“Neen
dochter, ik kan uw studie niet meer betalen” Dit zinnetje beklijfde mij. Het
blijft hangen en draait in mijn hoofd. Het kwam van een 49 jarige man.
Slachtoffer van Bekaert. Ontslagen door smeerlappen als Bert De Graeve. Mensen
die miserie alleen maar kennen om uit te delen aan andere mensen. Onmenselijke
varkens die het leven ontnemen aan andere mensen. Maar zelf genoeg geprofiteerd
en geschraapt hebben om nooit aan hun kinderen te moeten zeggen dat ze niet
meer kunnen studeren omdat een papa of mama werkloos gemaakt is door rijke ellendelingen.
In zulke momenten begin ik te hopen dat er toch nog een God bestaat zodat
bandieten als de De Graeves van deze wereld toch nog gestraft kunnen worden.
Ook al is het in het hiernamaals en zullen weinig andere mensen kunnen genieten
van zulke straffen, het geeft een beetje steun aan mijn
rechtvaardigheidsgevoel. Alleen weet ik dat god niet bestaat en dat rijke
klootzakken in deze wereld altijd aan het langste einde trekken ! Bah !
Het was
heugelijk, memorabel zelfs. Bart Wellens wint in Essen. Ja, Willem is een
wielerfan. Is trouwens zeer eenvoudig. Na vol gegeten te zijn op een
zondagmiddag, lui in de zetel met de zappie in de hand op het juiste moment het
juiste knopje indrukken. En dan wakker blijven.
En aan dat
laaste mankeerde het wel eens de voorbije jaren. Zeker in de winter als de
wegwedstrijden en rittenkoersen zijn vervangen door het uurtje Vlaams
veldhuppelen. Nauwelijks sport te noemen. Wat zich bewijst als de beoefenaars
van deze Vlaamse folklore eens deelnemen aan echte sporten zoals wielrennen op
de weg of mountainbiken. Als u de
veldtrappelaars al in de uitslag terug vindt, opgeven is één van de grote
verdiensten van die Vlaamse folkoristen, dan zoekt u best de lagere regionen af
om ze snel terug te vinden.
Maar toch,
het heeft iets sympathieks. Zeker als Bart (go Bart go want Willem is echt wel
Wellens fan) een rol vooraan speelt. De benen niet stijf houden Bartje…brengt
niets op ! Ach ook Pauwels is sympathiek. En Stybar. Leuk Nederlands dat die
man praat. En zeer goed trouwens. Maar de voorbije jaren was daar ook ene
zekere Sven Nijs. Nu ken ik die man niet persoonlijk. En ik zal mij dus
stierlijk vergissen. Maar als die vent zijn gezicht op TV komt, krijg ik een
onstuitbare kakaanval. Vloeibaar. Een monsjisjikop…een arrogante praler. Poef,
de start gegeven, dhr Nijs dartelt op kop, dhr Nijs wint. Willem in slaap.
Gelukkig is
er dit jaar een beetje spanning in gekomen. De egoïst wint niet meer alles. Hij
is over zijn top. En het geluk helpt een handje. Neem nu Essen. Willem sprong
op, riep Ja! Ja! Ja! Kijk nu! Hij staat daar ! Hahahahahahha…toen Nijs van Baal
daar met zijn veloke op de rug naar huis kon ploeteren. Toen hij daar in die laatste bocht op zijn gat
ging….Mijn rechterhand tot vuist gebald, een klop in in mijn half opgestoken
linkerhand en “YES !!!” roepend.
Ook gisteren
ging hij neer. Neen ik riep niet meer. Eerlijkheid gebied te zeggen dat dhr
Nijs een kei is in het Vlaamse veldfladderen. Hij heeft een magistrale
fietsbeheersing en een nauwelijks te benaderen stuurgevoel. Nu hij niet meer
alles wint, is hij plots pakken sympathieker geworden. Ha nee…geen overloperij
Bart Go Bart go, ni pleuje… maar toch. Nijs kan het veldrijden nu wat zout en
peper leveren. Tegengewicht voor de alles overheersende anderen. En mocht hij,
alleen met een buitenlander strijden voor een overwinning, ach ja, ik zal, in
stilte verwacht niet te veel van mij, supporteren voor Sven. De wereld lijkt
warmhartiger als hij eerlijk verdeelt is. Ook al gaat het maar over een uurtje
Vlaams volksfeest.
