NIEUW: Blog reclamevrij maken?
SCHUINE TEKSTEN
Inhoud blog
  • 313: Men
  • 312: Bruder Lustig
  • 311: Signeergesprek
  • 310: Rook
  • 309: Ode aan mijn bh
  • 308: Alfa
  • 307: Vijgen voor Pasen
  • 306: Wereldsmart
  • 305: Jonge ouderen
  • 304: De Boekenkrijg
  • 303: www.zot.com.bébé
  • 302: Echte fictie
  • 301: Mundial
  • 300: De Felle
  • 299: Westlof
  • 298: Lam Gods
  • 297: Jacky
  • 296: Hop paardje hop!
  • 295: God?
  • 294: Acoliet
  • 293: PP
  • 292: Netwerk
  • 291: Leffaards
  • 290: Het varkensei
  • 289: Geheim
  • 288: Geknipt
  • 287: Geloof
  • 286: Stommeling
  • 285: Een aardig ding
  • 265: VRESELIJK
  • 284: Kloon
  • 283: Allojjo
  • 282: Schaakstuk
  • 281: Communicatie
  • 280: Figuur
  • 279: Hairbag
  • 278: Lijstjes
  • 277: Jos, Joste, Gejost
  • 276: Melk?
  • 274: Frinch fraais
  • 273: Mager Heineken
  • 272: Appartemens
  • 271: Gestopt
  • 270: Ik zou u schrijven
  • 269: Koksmonoloog
  • 268: Een photo
  • 267: Getetter & Getoeter
  • 266: Water
  • 264: Beu
  • 263: Acteur
  • 262: Vederlands
  • 261: Etters & Engelen
  • 260: Men spele...
  • 259: Kwaak
  • 258: Geschoold
  • 257: A la recherche
  • 256: WJZBJZ
  • 255: Eindelijk
  • 254: 'Het' gezin
  • 253: Repetitieruis
  • 252: Kiespijn
  • 251: Reis Hiernamaals
  • 249: Gezondheid
  • 248: Speeltijden
  • 247: Rood licht
  • 246: Ruis
  • 245: Weg
  • 244: Mom
  • 243: HET JAAR ELF
  • 242: Kloon
  • 241: In de put
  • 240: Huid & Haar
  • 239: Zomer 11
  • 238: Duimen maar
  • 237: Poirot
  • 236: Smoke
  • 235: Collateral
  • 234: Nachtraven
  • 233: Undercover
  • 232: Frietpeace
  • 231: Kopie-Kopie
  • 230: Gezeid is gezeid
  • 229: Vreemde man
  • 228: Een stuk
  • 227: België
  • 226: Mijn meesters
  • DRAMA
  • 225: GVD
  • 224: Veldinterview
  • 223: Sprook
  • 222: Zappa
  • 221: Een bod op God
  • 220: Curryculum Vitae
  • 219: Tovenaar
  • 218: Perspest
  • 217: Animatietype
  • 216: Ruim
  • 215: De erwt
  • 214: Podiumbeest
  • 213: Mobiliteit
  • 212: Twee tijgereieren
  • 211: De kus
  • 210: Wolf
  • 209: Een reus
  • 208: Opsporingsbericht
  • 207: K met zuurpruim
  • 206: Volksverlakkerij
  • 205: Doppedrop
  • 204: Kap
  • 203: Affiche
  • 202: Regen
  • 201: Stuk
  • 200: Hair
  • 199: Wie A zegt
  • 198: Bijsluiter
  • 197: TV
  • 196: Arno
  • 195: Letters & Letteren
  • 194: Taalkunde
  • 193: Onder de zon
  • 192: Besparen
  • 191: De goede man
  • 190: Van die dagen
  • 189: Zwarte zwaan
  • 188: Questionnaire
  • 187: Say cheese
  • 186: Loteling
  • 185: Een zwaluw
  • 184: Grijs
  • 183: Claus
  • 182: Liefhebber
  • 181: Monumenten
  • 180: Erger
  • 179: Landbouw
  • 178: Bijna
  • 177: Onafhankelijkheid
  • 176: Zo fout als wat
  • 175: Wei-gevoel
  • 174: Merk
  • 173: Mens
  • 172: Pikant
  • 171: 50 vragen
  • 170: Jinx
  • 169: Wiskunst
  • 167: Met alle Chinezen
  • 166: Mooiste woorden
  • 165: Rijm
  • 164: Internetman
  • 163: EVBO
  • 162: Hondenleven
  • 161: Carrière
  • 160: Coureur local
  • 159: Kip ik heb je
  • 158: Politiek programma
  • 157: Design
  • 156: Kreeft
  • 155: Nicotine
  • 154: Gastronomen
  • 153: Verleiden
  • 152: Opinie
  • 151: 1e hulp in gevallen
  • 150: Verzamelwoedend
  • 149: Fakir
  • 148: Cliché
  • 147: Iets anders
  • 146: Uit de kunst
  • 145: Appartemensen
  • 144: Wereldwoeden
  • 143: Ongerijmd
  • 142: Dagboek van 1 dief
  • 141: Vioolkist
  • 140: Ouden van dagen
  • 139: Automatische piloot
  • 138: Leugendetector
  • 137: Hotel Milan
  • 136: De Diepe Gedachte
  • 135: De weg vragen
  • 134: Mag ik overvaren?
  • 133: Leven op Mars
  • 132: Vogelvlucht
  • 131: Faer♠er-gevoel
  • 130: Lolbroek
  • 129: Sollicitatie
  • 128: De Q van Proust
  • 127: Volg je nog?
  • 126: Kerstmisdaad
  • 125: Hartstuk
  • 124: Mozart in november
  • 123: Heb je gedronken?
  • 122: Frambozen in melk
  • 121: Appelschudder
  • 120: Quo Vadis?
  • 119: Niespijn
  • 118: Rog
  • 117: Opiniepeiling
  • 116: Vragen aan 1 engel
  • 115: Garnaal
  • 114: De collectie
  • 113: Grot met klaprozen
  • 112: Rechtspraak
    Zoeken in blog

    Foto
    Aan de sneeuwzee in Vlaanderen, februari 2012
    Foto

    Jowan & Joris in Stotendorp Heule

    Foto

            Red shoes Wilma

    Foto

    Younger me, already salt 'n pepper

    DEZE KANT BOVEN (Sjors DNO)
    SCHUINE TEKSTEN
    01-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.296: Hop paardje hop!

