NIEUW: Blog reclamevrij maken?
SCHUINE TEKSTEN
Inhoud blog
  • 317: Dialoog
  • 316: Etaoin shrdlu
  • 315: Roland
  • 314: Bermkip
  • 313: Men
  • 312: Bruder Lustig
  • 311: Signeergesprek
  • 310: Rook
  • 309: Ode aan mijn bh
  • 308: Alfa
  • 307: Vijgen voor Pasen
  • 306: Wereldsmart
  • 305: Jonge ouderen
  • 304: De Boekenkrijg
  • 303: www.zot.com.bébé
  • 302: Echte fictie
  • 301: Mundial
  • 300: De Felle
  • 299: Westlof
  • 298: Lam Gods
  • 297: Jacky
  • 296: Hop paardje hop!
  • 295: God?
  • 294: Acoliet
  • 293: PP
  • 292: Netwerk
  • 291: Leffaards
  • 290: Het varkensei
  • 289: Geheim
  • 288: Geknipt
  • 287: Geloof
  • 286: Stommeling
  • 285: Een aardig ding
  • 265: VRESELIJK
  • 284: Kloon
  • 283: Allojjo
  • 282: Schaakstuk
  • 281: Communicatie
  • 280: Figuur
  • 279: Hairbag
  • 278: Lijstjes
  • 277: Jos, Joste, Gejost
  • 276: Melk?
  • 274: Frinch fraais
  • 273: Mager Heineken
  • 272: Appartemens
  • 271: Gestopt
  • 270: Ik zou u schrijven
  • 269: Koksmonoloog
  • 268: Een photo
  • 267: Getetter & Getoeter
  • 266: Water
  • 264: Beu
  • 263: Acteur
  • 262: Vederlands
  • 261: Etters & Engelen
  • 260: Men spele...
  • 259: Kwaak
  • 258: Geschoold
  • 257: A la recherche
  • 256: WJZBJZ
  • 255: Eindelijk
  • 254: 'Het' gezin
  • 253: Repetitieruis
  • 252: Kiespijn
  • 251: Reis Hiernamaals
  • 249: Gezondheid
  • 248: Speeltijden
  • 247: Rood licht
  • 246: Ruis
  • 245: Weg
  • 244: Mom
  • 243: HET JAAR ELF
  • 242: Kloon
  • 241: In de put
  • 240: Huid & Haar
  • 239: Zomer 11
  • 238: Duimen maar
  • 237: Poirot
  • 236: Smoke
  • 235: Collateral
  • 234: Nachtraven
  • 233: Undercover
  • 232: Frietpeace
  • 231: Kopie-Kopie
  • 230: Gezeid is gezeid
  • 229: Vreemde man
  • 228: Een stuk
  • 227: België
  • 226: Mijn meesters
  • DRAMA
  • 225: GVD
  • 224: Veldinterview
  • 223: Sprook
  • 222: Zappa
  • 221: Een bod op God
  • 220: Curryculum Vitae
  • 219: Tovenaar
  • 218: Perspest
  • 217: Animatietype
  • 216: Ruim
  • 215: De erwt
  • 214: Podiumbeest
  • 213: Mobiliteit
  • 212: Twee tijgereieren
  • 211: De kus
  • 210: Wolf
  • 209: Een reus
  • 208: Opsporingsbericht
  • 207: K met zuurpruim
  • 206: Volksverlakkerij
  • 205: Doppedrop
  • 204: Kap
  • 203: Affiche
  • 202: Regen
  • 201: Stuk
  • 200: Hair
  • 199: Wie A zegt
  • 198: Bijsluiter
  • 197: TV
  • 196: Arno
  • 195: Letters & Letteren
  • 194: Taalkunde
  • 193: Onder de zon
  • 192: Besparen
  • 191: De goede man
  • 190: Van die dagen
  • 189: Zwarte zwaan
  • 188: Questionnaire
  • 187: Say cheese
  • 186: Loteling
  • 185: Een zwaluw
  • 184: Grijs
  • 183: Claus
  • 182: Liefhebber
  • 181: Monumenten
  • 180: Erger
  • 179: Landbouw
  • 178: Bijna
  • 177: Onafhankelijkheid
  • 176: Zo fout als wat
  • 175: Wei-gevoel
  • 174: Merk
  • 173: Mens
  • 172: Pikant
  • 171: 50 vragen
  • 170: Jinx
  • 169: Wiskunst
  • 167: Met alle Chinezen
  • 166: Mooiste woorden
  • 165: Rijm
  • 164: Internetman
  • 163: EVBO
  • 162: Hondenleven
  • 161: Carrière
  • 160: Coureur local
  • 159: Kip ik heb je
  • 158: Politiek programma
  • 157: Design
  • 156: Kreeft
  • 155: Nicotine
  • 154: Gastronomen
  • 153: Verleiden
  • 152: Opinie
  • 151: 1e hulp in gevallen
  • 150: Verzamelwoedend
  • 149: Fakir
  • 148: Cliché
  • 147: Iets anders
  • 146: Uit de kunst
  • 145: Appartemensen
  • 144: Wereldwoeden
  • 143: Ongerijmd
  • 142: Dagboek van 1 dief
  • 141: Vioolkist
  • 140: Ouden van dagen
  • 139: Automatische piloot
  • 138: Leugendetector
  • 137: Hotel Milan
  • 136: De Diepe Gedachte
  • 135: De weg vragen
  • 134: Mag ik overvaren?
  • 133: Leven op Mars
  • 132: Vogelvlucht
  • 131: Faer♠er-gevoel
  • 130: Lolbroek
  • 129: Sollicitatie
  • 128: De Q van Proust
  • 127: Volg je nog?
  • 126: Kerstmisdaad
  • 125: Hartstuk
  • 124: Mozart in november
  • 123: Heb je gedronken?
  • 122: Frambozen in melk
  • 121: Appelschudder
  • 120: Quo Vadis?
  • 119: Niespijn
  • 118: Rog
  • 117: Opiniepeiling
  • 116: Vragen aan 1 engel
    Zoeken in blog

    Foto
    Aan de sneeuwzee in Vlaanderen, februari 2012
    Foto

    Jowan & Joris in Stotendorp Heule

    Foto

            Red shoes Wilma

    Foto

    Younger me, already salt 'n pepper

    DEZE KANT BOVEN (Sjors DNO)
    SCHUINE TEKSTEN
    02-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.193: Onder de zon

    ONDER DE ZON

    Het vuur, het wiel, de trap, penicilline, laser, de chip, de boekdrukkunst, de camera: je vraagt je af welke belangwekkende uitvindingen, ontdekkingen of vondsten nog gedaan kunnen worden. Soms kan er alleen nog maar verbeterd worden. Het is zoals een boek van Jules Verne: geen sciencefiction, maar een verbetering van reeds bestaande technieken. Voorbeeld. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog werden duikboten gebruikt. Maar die lekten. Dat is erg voor die dingen. Verne las dat bericht in een krant. Hij dacht na over het probleem, schreef een boek en bracht op papier verbeteringen aan voor de onderzeeër. Latere toepassing ervan ‘in het echt’ bleek uitvoerbaar en succesvol. Zo zie je maar: schrijvers helpen de wereld vooruit, zelfs onder water. ‘Nieuwe dingen’ betekent ook ‘nieuwe woorden’. Voorbeelden uit de 20ste eeuw: aids, epo, asiel, ozongat. Hoera voor de Dappere Nieuwe Wereld. Nog een uitvinding van de 20e eeuw: Michael Jackson. Hij verschoot af en toe van kleur en sommige van zijn lichaamsdelen lieten los. Maar het megadom heeft hij uitgevonden. Hij vond ook zichzelf uit. Wat moet er verder nog uitgevonden worden? Een pil tegen BV’s. Een tv die alleen maar uit kan. Een oorlog waarbij iedereen gespaard wordt. Een geluidsdemper voor op de aardbol. Eetbare kleren. Eigen liedjesteksten voor Nicole en Hugo. Er is nog veel te doen. Komaan, aan het werk. Maar geen uitsloverij. Hef geen belastingen op goudvissen. Schaf feestdagen niet af. Schrijf geen boeken die uit de rekken liggen. Draag geen strikjes. Hef wel belastingen op karaoke, playback, piepschuim en moppen en hun tappers. Er is immers niets nieuws onder de zon. Zo daar al sprake van is.


