NIEUW: Blog reclamevrij maken?
ONDERWIJS ... TAAL ... EN ANDERE LEUKE DINGEN ... ZOALS KINDEREN ...
Inhoud blog
  • Klein Thailand
  • Bibliografie
  • Deze kant boven
  • Laserstralen
  • Lettergeknetter
  • Eerlijke vlinder
  • Zoete wraak
  • Dierkunde
  • Kinderkoning
  • Interview
  • Boekbabbels
  • Pleidooi
  • Hogeschoolvos (slot)
  • Hogeschoolvos (24)
  • Hogeschoolvos (23)
  • Hogeschoolvos (22)
  • Hogeschoolvos (21)
  • Hogeschoolvos (20)
  • Hogeschoolvos (19)
  • Hogeschoolvos (18)
  • Hogeschoolvos (17)
  • Pauze
  • Hogeschoolvos (16)
  • Hogeschoolvos (15)
  • Verlichte gedichten
  • Hogeschoolvos (14)
  • Hogeschoolvos (13)
  • Hogeschoolvos (12)
  • Hogeschoolvos (11)
  • Hogeschoolvos (10)
  • Hogeschoolvos (9)
  • Hogeschoolvos (8)
  • Hogeschoolvos (7)
  • Hogeschoolvos (6)
  • Hogeschoolvos (5)
  • Hogeschoolvos (4)
  • Hogeschoolvos (3)
  • Hogeschoolvos (2)
  • Hogeschoolvos (1)
  • Biebjong 30: Eenhoorn
  • Biebjong 29: Schaak!
  • Biebjong 28: Hop!
  • Biebjong 27: Hoorspel
  • Biebjong 26: Wuif
  • Biebjong 25: Vallen
  • Biebjong 24: Schoenen
  • Biebjong 23: Stilte!
  • Biebjong 22: Eliott
  • Biebjong 21: Maanreis
  • Biebjong 20: Gans
  • Biebjong 19: Kiezen
  • Biebjong 18: Vis
  • Biebjong 17: Niet nat
  • Biebjong 16: Bloot
  • Biebjong 15: Tingeling
  • Biebjong 14: Windekind
  • Biebjong 13: Jasmien
  • Biebjong 12: Splash!
  • Biebjong 11: Poëzie
  • Biebjong 10: Help!
  • Biebjong 9: Blossen
  • Biebjong 8: Revolutie
  • Biebjong 7: Kind toch!
  • Biebjong 6: Krant
  • Biebjong 5: Stoef!
  • Biebjong 4: Kletskaas
  • Biebjong 3: Appelonia
  • Biebjong 2: Appelen
  • Biebjong 1: Aristide
  • Award?
  • Kersverse boekjes
  • Bieb bieb bieb
  • Wonderklas
  • Van A tot Z
  • Verrekijker
  • HOE IK BRIDGE LEERDE
  • Defence House BV
  • Sybren Polet
  • Lente a/d Leie
  • Kanalfabetisme
  • Abraham op Kulak
  • R-woord
  • Verrekijker
  • Friesland
  • And the winner is...
  • Bij leven & welzijn
  • Too far
  • Muilpeer
  • AMUZEMENTEN
  • Taalstrijd
  • Taaltreur
  • PVO in de klas
  • Staat van medewerking
  • Raf
  • Gedichtendag 2014
  • Kweetet !
  • 2014
  • Ik had jullie willen schrijven
  • Amusant
  • Oprotregeling
  • Sentimental journey
  • Zwanenzang
  • Papa Langkous
  • 175 jaar
  • Etters & Engelen (KT)
  • 13
  • Vives
  • 'Het' gezin
  • IM Virginie V.
  • Ode aan de aldi
  • Verlengingen (55)
  • HET JAAR ELF
  • Hier al verschenen
  • Zomer 2012
  • 175 jaar
  • Een Vlaemsch gezin
  • Verlengingen (54)
  • Schaak!
  • Gedichtendag 2012
  • Wisselkoers 2011-2012
  • Zzoéff!
  • Verlengingen (53)
  • BB A'pen 11
  • Verlengingen (52)
  • Verlengingen (51)
  • Verlengingen (50)
  • Mijn meesters
  • AMUZEMENTEN
  • Taal is een aardig ding
  • D-day
  • Reces
  • Verlengingen (49)
  • Verlengingen (48)
  • Rotkop
  • Lof & Sof
  • Hoegaarden
  • Old skool
  • VREEMDE HEMELVAART
  • Verlengingen (47)
  • Verlengingen (46)
  • Verlengingen (45)
  • Verlengingen (44)
  • Diversiteit
  • Negen
  • Verlengingen (43)
  • I.M.
  • KunstKunst
  • Flashback
  • Verlengingen (42)
  • Aan mijn slechte leraren
  • Aan mijn goede leraren
  • Vakantiegangster
  • De bel
  • Visioen
  • Verlengingen (41)
  • Verlengingen (40)
  • Verlengingen (39)
  • Dofferd tris
  • Dofferd bis
  • Verlengingen (38)
  • Het GND
  • Verlengingen (37)
  • Spelling
  • Dofferd
  • Hete kolen
  • Verlengingen (36)
  • Gedichtendag
  • Verlengingen (35)
  • SPELING
  • Verlengingen (34)
  • Verlengingen (33)
  • Verlengingen (32)
  • Boom der kennis
  • Verlengingen (31)
  • Beurs van boeken
  • Verlengingen (30)
  • Verlengingen (29)
  • Verlengingen (28)
  • Verlengingen (27)
  • Verlengingen (26)
  • Verlengingen (25)
  • Verlengingen (24)
  • DRAMA
  • Kwakkel
  • Verlengingen (23)
  • Verlengingen (22)
  • Verlengingen (21)
  • Verlengingen (20)
  • Verlengingen (19)
  • Verlengingen (18)
  • Verlengingen (17)
  • Verlengingen (16)
  • Verlengingen (15)
  • Verlengingen (14)
  • Verlengingen (13)
  • Verlengingen (12)
  • Verlengingen (11)
  • Verlengingen (10)
  • Verlengingen (09)
  • Verlengingen (08)
    Zoeken in blog

    Foto
    Noordzee, 2012, -10°C, met strandjutter Wilma
    Foto
    Vertellen over mijn boeken in Savio Gits
    Foto
    Wilma viert kerst 2013
    Foto
    Me reading HARDZIEK, Sarah Denoo
    (M/V): MEESTER IN DE VAKKEN (Sjors DNO)
    JEUGDBOEKERIJ & SCHOOLVOSSERIJ VOOR EX-KINDEREN & KINDEREN OP JONGER FORMAAT
    08-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Klein Thailand

    KLEIN THAILAND


    Tot u wendt zich een verraste ziel. Ik zal de lezeres en de lezer in niet mis te verstane bewoordingen onderhouden over Klein Thailand, en ook over hoe ik daar tegen alle verwachtingen in een hoofdpersonage werd. We bevinden ons in de provinciale centrumstad C., waar ongeveer 90 000 (negentig duizend) inwoners – het kan een paardenkop min of meer schelen – de dienst uitmaken. De stad C. bevindt zich ietwat buiten westen van België, het kleine koninkrijk aan de Noordzee. Hij is bekend voor enkele veldslagen, maar ach: bestaat de geschiedenis niet uitsluitend uit wapengekletter, kanongebulder en doodsgereutel? Er stroomt een helende rivier door C. die zich, net voor hij het centrum van de stad bereikt, in tweeën vertakt, om dan enkele kilometers verder weer met zichzelf samen te vloeien, zodat er een eiland ontstaat. Aan de rand van dat eiland, vlak tegenover een oude stenen brug, de enige brug die nog geen 21ste-eeuwse make-over kreeg, bevindt zich Klein Thailand.

    Ikzelve ben niet de bedenker van deze benaming. Nimmer van mijn leven heb ik namen of spotnamen bedacht of gebruikt. Zeer strikt ben ik daar in. Deze horecazaak draagt dus geen naam. Het ontbreken van een eigen naam voor de bescheiden combinatie tearoom/shop/terras vormt wellicht ook de oorzaak van de volkse aanduiding Klein Thailand, alsmede het niet te loochenen feit dat de vrouw die deze zaak runt ontegensprekelijk Oosters is. Is zij echter afkomstig van het verre Thailand? Van het geheimzinnige China misschien? Kennen wij, Westerlingen, eigenlijk het onderscheid? We gewagen dan nog niet eens van Koreanen. Vermoedelijk is de vrouw al vaker deze vraag gesteld. Ikzelve wil dat niet echt weten. Definiëren is afbakenen en beperken. Wat doet men overigens met zo’n wetenschap? Niets. Hoe meer men weet, hoe minder men niet meer weet, en hoe minder spannend het wordt. Daar ben ik zeker van. Ik blijf gaarne in het ongewisse wat dergelijke zaken betreft. Voor mijn part mag iemand uit Legoland komen. Het algemene Oosterse uiterlijk van deze zaakvoerster in de horeca van de stad C. mag volstaan – tevens om mijn verhaal wat kleur te geven.

    Hoe raakte ik aanvankelijk verzeild in en om dat pand zonder naam, dat door omwonenden en klanten Klein Thailand werd genoemd? Dat gaat u niets aan. Ooit moet ik de moed gehad hebben daar mijn remmen dicht te knijpen of mijn pas te vertragen. Die eerste keer was het vermoedelijk koud, zodat ik vermoedelijk binnen een koffie dronk, en vermoedelijk niet buiten op het terras op het brede trottoir. Ik bleef er komen (met in de nabijheid ook een boekhandel, dat verklaart veel), met mate. Zo ontdekte ik enkele constanten. Bijvoorbeeld enkele klanten, die ook met mate kwamen, misschien zelfs met grotere regelmate.

    T. geleek op de oud geworden populaire zanger Elvis Presley en torste vijf ringen aan zijn rokershand, zijnde de rechterhand. Zijn klassieke jeanspak getuigde niet van huishoudkundig talent. Te wijten aan zijn magere benen die op muggenpoten geleken moest hij vroeg of laat een keer omvervallen. Ook dronkenschap kon dit veroorzaken. Een naamloze maar uitgesproken Westerse vrouw bleef zowel binnen als op het terras volhouden in stilzwijgen. Ze brak zelfs nimmer in gebarentaal uit. Daar verscheen in mijn vizier ook bijwijlen een vastberaden vrijetijdsvisser met moordlustige plannen. Zijn kleding bestond vooral uit zakken, die overal uitpuilden. Die hadden de saaie kleur van camouflage, hoewel we in de stad waren. Hij maakte zelden gebruik van de faciliteiten van Klein Thailand zelf, doch installeerde zich met zijn moordwapens telkenmale aan de rand van de rivierkade, vlak tegenover de tearoom. Een handig aanhangwagentje aan zijn rijwiel toverde hij met de voorbereidende precisie van een beul om tot zitplaats/eethoek/observatiepost/aanvalslinie. De half bejaarde langharige intellectueel P. ‘sprak vele talen, tenzij be-talen’, zo slaagde hij er bij elk bezoek in mede te delen, terwijl dat nooit ofte nimmer echt ter zake deed. Een grapjas, die zelfs zijn liggende streepjes uit-sprak. Een erfenis van de Bond Zonder Naam en de pastoors. Voorts kan ik melding maken van nog een tiental rusteloze zielen die wel eens in het etablissement opdoken. Ze zaten hier tijdelijk gehuisvest tussen reclameborden voor ijs en aanverwanten, wiegend in de wind, die borden bedoel ik, en grote raamaffiches waarop kommen soep en belegde broodjes waren afgebeeld, die het zicht naar buiten beletten, die affiches bedoel ik.   

    Maar ter zake: waarom zat ik hier af en toe, met mate? In dit Oosterse mekka van de mokka? Ik was, toegegeven, op zoek naar inspiratie voor mijn volgende roman. Ik bespaar u het antwoord op de vraag: waarover gaat dat boek? Het gaat u trouwens voorlopig niets aan.

    En kreeg ik inspiratie door het overhevelen van koffie naar mijn slokdarm? Door het wezenloos registreren van zovele voorbijgangers, bakfietsers en auto’s met kauwgumsnelheid de brug op en af rijdend? Door het trotseren van windstoten die van over het grijze wateroppervlak aan kwamen buitelen en mijn haren eerst achterover en daarna voorover harkten alsof ik geëlektrocuteerd werd? Door een parasolbestaan in deze lage streek, dat even aan exotische bestemmingen deed denken? Lezeres, lezer: ik dien u in dit verband van een geheel ander antwoord te voorzien.