Ene zeker
Marc Reugebrink mag een kerstessay schrijven in De Standaard. Over de ontmenselijking van de
maatschappij. Volgens deze auteur is een deel van deze kwalijke tendens te
merken in hoe de maatschappij met kunst, meer bepaald literatuur omgaat. In
niet mis te verstane bewoordingen laat deze Nederlander blijken dat hij
zichzelf toch wel heel goed vindt. Maar
tussen de lijnen valt te lezen dat het maatschappelijk succes dat hem te beurt
valt, een beetje aan de kleine kant is. Natuurlijk ligt dat zeker niet aan zijn
kwaliteit, die is hoog. Zeg maar zeer hoog, zegt hij zelf. Maar het zijn de
media. Die zoeken boerenlullen om op te voeren. Of aan alles lak hebbende
onbenullen zoals een Brusselmans.
Nu is het
eerste dat mij opvalt als ik dat kerstessay lees dat Reugebrink 10 woorden
nodig heeft om er één te zeggen. Een oeverloos eindeloze diarree aan woorden. Dat alles in een stijl
waar zelfs een leesverslaafde bibliofiel een punthoofd van krijgt. Onbegeesterde
en niet geïnspireerde woordenbrij. Woordenkramerij om ter meest. Dat zulke
mensen geen breed maatschappelijk succes hebben, is met de ogen toe zonneklaar.
Dat zulks in de literaire wereld kan overleven, ja zelfs prijzen bij elkaar
schiet, is alleen mogelijk dank zij de
beschermende houding van de inteeltige ons-kent-ons kliek die het literaire
kunstwereldje in stand wil houden. Hierin gesteund door een pers die heftig
meewerkt aan het zuiver houden van het door de in-crowd aanvaarde paradigma van
wat kunst of literatuur zou moeten zijn. Dat hiervoor niet welkome meningen
worden gecensureerd en niet conformistische geluiden worden geweerd (bvb
Brusselmans) maakt de angstige bloedarmoede, die er in de “ernstige” Nederlandstalige
literaire kringen heerst, alleen maar
meer duidelijk. Dat deze Reugebrink zich van wild natrappen moet bedienen ligt
overduidelijk gefundeerd in de frustratie door het eigen onvermogen zich
schrijvend tot een maatschappelijk relevant niveau op te tillen. Dat literatuur
weldegelijk een breed respect krijgt in de maatschappij werd onmiddellijk
duidelijk door de vele reactie van mensen omtrent dit onderwerp.
Niet alleen
de stijl is ondermaats, hetzelfde geld voor wat voor de inhoud moet doorgaan. Een
verzameling open deuren en andere reeds dood beschreven evidenties. Elke
individuele verantwoordelijkheid afschuivend naar de maatschappij. Blind voor
de realiteit van de belangrijkheid van de economie, maar vooral gefrustreerd
door het succes van anderen. De ontmenselijking van de maatschappij is al veel
mooier, veel schrijnender, veel literairder, veel boeiender, veel
aantrekkelijker beschreven. Ik denk zo maar voor de vuist weg aan Brave New
World (Huxley) of 1984 van George Orwell.
De Standaard
presenteert hier een mooi voorbeeld van iemand wie reeds veel eerder zou moeten
aangeraden zijn iets anders te gaan doen dan schrijven. Te zien aan de
kwaliteiten van de pleegsels lijken pareltjes rijgen, bloemschikken of
misschien zelfs duivensport nauwer aan te sluiten bij de auteur zijn
capaciteiten. Blijven proberen wat men echt niet kan, leidt tot zulke schabouwelijke
kerstschrijfsels. Zo slecht hebben ze het
nog nooit gebakken bij de Vlaamse kwaliteitskrant. Door zulke mensen een dergelijk
breed forum aan te bieden laat men ze in hun eigenwaan van “goed bezig te zijn”.
Erger nog het zou kunnen worden gezien als een aanmoediging verder te krasselen
in de wanstaltigheid. Door meningen te censureren laat De Standaard zien dat ze
ijverig meewerkt deze mediocere uitwassen tegen alle fatsoen in te willen
beschermen. Als Dylan dan toch bij dit
kerstmonster (en Dylan kent wat van kerstmonsters) moet worden gesleurd, dan is
zijn “Is there a hole for me to get sick in?” heel wat beter geschikt dan het
gebruikte “There must be some way out of here”.