    18-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.192: Besparen
    BSPRN

    N Tns (Nrd-Frk) hbbn z mr dr klnkrs. N ht Ndrlnds hbbn w r vf. Gnlk hb j d nt ns ndg. Ls mr ns d dvrtnts n d krnt. Mn zkt. vrw, wt j wl. Ls j r tch ng n prblm m hbt: vrvng vrl dr n e. D kmt ht mst vr. N tdn vn cnmsch crss bsprn w ds k p lttrs. Vndt . nt dt ht r lk tzt?

    02-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.191: De goede man

    DE GOEDE MAN

    Nog drie maanden slapen en het is weer zover. Dan komt de goede man. Wij hebben al zomerklaaskoeken gegeten. Een schande is het. Toen ik nog een uk was, rookte mijn pa Almos. Later werden dat andere merken. We wisten maar al te goed waar hij zijn voorraad verstopte. Ma dacht dus dat hij veel rookte. Het gebeurde wel vaker dat hij in het donker nog om een pakje holde, naar zo’n gezellig winkeltje uit oude tijden. Het rook er altijd naar zaterdag. Je kon er alles krijgen. Ik heb er eens mijn broer met zijn kont in een emmer haring geduwd. Elk jaar op één welgemikte decemberavond mochten we mee op stap om een pakje sigaretten te kopen. De wandeling heen en terug duurde een halfuur. Het was 5 december. Toen we weer thuiskwamen, mijn pa gehuld in verse Almos-wolkjes, was een andere goede man hem voor geweest. De Sint was gepasseerd! We hadden hem niet gezien. Toch woonden we in een doodlopende straat. De spoorboom aan het einde was al enkele jaren definitief neergelaten. De heilige man had bij ons wat speelgoed gedropt. Zo moesten we nooit wachten tot 6 december: vaak een ellendige schooldag waar Pieten op deuren bonkten en meesters vraagstukken opgaven met picknicken erin. (‘Jan heeft 10 picknicken. An 7. Als Jan er 6 opeet en An 2, hebben ze samenveel pret’). Elk jaar echter was ik sterk ontgoocheld in de Sint. Want ik hoopte altijd op een echt berenvel. Het stond lange jaren bovenaan op mijn verlanglijstje. Ik wou een heus berenvel om me in te vermommen en de mensen de stuipen op het lijf te jagen. Nooit kreeg ik het. In de derde kleuterklas had ik al sterke vermoedens omtrent de identiteit van de goede man. Hij rook namelijk naar Almos-sigaretten. Samen met mijn vriend Pol-zaliger deelde ik die vermoedens. Diens Sint rook naar Zemir, ook een merk van toen. De juf had dat door en parkeerde ons op 6 december in een bank vlak bij de deur. ‘Niet te hard schrikken als er hard gebonsd wordt hé. Je weet wel wie er dan komt hé … Maar: mondje dicht, hé!’  We knikten ijverig. Maar op 6 december wipten we net als alle andere babyboomers geschrokken op, toen er knoerthard op de deur gebonsd werd en een regen van picknicken over de kortgeknipte koppen scheerde. Pol en ik keken ondertussen door de baard van de goede man heen: herkenden we één van onze vaders? Buren? Meesters van de grote school? En wat betekende dat gedoe met die vier Pieten? ‘Hulppieten,’  legde de juf uit, na het gewelddadige Sint-bezoek aan onze klas. ‘De goede man wordt oud en kan niet alles zelf meer doen.’  Ze keek Pol en ik staalhard in de ogen. Het leven ging later door. Ik kreeg nooit een berenvel en Pol stierf jong. En mijn pa stopte met roken. Ik ook.


    15-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.190: Van die dagen

    VAN DIE DAGEN

    Soms heb je van die dagen. De duivel is ermee gemoeid, zoals ze zeggen. Je let de hele dag onbewust maar koppig op alle nummerplaten die in je vizier verschijnen. ’s Ochtends nestelt er zich een al net zo koppig meezingertje in je hoofd en dat blijft daar zitten voor de rest van de dag. Niks lukt en alles valt zelfs tegen. Er hangt overal een waas voor, waar je niet doorheen geraakt met je zintuigen. Mensen nemen voortdurend aanstoot aan je en aan alles wat je doet. Het kan ook een stralende dag zijn met ononderbroken stom geluk. Om de haverklap kom je mensen tegen die je al lang niet meer ontmoette. Je koopt de hele santenboetiek van lottobiljetten, maar je wint natuurlijk € 2,50. Je moet drie keer terug naar het warenhuis (twee keer voor de middag, een keer na de middag), want ze hebben zich echt wel vergist hoor, telkens opnieuw. Er ontstaat ruzie aan de kassa met een andere ongeduldige klant achter je. Tot je oneindig afgrijzen staat er een papegaai op de rug van haar jeans. Thuis rinkelen de telefoons alsof het de laatste dag van je leven betrof. De dag kan ook passeren zonder ook maar één luttel telefoontje, zelfs geen per vergissing, zelfs niet eentje met dat langverwachte stellig beloofde bericht. Je wacht en wacht en de huisarts komt pas tegen de avond nadat je eerst doodziek bent geweest en vervolgens weer kerngezond bent geworden. De postbode belt aan, maar je vergat de voorraad toiletpapier aan te vullen en dus moet je blijven waar je bent. De dag daarna belt hij weer aan: taks wegens porttekort. Je hebt vandaag al alles laten vallen wat je vastpakte. Hoe komt dat toch. Diezelfde gekke naam spookt zonder reden de godganse dag onder je schedelpan en je weet godgenageld niet waarom. Je gebruikt zelfs die naam of dat woord om ritmisch je voetstappen mee te begeleiden. Ja, van die dagen … waarop de hele dag lang iets in je hoofd dansen blijft, of weergalmen, en het wil er maar niet uit. Het zijn ook meestal van die dagen waarop je de lotto niet wint. Hoe hard je ook overal naartoe rent, hoe begripvol je je ook voordoet, hoe schalks de zon ook over de daken spettert, hoe heerlijk ook de Vlaamse regen in je gezicht kletst. Termijndenken noch domweg duiken helpen. Allemaal mierengewriemel, constateer je aan het eind van zo’n dag. En dan pesten ze je nog wat met een schrikkeljaar, een zomer- en een winteruur. En je moet weer die parade van dwaze koppen op de televisie ondergaan. En de krant herhaalt nog eens die dwazekoppenparade. Ja, je hebt van die dagen waarop je luid gillend of hikkend van het lachen onder de wol wil duiken.


