NIEUW: Blog reclamevrij maken?
SCHUINE TEKSTEN
Inhoud blog
  • 318: Fibo
  • 317: Dialoog
  • 316: Etaoin shrdlu
  • 315: Roland
  • 314: Bermkip
  • 313: Men
  • 312: Bruder Lustig
  • 311: Signeergesprek
  • 310: Rook
  • 309: Ode aan mijn bh
  • 308: Alfa
  • 307: Vijgen voor Pasen
  • 306: Wereldsmart
  • 305: Jonge ouderen
  • 304: De Boekenkrijg
  • 303: www.zot.com.bébé
  • 302: Echte fictie
  • 301: Mundial
  • 300: De Felle
  • 299: Westlof
  • 298: Lam Gods
  • 297: Jacky
  • 296: Hop paardje hop!
  • 295: God?
  • 294: Acoliet
  • 293: PP
  • 292: Netwerk
  • 291: Leffaards
  • 290: Het varkensei
  • 289: Geheim
  • 288: Geknipt
  • 287: Geloof
  • 286: Stommeling
  • 285: Een aardig ding
  • 265: VRESELIJK
  • 284: Kloon
  • 283: Allojjo
  • 282: Schaakstuk
  • 281: Communicatie
  • 280: Figuur
  • 279: Hairbag
  • 278: Lijstjes
  • 277: Jos, Joste, Gejost
  • 276: Melk?
  • 274: Frinch fraais
  • 273: Mager Heineken
  • 272: Appartemens
  • 271: Gestopt
  • 270: Ik zou u schrijven
  • 269: Koksmonoloog
  • 268: Een photo
  • 267: Getetter & Getoeter
  • 266: Water
  • 264: Beu
  • 263: Acteur
  • 262: Vederlands
  • 261: Etters & Engelen
  • 260: Men spele...
  • 259: Kwaak
  • 258: Geschoold
  • 257: A la recherche
  • 256: WJZBJZ
  • 255: Eindelijk
  • 254: 'Het' gezin
  • 253: Repetitieruis
  • 252: Kiespijn
  • 251: Reis Hiernamaals
  • 249: Gezondheid
  • 248: Speeltijden
  • 247: Rood licht
  • 246: Ruis
  • 245: Weg
  • 244: Mom
  • 243: HET JAAR ELF
  • 242: Kloon
  • 241: In de put
  • 240: Huid & Haar
  • 239: Zomer 11
  • 238: Duimen maar
  • 237: Poirot
  • 236: Smoke
  • 235: Collateral
  • 234: Nachtraven
  • 233: Undercover
  • 232: Frietpeace
  • 231: Kopie-Kopie
  • 230: Gezeid is gezeid
  • 229: Vreemde man
  • 228: Een stuk
  • 227: België
  • 226: Mijn meesters
  • DRAMA
  • 225: GVD
  • 224: Veldinterview
  • 223: Sprook
  • 222: Zappa
  • 221: Een bod op God
  • 220: Curryculum Vitae
  • 219: Tovenaar
  • 218: Perspest
  • 217: Animatietype
  • 216: Ruim
  • 215: De erwt
  • 214: Podiumbeest
  • 213: Mobiliteit
  • 212: Twee tijgereieren
  • 211: De kus
  • 210: Wolf
  • 209: Een reus
  • 208: Opsporingsbericht
  • 207: K met zuurpruim
  • 206: Volksverlakkerij
  • 205: Doppedrop
  • 204: Kap
  • 203: Affiche
  • 202: Regen
  • 201: Stuk
  • 200: Hair
  • 199: Wie A zegt
  • 198: Bijsluiter
  • 197: TV
  • 196: Arno
  • 195: Letters & Letteren
  • 194: Taalkunde
  • 193: Onder de zon
  • 192: Besparen
  • 191: De goede man
  • 190: Van die dagen
  • 189: Zwarte zwaan
  • 188: Questionnaire
  • 187: Say cheese
  • 186: Loteling
  • 185: Een zwaluw
  • 184: Grijs
  • 183: Claus
  • 182: Liefhebber
  • 181: Monumenten
  • 180: Erger
  • 179: Landbouw
  • 178: Bijna
  • 177: Onafhankelijkheid
  • 176: Zo fout als wat
  • 175: Wei-gevoel
  • 174: Merk
  • 173: Mens
  • 172: Pikant
  • 171: 50 vragen
  • 170: Jinx
  • 169: Wiskunst
  • 167: Met alle Chinezen
  • 166: Mooiste woorden
  • 165: Rijm
  • 164: Internetman
  • 163: EVBO
  • 162: Hondenleven
  • 161: Carrière
  • 160: Coureur local
  • 159: Kip ik heb je
  • 158: Politiek programma
  • 157: Design
  • 156: Kreeft
  • 155: Nicotine
  • 154: Gastronomen
  • 153: Verleiden
  • 152: Opinie
  • 151: 1e hulp in gevallen
  • 150: Verzamelwoedend
  • 149: Fakir
  • 148: Cliché
  • 147: Iets anders
  • 146: Uit de kunst
  • 145: Appartemensen
  • 144: Wereldwoeden
  • 143: Ongerijmd
  • 142: Dagboek van 1 dief
  • 141: Vioolkist
  • 140: Ouden van dagen
  • 139: Automatische piloot
  • 138: Leugendetector
  • 137: Hotel Milan
  • 136: De Diepe Gedachte
  • 135: De weg vragen
  • 134: Mag ik overvaren?
  • 133: Leven op Mars
  • 132: Vogelvlucht
  • 131: Faer♠er-gevoel
  • 130: Lolbroek
  • 129: Sollicitatie
  • 128: De Q van Proust
  • 127: Volg je nog?
  • 126: Kerstmisdaad
  • 125: Hartstuk
  • 124: Mozart in november
  • 123: Heb je gedronken?
  • 122: Frambozen in melk
  • 121: Appelschudder
  • 120: Quo Vadis?
  • 119: Niespijn
  • 118: Rog
  • 117: Opiniepeiling
    Zoeken in blog

    Foto
    Aan de sneeuwzee in Vlaanderen, februari 2012
    Foto

    Jowan & Joris in Stotendorp Heule

    Foto

            Red shoes Wilma

    Foto

    Younger me, already salt 'n pepper

    DEZE KANT BOVEN (Sjors DNO)
    SCHUINE TEKSTEN
    23-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.248: Speeltijden

