NIEUW: Blog reclamevrij maken?
SCHUINE TEKSTEN
Inhoud blog
  • 315: Roland
  • 314: Bermkip
  • 313: Men
  • 312: Bruder Lustig
  • 311: Signeergesprek
  • 310: Rook
  • 309: Ode aan mijn bh
  • 308: Alfa
  • 307: Vijgen voor Pasen
  • 306: Wereldsmart
  • 305: Jonge ouderen
  • 304: De Boekenkrijg
  • 303: www.zot.com.bébé
  • 302: Echte fictie
  • 301: Mundial
  • 300: De Felle
  • 299: Westlof
  • 298: Lam Gods
  • 297: Jacky
  • 296: Hop paardje hop!
  • 295: God?
  • 294: Acoliet
  • 293: PP
  • 292: Netwerk
  • 291: Leffaards
  • 290: Het varkensei
  • 289: Geheim
  • 288: Geknipt
  • 287: Geloof
  • 286: Stommeling
  • 285: Een aardig ding
  • 265: VRESELIJK
  • 284: Kloon
  • 283: Allojjo
  • 282: Schaakstuk
  • 281: Communicatie
  • 280: Figuur
  • 279: Hairbag
  • 278: Lijstjes
  • 277: Jos, Joste, Gejost
  • 276: Melk?
  • 274: Frinch fraais
  • 273: Mager Heineken
  • 272: Appartemens
  • 271: Gestopt
  • 270: Ik zou u schrijven
  • 269: Koksmonoloog
  • 268: Een photo
  • 267: Getetter & Getoeter
  • 266: Water
  • 264: Beu
  • 263: Acteur
  • 262: Vederlands
  • 261: Etters & Engelen
  • 260: Men spele...
  • 259: Kwaak
  • 258: Geschoold
  • 257: A la recherche
  • 256: WJZBJZ
  • 255: Eindelijk
  • 254: 'Het' gezin
  • 253: Repetitieruis
  • 252: Kiespijn
  • 251: Reis Hiernamaals
  • 249: Gezondheid
  • 248: Speeltijden
  • 247: Rood licht
  • 246: Ruis
  • 245: Weg
  • 244: Mom
  • 243: HET JAAR ELF
  • 242: Kloon
  • 241: In de put
  • 240: Huid & Haar
  • 239: Zomer 11
  • 238: Duimen maar
  • 237: Poirot
  • 236: Smoke
  • 235: Collateral
  • 234: Nachtraven
  • 233: Undercover
  • 232: Frietpeace
  • 231: Kopie-Kopie
  • 230: Gezeid is gezeid
  • 229: Vreemde man
  • 228: Een stuk
  • 227: België
  • 226: Mijn meesters
  • DRAMA
  • 225: GVD
  • 224: Veldinterview
  • 223: Sprook
  • 222: Zappa
  • 221: Een bod op God
  • 220: Curryculum Vitae
  • 219: Tovenaar
  • 218: Perspest
  • 217: Animatietype
  • 216: Ruim
  • 215: De erwt
  • 214: Podiumbeest
  • 213: Mobiliteit
  • 212: Twee tijgereieren
  • 211: De kus
  • 210: Wolf
  • 209: Een reus
  • 208: Opsporingsbericht
  • 207: K met zuurpruim
  • 206: Volksverlakkerij
  • 205: Doppedrop
  • 204: Kap
  • 203: Affiche
  • 202: Regen
  • 201: Stuk
  • 200: Hair
  • 199: Wie A zegt
  • 198: Bijsluiter
  • 197: TV
  • 196: Arno
  • 195: Letters & Letteren
  • 194: Taalkunde
  • 193: Onder de zon
  • 192: Besparen
  • 191: De goede man
  • 190: Van die dagen
  • 189: Zwarte zwaan
  • 188: Questionnaire
  • 187: Say cheese
  • 186: Loteling
  • 185: Een zwaluw
  • 184: Grijs
  • 183: Claus
  • 182: Liefhebber
  • 181: Monumenten
  • 180: Erger
  • 179: Landbouw
  • 178: Bijna
  • 177: Onafhankelijkheid
  • 176: Zo fout als wat
  • 175: Wei-gevoel
  • 174: Merk
  • 173: Mens
  • 172: Pikant
  • 171: 50 vragen
  • 170: Jinx
  • 169: Wiskunst
  • 167: Met alle Chinezen
  • 166: Mooiste woorden
  • 165: Rijm
  • 164: Internetman
  • 163: EVBO
  • 162: Hondenleven
  • 161: Carrière
  • 160: Coureur local
  • 159: Kip ik heb je
  • 158: Politiek programma
  • 157: Design
  • 156: Kreeft
  • 155: Nicotine
  • 154: Gastronomen
  • 153: Verleiden
  • 152: Opinie
  • 151: 1e hulp in gevallen
  • 150: Verzamelwoedend
  • 149: Fakir
  • 148: Cliché
  • 147: Iets anders
  • 146: Uit de kunst
  • 145: Appartemensen
  • 144: Wereldwoeden
  • 143: Ongerijmd
  • 142: Dagboek van 1 dief
  • 141: Vioolkist
  • 140: Ouden van dagen
  • 139: Automatische piloot
  • 138: Leugendetector
  • 137: Hotel Milan
  • 136: De Diepe Gedachte
  • 135: De weg vragen
  • 134: Mag ik overvaren?
  • 133: Leven op Mars
  • 132: Vogelvlucht
  • 131: Faer♠er-gevoel
  • 130: Lolbroek
  • 129: Sollicitatie
  • 128: De Q van Proust
  • 127: Volg je nog?
  • 126: Kerstmisdaad
  • 125: Hartstuk
  • 124: Mozart in november
  • 123: Heb je gedronken?
  • 122: Frambozen in melk
  • 121: Appelschudder
  • 120: Quo Vadis?
  • 119: Niespijn
  • 118: Rog
  • 117: Opiniepeiling
  • 116: Vragen aan 1 engel
  • 115: Garnaal
  • 114: De collectie
    Zoeken in blog

    Foto
    Aan de sneeuwzee in Vlaanderen, februari 2012
    Foto

    Jowan & Joris in Stotendorp Heule

    Foto

            Red shoes Wilma

    Foto

    Younger me, already salt 'n pepper

    DEZE KANT BOVEN (Sjors DNO)
    SCHUINE TEKSTEN
    12-12-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.290: Het varkensei

    HET VARKENSEI

    ‘En nog een prettige verderzetting van de dag,’ zei de pakjesbezorger.
    Sandie nam de doos in ontvangst en keek de man onderzoekend aan. Ze verdacht hem ervan de orders tot vriendelijkheid en beleefdheid in het kader van het charmeoffensief van de Nationale Posterijen (voorheen: Pesterijen, omwille van de vele stakingen en gebrekkige bedelingen) tot in het absurde toe te passen. Ofwel had de man calvinistische Hollanders in zijn familie.

    ‘U ook, Hoogheid,’ mompelde Sandie dan, op goed geluk, maar de kerel was alweer op weg naar zijn bestelwagen.
    Het was een grote kartonnen doos die weinig woog, met lastige linten plakband eromheen. Er kwam een schilmesje aan te pas. Eindelijk waren de ingewanden zichtbaar: drie grote bruine proppen stug pakpapier camoufleerden en pamperden een varkensei.
    ‘Eindelijk,’ zei Sandie tegen zichzelf. ‘Eindelijk.’
    Ze plukte het varkensei van tussen de proppen en deponeerde het voorzichtig op tafel.
    ‘Ma!’ riep ze. ‘Ma! Het varkensei is gearriveerd!’
    Er klonk wat gestommel boven; even later daalde ma de trap af.
    ‘Is het varkensei er echt?’
    ‘Het is er, ma, eindelijk! Kijk maar.’
    ‘O!’
    Ma aaide het varkensei even.
    ‘Neem het maar vast.’
    ‘Zou ik?’
    ‘Doe maar. Het lukt je wel.’
    ‘Ik durf niet goed.’
    ‘Ik blijf naast je staan. En het weegt bijna niks.’
    ‘Vooruit dan maar.’
    Voorzichtig strekte ma haar handen naar het varkensei uit. Net toen ze het twintig centimeter opgetild had, rinkelde de deurbel hard en lang.
    Pats.
    ‘Nee!!’
    ‘Maar ma toch!!’
    ‘Oei oei oei… !!’
    ‘Wacht. Ik kijk eerst wie… ‘
    Sandie snelde naar de deur. Het was de pakjesbezorger weer.
    ‘Verschoning, maar ik vergat uw handtekening te vragen, mevrouw.’
    ‘Hebt u met de doos geschud, meneer?’ vroeg ze scherp.
    ‘Eh?’
    ‘Komt u even mee naar binnen a.u.b.’
    ‘Maar… ‘
    ‘Kom!’


    10-11-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.289: Geheim
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    GEHEIM

    Ieder mens heeft talloze geheimen. Grote en kleine. Bezwarende en gekoesterde. Iedereen sterft met die geheimen. Omdat het geheimen zijn. Anders waren het geen geheimen. Alleen schrijvers onthullen af en toe wat. Daartoe gebruiken ze personages. Of valse ik-figuren. Hun boeken zijn als poppenkasten. Vele verhalen zijn niet mooi, maar wel mooi geschreven. Er is vaak behoefte aan een ‘happy end’ of een oplossing. Het volk vraagt dat. Anders willen ze niet lezen. Of beleven. Of leven. Een zogenaamd ‘open einde’ is als een kist zonder lijk. Iets of iemand is spoorloos: de ziel, het vege lijf. Nee, het kan niet blijven duren. Er moet een deksel op de doos met geheimen. En we moeten zeker weten dat het geheim goed bewaard wordt. Verteerd door de wormen of de vlammen.


    06-10-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.288: Geknipt

    GEKNIPT


    Ik woonde het eerste anderhalve decennium van mijn leven in een provinciestadje. Men liet dat links en rechts liggen op weg naar of terug van de kust, want er gebeurde niets. En toch. Mijn kapper roetsjte elk seizoen ongenadig mijn haar eraf. Aan de muur van zijn salon hingen ingelijste zwart-witfoto’s. In de grote spiegel voor mij kon ik die ook permanent bekijken, tijdens de executie van mijn haren. Ik was er telkens weer onder de indruk van, terwijl de schaar met bliksemsnelle knipgeluidjes achter en om mijn jongensknopje haar ballet uitvoerde. Mijn kapper was namelijk de grimeur van toneelkring Rembert in het stadje T.  En ik was zijn geknipte gast. Die toneelkring won een paar keer het Landjuweel. Het was toen een gouden tijd voor theater in mijn stadje, jaren zestig en zeventig. We droomden met z’n allen van zowel toneel als volleybal, want in die twee disciplines blonk ons vooralsnog onbekende stadje uit. Niet veel later zou Torhout/Werchter er komen, en we werden plotseling wereldberoemd. T. werd Torhout.

