De vierde editie van Gedichtendag op onze hogeschool brengt weer een hoogst interessante affiche: Joke van Leeuwen, Miriam Van hee, Vrouwkje Tuinman, Anton Korteweg. Zij treden op in Club de B. in Torhout op vrijdagavond 27 januari. Mijn jonge collega B. (ook tijdschrift Plebs) is de grote roerganger. Ikzelf assisteer, zoals elk jaar. Mijn tweedejaarsstudenten verzorgen de introductie op de dichters. Ik 'vang' de dichters op, omdat ik de meeste wel ken, en zij mij. Soms zit daar een etentje in. Naar aanleiding van onze hogeschooldichtwedstrijd voor studenten en docenten bekommer ik me ook om de inzendingen en de jurering. Vier collega's uit andere departementen jureren mee. Een paar jaar na elkaar hadden we een hogeschooldichteres op hoog niveau: Charlene Winne. Ondertussen is zij afgestudeerd. Ik denk niet dat wij de komende jaren nog zo iemand zullen vinden. Gedichtendag in Torhout: al vier keer een memorabele avond.
Het leven gaat snel. Je hebt er maar één. Dat is de rode draad in mijn theaterstuk ZZOEFF!. Medio september kreeg ik een (voor mij) kersverse groep ouderejaarsstudenten (afdeling Nederlands) onder mijn hoede wat het vak Expressie betreft. De traditie op onze hogeschool wil dat het afstudeerjaar Nederlands iets op de planken brengt. Dat is gelijk hun afstudeerproject Drama & Expressie. De keuze was vlug gemaakt. In plaats van een bestaand stuk te kiezen of (een stuk van) het oeuvre van een auteur speelbaar te bewerken, gingen we voor ZZOEFF!: een stuk dat ik schreef voor een twintigtal rollen (m/v). Zo kon iedereen de planken op. De grootste barrières waren de wederzijdse onbekendheid met elkaar en de tijdsdruk. Ik had die groep het jaar daarvoor geen les gegeven en we beschikten over amper acht semesteruren. Aan beide problemen werd gesleuteld. Ik liet de studenten opwarmend tonen wat ze in hun mars hadden via het spel 'Sketch'. Zo leerde ik ze ook vrij vlug kennen, in het licht van de casting. Aan de tijd deden we ook iets: maal twee, soms maal drie. We bleven dus tot het donker was, in een steeds dapperder tempo.
Op woensdagavond 14 december zagen we tot onze verwondering de aula volstromen met veel meer toeschouwers dan we hadden gedacht. De vertoning verliep zoals ik het had verhoopt. Een leuke receptie achteraf zette het kroontje op het werk. Andermaal een goede herinnering gevangen in the windmills of my mind: ZZOEFF!
Blijf ik nog een halve of een volle wereldoorlog op mijn hogeschool? Ze lullen van staatswege wel over langer werken, maar dat gaat ook gepaard met meer en meer werkdruk, papiergedoe, bemoeizucht, betutteling en vergaderzucht. Het plezier van het lesgeven wordt ondermijnd. Ook door diegenen die geen les meer (kunnen, willen) geven, maar wel theorietjes verkopen en brochures publiceren over hoe je het moet doen. Blablavergadering geblazen! Collega's die nu met pensioen vertrekken, worden ook niet echt meer vervangen. Wat ze achterlaten, wordt allemaal verder versnipperd over de blijvers. Meer presteren dus, langer werken en binnenkort minder pensioen. Een halve of een volle wereldoorlog? Doe mij maar een wapenstilstand. Zolang de voorraad vrede strekt ... dan zie ik wel.
PS Het boek over voorlezen voor oud en jong (bachelorproef van juni 2011) van oud-studente Katrien R. is deze week verschenen bij Acco Leuven. Een feestje in het hoofd.
02-11-2011
BB A'pen 11
De Kookboekenbeurs Antwerpen valt weer te bezichtigen. Televisiegapende keukenvlamingen begeven zich door het bladerdeeg van november naar de plek des onheils. Om hun hoofden warrelen okeren bladeren en foutparkeerbonnen. Hoera voor het boek. Wie zei ook weer dat Vlamingen niet lezen? Recepten en bijsluiters, ja hoor, voor en na het eten. Ik vraag u: wat is mooier dan een dooier?
09-10-2011
Verlengingen (52)
Ik heb geprobeerd op te zoeken wat voor beroep - buiten onderwijzer(es) of lerar(es) - sommige van onze oud-studenten lerarenopleiding uitoefenen. Ik kwam tot het volgende onvolledige lijstje: vertegenwoordiger, verkoper, feestarchitect, muzikant, uitgever, acteur, tijdelijk topsportster, actrice, uitvinder, bankier, schrijver/dichter, journalist, beroepsmilitair, rijkswachter, bakkerin. Een portie van onze afgestudeerden wordt geen schoolvos. Dat is altijd zo geweest; het heeft niets te maken met vraag en aanbod van de onderwijsmarkt. Eén iemand (bij mijn weten) is van geslacht veranderd. Te veel mensen zijn gestorven.
04-09-2011
Verlengingen (51)
'De inschrijvingen draaien pas warm, maar hier en daar krabben hogescholen zich al in de haren. 'Er moeten niet veel studenten meer bijkomen, of we weten niet waar we ze moeten zetten.' De West-Vlaamse Katholieke Hogeschool (KATHO) breidde noodgedwongen haar opleidingscentrum voor verpleegkundigen uit. Het studentenrestaurant blijft er straks de hele dag open om files 's middags te voorkomen. Er worden parkeerplaatsen bij gehuurd, de lesdagen worden een uur langer, er komt meer studeerruimte... De meeste hogescholen zijn aan uitbreiden toe. De Hogeschool Gent knipt straks het lintje van een nagelnieuw auditorium door. 'Laten we hopen dat de zes procent groei die we zien in de inschrijvingen zich voortzet', zegt diensthoofd communicatie Johan Persyn. 'En dat we iedereen een plaats kunnen geven. We moeten op alle mogelijke plaatsen bijbouwen en vernieuwen.' Al vijf jaar neemt het aantal hogeschoolstudenten tot vijf procent per jaar toe. Sommige richtingen boomen van het ene academiejaar op het andere met vijftien procent. Die aanhoudende groei doet de hogescholen kraken in hun voegen. 'Vier jaar geleden hadden we drieduizend studenten, straks gaan we over de zesduizend', valt te horen bij HoWest. Op KATHO verdubbelde het aantal studenten naar achtduizend in tien jaar tijd. De gevolgen laten zich in de praktijk voelen. De Katholieke Hogeschool Brugge Oostende verhuisde drie jaar geleden naar een volledig nieuwe campus. Nu al vreest de KHBO dat die extra ruimte niet zal volstaan voor de toevloed aan studenten lager- en kleuteronderwijs. 'Het departementshoofd komt nu en dan angstvallig kijken naar de inschrijvingsaantallen', zegt Nathalie Defoort, diensthoofd secretariaat. 'Er mogen niet te veel studenten meer bijkomen, of we moeten nog bijbouwen. Bovendien schrijven de studenten steeds later in.' Uit een rondvraag blijkt dat de meeste hogescholen komend academiejaar een verdere toename verwachten. 'Dat is vreemd, omdat er achttien jaar geleden minder jongens en meisjes werden geboren', zegt Filip Clarisse van de HUBrussel. 'De instroom blijft ongelooflijk hoog. Vandaag hadden we onze duizendste nieuw ingeschreven student, we staan nu al voor in vergelijking met vorig jaar.' (Bron: De Standaard)
25-07-2011
Verlengingen (50)
Vanuit de lerarenopleiding begeleidde ik afgelopen academiejaar een bachelorproef over Voorlezen voor Senioren. Een onverwachte invals-, nou: uitvalshoek. Katrien R. werkte er hard aan, aan de theorie en in de praktijk. Nu heeft uitgeverij Acco Leuven toegezegd het werk als boek uit te brengen. Katrien heeft al een contract op zak. Niet alleen het onderwerp is speciaal, K.R. schrijft ook heel origineel en boeiend. Mijn persoonlijk lijstje van oud-studenten die zich schrijvenderwijs manifesteren, groeit aan ...
Wat ook aangroeit: zoals voorheen combineer ik alweer de lerarenopleiding lager én secundair onderwijs. Collega's met pensioen worden immers niet of nauwelijks vervangen ... Ik teken dus ook weer - aan het eind van mijn onderwijscarrière - voor Taalvaardigheden en Expressie en Stagebegeleiding in de secundaire opleiding. Neen: deze ouwe knar zal niet rustig uitbollen.
23-06-2011
Mijn meesters (6)
In mijn zesde en laatste klas van de lagere school (ik deed geen zevende leerjaar, hoewel heel veel leerlingen dat toen wel deden: onze school kende in die jaren nog drie zevende klassen) was de cirkel rond: weer zat ik oog in oog met een tiran. Meester Rosseeuw (‘Spreeuwe’) was dubbelkinnig, streng, onredelijk en oud. Ik bewaar maar één goede herinnering aan hem uit dat jaar: toen hij elke zaterdagvoormiddag voorlas uit een avonturenboekje over een expeditie. Overigens bleek jaren later dat mijn eigen pa en de meester niet op goede voet met elkaar stonden. Vandaar het ongemak, dat ik elke dag aan den lijve ondervond. Spreeuwe speelde piano en was oerkatholiek. We moesten dus veel zingen. Gelukkig was het toen al de mode dat er in de zesde klas ook door andere meesters les werd gegeven, ter voorbereiding op de middelbare school. Meester Cafmeyer gaf geschiedenis; meester Schutyser gaf aardrijkskunde; mijn eigen tiran Spreeuwe gaf natuurkunde. Spreeuwe kwam rond met zo’n gigantische rolstempel, zodat iedereen een kikker of de nerven van een blad in zijn schrift kreeg gestempeld. Er was in die tijd wat aan de hand met bisschop Makarios op Cyprus. We moesten er knipsels uit de krant over verzamelen. En o ja: België won een oorlog tegen Duitsland. Dat was het enige goede wereldnieuws uit mijn zesde en laatste leerjaar in de basisschool. Spreeuwe, als de hemel of de hel bestaan, en ik kom u daar tegen: ik zal me moeten inhouden of ik geef u een optater tegen uw verwaande stekelharen kop, zodat uw kinnen trillen als een pudding.
Mijn meesters en mijn ene juf: gemengde gevoelens. Angst, respect, warmte, bewondering, begrip, afgrijzen. En als het regende, regende het hevig. En als het vroor, vroor het dat het kraakte. En de wind huilde waanzinnig. En de sneeuw lag metershoog. En de zon brandde ongenadig.
21-05-2011
Mijn meesters (5)
MIJN MEESTERS (5)
Meester Devriese van de vijfde klas was mij zeer goed gezind. Hij kende mijn ouders goed. Bij hem leerde ik mijn eerste Frans. Zingend. C’est un éléphant, qui marche … qui marche … Hij kon een iguanodon op het bord tekenen. Maar bovenal ontdekte hij dat ik heel mooie opstellen schreef met veel tekenende woorden in. De zwarte kat liep door de dikke benen van de warme bakker. Mijn mooie zinnen kwamen telkens weer op het bord, na elk opstel, maar mijn tekeningen op de keerzijde waren een ramp. Meester Devriese keek door zijn wazige gekleurde brillenglazen altijd een beetje treurig. Hij was ook diepgelovig. Na schooltijd en na de niet-verplichte les Frans kon je bij hem bijvoorbeeld nog EKW volgen: Eucharistische Kern Werking. Dat deed hij samen met een priester, in de schoolkapel. Hij kwam ook op voor de zwakkere broertjes in de klas. Toen we voetbalden met een tennisballetje op de speelplaats, en het onhandige Willy’tje ‘kopte’ het balletje per ongeluk met zijn rug in plaats van met zijn hoofd weg, dan was meester daar om iedereen te bezweren dat dat helemaal niet erg was. Jezus had immers ook aandacht voor de minderbedeelden. In mijn vijfde leerjaar al wist ik heel zeker dat ik later boeken zou schrijven.
25-04-2011
Mijn meesters (4)
MIJN MEESTERS (4)
Meester Haelewijn van het vierde leerjaar vond ik een heel fijne kerel. Om te beginnen had hij een boekje gepubliceerd over het nabijgelegen en beroemde kasteel van Wijnendale. Dat vond ik indrukwekkend, want toen al wou ik schrijver worden. Meester Haelewijn nodigde echter ook eens een echte brandweerman in de klas uit, waardoor ik plotseling besloot: ik word spuitgast! Dat werd zelfs de titel van mijn daaropvolgende opstel. Hij organiseerde ook een heuse studietrip naar een ijzergieterij in de omgeving, want een van de zoons van het bedrijf zat in onze klas. Meester Haelewijn behandelde ons niet als domme onwetende kinderen. Hij ging rustig en gereserveerd met ons om. Wij, hoe jong ook, apprecieerden dat. Geen gebrul, geen lawine van straffen, een rustig stelsel van beloningen. Zijn natuurlijke autoriteit werd nog versterkt door zijn bril met zware montuur. Later zou dat mode worden. Het zou ook nog decennia duren voor het woord ‘respect’ opdook in het straatvocabularium van jonge streetwise durfnieten, maar zeker weten: wij (Armand, Hans, Wilfried, Hans, Eric, Pol, … ) hadden toen ‘immens’ veel respect voor meester Haelewijn. Mijn vierde leerjaar opende mijn vensters op de wereld.
03-04-2011
Mijn meesters (3)
MIJN MEESTERS (3)
Meester Wets van de derde klas (die toen al duizend jaar leek te zijn) werd ziek. Vrijwel onmiddellijk, aan het begin van het schooljaar, nam mevrouw M. zijn plaats in. Zij was de vrouw van de toenmalige schooldirecteur. We verhuisden dat jaar ook naar een ander segment gebouwen, palend aan de echte grote school, waar we ooit zouden belanden. Mevrouw M. leek in mijn ogen op een gerimpeld appeltje uit de vorige herfst, althans wat haar gezicht betrof. Ze was wel een voorloper in individuele evaluatie. Ze nam uitvoerig de tijd om van bank naar bank te gaan en daar ter plekke schrift na schrift te becommentariëren en te amenderen. Daardoor, vooral omstreeks april-mei, kregen we ook soms een stukje van haar boezem te zien. Dat geultje interesseerde ons toen al in dezelfde mate als de glijbaan in pretpark Meli. Ofschoon we in die tijd uiteraard een volledige masculiene klassengroep vormden, getalsterkte meer dan dertig eenheden, ondervond mevrouw M. geen moeite met ons. We vonden een juf wel eens fijn. Mijn derde leerjaar weekte de vrouwelijke kant in mij los.
09-03-2011
Mijn meesters (2)
MIJN MEESTERS (2)
Meester Vandecasteele (ik ben zijn voornaam vergeten; Norbert?) kleurde mijn tweede leerjaar van de basisschool aangenaam in. Ik begon me eindelijk goed te voelen. Hij was jong. Elke ochtend kwam hij op school toe met een scooter, van ergens héél ver. Hij was een beetje Elvis Presley (hoewel wij die naam niet kenden). Er stond een steenkolenkachel midden in de klas. We schaarden er ons omheen, riekend naar natte honden. Meester Vandecasteele had een beloningssysteem met gekleurde kartonnetjes, waarbij niemand zich gepasseerd voelde. Soms zwierde hij zijn benen naar omhoog en ging hij even op zijn hoofd staan. We hadden het gevoel dat hij een vreemde snuiter in onze school was. In die tijd arriveerde midden in het schooljaar ook een rijke jongen bij ons in de klas. Iedereen wou naast hem in de bank. Hij was met een vliegtuig uit ‘de’ Congo gekomen: het gevaarlijke land van de negers met de afgehakte handen. In die tweede klas vond ik ook mijn eerste meikever, in de haag omheen de stedelijke speelwarande. Op rapportdag (examens heetten toen nog ‘wedstrijden’ of ‘ombesten’) bleek ik nog meer percent te hebben dan bij die brulaap uit het eerste leerjaar. Het zoontje van de dokter was dieper in de rangschikking weggezakt. Meester Vandecasteele was immers geen inwoner uit het stadje; hij kwam van ver … En bij hem mocht je ook wat stouter zijn. Dat vormde geen echt probleem betreffende de kolom ‘Uitmuntendheid’. Ik kreeg dus veel prijsboeken. Vooral van Hollandse schrijvers, waar personages Harm en Puk moesten heten. ‘Puk zit in de wei bij de beek. Hij houdt een roer vast.’ Aan mijn tweede leerjaar bewaar ik warme aangename herinneringen.
12-02-2011
Mijn meesters (1)
MIJN MEESTERS (1)
Meester Gilbert was de vreselijke man die mijn eerste leerjaar in de basisschool dirigeerde. Ik heb het over eind jaren vijftig – begin zestig. Ik had dat, zelf een uk op tafelhoogte zijnde, toen nog niet door, maar mijn eerste ‘grote’ meester was een onderdeurtje dat met rechtopstaande haren amper 1 m 60 hoogte bereikte en zo mager als een sprinkhaan was. Mocht Bellewaerde al bestaan hebben, hij mocht ‘voor niks’ binnen. Een ideale limbodanser. Waarom ik hem een vreselijke man vond? Meester Gilbert deed ons naar voren komen om verzen te declameren. En dat was nou net mijn trauma uit de papschool bij zuster Serafien geweest: dat we godgenageld alleen voor de klas liedjes moesten zingen of gedichtjes moesten voordragen. Meester Gilbert, een amateur-toneelspeler van het betere allooi (zijn toneelkring won enkele keren het nationale Landjuweel), acteerde ook zelf de lessen Gewijde Geschiedenis. Het passieverhaal blijft nu nog in mij nazinderen, met de oranje illustraties erbij. Mijn geloof is er echter niet groter door geworden, wel mijn fascinatie voor verhalen. Wie iets goed deed, kreeg een doopsuikertje. Soms moest je dat dan weer inleveren, omdat het niet goed bleef. Vier stokjes aan je m bijvoorbeeld. Of een inktvlek. Dan was dat doopsuikertje al half gesmolten. Je moest het immers bewaren: je mocht je beloning alleen maar verorberen tijdens speeltijden. Naast mij in de bank zat een roodharige dikkerd met duizend sproeten en een roze velletje. Soms haalde hij onverwacht maar stiekem zijn piemel uit. Dan moesten we lachen. Helemaal vooraan was Jozef-met-het-brilletje geparkeerd. Hij leek dom te zijn. Zag hij niet goed? Godverdomme, niemand besefte het: eigenlijk was Jozef een beetje doof. Jaren later kwam er op de plek van de toenmalige basisschool een PMS-centrum, nog veel later CLB genoemd. Daar hadden ze kunnen ontdekken dat Jozef wat doof was, en niet blind, en niet dom. Het waren harde tijden. Ik was de tweede van de klas, achter het zoontje van de dokter. Mijn prijsboek had als titel: Van een konijntje en een ei. Een kieken wou haar ei niet uitbroeden. Dan maar het konijn ten tonele gevoerd. Op de prijsuitreiking werd de film Bambi vertoond. Mijn eerste leerjaar? Angst.
