NIEUW: Blog reclamevrij maken?
SCHUINE TEKSTEN
Inhoud blog
  • 312: Bruder Lustig
  • 311: Signeergesprek
  • 310: Rook
  • 309: Ode aan mijn bh
  • 308: Alfa
  • 307: Vijgen voor Pasen
  • 306: Wereldsmart
  • 305: Jonge ouderen
  • 304: De Boekenkrijg
  • 303: www.zot.com.bébé
  • 302: Echte fictie
  • 301: Mundial
  • 300: De Felle
  • 299: Westlof
  • 298: Lam Gods
  • 297: Jacky
  • 296: Hop paardje hop!
  • 295: God?
  • 294: Acoliet
  • 293: PP
  • 292: Netwerk
  • 291: Leffaards
  • 290: Het varkensei
  • 289: Geheim
  • 288: Geknipt
  • 287: Geloof
  • 286: Stommeling
  • 285: Een aardig ding
  • 265: VRESELIJK
  • 284: Kloon
  • 283: Allojjo
  • 282: Schaakstuk
  • 281: Communicatie
  • 280: Figuur
  • 279: Hairbag
  • 278: Lijstjes
  • 277: Jos, Joste, Gejost
  • 276: Melk?
  • 274: Frinch fraais
  • 273: Mager Heineken
  • 272: Appartemens
  • 271: Gestopt
  • 270: Ik zou u schrijven
  • 269: Koksmonoloog
  • 268: Een photo
  • 267: Getetter & Getoeter
  • 266: Water
  • 264: Beu
  • 263: Acteur
  • 262: Vederlands
  • 261: Etters & Engelen
  • 260: Men spele...
  • 259: Kwaak
  • 258: Geschoold
  • 257: A la recherche
  • 256: WJZBJZ
  • 255: Eindelijk
  • 254: 'Het' gezin
  • 253: Repetitieruis
  • 252: Kiespijn
  • 251: Reis Hiernamaals
  • 249: Gezondheid
  • 248: Speeltijden
  • 247: Rood licht
  • 246: Ruis
  • 245: Weg
  • 244: Mom
  • 243: HET JAAR ELF
  • 242: Kloon
  • 241: In de put
  • 240: Huid & Haar
  • 239: Zomer 11
  • 238: Duimen maar
  • 237: Poirot
  • 236: Smoke
  • 235: Collateral
  • 234: Nachtraven
  • 233: Undercover
  • 232: Frietpeace
  • 231: Kopie-Kopie
  • 230: Gezeid is gezeid
  • 229: Vreemde man
  • 228: Een stuk
  • 227: België
  • 226: Mijn meesters
  • DRAMA
  • 225: GVD
  • 224: Veldinterview
  • 223: Sprook
  • 222: Zappa
  • 221: Een bod op God
  • 220: Curryculum Vitae
  • 219: Tovenaar
  • 218: Perspest
  • 217: Animatietype
  • 216: Ruim
  • 215: De erwt
  • 214: Podiumbeest
  • 213: Mobiliteit
  • 212: Twee tijgereieren
  • 211: De kus
  • 210: Wolf
  • 209: Een reus
  • 208: Opsporingsbericht
  • 207: K met zuurpruim
  • 206: Volksverlakkerij
  • 205: Doppedrop
  • 204: Kap
  • 203: Affiche
  • 202: Regen
  • 201: Stuk
  • 200: Hair
  • 199: Wie A zegt
  • 198: Bijsluiter
  • 197: TV
  • 196: Arno
  • 195: Letters & Letteren
  • 194: Taalkunde
  • 193: Onder de zon
  • 192: Besparen
  • 191: De goede man
  • 190: Van die dagen
  • 189: Zwarte zwaan
  • 188: Questionnaire
  • 187: Say cheese
  • 186: Loteling
  • 185: Een zwaluw
  • 184: Grijs
  • 183: Claus
  • 182: Liefhebber
  • 181: Monumenten
  • 180: Erger
  • 179: Landbouw
  • 178: Bijna
  • 177: Onafhankelijkheid
  • 176: Zo fout als wat
  • 175: Wei-gevoel
  • 174: Merk
  • 173: Mens
  • 172: Pikant
  • 171: 50 vragen
  • 170: Jinx
  • 169: Wiskunst
  • 167: Met alle Chinezen
  • 166: Mooiste woorden
  • 165: Rijm
  • 164: Internetman
  • 163: EVBO
  • 162: Hondenleven
  • 161: Carrière
  • 160: Coureur local
  • 159: Kip ik heb je
  • 158: Politiek programma
  • 157: Design
  • 156: Kreeft
  • 155: Nicotine
  • 154: Gastronomen
  • 153: Verleiden
  • 152: Opinie
  • 151: 1e hulp in gevallen
  • 150: Verzamelwoedend
  • 149: Fakir
  • 148: Cliché
  • 147: Iets anders
  • 146: Uit de kunst
  • 145: Appartemensen
  • 144: Wereldwoeden
  • 143: Ongerijmd
  • 142: Dagboek van 1 dief
  • 141: Vioolkist
  • 140: Ouden van dagen
  • 139: Automatische piloot
  • 138: Leugendetector
  • 137: Hotel Milan
  • 136: De Diepe Gedachte
  • 135: De weg vragen
  • 134: Mag ik overvaren?
  • 133: Leven op Mars
  • 132: Vogelvlucht
  • 131: Faer♠er-gevoel
  • 130: Lolbroek
  • 129: Sollicitatie
  • 128: De Q van Proust
  • 127: Volg je nog?
  • 126: Kerstmisdaad
  • 125: Hartstuk
  • 124: Mozart in november
  • 123: Heb je gedronken?
  • 122: Frambozen in melk
  • 121: Appelschudder
  • 120: Quo Vadis?
  • 119: Niespijn
  • 118: Rog
  • 117: Opiniepeiling
  • 116: Vragen aan 1 engel
  • 115: Garnaal
  • 114: De collectie
  • 113: Grot met klaprozen
  • 112: Rechtspraak
  • 111: Eierensmelting
    Zoeken in blog

    Foto
    Aan de sneeuwzee in Vlaanderen, februari 2012
    Foto

    Jowan & Joris in Stotendorp Heule

    Foto

            Red shoes Wilma

    Foto

    Younger me, already salt 'n pepper

    DEZE KANT BOVEN (Sjors DNO)
    SCHUINE TEKSTEN
    15-03-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.111: Eierensmelting

    PAASEIERENSMELTING                 

    Ik heb in mijn dorp een nieuw gebruik gelanceerd. Het kwam in me op toen ik naar de traditionele kerstboomverbranding stond te kijken met een koele cola in mijn hand. Waarom niet alle overtollige paaschocolade van de vraatzuchtige en de stoute kinderen een week na Pasen ophalen en die massaal smelten? Door een soort Boze Paaspiet? Dat kan gebeuren in een daartoe bestemde grote paasketel. Alle kinderen die zich misselijk gevreten hebben ter gelegenheid van de verrijzenis van de heer Jezus Christus moeten er hun overtollige eieren en zo in deponeren. Ze worden ook verplicht toe te kijken op de paaseierensmelting, als straf voor hun vraatzucht. Van die chocoladepap mogen alle brave kinderen dan komen eten: alle kinderen die hun Pasen gehouden hebben en een week lang helemaal niets van hun chocolade gegeten hebben. Wat gebeurt er dan met die stoute kinderen? Daar moet ik nog verder over nadenken, maar een kinderensmelting behoort ook tot de mogelijkheden, zo ongeveer een week voor de grote vakantie. Maar wat moet er dan met die kinderpap gebeuren? Daar ben ik ook nog niet uit. Sommige kinderen hebben flaporen. Transatlantische zeiloren, zeg maar. Andere niet. Maar die hebben dan bijvoorbeeld iets anders: vlammend ‘rost’ haar, twee ongelijke spillebenen, een neus als een glijbaan, kikkerogen, duizend sproeten, wit haar, zwart haar, bruin haar, een deelteken op hun borst, een komma tussen hun benen, noem maar op …Wel: al die kinderen mogen ook van de paaspap komen eten. Als ze maar allemaal hun klep houden. De paaseierensmelting en de paaseierenproeving gebeuren in volstrekte stilte, onder begeleiding van de Boze Paaspiet. De kinderensmelting vlak voor die onnozele grote vakantie daarentegen gaat met luid gejuich en applaus gepaard vanwege de brave kindjes die hun Pasen hebben gehouden én goede cijfers of letters op school behaalden. De aldus verkregen kinderpap kan eigenlijk gewoon worden weggegoten. (Vandaar de uitdrukking: ‘Het kind met het badwater weggooien’, komt oorspronkelijk van: ‘De kinderen met het papwater weggooien’). Tot zover mijn nieuw gebruik. À propos: bij die klassieke kerstboomverbrandingen moeten ze wel uitkijken. Er zijn de laatste maanden opvallend veel branden in bejaardentehuizen. We ijveren er met onze partij momenteel voor die twee zaken gescheiden te houden: kerk en staat. Kerstbomen verbranden is immers heidens. Maar paaseieren smelten en kinderpap maken, nou: lees er maar eens de gewijde-geschiedenisboeken op na. In de grootste beschavingen werd alom gesmolten. Wel, smell you later, alligator.


