NIEUW: Blog reclamevrij maken?
SCHUINE TEKSTEN
Inhoud blog
  • 317: Dialoog
  • 316: Etaoin shrdlu
  • 315: Roland
  • 314: Bermkip
  • 313: Men
  • 312: Bruder Lustig
  • 311: Signeergesprek
  • 310: Rook
  • 309: Ode aan mijn bh
  • 308: Alfa
  • 307: Vijgen voor Pasen
  • 306: Wereldsmart
  • 305: Jonge ouderen
  • 304: De Boekenkrijg
  • 303: www.zot.com.bébé
  • 302: Echte fictie
  • 301: Mundial
  • 300: De Felle
  • 299: Westlof
  • 298: Lam Gods
  • 297: Jacky
  • 296: Hop paardje hop!
  • 295: God?
  • 294: Acoliet
  • 293: PP
  • 292: Netwerk
  • 291: Leffaards
  • 290: Het varkensei
  • 289: Geheim
  • 288: Geknipt
  • 287: Geloof
  • 286: Stommeling
  • 285: Een aardig ding
  • 265: VRESELIJK
  • 284: Kloon
  • 283: Allojjo
  • 282: Schaakstuk
  • 281: Communicatie
  • 280: Figuur
  • 279: Hairbag
  • 278: Lijstjes
  • 277: Jos, Joste, Gejost
  • 276: Melk?
  • 274: Frinch fraais
  • 273: Mager Heineken
  • 272: Appartemens
  • 271: Gestopt
  • 270: Ik zou u schrijven
  • 269: Koksmonoloog
  • 268: Een photo
  • 267: Getetter & Getoeter
  • 266: Water
  • 264: Beu
  • 263: Acteur
  • 262: Vederlands
  • 261: Etters & Engelen
  • 260: Men spele...
  • 259: Kwaak
  • 258: Geschoold
  • 257: A la recherche
  • 256: WJZBJZ
  • 255: Eindelijk
  • 254: 'Het' gezin
  • 253: Repetitieruis
  • 252: Kiespijn
  • 251: Reis Hiernamaals
  • 249: Gezondheid
  • 248: Speeltijden
  • 247: Rood licht
  • 246: Ruis
  • 245: Weg
  • 244: Mom
  • 243: HET JAAR ELF
  • 242: Kloon
  • 241: In de put
  • 240: Huid & Haar
  • 239: Zomer 11
  • 238: Duimen maar
  • 237: Poirot
  • 236: Smoke
  • 235: Collateral
  • 234: Nachtraven
  • 233: Undercover
  • 232: Frietpeace
  • 231: Kopie-Kopie
  • 230: Gezeid is gezeid
  • 229: Vreemde man
  • 228: Een stuk
  • 227: België
  • 226: Mijn meesters
  • DRAMA
  • 225: GVD
  • 224: Veldinterview
  • 223: Sprook
  • 222: Zappa
  • 221: Een bod op God
  • 220: Curryculum Vitae
  • 219: Tovenaar
  • 218: Perspest
  • 217: Animatietype
  • 216: Ruim
  • 215: De erwt
  • 214: Podiumbeest
  • 213: Mobiliteit
  • 212: Twee tijgereieren
  • 211: De kus
  • 210: Wolf
  • 209: Een reus
  • 208: Opsporingsbericht
  • 207: K met zuurpruim
  • 206: Volksverlakkerij
  • 205: Doppedrop
  • 204: Kap
  • 203: Affiche
  • 202: Regen
  • 201: Stuk
  • 200: Hair
  • 199: Wie A zegt
  • 198: Bijsluiter
  • 197: TV
  • 196: Arno
  • 195: Letters & Letteren
  • 194: Taalkunde
  • 193: Onder de zon
  • 192: Besparen
  • 191: De goede man
  • 190: Van die dagen
  • 189: Zwarte zwaan
  • 188: Questionnaire
  • 187: Say cheese
  • 186: Loteling
  • 185: Een zwaluw
  • 184: Grijs
  • 183: Claus
  • 182: Liefhebber
  • 181: Monumenten
  • 180: Erger
  • 179: Landbouw
  • 178: Bijna
  • 177: Onafhankelijkheid
  • 176: Zo fout als wat
  • 175: Wei-gevoel
  • 174: Merk
  • 173: Mens
  • 172: Pikant
  • 171: 50 vragen
  • 170: Jinx
  • 169: Wiskunst
  • 167: Met alle Chinezen
  • 166: Mooiste woorden
  • 165: Rijm
  • 164: Internetman
  • 163: EVBO
  • 162: Hondenleven
  • 161: Carrière
  • 160: Coureur local
  • 159: Kip ik heb je
  • 158: Politiek programma
  • 157: Design
  • 156: Kreeft
  • 155: Nicotine
  • 154: Gastronomen
  • 153: Verleiden
  • 152: Opinie
  • 151: 1e hulp in gevallen
  • 150: Verzamelwoedend
  • 149: Fakir
  • 148: Cliché
  • 147: Iets anders
  • 146: Uit de kunst
  • 145: Appartemensen
  • 144: Wereldwoeden
  • 143: Ongerijmd
  • 142: Dagboek van 1 dief
  • 141: Vioolkist
  • 140: Ouden van dagen
  • 139: Automatische piloot
  • 138: Leugendetector
  • 137: Hotel Milan
  • 136: De Diepe Gedachte
  • 135: De weg vragen
  • 134: Mag ik overvaren?
  • 133: Leven op Mars
  • 132: Vogelvlucht
  • 131: Faer♠er-gevoel
  • 130: Lolbroek
  • 129: Sollicitatie
  • 128: De Q van Proust
  • 127: Volg je nog?
  • 126: Kerstmisdaad
  • 125: Hartstuk
  • 124: Mozart in november
  • 123: Heb je gedronken?
  • 122: Frambozen in melk
  • 121: Appelschudder
  • 120: Quo Vadis?
  • 119: Niespijn
  • 118: Rog
  • 117: Opiniepeiling
  • 116: Vragen aan 1 engel
    Zoeken in blog

    Foto
    Aan de sneeuwzee in Vlaanderen, februari 2012
    Foto

    Jowan & Joris in Stotendorp Heule

    Foto

            Red shoes Wilma

    Foto

    Younger me, already salt 'n pepper

    DEZE KANT BOVEN (Sjors DNO)
    SCHUINE TEKSTEN
    03-09-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.276: Melk?

    MELK?

     

