NIEUW: Blog reclamevrij maken?
SCHUINE TEKSTEN
Inhoud blog
  • 315: Roland
  • 314: Bermkip
  • 313: Men
  • 312: Bruder Lustig
  • 311: Signeergesprek
  • 310: Rook
  • 309: Ode aan mijn bh
  • 308: Alfa
  • 307: Vijgen voor Pasen
  • 306: Wereldsmart
  • 305: Jonge ouderen
  • 304: De Boekenkrijg
  • 303: www.zot.com.bébé
  • 302: Echte fictie
  • 301: Mundial
  • 300: De Felle
  • 299: Westlof
  • 298: Lam Gods
  • 297: Jacky
  • 296: Hop paardje hop!
  • 295: God?
  • 294: Acoliet
  • 293: PP
  • 292: Netwerk
  • 291: Leffaards
  • 290: Het varkensei
  • 289: Geheim
  • 288: Geknipt
  • 287: Geloof
  • 286: Stommeling
  • 285: Een aardig ding
  • 265: VRESELIJK
  • 284: Kloon
  • 283: Allojjo
  • 282: Schaakstuk
  • 281: Communicatie
  • 280: Figuur
  • 279: Hairbag
  • 278: Lijstjes
  • 277: Jos, Joste, Gejost
  • 276: Melk?
  • 274: Frinch fraais
  • 273: Mager Heineken
  • 272: Appartemens
  • 271: Gestopt
  • 270: Ik zou u schrijven
  • 269: Koksmonoloog
  • 268: Een photo
  • 267: Getetter & Getoeter
  • 266: Water
  • 264: Beu
  • 263: Acteur
  • 262: Vederlands
  • 261: Etters & Engelen
  • 260: Men spele...
  • 259: Kwaak
  • 258: Geschoold
  • 257: A la recherche
  • 256: WJZBJZ
  • 255: Eindelijk
  • 254: 'Het' gezin
  • 253: Repetitieruis
  • 252: Kiespijn
  • 251: Reis Hiernamaals
  • 249: Gezondheid
  • 248: Speeltijden
  • 247: Rood licht
  • 246: Ruis
  • 245: Weg
  • 244: Mom
  • 243: HET JAAR ELF
  • 242: Kloon
  • 241: In de put
  • 240: Huid & Haar
  • 239: Zomer 11
  • 238: Duimen maar
  • 237: Poirot
  • 236: Smoke
  • 235: Collateral
  • 234: Nachtraven
  • 233: Undercover
  • 232: Frietpeace
  • 231: Kopie-Kopie
  • 230: Gezeid is gezeid
  • 229: Vreemde man
  • 228: Een stuk
  • 227: België
  • 226: Mijn meesters
  • DRAMA
  • 225: GVD
  • 224: Veldinterview
  • 223: Sprook
  • 222: Zappa
  • 221: Een bod op God
  • 220: Curryculum Vitae
  • 219: Tovenaar
  • 218: Perspest
  • 217: Animatietype
  • 216: Ruim
  • 215: De erwt
  • 214: Podiumbeest
  • 213: Mobiliteit
  • 212: Twee tijgereieren
  • 211: De kus
  • 210: Wolf
  • 209: Een reus
  • 208: Opsporingsbericht
  • 207: K met zuurpruim
  • 206: Volksverlakkerij
  • 205: Doppedrop
  • 204: Kap
  • 203: Affiche
  • 202: Regen
  • 201: Stuk
  • 200: Hair
  • 199: Wie A zegt
  • 198: Bijsluiter
  • 197: TV
  • 196: Arno
  • 195: Letters & Letteren
  • 194: Taalkunde
  • 193: Onder de zon
  • 192: Besparen
  • 191: De goede man
  • 190: Van die dagen
  • 189: Zwarte zwaan
  • 188: Questionnaire
  • 187: Say cheese
  • 186: Loteling
  • 185: Een zwaluw
  • 184: Grijs
  • 183: Claus
  • 182: Liefhebber
  • 181: Monumenten
  • 180: Erger
  • 179: Landbouw
  • 178: Bijna
  • 177: Onafhankelijkheid
  • 176: Zo fout als wat
  • 175: Wei-gevoel
  • 174: Merk
  • 173: Mens
  • 172: Pikant
  • 171: 50 vragen
  • 170: Jinx
  • 169: Wiskunst
  • 167: Met alle Chinezen
  • 166: Mooiste woorden
  • 165: Rijm
  • 164: Internetman
  • 163: EVBO
  • 162: Hondenleven
  • 161: Carrière
  • 160: Coureur local
  • 159: Kip ik heb je
  • 158: Politiek programma
  • 157: Design
  • 156: Kreeft
  • 155: Nicotine
  • 154: Gastronomen
  • 153: Verleiden
  • 152: Opinie
  • 151: 1e hulp in gevallen
  • 150: Verzamelwoedend
  • 149: Fakir
  • 148: Cliché
  • 147: Iets anders
  • 146: Uit de kunst
  • 145: Appartemensen
  • 144: Wereldwoeden
  • 143: Ongerijmd
  • 142: Dagboek van 1 dief
  • 141: Vioolkist
  • 140: Ouden van dagen
  • 139: Automatische piloot
  • 138: Leugendetector
  • 137: Hotel Milan
  • 136: De Diepe Gedachte
  • 135: De weg vragen
  • 134: Mag ik overvaren?
  • 133: Leven op Mars
  • 132: Vogelvlucht
  • 131: Faer♠er-gevoel
  • 130: Lolbroek
  • 129: Sollicitatie
  • 128: De Q van Proust
  • 127: Volg je nog?
  • 126: Kerstmisdaad
  • 125: Hartstuk
  • 124: Mozart in november
  • 123: Heb je gedronken?
  • 122: Frambozen in melk
  • 121: Appelschudder
  • 120: Quo Vadis?
  • 119: Niespijn
  • 118: Rog
  • 117: Opiniepeiling
  • 116: Vragen aan 1 engel
  • 115: Garnaal
  • 114: De collectie
    Zoeken in blog

    Foto
    Aan de sneeuwzee in Vlaanderen, februari 2012
    Foto

    Jowan & Joris in Stotendorp Heule

    Foto

            Red shoes Wilma

    Foto

    Younger me, already salt 'n pepper

    DEZE KANT BOVEN (Sjors DNO)
    SCHUINE TEKSTEN
    26-02-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.269: Koksmonoloog

    MONOLOOG VAN DE KOK

    (fragment uit het toneelstuk Hotel De Stervende Olifant)

     

    { Onbestemde ruimte. Suggestie: achtergrondprojectie Bulgaars landschap? Eerder als in een droom. Chef-kok Skinov houdt een culinaire monoloog, gewapend met een schuimspaan waarmee hij zijn woorden dirigeert. Hij is ook in volle koksplunje en draagt een groot rugnummer 1. Af en toe grijpt hij iets eet- of drinkbaars uit een voorraadzakje om zijn hals, zoals renners op de fiets dat doen. Dat zakje wordt hem op een bepaald ogenblik aangereikt door een overdreven lange arm, die tijdens deze scène voortdurend zichtbaar is vanuit de coulissen, totdat het zakje is aangereikt. Dat mag een overdreven, zeer lange arm zijn. Deze scène figureert eigenlijk als een visioen. Het kan een droom van Skinov zijn, die alludeert op de dood(soorzaak) van een beroepsrenner: bloeddoping annex viscositeit van het bloed annex (risico op) trombose met de dood tot gevolg. }

    Skinov {hoogdravend}Bulgaren leven lang! Bulgaren tergen de tijd! Het zijn niet de tijden die veranderen, maar de mensen die verouderen. Bulgaren niet. Geheime diëten met Bulgaarse yoghurt beletten het stremmen van het menselijk bloed. Balkanblubber waar zo de spot mee gedreven wordt, doet iets aan de viscositeit ofte stroperigheid van het bloed.  Bulgaarse koks raken niet van de kook.

