NIEUW: Blog reclamevrij maken?
SCHUINE TEKSTEN
Inhoud blog
  • 312: Bruder Lustig
  • 311: Signeergesprek
  • 310: Rook
  • 309: Ode aan mijn bh
  • 308: Alfa
  • 307: Vijgen voor Pasen
  • 306: Wereldsmart
  • 305: Jonge ouderen
  • 304: De Boekenkrijg
  • 303: www.zot.com.bébé
  • 302: Echte fictie
  • 301: Mundial
  • 300: De Felle
  • 299: Westlof
  • 298: Lam Gods
  • 297: Jacky
  • 296: Hop paardje hop!
  • 295: God?
  • 294: Acoliet
  • 293: PP
  • 292: Netwerk
  • 291: Leffaards
  • 290: Het varkensei
  • 289: Geheim
  • 288: Geknipt
  • 287: Geloof
  • 286: Stommeling
  • 285: Een aardig ding
  • 265: VRESELIJK
  • 284: Kloon
  • 283: Allojjo
  • 282: Schaakstuk
  • 281: Communicatie
  • 280: Figuur
  • 279: Hairbag
  • 278: Lijstjes
  • 277: Jos, Joste, Gejost
  • 276: Melk?
  • 274: Frinch fraais
  • 273: Mager Heineken
  • 272: Appartemens
  • 271: Gestopt
  • 270: Ik zou u schrijven
  • 269: Koksmonoloog
  • 268: Een photo
  • 267: Getetter & Getoeter
  • 266: Water
  • 264: Beu
  • 263: Acteur
  • 262: Vederlands
  • 261: Etters & Engelen
  • 260: Men spele...
  • 259: Kwaak
  • 258: Geschoold
  • 257: A la recherche
  • 256: WJZBJZ
  • 255: Eindelijk
  • 254: 'Het' gezin
  • 253: Repetitieruis
  • 252: Kiespijn
  • 251: Reis Hiernamaals
  • 249: Gezondheid
  • 248: Speeltijden
  • 247: Rood licht
  • 246: Ruis
  • 245: Weg
  • 244: Mom
  • 243: HET JAAR ELF
  • 242: Kloon
  • 241: In de put
  • 240: Huid & Haar
  • 239: Zomer 11
  • 238: Duimen maar
  • 237: Poirot
  • 236: Smoke
  • 235: Collateral
  • 234: Nachtraven
  • 233: Undercover
  • 232: Frietpeace
  • 231: Kopie-Kopie
  • 230: Gezeid is gezeid
  • 229: Vreemde man
  • 228: Een stuk
  • 227: België
  • 226: Mijn meesters
  • DRAMA
  • 225: GVD
  • 224: Veldinterview
  • 223: Sprook
  • 222: Zappa
  • 221: Een bod op God
  • 220: Curryculum Vitae
  • 219: Tovenaar
  • 218: Perspest
  • 217: Animatietype
  • 216: Ruim
  • 215: De erwt
  • 214: Podiumbeest
  • 213: Mobiliteit
  • 212: Twee tijgereieren
  • 211: De kus
  • 210: Wolf
  • 209: Een reus
  • 208: Opsporingsbericht
  • 207: K met zuurpruim
  • 206: Volksverlakkerij
  • 205: Doppedrop
  • 204: Kap
  • 203: Affiche
  • 202: Regen
  • 201: Stuk
  • 200: Hair
  • 199: Wie A zegt
  • 198: Bijsluiter
  • 197: TV
  • 196: Arno
  • 195: Letters & Letteren
  • 194: Taalkunde
  • 193: Onder de zon
  • 192: Besparen
  • 191: De goede man
  • 190: Van die dagen
  • 189: Zwarte zwaan
  • 188: Questionnaire
  • 187: Say cheese
  • 186: Loteling
  • 185: Een zwaluw
  • 184: Grijs
  • 183: Claus
  • 182: Liefhebber
  • 181: Monumenten
  • 180: Erger
  • 179: Landbouw
  • 178: Bijna
  • 177: Onafhankelijkheid
  • 176: Zo fout als wat
  • 175: Wei-gevoel
  • 174: Merk
  • 173: Mens
  • 172: Pikant
  • 171: 50 vragen
  • 170: Jinx
  • 169: Wiskunst
  • 167: Met alle Chinezen
  • 166: Mooiste woorden
  • 165: Rijm
  • 164: Internetman
  • 163: EVBO
  • 162: Hondenleven
  • 161: Carrière
  • 160: Coureur local
  • 159: Kip ik heb je
  • 158: Politiek programma
  • 157: Design
  • 156: Kreeft
  • 155: Nicotine
  • 154: Gastronomen
  • 153: Verleiden
  • 152: Opinie
  • 151: 1e hulp in gevallen
  • 150: Verzamelwoedend
  • 149: Fakir
  • 148: Cliché
  • 147: Iets anders
  • 146: Uit de kunst
  • 145: Appartemensen
  • 144: Wereldwoeden
  • 143: Ongerijmd
  • 142: Dagboek van 1 dief
  • 141: Vioolkist
  • 140: Ouden van dagen
  • 139: Automatische piloot
  • 138: Leugendetector
  • 137: Hotel Milan
  • 136: De Diepe Gedachte
  • 135: De weg vragen
  • 134: Mag ik overvaren?
  • 133: Leven op Mars
  • 132: Vogelvlucht
  • 131: Faer♠er-gevoel
  • 130: Lolbroek
  • 129: Sollicitatie
  • 128: De Q van Proust
  • 127: Volg je nog?
  • 126: Kerstmisdaad
  • 125: Hartstuk
  • 124: Mozart in november
  • 123: Heb je gedronken?
  • 122: Frambozen in melk
  • 121: Appelschudder
  • 120: Quo Vadis?
  • 119: Niespijn
  • 118: Rog
  • 117: Opiniepeiling
  • 116: Vragen aan 1 engel
  • 115: Garnaal
  • 114: De collectie
  • 113: Grot met klaprozen
  • 112: Rechtspraak
  • 111: Eierensmelting
    Zoeken in blog

    Foto
    Aan de sneeuwzee in Vlaanderen, februari 2012
    Foto

    Jowan & Joris in Stotendorp Heule

    Foto

            Red shoes Wilma

    Foto

    Younger me, already salt 'n pepper

    DEZE KANT BOVEN (Sjors DNO)
    SCHUINE TEKSTEN
    25-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.235: Collateral

    COLLATERAL

    Podiumberoepen: acteur, goochelaar, zanger, stand-upcomedian, entertainer, presentator, cabaretier. Ik vergeet er nog. Meestal komen die personages vaak en uitdrukkelijk in beeld of in ons vizier. Met of zonder plankenkoorts, die ze al dan niet bestrijden met rituelen. Er zijn ook bijrollen. Sidekicks. Aangevers. Nevenfiguren. Er zijn zelfs hoofdbijrollen, op tv. Dat zijn de onafhankelijke beroeps die geheel alleen optreden, noodgedwongen, geïnterpelleerd door journalisten, met wisselende bekommernissen. Dat zijn de BBV’s, de Bijna Bekende Vlamingen, of de collateral BV’s, zeg maar. Voorbeelden. Auto’s met mensen erin slippen. Er moet zout gestrooid worden. Dat zout raakt op. Drama. Ilse Luypaerts lost dat op. Zij wordt een BVV in de maanden december tot februari. Zij krijgt een bijrol in het grote drama van de Belgische mensheid. Overstromingen. Branden. Ontploffingen. Drama. Wauthier Robijns staat paraat, namens de verzekeringssector. Fileleed. Mobiel België staat stil. Drama. Maarten Matienko is hier de rots in de branding. Hij zal je aanraden pas zondag te vertrekken. Wat kan er verkeerd lopen? Hoe lang is uw remafstand? Voelt u zich een gordeldier? Drama. Maid Marjan Duchesne snelt u glimlachend ter hulp. Treinen te traag? NMBS alweer niet van haar woord? Botsingen? Frédéric Petit legt het wel uit. Puur fictie, die Frédéric! Winkelellende. Koopjes. Sperperiode. Percenten en serpenten. Drama. Opeenvolgende woordvoerders van UNIZO bezweren de gevaren ter plekke. Drie verschijningen en ze verkrijgen het BVV-statuut. Zo zijn er nog van deze toevallige bijrollen. Ze krijgen door omstandigheden een kans op dat rechthoekige scherm van afschuw, het podium van de eenentwintigste eeuw. Ze kunnen een Oscar krijgen als ze het collectieve probleem goed bezweren of weten uit te leggen. Ze worden niet gevraagd in de grote shows, de lullige panelgesprekken, de hoeraquizjes, de billenklets- en gierprogramma’s op de tv van de BV’s. Ze staan voor collateral damage, of althans: zij moeten die nevenschade uitleggen en zeggen dat het wel goed komt. Drama. De echte werkers zijn nooit zo zichtbaar als de zogezegde helden. En toch is misschien hun plankenkoorts groter.

    PS Ik heb het dan nog niet eens gehad over nieuwslezers op tv. Wist u dat die geen benen hebben? Over halve zichtbaarheid gesproken.