    SPEELTIJDEN

    In de middeleeuwen van mijn jeugd werd er al druk geacteerd. Op de speelplaats van mijn lagere school was meermaals per dag een strijd aan de gang tussen de cowboys en de indianen. Als je niet voor een van de twee partijen koos, schoot er maar een figurantenrolletje voor je over. In het slechtste geval werd je aangeschoten wild. Toen ik iets ouder werd, pakweg 11, sloop er een detective op de speelplaats rond. Hugo speelde, moederziel alleen, dat hij moeilijke zaken oploste, vergrootglas in de hand. Later belandde hij warempel bij de gerechtelijke politie. Ikzelf ging me ook te buiten aan fictie. Ik fantaseerde tegen mijn buurjongen zo uitbundig over marsmannetjes en zwevende creaturen in de kosmos dat hij ’s nachts slapeloos lag te woelen en om zijn papa riep. Die papa belde drie dagen later bij mijn papa aan: of ik a.u.b. die wilde kosmosverhalen stop wilde zetten teneinde weer rustige nachten te hebben! In die tijd trok er om de zoveel jaar ook een zeer gelovige stoet door mijn stadje: de Credostoet. Witte rokken, zwarte kappen, wierook, heiligenbeelden, getingel van bellen, weet je wel. Mijn pa stapte erin mee, met bruinverbrande benen waar de olie afdroop. Hij was een van de stoute Romeinen die Jezus slaag moest geven. Voorop liep mijn klasgenoot Didier, het zoontje van de schooldokter. Die smaakte de eer en het genoegen om een nepschaapje rond zijn nek te draperen en samen met nog een wollige schaapjesdrager (het zoontje van de notaris) de Credostoet te openen. Didier had zelf ook schapenkrulletjes op zijn schedeltje. Terug naar school. Soms werden er op de speelplaats nog andere stukken gespeeld. Toen een brandweerman (‘spuitgast’) over zijn boeiende beroep was komen vertellen, speelden we een week lang het pauzevullend stuk Brand! Schaapjesdrager Didier speelde ook een tijdlang een heilige martelaar, na een vreselijke les Gewijde Geschiedenis bij meester Gilbert. We mochten hem slaan en schoppen. Nou, dat waren nog eens (speel)tijden!


    09-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.247: Rood licht

    ROOD LICHT       

     

    Wanneer de razende drukte van het verkeer even stolt op bevel van verkeerslichten, en iedereen massaal (diagonaal?) over mag steken: is dat geen prachtig theater? Het is het leven zelf, life, live on stage, walking shadows. Het drama zou nog ten top gedreven kunnen worden door botsingen tussen voetgangers. Of, erger nog: een auto die zich vergist (gek toch hoe we ‘auto’ vermenselijken) en zo’n mens van vlees en bloed in levenden lijve van de sokken rijdt. Mocht er een zitzaal of tribune bij voorzien zijn, dan zou die elke dag eivol zitten. Veel derdeleeftijders zouden plotseling naar het theater gaan zien. Kijken naar mensen (en de verhalen vermoeden in en achter die mensen) is immers een van de meest verspreide hobby’s ter wereld. Je hoeft alleen maar je eigen verhalen aan de overstekende personages toe te voegen. Je krijgt er de belichting zo bij, in rood en groen en oranje. Een prettig nevengegeven: het betreft hier gratis voorstellingen. Met acteurs zo uit het leven en de werkelijkheid geplukt. Het is realistisch, geëngageerd theater. Er steekt beweging in, en tempo. Er is een hallucinante diepgang. En van de diversiteit alleen al kun je ’t warm krijgen. Typisch dramatisch is ook de manier waarop we de dingen benoemen. Voor ‘verkeerslichten’ gebruiken we bijvoorbeeld wel vaker de uitdrukking ‘rode lichten’. Weinigen zeggen: ‘Aan de groene lichten moet je rechtsaf’.  Of: ‘Aan de verkeerslichten rechtdoor.’ Het is net alsof iedereen nog een laatste waarschuwing tegen de dood mee wil geven: rood is dood! Drama! Groen mag je doen, dus daar zwijgen we over. Er moet immers iets gebeuren: auto’s moeten (willen) stoppen, mensen moeten (kunnen) (diagonaal ook?) oversteken. Dan kunnen de verhalen beginnen. In de vorm van een knooppunt, een kruispunt, of rotonde. A propos, mochten we nu inderdaad diagonaal mogen oversteken, zonder op onze zebrastrepen te staan: ware dat ook niet het zo felbegeerde stukje artistieke vrijheid van de actrice/acteur, de regisseur en de auteur? Die –eur en -iceberoepen die zo bekendstaan om hun vrijgevochtenheid? Hoe dan ook: de kortste afstand tussen twee punten is nog altijd een zachte ronding. Denk daar maar eens heel erg grondig over na, terwijl u in de auto voor de rode lichten staat en tientallen acteurs en actrices aan uw neus voorbij ziet gaan.


    30-03-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.246: Ruis

    RUIS                                          

    We zijn het nooit te weten gekomen of het nu echt of echt echt was: de acteur die plotseling minutenlang onderhevig was aan kuitkramp. In de beide gevallen loste hij het alleszins heel goed op (voor zover het dus opgelost moest worden…). Ofwel acteerde hij die kramp perfect. We kregen als toeschouwer mee die kramp. Ofwel bedde hij die onverhoedse fysieke aanval heel goed in zijn spel in, zodat het publiek de indruk kreeg dat het erbij hoorde. Het was hoe dan ook een bijna adembenemende fase in het stuk. We schoten met z’n allen kuit. We merkten hoe zijn tegenspeler/medespeler ook verbijsterd op de zaak zat toe te kijken, maar … dat hoorde er wellicht ook bij? Of niet?

    Extreme gevallen van ‘ruis’ (storende factoren) kunnen toeslaan. Motto: accidents will happen.  Een bloemlezinkje: hooikoortsig niezen, boeren, winden, hikken. Het zal je als spreker of speler maar overkomen, soms microfonisch versterkt. En hoe ga je om met publieksruis? Storingen vanuit de zaal? De klassiekertjes: kuchen, hoesten. Decleir is er boos om. Of, breder: externe onverwachte onberekenbare factoren: een kermis naast de zaal, elektriciteitspanne, om het kwartier een passerende trein, de dreun van voorbijdenderende stadsbussen, paardengetrappel van toeristenkoetsen, loeiende sirenes, een honderddagenviering van driehonderd lallende ex-kinderen … Nou, een actrice/acteur is een topsporter. Die kan op professionele manier al die gevallen van ruis voorzien en bezweren, desnoods invoegen en gebruiken. Zelfs Mick Jagger stopt drie maanden voor een optreden met roken. Dan maar duimen dat hij niet de hik krijgt bij het vertolken van Start me up.

    Als ruis gezellig geroezemoes wordt in de foyer tussendoor of achteraf (of wat voor foyer moet doorgaan), dan kan het stuk niet meer stuk. En er kan natuurlijk al helemaal niets tegen op wat in het struikgewas ruist. Ze kunnen er van meespreken in Ruiselede, in de lage streken van West-Vlaanderen. Ik ben er ooit bij nacht en ontij verdwaald nadat ik een fraai staaltje van amateurtheater had bijgewoond. Er ruiste plotseling iets hevigs achter mij: ik werd aangerand door een andere auto. Of hoe ruis ook nog na kan blijven werken na een stuk.