    (HIER GAAT SKINOV ZIJN EETZAKJE PLUKKEN VAN DE OVERDREVEN LANGE ARM DIE HET HEM VANUIT DE COULISSE AL ONONDERBROKEN ZICHTBAAR AANREIKT. HIERBIJ IS ZIJN RUGNUMMER 1 OOK GOED TE ZIEN. HIJ HANGT HET ZAKJE OM ZIJN HALS. EEN KEER NEEMT HIJ IETS TE ETEN; EEN KEER IETS OM TE DRINKEN. DE LANGE ARM VERDWIJNT ONDERTUSSEN LANGZAAM.)

    Hun gasten raken evenmin van de kook. Mijn sauzen zijn bloedverdunnend; mijn vuren antibacterieel. Ook blauw bloed hoeft me niet te vrezen. Ik kan blauw koken; ik kan rood koken; ik kan groen koken; ik kan zwart koken. Ik kan de eenkleurige kok bij uitstek zijn: één dag, één kleur. Wees gerust: uw bloed wordt er niet dikker van. Ik kan ook de Bulgaarse, de Vlaamse, de Waalse en de Belgische vlag koken. Coq-au-vin. Vol-au-vent. Coq-au-vent. Vol-au-vin. Coq-au-Vol. Vol-au-Coq. Ik hutsel; ik knutsel. Regenboog- en olijfboomkoken kan ik. Ik heb al voor heter vuren gestaan. Koken zit me in het bloed. Mijn bloed kookt. Ik trek mijn messen. Ik sidder en ik sudder bij de aanblik van een krop jonge sla met een diep verborgen knop, ik sidder en ik sudder bij de aanblik van een koppel opengespreide kikkerbillen als jongemeisjesdijen, ik sidder en ik sudder bij de aanblik van een knipogend konijnenoog in de gelatine van potjesvlees gevangen, ik sidder en ik sudder bij de schreeuw van de kreeft vlak voor het dodelijke doopsel. Ik ken de weldaden voor het menselijk bloed: de heilige oliesels uit Italië, de goede oliën uit de noten, de knoflook die de papillen teistert en de adem verpest, de sappen van {nadrukkelijk} beetgare en Búlgare wortelen. De evenaar, Kreeftskeerkring en Steenbokskeerkring lopen door mijn keuken. Ik eet en ik kneed en ik weet wat goed is voor merg, been, huid, haar, spier, bloed, hersens, kak en pis, want dat is wat de mens is. En als het moet, dan krijg je van mij een steak pretentie. Tweedegeneratievlees. Dan zeg ik: neemt en eet en verslik en stik, mijn boontje komt om zijn loontje. Voedertijd! Ravitaillering! Potjes poeders! Zakjes bloed! Voorwaar ik zeg u: eet mij, drink mij, dit is mijn vlees, dit is mijn bloed …

    { De rest gaat verloren in hevig geclaxonneer van volgwagens à la façon de Tour de France }.


    21-01-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.268: Een photo

    EEN PHOTO

     

    Interrogatum est: Inveniamne?

    Responsum est : Invenies.

    Fiamne dives ? Fies.

    Vivamne invidendus ? Vives.

    Moriarne in lecto meo ? Ita.

     

    Er is gevraagd: Zal ik het vinden?

    Het antwoord is: Dat zult gij.

    Zal ik rijk worden? Ja, dat zult gij.

    Zal ik tijdens mijn leven benijd worden? Dat zult gij.

    Zal ik in mijn bed sterven? Zo zal het zijn.

     

    Dat zijn de vragen die de hoog dichtgeknoopte vrouw op de oude foto aan de zwaar bebakkebaarde man naast haar onuitgesproken stelt. Zij kijkt hem daarbij niet aan. Zij kijkt, zoals haar ooit gevraagd werd, in de lens. De vrouw zit op een kleine sofa; de hand van de man rust op de leuning van de sofa. Hijzelf staat half achter het ontroerende zitmeubeltje. Hij denkt: ‘Ik heb een goede vrouw. Tijd om met haar weer eens vereeuwigd te worden.’

    De vrouw is aan de fles, maar de man weet dat niet. Hij zit vele malen eenvoudiger in elkaar dan zijn eegade. Zijzelf is een hoogbegaafde huisvrouw – een van de allereerste, omdat er sinds die tijden geen geld meer is voor een huishoudster, butler, kokkin en stalknecht. Nochtans heeft zij ooit Latijn, Grieks en algebra geleerd. Daar kan zij geen gezin mee beredderen (en op photo’s ook niet doen alsof) dat zes kinderen telt, telde: vier in leven. Omdat het leven uit haar werd weggezogen, giet zij het stiekem weer vol met alcohol. Geestrijke dranken verdoven ietwat haar geest. Of dat waar vele anderen noch de woorden noch het bevattingsvermogen voor hebben. Zij bezweren ietwat het gevaar, maar net zo goed doen zij dat harder oplaaien.

    Het is de laatste photo genomen van de vrouw.    

    Was deze intelligente vrouw misschien na een stuitend misverstand met haar wettelijk geregelde wederhelft domweg over een po gestruikeld, ondertussen door die ongelukkige val de geest gevend, en was zij daarna inderdaad in haar (eigen) bed getuimeld? De schedelpan gespleten door de kracht van een snel geheven en weer neerdalende kandelaar? (O geliefd moordvoorwerp!) Of gewurgd door een stel vertrouwde mannenhanden die… nou: zichzelf plotseling niet langer in de hand hadden? Of… was er een andere teelballendrager in het spel? In diezelfde slaapkamer? Vrouw, misschien? Is er met gif gewerkt? Naalden, priemen? Een diepgevroren schapenbout? Is deze hoog dichtgeknoopte persoon van vrouwelijke kunne onwel geworden door een uiterst naar bericht en was er niemand in de onmiddellijke omgeving om Hare Hoogdichtgeknooptheid te ontknopen? Zag ze overal hardheid en hindernissen, schoot ze zich daarom voor het hoofd en viel ze daarna in een laatste sentimentele wanhoopskramp van troost op haar eigen bedhelft neer? Een horizontaal sanctuary? Nooit meer slapen, nooit meer opstaan?

