Eventjes de voorbije week overlopen om niet te vergeten hoe ons leventje er tegenwoordig uitziet :
Vorige week tijdens het weekend : oppas van ons kleinkindjes in ons kinderdag-en-nachtverblijf… Leuk, rommelig en absoluut voor herhaling vatbaar!
Die zondag de kindjes weer naar huis gebracht, nadat ik een halfuur gezocht, geprutst en gezweet heb om twee maxicosy’s in onze auto te installeren. Het voordeel van dat uitzoeken is, dat ik het een volgende keer in 2 minuten zal kunnen J.
Diezelfde namiddag :een fijne Night of the Proms in het Sportpaleis met VIP-receptie!
Twee avonden repetities voor ons nieuw toneelstuk, grootoudersdag in Dario’s klasje en vrijdag was er het afhalen van mijn gerepareerde fiets.
Dat ik daar speciaal vermelding van maak is niet voor niets, want zoiets is telkens een eenvoudig maar mooi avontuur…
Onze fietsenmaker woont in dezelfde gemeente, maar in een ander dorp. Langs de openbare weg is dat 8 km, maar van bij ons thuis kan je tevoet los-door-het-bos. De afstand is via die weg slechts een vijftal km en loopt door het bos, langs velden en weiden en tenslotte door enkele verlaten wegen en dorpsstraatjes met rustieke namen als hooidonkeinde, heiblok, medelaar, berkemei…Ik begin al te relaxen als ik die bordjes lees.
Het was heerlijk weer om te stappen : warm maar storm- en regenachtig en ik was op mijn hoede voor overhangende takken die door de storm zouden kunnen vallen. Terecht zou later blijken, want op de terugweg lag er een omgevallen boom over hetzelfde bospad, waar ik met enige moeite mijn herstelde fiets moest over tillen. Geen dikke weliswaar, maar ik had hem toch niet graag op mijn bol gekregen.
En ik kan het niet laten : dat mooiste blad onderweg moèt ik gewoon meenemen, net zoals de twee fraaie eikengallen die als een cadeautje op mijn weg lagen, het lijken wel marspeinen vruchtjes. Ze liggen nu onder een stolp op de kast mooi te wezen, je weet maar nooit dat door de warmte in huis die wespen zouden uitkomen .
Zaterdag waren we uitgenodigd voor een geweldig lekker diner bij “Sir Anthony Van Dijck” in heel prettig gezelschap. Het eten en de bijpassende wijnen waren werkelijk overheerlijk, maar toch hadden wij beiden ’s nachts het gevoel dat er een steen op onze maag lag. Te laat gegeten? Of zijn wij door onze vetvrije en hartvriendelijke keuken niet meer gewoon om dit te verteren? Ik neem mij in ieder geval voor om ’s avonds zeker geen kazen meer als dessert te eten, want dat was m.i. de grootste boosdoener.
Na een slapeloos nachtje moesten we al vroeg in Edegem zijn, voor de gedenkmis van broer Jan, die nu 50 zou geworden zijn.Nadien gingen we nog met de aanwezige familie naar Moeke en Voke voor bubbels en babbels.
Aiai…vooral dat eerste was er voor mij teveel aan, want die twee glaasjes hielden mij thuis toch een paar uur misselijk aan de zetel gekluisterd: 2 dagen achter elkaar zondigen was van het goede(of kwade) teveel.
Herman pakte ondertussen zelf maar zijn koffer, want die is vanmorgen om 4 uur naar Bolzano (Noord-Italië) vertrokken. Vijf dagen heb ik het kot voor mij alleen, maar ze zullen gauw gevuld en voorbij zijn…Seffens ga ik met de bus naar Antwerpen om onze auto op te pikken, die Herman daar op een parking heeft gelaten om daar op de Luchthavenpendelbus te stappen.Ik heb alweer toneelrepetitie en zal eens lekker vasten, nu ik niet hoef te koken, nèh!
Een eikengal is een rond bolletje dat net onder de oppervlakte van het blad zit. Eigenlijk is het een soort woekering van het blad omdat de eikengalwesp een larfje in het blad heeft gelegd (net onder het oppervlakte van het blad). De boom gaat als reactie op de aanwezigheid van dit larfje een bolletje om de indringer heen maken, en zo ontstaat de “houten” bol.
In de herfst zie je dan ook vaak rood-gele of bruine houten bolletjes (hout kleurig) onder een eik liggen. Dit zijn dan de eikengal bolletjes.
Als je het bolletje open zaagt, zie je een klein zwart gedrocht in het midden. Dit is het wespje. Die voedt zich met de stoffen die in het bolletje aanwezig zijn.
Ruim negendertig jaar hebben wij twijfels gehad omtrent Hermans exacte geboortedatum.
Toen wij als voorbereiding op ons huwelijk naar zijn parochie gingen om een doopselbewijs te halen, gaf de pastoor ons een afschrift waarop de datum van 24 oktober 1944 vermeld stond. Herman en ik schoten in de lach : “Dat is onmogelijk meneer pastoor : dan zou hij reeds twee dagen vóór zijn geboorte(26 oktober) gedoopt zijn!”
”Kom hier in het register dan maar eens kijken, zei hij: Hier staat dat hij geboren is op 21 oktober en gedoopt op de 24ste. Dat er één datum fout zou zijn, is mogelijk, maar twéé?”
Op zijn identiteitskaart heeft altijd 26 oktober gestaan, maar wij bleven jaren in de onzekerheid of dit nu werkelijk de juiste datum is. Herman was immers geboren onder “de vliegende bommen”. Naar verluidt hebben ze zijn ma met een stootkar naar de kraamkliniek gebracht omdat er geen andere vervoermiddelen beschikbaar waren. Zij was 46 jaar en het was haar achtste en laatste kind. Herman is vroeg wees geworden, aan zijn ouders hebben wij dus nooit kunnen vragen wat er precies gebeurd is. Ik gokte erop dat men in die chaotische tijd de aangifte van geboorte misschien te laat had gedaan en om een boete te vermijden een latere datum had doorgegeven…
Nu het raadsel weer eens zijn kop opstak –logischerwijs gebeurt dat telkens omstreeks zijn verjaardag- besloot ik om eindelijk eens uit te gaan pluizen hoe het nu werkelijk zit.
Eerstens telefoneerde ik naar zijn oude parochie, om te informeren of die doopregisters daar nog waren en of ik eventueel een foto mocht komen maken van de betreffende bladzijde. Ik kreeg een “ja” op beide verzoeken en maakte meteen een afspraak om langs te komen.
Toen nam ik contact op met een van Hermans broers, die de familiestamboom opmaakt en over veel gegevens beschikt, om te vragen of hij ook het trouwboekje van de ouders nog had. Dat was niet het geval, maar hij bezat wel een copie van de bladzijde met de geboorte van de kinderen, die mailde hij dezelfde dag nog door.
Tot onze verbazing zagen wij dat Herman niet in de kraamkliniek van de Vinkenstraat was geboren, zoals hijzelf altijd had gedacht, maar in de Sint-Vincentiuskliniek in Antwerpen! Er stond een geveegde stempel in het vakje van “doopsel”, geen datum, maar wel een leesbaar adres…Dat was een grote meevaller, want dit ziekenhuis bestaat nog steeds.
Dus mailde ik naar de nog steeds bestaande kraamkliniek, in de hoop dat men ook daar nog over die oude registers beschikte en waarom ik die zo graag wou inzien en eventueel fotograferen.
Dezelfde dag nog kreeg ik antwoord van de pastorale dienst, dat mijn echtgenoot inderdaad in dit moederhuis was geboren op…21 oktober en gedoopt op 29 oktober…en dat hij FRANCISCUS DW was!!!
Lieve hemel!!! Was ik met een wisselkind getrouwd???? Het raadsel werd steeds groter…
Onmiddellijk teruggemaild dus, dat mijn echtgenoot HERMAN DW was, officiële geboortedatum 26 oktober 1944.
En toen, eindelijk! kwam de bevestiging : geboren op 26 oktober (oef!) en gedoopt op 29 oktober, op dezelfde dag als die andere kleine met dezelfde achternaam! In het register stond zelfs vermeld dat de geboorte plaatshad “rond 8 acht uur ’s avonds”.
Hoe er uiteindelijk met de overschrijving naar het parochieregister dan geknoeid is, mag Joost weten… we zijn nu in elk geval zeker dat hij geen vijf dagen ouder is dan wat altijd zijn officiële geboortedatum geweest is.
Enkele dagen later mocht ik in het ziekenhuis het document komen fotograferen en trok nadien naar de parochie, om ook dat foutief ingeschreven register te trekken. Een pastoor is daar al lang niet meer, maar de vrouw van de diaken ontving mij op de vroegere pastorij. Ik vertelde haar dat we nu wel zeker konden zijn over de juiste data en dat ik een copie zou doormailen die ze tussen dat register kon steken, als bewijs. Waarop zij, bij het geopende register : “ O, maar dat is niet nodig, ge zijt dus zeker van 26 als geboorte en 29 voor de doop? Dan ga ik dat meteen veranderen a href='http://img23.imageshack.us/i/herschaaldekopievandoop.jpg/'> !”
En nog voor ik haar kon tegenhouden, overschreef ze die cijfers met een moderne bic!!! Ik had mijn foto’s nog niet eens kunnen nemen... Mijn teleurstelling was immens! Ze heeft nog wel een fotocopie van het geheel genomen, die copie dan weer veranderd in de oude data en aan mij gegeven, maar inwendig kookte ik, ook omdat ze dat mooie oude document zomaar verknoeid had!
De 20ste verjaardag van de val van de muur die Duitsland in tweeën deelde, gaat niet ongemerkt voorbij. Elke dag van deze week is er wel ergens een documentaire, praatprogramma of film te zien die deze historische gebeurtenis herdenkt.
Een prachtige, pakkende film die op Canvas reeds werd uitgezonden en zaterdag a.s. op Nederland 2 te zien is om 22u40 : “Das Leben der Anderen”…niet te missen!!!
Wij hebben zo onze eigen herinneringen aan het falen van het communistisch systeem.
In het voorjaar van 1989 verliet op zijn eerste reis naar het Westen een piepjonge Roemeense dekofficier zijn schip, zonder identiteitspapieren(die moesten aan boord blijven) en met slechts een paar duizend frank op zak. Vastbesloten om iets van zijn leven te maken in een “kapitalistisch” land liep hij het Antwerps stadscentrum in en keerde nooit terug naar zijn schip. Vanaf dan werd hij als een deserteur beschouwd. De staat had immers zijn (militaire) opleiding betaald en zijn moeder zou voor de gevolgen van zijn vlucht zwaar boeten.
Door omstandigheden - die ik enkele jaren geleden al eens op mijn blog vermeldde(zie mijn archief 10 februari 2006) – leerden wij Adrian kennen en werd hij in ons gezin opgenomen.
Toen het nieuws en de beelden van de val van de Berlijnse muur op TV werden getoond, waren wij allen aan de buis gekluisterd. Natuurlijk was dit gebeuren onderwerp van al onze gesprekken! Wij durfden luidop hopen dat het Ceaucescuregime nu wellicht ook aan het wankelen zou gaan, maar Adrian geloofde daar niets van : “Roemenië is iets héél apart, zei hij, daar wankelt het systeem nog in geen honderd jaar”
Nauwelijks 2 maanden later zagen wij de omwenteling in Roemenië gebeuren en weer zaten wij in ons vredig salon als gebiologeerd naar de oorlogsbeelden op TV te kijken, samen met Adrian en Narcis, een vriend van hem, die tijdens de Kerstdagen met zijn schip in Antwerpen was en bij ons bleef overnachten. Narcis was twee weken eerder uit Roemenië vertrokkenen toen was daar nog niets van onrust te merken. Die Kerstmis was wel heel speciaal voor hen, maar ook voor ons.
De jonge mannen konden hun ogen en oren niet geloven…Adrian durfde nauwelijks geloven dat hij voortaan zijn moeder zonder afgeluisterd te worden kon telefoneren in haar appartement, dat er vrij verkeer buiten de grenzen mogelijk was, om nog maar te zwijgen over de moord op de dictator en zijn vrouw…
Narcis is gewoon teruggevaren en trouwde enkele jaren later met zijn verloofde in Constantza. Wij hebben die bruiloft bijgewoond en enkele weken rondgereisd door Roemenië.
Adrian bleef nog enkele maanden bij ons wonen en is geëmigreerd naar Canada, waar hij na verscheidene tijdelijke jobs een carrière in de IT sector heeft uitgebouwd. Hij is al jaren Canadees staatsburger en wij bellen en mailen elkaar zeer regelmatig. Ook Narcis is enkele jaren later samen met zijn vrouw naar Canada uitgeweken en neemt nog af en toe contact met ons op.
Deze historische verjaardag doet ons heel intens terugdenken aan een periode die voor ons gezin toch wel ingrijpend en verrijkend was, omdat wij geconfronteerd werden met een wereld – nieteens zo veraf- waarinwantrouwen, onvrijheid en grote tekorten het dagelijks leven uitmaakten en het contrast met ons eigen comfortabele vrije leven.
Waarschijnlijk is hij ergens tussen 21 en 26 oktober 1944 geboren. Officiëel staat zijn geboortedatum als de 26ste genoteerd, maar omdat zijn doopsel al de 22ste in de registers beschreven staat, weten we niet wanneer hij precies jarig is. Ik neem me al jaren voor om nog eens terug naar de parochie te gaan, het doopregister in te kijken en er een foto van te maken.
Zaterdag kwamen de kinderen brunchen om Papies verjaardag te vieren. Jade en Dries hebben we gemist, maar het was sowieso al een vrolijke drukte. De avond tevoren was de algemene ledenvergadering van Dionteater en die speelde ’s nachts nogal door mijn hoofd, niet dat het er zo heftig aan toe ging, zoals andere jaren weleens het geval is, maar toch kon ik sommige flarden van gesprekken niet uit mijn gedachten bannen. Bovendien moest er nog een en ander voorbereid worden voor de brunch, hoewel ik vrijdag al de ganse dag had staan kokkerellen en boodschappen.
Een brunch is gemakkelijk op het moment dat de gasten er zijn, maar vraagt minstens evenveel voorbereiding als een diner vind ik. Zeker als je alles zelf wil bereiden. Dus zat ik die nacht afwisselend de volgorde van mijn werklijstje te overlopen en de vergadering na te kauwen. Ik ondervind dat ik met de jaren minder stressbestendig word. Hoe goed ik ook voorbereid ben, als de volgende dag al in de voormiddag iets belangrijks op mijn agenda staat, slaap ik nauwelijks of niet. Ik ben het niet meer gewoon; misschien moest ik wat meer ondernemen ?
