De startpagina voor de voorstander van een goede bourdonhygiëne
13-05-2006
De weense, vlaamse, duitse,...hoe dan ook : hier is-ie !
Dag allemaal ! Het is zover, dank zij de ongelooflijk preciese opmetingen van Hubert Boone ( "De Doedelzak" -Uitg. La Renaissance du Livre - 1983, Blz 48 e.v.) zijn Wout en ik erin geslaagd een exacte reconstructie te maken van het instrument dat bewaard wordt in het Kunsthistorisches Museum in Wenen, en eigendom is van de "Gesellschaft der Musikfreunde" te Wenen. Als ik spreek over een exacte copie bedoel ik niet de uitwendige vorm noch de versieringen, maar de essentie, dus de akoestische eigenschappen en maten van het instrument. Op het eerste gezicht dacht ik dat het hier om een relatief "primitieve" doedelzak moest gaan, ondanks de mooi gegraveerde benen ringen en het tinnen inlegwerk. Wie komt er immers op het idee om een speelpijp ZONDER DUIMGAT te maken ?... Zeker geen onderste, maar zelfs geen bovenste duimgat !!! Hoe kan zo'n doedelzak nu de oktaaf spelen zonder over te blazen ? We weten nu dat het zgn 'duimgat' er wel degelijk is, alleen, het zit aan de VOORKANT! Het ontbrekende gat is het"septiemgat". Door enkele eenvoudig aan te leren vorkgrepen speelt het ding even chromatisch als onze moderne instrumenten. de bourdons zijn wat ze moeten zijn : ze fluisteren niet, ze brommen noch ratelen, ze zoemen. En dat is wat we ervan verwachten. Ze spelen een kwintinterval, zonder probleem omstembaar op kwart ( de kleine bourdon heeft immers DRIE delen. het stopje met dunne boring bovenaan het schalmeikapsel (zie boek H. Boone) heeft blijkbaar als doel de grondtoon te stabiliseren, en voor mij is dat een volkomen nieuw gegeven. Onze kopie kunnen jullie beluisteren op de website van Wout Vanloffeld, speciaal voor dit doel opgezet en nog in volle opbouw.ik kan hem niet rechtstreeks op onze blog zetten omdat hij meer dan 100 Kb vet is... De link is : www.der-dudelsack.info Verschiet niet van de Duitse tekst, je kan een Nederlandse vertaling aanklikken. Meteen heb je ook twee MP3- samples, eentje van de Muchosa en eentje van de Weense. Voor alle verdere details en informatie kunnen jullie bij ons terecht, via deze blog of rechtstreeks per e-mail, enz...
Dag beste doedelvrienden en vriendinnen, Sinds gisteren is de Muchosa aan een internationale carrière begonnen. de webmaster van de veelbezochte en erg interessante "Stephan's Sackpfeifenclub" was blijkbaar zo aan onze "nationale" doedelzak geïnteresseerd dat hij ons vroeg om een "steekkaart" aan zijn typebeschrijvingen toe te voegen, wat we natuurlijk met plezier gedaan hebben. Hierbij gaat onze bijzondere dank uit aan Raphael DeCock (GRIFF), die ons een MP 3- ke leverde als audiovoorbeeld. Tweestemmig dan nog wel. Voor wie de Muchosa in zijn oorspronkelijke vorm nog niet gehoord heeft: aarzel niet, en bezoek http://www.sackpfeifenclub.org/php/show.php?menuid=1&docid=62) Van daaruit kan je dan de andere delen van de site verkennen. Veel plezier ermee, en muzikale groeten, Dromader. PS: er zijn een paar onjuistheden geslopen in hun tekst, o.a. voor wat betreft de sterfdatum van Gheux, maar die worden zo snel mogelijk rechtgezet.