    In het kapsalon getuigden de foto’s van de hoogconjunctuur van ons liefhebberstheater. Het waren scènes, maar ook vooral koppen uit diverse stukken waarmee de toneelkring Rembert plaatselijke en nationale roem had geoogst. ‘Dood van een handelsreiziger’: bij elke knipbeurt werd ik er weer aan herinnerd. Ik kende Albee (‘Alles voor de tuin’) en ‘Vrijdag’ van Claus. De personages liepen rond in de straten van mijn stadje. Zowel de regisseur als diverse spelers genoten hoog aanzien bij iedereen; sommigen enkel en alleen door hun puike prestaties op het podium. Ze mochten al eens dronken over de markt koprollen als ze weer een Landjuweel gewonnen hadden. Nog een decennium later verkaste ik naar zuidelijker oorden in mijn lage streken. En zie: ik trof er eenzelfde bloeiende toneelkring aan. Het Zwevegems Theater, met name. Maar toen frequenteerde ik al een tijdlang geen kapsalons meer. Scharen waren gevaarlijk. In de huidige oudere dagen van mijn leven ben ik wel bereid de kapper uit mijn jeugd te vergeven voor zijn kortwiekende wandaden. Hij was immers ook grimeur en toonde me de weg naar de theaterzaal via zijn foto-expositie aan de muren van zijn martelkamer. Het is hem vergeven, ook al sprak hij bijna nooit een woord. Hij gromde alleen maar snauwerige bevelen en rukte aan mijn kop alsof het een te rooien biet was. Of was hij een rol aan het instuderen?


    16-09-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.287: Geloof

    GELOOF

    Ik geloof dat alles wat we zeggen, denken en schrijven in een eeuwigdurend netwerk bewaard blijft. Ik geloof in communicatie met buitenaards bestaan. Ik geloof dat vloeibaar water niet altijd noodzakelijk is voor wat wij ‘leven’ noemen. Ik geloof dat een temperatuur tussen 0 en 90 graden Celsius evenmin een voorwaarde is. Ik geloof dat dit domweg onze maatstaven zijn. Daarom geloof ik in communicatie met buitenaards bestaan. Ik geloof dat wij ijdel en egoïstisch zijn omdat wij onszelf een hiernamaals of een betere wereld voorspiegelen. Ik geloof dat religie zelftroostende verblinding is. Ik geloof dat dit onjuist is. Ik geloof dat ander buitenaards leven dat niet doet. Ik geloof dat zij misschien wat langer ‘leven’ – of wat daarvoor moet doorgaan – dan wij, pakweg duizend jaar. Ik geloof dat wij, ‘mensen’, nog nergens staan of zijn. Ik geloof dat het werkwoord ‘geloven’ al tweeduizend jaar misbruikt is. Ik geloof niet in god of een god. Ik hoop.


    29-08-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.286: Stommeling

    SPREKEN IS NIET ZWIJGEN

    (STOMMELING)


    Er was eens een man die meespeelde in een theaterstuk van een amateurgezelschap. Tijdens elke repetitie bleek hoe monotoon hij sprak. Tot grote wanhoop van iedereen. Er hielp geen lievemoederen aan. Men maakte hem boos. Men slingerde hem scheldwoorden naar het hoofd. Men behandelde hem met zachtheid. Men legde begrip aan de dag. Men voerde hem dronken. Men daagde hem uit. Men behandelde hem met hardheid. Men dreigde. Men smeekte. Men suste. Men opperde een vitaminekuur. Niets hielp.

    De man – een imposant exemplaar van de menselijke soort – bleef al zo toonloos als een Engelse radiocommentator bij een paardenrace op een zelfmoordzondagnamiddag. Misschien genoot hij wel stiekem van doffe e’s, vlakke klanken en comateuze medeklinkers? Op de schaal van Richter zou hij nooit ook maar één expressief jotaatje scoren. Hij kon zelfs waarschijnlijk geen vlinder overstemmen. Hoe was het in hemelsnaam mogelijk dat deze man als hobby voor theater had gekozen?

    Het huidige in te studeren stuk heette dan nog ‘Heren onder het mes’ – stuk waarin heel wat afgekrijst diende te worden. Als er al een Nobelprijs voor Gelijkmoedigheid uitgereikt kon worden, dan viel die zeker te beurt aan de … stommeling, zoals zijn medespeelsters en –spelers hem achter zijn rug om noemden. Toch kon men niet om de man en zijn rol heen. Hij was een broodnodige belangrijke tegenspeler van de protagonist. En hij moest imposant zijn. En daar waren geen andere kandidaten voor. Nou: vooruit dan maar met de (niet-mekkerende) geit.

    En zie, voorwaar: na de première van het stuk gingen alle toeschouwers in vervoering rechtop staan. Daar waar gevreesd werd voor minutenlang tergend duimapplaus, daar plakte de volle zaal de handen tegen elkaar tot het pijn deed. Voor de monotone man.
    ‘Nog nooit een dergelijke volgehouden rol aanschouwd!’
    ‘Chapeau voor die realistische no-nonsensevertolking!’
    ‘Meer van dat!’
    ‘Nee: minder van dat!’
    ‘Een verse trend!’
    ‘Nooit gezien, nooit gehoord!’

    De man werd al zo beroemd als Susan Boyle. In eigen stad.


    27-07-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.285: Een aardig ding

    TAAL IS EEN AARDIG DING

    Vreemd hoe kinderen (terecht) de verleden tijd als iets voorwaardelijks gaan gebruiken wanneer ze in de huid van iemand anders kruipen om een stukje te spelen. ‘Ik was de prinses’. ‘Jullie waren de cowboys’. ‘Dit hier was ons kasteel’. Daardoor blijft de mogelijkheid bestaan om weer uit die huid te kruipen. Ze doen dat vanzelf; meestal heeft niemand ze dat aangeleerd (tenzij door kopieergedrag). Het verwoordt een aanvankelijk besef van fantasie en fictie. Het zet als het ware de scène die volgt tussen relativerende citaattekens: dit is niet echt, dit is maar spel, dit is gespeeld. Overigens gebruiken volwassenen (de ex-kinderen dus) ook het werkwoord ‘spelen’ als synoniem voor toneelspelen. Het is een analoog iets: dat ‘kinderlijke’ werkwoord gebruiken voor iets heel volwassens en complex. Alsof er ergens toch wel een waarschuwend belletje rinkelt: dit is eigenlijk maar spel, hoor. Terwijl we het toch over taal hebben: ik mag wel eens zo’n gezellig oubollig deurendrama (wat een mooi woord) smaken, gekruid met en geflambeerd in lokale tongval. Dat weifelen tussen ‘was’ en ‘waart’! Dat mixen van ‘gij’ en ‘ge’ en ‘jij’ en ‘u’! De kleuren van die klanken bij het steeds heviger en vlugger dichtklappen der deuren! En waarom denk ik hierbij ‘nou’ steeds weer aan Hollandse televisiedramaatjes in de jaren zeventig-tachtig? Ooit zag ik (wat taal betreft) twee uitzonderlijke voorstellingen. Ik ken er de details niet meer van. De Nederlandse cabaretier-poppenspeler Jozef van den Berg liet driekwart van zijn woorden op een uitdrukkelijke doffe e eindigen: ‘Martijne! Jongene! Kommene jongene!’ Langer geleden zag ik in een stadsschouwburg een stuk (Goethe, Torquato Tasso) in een bewerking van Decorte? Fabre? waar bijna iedereen na de pauze wegbleef: men sprak extreem grotesk-historisch-geëxalteerd – woorden schieten te kort voor een omschrijving van dit soortement Nederlands. Taal? Soms een zoetgevooisde prinses, somtijds een vuurspuwende draak.


    06-07-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.265: VRESELIJK

    VRESELIJKE VERHALEN                                                                                                           Sjors DNO

     

    Deze 133 verhalen zijn vreselijk. Dat slaat niet op de taal of de stijl. Men weze echter terdege gewaarschuwd voor de inhoud. Moord, brand, onthoofding, bloeddorst, vleeshonger, versnijdenis, verdwijning, wurging, bedwelming, verschrikking, ophanging, zelfverbranding, betovering, bedrog, verdwazing: de bloedstollende gebeurtenissen en hallucinante taferelen zijn schering en inslag. Zelfs de dieren gaan hier niet vrijuit.

    Een aantal verhalen verschenen eerder als voorpublicatie in literaire bladen zoals De Brakke Hond, Dietsche Warande & Belfort, Hollands Maandblad, Mens & Gevoelens, Passionate, Oikos, Deus ex Machina, Lava, De Muur, De Vlaamse Gids, Kreatief, Diogenes, Yang, De Tijdlijn, La Ligne de Temps, NVT/Gierik, Kluger Hans, Digther en op enkele sites. Diverse van deze verhalen werden genomineerd voor of bekroond met onderscheidingen.

    Bijlagen:
    VRESELIJKEVERHALEN.pdf (3.1 MB)   


    03-06-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.284: Kloon

    KLOON


    Ik droom van een theaterstuk waarin twee schommels op het podium staan. Ze bewegen zacht in de wind, terwijl het publiek de zaal binnenkomt en na het hoffelijke babbeltje met de buren op de zitplaatsen voor, achter, rechts en links gaat zitten. Er mag wat geknars en geknierp te horen zijn: de schommels hebben wat olie nodig, zoals alle schommels. Uit het leven gegrepen! Dan komt op de linkerschommel een viersterrenmeisje zitten. Neen: ze heeft geen lolly in haar mond. Even later neemt op de rechterschommel bijvoorbeeld Elvis Presley plaats. Of een buurvrouw. Of een astronaut. Dan ontspint zich natuurlijk een gesprek. De schommels kunnen daarbij een leuke bijrol vertolken: simultaan-synchroon, als tegenliggers, één in beweging en één bevroren … We komen te weten dat het viersterrenmeisje de helft van een tweeling is. Elvis Presley ((laten we die versie eens nemen) is een lookalike die in het werkelijke leven sedert kort lesgeeft in Nederlands en Engels. Hij heeft dat diploma door studie in de gevangenis verworven. Tijd zat. Voorheen was hij namelijk een geducht gangster, met bivakmuts en masker op. Zijn gelijkenis op de wereldbekende heupzanger exploiteert hij niet. Hij slaat er geen munt uit en gaat nooit naar elvismeetings. In mijn stuk zou ik ook graag echte duiven en mussen laten fladderen en scharrelen. Broodkruimels zullen hierbij noodzakelijke rekwisieten zijn. De regisseur moet natuurlijk een dirigent zijn. Hij moet metronomisch gevoel hebben om de schommels te beheersen. Misschien mag er ook een grote metronoom voor of achter op het podium. Het viersterrenmeisje, zo leren we, zou graag apothekeres worden. Dan zou ze een pil uitvinden die belet dat de ene mens op de andere mens gelijkt. Ze heeft daar dus – volgens het stuk – een paar redenen voor. Zelf gelijkt ze ook op de Egyptische koningin Nefertiti, vrouw van Achnaton. Dat vormt echter geen noemenswaardig probleem. Elvis prijst haar om haar klassieke schoonheid en haar dubbel geperforeerde oorlelletjes. Nu moet ik nog een titel vinden. Hoe zal ik mijn stuk gaan noemen? Niets schommelachtigs. Wat dacht u van ‘Kloons’? ‘Bring in the kloons?’ ‘Waltzing kloons?’ Ach, titels!


