Foto
Zoeken in blog

Beoordeel dit blog
  Zeer goed
  Goed
  Voldoende
  Nog wat bijwerken
  Nog veel werk aan
 
Inhoud blog
  • praktisch
  • bloemen
  • vogel
  • de jonge
  • lied
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Altijd in beweging met van alles en nog wat...

    21-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.rosa

    Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

    Rosa Luxemburg

    Rosa, grootse, eedle, machtige Vrouw,
    Met uw klaar verstand, uwe reine liefde
    Voor de arbeidersklasse, uwe Geliefde,
    Aan welke alleen gij uw leven trouw.

    Gij ging zoals een hoge klare ster
    De arbeidersklasse voor, uwe Geliefde,
    In de strijd, - en uwe klare liefde
    Lichtte voor hen uit, ver, alleen en ver.

    Gij stierf. Waardoor? Door 't kapitaal vermoord,
    Maar ook door de arbeiders die u verlieten,
    Die u alleen met uw vijanden lieten,
    En niet luisterden naar uw verre woord.
    Uw liefde stierf, omdat gij werd verlaten
    Door de Duitse arbeiders, die Uw liefde haatten.

    21-10-2018 om 10:44 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    16-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.kind

    Een gedicht van Hieronymus van Alphen 1746-1803

    Het tederhartige kind

    Zou ik niet mijn moeder eren,
    Ach, wat doet ze niet voor mij?
    Wat mij nut is, mag ik leren;
    Ben ik vrolijk, zij is blij.

    Ben ik ziek, ik hoor haar klagen;
    En wanneer zij bij mij zit
    Met het oog omhoog geslagen,
    Dan geloof ik, dat zij bidt.

    Ja, dan bidt zij, dat ik spoedig
    Mag bevrijd zijn van mijn smart;
    Word ik beter, hoe blijmoedig
    En hoe dankbaar is haar hart.

    Ik zal altoos haar beminnen,
    Altoos doen wat haar behaagt.
    Nimmer wil ik iets beginnen,
    Daar mijn moeder over klaagt.

    'k Zal haar naam met eerbied noemen,
    Als zij neerdaalt in het graf.
    En Gods goedheid altoos roemen,
    Die mij zulk een moeder gaf.

    Goede God! ach laat haar leven
    Tot mijn voordeel, tot mijn vreugd;
    Welk een droefheid zou 't mij geven,
    Haar te missen in mijn jeugd.

    Proeve van kleine gedigten voor kinderen (1778–1782)

    16-10-2018 om 22:57 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    14-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.guido gezelle

    Een gedicht van Paul van Ostaijen 1896-1928

    GUIDO GEZELLE

    Plant
    fontein
    scheut die schiet
    straal die spat
    tempeest over alle diepten
    storm over alle vlakten
    wilde rozelaars waaien
    stemmen van elzekoningen bloot
    Diepste verte
    verste diepte
    bloemekelk die schokt in de kelk van bei’ mijn palmen
    en lief als de madelief
    Als de klaproos rood
    o wilde papaver mijn

    De Sikkel

    14-10-2018 om 19:05 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    13-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.sonnet

    Een gedicht van Willem G. Focquenbroch 1640-1670

    Sonnet

    Laas! Zal mijn onluk dan zijn wreedheid nimmer staken?
    Zal dan mijn smart, dus lang gerezen in de top,
    Nooit dalen? Zal mijn ramp dan nimmermeer houden op?
    Maar steeds volharden in op mij zijn haat te braken?

    Dus klaagde Phillis laatst, met tranen op haar kaken,
    En wrong, gelijk ontzind, haar hagelwitte krop:
    En rukte zo veel haar in een uur uit haar kop,
    Dat m'er wel met fatsoen zes ballen van kon maken.

    Vaar voort (riep zij in 't end) o nootlot al te wreed;
    Ja zelfs verdubbel vrij, indien 't u lust, mijn leed;
    Gij zult mij nimmer weer daartegen horen klagen.