    05-03-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.110: Gezeid is gezeid

    GEZEID IS GEZEID                      

    Verloofd zij Jezus Christus, zei de priester, en hij zwaaide met zijn kwispel naar zijn buurvrouw. Eigen volk eerst, riep de Vlaams Belanger, en hij sloeg zijn kinderen dood. Geen commentaar, zei Dehaene, en hij liet een wind vanachter. Mijn koninkrijk voor een hond, zei Laurent, en hij veranderde in een kikker. Niks van aantrekken, zei de kleermaker, en hij kleedde de mannequin uit. Tijd is geld, zei de luiaard, en hij bleef zitten. Ieder huisje zijn kruisje, zei de pompier, en hij stak zijn vrouw in brand. Een hoed op je hoofd staat chique, zei Fabiola, en ze werd getroffen door een verdwaalde vogel. Trop is teveel, zei Van Den Boeynants, en hij gaf de pijp aan Maarten. Nooit van mijn leven, zei de eendagsvlieg, en ze knalde tegen een boom aan. De ene shit is de andere niet, zei Margriet, en ze stapte van de VRT in de politiek. Dat kussen is er teveel aan, zei Filip, en hij veranderde ook in een koele kikker. Leven en laten leven, zei de seriemoordenaar, en hij dronk het aquarium leeg. Perfectie is saai, zei Hugo Claus, en hij schreef weer een slecht boek. Ik ben weer op teevee, zei Van Rossem, en hij wuifde naar de bewakingscamera. Gezondheid schaadt het roken, zei de sponsor, en hij hoestte drie miljoen op. Het leven kan zwaar zijn, zei Panamarenko, en hij zag ze weer vliegen. Hoge bomen vangen veel wind, zei Johan Persijn, en hij werd ontvoerd door de Liga ter Bescherming van Boskabouters. Klep dicht, snauwde de postbode, en hij gaf de tochthond een trap tegen zijn kont. Ik ben alles uitgehaald, zei de vrouw, maar ik heb het nu in mijn hoofd gestoken. Weg met die papierwinkel, zei Van Quickenborne, en hij draaide een joint met wc-papier. Het zijn moeilijke tijden voor de kunst, zei Jan Hoet, en hij exposeerde zichzelf. Om het eerst bij de poort, riep Jan Breydel, en hij sloeg Pieter De Coninck de kop in met zijn goedendag. Ik laat ze eens een poepje ruiken, zei de boer, en hij boerde rustig door. In Oostende moet een nieuwe wind waaien, zei De Decker, maar zijn vlieger ging niet op. Maar allez, zei Luk Alloo, ik had me gisteren toch nog geschoren? Had ik dat geweten, zuchtte de madam van dat andere merk tegen de madam van Dash, en ze werd zo wit als een lijk. Geen haar op mijn hoofd, zei de leugenaar, en zijn lip trilde als een belastingaangifte. Het is een cadeau, zei Denoo, en hij gaf zijn paard een muilpeer.


    02-03-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.109: Verre westen

    VERRE WESTEN                  

    Ik kon niet aan mijn tocht beginnen zonder een neutje en een ‘schelle van de zeuge’ bij Berten en Gerda even bezijden de weg tussen Ieper en Veurne. Tien Brabantse trekpaarden op een rij deden daar alsof ze in gedachten verzonken waren. Medio november, tijdens de zeer dynastieke monumentendagen, terwijl het gebladerte van oude soldaten over de wegen warrelde, ging in Krombeke, Haringe, Roesbrugge, Watou, Beveren a/d Ijzer, Stavele, Houtem en Leisele de zon rond 16 uur 48 onder als een gigantische oranje kauwgumbal. Op monsterachtig grote landbouwmachines gingen de lichten aan. Een piepjong boertje reed ons op een op-de-groei-gekocht tractortje voorbij. Twee etmalen plus nog een aantal aan de werkelijkheid ontstolen uren lang zwierf ik met voorbedachten rade en in mijn langste loopgraafjas rond in hop- en polderstreek. De uiterlijke mens legde ik te slapen in ’t Kapittel in Watou, bij Bernadette: een inspirerende plek met pico bello ontbijten. De innerlijke mens voorzag ik hier en daar van vast en vloeibaar voedsel. Jan Dhondt, auteur van de toeristische ‘Westhoekjes’, wachtte me bijvoorbeeld in ’t Boeregat in Houtem op voor enkele kostelijke avonduren. Hij herhaalde dat de volgende dag in het Christen Volkshuis te Haringe-Roesbrugge, biotoop to be! De patron van De Zaligheid in Beveren bereidde me een perfect fazantje en schonk Remhoogte, een Suid-Afrikaanse rode wijn. Ik fietste op straffe van mijn leven de adembenemende steilte van een kuitenbijtende heuvel op en af, en werd onbewust deelgenoot in het vreemde raadsel van een gestolen/verwisselde fiets. Dat kon alleen maar in zo’n hellegat gebeuren. Als ik er ooit terugkeer, zal ik daar een ei gaan pellen. In ’t Kerkegat, grote hoektand van Roesbrugge-Haringe, bezwoer ik een vage bekende dat er met mijn ribbetjes niets beters klikte dan een koele pint, terwijl ik daarop klonk met een ricard in de hand. Ik ontdekte wegwijzers naar Ronse en Maldegem bij de brug aan het Hof van Commerce (inclusief oude slagerswinkel) bij de brug in Stavele. Om uit te blazen ging ik schrijven op mijn kamer, of zappen tussen National Geographic en oude zwartwitte beelden uit De Groote Oorlog. En terwijl die grote oranje bol van de zon ten derden male ter kimme neeg, sloot ik een schitterend weekend af in De Koornbloem op het Klein Marktje in Watou. Ik had elk uur opgespannen tot dubbele proporties, elke beker geledigd tot op de bodem, rookzuilen als zeppelins geblazen en varkens en gevogelte eer betuigd. Tussen de plooien van dag en nacht vond ik zelfs nog extra tijd uit. Voorwaar, ik zeg u: the west is the best.