    03-05-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.283: Allojjo

    ALLOJJO


    (Of de Alliantie van Oude Jongeren en Jonge Ouderen)

    Ik ben één. Ik ween.
    Ik ben zestig. Ik juich.
    Maar het is nog niet volbracht.
    ALLOJJO wacht.


    Dit is een citaat uit het dagboek dat Reinoud Dejonghe van plan was te schrijven. Het is bij dat citaat gebleven. Reinoud Dejonghe kreeg het namelijk zo druk met de Alliantie van Oude Jongeren en Jonge Ouderen dat hij niet eens de tijd meer had om zijn dagboek verder aan te vullen.

    Die nacht in oktober kon Reinoud Dejonghe de slaap niet vatten. Akkoord: het was volle maan. In de genen van de mensen sluimerde nog altijd de oeroude overlevingsdrang om in het licht van de volle maan extra waakzaam te zijn en niet in slaap te vallen. Reinoud, pril zestiger, zou echter op nog een andere manier overleven. Door zijn hoofd spookte reeds geruime tijd de gedachte aan een Vlaamse politieke partij voor ouderen. Vormden die niet een groot segment van de bevolkingspiramide? Daar kon rimpelkracht van uitgaan. Bovendien waren de laatste decennia de jongeren te uitdrukkelijk aan zet geweest. Overal waar je om je heen keek, appelleerden de culturele affiches aan het jonge volkje. Media verklaarden (soms piep)jonge tafelspringers meteen zalig, gewoon maar omdat ze ‘jong en sexy’ waren. Het woord ‘sexy’ drong zelfs tot in de politiek door. Holklinkende debutanten die het warm water weer uitvonden, kregen voorrang op oudere ervaren en boeiende kunstenaars. Jonge voetballers scoorden waanzinnige bedragen. Vroeger was dat anders. Als je toen jong was, was je verdacht. Je werd belemmerd in doen en laten en gefnuikt in je engagement, weggelachen of doodgezwegen. De maatschappij leek toen alleen te bestaan uit saaie middenmoters die het voor het zeggen hadden en zijgerangeerde gerimpelden die het gezegd hadden en voorgoed zwegen.


    De woelslaap van Reinoud Dejonghe leverde alvast een letterwoord op. ALLOJJO kon naast de gewone invulling van Alliantie van Oude Jongeren en Jonge Ouderen nog andere associaties bevatten. Allen. Allemaal. Allochtonen. Er stak ook een stukje palindroom in: tegendraads te lezen. Holebi’s, dwarsliggers, ontevredenen, andersdenkenden: welkom. ALLOJJO was er voor iedereen, elckerlyc, eltsenien.


    Die ochtend in oktober rees Reinoud Dejonghe welgezind uit zijn bedstee op. Hij kon rustig de tijd nemen voor het dagelijkse kalefateren van zijn lijf, want hij had sedert anderhalve maand voor het rustpensioen gekozen na een carrière van 38 jaar als docent Kunstmatige Talen aan de BIBES-hogeschool voor Diplomaten en Tolken. Heden ten dage bouwde hij op eigen tempo die andere carrière van hem verder uit: hij was ook zelfstandig literair auteur. Een vijftigtal publicaties prijkten op zijn palmares: poëzie, proza, theater, essay, jeugdboeken. Ook op dat vlak echter ondervond Reinoud Dejonghe de nadelen van het ouder worden. Het werd bijna onmogelijk om op zijn leeftijd nog een boek gepubliceerd te krijgen bij een degelijke uitgeverij. Gevestigde waarden (de tafelspringers van de jaren tachtig) en baby’s (de verse debutanten) kregen de voorrang. Maar bovenal hadden ook de koks en de TV’s – de Televisie Vlamingen – de boekenbeurzen en de boekhandels ingepalmd. Balen van die bagger, maar que faire?


    Reinoud stelde die oktoberochtend het oplappen van zijn lijf even uit en schreef vier korte regels in een logboek dat hij van plan was bij te houden. Het bleef daar dus bij.
    Nog in zijn gestreepte kamerjas deed hij zijn vrouw Lotte kond van zijn politieke plannen.
    ‘Het wordt ook een brede maatschappelijke en culturele beweging, niet alleen een politieke,’ betoogde hij.
    ‘Vrouwen?’ interpelleerde ze tussen twee lepels gezondheidsvoer door.
    ‘Inbegrepen. Ik bedoel: uiteraard. Fiftyfifty. Altijd. Overal.’
    ‘Euthanasie?’
    ‘Moet kunnen.’
    ‘Wallonië?’
    ‘Grote liefde.’
    ‘Kerk?’
    ‘Geen punt.’
    ‘Klimaat?’
    ‘Een laagje meer.’
    ‘Mobiliteit?’
    ‘Hoe mobieler, hoe immobieler. Ja aan luchtbruggen, metro’s, buizenposten, tunnels.’
    ‘Vergrijzing?’
    ‘ALLOJJO!’
    ‘De Ouderenpartij in Nederland is door interne geschillen verbrokkeld.’
    ‘Brokkelkaas. Slecht voorbeeld. Binnen de tien jaar staat Kikkerland volledig onder water. Een lage streek.’
    ‘Ging je niet voor een cursus bridge, Reinoud?’
    ‘Die stel ik even uit.’
    ‘Daar zit wel een deel van je doelgroep. Oudere vrouwen met uitgestrekte namiddagen voor zich.’
    ‘Eerst de basis, Lotte. Bridge is zo…’
    ‘… bedoeld voor troubled water?’
    ‘ALLOJJO is niet tegen het gebruik van vreemde talen.’
    ‘Aha. Oud maar niet out.’
    ‘Haha, gesnopen.’
    ‘Is het letterwoord ALLOJJO niet te ver gezocht? Geforceerd?’
    ‘Herinner je AGALEV. Anders Gaan Leven. Dwazere partijnaam bestond er niet. Dan nog met die Bulgaarse v op het einde! CD&V, met dat belachelijke copywritersteken midden. Sp.a met dat onnozel puntje tussen de kleine gazeuse letters. GROEN! gevolgd door dat overspannen uitroepteken. Open VLD met dat holle Open voorop. Vlaams Belang met dat vreselijke woord uit de jaren dertig… ’
    ‘ALLOJJO klinkt als een vrolijke Zwitserse bergroep of een verkeerde Hawaïaanse begroeting.’
    ‘Er schuilt misschien wel te veel vreugde in.’
    ‘Wat dacht je van GOJJO? Geallieerde Oude Jongeren en Jonge Ouderen.’
    ‘Dat riekt naar oude uniformen. En er weerklinkt wat GAIA in. Dieren.’
    ‘Politiek is een ernstig tijdverdrijf hé.’
    ‘Eet je die noten nog op?’


    Die avond ging Reinoud Dejonghe raad vragen bij Trine, een van zijn tweelingdochters, die een paar jaar geleden nog op een politieke kieslijst in Kortrijk had gestaan. Eigenlijk hoopte hij dat ze zijn plan met twee enthousiast geheven duimen zou stutten. Noch de raad, noch het enthousiasme kregen een kans: kleinkinderen Lilly en Fons palmden met de nodige drukte en oorverdoving de avond in. Afko’s, letterwoorden en hoofdletters werden met kinderlijke vakkunde geaborteerd. Dit was een valavondveldslag waarbij jonge ouderen en oude jongeren alleen maar snakten naar de rust van het achtuurjournaal, met aanslagen in Syrië en Afghanistan.


    Waar te beginnen? Kortrijk had onlangs een klein staatsgreepje achter de rug. Aan het jarenlange bewind van CD&V-burgemeester Stefaan De Clerck was een einde gekomen door een manoeuvre van Open VLD’er Vincent Van Quickenborne, die een tegennatuurlijke coalitie sloot met sp.a en, jawel: N-VA. Groen! wou niet meespelen. Alweer niet. Het Vlaams Belang kukelde achteruit. Er was in Kortrijk nog plaats voor een nieuwe politieke beweging. Want ondanks de recente veranderingen kon je de Zuid-West-Vlaamse provinciestad nog altijd niet vrijpleiten van conservatisme en starheid.
    Het scheen dat de badstad De Panne zo stilaan een bejaardenreservaat aan het worden was. Zeewaarts dan maar met ALLOJJO? Opstarten in enkele proefsteden, zoals in Nederland bepaalde ouderenpartijen dat bekokstoofden? Hopen op voldoende boze ouderen en her en der delegeren? Aan zee had je wel meer concentraties van rimpelkracht. Een interessante combinatie van boosheid en kapitaalkracht.


    Partijprogramma!

    Wat is ALLOJJO?
    Waar staat ALLOJJO voor?
    Wat wil ALLOJJO?


    ALLOJJO is een tolerante politieke partij die jonge ouderen en oude jongeren en sympathisanten groepeert.


    ALLOJJO staat voor een groot segment van de samenleving: mensen die vaak een actief leven lang gewerkt hebben en dat zelfs meestal nog doen, op een of andere (on)bezoldigde manier.


    ALLOJJO wil meespelen in en wegen op het maatschappelijke, politieke en culturele debat en zijn ervaring, knowhow en desgewenst expertise aangesproken zien met dien verstande dat de officiële pensioenleeftijd op 65 jaar bepaald wordt, flexibele maatregelen inbegrepen, zowel voor als na.


    De jongeren van nu zijn de ouderen van straks. Dat ware een (iets te lange) interessante slogan. Nog beter: Oud maar niet out.


    ‘Het is gek, en het doet zich nochtans altijd voor,’ dacht Reinoud. ‘Jongeren denken er nooit aan dat ze oud zullen worden. Maar misschien is dat goed zo. Waarom zouden ze ook. Jeugd mag dom, ijdel en zelfs wreed zijn. De allerdomsten apen gaandeweg hun voorouders na: het leven begint aan 30, aan 40, aan 50, papegaaien ze. Larie. Het leven begint aan 1. En aan 60. Wenen. Juichen.’

    Reinoud Dejonghe begon her en der jonge ouderen en oude jongeren – hieronder verder genoemd OJJO’s – op te stoken. Hij wakkerde sluimerende boosheid aan, zaaide ongenoegen en hoopte misnoegdheid te oogsten, de basis voor ALLOJJO.

    (In praatcafé De Woede der Noormannen)

    ‘Je ziet er nog goed uit, Michiel.’
    ‘Bah ja. Gezichtsbedrog, zeker?’
    ‘Ik moet nog niet brillen, hoor!’
    ‘Van mij zijn het de kleine lettertjes. En ik hoor niet zo goed meer met mijn linkeroor.’
    ‘Ja, ze maken ons wat wijs, die ettertjes.’
    ‘Eh?’
    ‘Die ettertjes van dertigers. Zij die nu de dienst uitmaken. Maar gaan ZIJ werken tot hun 65ste?’
    ‘Mm… ‘
    ‘Dat moet ik nog zien!’
    ‘Ja… ‘
    ‘Wij hebben toch voor hen gezorgd hé! En betaald!’
    ‘Ja hé… ‘
    ‘In moeilijke tijden, zonder al dat pamperen en begeleiden. We moesten het zelf maar zien uit te vogelen. Zonder subsidies, zonder media, zonder begrip.’
    ‘Je hebt gelijk.’