Bruiloft op Capri van Paul Heyse. Eens iets
totaal anders. Een korte novelle. Vervlogen tijden in een vergeten stijl. Geen
rauw modernisme maar zweemzoete geromantiseerde feel-good literatuur. Geen
engagement anders dan het leven, de wereld, de mensen mooi voor te stellen.
Vermooid. Het is eens een leuk intermezzo, doch niet meer van deze tijd. De
enkele uren die ik mij in de tijdsgeest van midden 19de eeuw heb
ingeleefd, waarin ik mij heb laten meeslepen in die dramatisch verhaal met een
goede afloop waren wel besteed. Doch de andere novellen die in het boek staan,
zullen voor een andere keer zijn. Eén portie Heyse met de keer.
Heyse was
tweede helft 19de eeuw het grote Duitse literaire hoogtepunt. Hij
inspireerde vele mindere goden uit zijn tijd. Door zijn schrijfstijl is het
niet te verwonderen dat vooral vrouwen zich grote fan toonden van zijn werk. De
Nobelprijs in 1910 kwam eigenlijk te laat voor hem. Zijn poëtische romantiek
was toen reeds een voorbijgestreefde literaire vorm. Het naturalisme had zijn
opgang gemaakt. Een van zijn laatste werken, Merlin, was dan ook niet meer dan
een verbitterde aanval op die nieuwe literaire richting. Het werk van Heyse is
dan ook in een snel tempo in de vergetelheid geraakt. Rond de eeuwwisseling
naar de 20ste eeuw werd de markt overspoeld met Heyse. Zijn
gedichten werden op muziek gezet. In scholen was Heyse verplichte literatuur.
Nu wordt Heyse zelfs door literatuurcritici nog nauwelijks vernoemd en wordt
zijn werk als middelmatig en oubollig beschouwd.
De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa - Herman Brusselmans
Wat moet ik
met dit boek. Ik ben er door geraasd op anderhalve dag tijd. Het was ook dun,
130 of zo wat bladzijden. Ik kon het moeilijk weg leggen, en als het weg lag
voelde ik de drang om toch verder te lezen.
Was het dan
zo goed ? Neen zou ik zou direct zeggen. Want ik heb reeds ver voor het midden
mijzelf de opmerking gemaakt dat dit een verplicht nummertje was. En over
verplichte nummertjes ken ik nu wel iets. Ik zeg dat niet veel dat ik over
dingen iets ken. Toch boeide het verhaal. Nochtans is het een flutverhaal. Ik zei zo bij mijzelf, van ingewikkelde plots
zal een Brusselmans het echt wel niet moeten hebben. Met overdrijvingen en
Brusselmansiaanse neuk, pieseloe, piemel, penis scenes erop en eraan. Was het
misschien omdat de setting “Hamme” is, en ik daar toevallig ook geboren ben. Ik
kon de tocht van het hoofdpersonage volgen en erkende dingen uit mijn jeugd.
Sus Castelijn bijvoorbeeld. En Hermans zus, die nu nog les geeft aan de school
van Hamme.
Het
hoofdpersonage, Herman Brusselmans zelf is op zoek naar roem en bekendheid. Hij
kiest daarvoor de muziek. Om zijn doel te bereiken koopt hij twee gitaren, die
hij omruilt voor een drumstel en richt hij een band op, met alles op en aan.
Zelfs achtergrondzangeressen. Repeteren, opnames en een optreden. The
rise and fall of the The Hidden Creators of the Sleepy Daydreams.
Maar zijn
ogenschijnlijk oeverloze gezemel is van het hoogste niveau. Het werk mag dan
nauwelijks passen binnen het dominante paradigma van wat goede literatuur is,
zijn ook hier aanwezige, wellicht wat karikaturale schetsen van de gewone
burgerman of –vrouw komen dichterbij het echte leven dan in menig roman van “erkende
topauteurs”. Bovendien is zijn sublieme gevoel voor taal weer verantwoordelijk
voor vele hilarische situaties en levert het een aanvulling van het vocabulaire
van de lezer op. Ook weet Brusselmans met een paar korte scènes nog wat
eigentijdse problematiek uiterst treffend te behandelen waar anderen boeken
over vol leuteren.
Drie maal daags een passage lezen. Ik zweer hett
je, het helpt. Tenzij het de lezer ontbreekt aan gevoel voor humor is het werk
van Brusselmans de beste remedie tegen depressies. Een dik verdiende 7/10 !
