NIEUW: Blog reclamevrij maken?
SCHUINE TEKSTEN
Inhoud blog
  • 259: Kwaak
  • 258: Geschoold
  • 257: A la recherche
  • 256: WJZBJZ
  • 255: Eindelijk
  • 254: 'Het' gezin
  • 253: Repetitieruis
  • 252: Kiespijn
  • 251: Reizen Hiernamaals
  • 250: HET JAAR ELF
  • 249: Gezondheid
  • 248: Speeltijden
  • 247: Rood licht
  • 246: Ruis
  • 245: Weg
  • 244: Mom
  • 243: 11
  • 242: Kloon
  • 241: In de put
  • 240: Huid & Haar
  • 239: Zomer 11
  • 238: Duimen maar
  • 237: Poirot
  • 236: Smoke
  • 235: Collateral
  • 234: Nachtraven
  • 233: Undercover
  • 232: Frietpeace
  • 231: Kopie-Kopie
  • 230: Gezeid is gezeid
  • 229: Vreemde man
  • 228: Een stuk
  • 227: België
  • 226: Mijn meesters
  • DRAMA
  • 225: GVD
  • 224: Veldinterview
  • 223: Sprook
  • 222: Zappa
  • 221: Een bod op God
  • 220: Curryculum Vitae
  • 219: Tovenaar
  • 218: Perspest
  • 217: Animatietype
  • 216: Ruim
  • 215: De erwt
  • 214: Podiumbeest
  • 213: Mobiliteit
  • 212: Twee tijgereieren
  • 211: De kus
  • 210: Wolf
  • 209: Een reus
  • 208: Opsporingsbericht
  • 207: K met zuurpruim
  • 206: Volksverlakkerij
  • 205: Doppedrop
  • 204: Kap
  • 203: Affiche
  • 202: Regen
  • 201: Stuk
  • 200: Hair
  • 199: Wie A zegt
  • 198: Bijsluiter
  • 197: TV
  • 196: Arno
  • 195: Letters & Letteren
  • 194: Taalkunde
  • 193: Onder de zon
  • 192: Besparen
  • 191: De goede man
  • 190: Van die dagen
  • 189: Zwarte zwaan
  • 188: Questionnaire
  • 187: Say cheese
  • 186: Loteling
  • 185: Een zwaluw
  • 184: Grijs
  • 183: Claus
  • 182: Liefhebber
  • 181: Monumenten
  • 180: Erger
  • 179: Landbouw
  • 178: Bijna
  • 177: Onafhankelijkheid
  • 176: Zo fout als wat
  • 175: Wei-gevoel
  • 174: Merk
  • 173: Mens
  • 172: Pikant
  • 171: 50 vragen
  • 170: Jinx
  • 169: Wiskunst
  • 168: Vederlands
  • 167: Met alle Chinezen
  • 166: Mooiste woorden
  • 165: Rijm
  • 164: Internetman
  • 163: EVBO
  • 162: Hondenleven
  • 161: Carrière
  • 160: Coureur locale
  • 159: Kip ik heb je
  • 158: Politiek programma
  • 157: Design
  • 156: Kreeft
  • 155: Nicotine
  • 154: Gastronomen
  • 153: Verleiden
  • 152: Opinie
  • 151: 1e hulp in gevallen
  • 150: Verzamelwoedend
  • 149: Fakir
  • 148: Cliché
  • 147: Iets anders
  • 146: Uit de kunst
  • 145: Appartemensen
  • 144: Wereldwoeden
  • 143: Ongerijmd
  • 142: Dagboek van 1 dief
  • 141: Vioolkist
  • 140: Ouden van dagen
  • 139: Automatische piloot
  • 138: Leugendetector
  • 137: Hotel Milan
  • 136: De Diepe Gedachte
  • 135: De weg vragen
  • 134: Mag ik overvaren?
  • 133: Leven op Mars
  • 132: Vogelvlucht
  • 131: Faer♠er-gevoel
  • 130: Lolbroek
  • 129: Sollicitatie
  • 128: De Q van Proust
  • 127: Volg je nog?
  • 126: Kerstmisdaad
  • 125: Hartstuk
  • 124: Mozart in november
  • 123: Heb je gedronken?
  • 122: Frambozen in melk
  • 121: Appelschudder
  • 120: Quo Vadis?
  • 119: Niespijn
  • 118: Rog
  • 117: Opiniepeiling
  • 116: Vragen aan 1 engel
  • 115: Garnaal
  • 114: De catering-collectie
  • 113: Grot met klaprozen
  • 112: Rechtspraak
  • 111: Paaseierensmelting
  • 110: Gezeid is gezeid
  • 109: Verre westen
  • 108: Regenkleurenboog
  • 107: Vraagstaart
  • 106: Mooie woorden
  • 105: Elverdinge-file
  • 104: Perte totale
  • 103: Stenen
  • 102: Hebben
  • 101: Roeselare blues
  • 100: Straat
  • 99: Oud nieuws
  • 98: Altijdwitte kerst
  • 97: Een goed gevoel
  • 96: Op je tellen passen
  • 95: Het anciauvisme
  • 94: Dichter in Darlingen
  • Onwijze uk
  • 93: Wijs & grijs
  • 92: Beeld & Woord
  • 91: Flater
  • 90: De Brabançonnettes
  • 89: Mirakel
  • 88: De ziel van het kind
  • 87: Bos
  • Hoofdzaak
  • 86: Stik
  • 85: Crime de la crime
  • 84: Lawine
  • 83: Een kacheltje
  • 82: Record
  • 81: Spin
  • 80: Geen mosselen
  • 79: Letteren
  • 78: Krantenpraat
  • 77: Kort-kort-lang
  • 76: Oud & Stief
  • 75: Zomer in Amerika
  • 74: Kaap Kont
  • 73: Assepoes' dagboek
  • 72: Weps
  • 71: Een grappige god
  • 70: Sporen
  • 69: Verloren Vlaams
  • 68: Onder indianen
  • 67: Godendrank
  • 66: Zijne Doorlichtigheid
  • 65: Zomer in de stad
  • 64: Rozemarijke
  • 63: Coup de mémoire
    Zoeken in blog

    Foto
    Aan de sneeuwzee in Vlaanderen, februari 2012
    Foto

    Jowan & Joris in Stotendorp Heule

    DEZE KANT BOVEN (Bjarne Donderdag)
    SCHUINE TEKSTEN
    12-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.71: Een grappige god

    EEN GRAPPIGE GOD                 

    Ik denk dat er een grappige God bestaat die zich af en toe schaterlachend op de dijen slaat van plezier. ’s Nachts, als de meeste stervelingen slapen, amuseert Hij zich met het verplaatsen van voorwerpen en het scheppen van chaos. Tegen de ochtend zet Hij alles dan weer op zijn plaats. Soms is Hij verstrooid en vergeet Hij iets terug te zetten. Hij verplant soms zelfs een boom of een auto, vooral tijdens weekends. Sommige mensen denken dan dat ze dronken zijn, vergeetachtig of dement. Ook laat Hij ons geloven dat we over de gave van het voorspellen beschikken. Hij laat ons bijvoorbeeld aan iets of iemand denken, en hupsakee: twee dagen later gebeurt er iets waardoor dit ongeveer voorspeld had kunnen zijn. Dan vermoeden we dat we heel speciaal zijn. Zo laat de grappige God ons zelf eens Godje spelen. Om te lachen. Dan klinkt de schaterlach van de grappige God luid door de hemelen. Hij lacht met de domheid en de pretentie van de mens. En dan gaat Hij ook overdrijven: Hij maakt opzettelijk een voorwerp zoek dat iemand hard nodig heeft. De bril draagt daarbij zijn voorkeur weg. Ook met mobieltjes, sleutels en portefeuilles durft Hij zich wel eens te amuseren. Als het ongeveer te laat is, zorgt Hij er dan wel voor dat het verloren voorwerp vlak voor de neus van het slachtoffer ligt of opduikt, alsof het altijd op die plaats is geweest. Alsof die mens vreselijk dom is. Dan ligt de grappige God echt in een deuk. En wat heeft die fratsenmaker nog op zijn goddelijke kerfstok? Wegenwerken zonder wegarbeiders. Omleidingen waarbij je onveranderlijk weer op je beginpunt arriveert. Een wet die zegt: als iets kans loopt niet te lukken, dan gaat het niet lukken. Variant: het slechtste scenario loopt kans zich het meest te realiseren. Een boterham zal aldus altijd op zijn beboterde kant op de grond vallen. En je zult er bij het oprapen nog in trappen ook, want een ongeluk komt nooit alleen. Ach, die grappige God toch. Laten we het Hem vergeven. Hij is ook maar mens geworden, nietwaar.