    HOP PAARDJE HOP


    Ik zweer het: ik heb een echte operette gezien. En daar moest ik vooraf aan wennen, want voor mij rijmt operette met wasserette en majorette. ’t Witte Paard werd een halve eeuw geleden opgevoerd in Heule. Die opvoering (in de openlucht, zonder versterkende microfoontjes) wordt beschouwd als de start van de bekende Tinekesfeesten in Heule, sedert 1977 deelgemeente van Kortrijk. Die Feesten (altijd meervoud, altijd hoofdletter) begonnen in 1962/63 met ’t Witte Paard: een lichtvoetig tirolerachtig operettestuk. Net daarvoor was het nog in buurgemeente Wevelgem opgevoerd. Nu werd anno 2013 – vijftig jaar later dus – het ding nog es gespeeld. Het Koninklijk Kortrijks Lyrisch Toneel zakte er naar OC De Vonke in Heule voor af. Drie stukken van drie kwartier, twee pauzes en een tribune zonder rugleuningen: je moest er wat voor over hebben. Gezelligheid troef echter, zowel in de zaal als op het podium. Jammer dat ze niet meer humor of persiflage in staken; het stuk overleeft amper zichzelf. Voor één keer echter (echt die ene keer) ergerde ik me niet aan lederhosen, gejodel, pluimhoedjes en een soortement Nederlands met Duitse naamvallen en West-Vlaams gebagger in de mond. Datzelfde gevoel beroerde het gemoed van de ongeveer vierhonderd toeschouwers, allen notoire Tinekesgangers en –gangsters. U moet namelijk weten dat we elk jaar voltallig vijf dagen lang feesten als de beesten, begin september. De Tinekesfeesten zijn allang de oubollige fase ontgroeid. Er is her en der altijd zoveel ‘te doen’ dat men het soms heeft over de ‘mini Gentse Feesten’. Het beperkt zich namelijk niet tot de Heulse bevolking. Of tot een bepaald segment van het compartiment ontspanning. Podiumkunsten, straatanimatie, muziek, sport, verkiezingen en de befaamde Stoten (openbare grappen waarvan het de bedoeling is dat iedereen erin tuint) sluiten er een deugddoend verbond, geflambeerd in veel nationale drank. Heule staat er op de kaart door. En ’t Witte Paard is ook weer eens opgedoken in het collectieve geheugen van de Heulenaar. Een halve eeuw is niet niks. Ik heb er een operette voor uitgezeten. Ik zweer het. Maar ik ben blij dat ik er woon, al zijn er geen bergen en is het een lage streek. En er is een wasserette vlak om het hoekje.


    08-05-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.295: God?

    GOD?

    Een holbewoner slaat een andere de schedel in voor om het even welke reden. Is er dan al een god die daarover oordeelt? Of is die pas uitgevonden in het jaar 1? Hoe zit dat met al diegenen die voor dat zogenaamde begin van de tijdrekening leven? Het antwoord is duidelijk: er kan niet zoiets of zo iemand als een god zijn. Vooral niet als man. Of als vrouw. God kan alleen mens zijn. En mensen onderling bepalen hoe het zit. En die fameuze eeuwigheid kan alleen het nu zijn. Niet een hemel waarmee pastoors de mensen proberen te paaien of een laaiende hel waarmee ze hen afdreigen. Ook al ziet het firmament er aanlokkelijk uit. Maar het is niet het hunne. Alleen astronauten komen er. En dromers. Nee: Hitler brandt niet eeuwig in de hel. Hij bestaat niet meer. Hij heeft bestaan. De mensen hebben hem een aangebrande eeuwigheid bezorgd.


    ‘En waarom is al twee millennia lang de kerk (ik weiger de hoofdletter te schrijven) dan zo bepalend?’ zult u opwerpen. Ha! Geef de wereldbol een tik en u belandt in andere tijdszones en andere religies. Al dan niet met een soort god. Het is dus duidelijk: relativeer. God zit in het detail. De duivel ook. De wereld zelf is de hemel en de hel.


    12-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.294: Acoliet

    ACOLIET

    Amper elf mompelde ik al Latijn. Ik had met mijn medemisdienaars onderricht in deze dode taal gekregen van Charles, het ernstige opperhoofd van al de snotneuzen die missen ‘dienden’. Charles was een schriel scharminkel, bijeengehouden door een grijze stofjas, altijd rinkelend van het ‘kleingeld’, want hij deed ook de omhalingen van het stoelgeld in de kerk. Met een vervaarlijke hoornen bril op zijn pief hield hij ons nauwlettend in de gaten. Blijkbaar had ik een nogal serieuze kop, zeg maar rouwkop, want ik werd vooral uitverkoren om begrafenissen te dienen. Zo greep ik naast flink wat zakgeld: de jongens die trouwmissen toegewezen kregen, gingen met de buit lopen. Als natuurlijk Charles niet al ingegrepen had. Hij stak daar namelijk met wisselend succes een stokje voor: alle fooien moesten ingeleverd worden.

    We lachten flink wat af terwijl we zoveel missen dienden. Het was voor mij ook dubbele pret geblazen met al die begrafenissen: ik kreeg makkelijk toestemming om de voormiddaglessen af en toe te spijbelen. Ik hoopte dan ook dat er druk gestorven zou worden in mijn stadje. Ooit vatte ik zelfs het snode plan op om oude mensen de stuipen op het lijf te jagen, zodat ik nog meer de lessen van de veel te strenge meester Spreeuw kon spijbelen. Tijdens het misdienen met z’n tweeën was de slappe lach nooit ver weg. Zo liet ik eens het heilig evangelie van de marmeren trappen donderen voor het aanschijn van honderden verbijsterde kerkgangers. Ik voelde me net Mozes. Op een van mijn zoldermuren thuis hing lange tijd mijn getuigschrift van acoliet, naast dat van skiër. Daartoe moest ik enkele dagen stage lopen in het verre Roeselare, mijlen verwijderd van mijn geboortestadje Torhout. Herinneringen aan dat steentijdperk: vreselijk vroeg uit de veren, klappertandend (en ‘nuchter’) naar de kerk, de grote verkleedkast met de zwart-witte tenues in alle maten, de smaak van wijn, de geur van wierook. Het was eigenlijk ook een goede training om plankenkoorts te bestrijden. Zelden heb ik later nog een groter publiek gehad. Dat geboeid zat te luisteren naar wat wij daar vooraan in het Latijn aan het mompelen waren, meestal met onze ruggen naar het godvruchtige volk toe. Het waren leuke religieuze tijden. Helaas kreeg ik op zo’n begrafenisvoormiddag gloeiende ruzie met opperhoofd Charles. Ik weigerde twee diensten na elkaar te dienen. Superkwaad liep ik naar buiten, de deur van de sacristie hard achter me dichtsmakkend, hoe zwaar en log die ook was. Mijn wijsvinger bleef tussen het onding gekneld zitten. Een helse ervaring, bovenop mijn woede. Het doet nog altijd pijn. Het was een straf van God. Om Hem op Zijn beurt ook te straffen, heb ik nimmer nog een woord Latijn over mijn lippen laten rollen. Hij moest het maar weten.


    15-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.293: PP

    PRUISISCHE PERESTROJKA


    Ik vulde een reistas en reed naar de meest zondige stad die ik kon bedenken: Hamburg. Ter hoogte van Brussel sneuvelde een duif onder mijn wielen; haar veren warrelden als een sneeuwbui in mijn achteruitkijkspiegel. Op tien kilometer van de zondige havenmetropool kon ik nog net een egel ontwijken, dacht ik, maar in een flits merkte ik dat hij al doodgereden was. Ik was over lijken gegaan en bereikte eindelijk Hamburg, havenstad en ook deelstaat aan de Elbe, met meer water dan Amsterdam of Venetië.

    Ik legde bij aankomst mijn moede hoofd op mijn stuurwiel, ten prooi aan parkeerwanhoop. Ik had al vijf rondjes gedraaid in een vicieuze verkeerscirkel en hoopte keer op keer dat de verkeerslichten op Pruisisch rood zouden huppen zodat ik wat respijt en rust zou krijgen. Ulanen waren indertijd beter voorbereid dan ik.
    In mijn beste combinatie van Neder- en Hoogduits vroeg ik uiteindelijk via mijn open autoraam hulp aan een Skoda vol met Turken. Ik hield er nekkramp en een straatlegende aan over, waardoor ik via een ontsnappingsroute uit dit spinnenweb toch een parkeergarage ontdekte in de wijk Altona.

    Eindelijk was ik op vrije voeten. Ik struinde door de havenstad, bereid tot umlauterigkeit, gründlichkeit en naamvallen. Alweer spotte ik dubbelgangers van diverse kennissen van mij. Er waren in dit vierde rijk blijkbaar geen verse modellen meer beschikbaar. Zelfs niet in het land van de Lebensborn Vereniging, de dirndls en de lederhosen.

