Tijdelijk voer ik aanpassingswerken aan mijn blog uit - sorry voor de hinder JP
eerste bezoek aan New Orleans met het opleidingsschip Mercator 22 februari 1957 in volle Mardi Grasroes
New Orleans Roof Jazzmen bij hun vijftigste verjaardag foto Riny van den Dungen april 2005 -New Orleans v l n r Dag Benend (bjo) Bruno Van Acoleyen (tp) Paul Brandes (b) Vincent van Elferen (tb) Lionel Ferbos (tp - special guest) Pierre Claessens (cl, leader) Philippe 'Smetje' De Smet (d) New Orleans Presentations Ltd Als West Europa v.a. de 60s kennis heeft kunnen maken met New Orleans Legends als Louis Nelson, George Lewis, Capt John Handy en zoveel anderen is het te danken aan het initiatief van Rudy Balliu, Luciano Invernizzi en Barry Martyn die hun krachten samenbundelden onder de naam New Orleans Presentations Ltd.
Barry Martyn
op 11 maart 1966 begroette de Lazy River Jazzclub haar eerste twee New Orleansveteranen: captain John Handy (as) en...
Kid Sheik Cola (tp). Beiden werden begeleid door Barry Kid Martyn's Ragtime Band
Buddy Bolden 1st King of Jazz 6/9/1877-4/11/1931 door Jelly Roll Morton beschreven als 'the blowingest man since Gabriel'
standbeeld van W C Handy in Beale Street Memphis, Tennessee
Johnny Dodds en broer drummer Warren 'Baby' worden algemeen erkend als twee monumenten van de klassieke jazz Warren 'Baby' Dodds weblo.com
Vier Louisiaanse creolen trokken naar de Westcoast en hebben daar hun laatste rustplaats Johnny StCyr, Barney Bigard, Edward 'Kid' Ory en Jelly Roll Morton Johnny St Cyr 1890 New Orleans, LA 1966 Los Angeles, CA zie jazzbanjo.com Barney Bigard 1906 New Orleans, LA 1980 Culver City, CA werkte zowel met Johnny Dodds als met Duke Ellington, met Armstrong als met Ory
Edward 'Kid' Ory 1886 Laplace, LA 1973 Honolulu, Hawaii componeerde o.a. 'Muskrat Ramble' en 'Ory's Creole trombone'
Jelly Roll Morton (Ferdinand J LaMenthe) 1885(?) New Orleans, LA 1941 Los Angeles, CA flamboyante Storyville-pianist, leider v d Red Hot Peppers en (als we hem mogen geloven) de schepper van de jazz jazz.com
Louis Prima werd ook in New Orleans geboren en onderhield meer banden met zijn geboortestad dan men wel denkt. Wie componeerde, denk je, het refrein van zijn wereldberoemde 'Just a Jigolo'? Jawel, Spencer Williams, de man die ons ook 'Basin Street' en 'Mahogany Hall Stomp' schonk. weblo.com
Mahalia Jeckson ° New Orleans 1911 + Chicago 1972 ' Queen of gospel ' Stond in aug 1963 aan de zijde van Dr M L King aan het Lincoln Memorial in Washington D C tijdens een demonstratie tegen rassendiscriminatie
James Booker 1939 - 1983 jazz /rock/rhythm&blues piano en zanger 'Piano Prince of New Orleans' beïnvloed door Professor Longhair en Ray Charles tuffcity.com
Joe King Oliver 1885 - 1938 cornet - leider componeerde o.a. 'Canal Street Blues' King Oliver's Creole Jazz Band
Oliver, Armstrong's, idool en leermeester, vormde zijn band in Chicago v l n r Honore Dutray(tb) Baby Dodds(d) King Oliver (ct) Louis Armstrong (schuiftrompet!) Lil Hardin (p) Bill Johnson(bjo) Johnny Dodds (cl)
Geschiedenis van Louisiana, door tien vlaggen geïllustreerd
Bij zijn ontdekking van de Mississippi, iets ten zuiden van het huidige Memphis, draagt Hernando de Soto in 1541 de Spaanse vlag van Leon en Castilië (boven links)
Daarop volgt de Franse Lelie wanneer in 1682 Cavelier de LaSalle het Mississippi-gebied naar Louis XIV noemt. Louisiana blijft grotendeels Frans gebied tot 1769 (boven midden)
De Florida Parishes (in het zuidoosten tussen de Mississippi en Pearl Rivers) leven van 1763 tot 1781 onder de Britse Union Jack (boven rechts)
In 1769 wappert de vlag van de Spaanse Bourbons aan de openbare gebouwen. In 1781 worden de Florida Parishes door Spaans Louisiana ingelijfd (midden links boven)
Tijdelijk scheuren de West Florida Parishes zich af. Hun 'West Florida Republic' duurt maar 90 dagen, net lang genoeg om hun eigen vlag te ontwerpen de 'West Florida Lone Star' (midden links onder)
Door het geheime verdrag van San Ildefonso wordt Louisiana opnieuw afgestaan aan Frankrijk, een transactie die pas op 30 nov 1803 met het hijsen van de Franse driekleur wordt bevestigd (midden midden)
Twintig dagen later wordt op 20 dec de 'Louisiana Purchase' (de aankoop van Louisiana door de USA) ondertekend. Op de Place d'Armes, later omgedoopt in Jackson Square, maakt de Franse driekleur plaats voor de US flag of 15 stars (midden rechts)
In 1861 komt het tot een breuk tussen Louisiana en de Union. Gedurende 55 dagen vervangt de Flag of Independent Louisiana het Amerikaanse sterrenvaandel (onderaan links)
Op 21 maart 1861 kiest Louisiana in de Burgeroorlog de kant van de Zuiderlingen en vecht mee onder de Confederate Flag (onderaan midden)
In 1862 valt New Orleans in handen van de Yankees (Noorderlingen). De Staat Louisiana maakt in 1868 terug deel uit van de Union onder de vlag van de US. Louisiana heeft ook haar eigen Staatsvlag (onderaan rechts)
02 welke Europeaan ontdekte als eerste de Mississippi?
03 Aan welke Franse koning is de St Louiskathedraal van New Orleans opgedragen?
04 welke Amerikaanse voetbalploeg heeft het Superdome als thuisbasis?
05 welke Louisiaanse gouverneur zit in de gevangenis wegens corruptie?
06 naar welke jazzfiguur is de internationale luchthaven van New Orleans genoemd?
07 populaire crooner, acteur en zoon van een procureur
08 wat is een 'lagniappe' ?
09 welke Franse president schonk aan New Orleans een ruiterbeeld van Jeanne d'Arc?
10 naar welke paus is het voorplein van 'St Louis Cathedral' genoemd?
11 wat is een 'mufuletta'?
12 welk beroep oefende Leonard Bechet, broer van Sidney, uit?
13 hoe heet het stadion waar de Hornets (basketploeg) hun thuisbasis hebben?
14 welk beroep oefenden de vrijbuiters Jean en Pierre Lafitte als dekmantel uit?
15 welke ornitoloog tekende in Louisiana zijn bekende 'Birds of America'?
16 hoe opende president Chester Arthur in 1884 de Wereldtentoonstelling van New Orleans?
17 welke US president opende in 1984 de Wereldtentoonstelling van New Orleans?
18 nabij het stadhuis van New Orleans is een standbeeld van George Washington. In welke attributen is de eerste USpresident uitgebeeld?
19 Jim Garrison was in de sixties procureur in New Orleans. Aan welke zaak blijft zijn naam verbonden?
20 wat is traditioneel de weekdag in New Orleans voor het eten van 'red beans and rice'?
21 welke Franse nonnenorde zorgde in Louisiana voor de eerste scholen en ziekenhuizen?
22 in welke universiteit van New Orleans vind je een indrukwekkend jazzarchief?
23 wat was de artiestennaam van Ferdinand LaMenthe?
24 in welk jaar startten de concerten in Preservation Hall?
25 onder welke president werd door de Fransen Louisiana aan de US verkocht?
26 wie schreef in New Orleans het toneelstuk 'a streetcar named Desire'?
27 wiens bijnaam was 'le Grand Créole' bij het uitbreken van de Burgeroorlog?
28 welke rol speelde de stad Gent bij de beëindiging in 1814 van het Brits-Amerikaanse conflict?
29 in welke twee andere steden vind je een repliek van het ruiterbeeld van Andrew Jackson zoals het vóór St Louis Cathedral staat?
30 van welk Frans woord is 'cajun' afkomstig?
31 welke Louisiaanse stad wordt beschouwd als de hoofdstad van de cajuns?
32 wat bedoelt men met 'andouille' in de Louisiaanse keuken?
33 waar staan de initialen L O S voor in de Louisiaanse flora?
34 hij werd in de seventies als eerste kleurling Mayor (burgemeester) van New Orleans
35 welke concertzaal in Louis Armstrong Park werd onlangs gerenoveerd?
36 welk gebouw (waar nu een hotel staat) op de hoek van Bourbon en Toulouse speelde een belangrijke rol in het mondaine leven van de creolen?
37 wat is in de voodoocultus een gris gris?
38 welke jazzbandleider, mentor van Louis Armstrong, componeerde 'Canal Street Blues'?
39 waarvoor staan de initialen A en P in de smeedijzeren balkons van Jackson Square?
40 van welke Britse staatsman vind je een standbeeld aan de ingang van het Hilton Riverside Hotel in New Orleans?
41 in de startscène van de film 'the Big Easy' ligt een lijk in een fontein. Op welk plein?
42 welke langspeelfilm, gedraaid in New Orleans met Brad Pitt in de bijzonder vreemde hoofdrol, kreeg niet minder dan 13 Oscarnominaties?
43 wat is een 'café brulot'?
44 welk gokspel bedoelden de Amerikanen met 'craps'?
45 uit welk Afrikaans land kwamen de voorouders van George Lewis?
46 wat verstond men in de 19de eeuw onder een 'dixie'?
47 wat is 'cajun pop corn' in de Louisiaanse keuken?
48 in welke Amerikaanse Staat vind je de bron van de Mississippi?
49 welke tweede orkaan sloeg in 2005 enkele dagen na Katrina toe?
50 wie schreef 'Life on the Mississippi'?
copyright JP De Smet
Beroemde New Orleanians
summiere opsomming van muzikanten die in New Orleans geboren zijn of er een tijd hebben vertoefd of er nu vertoeven
crescent city
jp's news from the deep south
04-07-2009
Crescent City….mijn passie
Grand Marshall Jean Pierre 'JP' De Smet
introductie en verantwoording
New Orleans heeft verschillende bijnamen. Eén daarvan, ‘Crescent City’, verwijst naar de halvemaanvormige bocht van de Mississippi waaraan de stad in het zuidoosten van Louisiana gelegen is op een honderdtal km van de Golf van Mexico.
Op vrijdag 22 februari 1957 maakte ik voor het eerst kennis met New Orleans, de geboortestad van de jazz. Ik voelde meteen aan dat die stad en haar muziek een belangrijke rol in mijn leven zouden spelen.
Toen ik in 1965 besloot om samen met William Wauters en Jean Kallaert de Gentse ‘ Lazy River Jazzclub ‘ te stichten had ik niet het minste vermoeden dat het allemaal zo’n vaart zou nemen en dat het organiseren van activiteiten ivm de Crescent City zoveel jaren van mijn leven in beslag zou nemen.
New Orleans en de muziek die daar is ontstaan werden tientallen jaren lang, naast mijn familie en mijn carrière in het provinciaal onderwijs Oost-Vlaanderen, de derde hoek in wat ik een gezond driehoeksgeval kan noemen.
Mijn herinneringen zijn hoofdzakelijk positief en ik dank oprecht al diegenen die daaraan hebben meegewerkt. Alléén had ik het immers niet aangekund.
Een aantal van mijn geesteskinderen hebben, vergeef me deze ijdele bedenking, een relatief groot succes gekend. Sommige, zoals de ‘Lazy’ en het Gentbrugse Jazzmeeting, hebben de tand des tijds doorstaan. Andere, zoals de Gentse Kroegentochten, zijn stopgezet wegens ‘ teveel werk voor te weinig medewerkers ‘. Iets wat nu ook LACE ( = Louisiana Centre) overkomt.
Ik wil me aan niets ergeren en het enkel nog hebben over de mooiste momenten die ik in die fameuze derde hoek heb mogen beleven: de pioniersjaren en de kennismaking met de Living Legends in de sixties, honderden concerten, ontmoetingen met duizenden gelijkgezinden, de blijde gezichten van mijn reisgenoten wanneer ze kennismaakten met de zwoele sfeer van het Diepe Zuiden, mijn talrijke brassbandbelevenissen, het ereburgerschap van New Orleans dat aan een dertigtal van onze muzikanten door mijn toedoen werd uitgereikt, de gastvrijheid, levenswijsheid en grote dankbaarheid van mijn Louisiaanse vrienden, het talent van mijn talloze vrienden-muzikanten etc…
'New Orleans - de hartslag van de jazz' auteur JP De Smet - anno 2007 uitgever EPO Berchem www.epo.be
Ik ben dankbaar voor de gemotiveerde hulp van velen w.o. niet in het minst die van mijn naaste familie. Arletje voor haar ontembaar entoesiasme, mijn kinderen en kleinkinderen voor hun nooit aflatende steun. Een speciaal dankwoord gaat naar zoon Philippe die zich heeft ontpopt als een fel geapprecieerde New Orleans drummer en die me in goede en kwade dagen binnen ons jazzwereldje en ook daarbuiten heeft leren relativeren.
Mijn passie voor alles wat met New Orleans, Louisiana en het Diepe Zuiden te maken heeft is te groot om op een zijspoor te verdwijnen.
Ik wil die passie dus via deze blog met zoveel mogelijk anderen delen.
Daar zijn ook nog mijn vertelbeurten, mijn ‘Jazztown Ghent’ stadswandelingen en wie weet is het me gegund om nogmals een bezoek te brengen aan mijn geliefd New Orleans en misschien ook een nieuwe groep kennis te laten maken met ‘ America’s most interesting City ‘.