    08-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.70: Sporen

    SPOREN       

    Ik heb iets met treinen. Een van de mooiste plekken ter wereld is de Oriënt Express, ook al omdat dat mooie ding altijd in beweging is. Mijn collectie treintickets bestaat al uit diverse soorten. De kleine, harde, paarse kartonnetjes van weleer waren de handigste om op te knabbelen bij vertraging. Lange tijd ook kregen we van die slappe, witgeel gespikkelde vervoerbewijzen. De huidige formulieren, door computers uitgebraakt, zijn te groot en te lelijk. Ook de tarieven liggen te hoog, tenzij je er voor zorgt dat je weduwe of wees wordt. Voor de rest dweep ik met het spoor. Ik heb zelfs ooit een treingedicht gemaakt, dat maandenlang razendsnel in ons koninkrijkje de ronde deed. Ik zit liever klokvast in de trein dan klikvast in de auto. Gewoonlijk reis ik ruggelings naar mijn bestemming toe. Ik weet niet waarom, en pieker vaak tijdens treinreizen over de wetten van de fysica. Eerste klasse interesseert me maar matig. Het echte leven in een trein speelt zich in tweede klasse af. Geknal van opengerukte colablikken, ochtendmisselijke mensen, geritsel van sportkranten, stank van ongewassen scholieren met gel op hun kop, de eeuwige heen en weer wandelende en waggelende gek in de middengang (elke trein heeft zijn zonderling, die nooit gaat zitten maar altijd heen en weer pendelt, een soort beweging-in-beweging), bedienden die liever eerste klas zouden reizen, rokende schoolmeisjes die hun rook hardop weer uitblazen, wezenloze avondmensen wier hoofd als een te zware pompoen tussen hun schouders heen en weer rolt, tiepen die je ononderbroken zitten aan te staren. Dit rollende leven fascineert me. Kijk hoe de treinwachter met een Clint-Eastwoodreflex zijn knipmachine uit zijn holster trekt! Er gebeurt altijd iets in treinen. Paul Delvaux schilderde ze. Johan Daisne schreef erover. Gustaaf Vermeersch ook. Hercule Poirot loste er een misdaad in op. Louis Tobback wou zich ooit uit protest ervoor leggen, op de rails voor de aanstormende HST. Butch Cassidy, Jesse James en Ronald Biggs beroofden ze. En mijn vriend de conducteur, een geknipte kerel, ontmoette op zijn trein naar Parijs in de restauratiewagen de acteur Richard Burton, lang geleden. Die vroeg een fles whisky aan de kelner, een entrecote en een Deense dog. ‘Wablief??’ Sorry?? Pardon??’ vroeg de drietalige kelner. ‘Een Deense dog?’ ‘Yes, yes,’ knikte Burton, ‘en die gaat de entrecote opeten.’


    06-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.69: Verloren Vlaams

    VERLOREN VLAAMS              

    Dit is het tijdperk waarin advocaten Arne kunnen heten en ukken met Oscar, Cyriel of Marcel aangesproken moeten worden. What’s in a name? De meeste heiligen zijn al lang uit de kalenders geschrapt. Ik maakte een wandeling langsheen de naamborden in het Kortrijkse advocatenkwartier. Het regende en miek er zo koud. Conclusie van mijn tocht: de tijd staat stil, het zijn de mensen die veranderen. Bijvoorbeeld van naam. Oude mensen dragen nu jonge namen en peuters dragen opapetten. Een van de honden van de Nederlandse dichter Simon Vinkenoog heette zelfs Joris. Waf. Toen hij me dat vertelde, voelde ik me zeer vereerd. Namen roepen associaties op. Yasser: keukenhanddoek. Theresa: ook zoiets. Mahatma: geen kleren. Nero: fakkels. Hitler: neushaar. Elvis: heupen. Dichters kiezen soms een pseudoniem waar weer of wind of water in zit: Westerlinck, Van Wilderode, Mandelinck. Otto is handiger: kun je twee keer gebruiken, van voor naar achteren en vice versa. Zoals het Panamakanaal: ‘A man, a plan, a canal: Panama’. Bekendste initialen ter wereld: JR, JFK. In België: VDB. Ijskreem, weet je wel. Afko’s, onderdeeltjes van een turbotaal, afgeknepen stukjes worst: een lupa (lunchpakket), een buma (burgermannetje). ‘Man, kort van stof, wnst. knsm. m. vr. krtgrkt.’  Medeklinkers zeggen alles, maar de grote klankverschuivingen gebeuren via klinkers. Nico de mus heet voluit eigenlijk Nicodemus. De zus van je zus heet Jezebel. Jezus was iemand anders uit de familie. Hoe zullen we ons kind noemen? Geen probleem. Er zijn getallen genoeg. Ooit hadden we twee schildpadden. In afwachting dat ze zelf over hun naam konden beslissen, noemden we ze eenentwintig en tweeëntwintig. Ter gelegenheid van hun ongeveer twaalfjarige bestaan op en in deze aarde mochten ze dan zelf een naam kiezen, met onze hulp. Er werd ook schildpadsoep opgediend. Vindt u Anaconda ook een mooie naam voor een meisje? En stel dat men constateert dat een baby een komma tussen zijn beentjes heeft, is Raspoetin dan niet een geschikte naam? Want dan is het waarschijnlijk een jongetje. Het kind moet nu eenmaal een naam hebben. Otto Lepel en Anna Kaak hebben de eer u het huwelijk aan te kondigen van resp. zijn dochter Jo met haar zoon Dagmar. Bij twijfel omtrent hun geslacht raadpleeg dan de toekomstige eerstgeborene. Zij (m/v) zal misschien Jackie heten, voor alle duidelijkheid. En moeder heette de koekenpan. En kent u de heer Frans Engels? Zijn mond staat nooit stil. Hij spreekt Verloren Vlaams: overbodige mededelingen in de trant van ‘stoppen met roken’, ‘wat ben je gegroeid’, ‘wat ben je grijs geworden’, ‘is je haar geknipt?’ en ‘mooi weer vandaag’. Ja, de taal leeft.


