vier uur in zee voordat zij een 5,6 km verder gelegen eiland (Kasolo Island of ook wel Kennedy Island) wisten te bereiken. Kennedy, die deel had uitgemaakt van het zwemteam van Harvard, trok hierbij een gewond bemanningslid. Omdat Kasolo Island slechts 100 meter in doorsnede is en er geen voedsel te vinden was, zwommen Kennedy en zijn mannen naar een ander eiland (Olasana Island). Omdat er in dit gebied regelmatig Japanse schepen langsvoeren, was deze tocht niet zonder gevaar. Na 10 dagen van kokosnoten geleefd te hebben, werden Kennedy en zijn mannen ontdekt door inboorlingen en ten slotte gered. Voor zijn betoonde moed en doorzettingsvermogen ontving Kennedy de Navy and Marine Corps Medal.Tegen verslaggevers die aan hem vroegen hoe hij een oorlogsheld was geworden, grapte Kennedy "doordat ze mijn boot tot zinken brachten". Als gevolg van de bij deze actie opgelopen verwondingen en andere kwalen, zoals de ziekte van Addison (waar toen nog geen goede medicatie voor ontwikkeld was), leed Kennedy aan ernstige rugpijnen. Buiten het zicht van de openbaarheid liep hij daarom vaak op krukken. Hoewel Kennedy naar buiten toe de indruk maakte een buitengewoon gezond man te zijn, was dat in werkelijkheid niet zo. Hij stond onder voortdurend medisch toezicht en had een eigen lijfarts. Kennedy had al vroeg een levendige belangstelling voor vrouwen en had een groot aantal minnaressen, zoals lange tijd de Deense journaliste Inga Arvad in Washington in de jaren 40, [bron?] waarvan de verdenking bestond dat zij een nazi-spionne was. Ook wordt beweerd dat Kennedy tijdens zijn huwelijk een relatie zou hebben gehad met Marilyn Monroe, die hem op zijn vijfenveertigste verjaardag zo verleidelijk had toegezongen (Happy Birthday, Mr. President). Bewijs hiervoor ontbreekt echter. Hij was sinds 1953 getrouwd met Jacqueline Bouvier, met wie hij vier kinderen kreeg: Arabella
    (1956, doodgeboren), Caroline (1957), John F. Jr.(1960-1999) en Patrick (1963, stierf twee dagen na zijn geboorte). In 1946 werd Kennedy gekozen tot Afgevaardigde voor het Congres voor Boston en in 1952 tot senator. In 1956 schreef hij "Profiles in Courage" over Amerikaanse senatoren die met gevaar voor hun loopbaan standpunten innamen die afweken van die van hun partij. Dit boek kreeg in 1957 de journalistieke Pulitzerprijs voor biografie. Als Congreslid bezocht Kennedy voor het eerst Frans Indo-China, waar op dat moment de Eerste Indochinese Oorlog aan de gang was. In 1956, na de stichting van Noord- en Zuid-Vietnam, bezocht hij de regio opnieuw. John F. Kennedy werd in 1960 gekozen tot 35e president van de VS na een nipte verkiezingsoverwinning (een half procent verschil)[4] op de Republikein en zittend vicepresident Richard Nixon. Zijn running mate was Lyndon B. Johnson, die dan ook zijn vicepresident werd. Kennedy's presidentschap was sterk pragmatisch georiënteerd; historica Barbara Tuchmankenmerkt Kennedy als "progressief noch conservatief (...) een man met een snel verstand en sterke ambitie die vele verheven principes overtuigend, welsprekend en zelfs barmhartig wist te verwoorden, terwijl zijn daden daar niet altijd mee in overeenstemming waren. (...) In het Kennedykamp werden idealisten gewoonlijk 'zeveraars' genoemd of 'sentimentele doetjes'." Kennedy liet zich niet makkelijk manipuleren en liet al vroeg merken wie de baas was. Na de mislukte invasie in de Varkensbaai ontsloeg Kennedy twee hoge CIA-bazen en dreigde naar verluidt de CIA "in duizend stukjes te versplinteren en uit te strooien in de wind."Kennedy wilde ook J. Edgar Hoover ontslaan, die al sinds mensenheugenis de directeur van de FBI was. Hij veranderde van gedachten toen dit plan, vanwege de politieke gevolgen ervan, niet haalbaar bleek te zijn.Kennedy's presidentschap werd ook gekenmerkt door zijn hang naar vrede en zijn menslievendheid. Dit alles leverde hem medestanders op, maar zorgde ook voor tegenstanders op hoge posities. Kennedy's presidentschap begon in een economischvoorspoedige tijd. Wel waren er in de Verenigde Statenintern veel strijdpunten. Vooral in het zuiden kwam nog veel racisme voor en was er in het openbare leven sprake van een strikte rassenscheiding, vergelijkbaar met apartheid in Zuid-Afrika. Het verzet daartegen nam toe, mede onder invloed van Ds. Martin Luther King. Veel strijders voor burgerrechten waren geïnspireerd door de vooruitgangsboodschap van president Kennedy, maar kregen in de praktijk geen steun van de president. Kennedy vond het opheffen van rassenscheiding een zaak van de individuele staten en niet van de federale overheid. Slechts als federale wetten werden overtreden (zoals de weigering zwarte reizigers te bedienen bij interstate busreizen) greep hij in. De zwarte bevolking van de VS moest wachten op president Johnson, de opvolger van Kennedy, voordat er daadwerkelijk wetgeving tot stand zou komen die discriminatie op basis van huidskleur onwettig verklaarde De Koude Oorlog speelde vanaf het allereerste begin de boventoon in Kennedy's buitenlandbeleid, dat mede werd vormgegeven door de Republikeinse minister van Defensie Robert McNamara. In december 1960 was het Nationaal Bevrijdingsfront van Zuid-Vietnam opgericht en twee weken voor Kennedy's inauguratie op 20 januari 1961 had Nikita Chroesjtsjov, de Russische president, de 'nationale bevrijdingsoorlogen' in Vietnam, Cuba en elders volledige steun van de Sovjet-Unie beloofd. Kennedy refereerde hieraan in zijn inaugurele rede als het 'uur van het grootste gevaar' voor de vrijheid. Al in de eerste tien dagen van Kennedy's presidentschap werd een plan gelanceerd om met Amerikaans geld en personeel de Zuid-Vietnamese strijdmachten uit te breiden met 20.000 militairen en 32.000 paramilitairen. De inmenging in de Vietnamese burgeroorlog werd steeds intensiever; begin 1963 waren er 17.000 Amerikaanse militairen aanwezig in Zuid-Vietnam. Het Congres werd buiten de besluitvorming omtrent Vietnam gehouden; op beschuldigingen uit Republikeinse hoek dat hij "niet openhartig" was tegenover zijn volk, antwoordde Kennedy in februari 1962 dat er "daarheen geen gevechtstroepen in de gebruikelijke betekenis van het woord gestuurd" waren. De voornaamste activiteiten van de Amerikaanse krijgsmacht in Vietnam waren troepentransport, opleiding van Zuid-Vietnamese manschappen, luchtsteun bij anti-guerrilla-acties en ontbladering van bossen door o.a. Agent Orange (vanaf 1961). Het aantal Amerikaanse doden in het gebied bedroeg tijdens Kennedy's eerste ambtsjaar 14, het jaar daarop 109. Onder Amerikaanse leiding leken de kansen voor Zuid-Vietnam te keren; gewelddadige deportatie van de Zuid-Vietnamese
    plattelandsbevolking door de eigen regering speelde hierin overigens ook een grote rol, omdat zo de "Vietcong"-guerrillero's de toegang tot voedsel kon worden ontzegd. Al snel kreeg Kennedy te maken met een erfenis van zijn voorganger, president Eisenhower: plannen om een invasie te laten plegen op Cuba door anti-Castro-Cubanen onder regie van onder andere de CIA. Kennedy was door zijn staf op de hoogte gebracht van de onder Eisenhower geplande invasie en besloot dit plan door te zetten. Kennedy verzekerde de Amerikaanse bevolking ervan dat de Verenigde Staten hierbij niet zelf betrokken zouden raken. Op het laatste moment wilde de CIA toestemming om Amerikaanse strijdkrachten in te zetten, omdat de invasie met de anti-Castro-Cubanen mislukte. Kennedy weigerde en de invasie liep uit op een groot fiasco. Honderden mannen sneuvelden of werden gevangengenomen. Voor een hoge prijs kon Kennedy ze later "kopen" van Castro. Dit incident werd bekend onder de naam Invasie in de Varkensbaai en het Varkensbaai-Fiasco. Kennedy hield een speech op televisie waarin hij de volledige verantwoordelijkheid van de blunder op zich nam. Kennedy gaf tijdens zijn presidentschap de ruimtevaart een enorme impuls door, nadat de Sovjets een voorsprong hadden genomen in de ruimterace, in 1961 aan het Amerikaans Congres voor te stellen geld beschikbaar te stellen voor een reis naar de maan. Kennedy vroeg zich echter af of deze reis een nationale kwestie zou moeten zijn. In een voordracht voor de Verenigde Naties op 20 september 1963 gaf hij aan dat hij mogelijkheden zag deze reis in samenwerking met de Sovjet-Unie te maken.Kennedy kreeg de kans niet dat voorstel nader uit te werken, twee maanden later werd hij vermoord. In de tweede helft van zijn presidentschap werden de internationale spanningen in de Koude Oorlog groter en mondden uit in de Cubacrisis, die had kunnen uitlopen op een Derde Wereldoorlog. Er waren nucleaire raketten in het spel en Chroetsjov had gedreigd deze af te schieten. Kennedy speelde blufpoker op het hoogste niveau, maar kwam op 28 oktober 1962 als winnaar uit de strijd. Door het diplomatiek oplossen van de crisis, steeg zijn populariteit. Kennedy was een begaafd spreker met een sterk charisma, dat opviel bij mensen uit de gehele westerse wereld. Hij werd een icoon van het westerse kamp in de Koude Oorlog. Bij zijn buitenlandse bezoeken kreeg hij altijd veel enthousiaste belangstelling, zoals in Berlijn, waar hij staande op het balkon van Rathaus Schöneberg de legendarisch geworden woorden "Ich bin ein Berliner" uitsprak. Een andere veelgeciteerde uitspraak van hem is "ask not what your country can do for you, ask what you can do for your country", die deel uitmaakte van zijn inauguratietoespraak. Enkele andere markante en nog veel geciteerde uitspraken hadden betrekking op het begin jaren 60 geuite voornemen om binnen tien jaar "mensen op de maan"te zetten (en ze weer veilig terug te brengen). Dit zou ook gebeuren met het toen opgestarte Apolloprogramma. Uit zijn toespraak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september 1961 komen de uitspraken dat deze organisatie "het enige alternatief voor oorlog" zou zijnen dat "de mensheid een einde aan de oorlog moet maken, omdat de oorlog anders een einde aan de mensheid zal maken". Weer een andere uitspraak, over de conditie van de moderne mens, leidde tot de invoering van de naar hem genoemde Kennedymarsen over 80 km (50 mijl), die in Nederland jaarlijks in veel plaatsen worden georganiseerd.
    Op 22 november 1963 om 12.30 uur CST (18.30 UTC) werd Kennedy dodelijk verwond door twee geweerkogels, één door het hoofd en één door zijn rug, terwijl hij in een open presidentiële limousine over Dealey Plaza in Dallas in de Amerikaanse staat Texas gereden werd. Zijn rijtour was onderdeel van een publieksreis door Texas, mede georganiseerd met het oog op zijn eventuele herverkiezing in 1964. Kennedy was de vierde president van de Verenigde Staten die vermoord werd en de achtste die tijdens de uitoefening van zijn ambt overleed. Twee officiële onderzoeken leidden tot de conclusie dat Lee Harvey Oswald, werkzaam in het schoolboekenmagazijn op Dealey Plaza, de moordenaar was. Volgens het onderzoek van de Commissie-Warren handelde Oswald alleen, volgens het onderzoek van de Enquêtecommissie van het Huis van Afgevaardigden was er ten minste nog één andere schutter. De moord op Kennedy is nog altijd onderwerp van speculatie en heeft stof opgeleverd voor vele samenzweringstheorieën.
    Twee dagen na de moord op Kennedy werd Oswald op het politiebureau van Dallas vermoord door nachtclubeigenaar Jack Ruby, waardoor hij niet meer kon worden voorgeleid en er geen proces tegen hem werd gevoerd. Het graf van John F. Kennedy bevindt zich op de begraafplaats Arlington National Cemetery, Virginia, vlak bij het Pentagon. Met een "eeuwige vlam" getooid, is het voor de vele bezoekers een herdenkingsplaats. Na de moord op Kennedy leidde Jim Garrison, de officier van justitie in New Orleans, een uitgebreid onderzoek naar de omstandigheden rondom deze moord. Dit leidde uiteindelijk tot een proces wegens samenzwering tegen de zakenman Clay Shaw, die evenwel werd vrijgesproken. De naam van Kennedy leeft onder andere voort in het vliegveld John F. Kennedy International Airport (voorheen: Idlewild) in het stadsdeel Queens in New York en na zijn dood bepaalde zijn opvolger dat de lanceerbasis op Cape Canaveral in Florida voortaan het Kennedy Space Center zou heten. Midden jaren 60 werd in de VS het vliegdekschip de USS John F. Kennedy gebouwd, het enige schip in de John F. Kennedyklasse. Welke grote indruk hij had gemaakt bleek onder meer toen binnen een paar maanden na zijn overlijden ook in Europa al grote straten en pleinen naar hem werden vernoemd. Zo werd al op 9 januari 1964 de Rivierenlaan te Amsterdam omgedoopt tot President Kennedylaan. In Antwerpen werd een tunnel onder de Schelde naar hem genoemd. Kennedy's naam leeft ook voort in verschillende films en televisieseries die zijn uitgebracht, waarin hij voorkomt. Deze films en series gaan veelal over zijn presidentschap, of over prominente gebeurtenissen die in zijn presidentschap plaatsvinden. Er kwamen ook films uit waarin vooral zijn biografie op de voorgrond treedt.





    29-05-2018 om 08:58 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 29 mei Romy Schneider

    29 mei 1982 overlijden Romy Schneider Romy Schneider , pseudoniem van Rosemarie Magdalena Albach , ( Wenen, 23 september 1938 – Parijs, 29 mei 1982 ) was een Duitse actrice, die doorbrak met de vertolking van de rol van Elisabeth van Oostenrijk in Ernst Marischka's filmcyclus Sissi. Ze was de dochter van Magda Schneider en Wolf Albach-Retty , die beiden ook acteur waren. Omdat haar moeder Duitse was en Wenen tijdens haar geboorte bij Duitsland hoorde, kreeg Romy de Duitse nationaliteit. Haar grootmoeder Rosa Albach-Retty was eveneens een actrice. De Sissi-films (1955-1958) maakten Schneider wereldwijd dermate beroemd, dat ze daarna nooit meer van het suikerzoete imago van die rol afkwam. Met beide handen nam ze dan ook het aanbod aan om te acteren in de nogal zwaarmoedige film Christine. Tijdens de opnamen in 1958 kreeg ze een relatie met haar medeacteur, de Fransman Alain Delon en trok met hem naar Parijs. Ze werkte daar o.a. met Luchino Visconti en Orson Welles. Hoewel ze door het publiek nog steeds als Sissi gezien werd, betekende deze carrièrewending wel de ontsnapping aan haar imago. Via Frankrijk kwam ze in 1964 in Hollywood, waar ze samen met Jack Lemmon in Good Neighbor Sam speelde en in 1965 in What's New, Pussycat met Woody Allen. In 1964 eindigde haar relatie met Delon. Later speelde ze nog met hem in de broeierige misdaadfilm La Piscine(1969) en in het historisch drama The Assassination of Trotsky (1971). In 1966 trouwde ze met Harry Mayen. In datzelfde jaar werd hun zoon David geboren. Haar huwelijk met Mayen liep in 1975 op de klippen. Op de dag na de echtscheiding trouwde ze met haar privésecretaris Daniel Biasini. Later dat jaar werd dochter Sarah Magdalena geboren. Niettemin was ze niet erg gelukkig en raakte ze in deze periode aan de drank en nog later aan de drugs. Vanaf La Piscine reeg ze de successen aan elkaar en werd ze een van de topactrices van Frankrijk. In 1976 behaalde ze de allereerste César voor beste actrice voor haar aangrijpende vertolking van een mislukte actrice in het drama L'important c'est d'aimer (1975) van de Poolse cultregisseur Andrzej Żuławski. Ze schitterde onder meer ook in vijf films van Claude Sautet. Haar favoriete tegenspeler in die periode was Michel Piccoli. Met hem speelde ze onder meer in het echtelijk drama La Voleuse (1966), het tragisch drama Les Choses de la vie (1969), de misdaadfilm Max et les ferrailleurs (1971), de zwarte komedie Le trio infernal (1974) en het oorlogsdrama La passante du Sans-Souci (1982), haar laatste speelfilm. In 1981 kwam er nog meer rampspoed in haar leven. Na de scheiding van Biasini volgde het verongelukken van haar zoon David: hij werd op 5 juli gespietst op een hek toen hij naar beneden viel tijdens een klimpartij bij het huis van de ouders van Biasini. Niet lang na de première van La passante du Sans-Souci (op 14 april 1982 in Frankrijk), werd ze dood in haar woning in Parijs aangetroffen: een overdosis slaappillen zou de oorzaak zijn geweest maar later werd dat ontkracht en was de doodsoorzaak een hartaanval. Ze werd begraven op de begraafplaats van Boissy-sans-Avoir. Haar zoon David rust in hetzelfde graf. In het weekend van 30 april 2017 is het graf door nog onbekenden geopend. Omstanders zagen dat de hoofdsteen was verplaatst.[4] Verder onderzoek loopt nog.





    29-05-2018 om 08:56 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 28 mei 1940 WOII

    28 mei 1940 overgave leopold III Vanaf 25 mei en zelfs al vroeger wisten de koning, en ook de regering, dat ze onder de voet zouden worden gelopen door het Duitse leger. Het enige wat nog telde was nog enkele dagen stand te houden, teneinde de evacuatie van de geallieerde legers mogelijk te maken. Om hierin te helpen liet men grote delen van de Westhoek onder water lopen om zo de opmars van de Duitse troepen te hinderen. De koning spande zich in om de geallieerden duidelijk te maken, als ze dit niet uit zichzelf wisten, dat het uur van de capitulatie van de Belgische troepen snel naderde. Onmiddellijk na die capitulatie werd door de Britse maar vooral door de Franse overheid geprotesteerd dat ze onverwacht was gekomen en ze hierdoor schade hadden geleden. Achteraf bleek dit onjuist te zijn, want de signalen waren talrijk geweest: Op 24 mei schreef Leopold een brief naar de koning van Engeland, waarin hij duidelijk liet weten dat voor het Belgisch leger de strijd ten einde liep. Via admiraal Roger Keyes, de speciale gezant van de eerste minister Winston Churchill, verwittigde hij deze in dezelfde zin. De Franse generaal Champon en de Britse kolonel Davy die bestendig op het Belgische hoofdkwartier aanwezig waren, kenden de hopeloze toestand waarin het leger zich bevond en berichtten hierover aan hun respectieve chefs. Op 26 mei ontving de koning de generaals Champon en Blanchard en gaf hen een boodschap mee voor opperbevelhebber Maxime Weygand, die meldde dat de grenzen van het weerstandsvermogen bereikt waren. Leopold achtte de capitulatie onvermijdelijk om een grote slachting onder de Belgische soldaten en onder de massa in West-Vlaanderen toegestroomde vluchtelingen te vermijden. Een groot deel van de Belgen volgde hem in die gedachtegang en rond zijn persoon ontstond een ware cultus. Nadat tot capituleren besloten was werd nog een aantal uren gewacht, om nog een laatste respijt te geven voor de evacuatie van de Engelse troepen in Duinkerke. De wapens werden neergelegd op 28 mei om 4 uur. In de loop van de voormiddag namen de Duitsers de stad Brugge in en meldden zich aan op de residentie van de gouverneur, waar de koning verbleef. Hij werd in de nacht van 29 mei onder militair escorte naar Laken gevoerd. Nu de koning in handen was gevallen van de vijand en onder huisarrest in het kasteel van Laken verbleef ontnam de ministerraad hem zijn grondwettelijke bevoegdheden, op basis van artikel 82 van de Grondwet: de koning "verkeerde in de onmogelijkheid om te regeren". De grondwet voorzag in dit geval de bijeenroeping van de verenigde kamers, die een regent moesten aanduiden. Aangezien ook dit onmogelijk was besliste de regering dat zij de volheid van de grondwettelijke bevoegdheden op zich nam. Naar de buitenwereld werd de verantwoordelijkheid van de gerezen toestand op de koning gelegd. Pierlot zei in een radioboodschap: "Geen enkele houding van de koning kan enig effect hebben als die niet door de regering wordt gedekt. Door de band met de bevolking te verbreken, plaatst de koning zich onder het gezag van de bezetter. Hij is bijgevolg niet meer in staat te regeren, want de functie van staatshoofd kan niet worden uitgeoefend onder controle van de bezetter. In afwachting zal de grondwettelijke macht van de koning worden uitgeoefend door de regering, verenigd in raad en onder haar verantwoordelijkheid worden uitgeoefend."
    "Op het laatste moment toen de invasie van België al een feit was, riep Koning Leopold ons om hulp en zelfs op dit laatste moment kwamen we. Hij en zijn dapper, efficiënt leger, bijna een half miljoen man sterk, beschermden onze linkerflank en hielden zo onze terugweg naar de zee open. Plotseling, zonder voorafgaand overleg, met zo min mogelijk waarschuwing, zonder advies van zijn ministers en op zijn eigen persoonlijk initiatief, zond hij een bericht naar het Duitse opperbevel, waarin hij de overgave van zijn leger betekende en onze hele flank en onze terugtocht in gevaar bracht."
    De Britse pers noemde hem de "Koning Verrader" en "Koning Rat". De Daily Mirror drukte zijn portret af met onderschrift "Het gezicht dat elke vrouw nu veracht". Belgische vluchtelingen in Parijs plaatsten bij het standbeeld van koning Albert een bericht "uw onwaardige opvolger". De Britse historicus Sir Basil Liddell Hart noemde de beslissing van Leopold nochtans eervol. De Franse premier Paul Reynaud beschuldigde Leopold van verraad. Leopold was de zondebok geworden, omdat Reynaud besefte dat ook de Slag om Frankrijk verloren was. Een koning kon door het republikeinse Frankrijk verantwoordelijk gesteld worden voor het eigen falen. Uiteraard had de breuk tussen de koning en zijn regering het gemakkelijker gemaakt om hem als schuldige aan te wijzen. Dat ook de Belgische regering hem met de vinger wees en dat op 31 mei in Limoges de aanwezige parlementsleden dit onderschreven, deed Leopold beslissen alle contacten met de regering af te breken. Hij zou dit in de volgende oorlogsjaren consequent doorzetten.
    Toen Leopold III van Brugge naar Brussel werd gevoerd en in het paleis van Laken aankwam, waren er al meldingen dat een gesprek met Hitler zeer binnenkort te verwachten was. Op 31 mei meldden twee gezanten van Hitler zich aan in Laken (staatsminister Otto Meissner en dokter Karl Gebhardt) met een uitnodiging voor de koning om de Führer te ontmoeten. Het antwoord van de koning luidde dat hij de uitnodiging aanvaardde, maar op voorwaarde dat de ontmoeting incognito gebeurde. Generaal Van Overstraeten en ook Hendrik De Man schreven dat de koning uitgeput was en erg tegen een confrontatie met Hitler opzag. Op 4 juni antwoordde Hitler dat hij zich over de principiële aanvaarding verheugde, maar dat hij het incognito onmogelijk achtte. Hij zou er later op terugkomen, wanneer de militaire operaties in Frankrijk achter de rug waren. Op 26 juni, na de wapenstilstand in Frankrijk, bevestigde Leopold aan zijn bewaker kolonel Werner Kiewitz dat hij bereid bleef Hitler te ontmoeten (zonder nog aan de voorwaarde van incognito te houden) en verzocht hem dit door te seinen. Nu was het Hitler die weigerde. In zijn instructies van 11 juli 1940 over België werd geen rol meer voorzien voor de koning en werd het toekomstig lot van het land onbeslist gelaten. Als er vanuit de omgeving van de koning nog vragen zouden komen over de toekomst van België, moest daar 'dilatorisch' op geantwoord worden. Begin oktober 1940 verbleef prinses Marie-José gedurende drie weken bij haar moeder en broer in Brussel. Vandaar vertrok ze naar Duitsland en op 17 oktober ontmoette ze er Hitler, tot wie ze relatief gemakkelijk toegang had. Ze vroeg opnieuw een onderhoud Hitler-Leopold aan. Hitler ging op het verzoek in en liet enkele dagen later weten dat hij de koning zou ontmoeten op 27 oktober 1940 in het station van Yvoir, in de trein waarmee hij door België reed, bij terugkeer uit Frankrijk. De afspraak werd echter te elfder ure afgezegd, omdat Hitler dringend naar Florence afreisde voor een ontmoeting met Benito Mussolini. Een nieuwe datum werd voorgesteld, die deze keer werd gehonoreerd: 19 november 1940, met als plaats van het onderhoud Hitlers Berghof bij Berchtesgaden. Zowel de koning als de Führer wisten dat van politieke onderhandelingen geen sprake kon zijn, maar de drie punten die de koning wilde bespreken lagen er toch dichtbij. Hij wilde het met name hebben over: 1.de terugkeer van de Belgische krijgsgevangenen naar België, 2.de verbetering van de voorwaarden voor voedselbedeling (de rantsoenering zat onder het peil van Frankrijk en Nederland), 3.de mogelijkheid tot behoud van de Belgische onafhankelijkheid in een door Duitsland gedomineerd Europa. Het gesprek was georganiseerd door generaal Raoul Van Overstraeten, militair raadgever van Leopold. Aanwezig waren Hitler, Leopold en professor Schmidt, tolk van Hitler.Het gesprek leverde geen resultaat op, want zelfs de vage beloften van Hitler over humanitaire kwesties kregen geen gevolg. Wat
    betreft het politieke gesprek wisten beiden dat het onmogelijk om onderhandelingen kon gaan betreffende het toekomstig lot van België. Zelfs de door Leopold verhoopte verklaring die de toekomstige onafhankelijkheid van België zou hebben gegarandeerd kwam er niet. De door officieren opgerichte eerste verzetsgroepen in België wekten argwaan op bij de regering in Londen. Niet alleen waren ze zeer trouw aan de koning, die ze als hun echte chef beschouwden, maar ze sympathiseerden ook met politieke plannenmakers van uiterst rechtse strekking. Ze waren de regering in ballingschap zeker niet genegen. De Britse SOE zag dat anders en wilde graag samenwerken met de lokale verzetsbewegingen. Vooral het Belgisch Legioen van commandant Claser sprak hen aan. Deze en een paar andere bewegingen zoals Falanx (van majoor De Grunne) en Gereconstrueerd Belgisch Leger (van kolonel Lentz) bestonden hoofdzakelijk uit Belgische officieren, die al dan niet ondergedoken leefden. De Britten zette dan ook de Belgische regering onder druk het verzet in België te erkennen en te ondersteunen. Dit gebeurde niet zonder problemen, vanwege de bestaande argwaan. De eerste contacten met de naar Londen overgevlogen Claser veranderden daar weinig aan. Het is pas nadat Claser door de Duitsers was opgepakt en kolonel Jules Bastin de leiding nam dat het tij keerde. Het Belgisch Legioen werd vanaf midden 1942 als verzetsbeweging aanvaard. Ze wijzigde haar naam in Geheim Leger. Het vertrouwen in Bastin, een vriend van François De Kinder, de schoonbroer van Pierlot, was groot. Voortaan liepen de contacten direct met de Belgische diensten in Londen en niet meer via de Britse SOE zoals voorheen. De Belgische regering gaf voortaan opdrachten en verstrekte financiën en wapens. De koning bleef op de hoogte van de verzetsactiviteiten via generaal Van Overstraeten, die nauwe contacten had met verzetslui. Het belette niet dat de koning terughoudend bleef tegenover militaire verzetsacties, die volgens hem te veel offers zouden eisen, zowel tijdens gevechten als tijdens de represailles die er zouden op volgen.





    28-05-2018 om 09:30 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.deja vu Fogerty

     

    28-05-2018 om 09:27 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 28 mei John Fogerty

    28 mei 1945 geboren John Fogerty John Cameron Fogerty (Berkeley, Californië, 28 mei 1945) is een Amerikaans singer-songwriter. Hij is vooral bekend als voorman van de rockgroep Creedence Clearwater Revival. Karakteristiek is zijn raspende stem en zijn vermogen om pakkende gitaar-riffs te bedenken. Creedence Clearwater Revival Fogerty en zijn broer Tom vormden een bandje in El Cerrito, Californië, aan het eind van de jaren vijftig, als Tommy Fogerty and the Blue Velvets. De naam werd, door toedoen van de platenmaatschappij die hen wilde contracteren (Fantasy), veranderd in The Golliwogs in 1964. In 1968 bracht de band zijn eerste album uit onder de naam Creedence Clearwater Revival. Deze naam had de band in 1967 aangenomen. Op dit album stonden onder andere covers als Susie Q en I Put a Spell on You, die hun eerste hits werden. Nadien volgden vele hitsingles, waaronder Proud Mary, Fortunate Son, Up Around The Bend, Green River, Down On The Corner, Travelin' Band, Lookin' Out My Back Door, Bad Moon Rising en Who'll Stop The Rain. Door onderlinge spanningen vertrok Tom na het zesde album, Pendulum. De andere bandleden wilden meer invloed in de composities en uitvoering, aangezien Fogerty de bepalende factor was. Dit experiment duurde één album, Mardi Gras, en de groep ging in 1973 uit elkaar. Fogerty brengt nadien enkele soloalbums uit. In 1973 brengt hij Blue Ridge Rangers uit met countrycovers, waarbij hij alle instrumenten zelf bespeelt. In 1975 brengt hij John Fogerty uit waar onder andere Rocking All Over The World op staat, dat later een grote hit zal worden voor Status Quo. Ondertussen ruziet Fogerty met Fantasy Records over de royalty's van zijn CCR-songs. In 1985 komt Centerfield uit. Dit wordt een succes in de VS. Op dit album staat het nummer The Old Man Down The Road. Platenmaatschappij Fantasy klaagt Fogerty aan omdat dit nummer te veel zou lijken op Run Through The Jungle van CCR. Fogerty wint het proces door de songs voor te spelen in de rechtszaal. Hierbij weet hij de rechter ervan te overtuigen dat het wel degelijk een andere song is. Maar de mogelijkheid op een eventuele reünie is voor altijd verkeken, zoals Fogerty in interviews benadrukt. In 1986 komt het album 'Eye of the Zombie' uit, dat door critici slecht wordt ontvangen. Hierna trekt Fogerty zich voor lange tijd terug uit de muziekwereld. In 1993 wordt Creedence Clearwater Revival in de Rock and Roll Hall of Fame opgenomen. Fogerty weigert met zijn oud-collega's op te treden tijdens deze huldiging en speelt enkele CCR-nummers samen met Bruce Springsteen. Pas in 1997 komt Fogerty met een nieuw album, Blue Moon Swamp, dat wordt bekroond met een Grammy Award. In 1998 komt het live-album Premonition uit, waarbij hij onder andere weer zijn oude CCR-songs ten gehore brengt. In 2004 wordt het album Deja Vu (All Over Again) uitgebracht. Inmiddels zijn Fogerty en Fantasy Records met elkaar verzoend, wat Fogerty de gelegenheid geeft zijn oude repertoire weer op te pakken. De reden is dat Fantasy is verkocht en het nieuwe management de zaak met Fogerty schikt. In 2006 wordt onder het label van Fantasy een verzamelalbum uitgebracht van CCR-songs en songs van Fogerty zelf, genoemd "The Long Road Home". Fogerty heeft in september 2007 een nieuw studio-album uitgebracht en gaat weer op wereldtournee. Dit nieuwe album heet "Revival". Als onderdeel van de "Revival Tour" treedt Fogerty op 20 juni 2008 op in Ahoy Rotterdam. Op 2 september 2009 komt er een nieuw album uit. Het is een vervolg van de "Blue Ridge Rangers" uit 1973 en heeft als titel 'Blue ridge rangers ride again'. Het betreft hier wederom covers uit de country and western scene, van o.a. John Denver & Ricky Nelson. Ook staat hier een eigen cover op: 'Change in the weather' van het album 'Eye of the zombie' uit 1986. Aan het album verlenen ook Bruce Springsteen en enige leden van The Eagles hun medewerking. In songs als Who'll Stop The Rain, Have You Ever Seen The Rain en Fortunate Son levert Fogerty kritiek op de Vietnamoorlog. Vandaar dat deze muziek prominent aanwezig is in de populaire televisieserie Tour of Duty. Met het album Deja Vu (All Over Again) levert Fogerty kritiek op de Irakoorlog en wijst hij op de vergelijking (Deja Vu) met de Vietnamoorlog.





    28-05-2018 om 09:25 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 27 mei 1975 Jamie Oliver

    Geboren 27 mei 1975 Jamie Oliver James 'Jamie' Trevor Oliver MBE (Clavering, 27 mei 1975), bijgenaamd The Naked Chef, is een Britse chef-kok. Oliver groeide op in zijn geboorteplaats Clavering waar zijn ouders een pub-restaurant (The Cricketers) bezaten en hij na schooltijd meehielp in de keuken.Toen hij zestien werd, ging Oliver van school af. Hij meldde zich aan bij Westminister Catering College, volgde lessen in Frankrijk en trad in dienst bij kok Antonio Carluccio. Daarna ging hij werken in The River Café in Londen. Oliver kwam in The River Café voor het eerst in aanraking met televisie. Op een dag kwam er een televisieploeg opnames maken voor de documentaire Christmas at the River Café. De redacteuren van het programma merkten Oliver op. De dag dat het programma op televisie verscheen, kreeg hij meerdere aanbiedingen van televisieproducenten. Oliver ging in zee met Optomen Television, de producent van onder meer het kookprogramma Two Fat Ladies. Het idee achter The Naked Chef was om eten terug te brengen naar de essentie (vandaar de naam Naked). Het programma had als insteek dat dure ingrediënten en keukenmachines geen voorwaarde zijn om iets smakelijks klaar te kunnen maken. Oliver maakte sindsdien verschillende programma's, schreef een aantal kookboeken en werd consultant-chef bij Monte's restaurant in Londen. Ook ging hij artikelen schrijven voor het Saturday Times Magazine. Oliver was te zien in een reclamecampagne van een supermarktketen, maar daar was de BBC niet blij mee.Ook begon hij het restaurant Fifteen in Londen, waarin vijftien kansarme jongeren een opleiding tot horecaprof kregen. Oliver wil meer soortgelijke restaurants opzetten in Groot-Brittannië, Sydney en New York. Hij opende ook een Fifteen-restaurant in het Oostelijk Havengebied in Amsterdam. Oliver begon een actie voor het verbeteren van de kwaliteit van schoolmaaltijden. Op 24 juni 2000 trouwde Oliver met voormalig model Juliette Norton, alias 'Jools'. Het koppel leerde elkaar kennen in 1993 en kreeg drie dochters en twee zoons. De familie woont in Clavering, Essex Oliver heeft een eigen bier: Lady Marmalade. In oktober 2012 werd Oliver als ereridder opgenomen in het Ridderschap van de Roerstok der Brouwers. Dit is een onderscheiding voor personen die hun diensten bewezen hebben voor het brouwersberoep. De onderscheiding wordt toegekend door de vereniging van Belgische brouwers.





