Met uitzondering van polemische voetnootjes, eclatante titelvondsten en woorden vooraf, zijn al die teksten schatplichtig aan elkaar. Niemand vindt zomaar taal uit. Door dat bos zien we die ene boom der kennis niet meer staan. En dat terwijl taal zo’n aardig ding zou kunnen zijn. Mijn ding; jouw ding. Je kan ermee communiceren. Je kan er ook mee versluieren: je gedachten bijvoorbeeld ( … tot die dan gedichten worden … ). Het Nederlands is ook wel een bijzonder lastig, stug ding. Wie nog niet zolang geleden dacht ermee te communiceren, tussen noord en zuid bijvoorbeeld, deed er soms beter het zwijgen toe. Het Vlaams heette het eelt van het Nederlands te zijn. Het Hollands heette verontwaardigde-madammen-Nederlands te zijn. Dat was in de tijd dat we elkaar nog niet goed begrepen, nou: verstonden. Over en weer bestookten polemisten elkaar daarover, ieder in zijn eigen taal. Polemiekers werden het. Niks geen communicatie, niks geen versluiering. Ja: het Nederlands bloeide waar het bloedde: in de polemische geschriften. (Dr. J. Veering, Bang zijn voor woorden, in Onze Taal, 45ste jrg., nr. 1-2, jan.-feb. 1976, blz. 23-30. Twee andere voorbeelden nog. Jeroen Brouwers, Amateurs voor pudding, of: ABN in Vlaanderen, in Mijn Vlaamse jaren, De Arbeiderspers, A’dam, 1978, blz. 179-189. Bart de Man, Brief aan Brouwers, in De Brakke Hond,5de jrg., nr. 18, juni 1988, blz. 4-7). Hét onderwerp van die polemieken was de teloorgang van het Nederlands. De schuld eraan lag altijd bij de ander, aan de overkant: hij was zijn woordenbestand niet de baas, hij deed zijn werkwoordelijke eindgroepen bandeloos vreemd gaan, hij blies zijn h’s aan, hij gebruikte zachte g’s, hij sprak of schreef niet volgens de alleenzaligmakende regels van steller van de polemiek, hij werd zelfs het slachtoffer van de imponeerwoorden van diezelfde steller (Zie ook hierboven: J. Veering).
09-02-2010
Taal is 'n aardig ding (11)
Taal is echt iets waardoor een volk zich van een ander onderscheidt. Dat er bewakers en douanebeambten zijn, is misschien goed. De bewakers van die bewakers echter zijn de gevangenen van die bewakers. Als het keurslijf te strak zit, als de voorschriften zich als alleenzaligmakende dictaten aandienen, dan gaat een en ander teloor. Als de flexibiliteit ofte rekkelijkheid er niet is, bestaat er geen pragmatisch taalgebruik. Het is altijd bij anderen dat het fout gaat: daar zorgen de bordenplaatsers voor, de normenkwezels, de smaakmakers, de woord-van-de-weekers. Tùùrlijk dat onze moerstaal dan teloor gaat. Aan te weinig avontuur. Wanneer daarenboven achtentwintig van de vierendertig professionele taalbezorgden elkaar dan ook nog eens contrariëren, dan zijn alle rapen gaar. Dan krijgen we het KUL-Nederlands, het RUA-Nederlands, het VU-Nederlands, het Radboud-Nederlands, het Erasmus-Nederlands, het journaal-Nederlands, het Paardekooper-Nederlands, het Haags Nederlands, het Maastrichts Nederlands, het Groninger Oudercomité-Nederlands. Daartussen manifesteren zich het bestraffende vingerknippen van de schoolmeester en het klappen van de zweep van de directeur. Ook verschijnen boekjes met de vreemdste titels, alle voor ons volk: Levend Nederlands, Het betwijfelde teken, Goed Nederlands in het onderwijs, Hoe zeg en hoe schrijf ik het?, Kleine ABN-spraakkunst, Beknopte ABN-syntaxis, ABN-gids, Zuid en Noord, Taaldidactiek aan de basis. Voorwaar: we zijn een klein, beknopt volkje met gidsen die uit vijf windstreken komen. We zijn soms het noorden kwijt, uit ons oosten raken we niet wijs, het zuiden is ons te huidgevoelig, het westen wil ons pesten en wij zitten met de resten. Je zou voor minder beginnen hakken en hakkelen.
19-01-2010
Taal is 'n aardig ding (10)
Ten noorden evenmin. Vlekkeloos Nederlands verkrijgen ze er door eenvoudige toepassing van enige wenken uit ‘De Troonrede’ (Anne Vondeling & Jan Renkema, De troonrede. Van de ridderzaal naar de huiskamer, Staatsuitgeverij ’s-Gravenhage,1976): overzichtelijke tekstopbouw, logische volgorde van de zinnen, onoverzichtelijke zinnen splitsen, geen passieve zinnen, liever werkwoorden dan ing-woorden, geen tekstwoorden, geen lange woorden, weg met beeldspraak. Leve de gelijkmakers. Leve de grijze muizen. Leve de taalleveranciers die Orwell hebben gelezen en waarschuwen voor taalleveranciers. Als het Nederlands miljoenen mogelijkheden en woorden heeft, waarom zouden we die dan gebruiken? Eenvoud siert immers. Maar eenvoud kan ook saai zijn. En, met permissie: wie houdt nou in hemelsnaam een troonrede? Ja: in your dreams, mum! Zo’n schoolvoorbeeld van vuilewasverzachtende stadhuistaal? Eén zaak is zeker: de Nederlandse koningin heeft het een stuk makkelijker dan de Belgische koning. De beide volkeren morren ieder op hun manier.
06-01-2010
Taal is een aardig ding (9)
Wacharme, in dit zuidelijke koninkrijkje tussen Maaseik en Watou is alles even duidelijk: in de oertijd sleepten we met onze kneukels over de grond en sloegen we elkaar de schedel in met afgerukte boomtakken, tijdens de stedentijd dreven we handel en ruilden we dingen voor dingen, in de vorstentijd vroor het dat het kraakte zodat ook de koning in zijn kasteel te koud kreeg, alle lampjes floepten aan in de kersteningstijd, lang daarvoor maakten we sissende vuren in spelonken en lang daarna veroorzaakte de Stomme van Portici (what’s in a name) nog even een kort maar hels kabaal. België was geboren: een siamese tweeling met afgewende hoofden. Na 1830 bleef alles stom. België sprak in alle talen en zweeg in één ervan. Nederland maakte zich zonder wroeging los van die druilerige driehoek. Ondertussen, terwijl het eerste decennium van het ovenwarme millennium rond is, barst het ouwe België in zijn voegjes. O nee, niks in dit zuidelijke koninkrijkje tussen Adinkerke en Arlon laat aan duidelijkheid te wensen over.
22-12-2009
Taal is een aardig ding (8)
Het Nederlands vergaloppeert zich wel eens. Het wordt dan een omslachtige pedataal, al net zo erg als de plots afgeknepen worsten van de turbotaal. Luister naar de mottenballenmeester: ‘Wiens vinger heb ik vandaag nog niet gezien?’ ‘Ik heb twee kinderen nodig die dit eens willen uitbeelden.’ ‘Ik moet alle vingers zien.’ ‘Ik mag maar één hoofd zien.’ ‘Jij daar in de laatste bank, ja: jij.’ ‘Wie onder jullie kan er mij eens vertellen … ?‘ ‘Jongens, vandaag gaan we eens … ‘ ‘Zijn er hier onder jullie die soms al eens … ?’ ‘Inderdaad.’
De taalgod die altijd en overal boven de hoofden zweeft en als een grote gelijkmaker duchtig clichés rondstrooit, houdt huis in vele scholen. Is het cliché het watermerk van het genie? Een genie weet immers dat clichés vaak waar zijn … Biedt ontstentenis van gebaren het bewijs van scherpzinnigheid? Misschien verwarren we eenvoud met slimheid, zwijgzaamheid met eenvoud of slimheid met zwijgzaamheid? Zelfs het onderscheid tussen kosmonaut en astronaut veroorzaakt twijfel en kromtaal. Maar gelukkig is er de taikonaut bijgekomen. Diversiteit, again!
07-12-2009
Taal is een aardig ding (7)
Voor de rest lijkt het er soms op dat het Nederlands een vogelvrij verklaarde taal is. In Denderleeuw onderstreept de onderwijzer met rood het ‘schreeuwt IE’ in een derdegraads kinderschrijfbeurt. In Den Bosch onderlijnt de meester met groen het ‘tiert HIJ’ in een schoolkrantje. Mag ‘gister’ in plaats van ‘gisteren’ ? ‘Hij geeft melk’ boven de grote rivieren die de Moerdijk vormen, ‘Zij miauwt bij nacht en ontij’ onder diezelfde rivieren. Leuk, al die mogelijkheden. Diversiteit, wat zei u? Tomaat is toch ook een groente? En rodekool dan? Een blauwte? Een paarste? En is in ‘Het varken wordt geslacht’ dat varken niet bij uitstek het beroemde lijdend voorwerp? En ‘luieren’ of ‘niksen’ zijn prima WERKwoorden (of DOEwoorden in het poputaaltje dat sedert de jaren negentig wordt gehanteerd), toch? En als ik ‘hem’ een optater verkoop, is hij toch lekker mijn meewerkend voorwerp? En wanneer ik twee gelijkluidende woorden in een alinea gebruik, is dat dan niet een toepassing van de herhalingstechniek bij de dichter en de copywriter, eufemistisch ‘alliteratie’ en ‘assonantie’ genoemd?
Wens ik misschien hiermede iets te onderlijnen, meester Brekebeen? Of te onderstrepen, juffrouw Zonnebloem? Dat ook ik ‘verlegen poëzie’ kan bedrijven (Kees Fens, Verlegen poëzie, in De Standaard derLetteren, 23 maart 1979), zonder dat men het als foutief taalgebruik beschouwt en hekelt? Dat ik het recht heb bepaalde specifieke taalregisters te hanteren? O, ik hoor het al: de zou’s en misschiens en zoiets alsen waren plotseling niet langer een teken van verlegenheid (‘rijk door eenvoud’), maar een syndroom van verloedering (‘arm door domheid’). Het modale taalgebruik van de fijne geest was niet meer. Herhalen … verzwijgen … afzwakken … een verkleinwoordje … geluiddempers … : het mocht niet meer. Van de taaldouaniers, van de pedagoochelaars. Ze hingen hun taalsnippers aan blinde muren op en spuiden hun Woorden van de Week in opvoedende magazines. De loeders. Volgens hen ging het Nederlands van ànderen teloor. Volgens ons ging het Nederlands door hùn teloor. Vaak echter (in die vreselijke periode van steeds wilder om zich heen grijpende realityprogramma’s op tv) wordt zo’n geluiddempende claus nog door de echte Jan Modaal, Meatpie Johnny en Housecooking Sally overgenomen: ‘Ik had zoiets van … ‘ Het is een ergerlijk artefact van een taalepoque die het eigenlijk goed bedoeld had.
18-11-2009
Taal is een aardig ding (6)
Jarenlange Franse invloed gispt het Nederlands in Vlaanderen. Het kan maar Vlaams worden. Vlak voor de onafhankelijkheid van België steekt Willem I geen poot uit naar zijn zuidelijke appendix. In 1830 gaan alle deuren dicht. De grenzen worden gesloten. Voor ene Guido Gezelle liggen enkele decennia later vele brakke gronden open … Helaas hebben de taalgevoelige pastoors in de eerste plaats af te rekenen met politiek. En dat is een ander verhaal: dat van het kapitaal. Louis-Paul Boon, Willem Elsschot, Hugo Claus, Walter Van den Broeck, Charles Ducal en Ruth Lasters zullen nog veel later mooie boeken schrijven, maar ook dat belet niet dat er over het Nederlands altijd wel wat te doen is. Er is de noordelijke geamuseerdheid om de sappige Vlaemsche tale, er is de zuidelijke onbehouwenheid ten opzichte van Randstedelijke dictaten. ‘Ikversta u niet goed.’ ‘Zuid-Nederlands’ en ‘Noord-Nederlands’ bekampen elkaar met hennen en hunnen,alsjes en dannetjes,revolusies en revolutsies, nu’tjes en nou’tjes. Spellingwetten en –wijzigingen bederven verder de brij. ‘Oktober’, ‘insect’, ‘beukenboom’, ‘lindeboom’ … Een criticus is het, die hier kritiek op durft te geven. Voor mensen die denken dat ze denken, is het allemaal zonneklaar. De rest zit met de gebakken peren.
O nee, ons Nederlands is niet veel soeps, paps. Wel zijn ongeveer achtentwintig professoren in vierendertig leerboeken het over enkele punten eens: meer dan één bijwoordelijke bepaling voor de persoonsvorm wordt afgeraden, en de werkwoordelijke eindgroep is ondoordringbaar en vertoont bij voorkeur een welbepaalde volgorde. ‘’s Ochtends leest buurman zijn krant in de tuin.’ ‘Morgen zullen we vroeg op moeten staan om peren te kunnen plukken.’
01-11-2009
Taal is een aardig ding (5)
De vrij turbulente ontstaansgeschiedenis van het (Algemeen) Nederlands mag geen verzachtende omstandigheid zijn: vaak hebben de woeligste echtvrienden de schoonste kinderen. En volksverhuizingen komen gewoonlijk ten goede aan de collectieve gezondheid. Ons Nederlands is de vrucht van drie provinciale tongvallen die in de loop der tijden bon ton waren: het West-Vlaams, het Brabants, het Hollands. De lijdensweg (of zegetocht) is bekend: de haven van Brugge verzandt, het economische zwaartepunt verschuift naar Brussel en Antwerpen, de katholieke Spanjaarden stellen anno 1585 de welvarende en andersdenkende Sinjoren voor de keus. Wie rijk is en/of zijn geloof niet af wil zweren, verdwijnt met de noorderzon, vooral naar Holland. Met open armen ontvangt de gouden eeuw aldaar deze flamboyante emigranten. En er waren er ook van buiten Antwerpen. Het Nederlands van de koopman is geboren, in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.Water speelde er een hoofdrol in.Economie dus. Brugge zwijgt stil; als troostprijs mag het zich het ‘Venetië van het Noorden’ noemen. Antwerpen buigt onder de knoet; het mompelt verder het dialect van de achtergeblevenen. Een uilenspiegelfiguur stookt nog wat tegen de bezetter en wordt later medio 19deeeuw door Charles De Coster als fictief patriot tegen vreemde overheersing ten tonele gevoerd. Amsterdam poetst zijn taaltje op; injecties met Brabants en in veel mindere mate West-Vlaams geven het vrije doorgang in alle Lage Landen, waar druk handel wordt gedreven. Door die bloeiende handel karren ook techniek en wetenschap hoog in de versnelling vooruit. Waterland Nederland gaat gaandeweg zelfs de aardbol omspannen, in concurrentie met grote zeenaties. Hollandse scheepvaarttermen bevruchten andere talen. Weer dat water dus.
18-10-2009
Taal is een aardig ding (4)
Er is nog iets. Ons Nederlands grenst niet alleen aan de droevige noorderkont van Frankrijk, maar ook aan het met stevige naamvallen toegeruste Duitsland en aan Atlantische territoriale grootheidswaanzin. Het grenst, en het krimpt: het krimpt ineen onder de valse strelingen van elegante mariannerie, onder heropflakkerende runentekens van bedenkelijke bonhommie, onder de doemdenkende lemmata van geprogrammeerde orwellerie. Gallicismen, germanismen, anglicismen: barbarismen, kortom. En vinden we dan al eens een Nederlandse pendant, dan haasten we ons de vondst als ‘purisme’ af te doen. Niks geen regenscherm, niks geen duimspijker, niks geen hefschroefvliegtuig. Om van wieleren maar eeuwig te zwijgen.
Waer bestu bleven? Mi lanct na di, gheselle mijn! Du coors die doot, du liets mi tleven: het Nederlands van de belleman, het Nederlands van de pleitbezorger, het Nederlands van de getuige, het Nederlands van de champetter, het Nederlands van de honkvaste, het Nederlands van de nomade, het Nederlands van de Bijbelvaste? ‘Zijt ghijlieden thans weder geheel hersteld?’ (Prof. P.C. Paardekooper, ABN-Gids (Inleiding), blz. 14, Standaard, A’pen-A’dam, 1975.) De accolade naast de taal van de nieuwsvrouw, de advocaat, de verslaggever, de verzekeringsmakelaar, de professor en de tafelspringer is dezelfde accolade die de misdaad omarmt: zij behelst liefde en haat. Liefde voor het vehikel van de taal, dat starten wil en rijden kan. Haat jegens het voertuig van gedachten, dat sputtert en niet varen wil. ‘La plupart des occasions des troubles du monde sont grammairiennes’ – ‘De meeste oorzaken van onrust in de wereld zijn van grammaticale aard’. Dit schreef eeuwen geleden Montaigne neer, de vader van de korte, persoonlijke verhandeling ofte het essay. (Michel de Montaigne, Oeuvres (1595), Editions Pléiade, Paris; J. Plattard, Montaigne et son temps, Paris, 1933.)
04-10-2009
Taal is een aardig ding (3)
Zoals de haartooi van de oermens zich niet beperkte tot schedel, borst, buik, ledematen en schaamstreek, maar ook vaak wangen en krop inpalmde, zo vertoonde in de loop der tijden ook meer dan de helft van de Nederlandstaligen (vooral in Vlaanderen) niet alleen strijdlustig, weliswaar binnen de perken gehouden wanggewas, maar zat ook de baard in de keel: alles haperde, alles hapert. Het Nederlands lijkt wel vaker in mindere of meerdere mate teloor te gaan: door een teveel aan sissen en schuren, door te veel vernauwingen, door gewapende bezoeken van vreemde mogendheden. Vaak stonden we aan de Klaagmuur.
Goede voorbeelden kregen we zelden te horen. De toespraken van de Belgische vorst-zaliger Boudewijn I waren voor de Nederlandssprekenden wat de lijkwade van Turijn voor de katholieken is: een relict van twijfelachtig allooi. We mogen twijfelen aan de authenticiteit ervan. (Bevestigd oktober 1988, na doubleblind labo-onderzoek, maar anno 2009 werd die twijfel weerin twijfel getrokken.) De lijkwade en de toespraken stammen uit de tijden van de dolende ridders. En een spreekwoord van de Toeareg zegt: ‘Als de weg bochten maakt, is de koning oud geworden.’ (René Bazin, Charles De Foucauld, Luyckx, Brussel,1925.) Koning Albert II bakt er op zijn beurt en zijn manier ietwat betere broodjes van.
Ooit was er een eigenaardig taal-televisiemoment op de toenmalige BRT (Belgische Radio en Televisie). De toen nog jonge Brugse student die het Belgisch koninklijk Nederlands aan een onderzoek onderwierp (Luc Slosse, De koninklijke toespraken van koning Boudewijn. Een linguïstisch-stilistisch onderzoek. Licentiaatsverhandeling RUGent, Germaanse filologie, 1988), etaleerde in een televisie-interview (BRT 1, 20 september 1988,20 uur 50, programma ‘Argus’, interview met Luc Slosse doorJan Van Rompaey) zelf enkele schoolvoorbeelden van on-Nederlands: talloos vele eh’s ontsnapten als haastige praatballonnetjes uit zijn mond, zijn werkwoordelijke eindgroepen gingen vreemd, en tot overmaat van ramp en als klapstuk op de onomkeerbare voldongenheid van de evolutiegedachte applaudisseerde hij voor zichzelf, bij gebrek aan appreciatie vanuit de zaal, zoals ook de oermens voor zichzelf de handen tegen elkaar sloeg. Ja: we zijn een per ongeluk met verstand en taal bedachte kluit bavianen gebleven.
17-09-2009
Taal is een aardig ding (2)
Zo ontwikkelde zich, in de gezellige lichtplas van vuren en bij het verorberen van de buit, taal. De oerstilte, tot dan toe alleen ingevuld door het ruisen van kruinen, het kreunen van mensen, het huilen van dieren en het kraken van donderslagen, werd stemmiger. De schaduwen werden minder grimmig, want minder zwijgzaam. En de dingen begonnen namen te krijgen: weer een brok angst minder, want benoemen is bezweren.
