NIEUW: Blog reclamevrij maken?
SCHUINE TEKSTEN
Inhoud blog
  • 317: Dialoog
  • 316: Etaoin shrdlu
  • 315: Roland
  • 314: Bermkip
  • 313: Men
  • 312: Bruder Lustig
  • 311: Signeergesprek
  • 310: Rook
  • 309: Ode aan mijn bh
  • 308: Alfa
  • 307: Vijgen voor Pasen
  • 306: Wereldsmart
  • 305: Jonge ouderen
  • 304: De Boekenkrijg
  • 303: www.zot.com.bébé
  • 302: Echte fictie
  • 301: Mundial
  • 300: De Felle
  • 299: Westlof
  • 298: Lam Gods
  • 297: Jacky
  • 296: Hop paardje hop!
  • 295: God?
  • 294: Acoliet
  • 293: PP
  • 292: Netwerk
  • 291: Leffaards
  • 290: Het varkensei
  • 289: Geheim
  • 288: Geknipt
  • 287: Geloof
  • 286: Stommeling
  • 285: Een aardig ding
  • 265: VRESELIJK
  • 284: Kloon
  • 283: Allojjo
  • 282: Schaakstuk
  • 281: Communicatie
  • 280: Figuur
  • 279: Hairbag
  • 278: Lijstjes
  • 277: Jos, Joste, Gejost
  • 276: Melk?
  • 274: Frinch fraais
  • 273: Mager Heineken
  • 272: Appartemens
  • 271: Gestopt
  • 270: Ik zou u schrijven
  • 269: Koksmonoloog
  • 268: Een photo
  • 267: Getetter & Getoeter
  • 266: Water
  • 264: Beu
  • 263: Acteur
  • 262: Vederlands
  • 261: Etters & Engelen
  • 260: Men spele...
  • 259: Kwaak
  • 258: Geschoold
  • 257: A la recherche
  • 256: WJZBJZ
  • 255: Eindelijk
  • 254: 'Het' gezin
  • 253: Repetitieruis
  • 252: Kiespijn
  • 251: Reis Hiernamaals
  • 249: Gezondheid
  • 248: Speeltijden
  • 247: Rood licht
  • 246: Ruis
  • 245: Weg
  • 244: Mom
  • 243: HET JAAR ELF
  • 242: Kloon
  • 241: In de put
  • 240: Huid & Haar
  • 239: Zomer 11
  • 238: Duimen maar
  • 237: Poirot
  • 236: Smoke
  • 235: Collateral
  • 234: Nachtraven
  • 233: Undercover
  • 232: Frietpeace
  • 231: Kopie-Kopie
  • 230: Gezeid is gezeid
  • 229: Vreemde man
  • 228: Een stuk
  • 227: België
  • 226: Mijn meesters
  • DRAMA
  • 225: GVD
  • 224: Veldinterview
  • 223: Sprook
  • 222: Zappa
  • 221: Een bod op God
  • 220: Curryculum Vitae
  • 219: Tovenaar
  • 218: Perspest
  • 217: Animatietype
  • 216: Ruim
  • 215: De erwt
  • 214: Podiumbeest
  • 213: Mobiliteit
  • 212: Twee tijgereieren
  • 211: De kus
  • 210: Wolf
  • 209: Een reus
  • 208: Opsporingsbericht
  • 207: K met zuurpruim
  • 206: Volksverlakkerij
  • 205: Doppedrop
  • 204: Kap
  • 203: Affiche
  • 202: Regen
  • 201: Stuk
  • 200: Hair
  • 199: Wie A zegt
  • 198: Bijsluiter
  • 197: TV
  • 196: Arno
  • 195: Letters & Letteren
  • 194: Taalkunde
  • 193: Onder de zon
  • 192: Besparen
  • 191: De goede man
  • 190: Van die dagen
  • 189: Zwarte zwaan
  • 188: Questionnaire
  • 187: Say cheese
  • 186: Loteling
  • 185: Een zwaluw
  • 184: Grijs
  • 183: Claus
  • 182: Liefhebber
  • 181: Monumenten
  • 180: Erger
  • 179: Landbouw
  • 178: Bijna
  • 177: Onafhankelijkheid
  • 176: Zo fout als wat
  • 175: Wei-gevoel
  • 174: Merk
  • 173: Mens
  • 172: Pikant
  • 171: 50 vragen
  • 170: Jinx
  • 169: Wiskunst
  • 167: Met alle Chinezen
  • 166: Mooiste woorden
  • 165: Rijm
  • 164: Internetman
  • 163: EVBO
  • 162: Hondenleven
  • 161: Carrière
  • 160: Coureur local
  • 159: Kip ik heb je
  • 158: Politiek programma
  • 157: Design
  • 156: Kreeft
  • 155: Nicotine
  • 154: Gastronomen
  • 153: Verleiden
  • 152: Opinie
  • 151: 1e hulp in gevallen
  • 150: Verzamelwoedend
  • 149: Fakir
  • 148: Cliché
  • 147: Iets anders
  • 146: Uit de kunst
  • 145: Appartemensen
  • 144: Wereldwoeden
  • 143: Ongerijmd
  • 142: Dagboek van 1 dief
  • 141: Vioolkist
  • 140: Ouden van dagen
  • 139: Automatische piloot
  • 138: Leugendetector
  • 137: Hotel Milan
  • 136: De Diepe Gedachte
  • 135: De weg vragen
  • 134: Mag ik overvaren?
  • 133: Leven op Mars
  • 132: Vogelvlucht
  • 131: Faer♠er-gevoel
  • 130: Lolbroek
  • 129: Sollicitatie
  • 128: De Q van Proust
  • 127: Volg je nog?
  • 126: Kerstmisdaad
  • 125: Hartstuk
  • 124: Mozart in november
  • 123: Heb je gedronken?
  • 122: Frambozen in melk
  • 121: Appelschudder
  • 120: Quo Vadis?
  • 119: Niespijn
  • 118: Rog
  • 117: Opiniepeiling
  • 116: Vragen aan 1 engel
    Zoeken in blog

    Foto
    Aan de sneeuwzee in Vlaanderen, februari 2012
    Foto

    Jowan & Joris in Stotendorp Heule

    Foto

            Red shoes Wilma

    Foto

    Younger me, already salt 'n pepper

    DEZE KANT BOVEN (Sjors DNO)
    SCHUINE TEKSTEN
    25-11-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.174: Merk