    03-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.234: Nachtraven

    NACHTRAVEN

    Nighthawks – Edward Hopper. Verveling en eenzaamheid ten top gedreven en te kijk gezet in de glazen kijkkast van een New Yorkse ‘diner’ begin jaren veertig. Het is een van de bekendste schilderijen ter wereld. Vier vastgespelde vlinders in een vitrinekastje. Je kan er dwars doorheen kijken en toch bulkt het plaatje van afstand en onbereikbaarheid. Alsof je in de zoo naar vreemde wezens kijkt die achter glas gevangen worden gehouden. Candid camera of splendid isolation? Gezien willen worden of ongezien en ongestoord willen blijven? Heeft men vensters en ramen als uitzicht op de wereld of dienen die om er gordijnen voor te draperen? Denk aan de glasgordijnen die vele ramen bedekken. (Ik associeer er onwillekeurig lijkwaden mee). Die verhullen het schouwtoneel op aarde (het kamertoneel, zo je wil), maar ze zijn toch transparant genoeg om nog de contouren van mens, tv-scherm en computer te ontwaren. Tegelijkertijd opaak en doorzichtig. Een combinatie: ik wil niet dat je me echt ziet, ik hoop dat je me ziet. Voorbijgangers zien dan een individu aan een computer zitten: eenzame nighthawks in contact met www. Communicatie ten top gedreven en te kijk gezet in de glazen kijkkast van een Vlaams woonhuis in de eenentwintigste eeuw. Chatrooms die er geen zijn, contact dat er niet is. In de jaren zeventig, tachtig flakkerden ’s avonds overal de blauwe en later kleurrijke televisieschermen op wanneer je door de stad stapte. Je zag er de menselijke contouren aan topsport doen in hun sofa’s. De daaropvolgende decennia werden de screens flatter en groter, en vaak ook ontwaarde je het kleinere broertje in de huiskamer: de pc of de laptop. Het zijn de vaste ingrediënten geworden van de schouwtoneeltjes ten huize van zovele nighthawks. Die nachtraven vliegen niet echt meer uit. Ze doen virtuele uitstapjes. Soms gebruikmakend van onechte namen, zoals mensen in de huid van iemand anders kruipen en acteur worden. Het hoofdpersonage in Hoppers Nighthawks zit met zijn rug naar ons toe. Buiten is geen levende ziel te bespeuren. Twee andere tooghangers lijken een dialoog te hebben met de barkeeper. Ieder ogenblik kan er een raaf te pletter vliegen tegen die zee van glas die ‘les gens de la nuit’ omhult en beschermt. Drama. Dimmen.


    06-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.233: Undercover

    UNDERCOVER (HAIR)

    In het literaire en het theatrale wereldje kom je nogal es types tegen met gladgeschoren schedels en moeilijke brilletjes op hun pief.
    Het camoufleren van enerzijds gebrek aan haar anderzijds gebrek aan verstand is er schering en inslag. Het lijken wel kloons van elkaar, al die moeilijkdoenertjes. Deze concentratiekamplook werkt ook dubbel. Men weet nooit goed wat men voor zich heeft: is men nou kampdokter of is men nou gevangene? Wanneer ik andermaal zo’n culturele Schedelmans zie opdoemen, zet ik mijn zonnebril op en ken ik hem een nummer toe. Ik zit al aan nummer 1.234.567. Zoveel exemplaren sjokken er rond. Deze Schedelmansen scheren zich daarenboven ook maar om de vier dagen. Zo creëren ze graag een indruk van geleerde verstrooidheid of geniale vergeetachtigheid. Geen tijd gehad. Bezig geweest met Moeilijke Dingen, dag en nacht. Zij staan hun kingewas toe even lang te worden als de afgeroetsjte groei op hun hoofd. Eigenlijk was dat ongeschoren syndroom het handelsmerk van het reclame- en copywritersgild. Helaas voor hen zijn ook andere beroepen zich om de vier dagen niet meer gaan scheren. Andere beroepen profileren zich plotseling ook modieus. Advocaten harken hun haren achteruit of laten die welig tieren. Aldus zien ze er vaak uit ofwel als tuig van de richel ofwel als kunstschilder of toondichter. De grens tussen recht en misdaad en kunst is smal. Acteurs vertonen nogal es de neiging kaal te worden. Doodgewoon kaal. Qua metamorfose valt daar veel mee aan te vangen. Een positief punt op het cv: beschikt over geen haar. Het gebeurt wel vaker dat zo’n acteur plotseling wanggewas gaat kweken. Vooral als hij al bekend genoeg is. Daar valt ook veel mee aan te vangen. Inzepen en afscheren bijvoorbeeld.
    Nu scheer ik mezelf weg, vooraleer zo’n kampbewaker op me afkomt. Ik smeer ‘m.


    02-02-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.232: Frietpeace

    FRIETPEACE

    Vette hap in magere dagen. Toeverlaat der hongerigen. Keet van vertrouwen. Alomtegenwoordige kathedraal van kroketten. Basiliek van burgers. Tempel van look en sissend vet. Sluiphok der scholieren. Steun voor de innerlijke mens. Rantsoenpost der gezinnen en alleenstaanden. Sis voor ons.


    Als er geen frietketen waren, dan zouden we ze weer uitvinden en laten beschermen door Monumentenzorg, Vlaanderen B-plan en een paar ministeries tegelijk. En nog een handjevol politieke partijen ook, want iedereen moet eten, nietwaar. Wat is er inderdaad nog gezelliger dan teeveestaren? Hongerend naar de eeuwigheid frieten plukken uit een pakje of een zakje, die eerst even kopje-onder gaan in een kledder mayonaise of pepersaus. Wat overstemt het gedruis van die hemeltergende Vlaamse regen en auto's op pletsende banden? Het allesbegrijpende gesis van vet in een frietkeet. Wat evenaart de douche thuis? De wind die uiteenwaaierend hemelwater onder de luifel van een friture jaagt, bijgestaan door opspattend modderwater van voortjakkerende gezinswagens. Waar praat je tegen een hondje met een hoedje op? Daar. Waar vind je de laatste resten echte democratie? Ook daar. In de friethalle. Ik hoorde er zelfs eens een rechter boeren. En als je liever niet gezien wordt met friet, vraag je maar iets burgerachtigs. De burger heeft nu eenmaal medezeggenschap. Ooit stond ik met twee Kortrijkse parlementariërs in een zeer bekende frietkeet aan het station. Ze konden er nog net bij; het was geen weer om een hond door te jagen. Ik stond er wel al. Ik zweer het u: voor de duur van één met witte pepersaus (plusminus negen minuten) heb ik daar toen eindelijk eens een zinvol gesprek gehad met politici. Dat was een primeur voor mij, in volle winter dan nog. Want als ik er zo een zie naderen, dan krijg ik onmiddellijk zeer bloederige ketchupvisioenen. De cement van ons toenmalige gesprek vormde de friet. We praatten, onze mond vervuld van warme patat. En weggedrongen in een hoek plukten we broederlijk onze frieten uit een ouderwets puntzakje. Ook toen wedijverde het frituurvet met de regen in lawaai: alles ziedde en schuimde en kookte. Haastig hapten we segmenten uit onze democratische frikadel, vervaardigd uit oud papier en oostpriesterhulptextiel. Onderzoek aan de universiteit had toen al uitgewezen dat frikadellen en hamburgers vooral bestonden uit oud papier, advertentiebladen, onderbroeken en legervoorraden kousen. Allemaal gerecycleerd, zoals het hoort. Jammer dat na ons bezoek aan de patatkraam de ban gebroken was. De passie was weg. De honger was gestild. Ieder ging zijns weegs, naar zijn taverne of naar moeder de teevee. A propos: waarover toen mijn gesprek met de twee parlementariërs ging? Ik monsterde hun frikadellen, wachtte tot die half op waren en somde dan de ingrediënten op waaruit die vervaardigd waren: oude verkiezingsdrukwerken onder andere. 'Heren,' deelde ik hen mede, 'u bent uw eigen leesvoer aan het opvreten. De cyclus is weer rond. Er is toch nog rechtvaardigheid in dit land'. Nou, ze namen het nog goed op. We stelden namelijk ter plekke een onderzoekscommissie in en probeerden te ontdekken tot welke politieke strekking de restjes frikadel behoorden. Geen probleem: ze kozen prompt voor de meerderheid. De mond van de beide parlementaire heren, met name. Frietpeace: de basis van onze democratie.