    Hamburg… Waarom was ik hier? Van donderdag tot dinsdag? De reden voor mijn trip was negatief: ik ontvluchtte met voorbedachten rade de nationale zondagsverkiezingen in mijn vaderland. Helaas zouden de rechtse nationalisten die met verve winnen. Mijn buitenlandse ‘zakenreis’ vrijwaarde me ervan de Vlaamse leeuw in de schorre keel te moeten kijken. Stemmen hoefde niet, want ik was gewapend met bewijsmateriaal in verband met mijn alibi: ik diende ergens anders te zijn. Hier, in Pakhuisstad.

    Dwalend door welstellend, vrijzinnig, liberaal Hamburg belandde ik in het vermaarde Specerijenmuseum. Die ervaring kende wat mij betreft zijn gelijke met enkele bewustzijnsverruimende fuiven die ik in de dwaze jaren zeventig van de vorige eeuw had meegemaakt. Mijn zintuigen lagen namelijk aangenaam overhoop toen ik weer buiten stond.
    Ik inhaleerde de koopmanslucht diep en vervolgde mijn tocht in een land dat ooit mijn eigen land had bezet. En dat middels Saksen-Coburg-Gotha nog altijd deed. Dat verdiende een Gorbatsjov-wodka. Dus dook ik de Thomas Read in, een drankzekere pubhaven waar ook ter wereld. Na anderhalf uur al stond ik er bekend als de kerel aus Belgien die zijn papiergeld in vieren vouwde en dit gründlich in de compartimentjes van zijn portefeuille schoof. Mijn moerstaal grensde ondertussen zowel aan het Neder– als aan het Hoogduits. Vouwen deed ik al minder en minder. Plooien zou ik weldra doen, maar vooralsnog maakte de G-wodka van mij een wereldleider die met vele Hoofdletters sprak. Ich war ein Berliner und Ich war ein Hamburger. Ik was een Berlijnse bol en ik was een hamburger. Hamburg had me gered van Belgische kiespijn.


    18-02-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.292: Netwerk

    NETWERK

    Zeilend over de internetgolven onder de vlag van ‘toneel’ of ‘theater’ stootte ik op duizenden mensen, honderden groepen van die mensen en personages. Waar twee of meer mensen samen zijn, daar is het toneelspel in hun midden. Om over de vele monologen dan nog te zwijgen, de bij uitstek literaire einzelgänger onder de theaterteksten. De mens wil spelen. De mens wil toekijken. De mens wil spelenderwijs bekeken worden. Hij huurt er zalen voor en ontwerpt er kleren voor. Hij zet er een groep voor in beweging. Een heel netwerk gaat aan het trillen wanneer de spin een vlieg binnen heeft gehaald, met name wanneer de selectievrouw of –heer een stuk heeft gekozen. Op mijn internetzeiltochten in Vlaanderen en Nederland deze zomer (ik lag als een gevelde kapitein met een kapot houten been thuis) ontdekte ik de fraaiste namen voor theatergezelschappen. Ik vermeld er hier geen enkele, want als ik er één vernoem, laat ik er duizend andere vallen. Maar er zitten voorwaar ronkende pareltjes tussen. Je zou uit pure vreugd en deugd alleen al naar al die consten van al die ghesellen gaan zien. Er wappert een lekkere portie poëzie op sommige banieren. Verder zeilend ontdekte ik ook dat de namen van toneelauteurs minder bekend zijn dan de namen van romanciers en dichters. Ze lijken meer te verdwijnen achter het rumoer van hun werk. Ze worden overstemd door hun personages en door het groepsgebeuren rond hun tekst. Misschien wordt voor een stuk hun tekst zelfs een beetje aangepast en herkneed (… de meest gevreesde rol is die van deegrol ...) Ik heb het hier natuurlijk niet over ronkende namen als E. Albee, D. Potter of T. Williams. Ik mag toch hopen dat die ronken. Over het oneindige water van het theater surfend passeerde ik ook de eilanden van de poppen, de maskers, de figuren, de schimmen, de lyrische vogels en de musicals. Als een walking shadow stapte ik ten slotte terug in de werkelijkheid, mijn wereldwijde scherm weer dichtritsend als een gesloten doek.


    20-01-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.291: Leffaards

    LEFFAARDS & BAD PRITT

    We zitten in de rookgedoogzone van café De Woede der Noormannen. We drinken Leffe. We zijn leffaards. Het is een man met oud haar op zijn hoofd.
    ‘Liefde,’ zegt hij, ‘liefde is een kleverig gedoe’.
    Ik kan niet nee schudden en knik dus ietwat langs hem heen in de richting van een foeilelijke gatenplant. Zijn haar verraadt vele liefdesavonturen of helemaal geen. Serieliefhebber of kluizenaar. Misschien zelfs vader van 2,8 kleverige kinderen die hem ietwat hinderen.
    ‘Vrouwen willen zekerheid,’ zeg ik totaal overbodig, wat een mooie spreekwolk, maar met een rouwrandje om. ‘Ze zijn verkleefd aan die ene, liefst bestendige donor die ze kiezen uit velen.’
    Hij knikt en kijkt naar niets naast mij.
    ‘Doe jij iets met je haar misschien?’ vraagt de ouwe lefgozer.
    ‘Nee,’ zeg ik. ‘Ik heb er de tijd niet voor, vooral ’s ochtends niet, en de tijd staat niet stil, nietwaar.’
    ‘Hm,’ kucht hij.
    Hij inhaleert de rook van zijn sigaret tot in de toppen van zijn tenen. Ik wacht benieuwd tot die rook ergens weer uitkomt, maar nee hoor: meneer houdt alles voor zichzelf. Er komt zelfs geen wolkje uit zijn achterwerk of zijn linkeroor.
    ‘Vrouwen plakken aan je,’ zegt hij dan, iets concreter dan daarstraks, of juist nog veel abstracter. ‘Voor je het beseft, ben je geringd als een duif, opgespeld als een dode vlinder en vastgelijmd in een familiealbum. En ze gebruiken alleen Bad Pritt als glijmiddel, hi hi.’
    ‘Tja,’ doe ik.
    Ik kijk naar een kunstwerk aan de muur. Een vrouw, natuurlijk. Nou: de vrouw is mooi, maar het werk is kunst, dus lelijk.
    ‘Zo,’ zegt de leffaard met het oude haar op zijn hoofd dan. ‘Een levensverzekering heb je dus waarschijnlijk al.’
    ‘Ja, al jaren.’
    ‘En kan ik je echt geen beter voorstel doen?’
    ‘Nee, mijn leven is goed verzekerd. Voor wat het waard is, althans: morgen kan ik over een kikker struikelen en doodvallen.’
    ‘Het is anders tegen morgen al in orde: geen gedoe met papieren en zo. We werken honderd procent klantvriendelijk voor de categorie pre-senioren zoals u. Op uw leeftijd… ‘
    ‘Nee,’ schud ik beslist. ‘De enige verzekering die ik nog overweeg, is een verzekering tegen verzekeringen.’
    ‘Daar heb je dan zeer straffe colle-tout voor nodig,’ zegt de man, en hij verdwijnt uit café De Woede der Noormannen en uit mijn leven, zonder verzekering.
    Bad pritt, die kleverige lefgozers!
    Prittpraat!


    12-12-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.290: Het varkensei

    HET VARKENSEI

    ‘En nog een prettige verderzetting van de dag,’ zei de pakjesbezorger.
    Sandie nam de doos in ontvangst en keek de man onderzoekend aan. Ze verdacht hem ervan de orders tot vriendelijkheid en beleefdheid in het kader van het charmeoffensief van de Nationale Posterijen (voorheen: Pesterijen, omwille van de vele stakingen en gebrekkige bedelingen) tot in het absurde toe te passen. Ofwel had de man calvinistische Hollanders in zijn familie.