    We zullen het nooit te weten komen als we alleen maar naar deze veelzeggende photo staren. Feit is dat dit de laatste photo betreft van de vrouw in levenden lijve. We zullen forensische wetenschappen nodig hebben om deze boeiende photografie met andere ogen te bekijken.


    19-12-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.267: Getetter & Getoeter

    GETETTER EN GETOETER IN DE LETTEREN


    Schaduw van de koning is een hallucinante letterkundige prestatie, gestut door een groots historisch besef, een scherpe pen en een perfect gevoel voor opbouw en spanning’ (Herman Brusselmans, op de achterflap en op de cover).

    ‘De origineelste van alle Vlaamse misdaadauteurs’ (Che)

    ‘Een unicum in de Vlaamse thrillerwereld’ (Humo)

    ‘Niemand schrijft thrillers als Bavo Dhooge’ (Standaard der Letteren)

    Schaduw van de koning is zijn voorlopige magnum opus’ (citaat uit de flaptekst)

    Laten we even kijken.

    Eerste citaat: ‘Kolonel Werner Kiewitz, de bewaker,’ zei de man. ‘Wat is er gebeurd met uw arm?’ Hij knikte naar de leegte, de herinnering aan mijn rechterarm en schouder.

    Tweede citaat, enkele bladzijden verder: ‘Ik deed zachtjes de deur weer dicht en waste mijn handen voor de gebarsten spiegel, die mijn gezicht in twee helften leek te splitsen. Een goede helft was er echter niet meer.’

    Nou, wat hebben we hier voor hallucinants letterkundigs? Als dat niet thrillt!!

    Een eenarmig hoofdpersonage dat plotseling zijn handen staat te wassen. En dat reeds in het begin van het verhaal. Niet te verwonderen dat het de grootste lapzwans uit de letteren is die zowel voor als achter op de cover zes holle adjectieven (moet het overigens niet groot zijn in plaats van groots?) over deze thriller de letterkundige wereld in bazuint. Je vraagt je af hoeveel per stuk dat moest kosten. En of het boek nu tegen halve prijs verkocht zal worden.


    19-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.266: Water

    WATER                                                                                            

    Water uit de hemel kan je niet eeuwig tegenhouden. Dijken dammen het aardewater af. Hemelwater valt niet mee.

    Nederland heeft nog vijf jaar te leven. De zeespiegel stijgt en het regent onverdroten. De klank van ‘verdriet’ zit in dat woord. En van ‘vergiet’.

    Voor een lage streek zijn de dijken en de dammen maar materiële symbolen van een ijdele hoop. De les van 1953 is wel geleerd, maar die van 2018 zal niemand in Nederland ooit nog navertellen. Tenzij het koninkrijkje voltallig op het water gaat wonen.

    Op de documentaire tv-zenders is – met weliswaar rustige stem – al jaren gewaarschuwd voor vloed en snood. In nog andere documentaires werd – met iets onrustiger stem – geponeerd dat water het nieuwe kapitaal van de toekomst uit zal maken.

    Nou.
    Laat het dan maar regenen, zeker?
    Iemand nog een glas water?

    Een dreigende druppel die in een plas valt, kan de toon zetten voor een beklemmende film.
    Vuur kan je wegjagen. Door hetzelfde water waarmee je vuur wegjaagt, word je de dood in gejaagd.

    Water lijkt altijd gelijk aan zichzelf te zijn. Er is niets tegen in te brengen. Je moet het nemen zoals het is of zoals het zich aandient. Aanvankelijk kun je opvangen of afleiden. Zelfs gebruiken. Gewoon laten vallen of komen, maar wanneer water wraak neemt en de massa groter en onbeheersbaar wordt, ben je prooi en slachtoffer.

    Nederland zal nooit verdwijnen door bosbranden. Je mag het dan nog op z’n geheel schroeien of blakeren. Het zal wel verzuipen. De watermassa’s zullen boven deze lage streken een grote natte rimpeling draperen, de aquadoodsreutel van Kikkerland. Hier en daar zal de opperste spits van een torengebouw nog als een vingerwijzing in de lucht priemen: ‘Jongens, had toch dat glas water uitgedronken!’

    Heel Nederland zal H²O zijn.

    De Hollandzee.

    Geen storm in een glas water.

    PS De sinterklaasstorm van 5-6 december 2013 was een waarschuwingsprik.

           Het betrof een oefening in 'oranje boven'. 

    (Begin december waren de boomkruinen al voldoende krokant om bij de eerstvolgende windstoten hun bladeren af te geven. Niemand had zich echter aan die sinterklaasstorm verwacht. De combinatie ‘waaiweer’ en ‘sint’ fietst er bij iedereen in als zoete koek, maar dit zou andere koek worden. Zei men.
    En zie, voorwaar: bij nacht en ontij werden anno 2013 andermaal (remember WOI, WOII, 1953) zandzakjesweringen opgetrokken, dit keer door mensen in oranje hesjes. Oranje boven. Geleidelijk aan werd duidelijk dat het waterpeil zorgen baarde, en niet de grillen van Heer Wind. Het dreigende geklots bereikte hier en daar zijn tergende recordhoogte, maar uiteindelijk kleurden de lage streken aan zee en aan de Schelde niet langer oranje.

    De grote vraag is nu: hoelang zal het nog oranje boven zijn?)

    XTRA PS In Vlaanderen/België gaf men de sinterklaasstorm de naam 'Dirk'. Stormen/orkanen krijgen toch vrouwennamen?

    XXTRA PS In februari 2014 loopt eerst een stuk van Good Old England onder water.


    18-10-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.264: Beu

    BEU

     
    - Beu!
     
    - Koeiemorgen.
     
    - Allez: loei, ja!
     
    - Beu!
     
    - Koe zo! 