Dit prachtige fotoboek kan ik je in volle overtuiging aanbevelen. Fotograaf Jaap van de Klomp nodigt ons uit op een vreemde maar boeiende trip naar de begraafplaatsen van een groot aantal jazzmuzikanten. Deze worden per instrument benaderd. Zo vind je bvb voor de drummers de graftomben van Warren 'Baby' Dodds en Zutty Singleton via die van Chick Webb en Cozy Cole tot o.a. die van Shelly Manne en Billy Higgins. Bij de foto's tref je bijzonder interessante biografische nota's van Scott Yanow. De introductie hebben we te danken aan Dan Morgenstern. Hierbij verwijs ik graag naar mijn bijdrage op deze blog, getiteld "didn't he ramble"
UNFINISHED BLUES Memories of a New Orleans Music Man door Harold Battiste Jr
Een autobiografie om 'U' tegen te zeggen ! Een carrière die zich spreidt over 60 jaar. Battiste deed zowat alles in de muzikale wereld wat men van een Legend kan verwachten. Hij schreef arrangementen voor Sonny and Cher, was talent scout voor Specialty Records, werkte mee aan Doctor John's album 'Gris Gris', speelde met Ornette Coleman en stichtte A F O Records, New Orleans eerste black-owned label. Harold Battiste Jr heeft enorm veel te vertellen en hij doet het op een boeiende wijze
' One of my pleasantest memories as a kid growing up in New Orleans was how a bunch of us kids would suddenly hear sounds. It was like a phenomenon. The sounds of men playing would be so clear, but we wouldn't be sure where they were coming from. The city was full of the sounds of music...'. (Danny Barker in A Life in Jazz, gepubliceerd door Alyn Shipton)
In een muzikale stad als New Orleans hebben de brassbands altijd een belangrijke rol gespeeld. Deze straat- of wandelorkesten behoorden tot de voornaamste ingrediënten die, samen met blues, gospels en ragtime, tot het ontstaan van de jazz hebben geleid. Al meer dan honderd jaar vormen ze de meest functionele en ook de meest spectaculaire jazztraditie in de Crescent City.
In de laatste decennia van de negentiende eeuw bereikte de brassbandtraditie in de bakermat van de jazz een hoogtepunt. Daar hebben diverse historische factoren toe bijgedragen. Er was vooral de Europese erfenis van militaire marsmuziek. De inwoners van New Orleans hadden jarenlang muziekkapellen door de straten van hun stad horen en zien defileren, vooral tijdens de bezettingsjaren die op de Burgeroorlog volgden en die men wat ironisch 'Reconstruction' noemde. Hoe gehaat de Noordelijke troepen ook waren, hun partituren spraken de geschoolde creolen aan terwijl hun glanzende instrumenten jonge zwarte talenten ertoe aanzetten om hun vreugde en hun emancipatiestreven via die muziek te uiten. Aan de vervaardiging van paradepakken besteedden ganse gezinnen en vriendenkringen veel zorg en met de instrumenten die bij de ontbinding van militaire kapellen waren vrijgekomen, konden de jongelui vlug aan de slag. In het laatste decennium van de negentiende eeuw moet zich stilaan het wonder hebben voltrokken waarbij militaire marsen, samen met duivelse blues, hemelse kerkliederen en wereldse syncopen tot het ontstaan van een nieuwe muziek hebben geleid. Het valt in ieder geval niet te ontkennen dat op de vooravond van de twintigste eeuw de muziekkapellen in New Orleans een drievoudige metamorfose ondergingen: ze werden kleiner, boden plaats aan improvisatie en verlegden hun muzikale accenten. Met de tijd telde een brassband tien à twaalf muzikanten. 'Met tien gemotiveerde muzikanten konden we luider en dynammischer spelen dan een militaire kapel van veertig man' (Johnny Dodds) Eerst kwamen er uitsluitend koperen blaasinstrumenten (brass instruments) en percussie bij te pas. Daarna kwamen daar klarinetten en altsaxofoons bij. Iets later ook tenorsaxofoons. Terwijl de eerste brassbands vooral een beroep deden op geschoolde readers die partituren van hymnes of van standaardnummers gebruikten, werd stilaan meer geïmproviseerd door fakers op nummers die zij van overal oppikten en uit het hoofd leerden. Maar het muzikale wonder voltrok zich vooral in het gebruik van die zo speciale accenten waarbij stijfaandoende marsmuziek werd omgetoverd in een ongedwongen beat die met de hartslag van de second liners ('supporters') en de cadans van veelkleurige paraplu's een onontwarbaar harmonisch geheel vormde.
Tijdens de depressie van de thirties draaide de brassbandtraditie op een lager toerental en behalve enkele markante uitzonderingen zoals Bunk Johnsons Brass Band die in 1945 opnames verwezenlijkte in George Lewis' achtertuintjes (St Philip), was het wachten geblazen tot de fifties om een paar goed georganiseerde bands aan het werk te zien: de Gibson, de George Williams en vooral de Eureka. Deze laatste werd algemeen erkend als de beste in zijn genre alhoewel de Young Tuxedo het ook bijzonder goed deed. De Young Tuxedo Brass Band werd in 1938 door John Casimir gesticht. Hij bleef de formatie leiden tot hij in 1963 overleed. De band groeide uit tot een levend symbool van de brassband-revival in het New Orleans van na de Tweede Wereldoorlog. Ook met zijn bezetting stond de groep als model: twee trompetten, twee trombones, twee rietblazers, een sousafoon, een snare drum en een bass drum.
Stichter en leider van de Eureka Brassband was trompettist Willie Wilson. Na diens overlijden volgden drie trompetspelers elkaar op: Alcide Landry, Dominique Remy en Percy Humphrey. De Eureka heeft een stevige reputatie opgebouwd en heeft een indrukwekkend aantal opnames gemaakt met o.a. Wilie en Percy Humphrey, Peter Bocage, Albert Warner, Emanuel Paul en 'Cie' Frazier In de sixties beleefde New Orleans het ontstaan van de Olympia Brassband terwijl een aantal jonge muzikanten onder het impuls van Danny Barker zich lieten inspireren door rap, funk en pop. Zo onstonden o a de Dirty Dozen Brassband en de Rebirth Brassband.
De brassbandtraditie beperkte zich niet tot New Orleans.Ook in de rest van Louisiana werkten succesvolle groepen zoals de Banner Band in Bunk Johnson's New Iberia, de Black Eagle Band in Crowley en de Duhe Brothers Band in Laplace. In de sixties vormde Barry Martyn in Londen de Eagle Brassband waarmee hij rondreisde en opnames maakte. In de rangen van de 'Eagle' vond men naast Engelse muzikanten als Keith Smith, Barry Martyn, Mike Pointon en zelfs Chris Barber eveneens New Orleansveteranen zoals Leo Dejan, Joe Darensbourg en Andrew Blakeney. Op 1 mei 1989 maakte de 'Eagle' schitterende opnames van evrgreens als 'Amazing Grace', 'Salutation March' en 'Sing On' waaraan o a drie uitstekende trompettisten meewerkten die ons inmiddels voorgoed hebben verlaten: Emery Thompson, Milton Batiste en Dan Pawson. Deze opnames stimuleerden de vorming van Europese groepen. In Engeland zorgden de Omega Brass Band van Ken Colyer, de Paragon Brass Band van Mike Casimir en de Excelsior Brass Band van Mike Brown voor een continuïteit. In Nederland behoort Adam Oliviers Silver Leaf Brass Band tot de top. De Happy Feet Brassband verichtte enkele decennia lang uitstekend werk met een harmonisch evenwicht tussen klassieke nummers en het moderne repertoire. Helaas besloten ze onlangs om er een punt achter te zetten. Inmiddels maakte ik kennis met de Nederlandse Hurricane Brassband. Deze jongens en Petra Dallwitz aan de bassdrum brengen muziek in de goede, klassieke lijn van de New Orleans brassbandtraditie. Bovendien hebben ze een rijk gestoffeerde website die ik je van harte aanbeveel als je méér wenst te vernemen over alles wat N O brassbands betreft.
Toen ik in 1957 de Eureka Brassband door de straten van New Orleans zag paraderen, stond ik als aan de grond genageld. Zo een meeslepende muziek had ik nog nooit gehoord. De vreugdevonken spatten rondom mij, het uigelatenen van de feestvierende menigte werkte aanstekelijk. Ik raakte in vervoering en liet me inpalmen door de uitbundigheid van een duizendkoppige second line. Sindsdien is de brassbandmuziek me blijven boeien. Eerst droomde ik ervan als muzikant deel uit te maken van een dergelijke wandelgroep maar bij gebrek aan talent heb ik dan maar gekozen voor de functie van Grand Marshall, die feestelijk uitgedoste kerel die het midden houdt tussen een ceremoniemeester en een tamboer-majoor. Hij loopt voorop en zorgt ervoor dat de band zich een weg door de menigte baant en dat alles onderweg vlot verloopt. Een rijk versierde paraplu beschermt hem tegen zon of regen terwijl zijn geborduurde en met franjes omzoomde ordesjerp er geen twijfel laat over bestaan dat de brassbandcultuur nauw verwant is met militaire erelinten en logerituelen.
prachtige hoes van de LP Sounds of New Orleans Streets door de Young Tuxedo Brassband
Met tedere nostalgie herinner ik me de jaren '80 in het gezelschap van de Vlaamse Black Diamond Brassband, de Nederlandse Intercity Brassband of nog de Delta Brassband die ik in 1977 samen met Jacques Cruyt en Rudy Balliu had gesticht. Samen met een aantal meereizende muzikanten beleefde ik onvergetelijke momenten toen wij de kans kregen om in New Orleans deel te nemen aan de openingsparade van het French Quarter Festival: in 2000 met mijn vrienden van de Fondy Riverside Bullet Band en van de Nederlandse Midlife Revival Jazzband, in 2003 met de Big Easy Bunch. Mijn grootste brassbandvoldoening kwam in april 2005. Pierre Claessens had me gevraagd een groepsreis te organiseren om de vijftigste verjaardag van zijn New Orleans Roof Jazzmen in New Orleans te vieren. Met de band en een zestigtal sympatisanten trokken we naar de bakermat van de jazz. Behalve de leden van de jarige 'Roof' telde onze reizigersgroep nog een aantal uitstekende muzikanten, talrijk genoeg om een eigen brassband te vormen...de MAGNOLIA BRASSBAND die tijdens het French Quarter Festival zowel voor zijn dynamische muziek als voor zijn verzorgde presentatie door de menigte werd toegejuicht.
Voor mij was het Magnolia-experiment de verwezenlijking van een oude droom. De bezetting van de groep zag er als volgt uit: Vincent van Elferen en Alajos Van Peteghem (trombones), Paul Brandes (sousafoon),, Pierre Claessens (klarinet), Max Simonis (sopraansax), Ronald Wildering (altsax, Emile van Pelt bass drum), mijn zoon Philippe (snare drum) en Bruno Van Acoleyen (trompet). Ikzelf was als Grand Marshall de koning te rijk.
Over de brassbands van New Orleans is weinig geschreven. Laat me toe drie interessante werken te vermelden: Brassbands and New Orleans Jazz door William J Schaffer Louisiana State University Press (Baton Rouge en Londen)
The Great Olympia Band door Mick Burns Jazzology Press (New Orleans)
Fallen Heroes a History of New Orleans Brass Bands door Richard H Knowles Jazzology Press (New Orleans)
Dominic James 'Nick' LaRocca Jimmy LaRocca 1889 - 1961 continuing the tradition www.odjb.com
Over de term 'dixieland' zijn in de loop der jaren nogal wat zwart/wit misverstanden ontstaan. Het probleem is dat mensen uit gemakzucht zoeken naar simpele zoethoudertjes. Aan genuanceerde omschrijvingen hebben ze een hekel. Ze willen korte, nette stellingen en van zodra er zich uitzonderingen voordoen geven ze er de brui aan. Op de veel gestelde vraag wat dan wel het verschil is tussen 'dixieland' en 'new orleansstijl' verwachten ze een ondubbelzinnig antwoord. Zoiets als 'new orleans is zwart' en 'dixieland is blank' waarbij blank dan een bijsmaakje krijgt van pseudo-zwart. Het onderscheid is echter veel subtieler dan wat ik zo'n twintig jaar geleden in een Nederlands jazzkrantje las: " dixielanders staan tijdens hun optreden recht terwijl new orleansmuzikanten al zittend spelen".
Mijn zoektocht naar de oorsprong en de diverse betekenissen van 'dixieland' was boeiend. Nu eens vond ik historisch bewijsmateriaal. Dan weer botste ik op onzekerheden, misverstanden en tegenstrijdigheden. Het werd een mengeling van anecdotes, realiteit en fantasie. Een confrontatie tenslotte met leuke verrassingen. Het zoveelste bewijs dat mensen het met één en dezelfde term vaak over verschillende begrippen hebben. Een beetje zoals dat moet geweest zijn in de Toren van Babel.
Vooralsnog moeten we een onderscheid maken tussen de aardrijkskundige term en zijn muzikale tegenhanger die uit de eerste is voortgevloeid. Het woord 'dixieland' (dikwijls afgekort tot dixie) dateert van halverwege de negentiende eeuw en kwam voor het eerst in de variétéwereld voor in het lied 'Dixie's Land' waarvoor Daniel D Emmett de muziek en de woorden had geschreven. Het werd in première op Broadway gezongen op 4 april 1859 als 'plantation song and dance' door Bryant's Minstrel Troupe. Van meet af aan verwees 'dixieland' naar een streek. Het was een bijnaam voor het zuiden van de Verenigde Staten. Hiermee bedoelde men doorgaans de Staten die zich in 1860/61 van de Union afscheidden en zichzelf de 'Confederate States' noemden. Alhoewel Emmett's lied nauw verbonden was met de geschiedenis van de zuidelijke Staten, was hijzelf een man van het noorden (Ohio). Van een populair amusementslied werd zijn compositie net vóór het uitbreken van de Burgeroorlog omgetoverd in het krijgslied van de zuiderlingen waartoe ook Louisiana en de stad New Orleans behoorden.
Over de oorsprong van het woord 'dixie(land)' bestaan verschillende theorieën, de ene al vreemder dan de andere. Zo zou het woord herinneren aan de naam van ene 'Mr Dixy', een zachtaardige planter wiens slaven genoten van paradijselijke (!) levensomstandigheden. Een andere versie is ook pittoresk maar biedt een relatief historisch houvast. De geschiedenis van het Diepe Zuiden leert ons dat ca 1850 de Citizen's Bank van New Orleans, om haar creoolse klanten te behagen, tweetalige tiendollarbiljetten lanceerde met aan de ene zijde TEN, aan de andere kant DIX. Een briefje van tien dollar kreeg al vlug de naam 'dixie' mee en kort daarna stond New Orleans en ook de hele Mississippi-vallei bekend als Dixieland, m.a.w het gebied waar deze banknotes geldig waren. Deze theorie wordt door specialisten terzake weerlegd omdat die bankbiljetten ook buiten Louisiana werden toegelaten en het bijgevolg weinig zinvol was om die in Engelstalige Staten als betaalmiddel te gebruiken.