Een van die prille vuren bevond zich ooit bij wat nu de Noordzee wordt genoemd, waar heden ten dage Vlaanderen de kont van Frankrijk kust en Nederland zijn andere wang biedt. De eenvoudigste van de vier gedragingen kende hier toen het meeste succes: het sissen en schuren door vernauwing. Dat kostte niet zoveel moeite. Immers: dankzij het vuur waren de brokjes lekker en de gemoederen vaak verhit. Vredigheid verlamt de articulatie, roerigheid evenzeer. Daarenboven oefenden het tamelijk milde zeeklimaat en de Atlantische wateren een sussende invloed uit. De Ingveoonse tongval was wel een kwieke, rappe spraakwaterval, er stak golfslag in, maar door die snelheid van spreken ging de kwaliteit van vele aparte klanken teloor.
Zo komt het dat nu nog elf van de drieëntwintig medeklinkers uit ons fonetisch alfabet zulke sissende en schurende geluiden zijn. We vinden die vooral terug in woorden met een sterke gevoelswaarde: wuft en wijf,vies en vuig, fnuiken en flop, zeikerd en zaniken, slet en smeerpoets, jouwen en jubelen, gendarm en generen, sjofel en chagrijn, goochem en gruwel, giechelen en ocharme, huiver en poeha.
01-09-2009
Taal is een aardig ding (1)
TAAL IS EEN AARDIG DING
‘La plupart des occasions des troubles du monde sont grammairiennes.’
(Michel de Montaigne)
INTRO
Deze ‘korte, persoonlijke verhandeling’ of essay is een zacht pleidooi voor rekkelijkheid: de regels zo goed leren beheersen om ze later des te beter te kunnen overtreden. Elasticiteit dus.
De schrijver wil wrevelagent zijn tussen de officiële taalevangelisten en de grote schare taalgebruikers. Hij schrijft zowel aardige als onaardige dingen. Want hij heeft ballen. En traptechniek.
‘De voorschriften, en meer nog de voorbeelden, van onze meesters zeggen dat wie niet dwaas wil zijn een beetje zorgeloos moet wezen.’ (Michel de Montaigne, Oeuvres (1595), Editions Pléiade, Paris; J. Plattard, Montaigne et son temps, Paris, 1933; Pierre H. Dubois, Schrijvers in hun landschap. Op reis door Frankrijk, Nijgh & Van Ditmar, ’s-Gravenhage, 1983, blz. 167-172: ‘De aantrekkingskracht van Montaigne.’
‘Daarom: vaarwel, betoon uw bijval, geniet van de taal en drink ze nuchter, gevierde medestanders.’ (Erasmus, Laus Stultitiae (ong. 1511), Lof der Zotheid, vert. dr. Drs. A.J. Hiensch, Het Spectrum, Utrecht-Antwerpen, 1969, blz. 90 en 92. Het epigram vergelijkt de ellende van de schoolmeester met de rampen die de Grieken voor Troje troffen.)
Toen de dieren al konden spreken (vermoedelijk was dat West-Vlaams), maar de mensen nog niet, woedden de oorlog om het vuur en de strijd om de buit. Aanvankelijke barbecuetoestanden hebben onze taal aangewakkerd. Geroosterd vlees bij warmte en licht op te kunnen peuzelen! In die uitgestrekte dichte beukenbossen-van-de-ervaring!
De jagers uit de oertijd (d.w.z. diegenen die een komma tussen de benen hadden) waren trots, ongeduldig, moedig, opgewonden, ontroerd, ontredderd, woedend … naargelang van hun zegepralen en nederlagen. Oud werden ze zelden. Van hun gezicht kon je hun gevoelens aflezen, ondanks hinderende frontale haargroei bij de meesten. Aan hun ademhaling kon je hun wisselende stemmingen beluisteren. Uitademen werd soms briesen, of ging met stoten gepaard. Naar de aard van de opwinding, en naar de aard van de geboden weerstand die het nu eenmaal toch beschikbare stemorgaan tegen dit uitademen bood, en omdat de oermens eindelijk ook warmte, licht en voedsel had gevonden, ontwikkelden zich vier gedragingen: luxe werkt acceleratie in de hand.
De eenvoudigste gedraging betrof het sissen en schuren door vernauwing. Stoten en ploffen gebeurde dan weer door het plotse openbreken van een hindernis. Als de lucht in de neus meetrilde, veroorzaakte dat snuiven en zangerigheid. Je kon ook rollen met je tong of vloeiende geluiden voortbrengen door die lap tegen je gehemelte aan te drukken.
27-07-2009
D-day
D-DAY
(Aan mijn oud-studenten, juni 09)
Wacht maar tot ik groot ben.
Als ik later groot ben, dan zal ik astronaut zijn. Want ik beschrijf banen om de hoofden van mijn leerlingen. Want ik heb een baan uit de duizend. Want soms zie ik sterren. Want ik ken de hemelse lichamen. Want mijn leerlingen wensen me soms naar de maan. Want ik wil hun poolster zijn.
Als ik later groot ben, dan zal ik apotheker zijn. Want ik kan mijn leerlingen met mercurochroom (ik kan dat woord ook correct spellen) ofte roodsel beschilderen. Want ik ben de grote baas over hun pilletjes. Want ik kan kapotte knieën vermaken. Want ik kan moeilijk leesbare doktersbriefjes ontcijferen. Want ik ken de genezende kracht van een handoplegging.
Als ik later groot ben, dan zal ik detective zijn. Want ik weet ook wie soms die doktersbriefjes schrijft. Want ik zie alles. Want ik loop in de speeltijden undercover rond, gewikkeld in twee sjaals en drie lagen kleren. Want ik beschrijf omtrekkende bewegingen tussen de banken om een dader te vinden.
Als ik later groot ben, dan zal ik melkboer(in) zijn. Want elke dag distribueer ik ettelijke flesjes gezonde likeuren. Want ik ken allerlei trucs met dopjes. Want ik kan heel vlug chocomel opdweilen. Want ik ken alle inhoudsmaten op mijn duimpje.
Als ik later groot ben, dan zal ik loodgieter zijn. Want ik ben het die toelating geeft tot toiletbezoek. Want ik ben dus de werkgever in verband met urineleidingen en boodschappen nummer 2, al dan niet in galop. Want ik ben dus ook soms jammer genoeg de vrouw of de man van de buizen.
Als ik later groot ben, dan zal ik dierentemmer zijn. Want ik ken de knepen van het vak van luizenbestrijding. Want ik leer met ongelikte beren omgaan. Want ik kan zowel moederkloek als muzische aap zijn. Want ik probeer het grootste kieken nog enkele eieren te doen leggen. Want ik hou van mijn scharrelkinderen. Want ik neem het zwarte schaap in bescherming.
Als ik later groot ben, dan zal ik goochelaar zijn. Want ik zie al mijn leerlingen tegelijk zitten. Want ik heb ogen op mijn rug. Want ik kan toveren met getallen en breuken. Want ik kan in het verleden kijken. Want ik kan voorspellen wat er van de mensjes in mijn klas zal worden. Want ik kan mijn directrice in stukken zagen. Of gewoon zagen.
Als ik later groot ben, dan zal ik cipier zijn. Want ik word driemaal per dag gelucht. Want ik mag rondjes stappen op de speelplaats. Want ik heb een alarmfluit. Want soms heb ik de indruk dat mijn klas vol met eencelligen zit. Want ik krijg elk jaar met het vallen van de bladeren, krokus, Pasen en de zomer penitentiair verlof.
Als ik later groot ben, dan zal ik kunstenaar zijn. Want ik ben muzisch. Want ik kan spelen en acteren. Want ik kan jong en oud zijn, glad en gerimpeld. Want ik kan uitvinden, schilderen, berekenen, zingen, schrijven en schetsen. Want ik kan zelfs duiken van de grote plank, zonder plankenkoorts, en blijven drijven, als een redder in nood.
Als ik later groot ben, dan zal ik dokter zijn. Want ik herken valse uit echte snotneuzen, echte tranen uit krokodillentranen, ochtendgeeuwen uit geeuwhonger en rode wangetjes uit miseriekoorts.
Als ik later groot ben, dan zal ik eerste minister(es) zijn. Want zeg nu zelf: wie is er sedert vorig jaar de echte baas over banken?
Beste oud-studenten
Later is nu, vandaag, D-day: Diplomeringsdag. Nu zijn jullie groot. Jullie zijn ex-kinderen. Jullie zijn ook al die beroepen samen. Jullie zijn astronaut, apotheker, detective, melkboerin, loodgieter, dierentemmer, dokter, goochelaar, cipier, kunstenaar, eerste minister, dus: onderwijzeres, onderwijzer. In het Europees Baviaans moet ik nu zeggen: bachelor voor het lager onderwijs. Hoe dan ook: jullie zijn divers en multitask. Jullie kunnen alles combineren: A en B. Krekel en mier. Gas en elektriciteit. Os en ezel. Wit en zwart. Spic en span. Kerst en kind. Tijl en Nele. M en M. Auto en file. Schots en scheef. Belgisch en gerecht. Plus en min. Braaf en stout. Jan en alleman. 14 – 18. Pen en papier. Moord en brand. 40 – 45. Oorlog en vrede. Koetjes en kalfjes. Iets en niets. Mossel en vis. Engel en duivel. Maria en Jozef. Sneeuw en dooi. Dooi en dooier. Vlag en wimpel. Winter en zomer. Zoet en zuur. Jip en Janneke. Sint en Piet. Dag en nacht. Grauw en grijs. Eb en vloed. Dash en een ander merk. Ditjes en datjes. Dik en dun. Vergeten en vergeven. Hou en jou. Blauw en kou. Annie en M.G. en Schmidt. Brood en spelen. Jong en oud. Prinses en puit. Neemt en eet. Oog en naald. Heinde en verre. Laurel en Hardy. Eend en bijt. Appel en peer. Mis en poes. Kip en ei. Zout en pap. Nagel en gat. Kat en muis. Geit en kool. Hart en nieren. Spek en bonen. Blind en vink. Geven en nemen. 1000 en 1 nacht. Kaf en koren. Urbi et orbi. Bommen en granaten. Kaas en wijn. Ot en Sien. Vuur en vlam. Potten en pannen. Aan en uit. Nu en nooit. Over en uit. Eén god. Twee duobanen. Drie koningen. Vier musketiers. Vijf op een rij. Zesde zintuig. Zeven hoofdzonden. Acht wereldwonderen. Negen maanden. Tien kleine negertjes. Een simpel elfje. Twaalf apostelen. Dertien aan tafel. Veertien bloemen, zoals daar zijn zeven anjers, zeven rozen … voor jullie, van harte, proficiat, en veel geluk in de wondere wereld van het onderwijzen!
09-07-2009
Reces
In tijden van oeverloze regen en muisgrijze voldongenheid kunt u mijn ZOMERKIEKJE lezen op de blogbuster van Lerarenforum. De zon is een ploert die haar koper te weinig poetst.
16-06-2009
Verlengingen (49)
Ik heb besloten om nog voor de duur van een ouderwetse wereldoorlog in mijn hogeschool actief te blijven, als ik verder natuurlijk niet te klagen heb over mijn vege lijf. Dan zal ik een ronde leeftijd bereikt hebben. Die zal me hopelijk niet beletten de letteren verder te doen knetteren. Ik ben nog niet uitgelezen, noch -geschreven.
Mijn hogeschool-op-grotere-schaal viert in september de opening van een vijftiende academisch jaar. We zijn sentimental texts aan het bijeenvegen voor in een feestboekje, van jong en oud en huidig en ex. Ik verzorg de teksthygiëne. Wat hebben mensen toch met " " en ' ' - tekens? Ze plaatsen voortdurend hun eigen goedbedoelde woorden in een citerende, ironische of slechtbenadrukte context daardoor. 'Verse' broodjes op een bord buiten bij de bakker (erger nog: "verse" broodjes) betekent toch onverse? Zogezegd verse?
Nou, ons gedenkboekje komt geheid voor de bakker, hoor.
31-05-2009
Verlengingen (48)
Ik ben als mentor/begeleider betrokken bij twee bachelorproeven die meedingen naar een Innovation Award.
Lisa S. heeft een boek geschreven waarin ze het met eigen illustraties en tekst, een zelfontworpen lettertype en via een speciale stempeltechniek over 'handen' heeft: vooral die van haar oma, maar ook de hare. Zonder dat ze het woord 'dood' gebruikt, is het ook het verhaal van het (recente) afscheid van haar oma. De handen doen en zeggen alles. Daar hoort annex ook nog het relaas bij van de genesis, proces, obstakels en probleemoplossingen van haar project. Een puike prestatie. Je wordt er stil van.
Ine A. en Janneke D. hebben onder de bekende taalmethode 'mol & beer' een extra poot geplant voor allochtone en anderstalige zijinstromers. In een mum van tijd verwerven dergelijke nieuwkomers (of kinderen met blijvende problemen wat Nederlands betreft) de elementaire basiscommunicatie van ons stugge lagelandentaaltje. NT2 en TPR (vooral dat: Total Physical Response) op hun best. Leren door concreet handelen. Delphine G. zal een vervolg op deze bachelorproef realiseren volgend academisch jaar.
Op 11 september 09 vlieg ik terug uit vakantie in Turkije. Op de bus naar de luchthaven ontvang ik enkele leuke sms'jes: de beide eindwerken zijn genomineerd voor een Innovation Award. In oktober dus op naar het Concertgebouw in Brugge voor de finale ...
24-05-2009
Rotkop
55 is de hoofdfiguur in de roman 'De leraar' van Bart Koubaa. En leraar dus. Maar, verhippeltjes: die verkreukelde kop op de cover van het boek (een 'echte' seriemoordenaar) ziet er veel ouder uit. Hij lijkt op de krant van verleden jaar. Of op een rochelende apotheker na vervaldatum. Hij is beroepshalve ook geen leraar, maar seriemoordenaar. Dat rijmt. Maken ze nog zulke gerimpelde modellen? Voor het onderwijs? (Bekijk het zelf maar)
Januari 2010: de werkelijkheid slaat alles. Leraar R.J. opgepakt op verdenking van seriemoordenarij ...
23-05-2009
Lof & Sof
De Nederlandse Lof- en Sofprijzen worden toegekend aan mensen of verenigingen (en ministeries, universiteiten ... ) die zich op het vlak van (het gebruik van) het Nederlands plus of min onderscheiden. Zo won een Nederlandse afstudeerstudente de Lofprijs door haar verzet tegen het gebruik van het Engels als voertaal voor de diploma-uitreiking op haar universiteit. Zij werd toen 'op behoorlijke afstand' gevolgd door de Vlaamse radiomaker Fred Brouwers (Klara). Laat ik nou net deze (net-)niet-bekroonde ergens een dezer dagen horen zeggen: 'En hij had ook een gast bij.' Tja. Dat is inderdaad geen ereprijsje waard. Eén: men heeft niet iemand bij; men heeft of brengt iemand mee. Twee: als men al iets meegebracht heeft, dan heeft men iets bij zich. En toch beweert Ruud Hendrickx (VRT-taaladviseur & inmiddels ook hoofdredacteur voor Vlaanderen van 'de dikke' Van Dale) dat er van taalverloedering eigenlijk geen sprake is. Als God in het detail zit, dan mogen we vitten. Dat geldt ook voor de duivel.
16-05-2009
Hoegaarden
Hoegaarden: helse plek in de beeldvorming over het leraarschap.
22-04-2009
Old skool
Op stagebezoek 'te velde'. De juf vertolkte haar weemoed naar de dorpsschool van vroeger. Het was de periode zonder holle woorden en leeghoofdige slogans van papieren pipo's of betutteling van betweters die zelf geen les kunnen geven. Maar de kinderen waren ook veranderd, zei ze. Wellicht daardoor. Ministers, commissies en specialisten hebben het onderwijs kapotgemaakt. De kinderen hebben de kennis niet meer (of mogen die niet meer krijgen, hebben); we moeten ze voortdurend proberen te boeien met onbenullige dingen. Vakken met inhoud worden afgekalfd. Er is geen visie meer op onderwijs. Men moddert maar an, om te scoren, om te besparen. Studiebeurzen voor kleuters, bijvoorbeeld? Laat me niet lachen. Geef verdomme korting op de hoge inschrijvingsgelden voor elke derde hogeschool- of universiteitsstudent per gezin. En nog iets, zei de juf, terwijl ze nog net niet uit het onderwijs stapte, na tweeëndertig jaar gedegen werk in de klas: op straat lijken mijn zesdeklassers zo klein hé, zo kinderlijk. Vertederend. Maar eens ze hier weer elke ochtend met z'n dertigen in levenden lijve(n) voor je zitten ... dan pas merk je hoe groot ze zijn. En het zijn verdorie geen doetjes. Nee, kinderen worden zelden kleiner.
Dat waren veel diverse mededelingen in een keer. Ik had amper de tijd om de les van de stagiair te bekijken en mee te beleven. Wat hebben ze toch met ons onderwijs uitgespookt?
01-04-2009
Verlengingen (47)
Personeelsvergadering. Algemene dan nog wel. Je zou denken: bwààrk, bah, bèèh, verhippeltjes. Maar die AP vlak voor het paasreces heeft iets. Het is lijden en even later verrijzen. Het is ook vrijwel de laatste keer dit academisch jaar dat ongeveer alle collega's samenzitten. Daarna is er de diaspora van stages, excursies, blok en examens. Misschien zien we elkaar collectief terug - iets opgeluchter, iets luchtiger, iets luidruchtiger - op het slotdiner, een vleselijke verrijzenis spiesgewijs, wanneer de gebouwen en de stad weer voor een stuk van jong volk ontvolkt zijn. Elk seizoen heeft iets. Pasen ook: paarse treurnis, lijden en verrijzenis. Onze verrijzenis situeert zich eind juni, begin juli. Eerst doen we anderen lijden. Vrolijk paasfeest.
PS A touch of spring. Tijdens een demonstratieles weifelde een studente tussen bloesjes, blosjes, bloemen, trosjes of bloesems aan de bomen. Wanhopig opteerde ze dan maar voor bloempjes.
20-03-2009
Verlengingen (46)
§ Inkanteling? Inkanteling! Zegt 'inkanteling' u iets? Even de poes uit de kruin kijken ... §
01-03-2009
Verlengingen (45)
Krookreces? Gipsvluchten? Nee. Afstandsbegeleiding didactische eindscripties. Nazicht sollicitatiebrieven derdejaars. Voorbereiding komende stages. Bezoekt allen onze hogeschoolbieb en gij zult zien dat er ook in de krook wordt gewerkt. Weest niet langer afgunstig op onze zogenaamde 'vakanties'. En hoe was uw citytrip? Uw glijvlucht op het witte poeder in een of ander zwitserland?
03-02-2009
Verlengingen (44)
De Gedichtendag op onze hogeschool was dit jaar gedenkwaardig omwille van de vele evenementen en het intense engagement van studenten en docenten. 's Ochtends vroeg al verrees er een tentendorp op de gazons waarin studenten BALO en BASO een uitgelezen selectie wintergedichten ten gehore brachten. Wie tot driemaal toe een gedicht aanhoorde, werd met een warme chocomel beloond. Niet minder dan 600 scholieren/studenten/voorbijgangers werden het slachtoffer van poëzie. Dat is al een oplage om jaloers op te zijn. Tussen de middag deed zich binnenskamers digitale dichtkunst voor. Die werd ook druk bijgewoond. Des avonds traden voor het voetlicht voor een volle biebbiotoop: Peter Theunynck, Peter Holvoet-Hansen, Eva Cox, Steven Pollet en Joris Denoo. Dit alles alweer vlotjes aaneengepraat door studenten en hun docent Nederlands. Er werd ook een campusdichter(es) verkozen; studente Charlene Winne kaapte de titel weg, zowel voor het departement waar ze lessen neemt (lerarenopleiding) als voor de gehele hogeschool. Haar voordracht van haar eigen werk bewees dat ze een volwaardige campusdichteres zal zijn.