    26-02-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.108: Regenkleurenboog

    ALLE REGEN VAN DE KLEURENBOOG          

    Kleren maken de man, want ze bedekken hem. Kleuren kunnen hem sieren. Kleurenblinde mensen aarzelen lang voor hun kleerkast. Ze zijn door vergelijking of door opmerkingen te weten gekomen dat er iets schort aan hun kleurenwaarneming. De kleurenblindeman (m/v) heeft ook moeilijkheden met stembiljetten, drankbonnen, verkeerslichten en tientallen andere pietluttigheden die hem het leven kunnen kosten. En misschien combineert hij per toeval zulke originele kleren en kleuren dat de toeschouwers er zelf een kleur van krijgen. Kunst door de schok der verandering, weet je wel. De kleurenblinden behoren tot de club van de gezellige minderheden: linkshandigen, roodharigen, hooikoortsigen. De beste en veiligste kleur voor dit soort blinde is blauw. Ook al krijgt dat woord in de woordenboeken veel negatieve betekenissen of spreekwoorden naast zich: blauwe boon, blauw van de kou, een blauwtje lopen, blauwen (smokkelen), iets blauwblauw laten, (to have) the blues, blue devils (een kater), een ‘blauwe’ (gemeenzaam voor ‘iemand met niet-blanke huidskleur’). Beeld u eens in dat alle groen in de natuur blauw wordt: mariablauw, grieksblauw, irisblauw, jamaïcablauw, berlijnsblauw. Zoals een zomerblauwe lucht met witte remsporen van vliegtuigen in, met gespreide vleugels bovenal biddend in die hemelse blauwte. Misschien is er op aarde wel iemand die de landschappen zo waarneemt. Zonder dat hij het beseft noemt hij zijn blauw ‘groen’. Blauw word ik zelf zelden beu. Tekenleraars probeerden me ooit uit te leggen hoe het zat met warme en koude kleuren, maar dat raakte nooit mijn koude kleren. Ik zag dat waarschijnlijk anders, of al helemaal niet. Ik behoor namelijk ook tot dat clubje van prettig gestoorden op kleurenvlak. Mijn enige zekerheden betreffende kleuren: een sikkepit is altijd wit, zwart staat apart, aan verkeerslichten moet je dubbel uitkijken, rood is dood, paars is voor de paus. En bovenal: de wereld is ook een blauwe plek in dit heelal. Als je van op de maan naar onze planeet kijkt (wie werd al niet eens naar de maan gewenst?), merk je dat duidelijk. En voor de rest is het beeld duidelijk zeker? 


    18-02-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.107: Vraagstaart

    VRAAGSTAART                 

    A – Hoe zou u willen sterven mocht uw ogenblik gekomen zijn ?
    B – Ik twijfel tussen een onbewaakt of een bewaakt moment.
    A – Waar zou u nu willen zijn ?
    B – In Jutland onder laaghangende wolken terwijl een storm aanzwelt.
    A – Wat is uw voorkeurkleur ? Kleuren, misschien ?
    B – Grieksblauw, onderwatergroen, eierdooiergeel, valavondoranje, magenta, solferino.
    A – Welke historische figuur bewondert u bovenmate ? Figuren ?
    B – Sidney Reilly, Coco Chanel. Geen staatsmannen of -vrouwen.
    A – Q ?
    B – De eerste professionele Westerse spion. De andere figuur is u welbekend.
    A – Ach zo. Hoe zou uw motto kunnen luiden ?
    B – We never sleep. In het Nederlands: altijd opletten.
    A – Hoe ziet uw geluksdroom er uit ?
    B – Stormachtig, landschappelijk vlak, drank, voedsel, warmte, onderdak.
    A – Uw beste karaktertrek ?
    B – Flexibiliteit. Ik vaar, ik vlieg, ik loop, ik rijd.
    A – En uw slechtste karaktertrek ?
    B – Ik pas me te makkelijk en te vlug overal aan.
    A – Lievelingsdieren ?
    B – Ijsbeer, wolf, vos, kameleon, windhaan, pechvogel.
    A – Haha. Welke eigenschap verkiest u bij anderen ?
    B – Geheimzinnigheid. Humor. Smaak.
    A – Welke is uw liefste bezigheid ?
    B – Gastronomie terwijl het stormt, bij voorkeur ergens aan zee in de herfst.
    A – Welke historische figuur verafschuwt u ?
    B – Alle niet-Russische dictators. Vooral Pinochet, Nero, Hitler en Amin.
    A – Waar zou u willen wonen ?
    B – In Chicago of Edinburg. Het waait er vaak.
    A – Wat vindt u van deze vragen ?
    B – Deze vragen vinden mij best te doen. Ze vallen niet echt op door eenvoud.
    A – U proest het dus uit ?
    B – Zoveel is zeker ! Is dit een woordspeling ?
    A – Ik had u niet gevraagd zelf te eindigen met een vraag.
    B – O, maar dan zijn de rollen even omgekeerd hé ?
    A – Inderdaad. Hoe is het zo ver kunnen komen ?
    B – Maar daar loop ik niet in hoor !
    A – Maken we er dan maar een einde aan ?
    B – Helemaal niet. Da-ag !


    10-02-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.106: Mooie woorden

    MOOIE WOORDEN                  

    Vroeger, toen sommige dieren nog spraken, hoogstwaarschijnlijk West-Vlaams, en ikzelf nog tafelhoogte was, dacht ik dat achtentachtig en vierennegentig ‘meer’ waren dan honderd. Die woorden klonken namelijk langer en indrukwekkender. (Ik heb ook altijd het gevoel gehad dat volslanke mensen ‘meer’ op de wereld zijn dan slanke. En me lang de vraag gesteld of bijvoorbeeld een geamputeerde arm ook naar de hemel gaat). Ter zake nu: mooie woorden zijn niet de bombastische hoogdravende adjectieven die in een bolle opgeblazen rij na mekaar worden geparkeerd. ‘Tekenende woorden’, predikten ze vroeger op school. Mooie woorden horen niet thuis in een lange nietszeggende zin. Zo’n zin noemen we dan: holle frase. Mooie woorden wonen niet in praatballonnen van praatvaren die zichzelf graag horen spreken. Mooie woorden hoeven zelfs niet in gedichten. Mooie woorden zijn alleen maar mooi op zichzelf. Ze verschillen van mens tot mens. Soms is er geen reden voor. Je weet niet hoe het komt dat je ze mooi vindt. Ze zijn zomaar mooi. Ananas. Vulkaankonijn. Kiwi. Verdriet. Gletsjer. Ik zie ze graag en ik spreek ze graag uit. Er zijn ook lelijke woorden, vind ik. Scenario. Loopbaan. Kaukasus. Brandweer. Maart. Weer weet ik niet waarom. Zou het kunnen komen door bepaalde mensen die ze gebruiken of bepaalde plaatsen waar ze voorkomen? Van het ogenblik dat een politicus woorden in de mond neemt, zijn die bezoedeld. Zoveel is zeker. En woorden uit een tuchtreglement zullen ook niet op veel sympathie en begrip kunnen rekenen, vrees ik. Misschien valt een persoonlijk mooi woord te vergelijken met een geluksgetal of een voorkeurkleur. Door omstandigheden kunnen die veranderen. ‘Station’ kan een leuk woord zijn. Het hangt er van af met wie je er bent, of als je er vertrekt of aankomt, en zelfs op welk tijdstip van welke dag: maandag, vrijdag. De namen van de dagen zijn allemaal om ter lelijkst. Die van de maanden ook, september uitgezonderd. Er steekt vaart in dat woord. En kruidigheid. Ook november mag er zijn. Het dendert als een trein voorbij, een warreling van goudgele bladeren achterlatend. Van de getallen vind ik zes mooi ogen en klinken. Vier ook wel, in mindere mate. Maar dat is dan weer meer een geluksgetal. Achtentwintig ziet er ook goed uit. Voornamen? Al de mensen waar ik me goed bij voel. Er lopen wel woordmisdadigers los: woordenaars zijn lieden die moorden op woorden plegen. Ze gebruiken bijvoorbeeld maar een beperkte voorraad clichéwoorden. Of de verkeerde. Neem nu die tv-vedetten. De TelevisieVlamingen, ofte TV’s. Sommigen zijn seriewoordenaars. Ze bedrijven kakofonie in spelletjes en woorddiarree in panels. Hun clichés zijn zo hoog en zo oud als kathedralen met duivenstront op. Ook de gesproken reclameclips voeren constant aanslagen op woorden uit. De woordenkramerij rond waspoeders en auto’s is ten hemel schreiend. Ik koop alleen nog producten waar geen woorden aan vuilgemaakt worden. Zwijgen is goed.