    - Allen Woodstock?
    - Maar nee!
    - Allen… ’t Is toch een Allen… ’t Ligt op het puntje van mijn tong… Toe…
    - Hij is zo bekend.
    - Allez… verdorie… die kleine Jood uit New York… dat raar geval…
    - … met die vrouw die… die…
    - … die ik ook niet graag zie spelen…
    - Ik ook niet.
    - Je weet wel wie hé?
    - Clara?
    - Nee.
    - Tamara… Maria…
    - We zitten op een verkeerd spoor.
    - Woody! Woody Allen! Ik heb het! Woody Allen!
    - Ja.
    - En nu nog die vrouw.
    - Mia? Nee. Of toch. Toch? Mira… Maya…
    - Ik zie geen enkele van hun films graag.
    - Het is alsof ze hun eigen leven spelen.
    - Maar dat liep wel verkeerd af.
    - Zeker weten.
    - En er nog dik voor betaald worden ook.
    - Mocht die brillenmans in de ruimte gezweefd hebben, dan zou het voortdurend psychiatrisch geouwehoer geweest zijn.
    - Ik zou het geld van mijn ticket teruggevraagd hebben.
    - Clooney doet dat veel beter.
    - En die Patricia dan!
    - Patricia?
    - Eh… Of hoe heet ze… Haar haar was af.
    - Sandra zul je bedoelen.
    - Ja: Sandra. Bullocks. Of Bullock. Om het even. Bullock.
    - Schoon lijf, Sandra.
    - Ze was gefotoshopt. Heb je dat niet gezien?
    - Eh?
    - Heb je die billen gezien? Vooral bij de landing?
    - Nu je het zegt. Ja: je kon er niet naast kijken.
    - Maar wel ertussen.
    - Ha ha!
    - Als een astronaut lang in de ruimte is geweest, en gewichtloos, verliest hij spiermassa.
    - Ah ja.
    - Ewel? Niet gezien?
    - Ja ja, nu je het zegt.
    - Ik heb het over de billen van Bullock hé.
    - Ah ja. Ja ja. Het viel me ook op.
    - Ze hadden vroeger beter die ziekelijke bril van Allen… van Woody Allen gefotoshopt.
    - Maar dat was zijn handelsmerk. Grote bril. Klein dun ventje.
    - En daardoor groot verstand zeker? Hij bedroog Maya… Mia…
    - Je hebt opvallend veel onderdeurtjes in de filmwereld. Kleine ventjes, grote ego’s.
    - Maar niet… eh…
    - Wie?
    - Eh…
    - Wie dan? Wie niet?
    - Verdorie, ik ben nu ook zijn naam vergeten. Vroeger kon ik die makkelijk onthouden door een truc te gebruiken. Het lukte altijd. En nu…
    - Welke truc?
    - De initialen van een whisky.
    - Eh?
    - Ik dacht JW. Johnny Walker.
    - Ja, en?
    - Maar het is niet JW. Het is…
    - J&B?
    - Ja! J&B!
    - Wie is dat dan?
    - John… John… Nee… Verdorie… Johnny…
    - Een filmster hé? Jeff Bridges?
    - Maar ja! Jeff Bridges!
    - Dat is inderdaad geen onderdeurtje.
    - Allen W… Woody Allen daarentegen…
    - Zeg dat wel.
    - En die vrouw… die met hem samenwoonde nadat ze al twee keer getrouwd was… of één keer… Ik wil er van af zijn…
    - Amy?
    - Nee. Eh… Ik ben nu alweer haar naam vergeten. Narrow? Amy? Verdorie toch.
    - Geef mij maar Charlotte Rampling.
    - O ja! Heerlijke vrouw. Op alle leeftijden. Neem nu The Swimming Pool…
    - Met haar tijgerogen.
    - Ze zat in Un taxi mauve.
    - Met die acteur met zijn grote neus.
    - Eh?
    - Die Franse acteur… Ik zie graag Franse films… Philippe…
    - Finney?
    - Nee, dat is een Brit. Albert Finney. Nee. Philippe… Foiret… Blaiset… Girette… N…
    - Noiret?
    - Philippe Noiret, ja! Dat is hem!
    - Gelijkt die niet wat op Finney?
    - Hm…
    - Fred Astaire reed met die mauve taxi hé.
    - Ja, vreemd genoeg. Hij was plattelandsdokter.
    - Een zanger.
    - Charles Aznavour heeft ook nog in een film gespeeld hoor.
    - O ja?
    - Ik geloof in een film van Simenon.
    - Je bedoelt: een film naar een verhaal van Simenon?
    - Ja ja…
    - Georges Simenon zal die film wel niet gemaakt hebben.
    - Waarom niet?
    - Hij had geen tijd. Hij moest het ene na het andere boek schrijven. Hij pakte ook de ene na de andere vrouw, schijnt het. En was hij niet verslaafd aan koffie?
    - Hij rookte alleszins de ene na de andere pijp, ha ha ha!
    - Zoals zijn Maigret zeker?
    - Je ziet: in de films en de boeken zit er toch altijd wat van de schrijvers zelf hé.
    - Schrijvers… Het is me wat.
    - Maar zonder schrijvers heb je geen film hé.
    - Scenaristen.
    - Koffieslurpende scenarioschrijvers.
    - In de films zijn het de flikken die voortdurend koffie drinken, binnen en buiten op straat. En in hun auto.
    - Geef de melk eens door als je wil.
    - Schrijft Woody Allen zijn films niet zelf?
    - Ik zou het niet weten. Met zo’n bril op zijn pief: waarschijnlijk wel. Is het halfvolle melk?
    - Ja. Ik koop nooit volle.
    - Koffie vraagt om een wolkje hé.
    - Ja, koffie moet bruin zijn.
    - Ik heb ook liever een film in sepia dan in zwart-wit.
    - Zou George Clooney echt espresso drinken?
    - Geloof toch die reclame niet!
    - Hij is toch ook maar een mens. Of dinges… die andere bekende… die kaalkop met zijn gevaarlijke ogen… die soms ook in die koffiereclame opduikt…
    - John Malkovich?
    - Ja, JM! Ha ha!
    - Dat is geen bekend whiskymerk hé, JM.
    - Nee, maar het helpt.
    - Suiker verknalt de smaak.
    - Eh?
    - … van de koffie.
    - Ah. Akkoord. Suiker verpest koffie en thee.
    - Ook thee, ja.
    - Het Indische Leger Eet Rijst.
    - Hé?
    - Het Indische Leger Eet Rijst.
    - O, een film? Ken ik niet.
    - Nee. Voluit voor H.I.T.L.E.R. Zie je het voor je?
    - Hitler?
    - Ja. H.I.T.L.E.R. is een afko. Een afkorting.
    - Waarvan?
    - Wel, dat heb ik net gezegd: Het Indische Leger Eet Rijst.
    - En de T dan?
    - Die drinken ze erna.
    - Ha ha!
    - Goed hé?
    - Een filmgrapje?
    - Nee, zomaar.
    - Hitler… ha ha. Thee. Dit is lekkere koffie.
    - Hij heeft traag gedrupt.
    - Ik zal straks weer niet in slaap geraken.
    - Het koffiezetapparaat moet eens een beurt krijgen. Het rochelt als een oude apotheker na gebruiksdatum.
    - Toch is de koffie bijzonder lekker. Ik wil er best wel wat slaap voor laten.
    - Veel vrouwen laten hun slaap voor George Clooney en zijn espresso’s.
    - Zo adembenemend is hij nu ook weer niet. Die Schot met dat spraakgebrek…
    - Sean Connery?
    - Hoe kom jij zo vlug op zijn naam?
    - SC… Die slissende lispelende medeklinkers… Perfectie is saai hé.
    - Ha ja!
    - Wat is er van Connery?
    - Het schijnt dat die de meest sexy man van de twintigste eeuw is. Was.
    - Pff…
    - Als English Patient zou je moeilijk zo’n nominatie in de wacht kunnen slepen.
    - Ha ha. Of als The Elephant Man.
    - Er zou een Oscar voor de lelijkste rol moeten bestaan.
    - Er zijn wel prijzen voor de slechtste rollen.
    - Ja, ik geloof dat Kristin Scott Thomas er zo eentje binnenrijfde.
    - O ja?
    - Ja, voor haar rol of bijrol in Under the Cherry Moon. Ze kreeg er een Framboos voor of zoiets. Het omgekeerde van een Oscar. Maar ze zat later ook in The English Patient.
    - Die heeft anders ook wel een behoorlijk hoog Charlotte Rampling-gehalte, vind ik. Die ogen!
    - Ik zie ze momenteel niet voor mij.
    - Nog wat koffie, buurvrouw?
    - Graag.
    - Bakje troost, zegt de Hollander.
    - Ja, ook nog gehoord. Van een zwarte in Breskens.
    - Wat een toeval.
    - Echt waar. Echt gebeurd. Ik vroeg een zwarte koffie in een wachtcafé in Breskens, bij de overzetdienst naar Vlissingen. Bakje troost, asjeblieft, zei de man. Die dus zwart was.
    - I see.
    - Was helemaal geen probleem hoor. Ik dronk toen al mijn koffies zwart.
    - Zwartekracht.
    - Ha ha!
    - Heb j’ em? Gravity! De film met Bullocks! Eh… Bullock.
    - Waw, je bent goed op dreef vandaag.
    - Komt door de koffie. ‘Geeft je vleugels’.
    - Kennen we hé.
    - Wat deed jij in Zeeland?
    - O, ik heb ooit nog gedichten geschreven. Er was een voordrachtsessie ergens in Zeeuws-Vlaanderen. Lang geleden hoor.
    - Amai, amai. O… Am… Amy Narrow… Nee! Hebbes! O! Was het Mia Farrow niet? Die van Woody Allen? Die dan later…
    - Ja! Mia Farrow!
    - Je kunt daar gek van worden, van een naam niet te vinden.
    - Ik had toen zelfs een gedicht over koffie geschreven, herinner ik me.
    - Ze beschuldigde hem na hun breuk van kindermisbruik. Er was iets met een adoptiekind of zo…
    - Van koffie kun je liggen woelen, maar ook door het niet-vinden van een naam hé! Oef! Mia Farrow!
    - Ja ja…
    - Cakeje?
    - Waarnaar?
    - Nee nee: een stukje cake? Ik bedoelde niet: keek je?
    - O, ik ben misvormd door te veel films te kijken zeker?
    - Wil je een cakeje?
    - Eentje fietst er wel in.
    - Dat ik daar niet vroeger aan gedacht heb. Je hebt misschien wel honger?
    - Niet meer op dit uur.
    - Doet me denken aan die braakfilm.
    - Eh?
    - Waarin iemand ontploft door te veel te eten.
    - Was dat niet iets van John Cleese en zijn bende?
    - Maar er was nog zo’n walgelijke film.
    - Weet je nog welke?
    - De titel ontsnapt me nu helemaal.
    - Hier: eet wat. Misschien schiet het je te binnen.
    - Tiens: ze hebben in Gravity geen tubes in hun mond uitgeduwd. Zie je gewoonlijk in ruimtefilms. Van dat tandpastavoedsel.
    - Inderdaad.
    - Lekkere cake. Niet zelf gebakken hé?
    - Nee nee.
    - Gravity: mooi hé?
    - Mja…
    - Ik vind het echt mooi. Het is zo… zo…
    - … apart?
    - Eh… ja, eigenlijk wel.
    - Eigenzinnig?
    - Wel eh… ook dat, ja. Nu je het zegt.
    - Het valt soms moeilijk in woorden te vatten wat we voelen.
    - Zeg dat wel.
    - En er zijn ook zoveel meningen als er mensen zijn.
    - Maar wat vind jij er eigenlijk van?
    - Mm… mijn mening doet hier niet ter zake hé.
    - Toch wel hoor!
    - Eh… ik vind het geheel nogal apart. Het heelal is indrukwekkend.
    - En ook eigenzinnig hé? Dat woord heb je daarnet gebruikt.
    - Eh… ja, eigenzinnig is wel een goed woord. En bloedstollend.
    - Tja… zoveel mensen, zoveel meningen hé.
    - Zeg dat wel.
    - Het is maar goed dat er diverse meningen zijn, anders…
    - Ja, anders waren we allemaal grijze muizen.
    - We zouden allemaal hetzelfde deuntje piepen.
    - … of helemaal niet meer piepen. En dat willen we niet, niet?
    - Het is goed dat men uitkomt voor zijn mening.
    - Alleen de ongevraagde en de ongefundeerde meningen zijn uit den boze.
    - Eh… ja. We moeten niet voortdurend met meningen bestookt worden hé. Meningitis is een gevaarlijke ziekte.
    - Het zou daarom beter zijn dat in de bladen en op tv de acteurs en de schrijvers hun mond hielden.
    - Vooral de acteurs. Je neemt me de woorden uit de mond.
    - Men kan namelijk bepaalde zaken kapot menen.
    - Zo is het nog maar eens een keer!
    - Schenk ik nog eens bij? Er is nog net genoeg voor twee.
    - Graag.
    - Zou Obama koffie drinken in zijn Witte Huis?
    - Ha ha!
    - Waarom lach je?
    - Ik dacht terug aan mijn zwarte Hollander en zijn bakje troost.
    - O… ja… gesnopen: zwart… wit…
    - Misschien drinkt hij wel thee.
    - Nu denk je toch hopelijk niet terug aan die mop van daarnet?
    - O nee, ik zou niet durven.
    - Zou hij Gravity gezien hebben?
    - Obama? Wellicht. Elke Hollywoodfilm bazuint de loftrompetten van Amerika. God bless dit en God bless dat et cetera.
    - Ze denken dat ze de kosmos ook bezitten hé?
    - De kosmos?
    - De ruimte.
    - Ja. Het is allemaal van hen. België en Nederland waren anno 2014 compleet gegijzeld door het bezoek van Obama. Zelfs de kinderdagverblijven in de omgeving van vliegvelden moesten toen gesloten blijven. Ze zouden dat nog niet eens in een film durven te vertonen.
    - Het was een hele vertoning, ja. Is er nog genoeg melk in het kannetje?
    - Kan het zijn dat er een mug in drijft?
    - Verdorie! Geef eens hier.
    - Ja hé?
    - Ik doe dit weg en haal andere melk. Verdorie.
    - Het wordt beter weer; de muggen zijn er weer.
    - Drinken die dan melk? Dat is nu werkelijk de eerste mug die ik… Ik ben helemaal van mijn melk.
    - Ach…
    - Even andere melk halen.
    - …
    - …
    - Zo. En in een vers kannetje.
    - Wat een service.
    - Clooney droomde van een wodka in zijn raket hé?
    - Ja, maar zij ook: dat hij terugkwam en een flaconnetje wodka open schroefde. Helaas…
    - Die billen zeg…
    - Had je dat dan niet gezien?
    - Maar filmsterren willen altijd zo mager zijn.
    - Ze zouden beter al die dikke Amerikanen naar de maan schieten en ze een tijdlang gewichtloos houden.
    - Ja: de aardbol zou in een klap veel minder gaan wegen.
    - Ze moesten chips en popcorn verbieden in cinemazalen. Dat ellendige gekraak en gesmak vlak achter je!
    - Aparte zalen voor pubers: zo zou ik het oplossen mocht ik de baas zijn.
    - Zo kweken ze hier ook hele generaties obesen.
    - Naar welke film gaan we volgend seizoen zien?
    - Ze spelen hoogstwaarschijnlijk The Coffee Queen binnenkort.
    - O?
    - Een fairtradefilm over koffieplantages, arbeid, uitbuiting en kapitaal. Cate Blanchett speelt de hoofdrol. Ze heeft het perfecte stel lippen om aan een koffie te nippen.
    - Jij hebt inderdaad gedichten geschreven! Dat rijmt!
    - Hopelijk verpesten Brad Pitt of Leonardo Di Caprio de film weer niet.
    - Bad Pritt? Al Capriola?
    - Die zijn te bekend… te cliché… Ik wil maar zeggen dat overbekende acteurs films kunnen verpesten… door voorspelbaarheid.
    - O: liever koffie verkeerd hé?
    - Bijvoorbeeld.
    - Eventueel met een dode mug erin.
    - Zoiets.
    - Zeg?
    - Ja?
    - Als jij een film zou maken… schrijven…: waarover… wat zou dan…
    - Het einde zijn? Waarover het zou gaan?
    - Ja.
    - Misschien nodig ik Jodie Foster eerst op de koffie uit, om haar de hoofdrol aan te bieden in mijn film.
    - … die zou gaan over… ?
    - Eh… hypothetisch… Ik nodig een buurvrouw uit om koffie te komen drinken, samen met enkele van mijn vriendinnen. Er is een probleem dat pas op het einde van de film duidelijk wordt. Psychologische oorlogsvoering. Milde dreiging en gevoel van onheil, zoals in de huiskamers van de film The Hours. Virginia Woolf, weet je wel. Levensgevaarlijke gebakjes. Inktzwarte koffie. Veel flashbacks, per koffieslurper. De buurvrouw moet er uiteindelijk aan geloven, maar de ik-figuur blijft onverdacht. Totdat…
    - Ja?
    - Hier moet ik verder over nadenken. En jij?
    - Ik zou er een slachtpartij van maken. Een historische film, waarbij de ledematen en hoofden van de Engelsen en de Fransen alle windstreken uit vliegen, met veel rondspattend bloed. De geschiedenis is toch maar een bloemlezing van wapengekletter en doodsgereutel.
    - Een soort van gravity, dus? Rondvliegende ledematen door de middelpuntvliedende kracht? Het broertje van de zwaartekracht?
    - Ja.
    - Wow. Ik had eerder verwacht dat je de Max Havelaar zou willen verfilmen.
    - Nou nee hoor. Mijn enige verband met Max Havelaar is Albert Heijn.
    - Ik verwarde die vroeger met Piet Hein.
    - Typisch voor iemand die gedichten schrijft.
    - Schreef. Dat is gedaan.
    - O? Nog een scheutje koffie? Heb je zin in zo’n filter? Ik anders wel.
    - Mm… Wordt het niet wat laat?
    - Die film zal door je hoofd blijven spoken. Blijf nog wat.
    - Mm… Vooruit dan maar.
    - Ik kook wat water.
    - …
    - …
    - Zo klaar hoor. Het koffiezetapparaat is echt te traag. En te luidruchtig. Soms denk ik dan dat er iemand zit te hoesten in de keuken.
    - Die apotheker hé? Hi hi hi!
    - Heb je er al op gelet dat de koffiekoppen in de films niet in verhouding zijn?
    - Hé?
    - Dat ze eigenlijk veel groter zijn dan in de werkelijkheid?
    - Nee…
    - Dat heeft met de perceptie van de kijker te maken. Mochten ze gewone koppen gebruiken, dan zouden die belachelijk klein lijken.
    - Ah ja? En de coffee-to-go bekers dan ook? Van die agenten?
    - Ja, maar daar heb je vanzelf alle maten in. In die bekers, bedoel ik. Nou: in die agenten natuurlijk ook. Dikke en dunne, hi hi.
    - Starbucks. Ik verlang ernaar om weer eens in de file te staan bij een Starbucks op een vlieghaven.
    - O?
    - Ja. Een veel te dure Starbucks koffie en daarna de lucht in… richting één van die verre koffielanden.
    - In die verre landen zijn ze niet gelukkig met Starbucks hoor.
    - Tja. Moet het allemaal kloppen?
    - Even vragen aan George Clooney morgen. Hoor ik daar water pruttelen? Zo terug.
    - …
    - …
    - Asjeblieft. Een bakje troost. En hier de wolkjesmelk.
    - En zeggen dat een Ethiopische herder en abt de koffie ontdekt hebben!
    - O?
    - Ja. Een herder in Ethiopië ontdekte dat zijn geiten opgewonden werden telkens als ze van de rode bessen van een bepaalde struik gegeten hadden. Nieuwsgierig proefde hij uiteindelijk ook even. Hij werd er ook opgewonden van. Hij ging vlug met een handvol bessen naar zijn vrouw, maar die vond het verdacht en gevaarlijk. Dus brachten ze een hoeveelheid van die rode bessen naar het nabijgelegen klooster. De abt vond het des duivels en gooide de bessen in het vuur. Daarop snelden de monniken toe, gelokt door het vuur en opgewonden door de geur en de rook. De abt werd woedend door dat gebrek aan zelfbeheersing en bluste het vuur met water. Toen was het hek helemaal van de dam. Wat had de abt per toeval uitgevonden?
    - Koffie dus.
    - Koffie.
    - En dit is een koffie naar mijn hand!
    - Leve de zwartekracht!
    - Melk?
    - Reeds gehad. Molk.
    - Ha ha, die zit.