Zou de uitleg dan tóch van geografische aard zijn? Een derde versie is minder bekend maar wint steeds meer veld alhoewel ze daar in New Orleans om toeristische redenen minder voor te vinden zijn. De term zou afgeleid zijn van de Mason/Dixon lijn, de scheidingslijn tussen het noordelijke Pennsylvania en haar zuidelijke buurstaten Maryland en West-Virginia. Tussen de afstammelingen van William Penn, de stichter van Pennsylvania, en Lord Baltimore, de stichter van Maryland, was een dispuut ontstaan over de grens tussen hun gebieden. In 1763 kregen de landmeters Mason en Dixon de opdracht die grens nauwkeurig op te meten en vast te leggen. In 1820 werd deze aangenomen als scheidingslijn tussen de wel-en-niet-slavenhoudende Staten. Afgezien van zijn muzikale aspecten was en is de term 'dixie' overal aanwezig in de Southern States. Er zijn voorbeelden in alle sectoren van de maatschappij. Denk bvb aan de 'Winn-Dixie' supermarktketen of aan de 'Dixie Brewing Company', de grootste brouwerij ooit in New Orleans, gesticht in 1907 en na Katrina en de daarop volgende overstromingen en plunderingen gedoemd om te verdwijnen. De toekomst van die onderneming is onzeker maar het merk blijft bestaan en het bier wordt onder contract verder gebrouwen door anderen.
Ook de excursieboten maakten gebruik van de naam 'dixie'.In 1918 speelden Armstrong, Johnny en Baby Dodds en Pops Foster aan boord van de DIXIE BELLE raderboot onder de leiding van Fate Marable die door de Streckfus Company in dienst was genomen als talentenjager. In de thirties werkten Harold Dejan, Lester Santiago en Paul Casimir op het stoomschip DIXIE op Lake Pontchartrain.
Van boten gesproken...nadat ik aan boord van de Mercator in 1957 New Orleans had 'ontdekt' zette ik ijverig mijn studies aan de Hogere Zeevaarstchool in Antwerpen verder. Toen echter bleek dat het avontuur moest plaats ruimen voor maritieme theorie, driehoeksmeting en kaartlezen, zag ik het voor bekeken. Ik ging over stag naar een sedentair bestaan dat tóch voldoende plaats bood voor reizen en virtuele zoektochten naar de oorsprong en de achtergrond van een muziek die me steeds meer boeide. Ik koos voor het onderwijs en ging meteen op zoek naar platen. Eén van de eerste LP's die ik in de sixties bemachtigde was 'Teddy Buckner in Concert - DIXIELAND JUBILEE', o.a.door Vogue op de markt gebracht met opnamemateriaal van Frank Bull en Gene Norman.Deze startten in de fifties een grootschalig festival, DIXIELAND JUBILEE, met de bedoeling om jaarlijks in Californië een programma te wijden aan de jazzmuziek van het zuiden. Telkens stonden o.a. muzikanten uit New Orleans en andere zuidelijke steden op de affiche en werden van die concerten schitterende opnames gemaakt.
teddy buckner in concert www.musicstack.com De tekst van de platenhoes was voor mij een openbaring.Mijn generatie was opgegroeid in de waan dat dixieland een blank afkooksel was van een zwarte muziek maar uit de hoestekst en bijhorende foto ging het duidelijk om zwarte artiesten die dixieland speelden!Het repertoire was een onverholen knipoog naar de Crescent City. 'West End Blues', 'Honky Tonk Town' en'didn't he ramble' logen er niet om.
Oorspronkelijk wees 'dixie(land)' naar de zuidelijke Staten maar vrij vlug ook naar een muziek die daar vandaan kwam, ongeacht of ze door blanken of zwarten werd vertolkt, nl de eerste jazzstijl zoals die ca 1900 in New Orleans was ontstaan, met een vaste beat en waarbij cornet/trompet, klarinet en trombone door middel van improvisatie en in harmonisch evenwicht een verlenging brachten van de menselijke stemmen, met respect voor een aangehouden melodie. Zowel zwarte als creoolse en blanke groepen en organisatoren hanteerden vanaf ca 1915 de term 'dixie' in orkestnamen, partituren, lyrics, affiches en flyers. Zo had je bvb de 'Dixie Hummingbirds' (een gospelgroep uit Alabama) of 'Oliver's Dixie Syncopators' of nog de 'Original Dixieland Jass Band' die de eerste jazzopnames maakte. In Chicago kon je voor partituren en instrumenten terecht in het 'Dixie Music House'. In New Orleans was 'Dixieland Hall' van januari 1962 tot december 1973 een concurrentie voor Preservation Hall, ook al beweerde Allen Jaffe dat er plaats was voor twee. Hij vond het maar niets dat grootheden als Kid Thomas Valentine, Emanuel Sayles en Sweet Emma Barrett, om er maar enkele te noemen, geen exclusief contract met hem tekenden.
George Lewis and his New Orleans Jazz Band at Dixieland Hall
We hebben al enkele knopen kunnen ontwarren maar blijft de hamvraag. Hoe komt het toch dat velen een vertekend beeld hebben van dixieland? Dat zij direct denken aan strohoedjes en gestreepte vestjes, aan koebellen en clowneske fotosessies? Dat velen dixieland minachtend blijven beschouwen als een minderwaardige imitatie van 'echte new orleans'? Een citaat uit een Franse jazzencyclopedie resumeert die visie als volgt:'Le dixieland est la forme la plus ancienne d'imitation du jazz de la Nouvelle Orléans par des musiciens blancs'. Daartegenover denk ik nostalgisch terug aan het moment waarop ik Percy Humphrey (behorend tot een bekende zwarte muzikantenfamilie) in Preservation Hall een optreden van zijn band aldus hoorde inleiden: ' and now ladies and gentlemen...we're going to play some nice dixieland music for you '.
Het antwoord op de hamvraag ligt hoogst waarschijnlijk in het feit dat blanken de eerste waren om de nieuwe muziek vanuit New Orleans noordwaarts te 'exporteren' . Dat ze daarbij niet aarzelden om potsierlijke houdingen aan te nemen en hun heil zochten in technische virtuositeit eerder dan in gevoelsmatige vertolkingen zal wellicht bijgedragen hebben tot het ontstaan van een negatief imago. Hoe dan ook...het is aan blanke groepen zoals die van Tom Brown en Nick LaRocca te danken dat 'wij' kennis hebben gemaakt met de eerste jazzstijl.
In het Chicago van 1916 vinden we o.a. 'Johnny Stein's Original Dixieland Jass Band from New Orleans' met o.a. klarinettist Yellow Nunez alsook de kern van de latere Original Dixieland Jass Band (ODJB) met mensen die hun debuut hadden gemaakt in Papa Jack Laine's Reliance Band(s). Deze kerels moeten alvast een efficiënt management hebben gehad. Ze noemden zichzelf 'creators of jazz' en brachten hun muziek vanuit New Orleans via Chicago naar New York en zelfs tot in Londen en andere Europese steden.
In New York maakten ze furore in Reisenweber's Café aan Columbus Square en schreven ze historie met de allereerste jazzopnames zoals 'Livery Stable Blues' waarvan in een mum van tijd méér dan één miljoen exemplaren van de toonbank gingen...een definitieve doorbraak van de Roaring Twenties. Wat je ook van deze muziek mag denken, geef toe dat de ODJB voor historische momenten zorgde. We kunnen zelfs spreken van een onsterfelijk fenomeen vermits Jimmy LaRocca (trompet.zang) het initiatief nam om voor de continuïteit van de ODJB te zorgen, de zoveelste prestatie van een band die van 1916 tot vandaag swingende dixieland vertolkt. Lees hierover meer op www.odjb.com
Dat de doorsnee luisteraar dixieland en new orleans met elkaar blijft verwarren kan ik perfect aannemen maar dat een 'journalist' zich zondig maakt aan een amalgaam terzake valt te betreuren. Lees wat één van hen in 2005 schreef bij de opening van het Dendermondse jazzcentrum Vlaanderen:' dixieland...een verlaat en flauw afkooksel van de oudestijljazz uit New Orleans, gespeeld door nostalgische blanke mannen in streepjesjassen en met bolhoeden op ' of nog ' geen enkele musicoloog, criticus of serieuze liefhebber zal durven beweren dat het genre (dixieland) meer voorstelt dan sympatiek cafévertier of dat het enige betekenis heeft in de ontwikkeling van de jazz' Bekrompenheid is een gavaarlijke kwaal...zeker in de journalistiek!
throw me something !!! 16 februari 2010 Mardi Gras in New Orleans
Er is geen ontkomen aan. Als je New Orleans tijdens de Mardi Gras festiviteiten bezoekt krijg je de indruk dat je op een vreemde planeet belandt. Arthur Harding omschrijft die gekke toestanden als volgt: ' Eén van mijn favoriete films dateert van 1953 nl ABBOTT AND COSTELLO GO TO MARS met o.a. een merkwaardige scène waarin het dwalende ruimteschip van het komische duo in de Crescent City neerstort op Mardi Gras-dag. Het gaat er zodanig bont aan toe dat onze pseudo-astronauten ervan overtuigd zijn dat ze op de Rode Planeet Mars geland zijn...'
Vanaf het eerste moment heeft de carnavalsvirus je te pakken en moet je hoe dan ook meedoen. Van toeschouwer word je in een mum van tijd figurant of acteur. Je geeft je ogen de kost maar terzelfdertijd participeer je ook actief...je wordt een inherent deel van het feetvierend geheel. De hotels zijn al lang volgeboekt. Strategish gelegen balkons worden peperduur verhuurd. De hele stad tooit zich in paars, groen en goud. Overal weerklinkt het traditionele If ever I cease to love... De carnavalsviering heeft heidense origines, de Middeleeuwen zetten de traditie voort en de Katholieke Kerk, de voornaamste religie in Louisiana tijdens de Franse en Spaanse kolonisatie, aarzelde niet om die festiviteiten te officialiseren als een laatste kans tot feestvieren vooraleer de Vastenpenitentie begon. De Franse term Mardi Gras luidt in het Engels/Amerikaans Fat Tuesday of Shrove Tuesday en staat bij ons bekend als Vette Dinsdag of Vastenavond, nl de vooravond van Aswoensdag (Ash Wednesday) Aswoensdag luidt de Vastenperiode in.Bijgevolg is Mardi Gras de laatste dag dat alles kan, een dag die uitbundig wordt gevierd, wat ze in New Orleans heel goed hebben verstaan. De term 'Carnaval' (carnival in 't Engels) is afgeleid van het Latijnse 'carne vale', dwz ' vaarwel aan het vlees'.
De carnavalsviering begint in Louisiana officieel op 6 januari. Ze noemen die dag ' the Twelfth Night Feast of the Epiphany ' , de 12de nacht na de geboorte van Christus of het feest van de openbaring aan de drie Koningen. Tijdens de twaalf dagen die Mardi Gras voorafgaan worden meer dan 50 optochten en honderden 'private parties', dansavonden en gemaskerde bals op touw gezet. Hoe dichter Mardi Gras nadert hoe talrijker de parades waarvan de routes de hele stad doorkruisen met uitzondering van het French Quarter waar optochten om veiligheidsredenen verboden zijn.
Mardi Gras is in Europa ontstaan en is van hieruit in zijn Franse versie naar Canada, de Caraïben en Louisiana overgewaaid. In dit laatste geval zorgde Pierre Lemoyne, Sieur d'Iberville daarvoor. Op 3 maart 1699, tijdens een expeditie die hem samen met zijn broer Jean-Baptiste (Sieur de Bienville) de Mississippi-monding deed verkennen, kampeerde hij op een plaats die hij ' Pointe du Mardi Gras ' doopte, iets ten zuiden van de plaats waar in 1718 la Nouvelle Orléans werd gesticht.
Na heel wat ups en downs was er pas in 1857 sprake van optochten zoals we die vandaag kennen. Rekening houdend met onderbrekingen zoals tengevolge van oorlogen of epidemieën werden sindsdien in New Orleans meer dan 2000 carnavalparades georganiseerd. Oorspronkelijk was het enkel de bedoeling om een lokaal feestje te bouwen maar inmiddels kunnen we spreken van een wereldgebeuren waar honderdduizenden toeschouwers van genieten, niet alléén uit de andere Amerikaanse Staten maar steeds meer ook uit andere werelddelen. Het duurde wel een hele tijd vooraleer Mardi Gras op grote schaal en met de goedkeuring van de autoriteiten kon gevierd worden. De eerste Franse aristocraten hadden de traditie van het gemaskerd bal, zoals ze dat in Versailles hadden gekend, ingang doen vinden in de kolonie, maar de Spaanse en ook de eerste Amerikaanse gouverneurs verzetten zich tegen woelige straatanimatie en het dragen van maskers. 1857 werd een beslissende mijlpaal in de geschiedenis van Carnaval in Louisiana. Toen paradeerde the Mystic Krewe of Comus voor het eerst met ' flambeaux ' (toortsen) door de stad. Sindsdien heeft het aantal krewes zich op spectaculaire wijze uitgebreid en is 'Mardi Gras in New Orleans' een begrip geworden met wereldfaam. We kunnen gerust aannemen dat het de tweede plaats op de carnaval-wereldschaal inneemt, na de samba-roes van Rio de Janeiro.
In 1882 ontstond een nieuwe traditie, nl de ontmoeting tussen de King of Rex en de Queen of Comus in het Municipal Auditoium, gelegen in het Louis Armstrong Park. Er bestaan thans meer dan 60 krewes (carnavalsverenigingen) die alle uithoeken en voorsteden van New Orleans vertegenwoordigen en waarbij alle lagen van de bevolking aan hun trekken komen. De eerste zwarte krewe, die van ZULU, kwam pas tot stand in 1909. IRIS, de allereerste dameskrewe, werd gesticht in 1917
www.jazzwax.com Toen Satchmo in 1949 werd verkozen als ZULU KING vond Time Magazine het maar goed om dat glansrijk te huldigen
Op dit ogenblik wordt de organisatie van de optochten waargenomen door een vijftigtal krewes. De grootste is die van Endymion. Deze telt 800 leden, bouwt 40 indrukwekkende praalwagens en laat jaarlijks twee miljoen doubloons vervaardigen.