    ‘U ook, Hoogheid,’ mompelde Sandie dan, op goed geluk, maar de kerel was alweer op weg naar zijn bestelwagen.
    Het was een grote kartonnen doos die weinig woog, met lastige linten plakband eromheen. Er kwam een schilmesje aan te pas. Eindelijk waren de ingewanden zichtbaar: drie grote bruine proppen stug pakpapier camoufleerden en pamperden een varkensei.
    ‘Eindelijk,’ zei Sandie tegen zichzelf. ‘Eindelijk.’
    Ze plukte het varkensei van tussen de proppen en deponeerde het voorzichtig op tafel.
    ‘Ma!’ riep ze. ‘Ma! Het varkensei is gearriveerd!’
    Er klonk wat gestommel boven; even later daalde ma de trap af.
    ‘Is het varkensei er echt?’
    ‘Het is er, ma, eindelijk! Kijk maar.’
    ‘O!’
    Ma aaide het varkensei even.
    ‘Neem het maar vast.’
    ‘Zou ik?’
    ‘Doe maar. Het lukt je wel.’
    ‘Ik durf niet goed.’
    ‘Ik blijf naast je staan. En het weegt bijna niks.’
    ‘Vooruit dan maar.’
    Voorzichtig strekte ma haar handen naar het varkensei uit. Net toen ze het twintig centimeter opgetild had, rinkelde de deurbel hard en lang.
    Pats.
    ‘Nee!!’
    ‘Maar ma toch!!’
    ‘Oei oei oei… !!’
    ‘Wacht. Ik kijk eerst wie… ‘
    Sandie snelde naar de deur. Het was de pakjesbezorger weer.
    ‘Verschoning, maar ik vergat uw handtekening te vragen, mevrouw.’
    ‘Hebt u met de doos geschud, meneer?’ vroeg ze scherp.
    ‘Eh?’
    ‘Komt u even mee naar binnen a.u.b.’
    ‘Maar… ‘
    ‘Kom!’


    10-11-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.289: Geheim
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    GEHEIM

    Ieder mens heeft talloze geheimen. Grote en kleine. Bezwarende en gekoesterde. Iedereen sterft met die geheimen. Omdat het geheimen zijn. Anders waren het geen geheimen. Alleen schrijvers onthullen af en toe wat. Daartoe gebruiken ze personages. Of valse ik-figuren. Hun boeken zijn als poppenkasten. Vele verhalen zijn niet mooi, maar wel mooi geschreven. Er is vaak behoefte aan een ‘happy end’ of een oplossing. Het volk vraagt dat. Anders willen ze niet lezen. Of beleven. Of leven. Een zogenaamd ‘open einde’ is als een kist zonder lijk. Iets of iemand is spoorloos: de ziel, het vege lijf. Nee, het kan niet blijven duren. Er moet een deksel op de doos met geheimen. En we moeten zeker weten dat het geheim goed bewaard wordt. Verteerd door de wormen of de vlammen.


    06-10-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.288: Geknipt

    GEKNIPT


    Ik woonde het eerste anderhalve decennium van mijn leven in een provinciestadje. Men liet dat links en rechts liggen op weg naar of terug van de kust, want er gebeurde niets. En toch. Mijn kapper roetsjte elk seizoen ongenadig mijn haar eraf. Aan de muur van zijn salon hingen ingelijste zwart-witfoto’s. In de grote spiegel voor mij kon ik die ook permanent bekijken, tijdens de executie van mijn haren. Ik was er telkens weer onder de indruk van, terwijl de schaar met bliksemsnelle knipgeluidjes achter en om mijn jongensknopje haar ballet uitvoerde. Mijn kapper was namelijk de grimeur van toneelkring Rembert in het stadje T.  En ik was zijn geknipte gast. Die toneelkring won een paar keer het Landjuweel. Het was toen een gouden tijd voor theater in mijn stadje, jaren zestig en zeventig. We droomden met z’n allen van zowel toneel als volleybal, want in die twee disciplines blonk ons vooralsnog onbekende stadje uit. Niet veel later zou Torhout/Werchter er komen, en we werden plotseling wereldberoemd. T. werd Torhout.

    In het kapsalon getuigden de foto’s van de hoogconjunctuur van ons liefhebberstheater. Het waren scènes, maar ook vooral koppen uit diverse stukken waarmee de toneelkring Rembert plaatselijke en nationale roem had geoogst. ‘Dood van een handelsreiziger’: bij elke knipbeurt werd ik er weer aan herinnerd. Ik kende Albee (‘Alles voor de tuin’) en ‘Vrijdag’ van Claus. De personages liepen rond in de straten van mijn stadje. Zowel de regisseur als diverse spelers genoten hoog aanzien bij iedereen; sommigen enkel en alleen door hun puike prestaties op het podium. Ze mochten al eens dronken over de markt koprollen als ze weer een Landjuweel gewonnen hadden. Nog een decennium later verkaste ik naar zuidelijker oorden in mijn lage streken. En zie: ik trof er eenzelfde bloeiende toneelkring aan. Het Zwevegems Theater, met name. Maar toen frequenteerde ik al een tijdlang geen kapsalons meer. Scharen waren gevaarlijk. In de huidige oudere dagen van mijn leven ben ik wel bereid de kapper uit mijn jeugd te vergeven voor zijn kortwiekende wandaden. Hij was immers ook grimeur en toonde me de weg naar de theaterzaal via zijn foto-expositie aan de muren van zijn martelkamer. Het is hem vergeven, ook al sprak hij bijna nooit een woord. Hij gromde alleen maar snauwerige bevelen en rukte aan mijn kop alsof het een te rooien biet was. Of was hij een rol aan het instuderen?


    16-09-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.287: Geloof

    GELOOF

    Ik geloof dat alles wat we zeggen, denken en schrijven in een eeuwigdurend netwerk bewaard blijft. Ik geloof in communicatie met buitenaards bestaan. Ik geloof dat vloeibaar water niet altijd noodzakelijk is voor wat wij ‘leven’ noemen. Ik geloof dat een temperatuur tussen 0 en 90 graden Celsius evenmin een voorwaarde is. Ik geloof dat dit domweg onze maatstaven zijn. Daarom geloof ik in communicatie met buitenaards bestaan. Ik geloof dat wij ijdel en egoïstisch zijn omdat wij onszelf een hiernamaals of een betere wereld voorspiegelen. Ik geloof dat religie zelftroostende verblinding is. Ik geloof dat dit onjuist is. Ik geloof dat ander buitenaards leven dat niet doet. Ik geloof dat zij misschien wat langer ‘leven’ – of wat daarvoor moet doorgaan – dan wij, pakweg duizend jaar. Ik geloof dat wij, ‘mensen’, nog nergens staan of zijn. Ik geloof dat het werkwoord ‘geloven’ al tweeduizend jaar misbruikt is. Ik geloof niet in god of een god. Ik hoop.


    29-08-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.286: Stommeling

    SPREKEN IS NIET ZWIJGEN

    (STOMMELING)


    Er was eens een man die meespeelde in een theaterstuk van een amateurgezelschap. Tijdens elke repetitie bleek hoe monotoon hij sprak. Tot grote wanhoop van iedereen. Er hielp geen lievemoederen aan. Men maakte hem boos. Men slingerde hem scheldwoorden naar het hoofd. Men behandelde hem met zachtheid. Men legde begrip aan de dag. Men voerde hem dronken. Men daagde hem uit. Men behandelde hem met hardheid. Men dreigde. Men smeekte. Men suste. Men opperde een vitaminekuur. Niets hielp.

