NIEUW: Blog reclamevrij maken?
SCHUINE TEKSTEN
Inhoud blog
  • 312: Bruder Lustig
  • 311: Signeergesprek
  • 310: Rook
  • 309: Ode aan mijn bh
  • 308: Alfa
  • 307: Vijgen voor Pasen
  • 306: Wereldsmart
  • 305: Jonge ouderen
  • 304: De Boekenkrijg
  • 303: www.zot.com.bιbι
  • 302: Echte fictie
  • 301: Mundial
  • 300: De Felle
  • 299: Westlof
  • 298: Lam Gods
  • 297: Jacky
  • 296: Hop paardje hop!
  • 295: God?
  • 294: Acoliet
  • 293: PP
  • 292: Netwerk
  • 291: Leffaards
  • 290: Het varkensei
  • 289: Geheim
  • 288: Geknipt
  • 287: Geloof
  • 286: Stommeling
  • 285: Een aardig ding
  • 265: VRESELIJK
  • 284: Kloon
  • 283: Allojjo
  • 282: Schaakstuk
  • 281: Communicatie
  • 280: Figuur
  • 279: Hairbag
  • 278: Lijstjes
  • 277: Jos, Joste, Gejost
  • 276: Melk?
  • 274: Frinch fraais
  • 273: Mager Heineken
  • 272: Appartemens
  • 271: Gestopt
  • 270: Ik zou u schrijven
  • 269: Koksmonoloog
  • 268: Een photo
  • 267: Getetter & Getoeter
  • 266: Water
  • 264: Beu
  • 263: Acteur
  • 262: Vederlands
  • 261: Etters & Engelen
  • 260: Men spele...
  • 259: Kwaak
  • 258: Geschoold
  • 257: A la recherche
  • 256: WJZBJZ
  • 255: Eindelijk
  • 254: 'Het' gezin
  • 253: Repetitieruis
  • 252: Kiespijn
  • 251: Reis Hiernamaals
  • 249: Gezondheid
  • 248: Speeltijden
  • 247: Rood licht
  • 246: Ruis
  • 245: Weg
  • 244: Mom
  • 243: HET JAAR ELF
  • 242: Kloon
  • 241: In de put
  • 240: Huid & Haar
  • 239: Zomer 11
  • 238: Duimen maar
  • 237: Poirot
  • 236: Smoke
  • 235: Collateral
  • 234: Nachtraven
  • 233: Undercover
  • 232: Frietpeace
  • 231: Kopie-Kopie
  • 230: Gezeid is gezeid
  • 229: Vreemde man
  • 228: Een stuk
  • 227: Belgiλ
  • 226: Mijn meesters
  • DRAMA
  • 225: GVD
  • 224: Veldinterview
  • 223: Sprook
  • 222: Zappa
  • 221: Een bod op God
  • 220: Curryculum Vitae
  • 219: Tovenaar
  • 218: Perspest
  • 217: Animatietype
  • 216: Ruim
  • 215: De erwt
  • 214: Podiumbeest
  • 213: Mobiliteit
  • 212: Twee tijgereieren
  • 211: De kus
  • 210: Wolf
  • 209: Een reus
  • 208: Opsporingsbericht
  • 207: K met zuurpruim
  • 206: Volksverlakkerij
  • 205: Doppedrop
  • 204: Kap
  • 203: Affiche
  • 202: Regen
  • 201: Stuk
  • 200: Hair
  • 199: Wie A zegt
  • 198: Bijsluiter
  • 197: TV
  • 196: Arno
  • 195: Letters & Letteren
  • 194: Taalkunde
  • 193: Onder de zon
  • 192: Besparen
  • 191: De goede man
  • 190: Van die dagen
  • 189: Zwarte zwaan
  • 188: Questionnaire
  • 187: Say cheese
  • 186: Loteling
  • 185: Een zwaluw
  • 184: Grijs
  • 183: Claus
  • 182: Liefhebber
  • 181: Monumenten
  • 180: Erger
  • 179: Landbouw
  • 178: Bijna
  • 177: Onafhankelijkheid
  • 176: Zo fout als wat
  • 175: Wei-gevoel
  • 174: Merk
  • 173: Mens
  • 172: Pikant
  • 171: 50 vragen
  • 170: Jinx
  • 169: Wiskunst
  • 167: Met alle Chinezen
  • 166: Mooiste woorden
  • 165: Rijm
  • 164: Internetman
  • 163: EVBO
  • 162: Hondenleven
  • 161: Carriθre
  • 160: Coureur local
  • 159: Kip ik heb je
  • 158: Politiek programma
  • 157: Design
  • 156: Kreeft
  • 155: Nicotine
  • 154: Gastronomen
  • 153: Verleiden
  • 152: Opinie
  • 151: 1e hulp in gevallen
  • 150: Verzamelwoedend
  • 149: Fakir
  • 148: Clichι
  • 147: Iets anders
  • 146: Uit de kunst
  • 145: Appartemensen
  • 144: Wereldwoeden
  • 143: Ongerijmd
  • 142: Dagboek van 1 dief
  • 141: Vioolkist
  • 140: Ouden van dagen
  • 139: Automatische piloot
  • 138: Leugendetector
  • 137: Hotel Milan
  • 136: De Diepe Gedachte
  • 135: De weg vragen
  • 134: Mag ik overvaren?
  • 133: Leven op Mars
  • 132: Vogelvlucht
  • 131: Faer♠er-gevoel
  • 130: Lolbroek
  • 129: Sollicitatie
  • 128: De Q van Proust
  • 127: Volg je nog?
  • 126: Kerstmisdaad
  • 125: Hartstuk
  • 124: Mozart in november
  • 123: Heb je gedronken?
  • 122: Frambozen in melk
  • 121: Appelschudder
  • 120: Quo Vadis?
  • 119: Niespijn
  • 118: Rog
  • 117: Opiniepeiling
  • 116: Vragen aan 1 engel
  • 115: Garnaal
  • 114: De collectie
  • 113: Grot met klaprozen
  • 112: Rechtspraak
  • 111: Eierensmelting
    Zoeken in blog