De zwarte gemeenschap van New Orleans is in die dagen bijzonder actief. en zorgt in de parades voor twee succesvolle initiatieven. De Zulu Social and Pleasure Club, in 1909 door zwarte arbeiders gesticht, kent ieder jaar de benijdenswaardige titel van ZULU KING toe aan een gewaardeerde gast. In 1949 was dat niemand minder dan Louis Armstrong.
Mardi Gras Indians photo courtesy New Orleans Convention and Visitors Bureau
En dan heb je nog die schitterende Mardi Gras Indians. In tegenstelling met wat je van zo'n naam verwacht, zijn het geen Indianen maar zwarten die maandenlang aan het vervaardigen van hun bonte, rijk gevederde klederdrachten werken en die tijdens het carnaval Indianendansen en -liederen uitvoeren. De bekendste van die stammen zijn de Wild Tchoupitoulas , de Yellow Pocahontas en de Wild Magnolias. Hun muziek werkt aanstekelijk en tussen de meewerkende muzikanten is méér dan één Neville te vinden Met deze oude traditie willen de Afro-Amerikanen een hulde brengen aan de Native Americans bij wie de voortvluchtige zwarte slaven steeds een veilig onderkomen vonden.
Tijdens de carnavalperiode worden in New Orleans zowat 500.000 King Cakes verorberd. Zo'n koninklijk gebak is ovaal en gesuikerd en bevat een plastic popje. Wie tijdens een party dat popje in zijn taartstuk vindt wordt tot koning of koningin van de dag gekroond en zal de organisatie van het volgende feest op zich moeten nemen. Zijn officieel lied en zijn driekleur heeft Mardi Gras te danken aan ene Russische Groothertog Alexis Alexandrovitch. Deze bezocht New Orleans tijdens de carnavalsviering in 1872. Op dat ogenblik werd de muzikale komedie Bluebeard opgevoerd waarin Lydia Thompson de hoofdrol vertolkte. Weldra had de hele stad het over de idylle die zich tussen de Groothertog en de actrice had ontsponnen. Haar sololied If ever I cease to love werd de officiële Mardi Grassong terwijl de driekleur van de Russische Groothertog (paars voor gerechtigheid, groen voor geloof en goud voor macht) aan alle gevels van de stad wapperde
' if ever I cease to love if ever I cease to love May the Grand Duke Alexis ride a buffalo in Texas if ever I cease to love '
Mardi Gras woordenschat en curiosa - Jaarlijks stort Mardi Gras meer dan 500 miljoen $ in de stadskas van New Orleans. Geen wonder dat de stad haar volledige medewerking verleent. - Aangezien de krewes zich niet commercieel mogen laten sponsoren, zijn het de leden die alle organisatiekosten via lidgeld dragen. Deze jaarlijkse bijdrage varieert van 250 tot 850 $. Bovendien schenken de leden zoveel als ze willen voor het vervaardigen van doubloons, beads en andere throws. - De superparades van Bacchus en Endymion presenteren samen 80 praalwagens en 60 marching bands. Hun 2.300 leden gooien miljoenen plastic bekers, doubloons en beads. - Eén van de meest gefotografeerde onderwerpen tijdens de Mardi-Grasviering is de Boeuf Gras (Vette Os) in de Rex Parade. De vette os staat als symbool voor het laatste vlees dat vóór de Vasten wordt gegeten. Oorspronkelijk stapte een echte os mee in de parade. Nu wordt hij vervangen door een enorme figuur in ' papier mâché '. - Net zoals er veel Gentenaars de Arteveldestad verlaten tijdens de Gentse Feesten, ontvluchten talrijke New Orleanians het Mardi Gras-gewoel om te gaan skiën in Aspen, Colorado. Ze noemen zichzelf The Krewe of Aspen. - Krewes zijn in New Orleans carnavalsverenigingen. Het zijn non-profitorganisaties die zich voor hun naam lieten inspireren door de mythologie...Aphrodites, Bacchus, Eros, Hermes, Thor, Pegasus... - Iedere krewe werkt volkomen onafhankelijk. Er is dus geen overkoepelende organisatie. Elke krewe kiest jaarlijks zelf haar thema. Er bestaat wat dat betreft tussen de diverse krewes een soort geheimdoenerij waarbij gekozen thema en kostumering zo lang mogelijk worden verzwegen. - Jaarlijks verkiezen de krewes koningen en koninginnen die over de parades heersen. De meeste verenigingen kiezen die Koninklijke Hoogheden uit eigen ledenbestand maar krewes als Bacchus en Endymion nodigen beroemdheden uit de film- of muziekwereld uit om hun koning of parade marshall te zijn. Deze eer viel o.a. te beurt aan sterren als Bob Hope, Dennis Quaid, Tom Jones, Neil Sedaka, Paul Anka, Dolly Parton en Harry Connick Jr - De belangrijkste traditie is die van de throws...allerlei voorwerpen die honderden acteurs en figuranten vanop de praalwagens naar de honderdduizenden toeschouwers gooien. Meestal zijn dat doubloons (aluminium medailles) en beads (plastic halssnoertjes) maar het kunnen evenzeer plastic bekers, allerlei gadgets en bewerkte cocosnoten zijn alhoewel deze laatste stilaan om veiligheidsredenen verboden worden. - Er zijn ook nieuwe tradities. Zo heb je bvb de Phunny Phorty Phellows, een groep van 40 gecostumeerde mannen en vrouwen die op de avond van 6 januari officieel de carnavalperiode inluiden tijdens een rit op een rijkelijk versierde streetcar langs St Charles Avenue - Een andere, interessante en tamelijk jonge traditie dateert uit 1987. Het is de viering van Lundi Gras waarbij op de Spanish Plaza nabij het Riverwalk winkelcentrum de riverboat van REX door de burgemeester verwelkomd wordt met jazzmuziek, vuurwerk en entertanment. Het is alsof de New Orleanians er nooit genoeg van hebben.
Tijdens mijn speurtocht naar de oorsprong en de verschillende betekenissen van de term 'jazz', of hoe die ook werd gespeld, werd mijn nieuwsgierigheid telkens weer geconfronteerd met twee zekerheden. Vooreerst dat ik me waagde in een nevelig landschap waar historische feiten en legendarische verhalen nauwelijks van elkaar gescheiden zijn. Vervolgens dat de term 'jazz' en de muzieksoort die zo heet lange reizen hebben ondernomen maar dat ze niet altijd dezelfde weg hebben afgelegd. Voor die eerste vaststelling zijn er voorbeelden in overvloed. Van goed gestoffeerde opzoekingen via leuke curiosa tot lachwekkende absurditeiten. Voor wat de gevolgde wegen betreft spreken historische en muzikale achtergronden meestal voor zichzelf.
Michael Quinion is etymoloog, een soort woordendetective. Hij vond een indrukwekkend aantal termen die aan de basis konden liggen van de term 'jazz' vooraleer die geschreven of gedrukt werd. 'Jazz' in de prehistorie dus.Ik citeer enkele voorbeelden. Zo vermeldt hij bvb 'jasper' , een dansende slaaf op één of andere plantage in de omgeving van New Orleans(1825) die 'iedereen' kende onder zijn bijnaam 'jass' 'Chas' was bvb ook de bijnaam van een zekere Charles Alexander (die van Alexander's ragtime band?) Franse varianten verwijzen naar 'chassé' van het werkwoord 'chasser' (jagen maar in de 19de eeuw ook gebruikt voor een energieke danspas) of naar 'jaser' (kletsen...wat dan zou betekenen dat een 'jaseur' een babbelkous is!) Andere sporen leiden dan weer naar Afrikaanse dialecten waar woorden als 'jasi' of 'yas' te maken hebben met fut of vitaliteit. Mooi maar twijfelachig is de verwijzing naar 'jas'mijnolie, een lichaamsverzorgend product dat in het Diepe Zuiden als oppepper werd gebruikt. Met dank aan Michael Quinion is het toch nog steeds gissen naar het enige, echte stamwoord waaraan we het woord 'jazz' te danken hebben. Of hebben we misschien te maken met een wederzijdse bevruchting van termen uit de meest diverse domeinen? Een soort mengeling zoals we die ook in de bevolking, de keuken en de muziek van het Diepe Zuiden terugvinden?
Tot zover voor wat betreft de 'prehistorie'.Voor de historie hebben we te maken met geschreven of gedrukte documenten die voor méér duidelijkheid zorgen zoals ik iets verder zal aantonen. Maar eerst wil ik even kwijt hoe mijn passie voor de stad New Orleans en voor haar muziek is ontstaan alsook hoe ik me vanuit mijn post-navigatie opleiding (regentaat moderne talen) verwoed ben gaan interesseren voor de taalkundige facetten van termen als jazz, dixieland, Diepe Zuiden, blues, gospel, ragtime, Second Line, Mardi Gras etc...
Mijn eerste contact met de pionierstijd van de jazzmuziek deed zich voor in februari 1957 toen ik voor de eerste maal kennismaakte met New Orleans. Ik was kadet aan boord van de Belgische driemaster Mercator die na een lange transatlantische overtocht de Mississippi opvoer en aanmeerde ter hoogte van het French Quarter waarvan ik vernam dat het de oorspronkelijke stadskern was van de Crescent City. Onze bemanning werd bijzonder goed onthaald. Duizenden kijklustigen stonden in de rij om ons aan boord van ons schoolschip een bezoekje te brengen. Het Belgische Consulaat had ervoor gezorgd dat ieder van ons enkele dagen kon doorbrengen met een onthaalfamilie. Ik kwam terecht bij deVillères (typisch creoolse naam). Ze woonden in één der prachtigste villa's van het Garden District. Mr Villère was een notoire zakenman. Zijn echtgenote bekleedde vooraanstaande functies in diverse culturele verenigingen. Zij hadden twee kinderen. Isabelle had ongeveer mijn leeftijd. Marc was iets ouder.
Op een dag stelde Marc me voor om de stad te verkennen aan boord van zijn grasgroene Buick cabriolet 1954. In Bourbon Street maakte ik kennis met Paddock Lounge en iets verder in St Peter met Borenstein's Art Gallery (die vier jaar later plaats zou maken voor Preservation Hall). Ik zag hoe de Mardi Gras praalwagens elkaar voor een uitgelaten mensenmassa opvolgden op Canal Street en St Charles Avenue. Maar groot was mijn emotie toen Marc Villère me zei: 'weet je...ik hoor dat je van jazz houdt...wat dacht je als ik je nou eens meenam naar de plaats waar de allereerste jazzman heeft gewoond?' En zo kwam ik, niet ver van het Garden District maar aan de arme kant van St Charles avenue, voor het schamele huisje in First Street te staan waar Charles 'Buddy' Bolden een tijdlang had gewoond. Ik werd getroffen door het schrijnende contrast tussen het luxueuze, neoklassieke 'paleis' waarin de Villères hun mondaine recepties hielden en het armoedige 'cottage' van de Boldens. Meteen dook ik in de legende. Stel je voor! Hier woonde ooit de man die algemeen wordt beschouwd als de eerste jazzman! Geen opnames achtergelaten, slechts één foto voorhanden...De man wiens muzikale carrière slechts tien jaar in beslag nam (1895-1905), die na een turbulent leven bezweek aan een overdaad aan vrouwen en alcohol, die zijn laatste levensjaren doorbracht in een psychiatrische instelling en die tenslotte als een hond werd begraven in een anoniem graf van Holt Cemetery, een begraafplaats voor de allerarmsten. Maar in Tulane University rusten mondelinge getuigenissen van ooggetuigen en tijdgenoten die unaniem verklaren dat Bolden de beste was van hen allen...'the very first King of Jazz'...al droeg de muziek die hij speelde nog niet die naam. Een koning die over de hele wereld volgelingen zou hebben. Een ongekroonde vorst die geschiedenis schreef zonder het te willen of het te beseffen
de enige foto van Buddy Bolden's band - 1895 hoogstwaarschijnlijk getrokken door E Bellocq wiens waardevol archief totaal vernietigd werd in een hevige brand behalve o.a. dit waardevolle document rechtstaand v l n r Jimmy Johnson (b), Buddy Bolden (cornet), Willie Cornish (tb), Frank Lewis (kl) zittend v l n r Brock Mumford (gtr), Willie Warner (kl)
Vreemd zijn de wegen die de term 'jazz' en de jazzmuziek zèlf hebben gevolgd. Eerst apart, daarna samen. Het is quasi zeker dat het woord 'jazz' voor het eerst in de Californische baseballpers werd gedrukt. Daarna reisde het naar Chicago en New York en pas daarna kwam het voor in de muzikale middens van New Orleans. Uit nieuwsgierigheid koos ik lukraak een dertigtal namen van bands die in New Orleans maar ook in Chicago actief waren in de twenties. De term 'jazz' kwam zelden voor. Denken we bvb aan Johnny Dodds' Black Bottom Stompers, Piron's New Orleans Orchestra, Celestin's Original Tuxedo Band, Fate Marable's Society Syncopators, King Oliver's Dixie Syncopators, Kid Ory's Sunshine Orchestra, Morton's Red Hot Peppers...namen met 'jazz' zoals Freddie Keppard's Jazz Cardinals, Sam Morgan's Jazz Band, the Original Dixieland Jass Band, the Red Onion Jazz Babies , King Oliver's Creole Jazz Band waren in de minderheid. Van de tientallen foto's uit die periode heb ik er maar enkele gevonden waarbij de drummer op zijn grote trom ('grosse caisse' voor de Vlamingen) 'jazz band vermeldt. Dat is o.a. het geval voor de band van Buddie Petit in 1920.
cornetspeler (4de v links) Buddie Petit en zijn band in New Orleans (1920) let op de tekst op de grote trom ' Buddie Petit - New Orleans - Jazz Band Buddie Petit week niet uit naar het noorden - de jonge klarinetspeler is Edmond Hall
De jazzmuziek daarentegen zag het licht in New Orleans, verhuisde daarna naar Californië, St Louis, Kansas City, New York en vooral Chicago waar ze haar naam kreeg, eerst in een schertsende context met seksuele connotatie maar spoedig daarna in lovende zin. Vanuit New York stak de muziek onder haar definitieve naam de Atlantische Oceaan over om achtereenvolgens in Engeland en op het Europese continent te belanden, onthaald met gemengde gevoelens van scepticme, nieuwsgierigheid en voorzichtige bewondering.