    22-02-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.245: Weg

    WEG

    De dinsdag is de druiloor onder de dagen. Het regent. Men zit maar zijdelings in het leven. Men wil deze dag overslaan. Wie geen moord te plegen heeft, blijft droog. Wel valt een gestage stroom auto’s naar de containerparken aan de periferie van mijn stad te constateren. Dinsdagen zijn zo droevig dat er dan vooral weggegooid wordt. Zelfs zich van overbodige dingen ontdoen heeft iets oubolligs. Af en toe lijkt het er op dat iemand het liefst meteen ook maar zichzelf in de container wil storten. Men voelt zich schroot, nat en dood. Ikzelf, die vandaag het liefst onder een pseudoniem tussen de mensen zou komen, drijfhout in de vaart der volken en de stuwende stormen des levens, blijf met alsnog geopende kofferklep aarzelen boven een laatste bananendoos met ‘oude’ boeken. Vooruit, weg ermee, niet bladeren, wegschrapen, buitengooien, afbladderen. Ik sta voorover gebogen dappere synoniemen te mompelen. Even flink zijn. Eigenlijk schuil ik onder de kofferklep even tegen de striemende regen. Er bestaat geen weg terug voor deze boeken. Jack London, Charles Dickens, Geschiedenis van het schaakspel, De verdwijning van sir Adam en iets met een bruine wikkel om waarop in schuine hoofdletters CHARELKE  geschreven staat. Ze zijn oud, die boeken. Ze zeggen iets over mij. Ze moeten weg.
    ‘Alles is afval,’ schrijft Tom Lanoye in een miniboekje dat hij me lang geleden cadeau doet ter gelegenheid van de poëziewedstrijd Gent-Wevelgem (‘Van oor tot oor’, als ik me goed herinner: een zelfgemaakt dun ding met gele cover). Akkoord hoor.
    Voorjaar 2009 verlaat ik ook na twee decennia definitief mijn schrijfhonk ofte binnenverblijf in de stad. Ik heb in die periode zo vaak de containerparken aan de periferie van mijn stad bezocht, dat er weer adem- en werkruimte vrijgekomen is thuis. Tabula rasa in mijn binnenverblijf; tabula rasa thuis. Alleen in mijn werkruimte op mijn hogeschool sta ik mezelf nog geordende slordigheid toe. Maar ook daar aarzel ik op gezette tijdstippen niet: alles loopt kans weggeflikkerd te worden in een van de vele sorteerbakken die het hogeschoolinterieur ontsieren. (Gek hoe milieubekommernis horizonvervuiling en interieurbezoedeling in de hand werkt.) Ik begin te houden van de doffe klappen waarmee bundels papier in de containers ploffen. Stof en oudheid stinken naar vrijheidsberoving en claustrofobie.


    24-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.244: Mom

    MOM (MM)

    N mns mg zch grg vrmmmn.

    Ht mmbkks s vn ll tdn.

    Vrgr dd mn dt mt tkkn, bldrn n mddr: cmflg, wtjwl.

    Dt kn vl rdnn f dlndn hbbn.

    Sdrt d bkdrkknst kn dt prfct p ppr.

    Mn vrschft nkl klnkn, n mn bkmt n schlnm ft psdnm.

    Ndr ht mm vn n ndr nm kn mn dn schrvn wt mn wl.

    Rlk s ht nt, wl hndg n hrlk.

    Nbvngn t spln n dz wrnd dr lttrn!

     

    Palindromen spelen met onze voeten.

    Afko’s verzwijgen meer dan ze prijsgeven.

    Rijmen zijn maar achterklap op rijm.

    Anagrammen hutselen alleen wat door elkaar.

    Lipogrammen discrimineren een bepaalde klank.

    Pangrammen willen altijd alles.

    Een mombakkes echter overleeft het echte aangelaat:

    kijk maar naar Max Havelaar na meer dan 150 jaar.


    28-12-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.243: HET JAAR ELF

    HET JAAR ELF                                                       Sjors DNO

    (Gemengde gevoelens)

    { Een journaalroman over dat aardige jaar 2011 }

    Wordt het jaar elf een scharnierjaar in de eenentwintigste eeuw? Horen we het tandenknarsen van een nog jonge eeuw of zwaaien de poorten naar verandering gezwind en geolied open? Gemengde gevoelens overheersen: misschien vallen er lessen te trekken uit de Arabische Lente die een bloedhete zomer werd, de Japanse natuurramp die ook het menselijk falen evoceerde, de binnenlandse euforie (bij velen) van veranderend stemgedrag die in regeringloosheid verzandde, de yeswecanslogan die afgezwakt moest worden om de Verenigde Staten voor faillissement te behoeden. 

    Het getal 11 is van oudsher ‘gekleurd’. Het wordt, zeker na 11 september 2001, ook als een bijzonder wrang getal gezien. Het is het eerste meestergetal binnen de Kabbala. Elf is in het dagelijkse spraakgebruik het gekkengetal. Elf overschrijdt het geheel van de tien geboden. Binnen de dertiendaagse scheppingscyclus van de Maya’s staat het getal elf voor tijdelijke dissonantie en chaos. Je zou daarbij kunnen denken aan de elfde september, toen de Twin Towers, die samen het cijfer elf vormden, tot verbijstering van velen instortten. Ook in de numerologie is 11 het eerste meestergetal. 11 heeft in zich de 1, maar ook de 2, omdat 1 + 1 = 2 is. Daarom wordt de 11 als een lastig, moeilijk getal gezien met tegengestelde tendenties in zich. Dat wijst op innerlijke strijd; 11 wordt dan ook als de strijder gezien.

    Dit is Het Jaar Elf geweest:

    Bijlagen:
    HET JAAR ELF.pdf (1.3 MB)   


    27-11-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.242: Kloon

    KLOON 

    Ik droom van een theaterstuk waarin twee schommels op het podium staan.
    Ze bewegen zacht in de wind, terwijl het publiek de zaal binnenkomt en na het hoffelijke babbeltje met de buren op de zitplaatsen voor, achter, rechts en links gaat zitten. Er mag wat geknars en geknierp te horen zijn: de schommels hebben wat olie nodig, zoals alle schommels. Uit het leven gegrepen! Dan komt op de linkerschommel een viersterrenmeisje zitten. Neen: ze heeft geen lolly in haar mond. Even later neemt op de rechterschommel bijvoorbeeld Elvis Presley plaats. Of een buurvrouw. Of een astronaut. Dan ontspint zich natuurlijk een gesprek. De schommels kunnen daarbij een leuke bijrol vertolken: simultaan-synchroon, als tegenliggers, één in beweging en één bevroren … We komen te weten dat het viersterrenmeisje de helft van een tweeling is. Elvis Presley ((laten we die versie eens nemen) is een lookalike die in het werkelijke leven sedert kort lesgeeft in Nederlands en Engels. Hij heeft dat diploma door studie in de gevangenis verworven. Tijd zat. Voorheen was hij namelijk een geducht gangster, met bivakmuts en masker op. Zijn gelijkenis op de wereldbekende heupzanger exploiteert hij niet. Hij slaat er geen munt uit en gaat nooit naar elvismeetings. In mijn stuk zou ik ook graag echte duiven en mussen laten fladderen en scharrelen. Broodkruimels zullen hierbij noodzakelijke rekwisieten zijn. De regisseur moet natuurlijk een dirigent zijn. Hij moet metronomisch gevoel hebben om de schommels te beheersen. Misschien mag er ook een grote metronoom voor of achter op het podium. Het viersterrenmeisje, zo leren we, zou graag apothekeres worden. Dan zou ze een pil uitvinden die belet dat de ene mens op de andere mens gelijkt. Ze heeft daar dus – volgens het stuk – een paar redenen voor. Zelf gelijkt ze ook op de Egyptische koningin Nefertiti, vrouw van Achnaton. Dat vormt echter geen noemenswaardig probleem. Elvis prijst haar om haar klassieke schoonheid en haar dubbel geperforeerde oorlelletjes. Nu moet ik nog een titel vinden.
    Hoe zal ik mijn stuk gaan noemen? Niets schommelachtigs. Wat dacht u van ‘Kloons’? ‘Bring in the kloons?’ ‘Waltzing kloons?’ Ach, titels!


