NIEUW: Blog reclamevrij maken?
SCHUINE TEKSTEN
Inhoud blog
  • 312: Bruder Lustig
  • 311: Signeergesprek
  • 310: Rook
  • 309: Ode aan mijn bh
  • 308: Alfa
  • 307: Vijgen voor Pasen
  • 306: Wereldsmart
  • 305: Jonge ouderen
  • 304: De Boekenkrijg
  • 303: www.zot.com.bιbι
  • 302: Echte fictie
  • 301: Mundial
  • 300: De Felle
  • 299: Westlof
  • 298: Lam Gods
  • 297: Jacky
  • 296: Hop paardje hop!
  • 295: God?
  • 294: Acoliet
  • 293: PP
  • 292: Netwerk
  • 291: Leffaards
  • 290: Het varkensei
  • 289: Geheim
  • 288: Geknipt
  • 287: Geloof
  • 286: Stommeling
  • 285: Een aardig ding
  • 265: VRESELIJK
  • 284: Kloon
  • 283: Allojjo
  • 282: Schaakstuk
  • 281: Communicatie
  • 280: Figuur
  • 279: Hairbag
  • 278: Lijstjes
  • 277: Jos, Joste, Gejost
  • 276: Melk?
  • 274: Frinch fraais
  • 273: Mager Heineken
  • 272: Appartemens
  • 271: Gestopt
  • 270: Ik zou u schrijven
  • 269: Koksmonoloog
  • 268: Een photo
  • 267: Getetter & Getoeter
  • 266: Water
  • 264: Beu
  • 263: Acteur
  • 262: Vederlands
  • 261: Etters & Engelen
  • 260: Men spele...
  • 259: Kwaak
  • 258: Geschoold
  • 257: A la recherche
  • 256: WJZBJZ
  • 255: Eindelijk
  • 254: 'Het' gezin
  • 253: Repetitieruis
  • 252: Kiespijn
  • 251: Reis Hiernamaals
  • 249: Gezondheid
  • 248: Speeltijden
  • 247: Rood licht
  • 246: Ruis
  • 245: Weg
  • 244: Mom
  • 243: HET JAAR ELF
  • 242: Kloon
  • 241: In de put
  • 240: Huid & Haar
  • 239: Zomer 11
  • 238: Duimen maar
  • 237: Poirot
  • 236: Smoke
  • 235: Collateral
  • 234: Nachtraven
  • 233: Undercover
  • 232: Frietpeace
  • 231: Kopie-Kopie
  • 230: Gezeid is gezeid
  • 229: Vreemde man
  • 228: Een stuk
  • 227: Belgiλ
  • 226: Mijn meesters
  • DRAMA
  • 225: GVD
  • 224: Veldinterview
  • 223: Sprook
  • 222: Zappa
  • 221: Een bod op God
  • 220: Curryculum Vitae
  • 219: Tovenaar
  • 218: Perspest
  • 217: Animatietype
  • 216: Ruim
  • 215: De erwt
  • 214: Podiumbeest
  • 213: Mobiliteit
  • 212: Twee tijgereieren
  • 211: De kus
  • 210: Wolf
  • 209: Een reus
  • 208: Opsporingsbericht
  • 207: K met zuurpruim
  • 206: Volksverlakkerij
  • 205: Doppedrop
  • 204: Kap
  • 203: Affiche
  • 202: Regen
  • 201: Stuk
  • 200: Hair
  • 199: Wie A zegt
  • 198: Bijsluiter
  • 197: TV
  • 196: Arno
  • 195: Letters & Letteren
  • 194: Taalkunde
  • 193: Onder de zon
  • 192: Besparen
  • 191: De goede man
  • 190: Van die dagen
  • 189: Zwarte zwaan
  • 188: Questionnaire
  • 187: Say cheese
  • 186: Loteling
  • 185: Een zwaluw
  • 184: Grijs
  • 183: Claus
  • 182: Liefhebber
  • 181: Monumenten
  • 180: Erger
  • 179: Landbouw
  • 178: Bijna
  • 177: Onafhankelijkheid
  • 176: Zo fout als wat
  • 175: Wei-gevoel
  • 174: Merk
  • 173: Mens
  • 172: Pikant
  • 171: 50 vragen
  • 170: Jinx
  • 169: Wiskunst
  • 167: Met alle Chinezen
  • 166: Mooiste woorden
  • 165: Rijm
  • 164: Internetman
  • 163: EVBO
  • 162: Hondenleven
  • 161: Carriθre
  • 160: Coureur local
  • 159: Kip ik heb je
  • 158: Politiek programma
  • 157: Design
  • 156: Kreeft
  • 155: Nicotine
  • 154: Gastronomen
  • 153: Verleiden
  • 152: Opinie
  • 151: 1e hulp in gevallen
  • 150: Verzamelwoedend
  • 149: Fakir
  • 148: Clichι
  • 147: Iets anders
  • 146: Uit de kunst
  • 145: Appartemensen
  • 144: Wereldwoeden
  • 143: Ongerijmd
  • 142: Dagboek van 1 dief
  • 141: Vioolkist
  • 140: Ouden van dagen
  • 139: Automatische piloot
  • 138: Leugendetector
  • 137: Hotel Milan
  • 136: De Diepe Gedachte
  • 135: De weg vragen
  • 134: Mag ik overvaren?
  • 133: Leven op Mars
  • 132: Vogelvlucht
  • 131: Faer♠er-gevoel
  • 130: Lolbroek
  • 129: Sollicitatie
  • 128: De Q van Proust
  • 127: Volg je nog?
  • 126: Kerstmisdaad
  • 125: Hartstuk
  • 124: Mozart in november
  • 123: Heb je gedronken?
  • 122: Frambozen in melk
  • 121: Appelschudder
  • 120: Quo Vadis?
  • 119: Niespijn
  • 118: Rog
  • 117: Opiniepeiling
  • 116: Vragen aan 1 engel
  • 115: Garnaal
  • 114: De collectie
  • 113: Grot met klaprozen
  • 112: Rechtspraak
  • 111: Eierensmelting
    Zoeken in blog