    27-05-2018 om 10:01 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 27 mei 1968 softenon
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    In West-Duitsland begint op 27 mei 1968 het proces tegen het chemische bedrijf Grünenthal, maker van het slaapmiddel Softenon. Softenon werd eind jaren vijftig als slaapmiddel en als middel tegen ochtendmisselijkheid op de markt gebracht. Na een aantal jaren bleek dat het bij baby's ernstige aangeboren afwijkingen veroorzaakte als de moeder het gedurende een bepaalde periode van de zwangerschap had gebruikt. Aangedane baby's hadden ontbrekende of onderontwikkelde ledematen. Deze ontdekking zorgde voor een schok door de medische en farmaceutische wereld en naar aanleiding van dit schandaal zijn de eisen voor nieuwe geneesmiddelen aanzienlijk strenger geworden, en wordt zwangere vrouwen nog steeds aangeraden het gebruik van geneesmiddelen tijdens de zwangerschap tot een minimum te beperken. Ongeveer 15000 baby's hebben wereldwijd door Softenon schade opgelopen. Het proces duurde negen jaar en eindigde met 200 miljoen mark aan schadevergoedingen.
    HISTORISCH SCHANDAAL: DE SOFTENON-BABY’S Soms moeten grootschalige schandalen plaatsvinden om tot inzicht en verandering te komen. Toen eind jaren ’50 plotseling duizenden baby’s werden geboren met de daarvoor uiterst zeldzame afwijking focomelie, waarbij de armen en benen ontbreken, moest men op zoek naar de oorzaak. Dat bleek het middel thalidomide te zijn, in Nederland beter bekend onder de merknaam Softenon. Sindsdien worden geneesmiddelen uitgebreid getest voordat ze goedgekeurd worden voor de markt. Wondermiddel Toen het middel thalidomide, een geneesmiddel van de Duitse frma Chemie Grünenthal, op 1 oktober 1957 op de markt gebracht werd, leek het een wondermiddel te zijn. Thalidomide, dat in Duitsland als Contergan en in Nederland als Softenon verkocht werd, werkte efectief als slaapmiddel, kalmeringsmiddel, pijnstiller en tegen ochtendmisselijkheid bij zwangere vrouwen. Bovendien leek het een buitengewoon veilig medicijn in vergelijking met andere slaap- en kalmeringsmiddelen, omdat de ademhaling van de gebruiker niet onderdrukt werd. Wegens die initiële succesverhalen werd het middel in 1960 al in meer dan veertig landen gebruikt. In WestDuitsland was het middel zonder recept verkrijgbaar en daardoor erg populair. Ongewone baby’s Al voordat thalidomide op de markt gebracht werd, viel het eerste slachtofer. Op 25 december 1956 werd in Duitsland een baby zonder oren geboren. Het was een kind van een medewerker van Grünenthal, die het geneesmiddel aan zijn zwangere vrouw had gegeven, maar nog niemand legde het verband daartussen. Nadat in de jaren daarop in Duitsland en andere landen waar het middel op de markt was gebracht duizenden baby’s geboren werden met focomelie, een aandoening waarbij de ledematen onderontwikkeld zijn of zelfs helemaal ontbreken, ging het balletje rollen. Grootschalig schandaal Focomelie was voor de introductie van thalidomide een zeldzame aandoening. Zo had de pediatrische afdeling van het universiteitskliniek van Hamburg van 1949 tot 1959 geen enkel kind met focomelie gezien. In 1959 deed zich een enkel geval voor, in 1960 waren dat er 30 en in 1961 werden er maar liefst 154 kinderen met de aandoening geboren. Omdat Contergan in Duitsland zonder recept verkrijgbaar was, werden daar uiteindelijk meer dan 5000 baby’s met de afwijking geboren. In Nederland, waar wel een recept nodig was en artsen terughoudend waren met het
    voorschrijven van nieuwe medicijnen, lag dat aantal beduidend lager. Er zijn 25 Nederlandse slachtofers van het Softenon-schandaal bekend, waarvan er negen jong zijn overleden. Op zoek naar de oorzaak De hoge slachtoferaantallen verhoogden de noodzaak om snel op onderzoek uit te gaan, maar vergemakkelijkten de zoektocht tegelijkertijd. In de Verenigde Staten, waar thalidomide niet verkocht werd, waren bijvoorbeeld geen baby’s met afwijkende ledematen geboren. Op 18 november 1961 legde de Hamburgse arts Widukind Lenz als eerste het vermoedelijke verband tussen thalidomide en focomelie vast. Hij vroeg de moeders van de misvormde kinderen in de Vrouwenkliniek in Hamburg naar hun medicijngebruik tijdens de zwangerschap, en die gaven allemaal aan Contergan gebruikt te hebben. Na verder internationaal onderzoek werden zijn vermoedens bevestigd: als een vrouw in het eerste trimester van haar zwangerschap, tussen dag 35 en 49 na de laatste menstruatie thalidomide had gebruikt, dan was focomelie bij haar ongeboren baby onvermijdbaar. Gevolgen Nog voordat onomstotelijk was bewezen dat softenon schadelijk was voor ongeboren kinderen, werd het middel in de meeste landen uit de verkoop gehaald. Het nieuws verspreidde zich snel. Op 5 december 1961, toen nog geen zekerheid over de schadelijke efecten van Softenon bestond, kopte de Nederlandse krant Het Vrije Volk: ‘Misvormingen bij baby’s door Duits slaapmiddel?’ Het hoge woord was eruit. De universiteit van Hamburg en Grünenthal Chemie begonnen ondertussen aan uitvoerige dierproeven om te achterhalen wat er aan de hand kon zijn. Thalidomide bleek in kleine hoeveelheden teratogeen (vruchtbeschadigend) bij bepaalde diersoorten in specifeke perioden van de zwangerschap. Mensen en konijnen ontwikkelden afwijkende foetussen, maar muizen hadden bijvoorbeeld nergens last van. Zo waren de schadelijke efecten van het middel niet ontdekt voordat het op de markt werd gebracht. Pas in 2012 maakte de frma Grünenthal ofcieel excuses. Ook heeft het bedrijf schadevergoedingen uitgekeerd aan een stichting voor Softenonslachtofers. Softenon nog steeds op de markt Het Softenon-schandaal leidde tot aanscherping van de regels rondom medicijntesten. Tegenwoordig moeten medicijnen op meerdere diersoorten en mensen getest worden voordat ze op grote schaal verkocht mogen worden. Verbazingwekkend genoeg is thalidomide nog steeds verkrijgbaar en wordt het gebruikt als middel tegen ontstekingen, lepra en kanker. De eigenschappen van het ‘wondermiddel’ uit de jaren ‘50, dat voor zover bekend alleen schadelijk is voor de ongeboren vrucht van zwangere vrouwen, maken het medicijn nog steeds aantrekkelijk. Vooral in derde wereldlanden is het medicijn in trek, waar vanwege verkeerd gebruik en onvoldoende kennis opnieuw baby’s met afwijkingen geboren worden. Thalidomide (α-N-[phtalimido]glutarimide) is een geneesmiddel dat door Chemie Grünenthal, een in Stolberggevestigd Duits farmaceutisch bedrijf, op 1 oktober 1957 als slaapmiddel, sedativum, pijnstiller en als middel tegen zwangerschapsbraken op de markt kwam. In 1960 werd het in meer dan veertig landen gebruikt. Het was populair als slaapmiddel en als middel tegen ochtendmisselijkheid. Het is bekend onder merknamen zoals Softenon(Nederland en België), Contergan (Duitsland), Distaral, Neurosedyn, Isomin, Kedavon, Telergan en Sedalis. Nadat bleek dat het middel ernstig schadelijk was voor de ongeboren vrucht van moeders die het gebruikten, werd het in 1961 in de meeste landen voor de oorspronkelijk bedoelde indicatie van de markt gehaald.
    Bijna 10.000 kinderen waren inmiddels geboren met een aandoening ten gevolge van de medicatie, de helft daarvan in West-Duitsland, het middel was daar zonder recept verkrijgbaar. Het eerste geval van schade door thalidomide betrof een baby die op 25 december 1956 zonder oren werd geboren. Dit was tien maanden voor de introductie van het middel en kon gebeuren door een medewerker van Grünenthal die het aan zijn zwangere vrouw gaf. Op 18 november 1961 legde de Duitse arts-geneticus Lenz het verband tussen thalidomide en ernstige afwijkingen bij pasgeborenen. In december 1961 volgde de bevestiging van dit verband door de Australische gynaecoloog McBride. De stof thalidomide bleek teratogeen. Aangedane baby's hadden ontbrekende of onderontwikkelde ledematen (focomelie). Deze foetale afwijkingen waren onvermijdbaar als de moeder in het eerste trimester van de zwangerschap tussen dag 35 en 49 na de laatste menstruatie thalidomide gebruikte. Eind 1961 werd thalidomide in de meeste landen uit de handel genomen. Opvallend is dat de Verenigde Staten gespaard bleven; de FDA, de beoordelende instantie, liet thalidomide nooit op de Amerikaanse markt toe. Dat een geneesmiddel zulke schadelijke effecten teweegbracht, schokte de medische en farmaceutische wereld. Het schandaal maakte de testeisen voor kandidaatgeneesmiddelen strenger en sindsdien wordt zwangere vrouwen aangeraden geneesmiddelen tot een minimum te beperken, hoewel de middelen waarvan bekend is dat ze de ongeboren vrucht schaden in de minderheid zijn. Ook staat tegenwoordig in elke registratietekst de invloed van het geneesmiddel op het embryo beschreven. Op 31 augustus 2012 bood de firma Grünenthal voor het eerst excuses aan.Een week later maakte de firma bekend opnieuw schadevergoeding te gaan betalen, vijftig jaar nadat er een bedrag van 100 miljoen Duitse mark in een stichting was gestort. Thalidomide is een racemisch mengsel, dus bestaande uit gelijke delen van de R-enantiomeer en de Senantiomeer (zie Optische isomerie). Men heeft onderzocht of de teratogene werking door een van de twee enantiomeren werd veroorzaakt. Voor veel verbindingen zou dit betekenen dat door een selectieve synthese van de actieve en niet-schadelijke enantiomeer de problemen kunnen worden voorkomen. Bij muizen bleek de S-enantiomeer de veroorzaker, bij konijnen beide enantiomeren. Het lijkt erop dat de onderzoekers een bijzondere eigenschap van thalidomide over het hoofd hebben gezien: in het lichaam gaat de ene enantiomeer heel snel over in de andere en ontstaat het mengsel van de S- en de R-vorm, waardoor het onmogelijk is een definitieve uitspraak te doen over welke enantiomeer de teratogeniciteit veroorzaakt. In 2009 is beschreven dat de teratogeniciteit van thalidomide hoogstwaarschijnlijk afkomstig is van het effect van een geïdentificeerd metaboliet. Dit is onderzocht door experimenten met een variant van het metaboliet, CPS-49 genoemd, dat werkt als angiogeneseremmer en een soortgelijk teratogene werking lijkt te hebben als thalidomide. Kort na de ontdekking van de schadelijke effecten van thalidomide, kwam men op het idee dat het middel weleens tegen kanker gebruikt zou kunnen worden. De eerste onderzoeken leverden echter niets op. Het middel bleef op de markt omdat bij een aantal andere aandoeningen positieve effecten werden gezien. lepra (1964): effectief en werkzaam, echter slechts onder zeer strikte voorwaarden wordt het voorgeschreven; ziekte van Behçet (1979): effectiviteit aangetoond, dat echter alleen duurt zolang het middel genomen wordt; graft-versus-hostreactie (1988); hiv/aids-complicaties zoals zweren en sterke vermagering (1989); angiogeneseremmer (1994), dat wil zeggen dat het de vorming van nieuwe bloedvaatjes (angiogenese) afremt, wat van nut kan zijn bij de behandeling van bepaalde vormen van kanker; erythema nodosum leprosum (1998) multipel myeloom. In 2008 werd het middel voor deze indicatie weer officieel Europees goedgekeurd. Twee onafhankelijk van elkaar werkende onderzoekers beweren, dat thalidomide niet is ontstaan in de laboratoria van Chemie Grünenthal, maar al eerder werd ontwikkeld door onderzoekers in naziDuitsland. Het werd volgens dr. Martin Johnson van Thalidomide Trust onder leiding van nazi
    wetenschapper Otto Ambrosontwikkeld als een mogelijk middel tegen zenuwgassen als sarin. Ambros werkte bij IG Farben en kwam na de oorlog bij Chemie Grünenthal werken. Een auteur van een boek over nazi-wetenschappers, Carlos DeNapoli, zegt dat in een memo van IG Farben aan het hoofd van Hitlers euthanasie-programma, Karl Brandt, wordt gesproken over een stof waarvan de chemische formule lijkt op die van thalidomide. Volgens hem is de stof getest in concentratiekampen. De firma Chemie Grünenthal, in 1946 opgericht door de broers Alfred en Herman Wirtz, heeft altijd volgehouden, dat de stof door het bedrijf is ontwikkeld. Volgens haar was dr. Heinrich Mückter een van de uitvinders. Mückter was een farmacoloog die tijdens de oorlog experimenten deed op Poolse gevangenen om een middel tegen buiktyfus te vinden. In het Louvre in Parijs hangt een sepiatekening van Francisco de Goya uit 1798, waarop een kind is afgebeeld met de afwijking die nu bekend is als focomelie.Dit is een aangeboren afwijking waarbij de bovenarm of het bovenbeen ontbreekt en de hand, de voet of delen daarvan direct aan de schouder of het bekken zitten. Tot 1957 was focomelie een uiterst zeldzame afwijking. Dat veranderde toen Softenon in de handel kwam.

    27-05-2018 om 09:59 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    26-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.john lennon

     

    26-05-2018 om 16:25 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 26 mei

    26 mei 1969 John Lennon en Yoko Ono beginnen aan hun tweede 'bed-in' voor de vrede, ditmaal in het Queen Elizabeth Hotel in Montreal. John Winston Ono Lennon MBE (geboren als John Winston Lennon, Liverpool, 9 oktober 1940 – New York, 8 december 1980) was een Engels popmusicus, vredesactivist en oprichter van de Liverpoolse groep The Quarrymen, die na enkele wijzigingen in de bezetting evolueerde tot The Beatles. Samen met Paul McCartney, George Harrison en Ringo Starr had Lennon met deze groep een belangrijke rol in de popmuziek. Nog voor het einde van The Beatles richtte Lennon samen met zijn vrouw Yoko Ono de Plastic Ono Band op en werd een van de belangrijkste gezichten van de hippiebeweging. Naast zijn muzikale en culturele bijdragen leverde Lennon ook politieke en filosofische inzichten als vredesactivist en vrijdenker, met de nummers Give Peace a Chance en Imagine als bekendste en duidelijkste voorbeelden. De familienaam van Lennon komt van Ó Leannáin of Ó Lionnáin, een veel voorkomende naam in de Ierse graafschappen Fermanagh en Galway. Zijn Ierse grootvader Jack Lennon is in 1858 naar Liverpool verhuisd. John Lennon werd op 9 oktober 1940 in een kraaminrichting aan Oxford Street te Liverpool geboren als enig kind van de stewardAlfred Lennon en Julia Stanley. Zijn vader, vaak maanden op zee, verdween na 1942 uit zijn leven en de vier zusters van Julia hielpen met het verzorgen van de baby. Toen Julia enkele jaren later een andere man leerde kennen, namen zijn kinderloze tante Mimi en haar man George Smith Lennon op in hun boerderij in de voorstad Woolton, een plattelandsdorpje vijf kilometer ten noordoosten van Liverpool. Vanaf vierjarige leeftijd doorliep Lennon de Dovedale Primary School, vlak bij Penny Lane, waar hij een voorliefde ontwikkelde voor sport, lezen en schrijven, alsmede tekenen: als zevenjarige schreef hij een soort boeken met tekeningen en spotprenten.Vanaf zijn twaalfde bezocht hij de Quarry Bank Grammar School. Gedurende zijn jaren daar overleed zijn oom George onverwacht aan een inwendige bloeding. Op 15 juli 1958 werd Johns moeder doodgereden door een dronken politieman. Lennon is een markant figuur in de popmuziek gebleken. Toen de Beatles in het midden van de jaren zestig besloten zich meer uit te spreken over maatschappelijke vraagstukken en de gebeurtenissen in de wereld (bijvoorbeeld de Vietnamoorlog), tegen de wens van manager Brian Epstein in, ontwikkelde Lennon zich tot een spreekbuis van een generatie. John Lennon veroorzaakte een internationale rel en een boycot van de Beatles door een interview met de Evening Standard. “The Beatles zijn populairder dan Jezus Christus”, beweerde hij, wat hem niet alleen kwam te staan op een platenboycot in de VS, maar ook op een etherboycot door de NCRV. In november 2008 werd hem deze bewering officieel vergeven door het Vaticaan. Lennon kwam meer en meer onder invloed van de avant-garde-kunstenares Yoko Ono. Hij verliet zijn toenmalige vrouw Cynthia Powell en trouwde in maart 1969 met Ono. Onder invloed van Ono werd Lennon radicaler. Toen hij aan Paul zijn nieuwe liedjes voor The White Album liet horen, vond McCartney die “rauw, weinig melodieus en opzettelijk uitdagend.” Hij nam bijvoorbeeld in 1968 Revolution met de Beatles op. De harde singleversie (de B-kant van Hey Jude) is al duidelijk uitgesproken, maar in de zachtere elpeeversie op The White Album (die eerder was opgenomen) toonde hij zijn twijfel over de richting waarin hij ging. “We all want to change the world/but when you talk about destruction/don't you know that you can count me out” waarbij in het nummer het laatste woord veranderde in in. In november van dat jaar gaven John en Yoko (ze zagen zich als een eenheid) de elpee Two Virgins uit met een naaktfoto als hoes. De muziek werd steeds obscuurder. The White Album bevat al een ontoegankelijke geluidscollage van Lennons hand (Revolution 9); The Wedding Album (1969) bevat opnames van hun hartslagen met om en om hun voornamen geschreeuwd; Life with the Lions (1969) bevatte opnames van alleen maar stilte. Toen de Beatles langzaam ophielden te bestaan, ging Lennon alleen verder en sprak hij zich nog meer uit. In maart 1969 bleven John en Yoko bij wijze van huwelijksreis een week lang (van 25 maart tot en
    met 31 maart) in bed in kamer 902 in het Amsterdamse Hilton Hotel (de Bed-In), zij wilden hiermee wereldvrede promoten en protesteren tegen de oorlog in Vietnam. De beelden haalden voorpagina's van kranten over de hele wereld. In juli 1969 werd de anti-oorlogsmantra Give Peace a Chance uitgebracht, die opgenomen is tijdens hun tweede Bed-In (volgens sommigen hun derde, na een mislukte Bed-In op de Bahama's) in het Queen Elizabeth Hotel in Montreal (Canada). In oktober bracht John met de Plastic Ono Band de klassieker Cold Turkey uit nadat de overige Beatles lieten weten niet geïnteresseerd te zijn in de song, en in november stuurde hij zijn MBE-medaille (Lid in de Orde van het Britse Rijk) terug uit protest tegen de oorlog in Biafra. In december verscheen Live Peace in Toronto, een in Canada opgenomen livealbum met Eric Clapton op gitaar. De muziek, waarvoor de repetities plaatsvonden in het vliegtuig naar Canada, bestaat uit een mix van oude rock-'n-rollcovers en recente nummers van Lennon. In februari 1970 schoor Lennon zijn lange haren af en bracht Instant Karma! uit. Nadat de Beatles in april 1970 definitief uit elkaar gingen, ging Lennon door op de weg die hij al met de Beatles was ingeslagen. In het klassieke album John Lennon/Album Plastic Ono Band, was Lennon op zoek naar zichzelf in plaats van naar John in de Beatles. In die tijd was hij daarvoor in therapie bij de Amerikaanse psycholoog Arthur Janov, die meende dat opgebouwde frustraties konden worden bevrijd door schreeuwen: de 'oerschreeuw'. In Mother schreeuwt Lennon dan ook om het verlies van zijn moeder. In God verklaart hij uiteindelijk “I don't believe in Beatles/I just believe in me/ Yoko and me/And that's reality/The dream is over.” Later, in 1971, bracht Lennon Imagine uit. Het gelijknamige album bereikte wereldwijd de top van de hitlijsten. Met de dood van Lennon negen jaar later werd dit album opnieuw erg populair. In 1972 verscheen Lennon in de MDA Telethon gepresenteerd door de befaamde acteur/komiek Jerry Lewis. Tijdens deze telethon, die als doel had spierziekten te bestrijden, zong Lennon Imagine en Give Peace A Chance. Lewis introduceerde Lennon door te zeggen: “John and Yoko. let's hear it! let's get 'em out! John Lennon! John, Yoko! John, Yoko! John, Yoko! John.... I tell you what, hold it, cool it, cool it: I would suspect that John Lennon is one of the wisest showmen I've ever met. He knows what he is doing. He has split. Let's thank him very much.” De volgende elpees gingen volgens vele critici in niveau achteruit. Het album Mind Games (1973) verkocht slechts matig en de titeltrack bereikte met moeite de top 20 in de VS en strandde op plaats 26 in het VK. Het daaropvolgende album Walls and Bridges (1974) leverde hem zijn enige nummer 1 hit op tijdens zijn leven: ;;Whatever Gets You Thru the Night;;, een duet met Elton John (een goede vriend van Lennon). John Lennon en Elton John zongen het lied live in Madison Square Garden, samen met Lucy in the Sky with Diamonds en I Saw Her Standing There. Dit optreden, tevens het laatste liveoptreden van Lennon, belandde op Elton's live-album Here and There. In 1975 bracht Lennon nog Rock and Roll uit, een verzameling rock-'n-roll-nummers. Op dit album werden twee nummers opgenomen van Big Seven Music Corp, als genoegdoening dat Come Together uit 1969 wel erg veel leek op het nummer You Can't Catch me van Chuck Berry. In het begin van de jaren zeventig besloten John en Yoko zich te vestigen in New York en ze vroegen een verblijfsvergunning aan. Ze kwamen in aanvaring met de regering-Nixon die Lennon als een politiek gevaar beschouwde en hem liet schaduwen door de geheime dienst. Een jarenlange juridische strijd volgde. Nadat Nixon in 1974 wegens het Watergateschandaal het veld moest ruimen, werd Lennon in 1976 definitief een Green Card toegekend. In 1975 schreef Lennon nog, met David Bowie, het nummer Fame. Hierna trok hij zich terug om zich te richten op de opvoeding van zijn zoon Sean. Hij schreef nog wel wat songs en maakte enkele demo's, maar nam niet actief nieuwe nummers op. Samen met Yoko maakte hij verre reizen en nam hij de tijd om zijn kapitaal verstandig te beleggen. Hij leerde ook zeilen, iets wat hij altijd al had willen doen. In 1979 kondigde Lennon echter aan weer een plaat te willen maken. Die verscheen in het najaar van 1980. Het album, Double Fantasy, deed aanvankelijk weinig. Critici verwachtten een Lennon zoals ze zich die herinnerden en die hoorden ze niet, ook al omdat Lennon had aangekondigd weer de straat te
    willen opgaan om te demonstreren. De plaat toont echter een Lennon die zijn wilde haren is kwijtgeraakt, die liedjes zingt over zijn liefde voor Yoko Ono (Dear Yoko, en Woman) en hun zoontje Sean (Beautiful Boy (Darling Boy)). Hij zong over hoe en waarom hij uit de muziekwereld stapte (Watching the Wheels). De titel van het album (Double Fantasy) had John gehaald bij de naam van een bloem die op de Bahama's groeit. In de middag van 8 december 1980 deden de Lennons thuis in het Dakota-gebouw aan 72nd Street een fotoshoot met fotograaf Annie Leibovitz, de laatste foto's waarop het paar samen te zien is. Later die dag gingen ze naar studio The Hit Factory om aan opnamen te werken. Bij het verlaten van het appartement signeerde Lennon een exemplaar van Double Fantasy voor Mark David Chapman, terwijl een andere fan een foto nam. Bij terugkeer werd Lennon om 22.50 uur voor zijn huis door Chapman neergeschoten met vier van de vijf kogels (één schot miste Lennon en ging door een ruit van het gebouw) uit een .38 Charter Arms Special-revolver. Twee schoten raakten hem in de rug, waardoor hij omdraaide, de andere twee troffen zijn linkerschouder. Omdat Lennon hevig bloedde, wachtten gearriveerde politieagenten niet op een ambulance, maar brachten hem in een politieauto naar het Mt. Sinai West Hospital. Hoewel nog een bloedtransfusie werd geprobeerd, overleed hij enkele minuten na aankomst. Om 23.07 uur werd hij dood verklaard; omstreeks 23.15 uur werd zijn vrouw hiervan in kennis gesteld.John Lennon werd op 10 december gecremeerd in Ferncliff Crematory in Ardsley, New York. Paul McCartney reageerde aanvankelijk door thuis de telefoon van de haak te leggen en zich zodoende onbereikbaar te houden. Later verklaarde hij: “Ik kan het nu nog niet verwerken. John was een geweldige kerel. Hij zal door de hele wereld worden gemist, maar in de herinnering blijven voortleven wegens zijn kunst, muziek en bijdragen tot de wereldvrede.” Yoko Ono heeft Johns as uitgestrooid in Central Park, waar later het Strawberry Fields memorial is gemaakt. Na de moord op Lennon steeg Double Fantasy wereldwijd naar de top van de verkooplijsten. Twee singles van het album, (Just Like) Starting Over en Woman, werden grote hits, evenals het oudere Imagine. Van Johns soloplaten werden, enkel en alleen al in de Verenigde Staten, 14 miljoen exemplaren verkocht. De moord op Lennon bracht geruchten op gang dat deze het werk was van de Amerikaanse overheid die beducht zou zijn voor de invloed die Lennon nog zou hebben op het publiek. Na de moord verscheen Lennon nog incidenteel op de hitparade als er oude opnamen werden uitgebracht. In 1984 onder meer Nobody told me van het album Milk and Honey en in 1992 Instant Karma! ter gelegenheid van een reclamecommercial voor Nike-sportschoenen. In 2007 werd de film Chapter 27, over de moord op Lennon vanuit het oogpunt van de moordenaar, uitgebracht. Lennon-fans protesteerden tegen deze film, omdat ze bang waren dat Chapman de wereld in zou gaan als een held. De film had geen succes. In 2009 verscheen de film Nowhere Boy, die beschrijft hoe Lennon The Quarrymen oprichtte. Ook laat de film zien hoe Lennon werd verscheurd door enerzijds de loyaliteit aan zijn tante, bij wie hij sinds zijn vijfde levensjaar in huis woonde, en anderzijds liefde voor zijn labiele moeder. Julian en Sean Lennon, de zonen van John, hebben met wisselend succes een muzikale carrière, die echter volledig wordt overschaduwd door de artistieke erfenis van hun vader. Zij kregen overigens weinig persoonlijke steun van hem. Toen Julian, een zoon van Lennons eerste vrouw Cynthia Powell, een kleine jongen was, verliet John zijn moeder om niet terug te keren. Sean, een zoon uit Lennons huwelijk met Yoko Ono, was vijf jaar oud toen John werd vermoord.





    26-05-2018 om 16:21 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 26 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Geboren 26 mei 1871 Jean Joseph Camille Huysmans (ook Kamiel Huysmans of Camiel Huysmans genoemd (Bilzen, 26 mei 1871 - Antwerpen, 25 februari 1968), geboren als Camiel Hansen, was een Belgisch journalist en politicus voor de BWP / BSP. Jean Joseph Camille Huysmans (ook Kamiel Huysmans of Camiel Huysmans genoemd (Bilzen, Camille Hansen werd geboren als de zoon van de ongehuwde Joanna Hansen; hij verkreeg de achternaam Huysmans in 1881 na het huwelijk van zijn moeder met Augustinus Huysmans. Huysmans studeerde Germaanse filologie in Luik. Van 1893 tot 1897 stond hij in het onderwijs. Tussenin keerde hij terug naar de universiteit om er de doctorsgraad in de Germaanse filologie te behalen. Huysmans sloot zich op zeer jonge leeftijd aan bij de Belgische Werkliedenpartij (BWP), de voorloper van de Belgische Socialistische Partij (BSP). Hij was journalist voor een aantal socialistische tijdschriften tot 1904 en was daarna nog even actief in de vakbeweging. Hij werd ook vrijmetselaar. De politieke doorbraak in eigen land kwam er niet zo vlot. Als socialist en flamingantmoest Huysmans zijn grote persoonlijkheid eerst bewijzen in de gemeentepolitiek in Brussel en Antwerpen en in het buitenland. Van 1905 tot 1922 was Huysmans secretaris van de Tweede Internationale. In die functie had hij uitgebreide contacten met Sun Yat-sen, de leider van de eerste Chinese Revolutie, in 1911. De belangrijkste taak was het creëren van een actieve vredesfunctie. Tevens voerde hij tijdens deze eerste periode als secretaris van de Tweede Internationale tussen 1905 en 1914 een drukke correspondentie met Vladimir Lenin. Deze briefwisseling werd in 1963 uitgegeven. In 1914 richtte Huysmans, uit een fusie tussen De Werker en De Volkstribuun, de Volksgazet op, waarvan hij vanaf 1918 de hoofdredacteur was. Ondertussen was hij tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Nederland en Engeland getrokken. In 1917 probeerde hij samen met de neutrale Nederlandse en Scandinavische socialisten een conferentie te organiseren in Stockholm om met socialisten uit de beide strijdende kampen in de Eerste Wereldoorlog een mogelijke vrede te bespreken. De tegenwerking van de geallieerde regeringen deden dit initiatief mislukken. Ook het patriottisme van de socialisten in alle oorlogvoerende landen speelde hem parten. De Russische bolsjewieken waren dit vredesinitiatief evenmin genegen De rol van secretaris van de Socialistische Internationale oefende hij opnieuw uit tussen 1939 en 1944, waarbij hij toen ook de voorzittersrol waarnam, mede door zijn ervaringen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de Tweede Wereldoorlog week hij uit naar Londen. Hij was een voorvechter van de Vlaamse Beweging en voerde een onafgebroken strijd voor de vernederlandsing van de Universiteit Gent die uiteindelijk tot stand kwam in 1930. Dit deed hij samen met de katholiek Frans Van Cauwelaert en de liberaal Louis Franck ('de drie kraaiende hanen'). Als Minister van Schone Kunsten en Onderwijs in de regeringen Poullet en Jaspar Imaakte hij de weg vrij voor de vernederlandsing.
    Op 3 september 1945 werd Camille Huysmans benoemd tot minister van Staat. Het jaar nadien, hij was toen al 75, werd hij eerste minister en leidde een regering bestaande uit socialisten, liberalen en communisten. Omdat de meerderheid veel te krap was (1 stem op overschot), hield deze regering niet lang stand. In de daarop volgende regeringen Spaak III en IV werd hij Minister van Openbaar Onderwijs. Tot op hoge leeftijd bleef hij zeer populair. De nationale hulde voor zijn 80e verjaardag groeide uit tot een manifestatie met meer dan 100.000 deelnemers. Op 83-jarige leeftijd werd hij nog voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, tijdens een moeilijke politieke periode. Hij is een van de weinige Belgische politici die meer dan 50 achtereenvolgende jaren lid was van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Hij werd voor het eerst verkozen op 22 mei 1910. Het 50-jarig jubileum werd gevierd met een academische zitting in het parlement. Het was zijn wens om als eerste eeuweling in het parlement te zetelen, maar hij werd in 1965 van de BSP-kandidatenlijst geweerd wegens zijn hoge leeftijd. Huysmans kwam daarom op met een scheurlijst "De Socialist". Hij behaalde 14.937 stemmen, wat niet voldoende was om verkozen te worden

    26-05-2018 om 16:20 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    25-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 25 mei

    Google LLC is het bedrijf achter de Google-zoekmachine, opgericht door Larry Page en Sergey Brin. Het bedrijf telt 69.953 werknemers (november 2016). Het hoofdkantoor (genaamd het Googleplex) is gevestigd in Mountain View, Californië. Op 19 augustus 2004 werd het bedrijf beursgenoteerd. In oktober 2015 werd het bij een reorganisatie een dochteronderneming van Alphabet Inc. Binnen korte tijd groeide het bedrijf uit tot een van de grootste spelers in de ICT-branche en nam het verschillende andere sites/bedrijven over, zoals YouTube en DoubleClick Volgens een onderzoek van Millward Brown Optimor was het merk Google in 2007 het sterkste ter wereld. Het woord is een variant van het woord "googol", dat werd verzonnen door Milton Sirotta, het neefje van de Amerikaanse wiskundige Edward Kasner. Googol is een synoniemvoor een 1 met honderd nullen. De term weerspiegelt de bedrijfsmissie om alle informatie van de wereld toegankelijk en nuttig te maken. Eigenlijk zou het bedrijf "Googol" heten, maar door een fout van een van de oprichters werd het Google. Google is in 1996 opgericht door Larry Page en Sergey Brin, twee studenten van Stanford University. De studenten hadden een systeem uitgevonden waarbij servers het internet afzoeken en deze sorteren op de zoekopdracht van de gebruiker. Dit systeem hebben ze PageRank genoemd. Ze noemden in eerste instantie hun zoekmachine BackRub, maar later hebben ze dit veranderd naar Google. De domeinnaam Google.com is geregistreerd op 15 september 1997. Daarvoor kon Google bereikt worden via het domein van Stanford, google.stanford.edu en z.stanford.edu. Op 7 september 1998 hebben ze de naam Google Inc. officieel geregistreerd als bedrijf. Ze waren toen gevestigd in de garage van een vriend uit Menlo Park, Californië. In februari 1999 zijn ze verhuisd naar Palo Alto, Californië. Later in 1999 zijn ze verhuisd naar een nieuwe locatie die tegenwoordig het Googleplex is. In september 2001 heeft het systeem van Google dat de beste informatie boven aan de lijst met zoekresultaten plaatst een patent gekregen, met Larry Page als uitvinder. Eind september 2005 ging Google een samenwerkingsverband aan met de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA, met als doel onderzoek te doen naar onder meer grootschalig datamanagement en distributed computing. In oktober 2005 kondigden Google en Sun Microsystems een samenwerking aan. In eerste instantie zullen de Google Toolbar en de Java Runtime Environment worden gekoppeld; later hoopt men ook webgebaseerde en platformonafhankelijke tekstverwerkers en groupware aan te bieden om zo een concurrent voor Microsoft te worden. In 2006 nam Google YouTube over voor $ 1,6 miljard.De overname werd betaald met aandelen en het was de grootste acquisitie van Google sinds de oprichting.Beide Amerikaanse internetbedrijven zullen onafhankelijk van elkaar blijven opereren. Alle 67 medewerkers van YouTube, inclusief de beide oprichters Chad Hurley en Steve Chen, zijn meegegaan naar Google.YouTube maakte een stormachtige groei door sinds de introductie in februari 2005, geholpen door de opkomst van de mobiele telefoon met camera, de webcam en de breedbandverbinding.
    Google heeft - samen met Intel, Apple, Dell, EDS, Environmental Protection Agency (EPA), HP, IBM, Lenovo, Microsoft, Pacific Gas and Electric, WWF en nog tientallen andere organisaties – het Climate Savers Computing Initiative opgericht. Doel is het energiegebruik en de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen door nieuwe, strengere richtlijnen op te stellen voor energiezuinige computers en componenten. Verder willen ze het wereldwijde gebruik van energiezuinige computers door consumenten en bedrijven stimuleren. In 2012 is de organisatie opgegaan in The Green Grid. Op 15 augustus 2011 nam Google de mobieletelefoonafdeling van Motorola, Motorola Mobility, over voor $ 12,5 miljard. Dit zou geen gevolgen hebben voor andere telefoonfabrikanten die gebruikmaken van Googles besturingssysteem voor mobiele telefoons, Android. In 2014 verkocht Google onderdelen van Motorola aan Lenovo voor $ 2,9 miljard. Lenovo nam 2000 patenten over en kreeg een licentie op de rest. Met de verkoop verlost Google zich van een onderdeel dat fors verlies leed, zelfs na het ontslag van zesduizend werknemers.Eerder verkocht het al Motorola Home, de settopbox-afdeling van het bedrijf, voor $ 2,5 miljard.Google houdt Motorola’s Advanced Technology-afdeling waar gewerkt wordt aan de modulaire smartphone en ook het merendeel van de 17.000 patenten en 7500 patentaanvragen. Begin 2014 kocht Google Nest Labs, een bedrijf dat onder meer slimme thermostaten en rookmelders maakt voor $ 3,2 miljard.] Het is de grootste deal na de overname van Motorola in 2011. Nest Labs is in 2010 opgericht door ontwerper Tony Fadell, die eerder werkte bij Apple en hielp hij bij het ontwerpen van de iPod en iPhone.] Nest Labs zal onder eigen naam en onafhankelijk van Google blijven opereren. Later in dat jaar nam Google Skybox, de Amerikaanse leverancier van satellietbeelden, over. Begin 2016 werd Google opgesplitst en ontstond Alphabet, een conglomeraat van activiteiten en bedrijven, die voorheen onder de paraplu van Google vielen. Onder Google bleven de basisactiviteiten van de zoekfunctie. Op 10 augustus 2015 maakten Google oprichters Larry Page en Sergey Brin bekend dat ze een nieuw bedrijf hadden opgericht. Het nieuwe beursgenoteerde conglomeraatging Alphabet Inc. heten, met als grootste onderdeel Google LLC (voorheen Google Inc.). Page werd CEO van Alphabet Inc. en Sundar Pichai, het hoofd van onder meer Android en alle Google-apps, nam het stokje van Page over als CEO van Google. De opsplitsing van activiteiten en het onderbrengen daarvan onder één grote paraplu moest het bedrijf overzichtelijker en de verantwoordelijkheden duidelijker maken. De internetactiviteiten bleven bij Google. Onderdelen die binnen Alphabet buiten Google geplaatst werden, waren onder meer Life Sciences (dat werkte aan een glucosemetende contactlens), Calico (gericht op het tegengaan van veroudering van mensen) en het Google X Lab, met onder meer Wing, gericht op bezorging per dro Op 19 augustus 2004 werd Google beursgenoteerd aan de Amerikaanse Nasdaq. De beursintroductie was geen doorslaand succes. Aanvankelijk wilde men de aandelen introduceren binnen de koersrange van $ 108-135 per aandeel. Dit werd vlak voor de daadwerkelijke plaatsing verlaagd naar $ 85-95 en tot slot zijn de aandelen tegen $ 85 verkocht. Er werden maar 19,6 miljoen aandelen verkocht en de opbrengst was $ 1,67 miljard. De totale beurswaarde van Google was op dat moment zo’n $ 24 miljard.De introductie werd bijna geblokkeerd door toezichthouder Securities and Exchange Commission, omdat de oprichters een interview in de Playboy hadden gegeven dat niet was toegestaan. Tot 3 april 2014 was de ticker GOOG maar daarna is het GOOGL. Vanaf die datum kregen de C-aandelen ook een beursnotering met de oude ticker GOOG. In 2013 bereikte het aandeel een voorlopig hoogtepunt iets boven de $ 900.
    Google heeft drie aandelenklassen: A-, B- en C-aandelen. De beursgenoteerde Aaandelen hebben een stem per aandeel, de B-aandelen 10 stemmen per aandeel en de C-aandelen hebben helemaal geen stemrecht. Per jaareinde 2014 hadden Larry Page, Sergey Brin en Eric Schmidt zo'n 92,5% van de B-aandelen in handen en daarmee 60% van alle stemrechten.De B-aandelen zijn niet op een beurs genoteerd. In oktober 2015 werd Alphabet Inc. de nieuwe moedermaatschappij van Google Inc. (hernoemd naar Google LLC) en nam ook de beursnotering van Google Inc over. De historische financiële resultaten van Google Inc. worden nu door Alphabet Inc. voortgezet. De inkomsten worden door Google voornamelijk gegenereerd met de verkoop van advertenties. Daarnaast kunnen websites tegen betaling gebruikmaken van de zoektechniek; vooral portaalsites betalen voor de zoekresultaten van Google op hun eigen site. Google verkoopt op twee manieren advertenties: naast en boven de zoekresultaten op de pagina's van de eigen zoekdiensten, en op pagina's van uitgevers die advertentieruimte beschikbaar hebben gesteld. Een adverteerder kan in het AdWords-programma zelf aangeven waar de advertenties dienen te verschijnen: alleen op de zoekresultatenpagina's of ook op pagina's van uitgevers. Advertenties van adverteerders kunnen verschijnen na zoekopdrachten die overeenkomen met een door de adverteerder gekozen woord. Adverteerders betalen per klik (CPC, cost per click), hoewel Google sinds juni 2005 ook werkt met betaling per vertoning (CPM, costs per mileage, kosten per 1000 vertoningen). Adverteerders kunnen bij populaire zoektermen tegen elkaar opbieden. Eigenlijk is het dus een veiling-systeem. Uitgevers kunnen zich aanmelden bij het AdSense-programma. Ze bepalen zelf op welke plek op de pagina van hun site de advertenties verschijnen, hoe groot de advertenties zijn en of het tekst- of beeldadvertenties zijn. Google probeert met zijn zoektechnologie de pagina's van de uitgevers te koppelen aan relevante advertenties. Op een zoekopdracht of webpagina over wasmachines zouden zodoende advertenties over wasmachines moeten verschijnen. Het koppelen gebeurt volautomatisch en gaat niet altijd helemaal goed: het is voor een computer nu eenmaal soms lastig te bepalen of een pagina over schilders handelt over kunstschilders of huisschilders. Uitgevers worden per klik betaald; zij ontvangen een onbekend deel van de prijs die de adverteerder heeft betaald (ongeveer 70%). Ook hier geldt dat sinds juni 2005 geëxperimenteerd wordt met het CPM-model. Het pay per click-model is gevoelig voor fraude. Google treedt hard op tegen fraudeurs: zodra klikfraude wordt geconstateerd met behulp van automatische algoritmes en/of manuele controle, wordt de uitgever uit het AdSense-programma verbannen en verliest hij al zijn nog niet uitbetaalde inkomsten. Verder communiceert Google niet open over fraude, klachten worden niet in behandeling genomen en geweigerde nieuwe aanmelders krijgen regelmatig de reden van hun afwijzing niet te horen. Google is de zoekmachine van Google LLC Gmail is een gratis webmaildienst waarbij ook van POP3 en IMAP gebruik kan worden gemaakt. Gmail combineert e-mail met Googles zoektechnologie. Gmail is sinds februari 2007 voor iedereen beschikbaar, vroeger kon dat alleen met een uitnodiging. Toen Gmail de Google-maildienst startte bood het een maildienst met een op dat moment revolutionaire één gigabyte opslagruimte aan. De opslagruimte steeg traag maar gestaag.
    In 2013 werd die voortdurende stijging stopgezet en werd de standaard opslagruimte opgetrokken tot 15 gigabyte, gedeeld met Google+ en Google Drive. De gebruiker kan wel meer opslagruimte aankopen. Google+ is een online, gratis sociaalnetwerksite. Google Talk is een instantmessaging-dienst sinds 24 augustus 2005. De dienst gebruikt het XMPP-protocol. Google Talk is een directe concurrent van MSN Messenger en AOL Instant Messenger (AIM). Google Videos is een dienst waarmee men miljoenen video's kan bekijken die geïndexeerd zijn vanuit verschillende uithoeken van het web. In het begin was het mogelijk om zelf video's te uploaden en te delen, nu is dat niet meer mogelijk. Google Maps of Google Local is een webgebaseerde dienst die kaarten en satellietbeelden van de wereld aanlevert. Een rubriek van Google Maps is Google Street View; deze bevat foto's van allerlei straten van onder andere Amerika, Europa, Australië en Japan. Google Earth is een programma waarbij de gebruiker op zeer gedetailleerde satellietfoto's wereldwijd allerlei diensten kan laten projecteren, zoals restaurants, cafés, theaters en bioscopen. Google Street View is een service waarbij de internetgebruiker 360°-panoramafoto's kan bekijken van straten in onder meer Amerika, Europa, Australië en Japan. Google Bedrijfsfoto's is een dienst waarbij de Street View-technologie wordt ingezet voor virtuele rondleidingen door winkels, horecagelegenheden, kantoren etc. De bedrijfsfoto's verschijnen in de zoekresultaten en op Google Maps, maar kunnen ook worden geïntegreerd in een website en/of op sociale media. Google Analytics is een dienst waarmee webmasters hun website in de gaten kunnen houden. Niet alleen de bezoekersaantallen worden bijgehouden, maar ook de bron van de bezoeker. Deze dienst is zeer uitgebreid en kan gebruikt worden in samenwerking met Google Adwords. Google Picasa is een programma van Google waarmee foto's beheerd kunnen worden door ze aan sleutelwoorden te koppelen. Tevens is het mogelijk foto's op te knappen en ze op het internet te zetten. Google Panoramio is een website om afbeeldingen te delen en de afbeeldingenleverancier voor Google Maps, Google Earth en voor advertentievermarkting via Google API. Google Translate is een online vertaaldienst. Google SketchUp is een programma waarmee men 3D-tekeningen kan maken, overgenomen door Trimble. Google Docs is een online tekstverwerkerprogramma. Google Spreadsheets is een online spreadsheetprogramma. Google Presentations is een onlinepresentatieprogramma. Google Books geeft de mogelijkheid om tekst van gedigitaliseerde boeken te doorzoeken. Google Drive is de online opslag- en synchronisatiedienst van Google. Google Product Search is een onderdeel voor het zoeken van onlineproducten. Het zoekt door verschillende winkels naar het product dat gezocht wordt en vergelijkt de resultaten.
    Google Trends is een dienst van Google die via grafieken inzicht geeft wanneer en hoe vaak op een bepaald woord is gezocht met Google. Ook vergelijking tussen steden, landen en talen in zoekgedrag is mogelijk. Google Groups is een archief van Usenet-nieuwsgroepen, dat is overgenomen van Deja. Nieuwsgroepen zijn via Google met een vertraging van een paar uur te lezen. Ook is het mogelijk te posten op Usenet via Google. Google Groups biedt geen binaire groepen aan. Google Images indexeert afbeeldingen. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de bestandsnaam en van tekst op de pagina waar de afbeelding wordt gebruikt. Google News biedt een nieuwsservice aan, waarbij de verschillende nieuwssites op het internet regelmatig (veel vaker dan gewone sites) gescand worden op nieuwtjes. Google Scholar geeft de mogelijkheid in wetenschappelijke publicaties te zoeken. Google Toolbar is een speciale toolbar voor Internet Explorer en Firefox. Bij installatie verschijnt de toolbar bovenaan in de browser. Met deze toolbar kan men volledige URL's typen, maar het biedt de gebruiker ook de optie om enkel een zoekterm in te typen, zodat men meteen via Google kan zoeken. Het biedt ook de mogelijkheid om op bepaalde pagina's pop-ups te blokkeren of toe te laten. YouTube is een website waar gratis filmpjes kunnen worden bekeken. Blogger is een gratis weblogdienst. DoubleClick is een Amerikaans advertentiebedrijf. De grootste overname van een internetbedrijf tot nu toe. Google Alerts is een dienst die e-mail-updates verstuurt van de nieuwste zoekresultaten op Google, gebaseerd op de zoekopdracht of het onderwerp opgegeven onderwerp. FeedBurner biedt diensten voor webpublishers om hun content te promoten en hun bereik te meten. Google Agenda is een online agenda die met iCal en Microsoft Outlook kan samenwerken. Google Chrome is een internetbrowser en maakt gebruik van Blink. Google Chrome OS is een besturingssysteem gebaseerd op Google Chrome en de Linuxkernel. Google Android is een besturingssysteem voor mobiele apparaten. Google Sites is een dienst waarmee gebruikers een website kunnen bouwen. Google Voice is een telefoniedienst, waarbij gratis gebeld kan worden binnen een land tussen mobiele telefoons. Deze dienst is voorlopig alleen beschikbaar in de VS. Go is een opensourceprogrammeertaal gebaseerd op C en C++. Nexus is de merknaam waaronder Google smartphones en tablet-pc's uitbrengt, in samenwerking met hardwarefabrikanten. Google Play is de winkel voor applicaties op Androidsmartphones. Google Person Finder is een webapplicatie om vermiste personen na een ramp op te sporen. Google Hangouts is een berichtendienst die gebruikt kan worden in Chrome, iOS en Android. Hangouts is de vervanger van Google Talk en andere berichtendiensten van Google. Google Glass is een speciale elektronische bril. Chromecast is een apparaat waarmee inhoud van op internet op een televisiescherm kan worden getoond.
    Google Home is een persoonlijke assistent voor thuis (domotica) die volledig door spraaktechnologie zal aangestuurd worden DocVerse was een online opslagplaats voor verschillende documenten, zoals Word-, Excel- en Powerpointbestanden. Gears was een extensie voor een internetbrowser die het mogelijk maakt dat men offline gebruik kan maken van gegevens die anders alleen online beschikbaar zijn. Google Base was een database waar internetters zelf pagina's kunnen toevoegen. Door labels aan hun pagina te hangen, is het met de Google zoekmachine vindbaar. Op dit moment is het echter nog vooral een prikbord voor te koop aangeboden spullen. Google Checkout was een internetbetalingssysteem als alternatief voor PayPal. Google Code Search was een zoekmachine om broncode van software te doorzoeken. Google Desktop was een zoekmachine die alleen zoekt op de computer en net als Google zelf een webgebaseerde applicatie is. Google Helpouts was een dienst die dienstverlening van een helpout provider aan een klant regelde, in de vorm van een videosessie: gratis, of betaald (met 20% commissie voor Google) per sessie of per minuut. Google Sets gaf de mogelijkheid verzamelingen te genereren aan de hand van enkele voorbeelden. Google Reader was een online RSS-reader die het mogelijk maakt om RSS-feeds te lezen in de browser. Google Knol was een nog in bèta verkerende Wikipedia-variant waarbij de schrijver verdient als hij een bericht plaatst. Google Squared was een experiment van Google, dat internetters helpt zoekresultaten gemakkelijk met elkaar te vergelijken. De zoekresultaten worden gepresenteerd in een overzichtelijke tabel. Google Wave was een vernieuwde manier van mailen. Orkut was een virtuele gemeenschap die ontwikkeld is om gebruikers te helpen bij het vinden van nieuwe vrienden en het onderhouden van bestaande relaties. Orkut is ontwikkeld door Google-medewerker Orkut Büyükkökten. Google heeft sinds de oprichting een snelle omzetgroei laten zien. In 1999 had het een omzet van $ 220.000 en leed een verlies van $ 6,1 miljoen. In 2000 leed Google een verlies van $ 14,7 miljoen, maar sindsdien heeft het alleen maar winst gemaakt. De groei was vooral het gevolg van stijgende advertentie-inkomsten. In de laatste drie jaar is het aandeel van andere inkomsten verdubbeld, van 5% in 2012 naar 10% in 2014, maar is nog steeds marginaal. Bijna de helft van de omzet wordt in de Verenigde Staten behaald, in het Verenigd Koninkrijk zo’n 10% en de rest daarbuiten. Aan Onderzoek & Ontwikkeling (R&D) gaf Google in 2014 bijna $ 10 miljard uit.In 2014 werkten bijna 21.000 personen aan R&D projecten. De financiële positie van het bedrijf is zeer gezond, het heeft nauwelijks schulden en bijna uitsluitend eigen vermogen.
    Begin 2006 kwam Google negatief in het nieuws toen het bedrijf bekendmaakte dat het ook in China op het internet ging. Het communistische regime had hiervoor toestemming gegeven onder enkele voorwaarden: er mocht door Chinese burgers niet gezocht worden onder 'gevoelige onderwerpen' zoals Taiwan, mensenrechten in Tibet, de veertiende dalai lama, Falun Gong, etc. Als men hierop zoekt dan krijgt men geen resultaten en volgens sommigen krijgt tegelijkertijd de Chinese geheime dienst het adres door van de computer vanwaaruit deze 'staatsgevaarlijke' zoekopdracht werd gegeven. Door mensenrechtenorganisaties is hiertegen voornamelijk in het 2e deel van het eerste decennium van de 21e eeuw bij Google Inc. geprotesteerd. Begin 2010 dreigde Google met een volledige terugtrekking uit China, toen ontdekt werd dat er zeer geavanceerde hackaanvallen uitgevoerd waren op Gmailaccounts van Chinese mensenrechtenactivisten.Door het grootste deel van de westerse wereld werd vermoed dat de Chinese overheid achter de aanvallen zat. China deed deze beschuldigingen af als 'ongefundeerde beschuldigingen jegens China' ] en verklaarde dat het Chinese internet 'open' is. Negen dagen later verklaarde Google dat men met de Chinese overheid in gesprek is en dat Google voorlopig in China blijft. Begin 2010 werd bekend dat Google bij het maken van foto's ten behoeve van Street View, ook draadloze netwerken heeft afgeluisterd. Daarbij zijn onder andere wachtwoorden, geografische locaties van routers en inhoud van het berichtenverkeer opgeslagen. Diverse landen hebben hierover bij Google geklaagd. In eerste instantie ontkende Google, maar gaf dat later onder druk toe. In diverse landen onderzoeken de autoriteiten de mate waarin Google de privacyregels heeft overtreden. Op 24 januari 2012 kondigde Google aan de gebruikers- en privacyvoorwaarden aan te passen per 1 maart 2012.De voorwaarden van de verschillende producten van Google worden samengevoegd. Ook wordt de gebruikersdata samengevoegd tot één gebruikersprofiel. Wanneer een gebruiker bijvoorbeeld zijn Gmail-account gebruikt voor Google Docs, Picasa en Google+, dan worden al zijn gegevens gecombineerd. Er is veel kritiek geuit op de nieuwe gebruikers- en privacyvoorwaarden van Google. Zo is het is niet mogelijk om gebruik te maken van een opt-outregeling, waardoor de gegevens van gebruikers niet samengevoegd worden in één profiel. De enige manier om niet akkoord te gaan, is door voor 1 maart 2012 Google-accounts op te zeggen. Voor het gebruik van een aantal functies van een Android-telefoon is een Google-account echter noodzakelijk, bijvoorbeeld voor het downloaden en installeren van apps in Google Play. Ook is er onduidelijkheid over welke gegevens Google heeft van gebruikers en waarvoor die gebruikt gaan worden. Informatieverstrekking kan afgestemd worden op de persoon door gebruik te maken van de gegevens in het gebruikersprofiel. Google zegt dat de wijzigingen in het voordeel van de gebruikers zijn, maar Google heeft zelf een groot belang bij het aanbieden van persoonsgerichte reclame en het persoongericht verwijzen naar bepaalde websites van adverteerders. De betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van informatie die aangeboden wordt, kan daardoor ernstig gevaar lopen. Jacob Kohnstamm (de Nederlandse voorzitter van de Europese privacywaakhond Artikel 29) heeft Google verzocht de invoering van de nieuwe voorwaarden uit te stellen. De gezamenlijke privacywaakhonden willen eerst uitzoeken wat de consequenties van het
    nieuwe beleid van Google zijn voor de gebruikers. Google heeft echter gemeld de invoering niet uit te stellen. Anderen, zoals Bits of Freedom en gebruikers van Nu.jij zijn als reactie op het nieuwe beleid van Google een boycot begonnen. Zij zoeken alternatieven voor Googleproducten, zoals de zoekmachines DuckDuckGo, Ixquick en Startpage. Uit onderzoek blijkt dat het nieuwe privacybeleid van Google in strijd is met Europese privacyregels.