    Foto
    Aan de sneeuwzee in Vlaanderen, februari 2012
    Foto

    Jowan & Joris in Stotendorp Heule

    Foto

            Red shoes Wilma

    Foto

    Younger me, already salt 'n pepper

    DEZE KANT BOVEN (Sjors DNO)
    SCHUINE TEKSTEN
    19-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.162: Hondenleven

    HONDENLEVEN

    Daar ligt hij. Zogezegd onverschillig. Maar als ik beweeg, luikt hij een oog. Het registreert alles. Het denkt: ‘Misschien neemt hij me mee op stap.’ ‘Misschien valt er een knabbelkoekje uit de kast.’ Hij denkt dat ik niet zie dat hij kijkt. Kijk: hij kijkt weer weg. Nee, hij wil zich niet opdringen. Intussen zijn z’n gedachten al zo rood als de vitrine bij de slager. Zie, ik betrap hem op een visioen: hij komt binnen bij de slager, de deur stond aan, de bel marcheerde niet, geen kat, geen klant te zien. De rest laat ik aan zijn verbeelding over. Ik eet liever vis. Voor een aai of een koekje gaat deze onnozelaar op z’n rug liggen. Dat terwijl de vraag klinkt: ‘En wat doen de meisjes in Parijs?’ Het kon net zo goed Berlijn zijn. Of: anijs, pladijs, glad ijs. Soms gaat hij vanzelf op zijn rug liggen. Daar tuin ik niet in. Soms gaat hij als tochthond op de deurmat liggen. Dat heeft meer zin. Je bent een hond of je bent geen hond. Je leidt een hondenleven. Hij wordt kwaad als iedereen te lang afwezig blijft. Dan haalt hij baldadig een schoen of sok van boven. Die deponeert hij dan ostentatief ergens beneden. Als hij echt baalt, plast hij ergens in een verboden zone. Even zijn handtekening op ons strafblad zetten. Daarna gaat de lafaard nederig in een verdomhoekje van het huis liggen. Hij aapt ons na door boterhammen te eten die hij tussen zijn voorpoten vasthoudt. Humor betekent bij hem dol gehuppel en gedoe met een onnozel namaakbeen. Maar hij kan niet lachen. Tv, films en boeken zeggen hem niks. Hij snapt geen reet van muziek. Maar hij leeft wel mee als iemand in huis ziek is. De manier waarop hij zich dan bij de getroffene neervlijt: ‘Hei, even doorbijten, ik ben er ook nog, ik begrijp het.’ Die hond, ik gun hem zijn bloedrood visioen. Meer kan ik niet doen. Hij weet niet eens wat de meisjes in Berlijn doen.


    09-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.161: Carriθre

    CARRIERE

    Luister eens. Er zijn twee mogelijkheden. Ofwel doe je eerst onnozel en later gewoon, ofwel begin je gewoon en doe je later onnozel. Gewoonlijk slaagt de eerste categorie beter dan de tweede. Onnozele toestanden worden het vlotst toegeschreven aan jongere leeftijden. En ook daarom het snelst vergeven. Gekheid op latere leeftijd pruimt men niet. De bekendste tafelspringers en grote muilen profileren zich na hun veertigste plotseling als filosofen, meninghebbers of in het ergste geval politici. Zelfs Kamagurka, een vleesgeworden drol, praat al met twee woorden. En Lanoye zwijgt in alle talen, vooral de zijne, over zijn Agalev-avontuurtje. Pas op: er zijn er ook die hun hele verdomde leven lang gewoon doen. Voorspelbaar dus. De veilige keuzes. De grijze pakjes. Watou bijvoorbeeld, die zomer: dat is het Pompei van de poëzie. Ons kent ons, en ons klopt elkaar op de schoudertjes, en ons nodigt ons uit, want ons kan omgekeerd ook wat doen voor ons. Naar verrassingen moet je daar niet zoeken. Het is er eerder een consecratie van namen. ‘Ik heb net klein maar fijn gegeten met Hugo’. ‘Ach, Jozef is een ietsepietsie verkouden’. ‘Zou Guido weer te laat komen?’ Eenzame hoogtes! Negeren die oproerlingen en dwarsliggers! West-Vlaamse dichters? Nou, je moet toch ergens geboren zijn en wonen, hé. Er schijnen er zes komma vijf te zijn. Ik ken er dertien. Goeie, hoor. Niet van die tiepen die al jaren uit de provincie weg zijn, met een geforceerde Brabantse ie of e praten en alleen de treurnis van dit verre westen hier verkondigen. En nog eens ‘afzakken’ naar ‘de Vlaanders’ om aan de micro gesubsidieerde zwaarmoedige achterklap te mompelen. Dit is geen oprisping. Het is een pleidooi tegen klieken en kliekjes, tegen voorspelbaarheid. Ik pen een gevoel neer dat ik deel met minstens tien dichters. Kijk: ik heb geen sympathie voor carrièreplanners. Dichten is een avontuur. Een windvlaag harkt de herfstbladeren veel mooier samen dan een hark. Het gepiep van de zichzelf subsidiërende en prijzende grijze muizen van de poëzie moet gesmoord worden. Ik heb evenmin sympathie voor pluimstrijkers. Ik hoop dat zij zich doodvreten en –zuipen aan de tepels van de hoer die de poëzie is. Tot slot een kort dialoogje. ‘Ha, gij schrijft gedichten, hé?’ ‘Ja.’ ‘Kunt ge daar van leven?’ ‘Ik kan er wel bij blijven werken.’ ‘Leeft ge dan niet van de pen?’ ‘Ik leef voor de pen.’ ‘Ge zijt altijd een beetje een rare snuiter geweest, hé?’ ‘O, is het al zo laat?’ 