Dun, kleine
verhaaltjes…en eens iets anders. Dat laatste hoopte ik toch. Sartre en zijn “De
Muur”. Ach ja Sartre…de man van wie ik De Walging had gelezen en daarvan zeker
niet onder de indruk was. Een betere Brusselmans komt zeker zeer dicht in de
buurt. Maar waarom niet ? Wij kunnen boeken toch steeds wegleggen als ze ons
niet aanstaan ?
De Muur dus.
Ook meteen het openingsverhaal. Speelt zich af in de Spaanse Burgeroorlog. Het
hoofdpersonnage wordt ter dood veroordeelt en de laatste nacht mogen wij
meemaken. Dit wordt een overpeinzing van
zijn leven natuurlijk. Intermenselijke relaties, zoals ze echt zijn.
Onverbloemd en niet op gekuist. Een meesterlijk geschreven verhaal. Prachtige
stijl, met een niet voorspelbaar eind. Sartre op het niveau van een
nobelprijswinnaar ! Groots.
Hierna
volgen nog de kleine verhalen “de kamer”, “herostratos” en “Intimiteit”. Het
boek sluit af met de iets langere novelle “De jeugd van een leider”. Allemaal
in dezelfde wervelende stijl. Grootse proza, aangrijpend menselijk. Allemaal
vormen het verhalen van mensen die op zoek zijn naar de essentie van hun leven.
Waarom zijn ze… en hoe moeten ze zijn ? Moeilijke vragen denkt u ? Filosofisch
gezever ? Neen ! Doorleefde en menselijke verhalen. Herkenbaar. Geen ellenlange
uiteenzettingen maar een verhaalverloop gebaseerd op dingen die verstaanbaar
zijn voor iedereen. Geen rationeel afgeleide voorspelbaarheden. Soms een beetje
absurd ? Ja dat wel maar nooit overdreven. De vereenzaamde of gewoon eenzame
hoofdpersonage dwalen door een onverschillige wereld. Zij moeten hun weg maken
door zelf te bepalen wat ze nu gaan doen. Geen hogere hokus pokus maar gewoon
het leven zelf.
Knappe
verhalen. Verfrissend ook al dateren ze van 1939. Eindelijk nog een een boek
uit de topregionen van de literatuur. Een dikke 8,5 /10 !
Het nieuws
is tegenwoordig van zulke triestheid dat ook ik het zo ongeveer beu ben. Radio
1 is reeds weg uitmijn favorieten. Wie heeft er nood aan dagenlang
negativistisch gekwaak. Herhaald tot een self-fulfilling mantra. De krant
blijft meer en meer ongelezen liggen. Ook daar strijden de
"journalisten" naar de gouden medaille zwartkijkerij. Het lijkt wel
of het hedendaags journaille vooral vitriool moet gedronken hebben en
gemarineerd zijn in een maatschappij kwellende zwartkijkerij. Maar alsof dat
nog niet genoeg is moet dit in Vlaanderen overgoten met de ophemeling van de
versnelde neergang. Egoïstisch negativisme, destructief nestbevuilen en de
gekoesterde verrotting kan het in
Vlaanderen tot man van het jaar schoppen ?! Intellectueel onbegrijpelijk maar
vooral gevaarlijk contraproductief. Maar dat lijkt de bedoeling in deze tijden
van negativistisch nihilisme.
En er zijn
niet veel lichtpuntjes die een verandering zouden kunnen initiëren. Music for
life misschien, waar eens niet geappelleerd wordt aan het gevaarlijk egoïsme
dat onze huidige maatschappij regeert. Voor de rest zie ik niet veel
optimistische hefbomen die verandering mogelijk zouden kunnen maken. In deze
eindejaarsdagen waar iedereen zich moe loopt in de ratrace naar het ultieme
consumentalisme ? Waar de enige zorgen van de vooral zichzelf als hardwerkend
beklagende mens erin bestaat een soort van egoïstisch bekommernis te koesteren
dat hun kinderen toch maar beter worden door enkele dompelaars dieper de put in
te duwen ?! Neen, buiten dit navelstarend introvert tunnelgedrag vlijmscherp
aan te klagen kan men blijkbaar weinig ondernemen...in de hoop dat bij de door
spruitjeslucht verdoofde mens misschien eindelijk de ogen gaan open gaan en dat
het groter geheel duidelijk wordt. Zodat de kleppen afvallen en voorbij de
parochiezaal en de kerktoren kan gekeken worden.