    25-05-2018 om 09:10 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 25 mei

    25 mei 2007 Google introduceert Street View. Er zijn op dat moment enkele steden in de VS te bekijken. Google Street View is een mobilemappingdienst van Google Inc., die de internetgebruiker de mogelijkheid biedt 360°-panorama-foto's te bekijken van straten op straatniveau. De dienst is een aanvulling op Google Maps en Google Earth en werd gelanceerd op 25 mei 2007.
    De foto's worden genomen met een, op een auto met Google-logo, gemonteerde zware camera. Later zijn door Google ook fietsen met dezelfde camera's in gebruik genomen. Deze kunnen op plekken komen waar auto's dat niet kunnen, bijvoorbeeld natuurgebieden of toeristische trekpleisters. (Pret)parken, waaronder in Nederland de Efteling, Apenheul, Attractiepark Slagharen, Dolfinarium Harderwijk, Walibi Holland, Duinrell, Nationaal Park De Hoge Veluwe, Avonturenpark Hellendoorn en het Nederlands Openluchtmuseum, worden op de foto gezet door middel van de Street View Trike. Op de computer kan de internetgebruiker navigeren met de pijltjestoetsen of door met de muis te klikken op pijlen die op het scherm te zien zijn. Men kan de foto's in verschillende afmetingen zien, vanuit verschillende richtingen en hoeken. Oorspronkelijk konden enkel de straten in honderden (voor)steden in de Verenigde Staten bekeken worden, maar de dienst werd al snel uitgebreid naar Europa en Japan. Op 2 juli 2008 werd de service beschikbaar in Frankrijk (om foto's te kunnen tonen van plaatsen en streken die de Ronde van Frankrijk aandoet) en Italië. Eerder dat jaar berichtte de Volkskrant, dat Google in maart ook foto's begon te nemen in Amsterdam maar alleen in Amsterdam Arena pas vanaf juni in heel Amsterdam en Rotterdam.De Belgische versie van Street View kwam op dinsdag 22 november 2011 online. De Street View-auto's rijden niet alleen rond om straatbeelden te maken, ze scannen ook draadloze netwerken en verzamelen daarbij MAC-adressen van de draadloze routers. Midden 2010 ontstond controverse toen bleek dat Google hierbij ook het netwerkverkeer tijdens de rondrit had beluisterd en opgeslagen (sniffing). De wagens bleken ook de ingetypte URL's, gebruikte wachtwoorden, de inhoud van websites en e-mails, bekeken afbeeldingen etc. te hebben opgevangen en opgeslagen. Google werd hiervoor in meerdere landen veroordeeld, in Nederland besloot het College Bescherming Persoonsgegevens dat Google de gegevens moest wissen en betrokkenen op de hoogte moest stellen, op straffe van een dwangsom. In de meeste landen van Europa is de dekking van straten en wegen goed. Er ontbreken met name Oostenrijk, voormalig Joegoslavië (behalve Kroatië, Slovenië en Servië), en het grootste deel van Duitsland. Er zijn al enkele gerechtszaken geweest over Street View in Duitsland die Google ook won, maar vanwege het grote aantal inwoners (250.000) die niet wilden dat hun huis gezien werd, werd het al snel opgeheven. Enkel de steden Hamburg, Bremen, Hannover, Berlijn, Leipzig, Dresden, Dortmund, Essen, Düssel dorf, Keulen, Frankfurt am Main, Mannheim, Neurenberg, Stuttgart, München en Bielefeld hebben nog Google Street View, maar deze foto's worden niet meer geüpdatet. Ook in Noord-Amerika, behalve de noordelijkste delen, is de dekking goed. Op andere continenten is de dekking veel beperkter. De dekking omvat onder meer (grote delen
    van) Chili, Brazilië, Zuid-Afrika, Taiwan, Japan, Thailand, Singapore, Australië, NieuwZeeland en Hawaii. Als dekking ontbreekt of beperkt is kan het zijn dat Google er nog niet aan toe gekomen is, of dat er veel bezwaren zijn. Tegen de dienst is van verschillende kanten geprotesteerd, omdat de foto's een inbreuk kunnen betekenen op het recht op privacy. Er zijn foto's op het net te zien van mannen die een stripclub verlaten, zonnebaders, een oudere vrouw die van haar fiets valt, ouders die hun kind slaan of mannen die een prostituee oppikken. Google heeft het inmiddels gemakkelijker gemaakt foto's te laten verwijderen, maar op het net zijn nog steeds foto's te zien met mensen erop die dat liever niet willen. In Engeland heeft de waakhond voor dataverzameling, de Information Commissioner's office Google gevraagd om waarborgen die de privacy beschermen. In Europese landen staat de wetgeving niet altijd toe zomaar foto's van mensen te nemen zonder hun toestemming. De resolutie van de foto's is in juni 2008 verlaagd, waardoor de gezichten van eventuele personen minder goed te zien zijn. Andere tegenstanders wijzen erop, dat de dienst het inbrekers een stuk gemakkelijker maakt een doel uit te kiezen. In Amerika is ook niet iedereen gelukkig met de dienst: het Pentagon verzocht Google foto's van militaire bases te verwijderen, hetgeen inmiddels is gebeurd. In maart 2010 berichtte de Italiaanse krant Corriere della Sera dat de auto van Google Street View enkele beruchte straten in de Napolitaanse maffiawijk Scampia had overgeslagen. Omliggende wijken waren wel volledig op de kaart gezet. Als reden werd aangevoerd dat de betreffende straten te nauw waren. De krant weersprak dat. In 2010 verdwenen beelden van de site die waren gemaakt van de Heelweg in het Nederlandse grensdorp Dinxperlo, omdat de huizen aan één kant van deze weg in Duitsland liggen (Suderwick) en in dat land het privacy-aspect sterker speelt. In september 2008 werden kort vóór een straatroof in Groningen beelden door Google Street View gemaakt van de plaats delict. Het slachtoffer zag een halfjaar later op de site de (onherkenbaar gemaakte) beelden van zichzelf en de verdachten en gaf dit door aan de politie. Deze nam daarop contact op met het hoofdkantoor van Google om de originele beelden boven water te krijgen en kon op basis daarvan in juni 2009 de betrokkenen aanhouden. Google Street View maakt soms opmerkelijke opnamen, een verzameling hiervan is door de Canadese kunstenaar Jon Rafman vastgelegd in een fotoproject: The Nine Eyes of Google Street View. Google Street View was ook beschikbaar op de Wii U onder de naam Wii Street U tot 31 maart 2016.







    25-05-2018 om 09:08 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    24-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.24 mei 1941

     

    24-05-2018 om 09:32 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 24 mei

    Geboren 24 mei 1941 Bob Dylan, geboren als Robert Allen Zimmerman (Duluth, Minnesota, 24 mei 1941) is een Amerikaans singer-songwriter en kunstenaar. Hij wordt beschouwd als een van de grootste songwriters van de Verenigde Staten in de twintigste eeuw. Op 13 oktober 2016 werd hem de Nobelprijs voor Literatuur toegekend omdat hij "de grootse Amerikaanse liedtraditie met nieuwe dichterlijke expressiemogelijkheden heeft uitgebreid". Dylan heeft een omvangrijk oeuvre op zijn naam staan, dat door sommigen op één lijn wordt gesteld met dat van Stephen Foster, Irving Berlin, Woody Guthrie en Hank Williams, die deel uitmaken van het Amerikaanse culturele erfgoed. Vanwege zijn grote betekenis voor de Noord-Amerikaanse muziekcultuur werd hem in 2012 de Presidential Medal of Freedom toegekend door president Barack Obama. Erkenning als dichter volgde in 2016 door de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur. Omdat hij in 2001 een Academy Award won voor Things have changed, de titelsong van de film Wonder Boys, is Dylan samen met George Bernard Shaw de enige persoon die zowel een Oscar als een Nobelprijs heeft gewonnen. Dylans carrière, die begon tijdens zijn middelbareschooltijd in het midden van de jaren vijftig, raakte vanaf 1961 in een stroomversnelling toen hij zich in de New Yorkse wijk Greenwich Village begon te manifesteren als folksinger. Hij bleek vooral te excelleren in het schrijven van liedteksten, aanvankelijk in het genre van het protestlied. Al snel annexeerde de beweging voor de burgerrechten zijn lied Blowin' in the Wind (1962). Niet veel later omarmden miljoenen jongeren zijn The Times They Are A-Changin' (1964). Beide nummers zijn voorbeelden van Dylans vermogen om de tekst zodanig abstract te houden dat het lied een algemene zeggingskracht krijgt. Dat was nog maar het begin van een carrière die hem wereldroem bracht. Met de toename van zijn muzikale en literaire faam ontwikkelde Dylan echter een krachtige weerzin tegen pogingen hem te bestempelen tot "stem van een generatie", "boegbeeld van de onrust in de Amerikaanse samenleving" en soortgelijke etiketten. Zijn carrière is doortrokken van die aversie: hij is de confrontatie aangegaan met zijn bewonderaars door al hun pogingen om hem op een voetstuk te plaatsen dwars te zitten. In zijn oeuvre heeft dit geleid tot tientallen liedjes waarvan het ontstaan mede uit deze weerzin kan worden verklaard. Dit is als het ware een nieuw genre in de liedkunst, waarop Dylan het patent heeft en dat vóór hem eenvoudig niet bestond. Dylans dubbeltalent van tekstschrijver en muzikant, maar ook zijn persoonlijk leven is in hoge mate beïnvloed door dit zelfverkozen verzet tegen de bewieroking die hem ten deel viel. Het is wel als zijn tragiek beschouwd dat hij de confrontatie verloren heeft. Achteraf gezien kón hij die alleen maar verliezen. Voor een goed begrip van de man en zijn werk lijkt het vermoeden gewettigd dat hijzelf de strijdbijl pas na een forse creatieve impasse omstreeks 1989 begraven heeft. Daarmee heeft hij de verschrikking van de wereldroem definitief aanvaard. Het lijkt geen toeval dat hij sindsdien wereldwijd met méér dan graagte uit zijn omvangrijke oeuvre voordraagt tijdens de circa tachtig tot meer dan honderd optredens per jaar sinds hij in 1988 met zijn ietwat gekscherend genaamde “Never Ending Tour” is gestart. Aan Dylan wordt de verdienste toegekend dat hij de popmuziek hersenen heeft gegeven. In zijn eerste jaren introduceerde hij sociaal en politiek commentaar, vaak gekruid met absurdistische humor, toen iedereen nog over bloemetjes en bijtjes lispelde. Vanaf 1964 opende hij nieuwe wegen in zijn meer persoonlijke teksten voor de weergave van het
    complexe gevoelsleven van de mens, door gebruik te maken van beeldspraak, maar ook van losse gedachten en invallen. Deze literaire techniek wordt wel stream of consciousness genoemd: het noteren van een veelvoud aan indrukken die zich spontaan opdringen aan het bewustzijn. Dylans teksten, waaruit ook nogal eens een somber levensgevoel blijkt, onttrekken zich aldus vaak aan een eenvoudige omschrijving of uitleg. Zij kunnen op meerdere manieren worden geïnterpreteerd. Over sommige regels en zelfs hele liedjes breken kenners zich al jaren het hoofd. Hoewel Dylan over zijn werk eens kernachtig gezegd heeft "I am my words", heeft het er alle schijn van dat ook hijzelf van sommige frasen de oorsprong of feitelijke betekenis niet (meer) weet. Hoe dan ook: dergelijke teksten waren tot begin 1965 volstrekt onbekend in de popmuziek, die door Dylans talent en zeer eigen muziekopvatting dan ook voorgoed is veranderd en sindsdien als waarachtige kunstvorm kan worden beschouwd. Dylans tekstuele vernieuwing stoelt op een geheel eigen combinatie van twee pijlers. De ene is zijn zeer brede belangstelling voor de rijke tradities van het Amerikaanse lied, van folk en countryblues tot rock-'n-roll en rockabilly, tot aan Keltische balladen, zelfs jazz, swing en Broadway. De andere is zijn literaire belezenheid, waardoor zijn teksten vol met allusies zitten naar onder meer de bijbel en Shakespeare, Dante en Melville, en hij zich bedient van middeleeuwse structuren tot modernistische stream-ofconsciousness procédés. Het resultaat is een gevarieerd oeuvre, uiteenlopend van protestsong en teksten die niet meer dan een opsomming van een lijst zijn (Rainy day women nos 12 & 35, Gotta serve somebody), via parabels (All along the Watchtower) en surrealistische teksten (Changing of the Guards) tot volledige short stories in liedvorm (Hurricane, Tangled Up in Blue Dylan werd geboren als Robert Allen Zimmerman in St. Mary's Hospital in Duluth, Minnesota op 24 mei 1941. Acht dagen later werd hij naar joods gebruik besneden en kreeg hij zijn joodse naam Shabtai Zisel ben Avraham. Zijn grootouders van vaderskant waren aan het eind van de 19e eeuw uit Trabzon in het huidige Turkije naar Odessa in Oekraïne verhuisd, maar moesten in 1905 vluchten voor de pogroms van de tsaar. Zij vestigden zich in Duluth. Zijn moeder kwam uit een vooraanstaande Joodse familie uit Hibbing, een mijnstadje gelegen honderd kilometer ten noordwesten van Duluth en 160 kilometer van de Canadese grens. Háár grootouders waren Litouwse Joden, die in 1902 emigreerden. Het gezin Zimmerman verhuisde toen Dylan vijf jaar oud was naar Hibbing, waar hij zijn jeugd doorbracht. Als tiener luisterde hij vaak naar alle mogelijke radiomuziekstations die vanuit de zuidelijke staten hun blues en country, en later in de jaren vijftig rock-'n-roll, naar het noorden uitzonden, en waarvan hij dankzij een fabelachtig geheugen voor tekst en melodie een encyclopedische kennis zou ontwikkelen. Op de middelbare school vormde Dylan zijn eerste bandje, The Golden Chords. Onder het pseudoniem Elston Gunn speelde hij enkele concerten mee als pianist van Bobby Vee. School vond hij vervelend en soms deprimerend. In september 1959 was hij naar Minneapolis verhuisd en schreef zich in aan de universiteit aldaar, maar na een semester staakte hij zijn studie In de aan de campus grenzende wijk Dinkytown maakte hij kennis met plaatselijke folkmuzikanten, kocht een gitaar en begon de kunst af te kijken en sloeg ook ditmaal alle folk-traditionals in zich op.
    Hier introduceerde hij zich als Bob Dylan. Er is vaak verondersteld dat deze naam een eerbetoon was aan de Welshe dichter Dylan Thomas. Dylan heeft dit ontkend ("Ik heb het een en ander van Thomas gelezen, maar dat is toch weer anders dan wat ik doe") en zei dat hij zich genoemd had naar een oom die Dillion heette (die echter nooit bestaan heeft). In zijn autobiografie Chronicles, Vol. One (2004) erkent Dylan het belang van Dylan Thomas voor de keuze van zijn artiestennaam echter wel, maar geeft hij geen bevestiging van een invloed of eerbetoon. Hij zegt alleen dat 'Dylan' klinkt als 'Allen', zijn tweede voornaam, ook de oorspronkelijke keuze voor een klinkende artiestennaam, maar terzijde geschoven omdat er in die tijd een bekende tv-persoonlijkheid was met de naam Robert Allyn. Begin 1960 gaf hij zijn studie op en vertrok naar New York om zijn aan het ziekbed gekluisterde idool Woody Guthrie te bezoeken en voor hem te spelen. Hij trad voor weinig geld op in kleine gelegenheden, altijd met gitaar en een mondharmonica die met behulp van een kleerhanger om zijn nek hing. Weldra kende hij er muzikanten en andere artiesten. Hij trok van het ene naar het andere logeeradres en las daar wat hij van zijn gading kon vinden, en hij luisterde er naar hem onbekende grammofoonplaten. Op vrijdag 29 september 1961 verscheen er in The New York Times een lovende kritiek van criticus Robert Shelton, met een foto van Dylan, waarvan hij het knipsel dol van trots aan iedereen liet zien. Dit artikel leidde er ook toe dat hij een contract bij Columbia Records kon tekenen. Hier kwam Dylan terecht onder de hoede van John Hammond, een zeer bekende jager op muziektalent. In die periode waren zijn stem, zijn beheersing van muziek en het schrijven van liedjes reeds in ruwe vorm ontwikkeld. Zijn bijzondere manier van optreden, zoals zijn eerste Columbia-album, Bob Dylan (1962), bestond uit traditionele folk, blues en gospelmuziek, die hij met een paar eigen composities afwisselde, waaronder een 'Song to Woody'. In dat jaar nam hij voor Broadside – een folkmuziek-magazine dat zo nu en dan ook platen uitbracht – enkele liedjes op onder het pseudoniem Blind Boy Grunt en liet hij ook op de wettelijk juiste wijze zijn naam in Robert (Bob) Dylan veranderen. Tegen de tijd van zijn tweede lp, The Freewheelin' Bob Dylan (1963) begon hij als zanger en liedjesschrijver naam te maken. Op dit album staat het ruim zeven minuten durende A hard rain's a-gonna fall, een apocalyptisch visioen dat in 2016 op plaats 2 stond in de lijst van 100 beste Dylannummers volgens het blad Rolling Stone. Volgens dat blad is dit de eerste keer dat de einde-der-tijden - thematiek die Dylans werk zou gaan domineren, verwoord wordt.[5] De nadruk kwam te liggen op protestliederen, aanvankelijk in de stijl van Guthrie, gaandeweg droeg hij in eigen stijl voor. Een kenmerkend liedje uit die tijd is Blowin' in the Wind(1963), waarvan de melodie deels is overgenomen van het bestaande slavenlied No More Auction Block, met een tekst die vraagtekens zet bij de sociale en politieke status quo. Blowin' in the Wind (1963) werd overigens door vele anderen opgenomen en voor Peter, Paul and Mary was het een internationale hit. Dat schiep een precedent: vele andere artiesten namen voortaan liedjes van Dylan op in hun repertoire. Voor velen bleven te midden van de protestliederen op The Freewheelin' de mix van subtiele bitterzoete liefdesliedjes (Don't Think Twice, It's All Right, Girl From the North
    Country) en koddige, vaak surrealistische rap-blues (Talking World War III Blues, I Shall Be Free) onopgemerkt. Deze eclectiek zou het grootste deel van zijn carrière kenmerken. Ondanks zijn succes werden de slordige presentatie, onvoorspelbaarheid en vermeend linkse instelling van Dylan door de entertainmentwereld niet aantrekkelijk genoeg geacht voor een grote doorbraak naar het kapitaalkrachtig wordende teenybopper-publiek. Veel van zijn materiaal bereikte het publiek dan ook door de vertolking van anderen. Joan Baez, een vriendin en bij tijd en wijle minnares, nam met liefde veel van zijn materiaal op, evenals The Byrds, Sonny & Cher, The Hollies, Manfred Mann en Herman's Hermits. Er verschenen zoveel covers midden jaren zestig, dat CBS hem begon te promoten met de slagzin: "Niemand zingt Dylan als Dylan". Tegen 1963 was Dylan een prominente vertegenwoordiger van de burgerrechtenbeweging. Hij zong op bijeenkomsten zoals de Mars op Washington, waar Martin Luther King jr. zijn historische speech I Have a Dream hield. Op het volgende album The Times They Are A-Changin komt een uitgekiende, gepolitiseerde en cynische Dylan aan het woord. De sober klinkende plaat, die de moord op een voorvechter van de burgerrechtenbeweging Medgar Evers en de wanhoop waarin de boeren- en mijnwerkersstand als gevolg van eerdere crisissen waren gedompeld, tot onderwerp heeft (Ballad of Hollis Brown, North Country Blues), wordt verluchtigd met een bijzonder (anti-)liefdesliedje Boots of Spanish Leather. The Lonesome Death of Hattie Caroll, een hoogtepunt van het album, beschrijft de dood van een vrouwelijke bediende door toedoen van een rijkeluiszoontje. Hoewel dit niet expliciet wordt genoemd, laat de ballade er geen twijfel over bestaan dat de dader blank is en het slachtoffer zwart. Op het einde van dat jaar voelde Dylan zich gemanipuleerd en in zijn vrijheid beperkt door de folk/protestbeweging. Tijdens de uitreiking van de Tom Paine Award die hem – vlak na de moord op John F. Kennedy – door de Emergency Civil Liberties Committee werd toegekend, verscheen een dronken Dylan. In een onsamenhangend dankwoord vroeg hij zich af wat nu eigenlijk de rol was van het comité; om de grappige opmerkingen die Dylan maakte over de ouderdom en de kaalheid van sommige van de aanwezigen kon men nog lachen, maar dat ging later over in tumult toen hij vertelde dat hij wel iets van zichzelf herkende in Lee Harvey Oswald, de vermoedelijke moordenaar van de president. De boodschap was niettemin duidelijk, zowel van de kant van Dylan als van degene die hem uitjouwden: Dylan en de burgerrechtenbeweging waren bezig uit elkaar te gaan. Sommigen vonden dat de scheiding niet ideologisch bepaald was, maar eerder een gevolg van Dylans begrijpelijke weerzin om de titel "Stem van zijn generatie" te dragen. Of, zoals Dylan veel later stelde, de ceremoniemeester van zijn generatie. Het is daarom wellicht onvermijdelijk dat zijn volgende album, accuraat maar prozaïsch getiteld Another Side Of Bob Dylan (1964), lichter van toon is dan zijn voorganger. Het album opent met All I really want to do, een latere hit van The Byrds en Cher. De cabareteske Dylan treedt opnieuw op in I Shall Be Free # 10 en Motorpsycho Nightmare. Spanish Harlem Incident en To Ramona zijn liefdesliedjes. Ballad in Plain D en I Don't Believe You zijn zelfs 'rouwzangen' om kapotgelopen liefdes; wellicht sloegen deze liedjes op de lange vriendschap met Suze Rotolo (Susan Elizabeth Rotolo, 19432011), met wie hij nog gearmd op de fotohoes staat van Freewheelin'. Muzikaal was Dylan
    veranderd. Another Side is het eerste album waarop hij piano speelt (hoewel slechts een nummer, Black Crow Blues). De maatvoering en de bas door zijn linkerhand kondigt al de terugkeer aan naar de rockmuziek het jaar daarop. Misschien van meer belang voor de latere ontwikkeling waren twee andere nummers. Chimes of Freedom was het eerste van een nieuw soort Dylanliedje: voor een poplied van lange duur en zeer impressionistisch van aard. Het lied behoudt weliswaar een element van sociaal commentaar, maar de actualiteit zoals die te herkennen is uit Dylans vroegere werk, is hier verdrongen door een verdicht metaforisch landschap, een stijl die later door Allen Ginsberg werd gekarakteriseerd als een 'keten van aan en uit flitsende beelden'. My Back Pages, in dezelfde stijl maar persoonlijker, bevat een vernietigende aanval op het zwart-witdenken, de eenvoud en de bloedige ernst van zijn eigen eerdere werk. Bij wijze van excuus, of zelfs verdediging, zingt Dylan: "I was so much older then/I'm younger than that now". ("Ik was zoveel ouder toen, ik ben nu jonger dan toen"). Weinigen hebben de overgang in zijn werk van 1963 tot 1965 beter verbeeld. Dylans artistieke ontwikkeling verliep in deze periode zo heftig, dat critici en fans steeds een paar passen achterliepen. Bringing It All Back Home, dat in maart 1965 verscheen, is een volgende stilistische hink-stap-sprong. De eerste kant van de elpee lijkt zeker onder invloed van The Beatles tot stand te zijn gekomen. The Beatles op hun beurt raakten beïnvloed door Dylans muziek en teksten (John Lennon verklaarde dit later met zoveel woorden in interviews) en ook door de rock-'n-roll uit Dylans eigen jeugd. De lp bevat Dylans eerste originele uptempo rockliedjes. De muziek is nu volop elektrisch en voor het eerst met sessiemuzikanten. Dylan had die al lang gewild, maar kon deze nu eindelijk betalen. Er is alles voor te zeggen om in deze lp een nieuwe start te zien. In tekstueel opzicht zijn de liedjes typisch Dylan-materiaal: drooggeestig, een reeks van groteske, beeldsprakerige beschrijvingen. Het rap-achtige eerste nummer Subterranean Homesick Blues, enigszins schatplichtig aan Chuck Berry's Too Much Monkey Business, is te zien in het begin van D.A. Pennebakers Don't Look Back (en veel later op MTV). De clip werd opgenomen in een steegje achter het Savoy Hotel, één van de prestigieuze hotels in Londen. Deze overigens avant-gardistisch documentaire omvat een verslag van Dylans tournee door Europa in 1965. De film werd in de jaren zestig elk jaar opnieuw vertoond in bepaalde Nederlandse bioscopen (Sinterklaasavond 1976 was de eerste keer dat er überhaupt iets van Dylan op de Nederlandse televisie te zien was). Kant 2 is van een andere orde en bestaat uit vier lange akoestische liederen. De onconventionele, politieke, sociale dan wel persoonlijke inhoud is rijk opgetuigd met dichterlijke beeldtaal. Een van deze liedjes, Mr. Tambourine Man, bezorgde The Byrds, in hun eigen karakteristieke samenzang, een grote hit. Het is een van Dylans klassieke composities. In de zomer van dat jaar stookt Dylan het vuur rond zijn muzikale ontwikkeling hoog op, door tijdens het Newport Folk Festival op te treden met een band. Deze bestaat hoofdzakelijk uit leden van de Paul Butterfield Blues Band (Dylan trad al eerder twee keer op in Newport, in 1963 en 1964). Er bestaan twee uiteenlopende verslagen van de reactie
    van het publiek op dat pophistorische vermaarde optreden van Dylan in 1965. Feit is dat Dylan een heksenketel van toejuichingen én gescheld over zich heen kreeg toen hij het podium al na drie liedjes verliet. Het ene verhaal wil dat de scheldpartijen afkomstig waren van buiten zinnen geraakte folkfans die zich volkomen vervreemd voelden van een Dylan met een elektrische gitaar. Het andere verhaal luidt dat de fans gewoon genoeg hadden van de slechte geluidskwaliteit, en het korte optreden niet konden waarderen. Wat het ongenoegen van het publiek ook veroorzaakte, Dylan keerde spoedig terug naar het podium en zong twee veel beter ontvangen akoestische nummers. Maar het belang van deze gebeurtenis in Newport vestigde zich in het bewustzijn van de nieuwe rusteloze generatie. Bedachtzame akoestische muziek leek niet langer te bevredigen, zelfs niet van traditiebewuste zangers als Dylan. De tijden waren veranderd, en in deze ongecontroleerde toestand leek slechts met elektrische power de juiste expressieve snaar geraakt te worden. De single Like A Rolling Stone was een hit in de Verenigde Staten (en een voor Nederland betrekkelijke hoge nummer 7), en bevestigde opnieuw Dylans reputatie als liedjesschrijver. Met een lengte van meer dan zes minuten overschreed het de betamelijke grenzen van de hitparade van die tijd. Het kenmerkende, volle 'bandeloze' geluid en de simpele orgel riff zouden Dylans volgende album Highway 61 Revisited karakteriseren. Deze zesde lp is een verwijzing naar de weg die van Dylans geboortegrond, Minnesota, rechtstreeks voert naar het muziekparadijs New Orleans; ook refereert de titel aan talrijke bluesliederen, onder andere Mississippi Fred McDowells 61 Highway. De liedjes malen door dezelfde muzikale groeven als de hit, het zijn stuk voor stuk surrealistische litanieën à la grotesque, opgesierd door Bloomfields bluesgitaar en een vaste ritmesectie; en Dylans plezier tijdens de opnames is hoorbaar. De elektrische versterking en de beat van de blues-rock beheersen het album en allen die nog hoop hadden Dylan te mogen rekenen onder de "nieuwe folk"-categorie komen bedrogen uit. Het indrukwekkende lied Desolation Row ademt een sombere apocalyptische visie; het bevat tal van verwijzingen naar figuren uit de westerse cultuur. Om het album te promoten werd Dylan geboekt voor twee concerten in de VS, en begon hij een band samen te stellen. Bloomfield wilde de Butterfield Band niet verlaten, Dylan wist echter twee sessiemuzikanten, Al Kooper en Harvey Brooks, te interesseren, evenals Robbie Robertson en Levon Helm, leden van The Hawks, de begeleidingsband van Ronnie Hawkins. In augustus 1965 werd de groep in Forest Hill Auditorium door een behoorlijk deel van het publiek, ondanks Newport, uitgejouwd. De roep om de akoestische troubadour van de voorgaande jaren klonk opnieuw luid. Maar het optreden op 3 september in de Hollywood Bowl kreeg toch weer een goed onthaal. Kooper en Brooks wilden niet vast met Dylan op tournee. Dylan slaagde er ook niet in om een favoriete begeleidingband, die van Johnny Rivers, met gitarist James Burton en drummer Mickey Jones, over te halen zijn gewone verplichtingen voor een poosje in de steek te laten. Dylan huurde toen voor zijn komende tournee The Hawks, naast Robertson en Helm bestaande uit Rick Danko, Garth Hudson en Richard Manuel. Met hen (de latere
    groep The Band) voerde hij een aantal studiosessies uit, ook in een poging om een opvolger van Highway 61 Revisited op te nemen. Op 2 november 1965 huwde Dylan in het geheim Sara Lownds. Hun eerste kind was Jesse Byron Dylan, geboren 6 januari 1966. Dylan en Lownds kregen vier kinderen: Jesse, Anna, Samuel en Jakob (9 december 1969). Dylan adopteerde Sara Lownds' eerste dochter Maria Lownds (21 oktober 1961) uit een eerder huwelijk. In de jaren negentig kreeg de jongste van het paar, Jakob Dylan, bekendheid als leadzanger van de band The Wallflowers. Jesse Dylan is filmregisseur en een erg succesvol zakenman. Dylan en Lownds scheidden in juli 1977, hoewel ze nog vele jaren lang contact zouden blijven houden, volgens sommige berichten nog steeds. Terwijl Dylan en The Hawks op de tournee een steeds welwillender publiek meemaakten, stagneerden de vorderingen in de studio. Op een suggestie van John Hammond bracht Bob Johnston Dylan naar Nashville voor plaatopnamen. Hij zou hier worden begeleid door de beste studiomuzikanten van het land. Alleen Robertson en Kooper kwamen uit New York mee over en speelden een meer bescheiden rol. De Nashville-muzikanten slaagden erin het "ijle kwikzilveren geluid", voort te brengen, zoals Dylan het later zou noemen, en een plaat die als een van de klassiekers uit de Amerikaanse populaire muziek wordt beschouwd, Blonde on Blonde (1966). Dylan begon vervolgens aan een ambitieuze "world tour". Deze leidde hem en The Hawks in het voorjaar van 1966 door Australië en Europa. Het stramien was dat het eerste deel van de avond akoestisch verliep, daarna volgde elektrisch rockgeweld. Er waren 24 shows in totaal. Dylan sliep weinig, gebruikte speed en was prikkelbaar. Rauw was de confrontatie met het publiek in de Manchester Free Trade Hall in Engeland. De opname van dit optreden, abusievelijk steeds het "Royal Albert Hall"-concert genoemd, werd officieel eerst in 1998 uitgebracht. Vlak voordat hij aan het laatste lied wilde beginnen, schold een boze folkfan, die het niet kon accepteren dat Dylan met elektrisch versterkt geluid aan de gang was gegaan, hem uit voor "Judas". Dylan zei dat hij daar niets van geloofde en noemde hem bovendien een leugenaar: "You're a liar!". Tegen de band zei hij "Play fuckin' loud!", en die zette daarop keihard het laatste nummer van die avond in, Like a Rolling Stone. Dylan voelt zich al lange tijd gegijzeld door de vasthoudende folkfans, maar ook door de linkse studenten die hem een politieke leidersrol toedichtten, en, na de burgerrechtenbeweging, hem nu het liefst vooraan zagen lopen in antiVietnamdemonstraties. De immense Amerikaanse Star en Stripes, opgehangen achter op het podium van een Parijse concertzaal, is duidelijk een van Dylans protestacties tegen de voortdurende, politieke aanspraken op zijn persoon. De vlag is de politieke, visuele, tegenhanger van het vocale protest "Play it fuckin' loud", tegen een muziekgezelschap dat hem bij zich wil houden. Maar hoe hard zijn protesten ook klinken of tonen, het dringt niet door; Dylan blijft de ongewilde held van zijn generatie, of, zoals hij later zelf zal opmerken: "de woordvoerder van een generatie". De protesten in zijn liedjes zijn in deze tijd allang niet meer maatschappelijk geïnspireerd, maar een vertolking van verknoeide liefdesrelaties, verraden verwachtingen, of een absurd levensgevoel.
    Dylan keerde na de tournee terug naar New York. De druk op hem blijft groot. Zijn uitgever dringt aan op het manuscript van de novelle/het gedicht Tarantula. Manager Albert Grosman heeft alvast een slopende concerttoer voor de duur van de zomer en de herfst gepland. In dit tempo dreigt Dylans privé-leven en professionele leven geheel uit de bocht te vliegen. Op 29 juli 1966 krijgt hij, na verschillende slapeloze nachten, een ongeluk met zijn motor, een Triumph 500. Wat de feitelijke toedracht was en wat hij precies mankeerde is onduidelijk. Dylan vertelt later in zijn Chronicles, volume 1 (2004), dat hij aan het jachtige bestaan van het sterdom wilde ontkomen: "Truth was that I wanted to get out of the rat race". Toen Dylan zijn creatieve werkzaamheden weer kon hervatten, begon hij aan de redactie van Eat the Document, een slechts weinig vertoonde opvolger van Don't Look Back, de documentaire die D.A. Pennebaker maakte van een vorige Dylan-tournee door Engeland. Belangrijker nog is dat hij weer muziek ging maken met The Hawks, door de buitenwereld inmiddels The Band genoemd, en wel in de kelder van hun nabijgelegen huis "Big Pink". In een zeer ontspannen sfeer in de zomer van 1967 werd een groot aantal liedjes opgenomen, dat eerst op witte platen en pas veel later, in 1975 door Columbia, als The Basement Tapes uitgebracht werd. Het zijn oude en nieuwe liedjes, en ze klinken als een onwaarschijnlijke authentieke dwarsdoorsnede van de Amerikaanse muziekgeschiedenis; folksongs, hillbilly's en blues. De teksten zijn dramatisch geladen, dan wel nemen deze een kolderieke en vrolijke wending. Niets van dit al openbaarde zich op de eerstvolgende officiële, weer in Nashville opgenomen en ouderwets vliegensvlug geproduceerde lp John Wesley Harding (1967). Deze plaat markeert echter een ommekeer in Dylans carrière. De plaat ademt rust uit, de liedjes en ballades hebben een beschouwelijk karakter. Dylan las het laatste jaar, levend binnen de veste van zijn gezin, veel in de Bijbel, en dat had zijn weerslag op de tekst. De structuur van de muziek was eenvoudig en opnieuw met uitsluitend akoestische instrumenten. Sommige critici bespeurden een subtiel indirect protest van Dylans kant: tegen de immer meer psychedelisch wordende popcultuur, die de muzikale vervolmaking zoekt door middel van een escalerend duizelingwekkend orkestratie en instrumentarium. Dylan hield dit voor gezien. Woody Guthrie stierf in oktober 1967. Dylan trad voor het eerst op in 18 maanden, ter gelegenheid van een paar concerten te zijner nagedachtenis, in januari 1968. In 1969 gaf Dylan acte de présence op het Isle of Wight Festival; de artiest leek een metamorfose te hebben ondergaan, in een smetteloos wit pak en met getrimde haren gaf hij een korzelig optreden weg, het leek wel een protest tegen de flodderige wijze waarop de hippies zich uitdosten. Op het beroemde grotere festival dat hier in 1970 plaatsvond was Dylan niet aanwezig. Dan verschijnt Nashville Skyline, april 1969, zeker als plaat even atypisch te noemen, het countrygenre past hoegenaamd niet in dit post-hippietijdperk. Hij zingt een duet met Johnny Cash. De plaat, voor het eerst een minder baanbrekende in zijn carrière, is voor veel popliefhebbers meer een vloek in de kerk. Dylan lijkt met een ander -nasaal- stemgeluid aan te willen geven dat het gedaan is met de mythe Dylan; de magisch
    formulerende leider-met-boodschap voor de nieuwe generatie. Opnieuw verwarring bij weer een nieuwe generatie fans, die nog onder de indruk van een vorige Dylan verkeerde. De vroege jaren 70 waren van de moeilijkste in Dylans carrière. Hij wilde een goede huisvader zijn voor zijn vrouw en kinderen en was het hele gedoe rond zijn persoon meer dan beu, hoezeer hij de roem op zich overigens wel op prijs stelde. Verschillende keren moest hij verhuizen omdat hij telkens weer opgejaagd werd door fans. Bovendien kende hij grote problemen met zijn manager Albert Grossman. Deze streek vijftig procent op van elke plaat die Dylan verkocht. Begin 1970 kwam Dylan het album Self Portrait, dat vol staat met covers en herwerkte versies van zijn eigen nummers. Grossman kreeg enkel geld voor nummers geschreven door Dylan, dus aan deze plaat kon hij zo goed als geen cent verdienen. Hetzelfde jaar kwam Dylan met New Morning; een lp met hoogwaardige nummers. Door deze plaat geloofden zijn fans weer in hem. Het werd één van zijn best verkopende platen ooit, zeker ook doordat het publiek koopkrachtiger was dan ooit tevoren. In 1974 probeerde hij een echte comeback te forceren. Hij nam een plaat op met The Band en hij ging voor de eerste keer in acht jaar weer op een grote tournee. Planet Waves had niet zo veel succes als zijn voorgangers. De tour op zich was soms chaotisch maar toch zeer hoogstaand. Ondertussen ging het bergafwaarts met zijn huwelijk. De spanningen met Sara liepen hoog op en dit kon hij ook voor de buitenwereld niet langer verbergen. Hoogstwaarschijnlijk was Dylan zelf de grootste aanleiding voor alle problemen aangezien hij geregeld een slippertje maakte en naar het schijnt soms onuitstaanbaar was om mee samen te wonen. Toch deed de scheiding hem zeer veel pijn. Voor de fans en zijn muziek was dit eigenlijk net wat nodig was. Januari 1975 kwam hij met een van de sterkste platen uit zijn carrière: Blood On The Tracks. Op deze plaat legt hij bij moment zijn hart en ziel bloot. De hele plaat is een blauwdruk van zijn huwelijk en geeft een mix van emoties weer. In Shelter From The Storm vertelt hij over hun eerste ontmoetingen en in You're A Big Girl Now laat hij de indruk na dat hij zich neerlegt bij de situatie. In 1976 kwam hij uit met de opvolger: Desire. Deze plaat is weer helemaal anders dan zijn voorganger en vooral de nummers Hurricane en Sara springen hier in het oog. Sarais een ode aan zijn vrouw en tegelijkertijd een soort van afscheid. Gedurende The Rolling Thunder Revue speelde hij het nummer enkele keren. Hurricane is een protestlied over de rechtspraak rond Rubin Carter, een Afro-Amerikaanse bokser die ten onrechte was veroordeeld voor drievoudige moord, wat in 1985 werd bekrachtigd door zijn definitieve vrijspraak. Eind 1975 ging hij weer op tournee. Het moet wel de excentriekste tournee zijn uit de hele jaren 70. Dylan had de bedoeling om met een soort karavaan door de Verenigde Staten te trekken en her en der kleine plaatsen aan te doen. Vele muzikanten gingen mee in zijn kielzog. De shows waren dan ook veel meer dan optredens van Dylan. Joan Baez, Roger McGuinn, T-Bone Burnett zijn slechts enkele van de namen die steevast met hem op het podium stonden. De shows duurden dikwijls tegen de vier uur en waren ronduit fantastisch te noemen. Enkele hoogtepunten zijn tegenwoordig verkrijgbaar op The Bootleg Series 5. Gedurende de tournee nam hij ook een nieuwe film op, Renaldo en Clara. Vreemd genoeg speelde hij hier de rol van Renaldo en de rol van Clara wordt gespeeld door... jawel zijn
    (ex-)vrouw Sara. Een centraal nummer in de tournee was Hurricane (1976). Hiermee probeerde hij de bokser Rubin Carter uit de gevangenis te krijgen, die ten onrechte was veroordeeld voor een drievoudige moord. Hij organiseerde hiervoor twee benefietconcerten. Rubin Carter werd uiteindelijk in 1985 vrijgesproken. Een reeks platen, uitgebracht eind de jaren zeventig en begin de jaren tachtig, waren christelijk geïnspireerd; Dylan was voor een korte, maar zeer creatieve periode aanhanger van een pinkstergemeente-achtige kerkgemeenschap in Californië geworden. De eerste van deze platen, was Slow Train Coming met het toen net ontdekte gitaartalent Mark Knopfler. Ook op Saved en Shot Of Love gaf Dylan uitdrukking aan zijn christelijk geloof. Liedjes als Solid Rock en Every Grain Of Sand worden door velen als hoogtepunten uit zijn oeuvre beschouwd. In de jaren tachtig raakte Dylan publicitair wat op de achtergrond en albums als Empire Burlesque (Dark Eyes) en Knocked Out Loaded (Brownsville Girl) blijven kwalitatief onder de maat. Voor het aan deze voorafgaande Infidels werkt Dylan weer samen met Mark Knopfler. In 1985 sluit Dylan, samen met Keith Richards en Ron Wood, het benefietconcert Live Aid af. Hoewel het optreden bemoeilijkt werd door de podiumopbouw achter het gordijn, leverden de drie een goed optreden af waarin vooral de gedreven versie van When The Ship Comes In indruk maakte. Eind 1985 maakte Dylan deel uit van de gelegenheidsband Artists United Against Apartheid, geïnitieerd door Little Steven; deze band bracht het album Sun City en de gelijknamige single uit. Eind jaren 80 was Dylan met veel succes lid van de Traveling Wilburys, een samenwerking met George Harrison, Roy Orbison, Tom Petty en Jeff Lynne. Deze kortstondige opleving wordt afgerond met het door Daniel Lanois geproduceerde album Oh Mercy uit 1989, Dylans eerste album met louter eigen nummers sinds 1985 Dylans ongewone presentatie (hij heeft bijvoorbeeld nog nooit met een "Hello Berlin!" of iets dergelijks zijn publiek verwelkomd en betrekt de mensen ook geen seconde bij de show) en voortdurende bewerking van zijn eigen liedjes, bracht vele critici ertoe te zeggen dat de slechtste vertolker van Dylanliedjes Dylan zelf is, anderen beschouwen hem als een van de beste zangers die de folk-blues heeft voortgebracht. Door zijn stijl en eindeloos repertoire heeft Dylan een grote schare trouwe fans aan zich gebonden. Vooral het album Oh Mercy, uitgebracht samen met Daniel Lanois, deed in 1989 het tij keren en toonde opnieuw een, zowel muzikaal als tekstueel, geïnspireerde Dylan. Rond die tijd ging ook de zogenoemde “Never Ending Tour” van start; een tot op heden niet aflatende reeks optredens, waarbij Dylan jaarlijks zo’n tachtig tot meer dan honderd keren per jaar optreedt. Met zijn verschijning op MTV-unplugged spreekt hij verrassend een jeugdig publiek aan. In 1997 schitterde de ster van Dylan andermaal met de cd Time Out Of Mind, waarvoor hij een Grammy Award ontving, de hoogste onderscheiding in de muziekindustrie. Hij herstelde van een ontsteking aan het hartzakje (pericarditis) en ging onvermoeibaar verder on the road; in Bologna, waar Bob was geboekt voor een Jongerenfestival bleek de Paus in het publiek te zitten; voor de titelsong van Wonder Boys (Things Have Changed) ontving Dylan een Academy Award (Oscar) en ieder jaar was er wel een groep fans die hem voordroeg voor de Nobelprijs voor Literatuur. Met Time Out Of Mind, het daarop volgende Love And Theft (uit 2001) en Modern Times(2006) blijft Dylan zichzelf
    vernieuwen door terug te grijpen op het verleden. De liedjes zijn geworteld in de Amerikaanse blues- en jazztraditie en de arrangementen doen denken aan Big Bandswing. Thema's in zijn werk blijven: schuld, boete en verlossing, liefde en lijden, innerlijkheid en onthechting. Vanaf 2004 vinden enkele projecten plaats waarin Dylan openheid van zaken geeft. Dat jaar schreef hij met Chronicles het eerste deel van zijn autobiografie, schreef en speelde de hoofdrol in de weinig succesvolle film Masked and Anonymous, en laat zich een tijdje horen als succesvol dj op de Amerikaanse internetradio XM. Dylan blijft een eenmansbeweging binnen de hedendaagse kunst wiens invloed, maatschappelijk én artistiek, niet te schatten is en die ruime waardering blijft genieten. Zijn stem is die van een gevorderde zeventiger, hij speelt piano om vanuit die positie al zingend en harmonica spelend zijn tourband muzikaal te leiden en verdoezelt geen moment het feit dat hij qua leeftijd een oude man is. Zijn onbenaderbaarheid als persoon voedt de mythe rond deze levende legende. Eind 2005 bracht Martin Scorsese de hoogtijdagen van zijn verhaal sterk in beeld met de documentaire 'No Direction Home'. In de zomer van 2006 verscheen The Bob Dylan Encyclopedia, van de hand van historicus Michael Gray. Hierin staat vrijwel alles over Dylan. Op 28 augustus 2006 verscheen de cd Modern Times officieel. Eerder al waren enkele geluidsfragmenten op internet 'gelekt'. Op 25 augustus was de cd al te koop bij de grotere muziekzaken. De laatste keer dat Dylan optrad in Nederland was op 31 oktober 2013 in de Heineken Music Hall in Amsterdam.[6] De laatste keer dat Dylan optrad in België was op 1 november 2015 in Vorst Nationaal. In 2007 is de biografische film I'm Not There verschenen, waarin Dylan door maar liefst zes verschillende acteurs en actrices wordt gespeeld: Christian Bale, Heath Ledger, Marcus Carl Franklin, Richard Gere, Ben Whishaw en Cate Blanchett. De film is in Nederland en België verschenen op 13 maart 2008. Op 24 april 2009 verscheen Dylans nieuwe studioalbum Together Through Life. Dat album heeft hij opgenomen toen hij toch in de studio was om enkele liedjes voor de soundtrack van My Own Love Song van de Franse regisseur Olivier Dahan (met o.a. Renée Zellweger) op te nemen. Op 9 oktober 2009 verscheen Christmas in the Heart, het kerstalbum van Dylan. Op deze plaat staan traditionele Amerikaanse kerstliedjes en geen eigen composities. De opbrengst van de cd is bestemd voor de voedselbank in Amerika. Op 7 september 2012 verscheen het nieuwe album Tempest, 50 jaar na zijn debuut. Het langste van de twaalf nummers is een lied over de Titanic en de afsluiter Roll on Johnis een ode aan John Lennon. Sindsdien heeft Dylan bijna 200 concerten gespeeld waarin hij als in een soort recital vrijwel altijd dezelfde liedjes in dezelfde volgorde speelt. Twee liedjes uit de echte jaren zestig, drie liedjes uit de periode tot 1975, acht liedjes uit de periode t/m 2011 en zes liedjes van het album Tempest. In 2015 verscheen het album Shadows in the Night, met nummers die vooral bekend zijn in uitvoeringen van Frank Sinatra. Dit werk vormt een belangrijk onderdeel van het repertoire bij optredens, onder meer tijdens de drie concerten die Dylan in november 2015 in Carré te Amsterdam en het Muziektheater in Eindhoven verzorgde.
    In 2016 kreeg hij voor zijn album The basement tapes complete: The Bootleg Series Vol. 11 de Grammy Best Historical Album. Zijn album Shadows in the Night was genomineerd in de categorie Best Traditional Pop Vocal. Ook verscheen Fallen Angels, een tweede album met aan Sinatra gerelateerde nummers, opgenomen tijdens dezelfde sessies als de voorganger. Op 13 oktober 2016 werd hem de Nobelprijs voor Literatuur toegekend "voor het scheppen van nieuwe poëtische uitdrukkingsvormen in de grote Amerikaanse liedtraditie". Hij is de eerste schrijver van songteksten aan wie deze prijs wordt toegekend. Op twee weekeinden in oktober vindt te Indio in Californië het Desert Trip festival plaats met louter grootheden uit de popmuziek. Behalve Dylan geven The Rolling Stones, Neil Young, Paul McCartney, The Who en Roger Waters acte de présence. Het Sinatra - repertoire is vrijwel geheel van de setlijst verdwenen, ook tijdens de optredens na het festival Naast zijn muzikale loopbaan houdt Dylan zich ook al sinds ongeveer de jaren zestig bezig met beeldende kunst. Begin jaren zeventig bracht hij dit al tot uitdrukking in het lied When I paint my masterpiece en met een geschilderd zelfportret op de hoes van zijn album Self portrait. In 1994 bracht hij een boek Drawn blank series uit met houtskool- en potloodtekeningen die hij tijdens zijn wereldtournees tussen 1989 en 1992 had gemaakt. Hij exposeerde zijn werkt nooit, totdat dit boek onder ogen kwam van de museumdirectrice van Kunstsammlungen aan de Theatherplatz in de Duitse stad Chemnitz. Hier gebeurde het dan ook, dat Dylan in de winter van 2007/2008 zijn eerste expositie hield, met een collectie van 135 gouaches en aquarellen, die hij speciaal voor deze gelegenheid had gemaakt. Van NRC kreeg hij over deze collectie lovende kritiek. In 2011 hield Dylan opnieuw een expositie, met veertig schilderijen in New York, waarvoor hij de inspiratie had opgedaan tijdens reizen door China, Japan, Korea en Vietnam. De aanvankelijk positieve persberichten veranderden, toen bezoekers in deze collectie foto's herkenden waarop Dylan de schilderijen zou hebben gebaseerd. De reactie van de galerie was dat Dylan sommige schilderijen had gebaseerd op materiaal uit historische beelden en archieven. Ook hierna waren er nog exposities van Dylan te zien, zoals in Londen en opnieuw in New York.





