A Je houdt het niet voor mogelijk, man. Het was niet van deze wereld. B Slikte hij werkelijk die hele slang door? A Helemaal. De volle negentig centimeter, schat ik. B En het serpent keerde even later terug naar boven? A Heelhuids. B Levend dus ook, heb ik begrepen. A Springlevend. B Deed hij nog van die eh die dingen? A Hij reciteerde ook de eerste drie bladzijden uit de Narok zo uit zijn hoofd, mΰΰr dan wel achterstevoren. B De Na ja zeg, niet lullen hι! A Haha, je hebt m. B Hij stond misschien ook op zijn hoofd daarbij, met de Koran als onderlegger. A Het schijnt ook dat hij al acht jaar uitsluitend gras eet. B Dan is hij vast al heilige koe geworden. A Zo, ik moet er nu eens vandoor. B Maar je lichaam is waarschijnlijk al waar je moet zijn hι. A Beam me up, Scotty. B Bij volle verstand, schat ik. De beide helften, I presume?
09-01-2007
148: Clichι
CLICHE
A Mag ik een klassieker op je afvuren? B Ga je gang. A Welk boek neem jij mee naar je onbewoonde eiland? B Het Grote Bouw-Zelf-Je-Hutboek. A En welke drie handwerktuigen die in je broekzak passen? B Drie Zwitserse messen. A Een bord of een kop: welke van de twee? B Een diep bord. A Lucifers of een fles wijn? B Een fles wijn, zeker weten. A O ja? B Ja. En een balpen. A Ah, ik snap al B En een vel papier. A Lekker clichι hι. B Zo clichι als een kathedraal met duivenstront op. A Ik zie al een fles dobberen op de oceaan. B De wijn is voor de inspiratie. A Als de wijn is in de man B is de waarheid in de kan. A Geen lucifers dus. B Nee. En doe me ook maar een kurkentrekker. Het gaat over een fles wijn hι, en niet over een wijnfles. A Ja, het kan koud zijn op zon eiland. B Vooral s nachts. A En zonder lucifers. B Nog vragen? A Beaujolais of Bourgogne? B Bordeaux graag.
30-12-2006
147: Iets anders
IETS ANDERS
A Iets anders nu eh B Was het daarnet niet boeiend genoeg misschien? A Jaja, neenee, dat niet, maar B Gooi het maar in de groep, man. A Het gaat nu al meer dan een halfuur over waterpolo. Ik ik verdrink verdomme stilletjes aan; het stinkt hier naar chloor. B Ja zeg, sorry, maar Willy en Marc hier en ik zijn nu eenmaal toevallig A Zeehonden zijn jullie. B Ben je niet eerder in je bier aan het verdrinken dan in ons onze A Moeilijkheden met metaforen hι? B Metawΰt? A Omnivoren, amforen, flaporen, laat maar zitten. B Kijk: nu regent het nog buiten ook. Erg voor jou hι, landrot. A Gelukkig regent het niet binnen, waterrund. B Waterrΰt, zul je bedoelen. A Nee, rund. B Dat zullen we maar op rekening van de drank schrijven, hι maten? C/D Een zeehond wordt veel vergeven. A Merci, Marco Polo. Merci, Willy Walvis. B Iets anders nu Volgens mij floot die scheidsrechter keihard voor de andere kant. Zelfs een blinde kon dat horen. A Jeezes!! C/D Water! Water!