02-01-2009
Diversiteit
Eerlijke vlinder
‘Wel heb je van je leven!’ riep de mot ontgoocheld uit toen hij zichzelf bekeek. ‘Lieve God! Waarom mocht ik geen vlinder zijn en ben ik maar een doodgewone mot?’
‘Ach ach,’ zei de vlinder troostend. ‘Het zijn niet de kleuren die het hem doen, niet de kleren, niet de snit, maar alles wat vanbinnen zit. Soms voel ik me best wel mottig, hoor.’
‘Maar jij bent zo mooi en leuk. En ik zo grijs en saai,’ zuchtte de mot. ‘Je weet toch wat ze zeggen: vlinders in de buik. Wat een aardig compliment voor jou. En ik moet het maar stellen met motregen en kou.’
‘Tja,’ zei de vlinder, ‘zo zit de wereld in elkaar. De een krijgt poeder en een schattig pakje, de ander moet het stellen met wat stekelhaar. Trek het je niet aan, wees blij dat je leeft, en dat een ander motje om je geeft.’
‘Jij bent een eerlijke vlinder,’ zei de mot. ‘Ik zou je een knuffel willen geven.’ ‘Mot je horen,’ zei de vlinder. ‘Ik vind jou ook niet minder. Maar pas op voor mijn poeder, anders zwaait het er wat van mijn moeder.’
En de vlinder en de mot draaiden niet meer rond de pot.
21-12-2008
Negen
Negenproef
Wat bracht acht? Brengt negen zegen? Getallen zijn gevallen: ze werden soms rood, ze schrokken zich dood. Ze werden soms zwart, ze gingen apart, of ze werden verkouden. Cijfers zijn namelijk woorden die je niet altijd kan houden. En een percent is vaak niet groter dan een krent. En sneeuw blijkt niet altijd wit in de weerschijn.
Allicht is ook de negenproef niet waterdicht. Toch wenst de hogeschool u en de uwen een bank vooruit, licht, vrede, vreugde, ja: zelfs voeding en welzijn.
Ikzelf, dichter-met-dienst,voor de hogeschool
02-12-2008
Verlengingen (43)
Goedheilig Man, Zeer Zwarte Piet
Breng ons eens een leerboek Taalbeschouwing waarin niet geëmmerd wordt over werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde, als zouden dat twee evenwaardige categorieën zinnen in het Nederlands zijn en waarin bepaald wordt dat het gedaan moet zijn deze twee categorieën zinnen in tweeën te hakken, waarbij de kop (het onderwerp) gescheiden wordt van de romp (de rest). Taalbeschouwing moet toch geen slachthuis zijn? Geen viswinkel? En die laffe hakkers kiezen dan ook nog es telkens een zin apart uit, alsof we spreken en schrijven met 1 zin. Verdienen zij de roe niet? De zak?
Met duizenden danken we U en Uw knecht
08-11-2008
I.M.
In memoriam Lieven Vanhee, onderwijzer Heule-Watermolen en oud-student aan onze hogeschool
(1963 – 2008)
Dag Lieven, vriend, meester van zovelen, in diverse vakken, en kunstenaar, en makker. Dag Lieven, het wordt nu even nacht, maar we zijn bijgod klaarwakker.
Was het een pijn die het met jou niet langer eens kon zijn? Wou je de polsslag van telbare tijd niet langer je hart laten dicteren?
Je was geweldig, Lieven: in je vak, in je bereidheid, in je stemverheffing en bevlogenheid, maar bovenal in je gemoed. Het ga je verder goed.
En als je nu van deze tafelronde opstaat, en plaats maakt voor vierkant verdriet, en een lege plek nalaat die bol van vragen staat, wil dan de deuren en de ramen kieren, want jou vergeten kunnen we niet.
26-10-2008
KunstKunst
In de loop van 2008 begon bij beeldend kunstenaar Jo Vantournhout een sluimerend idee vorm te krijgen. Tot dan toe schilderde hij vrij monumentale natuurimpressies en zonovergoten vooral zuiders aanvoelende tableaus. Nu wou hij dit combineren met de (simultane) inbreng van dichter-schrijver Joris Denoo, zonder daar echter een kalligrafische oefening van te maken. Tekst(en) en beeld(en) dienden elkaar te doordrenken – soms letterlijk, met verf: de enige instrumentaria waarvan Vantournhout & Denoo (beroepshalve collega-hogeschooldocenten) zich bedienden, betrof borstels en handen. Een zomer lang dachten zij daarover na. Jo Vantournhout had ondertussen het engagement aangegaan om voor ARTopia – van huid tot huid – Gi(d)ts Dienstencentrum (in de volksmond Dominiek Savio) een werk te leveren dat zinspeelde op het thema ‘diversiteit’ – ‘anders-zijn’. Joris Denoo formuleerde op papier een twintigtal sociomuzische vragen in dat verband. Daarna, eind zomer 08, gingen ze aan het werk. Gespeeld en gekneed werd met de begrippen warreling, veelvoud, diversiteit, bos, bomen, gebladerte, vermenigvuldiging, gespikkeldheid, uiteenwaaieren, bewegen …
Hoe val je op in een veelvoud?
Dit resulteerde in een eerste monumentaal werk (3 X 4 m): SPIKKELS. De sociofilosofie omtrent diversiteit kon immers in dit beeldende motief (tevens thema) vorm krijgen. Een twintigtal vraagserpentines wapperen als bliksems in een bad van ‘bladerende’ verf.
Het werk (4 horizontale luiken die samen 3 X 4 meter oppervlakte beslaan) werd onmiddellijk goed ontvangen. Het kende zijn première op zondag 19 oktober 2008 in de grote colloquiumzaal van InHam te Gits, waar het als eerste blikvanger de prelude vormde op een bewandelbare kunstroute die een maand lang veel toeschouwers lokte, o.a. via enkele nocturnes.
Niet omdat SPIKKELS zo goed ontvangen werd, maar omdat Jo Vantournhout wel degelijk langetermijnplannen koesterde in dat verband, gingen de beide kompanen (ondertussen tekenend met ‘Vantournhout & Denoo’) verder aan het werk. Alras zag FLEUR het licht, begin herfst 08, na het laatste Vlaamse Indian summertje van dat jaar. FLEUR was, wat formaat betreft, ietwat bescheidener. Niet qua opzet.
Een veertiger (schilder) en een vijftiger (schrijver) breinstormden grondig over die thema’s. De hogeschool voor lerarenopleiding in Torhout zocht immers een passend beeldend werk in deze sfeer. Het was voor beide kunstenaars een gelukkig toeval dat de herfst van 2008 er was: mooi, meedogenloos. Schoon verval. Net als SPIKKELS werd FLEUR immers daardoor vooral in de openlucht geconcipieerd. En thematisch klopte het volkomen met de veranderende atmosfeer. De bescheidenheid van het formaat had te maken met de uiteindelijke plaats van bestemming. Het opzet was – en zo hoort het – net zo belangrijk als bij SPIKKELS het geval was: proberen in de (on)mogelijke opdracht te slagen enkele vigerende (hogeschool)thema’s (die wel overal in de maatschappij leefden) op doek weer te geven. Hier deed Jo Vantournhout een gedurfde keuze. De gedurfdheid zat ‘m net in het begane pad dat hij allereerst (voor de aanvang van de echte gezamenlijke werken) bewandelde: een vijver, wat omkransing en randbegroeiing met groen en bloemen …
Zeg nou zelf.
Maar de deining kwam. De beweging. De rimpeling. De cyclusgedachte. Hoogzomer, de fleur van het leven, het mooie verval en het herbeginnen. In woordbeelden en beeldwoorden. Met verve. FLEUR werd gespat en geschreven met borstels en verbeeld met woorden. Vooral met de a van water. Muzischer konden we niet zijn.
Nou, places to be: InHam Gits (Koolskampstraat) en RENO Torhout (St.-Jozefstraat). Schermen doen onrecht aan doeken.
02-10-2008
Flashback
Het is lastig om iedere luis apart dood te maken, als je er honderden hebt. Die beestjes zijn een beetje hard en dat eeuwige dooddrukken tusschen je nagels wordt op den duur vervelend. Tjaden heeft daarom het deksel van een doosje schoensmeer aan een ijzerdraad boven een brandend eindje kaars opgehangen. Je gooit nu je luizen eenvoudig in dat kleine pannetje, - je hoort ze knappen en ze zijn er geweest. We zitten er omheen, met ons hemd op onze knieën, ons bovenlichaam naakt in de wrme lucht en onze handen ijverig bezig. Haje heeft een bijzonder fijn soort luizen: ze hebben een rood kruis op hun kop. Daarom beweert hij, dat hij ze uit het hospitaal in Thourhout heeft meegebracht en dat ze van den majoor van den geneeskundigen dienst in eigen persoon afkomstig zijn. Hij wil ook het vet, dat zich allengs in het blikken dekseltje ophoopt, gebruiken om onze schoenen mee te poetsen en brult een half uur lang van plezier over zijn eigen geestigheid.
(Van het westelijk front geen nieuws / Im Westen nichts Neues / All Quiet on the Western Front - Erich Maria Remarque, 1929, vertaald in 30 talen en verfilmd. Dé ultieme roman over WOI door een Duitser).
Laat nou dat Duitse luizenlazaret net in een aanpalende school van onze hogeschool gehuisvest zijn ... We 'staan op de kaart'.
19-09-2008
Verlengingen (42)
Jonge baldadigaards vernielden gedenkstenen op het kerkhof van Boerenkoolstronkeradeel. Burgemeester Huppeldepup van Boerenkoolstronkeradeel vond het nodig (met een katholiek excuustruzig opmerkinkje vooraf) het onderwijs een veeg uit de pan te geven. Het woord waarden viel natuurlijk. Is dat een monopolie van de katholieken misschien? En moet het onderwijs altijd alle vuile was witter dan wit wassen? Hij had beter verwezen naar klakkeloos-gewelddadige films, idiote tv-programma's, hypocriete topsporttoestanden, agressieve mediataal en de ophemeling van het bête populisme alom. Men knipt en plakt vernielzucht, agressie en geweld niet vanuit de school. Men kopieert het van het hedendaagse evangelie: de tv, dat rechthoekje van afgrijzen dat in minstens elke huiskamer autoriteit pretendeert uit te stralen. De domste reclameslogan ooit: GEZIEN OP TV. Misschien hebben die jonge kerkhofhufters gezien op tv hoe ze de gedenkstenen van hun voorouders te lijf moesten gaan. Ze zijn misschien de missing link.
Nog nieuws: Mieke Speelvogel (GROEN!) wil schooldagen langer laten duren om de kinderen de kans te geven meer te spelen, zich langer te ontspannen en muzisch bezig te zijn. De pamperende vrije tijd wordt dus in zo'n dag ingebouwd. Leraren, leraressen: koop alvast een veldbed, neem dat op en sleep het mee naar jullie school.
02-09-2008
Aan mijn slechte leraren
AAN MIJN SLECHTE LERAREN
Ik heb me doodgeleefd. Er was te veel cultuur om me heen, te veel stad en late lampen. Wat natuur betreft waren er op den duur maar twee seizoenen meer: de avond en de nacht. Daarvoor en daarna deden zich de boeken voor, vaak in hetzelfde bedje ziek van nicotine, alcohol. Ik heb me dus doodgeleefd, tamelijk lang en soms gelukkig. Geen enkele dokter heeft me ooit gezegd: dit boek moet je niet lezen, of me een film verboden. Integendeel. Mijn bijsluiter bestond alleen maar uit geboden.
kust ze, mijn voeten, u vindt ze aan het einde van mijn Latijn. Mijn hoofd hou ik nu zelf wel koel.
12-08-2008
Aan mijn goede leraren
AAN MIJN GOEDE LERAREN
En ik die ooit en altijd Oude Hein wilde zijn: een hoogbejaarde edoch krasse knar uit een magazine mijner jeugd. Hij bewaakte met een lamp en pretlichtjes in zijn ogen bij nacht en ontij een put in de straat vlak bij zijn aloud woninkje, opdat de mensheid er niet in zou vallen. (Bron: het oud-Hollandse jeugdblad Taptoe) Ik wou eind jaren ’50 al oud zijn, maar nog niet helemaal dood. Ik wou jeugd en naweeën daarvan overslaan. Bereid tot het afdragen van kleren (ouwe sokken gn. prblm.) Ging onmiddellijk voor het Grote Werk: het redden van mensen uit putten, terwijl het stormde over de aardbol en regen de bomen geselde. Gelukkig waren er nog de boeken, de verhalen. Maar velen zeiden onderweg:
lees de spoorboekjes, raadpleeg tabellen, ontcijfer vraagstukken.
En plotseling zei iemand:
zet er een punt achter. Droom maar verder.
11-07-2008
Vakantiegangster
Vakantiegangster
Als je haar ziet, herken je haar niet. Soms heet ze Ellen, Fatima, Griet of Anje. Ze eet graag bananen met bruine stippen. Al haar badspullen zijn valavondzonoranje.
Maar als je haar ziet, herken je haar niet. Vaak schrijft ze een brief of een kaart. Aan tafel eet ze doodgewoon brood mee. Op zondag bindt ze haar haren in een staart.
Maar als je haar ziet, herken je haar niet. Je moet goed voor haar zorgen. Soms deelt ze geheimen met jou. Soms blijft ze maar tot overmorgen.
Plotseling zie je haar niet.
Dan denk je: waar is Griet? Plotseling kan je niet zonder Anje. Of wil je Ellen bellen. En ga je zonder Fatima naar oma Ria. Dan zet je een pruilsnuit.
Want je weet: de vakantie is uit.
16-06-2008
De bel
De bel
De bel rinkelt hier, hartje Houtland. Het is gedaan, maar waar is de tijd? Je stond op met septemberzon, thuis, op peda of op kot. Je was walking in the rain: van huis uit en van thuis uit, met de trein, wind in de rug, fietsend, of ten voeten uit, in de bus, heen en terug, carpoolend uit vijf windstreken. Syllabus, nieuwjaarskus, kerstkoorts, partiële pitstop, bimbambeieren. Voor je het wist, werd het lente op het plein. Nu breekt de grote zomer aan waar je zo naar uitgekeken hebt. En je neemt weer de trein. Of je pakt de bus, en je fietst terug. Of je waaiert uiteen naar her en der en ver. En het is warm, het regent of het waait, en er is een kind dat nog even naar je wuift en zwaait en je voornaam kent. En je beseft dat je daarom hier bent. Een plek met naam en faam: ook jouw naam, getekend:
(M/V): Meester in de Vakken.
11-06-2008
Visioen
VISIOEN
Verdwijnen op termijn de hogescholen? Zullen in de wellicht nabije toekomst saaie academische theoretici bijvoorbeeld onze onderwijzers/-essen opleiden? Ben ik het slachtoffer van een inktzwart visioen ? Heremetijd! Als mijn visioen werkelijkheid wordt: wat dan met het muzische, het creatieve, het vakoverstijgende?
Ik doe al drie decennia lang stagebezoeken bij mijn studenten lerarenopleiding in scholen in de stad en op het land, verscholen in het groen of weggedrukt tussen industriegiganten, overschaduwd door banken, kerken, populieren of appartementen, gemeentelijk, stedelijk, vrij of van de gemeenschap. Het gaat dus helemaal niet over oubollig, oud, modern, nieuwmodisch, vooruitstrevend, conservatief, ver, dicht, west, oost, belijdend, neutraal. Alleen: ik ween bitter bij de gedachte dat academici eh … nou ja: wat gaan die eigenlijk doen in dat verband? Theorie verkopen over vaardigheden? Proefondervindelijk kennis etaleren? Syllabi aflezen en dicteren hoe het moet? Kamergeleerd thuisblijven om schoolengelstalige artikeltjes te schrijven voor buitenlandse onderwijskundige tijdschriftjes die worden gelezen door anderhalve man en een paardenkop? En dit dan aan hun bibliografie toevoegen? Een omweg maken als ze een troepje kinderen of scholieren zien naderen?
We boeken geen banddikte vooruitgang als de lerarenopleiding aan de universiteit wordt toevertrouwd. Integendeel: we tuimelen terug naar een steentijdperk waar kennis met de maatstaf geheugen werd gehonoreerd en vaardigheden werden weggehoond.
Mijn visioen blijkt een nachtmerrie te zijn. Voor de studenten en hun mentoren.
PS Nauwelijks ben ik, badend in het zweet mijns aanschijns, wakker geworden, of een nieuwe draak steekt de kop op. Plotseling doemt de ‘werkplekopleiding’ op. Men zal nu onderwijzer(es) worden in de lagereschoolbiotoop zelf. Hoera: gratis werkkrachten voor de school, extra-assistentie voor bos- en zeeklassen. En als ik in de kliniek arriveer, kan ik geprikt worden door iemand die mededeelt: ‘Sorry, ik ben een eerstejaars, maar ik oefende al tweemaal op appelsienen. Ga zitten en ontspan u.’
27-05-2008
Verlengingen (41)
Afscheid in schuifjes van onze ouderejaars bachelor lager onderwijs: driedaagse trips naar A'dam en Parijs, didactisch-eindwerkpresentatie, blok, examenresten, D(iplo-)day, goodbye. Het was een gezellige, creatieve lichting. Door werkomstandigheden (in het tweede opleidingsjaar) en jureringen voor een sympathiek poëzievoordrachtconcours tripte ik niet mee naar Parijs, en dat speet me zeer. Want ik ben nl. ook klassenleraar van een stuk van die derdejaars. Vorig jaar al was dat uitstapje een geweldige meevaller. En, daarenboven: de traditie Parijs/Amsterdam wordt hierbij voltooid verleden tijd. Maar er komt iets anders in de plaats. Ik bewaar ondertussen bijzonder goede herinneringen aan het afstudeerjaar 08, een schrikkeljaar.
13-05-2008
Verlengingen (40)
Tentoonzending. Ik wens een nieuw woord in te luiden. Tentoonzending. Het slipte me onlangs zomaar van de tong. Tentoonzending. Het proefde goed. Tentoonzending. Een van de bekendste hedendaagse binnenlandse tentoonzendingen brengt Vlaamse kinderboekillustratoren samen. Een tentoonzending is dus een reizende tentoonstelling.
10-05-2008
Verlengingen (39)
Een mei-aanval van de zomer, midscheeps. Laatste lesweek en voorexamens vlakbij. Ouwe rot in het vak en collega R.F. gaat met pensioen. Terrasmusstudenten bevolken het binnenplein van de hogeschool. Tevens de opendeurdagenplaag. Vreselijke uren zijn dat. Studente J.M. laat me iets weten over een boek van me dat ze onlangs gelezen heeft. Zielenzalf; it makes my day. 's Avonds vernissage van een tentoonstelling van Torhouts aardewerk. Openluchttoespraken en -receptie. Een sms-bericht: jongste dochter (16) van een kennis slachtoffer dodehoekongeval. Ik had deze week net een filosofisch traktaat op het Lerarenforum (blog) gepubliceerd: De mens een loteling.
24-04-2008
Dofferd tris
Een week later reageerde iemand in de lezersrubriek van HUMO op mijn dofferd-voorstel. Hij had drie opmerkingen. Wat als een zin met 'Een' begint? Wel, geen probleem: er is ook zo'n 'omgekeerde' hoofdletter beschikbaar. Het vinden en realiseren van het omgekeerde teken is ookingewikkeld. Nou, dan moet dit gewoon ondergebracht worden op het regelrechte azerty- of quertytoetsenbord hé. Overigens pleitte ik in andere artikels voor de eerste of de laatste plaats van mijn dofferd-teken in het alfabet. Eerst: hij komt het vaakst voor. Of de nederige laatste plaats: hij is de nieuwste, de dofste, de stommeling. Derde opmerking van de correspondent: vervang de doffe e dooreen teken dat weinig gebruikt wordt en vrijwel onbezet is, bijvoorbeeld de c of de x. Dat is ook een goed voorstel: in Nederland werd daar door sommigen al jaren geleden voor gepleit. Nadeel: zo'n optie veroorzaakt verschuivingen in andere schrijfwijzen, bijvoorbeeld in verband met de k, de c en de s. Mijn teken laat alle andere letters met rust. Is dat niet fijn voor ze?