    24-05-2018 om 09:09 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 24 mei

    De Duitse wielrenner Erik Zabel en oud-wielrenner Rolf Aldag geven op een persconferentie toe dat ze in de jaren negentig epo hebben gebruikt. Een dag later volgt voormalig Tourwinnaar Bjarne Riis. Op een persconferentie op 24 mei 2007 maakte Zabel bekend eenmalig, vlak voor de Ronde van Frankrijk 1996, een week epo te hebben gebruikt. Omdat het niets voor hem was en bovendien veel te gevaarlijk was, aldus Zabel, is het daar bij gebleven. Ook zijn teamgenoten Bjarne Riis, Rolf Aldag, Udo Bölts en Christian Henn legden dergelijke bekentenissen af. Wielerfans reageerden vooral geschokt op de bekentenis van Zabel omdat juist hij bekendstond als een renner die tegen doping is, getuige ook zijn bijnaam Mr.Clean.[4] In 2013 werden de bloedstalen uit de Ronde van Frankrijk van 1998 getest op epo. Hieruit bleek dat Zabel ook in dat jaar epo gebruikte Op 28 juli 2013 verklaarde Zabel dat hij regelmatig doping gebruikte in de periode van 1996 tot 2003. Rolf Aldag (Beckum, 25 augustus 1968) is een voormalig Duits wielrenner, die actief was van 1991 tot 2005. Tegenwoordig werkt Aldag als ploegleider. In 1991 begon hij zijn profcarrière bij Team Helvetia. In 1993 kwam hij bij Telekom terecht en reed daar alle grote wedstrijden naast grote namen als Erik Zabel en Jan Ullrich. Alleen al aan de Tour de France nam Rolf Aldag tienmaal deel. Bij de Tour van 2005 maakte hij echter geen deel uit van de selectie van T-Mobile. Op 24 mei 2007 maakte Aldag bekend enige tijd doping (epo) te hebben gebruikt. Ook zijn voormalige ploeggenoten Erik Zabel, Udo Bölts en Christian Henn gaven toe doping te hebben gebruikt. Hoewel Riis nooit op doping is betrapt, is hij veelvuldig van dopinggebruik beschuldigd. In 1994 en 1995, het jaar waarin hij zijn eerste podiumplaats in de Tour behaalde, reed Riis bij Gewiss-Ballan, de ploeg die bekendstaat als de eerste wielerploeg waar structureel en georganiseerd epo werd gebruikt. Een van de ploegdokters was Michele Ferrari, die later werd verbannen uit de wielersport. Riis' bijnaam in het peloton zou monsieur 60% zijn geweest, naar zijn (kunstmatig) hoge hematocrietgehalte. "Eigenlijk had zijn bijnaam 'Monsieur 64%' moeten zijn," aldus Telekom-verzorger Jef D'Hont.Volgens de verhalen was zijn bloed zo dik dat hij 's nachts enkele malen moest worden gewekt om te voorkomen dat hij zou komen te overlijden aan een hartstilstand. Riis maakte op vrijdag 25 mei 2007 in een persbijeenkomst te Kongens Lyngby een einde aan de twijfels, en bekende dat hij de Ronde van Frankrijk in 1996 op doping had gewonnen. Hij gebruikte epo tussen 1993 en 1998. Riis, op het moment van de bekentenis ploegleider van CSC, verklaarde dat hij de epo zelf kocht en injecteerde, en dat zijn coach er niet van op de hoogte was. Riis gaf toe dat het een fout was die hij niet meer zou maken als hij de tijd zou kunnen terugdraaien. Overigens blijft Riis wel in de boeken staan als Tourwinnaar van 1996, omdat ten tijde van zijn bekentenis de verjaringsperiode van acht jaar reeds verlopen was, en de UCI hem zijn zege niet meer kon afnemen. De Tourorganisatie schrapte hem echter wel uit de lijst van voormalig Tour-winnaars. Hij deed de uiteenzetting na dopingbekentenissen van enkele van zijn oude ploeggenoten bij Team Telekom in de voorafgaande week (Christian Henn, Udo Bölts, Erik Zabel en Rolf Aldag) . Ook tijdens zijn carrière als ploegleider is Riis geassocieerd met doping. Zo gaf Tyler Hamilton in zijn geauthoriseerde biografie aan dat Riis degene was die hem in contact bracht met dopingarts Eufemiano Fuentes. Ook CSC-renners Ivan Basso en Fränk
    Schleckwaren betrokken bij de zaak-Fuentes, die Operación Puerto wordt genoemd. Basso werd hiervoor in 2007 geschorst. Schleck gaf later toe dat hij bijna 7000 euro overmaakte naar Fuentes, maar is hier niet voor vervolgd. Ook de Deense oudrenner Michael Rasmussen gaf aan dat Riis volledig op de hoogte was van het dopinggebruik van zijn renners[









    24-05-2018 om 09:07 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 24 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Jo Röpcke (Gent, 4 oktober 1928 - Cannes, 24 mei 2007) was een Vlaamse filmrecensent. Röpcke werkte bijna dertig jaar als presentator en samensteller van het BRTprogramma Première. Dat programma nam hij in 1962 over van Roland Verhavert en bleef ermee bezig tot aan zijn pensioen in 1991. Hij zag in die periode ongeveer 12.000 films, welke hij doorgaans van ironische kritiek voorzag. Naast zijn carrière als filmrecensent en programmamaker was Röpcke tientallen jaren lang docent aan de Brusselse filmschool Rits, waarvan hij de laatste twee jaar voor zijn pensioen directeur was. Hij kampte sinds het begin van zijn pensioen wel met zijn gezondheid. Zo lag hij in 1992 enkele maanden in het ziekenhuis. Toch bleef hij betrokken bij de filmscene. Hij was onder meer tien jaar voorzitter van het Filmfestival van Brussel. Jo Röpcke overleed op 78-jarige leeftijd, terwijl hij het filmfestival van Cannes volgde, aan de gevolgen van nierproblemen in combinatie met een hartaanval. Zijn archief, waarin hij allerlei materiaal over film verzamelde, schonk hij aan de stad Brugge, waar hij woonde

    24-05-2018 om 09:05 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    23-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 23 mei

    23 mei Sabena NV (Société Anonyme Belge d'Exploitation de la Navigation Aérienne) was van 1923 tot november 2001 de nationale luchtvaartmaatschappij van België. Sabena had haar hoofdkantoor in het Sabena house op Brussels Airport. Het gebouw is ondertussen hernoemd naar b.house en is het hoofdkwartier van Brussels Airlines. Op 31 maart 1919 richtte Georges Nélis met de steun van koning Albert I de SNETA (Syndicat National d'Etude du Transport Aérienne) op. De SNETA diende om de mogelijkheden te onderzoeken om de commerciële luchtvaart in België op te starten. Op 23 mei 1923 werd Sabena door de Belgische Staat opgericht om de SNETA ( Syndicat National pour l'Etude des Transports Aeriens) die in 1919 werd opgericht, over te nemen. SNETA was een organisatie die de commerciële luchtvaart onderzocht in België. Sabena nam de vloot van SNETA over, die bestond uit 4 de Havilland DH-9, 3 Rumpler C.IV, 1 de Havilland DH-4, Blériot-SPAD S.33, 1 Ansaldo A.300C en een Farman F.60 Goliath. De eerste vlucht van Sabena werd al op 23 mei 1923 uitgevoerd, het ging om een vrachtvlucht tussen Brussel en het Britse Lympne met een tussenlanding in Oostende, uitgevoerd met een De Havilland DH-9. De eerste betalende vlucht uitgevoerd door Sabena was van Rotterdam naar Straatsburg via Brussel op 1 april 1924. Frequente vluchten naar Amsterdam en Bazel via Straatsburg werden uitgevoerd vanaf 1923 met verdere routes naar Londen, Bremen en Kopenhagen in 1924. In 1946, na de Tweede Wereldoorlog, bestond de vloot van Sabena uit Douglas DC-3toestellen. Sabena hervatte zijn vluchten onder de naam Sabena- Belgian World Airlines. Op 4 juni 1947 begon Sabena haar eerste trans-Atlantische route tussen Brussel en New York, waarop de Douglas DC-4 werd ingezet. De vluchten waren eerder een jaar als test uitgeprobeerd, waarbij een toestel verongelukte, het vliegtuigongeluk bij Gander Airport op 18 september 1946. Deze vliegtuigen werden al snel door de DC-6B vervangen. Deze twee types hernamen in hetzelfde jaar ook de historische routes naar Belgisch-Congo. De Convair 240 werd in 1949 geïntroduceerd op de Europese lijndiensten, ter vervanging van de oudere DC-3s die alle Europese diensten verzorgden. In 1949 nam Sabena de in 1946 opgerichte concurrent Sobelair (Société Belge des Transports Aériens) over. Onder de vleugels van Sabena ontwikkelde Sobelair zich tot een chartermaatschappij. In 1956 begon de Convair 440 Metropolitan de Convair 240 te vervangen, en werden tot in de jaren zestig gebruikt op Europese regionale routes. In 1957 werd de Douglas DC7CSeven Seas voor het eerst gebruikt op langeafstandsvluchten. Maar dit vliegtuig werd al na drie jaar achterhaald door de komst van de eerste straalvliegtuigen. De maatschappij ontwikkelde zichzelf tot een trendsetter in de luchtvaart. Door haar vernieuwend beleid schafte Sabena zich steeds het modernste materiaal aan, tegen elke prijs. Daarmee trok ze ook de aandacht van de vliegtuigconstructeurs. Zo nam Sabena als eerste Europese maatschappij de Douglas DC-6 in dienst, en later in de gouden jaren 60, was ze opnieuw trendsetter op Europees vlak met bestelling van in totaal 20 Boeing 707320 vliegtuigen in januari 1956, die in 1960 in dienst zouden verschijnen op de vluchten naar New York. Sud-Est SE-210 Caravelle VI-jets werden in gebruik genomen op
    middellange-afstandsvluchten in Europa vanaf februari 1961, samen met de Convair 440s, tot de vroege jaren zeventig. In die periode braken er ook verschillende opstanden uit in de Democratische Republiek van Congo-Kinshasa, het vroegere Belgisch-Congo dat in 1960 onafhankelijk werd. Duizenden Belgen sloegen op de vlucht of werden gedwongen het land te verlaten door rellen gericht tegen de Belgische kolonialen. Het was de taak van Sabena alle Belgische vluchtelingen te evacueren naar België. De onafhankelijkheid van Congo betekende ook het einde van het uitgebreide netwerk van routes en vliegvelden van Sabena in de oude kolonie Sabena kocht twee eerstegeneratie Jumbojets, De Boeing 747-100, en zette deze in 1971 in voor de trans-Atlantische prestigevluchten, naar New York en Chicago, samen met de Boeing 707-320C. In 1973 werden de oudere Boeings 727 vervangen door de Boeing 737-200 op het Europese netwerk. De Douglas DC-10-30 werd in 1974 in gebruik genomen, in totaal zal Sabena 5 van deze toestellen aankopen. Sabena heeft vanaf 1955 sinds de opening van de spoorlijn 36C naar de luchthaven, in samenwerking met de NMBS een eigen treindienst gehad. Eerst met dieseltreinstellen en vanaf 1971 met elektrische treinstellen na de elektrificatie van de luchthavenlijn. De zes treinstellen waren specifiek gebouwd voor de verbinding, hadden brede stoelen, veel bagageruimte en reden met de Sabena-kleuren. NMBS-vervoersbewijzen waren niet geldig op deze treinen. In het station Brussel-Centraal had Sabena zijn eigen kopspoor en terminal met eigen ingang langs het Sabena-kantoor, de Sabena Air Terminus. In de jaren negentig is de treindienst overgenomen door de NMBS. Aan het eind van de jaren tachtig kwam Sabena in financiële moeilijkheden. In mei 1995 werd 49,5% van de aandelen verkocht aan Swissair om het bedrijf er weer financieel boven op te helpen. Na een korte opleving verslechterde de situatie weer. Na de aanslagen van 11 september 2001 stortte de luchtvaartbranche in en als gevolg hiervan werd op 7 november 2001 Sabena failliet verklaard. Sabena is tot op heden het grootste faillissement dat de Belgische geschiedenis ooit gekend heeft. De vlucht SN 690 uit Cotonou en Abidjan met een Airbus A340-300 (OO-SCZ) was de laatste vlucht die Sabena uitvoerde De winstgevende Sabenadochter DAT werd overgenomen door de SN Air Holding en werd omgedoopt in SN Brussels Airlines. Deze maatschappij behield het S-vormige logo van Sabena. In 2005 werd SN Air Holding ook de eigenaar van Virgin Express waarna de twee luchtvaartmaatschappijen in 2006 fuseerden tot het huidige Brussels Airlines. Met de komst van Brussels Airlines verdween het S-vormige logo. Op 19 januari 2004 is Sabenadochter en chartermaatschappij Sobelair failliet verklaard. Haar vluchten voor Jetair werden overgenomen door TUI Airlines Belgium. Op dit moment is een onderzoek bezig naar de oorzaak van het faillissement van Sabena. Swissair wordt verweten dat het Sabena heeft 'leeggezogen'. Zo dwong het Sabena, terwijl het er financieel heel slecht voorstond, een compleet nieuwe vloot Airbustoestellen aan te schaffen. Christian Van Buggenhout, de curator van Sabena, eist 1,9 miljard euro terug van de nog bestaande Swissair-bedrijven.
    Het pilotenopleidingscentrum van Sabena, Sabena Flight Academy is in 2004 weer opgestart. In 2009 werd SFA opgekocht door CAE Inc. Het opleidingscentrum werd onderdeel van de CAE Global Academy. De naam Sabena Flight Acacemy werd echter wel behouden. In 2012 heeft CAE Oxford Aviation Academy overgenomen. De naam Sabena Flight Academy verdween en het opleidingscentrum heet nu CAE Oxford Aviation Academy Brussels. De technische en onderhoudsafdeling van Sabena werd in 2005 overgenomen door TAT Industries. In 2006 wordt Sabena Technics de internationale merknaam van de onderhoudswerkzaamheden van de TAT group.





    23-05-2018 om 08:52 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 23 mei

    23 mei Het Amerikaanse duo Bonnie Parker en Clyde Barrow werd als bankrovers in de jaren dertig wereldberoemd. Hun verhaal, dat eindigde in een dodelijke hinderlaag van de politie, werd in 1967 verfilmd onder de titel Bonnie and Clyde (met hoofdrollen voor Faye Dunaway en Warren Beatty) en zorgde ervoor dat iedereen Bonnie en Clyde kende. Bonnie en Clyde leerden elkaar kennen tijdens een bezoek aan een gezamenlijke vriend in januari van het jaar 1930. Bonnie, 19 jaar oud, was getrouwd met een man die wegens moord in de gevangenis zat. Clyde was vrijgezel. Ze leerden elkaar zo goed kennen dat ze van de criminaliteit een gezamenlijke hobby maakten. Ze waren beiden opgegroeid in het eenvoudige milieu van het Amerikaanse platteland, waar velen een uitzichtloos bestaan leidden. De economische crisis van de jaren twintigvoorspelde niet veel goeds. Om zich aan dat sombere bestaan te onttrekken, realiseerden ze de Amerikaanse droom van vrijheid, avontuur en rijkdom door stelend door de staten te trekken. Om Bonnie te imponeren, sloeg Clyde een plaatselijke kruidenier neer om er vervolgens met de kassa vandoor te gaan. Het was in feite hun eerste slag. Daarna lieten ze een spoor van dood en vernieling achter. Voortdurend waren ze op de vlucht voor de jagende politie. Omdat ze zich voornamelijk richtten op banken – en de kleinere middenstanders ontzagen – verwierven ze een zeker heldendom. Ze droegen zelf aan hun eigen mythe bij door de pers trots over hun daden te berichten. Sterker nog, ze stuurden zelfs foto's en gedichten naar de media. Hun criminele 'zegetocht' duurde niet lang: op 23 mei 1934 vonden ze de dood, nadat ze door de politie in een hinderlaag waren gelokt. Hoewel tot de tanden toe bewapend, werden Bonnie en Clyde zodanig overrompeld dat ze niet de kans kregen naar de wapens te grijpen en werden ze volgens de geschiedschrijvers "door een regen van duizend geweerschoten" geveld. Op dat moment werden ze verdacht van 13 moorden en diverse overvallen en inbraken. Op de plaats van de hinderlaag (westzijde van de Louisiana Highway 154, een paar kilometer ten zuiden van het kleine plaatsje Gibsland) is een gedenkteken geplaatst:





    23-05-2018 om 08:50 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    22-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 22 mei

    22 mei Johan Maurits Verminnen (Wemmel, 22 mei 1951) is een Belgische liedjesschrijver en zanger. Zijn bekendste liedjes zijn waarschijnlijk Ieder met zijn vlag (1970), Laat me nu toch niet alleen (1973), Brussel (1976), Oostende in the rain (1978), In de Rue des Bouchers (1979), 'k Voel me goed (1981), Mooie dagen (1986), Paulien (1990) en De tet van Koekelberg (2007). Verminnen werd geboren als jongste in een gezin van vijf kinderen en groeide op in Wemmel, net ten noorden van Brussel. Hij volgde secundair onderwijs aan het Sint-Pieterscollege in Jette. In 2004 schreef hij een boek over zijn moeder: Prinses van het Pajottenland, in 2006 verscheen van zijn hand het boek De laatste boot, en in 2007 Van Brussel naar de Wereld (in het kader van zijn nieuwe theatertournee). Deze drie boeken werden vergezeld van een speciaal opgenomen cd. Al van jongs af aan wilde Verminnen zanger worden. Eerste ruimere bekendheid verwierf hij dankzij een televisie-optreden in het programma "Ontdek de ster" in 1969, en zijn eerste plaat verscheen in 1971. In zijn beginjaren werkte hij nauw samen met Will Tura en Raymond Van het Groenewoud. Zijn debuutsingle was Ieder met Zijn Vlag ('70). De toeristische rue des Bouchers in Brussel, thema van één van Verminnens bekendste liedjes Vaak is Brussel het thema of de inspiratiebron van Verminnens chansons, een stad waar hij zich nauw mee verbonden voelt. Een van zijn bekendste liedjes en tegelijk een klassieker op feest- en dansgelegenheden, is In de Rue des Bouchers uit 1979 (in het Nederlands Beenhouwersstraat, de bekendste horecastraat in het centrum van Brussel). Nochtans is dit nummer minder representatief voor Verminnens werk (het is in het Brussels dialect gezongen en heeft een volks, feestelijk ritme). Andere bekende liedjes van hem zijn Laat Me Nu Toch Niet Alleen (1973), 'k Voel Me Goed (1981), Mooie Dagen (1989). Het is in Vlaanderen minder bekend dat Verminnen ook heel wat Franstalige liederen opnam en daardoor ook in de Franstalige wereld enige bekendheid geniet. Verminnen heeft zich ingespannen voor een aangepast economisch en juridisch statuut voor kunstenaars en richtte in 1992 mee de belangenvereniging Zamu voor zangers en muzikanten op. Tussen 2007 en 2014 is Verminnen gedelegeerd bestuurder van de Nederlandstalige vleugel van auteursrechtenvereniging Sabam, waar hij sinds 1998 al in de raad van bestuur zat.[1] In 2014 werd hij voorzitter van de raad van bestuur van de vereniging.[2] In 2016 kondigde hij zijn afscheid uit deze functie aan. Verminnen trouwde in 1986 met fotomodel Catherine Mattelaer, en een jaar later werd hun dochter Pauline geboren, waaraan hij een gelijknamig lied wijdde (1987). Tegenwoordig woont Verminnen in Hansbeke, een deelgemeente van Nevele. In 1991 zong hij "Sorry Dat Ik Besta", een lied over homoseksualiteit van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink. De opname was onderdeel van het televisieprogramma "Een nieuwe jas", een hommage aan de tachtigjarige Annie M.G. Schmidt





    22-05-2018 om 09:32 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 22 mei

    22 mei De brand in de Innovation was een ramp die, in de namiddag van 22 mei 1967, het Brusselse filiaal van de Belgische grootwarenhuisketen Innovation (nu Galeria Inno) trof. Er vielen 251 doden en 62 gewonden (aanvankelijk had de brandweer 323 doden en 150 gewonden geteld). Er waren naar schatting 800 aanwezigen. Het warenhuis was gevestigd in een doolhof van verschillende gebouwen. Vooral in het zelfbedieningsrestaurant, aan de achterzijde, hadden veel mensen pas laat in de gaten dat er brand was. Zij konden geen kant uit toen het vuur hen bereikte. Ook in de andere gebouwen beseften velen niet wat er aan de hand was, doordat het brandalarm op hetzelfde tijdstip afging als de bel die dagelijks het middageten van het personeel aankondigde. De brand werd rond 13u20 opgemerkt door een verkoopster in een kleine opslag voor kinderkledij op de eerste verdieping. Toen de brandweer aankwam, had het vuur de centrale koker al bereikt, waar het extra zuurstof kreeg. Mensen sprongen uit de ramen, terwijl brandweer en omwonenden hen probeerden te redden door dekens te spannen en ladders te plaatsen. Eén man overleefde een sprong van de derde verdieping zonder noemenswaardige verwondingen. Rond 15u15 stortte een gedeelte van de winkel in. Ondanks uitgebreid onderzoek is de oorzaak van de brand onbekend. Eerst werd gedacht aan brandstichting door extreem-linksemilitanten; in de Innovation was net een Amerikaanse week bezig, en door de Vietnamoorlog was er veel anti-Amerikaans protest. Bewijs van kwade opzet is echter nooit gevonden. Volgens recent onderzoek ontstak een tl-lamp ontvlambaar gas dat zich in de valse plafonds opgestapeld had. In elk geval was het warenhuis geenszins brandveilig: de blusinstallatie was ontoereikend, de architectuur (een soort amfitheater rondom een centrale ruimte met trappenhuis) droeg bij tot een snelle vuurontwikkeling, de nooduitgangen waren niet allemaal geopend, sommige nooduitgangen waren aangebracht voor de sier (voor ramen en blinde muren). Vijf jaar na de brand kreeg België een zeer strenge wetgeving voor brandveiligheid in winkels. Innovation opende in 1970 op dezelfde plaats een nieuw warenhuis. Op de begraafplaats van Brussel in Evere staat een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de brand.