    De man – een imposant exemplaar van de menselijke soort – bleef al zo toonloos als een Engelse radiocommentator bij een paardenrace op een zelfmoordzondagnamiddag. Misschien genoot hij wel stiekem van doffe e’s, vlakke klanken en comateuze medeklinkers? Op de schaal van Richter zou hij nooit ook maar één expressief jotaatje scoren. Hij kon zelfs waarschijnlijk geen vlinder overstemmen. Hoe was het in hemelsnaam mogelijk dat deze man als hobby voor theater had gekozen?

    Het huidige in te studeren stuk heette dan nog ‘Heren onder het mes’ – stuk waarin heel wat afgekrijst diende te worden. Als er al een Nobelprijs voor Gelijkmoedigheid uitgereikt kon worden, dan viel die zeker te beurt aan de … stommeling, zoals zijn medespeelsters en –spelers hem achter zijn rug om noemden. Toch kon men niet om de man en zijn rol heen. Hij was een broodnodige belangrijke tegenspeler van de protagonist. En hij moest imposant zijn. En daar waren geen andere kandidaten voor. Nou: vooruit dan maar met de (niet-mekkerende) geit.

    En zie, voorwaar: na de première van het stuk gingen alle toeschouwers in vervoering rechtop staan. Daar waar gevreesd werd voor minutenlang tergend duimapplaus, daar plakte de volle zaal de handen tegen elkaar tot het pijn deed. Voor de monotone man.
    ‘Nog nooit een dergelijke volgehouden rol aanschouwd!’
    ‘Chapeau voor die realistische no-nonsensevertolking!’
    ‘Meer van dat!’
    ‘Nee: minder van dat!’
    ‘Een verse trend!’
    ‘Nooit gezien, nooit gehoord!’

    De man werd al zo beroemd als Susan Boyle. In eigen stad.


    27-07-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.285: Een aardig ding

    TAAL IS EEN AARDIG DING

    Vreemd hoe kinderen (terecht) de verleden tijd als iets voorwaardelijks gaan gebruiken wanneer ze in de huid van iemand anders kruipen om een stukje te spelen. ‘Ik was de prinses’. ‘Jullie waren de cowboys’. ‘Dit hier was ons kasteel’. Daardoor blijft de mogelijkheid bestaan om weer uit die huid te kruipen. Ze doen dat vanzelf; meestal heeft niemand ze dat aangeleerd (tenzij door kopieergedrag). Het verwoordt een aanvankelijk besef van fantasie en fictie. Het zet als het ware de scène die volgt tussen relativerende citaattekens: dit is niet echt, dit is maar spel, dit is gespeeld. Overigens gebruiken volwassenen (de ex-kinderen dus) ook het werkwoord ‘spelen’ als synoniem voor toneelspelen. Het is een analoog iets: dat ‘kinderlijke’ werkwoord gebruiken voor iets heel volwassens en complex. Alsof er ergens toch wel een waarschuwend belletje rinkelt: dit is eigenlijk maar spel, hoor. Terwijl we het toch over taal hebben: ik mag wel eens zo’n gezellig oubollig deurendrama (wat een mooi woord) smaken, gekruid met en geflambeerd in lokale tongval. Dat weifelen tussen ‘was’ en ‘waart’! Dat mixen van ‘gij’ en ‘ge’ en ‘jij’ en ‘u’! De kleuren van die klanken bij het steeds heviger en vlugger dichtklappen der deuren! En waarom denk ik hierbij ‘nou’ steeds weer aan Hollandse televisiedramaatjes in de jaren zeventig-tachtig? Ooit zag ik (wat taal betreft) twee uitzonderlijke voorstellingen. Ik ken er de details niet meer van. De Nederlandse cabaretier-poppenspeler Jozef van den Berg liet driekwart van zijn woorden op een uitdrukkelijke doffe e eindigen: ‘Martijne! Jongene! Kommene jongene!’ Langer geleden zag ik in een stadsschouwburg een stuk (Goethe, Torquato Tasso) in een bewerking van Decorte? Fabre? waar bijna iedereen na de pauze wegbleef: men sprak extreem grotesk-historisch-geëxalteerd – woorden schieten te kort voor een omschrijving van dit soortement Nederlands. Taal? Soms een zoetgevooisde prinses, somtijds een vuurspuwende draak.


    06-07-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.265: VRESELIJK

    VRESELIJKE VERHALEN                                                                                                           Sjors DNO

     

    Deze 133 verhalen zijn vreselijk. Dat slaat niet op de taal of de stijl. Men weze echter terdege gewaarschuwd voor de inhoud. Moord, brand, onthoofding, bloeddorst, vleeshonger, versnijdenis, verdwijning, wurging, bedwelming, verschrikking, ophanging, zelfverbranding, betovering, bedrog, verdwazing: de bloedstollende gebeurtenissen en hallucinante taferelen zijn schering en inslag. Zelfs de dieren gaan hier niet vrijuit.

    Een aantal verhalen verschenen eerder als voorpublicatie in literaire bladen zoals De Brakke Hond, Dietsche Warande & Belfort, Hollands Maandblad, Mens & Gevoelens, Passionate, Oikos, Deus ex Machina, Lava, De Muur, De Vlaamse Gids, Kreatief, Diogenes, Yang, De Tijdlijn, La Ligne de Temps, NVT/Gierik, Kluger Hans, Digther en op enkele sites. Diverse van deze verhalen werden genomineerd voor of bekroond met onderscheidingen.

    Bijlagen:
    VRESELIJKEVERHALEN.pdf (3.1 MB)   


    03-06-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.284: Kloon

    KLOON


    Ik droom van een theaterstuk waarin twee schommels op het podium staan. Ze bewegen zacht in de wind, terwijl het publiek de zaal binnenkomt en na het hoffelijke babbeltje met de buren op de zitplaatsen voor, achter, rechts en links gaat zitten. Er mag wat geknars en geknierp te horen zijn: de schommels hebben wat olie nodig, zoals alle schommels. Uit het leven gegrepen! Dan komt op de linkerschommel een viersterrenmeisje zitten. Neen: ze heeft geen lolly in haar mond. Even later neemt op de rechterschommel bijvoorbeeld Elvis Presley plaats. Of een buurvrouw. Of een astronaut. Dan ontspint zich natuurlijk een gesprek. De schommels kunnen daarbij een leuke bijrol vertolken: simultaan-synchroon, als tegenliggers, één in beweging en één bevroren … We komen te weten dat het viersterrenmeisje de helft van een tweeling is. Elvis Presley ((laten we die versie eens nemen) is een lookalike die in het werkelijke leven sedert kort lesgeeft in Nederlands en Engels. Hij heeft dat diploma door studie in de gevangenis verworven. Tijd zat. Voorheen was hij namelijk een geducht gangster, met bivakmuts en masker op. Zijn gelijkenis op de wereldbekende heupzanger exploiteert hij niet. Hij slaat er geen munt uit en gaat nooit naar elvismeetings. In mijn stuk zou ik ook graag echte duiven en mussen laten fladderen en scharrelen. Broodkruimels zullen hierbij noodzakelijke rekwisieten zijn. De regisseur moet natuurlijk een dirigent zijn. Hij moet metronomisch gevoel hebben om de schommels te beheersen. Misschien mag er ook een grote metronoom voor of achter op het podium. Het viersterrenmeisje, zo leren we, zou graag apothekeres worden. Dan zou ze een pil uitvinden die belet dat de ene mens op de andere mens gelijkt. Ze heeft daar dus – volgens het stuk – een paar redenen voor. Zelf gelijkt ze ook op de Egyptische koningin Nefertiti, vrouw van Achnaton. Dat vormt echter geen noemenswaardig probleem. Elvis prijst haar om haar klassieke schoonheid en haar dubbel geperforeerde oorlelletjes. Nu moet ik nog een titel vinden. Hoe zal ik mijn stuk gaan noemen? Niets schommelachtigs. Wat dacht u van ‘Kloons’? ‘Bring in the kloons?’ ‘Waltzing kloons?’ Ach, titels!