    02-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.68: Onder indianen

    ONDER INDIANEN              

    Later die avond ontmoette ik nog Zwemt Met De Zalm, ook een oude indiaan. ‘Dag Gedroogd Vlees,’ groette hij. ‘Dag, maar eigenlijk valt de nacht al, Zwemt enzovoort,’ antwoordde ik. ‘Niettemin is mijn vreugde groot u hier aan te treffen.’ ‘Dat betreft dan een wederzijds gevoel, Gedroogd Vlees.’ ‘En hoe gaat het nog met In De Bergen Rollende Donder?’ ‘Die is van ons heengegaan. Was ik blank, dan zei ik: helaas van ons heengegaan. Maar zoals u weet: zielen kennen pas rust ginds aan de overkant. Geen ‘helaas’ dus.’ ‘Nee,’ beaamde ik, ‘de doden hebben het wellicht goed.’ ‘En hoe gaat het heden in deze westelijke staat?’ informeerde Zwemt Met De Zalm. ‘Soms,’ zei ik peinzend, ‘soms is men in alle staten, soms is men in staat van ontbinding. Maar het moet gezegd: het is een goede plek om alsmaar ouder te worden. Zo hebben we waterlopen, een zee, wat heuvels en ook een zeer plat hinterland. Een lage streek, zeg maar. Vele vreemde stammen trekken des zomers westwaarts om dat te komen bekijken.’ ‘Dat is prima voor de economische ontwikkeling,’ knikte Zwemt Met De Zalm. ‘En wordt er ook nog gelachen met de westelijke voertaal?’ ‘Nee, men probeert die nu zelfs na te apen. Een modegril, Zwemt.’ ‘O, goed.’ ‘Er worden om de haverklap ook overal verse opperhoofden gekozen.’ ‘Ook squaws?’ ‘Ja,’ bevestigde ik. ‘De tijd staat niet stil. Ze hebben zelfs ontdekt dat de aarde niet zo plat als een vijg is, maar dat wist u al, hé.’ ‘Verandert er dan veel met al die verse opperhoofden?’ ‘Niet zo veel,’ opperde ik. ‘Al ziet de verentooi er soms veel kleurrijker uit. Blauw, groen, paars, oranje, bruin, regenboog, … ‘ ‘En het geel?’ ‘Uit de mode.’ ‘Bruin, zei u ook?’ ‘Daar vrezen we voor. Het is een gewelddadige stam die al het land voor zichzelf opeist.’ ‘Laat de strijdbijl niet roesten, Gedroogd Vlees.’ ‘Nee. Maar het is wel met gekrulde tenen hopen dat ook de wildebizonziekte niet weer uitbreekt. En onze kippen zijn soms zo giftig als een oude apotheker na vervaldatum.’ ‘Betrouw maar op de Grote Manitoe. Aan niets zal het u en de uwen ontbreken.’ ‘We leven op hoop, oude roodhuid,’ zei ik, ‘al lijkt de aardbol meer en meer op een blauwe plek, een open riool, een vergaarbak van gereutel en gerochel.’ Na dit gesprek besloten we ons weerzien te vieren door iets te gaan bikken in eetcafé De Woede Der Noormannen. Zwemt Met De Zalm koos voor een duifje als voorgerecht gevolgd door een entrecote zo groot als de stafkaart van West-Vlaanderen. Ik hield het bij een huwelijk van lotte en prei in een bedje van vulkaankonijnsaus, gevolgd door 48 applaudisserende mosselen. Onder indianen is eten een belangrijk ritueel.


    31-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.67: Godendrank

    GODENDRANK                  

    Onlangs stak er een somber bericht in mijn bus. Het was opgesteld in een soort Gotisch lettertype: het einde van de wereld was nabij. Ik slaagde er in uitzonderlijk kalm te blijven. Geen spier in mijn aangelaat verraadde ook maar enige emotie. Mijn enige bedenking was: als iemand weet dat het hier afgelopen is op deze blauwe plek in het heelal, waarom wil hij/zij iedereen daar op de hoogte van brengen door middel van huis-aan-huisdrukwerk? Waarom doet hij/zij in godsnaam de moeite? Ik ging peinzend weer naar binnen, naar mijn zeer knusse achttiende-eeuwse Cornish interieur. God zat in de fauteuil. Op mijn vaste stek dan nog wel, of all places. Daar zat ik gewoonlijk te kijken naar BBC en CNN, of boeken te lezen van Franse auteurs. ‘Dag Joris,’ knikte hij. ‘Dag God,’ zei ik. ‘Heeft u al gegeten? Ik wou net de hond wat brokjes geven.’ ‘Ja, dank je. Ik heb mijn portie manna voor vandaag al op,’ zei God. ‘Ik merk dat je het fameuze bericht al uit de bus hebt gehaald?’ ‘Zo is het, Allerhoogste.’ ‘Geloof je die onzin?’ ‘Zeer zeker niet, Weldoener. Ik geloof er geen fluit van.’ ‘Dat is goed zo. Ik kom iedereen persoonlijk waarschuwen dat het einde van de wereld nog een poos op zich zal laten wachten. En ik kan het weten.’ ‘Bezoekt u dan de totale bevolking, o Heiland?’ vroeg ik verbaasd. Meteen had ik spijt van mijn vraag: God was immers overal, en hij kon nog toveren ook. ‘God de Vader en de Heilige Geest nemen ook een stuk van de bevolking voor hun rekening,’ antwoordde de Mensenzoon. ‘We doen het eens op die manier omdat heden ten dage en vooral aan het begin van een millennium er zeer veel flierefluiters, kwakzalvers, valse profeten en politici loslopen, oef, wat een lange zin, lang geleden dat ik nog zo veel woorden na elkaar uitsprak.’ Ik knikte begrijpend. ‘Drinkt u iets, Koning der Joden? Het pompelmoessap staat lekker koel en koosjer.’ ‘Doe me maar een dubbele wodka,’ sprak de Langverwachte tot mijn grote verrassing. ‘Als ik pompelmoes drink, wil ik altijd kooplui afranselen en met meubilair gooien. En water dat ik in wijn verander, ben ik kotsbeu.’ ‘Wodka zal het zijn, Zaligmaker,’ knikte ik. En een gevoel van geluk doorstroomde mijn borst, zoals de koele weldaad van een glas fris bier dat zich een weg naar je lendenen en je tenen zoekt. God dronk dus ook. Ik was niet alleen.


    26-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.66: Zijne Doorlichtigheid

    ZIJNE DOORLICHTIGHEID                         

    Kijk, ik zal het kort houden. Ik ben ook de tolk van zeer veel mensen die het kort willen houden. Daarom wil ik per se kort zijn. Het is het volgende. Wie moet er eigenlijk eens grondig doorgelicht worden? (Tussen twee haakjes: ‘doorgelicht’ is het eufemistische nieuwlichtende woord voor het ouwerwetser ‘geïnspecteerd’). Wie dus, o wie? Hier komen ze. In willekeurige volgorde, want ze zijn allen van vlees en bloed en ze hebben ook allen stoelgang. Na mijn opsomming volgt het commentaar. Meer moet dat niet zijn. Een: de doorlichters. Twee: de betweters ofte beste stuurlui aan wal. Drie: jury’s. Vier: vrijgestelden. Vijf: managers. Zes: politici. Zeven: communicatie-deskundigen, copywriters, campagnebouwers, reclameboys en –girls, journalisten. Neen, niet de BV’s, want daar valt niks door te lichten. Er zijn nog categorieën mensachtigen die in aanmerking zouden kunnen komen, maar zeven is een ietwat heilig getal. Terug dus naar één: de doorlichters. Waarom hebben zij de ‘werkvloer’ verlaten? Het ‘werkveld’, zoals ze het zo fraai naäpend uitdrukken? Zouden ze er niet beter voor zorgen dat alles zo goed marcheert, door zelf te blijven werken op de vloer en in het veld, dat ze Hunne Doorlichtigheid overbodig maken? Zou het kunnen dat volgens een welbepaald principe deze doorlichters eigenlijk gesjeesde werkvloerders en omhooggevallen werkvelders zijn? Twee: de betweters. Licht die door, en je vindt niets. Zelfs geen frustratie, zoals bij de eerste categorie. Die weten het domweg beter. Wie het beter weet, heeft altijd gelijk voor zichzelf. Drie: jury’s. Hierbij een concreet voorbeeld. In het juryrapport van de Guido-Gezelleprijs voor onuitgegeven roman (Brugge, november 2002) staan ongeveer vijftig taal-, stijl- en spelfouten op asjeblief anderhalf blad. Literatuurstudenten hebben het uitgevlooid. Het is geschreven en goedgekeurd door twee leraren en een ‘resencent’ (!) van De Standaard der Letteren, de jury dus. Men bedoelt: ‘recensent’. Ongelofelijk, maar waar en echt gebeurd. En dat oordeelt over ingezonden werken en spelling. Een pareltje van onbenul, voor in de collectie ‘Het Rijke Vlaamse Letterkundige Leven’. Vier: vrijgestelden. Kijk uit voor die gasten. Ze werken ongaarne. Vijf: managers. Karel Vinck? Ontslagen en afslankingen. Je zag het zo gebeuren. Succesvol? Natuurlijk. Op onze kap. Hoera, gered! Zes: politici. Zet alle overlopers samen en je hebt de grootste partij. Zeven: zij die hun baard vier dagen laten stoppelen en designbretellen, het juiste pak en het juiste parfum dragen. Maar een zin bouwen? Ho maar! Hoogstens enkele gestolen en ingestudeerde oneliners komen eruit. Zij maken het verschil, deze maatverpakte stouterds! Een hoog honorarium voor gebakken lucht. Doorlichten! Braden! Koken! Afvoeren! Weggooien! Seponeren! Negeren!