15-01-2011
AMUZEMENTEN
Amuzementen
MUZISCHE MOMENTEN MET TAAL
Joris Denoo
Amuzementen voegt in leuke sessies met muzische taal de daad bij het woord en het woord bij de daad. Je kunt er zo mee aan de slag, zonder te zoeken naar woorden. Het boek is een uitermate praktische en leuke gids voor wie creatief met taal wil werken. De instructies zijn kort, de oefeningen concreet. Er zijn diverse tactiekjes, waarmee je in een mum van tijd je publiek kunt enthousiasmeren voor zowel schrijven en spelen, als luisteren en spreken, als lezen en smaken. Ook het beeldende aspect komt hier en daar verrassend leuk aan bod.
Amuzementen richt zich tot leerkrachten, studenten uit de lerarenopleiding basisonderwijs en secundair onderwijs, leerlingen en scholieren, maar ook tot levenslang lerende volwassenen. De strategieën in het boek leveren muzische momenten met taal op, in de klas, in diverse opleidingen en in alle geledingen van de creatieve communicatie.
JORIS DENOO
schrijft en publiceert verhalen, poëzie, (jeugd)boeken, columns, toneel en essays. Hij heeft ook meer dan dertig jaar ervaring in de lerarenopleiding (hogeschool KATHO, campus RENO Torhout) als docent Nederlands, Expressie, Muzische vorming en Communicatieve vaardigheden. Zijn taalgevoelige teksten op en in diverse websites en periodieken worden fel gesmaakt. Hij is bijvoorbeeld columnist voor theatermagazine OpenDoek en blogger op Lerarenforum. Jarenlang al trekt hij ook rond om literaire voordrachten te geven voor alle leeftijden. Voor elk genre waarin hij publiceerde, ontving hij literaire prijzen.
AMUZEMENTEN, Acco Leuven, november 2010 - ISBN-nummer 978 90 334 8059 1 (18,50€) - via de boekhandel of de Acco-site
08-01-2011
Taal is 'n aardig ding (slot)
Ja, we komen van ver en we zijn nog nergens. Descartes en Engels zeiden dat je mens moest zijn om taal te kunnen leren en gebruiken. Ziehier de mensen: zij lopen rechtop, zij kunnen lachen, zij hebben een superieure greep door het bezit van een duim, zij hebben taal, ze vrijen (vaak) met hun gezichten naar elkaar toe. Dit alles geldt ook voor orang-oetans (Barbara Noske, Huilen met de wolven. Een interdisciplinaire benadering vande mens-dier relatie, Van Gennep A’dam, 1988), chimpansees (R.A. Gardner en B.T. Gardner, Teaching Sign Language to a Chimpanzee, a standarized system of gestures provides a means of two-way communication with a chimpanzee, in Science, aug. 1969, vol. 165, blz. 664-672) en Nederlandstaligen. (Bekende apen uit bekende onderzoeken zijn Nim Chimsky, Washoe en Sarah).
Nederlandssprekenden leren hun taal door imitatie van de ouder(s) of omgeving. Die ouders, die vaak ongrammaticaal spreken, bieden hun kinderen gewoonlijk een beter taalmodel aan dan ze zelf van nature uit hanteren. Ze gebruiken bijvoorbeeld korte zinnen (Peter A. de Villiers en Jill G. de Villiers, De vroege taalontwikkeling, De Arbeiderspers-Wetenschappelijke Uitgeverij A’dam, 1981). Het lijkt erop alsof pas met het ouder worden het taalgebruik weer mank gaat lopen. Misschien wordt het dan te ingewikkeld: syntaxis bijvoorbeeld gaat een belangrijke rol spelen in de communicatie, en woorden verslijten ook. Ouders kunnen dat model niet blijven bieden.
Niet zo bij wolven, olifanten, chimpansees, walvissen, dolfijnen (de ‘mensen van de zee’), bijen, duiven, herten en beren: die beschikken over een taal met iconische tekens. Die tekens lijken op de objecten waarnaar ze refereren. Ze worden zonder problemen overgeleverd, zonder betweterij van … iconoclasten. De taalkundige onder de menselijke soort staat tot de iconoclast onder de dierlijke soorten, met dit verschil: de iconoclast onder de dieren bestaat niet, de taalkundige wel. En in overvloed. Soms zo overvloedig, dat te veel koks de brij bedierven. We vallen even in herhaling: achtentwintig professoren, vierendertig leerboeken. En dat is een ‘pars pro toto’.
Ja, juju, we komen van ver, we zijn nog nergens, en eigenlijk gaan we terug. We hebben nog nooit zo veel afgekoot (geafkoot?). Straks wordt het leven vreselijk. De ramp van Tsjernobil deed kanker accelereren. Het aidsvirus decimeert aantallen. De aarde warmt op. De ozonlaag is een vergiet. Taal zal naar haar oervormen terugkeren, galopperend, achternagezeten door hevige gevoelens: angst, woede, verbijstering. Woorden zullen te kort schieten. Het wordt weer sissen en schuren en ploffen en snuiven en briesen en krijsen, maar dan zonder de koestering van en verwondering over de allereerste vuren op aarde.
Gaat het Nederlands teloor? Dat aardige ding? Gaat een taal teloor? Alles gaat teloor. Zelfs de soort die ooit de aardbol bewoonde, talloos. Daarna wordt het weer prehistorisch stil, taalloos.
12-12-2010
Taal is 'n aardig ding (23)
De doemdenkers-Nederlands (verwant woord: waterlanders) vinden allicht dat hun taal het begeeft. ‘Zijt ghijlieden thansweder geheel hersteld?’ klinkt in het huidige Nederlands totaal anders. Misschien houden sommigen van dat evangelische taalgebruik. Er zijn echter wetten in omloop die niemand gestemd heeft. Primo: beweer dat het overal slecht gaat, dan ben jijzelf de beste. Secundo: spring op de trein van het cultuurpessimisme, dan hoor je er ook bij. Tussen die hogervermelde groepen conservators bewegen zich talloos veel taallozen. Ze bedienen zich van nieuwbabbel, krompraat, yuppiespeak, cartoontalk, praatballonjargon, turbotaal, sms-afko, breezergebrabbel of krachtspraak. Ze vreten eenheidsworst, zonder bevrediging. Voedertijd, maar geen gastronomie. Hun denken is acultureel. Zelfs streetwise. Hun taaltje is een mode. Hun Nederlands is nimmer teloorgegaan: het heeft namelijk nooit bestaan.Check maar even hun files, listings en briefings, kids! Lees er maar hun clichécorrespondentie op na. Ook bij hun is één plus één doodgewoon twee. En toch heb je nog taal van doen om cijfers en getallen te verwoorden!
Als we bereid zijn de eigenaardigheden van de vreemde talen te aanvaarden, dan moeten we ook het Nederlands zijn kleurenpalet gunnen. Zoals zelden iemand sant in eigen land is, zo verwordt een moedertaal in eigen vaderland al te vaak tot vaatdoek, waar men op den duur zelfs zijn voeten aan veegt. Sommigen tonen voorwaar meer respect voor de Russische werkwoorden van beweging of de Poolse inchoativa dan voor het – het moge gezegd: bescheiden, niet helemaal mooie, vaak monotone, gedeeltelijk welluidende en gehaktballerige – Nederlands. Van Vliet, van Veen, Elsschot, Brouwers, Bordewijk, Schoenaerts, Decleir e.a. bouwden al feesten van taal. Komrij, Paardekooper, Hermans, Galle, weer Brouwers e.a. kwamen vertellen hoe laat het was: sluitingstijd. En toen legden we met z’n allen een longplaying record, een langspeelplaat, van Tom Waits onder de naald. En toen kwamen de computer, Google en Wikipedia. Maar niet getreurd: de dienst Woordzaken en Zinsverduistering wordt verder bemand en verzekerd door o.a. Ruud Hendrickx, Jan Renkema, het Genootschap Onze Taal en talloze docenten ‘moedertaal’, om het nog eens met een mottenballenterm uit te drukken.
18-11-2010
Taal is 'n aardig ding (22)
Het verschil met de ongedwongen taalliefhebber is hemelsbreed. Die ondervindt bevrediging bij het ontvangen van goede zinnen. Hij houdt van eufonie. Een heldere uiteenzetting mag hij dubbel smaken: de constructie, de boodschap. Hij legt rekkelijkheid aan de dag, want hij gedoogt kleine feilen. Die feilen schrijft hij welwillend toe aan de eisen van het bijwijlen pragmatische taalgebruik. Zolang die spreek- en schrijfduiveltjes maar niet ontsieren. Volgens diezelfde taalliefhebber is het Nederlands nog niet helemaal teloorgegaan. De hamkwestie is echter dat er twee soorten conservators bestaan: de taalgeleerden (‘neerlandici’) en diegenen die de taal doen leven, de intendanten die op tijd en stond wel voor een kuurtje opteren. Tenzij dat die geleerden elkaar bij voortduring in de (grijze) haren zaten, toen taal nog een thema was, valt er van dit koudefront weinig te melden. Flexibiliteit en het besef van diverse registers in het taalgebruik susten zelfs in de loop der jaren deze saaie discussies. Het enige nieuwsfeit behelst informatie over de verkoopcijfers van hun leerboeken. Ieder zijn evangelie. De taalbelevers zelf zijn de laatste decennia wel al flink aan hun trekken gekomen. Spellingdiscussies leidden bijvoorbeeld tot afgeleide gesprekken over andere heikele kwesties. Waar taal een feest, arena of corrida wordt, daar komen mensen op af, tegen betaling zelfs. En zoiets hoeft niet per se in de cenakels van de cultuur te gebeuren. Nou moe!
20-10-2010
Taal is 'n aardig ding (21)
Een Vraag van Alle Tijden rukt hem eensklaps uit zijn somber gepeins. Meneer: is het spellingfout of spellingsfout? Of spelfout?SPELING! brult hij, leeggelepeld, afgepeigerd. SPEELTIJD! In de hal ontmoet hij een volledig tevreden collega Wiskunde, op weg naar de koffie na de eerste helft. Bij die is twee plus twee doodgewoon vier. Dat is altijd zo. Bijna niemand ‘ziet het anders’. Nederlands? Een vak als een vehikel. Dagelijks boven de put. Esopus. Homerus. Erasmus. Ronsard. Andersen. De nekslag komt van Erasmus: ‘Die ongelukkige schoolmeesters – Want zij zuchten niet slechts onder vijf vervloekingen, zoals een Grieks epigram zegt, maar onder duizende. (…) Maar als een ander zich soms in een woordje vergist en zo’n arendsoog merkt dat per ongeluk op, o Heer, wat een drama’s meteen, wat een messentrekkerij, wat een geruzie, wat een gescheld!’(Erasmus, Laus Stultitae, (ongeveer 1511), Lof der Zotheid, vert. dr. Drs. A.J. Hiensch, Het Spectrum, Utrecht-Antwerpen,1969, blz. 90 en 92). Het epigram vergelijkt de ellende van de schoolmeester met de rampen die de Grieken voor Troje troffen. Tja: gelukkig worden en taalgelijkmoedigheid verwerven met enkele eensluidende alleenzaligmakende werken over onze moerstaal? Misschien wel, op voorwaarde dat niet elk hoofdstuk heilige oorlogen en taalinfarcten veroorzaakt. Of dat om het halve decennium verse taalprofeten hun woordendamp verspreiden.
26-09-2010
Taal is 'n aardig ding (20)
Ja, de hedendaagse docent Nederlands moet er voorwaar één met ballen zijn. Zoveel is zeker. Hij moet een goede traptechniek bezitten. Hij moet kunnen aftrappen, durven na te trappen en soms dauwtrappen, om weer een heldere kop te krijgen. Want het is ook een kopspel. Want hij heeft een beroep waar veel puin geruimd dient te worden. Als ook al scheidsrechters op zijn doel beginnen te schieten, dan snapt hij er geen fluit meer van. Rest hem nog de makke fotokopieerdrift: over elk onderwerp vermenigvuldigt hij ( … d.m.v. druk, fotokopie,microfilm of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van enz … ) een zevental visies en distribueert die met een grimlach onder zijn studenten. Die zegt dit; die schrijft dat; deze hier weerlegt dit; die spreekt die daar tegen. Zovele overdrukjes, zovele rouwberichten, zovele lijkwades op klasformaat. Blijft echter allen rustig, vormt kleine groepjes en probeer een eensluidende visie te hebben op de zeven voorliggende onveranderlijk gelijkhebberige teksten. Moge deze les verder in alle sereniteit verlopen. En de leraar ijsbeert tussen zeven moderne zitmeubeltjes door, of buigt zich over zijn spreekgestoelte, het hoofd met de grijzende slapen in zijn handpalmen gestut: Sisyfus, Atlas, Tantalus, Augias, Jan Lul, Piet Snot, Pontius Pilatus.
17-08-2010
Taal is 'n aardig ding (19)
Nog over de scholen: de bal ligt in vele kampen. Moeten docenten Nederlands hun studenten nog verder kastijden met tussenklanken –s en –en? Hoe kort op de bal speelt de commissie die moet oordelen over spektakel en spectaculair, lindeboom en beukenboom, ladekast en apennootje, verkoopdirecteur en verkoopsdirecteur ? Wat is er nu toch van dat boeiende type ‘gezegde’ dat soms ‘naamwoordelijk’ soms ‘werkwoordelijk’ moet worden genoemd? Is het echt wel nodig om in het slachthuis van de taalbeschouwing zo'n gezegde (de romp) van zijn onderwerp (de kop) te scheiden en daarover verheugd te zijn? Zijn er geen andere mogelijkheden om leuke en minder wrede dingen met taal te doen? Is het waar dat ‘bijkans’ en ‘subiet’ hoog scoren in de romannen boven de grote rivieren en in Vlaanderen des duivels zijn en als tussentaal worden beschouwd? Hoe groot was het gelijk van spellingbeeldenstormer Jan Berits (die pleitte voor een fonetiese spelling) en hoe groot was de angst/vreugde bij de leerboekenuitgevers? (J. Berits, Spellen is niets is niets: schets van ’n vredige revolusie, in Moer, tijdschrift voor het onderwijs in het Nederlands, 1974, nr. 1, blz. 108-112. Id., ’n Niewe Sgool, ’n Niewe Spelling?, in Moer, 1985, nr. 1, blz. 3-5).
24-07-2010
Taal is 'n aardig ding (18)
Wie staat bij de slagbomen? Hoe groot (klein) is de groep die om den brode taal nodig heeft? Een Nederlands zonder schaamrood dient te hanteren? (Beroepshalve liegen dat je zwart ziet in een Nederlands zonder schaamrood: het is weinig advocaten gegeven!). De teloorgang van het Nederlands gebeurt heus niet bij de bakker of de rap-en-reinzaken. Nee: het verval slaat vooral toe in de ether en bijgevolg op school. Telegeleide digitale eenheidsworst wordt via glasvezel en kabelnetten gedistribueerd. Nu ook al unplugged: draadloos. Goedbedoeld klaas-, Kerstman-, sneeuwman- en paashaasgekuch en –gemompel krijgen kracht van taal in het schoollokaal. Hoe groot de groep is? Van geen belang: die groep heeft het voor het zeggen en beïnvloedt de totale bevolking. Gigantisch dus, zo u wilt: een gigabytestraling van een betrekkelijk kleine groep. Geen uitstraling: straling.
Nog erger: de ether zit al jaren op de scholen. Het begon met schooltelevisie. Daar was niks op tegen. Nu zijn we aan digitale scholen toe. We leveren generaties beeldbuizerdjes af. Ze zullen weer massaal moeten fokken, want al die schermen en schermpjes zijn oogverblindend. Ooit hadden we het eerste reageerbuiskind: Louise Brown. Later volgde een leger van treurbuiskinderen. Neen, we zien het niet gebeuren, in de dvd-zaak: ‘Goed mevrouw, doet u maar 1 Apocalypse Now en 1 Bordewijk’, ‘Graag 1 Elsschot, 1 De Avonden en 1 Godfather’. Zelfs de ondertiteling verschijnt krikkemikkig op het scherm. Met puur Nederlandstalige films is er volstrekt geen probleem: de dialogen zijn zo spetterend en provinciaal dat we er ook ondertiteling in onze bloedeigen moerstaal bij geserveerd moeten krijgen. Plus speciale cinébrilletjes om schokeffecten als het ware echt mee te maken. Aan zulke effecten is er geen gebrek. Juju, wat een volkje! (Geen ondertitel). Zijn we een picturaal land of zijn we het niet?