    26-07-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.189: Zwarte zwaan

    DE ZWARTE ZWAAN

    Een hevig, leuk, origineel boek gelezen, verschenen bij uitgeverij Nieuwezijds (via Epo Berchem). Geen verhaaltje. Veel beter. De Zwarte Zwaan: de impact van het hoogst onwaarschijnlijke. Schrijver: Nassim Taleb, ex-beurshandelaar en professor onzekerheidskunde plus sceptisch empiricus. Een zwarte zwaan is onvoorspelbaar, heeft een grote invloed en achteraf proberen we die aannemelijk te maken. Of … we denken ze voorspeld te hebben. Het kan ook iets zijn wat tegen alle verwachtingen in niet gebeurt. Bekende voorbeelden: Harry Potter, 11 september, laserstralen, het internet, de lotto. Het enige voorspelbare is het onvoorspelbare. Hoe weten we wat we weten? Thema van dit boeiende non-fictieboek: onze blindheid t.o.v. toevallige variatie en grote afwijkingen. Initiatieven om dingen te voorkomen, worden nauwelijks beloond. Nochtans is voorkomen beter dan genezen. Zichtbare daden worden wel beloond. Wil je iemand goed leren kennen? Doe dat dan wanneer hij zwaar beproefd wordt. Je krijgt nl. geen inzicht in gezondheid zonder acht te slaan op ziekte of epidemieën. Het normale is vaak irrelevant. Probabilist Taleb heeft het over de hoogst onwaarschijnlijke maar ingrijpende gebeurtenis op alle fronten en in alle geledingen van de maatschappij. Gevallen uit het verleden die je eigen theorie moeten ondersteunen, vindt hij geen bewijzen zijn. Zijn voorbeelden zijn indrukwekkend leuk. Ik geef er eentje: de kalkoen. De kalkoen kent een hoogtepunt qua gevoel van veiligheid en welbevinden na vele dagen van intense voedertijden door een verzorgende mensenhand. Het vertrouwen groeit echter zienderogen naarmate ook het gevaar groter wordt, en grootst: vlak voor Thanksgiving – zijn doodsdag. Een totaal onverwachte gebeurtenis trekt dan abrupt een streep onder een leven van welbevinden, hem gegund door dezelfde hand die hem zal slachten. Dit boek gaat veel verder dan leuke voorbeelden. Nee, witte zwanen bevestigen niet dat zwarte zwanen niet bestaan. We worden beetgenomen door het onverwachte. Lees hoe Taleb daarover denkt en hoe die professor onzekerheidskunde daarmee omgaat.


    07-07-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.188: Questionnaire

    Questionnaire

    Kan het schuimen van gebladerte vergeleken worden met het ruisen van de zee?

    Is een wapperende bliksemserpentine de voorbode van carnaval in het walhalla?

    Doen we de donder na omdat we bang zijn in het donker?

    Valt er in een spikkelwoud van duizend blaren en miljarden flarden nog een vleermuis te ontdekken?

    Doet de regenboog je nooit vermoeden dat er nog onontdekte windstreken moeten zijn?

    Als de vollemaan van kaas gemaakt is, hoeveel sterren geef je dan aan haar firmament?

    Zouden bomen eens van plaats verwisselen zonder dat we er erg in hebben?

    Herhaalt de boomkruin ook de wortel en herhaalt de wortel ook de boomkruin?

    Waarom trekt een heksenkring zich van de vierkante meetkunde geen lor aan?

    Heeft de tijd dan werkelijk de laatste vogel uitgestippeld?

    Kunnen bomen zichzelf schorsen en in der eeuwigheid verdwijnen?

    Is dat een eenhoorn daar?

    Noteer je elke bladscène gefilterd door het inzicht van het licht of gooi je overvloedigheid te grabbel?

    Veranderen de hemelwatervallen iets aan gedane zaken?

    Moet regen niet een meervoud zijn zoals Vlaanderen en kinderen?

    Valt aan de duizendbladerboom een toeval af te lezen?

    Is de wirwar van de runen en de röntgen een geval van logica?

    Sneeuwt het spikkels licht en vuur en vlucht daar een takkewijf de struiken in?

    Kunnen verloren voorwerpen verdriet hebben?

    Hebben geur en reuk een zeker gewicht?


    08-06-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.187: Say cheese

    SAY CHEESE

    Heeft u er kaas van gegeten? Dan bent u een van de gelukkigen. Kom en volg mij op een kort kaasje-uit. Het lelijkste cliché over kaas: hoe meer kaas, hoe meer gaten, hoe minder kaas. O Afgod van Alle Kazen: straf de pseudofilosofische pummel die dit ooit lanceerde. Kaas is heilig. De patroonheilige van alle vaste kazen en smeerkazen is Willem Elsschot. Hij schreef een bekend boek met het heerlijke vierletterwoord als titel. Kaas is België. Kaas is Holland. Kaas is Frankrijk. Kaas is Engeland. Passendale. Gouda. Camembert. Stilton. De namen alleen al zijn mondverwennertjes. Een van mijn prilste jeugdherinneringen betreft een lachende koe. Tevens was het mijn eerste Frans: la vache qui rit. Een hele mondvol. Iets later leerde ik Herve kennen. De stinkerskazen droegen ook onmiddellijk mijn voorkeur weg. Dat was mijn eerste aardrijkskundeles. De stap van de kazen naar andere heerlijkheden zoals mosterd en wijn was daarna vlug gezet. Om de haverklap moest ik ook cheese zeggen … voor op de foto. Zelfs de feestelijkheden hadden dus altijd iets met kaas te zien. Een prangende vraag die altijd zal blijven hangen: is de maan van kaas gemaakt? Als dat zo is, doe mij dan maar een hele bol. Vollemaan graag. Ik ben immers een volbloed kaaskop. En ik weet ook waar Abraham de mosterd haalt.


    21-05-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.186: Loteling

    DE MENS EEN LOTELING 

    Om me heen kijkend, voelend, luisterend, proevend en ruikend detecteer ik onophoudelijk elementen die me noodlottig kunnen worden. Een barst in een muur, een loszittende dakpan, een verdwaalde kogel, een uitdijende cel, een gasgeurtje, een getal te weinig, een duimbreed te kort, een visgraat, een luchtbel, een cijfer te veel … kunnen de klakkeloze dommekrachten vormen waarvan het noodlot zich bedient. Het noodlot zit ‘m in het detail, maar het noodlot doordrenkt ook tijden en ruimten. Daarenboven kan de ene mens voor de andere noodlottig zijn, terwijl dat dan net voor eerstgenoemde diens geluk kan betekenen. Voorwaar: de mens is een loteling, overal en altijd.

    Opdat niet alles tegelijk zou gebeuren, vonden we de notie tijd uit. Enige orde op zaken, gemakshalve chronologisch, was meer des mensen dan van nature.

    Adempauze.

    Ook het element ruimte kreeg in de loop van de (chronologische) geschiedenis een aantal facelifts. Enige bewegingsvrijheid drong zich op, al zouden territoriumgedrag en grensgevallen zich al heel vlug voordoen.

    Ademruimte.

    Tijd genereert leeftijd, zegge en schrijve: ouderdom. Lot dat we niet in de hand hebben. Het is onmogelijk vele jaren aan het leven toe te voegen (een ouderdom van 150 mensenjaren zal de grens zijn), het is alleen de kunst leven aan de menselijke jaren toe te voegen. Een ader gaat net zolang mee tot het vege lijf er genoeg van heeft.

    Ruimte creëert afstand annex de noodzaak aan snelheid. Noodlot dat we evenmin beheersen. We hebben de techniek op dat vlak niet voldoende in de hand. Het begrip risico komt hier veel vaker onverwacht uit de bocht. Het wiel en de trap zijn geëscaleerd.