    03-05-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.283: Allojjo

    ALLOJJO


    (Of de Alliantie van Oude Jongeren en Jonge Ouderen)

    Ik ben één. Ik ween.
    Ik ben zestig. Ik juich.
    Maar het is nog niet volbracht.
    ALLOJJO wacht.


    Dit is een citaat uit het dagboek dat Reinoud Dejonghe van plan was te schrijven. Het is bij dat citaat gebleven. Reinoud Dejonghe kreeg het namelijk zo druk met de Alliantie van Oude Jongeren en Jonge Ouderen dat hij niet eens de tijd meer had om zijn dagboek verder aan te vullen.

    Die nacht in oktober kon Reinoud Dejonghe de slaap niet vatten. Akkoord: het was volle maan. In de genen van de mensen sluimerde nog altijd de oeroude overlevingsdrang om in het licht van de volle maan extra waakzaam te zijn en niet in slaap te vallen. Reinoud, pril zestiger, zou echter op nog een andere manier overleven. Door zijn hoofd spookte reeds geruime tijd de gedachte aan een Vlaamse politieke partij voor ouderen. Vormden die niet een groot segment van de bevolkingspiramide? Daar kon rimpelkracht van uitgaan. Bovendien waren de laatste decennia de jongeren te uitdrukkelijk aan zet geweest. Overal waar je om je heen keek, appelleerden de culturele affiches aan het jonge volkje. Media verklaarden (soms piep)jonge tafelspringers meteen zalig, gewoon maar omdat ze ‘jong en sexy’ waren. Het woord ‘sexy’ drong zelfs tot in de politiek door. Holklinkende debutanten die het warm water weer uitvonden, kregen voorrang op oudere ervaren en boeiende kunstenaars. Jonge voetballers scoorden waanzinnige bedragen. Vroeger was dat anders. Als je toen jong was, was je verdacht. Je werd belemmerd in doen en laten en gefnuikt in je engagement, weggelachen of doodgezwegen. De maatschappij leek toen alleen te bestaan uit saaie middenmoters die het voor het zeggen hadden en zijgerangeerde gerimpelden die het gezegd hadden en voorgoed zwegen.


    De woelslaap van Reinoud Dejonghe leverde alvast een letterwoord op. ALLOJJO kon naast de gewone invulling van Alliantie van Oude Jongeren en Jonge Ouderen nog andere associaties bevatten. Allen. Allemaal. Allochtonen. Er stak ook een stukje palindroom in: tegendraads te lezen. Holebi’s, dwarsliggers, ontevredenen, andersdenkenden: welkom. ALLOJJO was er voor iedereen, elckerlyc, eltsenien.


    Die ochtend in oktober rees Reinoud Dejonghe welgezind uit zijn bedstee op. Hij kon rustig de tijd nemen voor het dagelijkse kalefateren van zijn lijf, want hij had sedert anderhalve maand voor het rustpensioen gekozen na een carrière van 38 jaar als docent Kunstmatige Talen aan de BIBES-hogeschool voor Diplomaten en Tolken. Heden ten dage bouwde hij op eigen tempo die andere carrière van hem verder uit: hij was ook zelfstandig literair auteur. Een vijftigtal publicaties prijkten op zijn palmares: poëzie, proza, theater, essay, jeugdboeken. Ook op dat vlak echter ondervond Reinoud Dejonghe de nadelen van het ouder worden. Het werd bijna onmogelijk om op zijn leeftijd nog een boek gepubliceerd te krijgen bij een degelijke uitgeverij. Gevestigde waarden (de tafelspringers van de jaren tachtig) en baby’s (de verse debutanten) kregen de voorrang. Maar bovenal hadden ook de koks en de TV’s – de Televisie Vlamingen – de boekenbeurzen en de boekhandels ingepalmd. Balen van die bagger, maar que faire?


    Reinoud stelde die oktoberochtend het oplappen van zijn lijf even uit en schreef vier korte regels in een logboek dat hij van plan was bij te houden. Het bleef daar dus bij.
    Nog in zijn gestreepte kamerjas deed hij zijn vrouw Lotte kond van zijn politieke plannen.
    ‘Het wordt ook een brede maatschappelijke en culturele beweging, niet alleen een politieke,’ betoogde hij.
    ‘Vrouwen?’ interpelleerde ze tussen twee lepels gezondheidsvoer door.
    ‘Inbegrepen. Ik bedoel: uiteraard. Fiftyfifty. Altijd. Overal.’
    ‘Euthanasie?’
    ‘Moet kunnen.’
    ‘Wallonië?’
    ‘Grote liefde.’
    ‘Kerk?’
    ‘Geen punt.’
    ‘Klimaat?’
    ‘Een laagje meer.’
    ‘Mobiliteit?’
    ‘Hoe mobieler, hoe immobieler. Ja aan luchtbruggen, metro’s, buizenposten, tunnels.’
    ‘Vergrijzing?’
    ‘ALLOJJO!’
    ‘De Ouderenpartij in Nederland is door interne geschillen verbrokkeld.’
    ‘Brokkelkaas. Slecht voorbeeld. Binnen de tien jaar staat Kikkerland volledig onder water. Een lage streek.’
    ‘Ging je niet voor een cursus bridge, Reinoud?’
    ‘Die stel ik even uit.’
    ‘Daar zit wel een deel van je doelgroep. Oudere vrouwen met uitgestrekte namiddagen voor zich.’
    ‘Eerst de basis, Lotte. Bridge is zo…’
    ‘… bedoeld voor troubled water?’
    ‘ALLOJJO is niet tegen het gebruik van vreemde talen.’
    ‘Aha. Oud maar niet out.’
    ‘Haha, gesnopen.’
    ‘Is het letterwoord ALLOJJO niet te ver gezocht? Geforceerd?’
    ‘Herinner je AGALEV. Anders Gaan Leven. Dwazere partijnaam bestond er niet. Dan nog met die Bulgaarse v op het einde! CD&V, met dat belachelijke copywritersteken midden. Sp.a met dat onnozel puntje tussen de kleine gazeuse letters. GROEN! gevolgd door dat overspannen uitroepteken. Open VLD met dat holle Open voorop. Vlaams Belang met dat vreselijke woord uit de jaren dertig… ’
    ‘ALLOJJO klinkt als een vrolijke Zwitserse bergroep of een verkeerde Hawaïaanse begroeting.’
    ‘Er schuilt misschien wel te veel vreugde in.’
    ‘Wat dacht je van GOJJO? Geallieerde Oude Jongeren en Jonge Ouderen.’
    ‘Dat riekt naar oude uniformen. En er weerklinkt wat GAIA in. Dieren.’
    ‘Politiek is een ernstig tijdverdrijf hé.’
    ‘Eet je die noten nog op?’


    Die avond ging Reinoud Dejonghe raad vragen bij Trine, een van zijn tweelingdochters, die een paar jaar geleden nog op een politieke kieslijst in Kortrijk had gestaan. Eigenlijk hoopte hij dat ze zijn plan met twee enthousiast geheven duimen zou stutten. Noch de raad, noch het enthousiasme kregen een kans: kleinkinderen Lilly en Fons palmden met de nodige drukte en oorverdoving de avond in. Afko’s, letterwoorden en hoofdletters werden met kinderlijke vakkunde geaborteerd. Dit was een valavondveldslag waarbij jonge ouderen en oude jongeren alleen maar snakten naar de rust van het achtuurjournaal, met aanslagen in Syrië en Afghanistan.