    Mijn ziel, is, om meer kwaad te lijden nu alree;
    En om te proeven of ik alles kan verdragen,
    Hebt gij mijn hond gedood, neem ook mijn kat vrij mee.

    Tweede Deel Van Thalia, of Geurige Zang-Goddin (1668)

    13-10-2018 om 21:49 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    12-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.sonnet

    Een gedicht van Johan de Laet 1815-1891

    Sonnet

    Nog blozen mijn wangen en gloeien mijn ogen
    En zweeft om mijn lippen de vrolijke lach.
    Toch zijn me een voor een alle dromen ontvlogen
    En weg is de hoop op een betere dag.

    Nog steek ik het hoofd ongedeerd in den hoge
    En scherts ik en juich ik bij vriendengelag.
    En toch zag ik iedre verwachting bedrogen,
    Met ieder geloof dat in ‘t binnenst mij lag.

    Geen roem of geen rijkdom gold ooit mij een hemel;
    Veel heb ik, helaas, op de vriendschap betrouwd,
    ‘t Paleis mijner toekomst op liefde gebouwd,

    En ‘k wandel allenig door ‘t aardse gewemel…
    Ach! baat er geen balsem ‘t verouderd gezicht,
    ‘t Gerimpelde hartje blanket men zo licht!

    12-10-2018 om 22:28 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    11-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.kus

    Een gedicht van René de Clercq 1877-1932

    Kus mijn hart en kus mijn mond

    Kus mijn hart en kus mijn mond
    dat ik kan slapen in de grond.

    Vegeet niet dat ik wacht,
    vergeet niet dat ik wacht,
    tot middernacht.

    Keer tot mij uw aangezicht,
    als ge naast mij te rusten ligt.
    De nacht is lang.

    Meidoorn

    11-10-2018 om 19:49 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    10-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.O, rust

    Een gedicht van Jacob Israël de Haan 1881-1924

    O, rust van Tonbridge na 't rusteloos Londen

    Aan vier Engelsche makkers,
    (Mickel, Clement, Sidney en Paul.)

    O, rust van Tonbridge na 't rusteloos Londen;
    Hier welt het water helder, 't veld staat blauw
    Van vlas, de hoge hop rankt langs zijn touw,
    De wilde wingerd houdt elk huis omwonden.

    En elke dag zet in één zaalge brand
    De hemel en uwe hemelsblauwe ogen.
    Wij dwaalden, nu verdiept, dan opgetogen,
    Ik zag naar u, de hemel, 't akkerland.

    En 't was uw vraag: 'Gij waart een blij bewoner
    Van rijke steden en van weidse streken
    Is mijn dorp schoon? Mijn land? Waar vindt men schoner?'

    En 't antwoord: 'Maat: ik heb mijn weg gewend
    Van land naar land, niets heeft mij meer geleken
    Dan uw dorp Tonbridge en uw heuvlend Kent.'

    Liederen (1917)

    10-10-2018 om 22:11 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    09-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gearmd

    Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

    Gearmd

    Honger, honger! lelijk woord,
    Als een lege maag u hoort!
    Als de tanden watertanden,
    En men staat met lege handen...
    Als ge op volle schaal of manden
    Gretig u een blik verstout,-
    Maar de maag vakantie houdt.

    Doch - hoe lastig gij soms zijt,
    Toch maakt ge ons ook dubbel blijd,
    Zullen we u graag welkom heten
    Als we happig zijn gezeten
    Voor een schotel lekker eten...
    Grage tand de spijs vermaalt,
    Zelf verdiend en zelf betaald!

    Daarom roept ons blij gezang:
    Lieve Honger! plaag ons lang!
    Rijk en ziek zou menigmalen
    (Kon het!) u met goud betalen -
    Ons zult gij zo licht niet falen;
    Maar verlangt gij dank en prijs,
    Kom, dan (kan't!) gearmd met...spijs!