15-04-2008
Dofferd bis
In de brievenrubriek van HUMO 08-04-08 verscheen dit schrijven van mijnentwege:
PLEIDOOI VOOR DOFFERD
De doffe e kent 8 schrijfwijzen. Verwarrend voor wie Nederlands leert: waar staat de letter e voor? Dof? Kort? Lang? De dofferd komt ook heel vaak voor: de, het, een, er, werkwoordEN, meervoudEN. Geef ‘m dus een apart teken. Zet ‘m op zijn kop, zoals in het fonetisch schrift. Dat teken zit al in de computer. Maak ər ən lusjə van in jə handschrift. Best aardəg hoor, en niet moeilək. En … 200 000 nieuwe jobs, want alles wordt herdrukt.
03-04-2008
Verlengingen (38)
Moeten wij fffff toch over een prima bieb/mediatheek beschikken. Toen ik er zelf tijdens dit paasreces ging arbeiden, constateerde ik dat er tientallen studenten aan het werk waren. Nu, de grote stages staan ook voor de deur. Man-in-straat-met-pet: 'En g'hebt weere verlof zekers?'. Mogelijk jij-bakje: 'Ge moest maar zelve voor schoolmeester geleerd hebben, meunjière.'
PSStand-upcomedian Piv Huvluv gaf een show op onze hogeschool. Blijkt oud-student te zijn alhier.
16-03-2008
Het GND
Op het Groot Nederlands Dictee 5e op 25 geëindigd zaterdag in 't Vlaams Parlement, in de categorie Spellingliefhebbers (... waar ik laureaat werd van de preselecties). Maar godverongeluktgodsammekrakepitte: Rode Halve Maan? Rode Halvemaan? Ik trof de beide aan in de Grote Naslagwerken en gokte niet goed.
02-03-2008
Verlengingen (37)
Een rustig/drukke periode op de hogeschool: opendeurtoestanden, opstart nieuwe eindwerken met tweedejaars (we gaan o.a. nog een 'allochtone poot' zetten onder de methode Mol & Beer van die Keure), stagebesprekingen, lessen. Ondertussen werk ik me het rambam met PVDA - PvdA, Feyenoord - Feijenoord, nijgen - neigen, Kasjmir - kasjmier, havannasigaar - Havana, fluitenkruid, Khartoem en Saint-Pierre en Miquelon en Saint Vincent en de Grenadines. Waanzin, maar er zit systeem in.
23-02-2008
Spelling
Vanmorgen (zaterdag 23 februari 08) won ik de provinciale preselecties van het Groot Nederlands Dictee (Davidsfonds) met 92 %. Ik leerde bij: het woord 'ossi's'. Op naar het parlement voor de finale op 15 maart.
11-02-2008
Dofferd
DOFFƏRD - Mən apartə tekən voor de ‘schwa’ (cfr. vroegərə rubriekjəs op mən blogs en tekstən her en der) leidt nog altijd ən ondərgronds bəstaan. Andərmaal (zoals vorəg jaar) heb ik geen zin om ərmee naar de spring-in-’t-velds van hət tv-programma Də Bədenkərs tə trekkən. Vorəg jaar drong mən nogal aan; ik had aanvankələk ingəschrevən. Als mən doffə stomməling hət ooit haalt, dan zorgt hij voor 200 000 jobs, want alləs moet herschrevən en herdrukt wordən. Məsschien moet ik ər toch mee op tv?
09-02-2008
Hete kolen
HEULE OP HETE KOLEN – Confrérie De Griffioen uit het schuimige Heule (Kortrijk) organiseert op zaterdag 16 februari 08 om 19 uur 30 in het park en voormalig gemeentehuis van Heule een Valentijnshappening met vast en vloeibaar voedsel, dans, muziek en literatuur. Actrice Tine Declerck en de dichters Joris Denoo en Pol Vermeersch brengen er tot driemaal toe liefdesletteren. Als God liefde is, dan moet Hij er op de eerste rij staan. Stand-up in naam van de liefde, de letteren en de maag.
03-02-2008
Verlengingen (36)
Krokus – Nog maar net bekomen van de winterstop, of we moeten alweer een krokusvakantieweek ondergaan. Opdat we niet al te vlug zouden ontwennen, blijft de hogeschoolbieb ook in die periode enkele dagen open. Het weigert te sneeuwen. Op de valreep voor krokus werden een dertigtal studenten gediplomeerd. Tijdens diezelfde valreepweek werden we overspoeld door gedichten. Iedereen was plotseling behept met poëzie. Ikzelf ben al weken ondergedompeld in de spelling. Hoe dieper ik erop inga, hoe meer ik ontdek dat er hier en daar toch wel verbeteringen aangebracht zijn. Maar logica leidt soms tot bizarre toestanden.
26-01-2008
Gedichtendag
Ananas de Courtrai – Meer dan een peer: Gedichtendag donderdag 31 januari 08 om 20 uur in kaffaat De Heerlijkheid Heule (station) met Lut De Block, Joris Denoo, Peter Holvoet-Hanssen en Pol Vermeersch. MuziekGuido Desimpelaere & Frank Tomme.Organisatie Moniek Gheysens en Seine.
11-01-2008
Verlengingen (35)
Hogescholen worden deze maand overspoeld door golven van partiële begaafdheid.
01-01-2008
SPELING
Het Bijbelse dictaat anno 07, zijnde het GROOT DICTEE op TEEVEE, ontworpen door ouwe letterenreus Jan Wolkers, was papgemakkelijk. Te wijten aan de Bijbelgekte van de overleden schrijver/beeldhouwer scoorde ik wel drie fouten. Ik spelde twee plaatsnamen (die ik niet kende) verkeerd en ik dichtte het koninkrijk der hemelen hoofdletters toe. Karina, vrouw van de schrijverd en eenheid van een aantal ponden Turks fruit, had het over een trauma i.p.v. een trema. In het dictee werd ook het woord uitdeinen in verband met het heelal gebruikt, maar wie zijn spelling goed beheerste, schreef hier uitdijen. Een vreemde uitleg (gitaarlawaai; Jimi Hendrix) moest uitdeinen goedpraten. Op een specialistensite merkte ik later dat dit ook kon, met enige nuance in de betekenis. Tja. Zal wel. Toch vreemd hoor. Wie hier minder goed in was, kon dat dus per toeval correct hebben. De spellingperfectionisten weenden bitter.
Postscriptum: en nu hengsten voor de Davidsfondsdictees. Da's pas andere koek.
30-12-2007
Verlengingen (34)
Hallo lieve kindjes die nu nog in pamperende hoekjes van de klas muzisch-ontspannend vaardigheden & kennis (in deze volgorde) opdoen en straks her en der shoppend levenslang zullen leren zonder ooit gebuisd (want juridisch terdege beschermd) te raken: hierbij een bloemlezinkje uit een oud jeugdboek ('Meester Bakelants' - 'Jeugd') van het ex-kind Ernest Claes, lang geleden een bekend Vlaams schrijver.
Hier was de ene schooldag juist zoals de andere, even grijs, troosteloos, het hele jaar door, en van de eersten tot de laatsten hadden wij maar één smachtend verlangen, oud genoeg te zijn om niet meer naar school te moeten gaan. Dit gelukkig ogenblik brak voor de meesten slechts aan als ze tien jaar oud waren.
Het stonk er naar schoolkinderen. In de wintermaanden zat het er stampvol, zestig, zeventig, zelfs meer leerlingen, zodat ze met drie op een bank van twee moesten zitten. Met zichtbare voldoening joeg meester Bakelants er dan ook in dit seizoen elken dag een half dozijn naar huis, een ander dozijn deed hij op de koer wandelen, niet zozeer wegens wangedrag, als wel omdat er geen plaats was.
Die schoolstraffen werden niet naar vaste regelen en principes toegepast, en dat was in ons schoolleven de grootste onzekerheid. Voor dezelfde misdaad kon men eender welke van die straffen krijgen. Het hing af van de dag en het uur, van 's meesters humeur, en ook van het soort kop dat de schuldige had. Meester Bakelants kon namelijk geen wit haar uitstaan ... De straffen stonden ook in verband met de dagen van de week. De maandag was de gevaarlijkste dag. Als de pastoor 's zondags over iets gepreekt had dat min of meer betrekking had op de liberale partij, moesten de zonen van alle kerkpilaren zich 's anderendaags erg koest houden. Ook als in 's meesters tuin het wasgoed te drogen hing was hij niet te betrouwen.
18-12-2007
Verlengingen (33)
Bij het dooreenhutselen van mijn bibliotheken (als adempauze in het blokken van die idiote Vernieuwde Spelling 05 - ik laat me binnenkort testen op mijn kennis daarvan) stootte ik op De onderwijzer in de Zuidnederlandse literatuur van R.C.Gitsberg (uitgeverij Zwijsen, Tilburg, 1963, 4,40 gulden). Het betreft een verzameling opstellen die eerder verschenen in Christene School. Er zit ook een compartiment in, getiteld: De onderwijzeres in de Zuidnederlandse literatuur. Een kleine 50 prozawerken van zo'n 30 auteurs worden behandeld. Dat aardige ouwe boekje wordt mijn kerstlectuur. Ik vrees echter het ergste: veel auteurs zijn schrijver geworden (zo beweren ze toch graag) omdat ze zich zaten te vervelen in saaie lessen. Hun eerste meesterwerken schreven ze dus stiekem op allerlei flappen en mappen waartussen wiskunde en geschiedenis en aardrijkskunde en Nederlands thuishoorden. Wijze conclusie: hoe slechter lessen en leraren, hoe groter de kans op een bloeiende schrijverscarrière. En zie: zelfs dit onderwijskundige boekje werd bekroond, merk ik aan een handgeschreven opdracht binnenin: 'In herinnering aan de bekroning van dit werk met de A. Decoeneprijs, eerbiedig en genegen opgedragen' (handtek.)
09-12-2007
Verlengingen (32)
De mars op het hoofdstedelijke Broekzele verliep in weer en wind. Het sausde oude wijven en de wind rukte zowat onze tanden uit. We waren gewaarschuwd voor mannen met deukhoeden die in naam van een krant zouden informeren naar het aantal betogers en vanwaar die zoal afkomstig waren. De opkomst was geen groot succes. Gewag werd gemaakt van 800, 1 200 en 1 500 koppen. De minister vond overigens dat er geen redenen meer waren om op straat te komen. In de diverse journalen werd karig kond gedaan van de betoging. De Morgen publiceerde een foto waarop een pelotonnetje studenten hun broek afstaken in een moon-moment. Of waren het docenten? Dat viel niet op te maken uit de foto.
30-11-2007
Boom der kennis
Boom der kennis in mijn hogeschool in het verre westen van dit land
26-11-2007
Verlengingen (31)
Er hangt een betoginkje te Broekzele in de lucht, op 6 december dan nog wel. De hogescholen zijn in de zak gezet. Klaas moet Vaker met centen komen. Een paar weken geleden gebeurden er al prikacties: academische kwartiertjes werden heel letterlijk toegepast. Eindelijk weer eens op stap in de hoofdstad. En niet op een woensdagmiddag. Je weet wel: die middag waar de rest van de wereld jaloers op is. (Wij hebben nochtans altijd les die namiddag, zelfs vaak tot de duisternis haar intrede doet ... )
13-11-2007
Beurs van boeken
HET KNETTEREN DER LETTEREN
(Beurs van boeken)
Ik heb me al vroeg de woorden eigen gemaakt en hoop nu nog de juiste te vinden om me tot u te richten. Er zijn er immers miljoenen: moedertaalwoorden. Maar in de goede volgorde gebruikt, kunnen ze misschien wel iets gaan betekenen. In de middeleeuwen van mijn jeugd zette spreken nooit zoden aan de dijk en lezen hinderde de studies. Je was jong, je wou wat, maar je was verdacht, want je was jong. Bibliotheken puilden vooral uit van non-fictieboeken, ‘gekaft’ in bruin schijtpapier of geüniformeerd verpakt in blauw schoolpapier met een etiket erop. No nonsense letterkunde, vaak door nonnetjes bewaakt: De Grote Oorlogen, Mijn Hond en Ik, Paddenstoelen, Jongens en Wetenschap,De Hoogste Bergen. Ontspannende serieszoals Arendsoog, Pim Pandoer en Biggles las je in een verdomhoekje. Toen ik op de wip tussen twaalf en dertien zat, belandde ik in iets wat ze ‘eerste middelbaar’ noemden. Na amper een week al kreeg ik nablijfstraf. Ik werd in de avondstudie betrapt met Villa des Roses van Elsschot op mijn knieën – stiekem ontleend uit het liberale bibliotheekje in mijn stadje. De priester-bewaker, een grimmige figuur die middels tientallen knoopjes van enkels over kruis en balg tot kop was opgeknoopt, had zelfs nooit een jota uit Elsschot gelezen. Toen ik vijf jaar later met Gangreen van Geeraerts en het Rode Boekje van Mao op beide knieën lag, had ik al grote stukken uit het toenmalige oeuvre van Claus en Boon en Cremer en Walschap en Teirlinck gelezen, in tegenstelling tot sommige van mijn leraren Nederlands. Ik kende zelfs fragmenten uit het dagboek van Che Guevara uit mijn hoofd, in twee talen. Een jaar later, uniefwaarts, volgde alles wat ik maar op de kop kon tikken, tussen de verplichte lectuur door. Ondertussen vergat ik daardoor wel het spreken ietwat. Boekentaal beheerste ik; het spreken kwam gaandeweg. Tot mijn afgrijzen werd ik als germanist richting onderwijs gestuwd – in de vaart der volken. Thuis hadden ze een heilig ontzag voor alles wat ‘school’ betrof. Nou, mijn mannelijke ouder toch. Leraar te worden! Moeder verliet al jong een krantenredactie om kinderen te kopen en huis te houden en haar viool definitief op zolder te deponeren. Vader gaf een job in een grote Gentse drukkerij en zijn tekentalent op om secretaris te kunnen worden van een kudde schoolvossen, tot overmaat van ramp in ons eigen provinciestadje, toevallig een onderwijscentrum. Ikzelf ben later nog geworden wat ik als uk al wou: schrijver, dichter, journalist, publicist. Maar ik geef ook al 33 jaar lang les, moerstaal en letterkunde, aan een hogeschool voor lerarenopleiding. Met plezier. Letteren doen mijn leven knetteren, soms etteren. Ik heb 50 boekuitgaven in alle genres op mijn naam staan, diverse literaire onderscheidingen, ik bezit meer dan 10 000 boeken, ik publiceerde honderden bijdragen in tijdschriften en kranten, ik gaf duizenden lessen aan duizenden hogeschoolstudenten. Ik heb drie goede leraren gehad: één onderwijzer, één leraar Nederlands, één leraar Frans. Aan de universiteit kreeg ik les van mompelende grijsaards, verlegen doctoraatsassistenten en alcoholici over houdbaarheidsdatum. Ik leerde er alles af en las zelfs gedurende de laatste twee licentiejaren niet meer, met uitzondering van de opgelegde lulkoek.
Terwijl ik dit schrijf, word ik stilaan 55. Ik slaap met mijn navel naar de aarde en mijn kont naar de sterren gekeerd. Ik lees niet veel binnenlandse letterkunde meer, want die is ingepalmd door en verdeeld tussen schreeuwerige middenstanders, elkaar subsidiërende would-be academici, plagiërende jonge grote muilen en BV’erige mediageile meninghebbers die de Boekenbeurzen ontsieren. Tv-koks worden nu ook al ‘auteurs’ genoemd. Ben ik dan ook ‘kok’ omdat ik goed kook? Ik ben beurs van boeken. Ik lees weer mijn lievelingsauteurs van weleer: Michel Déon, Alain Bosquet, Jeroen Brouwers, Jan Wolkers, en alles wat ik vinden kan over MI5, Mossad, Maffia, Cosa Nostra, N’ drangheta, Camorra en het Verzet tijdens WO II. En bij een glas Dahlwinnie doet zich soms een visioen aan mij voor. Ik zie vuur. Ik hoor geknetter. Geen ijs. Puur. En als ik het erop giet, werkt het als brandversneller. Het ettert, het knettert, al dat werk vuurt, en het is heerlijk. En dan steekt de wind op. Zuiverende wind.
01-11-2007
Verlengingen (30)
Bladervakantie & A'pse boekenbeurs. Een zee van bladeren en parkeerbonnetjes. Een paar derdejaars uit onze hogeschoollichting 06-07 hebben met hun didactische eindverhandeling een Award gewonnen. De meeste centen belanden echter alweer waar ze eigenlijk niet hoeven te belanden. Tot zover deze korte mededeling. Het is bladervakantie & A'pse boekenbeurs. Een zee van bladeren en parkeerbonnetjes.
10-10-2007
Verlengingen (29)
GMW, ofte Geïntegreerd Muzisch Werken. Een paar halve dagen per week zijn onze tweede- en derdejaars bezig met beweging, woord, beeld, klank - dit alles op alle mogelijke manieren gemixt, ook ten behoeve van de basisschoolbevolking. Vijf à zes docenten kijken over hun vak heen en slaan de handen in elkaar. Tweemaal negentig studenten denken en doen mee. Waar we procesgericht en dus eens 'onnuttig' wilden werken, daar wordt natuurlijk alweer door basisscholen gevraagd naar een werkbaar resultaat. D.w.z.: 'Kom een namiddag organiseren op onze school: Halloween, de Sint, ... ' Goed, niet erg, u vraagt, wij draaien, maar sommigen zullen het nooit leren: de hang naar het product, de hunker naar resultaat bepalen nog altijd het oordeel. Leren is ook afleren. Een goeie schrijver leert gaandeweg taalpralerigheid af, bijvoorbeeld. Hij schrapt vooral. Nog een bedenking: het is niet omdat je je schminkt en een snorretje op je bovenlip stift en je je haar achterover harkt dat je muzisch bezig bent. Maar soms helpt het wat. Gom echter alles eens weg en doe krek hetzelfde. Vergeet je verkleedkleren. Weg met de praal, leve de subtiliteit (al is leve een onsubtiel woord; het is bombastisch). Afgelopen weekend vroeg een aardige muzische collega of ik een gedicht over een konijn had. Het mocht ook een haas zijn. Ik heb haar mijn gedicht gemaild over een konijn dat het hazenpad kiest, uit mijn muzische bundel De vuilniskar zingt halleluja.
29-09-2007
Verlengingen (28)
Collega *J* van onze sportafdeling is gepromoveerd tot doctor (Gent). Onlangs woonde ik ook het emeritaat bij van schoonzus *L* (Leuven). Ikzelf ben een der oudere wijzen op onze hogeschool aan het worden. Volgend weekend vieren we met een etentje (oud-studenten en collega's germanisten) en een liber amicorum onze afscheidnemende talencollega *J*. Er is duidelijk deining in de gelederen. Het verse academisch jaar is dieselend opgestart, brandevacuatie-oefening inbegrepen. De 100ste student(e) OAR (Open Avond Regentaat) is ingeschreven. In Humo verschijnen lezersbrieven i.v.m. onderwijs, directies en inspecties. Ik lees geen magazines en lezersbrieven meer om mijn gezondheid niet te schaden.