Iets om te onthouden : de kleintjes niet té veel verschillende prikkels te geven. Herman ondervond nu zelf dat ze te opwonden geraken wanneer hij ze telkens nieuwe dingen presenteert. Gewoonlijk zijn ze speels maar rustig, toen ze tussen al dat gebabbel ook nog eens met allerlei wisselend speelgoed geconfronteerd werden, was het van het goede teveel en werd hun aandacht eerder afgeleid van het spel dan dat ze er plezier in hadden. Binnenkort hebben we enkele babysit-dagen en we zullen hier zeker op moeten letten. Een mens is nooit te oud om te leren J.
Ondanks mijn klaagzang was het hartverwarmend om de kids-klein-en-groot hier te hebben, want ze zijn stuk voor stuk echte schatten! Rond zes uur waren de laatsten terug naar huis en qua opruimen waren we op korte tijd rond. Ik ging nog een luchtje scheppen en genoot intens van de herfstkleuren voor het donker werd.
Zondag heb ik het verslag van de jaarvergadering van Dionteater uitgetikt en doorgemaild. Mission accomplished.
Het werd een mooie herfstdag en we wandelden door het bos naar de winkelboulevard nabij de autostrade om warme pantoffels te kiezen voor Herman maar vonden niets naar zijn gading.
Toen ik vandaag mijn zomerschoenen naar de zolder bracht, vond ik daar toch wel een paar vergeten wintersloffen van hem zeker!
Opruimen is in meer dan één opzicht goed voor een mens J.
Herman was het hele weekend op trot voor zijn verenigingen, terwijl ik zo mijn eigen activiteiten had, o.a. het urenlange gesprek waarover ik gisteren schreef en dat hoogstwaarschijnlijk vruchteloos was.
Maar kom : toen manlief in de late namiddag thuiskwam, hebben we ons opgetut, reden nog even langs de bloemenzaak en trokken met bloemekes-en-al naar Turnhout om een jonge kennis te gaan feliciteren die een notariaat had overgenomen : Chique receptie(zelfs met oesters die aan je tafeltje werden geopend! mmmm) Behalve de jonge notaris kenden we niemand in de hele tent, maar we kregen algauw gezelschap van een zeer onderhoudende tafelgenoot, zodat het later werd dan wij oorspronkelijk van plan waren om naar huis te gaan. Onderweg nog Vodka-controle gehad ook. En wéér mocht ik niet blazen…
Zondag was Herman opnieuw voor dag en dauw vertrokken. Ik had een afspraak in de OZ-Fit-trailer om mijn conditie na tien weken training te laten controleren : uithoudingsproef, vetmeting, weging, bespreking van het voorbije en toekomstige programma.
Ik ben géén trap hoger geklommen, maar het scheelt niet veel…volgende keer moet ik die kaap zeker ronden. Over rond gesproken : mijn gewicht was ongewijzigd geblevenL, maar het goede nieuws is dat mijn vetgehalte merkbaar was afgenomen en dat ik een hogere belasting van de fietsproef aankon. Dus ben ik met verse moed aan een nieuwe aangepaste reeks van tien weken wandelen begonnen.
De fitness-controle ging door in Hove, op slechts enkele kilometers van mijn ouderlijk huis, dus combineerde ik beide en bracht moeke en voke nog een bezoekje en natuurlijk geraakte ik niet weg zonder mee avondboterhammen te eten en een aanval te doen op de steeds volop aanwezige pralines en koekjes. Moeke heeft de neiging om altijd meer snoep aan te dragen en aan te bieden . En Paz? Die liet zich wellustig gaan in het smullen van madeleinekes en Leonidaspralinen…Er zal deze week nog flink moeten gemarcheerd worden!
Maandagnamiddag : Mijn trouwring is al jaren véél te spannend, ik krijg hem met moeite nog over mijn ringvinger en eens hij daar zit, krijg ik zo’n gezwollen vleesballonnetje tussen de knokkel en de ring, dat het griezelig om zien is. Die ring ligt dus al enkele jaren ongedragen in een schaaltje: da’s niet de bedoeling van een trouwring, dus moest hij vergroot worden. Onze vroegere buurman is goudsmid in de koekestad (voor onze Nederlandse vrienden : zo noemen wij, Antwerpenaren, onze stad) en die gaat nu dus iets aan die ring doen. Volgende week mag ik hem terug gaan halen.
Vervolgens reden we naar het bioscoopcomplex om naar “De helaasheid der dingen” te gaan kijken. Mooi!!! Schitterende acteursfilm, hard, grauw, maar toch niet deprimerend. Heel trouw aan het originele boek van Dimitri Verhulst ook. De propjes die ik in mijn oren had gestopt voor het overschot aan lawaai van de trailers en reclame, kon ik tijdens deze film rustig uitnemen, want er zaten gelukkig geen knallen of loeiharde muziek in, die mij in dat reusachtig cinemacomplex soms uit mijn zetel doen opspringen van ’t verschieten.
Als avondmaal haalden we een slaatje bij de Quick en toen was het repetitietijd in Dionteater. Ik heb me deze avond echt geamuseerd door me in dit rolletje uit te leven, maar heb nog geen flauw idee hoe het definitieve stuk er gaat uitzien.
Dinsdag : is een blanco vel…ik kan me buiten wat huishoudelijke en administratieve dingetjes niets meer herinneren.
Woensdag : Al in de voormiddag per bus naar Antwerpen, dan per trein naar Gent. Ik moet toch eens onthouden dat een L-trein een LANGZAME trein is en dat ik beter wat langer in het station op een IC wacht, dan de eerste-de-beste in de goede richting te pakken. Maar goed : het heeft wel iets, zo’n boemel en onderweg kon ik me rustig op mijn auditie voorbereiden. Die had plaats in een oud pakhuis in de haven van Gent, waar nu een filmproductiehuis gevestigd is.
Ik had een zeer goed gevoel bij die auditie : een voorbereid stukje brengen en nadien een improvisatie samen met een assistent. Als ik pas binnen hun plaatje, zit ik volgende zomer misschien wel in een Belgische film… Er zijn nog een aantal kandidaten voor dezelfde rol, half november weet ik wat het wordt. ’t Zal ook weer een sociaal drama worden, genre gebroers Dardenne, maar het gegeven lijkt me wel wat. Of het nu wat wordt of niet, ik ben alleszins blij dat ik het geprobeerd heb, want ik vond het echt leuk.
Donderdag : een nieuwe kop!
Ja, dat zou je soms wel willen, Paz… het blijft echter bij een verbeterde versie van je coiffure. Maar allee, we zijn weeral content!
Wat mij vooral geschokt heeft : hoe komt een normaal mens erbij om voor het eigen foute gedrag rechtvaardiging en excuus te vinden in zijn geloof of wereldbeschouwing. Hoe kan het geloof in chakras, auras, reïncarnatie, healings, readings en de zoektocht naar het Ik iemand zo totaal in de ban krijgen dat de gevolgen voor zichzelf en zijn naasten enorm zijn en onnoemelijk veel verdriet en schade veroorzaken?
Tegen dit soort vermomde hysterie valt niet op te tornen, redelijkheid krijgt geen kans meer. Ik heb even gedacht om met wat nuchter gezond verstand en een respectvol gesprek helderheid en inzicht in een scheefgegroeide situatie te helpen vinden, maar hier moet ik aanvaarden dat ik volslagen machteloos ben.
Meer details mag ik hier niet over geven, kan slechts hopen dat –liever vroeg dan laat- ogen open zullen gaan.
In mijn blog van de maand mei heb ik bij het bezoek van mijn Amerikaanse vriendin enkele bedenkingen gemaakt bij haar fundamentalistisch katholiek geloof.
Vorig weekend werd ik geschokt door de vaststelling van hetgeen een ànder soort religieus fanatisme kan aanrichten bij overigens intelligente jonge mensen.
Vriendin Bojako spreekt vaak lachend over het bezitten van een reizigersgen…naar analogie vraag ik me af of er ook zoiets als een geloofsgen bestaat. Als het bestaat, dan zit het zeker niet bij mij, ook al respecteer ik ieders geloof, zolang de persoonlijke vrijheid van zowel gelovige als zijn omgeving niet in het gedrang komt. Ooit dacht ik een vurig katholiek te zijn, had niet de minste twijfels over geloofszaken en was er vast van overtuigd dat dit nooit zou veranderen.
Door mijn ogen en geest open te houden en innerlijk volwassen te worden -een maturiteit die niets met leeftijd te maken heeft, want ik moet rond de veertig zijn geweest- is geleidelijk het besef gegroeid dat ik een zeer aards wezen ben, niet vatbaar voor het bovennatuurlijke en is zonder heftige persoonlijke crisis mijn geloof weggeëbd. Sedertdien voel ik mij innerlijk sterk en evenwichtig(er).
Het laatste wat ik wil, is het geloof van anderen aan het wankelen brengen. Als Moeke bidt tot de Heilige Damiaan of mijn overleden broer-die nooit een sint zal worden- opdat haar oogoperatie toch maar zal slagen, dan spreek ik haar niet tegen. Wanneer echter iemand mij probeert te “bekeren”, dan gaan mijn inwendige stekels overeind staan! Iedere keer weer ondervind ik dat die missionarissen van eender welke overtuiging : (antroposofie, katholicisme, pro-en-contra islam, hysterische feministen..) aan mijn lichaamstaal merken dat ik sceptisch sta tegenover hun overtuiging en mij kost-wat-kost in hun kamp willen inlijven. Tenminste : ik denk dat het aan mijn lichaamstaal ligt, hoewel ik daar controle over dacht te hebben, aan mijn mondelinge uitlatingen zal het meestal niet liggen. ’t Kan natuurlijk ook zijn, dat ze mijn houding uitleggen als “belangstellend luisteren” en daardoor blijven inbeuken op mijn weigerige maar integere ziel.
Morgen meer details, want ik heb het nog lang niet van me afgeschud : de voorbije gebeurtenissen blijven maar door mijn hoofd warrelen…
Hmm…Zeggen dat je niet weet wat te schrijven omdat er zoveel gebeurt en dan bloggen over een boswandeling, klinkt niet echt als of ik een vol en boeiend leven leid. Daarom toch even een opsomming :
Tweemaal per week toneelrepetitie voor “Yerma vraagt een toefeling” , dat in januari op de planken gaat.
Bezoek ontvangen van vrienden en familie, met kokkerellen en lange babbels.
Zelf op zieken- en ander bezoek.
Ledenfeest van Dionteater met etentje.
Voorleesavonden waar we fragmenten uit ons lievelingsboek mochten lezen. 't Waren twee gezellige avonden, weliswaar in zeer kleine kring, maar de "lezers" wisselden nadien hun boeken uit en zelfs mijn ventje is nu gebeten door het leesvirus!
Dingen regelen voor ons emigrantje, wat nogal wat heen en weer geloop meebracht.(Zopas een enthousiast telefoontje gekregen vanuit Oostenrijk : vorige week nog 28 graden warm, nu een dikke laag Tiefschnee, Dries wandelde twee uur naar boven en kon al "boardend" afdalen tot in het dorp. Volgende week kan het evengoed terug 20° worden, maar dit voorschotje op het seizoen heeft hij toch al gehad)
Tuinonderhoudswerken bij ons en bij buurman-vrijgezel, die onlangs zonder tuinman gevallen is.
Theatervoorstelling bijwonen van An Nelissen.
Een trui en twee sjaals beginnen te breien, die trui is een cadeautje voor Mariefe en zou deze maand nog naar Amerika moeten gestuurd worden.
Een hals-over-kop babysitbeurt omdat Frauke met spoed naar het ziekenhuis moest. We zijn enkele dagen zeer ongerust geweest maar ze is nu gelukkig terug aan het werk en goed hersteld.
Zes kine-beurten gekregen voor een zeer pijnlijke nek : het gevolg van gespannen in de tandartsstoel te liggen zonder nekondersteuning. Ook dat is gelukkig voorbij.
Een heerlijk weekendje met de motorhome naar Nederland. Storm! Wind! Maar zalig weerzien van onze Noord-Hollandse vrienden, die een drievoudig feest vierden, waarvoor ze mij graag Shirley Valentijn wilden laten spelen voor hun 100 gasten in het Scagon-theater in Schagen. Het werd mijn allerlaatste voorstelling van deze monoloog en ik weet niet wie er het meest van genoot : onze vrienden, hun genodigden, of ikzelf…Het was alleszins een heel fijne afsluiter van drie jaar Shirley spelen.
Moeke en Voke voelen zich geweldig, nu zij een nieuw hoorapparaat heeft, een geslaagde oogoperatie kreeg en beter kan wandelen dankzij haar rollator; op die manier wordt ook Voke’s leven wat minder gestresseerd en dat voelen we duidelijk aan hun gedrag.
Vorige zaterdag nog even naar onze kleine wonderkindjes gaan kijken en nadien toogdienst in Dionteater bij de kindervoorstelling.
Herman is weer helemaal in zijn vergaderfurie gevlogen : letterlijk elke dag van deze week én komend weekend werden aan zijn Europeade-activiteiten opgeofferd en er staat nog meer op de agenda. Ik probeer hem nu duidelijk te maken dat hij me al zo'n dertig jaar sust met "Het zal beteren, zoeteke". Over twee weken wordt hij 65, ik ben benieuwd of het gaat beteren...
En waar ik tot mijn schaamte de laatste tijd veel te veel mee bezig ben : al die stomme spelletjes … Ik speel boerin op Farmville, klik majong-steentjes of action blocks weg, doe woordspelletjes en wil altijd nog één spelletje méér spelen. Verslaafd, ja! Ik moet er gewoon mee stoppen…Hellup!!!
Vanochtend was het gras al berijmd en buiten voelde het behoorlijk fris aan.
Het werd een heerlijke herfstdag : koel en zonnig! Perfect weer voor een fikse boswandeling en die maakte ik deze namiddag.
Negen weken geleden liet ik mijn conditie testen in de fit-mobiel van het ziekenfonds. De resultaten vertelden dat ik net boven die van de gemiddelde Belg uitkom. Toen kreeg ik een trainingsprogramma voorgeschreven om lijf en leden naar een nog beter niveau te tillen. De negende week (van tien) is nu ingezet en ik doe trouw mijn oefeningen : om de andere dag minimum 30 minuten stevig stappen of fietsen in een welbepaalde hartslagzone.
Zo ook vandaag…Ik geniet van de stevige wandeling en laat mijn kop uitwaaien, terwijl ik mijn hartslagmeter in de gaten houd. Om bij het wandelen tussen 112 en 127 hartslagen per minuut te halen moet je verdraaid snel marcheren.