    08-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.231: Kopie-Kopie

    KOPIE-KOPIE

    Het wuivende groen in mei en in de ramen de weerspiegeling van het wuivende groen in mei. De maan die ’s nachts het water in de vicieuze kasteelwal verlicht waar ook de maan in dobbert. De wortel van de boom die de kruin herhaalt en omgekeerd. De bewolking in juli die ook op de gezichten van de bevolking te zien is. Een naam die je net zo goed achterstevoren kunt lezen. Een lepelnaam dus. De stad die in de glimmende regenstraten als haar eigen onderwereld weerspiegeld wordt. Iemand die zegt ‘Wat je zegt, ben je zelf’. Het atelier van de schilder met de schilder zelf erin perfect gekopieerd in het oog van de schilder die naar je kijkt op zijn zelfportret dat net echt is. Twee mensen die precies op hetzelfde ogenblik krek hetzelfde zeggen. De vergelijking ‘een roos is een roos is een roos.’ Het perfecte rederijkerskruiswoordraadsel. Tot je ontzetting je eigen gezicht herkennen in de reflectie van het etalageraam van een babyklerenwinkel terwijl je dacht: ‘Wat is die lelijke uitstulping daar? Wat een tronie!’ De echo van je eigen woorden in dat klankhol van je hoofd herhaald horen met terugwerkende kracht. Het spiegelschrift van de cafébazin. De gelijkenis tussen grootouders en kleinkinderen en grootouders. Andy Warhol. De poets wederom poets. De boemerang. De jogger die in het midden van zijn leven van zichzelf wegloopt en zolang voortsjokt tot hij zichzelf weer tegenkomt, want de aardbol is rond. Hij wint een dag tijd, want hij vertrok in oostelijke richting. Rijm dat rijmt met een ander rijm. Een soort achterklap, weet u wel. Klanken en noten die herhaald worden. Repercussie, repetitie, herhaling van reclame, alliteratie, stafrijm, de behoefte van de mens (en het kind) aan herhaling. De ene Griekse zuil die de andere oproept. A gaat voor B. Spic vraagt om Span. Gas en elektriciteit. Os en ezel. Bang en wezel. Rust. Evenwicht. Dit zou de winter kunnen zijn. want januari volgt op december, dat aan januari voorafgaat. Wie zoekt, die vindt, wat hij zoekt. Het (inter)net is een (spinnen)web. U ziet uzelf. U bent uw eigen schermbeveiliging.


    12-12-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.230: Gezeid is gezeid

    GEZEID IS GEZEID

    Waar is mijn piet nu weer, zei Sinterklaas, en hij zocht wanhopig tussen de plooien van zijn tabbaard.

    Wat is dat gelul toch allemaal over die zak, zei Sinterklaas, en hij sjorde zijn lange onderbroek nog maar eens op.

    De daken zijn niet meer wat ze geweest zijn, zei Sinterklaas, en hij struikelde over een zonnepaneel.

    Wie stout is krijgt de roe, zei Sinterklaas, al zou ik niet weten wat dat is en hoe.

    Laat de kinderen tot mij komen, zei Sinterklaas, ik ben ook een bisschop hé.

    Je hebt te veel noten op je zang, zwartwerker, zei Sinterklaas, en hij gaf zijn strooipiet een mep tegen zijn kop.

    Mijn koninkrijk voor een paard, zei Sinterklaas, en hij inspecteerde de schimmel tussen zijn tenen.

    Ik twijfel tussen een picknick en een pieknieke, zei Sinterklaas, en is het speculoos of speculaas?

    Dat scheelde geen haar, zei Sinterklaas, en hij streelde de extensions in zijn baard.


    11-11-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.229: Vreemde man

    VREEMDE MAN

    Nog hoeveel? keer slapen en het is weer zover. Dan komt de goede man. Afgelopen zomer aten we al zomerklaaskoeken; we vonden dat wat jammer. Dat is niet macrobiotisch: je moet eten wat het seizoen en de omgeving schaffen. Varkensvlees en frieten bijvoorbeeld. Heeft de Sint dan geen sperperiode, potverpietjes? Ik eis zo’n sperperiode voor bepaalde klaasproducten. Toen ik nog een uk was, rookte mijn pa Almos. Later werden dat andere merken. Groene Michel. Richmond. We wisten maar al te goed waar hij zijn voorraad verstopte. Ma dacht dus dat hij veel rookte. Maar wij leefden in het tijdperk waar een van de reclameslogans luidde: Sprint – dé sigaret voor de sportman. Roken was dus gezond. Het gebeurde wel vaker dat mijn mannelijke verwekker in het donker nog om een pakje holde, naar zo’n gezellig winkeltje uit oude tijden van koloniale waren van voor het economische debacle. Het rook er altijd naar zaterdag. Je kon er alles krijgen. Ik heb er eens mijn broer met zijn kont in een emmer haring geduwd. Enkele jaren op rij, op één welgemikte decemberavond, mochten we mee met pa op stap om een pakje sigaretten te kopen. De wandeling heen en terug duurde een halfuur. Het was 5 december. Guur weer, zoals gewoonlijk eind jaren vijftig – begin zestig. De wind gierde om schoorstenen en langs telefoondraden. Toen we weer thuiskwamen, mijn pa gehuld in verse Almos-wolkjes, was een andere goede man hem potverdorie voor geweest. De Sint was gepasseerd! We hadden hem niet gezien. Toch woonden we in een doodlopende straat. De spoorboom op het einde van de straat was definitief neergelaten; nieuwe wegenwerken en tijden braken aan. De heilige man had bij ons thuis wat speelgoed gedropt. En hij was natuurlijk via het dak en de schoorsteen gekomen. Gewone straten met ellendige kasseien had hij niet nodig. Vooral geen doodlopende, zelfs niet met sintvriendelijke kinderkopjes. Zo moesten we nooit wachten tot 6 december: een ellendige schooldag waar Pieten op deuren bonkten en meesters vraagstukken opgaven met picknicken erin. (‘Jan heeft 10 picknicken. An 7. Als Jan er 6 opeet en An 2, hebben ze samenveel pret’). Elk jaar echter was ik sterk ontgoocheld in de Sint. Want ik hoopte altijd op een echt berenvel. Het stond lange jaren bovenaan mijn verlanglijstje. Ik wou een heus berenvel om me in te vermommen en de mensen de stuipen op het lijf te jagen. Nooit kreeg ik het. In de derde kleuterklas had ik al sterke vermoedens omtrent de identiteit van de goede man. Hij rook namelijk naar Almos-sigaretten. Samen met mijn vriend Pol-zaliger deelde ik die vermoedens. Diens Sint rook naar Zemir, ook een merk van toen. Zuster Serafien had dat door en parkeerde ons op 6 december in een bank vlak bij de deur. ‘Niet te hard schrikken als er hard gebonsd wordt hé. Je weet wel wie er dan komt hé … Maar: mondje dicht, hé!’ We knikten ijverig. Maar op 6 december wipten we net als alle andere babyboomers geschrokken op, toen er knoerthard op de deur gebonsd werd en een regen van picknicken over de kortgeknipte koppen scheerde. Pol en ik keken ondertussen door de hagelwitte baard van de goede man heen: herkenden we een van onze vaders? Buren? Meesters van de grote school? Er liepen weinig mannen met baarden rond in die tijd. Alleen maar Jan, Piet, Joris en Corneel. En zaten er wel echte glazen in die bril? Het leek verdorie wel een zonnebril. Of toch zo’n ziekelijk brilletje met van die verduisterde glazen. En wat betekende dat gedoe met die vier Pieten? ‘Hulppieten,’ legde zuster Serafien uit, na het gewelddadige sintbezoek aan onze klas. ‘De goede man wordt oud en kan niet alles zelf meer doen.’ Ze keek Pol en ik staalhard in de ogen. Het leven ging later door. Zuster Serafien werd tweehonderd jaar. Ik kreeg nooit een berenvel en Pol stierf jong. En mijn pa stopte met roken. Het waren oude tijden waar straten doodliepen en het hard woei door de zee van antennes op de daken. Later, maar niet zo lang meer, heb ik me nog vragen over de sint gesteld. Eet de goedheiligman preparé? Zo ja: blijft er dan wat hangen in zijn baard? Kan ik zelf een sint worden of voor sint leren? Ben ik misschien de jongste broer van de Sint? Heeft de Sint bleke billen die des zomers aan het strand van Spanje bruin worden? Waarom Spanje in hemelsnaam? Waarom is hij zo in voor oranje? Wat is het verschil tussen speculoos en speculaas? En die roe dan: dient die om te roeren in de zak met stoute roestige kinderen? Kinderen die het grof gemaakt hadden, zoals in ‘Klein klein kleuterke, je maakt het veel te grof’? In het eerste leerjaar luidde mijn eerste zinnetje: Puk zit in de wei bij de beek. Hij houdt een roer vast. Hoe zat dat in elkaar? Roe? Roer? Roest? Wat was het verband? Vanwaar kwamen die vreemde woorden? Ook uit Spanje? Wie was Puk in hemelsnaam? Een of ander pikzwart pietje?
    Enkele jaren later waagde ik me zelf aan mijn eerste sigaret. Almos bestond al niet meer. En ook mijn geloof in een sintschap was al lang verdwenen. Alleen: zoals in een bekend boek de smaak van een koekje een verleden weer kan doen keren, zo verscheen eventjes in de rook van die verboden sigaret als een djinn de goedheiligman uit de middeleeuwen van mijn leven. Ik mocht echter geen drie wensen formuleren. Ik verwenste mezelf later dat ik er ooit aan begonnen was.