    24-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.274: Frinch fraais

    FRINCH FRAAIS

     

    ‘Voor mij een middelmatige, zonder zout.’
    ‘Moet er nog iets bij?’
    ‘Zoutzure Vlaamse stoverijsaus, in een potje apart.’
    ‘Dat is ‘t?’
    ‘Ja. Mag ik zeggen dat uw frieten wereldbefaamd zijn.’
    ‘Merci.’
    Hoopvol en hongerig keek Seppe Meppe naar het sissende en ziedende vet in de frituurmand. Daarna gleed zijn blik over de batterij knijpflessen met diverse sauzen. Die hingen ondersteboven, als uiers, klaar om het lekkers eruit te persen.
    ‘De zoutzure Vlaamse stoverijsaus hangt hier niet bij’, merkte Seppe op.
    ‘De warme bereidingen krijgen we… maken we apart.’
    De frietbazin wees met een schuimspaan naar een andere batterij rechthoekige keteltjes met deksel.
    ‘Ah ja, natuurlijk. Stom van mij.’
    ‘We hebben ook bolognaisesaus. En warme tomatensaus. Zelfs ajuin-en-champignonsaus.’
    ‘Wauw. Een grote keuze, mag ik zeggen.’
    ‘Ja.’
    ‘Dat er zoveel frieten uit een patat komen.’
    ‘Hm.’
    ‘Allez… een grote patat.’
    ‘Het kan ook een slecht jaar zijn, als het dat is wat je bedoelt. We hangen daarvan af.’
    ‘Eh… nee… ja.’
    ‘In een potje apart hé?’
    ‘Ja, potje apart. Bedoel je een jaar van kleine patatjes?’
    ‘Waterpatatten. Zakpatatten. Slijkpatatten. Wormpatatten. Coloradopatatten. Puistpatatten. Geen patatten.’
    ‘Ah ja. Dan schieten de prijzen de lucht in zeker?’
    ‘Dan hebben we zeker prijs.’
    ‘Geef nog maar een cola ook.’
    ‘Fles of blik?’
    ‘Blik.’
    ‘Light of gewoon?’
    'Gewoon. Gezond.’
    ‘Komt eraan.’
    ‘Het blijft een typisch Vlaams gerecht hé.’
    ‘Wat?’
    ‘Frieten.’
    ‘Daarom heten ze ook french fries. Een echte Vlaamse stoofpot van Engels en Frans. En in ’t Nederlands is ’t patat.’
    ‘Tja’, zei Seppe Meppe dom. ‘Frinch fraais.’
    Zijn r rolde als een mitrailleur tegen de papillen van zijn gehemelte.


    15-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.273: Mager Heineken

    MAGER HEINEKEN

     

    Mager Heineken zwerft graag door het lage land van Maas en Waal. Eenmaal boven de Moerdijk blaast de wind soms zo hard dat zijn ziel er van opkrult. Daar houdt hij hartgrondig van. Dan ziet hij molentjes draaien. Meeuwen wieken krijsend omdat ze bang zijn om te vallen. Een vlucht regenwulpen, zo ontsnapt uit de Genesis van de Statenbijbel, duikt als een Luftwaffe op een rietkraag af. Maar hij is niet voor hen gekomen. Vele –Dammers, hetzij uit Rotjeknor, hetzij uit A’, ontmoeten nu of ooit Mager Heineken, na een leven al of niet met de weduwe Van Nelle. Hij blijft nooit lang een Hollands maatje van ze. En ontsnappen via Schipholland helpt niet. Met enkele welgemikte zeisspreuken veroorzaakt Mager Heineken alom lijkbreuken. Daarna lijkt hij weer in het niets te verdampen boven deze Waterstaat. Levende bewijzen laat hij helaas niet achter. Hij marchandeert in onwerkelijke werkwoordsvormen als ‘was’ en ‘geweest’. Daar moeten de nabestaanden het maar mee doen. Zo, dat was het.


    29-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.272: Appartemens

    APPARTEMENS

    BENUL OF ONBENUL

     

    Een intro over oerbenul

     

    Toen de dieren al met twee woorden konden spreken, maar de mensen nog niet, woedden de oorlog om het vuur en de strijd om de buit. De jagers uit de oertijd waren trots, ongeduldig, moedig, opgewonden, ontroerd, ontredderd, woedend… naargelang van hun zegepralen en nederlagen. Ze doorleefden het hele gamma, maar overleven vormde een ander probleem. Oud werden ze zelden. Van hun gezicht kon je hun gevoelens aflezen, ondanks hinderende frontale haargroei bij de meesten. Aan hun ademhaling kon je hun wisselende stemmingen beluisteren. Uitademen werd soms briesen, of ging met stoten gepaard. Naar de aard van de opwinding, en naar de aard van de geboden weerstand die het nu eenmaal toch beschikbare stemorgaan tegen dit uitademen bood, en omdat de oermens eindelijk ook warmte, licht en voedsel had gevonden, ontwikkelden zich vier gedragingen: luxe werkt acceleratie in de hand.

    De eenvoudigste gedraging betrof het sissen en schuren door vernauwing. Stoten en ploffen gebeurde dan weer door het plotse openbreken van een hindernis. Als de lucht in de neus meetrilde, veroorzaakte dat snuiven en zangerigheid. Je kon ook rollen met je tong of vloeiende geluiden voortbrengen door die lap tegen je gehemelte aan te drukken.

    Zo ontwikkelde zich, in de gezellige lichtplas van vuren en bij het verorberen van de buit, taal. De oerstilte, tot dan toe alleen ingevuld door het ruisen van kruinen, het kreunen van mensen, het huilen van dieren en het kraken van donderslagen, werd stemmiger. De schaduwen werden minder grimmig, want minder zwijgzaam. En de dingen begonnen namen te krijgen: weer een brok angst minder, want benoemen is bezweren. Voorwaar: onbenul werd benul.