    MERK

    Mijn oog viel op het botervlootje Planta en ik sloeg aan het denken over merknamen vroeger en nu. Wat bestaat er nog? Wat is verdwenen? Solo, Planta, Coca Cola, Kwatta, Zemir, Dixan, Almos, Sprint, Dash (jarig!), Persil, Lamot, M&M, Donko, Miele, Côte d’or, Fanta … Overleven de tweelettergrepige merknamen met ietwat van een rijmeffect het langst? Om ze langer te doen onthouden, zoals de eindwoorden in Vlaamse schlagers? Waar halen de bedenkers van die namen hun mosterd? Transportbedrijven gebruiken vaak afknottingen en combinaties van namen en plaatsen: Kortransver, Vantextor, Moertranswest, … en meer van dat fraais. Dat leidt dus soms tot de vreemdste letterwoorden, net als bij sommige firmanamen. Er is nog meer van dat leuks. Er is een dichteres bij achternaam genaamd Ozon. Een renner die Velo heet. Mijn zoon signaleerde tevens een zekere dokter Dokter. Tja, terug naar Calvé, Betterfood, Koetjes Reep en Primus. Sommige films of feuilletons die oudere tijden evoceren, moeten hun geloofwaardigheid o.a. uit oude merknamen in het straatbeeld halen: Op-Ale, Boule d’Or, Koloniale Loterij. Ooit stopte ik met stoppen met roken door de merknaam en het uiterlijk van een pakje sigaretten: Laurens 48. Een woord gecombineerd met een geheimzinnig getal. Waarom 48? Er zaten maar 20 sigaretten in. Het was een klein, geel, geruit pakje. In die tijd liet ik me ook vertellen dat ‘men’ in Knokke bij voorkeur Dunhill-sigaretten opstak. ‘Knokke’ was op zich al een merknaam voor iets anders. O, en de parfums dan. Geurige namen natuurlijk. Namen van bekende huizen. Soms ook met een getalletje erbij. En wat voor omhulsels voor het vege lijf dragen we? Hugo Boss, Mexx, P&C of Oud Huis Trio? Sommige merknamen raken in de loop der jaren zo ingeburgerd dat ze in de woordenboeken belanden, met kleine beginletter: pils, praline, ford, sandwich. Dat zijn duidelijk de blijvertjes. De taalkunde van de merknaam is best wel boeiend. Wat roept een onbestaand woord op aan geuren, kleuren, smaken? Wie doet de mooiste vondst en hoe lang gaat die mee? Hoe klinkt het bij de concurrentie? Nou, tijd voor een Cha-Cha, een Snicker of een Leo. En ik raak nog altijd niet wijs uit Balade met één l. Tot slot een tweetal beklijvende reclameslogans, ooit bedacht in tijden van oliecrisis. Voor uw Shell, loop naar de pomp. Tank u wel.


    08-11-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.173: Mens

    MENS

    Ik denk dat ik de ontroerendste plek in West-Vlaanderen ken. Tot een paar jaar geleden dacht ik dat dit de Menenpoort in Ieper was. Met de dagelijkse Last Post erbij, bij het vallen van de avond. Maar ik zie ook al enkele jaren iets anders. Zonder afbreuk te doen aan die hartaanvallende Menenpoort. Ik zie de dodengedenkplaats op het domein van Dienstencentrum Gits (in de volksmond ‘Dominiek Savio’), de bekende biotoop van de gehandicapte mens (laat ik maar het meest bekende woord gebruiken), ietwat verstopt en verborgen tussen bomen en gezond groen. Er is geen Last Post-kippenvel bij. Nooit, geen enkele dag van het mensdom. Er zijn ook geen toeschouwers. De heroïek is hier verstild. Er liggen keien, met voornamen op geschreven, op een helling zonder moeilijke trappen. Er is water te horen. Ik ontdek een bescheiden bloemtuiltje. Ik zie een bescheiden troetelbeertje tussen die keien. Ik lees de voornamen: Freddy, Günther, Rita, Katrien, … Ik kan lange tijd doorgaan met het lezen van die namen. Het zijn de namen van de mensen die minder kansen hebben gehad dan de anderen. Ze leefden op dit domein, in dit bos, dit gezonde groen, het aardrijkskundige middelpunt van West-Vlaanderen. De spoorlijn passeert er, maar het station is al jaren dicht. Mobiliteit? Ministerpraat. Ik kom er elke week. Het hoeft geen november te zijn.


    28-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.172: Pikant

    PIKANT

    Torhout: zijn sparren (waar? waar?), zijn aardewerk, soms zijn paarden, altijd zijn mosterd. Betere, scherpere en bruinere mosterd ken ik niet of weiger ik te kennen. Wat niet weet, wat niet deert. Deze delicatesse, genaamd mosterd Wostyn, verdient een ode. Torhoutse mosterd zorgt voor een hoogdag op de papillen. Op onbewaakte ogenblikken, als alleen de Schepper van Hemel & Aarde toekijkt, smeer ik mosterd uit Torhout op mijn dagelijks brood. Vroeger deed ik dat ook al, ‘in den duik’. Ik draai daarbij niet rond de pot, maar er stevig in. Dat goedje heeft een prachtige bruine kleur. Het overstijgt het middelscherpe van alle andere mostaarden die ik al heb geproefd. Hij moet ook uit dat klassieke ronde potje komen, het liefst uit een winkeltje op een hoek. Maar hoekige potjes zijn dan weer voor pickles. Zoals Duvel zich tot andere bieren verhoudt, of whisky tot andere sterke dranken, zo verhoudt Torhoutse mosterd zich tot andere pikanterieën. Naast de aardewerkscherven en enkele graszoden van de T/W-rockweide verdient ook de mosterd een plaats in het schild van de Sparrenstede. Hij is er al sedert 1869. Toen we nog lagere school liepen, controleerde de meester ons op maandagmorgen op nagelbijten en rouwranden. De stok achter de deur daarbij was: als je het nog eens doet, dan smeer ik mosterd op je vingernagels. De meester heeft nooit beseft dat dit eigenlijk een beloning was. De bakermat van de beste mosterd ter wereld is een van die oude smalle straatjes in het centrum van Torhout. Jammer dat die pikante smaakmaker nooit eens opdook in onze lessen op school. Liever dan te horen te krijgen dat België twee keer de oorlog won tegen Duitsland, had ik over mosterd geleerd: de wonderlijke combinatie tussen mosterdzaden, azijn, water en zout. Ja: liever dat dan mosterdgas. Het bijbelse mosterdzaadje zou dan ook iets meer betekenis gekregen hebben. Poperinge zijn hoppe, Wervik zijn tabak, Meulebeke zijn asperges, Roeselare zijn rodenbach, Avelgem zijn perentaarten, Lo zijn nieuwjaarswafels, Brugge zijn Japanners, Oostduinkerke zijn garnalen, Veurne zijn babbelutten, Torhout zijn mosterd. Dijon? Tierentyn? Geef mij maar Wostyn, Elsschot. 


    07-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.171: 50 vragen

    50 VRAGEN

    01 Hebben atoomwapens vijftig jaar lang de vrede bewaard?

    02 Heeft buskruit hetzelfde gedaan tussen Waterloo en Serajewo?

    03 Is het moeilijk in een Westerse democratie u verstaanbaar te maken boven een massa?

    04 Wanneer breekt de vrede weer eens uit?

    05 Waarom zijn geen van de slachtoffers gelijker dan de anderen?

    06 Is het geheugen in sommige gevallen een aandoening?

    07 Is het uit behoefte aan een grotere zee dat u herhaaldelijk op de kleinere klippen van het dagelijkse leven te pletter loopt en uw Schepper uitdaagt met iets groters op de proppen te komen of u anders met rust te laten?

    08 Betekende de Koude Oorlog de grootste ideologische confrontatie uit de geschiedenis?

    09 Is de Koude Oorlog een staaltje van Westerse pretentie en zijn de Azteken belangrijker?

    10 Preludeerde Nine/Eleven op iets veel erger en indringender?

    11 Denkt u dat u de tandpasta weer in de tube kunt krijgen?

    12 Met de roze strepen weer netjes op hun plaats zoals Amerika dat wil?

    13 Hebben de afschrikwekkendste wapens het grootste vermogen tot vrede in zich?

    14 Begint het leven bij 50 of voelt u zich een vijftigjarig succesnummer, rukkend aan zijn midlife tralies en uitkijkend op sterfelijkheid en een verspild leven?