    30-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.160: Coureur local

    COUREUR LOCAL

    ‘Afmaken.’ ‘Doodzitten.’ ‘Zuurstoftekort bezorgen.’ ‘Te pletter.’ ‘Sterven.’ In deze bewoordingen versloeg de tv-commentator een wielerwedstrijd. Als je alleen maar luisterde, had je kunnen denken dat dit over de Bezette Gebieden ging, of Irak. Het klonk net als bij de voetbaljongens, waar voetbal oorlog is. Dat de ene renner rapper dan de andere rijdt, moet niet uitgelegd worden in termen van dood, slachtpartijen en oorlog. Als het zo zit, moet je om een koers te winnen het voltallige peloton maar doodschieten. En er voor zorgen dat je zelf overschiet. Beroepshalve om ter rapst fietsen, heeft niks met wapengekletter en doodsgereutel te maken. Meer met velo’s en vitamines. De oorlog speelt zich in het hoofd en de borstkas en de benen van de renner af. De salvo’s bestaan uit vloeken en fluimen en snot. Het doel is zoveel mogelijk renners achter je te laten. Toch valt dat oorlogstaaltje van de verslaggevers wel te begrijpen. Ze maken de winnaar bij voorbaat al groter en beter dan de rest. De niet-winnende rugnummers kunnen het alleen maar betreuren dat ze ondanks de uitvinding van het wiel niet aan hun trekken zijn gekomen. Op de vooravond van een Gent-Wevelgem dwaalde ik bij de eindmeet rond. België was in een boze bui. De tribune glom van de nattigheid. De weg leek op een skispringschans, maar dan plat. Het VRT-materiaal stond eenzaam te bibberen in de sneeuwkou. Maar die woensdag zelf daalde het hemelse snot der engelen niet in de vorm van regen neer. Plotseling scheen de zon weer over Vlaanderens velden. Waaierend voltrok zich de koers. Een Belg won met drie millimeter voorsprong op een Italiaan. Forza Italia? Dumpen! Zijrangeren! Over mijn lijk! En het zijne! In de gracht ermee!


    15-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.159: Kip ik heb je

    KIP IK HEB JE / CHICKEN SURPRISE

    Een zonnige dag in Noord-Dakota, lang geleden. Katoenen wolkjes dreven lui in de lucht. We hadden net geluncht. De restjes waren voor onze oude hofhond Lad. Hij maakte onmiddellijk werk van de beenderen. De aardappelen, die hij niet zo lustte, maar die hij ook niemand anders gunde, liet hij liggen. Vooraleer hij een uiltje ging knappen op zijn favoriete plekje in de zon, mikte hij met zijn neus nog een portie aarde en vuil over de aardappelen in zijn schotel. Zo deed hij het altijd. Ikzelf was intussen aan het werk aan de tractor. Hierbij zat ik neer op de grond. Af en toe diende ik even met mijn hand steun op de grond te zoeken. Plotseling voelde ik het, plettend en glijdend tussen mijn vingers: kippenkwak! Man, dat was hatelijk! Niets hielp ertegen; minutenlang zowat door je hand heen boenen met vuil en vodden en zand belette niet dat je eeuwig stinken bleef. De meisjes zouden mij te allen tijde mijden, hun neusjes dichtknijpend. Ze zouden me de Kippenkwakkerel ofte de KKK noemen. Terwijl ik verder verwoed aan het wrijven en vloeken was, kreeg ik plotseling onze oude haan in het vizier. Met parmantige, trage eendentred stapte hij in de richting van Lad’s smerige aardappelschotel. Ondertussen hield hij de oude soezende hond ook in de gaten. Tja, ik hou wel van wat ontspanning op een zonnige namiddag. Ik wist dat de haan al ettelijke keren door de hond weggejaagd was. Die hield niet van kiekens binnen een straal van 30 meter om zijn bord. De haan (natuurlijk de dader van die kippenkwak van daarnet) moest zich die dag ofwel stierlijk vervelen ofwel koesterde hij een doodswens. Het duurde zeker nog 15 minuten vooraleer hij het etensbord bereikte. Hij was hoogst geconcentreerd. Zo dom als een kieken? Die haan had wel degelijk een plan! Bijna werkte zijn plan, totdat hij in zijn opwinding plotseling morsecode begon te pikken op de bodem van de schotel. Kie-ken-in-de-pot! Kie-ken-in-de-pot! klonk het tergend. Kende de oude hond Lad ook morsecode? Waarschijnlijk: in minder dan drie sprongen hield hij een tuil van hanenveren in zijn muil. Een krijsende haan vloog terug vanwaar hij gekomen was. Ja!! gilde ik enthousiast, en neem je kwak met je mee, stom kieken! 45 jaar later heeft mijn hand weer voldoende huid kunnen vormen om het stigma van de kippenkwak te genezen.
    PAT DENOWH (Arizona, U.S.A.) & JORIS DENOO (Vlaanderen, België)