    Het (nood)lot is onbeheersbaar én maakt deel uit van het leven, dat tot nader order van dat lot gelijkmoedig of gelukkig kan verlopen. Pas na het toeslaan van dat noodlot, beseffen we dat we in een gewoonheid vertoefden die ons onbewust gelukzalig maakte. ‘Een mens is goed omdat hij niet slecht is,’ verzuchtte Oblomow ooit, horizontaal gelegen. Parafraserend zouden we kunnen stellen: een mens kent geluk pas bij niet-geluk.

    Levert het ruimtelijke noodlot anderzijds iets op? Nou, ballingschap verschafte wel eens nieuwe inzichten. De nomadische mens werd er niet dommer op. Maar je zult maar ter aarde geworfen worden in een sloppenwijk of als elfde koter in een mijnwerkerswoninkje in de Borinage.

    Levert het tijdelijke noodlot anderzijds iets op? Tja, bent u geboren en getogen op een interessante tijdsscharnier? Maakte u bewust het meest bepalende decennium van uw eeuw mee? Bent u loopgraafsoldaat uit De Groote Oorlog, cocktaildrinker uit de roaring twenties of stond u eind jaren zestig op de barricades in Parijs? Bent u als schrikkelkind pas om de vier jaar eens jarig?

    Noodlot, lot, voorbeschikking. In sommige gevallen genereerde het lot van één iemand geluk en voldoening voor vele anderen. In andere gevallen deden zich bijna schilderachtige, alleszins romantische gevallen van voorafbeelding voor.

    Shelley stierf eenzaam in een woest tempeest. Tolstoj gaf net als zijn Anna Karenina de geest op een spoorwegstation. Rilke zou overleden zijn aan de gevolgen van een doornprik van een rozenstruik. Virginia Woolf koos het water als eindbestemming, met stenen in de zakken en bezwaard gemoed: het geluid van water is de basstoon in haar teksten. Esopus had een bochel en werd de vader van het fabeldicht. Homerus was blind en schiep een formidabele wereld. Erasmus leed aan jicht en bleef noodgedwongen binnenskamers voor zijn Lof der Zotheid. Ronsard was doof en werd de recordhouder van de welluidendheid in de Franse bellettrie. Andersen was aartslelijk, wou het theaterpodium op, maar schreef uiteindelijk sprookjes. En, last but not least: Montaigne trok zich op 37-jarige leeftijd met een ernstige nierkwaal in zijn torenkamer terug om een ‘zelfportret’ te schrijven. (Misschien ook uit ontgoocheling over de wereld en in een poging zichzelf in die wereld te definiëren? Immers: La plupart des occasions des troubles du monde sont grammairiennes.) Hij werd de aartsvader van alle ‘probeersels’. Anders gezegd: essays.

    Eeuwen later zou Anton van Duinkerken schrijven: ‘Zo is de mens gebouwd, dat zijn ellendige gebreken dikwijls de voorwaarden worden tot zijn schitterendste heerlijkheid.’  Wij voegen daaraan toe: … voor de anderen. Is het immers niet dankzij de Ballade van Arie Hop (John O’Mill) dat duizenden Hollandse kindjes van de vreselijke nagelbijtdood zijn gered?
    'Aanhoort het noodlot, fel en wreed/ van een kind dat op zijn nagels beet.’

    Een speling van dat lot mag allicht worden begrepen als een gebrek aan bevattings- en incasseringsvermogen bij de mens. Het woord speling vertolkt ons onbegrip en onze onmacht ten opzichte van voldongenheid … en van de willekeur van deze voldongenheid. Het degradeert het lot tot iets grilligs. Ook de natuur kent haar door de mens toegedichte speling – dan ontpopt ze zich in noodlottige gedaantes: ziektes en natuurrampen zijn misschien de twee sterkste dommekrachten waarvan het noodlot zich bedient. Desgevallend of desgewenst kan Lot dan met een hoofdletter worden geschreven, rijmend op of met God. Dat hoofdletterlot zal een fatale bliksem niet toeschrijven aan een botsing tussen overspannen wolken, maar aan een boze God die met zijn lastoestel de gaten in de ozonlaag weer dicht probeert te schroeien. We zorgen er wel voor dat er ons altijd iets boven het hoofd hangt.

    Maar er zijn dus pogingen. Lotelingen hopen altijd op het goede getal, op geluk. Het is verslavend. De ruimtevaart probeert aan het lot van de zwaartekracht te ontsnappen. (Vallen, epilepsie zijn zo werelds). Scalpel en medicijnen proberen lotgevallen te bezweren die haaks staan op de menselijke conditie van gezondheid. (Epidemieën zijn zo des werelds). God met een hoofdletter wordt aangeroepen wanneer de rede radeloos wordt ten opzichte van onmenselijke machten. (Goden zijn nochtans jaloers op stervelingen).

    Kan men zich dan wapenen met zoiets als vrije wil? De vrije wil van de mens bestaat misschien alleen hierin dat we zaken kunnen toeschrijven aan het (nood)lot, en aan spelingen daarvan. De vrije wil is zo breeddenkend te aanvaarden dat we niet alles in de hand hebben. De vrije wil is ontroerend menselijk, en flaneert, soms pretentieus en opzichtelijk, soms tolerant en bescheiden, op de catwalks van pessimisme en optimisme. Maar eigenlijk bewandelt de vrije wil een derde circuit. De vrije wil meent namelijk rekening te houden met alle seizoenen in één keer. De vrije wil weet: Versace stippelt die bepaalde lijn uit, omdat de mode wil dat het weer lente wordt. De vrije wil weet ook: nooit zal een enkele boom, een enkel blad rekening houden met Versace.

    Alleen enkele voortekenen behoeden ons ietwat voor voldongenheden. Dieren zwijgen stil bij naderend onweer. Sterren, de vlucht van de vogels en wind schijnen gelezen te kunnen worden. Een knipoog, een vlinderslag, een fluitsignaal, een bel, een profetie, een getal, een gebaar kunnen bepalend zijn. En een oud spreekwoord bij de Toearegs zegt:
    Als de weg bochten begint te maken, is de koning oud geworden.

    Het noodlot toegeven, bezweren of negeren? Het is mijn lot dat ik niet zeker weet of er zoiets als noodlot bestaat. Stel dat noodlot zin heeft, en bestaansrecht, dan moet er een ander woord voor worden bedacht. Het blijft essayeren.

    Daarom, toegegeven, voorwaar: de mens is een loteling. Van alle niet-geborenen is hij ooit de uitverkorene geweest om als loteling te leven. De vrouw als niet-man; de man als niet-vrouw. Hij (m/v) is de gelukzak bij uitstek. Zijn geboorteschreeuw is er een van angst, verbazing en geluk. Zijn getalletje wordt getrokken en zijn lotgevallen kunnen een aanvang nemen. De stomme gelukzak.