    07-10-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.263: Acteur

    ACTEUR                                 

    En ja hoor, het deed zich plotseling voor. Omdat we sedert kort niet zo ver van elkaar woonden. Zelfs dezelfde bankier hadden. Bakker. Slager. Ik botste op Gérard Depardieu in levenden lijve, niet ver van de taalgrens even bezuiden mijn eigen stadje. ‘Get a nosejob’: dat was het allereerste dat door mijn hoofd flitste. Gelukkig ontsnapte dat niet uit mijn mond. ‘Een klein wit gesneden brood’, vertolkte Depardieu. Dat was niet tot mij gericht. We stonden beiden tegenover een mooie bakkersvrouw. ‘Jouw broodje is wel al gebakken hé’, gromde ik onwillekeurig. (Als liefhebbersacteur sta ik wel vaker in mezelf te mompelen). Ik kon het niet helpen. ‘Hé?’ deed Gérard, zijn indrukwekkende lijf een kwartslag draaiend. De neus van de acteur veroorzaakte even een gulp oostenwind. ‘Goedemorgen meneer Depardieu’, groette ik eerbiedig in een aanpalende taal. Toen viel ik bijna steil achterover van onthutsing. Ik ontdekte dat hij een exemplaar van het Vlaamse theatermagazine OpenDoek onder zijn arm geklemd hield. Even kon ik geen woord meer uitbrengen, in geen enkele taal. ‘Heb ik iets van u aan misschien?’ informeerde de acteur dreigend-vriendelijk. ‘Maar nee, ik doe niet in grote maten’, stamelde ik verloren, terwijl mijn blikken zich andermaal aan zijn enorme pief vasthaakten. De bakkersvrouw overhandigde nu het kleine broodje aan de grote man. Daardoor kreeg ik de slappe lach. Tegelijkertijd kukelde het exemplaar van OpenDoek van onder Gérards arm op de grond. Gezamenlijk bogen we ons voorover om het ding op te rapen: ik proestend, hij geïrriteerd. Ik was waarschijnlijk de honderdduizendste oen die hem teisterde. We botsten nu knoerthard met onze koppen tegen elkaar. Daardoor kreeg ook de bakkersvrouw de slappe lach. Er trok donkere bewolking over het gezicht van de acteur. Hij klemde boos zijn broodje onder zijn arm en spoedde zich weg uit de bakkerij, met achterlating van OpenDoek. Diezelfde dag nog vroeg Gérard Depardieu de Russische nationaliteit aan.  En de bakkersvrouw abonneerde zich op OpenDoek. Een happy end aan een onwaarschijnlijk verhaal.


    28-07-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.262: Vederlands

    VEDERLANDS

    1. Letterbetisch

    Achterbaksel: lastig nageslacht op de achterbank van een auto

    Afkoriaans: afko-taal

    Appartemens: persoon levend op eenzame hoogte

    Asbest: as op z'n best. Op z'n asbest: niet op z'n paasbest. Dood.

    Baasontsteking: woedebui van iemand die het voor het zeggen heeft

    Basielzoekers: in de aap gelogeerde Fawlty Towersachtige hotelgasten

    Belgrim: Belg die ijvert tegen de barst in België

    Binnenpretparkje: aardig stadstuintje 

    Bikiniks: monokini

    Briesvak: tribunecompartiment van die-hards

    Bewijsbegeerte: drang naar vraagstukken en hun oplossingen; drang om te meten

    Curryculum: levensloop van een kok

    Coureur local: kermisrenner

    Chemie: bekend restaurant

    Demonstructie: samenraapsel van demonstratie, instructie, constructie, deconstructie, demon en demolish

    Diadeemstering: aanval van flauwte bij het ondergaan van andermans diareportage 

    Enterprise (The): Engels stopcontact

    Europa: vrijgevige opa op 1 januari

    Fluisternis: schemertoestand van ingetogenheid 

    Flestiek: plastic fles

    Fauto: foto van een auto

    Fouto: foto van een lelijke auto of lelijke foto van een auto

    Galopkak: diarree (synoniem: spreadshit)

    Glasnosticus: gelooft niet in dooi

    Godspot (ook: G-plek): kerk

    Gooikoorts: dronken drang om met alles te gooien

    Hakcent: cijfer na de komma

    Hoofddrol: directeur van de lege dozen

    Hoolifant: volslanke nietsontziende voetbalgeweldenaar

    I-A: het omgekeerde van A(d) (I)nterim

    IJshokkie: iglo

    Individuo: een duo dat onlosmakelijk tot één specifiek individu behoort. Voorbeeld: de kont

    Jawoord: nee

    Kijkgelijke: lookalike

    Kontainer: omvangrijke hoeveelheid zitvlees 

    Korstdag: tweede kerstdag

    Kluisteraar: toehoorder bij Een Dichter Leest Voor Uit Eigen Werk

    Krenggesprek: discussie met een tang van een wijf

    Lachmerrie: noodgedwongen te ondergane mop waar je niet mee kan lachen  

    Liggende wip: bepaalde schietsport

    Luchtmisdrijf: ongezonde uitstoot

    Mayonijsje: uitgelopen ijsje

    Millenniummers: die zijn geboren tussen 2000 en 2010

    Miskunde: het buisvak wiskunde

    Neerslagtigheid: herfst in je hoofd   

    Nelders: nergens anders

    Neuzelarij: neusinhoud 

    Nopdat: opdat niet (zoals in 'lest we forget')

    Nostaligie: heimwee naar kaarsen, wierook, missaals en Latijnse missen

    Onderdegrondstopping:  teraardebestelling van een vijand 

    Ooigevaar: schaap dat in wolf veranderd blijkt te zijn

    Papenkruis: ultramontaan kruisteken

    Quotiënt: spoorloos patiënt

    Religeus: probeert ongelovig te zijn

    Rotterdame: kerk als sanctuary gebruikt door vooral havensloeries & -sletten

    Roverheid: corrupte overheid

    Rukwind: geladen variant van rugwind; veest tijdens het rukken

    Rushuis: rusthuis in de fik 

    Scheldklier: overspannen iemand die met overslaande stem iemand de mantel uitveegt

    Sms: afko van smoes 

    Seriewoordenaar: romanschrijver 

    Stopcontract: ontslag

    Tweehonderd: een duo sufferds van honden, vergelijkende trap 

    Turnzak: bedorven Nederlands voor slechte leraar gymnastiek

    Ukkelpop:  Sabine Hagedoren

    Upperdog: met das opgeknoopt kaderlid uit de bovenwereld

    Vakbons: werkloosheidsuitkering of gouden handdruk of hoge pief in de vakbond

    Videoot: mens zonder papieren of beeldbuizerd

    Vlameling: Vlaming die zich niet meer thuis voelt in het multiculturele Vlaanderen

    Waanhoop: zeer ijdele hoop

    Webdracht: taak op het internet

    Wisdaad: perfecte moord

    Woelrenner: onbetrouwbaar eindspurter

    Wijnbegeerte: alle wijsheid in een kan

    X: afko voor ‘k zal lang moeten zoeken

    Y: Griekse schiereiletter

    Zaagmeel: ongevraagd steeds weerkerend mailbericht

    Zakjapanner: kleine Japanner 

    Zinsverduistering: kaduke zinsbouw. Wanneer grammatica dramatica wordt. 


    2. Vederlichte inspraken

    Winnen is belangrijker dan deelnemen
    Ooit zal niets van dat alles van ons zijn
    Beauty calls
    Jammer dat God dit niet meer mocht beleven
    Gelukkig geleek de pasgeboren baby vooral op zichzelf
    Kunt u leven van de pen? Ik kan er wel bij blijven werken
    We zitten een leven uit op later en dood


    3. Vedersproken

    Er heerste een ijzige stilte toen de vorst zijn intrede deed

    ( Vederdenker: … kan worden vervolgd … )


    14-07-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.261: Etters & Engelen

    ETTERS & ENGELEN

    Kinderen, engelen zonder vakbond, ettertjes zonder stemplicht, hebben me al vaker geïnspireerd om te schrijven. Soms ook inspireren ze me om ze vierkant bij hun lurven te vatten en ze te doen kiezen tussen een half pak rammel of een volle week ouderwets internaat op levertraan en vis en melk met vellen. Kinderen: volwassenen op maquetteformaat? Volwassenen: ex-kinderen? Het hangt er waarschijnlijk van af hoe je je zelf op een bepaald ogenblik voelt. Ooit, lang geleden, maakte ik op één en dezelfde dag drie dingen mee waardoor ik andermaal over kinderen begon na te denken en waardoor ik dit stukje ging schrijven.