17-09-2007
Verlengingen (27)
Opening van het academisch jaar op een zonnige vrijdag. Dit festijn doet zich dit jaar niet voor op de hoofdcampus, maar hier bij ons, aan de periferie. Ik heb onze spreekster met dienst (die de aankondigingsteksten uitspreekt) aangeraden zich de gestelde lichamen in de zaal allemaal voor te stellen in hun onderbroek en in marcellekes. Het heeft geholpen, zo blijkt naderhand. Enkele dagen later is er de echte kick-off op onze campus. Zonder de (nu ex-)collega's *I*, *E* en *J*. Eerste administratief contact met de ouderejaars waar ik groepsverantwoordelijke voor ben. Ik zal ze met hand en tand en have en goed bijstaan en verdedigen. Waartegen verdedigen, dat weet ik nog niet. Medio deze eerste week bezondigen we ons met z'n allen aan friet en cola op een valavond op het binnenplein van onze campus. Vette happen en frisse drank als cement voor tien maanden verstandhouding. Gelukkig ontdekte ik deze week dankzij de gestelde lichamen van collega's *D* en *P* een plek waar ze adembenemende vissoep serveren.
13-09-2007
Verlengingen (26)
Het visitatierapport (eerste versie) is gearriveerd. We zijn geslaagd. De heren en de dame die ons herfst 06 uitvoerig doorgelicht en gevisiteerd hebben, zijn in onze ogen echter gezakt. Hun rapport bestaat namelijk uit knip- en plakwerk (incluis intern bedoelde mededelingen) dat ze uit ons eigen Zelf Evaluatie Rapport haalden en ze scoren nog ergens een DT-fout ook. Er zijn nog bedenkingen mogelijk, maar dit slaat alles. Van de betutteling der bemoeials, verlos ons, Heer, en gun ons de tijd om weer les te geven en met studenten bezig te zijn.
03-09-2007
Verlengingen (25)
Als kroon op het werk en beloning na een rotzomer mogen de kindjes vanochtend door gietende regen weer naar school waden, vastgebonden aan hun rugzakjes. Geen ontsnappen mogelijk.
29-08-2007
Verlengingen (24)
Het nieuwe academisch jaar (met officiële opening in ons stadje *T*) staat voor de deur. De verse examenkans voor de pechvogels is bezig. Door het vertrek van collega *E* word ik in het laatste kwartier van mijn onderwijscarrière 'titularis' van een groep ouderejaars bachelor lager onderwijs. Oudere werknemers die rustig uitlopen? Vergeet het maar. Klimatologisch: we hebben een herfstzomer of een zomerherfst achter de rug. Er waren meer zonne-uren in de lente dan in de zomer. Er zullen weer veel bladeren vallen in de herfst. (Dit was een metafoor).
10-08-2007
DRAMA
DRAMATISCH NIEUWS
Ik neem de vrijheid u en uw gezelschap enkele van mijn theaterstukken onder uw welwillende aandacht te brengen. Zowel Toneelfonds J. Janssens (Borgerhout) als Theaterburo Almo (Antwerpen) publiceerden mijn dramatisch werk. Mocht u eventueel interesse hebben i.v.m. opvoering, dan moeten de scripten bij deze literaire agenten opgevraagd worden.
EEN EENHOORN IN JE TUIN (J. Janssens, 1996): jeugdtheater voor kinderen, door kinderen en desgewenst volwassenen. Meerdere rollen mogelijk, o.a. een hele klas. Thema: fantasie. Avondvullend.
THUIS HEBBEN WE GEEN TREIN (J. Janssens, 1998): avondvullende monoloog. Aan het woord is een geprepensioneerde treinconducteur. Thema: station, treinen, reizen. Meerkeuzemogelijkheden voor het slot. Genre: hilarische komedie.
DODE ADDER (Almo, 2000): bekroond met de Nestor de Tière Toneelprijs vande Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde Gent en met de Premie Theaterschrijfprijs Provincie West-Vlaanderen. Avondvullende dialoog voor 2 mannen of vrouwen en een zwarte vogel (raaf). Een ironisch sollicitatiespel dat uitmondt in rolomkering en moord. Genre: wrang-ironische komedie.
HIEP HIEP HYPO! (J. Janssens, 2002): eenakter voor een 10-tal personages. Een man koestert zelfmoordplannen en gaat daarom een laatste keer shoppen in het warenhuis. Hij ontmoet er overledenen die hem tot andere gedachten proberen te brengen. Thema: zwaarmoedigheid. Genre: komedie.
DE BIERKAAI (Almo, 2002): avondvullend volksstuk in 14 staties met een ‘catering’-einde, zich afspelend in een randstedelijk stamcafé. Een 20-tal rollen, verwisselbaar (m/v). Graag ook een hond. Diverse thema’s. Genre: komedie.
DRIE MINIMONOLOGEN (J. Janssens & Vink, Nl, 2003): duur van elke monoloog is een halfuur. ALS HET HERT SPREEKT: een jachttrofee-met-gewei aan een cafémuur lucht zijn hart. MAMA: een zoon lucht zijn hart over zijn vrouwelijke ouder. ROLEX: een bedrogen minnares lucht haar hart over haar ex-geliefde.
ZEG, LUISTER JE NOG? (Almo, 2004): een veertigtal korte sketches in dialoogvorm. Genre: absurd, laconiek, ironisch.
’T PARADIJS, EEN GRENSGEVAL (Almo, 2007/08): een volksstuk in opdracht, geschreven voor de bewoners van de grenswijk ’t Paradijs/Rekkem, waarin de typische grensproblematiek wordt geëvoceerd, o.a. de smokkel. In 2008 wordt dit volksstuk opgevoerd ter plekke.
DAMIAAN, MIJN DING (2007/08): een jeugdtheaterstuk in opdracht van Damiaanactie en Revinzeschool Torhout. Eerste opvoering juni 08.
HOTEL DE STERVENDE OLIFANT (Almo, 2009): avondvullende thriller die zich afspeelt in een hotel en waarin bloeddoping bij beroepsrenners een thema vormt. 15-tal rollen; 3 decors.
ZZOEF!! (Vink Nl, 2009): eenakter in 12 taferelen over de snelheid van het leven. Combinatie ernst & humor. Verwisselbare rollen (5 à 6 duo's).
VEE (Almo, 2009): komisch stuk over teambuilding, groepsdynamiek en zwak leiderschap. 11-tal rollen; 3 decors. Duur: 80 min.
APPELEN (2010): een kijk- en hoorspel dat door actrice Bianca Vanhaverbeke geïnterpreteerd wordt om door kinderen gespeeld te worden.
Hopelijk eens tot in de zaal of op de planken (en niet ertussen):
Citaat uit het weerbericht in De Morgen van 26.07.07 (die citeert uit mijn inleidend essay op mijn blog Satisfiction -België in een Boze Bui): 'Van mij mag het stevig waaien en regenen in de boeken, terwijl daarbuiten echte regen op de pannen roffelt en de wind om de daken giert.'
02-07-2007
Verlengingen (23)
In mijn queeste naar slechtweerfragmenten bij prozaschrijvers (‘België in een Boze Bui’, mijn Satisfictionblog op Skynet) stootte ik op onze hogeschool i.v.m. de jonggestorven onderwijzer/auteur N.E. Fonteyne (Oedelem/Veldegem). Hij heeft hier ‘gezeten’. In haar nawoord op ‘Kinderjaren’ (postuum verschenen, een van zijn handvol boeken) betwijfelt Ada Deprez of hij hier geslaagd was. Misschien moest hij ook weg, oppert ze. Tijdens zijn begrafenis (1938) deed zich in West-Vlaanderen een aardbeving voor. Dat veroorzaakte wat mythevorming aangaande de kerel.
26-06-2007
Verlengingen (22)
Blok. Stilte. Stoelen op de gangen. Geritsel van examenpapier. Waarom is men in feestverpakking bij het afleggen van mondelinge examens? Marathonsessies thuis: ‘verbeteren’ (‘corrigeren’ ? ‘beoordelen’ ? ‘evalueren’ ?) van examens van ongeveer 80 plus 70 studenten, theorie & spelling. Daarenboven komen ze me nog eens mondeling opzoeken. Lezen en beoordelen Didactische Eindwerken tussendoor. Ouderejaars mailen me ook hun sollicitatiebrief & cv ter beoordeling. Nadat de laatste les gegeven is, wordt het druk …
Mijn jaarlijkse speech voor de diplomering van de derdejaars BA(chelor) L(ager) O(nderwijs) staat op papier. Nu alleen nog het publiek aan het lachen krijgen. We vermijden stijfheid en harkerigheid. Het mag best een feestje worden.
Erin geslaagd, twee keer tot nu toe, met de collega’s *E* en *J* in het stadje *T* een dagmenu tot ons te nemen. Vorig jaar lukte ons dat meer. Van een wekelijkse middaglunch is geen sprake meer. Duimen voor volgend academisch jaar. Maar Parijs maakte veel goed.
En zie: medio juni dineren we warempel gedrieën weer eens, maar dan in een onvolprezen smaaktempel ergens in Midden-Vlaanderen. Eigenlijk moeten we met z’n vijven zijn, maar de twee vrouwelijke collega’s haken af wegens familiale omstandigheden. Het etentje is een jaarlijkse traditie. Nu ‘was’: er is heel onverwacht nieuws. Collega *E* wordt vanaf 1 september directeur van het ‘Land- en Tuinbouwinstituut’ alhier. Wat we daardoor missen: een ervaren collega, een waardig woordvoerder en vakbondsman, een goeie vriend, een titularis van een groep ouderejaars en een gepokt en gemazeld Parijsleider. Champagne, maar met een wrang bijsmaakje.
Enkele pechvogels bij onze ouderejaars, al dan niet gepland. Het wordt augustus/september, of januari. Andermaal de bedenking, zoals elk jaar, dat ze toch heel veel diverse zaken moeten kennen en kunnen. Zoveel kolommen op de deliberatiebladspiegels.
Twee dagen later alweer totaal onverwacht nieuws: collega *I* wordt adjunct-directeur in een Brugs college (waar ikzelf ooit debuteerde, 1975). Het regent veranderingen in onze hogeschool. Who’s next? (Ik kreeg nota bene zelf een werkaanbieding: literaire creatie voor volwassenen in Academie Berchem, Antwerpen. A page too far. Ik pas.)
Maandag 25 juni, storm, regenvlagen, donder – diplomering van de ouderejaars in feestverpakking. Weer is een jaar verstreken. Tijdelijke herfstzomer.
18-06-2007
Verlengingen (21)
Driedaagse trip met derdejaars en twee collega’s naar Parijs, na tweedaagse met veertien collega’s taal in Zuid-West-Engeland. Het is één van de zeldzame keren dat ik in schoolverband meereis naar een buitenlandje. Onmiddellijk dubbel geboekt dus. Inventaris: Eurotunnel Shuttle, Folkestone, Rye, Brookland, Romney Marsh, Canterbury, Dover Wartime Tunnels, Calais, Torhout, Kortrijk, Heule, Roeselare (ophalen collega *J* in alle vroegte), Torhout, Parijs, Rue Jean Jaurès (Etaphotel), Saint-Denis, Cirque du Soleil, 2 lagere scholen (1 zelfverklaarde eliteschool en top of the bill, 1 nederige confessioneel-katholieke school, beide zelfbedruipend), dîner-spectacle-cabaret La Belle Epoque, Louis Vuitton (!), Beaubourg, Rodin, Modern Art & alle Parijse ‘musts’… Totaal aantal uren bewustzijn gerealiseerd tijdens één week: ongeveer fulltime. Nooit meer slapen. Nooit gedaan. Met collega’s *E*en *J* o.a. een hele dag door Parijs gehuurfietst, ook halsbrekend de Elysese velden af. Even wennen aan het Parijse rijgedrag, maar ik hou van snelheid en tempo. De dagschotels die we (moi, E & J) het afgelopen academisch jaar in het hogeschoolstadje *T* niet konden realiseren, deden zich nu op korte termijn voor: hersenen, niertjes, rog, kraaienbiefstuk, fraaie wijnen, lessende bieren. Schitterende week, fijne reiscollega’s, idem dito studenten. Good old England, God in Frankrijk.
09-06-2007
Verlengingen (20)
Op de terugweg naar mijn auto word ik staande gehouden door een veel grotere terreinwagen met een volslanke, blozende man in wiens hoofd bevolkt wordt door blonde/witte haarslierten. Hij torst tevens een kinbaardje van hetzelfde allooi: zilver/wit. ‘Ken je mij niet meer?’ ‘Weet je niet wie ik ben?’ 'Eh ... ' ‘Je geeft les aan mijn dochter.’ Ik, met mijn geheugen dat teruggaat tot de Bronstijd der Volken, geef niet thuis. Verstek. Shit. Dan noemt hij de naam (en achternaam) van zijn dochter. Ze volgt inderdaad het derde jaar bij mij; straks wordt ze onderwijzeres. Ik peil zijn ogen en een Oude Wereld gaat voor mij open. Ik herken *JJ*, enfant terrible van dit stadje in Oude Tijden, jeugdvriend. Haaks op fietspad en autoweg staande, halen we een halfuur lang herinneringen en namen en (wan)daden op. Van een heleboel namen moeten we al zeggen: ‘Dood’. Het valt op. Maar het klopt. Net als ik is *JJ* al decennia geleden uit dit stadje *T* verhuisd. Hij woont op den buiten, ergens in de polders hier vlakbij. Natuurlijk: jager, stroper. Altijd geweest. Beetje te slim voor zijn tijd, zijn mensen. Baldadigheden, bezinning. Plotseling weer ‘in het onderwijs.’ The same old story. Ik denk dat onze verwondering bij het monsteren van elkaars kop en lijf wederzijds was. Het was verdorie meer dan 35 jaar geleden! PS: wéér zo’n intelligente kop. Is er nog hoop? Ik hoop het.
01-06-2007
Verlengingen (19)
Woensdag 16 mei. Laatste lesdag op de hogeschool, tevens voorexamens spelling, verhandeling, … Maar bovenal: allerlaatste lesdag ever van collega *JT*, zeer gewaardeerde germanist, die in de Lerarenopleiding Secundair Onderwijs het ‘stamvak’ Nederlands doceerde. Jarenlang waren we collega’s: meer dan dertig jaar op deze hogeschool, een decennium lang in dezelfde opleiding, decennia lang ‘bureauburen’ drie-hoog. Een eerder timide man, begiftigd met inzicht, tempo, bevattingsvermogen, logica, intelligentie, taal bovenal. Daarbovenop nog geëngageerd. Kettingroker geweest, nu eerder gedeisd wat dat betreft. Wij (vooral zijn vakgenoten) nemen dus ietwat con sordino afscheid. We weten dat hij dat het liefst heeft op die manier. Drankje (politiek correct wijntje), taartje, gelegenheidsgedicht (van mezelf), wat gevatte aforismen. Overigens: volgende week trekken we met hem en veertien vakgenoten naar Engeland, omwille van zijn ‘pensioen’ (dat anciënne oen-woord). En in september/oktober keert hij nog even weer in verband met de tweede zittijd. De man bulkt van de herinneringen en de cultuur, maar het is zijn behoefte alle papieren, foto’s en andere sporen uit te wissen. Ik beschouw *JT* als de intelligentste man die ik ooit heb ontmoet, samen met nog één iemand. Ook ‘politiek’. Er staat ons jammer genoeg een wereld te wachten waarin zulke geesten niet meer (kunnen) bestaan.
15-05-2007
Verlengingen (18)
Tja, en OZON? De vereniging (met twee stichtende leden – (ex-)collega’s) die weer kennis meer wil benadrukken en tegen de ontscholing protesteert? Ze maakten er ook een themanummer van Onderwijskrant van. Gelukkig, want in de ‘officiële’ pers is het weer zoals gewoonlijk: doodzwijgen, verdraaien, verkeerd citeren, ridiculiseren, naargelang van het eigen gelijk, de vriendjes, de belangen, de overtuiging.
Eruditie of mediageletterdheid? Volgens mij allebei. Ik schrijf op papier en ik schrijf op het scherm. Idem dito lezen. En nog zoveel meer. Voor beide heb je kennis en vaardigheden nodig. Een indruk: wie de onderscheidende graden (voor bewijzen van kennis) wil afschaffen, haalde vroeger zelf geen graad. Wie ontscholing en zelfontdekkend leren en vaardigheden eenzijdig propageert, zat vroeger zelf op de achterste bank, hopend dat de meester daar zijn vragen niet naar richtte. Wie zelf gestraald is/was als boekenschrijver, zal de huidige media promoten. Wie de school wil ontscholen, deed het zelf niet goed op school. Ook al prijkt het vierletterwoordje prof voor zijn naam. (Niet moeilijk om dat te verwerven: de scholen en uniefs zijn immers ontschoold. Zelfs een volslanke tv-kok claimde dat woordje; hij was ‘scheikundige’). Maar wie heeft goede herinneringen aan zijn scholen? Heel weinig mensen. Want er werd getest. Geconcurreerd. Geëxamineerd. Geëtiketteerd. Het ziet er dus naar uit dat OZON een lange en moeizame strijd zal moeten voeren. Men zal ook aanvoeren ‘dat zijde klok terugzetten’. Dan zou hun antwoord moeten zijn: ‘Ja, naar de tijd dat het Vlaamse onderwijs wereldwijd bekend stond om zijn hoge kwaliteit.’
06-05-2007
Verlengingen (17)
De schoolreizen van vroeger (Zaventem Luchthaven, A’pen Zoo, Dadizele Daiselpark, Ingelmunster Aviflora, Lichtaart Bobbejaanland … ) krijgen verlengingen. Bijna al de afdelingen van de Lerarenopleiding Bachelor Secundair Onderwijs zijn op weekuitstap naar ietwat verdere buitenlanden. Ook de collega’s van de Opleiding Lager Onderwijs trekken eropuit: educatieve daguitstapjes, driedaagse expedities naar Parijs en A’dam. Intussen noteren we andermaal een aantal weerrecords in april: het bleef meer dan 30 dagen droog, de gemiddelde temperaturen lagen veel hoger dan normaal, en de zon realiseerde een fulltime. Wie gaat het eerst aan de klaagmuur staan? Boeren? Studenten?
Dagtrip naar De Groote Oorlog. Wij hoeven daarvoor niet ver te rijden. Poperinge: Talbot House, Ieper en omgeving: de graven, loopgraven en gedenktekens. De Duitse begraafplaatsen maken het meeste indruk. De volgende dag lees ik voor uit Erich Maria Remarque, Van hetwestelijk front geen nieuws. Deze Duitse soldaat zat heel kort in De Groote Oorlog, in destreek van Houthulst en Bikschote.Hij werd gewond en gehospitaliseerd in Duisburg. In zijn wereldbekende oorlogsverhaal vermeldt hij ook één keer het militair hospitaal hier in ons eigenste stadje *T* , nu een lerarenkamer in het college. Ik weet niet zeker of hijzelf hier ook kortstondig verpleegd werd. Wellicht wel. De passage over dat lazaret betreft luizen, en hoe je met luizenvet schoensmeer maakt.
Vier studenten geven op een meiavond een presentatie van hun internationale zeswekenstage in Rwanda. Eén van de studentes heeft er een vrij lijvig dagboek aan overgehouden, een andere student hield een weblog bij. We publiceren het dagboek (met wat taalkundige ingrepen door ondergetekende) in een speciale editie van ons hogeschoolblad. Het is bijzonder leuk en laconiek geschreven.
22-04-2007
Verlengingen (16)
After-Krokus: een tweede Visitatiecommissie komt onze Lerarenopleiding Middelbaar Onderwijs inspecteren. Het schijnt dat we bijzonder kritisch zijn. Collega’s *E* en *J* zijn een week naar Montpellier, op bezoek bij enkele van onze ‘internationale’ studenten. Het blijft maar duren vooraleer we weer eens gedrieën ‘dineren’. Ik ben gevraagd om voor het nationale Lerarenforum op het internet mee te bloggen. Fluks lever ik twee bijdragen: DE HEE EN DE HAA (over onze West-Vlaamse tongval) en DOF MAARDUIDӘLIJK (әn voorstel om dә doffә e әn andәr tekәn tә gevәn).