    15 Lag u ook te lang en languit te lurken aan de tepels van de consumptiemaatschappij?

    16 Is het vandaag ook zaterdag in diverse bezette gebieden?

    17 Waar was u de nacht van vrijdag op zondag?

    18 Is een rode auto een kreet van vreugde op een begrafenis?

    19 Waarom pletten de Russen hun frambozen in spierwitte melk?

    20 Is het altijd een nietig detail dat grote thema’s op de klippen doet lopen?

    21 Hoe zou het ook kunnen dat de aarde een volmaakte bol is, gezien haar leeftijd?

    22 Kan een middellangeafstandsraket op 1 500 km de bilspleet van een vlieg opblazen?

    23 Hoe zou u zelf zijn mocht u te weten komen dat u als pasgeboren baby vooral op uzelf leek?

    24 Vindt u het ook jammer dat God dit niet meer mag beleven?

    25 Lijdt u ook aan een leven op later en dood?

    26 Wanneer komt er weer eens een dag als een ander?

    27 Dronk Winston Churchill echt al voor het ontbijt?

    28 Klopt het dat in Alaska de mensen met lampjes op hun hoofd lopen om depressies tegen te gaan?

    29 Bent u een goede Parijsleider of slaat u in paniek in zo’n grote anderstalige stad?

    30 Vliegt de adelaar ook op vrijdag uit?

    31 Moet men in iets geloven of zijn sommige zaken vanzelf waar?

    32 Waarom is een pinguïn niet bang voor een ijsbeer?

    33 Komt er van suikerriet altijd rietsuiker?

    34 Hebt u een vuurtje of hebt u het koud?

    35 Is sms de afko voor smoes?

    36 Kan iets ook zeevruchten afwerpen?

    37 Klopt het dat Marilyn Monroe alleen Chanel N° 5 droeg bij het slapen?

    38 Is een bijslaap gezond?

    39 Zou met al dat gekakel de mens misschien van de kip afstammen?

    40 Is het om te kunnen beweren dat Jezus Christus zwart was dat de moslims zijn zweetdoek willen bemachtigen?

    41 Sedert wanneer houden intellectuelen van appels?

    42 Doet het lot huisbezoeken of moet je zelf de deur uit ervoor?

    43 Wat is belangrijker: de bloedstroom naar het hoofd of die naar de weke delen?

    44 Is sneeuw roos van God?

    45 Wordt een omgekantelde schildpad door een andere schildpad geholpen?

    46 Bestaat er een kleur die we nog niet kennen?

    47 Wat doet een kluizenaar eigenlijk de godganse dag? Nacht?

    48 Als uw bijgeloof groot is, wordt uw geloof dan kleiner?

    49 Waarom hebben mooie mensen een aapje op hun schouder zitten?

    50 Wat hebt u allemaal al gestolen?


    30-09-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.170: Jinx

    JINX

    Jinx: ‘voorbode van ongeluk’. Dat lees ik in het dikste Engelse woordenboek dat ik op de kop kan tikken. Aha. Tart het lot niet. Zeg niet, schrijf niet, hoop niet, denk niet: yes! Want dan wordt het ‘no!!’. Verzwijg in alle talen uw prettig vermoeden op geluk en meeval. Gekruiste vingers? Niet doen. Duimen? Niet doen. Don’t jinx. Break a leg. Wees nederig. Niets valt te voorspellen of te forceren. Alles is in handen van de afgodin van het toeval en de willekeur. Een vlinder in Tokio kan een aardbeving in San Frisco veroorzaken. Stoute vlinder. Geloof niet in goede voortekenen. Bent u coach van iets, iemand, een groep of een ploeg? Boor ze de grond in. Dan lukt het wel. Eerst modder, de hel, dan strand, en hemel. Die tand moet eerst afgebroken worden vooraleer hij weer opgebouwd kan worden, zoveel beter als voorheen. No jinxing. Gelooft u in getallen? Doe dat niet. Zet dat geloof stop. Doof ook de hoop. U zult nimmer de lotto winnen, gevraagd worden voor de hoofdrol in een wereldbekende film of ontdekt worden als mannequin als u stilletjes of hardop daarvan droomt. Denkt u: ‘Nu of nooit’? Jammer, dan wordt het misschien wel ‘ooit’. En ooit is erg. Want tussen droom en daad staan wrede wetten in de weg. Ik zag het woord ‘jinx’ voor het eerst op televisie. Op de achterbank van een taxi zaten de hoofdpersonages van de Amerikaanse serie ‘Will & Grace’ te ruziën. Will was aan jinxen, en Grace gilde: ‘No jinxing!’. Alles liep grondig verkeerd. Zo is televisie nog voor iets goed. Ik ga dus ook nooit meer jinxen. Anderzijds blijf ik wel op vrijdagen de dertiende uitdagend in de ogen van zwarte katten kijken en opstandig onder ladders door lopen. Dat kan dus geen kwaad. Mijn bijgeloof is niet sterk. Dit jaar, in het begin van dit nieuwe kalenderjaar, heb ik gelukkig niet te veel beste wensen moeten incasseren. Daardoor verliep januari behoorlijk goed: een grondig waterlek thuis deed ons een maand op regenwater leven en noodzaakte ons de badkamer annex wasplaats te verbouwen en mijn website werd vier weken lang uit de lucht geplukt door spitstechnologische wondere weldoeners met het verstand van een potje yoghurt. Ik beperk me dan nog tot de leukste dingen. Zo, tot ziens zonder meer. 


    13-09-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.169: Wiskunst

    WISKUNST

    Mijn bewondering voor de wiskunst (een oude droom van mij) en mijn afgrijzen voor de wiskunde (een oude draak van mij) zijn beide weer toegenomen na het bekijken (tot tweemaal toe) van de film ‘A Beautiful Mind’. Daarin vertolkt Russell Crowe een geflipt wiskundig genie, tevens toekomstig Nobelprijswinnaar, dat met extreme schizofrenie leert leven. Zoals elke filmfan van elke goeie film zegt: ‘Die moet je gezien hebben’, zo zeg ik dat nu ook. Schrijvers mogen gek zijn – ze vinden toch hun eigen werelden uit, geen probleem. Wiskunstige knobbels mogen dat ook – ze redden soms de wereld door codes te kraken of toepasbare dingen uit te vinden. Wiskunde heb ik, met bewondering en met afgrijzen, altijd als wiskunst bekeken, veel liever nog dan wijsbegeerte die bewijsbegeerte wil zijn. Ik laat nu even in het midden of paarden echt wel kunnen rekenen. Uitzondering: de Houyhnmnms in de wereldklassieker Gullivers Reizen, die zeer schrandere beesten zijn. Zo’n wiskundig spinnenweb met lijnen en letters en cijfers is al net zo raadselachtig als een gedicht. Een bladzijde algebra was poëzie. Jammer genoeg wil men in de wiskunst meestal naar oplossingen toe werken. Als in een gedicht het raadsel of het geheim is ‘opgelost’ (in een soort oplossend denkwater van een of andere vermolmde uitlegger), dan houdt het op een gedicht te zijn. Het lost zichzelf op; de dichter moet dan maar weer een vers gedicht maken. Wie in de wiskunst dan de zo begeerde oplossing niét vindt, kan daar wisnijdig door worden. In de poëzie zeggen ze: schrijven is schrappen. Misschien is de wiskunde ook de kunst van het wissen. Ook al beweerde Steve Stevaert, thans bronsgroen gouverneur, een tijdlang dat 1 plus 1 gelijk is aan 3. Hij voegde toe. Misschien heeft hij het verkeerde diploma. Dat gebeurt wel eens vaker in de politiek. Ik heb onlangs een avondje backgammon gespeeld met Pythagoras en Newton, het ouwerwetse schaakspel even terzijde schuivend. Ze gaven allebei toe dat ze eigenlijk liever gedichten hadden geschreven, en dat ze dat stiekem ook gedaan hebben. De redenering van Stevaert vonden ze overdreven: hoewel ze beiden nogal bang waren voor nul, dat ze een ongetal noemden, konden ze met zekerheid bewijzen dat 1 plus 1 altijd 2 zal blijven. Omgekeerd heb ik mijn speelmaten ook bekend dat ik vroeger eigenlijk heel graag wiskunde deed. ‘Had je dan misschien de verkeerde leraars?’ opperde Newton, terwijl hij in een appel beet. ‘Maar dat is net goed’, repliceerde ik. ‘Wie zich in de lessen op school verveelt, krabbelt er stiekem op los, op de banken, op binnenflappen van boeken, en daar groeien dan later grote schrijvers uit’. Deze uitleg vond Newton bevredigend. ‘Het is dus verlangend uitkijken naar saaie leraars?’ vroeg Pythagoras. ‘In zekere zin wel’, gaf ik toe. ‘Ook een saaie leraar Nederlands?’ ‘Alles helpt’, zei ik. ‘Politiek ook?’ ‘Nee,’antwoordde ik pertinent, ‘daar lopen we niet in’. ‘Waarom niet? Politiek is toch ook saai en abstract? Zoals gedichten en vraagstukken?’ ‘Wis en zeker,’ wedervoer ik, ‘maar de abstractie betreft hier alleen maar gebakken lucht’. ‘Dus slagers, bakkers en cafébazen moeten de politiek in?’ concludeerde Pythagoras. Waarop ik de beide heren eruit bonjourde. Er zijn grenzen aan begrip.