    Al de kinderliederen (1861)

    09-10-2018 om 21:20 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    07-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ontevreden

    Een gedicht van Frederik van Eeden 1860-1932

    Ontevredenen

    "Het bulder vrij op 't woeste meer
    Ik kijk eens buiten naar 't weer  
    En ga dan thuis wat slapen "

    Tollens 'Tevredenheid'



    Ach! waartoe dat eeuwig klagen,
      Ontevreden, onvernoegd;
    God geeft niemand meer te dragen,
    Dan juist voor zijn krachten voegt.

    Wangunst zie 'k elks hart verteren,
      Woekrend als een fel venijn,
    Schooiers vragen mooie kleren,
      Knechten willen bazen zijn.

    O, als elk maar wilde leren,
    Dat de Heer geeft kracht naar kruis,
    De arme zou geen goud begeren,
      Beedlaars bleven in hun kluis.

    Zoekt de Zorg niet naar der rijken
      Warm en weeldrig ledikant,
    Om het harde bed te ontwijken
      Van de mingegoede stand?

    Zorg heeft ieder - maar op aarde
      Is 't geluk steeds weggelegd
    Voor wie dankbaar wil aanvaarden,
      Wat hem God heeft toegezegd.

    Ook mijzelf, naast veel verblijden
      Viel veel bittere smart ten deel,
    Veel miskenning, lichaamslijden,
      Klappen in mijn financieel,

    Zou ik daarom morren, klagen?
      Neen! - bestendig dank ik God
    Wachtend op de beetre dagen,
      'k Zoek de lichtzij van mijn lot.

    's Zomers als de bloemen bloeien
      Ga ik wandlen met mijn vrouw,
    Waar de koeien vreedzaam loeien
      In de groenende landsdouw.

    't Zie de noeste landman ploegen,
      Hijgend, zwetend, blij te moe,
    't Vogeltje vol vergenoegen
      Kweelt de Heer een loflied toe.

    Door de lachend malse beemden
      Blinkt de lieve zonneschijn,
    O, wie zou 't dan niet bevreemden
      Dat er ontevreednen zijn!

    Vrolijk als de visjes spartlen
      In de zilverblanke vliet,
    Zie 'k mijn zeven kleintjes dartlen,
      (De allerjongste loopt nog niet).

    'k Zoek dan bloempjes in de weide,
      Zelf in Gods natuur een kind,
    't Ga dan met een krans verblijden
      De egâ die mijn hart bemint.

    Neem, zeg ik, 't eenvoudig kleinood,
      Kroon-door menig vorst benijd,
    Schoon een koning u het zijn' bood,
      Gij hebt meer: `tevredenheid!'

    Deze krans zal nooit verdorren,
      Vlecht hem in uw lokken, Trui!
    Kom! wij lachen met het morren
      Van die ontevreden lui!

    Mengelpoëzie onder pseudoniem Cornelis Paradijs

    07-10-2018 om 18:51 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    06-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.rijmen

    Een gedicht van Joost van den Vondel 1587-1679

    Schouwburg-rijmen

    Aº 1637
    I.
    (OPSCHRIFT VAN BUITEN)
    De wereld is een schouwtoneel,
    Elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel.

    II.
    Geen kind de schouwburg lastig zij,
    Tabakspijp, bierkan, snoeperij,
    Noch generlei baldadigheid;
    Wie anders doet, wordt uitgeleid.

    III.
    Toneelspel kwam in ’t licht tot leerzaam tijdverdrijf,
    Het wijkt geen ander spel noch koninklijke vonden;
    Het bootst de wereld na, het ketelt ziel en lijf,
    Het prikkelt ze tot vreugd of slaat ons zoete wonden;
    Het toont, in ’t klein begrijp, al ’s mensen ijdelheid,
    Daar Demokriet om lacht en Herakliet om schreit.