    (In café De Zevensprong)

    ‘Waar zijn we nog goed voor? Hotel Mama? Opa Europa op 1 januari?’
    ‘Daar heb je een punt.’
    ‘Twee punten, bedoel je, en ik heb er nog acht.’
    ‘Puberheisa, debutantengebral, jongerenvervuiling, leerlingenstank, studentenkots, jeugdpesterij, adolescentenpoeha, midlifegezeur.’
    ‘Maar waren er een tijd geleden ook geen lastige hangouderen in Bredene? Die bier uit blikjes zopen en van op zitbankjes aan zee de voorbijgangers lastigvielen?’
    ‘Maar dat is nou net wat wij met ALLOJJO moeten doen!’
    ‘Eh?’
    ‘Rekruteren aan zee!’
    ‘Ja: onder de aroma’s en europa’s.’

    (In volkscafé De Meiboom)

    ‘Ik zou er zelfs een boek over kunnen schrijven.’
    ‘Heb je al een titel?’
    ‘Wel, eh, ik denk aan ALLOJJO. Simpelweg… ‘
    ‘Ik denk ook aan iets, simpelweg: HET RELAAS VAN EEN DWAAS.’


    Reinoud Dejonghe kwam om twee uur in de nacht dronken thuis en was meer dan ooit vervuld van zijn plannen. Het scheelde niet veel of hij klapte nog zijn laptop open en begon een blog op te zetten. Om vijf uur in de ochtend waren de kleinkinderen in de belendende logeerkamer al levendig en wel op. Dat was hij compleet vergeten. Reinoud Dejonghe verrees bijgevolg al bij het krieken van die dag met een kop als een rammelende spaarpot oude centen en een roestlaag in zijn keel. Nooit heeft hij nog met ook maar één woord gerept over ALLOJJO, de Alliantie van Oude Jongeren en Jonge Ouderen. Andermaal hadden de jongeren gewonnen.


    17-03-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.282: Schaakstuk

    SCHAAKSTUK

    De toneelvereniging D.E.S. (Door Eendracht Sterk) uit Walrave-Bad aan de Vlaamse kust had een schitterend idee. In het volle zomerseizoen zouden ze de parking aan de zeedijk laten vrijmaken en er een stuk op spelen. Nou: stukken, zeg maar. En wat voor een stuk zou dat worden! Checkmate (iedereen noemde Piet zo, omwille van zijn schaakwoede) lanceerde op een donkere decemberavond het lumineuze idee een levend schaakspel op te zetten, met alle voorradige leden en ex-leden van D.E.S. Hijzelf zou er een scenario en dialogen voor schrijven. Zo gezegd, zo gedaan. Er werd ijverig gerepeteerd, van februari tot eind mei, in zaal Walravot. Medio juni werd gevelschilder Johan aangezocht om de vrijgemaakte parkeergrond te beschilderen met een gigantisch schaakberd. Piet leverde de schetsen. Van in den beginne al had de burgemeester zijn toestemming gegeven voor het project. Het kon immers Walrave-Bad een cultureel maar vooral lucratief kontje geven. Er werden niet minder dan veertien opvoeringen gepland. Op de allereerste dag van het grote theaterschaakstuk golfde een schaterlach door Walrave-Bad. Er bleken maar 49 hokken op de grond gekalkt te zijn: 7 x 7! Johan stierf zowat ter plekke onder al die verwijtende blikken en wrange opmerkingen. Er viel namelijk zo onmiddellijk niets aan te verhelpen: het 49-hokkige schaakberd strekte zich over de totale beschikbare oppervlakte uit. ‘Dat stond toch zo op die schets van Checkmate’, hakkelde Johan . Het werd dus een debuut in mineur voor toneelkring D.E.S. De geschreven pers rimpelde en kreukte al op voorhand van plezier en leedvermaak. De burgemeester en zijn gevolg verlieten woedend de tribune. Ook het volk droop ginnegappend af. Bovendien kwamen in ijltempo donderkoppen als ongewenste zwangerschappen opzetten; weldra sausde het hemelwater wellustig neer, begeleid door knalgele wapperende bliksemserpentines. Er was geen sprake van het ‘hercalculeren’ van dat bespottelijke schaakberd. De feestelijke avondsessie werd uiteraard ook afgeblazen. De acteurs-schaakstukken trokken zich als geslagen honden terug aan hun toog in zaal Walravot, minus de schilder Johan, en minus Checkmate Piet, die totaal ontredderd aangekondigd had dat hij zich ging ophangen aan zijn eigen ruggengraat. Een drama te Walrave-Bad.


    28-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.281: Communicatie

    COMMUNICATIE

    Binnenkomende klant: Wifi?
    Cafébazin: Nee, alleen Bifi.


    11-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.280: Figuur

    FIGUUR


    Ik ben een woordenaar. Een seriewoordenaar. Woorden spoken permanent door mijn hoofd. Onlangs heeft het weer toegeslagen. Ik vroeg me af: zou er een ander woord kunnen bestaan voor toneel of theater? Figuurlijk spel, bijvoorbeeld? Ik denk hierbij aan figuurlijk taalgebruik, ten opzichte van het gewone. Figuurlijke taal hanteert beelden, metaforen. Theater bedient zich van figuren, die staan voor iemand anders. (Soms kun je er Oscars voor winnen, als het over film gaat). Er is een barrière te nemen, maar die kan best aangenaam zijn. (Noot voor die betweter daar op de tweede rij: ik weet ook wel dat de term ‘figurentheater’ bestaat). ’Personagespel’ zou ook een mogelijkheid kunnen zijn. Een personage is geen persoon. Een personage speelt een persoon. Het is een ‘character’. Tweemaal al heb ik het woord ‘spel’ gebruikt. Dat aspect ontbreekt wat in de termen ‘toneel’ of ‘theater’ (dat laatste klinkt wel wat chiquer). Maar we denken het er wel bij. Vroeger werd het er vaak bij gezegd: een toneelspel. Niet dat ik er behoefte aan heb om de woorden ‘theater’ of ‘toneel’ te verbannen. Ik hoor die wel graag. Vooral het woord ‘stuk’ in ‘toneelstuk’ draagt mijn goedkeuring weg. Vlamingen zeggen en schrijven soms: ‘een toneeltje spelen’. Een Nederlander zal het over ‘een stuk(je)’ hebben. Want voor die laatste betekent ‘een toneeltje spelen’ eerder een scène maken. (Nou: alweer een soort van theaterwoord. Die stukken van mensen toch!). Dat kan inderdaad ook met acteren te maken hebben. En, à propos: ook de politiek kaapte een woord weg uit de speelbare literatuur. ‘Scenario’, met name. En ‘piste’: nou, dat hebben ze uit het circus zeker?
    Life is but a walking shadow, a poor player… upon the stage... and then is heard no more. Komt binnen, komt binnen, het spel gaat beginnen. Soms verklapt een schaduw beter het karakter (‘character’!) dan de mens zelf. Of de rug, althans: de ogen erin. Ikzelf sluip verder als woordenaar door het leven. Maar waar schaduw is, is licht. Spelen is belangrijk. Nou, de Shake, dat was nogal eens een…. nou: een figuur, hé!


    04-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.279: Hairbag

    HAIRBAG           

    In het literaire en het theatrale wereldje kom je nogal es typen tegen met gladgeschoren schedels en moeilijke brilletjes op hun pief. Het camoufleren van enerzijds gebrek aan haar anderzijds gebrek aan verstand is er schering en inslag. Het lijken wel kloons van elkaar, al die moeilijkdoenertjes. Bring in the kloons! Deze concentratiekamplook werkt ook dubbel. Men weet nooit goed wat men voor zich heeft: is men nou kampdokter of is men nou gevangene? Wanneer ik andermaal zo’n culturele Schedelmans zie opdoemen, zet ik mijn zonnebril op en ken ik hem een nummer toe. Ik zit al aan nummer 1.234.567. Zoveel exemplaren sjokken er rond. Deze Schedelmansen scheren zich bovendien ook maar om de vier dagen. Zo creëren ze graag een indruk van geleerde verstrooidheid of geniale vergeetachtigheid. Geen tijd gehad. Bezig geweest met Moeilijke Dingen, dag en nacht. Zij staan hun kingewas toe even lang te worden als de afgeroetsjte groei op hun hoofd. Eigenlijk was dat ongeschoren syndroom het handelsmerk van het reclame- en copywritersgild. Helaas voor hen zijn ook andere beroepen zich om de vier dagen niet meer gaan scheren. Andere beroepen profileren zich plotseling ook modieus. Advocaten harken hun haren achteruit of laten die welig tieren. Aldus zien ze er vaak uit ofwel als tuig van de richel ofwel als kunstschilder of toondichter. De grens tussen (ge)recht(igheid) en misdaad en kunst is smal. Acteurs vertonen nogal es de neiging kaal te worden. Doodgewoon kaal. Qua metamorfose valt daar veel mee aan te vangen. Een positief punt op het cv: beschikt over geen haar. Het gebeurt wel vaker dat zo’n acteur plotseling wanggewas gaat kweken. Vooral als hij al bekend genoeg is. Daar valt ook veel mee aan te vangen. Inzepen en afscheren bijvoorbeeld. Nu scheer ik mezelf weg, vooraleer zo’n kampbewaker op me afkomt. Ik smeer ‘m als de wiedeweerga, mijn haren wapperend in de westenwind, saved by my hairbag.

    PS Ik heb het in dit schuinschrift dus niet gehad over vrouwen van het tegenovergestelde geslacht, want ik zou godbetert niet weten hoe een vrouwelijke pendant van zo’n Schedelmans er uitziet. Strakke haren achter op het kopje in een knot gegijzeld? Een coupe à la Jeanne d’Arc vlak voor ze naar de brandstapel stapte? Genre Rode Ridder? Een verzameling ongeregelde plukjes over het schedelvel verspreid zoals dit in de afgrijselijke jaren tachtig van de vorige eeuw schering (!) en inslag was? Of, vooruit dan maar: inderdaad ook de Sinead O’Connor-look van weleer?  Nothing compares to a shaved head but another shaved head.