    24-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.65: Zomer in de stad

    ZOMER IN DE STAD        

    Het regende oude wijven, katten, honden en haaientanden op 1 juli. Zouden de kaarten van de mensheid vandaag dooreen gehutseld worden? Of minstens eens op een verrassende manier gedeeld worden? Deze symbolische zomerdag die naar hout en teer en vertrekkende treinen zou moeten geuren, geleek in alles op een carwash op een valavond in november. Boven de stad was een strak loodgrijs zeil gespannen. Daaronder was iedere sterveling op straat een potentiële moordenaar. Auto’s voerden groot licht. Binnen bepaalde kunstlicht de gehele dag al de stemming: onwezenlijk, depri, tegennatuurlijk. Door een samenloop van omstandigheden (start schoolvakantie, uittocht reizen, koopjes, barslecht weer, wegenwerken alom) reden overal te lande auto’s en vrachtwagens op elkaar in. Daarin bevond zich dus al een deel van de moordenaars. Mobilhomes en caravans, die rijdende schijthuizen, baanden zich treurig een weg doorheen de opake grijsheid, waaiers van hemelwater om zich heen sproeiend. In de stad K., die om absoluut niets bekend stond en juist daarom iets aantrekkelijks had, bewoog ik me voort. Ik was op weg naar taverne Darlingen. Het was 14:08, een van de tijdstippen van de dag waarop je het meest kans liep jezelf voor de kop te schieten. Of naar de Leie te lopen en van de Consciencebrug te springen in de hoop niet op het jaagpad terecht te komen annex traumatologie. Hier en daar flakkerden tv-schermen in etalages en woonhuizen. Men deed aan topsport in sofa’s. In taverne Darlingen had ik een diepgaand gesprek met de bijna comateuze tapheer. ‘Dag’, zei ik. ‘Dag’, antwoordde hij. ‘Hoe maak je het?’ ‘Dat verklap ik je niet’. ‘Waarom niet?’ ‘Omdat je het dan zelf ook gaat maken’. ‘Een Westmalle?’ ‘Nee, een Leffe. Of nee: toch maar een Westmalle’. ‘Schitterend weertje, hé?’ ‘Ja’. ‘Maar dat heb jij graag, hé?’ ‘Ja, uit de grond van mijn hart’. De tapheer van Darlingen keek me vernietigend aan. Hoe goed hij me ook kende, veel liever zou hij nu die Westmalle over mijn regenkop uitgewaaierd hebben. De haat spoot uit zijn oren. Ik zag het. ‘En Malisse?’ knikte ik naar het scherm in de hoogte. ‘Pff … ‘. De tapheer schoof me de bol bier toe en ging weer comateus over zijn kranen hangen. De juliregen biggelde onverdroten van de ramen. De kaarten van de mensheid zouden vandaag geen geluk brengen.


    20-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.64: Rozemarijke

    ROZEMARIJKE                    

    It was a cold, windy night. Rozemarijke knoopte haar mariablauwe sjaal nog wat steviger om haar frêle hals. De wind had vrij spel in haar inktzwarte kapmantel. Bijna woei ze terug vanwaar ze gekomen was. Toch was ze niet van de magerste; bickyburgers en milkshakes hadden daar in de loop der jaren voor gezorgd. Haastig baande ze zich een weg door het bos van parkeermeters in de stad. In een duistere portiek stond een geheimzinnige gedaante haar op te wachten. Het was de roze wolf, alom gevreesd voor zijn scherpe uitspraken, voor de gelegenheid vermomd in een grijs pak. Bruinbehaard sprong hij haar plotseling voor de voeten. Rozemarijke schrok zich een hoedje maar weigerde een gil te slaken. ‘Aha! Het meisje met de mooie vooruitzichten!’ grijnsde de roze wolf, terwijl hij al zijn voorpoten uitstrekte om … ‘Poten thuis!’ snauwde Rozemarijke. ‘Wachtwoord?’ vroeg de roze wolf. ‘Plattekaas’. ‘Maak dat je grootje wijs’. ‘En ga jij maar een ander lastigvallen, verschoten pluchevampier’, beet ze van zich af, terwijl ze de roze onverlaat een dreun tegen zijn kop verkocht met haar streekgerechtenmand. ‘Aha, paté!’ riep het beest likkebaardend. ‘En streekbieren! Mag ik mee naar je grootmoe?’ ‘Eerst moet je drie vragen correct beantwoorden’. ‘Ah, hoe sprookjesachtig. Spreek op, o Rozemarijke’. ‘Ben je goed wijs? Wat staat in ’t midden van Parijs?’ De roze wolf rimpelde zijn foeilelijke snuit, zodat hij op de streekkrant van verleden week begon te lijken. ‘De Eifeltoren’, antwoordde hij dan. ‘Mis poes!’ riep Rozemarijke triomfantelijk uit. ‘En daardoor hoef ik mijn twee andere vragen niet meer te stellen, domoor!’. ‘Maar wat staat er dan in ’t midden van Parijs?’ vroeg de roze wolf pruilend. ‘De letter r, lelijkaard’. ‘Melige rijmende mop’, smaalde de wolf. ‘Flauw!’. ‘Adieu, ongedierte, ik doe de groeten aan mijn grootmoe’, riep Rozemarijke, en ze stapte door, de streekgerechtenmand klemvast onder haar arm. De roze wolf liep ontgoocheld weg. Rozemarijke bracht de paté en de streekbieren naar haar grootmoe in het bejaardentehuis BRAAF! Die was bijzonder blij dat ze het er levend af gebracht had. Rozemarijke bedoel ik. Op diezelfde cold, windy night botste de roze wolf met een knalrode Saab bij het oversteken van de straat. Hij was op slag halfdood. Dit alles gebeurde in een tijd waarin de bosgeesten nog kleine kinderen roofden en de dieren nog West-Vlaams spraken.


    18-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.63: Coup de mémoire

    COUP DE MEMOIRE                       

    Door het openen van een doos koekjes en de geur die eruit ontsnapt, kun je hele stukken verleden weer opsnuiven en oproepen. Een flard van iets zintuiglijks kan daartoe volstaan. In het jaar Onzes Heren 1962, Osama-bin-Laden was nog een virus, liep ik op een tamelijk zonnige zondagmiddag over een verboden speelplaats in de grote school van Torhout. Ik kwam van een zogenaamde ‘activiteit’ van de Kongolese Slinger Apen, de KSA-jeugdbeweging. Ik nam een kortere weg naar huis via de doolhof van die grote school. Die speelplaats waar ik over liep, was verboden terrein voor mij, omdat ik nog bij de ‘kleintjes’ op school zat. Wij hadden een ander speelplaatsje om cowboy en indiaan te spelen. Plotseling kwam een flard muziek aanwaaien die ik alleen kan omschrijven als ‘zondagnamiddagmuziek’: lijzig, loom, weemoedig, ver en dichtbij. Een soort van refrein waarvan het belangrijkste woord op ‘Leo’ leek en zowel door een man als een vrouw gezongen zou kunnen zijn. Het kwam van ergens heel hoog, van op de derde of vierde verdieping van een geheimzinnig gebouw naast de speelplaats, uit een openstaand raam. Het had tegelijk iets treurigs en iets feestelijks. In die zestien seconden muziekflard zat een hele wereld van toen, het tijdperk van voor de maanlanding, de oude aarde van die ene sinterklaas en het engelenhaar in de kerstboom. Veertig jaar later, Osama-bin-Laden is nog steeds een virus, en zowel die speelplaats als dat gebouw zien er nu heel anders uit, speelt die flard nog altijd in mijn hoofd. Als dat gebeurt, duikel ik onmiddellijk het verleden weer in, naar de Sparrenstede ten tijde van de Kennedy’s. Het eerste wat ik dan doe, is een handvol sneeuw van het muurtje rond de kerk scheppen en die opeten, want na de jeugdbeweging rookten we soms met z’n drieën of vieren in een ijltempo een heel pakje Zemirsigaretten achter elkaar op. We waren geen watjes. Daarna stap ik naar huis, voorbij een zondig café waar een filmaffiche hangt: een dokter, of toch alleszins een man in het wit, houdt een boreling ondersteboven. Titel van de film: ‘Waarover men niet spreekt’. Uit het café komt een andere flard muziek aanwaaien, iets Elvisachtigs, maar die is nooit in mijn hoofd blijven haperen. Die speelplaatsflard dus wel. Ik kan die niet eens omschrijven, maar ik hoor die nog altijd. Het is iets van dezelfde orde als het Chinese vrouwtje met de zwarte paardenstaart dat vroeger af en toe in mijn slaapkamer opdook, vlak naast de pispot. Echt gebeurd, denk ik.