    22-05-2018 om 09:30 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 22 mei

    22 mei
    Hergé, pseudoniem van Georges Prosper Remi Remi (Etterbeek, 22 mei 1907 – Sint-LambrechtsWoluwe, 3 maart 1983), was een Belgisch striptekenaar en scenarist van stripverhalen, die vooral bekend is als schepper van De avonturen van Kuifje. Remi was zeventien jaar toen hij zijn pseudoniem Hergé bedacht. Hij gebruikte er de initialen van zijn achterstevoren geschreven naam Georges Remi voor. Op de lagere school was het voor hem namelijk al normaal om vanaf de eerste klas als Remi Georges te worden aangesproken. Op zijn schoolschriften prijkten eveneens de namen in die volgorde en als hij zelf zijn initialen zette, schreef hij ze neer als R.G. Daaruit ontstond zijn schuilnaam Hergé. Op zijn Frans klinkt dat als erzjee, want de begin-h is in die taal vrijwel niet hoorbaar. In december 1924 publiceerde hij voor het eerst onder dit pseudoniem. Hergé is, naast Vandersteen, Franquin en Goscinny, een van de grote scheppers van de Europese humoristische avonturenstrip van de 20e eeuw. Zijn bekendste creatie is Kuifje, een jonge reporter die over de hele wereld avonturen beleeft. Kenmerkend voor deze wereldberoemde stripreeks is het humanistische karakter en de heldere tekenstijl, de zogenaamde klare lijn. In sommige gevallen worden gebouwen naar de werkelijkheid getekend of bijna naar de werkelijkheid en zijn een aantal verhalen deels ontleend aan in het echt gebeurde voorvallen. Ook wemelt het van de satirische verwijzingen naar de (politieke) geschiedenis van de 20e eeuw. Voor De Blauwe Lotus werd Hergé geïnspireerd door het beruchte Mantsjoerije-incident, dat leidde tot de Tweede Chinees-Japanse Oorlog die in 1934 begon. Het verhaal De scepter van Ottokar heeft de Anschluss van Oostenrijk als overduidelijke inspiratiebron. En De zaak Zonnebloem is een portret over de gevoeligheden van de Koude Oorlog. Georges Remi groeide op in Etterbeek, een toen al verstedelijkte gemeente van de Brusselse agglomeratie. Zijn ouders, de Waal Alexis Remi (1882-1970) - van wie weleens beweerd wordt dat hij mogelijk een buitenechtelijke zoon van koning Leopold II is - en de Vlaamse Élisabeth Dufour (1882-1946), behoorden tot de middenklasse en leefden in een voor die tijd betrekkelijke luxe. In 1912 werd een tweede zoon geboren, Paul Remi. Remi's lagereschooltijd viel goeddeels samen met de Eerste Wereldoorlog en de Duitse bezetting van Brussel. Van Duitse soldaten die gelegerd waren in de Etterbeekse kazernes maakte hij, in de kantlijnen van zijn schoolschriftjes, onbeholpen tekeningen. Tekenen leek al vroeg in zijn bloed te zitten. Maar het zou nog tot 1925 duren voor hij zijn eerste echte beeldverhaal publiceerde: een tekstloos stripje over een wielrenner met bandenpech. Hergé was toen al actief lid van de katholieke scouting waarvoor hij ook talrijke tekeningen maakte, onder andere in Le boy scout. In dat blad en in andere scoutingbladen publiceerde hij vanaf 1926 het stripfeuilleton Totor, P.L. van de Meikevers. In 1927 ging Hergé werken op de abonnementenafdeling van het dagblad Le Vingtième Siècle, de spreekbuis van het francofone, conservatieve, rooms-katholieke en anti-communistische establishment. Hij vond het er dusdanig saai dat hij vervroegd in militaire dienst ging. Nadat hij afzwaaide begon hij in januari 1929 in de donderdagse jeugdbijlage Le Petit Vingtième van de krant Le Vingtième Siècle aan het allereerste avontuur van Kuifje: Les Aventures de Tintin, reporter du Petit "Vingtième", au pays des Soviets (De avonturen van Kuifje, reporter van de Kleine "Twintigste", in het land van de Sovjets). In 1930 begon Hergé aan de strip De guitenstreken van Kwik en Flupke, eveneens in hetzelfde blad. Tot aan zijn dood in 1983 verschenen 23 albums met de avonturen van Kuifje, zijn hond Bobbie en bijfiguren als kapitein Haddock, professor Zonnebloem en de detectives Jansen en Janssen. Postuum werd het onvoltooide Kuifje en de Alfa-kunst uitgegeven. Hergé tekende de strips in eerste instantie helemaal zelf, maar in 1943 riep hij de hulp in van Edgar P. Jacobs. In 1950 startte hij de fameuze Studios Hergé. Bekende medewerkers als Bob De Moor en Jacques Martin namen hem veel werk uit handen en hielden zich onder andere bezig
    met het tekenen van achtergronden en het hertekenen van de oude albums. Naast Kuifje werkte Hergé aan andere strips, zoals Leo en Lea, Jo, Suus en Jokko en De guitenstreken van Kwik en Flupke, waarvan van de laatste tot 1955 355 verhalen en een tekenfilmserie verschenen. In juni 2009 opende in Louvain-la-Neuve het Hergé-museum rond het leven en werk van de striptekenaar. Dit museum kwam er door de inzet van Hergés tweede vrouw en voormalige medewerkster in zijn studio, Fanny Vlamynck. De Blauwe Lotus is een beslissend album in het leven van Hergé en in de ontwikkeling van Kuifje. Dit was het eerste avontuur waarvoor Hergé nauwgezet onderzoek deed naar de wereld waarin zijn verhalen zich afspeelden. Daarvóór verzon hij auto's, schepen en gebouwen vaak zelf en maakte hij culturen en volken tot stereotypen. Juist door deze stereotypen wordt Hergé nog weleens van racisme beticht.[Zo werd in 2007 het album Kuifje in Afrika door de Britse Raad voor Gelijkheid als 'racistisch' bestempeld. Omstreeks diezelfde tijd eiste een Congolees student in Brussel (vergeefs) een verbod op het album. Hergé, en na zijn overlijden ook de woordvoerders van zijn Studio, hebben altijd volgehouden dat de stereotiepe typeringen in vooral de vroege Kuifje-albums louter een weerspiegeling zijn van de visie in die tijd in heel Europa op de rest van de wereld. Een andere 'gevoelige' titel is De geheimzinnige ster. Amerikanen waren de boeven in dit avontuur dat verscheen in het dagblad Le Soir onder het toeziend oog van de Duitse bezetter. De schurk was een gewetenloze joodse oliemagnaat met de naam Blumenstein. Omdat Hergé tijdens de oorlog publiceerde in deze Duitsgezinde krant werd hem collaboratie met de nazi's in de schoenen geschoven. Na de bevrijding van Brussel op 3 september 1944 werd hij door verschillende verzetsgroepen tot vier keer toe opgepakt en weer vrijgelaten. Vanwege het publiceren in Le Soir wordt hem na de oorlog een tijdelijk beroepsverbod opgelegd. Tijdens de ondervragingen verbleef hij één nacht in een cel. Tot september 1946 mochten De avonturen van Kuifje in geen enkele krant worden gepubliceerd. Dat Hergé tijdens zijn verdere leven bloot bleef staan aan kritiek heeft zeker ook te maken met zijn omgang met de Belgische fascistenleider Léon Degrelle. Feit is echter dat Hergé zich nimmer hardop heeft uitgesproken over dit soort zaken en dat bijvoorbeeld een vooroorlogs album als De scepter van Ottokar toch vooral kan worden gelezen als een anti-fascistische parabel. Voluit luidt de echte naam van Hergé: Georges Prosper Remi Remi. De Nederlandse publicist Huib van Opstal wees er in zijn biografie op dat door het verkeerd lezen van de geboorteakte de identieke naam veelvuldig wordt genegeerd. Hergé huwde in 1932 met Germaine Kieckens (1906-1995), van wie hij op 28 maart 1977 scheidde. Twee maanden later huwde hij op 20 mei met Fanny Vlamynck (geboren in 1934), die hij al kende sinds ze in 1955 als inkleurster bij hem was komen werken. Al vanaf toen hielden ze er een geheime relatie op na. In 1960 ging hij met Fanny samenwonen. Kieckens wilde echter van geen echtscheiding weten en Hergé had zonder haar instemming geen wettelijke mogelijkheid daartoe. Pas toen de wet werd aangepast, kreeg Hergé de mogelijkheid om de echtscheiding aan te vragen. De geestelijke vader van Kuifje had geen kinderen. Volgens zijn biograaf Pierre Assouline niet alleen omdat hij onvruchtbaar was, maar ook "omdat hij niet van kinderen hield". Assouline refereert aan een adoptie van een zeven- of achtjarige wees door de tekenaar en zijn toenmalige vrouw, eind jaren veertig: "Maar omdat hij (Hergé) deze nieuwe aanwezigheid en de beroering die dit in zijn dagelijkse leven met zich meebracht, niet kon verdragen, gaf hij het na twee weken terug …"Tussen 1947 en 1949 leed Hergé wegens de hoge werkdruk aan een depressie.Aan zijn secretaris en vriend Marcel Dehaye schreef hij dat hij Kuifje beu is. Hergé leed aan het eind van zijn leven aan osteomyelofibrose. Dat was ook de doodsoorzaak. Zijn testament bestond slechts uit één enkele zin, namelijk dat zijn tweede vrouw de enige erfgename was. In interviews gaf hij te kennen dat zijn creatie Kuifje niet mocht voortgezet worden na zijn dood. Hij zei dat iemand anders het misschien beter of slechter zou doen, maar dat hij zichzelf als de enige zag die Kuifje op papier tot leven kon wekken. Zijn weduwe besloot die wens te respecteren. Hergé ligt begraven op de Begraafplaats van Dieweg in Uk





    22-05-2018 om 09:28 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 22 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    22 mei Charles Aznavour, pseudoniem van Chahnour Varinag Aznavourian (Armeens: Շահնուր ), ( ՎաղինակԱզնավուրյան Parijs, 22 mei 1924) is een Franse zanger, liedjesschrijver en acteur van Armeense afkomst. Aznavour werd geboren als zoon van Armeense immigranten. Op negenjarige leeftijd begon hij met acteren en dansen. In de jaren veertig vormde hij samen met Pierre Roche een muzikaal duo en spoedig koos hij de podiumnaam Aznavour. Op jonge leeftijd introduceerden zijn artistieke ouders hem in de wereld van het theater. Zijn grote doorbraak kwam toen de zangeres Édith Piaf hem hoorde zingen en hem op tournee meenam door Frankrijk en de Verenigde Staten. Daarna ging de reis naar Quebec, waar het grote succes hem wachtte: veertig weken lang mocht hij in enkele clubs spelen, met elf shows per week. In 1953 brak Charles, beïnvloed door Piaf, met Roche. Aznavour trouwde drie keer. Zijn huidige echtgenote is de meer dan 20 jaar jongere Zweedse Ulla Thorsell, met wie hij in 1967 trouwde. Zij wonen zes maanden per jaar in Zuid-Frankrijk en de rest van het jaar in Zwitserland, tegenwoordig in Saint-Sulpice, waar ze in 2012 een nieuw huis lieten bouwen. In 2002 speelde Aznavour in de film Ararat, waarin hij Edward Saroyan, een filmregisseur, speelde. In december 2008 werd hem het Armeens staatsburgerschap toegekend en in 2009 werd hij ambassadeur van Armenië in Zwitserland. Hij gaf op 3 maart 2018 op 93-jarige leeftijd een concert in een uitverkocht AFAS Live. Aznavour wordt vaak omschreven als de 'Frank Sinatra van Frankrijk'. Bijna al zijn liederen gaan over de liefde. Hij heeft meer dan duizend liederen en musicals geschreven en hij componeerde veelal zelf de muziek en hij bracht meer dan honderd albums uit en speelde in zestig films. Aznavour zingt in vijf talen en is in het buitenland een van de bekendste Franse zangers. Hij heeft opgetreden in de prestigieuze Carnegie Hall en andere belangrijke zalen in de wereld. In 1955 won Aznavour de Kristallen Ster voor beste Franse mannelijke acteur. In 1993 werd hij benoemd tot Buitengewoon Ambassadeur van de republiek Armenië. Vier jaar later werd hij (vanwege "buitengewone verdiensten") Officier in het Franse Legioen van Eer. In 1996 werd Aznavour toegevoegd aan de Songwriters Hall of Fame. Op 16 november 2015 werd hij benoemd tot commandeur in de Belgische Kroonorde door minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders. In 2017 kreeg hij een ster op de Hollywood Walk of Fame.

    22-05-2018 om 09:27 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    21-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.turks fruit renee soutendijk

    &nbsp

    21-05-2018 om 09:03 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 21 mei

    21 mei
    Renette Pauline (Renée) Soutendijk (Den Haag, 21 mei 1957) is een Nederlands actrice. Soutendijk ambieerde gymnastiek op olympisch niveau te gaan doen, maar op aanraden van een dansleraar ging ze naar de Academie voor Podiumvorming. Hierna speelde zij in theaterproducties, onder andere bij de Theaterunie. Ook speelde ze in het stuk De grote liefde van regisseur Ger Thijs. Soutendijk debuteerde op televisie in de serie Dagboek van een herdershond en speelde sindsdien in een groot aantal Nederlandse, Duitse en Amerikaanse films, televisiefilms en -series. Soutendijk is getrouwd met regisseur Thed Lenssen. Zij hebben twee kinderen, onder meer Caro, die eveneens actrice is en samen met haar moeder in Meiden van De Wit speelde.





    21-05-2018 om 09:00 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 21 mei

    21 mei Arnaud Charles Ernest Hintjens (Oostende, 21 mei 1949), beter bekend onder zijn artiestennaam Arno, is een Belgischerockzanger, die liedjes vertolkt vooral in het Frans, soms in het Engels, Nederlands en sporadisch ook in het Oostends dialect. Arno koos aanvankelijk voor het beroep van kok, maar was in zijn jonge jaren vooral geïnteresseerd in muziek. Vooral uit Engeland geïmporteerde bluesplaten inspireerden hem. Als mondharmonicaspeler werkte hij samen met muzikanten uit de Oostendse rockscene vooraleer hij rond 1970 in zijn eerste "echte" groep belandde, Freckleface, geleid door zanger/bassist Paul Vandecasteele en gitarist Paul Decoutere. Arno zong destijds sporadisch en beperkte zich meestal tot solo's op de mondharmonica. Freckleface maakte een plaat met uitgesponnen bluesrocknummers, maar had op het podium meer succes dan in de platenwinkel. In 1972 gingen Arno en Decoutere verder als duo onder de naam Tjens Couter. De groep wisselde bluesnummers af met uitstapjes richting tango en reggae. Na de debuutplaat "Who Cares" groeide Tjens Couter van een duo naar een kwintet en werd de muzikale koers verlegd naar pubrock. Een tweede album volgde. In 1978 waren Arno en Decoutere te zien in de film Le concert d'un homme seul. Pas in 1980 kwam de grote doorbraak met de groep T.C. Matic, een groep die aanvankelijk voor 80 procent dezelfde samenstelling had als Tjens Couter. De groep maakte vier albums, ging op tournee door Europa en had een paar hits, waaronder Oh la la la. Ook Que pasa en Putain, putain zijn uitgegroeid tot klassiekers, die steevast deel uitmaken van Arno's liveset.[bron?] Zes jaar later hield T.C. Matic het voor bekeken. Arno besloot het solo te wagen. Hij bracht in 1986 zijn solodebuut uit onder de titel Arno. Forget the Cold Sweat is daarvan een bescheiden hit geweest. Op dit nummer zingt onder anderen ook Kaz Lux mee. Arno ging voor dit album dan wel solo, hij kon toch nog een beroep doen op verscheidene ex-TC Matic leden. Serge Feys, die ook vele andere Arno cd's zou produceren, trad op als producent en als toetsenist (keyboards). Ook gitarist Jean-Marie Aerts was van de partij, en zou nog jaren deel blijven uitmaken van Arno's vaste begeleidingsband. In het geheel was Arno een behoorlijke cd, met veel funk en blues invloeden en vooral Engelstalige teksten. Ook op zijn volgende albums zou Arno soms in het Frans zingen, maar het Engels was duidelijk prominenter aanwezig. (Franse nummers zouden pas een overwicht krijgen vanaf het in 1995 verschenen Arno à la Française.) Terwijl Arno op zijn gelijknamige debuutalbum duidelijk nog wat een eigen gezicht aan het zoeken was (twee volledige instrumentals en twee haast instrumentale nummers), trad hij met Charlatan veel zelfverzekerder naar buiten. Nummers als Bathroom Singer, het snoeiharde Black Doll en de Jacques Brel-cover Le Bon Dieu werden live favorieten. Ook in de cinema was Arno een gevraagd typeschrijver. Vóór alle unplugged-trends belichaamde hij samen met Roland in 1990-1991 de pure rock in het zijproject Charles et les Lulus. Ook zijn levensstijl werd er niet minder rock-'n'-roll op. In 1992 coverde hij de Adamo-hit Les filles du bord de mer. Zijn doorbraak bij het bredere
    publiek ging verder met zijn vierde album Idiots Savants, dat goed ontvangen werd door de pers. Het album haalde gemakkelijk goud. In 1995 kwam Arno à la Française uit. Eén cover springt er op dat album uit, namelijk Comme à Ostende van Leo Ferré. Met deze geheel Franstalige plaat brak hij definitief door in Frankrijk. Franse chansons zijn vanaf dat moment een even belangrijk bestanddeel van zijn muziek als rock, tango en blues. Samen met Jan Decleir speelde hij in 1995 de rol van de homoseksuele redder Harry in de film Camping Cosmos (1996) van Jan Bucquoy die zich te Westende afspeelt. In 1997 bracht Arno voor het eerst een album uit in de Verenigde Staten. Het was een compilatie, in combinatie met de registratie van een live-concert. In 1999 werd Arno vijftig jaar. Hij bracht zijn zesde soloalbum uit, dat meteen ook zijn 23ste album is onder diverse namen en formaties. Een 'best of' kwam uit in 2000. In 2002 kwam Arno Charles Ernest uit, een referentie naar zijn grootvader; in 2004 volgde French Bazaar. Eind september 2004 startte Arno zijn nieuwe solotoer met onder andere twee concerten in Vietnam. Zijn voornaamste muzikale partners door de jaren heen zijn de gitaristen Jean-Marie Aerts (ook in T.C. Matic) en Geoffrey Burton, Rudy Cloet (drummer) en de toetsenisten Ad Cominotto en Serge Feys (eveneens ex-T.C. Matic). Op 1 oktober 2006 organiseerde hij samen met Tom Barman en Sioen de 0110-concerten. Zijn volgende album, Jus de Box, verscheen in januari 2007. In de zomer van 2009 was hij de centrale gast muziek op Theater aan Zee. In 2015 vertolkte hij het personage "Alain" in de film Préjudice Op de Pop Poll van het Vlaamse televisieblad Humo werd hij een aantal keer bekroond in de categorieën "Zanger van het Jaar" en "Beste Interview". In 2002 ontving Arno de Franse onderscheiding van Ridder in de Kunsten en Letteren (Ordre des Arts et des Lettres). Eind 2005 werd Arno genomineerd voor de titel De Grootste Belg. Hij eindigde op nr. 34 in de Vlaamse versie en op nr. 83 in de Waalse versie. In 2010 zong hij samen met Ray Davies het lied "Moments". Tijdens een interview zei Davies: "I heard some of Arno's music and thought this would be an ideal song for him to interpret with me. My French is appalling but Arno's English is superb, so I devised a way we could sing it together. I think it works really well." In Bornem kreeg hij een permanent aandenken langs de SIM-route. In 2012 werd hij opgenomen in de Radio 2-eregalerij voor een leven vol muziek.





    21-05-2018 om 08:58 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    20-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 20 mei

    20 mei Een spijkerbroek, ook wel jeans, is een broek die meestal van een blauwe, sterke, gekeperde katoenen stof (denim oftewel spijkerstof) wordt gemaakt, met een soort klinknagels die de zakken verstevigen. Jacob Davis kreeg op 22 mei 1875 een Chinees octrooi op deze bevestigingswijze.In 1847 emigreerde Levi Strauss naar de Verenigde Staten. Daar maakte hij stevige broeken voor de goudzoekers in Californië, van zeildoek. Deze broeken vielen erg in de smaak bij de goudzoekers, omdat deze steviger waren dan de gebruikelijke broeken. Toen Strauss door zijn voorraad zeildoek heen was, stapte hij over op een sterke katoensoort, genaamd 'Serge de Nîmes' (keper uit Nîmes). Deze naam verbasterde al snel tot denim. De broeken hadden echter een probleem met de plekken waar veel spanning op staat: vooral de broekzakken scheurden nog weleens uit. In 1872 kwam de kleermaker Jacob Davis met een oplossing hiervoor: klinknagels. Strauss liet zich overhalen, en gebruikte de klinknagels om de hoeken van de broekzakken te verstevigen. In 1872 vroeg Davis octrooi aan op deze werkwijze, toe te kennen aan hemzelf en Levi Strauss & Company. Het patent werd op 20 mei 1873 toegekend. De broeken die op deze manier gemaakt werden, de taille overalls, hadden een achterzak met het Arcuate Stitching Design, bretels, en een horlogezakje. De taille overalls werden tot 1920 alleen in San Francisco geproduceerd. In 1920 volgde uitbreiding naar Frankfort (Indiana). In 1965 werden de eerste fabrieken van Levi Strauss & Co. in Europa en Azië gebouwd. De stof van spijkerbroeken wordt geweven met een schering die indigo gekleurd is, terwijl de draden van de inslag wit zijn. De blauwe verfsoort die werd gebruikt, heette in het Frans "bleu de Gênes" (vertaald vanuit het Italiaanse "blu di Genova", dus eigenlijk "Genuees blauw"). Het "bleu de Gênes" werd verbasterd tot het huidige "bluejeans", ofwel jeans. Standaard heeft een spijkerbroek vijf zakken, twee aan de achterzijde, en twee steekzakken aan de voorzijde. Aan de rechtervoorzijde zit een klein zakje, waar men vroeger een zakhorloge in bewaarde. Omdat het zakhorloge te veel te lijden had in een gewone steekzak, werd dit kleine zakje daar speciaal voor op de spijkerbroek aangebracht. Daarnaast zitten er ook riemlussen op een spijkerbroek. Ook zitten er 6 rivets (metalen klinknagels die voor de versteviging op de jeans zitten om scheuren te voorkomen, zoals op de riemlussen en de hoeken van de zakken) op. In de Tweede Wereldoorlog droegen Amerikaanse soldaten een aangepast model van de taille-overall. Hierdoor raakte de broek van denim bekend in Europa. In 1959 werden de eerste exemplaren naar Europa geëxporteerd. In 1960 kwam de term "spijkerbroek" of "jeans" in zwang. De jeansbroek wordt sindsdien zowel door heren als door dames veel gedragen. Jeans werden bekend doordat John Wayne ze in cowboyfilms droeg. Andere bekende jeansdragers waren Elvis Presley, James Dean en Marilyn Monroe. De opbouw van de jeans is al wel enkele malen gewijzigd. Zo heeft men bijvoorbeeld in de Eerste Wereldoorlog de ijzeren knoopjes ter hoogte van de jeanszak verwijderd van de broek wegens besparingen. Tegenwoordig bestaan er zowel jeans mét, als zonder die knoopjes. Jeans hadden een ruig imago. In de jaren zestig werden jeans vooral gedragen door zogenaamde nozems. Die stonden ook wel bekend als 'zondaars in spijkerbroek'.
    Langzaam is de jeans steeds meer ingeburgerd. Tegenwoordig maken ook de grote modemerken zoals Armani en Versace spijkerbroeken. In Nederland werd de spijkerbroek pas populair in de jaren vijftig van de vorige eeuw. In eerste instantie werd de stof alleen gebruikt in werkkleding. De Alkmaarse winkel Vetwas een van de eerste die spijkerbroeken verkocht.[3] De eigenaar werd succesvol door te verkopen vanuit een busje waarmee hij langs bedrijven reed. Ook De Rode Winkelin Utrecht begon al vroeg met het verkopen van spijkerbroeken als werkkleding. De populariteit van de spijkerbroek steeg sterk in de jaren zestig. Het kledingstuk werd een protestsymbool voor hippies en een vast onderdeel van de garderobe van nozems. [3] De spijkerbroek was geen werkkleding meer, wat werd ondersteund door reclamecampagnes die lieten zien dat denim een unieke stof is die naar het lichaam vormt. Sinds de jaren tachtig zijn Nederlandse jeansmerken ontstaan. Scotch & Soda werd in 1985 opgericht, hoewel het merk pas succesvol werd na een overname in 2001.] In 1989 werd G-Star opgericht, in 1992 Chasin’ en in 1993 Gsus. Ook ontstonden winkelketens als Score Jeans en Open32. In 2000 deed de non-profit organisatie Solidaridad onderzoek naar de katoenindustrie in Peru dat slechte werkomstandigheden en vervuiling aan het licht bracht. De daaropvolgende behoefte aan duurzaam geproduceerde spijkerbroeken leidde tot de oprichting van Kuyichi in 2001. In 2003 werd het merk Blue Blood gelanceerd, dat inmiddels failliet is, en in 2008 Denham





    20-05-2018 om 09:04 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 20 mei

    20 mei John Robert (Joe) Cocker (Sheffield, 20 mei 1944 – Crawford (Colorado), 22 december 2014) was een Engelse blueszanger Cocker zat al in kleine bands in zijn geboortestad Sheffield toen hij vijftien jaar oud was. Hij verscheen voor het eerst op de Amerikaanse televisie in 1969, in de Ed Sullivan Show. I'll Cry Instead, Cockers eerste single, was een cover van The Beatles. Hij had een eerste bescheiden hitje in Engeland in 1964 met Marjorine. Zijn eerste grote hit, zijn tweede Beatlescover, verscheen in het najaar van 1968: With a Little Help from My Friends, een eigen versie van een van de nummers op het conceptalbum Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. Kort daarna, in de zomer van 1969, deed zijn verschijning op de Woodstock Music & Art Fair zijn populariteit nog verder stijgen. Andere vroege hits, uit het begin van de jaren zeventig, waren Cry me a river, High time we went en Feelin' Alright. In die periode begonnen zijn problemen met drugs en alcohol, maar hij maakte een comeback in de jaren tachtig. Hij had grote hits met You are so beautiful, Up where we belong en Unchain my heart, waardoor hij een nieuw publiek aan zich bond. Cocker coverde meer liedjes, bekend werden onder andere zijn versies van The Letter (van The Box Tops), van Feelin' Alright(van Traffic) en van Summer in the City (van The Lovin' Spoonful). Hij blies ook nieuw leven in het Randy Newman-liedje You Can Leave Your Hat On, dat werd gebruikt in de erotische film 9½ Weeks. Hij was beroemd om zijn opvallende, rauwe stemgeluid en een spastische gestiek. Cocker overleed 22 december 2014 op 70-jarige leeftijd in zijn huis in Colorado aan de gevolgen van longkanker.





    20-05-2018 om 09:02 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 20 mei

    20 mei Frank Boudewijn de Groot (Batavia, 20 mei 1944) is een Nederlands zanger, songwriter, muziekproducent en acteur De Groot werd op 20 mei 1944 geboren in een Japans interneringskamp in Batavia (tegenwoordig Jakarta, Indonesië), voormalig Nederlands-Indië. Zijn moeder, Sophie Elisabeth Saueressig, overleed in juni 1945 in het Japanse interneringskamp Tjideng.Na de oorlog, in 1946, keerde het gezin terug naar Nederland, waar de kinderen, Boudewijn, zijn broer en zijn zus, in verschillende gezinnen werden ondergebracht, zodat zijn vader kon terugkeren naar Indië. Zo kwam De Groot terecht in het gezin van een tante in Haarlem. In 1951 keerde De Groots vader voorgoed terug uit Indië, waarna hij in Nederland hertrouwde. Het gezin werd herenigd in 1952 en vestigde zich in de César Francklaan te Heemstede. Hier maakte hij kennis met Lennaert Nijgh, die in dezelfde straat kwam wonen en vriendschap sloot met De Groots jongere stiefbroer Dirk. Beiden zaten ook op de Crayenesterschool, maar veel contact hadden de twee niet, daar De Groot een klas hoger zat dan Nijgh. Na de lagere school ging De Groot naar de HBS op het Coornhert Lyceum in Haarlem. Hij had ondertussen gitaar leren spelen en maakte op school indruk met liedjes van Jaap Fischer en Jacques Brel. In de vriendengroep, die hij opbouwde op het lyceum, dook ook Nijgh weer op, die weliswaar op een andere school zat, maar voornamelijk optrok met leerlingen van het Coornhert Lyceum. De Groot en Nijgh waren beiden geïnteresseerd in film en samen maakten zij in hun examenjaar, 1962, met enkele andere vrienden, een 8mm-filmpje getiteld Feestje bouwen, waarin Boudewijn onder andere een tweetal liedjes ten gehore bracht. Hierna schreven ze zich in voor de filmacademie, waar zij beiden werden toegelaten. Tijdens een van de huisvertoningen van De Groot en Nijghs filmpje, zag nieuwslezer Ed Lautenslager de opname. Hij was met name onder de indruk van de liedjes van De Groot en spoorde deze aan meer liedjes te schrijven, die hij dan aan een relatie bij Phonogram Records zou aanbieden. De Groot nam Nijgh in de arm als tekstschrijver, waarop het duo enkele nummers schreef. Op 14 mei 1964 toog De Groot, met zijn akoestische gitaar, naar de Phonogram Studio's in Hilversum om een aantal nummers op te nemen. De nummers Strand, Sexuele voorlichting, Élégie Prenatale en Referein voor... werden op single uitgebracht, maar bereikten de hitlijsten niet. De platen werden uitgebracht onder het Decca-label en leverden Boudewijn zijn eerste televisieoptreden in Kaberet Kroniek van Wim Ibo. Hierop schreef De Groot zich in voor het talentenprogramma Nieuwe oogst. Hier kreeg hij een hoge waardering van de vakjury, die het nummer Élégie Prenatale roemde om zijn gedurfdheid, iets wat het publiek minder bleek te kunnen waarderen. Uiteindelijk ging André van Duin er met de hoofdprijs vandoor, voor zijn bandparodienummer. De Groots eerste twee singles werden, samen met De morgen en Delirium opnieuw uitgegeven op een ep, die de titel Boudewijn de Groot meekreeg. Ook deze plaat bereikte de hitlijsten niet.
    Op 9 september 1964 trouwde De Groot met Anneke Versteeg en op 27 december werd zijn eerste zoon geboren, Marcel de Groot. Om bij te verdienen nam De Groot een baantje bij De Bijenkorf in Amsterdam en presenteerde hij, onder het pseudoniem Marcel Oversteege, een jazzprogramma bij Radio Veronica. Om een doorbraak te forceren stelde producer Tony Vos voor enkele covers op te nemen. Eerst werd besloten de folktraditonalNoordzee op te nemen met een strijkersarrangement. Dit leverde niet het verwachte succes op. Hierna kwam Vos op de proppen met A young girl of sixteen van Noel Harrison, dat op zijn beurt weer een beatbewerking was van Une enfant, een chanson door Charles Aznavour geschreven voor Édith Piaf. Het nummer, Een meisje van 16, bereikte begin 1966 nummer 23 van de Top 40. Op de B-kant prijkte De eeuwige soldaat, een vertaling van het protestlied Universal Soldier, van Buffy Sainte-Marie, dat bekend was geworden in de versie van Donovan. Toen Een meisje van 16 aansloeg, werd besloten in allerijl een album uit te brengen. Op het album Boudewijn de Groot, dat eind 1965 verscheen, prijkten vijf nummers van de hand van Nijgh/De Groot. De overige zeven nummers waren covers van andere singersongwriters, die flirtten met beatmuziek als The Kinks, Simon and Garfunkel, Bob Dylan en Donovan, waarvan hij twee nummers opnam. In 1966 werd het nummer Welterusten Meneer de President op single uitgebracht. Het nummer, dat een aanklacht aan het adres van Lyndon B. Johnson was tegen de Vietnamoorlog, bereikte dat jaar de negende positie in de Top 40, waarmee De Groot zijn naam definitief vestigde. In 1966 werd de opvolger van Boudewijn de Groot, Voor de overlevenden, als elpee en fotoboek uitgebracht. Naast De Groot, Nijgh en Vos werd ook arrangeur Bert Paige toegevoegd aan het team. Op de plaat schreef Nijgh zijn jeugdjaren van zich af, met nummers als Voor de overlevenden, Testament en Verdronken vlinder en schreef hij een cyclus liefdesliedjes voor een zekere Joke. De elpee kreeg een gouden en een platina plaat toegewezen en werd bekroond met een Edison. Als eerste single werd Ken je dat land uitgebracht, dat in de lijn lag van de eerdere protestsingles. De single bereikte de hitlijsten echter niet. Als tweede single volgde het carnavaleske Het Land van Maas en Waal, dat in 1967 De Groots eerste, en tot nog toe enige, nummer 1-hit werd. Het nummer werd onder de naam The Land At Rainbow's End ook uitgebracht in Engeland (met Baldwin the Great als artiestennaam), waar er een paar honderd van verkocht werden. Hierna bracht Decca een single uit van het nummer Onder ons, dat niet op het album terechtgekomen was. Onder invloed van Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band van The Beatles wilden Nijgh en De Groot een ultieme hippieplaat maken. Het resultaat werd Picknick, waarop geëxperimenteerd werd met psychedelische teksten en muziek. De plaat werd enthousiast ontvangen en opnieuw bekroond met een Edison, een gouden en een platina plaat. Als eerste single werd het titelnummer Picknick uitgebracht, als tweede single het duet Prikkebeen, dat De Groot opnam met Elly Nieman. Dit nummer bereikte begin 1968 de negende plaats van de Top 40. Hierna volgde de single Waterdrager, een nieuw nummer dat niet op het album stond, aangevuld met B-kant Als de rook om je hoofd is verdwenen.
    De Groot en Nijgh begonnen ondertussen steeds vaker voor andere artiesten te schrijven, waaronder Adèle Bloemendaal en Liesbeth List. Met Picknick had De Groot de grenzen van de nederpop al een eind verlegd. Zijn nieuwe project moest dat nogmaals doen. De Groot onderbrak de samenwerking met Nijgh en zette met Lucien Duzee, een vriend van de filmacademie, een filmisch verhaal op de plaat. Daarbij werd geëxperimenteerd met synthesizers, geluidseffecten en exotische instrumenten. De Groot werkte ervoor samen met gitarist Eelco Gelling van Cuby + Blizzards. Het verhaal, dat de titel Heksensabbath kreeg, ging over een heksenbijeenkomsten greep terug op vele oude mythologische namen en begrippen. Nacht en ontij bevatte twee nummers: Babylon en Heksensabbath. Dat laatste nummer, van ruim 25 minuten, werd in tweeën geknipt en verdeeld over beide kanten. Bij het album werd een fotoboek gevoegd. Bij de eerste persing werd ook nog een bonussingle van de rocknummers Wie kan mij nog vertellen en Aeneas nu meegeleverd, die in dezelfde sessies waren opgenomen. Ondertussen toerde De Groot met zijn gitaar door het land, maar leek steeds meer in conflict te komen met het publiek, dat het geluid van de plaat verwachtte, in plaats van de akoestische versies van De Groot zelf. Ontevreden met het leven dat hij leidde, trok hij zich terug in een oude boerderij in Dwingeloo. De Groot vond dat het tijd was voor een nieuwe stap in zijn carrière. Hij plande een serie afscheidsconcerten, met de beatband Names and Faces als begeleidingsband, en richtte een band op onder de naam The Tower, met de bedoeling daarmee Engelstalig materiaal op te nemen. De band bestond naast De Groot uit Eelco Gelling van Cuby + Blizzards op gitaar, Jan Hollestelle op basgitaar, Jay Baar van Q65 op drums en Herman Deinum op toetsen, die allen als sessiemuzikanten al te horen waren geweest op Nacht en ontij. Hun eerste single, In your life, bereikte begin 1969 de 20e plaats in de Top 40. Op de hoes stonden Hans Jansen (toetsen), Eelco Gelling, Jan Hollestelle, Cees Kranenburg jr. (drums) en De Groot afgebeeld. Samen met Simon Vinkenoog schreef De Groot nog een Engelstalige single, genaamd Captain Decker. Ook die werd uitgebracht onder de naam The Tower. Dit keer bestond de band naast De Groot en Gelling uit John Schuursma en Willem Schoone uit The Rob Hoeke Rhythm & Blues Group op gitaar en basgitaar, Hans Jansen op hammondorgelen piano en Cees Kranenburg van The Jumping Jewels op drums. Deze tweede single bereikte de hitlijsten niet, waarop De Groot en Gelling hun samenwerking beëindigden. De Groot zei het Engelstalige genre echter niet meteen vaarwel. Samen met Rick van der Linden van Ekseption begon hij een nieuw project, dat de naam Session kreeg. De single die het duo uitbracht, heette Moonstruck en had op de B-kant het nummer Ballad of a Minstrel. Het nummer kwam niet in de hitparade terecht, waarna het project weer werd ontbonden en De Groot het, samen met Lennaert Nijgh, weer eens in het Nederlands probeerde met de single Nachtwacht. Ondertussen had Decca het 'afscheid van Boudewijn de Groot' aangegrepen om diens debuutplaat opnieuw uit te brengen onder de titel Apocalyps, plus een verzamelalbum met zijn grootste hits onder de titel Vijf jaar hits, alsook om een aantal
    oude nummers op single uit te geven. Zo kwam het nummer Als de rook om je hoofd is verdwenen, in 1972, na vijf jaar, alsnog op eigen kracht in de Top 40 terecht. Na Vijf jaar hits bracht de platenmaatschappij ook Dubbel, twee uit, waarmee het oeuvre van De Groot gecomplementeerd kon worden. De Groot zelf was ondertussen steeds vaker achter de knoppen in de studio te vinden, waar Phonogram hem, in afwachting van nieuw materiaal, producer had gemaakt van onder anderen Leon de Graaff, Kraaijeveld, Oscar Benton, Breakaway, Diana Vredenberg, Mini & Maxi en Don Rosenbaum. Na een korte periode achter de productietafel, nam De Groot weer contact op met Nijgh en werden er plannen gemaakt voor een nieuwe plaat. Bert Paige en Tony Vos werden weer opgetrommeld en Ruud Engelander werd als extra tekstschrijver toegevoegd aan het team. Het resultaat kreeg de titel Hoe sterk is de eenzame fietser. De eerste single "Jimmy", genoemd naar zijn jongste zoon, bereikte de zesde plaats van de Top 40, zijn opvolger "Tante Julia" kwam niet verder dan de tipparade. De plaat werd bekroond met een Edison, een gouden en een platina plaat. Ondertussen speelde De Groot ook gitaar in de Amsterdamse rockband Tigers On Vaseline, waarmee hij twee singles uitbrengt. Phonogram bracht na het succes van de plaat een nieuw verzamelalbum uit: Boudewijn de Groot - Grootste hits. Na de succesvolle comeback werd De Groot gevraagd om samen met Nijgh ook de carrière van Rob de Nijs uit een dal te trekken. Nijgh schreef teksten, die door De Groot op muziek werden gezet en werden gearrangeerd door Bert Paige. De Groot was vervolgens als producer verantwoordelijk voor het eindresultaat. Zo maakten zij in deze periode de plaat In de uren van de middag, met daarop de hits Jan Klaassen de trompetter en Dag zuster Ursula, maar bijvoorbeeld ook een oude versie van Boudewijns latere succesnummer Avond. Later volgden hits als Malle Babbe, Mireille en Hé, speelman. In 1974 produceerde De Groot de eerste single van Henny Vrienten, die werd uitgebracht onder de naam Ruby Carmichael en deed hij producties voor Conny Vink en CCC Inc.. Ook nam hij een carnavalsversie op van Tante Julia samen met Nico Haak en de single Ik ben ik met een tekst van Ruud Engelander. In 1975 gooide De Groot het weer over een andere boeg, door de productie van zijn nieuwe plaat in eigen hand te houden. Hij schreef zijn teksten met René Daalder. Het resultaat was een zeer persoonlijke plaat met kleine arrangementen, onder de titel Waar ik woon en wie ik ben, waarop De Groot onder meer zingt over zijn moeder in NederlandsIndië en over de tol van de roem. De plaat werd gemixt in de Verenigde Staten en bevat bijdragen van Ernst Jansz en Hans Hollestelle. Na het verschijnen van de plaat reisde De Groot opnieuw naar Amerika, om hier enkele weken in Hollywood door te brengen en te werken aan nieuw, Engelstalig, materiaal. Na productieproblemen kwam hij met twee onklare nummers terug. Na zijn terugkomst ging hij op tour door Nederland en België, met in zijn begeleidingsband onder andere Vrienten en Ernst Jansz, die later verantwoordelijk zouden worden voor de successen van Doe Maar. Hierna stortte hij zich weer op zijn producerscarrière. Eerst kwam de elpee Kijken hoe het morgen wordt van De Nijs, waarop De Groot verantwoordelijk was voor bijna alle nummers
    en de teksten verzorgd werden door onder anderen Lennaert Nijgh en Ruud Engelander. Hierna richtte hij zich op de elpee Accent op Thérèse van Thérèse Steinmetz en Iemand die van je houdt van Willeke Alberti. Ook maakt hij voor het project Zing je moerstaal van de Boekenweek 1976 het nummer Kinderballade op een tekst van Gerrit Komrij. Hierna ging hij weer terug naar Amerika om een cursus arrangeren te volgen en bleef ditmaal ongeveer een jaar weg. In zijn afwezigheid bracht de platenmaatschappij wederom een verzamelalbum uit onder de naam Het beste van Boudewijn de Groot. Toen hij in 1979 terugkeerde naar Nederland ondernam hij een uitgebreide tour door Nederland en België en nam vervolgens het album Van een afstand op. Op het album, dat begin 1980 verscheen, stonden weer enkele klassieke De Groot/Nijgh-nummers, zoals Tip van de sluier, dat op single werd uitgebracht en gebruikt werd in de gelijknamige film van studiegenoot Frans Bromet, maar ook teksten van Ruud Engelander, René Daalder, Herman Pieter de Boer en Ernst Jansz. Op het laatste nummer liet hij zich bijstaan door zonen Marcel en Jim en op de voorkant van de plaat is dochter Caya te zien. In de zomer van 1980 keerde hij opnieuw terug naar Hollywood, om de cursus arrangeren af te ronden en zich verder te bekwamen in het schrijven van filmmuziek. In 1981 kwam hij even terug om een intensieve tournee te doen door Nederland en België. Opnames van deze tournee werden op elpee uitgebracht onder de titel Concert. In 1982 keerde De Groot voorgoed terug uit Amerika. Een nieuwe uitdaging lonkte toen hij door Phonogram Duitsland gevraagd werd een Duitstalige elpee op te nemen. Enkele oude nummers werden, vertaald, opnieuw gearrangeerd en in het Duits opgenomen, onder de titel Bo de Groot. De verwachtingen waren hoog gespannen, maar na slechte promotie van Phonogram in Duitsland stierf het project, na het verschijnen van het album, een stille dood. Ondertussen scoorde Hans de Booij een grote hit met Annabel, een nummer dat was blijven liggen bij de opnames van Van een afstand. De Groot had intussen, in Amerika, gewerkt aan teksten voor zijn nieuwe project, waarvoor hij zich liet inspireren door de futuristische wereld van Blade Runner. In 1984 verscheen de plaat Maalstroom, die een heel ander, killer, geluid liet horen dan men van De Groot gewend was. Alle nummers waren van zijn hand, op Vlucht in de werkelijkheid na, waarvan de tekst van de hand van Nijgh was en Code waarvan de muziek van Vrienten kwam. De Groot had de plaat zelf geproduceerd en gearrangeerd. De plaat maakte weinig indruk en bleef halverwege de hitlijsten hangen. Na het mislukken van het Maalstroom-project liet De Groot de popmuziek achter zich. Hij ging literaire thrillers en detectives vertalen, onder andere een aantal boeken van Stephen King en Scott Turow en stelde voor de IKON een televisieserie samen over verschillende stromingen in de Nederlandse popmuziek. Ook ging hij samenwerken met Pim de la Parra, met wie hij op de filmacademie gezeten had, waarvoor hij enkele filmsoundtracks produceerde en de hoofdrol speelde in diens film Let the music dance. Daarnaast schreef hij de muziek van twee films van Paul Ruven en produceerde hij platen van The Shooting Party, Bram Vermeulen, Stef Bos en Rowwen Hèze. In 1991 ging hij een nieuwe muzikale uitdaging aan, toen hij gevraagd werd om de rol van Anton Tsjechov op zich te nemen in de musical Tsjechov van Robert Long en Dimitri
    Frenkel Frank. In 1992 verscheen een opname van de musical op cd. Tot 1993 stond De Groot in de theaters met Tsjechov. In 1993 had De Groot in het huis van Nijgh een ontmoeting met diens ex-vrouw Anja Bak. De twee kregen een relatie en trouwden in 1995. Datzelfde jaar werd hij gevraagd voor de rol van Otto Frank in een toneelbewerking van het dagboek van Anne Frank. Begin jaren 90 herstelden Nijgh en De Groot hun vriendschap. Ondertussen werd het oude materiaal van De Groot herontdekt door een jongere generatie. Deejay Jan Douwe Kroeske nam hierop het initiatief om in 1995 een tributealbum uit te geven, waarop diverse artiesten nummers van De Groot speelden. Het animo voor de plaat was overweldigend en artiesten en bands als The Scene, Arno, Tröckener Kecks, Bettie Serveert, DaryllAnn, Rowwen Hèze, dEUS, Hallo Venray, De Dijk en de Nits namen een nummer op van De Groot. Aan het eind van het album stond een verborgen nummer, dat van de hand van De Groot zelf was: Een wonderkind van 50. Het nummer was een hernieuwde samenwerking tussen De Groot en Nijgh en bleek een voorproefje te zijn voor een nieuw album. In 1995 produceerde De Groot de cd Manen kweken van zijn zoon Marcel de Groot. In 1996 verscheen De Groots nieuwe plaat onder de titel Een nieuwe herfst. De teksten waren voornamelijk van Nijgh, maar er waren ook teksten van Ruud Engelander, Herman Pieter de Boer en Harm Schepers. Op de plaat staan naast een serie nieuwe nummers ook nummers die hij voor anderen geschreven had; dit mede doordat de tekstschrijvers niet aan de vraag voor nieuwe teksten konden voldoen. Zo staan op dit album Kijken hoe het morgen wordt en Avond, die eerder werden opgenomen door De Nijs en Annabel en Vrolijke violen, die eerder werden opgenomen door De Booy. Ook maakte De Groot gebruik van oude teksten van Nijgh aangezien deze slechts met moeite aan nieuwe teksten toekwam. De plaat werd opgenomen met onder anderen Ernst Jansz, Jan Hendriks en Jan de Hont, en werd gearrangeerd en geproduceerd door Jakob Klaasse. Het orkestrale geluid van de plaat deed weer denken aan het oude werk van De Groot, en de plaat werd bekroond met een gouden plaat. Hetzelfde jaar deed De Groot een serie optredens met het Metropole Orkest onder leiding van Dick Bakker. Hij speelde hier een aantal van zijn hits en liet zich daarbij bijstaan door collega's als Jan Rot, Fay Lovsky, dochter Caya, Elly Nieman en Hans Hollestelle. Ook deed Ernst Jansz mee. Hetzelfde jaar was De Groot de eregast tijdens Nekka-Nacht van de Flanders Expo in Gent, waarbij diverse artiesten een hommage aan hem brachten. Ook verscheen er een oeuvrebox onder de titel Wonderkind aan het Strand, waarvan een dubbel-cdversie, met een verzameling succesnummers, en een 4 cd-boxversie, met daarop divers bonusmateriaal als de Engelstalige singles en een bijgevoegd boek, uitkwamen. Ook besteedde de NCRV in het programma Classic albums aandacht aan het album Voor de overlevenden, waarop de plaat in geremixte versie werd uitgegeven. Later volgde ook Picknick. Hierop ging De Groot op tour met de band waarmee hij het album had opgenomen. De tour duurde al met al zo'n twee jaar en voerde De Groot langs de meeste grote concertzalen in Nederland en België. Aan het eind van de tour werd er een live
    dubbelalbum uitgebracht onder de titel Een hele tour waarop zowel het concert met het Metropole Orkest in de Amsterdamse Paradiso, als een bandconcert in de Gentse Vooruit stonden. In 1997 kwam de single Avond uit. Deze single wordt gezien als de grootste hit van Boudewijn de Groot. In 2005 kwam het lied, na een oproep van Radio 2 diskjockeys om eens op een ander nummer dan het tot dan toe heersende Bohemian Rhapsody van Queen te stemmen, voor het eerst op nummer 1 in de Nederlandse Top 2000. In 1998 werd De Groot beloond met een Edison voor zijn totale oeuvre en in 1999 werd hij, samen met Nijgh, benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In 2000 kreeg hij, als eerste artiest, de Radio 2 Zendtijdprijs toegekend. Tijdens het eraan verbonden Gala van het Nederlandse Lied bracht een keur van artiesten, waaronder Acda en De Munnik, Gé Reinders en De Nijs, een ode aan De Groots oeuvre in Schouwburg Orpheus. Tevens verscheen er een dvd met opnames van Hele tour onder de titel Tour. Hierna ging De Groot terug de theaters in, waar hij zijn rol van Tsjechov herhaalde. In 2001 speelde hij de rol van verteller in de musical Rocky over the Rainbow, die mede is geschreven door De Groots zoon Jim. In 2002 ging De Groot opnieuw met eigen werk op tournee. De band bestond voor het grootste gedeelte uit dezelfde muzikanten, met enkele kleine veranderingen. Zo werd Jakob Klaasse vervangen door Åke Danielson en de bassist Peter van Straten door Lené te Voortwis. De tour kreeg de naam Andere tijden mee. Voor het eerst in zes jaar werd er nieuw materiaal uitgeprobeerd, waaronder een aantal nummers die De Groot eerder schreef voor De Nijs en enkele teksten van Freek de Jonge. Een voorproefje werd gegeven met de mini-cd Andere tour, waarop de eerste resultaten te horen waren. Ondertussen werkte De Groot aan een album, dat enkel teksten van Nijgh zou bevatten. Deze bleek grote moeite te hebben om met nieuwe teksten op de proppen te komen. Eind dat jaar, op 28 november 2002, overleed Nijgh op 57-jarige leeftijd na een kort ziekbed. In 2003 hield De Groot een korte tour met het Limburgs Symfonie Orkest. In 2004 verscheen dan toch het nieuwe album, onder de titel Het eiland in de verte. De Groot mocht voor het album gebruikmaken van de archieven van Nijgh en had, kort voor diens dood, een aantal nieuwe teksten van hem gekregen. Andere teksten waren van de hand van Freek de Jonge, Jan Rot en Marcel Verreck. Datzelfde jaar vierde De Groot zijn tiende studioalbum, zijn 40-jarig artiestenjubileum en zijn 60e verjaardag. Dit vierde hij met een concertreeks onder de titel Eeuwige jeugd. De band had dezelfde samenstelling als de Andere Tijden-tour. Op 11 juli 2004 werd De Groot gelauwerd tijdens het slotconcert van de Vlaamse feestdag in Brussel, waarbij diverse Vlaamse artiesten een nummer van De Groot ten gehore brachten. Eind van het jaar trad hij wederom op met het Metropole Orkest (in theater Carré). Dat concert werd live uitgezonden op Radio 2. Ook kreeg hij een rol in de VRT-serie Flikken, waarin hij de Nederlandse rechercheur Robert Nieuwmanspeelde. Dat jaar eindigde hij ook op nr. 82 tijdens de verkiezing van De grootste Nederlander. Op 27 november 2005 bracht De Groot in De Philharmonie in Haarlem een zes uur durende hommage aan Nijgh, door alle 76 liedjes die ze samen gemaakt hadden in
    chronologische volgorde te spelen. Datzelfde jaar werd de dvd van de Eeuwige Jeugd jubileumtouruitgebracht en een cd/dvd van een optreden uit 2003 in de Ancienne Belgique in Brussel onder de titel Een avond in Brussel live. In 2006 ondernam De Groot opnieuw een tour met het Limburgs Symfonie Orkest en was hij een van de zangers op de Soundtrack van de Nacht van Vrienten, waarvoor hij het nummer Het jagen voorbij inbracht. In 2006 werd het idee geboren om weer een kleine plaat te maken, met de band, zonder verdere orkestratie. Deze plaat werd opgenomen in Nederland en afgemixt in Nashville. De teksten op de plaat zijn afkomstig van De Groot zelf, Nijgh, Jack Poels, Freek de Jonge en Willem Wilmink. Op 19 januari 2007 werd de cd uitgebracht onder de titel Lage Landen. De plaat kwam op 3 februari op 1 binnen in de albumlijsten, iets wat niet meer gebeurd was sinds Hoe sterk is de eenzame fietser. Op 26 maart 2007 kreeg hij een gouden plaat bij de latenight-talkshow Pauw & Witteman.[2] Na de plaat volgde een concertreeks waarvan de TROS op 27 oktober een registratie uitzond en de dvd Lage Landen: Tour 2007 verscheen. Op 3 oktober maakte De Groot bekend dat hij een sabbatical zou nemen in 2008, om tot rust te komen van het vele toeren. In september 2009 verscheen een 12 cd-box onder de titel Boudewijn de Groot – Complete studioalbums & curiosa. In datzelfde jaar startte de tour 'Wilde Jaren', die liep tot het begin van 2010. De band kreeg een vernieuwde samenstelling: In het seizoen 2012/2013 kondigde Boudewijn zijn laatste grote tournee aan, getiteld Vaarwel, misschien tot ziens. "Muziek zal er altijd zijn, zingen zal ik blijven doen tot het niet meer kan. Dus vaarwel, maar we zien elkaar hopelijk nog weleens terug, u en ik," schreef Boudewijn in het programmaboekje voor de tour[3]. Een nieuw album werd daarbij niet uitgesloten. Wegens groot succes werd de tour in het seizoen 2013-2014 verlengd, met als allerlaatste datum 14 mei 2014. Op die dag speelde Boudewijn in de Philharmonie in zijn thuisstad Haarlem, op de dag af 50 jaar na zijn eerste plaatopname, op 14 mei 1964 in de Phonogram-studio's in Hilversum. De band bestond uit Boudewijn de Groot, die de zang en akoestische gitaar voor zijn rekening nam, Ernst Jansz of Nick Bult, die elkaar achter de vleugel per tourdeel afwisselden, Jan Hendriks of Marcel de Groot, die elkaar ook per tourdeel als gitarist afwisselden, Monique Lansdorp als violiste, Bert Embrechts als basgitarist en Åke Danielson als toetsenist. In 2015 werd aan hem de Buma Lifetime Achievement Award toegekend. Op 17 april 2015 verscheen het album, Achter glas, dat op 25 april binnenkwam op nummer 1 in de Album Top 100. Daarnaast kwam de zanger met plannen om in 2016 op tournee te gaan met Henny Vrienten en George Kooymans onder de naam Vreemde Kostgangers. Na afloop van de tournee verschijnt in februari 2017 van het trio een album. In juni 2015 kondigde De Groot een korte tournee aan, getiteld Achter Glas, na de positieve reacties van fans op de site van De Groot. Het repertoire van de tournee, die liep van januari tot eind mei 2016, bestond uit de nummers van de nieuwe plaat, aangevuld met onbekendere nummers uit het oude repertoire. De zanger werd bijgestaan door drie muzikanten. Sinds 2016 speelt Boudewijn de Groot niet meer solo, maar treedt hij op met Henny Vrienten en George Kooijmans als de band Vreemde Kostgangers. In die naam zijn de eerste letters van deze 3 muzikanten verwerkt.