Wat een zaligheid toch, dat ik maar ons straatje hoef uit te lopen om in het bos te geraken! Halfweg mijn wandeling besluit ik om de officiële weg te verlaten en een paadje te nemen dat eigenlijk alleen toegankelijk is onder begeleiding van een natuurgids. Ik deed het al eerder en op weekdagen zie je er geen levende ziel. Omdat ik er alleen loop, hoop ik dieren te ontmoeten, maar niks…
Tien minuten marcheer ik al zonder verrassingen en ineens bekruipt me in dat zonnig bos een beetje angst : stel dat er iemand met slechte bedoelingen zou wachten, of achter me aankomen…geen kat die me hier zou horen of hulp kunnen bieden…Ik kijk naar het pad achter mij en om me heen en merk dat het op die manier niet moeilijk is om mijn hartslag hoog genoeg te houden! Toch kan ik me nog verbazen over de afwezigheid van bosdieren. Net wanneer ik die bedenking maak, vliegt plots een viertal meter voor mij een fazant op en bij een poeltje zie ik sporen van reeën in het slijk.
Ik nader de grotere bosweg maar mijn pad wordt versperd door een tractor met aanhanger. Drie boerenmensen trachten een stier vanuit de weide in de wagen te drijven, met lage “ooo’s” en sussende geluiden. Ik wacht maar heel stil om het beest niet af te leiden of de boeren in gevaar te brengen. Ook de koeien moeten nadien in de wagen, het is geen sinecure en zeker niet zonder gevaar. Al ziet zo’n koe er log en vriendelijk uit, als zo’n kolos van 500 kilo op je af komt gedenderd ga je best een stapje opzij. Ik zie dat deze mensen echt op hun hoede zijn en maar goed ook! Dat gaat hier nog wel even duren, dus loop ik via de greppel om de tractor heen en kom tweehonderd meter verder opnieuw in de meer bewandelde wereld.
Eén uur en drie minuten, mag ik op mijn trainingsblad invullen. De vijf minuten stier-kijken heb ik braafjes afgetrokken!
Toegeven Paz : je zit altijd met een tikje wroeging wanneer je je blog verwaarloost. Tot er weer iemand aan je oren komt trekken, je wakker schudt, aanport…
Zo is het al meermaals gebeurd en als ik dan uiteindelijk terug aan het schrijven geraak, voel ik me opgelucht.
Het is net als met brieven schrijven. Dat deed ik vroeger veel en graag : ik had verscheidene buitenlandse pennenvrienden en elke keer als ik een brief naar de post had gebracht was ik opgelucht en tevreden. Vol verwachting keek ik steeds uit naar een nieuwe brief van mijn correspondenten en eens die was aangekomen en gelezen herbegon de kwelling : ik moet nog schrijven, ik moet nog antwoorden… Iedere dag uitstel woog op mijn geweten, hoewel ik toch steeds binnen de maand een brief stuurde. Vaker schrijven zou trouwens te duur geweest zijn : die brieven per luchtpost naar het buitenland verzenden kostte veel geld voor een tiener met twintig frank zakgeld per week.
Tegenwoordig wordt mijn correspondentie hoofdzakelijk per e-mail gevoerd en ze kost niks, behalve dan wat tijd. Brieven tracht ik dan ook zo snel mogelijk te beantwoorden.
Mijn blog, dat is wat anders…Het gevoel dat ik het moet blijven onderhouden is er wel, ik doe het trouwens dolgraag eens ik bezig ben, maar die drùk…en soms niet weten waarover schrijven omdat er zovéél gebeurt…
Maar kijk : ik ben al flink aan ’t zagen en klagen, ’t is een begin!
Het stormt en ziet er herfstig en wild uit. Storm paste perfect bij mijn stemming van deze voormiddag. Perfect om passend afscheid te nemen van een jongeman die ik al jaren uit het oog verloor, maar wiens tragische dood door een ongelukkige val, een storm van gevoelens in mij losmaakt. Woede. En diep meeleven met het verdriet van zijn ouders, zijn vader een toneelvriend waarmee ik vaak op de planken stond. Hoe overleef je zo’n klap, als je lieve en enige kind er ineens niet meer is?
Ik zag er erg tegenop om naar de plechtigheid te gaan, was bang om me te diep te laten raken, maar ben toch blij dat we er waren om –met zeer veel kennissen en vrienden- steun te betuigen.
Voor ons, relatieve buitenstaanders, gaat het leven -eventjes dooreengeschud- toch weer gewoon door. Dus gingen wij na de viering een aantal dringende boodschappen doen en trokken nadien naar mijn ouders met een vlaaike, om samen op te eten ter gelegenheid van Voke zijn 86ste verjaardag. Het echte feest gaat pas volgende week door, maar vandaag mocht natuurlijk niet helemaal onopgemerkt voorbijgaan.
Wij hadden hen willen verrassen en dat was geen goed idee : ze stonden op het punt om naar het ziekenhuis te vertrekken om een nieuw hoorapparaat te gaan proberen voor Moeke. Die laatste wou nog gauw een taske koffie zetten, maar Voke stond al te trappelen om te vertrekken, dus lieten wij het vlaaike daar en gingen verder shoppen.
Thuisgekomen wou Herman nog de nieuwgekochte steel in de bijl vastzetten. Daar zou hij wel een poos mee bezig zijn, dus deed ik mijn hartslagmeter om en trok wandelsandalen aan om mijn trainingsprogramma op te volgen.
Meestal draag ik een lange broek om te gaan fietsen of wandelen, maar vandaag hield ik gewoon het grijze plooirokje aan, dat ik vanmorgen had aangetrokken, knoopte een licht regenjasje rond mijn middel en ging op stap. Aan het einde van onze straat zat ik al aan de vereiste hartslagen per minuut. Het was nog steeds stormachtig, maar af en toe flikkerden plekken zon door het gebladerte.
Zodra ik het goede tempo te pakken heb, geniet ik intens van dat stappen, de kadans, de frisse buitengeuren, van mijn lijf dat doet wat ik wil…En ineens word ik het tikken van de plooirok tegen mijn blote benen gewaar…
Zó lang geleden is het en toch …ik voel exact hetzelfde als toen ik twaalf was en voor het eerst van de middelbare school naar huis stapte.
Wist ik veel, dat er die eerste middelbare schooldag enkel in de voormiddag les werd gegeven. En ook Frieda E, buurmeisje en klasgenoot had middagboterhammen mee omdat ze dacht dat we een volle lesdag zouden krijgen. Voke zou ons met de wagen bij de school komen oppikken als hij ’s avonds van zijn werk terugkwam.
Maar nu is die school om 12 uur al uit! In het pre-GSM-tijdperk trok je dan je plan en liep gewoon die 5 kilometer naar huis.
De (om)weg die wij kozen om van Wilrijk naar Edegem te gaan, liep over een nog nauwelijks gebruikte spoorweg met een assepad ernaast (bestaan zo’n paadjes nog?) In 2009 ligt hier de E19.
De donkerblauwe plooirok tikt tegen mijn benen, er staat een stevige bries, maar ‘t is zonnig. Ook vandaag is er de geur van nat asfalt, rottend blad, gras en ozon , net als toen ik samen met Frieda langs het fort stapte. Onze volle boekentas begint zwaar te wegen en we beslissen om met onze middagboterhammen op het buitenglacis van het fort te gaan picknicken. Wat verderop lopen schapen op de helling te grazen. Alles op, lopen we voort langs de serres van de vele hoveniers nabij “het negerdorp”, een volks gehuchtje waar we nog doorheen moeten. Spannend! Voor twee twaalfjarige meisjes… want het plaatsje heeft een nogal slechte reputatie. Volledig onterecht zoals later blijkt.
Tagetes! Anno 2009 zie ik ze plots in dikke rijen in een voortuintje staan. Die goeie ouwe stinkers…. Hun geur is het, samen met dit septemberweer en het gevoel van die plooirok tegen mijn knievouw, die me deze tijdreis lieten maken. Maar mijn lichaam voelt op dit moment minstens even goed, nee : beter dan op die eerste schooldag, want mijn twaalfjarige voeten deden erge pijn door het onaangepast schoeisel.
De volgende dag moesten we een opstel maken met als titel “Mijn eerste schooldag”. In de lagere school was opstellen mijn favoriet en ik dacht de nieuwe lerares te kunnen verbluffen met mijn werk.
Toen ik het terugkreeg, stond er in het rood volgend ontnuchterend commentaar : “De titel voor dit opstel was “mijn eerste schooldag” en niet “een picknick” : 5/10”.
Aansluitend op vorig stukje : ik hoop... ik hooooop uit de grond van mijn hart dat het op 12 september nog mooi weer mag zijn, maar gezien de temperatuursdaling, wind en regenvlagen van de laatste dagen, nemen we het zekere voor het onzekere en bereiden ons voor op het ergste.
In ons tuinhuis lagen nog grote ongebruikte tentwanden, die nu plotseling wel bruikbaar blijken. Ooit hadden wij namelijk 2 partytenten van 4 bij 3 meter. Ze waren slechts enkele keren in gebruik en verdwenen toen spoorloos.
Onze zonen beweren ze nooit te hebben geleend en wij kunnen ons niet herinneren dat we ze aan iemand hebben meegegeven. Alle mogelijke pistes werden inmiddels vruchteloos onderzocht. Die partytenten zijn verzwonden in dat grote zwarte gat waarin al zo veel schatten onverklaarbaar en onherroepelijk verdwenen.
Maar de zijwanden van die tentjes lagen al jaren netjes in hun plastic verpakking in ons tuinhuis. Nu kunnen ze dienst doen als zijwanden voor de pergola, die als het regent niet volledig kan benut worden omdat het bij felle wind tot ruim een meter onder dat afdak nat wordt. Passen, meten, knippen en stikken… en daar is de perfecte oplossing voor een veilig en droog gevoel.
Mijn ventje zorgde voor de nodige krammen, waaraan alles in een wip met lussen kan worden aangehaakt en hij knutselde diezelfde dag vol goede moed een perfect passende muggenhor voor onze slaapkamer, die er het hele “beestig” seizoen mag en kan blijven inzitten.
Vanuit Natokens tuin stijgen dikke rooksignalen boven de haag uit…
Ik kan ze lezen : “Seffens barbecue – krijg veel volk over de vloer- dat wordt een hoop werk - maar knuffels kom ik vandaag alvast niet tekort”
Bij ons is het wat stiller. Een beetje tè stil, als ik onze Dries zijn commentaar op facebook lees. Ik vraag me af of het in zijn bergdorp dan altijd even spannend is J. Hij heeft nochtans al een druk programma gehad, sedert hij woensdagavond thuiskwam.
Ik neem aan dat het een grapje was, wij zijn in ieder geval heel blij dat we hem na negen maanden nog eens in huis hebben en ik denk dat hijzelf er toch ook van geniet.
Feestjes bij zijn vrienden, bezoekjes aan zijn broers, lang uitslapen…
Het is vakantie voor iets, natuurlijk…
Moeke en Voke kunnen hier elk ogenblik aankomen om een voorschot op Dries zijn verjaardag te geven, vermits hij op die datum alweer in Oostenrijk zal zitten. Mijn ventje is spijtig genoeg al sedert vanmorgen op een grote fietstocht vertrokken; ik zou hem hier anders goed kunnen gebruiken, om een stuk van het drukke gepraat op te vangen. Na zestig jaar ben ik nog steeds niet opgewassen tegen dat door-elkaar-getater.
Natuurlijk is het heel lief van hen, dat ze speciaal naar hier komen. Sedert Hermans infarct gebeurt dat trouwens vaker dan tevoren en wij appreciëren dat echt wel. Zelfs met zes kinderen, aangetrouwden en hun vele nakomelingen, laten ze nooit na om een verjaardag of speciale gelegenheid te vieren of medeleven te tonen.
Op 12 september is ’t hier bij ons de grote jaarlijkse bbq voor de hele familie-zo’n veertigtal-ter gelegenheid van ons voke zijn verjaardag. Dit jaar vieren we het wat later dan gewoonlijk, hopelijk is het dan nog goed genoeg om buiten te blijven. We zullen in ieder geval de grote tent bij de pergola laten aansluiten en….duimen voor droog en liefst nog wat warm weer.
En ik die dacht dat mijn laptop helemaal naar de filistijnen was en hoogstwaarschijnlijk naar de verkoper terugmoest voor wie weet hoe lang...
Met weinig hoop bracht ik hem vanmorgen naar T. Deze man van duizend talenten was net bomen aan het snoeien: niet direct het moment om mijn computerprobleem uit de doeken te doen, maar ik kon er wegens andere bezigheden vandaag toch niet op werken, dus maakte het niet uit wanneer hij er zou kunnen naar kijken. Ik vermoedde trouwens dat hij terug de fabriek zou in moeten, weliswaar onder garantie, maar toch : het is niet prettig als de dingen niet lopen zoals ze moeten.
Zowat een uur later kwam T onze tuin ingelopen met mijn lappie in de armen: "Compleet kapot, zeker?" vroeg ik gelaten. "Bijlange niet, het was in minder dan 5 minuten opgelost" antwoordde de PC-tovenaar. Ik kreeg de uitleg en weet nu hoe het euvel in de toekomst te vermijden.
Zie, dan loop ik over van bewondering en blijdschap!
De kosten vielen ook nog eens geweldig mee : een dikke kus op zijn rechterwang, was het tarief voor de reparatie.
Dikke pech met mijn laptopke... Het enige dat ik nog op mijn scherm te zien krijg is het pijltje van de muis, verder niks, nada, nuldebotten!!!! 'k Zal morgen buurman T eens moeten ter hulp roepen, want mijn computerzoon zit in Kinshasa. Daarom vanop de desktop gauw dit kort berichtje en een soortement afdrukje van de rode kruis-affiche. Wie heeft ze al zien hangen? 't Is toch even schrikken als je jezelf plots in't groot her en der ziet aangeplakt.
Het leven kabbelt hier warm en langzaam en vredig voort.
Er gebeuren geen geweldige dingen en dat is maar goed ook. Alles is hier peis en vree : precies wat mijn lief en ik nodig hadden.
Het gaat hem steeds beter, hoewel wij nooit echt het gevoel hadden dat het niet goed ging, voelen we dat nu alles pas echt op zijn pootjes is terecht gekomen.
De revalidatie oefeningen, die driemaal per week in het ziekenhuis doorgaan, doen hem goed, terwijl hij aanvankelijk dacht die niet echt nodig te hebben. Toch ervaart hij dat zijn conditie erop verbetert.