    07-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.62: Gewei

    GEWEI                      

    Mijn vrouw vindt dat de mensen een gewei moeten hebben. Mannen én vrouwen. Dat zou onder andere handig zijn om kattebelletjes en boodschappenlijstjes aan op te hangen. Of om flessen en blikjes te openen. Als iemand met zijn gewei achterstevoren thuiskomt, zou men ook meteen weten wat er aan de hand is. Desgewenst zou het menselijk gewei ook versierd kunnen worden. Er kan verlichting in gehangen worden. Je kan goochelen met verf en kleuren. Je cafébazin kan er je tickets aan vastprikken. Ikzelf ben meer voorstander van de menselijke staart in alle maten, gewichten en soorten: eekhoorn, zwijn, koe, pauw, … noem maar op. Als ik zo het menselijk lijf verken, ben ik er vrijwel zeker van dat wij vroeger allemaal een staart hadden. Een staart is niet zo handig, maar in de eerste plaats bijzonder fraai. Ieder mens zou er een moeten hebben van bij zijn geboorte. Hoe die er uitziet, wordt bepaald door karakter en temperament en levenswijze. Een varkensstaartje bijvoorbeeld hoeft niet noodzakelijk met modder en vet geassocieerd te worden, maar met verstand. Een varken gaat zelden achteruit; het graaft ook de truffels onder de boom der kennis op. Het is de bisschop onder de beesten. Pauwenstaarten zouden we te zien krijgen bij politici, BV’s en vrouwen die vroeger met heelder fruitmanden op hun haarstaketsel rondliepen. Wat mij betreft: doe mij maar een simpele paardenstaart. Het paard is een macrobiotisch beest dat leeft in harmonie met zijn omgeving: gras, land, renbaan. Moessonmensen zijn bijvoorbeeld ook aangepast aan hevige langdurige regens: hun gehoor verdraagt meer en ze hebben sterke blazen. Toeristen daarentegen moeten er ononderbroken plassen. Nog honderd jaar en de moessonmensen krijgen kieuwen en vinnen. Misschien beginnen mijn nazaten dan te hinniken. Ik moet wel uitkijken met mijn verzuchting: het venijn zit in de staart. Tiens, toen ik daarnet mijn staart even uitliet om een luchtje te scheppen (dat is soms nodig – ik hoef er geen tekeningetje bij te maken zeker van waar precies zich de staart bevindt?), zag ik dat het gewei van mijn buurman naast zijn voordeur tegen de gevel lag. Dat was dus een variant op thuiskomen met je gewei achterstevoren op je kop. Het kan ook zijn dat er niks aan de hand was en dat buurvrouw gewoon het gewei van haar man buiten had gezet in verband met ophaling van oude kleren en zo. Komt met de zomer mijn buurman met een nagelnieuw gewei voor de dag? Een nieuw seizoen, een nieuw gewei? Druip ik met de staart tussen de benen maar weer naar binnen?


    05-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.61: Kieken

    KIEKEN                    

    Elke dag vliegen en roetsjen we een aantal keren op de banen om Kortrijk: sterren, vicieuze cirkels, haarspeldkronkels, eierconstructies, onafgewerkte wereldwonderen, duizelingwekkende achtbanen, luchtbruggen. Een melkweg van twijfel, kommer, kwel en blikschade. Een aqualibi waar het menens is. Ter hoogte van Kortrijk-Noord, de fameuze haarspeldknik, hebben we een gelukkige kip ontdekt. Ze woont in een berm, die ingebed ligt tussen twee stukken autostrade. Waarschijnlijk is ze daar ooit verdwaald geraakt. Om haar heen zoeven dodelijke auto’s. Blijkbaar heeft ze al in het snot dat dit gevaarlijk is. Ze blijft in haar heuvelachtige groene zone. Ontsnappen kan niet meer; dit is het Alcatraz van de kiekens. Maar ze wil niet ontsnappen. Ze ziet er schitterend uit, een echt kieken: wild, vet, goed in de veren verpakt, grauw van landelijk geluk. Als ze eieren legt, maakt ze er de ratten gelukkig mee. Ofwel stapelt ze die ergens in een hoekje van haar zevende hemel op, met de hulp van een tweetal paashazen. Mijn vrouw speelt met de gedachte daar een haan te droppen. Zo veroorzaakt ze misschien een generatie bermkiekens: een nieuw soort wild, gelukkig pluimvee dat de groene zones naast onze dodenwegen onderhoudt. Toch een prettiger toekomstgedachte dan te eindigen als coq-au-vin of vol-au-vent. Het kieken dat wij kennen, is beslist niet onnozel. Het loopt bijvoorbeeld niet onder auto’s. Het blijft als een Robinsonkip op zijn groene eiland en bepaalt zelf zijn eigen lot. Deze bermtoeriste vind ik bijzonder sympathiek. Zij is het levende, weldoorvoede bewijs van individuele ondernemingslust. Ze hoeft geen rekening te houden met een pikorde en met haantje-de-voorsten. Er is maar een schaduwzijde aan haar eilanderige bestaan: dat ellendige lawaai. Ik denk dat ze al vaak zin gehad heeft om de auto’s met haar eieren te bekogelen. Mochten haar eieren kogels zijn … Ze houdt zich alsnog gedeisd, want de aanval is niet altijd de beste verdediging. Zij kan de aartsmoeder worden van generaties bermkiekens. Hoe zullen we haar noemen? De Robinsonkip? Het Vlaamse Bermkieken? Het Grote-Ringpluimvee? De Vuilwit-Gevederde-Kortrijk-Noordscharrelaar? Kipvrij, maar toch gevangen. Kiplekker, maar niet veel soeps. Van snavel tot kont ei zo na kerngezond. We benijden haar. We krijgen er kippenvlees van. Wekelijks denderen hier kippenbatterijen op wielen voorbij, volgepropt met ongelukkige soortgenoten. Die passeren dan de vogelvrije kip, woonachtig en scharrelachtig tussen Bissegem en Heule. Ach, vertel mij, wat is er mooier dan een dooier?


    02-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.60: Thuisreis

    THUISREIS                      

    Mijn laptop brengt me de wereld rond. Aangezien we reizen om te leren, steek ik overal wat op. Zo heb ik de afgelopen maanden doorgebracht o.a. in White Plains, in Syracuse (beide State of New York) en Phoenix, Arizona. Mijn gastdame en gastheren waren naamgenoten: Candice Denoo, Steve Denoo, Pat Denowh. We houden internetcontact. Pat’s ‘great grandfather’ is geboren op 1 februari 1860 in Torhout. Steve en Candice hebben herinneringen aan Europa van horen zeggen. Misschien zijn zij en wij verwant, misschien ook niet: het stormt ook wel eens door de kruinen van stambomen en er komen ook gelijknamige maar verschillende stammen voor in het grote bos der mensen. Steve (Syracuse) was ooit barkeeper in Chicago. Hij werd er in zijn bar aangesproken door de maffia, nogal dwingend, en verkaste daardoor naar rustiger oorden bij de grote meren. Op mijn verzoek om wat ‘inspiratie’ door te spelen, mailde hij mij het verhaal van de bowlingballen: maffiosi hebben ginds nogal eens de gewoonte een te liquideren lotgenoot vast te binden, in de autokoffer te gooien, in het gezelschap van drie stevige bowlingballen en een rit van een honderdtal kilometer te ondernemen over hobbelige wegen. Daarna wordt de nog-net-levende gedumpt, en iedereen vraagt zich af wat er in godsnaam is gebeurd. Momenteel is Steve verkoper van Cadillacs; het zijn auto’s met een grote kofferruimte en nog altijd zeer gegeerd door de maffia, zegt hij. Die maffia ofte ‘mob’ is overigens nog altijd actief in Boston, Chicago en New York. Candice (White Plains) doet het rustiger aan. Zij ontwierp een leerplan wiskunde voor de basisscholen en publiceert gedichten over gestorven huisdieren (Rainbow Bridge webstek). Haar geliefde poes is van haar heengegaan. Zij onderhoudt ook nauwe contacten met het dierenkerkhof in de omgeving. Parole Officer Pat Denowh (voorheen Apache Junction, nu Phoenix) mailde mij dan weer ietwat ruiger verhalen. Zo beweert hij dat zijn great-grandmother waarschijnlijk haar man van de aardbol liet verdwijnen. Er is nooit opheldering geweest daarover. Het was een zeer vinnig, opvliegend vrouwmens. Zo wou ze bijvoorbeeld ook nooit aan haar zonen vertellen hoe ‘Denoo’ nu echt werd geschreven. Waarschijnlijk kon ze dat zelf niet. Of was het uit wraak. Dus schreven de zonen hun naam dan maar zoals ze het hoorden: ‘Denowh’. De –wh werd er eind negentiende eeuw aan toegevoegd. Het zag er niet eens zo slecht uit, want de familie zat toen vooral in Apachegebied. O, nog iets: er is ook een cafébaas uit Dallas met dezelfde achternaam. Ik zag hem in het gastenboek bij de Cadillacsite. Toch even contact zoeken. Het wordt steeds schilderachtiger, dat thuisreizen van mij. Het wordt nog een mooie zomer.