    15-10-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.228: Een stuk

    EEN STUK

    Dit wordt het stuk dat alle andere stukken zal doen vergeten. De gastregisseur heeft het gezegd. Ik krijg als trouw bezoeker reeds anderhalve maand op voorhand ook mailtjes van een speler die in het stuk aller stukken figureert. Hij ziet het zitten. Ik verdenk hem ervan me gekostumeerd te mailen. De titel van het stuk ontsnapt me weliswaar voortdurend. Er zijn te veel gelijkaardige titels. En ook te veel lange. Er staat, herinner ik me, onder andere een bijvoeglijk (groen? verboden?) en een zelfstandig naamwoord in (schandaal? feest?) Nu, ik ben kijkliefhebber in hart en nieren. Ik spiek nog even op het mailtje, mail terug omdat de dag niet klopt met de speeldatum van de première, en kan dan een paar uur later deze must in mijn agenda zetten. Vijf weken later is het zover. Ik spoed me naar zaal De Laatste Hoop, een polyvalent gebouw waar je bijvoorbeeld voor saucijzen kunt kaarten, Roetheense volksdansen kunt leren, Maltese geurentherapie kunt volgen, derdeleeftijdpingpong kunt spelen en aan toneelkijken kunt doen. In verband met dat laatste: jammer dat er geen hellend vlak is. Toneelvereniging De Plank brengt er hedenavond ‘Groen van de miserie’ in première, een blijspel. Vooraleer ik erin slaag mijn zitplaats te bereiken, word ik staande gehouden door diverse vrijwilligers. Ik ruil munten voor bewaring van kleren. Ik besteed een flapje aan de brochure over het stuk. Mijn toegangskaart wordt vakkundig middendoor gescheurd door een meisje dat Moderne Talen volgt. Ik baan me een wegje en knik en wuif ondertussen naar buuf en buur. Eindelijk bereik ik mijn stoel. Het is een gewone stoel. Er staan er twintig per rij. Hij staat iets te dicht tussen twee andere stoelen in. De kaartenverkoop liep blijkbaar lekker. Ik ruik de regenkleren bij mijn buren; zij gaven hun jassen niet ter bewaring af en dijen dus iets breder uit. De stoel voor mij blijft gelukkig leeg: ik zit in de voorlaatste rij en alles is hier dus letterlijk platvloers. Maar dan … vlak voor de vertoning gaat beginnen, de lichtplasjes aan de muren fletser worden, het geroezemoes afkalft en ik mijn zitvlees comfortabeler herverdeel over mijn stoeloppervlak, gebeurt het. Op de onbezette stoel vlak voor mij deponeert zich in laatste instantie een mevrouw met zo’n gebeeldhouwd Fabiolakapsel. Ik kan er niet naast kijken. Het is de mama van de hoofdfigurant. Ik zie nu al groen van miserie.


    16-09-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.227: België

    BELGIË

    De enige aanwijsbare reden voor het groot gelijk van iedere politicus is diens groot gelijk, al zegt hij het zelf. Idem dito is een bekende Vlaming bekend omdat hij bekend is, van op tv. Vandaar, België: land uit zicht. Het valt niet te bezeilen.


    29-08-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.226: Mijn meesters

    MIJN MEESTERS

    Meester Gilbert was de vreselijke man die mijn eerste leerjaar in de basisschool dirigeerde. Ik heb het over eind jaren vijftig – begin zestig. Ik had dat, zelf een uk op tafelhoogte zijnde, toen nog niet door, maar mijn eerste ‘grote’ meester was een onderdeurtje dat met rechtopstaande haren amper 1 m 60 hoogte bereikte en zo mager als een sprinkhaan was. Mocht Bellewaerde al bestaan hebben, hij mocht ‘voor niks’ binnen. Een ideale limbodanser. Waarom ik hem een vreselijke man vond? Meester Gilbert deed ons naar voren komen om verzen te declameren. En dat was nou net mijn trauma uit de papschool bij zuster Serafien geweest: dat we godgenageld alleen voor de klas liedjes moesten zingen of gedichtjes moesten voordragen. Meester Gilbert, een amateur-toneelspeler van het betere allooi (zijn toneelkring won enkele keren het nationale Landjuweel), acteerde ook zelf de lessen Gewijde Geschiedenis. Het passieverhaal blijft nu nog in mij nazinderen, met de oranje illustraties erbij. Mijn geloof is er echter niet groter door geworden, wel mijn fascinatie voor verhalen. Wie iets goed deed, kreeg een doopsuikertje. Soms moest je dat dan weer inleveren, omdat het niet goed bleef. Vier stokjes aan je m bijvoorbeeld. Of een inktvlek. Dan was dat doopsuikertje al half gesmolten. Je moest het immers bewaren: je mocht je beloning alleen maar verorberen tijdens speeltijden. Naast mij in de bank zat een roodharige dikkerd met duizend sproeten en een roze velletje. Soms haalde hij onverwacht maar stiekem zijn piemel uit. Dan moesten we lachen. Helemaal vooraan was Jozef-met-het-brilletje geparkeerd. Hij leek dom te zijn. Zag hij niet goed? Godverdomme, niemand besefte het: eigenlijk was Jozef een beetje doof. Jaren later kwam er op de plek van de toenmalige basisschool een PMS-centrum, nog veel later CLB genoemd. Daar hadden ze kunnen ontdekken dat Jozef wat doof was, en niet blind, en niet dom. Het waren harde tijden. Ik was de tweede van de klas, achter het zoontje van de dokter. Mijn prijsboek had als titel: Van een konijntje en een ei. Een kieken wou haar ei niet uitbroeden. Dan maar het konijn ten tonele gevoerd. Op de prijsuitreiking werd de film Bambi vertoond. Mijn eerste leerjaar? Angst.

    Meester Vandecasteele (ik ben zijn voornaam vergeten; Norbert?) kleurde mijn tweede leerjaar van de basisschool aangenaam in. Ik begon me eindelijk goed te voelen. Hij was jong. Elke ochtend kwam hij op school toe met een scooter, van ergens héél ver. Hij was een beetje Elvis Presley (hoewel wij die naam niet kenden). Er stond een steenkolenkachel midden in de klas. We schaarden er ons omheen, riekend naar natte honden. Meester Vandecasteele had een beloningssysteem met gekleurde kartonnetjes, waarbij niemand zich gepasseerd voelde. Soms zwierde hij zijn benen naar omhoog en ging hij even op zijn hoofd staan. We hadden het gevoel dat hij een vreemde snuiter in onze school was. In die tijd arriveerde midden in het schooljaar ook een rijke jongen bij ons in de klas. Iedereen wou naast hem in de bank. Hij was met een vliegtuig uit ‘de’ Congo gekomen: het gevaarlijke land van de negers met de afgehakte handen. In die tweede klas vond ik ook mijn eerste meikever, in de haag omheen de stedelijke speelwarande. Op rapportdag (examens heetten toen nog ‘wedstrijden’ of ‘ombesten’) bleek ik nog meer percent te hebben dan bij die brulaap uit het eerste leerjaar. Het zoontje van de dokter was dieper in de rangschikking weggezakt. Meester Vandecasteele was immers geen inwoner uit het stadje; hij kwam van ver … En bij hem mocht je ook wat stouter zijn. Dat vormde geen echt probleem betreffende de kolom ‘Uitmuntendheid’. Ik kreeg dus veel prijsboeken. Vooral van Hollandse schrijvers, waar personages Harm en Puk moesten heten. ‘Puk zit in de wei bij de beek. Hij houdt een roer vast.’ Aan mijn tweede leerjaar bewaar ik warme aangename herinneringen.

    Meester Wets van de derde klas (die toen al duizend jaar leek te zijn) werd ziek. Vrijwel onmiddellijk, aan het begin van het schooljaar, nam mevrouw M. zijn plaats in. Zij was de vrouw van de toenmalige schooldirecteur. We verhuisden dat jaar ook naar een ander segment gebouwen, palend aan de echte grote school, waar we ooit zouden belanden. Mevrouw M. leek in mijn ogen op een gerimpeld appeltje uit de vorige herfst, althans wat haar gezicht betrof. Ze was wel een voorloper in individuele evaluatie. Ze nam uitvoerig de tijd om van bank naar bank te gaan en daar ter plekke schrift na schrift te becommentariëren en te amenderen. Daardoor, vooral omstreeks april-mei, kregen we ook soms een stukje van haar boezem te zien. Dat geultje interesseerde ons toen al in dezelfde mate als de glijbaan in pretpark Meli. Ofschoon we in die tijd uiteraard een volledige masculiene klassengroep vormden, getalsterkte meer dan dertig eenheden, ondervond mevrouw M. geen moeite met ons. We vonden een juf wel eens fijn. Mijn derde leerjaar weekte de vrouwelijke kant in mij los.