Zondag maakten we een fietstocht langs de Achtzalighedenroute. Zestig kilometer hadden we ’s avonds in de benen, want naast die 53 km van de route, kwamen er nog enkele voor verlorenrijden én de afstand van ons huis tot het start- en eindpunt bij.
Het traject was prachtig en zo werd onze eigen streek een verrassende ontdekking. We hadden eerder al wel enkele stukjes van dit fietstraject gedaan, maar nog nooit de volledige route gevolgd. Ik durf met reden zeggen dat ons land nog heel wat lieflijke en interessante plekjes telt. Mijn dijen telden evenwel enkele zére plekjes aan het eind van die namiddag, maar dat mocht niet opwegen tegen het plezier van de tocht.
Maandag mocht ik nog eens secretaresse spelen voor ons emigrantje.
Dries had dringend een document nodig dat ik in de stad moest gaan halen. De gewoonlijk zo stroeve administratieve molen draaide die dag gelukkig op volle toeren en een kwartier later stond ik met de nodige papieren al terug buiten. Een Nederlands gezin dat een dagje Antwerpen wou bezoeken, vroeg me de weg naar het centrum. Omdat ik een stukje dezelfde richting uit moest, begon ik al wat tips te geven en kreeg er zelf danig lol in, evenals die familie uit Almelo. Hmmm…stadsgids zijn : het lijkt me wel aantrekkelijk, tenminste als het zo spontaan kan gebeuren. Als er die namiddag niets anders op mijn programma had gestaan, was ik beslist nog verder met hen rondgetrokken. We namen hartelijk afscheid bij het prachtig gerestaureerde station en ik reed terug naar de kempen.
Dinsdag ging ik voor de derde keer naar het kinderhospitaal om mijn vrijwilligersbaantje te vervullen.
Woensdag meldde Dries dat zijn document reeds was toegekomen, maar de dikke brief die ik hem meer dan een week geleden had gezonden, had hij nog steeds niet gekregen.
Vandaag telefoneer ik naar de post (zeer slechte lijn, via de nochtans door hen aanbevolen Skype!) om verlies van een poststuk te melden, er werd een dossier opgemaakt en men zou me op de hoogte houden.
Amper twee minuten later belt een blije Dries vanuit Oostenrijk : “Mama, bedankt voor de leuke brief! Hij is pas aangekomen”. Ook in Sankt-Johann in Tirol is het 34°. Dries is blij dat hij nu aan en in het water kan zitten, in plaats van tuinen om te spitten. Volgende week komt hij enkele dagen naar België en daarna moet hij terug want dan begint het najaarswerk in de tuinderij.
Ik heb teruggebeld naar de post, dat ze het dossier mogen classeren J.
Gisteren en vandaag blijf ik zoveel mogelijk binnen. De thermometer in de living wijst nu 24° aan en dat voelt echt fris, als je van buiten komt. Ik ben heel dankbaar voor zo’n koel huis en ben blij dat ik niet echt naar buiten moet!Leven in de tropen? Ik mag er niet aan denken…
Het moeten geen spectaculaire dingen zijn, die een dag memorabel maken. Deze Moederkesdag was perfect, misschien juist omdat ik geen verwachtingen had en hij toch vol kleine, fijne belevenissen zat.
Na het ontbijt –het laatste kopje koffie drinken we bij de vijver, waar we elke dag wel iets nieuws ontdekken, zo zijn er minstens negen nieuwe visjes in alle mogelijke formaten én een kikker- maakten we een stevige wandeling. Op het bospad slingerde zich voor onze voeten plots een hazelworm van de weg naar de graskant : een zilveren slangetje van zo’n 30 cm lang.
Thuisgekomen moesten er enkele moederdagtelefoontjes gebeuren evenals een lange babbel met Bojako. Ondertussen stonden de suikervrije gebakjes in de oven om straks mee naar Moeke te nemen.
Zussen Jeske en Greet stuurden lieve sms-jes om te zeggen dat ze me op de affiches van het Rode Kruis hadden ontdekt. In onze gemeente zijn er geen reclameborden, behalve de uithangborden voor de eigen zaak, dus had ik ze zelf nog niet gezien, maar enkele uren later zagen we in het Antwerpse verscheidene grote borden, waar ik samen met 6 anderen rond het grote hart van de bloeddonorencampagne sta te “werven”. In september is het hier in het dorp bloedinzameling, ik heb me voorgenomen om deze keer zeker deel te nemen.
Moeke en Voke wachtten ons in hun zonnige tuintje al op met champagne en later trokken we nog naar Wout en Frauke, deze keer met een recenter badpak, wat Dario onmiddellijk deed opmerken dat ik een ander “badbak” aanhad en waarom dat dan wel was… Ik zei dat het andere oud was, maar bij hen in het tuinhuis bleef hangen voor uiterste noodgevallen…”Uiterste noodgevallen”, herhaalt de kleuter ernstig.
We spelen met de twee kleintjes in het heerlijk verkoelende water, tot Maura’s onderlipje begint te trillen : teken dat het tijd voor haar is om iets aan te trekken. Even later staan de jongens van drie generaties op de trampoline te springen. Maura van negentien maanden krijgt ze in de gaten en loopt ernaartoe, op bevelende toon roepend :”Tomme-fanne-jammeliene!”(of iets van die strekking) Ik merk duidelijk dat ze een boodschap wil kenbaar wil maken, maar begrijp het pas wanneer Frauke de vertaling geeft :“Kom eens van die trampoline!”
Vandaag vergeten Herman en ik ons dieet en gaan graag op de uitnodiging in om mee pizza te blijven eten, die ons heerlijk smaakt! En ook hier komt er nog een fles bubbels boven…
We blijven nog tot het donker is gezellig zitten babbelen en omdat we nu eenmaal in de buurt zijn, doen we op de terugweg naar huis ook nog even het Unicef-tennistoernooi aan, waar mijn zussen en hun echtgenoten zich elk jaar een hele week inzetten als vrijwilligers in de keuken en de bediening. We kopen er nog een dessertje om mee te nemen en drinken er samen met hen nog eentje.
Het is nog heerlijk zwoel als we thuis uit de auto stappen, wat mij er ineens doet aan denken dat het de tijd van de vallende sterren is. We installeren ons in een ligzetel op het gazon en turen een twintigtal minutennaar de sterrenhemel. Herman geeft het wat eerder op en heeft niets gezien, maar ik had meer geluk : één heel duidelijke schicht en drie ergens uit een ooghoek gezien!!!
Ik zit te grinniken als ik aan onze twee andere zonen denk : ‘k durf erom te wedden dat ze vandaag of morgen weer een tikje schuldbewust bellen :“Ne late gelukkige moederkesdag, Mama” en écht : dat vind ik helemaal niet erg, hoewel het bij mijn ouders bijna onvergeeflijk is, als ons Moeke zou vergeten worden, maar binnen ons eigen gezin hebben wij nooit veel gedaan rond die “Antwerpse” Moederdag. Een mooiere feestdag dan die van vandaag kon het niet zijn.
Was voorbije donderdag al niet de warmste dag van het jaar, dan toch zeker de tweede warmste…
We zouden die avond op onze twee kleine boefjes gaan passen, zodat Wout en Frauke naar het gemeentelijk zomerfeest konden gaan. Wetend dat ze bij deze temperaturen wel buiten zouden te vinden zijn, liep ik meteen de tuin in, waar Wout, op elke arm een kind, me tegemoet kwam.
Dario begroet me met een blij hoog stemmetje “Kom je mee zwemmen, Mamie?...Waar is Papie??” en dan krijgt hij hem ook in de gaten : “Papie!!! Kom je mee zwemmen?”
Als ik hem zeg dat we dadelijk ons badpak gaan aantrekken, kijkt hij me ernstig aan en proeft het nieuwe woord : Badpak …badBak, zegt Dario en herhaalt dat grappige woord diezelfde avond nog meerdere keren. (Mamie draagt een badbak , dus géén zwembroek zoals de aanwezige mannen en ook geen bikini zoals mama). Die avond probeert hij nog dikwijls dat gekke nieuwe woord bedachtzaam maar met een glimlach uit.
In het poolhouse hangt al ruim een jaar een zakje waarin mijn oude badpak steekt…het is minstens twee jaar geleden gebruikt en ik voel dat het wat van zijn elasticiteit mist, maar kom, het wordt hier geen défilé, dus loop ik even later het zwembad in, dankbaar voor de verkoeling en blij om er met de kindjes te kunnen stoeien.
Dario is een onverschrokken waterrat, Maura lijkt nog wat onwennig maar met liedjes en spelletjes in het water, komt ze toch los. Wij genieten van die heerlijke momenten met de kleintjes. Echt zwemmen komt er niet van, zolang zij mee in het water zijn, maar ons plezier is onbetaalbaar!
Ik plons met Dario op de arm naar een ondieper deel en wanneer ik daar rechtop ga staan, vraagt hij plots stomverbaasd :”Heb jij bórsten, Mamie???” Ik volg de richting van zijn blik en zie dat mijn oude, uitgerekte badpak mij verraden heeft door het décolleté tot onder mijn linkertepel te laten zakken.
’t Is een beetje een grappig-gênant moment, want Wout en Frauke staan naast het bad naar ons, zwemmers, te kijken. Tijd dus om de kleine uit te leggen dat grootmoeders ook mama’s zijn, met dezelfde lichamelijke eigenschappen. Toch blijft hij de hele avond gefascineerd door mijn nipplegate en ik vermoed dat hij mij bij nog een andere categorie dan de mama’s indeelt.
Dit zijn zalige dagen , zei Herman afgelopen week.
En ja, we tellen echt wel onze zegeningen, want het had heel anders kunnen lopen.
Slechts een paar uren nadat ik mijn laatste blogje had geplaatst, kreeg hij een hartinfarct : iets waarvan wij dachten dat het ons nooit zou overkomen. In één klap veranderde onze wereld.
De luttele minuten dat wij op de hulpdiensten moesten wachten waren zeer bevreemdend. Herman had pijn en verloor even het bewustzijn, terwijl hij in die stille warme nacht op de oprijlaan lag, het leek alsof er niemand anders op de wereld was dan wij twee. Terwijl ik hem rustig probeerde “bij” te houden en gerust te stellen raasde mijn eigen hart als gek en door mijn hoofd bleef de gedachte spoken dat dit niet echt gebeurde.
Gelukkig was de MUG er zeer vlug om de eerste zorgen toe te dienen en werd hij naar het plaatselijk ziekenhuis vervoerd. In overleg met een cardioloog in Antwerpen, waarheen het electrocardiogram was gefaxt, brachten ze Herman een half uur later naar het Middelheim ziekenhuis, waar een katheterisatie werd uitgevoerd en een stent geplaatst.
Het waren enkele zeer bange uren, maar om drie uur die nacht mocht ik mijn ventje eindelijk terug zien en die voelde zich al dadelijk bijzonder goed.
Nog steeds met de bibber, maar toch geweldig opgelucht kon ik terug naar huis rijden. Zondagnacht 6 juli tussen 3 en 4 uur reed ik heel alleen van Antwerpen naar de kempen. Geen énkel voertuig heb ik op die 30 kilometer tegengekomen, wat het gevoel van bevreemding nog vergrootte. Toen ik langzaam onze straat indraaide, sprong een opgeschrikte ree vanuit de struiken en huppelde haastig naar de tuin aan de overkant. Dat beeld maakte me rustig en blij.
Van slapen kwam die nacht echter niets terecht; ik lag te piekeren hoe ik het aan onze jongens moest vertellen en op welke manier aan mijn ouders, zonder dat ze teveel zouden schrikken.
Zo’n manier bestaat dus niet : hoe voorzichtig ook verteld, wie je het naast staat schrikt zich toch altijd rot.
Gelukkig kon ik algauw melden dat alle vooruitzichten naar omstandigheden zeer goed waren. Er is weinig schade aan het hart toegebracht en Herman voelt zich opperbest.
Wij hebben een zeer rustige maand doorgebracht, met af en toe een bezoekje, veel sympathiebetuigingen en soms onverwachte hartelijke telefoons en kaarten van mensen die het vernamen en waarvan je niet direct dacht te horen. Onze lieve Hollandse vrienden kwamen zelfs in een voor hen zeer drukke periode helemaal 220 km zuidelijker om Herman beterschap te wensen.
Onze pleegzoon telefoneerde en mailde herhaaldelijk zeer bezorgd en betrokken vanuit Canada en vooral de steun en het meeleven van Wout, Frauke en de kleinkinderen heeft ons geweldig veel deugd gedaan.
Vanaf de eerste dag thuis zijn we met kleine wandelingen en fietstoertjes begonnen en morgen mag Herman met de revalidatieoefeningen starten. Die gaan driemaal per week door in het ziekenhuis. Augustus zal dus nog een “thuis-maand” worden, maar we hopen in september er weer met de motorhome op uit te kunnen trekken. Tot zijn grote spijt heeft hij deze zomer door het hartinfarct zijn geliefde Europeade in Litouwen moeten missen : een heel jaar naar iets toewerken en dan op het laatste moment alles uit handen moeten geven doet pijn, maar hij troost zich met de gedachte dat er hopelijk nog heel veel Europeades voor hem in de toekomst liggen.
Mits de nodige medicatie en aangepast dieet moet hij weer helemaal de oude worden; of beter : eigenlijk is hij dat al. Wij hebben alleszins het volste vertrouwen dat alles nu goed is.
Ik bekwaam me in de dieetkeuken en die bevalt mijn ventje uitstekend! Een groot verschil is, dat we rood vlees gebannen hebben, en één keer op twee vis eten. Ook heb ik al met vleesvervangers als quorn en tofu geëxperimenteerd en dat valt best mee. We genieten van elke maaltijd, die deze maand al heel vaak buiten kon genuttigd worden.
Gisteren is hij voor het eerst weer een hele dag in Brussel gaan vergaderen, zonder dat ik er als chaperonne bijliep(en thuis toch een beetje ongerust op zijn terugkeer wachtte), dus mogen we aannemen dat hij helemaal terug op het goede oude spoor zit.
We ontdekten het tijdens de drie dagen durende logeerpartij vanaf de eerste keer dat hij hier naar het toilet moest.
Niet dat het ventje plotseling afkickverschijnselen vertoonde omdat hij niet voor de TV kon blijven zitten : dat toestel heeft nauwelijks opgestaan toen de kindjes hier waren.
Het tegendeel was waar : hij werd als door een magneet naar het kleinste kamertje gezogen voor… de zeep!(soap!savon!seife!jabón!)