    Foto
    Aan de sneeuwzee in Vlaanderen, februari 2012
    Foto

    Jowan & Joris in Stotendorp Heule

    Foto

            Red shoes Wilma

    Foto

    Younger me, already salt 'n pepper

    DEZE KANT BOVEN (Sjors DNO)
    SCHUINE TEKSTEN
    22-04-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.157: Design

    DESIGN

    De tand des tijds zorgde ervoor dat de stad ons met een gapend gebit toegrijnsde. Ettelijke firma’s, winkels en huizen gingen tegen de vlakte. Overal werden kiezen getrokken. We maalden erom en we baalden ervan. Vaak vonden we het andermaal jammer: dit hier mocht niet verdwijnen, dat daar zou allicht vervangen worden door een nieuwe miskleun. Synchroon daarmee grepen her en der wegenwerken om zich heen. Steeds minder liep de stad de kans om als filmlocatie uitgekozen te worden, tenzij dan als onbestemde, unheimliche ruimte die symbool zou kunnen staan voor het totale niets. Design als onherbergzaamheid. Wie zichzelf om negen uur in de avond door de straten hoorde stappen, terwijl iedereen voor de televisie in de sofa aan topsport zat te doen, kon zich de vraag stellen: ‘Waar is en wat doet iedereen hier nu? (population: 75 000)’. Nou, tv-staren dus. De prijs die voor stadsdesign betaald werd, was hoog. De prijs bestond in ontstentenis van menselijke aanwezigheid. Men was verschanst. Design betekende ook: vesting, wal, versterking, afstand. Er stroomde een rivier door de stad. Gewoonlijk tovert een rivier een blos op beide wangen van zo’n stad. Niet zo hier. Hij passeerde als een vreemd voorwerp, langsheen twee doodstille oevers, rillend en rimpelend. Diende er dan verhuisd te worden? Ach. Een mensenleven lang gaf elke inwoner de stad een kans. Levenslang. Het zou ooit wel goed komen. Niet iedereen immers kon in de hoofdstad wonen, leven en werken. Men offerde een gezellig openbaar leven op voor design. Men bleef thuis en keek oogluikend toe hoe subsidiegelden werden besteed. ‘Wacht maar.’ ‘Het zal nog de moeite lonen.’ ‘We moeten geduld hebben.’ En toen ging men dood. En er waren geen vergelijkingspunten meer, want herinneringen waren alleen nog ingekaderd in foto’s zonder commentaar. Dat overkwam de stad: design. De vlag die de lading toedekte. En de boten op de rivier, ooit gouden lint, thans traankanaal, meerden niet meer aan. Ze lieten de stad zowel links als rechts liggen. De mensen slibden niet meer aan in de winkelstraten. Pleinvrees heerste alom. De lava van design had een nieuw Pompei geschapen.


