Foto
Zoeken in blog

Beoordeel dit blog
  Zeer goed
  Goed
  Voldoende
  Nog wat bijwerken
  Nog veel werk aan
 
Inhoud blog
  • praktisch
  • bloemen
  • vogel
  • de jonge
  • lied
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Altijd in beweging met van alles en nog wat...

    09-09-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.stad

    Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

    Stad

    Verloren tijd, hoe schoon vind ik u weer,
    waar elk herinnren wordt een nieuw verlangen.

    o Steden-laan, wat zijn uw meisjes schoon.
    Eens was ik jong, en 'k ben niet jong gebleven...

    Ik wandel bij de bomen die mijn jeugd
    beveiligd hebben en haar jonge liefde.

    Water is de adem van een meisjes mond
    De stad is heet en droog als een begeerte.

    Er is, tussen de dubble glans der laan,
    er is een maan, er is een andre maan.
    De een is de maan; de andere is gene maan.

    Het paard wringt als een zilvren vis. En de ijlte is rood
    maar roder zet de galm des voermans de ijlte uit.
    Hitte.

    Mijn vriend, gij hebt de geur der grote magazijnen.
    Zo zijn er meisjes, schraal en met een witte neus.

    Leeg schelpje aan nachtlijke ebbe: ik; maar de stad
    in duizend dake' als duizend diamanten.

    Ik scheer de muren; - als een rechthoek ligt
    naast mij mijn schaduw als een vals gedicht.

    Menigte, uw geur bijt mijne lippen stuk.
    o Menigte, gij doet mijne woorden bloeden.

    Waarom te wenen in dit stenen woud?
    Gij zult regeren als gij weet te lachen.

    Jaag naar huis, o hart: gij vindt er
    volle schotelen aan leed.

    Stad: eind-punt; vierkant; rust en zekerheid.
    'k Zet me op een paal; ik wacht de roep der ijlte.

    Substrata (1924)

    schrijver

    09-09-2016 om 21:40 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    08-09-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vreugde

    Een gedicht van Paul van Ostaijen 1896-1928

    VREUGDE

    Onder de gloedende zoen van mijn levenscheppende vreugde ligt de stad;
    vreugde in mij, niet om welke oorzaak ook, maar om zich zelf:
    zo is elke grote liefde. Mijn vreugde is een absolute liefde.
    Dat weet ik: ik ben een schepper die een warme golf over de stad laat varen.

    Op schaliedaken ligt maanlicht dol in vreugde, goud-gelukkig.
    Ik weet: moest de verzoeking mij op een hoogte brengen
    van al de schaliedaken zou ik maanlicht stromen zien:
    een ziedende zee van zilveren golven uit licht lopend goud.

    Veni Creator van het leven: vreugde om de vreugde!
    Voel ik nu niet rusten de lippen van mijn geliefde op mijn mond?
    Alles stroomt naar mij toe, - gelijk het maanlicht schept een zee: haar eigen leven, -
    nu ben ik een beeld der volle vreugde.

    Mijn moeder heeft mij tans bekeken met haar warmste ogen;
    nooit was de handdruk van mijn vriend hechter als deze al is mijn vriend ook ver,
    en nooit zoende mij zó een geliefde als deze die ik niet ken.
    Van de avondlike bomen valt licht vol schittering.

    Een koets zou over mijn lichaam kunnen heenrijden,
    dit zou mijn vreugde niet even kwetsen.
    Mijn vreugde zou gaan en het klingelen der sukkel-belletjes
    door het geschal van bazuinen vertalen.


    16 februarie 1918

    Ik en de stad

    schrijver

    08-09-2016 om 22:07 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    06-09-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vlas

    Een gedicht van E.Laurillard 1830-1908

    Vlas.

    'k Was buiten aan 't dolen. De zomernatuur
    Ontplooide haar kracht allerwegen;
    En tuinbed en boomgaard en akker en wei, -
    't Sprak alles van God en Zijn zegen.

    't Was alles zo feest'lijk, zo rijk en zo schoon;
    Het rondzien was zuiver genieten,
    En deed aan de trillende snaren der ziel
    Een zacht Hallelujah ontvlieten.

    Ik zag naar de winde, die klom op de heg,
    Als dacht ze: „dat mag niet gebeuren,
    Dat groei zonder bloem in het land wordt gezien
    't Moet alles versierd zijn met kleuren."