    Meester Haelewijn van het vierde leerjaar vond ik een heel fijne kerel. Om te beginnen had hij een boekje gepubliceerd over het nabijgelegen en beroemde kasteel van Wijnendale. Dat vond ik indrukwekkend, want toen al wou ik schrijver worden. Meester Haelewijn nodigde echter ook eens een echte brandweerman in de klas uit, waardoor ik plotseling besloot: ik word spuitgast! Dat werd zelfs de titel van mijn daaropvolgende opstel. Hij organiseerde ook een heuse studietrip naar een ijzergieterij in de omgeving, want een van de zoons van het bedrijf zat in onze klas. Meester Haelewijn behandelde ons niet als domme onwetende kinderen. Hij ging rustig en gereserveerd met ons om. Wij, hoe jong ook, apprecieerden dat. Geen gebrul, geen lawine van straffen, een rustig stelsel van beloningen. Zijn natuurlijke autoriteit werd nog versterkt door zijn bril met zware montuur. Later zou de mode worden. Het zou ook nog decennia duren voor het woord ‘respect’ opdook in het straatvocabularium van jonge streetwise durfnieten, maar zeker weten: wij (Armand, Hans, Wilfried, Hans, Eric, Pol, … ) hadden toen ‘immens’ veel respect voor meester Haelewijn. Mijn vierde leerjaar opende mijn vensters op de wereld.

    Meester Devriese van de vijfde klas was mij zeer goed gezind. Hij kende mijn ouders goed. Bij hem leerde ik mijn eerste Frans. Zingend. C’est un éléphant, qui marche … qui marche … Hij kon een iguanodon op het bord tekenen. Maar bovenal ontdekte hij dat ik heel mooie opstellen schreef met veel tekenende woorden in. De zwarte kat liep door de dikke benen van de warme bakker. Mijn mooie zinnen kwamen telkens weer op het bord, na elk opstel, maar mijn tekeningen op de keerzijde waren een ramp. Meester Devriese keek door zijn wazige gekleurde brillenglazen altijd een beetje treurig. Hij was ook diepgelovig. Na schooltijd en na de niet-verplichte les Frans kon je bij hem bijvoorbeeld nog EKW volgen: Eucharistische Kern Werking. Dat deed hij samen met een priester, in de schoolkapel. Hij kwam ook op voor de zwakkere broertjes in de klas. Toen we voetbalden met een tennisballetje op de speelplaats, en het onhandige Willy’tje ‘kopte’ het balletje per ongeluk met zijn rug in plaats van met zijn hoofd weg, dan was meester daar om iedereen te bezweren dat dat helemaal niet erg was. Jezus had immers ook aandacht voor de minderbedeelden.

    In mijn zesde en laatste klas van de lagere school (ik deed geen zevende leerjaar, hoewel heel veel leerlingen dat toen wel deden: onze school kende in die jaren nog drie zevende klassen) was de cirkel rond: weer zat ik oog in oog met een tiran. Meester Rosseeuw (‘Spreeuwe’) was dubbelkinnig, streng, onredelijk en oud. Ik bewaar maar één goede herinnering aan hem uit dat jaar: toen hij elke zaterdagvoormiddag voorlas uit een avonturenboekje over een expeditie. Overigens bleek jaren later dat mijn eigen pa en de meester niet op goede voet met elkaar stonden. Vandaar het ongemak, dat ik elke dag aan den lijve ondervond. Spreeuwe speelde piano en was oerkatholiek. We moesten dus veel zingen. Gelukkig was het toen al de mode dat er in de zesde klas ook door andere meesters les werd gegeven, ter voorbereiding op de middelbare school. Meester Cafmeyer gaf geschiedenis; meester Schutyser gaf aardrijkskunde; mijn eigen tiran Spreeuwe gaf natuurkunde. Spreeuwe kwam rond met zo’n gigantische rolstempel, zodat iedereen een kikker of de nerven van een blad in zijn schrift kreeg gestempeld. Er was in die tijd wat aan de hand met bisschop Makarios op Cyprus. We moesten er knipsels uit de krant over verzamelen. En o ja: België won een oorlog tegen Duitsland. Dat was het enige goede wereldnieuws uit mijn zesde en laatste leerjaar in de basisschool. Spreeuwe, als de hemel of de hel bestaan, en ik kom u daar tegen: ik zal me moeten inhouden of ik geef u een optater tegen uw verwaande stekelharen kop, zodat uw kinnen trillen als een pudding.

    Mijn meesters en mijn ene juf: gemengde gevoelens. Angst, respect, warmte, bewondering, begrip, afgrijzen. En als het regende, regende het hevig. En als het vroor, vroor het dat het kraakte. En de wind huilde waanzinnig. En de sneeuw lag metershoog. En de zon brandde ongenadig.


    09-08-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DRAMA

    DRAMATISCH NIEUWS


    Ik neem de vrijheid u en uw gezelschap enkele van mijn theaterstukken onder uw welwillende aandacht te brengen. Zowel Toneelfonds J. Janssens (Borgerhout) als Theaterburo Almo (Antwerpen) als Toneeluitgeverij Vink (Alkmaar, Nl) publiceren mijn dramatisch werk. Mocht u eventueel interesse hebben i.v.m. opvoering, dan moeten de scripten bij deze literaire agenten opgevraagd worden.


    EEN EENHOORN IN JE TUIN
    (J. Janssens, 1996): jeugdtheater voor kinderen, door kinderen en desgewenst volwassenen. Meerdere rollen mogelijk, o.a. een hele klas. Thema: fantasie. Avondvullend.

    THUIS HEBBEN WE GEEN TREIN (J. Janssens, 1998): avondvullende monoloog. Aan het woord is een geprepensioneerde treinconducteur. Thema: station, treinen, reizen. Meerkeuzemogelijkheden voor het slot. Genre: hilarische komedie.

    DODE ADDER (Almo, 2000): bekroond met de Nestor de Tière Toneelprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde Gent en met de Premie Theaterschrijfprijs Provincie West-Vlaanderen. Avondvullende dialoog voor 2 mannen of vrouwen en een zwarte vogel (raaf). Een ironisch sollicitatiespel dat uitmondt in rolomkering en moord. Genre: wrang-ironische komedie.

    HIEP HIEP HYPO! (J. Janssens, 2002): eenakter voor een 10-tal personages. Een man koestert zelfmoordplannen en gaat daarom een laatste keer shoppen in het warenhuis. Hij ontmoet er overledenen die hem tot andere gedachten proberen te brengen. Thema: zwaarmoedigheid. Genre: komedie.

    DE BIERKAAI (Almo, 2002): avondvullend volksstuk in 14 staties met een ‘catering’-einde, zich afspelend in een randstedelijk stamcafé. Een 20-tal rollen, verwisselbaar (m/v). Graag ook een hond. Diverse thema’s. Genre: komedie.

    DRIE MINIMONOLOGEN (J. Janssens, 2003 & Vink, NL, 2009): duur van elke monoloog is een halfuur. ALS HET HERT SPREEKT: een jachttrofee-met-gewei aan een cafémuur lucht zijn hart. MAMA: een zoon lucht zijn hart over zijn vrouwelijke ouder. ROLEX: een bedrogen minnares lucht haar hart over haar ex-geliefde.

    ZEG, LUISTER JE NOG? (Almo, 2004): een veertigtal korte sketches in dialoogvorm. Genre: absurd, laconiek, ironisch.

    ’T PARADIJS, EEN GRENSGEVAL (Almo, 2007/08): een volksstuk in opdracht, geschreven voor de bewoners van de grenswijk ’t Paradijs/Rekkem (Vl – F), waarin de typische grensproblematiek wordt geëvoceerd, o.a. de smokkel. In 2008 werd dit volksstuk opgevoerd ter plekke.Genre: volkstoneel.


    DAMIAAN, MIJN DING
    (2007/08): een jeugdtheaterstuk in opdracht van Damiaanactie en Revinzeschool Torhout. Eerste opvoering juni 08. Genre: spektakelstuk.


    HOTEL DE STERVENDE OLIFANT
    (Almo, 2009): een avondvullende theaterthriller met bloeddoping in de wielrennerij als thema. 15-tal rollen; 3 decors. Genre: drama.


    ZZOEF!!
    (IBVA Alkmaar, Vink, NL, 2009): eenakter in 12 taferelen over de snelheid van het leven. Combinatie ernst & humor. Verwisselbare rollen (5 à 6 duo's). Genre: drama/komedie


    VEE
    (Almo, 2009): komisch stuk over teambuilding, groepsdynamiek en zwak leiderschap. 11-tal rollen; 3 decors. Duur: 80 min. Genre: drama.


    APPELEN
    (2009): een kijk- en luisterspel dat door actrice Bianca Vanhaverbeke geïnterpreteerd wordt om door kinderen gespeeld te worden. Genre: spektakel.


    ZIJN ALLE ZWANEN WIT?
    (J.Janssens, 2010): absurde eenakter, duur drie kwartier, twee rollen en een vallend voorwerp. Genre: absurd.


    MEERVOUD (M/V)
    (Vink, NL, 2010): spektakelstuk voor twee rollen (desgewenst zes) op en rond een dubbele schommel, waarin Fred & Ginger, Julius & Cleo en Dolf & Eva op hun leven op aarde reflecteren. Duur: anderhalf uur. Dans- en zangscènes mogelijk. Genre: spektakelstuk/komedie.


    Hopelijk eens tot in de zaal of op de planken (en niet ertussen):

    JORIS DENOO

    www.jorisdenoo.be


    27-07-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.225: GVD

    GVD (Gebed om liefde)

    ‘Durf je 80 keer na elkaar godverdomme zeggen?’