    13-04-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.156: Kreeft

    KREEFT

    A – Dat horoscopengedoe vind ik larie en apekool.
    B – Je zou er toch van opkijken hoeveel er telkens van de mijne klopt.
    A – Bah, ze schrijven het natuurlijk zo om het te doen kloppen. Ik bedoel: alles klopt altijd. Zo kan ik het ook.
    B – Ja, nee, maar echt: ik ben toch al een paar keer onder de indruk geweest van …
    A – … van die vrouwenwichelarij? Geloof jij daar in?
    B – Zeg, hιla. Ik ben er niet dood van gegaan hι!
    A – Nog niet, nee.
    B – Vorige week had ik toch echt …
    A – En je was ziek vorige week!
    B – Ewel ja: en er stond warempel …
    A – ‘Goed contact met dokters’?
    B – Niet overdrijven, hι.
    A – En wat staat er deze week in? Dat je mij zult tegenkomen?
    B – Nee, dat je moet uitkijken voor kleine dingen met grote gevolgen.
    A – Ik?
    B – Ja.
    A – Heb je de mijne dan gelezen?
    B – Ja.
    A – En wat staat erin?
    B – Dat je meer moet luisteren naar wat er gezegd wordt.
    A – Jij bent zeker een Kreeft?
    B – Niet ‘een’ Kreeft, gewoon: ‘Kreeft’.
    A – Jaja …
    B – Chinees of Westers?
    A – O, saignant.


    01-04-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.155: Nicotine

    NICOTINE

    A – Sigaar?
    B – Nee, dank u.
    A – Niet-roker?
    B – Ex-roker.
    A – Aha. Nooit meer … ?
    B – Soms wel, ja.
    A – Maar nu niet, blijkbaar.
    B – Ik rolde ze zelf.
    A – Aha. Hoe lang al?
    B – Zeven maanden en drie dagen.
    A – Grote gribus! Hopelijk lukt dat hι.
    B – Ik voel me al een heel ander mens.
    A – Ja, dat zal wel. Maar ik inhaleer niet. Vroeger wel. Toen rookte ik echt. Allez: ιcht echt.
    B – En nu alleen nog sigaren?
    A – Drie per dag. Soms kan ik me daar aan houden.
    B – Ik rolde er vroeger dertig per dag, maar het waren van die dunne.
    A – Meer papier dan tabak, haha.
    B – Dat zei mijn grootvader ook. Hij is er 94 geworden. Met roltabak.
    A – Als werkgever neem ik eigenlijk geen rokers in dit bedrijf aan.
    B – Dat was dus een test, daarnet?
    A – Haha.
    B – Roken op het werk is inderdaad tijdverlies.
    A – Vindt u dat ook?
    B – Zeven maanden al. En drie dagen.
    A – Sigaar?
    B – Wel eh …


    19-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.154: Gastronomen

    GASTRONOMEN

    A – Ik denk dat ik maar eens de scampi’s neem.
    B – Ik twijfel nog tussen …
    A – Met look, of misschien met die roomsaus.
    B – Het ziet er allemaal wel lekker uit.
    A – Best te vreten hι?
    B – Kiezen is verliezen. Ik denk dat ik het allemaal neem.
    A – We moeten dan nog de wijn bekijken ook.
    B – Jammer dat er geen konijn op staat.
    A – Dat is seizoengebonden zeker?
    B – Ik weet niet of konijn seizoengebonden is.
    A – Of hutspot.
    B – Dat hangt misschien wel af van het seizoen, denk ik.
    A – Weet je wat ik ook van lek-me-lipje vind? Dat is vissoep.
    B – Ja, dat is eten en drinken hι.
    A – Ze zeggen dat van guinness ook.
    B –
    A guinness a day keeps the doctor away.
    A – Is het niet:
    an apple a day?
    B – Whatever. We gaan hier toch geen appelen zitten eten hι.
    A – Maakt te veel lawaai. Nee, we mogen vooral niet te gezond doen.
    B – Zeg, heb je nu al over de wijn beslist?
    A – Nee, ik moet nog … Help eens een beetje.
    B – Die steaks zijn wel aan de dure kant, vind ik.
    A – Ja hι?
    B – Weet je het nu al?
    A – Eh … mm … tja …
    B – Hι?
    A – Een broodje-gezond dan maar.
    B – En voor mij een uitsmijter. Zoveel tijd hebben we nu ook weer niet hι.
    A – Nee.