    Ik zag naar de kelkjes, vol geur en vol zoet,
    Waar 't snorrende bijken op aasde;
    En 'k staarde op de wei met dat mollige groen,
    Waar 't vee tot de knieën in graasde.

    Maar, liep zo mijn blik door heel 't landschap in 't rond,
    Waar alles in groeide en in gloeide,
    Het langst bleef mijn oog op een vlasveld gericht,
    Dat lief'lijk al blauwende bloeide.

    't Is prachtig, dat reine, dat tedere blauw,
    Op 't groen van de stengels gewiegeld;
    Verbond bovendien, dat de trouw van de Heer,
    Bij 't hopen der mensheid, weerspiegelt.

    En waar ooit mijn oog op dat kleurenverbond
    Der bloeiende vlashalmen staarde,
    naar was 't me, of 'k een stuksken van 't hemels azuur
    Gespreid zag op 't groen onzer aarde.

    UIT 'S LEVENS ERNST EN KLUCHTEN (1883)

    schrijver

    06-09-2016 om 19:14 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    05-09-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.wanneer

    Een gedicht van Abraham van Collem 1885-1933

    Wanneer het zomer werd

    Wanneer het zomer werd sloeg aan mij uit
    Het rode harst van dennen in de zonne,
    Ik wasemde de dampen uit van kruid,
    Waarvan de lente vezels had gesponnen.

    Gestadig werd mijn hoofd verheugd met licht,
    Ik ruiste zoals windbestoven blaren,
    Ik stond gelijk een windzuil opgericht,
    Gereed langs hemel, zee en aard te varen.

    Ik heb gegeten van de hemelspijs,
    Die opgedekt staat aan het ochtendverre,
    Ik ging met gouden wolken op de reis,
    En zat te kijken van de gele sterren.

    Ik ben tot nacht geworden en tot dag,
    De maan en sterren heb ik ingenomen,
    En bij de schemer die ik wiegen zag,
    Vreemde gestalten heb ik aangenomen.

    Nu ben ik niets meer en ik los mij op
    In deze verzen van doorleefde woorden,
    Wellicht hoort gij daarin mijn hartenklop,
    En wordt bekoord door wat eens mij bekoorde.

    Liederen der Gemeenschap

    schrijver

    05-09-2016 om 21:31 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    04-09-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.overpeinzing

    Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

    Overpeinzing na het lezen van Einstein's theorie

    I

    De drie laatste begrippen in 't heelal,
    Die nog vast stonde' in dat donker kristal,
    Tijd, ruimte, massa, zijn dat dus niet meer.
    Ze zijn beweeglijk en - als alles - teer.

    Welk een gedachte! Welk een nieuw geluk!
    Welk een bevrijding van een hoge druk!
    Welke slagen toegebracht aan een God,
    De laatste slag, vernietigende God!

    Er is dus in 't heelal niets absoluut.
    Een tirannie van één bestaat er niet.
    Van enkelen is ook geen heerschappij -
    Allen zijn gelijk, slechts 't geheel is vrij.
    Maar dit is eindeloos in tijd.....

    Welk een steun voor het machtig socialisme,
    En voor het gouden eeuwig communisme!

    schrijver

    04-09-2016 om 21:56 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    02-09-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.katknuppelen

    Een gedicht van J.P. Heije 1809-1976

    Katknuppelen.
    Wel dat's aardig, wel dat's raar...
    Roer je knuppels, eêle bazen!
    Hoor dat mauwen en dat blazen:
    't Is een schone pret, niet waar?
    Als de boôm vliegt uit het vat,
    Is zij zeker dol, de kat!

    Flinke boertjes, jonge maats!
    Als ik tóveren kon leren,
    Zou ik 't bordje gauw verkeren;
    'k Stak jou voor de kat in plaats! -
    Vraag je, wat ik wéten wou...
    Hoe je 't dàn wel vinden zou?

    Fij! het is een boos plezier. -
    't Beest is ons tot nut geschapen,
    Niet tot spel voor ruwe knapen...
    Kom, verlos het arme dier!
    Wie een beest zó kwellen kan,
    Die wordt een ondeugend man!