    Reeds diverse malen was het mij opgevallen dat de vrouw met de Oosterse kentrekken, de bazin dus, zo u wil, tijdens haar vrije minuutjes op een laptop aan het tokkelen was. Nou: ze zat afwisselend ingespannen te staren en te tokkelen, u kent dat wel van in andere openbare gelegenheden, neem nou een stationsbuffet of een inkomhal van een hotel of een wachtzaal in een afkickkliniek. Op een bepaalde zeer milde dag in het voorjaar – de reclameborden werden gestreeld door een deugddoende lauwwarme wind; iedereen zat buiten – merkte ik dat er een schriftje voor haar open gespreid lag, waarvan de zichtbare bladzijden voor minstens driekwart volgeschreven waren. De vrouw die nooit iets zei, zat vlak tegenover haar. Er kwam geen woord uit, noch mondeling, noch schriftelijk, noch baarlijk. Maar het was de intellectueel P. die plotseling het woord ‘dagboek’ in vragende vorm liet vallen. ‘Dag-boek?’ Dat hoorde ik. Ik nam tevens instemmend gemompel waar, van haar kant. De heer P. had wel vaker een conversatie met de Oosterse, met luider stem. Net op dat ogenblik was ook ik iets in een notitieboekje aan het krabbelen, zodat ik dat vlug weer wegstopte. Dat kon ik missen als kiespijn: twee zielen die in weer en wind (nou: goed weer en milde wind) lotsverbonden door de letteren werden gegrepen en dat ook openbaar vertoonden. Neen, men moet niet schrijven ten aanschouwe van iedereen. Ik gedroeg me verder zoals gewoonlijk, me verschansend achter de gebruikelijke communicatie betreffende consumpties en weersomstandigheden (parasol, wind, zon, schaduw). Mijn inspiratie zou even moeten wachten. Dat was zelfs in die mate het geval dat ik jaloers werd op deze ijverige Oosterse, die niet alleen een tearoom runde, maar ondertussen ook dagboeken bijeen tokkelde op een computer en evenmin terugdeinsde voor handgeschreven letterkundige teksten, zelfs in de openlucht. Mijn volgende roman leek daardoor verder dan ooit van mij verwijderd. De heer P. had me zelfs nog nimmer aangesproken in verband met mijn klein gekrabbel in Klein Thailand, dat ooit een wereldwerk zou worden. Hij leek alleen geïnteresseerd in de Oosterse, niet in mij, de Westerling.

    In haar dagelijkse mondelinge communicatie bediende de vrouw zich van de vierkante versie van onze moedertaal. U kent dat wel. Men kan zich volop uitdrukken, de woordenschat kan wedijveren met de onze, men benoemt de zaken begrijpelijk en verstaanbaar, maar men kan niet versluieren dat men bijvoorbeeld van de Salomonseilanden afkomstig is. Of van Frans-Polynesië. Pakweg het Jamlayagebergte. Waarom zou men ook. Een verre afkomst is aantrekkelijk. In welke taal zou deze vrouw haar letterkunde bedrijven? Welke vorm namen haar letters aan? Bouwde zij zinnen die een raadsel voor Westerlingen betekenden? Zij was hier alleszins al vele jaren. Daar getuigde haar taal van. We waren allemaal bekend met Thais voedsel, maar snapten we ook maar een jota van Thaise leestekens?

    Had ik een communicatie gemist? Was ik te lang weggebleven? Plotseling was Klein Thailand alleen nog met grote moeite en te voet bereikbaar. De laatste oude stenen brug in de stad C. zou eindelijk geheel en al naar de 21ste eeuw geüpgraded worden. Grijp-, graaf-, boor- en hijsmachines rukten aan. De stroom dagelijkse passanten stremde. Er deed zich een stadsinfarct voor. Klein Thailand werd het slachtoffer van collateral damage. Gedreun, gedaver, versperringen en modder isoleerden de zaak. Extra bewegwijzering en paniekbordjes met mededelingen betreffende bereikbaarheid mochten niet baten. Vlak voor de zomer rochelde het koffiezetapparaat er voor de laatste keer.

    Twee jaar later verscheen ‘Westerling’, het opgemerkte debuut van ene Ratana Srivarathanabul. De ondertitel luidde: ‘Dagboek van een tearoomtante’. Tot mijn verbijstering herkende ik mezelf ontegensprekelijk in een van de hoofdpersonages: een koffie slurpende schrijver op een terras in een provinciestad, hopeloos op zoek naar inspiratie. Ook de bejaarde vijfringerige Elvis, de langharige intellectueel P., de vreselijke visser en de zwijgzame vrouw figureerden in het boek. Maar toen was Klein Thailand al dicht. En ‘Westerling’ ging als zoete broodjes over vele andere toonbanken. Het werd een bescheiden bestseller. Hij stond zes weken lang in de boeken top tien van enkele kwaliteitsmagazines. Nog nooit was de letterkunde mij zo gunstig gezind geweest.


    15-04-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bibliografie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Bibliografie Joris Denoo

    Bijlagen:
    biblio.pdf (239.5 KB)   


    13-04-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Deze kant boven

    DEZE KANT BOVEN

    Een compilatie schuine teksten ofte columns die verschenen in De Krant van West-Vlaanderen, het blad Oikos en Hollands Maandblad. De Vlaamse Klub Brussel (Caryatide) bekroonde er een aantal van. Op Radio 1 las ik er ooit uit voor.

    Bijlagen:
    SCHUINE TEKSTEN.pdf (1.8 MB)   


    26-03-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Laserstralen

    LASERSTRALEN

    Jan V. van Hotel Focus in Kortrijk – waar ik een schrijverskamer mee mocht bedenken en ontwerpen – knutselt met enkele van mijn recentere boeken en manuscripten een leeslamp ineen. Als dat geen toegepast schrijven is. Rest nu nog het lezen…


    20-03-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lettergeknetter

    HET KNETTEREN DER LETTEREN                      

    (Beurs van boeken)

    Ik heb me al vroeg de woorden eigen gemaakt en hoop nu nog de juiste te vinden om me tot u te richten. Er zijn er immers miljoenen: moedertaalwoorden. Maar in de goede volgorde gebruikt, kunnen ze misschien wel iets gaan betekenen. Ik hoop u geen zinsverduistering te berokkenen.

    In de middeleeuwen van mijn jeugd zette spreken nooit zoden aan de dijk en lezen hinderde de studies. Je was jong, je wou wat, maar je was verdacht, want je was jong. Bibliotheken puilden vooral uit van non-fictieboeken, ‘gekaft’ in bruin schijtpapier of geüniformeerd verpakt in blauw schoolpapier met een etiket erop. No nonsense letterkunde, vaak door nonnetjes bewaakt: De Grote Oorlogen, Mijn Hond en Ik, Paddenstoelen, Jongens en Wetenschap, De Hoogste Bergen, Onbekende Zeeën. Ontspannende series zoals Arendsoog, Pim Pandoer en Biggles las je in een verdomhoekje.

    Toen ik op de wip tussen twaalf en dertien zat, belandde ik in iets wat ze ‘eerste middelbaar’ noemden. Na amper een week al kreeg ik nablijfstraf. Ik werd in de avondstudie betrapt met Villa des Roses van Elsschot op mijn knieën – stiekem ontleend uit het liberale bibliotheekje in mijn stadje. De priester-bewaker, een grimmige figuur die middels tientallen knoopjes van enkels over kruis en balg tot kop was opgeknoopt, had zelfs nooit een jota uit Elsschot gelezen. Toen ik vijf jaar later met Gangreen van Geeraerts en het Rode Boekje van Mao op beide knieën lag, had ik al grote stukken uit het toenmalige oeuvre van Claus en Boon en Cremer en Walschap en Teirlinck gelezen, in tegenstelling tot sommige van mijn leraren Nederlands. Ik kende zelfs fragmenten uit het dagboek van Che Guevara uit mijn hoofd, in twee talen.

    Een jaar later, uniefwaarts, volgde alles wat ik maar op de kop kon tikken, tussen de verplichte lectuur door. Ondertussen vergat ik daardoor wel het spreken ietwat. Boekentaal beheerste ik; het spreken kwam gaandeweg. Tot mijn afgrijzen werd ik als germanist richting onderwijs gestuwd – in de vaart der volken. Thuis hadden ze een heilig ontzag voor alles wat ‘school’ betrof. Nou, mijn mannelijke ouder toch. Leraar te worden! Moeder verliet al jong een krantenredactie om kinderen te kopen en huis te houden en haar viool definitief op zolder te deponeren. Vader gaf een job in een grote Gentse drukkerij en zijn tekentalent op om secretaris te kunnen worden van een kudde schoolvossen, tot overmaat van ramp in ons eigen provinciestadje, toevallig een onderwijscentrum. Ikzelf ben later nog geworden wat ik als uk al wou: schrijver, dichter, journalist, publicist. Maar ik gaf ook 38 jaar lang les, moerstaal en letterkunde, aan een hogeschool voor lerarenopleiding. Ik combineerde dit met het bijberoep van schrijver. Met plezier.

    Letteren doen mijn leven knetteren, soms etteren. Ik heb 99 boekuitgaven in alle genres op mijn naam staan, diverse literaire onderscheidingen, ik bezit meer dan 10 000 boeken, ik publiceerde honderden bijdragen in tijdschriften en kranten, ik gaf duizenden lessen aan duizenden hogeschoolstudenten. Ik heb drie goede leraren gehad: één onderwijzer, één leraar Nederlands, één leraar Frans. Aan de universiteit kreeg ik les van mompelende grijsaards, verlegen doctoraatsassistenten en alcoholici over houdbaarheidsdatum. Ik leerde er alles af en las zelfs gedurende de laatste twee licentiejaren niet meer, met uitzondering van de opgelegde lulkoek. Heden ten dage en nachte slaap ik met mijn navel naar de aarde en mijn kont naar de sterren gekeerd. Ik lees niet veel binnenlandse letterkunde meer, want die is ingepalmd door en verdeeld tussen schreeuwerige middenstanders, elkaar subsidiërende would-be academici, plagiërende jonge grote muilen en BV’erige mediageile meninghebbers die de Boekenbeurzen ontsieren. Tv-koks worden nu ook al ‘auteurs’ genoemd. Pollepeldramatiek. Schuimspaanretoriek. Ben ik dan ook ‘kok’ omdat ik goed kook? Ik ben beurs van boeken.

    Ik lees weer mijn lievelingsauteurs van weleer: Michel Déon, Alain Bosquet, Jeroen Brouwers, Jan Wolkers, en alles wat ik vinden kan over MI5, Mossad, Maffia, Cosa Nostra, N’ drangheta, Camorra en het Verzet tijdens WOII. Bij een glas Dahlwinnie doet zich soms een visioen aan mij voor. Ik zie vuur. Ik hoor geknetter. Geen ijs. Puur. Als ik het erop giet, werkt het als brandversneller. Het ettert, het knettert, al dat werk vuurt, al dat vuur werkt, en het is heerlijk. En dan steekt de wind op. Zuiverende wind.


    27-02-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Eerlijke vlinder

    EERLIJKE VLINDER

    (Diversiteitsgedicht)

    ‘We heb je van je leven!’
    riep de mot ontgoocheld uit
    toen hij zichzelf bekeek. ‘Lieve God!
    Waarom mocht ik geen vlinder zijn
    en ben ik maar een doodgewone mot?’

    ‘Ach ach,’ zei de vlinder troostend.
    ‘Het zijn niet de kleuren die het hem doen,
    niet de kleren, niet de snit,
    maar alles wat vanbinnen zit.
    Soms voel ik me best wel mottig, hoor.’

    ‘Maar jij bent zo mooi en leuk.
    En ik zo grijs en saai,’ zuchtte de mot.
    ‘Je weet toch wat ze zeggen: vlinders in de buik.
    Wat een aardig compliment voor jou.
    En ik moet het maar stellen met motregen en kou.’

    ‘Tja,’ zei de vlinder, ‘zo zit de wereld in elkaar.
    De een krijgt poeder en een schattig pakje,
    de ander moet het stellen met wat stekelhaar.
    Trek het je niet aan, wees blij dat je leeft,
    en dat een ander motje om je geeft.’

    ‘Jij bent een eerlijke vlinder,’ zei de mot.
    ‘Ik zou je een knuffel willen geven.’
    ‘Mot je horen,’ zei de vlinder. ‘Ik vind jou
    ook niet minder. Maar pas op voor mijn poeder,
    anders zwaait het er wat van mijn moeder.’

    En de vlinder en de mot
    draaiden niet meer rond de pot.

    Joris Denoo


    22-01-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zoete wraak

    ZOETE WRAAK

    'Each man kills the thing he loves'

    Leopold Tavernier arriveerde midden in het schooljaar als een vreemde eend in de bijt in onze klas. Hij had een dure slobberpull, een Franse r en potloden waar ongelofelijk mooie tekeningen uit vloeiden. Het magische woord dat hem vergezelde, was 'Congo'. In de krant hadden we al foto's gezien van negers met afgehakte handen. Uit dat wrede Congo was Leopold Tavernier met zijn ouders halsoverkop weer naar België gevlucht. Daarom wou iedereen hem wel naast zich in de bank. Meester Gilbert velde een gemakkelijk salomonsoordeel: Leopold werd elke dag bij iemand anders geparkeerd.
    'Zeg, zijn de negers overal zwart?'
    'Heb je ginder maniok geproefd?'
    'Wat doen ze daar eigenlijk met al dat zilverpapier?'
    'Jongens, jongens!', zei meester Gilbert. 'Laat Leopold nu eens een beetje met rust, hé! Eh... het zijn drukke dagen geweest voor hem, nietwaar Leopold? Als hij er zin in heeft, mag hij op het einde van het schooljaar een spreekbeurt houden over eh... over het zwarte continent. Alles op zijn tijd.'
    'Hij kan mooi tekenen, hé meester?'
    'Ja, hoor. De rest werken we wel bij.'
    Maar Leopold Tavernier, oud-koloniaaltje, moest helemaal niet 'bijgewerkt' worden. Met Pasen al bleek hij de kersverse primus van de klas te zijn; de zoontjes van de notaris en de dokter hadden het nakijken.