    14-08-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.167: Met alle Chinezen

    MET ALLE CHINEZEN

    Hebt u al een kind gekocht? Of geassisteerd daarbij? Hebt u al een boek geschreven? Hebt u al een boom geplant? Een Chinees spreekwoord zegt dat dit drie dingen zijn die tijdens een mensenleven moeten gebeuren. De volgorde is van geen belang. Ach, misschien had u geen tijd daarvoor. U had het veel te druk. Er was een tijd dat u dacht: ‘Ik ben een vondeling. Mijn mannelijke en mijn vrouwelijke ouder hebben me geadopteerd toen ze nog van goede wil waren, omdat ik zo speciaal was. Nee, ik ben geen fotokopie van mijn broers en mijn zussen.’ Even later brak een periode aan waar u gedichten schreef, stiekem. Omdat u zich speciaal voelde. Ook wilde u moederziel alleen op een onbewoond eiland aanspoelen, is het niet? U leed lange tijd aan eilanderigheid. U las zelfs enkele boeken toen. U zou jonge boomstammetjes hakken, met uw altijd aanwezige Zwitsers mes daar scherpe punten aan snijden en een omheining bouwen tegen wilde beesten en kannibalen die af en toe op het strand hun medemenselijke rauwkost op kwamen peuzelen. Daarna zou u een hut bouwen, dieren plukken, vruchten melken, kleren maken en de Bijbel lezen (een drenkeling als u heeft altijd een zakbijbel bij zich), tabak telen, apen hoeden. Na jaren eilanderigheid zou u naar de bewoonde wereld terugkeren als een held. U had de knopen van het vak achter de knie, omdat u al uw schepen achter u opgeblazen had. Wel sprak u nog koeterwaals. Men had de mond vol over u. Maar ach, toen ging de wekker in uw hoofd af en u werd wakker op een muisgrijze Vlaamse ochtend niet ver van een industrieterrein. De goden en godinnen hadden zich niet vergist: u lag te vondeling in uw eigen bed, in West-Vlaanderen bijvoorbeeld, een lage streek, en niet op 300 mijl ten westen van de Chileense kust. Ja, u was wel degelijk alleen op de wereld, want u was omringd door ouders, directeuren, inspecteurs, ambtenaren, rechters, priesters, reglementen, wetten, voorschriften, spoorboekjes, tijdsschema’s. Alleen in bad was u nog alleen. En in het kleinste hokje, dat tegelijkertijd de grote kosmos weerspiegelde: het toilet. U was er de hoofddrol. Daar lag of zat u in een baan om uw eigen hoofd. Uw hart protesteerde. Hoe vlugger u liep, hoe vlugger de tijd zijn tanden in u zette. U kwam uzelf zelfs weer tegen, want de aardbol is rond. U dacht dat alleen de anderen ouder werden, tot u in de spiegel keek. Of een andere vondeling ontmoette, zonder of met grijze haren. U probeerde de gedenkdagen van uw geboorte te vieren, maar dat werden doemdagen in het gezelschap van vrienden die te veel dronken. En toen sprak u: ‘Zo, dat was het.’ Maar ondertussen vergat u misschien sporen na te laten: een kind, een boek, een boom. En u troostte uzelf, want u mompelde zwakjes: ‘Met alle Chinezen, maar niet met den dezen.’ 


    29-07-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.166: Mooiste woorden

    MIJN MOOISTE WOORDEN

    Edelachtbare, mag ik u bij dezen een lijstje aanbieden van mijn mooiste woorden? Als u ze ook mooi vindt, mag u ze even houden. Opgepast: mooie woorden kunnen lelijke dingen betekenen. Hier komen ze. Vulkaankonijn. Bloemkoolbewolking. Bietenmeetkunde. Mariablauw. Onderwatergroen. Mierenlokdoos. Onderdeurtje. Labberdoedas. Bananenrepubliek. Kaasbollendemocratie. Schrikkelkind. Puinzooisoep. Knuppelbeer. Vuurwater. Ramptoerist. Linkerhart. Eilanderigheid. Pieterklein. Appartemensen. Weekendpipo. Bamzaaien. Puisjevangen. Euroneurose. Millenniumgekte. Tappelings. Hinkstapslok. Excuustruus. Luierbruin. Frambozengeluk. Literatureluurs. Fluisternis. Steenkoolfilosofie. Apegaper. Trommelmarkt. Babbelwater. Gooikoorts. Kruismoordraadsel. Leverzwijn. Perenflauwte. Bengelbewaarder. Dakhaas. Pafzakkertje. Pokkenherrie. Jokkebrok. Kattenkotsmuziek. Pampernel. Hatsjie. Hatsjoem. Hatsjernobil. Glasvezelnost. Gorbatsjeverigheid. Kakelbont. Uk. Tunnelmens. Kindermepper. Spievensterke. Nogmaals: spievensterke. Keurslagerfrans. Kleppermansgedicht. Noenzaal. Krulslavink. Vanillevreugde. Wereldsmart. Eierboerpraatje. Koektrommelplaatje. Koninginnenlapje. Wipham. Uilnis. Artsen Zonder Lenzen. Vijgenbladverhaal. Stadsinfarct. Herenhokje. Kopdonder. Badsprinkhaan. Vakantiegangster. Herfstkunde. Verliezingskoorts. Biebwezen. Optater. Frietpeace. Missverstand. Harpoenzoen. Diepzeegedachte. Zakjapanner. Lurvenpijn. Konijnenpootplan. Sneuveltekst. Kauwgumsnelheid. Kwameisje. Hoolifant. Badscenefilm. Stroppenpot. Lookprobleem. Schierei. Piepschuimtoneel. Hemelwater. Zebrapaddentijd. Poepsnoepje. Kwakhuis. Denk ook eens na, Edelachtbare, over een mogelijk tweede betekenis van de volgende woorden: geheelonthouder, boekhouder, holbewoner, achternicht, rukwind. Ik hoop, Edelachtbare, dat vele van die woorden niet meer te kort zullen schieten. We zijn vanzelf al zo beperkt in daden en in gebaren. Graag zou ik van u het hoederecht over deze woorden verkrijgen, Edelachtbare. Ik beloof u dat ik al deze woorden zal koesteren. Aan niets zal het hen ontbreken. Mocht ik op nog een ander woord botsen, dan zal ik u deze botsing zeer zeker melden. À propos: ik wil u ook nog waarschuwen voor een nakende invasie van holle woorden. De verkiezingen, weet u wel. Ik krijg er nu al kiespijn van. Bah, wat een vies woord. 