    IV.
    (BOVEN DE SCHOORSTEENMANTEL IN DE REGENTENKAMER)
    Gelukkig is het land,
    Daar ’t kind zijn moêr verbrandt.

    V.
    (OP HET VOORSCHERM)
    De Bijen storten hier het eêlste, dat zij lezen,
    Om d’ oude stok te voên en ouderloze wezen.

    VI.
    Het zij gij speelt voor stom of spreekt,
    Let altijd in wat kleed gij steekt.

    VII.
    Twee vaten heeft Jupijn: hij schenkt nu zuur, nu zoet,
    Of matigt weelde en vreugd met druk en tegenspoed.

    VIII.
    Het spel heeft ook zijn tijd, wanneer ’t de tijd gehengt;
    ’t Vermakelijk en nut wordt hier van pas gemengd.

    IX.
    Verbiê de lieden het toneel,
    Zo loopt er zevenmaal zoveel;
    ’t Verboden wil men allermeest,
    En tegenstreven noopt de geest.
    Wie die de ijver blussen wil,
    Zie door de vingers en zwijg stil;
    Want wordt gij op uw zeer geraakt,
    Zo denkt: ik heb ’t er na gemaakt.

    06-10-2018 om 12:36 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    04-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.hond

    Een gedicht van G.W. Lovendaal 1847-1939

    Wat mijn hond heeft

    't Fijnste neusje heeft mijn hond,
    't Liefste snuitje heeft mijn Truitje,
    Steekt het als een ijdeltuitje
    In de lucht bij wind of buitje;
    't Liefste snuitje heeft mijn Truitje,
    't Fijnste neusje heeft mijn hond.

    Mooie ogen heeft mijn hond,
    Warme ogen, trouwe ogen,
    Ogen die er wezen mogen,
    Nooit wat hebben voorgelogen,
    Warme ogen, trouwe ogen,
    Mooie ogen heeft mijn hond.

    'n Gouden hartje heeft mijn hond,
    Ieder mag hem dolgraag lij'en,
    Tussenbeide kan hij vleien,
    Hij kan lachen, hij kan schreien,
    Ieder mag hem dolgraag lij'en,
    'n Gouden hartje heeft mijn hond.

    Kindergedichten (1914)

    04-10-2018 om 22:07 geschreven door Dora


    >> Reageer (1)
    03-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.geboortestad

    Een gedicht van Jan Prins 1876-1948

    Geboortestad

    Is dit mijn stad? De welvaart is voorbij,
    De schepen liggen rottend in de haven
    En door het touwwerk vliegen zwarte raven:
    Het is gedaan met vloot en visserij.
    Waar is het volk van dit verlopen tij?
    Men zag het vroeger langs de kaden draven,
    Het is vergeten nu of reeds begraven,
    Prooi van zijn laatst, onheelbaar averij.
    Voorgoed gedaan? Vergeefs gekalefaterd?
    Daar ligt een schip, waarop ‘Vertrouwen’ staat,
    Ik zie een jongen, turend over 't water.
    Vertrouw, mijn stad: nòg stroomt de Maas voorbij
    En dit is sterker dan uw averij:
    De trek naar zee, een jongensdroom voor later.

    Geuzenliedboek 1940-1945

    03-10-2018 om 22:27 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    01-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vliegmachine

    Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

    De vliegmachine

    De aarde spant zich om hem uit te stoten,
    de roekeloze, die haar greep ontsprong
    en zich naar hare rondste toppen wrong,
    waar 't wonder hem der luchten wordt ontsloten –

    Want vorsing loert in zijn gedoken sprong
    en heersen ligt in zijne wil besloten;
    hij proeft de kansen om zich af te stoten
    aan harde lucht, waardoor zijn schroefslag zong.

    Reeds houden vleugels voeling met de trans
    en, ongeschonden heerser in de ruimte
    drijft hij, een glimlach van onkwetsbaarheid –

    Bewegend evenwicht in eindeloosheid,
    metalen rustkern in gespleten ruimte,
    gebeiteld mensmerk aan gespannen trans!