    03-02-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.105: Elverdinge-file

    ELVERDINGE-FILE     

    Je moet eens goed luisteren, want er is me iets vreselijks overkomen de laatste dagen van de Boekenbeurs in Dwepersstad Antwerpen. Honderden keren al passeerde ik het klein ventje in het zeer stille dorp Elverdinge, meestal op weg naar de Vlaamse kust, soms vroeger halt houdend om iets anders te doen of te beleven. Elverdinge: zijn wilgen, zijn ventje op de hoek dus, zijn ladders tegen de gevel, zijn fjordenpaarden. In de eerste donkere dagen van de herfst, vlak voor een zoveelste indian summer, reed ik op een muisgrijze zondagmiddag weer eens richting Elverdinge. Doel: West-Vleteren. Dat werd niet echt een succes. Tot tweemaal toe stond ik wegens wegenwerken in de Elverdingse file, heen en terug met name. En in West-Vleteren, verhippeltjes, in De Vrede bij de bierabdij, was een massale zitstaking aan de gang van namiddagmensen die grote bokalen bier dronken en stukken kaas aten. Er was geen plaats meer in de herberg voor mijn vrouw, mijn zoon en ikzelf. Ik heb al tientallen gedichten de nek omgewrongen, ik heb ettelijke romans niet geschreven, ik heb die loft-met-bubbelbad altijd uitgesteld, ik heb alle tijd van de wereld naar de vaantjes geholpen, ik heb jarenlang duizenden kilometers files gevreten en gesnoven, maar die tweemaal vijftien minuten in Elverdinge vond ik erg. Het was namelijk zo’n gezellig-grijze zondag waarop de hele mensheid verdwenen of verstopt leek. Elke seconde was belangrijk, want het was een vrije dag en ieder moment kon met een klap de avond vallen. Het was dus zinloos om daar in Elverdinge kostbare tijd te verliezen en daar in een domme file te moeten staan en te wachten om beurtelings door te rijden. Er waren omzeggens geen alternatieven: de zijwegen liepen ‘dood’ en de andere die niet doodliepen, liepen godbetert naar Poperinge, waar we ook al vandaan kwamen. En dat klein ventje bleef daar maar staan, terwijl de wereld ook even stil bleef staan, om dan weer een bumpertje verder te gaan. Toen ik thuiskwam, was er ook file op internet. En een dag later was er helemaal geen parkeerplaats in de omgeving van de Boekenbeurs in Antwerpen. Onderweg in de auto had ik al feest gevierd omdat er geen files waren en de Kennedytunnel niet dichtgeslibd zat met mensensmokkelaars en andere transportbewegingen. De enige schaduw die dag was die verdomde zon. Ik keerde na zestig minuten laveren en zoeken in fraaie Antwerpse straten terug. Uit wraak reed ik balorig negentig kilometer per uur, alle vrachtwagenchauffeurs pestend. In een vreselijk koffiehuis langs de weg ging ik tussen afschuwelijke mensen zitten schrijven over mijn avonturen van de afgelopen dagen, getiteld: Elverdinge-file. Leve de mobiliteit. ‘Ge moest maar de trein nemen’, hoor ik de groene paters onder u mompelen. Treinen, zegt u? Te weinig, te duur, te druk, niet klantvriendelijk. Een volgende keer neem ik weer de helikopter. Of ik ga gewoon nooit meer naar Elverdinge, Antwerpen en West-Vleteren. Ze kunnen ze kussen.


    27-01-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.104: Perte totale

    PERTE TOTALE    

    Alweer vrijdag. Hij koopt een Europees weekblad aan de kiosk en wandelt naar café St. Georges. Onlangs is hij met roken gestopt. Elke ochtend voelt hij zich wat meer bevrijd. Zijn ribbenkast voelt niet langer aan als een kooi van rochelmist en nicotine. Het lijf beleeft er warempel deugd aan. Hij moet nu doorzetten. Dat is de boodschap, de slogan. In St. Georges vraagt hij een koffie-verkeerd. In het weekblad leest hij dat de laatste dag van mei wordt uitgeroepen tot 's werelds rookvrije dag, overal en op alle plaatsen: schiereilanden, boorplatforms, continenten, polen, keerkringen, Vaticaanstad. Hij grijpt naar de vrijdagkrant op het belendende tafeltje en tikt die in de gewenste stand. Geen hoopgevend nieuws over Francorchamps. Het regent niet meer; plasjes zijn aan het opdrogen. De zon breekt door achter het schouwburggebouw. Aan de gevel verschijnt de mededeling 1:05. Even later: 14+ C. Hij betaalt en dwaalt nog wat door de straten. Met leedvermaak bekijkt hij het rokende deel van de bevolking en hun idiote kankergebaren. God, wat voelt hij zich sterk. Hij is precies meer op de wereld. Dag na dag groeit de actieradius van zijn longen aan. Overal ligt gezondheid te koop. Het seizoenfruit wordt op trottoirs uitgestald. Hij snuift de geuren op en koopt een tros bananen. Op de brug gebeurt een aanrijding. Oorzaak en slachtoffer is een agent van de bereden politie. Een kleine toeloop omarmt het voorval. De agent jammert ononderbroken. Zijn machine wordt met vereende krachten rechtop gezeuld en tegen de brugreling gestald. Hij, de niet-roker, is er vlug op uitgekeken. Een banaan etend stapt hij naar de garage. Zijn nicotinekleurige Saab is weer startklaar. De factuur volgt. 'Dank u', zegt hij. 'Tot de volgende keer'. Hij duikt weer in het verkeer. En dan gebeurt het. Op een 'onbewaakt ogenblik' zoals ze zeggen. In een plooi van de tijd. Een mum. Een fractie. Wanneer hij in een combinatie van verslaving en instinct en gewoonte en zondebesef en voorpret even later toch weer naar de noodvoorraad sigaretten in het handschoenenkastje reikt, slipt zijn Saab. Hij vloekt paniekerig. Hij zwiert van de weg af en schuurt langs twee dure autoflanken in de schaduw van het Evangelische kerkgebouw. Op deze naargeestige geluiden van metaal op metaal draaien zich tientallen mensenhoofden in zijn richting. De Saab komt tot stilstand nadat hij grondig, hard en diep zijn handtekening in de twee kortparkeerders heeft gegrift. Iemand met een sigaret in de mondhoek tikt op zijn raam en vraagt of hij gewond is. Aan de overkant van de straat rammelt een Marlboropaneel in de lentewind. Alles is verloren. Hij bukt zich, opent het handschoenenkastje nu helemaal en grijpt naar de boordpapieren en het pakje Gauloises. Arme, dappere man.


    18-01-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.103: Stenen

    STENEN       

    Het piepkleine poppetje op het podium waarvan we in de verste verte de rimpels niet konden zien, was wel degelijk Mick Jagger van de muziekgroep The Rolling Stones. Hij bewoog zich opgewonden in een soort minikamerjasje heen en weer, ondertussen liedjes zingend. De andere beroemde icoontjes verschenen ook een na een. Samen waren ze enkele honderden jaren oud. Het donker had ondertussen het licht weggeduwd van de weide in Werchter, waar ook geen enkele koe meer te zien was. Het gekraak van plastic bekers werd intenser. Hoofden rekten zich nog verder uit nekken en halzen heen. Mensen werden op schouders gehesen. Tippen van tenen kregen het hard te verduren. Gedurende anderhalf uur kreeg de oude jonge band veel bijval, niet alleen van de jonge oude sokken. Plotseling was ouderdom ofte leeftijd geen probleem weer. De woorden ‘oud’ en ‘opa’ waren die namiddag namelijk niet uit de lucht geweest. Gelukkig ook waren The Stones/De Stenen niet uit Vlaanderen afkomstig, anders had de weide ze uitgefloten, omdat ze van hier waren en blijvend succes hadden. Vlamingen zijn nu eenmaal nestbevuilers. Nee dus. De Stenen kwamen van ver genoeg om bewonderd te worden. Ze speelden ouder en recenter materiaal en waren zeer gul met hun energie. Ze doken ook na een eerste speelset plotseling op een kiosk midden in de weide op. Het schilderachtige, pittoreske én zelfs picareske was dat een jongbejaarde groep nog politie-te-paard kon veroorzaken op de in- en uitvalswegen naar de ‘weide’. Grappig. Het gaf een soort retrogevoel: terug naar de tijd van de mijnsluitingen en studentenbetogingen. Keith Richards, driehonderd jaar oud, verborg zich meestal ver genoeg, opdat twintigduizend jongere gitaargoden hem zijn Gouden Grepen niet af konden snoepen. Ook de beeldflitsen van ’s mans tokkel- en plukvingeren op de schermen waren kort genoeg. Niemand zou stelen met de ogen. Toch kwam deze ondode ook nog even solo een paar liedjes zingen, maar dat was eigenlijk niet echt hem. Het was een pop. Ook de andere Stones zijn de laatste jaren nooit echt in Werchter geweest. Het was opgezet, virtueel spel, naar hier ‘upgebeamed’ zoals in Star Trek. We liepen er allemaal grandioos in. Maar het was een stevig optreden, geen aftreden, nee, dat wel. Dat heb ik allemaal uit goede en welingelichte bron vernomen: een fan van de Rolling Stones van het eerste uur. Hij is zo fan, dat hij het niet meer aankon de Stones in levenden vege lijve te ondergaan. Hij hield het gewoonweg niet voor mogelijk. Hij beweert dat David Copperfield er achter zit, de wereldvermaarde illusionist. Ik geloof hem niet, die fan. Hij is zelf een illusie. Ik ben blij dat ik de legendarische Stones nog eens ‘in het echt’ gezien en gehoord heb. Het ticket was een verjaardagscadeau van mijn dochters. Ik werd er in november namelijk dertig. Gelooft u me niet? Het bewijs staat op mijn webstek. Geen illusie.