De wereld
draait gewoon verder. Och ja, ze staken. Tegen wat…of om wat. Van Quickenborne
heeft zich wat overhaast. Was te verwachten ik heb dat ventje altijd al een
rare kwiet gevonden. Een wat afwerelds figuur dat denkt dat de wereld één groot
virtueel twitterpretpark is. De ganse commotie die hij nu opwekt verbaasd mij dus
niet. Die man heeft nog nooit meer dan gebakken lucht verkocht. Administratieve
vereenvoudiging...mijn oog ! Het is allemaal nog wat ingewikkelder geworden. En
het is niet omdat het via internet kan dat het per definitie eenvoudiger is.
Dus ja het
land zou moeten stil liggen. Het openbaar vervoer heeft sowieso al geen klant
aan ons. Bussen zijn oncomfortabele sardienenblikken waarop men toch lastig
gevallen wordt door allochtonen. Geen politie te zien of te horen dan. Zelfs
niet als men ze opbelt en de bus blijft staan. En een auto hebben wij toch
nodig om naar het dichtst bijzijnde station (12 km) te rijden. Als men toch al
een auto heeft is hij veel goedkoper in gebruik dan het openbaar vervoer.
Vandaar…laat die lamzakken maar staken. Dat ook het internationale treinverkeer
plat zal liggen ? Treintje spelen is blijkbaar wel echt voor lamzakken die niet
graag werken…nationaal internationaal het maakt hen niet uit als ze maar kunnen
niet-werken.
Ook het
onderwijs zal staken…net die mensen die hun leven eigenlijk al in niets doen
doorbrengen, gaan staken ! Omdat ze moeten blijven “staan” tot hun 60ste
?! Van vakantie naar vrijaf hun carrière opbouwen en dan nog vroeger willen
stoppen. Trouwens of die luitjes nu staken of niet. Deze week werken die toch
al niet meer. De kinderen zwalken nu al doelloos rond op straat, zichzelf bezig
te houden.
En de rest ?
Het OCMW staakt…profiteurs gaan dus last krijgen van de luiheid van de
ambtenaren ? Toch crimineel lollig ? En de bib blijft toe…ach ja wij kunnen wel
enkele weken doorlezen zonder naar de bib te trekken. En het zwembad. Welk
zwembad ? En TV en Radio…de VRT dan toch. Alsof die nog veel opstaat in de tijd
dat er 100 kanalen beschikbaar zijn ? En de cipiers doen ook wat wij van hen
gewoon zijn, namelijk staken. Om cipier te worden moet men allicht geen
arbeidscontract tekenen maar een verklaring van stakingsbereidheid. Maar zoals
steeds zal dat ook nu niet meer hinder opleveren dan een scheet in een fles.
En de post
Willem…de post staakt ook. Ze lijken daar wel het orkest van de Titanic. Kunnen
ze ook geen rekeningen meer aanbrengen. Taksen, belastingen en heffingen
ronddragen. Maar ze werken met die domme staking ook heel hard verder aan hun
eigen nutteloze overbodigheid. Wij zullen nog meer e-mails met PDF aanhangsels
verzenden tot B-Post tot een atavistische ruïne is vervallen die alleen nog de
museumfunctie bekleed om mensen duidelijk te maken tot welke machtspositie
idioten konden uitgroeien voor de e-mail was uitgevonden.
Blijven de
ziekenhuizen en de loodsen. Wie echt in medische nood zit, zal wel nog geholpen
worden. Dokters moeten wel. Alleen de verpleging gaat op zondagsdienst….wat een
arrogant gedrag. Het is een zware job, verplegende zijn. Maar die dames en
heren moeten zich wel bewust zijn dat elke eurocent die aan hen gespendeerd
wordt, wel word verdiend en belangeloos afgedragen door mensen die wel
economische meerwaarde creëren. De witte meute leeft op ons kap ! Bovendien
zouden deze mensen het ethische gevoel moeten hebben dat staken in sector
gewoon pervers is ! En die loodsen die via de havens het land echt wel
economisch kunnen treffen ? Wel hier krijgt Di Rupo een eerste kans om het haar
op zijn tanden boven te halen ! Opeisen die zooi !
vandaag was ik mezelf liever niet tegengekomen – Herta Müller
Het werk van
Herta Müller kent als terugkerend thema het leven onder de Roemeense dictatuur
van Nicolae Ceauşescu. Herta Müller is geen schrijver die een verhaal met een
kop en een staart weet te vertellen. Zij geeft op een impressionistische manier
uitdrukking aan wat haar bezig houdt en opvalt. In korte stukken, niet
gestructureerd met behulp van hoofdstukken, laat zij een stroom individuele observaties
op de lezer los.