     

    Benul of onbenul: de appartemens als individuo


    Ik heb benul. Ik doe nog niets. Maar er is wel wat aan de hand. Dat besef ik wel. Om me heen kijkend, voelend, luisterend, proevend en ruikend detecteer ik onophoudelijk elementen die me noodlottig kunnen worden. Een barst in een muur, een loszittende dakpan, een verdwaalde kogel, een uitdijende cel, een gasgeurtje, een getal te weinig, een duimbreed te kort, een visgraat, een luchtbel, een cijfer te veel, een komma te kort… kunnen de klakkeloze dommekrachten vormen waarvan het noodlot zich bedient. Het lot zit ‘m in het detail, maar het noodlot doordrenkt ook tijden en ruimten. Bovendien kan de ene mens voor de andere noodlottig zijn, terwijl dat dan net voor eerstgenoemde diens geluk kan betekenen. Voorwaar: de mens is een loteling, overal en altijd. En dat benul vormt het eerste besef van depressie.

    Maar ik kan ook essayeren. Ik hoef niet per se die foeilelijke groepsfoto te zien, maar ik kan wel kijken naar wat er buiten het kader ervan toen is gebeurd. Zoals ik tussen de regels van een gedicht kan lezen. En ik kan zelf ook opzij kijken bij het ondergaan van zo’n groepsfoto, of er doodgewoon niet willen opstaan. En dat benul vormt mijn eerste besef van expressie. Altijd een beetje opstand, weet je wel. Maar eerlijk.

    Opdat niet alles tegelijk zou gebeuren, vonden we de notie tijd uit. Enige orde op zaken, gemakshalve chronologisch, was meer des mensen dan van nature. In al onze ijdelheid meenden we die tijd te kunnen beheren en beheersen door hem aan wanden op te hangen, om onze polsen te binden of hoog in torens te installeren. Zo knullig onbenullig: de tijd in mootjes hakken om die te kunnen overzien. Zonde van die ene seconde!

    Ook het element ruimte kreeg in de loop van de (chronologische) geschiedenis een aantal facelifts.Enige bewegingsvrijheid drong zich op, al zouden territoriumgedrag en grensgevallen zich al heel vlug voordoen. De wereld werd later een mondiaal dorp, jawel, maar in elk straatje en op elk pleintje wordt nog gevochten.

    Tijd genereert leeftijd, zegge en schrijve: ouderdom. Lot dat we niet in de hand hebben. Het is onmogelijk vele jaren aan het leven toe te voegen (een ouderdom van 150 mensenjaren zal de grens zijn); het is alleen de kunst leven aan de menselijke jaren toe te voegen. Een ader gaat net zolang mee tot het vege lijf er genoeg van heeft. Taant de expressie naarmate we steeds meer leeftijdskapen ronden? Dimt het benul?

    Ruimte creëert afstand annex de noodzaak aan snelheid. Lot dat we evenmin beheersen. We hebben de techniek op dat vlak nog niet voldoende in de hand. Het begrip risico komt hier veel vaker onverwacht uit de bocht opdoemen. Het wiel en de trap zijn geëscaleerd. Mars is in zicht. Binaire nullen bepalen veel. Het benul groeit.

    Het (nood)lot is onbeheersbaar en maakt deel uit van het leven, dat tot nader order van dat lot gelijkmoedig of gelukkig kan verlopen. Pas na het toeslaan van het noodlot, beseffen we dat we in een gewoonheid vertoefden die ons onbewust gelukzalig maakte. ‘Een mens is goed omdat hij niet slecht is,’ verzuchtte Oblomow ooit, horizontaal gelegen. Parafraserend zouden we kunnen stellen: een mens kent geluk pas bij niet-geluk. Oblomow is een van de grootste onbenullen uit de literaire geschiedenis, met een ontstellend gehalte aan expressie op zijn actief.

    Levert het ruimtelijke noodlot anderzijds iets op? Nou, ballingschap verschafte wel eens nieuwe inzichten. De nomadische mens werd er niet dommer op. Maar je zult maar ter aarde geworfen worden in een sloppenwijk of als elfde koter in een mijnwerkerswoninkje in de Borinage. Of door ziekte of gebrek verbannen worden naar je werkkamertje.

    Levert het tijdelijke noodlot anderzijds iets op? Tja, bent u geboren en getogen op een interessante tijdsscharnier? Maakte u bewust het meest bepalende decennium van uw eeuw mee? Bent u loopgraafsoldaat uit De Groote Oorlog, cocktaildrinker uit de roaring twenties of stond u eind jaren zestig op de barricades in Parijs? Bent u als schrikkelkind pas om de vier jaar eens jarig?

     

    Noodlot, lot, voorbeschikking. In sommige gevallen genereerde het lot van één iemand geluk en voldoening voor vele anderen. In andere gevallen deden zich bijna schilderachtige, alleszins romantische gevallen van voorafbeelding voor.

    Shelley stierf eenzaam in een woest tempeest. Tolstoj gaf net als zijn Anna Karenina de geest op een spoorwegstation. Rilke zou overleden zijn aan de gevolgen van een doornprik van een rozenstruik. Virginia Woolf koos het water als eindbestemming, met stenen in de zakken en bezwaard gemoed: het geluid van water is de basstoon in haar teksten. Esopus had een bochel en werd de vader van het fabeldicht. Homerus was blind en schiep een formidabele wereld. Erasmus leed aan jicht en bleef noodgedwongen binnenskamers voor zijn Lof der Zotheid. Ronsard was doof en werd de recordhouder van de welluidendheid in de Franse bellettrie. Andersen was aartslelijk, wou het theaterpodium op, maar schreef uiteindelijk sprookjes.

    En, last but not least: Montaigne trok zich op 37-jarige leeftijd met een ernstige nierkwaal in zijn torenkamer terug om een ‘zelfportret’ te schrijven. (Misschien ook uit ontgoocheling over de wereld en in een poging zichzelf in die wereld te definiëren? Immers: La plupart des occasions des troubles du monde sont grammairiennes.) Hij werd de aartsvader van alle ‘probeersels’.

    Eeuwen later zou Anton van Duinkerken schrijven : ‘Zo is de mens gebouwd, dat zijn ellendige gebreken dikwijls de voorwaarden worden tot zijn schitterendste heerlijkheid.’ Wij voegen daaraan toe : … voor de anderen. Is het immers niet dankzij de Ballade van Arie Hop (John O’Mill) dat duizenden Hollandse kindjes van de vreselijke nagelbijtdood zijn gered?
    ‘Aanhoort het noodlot, fel en wreed/ van een kind dat op zijn nagels beet.’ 
    Voorwaar: perfectie is saai. Dat eerlijke benul genereerde al menig meesterwerk.

    Een speling van dat lot mag allicht worden begrepen als een gebrek aan bevattings- en incasseringsvermogen bij de mens. Nou: gebrek aan benul, dus. Zegge en schrijve: onbenul. Het woord ‘speling’ vertolkt ons onbegrip en onze onmacht ten opzichte van voldongenheid… en van de willekeur van deze voldongenheid. Het degradeert het lot tot iets grilligs. Ook de natuur kent haar door de mens toegedichte speling – dan ontpopt ze zich in noodlottige gedaantes: ziektes en natuurrampen zijn misschien de twee sterkste dommekrachten waarvan het noodlot zich bedient. Desgevallend of desgewenst kan Lot dan met een hoofdletter worden geschreven, rijmend op of met God. Dat hoofdletterlot zal een fatale bliksem niet toeschrijven aan een botsing tussen overspannen wolken, maar aan een boze God die met zijn lastoestel de gaten in de ozonlaag weer dicht probeert te schroeien. We zorgen er wel voor dat er ons altijd iets boven het hoofd hangt. Onze onbenulligheid is te groot. We doen daar iets aan. We maken ons klein en geloven in iets groots. Maar misschien vergeten we dat ons vergrootglas ook de feilen en fouten mee vergroot.

    Er zijn dus loffelijke pogingen. Lotelingen hopen altijd op het goede getal, op geluk. Het is verslavend. De ruimtevaart probeert aan het lot van de zwaartekracht te ontsnappen. (Vallen, epilepsie zijn zo werelds). Scalpel en medicijnen proberen lotgevallen te bezweren die haaks staan op de menselijke conditie van gezondheid. (Epidemieën zijn zo des werelds). God met een hoofdletter wordt aangeroepen wanneer de rede radeloos wordt ten opzichte van onmenselijke machten. (Goden zijn nochtans jaloers op stervelingen).

    Kan men zich dan wapenen met zoiets als vrije wil? De vrije wil van de mens bestaat misschien alleen hierin dat we zaken kunnen toeschrijven aan het (nood)lot, en aan spelingen daarvan. De vrije wil is zo breeddenkend te aanvaarden dat we niet alles in de hand hebben. De vrije wil is ontroerend menselijk, en flaneert, soms pretentieus en opzichtelijk, soms tolerant en bescheiden, op de catwalksvan pessimisme en optimisme. Maar eigenlijk bewandelt de vrije wil een derde circuit. De vrije wil meent namelijk rekening te houden met alle seizoenen in één keer. De vrije wil weet: Versace stippelt die bepaalde lijn uit, omdat de mode wil dat het weer lente wordt. De vrije wil weet ook: nooit zal een enkele boom, een enkel blad rekening houden met Versace. Toch is hij  een van de koningen van het benul.

    Alleen enkele voortekenen behoeden ons ietwat voor voldongenheden. Het is passend en goed daar benul van te hebben. Dieren zwijgen stil bij naderend onweer. Bepaalde honden voelen een epilepsieaanval bij hun baasje aankomen. Sterren, de vlucht van de vogels en wind schijnen gelezen te kunnen worden. Een knipoog, een vlinderslag, een fluitsignaal, een bel, een profetie, een getal, een gebaar kunnen bepalend zijn. En een oud spreekwoord bij de Toearegs zegt:
    Als de weg bochten begint te maken, is de koning oud geworden.

    Knullig toegeven, bezweren of negeren? Hoe groot is mijn benul? Hoe klein is mijn onbenul? Het is mijn lot dat ik niet zeker weet of er zoiets als noodlot bestaat. Stel dat noodlot zin heeft, en bestaansrecht, dan moet er een ander woord voor worden bedacht. Het blijft essayeren. Expressie. Depressie. Ik doe er misschien iets aan. Ik heb benul. Eerlijk is niet altijd heerlijk, maar duurt het langst.

    Daarom, toegegeven, voorwaar: de mens is een loteling. Van alle niet-geborenen is hij ooit de uitverkorene geweest om als loteling te leven. De borstentorser als niet-man; de teelballentorser als niet-vrouw. Hij (m/v) is de gelukzak bij uitstek. Zoals hij zijn er zoveel. Hij is een appartemens. Zijn geboorteschreeuw is er een van angst, verbazing en geluk. Zijn getalletje wordt getrokken en daar is reeds zijn eerste lotgevalletje. Zijn avonturen kunnen een aanvang nemen, in het gezelschap van zijn lotgenoten. De stomme gelukzak. Het onbenulletje. Als hij/zij wat geluk heeft: het individuo. Wordt het benul of onbenul?