    Er was nog iets om jaloers op te zijn. Leopold kreeg elke dag tien Belgische frank zakgeld mee naar school. Dat was een kolossaal bedrag. In onze financiële dromen rekenden we allemaal in eenheden van halve en hele Belgische franken, sommigen zelfs in centiemen. Er waren nog van die belachelijk grote munten in omloop met een gaatje in het midden, net mini-cd's. De grootte van die munten was gelijk aan het formaat van onze armoede. Het gaatje middenin was een spottende vingerwijzing van de Mammon.
    Leopold: 10 BEF X 7 = 70 BEF/week. En misschien incasseerde hij speciaal tarief op zondagen! Om van te duizelen. Iedereen verlangde naar de dag waarop Leopold buurjongen in zijn bank werd. Iedereen hield zijn afgunstige klep.

    Toen al was ik een verwoed fi-la-te-list. Bijna elke dag bewasemde ik met open mond het winkelraam van Verduyn in de Breydelstraat: prullaria, schoolgerei, snoep, wenskaarten, maar vooral: postzegels! Die zaten verpakt in plastic mapjes: driehoekige Kaapse, langwerpige Chinese, smalle Togolese, minuscule uit Mauretanië. Kostprijs: 10 BEF voor zo'n mapje.
    Daar moest ik eeuwen voor sparen.
    Op school brak mijn Leopold-dag aan. Smekend keek ik hem in zijn koloniale ogen, die al zo veel wreeds en afgehakts hadden aanschouwd.
    'Zeg, Leopold?'
    'Ja?'
    'Zo'n mapje postzegels bij Verduyn kost 10 frank.'
    'Ja.'
    'Ik spaar postzegels.'
    'Ja?'
    'Maar ik heb geen 10 frank.'
    'Krijg je dan geen zakgeld?'
    ‘Pff ... '
    'Heb je er al veel?'
    'Wat?'
    'Postzegels natuurlijk.'
    'Ik wil die van bij Verduyn. Straks koopt iemand anders ze.'
    Leopold zweeg.
    'Tien frank, da's één dag zakgeld voor jou.'
    'Jaja.'
    'Allez!'
    'Wat krijg ik in de plaats?'
    Razendsnel dacht ik na. Wat voor waardevols bezat ik waar ik Leopold een plezier mee kon doen? Kon ik mijn zus verkopen?
    'Mijn zuster vind je leuk.'
    'Je zuster?!'
    'Jaja.'
    Toen kwam meester Gilbert roet in het eten gooien. Ik belandde voor een paar dagen in de schemerzone tussen eeuwige armoede en verhoopte kapitaalkracht.

    'Leopold?'
    'Ja?'
    'Mijn zuster vind je echt wel leuk, hoor. Ik heb er over gepraat.'
    'Waarover?'
    'Over jou natuurlijk.'
    'Hier.'
    Totaal onverwacht hevelde Leopold vanuit de rijke diepten van zijn kontzak twee stukken van vijf frank naar mijn gretige handpalm over.
    'Voor mij?!' deed ik verrast.
    'Voor die postzegels.'
    Ik plette de muntstukken zowat in mijn vuist.
    'Hei, merci zeg! Je bent mijn beste vriend!'
    Leopold glimlachte. Misschien was hij het vroeger gewend allerlei blinkends aan arme zwartjes uit te delen.
    'Ik doe vanavond heel veel groeten aan mijn zuster.'
    'Ja. Morgen om tien over acht sta ik aan de oranje knipperbol bij de schoolpoort.'
    'Ik zal het haar zeggen. Joepie!'

    Na het oorverdovende, bevrijdende gerinkel van de vieruurbel holde ik regelrecht naar Verduyn: prullaria, pietluttigheden, tierlantijnen, dingsigheidjes, maar bovenal postzegels. Het kersverse kapitaal dat koloniaal Leopold Tavernier in mijn firma had gepompt, gloeide ovenwarm in mijn handpalm. De transactie nam amper tien seconden in beslag. Verduyn verhoogde zijn middelen met BEF 10-; ikzelf werd de trotse bezitter van een vijftiental nagelnieuwe, exotische postzegels. Wat er voor Leopold, mijn sponsor, was weggelegd, zou de toekomst nog wel uitwijzen.

    Die avond verschanste ik me met popelend hart op de kamer die ik met mijn twee broers deelde. Vol verwachting verscheurde ik de plastic verpakking, om tot mijn ontzetting te constateren dat alle zegels op een stuk karton vastgekleefd zaten. Ik kreeg al spijt van mijn aankoop. Met dat enorme kapitaal had ik honderden andere hebbedingetjes kunnen verwerven. Zenuwachtig begon ik aan een hoek van de Kaapse postzegel te pulken. Lap, daar had je het al: hij scheurde.
    'Godver!!'
    China onderging hetzelfde lot. Togo volgde. Mauretanië, de hele reutemeteut. Mistroostig staarde ik naar het zootje. Voor losweken met stoom had ik het geduld niet opgebracht. Dit was mijn straf.
    'Verduivelde Verduyn,' dacht ik nijdig. 'Dit is bedrog. Postzegels klééf je niet stomweg op karton vast.'
    Wraaklustig verfrommelde ik mijn total-loss collectie en mikte die in de papiermand. Verduyn zou nog van mij horen! Ik scharrelde in mijn verzameling Vermoedelijk Belangrijke en/of Geheimzinnige Dingen en koos er een oude huissleutel uit. Die had ik enkele maanden geleden op straat gevonden. Mijn wraak zou zoet zijn, zonder dat het me ook maar één frank zou kosten.

    Zoals in een overvalfilm: timing was belangrijk. Elke seconde was een fractie en een eeuwigheid. Het duurde gewoonlijk acht à tien seconden vooraleer Verduyn, een rijzige vijftiger in stofjas, in zijn winkel verscheen, als een djinn uit het halfduister opduikend. De opstelling van zijn laden, kasten, snoepkommen en rekken kende ik vanbuiten.

    Ik sloeg ongenadig toe, de volgende dag al. Ik wachtte tot de kust veilig was. Er mocht niemand anders in de winkel zijn. Razendsnel ging ik naar binnen, graaide met bonzend hart zoveel repen chocola weg als ik met één handgreep pakken kon en propte de buit in mijn jaszak. Daarna bleef ik met ingehouden adem onbeweeglijk staan. In mijn linkerhand hield ik de oude huissleutel gereed. Verduyn deed er langer over dan gewoonlijk. Zou ik nog eens... ? Het bleef maar duren verdorie. Ik had nog rustig...
    'Ja, jongen?'
    Met een ruk draaide ik me om. Hij kwam verdomme uit die zijdeur, waar hij anders nooit ofte nimmer...
    Ik liep bloedrood aan.
    'Ja?'
    Hij ging met zijn groot lichaam vlak voor mij postvatten.
    'Eh... die sleutel hier... ' hakkelde ik. Ik toonde hem het ding.
    'Wat is er van die sleutel?' vroeg hij. O djiezes, wat een dreigende klank in die stem!
    'Eh... hij lag hier op straat, vlak voor uw winkel. Ik dacht dat u hem misschien verloren had en... '
    Verduyn kneep zijn ogen halfdicht en monsterde me van kop tot teen, terwijl hij bijna onmerkbaar ja knikte. Had hij het door? Het zweet brak me uit. De wraak was al niet zoet meer.
    'Geef hier.'
    Hij rukte het ding zowat uit mijn hand.
    'Gevonden, hé?'
    'Ja.'
    'Hij ziet er zo oud uit.'
    'Ja.'
    'Op straat, hé?'
    'Ja, meneer.'
    'Mensen lopen toch niet op straat? Daar rijden de auto's. Mensen lopen op het trottoir. Als ze een sleutel verliezen, doen ze dat op het trottoir. En ze horen die dan vallen. Dan kunnen ze... ‘
    Ik luisterde al niet meer. In mijn hoofd bonkten gevangenisdeuren dicht en rinkelden sleutelbossen.
    ' ... je vader hiervan? Ken ik jouw vader? Ja hé? Je kon toch... '
    Help.

    Toen werd in mijn hoofd eensklaps een besluit genomen waar ik zelf weinig mee te maken had: ik vluchtte. Halsoverkop vluchtte ik Verduyn, prullaria, postzegels en snoep, uit. Ik holde enkele straten door en hield pas halt bij het Heilig-Hart standbeeld, dat me met open armen op het Consciencepleintje verwelkomde. Ontredderd zeeg ik op een bank neer. Wat een ellendig, onnozel, stom leven leidde ik toch! Waarom was ik niet in Elisabethstad geboren en kreeg ik niet elke dag tien frank zakgeld? Waarom stond ik niet op foto's met een aapje op mijn schouder? Leopoldstad?
    Leopold... verdomme. Wat moest ik Leopold vertellen? En straks... thuis: zou Verduyn weten waar ik woonde? Kende hij mijn vader echt? Ik betastte de repen chocolade. Ik kon de buit alleszins niet mee naar huis nemen. Voorzichtig dropte ik een na een de repen achter me in het gras. Dat betekende mijn totale nederlaag. Maar ook, een heel klein beetje: opluchting. Daarna stapte ik doodsbang naar huis. De koorts van schuld en wroeging deed mijn wangen gloeien. Mijn hart stuiterde voor me uit op het trottoir. Iedereen keek me bestraffend en afkeurend aan. Ik had zwaar gezondigd. Weldra zouden op de voorpagina's van de kranten foto's van me verschijnen, waarop ik met gebogen hoofd en afgehakte rechterhand te zien zou zijn. Men zou me niet eens geboeid naar mijn cel kunnen leiden.

    Dagenlang liep ik op hete kolen. Niks gebeurde. Ik strafte alleen mezelf. Wat de fi-la-te-lie betreft: ik beschreef elke dag een omtrekkende beweging, zoals in de cowboyboeken, om Verduyn in het Breydelstraatje heen, met mijn muts tot diep over mijn oren getrokken. Ik kon de confrontatie met mijn bron van ellende niet meer aan. En ik was er als de dood voor dat Verduyn me bij de lurven zou grijpen.

    'Hei, heb je die postzegels al gekocht?'
    Leopold keek me met grote, vragende ogen aan.
    'Ja ja.'
    'En?'
    'Mooi hoor.'
    'Je zus zei dat... '
    'Mijn zus is een liegbeest.'
    Oud-koloniaaltje Leopold Tavernier zweeg verbluft.
    Over en out. De hele Leopold-dag zat ik ongemakkelijk in mijn bank te wiebelen. We wisselden geen woord meer. Leopold werd met de minuut slimmer. Het leven was onrechtvaardig. De rijken werden steeds rijker. De armen armer. In mijn kwartje zat nog altijd een gaatje.

    'Hei, psstt!'
    'Ja?'
    'Als je zus me niet meer moet hebben, betaal je me die tien frank terug, hé?'
    'Hm.'
    Lap. Voila. Dat was de voetnoot bij mijn Leopold-dag. Nu was ik ook al handelaar in blanke vrouwen.
    De Congo: postzegels, slachtpartijen, uitbuiting.
    Mijn volgende spreekbeurt zou niet over fi-la-te-lie gaan. Dat stond vast. Het zou een apologie worden: over hoe een eenvoudige, arme Vlaamse jongen door de passie voor zijn leerrijke hobby in de criminaliteit verzeilde.


    26-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dierkunde

    DIERKUNDE

    De zebrafant en de snotneushoorn snuiten hun slurf of hun neus in palmbladeren. De zebrafant is driekleurig gestreept: rood, geel en blauw. De snotneushoorn heeft drie poten. Hij kan op zijn twee achterste poten staan om tot bij de palmbladeren te kunnen. Dan reikt hij er met zijn voorste poot naar. Soms is er ruzie tussen die twee grote neusdieren omdat er te weinig palmbladeren zijn. Palmbladeren gevuld met snot van de zebrafant of de snotneushoorn vormen een gegeerde lekkernij voor de lapgans, een reusachtige vogel met een slabbetje om. De apegaai is een vliegende aap die alles herhaalt wat hij hoort, zelfs het ruisen van de wind en het lawaai van donder en bliksem. De pechvogel hupt op één poot. Daardoor valt hij vaak omver. De vijfpootbuffel daarentegen heeft vijf poten, waardoor hij vaak struikelt en ook valt. Tot slot vermelden we nog de schuldpad, die hulp nodig heeft van een andere schuldpad om weer rechtop te krabbelen wanneer ze per ongeluk ondersteboven ligt. Zelfs een eerlijke vlinder kan hierbij niet helpen.


    14-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kinderkoning

    DE KINDERKONING VAN KORTRIJK MELDT U MET GROTE VREUGDE

     

    De grote hangmat tussen de Broeltorens schommelde zachtjes in de wind. Net een reuzenwieg. Daarin lag de Kinderkoning van Kortrijk te pitten. Het was een drukke voormiddag voor hem geweest: hij had alle kinderdagverblijven met een bezoek vereerd. Nu was hij koninklijk moe. O, kijk: daar zeilde ooievaar Uiver boven de Guldensporenstad. Even vertraagde de grote vogel boven opvoedingswinkel De Pluim, niet ver van de K in Kortrijk. Dan wiekte hij langzaam verder, over het Plein, in de richting van de Leie en haar nieuwe overbruggingen. Uiver droeg een doek in zijn bek. Daarin lagen de twee nieuwste wereldburgertjes van de stad, een meisje en een jongen, zus en broer. Ze waren in één keer besteld door de Kinderkoning van Kortrijk, die heel veel hield van baby’s, ukken, peuters, kleuters en kinderen.