03-07-2010
Taal is 'n aardig ding (17)
Zijn we dan echt gelukkig met enkele alleenzaligmakende naslagwerken? Met een Algemeen Nederlandse Spraakkunst, een Eensluidend Lexicon van de Nederlandse Letterkunde, een Woordenboek van de Nederlandse Taal, een Spellingorakel en een Ondubbelzinnige Uitspraakgids? Leraren wel. Leerlingen niet. Schrijvers wel. Lezers soms. Omdat het evangeliën zijn met een houdbaarheidsdatum op. Taal reflecteert tijd. Het gewricht van die tijd, eind vorige eeuw en beginjaren van dit nieuwe millennium, doet pijn. Teleurstellende tijden: teloorgaande taal. Bewijs: de turbotaal, de sms-taal (afko voor smoes ?). De evangeliën volgens de nieuwlichtende apostelen zijn telkens weer apocrief. Aanhangers van ouwe getrouwe grammatica’s dunnen vlug uit, zoals bladeren hun bomen loslaten door het tegendraadse kammen van de wind. Taal? Taal is collectief geroezemoes. Deelverzamelingen overlappen elkaar, sterven af, komen op, stoten elkaar af, dringen elkaar weg. Zoals een bericht bij het bereiken van zijn tiende ‘bron’ al helemaal dat bericht niet meer is, zo snelt een taal naar haar lelijkste vorm toe: die van vorm- en normloosheid. Amoebe dus. Ja: leraren wel, schrijvers wel, lezers soms. De bewakers. De douaniers.
06-06-2010
Taal is 'n aardig ding (16)
Treffen we het betere Nederlands aan in polemieken over hoe slecht het met het Nederlands van anderen wel is gesteld, dan ontbreekt het ons goeddeels aan oorbare zittingen in en over datzelfde betere Nederlands. Waar is bijvoorbeeld de minister die de accolade maakt en vlekkeloos de gladheid van J. Luns (een Nederlander in Brussel, televisiefiguur in Duitsland – wondaar o.a. de Gouden Sofa), de sonoriteit van M. Galle (‘Voor wie haar soms geweld aandoet’ was ooit een BRT-radioprogramma van dr. Marc Galle), de humor van M. Eyskens (Cfr. interview in Humo-magazine, september 1988: ‘Nu heb ik tijdom ’s avonds met mijn kinderen pingpong te spelen’), de perfectie van R. Van Elslander (oud-minister Van Elslander gold bijenkele uitspraakleraren in Vlaanderen als het schoolvoorbeeldvan hoe Nederlands moest worden gesproken) en eventueel, nou, vooruit dan maar, de geprepareerde oneliners van ouwe draak Louis Tobback omarmt? Anno 2010 komt een Vlaams minister-president aardig in de buurt van deze dinosaurussen uit de politiek. Het gaat hier om een moeilijke portefeuille: het Nederlands mag niet teloorgaan aan dictaten, evenmin door gedwongen verjongingskuren. Het bestaat ocharmen pas enkele eeuwen. Hoeveel facelifts zijn niet in heaven geëindigd? Het neusje van Michael Jackson wees na een halve eeuw alreeds richting hiernamaals … Tja, ook wijnen, mannen en violen worden beter en mooier wanneer ze ongemoeid ouder mogen worden. Corrigeren en verbeteren zijn namelijk twee verschillende zaken. Fouten corrigeren we. We verbeteren wat al goed is, maar beter kan. Het Nederlands is vaak aan verbeteren toe, aan zachte kuren die lang genoeg duren. Als die rekkelijkheid er niet is, is er natuurlijk vlugger sprake van teloorgang. We moeten deze betrekkelijk jonge taal ook haar gebreken gunnen. Perfectie is saai. Esopus had een bochel en werd de vader van het fabeldicht. Homerus was blind en schiep een formidabele wereld. Erasmus leed aan jicht en hield het binnenverblijf voor zijn Lof der Zotheid. Ronsard was doof en werd de recordhouder van de welluidendheid in de Franse bellettrie. Andersen was lelijk, wou de toneelbühne op, maar schreef uiteindelijk sprookjes, gelukkig maar. ‘Zo is de mens gebouwd, dat zijn ellendigste gebreken dikwijls de voorwaarden worden tot zijn schitterendste heerlijkheid.’ (Anton van Duinkerken, De goede invloed van de gebreken. Passus uit de inleiding op ‘De menschen hebben hun gebreken’.)
Laat de Nederlandssprekende nou ook maar gezellig gebrekkig zijn: er komt wat van. En laat hem maar betijen, zonder van die geforceerde ingrepen: ‘Het ontleedmes is het grootste bewijs van de mislukking van de geneeskunde’ (Gabriel Garcia Màrquez, Liefde in tijden van cholera, vertaling dr. Mariolein Sabarte Belacortu, Meulenhoff A’dam, 1988, blz. 17 (gezegddoor dokter Juvenal Urbino). Alle gekheid en gezondheid op een stokje: er zijn er al te veel onder heelkundige verdoving doodgegaan (december 1988, een alarmerend bericht vanwege de Belgische anesthesisten zelf. Gewaagd werd van ongeveer 200zulke gevallen). En laten we nog maar eens een gezaghebbende stem aan het woord, een dokter dan nog wel: ‘Het is hard dat onze zwakheden soms zoveel scherper uitkomen naar wij ouder worden, maar dat schijnt zoo te moeten zijn’ (Frederik van Eeden, Zelfonderzoek, in een brief aan een vriendin, november1899). Dit schreef van Eeden midden in de strijd om Walden en de Transvaalse oorlog (1899-1902), terwijl het motregende, en in zijn hut de kachel ‘snorde van hout’.
05-05-2010
Taal is 'n aardig ding (15)
Er is spreken. Er is zwijgen. Er is ook horen, en luisteren. Doofheid. Dovemansoren. Een kind dat vroeger niet meekon en achter bleef, kreeg een bril op de neus geplant en verhuisde naar de allereerste bank, zowat de verdombank. Het bleef zitten, letterlijk en figuurlijk, ‘fokte’ intens, met dichtgeknepen ogen en billen, haspelde uiteindelijk de verplichte schooljaren af en ging dan naar ’t fabriek. Niemand onderwierp zijn gloeiende oortjes eens aan een onderzoek (gloeiend, mede door de klappen van de meester). Het zag niet goed. Punt. Het kon niet mee. Punt uit. Met brilletje evenmin. Amen. Wie oren had om te horen, hij hoorde. Taal wordt ook via de oren ingegoten. God beware zo’n hardhorend kind wanneer de fiolen van de toorn over hem werden geëjaculeerd. Sprakeloos bleef het, zijn verdere leven, met tuitende oren: taalloos. En talloos zijn de taallozen.
De spreker van Teloorgegaan Nederlands luistert niet goed. Hij hoort, knikt en vergeet. ’s Anderendaags vergeet hij dat hij iets aan het vergeten is. Van het vroegere BRT-programma Hier spreekt men Nederlands (BRT-televisie, met Annie Van Avermaet, prof. Joos Florquin & hond en Fons Fraeters) onthoudt men alleen nog de sprekende hond van de professor. Men onthoudt de hond omdat men die heeft zien spreken. Zo grappig. Zo visueel. Een sprekende hond! Geen jota heeft dit beroemde primetimeprogrammaatje bijgedragen tot de verbetering van het spreken van het Nederlands in Vlaanderen. Vaak ging het alleen om zeg niet,maarzeg wel. Elektrieker. Elektricien. Liefhebber. Amateur. Neen, men hoort niet meer zoals het hoort. Men hoort niet meer zoals men hoorde rond de oervuren, toen zelfs de dieren nog spraken. Men ziet, kijkt, bekijkt: vidiotie slaat toe. Het loopt storm voor verfilmde boeken in zalen, niet in leeszalen. Het boek is beter, maar de zaal zit lekkerder. Het turbotaaltje scoort.
13-04-2010
Taal is 'n aardig ding (14)
Om te vermijden dat het Nederlands tot een dictatuur-, imponeer-, doctorandussen- of mandarijnentaal verwordt, moeten de boeken van de Nederlander Bordewijk en van de Vlaming Elsschot in de omgeving van iedereen beschikbaar zijn. Deze afdeling fictie bevat schatten: hoofdzinnen, korte zinnen, enkelvoudige zinnen, enkelvoudige woorden, concrete woorden, Nederlandse woorden, directe aanduidingen, persoonlijke omschrijvingen. Daartussen en daardoor hangt er elektriciteit. Deze boeken zijn zoals de prilste gesproken berichten uit de pionierstijd van de radio: ze hebben welluidendheid, je hoort wat je hoort, er staat wat er staat, en opwinding wordt zelden gegil. Als er al drama nodig was, dan deed zich dit voor middels kalme parabolen. De taal die tussen 1940-45 omfloerst uit de verzetsradio’s weerklonk, verdient het leerschoolstatuut. En Bordewijk en Elsschot hebben er in hun boeken een punt achter gezet: een gouden regel. Ook hier valt veel te zamelen. Duizendmaal meer dan in het overspannen reclamegegil, de kaduke pollepelkromtaal, de drakerige keukendramatiek en de bekendevlamingendiarree van de afgelopen decennia.
28-03-2010
Taal is 'n aardig ding (13)
En wanneer de woordendamp was opgetrokken, en het slagveld overschouwd, vloekten de betrokken generaals en tambour-maîtres in een buitenlands feuilletonjargon: scheisse! riepen ze, of shit, man! De lieverds schreeuwden zelfs glasnost!, of perestrojka!, een variant. Of solidarnosc! En eenieder leert nu Spaans, Russisch, Chinees en … Arabisch. Want … het lagelandengekwaak over de moerstaal verstomde toen de grote allochtone volksverhuizingen zich in die lage streken aandienden en het Arabisch zijn intrede in de schriele dikke Van Dale deed. Geen enkele nationalistische politieke partij heeft dat kunnen beletten. Alleen het Esperanto boette aan populariteit in …
02-03-2010
Taal is 'n aardig ding (12)
Met uitzondering van polemische voetnootjes, eclatante titelvondsten en woorden vooraf, zijn al die teksten schatplichtig aan elkaar. Niemand vindt zomaar taal uit. Door dat bos zien we die ene boom der kennis niet meer staan. En dat terwijl taal zo’n aardig ding zou kunnen zijn. Mijn ding; jouw ding. Je kan ermee communiceren. Je kan er ook mee versluieren: je gedachten bijvoorbeeld ( … tot die dan gedichten worden … ). Het Nederlands is ook wel een bijzonder lastig, stug ding. Wie nog niet zolang geleden dacht ermee te communiceren, tussen noord en zuid bijvoorbeeld, deed er soms beter het zwijgen toe. Het Vlaams heette het eelt van het Nederlands te zijn. Het Hollands heette verontwaardigde-madammen-Nederlands te zijn. Dat was in de tijd dat we elkaar nog niet goed begrepen, nou: verstonden. Over en weer bestookten polemisten elkaar daarover, ieder in zijn eigen taal. Polemiekers werden het. Niks geen communicatie, niks geen versluiering. Ja: het Nederlands bloeide waar het bloedde: in de polemische geschriften. (Dr. J. Veering, Bang zijn voor woorden, in Onze Taal, 45ste jrg., nr. 1-2, jan.-feb. 1976, blz. 23-30. Twee andere voorbeelden nog. Jeroen Brouwers, Amateurs voor pudding, of: ABN in Vlaanderen, in Mijn Vlaamse jaren, De Arbeiderspers, A’dam, 1978, blz. 179-189. Bart de Man, Brief aan Brouwers, in De Brakke Hond,5de jrg., nr. 18, juni 1988, blz. 4-7). Hét onderwerp van die polemieken was de teloorgang van het Nederlands. De schuld eraan lag altijd bij de ander, aan de overkant: hij was zijn woordenbestand niet de baas, hij deed zijn werkwoordelijke eindgroepen bandeloos vreemd gaan, hij blies zijn h’s aan, hij gebruikte zachte g’s, hij sprak of schreef niet volgens de alleenzaligmakende regels van steller van de polemiek, hij werd zelfs het slachtoffer van de imponeerwoorden van diezelfde steller (Zie ook hierboven: J. Veering).
09-02-2010
Taal is 'n aardig ding (11)
Taal is echt iets waardoor een volk zich van een ander onderscheidt. Dat er bewakers en douanebeambten zijn, is misschien goed. De bewakers van die bewakers echter zijn de gevangenen van die bewakers. Als het keurslijf te strak zit, als de voorschriften zich als alleenzaligmakende dictaten aandienen, dan gaat een en ander teloor. Als de flexibiliteit ofte rekkelijkheid er niet is, bestaat er geen pragmatisch taalgebruik. Het is altijd bij anderen dat het fout gaat: daar zorgen de bordenplaatsers voor, de normenkwezels, de smaakmakers, de woord-van-de-weekers. Tùùrlijk dat onze moerstaal dan teloor gaat. Aan te weinig avontuur. Wanneer daarenboven achtentwintig van de vierendertig professionele taalbezorgden elkaar dan ook nog eens contrariëren, dan zijn alle rapen gaar. Dan krijgen we het KUL-Nederlands, het RUA-Nederlands, het VU-Nederlands, het Radboud-Nederlands, het Erasmus-Nederlands, het journaal-Nederlands, het Paardekooper-Nederlands, het Haags Nederlands, het Maastrichts Nederlands, het Groninger Oudercomité-Nederlands. Daartussen manifesteren zich het bestraffende vingerknippen van de schoolmeester en het klappen van de zweep van de directeur. Ook verschijnen boekjes met de vreemdste titels, alle voor ons volk: Levend Nederlands, Het betwijfelde teken, Goed Nederlands in het onderwijs, Hoe zeg en hoe schrijf ik het?, Kleine ABN-spraakkunst, Beknopte ABN-syntaxis, ABN-gids, Zuid en Noord, Taaldidactiek aan de basis. Voorwaar: we zijn een klein, beknopt volkje met gidsen die uit vijf windstreken komen. We zijn soms het noorden kwijt, uit ons oosten raken we niet wijs, het zuiden is ons te huidgevoelig, het westen wil ons pesten en wij zitten met de resten. Je zou voor minder beginnen hakken en hakkelen.
19-01-2010
Taal is 'n aardig ding (10)
Ten noorden evenmin. Vlekkeloos Nederlands verkrijgen ze er door eenvoudige toepassing van enige wenken uit ‘De Troonrede’ (Anne Vondeling & Jan Renkema, De troonrede. Van de ridderzaal naar de huiskamer, Staatsuitgeverij ’s-Gravenhage,1976): overzichtelijke tekstopbouw, logische volgorde van de zinnen, onoverzichtelijke zinnen splitsen, geen passieve zinnen, liever werkwoorden dan ing-woorden, geen tekstwoorden, geen lange woorden, weg met beeldspraak. Leve de gelijkmakers. Leve de grijze muizen. Leve de taalleveranciers die Orwell hebben gelezen en waarschuwen voor taalleveranciers. Als het Nederlands miljoenen mogelijkheden en woorden heeft, waarom zouden we die dan gebruiken? Eenvoud siert immers. Maar eenvoud kan ook saai zijn. En, met permissie: wie houdt nou in hemelsnaam een troonrede? Ja: in your dreams, mum! Zo’n schoolvoorbeeld van vuilewasverzachtende stadhuistaal? Eén zaak is zeker: de Nederlandse koningin heeft het een stuk makkelijker dan de Belgische koning. De beide volkeren morren ieder op hun manier.
06-01-2010
Taal is een aardig ding (9)
Wacharme, in dit zuidelijke koninkrijkje tussen Maaseik en Watou is alles even duidelijk: in de oertijd sleepten we met onze kneukels over de grond en sloegen we elkaar de schedel in met afgerukte boomtakken, tijdens de stedentijd dreven we handel en ruilden we dingen voor dingen, in de vorstentijd vroor het dat het kraakte zodat ook de koning in zijn kasteel te koud kreeg, alle lampjes floepten aan in de kersteningstijd, lang daarvoor maakten we sissende vuren in spelonken en lang daarna veroorzaakte de Stomme van Portici (what’s in a name) nog even een kort maar hels kabaal. België was geboren: een siamese tweeling met afgewende hoofden. Na 1830 bleef alles stom. België sprak in alle talen en zweeg in één ervan. Nederland maakte zich zonder wroeging los van die druilerige driehoek. Ondertussen, terwijl het eerste decennium van het ovenwarme millennium rond is, barst het ouwe België in zijn voegjes. O nee, niks in dit zuidelijke koninkrijkje tussen Adinkerke en Arlon laat aan duidelijkheid te wensen over.
22-12-2009
Taal is een aardig ding (8)
Het Nederlands vergaloppeert zich wel eens. Het wordt dan een omslachtige pedataal, al net zo erg als de plots afgeknepen worsten van de turbotaal. Luister naar de mottenballenmeester: ‘Wiens vinger heb ik vandaag nog niet gezien?’ ‘Ik heb twee kinderen nodig die dit eens willen uitbeelden.’ ‘Ik moet alle vingers zien.’ ‘Ik mag maar één hoofd zien.’ ‘Jij daar in de laatste bank, ja: jij.’ ‘Wie onder jullie kan er mij eens vertellen … ?‘ ‘Jongens, vandaag gaan we eens … ‘ ‘Zijn er hier onder jullie die soms al eens … ?’ ‘Inderdaad.’
De taalgod die altijd en overal boven de hoofden zweeft en als een grote gelijkmaker duchtig clichés rondstrooit, houdt huis in vele scholen. Is het cliché het watermerk van het genie? Een genie weet immers dat clichés vaak waar zijn … Biedt ontstentenis van gebaren het bewijs van scherpzinnigheid? Misschien verwarren we eenvoud met slimheid, zwijgzaamheid met eenvoud of slimheid met zwijgzaamheid? Zelfs het onderscheid tussen kosmonaut en astronaut veroorzaakt twijfel en kromtaal. Maar gelukkig is er de taikonaut bijgekomen. Diversiteit, again!
07-12-2009
Taal is een aardig ding (7)
Voor de rest lijkt het er soms op dat het Nederlands een vogelvrij verklaarde taal is. In Denderleeuw onderstreept de onderwijzer met rood het ‘schreeuwt IE’ in een derdegraads kinderschrijfbeurt. In Den Bosch onderlijnt de meester met groen het ‘tiert HIJ’ in een schoolkrantje. Mag ‘gister’ in plaats van ‘gisteren’ ? ‘Hij geeft melk’ boven de grote rivieren die de Moerdijk vormen, ‘Zij miauwt bij nacht en ontij’ onder diezelfde rivieren. Leuk, al die mogelijkheden. Diversiteit, wat zei u? Tomaat is toch ook een groente? En rodekool dan? Een blauwte? Een paarste? En is in ‘Het varken wordt geslacht’ dat varken niet bij uitstek het beroemde lijdend voorwerp? En ‘luieren’ of ‘niksen’ zijn prima WERKwoorden (of DOEwoorden in het poputaaltje dat sedert de jaren negentig wordt gehanteerd), toch? En als ik ‘hem’ een optater verkoop, is hij toch lekker mijn meewerkend voorwerp? En wanneer ik twee gelijkluidende woorden in een alinea gebruik, is dat dan niet een toepassing van de herhalingstechniek bij de dichter en de copywriter, eufemistisch ‘alliteratie’ en ‘assonantie’ genoemd?