    Al de volksdichten (1865)

    schrijver

    02-09-2016 om 05:40 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    18-08-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.baardman
    Baardman
     
    Baardman en baardman
    Wat doen die mannen dan?
    Dat is een vogelaar en een leerling
    Ze hebben samen een ding
    Om er opuit te gaan
    Ze gaan met een motorhome ergens staan
    Waar je vreemde en mooie vogels kan zien
    En een bijzondere natuur
    Ja, het kijken er naar
    Dat geeft een fijn natuuruur
    Vogels in allerlei soorten
    De één weet er veel van
    De ander schrijft erover
    Ja, dan zie je de meeste mensen
    zijn er niet van ondersteboven
    Want menig mens geniet van andere dingen
    Maar zulk een natuuropname
    is toch iets om van te zingen
    Het is heel gewoon maar juist
    daardoor bijzonder
    Het is één al natuurwonder
     

    18-08-2016 om 22:54 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    31-07-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dagen
    Dagen
     
    De dagen zijn aan het korten
    De oogst is hier en daar aan het verrotten
    Niet alles is goed gegroeid
    De regen heeft veel gewassen
    schade aangebracht
    Maar de fruitteelt schijnt bijzonder te zijn
    Dat is dan voor de fruitteler heel fijn!
    Een appeltje voor de dorst
    Een peertje voor de vitamine
    Een aardbei voor het ijs
    Want veel fruit maakt
    een zachte prijs!
    Peer plaatjes

    31-07-2016 om 21:49 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    03-07-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.nacht
    Nacht
     
    De nacht van de poëzie
    Ik weet niet wat ik zie
    Ik zie een hele nacht
    Waar poëzie wordt gebracht
    Poëzie heeft iets te zeggen
    Maar kan ik me overal bij neer leggen
    Wat zijn er vele schrijvers
    Die vol zitten met ijver
    Ze plaatsen zich aan een vijver
    Het water stroomt voorbij
    En een mens is met z’n poëzie blij
    Je hebt het uit jezelf kunnen halen
    Al die poëtische verhalen
    Waar komt het nu echt vandaan
    Om met veel gedachten
    door het leven te gaan!
    Zo geeft de poëzie een
    mens een bestaan
    Om door met het
    leven te gaan!

    03-07-2016 om 17:55 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    30-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.verlangen

    Een gedicht van Gerrit C. van 't Hoog 1869-1951

      

    VERLANGEN

    Er brandt een huis in 't donker van de nacht,
    ik zie de vlammen aan de horizon,
    en rond het laaiend vuur - losband'ge kracht,
    die, niet bewaakt, haar vrijheid weder won,-

    zie 'k vele mensen, klein en zwart, bevracht
    met luttel water, of dit doven kon
    van 't vuur de brede, majestueuze kracht,
    waarmee het rossig blank ten hemel klom!

    Zo ligt mijn ziel te branden van verlangen,
    de vlammen hoog en wild ten hemel stijgend,
    als grote, vuur'ge, opwaarts gaande slangen;

    en popjens van verstand en rede, hijgend
    zich reppen, om wat blussingsvocht te langen....
    maar 't vuur verheft zich, machtig groot en zwijgend.

    schrijver

    30-06-2016 om 21:14 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    29-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.lied

    Een gedicht van  V. de Meyere 1873-1938

    LIED.

    Zie, mijn liefste, zoet en zacht,
    hoe de nacht
    't bleke licht van al zijn sterren
    levend, bevend, vallen laat
    op 't gelaat,
    van zó hoog en van zó verre!

    Schijnt dees nacht ook eens zo lang
    voor wie bang
    eigen droefnis uit moet wenen,
    wie met liefde 't hart volgiet,
    ach, hij ziet
    de uren vlieden om zich henen;

    en hij houdt de zaligheid,
    die de tijd
    uit zijn handen zoekt te ontstelen,
    dichter aan zijn borst geprangd,
    en verlangt
    zelfs aan de uren te bevelen!

    Zie, mijn lief, 't is of de maan
    stil blijft staan,
    nu haar licht ons aangezichten,
    alsof 't werd een licht-festijn,
    meisken rein,
    met haar stralen komt verlichten.

    Zoveel lichtheid in mijn ziel
    flikrend viel
    van die lichtheid om ons beiden,
    en nog licht en laait de glans
    heel en gans,
    onverminderd alle zijden!