    Met een sierlijke glijvlucht streek ooievaar Uiver op de hangmat neer.
    ‘Wij bestellen aan huis’, zei hij stilletjes in het Ooievaars. ‘En ze zijn levende vers, majesteit.’
    Voorzichtig ontknoopte hij zijn doek. Hij legde de baby’s aan weerskanten van het hoofd van de slapende Kinderkoning van Kortrijk: het meisje Ik rechts, de jongen Uk links. In het rechteroor van de Kinderkoning fluisterde hij ‘Ik!’; in het linkeroor fluisterde hij ‘Uk!’. Daarna steeg Uiver weer statig op en vloog over de bruggen van de Leie terug naar huis.
    De Kinderkoning werd met een rukje wakker. Wat was dat? Oostenwind en westenwind tegelijk? In zijn beide oorschelpen weerklonken precies… Maar nee: het leken wel… kinderkreetjes? Verbaasd draaide hij zijn koninklijke hoofd naar links en opende nieuwsgierig zijn ene oog.
    ‘Eindelijk! Mijn bestelling!’ riep hij opgetogen.
    Meteen was hij klaarwakker.
    ‘En waar is… ‘
    Hij draaide nu zijn koninklijke hoofd naar rechts en opende nieuwsgierig zijn andere oog.
    ‘Ah! Prima! Mijn kinderwens is nu helemaal vervuld!’ bromde hij verheugd.
    Hij hield de beide ukken in de palmen van zijn handen en zei plechtig: ‘Jou noem ik Uk; jou noem ik Ik. Welkom in Kortrijk.’
    Net op dat ogenblik deden de uurslagers Manten en Kalle de stadsklok twaalf keer bonzen. Het was middag geworden.
    ‘Aan wie vertel ik de dubbele blijde gebeurtenis eerst?’ dacht de Kinderkoning. ‘Wie woont hier vlakbij, zodat ik met mijn kostbare vrachtje niet te ver moet stappen? Het koningschap ken ik al, maar ik moet wel nog even wennen aan het tweelingschap… Ah! Ik weet het! Heer Mercurius op de Halletoren: dat is een goede buur.’
    Voorzichtig stopte de Kinderkoning Ik en Uk ieder in een borstzak en verliet zijn hangmat.

    Na het dozijn slagen op de klok wou Heer Mercurius op de Halletoren net aan zijn middagdutje beginnen toen de Kinderkoning van Kortrijk er aankwam.
    ‘Wat een opgezette borst, majesteit!’ merkte Heer Mercurius op. ‘Valt er wat te vieren dat u zo pronkerig ten tonele verschijnt?’
    ‘Maar kijk wat Uiver de ooievaar me bracht, Heer Mercurius!’
    Mercurius keek wat scherper toe; toen zag hij de kopjes die uit de koninklijke borstzakken piepten.
    ‘O, heeft u weer een bestelling gedaan? Wat een fraai stel! Bevallig, zeg! En hoe heten ze?’
    ‘Dit hier is Ik; dat hier is Uk. Telkens met een K, zoals aan het begin en op het einde van Kortrijk.’
    ‘Proficiat. Dan mag vandaag de beiaard nog eens spelen. Enne… plassen ze uit een sneetje of een steeltje?’
    ‘Er is van elke soort één: eentje zonder en eentje met een komma tussen de beentjes’.
    ‘Leuk: een meisje en een jongen dus. Tja: nu verwacht je zeker een cadeau of twee van mij hé?’
    ‘Wel, een gift zou heel welkom zijn, Heer Mercurius. Kinderen zijn dure vogels.’
    ‘Hm, hm’, deed Mercurius. Met een ernstige rimpel tastte hij in zijn rechterbinnenzak.
    ‘Hier, alstublieft: een studiebeurs voor Ik en Uk, voor later, op de campus, als ze ingewikkelde dingen gaan studeren.’
    Mercurius overhandigde de Kinderkoning twee studiebeurzen die uit fraai en duur leder waren gemaakt. Je hoorde er de centen in rinkelen.
    ‘Dank u wel, Heer Mercurius! Dank u tweemaal!’
    ‘Graag gedaan. Veel geluk met Ik en Uk. Eh… Ik mag het blijde nieuws toch doorvertellen hé? Straks komen Mie Katoen en Jean Klakkaert langs.’
    ‘Natuurlijk. En mocht je Bertje Vlas of Toontje Verkerke zien: van hetzelfde hé! En nu
    ga ik natuurlijk zelf de tweeling aan mijn goede vriendin Rozemarijke Kortrijke presenteren.’
    ‘O, dat is een eind van hier’.
    ‘Geen probleem: ik neem mijn koets. Die heeft wielen met gulden sporen, twee pk en een koninklijke versnelling.’
    ‘Doe haar de groeten. En nogmaals een dubbele proficiat.’

    In de Rozentuin in den Hoge zat Rozemarijke Kortrijke met haar picknickmand op een bank. De zon floot en de vogeltjes schenen. Het was een prachtig weertje. De rozen bogen zich onmerkbaar naar elkaar toe om mopjes te vertellen; af en toe lachten ze onhoorbaar. De dag werd er nog mooier op toen plotseling de oogverblindende koets van de Kinderkoning van Kortrijk verscheen. Fier als een pauw, met op elke arm een baby, stapte de Kinderkoning uit.

    ‘Twee!’ riep Rozemarijke Kortrijke verrast uit.
    ‘Twee’, knikte de Kinderkoning trots. ‘Nee, je kijkt niet scheel: het zijn er twee. Zoals de Broeltorens. Ze heten Ik en Uk. Zus en broer.’
    In de Rozentuin weerklonken twee luide klapzoenen.
    ‘Ik? Uk? Mooie namen. Hoe korter, hoe rijker. Je kunt ze ook de twin baby’s noemen, hé. Ze werden toch in de grote wieg tussen de Broeltorens gelegd hé? Hihihi… een beetje Humorologie, sorry.’
    ‘Dat ligt gevoelig hé, Rozemarijke. Zeg: feestje bouwen op de Pottelberg? Zin in een babyborrel?’ opperde de Kinderkoning.
    Vooraleer Rozemarijke Kortrijke instemmend kon knikken, barstten Ik en Uk ieder apart in oorverdovend gehuil en gekrijs uit. Maal twee is gelijk aan veel lawaai! Geschrokken keken alle tweeduizend rozen dezelfde kant op. Even beefden ze op hun stengels. Wat was dat voor sirenegeluid? Het leek niet op dat brandweergeloei dat ze zo vaak van dichtbij aan de kazerne hoorden. .
    ‘Ze krijgen honger!’ riep de Kinderkoning van Kortrijk boven de heisa uit.
    ‘Geen probleem!’ riep Rozemarijke Kortrijke. Fluks toverde ze twee porties geprakte kalletaart uit haar mand. Even later zaten ze ieder met een kind op hun arm naast elkaar op de bank. De luchtige koek-in-de-prak met appel, abrikoos, amandelschilfers en een scheutje kindercalvados legde Ik en Uk onmiddellijk het zwijgen op. Je hoorde alleen nog smakgeluidjes.
    ‘’t Is nu wel stil hé.’
    ‘’t Is dat ’t smaakt hé.’
    ‘Ga je morgen mee naar de kruidentuin in het Baggaertshof, Rozemarijke? Jij kent zoveel van bloemen en planten.’
    ‘Met plezier. Ik pluk er enkele bosjes geneeskrachtige plantjes en doe je die cadeau. Da’s beter dan een ruiker bloemen uit de winkel. We verzamelen er ook wat kruiden tegen de komende kinderziektes.’
    ‘Ja, lekker spicy hé.’
    ‘Het is toch interessant dat papa’s nu ook zelf hun kinderen kunnen kopen. Dat noem ik pas fair trade.’
    ‘Zeg dat wel. En waarom niet meteen twee hé. Het houdt je in evenwicht.’
    ‘Ja, het geeft wel even wat gedoe, maar voor je ’t weet, kunnen ze al de Stadskrant lezen. Zeg: wat zouden ze later worden?’
    ‘Designer en chef-kokkin. Of chef-kok en designster. Om het even. Ik heb daarnet van Heer Mercurius al twee studiebeurzen gekregen.’
    ‘O, wil je dan geen koninkje maken van één van de twee? Of koninginnetje? Dat is toch een knelpuntberoep geworden?’
    ‘Nee. Je herinnert je toch nog wel de legende van de koningszoon: hoe kort kan een rijk zijn? Denk alleen maar aan het land waarin we leven.’
    ‘Gelijk heb je. En ontwerpen en kokkerellen zijn goeie keuzes: de ene zijn potlood en meetlat, de andere zijn poteten en pollepel. Die kan trouwens nog altijd koninginnenhapjes maken. Maar zeg: waar leg je Ik en Uk te slapen? Als ze allergisch zijn, spreid je hun bedje beter niet in de Rozentuin hier. Het kan hier nogal bedwelmend ruiken. En je hangmat tussen de Broeltorens is te gevaarlijk. Die schommelt zo hevig bij westenwind. En het is te druk geworden op de Leie.’
    ‘Mijn vriend Cowboy Henk de stadswacht heeft zich al aangemeld als babysit. De tweeling mag bij hem op het rondpunt logeren. In elke oorschelp heeft hij plaats voor een baby. Hij houdt twee ogen in het zeil. Het is er veilig. Een goeie koewacht is ook een goeie babywacht, zegt hij. Eigenlijk is Henk een prima sheriff in dit Texas hier.’
    ‘Tof van die groene kerel. Dat is ook fair trade.’
    ‘Zo zijn we hier hé.’

    Toen de voedertijd van Ik en Uk voorbij was, vertrok de Kinderkoning weer met zijn schatten. Zijn borstzakken puilden nu wel wat meer uit dan daarnet. Uurslagers Manten en Kalle lieten ondertussen de stadsklok driemaal bonzen. Dat bracht hem op een idee. Hij gaf zijn koets de sporen en haastte zich via de Lange Munte naar het rondpunt van Cowboy Henk.
    ‘Zie je het zitten om voor de allereerste keer te babysitten, Henk?’ vroeg de Kinderkoning. ‘Ik moet nu dringend nog wat regelen.’
    ‘Geef maar hier, zoals beloofd hé. Ik ben een en al oor, kindermajesteit.’
    Cowboy Henk plukte zelf Uk en Ik uit de koninklijke borstzakken en legde in elk oor een baby te slapen.
    ‘Zo, dat is geregeld. Ik wieg ze ook af en toe wat als de wind opsteekt. Ze zijn hier veilig;’
    ‘Thank you, cowboy. Je bent een prima stadswacht en sheriff. Tot zo!’
    Daarna zocht de Kinderkoning van Kortrijk de uurslagers Manten en Kalle op. Ze zaten net van hun Max Havelaar-koffie te nippen.
    ‘We hebben het al vernomen, majesteit, het blijde nieuws. Van harte proficiat.’
    ‘Ja: gelukgewenst. Mooie namen ook. Heer Mercurius bracht ons op de hoogte. Wilt u een fairtrade koffietje om het te vieren?’
    ‘Graag twee zelfs.’
    ‘En? Alles goed verlopen?’
    ‘Prima. Ik en Uk hebben al hun eerste voeding achter de rug. Ze wegen voldoende en ze zijn klein en groot genoeg. Ik wil jullie als bekende burgers van Kortrijk nog iets vragen. Eh… Kalle: wil jij de meter van Uk zijn? En Manten: wil jij de peter van Ik zijn? Het mag ook omgekeerd.’
    ‘Met plezier, sire! Wat een eer! Dank u wel!’
    ‘Kalle: dat vraagt om een stuk taart! Het is feest!’
    ‘Haal ook de fles maar boven, Manten. Voor het wauw-gevoel!’
    ‘Ja… ‘ zuchtte de Kinderkoning. ‘Van flessen gesproken: daar zal ik er in de toekomst veel van zien.’
    ‘U bedoelt toch papflessen hé?’
    ‘Precies. En dat wordt ook midden in de nacht opstaan om die klaar te maken en naar het rondpunt te brengen. Mijn tweeling slaapt in Cowboy Henks oorschelpen, moet je weten. Ik vertrouw hem. Veiligheid boven alles.’
    ‘Geen nood, sire: Kalle en ikzelf maken u op tijd en stond wel wakker met de stadsklok wanneer het weer eens tijd is voor een duo flessen. En als u slapeloos bent of niet in slaap raakt, dan spelen wij wel een deuntje op de beiaard. U tuimelt zo weer in slaap.’
    ‘U maakt van de tweeling toch geen schelpdieren of zeevruchten, sire?’ vroeg Kalle plotseling ongerust. ‘Die oorschelpen… ‘
    ‘Maar Kalle toch! Kortrijk ligt verdorie niet aan de zee!’
    ‘En al die schepen dan… ?‘ zei Kalle. ‘En Kortrijk-Strand… ? Maar allez, mannen toch: ’t was maar om te lachen! Een scheutje Humorologie… ook een streekgerecht hé.‘
    ‘Ha ha ha!’