    20-05-2018 om 09:01 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    19-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 19 mei

    19 mei De Trans-Siberische spoorlijn (Russisch: Транссибирская магистраль, Transsibirskaja magistral), kortweg Transsib (Russisch: Транссиб), is de langste spoorlijn ter wereld en de belangrijkste lijn van Rusland. Deze transcontinentale spoorlijn is 9289 kilometer lang en strekt zich uit van Moskou dwars door Siberië naar Vladivostok. De Russische naam is Transsibirskaja magistral, ofwel 'Trans-Siberische hoofdroute'. De bekendste trein die via deze route rijdt is de Rossija. De eerste spoorlijn in Rusland was de privéspoorweg van tsaar Nicolaas I tussen Sint-Petersburg en zijn buitenverblijf in Tsarskoje Selo. In 1851 kwam de spoorlijn tussen Sint-Petersburg en Moskou gereed. Hierop stelde gouverneur-generaal Nikolaj Moeravjov van Siberië voor om een spoorlijn door Siberië te bouwen, deels over Chinees gebied. Dit werd vanwege de slechte politieke verhoudingen met China afgewezen. Ook de volgende dertig jaar werden vele voorstellen door de Russische autoriteiten afgewezen. In 1870 was de eerste spoorlijn door de Oeral aangelegd en toen Vladivostok in 1872 een belangrijke marinehaven werd, was er de noodzaak voor de bouw van een spoorlijn. Tsaar Alexander III stuurde op 17 maart 1891 een bevel aan zijn zoon, de latere Nicolaas II, die op dat moment op reis was in het oosten. Hij moest beginnen met een spoorlijn door Siberië. In 1891 werd met de bouw begonnen in de buurt van Vladivostok. Vanaf 3 december 1898 tot aan de Oktoberrevolutie van 1917reed de Transsiberië Express van de Compagnie Internationale des Wagons-Lits op dit traject. In 1901 was de lijn zover gevorderd dat treinen via China Vladivostok konden bereiken. Tot 1905 moesten treinen het Baikalmeer per veerboot oversteken. In 1913 kwam een lijn langs het meer gereed. Het laatste deel van de Transsib-lijn (de Amoerspoorweg) kwam in oktober 1916geheel gereed met de bouw van een brug over de Amoer bij Chabarovsk. Sinds 25 december 2002 is de lijn geheel geëlektrificeerd. De bekendste trein is de Rossija (eigennaam voor 'Rusland'), die om de dag van Moskou naar Vladivostok (treinnummer 2) en terug (treinnummer 1) rijdt. De trein doet zeven dagen over de gehele route. De Rossija wordt vaak abusievelijk Trans-Siberië Expres genoemd. Naast de Rossija zijn er nog diverse andere nachttreinen tussen de steden op de route. Ook de nachttreinen naar Peking via de Trans-Mongolische spoorlijn en de Trans-Mantsjoerische spoorlijn maken op een deel van hun route gebruik van de Transsib. Tussen Omsk en Moskou zijn meerdere routes. De hoofdroute is Moskou, Jaroslavl, Kirov, Jekaterinenburg en Omsk. Rond de grote steden maken ook forensentreinen gebruik van de lijn. Andere treinnamen (dienstregeling 1985[1]) zijn: Baikal: Moskou - Irkutsk Yennsei: Moskou - Krasnoyarsk Altay: Moskou - Omsk (via Kazan) Tomich: Moskou - Tayga - zijlijn naar Tomsk (via Kazan) Vanaf Ulan Ude rijden er treinen verder naar Ulan Bator (Mongolië) en Beijing (China). Vanaf Karimskoya rijden er treinen verder naar Harbin en Shenyang in China. Tevens was er in 1985 een regelmatige verbinding naar Pyongyang in Noord-Korea. In 1985 reden er nog veel treinen exclusief voor buitenlanders gecharterd voor de staatsreisbureau Intourist. De Transsib is vooral belangrijk voor goederentreinen. Een groot deel van het vrachtvervoer in Rusland vindt plaats op de Transsib. Voor Siberië is de lijn een echte levensader; veel plaatsen kwamen pas tot ontwikkeling na aanleg van de spoorlijn.
    Zowel de infrastructuur als de treinen worden door diverse spoorwegen geëxploiteerd, die echter allemaal onderdeel zijn van Russische staatsspoorwegen RZD. De lijn begint in het Jaroslavski-station in Moskou. Vanaf hier loopt de lijn via Nizjni Novgorod naar Kirov. Sinds 2001 nemen de meeste treinen, waaronder de Rossija, echter een noordelijkere route via Jaroslavl. Vanaf Kotelnitsj, ten westen van Kirov, rijden de treinen pas weer op de echte Transsib. Daarnaast is er nog een zuidelijke route vertrekkend vanaf Kazanskaja-station in Moskou tot Jekaterinenburg via Kazan. Ook tussen Jekaterinenburg en Omsk zijn er twee routes. Na 1777 kilometer, in de Oeral ten noorden van Jekaterinenburg staat een obelisk die de grens tussen Europa en Azië aangeeft. Het station van Jekaterinenburg heet overigens Sverdlovsk, zoals de stad heette ten tijde van de Sovjet-Unie. Hierna wordt het landschap gedurende lange tijd vlak. De lijn passeert Omsk en Novosibirsk. Bij Tajsjet takt de Baikal-Amoerspoorweg (Bajkalo-Amoerskaja Magistral, BAM) af. De BAM is de tweede trans-Siberische spoorlijn die ten noorden van de Transsib naar Sovjetskaja Gavan aan de Russische oostkust loopt. De Transsib bereikt vervolgens Irkoetsk. In het communistische tijdperk was dat de enige stad waar buitenlanders de reis mochten onderbreken. De stad ligt vlak bij het Baikalmeer. De Transsib vervolgt zijn weg langs de zuidkant van dit meer. Voorbij het Baikalmeer takt bij Oelan-Oede de Trans-Mongolische lijn af, die via de Mongoolse hoofdstad Ulaanbaatar naar China loopt. Bij Tsjita takt de TransMantsjoerische spoorlijn naar China af, de spoorlijn die de treinen tot 1913 namen om Vladivostok te bereiken. Vanaf hier blijft de Transsib parallel aan de Chinese grens oostwaarts lopen. Op twee plaatsen zijn er nog aftakkingen naar het noorden, die de Transsib met de BAM verbinden. Bij Chabarovsk maakt de lijn een scherpe draai naar het zuiden om de havenstad Vladivostok te bereiken. Vanaf Vladivostok is het mogelijk verder te reizen naar China of Noord-Korea. In 2007 werd bekend dat er vergevorderde plannen waren om de Transsib door te trekken naar Zuid-Korea.









    19-05-2018 om 10:16 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 19 mei

    19 mei Jacqueline Lee Bouvier (Jackie) Kennedy Onassis, bekend onder vele namen, onder andere Jackie Kennedy, Jackie Onassisen Jackie O., (Southampton (New York), 28 juli 1929 – New York, 19 mei 1994) was de Amerikaanse first lady van 1961 tot aan de dood van haar toenmalige echtgenoot, president John F. Kennedy in 1963. Ze zat naast hem in de auto toen hij werd doodgeschoten. Ze hertrouwde in 1968 met Aristoteles Onassis, een Griekse zakenman. Jacqueline Bouvier werd geboren in het Easthampton Hospital in Easthampton, New York. Ze was de oudste dochter van John Vernou Bouvier III (1891-1957) en Janet Norton Lee (1906-1989). Om hun aanzien te verhogen overdreven beide families over hun afkomst. De Bouviers vertelden dat ze afstamden van de koninklijke Fontaines uit Frankrijk en de Lee's zeiden dat ze van de Virginia Lee's afstamden. Jacqueline was voornamelijk van Ierse, Schotse en Engelse afkomst. Haar laatste Franse voorouder aan vaders kant was Michel Bouvier, haar overgrootvader die naar Philadelphia verhuisde. Ze had één zusje: Caroline Lee, die bekendstond als Lee, geboren in 1933. Haar vader, die de bijnaam "Black Jack" had, was een playboy; het feit dat hij altijd achter de vrouwen aanzat, leidde uiteindelijk tot de scheiding met Janet toen Jackie nog een jong meisje was. Tot ze 12 jaar was, verbleef ze elke zomer op het domein Lasata van haar grootouders in East Hampton waar ze leerde paardrijden op haar favoriete paard Danseuse. Nadat haar ouders officieel gescheiden waren in 1942 en haar moeder hertrouwd was, bleef ze paardrijden op de Hammersmith Farm van de Auchincloss familie. Ze hield van lezen, schilderen, gedichten schrijven en had een goede relatie met haar vader. De relatie met haar moeder was vaak afstandelijk. Opleiding en eerste baan[bewerken] 1935-1942 The Chapin School - New York - kleuterschool en lagere school 1942-1944 Holton Arms School - Bethesda, Maryland - lagere school en eerste jaar middelbaar 1944-1947 Miss Porter's School - Farmington, Connecticut - Middelbaar 1947-1949 Vassar College - Poughkeepsie, New York - College 1949-1950 Universiteit van Grenoble en de Sorbonne - Parijs, Frankrijk - uitwisselingsprogramma 1950-1951 George Washington University - Washington, D.C. – behaalt een graad in de Franse literatuur 1954 Georgetown University- Georgetown, Washington D.C. Amerikaanse geschiedenis Toen Jackie op Vassar College zat, werd ze "Debutante van het jaar" in 1947/48. In 1951 had ze haar eerste baan voor de krant Washington Times-Herald. Haar werk bestond erin vragen te stellen aan mensen die ze ontmoette in Washington. De vragen en amusante antwoorden verschenen dan in de krant. Hierdoor leerde ze senator John F. Kennedy kennen. Jacqueline Kennedy op Hammersmith Farm in Newport, Rhode Island op haar trouwdag in 1953.
    In december 1951 was Jackie verloofd met de jonge effectenmakelaar John Husted. Jackie pendelde tussen New York en Washington om John te ontmoeten. In New York verbleef ze in het appartement van haar vader, Black Jack Bouvier, die erg gesteld was op John. In maart 1952 werd de verloving echter verbroken, op advies van haar moeder. Zij vond dat Husted die $17000 per jaar verdiende niet rijk genoeg was hoewel zijn familie in hoog aanzien stond, ze vond hem ook onvolwassen. Jackie ontmoette John Kennedy (bijnaam Jack) voor het eerst op het huwelijk van een gemeenschappelijke vriend in 1948. Drie jaar later kwamen ze weer met elkaar in contact in mei 1951 op een etentje bij Charles en Martha Bartlett thuis. Kennedy vergezelde haar naar de auto, maar ontdekte dat Husted haar opwachtte. In de winter van dat jaar zagen ze elkaar op een evenement in Palm Beach, Florida. Nadat de verloving van Jackie verbroken werd hielden de Bartletts een nieuw etentje op 8 mei 1952 waarop de romance tussen Jack en Jackie ontlook. Ze trouwden op 12 september 1953 in Newport, Rhode Island. Haar bruidsjurk en die van de bruidsmeisjes werd ontworpen door Ann Lowe, een bekende modeontwerpster. De receptie werd op Hammersmith Farm gehouden met ruim 2000 gasten. Na de bruiloft keerden ze na een korte huwelijksreis terug naar Washington. In het begin van hun huwelijk ondervond senator Kennedy erg veel hinder van zijn rug door een oorlogsblessure; hij werd twee keer geopereerd. Terwijl hij herstelde van de operatie moedigde Jackie hem aan om een boek te schrijven, Profiles in Courage dat gaat over senatoren die hun carrières riskeerden om te vechten voor zaken waarin ze geloofden. Het boek kreeg de Pulitzer-prijs voor biografie in 1957. Het huwelijk verliep niet probleemloos, deels door Johns gezondheidsproblemen maar evenzeer door zogeheten verhoudingen - beide werden voor het publiek verborgen gehouden. De eerste vijf jaar van hun huwelijk woonden ze in een huis op de N Street in Georgetown, Washington. Jacqueline spendeerde in deze eerste huwelijksjaren veel van haar tijd en geld aan het herinrichten van het huis en het kopen van kleren. In 1956 werd ze voor het eerst zwanger; het zou een meisje worden dat ze Arabella noemden maar ze kreeg een miskraam. Een jaar later zou ze een dochter krijgen, Caroline. Jacqueline was erg gesteld op haar schoonvader, Joseph P. Kennedy die op zijn beurt ook op zijn schoondochter gesteld was. Hij zag dat zij veel PR-potentie had als vrouw van een politicus. Haar relatie met Rose Kennedy was meer afstandelijk. Ze kon het ook goed vinden met haar zwager Bobby. Ze kon echter niet zo goed omgaan met de competitieve en sportieve eigenschap van de Kennedy clan; ze was stiller en meer gereserveerd. Liever bracht ze de tijd alleen met John door dan met de hele familie erbij. De Kennedy zusters noemden haar "de deb" (debutante) en Jackie was er nooit happig op om mee te doen aan de familiale touch-football wedstrijden. Eén keer brak ze haar been in een honkbalwedstrijd met de familie





    19-05-2018 om 10:14 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    18-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.citaten




    18-05-2018 om 09:03 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 18 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    18 mei De Franse hogesnelheidstrein haalde een snelheid van 553 kilometer per uur.
    Het vorige record voor de TGV dateert van mei 1990. Toen haalde de hogesnelheidstrein een snelheid van 515,3 kilometer per uur. Het nieuwe record werd gevestigd ter hoogte van het dorpje Passavant-en-Agonne, op ongeveer 190 kilometer ten oosten van Parijs. Het bericht stond gisteren in de Franse krant Le Parisien, maar de Franse spoorwegen SNCF hebben het nog niet bevestigd.
    De nieuwe rechtstreekse lijn tussen Parijs en Straatsburg wordt als alles volgens plan loopt op 10 juni geopend. De rit tussen de twee steden zal in totaal 140 minuten beslaan.
    Het nieuwe record werd gehaald met een speciaal uitgeruste trein, die was samengesteld uit twee locomotieven en drie rijstellen.
    De commerciële snelheid van de TGV ligt trouwens een stuk lager dan die recordsnelheden. De TGV spoort momenteel door Frankrijk met topsnelheden van 300 tot 320 kilometer per uur. De Fransen hebben wel plannen om die commerciële snelheid geleidelijk op te trekken naar 360 kilometer per uur om de luchtvaartmaatschappijen nog meer de duvel aan te doen. De snelste gemiddelde snelheid tussen twee stations werd in 2005 opgetekend. De TGV legde toen het traject tussen Lyon en Aix-en-Provence af met een snelheid van 263,3 kilometer per uur.
    De TGV is daarmee de snelste conventionele trein. De Japanse magneetzweeftrein Maglev speelt nog in een andere categorie. Die trein haalde in Japan op 2 december 2003 een snelheid van 581 kilometer per uur. Met zo'n magneetzweeftrein gebeurde in september vorig jaar een zwaar ongeluk in Duitsland.

    18-05-2018 om 09:02 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 18 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    18 mei Jacqueline Cochran (11 mei 1906 - 9 augustus 1980) was een pionier op het gebied van de Amerikaanse luchtvaart en een van de meest prominente racepiloten van haar generatie. Ze leverde een belangrijke bijdrage aan de vorming van hetvrouwenhulpkorps voor oorlog in oorlogstijd (WAAC) en piloten voor vrouwelijke luchtmacht (WASP). Jacqueline Cochran, geboren Bessie Lee Pittman, in Pensacola , (sommige bronnen wijzen erop dat ze in DeFuniak Springs was geboren) ]in de Florida Panhandle , was de jongste van de vijf kinderen van Mary (Grant) en Ira Pittman, een deskundige millwright die van stad naar stad verhuisde zaagmolens aan het opzetten en herwerken. Hoewel haar familie niet rijk was, was de kinderjaren van Cochran in het kleine Florida vergelijkbaar met die in andere families van die tijd en plaats. In tegenstelling tot sommige verhalen, was er altijd eten op tafel en werd ze niet geadopteerd, zoals ze vaak beweerde. Rond 1920 (ze zou 13 of 14 jaar oud zijn geweest) trouwde Bessie met Robert Cochran en kreeg een zoon, Robert, die op 5- jarige leeftijd in 1925 stierf. Na het einde van het huwelijk behield Bessie de naam Cochran en begon Jacqueline of 'Jackie' als haar voornaam te gebruiken.Cochran werd toen een kapper en kreeg een baan in Pensacola, uiteindelijk slingerend in New York City. Daar gebruikte ze haar uiterlijk en persoonlijkheid om een baan te krijgen in een prestigieuze salon aan Saks Fifth Avenue. Hoewel Cochran haar familie en haar verleden ontkende, bleef ze in contact met hen en voorzag ze in de loop der jaren. Sommige van haar familie verhuisden zelfs naar haar ranch in Californië nadat ze hertrouwd was. Ze kregen echter de opdracht om altijd te zeggen dat ze haar geadopteerde familie waren. Cochran wilde blijkbaar de vroege hoofdstukken van haar leven verbergen voor het publiek en was succesvol tot na haar dood. Pas later ontmoette Cochran Floyd Bostwick Odlum , oprichter van Atlas Corp. en CEO van RKO in Hollywood . Veertien jaar ouder dan zij, stond hij bekend als een van de 10 rijkste mannen ter wereld. Odlum raakte gecharmeerd van Cochran en bood aan haar te helpen bij het opzetten van een cosmeticabedrijf. Nadat een vriend haar een rit in een vliegtuig had aangeboden, begon Cochran begin jaren 30 vlieglessen te nemen op het vliegveld Long Island, Long Island en leerde hij in slechts drie weken een vliegtuig te besturen. Ze soleerde vervolgens en binnen twee jaar verkreeg ze haar commerciële vliegbrevet. Odlum, met wie ze in 1936 na zijn scheiding trouwde, was een slimme financier en slimme marketeer die de waarde van publiciteit voor haar bedrijf inzag. Ze noemde haar lijn van cosmetica Wings to Beauty , en vloog met haar eigen vliegtuig door het land om haar producten te promoten. Jaren later gebruikte Odlum zijn Hollywood-verbindingen om Marilyn Monroe haar lijn lippenstift te laten bevestigen. Bekend door haar vrienden als "Jackie", en met behoud van de naam Cochran, was ze een van de drie vrouwen die deelnam aan de MacRobertson Air Race in 1934. In 1937 was ze de enige vrouw die meedeed aan de Bendix-race en werkte met Amelia Earhartom de race naar vrouwen te openen. Dat jaar stelde ze ook een nieuw nationaal snelheidsrecord voor vrouwen. In 1938 werd ze beschouwd als de beste vrouwelijke piloot in de Verenigde Staten. Ze had de Bendix gewonnen en een nieuw transcontinentaal snelheidsrecord en hoogterecords neergezet. Cochran was de eerste vrouw die een bommenwerper over de Atlantische Oceaan vloog. Ze won vijf Harmon-trofeeën . Ook wel de "Speed Queen" genoemd, op het moment van haar dood, heeft geen enkele piloot meer snelheids-, afstands- of hoogtemeldingen in de luchtvaartgeschiedenis bijgehouden dan Cochran. Voordat de Verenigde Staten zich bij de Tweede Wereldoorlog aansloten, maakte Cochran deel uit van "Wings for Britain", een organisatie die Amerikaanse vliegtuigen naar Groot
    Brittannië heeft overgebracht en de eerste vrouw is die een bommenwerper (een Lockheed Hudson V ) over de Atlantische Oceaan vliegt. In Groot-Brittannië bood zij haar diensten aan aan de Royal Air Force .Gedurende een aantal maanden werkte ze voor de British Air Transport Auxiliary (ATA), werven gekwalificeerde vrouwelijke piloten in de Verenigde Staten en bracht hen naar Engeland waar ze zich bij de ATA voegden. Cochran bereikte de rang van Flight Captain in de ATA. In september 1939 schreef Cochran aan Eleanor Roosevelt om het voorstel in te dienen om een divisie voor damesvliegtuigen te starten in de Army Air Forces. Ze was van mening dat gekwalificeerde vrouwelijke piloten al het huishoudelijke, niet-militaire luchtvaartwerk konden doen dat nodig was om meer mannelijke piloten vrij te laten voor gevechten. Ze stelde zich voor dat ze de leiding had over deze vrouwen, met dezelfde status als kolonel Oveta Culp Hobby , die toen de directeur was van het hulpkorps voor vrouwen van het leger (WAAC). (De WAAC kreeg op 1 juli 1943 de volledige militaire status, waardoor ze deel werden van het leger. Tegelijkertijd werd de eenheid omgedoopt tot Women's Army Corps (WAC).) Datzelfde jaar schreef Cochran een brief aan luitenant-kolonel Robert Olds , die op dat moment hielp bij het organiseren van het Air Corps Ferrying Command voor het luchtkorps. (Ferrying Command was oorspronkelijk een koeriers- / vliegtuigdienst, maar evolueerde naar de luchttransportafdeling van de Army Air Forces (VSAF) van de Verenigde Staten als het luchtvervoerscommando ). In de brief suggereerde Cochran dat vrouwelijke piloten worden ingezet om non-combat missies te vliegen voor het nieuwe commando. Begin 1941 vroeg Olds aan Cochran om uit te zoeken hoeveel vrouwelijke piloten er in de Verenigde Staten waren, wat hun vlieguren waren, hun vaardigheden, hun interesse om naar het land te vliegen en persoonlijke informatie over hen. Ze gebruikte gegevens van de Civil Aeronautics Administration om de gegevens te verzamelen. Ondanks piloottekorten was luitenant-generaal Henry H. 'Hap' Arnold de persoon die overtuigd moest worden dat vrouwelijke piloten de oplossing waren voor zijn personeelsproblemen. Arnold, hoofd van het luchtkorps, ging door als commandantgeneraal van de luchtmacht van het leger bij de oprichting in juni 1941. Hij wist dat vrouwen met succes in de ATA in Engeland werden gebruikt, dus stelde Arnold voor dat Cochran een groep gekwalificeerde vrouwelijke piloten zou meenemen naar kijk hoe het met de Britten ging. Hij beloofde haar dat er geen beslissingen zouden worden genomen over vrouwen die naar de USAAF vlogen, totdat ze terugkeerde. Toen Arnold Cochran vroeg om naar Groot-Brittannië te gaan om de ATA te bestuderen, vroeg Cochran 76 van de meest gekwalificeerde vrouwelijke piloten - geïdentificeerd tijdens het onderzoek dat ze eerder had gedaan voor Olds - om mee te gaan naar de ATA. De kwalificaties voor deze vrouwen waren hoog: ten minste 300 uur vliegtijd, maar de meeste vrouwelijke piloten hadden meer dan 1.000 uur. Degenen die in Canada aankwamen, ontdekten dat de uitspoelingsgraad ook hoog was. Een totaal van 25 vrouwen slaagden voor de tests en twee maanden later in maart 1942 gingen ze met Cochran naar Groot-Brittannië om zich bij de ATA aan te sluiten. Terwijl Cochran in september 1942 in Engeland was, keurde generaal Arnold de oprichting van het Women's Auxiliary Ferrying Squadron (WAFS) goed onder leiding van Nancy Harkness Love . De WAFS begon op New Castle Air Base in Wilmington, Delaware, met een groep vrouwelijke piloten wiens doel het was militaire vliegtuigen te vervoeren. Toen hij over de WAFS hoorde, keerde Cochran onmiddellijk terug uit Engeland. Cochran's ervaring in Groot-Brittannië met de ATA overtuigde haar ervan dat vrouwelijke piloten getraind konden worden om veel meer te doen dan veerdiensten. Arnold lobbyde voor
    uitgebreide vliegmogelijkheden voor vrouwelijke piloten en bekrachtigde de oprichting van het Women's Flying Training Detachment (WFTD) onder leiding van Cochran. In augustus 1943 fuseerden de WAFS en de WFTD tot de Women Airforce Service Pilots (WASP) met Cochran als regisseur en Nancy Love als hoofd van de divisie ferrying. Als directeur van de WASP begeleidde Cochran de training van honderden vrouwelijke piloten op het voormalige Avenger Field in Sweetwater, Texas van augustus 1943 tot december 1944. Voor haar dienst in de oorlog ontving zij de Distinguished Service Medal (DSM) in 1945. Haar prijs van de DSM werd aangekondigd in een persbericht van het Ministerie van Oorlog gedateerd op 1 maart 1945, waarin stond dat Cochran de eerste vrouwelijke burger was die de DSM ontving. was toen de hoogste non-combat award die werd uitgereikt door de regering van de Verenigde Staten. (In werkelijkheid ontvingen enkele burgervrouwen de DSM echter voor de dienst tijdens de Eerste Wereldoorlog, waaronder Hannah J. Patterson en Anna Howard Shaw van de Raad voor Nationale Defensie , Evangeline Booth van het Leger des Heils en Mary V Andress en Jane A. Delano van het Amerikaanse Rode Kruis .) Aan het einde van de oorlog werd Cochran ingehuurd door een tijdschrift om verslag uit te brengen over wereldwijde naoorlogse gebeurtenissen. In deze rol was ze getuige van de overgave van de Japanse generaal Tomoyuki Yamashita op de Filippijnen en was toen de eerste niet-Japanse vrouw die Japan na de oorlog binnenging (nodig citaat ) en deelnam aan de processen in Neurenberg in Duitsland. Op 9 september 1948 voegde Cochran zich bij de US Air Force Reserve als luitenantkolonel . Ze werd gepromoveerd tot kolonel in 1969 en ging met pensioen in 1970. ] Ze was, waarschijnlijk, de eerste vrouwelijke piloot in de luchtmacht van de Verenigde Staten. [ nodig citaat ] Tijdens haar carrière in het Reserve van de Luchtmacht, ontving zij drie toekenning van het Distinguished Flying Cross voor diverse verwezenlijkingen vanaf 1947 tot 1964. Na de oorlog begon Cochran met het vliegen met het nieuwe straalvliegtuig en ging door met het instellen van een groot aantal records; meest opvallende, ze werd de eerste vrouwelijke piloot die " supersonisch " ging. In 1952 besloot Cochran, toen 47 jaar oud, om het wereldrecord snelheid voor vrouwen uit te dagen, dat toen in handen was van Jacqueline Auriol . Ze probeerde een F-86 van de Amerikaanse luchtmacht te lenen, maar werd geweigerd. Ze werd voorgesteld aan een Air Vice-Marshal van de RCAF die, met toestemming van de Canadese minister van Defensie, ervoor zorgde dat ze 19200 leende, de enige Saber 3. Canadair stuurde een 16koppig supportteam naar Californië voor de poging. Op 18 mei 1953 stelde mevr. Cochran een nieuw snelheidsrecord van 100 km op 1.050.15 km / h (652.5 mph). Later op 3 juni plaatste ze een nieuw gesloten circuitrecord van 15 km van 1078 km / h (670 mph). Aangemoedigd door de toenmalige majoor Chuck Yeager , met wie Cochran een levenslange vriendschap had, vloog op 18 mei 1953 in Rogers Dry Lake, Californië, Cochran met de Sabre 3 met een gemiddelde snelheid van 652.337 mph. In de loop van deze run werd de Sabre supersonisch en Cochran werd de eerste vrouw die de geluidsbarrière doorbrak. Tussen haar vele prestaties in de geschiedenis, van augustus tot oktober 1961, stelde Cochran als consultant van Northrop Corporation een reeks snelheids-, afstands- en hoogterecords vast tijdens het vliegen met een Northrop T-38A-30-NO Talon supersonische trainer, serienummer 60-0551 . Op de laatste dag van de recordserie stelde
    ze twee wereldrecords van de Fédération Aéronautique Internationale (FAI) vast, waarbij ze de T-38 nam naar hoogten van 55.252.625 voet (16.841 meter) in horizontale vlucht en een piekhoogte van 56.072.835 voet (17.091 meter) bereikte . Cochran was ook de eerste vrouw die landde en vertrok van een vliegdekschip , de eerste vrouw die een bommenwerper over de Noord-Atlantische Oceaan (in 1941) piloot en later een straalvliegtuig op een transatlantische vlucht vloog, de eerste piloot die een blinde maakte (instrument) landing , de enige vrouw die ooit president werd van de Fédération Aéronautique Internationale (1958-1961), de eerste vrouw die een vliegtuig met vaste vleugels vloog over de Atlantische Oceaan, de eerste piloot die boven 20.000 voet (6,096 meter) vloog ) met een zuurstofmasker en de eerste vrouw die deelneemt aan de Bendix Transcontinental Race. Ze houdt nog steeds meer afstands- en snelheidsrecords bij dan elke piloot die levend of dood is, man of vrouw. Vanwege haar interesse in alle vormen van luchtvaart vloog Cochran in de vroege jaren zestig met de Goodyear Blimp Captain RW Crosier in Akron, Ohio. In de jaren zestig was Cochran een sponsor van het Mercury 13- programma, een vroege poging om het vermogen van vrouwen om astronauten te zijn te testen. Dertien vrouwelijke piloten hebben dezelfde voorlopige tests doorstaan als de mannelijke astronauten van het Mercury-programma voordat het programma werd geannuleerd. Het was nooit een NASA- initiatief, hoewel het werd geleid door twee leden van de NASA Life Sciences Committee, waarvan één, William Randolph Lovelace II , een goede vriend was van Cochran en haar man. Hoewel Cochran aanvankelijk het programma ondersteunde, was zij later verantwoordelijk voor het uitstellen van verdere testfasen, en brieven van haar aan leden van de Marine en de NASA die hun bezorgdheid uitten over de vraag of het programma correct zou worden uitgevoerd en in overeenstemming met NASA-doelen kan aanzienlijk hebben bijgedragen tot de uiteindelijke annulering van het programma. Het is algemeen aanvaard dat Cochran zich tegen het programma keerde uit bezorgdheid dat zij niet langer de meest prominente vrouwelijke vlieger zou zijn. Op 17 en 18 juli 1962 organiseerde afgevaardigde Victor Anfuso ( R - NY ) openbare hoorzittingen voor een speciale subcommissie van de House Committee on Science and Astronautics [39] om te bepalen of de uitsluiting van vrouwen uit het astronautprogramma discriminerend was, tijdens waarop John Glenn en Scott Carpenter hebben getuigd tegen toelating van vrouwen tot het astronautenprogramma. Cochran zelf debatteerde tegen het brengen van vrouwen in het ruimteprogramma, zeggend dat de tijd van de essentie was, en het vooruitgaan zoals gepland was de enige manier om de Sovjets in de Ruimterace te slaan. (Geen van de vrouwen die de tests hadden gehaald, waren militaire straalvliegers en evenmin hadden ze ingenieursdiploma's, wat de twee fundamentele ervaringskwalificaties waren voor potentiële astronauten.Vrouwen mochten op dat moment geen militaire jet-testpiloten zijn. ze hadden echter allemaal meer vliegervaring dan de mannelijke astronauten.) "De NASA vereiste dat alle astronauten afgestudeerden zijn van militaire jagerproefrouteprogramma's en ingenieursdiploma's hadden. In 1962 konden geen enkele vrouw aan deze vereisten voldoen." Dit beëindigde het Mercury 13programma. Veelbetekenend is dat de hoorzittingen twee jaar voordat de Civil Rights Act van 1964 dit illegaal maakte, de mogelijkheid van discriminatie op grond van geslacht hebbenonderzocht, waardoor deze hoorzittingen een signaal vormden van hoe ideeën over vrouwenrechten doordrongen waren van het politieke discours nog voor ze in de wet waren verankerd.
    Cochran en Chuck Yeager worden door president Dwight Eisenhower gepresenteerd met de Harmon International Trophies Een levenslange republikein, Cochran, zou als gevolg van haar betrokkenheid bij de politiek en het leger goede vrienden worden met generaal Dwight Eisenhower . In het begin van 1952 hielpen zij en haar man een grote bijeenkomst bij Madison Square Garden in New York, ter ondersteuning van een presidentiële kandidatuur van Eisenhower. De rally werd gedocumenteerd op film en Cochran vloog hem persoonlijk naar Frankrijk voor een speciale vertoning op het hoofdkantoor van Eisenhower. Haar inspanningen bewezen een belangrijke factor in het overtuigen van Eisenhower om voor President van de Verenigde Staten in 1952 te lopen en zij zou een belangrijke rol spelen in zijn succesvolle campagne. Goede vrienden daarna, Eisenhower bezocht haar en haar man vaak op hun ranch in Californië en schreef zijn memoires daar na zijn vertrek. Politiek ambitieus, Cochran liep voor het Congres in 1956 uit het 29e Congressional District van Californië als de kandidaat van de Republikeinse Partij . Haar naam verscheen gedurende de hele campagne en op de stemming als Jacqueline Cochran-Odlum. Hoewel ze een veld van vijf mannelijke tegenstanders versloeg om de Republikeinse nominatie te winnen, verloor ze bij de algemene verkiezingen een nauwe verkiezing voor de Democratische kandidaat en het eerste Aziatisch-Amerikaanse congreslid Dalip Singh Saund . Saund won met 54.989 stemmen (51.5%) voor Cochran's 51.690 stemmen (48,5%). Haar politieke tegenslag was een van de weinige mislukkingen die ze ooit had meegemaakt en ze heeft nooit een nieuwe poging gedaan. Degenen die Cochran kenden, zeiden dat het verlies haar de rest van haar leven hinderde Cochran staat op de vleugel van haar F-86 en praat met Chuck Yeager en Canadair's hoofdtestpiloot Bill Longhurst Cochran stierf op 9 augustus 1980 in haar huis in Indio, Californië, dat ze met haar man deelde. Ze was een lange tijd resident van de Coachella Valley en ligt begraven op de Coachella Valley Public Cemetery. Ze maakte regelmatig gebruik van Thermal Airport in de loop van haar lange carrière in de luchtvaart. De luchthaven, die de naam Desert Resorts Regional had gekregen, werd ter ere opnieuw benoemd tot Jacqueline Cochran Regional Airport . Cochran's luchtvaartprestaties hebben nooit de aanhoudende aandacht van de media gekregen, die van Amelia Earhart, maar dat kan gedeeltelijk worden toegeschreven aan de fascinatie van het publiek voor degenen die jong sterven op het hoogtepunt van hun carrière. Ook verminderde Cochran's gebruik van de enorme rijkdom van haar echtgenoot de vodden-tot-rijkdom-aard van haar verhaal. Desalniettemin verdient ze een plaats in de gelederen van beroemde vrouwen in de geschiedenis als een van de beste vliegeniers ooit, en een vrouw die haar invloed vaak heeft gebruikt om de zaak van vrouwen in de luchtvaart te bevorderen. Ondanks haar gebrek aan formele scholing, had Cochran een snelle geest en een affiniteit met het bedrijfsleven en haar investering in de cosmetica was lucratief. Later, in 1951, stemde de Kamer van Koophandel in Boston haar als een van de 25 vooraanstaande zakenvrouwen in Amerika. In 1953 en 1954 noemde de Associated Press haar "Woman of the Year in Business".
    Gezegend door roem en rijkdom schonk Cochran veel tijd en geld aan liefdadigheidswerken, vooral aan mensen met verarmde achtergronden zoals die van haar.