22-12-2006
146: Uit de kunst
UIT DE KUNST
A Pff, ik kan dat ook. B Het is niet zo eenvoudig als het lijkt hoor. A Ik ga u meer zeggen: mijn kinderen kunnen dat ook. B Hm A Al die krassen en lijnen door mekaar, pff, wat is er daar nu moeilijk aan. B Maar het schijnt dat kenners aan ιιn lijn kunnen zien of de artiest wel degelijk ook een mensenhand kan tekenen bijvoorbeeld. A Ja? B Ja. A En als ik mijn hand nu op een vel papier leg en met mijn potlood er netjes rond ga en daarna B Dat heeft niks met kunst te maken. A O nee? B Nee, das kunst- en vliegwerk. A Wie was die zot ook weer die heen en weer door de verf op zijn doek fietste en daar dan miljoenen voor vroeg? Ik kan ook fietsen, zeg! B Maar jij heet gewoon Jean-Marc Blomme. A Ja, en dan? Moet ik mij daarvoor excuseren misschien? B Je bekendheid laat te wensen over. En je kunt niet schilderen. A Maar ik heb heel mijn huis zelf geschilderd verdomme! Van onder tot boven! B Ewel, dat is dan ook 130 000 euro waard hι. A Eh
12-12-2006
145: Appartemensen
APPARTEMENSEN
A Ik ben graag torenhoog thuis. B Toegegeven: men heeft er ook een prachtig panorama hι. A Voilΰ. Iedereen is klein in je ogen. En niemand ziet je. B Terwijl jij iedereen kunt zien. A Arme holbewoners in en onder de platte grond. B Of hamburgers geplet in tussenverdiepingen. A Ham-burgers, die is goed! B Ik zou niet meer willen ruilen. A Ja, ze mogen het hebben. B Er wacht ons nog een eeuwigheid hier beneden onder de grond. A Ja, maar nu zitten we toch in de zevende hemel hι. B The sky is the limit. A Het hemelwater spoelt onze ramen vanzelf. B En de wind en de zon drogen die dan. A De ondermensen moeten dat allemaal zelf doen. B Laag-bij-de-gronds hι, haha. A Ik zit alleszins gebeiteld. B Ik ook. A Hoog en droog. B Maar de lift moet natuurlijk wel meewillen. A Daar zeg je zowat. B Wat heb je aan een kaduke lift als je torenhoog thuis bent. A Eh ja. B Ik zal straks weer de trappen moeten nemen, vrees ik. A Och, is het weer zover? Verdomde klotelift. B Ik wou je er niet lastig mee vallen A Dat is nu verdomme al B Je bent die al grondig beu, zeker?
03-12-2006
144: Wereldwoeden
HET WOEDEN VAN DE WERELD
A Ik kan er niet meer tegen. B Nu je het zegt A Wat levert het allemaal op? B Ja hι. A Files werkdruk betutteling B Zeg wel. A Hoe is het zo ver kunnen komen. B Vraag je je af. A Ik heb al een inscriptie bedacht voor op mijn graf. B O ja? A Zo, dat was het. B Eh, dat? A Ja: vier woorden, twee leestekens. B Een stil protest dus. A Kort en goed. B Ze mogen er dan van denken wat ze willen hι. A Zo is het. B Die tekst zou ook op mijn steen kunnen staan. A Hela, afblijven hι. Mijn idee. B Maar ik laat me wel in de fik steken. A Ah, een urne? B Ja. A En heb jij al een tekst voor op die vaas? B Hier heb je geen vat op. A Haha. B Of: Hier heb je niet van terug. A Waarom niet: As-hole? B Haha. Die zit, hoor! Of nee: ligt!
22-11-2006
143: Ongerijmd
ONGERIJMD
A Ik hou van jou. B En ik moet dat geloven. A Hι zeg waarom B Het rijmt te strak. A Nou zus, dan hou ik van je, gewoon dus. B Zal wel. Weer dat rijm. A Ik hou van je. B Eindelijk. Maar toch A Wat nu weer? B Je ziet jezelf weerspiegeld in mij. A Ja, en? B En daarom hou je van mij. A Me! B Sorry: me. A Zeg, das kras. B Zie je wel: weer dat rijm. A Je bent een onmogelijke shit! B Vent? Wijf? A Ben je nu aan het vitten of aan het bullshitten? B Je kunt het echt niet laten hι.