    12-01-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.102: Hebben

    HEBBEN      

    Zijn vormt geen groot probleem. Je bent er of je bent er niet. Het hebben van iets valt meestal niet mee. Dat is andere koek. Je hebt het namelijk of je hebt het niet. Als je het al hebt, kan het je dood betekenen. Als je het niet hebt ook. Als je het hebt, ben je het beu. Als je het niet hebt, dan wil je het. Vooral als een ander het al heeft. Wat kan men zo allemaal hebben? Een kleine bloemlezing: geluk, een aandoening, pech, een ziekte, familie, ‘het’, mogelijkheden, iemand, niemand, een waterkans… Hebben is een woord dat zo druk bezet is en zo hard moet werken dat we het niet alleen een werkwoord, maar ook een hulpwerkwoord noemen. Het heeft het hard te verduren. Het heeft het, maar het moet er hard voor werken. Dingen worden vooral niet gehad. Een iets grotere bloemlezing: een buitenverblijf, een zeilboot, een zee van tijd, een privé-jet, een zwembad, een eigen eiland, een duizelingwekkend aanbod, het eeuwig leven, gezondheid. Geen vervelender mens echter dan hij die ‘het allemaal voor mekaar heeft’. Zogenaamde perfectie is niet boeiend. Het vertonen of hebben van een scheur, rimpel, barst, bult, buil, bluts, onvolkomenheid, gebrek, tekort, gat, smet, vlek, pukkel, puist of simpelweg fout is interessanter. Homeros was blind, Erasmus had jicht, Ronsard was doof, Beethoven ook, Van Gogh werd knettergek, nieuwslezers hebben geen benen, Sigrid Spruyt is eigenlijk uit plastic gemaakt en oud-koningin Fabiola heeft de pest aan vogels omdat die vaak in heur haar of op haar hoed willen landen en er een nest bouwen. Zij heeft dus de vogelpest als het ware. Nu, dat maakt al die grootheden mooi: dat zij een mankement hebben, waardoor ze sympathieker worden en nog meer bewondering voor hun prestaties weten te wekken. Denk ik hierbij aan de ex-wielrenner Johan Musseeuw? Neen, ik denk daar helemaal niet aan. Ik ben ook nieuwsgierig op zoek geweest naar de gebreken bij het politiekpaarse kartel, toen op die zaterdag 12 juli bekend werd hoe dat er verder zou uitzien. We wisten toen nog niet dat ons een hittegolf te wachten stond. De gebreken bij de oppositiepartijen waren toen al geruime tijd afgestraft door de verkiezingen. Door de kiespijn werd vooral wollig groen gelachen. En de bruinen bakten ze verder sanitair bruin. Maar Hunne Paarsheden vallen intussen makkelijk te beoordelen. Het is een vreselijke kleur: een van de hoofdkleuren van rouw en begrafenis. En het allereerste dat ze deden, was de genocidewet afschaffen en onder het mom van milieubekommernis de belastingen verhogen door een manipulatie aan de benzinepomp van ‘de burger’. Purple Rain! Om paars van koleire te worden, met dat verkiezingsgeroep van belastingverlaging. We hebben het weer geweten. Help, een hulpwerkwoord!


    03-01-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.101: Roeselare blues

    ROESELARE BLUES     

    Na een geslaagd bezoek aan de beroemde mosterdstad en Sparrenstede Torhout – we beleefden er  een samenkomst van ongeveer vijftigjarigen, dus: vooraf vergaderen geblazen - reed ik in mijn gifgroene Saab zuidwaarts. Die glansde in de zon, en als er al eens een wolk voor die zon schoof, werd hij er liefdevol door gestreeld, als door een zacht poetsdoek. Ik zocht een stalplaats voor mijn fraaie wagen en kocht vervolgens in een boekwinkel te Roeselare de heilige Qor’aan. Daarna passeerde ik De Banier of zo, de winkel van de Chiro, een bloeiende beweging van jeugd. Daar kocht ik omzeggens niets. Ik ben geen zestien meer, noch een knutselaar. Tijdens het opdrinken van een koffie op een bewolkt terras, las ik in de Koran. Een koppel staarde me te lang aan, maar dat heb je wel vaker in het midden van deze provincie. Ze waren waarschijnlijk al enkele jaren uitverteld. Toen ik opkeek, zag ik twee dingen tegelijkertijd gebeuren. Die hadden geen verband met elkaar. Een inktzwarte medemens stapte uit een zeer paarse personenwagen. Dat oogde heel fraai. Even verder graaide een bange blanke man naar een duif die te dicht om zijn hoofd kwam cirkelen. Hij was waarschijnlijk bang dat ze op zijn schedel zou schijten zodat hij op Gorbatsjov leek. Daarbij struikelde hij majestueus over een trottoirband en kukelde hij met een pletsende knal met gespreide handen voorover op dat trottoir. Dat oogde heel pijnlijk. Het was het misschien niet, want hij krabbelde gezwind overeind en stapte vlug door, tientallen ogen in zijn rug. Wat gebeurde er die bewuste middag nog te Roeselare, hoofdstad van alle winkelenden, thuishaven van het wielermuseum? Wel, luister, de nazomer en de herfst leverden strijd op elk terras. Mijn verkenningstocht leerde me dat; we reizen immers om te leren. Hier en daar verliet een blad zijn boom en zeilde op een terras neer. Vele scholieren pauzeerden op de plankieren van diverse horecabedrijven. Verriest zat stilletjes te dutten op zijn vaste stek en Rodenbach gooide een vogel weg. Op het Polenplein vroeg iemand me of je daar gratis mocht parkeren. Ik zei van ja, maar dat dit dan wel strafbaar was. Hierbij wees ik naar de ticketautomaat. ‘Dan maar naar het station’, zei deze iemand tegen zijn vrouwelijke wederhelft. ‘Wablief?’ Ze verstond het niet. ‘Naar het station!’ snauwde hij haar toe. ‘Stapelen ze daar misschien de auto’s gratis op elkaar?’ informeerde ik zeer nieuwsgierig. De man keek me met een vernietigende septemberblik aan en dook weer in zijn vehikel, samen met zijn koningin. Hierop verliet ik ook de goede stede Roeselare, dat winkelhart van West-Vlaanderen, waar ik graag eens een wijle mag vertoeven en ronddwalen, vooral aan het einde van een zomer. Even nog werd ik achtervolgd door een politiewagen, maar ik kon hem van mij afschudden. Ja, voorwaar: ik heb de heilige Koran gekocht te Roeselare.