              

    Een outtro over een lelijk woord

     

    Benul klinkt niet fraai. Het ziet er ook niet uit. Het is het ongetalenteerde stiefzusje van besef. Het is het stoute broertje van inzicht.

    Het opperste staaltje van benul vond schrijver dezes verwoord in een tekst uit 1938. Hij is van de dichter Roland Holst. Nog nooit heb ik een betere formulering gevonden in verband met het verschijnsel ‘dichter’, die de echte koning van het hele gamma is: van benul over idee en notie en kennis en verstand en bevattingsvermogen tot inzicht. Holst stelt dat te midden van de meeste mensen, die zich reeksgewijs naar karaktersterke voormannen schikken, zich afzonderlijke aanwezigen bevinden.

    ‘Het zijn wezens, die als het ware vanuit een ijler en volstrekter leven in deze wereld kunnen doordringen en er zich handhaven door een tot hier geborene in te varen nog voor de vorming van de korst, die karakter heet, begonnen werd. Zij gaan, tegelijk hevig en droomzwaar, hier om, helder of duister, in ons midden of afgewend, en leven – al is het maar in verhalen – naderhand voort in de wereld of in een dorp, of maar in een straat. Soms verschenen zij als helden of als heiligen, soms als bozen; zij leven zonder karakter te vormen, enkel als verzichtbaarde wezens van buiten uur en feit, luide of stille bezetenen, en kunnen, vaak nog door de herinnering, die zij nalaten, velen uit het reeksgewijze bestaan losrukken en onverschillig maken voor karakter of aanzien, hen verterend in de hoge koorts van het heimwee naar de gebieden waar zij vandaan komen. Heimwee, want bij elke wieg heeft een deur opengestaan, al was het nog zo kort en op een kier, naar wind en licht buiten de tijd.’  

    Als dat geen geniaal verwoord benul is. Ik dacht het wel: dat er nog iets anders aan de hand was. Ik besef het meer dan ooit. Ik heb nu inzicht.


    18-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.271: Gestopt

    GESTOPT

     

    Na jou.
    Nou ja.
    Ja hoor.
    Dank je.
    Wel fris.
    Zeg wel.
    Rook je?
    Niet meer.
    Blijf je?
    Weet niet.
    Ik wel.
    Ach zo.
    Wordt leuk.
    Zal wel.
    Wat nu?
    O nee.
    Het stopt.
    Duw eens.
    Doe ik.
    Gaat het?
    Blijft zo.
    Nog niet?
    Gaat niet.
    Wacht eens.
    Helpt niet.
    Laat mij.
    Weer niet.
    En nu?
    Een peuk?
    Dank je.
    Dus toch.
    Eentje maar.


    02-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.270: Ik zou u schrijven

    IK ZOU U SCHRIJVEN    
                                     

    Ik had het u gezegd dat ik u zou schrijven. Ik had u stellig een bericht beloofd, maar ik had zoveel aan mijn hoofd. De dagen kropen voorbij als een leger trage peulenschillen. Ik weet dat ik in gebreke ben gebleven, en toch: ik hoefde alleen maar dicht te kleven. Nu ik het schrijven ben verleerd, weet ik evenmin hoe u aan te spreken: beste, lieve, of doodgewoon hallo. Toch ligt mijn brief gereed. De woorden zijn al opgeschreven en uw verandering van woonst is genoteerd. Tussen de regels smokkelde ik uw ontbreken en gewaagde van de zwaartekracht daarvan: dat alles, alles in het niets verzinken zou bij die leegte vergeleken. Ik pelde een kalender, telde af, maar bleef halverwege steken. De ellende was dat wat ik schreef dag na dag verschieten bleef. U verbleekte met de woorden mee, totdat er niks meer over was. Ik schrok van de snelheid waarmee. Weet: dit schrijven had u kunnen bereiken. Ik zweer u dat ik daar ben blijven steken waar ik niet wist hoe u aan te spreken. Zo blijft u vers na vers ontbreken, alsof u onbeschrijfelijk bent. Zo moet ik blad na blad toegeven dat u de dichtkunst goed verstaat.

    Hoor ik daar eindelijk iets? Ik keer de zandloper weer op zijn kop en luister naar oningevuld gerucht. Het blijft bladstil; het is niets. Ik laat u dan maar wonen in het gedicht. Ikzelf ben blijvend aan het dolen, schrijvend op zoek naar uw gezicht. Tussen de regels zit het diep verscholen. Ik tel de woorden als de uren: ze blijven komen, ze blijven duren. Maar of ik ze zal versturen?

    S.


    26-02-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.269: Koksmonoloog

    MONOLOOG VAN DE KOK

    (fragment uit het toneelstuk Hotel De Stervende Olifant)

     

    { Onbestemde ruimte. Suggestie: achtergrondprojectie Bulgaars landschap? Eerder als in een droom. Chef-kok Skinov houdt een culinaire monoloog, gewapend met een schuimspaan waarmee hij zijn woorden dirigeert. Hij is ook in volle koksplunje en draagt een groot rugnummer 1. Af en toe grijpt hij iets eet- of drinkbaars uit een voorraadzakje om zijn hals, zoals renners op de fiets dat doen. Dat zakje wordt hem op een bepaald ogenblik aangereikt door een overdreven lange arm, die tijdens deze scène voortdurend zichtbaar is vanuit de coulissen, totdat het zakje is aangereikt. Dat mag een overdreven, zeer lange arm zijn. Deze scène figureert eigenlijk als een visioen. Het kan een droom van Skinov zijn, die alludeert op de dood(soorzaak) van een beroepsrenner: bloeddoping annex viscositeit van het bloed annex (risico op) trombose met de dood tot gevolg. }

    Skinov {hoogdravend}Bulgaren leven lang! Bulgaren tergen de tijd! Het zijn niet de tijden die veranderen, maar de mensen die verouderen. Bulgaren niet. Geheime diëten met Bulgaarse yoghurt beletten het stremmen van het menselijk bloed. Balkanblubber waar zo de spot mee gedreven wordt, doet iets aan de viscositeit ofte stroperigheid van het bloed.  Bulgaarse koks raken niet van de kook.

    (HIER GAAT SKINOV ZIJN EETZAKJE PLUKKEN VAN DE OVERDREVEN LANGE ARM DIE HET HEM VANUIT DE COULISSE AL ONONDERBROKEN ZICHTBAAR AANREIKT. HIERBIJ IS ZIJN RUGNUMMER 1 OOK GOED TE ZIEN. HIJ HANGT HET ZAKJE OM ZIJN HALS. EEN KEER NEEMT HIJ IETS TE ETEN; EEN KEER IETS OM TE DRINKEN. DE LANGE ARM VERDWIJNT ONDERTUSSEN LANGZAAM.)

    Hun gasten raken evenmin van de kook. Mijn sauzen zijn bloedverdunnend; mijn vuren antibacterieel. Ook blauw bloed hoeft me niet te vrezen. Ik kan blauw koken; ik kan rood koken; ik kan groen koken; ik kan zwart koken. Ik kan de eenkleurige kok bij uitstek zijn: één dag, één kleur. Wees gerust: uw bloed wordt er niet dikker van. Ik kan ook de Bulgaarse, de Vlaamse, de Waalse en de Belgische vlag koken. Coq-au-vin. Vol-au-vent. Coq-au-vent. Vol-au-vin. Coq-au-Vol. Vol-au-Coq. Ik hutsel; ik knutsel. Regenboog- en olijfboomkoken kan ik. Ik heb al voor heter vuren gestaan. Koken zit me in het bloed. Mijn bloed kookt. Ik trek mijn messen. Ik sidder en ik sudder bij de aanblik van een krop jonge sla met een diep verborgen knop, ik sidder en ik sudder bij de aanblik van een koppel opengespreide kikkerbillen als jongemeisjesdijen, ik sidder en ik sudder bij de aanblik van een knipogend konijnenoog in de gelatine van potjesvlees gevangen, ik sidder en ik sudder bij de schreeuw van de kreeft vlak voor het dodelijke doopsel. Ik ken de weldaden voor het menselijk bloed: de heilige oliesels uit Italië, de goede oliën uit de noten, de knoflook die de papillen teistert en de adem verpest, de sappen van {nadrukkelijk} beetgare en Búlgare wortelen. De evenaar, Kreeftskeerkring en Steenbokskeerkring lopen door mijn keuken. Ik eet en ik kneed en ik weet wat goed is voor merg, been, huid, haar, spier, bloed, hersens, kak en pis, want dat is wat de mens is. En als het moet, dan krijg je van mij een steak pretentie. Tweedegeneratievlees. Dan zeg ik: neemt en eet en verslik en stik, mijn boontje komt om zijn loontje. Voedertijd! Ravitaillering! Potjes poeders! Zakjes bloed! Voorwaar ik zeg u: eet mij, drink mij, dit is mijn vlees, dit is mijn bloed …

    { De rest gaat verloren in hevig geclaxonneer van volgwagens à la façon de Tour de France }.


    21-01-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.268: Een photo

    EEN PHOTO

     

    Interrogatum est: Inveniamne?

    Responsum est : Invenies.

    Fiamne dives ? Fies.

    Vivamne invidendus ? Vives.

    Moriarne in lecto meo ? Ita.

     

    Er is gevraagd: Zal ik het vinden?

    Het antwoord is: Dat zult gij.

    Zal ik rijk worden? Ja, dat zult gij.

    Zal ik tijdens mijn leven benijd worden? Dat zult gij.

    Zal ik in mijn bed sterven? Zo zal het zijn.

     

    Dat zijn de vragen die de hoog dichtgeknoopte vrouw op de oude foto aan de zwaar bebakkebaarde man naast haar onuitgesproken stelt. Zij kijkt hem daarbij niet aan. Zij kijkt, zoals haar ooit gevraagd werd, in de lens. De vrouw zit op een kleine sofa; de hand van de man rust op de leuning van de sofa. Hijzelf staat half achter het ontroerende zitmeubeltje. Hij denkt: ‘Ik heb een goede vrouw. Tijd om met haar weer eens vereeuwigd te worden.’

    De vrouw is aan de fles, maar de man weet dat niet. Hij zit vele malen eenvoudiger in elkaar dan zijn eegade. Zijzelf is een hoogbegaafde huisvrouw – een van de allereerste, omdat er sinds die tijden geen geld meer is voor een huishoudster, butler, kokkin en stalknecht. Nochtans heeft zij ooit Latijn, Grieks en algebra geleerd. Daar kan zij geen gezin mee beredderen (en op photo’s ook niet doen alsof) dat zes kinderen telt, telde: vier in leven. Omdat het leven uit haar werd weggezogen, giet zij het stiekem weer vol met alcohol. Geestrijke dranken verdoven ietwat haar geest. Of dat waar vele anderen noch de woorden noch het bevattingsvermogen voor hebben. Zij bezweren ietwat het gevaar, maar net zo goed doen zij dat harder oplaaien.