    Met een ernstige rimpel boven zijn wenkbrauwen daagde Erwin De Coster me uit: de kampioen van het rood worden, maar op het schoolplein ook de baas van de cowboys, tégen de indianen. We stonden met z’n drieën op het lage muurtje voor de huizenrij waar hij woonde: ik, Erwin, Marina. Ik was jaloers op Erwins ravenzwarte haar, dat hij soms met een eigenaardige ruk van zijn hoofd naar achteren zwierde. Erwin zelf was echter ook doodbeschaamd dat hij op de wereld rondliep, wat zich uitdrukkelijk vertaalde in rare grimassen en tomatenrode bewolking die soms in een fractie van een seconde over zijn gezicht trok.
    Zijn alter ego, de baas van de cowboys, daagde me dus uit om 80 keer hardop te vloeken. 80 klonk in zijn oren waarschijnlijk meer dan 100. Het maakte meer indruk. 80 rijmde ook met krachtig.
    ‘Jaja, natuurlijk,’ knikte ik, bang om mijn plaats in de pikorde van de cowboybende te verliezen. Gezwind sprong ik van het muurtje.
    ‘Op het muurtje!’ gebood hij.
    Ik sprong er weer op; zij eraf. Marina, het al net zo ongelofelijk ravenzwarte buurmeisje van Erwin, keek glimlachend toe. Ze was twee jaar ouder dan ons, en ze had al wat. Haar oosterse glimlach was onweerstaanbaar. Marina was een mediterrane zeemeermin; alom veroorzaakte ze natte dromen. In de jaren 50-60 was een Marina namelijk heel anders dan een Marina uit de jaren 80-90.

    Held J. vloekt 80 x hardop te T. en verovert aldus menig meisjeshart, vooral dat van M., tevens aldaar woonachtig.

    Net toen ik aan mijn godslasterende monoloog wou beginnen, boven die twee zwartkoppen uittorend als een Frankische koning op een schild, piepte in een van de lager gelegen huisjes een deur open. Een man in onderhemd verscheen, met armen waarover aders als staalkabels liepen: de pa van Erwin.
    ‘Godverdomme: wat staan jullie daar zo te konkelfoezen, hé?’
    Het rood vlamde weer naar Erwins hoofd. Marina giechelde om dat konkelfoezen. Door een zachte windstoot bolde haar rokje even op. (Daar stonden kriskras cijfers op, dat weet ik nog, maar niemand van ons slaagde er ooit in die blitze Marina te ontcijferen, want later werd ze een vedette in het volleybal, dus trouwde ze met een dubbele meter basketvlees die ook nog eens geneeskunde studeerde, hoe gaat dat, godverdomme).
    Ik lachte mal en hupte van het muurtje.
    ‘Wel?’
    ‘Niets, pa,’ mompelde Erwin.
    ‘Hoe: niets? Zie maar dat je over vijf minuten binnen zijt. Je moeder wacht. Heb je huiswerk?’
    ‘Vandaag niet.’
    ‘Jaja.’
    Pats. De deur knalde weer dicht. Marina keek naar mij. Ik keek naar Erwin. Die jongleerde met zijn wenkbrauwen.
    ‘Wacht je moeder, Erwin?’ vroeg ik.
    ‘Tachtig keer!’ snauwde hij onverbiddelijk.
    ‘Maar je vader … ‘ begon ik weer.
    ‘TACHTIG!’
    ‘Weet je wat,’ opperde Marina plotseling samenzweerderig. ‘We doen het samen. We delen door twee. Ieder veertig. Goed zo, Erwin?’
    ‘Mm … ‘
    De cowboybaas, heer en meester over het vloeken in deze stad, haalde zijn schouders op.
    ‘Dan wil ik ook wel meedoen,’ besliste hij dan grootmoedig, alsof niemand, ook hijzelf niet, onder zijn uitdaging uit kon.
    ‘Delen door drie, oké?’
    ‘Oké.’
    ‘Maar hoeveel is dat dan voor elk?’ vroeg Marina.
    ‘Ik weet het,’ zei Erwin resoluut. ‘Marina twintig, ik dertig, jij dertig. Dat is samen tachtig.’
    ‘Waarom ik maar twintig en niet dertig?’ protesteerde Marina. Met haar ene hand hield ze haar rokje in bedwang tegen een verse windstoot.
    ‘Omdat jij een meisje bent,’ flapte Erwin het eruit, waarbij hij andermaal rood kleurde tot ver achter zijn oren. Nu bolde Marina’s cijferrokje andermaal op, want ze had beide handen nodig voor wat misbaar: ‘En wat heeft dat daarmee te maken, mislukte cowboy?!’
    ‘Jullie kunnen minder dan wij,’ mompelde Erwin beschaamd-chagrijnig.
    ‘Ha-ha-ha,’ meesmuilde Marina nadrukkelijk, met volle oosterse mond. ‘Ha-ha-ha.’
    En toen pakte ze haar belager bij zijn achillespees: ‘De roodhuid heeft weer gesproken. Ugh! Ugh! Je bent bang voor meisjes!’
    ‘Niet waar, godverdomme!’ riep Erwin. Hij was nu zowat koninklijk purper aangelopen. Zijn gezicht was verwrongen in een ongemakkelijke grimas. Hij had de hoogste graad van schaamte bereikt.
    Ik stond erbij en ik keek ernaar. Cijfers dansten voor mijn ogen. En toen ging die verrekte deur weer open. De vaderfiguur verscheen vervaarlijk in het deurgat. Hij vulde dat gat vrijwel volledig op. Erwin en Marina hielden op met kijven. Ze keken naar hem, naar mekaar, weer naar hem, dan naar mij.

    En net voor Erwins pa zijn mond kon openen, begon ik, vele jaren voor het een rage werd, godslasterlijk te rappen:
    ‘Godverdomme – godverdomme – godverdomme … ‘
    Waarom ik precies 80 keer, en bijvoorbeeld geen 100 keer moest vloeken, wist ik niet. 80 klonk misschien zelf ook meer als een vloek dan dat bolle 100. Daar op dat muurtje toen, dat was taalkunde en rekenkunde. Uit de school geklapt.

    Marina verdween mettertijd in de sportberichten van de nationale kranten. Het stadje werd te klein voor haar. Allerlei ridders op witte paarden omzwermden haar. Erwin hielp al vaker op de openbare markten in de groentekraam van zijn ouders. Als ik hem ooit eens weerzie, dan weet ik nu al met grote zekerheid wat mijn eerste woord zal zijn, uit de voorraad van de honderdduizenden die ik intussen machtig ben.


    03-07-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.224: Veldinterview

    VELDINTERVIEW

    Ik zat mijn honderdduizendste spaghetti op mijn vork te draaien toen ik op de radio het volgende gesprek hoorde. Een (vrouwelijke) radioreporter interviewde de politiecommissaris op de wekelijkse markt in het kuststadje B. Het thema: gauwdieven. Soms hoef je echt niet te betalen voor een avondje stand-upcomedy; je krijgt her en der gratis porties fijnkost.

    R(eporter): Ik ben hier op stap met Dimitri, politiecommissaris. We lopen rond op de markt in B., op zoek naar gauwdieven. Hoe doe je dat eigenlijk, commissaris Dimitri? Ben je bijvoorbeeld gewapend?

    CD (commissaris Dimitri): Ja, maar ik heb ook nog mijn handen hé.

    R: En nog iets meer dus?

    CD: Mijn hemd zit uit mijn broek. Er is hier namelijk meer aan de hand. Daaronder bevindt zich mijn wapen, aan mijn riem bevestigd. Als het nodig is … Maar: ge moet vooral in de massa opgaan.

    R: Ja, dat is niet gemakkelijk. Herken je gauw gauwdieven, commissaris Dimitri?

    CD: Wel, de gauwdieven gaan zich heroriënteren. Ze evolueren van zigeunermeisjes naar vreemd uitziende personen, ’t is jammer om te zeggen. Ik heb de som op de proef genomen.

    Toen heb ik het uitgeproest, me verslikkend in een sliert spaghetti.