    26-12-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.100: Straat

    STRAAT            

    Onlangs zag ik een jeugdstraatvriend terug. In lang vervlogen tijden waren we bijna-buren in de Lichterveldestraat in sparrenstede Torhout. Toen ik hem terugzag, merkte ik dat net als bij mij de tand des tijds zijn werk had gedaan én dook ook de straat onzer jeugd weer in mijn herinnering op. Het was een doodlopende straat met op het einde een voor eeuwig bevroren neergelaten spoorboom. Iemand had bekokstoofd dat die voor altijd neergelaten moest worden. Geen straatje-zonder-einde meer dus. Daarachter passeerden amechtige treinen onder een vriezemaan heen en terug naar de Zuid- en de Noordpool. Heel vroeg in de ochtend al hoorde je hun gegil, want ze sjokten op stoom voort. In mijn straat was een houtzagerij met torenhoge stapels planken, wat dacht je. Er was een geheimzinnig bos-met-kasteeltje aan de overkant. Elke herfst lagen er honderden kastanjebolsters op het trottoir. En er woonde ook geheimzinnig volk in onze straat, in de tijd van de eerste maanlanding en de Kennedymoord: een Franse zerkenkapper, een Joodse kleermaker, een blinde bejaarde met een spuugbak bij de deur, een modiste die Sinatrafan was en nog vele anderen. Stof genoeg om te fantaseren. Je kon alles kopen in onze straat: versch inlands vlees, schoenen, groenten, horloges, zaden, zuivel, hout, fruit, hoeden. Ik hoor nog het gerinkel van glas in een boodschappentas. Er was zelfs een liberaal bibliotheekje in een schoenengroothandel. Open op woensdag en zondag. Ik ontleende er Hugo Claus, Henry Miller en Alles over Giftige Paddestoelen. Want op het binnenkoertje lag een harig boebeest van een hond aan de ketting. In onze ogen was hij zo groot als een kalf. Het was elke dag weer bibberen geblazen om daar te passeren: de poort stond altijd open en het ondier ging soms als een razende tekeer. Een echte blafmachine. We waren vreselijk bang voor zijn gedachten, die al zo rood en zo bloederig waren als de vitrine bij slagerij Paula: versch inlands kindervlees! Ik wou dat ongedierte vermoorden met een giftige paddenstoel. De Lichterveldestraat is nu voor driekwart onherkenbaar veranderd. Zij loopt eigenlijk niet meer door in de richting van Lichtervelde. Wat gebleven is: de wind uit de jaren vijftig in de boomkruinen bij de houtzagerij. Het is daardoor dat ik begon te schrijven. 


    11-12-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.99: Oud nieuws

    OUD NIEUWS                 

    In de Tasmaanse Zee zijn een aantal tot nu toe onbekende vissoorten ontdekt. Wellicht zijn die van heel oude komaf, toen zelfs de dieren nog niet eens spreken konden en er nog geen tweevoeters op deze aardbol rondzeulden. Toen ik de tv-beelden zag, dacht ik bij mezelf dat het vroeger ook al een vreselijke wereld moet zijn geweest. Toen al. De monstertjes en hun gebitjes spraken boekdelen. Alles keert blijkbaar terug, als het al niet stiekem sluimert of ergens in een duister verdomhoekje overleeft. Zo kreeg president Bush ook zijn bloedeigen Vietnam. Na een lange uitputtingsslag zou hij wel eens in het zand kunnen bijten. Ondanks de ‘naoorlogse’ aanwezigheid van zo’n 160 000 Amerikaanse soldaten in Tweestromenland. Dan komen de voorspellingen van die grappige Iraakse minister van Informatie uit. Is er anders nog iets nieuws ondertussen? Neen, helemaal niet. Geen verse informatie. Hip is niet hip meer, maar dat wisten we al lang. Mode is alleen maar oplapping. Trends wekken de lachlust op. En men blijft onbeschaamd zaken jatten uit het verleden en doen alsof men ze zelf heeft bedacht. Alleen de combinatie en het ritme veranderen. Het is anders wel een fijne periode, vindt u niet, die bloedrode en bladgroene kersterigheid alom? Of zullen we maar weer verlangen naar de tweede helft van de prachtmaand augustus? Ik heb augustus altijd al het rusthuis van de zomer gevonden. Zwaarte en overrijpheid zijn troef. Je hebt het putje van de winter, maar er is ook het holst van de zomer. Dat gevoel heb ik in augustus. Dan verlaat ik wat vaker mijn binnenverblijf om me op te sluiten in mijn zeer grote tuin. Dan brand ik een kaars tegen allerlei lastig gedierte en ongedierte en lees zo langzaam mogelijk voor de zesde keer hetzelfde boek uit mijn collectie boeken die ik altijd opnieuw lees. Ik drink dan vaak dezelfde wijn en denk er dezelfde gedachten bij: bijvoorbeeld dat het druk is geweest en dat er weer drukte in aantocht is. En dat er daartussen een niemandslandje ligt in de tuin onder de treurberk, wiens koepel het augustuszonlicht dermate filtert dat je denkt een fotokopie van het aards paradijs mee te maken. En bij het zicht van zo veel licht in de zwaarte van augustus denk je ook nog, vlak voor je in een donkerrode coma glijdt: ‘Wat ben ik blij dat ik niet in Tasmanië zit, of in Tweestromenland, maar doodgewoon hier. Mijn monsters zijn tenminste herkenbaar’. Maar eerst moeten we nog de winter door. En daarna weer de zomer. Enzovoort.


    05-12-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.98: Altijdwitte kerst

    ALTIJDWITTE KERST      

    De kou ziet blauw als wintermelk. Er is geen huis dat niet iets van kerst heeft: kalkoen, cognac, Ebenezer Scrooge, groen, pakpapier in oorlogskleuren, verkoudheid. Als de kerstverlichting in de stad aanfloept, moet het echt wel donker worden. Zo geschiedt. De kou kan je nu niet meer zien. Alleen voelen. De hoop op een witte kerst is zo ijl als de donkere kou. Ijdele hoop wordt bij velen nederige hoop, bijna smeekbede, want hoe lang is het al geleden dat hagelwitte poedersuiker alom tot inkeer noopte? Winters zich konden meten met zovele oude schilderijen en ansichtkaarten? Is Vlaanderen veroordeeld misschien tot een altijdgroene kerst? Ach, niet getreurd. Voor een flink deel van de Vlaamse mensen is het alweer een witte kerst. De vergrijzing van de bevolking, een cliché als een kabouter op een paddenstoel, is namelijk meer en meer een voldongen feit. De welvaartstaat kan het sterftecijfer ernstige schade toebrengen. Blijven de natuur en de sneeuw in gebreke, nou, hup, vooruit dan maar, geen tandengeknars: de mensen doen het. De grijzen, de witten, de pigmentlozen, de ouden-van-dagen, de bejaarden, de hoogbejaarden, de oude jongeren, de jonge ouderen, de derde leeftijd, de vierde leeftijd, de prepensioeners, de gepensioneerden, de zilvervossen, de grootouders, de gewone ouders, de stiefouders, de generatiepacters: die zorgen elk jaar weer voor een algehele witte kerst. Jàren zijn ze herkenbaar geweest aan hun zwarte schoenen, hun kinderbijslag, hun slapeloze nachten. Nu kun je er ze zo uitplukken aan hun haren: wit, zilver, peper-en-zout, muisgrijs, loodgrijs, olifantengrijs, lijkwit, sneeuwwit, hagelwit. Groen en rood, de kabouteroutfit, de kerstkleuren bij uitstek, halen het nooit van het verhoopte wit. Na de zinsnede ‘een witte … ‘ vullen we trouwens bij voorkeur aan: ‘kerst’. Niks anders. Het is zoiets als ‘belendende … percelen’, ‘aangetekende … brief’ en ‘Baskische … afscheidingsbeweging ETA’. Oud, vertrouwd nieuws dus. In het geval van ‘witte kerst’ is het nieuws dat verhoopt mag worden. Zoals we vroeger op nieuwjaardag op uitkijk stonden tot de dronken postbode langskwam met de wenskaarten. En na sneeuw komt dooi. Opspattende donkergrijze kledder. Gegorgel en gekokhals in rioleringen. Grijze koortswind. Nu, voor mij is het toch elk jaar weer een flinke witte kerst: ik heb de ballen en het engelenhaar.