    09-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.153: Verleiden

    VERLEIDEN

    A – Heb jij nog gevlogen misschien?
    B – Nee, waarom?
    A – Je hebt nochtans het lichaam van een stewardess.
    B – Kijk maar uit, of jij vliegt hier buiten.


    26-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.152: Opinie

    OPINIE

    A – Mooi hι?
    B – Mja …
    A – Ik vind het echt mooi. Het is zo … zo …
    B – … apart?
    A – Eh … ja, eigenlijk wel.
    B – Eigenzinnig?
    A – Wel eh … ook dat, ja. Nu je het zegt.
    B – Het valt soms moeilijk in woorden te vatten wat we voelen.
    A – Zeg dat wel.
    B – En er zijn ook zoveel meningen als er mensen zijn.
    A – Maar wat vind jij er eigenlijk van?
    B – Mm … mijn mening doet hier niet ter zake hι.
    A – Toch wel, man!
    B – Eh … ik vind het geheel nogal apart.
    A – En ook eigenzinnig hι? Dat woord heb je daarnet gebruikt.
    B – Eh … ja, eigenzinnig is wel een goed woord.
    A – Tja … zoveel mensen, zoveel meningen hι.
    B – Zeg dat wel.
    A – Het is maar goed dat er diverse meningen zijn, anders …
    B – Ja, anders waren we allemaal grijze muizen.
    A – We zouden allemaal hetzelfde deuntje piepen.
    B – … of helemaal niet meer piepen.
    A – Het is goed dat men uitkomt voor zijn mening.
    B – Alleen de ongevraagde en de ongefundeerde meningen zijn uit den boze.
    A – Eh … ja. We moeten niet voortdurend met meningen bestookt worden hι.
    B – Het zou daarom beter zijn dat in de bladen en op tv de acteurs en de schrijvers hun mond hielden.
    A – Je neemt me de woorden uit de mond, man.
    B – Men kan namelijk bepaalde zaken kapot menen.
    A – Zo is het nog maar es ’n keer!


    15-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.151: 1e hulp in gevallen

    EERSTE HULP IN GEVALLEN

    A – Weet je, ik zou het je nooit kwalijk kunnen nemen.
    B – Dat is je geraden, verhippeltjes.
    A – Neenee, in alle ernst …
    B – Het zou dan ook buiten mijn wil om gebeurd zijn.
    A – Ik zou het natuurlijk wel erg kunnen vinden.
    B – Dat zou dan voor je pleiten.
    A – Niemand is vrij van dergelijke dingen.
    B – Nou: ‘dingen’.
    A – Ondingen, eerder.
    B – Maar er is tot nu toe niks gebeurd hι.
    A – Nee, we praten alsof …
    B – Toch kan het elk moment toeslaan. Dat besef ik ten volle.
    A – Ik wil me er niet mee moeien, hoor. Sorry als ik die indruk wek.
    B – Ach, je bent heus niet de eerste.
    A – De meeste mensen leggen toch wel begrip aan de dag, neem ik aan?
    B – Je zou nog vreemd opkijken.
    A – Tja, het ligt ook niet zo voor de hand hι.
    B – Dat mag je verdorie wel zeggen.
    A – Ik zou het je zelfs nooit kwalijk kunnen nemen.
    B – Dat is dan goed om te weten, mocht het zich dus voordoen.
    A – De anderen denken er ook zo over.
    B – Is dat zo?
    A – Je mag op alle begrip rekenen.
    B – Het wordt me bijna te machtig.