    In zijn reuzenhangmat tussen de Broeltorens tuimelde de Kinderkoning van Kortrijk die avond tevreden grommend in slaap, met zijn duim in zijn mond. Het was een drukke babydag geweest. Maar straks zou hij alweer moeten opstaan, wanneer hij in de verte het sein zou zien dat het tijd werd voor flesjes en papjes en luiers en zalfjes: de ene knipoog van Cowboy Henk, gevolgd door de andere knipoog. Eén voor Uk, één voor Ik.

    Kinderen? Mensjes die alsmaar groter worden. Maar hoe kort kan een rijk zijn: wanneer ze dan plotseling en veel te vlug naar je zin groot geworden zijn, wens je dat ze weer klein zijn. Vraag het maar aan de ex-kinderen, zoals de Kinderkoning van Kortrijk, bloemenvrouw Rozemarijke Kortrijke, torenwachter Heer Mercurius, stadswacht Cowboy Henk, uurslagers Manten en Kalle, en doodgewone mensen als Mie Katoen, Toontje Verkerke, Bertje Vlas of Jean Klakkaert.


    03-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Interview

    INTERVIEW LAPPERSFORT POETS SOCIETY MET JORIS DENOO HERFST 2017

    (Brugge, Vladslo)


    1) Wie ben je ? Waarom ben je dichter(es) of liefhebber van bossen & vrede ? Is er een site ?

    Taal zit in mijn DNA, zegge en schrijve DNO. Ik ben dichter, blogger, verhalenschrijver en oud-docent Taal & Muzische Vorming aan de lerarenopleiding Vives. Buitenlands lid van de Zwitserse AntiPowerPointPartei, wat ik ook in de praktijk toepas: no PP’s!

    Mijn educatieve publicaties gebeuren bij die Keure Brugge (taalmethodes, jeugdboekjes op niveau) en bij Acco Leuven (Muzisch taalgebruik - Amuzementen, Omgaan met poëzie – Verlichte gedichten).

    Ik verzamelde 888 fragmenten uit de prozaliteratuur waarin het op een of andere manier waait en/of regent. Ik hou van boze buien en brave briesjes. Ik bewonder schuimend gebladerte, zwiepende boomkruinen en ruisende bossen.

    Ik ben de menner van diverse blogs.

    http://jorisdenoo.skynetblogs.be/
    http://vreeslijkeverhalen.skynetblogs.be/
    http://romaneskeboeken.skynetblogs.be/
    http://ericaangel.skynetblogs.be/
    http://blog.seniorennet.be/joris_53_marius81/
    http://blog.seniorennet.be/ericotonne/
    http://blog.seniorennet.be/geraldine_roslare/
    http://blog.seniorennet.be/donderdag_007_4/
    http://blog.seniorennet.be/romansDNO
    http://miljardenflarden.bloggen.be/
    http://itsgreyhound.tumblr.com/
    http://jorisdenoo.wordpress.com

    2) Waarom hebben mensen bossen & vrede nodig ?

    Adem, rust, natuurlijke ruis. Aan de bomen lees je nog de seizoenen en het klimaat af, zolang de voorraad vrede strekt, althans. In periodes van onvrede heerst ontbladering, verwarring, schorsing, gehakketak.

    3) Wat is je diepste angst/schrik rond bossen & vrede ?

    Dat kaalheid en geweld in de plaats komen en als norm gaan gelden.

    4) Heb je nog tips voor de overheden rond bossen & vrede ?

    Mijn geloof en vertrouwen in ‘overheden’ zijn zoek. Nee dus.

    5) Wat is je lievelingsgedicht vol ademruimte ?

    Een lege postbode verdrinkt in de landweg (Hans Lodeizen)

    het is verdomd al weer haast herfst
    en mijn vermoeid lichaam dat geen honing kent
    lichaam zwak boven mate en gespleten
    het is als een oud huis in Greenwich Village

    de bomen staan haastig in te pakken
    hun bladeren gaan in de koffers van de grond
    de wind is een gezwinde sleutel
    en over het deksel legt zij een kleed van wolken

    de vensters van mijn lichaam zijn blind
    en bij het haardvuur van mijn dromen zie ik
    de dagen als vlammen boompje verwisselen
    en weggaan in een oude stam van het huis

    hoe laat zou het al zijn de rivieren staan
    te heupwiegen als een raam tegen het landschap
    mijn lichaam mijn teder lichaam zachtjes heengaand
    of een lege postbode verdrinkt in de landweg.

    (Het innerlijk behang en andere gedichten, G.A. Van Oorschot, 1954)


    6) Hoe zou je reclame maken om mensen aan te raden eens te wandelen langs de twee poëziepaden ?

    Hugo Bos & zijn takkewijf op poëziepad gesignaleerd. Overkomst gewenst.

    7) Wat is het grote geheim van het leven dat de muzes ons blijven toefluisteren ?

    Blijf bladeren.


    20-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Boekbabbels

    BOEKBABBELS: EEN LEZING


    'Waarom schrijf je boeken?' vragen kinderen me vaak, als ik ergens ga spreken. 'Uit jaloersheid', antwoord ik dan. Ze kijken me aan met ogen als schoteltjes. Enkelen giechelen. Of grinniken. 'Ja hoor', steek ik dan van wal. 'Uit jaloersheid. Luister. Torens boeken heb ik vroeger gelezen. Boeken en nog eens boeken. Het stadje waar ik toen woonde, dat is Torhout in West-Vlaanderen, had drie kleine bibliotheken. Iedere politieke partij had er één. Elke week bezocht ik die. Je kunt je dus wel voorstellen hoeveel ik las. Mijn stapel boterhammen was altijd kleiner dan mijn stapel boeken. En na verloop van tijd werd ik echt jaloers op mensen die zo'n boek hadden geschreven. Ik wou dat ook. Ik wou mijn eigen naam boven de titel zien staan. En op de rug van het boek. Ik begon te dromen dat ik ook schreef. Omdat ik dus echt jaloers was op al die schrijvers, probeerde ik het ook eens. Zo ben ik er zelf een geworden. Maar eigenlijk, om heel eerlijk te zijn: het komt vooral door heel veel te lezen. Ik was echt een hoekje-met-een-boekje-kind'. 'Aha', knikken de luisteraars. Dat hebben ze beet. Die jaloersheid is dan ook zeer menselijk. Ze begrijpen het volkomen.

    'Bent u een Bekende Vlaming?' 'Mm . . . nee', aarzel ik. 'Ik kom te weinig op televisie. En ik doe niet mee aan domme spelletjes'. 'Hoe vind je al je verhalen uit?' 'Dat vind ik een prima vraag!', zeg ik. 'Eerst en vooral: ik heb zelf drie kinderen. Een zoon en twee dochters (een meisjestweeling). Die gaven me ideeën. Ze beleefden van alles. Ze vertelden veel. Ze hielden mijn ziel jong. Daar putte ik dus af en toe uit. Ten tweede kijk en luister ik altijd heel oplettend. In het dagelijkse leven gebeuren zoveel interessante dingen. Zelfs als je naar een foto kijkt, gebeurt er nog iets heel belangrijks net buiten het kader van die foto. . . Je moet dus niet echt gaan uitvinden om een boek te schrijven. Er is genoeg om je heen. Wedden? Als je dat niet gelooft, luister dan naar mijn derde punt. Ik verzamel vreemde berichten uit de krant. Daar heb ik er al enkele mappen vol van. Ze zijn heel vreemd en toch echt gebeurd. Daardoor ondervind je: ja, de werkelijkheid is soms veel kleurrijker en vreemder en spannender dan wat je uitvindt. Je moet echt niet gek zijn om schrijver te worden en met je fantasie te werken. Wat steekt er zo allemaal in mijn collectie vreemde berichten? Een vogel pikt een vals gebit en brengt het netjes terug, mensen uit een Hongaars dorp krijgen op één nacht allemaal paarse haren, een kind zit 23 jaar straf uit onder de trap in huis, een Duitser achtervolgt kinderen, bijt in hun neus en vlucht dan weg, een bende knipt het lange haar van meisjes af en spurt ermee weg, de ontdekking van een onderaardse telefooncentrale uit de Eerste Wereldoorlog, uitwerpselen van elanden worden in de vorm van gebakken beeldjes als souvenir aan de toeristen verkocht die Zweden bezoeken, ga zo maar door. Nou, wie is er gek: de schrijver met zijn fantasie of de werkelijkheid met zijn vreemde verschijnselen en mensen? Soms gebeurt het dus dat ik dergelijke berichten gebruik bij het schrijven'. 'Wauw', doet een meisje. 'Verschijnt er zo eentje?' 'Er is er al eentje', knik ik. 'Het heet Meisjeslokken, over die bende die haren steelt'. 'Dat wil ik lezen!' 'Ik ook!' 'Ik ook!' Glimlachend kijk ik naar de juffrouw, de meester of de bibliothecaresse en hoop in stilte dat ze het boekje hebben. Wat sta ik hier anders te doen?