    01-10-2018 om 21:51 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    30-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.schemering

    Een gedicht van Frederik van Eeden 1860-1932

    Schemering in 't woud

                      Hier moet ik peinzend gaan en stil, -
             het afgeleefde loof kwijnt aan de twijgen,
             ik voel de lome schemer stijgen -
             en stijgen, stil.

             Wat glanst het bleke Westen koud!
             een matte lach uit droeve wolkenbrauwen
             doet flauw de teed're nevel blauwen
             in 't gélend woud. -

             Ik zie de bleke stervenswenk.
             Ik voel het doffe duister in mij dringen
             en verre stemmen hoor ik zingen
             al wat ik denk. -

             Waar zijt ge, Dood? - zo gij rondom
             op wieken van de schemering komt rijzen,
             nu doet uw nadering niet ijzen, -
             ik wacht u - kom!

    30-09-2018 om 17:13 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    29-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.kindje

    Een gedicht van  Helene Swarth 1859-1941

    Als 't kindje komen zal

    Loom laat zij vallen 't hemdje vlinderlicht -
    En dromig ziet ze, aan morgenblauwe trans,
    Met wapperlokken zweven rond een krans
    Van engelkopjes, blond en blank, belicht
    Door lente-zon, in slepende cadans.
    Op wie zal 't kindje lijken? - En 't gezicht
    Houdt, blij en vroom, ze op 't wolkenspel gericht,
    Waar hemelkindren dansen hemeldans.

    Het duizlend kopje in 't kussen, dat haar man,
    Met teedre streelhand, schoof onder 't hoofd,
    Blijft stil zij turen, tot de rei vervloot.
    Verwonderd, wijl zij nog niet raden kan
    't Gelaat der vreugd, door liefde haar beloofd:
    Haar eigen kind, nog sluimrend in haar schoot.

    De Gids (1925)

    29-09-2018 om 19:35 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    27-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.koffiehuis

    Een gedicht van Paul van Ostaijen 1896-1928

    KOFFIEHUIS

       Razend. Gedwarrel van stemmen, tot éen geraas vergroeid.
       Hoge klarinetklanken. Saxofoon-geluiden en wat rest
       daar tussen: geweldig koperen orkest.

       De buffetjuffrouw dromend. Heimwee of verlangen?
       Alles is hier een open raadsel. De oplossing echter vindt geen.
       Zacht autoritair de waard. Symbool van toekomst en verleen.

       En 't eeuwig spel van spelers schijn en wezen,
       vast het gelaat, niet te doorlezen;
       behoedzaam defensief, maar de sterkte van hen die niet vrezen.

       Solidariteit der spel-geruchten,
       van de tragies-ernstige domino's, fatum-zwart
       tot der biljartballen rood-wit luchtig vluchten.

       Geblaseerde rasta's; daarnaast huiselike dikbuiken,-
       alles weerom schijn, - dames die eeuwig goedig toeluiken:
       allen Babelbouwers van dezelfde gebazel-innigheid.

       Gebannen is de innigheid uit de straat,
       achtervolgde faun, binnen de koffiehuizen gedreven.
       De zwakke muren zijn de sterke dam tussen dood en leven.

       Bij 't even openen der deur, klinkt wat daarbuiten is, de trem,
       of 't geroep van een venter, als een onheimelike stem:
       heel even. Dan herneemt 't orkest zijn razende galop.