Hoe dan ook, het woord 'jazz' (ook jas, jasz, jass) werd door het American Dialect Society 'the word of the twentieth century' genoemd. Er is enorm veel over geschreven en de documentatie terzake is nauwelijks te overzien. Vol verrassingen !
Een stevige studie vindt het woord rond 1912 als dialect terug in een aantal Californische kranten. Op dat ogenblik heeft het nog geen enkel verband met muziek noch met seks. George A. Thompson van de New York University wist het precies op te sporen in de Los Angeles Time van 2 april 1912 in een artikel dat gewijd was aan baseballspeler Ben Henderson. Deze had nl een nieuwe gooitechniek getest die hij 'jazz ball' noemde daar deze zó waggelde dat die moeilijk te vangen was. Het jaar daarop komt het woord veelvuldig voor in de Californische sportpers, voortdurende verwijzend naar een vorm van fut, energie, pep, entoesiasme. Langzaam maar zeker wordt 'jazz' meer en meer een symbool van kracht, geestelijke opbruising, uitbundigheid en vreugde.
partituur uit 1916 met dank aan wikimedia commons
Het is in Chicago dat in de 1910s 'jazz' voor het eerst in verband wordt gebracht met de muziek die vanuit New Orleans de Windy City had bereikt. Heel wat orkestleiders eisten het voorrecht op om als eerste de term 'jazz' in de naam van hun band te gebruiken. Een beetje te vergelijken met Jelly Roll Morton of Nick La Rocca die allebei beweerden de jazzmuziek te hebben uitgevonden of gecreëerd. In het Chicago van 1913 zou men het al over Bert Kelly's New Orleans Jass Band hebben. Eén van de meest geloofwaardige pretendenten is trombonist Tom Brown die de eerste New Orleansband west- en noordwaarts bracht en die in 1915 als eerste zijn groep als een 'jass band' voorstelde. Iets later maakt de Original Dixieland Jass Band, een blanke vijfkoppige groep uit New Orleans, furore in Chicago, New York en de rest van de wereld met de allereerste jazzopnames.
We hebben kennis gemaakt met jazz in de Californische baseball en in de muzikale twenties van Chicago. Maar hoe zit het dan met de seksuele connotaties? Waarheid of verzinsel? Het is zo goed als zeker dat de term van meet af aan werd gemeden in de 'deftige' kringen van Chicago. Van algemeen symbool voor entoesiasme kwam het al vlug te pas bij seksuele 'prestaties' ivm vitaliteit en viriliteit. Vooral vanuit het muzikantensyndicaat van Chicago waren de eerste reacties beledigend. Vandaag is jazz een deftig woord geworden maar oorspronkelijk was het scabreus en ook termen als boogie-woogie, jelly roll, gig, juke en swing werden dubbelzinnig gebruikt met latente knipoogjes naar copulatie en seks.
Tot slot kan ik niet nalaten een drietal werken aan te bevelen die het uitvoerig hebben over de pionierstijd en de historische context waarin jazz als term en muziek is ontstaan. In The French Quarter vertelt Herbert Asbury o.a. over artiesten als Jelly Roll Morton en Tony Jackson die hun nieuwe muziek in de bordelen van Storyville ten gehore brachten. In het laatste hoofdstuk beweert de auteur dat Emile 'Stalebread' Lacoume de allereerste jazzband leidde in de straten van het beruchte Red Light District. Eigenlijk was het een spasm band van zeven tieners (van 12 tot 15 jeer) die op zelfgemaakte instrumenten improviseerden. Asbury weet waarover hij schrijft want hij had gesprekken met twee overlevenden van de groep.
In Storyville, New Orleans vertelt Al Rose op boeiende wijze over het reilen en zeilen in Storyville van 1897 tot wanneer de beruchte prostitutiewijk op bevel van de US Navy in 1917 voorgoed werd gesloten. Indrukwekkend is de opsomming van ruim tweehonderd muzikanten die in de 'District' gedeeltelijk waren tewerkgesteld en door de sluiting ervan elders job moesten zoeken. Vonden ze die niet in New Orleans, dan trokken velen onder hen westwaarts naar Californië of noordwaarts naar Chicago.
Tenslotte schreef Don(ald) Marquis een schitterende biografie van Charles 'Buddy' Bolden. 'In search of Buddy Bolden - First Man of Jazz' is een boeiend naslagwerk en leest als een roman. o www.amazon.com
from a lace balcony (vanop een smeedijzeren balkon)
In New Orleans is het zalig om vanop een smeedijzeren balkon het geroezemoes, de bonte taferelen, de pittoreske straatanimatie te observeren terwijl je geniet van een heerlijk verfrissende cocktail. Observeren en genieten passen daar heel goed bij elkaar. Het is ook een ideale plaats om er geruchten op te vangen die voor de verandering ook weleens positief kunnen zijn in tegenstelling tot de aanhoudende negatieve berichtgeving van sensatiegeile media of het geblaseerde commentaar van zogezegde 'kenners'. Positief is bvb de nakende heropening van het Jazz Museum van New Orleans. langverwachte heropening van het Jazz Museum in New Orleans
Ik herinner me alsof het gisteren was de alarmerende berichten die vanuit New Orleans de wereld werden ingestuurd nadat de orkanen Katrina en Rita respectievelijk op 29 aug 05 en 23 sept 05 vernielend hadden toegeslaan. Nog nooit had New Orleans in haar nochtans bewogen geschiedenis zoiets meegemaakt. Er vielen veel slachtoffers, de schade was enorm en tienduizenden inwoners werden gedwongen om al hun bezittingen in Louisiana achter te laten en asiel te zoeken in andere Staten. Velen vonden een onderkomen in het naburige Texas. Tot overmaat van ramp leidden enkele dijkbreuken tot zware overstromingen waarbij zowat 80% van de stad onder water kwam te staan. New Orleans ligt grotendeels anderhalve meter beneden de zeespiegel.
Alhoewel sommige hoger gelegen stadsgedeelten zoals het wereldberoemde French Quarter enigszins gespaard waren gebleven moesten daar ook enkele gebouwen het ontgelden. Zo had ook de Old US Mint (het oude muntgebouw) te kampen met hevige rukwinden. In dat gebouw, één der kostbaarste juwelen van het Louisiana State Museum, bevond zich o.a. het New Orleans Jazz Museum. Genadeloos deden geruchten de ronde dat het tentoongestelde materiaal ofwel onherstelbaar was beschadigd ofwel in een modderstroom was weggespoeld en onherroepelijk verloren. Ooggetuigen en journalisten fantaseerden om ter meest. Zo had men Louis Armstrong's eerste cornet en één van Kid Ory's trombones op de Mississippi zien wegdrijven...richting Golf van Mexico. De realiteit was erg maar minder onrustwekkend. De rukwinden hadden de koperen dakkoepel van het muntgebouw weggerukt zodat documenten, instrumenten en ander materiaal moesten worden geëvacueerd en ijlings in bewaring worden gebracht. Van verlies of onherstelbare schade was er geen sprake. Aan dit geruststellende nieuws besteedden de media geen aandacht.
Aangezien een bezoek aan het New Orleans Jazz Museum een jaarlijks en niet onaardig onderdeel van mijn verblijfsprogramma was begon ik me te informeren naar de ware toedracht van de zaak. Al spoedig zag ik in hoe zorgwekkend de toestand daar wel was en hoe zwaar de bevolking, openbare diensten incluis, was getraumatiseerd. Ik kreeg maar geen antwoord op een nochtans eenvoudige vraag : ' what happened to the jazz museum?' Noch het kantoor van de burgemeester, noch de dienst voor toerisme, noch de Commissie voor Louisiaanse muziek, noch het Departement Cultuur...niemand kon me vertellen wat met het jazzmuseum was gebeurd. Was het van de kaart verdwenen? Was het verhuisd? Zo ja, waarheen?
Het Jazz Museum van New Orleans bezit o.a. meer dan tienduizend foto's w.o. deze van Joe King Oliver en zijn Creole Jazz Band in Californië (1921)
Toen ik me in april 2008 waagde aan een nieuwe poging om het museum te bezoeken (volgens de website was er geen vuiltje aan de lucht en was alles nu OK) vielen de bewakers ter plaatse uit de lucht. Het leek wel of ze nog nooit van een jazzmuseum hadden gehoord. 'Maar, zegden ze, als het voor U goed is kunt U misschien onze tijdelijke Napoleon-tentoonstelling bezoeken (!).' Enkele weken later kreeg ik eindelijk een antwoord. De kostbare verzameling was voorlopig in de Louisiaanse hoofdstad Baton Rouge ondergebracht in afwachting dat ze in de loop van 2010 terug haar plaats kon innemen in het oude Muntgebouw.
Het mag ons dus verheugen dat Vice Gouverneur Mitch Landrieu van Louisiana en Lynn Scarlett van het Obama Ministerie van Binnenlandse Zaken onlangs samen bevestigden het jazzmuseum terug onderdak te zullen verlenen in het oude Muntgebouw dat een hele huizenblok inneemt aan Esplanade Avenue nr 400.
Maar er is nog méér goed nieuws. De initiatiefnemers voegden eraan toe dat het project op de tweede verdieping ('third floor' in de US) van hetzelfde gebouw ook een concertzaal (jazz performance space) van ca 380 m2 met zeven verschillende podiumcombinaties plus bijhorende opnamestudio en radiostation voorziet. De werken zijn al aan de gang en zouden in de lente van 2010 moeten voltooid zijn. Aan het initiatief waarvoor niet minder dan vier miljoen dollars is uitgetrokken wordt samengewerkt door de Staat Louisiana en de federale regering gekoppeld aan een parternariaat tussen het Louisiana State Museum, het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Toerisme en het US Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Merkwaardig en beloftevol is het feit dat de artistieke leiding wordt toevertrouwd aan Terence Blanchard en het management aan diens vrouw Robin Burgess. Traditionalisten hoeven zich geen zorgen te maken. Blanchard is wel een modernist wat niet belet dat hij ook respect heeft voor traditie en voor het muzikale erfgoed van zijn voorgangers. Zijn visie is duidelijk: 'not only preserving the past but recognizing the past and moving into the future'.
Terence Blanchard behoort tot die New Orleans muzikanten voor wie Katrina en Rita een uitdaging waren om hun geboortestad beter en vooral positiever op de kaart te plaatsen. Liever dan bij de pakken te gaan zitten verkozen hij en artiesten als Ellis Marsalis en zoons Wynton en Branford, Harry Connick Jr, Allen Toussaint en nog anderen elk in hun domein al het mogelijke te doen om de muzikale cultuur van hun stad, ook en vooral in het post-Katrina tijdperk, opnieuw te doen bloeien. ' We are going to work hard to help jazz and New Orleans flourish once again ' (Terence Blanchard). Dat kunnen we enkel toejuichen. Dàt is pas goed nieuws en het mag voor de verandering ook eens onder de aandacht komen.
Terence Blanchard werd in 1962 in New Orleans geboren. Hij speelt trompet, is orkestleider, componist en arrangeur. Hij won viermaal een Grammy Award en werd daarnaast ook zevenmaal genomineerd. Hij maakte deel uit van Lionel Hampton's Big Band, speelde vier jaar lang met Art Blakey's Jazz Messengers, leidde met Donald Harrison een gevierd kwintet en is wereldwijd bekend voor zijn filmmuziek. Hij verzorgde totnogtoe de soundtracks van een vijftigtal films. Zo schreef hij de muziek van Spike Lee's ' Jungle Fever ' en werkte hij mee aan diens ontroerende post-Katrina documentaire ' When the Levees broke - a Requiem in 4 Acts '. Zijn album ' a Tale of God's Will ' is een reactie op Katrina's verwoestende krachten en drukt een verontwaardiging uit om het gebrek aan hulp en steun vanwege de federale regering maar is tevens een hulde aan de slachtoffers en aan de volharders die bleven (en nog blijven) vechten tegen administratieve windmolens om naar hun hometown terug te keren en er de draad van een volwaardig leven weer op te nemen.
Een grote meneer die Terence Blanchard. Naast de reeds vermelde Grammy onderscheidingen en nominaties werd hij door Down Beat in 1999 verkozen tot JazzArtist of the Year. Niet bepaald een idool van dixieland- en New Orleans revivalfreaks, vertegenwoordigt hij nochtans een andere vorm van Crescent CityMusic met een mengeling van hip hop, hard bop en rhythm & blues. Hij blijft zijn geboortestad trouw, woont met vrouw en kinderen in het Garden District en is trots op de unieke gemeenschap waarvan hij deel uitmaakt en ten dienste van dewelke hij, in vreugdevolle maar ook in de somberste dagen, zijn talent en organisatietalent wil plaatsen. Zo slaagde hij erin om in 2007 het Thelonious Monk Institute waarvan hij de functie van artistiek directeur waarneemt, te laten overbrengen van Los Angeles naar de Loyola University van New Orleans. Een andere manier om te bouwen aan het herstel van de Birthplace of Jazz. (Het Thelonious Monk Institute is een studiecentrum dat o.a. aan jonge artiesten gratis de kans biedt om zich te bekwamen in jazztechnieken en -geschiedenis)
Terence Blanchard thuis in uptown New Orleans www.blog.nola.com photo Jennifer Zdon
Sommigen zullen zich afvragen of dat jazzmuseum dan zó belangrijk is voor New Orleans. 't Is maar hoe je het bekijkt. Natuurlijk zijn er acutere problemen op te lossen zoals de bescherming van het leefmilieu, het versterken van dijken, het bouwen van stormwallen. Wat niet belet dat we ons ook door andere sentimentele of symbolische aspecten mogen laten inspireren. Een stad die algemeen erkend wordt als de bakermat van de jazz verdient zeker de terugkeer van haar jazz museum na één van de somberste periodes uit haar geschiedenis. Een schitterend symbool dus. Voor haar dappere inwoners een stimulans om nog sterker te geloven in hun culturele waarden. Tenslotte ook een meerwaarde voor het verblijfsprogramma van de miljoenen leergierige toeristen die America's most interesting City bezoeken.