    Waar te beginnen? Kortrijk had onlangs een klein staatsgreepje achter de rug. Aan het jarenlange bewind van CD&V-burgemeester Stefaan De Clerck was een einde gekomen door een manoeuvre van Open VLD’er Vincent Van Quickenborne, die een tegennatuurlijke coalitie sloot met sp.a en, jawel: N-VA. Groen! wou niet meespelen. Alweer niet. Het Vlaams Belang kukelde achteruit. Er was in Kortrijk nog plaats voor een nieuwe politieke beweging. Want ondanks de recente veranderingen kon je de Zuid-West-Vlaamse provinciestad nog altijd niet vrijpleiten van conservatisme en starheid.
    Het scheen dat de badstad De Panne zo stilaan een bejaardenreservaat aan het worden was. Zeewaarts dan maar met ALLOJJO? Opstarten in enkele proefsteden, zoals in Nederland bepaalde ouderenpartijen dat bekokstoofden? Hopen op voldoende boze ouderen en her en der delegeren? Aan zee had je wel meer concentraties van rimpelkracht. Een interessante combinatie van boosheid en kapitaalkracht.


    Partijprogramma!

    Wat is ALLOJJO?
    Waar staat ALLOJJO voor?
    Wat wil ALLOJJO?


    ALLOJJO is een tolerante politieke partij die jonge ouderen en oude jongeren en sympathisanten groepeert.


    ALLOJJO staat voor een groot segment van de samenleving: mensen die vaak een actief leven lang gewerkt hebben en dat zelfs meestal nog doen, op een of andere (on)bezoldigde manier.


    ALLOJJO wil meespelen in en wegen op het maatschappelijke, politieke en culturele debat en zijn ervaring, knowhow en desgewenst expertise aangesproken zien met dien verstande dat de officiële pensioenleeftijd op 65 jaar bepaald wordt, flexibele maatregelen inbegrepen, zowel voor als na.


    De jongeren van nu zijn de ouderen van straks. Dat ware een (iets te lange) interessante slogan. Nog beter: Oud maar niet out.


    ‘Het is gek, en het doet zich nochtans altijd voor,’ dacht Reinoud. ‘Jongeren denken er nooit aan dat ze oud zullen worden. Maar misschien is dat goed zo. Waarom zouden ze ook. Jeugd mag dom, ijdel en zelfs wreed zijn. De allerdomsten apen gaandeweg hun voorouders na: het leven begint aan 30, aan 40, aan 50, papegaaien ze. Larie. Het leven begint aan 1. En aan 60. Wenen. Juichen.’

    Reinoud Dejonghe begon her en der jonge ouderen en oude jongeren – hieronder verder genoemd OJJO’s – op te stoken. Hij wakkerde sluimerende boosheid aan, zaaide ongenoegen en hoopte misnoegdheid te oogsten, de basis voor ALLOJJO.

    (In praatcafé De Woede der Noormannen)

    ‘Je ziet er nog goed uit, Michiel.’
    ‘Bah ja. Gezichtsbedrog, zeker?’
    ‘Ik moet nog niet brillen, hoor!’
    ‘Van mij zijn het de kleine lettertjes. En ik hoor niet zo goed meer met mijn linkeroor.’
    ‘Ja, ze maken ons wat wijs, die ettertjes.’
    ‘Eh?’
    ‘Die ettertjes van dertigers. Zij die nu de dienst uitmaken. Maar gaan ZIJ werken tot hun 65ste?’
    ‘Mm… ‘
    ‘Dat moet ik nog zien!’
    ‘Ja… ‘
    ‘Wij hebben toch voor hen gezorgd hé! En betaald!’
    ‘Ja hé… ‘
    ‘In moeilijke tijden, zonder al dat pamperen en begeleiden. We moesten het zelf maar zien uit te vogelen. Zonder subsidies, zonder media, zonder begrip.’
    ‘Je hebt gelijk.’

    (In café De Zevensprong)

    ‘Waar zijn we nog goed voor? Hotel Mama? Opa Europa op 1 januari?’
    ‘Daar heb je een punt.’
    ‘Twee punten, bedoel je, en ik heb er nog acht.’
    ‘Puberheisa, debutantengebral, jongerenvervuiling, leerlingenstank, studentenkots, jeugdpesterij, adolescentenpoeha, midlifegezeur.’
    ‘Maar waren er een tijd geleden ook geen lastige hangouderen in Bredene? Die bier uit blikjes zopen en van op zitbankjes aan zee de voorbijgangers lastigvielen?’
    ‘Maar dat is nou net wat wij met ALLOJJO moeten doen!’
    ‘Eh?’
    ‘Rekruteren aan zee!’
    ‘Ja: onder de aroma’s en europa’s.’

    (In volkscafé De Meiboom)

    ‘Ik zou er zelfs een boek over kunnen schrijven.’
    ‘Heb je al een titel?’
    ‘Wel, eh, ik denk aan ALLOJJO. Simpelweg… ‘
    ‘Ik denk ook aan iets, simpelweg: HET RELAAS VAN EEN DWAAS.’


    Reinoud Dejonghe kwam om twee uur in de nacht dronken thuis en was meer dan ooit vervuld van zijn plannen. Het scheelde niet veel of hij klapte nog zijn laptop open en begon een blog op te zetten. Om vijf uur in de ochtend waren de kleinkinderen in de belendende logeerkamer al levendig en wel op. Dat was hij compleet vergeten. Reinoud Dejonghe verrees bijgevolg al bij het krieken van die dag met een kop als een rammelende spaarpot oude centen en een roestlaag in zijn keel. Nooit heeft hij nog met ook maar één woord gerept over ALLOJJO, de Alliantie van Oude Jongeren en Jonge Ouderen. Andermaal hadden de jongeren gewonnen.


    17-03-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.282: Schaakstuk

    SCHAAKSTUK

    De toneelvereniging D.E.S. (Door Eendracht Sterk) uit Walrave-Bad aan de Vlaamse kust had een schitterend idee. In het volle zomerseizoen zouden ze de parking aan de zeedijk laten vrijmaken en er een stuk op spelen. Nou: stukken, zeg maar. En wat voor een stuk zou dat worden! Checkmate (iedereen noemde Piet zo, omwille van zijn schaakwoede) lanceerde op een donkere decemberavond het lumineuze idee een levend schaakspel op te zetten, met alle voorradige leden en ex-leden van D.E.S. Hijzelf zou er een scenario en dialogen voor schrijven. Zo gezegd, zo gedaan. Er werd ijverig gerepeteerd, van februari tot eind mei, in zaal Walravot. Medio juni werd gevelschilder Johan aangezocht om de vrijgemaakte parkeergrond te beschilderen met een gigantisch schaakberd. Piet leverde de schetsen. Van in den beginne al had de burgemeester zijn toestemming gegeven voor het project. Het kon immers Walrave-Bad een cultureel maar vooral lucratief kontje geven. Er werden niet minder dan veertien opvoeringen gepland. Op de allereerste dag van het grote theaterschaakstuk golfde een schaterlach door Walrave-Bad. Er bleken maar 49 hokken op de grond gekalkt te zijn: 7 x 7! Johan stierf zowat ter plekke onder al die verwijtende blikken en wrange opmerkingen. Er viel namelijk zo onmiddellijk niets aan te verhelpen: het 49-hokkige schaakberd strekte zich over de totale beschikbare oppervlakte uit. ‘Dat stond toch zo op die schets van Checkmate’, hakkelde Johan . Het werd dus een debuut in mineur voor toneelkring D.E.S. De geschreven pers rimpelde en kreukte al op voorhand van plezier en leedvermaak. De burgemeester en zijn gevolg verlieten woedend de tribune. Ook het volk droop ginnegappend af. Bovendien kwamen in ijltempo donderkoppen als ongewenste zwangerschappen opzetten; weldra sausde het hemelwater wellustig neer, begeleid door knalgele wapperende bliksemserpentines. Er was geen sprake van het ‘hercalculeren’ van dat bespottelijke schaakberd. De feestelijke avondsessie werd uiteraard ook afgeblazen. De acteurs-schaakstukken trokken zich als geslagen honden terug aan hun toog in zaal Walravot, minus de schilder Johan, en minus Checkmate Piet, die totaal ontredderd aangekondigd had dat hij zich ging ophangen aan zijn eigen ruggengraat. Een drama te Walrave-Bad.