    14 - 21 januarie 1917

    Ik en de stad

    27-09-2018 om 22:14 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    25-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.café

    Een gedicht van Jacobus van Looy 1855-1930

       Café

         Waar, vlam-rood, rozen in de rooie zalen
         Bloeien in kronen en 't goud rommedomt,
         In spiegel-wanden duizendvoud weerómt,
         Komen we, nachtvolk, op het licht aandwalen.
         Dan in geroes van vele talen,
         In spraak-gewar dat Babylonisch gromt,
         We hurken om tafels, naar elkaar gekromd,
         Als om een vuur, doende ónze buit-verhalen.
         Daar zitten we onder zuilen als in dag,
         Stoer lijf bij lijf, elkaar, wijl de uren vliegen,
         Vertrouwelijk van 't leven te beliegen.
         De vrouw-gerokte kellners brengen ons drinken.
         Hóór, door de rooie rook joelt onze lach ...
         De zaal 'n burcht is ... de klare glazen klinken.

    25-09-2018 om 00:00 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    24-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.winterhout

    Een gedicht van Jan Prins 1876-1948

    Winterhout

    Alom, aan de ronde zomen
    van het rustig vergezicht,
    aan de lage damp ontkomen,
    aan de oever van het licht,
    achter 't levendig gewemel
    van de daken, op het goud
    van de uitgespannen hemel
    opgericht, is 't winterhout.

    Hoog over de lege tuinen
    staat het, zuiver afgerond,
    met zijn vederige kruinen
    op tegen de avondstond,
    met zijn neergebogen takken,
    met zijn twijgen, teer en sterk
    en volledig, op de zwakke
    weerglans in 't namiddagzwerk.

    Met de roerloze verschijning
    van zijn hoge statigheid,
    met de zekere belijning
    van zijn wasdom, uitgebreid
    op de stilte, over een hoeve
    rijzend of om een gehucht,
    is 't aanwezig in de droeve
    leegheid van de winterlucht.

    Maar inwendig, in de gave
    taaie vezel van zijn stam,
    is 't of iets, dat lang begraven
    lag, opnieuw tot uiting kwam,
    of iets, dat zich had begeven,
    uit zijn diepste wezen tot
    de verlokking van het leven,
    tot het licht naar buiten bot.

    Eer zich elders iets vertonen,
    eer men iets vermoeden zal
    wordt het in zijn wijde kronen
    donkerder en dichter al,
    wordt het voller in den bleke
    omtrek van zijn duisternis,
    als het allereerste teken
    van wat vast in aantocht is.

    24-09-2018 om 21:23 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    23-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.slaan

    Een gedicht van Frederik van Eeden 1860-1932

    Kunt Gij nog wreder slaan!

    Kunt Gij nog wreder slaan! - mijn God! mijn God!
    Zie, ik ben sterk en breken zal ik niet,
    Maar was er één die Gij zó lijden liet,
    Wijl hij U lief had, boven zielsgenot?

    En nóg zal ik niet vloeken 't mensbestaan,
    En 't Leven niet, en Uwe naam niet smaden,
    Zelfs met dít mateloze Leed beladen,
    Neem ik het Leven uit Uw handen aan.

    Maar schrijf dan ook, ter keerzij mijner schuld,
    Dat ééns een menskind, zó diep in ellende,
    Zó ver verloren in een nacht van rouw,

    De maat zijns droeve Levens heeft vervuld,
    En schoon hij 't bitterst dezer wereld kende,
    Toch durfde leven en niet sterven wou!

    23-09-2018 om 00:00 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    22-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gij

    Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

    Gij wordt geboren

    Gij wordt geboren: het bekommert geen.
    Gij sterft verloren: het bekommert geen.
    Het golven van de grote oceaan
    Breekt niet door 't zinken van een kiezelsteen.

    Omar Khayyam (1929)

    22-09-2018 om 19:09 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)


    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Archief per maand
  • 09-2020
  • 08-2020
  • 01-2019
  • 12-2018
  • 11-2018
  • 10-2018
  • 09-2018
  • 08-2018
  • 07-2018
  • 06-2018
  • 05-2018
  • 04-2018
  • 03-2018
  • 02-2018
  • 01-2018
  • 12-2017
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 07-2008
  • 06-2008
  • 05-2006


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!