    09-12-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.278: Lijstjes

    LIJSTJES

    bruin: vies                            
    paars: raar
    geel: zot
    zwart: bang
    wit: feest
    roze: lief
    blauw: mooi
    rood: stop
    oranje: lekker
    groen: gezond

    1: alleen
    2: gelijk
    3: geheim
    4: spel
    5: raadsel
    6: kans
    7: heilig
    8: meer
    9: bijna
    10: alles

    a: knaagdier
    e: slang
    i: vogel
    o: koe
    u: vis

    aarde: A
    water: Q
    lucht: O
    vuur: S

    vierkant: regen
    cirkel: zon
    driehoek: wind
    rechthoek: sneeuw


    02-11-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.277: Jos, Joste, Gejost

    JOS, JOSTE, GEJOST

     

    Jos is gered. Sinds hij aan zijn volgende vrouw toe is, rookt hij niet meer en drinkt hij met mate, onder haar toezicht. Hij is niet langer verrast door het knarsen en piepen van laadwagens, want hij vergeet nooit meer de tijdstippen waarop het huisvuil opgehaald wordt . Hij onderneemt ook weekendwandelingen met een kleine hond. Is Jos dus echt gered? Nou. Als je soms een tegenliggende hond ontmoet die ook Jos heet…

    Op zijn vorige foto vertoonde hij nog haar. Nu heeft hij dat niet meer. De volle maan schijnt door de bomen. Dat overgebleven kransje dat steeds dieper achter zijn oren in zijn nek zakt, kun je zelfs geen schaamhaar meer noemen. De grote schare kapperszaken in de stad (Hairport, Hoofdzaak, Haartje naar zijn Vaartje, Geknipt voor u, De Krullenjongen & Zijn Lokken, Concept Hair Design, Sonja, Elly, Talking Heads, Style, Air & Hair, Haar Salon, Beau’s Hair Style, Jan Vos Knip-Knip, Hair Fashion, Haarscherp, JoLi, Gerard, José M/V) wordt door Jos en vele Jossen met hem niet bezocht. Nou. En waar is al dat uitgevallen haar van iedereen naartoe? Moeten we daar een milieubelasting op heffen? Ontwikkelt zich ergens ter wereld een gigantische haarbol die ooit weerwraak zal nemen? Jos toch!

    Jos heeft het perfecte profiel van de seriemoordenaar, maar hij maakt dat profiel alsnog niet waar. Tenzij je de mieren meetelt die hij ’s zomers onder zijn schoenzolen verplettert of de vliegen die hij heldhaftig doodmept. In afwachting van het grote werk leidt hij een (on)rustig gezinsleven. Zijn trofeeën bestaan alsnog uit twee soorten kinderen, waarvan de ene soort niet aan zijn lendenen ontsproten is en de andere soort zijn agenda bepaalt, op de keukenkalender van de stedelijke brandweer aangevinkt met blauwe kruisjes. Nou. De sprong van het ei naar de cel van het zaad heeft hem al wat kopzorgen berokkend.

    Sedert 2009, het jaar van de blijde blonde intrede van Josina Huisman als  ‘Josje’ bij de meidengroep K3, wordt Jos met de regelmaat van een klok en vaak achter zijn rug Josje genoemd. Hoe groot het succes van dit groepje ook is, dit is niet fijn voor Jos. Driekwart van zijn kinderen neemt daar zelfs deel aan. Nou. Je zult maar zo’n eitje uit zo’n cel bevrijd hebben en dat vlees zien worden. En, tot overmaat van ramp, een tijdlang megasuperfan van K3. De ene na de andere. Ze zijn ook maar universeel verdraagzaam zolang een liedje duurt. ‘De Jos’, zoals het steeds minder en minder klinkt, heeft daar gemengde gevoelens over.

    Jos is dus verre van gered. Jos is eigenlijk, nou: gejost.


    03-09-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.276: Melk?

    MELK?

     