    Eén. Mijn vrouw en ik zaten ons blauw te ergeren tijdens een schoolvoorstelling van Midzomernachtsdroom, Schaakspier. Reden: frequent gefluister tussen twee prepubers vlak voor ons. Het stoorde grondig. Vooral omdat Shake’s dialogen veel beter waren. Net op het ogenblik dat we wilden ingrijpen, deed een andere vrouw dat. Maar… met een van onze kinderen, die met een vriendinnetje enkele ongemakkelijke stoelen verder blijkbaar ook stoorzender zat te zijn. ‘… blijft ge maar beter thuis…’, vingen we nog net op. Familiale interpellatie tijdens de pauze: het was natuurlijk weer niet de schuld van mijn dochter. ’t Is altijd de ander.

    Twee. Een shoppingkoffie aan een tafeltje bij het raam van een taverne. Een gezellig plasje inktzwarte troost midden in een propvolle drukke dag. Achter mij zat een wettelijk geregeld koppel. Hun nageslacht, in de vorm van een kind, liep rondjes in de taverne. Plotse, dreigende acceleratie van ruziënde stemmen: een theeënde dame kon die rondjes niet langer aanzien. Of kon ze niet tegen het uiterlijk van de beide verwekkers? De papa had lang haar en de mama zag er ook goed uit. Gekrakeel dus. ‘… blijft ge maar beter thuis…’, ving ik andermaal op. De dienster en de gerant werden er zelfs bijgeroepen. In stilte koos ik partij voor het kind. ‘Je mag hier wel vrij rondlopen, Sofietje’ hoorde ik de stoute papa tegen zijn kind zeggen. ‘Natuurlijk,’ beaamde ik inwendig.

    Drie. Ik stapte door de stad op weg naar een Zeer Belangrijk Gebouw. Op het trottoir ving ik een flard van twee woorden op, gewisseld tussen twee vrouwen: ‘Tante Pijn’. Ik dacht onmiddellijk te weten waarover dit ging. Een zekere gok. Een van de twee was verpleegster. Die moest haar nichtje af en toe een spuit toedienen. En dat kind zag ‘Tante Pijn’ niet graag  komen.

    En alzo, terwijl de Grote Beslommeringen des Levens zich in die tijd aan mij voltrokken, stond die dag eigenlijk in het teken van kinderen. Allemaal door details: zaalgevezel, een rondje ‘dame-erger-je-niet’, twee woorden in de regen.

    Kinderen? Echte etterbakken. Engelen zonder vakbond. Mensjes op zakformaat, maar er staat reeds een hoofd op en er zit een hart in. Als je ze eenmaal koopt, heb je ze voor lange jaren. Ik wens die twee stoorzenders een babbelzieke tweeling toe die dag en nacht doortatert. Ik geef Sofietje in de Shopping nog een rondje van de baas. En deze week is Tante Spuit zelf ziek.


    09-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.260: Men spele...

    MEN SPELE …          

    Men voele zich geroepen. Men neme een aanzienlijke hoeveelheid vrije tijd. Men kieze een stuk. Men spreke een heleboel enthousiaste medewerkers aan. Men spreke er nog meer aan. Men beslisse over een halfjaar een ferm stuk op het podium neer te poten. Men zoeke repetitieruimte. Men stelle flexibele kalenders op. Men schrappe vrije weekends en vakantieperiodes. Men blokkere in zijn agenda drie avonden per week. Men haaste zich een zaal te boeken. Men zorge voor informatie zonder ook maar iemand van de zesenveertig betrokkenen over het hoofd te zien. Men lere ondertussen leven met zestien verschillende meningen over het gekozen stuk. Men zegge en schrijve en bedenke: dat zijn maar meningen, ik heb een standpunt. Men argumentere dat het toch echt wel dit stuk moet zijn. Men rake hierbij niet van de wijs. Men herbekijke evenwel toch eventjes de rolverdeling. Men stelle nog meer schema’s op. Men zoeke centen, veel centen. Men ligge bij nacht onrustig te woelen. Men wordt nachtmerriegewijs keer op keer weer met een dolkstoot afgemaakt. Of men verdwaalt honderdvoudig in een zweterig deurendrama. Men zoeke naar mogelijke vervanging of toch minstens een back-up van bepaalde opstandelingen. Men passe teksten en schema’s aan. Men neme alle verantwoordelijkheid. Men belade zich desgewenst met alle zonden van de wereld. Men stelle de auteur op zijn gemak. Men hale deze auteur zelf aan het station op zo deze zich in levenden lijve van de zaak wil vergewissen. Men biede hem tevens brood en wijn en twintig vrijkaarten aan. Men oefene bijwijlen de beroepen van elektricien en biechtvader uit. Men vertroetele de regisseur, maar bovenal de vrijwillige acteurs. Men is nooit meer thuis geweest. Men krijge eindelijk Een Stuk. Het Stuk Aller Tijden In Eigen Natje En Stadje. En men spele … Zo: u bent vereeuwigd. U bent onsterfelijk.


    10-05-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.259: Kwaak

    KWAAK


    Het gebeurt wel eens dat ik een handvol kikkerbillen in een pan gooi. Die laat ik sissen en pruttelen in al het scherpst en pikantst dat ik in ons Land van Kokanje kan ontdekken. Soms spreek ik daarover, als het water me in de mond komt en als er geen kikkerbillen voorradig zijn. Telkens lijk ik op enige weerstand te stuiten. Een broer van mij, een fantastische kok, heeft problemen met het land van herkomst van kikkerbillen: het straatarme uitgebuite Bangladesh. Het lekkers komt ook uit India. Mijn vrouw zegt dat kikkerbillen net jongemeisjesdijen zijn, weerloos geslachtofferd in die ziedende pan. Hier en daar ook lees ik dat een kikker plotseling in een prins kan veranderen. Aan het gezicht van prins Charles kun je dat inderdaad merken.