    04-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.150: Verzamelwoedend

    VERZAMELWOEDEND

    A – Die verzamel je dus ook al?
    B – Bah, je weet hoe dat gaat.
    A – Nee, eigenlijk niet.
    B – Wel, op een dag blijkt dat je er twee van hebt …
    A – Ja, en?
    B – En een week later tel je er al drie …
    A – Maar hoe komt dat dan?
    B – Ach, je krijgt er nog eentje, of je botst op alweer een exemplaar, zie je.
    A – Is het een verslaving?
    B – Och, plotseling zit je met een collectie, bijna ongemerkt, en die groeit gestaag aan …
    A – … terwijl jij er niks aan kan doen?
    B – Precies.
    A – Het gebeurt als het ware buiten je om?
    B – Zo kun je het stellen, ja. Het groeit.
    A – Het woιkert veeleer, zo te zien. Denk je niet aan ruimere behuizing? Collectioneer je per ongeluk soms ook huizen?
    B – Ja, een pakhuis lijkt me wel wat.
    A – Je kunt ook je verzamelingen afbouwen.
    B – En een paar verzamelingen verkopen, bedoel je?
    A – Bijvoorbeeld. Dan kun je eindelijk eens geld gaan collectioneren.
    B – Tja … daar heb ik ondertussen ook al een flinke kwak van.
    A – O, toon die eens?
    B – Maar die sluimert in het buitenland. Die collectie heeft een buitenverblijf. Eh … binnenverblijf.
    A – Aha, aandelen hι?
    B – Ja … van die onderdelen, ja. Ook best leuk hoor.
    A – En waar heb je nu het minste van?
    B – Tijd, mijn beste, tijd.
    A – Da’s ook geld, schijnt het.
    B – Geloof dat vooral niet. Als geld het slijk der aarde is, dan is tijd …
    A – Oei: is het al zo laat? Ik moet er eens vandoor.


    22-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.149: Fakir

    FAKIR

    A – Je houdt het niet voor mogelijk, man. Het was niet van deze wereld.
    B – Slikte hij werkelijk die hele slang door?
    A – Helemaal. De volle negentig centimeter, schat ik.
    B – En het serpent keerde even later terug naar boven?
    A – Heelhuids.
    B – Levend dus ook, heb ik begrepen.
    A – Springlevend.
    B – Deed hij nog van die … eh … die dingen?
    A – Hij reciteerde ook de eerste drie bladzijden uit de Narok zo uit zijn hoofd, mΰΰr dan wel achterstevoren.
    B – De Na … ja zeg, niet lullen hι!
    A – Haha, je hebt ‘m.
    B – Hij stond misschien ook op zijn hoofd daarbij, met de Koran als onderlegger.
    A – Het schijnt ook dat hij al acht jaar uitsluitend gras eet.
    B – Dan is hij vast al heilige koe geworden.
    A – Zo, ik moet er nu eens vandoor.
    B – Maar je lichaam is waarschijnlijk al waar je moet zijn hι.
    A –
    Beam me up, Scotty.
    B – Bij volle verstand, schat ik. De beide helften, I presume?


    09-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.148: Clichι

    CLICHE

    A – Mag ik een klassieker op je afvuren?
    B – Ga je gang.
    A – Welk boek neem jij mee naar je onbewoonde eiland?
    B – Het Grote Bouw-Zelf-Je-Hutboek.
    A – En welke drie handwerktuigen die in je broekzak passen?
    B – Drie Zwitserse messen.
    A – Een bord of een kop: welke van de twee?
    B – Een diep bord.
    A – Lucifers of een fles wijn?
    B – Een fles wijn, zeker weten.
    A – O ja?
    B – Ja. En een balpen.
    A – Ah, ik snap al …
    B – En een vel papier.
    A – Lekker clichι hι.
    B – Zo clichι als een kathedraal met duivenstront op.
    A – Ik zie al een fles dobberen op de oceaan.
    B – De wijn is voor de inspiratie.
    A – Als de wijn is in de man …
    B – … is de waarheid in de kan.
    A – Geen lucifers dus.
    B – Nee. En doe me ook maar een kurkentrekker. Het gaat over een fles wijn hι, en niet over een wijnfles.
    A – Ja, het kan koud zijn op zo’n eiland.
    B – Vooral ’s nachts.
    A – En zonder lucifers.
    B – Nog vragen?
    A – Beaujolais of Bourgogne?
    B – Bordeaux graag.


    30-12-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.147: Iets anders

    IETS ANDERS

    A – Iets anders nu … eh …
    B – Was het daarnet niet boeiend genoeg misschien?
    A – Jaja, neenee, dat niet, maar …
    B – Gooi het maar in de groep, man.
    A – Het gaat nu al meer dan een halfuur over waterpolo. Ik … ik verdrink verdomme stilletjes aan; het stinkt hier naar chloor.
    B – Ja zeg, sorry, maar Willy en Marc hier en ik zijn nu eenmaal toevallig …
    A – Zeehonden zijn jullie.
    B – Ben je niet eerder in je bier aan het verdrinken dan in ons … onze …
    A – Moeilijkheden met metaforen hι?
    B – Metawΰt?
    A – Omnivoren, amforen, flaporen, … laat maar zitten.
    B – Kijk: nu regent het nog buiten ook. Erg voor jou hι, landrot.
    A – Gelukkig regent het niet binnen, waterrund.
    B – Waterrΰt, zul je bedoelen.
    A – Nee, rund.
    B – Dat zullen we maar op rekening van de drank schrijven, hι maten?
    C/D – Een zeehond wordt veel vergeven.
    A – Merci, Marco Polo. Merci, Willy Walvis.
    B – Iets anders nu … Volgens mij floot die scheidsrechter keihard voor de andere kant. Zelfs een blinde kon dat horen.
    A – Jeezes!!
    C/D – Water! Water!