    06-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.158: Politiek programma

    MIJN POLITIEK PROGRAMMA

    Geachte kiezerin en kiezer, beste burgers. Graag pik ik wat van uw kostbare tijd om mezelf voor te stellen en uw stem te vragen. Mijn kandidatuur voor de verkiezingen hoeft niemand te verwonderen. Ik wil macht en ik wil geld. Reeds lang voel ik de politieke microbe in mij woekeren. Het is een schitterende ziekte, waar ik u allen het slachtoffer van wil maken. Wat u dan nà mijn verkiezing uitvreet, gaat me geen bal meer aan. Ikzelf heb de knoop doorgehakt. Ik wil vernieuwing, doorbraak, grote kuis, evenwicht, vooruitgang en rechtvaardigheid. Ik wil ten minste ergens een rustige zetel, om te kunnen indommelen en slapend rijk te worden. Als het even kan: een ministerpostje. Ik denk dat ik er het talent voor heb. En de visie. Als ik spreek, blijft een dichte woordendamp in de cafés hangen. Als ik schrijf, trek ik rookgordijnen op. Mijn lijf vrààgt gewoon om een gratis autonummerplaat en belastingvrijheid. Dat lijf is al op talloze recepties getraind. Mijn glimlach is in mijn aangelaat gebeiteld. Mijn kop straalt politieke integriteit uit. Hij staat ten dienste van de gemeenschap. Hij ziet er ook bruin uit, door de vele korte vakanties op Jersey, op de Antillen, op de Kaaimaneilanden en in andere Zwitserlanden. U kent me en u weet dat ik altijd mijn beloftes waarmaak. Ik wil alle groen weg uit de stad. Daar is het platteland voor, weet u wel. Een stad moet uit neon en beton en fritures en cinema’s bestaan. Wég met die hinderende bloembakken en hangende tuinen. Basta. Fietsers en voetgangers moeten onder de grond, via een tunnelsysteem. Eenzelfde systeem als dat van de buizenpost zorgt ervoor dat ze het echte bovengrondse verkeer niet langer hinderen. Vriendjes worden in mijn politiek zeer gewaardeerd. Mijn vernieuwde aanpak (afbraak sociale zekerheid, ontmoedigingspolitiek voor natuurontwikkelingsprojecten, subsidiestop cultuur, sluiting tijd- en geldverslindende parken en sportvelden, parkeermeters in de buitenwijken) geldt niet voor hen. Voor wat, hoort wat. Ik zal het wel pakken waar al mijn voorgangers het gepakt hebben: bij de gewone man. Ik wens ook uitdrukkelijk belastingen te heffen op lelijkheid. Gedaan met druipende bloembakken op vensterbanken, huisjes met rode of blauwe luiken, gevels in aquarelkleuren, wildplak van rockaffiches, langharig tuig van de richel, kaalgeschoren kotjesvolk, flaminganten met ringbaarden, liberalen met gel op hun kop, socialisten met designdassen en zonnebank-CD&V’ers die een seizoen lang dictielessen genomen hebben. De spitsuren zal ik afschaffen door de scholen langer te laten duren en de fabrieken nog langer. Er komt ook een avondklok. Ze moeten het maar weten, zeg ik. Onze kas kan er wel bij varen. Ja, beste burgers, met uw steun zie ik het wel zitten. Geef me een kontje. Kleur straks mijn bolletje rood, want het is vijf voor twaalf op mijn rolex. Ik sta op de 18e plaats van de lijst Vlaamse Windhanen. Op de groepsfoto herkent u mij aan mijn hangbuik, glimmende kin, worstenvingers. De zon ketst gezellig op mijn trouwring af. Uit mijn linkeroor druipt wat hersensap. Ik draag een driedelig politiek apenpakje. Mijn dienstbetoon? U kunt me altijd aantreffen in café Het Politieke Beest op de Koeienmarkt, de nacht van vrijdag op maandag. Vrouwen graag een rokje, maar zakenmensen gaan voor. Ik ben namelijk een gezonde hetero. Ik zou zo zeggen, geachte kiezerin, kiezer: graag en steeds tot uw dienst. Doorzetten! Werken aan de toekomst! Samen op weg! Inspraak! Verandering! Blablablablablabla!!!