Wens ik misschien hiermede iets te onderlijnen, meester Brekebeen? Of te onderstrepen, juffrouw Zonnebloem? Dat ook ik ‘verlegen poëzie’ kan bedrijven (Kees Fens, Verlegen poëzie, in De Standaard derLetteren, 23 maart 1979), zonder dat men het als foutief taalgebruik beschouwt en hekelt? Dat ik het recht heb bepaalde specifieke taalregisters te hanteren? O, ik hoor het al: de zou’s en misschiens en zoiets alsen waren plotseling niet langer een teken van verlegenheid (‘rijk door eenvoud’), maar een syndroom van verloedering (‘arm door domheid’). Het modale taalgebruik van de fijne geest was niet meer. Herhalen … verzwijgen … afzwakken … een verkleinwoordje … geluiddempers … : het mocht niet meer. Van de taaldouaniers, van de pedagoochelaars. Ze hingen hun taalsnippers aan blinde muren op en spuiden hun Woorden van de Week in opvoedende magazines. De loeders. Volgens hen ging het Nederlands van ànderen teloor. Volgens ons ging het Nederlands door hùn teloor. Vaak echter (in die vreselijke periode van steeds wilder om zich heen grijpende realityprogramma’s op tv) wordt zo’n geluiddempende claus nog door de echte Jan Modaal, Meatpie Johnny en Housecooking Sally overgenomen: ‘Ik had zoiets van … ‘ Het is een ergerlijk artefact van een taalepoque die het eigenlijk goed bedoeld had.
18-11-2009
Taal is een aardig ding (6)
Jarenlange Franse invloed gispt het Nederlands in Vlaanderen. Het kan maar Vlaams worden. Vlak voor de onafhankelijkheid van België steekt Willem I geen poot uit naar zijn zuidelijke appendix. In 1830 gaan alle deuren dicht. De grenzen worden gesloten. Voor ene Guido Gezelle liggen enkele decennia later vele brakke gronden open … Helaas hebben de taalgevoelige pastoors in de eerste plaats af te rekenen met politiek. En dat is een ander verhaal: dat van het kapitaal. Louis-Paul Boon, Willem Elsschot, Hugo Claus, Walter Van den Broeck, Charles Ducal en Ruth Lasters zullen nog veel later mooie boeken schrijven, maar ook dat belet niet dat er over het Nederlands altijd wel wat te doen is. Er is de noordelijke geamuseerdheid om de sappige Vlaemsche tale, er is de zuidelijke onbehouwenheid ten opzichte van Randstedelijke dictaten. ‘Ikversta u niet goed.’ ‘Zuid-Nederlands’ en ‘Noord-Nederlands’ bekampen elkaar met hennen en hunnen,alsjes en dannetjes,revolusies en revolutsies, nu’tjes en nou’tjes. Spellingwetten en –wijzigingen bederven verder de brij. ‘Oktober’, ‘insect’, ‘beukenboom’, ‘lindeboom’ … Een criticus is het, die hier kritiek op durft te geven. Voor mensen die denken dat ze denken, is het allemaal zonneklaar. De rest zit met de gebakken peren.
O nee, ons Nederlands is niet veel soeps, paps. Wel zijn ongeveer achtentwintig professoren in vierendertig leerboeken het over enkele punten eens: meer dan één bijwoordelijke bepaling voor de persoonsvorm wordt afgeraden, en de werkwoordelijke eindgroep is ondoordringbaar en vertoont bij voorkeur een welbepaalde volgorde. ‘’s Ochtends leest buurman zijn krant in de tuin.’ ‘Morgen zullen we vroeg op moeten staan om peren te kunnen plukken.’
01-11-2009
Taal is een aardig ding (5)
De vrij turbulente ontstaansgeschiedenis van het (Algemeen) Nederlands mag geen verzachtende omstandigheid zijn: vaak hebben de woeligste echtvrienden de schoonste kinderen. En volksverhuizingen komen gewoonlijk ten goede aan de collectieve gezondheid. Ons Nederlands is de vrucht van drie provinciale tongvallen die in de loop der tijden bon ton waren: het West-Vlaams, het Brabants, het Hollands. De lijdensweg (of zegetocht) is bekend: de haven van Brugge verzandt, het economische zwaartepunt verschuift naar Brussel en Antwerpen, de katholieke Spanjaarden stellen anno 1585 de welvarende en andersdenkende Sinjoren voor de keus. Wie rijk is en/of zijn geloof niet af wil zweren, verdwijnt met de noorderzon, vooral naar Holland. Met open armen ontvangt de gouden eeuw aldaar deze flamboyante emigranten. En er waren er ook van buiten Antwerpen. Het Nederlands van de koopman is geboren, in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.Water speelde er een hoofdrol in.Economie dus. Brugge zwijgt stil; als troostprijs mag het zich het ‘Venetië van het Noorden’ noemen. Antwerpen buigt onder de knoet; het mompelt verder het dialect van de achtergeblevenen. Een uilenspiegelfiguur stookt nog wat tegen de bezetter en wordt later medio 19deeeuw door Charles De Coster als fictief patriot tegen vreemde overheersing ten tonele gevoerd. Amsterdam poetst zijn taaltje op; injecties met Brabants en in veel mindere mate West-Vlaams geven het vrije doorgang in alle Lage Landen, waar druk handel wordt gedreven. Door die bloeiende handel karren ook techniek en wetenschap hoog in de versnelling vooruit. Waterland Nederland gaat gaandeweg zelfs de aardbol omspannen, in concurrentie met grote zeenaties. Hollandse scheepvaarttermen bevruchten andere talen. Weer dat water dus.
18-10-2009
Taal is een aardig ding (4)
Er is nog iets. Ons Nederlands grenst niet alleen aan de droevige noorderkont van Frankrijk, maar ook aan het met stevige naamvallen toegeruste Duitsland en aan Atlantische territoriale grootheidswaanzin. Het grenst, en het krimpt: het krimpt ineen onder de valse strelingen van elegante mariannerie, onder heropflakkerende runentekens van bedenkelijke bonhommie, onder de doemdenkende lemmata van geprogrammeerde orwellerie. Gallicismen, germanismen, anglicismen: barbarismen, kortom. En vinden we dan al eens een Nederlandse pendant, dan haasten we ons de vondst als ‘purisme’ af te doen. Niks geen regenscherm, niks geen duimspijker, niks geen hefschroefvliegtuig. Om van wieleren maar eeuwig te zwijgen.
Waer bestu bleven? Mi lanct na di, gheselle mijn! Du coors die doot, du liets mi tleven: het Nederlands van de belleman, het Nederlands van de pleitbezorger, het Nederlands van de getuige, het Nederlands van de champetter, het Nederlands van de honkvaste, het Nederlands van de nomade, het Nederlands van de Bijbelvaste? ‘Zijt ghijlieden thans weder geheel hersteld?’ (Prof. P.C. Paardekooper, ABN-Gids (Inleiding), blz. 14, Standaard, A’pen-A’dam, 1975.) De accolade naast de taal van de nieuwsvrouw, de advocaat, de verslaggever, de verzekeringsmakelaar, de professor en de tafelspringer is dezelfde accolade die de misdaad omarmt: zij behelst liefde en haat. Liefde voor het vehikel van de taal, dat starten wil en rijden kan. Haat jegens het voertuig van gedachten, dat sputtert en niet varen wil. ‘La plupart des occasions des troubles du monde sont grammairiennes’ – ‘De meeste oorzaken van onrust in de wereld zijn van grammaticale aard’. Dit schreef eeuwen geleden Montaigne neer, de vader van de korte, persoonlijke verhandeling ofte het essay. (Michel de Montaigne, Oeuvres (1595), Editions Pléiade, Paris; J. Plattard, Montaigne et son temps, Paris, 1933.)
04-10-2009
Taal is een aardig ding (3)
Zoals de haartooi van de oermens zich niet beperkte tot schedel, borst, buik, ledematen en schaamstreek, maar ook vaak wangen en krop inpalmde, zo vertoonde in de loop der tijden ook meer dan de helft van de Nederlandstaligen (vooral in Vlaanderen) niet alleen strijdlustig, weliswaar binnen de perken gehouden wanggewas, maar zat ook de baard in de keel: alles haperde, alles hapert. Het Nederlands lijkt wel vaker in mindere of meerdere mate teloor te gaan: door een teveel aan sissen en schuren, door te veel vernauwingen, door gewapende bezoeken van vreemde mogendheden. Vaak stonden we aan de Klaagmuur.
Goede voorbeelden kregen we zelden te horen. De toespraken van de Belgische vorst-zaliger Boudewijn I waren voor de Nederlandssprekenden wat de lijkwade van Turijn voor de katholieken is: een relict van twijfelachtig allooi. We mogen twijfelen aan de authenticiteit ervan. (Bevestigd oktober 1988, na doubleblind labo-onderzoek, maar anno 2009 werd die twijfel weerin twijfel getrokken.) De lijkwade en de toespraken stammen uit de tijden van de dolende ridders. En een spreekwoord van de Toeareg zegt: ‘Als de weg bochten maakt, is de koning oud geworden.’ (René Bazin, Charles De Foucauld, Luyckx, Brussel,1925.) Koning Albert II bakt er op zijn beurt en zijn manier ietwat betere broodjes van.
Ooit was er een eigenaardig taal-televisiemoment op de toenmalige BRT (Belgische Radio en Televisie). De toen nog jonge Brugse student die het Belgisch koninklijk Nederlands aan een onderzoek onderwierp (Luc Slosse, De koninklijke toespraken van koning Boudewijn. Een linguïstisch-stilistisch onderzoek. Licentiaatsverhandeling RUGent, Germaanse filologie, 1988), etaleerde in een televisie-interview (BRT 1, 20 september 1988,20 uur 50, programma ‘Argus’, interview met Luc Slosse doorJan Van Rompaey) zelf enkele schoolvoorbeelden van on-Nederlands: talloos vele eh’s ontsnapten als haastige praatballonnetjes uit zijn mond, zijn werkwoordelijke eindgroepen gingen vreemd, en tot overmaat van ramp en als klapstuk op de onomkeerbare voldongenheid van de evolutiegedachte applaudisseerde hij voor zichzelf, bij gebrek aan appreciatie vanuit de zaal, zoals ook de oermens voor zichzelf de handen tegen elkaar sloeg. Ja: we zijn een per ongeluk met verstand en taal bedachte kluit bavianen gebleven.
17-09-2009
Taal is een aardig ding (2)
Zo ontwikkelde zich, in de gezellige lichtplas van vuren en bij het verorberen van de buit, taal. De oerstilte, tot dan toe alleen ingevuld door het ruisen van kruinen, het kreunen van mensen, het huilen van dieren en het kraken van donderslagen, werd stemmiger. De schaduwen werden minder grimmig, want minder zwijgzaam. En de dingen begonnen namen te krijgen: weer een brok angst minder, want benoemen is bezweren.
Een van die prille vuren bevond zich ooit bij wat nu de Noordzee wordt genoemd, waar heden ten dage Vlaanderen de kont van Frankrijk kust en Nederland zijn andere wang biedt. De eenvoudigste van de vier gedragingen kende hier toen het meeste succes: het sissen en schuren door vernauwing. Dat kostte niet zoveel moeite. Immers: dankzij het vuur waren de brokjes lekker en de gemoederen vaak verhit. Vredigheid verlamt de articulatie, roerigheid evenzeer. Daarenboven oefenden het tamelijk milde zeeklimaat en de Atlantische wateren een sussende invloed uit. De Ingveoonse tongval was wel een kwieke, rappe spraakwaterval, er stak golfslag in, maar door die snelheid van spreken ging de kwaliteit van vele aparte klanken teloor.
Zo komt het dat nu nog elf van de drieëntwintig medeklinkers uit ons fonetisch alfabet zulke sissende en schurende geluiden zijn. We vinden die vooral terug in woorden met een sterke gevoelswaarde: wuft en wijf,vies en vuig, fnuiken en flop, zeikerd en zaniken, slet en smeerpoets, jouwen en jubelen, gendarm en generen, sjofel en chagrijn, goochem en gruwel, giechelen en ocharme, huiver en poeha.
01-09-2009
Taal is een aardig ding (1)
TAAL IS EEN AARDIG DING
‘La plupart des occasions des troubles du monde sont grammairiennes.’
(Michel de Montaigne)
INTRO
Deze ‘korte, persoonlijke verhandeling’ of essay is een zacht pleidooi voor rekkelijkheid: de regels zo goed leren beheersen om ze later des te beter te kunnen overtreden. Elasticiteit dus.
De schrijver wil wrevelagent zijn tussen de officiële taalevangelisten en de grote schare taalgebruikers. Hij schrijft zowel aardige als onaardige dingen. Want hij heeft ballen. En traptechniek.
‘De voorschriften, en meer nog de voorbeelden, van onze meesters zeggen dat wie niet dwaas wil zijn een beetje zorgeloos moet wezen.’ (Michel de Montaigne, Oeuvres (1595), Editions Pléiade, Paris; J. Plattard, Montaigne et son temps, Paris, 1933; Pierre H. Dubois, Schrijvers in hun landschap. Op reis door Frankrijk, Nijgh & Van Ditmar, ’s-Gravenhage, 1983, blz. 167-172: ‘De aantrekkingskracht van Montaigne.’
‘Daarom: vaarwel, betoon uw bijval, geniet van de taal en drink ze nuchter, gevierde medestanders.’ (Erasmus, Laus Stultitiae (ong. 1511), Lof der Zotheid, vert. dr. Drs. A.J. Hiensch, Het Spectrum, Utrecht-Antwerpen, 1969, blz. 90 en 92. Het epigram vergelijkt de ellende van de schoolmeester met de rampen die de Grieken voor Troje troffen.)
Toen de dieren al konden spreken (vermoedelijk was dat West-Vlaams), maar de mensen nog niet, woedden de oorlog om het vuur en de strijd om de buit. Aanvankelijke barbecuetoestanden hebben onze taal aangewakkerd. Geroosterd vlees bij warmte en licht op te kunnen peuzelen! In die uitgestrekte dichte beukenbossen-van-de-ervaring!
De jagers uit de oertijd (d.w.z. diegenen die een komma tussen de benen hadden) waren trots, ongeduldig, moedig, opgewonden, ontroerd, ontredderd, woedend … naargelang van hun zegepralen en nederlagen. Oud werden ze zelden. Van hun gezicht kon je hun gevoelens aflezen, ondanks hinderende frontale haargroei bij de meesten. Aan hun ademhaling kon je hun wisselende stemmingen beluisteren. Uitademen werd soms briesen, of ging met stoten gepaard. Naar de aard van de opwinding, en naar de aard van de geboden weerstand die het nu eenmaal toch beschikbare stemorgaan tegen dit uitademen bood, en omdat de oermens eindelijk ook warmte, licht en voedsel had gevonden, ontwikkelden zich vier gedragingen: luxe werkt acceleratie in de hand.
De eenvoudigste gedraging betrof het sissen en schuren door vernauwing. Stoten en ploffen gebeurde dan weer door het plotse openbreken van een hindernis. Als de lucht in de neus meetrilde, veroorzaakte dat snuiven en zangerigheid. Je kon ook rollen met je tong of vloeiende geluiden voortbrengen door die lap tegen je gehemelte aan te drukken.
27-07-2009
D-day
D-DAY
(Aan mijn oud-studenten, juni 09)
Wacht maar tot ik groot ben.
Als ik later groot ben, dan zal ik astronaut zijn. Want ik beschrijf banen om de hoofden van mijn leerlingen. Want ik heb een baan uit de duizend. Want soms zie ik sterren. Want ik ken de hemelse lichamen. Want mijn leerlingen wensen me soms naar de maan. Want ik wil hun poolster zijn.
Als ik later groot ben, dan zal ik apotheker zijn. Want ik kan mijn leerlingen met mercurochroom (ik kan dat woord ook correct spellen) ofte roodsel beschilderen. Want ik ben de grote baas over hun pilletjes. Want ik kan kapotte knieën vermaken. Want ik kan moeilijk leesbare doktersbriefjes ontcijferen. Want ik ken de genezende kracht van een handoplegging.
Als ik later groot ben, dan zal ik detective zijn. Want ik weet ook wie soms die doktersbriefjes schrijft. Want ik zie alles. Want ik loop in de speeltijden undercover rond, gewikkeld in twee sjaals en drie lagen kleren. Want ik beschrijf omtrekkende bewegingen tussen de banken om een dader te vinden.
Als ik later groot ben, dan zal ik melkboer(in) zijn. Want elke dag distribueer ik ettelijke flesjes gezonde likeuren. Want ik ken allerlei trucs met dopjes. Want ik kan heel vlug chocomel opdweilen. Want ik ken alle inhoudsmaten op mijn duimpje.
Als ik later groot ben, dan zal ik loodgieter zijn. Want ik ben het die toelating geeft tot toiletbezoek. Want ik ben dus de werkgever in verband met urineleidingen en boodschappen nummer 2, al dan niet in galop. Want ik ben dus ook soms jammer genoeg de vrouw of de man van de buizen.
Als ik later groot ben, dan zal ik dierentemmer zijn. Want ik ken de knepen van het vak van luizenbestrijding. Want ik leer met ongelikte beren omgaan. Want ik kan zowel moederkloek als muzische aap zijn. Want ik probeer het grootste kieken nog enkele eieren te doen leggen. Want ik hou van mijn scharrelkinderen. Want ik neem het zwarte schaap in bescherming.