15-11-2006
142: Dagboek van 1 dief
DAGBOEK VAN EEN DIEF
A En? B En wat? Ik zou de muren oprijden van mensen die A Skuus ... Eh ... Wat heb je vandaag zo allemaal gerealiseerd? B O, dat. Ik heb alleen wat moleculen verplaatst. A Is dat alles? B Dat zal het zo ongeveer zijn, ja. A Hm. B Kuchte hij veelbetekenend A Ja, ik B O ja: het regende ook vandaag. A Jaja, waarvan akte. Heb je daar dan geen wroeging over? B Helemaal niet. A Moleculen, hι? B Atomen misschien ook wel. De quantumtheorie volgt later. A Hι? B Een vlinder in Tokio kan een aardbeving in San Francisco veroorzaken. A O ja? B Zeker weten. A Regen ook? B Zo u dat wil. A Is diefstal ook zoiets als het verplaatsen van moleculen? Met grote gevolgen soms? B Ja, herverdeling van rijkdom valt daar inderdaad ook onder. A Het was dus toch nog een fijne dag voor u? B Zonder twijfel.
07-11-2006
141: Vioolkist
VIOOLKIST
A En dan spuugden ze daar zomaar in. B Ja, voor het aanschijn van iedere bezoeker. A Hij stond gewoonlijk bij de kachel. B Of naast de vaste fauteuil. A Of in de zomer bij de openstaande deur. B Ze fluimden daar van zeer ver in. A Ze hielden zelfs eens een wedstrijd in onze straat. B Iedereen deed het, niet alleen de oud-mijnwerkers. A Bΰΰh, vies. B Ik durfde daar nooit naar te kijken walgelijk. A Het schijnt dat die mannen ook in het wijwatervat in de kerk fluimden. B Ja, en dan ging je daar bij het binnenkomen met je hand in bΰΰh. A Het allerergste dat ik ooit gezien heb ik moet bijna kokhalzen B Ja? A Bΰΰh bij onze overburen vroeger ik krijg het bijna niet verteld ... B Jaah? A De spuugbak stond er altijd bij de deur en B In de zomer stond die open. A Ja, en in de winter struikelde je erover bij het binnenkomen, maar B Ik zie het zo gebeuren. A maar die spuugbak van onze overbuur had verdomme de vorm van een vioolkist! B Gewoonlijk was dat toch iets teilachtigs hι? A Ewel, dat was iets niervormigs. B Misschien was het echt wel een oude vioolkist. A Ik word nog altijd kwaad als ik er aan terugdenk. B Ik kon soms dagenlang niks eten als ik er zo eentje A Hou op. B En dan die glibberige dromen A Hou op!
01-11-2006
140: Ouden van dagen
OUDEN VAN DAGEN
A Iedereen kwam er. B Zonder onderscheid. A Zoals ze zeggen. B Ja hι. A En nu B En kijk nu A The good old times B Hoe valt dat toch te verklaren? A Ja, hoe kan zoiets gebeuren? B Niemand had dat ooit durven te voorspellen. A Of kωnnen. Zeventien jaar lang B Het lijkt nog de dag van gisteren. A Maar de laatste tien jaar was het toch je dat niet meer hι. B Nu je het zegt eigenlijk nee. A Er veranderde veel. B en vlug. A Wij bijvoorbeeld. B Ook al. A Velen bleven plotseling weg. B Ja, hoe gaat dat: trouwen, huis, kinderen, A ongevallen, faillissementen, concurrentie, overlijdens, B Dat is het leven hι. A Ja. En toch: iedereen kwam er. B Waar zijn ze nu gebleven? A Diegenen die niet dood zijn natuurlijk. B Jaja, al wie nog in leven is. A Laat daar geen gras over groeien. Bedoelen we. B Eh met andere woorden.