    22-04-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.157: Design

    DESIGN

    De tand des tijds zorgde ervoor dat de stad ons met een gapend gebit toegrijnsde. Ettelijke firma’s, winkels en huizen gingen tegen de vlakte. Overal werden kiezen getrokken. We maalden erom en we baalden ervan. Vaak vonden we het andermaal jammer: dit hier mocht niet verdwijnen, dat daar zou allicht vervangen worden door een nieuwe miskleun. Synchroon daarmee grepen her en der wegenwerken om zich heen. Steeds minder liep de stad de kans om als filmlocatie uitgekozen te worden, tenzij dan als onbestemde, unheimliche ruimte die symbool zou kunnen staan voor het totale niets. Design als onherbergzaamheid. Wie zichzelf om negen uur in de avond door de straten hoorde stappen, terwijl iedereen voor de televisie in de sofa aan topsport zat te doen, kon zich de vraag stellen: ‘Waar is en wat doet iedereen hier nu? (population: 75 000)’. Nou, tv-staren dus. De prijs die voor stadsdesign betaald werd, was hoog. De prijs bestond in ontstentenis van menselijke aanwezigheid. Men was verschanst. Design betekende ook: vesting, wal, versterking, afstand. Er stroomde een rivier door de stad. Gewoonlijk tovert een rivier een blos op beide wangen van zo’n stad. Niet zo hier. Hij passeerde als een vreemd voorwerp, langsheen twee doodstille oevers, rillend en rimpelend. Diende er dan verhuisd te worden? Ach. Een mensenleven lang gaf elke inwoner de stad een kans. Levenslang. Het zou ooit wel goed komen. Niet iedereen immers kon in de hoofdstad wonen, leven en werken. Men offerde een gezellig openbaar leven op voor design. Men bleef thuis en keek oogluikend toe hoe subsidiegelden werden besteed. ‘Wacht maar.’ ‘Het zal nog de moeite lonen.’ ‘We moeten geduld hebben.’ En toen ging men dood. En er waren geen vergelijkingspunten meer, want herinneringen waren alleen nog ingekaderd in foto’s zonder commentaar. Dat overkwam de stad: design. De vlag die de lading toedekte. En de boten op de rivier, ooit gouden lint, thans traankanaal, meerden niet meer aan. Ze lieten de stad zowel links als rechts liggen. De mensen slibden niet meer aan in de winkelstraten. Pleinvrees heerste alom. De lava van design had een nieuw Pompei geschapen.


    13-04-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.156: Kreeft

    KREEFT

    A – Dat horoscopengedoe vind ik larie en apekool.
    B – Je zou er toch van opkijken hoeveel er telkens van de mijne klopt.
    A – Bah, ze schrijven het natuurlijk zo om het te doen kloppen. Ik bedoel: alles klopt altijd. Zo kan ik het ook.
    B – Ja, nee, maar echt: ik ben toch al een paar keer onder de indruk geweest van …
    A – … van die vrouwenwichelarij? Geloof jij daar in?
    B – Zeg, hιla. Ik ben er niet dood van gegaan hι!
    A – Nog niet, nee.
    B – Vorige week had ik toch echt …
    A – En je was ziek vorige week!
    B – Ewel ja: en er stond warempel …
    A – ‘Goed contact met dokters’?
    B – Niet overdrijven, hι.
    A – En wat staat er deze week in? Dat je mij zult tegenkomen?
    B – Nee, dat je moet uitkijken voor kleine dingen met grote gevolgen.
    A – Ik?
    B – Ja.
    A – Heb je de mijne dan gelezen?
    B – Ja.
    A – En wat staat erin?
    B – Dat je meer moet luisteren naar wat er gezegd wordt.
    A – Jij bent zeker een Kreeft?
    B – Niet ‘een’ Kreeft, gewoon: ‘Kreeft’.
    A – Jaja …
    B – Chinees of Westers?
    A – O, saignant.


    01-04-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.155: Nicotine

    NICOTINE

    A – Sigaar?
    B – Nee, dank u.
    A – Niet-roker?
    B – Ex-roker.
    A – Aha. Nooit meer … ?
    B – Soms wel, ja.
    A – Maar nu niet, blijkbaar.
    B – Ik rolde ze zelf.
    A – Aha. Hoe lang al?
    B – Zeven maanden en drie dagen.
    A – Grote gribus! Hopelijk lukt dat hι.
    B – Ik voel me al een heel ander mens.
    A – Ja, dat zal wel. Maar ik inhaleer niet. Vroeger wel. Toen rookte ik echt. Allez: ιcht echt.
    B – En nu alleen nog sigaren?
    A – Drie per dag. Soms kan ik me daar aan houden.
    B – Ik rolde er vroeger dertig per dag, maar het waren van die dunne.
    A – Meer papier dan tabak, haha.
    B – Dat zei mijn grootvader ook. Hij is er 94 geworden. Met roltabak.
    A – Als werkgever neem ik eigenlijk geen rokers in dit bedrijf aan.
    B – Dat was dus een test, daarnet?
    A – Haha.
    B – Roken op het werk is inderdaad tijdverlies.
    A – Vindt u dat ook?
    B – Zeven maanden al. En drie dagen.
    A – Sigaar?
    B – Wel eh …