"Nadat we een zeer interessant resultaat met de reconstructie van de Belgische doedelzak, de “Muchosa” bereikt hebben, willen we verder gaan. Het “Breughels”-type -twee parallelle bourdons in één houder en één schalmei- is in talloze tekeningen en schilderijen vereeuwigd, maar van dit type is er slechts één enkel instrument bewaard gebleven. Waarschijnlijk betekent dat dat er niet zorgvuldig genoeg gezocht werd, maar dat is nu eenmaal een droevig feit. Dat ene instrument ligt achter slot en grendel in het Weense “Kunsthistorische Museum” (KHM). Hubert Boone heeft dit instrument al uitgemeten en de resultaten in zijn prachtig boek “De Doedelzak” beschreven. Nu is het ons idee (Jan Soete en Wout Vanloffeld), dat instrument exact na te bouwen en er de ideale rieten voor te maken. Het is voldoende de schalmei te bekijken om vast te stellen dat er bij deze doedelzak heel andere akoestische vereisten gesteld werden dan bij de huidige instrumenten. Eerste experimenten naar H. Boone's optekeningen geven prachtige resultaten met een cabrette-achtige klank! De vingerzetting is echter “open”. Vele details blijven nog verborgen, misschien zijn ze niet erg belangrijk, maar dat weten we eerst als we het instrument exact gecopiëerd hebben. Daarom was het ons idee dit instrument in het KHM te gaan uitmeten. We hebben een beleefde brief aan de eigenaar van het instrument gestuurd en een uiterst arrogant antwoord gekregen: “eerst moet men een toelating tot nabouw aanvragen en daarna kan men vragen of het instrument mag uitgemeten worden”. Goed, het plezier was eraf. Maar dan zagen we enkele dagen geleden in een Duitse webpage een bemerking van een andere fanaticus, die juist dezelfde vraag aan juist dezelfde Meneer gesteld had en inderdaad juist hetzelfde arrogante antwoord gekregen had. Nu heeft de eigenaar van dit instrument natuurlijk geen patent op de constructiematen. En de doedelzak ligt in het KHM in Wenen, iedereen kan hem bekijken. Het gaat er dus om, de exacte binnenmaten van het instrument te meten, een werk dat maar een paar uurtjes in beslag neemt. Daarna kan de trotse bezitter zijn instrument weer aan zijn hart koesteren. We hebben op die Duitse webpage nu aangeboden een petitie te organiseren om de bezitter ervan te overtuigen die opmeting toch toe te laten. Eigenaardig genoeg blijkt daar vrijwel geen interesse te bestaan. Hoe zit dat in België? Hebben jullie zin een "originele Breughel” te horen?" Groeten, Wout
Bekijkt men oude afbeeldingen van doedelzakken dan
ziet men dikwijls dat er twee vingergaten geboord zijn op de plaats
waar onze "normale" schalmeien één pinkgat rechts hebben. Zeer vaak
ziet men deze twee vingergaten ook bij de oude Franse doedelzakken in
de menigvuldige musea. Ook ons enig overgebleven voorbeeld van een
"Vlaamse" doedelzak, angstvallig opgesloten in het Weense museum heeft
twee pinkgaten. De eerste verklaring voor dit fenomeen is dat men ze
geboord heeft om zowel de rechts- als ook de linkshandige
speler/speelster tegemoet te komen. Het niet gebruikte gat wordt dan
met bijenwas toegestopt. Is dat de echte verklaring? Bij onze eerste
experimenten met de schalmei van de "Weense" doedelzak (inderdaad er
zijn opmetingen gemaakt!) hebben we vastgesteld dat het tweede pinkgat
niet mag gesloten worden anders is de grondtoon niet meer zuiver
speelbaar! Het tweede gat is uitstekend geschikt om de grondtoon te
stemmen! En dan hebben we daar nog die Franse schalmei (waarschijnlijk
fecit Dechaud), eveneens met twee pinkgaten, maar het ene is met een
veel kleinere diameter geboord dan het andere. Dit zou voor rechts- of
linkshandige spelers geen enkele zin hebben. Ook hier denk ik dat het
vooral de betekenis heeft de grondtoon te stemmen. Deze vraag wordt bij
de huidige schalmeien natuurlijk niet meer gesteld, maar het bijna
steevast optreden van dit kenmerk bij de oude schalmeien heeft een
reden!