    29-11-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.97: Een goed gevoel

    EEN GOED GEVOEL            

    Ik had een goed gevoel. Het was een vrijdag, valavond. De week voor kerst. Het regende en woei gezellig. Ik had me van mijn auto ontdaan voor de duur van een etmaal, want er was veel blauw op straat aangekondigd. Dat zou blijken te kloppen. Ik bevond me in een horecazaak op de markt van de zuidelijke stad K. Die markt was, echt waar, zinvol, mooi en blauw verlicht. Het regende letterlijk licht. Een goed gevoel. Kersterig. Ik was ook net terug onder de levenden, na een slepende ziekte die me drie dagen en drie nachten lang aan het bed gekluisterd had. Nu leek een en ander lekker te lopen. Alles viel in z’n plooi, zoals ze zo smaakvol zeggen. Voor het nieuwe jaar kon ik een nieuw jeugdboek, een nieuwe dichtbundel en een verse novelle tegemoet zien. Een opperbest gevoel (ook al is het jeugdboek een ‘probleem’boek), want het kwam allemaal uit mijn hoofd. En het zou een kans krijgen. Toen ik van mijn cola nipte, begon ik bijna schuldgevoelens te krijgen. Verdiende ik geen pak slaag? Maar waarom dan? Ik zette mijn schrijfbril op en begluurde de marktverlichting nu op deze wijze. Die werd er niet mooier op. Alles vermenigvuldigde zich, en werd waziger. Er zijn grenzen. Het uur vorderde. Mijn gevoel bleef goed. Ook al werd ik voortdurend ouder. Klokslag twintig voor zeven kreeg mijn gemoed plotsklaps een deuk. In mijn vizier passeerde een kerel met een pluimhoedje op zijn hoofd. Waar anders? Dan op zijn hoofd? Getverderrie. Op mijn schaal van welbevinden zakte mijn gemoed terstond enkele graden. Hoedjes met pluimpjes op beschouw ik als kwalijke voortekenen. De mannen of vrouwen die eronder lopen en ze torsen (neem nou Fabiola, ook een vrouw), hoeven daar niks achter of onder te zoeken. Eerder erboven. Ik wendde mijn blikken weer naar de feestverlichting en ontdekte een patroon in de boomversieringen op de markt. U kunt al raden zeker welk patroon? Nu, erger werd het niet. Ik was gewapend met goede wil. Ik bestelde immers ondertussen ook mijn derde cola. Wist u dat cola geneest? Ik ook niet. Ik weet het nog altijd niet. Maar ik denk het. En bovenal: ik voel het. Een goed gevoel. Maar het kan ook zijn dat cola ziek maakt. Niet zo’n goed gevoel. Wanneer zullen we eens iets met zekerheid weten?


    21-11-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.96: Op je tellen passen

    OP JE TELLEN PASSEN        

    Er was eens een stad. Soms lag die te blakeren in de zon. Soms lag die te rillen onder een vriesmaan. Het was een heel mooie en gezellige stad, waar iedereen in wilde. Maar niet iedereen mocht er zomaar in. De oorspronkelijke stedelingen wilden alles rustig en netjes houden. Daarom was de stad versterkt en omwald. Er was bijvoorbeeld maar een toegangspoort. Voor die poort stond dag en nacht een gewapende poortwachter. Hij was gewapend met wachtwoorden en een vervaarlijke hakbijl. Hij kon onafhankelijk beslissen wie in de stad werd toegelaten. Wie hem het correcte antwoord op een van zijn wachtwoorden kon geven, mocht erin. Want die was knap genoeg en zou dus de stad geen schade berokkenen en misschien wel nog welvarender maken. Wie verkeerd antwoordde (en gewoonlijk gebeurde dat door simpele onnadenkendheid), hakte hij onverbiddelijk de kop eraf. Je kunt je voorstellen dat de stedelijke ophaaldienst elke avond en elke ochtend een berg bloederige koppen en lijven te verwerken kreeg. En van massatoerisme had de stad geen last. Nu, ter zake. Op een miezerige namiddag diende een Anglicaans priester zich bij de poortwachter aan. Hij had een lange reis achter de rug en was doodmoe van het liften. ‘Dag,’ knikte hij, ‘mag ik erin alstublieft? Ik ben moe tot in mijn ruggenmerg’. ‘Als u correct op het wachtwoord weet te antwoorden, maak ik daar geen probleem van’, zei de wachter, terwijl hij zijn hakbijl alvast steviger omklemde. ‘O, oké. En dat is?’ ‘Het wachtwoord is: twaalf’. Even dacht de geestelijke na. ‘Zes’, antwoordde hij dan. ‘Oké’, knikte de wachter. En hij liet de priester door. Even later kwam er een journaliste aan. Ze wou voor haar krant een verhaal over de stad schrijven. ‘Hoe luidt het wachtwoord?’ informeerde ze. ‘Acht’, deelde de wachter haar mee. ‘Zie je het zitten of verdwijn je maar liever weer?’ ‘Vier’, glimlachte de journaliste opgelucht. De poort werd prompt geopend. In de valavond tikte een verpleegster op de schouder van de poortwachter. ‘Hallo. Ik wil bij mijn zus in de stad op bezoek. Kan dat?’ ‘Dat hangt van u af. Het wachtwoord is: zes’. De verpleegster knikte. ‘Drie!’ riep ze fluks. ‘Hupsakee’, deed de wachter, en de poort zwaaide open. Klokslag acht uur meldde zich een advocaat aan de poort. De wacht zou over een halfuur worden afgelost. ‘Goedenavond meneer’, groette de advocaat beleefd. ‘Ik word op een gerechtelijk diner verwacht in uw zeer mooie stad. Het schijnt dat er een wachtwoord en een wederwoord is. Mag ik dat van u horen? Moeilijk kan het niet zijn; ik heb gestudeerd’. ‘Hm’, knorde de wachter. ‘Jouw wachtwoord is: tien. Wat heb je daarop te zeggen, gestudeerde?’ ‘Vijf’, antwoordde de advocaat onmiddellijk en onnadenkend. Eigenlijk had hij al de hele dag op de loer gestaan in de omgeving van de stadspoort. Hij meende dat hij het doorhad. Zonder aarzelen hakte de poortwachter het gestudeerde advocatenhoofd eraf. Het bloed spoot naar alle windstreken.


    15-11-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.95: Het anciauvisme

    HET ANCIAUVISME           

    Enkele verzuurde middenstanders uit de horeca maakten twee zomers geleden heisa rond de zogenaamde lawaaihinder naar aanleiding van het Brugse Cactusfestival, eervoorgaande editie dan nog wel (het schaap was al verjaard). Het was weer zo’n typisch voorbeeld van wat zich de laatste tijd aan het manifesteren is: verzuring. Heeft dit enge denken te maken met hoe de bevolkingspiramide alhier er momenteel uitziet? Met de vergrijzing? Vroeger al, onder andere een stuk door de schuld van de tv, kregen we met verkleutering te maken. Dat is al net zo erg als verzuring. Verkleutering: het versimpelen van alles, iedereen beroemd, weg niveau, leve den bompa, de lat gelijk, VT4, miss Asperge, Sam Gooris, populisme alom, den Pfaff en den Planckaert hebben het gezeid, dus ’t is waar. Het Stevaertisme, geschraagd door het Anciauvisme, is er de politieke vertaling van. Stunt of gestuntel. Laten we lachen. Verzuring: saaiheid troef, Vlaanderen beeft, laat vooral niks gebeuren, er kome ernst, vroeg in bed, leve het grijs, en wit is ook altijd schoon, fusioneren, fusilleren. Verboden te lachen. Wie is de meest kleurloze politicus met de hoogste zuurtegraad? Keuze te over. We beleven ons kleuterkwartiertje en onze zuurpruimentijd tegelijkertijd. Het is natuurlijk ook een gouden tijd voor advocaten; kleuters en zuurpruimen hebben vaak ruzie en sommigen wenen ook vlug. Andere zuurpruimen moeten dat dan oplossen. Laten we wel wezen: het Anciauvisme en het Stevaertisme werken de verzuring niet in de hand. Ze hebben alleen bepaalde zaken verkleuterd. Het ziet er soms allemaal te simpel uit, 1 plus 1 is 3 bijvoorbeeld, terwijl de wereld momenteel toch vierkant in het rond draait, nietwaar. Toppunt van de internationale verkleutering wellicht was de Iraakse minister van Informatie. Hij ontkende de nederlaag terwijl de bommen op zijn kop vielen. Hij maakte er als het ware een speelgoedoorlogje van. Gevolgen: drukbezochte websites ter ontspanning van de Amerikanen en diverse gadgets. De Iraakse lolbroek werd de meest bezochte man ter wereld; hij vond de humor opnieuw uit in levenden lijve. Maar ook de Amerikanen speelden toen met kaarten, waarop de foto’s van hun bekendste vijanden (BV’s) prijkten. Zoek de schoppenboer and kick him in the ass! Terug naar ons eigen kleine speelgoedlandje. Wordt dit druilerige driehoekje gered door het Stevaertisme-Anciauvisme? De Steve is al omhooggevallen. Die moet nu zwijgen en stoppen met stunten. Den Bert maakt het verder bont. Zal Zijne Vergrijzende Goedlachsheid de cultuur, vooral de literatuur en het theater en de film, volledig naar de knoppen helpen? Het ziet er naar uit. Worst, Bert, worst. Laten we weer eensgezind worst vreten, opeengepakt als anjovissen. Maar blijf met je fikken van de boeken.