    Een spervuur van vragen breekt los. Het ijs is gebroken. Ik heb mijn kattebelletjes getoond. Treintickets waar ik op de achterkant invalletjes op krabbelde. Mijn kladpapieren. Potloden, balpennen, vulpennen, een geheimzinnige lege fles vol met lege inktpatronen, schema's, mislukte rommel, manuscripten, proefdrukken, tekeningen, brieven, foto's. Alles hebben ze gezien, tenzij Aloysius, de huiscomputer. Die is te zwaar om mee te sleuren. Kennen ze toch wel. Ook de laptop blijft thuis. Ik heb voorgelezen en verteld. Nu komt het. 'Schrijf je allang?' 'Van in de derde kleuterklas. Echt waar hoor. Ik kon toen de namen van de dagen al schrijven. Daar maakte ik rijmpjes mee. Met een griffel op een lei'. 'Verdien je veel met je boeken?' 'Ha! Slimme vraag. Laat ik even een vraagstukje opgeven. Dan kun je berekenen hoe rijk ik ben. Als ik een nieuwe Porsche kan kopen of alleen maar een paar nieuwe schoenen. Van mijn laatste jeugdboek zijn 3000 exemplaren gedrukt. De schrijver krijgt gewoonlijk 10 percent per verkocht boek. Het boek kost 15 euro in de boekhandel. Nu moet je natuurlijk nog weten . . . '. 'Hoeveel zijn er al verkocht?' 'Dat weet ik nog niet; ik wacht met spanning'. 'Teken je zelf je illustraties?' 'O nee. Ik heb twee linkerhanden. Op de schooltekeningen die ik vroeger moest maken, stond gewoonlijk AFSCHUWELIJK. Nee, de uitgever kiest gewoonlijk zelf een tekenaar. Of een tekenvrouw'. 'Heb je al eens een mislukt boek gehad?' 'Dat gebeurt. Dan keert het terug. De uitgever moet het niet. Het is niet goed genoeg. Of er zijn er al te veel van. Of ze hebben iemand anders. Er is altijd wat. Of je moet lang wachten. Het gebeurt ook soms dat een andere uitgever dat boek dan wel wil'. 'Ben je dan kwaad? Wat doe je dan?' 'Dat is natuurlijk een ontgoocheling. Dan wacht ik enkele weken. Ik probeer mijn verdriet te vergeten. En ik doe alles nog eens over. Of ik gooi het zootje in de prullenmand. Of . . . een andere uitgever wil het misschien wel doen'. 'Hoeveel keer is dat al gebeurd?' 'Twee of drie keer'. 'Ben je al verfilmd?' 'Nee. Ik zou graag eens een boek schrijven dat zo spannend is, dat ze niet anders kunnen dan het verfilmen'. 'Hoe ben je op het idee gekomen schrijver te worden?' 'Dat heb ik al gezegd, hé: veel gelezen vroeger, en jaloers geworden op al die schrijvers'. 'Wat heb je vroeger gelezen?' 'O, ik herinner me boeiende boeken over de detective Pim Pandoer, die altijd erwtensoep at, over Arendsoog en Witte Veder. Titels zoals De Bende van de Blauwe Bergen, Hallo, hier Denemarken en De Straat der Zeven Duivels. Mijn allereerste boekje dat ik las, was Van een Konijntje en een Ei. Het ging over een kieken dat te lui was om te broeden. Het konijn deed dat dan maar, 21 dagen lang. Ik las toen al zo graag, dat ik me nu nog altijd de eerste zin herinner van dat boekje: 'Paul en Margreet zijn naar de markt geweest'. Voor mijn achtste verjaardag kreeg ik drie boeken ineens van de sint. Eén over een duikbootexpeditie, één over de avonturen van een Zweedse kruidendokter in middeleeuws Japan en één over een vissersjongen'. 'Waar schrijf je?' 'Ik zit heel graag op mijn schrijfzolder thuis. Daar is het lekker ijsberen. Want schrijven is ook nadenken, piekeren, tobben, heen-en-weer lopen. De wind giert er extra hard als het waait. De regen roffelt er op het dak; het lijkt wel het drumstel van Metallica. Dat heb ik graag zo. Als het stormt, wil ik schrijven. Soms zit ik ook in de stad om te schrijven. Ik hou van de stad. Soms gebeurt het ook in de trein. Ook daar hou ik van'. 'Wanneer schrijf je het liefst?' 'Graag 's avonds. Dan is alles wat stiller. Maar geroezemoes mag best. De drukte van een stad. Maar mijn radio moet uit. Ik speel ook geen cd’s. Met muziek erbij kan ik me niet concentreren. Ik wil zo weinig mogelijk geluiden'. 'Maar daarstraks zei je dat je zo graag had dat de wind om je zolder gierde!' 'Ja, maar dat is de enige uitzondering! Slecht weer is goed weer voor mij. Die geluiden heb ik heel graag. Kijk: toen ik klein was, vroeg ik elk jaar aan de sint een machientje om wind mee te maken. Dat zou ik dan op zolder zetten en er elke dag wind mee maken. Het is er nooit van gekomen. Maar nu schrijf ik veel over de wind. In bijna al mijn boeken regent het. Soms heel hard, ha ha'. 'Is je zolder hoog?' 'Twee trappen hoog. Er ligt wel een centimeter stof, want ik stofzuig nooit. Mijn vrouw mag er toch nooit komen spieken wat ik uitspook, dus erg is dat niet. Als het stof te hoog ligt, zet ik een raam open en hoop dan dat het hard waait, zodat het stof naar mijn buurvrouw waait. En klaar is kees'. 'Mijn mama kent jou van vroeger'. 'O, dat is leuk. Groet je haar van mij?' 'Vinden je kinderen het goed dat je boeken schrijft?' 'O, ze vonden dat wel leuk. Ze waren beroemd op de speelplaats. Nu zijn wel al een stuk ouder'. 'Lezen ze je boeken? Zeggen ze dan of ze die slecht of goed vinden? Laat je ze vooraf iets zien?' 'Vroeger lazen mijn tweelingdochters alles van mij. Later waren ze vooral met muziek bezig. Marius, mijn zoon, las heel veel. Nee, ik toon nooit iets vooraf. En als het boek er eenmaal is, dan lezen mijn kinderen het wel, hoor. Soms stiekem. Gewoonlijk zeggen ze er weinig over. Het is ook een beetje vreemd, een boek lezen dat je pa geschreven heeft. Zou je nog durven zeggen dat het slecht is zonder een koppel labberdoedassen te krijgen?' 'Labberwàt?' 'Oorvijgen, ha ha!' 'Komen je eigen kinderen soms in je boeken voor?' 'De laatste tijd laat ik ze er niet meer in. Het is al welletjes geweest. Ze zijn ondertussen ook al ouder geworden. Over mijn tweelingdochters heb ik twee boeken geschreven. Er werd er één van bekroond. En Marius doet mee in een boek dat hij eigenlijk zelf verteld heeft. Het gaat over een vogelverschrikker op het land. Die bezochten we elke dag, tot hij van zijn stokje gevallen was. Elke dag vertelde Marius me een verhaal over die vogelverschrikker. Dat vond ik zo interessant dat ik dacht: laat ik alles opschrijven, want kinderen worden vlug groter en vertellen dan minder. En ik moet alles goed onthouden. Marius doet ook mee in een probleemboek over epilepsie. De mensen noemen het ook 'vallende ziekte'. Jammer genoeg heeft mijn zoon daar een groot probleem mee. Dit boek is een soort van dagboek, van toen hij twaalf jaar was. 'Wat schrijf je het liefst: kinderboeken of boeken voor grote mensen?' 'Mm . . . moeilijk om te kiezen. Hangt van het weer af, hé. Grapje. Nee: het allerliefst eigenlijk dagboeken. Die heb ik al van toen ik zeventien was. Ik begon eraan tijdens een reis naar Engeland, op de boot. Nog elke dag schrijf ik een dagboekbladzijde. Ik schrijf ook wel graag gedichten. O ja: mijn volgende boek wordt ook een dagboek. Maar dat verklap ik nog even niet'. 'Je eigen dagboek?' 'O nee! Het dagboek van een zestienjarige jongen. Maar misschien zit er wel een stukje van mij in. . . '. 'Wie lees je het liefst?' 'Ik lees heel graag en heel nieuwsgierig allerlei Vlaamse en Nederlandse schrijvers. Soms wel eentje uit het buitenland, in vertaling, als het geen Engels is. Ik hou ook van Roald…'. 'Ik ook!' 'Ik ook!' 'Ik ook!' (maal 50). 'Vindt je vrouw het niet vervelend dat je altijd maar zit te schrijven?' 'Nee, ik heb een bovenstebeste vrouw. Maar ik had haar wel vooraf verwittigd: ik schrijf graag en daarvoor moet ik vaak alleen zijn en het kan heel lang duren en ook mislukken af en toe. Dat wist ze dus allemaal. Toch is ze met mij getrouwd'. 'Komt ze ook in je boeken voor?' 'Niet echt. Misschien wil ze liever niet. Toch duikt ze af en toe op. Een ma heb je vaak nodig, niet?' 'Gebruik je echt al die potloden?' 'Zeker weten! Ik slijp er een twintigtal van, zodat ik door kan werken zonder te stoppen. Ik hou van lange, scherpgepunte potloden. Ik hou ook van het zachte geluid dat ze maken wanneer ze over het papier glijden. En daarna komen de balpennen en de vulpennen in beweging'. 'Weet je altijd al vooraf waarover je zult schrijven?' 'O ja, gewoonlijk wel. Anders begin je er beter niet aan. Eerst moet de kerstboom er staan, hé. Dan pas komen de balletjes, de cadeautjes, het engelenhaar, de versieringen. Ik maak altijd een plan. Tot in de details, want je moet heel veel onthouden onderweg. Als het regent in hoofdstuk 1, kan het in hoofdstuk 12 niet blijven regenen. Of een jongen met een flapoor op bladzijde 4 moet ook op bladzijde 123 nog dat flapoor hebben, begrijp je?' 'Heb je al eens een slechte kritiek gekregen van iemand?' 'Dat gebeurt. Over hetzelfde boek kun je makkelijk goede en slechte dingen te horen en te lezen krijgen. Geen probleem hoor. Wat je zegt, ben je zelf. Het is een van die dingen waar je als schrijver gewend aan raakt. Het is natuurlijk altijd leuker als iedereen je overal en altijd fantastisch vindt. Soms gebeurt dat opzettelijk, in de kranten en op televisie. Je hebt maar beter veel vrienden overal'.

    Even ligt het spervuur van vragen stil. De kinderen spieken op hun briefjes. Het mochten ook moeilijke of lastige vragen zijn, had ik vooraf gezegd. Ikzelf probeer ondertussen tevergeefs orde te houden in al de papieren die ik ter illustratie en omwille van de aanschouwelijkheid mee heb gezeuld. Ik ga altijd op pad met twee, drie koffertjes. Toevallig de kleuren van de Belgische vlag, ontdekte ik tot mijn grote verrassing onlangs. Er is een koffer met de gepubliceerde boeken. Er is er een met de manuscripten en proefdrukken en zo. De derde, de zwaarste, is volgestouwd met potloden, balpennen, slijpers, kattebelletjes, kladpapier, kladversies, tekeningen, brieven. Al die dingen liggen nu in een hopeloze puinhoop voor mij op de drie bijeengeschoven tafels in de bieb of in de refter of op de schoolzolder of in de grootste klas van die school. En straks, dat weet ik uit ondervinding, straks wordt het nog erger. Dan volgt de echte belegering. Het signeren van pieterkleine snippers papier. En boeken. En leeskaarten. En bladwijzers. Maar gelukkig ook boeken. Even kom ik op adem. Ik schrik op van een lichtflits. Iemand neemt een foto. De kinderen kijken om. Juf, meester, biebwezen glimlachen. 'Voor ons archief', zegt hij/zij. 'En ik heb ook nog een vraag voor u, meneer'. Ik knik. De kinderen kijken op; ik word op de rooster gelegd met een moeilijke examenvraag. 'Wat is er nodig om goed te schrijven? Kun je de kinderen goede raad geven hierover? Waarop moeten ze speciaal letten?' (O god, denk ik, straks worden dat hier allemaal concurrenten, die me de markt uitschrijven! Gedaan met Denoo!). 'Ja,' zeg ik, 'dat zijn pas lastige vragen. Veel moeilijker bijvoorbeeld dan 'Waarom schrijf je?' en 'Hoeveel verdien je met een boek?'. Wel,' ga ik dan moedig verder, 'ik denk wel dat ik daarover iets kan zeggen. Kijken en luisteren zijn heel erg belangrijk. Wie zijn ogen en zijn oren goed de kost geeft, kan daar veel van gebruiken in zijn verhalen. Natuurlijk: je moet het ook nog altijd op kunnen schrijven, hé. En dat moet je vooral graag doen. Hoe veel mensen zuchten niet: daar zou ik een boek over kunnen schrijven? Nou, dat ze dat maar eens proberen! Een bladzijde uit de telefoongids overschrijven is al lastig, en dat moet je zelf nog niet eens uitvinden. Tja, het is een lastig karwei'. Eigenlijk ben ik niet tevreden over mijn antwoord. 'Denkt u dat het aangeboren is, het talent om te schrijven?' vraagt de meester dan. Ik zie zijn brillenglazen vol verwachting flikkeren. Ai ai, dat is een gemene joekel van een vraag. Als ik 'ja' zeg, dan ontgoochel ik de meeste kinderen. En het klinkt ook zo pocherig. Als ik 'nee' zeg, dan zal ik moeten antwoorden op een volgende lastige vraag, namelijk: 'Hoe kun je dan schrijven echt leren?'. Dus neem ik maatregelen. Ik ben immers op alles voorbereid. Ik zeg, voorwaar: 'Oei, oei, meester, daar valt verdraaid moeilijk op te antwoorden. Je hebt mensen die schilderen. Dansen. Schaken. Beeldhouwen. Kunstschaatsen. Waarom doen ze nou precies dat? En zo goed? Het zal wel een ietsepietsie talent wezen, zeker? En heel veel afzien ook. Hard werken. Schrappen. Overdoen. Alsmaar overdoen'. De meester knikt verheugd. Ik zie hem denken: 'Overmorgen schaats ik met mijn knalrode balpen als een razende gek door alle opstellen heen'. Nee, ik beeld me maar wat in. Meester Prikkebeen koestert geen snode plannen in verband met 'tekenende' woorden. Deze meester is van goede wil. Waarom zou hij me anders hebben uitgenodigd? Het vragenhalfuurtje is bijna ten einde.

    'Waarover gaat jouw volgende boek?' vraagt een bedeesd meisje met kruidnagelbruine krullen nog. Die wippen als jojootjes op en neer als ze haar hoofd beweegt. Echt een kind om in een Vlaams Filmpje mee te laten spelen. 'Ja,' zeg ik, 'slimme vraag om te besluiten. Mijn volgende boek, eh, boeken, gaan over verlegenheid, kinderen baas over de grote mensen en een jongerenkrant. Ze zullen heten: Rode Blossen, Kind toch! en Krantenpraat. Verlegenheid, ken je wel hé: vlug rood worden en zo, het een ramp vinden om naar voren in de klas te moeten komen, . . . Het meisje knikt begrijpend. Haar hoofd krijgt de kleur van een biet. 'Ik was vroeger ook zo', voeg ik er aan toe. Ik stierf zowat van de schrik als ik ook maar iets moest zeggen of doen in de klas'. 'ZO', klinkt het plotseling achteraan. De meester veert op. 'Frederik?' Vijf seconden lang heerst suspens. Iedereen kijkt vol verwachting naar de eerste rij. Dan staat een grappige jongen uit de eerste bank op. De hele tijd heeft hij niks gevraagd. Hij zat vlak voor mij. Misschien heeft hij voortdurend zijn toespraakje zitten repeteren. Hij strijkt een papiertje glad en keert zich naar de klas. 'Beste Joris Denoo', zegt hij dan. '6B vond het bijzonder fijn met u en uw werk kennis te maken. We zullen uw boeken alleszins lezen, als er nog nieuwe verschijnen. Het was leerrijk en boeiend. We wensen u nog veel succes. En omdat u zo veel van potloden houdt, en er zo graag mee schrijft, hebben wij nog een cadeau voor u. Dank u dat u gekomen bent'. 'Dank u wel, dank u wel', zeg ik, knik ik, door het applausje heen. Een meisje komt me een schitterende bundel potloden cadeau doen: gestroomlijnd, lang, glanzend, ongeslepen. De potloden, bedoel ik. Tien seconden later begint dan de belegering van mijn tafels.