    30-06-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.59: Zomerkiekje

    ZOMERKIEKJE                        

    De keizer, een of andere omhooggevallen pipo van een Pruis, zei tegen Mozart na de opvoering van een meesterwerk, om toch maar iets te kunnen aanmerken: ‘Te veel noten, mijn beste, te veel noten’. In vergelijking met de gecontroleerde Vlaamse gazons staan de meeste Engelse tuinen ook bomvol, maar dan wel in harmonie. De reactie daarop zou er ook een kunnen zijn van ‘te veel bloemen, te veel kleuren’. Engelsen zijn echter prachtige prutsers wat dat betreft; ze kunnen woekeren met ruimte en ogenschijnlijk paradoxale dingen doen harmoniëren. Dat geldt ook voor hun voetbal: die foeilelijke eilanders breien vaak de mooiste voetbalpatronen. Het ziet er altijd wat gewaagd en slordig uit, maar bij nader/dichter inzien/toezien ontdek je gestructureerde complexiteit. Heden ten dage scharrelt in onze zeer Engelse tuin de gevederde Pim Fortuyn rond: een piepklein kuiken dat op de dag van de moord op de ongevederde Pim Fortuyn door mijn vrouw uit zijn ei gered werd omdat de moederkip zich alleen maar om de andere eieren bekommerde. Het Fortuynei deed er namelijk een dag langer over, door omstandigheden. Met behulp van een kartonnen doos, een lamp en fijngemalen graan is het kieken Pim Fortuyn nu toch nog een leven op aarde beschoren. Maar hij moet uitkijken. Onlangs werd hij bijna gewurgd door een enorme worm: we laten Pim af en toe al binnen een afrasterinkje buitenshuis scharrelen. Ondertussen, terug naar de noten, knabbel ik aan mijn hamstervoorraad noten. Deze lekkernijen worden mij af en toe geleverd door gulle collega’s met bomen. In deze barre tijden van hitte en droogte gaan mijn gedachten in dankbaarheid naar hen uit. Ook naar de komende herfst en naar de sprokkelmaand februari, tijdens dewelke adembenemende stormen de luchten en de straten weer schoon zullen vegen en de boomkruinen ranselen tot het noten en vervolgens takken regent. Van deze muziek hou ik zeer grondig. Ondertussen stel ik me tevreden met mijn zomerkiekje. Ik leer het wat Engels praten en probeer het ook wat politiek bij te brengen, zodat het binnenkort op een lijst kan gaan staan, bij de andere kiekens. U kunt het van tussen de andere kakelenden herkennen aan zijn pluimen. Het zal tegen dan ook geregeld een ei leggen.


    26-06-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.58: De Guldenkolenslag

    DE GULDENKOLENSLAG                     

    Heel lang geleden, toen de dieren nog spraken, wellicht West-Vlaams, had ik een huis met een zeer grote tuin. Waaiende bomen, diepe putten, hoge bergen, bedden groenten, gaarden fruit. Een waar paradijs, kortom. Niets liet vermoeden dat zich daar een vreselijk doch kleurrijk drama zou afspelen. Mijn tuin bracht elk jaar honderdvoudig op. Ik sproeide en harkte en hakte dat het een lieve lust was. Ik plantte en zaaide en luisterde naar de raadgevingen van mannen met brugpensioen. Alles gedijde naar behoren. Hoe welig tierden mijn vruchten! Maar op een dag trok ik ogen als postorderschoteltjes. Ik had per ongeluk tachtig rodekolen in mijn zeer grote tuin geplant. Rodekolen! Tachtig! Die groente haatte ik als de ziekte. Ik vond het eerder een blauwte, een schaamte. Dat ik dat niet gezien had! Ik had me weer eens in de kleur vergist. Het resultaat was een glanzende roodpurperen slagorde rodekolen, strak in het gelid, klaar om tachtig middag- of avondmalen grondig te verpesten. Tachtig galgenmalen … dat kon ik onder geen beding laten gebeuren. Toen greep ik resoluut in. Geschiedenis wordt vaak geschreven door kerels die een plotse beslissing nemen. Er hielp geen lievemoederen meer aan. Om mijn geweten wat te sussen knielde ik eerst neer. Ik at een kluit van die vruchtbare moeder aarde, zoals de Vlaamse aalmoezenier deed vlak voor de grote schok in 1302 hier ter stede. Dan pakte ik mijn spade. Ik zette die op haar scherpst en onthoofdde daarna een na een die roodpurperen ondingen met een stevige hauw. Toen het bloederige slagveld vol afgehakte blauwte lag, katapulteerde ik met een waar genoegen tachtig onthoofde rodekolen tegen de tuinmuur achter in het kiekencompartiment. Met een doffe knal spatten die daar uiteen en gleden zieltogend naar beneden. Mijn handen zagen purper van het kolenbloed. Nog altijd hoor ik de geluiden van de ontploffingen. Dit drama speelde zich in de vroege valavond af. Het was een weertje om naar te fluiten. De zon kleurde de kim bloedrood. Zij was getuige van de Guldenkolenslag in mijn tuin. Na mijn overwinning op die tachtig vijanden boog ik me liefdevol over mijn andere groentes, die ten minste nog groen waren. Ook aaide ik liefdevol mijn drie perzikbomen. En ik tekende twee doelpalen op de tuinmuur en gooide kleine patatjes naar Pinard de poes, die kon keepen als de beste. U ziet: ik ben geen onmens. Ik barst van liefde en begrip. Alleen legden mijn kiekens uit schrik die avond ieder nog een extra ei.


    24-06-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.57: De onbekende dichter