    22-12-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.146: Uit de kunst

    UIT DE KUNST               

    A – Pff, ik kan dat ook.
    B – Het is niet zo eenvoudig als het lijkt hoor.
    A – Ik ga u meer zeggen: mijn kinderen kunnen dat ook.
    B – Hm …
    A – Al die krassen en lijnen door mekaar, pff, wat is er daar nu moeilijk aan.
    B – Maar het schijnt dat kenners aan ιιn lijn kunnen zien of de artiest wel degelijk ook een mensenhand kan tekenen bijvoorbeeld.
    A – Ja?
    B – Ja.
    A – En als ik mijn hand nu op een vel papier leg en met mijn potlood er netjes rond ga en daarna …
    B – Dat heeft niks met kunst te maken.
    A – O nee?
    B – Nee, da’s kunst- en vliegwerk.
    A – Wie was die zot ook weer die heen en weer door de verf op zijn doek fietste en daar dan miljoenen voor vroeg? Ik kan ook fietsen, zeg!
    B – Maar jij heet gewoon Jean-Marc Blomme.
    A – Ja, en dan? Moet ik mij daarvoor excuseren misschien?
    B – Je bekendheid laat te wensen over. En je kunt niet schilderen.
    A – Maar ik heb heel mijn huis zelf geschilderd verdomme! Van onder tot boven!
    B – Ewel, dat is dan ook 130 000 euro waard hι.
    A – Eh …


    12-12-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.145: Appartemensen

    APPARTEMENSEN                 

    A – Ik ben graag torenhoog thuis.
    B – Toegegeven: men heeft er ook een prachtig panorama hι.
    A – Voilΰ. Iedereen is klein in je ogen. En niemand ziet je.
    B – Terwijl jij iedereen kunt zien.
    A – Arme holbewoners in en onder de platte grond.
    B – Of hamburgers geplet in tussenverdiepingen.
    A – Ham-burgers, die is goed!
    B – Ik zou niet meer willen ruilen.
    A – Ja, ze mogen het hebben.
    B – Er wacht ons nog een eeuwigheid hier beneden onder de grond.
    A – Ja, maar nu zitten we toch in de zevende hemel hι.
    B –
    The sky is the limit.
    A – Het hemelwater spoelt onze ramen vanzelf.
    B – En de wind en de zon drogen die dan.
    A – De ondermensen moeten dat allemaal zelf doen.
    B – Laag-bij-de-gronds hι, haha.
    A – Ik zit alleszins gebeiteld.
    B – Ik ook.
    A – Hoog en droog.
    B – Maar de lift moet natuurlijk wel meewillen.
    A – Daar zeg je zowat.
    B – Wat heb je aan een kaduke lift als je torenhoog thuis bent.
    A – Eh … ja.
    B – Ik zal straks weer de trappen moeten nemen, vrees ik.
    A – Och, is het weer zover? Verdomde klotelift.
    B – Ik wou je er niet lastig mee vallen …
    A – Dat is nu verdomme al …
    B – Je bent die al grondig beu, zeker?


    03-12-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.144: Wereldwoeden

    HET WOEDEN VAN DE WERELD            

    A – Ik kan er niet meer tegen.
    B – Nu je het zegt …
    A – Wat levert het allemaal op?
    B – Ja hι.
    A – Files … werkdruk … betutteling …
    B – Zeg wel.
    A – Hoe is het zo ver kunnen komen.
    B – Vraag je je af.
    A – Ik heb al een inscriptie bedacht voor op mijn graf.
    B – O ja?
    A –
    ‘Zo, dat was het.’
    B – Eh, dat?
    A – Ja: vier woorden, twee leestekens.
    B – Een stil protest dus.
    A – Kort en goed.
    B – Ze mogen er dan van denken wat ze willen hι.
    A – Zo is het.
    B – Die tekst zou ook op mijn steen kunnen staan.
    A – Hela, afblijven hι. Mijn idee.
    B – Maar ik laat me wel in de fik steken.
    A – Ah, een urne?
    B – Ja.
    A – En heb jij al een tekst voor op die vaas?
    B –
    ‘Hier heb je geen vat op.’
    A – Haha.
    B – Of:
    ‘Hier heb je niet van terug.’
    A – Waarom niet: ‘As-hole’?
    B – Haha. Die zit, hoor! Of nee: ligt!