    Het is de laatste photo genomen van de vrouw.    

    Was deze intelligente vrouw misschien na een stuitend misverstand met haar wettelijk geregelde wederhelft domweg over een po gestruikeld, ondertussen door die ongelukkige val de geest gevend, en was zij daarna inderdaad in haar (eigen) bed getuimeld? De schedelpan gespleten door de kracht van een snel geheven en weer neerdalende kandelaar? (O geliefd moordvoorwerp!) Of gewurgd door een stel vertrouwde mannenhanden die… nou: zichzelf plotseling niet langer in de hand hadden? Of… was er een andere teelballendrager in het spel? In diezelfde slaapkamer? Vrouw, misschien? Is er met gif gewerkt? Naalden, priemen? Een diepgevroren schapenbout? Is deze hoog dichtgeknoopte persoon van vrouwelijke kunne onwel geworden door een uiterst naar bericht en was er niemand in de onmiddellijke omgeving om Hare Hoogdichtgeknooptheid te ontknopen? Zag ze overal hardheid en hindernissen, schoot ze zich daarom voor het hoofd en viel ze daarna in een laatste sentimentele wanhoopskramp van troost op haar eigen bedhelft neer? Een horizontaal sanctuary? Nooit meer slapen, nooit meer opstaan?

    We zullen het nooit te weten komen als we alleen maar naar deze veelzeggende photo staren. Feit is dat dit de laatste photo betreft van de vrouw in levenden lijve. We zullen forensische wetenschappen nodig hebben om deze boeiende photografie met andere ogen te bekijken.


    19-12-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.267: Getetter & Getoeter

    GETETTER EN GETOETER IN DE LETTEREN


    Schaduw van de koning is een hallucinante letterkundige prestatie, gestut door een groots historisch besef, een scherpe pen en een perfect gevoel voor opbouw en spanning’ (Herman Brusselmans, op de achterflap en op de cover).

    ‘De origineelste van alle Vlaamse misdaadauteurs’ (Che)

    ‘Een unicum in de Vlaamse thrillerwereld’ (Humo)

    ‘Niemand schrijft thrillers als Bavo Dhooge’ (Standaard der Letteren)

    Schaduw van de koning is zijn voorlopige magnum opus’ (citaat uit de flaptekst)

    Laten we even kijken.

    Eerste citaat: ‘Kolonel Werner Kiewitz, de bewaker,’ zei de man. ‘Wat is er gebeurd met uw arm?’ Hij knikte naar de leegte, de herinnering aan mijn rechterarm en schouder.

    Tweede citaat, enkele bladzijden verder: ‘Ik deed zachtjes de deur weer dicht en waste mijn handen voor de gebarsten spiegel, die mijn gezicht in twee helften leek te splitsen. Een goede helft was er echter niet meer.’

    Nou, wat hebben we hier voor hallucinants letterkundigs? Als dat niet thrillt!!

    Een eenarmig hoofdpersonage dat plotseling zijn handen staat te wassen. En dat reeds in het begin van het verhaal. Niet te verwonderen dat het de grootste lapzwans uit de letteren is die zowel voor als achter op de cover zes holle adjectieven (moet het overigens niet groot zijn in plaats van groots?) over deze thriller de letterkundige wereld in bazuint. Je vraagt je af hoeveel per stuk dat moest kosten. En of het boek nu tegen halve prijs verkocht zal worden.


    19-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.266: Water

    WATER                                                                                            

    Water uit de hemel kan je niet eeuwig tegenhouden. Dijken dammen het aardewater af. Hemelwater valt niet mee.

    Nederland heeft nog vijf jaar te leven. De zeespiegel stijgt en het regent onverdroten. De klank van ‘verdriet’ zit in dat woord. En van ‘vergiet’.

    Voor een lage streek zijn de dijken en de dammen maar materiële symbolen van een ijdele hoop. De les van 1953 is wel geleerd, maar die van 2018 zal niemand in Nederland ooit nog navertellen. Tenzij het koninkrijkje voltallig op het water gaat wonen.

    Op de documentaire tv-zenders is – met weliswaar rustige stem – al jaren gewaarschuwd voor vloed en snood. In nog andere documentaires werd – met iets onrustiger stem – geponeerd dat water het nieuwe kapitaal van de toekomst uit zal maken.

    Nou.
    Laat het dan maar regenen, zeker?
    Iemand nog een glas water?

    Een dreigende druppel die in een plas valt, kan de toon zetten voor een beklemmende film.
    Vuur kan je wegjagen. Door hetzelfde water waarmee je vuur wegjaagt, word je de dood in gejaagd.

    Water lijkt altijd gelijk aan zichzelf te zijn. Er is niets tegen in te brengen. Je moet het nemen zoals het is of zoals het zich aandient. Aanvankelijk kun je opvangen of afleiden. Zelfs gebruiken. Gewoon laten vallen of komen, maar wanneer water wraak neemt en de massa groter en onbeheersbaar wordt, ben je prooi en slachtoffer.

    Nederland zal nooit verdwijnen door bosbranden. Je mag het dan nog op z’n geheel schroeien of blakeren. Het zal wel verzuipen. De watermassa’s zullen boven deze lage streken een grote natte rimpeling draperen, de aquadoodsreutel van Kikkerland. Hier en daar zal de opperste spits van een torengebouw nog als een vingerwijzing in de lucht priemen: ‘Jongens, had toch dat glas water uitgedronken!’

    Heel Nederland zal H²O zijn.

    De Hollandzee.

    Geen storm in een glas water.

    PS De sinterklaasstorm van 5-6 december 2013 was een waarschuwingsprik.

           Het betrof een oefening in 'oranje boven'. 

    (Begin december waren de boomkruinen al voldoende krokant om bij de eerstvolgende windstoten hun bladeren af te geven. Niemand had zich echter aan die sinterklaasstorm verwacht. De combinatie ‘waaiweer’ en ‘sint’ fietst er bij iedereen in als zoete koek, maar dit zou andere koek worden. Zei men.
    En zie, voorwaar: bij nacht en ontij werden anno 2013 andermaal (remember WOI, WOII, 1953) zandzakjesweringen opgetrokken, dit keer door mensen in oranje hesjes. Oranje boven. Geleidelijk aan werd duidelijk dat het waterpeil zorgen baarde, en niet de grillen van Heer Wind. Het dreigende geklots bereikte hier en daar zijn tergende recordhoogte, maar uiteindelijk kleurden de lage streken aan zee en aan de Schelde niet langer oranje.

    De grote vraag is nu: hoelang zal het nog oranje boven zijn?)

    XTRA PS In Vlaanderen/België gaf men de sinterklaasstorm de naam 'Dirk'. Stormen/orkanen krijgen toch vrouwennamen?

    XXTRA PS In februari 2014 loopt eerst een stuk van Good Old England onder water.


    18-10-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.264: Beu

    BEU

     
    - Beu!
     
    - Koeiemorgen.
     
    - Allez: loei, ja!
     
    - Beu!
     
    - Koe zo! 

    07-10-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.263: Acteur

    ACTEUR                                 

    En ja hoor, het deed zich plotseling voor. Omdat we sedert kort niet zo ver van elkaar woonden. Zelfs dezelfde bankier hadden. Bakker. Slager. Ik botste op Gérard Depardieu in levenden lijve, niet ver van de taalgrens even bezuiden mijn eigen stadje. ‘Get a nosejob’: dat was het allereerste dat door mijn hoofd flitste. Gelukkig ontsnapte dat niet uit mijn mond. ‘Een klein wit gesneden brood’, vertolkte Depardieu. Dat was niet tot mij gericht. We stonden beiden tegenover een mooie bakkersvrouw. ‘Jouw broodje is wel al gebakken hé’, gromde ik onwillekeurig. (Als liefhebbersacteur sta ik wel vaker in mezelf te mompelen). Ik kon het niet helpen. ‘Hé?’ deed Gérard, zijn indrukwekkende lijf een kwartslag draaiend. De neus van de acteur veroorzaakte even een gulp oostenwind. ‘Goedemorgen meneer Depardieu’, groette ik eerbiedig in een aanpalende taal. Toen viel ik bijna steil achterover van onthutsing. Ik ontdekte dat hij een exemplaar van het Vlaamse theatermagazine OpenDoek onder zijn arm geklemd hield. Even kon ik geen woord meer uitbrengen, in geen enkele taal. ‘Heb ik iets van u aan misschien?’ informeerde de acteur dreigend-vriendelijk. ‘Maar nee, ik doe niet in grote maten’, stamelde ik verloren, terwijl mijn blikken zich andermaal aan zijn enorme pief vasthaakten. De bakkersvrouw overhandigde nu het kleine broodje aan de grote man. Daardoor kreeg ik de slappe lach. Tegelijkertijd kukelde het exemplaar van OpenDoek van onder Gérards arm op de grond. Gezamenlijk bogen we ons voorover om het ding op te rapen: ik proestend, hij geïrriteerd. Ik was waarschijnlijk de honderdduizendste oen die hem teisterde. We botsten nu knoerthard met onze koppen tegen elkaar. Daardoor kreeg ook de bakkersvrouw de slappe lach. Er trok donkere bewolking over het gezicht van de acteur. Hij klemde boos zijn broodje onder zijn arm en spoedde zich weg uit de bakkerij, met achterlating van OpenDoek. Diezelfde dag nog vroeg Gérard Depardieu de Russische nationaliteit aan.  En de bakkersvrouw abonneerde zich op OpenDoek. Een happy end aan een onwaarschijnlijk verhaal.


    28-07-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.262: Vederlands

    VEDERLANDS

    1. Letterbetisch

    Achterbaksel: lastig nageslacht op de achterbank van een auto

    Afkoriaans: afko-taal

    Appartemens: persoon levend op eenzame hoogte

    Asbest: as op z'n best. Op z'n asbest: niet op z'n paasbest. Dood.