Als ik later groot ben, dan zal ik goochelaar zijn. Want ik zie al mijn leerlingen tegelijk zitten. Want ik heb ogen op mijn rug. Want ik kan toveren met getallen en breuken. Want ik kan in het verleden kijken. Want ik kan voorspellen wat er van de mensjes in mijn klas zal worden. Want ik kan mijn directrice in stukken zagen. Of gewoon zagen.
Als ik later groot ben, dan zal ik cipier zijn. Want ik word driemaal per dag gelucht. Want ik mag rondjes stappen op de speelplaats. Want ik heb een alarmfluit. Want soms heb ik de indruk dat mijn klas vol met eencelligen zit. Want ik krijg elk jaar met het vallen van de bladeren, krokus, Pasen en de zomer penitentiair verlof.
Als ik later groot ben, dan zal ik kunstenaar zijn. Want ik ben muzisch. Want ik kan spelen en acteren. Want ik kan jong en oud zijn, glad en gerimpeld. Want ik kan uitvinden, schilderen, berekenen, zingen, schrijven en schetsen. Want ik kan zelfs duiken van de grote plank, zonder plankenkoorts, en blijven drijven, als een redder in nood.
Als ik later groot ben, dan zal ik dokter zijn. Want ik herken valse uit echte snotneuzen, echte tranen uit krokodillentranen, ochtendgeeuwen uit geeuwhonger en rode wangetjes uit miseriekoorts.
Als ik later groot ben, dan zal ik eerste minister(es) zijn. Want zeg nu zelf: wie is er sedert vorig jaar de echte baas over banken?
Beste oud-studenten
Later is nu, vandaag, D-day: Diplomeringsdag. Nu zijn jullie groot. Jullie zijn ex-kinderen. Jullie zijn ook al die beroepen samen. Jullie zijn astronaut, apotheker, detective, melkboerin, loodgieter, dierentemmer, dokter, goochelaar, cipier, kunstenaar, eerste minister, dus: onderwijzeres, onderwijzer. In het Europees Baviaans moet ik nu zeggen: bachelor voor het lager onderwijs. Hoe dan ook: jullie zijn divers en multitask. Jullie kunnen alles combineren: A en B. Krekel en mier. Gas en elektriciteit. Os en ezel. Wit en zwart. Spic en span. Kerst en kind. Tijl en Nele. M en M. Auto en file. Schots en scheef. Belgisch en gerecht. Plus en min. Braaf en stout. Jan en alleman. 14 – 18. Pen en papier. Moord en brand. 40 – 45. Oorlog en vrede. Koetjes en kalfjes. Iets en niets. Mossel en vis. Engel en duivel. Maria en Jozef. Sneeuw en dooi. Dooi en dooier. Vlag en wimpel. Winter en zomer. Zoet en zuur. Jip en Janneke. Sint en Piet. Dag en nacht. Grauw en grijs. Eb en vloed. Dash en een ander merk. Ditjes en datjes. Dik en dun. Vergeten en vergeven. Hou en jou. Blauw en kou. Annie en M.G. en Schmidt. Brood en spelen. Jong en oud. Prinses en puit. Neemt en eet. Oog en naald. Heinde en verre. Laurel en Hardy. Eend en bijt. Appel en peer. Mis en poes. Kip en ei. Zout en pap. Nagel en gat. Kat en muis. Geit en kool. Hart en nieren. Spek en bonen. Blind en vink. Geven en nemen. 1000 en 1 nacht. Kaf en koren. Urbi et orbi. Bommen en granaten. Kaas en wijn. Ot en Sien. Vuur en vlam. Potten en pannen. Aan en uit. Nu en nooit. Over en uit. Eén god. Twee duobanen. Drie koningen. Vier musketiers. Vijf op een rij. Zesde zintuig. Zeven hoofdzonden. Acht wereldwonderen. Negen maanden. Tien kleine negertjes. Een simpel elfje. Twaalf apostelen. Dertien aan tafel. Veertien bloemen, zoals daar zijn zeven anjers, zeven rozen … voor jullie, van harte, proficiat, en veel geluk in de wondere wereld van het onderwijzen!
09-07-2009
Reces
In tijden van oeverloze regen en muisgrijze voldongenheid kunt u mijn ZOMERKIEKJE lezen op de blogbuster van Lerarenforum. De zon is een ploert die haar koper te weinig poetst.
16-06-2009
Verlengingen (49)
Ik heb besloten om nog voor de duur van een ouderwetse wereldoorlog in mijn hogeschool actief te blijven, als ik verder natuurlijk niet te klagen heb over mijn vege lijf. Dan zal ik een ronde leeftijd bereikt hebben. Die zal me hopelijk niet beletten de letteren verder te doen knetteren. Ik ben nog niet uitgelezen, noch -geschreven.
Mijn hogeschool-op-grotere-schaal viert in september de opening van een vijftiende academisch jaar. We zijn sentimental texts aan het bijeenvegen voor in een feestboekje, van jong en oud en huidig en ex. Ik verzorg de teksthygiëne. Wat hebben mensen toch met " " en ' ' - tekens? Ze plaatsen voortdurend hun eigen goedbedoelde woorden in een citerende, ironische of slechtbenadrukte context daardoor. 'Verse' broodjes op een bord buiten bij de bakker (erger nog: "verse" broodjes) betekent toch onverse? Zogezegd verse?
Nou, ons gedenkboekje komt geheid voor de bakker, hoor.
31-05-2009
Verlengingen (48)
Ik ben als mentor/begeleider betrokken bij twee bachelorproeven die meedingen naar een Innovation Award.
Lisa S. heeft een boek geschreven waarin ze het met eigen illustraties en tekst, een zelfontworpen lettertype en via een speciale stempeltechniek over 'handen' heeft: vooral die van haar oma, maar ook de hare. Zonder dat ze het woord 'dood' gebruikt, is het ook het verhaal van het (recente) afscheid van haar oma. De handen doen en zeggen alles. Daar hoort annex ook nog het relaas bij van de genesis, proces, obstakels en probleemoplossingen van haar project. Een puike prestatie. Je wordt er stil van.
Ine A. en Janneke D. hebben onder de bekende taalmethode 'mol & beer' een extra poot geplant voor allochtone en anderstalige zijinstromers. In een mum van tijd verwerven dergelijke nieuwkomers (of kinderen met blijvende problemen wat Nederlands betreft) de elementaire basiscommunicatie van ons stugge lagelandentaaltje. NT2 en TPR (vooral dat: Total Physical Response) op hun best. Leren door concreet handelen. Delphine G. zal een vervolg op deze bachelorproef realiseren volgend academisch jaar.
Op 11 september 09 vlieg ik terug uit vakantie in Turkije. Op de bus naar de luchthaven ontvang ik enkele leuke sms'jes: de beide eindwerken zijn genomineerd voor een Innovation Award. In oktober dus op naar het Concertgebouw in Brugge voor de finale ...
24-05-2009
Rotkop
55 is de hoofdfiguur in de roman 'De leraar' van Bart Koubaa. En leraar dus. Maar, verhippeltjes: die verkreukelde kop op de cover van het boek (een 'echte' seriemoordenaar) ziet er veel ouder uit. Hij lijkt op de krant van verleden jaar. Of op een rochelende apotheker na vervaldatum. Hij is beroepshalve ook geen leraar, maar seriemoordenaar. Dat rijmt. Maken ze nog zulke gerimpelde modellen? Voor het onderwijs? (Bekijk het zelf maar)
Januari 2010: de werkelijkheid slaat alles. Leraar R.J. opgepakt op verdenking van seriemoordenarij ...
23-05-2009
Lof & Sof
De Nederlandse Lof- en Sofprijzen worden toegekend aan mensen of verenigingen (en ministeries, universiteiten ... ) die zich op het vlak van (het gebruik van) het Nederlands plus of min onderscheiden. Zo won een Nederlandse afstudeerstudente de Lofprijs door haar verzet tegen het gebruik van het Engels als voertaal voor de diploma-uitreiking op haar universiteit. Zij werd toen 'op behoorlijke afstand' gevolgd door de Vlaamse radiomaker Fred Brouwers (Klara). Laat ik nou net deze (net-)niet-bekroonde ergens een dezer dagen horen zeggen: 'En hij had ook een gast bij.' Tja. Dat is inderdaad geen ereprijsje waard. Eén: men heeft niet iemand bij; men heeft of brengt iemand mee. Twee: als men al iets meegebracht heeft, dan heeft men iets bij zich. En toch beweert Ruud Hendrickx (VRT-taaladviseur & inmiddels ook hoofdredacteur voor Vlaanderen van 'de dikke' Van Dale) dat er van taalverloedering eigenlijk geen sprake is. Als God in het detail zit, dan mogen we vitten. Dat geldt ook voor de duivel.
16-05-2009
Hoegaarden
Hoegaarden: helse plek in de beeldvorming over het leraarschap.
22-04-2009
Old skool
Op stagebezoek 'te velde'. De juf vertolkte haar weemoed naar de dorpsschool van vroeger. Het was de periode zonder holle woorden en leeghoofdige slogans van papieren pipo's of betutteling van betweters die zelf geen les kunnen geven. Maar de kinderen waren ook veranderd, zei ze. Wellicht daardoor. Ministers, commissies en specialisten hebben het onderwijs kapotgemaakt. De kinderen hebben de kennis niet meer (of mogen die niet meer krijgen, hebben); we moeten ze voortdurend proberen te boeien met onbenullige dingen. Vakken met inhoud worden afgekalfd. Er is geen visie meer op onderwijs. Men moddert maar an, om te scoren, om te besparen. Studiebeurzen voor kleuters, bijvoorbeeld? Laat me niet lachen. Geef verdomme korting op de hoge inschrijvingsgelden voor elke derde hogeschool- of universiteitsstudent per gezin. En nog iets, zei de juf, terwijl ze nog net niet uit het onderwijs stapte, na tweeëndertig jaar gedegen werk in de klas: op straat lijken mijn zesdeklassers zo klein hé, zo kinderlijk. Vertederend. Maar eens ze hier weer elke ochtend met z'n dertigen in levenden lijve(n) voor je zitten ... dan pas merk je hoe groot ze zijn. En het zijn verdorie geen doetjes. Nee, kinderen worden zelden kleiner.
Dat waren veel diverse mededelingen in een keer. Ik had amper de tijd om de les van de stagiair te bekijken en mee te beleven. Wat hebben ze toch met ons onderwijs uitgespookt?
01-04-2009
Verlengingen (47)
Personeelsvergadering. Algemene dan nog wel. Je zou denken: bwààrk, bah, bèèh, verhippeltjes. Maar die AP vlak voor het paasreces heeft iets. Het is lijden en even later verrijzen. Het is ook vrijwel de laatste keer dit academisch jaar dat ongeveer alle collega's samenzitten. Daarna is er de diaspora van stages, excursies, blok en examens. Misschien zien we elkaar collectief terug - iets opgeluchter, iets luchtiger, iets luidruchtiger - op het slotdiner, een vleselijke verrijzenis spiesgewijs, wanneer de gebouwen en de stad weer voor een stuk van jong volk ontvolkt zijn. Elk seizoen heeft iets. Pasen ook: paarse treurnis, lijden en verrijzenis. Onze verrijzenis situeert zich eind juni, begin juli. Eerst doen we anderen lijden. Vrolijk paasfeest.
PS A touch of spring. Tijdens een demonstratieles weifelde een studente tussen bloesjes, blosjes, bloemen, trosjes of bloesems aan de bomen. Wanhopig opteerde ze dan maar voor bloempjes.
20-03-2009
Verlengingen (46)
§ Inkanteling? Inkanteling! Zegt 'inkanteling' u iets? Even de poes uit de kruin kijken ... §
01-03-2009
Verlengingen (45)
Krookreces? Gipsvluchten? Nee. Afstandsbegeleiding didactische eindscripties. Nazicht sollicitatiebrieven derdejaars. Voorbereiding komende stages. Bezoekt allen onze hogeschoolbieb en gij zult zien dat er ook in de krook wordt gewerkt. Weest niet langer afgunstig op onze zogenaamde 'vakanties'. En hoe was uw citytrip? Uw glijvlucht op het witte poeder in een of ander zwitserland?
03-02-2009
Verlengingen (44)
De Gedichtendag op onze hogeschool was dit jaar gedenkwaardig omwille van de vele evenementen en het intense engagement van studenten en docenten. 's Ochtends vroeg al verrees er een tentendorp op de gazons waarin studenten BALO en BASO een uitgelezen selectie wintergedichten ten gehore brachten. Wie tot driemaal toe een gedicht aanhoorde, werd met een warme chocomel beloond. Niet minder dan 600 scholieren/studenten/voorbijgangers werden het slachtoffer van poëzie. Dat is al een oplage om jaloers op te zijn. Tussen de middag deed zich binnenskamers digitale dichtkunst voor. Die werd ook druk bijgewoond. Des avonds traden voor het voetlicht voor een volle biebbiotoop: Peter Theunynck, Peter Holvoet-Hansen, Eva Cox, Steven Pollet en Joris Denoo. Dit alles alweer vlotjes aaneengepraat door studenten en hun docent Nederlands. Er werd ook een campusdichter(es) verkozen; studente Charlene Winne kaapte de titel weg, zowel voor het departement waar ze lessen neemt (lerarenopleiding) als voor de gehele hogeschool. Haar voordracht van haar eigen werk bewees dat ze een volwaardige campusdichteres zal zijn.
02-01-2009
Diversiteit
Eerlijke vlinder
‘Wel heb je van je leven!’ riep de mot ontgoocheld uit toen hij zichzelf bekeek. ‘Lieve God! Waarom mocht ik geen vlinder zijn en ben ik maar een doodgewone mot?’
‘Ach ach,’ zei de vlinder troostend. ‘Het zijn niet de kleuren die het hem doen, niet de kleren, niet de snit, maar alles wat vanbinnen zit. Soms voel ik me best wel mottig, hoor.’
‘Maar jij bent zo mooi en leuk. En ik zo grijs en saai,’ zuchtte de mot. ‘Je weet toch wat ze zeggen: vlinders in de buik. Wat een aardig compliment voor jou. En ik moet het maar stellen met motregen en kou.’
‘Tja,’ zei de vlinder, ‘zo zit de wereld in elkaar. De een krijgt poeder en een schattig pakje, de ander moet het stellen met wat stekelhaar. Trek het je niet aan, wees blij dat je leeft, en dat een ander motje om je geeft.’
‘Jij bent een eerlijke vlinder,’ zei de mot. ‘Ik zou je een knuffel willen geven.’ ‘Mot je horen,’ zei de vlinder. ‘Ik vind jou ook niet minder. Maar pas op voor mijn poeder, anders zwaait het er wat van mijn moeder.’
En de vlinder en de mot draaiden niet meer rond de pot.
21-12-2008
Negen
Negenproef
Wat bracht acht? Brengt negen zegen? Getallen zijn gevallen: ze werden soms rood, ze schrokken zich dood. Ze werden soms zwart, ze gingen apart, of ze werden verkouden. Cijfers zijn namelijk woorden die je niet altijd kan houden. En een percent is vaak niet groter dan een krent. En sneeuw blijkt niet altijd wit in de weerschijn.
Allicht is ook de negenproef niet waterdicht. Toch wenst de hogeschool u en de uwen een bank vooruit, licht, vrede, vreugde, ja: zelfs voeding en welzijn.
Ikzelf, dichter-met-dienst,voor de hogeschool
02-12-2008
Verlengingen (43)
Goedheilig Man, Zeer Zwarte Piet
Breng ons eens een leerboek Taalbeschouwing waarin niet geëmmerd wordt over werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde, als zouden dat twee evenwaardige categorieën zinnen in het Nederlands zijn en waarin bepaald wordt dat het gedaan moet zijn deze twee categorieën zinnen in tweeën te hakken, waarbij de kop (het onderwerp) gescheiden wordt van de romp (de rest). Taalbeschouwing moet toch geen slachthuis zijn? Geen viswinkel? En die laffe hakkers kiezen dan ook nog es telkens een zin apart uit, alsof we spreken en schrijven met 1 zin. Verdienen zij de roe niet? De zak?
Met duizenden danken we U en Uw knecht
08-11-2008
I.M.
In memoriam Lieven Vanhee, onderwijzer Heule-Watermolen en oud-student aan onze hogeschool
(1963 – 2008)
Dag Lieven, vriend, meester van zovelen, in diverse vakken, en kunstenaar, en makker. Dag Lieven, het wordt nu even nacht, maar we zijn bijgod klaarwakker.
Was het een pijn die het met jou niet langer eens kon zijn? Wou je de polsslag van telbare tijd niet langer je hart laten dicteren?
Je was geweldig, Lieven: in je vak, in je bereidheid, in je stemverheffing en bevlogenheid, maar bovenal in je gemoed. Het ga je verder goed.
En als je nu van deze tafelronde opstaat, en plaats maakt voor vierkant verdriet, en een lege plek nalaat die bol van vragen staat, wil dan de deuren en de ramen kieren, want jou vergeten kunnen we niet.
26-10-2008
KunstKunst
In de loop van 2008 begon bij beeldend kunstenaar Jo Vantournhout een sluimerend idee vorm te krijgen. Tot dan toe schilderde hij vrij monumentale natuurimpressies en zonovergoten vooral zuiders aanvoelende tableaus. Nu wou hij dit combineren met de (simultane) inbreng van dichter-schrijver Joris Denoo, zonder daar echter een kalligrafische oefening van te maken. Tekst(en) en beeld(en) dienden elkaar te doordrenken – soms letterlijk, met verf: de enige instrumentaria waarvan Vantournhout & Denoo (beroepshalve collega-hogeschooldocenten) zich bedienden, betrof borstels en handen. Een zomer lang dachten zij daarover na. Jo Vantournhout had ondertussen het engagement aangegaan om voor ARTopia – van huid tot huid – Gi(d)ts Dienstencentrum (in de volksmond Dominiek Savio) een werk te leveren dat zinspeelde op het thema ‘diversiteit’ – ‘anders-zijn’. Joris Denoo formuleerde op papier een twintigtal sociomuzische vragen in dat verband. Daarna, eind zomer 08, gingen ze aan het werk. Gespeeld en gekneed werd met de begrippen warreling, veelvoud, diversiteit, bos, bomen, gebladerte, vermenigvuldiging, gespikkeldheid, uiteenwaaieren, bewegen …
Hoe val je op in een veelvoud?