Deze eerste aflevering van 'spreading the word' is beter geschikt voor november dan de eerder aangekondigde enquête rond het woord 'jazz'. Deze laatste volgt wèl in december 09. In januari 10 komt het woord 'dixieland' onder de loep. In februari volgt 'Mardi Gras' etc...
In april 2008 stond ik met enkele vrienden in het Saint Edwards Catholic Cemetery van New Iberia, Louisiana aan het graf van Willie Gary 'Bunk' Johnson. Het was een kort, emotioneel moment. Net lang genoeg om me af te vragen waar al mijn andere idolen na hun aards bestaan waren terechtgekomen. Waar hebben Buddy Bolden, Louis Armstrong, Kid Ory, George Lewis, Jelly Roll Morton, Louis Nelson en zoveel anderen hun laatste rustplaats? Mijn bescheiden enquête heeft me alvast geleerd dat er uit begraafplaatsen, tombes en grafschriften enorm veel te leren valt, helaas niet altijd in positieve zin. Zo ging ik o.a. op zoek naar de laatste rustplaats van de legendarische Buddy Bolden die velen eren als de eerste jazzman, ja zelfs de ' first King of Jazz '. Mijn zoektocht werd beloond maar de ontdekking van het Holt Cemetery was erg teleurstellend. Daar wil ik in een andere bijdrage meer over vertellen.
William Gary 'Bunk' Johnson rust in 'zijn' New Iberia, Louisiana Lees alles in verband met Bunk Johnson op de website van onze vriend Willem Weijts www.weijts.scarlet.nl
In november herdenken ook de inwoners van New Orleans hun doden. Eén van de vele christelijke tradities die ze erfden van de Franse en Spaanse kolonisten die zich in Louisiana hadden gevestigd. Zij hebben iets met de dood. Daar hebben het noodlot, overstromingen en orkanen, oorlogen en epidemieën genadeloos voor gezorgd. Respectvol en met tederheid koesteren ze herinneringen aan hun voorouders en aan hun familiaal erfgoed. 'The past is always a part of the present' zeggen ze. William Faulkner, zèlf een man van het Diepe Zuiden, vertoefde lang in de Crescent City en schreef:: 'Hier is het verleden nog dagelijks tastbaar. Het verleden is hier nog niet eens voorbij'.
De inwoners van New Orleans vertonen ten aanzien van de dood een merkwaardige levenswijsheid die getuigt van een sterk relativeringsvermogen gebaseerd op een combinatie van geloofsbelijdenis en fataliteit, een mengeling van vertrouwensvolle overgave en bijna ergerlijke gevoelsuitbarstingen. Uitingen die wij 'honourable citizens' oneerbiedig zouden noemen maar die ze daar als vanzelfsprekend beschouwen.
'didn't he ramble' Een aloude traditie in New Orleans bestaat erin om funerals te organiseren voor bekende muzikanten of voor de leden van liefdadigheidsgroeperingen, syndicaten, vrijmetselaarsloges, kerkgemeenschappen of andere verenigingen. Die zogenaamde 'jazz funerals' bestaan vandaag nog zij het dan in mindere mate. Hierbij wordt het stoffelijk overschot stoetsgewijze naar de laatste rustplaats begeleid door rouwende familie, brassbandmuzikanten, treurders en rouwdragers. Onderweg worden treurliederen ( 'dirges') of hymnes gespeeld. Op de terugweg ondergaat het 'scenario' verrassende wijzigingen. Trompetgeschal blaast de laatste tranen weg. Het brassbandrepertoire klinkt nu minder triest. Achter een dergelijke plechtigheid schuilt een levensvisie die een traan wil laten bij de geboorte maar ook feest wil vieren bij de dood nu de overledene bevrijd is van alle aardse ellende.
De Grand Marshalls leiden de plechtigheid
Een klassieker die op de terugweg van de 'city of the dead' (zoals de kerkhoven daar heten) weerklinkt is 'didn't he ramble'. Ik stel me hierbij enkele vragen: - hoe is dat nummer ontstaan? - wat betekent 'ramble'? - is het enkel toepasselijk op mannen? - gaat het om een schaamteloos treurlied? - hoe ziet de integrale tekst eruit? - wie is die geheimzinnige 'he'?
De oorsprong van dit nummer is in nevelen gehuld en biedt stof tot discussie en fantasie. In dergelijke gevallen maakt men er zich gewoonlijk van af door het een 'traditional' te noemen. Ik kwam echter tot de vaststelling dat het de vrucht is van een samenwerking tussen diverse componisten w.o. Cole en Primrose en dat het in 1902 bij J W Stern & Co werd geregistreerd door niemand minder dan W C (William Christopher) Handy...jawel...de 'Father of the Blues' aan wie we o.a. ook het alombekende 'St Louis Blues' te danken hebben.
'Ramble' betekent 'ronddolen, rusteloos dwalen, doelloos zwerven' waarbij alle mogelijke interpretaties kunnen bedacht worden. De overledene kan levenslang hopeloos gedwaald hebben maar hij kan evengoed intens of zelfs overdadig van het leven genoten hebben. 'Didn't he ramble...' staat in de vragende vorm maar dient in de bevestigende zin gelezen te worden. 'Wat heeft die niet allemaal...' is dus eigenlijk ' Hij heeft nogal wat...'
De titel laat misschien veronderstellen dat het uitsluitend om een mannen-aangelegenheid gaat. Er zijn echter uitzonderingen waarbij ook dames met een plechtige funeral bedacht werden zoals Billie Pierce in 1974 en Sweet Emma Barrett in 1983, twee ladies die een speciale rouwdienst dubbel en dik hadden verdiend.
'Didn't he ramble' is een vrolijk nummer en dus helemaal geen schaamteloos treurlied. Zoals we ons evemin moeten ergeren aan de traditionele slotzin van zo'n rouwdienst ' ashes to ashes - dust to dust - if the women don't get you the liquor must'. Daar bestaan trouwens nog andere versies van zoals '...if God won't have you the devil must' of '...life comes first and death's a must'.
Het nummer bestaat doorgaans uit zeven strofen en één refrein. Vooral dit laatste bewaren we in ons geheugen: 'didn't he ramble...didn't he ramble he rambled all around...in and out of town oh! didn't he ramble...(didn't he) ramble he rambled till the butcher(s) cut(s) him down'
En die 'he'...hoe moeten we ons die voorstellen? ' Old Beebe had three full grown sons: Buster, Bill and Bee. Uit de volledige tekst blijkt duidelijk dat die Buster op z'n zachtst gezegd voor het ongeluk geboren was. Heb je interesse voor het volledige verhaal? Surf dan naar http://lyricskeeper.nl/nl/unknown/didnt-he-ramble.html
eeuwige jazzvelden
Eén van de talrijke 'cities of the dead' in New Orleans
Van bekende muzikanten die ons voorgoed verlaten zegt men weleens dat ze vertrekken naar de 'eeuwige jazzvelden'. Een beetje zoals men van indianen (lees 'native Americans') zegt dat ze ons verlaten voor de eeuwige jachtvelden. Die eeuwige jazzvelden zijn enorm uitgestrekt en het is bijna onbegonnen werk om die volledig in kaart te brengen. Denk vooral niet dat de begraafplaatsen van onze New Orleansidolen zich allemaal in de Crescent City bevinden. Bovendien telt New Orleans zèlf meer dan veertig 'cemeteries' waarvan de meeste op tamelijk grote afstand van het centrale stadsgedeelte liggen.
Leergierig als ik ben en ervan overtuigd dat de nieuwsgierigheid het begin is van de wetenschap heb ik de laatste rustplaats opgezocht of 'virtueel' bezocht van een aantal artiesten die, ongeacht hun geboorteplaats, een belangrijke rol hebben gespeeld in de verspreiding van de muziek van New Orleans.
Niet bijster ver van Bunk Johnson vind je, ook in Iberia Parish (All Saints Cemetery in Loreauville) het graf van Clifton Chenier 'the King of Zydeco'. In New Orleans rusten Kid Thomas Valentine en George Lewis in McDonogh Cemetery, Hancock Street 520 in Gretna, een randgemeente op de westelijke oever van de Mississippi. Makkelijk te bereiken met de ferryboat die dagelijks op regelmatige tijdstippen aan de voet van Canal Street vertrekt. Het graf van George Lewis lag er bij mijn bezoek in 2005 verlaten en onverzorgd bij maar anderzijds prachtig door haar ruwe eenvoud. Onder de data July 13 1900 - Dec 31 1968 stemt een mooie tekst tot zoete herinneringen aan de man met de 'singing clarinet': 'the sweet soulful beautiful sounds from his clarinet will be forever more'.
In Carrolton Cemetery (1701 Hillary Street) vind je in 'section B nr 3730' het graf van tenorsaxofonist Emanuel Paul.. Henry Roaland Byrd, beter bekend als Professor Longhair, bezoek je in Mount Olivet Cemetery in de nabijheid van Dillard University. Leon Roppolo rust in Greenwood Cemetery nr2. In Metairie Cemetery rusten heel wat blanke artiesten. Zowel Al Hirt en Louis Prima als Nick LaRocca en Eddie Edwards van de Original Dixieland Jazz Band.
Providence Memorial Park ligt dichtbij Louis Armstrong International Airport op zowat 20 km van het French Quarter. Daar rusten o.a. trombonist Louis Nelson en pianist/zanger James Booker alsook Mahalia Jackson. Deze laatste werd in 1912 in New Orleans geboren en overleed zestig jaar later in Chicago waar op haar funeral werd gezongen door Aretha Franklin. Haar grafschrift bevestigt wat velen denken ' the world's greatest gospel singer'.
In St Louis Cemetery nr2 liggen Danny Barker, vermoedelijk ook Paul Barbarin alsook R&B artiesten zoals Earl King en Ernie K Doe.
In St Louis Cemetery nr1, de oudste officiële begraafplaats van New Orleans, te bereiken via Basin Street, zorgde de vereniging 'Save our cemeteries' v.a. 2004 voor een lovenswaardig initiatief. In een gemeenschapsgraf (nr 218) waarvan de concessie was verlopen slaagden deze groepering samen met de Barbarins erin daar een muzikantenrustplaats van te maken. Lloyd Washington (van de Ink Spots), Isidore Barbarin (stichter van de Onward Brassband), diens zoon bassdrummer Lucien en diens dochter Rose Barbarin Barker Colombel (Danny Barker's moeder) hebben er hun laatste rustplaats gevonden.
funeral met de Olympia Brassband in het French Quarter, New Orleans beginscène uit de James Bondfilm 'Live and let die' (1973) foto M Fontana
Terecht betreurt historicus Jack Stewart dat er nog niemand in slaagde om een soort gids te wijden aan de begraafplaatsen van New Orleans muzikale legendes. Dit zou pas een écht monnikenwerk worden. Reken maar...Voor Sidney Bechet moet je naar het kerkhof van Garches in de Franse Hauts-de-Seine. Drie legendarische cornet/trompetspelers verwachten je in New York. Louis 'Satchmo' Armstrong, Henry 'Red' Allen en Joe 'King' Oliver liggen respectievelijk op het Flushing Cemetery (Queens), het Saint Raymond's Cemetery (Bronx) en het Woodlawn Cemetery (eveneens Bronx). Op Oliver's grafsteen lees je 'jazz pioneer'.
Het mag dan wel een toeval zijn maar vier bekende creolen liggen in of om Los Angeles, Californië begraven: Johnny StCyr (Evergreen Cemetery), Jelly Roll Morton (Calvary Cemetery), Barney Bigard en Edward 'Kid' Ory (Holy Cross Cemetery). Hun grafschriften spreken boekdelen. Vooral dat van Ory 'Father of Dixieland Jazz'. Morton's klassieke grafschrift 'rest in peace' contrasteert nogal wat met zijn turbulente levensgang. Op St Cyr's steen staat natuurlijk zijn gitaarbanjo afgebeeld. Bij Bigard bezegelen een klarinet en enkele muzieknoten een schitterende carrière.
Een ander ontroerend toeval bracht drie van Armstrong's HOT SEVEN samen in het Lincoln Cemetery, Blue Island in Cook County, Illinois, nl Johnny (klarinet) en zijn broer Warren 'Baby' Dodds (drums) alsook Lillian A Hardin (pianiste en Satchmo's tweede vrouw)
de ingang tot het Flushing Cemetery in Flushing (Queens County, New York) waar Louis Armst rong en zijn laatste partner Lucille voor eeuwig rusten
De verhalen rond de funerals van drie van mijn idolen verdienen, denk ik, meer aandacht. Ik vind later zeker voldoende tijd en ruimte om daar meer over te vertellen. Ik zal het dan uitgebreid hebben over Buddy Bolden, Jelly Roll Morton en Captain John Handy...'a king, a creator and a captain'.
In 1999 was ik op studiereis in het Diepe Zuiden. Bij die gelegenheid verscheen in 'New Orleans on Parade', het magazine van de stedelijke dienst voor toerisme, een artikel onder de titel ' Spreading the Word - De Smet sings the Praises of the Crescent City '.
Die waardering indachtig wil ik tien jaar en enkele orkanen later meer dan ooit het promoten van New Orleans in het bijzonder en van het Diepe Zuiden in het algemeen op mijn manier en met de beperkte middelen waarover ik beschik blijven nastreven.
Op deze blog http://blog.seniorennet.be/crescentcity start ik binnenkort, naast de gewone aanvullingen, met een vaste rubriek 'spreading the word' waarin ik mijn passie combineer met een zoektocht naar de betekenis van boeiende termen die mij fascineren en die jou wellicht ook intrigeren. Waar komen ze vandaan? In welke omstandigheden zijn ze ontstaan? Wat schuilt erachter? Hoe werden ze gebruikt of eventueel misbruikt?
Graag je aandacht voor deze bescheiden speurtocht en aangezien ik liever niet alléén reis nodig ik je uit om je rond de 25ste van iedere maand samen met mij te verdiepen in de wonderen van een trefwoord uit de muzikale, historische of sociale wereld van het Diepe Zuiden van de Verenigde Staten van Amerika.
Ere wie ere toekomt...ca 25 november komt als eerste het woord 'jazz' onder de loep. Later is het de beurt aan 'blues', 'Deep South', 'dixieland', 'ragtime', 'Second Line', 'Mardi Gras', 'Creoles and Cajuns', 'Storyville' etc...etc...
Deze kleine enquêtes zijn de vrucht van aangenaam labeur, vruchtbare opzoekingen en boeiende contacten. Graag een seintje mocht je die op één of andere manier willen gebruiken.