De
vrouwelijke hoofdpersoon dient haar opwachting te maken bij majoor Albu die
haar aan een verhoor onderwerpt. Dat is een gebeurtenis die vaker plaatsvindt.
Een groot deel van het boek bestaat uit indrukken van dat verhoor, de last die
het vooruitzicht ervan met zich meebrengt en de reis er naar toe met de tram.
De gedachten van de ik-persoon waaien alle kanten op. Het gedrag van de
trambestuurder en van sommige medepassagiers worden minutieus onder een
vergrootglas gelegd. Dat begint al bij het instappen als de vrouw zich
voorneemt een oude man voor te laten gaan. De stijl van Müller is zeer
beeldend. Geleidelijk leren we de hoofdpersoon wat beter kennen. Zij is
gescheiden van haar eerste man en leeft nu samen met Paul. Paul is een
liefhebber van brandewijn. Om zes uur gaat de bar open maar pas vanaf elf uur
is alcohol toegestaan. Daarom gaat de brandewijn eerst in koffiekopjes en pas
later in glazen. De ik-figuur richt zich vaak tot haar vriendin Lili die bij
een vlucht naar het buitenland door een grenswacht is doodgeschoten. De
hoofdpersoon was werkzaam in een fabriek maar is ontslagen na verklikt te zijn.
Overal ligt dreiging op de loer. Via omzichtige beschrijvingen krijgt de lezer
de verschrikkingen van het leven in een dictatuur mee. Het is een permanente
oefening in ongemakkelijkheid. Onzekerheid kruipt in alle poriën. Zelfs het
taalgebruik lijkt ondergronds te gaan. Wat de verontrusting doet toenemen zijn
de behoeftige omstandigheden waarin de mensen verkeren. Mensen staan in de rij
voor openbare toiletten en maken gebruik van een draagbare deur als zij aan de
beurt zijn. Somberheid is troef.
Soms is
lezen doorzetten. Deze Herta Müller vergt een inspanning van de lezer. Maar wie
zich die getroost krijgt een prachtig boek in ruil. Als scherven worden de
verhaalbrokken gepresenteerd. Lezen is puzzelen, tot de vaas weer heel is. Beklijvend
zonder spannend te zijn. Uitnodigend interessant. Zeer knap geschreven.
Eindelijk nog eens een boek dat ver boven de middelmaat uitsteekt. Een knappe
7,5 op 10 !
Column schrijvers en hoofdredacteurs worden te veel betaald !
Geachte dames
– heren veelverdieners...als u echt teveel verdient ga dan naar uw baas en doe
het voorstel om alles wat u meer dan 1200 euro per maand netto verdient terug
aan uw patroon over te maken ! Als u na 6 maand leven van 1200 euro netto op de
maand nog zo overtuigd bent dat de indexkoppeling moet afgeschaft worden,
schrijf dan nog eens een opiniestuk. Nochtans ik persoonlijk vind het gegeven
van moeten rondkomen met 1203 (om precies te zijn) euro per maand een
economisch argument genoeg om die indexkoppeling toch maar te behouden. Vanuit
een overbetaalde luxepositie is het gemakkelijk roepen dat Di Rupo het niet
kan. Vanuit de situatie van 1200 euro per maand ben ik echt wel heel blij dat
Di Rupo mensen van mijn inkomenscategorie wil ontzien ! Mochten wij wisselen
van job, en ik ben daar wel eens een paar maand voor te vinden hoor, dan zou ik
de lofzang zingen in mijn opiniestukken over een moedig politicus die eindelijk
de fiscale wantoestanden met de bedrijfswagens wil aanpakken, over de
verantwoorde houding van politici die de luiaardij-cheques willen duurder maken
en niet meer fiscaal afrekbaar...en zou ik, in volle bewustzijn dat er
weldegelijk nieuwe belastingen moeten komen, blij zijn dat men eerst denkt aan
eerste klas vliegreizen, beleggingen (met geld dat toch op overschot is),.....
Maar blijkbaar heb ik nooit het geluk gekend de juiste kruispunten in mijn
leven tegen te komen zodat ik kon evolueren van een dwazekloot die zijn schaars
inkomen verdedigt naar een slim en erudiet man die pleit om arme mensen nog armer
te maken. Misschien gelukkig maar, want ik zou niet meer in de spiegel durven
kijken.