22-10-2006
139: Automatische piloot
AUTOMATISCHE PILOOT
A Ah, wie we daar hebben. Hoe gaat het nog? B Bah ja, we mogen niet klagen. En gij? A Mm. Met de kinderen alles okι? B Ja. Geeft gij nog altijd les? A Ja. B Hebt ge de beelden van op Mars gezien? A Ja. B Zou dat nieuws dan onder de rubriek Buitenland vallen? A Eh? B Stel je voor dat er zich een vliegtuig in het Vaticaan boort. A Eh? B Moedwillig. A Ge moet eens afkomen. B Hebt ge een plat dak? Ik heb een helikopter gekocht. A De paus zou nogal opkijken. B Gij ook hι. A Ik verschiet in niks meer. B Dat merk ik. A Ik heb de vrijdag een halve dag vrij. B Ik vlieg alleen s avonds. Hebt ge dakverlichting? A O, is het al zo laat? B Moet ge er eens vandoor? A Ge pakt de woorden uit mijn mond. B Bon, wie we daar hadden. A Ja hι?
17-10-2006
138: Leugendetector
LEUGENDETECTOR
A Waar was u de nacht van vrijdag op zondag? B Ik kan toch alleen met ja of nee antwoorden? A Dat was om het toestel te testen. B Ja. A Bent u een nicotinegebruiker? B Nee. A Zit u goed? B Nee. A Mag ik u tutoyeren? B Nee. A Hebt u vertrouwen in deze detector? B Nee. A Spreekt u altijd de waarheid? B Nee. A Oefent u een van deze beroepen uit: advocaat, leraar, geheimagent? B Ja. A Bent u leraar? B Nee. A Liegt u nu? B Ja. A Moeten Staat en Kerk gescheiden blijven? B Ja. Mag ik u tussendoor zelf iets vragen? A Ga uw gang. B Kan een leugendetector een opinievraag beoordelen? A Nee. B Dat was dus weer een machinale testvraag? A Inderdaad. Laten we doorgaan. Voelt u zich goed? B Ja!
09-10-2006
137: Hotel Milan
HOTEL MILAN, PARIJS, NOVEMBER 1938
A Misschien kunnen we hier in het hotel nog iets krijgen. B Goed, maar daar boven, alleen in die leege kamer A Ik ga met je mee naar boven en we nemen een flesch mee. B Uitstekend. A Heb je iets te drinken voor ons, portier? C Champagne cocktail? A Nee, dank je, iets sterkers. Een flesch cognac. C Uitstekend, mijnheer. Ik zal de flesch voor U open maken en boven brengen. A Heb je de sleutel bij de hand? B De kamer is niet afgesloten. A Je geld en je papieren kunnen gestolen worden, als je je kamer niet afsluit. B Mogelijk, maar ik vind het vreeselijk om de deur van mijn kamer te moeten opensluiten als ik thuis kom. A Zo? B Men kan evengoed een grafkelder openen. Het is al erg genoeg om des avonds die kamer binnen te gaan, waar niets anders op je wacht dan wat koffie. A Ons menschen wacht nergens iets bijzonders. B Dat kan wel zijn. Maar overal anders is tenminste een illusie. En die is hier niet eens. C Willen de dame en mijnheer misschien ook iets eten? Kippenpastei ? A Dat zou maar tijdverlies zijn. B Dank U, portier.
02-10-2006
136: De Diepe Gedachte
CAFE DE DIEPE GEDACHTE
A Wat als de bijen van de aardbol verdwenen zouden zijn? B Stekelige vraag. A Het antwoord op een stekelige vraag zitm altijd in de toon waarop de vraag wordt gesteld. Dat weet ik nog van mijn examens. B Stekelig, dus. A Dat heb je goed gehoord. Nou? B Nou wat? A Bijen aarde weg. B Eh bloemen foetsie weg. A Ja, en? B Wel een heleboel dingen vallen in duigen zeker? A Zo is het. B Is dat nu filosofie? A Nee. De gedachte kwam zomaar bij me op. B Heeft Einstein niet A Nee. B Heb je dat vaker? Van die diepe gedachten? A Gelukkig wel. Ik denk, dus B Zoem zoem bezige bijtjes in het hoofd, ja? A Zeg, heb je je haar laten knippen? B Nee, het regent haaientanden. A Nee, serieus: ik dacht B Het is hier een wespennest. Ik moet er eens vandoor. A Maar het regent. B Dat geeft niet. A - O, quantumtheorie? B - Beetje chaotisch, ja. A - Tot zoens. B - Tot stinks.