Dit resulteerde in een eerste monumentaal werk (3 X 4 m): SPIKKELS. De sociofilosofie omtrent diversiteit kon immers in dit beeldende motief (tevens thema) vorm krijgen. Een twintigtal vraagserpentines wapperen als bliksems in een bad van ‘bladerende’ verf.
Het werk (4 horizontale luiken die samen 3 X 4 meter oppervlakte beslaan) werd onmiddellijk goed ontvangen. Het kende zijn première op zondag 19 oktober 2008 in de grote colloquiumzaal van InHam te Gits, waar het als eerste blikvanger de prelude vormde op een bewandelbare kunstroute die een maand lang veel toeschouwers lokte, o.a. via enkele nocturnes.
Niet omdat SPIKKELS zo goed ontvangen werd, maar omdat Jo Vantournhout wel degelijk langetermijnplannen koesterde in dat verband, gingen de beide kompanen (ondertussen tekenend met ‘Vantournhout & Denoo’) verder aan het werk. Alras zag FLEUR het licht, begin herfst 08, na het laatste Vlaamse Indian summertje van dat jaar. FLEUR was, wat formaat betreft, ietwat bescheidener. Niet qua opzet.
Een veertiger (schilder) en een vijftiger (schrijver) breinstormden grondig over die thema’s. De hogeschool voor lerarenopleiding in Torhout zocht immers een passend beeldend werk in deze sfeer. Het was voor beide kunstenaars een gelukkig toeval dat de herfst van 2008 er was: mooi, meedogenloos. Schoon verval. Net als SPIKKELS werd FLEUR immers daardoor vooral in de openlucht geconcipieerd. En thematisch klopte het volkomen met de veranderende atmosfeer. De bescheidenheid van het formaat had te maken met de uiteindelijke plaats van bestemming. Het opzet was – en zo hoort het – net zo belangrijk als bij SPIKKELS het geval was: proberen in de (on)mogelijke opdracht te slagen enkele vigerende (hogeschool)thema’s (die wel overal in de maatschappij leefden) op doek weer te geven. Hier deed Jo Vantournhout een gedurfde keuze. De gedurfdheid zat ‘m net in het begane pad dat hij allereerst (voor de aanvang van de echte gezamenlijke werken) bewandelde: een vijver, wat omkransing en randbegroeiing met groen en bloemen …
Zeg nou zelf.
Maar de deining kwam. De beweging. De rimpeling. De cyclusgedachte. Hoogzomer, de fleur van het leven, het mooie verval en het herbeginnen. In woordbeelden en beeldwoorden. Met verve. FLEUR werd gespat en geschreven met borstels en verbeeld met woorden. Vooral met de a van water. Muzischer konden we niet zijn.
Nou, places to be: InHam Gits (Koolskampstraat) en RENO Torhout (St.-Jozefstraat). Schermen doen onrecht aan doeken.
02-10-2008
Flashback
Het is lastig om iedere luis apart dood te maken, als je er honderden hebt. Die beestjes zijn een beetje hard en dat eeuwige dooddrukken tusschen je nagels wordt op den duur vervelend. Tjaden heeft daarom het deksel van een doosje schoensmeer aan een ijzerdraad boven een brandend eindje kaars opgehangen. Je gooit nu je luizen eenvoudig in dat kleine pannetje, - je hoort ze knappen en ze zijn er geweest. We zitten er omheen, met ons hemd op onze knieën, ons bovenlichaam naakt in de wrme lucht en onze handen ijverig bezig. Haje heeft een bijzonder fijn soort luizen: ze hebben een rood kruis op hun kop. Daarom beweert hij, dat hij ze uit het hospitaal in Thourhout heeft meegebracht en dat ze van den majoor van den geneeskundigen dienst in eigen persoon afkomstig zijn. Hij wil ook het vet, dat zich allengs in het blikken dekseltje ophoopt, gebruiken om onze schoenen mee te poetsen en brult een half uur lang van plezier over zijn eigen geestigheid.
(Van het westelijk front geen nieuws / Im Westen nichts Neues / All Quiet on the Western Front - Erich Maria Remarque, 1929, vertaald in 30 talen en verfilmd. Dé ultieme roman over WOI door een Duitser).
Laat nou dat Duitse luizenlazaret net in een aanpalende school van onze hogeschool gehuisvest zijn ... We 'staan op de kaart'.
19-09-2008
Verlengingen (42)
Jonge baldadigaards vernielden gedenkstenen op het kerkhof van Boerenkoolstronkeradeel. Burgemeester Huppeldepup van Boerenkoolstronkeradeel vond het nodig (met een katholiek excuustruzig opmerkinkje vooraf) het onderwijs een veeg uit de pan te geven. Het woord waarden viel natuurlijk. Is dat een monopolie van de katholieken misschien? En moet het onderwijs altijd alle vuile was witter dan wit wassen? Hij had beter verwezen naar klakkeloos-gewelddadige films, idiote tv-programma's, hypocriete topsporttoestanden, agressieve mediataal en de ophemeling van het bête populisme alom. Men knipt en plakt vernielzucht, agressie en geweld niet vanuit de school. Men kopieert het van het hedendaagse evangelie: de tv, dat rechthoekje van afgrijzen dat in minstens elke huiskamer autoriteit pretendeert uit te stralen. De domste reclameslogan ooit: GEZIEN OP TV. Misschien hebben die jonge kerkhofhufters gezien op tv hoe ze de gedenkstenen van hun voorouders te lijf moesten gaan. Ze zijn misschien de missing link.
Nog nieuws: Mieke Speelvogel (GROEN!) wil schooldagen langer laten duren om de kinderen de kans te geven meer te spelen, zich langer te ontspannen en muzisch bezig te zijn. De pamperende vrije tijd wordt dus in zo'n dag ingebouwd. Leraren, leraressen: koop alvast een veldbed, neem dat op en sleep het mee naar jullie school.
02-09-2008
Aan mijn slechte leraren
AAN MIJN SLECHTE LERAREN
Ik heb me doodgeleefd. Er was te veel cultuur om me heen, te veel stad en late lampen. Wat natuur betreft waren er op den duur maar twee seizoenen meer: de avond en de nacht. Daarvoor en daarna deden zich de boeken voor, vaak in hetzelfde bedje ziek van nicotine, alcohol. Ik heb me dus doodgeleefd, tamelijk lang en soms gelukkig. Geen enkele dokter heeft me ooit gezegd: dit boek moet je niet lezen, of me een film verboden. Integendeel. Mijn bijsluiter bestond alleen maar uit geboden.
kust ze, mijn voeten, u vindt ze aan het einde van mijn Latijn. Mijn hoofd hou ik nu zelf wel koel.
12-08-2008
Aan mijn goede leraren
AAN MIJN GOEDE LERAREN
En ik die ooit en altijd Oude Hein wilde zijn: een hoogbejaarde edoch krasse knar uit een magazine mijner jeugd. Hij bewaakte met een lamp en pretlichtjes in zijn ogen bij nacht en ontij een put in de straat vlak bij zijn aloud woninkje, opdat de mensheid er niet in zou vallen. (Bron: het oud-Hollandse jeugdblad Taptoe) Ik wou eind jaren ’50 al oud zijn, maar nog niet helemaal dood. Ik wou jeugd en naweeën daarvan overslaan. Bereid tot het afdragen van kleren (ouwe sokken gn. prblm.) Ging onmiddellijk voor het Grote Werk: het redden van mensen uit putten, terwijl het stormde over de aardbol en regen de bomen geselde. Gelukkig waren er nog de boeken, de verhalen. Maar velen zeiden onderweg:
lees de spoorboekjes, raadpleeg tabellen, ontcijfer vraagstukken.
En plotseling zei iemand:
zet er een punt achter. Droom maar verder.
11-07-2008
Vakantiegangster
Vakantiegangster
Als je haar ziet, herken je haar niet. Soms heet ze Ellen, Fatima, Griet of Anje. Ze eet graag bananen met bruine stippen. Al haar badspullen zijn valavondzonoranje.
Maar als je haar ziet, herken je haar niet. Vaak schrijft ze een brief of een kaart. Aan tafel eet ze doodgewoon brood mee. Op zondag bindt ze haar haren in een staart.
Maar als je haar ziet, herken je haar niet. Je moet goed voor haar zorgen. Soms deelt ze geheimen met jou. Soms blijft ze maar tot overmorgen.
Plotseling zie je haar niet.
Dan denk je: waar is Griet? Plotseling kan je niet zonder Anje. Of wil je Ellen bellen. En ga je zonder Fatima naar oma Ria. Dan zet je een pruilsnuit.
Want je weet: de vakantie is uit.
16-06-2008
De bel
De bel
De bel rinkelt hier, hartje Houtland. Het is gedaan, maar waar is de tijd? Je stond op met septemberzon, thuis, op peda of op kot. Je was walking in the rain: van huis uit en van thuis uit, met de trein, wind in de rug, fietsend, of ten voeten uit, in de bus, heen en terug, carpoolend uit vijf windstreken. Syllabus, nieuwjaarskus, kerstkoorts, partiële pitstop, bimbambeieren. Voor je het wist, werd het lente op het plein. Nu breekt de grote zomer aan waar je zo naar uitgekeken hebt. En je neemt weer de trein. Of je pakt de bus, en je fietst terug. Of je waaiert uiteen naar her en der en ver. En het is warm, het regent of het waait, en er is een kind dat nog even naar je wuift en zwaait en je voornaam kent. En je beseft dat je daarom hier bent. Een plek met naam en faam: ook jouw naam, getekend:
(M/V): Meester in de Vakken.
11-06-2008
Visioen
VISIOEN
Verdwijnen op termijn de hogescholen? Zullen in de wellicht nabije toekomst saaie academische theoretici bijvoorbeeld onze onderwijzers/-essen opleiden? Ben ik het slachtoffer van een inktzwart visioen ? Heremetijd! Als mijn visioen werkelijkheid wordt: wat dan met het muzische, het creatieve, het vakoverstijgende?
Ik doe al drie decennia lang stagebezoeken bij mijn studenten lerarenopleiding in scholen in de stad en op het land, verscholen in het groen of weggedrukt tussen industriegiganten, overschaduwd door banken, kerken, populieren of appartementen, gemeentelijk, stedelijk, vrij of van de gemeenschap. Het gaat dus helemaal niet over oubollig, oud, modern, nieuwmodisch, vooruitstrevend, conservatief, ver, dicht, west, oost, belijdend, neutraal. Alleen: ik ween bitter bij de gedachte dat academici eh … nou ja: wat gaan die eigenlijk doen in dat verband? Theorie verkopen over vaardigheden? Proefondervindelijk kennis etaleren? Syllabi aflezen en dicteren hoe het moet? Kamergeleerd thuisblijven om schoolengelstalige artikeltjes te schrijven voor buitenlandse onderwijskundige tijdschriftjes die worden gelezen door anderhalve man en een paardenkop? En dit dan aan hun bibliografie toevoegen? Een omweg maken als ze een troepje kinderen of scholieren zien naderen?
We boeken geen banddikte vooruitgang als de lerarenopleiding aan de universiteit wordt toevertrouwd. Integendeel: we tuimelen terug naar een steentijdperk waar kennis met de maatstaf geheugen werd gehonoreerd en vaardigheden werden weggehoond.
Mijn visioen blijkt een nachtmerrie te zijn. Voor de studenten en hun mentoren.
PS Nauwelijks ben ik, badend in het zweet mijns aanschijns, wakker geworden, of een nieuwe draak steekt de kop op. Plotseling doemt de ‘werkplekopleiding’ op. Men zal nu onderwijzer(es) worden in de lagereschoolbiotoop zelf. Hoera: gratis werkkrachten voor de school, extra-assistentie voor bos- en zeeklassen. En als ik in de kliniek arriveer, kan ik geprikt worden door iemand die mededeelt: ‘Sorry, ik ben een eerstejaars, maar ik oefende al tweemaal op appelsienen. Ga zitten en ontspan u.’
27-05-2008
Verlengingen (41)
Afscheid in schuifjes van onze ouderejaars bachelor lager onderwijs: driedaagse trips naar A'dam en Parijs, didactisch-eindwerkpresentatie, blok, examenresten, D(iplo-)day, goodbye. Het was een gezellige, creatieve lichting. Door werkomstandigheden (in het tweede opleidingsjaar) en jureringen voor een sympathiek poëzievoordrachtconcours tripte ik niet mee naar Parijs, en dat speet me zeer. Want ik ben nl. ook klassenleraar van een stuk van die derdejaars. Vorig jaar al was dat uitstapje een geweldige meevaller. En, daarenboven: de traditie Parijs/Amsterdam wordt hierbij voltooid verleden tijd. Maar er komt iets anders in de plaats. Ik bewaar ondertussen bijzonder goede herinneringen aan het afstudeerjaar 08, een schrikkeljaar.
13-05-2008
Verlengingen (40)
Tentoonzending. Ik wens een nieuw woord in te luiden. Tentoonzending. Het slipte me onlangs zomaar van de tong. Tentoonzending. Het proefde goed. Tentoonzending. Een van de bekendste hedendaagse binnenlandse tentoonzendingen brengt Vlaamse kinderboekillustratoren samen. Een tentoonzending is dus een reizende tentoonstelling.
10-05-2008
Verlengingen (39)
Een mei-aanval van de zomer, midscheeps. Laatste lesweek en voorexamens vlakbij. Ouwe rot in het vak en collega R.F. gaat met pensioen. Terrasmusstudenten bevolken het binnenplein van de hogeschool. Tevens de opendeurdagenplaag. Vreselijke uren zijn dat. Studente J.M. laat me iets weten over een boek van me dat ze onlangs gelezen heeft. Zielenzalf; it makes my day. 's Avonds vernissage van een tentoonstelling van Torhouts aardewerk. Openluchttoespraken en -receptie. Een sms-bericht: jongste dochter (16) van een kennis slachtoffer dodehoekongeval. Ik had deze week net een filosofisch traktaat op het Lerarenforum (blog) gepubliceerd: De mens een loteling.
24-04-2008
Dofferd tris
Een week later reageerde iemand in de lezersrubriek van HUMO op mijn dofferd-voorstel. Hij had drie opmerkingen. Wat als een zin met 'Een' begint? Wel, geen probleem: er is ook zo'n 'omgekeerde' hoofdletter beschikbaar. Het vinden en realiseren van het omgekeerde teken is ookingewikkeld. Nou, dan moet dit gewoon ondergebracht worden op het regelrechte azerty- of quertytoetsenbord hé. Overigens pleitte ik in andere artikels voor de eerste of de laatste plaats van mijn dofferd-teken in het alfabet. Eerst: hij komt het vaakst voor. Of de nederige laatste plaats: hij is de nieuwste, de dofste, de stommeling. Derde opmerking van de correspondent: vervang de doffe e dooreen teken dat weinig gebruikt wordt en vrijwel onbezet is, bijvoorbeeld de c of de x. Dat is ook een goed voorstel: in Nederland werd daar door sommigen al jaren geleden voor gepleit. Nadeel: zo'n optie veroorzaakt verschuivingen in andere schrijfwijzen, bijvoorbeeld in verband met de k, de c en de s. Mijn teken laat alle andere letters met rust. Is dat niet fijn voor ze?
15-04-2008
Dofferd bis
In de brievenrubriek van HUMO 08-04-08 verscheen dit schrijven van mijnentwege:
PLEIDOOI VOOR DOFFERD
De doffe e kent 8 schrijfwijzen. Verwarrend voor wie Nederlands leert: waar staat de letter e voor? Dof? Kort? Lang? De dofferd komt ook heel vaak voor: de, het, een, er, werkwoordEN, meervoudEN. Geef ‘m dus een apart teken. Zet ‘m op zijn kop, zoals in het fonetisch schrift. Dat teken zit al in de computer. Maak ər ən lusjə van in jə handschrift. Best aardəg hoor, en niet moeilək. En … 200 000 nieuwe jobs, want alles wordt herdrukt.
03-04-2008
Verlengingen (38)
Moeten wij fffff toch over een prima bieb/mediatheek beschikken. Toen ik er zelf tijdens dit paasreces ging arbeiden, constateerde ik dat er tientallen studenten aan het werk waren. Nu, de grote stages staan ook voor de deur. Man-in-straat-met-pet: 'En g'hebt weere verlof zekers?'. Mogelijk jij-bakje: 'Ge moest maar zelve voor schoolmeester geleerd hebben, meunjière.'
PSStand-upcomedian Piv Huvluv gaf een show op onze hogeschool. Blijkt oud-student te zijn alhier.
16-03-2008
Het GND
Op het Groot Nederlands Dictee 5e op 25 geëindigd zaterdag in 't Vlaams Parlement, in de categorie Spellingliefhebbers (... waar ik laureaat werd van de preselecties). Maar godverongeluktgodsammekrakepitte: Rode Halve Maan? Rode Halvemaan? Ik trof de beide aan in de Grote Naslagwerken en gokte niet goed.
02-03-2008
Verlengingen (37)
Een rustig/drukke periode op de hogeschool: opendeurtoestanden, opstart nieuwe eindwerken met tweedejaars (we gaan o.a. nog een 'allochtone poot' zetten onder de methode Mol & Beer van die Keure), stagebesprekingen, lessen. Ondertussen werk ik me het rambam met PVDA - PvdA, Feyenoord - Feijenoord, nijgen - neigen, Kasjmir - kasjmier, havannasigaar - Havana, fluitenkruid, Khartoem en Saint-Pierre en Miquelon en Saint Vincent en de Grenadines. Waanzin, maar er zit systeem in.
23-02-2008
Spelling
Vanmorgen (zaterdag 23 februari 08) won ik de provinciale preselecties van het Groot Nederlands Dictee (Davidsfonds) met 92 %. Ik leerde bij: het woord 'ossi's'. Op naar het parlement voor de finale op 15 maart.