    28-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.281: Communicatie

    COMMUNICATIE

    Binnenkomende klant: Wifi?
    Cafébazin: Nee, alleen Bifi.


    11-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.280: Figuur

    FIGUUR


    Ik ben een woordenaar. Een seriewoordenaar. Woorden spoken permanent door mijn hoofd. Onlangs heeft het weer toegeslagen. Ik vroeg me af: zou er een ander woord kunnen bestaan voor toneel of theater? Figuurlijk spel, bijvoorbeeld? Ik denk hierbij aan figuurlijk taalgebruik, ten opzichte van het gewone. Figuurlijke taal hanteert beelden, metaforen. Theater bedient zich van figuren, die staan voor iemand anders. (Soms kun je er Oscars voor winnen, als het over film gaat). Er is een barrière te nemen, maar die kan best aangenaam zijn. (Noot voor die betweter daar op de tweede rij: ik weet ook wel dat de term ‘figurentheater’ bestaat). ’Personagespel’ zou ook een mogelijkheid kunnen zijn. Een personage is geen persoon. Een personage speelt een persoon. Het is een ‘character’. Tweemaal al heb ik het woord ‘spel’ gebruikt. Dat aspect ontbreekt wat in de termen ‘toneel’ of ‘theater’ (dat laatste klinkt wel wat chiquer). Maar we denken het er wel bij. Vroeger werd het er vaak bij gezegd: een toneelspel. Niet dat ik er behoefte aan heb om de woorden ‘theater’ of ‘toneel’ te verbannen. Ik hoor die wel graag. Vooral het woord ‘stuk’ in ‘toneelstuk’ draagt mijn goedkeuring weg. Vlamingen zeggen en schrijven soms: ‘een toneeltje spelen’. Een Nederlander zal het over ‘een stuk(je)’ hebben. Want voor die laatste betekent ‘een toneeltje spelen’ eerder een scène maken. (Nou: alweer een soort van theaterwoord. Die stukken van mensen toch!). Dat kan inderdaad ook met acteren te maken hebben. En, à propos: ook de politiek kaapte een woord weg uit de speelbare literatuur. ‘Scenario’, met name. En ‘piste’: nou, dat hebben ze uit het circus zeker?
    Life is but a walking shadow, a poor player… upon the stage... and then is heard no more. Komt binnen, komt binnen, het spel gaat beginnen. Soms verklapt een schaduw beter het karakter (‘character’!) dan de mens zelf. Of de rug, althans: de ogen erin. Ikzelf sluip verder als woordenaar door het leven. Maar waar schaduw is, is licht. Spelen is belangrijk. Nou, de Shake, dat was nogal eens een…. nou: een figuur, hé!


    04-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.279: Hairbag

    HAIRBAG           

    In het literaire en het theatrale wereldje kom je nogal es typen tegen met gladgeschoren schedels en moeilijke brilletjes op hun pief. Het camoufleren van enerzijds gebrek aan haar anderzijds gebrek aan verstand is er schering en inslag. Het lijken wel kloons van elkaar, al die moeilijkdoenertjes. Bring in the kloons! Deze concentratiekamplook werkt ook dubbel. Men weet nooit goed wat men voor zich heeft: is men nou kampdokter of is men nou gevangene? Wanneer ik andermaal zo’n culturele Schedelmans zie opdoemen, zet ik mijn zonnebril op en ken ik hem een nummer toe. Ik zit al aan nummer 1.234.567. Zoveel exemplaren sjokken er rond. Deze Schedelmansen scheren zich bovendien ook maar om de vier dagen. Zo creëren ze graag een indruk van geleerde verstrooidheid of geniale vergeetachtigheid. Geen tijd gehad. Bezig geweest met Moeilijke Dingen, dag en nacht. Zij staan hun kingewas toe even lang te worden als de afgeroetsjte groei op hun hoofd. Eigenlijk was dat ongeschoren syndroom het handelsmerk van het reclame- en copywritersgild. Helaas voor hen zijn ook andere beroepen zich om de vier dagen niet meer gaan scheren. Andere beroepen profileren zich plotseling ook modieus. Advocaten harken hun haren achteruit of laten die welig tieren. Aldus zien ze er vaak uit ofwel als tuig van de richel ofwel als kunstschilder of toondichter. De grens tussen (ge)recht(igheid) en misdaad en kunst is smal. Acteurs vertonen nogal es de neiging kaal te worden. Doodgewoon kaal. Qua metamorfose valt daar veel mee aan te vangen. Een positief punt op het cv: beschikt over geen haar. Het gebeurt wel vaker dat zo’n acteur plotseling wanggewas gaat kweken. Vooral als hij al bekend genoeg is. Daar valt ook veel mee aan te vangen. Inzepen en afscheren bijvoorbeeld. Nu scheer ik mezelf weg, vooraleer zo’n kampbewaker op me afkomt. Ik smeer ‘m als de wiedeweerga, mijn haren wapperend in de westenwind, saved by my hairbag.

    PS Ik heb het in dit schuinschrift dus niet gehad over vrouwen van het tegenovergestelde geslacht, want ik zou godbetert niet weten hoe een vrouwelijke pendant van zo’n Schedelmans er uitziet. Strakke haren achter op het kopje in een knot gegijzeld? Een coupe à la Jeanne d’Arc vlak voor ze naar de brandstapel stapte? Genre Rode Ridder? Een verzameling ongeregelde plukjes over het schedelvel verspreid zoals dit in de afgrijselijke jaren tachtig van de vorige eeuw schering (!) en inslag was? Of, vooruit dan maar: inderdaad ook de Sinead O’Connor-look van weleer?  Nothing compares to a shaved head but another shaved head.


    09-12-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.278: Lijstjes

    LIJSTJES

    bruin: vies                            
    paars: raar
    geel: zot
    zwart: bang
    wit: feest
    roze: lief
    blauw: mooi
    rood: stop
    oranje: lekker
    groen: gezond

    1: alleen
    2: gelijk
    3: geheim
    4: spel
    5: raadsel
    6: kans
    7: heilig
    8: meer
    9: bijna
    10: alles

    a: knaagdier
    e: slang
    i: vogel
    o: koe
    u: vis

    aarde: A
    water: Q
    lucht: O
    vuur: S

    vierkant: regen
    cirkel: zon
    driehoek: wind
    rechthoek: sneeuw




                                                  COPYRIGHT JORIS DENOO
    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Een blauwe plek
  • Moord !
  • Meester in de Vakken
  • De ongecomponeerde noot
  • Poëzie
  • Romaneske boeken
  • Satisfiction
  • Romans & Theater
  • Vreeslijke verhalen
  • Miljarden flarden

    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Sjors DNO eind vorige eeuw in een sneeuwstorm in Chicago


    Mail

    Druk op de knop


    Archief per jaar
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005

    Foto

    Foto

    Foto

                       IK ALS UK
    Foto

    Me reading HARDZIEK, romandebuut Sarah Denoo

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!