    28-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.241: In de put

    IN DE PUT

    In Onbeschaafd Nederlands gezegd en geschreven: ik heb er mijn buik van vol. Waarvan? Van die wegenwerken, ook getiteld Wegwerkzaamheden. (Wat een spuuglelijk monstrueus lang woord). Ik hoef u de betreffende omleidende of stuitende taferelen allicht niet te beschrijven. De minister van asfalt en beton zit volledig aan de grond en in de put. Alle wegen die ooit naar Rome leidden, brengen u nu naar de hel of een vagevuur ergens in het hol van Pluto of in de verafgelegen negorij Waarbennekiknu. Overal zijn menselijke mollen aan het werk. Van zohaast een mollenpeloton zijn werk heeft verricht, duiken er verse eenheden op. Het zijn ook vaak echte mollen, want niet altijd zijn ze zichtbaar. Soms trekken ze zelfs tenten op, om hun onzichtbaarheid nog te vergroten. Soms vervangen ze zichzelf door een oranje pop die eenarmig met een vlaggetje staat te zwaaien. Onnodig terug te zwaaien. Of met een colafles urine te gooien. Op vele wegen die dan uiteindelijk toch weer naar Rome leiden, ontwaar je dan nog vage gele strepen. Dat zijn de remsporen van de mollenkolonies. Van het Woeden der Wegwerkzaamheden, spaar ons, Heer.


    25-09-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.240: Huid & Haar

    HUID EN HAAR

    Wat drijft iemand om in de huid van een ander te kruipen? Waarom is men bereid zich als iemand anders te gedragen en spelend vreemd te gaan? Als uk wou ik een berenvel. Dat stond jarenlang nummer 1 op mijn verlanglijstje. Nummer 2 was een machine om wind te maken. Vermomd als beer zou ik, onherkenbaar, mijn medemensen de stuipen op het lijf jagen. Het liefst bij storm en ontij. De goede man bracht me echter geen berenvel. Nooit. Evenmin een windmachine. Ik ben nog altijd boos op hem. Overigens is hij zelf ook iemand die een rol speelt. Draagt hij immers geen pruik, valse baard en snor en theatrale kleren?
    Tijdens de voorbije Ronde van Frankrijk zag ik op tv opvallend veel pruiken, hoofddeksels en vermommingen langsheen de Franse wegen. Vooral de geweimensen en de Noormannen scoorden hoog. Ik zag ook twee pausen. Het is blijkbaar de behoefte van de mens zich een andere mens aan te meten. In huid, met haar. Schrijvers, undercoveragenten, advocaten, travestieten en acteurs: zoek het verband. Sommigen mogen beroepshalve liegen of zich anders voordoen dan ze in het werkelijke leven zijn. Sommigen mogen zich ook verkleden om hun beroep uit te oefenen. In een uniform mag je zelfs in bepaalde omstandigheden iemand … nou eh: onklaar maken. Carnaval, Halloween en Driekoningen zijn ook bekende openluchttheatertoestanden. Meer is dan toegestaan voor de vermomde. Rekruteren liefhebbers- of beroepsgezelschappen later bij voorkeur uit deze beschilderde losbollen, snoepmoordenaars of Wijsjes uit het Oosten? Jong geleerd, oud gedaan, tweede huid nog niet afgedaan?
    Ikzelf heb een knullige acteercarrière. Ik mag dan al theaterteksten en andere dingen schrijven, maar mijn actieve rol wat acteren betreft, beperkte zich tot een wit laken. Misschien betrof dit een afgeleide van het berenvel uit mijn prillere jeugd. In de jeugdbeweging speelde ik als negenjarige een spook in een dodendans, natuurlijk onder een wit laken. Daarbij zwierde ik per ongeluk en in mijn enthousiasme een fles limonade van een tafel. Mijn acteercarrière werd abrupt onder dat witte spooklaken gesmoord; ik kreeg een oplawaai vanjewelste van een zg. ‘leider’, versie jaren zestig, dwars door dat laken heen, waar hij mijn kop vermoedde. Daarna en daardoor ben ik aan het schrijven geslagen. Ik lieg dat ik zwart zie. Ik vind personages uit, met huid en haar. En ik voel me er beregoed bij.


    19-08-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.239: Zomer 11

    ZOMER 11

    Een uiterst vermoeide ober aan de Vlaamse kust brengt me terminaal sloffend mijn drankje.
    Boven het terras tapet muisgrijsheid het zwerk dicht. Mensen met herfstjassen aan overbevolken de horecabedrijven al van in de vroege voormiddag. Een horecavrouw hangt een mosselspandoek over de breedte van enkele ramen en jaagt zodoende op staande voet twee boze klanten weg, die eerder al boos waren omwille van de norse bediening door de ober. Zal het nu ook weldra gaan regenen?
    Dichtbij situeert zich de bekendste vismijn van de kust. Vele steenworpen verder nemen de politici van het druilerige koninkrijkje België de draad van hun ‘onderhandelingen’ weer op. Telkens weer worden ze gefilmd en geïnterviewd door een horde mediamensen, alsof het echte helden betreft. Wat drijft ze tot deze uitzichtloosheid, dat valsdappere geglim- en gegrimlach, die duffe werklunches, de nachtelijke vergaderingen, de eindeloze repetitie van immer dezelfde moeë clichés? Veel centen leiden naar macht, schijnt het. Ze hebben momenteel geen macht. Ze zijn amechtig. Het moeten dus de centen zijn. Volgt dan de macht? Neen. Wie al meer dan een jaar tot geen vergelijk of consensus komt, wordt machteloos.
    Terug naar de kust. Vooraleer ik aan zand toe ben, geef ik me over aan de klassieker: mosselen. Dat spandoek heeft misschien zijn effect niet gemist. Maar ik verorber de lekkertjes wel in een ander horecabedrijf, inderdaad ook omwille van die ober plus panoramafnuikend spandoek. Het blijft echter zo muis-, ja: olifantengrijs dat ik naderhand veroordeeld ben tot enkele koppen koffie in het hinterland. Ondertussen hoor ik in de auto op radio Culture drie Franse enthousiastelingen het proza van Ernest Hemingway loven en prijzen dat het bijna niet meer mooi is. Deze oorlogsliefhebber heeft met zijn journalistieke pen volgens het superlatievende trio de literatuur een bepalende en deugddoende zwik gegeven. Deze zomer memoreerde men ook zijn zelfdodingsdag, een halve eeuw geleden.
    Schrijver dezes trekt zich tegen valavond terug in zijn stulp, om verder het jaar elf in de gaten te houden en daarvan gewag te maken. Vooraleer ik aan thuiskomst toe ben, moet ik me noodgedwongen overgeven aan een onvervalst donder-en-bliksemtempeest. Het ‘doet zo lelijk’ dat het mooi is. Ik detecteer hierbij tot tweemaal toe een voorwerp uit vervlogen tijden: een regenkapje. Zo’n ding veroorzaakt ondanks zijn bedoeling altijd haast. De vrouwen eronder (geen man torst dit ooit) laveren ijlings tussen de druppels door.
    Ook dit is het jaar elf, nou: de zomer.