    07-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.223: Sprook

    SPROOK

    Op een ochtendmistelijke dag stichtte ik een heilig vuur aan de rand van de stad, net op de valstreep van dagelijkse drukte. Hoogbejaarde vrouwtjes met zwarte hoofddoeken en takkenbossen op hun rugjes gekromd als vraagtekentjes knikten me dankbaar toe. Wind uit oude dagen wakkerde de vlammen aan, die gretig als hellehonden zichzelf likten. Heimweemoed palmde me in. Een miskloon die met opgeruimde benen uit zijn alkoof was gestapt – o red ons van die breedsmoelkikkers die des ochtends reeds rondhossen met een glimlach van oost tot west op hun mombakkes – vroeg me frikkerig: ‘Aloha gij daar, mesteling: denkt gij het buiten warmer te kunnen stoken dan gisteren binnen?’ Ikzelf antwoordde: ‘Vlaanderen spaanderen! Een overwinning heeft vele vaders, een nederlaag is een wees, vuur kent geen vrees’. ‘Verloofd zij Jezus Christus, hm’, ontkende de rekel niet. ‘Als ik vragen durf: wie zijt gij, lijfeigene?’ vroeg ik, gierig naar nieuws. Het antiwoord van de miskloon liet niet lang op zich wachten. ‘Ik ben Sir Drinkalot’, zo sprak hij. Eigenlijk zei hij: ‘Fir i.p.v. Sir’ – er gaapte een verhofstadtspleet tussen zijn fronttanden waardoor te veel gebakken lucht te vroeg ontsnapte. ‘Voorwaar een niet mif te verftane naam’, knikte ik. ‘Mij is een Liselot bekend, meerdere zelfs, maar van een Drinkalot heb ik nog nimmer gehoord’. ‘Waarom sticht gij dit vuur?’ ‘Ik breng een Chinees spreekwoord in de praktijk, dat zegt: gij zult de vier elementen van Empedokles in uw leven meester worden, wil uw leven geslaagd zijn’. ‘O?’ ‘Gij zult lucht bakken, aarde eten, water herverdelen en vuur beheersen’. ‘Hm … een beetje zoals Arnold Schwarzenegger dan, de ovenwarme gouverneur van de grootste Amerikaanse bosbrand aller tijden? Of … zoals die andere aanstoker van de grootste bushbrand in het Midden-Oosten?’ ‘Noch met deze Oostenrijker, noch met die Plastieken Junior wil ik in geen geval vergeleken worden’, wedervoer ik. ‘Maar wat brengt ù hier, Drinkalot?’ ‘Sir, graag’. ‘Oké, meneer’. ‘Ik ben zwervend op zoek naar de Graal’. ‘Hebben de muzelmannen die niet afgepakt van de christenhonden?’ vroeg ik. ‘Het gerucht gaat dat Judas die beker meegejat heeft op die fameuze avond’, antiwoordde Sir Drinkalot. ‘Ik vermoed dat hij hem doorverkocht heeft’. ‘Geplaagd door zo’n naam zijt gij daar zeer zeker op de hoogte van, drinkeman’. ‘Meer is in mij’, ontkende Sir Drinkalot andermaal niet. ‘Maar,’ vervolgde ik, ‘is het niet zo dat de genaamde Jozef van Arimathea deze beker met wijn van het Laatste Avondmaal én bloed van de beroemde kruisdode medenam op zijn geheimzinnige reis naar Engeland?’ ‘Gij bedoelt dan waarschijnlijk: het Engeland van de Tafelronde?’ ‘Yes. Misschien was het wel een bekeringsreis: men wenste ridders om te dopen’. Ik, de randstedelijke vuurstoker, en hij, de voorbijgangerende miskloon, zwegen even. We kregen allebei tot onze grote ontzetting dezelfde griezelige gedachte. Deze kelk van kennis en inzicht konden we niet aan ons laten voorbijgaan, deze ketel der Kelten, heilige Graal, beker der ingewijden. En we beseften eensklaps beiden, terwijl onze haren te berge rezen: de waarheid bevindt zich op de bodem van elke beker, zegge en schrijve glas. Meer was in ons.


    05-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.222: Zappa

    ZAPPA

    Je kunt nu ‘shoppend’ studeren: kuierend, winkelend en kiezend wandel je doorheen een aantal opleidingen (rekken die aangevuld worden door rekkenvullers dus), desgewenst wordt ook aan huis besteld via afstandelijke postorderbedrijven. Even tekenen en je diploma’s worden aan de deur afgeleverd. Zappen geblazen, accolade ernaast, bingo. Die vreemde voorkeur voor allegaartjes in plaats van stevige kwaliteitskost manifesteert zich ook in alle geledingen van de cultuur. Jongere schrijvers bijvoorbeeld gaan er prat op dat ze ook ‘andere’ dingen doen, pas op, met beeld en beweging en geluid, of salami en rolwagens en bokshandschoenen. Vroeger kreeg je daar op je kop voor: je mocht niet te vlug naar buiten komen, je moest vooral zuinig zijn op alles, je mocht vooral je werk niet verkopen en promoten, en bovenal moest je met je fikken van andere disciplines blijven. De bal ligt nu in veel kampjes tegelijk. Nu meent men alles te moeten combineren. Er wordt ook veel meer in eigen beheer en op eigen risico gepubliceerd, muziek en literatuur. Vroeger werd dat weggehoond of doodgezwegen. Nu wordt dat soms – ons kent ons – gepromoot: wat we zelf doen, doen we beter. En waarom zouden platenbazen en uitgevers met de centen gaan lopen? We frequenteren de ‘juiste’ drenkplaatsen, kloppen op de ‘juiste’ schouders, en vooruit met de geit: on air, in the picture, make it happen. De tijden veranderen dus. Of nee: de mensen. Het schijnt dat het leven discontinu en grillig verloopt. Dat kan nu geëtaleerd worden in boeken, films, installaties, beelden, klanklandschappen. Daardoor wordt soms flauwekul als genre beschouwd. De media moeten natuurlijk volgen: zij maken en kraken. Je zou haast gaan denken dat al die creatievelingen allround zijn. Het eventuele succes van hun ene talent wordt geacht af te stralen op het andere dat ze menen te hebben. Het deed zich vroeger wel eens voor: een schilderende dichter, een schrijvende beeldhouwer. Maar men had daar gewoonlijk bedenkingen bij, schouderophalen, beleefd gekuch, of het dubbelhartige adjectief ‘eigenzinnig’, wat ‘slecht’ betekende. Nu wedt men op vele paardjes tegelijk. Ook de muziek is totaal versnipperd. Gevraagd onder jongeren wat er nu ‘gaande’ is op muziekvlak, blijven ze een antwoord schuldig. Niets nieuws of eigens, blijkbaar. Veel mixen en stelen en plagiëren, maar men benoemt het anders, eufemistischer. Er schijnt nog meer: het schijnt dat die versnippering en dat onbeschaamde gejat op zich ook als daden van creatieve bevestiging moeten worden gezien. Welaan dan. Ikzelf heb alleen maar zin om buiten mijn geschrijf vliegende tapijten te knopen. Dat schrijven zelf, hoe onvolkomen ook, neemt me te veel in beslag. Zelfs begeleidende muziek stoort me daarbij. Niet vaak heb ik de tijd om verder in de knoop te raken met mijn vliegend tapijt. Zal er ooit weer een tijd komen waar men opnieuw verhalen gaat bedenken zonder moeilijke begeleidende video’s of zonder shopping- en samplinggedoe in en uit andere ruiven? De oude school is even uit, leve de nieuwe school. Weg met Zappa, leve Zappa. Kassa.


    29-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.221: Een bod op God

    EEN BOD OP GOD

    Terwijl ik me aan het voorbereiden ben op mijn nakende dood en desgevallend een leven daarna, zo dat woord daarop al van toepassing is, word ik bezocht door de volgende gedachte: oké, God kan misschien goed zijn, en desgewenst grappig, wat zorgt voor de nodige verrassingen in het leven, maar wat als blijkt dat Hij ook nog een broer heeft die het niet zo goed met de mensen en de mensheid meent, in die mate zelfs dat hij Bot wenst te heten, een zelfgekozen naam die rijmt met die van zijn bekendere broer God?

    De behoefte van God om grappig te zijn en bijvoorbeeld voorwerpen zoek te maken of boterhammen altijd op hun beboterde kant op de grond te doen vallen, vergeven we Hem. Hij is immers ook maar mens geworden, nietwaar. Hij mocht echter nooit verzwegen hebben dat Hij nog een broer heeft, dan nog wel een specialist in het doen slagen van worstcasescenario's en het vergallen van mensenlevens: de genaamde Bot.

    Bij de voorbereidingen op mijn nakende dood (ik nader zoals iedere jongere de 80) en desgevallend een leven daarna, heb ik besloten de heer Bot een proces aan te doen wegens rijmdwang met God, weshalve hij meent als Hij geschreven en aangesproken te moeten worden, terwijl hij toch alleen maar eropuit is om de mensen, hun menselijkheid en de mensheid op z'n zachtst gezegd te kloten. Ik heb gezegd.

    Weg met Bot.
    Botweg.


    03-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.220: Curryculum Vitae

    CURRYCULUM VITAE

    Is het beroep van kok levensgevaarlijk? De vuren nog buiten beschouwing gelaten? Zijn koks een kort leven beschoren? Ik heb al diverse keren gelezen dat beroepshalve koken very stressy is. Zo’n kok is top of the bill op de ranglijst van vroeg te sterven mensen. Dat verwondert me eigenlijk niet, gezien de combinatie van vuur, vet en stress. Daarenboven moorden koks ook zelf: kippen, konijnen, vissen, kreeften … Ze vermommen zich daartoe meestal als hun collega-dokters of -verplegers in smetteloos wit. Ook die zijn er om de mensen in leven te houden. Iets wat me raakt: Tony Soprano, een man die zo graag eet, werd door zijn oom in de maag geschoten. (Een soort Marvin-Gayetoestand). Zo jammer. Het middelpunt van het lichaam, nou: een weldoorvoed gangsterlijf in dit geval. De liefde van de man …

    A propos: uit de rib van de ingedommelde eerste man fabriceerde God de vrouw. Hoeveel chef-kokkinnen zouden er zijn in vergelijking met chef-koks? Dieren koken en kinderen kopen vallen moeilijk te combineren. Vreselijk geformuleerd: gebraad of gebroed, stoof of sloof. Kinderen vragen veel aandacht en tijd. Mannen bekommeren zich in veel mindere mate fulltime om hun kinderen. Het cv van een vrouw in gezinsverband ziet er wel even anders uit. Zelfs zonder gezinsverband. Mannen blijven hier in gebreke. Misschien zijn er al vele talentrijke chef-kokkinnen verloren gegaan? Of is het beroep van kok echt nog een afgeleide van de jager die uitrukte om dieren te doden, die boven vuren te warmen en er zijn gezin mee te voeden? En waarom staan er zo weinig vrouwen achter de zomerse barbecuevuren? Mis ik hier misschien een link ?