    27-04-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.185: Een zwaluw

    EEN ZWALUW

    Plotseling is de zon daar, als een onverwachte klapzoen midden de gezichten van verraste mensen. Een of andere welgezinde weergodin gooit met grote plassen zonlicht. Op het weerbulletin prediken weervrouwtjes ‘een mooie, zachte dag met wolkenslierten’. België is nochtans zo klein, dat je er onmogelijk het weer kunt voorspellen. Als er bijvoorbeeld een helikopter overvliegt, krijg je onmiddellijk zonsverduistering. Zon op je huid: dat is lang geleden. Een lichtbad van warmte, zonder nat te worden: weelde. Alles ontwaakt uit een winterslaap met natte dromen. De scheidingslijn in het haar van de premier glimt in de zon. Prettig storende vliegtuigjes ronken in het blauwe zwerk. Koetjes dartelen hormonaal in de weiden van Vlaanderen. Duistere zaken worden zonneklaar. Een nieuwe lente, een nieuwe buit. Hopelijk krijgen we geen kiespijn dit jaar. Politici die in hondendrollen trappen omdat ze niet goed uitkijken waar ze lopen, namelijk naast hun schoenen. Ondertussen moet het maar eens hevig mooi weer worden. Ik heb al op de A17 met mijn inktzwarte Saab om ter rapst gereden met een zwaluw. Die is er dus ook al. Hij vloog wel nog in de pechstrook. Ik zocht ook weer naar dat wilde bermkieken ergens op de Ring rond Kortrijk, maar ’t is foetsie. Het bereidt waarschijnlijk zijn verkiezingscampagne voor. Het ambieert misschien een plaats in de pikorde van de Kamer, het kakelnest bij uitstek. Genoeg over pluimvee. Terug naar de lente. Morgen kan het weer grijs zijn. Er kan regen vallen, maar die blijft niet liggen. Kijk uit voor tegenliggende laagscherende zwaluwen en mensen met dubbele kinnen die u met ‘burger’ aanspreken. Je weet nooit wat ze echt bedoelen: hamburger, cheeseburger of Habsburger? En doe ook niet open voor vreemd volk op zondagnoen. Het zijn weer de Hormonen. Ze komen u melden dat u niet genoeg gelooft. ‘Wij brengen u God’, zullen zij zeggen. Antwoord dan: ‘We hebben er al een. Zet deze maar bij de garagepoort.’  En gij zult u weer terugtrekken en een fles wijn ontkurken, want daar is de lente.


    14-04-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.184: Grijs

    GRIJS

    Ik doe al vele jaren dapper mee aan de vergrijzing. Niet van de bewolking, maar van de bevolking. Ik vorm een groot probleem voor dit land en zijn regering. België had enkele jaren geleden de bestraffende vinger van Europa nodig om op zijn allergrootste intern probleem gewezen te worden: jawel, diezelfde vergrijzing. We hebben met z’n allen veel te gezond geleefd tot nu toe. Stop dus dat joggen maar, en stop met stoppen met roken. We vormen een steeds groter wordende groep kerngezonde grijsaards. België wordt een land van dinosaurussen. België wordt een betrokken, grijs land. Daarom is het verwonderlijk dat wij tegelijkertijd voor een stuk al buitenspel worden gezet, op diverse terreinen. De meeste Belgen die de touwtjes in handen hebben, die drukke dertigers en veertigers dus, begaan vaak vreselijke vergissingen. Daardoor lopen ze geld mis, en stemmen, en volk, veel volk. De politiek, reclame, cultuur en ander fraais richten zich bijna uitsluitend tot jongeren. Als het niet jong en sexy kan, telt het niet meer mee. Er zijn zelfs ministers door gesneuveld, een decennium geleden. Enkele 45-plussers werden toen opzij geschoven. En de regering maar verkondigen dat er langer gewerkt moet worden! Een typisch Belgisch schoolvoorbeeld. En dan maar janken dat de burger geen hoge pet opheeft van de politiek en zijn predikers. Kijk om je heen: hoeveel van de affiches die je overal ziet appelleren aan vijftigplussers? De grijze massa wordt constant gediscrimineerd. Men zal daar wat werk van maken, heb ik gehoord. Jonge ouderen en oude jongeren moeten bij sollicitaties ook hun kansen hebben. Er is wel een jonge kerel die met zijn boek over internetgebruik voor senioren dat slim bekeken heeft. Hij scoorde een bestseller. Voor de rest bestaat dit apenland aan de Noordzee vooral uit bête tv-toestanden met kakelende actricekippen en kwijlende mannetjespapegaaien. Er stijgt soms ook hoerageroep op omdat de jonge dochter van een coureur een kind koopt. Alles moet piepkuiken en sexy zijn. Wacht maar tot de teeveedelletjes van deze wereld zelf gerimpeld en tandeloos zijn. Ook Inge Vervotte nadert ondertussen de tachtig. Slotnoot: ik heb niet beweerd dat grijs lelijk is. Wat is interessanter dan een massa grijze cellen? Wat is mooier dan een muisgrijs, loodgrijs, olifantengrijs uitspansel doorkliefd met prachtige knalgele bliksemserpentines en begeleid door hevig gedonder?


    29-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.183: Claus

    CLAUS

    Ondanks vrij eenvoudig klinkende titels (Het mes, Het verdriet van België, De geruchten, De zwaardvis, … ) is de naam van de schrijver bekender dan zijn oeuvre: Hugo Claus. Weinigen verwarren hem nog met Claes, ook een schrijver. Ongetwijfeld heeft dat te maken met extraliteraire zaken zoals privéleven, boude uitspraken of andere toestanden. Claus hoedde zich voor uitgesproken opinies over collega-schrijvers. Hij keek wel uit. Maar op geregelde tijdstippen was hij wel in het nieuws met rake en goed voorbereide quotes over Jan en alleman, de Vlaming pakweg, de kleine mens, de puber, de priester, de schoolmeester en Vlaanderen. Ik las altijd heel graag zijn poëzie en zijn korte verhalen. De Vlaamse schrijfstijl in zijn proza viel wel te pruimen. De Oostakkerse Gedichten hebben me meest aangesproken. En verhalen als Het mes … ik ken dat nog vrijwel vanbuiten.
    Voor de rest van wat veelkunner Claus uitspookte, had ik minder belangstelling. Zogenaamde dubbeltalenten wantrouw ik. Eerder hoor ik dan de kassa rinkelen. Respect voor Het verdriet, jazeker, maar die symbolische dikte hoefde niet. Van de competitie tussen Hermans en Mulisch en Claus voor het dikste boek waren de lezers het slachtoffer. Hoeveel keer werd immers niet verzucht: ‘Ik raak er niet door’ ?! En De Leeuw van Vlaanderen … over dat bloedstollende epos zullen we het maar niet hebben. De Grote Schrijver die hij was, moet bovenal in vrede kunnen rusten. Hij heeft zelf om die vrede verzocht. Op de vooravond van de literaire lente in Vlaanderen. Er zullen talloze gedichten ontstaan ter gelegenheid van zijn dood. Zelf heeft hij talloze keren bewezen daarin een meester te zijn.
    A propos: alweer een West-Vlaming. Al werd hij daar niet echt graag aan herinnerd. Hoe dan ook: Vlaanderen is een van zijn goden kwijt. En Kortrijk kwijlt een beetje. Eigen schuld, dikke bult. Het heeft nooit erg veel om zijn auteurs gegeven. En ach, troost voor Darlingen (dixit Conscience, ook een ad-interim-'Kortrijkzaan'): wat je zegt, ben je zelf. Wat zegt Claus over Kortrijk, de stad waar hij tot tweemaal toe het ereburgerschap van weigerde? En welke Hasseltse ex-Deerlijkse dichter aapt dat bij tijd en wijle ijverig na? Nog een troost: Tom Lanoye is Kortrijks BV, Bekendste Vuilniszak. TL mocht ooit een gedicht op de stedelijke vuilniszakken laten zetten. Dat hebben we alvast. Met dank aan een vorige schepen.