    25-07-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.238: Duimen maar

    DUIMEN MAAR

    Duimapplaus moet vreselijk zijn. In het Nederlandse Gebarenboekje vindt u de exacte beschrijving van het gebaar. Pakweg vierhonderd toeschouwers blijven na afloop van een voorstelling zitten, heffen ostentatief hun handen voor hun gezicht en tikken tergend hun duimnagels op elkaar. Stel u dat onwezenlijke geluid voor in een mooie pluchen zaal, terwijl de acteurs vlak na hun buiging beduusd en verbouwereerd de zaal in staan te kijken. Duimen zijn belangrijk. Ze onderscheiden door hun gebruik onder andere de mens van de aap. Geheven duim: oké. Duim down-under: bukken, man, de tomaten komen eraan! Het bekendste strijkorkestje ter wereld is dat van de duim tegen de wijsvinger. Het is het strijkje dat het prijskaartje of het kostenplaatje begeleidt, om het met een interviewcliché te zeggen. Mooi woord overigens, ‘duim’, voor de meest worstachtige onder onze vingers. Zijn er bekende gevallen van zo’n duimapplaus in de theaterwereld? Geroep en gefluit vallen meestal ten deel aan stukken of prestaties die men niet snapt of die niet goed gebracht werden. Zelfs Tsjechov kon erover meespreken, in zijn begindagen als theaterauteur.
    Vooraf duimen voor een goede afloop gebeurt ook maar beter niet. Je mag het lot niet tarten. Dan worden benen gebroken. ‘Jinxen’ is gevaarlijk: iets op een of andere manier uitdrukkelijk wensen. Misschien is het beter de fingers stiekem crossed te houden en stilletjes te hopen dat niemand uit zijn rol valt, dat er zich geen hoestola’s in de zaal voordoen, dat de elektriciteit het niet begeeft, dat de grimeur op tijd is en dat oom Wanja de slappe lach niet krijgt.


    PS De voorstelling Klein Duimpje van het kindertheatergezelschap Kindly yours kreeg wel een kleine doch krachtige staande ovatie. Het was een stuk om duimen en vingers bij af te likken.


    23-06-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.237: Poirot

    POIROT

    Wie is de bekendste Franssprekende Belg in het buitenland? Hercule Poirot, oui. Hij wordt heden ten dage weer ten tonele gevoerd middels een BBC-serie op een van de Vlaamse televisiezenders. David Suchet geeft hem gestalte. Hoewel het strookt met wat schrijfster Agatha Christie van het personage maakt, is het toch jammer dat men er in de Suchet-versie zo’n verwaande fat van maakt. Het inktzwarte krulsnorretje is erover; de nichterige pasjes nog meer. De zwartgeverfde karige haren (‘Ik geef mijn haar zijn natuurlijke kleur terug’, dixit het personage) en de lakschoentjes doen aan decadente commedia dell’arte denken, of aan de professor in Dood in Venetië. Nu, de Belgische detective draaft dan ook op in scenario’s die als een poppenkast in elkaar gezet worden. De intriges en de moordpartijtjes gebeuren tussen dienbladen met sherry op en in lounges van hotels en pensions. De slachtoffers vallen gewoonlijk nogal bloedloos te gronde. Er zijn weinig sporen van geweld, want bovenal houdt Poirot van orde en netheid. Hij handelt zoals elke televisiedetective: hij maakt zijn handen niet vuil, duikt in en uit taxi’s, auto’s en treinen, luistert goed naar slager, bakker, butler en kamermeisje en forceert op die manier via zijn zelfverklaarde geniaal werkende cellules grises dat beetje geluk dat ook een goede keeper moet hebben. Morse, Barnaby, Taggart, Frost, Lynley, Dalziel, Rebus, Lewis, Holmes: illustere linksrijders, sommigen onder ze stevig op drank, koffie of vast voedsel gefocust. Niet zo Hercule Poirot: hij nipt zuinigjes van crème de menthe of warme chocolade en neemt treinen en taxi’s.

    Acteurs die Hercule Poirot vertolkten:


    22-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.236: Smoke

    SMOKE

    Zag je onlangs nog iemand een sigaret opsteken met een lucifer? Roken is al uit den boze; de lucifer oogt oubollig. Wanneer de lucifervlam plotseling gedoofd wordt door een oude windvlaag uit het westen, dan bevinden we ons in een oude film. Zenuwachtige lipstickvrouw met lange filtersigaret versus man onder hoed met kortere machoversie tussen de lippen. Tussen twee windvlagen in last de vlam van de lucifer een verbond tussen de vrouw en de man, want ook de ogen spreken boekdelen. Het wordt een interessante schroeiplek op deze blauwe planeet, lang voor de ozongaten. De sigaret als vredespijp. Oude filmhelden en –heldinnen roken als schoorstenen. Peuken en afgebrande lucifers worden achteloos op de grond gegooid, soms verder onder de voetzool doodgetrapt, zelfs in mooie hotelkamers. Achtergronden die hier tot de verbeelding spreken: de Arc de Triomphe, een straat met lindebomen in Berlijn, een vliegveld in Casablanca. Het is donker, naoorlogs of ten minste Koude Oorlog. De wereld hangt af van die lucifervlam, want de mensheid hangt andermaal in de touwen. De blauwe planeet kan ieder ogenblik weer in puin vallen, zoals al voorheen gebeurde. De troost en wellicht ook de oplossing zitten ‘m in het aanstrijkgebaar van de man die de lucifer hanteert, de vlam, de lengte van de sigaretten en de rest is geschiedenis, nou: wordt geschiedenis. De eindgeneriek toont alsmaar nieuwe namen. Vers vlees. Geroosterd op de grill van ’s mensen historie. Rook, leven, liefde en dood. Rookt God?