Van zodra hij de WC inliep, graaide hij naar het zeepschaaltje en sloot zijn knuistje rond het rode glycerinezeepje, om dit niet meer los te laten tot hij de ruimte weer moest verlaten. Wassen was een bijkomstigheid en het zeepje werd nauwelijks nat, maar de manier waarop hij het gladgeworden roosje streelde, van de ene hand naar de andere liet gaan en het verrukt bestudeerde, deed vermoeden dat het om een tot hiertoe ongekend genoegen moest gaan.
Ook de grotere stukken zeep in de badkamer trokken zijn bijzondere aandacht.
En dan besef je weer hoe “anders” zelfs de eenvoudigste dingen voor die kleine kinderen moeten zijn, als ze ergens gaan logeren.
Voor zover ik weet staan er bij zijn ouders overal van die duwpompjes met wascrème en de shampoo en douchezeep zitten eveneens in een knijpfles.
Bij Papie en Mamie was je je handen met een glad steentje, moet hij wel denken. En ik ben er zeker van dat hij het leuk vindt.
Papie is ook zo’n soap addict .
Een echte dinosaurus is het : voor hem géén douchegels noch wascrèmes, want volgens hem wassen die dingen bijlange zo goed niet als een “echt stuk zeep”.
Dus blijf ik voor hem stukken zeep kopen die steevast halfweg liggen zacht te worden in het bakje, die dan door hem onmiddellijk met een nieuw, hard, exemplaar worden aangevuld, maar nooit volledig opgebruikt geraken. Zo’n knijpfles kan je tenminste helemaal leegspuiten !
Helaas : verslaving zit in de genen…
De zeepverslaving mag dan al een generatie hebben overgeslagen, onze kleinzoon is ontegensprekelijk erfelijk belast.
“Dinsdagochtend om 9 uur in Dworp zijn”, had men mij gemaild.
Wie de wegeninformatie een beetje volgt, weet dat het dezer dagen geen sinecure is om in of nabij Brussel te geraken en Dworp ligt op een boogscheut ten zuiden van onze hoofdstad.
Dus namen wij geen risico en vertrokken reeds op maandagavond met de motorhome.
Zelfs op maandagavond rond negen uur was het nog file op de Brusselse ring omwille van wegwerkzaamheden en we prezen onszelf zalig dat we de beslissing hadden genomen om nu al te rijden.
Dworp, dat ik nog nooit had gezien, ligt in een prachtige heuvelachtige en zeer groene omgeving. Wat kennen wij weinig van deze streek! We gingen eerst even verkennen waar de fotostudio precies gevestigd was en zochten ons dan een plekje om de nacht door te brengen.
Dat vonden we op een brede grasstrook nabij het vormingscentrum Destelheide. We hadden al zoveel op en neer door de steile-en vaak nauwe- straten gereden, dat dit wel het enige vlakke stukje leek waar we zonder zeeziek te worden konden overnachten. Het was er bovendien muisstil.
Woensdagochtend trok ik geladen met een aantal kledingstukken (alles behalve rood) en enkele extra paren schoenen de fotostudio binnen.
De zes andere “modellen” waren zeer verschillend qua leeftijd en uiterlijk, dit om alle doelgroepen te kunnen bereiken. Het gaat om een campagne van het Rode Kruis, waarmee men 4000 extra bloeddonoren per maand wil aantrekken in Vlaanderen.
Bloed geven kan tussen 18 en 65 jaar. Zoals verwacht was ik de ouderdomsdeken, maar kreeg zeer goede respons van de fotograaf en de mensen van het productiehuis. Aanvankelijk was ik een beetje ongerust, want ik zag hen na het nemen van enkele foto’s op het pc-scherm telkens wijzen naar de kant waar ik stond, knikken, maar nooit rechtstreeks commentaar naar mij toe geven, terwijl de anderen geregeld aanwijzingen kregen. Toen ik hen weer naar mijn hoek van de foto zag wijzen, knikken en naar mij toe draaien, vroeg ik het gewoon, een beetje bang toch :“Is het niet goed? Willen jullie iets anders?” Was het antwoord : “Helemaal niet! Wij zeiden juist tegen elkaar, dat er geen enkele foto bij is waar jij nièt goed opstaat”
Dat deed deugd! Ik weet echt wel dat ik geen schoonheidsideaal ben, maar voor deze campagne, voldeed ik dus blijkbaar helemaal en later zei de fotograaf ook nog eens dat mijn “segment” zeer goed in de markt ligt en dat hij het castingbureau in de toekomst zeker opnieuw zou contacteren om mij op te roepen.
Zo krijg ik op mijn oude dag nog een nieuwe carrière, wie weet!
Terwijl ik daar het grootste deel van de dag heb staan poseren (op het laatste vroegen ze me of ik nog bereid was om enkele foto’s samen met een viertal kinderen te maken, dat was oorspronkelijk niet gepland) is Herman in de streek gaan fietsen.
Het was warm en zeer vermoeiend zo bleek… ah ja : al die steile hellingen!
Dankzij het nemen van een aantal binnenwegen, geraakten we zonder files om zes uur al thuis. Een uurtje later kwamen Wout en Frauke de kindjes brengen voor de logeerpartij.
Dat is de reden, waarom ik ondanks het feit dat ik nu een eigen laptop heb, sedert zondag niet meer kon bloggen.
Want die kleintjes mogen dan wel hartveroverend zijn, maar hun aanwezigheid is bepaald tijd- en energieverslindend!
Dit logje wordt dus geschreven terwijl ze hun middagdutje doen.
“Zoetje, ik zou eens willen gaan fietsen”. Goed gelezen ? Er staat niet:”Zoetje, zullen we SAMEN eens gaan fietsen?”
Dat had hij weer goed gearrangeerd : gisteren op mijn verzoek zonder tegenpruttelen samen een grote avondwandeling gemaakt, zodat ik mijn goesting al had gekregen en niet zou gaan tegensputteren als hij er alleen zou op uit trekken J.
Toen hij zijn voornemen kenbaar maakte, was zijn rugzakje al gereed en even later verscheen hij in zijn wielertenue…
Tegenwoordig schieten we al samen in de lach : hij lacht, omdat hij weet dat ik niet anders kàn,wanneer hij zich in dit plunje vertoont. Want het is géén gezicht : zo’n strak pakje met iets als een opgevulde pannenkoek onder zijn derrière voor een comfortabele zit… Zo’n pakje is absoluut een remedie tegen de liefde en ik ben daarom ook geen microseconde bang dat hij onderweg een ander zou opscharrelen!
Ik heb dan toch nog maar enkele sandwiches gereedgemaakt voor onderweg, want hij wou er alleen met fruit en water opuit trekken. Die tochtjes duren de ganse dag en dan komt hij afgepeigerd en zichtbaar magerder (de gelukzak ) terug thuis. Als ik een zware fietstocht gedaan heb, dan kom ik thuis als een gezwollen zak patatten met scheuten .
Maar kom : het is hem gegund! Een koppel moet niet altijd hetzelfde doen en zèker ook niet altijd samen.
Vooral niet als meneer in zo’n kostuumpje naast mevrouw zou rijden!
Voorbije week werd er drastisch gesnoeid in de celebrities : Karel Van Miert, Farah Fawcett, Jasmine, Michael Jackson…
Geen enkele van hen was een persoonlijke vriend, maar toch sta ik er even bij stil, omdat ze alle te jong stierven en dan overdenk ik de woorden op de verjaardagskaart van Tineke en Adam : “Vier het binnen jezelf en/of met velen om je heen, maar vier het!”
Ik weet dat ze dit schreven omdat er in hun directe omgeving de laatste tijd ook teveel mensen niets meer kunnen vieren.
Dus hèbben we gevierd, van binnen en van buiten!
Tot overmaat van geluk, kreeg ik nog wat onverwachte meevallers, die niets met mijn verjaardag te maken hebben :
-Het lotto-reclamefilmpje waarin ik 3 jaar geleden meespeelde, wordt deze zomer nogmaals uitgezonden, dus krijg ik opnieuw een vergoeding voor de uitzendrechten.
-Ik werd geselecteerd als fotomodel (grijze madam tussen 50 en 65) voor een publiciteitscampagne van het Rode Kruis. Omdat het voor het goede doel is, zijn de budgetten zeer beperkt, maar ’t is toch fijn om erbij te zijn. Volgende week is er een hele dag fotoshoot. Binnenkort verschijn ik dus mee op hun affiches en posters J.
-De belastingen hebben blijkbaar een herziening gedaan en wij trekken zo’n 250 € terug van onze inkomstenbelasting van het jaar… 2004! Wij wisten daar niks van, dus is zo’n onverwacht spaarpotje is toch wel een zeer prettige verrassing.
Geen financiële, maar zeker niet minder prettige dingen om naar uit te kijken :
-Volgende week komen onze twee kleintjes enkele dagen logeren.
-Ik sta eindelijk nog eens in een nieuw stuk! “Yerma vraagt een toefeling” van Garcia Lorca, vertaling Dimitri Verhulst (!) wordt in januari opgevoerd in Diontheater.
Mijn rol is klein, maar de tekst toverde me direct een kleurrijk beeld voor ogen. Op de eerste lezing heb ik me er alvast goed mee geamuseerd! In de rolverdeling sta ik aangeduid als “Oude vrouw” Snappen jullie nu een beetje dat ik vind dat ze me er wel langs alle kanten met de neus inwrijven?Bij lezing viel dit typetje me echter geweldig mee. Ik weet dat ik er echt ga mee kunnen spelen : zo’n geil oud wijf! Plezaaaant!!!!!
Toemaatje ter attentie van Ludovikus :
Zo’n router heeft mijn zoon er al bij geïnstalleerd! Formidabel wat ik hier allemaal mee ga kunnen doen. Mijn eigen installatie voor TV en radio-ontvangst staat nog niet helemaal op punt, maar ik leer nog steeds bij en vind dat ik toch al een en ander ontdekt hebJ
Zolang ik het me kan herinneren was mijn verjaardag iets om naar uit te kijken.
Ik voelde mij altijd “speciaal” en zat reeds dagen van tevoren met vlinders in mijn buik, vol blije voorpret.
Dit jaar verliep de nadering van deze dag anders.
Voor de allereerste keer in mijn leven vond ik Het Getalraar en niet bij mij passen. Als ik aan een “vrouw van zestig” denk, heb ik daar een beeld van en dit beeld viel niet samen met hoe ik mezelf zie.
Dat was dus even slikken , beeld bijstellen en…
Mezelf realiseren dat ik inderdaad in de ogen van jongeren een oude vrouw ben en dat ik daar potverdekke blij moet om zijn, omdat ik
1)hier al 60 jaar als een overwegend gezond en gelukkig mens mag rondlopen.
2) omringd ben door heel liefhebbende familie en vrienden, die mij nemen zoals ik ben.
En daarom verwachtte ik voor deze speciale verjaardag in stilte een verrassingsfeestje, waarvoor ik zelf eens geen poot zou moeten uitsteken…
Hoe dichter die verjaardag naderde, hoe duidelijker het werd dat een ”lui feestje” er voor bibi niet inzat, ik voelde hoe mijn ventje onrustig werd omdat hij mijn stille wens wel aanvoelde, maar blijkbaar niet geïnspireerd geraakte.
En toen sloeg mijnpopelen om : in teleurstelling en later in boosheid om mijn eigen kinderachtige houding. Want ouder worden is geen prestatie, waarom zou je daar een feest voor verdienen? Ik vond mezelf helemaal dat fantastisch mens niet meer, waarvoor ik mij af en toe wel eens durf houden en gleed in een miniem dipje.
Ik wilde geen feest meer.
Tot precies een week geleden. In de weersvoorspellingen op de radio, werd gezegd dat het vanaf half deze week echt zou gaan zomeren en ineens was daar die klik!
“Zoetje, zal ik de familie en enkele vrienden en buren uitnodigen voor een hapje en een drink op mijn verjaardag? Het wordt mooi weer en we kunnen er een tuinfeestje van maken.”
Herman was direct akkoord, dus vlogen we er samen in : sms-en en telefoneren, waarop aanstonds de eerste bevestigingen binnenkwamen. We waren vertrokken!
Natuurlijk waren er enkele mensen die me na aan het hart liggen, die reeds eerdere afspraken hadden, of niet in het land waren, maar ik was overgelukkig met diegenen die gisteren de moeite namen om op een doordeweekse avond naar hier te komen om mee te vieren.
Een “lui feest” is het voor mij niet geworden, want ondanks alle hulp van Herman, Frauke en Wout kon ik niet veel zitten babbelen met mijn lieve gasten, maar toch vond ik het een heerlijk feest.
Iedereen had wel een geschikte gesprekspartner, het weer was ideaal ( we konden van zeven tot halftwaalf buiten blijven), de tuin zag er feestelijk uit en de hapjes en drankjes werden zeer gesmaakt. k ben ontzettend dankbaar voor iedereen die erbij kon zijn, voor de lieve wensen en cadeaus en voor de super-de-super-verrassing van manlief, kinderen, ouders en zussen, die samenlegden voor……….
Een eigen laptop! Mijn eigen lappie!!!!!
Sapperdeboere, daar heb ik al zoooo lang van gedroomd, maar vond dat een veel te grote en te dure luxe-uitgave….En toch en toch…. Ik kan het nog niet helemaal geloven en moet nog veel onderzoeken en ontdekken, er zit nog allerlei bij, o.a. een bakske waarmee je zelfs TV ontvangst kan hebben van Eén en Canvas : schitterend voor als we met de motorhome op trot zijn!
Wout heeft er een heel stuk van de feestavond voor opgeofferd om al vanalles te installeren, de schat.
Dat maakt dat ik vanavond, nu de opruim van de feestelijkheden achter de rug is, zalig op het terras dit blogje zit te schrijven.
Een stralende dag! We blijven de hele voormiddag in de schaduw lezen.
Mijn boek :“Het dieptelood van de herinnering” van Hella Haasse is uit. ’t Is wel een beetje vreemd : door die lectuur ondergedompeld worden in Indonesië, terwijl we in de Oostenrijkse bergen zitten! Op de middag zindert alles hier echter evengoed van de hitte.
Omdat er voor morgen onweer wordt voorspeld, zijn de boeren het hooi aan het binnenhalen. Ik ga een kijkje nemen bij de schuur. De jonge boerendochter verpoost er even tot Vati met een nieuwe lading van de weide terugkeert en ze ziet een babbeltje wel zitten.
In de schuur ligt los hooi, maar ernaast zie ik balen in plastic verpakt liggen. Ze beweert dat de koeien er dol op zijn : het moet volgens haar een beetje als zuurkool smaken en is ’s winters een welkome afwisseling met het los gedroogde hooi.