    19-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.154: Gastronomen

    GASTRONOMEN

    A – Ik denk dat ik maar eens de scampi’s neem.
    B – Ik twijfel nog tussen …
    A – Met look, of misschien met die roomsaus.
    B – Het ziet er allemaal wel lekker uit.
    A – Best te vreten hι?
    B – Kiezen is verliezen. Ik denk dat ik het allemaal neem.
    A – We moeten dan nog de wijn bekijken ook.
    B – Jammer dat er geen konijn op staat.
    A – Dat is seizoengebonden zeker?
    B – Ik weet niet of konijn seizoengebonden is.
    A – Of hutspot.
    B – Dat hangt misschien wel af van het seizoen, denk ik.
    A – Weet je wat ik ook van lek-me-lipje vind? Dat is vissoep.
    B – Ja, dat is eten en drinken hι.
    A – Ze zeggen dat van guinness ook.
    B –
    A guinness a day keeps the doctor away.
    A – Is het niet:
    an apple a day?
    B – Whatever. We gaan hier toch geen appelen zitten eten hι.
    A – Maakt te veel lawaai. Nee, we mogen vooral niet te gezond doen.
    B – Zeg, heb je nu al over de wijn beslist?
    A – Nee, ik moet nog … Help eens een beetje.
    B – Die steaks zijn wel aan de dure kant, vind ik.
    A – Ja hι?
    B – Weet je het nu al?
    A – Eh … mm … tja …
    B – Hι?
    A – Een broodje-gezond dan maar.
    B – En voor mij een uitsmijter. Zoveel tijd hebben we nu ook weer niet hι.
    A – Nee.


    09-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.153: Verleiden

    VERLEIDEN

    A – Heb jij nog gevlogen misschien?
    B – Nee, waarom?
    A – Je hebt nochtans het lichaam van een stewardess.
    B – Kijk maar uit, of jij vliegt hier buiten.


    26-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.152: Opinie

    OPINIE

    A – Mooi hι?
    B – Mja …
    A – Ik vind het echt mooi. Het is zo … zo …
    B – … apart?
    A – Eh … ja, eigenlijk wel.
    B – Eigenzinnig?
    A – Wel eh … ook dat, ja. Nu je het zegt.
    B – Het valt soms moeilijk in woorden te vatten wat we voelen.
    A – Zeg dat wel.
    B – En er zijn ook zoveel meningen als er mensen zijn.
    A – Maar wat vind jij er eigenlijk van?
    B – Mm … mijn mening doet hier niet ter zake hι.
    A – Toch wel, man!
    B – Eh … ik vind het geheel nogal apart.
    A – En ook eigenzinnig hι? Dat woord heb je daarnet gebruikt.
    B – Eh … ja, eigenzinnig is wel een goed woord.
    A – Tja … zoveel mensen, zoveel meningen hι.
    B – Zeg dat wel.
    A – Het is maar goed dat er diverse meningen zijn, anders …
    B – Ja, anders waren we allemaal grijze muizen.
    A – We zouden allemaal hetzelfde deuntje piepen.
    B – … of helemaal niet meer piepen.
    A – Het is goed dat men uitkomt voor zijn mening.
    B – Alleen de ongevraagde en de ongefundeerde meningen zijn uit den boze.
    A – Eh … ja. We moeten niet voortdurend met meningen bestookt worden hι.
    B – Het zou daarom beter zijn dat in de bladen en op tv de acteurs en de schrijvers hun mond hielden.
    A – Je neemt me de woorden uit de mond, man.
    B – Men kan namelijk bepaalde zaken kapot menen.
    A – Zo is het nog maar es ’n keer!


    15-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.151: 1e hulp in gevallen

    EERSTE HULP IN GEVALLEN

    A – Weet je, ik zou het je nooit kwalijk kunnen nemen.
    B – Dat is je geraden, verhippeltjes.
    A – Neenee, in alle ernst …
    B – Het zou dan ook buiten mijn wil om gebeurd zijn.
    A – Ik zou het natuurlijk wel erg kunnen vinden.
    B – Dat zou dan voor je pleiten.
    A – Niemand is vrij van dergelijke dingen.
    B – Nou: ‘dingen’.
    A – Ondingen, eerder.
    B – Maar er is tot nu toe niks gebeurd hι.
    A – Nee, we praten alsof …
    B – Toch kan het elk moment toeslaan. Dat besef ik ten volle.
    A – Ik wil me er niet mee moeien, hoor. Sorry als ik die indruk wek.
    B – Ach, je bent heus niet de eerste.
    A – De meeste mensen leggen toch wel begrip aan de dag, neem ik aan?
    B – Je zou nog vreemd opkijken.
    A – Tja, het ligt ook niet zo voor de hand hι.
    B – Dat mag je verdorie wel zeggen.
    A – Ik zou het je zelfs nooit kwalijk kunnen nemen.
    B – Dat is dan goed om te weten, mocht het zich dus voordoen.
    A – De anderen denken er ook zo over.
    B – Is dat zo?
    A – Je mag op alle begrip rekenen.
    B – Het wordt me bijna te machtig.