    18-05-2018 om 09:00 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 17 mei

    17 mei Donna Summer, pseudoniem van LaDonna Adrian Gaines ( Boston, 31 december 1948 – Key West, 17 mei 2012), was een Amerikaans zangeres, songwriter en artieste. Ze was het bekendst van haar discohits uit de jaren 70, die haar de bijnaam "koningin van de disco" opleverden. Als een van de weinige discosterren slaagde ze er ook in om later met andere genres, zoals de r&b, hits te blijven scoren. Summer groeide op in een gezin van zeven kinderen met vrome, christelijke ouders. Ze werd beïnvloed door de Amerikaanse gospelzangeres Mahalia Jackson en zong in haar jeugd in de kerk. Naar eigen zeggen had ze tijdens haar eerste solo een goddelijke openbaring, waarin haar te verstaan werd gegeven haar stem te gebruiken om een ster te worden. Als tiener formeerde ze kleine zanggroepjes, met onder anderen haar zus en een nicht. Gezamenlijk imiteerden ze muziekgroepen als The Supremes en Martha & The Vandellas. Aan het eind van de jaren 60 werd ze beïnvloed door Janis Joplin. Ze staakte haar opleiding en werd leadzanger van een psychedelische-rockgroep, Crow. In 1968 deed ze auditie voor de rol van Sheila in de Broadwaymusical Hair. Ze kreeg de rol niet, maar toen de musical naar Europa ging werd deze haar alsnog aangeboden. Zo vertrok ze naar Duitsland, waar ze tijdens een langdurig verblijf onder meer meezong in de musicals Godspell en Show Boat en zich aansloot bij de Weense Volksopera (de Volksoper Wien). Nadat ze in München was gaan wonen, trouwde Gaines met de Oostenrijkse acteur Helmuth Sommer en nam daarna haar artiestennaam Donna Summer aan, een verengelsing van het Duitse woord Sommer (zomer). In 1971 kwam ze in Nederland met haar eerste solosingle Sally Go Round the Roses, maar haar eerste grote internationale hit scoorde ze in 1974 met The Hostage. Summer tekende daarvoor een albumcontract in Nederland en bleef daarna een graag geziene gast bij AVRO's Toppop. Lady of the Night is de titel van het album uit 1974, met daarop de internationale hit The Hostage en de vooral in Nederland succesvolle single Lady of the Night(eigenlijk een Engelstalige smartlap over een prostituee/escortmeisje). Met deze laatste single brak Donna Summer in Nederland in 1974 door. Het was haar eerste doorbraak als soloartieste, dankzij optredens met de singles Lady of the Night en The Hostage in de in die jaren satirische en vaak controversiële televisieshow Van Oekel's Discohoekvan Dolf Brouwers alias Sjef van Oekel. Bovendien werd Nederland in die tijd als belangrijk trendsettend land gezien voor de popmuziek. Nederland was min of meer de bakermat van haar succes. Haar eerste album werd echter een matig succes. Donna Summer bracht de volgende jaren veel singles uit. In 1975 werd in veel landen Love To Love You Baby uitgebracht. Het nummer sloeg in als een bom. Het orgastische gekreun dat de zangeres in dit nummer ten gehore bracht, was een tijd lang het gesprek van de dag. Het nummer schoot in veel landen naar de eerste plaats in de hitlijsten. In de VS werd het nummer eerst niet uitgebracht, maar wel door enkele radiozenders gedraaid als import uit Europa. Uiteindelijk werd het ook in de Verenigde Staten uitgebracht en ook daar een grote hit. Een aantal radiozenders boycotte de single echter wegens de obscene geluiden. Maar haar naam werd wel gevestigd. Op dezelfde leest als Love to love you baby waren de nummers Could it be magic (1976) en Down deep inside (1977) geschoeid. Het laatste was de titelsong uit de film The Deep met in de
    hoofdrollen onder anderen Nick Nolte, geproduceerd door John Barry (die ook onder andere James Bond produceerde). In de jaren daarna bracht Summer meerdere singles uit, die allemaal grote hits werden. Er werd in die periode gezegd dat "alles wat Donna Summer aanraakt, verandert in goud". Ze kreeg in 1975-1976 de officiële titel The Queen of Disco en de officieuze titel The First Lady of Love, de laatste mede vanwege haar vele min of meer erotisch getinte liefdesliedjes in die periode. Ze was een van de weinige discoartiesten die ook veel aandacht aan elpees besteedt. Een greep uit de vele singles die ze uitbracht: Spring Affair en Winter Melody (1976) I Love You I Feel Love en I Remember Yesterday (1977) Heaven Knows MacArthur Park (een discocover van de hit van Richard Harris) Last Dance (1978, uit de discofilm Thank God It's Friday) Hot Stuff, Bad Girls en No More Tears (Enough is Enough) (1979) No more tears (Enough is enough) was een duet samen met Barbra Streisand. Het werd een wereldhit en de eerste platina maxisingle in de Verenigde Staten. Bekend is dat beide diva's zo onder de indruk van de ander waren, dat ze (ondanks eerdere pogingen) het nummer apart hebben ingezongen. De langzame intro is zelfs door de songwriters voor Streisand geschreven, omdat disco toch meer Summer op het lijf geschreven was. Summer heeft in 1978-1979 vier nummer 1-hits op rij weten te scoren in de Billboard Hot 100. Dat was toen een unicum en voor zover bekend is dat nadien door geen enkele andere artiest geëvenaard. Daarna volgde nog eind 1979 de grote hit On the Radio, waarna Summer compleet instortte. De enorme druk van haar grote successen was ondraaglijk geworden en ze kreeg psychische en gezondheidsklachten. Ze keerde terug tot het geloof (christendom) en krabbelde begin jaren 80 weer uit haar diepe dal omhoog. Summer sloeg na dit herstel begin jaren 80 een geheel andere weg in, zowel persoonlijk als artistiek. Dit wellicht omdat ze meer het eigen heft in handen nam wat haar imago en muzikale richting betrof. Dat is ook duidelijk terug te vinden in haar nummers. Er stonden vanaf toen regelmatig nummers op haar albums met invloeden van de gospel. Regelmatig benadrukte ze dat ze haar inspiratie putte uit haar geloof en God. Er ontstond een gerucht[1] dat Summer zich tegen homoseksuelen had uitgelaten, wat nooit echt is bewezen en zelfs publiekelijk door haar is ontkend. Toch blijft dit gerucht regelmatig de kop opsteken. Vermeld dient hier wel te worden dat zij daarna mee heeft gedaan aan vele benefietoptredens en donaties voor homoseksuelen. Haar carrière leefde vervolgens weer wat op, maar zakte midden jaren 80 weer in. Summer was nog steeds verbonden als The Queen of Disco met haar glorieuze discoperiode en kon zich na het einde van de discohype moeilijk daarvan lostrekken. Of waren het haar bewonderaars die Summer als discokoningin bleven zien? Wel is zij de enige superster die de discoperiode blijvend heeft nagelaten. Het nieuwe album The Wanderer in 1980 was een matig succes, en het volgende album, I'm a Rainbow, werd niet uitgebracht in 1981, maar pas in 1996. De reden is dat David Geffen van Geffen Records de plaat niet goed genoeg vond, en hierna Summer combineerde met Quincy Jones. Het was de bedoeling van de producenten dat dat haar
    hoogtepunt zou gaan worden in haar carrière. Verder eindigde in die tijd de langdurige samenwerking met Giorgio Moroder en Pete Belotte. Het album dat in 1982 uitkwam heet Donna Summer. Met het nummer State of independence (oorspronkelijk van Vangelis en Jon Anderson) scoorde ze in 1982 een nummer 1-hit in de Top 40. In de Nationale Hitparade kwam het tot de derde plaats. Grote namen die in het achtergrondkoor zitten, zijn onder anderen Michael Jackson, Lionel Richie, Dionne Warwick, Quincy Jones, Stevie Wonder, Christopher Cross en Brenda Russell. Het album verkocht uiteindelijk goed, maar zou niet haar bestverkochte album worden; dat is nog steeds het album Bad Girls uit 1979. Verdere hits van het album uit 1982 zijn Love Is In Control (Finger on the Trigger) en The Woman in Me. In 1983 scoorde ze nog een hit met She Works Hard for the Money. De overige singles uit 1982 en 1983 scoorden nog redelijk. Het album uit 1984 (Cats Without Claws), met onder andere de matig scorende hit Supernatural Love en There Goes My Baby, scoorde ook als album redelijk. Wel kreeg ze een Grammy voor het gospelnummer Forgive Me. Het volgende album uit 1987 (All Systems Go) scoorde zelfs matig, evenals de twee singles daarvan (All Systems Go en Dinner with Gershwin). Steeds meer nam het succes af, tot ze eind jaren 80 ging samenwerken met Stock, Aitken & Waterman. Van dit album komen de grote hits I Don't Wanna Get Hurt, Love's About To Change My Heart en This Time (I Know It's For Real). Het was de bedoeling dat Summer nog een tweede album met Stock, Aitken & Waterman zou opnemen, maar doordat de contracten tussen Summer en SAW niet rondkwamen is dit er niet van gekomen. SAW hadden al wel Happenin' All Over Again geschreven wat de eerste single van het nieuwe album had moeten worden. Toen de plannen met Summer niet doorgingen, werd het nummer aan Lonnie Gordon gegeven die er een grote hit mee had. Halverwege de jaren 90 scoorde Summer een grote hit met een remix van I Feel Love, de rest van de in de jaren 90 uitgebrachte singles verkochten aanzienlijk minder. Een aantal titels daarvan zijn Work that Magic (1991), Melody of Love (Wanna be Loved) (1994), clubremixen van The State of Independence (1996), Carry On en I Will Go With You (1999) en voor de film Pokémon het nummer The Power of One (2001). Ook zong ze voor de Disneyfilm De Klokkenluider van de Notre Dame, uit 1996, de soundtrack Someday en een duet met Liza Minnelli, Does He Love You. De meeste van deze nummers scoorden wereldwijd echter wel hoog in de dancehitlijsten. Met de single Carry On(een hernieuwde samenwerking met Giorgio Moroder) won ze de eerste Grammy in de categorie Dance. In 1994 kwam er een compleet kerstalbum uit, getiteld Christmas Spirit. Dit album oogstte veel gunstige recensies, de verkopen echter waren ook hier niet erg hoog. Verder volgden in de jaren 90 onder meer nog optredens bij Oprah Winfrey en op de Divas III-concerten. Rond de eeuwwisseling bracht ze een cd/dvd uit onder de titel Live & More Encore van een concertregistratie in New York, waarop ze ook een paar nieuwe nummers ten gehore bracht. Verder schilderde ze al vanaf de jaren 80. Hiermee trad ze in de 21e eeuw steeds meer naar buiten. Ook schreef ze begin 21e eeuw nog een boek over haar eigen leven en volgde er een daarop gebaseerde musical, getiteld Ordinary Girl. In de jaren daarna toerde zij nog regelmatig door Amerika en was ze in Europa te zien op Night of the Promsconcerten.
    Op 20 mei 2008 verscheen, na een stilte van 17 jaar, weer een compleet nieuw studioalbum, getiteld Crayons. Met drie nummers, I'm A Fire, Fame (The Game) en Stamp Your Feet, haalde ze wederom de nummer 1-positie, ditmaal in Billboards Hot Dance Club Songs. Ze trad op in verschillende programma's. In 2009 maakte ze een grote concerttournee door Amerika met haar nieuwe album en deed ze ook Europa aan (Parijs, Berlijn, Lokeren). Eind 2009 trad ze op bij de uitreikingsceremonie van de Nobelprijs voor de Vrede in Oslo. In augustus 2010 verscheen op iTunes haar nieuwste single, To Paris With Love. Deze single werd eind oktober 2010 nummer 1 in Billboards Hot Dance Club Songs. Hoewel ze bij leven al diverse keren voorgedragen was voor de "Rock and Roll Hall of Fame", zou ze uiteindelijk pas in 2013 (postuum) opgenomen worden. Na een lang gevecht tegen longkanker, die ze beweerde te hebben opgelopen door het inhaleren van giftige deeltjes tijdens de aanslagen op 11 september 2001, overleed Donna Summer op 17 mei 2012 op 63-jarige leeftijd. Ze liet haar man, hun twee dochters, een dochter uit een eerder huwelijk en vier kleinkinderen achter. In Summers carrière kunnen drie fasen worden onderscheiden. In de jaren 70 was zij de sensuele en aantrekkelijke, wat wilde jonge zangeres die veel meisjes tot voorbeeld diende en ook door veel jongens als aantrekkelijke vrouw werd gezien. Het succes werd haar te veel (overigens waardeerde zij het zelf helemaal niet dat ze in die periode min of meer wordt afgeschilderd als seksbom, vooral naar aanleiding van nummers als I Love to Love You Baby, Try Me, I Know We Can Make It, I Feel Love, Deep Down Deep Inside en Hot Stuff). De combinatie van haar sensuele verschijning, haar stem met een hoog en breed bereik en de samenwerking met producenten Pete Bellotte en Giorgio Moroder zorgt voor de rest. Ze werd een ster, een idool. Haar samenwerking met Giorgio Moroder en Pete Bellotte heeft in hoge mate bijgedragen aan de doorbraak van zowel de disco als de latere techno. Met name het nummer I Feel Love (1977) was zijn tijd ver vooruit. Elk nummer op dat betreffende album, I Remember Yesterday, belichaamde de muziekstijl van een decennium uit de 20e eeuw. I Feel Love was het laatste nummer van dit album en moest de jaren 90 belichamen. Achteraf gezien heeft het grote invloed gehad op enkele muziekstijlen uit de jaren 90, met name de techno en house. Het latere album The Wanderer, uit 1980, is samen met het album Bad Girls uit 1979 van invloed geweest op de muziekstijlen van andere grote namen later in de jaren 80, zoals David Bowie, Billy Idol, Whitney Houston, Cyndi Lauper en Madonna. Na de discoperiode, Summers grootste tijd, werden veel van haar liedjes minder onstuimig, deels in de geest van de tijdsperiode van de jaren 80, deels waarschijnlijk vanwege haar eigen rustigere levensfase. Ze bleef wel nog steeds haar eigen liedjes schrijven en verdiende miljoenen aan royalty's van haar oude hits. Haar laatste albums en singles verkopen nog steeds redelijk tot goed. In de jaren 90 scoorde zij echter vrijwel geen grote hits meer. Wel was ze met nieuwe singles in de dancehitlijsten nog steeds succesvol. Grote aantallen worden er echter niet meer verkocht van haar nieuwe album(s) en de verschillende nieuwe singles. Veel van haar nieuwe singles bevatten een groot aantal verschillende remixen van hetzelfde nummer. In 2008, 14 jaar na haar laatste nieuwe album uit 1994, verscheen er weer een
    nieuw album, Crayons, waarmee zij een hitrecord vestigde (drie nummers van dit album krijgen een nummer 1-notering in Billboards dancehitlijst) over een periode van meer dan 40 jaar. Met dit laatste album leek ze door te gaan op haar muzikale weg. Ze schreef haar nummers nog steeds grotendeels zelf, in plaats van te rusten of alleen nog maar klassiekers op te nemen. Ze bleek nog steeds grote waardering te krijgen voor haar zang- en schrijftalenten en mocht zich scharen onder de beste vocalisten van haar tijd. Er zijn ruim 187 miljoen albums van Donna Summer verkocht. Ze won Grammy Awards in 1978 (Last Dance), 1979 (Hot Stuff), 1983 (He's a Rebel), 1984 (Forgive me) en 1997 (Carry On). Last Dance ontving een Oscar voor Best Original Song, maar de prijs staat op naam van Paul Jabara, die tekst en muziek schreef. Ze heeft wel een Golden Globenominatie voor Down Deep Inside (1977), naast nog andere onderscheidingen. Ze heeft een eigen ster op de Hollywood Walk of Fame. Summer stond naar verluidt in de jaren 70 in de Sovjet-Unie op een lijst met ongewenste buitenlandse personen vanwege haar volgens de regering van dat land te erotisch getinte nummers. Haar stem uit haar nummers wordt ook nu nog gebruikt door andere producenten, dj's en remixers voor eigen nummers. Een voorbeeld is het Franse duo Cassius met het nummer 1999 (remix, radio edit); hierin is de stem van Summer uit If it Hurts Just a Little van het album Donna Summer uit 1982 gesampled. Summer steunde beginnende artiesten door middel van een door haar opgericht fonds. Verder was ze regelmatig te zien op grote evenementen, zoals de Night of the Proms (in 2005 in Antwerpen, België, en eind 2007 in Rotterdam, Nederland). Summer is de enige artiest die in Amerika met vier dubbelalbums achter elkaar nummer 1 heeft gestaan: Once Upon A Time, Live & More, On the Radio en Bad Girls. Summer heeft als enige zangeres in elk van de laatste vijf decennia (nummer 1-)hits op haar naam staan.[bron?] Naast zangeres was Summer ook songwriter. Ze heeft het grootste deel van haar repertoire zelf (mee)geschreven en ontving hiervoor grote bedragen aan royalty's. Summer heeft driemaal in Van Oekel's Discohoek opgetreden. 1.Eerst met The Hostage (waarbij zij gebruik moest maken van de telefoon op de set, wat tot misverstanden met Van Oekels assistent leidde). Van Oekel zelf liet duidelijk blijken zeer gecharmeerd van Summer te zijn. 2.Daarna met Love to love you, waarbij zij werd lastiggevallen door een telkens fotograferende paparazzo (gespeeld door acteur Cees Schouwenaar), die door Van Oekel werd weggejaagd. 3.Een derde maal was ze te gast met Lady of the Night, waarbij Van Oekel opnieuw om haar heen draaide en haar letterlijk van boven tot onder bekeek. Donna Summer zag er zelf overigens wel de lol van in, ze vertelde naderhand in interviews door Nederlandse journalisten dat zij met veel genegenheid terugdacht aan deze opvallende gastheer. Giorgio Moroder werkte later samen met The Three Degrees. Dat leidt soms tot het misverstand dat Summer eveneens in die formatie gezongen heeft.





    17-05-2018 om 10:45 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 17 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Máxima Zorreguieta (Buenos Aires, Argentinië, 17 mei 1971) is de echtgenote van koning Willem-Alexander der Nederlanden. Máxima draagt sinds haar huwelijk bij Koninklijk Besluit de naam Máxima, Prinses der Nederlanden, Prinses van OranjeNassau, mevrouw van Amsberg. Sinds het koningschap van Willem-Alexander wordt zij aangeduid als 'koningin Máxima der Nederlanden', hetgeen in dit geval een zogenoemde titre de courtoisie is. Máxima is rooms-katholiek, van Argentijnse afkomst en ze bezit de Argentijnse en de Nederlandse nationaliteit. Máxima Zorreguieta werd geboren als het oudste kind van Jorge Zorreguieta en Maria del Carmen Cerruti. De naam 'Máxima' komt van haar overgrootmoeder Máxima Bonorino 1874–1965); een dochter van Máxima González y de Islas en een verwante van generaal Justo José de Urquiza, president van Argentinië (1854–1860). Zij heeft twee broers en een zuster: Martín, Juan en Inés. Daarnaast heeft Máxima drie halfzusters uit een eerder huwelijk van haar vader: Dolores, María en Ángeles. Zij groeide op in een bescheiden appartement in de straat Uriburu, in de wijk Barrio Norte in Buenos Aires. De familie bracht de zomervakanties door in Mar del Plata. Tijdens de wintersportvakanties verbleef het gezin in een eigen vakantiehuisje in Bariloche, een Argentijns vakantieoord. Van haar ouders mocht ze als kind niet televisiekijken. Máxima doorliep de middelbare school het Northlands, een op Britse aristocratische tradities geënt opleidingsinstituut, gelegen in Olivos, een chique buitenwijk van Buenos Aires. Zij ging vervolgens economie studeren aan de Universidad Católica Argentina. Als studente werkte zij in 1989 en 1990 bij Mercado Abierto S.A., waar zij onderzoek verrichtte naar software voor de financiële markten. Van 1992 tot 1995 was zij werkzaam op de verkoopafdeling van Boston Securities S.A. in Buenos Aires. In dezelfde periode gaf zij Engelse les aan kinderen en volwassenen, en wiskundeles aan middelbare scholieren en eerstejaarsstudenten. Na haar studie economie ging zij in New York wonen. Van juli 1996 tot maart 1998 was zij vicepresident Latijns-Amerikaanse Institutionele Verkoop bij de bank HSBC James Capel Inc. Aansluitend was zij tot 1999 bij de bank Dresdner Kleinwort Benson vicepresident afdeling Opkomende Markten. Daarna vervulde zij tot augustus 2000 de functie van vicepresident Institutionele Verkoop bij de Deutsche Bank. In april 1999 ontmoette zij kroonprins Willem-Alexander in de Spaanse stad Sevilla. Met hem bracht zij in augustus dat jaar een vijfdaagse vakantie door in Bariloche. Daar stelde zij hem voor aan haar ouders. In de Nederlandse pers verschenen daarna de eerste speculaties over een liefdesrelatie. Ruim een jaar later verhuisde Máxima naar Brussel, waar zij tot april 2001 bij het EU-kantoor van Deutsche Bank heeft gewerkt. Al snel wisten de Nederlandse media te melden, dat tijdens de militaire junta in Argentinië Máxima's vader staatssecretaris (en minister) van Landbouw (en Veeteelt) was geweest onder president Jorge Videla (1976-1981). De juntaperiode (april 1976 – maart 1983) staat bekend als de Vuile Oorlog, waarbij (vermeende) tegenstanders in gevangenissen geïnterneerd en vaak gemarteld werden. Naar schatting 9.000 tot 30.000 mensen zijn voorgoed verdwenen. In Nederland kwamen protesten tegen een huwelijk met de dochter van een voormalige staatssecretaris van een junta, van wie vermoed werd dat hij ten minste op de hoogte was van de excessen. Een onderzoek, via een geheime opdracht van minister-president Wim Kok aan Michiel Baud, had als conclusie dat Zorreguieta op de hoogte moet zijn geweest van deze gedwongen verdwijningen, maar dat het "praktisch uit te sluiten is" dat
    Zorreguieta in de periode van zijn regeringsdeelname "persoonlijk betrokken is geweest bij de repressie of schending van de mensenrechten". Willem-Alexander vertelde tijdens een interview dat hij wist dat zijn schoonvader van ten minste één gedwongen verdwijning op de hoogte was. Deze persoon was volgens Willem-Alexander teruggevonden. In het Nederlandse parlement leek zich een duidelijke meerderheid te vormen die haar vader wilde verbieden aanwezig te zijn op de in Nederland geplande huwelijksdag. De minister van staat en voormalige diplomaat Max van der Stoel wist Jorge Zorreguieta te overtuigen uit eigen beweging af te zien van het bijwonen van de plechtigheden. Uiteindelijk liet ook haar moeder verstek gaan. Koningin Beatrix maakte op 30 maart 2001 de verloving bekend in een rechtstreekse televisie-uitzending. Direct na de bekendmaking las Máxima een verklaring voor, waarin zij afstand nam van het Videla-regime. Onder meer zei zij: "Ik verwerp sinds lang de Videladictatuur, de verdwijningen, de martelingen, de moorden en alle verschrikkelijke feiten uit die tijd. Dat heeft zeker grote littekens op onze maatschappij achtergelaten." Voor haar vader verontschuldigde zij zich: "Over mijn vaders deelname aan die toenmalige regering wil ik in alle eerlijkheid zeggen dat ik spijt heb dat hij zijn best gedaan heeft voor de landbouw in een verkeerd regime". Tegelijkertijd verdedigde zij hem: "Hij had de beste intenties en ik geloof in hem." In een later gehouden interview noemde Máxima de conclusie van Baud "zijn mening". Op 7 maart 2001 verwees Willem-Alexander tijdens een persontmoeting in New York naar een ingezonden brief in de Argentijnse krant La Nación. Kort daarvoor was de publicatie van een boek over Videla aangekondigd. De schrijvers hadden in de Nederlandse krant NRC Handelsblad aangegeven dat volgens hen de vader van Máxima een coördinerende rol had gespeeld bij het voorbereiden van de staatsgreep die het dictatoriale regime van Videla aan de macht zou brengen. Het boek was gebaseerd op interviews. Willem-Alexander gaf aan dat de interviews nooit hadden plaatsgevonden en verwees naar de brief waarin dat zou staan. Hij suggereerde dat het schrijven afkomstig was uit een betrouwbare bron, hoewel hij tegelijkertijd aangaf niet te weten wie de brief geschreven had. Kort daarna bevestigde hij tegenover de tv-camera's van de NOS dat hij achter zijn woorden stond. Het schrijven bleek afkomstig van Videla, waardoor in Nederland de betrouwbaarheid ontkend werd. Ook bleek Videla niet specifiek te ontkennen dat de vraaggesprekken hadden plaatsgevonden. Hij betwistte slechts dat zijn uitspraken correct waren weergegeven. Dat Videla de brief geschreven had, was duidelijk: zijn naam stond eronder. Tijdens een interview op de dag van de bekendmaking van zijn verloving met opnieuw de Nederlandse pers, vertelde Willem-Alexander dat zijn verwijzing naar de brief “stom” was geweest. Máxima, die naast hem zat en reeds een beetje Nederlands sprak, reageerde tot tweemaal toe met: “Je was een beetje dom”. Met die uitspraak stal ze de harten van het Nederlandse volk. Sindsdien is “een beetje dom” een gevleugelde uitdrukking om aan te geven dat iemand een blunder begaan heeft. Later bleek dat de uitspraak van te voren door Máxima was ingestudeerd op advies van Wim Kuijken, indertijd de hoogste ambtenaar op het ministerie van Algemene Zaken. Op 17 mei 2001 werd Máxima bij Koninklijk Besluit het Nederlanderschap verleend. Met de Nederlandse nationaliteit zou zij door haar huwelijk lid worden van het Koninklijk Huis. Tegelijkertijd behield zij de Argentijnse nationaliteit. De rooms-katholieke Máxima diende om te kunnen trouwen in te stemmen met een protestantse opvoeding van eventuele kinderen.
    De Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal aanvaardde op 3 juli 2001 een door de regering ingediende wet tot het verlenen van toestemming aan de Prins van Oranje om met Máxima Zorreguieta in het huwelijk te treden. De Nederlandse bisschoppen spraken hun vreugde uit over de verloving. Kardinaal Simonis merkte op dat de Rooms-Katholieke Kerkliever niet zag dat Máxima toetrad tot de Nederlandse Hervormde Kerk, waar Willem-Alexander indertijd lid van was. Hij reageerde op een opmerking van Máxima dat zij nadacht over een eventuele overgang naar het protestantisme. Máxima besloot vooralsnog om rooms-katholiek te blijven en bisschop Ad van Luyn verleende haar dispensatie van de verplichting om te trouwen volgens de rooms-katholieke voorschriften. Op 2 februari 2002 voltrok de burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, het burgerlijk huwelijk in de Grote Zaal van de Beurs van Berlage te Amsterdam. Het huwelijk werd aansluitend kerkelijk ingezegend in de plaatselijke Nieuwe Kerk door dominee Carel ter Linden, predikant in de Nederlandse Hervormde Kerk. Máxima droeg die dag een trouwjurk van Valentino en een tiara, waarvan de stersieraden van koningin Emma waren geweest en de basis afkomstig was van de tiara die Beatrix droeg bij haar inhuldiging als koningin. Miljoenen televisiekijkers in binnen- en buitenland volgden de trouwplechtigheid. Máxima huilde bij de Argentijnse tangomuziek van Carel Kraayenhof, die het nummer Adiós Nonino (Dag vadertje) speelde.

    17-05-2018 om 10:01 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 17 mei

    17 mei 1846 Antoine-Joseph (Adolphe) Sax (Dinant, 6 november 1814 – Parijs, 7 februari 1894) was een Belgische bouwer van muziekinstrumenten. Zijn grootste bekendheid heeft hij te danken aan zijn uitvinding van de saxofoon. Sax was de oudste zoon van Charles-Joseph Sax (1791-1865), instrumentenbouwer en eigenaar van een fabriek voor blaasinstrumenten in Brussel. Vader Sax was tevens hofleverancier voor het Huis van Oranje ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Zijn moeder was Marie-Joseph Masson (?-1861 of 1865). Er waren elf kinderen in het gezin, maar slechts vier zouden ouder dan 25 jaar worden. Sax begon zijn muzikale opleiding in 1828 aan de Brusselse Koninklijke Muziekschool. Naast deze algemene opleiding volgde hij ook klarinetlessen; met dat instrument deed hij op 15-jarige leeftijd mee aan een wedstrijd. Zijn eerste experimenten deed hij met de basklarinet: hij ontwikkelde een nieuw 24-kleppensysteem, dat hij demonstreerde op de Brusselse industrietentoonstelling van 1835 en later patenteerde. Daarna werkte Sax aan de plannen voor een reeks nieuwe instrumenten. Op de Brusselse industrietentoonstelling van 1841 gaf Sax een eerste officiële auditie van zijn creatie: de saxofoon. Maar aangezien de saxofoonnog niet gepatenteerd was, speelde Sax achter een gordijn, zodat niemand kon zien welk instrument die klanken voortbracht. In België kreeg Sax echter niet de erkenning die hij verwachtte. De jury weigerde hem een eerste prijs toe te kennen omdat Sax volgens hen nog te jong was en hij dan later geen hogere waardering zou kunnen ontvangen. Hij antwoordde duidelijk: “Als zij denken dat ik te jong ben voor de gouden medaille, dan vind ik mezelf te oud voor de zilveren.” Hij ging dan ook elders zijn geluk zoeken. In 1842 vertrok hij naar Parijs, op verzoek van luitenant-generaal graaf De Rumigny. Deze zag in Sax de geschikte persoon om de Franse militaire muziekkapellen van betere instrumenten te voorzien. In 1843 opende Sax in Parijs, in een oude schuur, zijn eerste instrumentenfabriek: "Adolphe Sax & Cie". Zijn productie was op industriële leest geschoeid en op het hoogtepunt van zijn activiteit had hij 200 arbeiders in dienst. Al een jaar later toonde hij een groot aantal vormgegeven en opzienbarende muziekinstrumenten op een grote Industriële Expositie in Parijs. Een aantal ministeriële decreten bezorgden hem achtereenvolgens een monopolie als leverancier van saxofoons aan de Franse militairen. In 1848, na de Franse omwenteling, werd het decreet, dat zijn saxhoorns van een vaste plaats in de militaire bands verzekerde, ingetrokken. Mede als gevolg van dit alles ging zijn bedrijf in 1852 voor de eerste maal failliet. In 1853, na de dood van zeven van zijn kinderen, en als gevolg van financiële problemen, voegde Sax senior zich bij zijn zoon in Parijs. Ook Sax' jongere broer had zich al wat eerder als medewerker bij hem gevoegd. Gelukkig voor hem werd in 1854 onder Napoleon III het decreet opnieuw ingevoerd en, mede dankzij de steun van de keizer zelf, kon Sax zijn bedrijf weer verder opbouwen. In 1858 werd Adolphe Sax op welhaast miraculeuze wijze genezen van kanker, dankzij een zwarte dokter die Indische planten gebruikte. Tijdens de Frans-Duitse oorlog stortte de productie wederom in, deze keer voorgoed. Hierbij werd Sax' persoonlijke instrumentenverzameling, bestaande uit 467 stukken, zelfs openbaar verkocht. Daardoor kwamen zijn enige inkomsten alleen nog uit zijn functie als muzikaal directeur van de Opera, ook omdat inmiddels veel van zijn patenten waren verlopen. Sax overleed begin 1894 op 80-jarige leeftijd in Parijs Hij was nooit bijzonder rijk
    geworden. Door de aanhoudende processen liet hij zelfs een berg schulden na, maar hij kreeg wel de erkenning die hem toekwam. Hij werd op Cimetière de Montmartre begraven. Een Bruggeling kreeg de rechten op de naam en bracht in september 2012 een nieuwe saxofoonlijn op de markt onder de merknaam "Adolphe Sax & Cie". Er zouden ook plannen zijn om de teloorgegane Belgische saxofoonindustrie nieuw leven in te blazen.





    17-05-2018 om 09:59 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    16-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 16 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    James Maury (Jim) Henson (Greenville, 24 september 1936 - New York, 16 mei 1990) was een Amerikaanse poppenspeler, producenten regisseur. Hij werd vooral bekend als de bedenker van de Muppets. Een van zijn eerste en bekendste creaties was Kermit de Kikker. In 1936 werd Jim Henson geboren in Greenville, Mississippi. Samen met zijn toekomstige vrouw Jane Nebel verhuisde hij naar Washington D.C. waar hij in de jaren vijftigpoppenshows verzorgde voor de televisie. Daarin ontwikkelde hij de Muppets. Ook experimenteerde hij met technieken voor poppenspelen op televisie. Door slim gebruik te maken van het bereik van de camera kan de speler buiten beeld de pop manipuleren. De poppen zijn uiteindelijk vervolmaakt door de poppenmaker Don Sahlin. In 1963 verhuisden Henson en zijn vrouw naar New York, waar Frank Oz in dienst van het jonge bedrijf Muppets Inc. kwam. Oz en Henson zouden samen blijven werken. Het spelen van de Muppets werd, vooral in de beginjaren, voornamelijk door hen beiden gedaan. Op 16 mei 1990 stierf Jim Henson in een ziekenhuis in New York aan een sepsis veroorzaakt door een longontsteking. Hij werd 53 jaar oud. Tijdens de herdenkingsdienst in de Saint Paul's Cathedral werd door zo'n vijftig Muppets het lied 'One Voice' ten gehore gebracht, ingezet door Kermit, die ditmaal werd gespeeld door Frank Oz. Daarnaast werd het beroemde 'It's Not Easy Being Green' van Kermit ten gehore gebracht. Na zijn dood werd de leiding van de Jim Henson Company overgenomen door zijn zoon Brianen dochter Lisa. Zijn dochter Cheryl is voorzitter van de Jim Henson Foundation. Vanaf 1955 maakte Henson Sam and Friends, een vijf minuten durend poppenprogramma. Hiervoor kreeg hij in 1958 een Emmy. In dit programma was een oerversie te zien van wat later Kermit de Kikker zou worden. Oorspronkelijk was Kermit een onduidelijk reptielachtig wezen. Pas later kreeg hij de kraag om zijn nek die hem zijn huidige uiterlijk gaf. In de jaren zestig volgde een periode van reclamefilmpjes en gastoptredens in verschillende televisieshows. Tussen 1964 en 1968 maakt Henson een aantal experimentele films. In 1965 werd hij genomineerd voor een Oscar voor Beste Korte Film voor Timepiece. In 1969 produceerde Henson nog een experimentele film genaamd The Cube. Deze werd eenmaal op de televisie vertoond en verdween vervolgens ergens op de planken in de vergetelheid. Inmiddels is het stuk wereldwijd herontdekt, en op het internet is niet alleen de oude zwart-wit versie te zien, maar ook een kleurenversie. In 1969 begon Henson bij PBS het educatieve kinderprogramma Sesame Street. Het programma was erg succesvol. Het loopt nog steeds, werd in 120 landen uitgezonden en kreeg meer prijzen dan welk televisieprogramma dan ook. In twintig landen werd een aangepaste versie van het programma uitgezonden, zoals in Nederland waar het sinds 1976 te zien is onder de naam Sesamstraat. In Sesamstraat is het spel van de Amerikaanse acteurs vervangen door filmclips met Nederlandse (en Vlaamse) spelers, maar de meeste Henson-poppen uit Sesame Street zijn behouden en nagesynchroniseerd: onder meer Bert en Ernie, Koekiemonster, Grover, Elmo en Kermit de Kikker.
    In 1976 was The Muppet Show alleen op een commerciële Britse zender te zien. Henson kreeg de show niet aan een Amerikaanse zender verkocht. Uiteindelijk werd, door een mondelinge overeenkomst met de mediamagnaat Lord Grade, de show geproduceerd in Engeland. Al na twee jaar was de show te zien in 106 landen. Iedere week keken wereldwijd 235 miljoen mensen naar de show, die uitgroeide tot één van de succesvolste televisieseries aller tijden. In 1981 kwam er een eind aan de reeks. Daarna volgden er nog wel enkele films. Het programma speelde zich af in een ouderwets variététheater en werd gepresenteerd door Kermit de Kikker. The Muppet Show introduceerde onder andere de personages Miss Piggy, Gonzo, Fozzie Bear en Animal. Het was gericht op een ouder, breder publiek dan Sesamstraat. In 2004 zijn de rechten van de Muppetsverkocht aan The Walt Disney Company. Sindsdien mag Kermit niet meer worden gebruikt in nieuwe Sesamstraat-filmpjes. The Muppet Show liep vijf seizoenen en kende veel spin-offs, waaronder een aantal films: The Muppet Movie (1979), The Great Muppet Caper (1981), The Muppets Take Manhattan (1984), The Muppet Christmas Carol (1992), Muppet Treasure Island (1996) en Muppets From Space (1999). In 1996 werd The Muppet Show nieuw leven ingeblazen en werd een soortgelijke televisieshow geproduceerd onder de titel Muppets Tonight. Jim Henson regisseerde veel voor televisie en waagde zich een enkele keer aan de regie van films. Hij deed The Great Muppet Caper en de fantasyfilms The Dark Crystal(1982) en Labyrinth (1986) met David Bowie in een grote rol. De studio van Henson heeft in de loop der jaren ook veel bijdragen aan filmprojecten van anderen geleverd. Best bekend zijn Yoda uit de Star Wars-cyclus, de poppen in de verfilming van Michael Endes boek The Neverending Story en de dieren in Dr. Dolittle. In 1983 begon Jim Henson een derde succesvolle Muppet-serie: Fraggle Rock. In Nederland is dit kinderprogramma beter bekend als De Freggels. Fraggle Rock is de meest moralistische van Hensons creaties. De wereld van de Freggles is vrolijk en kleurrijk, maar vormt ook een complex systeem van symbiotische relaties tussen verschillende rassen, te weten Freggels, Doeners en Griezels, alsook echte mensen. In deze wereld behandelde Henson op een onderhoudende manier serieuze thema's als vooroordelen, spiritualiteit, identiteit, milieu en sociale conflicten. In 1988 begon Hensons televisieserie The Storyteller, waarin sprookjes en mythen werden herverteld met gebruikmaking van acteurs en poppen. De rol van Storyteller was, wellicht in verband met zijn specifieke stemgeluid, weggelegd voor de Britse acteur John Hurt. In de serie verschenen de bewerkte verhalen van onder andere De ware bruid, Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen en Bontepels. Net als aan film leverde de Henson studio ook bijdragen aan televisieseries van andere producenten, zoals Dinosaurs en Farscape. De studio is eveneens verantwoordelijk voor honderden liedjes die onder meer Sesame Street, The Muppet Show en Fraggle Rock muzikaal omlijstten. Meest bekend zijn de openingsthema's van The Muppet Show en Fraggle Rock en de door Kermit gezongen nummers 'The Rainbow Connection' en 'It's Not Easy Being Green'. Ook erg bekend is 'Mah Na Mah Na', dat overigens niet door de mensen van Henson werd gecomponeerd. Een deel van de liedjes is op verzamelalbums uitgegeven.