    22-11-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.143: Ongerijmd

    ONGERIJMD                     

    A – Ik hou van jou.
    B – En ik moet dat geloven.
    A – Hι zeg … waarom …
    B – Het rijmt te strak.
    A – Nou zus, dan hou ik van je, gewoon dus.
    B – Zal wel. Weer dat rijm.
    A – Ik hou van je.
    B – Eindelijk. Maar toch …
    A – Wat nu weer?
    B – Je ziet jezelf weerspiegeld in mij.
    A – Ja, en?
    B – En daarom hou je van mij.
    A – Me!
    B – Sorry: me.
    A – Zeg, da’s kras.
    B – Zie je wel: weer dat rijm.
    A – Je bent een onmogelijke … shit!
    B – Vent? Wijf?
    A – Ben je nu aan het vitten of aan het bullshitten?
    B – Je kunt het echt niet laten hι.


    15-11-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.142: Dagboek van 1 dief

    DAGBOEK VAN EEN DIEF           

    A – En?
    B – En wat? Ik zou de muren oprijden van mensen die …
    A – Skuus ... Eh ... Wat heb je vandaag zo allemaal gerealiseerd?
    B – O, dat. Ik heb alleen wat moleculen verplaatst.
    A – Is dat alles?
    B – Dat zal het zo ongeveer zijn, ja.
    A – Hm.
    B – Kuchte hij veelbetekenend …
    A – Ja, ik …
    B – O ja: het regende ook vandaag.
    A – Jaja, waarvan akte. Heb je daar dan geen wroeging over?
    B – Helemaal niet.
    A – Moleculen, hι?
    B – Atomen misschien ook wel. De quantumtheorie volgt later.
    A – Hι?
    B – Een vlinder in Tokio kan een aardbeving in San Francisco veroorzaken.
    A – O ja?
    B – Zeker weten.
    A – Regen ook?
    B – Zo u dat wil.
    A – Is diefstal ook zoiets als het verplaatsen van moleculen? Met grote gevolgen soms?
    B – Ja, herverdeling van rijkdom valt daar inderdaad ook onder.
    A – Het was dus toch nog een fijne dag voor u?
    B – Zonder twijfel.


    07-11-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.141: Vioolkist

    VIOOLKIST                    

    A – En dan spuugden ze daar zomaar in.
    B – Ja, voor het aanschijn van iedere bezoeker.
    A – Hij stond gewoonlijk bij de kachel.
    B – Of naast de vaste fauteuil.
    A – Of in de zomer bij de openstaande deur.
    B – Ze fluimden daar van zeer ver in.
    A – Ze hielden zelfs eens een wedstrijd in onze straat.
    B – Iedereen deed het, niet alleen de oud-mijnwerkers.
    A – Bΰΰh, vies.
    B – Ik durfde daar nooit naar te kijken … walgelijk.
    A – Het schijnt dat die mannen ook in het wijwatervat in de kerk fluimden.
    B – Ja, en dan ging je daar bij het binnenkomen met je hand in … bΰΰh.
    A – Het allerergste dat ik ooit gezien heb … ik moet bijna kokhalzen …
    B – Ja?
    A – Bΰΰh … bij onze overburen vroeger … ik krijg het bijna niet verteld ...
    B – Jaah?
    A – De spuugbak stond er altijd bij de deur en …
    B – In de zomer stond die open.
    A – Ja, en in de winter struikelde je erover bij het binnenkomen, maar …
    B – Ik zie het zo gebeuren.
    A – … maar die spuugbak van onze overbuur had verdomme de vorm van een vioolkist!
    B – Gewoonlijk was dat toch iets teilachtigs hι?
    A – Ewel, dat was iets niervormigs.
    B – Misschien was het echt wel een oude vioolkist.
    A – Ik word nog altijd kwaad als ik er aan terugdenk.
    B – Ik kon soms dagenlang niks eten als ik er zo eentje …
    A – Hou op.
    B – En dan die glibberige dromen …
    A – Hou op!