    Baasontsteking: woedebui van iemand die het voor het zeggen heeft

    Basielzoekers: in de aap gelogeerde Fawlty Towersachtige hotelgasten

    Belgrim: Belg die ijvert tegen de barst in België

    Binnenpretparkje: aardig stadstuintje 

    Bikiniks: monokini

    Briesvak: tribunecompartiment van die-hards

    Bewijsbegeerte: drang naar vraagstukken en hun oplossingen; drang om te meten

    Curryculum: levensloop van een kok

    Coureur local: kermisrenner

    Chemie: bekend restaurant

    Demonstructie: samenraapsel van demonstratie, instructie, constructie, deconstructie, demon en demolish

    Diadeemstering: aanval van flauwte bij het ondergaan van andermans diareportage 

    Enterprise (The): Engels stopcontact

    Europa: vrijgevige opa op 1 januari

    Fluisternis: schemertoestand van ingetogenheid 

    Flestiek: plastic fles

    Fauto: foto van een auto

    Fouto: foto van een lelijke auto of lelijke foto van een auto

    Galopkak: diarree (synoniem: spreadshit)

    Glasnosticus: gelooft niet in dooi

    Godspot (ook: G-plek): kerk

    Gooikoorts: dronken drang om met alles te gooien

    Hakcent: cijfer na de komma

    Hoofddrol: directeur van de lege dozen

    Hoolifant: volslanke nietsontziende voetbalgeweldenaar

    I-A: het omgekeerde van A(d) (I)nterim

    IJshokkie: iglo

    Individuo: een duo dat onlosmakelijk tot één specifiek individu behoort. Voorbeeld: de kont

    Jawoord: nee

    Kijkgelijke: lookalike

    Kontainer: omvangrijke hoeveelheid zitvlees 

    Korstdag: tweede kerstdag

    Kluisteraar: toehoorder bij Een Dichter Leest Voor Uit Eigen Werk

    Krenggesprek: discussie met een tang van een wijf

    Lachmerrie: noodgedwongen te ondergane mop waar je niet mee kan lachen  

    Liggende wip: bepaalde schietsport

    Luchtmisdrijf: ongezonde uitstoot

    Mayonijsje: uitgelopen ijsje

    Millenniummers: die zijn geboren tussen 2000 en 2010

    Miskunde: het buisvak wiskunde

    Neerslagtigheid: herfst in je hoofd   

    Nelders: nergens anders

    Neuzelarij: neusinhoud 

    Nopdat: opdat niet (zoals in 'lest we forget')

    Nostaligie: heimwee naar kaarsen, wierook, missaals en Latijnse missen

    Onderdegrondstopping:  teraardebestelling van een vijand 

    Ooigevaar: schaap dat in wolf veranderd blijkt te zijn

    Papenkruis: ultramontaan kruisteken

    Quotiënt: spoorloos patiënt

    Religeus: probeert ongelovig te zijn

    Rotterdame: kerk als sanctuary gebruikt door vooral havensloeries & -sletten

    Roverheid: corrupte overheid

    Rukwind: geladen variant van rugwind; veest tijdens het rukken

    Rushuis: rusthuis in de fik 

    Scheldklier: overspannen iemand die met overslaande stem iemand de mantel uitveegt

    Sms: afko van smoes 

    Seriewoordenaar: romanschrijver 

    Stopcontract: ontslag

    Tweehonderd: een duo sufferds van honden, vergelijkende trap 

    Turnzak: bedorven Nederlands voor slechte leraar gymnastiek

    Ukkelpop:  Sabine Hagedoren

    Upperdog: met das opgeknoopt kaderlid uit de bovenwereld

    Vakbons: werkloosheidsuitkering of gouden handdruk of hoge pief in de vakbond

    Videoot: mens zonder papieren of beeldbuizerd

    Vlameling: Vlaming die zich niet meer thuis voelt in het multiculturele Vlaanderen

    Waanhoop: zeer ijdele hoop

    Webdracht: taak op het internet

    Wisdaad: perfecte moord

    Woelrenner: onbetrouwbaar eindspurter

    Wijnbegeerte: alle wijsheid in een kan

    X: afko voor ‘k zal lang moeten zoeken

    Y: Griekse schiereiletter

    Zaagmeel: ongevraagd steeds weerkerend mailbericht

    Zakjapanner: kleine Japanner 

    Zinsverduistering: kaduke zinsbouw. Wanneer grammatica dramatica wordt. 


    2. Vederlichte inspraken

    Winnen is belangrijker dan deelnemen
    Ooit zal niets van dat alles van ons zijn
    Beauty calls
    Jammer dat God dit niet meer mocht beleven
    Gelukkig geleek de pasgeboren baby vooral op zichzelf
    Kunt u leven van de pen? Ik kan er wel bij blijven werken
    We zitten een leven uit op later en dood


    3. Vedersproken

    Er heerste een ijzige stilte toen de vorst zijn intrede deed

    ( Vederdenker: … kan worden vervolgd … )


    14-07-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.261: Etters & Engelen

    ETTERS & ENGELEN

    Kinderen, engelen zonder vakbond, ettertjes zonder stemplicht, hebben me al vaker geïnspireerd om te schrijven. Soms ook inspireren ze me om ze vierkant bij hun lurven te vatten en ze te doen kiezen tussen een half pak rammel of een volle week ouderwets internaat op levertraan en vis en melk met vellen. Kinderen: volwassenen op maquetteformaat? Volwassenen: ex-kinderen? Het hangt er waarschijnlijk van af hoe je je zelf op een bepaald ogenblik voelt. Ooit, lang geleden, maakte ik op één en dezelfde dag drie dingen mee waardoor ik andermaal over kinderen begon na te denken en waardoor ik dit stukje ging schrijven.

    Eén. Mijn vrouw en ik zaten ons blauw te ergeren tijdens een schoolvoorstelling van Midzomernachtsdroom, Schaakspier. Reden: frequent gefluister tussen twee prepubers vlak voor ons. Het stoorde grondig. Vooral omdat Shake’s dialogen veel beter waren. Net op het ogenblik dat we wilden ingrijpen, deed een andere vrouw dat. Maar… met een van onze kinderen, die met een vriendinnetje enkele ongemakkelijke stoelen verder blijkbaar ook stoorzender zat te zijn. ‘… blijft ge maar beter thuis…’, vingen we nog net op. Familiale interpellatie tijdens de pauze: het was natuurlijk weer niet de schuld van mijn dochter. ’t Is altijd de ander.

    Twee. Een shoppingkoffie aan een tafeltje bij het raam van een taverne. Een gezellig plasje inktzwarte troost midden in een propvolle drukke dag. Achter mij zat een wettelijk geregeld koppel. Hun nageslacht, in de vorm van een kind, liep rondjes in de taverne. Plotse, dreigende acceleratie van ruziënde stemmen: een theeënde dame kon die rondjes niet langer aanzien. Of kon ze niet tegen het uiterlijk van de beide verwekkers? De papa had lang haar en de mama zag er ook goed uit. Gekrakeel dus. ‘… blijft ge maar beter thuis…’, ving ik andermaal op. De dienster en de gerant werden er zelfs bijgeroepen. In stilte koos ik partij voor het kind. ‘Je mag hier wel vrij rondlopen, Sofietje’ hoorde ik de stoute papa tegen zijn kind zeggen. ‘Natuurlijk,’ beaamde ik inwendig.

    Drie. Ik stapte door de stad op weg naar een Zeer Belangrijk Gebouw. Op het trottoir ving ik een flard van twee woorden op, gewisseld tussen twee vrouwen: ‘Tante Pijn’. Ik dacht onmiddellijk te weten waarover dit ging. Een zekere gok. Een van de twee was verpleegster. Die moest haar nichtje af en toe een spuit toedienen. En dat kind zag ‘Tante Pijn’ niet graag  komen.

    En alzo, terwijl de Grote Beslommeringen des Levens zich in die tijd aan mij voltrokken, stond die dag eigenlijk in het teken van kinderen. Allemaal door details: zaalgevezel, een rondje ‘dame-erger-je-niet’, twee woorden in de regen.

    Kinderen? Echte etterbakken. Engelen zonder vakbond. Mensjes op zakformaat, maar er staat reeds een hoofd op en er zit een hart in. Als je ze eenmaal koopt, heb je ze voor lange jaren. Ik wens die twee stoorzenders een babbelzieke tweeling toe die dag en nacht doortatert. Ik geef Sofietje in de Shopping nog een rondje van de baas. En deze week is Tante Spuit zelf ziek.


    09-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.260: Men spele...

    MEN SPELE …          

    Men voele zich geroepen. Men neme een aanzienlijke hoeveelheid vrije tijd. Men kieze een stuk. Men spreke een heleboel enthousiaste medewerkers aan. Men spreke er nog meer aan. Men beslisse over een halfjaar een ferm stuk op het podium neer te poten. Men zoeke repetitieruimte. Men stelle flexibele kalenders op. Men schrappe vrije weekends en vakantieperiodes. Men blokkere in zijn agenda drie avonden per week. Men haaste zich een zaal te boeken. Men zorge voor informatie zonder ook maar iemand van de zesenveertig betrokkenen over het hoofd te zien. Men lere ondertussen leven met zestien verschillende meningen over het gekozen stuk. Men zegge en schrijve en bedenke: dat zijn maar meningen, ik heb een standpunt. Men argumentere dat het toch echt wel dit stuk moet zijn. Men rake hierbij niet van de wijs. Men herbekijke evenwel toch eventjes de rolverdeling. Men stelle nog meer schema’s op. Men zoeke centen, veel centen. Men ligge bij nacht onrustig te woelen. Men wordt nachtmerriegewijs keer op keer weer met een dolkstoot afgemaakt. Of men verdwaalt honderdvoudig in een zweterig deurendrama. Men zoeke naar mogelijke vervanging of toch minstens een back-up van bepaalde opstandelingen. Men passe teksten en schema’s aan. Men neme alle verantwoordelijkheid. Men belade zich desgewenst met alle zonden van de wereld. Men stelle de auteur op zijn gemak. Men hale deze auteur zelf aan het station op zo deze zich in levenden lijve van de zaak wil vergewissen. Men biede hem tevens brood en wijn en twintig vrijkaarten aan. Men oefene bijwijlen de beroepen van elektricien en biechtvader uit. Men vertroetele de regisseur, maar bovenal de vrijwillige acteurs. Men is nooit meer thuis geweest. Men krijge eindelijk Een Stuk. Het Stuk Aller Tijden In Eigen Natje En Stadje. En men spele … Zo: u bent vereeuwigd. U bent onsterfelijk.


    10-05-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.259: Kwaak

    KWAAK


    Het gebeurt wel eens dat ik een handvol kikkerbillen in een pan gooi. Die laat ik sissen en pruttelen in al het scherpst en pikantst dat ik in ons Land van Kokanje kan ontdekken. Soms spreek ik daarover, als het water me in de mond komt en als er geen kikkerbillen voorradig zijn. Telkens lijk ik op enige weerstand te stuiten. Een broer van mij, een fantastische kok, heeft problemen met het land van herkomst van kikkerbillen: het straatarme uitgebuite Bangladesh. Het lekkers komt ook uit India. Mijn vrouw zegt dat kikkerbillen net jongemeisjesdijen zijn, weerloos geslachtofferd in die ziedende pan. Hier en daar ook lees ik dat een kikker plotseling in een prins kan veranderen. Aan het gezicht van prins Charles kun je dat inderdaad merken.