    16-07-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.165: Rijm

    RIJM

    Pas op voor de dichter, of je ligt er. Er was eens een kei die zei: ‘Hei, ik ben een kei. Onder mij ligt een wonder. Keer mij om en je zult zien waarom.’ Een ijverige boer kantelde die kei. Toen zei de kei: ‘Ai mij, wat ben ik blij dat ik lig op mijn andere zij.’ Dit verhaal is echt gebeurd in een boek. Het is zo echt gebeurd dat het op rijm verteld wordt opdat niemand die het hoort het nog zou vergeten. Het allereerste rijm dat ikzelf ooit neerkrabbelde, was: ‘Heb je nog wat gezien? De beer zit op zijn knieën.’ Mijn probleem was toen dat dit wel klopte in mijn gesproken dialect, maar niet in Standaardnederlands. Ik vroeg uitsluitsel aan mijn papa. Die vertelde me hoe het zat. Ik was boos. Zo boos dat ik ben blijven rijmen, tot ik het vond. Ik deed de namen van de dagen met elkaar rijmen. Ik was een kei met mijn griffel en mijn lei bij zuster Serafien in de derde kleuterklas. Ik deed God rijmen met zot en marmot. Het lukte. Eindelijk was ik dichter. Dicht is dicht, of wat dacht je. En later leerde ik dan dat poëzie oorspronkelijk niet rijmde. Het was de schuld van de Latijnse kerkgezangen dat die ook begon te rijmen. Waar waren de zekerheden gebleven? Toch rijmde ik onverdroten door. Een kei in mei is ronder dan een kei in april. En ook gezonder. In april gelijkt hij op een pil. In mei gelijkt hij op een ei. Zeg nu zelf: wat is mooier dan een dooier? Na vele, vele rijmen probeerde ik de rijmen weer af te leren. Het was de beste leerschool. Want wat zijn rijmen anders dan achterklap die rijmt met achterklap? Soms ongerijmd? Links geparkeerde woorden die elkaar herhalen en de rechterkant van zo’n gedicht er rafelig doen uitzien? Alsof de ratten eraan gevreten hebben? Soms ligt er ook rijm op de daken. Zelfs de reclameslogans rijmen niet meer. Alleen op trouwbeloftes en geboortekaartjes worden nog gelijkluidende woorden onder elkaar geparkeerd. En in smartlappen en schlagers. Ik ben blauw van jou. Ik hou van de kou. Je zei zacht: wacht. Ik voel me heel apart, zo zonder hart, want ik heb het jou gegeven, voor de rest van mijn leven. Nu loop ik te beven, en het is pas halfzeven. Wil je misschien ook mijn longen? Wat nu gezongen! Maar geen gezever over mijn lever! O nee, ik hou niet echt meer van rijm. Het moet al goed verborgen zijn en onopzettelijk functioneren om goed te zijn. Wie zoekt, die vindt het wel. En wie het vindt, mag het houden, verkouden of niet verkouden.


    07-07-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.164: Internetman

    DE OUDE MAN EN HET INTERNET

    In een verhaal van Hemingway gaat een oude man op zee vissen. Hij vecht om te overleven en keert met een grote vis terug, waarvan weliswaar alleen het karkas is overgeschoten. De haaien hebben eraan gezeten. Een overwinning op het lot, een les in volharding, maar ook een overwinning van het lot en een les in nederigheid. In Kortrijk leeft ook een verslagen man. Het internet was zijn zee waarop hij ging vissen. Hij is van een kale reis teruggekeerd. Hij dirigeerde een blog waarop hij zich als Kortrijk-watcher manifesteerde. Hij beweerde op humoristische wijze het reilen en zeilen in de Guldensporenstede te beschrijven. Vaak echter gebruikte hij andere, bestaande namen van (vrij bekende) mensen om hen uitspraken in de mond te leggen of zaken toe te dichten die kant noch wal raakten. Hij deed ook aan vuilspuiterij en regelrechte onwaarheid, denkende dat het internet hem bescherming en sanctuary bood. Zijn verweer: ‘Het was maar om te lachen’. Hij gedroeg zich als een kind met een nieuw stuk speelgoed. Of een oude jongere/jonge oudere die het bestaan van e-mail ontdekt en prompt de hele wereld met dringende berichten bestookt en overal de postboxen volstouwt, tot grote woede van iedereen. Nou, die kerel dus, een zestiger, heeft juridische perikelen aan zijn been vanwege slachtoffers van zijn blog. En plotseling gedraagt deze Kortrijkse recordhouder van de ironie zich als een geslagen hondje. Hij ziet het niet meer zitten en voelt zich verslagen. Zijn blog zal voortaan ‘neutraal’ en ‘objectief’ zijn. Zielige vertoning, in dat kranteninterview met hem. Er staat een foto bij. Hij prijkt er naast de nieuwe nachtburgemeester van Kortrijk, eigenlijk ook een van zijn exploten op die verdrietige blog. De ene drinkt een pint, de andere een Leffe. Ik heb nog nooit zo hard gelachen met een oude man en zijn zee van verslagenheid. Het was maar om te lachen.


    01-07-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.163: EVBO

    EVBO

    Wij wonen in de vrijwel onmiddellijke omgeving van dodelijke lussen autostrada en ringtoestanden allerhande. Het is ons onmogelijk aan vreemdelingen de weg naar onze ruime woning uit te leggen. Er zit namelijk een levensgevaarlijke haarspeldbocht tussen. Weinigen bereiken dus ons huis heelhuids. Dat is ook niet echt nodig. Er gaat geen dag of nacht voorbij of we horen vlakbij of passerend het naargeestige voorrangssignaal van allerlei interventiewagens: politie, brandweer, ambulances. Sedert april 2007 (de maand van de Grote Drooglegging, weet je nog) woont er een slimme vogel in de bosschages op ons woonerf. Zijn repertoire is heel uitgebreid. En ook wel boeiend om naar te luisteren op een sufnamiddag bijvoorbeeld. Er steekt variatie in. Hij heeft papegaaientalent. U kunt het intussen al raden. De vogel imiteert om de haverklap ook het lugubere geluid dat bij de 100-diensten hoort. Nog een blauw zwieplicht op zijn kop, en hij wordt de Eerste Vogel Bij Ongevallen. We vermoeden ook dat onze EVBO effectief naar de onheilsplaatsen gaat kijken. Telkens er zo’n hulpauto met signaal voorbijraast, verstomt namelijk de vogel. Wellicht achtervolgt hij dan de hulpdiensten. Daar aangekomen steelt hij met zijn ogen. Gezeten op een vangrail loert hij alles af. Hij neemt gratis lessen in Eerste Hulp Bij Ongevallen. Je zou hem ook ‘pechvogel’ mogen noemen, omdat hij neerstrijkt op plaatsen waar de pechstrook meer dan ooit haar betekenis krijgt. Kijk, eerlijk: ik hield al niet van de vogels van Hitchcock, ik hou niet van kiekens, ik moet niezen als ik een pluim zie, ik haat het vroegochtendlijke lentegekwetter van dat pluimvee, en ik vind onze EVBO een masochist. Hij moet zijn snater houden. Of alleen maar Rachmaninov en Mozart en Pachelbel fluiten. Iets in die aard. Jean Baptiste baron Toots Thielemans mag ook. Hij kan ernaar fluiten.