    DE ONBEKENDE DICHTER                 

    Een eeuwige vlam? Een nederige urne met een pietepeuterig waakvlammetje? Een zuil? Een symbolische steen of vergeetput? Ik koester al lang het plan om een monument op te richten voor de Onbekende Dichter (m/v). Waar zou dat dan moeten komen? Watou is al lang voorbehouden aan de elkaar op de schouder kloppende gecanoniseerde dichters. In Brussel brandt al een vlam voor zij die niet spreken of schrijven. Gent met zijn Poëziecentrum kan in aanmerking komen. Misschien ook, of all places, Merchtem: daar waar jaarlijks duizenden jonge dichters en dichteressen hun inzendingen droppen en waaruit dan naderhand enkele gelukkigen worden gefilterd. Antwerpen Boekenstad heb ik al geschrapt: te veel rumoer met die stadsdichters. Het liefst kies ik een leeg pleintje in een volstrekt anoniem dorp, en mijn voorkeur betreft het idee van de vergeetput. Er zou bijvoorbeeld van alles in gedumpt kunnen worden: al het papier dat zijn weg niet gevonden heeft naar de gedrukte openbaarheid middels uitgeverijen, boeken, tijdschriften, kranten, jury’s, kliekjes en andere heilige huisjes of cenakels. Elk jaar, bijvoorbeeld op Gedichtendag, zou die papieren toren in de vergeetput door een plechtig dalende toorts in de fik gestoken kunnen worden, om plaats te maken voor verse afgewezen manuscripten, weigerbrieven, achterklap op rijm en onverkochte boeken. Ik denk eraan sponsoring voor het project te vragen aan het Vlaams Fonds voor de Letteren en aan de stichting Behoud de Begeerte, dé Führers van de Abwehr in de Vlaamse literatuur. Op de gedenksteen bij de vergeetput voor de Onbekende Dichter komt te staan: ‘Hier ligt er / een onbekende dichter.’ Eenvoudig, to the point, no nonsense, in de put. Mijn monument zou ook aanleiding kunnen zijn tot een extra invulling van de uitdrukking ‘in de put zitten’. Mijn gedenkput zou duizenden en duizenden dichters en dichteressen memoreren, waarvan er vermoedelijk een honderdtal wellicht beter zijn dan de bekende levende dichters en dichteressen. Tja, zo zit de wereld met zijn bewoners in elkaar. Het leven is een lotto. Mensdaden tegen de misselijkheid, misdaden tegen de menselijkheid. Het schone geheim van de poëzie ligt soms diep begraven. Ik hou u op de laagte van mijn project.


    22-06-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.56: Geen kik

    GEEN KIK                    

    Het overkomt me soms dat ik een handvol kikkerbillen in een pan mik. Die heerlijke onderdelen laat ik dan sissen en pruttelen in al het scherpst en het pikantst dat ik in onze zeer ruime keukenkasten kan ontdekken. Als het water me in de mond komt en als er geen kikkerbillen voorradig zijn in dit druilerige apenland alhier, dan praat ik er gewoon over, ter vervanging. Erover praten is ook een beetje smullen. (Ooit was ik een menseneter. Ik was ‘gids’ van een ‘vendel’ bij de KSA, de Kongolese Slinger Apen. Mijn leuze was: ‘Menseneters … eet!’ Er is dus beterschap). Praten over kikkerbillen stuit soms op weerstand. Ik ken een fantastische kok die problemen heeft met de landen van herkomst van kikkerbillen: het straatarme Bangla Desh en India. Mijn vrouw vergelijkt kikkerbillen met jongemeisjesdijen, weerloos geslachtofferd in de ziedende pan. Hier en daar lees ik ook dat een kikker in een prins kan veranderen. Aan prins Charles’ gezicht kun je dat nu nog merken. Toch zal ik als laatste wens voor het executiepeloton als galgenmaal een pan kikkerbillen vragen, zonder blinddoek. Alsook: een dozijn oesters. En misschien nog een hazenbout met een rodenbach. Om het te rekken. Plus een chocotoff, want die gaat volgens de reclamespot eeuwig mee. En de mensen van het vuurpeloton moeten hun kogels en hun geweren met look inwrijven. Dan kan ik deze blauwe plek in het heelal verlaten, een schroeiplek nalatend die geurt naar kruit, bloed, look, kruid, chocolade, zee en vlees. Mijn hemelvaart zal welriekend zijn. De enige stank zal komen van het vuurpeloton zelf, dat met een lookprobleem zal zitten. Maar ik zal geen kik geven. Ook al is er aan de kikkerbillen veel gekwaak voorafgegaan. In deze poel van ellende, waar we rondwaren met de daver in onze reet en het schijt in onze schoenen omdat alles zo hard zijn best doet ineen te storten, veranderen omgekeerd de mensen weer in kikkers. Opgeblazen gekwaak wordt zwanenzang. Dat merkten we al vaker, na onze kiespijn in de stemhokjes. Te veel koks bederven de brij. Kijk maar naar Nederland, hét kikkerland bij uitstek. (Ook in het woordenboek). Het rommelt er al maanden in hun keukenhofje. Niet zo lang geleden bekte het ‘poldermodel’ nog zo leuk in de mond. Een wrange nasmaak blijft over. Ik ga puiten pakken.


    19-06-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.55: W-Vlse wouden

    WEST-VLAAMSE WOUDEN                  

    Wel ja, West-Vlaanderen heeft het kleinste percentage bossen van alle provincies. En dan? So what? We hebben ook het minste percentage bosbranden van alle provincies. Overigens zijn sommige bossen lelijk. Ze belemmeren het zicht, de einder, weet je wel. Aparte bomen zijn wel mooi. En wij in onze lage streek hebben toch ook de kust? Geen enkele andere provincie heeft zoveel kust. En dan nog, over bossen gesproken: we mogen er dan nog weinig hebben, de beroemdste bossen bevinden zich toch in West-Vlaanderen. De bossen van Beernem en hun moorden! Het Lappersfortbos in Brugge-die-Ontboste! Da’s wat anders dan die saaie donkere Ardennen en hun claustrofobische wouden. Er staan daar zelfs zoveel bomen zo dicht bijeen opeengepakt, dat je er nooit eens een echte Arden kunt zien. Of een normale zonsondergang. Traliewerk allemaal! Hier in deze lage streek in het platte verre westen kunnen we ten minste nog de wind aflezen aan een boom apart, aan een bomenrij of een bosschage. Een boom dat is een prachtig ding, weet je wel. Een bos is van het prachtige en goede te veel. Less is more. Ik kan uren naar een boom turen, maar ik doe het zelden wegens tijdgebrek. Een bos, vooral ontbost, maakt me gek. De kampen van mijn jeugdbeweging vroeger gingen gewoonlijk in van die gekke bossen door. Als het met school ‘bezinning’ geblazen was, (eufemisme voor ‘weg in ’t hoofd en geen les’): naar de bossen, jongens! Zelfs in West-Vlaanderen, de ontboste streek die zowel de wang van de Noordzee als de kont van Frankrijk kust, bleven ze die toch ontdekken, de zielenhelende bossen. Groenhove, Tillegem, Heuvelland, Wielsbeke, Kluisberg, Zevenkerken, Snellegem, potverdorie, Baekelandt, Beerbos, Sterrebos, het houdt niet op, Beernem, allez, vooruit, West-Vlaanderen leek wel één groot oerwoud vol met houthakkers en hindes. Zelfs bij ons in het bij wijlen zeer stille en soms zeer onrustige Heule was er een bos of twee: Heulebos en Steenbekebos. Maar dat zijn nu bosjes die vooral uit villa’s bestaan en bordjes-bij-bosjes waarop stukken bos te koop worden aangeboden. Om op een positieve noot in verband met kreupelhout te eindigen: een van de mooiste bomen die ik ken staat vlak naast een frituur en een krantenkiosk aan een druk kruispunt in de stille zuidelijke stad K. Dat vormt samen een prachtig stadslandschap. En het ruikt er nog lekker ook. Ondertussen leeft de Lappersfortboslegende verder, die bekende stadslegende waar alles waar van is, en die echt aan het gebeuren is. Kunnen bomen ook huilen? Respect voor bomen van dagen, zij sneuvelen bij bosjes!