    17-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.182: Liefhebber

    LIEFHEBBER

    Luister eens goed, maar je moet niks opschrijven. Van kleinsnood af heb ik iets gehad met taal. Het overmande me soms als een kaakslag bij heldere hemel: hoe een woord in de gluren werd gelegd, of klonk als een klepel die verkeerd hing. Je kunt nu zeggen: de bal ligt weer bij de kampen van de beste stuurlui. Niets is echter minder klaar. Ik kan met mijn hart op mijn hoofd getuigen dat ik qua taal van kanten weet. Hierbij echter wel een paal en perk: het gaat hem moederziel alleen om het Nederlands, geen eh … vreemdtalige moedertalen. Anders krijg ik het spek aan mijn bek en heb ik het aan mijn benen. Ik ben namelijk geen wolf in schaapskleren. Van getallen en cijfers hou ik ook. Kan er daar humor in zitten? Welja, in reeksen. Men vraagt je bijvoorbeeld een cijferreeks aan te vullen om op je banking-site te geraken. Dan staat daar: 0801 1081. En dan denk je: de afgod van de getallen neemt me ofwel in het ootje, ofwel heeft hij een dagje vol plezier voor zichzelf gepland, ofwel zal er me iets lotto-achtigs overkomen. Af en toe moet ik lachen om en met getallen. Ik vind ze grappig. De humor heeft niets met hun klank of hoeveelheid of uiterlijk te maken, maar wel met de manier(en) waarop ze soms reeksgewijs verschijnen. 5545: dat is toch om te lachen? 9339: hilarisch, toch? 07-07-07 daarentegen is niet om te lachen. Waarom? Omdat dit een verjaardag van iemand is. Een gedenkdag, dus. Zeg maar: doemdag. Daar lach je niet mee. Daar drink je op. Om te vergeten. Of om nooit meer te vergeten, zoals Nine/Eleven. De Oude Grieken waren zelfs bang voor een getal: nul. In hun pincodes kwam die nooit voor. Sommigen vermoordden elkaar voor niets …


    01-03-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.181: Monumenten

    MONUMENTEN

    Condoleezza Rice, de gekleurde ministeres van Buitenlandse Zaken in de administratie Bush II, heeft een aardig staketsel van ravenzwart haar op haar hoofd. Je kunt er uren naar kijken. Vooral met verbijstering. Hoe dat nektapijtje zo vrolijk opkrult, als om haar te beschermen tegen een kogelregen of een plotse tornado! In de categorie Gebeeldhouwde Haardrachten komt ze op nummer twee te staan. Nummer een is nog altijd onze oud-koningin Fabiola. Zij torst ook een monumentale haardracht, waar soms eens een verdwaalde vogel in landt op zoek naar nestwarmte. Waarom denkt u heeft koning Albert in bevenden lijve altijd zoveel plezier als hij op teevee komt met de oude koningin? Juist: hij heeft ze weer zien vliegen. En die pretoogjes van president Bush dan als Rice in de omgeving is? Die spreken ook boekdelen. Ook hij wordt voortdurend afgeleid. Hij ziet de humor van dat haar in. Die jonge wereldkoningin kan inmiddels aan onze oude landkoningin zien hoe het zal zijn als je met strak gebeiteld haar ouder wordt. Dappere vergrijzing. Maar iets anders nu. Ik vraag u, voorwaar: gaat een reiger met krukken? Wordt een kraai grijs? Doet een poolvos aan pensioensparen? Bekommert de aalscholver zich om zijn pluimen? Nee? Goed. Op een bepaalde leeftijd, ouderdom, stappen die eruit. Dan moet ook de mens het recht hebben een bos op te zoeken of een eenzame rots om daar achter te blijven en naar zijn eeuwige jachtvelden te trekken. Wie dat wil, zou dat moeten mogen en kunnen. Zoals de oude Fidel Castro. Getooid met zijn mooiste kleren, sieraden en haarbos. Wie dat niet wil: evenmin een probleem. Sommige mensen zijn zo erg in leven dat hun adem hun eigen spiegelbeeld verdonkeremaant. Zij eten bananen en hossen joggend rond, tot ze zichzelf weer tegenkomen omdat de aardbol rond is. Zij lopen zichzelf achterna. Wenst u honderd jaar te worden? Een monumentale honderd jaar, zoals vele van onze nakomelingen dat wellicht zullen kunnen doen? Of zelfs een ietsepietsie meer, dankzij Bulgaarse yoghurt? Ga uw gang. Maar weet dat er grenzen zijn aan de gezondheid. En hou u gedeisd. Tot zover enkele losse maar grofkorrelige gedachten in verband met monumenten. 


    19-02-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.180: Erger

    ERGER

    Gillend de gordijnen in vluchten bij de zoveelste Beroerde Vlaming die in een interview meedeelt: ‘Ik had zoiets van … ‘. Je een kogel door het hoofd jagen bij het lezen van ‘kids’ en ‘krachtige tools’ op banksites. Je de haren uit datzelfde hoofd rukken wanneer je merkt dat een wijsneuzerige boekbespreker al jarenlang ‘wijds’ schrijft en dat nu godverongelukt nog niet afgeleerd heeft. Een dorp uitmoorden als een pedagoochelende blauwkous het over haar ‘mei 68’ heeft. Ze bedoelde ‘mij 68’. IJlings naar een zeer ver land emigreren als Geert Hoste op tv verschijnt. Je Belgische identiteitskaart verscheuren wanneer een beroepsliegende advocaat het heeft over ‘meneer Dutroux’ en ‘meneer Van Themsche’. Nooit meer stemmen bij het ondergaan van de nietszeggende worstenvolzinnetjes van Bart Somers. In alle talen vloeken wanneer dat idiote voetbalnieuws weer het zondagochtendjournaal overwoekert. Iedereen naar de hel wensen omdat het herfst- en winternieuws alleen nog lijkt te bestaan uit Sven Nijs en bomaanslagen. IJs- en vuurtijden! Voor eeuwig ongelukkig zijn bij de confrontatie met die idiote zweethanddoek om de nek van Robbe De Hert en het aanhoren van zijn obligate stopwoordje ‘schat’. Vluchten voor Stefaan De Clerck in alle omstandigheden. Eender welk lidmaatschap opzeggen bij het ontwaren van het pseudo-intellobrilletje diep op de neusbrug van Johan Vermeersch, soort van voorzitter van voetbalgroep Brussels. Het verenigingsleven terstond verlaten als de namen Urbanus, Capiau en Sommers vallen. Zwijgen over dat softe ‘Open’ in Open VLD, het naïeve ‘a’ in sp.a, het pretentieuze & in CD&V, het pompeus klinkende NV-A, het jeugdbewegingsuitroepteken in Groen! en het boksbeugelige in Vlaams Blok/Belang. Erger kan niet meer. Of toch, o ja: cursieve woordjes in een tekst.


    03-02-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.179: Landbouw

    DE LANDBOUW VERMOORD !