    Toch zal ik als laatste wens voor het executiepeloton vragen naar een pan kikkerbillen, zonder blinddoek. Alsook: een half dozijn oesters. En misschien nog een hazenbout met een rodenbach. Om het te rekken. Plus een chocotoff, want die gaat eeuwig mee. Heb ik gezien in de reclamespot. De mensen van het vuurpeloton moeten hun kogels en geweren met look inwrijven. Dan kan ik deze wereld verlaten, een schroeiplek nalatend die geurt naar kruit, bloed, look, kruid, chocolade, zee en vlees. Mijn hemelvaart zal welriekend zijn. De enige stank zal komen van het vuurpeloton zelf, dat bestaat uit drie anonieme briefschrijvers. Zij die, met het verstand van een kiwi, het schijt in de schoenen en de daver in hun reet anno domini 1989 onhandig de pen ter hand namen om me in kinderlijke hanenpoten te melden dat ik op hun zieltje had getrapt. Ze deden dat met die ene zwarte stift die ze nog in huis konden vinden. Ik herkende de zielenpootjes aan hun ogen, hun spijkerschrift en hun doorzichtige vermommingspogingen. Ik lachte me er een kriek mee.

    Daarom wil ik geen blinddoek wanneer die anonieme bekenden me neerknallen. Ik wil ze alle drie een laatste keer in hun kierewiete ogen kijken. Ik wil ze zelfs nog een kikkerbilletje toegooien, of het wikkeltje van mijn allerlaatste chocotoff op deze aarde. Maar vooraleer dat alles plaatsvindt, wil ik ze ook waarschuwen. Een ontmoeting met mij kan de gezondheid zeer ernstige schade berokkenen.  Ik kan mensen in kikkers veranderen. Gekwaak kan ik herleiden tot zwanenzangen. Van een appel en een ei, een koetje of een kalfje maak ik een galgenmaal. Een kikkerpoel tover ik om in een modderbad van ellende. Ik heb ervaring met delegaties uit kikkerland. Ik herken lucht. Ik kan puitenpoten behandelen als geen ander. Ik zegen huwelijken in tussen kikkerdril en paddenwratten.

    Over afzienbare tijd krijgen we weer met opgeblazen gekwaak te maken. Ze gaan weer nu afrekenen, orde op zaken stellen, duidelijk voor de streek zijn, de veiligheid bevorderen, geen verse belastingen innen en werk maken van de criminaliteit. Kwaak kwaak kwaak. Zo klinkt het in deze poel van ellende. Geloof maar niet dat er een prins tussen zit. Het zijn puiten, altijd, overal, te land en te water. Hun lievelingsgerecht is een doofpotje.


    09-04-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.258: Geschoold

    GESCHOOLD      

    Spelen dat je iemand anders bent. Theater begint al vroeg in een mensenleven. Op de speelplaatsen van mijn jeugd speelden we cowboy en indiaan. Het was al verdacht dat we dit altijd in dezelfde volgorde zeiden: cowboy en indiaan. Redneck en roodhuid. We moesten een kamp kiezen. De underdogs speelden indiaan. Die deden later iets in de sociale sector of met cultuur. De schreeuwlelijkerds wilden cowboy zijn. Die werden later verkoper of politieker. Wij hadden altijd dezelfde leiders. Zij hadden natuurlijk gezag verworven. Zij regisseerden ons.

    Eric was de baas van de cowboys. Eigenlijk was hij zo verlegen als wat. Zijn kop kon zo rood als een biet worden. Eigenlijk was hij vaak roder dan een roodhuid. Wanneer hij een vers moest voordragen in de klas, zonk hij door de grond van schaamte. Maar op de prairie van de speelplaats heerste hij als een tiran. Hij kon zich ook makkelijk verschuilen in en achter zijn grote bende cowboys.

    Didier leidde de indianenkliek. Nou: ‘leidde’. Hij was zo mak als een lammetje, had hemelse krulletjes die als een doornenkroontje om zijn kopje gevlochten waren. Hij was ook het zoontje van de schooldokter. In zijn zog galoppeerden een klein aantal softies die zich tot het roodhuidendom hadden bekeerd. Ik koos natuurlijk ook altijd voor de roodhuiden. Hoewel de upperdog van de cowboys zowat mijn buurjongen was. Daarom werd ik meer gespaard van onheil dan de andere indianen. Ik ging zelfs vaak van en naar school in het gezelschap van de cowboybaas. Misschien heb ik een carrière in de politiek gemist.

    Mijn eerste schminkbeurt deed zich ook in die middeleeuwse tijden van mijn jeugd voor. Ik was zo hard aan het galopperen over de speelplaats, op de vlucht voor een bende joelende cowboys, dat ik op de beenharde grond kukelde. Mijn knieën bloedden hevig. Ik huilde onindiaans. Een goede ziel die op een pinguïn leek en jarenlang in een klein hokje van de school vertoefde, ontfermde zich over mijn verwondingen. Zij bracht rode schmink op mijn verhakkelde knieën aan. Nadat de pijn weggeëbd was, stapte ik apetrots over de speelplaats. Ik koos een vaste uitkijkpost en keek naar het dagelijkse theater van de cowboys van Eric en de indianen van Didier. Dat was gelijk mijn debuut als toeschouwer. Mijn eerste theaterstukken waren dus openluchtvoorstellingen.

    De regen sausde onverdroten neer. De sneeuw hoopte zich metershoog op. De kraaien vroren met hun poten aan de grond. De wind huilde als een bezetene. Ja: het waren barre tijden op de prairie. Maar ik kwam gesterkt en geschoold uit de strijd.


    10-03-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.257: A la recherche

    A LA RECHERCHE

     

    Net voor ik zestig word, zit ik een variant van pita te verorberen bij de Egyptenaar in mijn geboortestadje Torhout. Ik staar quasi gedachteloos voor mij uit. Plotseling bedenk ik dat ik hier vijf decennia geleden ook zat, op exact dezelfde plek, achter een dampende mok chocomelk. Toen stond hier het gebouw van de zg. Broeders Van Dale. Met de jeugdbeweging at ik hier op 6/12/1963 een koek, washed down met warme chocomelk waarop vellen dreven. Het was nog de epoque van winkels die koloniale waren in hun vaandel voerden. In de krant verschenen foto’s van zwarten met afgehakte handen. De winters waren nog streng; de zomers bloedheet. Rode limonade leste onze dorst. De Kerk was heilig; de biecht alleenzaligmakend. Ouders waren een gehoorzaamheidsinstituut en heulden mee met politie en school. Toen al dacht ik: ‘Ik verlang ernaar om ouder te worden. Dit is geen goede tijd.’ Ik zou die middeleeuwen van mijn jeugd voor geen geld ter wereld over willen doen. Vroeger was het niet beter. O nee. Het was alleen maar beter voor wie ongemoeid door de Staat geld verzamelde. Vroeger was: bar, koud, zweet. Je was jong, dus was je verdacht. Nu kom je op tv als je jong bent. We leefden in een krampachtige tijd en wereld. Na een oorlog. Koude tijden. Nu is het permanent oorlog, overal. Maar het thuisfront loopt er toch meer ontspannen bij: we hebben leren leven met (via de media) de nabijheid van wapengekletter en doodsgereutel. We noemen het zelfs (Arabische) ‘lente’. We zijn ‘geleerd’.

    Nou, een internationale pita voerde me à la Proust terug naar de leenroerige tijden van mijn jeugd in het stadje dat later nog eventjes wereldbekend zou worden als de helft van T/W. Toen had er nog geen mens op de maan gehuppeld. Op de bagagedrager van een fiets hield je je vast aan de veren van het zadel van je vader. Brood was lang houdbaar. Er waren geen veilige hekjes boven aan een trap die je beletten van die trap te kukelen. Kolenkachels konden je vroegtijdige einde betekenen. Maar ik schraapte op zondagnamiddag na de jeugdbeweging wel een handvol sneeuw van het kerkmuurtje en at die op. Waarom? Opstand. Stiekeme sigaret. Het gehoorzaamheidsinstituut mocht dat niet ruiken of rieken. Mijn pa was nochtans zelf een stevige Almos-paffer. Mijn voorzorgsmaatregel was overbodig. Maar ook ik was met mijn Koude Oorlog bezig. Ik was toen al mijn ‘lente’ aan het voorbereiden.


    28-01-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.256: WJZBJZ

    WJZBJZ

    - Laten we er de spons over vegen.

    - Wacht: een minuutje hé!

    - Hé?

    - Niet zo vlotjes. Er moet nog iets…

    - Moeter of magger?

    - Eh?

    - Ben je een…

    - Zeveraar. Moet je een tater op je toeter?

    - Hola! Gaan we geweld gebruiken?

    - O, een alliteratie ofte stafrijm.

    - Goed geheugen, gij.

    - Daag me niet uit, hé oen!

    - Tenen? Lange?

    - Tien, slimme.

    - Dank, slome.

    - Dat is over de rooie.

    - Dus… ?

    - Hier! Pak-an!

    - Andere kleur, zwarte gordel, sorry: pardaf!

    - Aaaaaaaah…

    - WJZBJZ, uilskuiken.


    01-01-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.255: Eindelijk

    EINDELIJK

     

    We waren er helemaal niet op voorbereid: dat onze wereld niet zou vergaan in de twaalfde maand van het jaar 2012. Wat nu? Doen alsof er geen vuiltje aan de lucht was? Neuzen die bloeden? De Eindknal kwam er niet. We voelden ons bedrogen. Alles viel te herbeginnen. En het was niet eens een tabula rasa: we moesten doodgewoon doorploeteren. De oude wereld zou verder vierkant in het rond draaien, zoals altijd. Nou, dat bedierf de pret toch ietwat. We hadden zo graag gehad dat de Maya’s en de Jehova’s en nog een heel stel andere kwakzalvers en kosmopolieten een heel klein beetje gelijk hadden gekregen. Een heel klein stukje. Dat er een stuk van Israël in zee afbrokkelde bijvoorbeeld. Dat Egypte eens flink dooreen geschud werd. Dat Khadaffi-nostalgiekers in drijfzand verzwonden werden. Dat die magere clown uit Syrië door een diepe aardgleuf opgeslokt werd. Een Syrisch Repelsteeltje, weet je wel. Dat het Schoon Verdiep in Antwerpen in gruzelementen viel, zodat al die dwepers die denken dat Antwerpen gelijk is aan Vlaanderen, weer met hun lemen voeten op de grond belandden. Het is ons echter niet gegund. We moeten verder met de uitvinders van het warm water, de ideeëndieven, de tafelspringers, de Beroerde Vlamingen, de ik-heb-zoiets-van-meninghebbers, de reclamekakelaars, de ridicule voetbalafgodjes, de betuttelaars. Tja, de aardkloot. Wat een hemellichaam!




                                                  COPYRIGHT JORIS DENOO
    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Een blauwe plek
  • Moord !
  • Meester in de Vakken
  • De ongecomponeerde noot
  • Poëzie
  • Romaneske boeken
  • Satisfiction
  • Romans & Theater
  • Vreeslijke verhalen
  • Miljarden flarden

    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Sjors DNO eind vorige eeuw in een sneeuwstorm in Chicago


    Mail

    Druk op de knop


    Archief per jaar
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005

    Foto

    Foto

    Foto

                       IK ALS UK
    Foto

    Me reading HARDZIEK, romandebuut Sarah Denoo

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!