    Lief, ach spreek nu ieder woord,
    als 't behoort,
    met een lach vol zaligheden!
    Ik uw helle woordenval
    vangen zal
    in mijn ziel, mijn aangebeden!

    En daar levend blijven zal
    eeuwig al
    't blindend goud van uw gedachten,
    als een schoonheid, die me viel
    in de ziel,
    als mijn ziel naar schoonheid smachtte.

    Goede nacht en wijk nog niet!
    't Liefdelied
    is zo ras niet leeggelopen!
    Hoor, met nieuwe wonne spuit
    zijn geluid,
    als met gouden klanken, open.

    Ei, reeds komt de dageraad!
    Liefste, laat
    zachtjes-aan, in 't lichte dagen,
    't hoofdje zinken naast mijn hoofd.
    Ach, geloof:
    groter weelde zal nog dagen!

    0, de kussen, die ik vond
    op uw mond
    en die in mij blijven leven,
    zijn beloften voor de nacht,
    die ons wacht
    met nog schoner, laaier leven!

    schrijver

    29-06-2016 om 21:37 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    27-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.licht

    Een gedicht van Karel Scharten 187801950

    L1CHT-SPEL1NG.

    Het noodweer week, en onderdoor de donkere,
    zo dikke wolken-dam, dat de avond scheen
    gezonken in de vroege middag, blonk er 'n
    reep wit-blakende zonne-hemel heen!

    De zacht-gelende lamp lijkt vreemd verlaten
    van 't schemeren, waar zij de kern van was;
    't wit licht slaat binnen! Zie, hoe bleek zij staat en
    sterft in goudig gesmeul en grijzige as.. .

    Maar jij, bij dit altaar, jij wordt een wonder,
    mijn herelijke vrouw! Is niet je wang
    in 't kwijnend gloeien zacht rood-goud, wijl blonder
    d'aêr blauwig blankt in 't witte licht-gezang?

    Je ogen schijnen, bij die wondere speling
    van glanzen, in gelij ke klaarheid uit;
    't ziek lamplicht smelt, en in al wijd're streling
    zie, hoe de zon je lieve hoofd omsluit!

    schrijver

    27-06-2016 om 21:45 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    26-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    Een gedicht van W.L. Penning 1840-1922

    Z0MERNACHT.

    Waar terzijde
    golfjes glijden,
    blinken in de starrengloor,
    onder over-
    hangend lover
    zit de guile wijngod vóór.

    Guller blonk er
    in 't halfdonker
    dezer gaarde een teder oog...
    Liefde! u schenke
    't warm herdenken
    't eerste lied na d' eerste toog!

    Eenzaam lijden,
    saam verblijden,
    geurt, gelouterd, lieflijk voort;
    wensen wekkend
    en ontdekkend
    door het fris gezongen woord.

    Diep gevoelen,
    rein bedoelen,
    stijgt, in liedren zonder klacht,
    op het fluisterend
    medeluisterend
    koeltje in luwe zomernacht.

    schrijver

     

    26-06-2016 om 22:09 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    25-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.de stad

    Een gedicht van H.C. Rümke 1893-1967

    DE STAD

    1.

    Uit donkre gang van het station
    uit dompe mensenmassa kwam ik in het licht;
    daar sloeg de felle zon in mijn gezicht
    ik stond er stil en knipte met de ogen…
    Daar was het plein, de brede straat met hoge
    gebouwen, daar was beweging:
    fel door elkander was het woelen
    trams en auto’s in koele
    schuiving glijden aan
    tussen de mensen, die, zich reppend, gaan.

    Het was de vreugde om de sterke dag
    die ik over de stad en de mensen zag
    De blijdschap lag over allen: zij wisten het niet.
    De blijdschap was in mij… kend’ ik het verdriet
    van de velen die daar gingen?
    Zij gingen in het licht; ik zag hen gaan;
    dat was genoeg…. In blijdschap bleef ik staan.

    2.

    De stad verdwaast in ‘t violette licht,
    gemsten uit de hooggehangen bollen
    is vol tumult van claxons, trams en hollen
    van mensen naar ‘t trottoir, schrik op ‘t gezicht
    voor schreeuw van auto, die op hen gericht,
    heeft scherp haar ogen… Zie hoe vreemd gezwollen
    In het ontsteld gelaat der stad... In dolle
    driftkamp van leven werd het Zijn ontwricht.