    17-06-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.54: Bedrog

    BEDROG                          

    Een mens droomt de gekste dingen als de nacht is gevallen. Het zou kunnen dat we te weinig aanvangen met onze dromen. Leren we er niets uit? Hebben ze voorspellende kracht? Droomvrienden bijvoorbeeld kunnen ons behoeden voor onheil of ons de ogen openen. Zij kunnen in de droom het mes verwijderen dat we in het ‘werkelijke’ leven in de rug geplant kregen. Soms ook is er totaal geen aanleiding in de alledaagse werkelijkheid geweest om iets te dromen, hoe hard je ook op zoek gaat en associeert. Dromen kunnen ook zo ontzettend stom zijn. Probeer die maar eens op te schrijven of na te vertellen. Ze kunnen zich ook voordoen als een droom in een andere droom, en je beseft het, slapend, maar toch ben je alweer de klos als je wakker wordt: dubbel bedrogen. Ken je dat: dromen dat je droomt dat je op moet staan? Bent opgestaan? Maar niet bent opgestaan? Denken dat je opgestaan bent? Ik heb in mijn droomcarrière van een halve eeuw twee dromen die af en toe weer opduiken. De ene is taalkundig; de andere meetkundig. We bevinden ons op een weide die bestaat uit verdroogde puzzelstukken steenkoolachtige materie. Allemaal heel plat, desolaat, droog. Iemand komt me vertellen dat dit ‘scheepswol’ heet. Einde droom. Andere droom: een trapezium. In dat trapezium zweeft een geel puntje. Het komt steeds nader, dreigend, en verdwijnt ook steeds weer ver, net zo dreigend. Verstikkend gevoel in beide richtingen. Indruk van modder in de mond. Mijn recentste nachtdroom was splinternieuw. Nog nooit gedroomd. Ik barstte bijna in lachen uit toen ik wakker werd en de droom onmiddellijk probeerde te reconstrueren. Stel je voor: ik zit in een kerkje. We zijn met een klein aantal. Iemand voert het woord vooraan. Hij zegt: ‘Wij zijn The Scottish Numbered Church’. Dat komt dus neer op: de Schotse Getelde Kerk. Misschien bedoelde hij dat we uitverkorenen waren, en dat we met weinig waren. Ik stond op en speelde een stukje op de saxofoon. Daarna werd ik uitgejouwd door de toehoorders, terwijl de leider van The Scottish Numbered Church me bezwoer nooit reclame te maken voor onze kerkgemeenschap. Einde droom. Zouden mijn dagen geteld zijn? Ben ik in een ander leven lid van een gemeenschap die alleen in nummers gelooft? Heb ik een zielsverwant in Schotland? Toch is het veel leuker gezellig ouderwets te dromen dat je kunt vliegen. Leuker dan uitgelachen worden in een Schots kerkje. Mijn sympathie voor dat land verminderde daardoor gevoelig. Zoals je een hele dag lang boos kunt zijn op iemand die jou een nachtmerrie vanjewelste bezorgde, buiten zijn wil om natuurlijk. De meeste dromen zijn bedrog, maar als je wakker wordt heb je soms moordzuchtige plannen. I have a dream.


    16-06-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.53: Zomer

    ZOMER                     

    Voilà, alweer een seizoen achter de rug, van september tot juni, bedoel ik. De zomer zal passeren als een hogesnelheidstrein, geurend naar teer en hout. De tijd zal stilstaan in een eilanderige Engelse tuin en hevig kloppen op zweterige zomerfestivals. Uit Vlaamse tuinen zullen hemelse rooksignalen opstijgen (probeer eens sprot gecombineerd met blonde leffe!). Ik ben van plan een vreselijk dik boek te lezen. Mijn leessnelheid zal die van een slak zijn. Er hoeft niet per se iets te gebeuren in dat boek. Het geruis van de wind door het gebladerte van bomen in Rusland volstaat. Een warm onweer in loodgrijze, paapspaarse en krijtwitte kleuren mag ook wel af en toe, zo naar de avond toe. Ik zal ook zelf een dik boek schrijven: deel twee van het boek dat ik tijdens de zomer van enkele jaren geleden schreef in de stilste stad van Vlaanderen. (Het is nog ergens goed voor, dat ik me in een doodstille uithoek van Vlaanderen kan verbergen om de laptop ter hand te nemen). Terwijl ik dit neerschrijf, is het juni. De regen roffelt oorverdovend op het dak. Op 1 mei was het nog bloedheet. Niet te doen voor de optochten met de fanfare, de politieke windhanen en de majorettes met de kruidnagelbruine billen. Ik vind het anders best wel gezellig: de blaasjes op straat, de grijsheid van regen, het jonge groen in bomen en hagen, en maar om de twintig seconden een voorbijpletsende auto in plaats van om de drie seconden. Het is bijna een weertje om een konijn in de pot te doen. Maar terug naar de nabije toekomst: zomer. Wat zal er in deze komkommertijd weer gebeuren? Het was in zulke periodes dat onze vorige vorst plotseling in Spanje kwam te sterven. Het was ook in zulke periodes dat de meest gehate misdadiger van België volop in beeld kwam. Vorig jaar was er minder groot nieuws, tot 11 september eraan kwam natuurlijk. Een zinderend nazomertje, zeg maar. De Ronde van Frankrijk, zegt u? O ja. Armstrong. Het zal weer niet zo leuk worden. Hij stond er ook al min of meer in het voorjaar. De coureurs locales zijn verwittigd. Het belooft dus weer (niet veel). Een monopolie is nooit boeiend. En die elf mannekens in het rood die een bal nahollen of soms ook zelf rondschoppen? Onze Brabançonnettes? Bah ja, daar zit soms wat aanvankelijke vreugde in, zeker? Beetje stom geluk van iemand die voor de eerste keer meespeelt op de lotto. Een ding is zeker: deze zomer wordt het buiten niet altijd warmer dan vroeger, en binnen zal het soms al zo koud kunnen worden als vandaag. Ik wens u allen een snoeihete zomer.


    15-06-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.52: Bot

    BOT                               

    Het was opvallend rustig tijdens die krokusdagen, een jaar of twee geleden. Weinig mails, brieven, foons, sms’jes. De mensheid was uit skiën. De mensheid stond op latten. Eerst in files, dan op latten. De mensheid brak haar botten. Het was dus ook weer komkommertijd wat nieuws betreft. Maar plotseling kwamen toch de botten weer aan de oppervlakte. En in het vizier. In Diksmuide met name, de hoofdstad van het IJzertijdperk. Met vroegere overledenen hadden ze daar wat aan de bermen gedaan. Ze hadden die bermen met aarde van ergens anders opgehoogd. De mensen die nog moesten overlijden, waren daar erg boos over. Je zou voor minder. Voorvaderen dienen niet om mee op te hogen. Het was een lugubere verkaveling. Je zag dus hier en daar ‘en passant’ een been uitsteken. De burgemeesteres beloofde dat het nooit meer zou gebeuren. We geloofden haar, ook al kenden we de tekst op de IJzertoren vanbuiten. Omstreeks diezelfde tijd was er op de betere tv-zender een BBC-documentaire over de laatste dagen van Jezus Christus. Botkundigen reconstrueerden er zijn hoofd. De kerel zag er geruststellend eenvoudig uit: eerder kort donker kroezelig haar, donkere huid, vroeg oud onder invloed van het klimaat, wat kingewas. Ook zijn kruisdood (in die tijd waren er wel ongeveer 500 per dag; er was een vaste ploeg Romeinen voor dat karwei aangesteld) werd nagebootst, met handen en voeten. Water en bloed zweten bleek ook mogelijk te zijn; men verwees hiervoor naar terdoodveroordeelden op weg naar hun executie of mensen in bombardementen. Dat lege graf in die steengroeve op paaszondag blijft natuurlijk een van de allergrootste raadsels. Lag hij er ooit wel in? Levend? Dood? Werd hij ontvreemd? Werd hij ergens anders ondergebracht? De conclusie van het programma was interessant: er moet daar toen iets gebeurd zijn, want die Jezus had concurrentie van andere messiassen. Er was zelfs sprake van een broer van hem, die ook predikte. Die andere messiassen hebben in de afgelopen 2005 jaar het nieuws niet meer gehaald; hij wel. Bleek ook dat de rol van Judas misschien wel herdacht moet worden. Een verradersrol is een ietsje te voorspelbaar literair, verhaalkundig bekeken. Een combinatie van dit tv-verhaal, de Bijbel, de Rollen van de Dode Zee, computer en forensische onderzoeken kan een ander licht werpen op een van de bekendste en onbekendste biografieën ter wereld. God zit in het detail.




    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Een blauwe plek & Jong dichter (Joris Denoo)
  • Moord ! (Geraldine Roslare)
  • (M/V): Meester in de Vakken (Eric Otonne)
  • De ongecomponeerde noot (Erica Wrangel)
  • Webstek auteur Joris Denoo
  • Romaneske boeken (Bärbel Urquhart)
  • Satisfiction (Joris Denoo)
  • Tine! Een mokkel van haar sokkel
  • Vreeslijke verhalen (Sjors DNO)
  • Miljarden flarden

    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Bjarne Donderdag in een eindeeuwse sneeuwstorm in Chicago
    Mail

    Druk op de knop


    Archief per jaar
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005

                                                  COPYRIGHT JORIS DENOO
    Foto

    Foto

    Foto

                       IK ALS UK

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!