Onlangs stuurde mijn co-autor me de afbeelding van deze doedelzakspeler, die velen onder ons wellicht bekend is. Er bestaan nog een aantal andere versies van.
Alle versies hebben wel één gemeenschappelijk kenmerk : een relatief KORTE en dikke grote bourdon, en daarnaast een zeer slanke “KLEINE” bourdon van bijna dezelfde lengte.
De vraag is enerzijds: heeft dit type bourdons echt bestaan en, zo ja : hoe mogen ze dan wel geklonken hebben ?
Over het eerste gedeelte van de vraag kunnen we kort zijn: we gaan het nooit met 100 % zekerheid weten en de kunstenaars lieten zich vroeger soms héél ver gaan in hun fantasiewereldje, ook werd naar hartelust gekopiëerd, en elke kopie werd minder gedetailleerd dan de vorige maar daarvoor des te fantasierijker. Sommige afgebeelde doedelzakken zullen wel nooit écht speelbaar geweest zijn.
Maar als dit type bestaan heeft- en daar twijfelen nu even niet aan- hoe klonken die bourdons dan wel ?
Vooreerst zien we dat de “grote” bourdon iets korter is dan de schalmei (op sommige andere afbeeldingen iets langer). Dat is merkwaardig, want dat zou betekenen dat hij slechts één octaaf lager klonk dan de schalmei (in de veronderstelling dat de schalmei een conische boring heeft, de bourdon een cilindrische). Het merendeel van de oude afbeeldingen toont grote bourdons die TWEE octaven lager klinken dan de speelpijp.
Laat er ons eens van uit gaan dat de bourdon TWEE octaven lager klonk, zoals gebruikelijk : kan dit dan wel ? (We laten zgn “meervoudige- of S-boringen” even buiten beschouwing daar we geen enkele aanwijzing vinden in de iconografie van die tijd (17e eeuw) die het bestaan ervan laat vermoeden).
Door een reeks experimenten zijn we er achter gekomen dat er, akoestisch gezien, twee mogelijkheden zijn om met dit soort korte bourdons zeer lage tonen te bereiken:
1° Het zgn “RESONANTIERIET” die een veel lagere EIGENTOON produceert dan een conventioneel riet, en dus de luchtkolom in de bourdon aan een lagere frekwentie laat trillen.
Ik heb met dit soort rieten geëxperimenteerd, en Anders Sköld, acousticus aan de Chalmers University of Technology in Göteborg (Zweden) heeft vorig jaar het wiskundig bewijs geleverd dat dit soort rieten functioneert als een HELMHOLZ- resonator, en een lagere frekwentie genereert voor een kortere boring. Dit soort rieten is natuurlijk veel dikker dan ‘gewone’ maar de relatief dikke bourdonhouder op het schilderij zouden het gebruik ervan wel toelaten.
2° Het effect van de RESIDUELE TOON, een term die ik uit het duits heb afgeleid (Residualton). Dit akoestisch fenomeen ontstaat uit een kombinatie van een toon met zijn hogere octaaf. In de orgelbouw wordt het gebruikt om een bromtoon te verwekken die één octaaf lager klinkt dan de oorspronkelijke toon, een zeer lage “brom” dus.
Over dit fenomeen kunnen jullie de links aan de rechter kant raadplegen. Ik ga ze bij gelegenheid nog eens vertalen.
Experimenten die Wout Vanloffeld en ik in die richting gedaan hebben bewijzen dat het principe werkt. Je hoort effectief een lage toon die NIET MEETBAAR is !
Er is nog wel het probleem van de mogelijke interferenties, waar RAPHAEL DECOCK ons op gewezen heeft in een eerste commentaar op deze blog, maar die op mysterieuze wijze verdwenen is…
Uw reacties op- en /of bijdragen aan- dit artikel zijn zéér welkom !