    04-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.150: Verzamelwoedend

    VERZAMELWOEDEND

    A – Die verzamel je dus ook al?
    B – Bah, je weet hoe dat gaat.
    A – Nee, eigenlijk niet.
    B – Wel, op een dag blijkt dat je er twee van hebt …
    A – Ja, en?
    B – En een week later tel je er al drie …
    A – Maar hoe komt dat dan?
    B – Ach, je krijgt er nog eentje, of je botst op alweer een exemplaar, zie je.
    A – Is het een verslaving?
    B – Och, plotseling zit je met een collectie, bijna ongemerkt, en die groeit gestaag aan …
    A – … terwijl jij er niks aan kan doen?
    B – Precies.
    A – Het gebeurt als het ware buiten je om?
    B – Zo kun je het stellen, ja. Het groeit.
    A – Het woιkert veeleer, zo te zien. Denk je niet aan ruimere behuizing? Collectioneer je per ongeluk soms ook huizen?
    B – Ja, een pakhuis lijkt me wel wat.
    A – Je kunt ook je verzamelingen afbouwen.
    B – En een paar verzamelingen verkopen, bedoel je?
    A – Bijvoorbeeld. Dan kun je eindelijk eens geld gaan collectioneren.
    B – Tja … daar heb ik ondertussen ook al een flinke kwak van.
    A – O, toon die eens?
    B – Maar die sluimert in het buitenland. Die collectie heeft een buitenverblijf. Eh … binnenverblijf.
    A – Aha, aandelen hι?
    B – Ja … van die onderdelen, ja. Ook best leuk hoor.
    A – En waar heb je nu het minste van?
    B – Tijd, mijn beste, tijd.
    A – Da’s ook geld, schijnt het.
    B – Geloof dat vooral niet. Als geld het slijk der aarde is, dan is tijd …
    A – Oei: is het al zo laat? Ik moet er eens vandoor.


    22-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.149: Fakir

    FAKIR

    A – Je houdt het niet voor mogelijk, man. Het was niet van deze wereld.
    B – Slikte hij werkelijk die hele slang door?
    A – Helemaal. De volle negentig centimeter, schat ik.
    B – En het serpent keerde even later terug naar boven?
    A – Heelhuids.
    B – Levend dus ook, heb ik begrepen.
    A – Springlevend.
    B – Deed hij nog van die … eh … die dingen?
    A – Hij reciteerde ook de eerste drie bladzijden uit de Narok zo uit zijn hoofd, mΰΰr dan wel achterstevoren.
    B – De Na … ja zeg, niet lullen hι!
    A – Haha, je hebt ‘m.
    B – Hij stond misschien ook op zijn hoofd daarbij, met de Koran als onderlegger.
    A – Het schijnt ook dat hij al acht jaar uitsluitend gras eet.
    B – Dan is hij vast al heilige koe geworden.
    A – Zo, ik moet er nu eens vandoor.
    B – Maar je lichaam is waarschijnlijk al waar je moet zijn hι.
    A –
    Beam me up, Scotty.
    B – Bij volle verstand, schat ik. De beide helften, I presume?


    09-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.148: Clichι

    CLICHE

    A – Mag ik een klassieker op je afvuren?
    B – Ga je gang.
    A – Welk boek neem jij mee naar je onbewoonde eiland?
    B – Het Grote Bouw-Zelf-Je-Hutboek.
    A – En welke drie handwerktuigen die in je broekzak passen?
    B – Drie Zwitserse messen.
    A – Een bord of een kop: welke van de twee?
    B – Een diep bord.
    A – Lucifers of een fles wijn?
    B – Een fles wijn, zeker weten.
    A – O ja?
    B – Ja. En een balpen.
    A – Ah, ik snap al …
    B – En een vel papier.
    A – Lekker clichι hι.
    B – Zo clichι als een kathedraal met duivenstront op.
    A – Ik zie al een fles dobberen op de oceaan.
    B – De wijn is voor de inspiratie.
    A – Als de wijn is in de man …
    B – … is de waarheid in de kan.
    A – Geen lucifers dus.
    B – Nee. En doe me ook maar een kurkentrekker. Het gaat over een fles wijn hι, en niet over een wijnfles.
    A – Ja, het kan koud zijn op zo’n eiland.
    B – Vooral ’s nachts.
    A – En zonder lucifers.
    B – Nog vragen?
    A – Beaujolais of Bourgogne?
    B – Bordeaux graag.


    30-12-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.147: Iets anders

    IETS ANDERS

    A – Iets anders nu … eh …
    B – Was het daarnet niet boeiend genoeg misschien?
    A – Jaja, neenee, dat niet, maar …
    B – Gooi het maar in de groep, man.
    A – Het gaat nu al meer dan een halfuur over waterpolo. Ik … ik verdrink verdomme stilletjes aan; het stinkt hier naar chloor.
    B – Ja zeg, sorry, maar Willy en Marc hier en ik zijn nu eenmaal toevallig …
    A – Zeehonden zijn jullie.
    B – Ben je niet eerder in je bier aan het verdrinken dan in ons … onze …
    A – Moeilijkheden met metaforen hι?
    B – Metawΰt?
    A – Omnivoren, amforen, flaporen, … laat maar zitten.
    B – Kijk: nu regent het nog buiten ook. Erg voor jou hι, landrot.
    A – Gelukkig regent het niet binnen, waterrund.
    B – Waterrΰt, zul je bedoelen.
    A – Nee, rund.
    B – Dat zullen we maar op rekening van de drank schrijven, hι maten?
    C/D – Een zeehond wordt veel vergeven.
    A – Merci, Marco Polo. Merci, Willy Walvis.
    B – Iets anders nu … Volgens mij floot die scheidsrechter keihard voor de andere kant. Zelfs een blinde kon dat horen.
    A – Jeezes!!
    C/D – Water! Water!