    - Allen Woodstock?
    - Maar nee!
    - Allen… ’t Is toch een Allen… ’t Ligt op het puntje van mijn tong… Toe…
    - Hij is zo bekend.
    - Allez… verdorie… die kleine Jood uit New York… dat raar geval…
    - … met die vrouw die… die…
    - … die ik ook niet graag zie spelen…
    - Ik ook niet.
    - Je weet wel wie hé?
    - Clara?
    - Nee.
    - Tamara… Maria…
    - We zitten op een verkeerd spoor.
    - Woody! Woody Allen! Ik heb het! Woody Allen!
    - Ja.
    - En nu nog die vrouw.
    - Mia? Nee. Of toch. Toch? Mira… Maya…
    - Ik zie geen enkele van hun films graag.
    - Het is alsof ze hun eigen leven spelen.
    - Maar dat liep wel verkeerd af.
    - Zeker weten.
    - En er nog dik voor betaald worden ook.
    - Mocht die brillenmans in de ruimte gezweefd hebben, dan zou het voortdurend psychiatrisch geouwehoer geweest zijn.
    - Ik zou het geld van mijn ticket teruggevraagd hebben.
    - Clooney doet dat veel beter.
    - En die Patricia dan!
    - Patricia?
    - Eh… Of hoe heet ze… Haar haar was af.
    - Sandra zul je bedoelen.
    - Ja: Sandra. Bullocks. Of Bullock. Om het even. Bullock.
    - Schoon lijf, Sandra.
    - Ze was gefotoshopt. Heb je dat niet gezien?
    - Eh?
    - Heb je die billen gezien? Vooral bij de landing?
    - Nu je het zegt. Ja: je kon er niet naast kijken.
    - Maar wel ertussen.
    - Ha ha!
    - Als een astronaut lang in de ruimte is geweest, en gewichtloos, verliest hij spiermassa.
    - Ah ja.
    - Ewel? Niet gezien?
    - Ja ja, nu je het zegt.
    - Ik heb het over de billen van Bullock hé.
    - Ah ja. Ja ja. Het viel me ook op.
    - Ze hadden vroeger beter die ziekelijke bril van Allen… van Woody Allen gefotoshopt.
    - Maar dat was zijn handelsmerk. Grote bril. Klein dun ventje.
    - En daardoor groot verstand zeker? Hij bedroog Maya… Mia…
    - Je hebt opvallend veel onderdeurtjes in de filmwereld. Kleine ventjes, grote ego’s.
    - Maar niet… eh…
    - Wie?
    - Eh…
    - Wie dan? Wie niet?
    - Verdorie, ik ben nu ook zijn naam vergeten. Vroeger kon ik die makkelijk onthouden door een truc te gebruiken. Het lukte altijd. En nu…
    - Welke truc?
    - De initialen van een whisky.
    - Eh?
    - Ik dacht JW. Johnny Walker.
    - Ja, en?
    - Maar het is niet JW. Het is…
    - J&B?
    - Ja! J&B!
    - Wie is dat dan?
    - John… John… Nee… Verdorie… Johnny…
    - Een filmster hé? Jeff Bridges?
    - Maar ja! Jeff Bridges!
    - Dat is inderdaad geen onderdeurtje.
    - Allen W… Woody Allen daarentegen…
    - Zeg dat wel.
    - En die vrouw… die met hem samenwoonde nadat ze al twee keer getrouwd was… of één keer… Ik wil er van af zijn…
    - Amy?
    - Nee. Eh… Ik ben nu alweer haar naam vergeten. Narrow? Amy? Verdorie toch.
    - Geef mij maar Charlotte Rampling.
    - O ja! Heerlijke vrouw. Op alle leeftijden. Neem nu The Swimming Pool…
    - Met haar tijgerogen.
    - Ze zat in Un taxi mauve.
    - Met die acteur met zijn grote neus.
    - Eh?
    - Die Franse acteur… Ik zie graag Franse films… Philippe…
    - Finney?
    - Nee, dat is een Brit. Albert Finney. Nee. Philippe… Foiret… Blaiset… Girette… N…
    - Noiret?
    - Philippe Noiret, ja! Dat is hem!
    - Gelijkt die niet wat op Finney?
    - Hm…
    - Fred Astaire reed met die mauve taxi hé.
    - Ja, vreemd genoeg. Hij was plattelandsdokter.
    - Een zanger.
    - Charles Aznavour heeft ook nog in een film gespeeld hoor.
    - O ja?
    - Ik geloof in een film van Simenon.
    - Je bedoelt: een film naar een verhaal van Simenon?
    - Ja ja…
    - Georges Simenon zal die film wel niet gemaakt hebben.
    - Waarom niet?
    - Hij had geen tijd. Hij moest het ene na het andere boek schrijven. Hij pakte ook de ene na de andere vrouw, schijnt het. En was hij niet verslaafd aan koffie?
    - Hij rookte alleszins de ene na de andere pijp, ha ha ha!
    - Zoals zijn Maigret zeker?
    - Je ziet: in de films en de boeken zit er toch altijd wat van de schrijvers zelf hé.
    - Schrijvers… Het is me wat.
    - Maar zonder schrijvers heb je geen film hé.
    - Scenaristen.
    - Koffieslurpende scenarioschrijvers.
    - In de films zijn het de flikken die voortdurend koffie drinken, binnen en buiten op straat. En in hun auto.
    - Geef de melk eens door als je wil.
    - Schrijft Woody Allen zijn films niet zelf?
    - Ik zou het niet weten. Met zo’n bril op zijn pief: waarschijnlijk wel. Is het halfvolle melk?
    - Ja. Ik koop nooit volle.
    - Koffie vraagt om een wolkje hé.
    - Ja, koffie moet bruin zijn.
    - Ik heb ook liever een film in sepia dan in zwart-wit.
    - Zou George Clooney echt espresso drinken?
    - Geloof toch die reclame niet!
    - Hij is toch ook maar een mens. Of dinges… die andere bekende… die kaalkop met zijn gevaarlijke ogen… die soms ook in die koffiereclame opduikt…
    - John Malkovich?
    - Ja, JM! Ha ha!
    - Dat is geen bekend whiskymerk hé, JM.
    - Nee, maar het helpt.
    - Suiker verknalt de smaak.
    - Eh?
    - … van de koffie.
    - Ah. Akkoord. Suiker verpest koffie en thee.
    - Ook thee, ja.
    - Het Indische Leger Eet Rijst.
    - Hé?
    - Het Indische Leger Eet Rijst.
    - O, een film? Ken ik niet.
    - Nee. Voluit voor H.I.T.L.E.R. Zie je het voor je?
    - Hitler?
    - Ja. H.I.T.L.E.R. is een afko. Een afkorting.
    - Waarvan?
    - Wel, dat heb ik net gezegd: Het Indische Leger Eet Rijst.
    - En de T dan?
    - Die drinken ze erna.
    - Ha ha!
    - Goed hé?
    - Een filmgrapje?
    - Nee, zomaar.
    - Hitler… ha ha. Thee. Dit is lekkere koffie.
    - Hij heeft traag gedrupt.
    - Ik zal straks weer niet in slaap geraken.
    - Het koffiezetapparaat moet eens een beurt krijgen. Het rochelt als een oude apotheker na gebruiksdatum.
    - Toch is de koffie bijzonder lekker. Ik wil er best wel wat slaap voor laten.
    - Veel vrouwen laten hun slaap voor George Clooney en zijn espresso’s.
    - Zo adembenemend is hij nu ook weer niet. Die Schot met dat spraakgebrek…
    - Sean Connery?
    - Hoe kom jij zo vlug op zijn naam?
    - SC… Die slissende lispelende medeklinkers… Perfectie is saai hé.
    - Ha ja!
    - Wat is er van Connery?
    - Het schijnt dat die de meest sexy man van de twintigste eeuw is. Was.
    - Pff…
    - Als English Patient zou je moeilijk zo’n nominatie in de wacht kunnen slepen.
    - Ha ha. Of als The Elephant Man.
    - Er zou een Oscar voor de lelijkste rol moeten bestaan.
    - Er zijn wel prijzen voor de slechtste rollen.
    - Ja, ik geloof dat Kristin Scott Thomas er zo eentje binnenrijfde.
    - O ja?
    - Ja, voor haar rol of bijrol in Under the Cherry Moon. Ze kreeg er een Framboos voor of zoiets. Het omgekeerde van een Oscar. Maar ze zat later ook in The English Patient.
    - Die heeft anders ook wel een behoorlijk hoog Charlotte Rampling-gehalte, vind ik. Die ogen!
    - Ik zie ze momenteel niet voor mij.
    - Nog wat koffie, buurvrouw?
    - Graag.
    - Bakje troost, zegt de Hollander.
    - Ja, ook nog gehoord. Van een zwarte in Breskens.
    - Wat een toeval.
    - Echt waar. Echt gebeurd. Ik vroeg een zwarte koffie in een wachtcafé in Breskens, bij de overzetdienst naar Vlissingen. Bakje troost, asjeblieft, zei de man. Die dus zwart was.
    - I see.
    - Was helemaal geen probleem hoor. Ik dronk toen al mijn koffies zwart.
    - Zwartekracht.
    - Ha ha!
    - Heb j’ em? Gravity! De film met Bullocks! Eh… Bullock.
    - Waw, je bent goed op dreef vandaag.
    - Komt door de koffie. ‘Geeft je vleugels’.
    - Kennen we hé.
    - Wat deed jij in Zeeland?
    - O, ik heb ooit nog gedichten geschreven. Er was een voordrachtsessie ergens in Zeeuws-Vlaanderen. Lang geleden hoor.
    - Amai, amai. O… Am… Amy Narrow… Nee! Hebbes! O! Was het Mia Farrow niet? Die van Woody Allen? Die dan later…
    - Ja! Mia Farrow!
    - Je kunt daar gek van worden, van een naam niet te vinden.
    - Ik had toen zelfs een gedicht over koffie geschreven, herinner ik me.
    - Ze beschuldigde hem na hun breuk van kindermisbruik. Er was iets met een adoptiekind of zo…
    - Van koffie kun je liggen woelen, maar ook door het niet-vinden van een naam hé! Oef! Mia Farrow!
    - Ja ja…
    - Cakeje?
    - Waarnaar?
    - Nee nee: een stukje cake? Ik bedoelde niet: keek je?
    - O, ik ben misvormd door te veel films te kijken zeker?
    - Wil je een cakeje?
    - Eentje fietst er wel in.
    - Dat ik daar niet vroeger aan gedacht heb. Je hebt misschien wel honger?
    - Niet meer op dit uur.
    - Doet me denken aan die braakfilm.
    - Eh?
    - Waarin iemand ontploft door te veel te eten.
    - Was dat niet iets van John Cleese en zijn bende?
    - Maar er was nog zo’n walgelijke film.
    - Weet je nog welke?
    - De titel ontsnapt me nu helemaal.
    - Hier: eet wat. Misschien schiet het je te binnen.
    - Tiens: ze hebben in Gravity geen tubes in hun mond uitgeduwd. Zie je gewoonlijk in ruimtefilms. Van dat tandpastavoedsel.
    - Inderdaad.
    - Lekkere cake. Niet zelf gebakken hé?
    - Nee nee.
    - Gravity: mooi hé?
    - Mja…
    - Ik vind het echt mooi. Het is zo… zo…
    - … apart?
    - Eh… ja, eigenlijk wel.
    - Eigenzinnig?
    - Wel eh… ook dat, ja. Nu je het zegt.
    - Het valt soms moeilijk in woorden te vatten wat we voelen.
    - Zeg dat wel.
    - En er zijn ook zoveel meningen als er mensen zijn.
    - Maar wat vind jij er eigenlijk van?
    - Mm… mijn mening doet hier niet ter zake hé.
    - Toch wel hoor!
    - Eh… ik vind het geheel nogal apart. Het heelal is indrukwekkend.
    - En ook eigenzinnig hé? Dat woord heb je daarnet gebruikt.
    - Eh… ja, eigenzinnig is wel een goed woord. En bloedstollend.
    - Tja… zoveel mensen, zoveel meningen hé.
    - Zeg dat wel.
    - Het is maar goed dat er diverse meningen zijn, anders…
    - Ja, anders waren we allemaal grijze muizen.
    - We zouden allemaal hetzelfde deuntje piepen.
    - … of helemaal niet meer piepen. En dat willen we niet, niet?
    - Het is goed dat men uitkomt voor zijn mening.
    - Alleen de ongevraagde en de ongefundeerde meningen zijn uit den boze.
    - Eh… ja. We moeten niet voortdurend met meningen bestookt worden hé. Meningitis is een gevaarlijke ziekte.
    - Het zou daarom beter zijn dat in de bladen en op tv de acteurs en de schrijvers hun mond hielden.
    - Vooral de acteurs. Je neemt me de woorden uit de mond.
    - Men kan namelijk bepaalde zaken kapot menen.
    - Zo is het nog maar eens een keer!
    - Schenk ik nog eens bij? Er is nog net genoeg voor twee.
    - Graag.
    - Zou Obama koffie drinken in zijn Witte Huis?
    - Ha ha!
    - Waarom lach je?
    - Ik dacht terug aan mijn zwarte Hollander en zijn bakje troost.
    - O… ja… gesnopen: zwart… wit…
    - Misschien drinkt hij wel thee.
    - Nu denk je toch hopelijk niet terug aan die mop van daarnet?
    - O nee, ik zou niet durven.
    - Zou hij Gravity gezien hebben?
    - Obama? Wellicht. Elke Hollywoodfilm bazuint de loftrompetten van Amerika. God bless dit en God bless dat et cetera.
    - Ze denken dat ze de kosmos ook bezitten hé?
    - De kosmos?
    - De ruimte.
    - Ja. Het is allemaal van hen. België en Nederland waren anno 2014 compleet gegijzeld door het bezoek van Obama. Zelfs de kinderdagverblijven in de omgeving van vliegvelden moesten toen gesloten blijven. Ze zouden dat nog niet eens in een film durven te vertonen.
    - Het was een hele vertoning, ja. Is er nog genoeg melk in het kannetje?
    - Kan het zijn dat er een mug in drijft?
    - Verdorie! Geef eens hier.
    - Ja hé?
    - Ik doe dit weg en haal andere melk. Verdorie.
    - Het wordt beter weer; de muggen zijn er weer.
    - Drinken die dan melk? Dat is nu werkelijk de eerste mug die ik… Ik ben helemaal van mijn melk.
    - Ach…
    - Even andere melk halen.
    - …
    - …
    - Zo. En in een vers kannetje.
    - Wat een service.
    - Clooney droomde van een wodka in zijn raket hé?
    - Ja, maar zij ook: dat hij terugkwam en een flaconnetje wodka open schroefde. Helaas…
    - Die billen zeg…
    - Had je dat dan niet gezien?
    - Maar filmsterren willen altijd zo mager zijn.
    - Ze zouden beter al die dikke Amerikanen naar de maan schieten en ze een tijdlang gewichtloos houden.
    - Ja: de aardbol zou in een klap veel minder gaan wegen.
    - Ze moesten chips en popcorn verbieden in cinemazalen. Dat ellendige gekraak en gesmak vlak achter je!
    - Aparte zalen voor pubers: zo zou ik het oplossen mocht ik de baas zijn.
    - Zo kweken ze hier ook hele generaties obesen.
    - Naar welke film gaan we volgend seizoen zien?
    - Ze spelen hoogstwaarschijnlijk The Coffee Queen binnenkort.
    - O?
    - Een fairtradefilm over koffieplantages, arbeid, uitbuiting en kapitaal. Cate Blanchett speelt de hoofdrol. Ze heeft het perfecte stel lippen om aan een koffie te nippen.
    - Jij hebt inderdaad gedichten geschreven! Dat rijmt!
    - Hopelijk verpesten Brad Pitt of Leonardo Di Caprio de film weer niet.
    - Bad Pritt? Al Capriola?
    - Die zijn te bekend… te cliché… Ik wil maar zeggen dat overbekende acteurs films kunnen verpesten… door voorspelbaarheid.
    - O: liever koffie verkeerd hé?
    - Bijvoorbeeld.
    - Eventueel met een dode mug erin.
    - Zoiets.
    - Zeg?
    - Ja?
    - Als jij een film zou maken… schrijven…: waarover… wat zou dan…
    - Het einde zijn? Waarover het zou gaan?
    - Ja.
    - Misschien nodig ik Jodie Foster eerst op de koffie uit, om haar de hoofdrol aan te bieden in mijn film.
    - … die zou gaan over… ?
    - Eh… hypothetisch… Ik nodig een buurvrouw uit om koffie te komen drinken, samen met enkele van mijn vriendinnen. Er is een probleem dat pas op het einde van de film duidelijk wordt. Psychologische oorlogsvoering. Milde dreiging en gevoel van onheil, zoals in de huiskamers van de film The Hours. Virginia Woolf, weet je wel. Levensgevaarlijke gebakjes. Inktzwarte koffie. Veel flashbacks, per koffieslurper. De buurvrouw moet er uiteindelijk aan geloven, maar de ik-figuur blijft onverdacht. Totdat…
    - Ja?
    - Hier moet ik verder over nadenken. En jij?
    - Ik zou er een slachtpartij van maken. Een historische film, waarbij de ledematen en hoofden van de Engelsen en de Fransen alle windstreken uit vliegen, met veel rondspattend bloed. De geschiedenis is toch maar een bloemlezing van wapengekletter en doodsgereutel.
    - Een soort van gravity, dus? Rondvliegende ledematen door de middelpuntvliedende kracht? Het broertje van de zwaartekracht?
    - Ja.
    - Wow. Ik had eerder verwacht dat je de Max Havelaar zou willen verfilmen.
    - Nou nee hoor. Mijn enige verband met Max Havelaar is Albert Heijn.
    - Ik verwarde die vroeger met Piet Hein.
    - Typisch voor iemand die gedichten schrijft.
    - Schreef. Dat is gedaan.
    - O? Nog een scheutje koffie? Heb je zin in zo’n filter? Ik anders wel.
    - Mm… Wordt het niet wat laat?
    - Die film zal door je hoofd blijven spoken. Blijf nog wat.
    - Mm… Vooruit dan maar.
    - Ik kook wat water.
    - …
    - …
    - Zo klaar hoor. Het koffiezetapparaat is echt te traag. En te luidruchtig. Soms denk ik dan dat er iemand zit te hoesten in de keuken.
    - Die apotheker hé? Hi hi hi!
    - Heb je er al op gelet dat de koffiekoppen in de films niet in verhouding zijn?
    - Hé?
    - Dat ze eigenlijk veel groter zijn dan in de werkelijkheid?
    - Nee…
    - Dat heeft met de perceptie van de kijker te maken. Mochten ze gewone koppen gebruiken, dan zouden die belachelijk klein lijken.
    - Ah ja? En de coffee-to-go bekers dan ook? Van die agenten?
    - Ja, maar daar heb je vanzelf alle maten in. In die bekers, bedoel ik. Nou: in die agenten natuurlijk ook. Dikke en dunne, hi hi.
    - Starbucks. Ik verlang ernaar om weer eens in de file te staan bij een Starbucks op een vlieghaven.
    - O?
    - Ja. Een veel te dure Starbucks koffie en daarna de lucht in… richting één van die verre koffielanden.
    - In die verre landen zijn ze niet gelukkig met Starbucks hoor.
    - Tja. Moet het allemaal kloppen?
    - Even vragen aan George Clooney morgen. Hoor ik daar water pruttelen? Zo terug.
    - …
    - …
    - Asjeblieft. Een bakje troost. En hier de wolkjesmelk.
    - En zeggen dat een Ethiopische herder en abt de koffie ontdekt hebben!
    - O?
    - Ja. Een herder in Ethiopië ontdekte dat zijn geiten opgewonden werden telkens als ze van de rode bessen van een bepaalde struik gegeten hadden. Nieuwsgierig proefde hij uiteindelijk ook even. Hij werd er ook opgewonden van. Hij ging vlug met een handvol bessen naar zijn vrouw, maar die vond het verdacht en gevaarlijk. Dus brachten ze een hoeveelheid van die rode bessen naar het nabijgelegen klooster. De abt vond het des duivels en gooide de bessen in het vuur. Daarop snelden de monniken toe, gelokt door het vuur en opgewonden door de geur en de rook. De abt werd woedend door dat gebrek aan zelfbeheersing en bluste het vuur met water. Toen was het hek helemaal van de dam. Wat had de abt per toeval uitgevonden?
    - Koffie dus.
    - Koffie.
    - En dit is een koffie naar mijn hand!
    - Leve de zwartekracht!
    - Melk?
    - Reeds gehad. Molk.
    - Ha ha, die zit.