We duiken de bimbambeierenvakantie in met vooruitzichten op alvast een weekje goed weer. Onze bieb/mediatheek blijft enkele dagen open om de studenten de kans te geven hun stages voor te bereiden en/of aan hun didactisch eindwerk te sleutelen. Ik plan voor mezelf educatief schrijfwerk (een nieuwe taalmethode annex leesbieb, we zijn hierbij beland in resp.vijfde en vierde leerjaar van de basisschool), eigen papier- & bloggingwerk plus een trip Zeelandwaarts. Ik ga o.a. een foto nemen van de schriele ‘Dikke van Dale’ in Sluis, want ik ben momenteel een lijvig boek over die ijverige kerel aan het lezen. Ik zal de foto als bladwijzer gebruiken. Een week later ga ik de andere richting uit, Frankrijkwaarts: Bray-Dunes, Zuydcoote, Hondschoote, Les Moëres. O.a. een halve dag strandstappen. Ook die tweede week is de zon van de partij. (Een cliché als een kathedraal met duivenstront op). Ik verlang niét naar mijn hogeschool. Geen nood: volgende week andermaal den boer op, want er is stageweek. Kilometers en spitsuren geblazen. In Vlaanderen mijn land.
11-04-2007
Verlengingen (15)
Februari. Op een van de eerste vrijdagen organiseert onze afdeling voor de studenten uit het eerste en tweede jaar een Dag van de Diversiteit. Het thema: armoede. Het middel: rollenspellen. Een halve dag lang zijn er rijken, gezinshoofden en armen. Hun middagmaal (dat ze zelf moeten ‘verdienen’) is navenant: kommetje rijst, kommetje rijst met wat kip of een rijkelijk diner met vol-au-vent en wijn. Na de middag komen sprekers het over armoede hebben. Hoe reageren de hedendaagse studenten-lerarenopleiding op dit alles? Vreselijk slecht. De meesten althans. Ze verwachten toch nog wel een ‘normale’ maaltijd. Die komt er dus niet. Ze vinden het ‘erover’. Ook de ‘rijke’ studenten met de volle borden en de wijn hebben het moeilijk. De felste kritiek betreft de wijze waarop geld verdiend kan worden. Daarenboven is het Dikketruiendag. Het is bitter koud in de gebouwen. Een ding is zeker: dit wordt een beklijvende ervaring. Het sorteert meer effect dan tien spreekbeurten. Wijze les: life is unfair.
01-04-2007
Verlengingen (14)
En zie: alweer een vers jaar, januari, en ongelofelijk maar waar: dagen van 13, 14 ° Celsius. Terwijl de studenten blokken om hun partiële begaafdheden te bewijzen (sorry voor de wrede woordspeling), trekken wij er met het voltallige korps op uit, naar tweejaarlijkse gewoonte. We logeren in De Lork in het West-Vlaamse Kemmel, parel van het Heuvelland. Hoogtestage. Twee dagen en een korte nacht lang bezinnen we ons over wat we doen. Gastsprekers, workshops, vergaderingen. Maar de catering en het freewheelen zijn ook dik in orde. Voor de rest geen commentaar: het onderwijs kent ook zijn papieren tijgers. Tot mijn grote tevredenheid trekt er intussen een machtige storm over Vlaanderen. Ik ben nu eenmaal een fan van ‘slecht weer’. De lorken buigen, verstrengelen hoog boven de grond in elkaar, kraken en splinteren. Gedruis alom. Symbolisch voor het onderwijs.
Eind januari word ik gevisiteerd door een knoert van een bronchitis. In die dagen verschijnt ook mijn nieuwe dichtbundel. En doet zich Gedichtendag voor, waar ik dit jaar meer dan ooit bij betrokken ben: in het stadje *T* doen 6 à 7 000 rode en zwarte draagtassen (letterlijk) de ronde. Op de ene prijkt mijn ‘Gedicht voor mijn buurmeisje’, op de andere ‘Gedicht voor mijn buurjongen’. Basisschoolkinderen, scholieren en studenten krijgen er zo een, afhankelijk van m/v. Helaas lig ik dan horizontaal, gloeiend geveld, verscheurd door hoestvlagen. Poëzie kan me niet genezen, alleen troosten. Maar in mijn hoofd ontwikkelt zich ook een vers prozaboek: ‘Voedertijd’. Later meer daarover. Het duurt een volle week voor ik weer het gerochel van het educatieve koffiezetapparaat en het papiergeritsel van de hogeschool waarneem. Ik moet mijn stem weer ontsluieren; het lijkt alsof het honderd jaar geleden is dat ik nog les gaf.
20-03-2007
Verlengingen (13)
Ik ben aan mijn laatste weken bezig wat mijn contacturen met de derdejaarsstudenten betreft. Na Nieuwjaar gaan ze immers vrijwel uitsluitend de praktijk in. De luttele kennis en vaardigheden die ik ze nog mee wil geven, organiseer ik in spel- en quizvorm. Een van de thema’s luidt: ‘Ken je klassiekers’. Het zijn aangename uren, met wederzijds respect. Zielenzalf. Ik hoop dat ze later in hun carrière datzelfde goede gevoel mee kunnen maken. In het vaarwater van die laatste ‘klassieke’ lessen toon ik A Christmas Carol van Dickens, met Patrick Stewart in de hoofdrol. Het is 90 minuten lang muisstil, en er wordt gelachen op de juiste ogenblikken. Ik zal deze groep niet vlug vergeten.
De sfeer van de Grote Dagen. Liederen vloeibaar en klaar. Sommigen op hun kerstbest (cf. ‘paasbest’): feestverpakking. Voorbereidingen, projecten, uitvoeringen, opvoeringen, plankenkoorts, bezinning, feest … en dit allemaal in de donkerste dagen. Op de laatste vrijdag voor het reces blijft het hogeschoolgebouw verweesd achter, alleen gevuld (cf. kalkoen, stuffing) met samenscholinkjes lectoren. Na nieuwjaar zullen vele studenten hun partiële begaafdheid moeten etaleren en bewijzen. Ouderejaars zullen in lengte van dagen, weken hun ingroeistages realiseren: nieuwe lentes, nieuwe geluiden, mogen we verhopen. Ah, het academisch jaar? A walking shadow, wandering on stage in between an indiansummerday and one glorious mayday. A Nightmerry X-mas & een Voorlopig Nieuwjaar, meester Prikkebeen & juffrouw Zonnebloem.
10-03-2007
Verlengingen (12)
De heksen van de herfst beginnen hun bezems op te bergen, maar Celsius is nog altijd aan het vreemdgaan, alle records verpulverend. We hebben een warmterecordmaand achter de rug: november. Mijn 15 ‘Uitdiepende Dramaturgen’ van het 3e jaar hebben zelf een stukje bedacht en geschreven (met dank aan Steven O.) voor het jaarlijkse kerstvrijpodium in het Cultureel Centrum. Ik heb actrice Bianca V. voor 2 sessies uitgenodigd als gastdocente – ze helpt o.a. het stuk eventjes regisseren: toegepaste kunst. Het valt me op dat (in vergelijking met voorgaande jaren) niemand van de 15 studenten speelangst of plankenkoorts vertoont. Ze vliegen erin. En hoe.
De tweedejaars zijn al hun 3e oefenstage bezig, in de basisscholen hier en ‘te velde’ in de omgeving. Wij, de docenten, combineren het lesgeven (in het 1e en/of 3e jaar) met bezoeken aan die tweedejaars. Vanmiddag bijvoorbeeld zat ik in een marsepeinles. Het sinterklaasthema heerst alom; vandaar. Het is overigens ook schitterend klaas-en-pietweer: storm, regen, maar ook bijna lenteachtig warm.
De discussies i.v.m. kennis en/of vaardigheden laaien op. Wat moet primeren? Zijn we andermaal aan een pendelbeweging bezig? Er wordt weer gepleit voor kennis en expertise. Volgens mij moet je ze allebei beheersen en hebben: vaardigheden én kennis. Als je niet naar behoren kunt spreken of schrijven, moet je zwijgen. Of je van een ander medium bedienen om je uit te drukken. Verwar echter zwijgen niet met ‘slimheid’. Niet altijd is zwijgen goud.
26-02-2007
Verlengingen (11)
Begin december is de jaarlijkse leergierige innovatietweedaagse gepland in een hotel aan de Vlaamse kust. Deelnemers en (gast)docenten zijn collega’s uit onze en andere departementen (niet uitsluitend lerarenopleidingen), die onderling al meer dan een decennium gefusioneerd zijn. Elk departement vaardigt een delegatie deelnemers plus sessieleiders af. Als je merkt hoeveel onderwijs(ervarings)deskundigen bezig zijn met innovaties en scenario’s om het de student/kliënt én vele andere arendsogen naar de zin te maken … Hierbij valt het wel op dat we vele talen machtig moeten zijn. Hopelijk werkt de muzische taal geen verkleutering in de hand, en hopelijk kan de ‘digitaal’ een menselijke glans behouden. Communicatie zal altijd belangrijk blijven. (Van de recente Visitatie onthou ik bv. een interventie van een van onze ondervragers: ‘Student X zendt ’s avonds om 23:14 een e-mail naar docent Y en is iewat verwonderd over het feit dat hij/zij de volgende ochtend op het magische schooluur 08:30 daaropgeen antwoord heeft gekregen – nou’. Het betrof een retorische tussenkomst.)
Het goed gevoel bij docent annex datzelfde gevoel bij de student: daar gingen we in diverse sessies naar op zoek. Multicultureel handelen, proefpassen voor 'aankomende' studenten, communicatie, resultaten boeken met minder contacturen, peilen naar het gemoed van de binnentredende 18-jarige, alternatieven voor de klassieke klus van het eindwerk, competentiegericht leren en ICT, projecten wetenschappelijk onderzoek … alle facetten en bekommernissen van een hogeschool kwamen in boeiende, soms vurige sessies ter sprake. Er waren ook 2 ‘externe’ sprekers. Hun thema was ‘creativiteit’. De ene sprak veel te vlug en verward, de andere verkocht (letterlijk) lucht door onnozelheden met ballonnen. Hij was ook in de waan dat hij de creativiteit uitgevonden had. Na afloop van zijn sessie vielen dan ook her en der de woorden warm water en uitvinden. Spaar ons van would-be stand-upcomedians, gesjeesde zaakvoerders of gefrustreerde ex-docenten. Vooral van combinaties daarvan.Sommigen moeten dringend af van hun vooroordelen ten opzichte van het onderwijs. Wij zijn wel degelijk van boven ook goed wijs. En best wel creatief. En we hebben daar geen nieuwlichtende woordjes of randdebiele spelletjes voor nodig. À propos: leve de zee, leve een verlaten herfststrand waar de wind vrij spel heeft.
15-02-2007
Verlengingen (10)
De driedaagse ‘Visitatie’ is voorbij; een zeskoppige commissie is gekomen, heeft gezien, gelezen, gehoord en zal oordelen over onze afdeling Lerarenopleiding Lager Onderwijs. Het geeft een dubbel gevoel inspectiematig gevisiteerd te worden door een commissie bestaande uit een Nederlander, enkele ex-onderwijzers (in nieuwe onderwijsfuncties weliswaar) en een studente uit een andere hogeschool. Dan te weten dat dit tevens een accreditatiecommissie is: zij kan adviseren onze hogeschool te sluiten. De mondelinge rapportering als afsluiter en kroon op het werk van de driedaagse leek meer op een proclamatie zonder de resultaten mede te delen.
Het informatieve en persuasieve netwerk omtrent het jaarlijkse kerstvrijpodium van studenten-docenten is duidelijk opgestart. Zullen er andermaal vrijwillige medewerkers opduiken die anderhalve week lang dag en nacht in touw zijn? Straks op de planken, later ertussen? Koorts! Het collectieve geheugen van onze hogeschool is bevolkt door honderden kerstvrijpodiumherinneringen: ooit in een collegezaal, later in een oude toneel/schoolfeestzaal, nog later in een verdwenen stadscinemazaal, het laatste decennium in een ‘echt’ Cultureel Centrum met alles erop en eraan. Ik denk niet dat we sinds eind jaren ’70 ook maar 1 editie hebben overgeslagen.
04-02-2007
Verlengingen (09)
Inmiddels … Op de jaarlijkse boekenbeurs in Antwerpen propageren we in de stand van uitgeverij X onze nieuwe taalmethode annex biebboekjes-leesvoer, waar ik verantwoordelijk voor ben. Ook dat is een leven – even buiten de (hoge)schoolmuren, in volle bladervakantie. Verderop zijn nog minstens drie educatieve concurrenten bezig met net hetzelfde. De markt is vrij, maar hard. Ik werk in dat verband samen met een oud-student. Hij was ooit een van onze primussen, werd ook al vlug inspecteur, en is nu uitgever voor het basisonderwijs. Een prettig weerzien: niveau, humor, vakkunde. Gastronomie, bij wijlen. We zullen minstens nog 10 jaar samenwerken, als de gezondheid het toelaat natuurlijk.
P.S. Op de educatieve stand hoor ik onderwijsmensen afgeven op onderwijsmensen: ‘Dat je die al van ver ‘ziet afkomen’, dat het overal de lastigste klanten zijn, dat dit, dat dat … ‘ It takes one to know one. Apothekers, boeven en advocaten beweren dat ook van elkaar.
22-01-2007
Verlengingen (08)
Grote vergaderingen met alle hens aan dek: de externe novembervisitatie nadert. Verleden jaar al schreven we een lijvig Zelf Evaluatie Rapport ter voorbereiding. Het toverwoordje in dat verband is basiscompetentie. Natuurlijk heeft dat ook zijn afko’tje: BASCO. ‘Hoe implementeert u het competentiegericht leren in uw vakken, uw examens, uw praktijk, mevrouw, meneer?’ Wedden dat over pakweg een half decenniumpje het BASCO-woordje weer not done/not spoken is? Andere evangelisten, andere bijbeltjes.
Onvoorstelbaar hoeveel proza men nodig meent te hebben om een externe visitatiecommissie ervan te overtuigen dat kwaliteit echt wel een kenmerk van het huis is en dat alle basiscompetenties ruimschoots worden geïmplementeerd (dat woord!), in elk contact-uur, in elk stage-uur, in elk didactisch eindwerk, in elke leerlijn. Ontroerend, vertederend, maar ook pijnlijk om te zien hoe we daar een flink stuk van onze bladervakantie begin november aan opofferen, terwijl buiten de indian summer maar van geen ophouden weten wil. Uitslovers? Nou, als het voortbestaan van je eigen hogeschool annex werkgelegenheid voor pakweg 100 universitairen daar van afhangen: nee. Geen uitsloverij. Slachtoffers? Tja … gedachten aan de Inquisitie zijn niet veraf.
14-01-2007
OBLOMOW
OBLOMOW IN HANDZAME
De nieuwe gedichtenbundel van Joris Denoo, uitgegeven door Poëziecentrum, Vrijdagmarkt 36, 9000 Gent. < info@poeziecentrum.be >
Oblomow, of burgerlijke tevredenheid kamerbreed uitgestrekt: het blijft een boek met open einder, reikhalzend in tijd en ruimte. Deelname of innige deelneming. Reizen of blijven. Schrijven of beschrijven. Als de Vent de Vorm van zijn leven vindt, schrijft hij geschiedenis: als oblomow, biedermeier, pionier, soldaat, kamikaze of getroffene. Hij vindt voortdurend zichzelf weer uit.
Voltooid Verwarmde Tijd (1992, Manteau)) beschreef persoonlijke geschiedenis. Linkerhart (2000, Poëziecentrum) omschreef een welbepaalde ruimte. Deze bundel werd in manuscriptvorm bekroond met de 5-jaarlijkse Guido Gezelle Poëzieprijs Brugge 1999. Oblomow in Handzame doet beide en maakt de accolade naast het binnenverblijf van de dichter en de buitenwereld. De hoge, waaiende bomen in het vlakke Handzame-landschap (West-Vlaanderen) en herhaalde, landerige lectuur van Oblomow (Gontsjarow) inspireerden Joris Denoo tot deze bundel, zes jaar na het bekroonde Linkerhart.
Voorpublicaties
De cyclus Oblomow in Handzame werd onderscheiden door SNS-Lux Nijmegen & verscheen ook in Poëziekrant. Het gedicht Winkeldochter (uit de cyclus Eltsenien) werd bekroond met de Dunya Prijs Rotterdam. In de laureatenbundel Het Dolpension van de Hemel verscheen ook de cyclus Schrijven naar Zweden. Het gedicht Mannen, Tibet werd bekroond met de Poëzieprijs Culturele Centrale Boontje Sint-Niklaas. De cyclus Inpakken en wegwezen verscheen in DW&B. De cyclus Biedermeier verscheen in Digther. De cyclus Arctic verscheen in De Brakke Hond. Vlaamse koppen was het openingsgedicht van het themanummer van Yang, 04, dec. 01: Flanders Language Valley Revisited/Over de Vlaamse literatuur zoals zij was, is en ooit nog zal zijn. Vrouwen, Seattle verscheen in Ballustrada (Nl). De cyclus Vier brieven aan mijn zoon verscheen op NV Poëzie, De Gekooide Roos (Nl), Tortuca (Nl), Poëziekrant en figureerde ook t.g.v. ’90 jaar later’ (mei 2005, In Flanders Fields, Ieper).
09-01-2007
Verlengingen (07)
De reünie van de oud-studenten lichting 1981 luister ik niet met mijn aanwezigheid op. Die zaterdag ben ik nochtans vrij. Iets in mij belet het me. Ik weet bijvoorbeeld niet meer of ik toen wel zo goed lesgaf. (Je bent jong en thuis wachten er drie pagadders die je uit je slaap houden en je wilt eigenlijk liever een beroemde romanschrijver worden en … you know, lifebites). In die tijd scheelde ik qua leeftijd niet zo veel met mijn studenten. (Maar weldra nam ik voorsprong … ). Overigens: reünies zijn nogal vaak gedoemd te mislukken. Ik zag zelf zowel de reünie van mijn collegejaren als die van mijn uniefjaren de mist in gaan, zelfs in de kiem gesmoord worden: de hoopvolle initiatiefnemer mocht telkenmale ongeveer 3 inschrijvingen noteren en blies de hereniging dan maar af. Ik hou wel contact met een aantal oud-studenten, en zij met mij. Het is wederzijds. Daar zitten intussen 5 (jeugd)schrijvers tussen, enkele journalisten en enkele acteurs/actrices. Al die schrijvers pleegden hun didactisch eindwerk bij mij. En de acteurs maakten toen al het mooie dramatische weer in mijn lessen expressie. Op gezette tijden ook zie ik mijn onderwijzers/-essen terug of wordt er heen en weer gemaild. Ik volg er een aantal, en dat is goed: ik blijf contact hebben met het werkveld en soms treed ik nog op als tekstleverancier. Jammer dat het anno 2006 moeilijk is om een job als onderwijzer(es) te vinden. Ik vind het erg dat op die manier talenten opdrogen. ‘Voor kinderen is alleen het beste goed genoeg’, zei mijn voorganger R.V. Ze kunnen toch niet allemaal schrijver of acteur worden?
30-12-2006
Verlengingen (06)
Volgens ‘de Chinezen’ (vergeef me het cliché) moet een mens tijdens zijn leven op aarde een kind (helpen) kopen, een boek schrijven en een boom planten. De boom vormde mijn grootste probleem; het andere was al in orde. En zie: op een mooie dag eind mei, omstreeks de laatste lesdag, kreeg ik van mijn studenten een mispelaar cadeau. Ik plantte die, hij gedijde, ik verplantte die later, en hij bleef gedijen. Van die studenten van toen (‘Siet hier dees mispels vanden tijt’) ken ik nog elke naam en elk gezicht, ondanks het patina van de tijd.
À propos: een summiere rekensom. 30 jaar x ongeveer 160 studenten = 4 800 studenten. Vreemd: hoe verder ik terugga in de tijd, hoe duidelijker ik er velen van herinner. Hun naam, hun gezicht. Er moet blijkbaar tijd over gaan. Mijn grijze lijst betreft een 20-tal oud-studenten waarvan ik weet dat ze gestorven zijn. LG, BD, PK, GL, CV, … Wellicht zijn het er al veel meer.