    ‘Loop niet te hard van de veestapel, wederhelft,’ sprak de agrarisch deskundige tot de met hem getrouwde. ‘Laten we overschakelen op eenden, schapen, kiekens, desnoods struisvogels en krokodillen. We houden nog één koe in het midden en één zwijn achter de hand.’ ‘Maar ik ben opgegroeid tussen de koeien en de varkens, man,’ wedervoer de vrouwspersoon. ‘Schapen zijn zo … zo … schaapachtig. Om van de rest nog maar te zwijgen.’ ‘Zwijg toch, vrouw,’ repliceerde de landbouwer. ‘Wilt ge misschien dat ik in de bak vlieg? ’t Zit er al vol met mormonen.’ ‘Er bestaat nu een systeem van bij nacht in de bak te zitten en bij klaarlichte dag uw werk te kunnen doen,’ antwoordde de zijne. ‘Ziet ge dat niet zitten, vent?’ ‘Jaja, en gij dan aan de rol zeker met een andere agrarische deskundige, die ook voor koeienbeesten en zwijnen opkomt, ik ken dat!’ ‘Zo hard loop ik niet van de veestapel, dat weet ge toch van mij, boer? Maar ter zake: van struisvogels en krokodillen ken ik niks. Hoe moet dat dan?’ ‘Luistert. We kunnen het kalmer aanpakken en beginnen met puiten en escargots. Slakken en kikkerbillen verkopen goed de laatste jaren.’ ‘En onze grond dan? Onze wijdse akkers en weiden als wiegende zeeën? En waarom, o boer, gaan uw gedachten niet langer naar groensel uit?’ ‘Verkopen, natuurlijk, gij domme koe. En weidse is met een kippenei; waar hebt gij leren spreken, dedju?! En zwijg me van groensel, ‘k heb er de pest aan.’ ‘Slakken en puiten!? Och here God toch!’ roep de landbedrichtster verbouwereerd uit. ‘Maar zijt gij nu helegans betoeterd!?’ In een opwelling sloeg ze de boer de kop in met een zelfgemaakte ijslantaarn, want het was putje winter. Daarna ontdooide ze het moordwapen bij de stoof en hakte de boer in hapklare brokken.


    17-01-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.178: Bijna

    BIJNA

    Ik ben enkele weken verwijderd van mijn zeshonderdste column voor de Krant van West-Vlaanderen. Ik haal dit nu al even aan, omdat ik die dag zelf het daarover niet wil hebben, want dan wordt het een doemdag en ik ben bijgelovig. Die kolom heeft in de loop der jaren verschillende vormen aangenomen. Vroeger heette mijn stukje ‘Deze kant boven’. De laatste jaren prijkt er ‘Cursief’ boven. Een keer kreeg het de kop ‘Stukje’, op mijn verzoek, omdat ik toen schreef zonder de letter R te gebruiken, over mosselen. Ik heb ook diverse begeleidende tekeningen en foto’s van mijn eigen kop meegemaakt. Fraai zicht. Vaak heb ik geprobeerd mijn stukjes op Torhoutse mosterd te doen gelijken. Of ernaar te laten smaken, eerder. Ik schreef overigens ooit een ode aan dat fameuze donkerbruine goedje uit de Houtlandse Sparrenstede. Hij is vrij pikant, hij smaakt lekker zomaar op een boterham en hij veroorzaakt ook aardige vinaigrettes. Als ik ooit moordverhalen publiceer, en die bestaan ondertussen al, zal mijn hoofdpersonage geen duvel drinken, maar mosterd eten. Reacties op mijn stukjes ? Welja. Leuke, bemoedigende, zielenzalvende, olijke, vrolijke. Twee keer een dreigbrief. Een keer een verbaal dreigement in de trein. Twee keer iets wat op een doodsbedreiging leek. Dat heb je wel meer als je ofwel een expliciet standpunt inneemt ofwel parabolische ironie bedrijft. Mijn cursieve ongenoegen over tv-programma’s of BV’s of politici bijvoorbeeld is voor mij altijd een leuke ontspanning geweest, terwijl ik het zoutvaatje ook binnen handbereik van de lezer vermoedde, hoopte en dacht. Zelf hou ik veel van en lees ik graag kort proza: kortverhalen, novelles, cursieve teksten. Vroeger wilden uitgevers dat wel eens bundelen en publiceren. Dat is ook een Angel-Saksische literaire traditie. Nu gebeurt dat bij ons veel minder, tenzij je met je tronie vaak op tv komt. Jammer. Ik las heel graag stukjes van Bomans, Carmiggelt en verhalen van Dickens en D.H. Lawrence. Toen eeuwen geleden De Oude Thorhoutenaar nog bestond (en ook concurrent De Torhoutse Bode), pleegde ik als student daar soms een stukje in over literatuur. En in hun aanvankelijk beroep, in de beginjaren, hadden mijn ouders allebei iets met kranten en drukken te maken, in Torhout en in Gent. De appel valt dus weer niet ver van de stam. 


    02-01-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.177: Onafhankelijkheid

    ONAFHANKELIJKHEID

    Een zonnige maar eerder koude juninamiddag in mijn zeer Engelse tuin, een paar jaar geleden. Niets liet vermoeden dat over enkele ogenblikken mijn leven ondersteboven zou worden gekarnd. Het zou bijvoorbeeld zonde zijn mocht de telefoon rinkelen. Hij rinkelde. Op deze rustige junidag, terwijl de zon als een knalgele eierdooier aan het mariablauwe zwerk dobberde, rinkelde godverongelukt die kleretelefoon. Ik zette mijn bord kaviaar op het marmeren muurtje rond mijn vijver en haastte me naar binnen. Je wist maar nooit wat er in de lucht hing. En zie: andermaal maakte ik een fraai staaltje van vergrijzingsproblematiek mee. Ik schreef al vaker over de stommiteit van diverse instanties, evenementen, initiatiefnemers, etc … om vijftigplussers niet aan te spreken en dus als doelgroep te verwaarlozen. Een grove misrekening, want we zijn met velen, en we worden groter en groter. Nu, luister. ‘Hallo, hier met Mildred van het Onafhankelijk Ziekenfonds. Ik bel u even in verband met … ‘ ‘Goedemiddag Mildred, ik … ‘ ‘Kan ik u even spreken over het Onafhankelijk Ziekenfonds?’ ‘Graag, maar ik heb al … ‘ ‘Het duurt niet lang.’ ‘Maar ik ben niet ziek.’ ‘Echt, even maar.’ ‘Maar ik heb al … ‘ ‘Wij richten ons tot de leeftijden tussen 20 en 50 jaar en … ‘ ‘O, maar … ‘ ‘De voorwaarden moeten in vergelijking met de andere … ‘ ‘Maar ik ben al meer dan 50.’ ‘ … niet onderdoen … ‘ ‘IK BEN 52.’ ‘O … eh … dan is dit niet van toepassing op u, meneer.’ ‘Nee, hé?’ (Jammer dat ze mijn grijns niet kon zien). ‘Toch bedankt, meneer.’ ‘Dag Mildred,’ zei ik. ‘In een volgend leven denk ik aan u en uw Onafhankelijk Ziekenfonds.’ Hoorde ze me nog? Ze zitten dus werkelijk met een probleem. Vergrijzing. Arme midlifers. Ze mogen ons, de mensen met het meeste geld en het grootste verstand, niet meer meerekenen of aanspreken. Wij die al jaren languit liggen te lurken aan de tepels van de consumptiemaatschappij! Wij die smijten met geld! Wij die zelfs verzekerd zijn tegen verzekeringen! Ik hoop dat er nog eens een Mildred belt. Ik zal die dan wijsmaken dat ik 49,5 jaar ben, en ongeneeslijk gezond. Zo gezond, dat ik zelfs geen ziekenfonds heb. Dan zitten ze met een nog groter probleem. A propos: toen ik terug in mijn tuin kwam, had een slokop van een reiger mijn kaviaar uitgelepeld. Ook dat nog.


    22-12-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.176: Zo fout als wat

    ZO FOUT ALS WAT

    (Spaanse griep, Engelse ziekte, Joods kabaal, Tussentaal)

    - Ik heb alles dubbel: los diablos.
    - Dikke pens: fata organa.
    - Moet er nog zand zijn?: sanctus sanctus sablos.
    - Maar vent toch!: juventus!
    - Die vlieger gaat niet op: symballon des ongeloofs.
    - Het Beloofde Land: Jodium.
    - Golgotha: Podium.
    - Een hemelse blik: facelift.
    - Een open doek: boerkalift.
    - Een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (maar meestal wel): ano domino.
    - Leven en werken van een kok: curryculum vitae.
    - Geen thermiek, bewolkt, grijs, aanhoudend droog:
    Leterme.
    - Oudheidkundigen: piramidioten.
    - Wollige taal: zinsverduistering
    - België: land uit zicht.