    24-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.274: Frinch fraais

    FRINCH FRAAIS

     

    ‘Voor mij een middelmatige, zonder zout.’
    ‘Moet er nog iets bij?’
    ‘Zoutzure Vlaamse stoverijsaus, in een potje apart.’
    ‘Dat is ‘t?’
    ‘Ja. Mag ik zeggen dat uw frieten wereldbefaamd zijn.’
    ‘Merci.’
    Hoopvol en hongerig keek Seppe Meppe naar het sissende en ziedende vet in de frituurmand. Daarna gleed zijn blik over de batterij knijpflessen met diverse sauzen. Die hingen ondersteboven, als uiers, klaar om het lekkers eruit te persen.
    ‘De zoutzure Vlaamse stoverijsaus hangt hier niet bij’, merkte Seppe op.
    ‘De warme bereidingen krijgen we… maken we apart.’
    De frietbazin wees met een schuimspaan naar een andere batterij rechthoekige keteltjes met deksel.
    ‘Ah ja, natuurlijk. Stom van mij.’
    ‘We hebben ook bolognaisesaus. En warme tomatensaus. Zelfs ajuin-en-champignonsaus.’
    ‘Wauw. Een grote keuze, mag ik zeggen.’
    ‘Ja.’
    ‘Dat er zoveel frieten uit een patat komen.’
    ‘Hm.’
    ‘Allez… een grote patat.’
    ‘Het kan ook een slecht jaar zijn, als het dat is wat je bedoelt. We hangen daarvan af.’
    ‘Eh… nee… ja.’
    ‘In een potje apart hé?’
    ‘Ja, potje apart. Bedoel je een jaar van kleine patatjes?’
    ‘Waterpatatten. Zakpatatten. Slijkpatatten. Wormpatatten. Coloradopatatten. Puistpatatten. Geen patatten.’
    ‘Ah ja. Dan schieten de prijzen de lucht in zeker?’
    ‘Dan hebben we zeker prijs.’
    ‘Geef nog maar een cola ook.’
    ‘Fles of blik?’
    ‘Blik.’
    ‘Light of gewoon?’
    'Gewoon. Gezond.’
    ‘Komt eraan.’
    ‘Het blijft een typisch Vlaams gerecht hé.’
    ‘Wat?’
    ‘Frieten.’
    ‘Daarom heten ze ook french fries. Een echte Vlaamse stoofpot van Engels en Frans. En in ’t Nederlands is ’t patat.’
    ‘Tja’, zei Seppe Meppe dom. ‘Frinch fraais.’
    Zijn r rolde als een mitrailleur tegen de papillen van zijn gehemelte.


    15-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.273: Mager Heineken

    MAGER HEINEKEN

     

    Mager Heineken zwerft graag door het lage land van Maas en Waal. Eenmaal boven de Moerdijk blaast de wind soms zo hard dat zijn ziel er van opkrult. Daar houdt hij hartgrondig van. Dan ziet hij molentjes draaien. Meeuwen wieken krijsend omdat ze bang zijn om te vallen. Een vlucht regenwulpen, zo ontsnapt uit de Genesis van de Statenbijbel, duikt als een Luftwaffe op een rietkraag af. Maar hij is niet voor hen gekomen. Vele –Dammers, hetzij uit Rotjeknor, hetzij uit A’, ontmoeten nu of ooit Mager Heineken, na een leven al of niet met de weduwe Van Nelle. Hij blijft nooit lang een Hollands maatje van ze. En ontsnappen via Schipholland helpt niet. Met enkele welgemikte zeisspreuken veroorzaakt Mager Heineken alom lijkbreuken. Daarna lijkt hij weer in het niets te verdampen boven deze Waterstaat. Levende bewijzen laat hij helaas niet achter. Hij marchandeert in onwerkelijke werkwoordsvormen als ‘was’ en ‘geweest’. Daar moeten de nabestaanden het maar mee doen. Zo, dat was het.


    29-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.272: Appartemens

    APPARTEMENS

    BENUL OF ONBENUL

     

    Een intro over oerbenul

     

    Toen de dieren al met twee woorden konden spreken, maar de mensen nog niet, woedden de oorlog om het vuur en de strijd om de buit. De jagers uit de oertijd waren trots, ongeduldig, moedig, opgewonden, ontroerd, ontredderd, woedend… naargelang van hun zegepralen en nederlagen. Ze doorleefden het hele gamma, maar overleven vormde een ander probleem. Oud werden ze zelden. Van hun gezicht kon je hun gevoelens aflezen, ondanks hinderende frontale haargroei bij de meesten. Aan hun ademhaling kon je hun wisselende stemmingen beluisteren. Uitademen werd soms briesen, of ging met stoten gepaard. Naar de aard van de opwinding, en naar de aard van de geboden weerstand die het nu eenmaal toch beschikbare stemorgaan tegen dit uitademen bood, en omdat de oermens eindelijk ook warmte, licht en voedsel had gevonden, ontwikkelden zich vier gedragingen: luxe werkt acceleratie in de hand.

    De eenvoudigste gedraging betrof het sissen en schuren door vernauwing. Stoten en ploffen gebeurde dan weer door het plotse openbreken van een hindernis. Als de lucht in de neus meetrilde, veroorzaakte dat snuiven en zangerigheid. Je kon ook rollen met je tong of vloeiende geluiden voortbrengen door die lap tegen je gehemelte aan te drukken.

    Zo ontwikkelde zich, in de gezellige lichtplas van vuren en bij het verorberen van de buit, taal. De oerstilte, tot dan toe alleen ingevuld door het ruisen van kruinen, het kreunen van mensen, het huilen van dieren en het kraken van donderslagen, werd stemmiger. De schaduwen werden minder grimmig, want minder zwijgzaam. En de dingen begonnen namen te krijgen: weer een brok angst minder, want benoemen is bezweren. Voorwaar: onbenul werd benul.

     

    Benul of onbenul: de appartemens als individuo


    Ik heb benul. Ik doe nog niets. Maar er is wel wat aan de hand. Dat besef ik wel. Om me heen kijkend, voelend, luisterend, proevend en ruikend detecteer ik onophoudelijk elementen die me noodlottig kunnen worden. Een barst in een muur, een loszittende dakpan, een verdwaalde kogel, een uitdijende cel, een gasgeurtje, een getal te weinig, een duimbreed te kort, een visgraat, een luchtbel, een cijfer te veel, een komma te kort… kunnen de klakkeloze dommekrachten vormen waarvan het noodlot zich bedient. Het lot zit ‘m in het detail, maar het noodlot doordrenkt ook tijden en ruimten. Bovendien kan de ene mens voor de andere noodlottig zijn, terwijl dat dan net voor eerstgenoemde diens geluk kan betekenen. Voorwaar: de mens is een loteling, overal en altijd. En dat benul vormt het eerste besef van depressie.

    Maar ik kan ook essayeren. Ik hoef niet per se die foeilelijke groepsfoto te zien, maar ik kan wel kijken naar wat er buiten het kader ervan toen is gebeurd. Zoals ik tussen de regels van een gedicht kan lezen. En ik kan zelf ook opzij kijken bij het ondergaan van zo’n groepsfoto, of er doodgewoon niet willen opstaan. En dat benul vormt mijn eerste besef van expressie. Altijd een beetje opstand, weet je wel. Maar eerlijk.

    Opdat niet alles tegelijk zou gebeuren, vonden we de notie tijd uit. Enige orde op zaken, gemakshalve chronologisch, was meer des mensen dan van nature. In al onze ijdelheid meenden we die tijd te kunnen beheren en beheersen door hem aan wanden op te hangen, om onze polsen te binden of hoog in torens te installeren. Zo knullig onbenullig: de tijd in mootjes hakken om die te kunnen overzien. Zonde van die ene seconde!

    Ook het element ruimte kreeg in de loop van de (chronologische) geschiedenis een aantal facelifts.Enige bewegingsvrijheid drong zich op, al zouden territoriumgedrag en grensgevallen zich al heel vlug voordoen. De wereld werd later een mondiaal dorp, jawel, maar in elk straatje en op elk pleintje wordt nog gevochten.

    Tijd genereert leeftijd, zegge en schrijve: ouderdom. Lot dat we niet in de hand hebben. Het is onmogelijk vele jaren aan het leven toe te voegen (een ouderdom van 150 mensenjaren zal de grens zijn); het is alleen de kunst leven aan de menselijke jaren toe te voegen. Een ader gaat net zolang mee tot het vege lijf er genoeg van heeft. Taant de expressie naarmate we steeds meer leeftijdskapen ronden? Dimt het benul?

    Ruimte creëert afstand annex de noodzaak aan snelheid. Lot dat we evenmin beheersen. We hebben de techniek op dat vlak nog niet voldoende in de hand. Het begrip risico komt hier veel vaker onverwacht uit de bocht opdoemen. Het wiel en de trap zijn geëscaleerd. Mars is in zicht. Binaire nullen bepalen veel. Het benul groeit.