Onachtzaamheid, klakkeloosheid, slordigheid, onbeleefdheid … : die woorden vallen wel eens waar ook de woorden ‘jeugd’ en ‘jongeren’ vallen. Het is echter de eerste keer in 30 jaar dat ik zo druk met e-mails word bestookt waarin ik lees dat X niet naar de les zal kunnen komen, maar er alles zal aan doen de opgelopen achterstand in te halen. De afgelopen weken bereikten me ongeveer 10 zulke mailtjes. Het is bijna vertederend om die te lezen. Ik vind ze ook onverdacht, want ik weet van wie ze komen. Ik word ietwat ongemakkelijk bij zoveel eerbetoon aan mijn lessen. Wil iemand asjeblief nog eens ouderwets ‘brossen’?
Vroeger kreeg je als docent wel eens problemen als je gesignaleerd werd in studentencafés of op hun fuiven. Nu kan je problemen krijgen als je afwezig blijft op de buitenschoolse evenementen. Onze hogeschool organiseert voor de 5e keer de ‘Proms’: een bad in populaire muziek en bier, gekopieerd van ‘de grote wereld’. Docenten worden dringend verzocht daar niet te ontbreken. Dat komt mij wel goed uit: ik pleeg af en toe op een dergelijke manier het leven op aarde te vieren, logistiek gesteund door de horeca. Liederen vloeibaar en klaar, weet je wel. Men heeft eindelijk ontdekt dat ook leraren bestaan uit vlees, bloed, zenuwen, kak, hersens, merg, been, pis, huid en haar.
22-12-2006
Verlengingen (05)
Een vrijdag, dé 13e. Een vlugge enquête bij mijn vakgenoten. Ja, men kijkt wel uit vandaag: kat, ladder, zout, spiegel. Ook het lerarendom ontsnapt niet aan voldongenheid, bijgeloof en de lotto van het leven. Wat mij betreft: ik rij een tiental kilometer zeewaarts voor een portie mosselen. Een stiekem maritiem feestje. Het onderwijs kent zo zijn mooie momenten, al ‘geef’ ik ook graag ‘les’. Het is vandaag een ongelofelijk mooie zomerdag medio oktober. Wat een geluk.
Ik heb er geen moeite mee aan te nemen dat bij de huidige studentengeneratie(s) het gemiddelde (klassieke) intelligentiequotiënt hoger ligt in vergelijking met het onze vroeger. Ondanks opmerkingen en bedenkingen van oudere rotten in het werkveld (op stagebezoeken bv.) betreffende ‘het bedroevende niveau van de huidige student’ – wat je zegt, ben je vaak zelf (geweest) – , ondervind ik het anders. Er zit weer verstand in de banken, maar het gaat vaak ook om anderssoortige intelligentie, veroorzaakt door o.a. snellere en andere informatiedragers én door een ander ‘soort’ leven thuis en op stap. Wij, jonge ouderen, oude jongeren, hanteren nogal star en stug steeds weer ons eigen begrippenapparaat, waarmee we vroeger ook zelf werden beoordeeld door diegenen die we wensten te vermoorden. Zijn de tijden veranderd? Ja. De middelen? Ja. De mensen? Ja: wij zijn ouder geworden.
Er is maar 1 reden waarom ik zou stoppen in het onderwijs: de jaarlijks groter wordende afstand tussen mijn studenten en ikzelf, in jaren, cultuur en denken. Ik begon dit te beseffen toen mijn eigen kinderen ‘plotseling’ ouder bleken te zijn dan de oudste studenten die ik in de hogeschool voor mij had (of bij mij … ).
Noot: hoewel we de laatste jaren niet meer uitsluitend de jonge, klassieke, ‘driejarige’ student krijgen. Er zijn nu tal van circuits en scenario’s om – ook als oudere, als werkende of als levenslang lerende – bachelor of master te worden. Enjoy learning. Enjoy teaching. Enjoy shopping.
12-12-2006
Verlengingen (04)
Er zijn gemeenteraadsverkiezingen geweest. Sommige van onze studenten stonden op partijlijsten. Groen kreeg klappen, blauw kreeg klappen, zwart scoorde overal landelijk.
Ik heb tijden gekend. Ik bedoel: ik geef al 3 decennia les. Ik onderscheid fasen.
Lang geleden waren de meeste van mijn studenten ‘iets’-geëngageerd (: rechtvaardigheid, milieu, natuur, begrip, tolerantie, derde wereld, dieren, … )
Iets minder lang geleden begonnen de studenten te verstommen. Het engagement vond je vooral bij de verse generaties docenten.
Niet zo lang geleden konden de studenten nog (vrijwel collectief) lachen om mijn zeispreuk ‘Eigen volk eerst!, riep de Vlaams Blokker, en hij sloeg zijn kinderen dood.’ (Ik zocht een voorbeeld van een zeispreuk en fabriceerde er zelf één). Heden ten dage kunnen ze niet lachen om de student die AMADA met ADAMO verwart, want slechts enkelen kennen laatstgenoemde en niemand weet nog waar die eerste afko voor stond.
Anno 2006 valt er een onbehaaglijke stilte wanneer ik diezelfde zeispreuk eens kwinkslagmatig formuleer – op die manier.
Hoe zal het zijn als ik dit over pakweg 5, 6 jaar herhaal?
Associaties: het woord Blokker. Vreemd hoe taal ‘leeft’. Oost-Blokker (gaandeweg meer en meer onbekend). Vlaams Blokker (gaandeweg meer en meer onbekend). Een student die ‘hengst’ (hengsten: stug blokken, studeren): een blokker (variant: blokzwijn) uit de jaren ’70, op weg naar Grootste Onderscheiding. Blokken: een bekende volleybalterm. Een blokker van formaat, goed voor de ploeg.
Ik ‘zit’ met mijn taal. De werkelijkheid is overweldigend. In het onderwijs proberen we de combinatie taal en werkelijkheid te ‘implementeren’. Taal op zich is maar taal. De taal is ook ‘gansch het volk’, dixit Gezelle.
PS 1 Gemurmelde opmerking van een studente bij een recente taal- en vakoverschrijdende quiz die ik bekokstoofd had: ‘’t Is weer voor de intellectuelen.’ Het was echter helemaal niet zo moeilijk … mochten we nog in de bovengenoemde fasen 1, 2 of 3 zijn geweest …
PS 2 Mijn conclusie: gedaan met ‘humor’ betreffende deze thema’s. Er kome ernst. Een donkere huidskleur moet er niet donkerder op worden omdat men (m/v) in een ander (westers) land zijn geluk beproeft. Als ik nog iets kan betekenen tijdens mijn laatste decennium aan deze hogeschool, dan zal het o.a. daarmee te maken hebben.
05-12-2006
Verlengingen (03)
Oorverdoving of woestijnstilte. Hier evolueren elke dag ongeveer een kleine 1 000 mensen. Op bepaalde tijdstippen is het doodstil; schelle bellen zijn de signalen voor grote storingen en volksverhuizingen. Maar vaker is het hier stil. Dit gebouw biedt een staaltje van opbergkunst. Een ‘schoolvoorbeeld’.
Dilemma. Een van onze allerbeste studentes blijkt haar zes weken lange ingroeistage te moeten realiseren in de hoogste probleemklas van een probleemschool. Aanlokkelijker is natuurlijk een andere school kiezen. Dat wil ze ook veel liever. Ze twijfelt hevig. Maar dan loopt ze kans in die eerste school (en in enkele andere geallieerde scholen in die stad) op termijn geen werk te vinden, omdat ze als laatstejaarsstagiaire deze school gedesavoueerd zou hebben … Daarenboven hoopt de hogeschool in de toekomst nog studenten voor hun stage te kunnen onderbrengen in die school … en zoiets kan alleen als niemand van de aangewezen studenten plotseling beslist toch maar een andere stageschool te nemen … Daarenboven heeft het betreffende schoolhoofd om god weet welke reden geen al te hoge pet op van onze hogeschool. Nog daarenboven heeft een oudere broer van die studente voorheen al afgehaakt als onderwijzer in die school. En nog daarenboven was er vorig jaar aldaar al een heikel moment met een stagiaire die abrupt en zonder te verwittigen haar studies stopzette en daardoor niet meetrok als extra-kracht op bosklas. De hogeschool zou natuurlijk graag hebben dat de studente haar geplande stage volbrengt. Laat het nou net een van onze primussen zijn …
De eerste stages voor de tweedejaars zijn daar. Dat waar de studenten echt voor gekomen zijn. Extra koorts, extra administratie, extra heen- en weergehol. Ik heb voor de 30e keer gepredikt: gooi ballastwoorden overboord, schrap holle onderwijzerswoorden, vermijd omslachtig taalgebruik, kies het correcte woord voor het betreffende ding en voed het spellingmonster niet met bokkenvlees. Veel concrete voorbeelden, samengeharkt gedurende 30 jaar stagebezoeken. En nu maar duimen dat het kindervlees in zovele klassen er iets aan heeft.
En ja hoor, wat ikzelf op deze stage bijleerde van een snugger kind: het verkleinwoord van boom is boompje, en van schip is dat eh … bootje.
Een weerbericht. Indian summer. Tot diep in oktober blijft het warm en zonnig. Koperkleuren alom. Sommige bomen zien er zo intens oker of geel uit, dat het lijkt alsof ze in bloei staan.
28-11-2006
Verlengingen (02)
De wekelijkse middaglunch in het stadje *T* met collega’s *J* en *E* moet nog in zijn plooi vallen. Vorig jaar lukte dat enkele keren op vrijdag, het laatste hoofdstukje van de week. Nu hebben we andere lesroosters. Even rasteren, in naam van de inwendige mens.
Ik ben voor het 11e jaar op rij hoofdredacteur van ons docenten/studentenblad. Periodiciteit: herfst, lente, mei. De eerste bijdragen (vaak op verzoek) komen vlot binnen (kennismakingsdagen, opstart academisch jaar, … ). De drukker/uitgever (actief in de grote wereld buiten onze hogeschoolmuren) vraagt vooral veel foto’s. Kan-ie krijgen. Dan moet deze jongen een kleiner percentage tekstbekommernis aan de dag leggen.
Hier en daar weer een voornaam leren kennen die me volstrekt onbekend was. Waar blijven ze het halen. Er worden altijd maar weer nieuwe modellen op de markt gegooid. Soms zitten er prachtige namen tussen. Birde. Fienelot. Body. Lobke. (Maar die kende ik al).
Ik hok nog altijd in mijn minuscuul werkkamertje drie-hoog naast de spoorweg. Regen en wind razen en gieren er heerlijk in het rond. In een aanpalend identiek kamertje (overblijfseltjes van het internaat-chambrettetijdperk uit de middeleeuwen van het onderwijs, toen de dieren nog spraken, waarschijnlijk West-Vlaams) werkt collega *J*. Hij heeft dezelfde taalvakken als ik onder zijn hoede. Hij is aan zijn allerlaatste actieve academisch jaar bezig. Een uiterst ervaren, belezen en intelligent man. Ik hou hem scherp in de gaten. Hoeveel keer nog hoor ik zijn sleutel in het slot knarsen vooraleer hij voorgoed weggaat? Een monument.
21-11-2006
Verlengingen (01)
2006. Mijn 30e academisch jaar aan de hogeschool voor lerarenopleiding dieselt al naar oktober toe. De eerste lessen, zowel met de mij inmiddels bekende derdejaars als met de voor mij nieuwe tweedejaars (de fresh(wo)men laat ik aan anderen over), vallen mee.
Tijdens onze eerste sessie ‘Uitdieping Drama’ (15 gegadigden uit het laatste jaar kiezen dit) werken we in een grote ruimte boven de tribune van een nabijgelegen voetbalveld. We repeteren in groepjes een bescheiden dialoog. Op een bepaald ogenblik, na gedane zaken, daag ik de studenten uit (beloning: een boek van mij) om het eerst de spelflater (what’s in a word) op een van de vele reclamepanelen rond het voetbalveld te detecteren. Na 6’43’’ ontdekt K. SUPORTERSVERENIGING en wint het felbegeerde boek.
De allereerste les die dit jaar wegvalt, heeft te maken met de zelfdoding van de vader van een studente. De crematie gebeurt op de eerste mistige septemberdag van een nieuwe herfst in de provinciehoofdplaats. Ik weet niet of ik mijn geplande vadergedicht van de Vlaamse dichter Armand Van Assche dit jaar in deze groep zal behandelen.
De horeca (vroeger in de ogen van veel oude onderwijsdinosaurussen een zondig segment uit onze samenleving) doet definitief en fulltime zijn intrede in mijn instituut voor lerarenopleiding. De lekkerzaak *P* heeft haar intrek genomen in het atrium. Van ’s ochtends vroeg drijven warmebakkersluchtjes door de wandelgangen, gecombineerd (gecontamineerd?) met de wasems van sportruimtes en wetenschappelijke labo’s. Een teken des tijds: alles tegelijk in een gezamenlijke versplintering. Uiteraard ziet de middenstand van het stadje *T* dit alles met lede ogen aan.
07-11-2006
Leefbaar Vlaanderen
Leefbaar Vlaanderen
‘We zitten met stielmannen’
Het allerlaatste wat we van ons leven zouden doen, en dan nog zeker weten niét: stemmen voor een partij die zich Vlaams Belang noemt. Wat we wel lieten installeren bij ons thuis: een nieuw slot op onze achterdeur. Kwestie van veiligheid. Niet lang geleden immers waren ten huize van de burgemeester enkele laptops ontvreemd. En een landelijke inbraak-ola kon niet worden ontkend.
In het holst van de zomer bracht een werknemer van de slotenmakerij T. enkele uren bij ons door in dat verband. We zaten dus met een stielman, die onze achterdeur van een gezellig knarsend slot voorzag, annex drie sleutels. Eilaas, eilaas beschadigde de man hierbij per ongeluk het dubbel glas van deze deur. Hij tekende dan ook na gedane zaken op de bestelbon af dat de job onvolkomen was gerealiseerd, en dat het glas vervangen zou dienen te worden. De verzekering zou dat regelen. In de winter – daarover waren ook alle ter plekke afgestapte buren het eens – zou die barst immers verder evolueren. Gevolg: een Vlaemsche winter die niet voor onze (achter)deur zou blijven staan, maar erdoorheen zou breken. Twee maanden en nog een halve maand gingen voorbij, gekenmerkt door
een factuur voor (het installeren van) dat slot – die we retourneerden
een rappel – die we met begeleidende brief retourneerden
afwezigheid van verzekeringsexpert en slotenmakersbaas
Het werd een lange mooie indian summer, dat jaar in Vlaanderen. De vogeltjes bleven schijnen, de zon bleef fluiten, sommige boomkruinen zagen zo geel dat het leek alsof ze in bloei stonden. Het werd medio oktober. Weldra zouden de grijze en donkere en druilerige hoog- en gedenkdagen aanbreken. Misschien zou het weldra gaan sneeuwen, vriezen, ijzelen, stormen, oude wijven regenen, hagelen. Het was een dikke factuur, maar we bleven maar niet betalen, want ‘ze’ bleven maar niet komen. Dat betekende voor ons een voorlopige besparing van pakweg € 250- Mooi meegenomen? Ha!
Op de eerste avond van de Week van de Donkere Manen, zegge en schrijve pril november, de Droevigste Maand van het Jaar, kraakte er iets in de goodwill van Heer Celsius. Het VlaamsBelang had zich na de recente lokale verkiezingen vrijwel overal in het noordelijke deel van dit apenland in de gemeenteraden weten te nestelen. Ook bij ons barstte een en ander. Eerst was er kilte en verkleuming alom. IJzigheid daalde neder. Het werd vroeg donker. De dieren zwegen. Er staken snijdende vriezewinden op, die ons ook de adem afsneden. En toen barstte omstreeks halftien in de avond de transparantie van het glas in onze achterdeur, die uitgeeft op de tuin. We kregen meteen een steraanbieding van gesplinter en gekraak en gerinkel, en na deze turbulente chaos keken we tegen een donker, koud en dreigend gat aan.
Que faire om halftien op de eerste avond van de Week van de Donkere Manen in zo’n geval?
Mijn vrouw en ik zijn vindingrijk. Het Vlaams Belang was zo euforisch geweest over de lokale stemmenslag dat ze hun Leefbaar Vlaanderen-verkiezingsborden nog anderhalve maand lieten staan, diagonaal bepleisterd met de mededeling Bedankt kiezers!, tamelijk correct gedrukt. Bij nacht en ontij zijn wij, met de logistieke steun van een socialistische aanhangwagen, eropuit getrokken.
Heden, lezeres, lezer, hebben wij het voorlopig wederom hartelijk warm. Dankzij Leefbaar Vlaanderen (binnenkant, die we zwart schilderden) en Bedankt kiezers! (buitenkant, waar we een affiche van onze dochter op plakten, die als politiek debutante serieus scoorde voor SP.a) hebben wij thans weer een achterdeur.
We wachten verder af. Het gaat tussen ons, de slotenmakerij en de verzekeringen. Is dit een politieke afrekening? Sais pas. We hopen dat we binnenkort weer met stielmannen zitten. Ze zullen een winterse cognac van ons krijgen. En goede raad. Voor de goede verstaander. De goede stielman dus.
En zie, voorwaar: enkele weken na de bladervakantie en de Boekenbeurs slaat het lot toe. Niet het noodlot. Ze komen.
01-11-2006
Vreemde Hemelvaart (27)
Op een vrijdagavond was er een kerstmarkt in de omgeving van de St.-Elooiskerk. In vuurmanden lag houtskool te gloeien. Zo verwarmden ze hier vroeger de fabriekshallen in dit Vlaamse Texas. Ook in de straten van Chicago en New York stonden zulke vuurmanden: zowel het Leger des Heils als de straatbendes kwamen er de handen warmen. Ik liet me op de mensenstroom meedrijven. Tegen de flank van de St.-Elooiskerk hing een hele grote lieveheer, vervuild door benzinedampen. Even keek ik naar hem op. Eronder was een openbare pisgeul. Niet zo lang geleden had ik daar al eens gestaan, na mijn hijgbezoek aan de kerk. Sanctuary. Andermaal stevende ik eropaf. Terwijl ik plaste, zeilde mijn blik naar een kerststal, met echte mensen en dieren erin. Een dranghekken hield de toeschouwers op een afstand. Ik verliet de onwelriekende geul en knikte nog even onmerkbaar naar de reuzegrote lieveheer boven mij. Hij grimlachte versteend terug.
Toen drong het tot me door dat een van die kerstfiguren niet echt was. Dat kind in die kribbe … Ik haastte me naar het dranghekken. Jozef en Maria knikten me vriendelijk toe. Verbijsterd staarde ik naar hun pasgeborene: het was de astronaut Aloysius in hoogsteigen persoon, eenbenig! Zonder twijfel. Hij was omringd door kinderen met schapenvellen om hun schouders. Een ervan legde net op dat ogenblik het ontbrekende been liefdevol op het stro in de kribbe. Mijn ogen werden schoteltjes. Ik herkende ook de kleine durfniet die in de Welriekende Straat muntstukjes tussen de voeten van voorbijgangers had gegooid. Ik wou iets roepen, maar wat? Dat het MIJN pop was?! Daar lag dus voorwaar mijn dierbare Aloysius, wegkijkend naar links, naar de kleine, muntjesgooiende deugniet, en gewikkeld in kranten waarin misschien nog het overlijdensbericht van zijn eigen schepper stond. Andermaal was hij op aarde nedergedaald. Ik wenkte de Welriekende Deugniet. ‘Ik?’ gebaarde die verbaasd. Ik knikte heftig. De fanfare Door Eendracht Sterk verzamelde zich. Hoestend, snuivend en blozend schaarden de muzikanten zich rond zo’n vuurmand. Ik hield ze scherp in de gaten, terwijl ik vliegensvlug fluisterende onderhandelingen met het kereltje voerde. ‘Voor zo’n poppetje?’ vroeg hij verrast. ‘Ja, en haast je wat,’ knikte ik. ‘En vergeet dat kapot been niet!’