24-09-2006
135: De weg vragen
DE WEG VRAGEN
A Pardon meneer: de Karnakstraat a.u.b. ? Ik kan maar niet B Karnakstraat ? Eh niet eenvoudig even denken A Die moet toch wel ergens in de buurt zijn. B O ja, nu weet ik het weer A Blij dat u kunt helpen; ik rij hier verdorie al B Kijk: ginder aan dat bordeel slaat u rechtsaf A Ja B daarna vijftig meter rechtdoor tot aan rode lichten A Ja B Dat zijn wel geen gewone rode lichten, hoor. A O, eh groene ook zeker ? B Neenee: het is ook een bordeel. A Tja vooruit maar met de geit, hι. B Wel: aan dat tweede bordeel neemt u het rondpunt A Ja dat is toch ook niet met speciale verlichting? B Neenee meneer, we overdrijven hier niet. A Haha. B daar de tweede afslag richting Klein-Egypte A Okι B tot u aan een kruispunt komt met drie bordelen: A B twee aan uw rechterkant en ιιn links. A B Die laat u alledrie rechts en links liggen u rijdt gewoon A naar een volgend bordeel, meneer ? B Maar hoe raadt u het, beste man ! Goede reis !
18-09-2006
134: Mag ik overvaren?
MAG IK OVERVAREN?
A Het zal verdorie toch niet gaan regenen zeker? B Hm, het ziet er inderdaad naar uit. A Zet er wat vaart achter. B Tot uw orders, kapitein. A We zullen ons al mogen haasten. B Ja, maar als het regent, is het ginder net zo nat als hier. A Wat voor gelul is dat nu. B Dat gelul staat in een oud gedichtje dat we vroeger op school leerden. A Leren ze daar dan nooit eens nieuwe dingen? Al dat geouwehoer. B Wind je toch niet op, man. A Maar het kan er hier elk moment aan beginnen, verhippeltjes! B Mag je haar niet nat worden misschien? A Nee, en mijn nieuwe fiets ook niet. Vooruit man: roeien! B Jaja ik pff A Had ik die stomme arm niet gebroken B Het gaat wel hoor. A Moet ik overnemen? B Met ιιn arm? Nee. A Nog achthonderd Hela, bedankt voor de douche hι! B Sorry. A We kunnen nog voor de bui B Zeg, ken je die van die roeiwedstrijd voor joden? A Getverdegetver, het regent!
11-09-2006
133: Leven op Mars
LEVEN OP MARS
A De president zal dit zeker ontkennen. B Ja, er is geen ontkomen aan. A Juist wel! B Waarom dan? A Omdat hij het zal ontkennen. B En wij dan? A Wat bedoel je? B Wij zijn dan leugenaars. A Nee: hij ontkent, hij liegt niet. B En als ik het nu eens van de daken schreeuw? A Dan beweren we dat het een filmopname betreft. B O ja? A Of een oefening. B En als ik dreig met zelfverbranding? A Idem dito, met een vleugje boeddhisme. B O ja? Ik heb toch een getuige? A Wie dan? B Wel: jij. A Maar ik ontken. B ? A Met klem. B Jij ook al? A Ik ga nu de ontkenning aan de president melden. B Zeg ! A Dit gesprek heeft nooit plaatsgevonden. B Maar A Wie bent u in s hemelsnaam? B Ik sta A Ik heb u nooit ontmoet. Ga verder met uw leven. B Of ? A Of sterf.