Speel gerust mijn blogadres aan anderen door. Je reactie is welkom in het gastenboek van http://blog.seniorennet.be/crescentcity of op jp.neworleans@belgacom.net
Aanbevelingen voor wie overweegt naar New Orleans te reizen
Vluchten, formaliteiten en veiligheidsmaatregelen Rechtstreekse vluchten van Brussels Airport naar New Orleans Louis Armstrong International Airport bestaan momenteel niet. Je moet dus in een Amerikaanse transit luchthaven overstappen en daar je connectievlucht halen. In Atlanta bvb als je met Delta Airlines vliegt, in Washington D C als je voor United Airlines gekozen hebt. Zowel voor de heenreis als bij het terugkeren maak je twee vluchten mee: een lange, transatlantische (7,30 à 8,30 u) en een kortere binnenvlucht (1,30 à 2,00 u) Beschouw deze vluchten niet als een karwei maar als een ontspannend onderdeel van je reiservaring. Aanvaard de ESTA-, immigratie- en douaneformaliteiten met de glimlach. Idem voor de verscherpte controlemaatregelen die de veiligheid van alle reizigers, dus ook de jouwe ten goede komen.
Klimaat, temperaturen en orkanen New Orleans geniet van een subtropisch klimaat. Probeer, tenzij je niet anders kan, te gaan tussen begin februari en eind juni. Dan geniet je van gemiddelde dagtemperaturen van 23°C en zijn de kansen op lange regenperiodes gering. Het orkanenseizoen begint pas in juli en loopt doorgaans tot in oktober.
Evenementen Een bezoek aan New Orleans krijgt dan (lees hierboven) een meerwaarde omdat je dan wellicht zal te maken hebben met één van de drie belangrijkste evenementen van het jaar zoals die in de Crescent City worden gevierd. In februari of maart, samenvallend met onze krokusvakantie, heb je de (soms tè) uitbundige Mardi Gras festiviteiten. Halverwege april volgt dan het gezellige French Quarter Festival. Tenslotte heb je het Jazz and Heritage Festival dat het laatste weekend van april en het eerste van mei in beslag neemt...overweldigend programma, vaak veraf verwijderd van de spirit en de muziek van het Diepe Zuiden.
Meer dan Bourbon Street Natuurlijk moet je (liefst 's avonds) kennismaken met Bourbon Street. Het French Quarter, de oorspronkelijke stadskern, is vanzelfsprekend de moeite waard. Maar ook andere wijken verdienen je aandacht zoals het Central Business District, het fabelachtige Garden District en de door Katrina en Rita geteisterde 9th en Lower 9th Wards. Hier is het pijnlijk, zonder daarom aan ramptoerisme te doen, vast te stellen hoe langzaam de heropleving van dit stadsgedeelte verloopt en op hoe weinig overheidshulp de onbeholpen, arme en meestal zwarte bevolking kan rekenen. George W Bush had er geen aandacht voor. Met Obama wordt de situatie blijkbaar ernstiger aangepakt.
St Louis Cathedral photo courtesy New Orleans Convention and Visitors Bureau photographer Richard Nowitz
Alle aspecten In New Orleans kan je natuurlijk van de ene kroeg naar het andere podium lopen. Maar er is veel meer dan dat. Daar zijn geschiedenis en legendes, straatanimatie en historische gebouwen, architectuur en gastronomie, fauna en flora, kunstgalerijen en raderboten op Ol' Man River etc...Het is goed om oog te hebben voor alle aspecten van het Diepe Zuiden
Begeleiding New Orleans op je ééntje bezoeken, met je gezin of met een paar vrienden is perfect mogelijk. Met een ervaren begeleiding verlies je echter veel minder tijd en gaan meer deuren voor jou open. Heerlijk is het om zonder kopzorgen te reizen !
Duur Op z'n Amerikaans rondreizen met een korte halte van twee dagen in New Orleans is zonde. Dan heb je amper de tijd om een rondvaart op de Mississippi te ondernemen, een cocktail te slikken en eventueel een city sight seeing tour af te werken. Om volop van je verblijf te genieten heb je zes à zeven dagen nodig. Dan pas kan je, mits je verblijfsprogramma goed is opgebouwd, van de échte sfeer genieten.
Pirate's Alley photo courtesy New Orleans Convention and Visitors Bureau photographer Richard Nowitz
Evenwicht In groep komt alles erop neer om een harmonisch evenwicht te vinden tussen goed voorbereide, collectieve activiteiten enerzijds en een flinke dosis vrije tijd anderzijds mits je voor deze laatste beschikt over voldoende informatie, suggesties en documentatie.
Logement Zoek zeker een logement in het French Quarter. Dan heb je het grootste deel van de bezienswaardigheden binnen wandelbereik. Een hotel of guest house in een rustige straat, op enige afstand van het lawaai van Bourbon Street, met voldoende comfort. Een ontbijtruimte ter plaatse lijkt me een goede oplossing.
Eten en drinken Probeer je vastgeankerde culinaire tradities te vergeten. Nu eens geen tomatensoep met balletjes of friet met mayonaise. De Louisiaanse keuken heeft talloze aangename verrassingen in petto. Probeer alvast klassiekers als jambalaya, gumbo en red beans and rice(Satchmo's geliefkoosde gerecht). De ca 1000 eetgelegenheden van New Orleans bieden tal van keuzemogelijkheden in alle geuren, kleuren en smaken en...naar ieders beurs. En wat smaakt een frisse cocktail in één van die lommerrijke patio's !
Zin om mee te gaan van 6 tot 14 april 2010 naar ' America's most interesting city'? 32(0)9 222 1776 32(0)471 643610 jp.neworleans@belgacom.net
Tijdens één van mijn Gentse jazzwandelingen beloofde ik onlangs wat concrete informatie ter beschikking te stellen via deze blog. Tot spijt van wie het benijdt is er een stijgende belangstelling voor jazz waar te nemen, zowel op wereldvlak als in Vlaanderen en in het bijzonder in Gent. Er worden mij vaak vragen gesteld als ' waar kunnen we in Gent terecht voor een goed jazzconcert? ' Uiteraard is het OK om jazzcd's thuis te beluisteren maar het is nog veel leuker om eens een orkest aan het werk te zien en van een onvervalste jazzsfeer te genieten.In Gent is dat geen enkel probleem. Terecht noemde Fernand Van Belle, laatste burgemeester van Gentbrugge vóór de Gentse fusie, in de sixties de Arteveldestad al 'jazztown Ghent'
Als het op jazz aankomt heeft Gent inderdaad heel wat beleefd en het ziet er niet naar uit dat daar voorlopig een eind aan zal komen. De orkesten van Jack Hylton (GB) en van Ray Ventura ( de Franse 'Collégiens') gaven de Gentenaars respectievelijk in 1930 en 1932 een voorsmaakje. Van volwaardige jazzbands kon men wel niet spreken maar in hun bezettingen waren talentvolle 'jazzy' muzikanten terug te vinden die niet nalieten om af en toe uitstekend solowerk ten beste te geven. Maar toen in 1934 Louis Armstrong zèlf in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg optrad als ' le génie du jazz et son orchestre noir' was het hek voorgoed van de dam.
Vanaf de fifties nam het een snelle vaart...Louis Armstrong and his All Stars in het Gentse 'Kuipke'...Sidney Bechet in het Operagebouw...de Gentse Universitaire Jazzband met o.a. Rudy Balliu...de plaatavonden in ijssalon 'Veneziana' afwisselend gecommentarieerd door André De Graeve (modern) en Walter Eysselinck (New Orleans)...het ontstaan van de Roof Jazzband in de Koning Albertlaan onder de leiding van pionier Pierre Claessens die in 2005 de vijftigste verjaardag van 'zijn Roof' vierde in de bakermat van de jazz...de groeiende populariteit van Norbert Detaeye...en zo gaat het maar door met het succesverhaal van de Original Patershol Ragtimers...het 'Gent Jazz Festival' in juli...de concerten van Jazz in 't Park eind augustus....
Net als bij andere muzikale genres en nog meer kunstvormen zijn voor de ontwikkeling van een actief en bloeiend jazzleven drie ingrediënten nodig: artiesten, een publiek en organisatoren die de eerste twee met elkaar in contact brengen. In Gent zijn deze drie categorieën al tientallen jaren goed vertegenwoordigd. Wat niet wil zeggen dat alle Gentenaars naar dezelfde jazz luisteren of zich door dezelfde evenementen en concerten aangetrokken voelen. Het publiek is zo divers als dat er ladingen bestaan onder het etiket 'jazz'. Zoals overal ter wereld zijn er traditionalisten en modernisten en bij deze laatste gaat de interesse zowel naar bebop als naar enigmatische vormen van avant-garde of free jazz. New Orleans en Dixieland, cool en hot, gipsy en fusion, swing en stomp...je vindt het allemaal in Gent...althans als je goed weet te zoeken of over degelijke informatie beschikt.
Dat is nu precies wat ik in deze bijdrage probeer te bereiken: de mensen warm maken voor die pittige, honderdjarige muziek die rond 1900 aan de oevers van de Mississippi is ontstaan en die inmiddels de hele wereld heeft veroverd. Zoek hierbij aub geen enkele commerciële bedoeling. Ik beperk me tot het vermelden van een aantal tips en websites. Aan jou de keuze. Ik ben ervan overtuigd dat je vroeg of laat in 'jazztown Ghent' je gading zal vinden.
foto v platenhoes ALPHA 7001 The Cotton City Jazzband - 1966 vooraan v l n r Jean Pierre Roelant , Walter De Troch (+), Jacques Cruyt (+) rechtstaand v l n r Paul Gevaert (+), Rudy Balliu, Romain Vandriessche
Ikzelf heb tedere herinneringen aan het boeiende jaar 1966... de stichting van de Gentse Lazy River Jazzclub en haar eerste concerten in de oude paardenstal van het Hazwindstraatje...de optredens van New Orleans 'Living Legends' als Louis Nelson, Emanuel Sayles, Captain John Handy, Alton Purnell en zoveel anderen die we konden organiseren op initiatief van het dynamische trio Balliu(Gent), Martyn(GB) en Invernizzi (It)..het onvergetelijke concert met George Lewis, Ken Colyer's Jazzmen en de Cotton City Jazzband in zaal 'Oud België' ...de prachtige Cotton LP's , bij Steurbaut opgenomen in de ALPHA-reeks...we genoten volop van onze geliefkoosde muziek zonder eigenlijk te beseffen hoe verwend wij waren. We mogen van geluk spreken dat de Lazy River Jazzclub totnogtoe aan de tand des tijds heeft weerstaan.
Over de kwaliteit van de optredens die door volgende, Gentse organisatoren worden aangeboden verkies ik me uit neutrale overwegingen niet uit te spreken. Mogen jullie voldoende geïnspireerd worden door de inhoud van hun websites.
Lazy River Jazzclub Stadhuissteeg 5 www.lazyriverjazzclubgent.be Old Loui's Jazztaverne Veerleplein 4 www.oldlouis.be Hot Club de Gand aan Groentemarkt www.hotclubdegand.be Hot Club Reserva Jan Breydelstraat 32 Het Onverwacht Geluk Burgstraat 52 Café Damberd Korenmarkt www;damberd.be Café Den Turk Botermarkt 3 www.cafedenturk.be Opatuur concerten in de Centrale www.opatuur.be ___________________________________________
Gent Jazz Festival jaarlijks in juli www.gentjazz.com Jazz in 't Park jaarlijks eind augustus www.gent.be
Verliefd op New Orleans (uit mijn boek 'New Orleans - Parel van het Diepe Zuiden)
Ik ben verliefd op New Orleans maar 't is OK...mijn vrouw weet ervan en zij vindt het goed. De Crescent City wist mij van bij de eerste ontmoeting te bekoren. Het was in 1957. Als noeste cadet bereidde ik me voor op een loopbaan van officier ter lange omvaart. Een onvergetelijke 23-dagen lange zeiltocht bracht me via de Azoren en Porto Rico naar New Orleans, bakermat van de muziek die ik door toedoen van enkele schoolvrienden had leren kennen en die ons continent toen via Engeland binnensijpelde.
Toen onze driemaster de Mississippi opvoer, voelden we ons als ontdekkingsreizigers die voor het eerst kennis maakten met de Nieuwe Wereld. Aan boord waren wij, bij het naderen van de Amerikaanse kust, via de radio overspoeld door de muziek van een nieuwe ster; Elvis Presley. In de haven begroette de politie-harmonie ons met een swingend When the Saints. Preservation Hall was er nog niet maar pure, ongekunstelde jazz was alom aanwezig. De Eureka Brassband trok door de smalle straten van het French Quarter. Alphonse Picou's meesterlijke interpretatie van High Society in de Paddock Lounge deed me het avondappèl missen wat me een zware straf opleverde. Bij de volgende aanlegplaats, Hamilton in de Bermudas, mocht ik het schip niet verlaten. Maar dat kon me geen barst schelen. De Louisianitis had me reeds flink aangetast.en ik koesterde mijn zoete herinneringen aan het Diepe Zuiden.
New Orleans is niet de hoofdstad van Louisiana, maar wèl de grootste stad ervan. Alwie het geluk had om Louisiana, de Pelican State, te bezoeken zal het met me eens zijn: 't Is geografisch en staatkundig Amerika...en tóch is het helemaal anders.
Films, televisie-reeksen, reportages en reisverhalen hadden mij daar min of meer op voorbereid. Ik droomde van raderboten op de Mississippi, van prachtige plantagewoningen, van Mardi Graskoningen en voodoo-priesteressen.