    Een tevreden jeugdboekenschrijver maalt de kilometers huiswaarts af. Het was weer feest in letterland. De inhoud van de drie koffertjes is onherstelbaar dooreen gehutseld. Geen probleem. Voor de volgende voordracht, morgen, vinden we daar wel wat op. Desnoods begin ik van achteren aan mijn spreekbeurt. Wat ik achter de rug heb, is fijn. Anderhalf uur leefden we in een wereld van fictie, maar toch heb ik ze aangetoond dat een schrijver ook van vlees en bloed is. Hij kan morsen, net als iedereen. En iedereen deed mee. En het vreemde is: die wereld is door mij uitgevonden. En een aantal kinderen is bereid er in te geloven en er een tijdlang in te vertoeven. Ik weet dat ik binnenkort weer enkele briefjes in de bus mag verwachten. Enkele weken lang ook zal ik een meer uitgeleende schrijver dan Guido Gezelle zijn in de stedelijke bieb. En zo, voortbollend op de cadans van de wegnaden, met Vlaamse regen die over de voorruit biggelt, zweer ik dat ik steeds betere boeken zal schrijven. Omdat kinderen alleen maar goede dingen verdienen. Het zal me misschien nog vele potloden kosten. En de vreemde berichten die ik uit kranten knip, die zullen het niet maken. Het moet helemaal uit mezelf komen. En ik moet het ook wel willen. Want als ik niks te melden heb, doe ik er beter het zwijgen toe. Als ik al vijftig kilometer verder ben, zie ik nog steeds 6B van daarstraks voor me zitten. Ze waren heel aandachtig. Mijn koffertjes, Belgische kleuren, kregen veel aandacht. Ik mompel wat voor mij uit in de auto. Ik herkauw vele vragen en antwoorden, om te proeven of ik echt wel mijn best heb gedaan. Wat staat me morgen te wachten? Ik ben op alles voorbereid. Ze mogen me de gekste dingen vragen. En dat gebeurt dan ook, een dag later, op een heel andere plaats in dit regenland. Ik heb amper mijn koffertjes uitgepakt, of een vrolijke reus van een zesdeklasser vraagt gnuivend: 'Is dat een pruik?' Geproest alom. De bibliothecaris bedaart de gemoederen. 'Als ik mijn haren knip,' zeg ik, en ik trek stevig aan mijn haardos, 'dan ben ik mijn kracht kwijt. Dan krijg ik veel vlugger schrijfkramp'. En ik steek weer van wal, anderhalf uur lang.


    01-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pleidooi

    PLEIDOOI VOOR INTERESSANTE EN LEUKE TAALLESSEN


    (VERLICHTE GEDICHTEN & AMUZEMENTEN)


    EEN SESSIE ‘TAALPLEZIER’ OPEN IK MET TWEE AFSCHUWELIJKE NEDERLANDSE WOORDEN: IK HEB GEEN HAND-OUTS, EN ZELFS GEEN POWERPOINT. IK BEN BUITENLANDS LID VAN DE ZWITSERSE ANTIPOWERPOINTPARTEI. JA, DIE BESTAAT ECHT. WE ZIJN TEGEN HALFVERDUISTERDE LESLOKALEN, SAAIE PROJECTIES EN HERHALING VAN DIE SAAIE PROJECTIES OP PAPIER DAT JE IN DAT HALFDUISTERE LESLOKAAL EIGENLIJK MAAR HALF ZIET. ALLES WAT IK VERKONDIG, STAAT IN MIJN BOEKEN: VERLICHTE GEDICHTEN & AMUZEMENTEN. IK WEET: ER BESTAAN FANTASTISCHE LEERBOEKEN EN LEERLIJNEN EN DIDACTISCHE WERKBUNDELS, MAAR IK MIS DAAR DE VREUGDE IN. TAALVREUGDE. EN IK HOU BOVENAL NIET VAN BLOEDLOOS EN VREUGDELOOS GETHEORETISEER.


    DE SESSIES IN MIJN BOEKEN ZIJN MET ALLE MOGELIJKE LEEFTIJDEN EN IN VELE SOORTEN OPLEIDINGEN CONCREET UITGEPROBEERD: EERSTE LEERJAAR, ZESDE LEERJAAR, BUITENGEWOON ONDERWIJS, MIDDELBAAR ONDERWIJS, TECHNISCH ONDERWIJS, HOGER ONDERWIJS… ZELFS DE INGENIEURS VONDEN HET LEUK EN INTERESSANT: ZE BESCHOUWDEN HET ALS TEAMBUILDING. VEEL VAN DE SESSIES KUN JE DESGEWENST OP EENVOUDIGER NIVEAU VERTALEN. ALS JE DE INDEX VOOROP IN DE BOEKEN OVERLOOPT, MERK JE DAT ER VEEL WERKWOORDEN IN VOORKOMEN: VOORLEZEN, LUISTEREN, SPREKEN, BEWEGEN, KIEZEN, SCHRIJVEN, ILLUSTREREN, IMPROVISEREN, DENKEN, VERGELIJKEN, TEKENEN, HERKENNEN, BESCHOUWEN, ZOEKEN, DROMEN, SPELEN…


    HET IS NIET OMDAT JE MET EEN STIFT EEN SNOR OP JE BOVENLIP SCHILDERT, EVEN IN DE VERKLEEDKOFFER GRAAIT EN JE MET BEHULP VAN EEN HALVE KILOGRAM GEL JE HAAR STEIL ACHTEROVERHARKT DAT JE MUZISCH BEZIG BENT. SOMS HELPT HET WEL. HAAKS OP DEZE GOEDKOPE THEATRALE VERKLEEDPARTIJ STAAT DE MUZISCHE GRONDHOUDING, ATTITUDE, MENTALITEIT OF ROEPING. TAAL IS HIERBIJ HET STIEFDOCHTERTJE OF HET ASSEPOESJE VAN DE MUZISCHE OPVOEDING. TAAL BLIJFT WEL VAKER VERWEESD ACHTER IN HET VERDOMHOEKJE VAN DE CREATIVITEIT. MUZIEK, DRAMA, BEWEGING: WE KENNEN HET ALLEMAAL. STUKJE SPELEN. GEDICHT DECLAMEREN EN UITBEELDEN. TEKENING MAKEN. DANSJE DOEN. DE BACHELORPROEVEN EN LEERBOEKEN STAAN ER BOL VAN. WAT TAAL BETREFT, ZOU DAT MOETEN ZIJN: ONBEVANGEN CREATIVITEIT, VERWONDERING, ORIGINALITEIT, DURF, ONGEWOONHEID, PLEZIER, ONTVANKELIJKHEID EN COMMUNICATIE, EEN OPENMIND VOOR ONVERWACHTE OF ONBEKENDE ATTRACTOREN, HET ONDERHOUDEN VAN EEN DAGELIJKS SINTERKLAAS- OF PAASEIERENGEVOEL: VERWONDERING DUS, EN SYMPATHIE VOOR HET VEHIKEL VAN GEDACHTEN, IDEEËN EN GEVOELENS – TAAL. SOMS GEVANGEN OF GEGIJZELD ALS EEN LEEUW IN EEN KOOI… VAN GRAMMATICA.


    DE BEDOELING IS DAT JE NA AMPER DRIE MINUTEN INSTRUCTIE CONCREET AAN DE SLAG GAAT, DAT IEDEREEN MEEDOET EN DAT JE ER INDIVIDUEEL EN COLLECTIEF PLEZIER AAN BELEEFT. HET IS OOK DE BEDOELING DAT JE IEDEREEN IN JE GROEP OF JE KLAS OP EEN VEILIGE MANIER MUZISCH DOET SCHITTEREN. TEGELIJKERTIJD ONTDEK JE DAN SOMS DE GLANS VAN HET APARTE TALENT VAN DE DICHTER, DE REGISSEUR, DE ACTRICE, DE QUIZZER, DE GOEDE VERSTAANDER, DE TALENKNOBBEL, DE REKENAAR, DE STAND-UPCOMEDIAN, DE SIT-DOWNCOPYWRITER. ZO ONTDEKTE IK OOIT EEN STUDENT DIE IK STIEKEM ‘DE ANAGRAMMER’ NOEMDE. JE WEET WEL: A! INSLAANDE BOM!


    IK BEN AAN AMUZEMENTEN BEGONNEN NADAT IK EEN AANTAL COLLEGA’S EN MEZELF WEL VAKER HOORDE VERZUCHTEN:


    - NEDERLANDS IS TOCH EEN REPETITIEF VAK; IK MOET ALTIJD ALLES HERHALEN.
    - HEBBEN WIJ EIGENLIJK WEL EEN INHOUD?
    - TAAL BESTAAT UIT HONDERDEN DETAILS.
    - IK VOEL ME ALTIJD VERMANEND EN BETUTTELEND: ZEG NIET… ZEG WEL…
    - PERFECTIE IS SAAI; WAAROM MOET IK DAT BEKAKTE NEDERLANDS PROPAGEREN?
    - WAT IS DE ZIN VAN ZINSLEER, DAT SLACHTHUIS VAN DE TAAL, WAAR WE ZINNEN HAKKEN, DE KOP VAN DE ROMP SCHEIDEN, NOU: HET ONDERWERP VAN HET GEZEGDE, EN DAN? WAT BEREIKEN WE DAARMEE? HET ZIET ER BLOEDERIG UIT, ROOD EN SAAI.


    HET TAALPLEZIER WAS VER TE ZOEKEN. IK ZOCHT DUS ANDERE INVALSHOEKEN. LEUKERE, MAAR DAAROM NIET MINDER INTERESSANTE. EEN VRESELIJKE LES CREATIEF SCHRIJVEN (DIE IK MOEST BEOORDELEN) GAF ME DE SPOREN. NOG VRESELIJKER LESSEN VOORDRAGEN DEDEN ME VERLICHTE GEDICHTEN SCHRIJVEN.


    AMUZEMENTEN. MUZISCHE MOMENTEN MET TAAL, ACCO, ISBN 9 789033 480591
    VERLICHTE GEDICHTEN. OMGAAN MET POËZIE, ACCO, ISBN 9 789463 441216


    12-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (slot)

    HOGESCHOOLVOS (slot)

    Bij mijn laatste stagebezoeken zag ik opvallend veel ‘hyperactieve’ leerlingen. Dat is een eufemisme voor een van de bekendste afko’s van de recente tijden, zoals ADSL, weet je wel. Een ‘onzichtbaar’ deel van de klas had het dagelijkse pilletje al geslikt. Die waren een ietsepietsie ‘rustiger’.


    ADHD (aandachtsstoornis, vaak met hyperactiviteit) is volgens sommige onderzoekers te wijten aan de sterk toegenomen inname van foliumzuur (oude benaming: vitamine B11). Het werd/wordt alom ingenomen voor en tijdens de zwangerschap.

    ‘Zelfs met een prima uitgebalanceerd dieet is een dagelijks supplement aan foliumzuur aangewezen voor wie zwanger wil worden. Folaat is de (tamelijk instabiele) vorm die in voedsel voorkomt, en is de vorm waarin die vitamine in het lichaam actief is. In voedingssupplementen en verrijkte voeding komt het stabielere synthetische foliumzuur (pteroylmonoglutaminezuur) voor, dat in het lichaam in folaat wordt omgezet. Zwanger? Neem foliumzuur!’


    Hebben we een chemische generatie gekweekt?


    Was het vroeger beter? We zaten in onze kortebroekentijd met meer dan dertig in zo’n klas. Lastigaards werden bij het oor naar het kolenhok gesleept om af te koelen. Slechtziende kinderen kregen als ze geluk hadden een brilletje op hun pief geplant en werden vlak voor het krijtbord geparkeerd. Het gehoor werd niet getest. Wie niet meekon, ‘dubbelde’ even en werd na de verplichte lagere jaren afgevoerd van de middelbare mainstream. Er waren geen aparte behandelingen. Tenzij voor het zoontje van de schooldokter en dat van de notaris. De kolom ‘Uitmuntendheid’ in de palmares op het einde van het schooljaar betekende vooral ‘stilzitten en zwijgen’. Afval bestond uit klokhuizen; leeggoed betrof melkflesjes. Goede oude tijden hebben vooral te maken met valse herinneringen aan mooie zomers en dikke sneeuwtapijten.

    En toch werd ik hogeschoolvos.

                                              --------------------------------EINDE---------------------------------


    06-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (24)

    HOGESCHOOLVOS (24)


    Stagebezoeken vormden een belangrijk deel van onze opdracht. Dat betekende: de auto in en de boer op. Ik nam vooral de zuidelijke streek tussen Menen en Oudenaarde (en later nog een stukje Wallonië en zelfs eventjes Frankrijk) voor mijn rekening. Er woonden namelijk niet veel collega’s in het zuiden van de provincie. Door mij (en later een paar anderen) hier in te zetten, kon er bespaard worden op kilometervergoedingen. Door het groeiende aantal studenten ontstond er ook variatie in de bezoeken. Daardoor bezocht ik niet altijd dezelfde stagiair(e)s.

    Aalbeke, deelgemeente van Kortrijk, betrof mijn allereerste missie. Na het openen van een knarsende poort werd ik er door een non verwelkomd met de woorden ‘We hebben niets nodig, meneer’. Op een dag kwam ik in het dorp D. rechtstreeks in een klas binnen. De directeur was er immers niet. Ik wou geen tijd verliezen. Ik klopte aan, er werd geopend door een leerling, ik zei gedag tegen de oudere meester die vooraan aan zijn ‘bureau’ zat, gebarende dat ik niet wou storen en geen tijd wou verliezen, en ging achteraan zitten om de les van de student te bekijken. De meester gebaarde begripvol terug. Na de les ging ik hem vlug groeten en spoedde me na bespreking met de student naar een volgende school. Groot was mijn verbazing toen de week daarna een brief toekwam gericht aan de directie van mijn hogeschool, waarin stond dat de beleefdheid van de stagiair ‘die van de bezoekende lector duidelijk overtrof’. Nader onderzoek leerde me dat de oude meester bekend stond voor zijn grillen en kuren. Zijn collega-juffen en –meesters konden me geruststellen. Ik had echter mijn lesje geleerd. In dat andere dorp H. stapte ik daarom (toevallig) tijdens de speeltijd gezwind op het groepje juffen en meesters af, directeur wellicht inbegrepen. Ik introduceerde mezelf, met open vizier. De begroeting was ietwat dubbelhartig. ‘Ah, pedagoog? Beetje rondtoeren?’ ‘Wat sightseeing gedaan?’ ‘Leuk autoritje?’ De mededeling dat ik geen pedagoog maar vaklector was en dat we het best wel druk hadden, maakte niet veel indruk. Er werd amper naar geluisterd. Een tijdje later vernam ik via via dat ‘men’ mijn korte apologie niet in dank afgenomen had. Ik was blijkbaar als een hond in een kegelspel verschenen.