Ik kreeg vandaag in mijn e-mail enkele foto's van Franse doedelzakken die via internet verkocht worden, het ging vooral om de Cornemuse du Centre (CdC). Opvallend is dat het pinkgat rechts bij deze afbeeldingen vrij hoog ligt, de terts laag gepositioneerd is en de afstanden tussen de vingergaten vrij gelijkmatig zijn (zie foto onderaan rechts), kenmerken typisch ook voor de Muchosa, onze doedelzak uit het Picardisch cultuurgebied. Deze kenmerken vindt men bij de huidige ('moderne') “standaard”-schalmei niet, hier is het pinkgat veel lager gelegd, de terts is hoger en groter geboord, de afstanden zijn “gelijk getempereerd” aangelegd. Aangezien nu de Muchosa zo een interessant instrument blijkt te zijn, denk ik dat het van groot belang zou kunnen zijn om die originele versies van de CdC eens onder de loep te nemen. Maar hoe? In Frankrijk liggen in de musea honderden van soortgelijke doedelzakken en voor zover ik weet hebben de meeste musea er ook niets op tegen dat men die instrumenten gaat uitmeten.Zo heeft Leen Devyver voor haar eindwerk een 14-tal dagen tussen de schatten van het museum in Montluçon mogen vertoeven en de inboedel helpen katalogiseren. Dat zou dan een eerste stap zijn. Vervolgens zouden die instrumenten moeten nagebouwd worden, exact welteverstaan, het uitzicht speelt daarbij geen rol, de akoestische kenmerken des te meer. (boringen, mensuren, konus,, wanddikte van de schalmei ...) Dan moeten er passende rieten voor gemaakt worden. Als men dan een goede hoeveelheid speelbaar gemaakt heeft kan men tot een overzichtelijk besluit komen hoe deze instrumenten geklonken hebben en misschien hoe ze gespeeld werden. Voor één persoon is dat een vrijwel onoverkomelijke arbeid. Ook als twee er zich mee bezighouden is het werk bijna niet te overzien. Maar er bestaat een andere mogelijkheid. Ieder die ook maar een beetje interesse aan dit project heeft neemt eraan deel. Ga je in de zomer op vakantie naar Frankrijk? Dan kijk even na of er in de buurt geen museum is met cornemuses. Montluçon is al een goede referentie ! Neem contact op met je nabij wonende doedelzakbouwer of handwerker en vraag hem/haar of je de meetinstrumenten mag uitlenen. Aangezien hij/zij van dit project weet (daar zorgen we dan voor) is dat geen probleem. We geven ook nog nauwkeurige informatie hoe dat uitmeten moet gebeuren. Elk uitgemeten instrument is ongelooflijk veel waard. Dan doen alle doedelzakbouwers een stap naar elkaar toe en spreken kort af wie welke instrumenten nabouwt. Daarvoor zijn slechts enkele uren nodig, een schalmei is gauw gemaakt! Ten slotte krijgen de geïnteresseerde spelers en speelsters elk een exemplaar en kunnen daar naar hartelust op “freaken”. De ervaringen kunnen op deze (of andere) blog(s) uitgewisseld worden. Het is waarschijnlijk geen illusie binnen drie of vier jaren een zeer uitvoerig en nauwkeurig (!) beeld van deze instrumenten te bekomen. Een uitgebreid werk, over veel mensen verdeeld wordt dan bijna tot een kinderspel, ieder heeft er plezier aan en iedereen profiteert ervan. De resultaten van de metingen, rieten en speelervaringen worden iedereen vrij ter beschikking gesteld. Een werk van en door en voor de doedelgemeenschap. Wie doet mee? Wout .
Problemen met jullie instrument ? Loop niet onmiddellijk naar jullie bouwer, probeer er eerst zelf iets aan te verhelpen !
Dichtingsproblemen aan de zak ? Kleine rietprobleempjes ? Bourdons vallen uit of zijn niet meer te stemmen ? Wikkelingen zitten te los/te vast ? ...En nog een paar andere kleine calamiteiten...
Neem het boekje EERSTE HULP BIJ DOEDELZAKONGEVALLEN (EHBDO). Door Jan Soete en Herman Dewit.