Op deze boerderij zijn er 20 melkkoeien, 20 jonge vaarzen en een paard, die nu alle boven op de alm staan.
In de zomer woont er iemand boven om te melken, ze hebben er dezelfde installatie als in de stal beneden.
Driemaal per zomer wordt er gehooid, in de regio van Innsbrück zelfs viermaal, omdat de lente er vroeger inzet.
Dan komt Vati met een verse lading aan en kruipt ze weer in haar hoge kabine tegen het schuurplafond, om met de grijper het hooi uit de wagen te trekken.
In de late namiddag rijden we met Dries naar de Sommerrodelbahn Hochfeld : met de zetellift naar boven en dan in een individuele slee op wieltjes door de bochtige betonnen glijbaan.
Heel plezant! Je hebt enkel een hendel om sneller te gaan (naar voren drukken) of af te remmen (trekken).
Op onze terugweg komen we voorbij een weide waar onze boer op zijn eentje aan het hooien is : de machine rakelt met grote ronde “borstels” het hooi in de wagen. Het beeld van boerenmensen die samen met zijn allen hooi met de riek op de wagen steken zal je wel nergens meer zien…en Hoog op de gele wagen met alle arbeiders van de weide terugkeren zit er dus ook niet meer in.
Het is nu zéér warm, we halen nog wat stenen en zetten ons te lezen tot het etenstijd is.
Daarvoor stappen we terug naar het dorp, halen Dries op en nemen ons avondmaal in Gasthof Post.
Dries trakteert op een ijsje voor dessert, dat we op een bank bij de rivier opsmullen.
Dan wandelen we met zijn drieën nog een eind in de richting van de camping en nemen toch een beetje moeilijk afscheid. Het was een fijne tijd voor ons alledrie en Dries vond dat het was alsof wij er ook een beetje woonden.
Maar over enkele weken komt hij even naar België, dan ligt de Gärtnerei een poos stil wegens de hitte, kan hij hier een festivalletje meepikken en wat bezoekjes afleggen.
Maandag 15 juni
Ideaal reisweer! Vannacht heeft het geregend, maar nu is het gewoon grijs.
We douchen, pakken alles in, ledigen de vuilwatertank, spoelen de WC en verlaten om 20 voor 11 camping Michelnhof.
Na het hooien wordt er over de gemaaide weiden blijkbaar overal mest verspreid, want de geur volgt ons bijna de hele terugreis.
We hadden nog een romantische stop gepland, ergens aan de Moezel, om daar te eten en te overnachten.
Het weer is echter zo slecht, dat we besluiten om ineens voort te rijden en in ons eigen grote bed en huis te gaan slapen.
Onze GPS vertoont ook kuren : we krijgen geen bruikbaar satellietsignaal meer, gelukkig is hij nog net 14 dagen in garantie!
Dertien uur na ons vertrek komen we thuis van een heerlijke vakantie.
In de mobiele garage achterin de motorhome brachten we 120 kg (gewogen op de personenweegschaal)stenen mee : precies gepast om de zwarte rubberrand rond onze vijver te camoufleren.
Bewolkt met opklaringen, maar de temperatuur is OK.
In het beekje vlakbij de camping vinden we nog enkele geschikte stenen voor bij de vijver thuis.
Vandaag maken we rustig-rustig een wandeling naar het nabije Kitzbühel. De aanduidingen geven 1,5uur aan, maar we doen er bijna het dubbele over.
Het is een mooie wandelweg met kapelletjes, boerderijen, veel bloemen, weiden en bossen. Gelukkig is het niet te steil, want onze benen doen nog steeds pijn. Ja, meisje, je wordt weldra 60!
Kitzbühel is feestelijk, kleurrijk met de pastelkleurige gevels, bloemenslingers overal en…weer uitermate proper.
Op de terugweg nemen we de postbus; niet tot in Sankt-Johann, want dan moeten we weer een eind terugwandelen, maar tot Oberndorf.
Het openbaar vervoer is hier wel duur, want voor dat kleine stukje betalen we toch nog bijna 5 euro en dan is het nóg veertig minuten wandelen tot aan de camping.
Het doet deugd om even onder de zonnetent te gaan liggen bij onze thuiskomst.
Dries brengt ons vanavond naar restaurant Hirschberg, over een slingerend weggetje naar boven. Het eten is alweer erg lekker. Ik kreeg zelfs in dit seizoen reemedaillon en die was uitstekend.
We beginnen eraan te wennen dat alle koks hem kennen en de waardinnen onze Dries kussen. Ze komen ook alle een poos bij ons aan tafel zitten babbelen.
Dries gaf moederlief nog een oude jeans om te verstellen, zodat hij een extra werkbroek heeft. Hoe lang die broek het nog zal uithouden weet ik niet, want is wel erg dun op de knieën geworden, maar ik heb er mijn best op gedaan…Had ik het geweten, ik had mijn naaimachine ook nog meegebracht!
Zaterdag 13 juni
Vannacht alweer langdurig en veel regen.
Als we opstaan is het nog steeds grijs, maar wel droog.
Rond de middag rijden we met een ommetje langs Dries zijn skischool naar “Grander Schupf”, waar we parkeren en een half uur “wandelen” naar de Eifersbacherwaterval.
Het is vooral een zeer steile afdaling : we moeten ons aan touwen vasthouden.
De waterval doet me dadelijk drie maanden in de tijd terugreizen, zó lijkt deze plek op de Git-Git waterval op Bali. De soort begroeiing is verschillend, maar de lichtinval, de oriëntering, het overvloedige donkere groen, doen er heel sterk aan denken. Ook van deze plek nemen de mannen elk nog een steen mee J.
We doen de steile klim op ’t gemakske en rijden naar het dorp om geld af te halen, Mozartkugeln voor de buren die onze planten verzorgen te kopen en iets om seffens te eten. Het weer is heerlijk geworden. We eten broodjes in de schaduw, met zicht op de Wilder Kaiser. Wat een prachtig land is dit toch!
De rest van de dag is dolce far niente : lezen, luieren…
Vanavond gaan we terug bij Costas eten, ditmaal kunnen we buiten op het terras zitten. Nadien trekt Dries naar het feest van de Feuerwehr in Oberndorf.
Voor ons zat er nog een heerlijke avondwandeling in, men is volop aan het hooien en de zoete geur van het gemaaide gras is bijna bedwelmend.
Woensdag 10 juni – Het heeft flink geregend vannacht en vanmorgen, maar wij hebben lang geslapen.
Dat was ook nodig na die zware tocht van gisteren. We voelen het duchtig aan ons ouderwordend lijf.
Na een lang ontbijt en een heerlijke douche voelen we ons meteen een pak verkwikt.
Toch gaat het van Au-au! Als we naar het dorp stappen om boodschappen te doen. Wat doen die spieren pijn…
Eenmaal goed in beweging betert het wel en de 2 kilometer tot in het dorp worden al een gewoonte. We kopen varkenssneetjes, die Dries beloofde te bereiden als echte tiroler schnitzel, nog wat groente en fruit, een klein vouwstoeltje, anders kunnen we niet met zijn drieën buiten aan tafel zitten en nog een rits voor Dries zijn groene broek.
Vanmiddag ook nog een stuk taart gaan eten op het terras van Rainers Conditorei. Het was te zoet en te zwaar, maar als we ’t niet hadden geprobeerd, had ik altijd verlangd naar dat gebakje in een conditorei, dat we nooit waren gaan eten…
Om half zeven komt Dries en begint aan zijn kunststuk.
De schnitzel is, zoals hij beloofd had, heel wat lekkerder dan wat bij ons onder die naam wordt verkocht.
We kunnen gezellig buiten eten, maar het wordt snel frisjes, zodat we nog een poos met een warme trui blijven zitten.
Later, als hij vertrokken is, heb ik nog twee volle uren werk om die rits er met de hand in te naaien en het wordt natuurlijk nooit zo mooi als met de machine, maar ze staat er wel stevig in.
Donderdag 11 juni- Vandaag is het hier Fronleichnamstag, een feestdag. Niemand van de vele mensen die ik het vraag weet mij te zeggen wat dit betekent. Pas nadat we terug in België kwamen, bracht Google uitkomst : Sacramentsdag.
Dries heeft dus vrij vandaag en hij komt ons met zijn auto oppikken om naar Salzburg, 70 km hiervandaan te rijden.
39 jaar geleden, enkele maanden na onze bruiloft, waren wij voor het laatst in deze romantische stad.
Ondanks de regenbuien genieten wij intens van alle pracht en praal en ook al het liefelijks van Salzburg.
39 jaar heb ik ook verlangd om eens echte Salzburger Nockerl te eten, nadat ik ze destijds aan een tafeltje naast ons zag neerzetten en danig spijt had dat ik al iets anders had besteld had, bij het zien van die grote witte sneeuwberg-uit-de-oven.
Maar vandaag is het eindelijk zover! We wandelen naar St-Peterstift, en installeren ons op de binnenkoer, een origineel kader met overdekte zuilengalerij en houten banken met kleurige kussens erop.
Er is een soort studentenfeest of –reünie aan de gang, velen zijn heel bijzonder uitgedost, het lijkt wel of we zitten midden in een of andere operette!
De Salzburger Nockerl stellen niet teleur, ik neem me voor om het thuis ook eens te proberen.
Omdat ik als tiener stapelgek was van “The Sound of Music”(heb de film zeker 15xgezien), wil ik alle sites nog eens terug bezoeken : daarmee heb je trouwens al heel wat van de stad gezien.
We bezoeken het prachtige Peterskerkhof en de catacomben, wandelen naar Hohen-Salzburg, de indrukwekkende burcht hoog boven de stad, verder op de Nonnberg en langs de Nonnbergstieg terug de stad in.
Natuurlijk ook naar de Getreidegasse
, met Mozarts geboortehuis en naar de Franciskanerkerk en in de Dom, die heel mooi is. Het oudste deel, dat ondergronds nog gedeeltelijk te zien is dateert van de 2de eeuw.
De barokke dom heeft vier (!) tegenover elkaar staande orgels. Het moet machtig zijn als die tegelijk bespeeld worden!
Om half zes verlaten we de stad. Dries maakt nog een omweg om ons Fieberbrunn te laten zien, via een schilderachtige route.
Vanavond gaan we dineren bij Costas, zijn onderbuur /restauranthouder en drinken nadien nog een glas met hem.
Kleurrijk figuur, die Costas! Zijn Duits is zeer beperkt, maar met handen- en voetenwerk erbij is hij vrij goed verstaanbaar.
Véél aanraken van Herman en Dries (gelukkig zit ik aan de overkant van de tafel en deel niet in de hartelijke, maar vrij ruwe vriendschapsbetuigingen) en niks dan lof voor onze Dries J.
Costas wil ons bijna niet laten betalen, maar dat willen wij dan weer niet. Uiteindelijk laat hij toch nog een flink stuk van de rekening vallen, dus krijgt zijn garçon een extra dikke fooi.
Voor een afzakkertje trekken we naar Lydia, een vriendin van Dries, die pas een nieuwe bar opende. We maken er ook kennis met Miles en zijn ouders. Het zijn Welshmen.
Iedereen schijnt wel van onze Dries te houden. Jess kent hem al twee jaar en vindt hem zo’n beleefde en vriendelijke jongen, Lydia was er ook al zo lovend over…Verbazend toch, dat zo’n populaire gast niet aan een vast lief geraakt .
Als we opstappen is het stikdonker op de weg tussen dorp en camping, maar het weer is al wat beter dan vanmorgen. Salzburg was regenachtig en winderig, maar we hebben er weinig hinder van gehad. ’t Was een mooie dag!
De motorhome is leeggemaakt en opgeruimd, de bergen was verwerkt,
De tuin kreeg terug een beurt, mijn afspraak bij de tandarts werd nagekomen, de beerput is geruimd en de kuil daarboven terug opgevuld, de stapel post werd nagezien.
Kortom, alles is vandaag in zoverre normaal, dat ik deze namiddag met een redelijk gerust gemoed gezellig mocht gaan koffiekletsen bij buurvrouw Natoken.
Zeven heerlijke dagen hebben we doorgebracht in Sankt-Johann-in-Tirol, waar onze Dries nu al een half jaar woont. De enige camping, net buiten het dorp, ligt bij een boerderij, heel rustig en fris verzorgd, met een magnifiek uitzicht op de Wilder Kaiser. De boerin zegt dat we maar eens rond moeten rijden en een plekje kiezen dat ons het meest bevalt. Wij parkeren onder een grote spar, er zijn weinig andere kampeerders. Wel staan er nogal wat caravans van langverblijvers, maar de meeste daarvan zijn nu onbewoond.
Eerste programmapunt is uiteraard onze lang gemiste zoon ontmoeten.
We gaan op zoek naar zijn woning; die ligt in een typisch chalet in het dorpscentrum, boven een Grieks restaurant : Costas’ taverne!
Herman en ik schieten beiden in de lach als we dat lezen : Costas en zijn taverne zijn namelijk een belangrijk gegeven in de monoloog Shirley Valentijn , die ik nu al zolang speel.
We moeten even wachten en dan komt Dries er aan gefietst.
Hij ziet er goed uit : slank, bruin en zijn haar is kort(want geen geld voor gel, beweert hij). We gaan even het zeer ruime appartement verkennen, dat hij deelt met 3 vrienden. Zijn eigen kamer ligt op de mezzanine. Het is een leuke woonst met veel hout, ruime kamers en een balkon.
Samen wandelen we tijdens zijn middagpauze naar de supermarkt waar we broodjes met warme fleishkäse kopen, die we op een bank bij de rivier opeten.
Dan stappen we met hem tot bij Gärtnerei Mächteln, waarvoor hij werkt.
Onderweg wordt hij meerdere keren begroet : ’t is een echte dorpeling geworden!
Wanneer Herman en ik een poosje doorheen het dorp lopen, horen we opeens toeteren : Dries rijdt ons in een bedrijfswagen voorbij.
Omdat we op het middaguur nog niet in het toerismebureau terecht kunnen, nemen we alvast een kijkje in de barokkerk. Wat past dat hier toch mooi in de bergen, ook al is het dan suikerzoet.
De camping is ideaal, met uitzondering van de vele vliegen, die ons die eerste dag danig lastig vallen. De koeien zijn nog maar pas naar de alm boven op de berg gebracht en nu vallen de vliegen de mensen beneden lastig, legt de boerin uit.
In onze apotheek zit de tropische insectenspray en die blijkt gelukkig ook tegen opdringerige Oostenrijkse vliegen te helpen. Nu moeten we alleen nog zorgen dat we ze vanavond uit de motorhome kunnen verjagen.