    Krankzinnig is de stad, toch groots en prachtig,
    het zwaar bewegen in de volle straten,
    waar mensen gaan van duister’ angsten drachtig.

    Zij voelen om zich wringen, wreed, oerkrachtig,
    het onmeedogend leven, dat verwaten,
    en donker dreigend, stuwt hen oppermachtig.

    De afgelegde weg (1934)

    schrijver

    25-06-2016 om 21:15 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    24-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.sonnet

    Een gedicht van Prosper van Langendonck 1862-1920

    SONNET.

    Op 't wilde golven van mijn boezem gaat
    de deining van mijn donkere gedachten,
    onstuimig zwellend in dees nacht van haat
    en razernij, met ongekende krachten,

    en stijgerend ten hemel op, al 't kwaad
    hem tegenloeiend, dat ze aan mij volbrachten,
    al wat mijn ziel met grimmige onmacht slaat
    en naamloos leed, dat niemand zal verzachten.

    En lijk de storm aan 't toppunt van zijn kracht,
    zijn duizend stemmen breekt in ene, éne
    oneindge kreet van woede en toch weer zacht

    gaat strijken en aan 't strand in kreunend stenen
    uitsterven, zink ik neer uit al die kracht,
    in hopeloos gebed en machtloos wenen.

    schrijver

    24-06-2016 om 23:28 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    22-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.lijden

    Een gedicht van Frederik van Eeden 1860-1932

    Maar daar is Lijden schoner dan de Dood

    Maar daar is Lijden schoner dan de Dood, -
    Want niet om niet wordt 't mensenhart vertreden,
    De brand der zielen is het morgenrood
    Waaruit licht-stil zal dagen Hemelvrede.

    Des Vaders Strijd en Zijn Vertwijf'ling groot
    Wordt in het hart der kind'ren uitgestreden,
    Híj wordt verheerlijkt door de Zielen-nood
    Der martelaren, die Zíjn Naam beleden.

    Gedenk dan, Kind! eer Gij te sterven vraagt,
    Dat doden God géén ere kunnen geven,

    Maar slechts wie 't Lijden voor den Eeuw'ge draagt,
    Die líever U moet zijn dan Dood of Leven,

    Daar er een God is, die zelf Lijder heet
    En heerlijk Heil zal maken uit Uw Leed.

    De Nieuwe Gids, jrg 5 (1890)

    schrijver

    22-06-2016 om 22:17 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

    Zomer

    Ik zat waar zon op 't warme water scheen
    En gele bloemen bloeiden aan de kant;
    Het grazend vee ging door de weiden heen,
    De zomerlucht hing walmend over 't land.

    De wilgen waren zilverbleek en stil
    Voor 't stralend blauw, van wolk en nevel vrij;
    Een glazenmaker vloog, met lichtgetril
    Op 't parelmoerig vleugelgaas, voorbij.

    De schuwe vissen, in 't koeldonker diep,
    Verschoten snel, of stonden lang op wacht,
    Waar d'aarde zich, in beeld, nog schoner schiep,
    Dromend de zomerdroom van eigen pracht.

    En over 't hooiland, waar een wagen stond
    Met vers-groen gras te geuren in de zon,
    En verder waar het drachtig korenblond
    Met brede golving boog ten horizon,

    Tot waar een scheem'rend bos zich flauw verhief,
    De wereld wegsmolt in der hemelen gloed,
    Dreef mijn gedacht, hoe schoon de dag was, lief
    Uw schone ziel verlangend tegemoet.

    Illustratie: Een glazenmaker vloog, met lichtgetril Op 't parelmoerig vleugelgaas, voorbij.

    schrijver

    22-06-2016 om 11:59 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    20-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.beproeving

    Een gedicht van Frederik van Eeden 1860-1932

    Beproeving

    Helaas! helaas! de wrede smart
    Wil zelfs geen dichter sparen-
    Dat moest mijn teder vaderhart
    Op bitt're wijs ervaren.

    Hij, die ons allen heeft gewrocht,
    Zo wijs en goedertieren,
    Hij heeft ons ditmaal zwaar bezocht;
    Ons Jantje lijdt aan klieren.

    Ik vreesde 't vroeg, ik zag het lang,
    Ik zag zijn halsje zwellen-
    En eindelijk kwam de dokter bang
    De droeve waarheid spellen.