11-02-2008
Dofferd
DOFFƏRD - Mən apartə tekən voor de ‘schwa’ (cfr. vroegərə rubriekjəs op mən blogs en tekstən her en der) leidt nog altijd ən ondərgronds bəstaan. Andərmaal (zoals vorəg jaar) heb ik geen zin om ərmee naar de spring-in-’t-velds van hət tv-programma Də Bədenkərs tə trekkən. Vorəg jaar drong mən nogal aan; ik had aanvankələk ingəschrevən. Als mən doffə stomməling hət ooit haalt, dan zorgt hij voor 200 000 jobs, want alləs moet herschrevən en herdrukt wordən. Məsschien moet ik ər toch mee op tv?
09-02-2008
Hete kolen
HEULE OP HETE KOLEN – Confrérie De Griffioen uit het schuimige Heule (Kortrijk) organiseert op zaterdag 16 februari 08 om 19 uur 30 in het park en voormalig gemeentehuis van Heule een Valentijnshappening met vast en vloeibaar voedsel, dans, muziek en literatuur. Actrice Tine Declerck en de dichters Joris Denoo en Pol Vermeersch brengen er tot driemaal toe liefdesletteren. Als God liefde is, dan moet Hij er op de eerste rij staan. Stand-up in naam van de liefde, de letteren en de maag.
03-02-2008
Verlengingen (36)
Krokus – Nog maar net bekomen van de winterstop, of we moeten alweer een krokusvakantieweek ondergaan. Opdat we niet al te vlug zouden ontwennen, blijft de hogeschoolbieb ook in die periode enkele dagen open. Het weigert te sneeuwen. Op de valreep voor krokus werden een dertigtal studenten gediplomeerd. Tijdens diezelfde valreepweek werden we overspoeld door gedichten. Iedereen was plotseling behept met poëzie. Ikzelf ben al weken ondergedompeld in de spelling. Hoe dieper ik erop inga, hoe meer ik ontdek dat er hier en daar toch wel verbeteringen aangebracht zijn. Maar logica leidt soms tot bizarre toestanden.
26-01-2008
Gedichtendag
Ananas de Courtrai – Meer dan een peer: Gedichtendag donderdag 31 januari 08 om 20 uur in kaffaat De Heerlijkheid Heule (station) met Lut De Block, Joris Denoo, Peter Holvoet-Hanssen en Pol Vermeersch. MuziekGuido Desimpelaere & Frank Tomme.Organisatie Moniek Gheysens en Seine.
11-01-2008
Verlengingen (35)
Hogescholen worden deze maand overspoeld door golven van partiële begaafdheid.
01-01-2008
SPELING
Het Bijbelse dictaat anno 07, zijnde het GROOT DICTEE op TEEVEE, ontworpen door ouwe letterenreus Jan Wolkers, was papgemakkelijk. Te wijten aan de Bijbelgekte van de overleden schrijver/beeldhouwer scoorde ik wel drie fouten. Ik spelde twee plaatsnamen (die ik niet kende) verkeerd en ik dichtte het koninkrijk der hemelen hoofdletters toe. Karina, vrouw van de schrijverd en eenheid van een aantal ponden Turks fruit, had het over een trauma i.p.v. een trema. In het dictee werd ook het woord uitdeinen in verband met het heelal gebruikt, maar wie zijn spelling goed beheerste, schreef hier uitdijen. Een vreemde uitleg (gitaarlawaai; Jimi Hendrix) moest uitdeinen goedpraten. Op een specialistensite merkte ik later dat dit ook kon, met enige nuance in de betekenis. Tja. Zal wel. Toch vreemd hoor. Wie hier minder goed in was, kon dat dus per toeval correct hebben. De spellingperfectionisten weenden bitter.
Postscriptum: en nu hengsten voor de Davidsfondsdictees. Da's pas andere koek.
30-12-2007
Verlengingen (34)
Hallo lieve kindjes die nu nog in pamperende hoekjes van de klas muzisch-ontspannend vaardigheden & kennis (in deze volgorde) opdoen en straks her en der shoppend levenslang zullen leren zonder ooit gebuisd (want juridisch terdege beschermd) te raken: hierbij een bloemlezinkje uit een oud jeugdboek ('Meester Bakelants' - 'Jeugd') van het ex-kind Ernest Claes, lang geleden een bekend Vlaams schrijver.
Hier was de ene schooldag juist zoals de andere, even grijs, troosteloos, het hele jaar door, en van de eersten tot de laatsten hadden wij maar één smachtend verlangen, oud genoeg te zijn om niet meer naar school te moeten gaan. Dit gelukkig ogenblik brak voor de meesten slechts aan als ze tien jaar oud waren.
Het stonk er naar schoolkinderen. In de wintermaanden zat het er stampvol, zestig, zeventig, zelfs meer leerlingen, zodat ze met drie op een bank van twee moesten zitten. Met zichtbare voldoening joeg meester Bakelants er dan ook in dit seizoen elken dag een half dozijn naar huis, een ander dozijn deed hij op de koer wandelen, niet zozeer wegens wangedrag, als wel omdat er geen plaats was.
Die schoolstraffen werden niet naar vaste regelen en principes toegepast, en dat was in ons schoolleven de grootste onzekerheid. Voor dezelfde misdaad kon men eender welke van die straffen krijgen. Het hing af van de dag en het uur, van 's meesters humeur, en ook van het soort kop dat de schuldige had. Meester Bakelants kon namelijk geen wit haar uitstaan ... De straffen stonden ook in verband met de dagen van de week. De maandag was de gevaarlijkste dag. Als de pastoor 's zondags over iets gepreekt had dat min of meer betrekking had op de liberale partij, moesten de zonen van alle kerkpilaren zich 's anderendaags erg koest houden. Ook als in 's meesters tuin het wasgoed te drogen hing was hij niet te betrouwen.
18-12-2007
Verlengingen (33)
Bij het dooreenhutselen van mijn bibliotheken (als adempauze in het blokken van die idiote Vernieuwde Spelling 05 - ik laat me binnenkort testen op mijn kennis daarvan) stootte ik op De onderwijzer in de Zuidnederlandse literatuur van R.C.Gitsberg (uitgeverij Zwijsen, Tilburg, 1963, 4,40 gulden). Het betreft een verzameling opstellen die eerder verschenen in Christene School. Er zit ook een compartiment in, getiteld: De onderwijzeres in de Zuidnederlandse literatuur. Een kleine 50 prozawerken van zo'n 30 auteurs worden behandeld. Dat aardige ouwe boekje wordt mijn kerstlectuur. Ik vrees echter het ergste: veel auteurs zijn schrijver geworden (zo beweren ze toch graag) omdat ze zich zaten te vervelen in saaie lessen. Hun eerste meesterwerken schreven ze dus stiekem op allerlei flappen en mappen waartussen wiskunde en geschiedenis en aardrijkskunde en Nederlands thuishoorden. Wijze conclusie: hoe slechter lessen en leraren, hoe groter de kans op een bloeiende schrijverscarrière. En zie: zelfs dit onderwijskundige boekje werd bekroond, merk ik aan een handgeschreven opdracht binnenin: 'In herinnering aan de bekroning van dit werk met de A. Decoeneprijs, eerbiedig en genegen opgedragen' (handtek.)
09-12-2007
Verlengingen (32)
De mars op het hoofdstedelijke Broekzele verliep in weer en wind. Het sausde oude wijven en de wind rukte zowat onze tanden uit. We waren gewaarschuwd voor mannen met deukhoeden die in naam van een krant zouden informeren naar het aantal betogers en vanwaar die zoal afkomstig waren. De opkomst was geen groot succes. Gewag werd gemaakt van 800, 1 200 en 1 500 koppen. De minister vond overigens dat er geen redenen meer waren om op straat te komen. In de diverse journalen werd karig kond gedaan van de betoging. De Morgen publiceerde een foto waarop een pelotonnetje studenten hun broek afstaken in een moon-moment. Of waren het docenten? Dat viel niet op te maken uit de foto.
30-11-2007
Boom der kennis
Boom der kennis in mijn hogeschool in het verre westen van dit land
26-11-2007
Verlengingen (31)
Er hangt een betoginkje te Broekzele in de lucht, op 6 december dan nog wel. De hogescholen zijn in de zak gezet. Klaas moet Vaker met centen komen. Een paar weken geleden gebeurden er al prikacties: academische kwartiertjes werden heel letterlijk toegepast. Eindelijk weer eens op stap in de hoofdstad. En niet op een woensdagmiddag. Je weet wel: die middag waar de rest van de wereld jaloers op is. (Wij hebben nochtans altijd les die namiddag, zelfs vaak tot de duisternis haar intrede doet ... )
13-11-2007
Beurs van boeken
HET KNETTEREN DER LETTEREN
(Beurs van boeken)
Ik heb me al vroeg de woorden eigen gemaakt en hoop nu nog de juiste te vinden om me tot u te richten. Er zijn er immers miljoenen: moedertaalwoorden. Maar in de goede volgorde gebruikt, kunnen ze misschien wel iets gaan betekenen. In de middeleeuwen van mijn jeugd zette spreken nooit zoden aan de dijk en lezen hinderde de studies. Je was jong, je wou wat, maar je was verdacht, want je was jong. Bibliotheken puilden vooral uit van non-fictieboeken, ‘gekaft’ in bruin schijtpapier of geüniformeerd verpakt in blauw schoolpapier met een etiket erop. No nonsense letterkunde, vaak door nonnetjes bewaakt: De Grote Oorlogen, Mijn Hond en Ik, Paddenstoelen, Jongens en Wetenschap,De Hoogste Bergen. Ontspannende serieszoals Arendsoog, Pim Pandoer en Biggles las je in een verdomhoekje. Toen ik op de wip tussen twaalf en dertien zat, belandde ik in iets wat ze ‘eerste middelbaar’ noemden. Na amper een week al kreeg ik nablijfstraf. Ik werd in de avondstudie betrapt met Villa des Roses van Elsschot op mijn knieën – stiekem ontleend uit het liberale bibliotheekje in mijn stadje. De priester-bewaker, een grimmige figuur die middels tientallen knoopjes van enkels over kruis en balg tot kop was opgeknoopt, had zelfs nooit een jota uit Elsschot gelezen. Toen ik vijf jaar later met Gangreen van Geeraerts en het Rode Boekje van Mao op beide knieën lag, had ik al grote stukken uit het toenmalige oeuvre van Claus en Boon en Cremer en Walschap en Teirlinck gelezen, in tegenstelling tot sommige van mijn leraren Nederlands. Ik kende zelfs fragmenten uit het dagboek van Che Guevara uit mijn hoofd, in twee talen. Een jaar later, uniefwaarts, volgde alles wat ik maar op de kop kon tikken, tussen de verplichte lectuur door. Ondertussen vergat ik daardoor wel het spreken ietwat. Boekentaal beheerste ik; het spreken kwam gaandeweg. Tot mijn afgrijzen werd ik als germanist richting onderwijs gestuwd – in de vaart der volken. Thuis hadden ze een heilig ontzag voor alles wat ‘school’ betrof. Nou, mijn mannelijke ouder toch. Leraar te worden! Moeder verliet al jong een krantenredactie om kinderen te kopen en huis te houden en haar viool definitief op zolder te deponeren. Vader gaf een job in een grote Gentse drukkerij en zijn tekentalent op om secretaris te kunnen worden van een kudde schoolvossen, tot overmaat van ramp in ons eigen provinciestadje, toevallig een onderwijscentrum. Ikzelf ben later nog geworden wat ik als uk al wou: schrijver, dichter, journalist, publicist. Maar ik geef ook al 33 jaar lang les, moerstaal en letterkunde, aan een hogeschool voor lerarenopleiding. Met plezier. Letteren doen mijn leven knetteren, soms etteren. Ik heb 50 boekuitgaven in alle genres op mijn naam staan, diverse literaire onderscheidingen, ik bezit meer dan 10 000 boeken, ik publiceerde honderden bijdragen in tijdschriften en kranten, ik gaf duizenden lessen aan duizenden hogeschoolstudenten. Ik heb drie goede leraren gehad: één onderwijzer, één leraar Nederlands, één leraar Frans. Aan de universiteit kreeg ik les van mompelende grijsaards, verlegen doctoraatsassistenten en alcoholici over houdbaarheidsdatum. Ik leerde er alles af en las zelfs gedurende de laatste twee licentiejaren niet meer, met uitzondering van de opgelegde lulkoek.
Terwijl ik dit schrijf, word ik stilaan 55. Ik slaap met mijn navel naar de aarde en mijn kont naar de sterren gekeerd. Ik lees niet veel binnenlandse letterkunde meer, want die is ingepalmd door en verdeeld tussen schreeuwerige middenstanders, elkaar subsidiërende would-be academici, plagiërende jonge grote muilen en BV’erige mediageile meninghebbers die de Boekenbeurzen ontsieren. Tv-koks worden nu ook al ‘auteurs’ genoemd. Ben ik dan ook ‘kok’ omdat ik goed kook? Ik ben beurs van boeken. Ik lees weer mijn lievelingsauteurs van weleer: Michel Déon, Alain Bosquet, Jeroen Brouwers, Jan Wolkers, en alles wat ik vinden kan over MI5, Mossad, Maffia, Cosa Nostra, N’ drangheta, Camorra en het Verzet tijdens WO II. En bij een glas Dahlwinnie doet zich soms een visioen aan mij voor. Ik zie vuur. Ik hoor geknetter. Geen ijs. Puur. En als ik het erop giet, werkt het als brandversneller. Het ettert, het knettert, al dat werk vuurt, en het is heerlijk. En dan steekt de wind op. Zuiverende wind.
01-11-2007
Verlengingen (30)
Bladervakantie & A'pse boekenbeurs. Een zee van bladeren en parkeerbonnetjes. Een paar derdejaars uit onze hogeschoollichting 06-07 hebben met hun didactische eindverhandeling een Award gewonnen. De meeste centen belanden echter alweer waar ze eigenlijk niet hoeven te belanden. Tot zover deze korte mededeling. Het is bladervakantie & A'pse boekenbeurs. Een zee van bladeren en parkeerbonnetjes.
10-10-2007
Verlengingen (29)
GMW, ofte Geïntegreerd Muzisch Werken. Een paar halve dagen per week zijn onze tweede- en derdejaars bezig met beweging, woord, beeld, klank - dit alles op alle mogelijke manieren gemixt, ook ten behoeve van de basisschoolbevolking. Vijf à zes docenten kijken over hun vak heen en slaan de handen in elkaar. Tweemaal negentig studenten denken en doen mee. Waar we procesgericht en dus eens 'onnuttig' wilden werken, daar wordt natuurlijk alweer door basisscholen gevraagd naar een werkbaar resultaat. D.w.z.: 'Kom een namiddag organiseren op onze school: Halloween, de Sint, ... ' Goed, niet erg, u vraagt, wij draaien, maar sommigen zullen het nooit leren: de hang naar het product, de hunker naar resultaat bepalen nog altijd het oordeel. Leren is ook afleren. Een goeie schrijver leert gaandeweg taalpralerigheid af, bijvoorbeeld. Hij schrapt vooral. Nog een bedenking: het is niet omdat je je schminkt en een snorretje op je bovenlip stift en je je haar achterover harkt dat je muzisch bezig bent. Maar soms helpt het wat. Gom echter alles eens weg en doe krek hetzelfde. Vergeet je verkleedkleren. Weg met de praal, leve de subtiliteit (al is leve een onsubtiel woord; het is bombastisch). Afgelopen weekend vroeg een aardige muzische collega of ik een gedicht over een konijn had. Het mocht ook een haas zijn. Ik heb haar mijn gedicht gemaild over een konijn dat het hazenpad kiest, uit mijn muzische bundel De vuilniskar zingt halleluja.
29-09-2007
Verlengingen (28)
Collega *J* van onze sportafdeling is gepromoveerd tot doctor (Gent). Onlangs woonde ik ook het emeritaat bij van schoonzus *L* (Leuven). Ikzelf ben een der oudere wijzen op onze hogeschool aan het worden. Volgend weekend vieren we met een etentje (oud-studenten en collega's germanisten) en een liber amicorum onze afscheidnemende talencollega *J*. Er is duidelijk deining in de gelederen. Het verse academisch jaar is dieselend opgestart, brandevacuatie-oefening inbegrepen. De 100ste student(e) OAR (Open Avond Regentaat) is ingeschreven. In Humo verschijnen lezersbrieven i.v.m. onderwijs, directies en inspecties. Ik lees geen magazines en lezersbrieven meer om mijn gezondheid niet te schaden.
17-09-2007
Verlengingen (27)
Opening van het academisch jaar op een zonnige vrijdag. Dit festijn doet zich dit jaar niet voor op de hoofdcampus, maar hier bij ons, aan de periferie. Ik heb onze spreekster met dienst (die de aankondigingsteksten uitspreekt) aangeraden zich de gestelde lichamen in de zaal allemaal voor te stellen in hun onderbroek en in marcellekes. Het heeft geholpen, zo blijkt naderhand. Enkele dagen later is er de echte kick-off op onze campus. Zonder de (nu ex-)collega's *I*, *E* en *J*. Eerste administratief contact met de ouderejaars waar ik groepsverantwoordelijke voor ben. Ik zal ze met hand en tand en have en goed bijstaan en verdedigen. Waartegen verdedigen, dat weet ik nog niet. Medio deze eerste week bezondigen we ons met z'n allen aan friet en cola op een valavond op het binnenplein van onze campus. Vette happen en frisse drank als cement voor tien maanden verstandhouding. Gelukkig ontdekte ik deze week dankzij de gestelde lichamen van collega's *D* en *P* een plek waar ze adembenemende vissoep serveren.
13-09-2007
Verlengingen (26)
Het visitatierapport (eerste versie) is gearriveerd. We zijn geslaagd. De heren en de dame die ons herfst 06 uitvoerig doorgelicht en gevisiteerd hebben, zijn in onze ogen echter gezakt. Hun rapport bestaat namelijk uit knip- en plakwerk (incluis intern bedoelde mededelingen) dat ze uit ons eigen Zelf Evaluatie Rapport haalden en ze scoren nog ergens een DT-fout ook. Er zijn nog bedenkingen mogelijk, maar dit slaat alles. Van de betutteling der bemoeials, verlos ons, Heer, en gun ons de tijd om weer les te geven en met studenten bezig te zijn.