    Toch zal ik als laatste wens voor het executiepeloton vragen naar een pan kikkerbillen, zonder blinddoek. Alsook: een half dozijn oesters. En misschien nog een hazenbout met een rodenbach. Om het te rekken. Plus een chocotoff, want die gaat eeuwig mee. Heb ik gezien in de reclamespot. De mensen van het vuurpeloton moeten hun kogels en geweren met look inwrijven. Dan kan ik deze wereld verlaten, een schroeiplek nalatend die geurt naar kruit, bloed, look, kruid, chocolade, zee en vlees. Mijn hemelvaart zal welriekend zijn. De enige stank zal komen van het vuurpeloton zelf, dat bestaat uit drie anonieme briefschrijvers. Zij die, met het verstand van een kiwi, het schijt in de schoenen en de daver in hun reet anno domini 1989 onhandig de pen ter hand namen om me in kinderlijke hanenpoten te melden dat ik op hun zieltje had getrapt. Ze deden dat met die ene zwarte stift die ze nog in huis konden vinden. Ik herkende de zielenpootjes aan hun ogen, hun spijkerschrift en hun doorzichtige vermommingspogingen. Ik lachte me er een kriek mee.

    Daarom wil ik geen blinddoek wanneer die anonieme bekenden me neerknallen. Ik wil ze alle drie een laatste keer in hun kierewiete ogen kijken. Ik wil ze zelfs nog een kikkerbilletje toegooien, of het wikkeltje van mijn allerlaatste chocotoff op deze aarde. Maar vooraleer dat alles plaatsvindt, wil ik ze ook waarschuwen. Een ontmoeting met mij kan de gezondheid zeer ernstige schade berokkenen.  Ik kan mensen in kikkers veranderen. Gekwaak kan ik herleiden tot zwanenzangen. Van een appel en een ei, een koetje of een kalfje maak ik een galgenmaal. Een kikkerpoel tover ik om in een modderbad van ellende. Ik heb ervaring met delegaties uit kikkerland. Ik herken lucht. Ik kan puitenpoten behandelen als geen ander. Ik zegen huwelijken in tussen kikkerdril en paddenwratten.

    Over afzienbare tijd krijgen we weer met opgeblazen gekwaak te maken. Ze gaan weer nu afrekenen, orde op zaken stellen, duidelijk voor de streek zijn, de veiligheid bevorderen, geen verse belastingen innen en werk maken van de criminaliteit. Kwaak kwaak kwaak. Zo klinkt het in deze poel van ellende. Geloof maar niet dat er een prins tussen zit. Het zijn puiten, altijd, overal, te land en te water. Hun lievelingsgerecht is een doofpotje.


    09-04-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.258: Geschoold

    GESCHOOLD      

    Spelen dat je iemand anders bent. Theater begint al vroeg in een mensenleven. Op de speelplaatsen van mijn jeugd speelden we cowboy en indiaan. Het was al verdacht dat we dit altijd in dezelfde volgorde zeiden: cowboy en indiaan. Redneck en roodhuid. We moesten een kamp kiezen. De underdogs speelden indiaan. Die deden later iets in de sociale sector of met cultuur. De schreeuwlelijkerds wilden cowboy zijn. Die werden later verkoper of politieker. Wij hadden altijd dezelfde leiders. Zij hadden natuurlijk gezag verworven. Zij regisseerden ons.

    Eric was de baas van de cowboys. Eigenlijk was hij zo verlegen als wat. Zijn kop kon zo rood als een biet worden. Eigenlijk was hij vaak roder dan een roodhuid. Wanneer hij een vers moest voordragen in de klas, zonk hij door de grond van schaamte. Maar op de prairie van de speelplaats heerste hij als een tiran. Hij kon zich ook makkelijk verschuilen in en achter zijn grote bende cowboys.

    Didier leidde de indianenkliek. Nou: ‘leidde’. Hij was zo mak als een lammetje, had hemelse krulletjes die als een doornenkroontje om zijn kopje gevlochten waren. Hij was ook het zoontje van de schooldokter. In zijn zog galoppeerden een klein aantal softies die zich tot het roodhuidendom hadden bekeerd. Ik koos natuurlijk ook altijd voor de roodhuiden. Hoewel de upperdog van de cowboys zowat mijn buurjongen was. Daarom werd ik meer gespaard van onheil dan de andere indianen. Ik ging zelfs vaak van en naar school in het gezelschap van de cowboybaas. Misschien heb ik een carrière in de politiek gemist.

    Mijn eerste schminkbeurt deed zich ook in die middeleeuwse tijden van mijn jeugd voor. Ik was zo hard aan het galopperen over de speelplaats, op de vlucht voor een bende joelende cowboys, dat ik op de beenharde grond kukelde. Mijn knieën bloedden hevig. Ik huilde onindiaans. Een goede ziel die op een pinguïn leek en jarenlang in een klein hokje van de school vertoefde, ontfermde zich over mijn verwondingen. Zij bracht rode schmink op mijn verhakkelde knieën aan. Nadat de pijn weggeëbd was, stapte ik apetrots over de speelplaats. Ik koos een vaste uitkijkpost en keek naar het dagelijkse theater van de cowboys van Eric en de indianen van Didier. Dat was gelijk mijn debuut als toeschouwer. Mijn eerste theaterstukken waren dus openluchtvoorstellingen.

    De regen sausde onverdroten neer. De sneeuw hoopte zich metershoog op. De kraaien vroren met hun poten aan de grond. De wind huilde als een bezetene. Ja: het waren barre tijden op de prairie. Maar ik kwam gesterkt en geschoold uit de strijd.


    10-03-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.257: A la recherche

    A LA RECHERCHE

     

    Net voor ik zestig word, zit ik een variant van pita te verorberen bij de Egyptenaar in mijn geboortestadje Torhout. Ik staar quasi gedachteloos voor mij uit. Plotseling bedenk ik dat ik hier vijf decennia geleden ook zat, op exact dezelfde plek, achter een dampende mok chocomelk. Toen stond hier het gebouw van de zg. Broeders Van Dale. Met de jeugdbeweging at ik hier op 6/12/1963 een koek, washed down met warme chocomelk waarop vellen dreven. Het was nog de epoque van winkels die koloniale waren in hun vaandel voerden. In de krant verschenen foto’s van zwarten met afgehakte handen. De winters waren nog streng; de zomers bloedheet. Rode limonade leste onze dorst. De Kerk was heilig; de biecht alleenzaligmakend. Ouders waren een gehoorzaamheidsinstituut en heulden mee met politie en school. Toen al dacht ik: ‘Ik verlang ernaar om ouder te worden. Dit is geen goede tijd.’ Ik zou die middeleeuwen van mijn jeugd voor geen geld ter wereld over willen doen. Vroeger was het niet beter. O nee. Het was alleen maar beter voor wie ongemoeid door de Staat geld verzamelde. Vroeger was: bar, koud, zweet. Je was jong, dus was je verdacht. Nu kom je op tv als je jong bent. We leefden in een krampachtige tijd en wereld. Na een oorlog. Koude tijden. Nu is het permanent oorlog, overal. Maar het thuisfront loopt er toch meer ontspannen bij: we hebben leren leven met (via de media) de nabijheid van wapengekletter en doodsgereutel. We noemen het zelfs (Arabische) ‘lente’. We zijn ‘geleerd’.