    25-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.235: Collateral

    COLLATERAL

    Podiumberoepen: acteur, goochelaar, zanger, stand-upcomedian, entertainer, presentator, cabaretier. Ik vergeet er nog. Meestal komen die personages vaak en uitdrukkelijk in beeld of in ons vizier. Met of zonder plankenkoorts, die ze al dan niet bestrijden met rituelen. Er zijn ook bijrollen. Sidekicks. Aangevers. Nevenfiguren. Er zijn zelfs hoofdbijrollen, op tv. Dat zijn de onafhankelijke beroeps die geheel alleen optreden, noodgedwongen, geïnterpelleerd door journalisten, met wisselende bekommernissen. Dat zijn de BBV’s, de Bijna Bekende Vlamingen, of de collateral BV’s, zeg maar. Voorbeelden. Auto’s met mensen erin slippen. Er moet zout gestrooid worden. Dat zout raakt op. Drama. Ilse Luypaerts lost dat op. Zij wordt een BVV in de maanden december tot februari. Zij krijgt een bijrol in het grote drama van de Belgische mensheid. Overstromingen. Branden. Ontploffingen. Drama. Wauthier Robijns staat paraat, namens de verzekeringssector. Fileleed. Mobiel België staat stil. Drama. Maarten Matienko is hier de rots in de branding. Hij zal je aanraden pas zondag te vertrekken. Wat kan er verkeerd lopen? Hoe lang is uw remafstand? Voelt u zich een gordeldier? Drama. Maid Marjan Duchesne snelt u glimlachend ter hulp. Treinen te traag? NMBS alweer niet van haar woord? Botsingen? Frédéric Petit legt het wel uit. Puur fictie, die Frédéric! Winkelellende. Koopjes. Sperperiode. Percenten en serpenten. Drama. Opeenvolgende woordvoerders van UNIZO bezweren de gevaren ter plekke. Drie verschijningen en ze verkrijgen het BVV-statuut. Zo zijn er nog van deze toevallige bijrollen. Ze krijgen door omstandigheden een kans op dat rechthoekige scherm van afschuw, het podium van de eenentwintigste eeuw. Ze kunnen een Oscar krijgen als ze het collectieve probleem goed bezweren of weten uit te leggen. Ze worden niet gevraagd in de grote shows, de lullige panelgesprekken, de hoeraquizjes, de billenklets- en gierprogramma’s op de tv van de BV’s. Ze staan voor collateral damage, of althans: zij moeten die nevenschade uitleggen en zeggen dat het wel goed komt. Drama. De echte werkers zijn nooit zo zichtbaar als de zogezegde helden. En toch is misschien hun plankenkoorts groter.

    PS Ik heb het dan nog niet eens gehad over nieuwslezers op tv. Wist u dat die geen benen hebben? Over halve zichtbaarheid gesproken.


    03-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.234: Nachtraven

    NACHTRAVEN

    Nighthawks – Edward Hopper. Verveling en eenzaamheid ten top gedreven en te kijk gezet in de glazen kijkkast van een New Yorkse ‘diner’ begin jaren veertig. Het is een van de bekendste schilderijen ter wereld. Vier vastgespelde vlinders in een vitrinekastje. Je kan er dwars doorheen kijken en toch bulkt het plaatje van afstand en onbereikbaarheid. Alsof je in de zoo naar vreemde wezens kijkt die achter glas gevangen worden gehouden. Candid camera of splendid isolation? Gezien willen worden of ongezien en ongestoord willen blijven? Heeft men vensters en ramen als uitzicht op de wereld of dienen die om er gordijnen voor te draperen? Denk aan de glasgordijnen die vele ramen bedekken. (Ik associeer er onwillekeurig lijkwaden mee). Die verhullen het schouwtoneel op aarde (het kamertoneel, zo je wil), maar ze zijn toch transparant genoeg om nog de contouren van mens, tv-scherm en computer te ontwaren. Tegelijkertijd opaak en doorzichtig. Een combinatie: ik wil niet dat je me echt ziet, ik hoop dat je me ziet. Voorbijgangers zien dan een individu aan een computer zitten: eenzame nighthawks in contact met www. Communicatie ten top gedreven en te kijk gezet in de glazen kijkkast van een Vlaams woonhuis in de eenentwintigste eeuw. Chatrooms die er geen zijn, contact dat er niet is. In de jaren zeventig, tachtig flakkerden ’s avonds overal de blauwe en later kleurrijke televisieschermen op wanneer je door de stad stapte. Je zag er de menselijke contouren aan topsport doen in hun sofa’s. De daaropvolgende decennia werden de screens flatter en groter, en vaak ook ontwaarde je het kleinere broertje in de huiskamer: de pc of de laptop. Het zijn de vaste ingrediënten geworden van de schouwtoneeltjes ten huize van zovele nighthawks. Die nachtraven vliegen niet echt meer uit. Ze doen virtuele uitstapjes. Soms gebruikmakend van onechte namen, zoals mensen in de huid van iemand anders kruipen en acteur worden. Het hoofdpersonage in Hoppers Nighthawks zit met zijn rug naar ons toe. Buiten is geen levende ziel te bespeuren. Twee andere tooghangers lijken een dialoog te hebben met de barkeeper. Ieder ogenblik kan er een raaf te pletter vliegen tegen die zee van glas die ‘les gens de la nuit’ omhult en beschermt. Drama. Dimmen.


    06-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.233: Undercover

    UNDERCOVER (HAIR)

    In het literaire en het theatrale wereldje kom je nogal es types tegen met gladgeschoren schedels en moeilijke brilletjes op hun pief.
    Het camoufleren van enerzijds gebrek aan haar anderzijds gebrek aan verstand is er schering en inslag. Het lijken wel kloons van elkaar, al die moeilijkdoenertjes. Deze concentratiekamplook werkt ook dubbel. Men weet nooit goed wat men voor zich heeft: is men nou kampdokter of is men nou gevangene? Wanneer ik andermaal zo’n culturele Schedelmans zie opdoemen, zet ik mijn zonnebril op en ken ik hem een nummer toe. Ik zit al aan nummer 1.234.567. Zoveel exemplaren sjokken er rond. Deze Schedelmansen scheren zich daarenboven ook maar om de vier dagen. Zo creëren ze graag een indruk van geleerde verstrooidheid of geniale vergeetachtigheid. Geen tijd gehad. Bezig geweest met Moeilijke Dingen, dag en nacht. Zij staan hun kingewas toe even lang te worden als de afgeroetsjte groei op hun hoofd. Eigenlijk was dat ongeschoren syndroom het handelsmerk van het reclame- en copywritersgild. Helaas voor hen zijn ook andere beroepen zich om de vier dagen niet meer gaan scheren. Andere beroepen profileren zich plotseling ook modieus. Advocaten harken hun haren achteruit of laten die welig tieren. Aldus zien ze er vaak uit ofwel als tuig van de richel ofwel als kunstschilder of toondichter. De grens tussen recht en misdaad en kunst is smal. Acteurs vertonen nogal es de neiging kaal te worden. Doodgewoon kaal. Qua metamorfose valt daar veel mee aan te vangen. Een positief punt op het cv: beschikt over geen haar. Het gebeurt wel vaker dat zo’n acteur plotseling wanggewas gaat kweken. Vooral als hij al bekend genoeg is. Daar valt ook veel mee aan te vangen. Inzepen en afscheren bijvoorbeeld.
    Nu scheer ik mezelf weg, vooraleer zo’n kampbewaker op me afkomt. Ik smeer ‘m.