    Het (nood)lot is onbeheersbaar en maakt deel uit van het leven, dat tot nader order van dat lot gelijkmoedig of gelukkig kan verlopen. Pas na het toeslaan van het noodlot, beseffen we dat we in een gewoonheid vertoefden die ons onbewust gelukzalig maakte. ‘Een mens is goed omdat hij niet slecht is,’ verzuchtte Oblomow ooit, horizontaal gelegen. Parafraserend zouden we kunnen stellen: een mens kent geluk pas bij niet-geluk. Oblomow is een van de grootste onbenullen uit de literaire geschiedenis, met een ontstellend gehalte aan expressie op zijn actief.

    Levert het ruimtelijke noodlot anderzijds iets op? Nou, ballingschap verschafte wel eens nieuwe inzichten. De nomadische mens werd er niet dommer op. Maar je zult maar ter aarde geworfen worden in een sloppenwijk of als elfde koter in een mijnwerkerswoninkje in de Borinage. Of door ziekte of gebrek verbannen worden naar je werkkamertje.

    Levert het tijdelijke noodlot anderzijds iets op? Tja, bent u geboren en getogen op een interessante tijdsscharnier? Maakte u bewust het meest bepalende decennium van uw eeuw mee? Bent u loopgraafsoldaat uit De Groote Oorlog, cocktaildrinker uit de roaring twenties of stond u eind jaren zestig op de barricades in Parijs? Bent u als schrikkelkind pas om de vier jaar eens jarig?

     

    Noodlot, lot, voorbeschikking. In sommige gevallen genereerde het lot van één iemand geluk en voldoening voor vele anderen. In andere gevallen deden zich bijna schilderachtige, alleszins romantische gevallen van voorafbeelding voor.

    Shelley stierf eenzaam in een woest tempeest. Tolstoj gaf net als zijn Anna Karenina de geest op een spoorwegstation. Rilke zou overleden zijn aan de gevolgen van een doornprik van een rozenstruik. Virginia Woolf koos het water als eindbestemming, met stenen in de zakken en bezwaard gemoed: het geluid van water is de basstoon in haar teksten. Esopus had een bochel en werd de vader van het fabeldicht. Homerus was blind en schiep een formidabele wereld. Erasmus leed aan jicht en bleef noodgedwongen binnenskamers voor zijn Lof der Zotheid. Ronsard was doof en werd de recordhouder van de welluidendheid in de Franse bellettrie. Andersen was aartslelijk, wou het theaterpodium op, maar schreef uiteindelijk sprookjes.

    En, last but not least: Montaigne trok zich op 37-jarige leeftijd met een ernstige nierkwaal in zijn torenkamer terug om een ‘zelfportret’ te schrijven. (Misschien ook uit ontgoocheling over de wereld en in een poging zichzelf in die wereld te definiëren? Immers: La plupart des occasions des troubles du monde sont grammairiennes.) Hij werd de aartsvader van alle ‘probeersels’.

    Eeuwen later zou Anton van Duinkerken schrijven : ‘Zo is de mens gebouwd, dat zijn ellendige gebreken dikwijls de voorwaarden worden tot zijn schitterendste heerlijkheid.’ Wij voegen daaraan toe : … voor de anderen. Is het immers niet dankzij de Ballade van Arie Hop (John O’Mill) dat duizenden Hollandse kindjes van de vreselijke nagelbijtdood zijn gered?
    ‘Aanhoort het noodlot, fel en wreed/ van een kind dat op zijn nagels beet.’ 
    Voorwaar: perfectie is saai. Dat eerlijke benul genereerde al menig meesterwerk.

    Een speling van dat lot mag allicht worden begrepen als een gebrek aan bevattings- en incasseringsvermogen bij de mens. Nou: gebrek aan benul, dus. Zegge en schrijve: onbenul. Het woord ‘speling’ vertolkt ons onbegrip en onze onmacht ten opzichte van voldongenheid… en van de willekeur van deze voldongenheid. Het degradeert het lot tot iets grilligs. Ook de natuur kent haar door de mens toegedichte speling – dan ontpopt ze zich in noodlottige gedaantes: ziektes en natuurrampen zijn misschien de twee sterkste dommekrachten waarvan het noodlot zich bedient. Desgevallend of desgewenst kan Lot dan met een hoofdletter worden geschreven, rijmend op of met God. Dat hoofdletterlot zal een fatale bliksem niet toeschrijven aan een botsing tussen overspannen wolken, maar aan een boze God die met zijn lastoestel de gaten in de ozonlaag weer dicht probeert te schroeien. We zorgen er wel voor dat er ons altijd iets boven het hoofd hangt. Onze onbenulligheid is te groot. We doen daar iets aan. We maken ons klein en geloven in iets groots. Maar misschien vergeten we dat ons vergrootglas ook de feilen en fouten mee vergroot.

    Er zijn dus loffelijke pogingen. Lotelingen hopen altijd op het goede getal, op geluk. Het is verslavend. De ruimtevaart probeert aan het lot van de zwaartekracht te ontsnappen. (Vallen, epilepsie zijn zo werelds). Scalpel en medicijnen proberen lotgevallen te bezweren die haaks staan op de menselijke conditie van gezondheid. (Epidemieën zijn zo des werelds). God met een hoofdletter wordt aangeroepen wanneer de rede radeloos wordt ten opzichte van onmenselijke machten. (Goden zijn nochtans jaloers op stervelingen).

    Kan men zich dan wapenen met zoiets als vrije wil? De vrije wil van de mens bestaat misschien alleen hierin dat we zaken kunnen toeschrijven aan het (nood)lot, en aan spelingen daarvan. De vrije wil is zo breeddenkend te aanvaarden dat we niet alles in de hand hebben. De vrije wil is ontroerend menselijk, en flaneert, soms pretentieus en opzichtelijk, soms tolerant en bescheiden, op de catwalksvan pessimisme en optimisme. Maar eigenlijk bewandelt de vrije wil een derde circuit. De vrije wil meent namelijk rekening te houden met alle seizoenen in één keer. De vrije wil weet: Versace stippelt die bepaalde lijn uit, omdat de mode wil dat het weer lente wordt. De vrije wil weet ook: nooit zal een enkele boom, een enkel blad rekening houden met Versace. Toch is hij  een van de koningen van het benul.

    Alleen enkele voortekenen behoeden ons ietwat voor voldongenheden. Het is passend en goed daar benul van te hebben. Dieren zwijgen stil bij naderend onweer. Bepaalde honden voelen een epilepsieaanval bij hun baasje aankomen. Sterren, de vlucht van de vogels en wind schijnen gelezen te kunnen worden. Een knipoog, een vlinderslag, een fluitsignaal, een bel, een profetie, een getal, een gebaar kunnen bepalend zijn. En een oud spreekwoord bij de Toearegs zegt:
    Als de weg bochten begint te maken, is de koning oud geworden.

    Knullig toegeven, bezweren of negeren? Hoe groot is mijn benul? Hoe klein is mijn onbenul? Het is mijn lot dat ik niet zeker weet of er zoiets als noodlot bestaat. Stel dat noodlot zin heeft, en bestaansrecht, dan moet er een ander woord voor worden bedacht. Het blijft essayeren. Expressie. Depressie. Ik doe er misschien iets aan. Ik heb benul. Eerlijk is niet altijd heerlijk, maar duurt het langst.

    Daarom, toegegeven, voorwaar: de mens is een loteling. Van alle niet-geborenen is hij ooit de uitverkorene geweest om als loteling te leven. De borstentorser als niet-man; de teelballentorser als niet-vrouw. Hij (m/v) is de gelukzak bij uitstek. Zoals hij zijn er zoveel. Hij is een appartemens. Zijn geboorteschreeuw is er een van angst, verbazing en geluk. Zijn getalletje wordt getrokken en daar is reeds zijn eerste lotgevalletje. Zijn avonturen kunnen een aanvang nemen, in het gezelschap van zijn lotgenoten. De stomme gelukzak. Het onbenulletje. Als hij/zij wat geluk heeft: het individuo. Wordt het benul of onbenul?

              

    Een outtro over een lelijk woord

     

    Benul klinkt niet fraai. Het ziet er ook niet uit. Het is het ongetalenteerde stiefzusje van besef. Het is het stoute broertje van inzicht.

    Het opperste staaltje van benul vond schrijver dezes verwoord in een tekst uit 1938. Hij is van de dichter Roland Holst. Nog nooit heb ik een betere formulering gevonden in verband met het verschijnsel ‘dichter’, die de echte koning van het hele gamma is: van benul over idee en notie en kennis en verstand en bevattingsvermogen tot inzicht. Holst stelt dat te midden van de meeste mensen, die zich reeksgewijs naar karaktersterke voormannen schikken, zich afzonderlijke aanwezigen bevinden.

    ‘Het zijn wezens, die als het ware vanuit een ijler en volstrekter leven in deze wereld kunnen doordringen en er zich handhaven door een tot hier geborene in te varen nog voor de vorming van de korst, die karakter heet, begonnen werd. Zij gaan, tegelijk hevig en droomzwaar, hier om, helder of duister, in ons midden of afgewend, en leven – al is het maar in verhalen – naderhand voort in de wereld of in een dorp, of maar in een straat. Soms verschenen zij als helden of als heiligen, soms als bozen; zij leven zonder karakter te vormen, enkel als verzichtbaarde wezens van buiten uur en feit, luide of stille bezetenen, en kunnen, vaak nog door de herinnering, die zij nalaten, velen uit het reeksgewijze bestaan losrukken en onverschillig maken voor karakter of aanzien, hen verterend in de hoge koorts van het heimwee naar de gebieden waar zij vandaan komen. Heimwee, want bij elke wieg heeft een deur opengestaan, al was het nog zo kort en op een kier, naar wind en licht buiten de tijd.’  

    Als dat geen geniaal verwoord benul is. Ik dacht het wel: dat er nog iets anders aan de hand was. Ik besef het meer dan ooit. Ik heb nu inzicht.


    18-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.271: Gestopt

    GESTOPT

     

    Na jou.
    Nou ja.
    Ja hoor.
    Dank je.
    Wel fris.
    Zeg wel.
    Rook je?
    Niet meer.
    Blijf je?
    Weet niet.
    Ik wel.
    Ach zo.
    Wordt leuk.
    Zal wel.
    Wat nu?
    O nee.
    Het stopt.
    Duw eens.
    Doe ik.
    Gaat het?
    Blijft zo.
    Nog niet?
    Gaat niet.
    Wacht eens.
    Helpt niet.
    Laat mij.
    Weer niet.
    En nu?
    Een peuk?
    Dank je.
    Dus toch.
    Eentje maar.




                                                  COPYRIGHT JORIS DENOO
    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Een blauwe plek
  • Moord !
  • Meester in de Vakken
  • De ongecomponeerde noot
  • Poëzie
  • Romaneske boeken
  • Satisfiction
  • Romans & Theater
  • Vreeslijke verhalen
  • Miljarden flarden

    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Sjors DNO eind vorige eeuw in een sneeuwstorm in Chicago


    Mail

    Druk op de knop


    Archief per jaar
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005

    Foto

    Foto

    Foto

                       IK ALS UK
    Foto

    Me reading HARDZIEK, romandebuut Sarah Denoo

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!