    19-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.162: Hondenleven

    HONDENLEVEN

    Daar ligt hij. Zogezegd onverschillig. Maar als ik beweeg, luikt hij een oog. Het registreert alles. Het denkt: ‘Misschien neemt hij me mee op stap.’ ‘Misschien valt er een knabbelkoekje uit de kast.’ Hij denkt dat ik niet zie dat hij kijkt. Kijk: hij kijkt weer weg. Nee, hij wil zich niet opdringen. Intussen zijn z’n gedachten al zo rood als de vitrine bij de slager. Zie, ik betrap hem op een visioen: hij komt binnen bij de slager, de deur stond aan, de bel marcheerde niet, geen kat, geen klant te zien. De rest laat ik aan zijn verbeelding over. Ik eet liever vis. Voor een aai of een koekje gaat deze onnozelaar op z’n rug liggen. Dat terwijl de vraag klinkt: ‘En wat doen de meisjes in Parijs?’ Het kon net zo goed Berlijn zijn. Of: anijs, pladijs, glad ijs. Soms gaat hij vanzelf op zijn rug liggen. Daar tuin ik niet in. Soms gaat hij als tochthond op de deurmat liggen. Dat heeft meer zin. Je bent een hond of je bent geen hond. Je leidt een hondenleven. Hij wordt kwaad als iedereen te lang afwezig blijft. Dan haalt hij baldadig een schoen of sok van boven. Die deponeert hij dan ostentatief ergens beneden. Als hij echt baalt, plast hij ergens in een verboden zone. Even zijn handtekening op ons strafblad zetten. Daarna gaat de lafaard nederig in een verdomhoekje van het huis liggen. Hij aapt ons na door boterhammen te eten die hij tussen zijn voorpoten vasthoudt. Humor betekent bij hem dol gehuppel en gedoe met een onnozel namaakbeen. Maar hij kan niet lachen. Tv, films en boeken zeggen hem niks. Hij snapt geen reet van muziek. Maar hij leeft wel mee als iemand in huis ziek is. De manier waarop hij zich dan bij de getroffene neervlijt: ‘Hei, even doorbijten, ik ben er ook nog, ik begrijp het.’ Die hond, ik gun hem zijn bloedrood visioen. Meer kan ik niet doen. Hij weet niet eens wat de meisjes in Berlijn doen.


    09-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.161: Carrière

    CARRIERE

    Luister eens. Er zijn twee mogelijkheden. Ofwel doe je eerst onnozel en later gewoon, ofwel begin je gewoon en doe je later onnozel. Gewoonlijk slaagt de eerste categorie beter dan de tweede. Onnozele toestanden worden het vlotst toegeschreven aan jongere leeftijden. En ook daarom het snelst vergeven. Gekheid op latere leeftijd pruimt men niet. De bekendste tafelspringers en grote muilen profileren zich na hun veertigste plotseling als filosofen, meninghebbers of in het ergste geval politici. Zelfs Kamagurka, een vleesgeworden drol, praat al met twee woorden. En Lanoye zwijgt in alle talen, vooral de zijne, over zijn Agalev-avontuurtje. Pas op: er zijn er ook die hun hele verdomde leven lang gewoon doen. Voorspelbaar dus. De veilige keuzes. De grijze pakjes. Watou bijvoorbeeld, die zomer: dat is het Pompei van de poëzie. Ons kent ons, en ons klopt elkaar op de schoudertjes, en ons nodigt ons uit, want ons kan omgekeerd ook wat doen voor ons. Naar verrassingen moet je daar niet zoeken. Het is er eerder een consecratie van namen. ‘Ik heb net klein maar fijn gegeten met Hugo’. ‘Ach, Jozef is een ietsepietsie verkouden’. ‘Zou Guido weer te laat komen?’ Eenzame hoogtes! Negeren die oproerlingen en dwarsliggers! West-Vlaamse dichters? Nou, je moet toch ergens geboren zijn en wonen, hé. Er schijnen er zes komma vijf te zijn. Ik ken er dertien. Goeie, hoor. Niet van die tiepen die al jaren uit de provincie weg zijn, met een geforceerde Brabantse ie of e praten en alleen de treurnis van dit verre westen hier verkondigen. En nog eens ‘afzakken’ naar ‘de Vlaanders’ om aan de micro gesubsidieerde zwaarmoedige achterklap te mompelen. Dit is geen oprisping. Het is een pleidooi tegen klieken en kliekjes, tegen voorspelbaarheid. Ik pen een gevoel neer dat ik deel met minstens tien dichters. Kijk: ik heb geen sympathie voor carrièreplanners. Dichten is een avontuur. Een windvlaag harkt de herfstbladeren veel mooier samen dan een hark. Het gepiep van de zichzelf subsidiërende en prijzende grijze muizen van de poëzie moet gesmoord worden. Ik heb evenmin sympathie voor pluimstrijkers. Ik hoop dat zij zich doodvreten en –zuipen aan de tepels van de hoer die de poëzie is. Tot slot een kort dialoogje. ‘Ha, gij schrijft gedichten, hé?’ ‘Ja.’ ‘Kunt ge daar van leven?’ ‘Ik kan er wel bij blijven werken.’ ‘Leeft ge dan niet van de pen?’ ‘Ik leef voor de pen.’ ‘Ge zijt altijd een beetje een rare snuiter geweest, hé?’ ‘O, is het al zo laat?’ 


    30-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.160: Coureur local

    COUREUR LOCAL

    ‘Afmaken.’ ‘Doodzitten.’ ‘Zuurstoftekort bezorgen.’ ‘Te pletter.’ ‘Sterven.’ In deze bewoordingen versloeg de tv-commentator een wielerwedstrijd. Als je alleen maar luisterde, had je kunnen denken dat dit over de Bezette Gebieden ging, of Irak. Het klonk net als bij de voetbaljongens, waar voetbal oorlog is. Dat de ene renner rapper dan de andere rijdt, moet niet uitgelegd worden in termen van dood, slachtpartijen en oorlog. Als het zo zit, moet je om een koers te winnen het voltallige peloton maar doodschieten. En er voor zorgen dat je zelf overschiet. Beroepshalve om ter rapst fietsen, heeft niks met wapengekletter en doodsgereutel te maken. Meer met velo’s en vitamines. De oorlog speelt zich in het hoofd en de borstkas en de benen van de renner af. De salvo’s bestaan uit vloeken en fluimen en snot. Het doel is zoveel mogelijk renners achter je te laten. Toch valt dat oorlogstaaltje van de verslaggevers wel te begrijpen. Ze maken de winnaar bij voorbaat al groter en beter dan de rest. De niet-winnende rugnummers kunnen het alleen maar betreuren dat ze ondanks de uitvinding van het wiel niet aan hun trekken zijn gekomen. Op de vooravond van een Gent-Wevelgem dwaalde ik bij de eindmeet rond. België was in een boze bui. De tribune glom van de nattigheid. De weg leek op een skispringschans, maar dan plat. Het VRT-materiaal stond eenzaam te bibberen in de sneeuwkou. Maar die woensdag zelf daalde het hemelse snot der engelen niet in de vorm van regen neer. Plotseling scheen de zon weer over Vlaanderens velden. Waaierend voltrok zich de koers. Een Belg won met drie millimeter voorsprong op een Italiaan. Forza Italia? Dumpen! Zijrangeren! Over mijn lijk! En het zijne! In de gracht ermee!