    Nou, een internationale pita voerde me à la Proust terug naar de leenroerige tijden van mijn jeugd in het stadje dat later nog eventjes wereldbekend zou worden als de helft van T/W. Toen had er nog geen mens op de maan gehuppeld. Op de bagagedrager van een fiets hield je je vast aan de veren van het zadel van je vader. Brood was lang houdbaar. Er waren geen veilige hekjes boven aan een trap die je beletten van die trap te kukelen. Kolenkachels konden je vroegtijdige einde betekenen. Maar ik schraapte op zondagnamiddag na de jeugdbeweging wel een handvol sneeuw van het kerkmuurtje en at die op. Waarom? Opstand. Stiekeme sigaret. Het gehoorzaamheidsinstituut mocht dat niet ruiken of rieken. Mijn pa was nochtans zelf een stevige Almos-paffer. Mijn voorzorgsmaatregel was overbodig. Maar ook ik was met mijn Koude Oorlog bezig. Ik was toen al mijn ‘lente’ aan het voorbereiden.


    28-01-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.256: WJZBJZ

    WJZBJZ

    - Laten we er de spons over vegen.

    - Wacht: een minuutje hé!

    - Hé?

    - Niet zo vlotjes. Er moet nog iets…

    - Moeter of magger?

    - Eh?

    - Ben je een…

    - Zeveraar. Moet je een tater op je toeter?

    - Hola! Gaan we geweld gebruiken?

    - O, een alliteratie ofte stafrijm.

    - Goed geheugen, gij.

    - Daag me niet uit, hé oen!

    - Tenen? Lange?

    - Tien, slimme.

    - Dank, slome.

    - Dat is over de rooie.

    - Dus… ?

    - Hier! Pak-an!

    - Andere kleur, zwarte gordel, sorry: pardaf!

    - Aaaaaaaah…

    - WJZBJZ, uilskuiken.


    01-01-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.255: Eindelijk

    EINDELIJK

     

    We waren er helemaal niet op voorbereid: dat onze wereld niet zou vergaan in de twaalfde maand van het jaar 2012. Wat nu? Doen alsof er geen vuiltje aan de lucht was? Neuzen die bloeden? De Eindknal kwam er niet. We voelden ons bedrogen. Alles viel te herbeginnen. En het was niet eens een tabula rasa: we moesten doodgewoon doorploeteren. De oude wereld zou verder vierkant in het rond draaien, zoals altijd. Nou, dat bedierf de pret toch ietwat. We hadden zo graag gehad dat de Maya’s en de Jehova’s en nog een heel stel andere kwakzalvers en kosmopolieten een heel klein beetje gelijk hadden gekregen. Een heel klein stukje. Dat er een stuk van Israël in zee afbrokkelde bijvoorbeeld. Dat Egypte eens flink dooreen geschud werd. Dat Khadaffi-nostalgiekers in drijfzand verzwonden werden. Dat die magere clown uit Syrië door een diepe aardgleuf opgeslokt werd. Een Syrisch Repelsteeltje, weet je wel. Dat het Schoon Verdiep in Antwerpen in gruzelementen viel, zodat al die dwepers die denken dat Antwerpen gelijk is aan Vlaanderen, weer met hun lemen voeten op de grond belandden. Het is ons echter niet gegund. We moeten verder met de uitvinders van het warm water, de ideeëndieven, de tafelspringers, de Beroerde Vlamingen, de ik-heb-zoiets-van-meninghebbers, de reclamekakelaars, de ridicule voetbalafgodjes, de betuttelaars. Tja, de aardkloot. Wat een hemellichaam!


    02-12-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.254: 'Het' gezin

    ‘HET' GEZIN

    Herfst 2012. Mijn afstudeerstudenten Lerarenopleiding Secundair Onderwijs kiezen ervoor om Het gezin Van Paemel (1903) te spelen voor hun slotproject Drama. Ik schrik me een hoedje. Ik hou niet van sociale bloedbaden (te erg), van het Oost-Vlaamse dialect (nog erger), van Vlaemsche papeters (slurp). Maar troost is nabij: de studenten schrijven hun eigen versie van het stuk, zonder de kern van de zaak uit het oog te verliezen. In het AN: het Aanvaardbaar Nederlands. In your face, Buysse! We hebben er officieel maar één luttel uur per week voor, maar dat breiden we uit tot ettelijke uren. Er doen zich ook nog andere ingrepen voor. Mijn studenten passen de namen aan. Ze introduceren de tablet in het gezin, de microgolfoven, Afghanistan en een lesbisch koppel. Dat wordt dus de microgolfovenversie van Het gezin Van Paemel. Ping!! Dit alles in het Cultureel Centrum De Brouckère in het studentenstadje Torhout, op een boogschot van het kasteel van Wijnendale. Twee werelden: de Torhoutse Van Paemels (pikante mosterd) versus de Wijnendaalse baron en barones en aanhorigheden (dure wijn). 12-12-12 wordt de magische datum, pakweg twintig dagen voor deze wereld schijnt te zullen vergaan. Twaalf studenten op de echte planken. Hopelijk straks niet ertussen. Elke dag bid ik tot mijn afgod dat er toch niet eentje ziek zou worden. Met gekrulde tenen duik ik de donkere maand december in. Break a leg.

    PS Een volle zaal plus een staande ovatie - anderhalf uur om nooit meer te vergeten, na een spannend semester.


    27-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.253: Repetitieruis

    REPETITIERUIS

    Retevervelend en zo godgenageld dummiesachtig: ze verwoorden in het journaal een nieuwsitem, ze schakelen dan over naar een deskundige of betrokkene ter zake die dit herhaalt, en daarna komt er vaak nog een getuige of een slachtoffer aan het woord om dit ten derden male te herkauwen. Nadat je dit tot driemaal toe hebt ondergaan, herhaalt de nieuwslezer(es) tot slot nog eens de belangrijkste items, waarbij het dan gebeurt dat dit andermaal gepaard gaat met een quote van de deskundige/getuige/betrokkene/slachtoffer. Dat is bijna zo vreselijk als het irritante reclamegegil dat om de haverklap films onderbreekt.

    Als iemand me tweemaal hetzelfde vertelt, dan luister ik al niet meer de tweede keer. Dan koester ik al moordplannen. Dan heerst in al mijn oorschelpen hevig geruis – en er komt geen landing in Normandië van. Integendeel: ik verklaar de oorlog aan alweer een verse vijand. Repetitieruis: het hoort niet, het luistert nauw. Repetitieruis: het lelijke stiefzusje van de getallen drie en zeven – de aantallen keren waarmee iets gebeurt of moet gebeuren in sprookjes en in de Bijbel. En zelfs daar heb ik moeite mee, tot zevenmaal toe, wis en drie.