04-09-2006
132: Vogelvlucht
VOGELVLUCHT
A O, daar scheerde een reiger over de daken. B Heb je ergens nog een grootje om dat wijs te maken? A Nee, echt waar: daar vloog een B Je zei: scheerde. A Ook goed hoor. Beter zelfs. B Nou, en? A Wat: en? B Wel: was er echt een reiger? A Maar ja. B Over de daken? A Ja. B Scherend? A Jaja. B In een soepjurk? A Niet overdrijven hι. B Was het wel een reiger? A Het was alleszins geen mus of een F-16. B Zou je dat voor een jury durven te zweren? A Zeg B Doodvallen als het niet waar is? A Heb jij een probleem vandaag misschien? B Ja, met reigers. A Dit is pure luchtafweer. Het kan toch best dat er hier B Het was een ooievaar, man. A Eh? B Ooievaar, oen. A Nou, nog beter. Toch? B Ja. A Heb je hem echt B Geloof je me niet? A Eh
28-08-2006
131: Faer♠er-gevoel
HET FAERΨER-EILANDENGEVOEL
A Hoe zouden de Faerψereilanden er momenteel voorstaan? B Die zijn van geen enkele betekenis. A Dat moet dan een prettig besef zijn. B Wat bedoel je: voor hen of voor ons? A Eindelijk eens iets totaal overbodigs. Dat ligt daar maar. Voor allebei dus. B In de kou dan nog wel. A Hoe was de opkomst eigenlijk bij hun laatste verkiezingen? B Van geen betekenis. A Hoe komt dat? B Het was te koud. A Ja, en dan? B De vorige regering is gewoon aangebleven. A En wordt het er ginder dan nooit eens warmer op? B Dan ken je de Faerψereilanden nog niet, beste vriend. A Nou, mij storen de Faerψer niet hoor. B Mij eigenlijk ook niet. A Hooikoorts is erger. B Ja, of een slechte hand kaarten. A Magerzucht ook. B Of neem nou dat de voltallige koninklijke familie op reis plotseling A Sstt je drijft het weer te ver, mijn beste. B Toch niet zo ver als de Faerψereilanden hι. A Je moet je grenzen kennen. B Ach, weet je wat het is met jou? Jij weet geen mop midscheeps te waarderen. A Keep a low profile, vriend, dan kom je het verst. Jij weet nooit wanneer je op moet houden. B O nee? Jij bent anders wel over de Faerψer begonnen hoor. A Sorry. Nooit meer doen. Van geen betekenis.
21-08-2006
130: Lolbroek
LOLBROEK
A U bent dus veganist? B Ja. A Luistert u dan naar Suzanne Vega? B Haha. A U hebt m duidelijk. Ikzelf beoefen de monogamie. B O? A Sommigen denken dat dit een houtsoort is. B Haha! A U hebt m weer hι?! Zoals de kruising tussen een pittbull en een shitzu? B Hm. A Kijken naar Vega mag ook hoor, niet alleen luisteren. B Ah ja. A Aankomen kan niet, haha. B Nee hι. A Ook niet op flatscreen met kamerbreedbeeld. B ? A Grapje. B Ah zo. A Had u onlangs diami(e)? B Hι? A Ietsje erger dan diare(e). B Ah, haha. A Sommigen overdrijven. Drijft u soms over? Haha! B Eh A Er mag al eens meer gelachen worden, vind ik. B Ja hι? A Als het maar geen onderbroekenlol wordt. B Ja, nee, dan is de fun er af. A De wΰt? B De fun. Het eh het plezier. A O, dΰt. B Sommigen drijven daarin over, wat zeg ik: rond! A Eh? B Grapje. A Nu ben ik het wel even kwijt, hoor. B Van geen belang. A Veganist, hι?