    09-12-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.175: Wei-gevoel

    WEI-GEVOEL

    ‘Bijlange niet,’ sprak het paard in de wei tot mij. ‘Wij trekken ons niks aan van zonsverduisteringen. Wij, dieren, hebben andere katten te geselen.’ ‘Ach zo,’ knikte ik. Meewarig bekeek het paard mijn hond aan de leiband. Elke avond passeerde ik de wei met mijn hond, voor een hygiënische wandeling in de randstedelijke natuur. Soms stond het paard in de wei. ‘Laat jij de hond uit of doet hij dat met jou?’ vroeg het paard dan. ‘Dat is een klassiekertje, hoor,’ antwoordde ik. ‘En als die leiband knapt, loop je dan weg?’ ‘Die is al zo sterk als een paardenteugel. En Pavlov is een huisdier. Hij keert dus altijd terug naar huis, als hij tenminste niet onder een witte volvo of een zwarte saab vermorzeld wordt.’ ‘Pavlov? Gekke naam.’ ‘Dat was ooit een Russische minister van financiën.’ ‘O ja, dat zal wel.’ ‘Heb jij ook een naam?’ vroeg ik aan het paard. ‘Odysseus,’ zei het beest. ‘Dat was de bedenker van het paard van Troje, weet je nog wel.’ ‘Jaja. Mooie truc was dat.’ Odysseus knikte even naar mijn kleine mormel. ‘Zo’n hondenleven zou ik bijlange niet willen leiden.’ ‘Je kiest daar niet voor, hé,’ merkte ik wijs op. ‘Hangt af van je vorige leven,’ mompelde hij. ‘Kan dat ding praten?’ ‘Alleen waf-mailen en kwispelen.’ ‘Kennen we. Hoe kleiner, hoe dommer, hoe talrijker. Laat hem niet in mijn wei komen. Hij zal naar mijn benen happen. En die zijn edel.’ ‘Ik heb alles stevig in de hand, Odysseus.’ ‘Nog enig nieuws in de grote stad?’ ‘De tomaten worden binnenkort weer een mep duurder. En de benzine.’ ‘Mij een zorg. Waar is de tijd van de paardentram. Ach, die slechte, oude tijd.’ ‘Heb je nog een beroep of ben je op rust?’ vroeg ik. Odysseus haalde enkele schouders op en rilde om de vliegen van zijn rug weg te jagen. ‘Meer dan een stoet of een optocht zit er niet meer in. De benen willen niet zo goed meer mee. Enkele kennissen van mij krijgen wel weer politie op hun rug.’ ‘Pavlov voert de hele dag geen klap uit.’ ‘Ze maken ze niet meer zoals vroeger, hé.’ ‘Ik vraag me af wat de toekomst brengt.’ ‘Ik niet. Als ze me verhakselen tot hondenvoer, dan keer ik in een ander leven terug als doctor in de wiskunde. Ik kan al tellen. Moet ik eens … ?’ Odysseus hief al een rechterbeen op. ‘Neenee … ‘ haastte ik me te zeggen. ‘Ik moet er weer eens vandoor.’ ‘Nou dan,’ zei het paard gekrenkt. ‘Op zes poten ben je vlug weer thuis. Hé, kijk: je mormel is in slaap gevallen.’ ‘Ik geloof het ook,’ zei ik, en ik snokte even aan de leiband. ‘Héla!’ riep Pavlov plotseling. ‘Een beetje ruftig hé! Pretenfieuve paardenkop die je bent! Morgen nemen we een andere route. Ik verveel me hier altijd ftierlijk. Oké, baaf?’ Ik knikte verrast. Het was de eerste keer dat ik hoorde dat Pavlov een spraakgebrek had. ‘Ik ben van de hond Gods geslagen!’ riep het paard ons nog na.


    25-11-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.174: Merk

    MERK

    Mijn oog viel op het botervlootje Planta en ik sloeg aan het denken over merknamen vroeger en nu. Wat bestaat er nog? Wat is verdwenen? Solo, Planta, Coca Cola, Kwatta, Zemir, Dixan, Almos, Sprint, Dash (jarig!), Persil, Lamot, M&M, Donko, Miele, Côte d’or, Fanta … Overleven de tweelettergrepige merknamen met ietwat van een rijmeffect het langst? Om ze langer te doen onthouden, zoals de eindwoorden in Vlaamse schlagers? Waar halen de bedenkers van die namen hun mosterd? Transportbedrijven gebruiken vaak afknottingen en combinaties van namen en plaatsen: Kortransver, Vantextor, Moertranswest, … en meer van dat fraais. Dat leidt dus soms tot de vreemdste letterwoorden, net als bij sommige firmanamen. Er is nog meer van dat leuks. Er is een dichteres bij achternaam genaamd Ozon. Een renner die Velo heet. Mijn zoon signaleerde tevens een zekere dokter Dokter. Tja, terug naar Calvé, Betterfood, Koetjes Reep en Primus. Sommige films of feuilletons die oudere tijden evoceren, moeten hun geloofwaardigheid o.a. uit oude merknamen in het straatbeeld halen: Op-Ale, Boule d’Or, Koloniale Loterij. Ooit stopte ik met stoppen met roken door de merknaam en het uiterlijk van een pakje sigaretten: Laurens 48. Een woord gecombineerd met een geheimzinnig getal. Waarom 48? Er zaten maar 20 sigaretten in. Het was een klein, geel, geruit pakje. In die tijd liet ik me ook vertellen dat ‘men’ in Knokke bij voorkeur Dunhill-sigaretten opstak. ‘Knokke’ was op zich al een merknaam voor iets anders. O, en de parfums dan. Geurige namen natuurlijk. Namen van bekende huizen. Soms ook met een getalletje erbij. En wat voor omhulsels voor het vege lijf dragen we? Hugo Boss, Mexx, P&C of Oud Huis Trio? Sommige merknamen raken in de loop der jaren zo ingeburgerd dat ze in de woordenboeken belanden, met kleine beginletter: pils, praline, ford, sandwich. Dat zijn duidelijk de blijvertjes. De taalkunde van de merknaam is best wel boeiend. Wat roept een onbestaand woord op aan geuren, kleuren, smaken? Wie doet de mooiste vondst en hoe lang gaat die mee? Hoe klinkt het bij de concurrentie? Nou, tijd voor een Cha-Cha, een Snicker of een Leo. En ik raak nog altijd niet wijs uit Balade met één l. Tot slot een tweetal beklijvende reclameslogans, ooit bedacht in tijden van oliecrisis. Voor uw Shell, loop naar de pomp. Tank u wel.




                                                  COPYRIGHT JORIS DENOO
    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Een blauwe plek
  • Moord !
  • Meester in de Vakken
  • De ongecomponeerde noot
  • Poëzie
  • Romaneske boeken
  • Satisfiction
  • Romans & Theater
  • Vreeslijke verhalen
  • Miljarden flarden

    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Sjors DNO eind vorige eeuw in een sneeuwstorm in Chicago


    Mail

    Druk op de knop


    Archief per jaar
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005

    Foto

    Foto

    Foto

                       IK ALS UK
    Foto

    Me reading HARDZIEK, romandebuut Sarah Denoo

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!