    O, ouders! die dit onheil kent,
    Wis zult ge met ons lijden!
    Geen poeder of medicament
    Komt ons met hoop verblijden.

    En voor geen staal of levertraan
    Wil nu de kwaal verdwijnen-
    Wat hebben wij de Heer misdaan,
    Dat Hij dus treft de Zijnen?

    Doch neen, ik zwijg eerbiedig stil:
    Al moog' mijn harte bloeden,
    Ik weet toch, dat des Vaders wil
    Steeds alles leidt ten goede.

    En gaf hij mij het dichtvuur niet,
    En moet ik hem niet danken,
    Dat hij mijn smart zich uiten liet
    In diep-gevoelde klanken?

    Grassprietjes (onder ps. Cornelis Paradijs)

    schrijver

    20-06-2016 om 23:42 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    19-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.onttoverd

    Een gedicht van Gerrit C. van 't Hoog 1869-1951

    0NTT0VERD

    0 vaak nog denk ik aan mijn sprookjeshelden;
    hoe menig ridder met een wonder-woord,
    dat hem een goede fee in 't bos vertelde,
    van 't eenzaam slot heroop'nen kon de poort,
    waar ijz'ren boeien schone maagden knelden,
    of waar ze sliepen, diep en ongestoord,
    totdat er één kwam, die ze weer herstelde
    door 't spreken van bet juist' onttoov'ringswoord.

    Mijn hart lag in zijn eenzaamheid vergeten
    en sliep, totdat een schone fee verscheen,
    die 't rechte toverwoordje scheen te weten!

    Zacht sprak zij 't uit - de donk're ban verdween,
    en, waar 'k in duisternis heb neergezeten,
    daar straalt nu witte lichtglans om mij heen.

    schrijver

    19-06-2016 om 21:22 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    18-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.studentenvolk

    Een gedicht van Albrecht Rodenbacht 1856-1880

      

    Het Vlaams studentenvolk.

    Hoerah! ’t  Vlaams studentenvolk,
    Laat ons zingen,
    Wij, Vlaanderens hope, wij Vlaanderens kracht!
    Vooruit! en sluit de Gildekringen,
    Spijts ‘t wijze volk dat met ons lacht!
    Hoerah! ’t Studentenvolk!

    De Vlaming stond de Wale na te apen,
    Vlaanderens verleden scheen een toverwolk;
    Vlaanderen wierd de doodslaap te slapen
    Maar dan ontwiek ’t studentenvolk.

    Te midden van die jonge Vlaamse zonen
    Stond dan een priester en hij sprak en zong
    Zong ‘t lied van Vlaanderen in die oude tonen
    Zong en zijn lied in d' herte drong.

    En sedert dien de jongelingen gingen
    t' Hoofd in de lucht ‘omdat ik Vlaming ben’.
    Hoor hoe ze leven, hoor de reien zingen;
    ‘t Oud Vlaamse volk herleeft in hen.

    Wij zijn de toekomst, laat ze dan maar greten,
    Of spuigen vier, of kroppen hunne spijt;
    Wij doen ons beste, willen kerels heten
    En hebben dorst naar kamp en strijd.

    Broeders, vooruit rondom de Vlaamse vane
    Gilde bij gilde, en zingend hand in hand;
    Luider dan ‘t kraaien van de Franse hane:
    ‘Voor God en kerke en ‘t Vlaamse land!’

    Hoerah! ’t  Vlaams studentenvolk!
    Laat ons zingen,
    Wij, Vlaanderens hope, wij Vlaanderens kracht!
    Vooruit! en sluit de Gildekringen
    Spijts ‘t wijze volk dat met ons lacht!
    Hoerah! ’t Studentenvolk!

    ----------------------------------------------------
    wierd - begon
    een priester - verwijst naar de grote dichter Guido Gezelle
    greten - schimpen

    Gedichten (1909)

    schrijver

    18-06-2016 om 17:25 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)


    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Archief per maand
  • 09-2020
  • 08-2020
  • 01-2019
  • 12-2018
  • 11-2018
  • 10-2018
  • 09-2018
  • 08-2018
  • 07-2018
  • 06-2018
  • 05-2018
  • 04-2018
  • 03-2018
  • 02-2018
  • 01-2018
  • 12-2017
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 07-2008
  • 06-2008
  • 05-2006


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!