    07-11-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.94: Dichter in Darlingen

    DICHTER IN DARLINGEN                

    Twintig dagen lang had het geweigerd om te regenen. Op de laatste vrijdag van de maand toog ik naar een van de gezelligste plekken ter wereld, en zie, voorwaar: het regende eindelijk eens. Sprokkelende vrouwtjes met zwarte halsdoeken om sloegen een kruis; landbouwers voerden een rondedans uit. Wat een verkwikking. Huiverend van genoegen bleef ik een kwartier lang rechtop staan in de regen, op het brugje boven de kolkende Heulebeek die Heule-Watermolen in tweeën splijt. Daarna ging ik een portie mosselen eten in ’'t Brugske bij Jempi, ten voordele van de Watermolenkermis. Het waren voortreffelijke mosselen; ik at er 48 en zwoer bij mezelf daar volgend jaar terug te keren. Net toen ik aan een gedicht over cholesterol en caloriebommen wou beginnen, kwam een Schepen van Iets binnen. (Jammer genoeg is dat Kortrijks schip ook bevoegd voor onze deelgemeentes Heule en Heule-Watermolen. We hadden liever zelf onze boontjes gedopt, want wat we zelf doen, doen we beter. In 1977, rampjaar van de fusies, zeg maar: fusillades, stopte het Gouden Tijdperk van de Menselijkheid). Tja, waar een of meer mensen in naam der mosselen verenigd zijn, daar is een schepen in hun midden. ‘Ha, de dichter’, sprak deze schepen stemmig. ‘Ah, eh‘, wedervoer ik. Ik heb altijd moeite met het aanspreken van politici: is dat nu wel een beroep? (‘Dag politicus’. ‘Hoi politieker’. ‘Ach‘). ‘Ge gaat er moeten over schrijven hé, over de mosselen’, zei de Schepen van Iets. ‘Ik moet altijd over alles iets schrijven, als ze mijn kop zien’. ‘Maar ge zijt dan ook dichter hé’. ‘Ja: dichter in Darlingen’. ‘Darlingen?’ ‘De naam die Conscience aan Kortrijk (of was het Dendermonde?) gaf in zijn boek De Burgers van Darlingen’. ‘Ah. Niet gelezen. Eh... … Dichter in Darlingen: een … hoe noemen ze dat ook weer?’ opperde de schepen. ‘Een ramp?’ stelde ik voor. ‘Neenee, ik bedoel: D … D … tweemaal. Zoals bij Suske en Wiske hé, allez, zoals in De Natte Navajo’. ‘Jaja, het regent hier vaak en een dichter in Kortrijk voelt zich inderdaad als een indiaan tussen cowboys. '’t Is hier de streek van de zwiepende lasso’s en de elektriciteit van koeienstaarten hé’. ‘Ja, het is echt een stad vol gedichten hé, met die volgeschreven vuilniszakken‘, glunderde de man. ‘Jaja, we zijn daar zeer gelukkig mee. Vooral de dichters uit Darlingen zelf, meneer de Schepen van Iets. Wat doet godgenageld een gedicht van een Antwerpenaar op Kortrijkse vuilniszakken? Moeten we nu nog voor u stemmen of hoe zit dat?’. Plotseling kreeg de Schepen van Iets iemand anders in het vizier. Ook een belangrijk persoon. Hij mompelde nog vlug een alliteratie en ging deze persoon enige malen op de schouder kloppen. Ik schrapte mijn poging om een gedicht over cholesterol te schrijven en verving die door adrenaline.


    01-11-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onwijze uk
    Klik op de afbeelding om de link te volgen










    Onwijze uk

    30-10-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.93: Wijs & grijs

    WIJS & GRIJS        

    Hebben nieuwslezers benen? Voorwaar ik zeg u: in dit land hebben nieuwslezers geen benen. Niemand weet dat. Het is een vereiste. Toen ontdekt werd dat Bavo Claes benen had, werd hij bijna ontslagen via de tussenstap van het laatavondjournaal. Nu heeft hij het zelf ‘bekeken’. Regelt de koning de verkeerslichten? Beschikt hij over de Grote Verkeersknop in Brussel? Dan moet hij dringend zijn mobiliteitsplan bijstellen. Ook al is hij al jaren koning. Er zijn nog wel meer gekke dingen aan de hand in dit gekke land. Om de vergrijzing van de bevolking niet te duur te laten zijn, nou, om dus niet zo veel pensioenen te moeten betalen dus, raadt de regering de vijftigplussers aan om langer aan de slag te blijven en er niet uit te stappen. Ondertussen echter dankte een bekende regeringspartij in een klap drie van haar oudere ministers af, o.a. iemand van zelfs amper 45. Van schoolvoorbeelden gesproken. Of paradoxen. Geen consequenties voor excellenties! De premier wou tweehonderdduizend nieuwe jobs veroorzaken. Karel Vinck, de man met de handen in de zakken, naar voren geschoven door de regering om de problemen met het spoor op te lossen, wou tienduizend jobs schrappen én de tickets duurder maken én stations afschaffen. (Schouppe deed het anders; hij kuiste zijn schup af en ging mee blaten in de politieke kudde, volledig ontspoord. Een vergeet-mij-nietje voor het leven: ‘Schouppe! Kent gij dan Schouppe niet, madam? Die van ’t spoor?!’ ‘Ah, dié Schouppe! Maar dat was nen slechten!’ Einde citaat). Van schoolvoorbeelden gesproken. Of paradoxen. Alles en iedereen moest de laatste tien jaren dringend gaan afslanken en fusioneren en rationaliseren, maar nog nooit hadden we omgekeerd zo veel regerinkjes en presidentjes en ministertjes. Nog veel meer dan voor de gemeentelijke fusies medio jaren ‘70. Wat ze zeggen en dicteren, deze dames en heren, zijn of doen ze zelf niet. Geen consequenties voor excellenties! En zullen we het even over de cumuls van bepaalde politici hebben? En wat ze daarover allemaal te leuteren hebben? Neen. We zwijgen over de mensen met twee, drie functies. Anders sneuvelt er weer een job. De mijne. Treurigheid troef. Toch dit: er was er zelfs eentje bij dat het bestond bij voorbaat te beweren dat je als parlementariër te weinig werk hebt, zodat later het niemand hem kwalijk kon nemen dat hij ook partijvoorzitterschap en burgemeesterschap en ministerschap ambieerde. Een ware wegbereider, voorwaar, voor zichzelf. Als ik nieuwslezer zou zijn (maar ik heb daar de juiste grimas niet voor en ik zie er ook te middeleeuws uit), zou ik bij het uitspreken van die namen voortdurend onder tafel met mijn benen zitten schoppen, ware het niet dat ik dan geen benen zou hebben. Ik zou alleszins zitten knarsetanden. Net zo wijs en grijs als Bavo Claes. Zonder benen dus.




                                                  COPYRIGHT JORIS DENOO
    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Een blauwe plek
  • Moord !
  • Meester in de Vakken
  • De ongecomponeerde noot
  • Poëzie
  • Romaneske boeken
  • Satisfiction
  • Romans & Theater
  • Vreeslijke verhalen
  • Miljarden flarden

    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Sjors DNO eind vorige eeuw in een sneeuwstorm in Chicago


    Mail

    Druk op de knop


    Archief per jaar
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005

    Foto

    Foto

    Foto

                       IK ALS UK
    Foto

    Me reading HARDZIEK, romandebuut Sarah Denoo

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!