Heb je het niet ??? Ook geen probleem, haal het in Gooik bij het secretariaat van MUZIEKMOZAÏEK (zie link). Ze hebben er nog wel wat exemplaren te koop voor de zéér proletarische prijs van € 10,- !!!
Voor ernstige problemen één adres : jullie bouwer. Val hem/haar gerust lastig, ze worden ervoor betaald ...
"Muchosa" zegt u ? Jawel. De ingewijden onder u weten dat het hier gaat om een doedelzaktype dat tot ongeveer begin 1900 van vorige eeuw bespeeld werd in de streek ten zuiden van Ronse, Noord- Henegouwen dus. Men neemt aan dat dit type doedelzak behoorde tot het Piccardisch taal- en cultuurgebied. Het gaat hier om de énige doedelzak "van bij ons" waarvan nog 3 originele exemplaren bewaard zijn gebleven. Twee bevonden zich in de verzameling SNOECK en werden later overgemaakt aan het museum van het Brussels conservatorium. Ze werden daar door de toenmalige medewerker HUBERT BOONE ( de Vlier, Brabants Volksorkest , enz...) onder de loep genomen, en zijn veldonderzoek in de streek bracht een schat aan informatie aan het licht die o.a gebundeld werd in zijn boek DE DOEDELZAK (uitg; La Renaissance du Livre- 1983). Over dit instrumentje is al véél geschreven, maar toen ik in het bezit kwam van de ongelooflijk gedetailleerde plannen van Olle Geris (doedelzakbouwster- 'D'un Souffle à l' Autre', Verviers) kon ik niet weerstaan aan de verleiding om een exacte kopie te vervaardigen. Olle mag van mijn eeuwigdurende dank verzekerd zijn ! Hoe mag dit doedelzakje wel geklonken hebben ? Spijtig genoeg zijn er geen rieten van bewaard gebleven, en een doedelzak zonder rieten is als een café zonder ... Juist ! Wout Vanloffeld slaagde er op vrij korte termijn in om goed speelbare rieten te maken, die op een sessie in het MIM door mij en Jean- Pierre VanHees gedemonstreerd werden, o.a. op de ORIGINELE doedelzak, Cat. Nr. MIM 2701. Ook Rémi Dubois en Olle Geris hebben toen een copie gedemonstreerd. Nu blijkt dat de Muchosa over een ongelooflijk rijke tonaliteit beschikt en bovendien een schat aan speelmogelijkheden biedt voor wie zich echt op het instrument wil toeleggen, en dit ondanks de vele "eigenaardigheden" die het instrument kenmerken, en die op generlei wijze schenen te voldoen aan de vereisten die bouwers hedentendage stellen aan een 'goed bespeelbare 'doedelzak! Mijn Kopie kan o.a. beluisterd worden tijdens de optredens van de groep GRIFF, waar reeds twee van de dtie doedelzakspelers met de Muchosa vertrouwd zijn. (Zie ook de link naar hun website) een recentie van een optreden in Leuven vind je op de site van FOLKRODDELS als je de term MUCHOSA in de zoekrobot ingeeft. Elke reactie is, zoals steeds méér dan welkom.
Zoals jullie zullen merken heb ik drie interessante links toegevoegd die verwijzen naar het item "doedelzak" op de bekende internet-encyclopedie WIKEPEDIA. Ze zijn me doorgegeven door mijn co-auteur WOUT, die de artikels ofwel geschreven heeft, ofwel serieusaan bestaande artikels gesleuteld heeft. Dat kan iedereen namelijk op WIKEPEDIA. Sommigen zullen de opvattingen van Wout wellicht controversieel, zoniet rebels vinden.Er kan op gereageerd worden. Aan allen die zich geroepen voelen dus: kruip achter jullie machien en tik er maar op los!
In verband met de links : je kan ze zowel in de linker kolom als in de rechter kolom aanklikken. Ik probeer deze die verwijzen naar het fenomeen van de RESIDUELE TONEN aan de rechter kant te plaatsen. Indien jullie er nog vinden in verband met onze gemeenschappelijke interesse, aarzel niet om ze me door te sturen !