De lieveheer tegen de flank van de St.-Elooiskerk keek niet op. Zijn hoofd was op zijn borst gezonken, zwart van ellende. Hij wou niet medeplichtig zijn. Ik tastte naar mijn portefeuille, dat echte paspoort in dit Zuid-West-Vlaamse Texas, plukte het beloofde losgeld eruit en haalde diep adem. Dan berekende ik mijn kansen om met mijn broze buit heelhuids door de fanfarebarricade te breken. ‘Break a leg,’ mompelde ik.
22-10-2006
Vreemde Hemelvaart (26)
Het ijs knisperde in de whiskyglazen. Een geluidje uit de duizend. ‘Zeg ma,’ begon ik, ‘zo’n verkeerde lieveheer, je weet nog wel, de vorige keer heb je ’t er nog over gehad … ‘ ‘Ja?’ ‘Is dat eigenlijk iets bijzonders? Ik bedoel: worden die speciaal gezocht door antiquairs of verzamelaars bijvoorbeeld?’ Ze fronste haar voorhoofd onder haar purperen poppenkrullen. ‘Dat weet ik niet, hoor. Heb jij die kleine meegenomen misschien? Ah ja.’ ‘Zijn er veel van? Ik dacht … eentje min of meer … ‘ ‘Ik kreeg die van je oom, dief die je bent. Eigenlijk brengt zo’n verkeerde lieveheer ongeluk. Als je zelf voldoende krachten ontwikkelt om die doem tegen te werken, wordt het groot geluk. Dat is de kunst. En de paus kuste het asfalt, haha!’ Ik dacht aan ma’s onfortuinlijke vioolcarrière. ‘Paus?’ ‘Whiskygrapje.’ ‘O, is dat zo? Wat je daarnet … ‘ ‘Ja,’ knikte ze beslist. ‘Een verkeerde kruisheer is zoiets als de wens ‘break a leg’ vooraleer iemand het podium op moet. Het werkt op eenzelfde manier.’ ‘Dat ruikt naar bijgeloof.’ ‘Wierook. Wie geen geloof heeft, wat het ook moge zijn, begrijpt het bijgeloof niet.’ Ik dacht terug aan de korte monoloog van José Vermeersch in het lieveherenzaaltje. ‘Ze hebben dus toch wel hun betekenis?’ ‘Ach, misschien alleen voor oude vrouwen als ik.’ ‘Als ik nu eens een handeltje in verkeerde lieveheren opzette?’ ‘De pastoors zien die wegkijkende christussen niet graag. Verkoop liever kaarsen. Het is de zwakke plek van de officiële canon: te veel aandacht voor de slechte moordenaar. Een van de neurosen van Golgotha. Die Salman Rushdie vond ook een zwakke plek, in de Islam. Schatrijk is hij, maar levend begraven, nog altijd. Morsdood. Hoe is het met Els?’ Verbluft keek ik haar aan. ‘Wel?’ Ik greep naar mijn glas alsof het een gifbeker was. ‘Die … die verkeerde lievevrouw,’ zei ik.
Krachten ontwikkelen om de doem tegen te werken dus. Drie weken lang wenste ik mezelf tot driemaal toe per dag: ‘break a leg’. Maar ik had geen podium om te bestijgen. Aloysius bleef spoorloos. Nuchtere Els bekeek me met andere ogen. Naar mijn souterrain kwam ze niet vaak meer. Haar eigen ma legde meer en meer beslag op haar. En José Vermeersch was van deze aarde verdwenen, een leger honden en beelden en lieveheren achterlatend, verspreid over de hele wereld. Ik voelde me verweesd. Ik voelde me ook een verliezer. Toen kwam ik op een avond voor een raadsel te staan dat ik nooit heb kunnen ontrafelen of oplossen.
17-10-2006
Vreemde Hemelvaart (25)
Op de donkerste dag van het jaar nam ik de bus naar Lendelede. Het was anderhalve week na de begrafenis van de beeldhouwer. Het was koud en winderig. De verkeerde lieveheer reisde met me mee. Ik wou die postuum cadeau doen. Mevrouw Vermeersch jongleerde met een sleutelbos en slaakte het heiligdom van de overleden meester. Het leek alsof er een diepe zucht van opluchting uit ontsnapte, een gekwelde geest ijlde bevrijd naar buiten. Ik geloofde mijn eigen ogen niet. Alle verkeerde lieveheren waren verdwenen. Er was niets meer, met uitzondering van een stervende gatenplant in de hoek en wat as op de grond. ‘Ik kom hier bijna nooit,’ zei de weduwe. ‘Verleden week is de collectie oude kruisbeelden hier opgehaald. Een jonge kerel met een galerij aan de zee, eh … de kust. Tiens, is het meisje niet meegekomen?’ ‘Nee.’ Ze keek naar mijn plastic zak met de verkeerde erin. ‘Had je misschien ook interesse voor de collectie? Had ik dat geweten … ‘ ‘Eh … eigenlijk … tja … ‘ Ja en nee bedoelde ik. ‘Ik kwam nog een exemplaar cadeau doen.’ ‘O, dat is sympathiek.’ Ze nam de zak in ontvangst. ‘Dank u.’ Als een grote zwarte vogel stapte ze over het gazon. Het water in de vijver rilde. Toen ik afscheid nam, hadden we met geen woord over de astronaut gerept. Ik vatte de voettocht naar de bushalte weer aan. Een scherpe wind floot rond de ateliers van wijlen José Vermeersch. Ik keek nog even om en merkte dat mevrouw Vermeersch mijn verkeerde lieveheer bij de vuilniszakken aan de poort deponeerde. Wachtend aan de halte, op de bus van het grote verdriet, spiedde ik de grijze lucht af. Ik zag Vermeersch die met de steel van zijn pijp beschuldigend in mijn richting prikte. Ik zag Aloysius nederdalen en weer ten hemel stijgen. Thuis nam ik een bad. Ik hoopte er zachtjes in te verzuipen, zwemmend door een tunnel van vergetelheid.
09-10-2006
Vreemde Hemelvaart (24)
Twee dagen later begaf ik me naar de krantenkiosk. ‘Verloren of achtergelaten voorwerpen leg ik altijd subiet daar op het kastje van de lotto,’ legde de vrouw uit. ‘Zoals je ziet: dat … die … eh … het ding ligt er niet bij.’ ‘Ja,’ zei ik gelaten, ‘nee.’ Ik kocht een pakje tabak.
Els kwam. Ik zette koffie. Het was alsof mijn eigen bloed door het apparaat passeerde. Ik voelde me een judas en ging tot bekentenissen over. Dat ik de astronaut had willen verkopen. Dat ik hem onderweg ergens kwijtgespeeld was. En wat voor lijdensweg het nog geworden was. ‘Wat ga je met die verkeerde lieveheer doen? Ook verkopen? Om je drankrekeningen te betalen?’ Ik knikte dat ik het niet wist. ‘Moet je de vrouw van José Vermeersch niet vertellen dat je het beeld niet meer hebt?’ ‘Weet niet. Aloysius is zijn schepper weer achterna, hé.’ Els was niet in de stemming voor beeldspraak. Ik dacht plotseling terug aan het Fonds DaklozeDieren. De adoptie van een poes was dus evenmin doorgegaan. ‘Godverdomme, Els,’ zei ik, ‘ik heb altijd tegenslag.’ Opstandig loenste ik naar mijn verkeerde lieveheer. ‘Je hebt de ziekte van deze lage streek in je lijf,’ antwoordde ze. ‘Arm Texaantje. À propos: ga je naar de begrafenis van Vermeersch?’ Dus toch een metafoor. ‘Nee,’ schudde ik, ‘nee, hoe is het met je ma?’
02-10-2006
Vreemde Hemelvaart (23)
Ik had het koud. Met een ruk kwam ik overeind, maar snerpende hoofdpijn drukte me ogenblikkelijk weer ter aarde. Geluiden drongen dik tot me door. Iemand verkende mijn kleren, alsof ik al dood was. Toen ik mijn handen van voor mijn gezicht deed en mijn ogen opende, zag ik ook iemand door mijn portefeuille bladeren. ‘Vermeersch,’ hoorde ik hem zeggen, ‘‘Vermeersch’ staat er hier.’ ‘Afblijven,’ snauwde ik, plotseling klaarwakker. Voor de tweede keer die dag griste ik het kostbare document uit andermans handen. ‘Hela, hela!’ maande een kerel in het wit me aan. Ik keek om me heen: ik lag verdorie op een brancard. Blauw zwieplicht kleurde de omgeving. ‘Verdomme.’ Ik betastte mijn hoofd. ‘Hoe voel je je?’ ‘Nee.’ ‘Eh?’ ‘Bah ja.’ ‘Ben je van hier?’ ‘Die verrotte bloembak ook!’ ‘Kun je lopen?’ Iemand wees naar de ambulance. Ik schudde van nee, maar eigenlijk bedoelde ik: niét in dat ziekenvoertuig! Weer onderging de zwaartekracht hevige schommelingen: de brancard werd plotseling opgetild. IJlings sprong ik op de begane grond. Mijn hele lijf protesteerde grondig. ‘Ja maar, wat zal ’t nu eigenlijk zijn, hé!?’ ‘Maar ik héb niks!’ Ik wreef over mijn gezicht en rolde mijn linkerbroekspijp even op. Ondertussen groeide mijn publiek alsmaar aan. Ik kreeg het danig op de heupen van dat blauwe gezwiep. Plotseling wist ik haarfijn wat me te doen stond, ofschoon ik op vier plaatsen pijn voelde. Ik stopte het Aloysiusgetuigschrift weg, staarde naar het einde van de winkelstraat, begon met mijn armen te molenwieken en riep: ‘Hela! Hela daar!’ Iedereen keek om. Daar had ik op gerekend. Ik zette het op een spurten, opnieuw tussen bloembakken door slalommend. Een keer wierp ik nog een vlugge blik over mijn schouder, naar waar dat blauwe schijnsel spookachtig bewoog. Niemand van de kijklustigen zette de achtervolging in. Pas in de St.-Elooiskerk kwam ik tot stilstand. Sanctuary! Ik zette me hijgend in de laatste rij, de rij der goddelozen en zondaars, en telde er mijn verwondingen. Grootste verwonding echter was de verdwijning van mijn adoptiefkind Aloyius. Hoorde ginds vooraan in de kerk de officiële lieveheer mijn gehijg? Of legde ook hij zijn linkeroor te luisteren? Ik hinkte de kerk weer uit.
Belle Epoque was al dicht. De krantenkiosk ook. In Den Engel botste ik op een kluit droogzingend volk. Mijn queeste duurde er ongeveer een halfuur, goed voor drie glazen bier. Geen spoor van de astronaut te bekennen. Hij zat weer in een baan om de aarde, gewichtloos. Ikzelf was aan de aarde genageld, de zwaartekracht werd heviger. Mijn strenge blik zeilde door het café. Toen ging ik weer weg. Onzacht sleurde ik de deur open. Ik stapte in een zwart gat.
Via Inlichtingen kreeg ik het telefoonnummer van antiquariaat Belle Epoque. ‘Nee!’ zei de man, verbouwereerd dat ik alweer in zijn gelijkmatige leven opdook. ‘Nee! Het ligt niet hier. En kunt u me nu even … ‘ Vermoeid tot in mijn ruggenmerg verbrak ik de communicatie weer.
26-09-2006
Vreemde Hemelvaart (22)
Gejaagd stapte ik drie straten door. Dan trok ik het getuigschrift van tussen de kranten, vouwde het op en stopte het in mijn portefeuille. De kranten deponeerde ik in een vuilnisbak waarop stond: HOUD UW STAD SCHOON. Recycleren was niet mijn sterkste zijde.
Vlak daarna voelde ik me plotseling verschrikkelijk alleen. Ook de zwaartekracht leek me veranderd. Ijlings greep ik naar mijn linkerheup. Mijn schoudertas was leeg. Aloysius was verdwenen. Ik spoelde tevergeefs de recentste uren in mijn hoofd terug. Aloysius kwam niet meer in beeld. Hij weigerde. Waar, wanneer had ik hem nog nabij gevoeld? Wanneer, hoe had ontstentenis toegeslagen? Na deze mislukte oefening liep ik zelf terug, onwijs roekeloos joggend tussen winkelende volksscharen. Ik haalde fietsen en auto’s in. Ik liep gezinnen omver. Ik joeg een hond voor mij uit. Ik inhaleerde benzine. Toen ik tegen een stedelijke bloembak aanknalde, viel alles stil.
18-09-2006
Vreemde Hemelvaart (21)
'Het waait heel hard daarboven, hm hm hm.’ Ik hoorde het hem weer zeggen, met die lijzige, doffe stem van hem, die reuzepijp stoppend. In Het Haantje had ik nog een paar cognacs gedronken. Nu liep ik weer door Kortrijk, mijn hoofd volledig bezet. Twee keer passeerde ik antiquariaat Belle Epoque. Moest ik niet eerder in een kunstgalerij zijn? Echt geschrokken door het krantenbericht was ik niet. Maar mijn twijfel nam nu hand over hand toe. Ik greep Aloysius in de tas bij zijn nek vast. Hij zou mij niet ontglippen, zijn schepper achterna. ‘Misschien’ dacht ik, ‘is de astronaut nu nog veel meer waard. Zo gaat dat. Men moet dood zijn. Zou de antiquair uit Belle Epoque nu al weten dat Vermeersch de pijp aan Maarten heeft gegeven? Toon ik hem straks … ‘ Aan een kiosk kocht ik zes kranten. ‘Da’s een halve dag werk om te lezen,’ zei de vrouw. Tussen haar borsten bungelde het verplichte brilletje der geletterden. Die aangekondigde halve dag werk reduceerde ik tot vijf minuten bladeren met de natte vinger. Vier van de zes kranten meldden op een of andere manier het verscheiden van de beeldhouwer José Vermeersch. ‘Heb je ’t gevonden?’ informeerde de vrouw. Ik stond nog altijd bij de kiosk. ‘Ze moesten de kranten op een kleiner formaat drukken,’ foeterde ik. Ik propte ze alle in de tas. In café Den Engel las ik de berichten nog eens. José Vermeersch was werkelijk dood: men had hem doodgewoon in zijn ateliers aangetroffen, uitgestrekt op de grond, in missionarishouding. Lange tijd bleef ik in deze slijterij vertoeven, pendelend tussen vele gedachten, nog andere gedachten wisselend met oude toogbekenden. Ik liet me zelfs even overhalen tot een partijtje snelschaken, dat ik verloor, zodat er revanche diende te volgen, die ik godgenageld weer verloor. Toen ik opstond, had ik geen duidelijk plan meer. Mijn benen brachten me naar antiquariaat Belle Epoque. Het getingeltangel vulde weer mijn oren. Ik ademde diep in. Uit het halfduister, of was het uit een schilderij, verscheen weer de muisgrijze djinn. Hij stak een hand uit en toverde met de andere hand vers licht uit een lamp. ‘Kruisverhoor,’ flitste het door mijn hoofd. ‘Waarmee kan ik u … aha.’ De man trok een lade open. Daarin had hij gisteren het Aloysiusgetuigschrift gedeponeerd. Ik had het als een soort onderpand hier achtergelaten. ‘Zo,’ zei de man, ‘en hebt u ook de krant gelezen, meneer? De radio gehoord?’ Hij wapperde even met het papier. Ik handelde bliksemsnel. Ik griste het ding uit zijn hand, stopte het tussen de kranten in de tas en verdween. Tingeltangel. ‘Hela, hela,’ hoorde ik hem nog roepen.
11-09-2006
Vreemde Hemelvaart (20)
In Het Haantje ging ik een snelle hap eten. Daar begon ik echt gebruik te maken van mijn bedenktijd: de twijfel sloeg toe. Als die hummende heer uit Belle Epoque mij 2 000 euro bood, dan moesten er ongetwijfeld nog andere hummende heren op deze wereld zijn die misschien nog meer verstuiven konden. Met mijn linkerhand verkende ik de contouren van Aloysius in de tas. Per aai telde ik er 200 euro bij. Mijn twijfel groeide gestaag. Omtrent één iets was ik het met mezelf eens: dat zwarte mormel uit het Fonds Dakloze Dieren zou ik Aloysius II noemen. Ik bestelde nog een koffie en een bel cognac. Aan de toog vertelde een man een mop over een antieke kast, een pastoor en een boer. De patron knikte glimlachend en ontweek met zijn middellange-afstandsbakje stuurvaardig testbeelden en teletekstberichten op de televisie in de hoek. Een uiterst bedreven piloot, voorwaar. Hij kwam uit op een partijtje sumoworstelen. ‘Kijk, Marcel,’ knikte hij, ‘die daar gaan ook spaanders van mekaar maken, zoals die boer met zijn antieke kast.’ ‘Wat een kolossen, godverdju. Die eten dag in dag uit pap.’ Even bekeek ik de Japanse vleesreuzen met hun hangbuiken en belachelijk kleine handjes. De patron legde zijn toetsenbakje neer, likte aan zijn vinger en bladerde door de krant. Toen viel mijn blik plotseling op die foto, omkaderd door een grote hap tekst. José Vermeersch leek net niet te lachen; kraaienpoten trokken zijn wijsheid samen bij zijn ogen. Misschien was hij de seconde erna in een lachbui uitgebarsten. Misschien had hij de seconde ervoor een contract getekend. Het was alleszins een prachtige foto. Ik liet mijn elleboog verder uitglijden om wat tekst te kunnen ontcijferen. Beetje bij beetje reconstrueerde ik uit het drukke sjabloon van letters en woorden en zinnen het overlijdensbericht van José Vermeersch, gevolgd door een schets van leven en werken van de meester.
04-09-2006
Vreemde Hemelvaart (19)
Els zou ogen als vliegende schotels trekken als ze het nieuws hoorde. ‘Zie je wel, zie je wel,’ mompelde ik hardop, terwijl ik me terug naar mijn catacomben spoedde. Een vrouw keek op. ‘Lieve vrouw, goede wereld,’ zei ik, nog luider. In mijn verzonken verdieping wrikte ik een blik roomrijst open. Ik spoelde door met twee glazen witte wijn. Aloysius rustte op de sofa. De verkeerde lieveheer wendde, leunend tegen de muur op de kast, zijn hoofd af. Morgen zou ik de astronaut in antiquariaat Belle Epoque ruilen voor vele euro’s. En misschien deporteerde ik ook de verkeerde lieveheer naar zijn collega’s in de Lendeleedse ateliers van José Vermeersch. Els? Els was druk in de weer. Haar ma’s gezondheid was niet zo goed meer. Terwijl ze haar syllabi Esperanto doorploegde, hield ze haar vrouwelijke ouder gezelschap. Kattebelletjes op mijn raam geplakt of haastige telefoontjes vormden de laatste tijd onze communicatie. Ik alleen had het lot van onze Aloysius in handen.
In het etalageraam van een winkel waar porseleinen doopartikelen verkocht werden, monsterde ik mezelf. Ter linkerzijde vertoonde ik een uitstulping. Daar hing Aloysius, in een grote schoudertas, flink in de luren gelegd. Ik was zwanger van een astronaut. Nog enkele uren scheidden hem van zijn openbaar leven: een wellicht duister bestaan, tussen het schuldige gefluister van handelaren en helers. Later zou hij pijn in zijn kop krijgen, door het geklop van hamers van veilingmeesters. Even later passeerde ik poesjes in de etalage van het Fonds Dakloze Dieren. Ik raadpleegde mijn horloge en duwde dan zeer beslist de deur open. ‘Dat daar doe ik vanavond mee, als ik terugkom. Nu moet ik nog weg.’ Na deze vrij cryptische mededeling wees ik een inktzwart mormeltje aan. ‘Dat is prima, meneer.’ ‘Hebt u er verpakking voor? Ik heb geen auto.’ ‘Dat wordt uiteraard geregeld.’ Het roodharige meisje knikte naar een toren bananendozen. ‘Oké, tot straks.’ ‘Het zwartje dus, hij heet ook Zwartje, tot straks.’ Zo, dat was mijn goede daad, in het verschiet van groot geld. Op een luttele dag verkocht ik en adopteerde ik.