03-09-2007
Verlengingen (25)
Als kroon op het werk en beloning na een rotzomer mogen de kindjes vanochtend door gietende regen weer naar school waden, vastgebonden aan hun rugzakjes. Geen ontsnappen mogelijk.
29-08-2007
Verlengingen (24)
Het nieuwe academisch jaar (met officiële opening in ons stadje *T*) staat voor de deur. De verse examenkans voor de pechvogels is bezig. Door het vertrek van collega *E* word ik in het laatste kwartier van mijn onderwijscarrière 'titularis' van een groep ouderejaars bachelor lager onderwijs. Oudere werknemers die rustig uitlopen? Vergeet het maar. Klimatologisch: we hebben een herfstzomer of een zomerherfst achter de rug. Er waren meer zonne-uren in de lente dan in de zomer. Er zullen weer veel bladeren vallen in de herfst. (Dit was een metafoor).
10-08-2007
DRAMA
DRAMATISCH NIEUWS
Ik neem de vrijheid u en uw gezelschap enkele van mijn theaterstukken onder uw welwillende aandacht te brengen. Zowel Toneelfonds J. Janssens (Borgerhout) als Theaterburo Almo (Antwerpen) publiceerden mijn dramatisch werk. Mocht u eventueel interesse hebben i.v.m. opvoering, dan moeten de scripten bij deze literaire agenten opgevraagd worden.
EEN EENHOORN IN JE TUIN (J. Janssens, 1996): jeugdtheater voor kinderen, door kinderen en desgewenst volwassenen. Meerdere rollen mogelijk, o.a. een hele klas. Thema: fantasie. Avondvullend.
THUIS HEBBEN WE GEEN TREIN (J. Janssens, 1998): avondvullende monoloog. Aan het woord is een geprepensioneerde treinconducteur. Thema: station, treinen, reizen. Meerkeuzemogelijkheden voor het slot. Genre: hilarische komedie.
DODE ADDER (Almo, 2000): bekroond met de Nestor de Tière Toneelprijs vande Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde Gent en met de Premie Theaterschrijfprijs Provincie West-Vlaanderen. Avondvullende dialoog voor 2 mannen of vrouwen en een zwarte vogel (raaf). Een ironisch sollicitatiespel dat uitmondt in rolomkering en moord. Genre: wrang-ironische komedie.
HIEP HIEP HYPO! (J. Janssens, 2002): eenakter voor een 10-tal personages. Een man koestert zelfmoordplannen en gaat daarom een laatste keer shoppen in het warenhuis. Hij ontmoet er overledenen die hem tot andere gedachten proberen te brengen. Thema: zwaarmoedigheid. Genre: komedie.
DE BIERKAAI (Almo, 2002): avondvullend volksstuk in 14 staties met een ‘catering’-einde, zich afspelend in een randstedelijk stamcafé. Een 20-tal rollen, verwisselbaar (m/v). Graag ook een hond. Diverse thema’s. Genre: komedie.
DRIE MINIMONOLOGEN (J. Janssens & Vink, Nl, 2003): duur van elke monoloog is een halfuur. ALS HET HERT SPREEKT: een jachttrofee-met-gewei aan een cafémuur lucht zijn hart. MAMA: een zoon lucht zijn hart over zijn vrouwelijke ouder. ROLEX: een bedrogen minnares lucht haar hart over haar ex-geliefde.
ZEG, LUISTER JE NOG? (Almo, 2004): een veertigtal korte sketches in dialoogvorm. Genre: absurd, laconiek, ironisch.
’T PARADIJS, EEN GRENSGEVAL (Almo, 2007/08): een volksstuk in opdracht, geschreven voor de bewoners van de grenswijk ’t Paradijs/Rekkem, waarin de typische grensproblematiek wordt geëvoceerd, o.a. de smokkel. In 2008 wordt dit volksstuk opgevoerd ter plekke.
DAMIAAN, MIJN DING (2007/08): een jeugdtheaterstuk in opdracht van Damiaanactie en Revinzeschool Torhout. Eerste opvoering juni 08.
HOTEL DE STERVENDE OLIFANT (Almo, 2009): avondvullende thriller die zich afspeelt in een hotel en waarin bloeddoping bij beroepsrenners een thema vormt. 15-tal rollen; 3 decors.
ZZOEF!! (Vink Nl, 2009): eenakter in 12 taferelen over de snelheid van het leven. Combinatie ernst & humor. Verwisselbare rollen (5 à 6 duo's).
VEE (Almo, 2009): komisch stuk over teambuilding, groepsdynamiek en zwak leiderschap. 11-tal rollen; 3 decors. Duur: 80 min.
APPELEN (2010): een kijk- en hoorspel dat door actrice Bianca Vanhaverbeke geïnterpreteerd wordt om door kinderen gespeeld te worden.
ZIJN ALLE ZWANEN WIT? (J.Janssens, 2010): absurde eenakter van drie kwartier met twee rollen. Thema: toeval en geluk.
MEERVOUD (M/V) (J.Janssens, 2010): spektakelstuk voor twee rollen (desgewenst zes) op en rond een dubbele schommel, waarin Fred & Ginger, Julius & Cleo en Dolf & Eva op hun leven op aarde reflecteren. Duur: 90 minuten. Dans- en zangscènes mogelijk.
Hopelijk eens tot in de zaal of op de planken (en niet ertussen):
Citaat uit het weerbericht in De Morgen van 26.07.07 (die citeert uit mijn inleidend essay op mijn blog Satisfiction -België in een Boze Bui): 'Van mij mag het stevig waaien en regenen in de boeken, terwijl daarbuiten echte regen op de pannen roffelt en de wind om de daken giert.'
02-07-2007
Verlengingen (23)
In mijn queeste naar slechtweerfragmenten bij prozaschrijvers (‘België in een Boze Bui’, mijn Satisfictionblog op Skynet) stootte ik op onze hogeschool i.v.m. de jonggestorven onderwijzer/auteur N.E. Fonteyne (Oedelem/Veldegem). Hij heeft hier ‘gezeten’. In haar nawoord op ‘Kinderjaren’ (postuum verschenen, een van zijn handvol boeken) betwijfelt Ada Deprez of hij hier geslaagd was. Misschien moest hij ook weg, oppert ze. Tijdens zijn begrafenis (1938) deed zich in West-Vlaanderen een aardbeving voor. Dat veroorzaakte wat mythevorming aangaande de kerel.
26-06-2007
Verlengingen (22)
Blok. Stilte. Stoelen op de gangen. Geritsel van examenpapier. Waarom is men in feestverpakking bij het afleggen van mondelinge examens? Marathonsessies thuis: ‘verbeteren’ (‘corrigeren’ ? ‘beoordelen’ ? ‘evalueren’ ?) van examens van ongeveer 80 plus 70 studenten, theorie & spelling. Daarenboven komen ze me nog eens mondeling opzoeken. Lezen en beoordelen Didactische Eindwerken tussendoor. Ouderejaars mailen me ook hun sollicitatiebrief & cv ter beoordeling. Nadat de laatste les gegeven is, wordt het druk …
Mijn jaarlijkse speech voor de diplomering van de derdejaars BA(chelor) L(ager) O(nderwijs) staat op papier. Nu alleen nog het publiek aan het lachen krijgen. We vermijden stijfheid en harkerigheid. Het mag best een feestje worden.
Erin geslaagd, twee keer tot nu toe, met de collega’s *E* en *J* in het stadje *T* een dagmenu tot ons te nemen. Vorig jaar lukte ons dat meer. Van een wekelijkse middaglunch is geen sprake meer. Duimen voor volgend academisch jaar. Maar Parijs maakte veel goed.
En zie: medio juni dineren we warempel gedrieën weer eens, maar dan in een onvolprezen smaaktempel ergens in Midden-Vlaanderen. Eigenlijk moeten we met z’n vijven zijn, maar de twee vrouwelijke collega’s haken af wegens familiale omstandigheden. Het etentje is een jaarlijkse traditie. Nu ‘was’: er is heel onverwacht nieuws. Collega *E* wordt vanaf 1 september directeur van het ‘Land- en Tuinbouwinstituut’ alhier. Wat we daardoor missen: een ervaren collega, een waardig woordvoerder en vakbondsman, een goeie vriend, een titularis van een groep ouderejaars en een gepokt en gemazeld Parijsleider. Champagne, maar met een wrang bijsmaakje.
Enkele pechvogels bij onze ouderejaars, al dan niet gepland. Het wordt augustus/september, of januari. Andermaal de bedenking, zoals elk jaar, dat ze toch heel veel diverse zaken moeten kennen en kunnen. Zoveel kolommen op de deliberatiebladspiegels.
Twee dagen later alweer totaal onverwacht nieuws: collega *I* wordt adjunct-directeur in een Brugs college (waar ikzelf ooit debuteerde, 1975). Het regent veranderingen in onze hogeschool. Who’s next? (Ik kreeg nota bene zelf een werkaanbieding: literaire creatie voor volwassenen in Academie Berchem, Antwerpen. A page too far. Ik pas.)
Maandag 25 juni, storm, regenvlagen, donder – diplomering van de ouderejaars in feestverpakking. Weer is een jaar verstreken. Tijdelijke herfstzomer.
18-06-2007
Verlengingen (21)
Driedaagse trip met derdejaars en twee collega’s naar Parijs, na tweedaagse met veertien collega’s taal in Zuid-West-Engeland. Het is één van de zeldzame keren dat ik in schoolverband meereis naar een buitenlandje. Onmiddellijk dubbel geboekt dus. Inventaris: Eurotunnel Shuttle, Folkestone, Rye, Brookland, Romney Marsh, Canterbury, Dover Wartime Tunnels, Calais, Torhout, Kortrijk, Heule, Roeselare (ophalen collega *J* in alle vroegte), Torhout, Parijs, Rue Jean Jaurès (Etaphotel), Saint-Denis, Cirque du Soleil, 2 lagere scholen (1 zelfverklaarde eliteschool en top of the bill, 1 nederige confessioneel-katholieke school, beide zelfbedruipend), dîner-spectacle-cabaret La Belle Epoque, Louis Vuitton (!), Beaubourg, Rodin, Modern Art & alle Parijse ‘musts’… Totaal aantal uren bewustzijn gerealiseerd tijdens één week: ongeveer fulltime. Nooit meer slapen. Nooit gedaan. Met collega’s *E*en *J* o.a. een hele dag door Parijs gehuurfietst, ook halsbrekend de Elysese velden af. Even wennen aan het Parijse rijgedrag, maar ik hou van snelheid en tempo. De dagschotels die we (moi, E & J) het afgelopen academisch jaar in het hogeschoolstadje *T* niet konden realiseren, deden zich nu op korte termijn voor: hersenen, niertjes, rog, kraaienbiefstuk, fraaie wijnen, lessende bieren. Schitterende week, fijne reiscollega’s, idem dito studenten. Good old England, God in Frankrijk.
09-06-2007
Verlengingen (20)
Op de terugweg naar mijn auto word ik staande gehouden door een veel grotere terreinwagen met een volslanke, blozende man in wiens hoofd bevolkt wordt door blonde/witte haarslierten. Hij torst tevens een kinbaardje van hetzelfde allooi: zilver/wit. ‘Ken je mij niet meer?’ ‘Weet je niet wie ik ben?’ 'Eh ... ' ‘Je geeft les aan mijn dochter.’ Ik, met mijn geheugen dat teruggaat tot de Bronstijd der Volken, geef niet thuis. Verstek. Shit. Dan noemt hij de naam (en achternaam) van zijn dochter. Ze volgt inderdaad het derde jaar bij mij; straks wordt ze onderwijzeres. Ik peil zijn ogen en een Oude Wereld gaat voor mij open. Ik herken *JJ*, enfant terrible van dit stadje in Oude Tijden, jeugdvriend. Haaks op fietspad en autoweg staande, halen we een halfuur lang herinneringen en namen en (wan)daden op. Van een heleboel namen moeten we al zeggen: ‘Dood’. Het valt op. Maar het klopt. Net als ik is *JJ* al decennia geleden uit dit stadje *T* verhuisd. Hij woont op den buiten, ergens in de polders hier vlakbij. Natuurlijk: jager, stroper. Altijd geweest. Beetje te slim voor zijn tijd, zijn mensen. Baldadigheden, bezinning. Plotseling weer ‘in het onderwijs.’ The same old story. Ik denk dat onze verwondering bij het monsteren van elkaars kop en lijf wederzijds was. Het was verdorie meer dan 35 jaar geleden! PS: wéér zo’n intelligente kop. Is er nog hoop? Ik hoop het.
01-06-2007
Verlengingen (19)
Woensdag 16 mei. Laatste lesdag op de hogeschool, tevens voorexamens spelling, verhandeling, … Maar bovenal: allerlaatste lesdag ever van collega *JT*, zeer gewaardeerde germanist, die in de Lerarenopleiding Secundair Onderwijs het ‘stamvak’ Nederlands doceerde. Jarenlang waren we collega’s: meer dan dertig jaar op deze hogeschool, een decennium lang in dezelfde opleiding, decennia lang ‘bureauburen’ drie-hoog. Een eerder timide man, begiftigd met inzicht, tempo, bevattingsvermogen, logica, intelligentie, taal bovenal. Daarbovenop nog geëngageerd. Kettingroker geweest, nu eerder gedeisd wat dat betreft. Wij (vooral zijn vakgenoten) nemen dus ietwat con sordino afscheid. We weten dat hij dat het liefst heeft op die manier. Drankje (politiek correct wijntje), taartje, gelegenheidsgedicht (van mezelf), wat gevatte aforismen. Overigens: volgende week trekken we met hem en veertien vakgenoten naar Engeland, omwille van zijn ‘pensioen’ (dat anciënne oen-woord). En in september/oktober keert hij nog even weer in verband met de tweede zittijd. De man bulkt van de herinneringen en de cultuur, maar het is zijn behoefte alle papieren, foto’s en andere sporen uit te wissen. Ik beschouw *JT* als de intelligentste man die ik ooit heb ontmoet, samen met nog één iemand. Ook ‘politiek’. Er staat ons jammer genoeg een wereld te wachten waarin zulke geesten niet meer (kunnen) bestaan.
15-05-2007
Verlengingen (18)
Tja, en OZON? De vereniging (met twee stichtende leden – (ex-)collega’s) die weer kennis meer wil benadrukken en tegen de ontscholing protesteert? Ze maakten er ook een themanummer van Onderwijskrant van. Gelukkig, want in de ‘officiële’ pers is het weer zoals gewoonlijk: doodzwijgen, verdraaien, verkeerd citeren, ridiculiseren, naargelang van het eigen gelijk, de vriendjes, de belangen, de overtuiging.
Eruditie of mediageletterdheid? Volgens mij allebei. Ik schrijf op papier en ik schrijf op het scherm. Idem dito lezen. En nog zoveel meer. Voor beide heb je kennis en vaardigheden nodig. Een indruk: wie de onderscheidende graden (voor bewijzen van kennis) wil afschaffen, haalde vroeger zelf geen graad. Wie ontscholing en zelfontdekkend leren en vaardigheden eenzijdig propageert, zat vroeger zelf op de achterste bank, hopend dat de meester daar zijn vragen niet naar richtte. Wie zelf gestraald is/was als boekenschrijver, zal de huidige media promoten. Wie de school wil ontscholen, deed het zelf niet goed op school. Ook al prijkt het vierletterwoordje prof voor zijn naam. (Niet moeilijk om dat te verwerven: de scholen en uniefs zijn immers ontschoold. Zelfs een volslanke tv-kok claimde dat woordje; hij was ‘scheikundige’). Maar wie heeft goede herinneringen aan zijn scholen? Heel weinig mensen. Want er werd getest. Geconcurreerd. Geëxamineerd. Geëtiketteerd. Het ziet er dus naar uit dat OZON een lange en moeizame strijd zal moeten voeren. Men zal ook aanvoeren ‘dat zijde klok terugzetten’. Dan zou hun antwoord moeten zijn: ‘Ja, naar de tijd dat het Vlaamse onderwijs wereldwijd bekend stond om zijn hoge kwaliteit.’
06-05-2007
Verlengingen (17)
De schoolreizen van vroeger (Zaventem Luchthaven, A’pen Zoo, Dadizele Daiselpark, Ingelmunster Aviflora, Lichtaart Bobbejaanland … ) krijgen verlengingen. Bijna al de afdelingen van de Lerarenopleiding Bachelor Secundair Onderwijs zijn op weekuitstap naar ietwat verdere buitenlanden. Ook de collega’s van de Opleiding Lager Onderwijs trekken eropuit: educatieve daguitstapjes, driedaagse expedities naar Parijs en A’dam. Intussen noteren we andermaal een aantal weerrecords in april: het bleef meer dan 30 dagen droog, de gemiddelde temperaturen lagen veel hoger dan normaal, en de zon realiseerde een fulltime. Wie gaat het eerst aan de klaagmuur staan? Boeren? Studenten?
Dagtrip naar De Groote Oorlog. Wij hoeven daarvoor niet ver te rijden. Poperinge: Talbot House, Ieper en omgeving: de graven, loopgraven en gedenktekens. De Duitse begraafplaatsen maken het meeste indruk. De volgende dag lees ik voor uit Erich Maria Remarque, Van hetwestelijk front geen nieuws. Deze Duitse soldaat zat heel kort in De Groote Oorlog, in destreek van Houthulst en Bikschote.Hij werd gewond en gehospitaliseerd in Duisburg. In zijn wereldbekende oorlogsverhaal vermeldt hij ook één keer het militair hospitaal hier in ons eigenste stadje *T* , nu een lerarenkamer in het college. Ik weet niet zeker of hijzelf hier ook kortstondig verpleegd werd. Wellicht wel. De passage over dat lazaret betreft luizen, en hoe je met luizenvet schoensmeer maakt.
Vier studenten geven op een meiavond een presentatie van hun internationale zeswekenstage in Rwanda. Eén van de studentes heeft er een vrij lijvig dagboek aan overgehouden, een andere student hield een weblog bij. We publiceren het dagboek (met wat taalkundige ingrepen door ondergetekende) in een speciale editie van ons hogeschoolblad. Het is bijzonder leuk en laconiek geschreven.