Voor de allereerste keer sedert we de kampeerauto hebben, hebben we de zonnetent uitgedraaid en ligstoelen buitengezet. Het is bewolkt met opklaringen, maar wel heerlijk warm.
Na zijn dagtaak komt Dries met zijn eigen auto aangereden. Hij is blij met de halve verhuis die we voor hem meebrachten : de zomerbanden, de muziekversterker(een loodzware bak ter grootte van een kleine koelkast) nog een valies met kleren, een bak Duvel en 24 Jupilers.
De werkschoenen die we bijhadden zijn echter wat te klein, jammer!
Samen gaan we eten in de Huber-brouwerijtoren.
We zitten hoog op het torenterras met een prachtig uitzicht over de hele omgeving. Dries wijst en vertelt over de bergen en skigebieden die we van hieruit kunnen zien. Het eten is traditioneel Oostenrijks, maar erg lekker.
Op maandagavond gaat hij gewoonlijk pokerspelen en wij vinden dat hij dat voor ons niet moet laten, we hebben immers nog een hele week en bovendien willen wij deze eerste dag ook wel vroeg in ons beddeke kruipen. Wij wandelen een halfuurtje terug naar de camping en gaan eerst nog op vliegenjacht. Het valt gelukkig nogal mee om ze buiten te krijgen.
De volgende dag vertrekken we na het ontbijt, met de rugzak waarin picknick en regengerief richting Kitzbühlerhorn, de hoogste berg van Sankt-Johann.
Wij zijn zeldzame wandelaars. De weinige anderen die we op de berg ontmoeten, zijn alle ouder en doen het grootste deel van de tocht met de zetellift en gondelbaan, maar wij, stoere trekkers, stappen zeven uur en stegen(en daalden) 1000 meter tot de Harschbichl, waar we een botermelk met frambozen drinken: “von glücklichen Almkühe !” beweert het bordje aan de hut. Het is alleszins heel erg lekker.
Helemaal daarboven vind ik toch wel de prachtigste gele steen voor bij onze vijver zeker! Herman wil hem wel meedragen in zijn rugzak. Honderd meter lager ligt de perfecte groen-grijze : die neem ik mee in de mijne! (thuisgekomen bleek dat die stenen respectievelijk 8,2 en 6,2 kg wogen)
De afdaling is zwaar voor mijn knieën en Herman heeft last van zijn tenen. We zijn blij als we eindelijk bij de motorhome komen, Maarrrr… Zó stom-stom-stom!!! Herman heeft de sleutels van de garage, waarin alle waardevolle spullen steken in …de garage gesloten.
Nu kunnen we geen gas meer aanzetten en al ons extra schoeisel staat er ook in!
Paz : “Zeg dat het niet wààr is hé! Zeg dat het ni wààr is!!!Hoe is dat nu mogelijk???”
Herman(heel beduusd) :”Ik denk dat ik iets heel dom heb gedaan, ik zal het zelf moeten oplossen”.
Ik installeer me met de Humo in de ligzetel buiten en laat hem zijn plan trekken.
Herman probeert met allerlei gereedschap het slotje te openen, wat niet lukt. Hij gaat bij andere bewoners met gelijkaardige sloten vragen of zij met hun sleutel willen proberen…
Ik raad hem aan om bij de receptie naar een slotenmaker te gaan vragen, maar die blijkt om 6 uur gesloten, dus : te laat.
Iemand had al gevraagd : kan je van binnenuit niet in die garage? Ik zeg : misschien via die plaat onder ons bed, maar wanneer alles losgeschroefd is, komt er nog geen millimeter beweging in die plaat. Hardvochtige Paz (uiterlijk - want vanbinnen protesteert een hartje vol compassie) trekt terug naar de ligzetel en laat arme, schuldbewuste Herman verder sukkelen.
Een half uur later komt hij ineens triomfantelijk met een sleutelbos naar buiten. De aanhouder heeft gelukkig weer eens gewonnen! En dat precies wanneer onze Dries belt dat hij gedaan heeft met werken.
Wij beloven over een flink half uur in het dorp te zijn : eerst moet alles nog terug ineen geschroefd worden, matras en beddengoed op zijn plaats en daar gaan we !
Dries komt ons per fiets tegemoet.
We gaan in het chinees restaurant “Lange Mauer”eten : buffet zoveel als je wilt, voor 9,5 € per persoon. Het is zeer uitgebreid en bijzonder lekker.
Morgen zal een rustiger dagje worden, na die zware tocht van vandaag.
Gisteren hebben we tussen-de-soep-en-de-patatten nog het langverwachte rozenperk aangelegd in de voortuin : een driehoekig plantsoentje voor onze slaapkamerramen. Hopen maar, dat ik het zo mooi kan houden als het er nu uitziet!
Van zodra de strook lavendel die het afboordt eveneens in bloei staat, zet ik er hier een foto bij.
Rond middernacht kwam Herman met het volgend stel logees thuis.
Het zijn twee Tsjechische meisjes van 11 en 15 jaar oud. Ze spelen viool in hun volksdansgroep.
Conversatie is moeilijk, want geen van beide spreekt een andere dan de eigen taal – een enkel woordje Engels uitgezonderd, dat dan nog met veel handen en voetenwerk moet verduidelijkt worden.
Samen gezellig babbelen aan tafel zit er dus niet in, zeker ook omdat het zo’n jonge kinderen zijn. Ze zijn wel lief en nogal verlegen.
Enfin, ze blijven hier enkel slapen en ontbijten, voor de rest van de dag is Herman met hen op toer voor hun voorstellingen.
Dries heeft sedert enkele dagen zomerwerk gevonden in Oostenrijk!
Zwaar werk weliswaar, zegt hij : in tuinaanleg en –onderhoud.
Maar goed : het is gelukt. Dat wil zeggen dat we hem na de verkiezingen wel eens zullen gaan bezoeken, het is tenslotte al ruim vijf maanden geleden dat we elkaar zagen.
Het weerzien met Mariefe, na 11 jaar, was een fijne belevenis.
Ook haar nu volwassen dochter Jiselle is een schat van een meisje.
Die had haar mama getrakteerd op een reis naar Engeland, waar Mariefe in 1972/1973 een jaar ballet had gestudeerd.
Dochter Jiselle is zelf nog studente, maar heeft enkele baantjes, waardoor zij haar moeder deze reis als geschenk voor haar 60ste verjaardag kon geven.
Het was wel een zenuwtoestand dinsdagochtend, want we zaten permanent in de file toen we hen moesten gaan oppikken in het Brussels Zuidstation.
Ze hadden mij geen telefoonnummer doorgegeven, dus kon ik hen ook niet verwittigen, dat we vastzaten in het verkeer. Gelukkig belden ze zelf toen we er na een kwartier nog niet waren en konden we hen geruststellen.
Drie kwartier over tijd kwamen we eindelijk in het station en was het toch nog wat zoeken, want de informatie “bij de uitgang, onder de mededelingenborden” ging voor de twee kanten van dat grote station op.
Omdat we dan toch in Brussel waren, hebben we ze daar meteen een rondleiding gegeven : atomium, heizel, basiliek van Koekelberg, parking 58-met het 360°zicht over de stad!- het Martelarenplein, koninklijk paleis, Justitiepaleis, kathedraal, Grote Markt, manneke- en jeanneke pis, Beenhouwersstraat, St-Hubertusgalerij.
Middageten deden we op het Brouckèreplein in een tex-mex restaurant en maar goed ook, want tot mijn ontzetting is Jiselle veganiste. Daar kon ze gelukkig volop naar haar dieet eten. Op weg naar huis ben ik nog maar even een supermarkt ingedoken om extra groen, noten enz. te gaan kopen. Nu er nog geen greintje zuivelproducten mag gegeten worden, waren zelfs alle snoepjes en koekjes die we in huis hadden onbruikbaar.
Het deed ons dus geweldig plezier dat ze in de restaurants die we bezochten en thuis aan tafel, duidelijk met smaak heeft gegeten.
Voor woensdag stond Antwerpen op het programma.
Op weg naar de stad wilden we eerst nog het 16de-eeuws kerkje in ons dorp tonen, evenals de gebeeldhouwde linde.
Toen Jiselle daar een gemeentekaart zag hangen en wat informatie vroeg, hoorde ze dat wij slechts op een 30-tal kilometer van de grens wonen…haar ogen begonnen te blinken en toen ik voorstelde om het programma te wijzigen en naar Breda te rijden, zodat ze ook even in Nederland zou geweest zijn, was ze in de wolken!
In Hoogstraten kochten we heerlijke vollegrond-aardbeien en bezochten de St-Katharinakerk en het mooie begijnhof.
Daarna ging de rit naar Breda, waar we een stadswandeling maakten en wat souvenirs kochten.
Herman was zoals gewoonlijk een goede gids en chauffeur en onze twee gasten aanbaden hem zowat. Elk woord van hem kwam precies recht uit de hemel en ze vonden hem bijzonder geestig, zelfs al was dat niet altijd zo bedoeld.
Mijn ventje werd door al die vrouwelijke aandacht zeer in zijn ijdelheid gestreeld, wat ik hem van harte gun.
Die avond moest hij naar een vergadering en hebben de drie vrouwen urenlang foto’s gekeken en zeer veel gepraat.
Mijn hoop dat Mariefe’s dwingende godsdienstige gedachten en bezigheden iets geminderd zouden zijn, is onterecht gebleken, waardoor ik mij niet echt goed voel en het blijft ook nog vandaag door mijn hoofd spoken.
Ik kan en wil niet tegen haar fundamentalistisch katholicisme ingaan, omdat zij er een zeer grote steun aan heeft in haar niet zo gemakkelijke leven. Maar omdat ik uit respect niet in discussie ga, probeert ze mij bij elke mogelijke gelegenheid te bekeren. Indien ik haar ronduit mijn mening zou te kennen geven, zou haar dat onnoemelijk diep kwetsen en daarvoor is ze veel te goed. Het lijkt dat haar kinderen haar hierin alledrie volgen, Jiselle, een zeer verstandig en mooi meisje zit alleszins op hetzelfde spoor.
Heel deze houding maakt het mij danig moeilijk, want ik wil niet liegen, maar ook niet kwetsen en haar vriendschap verliezen.
Donderdag hebben we Antwerpen-in-een-notendop gedaan en alleen “buitenkanten” : het Steen, de promenade, Vleeshuis, kathedraal en Handschoenmarkt, Hoogstraat , Reyndersstraat en Groenplaats.
Mariefe heeft op die kleine drie dagen 8 of 10 filmrolletjes volgeschoten!
Toen moesten we terug naar Brussel om hen op de Eurostar te zetten.
Ondanks onze verschillen was het afscheid hartelijk en ontroerend en ik ga die twee echt missen.
Vanmorgen zijn ze vanuit Londen teruggevlogen naar Los Angeles.
Ik heb hun bedden afgehaald en nieuwe lakens gelegd voor de volgende gasten die seffens aankomen : volksdansers die voor het Wilrijks festival enkele nachten bij ons verblijven, van welk land onze gasten zijn zal ik straks pas weten.
Vanmiddag ook nog op controle geweest : mijn implantaten zitten goed en nu mag ik naar mijn tandarts om de tanden er te laten opzetten.
Toen ik belde om een afspraak te maken, was het helaas een antwoordapparaat. Ik kan pas maandag terugbellen…het kan voor mij nu echt niet snel genoeg gaan om dat gat eindelijk op te vullen!
Omdat dit een dagboek is (met veel grote gaten, haha!)
Het huis is opgeruimd. Boodschappen zijn gedaan en twee kamers werden in orde gebracht voor ons volgende stel logees. Morgenvroeg om negen uur komen Mariefe en haar dochter Jiselle met de Eurostar vanuit London aan in Brussel, waar wij ze gaan oppikken. Dat wil zeggen : opstaan om zeven uur - auw!- om zelfs ingeval van files op tijd in het station te zijn. Ze blijven drie dagen bij ons. Uitstapjes naar Brussel en Antwerpen en veel bijbabbelen staan op het program.
Twee dagen hebben we met onze twee jongste kleinkindjes doorgebracht.
Het was heerlijk! De kindjes hebben zich geamuseerd en wij niet minder, hoewel wij van dit “amusement” duidelijk meer vermoeid waren dan de kleintjes. Hoe deden wij dat vroeger dan???
Enkel de tijd dat ze sliepen, hadden wij voor onszelf.
Papie was de hele tijd thuis om er mee voor te zorgen en gelukkig maar… Je durft die kleintjes natuurlijk geen ogenblik alleen laten en ook al organiseer je alles zo goed mogelijk : het gebeurt wel eens dat je toch nog een kledingstuk of een pamper moet halen, terwijl je de jongste net op bed hebt gelegd en half uitgekleed…
Dan is het handig om snel hulp te kunnen inroepen.
Maar wat hadden we een pret samen : zingen, dansen, wandelen, naar de dieren gaan kijken, met alles wat wielen heeft gaan rijden…
Omdat onze slaapkamer de enige op het gelijkvloers is, hebben we na rijp beraad ook de logeerbedjes voor de kinderen daar bij ons gezet.
Natuurlijk slaap je dan niet zoals normaal, maar gelukkig deden Maura en Dario dat wel.
Wat lijkt die kamer vandaag groot en leeg, nu onze schatten terug naar papa en mama zijn.
Het was nog even reppen gisteren : Moeke en Voke belden dat ze in de namiddag ook naar ons wilden komen. Nog gauw-gauw een suikervrije taart en koekjes gebakken, want ik had niets meer van die aard in huis. Zij kwamen er net aan toen de kinderen op het punt stonden om te vertrekken, die hebben ze dus ook nog even gezien.
Moeke ziet er vinnig en vrolijk uit, ondanks haar Spaans avontuur.
Voke daarentegen is kortaf en bazig. Soms is het bijna een geluk dat Moeke niet goed hoort.
Het lijkt alsof hij boos is omdat zij ziek is geweest en ik heb het gevoel dat wij de hele tijd een beetje scheidsrechter moeten spelen. We zullen het maar op de doorstane stress steken.
Het is een opluchting als we het huis eindelijk voor ons alleen hebben.
Van de logeerpartij met onze kleinkindjes hebben we volop genoten en het is fijn om weten dat onze kinderen op die manier een paar dagen voor elkaar alleen hadden.
Na veel proberen en sukkelen, maar ook en vooral dankzij de grote hulp van Bojako en mama Frauke, ben ik er eindelijk in geslaagd de filmpjes van Maura's eerste stappen op dit blog te zetten. Een goeie week geleden was het zover : eerst nog met de hulp van grote broer Dario, daarna helemaal zonder steun, liep onze kleine meid door de living.