    22-12-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.146: Uit de kunst

    UIT DE KUNST               

    A – Pff, ik kan dat ook.
    B – Het is niet zo eenvoudig als het lijkt hoor.
    A – Ik ga u meer zeggen: mijn kinderen kunnen dat ook.
    B – Hm …
    A – Al die krassen en lijnen door mekaar, pff, wat is er daar nu moeilijk aan.
    B – Maar het schijnt dat kenners aan ιιn lijn kunnen zien of de artiest wel degelijk ook een mensenhand kan tekenen bijvoorbeeld.
    A – Ja?
    B – Ja.
    A – En als ik mijn hand nu op een vel papier leg en met mijn potlood er netjes rond ga en daarna …
    B – Dat heeft niks met kunst te maken.
    A – O nee?
    B – Nee, da’s kunst- en vliegwerk.
    A – Wie was die zot ook weer die heen en weer door de verf op zijn doek fietste en daar dan miljoenen voor vroeg? Ik kan ook fietsen, zeg!
    B – Maar jij heet gewoon Jean-Marc Blomme.
    A – Ja, en dan? Moet ik mij daarvoor excuseren misschien?
    B – Je bekendheid laat te wensen over. En je kunt niet schilderen.
    A – Maar ik heb heel mijn huis zelf geschilderd verdomme! Van onder tot boven!
    B – Ewel, dat is dan ook 130 000 euro waard hι.
    A – Eh …


    12-12-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.145: Appartemensen

    APPARTEMENSEN                 

    A – Ik ben graag torenhoog thuis.
    B – Toegegeven: men heeft er ook een prachtig panorama hι.
    A – Voilΰ. Iedereen is klein in je ogen. En niemand ziet je.
    B – Terwijl jij iedereen kunt zien.
    A – Arme holbewoners in en onder de platte grond.
    B – Of hamburgers geplet in tussenverdiepingen.
    A – Ham-burgers, die is goed!
    B – Ik zou niet meer willen ruilen.
    A – Ja, ze mogen het hebben.
    B – Er wacht ons nog een eeuwigheid hier beneden onder de grond.
    A – Ja, maar nu zitten we toch in de zevende hemel hι.
    B –
    The sky is the limit.
    A – Het hemelwater spoelt onze ramen vanzelf.
    B – En de wind en de zon drogen die dan.
    A – De ondermensen moeten dat allemaal zelf doen.
    B – Laag-bij-de-gronds hι, haha.
    A – Ik zit alleszins gebeiteld.
    B – Ik ook.
    A – Hoog en droog.
    B – Maar de lift moet natuurlijk wel meewillen.
    A – Daar zeg je zowat.
    B – Wat heb je aan een kaduke lift als je torenhoog thuis bent.
    A – Eh … ja.
    B – Ik zal straks weer de trappen moeten nemen, vrees ik.
    A – Och, is het weer zover? Verdomde klotelift.
    B – Ik wou je er niet lastig mee vallen …
    A – Dat is nu verdomme al …
    B – Je bent die al grondig beu, zeker?


    03-12-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.144: Wereldwoeden

    HET WOEDEN VAN DE WERELD            

    A – Ik kan er niet meer tegen.
    B – Nu je het zegt …
    A – Wat levert het allemaal op?
    B – Ja hι.
    A – Files … werkdruk … betutteling …
    B – Zeg wel.
    A – Hoe is het zo ver kunnen komen.
    B – Vraag je je af.
    A – Ik heb al een inscriptie bedacht voor op mijn graf.
    B – O ja?
    A –
    ‘Zo, dat was het.’
    B – Eh, dat?
    A – Ja: vier woorden, twee leestekens.
    B – Een stil protest dus.
    A – Kort en goed.
    B – Ze mogen er dan van denken wat ze willen hι.
    A – Zo is het.
    B – Die tekst zou ook op mijn steen kunnen staan.
    A – Hela, afblijven hι. Mijn idee.
    B – Maar ik laat me wel in de fik steken.
    A – Ah, een urne?
    B – Ja.
    A – En heb jij al een tekst voor op die vaas?
    B –
    ‘Hier heb je geen vat op.’
    A – Haha.
    B – Of:
    ‘Hier heb je niet van terug.’
    A – Waarom niet: ‘As-hole’?
    B – Haha. Die zit, hoor! Of nee: ligt!


    22-11-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.143: Ongerijmd

    ONGERIJMD                     

    A – Ik hou van jou.
    B – En ik moet dat geloven.
    A – Hι zeg … waarom …
    B – Het rijmt te strak.
    A – Nou zus, dan hou ik van je, gewoon dus.
    B – Zal wel. Weer dat rijm.
    A – Ik hou van je.
    B – Eindelijk. Maar toch …
    A – Wat nu weer?
    B – Je ziet jezelf weerspiegeld in mij.
    A – Ja, en?
    B – En daarom hou je van mij.
    A – Me!
    B – Sorry: me.
    A – Zeg, da’s kras.
    B – Zie je wel: weer dat rijm.
    A – Je bent een onmogelijke … shit!
    B – Vent? Wijf?
    A – Ben je nu aan het vitten of aan het bullshitten?
    B – Je kunt het echt niet laten hι.




                                                  COPYRIGHT JORIS DENOO
    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Een blauwe plek
  • Moord !
  • Meester in de Vakken
  • De ongecomponeerde noot
  • Poλzie
  • Romaneske boeken
  • Satisfiction
  • Romans & Theater
  • Vreeslijke verhalen
  • Miljarden flarden

    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Sjors DNO eind vorige eeuw in een sneeuwstorm in Chicago


    Mail

    Druk op de knop


    Archief per jaar
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005

    Foto

    Foto

    Foto

                       IK ALS UK
    Foto

    Me reading HARDZIEK, romandebuut Sarah Denoo

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!