    15-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.159: Kip ik heb je

    KIP IK HEB JE / CHICKEN SURPRISE

    Een zonnige dag in Noord-Dakota, lang geleden. Katoenen wolkjes dreven lui in de lucht. We hadden net geluncht. De restjes waren voor onze oude hofhond Lad. Hij maakte onmiddellijk werk van de beenderen. De aardappelen, die hij niet zo lustte, maar die hij ook niemand anders gunde, liet hij liggen. Vooraleer hij een uiltje ging knappen op zijn favoriete plekje in de zon, mikte hij met zijn neus nog een portie aarde en vuil over de aardappelen in zijn schotel. Zo deed hij het altijd. Ikzelf was intussen aan het werk aan de tractor. Hierbij zat ik neer op de grond. Af en toe diende ik even met mijn hand steun op de grond te zoeken. Plotseling voelde ik het, plettend en glijdend tussen mijn vingers: kippenkwak! Man, dat was hatelijk! Niets hielp ertegen; minutenlang zowat door je hand heen boenen met vuil en vodden en zand belette niet dat je eeuwig stinken bleef. De meisjes zouden mij te allen tijde mijden, hun neusjes dichtknijpend. Ze zouden me de Kippenkwakkerel ofte de KKK noemen. Terwijl ik verder verwoed aan het wrijven en vloeken was, kreeg ik plotseling onze oude haan in het vizier. Met parmantige, trage eendentred stapte hij in de richting van Lad’s smerige aardappelschotel. Ondertussen hield hij de oude soezende hond ook in de gaten. Tja, ik hou wel van wat ontspanning op een zonnige namiddag. Ik wist dat de haan al ettelijke keren door de hond weggejaagd was. Die hield niet van kiekens binnen een straal van 30 meter om zijn bord. De haan (natuurlijk de dader van die kippenkwak van daarnet) moest zich die dag ofwel stierlijk vervelen ofwel koesterde hij een doodswens. Het duurde zeker nog 15 minuten vooraleer hij het etensbord bereikte. Hij was hoogst geconcentreerd. Zo dom als een kieken? Die haan had wel degelijk een plan! Bijna werkte zijn plan, totdat hij in zijn opwinding plotseling morsecode begon te pikken op de bodem van de schotel. Kie-ken-in-de-pot! Kie-ken-in-de-pot! klonk het tergend. Kende de oude hond Lad ook morsecode? Waarschijnlijk: in minder dan drie sprongen hield hij een tuil van hanenveren in zijn muil. Een krijsende haan vloog terug vanwaar hij gekomen was. Ja!! gilde ik enthousiast, en neem je kwak met je mee, stom kieken! 45 jaar later heeft mijn hand weer voldoende huid kunnen vormen om het stigma van de kippenkwak te genezen.
    PAT DENOWH (Arizona, U.S.A.) & JORIS DENOO (Vlaanderen, België)


    06-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.158: Politiek programma

    MIJN POLITIEK PROGRAMMA

    Geachte kiezerin en kiezer, beste burgers. Graag pik ik wat van uw kostbare tijd om mezelf voor te stellen en uw stem te vragen. Mijn kandidatuur voor de verkiezingen hoeft niemand te verwonderen. Ik wil macht en ik wil geld. Reeds lang voel ik de politieke microbe in mij woekeren. Het is een schitterende ziekte, waar ik u allen het slachtoffer van wil maken. Wat u dan nà mijn verkiezing uitvreet, gaat me geen bal meer aan. Ikzelf heb de knoop doorgehakt. Ik wil vernieuwing, doorbraak, grote kuis, evenwicht, vooruitgang en rechtvaardigheid. Ik wil ten minste ergens een rustige zetel, om te kunnen indommelen en slapend rijk te worden. Als het even kan: een ministerpostje. Ik denk dat ik er het talent voor heb. En de visie. Als ik spreek, blijft een dichte woordendamp in de cafés hangen. Als ik schrijf, trek ik rookgordijnen op. Mijn lijf vrààgt gewoon om een gratis autonummerplaat en belastingvrijheid. Dat lijf is al op talloze recepties getraind. Mijn glimlach is in mijn aangelaat gebeiteld. Mijn kop straalt politieke integriteit uit. Hij staat ten dienste van de gemeenschap. Hij ziet er ook bruin uit, door de vele korte vakanties op Jersey, op de Antillen, op de Kaaimaneilanden en in andere Zwitserlanden. U kent me en u weet dat ik altijd mijn beloftes waarmaak. Ik wil alle groen weg uit de stad. Daar is het platteland voor, weet u wel. Een stad moet uit neon en beton en fritures en cinema’s bestaan. Wég met die hinderende bloembakken en hangende tuinen. Basta. Fietsers en voetgangers moeten onder de grond, via een tunnelsysteem. Eenzelfde systeem als dat van de buizenpost zorgt ervoor dat ze het echte bovengrondse verkeer niet langer hinderen. Vriendjes worden in mijn politiek zeer gewaardeerd. Mijn vernieuwde aanpak (afbraak sociale zekerheid, ontmoedigingspolitiek voor natuurontwikkelingsprojecten, subsidiestop cultuur, sluiting tijd- en geldverslindende parken en sportvelden, parkeermeters in de buitenwijken) geldt niet voor hen. Voor wat, hoort wat. Ik zal het wel pakken waar al mijn voorgangers het gepakt hebben: bij de gewone man. Ik wens ook uitdrukkelijk belastingen te heffen op lelijkheid. Gedaan met druipende bloembakken op vensterbanken, huisjes met rode of blauwe luiken, gevels in aquarelkleuren, wildplak van rockaffiches, langharig tuig van de richel, kaalgeschoren kotjesvolk, flaminganten met ringbaarden, liberalen met gel op hun kop, socialisten met designdassen en zonnebank-CD&V’ers die een seizoen lang dictielessen genomen hebben. De spitsuren zal ik afschaffen door de scholen langer te laten duren en de fabrieken nog langer. Er komt ook een avondklok. Ze moeten het maar weten, zeg ik. Onze kas kan er wel bij varen. Ja, beste burgers, met uw steun zie ik het wel zitten. Geef me een kontje. Kleur straks mijn bolletje rood, want het is vijf voor twaalf op mijn rolex. Ik sta op de 18e plaats van de lijst Vlaamse Windhanen. Op de groepsfoto herkent u mij aan mijn hangbuik, glimmende kin, worstenvingers. De zon ketst gezellig op mijn trouwring af. Uit mijn linkeroor druipt wat hersensap. Ik draag een driedelig politiek apenpakje. Mijn dienstbetoon? U kunt me altijd aantreffen in café Het Politieke Beest op de Koeienmarkt, de nacht van vrijdag op maandag. Vrouwen graag een rokje, maar zakenmensen gaan voor. Ik ben namelijk een gezonde hetero. Ik zou zo zeggen, geachte kiezerin, kiezer: graag en steeds tot uw dienst. Doorzetten! Werken aan de toekomst! Samen op weg! Inspraak! Verandering! Blablablablablabla!!!