Zoals ik gisteren al dacht is de herinnering aan de bakkerij de vroegste : mijn grootouders gingen er immers reeds weg nog voor ik 2 jaar was, vernam ik vandaag.
Wat hierna volgt, heb ik per “rubriek” gerangschikt, zomaar, zoals het in me opkwam. Het gaat over de periode dat ik tussen 2 en 7 jaar oud was. Veel gewoontes en gebruiken veranderden toen wij op mijn achtste naar ons nieuwe huis in Edegem gingen wonen. Onderstaande herinneringen kan ik dus met zekerheid vóór die tijd situeren, omdat ik het allemaal zie gebeuren in onze oude Hobokense omgeving.
Kleding :
Als het regent dragen we een “kabaan”: een waterdichte zware poncho met twee splitten om de handen door te steken.
We dragen altijd een onderhemdje, daarboven een gebreid lijfje(was gevaarlijk indien je dit vóór Pasen durfde uit te laten!), een combinaison(onderjurk), bovenkleding en een vichyruitjesschort, meestal met lange mouwen.
Met Pasen dragen we nieuwe kleertjes : de meisjes identieke jurken, door moeke gemaakt. De avond vooraf stond op onze slaapkamer onder een stoel voor ieder een open doos met nieuwe schoenen, waarin nieuwe witte mercerisé sokjes en witte handschoentjes gereed zitten om aan te trekken
Hygiëne en persoonlijke verzorging :
Op weekdagen werden wij in de keuken door moeke aan de gootsteen gewassen en gekamd. Omdat er drie kleine meisjes met lang haar snel moesten gereed gemaakt worden, was dat kammen vaak een hardhandige bedoening. Wij droegen meestal lusjesvlechten met 4 witte strikken.
Op zaterdag gingen we 1 na 1 in het zinken bad voor de kachel, in het badwater werd steevast een greep badzout gegooid.
Moeke wast de kinderen, vake droogt ze af, kuist de oortjes (met de tot een punt gedraaide zoom van een gedragen hemdje) en knipt nagels.
Nadien draait Moeke ijzeren krulspelden in voor de zondag : dan dragen we pijpekrullen met twee strikken. Die ijzeren krulspelden zijn echter een kwelling om mee te slapen.
Zo rond mijn 7de heeft Moeke enkele keren een “Prom”-permanent in onze froufrou gezet. Stinken dat dat spul deed! Elke haarstreng werd ingepakt met een dun vloeitje vooraleer ze op te rollen en daarna werd de krul bestreken met de permanentvloeistof. Toen op een keer de vloeitjes dreigden op te geraken vooraleer onze drie froufrous helemaal in de krul stonden, gebruikte Moeke ook het roze schutblaadje…Wekenlang heb ik toen met een roze mêche in mijn poedel-froufrou gelopen.
Angst :
Voor de duivel en voor God!
Ons moemoe kocht ieder jaar een kalender van de heilige Rita, waarin afbeeldingen stonden van de heilige Rita die de stigmata krijgt; hierdoor werd ik doodsbang voor kruisbeelden. Ik vermeed op alle mogelijke manieren om er zelfs maar per ongeluk naar te kijken, uit angst dat ik stigmata zou krijgen.
Voke moet het kruisbeeld uit de slaapkamer van Jeske en mij halen.
Zelfs de kram waaraan het hing maakt me hysterisch, die moet ook weg!
Het betert stilaan nadat Moeke gezegd heeft : “Ge moet gij daar niet bang voor zijn, dat overkomt alleen zeer heilige mensen en zo braaf zijt ge nu ook weer niet.”
Voor de duivel blijf ik echter nog vele jaren bang.
Voor het einde der tijden.(vooral in de zomer als ik de zon rood heb zien ondergaan)
Om melaats te worden (na verhalen over pater Damiaan en vooral na het zien van een toneelstuk “L’annonce faite à Marie”), ik heb lange tijd dagelijks mijn lichaam afgespeurd of er geen “witte bloemen” op te zien waren.
Schaamte :
4 jaar : onze eerste auto : een tweedehandse Studebaker, een groot zwart bakbeest. Bij het eerste zondagse ritje naar familie in Temse krijgen we panne in de Waaslandtunnel. Dikke rookwolken puffend geraken we met moeite uit de konijnenpijp. Destijds zat er nog iemand in het tolhuisje “Rijdt gij op naft of op siroop?” vraagt die man. Voke is zichtbaar gegeneerd en ik schaam mij diep. Onze sjieke kaduuke auto hebben we bij nonkel Louis in Temse moeten achterlaten.
Uitstapjes
-Onze zondagwandeling naar “den dijk”, waar nu polderstad is en het plezier van te mogen lopen over die lange, lange trapmuurtjes van “de zaat”(scheepswerf Cockerill) tot aan het veer.
-Soms op zondagvoormiddag met voke naar het gildenhuis, naar de spaarkas, dan kregen wij nadien een flesje limonade met een rietje : een feest!
-Regelmatig ook naar moemoe en vava in Berchem, waar we slappe speculaasjes krijgen . Vava rookt pijp en plakt nu thuis mica dozen voor een koekjesfabriek, als bijverdienste, nadat hij met de bakkerij is gestopt.
-Een ritje naar de Kalmthoutse heide -Naar Retie of Postel, we nemen dan een picknick mee...
Er is nog veel te veel…en teveel is vervelend, dus hou ik het hier maar bij. Feitelijk is elke herinnering reden genoeg om een uitgebreider stukje over te schrijven, misschien doe ik dat dan wel eens op een inspiratieloos moment.
En dan nu : het stokje !
Binnen onze bekende kring duiken er hier en daar regelmatig kinderherinneringen op, behalve dan van één iemand, die wil ik uit grote nieuwsgierigheid dan ook graag dit stokje doorgeven…
Ga wroeten in je verste kinderherinneringen en vertel het op jouw eigen schitterende manier……RRRRRRRRRRoffellllllll!!!!! :
Seffens vertrek ik met de bus naar mijn ouders, die gisterenavond goed en wel zijn aangekomen en door zus Greetje en haar man van de luchthaven naar huis werden gebracht. Deze voormiddag moest Moeke nog voor opvolging naar haar eigen Belgische dokter, maar we hopen dat alles weer zo goed gaat als ze zelf beweert!
Daarna volgt de rest van mijn allervroegste herinneringen, ondertussen weet ik al, dat er nog veel meer zeer vroege herinneringen zijn, teveel om ze allemaal in één stukje te krijgen.
Morgen dus nog even iets "beknopt" en de rest spaar ik op voor "dode momenten". Het stokje zal ook morgen doorgegeven worden.
Dàt was even schrikken !…ik kreeg het “herinneringsstokje” van Bojako tegen mijn kop, nu moet ik al die verre herinneringen chronologisch gaan rangschikken en beknopt weergeven.
Hmmm…twee zware opdrachten : “beknopt” is moeilijk en dat “chronologisch” zal ook een klus worden, want er zwalpt wel vanalles door dit warhoofd, maar om dat ook nog in de juiste volgorde weer te geven…
Toch ben ik vereerd, dat ik als eerste dit stokje kreeg en het lijkt me ook wel een leuke opdracht.
Daar gaan we :
-2 jaar : De geur van versgebakken brood in de bakkerij van mijn grootouders, het knikkend spaarpotnegertje op de toonbank en de halve geëtste glazen deur van de winkel naar de bakkerij. Hoe oud ik toen was moet ik vragen aan Moeke, volgens mij hielden mijn grootouders rond mijn 2de verjaardag al op met de zaak en verhuisden toen naar een”gewoon” huis.
-2,5 of 3,5 jaar : ik mag mee naar de nachtmis, waarvan ik me niks herinner, maar ik draag een donkerblauwe gebreide lange broek met knoopjes aan de enkels en “galosjen”: rubberen lage laarsjes met drukknopen, ik sta omhoog te kijken naar sneeuwvlokken die voorbij de ruitjes van een gaslantaarn dwarrelen. Het licht ervan lijkt een zachte witte bol en dit blijft tot op vandaag nog steeds een van de meest vredige, vriendelijke en veilige beelden die ik ooit zag.
-3 jaar : mijn wit lievelingskleedje met het geborduurde eendje-en- zonnetje-en-bloempje op het geschmockte platstuk is te klein geworden: de pofmouwtjes knellen en moeke zegt dat Jeske het nu mag dragen. Ik wil mijn kleed niet afgeven, ik wil het zelf dragen, ook al doen die knellende mouwtjes pijn. Ik ben heel triest en vreselijk jaloers.
-4 jaar : ik mag vaak bij Moemoe en Pépé gaan logeren. Dat doe ik heel graag, Moemoe is een geweldige kokkin, die mij vertroetelt met aparte schoteltjes en ’s morgens een eitje helemaal voor mij alleen, in een klein pannetje bakt in echte boter en ze warmt een kom melk waarin ze een grote brok pure chocolade gooit en ze kan goed vertellen! Als zij aardappelen schilt, zit ik op een voetbankje bij haar te luisteren. Soms kan ze wel ineens erg kortaf zijn en knuffelen zit er al helemaal niet in.
Moemoe gaat elke dag naar de mis en dan moet ik mee. Ze geeft mij dan een dun missaaltje. Ik zit naast haar aan de vrouwenkant(links) in de kerk en kan nog niet lezen, maar sla het boekje open en doe heel gewichtig alsof ik dat al wel kan. Moemoe rukt het boekje uit mijn handjes, draait het om, sist in plat Hobokens “G’aawet oungderste bouve!” en drukt het terug in mijn pollekes. Ik schaam me dood.
-in de kleuterschool was lieve zuster Marie-Laura die een beetje hinkte, maar altijd lief en gul was. Ik zat bij haar in de eerste en laatste kleuterklas. Zij leerde mij en nog een paar andere kindjes al lezen voor ik vijf jaar was. Ik kreeg toen zelfs een “diploma” waarop een kindje stond afgebeeld dat over een groot opengeslagen boek gebogen zat, met de woorden “Ik kan lezen” erop.
Eindelijk krijg ik de erkenning waarnaar ik snak! Vanaf dan verslind ik boekjes en van mijn ouders krijg ik er steeds moeilijker. Soms staan er “rare” letters zoals een g of een a die ineens als g of a geschreven worden en door dat extra krulletje het lezen bemoeilijken. Mijn eerste leesboek met prachtige prenten erin, ging over een ballonreis van een beer. De titel herinner ik me niet, maar ergens in het boek stond het woord “waarempel”: een woord dat niet alleen zeer lang was, maar ook totaal onbegrijpelijk.
Nog in de kleuterschool leerden we papiermatjes vlechten, een sjaal breien met een houten breimachientje waarin nageltjes staken, en punniken : hetzelfde systeem als het breimachien, maar ditmaal op een houten klosje met slechts 4 nageltjes. Daar kon je een lange staart mee breien, die dan opgerold aaneen werd genaaid tot een pannenlap. Op een klein weefgetouw moesten we ook een sjaal leren maken. Sommige kinderen deden dat in twee kleuren, dat had iets met voetbal te maken, maar ik moest een effen crème sjaal met visgraatmotief weven, wat ik een beetje saai maar toch wel deftig vond.
Boetseren vond ik leuk, omdat je daar soms je fantasie de vrije loop mocht mee laten. Als de grote blikken dozen tevoorschijn kwamen, waarin de bollen kakbruine plasticine zaten, raakte ik op slag geïnspireerd. Ik kneedde een bed met een kindje erin, dekentje erover en een pispotje naast het bed, waarin een piepklein worstje.
Toen zuster Gracilia naast mijn bank kwam gewandeld en mijn creatie zag, hield ik mijn adem in… plots realiseerde ik me dat ik in de ogen van de zuster mogelijk iets “onzedigs” had gedaan. Even was het stil, maar toen begon ze te lachen. Veel van de andere kleuters gingen, door mijn succes aangemoedigd, bij de volgende boetseersessies potjes met worstjes erin maken, tot zuster zei dat het niet meer mocht.
En dan was er nog zuster Marie, een magere non met een groot boos gezicht, die op een keer de klas moest verlaten (toiletbezoek?) en ons bezwoer om stil op onze banken te blijven zitten, armen overeen, tot ze terugkwam. Als we niet braaf zouden zijn, zou de duivel zijn staart “daarboven door dat rooster in de hoek van het plafond” komen steken!
Toen verliet ze in zeven haasten de klas. Een stuk of twintig kleuters staarde doodsbang naar het dreigende rooster hoog boven hun hoofden en ineens begon er een te huilen, waarop binnen de kortste keren de hele klas aan het brullen was van schrik.
Zuster Marie kwam terug vooraleer de duivel zijn staart door het rooster had kunnen steken. Waarschijnlijk is ze boos geweest om alle herrie, maar ik kan me alleen maar de grote opluchting herinneren dat ze terug was om ons van de duivel te redden.
...wordt vervolgd (tja…”beknopt” lukt dus niet hé)
Gisteren, nog voor de middag naar Malle gefietst om een nieuw rood visje te gaan kopen om in de vijver te zetten.
Donderdag komen Dario en Maura logeren en we willen niet dat ons klein ventje tevergeefs naar zijn visje, Dasja, gaat zoeken.
Dasja is hoogstwaarschijnlijk door een reiger meegepikt. We hebben haar al dagen niet meer gezien. Zij was ook de enige vis die niet schuchter was en meestal dicht bij de oppervlakte en de oever zwom…
Een reiger hebben wij hier nog niet gezien, maar die komt steeds zeer vroeg in de ochtend, vertelt men mij in de dierenwinkel.
Tja…vroeg in de ochtend, hahaha!, da’s niet direct onze stijl. Trouwens, wakker of niet : voorkomen dat er af en toe een vis verdwijnt, zullen we toch nooit kunnen.
Dus kocht ik een nieuwe rode shubunkin om ons kleine ventje niet teleur te stellen.
Pardon, het is een rode sarasa geworden, de shubunkins in de winkel waren allemaal gevlekt en het nieuwe visje is ook een beetje kleiner dan degene die we hadden.
Maar daar zal hij hopelijk niks van merken als wij vrolijk en met overtuiging roepen : “Kijk Dario ! Daar zwemt Dasja!”
Ik ben een vrouw. Paz, de naam die ik kreeg bij mijn geboorte, betekent "vrede". Beter kon ik het mij niet wensen. Herman is de schat waar ik al 39 jaar lief en leed mee deel. Samen kregen wij in die tijdspanne 3 zonen, 2 schoondochters, 2 kleindochters en 1 kleinzoon . Die zijn altijd welkom in ons nest in de Antwerpse kempen. Mensen, theater, natuur en taal staan bovenaan mijn lange lijst van interesses.