    02-02-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.232: Frietpeace

    FRIETPEACE

    Vette hap in magere dagen. Toeverlaat der hongerigen. Keet van vertrouwen. Alomtegenwoordige kathedraal van kroketten. Basiliek van burgers. Tempel van look en sissend vet. Sluiphok der scholieren. Steun voor de innerlijke mens. Rantsoenpost der gezinnen en alleenstaanden. Sis voor ons.


    Als er geen frietketen waren, dan zouden we ze weer uitvinden en laten beschermen door Monumentenzorg, Vlaanderen B-plan en een paar ministeries tegelijk. En nog een handjevol politieke partijen ook, want iedereen moet eten, nietwaar. Wat is er inderdaad nog gezelliger dan teeveestaren? Hongerend naar de eeuwigheid frieten plukken uit een pakje of een zakje, die eerst even kopje-onder gaan in een kledder mayonaise of pepersaus. Wat overstemt het gedruis van die hemeltergende Vlaamse regen en auto's op pletsende banden? Het allesbegrijpende gesis van vet in een frietkeet. Wat evenaart de douche thuis? De wind die uiteenwaaierend hemelwater onder de luifel van een friture jaagt, bijgestaan door opspattend modderwater van voortjakkerende gezinswagens. Waar praat je tegen een hondje met een hoedje op? Daar. Waar vind je de laatste resten echte democratie? Ook daar. In de friethalle. Ik hoorde er zelfs eens een rechter boeren. En als je liever niet gezien wordt met friet, vraag je maar iets burgerachtigs. De burger heeft nu eenmaal medezeggenschap. Ooit stond ik met twee Kortrijkse parlementariërs in een zeer bekende frietkeet aan het station. Ze konden er nog net bij; het was geen weer om een hond door te jagen. Ik stond er wel al. Ik zweer het u: voor de duur van één met witte pepersaus (plusminus negen minuten) heb ik daar toen eindelijk eens een zinvol gesprek gehad met politici. Dat was een primeur voor mij, in volle winter dan nog. Want als ik er zo een zie naderen, dan krijg ik onmiddellijk zeer bloederige ketchupvisioenen. De cement van ons toenmalige gesprek vormde de friet. We praatten, onze mond vervuld van warme patat. En weggedrongen in een hoek plukten we broederlijk onze frieten uit een ouderwets puntzakje. Ook toen wedijverde het frituurvet met de regen in lawaai: alles ziedde en schuimde en kookte. Haastig hapten we segmenten uit onze democratische frikadel, vervaardigd uit oud papier en oostpriesterhulptextiel. Onderzoek aan de universiteit had toen al uitgewezen dat frikadellen en hamburgers vooral bestonden uit oud papier, advertentiebladen, onderbroeken en legervoorraden kousen. Allemaal gerecycleerd, zoals het hoort. Jammer dat na ons bezoek aan de patatkraam de ban gebroken was. De passie was weg. De honger was gestild. Ieder ging zijns weegs, naar zijn taverne of naar moeder de teevee. A propos: waarover toen mijn gesprek met de twee parlementariërs ging? Ik monsterde hun frikadellen, wachtte tot die half op waren en somde dan de ingrediënten op waaruit die vervaardigd waren: oude verkiezingsdrukwerken onder andere. 'Heren,' deelde ik hen mede, 'u bent uw eigen leesvoer aan het opvreten. De cyclus is weer rond. Er is toch nog rechtvaardigheid in dit land'. Nou, ze namen het nog goed op. We stelden namelijk ter plekke een onderzoekscommissie in en probeerden te ontdekken tot welke politieke strekking de restjes frikadel behoorden. Geen probleem: ze kozen prompt voor de meerderheid. De mond van de beide parlementaire heren, met name. Frietpeace: de basis van onze democratie.


    08-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.231: Kopie-Kopie

    KOPIE-KOPIE

    Het wuivende groen in mei en in de ramen de weerspiegeling van het wuivende groen in mei. De maan die ’s nachts het water in de vicieuze kasteelwal verlicht waar ook de maan in dobbert. De wortel van de boom die de kruin herhaalt en omgekeerd. De bewolking in juli die ook op de gezichten van de bevolking te zien is. Een naam die je net zo goed achterstevoren kunt lezen. Een lepelnaam dus. De stad die in de glimmende regenstraten als haar eigen onderwereld weerspiegeld wordt. Iemand die zegt ‘Wat je zegt, ben je zelf’. Het atelier van de schilder met de schilder zelf erin perfect gekopieerd in het oog van de schilder die naar je kijkt op zijn zelfportret dat net echt is. Twee mensen die precies op hetzelfde ogenblik krek hetzelfde zeggen. De vergelijking ‘een roos is een roos is een roos.’ Het perfecte rederijkerskruiswoordraadsel. Tot je ontzetting je eigen gezicht herkennen in de reflectie van het etalageraam van een babyklerenwinkel terwijl je dacht: ‘Wat is die lelijke uitstulping daar? Wat een tronie!’ De echo van je eigen woorden in dat klankhol van je hoofd herhaald horen met terugwerkende kracht. Het spiegelschrift van de cafébazin. De gelijkenis tussen grootouders en kleinkinderen en grootouders. Andy Warhol. De poets wederom poets. De boemerang. De jogger die in het midden van zijn leven van zichzelf wegloopt en zolang voortsjokt tot hij zichzelf weer tegenkomt, want de aardbol is rond. Hij wint een dag tijd, want hij vertrok in oostelijke richting. Rijm dat rijmt met een ander rijm. Een soort achterklap, weet u wel. Klanken en noten die herhaald worden. Repercussie, repetitie, herhaling van reclame, alliteratie, stafrijm, de behoefte van de mens (en het kind) aan herhaling. De ene Griekse zuil die de andere oproept. A gaat voor B. Spic vraagt om Span. Gas en elektriciteit. Os en ezel. Bang en wezel. Rust. Evenwicht. Dit zou de winter kunnen zijn. want januari volgt op december, dat aan januari voorafgaat. Wie zoekt, die vindt, wat hij zoekt. Het (inter)net is een (spinnen)web. U ziet uzelf. U bent uw eigen schermbeveiliging.


    12-12-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.230: Gezeid is gezeid

    GEZEID IS GEZEID

    Waar is mijn piet nu weer, zei Sinterklaas, en hij zocht wanhopig tussen de plooien van zijn tabbaard.

    Wat is dat gelul toch allemaal over die zak, zei Sinterklaas, en hij sjorde zijn lange onderbroek nog maar eens op.

    De daken zijn niet meer wat ze geweest zijn, zei Sinterklaas, en hij struikelde over een zonnepaneel.

    Wie stout is krijgt de roe, zei Sinterklaas, al zou ik niet weten wat dat is en hoe.

    Laat de kinderen tot mij komen, zei Sinterklaas, ik ben ook een bisschop hé.

    Je hebt te veel noten op je zang, zwartwerker, zei Sinterklaas, en hij gaf zijn strooipiet een mep tegen zijn kop.