    01-11-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.140: Ouden van dagen

    OUDEN VAN DAGEN                 

    A – Iedereen kwam er.
    B – Zonder onderscheid.
    A – Zoals ze zeggen.
    B – Ja hé.
    A – En nu …
    B – En kijk nu …
    A – The good old times …
    B – Hoe valt dat toch te verklaren?
    A – Ja, hoe kan zoiets gebeuren?
    B – Niemand had dat ooit durven te voorspellen.
    A – Of kùnnen. Zeventien jaar lang …
    B – Het lijkt nog de dag van gisteren.
    A – Maar de laatste tien jaar was het toch je dat niet meer hé.
    B – Nu je het zegt … eigenlijk … nee.
    A – Er veranderde veel.
    B – … en vlug.
    A – Wij bijvoorbeeld.
    B – Ook al.
    A – Velen bleven plotseling weg.
    B – Ja, hoe gaat dat: trouwen, huis, kinderen …
    A – … ongevallen, faillissementen, concurrentie, sterfgevallen …
    B – Dat is het leven hé.
    A – Ja. En toch: iedereen kwam er.
    B – Waar zijn ze nu gebleven?
    A – Diegenen die niet dood zijn natuurlijk.
    B – Jaja, al wie nog in leven is.
    A – Laat daar geen gras over groeien. Bedoelen we.
    B – Eh … met andere woorden.


    22-10-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.139: Automatische piloot

    AUTOMATISCHE PILOOT                      

    A – Ah, wie we daar hebben. Hoe gaat het nog?
    B – Bah ja, we mogen niet klagen. En gij?
    A – Mm. Met de kinderen alles okι?
    B – Ja. Geeft gij nog altijd les?
    A – Ja.
    B – Hebt ge de beelden van op Mars gezien?
    A – Ja.
    B – Zou dat nieuws dan onder de rubriek Buitenland vallen?
    A – Eh?
    B – Stel je voor dat er zich een vliegtuig in het Vaticaan boort.
    A – Eh?
    B – Moedwillig.
    A – Ge moet eens afkomen.
    B – Hebt ge een plat dak? Ik heb een helikopter gekocht.
    A – De paus zou nogal opkijken.
    B – Gij ook hι.
    A – Ik verschiet in niks meer.
    B – Dat merk ik.
    A – Ik heb de vrijdag een halve dag vrij.
    B – Ik vlieg alleen ’s avonds. Hebt ge dakverlichting?
    A – O, is het al zo laat?
    B – Moet ge er eens vandoor?
    A – Ge pakt de woorden uit mijn mond.
    B – Bon, wie we daar hadden.
    A – Ja hι?


    17-10-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.138: Leugendetector

    LEUGENDETECTOR                  

    A – Waar was u de nacht van vrijdag op zondag?
    B – Ik kan toch alleen met ja of nee antwoorden?
    A – Dat was om het toestel te testen.
    B – Ja.
    A – Bent u een nicotinegebruiker?
    B – Nee.
    A – Zit u goed?
    B – Nee.
    A – Mag ik u tutoyeren?
    B – Nee.
    A – Hebt u vertrouwen in deze detector?
    B – Nee.
    A – Spreekt u altijd de waarheid?
    B – Nee.
    A – Oefent u een van deze beroepen uit: advocaat, leraar, geheimagent?
    B – Ja.
    A – Bent u leraar?
    B – Nee.
    A – Liegt u nu?
    B – Ja.
    A – Moeten Staat en Kerk gescheiden blijven?
    B – Ja. Mag ik u tussendoor zelf iets vragen?
    A – Ga uw gang.
    B – Kan een leugendetector een opinievraag beoordelen?
    A – Nee.
    B – Dat was dus weer een machinale testvraag?
    A – Inderdaad. Laten we doorgaan. Voelt u zich goed?
    B – Ja!




                                                  COPYRIGHT JORIS DENOO
    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Een blauwe plek
  • Moord !
  • Meester in de Vakken
  • De ongecomponeerde noot
  • Poλzie
  • Romaneske boeken
  • Satisfiction
  • Romans & Theater
  • Vreeslijke verhalen
  • Miljarden flarden

    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Sjors DNO eind vorige eeuw in een sneeuwstorm in Chicago


    Mail

    Druk op de knop


    Archief per jaar
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005

    Foto

    Foto

    Foto

                       IK ALS UK
    Foto

    Me reading HARDZIEK, romandebuut Sarah Denoo

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!