    22-04-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.157: Design

    DESIGN

    De tand des tijds zorgde ervoor dat de stad ons met een gapend gebit toegrijnsde. Ettelijke firma’s, winkels en huizen gingen tegen de vlakte. Overal werden kiezen getrokken. We maalden erom en we baalden ervan. Vaak vonden we het andermaal jammer: dit hier mocht niet verdwijnen, dat daar zou allicht vervangen worden door een nieuwe miskleun. Synchroon daarmee grepen her en der wegenwerken om zich heen. Steeds minder liep de stad de kans om als filmlocatie uitgekozen te worden, tenzij dan als onbestemde, unheimliche ruimte die symbool zou kunnen staan voor het totale niets. Design als onherbergzaamheid. Wie zichzelf om negen uur in de avond door de straten hoorde stappen, terwijl iedereen voor de televisie in de sofa aan topsport zat te doen, kon zich de vraag stellen: ‘Waar is en wat doet iedereen hier nu? (population: 75 000)’. Nou, tv-staren dus. De prijs die voor stadsdesign betaald werd, was hoog. De prijs bestond in ontstentenis van menselijke aanwezigheid. Men was verschanst. Design betekende ook: vesting, wal, versterking, afstand. Er stroomde een rivier door de stad. Gewoonlijk tovert een rivier een blos op beide wangen van zo’n stad. Niet zo hier. Hij passeerde als een vreemd voorwerp, langsheen twee doodstille oevers, rillend en rimpelend. Diende er dan verhuisd te worden? Ach. Een mensenleven lang gaf elke inwoner de stad een kans. Levenslang. Het zou ooit wel goed komen. Niet iedereen immers kon in de hoofdstad wonen, leven en werken. Men offerde een gezellig openbaar leven op voor design. Men bleef thuis en keek oogluikend toe hoe subsidiegelden werden besteed. ‘Wacht maar.’ ‘Het zal nog de moeite lonen.’ ‘We moeten geduld hebben.’ En toen ging men dood. En er waren geen vergelijkingspunten meer, want herinneringen waren alleen nog ingekaderd in foto’s zonder commentaar. Dat overkwam de stad: design. De vlag die de lading toedekte. En de boten op de rivier, ooit gouden lint, thans traankanaal, meerden niet meer aan. Ze lieten de stad zowel links als rechts liggen. De mensen slibden niet meer aan in de winkelstraten. Pleinvrees heerste alom. De lava van design had een nieuw Pompei geschapen.


    13-04-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.156: Kreeft

    KREEFT

    A – Dat horoscopengedoe vind ik larie en apekool.
    B – Je zou er toch van opkijken hoeveel er telkens van de mijne klopt.
    A – Bah, ze schrijven het natuurlijk zo om het te doen kloppen. Ik bedoel: alles klopt altijd. Zo kan ik het ook.
    B – Ja, nee, maar echt: ik ben toch al een paar keer onder de indruk geweest van …
    A – … van die vrouwenwichelarij? Geloof jij daar in?
    B – Zeg, héla. Ik ben er niet dood van gegaan hé!
    A – Nog niet, nee.
    B – Vorige week had ik toch echt …
    A – En je was ziek vorige week!
    B – Ewel ja: en er stond warempel …
    A – ‘Goed contact met dokters’?
    B – Niet overdrijven, hé.
    A – En wat staat er deze week in? Dat je mij zult tegenkomen?
    B – Nee, dat je moet uitkijken voor kleine dingen met grote gevolgen.
    A – Ik?
    B – Ja.
    A – Heb je de mijne dan gelezen?
    B – Ja.
    A – En wat staat erin?
    B – Dat je meer moet luisteren naar wat er gezegd wordt.
    A – Jij bent zeker een Kreeft?
    B – Niet ‘een’ Kreeft, gewoon: ‘Kreeft’.
    A – Jaja …
    B – Chinees of Westers?
    A – O, saignant.


    01-04-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.155: Nicotine

    NICOTINE

    A – Sigaar?
    B – Nee, dank u.
    A – Niet-roker?
    B – Ex-roker.
    A – Aha. Nooit meer … ?
    B – Soms wel, ja.
    A – Maar nu niet, blijkbaar.
    B – Ik rolde ze zelf.
    A – Aha. Hoe lang al?
    B – Zeven maanden en drie dagen.
    A – Grote gribus! Hopelijk lukt dat hé.
    B – Ik voel me al een heel ander mens.
    A – Ja, dat zal wel. Maar ik inhaleer niet. Vroeger wel. Toen rookte ik echt. Allez: écht echt.
    B – En nu alleen nog sigaren?
    A – Drie per dag. Soms kan ik me daar aan houden.
    B – Ik rolde er vroeger dertig per dag, maar het waren van die dunne.
    A – Meer papier dan tabak, haha.
    B – Dat zei mijn grootvader ook. Hij is er 94 geworden. Met roltabak.
    A – Als werkgever neem ik eigenlijk geen rokers in dit bedrijf aan.
    B – Dat was dus een test, daarnet?
    A – Haha.
    B – Roken op het werk is inderdaad tijdverlies.
    A – Vindt u dat ook?
    B – Zeven maanden al. En drie dagen.
    A – Sigaar?
    B – Wel eh …


    19-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.154: Gastronomen

    GASTRONOMEN

    A – Ik denk dat ik maar eens de scampi’s neem.
    B – Ik twijfel nog tussen …
    A – Met look, of misschien met die roomsaus.
    B – Het ziet er allemaal wel lekker uit.
    A – Best te vreten hé?
    B – Kiezen is verliezen. Ik denk dat ik het allemaal neem.
    A – We moeten dan nog de wijn bekijken ook.
    B – Jammer dat er geen konijn op staat.
    A – Dat is seizoengebonden zeker?
    B – Ik weet niet of konijn seizoengebonden is.
    A – Of hutspot.
    B – Dat hangt misschien wel af van het seizoen, denk ik.
    A – Weet je wat ik ook van lek-me-lipje vind? Dat is vissoep.
    B – Ja, dat is eten en drinken hé.
    A – Ze zeggen dat van guinness ook.
    B –
    A guinness a day keeps the doctor away.
    A – Is het niet:
    an apple a day?
    B – Whatever. We gaan hier toch geen appelen zitten eten hé.
    A – Maakt te veel lawaai. Nee, we mogen vooral niet te gezond doen.
    B – Zeg, heb je nu al over de wijn beslist?
    A – Nee, ik moet nog … Help eens een beetje.
    B – Die steaks zijn wel aan de dure kant, vind ik.
    A – Ja hé?
    B – Weet je het nu al?
    A – Eh … mm … tja …
    B – Hé?
    A – Een broodje-gezond dan maar.
    B – En voor mij een uitsmijter. Zoveel tijd hebben we nu ook weer niet hé.
    A – Nee.




                                                  COPYRIGHT JORIS DENOO
    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Een blauwe plek
  • Moord !
  • Meester in de Vakken
  • De ongecomponeerde noot
  • Poëzie
  • Romaneske boeken
  • Satisfiction
  • Romans & Theater
  • Vreeslijke verhalen
  • Miljarden flarden

    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Sjors DNO eind vorige eeuw in een sneeuwstorm in Chicago


    Mail

    Druk op de knop


    Archief per jaar
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005

    Foto

    Foto

    Foto

                       IK ALS UK
    Foto

    Me reading HARDZIEK, romandebuut Sarah Denoo

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!