    Mijn koninkrijk voor een paard, zei Sinterklaas, en hij inspecteerde de schimmel tussen zijn tenen.

    Ik twijfel tussen een picknick en een pieknieke, zei Sinterklaas, en is het speculoos of speculaas?

    Dat scheelde geen haar, zei Sinterklaas, en hij streelde de extensions in zijn baard.


    11-11-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.229: Vreemde man

    VREEMDE MAN

    Nog hoeveel? keer slapen en het is weer zover. Dan komt de goede man. Afgelopen zomer aten we al zomerklaaskoeken; we vonden dat wat jammer. Dat is niet macrobiotisch: je moet eten wat het seizoen en de omgeving schaffen. Varkensvlees en frieten bijvoorbeeld. Heeft de Sint dan geen sperperiode, potverpietjes? Ik eis zo’n sperperiode voor bepaalde klaasproducten. Toen ik nog een uk was, rookte mijn pa Almos. Later werden dat andere merken. Groene Michel. Richmond. We wisten maar al te goed waar hij zijn voorraad verstopte. Ma dacht dus dat hij veel rookte. Maar wij leefden in het tijdperk waar een van de reclameslogans luidde: Sprint – dé sigaret voor de sportman. Roken was dus gezond. Het gebeurde wel vaker dat mijn mannelijke verwekker in het donker nog om een pakje holde, naar zo’n gezellig winkeltje uit oude tijden van koloniale waren van voor het economische debacle. Het rook er altijd naar zaterdag. Je kon er alles krijgen. Ik heb er eens mijn broer met zijn kont in een emmer haring geduwd. Enkele jaren op rij, op één welgemikte decemberavond, mochten we mee met pa op stap om een pakje sigaretten te kopen. De wandeling heen en terug duurde een halfuur. Het was 5 december. Guur weer, zoals gewoonlijk eind jaren vijftig – begin zestig. De wind gierde om schoorstenen en langs telefoondraden. Toen we weer thuiskwamen, mijn pa gehuld in verse Almos-wolkjes, was een andere goede man hem potverdorie voor geweest. De Sint was gepasseerd! We hadden hem niet gezien. Toch woonden we in een doodlopende straat. De spoorboom op het einde van de straat was definitief neergelaten; nieuwe wegenwerken en tijden braken aan. De heilige man had bij ons thuis wat speelgoed gedropt. En hij was natuurlijk via het dak en de schoorsteen gekomen. Gewone straten met ellendige kasseien had hij niet nodig. Vooral geen doodlopende, zelfs niet met sintvriendelijke kinderkopjes. Zo moesten we nooit wachten tot 6 december: een ellendige schooldag waar Pieten op deuren bonkten en meesters vraagstukken opgaven met picknicken erin. (‘Jan heeft 10 picknicken. An 7. Als Jan er 6 opeet en An 2, hebben ze samenveel pret’). Elk jaar echter was ik sterk ontgoocheld in de Sint. Want ik hoopte altijd op een echt berenvel. Het stond lange jaren bovenaan mijn verlanglijstje. Ik wou een heus berenvel om me in te vermommen en de mensen de stuipen op het lijf te jagen. Nooit kreeg ik het. In de derde kleuterklas had ik al sterke vermoedens omtrent de identiteit van de goede man. Hij rook namelijk naar Almos-sigaretten. Samen met mijn vriend Pol-zaliger deelde ik die vermoedens. Diens Sint rook naar Zemir, ook een merk van toen. Zuster Serafien had dat door en parkeerde ons op 6 december in een bank vlak bij de deur. ‘Niet te hard schrikken als er hard gebonsd wordt hé. Je weet wel wie er dan komt hé … Maar: mondje dicht, hé!’ We knikten ijverig. Maar op 6 december wipten we net als alle andere babyboomers geschrokken op, toen er knoerthard op de deur gebonsd werd en een regen van picknicken over de kortgeknipte koppen scheerde. Pol en ik keken ondertussen door de hagelwitte baard van de goede man heen: herkenden we een van onze vaders? Buren? Meesters van de grote school? Er liepen weinig mannen met baarden rond in die tijd. Alleen maar Jan, Piet, Joris en Corneel. En zaten er wel echte glazen in die bril? Het leek verdorie wel een zonnebril. Of toch zo’n ziekelijk brilletje met van die verduisterde glazen. En wat betekende dat gedoe met die vier Pieten? ‘Hulppieten,’ legde zuster Serafien uit, na het gewelddadige sintbezoek aan onze klas. ‘De goede man wordt oud en kan niet alles zelf meer doen.’ Ze keek Pol en ik staalhard in de ogen. Het leven ging later door. Zuster Serafien werd tweehonderd jaar. Ik kreeg nooit een berenvel en Pol stierf jong. En mijn pa stopte met roken. Het waren oude tijden waar straten doodliepen en het hard woei door de zee van antennes op de daken. Later, maar niet zo lang meer, heb ik me nog vragen over de sint gesteld. Eet de goedheiligman preparé? Zo ja: blijft er dan wat hangen in zijn baard? Kan ik zelf een sint worden of voor sint leren? Ben ik misschien de jongste broer van de Sint? Heeft de Sint bleke billen die des zomers aan het strand van Spanje bruin worden? Waarom Spanje in hemelsnaam? Waarom is hij zo in voor oranje? Wat is het verschil tussen speculoos en speculaas? En die roe dan: dient die om te roeren in de zak met stoute roestige kinderen? Kinderen die het grof gemaakt hadden, zoals in ‘Klein klein kleuterke, je maakt het veel te grof’? In het eerste leerjaar luidde mijn eerste zinnetje: Puk zit in de wei bij de beek. Hij houdt een roer vast. Hoe zat dat in elkaar? Roe? Roer? Roest? Wat was het verband? Vanwaar kwamen die vreemde woorden? Ook uit Spanje? Wie was Puk in hemelsnaam? Een of ander pikzwart pietje?
    Enkele jaren later waagde ik me zelf aan mijn eerste sigaret. Almos bestond al niet meer. En ook mijn geloof in een sintschap was al lang verdwenen. Alleen: zoals in een bekend boek de smaak van een koekje een verleden weer kan doen keren, zo verscheen eventjes in de rook van die verboden sigaret als een djinn de goedheiligman uit de middeleeuwen van mijn leven. Ik mocht echter geen drie wensen formuleren. Ik verwenste mezelf later dat ik er ooit aan begonnen was.




                                                  COPYRIGHT JORIS DENOO
    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Een blauwe plek
  • Moord !
  • Meester in de Vakken
  • De ongecomponeerde noot
  • Poëzie
  • Romaneske boeken
  • Satisfiction
  • Romans & Theater
  • Vreeslijke verhalen
  • Miljarden flarden

    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Sjors DNO eind vorige eeuw in een sneeuwstorm in Chicago


    Mail

    Druk op de knop


    Archief per jaar
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005

    Foto

    Foto

    Foto

                       IK ALS UK
    Foto

    Me reading HARDZIEK, romandebuut Sarah Denoo

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!