    09-02-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.219: Tovenaar

    TOVENAAR

    Het is u misschien een tijd geleden overkomen. Of nog helemaal niet zo lang geleden. Verveelde u zich wat eergisteravond toen u dat gezelschap op bezoek bij u thuis kreeg? Dan ken ik een leuk spelletje voor u. Het heet ‘Tovenaar’. Ik las het in een boek van de schrijver Paul Auster. Benodigdheden: een medestander aan de andere kant van de telefoonlijn, die op dat ogenblik wel bereikbaar moet zijn. Neem een spel kaarten. Vraag iemand uit het gezelschap daar een willekeurige kaart uit te trekken. Laat de kaart duidelijk aan iedereen zien. Bijvoorbeeld harten vier. Neem dan de telefoon. Vorm een nummer. Vraag of de Tovenaar thuis is. Zeg daarna: ‘Dat klopt. Ik wil de Tovenaar spreken.’ Dat duurt nu even. Er heerst wat stilte. Nog een- of tweemaal zegt u ‘Ja’ of ‘Oké’. Daarna geeft u de telefoon door. Aan iedereen die het horen wil. Tot hun verbazing horen uw gasten een mannenstem voortdurend herhalen: ‘Harten vier … harten vier … ‘. Vervolgens neemt u de telefoon weer zelf, u dankt de Tovenaar en haakt weer in. Voor de ongelovige Thomassen in het gezelschap doet u het nog een keer. Uiteraard met een totaal andere, alweer willekeurige kaart. Het is een aardig spelletje. Het lijkt ingewikkeld, maar het is doodeenvoudig. Twee mensen spreken af Tovenaar voor elkaar te zijn. De vraag ‘Kan ik de Tovenaar spreken?’ is een signaal. Dan begint de man aan de andere kant van de lijn de kaartsoorten op te sommen: schoppen, harten, ruiten, klaveren. Op het moment dat hij de juiste soort vermeldt, zegt diegene die opbelt zomaar iets. Bijvoorbeeld ‘Ja’, of ‘Oké’, of ‘Goed’. Dat betekent ‘niet verdergaan’. Dan begint de ‘Tovenaar’ alle waarden op te sommen: aas, één, twee, drie, vier, vijf, enz … Als hij bij de correcte waarde komt, zegt de beller weer iets gelijkaardigs. Dan combineert de ‘Tovenaar’ de twee elementen. Die herhaalt hij vervolgens voortdurend: ‘Harten vier … harten vier … ‘. Het is een leuk spelletje, waar uw gezelschap even over moet nadenken.

    Natuurlijk ware het veel handiger mocht u het gezelschap zelf weg kunnen toveren. Daarvoor echter moet ik nog andere Tovenaarsboeken raadplegen. Ik zal u op de hoogte houden en u te gelegener tijd opbellen.


    15-01-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.218: Perspest

    MAKEN, KRAKEN OF INFORMEREN?

    (PERSPEST)

    De mediatisering van ‘nieuws’ heeft al veel kwaad aangericht. De pers heeft de politiek naar de haaien geholpen. Ze zijn dan verwonderd dat de ‘burger’ de politiek verafschuwt, of dat er populistische partijen opkomen. Politici willen alleen nog scoren in stomme tv-programma’s. Televisie (met in zijn vaarwater een massa goedgelovigen) wordt als het nieuwe evangelie beschouwd. Bête idolatrie is dat. Stomme bewondering voor een heilige koe. BV’s (zeg maar: TV’s, Telegeleide Vlamingen, of Televisie Vlamingen) worden evangelisten. Kijkdichtheid is heilig. ‘Gezien op tv’ is de domste slogan ooit. Ik koop gvd nooit iets wat ‘op tv gezien is’, want tv biedt eenheidsworst, lulkoek en doorsneegetater.

    Ook leraren deelden onlangs in die kwalijke koek. Schuldig of niet, maar de berichtgeving over het cementincident in Hoegaarden en de moordenaar van Halen is van in den beginne gekleurd door gissen en missen. Diverse keren is daarover door juristen en publicisten geblogd en geschreven. Het voegt natuurlijk weer toe aan het clichébeeld dat nog altijd over ‘de leraar’ bestaat, maar dan in erge mate.

    En tijdens de recentste uitreiking van de Gouden Schoen bleef voetbalclub Standard ook weg ten gevolge van een persmisbaksel op een weblog van een populistische krant, terwijl net hun Jovanovic met de palm ging lopen.

    Wat is dat toch met de pers? Is het hen naar het hoofd gestegen? Menen zij te mogen maken en kraken? Is het niet hun taak te informeren? Schakel bijvoorbeeld een bekend populair magazine uit (dat vaak immer dezelfde schrijvers bepampert), of schrap die corrupte bestsellerlijstjes, en je krijgt onmiddellijk een ander beeld van de Vlaamse literatuur. Tafelspringers, meninghebbers en brulkikkers zouden uit het beeld verdwijnen. Uit ervaring en uit goede bron weet ik dat heilige huisjes zoals Knack en de ‘kwaliteitskrant’ De Standaard (waar ‘weids’ en ‘uitweiden’ qua spelling blijkbaar een probleem vormen – sommige redacteuren hebben niet goed opgelet op school) verboden terrein zijn voor sommige schrijvers, net omdat die onvoldoende met hun kop in de media verschijnen, als ‘niet bekend genoeg’ worden beschouwd en dus niet ‘verkopen’. En voor onbeduidende persmuskietjes is het daarenboven makkelijk om mee van de bekendheid van medianamen te profiteren. Veel van die schrijvelaars zijn immers zelf gestraalde schrijvers. Voorbeelden op aanvraag.

    Nog even en we hebben een tabloid-Vlaanderen, waar de beide partijen hard voor ijveren: het journaille, en de BV’s ofte Beroerde Vlamingen. Bezuiden de taalgrens deed Daerden al aardig zijn best, maar hierboven, in het welvarende deel, hebben we ook zo onze charlatans. Iemand een idee voor nog maar es een opgewarmd reality- of uitgekookt bak-en-braadprogramma met een aantal van die Belgische schertsfiguren?

    Zo, ik hoop dat ik de pers even heb kunnen kraken. O, ik wou alleen maar informeren, hoor. Sans rancune. No harm done.


    06-01-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.217: Animatietype

    ANIMATIETYPE

    Het animatietype kom je het vaakst tegen in zijn natuurlijke biotoop: bij en halfin halfuit het water van een zomers hotelzwembad. Zij roepen gezwinde bevelen in diverse talen naar rechtopstaande mensen in het water. Echter: animatietypes leuken de boel ook op ter gelegenheid van diverse evenementen in alle seizoenen, bijna altijd ongevraagd. De animatietypes aan de hotelzwembaden zijn jong en binden hun haren in een staart bijeen. Die van de evenementen zijn nonkels op trouwfeesten, buurmannen op barbecues en ongevraagde moppentappers op café. De drijvende krachten achter de animatietypes zijn de animatietypes zelf, weer of geen weer, oud of jong. Zij geven nooit op en laten nooit af. Zij zijn de pitbulls van de ontspanning en de feestelijkheden. Zij moeten voortdurend gevoederd worden door aansporingen en uitdagingen. Zij aarzelen niet iets tot driemaal toe te herhalen. Animatietypes nemen geen pilletjes om rustig te blijven. Zij zouden eerder elastiekjes en springveren eten en vitaminen slikken. In de zuiderse vakantielanden is het animatietype reeds ettelijke malen gekloond: spatvrij, beetje polyglot, staartje in het haar, vetvrij, roestbruin en een glimlach als de gleuf van een tipbox. Het animatietype: je kunt er niet omheen.




                                                  COPYRIGHT JORIS DENOO
    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Een blauwe plek
  • Moord !
  • Meester in de Vakken
  • De ongecomponeerde noot
  • Poëzie
  • Romaneske boeken
  • Satisfiction
  • Romans & Theater
  • Vreeslijke verhalen
  • Miljarden flarden

    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Sjors DNO eind vorige eeuw in een sneeuwstorm in Chicago


    Mail

    Druk op de knop


    Archief per jaar
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005

    Foto

    Foto

    Foto

                       IK ALS UK
    Foto

    Me reading HARDZIEK, romandebuut Sarah Denoo

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!