    16-05-2018 om 09:15 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 16 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Thomas Alva Edison (Milan (Ohio), 11 februari 1847 – West Orange (New Jersey), 18 oktober 1931) was een Amerikaanseuitvinder en oprichter van General Electric Company, die zijn fortuin maakte door uitvindingen op te kopen en de octrooien op zijn eigen naam vast te leggen. Als deze succesvol bleken, perfectioneerde hij ze en nam ze in productie. Edison was lange tijd recordhouder voor het grootste aantal octrooien toegekend aan een persoon (ongeveer 1400). Op 21 oktober 1879 brandde zijn gloeilamp met koolstofvezel voor het eerst. Hij was echter niet de eerste met het idee van een gloeilamp, de gloeilamp werd namelijk bedacht in 1806 door Humphry Davy.] Ten opzichte van de bestaande verlichtingsbronnen in die tijd, zoals olielampen en kaarsen, was het een hele vooruitgang. Hoewel zijn eerste lamp het maar een paar uur uithield, lukte het hem later lampen te maken met een veel langere levensduur. Om zijn uitvinding bekend te maken aan het New Yorkse publiek, bedacht Edison een publiciteitsstunt. Op oudejaarsavond 1879 liet hij rondom Menlo Park tientallen gloeilampen branden als feestversiering. Al snel daarna werd zijn gloeilamp een commercieel succes; in 1881 richtte hij de Edison Lamp Company op en begon de grootschalige serieproductie. Om in ieder huis zijn gloeilamp te laten branden legde Edison tevens de complete elektrotechnische infrastructuur aan. In tegenstelling van wat velen denken was niet Edison de eerste uitvinder van de gloeilamp. Heinrich Göbel – een uit Duitsland afkomstige Amerikaanse immigrant – claimde dat hij in 1854 reeds een gloeilamp had gemaakt. Göbel was echter zijn tijd vooruit en kon door het ontbreken van een economische elektriciteitsbron zijn belangrijke uitvinding niet in de praktijk brengen. Edison pakte het bestaand idee later op, verbeterde het procedé, en maakte er een werkend en bruikbaar product van. Toen hij probeerde zijn uitvinding in het Verenigd Koninkrijk te patenteren bleek dat de Engelsman Joseph Swan – onafhankelijk van Edison – enkele maanden eerder de gloeilamp ook had uitgevonden en gepatenteerd. In eerste instantie probeerde Edison Swan te beschuldigen van plagiaat, maar de Britse justitie verwierp dit.[10] Later legden ze hun juridische geschil bij en richtten ze in 1884 de Edison & Swan United Electric Company op. In 1891 kwam de toen 28-jarige Henry Ford bij Edison Illuminating Company werken. Ford was toen al bezig met het ontwerp van zijn auto, en het was Thomas Edison zelf die Ford, met de vuist op tafel slaande, aanmoedigde om een autofabriek te starten.

    16-05-2018 om 09:13 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug mei 16
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De eerste gloeilampenfabriek van Philips is een gebouw op adres Emmasingel 31 in het centrum van Eindhoven. Het ligt tegenover de Witte Dame en naast de Admirant. Het is eigendom van Philips. Het is een zeldzaam voorbeeld van een kleinschalig fabrieksgebouw en is een rijksmonument. Aan de straatkant bestaat het uit twee blokken, links met twee zadeldaken, rechts met een schilddak. Tussen de twee blokken bevinden zich de ingang en een schoorsteen. Daarachter bevinden zich een kantoor en een fabriekshal met lichtkappen. Op de schoorsteen is een plaquette aangebracht van Gerard Philips van de hand van Louise Beijerman. Het oorspronkelijke gebouw dateert uit 1869. Het is gebouwd als stoomspijkerfabriek in opdracht van Franciscus en Henricus Raijmakers. In 1871 fungeerde het als draadtrekkerij en draadnagelfabriek. De draadtrekkerij stopte in 1872. Franciscus overleed en de fabriek werd verkocht aan Johan Schröder die er vanaf 1876 bukskin en laken fabriceerde. In 1879 en 1880 werd de fabriek uitgebreid. Op 12 april 1888 brak er brand uit; van het pand kon vrijwel niets worden gered. De herbouw werd nog in 1888 gestart. De oudste delen van het huidige gebouw dateren dus, in strijd met vermeldingen uit vele bronnen, uit 1888/1889. Per 7 juni 1890 werd het bedrijf geliquideerd en kwam het pand leeg te staan. In 1891 werd het gekocht door Gerard Philips voor 12150 gulden en in gebruik genomen als fabriek voor de fabricage van gloeilampen, en de kooldraad die daarin zat. Ook werd er onderzoek en ontwikkelingswerk gedaan. In 1907 werd de fabricage en 1909 het ontwikkelingswerk overgebracht naar de nieuwbouw aan de overzijde van de straat. Het pand fungeerde als chemisch magazijn en als pakhuis. Op 26 oktober 1926 brak brand uit in het magazijn; van het pand konden alleen het kantoor, schoorsteen en delen van het voorfront worden gered. Het pand werd in 1926 of wellicht pas in 1930 in oude staat hersteld, waarna het tot 1934 leeg stond. In 1934 nam de afdeling Neon het in gebruik. In 1944 werd de productie van fluorescentiepoeders er ondergebracht (voor tl-buizen). Bij het 60-jarig bestaan van het Philipsconcern in 1951 werd de plaquette op de schoorsteen aangebracht. Ook werd het pand toen in gebruik genomen als het Philips Demonstratielaboratorium ("Demlab"). Dat duurde veertig jaar, tot 1991. Vanaf 1991 was het gebouw tien jaar het onderkomen van het Concernarchief van Philips (Philips Archives). Ook de stichting Lichteffecten in de Schilderkunst en Sculptuur kreeg er een onderkomen. Sinds 27 maart 2002 heeft het nog enkel een museumfunctie, toen eerst het museum Philipsfabriek 1891 werd geopend en een maand later het Centrum Kunstlicht in de Kunst (per 5 december 2010 gesloten). Sinds 2001 is het een rijksmonument. In april 2011 werd het hele gebouw gesloten voor een verbouwing, waarbij het in oude staat werd teruggebracht met een glazen facade aan de voorzijde; zo is de ingang terugverplaatst naar de Nieuwe Emmasingel. Op 5 april 2013 werd op deze locatie het Philips museum door de toenmalige Koningin Beatrix geopend. De bestaande opstelling van oude apparatuur voor fabricage van gloeilampen is blijven bestaan.

    16-05-2018 om 09:12 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug mei 15
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Rik Van Steenbergen (Arendonk, 9 september 1924 – Antwerpen, 15 mei 2003) was een Belgische wielrenner in de jaren veertig, vijftig en zestig. Als beroepsrenner, tussen 1942 en 1966, won Van Steenbergen onder andere twee keer de Ronde van Vlaanderen, twee keer Parijs-Roubaix, twee keer de Waalse Pijl, een keer Parijs-Brussel en een keer Milaan-San Remo. Hij werd driemaal wereldkampioen op de weg. Hij was de snelste in verscheidene etappes in de Ronde van Frankrijk en de Ronde van Italië en won eenmaal het puntenklassement in de Ronde van Spanje. In 1948 kreeg hij bij de overwinning in Parijs-Roubaix de "Gele wimpel" uitgereikt, de onderscheiding voor het hoogste uurgemiddelde behaald in een internationale klassieker. Hij verbeterde hiermee de prestatie van de Italiaan Jules Rossi uit 1938. Gedurende zijn carrière reed Van Steenbergen ook met grote regelmaat op de piste. In het bijzonder vanaf eind jaren vijftig tot de tweede helft van de jaren zestig, toen hij zijn activiteiten op de weg geleidelijk afbouwde, behoorde Van Steenbergen tot de dominante renners binnen het zesdaagsepeloton en won uiteindelijk 40 zesdaagsen, waarvan 19 met zijn landgenoot Emile Severeyns, een groot aantal meetings, en werd in deze jaren bovendien ook viermaal Europees kampioen koppelkoers (1957/58, 1958/59, 1959/60, 1960/61 (met Severeyns) en 1962/63 (met Palle Lykke) en eenmaal Europees kampioen omnium (1959). Een krant berekende ooit dat hij één miljoen kilometer aflegde. Onderweg behaalde hij 1645 triomfen en draaide tot zijn 43ste mee aan de top. Na zijn actieve wielercarrière raakte Van Steenbergen een tijd lang aan lager wal. In 1968 speelde hij zelfs mee in een erotische film, Pandora, om wat extra geld te kunnen verdienen. Deze film werd op 9 september 2010 uitzonderlijk en eenmalig nog eens in een Antwerpse bioscoop vertoond. Rik Van Steenbergen wordt gezien als een medisch wonder, vanwege het uitzonderlijk grote hart dat hij had. De man overleed in 2003 in Antwerpen. Van 1991 tot 2012 vond in Aartselaar jaarlijks de naar Van Steenbergen vernoemde wielerwedstrijd Memorial Rik van Steenbergen plaats. Deze zou vanaf 2017 opnieuw georganiseerd worden, maar dan in zijn geboortedorp Arendonk. In 2004 werd in Arendonk een monument geplaatst met de torso van de sportman, ontworpen door leerlingen van de Academie voor Schone Kunsten.

    15-05-2018 om 08:26 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug mei 15
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Op zaterdag 15 mei 1971 ontplofte een brandbom aan boord van de Mebo II.] Niet de olieleiding in de machinekamer zoals oorspronkelijk de bedoeling was, werd getroffen, maar de waterleiding van de MEBO II. Het achterschip vatte vlam. Dj Alan West, die op dat moment een live programma in het Engels - 's avonds was er een Engelstalige programmering - presenteerde, werd tijdens het draaien van de plaat Melting pot van Blue Mink opgeschrikt door de explosie en ging poolshoogte nemen. Hij zag nog net een kleine motorboot met buitenboordmotor wegvaren. Hij rende terug naar de studio en riep over de zender (hij was duidelijk in paniek) om hulp: Mayday, mayday, the Mebo II is on fire, SOS, SOS, we had an explosion on board, mayday, mayday, we need help! Deze oproep bleef hij verschillende malen herhalen in het Engels, later deed de Nederlandse kapitein nog een oproep. Er kwam hulp van blusboten die de brand snel wisten te doven. Het station ging uit de lucht. Er vielen geen gewonden. De schade aan de MEBO II bleef beperkt; het bovendeel van de kombuis en het achterdek waren grotendeels afgebrand. De volgende dag was de zender terug in de lucht. Hoewel er aanvankelijk verhalen in de pers verschenen dat de BVD achter de aanslag zat - Meister en Bollier zouden banden hebben met het bewind van de DDR of zelfs Libië, en de korte golfzender gebruiken voor het verzenden van gecodeerde geheime berichten - bleek al spoedig, dat Radio Veronica de schuldige was: er werden drie duikers gepakt, aan wie Veronica 100.000 gulden (= € 45.380,-) had betaald om het schip binnengaats te krijgen, zodat men beslag op het schip kon leggen omdat RNI de onderlinge overeenkomst niet zou hebben nageleefd. Maar de aanslag bewerkte precies het tegendeel van wat Veronica beoogd had: het leverde Radio Noordzee veel sympathie van de luisteraars op en het station won enorm aan populariteit. Het prikkelde echter ook de Nederlandse overheid om de zeezenders nu eens definitief met wetgeving aan te pakken. Bull Verweij, een van de gebroeders Verweij, eigenaren van Veronica, en Veronica-aandeelhouder Norbert Jürgens werden, net als de drie duikers, tot gevangenisstraffen veroordeeld

    15-05-2018 om 08:23 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 15 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Trini Lopez (geboren als Trinidad López III, Dallas (Texas), 15 mei 1937) is een Amerikaans zanger van Mexicaanse afkomst. Hij had groot succes in 1963 met het lied If I had a hammer. Het bereikte de eerste plaats in de hitlijsten in vijfentwintig landen, waaronder de Nederlandse Tijd voor Teenagers Top 10. Het nummer stond op zijn debuutalbum Trini Lopez Live at PJ's, dat verscheen op Reprise Records, het platenlabel van Frank Sinatra. Ook La Bamba van dezelfde lp werd een hit. Latere succesnummers van Lopez waren onder andere This land is your land, Kansas City en Adalita. Met minder succes werkte Lopez ook als acteur. Zijn eerste film was "Marriage On The Rocks" (1965), waarin hij optrad naast Sinatra en Dean Martin. De bekendste film waarin hij speelde was "The Dirty Dozen" (1967). Tegenwoordig treedt Trini Lopez nog steeds op. In 2005 nam hij deel aan een benefietconcert voor de slachtoffers van de Tsunami. In de zomer van 2013 trad hij op in de concertreeks van André Rieu op het Vrijthof in Maastricht.

    15-05-2018 om 08:21 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    14-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug mei 14

    Francis Albert Sinatra (Hoboken (New Jersey), 12 december 1915 – Los Angeles (Californië), 14 mei 1998) was een Amerikaans zanger, acteur, filmproducent en filmregisseur. Frank Sinatra, geboren in Hoboken (New Jersey), besloot zanger te worden nadat hij Bing Crosby op de radio hoorde. Hij begon in kleine clubs in New Jersey en kwam op die manier onder de aandacht van trompettist en bandleider Harry James. Na een korte periode met James sloot hij zich aan bij het Tommy Dorsey Orchestra, en na zijn debuut met hen in 1940 werd hij beroemd als zanger. Hij had een grote aantrekkingskracht op de tieners van die tijd (de zogenoemde bobby soxers), die een heel nieuw publiek waren voor populaire muziek. Deze muziek was tot dan toe voorbehouden aan volwassenen, en Sinatra werd zo het eerste tieneridool. Eind jaren veertig en begin jaren vijftig ging het bergaf met zijn carrière, maar hij maakte een terugkeer op het witte doek in de film From Here to Eternity. Hij verscheen daarna in veel verschillende films, in het bijzonder The Man with the Golden Arm en The Manchurian Candidate. In de jaren vijftig en zestig was Sinatra een populaire attractie in Las Vegas. Hij was bevriend met Dean Martin, Sammy Davis jr., Peter Lawford en Joey Bishop, en samen vormden zij de Rat Pack – een losse groep muzikanten en zangers die vrienden waren en samen feestvierden. Samen met andere Rat Pack-leden speelde hij in een aantal films, waaronder Ocean's 11, Sergeants 3en Robin and the 7 Hoods. Zijn hele carrière werd hij ervan beschuldigd contacten in het maffia- en criminele milieu te hebben. Zijn stem is onmiddellijk herkenbaar en wordt beschreven niet alleen in termen van kracht en charisma, maar ook van nostalgie en tederheid. Sinatra wordt daarom ook wel The Voice genoemd. Er wordt ook vaak naar hem verwezen als Ol' Blue Eyes. Sinatra was getrouwd met Nancy Barbato (1939–1951), Ava Gardner (1951–1957), Mia Farrow (1966–1968) en Barbara Blakeley (1976–1998, zijn dood). Met Barbato kreeg hij dochters Nancy en Tina en zoon Frank jr. (1944–2016). Hij overleed in 1998 op 82-jarige leeftijd aan een hartaanval. Zijn laatste woorden zijn: "I'm losing"verwijzend naar zijn gevecht om in leven te blijven. Sinatra is begraven in het Desert Memorial Park in Cathedral City, Palm Springs, Californië. Op zijn grafsteen staat de tekst "The Best is Yet to Come".







    14-05-2018 om 09:05 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug mei 14

    14-05-1902 Vandaag sneeuwt het in een groot deel van het land. Voor Ukkel is dit de meest laattijdige sneeuw van de eeuw. In de Ardennen blijft de sneeuw liggen en geeft aanleiding tot uitzonderlijke sneeuwdikten voor deze periode van het jaar : 4 cm in Hestreux (Baelen), 6 cm in Libramont, 11 cm in La Roche-en-Ardenne...





    14-05-2018 om 09:04 geschreven door blesje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VANDAAG jaren terug 13 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Paus Johannes Paulus II, Latijn: Ioannes Paulus PP. II, geboren als Karol Józef Wojtyła (uitspraak) (Wadowice, 18 mei 1920– Vaticaanstad, 2 april 2005), was een Pools priester die aartsbisschop en kardinaal werd en uiteindelijk op 16 oktober 1978 werd verkozen tot 264ste paus van de Rooms-Katholieke Kerk. Hij was de opvolger van de plotseling overleden Johannes Paulus I. In zijn hoedanigheid van paus was hij tevens soeverein van Vaticaanstad, alsook bisschop van Rome. Hij was de eerste Poolse paus en de eerste niet-Italiaan sinds de uit de Nederlanden afkomstige Adrianus VI (1522-1523). Op 1 mei 2011 werd hij door zijn opvolger, paus Benedictus XVI, zalig verklaard.[1] Op 27 april 2014 werd hij door paus Franciscusheilig verklaard. De Kerk gedenkt hem op 22 oktober, de dag waarop hij in 1978 als paus werd geïntroniseerd Johannes Paulus II werd geboren als Karol Józef Wojtyła in Wadowice, nabij Krakau, in het zuiden van Polen als zoon van Karol Wojtyła (1879-1941) en Emilia Kaczorowska (1884-1929). Hij was de jongste van drie kinderen. Zijn enige zuster stierf voordat hij geboren werd. Zijn vader was een zoon van een meester-kleermaker en was eerst administratief officier voor het Oostenrijks-Hongaarse leger op een departement van het ministerie en werd later tot aan zijn pensioen in 1927 luitenant in het Poolse leger. Toen Karol bijna negen jaar oud was, overleed zijn moeder en in 1941 overleden zowel zijn vader als zijn oudere broer. In zijn jeugd in Wadowice had hij veel vriendschappelijk contact met de plaatselijke joodse gemeenschap.Als kind was hij sportief en hij beoefende diverse sporten tot in zijn volwassenheid. Zo voetbalde hij (zijn favoriete positie was die van doelman) en was hij een goed skiër en zwemmer. Wojtyła doorliep het plaatselijk lyceum in Wadowice en begon een studie letterkunde aan de Jagiellonische Universiteit in Krakau. Na de Duitse inval in Polen in 1939 werd de universiteit door de nazi's gesloten. Om deportatie en gevangenschap te voorkomen, was hij verplicht een baan te nemen. Hij werkte in Zakrzowek te Krakau als steenhouwer in een groeve en vanaf de lente van 1942 tot in 1944 bij het chemische concern Solvay ] Op 1 november 1946 werd hij tot priester gewijd. Van de aartsbisschop van Krakau, kardinaal Sapieha, kreeg hij de opdracht om nog dezelfde maand in Rome theologie te gaan studeren. Hij studeerde er aan de Pauselijke Universiteit Sint Thomas van Aquino en overnachtte onder meer in het Belgisch Pauselijk College.[4] In die Romeinse periode bezocht hij in 1947 Frankrijk en België en bracht hij acht dagen door in Nederland. In juni 1948 behaalde hij in Rome zijn doctoraat in de filosofie met het proefschrift over de geloofsdoctrine van Johannes van het Kruis, geschreven onder supervisie van Réginald Garrigou-Lagrange. Op 16 december dat jaar kreeg hij een master in de theologie aan de Jagiellonische Universiteit in Krakau. Tevens behaalde hij die maand aan deze universiteit een doctoraat in de theologie. Hij volgde meerdere taalcursussen, waardoor hij behalve zijn moedertaal ook Slowaaks, Russisch, Italiaans, Frans, Spaans, Portugees, Duits, Engels, Latijn en Oud-Grieks sprak Karol Wojtyła werd op 4 juli 1958 door paus Pius XII tot hulpbisschop van Krakau benoemd. Op 28 september 1958 werd hij tot bisschop gewijd door de apostolisch administrator van het aartsbisdom Krakau, aartsbisschop Eugeniusz Baziak van het aartsbisdom Lviv. Tot aan zijn benoeming tot aartsbisschop van Krakau was hij professor aan de Katholieke Universiteit van Lublin, die sinds 2005 zijn naam draagt. In de periode van 1962 tot 1965 nam hij deel aan het Tweede Vaticaans Concilie, dat door paus Johannes XXIII was bijeengeroepen
    Na het overlijden van aartsbisschop Eugeniusz Baziak werd Karol Wojtyła op 13 januari 1964 door paus Paulus VI tot aartsbisschop van Krakau benoemd. Op 26 juni 1967 werd hij door Paulus VI kardinaal gecreëerd. Hij kreeg de diakonie San Cesareo in Palatio - pro hac vice - als titelkerk
    Op 16 oktober 1978 werd Wojtyła gekozen tot paus. Onder de aanwezigen op het SintPietersplein klonk enige verbazing bij het horen van de niet-Italiaanse naam. Onmiddellijk daarna verscheen de nieuwe paus op de loggia van de Sint-Pietersbasiliek om de zegen Urbi et Orbi te geven aan de verzamelde gelovigen op het plein. In afwijking van wat pausen voor hem hadden gedaan, begon hij met een korte toespraak:
    Geloofd zij Jezus Christus. Dierbare broeders en zusters, wij zijn nog steeds aangedaan vanwege het overlijden van onze geliefde paus Johannes Paulus I. En nu hebben de heren kardinalen een nieuwe bisschop van Rome gekozen. Zij hebben hem geroepen uit een ver land. Ver weg, en toch dichtbij in de gemeenschap van het geloof en in de christelijke tradities. Ik was bang om deze verantwoordelijkheid te aanvaarden, maar ik heb dat toch gedaan, in een geest van gehoorzaamheid aan onze Heer Jezus Christus en in een onwankelbaar vertrouwen in Zijn Moeder, de Allerheiligste Madonna. Ik weet niet zeker of ik mij correct kan uitdrukken in uw, nee, in onze Italiaanse taal. Mocht ik fouten maken, dan wilt u mij wel verbeteren. En zo stel ik me aan u voor: om gezamenlijk ons geloof te belijden, onze hoop en ons vertrouwen in de Moeder van Jezus, de Moeder van de Kerk. En om een nieuw hoofdstuk te beginnen in de geschiedenis van de Kerk, met hulp van God en van de mensen.
    Overigens viel dit praatje niet bij iedereen in de smaak. Een aantal curiekardinalen op het balkon fluisterde een aantal keren basta, ten teken dat de paus beter zou overgaan tot het geven van de zegen. Wojtyła werd de eerste Poolse paus en de eerste niet-Italiaanse paus in 455 jaar. De laatste was de Nederlandse paus Adrianus VI in 1523 geweest. Wojtyła was als Pool ook de eerste Slavische paus en was bovendien afkomstig uit een land dat behoorde tot het communistische Oostblok. De keuze had daarmee niet alleen een religieuze, maar ook een politieke betekenis. Als eerbetoon aan zijn voortijdig overleden voorganger nam hij de naam Johannes Paulus II aan, ook uit respect voor de twee daaraan voorafgaande pausen, Johannes XXIIIen Paulus VI. Hij begon ermee het ambt te vereenvoudigen door af te zien van de pluralis majestatis als aanspreek- en schrijftitel en verkoos een eenvoudige inauguratieceremonie zonder een formele pauselijke kroning. De pauselijke tiara zou hij nimmer dragen. Hij volgde hiermee het voorbeeld van zijn voorganger De verkiezing van Karol Wojtyła tot paus was een verrassing, te meer omdat hij de eerste niet-Italiaanse paus was sinds 1523. Het leidde tot onrust bij Leonid Brezjnev, de leider van de Sovjet-Unie. Hij zag de paus als een gevaar voor de invloed van de Sovjet-Unie in Polen en het Oostblok in het algemeen. Dat de vrees terecht was, bleek een jaar later, toen Johannes Paulus II een bezoek bracht aan zijn geboorteland en een grote menigte op de been wist te krijgen. Johannes Paulus' invloed in Polen en in de wereld heeft op een indirecte manier de macht van de Sovjet-Unie beperkt. Hoewel de Sovjet-Unie en het
    Vaticaan nooit rechtstreeks de confrontatie zijn aangegaan, was er vanwege de pauselijke invloed wel spanning tussen beide. Johannes Paulus II was de eerste paus die veelvuldig de wereld introk. In juni 1979 bracht hij zijn eerste van negen pastorale bezoeken aan zijn geboorteland Polen. Miljoenen landgenoten kwamen voor hem op de been. Tot zijn overlijden heeft de paus meer dan honderd pastorale bezoeken afgelegd, waarbij hij 129 landen bezocht.Legendarisch is dat hij altijd bij aankomst de grond kuste. Toen hij op hoge leeftijd niet meer kon bukken, werd voor hem aarde op een schaal gelegd en naar zijn mond gebracht, zodat hij staande alsnog een kus kon geven. In mei 1985 bezocht hij Nederland, Luxemburg en België. Er was in Nederland relatief weinig belangstelling. Veel Nederlandse rooms-katholieken achtten hem te conservatief. In de stad Utrecht moest bij een betoging de Mobiele Eenheidingrijpen.
    In Luxemburg en België, waar hij zijn 65ste verjaardag vierde, kreeg hij een hartelijk onthaal en brachten zijn bezoeken veel volk op de been. Op 13 mei 1981 schoot de 23-jarige Turk Mehmet Ali Ağca de paus met een pistool neer op het plein voor de Sint-Pietersbasiliek. Hij raakte hem vier keer. De dader werd meteen aangehouden. Johannes Paulus II verloor door de verwondingen driekwart van zijn bloed, maar overleefde de aanslag. Hij schonk de dader, die tot levenslang veroordeeld werd, vergiffenis en bezocht hem in de gevangenis.Op voorspraak van de paus werd Ağca door de Italiaanse president Carlo Azeglio Ciampi amnestie verleend en in juni 2000 uitgeleverd aan Turkije. Op 2 maart 2006 maakte een Italiaanse parlementaire onderzoekscommissie bekend dat naar alle waarschijnlijkheid de Sovjet-Unie opdracht had gegeven voor de aanslag, als vergelding voor de voortdurende steun van de paus aan de Poolse vakbond Solidarność. Op 12 mei 1982 werd in Fátima, Portugal, een tweede aanslag op Johannes Paulus II gepleegd. De 34-jarige uit Spanje afkomstige priester Juan María Fernández y Krohnprobeerde hem met een bajonet neer te steken. Fernández y Krohn verklaarde tijdens zijn proces dat hij gelooft dat Johannes Paulus II een spion van de SB en de KGB is en de opdracht heeft het verzet van het Vaticaan tegen de Sovjet-Unie te stoppen. Deze tweede aanslag werd vijfentwintig jaar voor de openbaarheid verborgen gehouden. Het Vaticaan had geopperd dat de paus door de Spaanse priester slechts bedreigd werd. Maar kardinaal Stanislaw Dziwisz onthulde in de documentaire 'Testimony' in 2008 dat Johannes Paulus II wel degelijk werd neergestoken, maar dat de paus de niet levensbedreigende wond geheim had gehouden. De paus zag het belang in van het betrekken van de jeugd bij de Kerk. Daarom initieerde hij in 1984 de Wereldjongerendagen die om de paar jaar honderdduizenden jongeren vanuit heel de wereld samenbrengen om het geloof te vieren, te delen en uit te dragen. De slotmis van de Wereldjongerendagen in Manilla werd zelfs bezocht door zo'n 4 miljoen mensen. Ook wilde hij duidelijk maken dat mensen die een verschil maken erkenning verdienen. Zo heeft hij in totaal 1338 zaligverklaringen uitgesproken.[noot 6] Hij verklaarde in totaal 482 mensen heilig. Dit waren er meer dan alle andere pausen voor hem ooit hebben gedaan. Het hoge aantal was mede het gevolg van zijn streven naar versimpeling en stroomlijning van de procedure, zodat alles sneller kon verlopen. Hij besloot de promotor fidei (de advocaat van de duivel), af te schaffen, zodat meer mensen de vaak lang gehoopte erkenning konden krijgen.
    Johannes Paulus II sprak zich uit tegen het communisme, het materialisme, het ongebreideld kapitalisme en de politiekeonderdrukking. Heel actief was hij in het bestrijden van het communisme in de jaren tachtig. Toen in het Oostblok de communistische macht was verdwenen, zette hij zich actief in voor de Europese eenwording.[noot 8] De val van het communisme was echter geen doel op zich voor de paus. Hij had gehoopt dat Polen na het verdwijnen ervan terug zou keren naar een maatschappij met conservatieve waarden. Dit gebeurde echter niet en Polen koos meer voor de westerse consumptiemaatschappij. Steeds meer verloor Johannes Paulus II de voeling met de ontwikkeling van de Kerk, meer bepaald in West-Europa. Het feit dat men in Europa steeds minder oor had naar zijn conservatieve agenda, leidde tot ergernis bij de paus. Daarom had hij vaak kritiek op de westerse maatschappij en het kapitalisme. Ook in ethische kwesties voer hij een harde koers en verwierp hij, in lijn met de traditionele opvattingen van de Rooms-Katholieke Kerk, expliciet abortus, euthanasie, anticonceptie, homoseksualiteit, transseksualiteit en de doodstraf. Door dit conservatisme daalde zijn populariteit echter in West-Europa.[8] De paus was ook uitgesproken in zijn afkeer van oorlog voeren. Hij veroordeelde publiekelijk de Tweede Golfoorlog, nadat hij al de Eerste Golfoorlog fel had bekritiseerd. In Europa en Azië was er kritiek op zijn standpunten over voortplanting. Men verweet de paus dat doordat hij het gebruik van condooms veroordeelde, hij het voorkomen van besmetting met hiv ernstig hinderde. De paus was er voorstander van aan de armen medicijnen beschikbaar te stellen, maar voorkoming van hiv-besmetting was volgens hem vooral te bereiken door een monogaam gezinsleven. In 1994 wees paus Johannes Paulus II in zijn apostolische brief Ordinatio Sacerdotalis toelating van lekenpriesters, openstelling van het priesterambt voor vrouwen en opheffing van het celibaat af.] In de apostolische brief De mulieris dignitate gaf de paus aan dat vrouwen recht hadden op waardigheid met betrekking tot mensenrechten en werk, maar dat kon volgens hem niet leiden tot de openstelling voor hen van het priesterambt. Johannes Paulus II was de eerste paus die het concentratiekamp in Auschwitz in Polen bezocht. Zijn bezoek aan de Synagoge van Rome was het eerste synagogebezoek van een paus in de geschiedenis van de Rooms-Katholieke Kerk. In maart 2000 bezocht hij het Holocaustherinneringscentrum Yad Vashem in Israël en raakte het heiligste heiligdom van de joden aan, de westelijke muur in Jeruzalem, ter bevordering van de christelijk-joodse verzoening, en sprak uit dat de joden "onze oudere broeders" zijn. Hoewel sommigen kritiek hadden op bepaalde handelwijzen waar hij medeverantwoordelijk voor was, als de zaligverklaring van paus Pius XII, die volgens critici zich tijdens de Tweede Wereldoorlog onvoldoende voor de Joden had ingezet, en op het zalig verklaren van bekeerde Joden, heeft hij er actief aan bijgedragen om de verhoudingen tussen het joodse geloof en het rooms-katholieke geloof te verbeteren. In mei 1999 bezocht Johannes Paulus II Roemenië. Het was de eerste keer dat een paus een overwegend oosters-orthodox land bezocht sinds het Grote Schisma, de scheiding van de oostelijke orthodoxie en het westelijke rooms-katholicisme in het jaar 1054. Hij werd verwelkomd door de patriarch Teoctist Arăpaşu en de Roemeense president Emil Constantinescu. De patriarch stelde dat het "tweede millennium van christelijke geschiedenis met het pijnlijke verwonden van de eenheid van de Kerk begon; aan het eind van dit millennium is er een herstel van christelijke eenheid geweest". Samen met de
    patriarch woonde de paus massale vereringsdiensten bij in de open lucht en droeg zo bij aan een verbeterde relatie. In Athene ontmoette de paus aartsbisschop Christodoulos, het hoofd van de GrieksOrthodoxe Kerk. Na een bilaterale bijeenkomst spraken de twee in het openbaar. Christodoulos las een lijst van "dertien inbreuken" van de Rooms-Katholieke Kerk tegen de Orthodoxe Kerk sinds het Grote Schisma voor, waaronder het plunderen van Constantinopel door kruisvaarders in 1204 en het gebrek aan verontschuldiging hiervoor. De paus antwoordde met de vraag aan de Heer of Hij daarvoor vergiffenis wou schenken, wat Christodoulos meteen toejuichte. Johannes Paulus II zei dat de plundering van Constantinopel een bron van "diepe spijt" voor de rooms-katholieken was. Daarna bezochten beiden de plek waar Paulus de Apostel aan Atheense christenen had gepredikt. De patriarch en de paus gaven een gemeenschappelijke verklaring uit, waarin stond: "Wij zullen alles doen wat in onze macht ligt, opdat de christelijke wortels van Europa en zijn christelijke ziel kunnen worden bewaard. (...) Wij veroordelen elke toevlucht tot geweld, proselytisme en fanatisme, in naam van de godsdienst. Later bracht de paus bezoeken aan andere oosters-orthodoxe landen, zoals Oekraïne. Johannes Paulus II heeft niet zoveel aandacht besteed aan de Protestantse Kerken als aan de orthodoxe. Volgens sommigen omdat met de protestanten minder raakvlakken zijn. Zo kon de vrijzinnigheid in veel protestantse richtingen zijn goedkeuring niet wegdragen en bleef voor hem het 'weglopen' van Calvijn en Maarten Luther een ketterse daad. Met de meer conservatieve stromingen binnen het protestantisme kon de paus zich vinden in de gedeelde kern van de christelijke leer over zonde en verzoening, God, Jezus en Heilige Geest, maar bleef er verschil in inzicht over de Mariaverering en het primaat van het pauselijk ambt. Met de Anglicaanse Kerk, die in liturgie en organisatie dicht bij de RoomsKatholieke Kerk staat, werd meer contact gezocht Johannes Paulus II was als paus betrekkelijk jong, 58, toen hij verkozen werd. Zijn pontificaat werd het op twee na langste in de geschiedenis (na dat van Petrus en Pius IX). Bij zijn aantreden was hij in een goede lichamelijke conditie en was een actief sporter. Hij wandelde, zwom en skiede. Na de eerste aanslag op zijn leven ging zijn gezondheid achteruit. In 1989 schreef hij een brief waarin hij aangaf dat hij zou aftreden als zich bij hem een ongeneeslijke ziekte of een andere vergaande verslechtering van zijn gezondheid had gemanifesteerd die hem het werken onmogelijk zou maken. In dat voorkomende geval zou hij het overlaten aan de deken van het College van Kardinalen, de Romeinse Curie en aan de vicaris van Rome wanneer zijn ontslag geaccepteerd zou worden. In 1992 werd er bij Johannes Paulus II een tumor verwijderd, in 1993 had hij een schouderoperatie, een jaar later brak hij een dijbeenen op hoge leeftijd, in 1996, kreeg hij een blindedarmontsteking en moest zijn blindedarm verwijderd worden. In 2001 werd door een arts onthuld dat de paus aan de ziekte van Parkinson leed, wat in 2003 door het Vaticaan bevestigd werd. Johannes Paulus II kreeg steeds meer moeite met zijn motoriek en spreken in het openbaar ging hem steeds slechter af. Johannes Paulus II begon door deze toenemende lichamelijke problemen een steeds fragielere indruk te geven bij openbare optredens.
    In 2005 kreeg hij zware ademhalingsproblemen, waardoor hij op 24 februari een tracheotomie moest ondergaan. Op 31 maart 2005 kreeg de paus "zeer hoge koorts die door een urinebuisinfectie werd veroorzaakt", maar de paus werd op zijn uitdrukkelijk verzoek niet naar het ziekenhuis gebracht, waarschijnlijk overeenkomstig zijn wens in het Vaticaan te sterven als zijn tijd gekomen was. Later die dag meldden bronnen in het Vaticaan dat de paus de laatste sacramenten had ontvangen. Op 1 april verslechterde zijn toestand en kreeg hij orgaanuitval. De paus werd gevoed door middel van een neussonde. In een officieel communiqué werd gesproken van een "ernstige, maar stabiele toestand". Rapporten uit het Vaticaan vroeg in de ochtend berichtten dat de paus een hartaanval had gekregen, maar bij kennis was gebleven. Op 2 april om ongeveer half één in de ochtend bevestigde het Vaticaan dat de paus de laatste sacramenten had ontvangen. De daaropvolgende morgen was er om 11.30 uur een persconferentie waarin de woordvoerder van het Vaticaan, Joaquín Navarro-Valls, meldde dat de paus steeds minder bij bewustzijn was. Navarro-Valls vertelde dat de paus de woorden "Ik denk aan jullie" had uitgesproken, volgens hem waarschijnlijk refererend aan de jongeren die op het Sint-Pietersplein verzameld waren. Dezelfde dag schreef de paus een afscheidsbriefje aan zijn naaste Poolse medewerkers (drie nonnen en twee secretarissen) met de tekst: "Ik ben gelukkig, laten jullie ook gelukkig zijn." Uiteindelijk overleed paus Johannes Paulus II in zijn privéappartement op 2 april om 21:37 uur op de leeftijd van 84 jaar aan de gevolgen van een sepsis en bijbehorende infecties, waardoor zijn nieren en andere vitale organen, waaronder uiteindelijk zijn hart, het lieten afweten. In zijn laatste bericht, aan de jongeren op het Sint-Pietersplein, zei hij: "Ik kwam voor u, nu bent u naar mij gekomen. Ik dank u." Volgens de officiële lezing van het Vaticaan waren zijn laatste woorden, uitgesproken in het Pools: "Laat mij gaan naar het huis van de Vader".[18] Zes uur later kwam na 26 jaar, vijf maanden en zestien dagen een eind aan zijn pontificaat. Johannes Paulus II werd wereldwijd herdacht. In Polen verzamelden rooms-katholieken zich bij de kerk in zijn geboorteplaats. In Nederland overheerste de algemene waardering voor zijn vredebevorderende oproepen het eerdere gevoelen van ergernis over zijn conservatieve denkbeelden op andere terreinen. De Australische eerste minister John Howard zei dat paus Johannes Paulus II een vrijheidsvechter was tegen het communisme. In Brazilië werd een rouwperiode van zeven dagen afgekondigd. In Chili was er een officiële rouwperiode van drie dagen. De Cubaanse leider Fidel Castro kondigde drie dagen van nationale rouw af. In Duitsland en Frankrijk hing de vlag - heel uitzonderlijk - halfstok vanaf openbare gebouwen. Desgevraagd werd vermeld, dat het om een bijzonder mens ging. De vlaggen op het Witte Huis en andere openbare gebouwen in de Verenigde Staten werden halfstok gehangen. President George W. Bush betuigde zijn medeleven en noemde de paus "kampioen van de menselijke vrijheid". Dalai lama Tenzin Gyatso eerde de paus voor het bevorderen van "harmonie en spirituele waarden". En zelfs in het overwegend boeddhistische Thailand gingen de vlaggen halfstok. Bij de begrafenis op 8 april vertegenwoordigde kroonprins Charles zijn moeder koningin Elisabeth II van het Verenigd Koninkrijk, waardoor zijn tweede huwelijk moest worden uitgesteld. De Verenigde Staten stuurden drie presidenten: de zittende en diens twee voorgangers. België werd vertegenwoordigd door koning Albert II en koningin Paola. Vanuit Nederland werd geen staatshoofd gestuurd, dit in schril contrast met voorgaande
    pauselijke overlijdens. Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) was de aanwezigheid van minister-president Jan Peter Balkenende voldoende. Dit regeringsstandpunt leidde in Nederlandse rooms-katholieke kringen tot verontwaardiging en protest. Vooral de roomskatholieke oud-premier Dries van Agt liet zijn afkeuring blijken. Het Vaticaan reageerde na afloop van de eredienst laconiek: "Wij hebben de Nederlandse koningin niet gemist". De begrafenis van Johannes Paulus II wordt een van de grootste rouwplechtigheden van de moderne geschiedenis genoemd, vanwege de honderden aanwezige hoogwaardigheidsbekleders en delegaties, de vele pelgrims in Rome en de wereldwijde aandacht via televisie en radio. Tijdens de begrafenis werd er door sommige pelgrims gevraagd om Johannes Paulus II onmiddellijk heilig te verklaren. Op borden stond "Santo Subito" te lezen. Op 13 mei 2005 werd de procedure gestart zonder de gebruikelijke vijf jaar af te wachten. Als reden daarvoor wer