    15-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.252: Kiespijn

    Vlaanderen kleurde op 14 oktober 2012 zwart-geel. Wat een wespennest we nu hebben. Hadden die van de televisie het verstand gehad in de recente voorbije jaren de volslanke gevatte BDW niet zo vaak en uitdrukkelijk ten tonele te voeren en de heldenstatus te geven, o.a. in De Slimste Mens (waar alle gevatheden voorbereid zijn  - afgesproken spel), dan was dit allemaal niet gebeurd. Gezien op televisie. Stom kiesvee. Kiespijn.


    03-09-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.251: Reis Hiernamaals

    REIZEN HIERNAMAALS

    Ik gaf les aan mijn toekomstige begrafenisondernemer.

    Anno 1976 doceerde ik Engels aan de afdelingen Toerisme en Vertaler-Tolk in het HTI (Hoger Technisch Instituut) in Brugge. DD volgde er de richting Toerisme. Zijn pa was begrafenisondernemer in mijn gemeente. Enkele jaren later volgde zoon DD hem op; de onderneming was ondertussen uitgegroeid tot een wereld van touringcars, autobussen, vervoer, reizen en… dood.
    Ik zie hem nog zitten, naast zijn toekomstige vrouw. Hun dochter en zoon zullen later belangrijke rollen spelen in het culturele leven van onze gemeente. Hij is de man die mijn teraardebestelling of crematie in goede banen zal leiden. Ik heb daar enkele ideeën over.

    Als het een urne wordt, dan graag een exemplaar zonder oor of handvat.

    Tekst: HIER HEB JE GEEN VAT OP.

    Als het een grafsteen wordt, dan graag de volgende mededeling: ZO, DAT WAS HET.

    Maar het liefst ben ik verstrooid, in de wind.

    Het afscheid moet niet in een kerk gebeuren. Toen ik jong was, verloor ik te vaak het bewustzijn in dergelijke religieuze hallen. Gewoonlijk ontwaakte ik dan in de pisgeur van een zijingang. Ik geef de voorkeur aan een tochtige halfopen ruimte vlak bij de strooiweide.

    Er mag een volle maaltijd volgen, met goede wijn, verse vis of mals vlees.

    Geen gedoe met speciale teksten of muziek. Doe maar wat Rachmaninov.

    DD zal er wel bij varen.


    24-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.249: Gezondheid

    MEDISCHE ENCYCLOPEDIE VOOR ONGELOVIGEN

    De zon is een weldoener. Zij bakt mensen bruin. Hoe doet zij dat? Wel: zij bakt de overtollige calorieën onderhuids; zo wordt iemand die vaak in de zon loopt lekker bruin. Nog iets gezonds. Vanuit de keel van de mens loopt een buis (om zo te zeggen: kabel) dwars door het lichaam tot beneden. Het uiteinde daarvan noemen we de aars. Die buis selecteert van in den beginne al bij de keel welk voedsel in het lichaam mag en wat onmiddellijk naar het stort gaat. Ter hoogte van de maag is er namelijk een tweesprong. Ja: God was vernuftig toen hij de mens ineenknutselde. Het is alleen een beetje vreemd dat hij de lichaamsdelen voor afval en genot zo dicht bijeen heeft geïnstalleerd, ja: zelfs ineen. Een normale loodgieter zou dat anders oplossen. De mens is ook bijzonder goed uitgerust waar het soepelheid betreft. Bij de knieën, ellebogen, polsen, enkels en vingerkootjes bevinden zich kleine hoeveelheden gelatine, op peil gehouden door inname van melk en bier. Hoe ouder men wordt, hoe meer dat peil in de gaten moet worden gehouden. Desgewenst kan men daartoe tankstations bezoeken, waar men met een leiding via de navel het gewenste bij kan tanken. Op de heupen krijgt men het pas na vele draaibewegingen. In diverse heupwinkels wordt men zo geholpen. Het bloed wil vaak kruipen waar het niet moet. Aan dit euvel wordt verholpen door de zg. 'huid'. Bij inkervingen moet echter vlug opgetreden worden. Het hoofdhaar dient om te camoufleren dat men kaal wordt. Daaronder bevinden zich de hersenen (altijd meervoud). Jammer genoeg gebruikt de mens er maar 23 % van. Vandaar de spreuk: missen is menselijk. Of is het: mensen is misselijk? Gezondheid! (Dokter Buijckpijn)
     


    23-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.248: Speeltijden

    SPEELTIJDEN

    In de middeleeuwen van mijn jeugd werd er al druk geacteerd. Op de speelplaats van mijn lagere school was meermaals per dag een strijd aan de gang tussen de cowboys en de indianen. Als je niet voor een van de twee partijen koos, schoot er maar een figurantenrolletje voor je over. In het slechtste geval werd je aangeschoten wild. Toen ik iets ouder werd, pakweg 11, sloop er een detective op de speelplaats rond. Hugo speelde, moederziel alleen, dat hij moeilijke zaken oploste, vergrootglas in de hand. Later belandde hij warempel bij de gerechtelijke politie. Ikzelf ging me ook te buiten aan fictie. Ik fantaseerde tegen mijn buurjongen zo uitbundig over marsmannetjes en zwevende creaturen in de kosmos dat hij ’s nachts slapeloos lag te woelen en om zijn papa riep. Die papa belde drie dagen later bij mijn papa aan: of ik a.u.b. die wilde kosmosverhalen stop wilde zetten teneinde weer rustige nachten te hebben! In die tijd trok er om de zoveel jaar ook een zeer gelovige stoet door mijn stadje: de Credostoet. Witte rokken, zwarte kappen, wierook, heiligenbeelden, getingel van bellen, weet je wel. Mijn pa stapte erin mee, met bruinverbrande benen waar de olie afdroop. Hij was een van de stoute Romeinen die Jezus slaag moest geven. Voorop liep mijn klasgenoot Didier, het zoontje van de schooldokter. Die smaakte de eer en het genoegen om een nepschaapje rond zijn nek te draperen en samen met nog een wollige schaapjesdrager (het zoontje van de notaris) de Credostoet te openen. Didier had zelf ook schapenkrulletjes op zijn schedeltje. Terug naar school. Soms werden er op de speelplaats nog andere stukken gespeeld. Toen een brandweerman (‘spuitgast’) over zijn boeiende beroep was komen vertellen, speelden we een week lang het pauzevullend stuk Brand! Schaapjesdrager Didier speelde ook een tijdlang een heilige martelaar, na een vreselijke les Gewijde Geschiedenis bij meester Gilbert. We mochten hem slaan en schoppen. Nou, dat waren nog eens (speel)tijden!




                                                  COPYRIGHT JORIS DENOO
    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Een blauwe plek
  • Moord !
  • Meester in de Vakken
  • De ongecomponeerde noot
  • Poëzie
  • Romaneske boeken
  • Satisfiction
  • Romans & Theater
  • Vreeslijke verhalen
  • Miljarden flarden

    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Sjors DNO eind vorige eeuw in een sneeuwstorm in Chicago


    Mail

    Druk op de knop


    Archief per jaar
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005

    Foto

    Foto

    Foto

                       IK ALS UK
    Foto

    Me reading HARDZIEK, romandebuut Sarah Denoo

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!