Postkaarten hadden een voorsmaak gegeven van smeedijzeren balkons en sierlijke tuinen, van bloeiende magnolia's, eeuwenoude eiken en zwoele bayous. Ik had gelezen over dames met hoepelrokken, ontdekkingsreizigers, slaven en duellisten alsook over het beruchte Storyville. Andrew Jackson, Jean Lafitte en Marie Laveau waren voor mij geen onbekenden en ik dweepte met de muziek die rond het jaar 1900 aan de oevers van de Mississippi was ontstaan en die inmiddels overal ter wereld wordt vertolkt en gewaardeerd. Tóch overtreft de realiteit al die dromen en verwachtingen.
romantiek In Louisiana is romantiek nooit ver weg. Als 's ochtends het Spaanse mos in de eiken en kale cypressen ritselt zie je in gedachten Longfellow's Evangéline die radeloos haar geliefde zoekt. Op Congo Square, sinds 1980 omgedoopt tot Louis Armstrong Park, weergalmt nog steeds het doffe gedreun van tientallen slaginstrumenten. Op een straathoek speelt een eenzame trombonist onvermoeid een weemoedige blues. Langsheen de River Road maken duizenden Rhett Butlers het hof aan evenveelScarletts. In het romantische, sensuele, betoverende Louisiana reiken het heden en het verleden elkaar de hand en is de grens tussen geschiedenis en legende, tussen helden en boeven nauwelijks te bespeuren. William Faulkner kon het prachtig verwoorden: ' hier is het verleden nog steeds tastbaar aanwezig. Het verleden is hier niet eens voorbij ' Opelousas houdt er een James (Jim) Bowie- museum op na en wijdt aan de held van Alamo een ware cultus.In 1850 vond Jesse James een schuilplaats in het noordelijke Delhi. In 1934 werden de lichamen van Bonnie Parker en van Clyde Barrow in de nabijheid van Mount Lebanon met kogels doorzeefd en, alhoewel niemand exact weet welke streek Harriett Beecher Stowe voor haar Uncle Tom's Cabin als decor koos, toch zullen de inwoners van Cloutierville je ervan overtuigen dat de wereldberoemde hut, zij het dan een repliek ervan, op enige afstand van hun stadje staat.
Van het noordelijke, bosrijke, lichtgolvende landshap tot in de lommerrijke bayous van zuid Louisiana is gastvrijheid troef, genieten de mensen volop van het leven, werd de gastronomie verheven tot een kuns en houdt men van muziek. Vanuit New Orleans verkondigden Mahalia Jackson's gospels de blijde boodschap en brengen Fats Domino, Dr John en de Neville Brothers hartverwarmende klanken.
Zij die denken dat het verdwijnen van de veteranen ook de ondergang van een degelijke muziek-scène inhoudt, vergissen zich schromelijk. Hebben ze dan nooit gehoord van de Marsalis familie? Hebben ze nooit naar Allen Toussaint geluisterd? Zijn Wendell Brunious, Freddie Lonzo en Bob French voor hen onbekenden? Zeget de naam van Dave Bartholomew hen niets? Laat de muziek van de Dirty Dozen en van de Rebirth Brassband hen koud? Hebben ze nooit op cajun- of zydecomuziek gedanst?
De kracht van de muziek van New Orleans ligt in een harmonisch evenwicht tussen respect voor traditie en openheid voor vernieuwing. Joe Oliver en Louis Armstrong worden er nog steeds als koningen geëerd maar net zoals bij het ontstaan van de jazzmuziek weten verrassend nieuwe elementen zich te laten gelden wat een gezonde continuïteit verzekert.
1955 eerste contacten met de traditionele jazz van New Orleans o.a. via gesprekken met Pierre Claessens, studiegenoot aan het Gentse St Barbaracollege. 1957 eerste bezoek aan New Orleans als kadet ter lange omvaart ( lichting Armand Grisar) aan boord van het Belgische schoolschip Mercator. 1966 medestichter van de Gentse Lazy River Jazzclub 1971 medestichter van het 'International Jazzmeeting Gentbrugge' 1978 scouting trip naar New Orleans en eerste bezoek aan Preservation Hall. v.a. 1979 een viertal studiereizen naar New Orleans en het Diepe Zuiden. v.a.1979 talrijke groepsreizen naar New Orleans, o.a. met Cotton City Jazzband, Jeggpap New Orleans Jazzband, Retro Jazzgroup, Fondy Riverside Bullet Band, Midlife Revival Jazzband, Big Easy Bunch en New Orleans Roof Jazzmen. Ook tour leader naar California, Nevada, Arizona, Colorado, Mississippi, Tennessee (Memphis en Nashville), Texas, Florida en New Mexico. 1979 benoeming tot ereburger van New Orleans door Mr Mayor Ernest 'Dutch' Morial, eerste kleurling aan het hoofd van het Stadsbestuur. 1982 medestichter van de Gentse vzw 'Jazz in 't Stad' en van de Gentse Kroegentochten. 1989 organisator van het Louisiana Festival in samenwerking met het Festival van Vlaanderen. 1990 winnaar van de finale in de Vlaamse TV-quiz ivm Louisiana 'van Pool tot Evenaar'. 1991 eerste boek 'New Orleans - Parel van het Diepe Zuiden', uitgegeven door Publicom Promotions met zoon Philippe. 1993 medestichter Louisiana Centre vzw. 1997 winnaar van de kwartfinale in de VTM-quiz ivm New Orleans, Louisiana 'De Vraag van één Miljoen' 2000 tweede benoeming tot ereburger van New Orleans door Mr Mayor Marc Morial. 2005 medestichter van de B/NL Magnolia Brassband 2007 tweede boek 'New Orleans - de hartslag van de jazz' (Uitg.EPO)
Bijdragen en vertelbeurten ivm New Orleans en het Diepe Zuiden.
Grand Marshall met de Delta Brassband (B), de Intercity Brassband (NL), de Black Diamond Brassband (B), de Happy Feet Brassband (NL), de Magnolia Brassband (B/NL) en bij gelegenheid ook met andere groepen zoals de 'Band of the U.S. Air Force Reserve ' uit Georgia of de Zenith Brassband.
Herman Couché en Rita Lievens reisden mee naar New Orleans en maakten een geslaagde reportage in twee delen
klik op onderstaande youtube-links om van hun reiservaring te genieten
New Orleans heeft veel bijnamen. 'Crescent City' bvb verwijst naar de halvemaanvormige bocht van de Mississippi waar de stad gelegen is (crescent/eng croissant/fr)
mijn eerste jazzidool heb ik leren appreciëren in 1955 toen Pierre Claessens me enkele 'American Music' opnames liet beluisteren
mijn eerste grote jazzconcert woonde ik bij op 21 maart 1959 in het Gentse 'Kuipke' .Louis Armstrong leidde toen zijn All Stars Trummy Young (tb), Peanuts Hucko (kl), Mort Herbert (b), Billy Kyle (p) en Danny Barcelona (d). Ook zangeres Velma Middleton was van de partij. Onvergetelijk!
iets daarvóór had ik al Sidney Bechet te Gent zien optreden in de 'Franse Opera'. Hij was toen begeleid door de Franse band van André Reweliotty
Louisiana State symbols statesymbolsusa.org
De bruine pelikaan is sinds 1966 de Staatsvogel van Louisiana. Hij komt voor op de Staatsvlag en op het Staatszegel. 'Pelican State' is de officiële bijnaam van Louisiana
De prachtige, witte magnolia is sinds 1900 de Staatsbloem van Louisiana maar het is de Staat Mississippi die bekend staat als de 'Magnolia State'
De Staatsvlag van Louisiana is blauw met daarop een pelikaan die zijn drie jongeren voedt (symbool van de overheid die voor haar bevolking zorgt) Het motto vermeldt ' Union, Justice and Confidence'
Het Staatsschaaldier is de alomgeprezen 'crawfish' aka 'crayfish' of 'mudbug' Van deze rivierkreeftjes worden in Louisiana honderd miljoen pond per jaar geproduceerd
New Orleans nicknames New Orleans heeft talloze bijnamen waaronder: Big Easy The City that Care forgot America's most European City Birthplace of Jazz Mardi Gras City Super Bowl City City of the Chefs City of Festivals Saint City NOLA Paris of the South Queen City of the South
Een kluif voor datalovers
1541 Op 8 mei bereikt de Spanjaard Hernando de Soto als eerste Europeaan de Mississippi iets ten zuiden van het huidige Memphis
1619 Een eerste groep Afrikanen komt aaan in Jamestown, Virginia
1682 Vanuit Canada vaart Robert Cavelier de La Salle de Mississippi af. Op 9 april bereikt hij de monding en noemt hij het hele door de stroom geïrrigeerde gebied 'Louisiane' ter ere van zijn vorst Louis XIV
1699 Vanuit het Franse Brest bereiken de gebroeders Pierre en Jean-Baptiste Lemoyne de monding van de Mississippi. Ze varen noordwaarts het land binnen.
1708 Vanuit de West Indische eilanden worden de eerste slaven in Louisiana geïmporteerd
Bienville stichter van 'la Nouvelle Orléans' lsm.crt.state.la.us Rudolph Bohunek
1718 Jean-Baptiste Lemoyne, beter bekend als Bienville, sticht 'la Nouvelle Orléans' ter ere van Philippe, Hertog van Orléans en voogd van de minderjarige Louis XV
1721 Adrien de Pauger, militair ingenieur, laat zich bij de aanleg van de stadskern inspireren door het stadsplan van het Franse La Rochelle
1724 Bienville vaardigt de Code Noir uit: een soort gedragscode waarin de plichten van de slaven maar ook die van de planters worden bepaald
1755 De Franssprekende inwoners worden door de Britten uit de Canadese provincie Acadie verdreven. De meesten trekken zuidwaarts en belanden in Louisiana waar ze met de tijd cajuns worden genoemd
1762 Door het geheime Verdrag van Fontainebleau wordt Louisiana door Frankrijk aan Spanje overgedragen
1800 Op 1 oktober geeft met het geheime (alweer!) Verdrag van Ildefonso Spanje Louisiana terug aan Frankrijk, ditmaal aan Napoleon Bonaparte
US State Department Library of Congress National Archives
1803 Uit geldnood verkoopt Napoleon het immense Louisianagebied aan de Amerikaanse Republiek van Thomas Jefferson voor de luttele som van 15 miljoen dollars...een koopje dat de naam meekreeg van 'Louisiana Purchase'. Toen omvatte het Louisiana-territorium één derde van de totale Amerikaanse oppervlakte en kwam het overeen met circa 13 van de huidige Staten
1812 Louisiana treedt als 18de Staat toe tot de Union
1812 De 'New Orleans', eerste stoomboot van zijn soort, vaart de havan van New Orleans binnen op 10 januari
1815 In Chalmette, hoofdplaats van St Bernard Parish, verslaat Andrew Jackson op 8 januari 1815 de Britse troepen van Lord Pakenham nadat op Kerstavond 1814 een Vredesverdrag te Gent was ondertekend door Britse en Amerikaanse delegaties.Aldus kwam een einde aan de laatste oorlog tussen Engeland en de Verenigde Staten
1818 In samenspraak met Engeland en Spanje worden de huidige grenzen van Louisiana vastgelegd
1831 New Orleans wordt de grootste katoenmarkt ter wereld
1833 De Citizens Bank of New Orleans lanceert tweetalige bankbiljetten van 10 dollars. Door de Franse vermelding 'DIX' worden de briefjes al vlug 'dixies' genoemd en hun streek van herkomst Dixieland
1845 New Orleans wordt na New York de tweede grootste haven van de USA
1850 Baton Rouge wordt officieel hoofdstad van Louisiana
1851 Hariett Beecher Stowe's boek 'Uncle Tom's Cabin' stimuleert de afschaffing van de slavernij en wordt een bestseller
1853 De Gele Koorts maakt meer dan 10.000 dodelijke slachtoffers
1861 Louisiana scheidt zich af van de Union en kiest de zijde van de Zuiderlingen (Confederates)
1862 New Orleans valt in handen van de Noorderlingen. Onder bevel van generaal Ben Butler bezetten de Yankees de stad tot in 1877.
1865 De Zuiderlingen geven zich onvoorwaardelijk over. De slavernij wordt afgeschaft
1877 - 1931 Buddy Bolden de eerste jazzman
1880(?) - 1941 Jelly Roll Morton
1885 - 1938 Joe King Oliver
1889 (of 1879?) Bunk Johnson
1890 Louisiana maakt voor het eerst kennis met elektriciteit
Miss Lulu White bekendste Storyville 'Madam' en uitbaatster van Mahogany Hall
1897 Sidney Story laat alle prostitutie samenbrengen in één wijk van New Orleans. Twintig jaar lang zullen tientallen muzikanten nachtjobs vinden in Storyville aka Red Light District
1897 - 1959 Sidney Bechet
1899 Publicatie van Maple Leaf Rag door Scott Joplin
1900 - dec 1968 George Lewis, de man met de zingende klarinet
1901 Geboorte van Louis Armstrong op 6 augustus in Back O'Town, de armste wijk van New Orleans aka 'the battlefield'
1905 - 1992 Bill Russell die we terecht mogen danken voor de bekendmaking van de revival van de New Orleansjazz
1914 Publicatie van St Louis Blues door W.C.Handy
1915 Eerste publicatie van een jazz-arrangement: Jelly Roll Blues
1916 Begin van een massale zwarte volksverhuizing van zuid naar noord en west
1917 De blanke vijfkoppige Original Dixieland Jass Band uit New Orleans verzorgt de eerste jazzopnames Op bevel van de US Navy komt aan Storyville een einde
1922 King Oliver's Creole Jazz Band maakt furore in Chicago
1925-1928 De sublieme opnames van Louis Armstrong's Hot Five en Hot Seven
1936 De roman 'Gone with the Wind' van Margaret Mitchell kent een reusachtig succes
1938 In Washington neemt Alan Lomax in opdracht van the Library of Congress lange interviews af van Jelly Roll Morton waarin deze piano speelt en zingt maar vooral ook vertelt over het ontstaan van de jazz in New Orleans
1941 Eerste bebop sessions in Harlem
1950 William Faulkner (1897-1962) ontvangt de Nobelprijs voor letterkunde
1955 Start van de Black Civil Rights Revolution in Montgomery, Alabama
1958 De legendarische Savoy Ballroom (gestart in 1926) sluit haar deuren.
1961 Eerste concerten in de pas ontstane Preservation Hall
1964 De Civil Rights Act verbiedt discriminatie op het werk.
1967 John Hammond produceert zijn derde concert ' from Spirituals to Swing ' in Carnegie Hall in New York
1975 Opening van het Louisiana Superdome
1976 Het boek 'Roots: the Saga of an American Family' van Alex Haley wordt onthaald als een bestseller
1984 Wereldtentoonstelling in New Orleans met als thema 'Water als bron van alle leven'
1987 Het Amerikaanse Congres keurt een resolutie goed waarbij jazz als een zeldzame, waardevolle nationale Amerikaanse schat wordt genoemd
2005 Op 29 aug wordt New Orleans geteisterd door Katrina