    Voor de rest verliepen mijn bezoeken vlot, al was het gaandeweg holderdebolder van hot naar her, door allerlei spitsuren heen, via sluipwegen, want ik had door mijn gemengde opdracht in BASO en BALO vaak ook nog lessen te geven in de hogeschool zelf. Van de meeste door mij bezochte stagescholen (lager en middelbaar) maakte ik drie directeuren/directrices mee plus (vaak na de containerfase) een nieuw gebouw. Op den duur kende iedereen me wel: de meeste scholen bezocht ik meer dan vijfmaal, en ook als jeugdauteur gaf ik op veel van die plekken lezingen en voordrachten. Overigens ontmoette ik op die manier ook talloze oud-studenten. Sommige bezoeken waren bijzonder aangenaam. In datzelfde dorp D., waar de oudere meester met zijn grillen en kuren lesgaf, leerde ik later de directeur kennen als een levensgenieter. Hij suggereerde me ‘tegen aperitieftijd’ mijn bezoek af te ronden, waarna we dan ook nog eens uit eten gingen tussen de middag. Dat gebeurde een drietal keren. In een andere school werd ik uitgenodigd om een kijkje te nemen achter het scherm van een poppenkast: een geheime plek voor een flink voorziene koelkast met diverse alcoholische dranken. Op een vrijdagnamiddag werd ik in H. onthaald op oliebollen; de les Wereldoriëntatie was in volle gang. In O. kwam een heuse koe grazen onder het openstaande raam, een halve meter van mij vandaan. In Z. werd ik door de directrice verward met de bekende jeugdauteur Marc De Bel. In een school voor Buitengewoon Onderwijs in K. kregen zowel de leerlingen als de stagiair (later schooldirecteur, daarna definitief geëngageerd in Nicaragua) als uiteindelijk ook de mentor en ikzelf een halve les lang de slappe lach omwille van een laag overvliegend vliegtuig. In H. haperde een stagiaire met haar rokje aan een schoolbank; het werd minutenlang wrikken om het stukje textiel heelhuids uit de houtspleet te krijgen. Van dan af nam ik een Zwitsers mes mee op mijn stagetochten.


    Een kleine bloemlezing van de meest gehoorde onderwijsclichés op stage:

    - Ik moet alle vingers zien.
    - Wie heb ik nog niet gehoord vandaag?
    - Ik heb twee jongens nodig.


    Ik zag hemelse lessen met kennis en humor gebracht. Ik zag ook hoe het helemaal niet moest. En de oorzaak lag niet altijd bij de stagiair.


    01-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (23)

    HOGESCHOOLVOS (23)

    Als oud-Torhoutenaar ‘reisde’ ik dus elke werkdag heen en terug naar Torhout, vanuit mijn woonplaats Heule, noordelijke deelgemeente van Kortrijk. Vele jaren deed ik dat via de combinatie koersfiets – trein, of ik ging de drie kilometer te voet naar het station van Kortrijk, want Heule beschikte niet meer over een station. Zo spoorde ik telkens weer voorbij mijn dorp. Toen we later omwille van familiale omstandigheden een tweede auto kochten, zei ik de openbare vervoering vaarwel. Ik had ondertussen ook wel genoeg van joelende ongewassen scholieren in rokerige coupés. Dat heen en weer rijden naar mijn werkplek in mijn geboortestadje (en de vele verplaatsingen voor stagebezoeken aan studenten) vond ik niet erg. Zowel de trein als de auto betekenden ‘transit’ en ‘quarantaine’ voor mij: ik ontwikkelde er gedurende de rit van drie kwartier bereidheid tot het schoolleven en het lesgeven. Omgekeerd ook de ‘Vorlust’ op thuiskomen en vrije tijd. En het fileleed in West-Vlaanderen viel best mee.


    29-08-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (22)

    HOGESCHOOLVOS (22)

    Hogeschool VIVES organiseerde jaarlijks tweedaagse studiesessies aan de kust. Je was vrij om er deel aan te nemen. Gegadigden werden wel aangespoord om er workshops betreffende hun vakgebied te geven. Een lekker etentje annex ontspanningsavond stonden natuurlijk ook steevast op het programma. Aan de kust staken we altijd een tandje bij. Met de collega’s van onze eigen hogeschool voor lerarenopleiding trokken we om de twee jaar vlak voor de partiële examens medio januari voltallig naar vakantiehuis De Lork in Kemmel. Vergaderingen, uiteenzettingen en workshops bestreken de actuele thema’s en bekommernissen. Telkens ook nodigden we de minister van Onderwijs uit. Of een andere hoge ome uit de onderwijswereld bij gebrek aan een deskundige excellentie. Ooit declameerde ik er een nieuwjaarsbrief voor minister Frank Vandenbroucke. ’s Avonds eerden we de traditie van Picon en ribbetjes op de Kemmelberg. Ook de korte nacht lag in de lijn van de verwachtingen. Sommige schoolvossen gedijen ook des nachts wonderwel.


    20-08-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (21)

    HOGESCHOOLVOS (21)


    In de oude tijden van de hogeschool werden gedurende een zwarte periode drie oudere collega’s uit het regentaat getroffen door gewelddadige drama’s en in diepe rouw gedompeld. De zelfmoord van een zoon, de moord op een dochter en haar kind (door haar man) en nog een blinde moord op een dochter (door een wildvreemde) maakten van onze hogeschool een tijdlang een sombere tempel van gefluister en gemompel. Bijgelovig bang om ‘de volgende’ te zijn, durfden sommigen nog amper het gebouw te betreden, al speelde alles zich ‘in de grote wereld’ af, maar toch ook op betrekkelijk korte tijd. Er daalde een domper op alles neer.


    Ondertussen zijn er ook al een aantal oud-collega’s gestorven. Sommige heb ik zolang als collega en vriend gekend, dat het niet went. Historicus Raf bijvoorbeeld, met wie ik een opperbeste verstandhouding had, hoewel ik politiek helemaal anders dacht. We waren wel vaker de spotvogels waar het nieuwe betuttelingen, verse verordeningen of recente bemoeienissen betrof. Raf: een bruinverbrande ex-motard die als oudere tennisser voortdurend stopte met roken. Antoon was een bekend musicus die later inspecteur werd; Roland doceerde als enthousiast anglofiel… Frans. Jef, jarenlang mijn treinmetgezel, en een van de toonzetters in onze afdeling Lichamelijke Opvoeding, tevens talentvol tekenaar, verloor al jong de strijd voor zijn leven. Zij zijn niet meer onder ons.


    25-07-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (20)

    HOGESCHOOLVOS (20)


    In brieven, en later mails, vroegen oud-studenten me soms iets: een literaire lezing op hun school, taaladvies, boekeninfo… Gewoonlijk vermeldden ze dan wanneer ze afgestudeerd waren, en dat ik ze wellicht of misschien nog of niet meer kende. Dat vormde nooit een probleem. Het mogen er enkele duizenden zijn: mijn geheugen werkt wat dat betreft prima. Namen vergeet ik niet vlug. Maar het uiterlijk ligt ietwat moeilijker: kaalheid, rimpels, haarkleur, omvang, grijsheid, de tand des tijds…


    Ik begeleidde ook enkele honderden didactische eindwerken. Enkelen schreven een heus boek bij mij, met didactische verwerking. Het deed me altijd bijzonder veel deugd later over sommige van die mensen iets te vernemen als schrijver: Patrick Cornillie, Geert De Kockere, Danny Verstegen, Heidi Walleghem, Jeroen Defauw, Katrien Rotsaert (haar eindwerk werd onmiddellijk ook als boek gepubliceerd), Maaike Monkerhey… Toen het mode werd om ‘awards’ uit te reiken, vielen verschillende van die eindwerken in de prijzen.


    Soms werden oud-studenten later collega’s op de hogeschool. Sigrid Tanghe, beeldend kunstenares en performer, volgde haar pa op als lector bij ons. Hugo Verkest keerde bij ons terug als lector RZL (Religie, Zingeving en Levensbeschouwing), na theologische studies.


    Daan Degroote (ook kleinkunstenaar) en Ben Storme zijn tv-journalisten bij regionale zenders in West-Vlaanderen en Antwerpen. Ook enkele nieuwslezeressen en presentatrices komen van ons, zoals Sabine Goethals, die ook met kinder- en jeugdtheater toerde. Mie Bogaerts combineert lesgeven met een carrière als beeldend kunstenares. Theatermaker Piet Arfeuille en dichter Philip Hoorne zijn oud-studenten van collega Jef.


    Er waren ook droevige of duistere verhalen. Soms werden die bekend. Kinderporno, bankfraude, zelfdoding.


    Maar nee, het zijn dus niet allemaal schoolvossen geworden. Een tijdlang vroegen de banken zelfs telkenjare de lijsten van onze afgestudeerden op: onze studenten waren er gegeerd omwille van hun gevarieerde inzetbaarheid. Veel studenten belandden aldus in het bankwezen. En dit lijstje spreekt tot de verbeelding: uitvinder, aardappelboer, politieagent, bankier, priester, beroepsvoetballer, uitgever, bakker, hondentrimster. Veel leerlingen weten niet wat ze missen.


    02-07-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (19)

    HOGESCHOOLVOS (19)


    Een kleine kale volslanke man naderde me op een speelplaats ergens in de Westhoek. Het was net ‘speeltijd’, dat kinderlijke woord voor ‘pauze’. Ik was er op stagebezoek. ‘Ken je me nog?’ Een uitgestoken hand. Ik aarzelde even en monsterde de man wat grondiger, wat gezien zijn vraag niet eens onbeleefd was. Dan wist ik het weer. Het was Renaat. Ik drukte uitbundig zijn hand. Ooit, lang geleden, zat ik achteraan in een oefenklas bij de pottenkijkers, om met andere collega’s examenlessen te beoordelen. Zo ging dat in die tijd. De examenles van Renaat verliep moeizaam. Het ging over gewichten. Gelukkig had hij nog een tweede examenles.


    Annelies’ demonstratieles ging ook met problemen gepaard. Ze had aanschouwelijk materiaal meegebracht. Maar plotseling hupte het uit de doos en was foetsie. Met geen middelen kon het didactisch materiaal weer aanschouwelijk gemaakt worden. ‘Mijn poesje zit onder de kast!’ jammerde Annelies. ‘Gebruik dan het bord maar’, zei de mentor. ‘En maak er een mooie tekening van.’


    Franky was een schitterend student. Hij had al enkele jaren aan de universiteit doorgebracht, met succes, en wou per se in het buitengewoon onderwijs werken. Hij kwam dus bij ons. Een heel positieve keuze. Vooral op gebied van creatief schrijven en toneel blonk hij uit. Ik schreef en regisseerde elk jaar met kerst enkele stukjes, die door diverse groepen in een grote eindshow gepresenteerd werden. Franky blonk er in uit, ook als mederegisseur. Toen hij al geruime tijd weg was uit onze hogeschool, kreeg ik bericht van Fran. Het was afgelopen met Franky. Ze publiceerde nu als jeugdboekenschrijfster verhalen over verandering.


    Maaike Cafmeyer en Kurt Defrancq, twee bekende acteurs, passeerden ook bij ons de revue, soms tijdelijk. Kurt werd zelfs tot tweemaal toe oud-student van mij: eenmaal als scholier (tijdens mijn beginjaren, toen ik ook nog enkele uren in het middelbaar lesgaf), daarna als student lerarenopleiding. Toneel was echter zijn grote liefde. Hij beantwoordde niet alle vragen op mijn examenblad en dankte me op het laatste blanco blad voor een en ander. We bleven later met tussenpozen in contact. Maaike volgde de middelbare lerarenopleiding. Ze kwam uit de bekende theaterfamilie Cafmeyer van Torhout. Piv Huvluv ofte Jan Cattrijsse is een van de pioniers van de stand-upcomedy in Vlaanderen. Ook hij was ooit een van onze Renovieten…


    13-06-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (18)

    HOGESCHOOLVOS (18)


    Naarmate de jaren vorderden en er zich steeds meer studenten aandienden, ondervonden we problemen met die grote instroom. Vakken als Spelling, Uitspraak en Taal (schrijven, lezen, ontleden) bleken in de middelbare scholen nog erg weinig aan bod te zijn gekomen. Net voor die vakken moesten de studenten bij ons lange tijd 60 % halen, zo niet werden ze vanzelf naar een volgende zittijd doorverwezen. Ook de lectoren van de pure kennisvakken klaagden steen en been. Later werd er noodgedwongen gedimd. Er werd gecombineerd. Er kwamen clusters. De niveaus en percentages gingen naar beneden. Maar helaas bleven vanuit andere niet-taalvakken de klachten komen over gebrekkig schrijven en spreken. Moedertaal? Elke dag weer even boven de put met dat vehikel. En ja: we deden ook aan sms-taal, snackjargon, turbotaal en rappen. Maar toch.


    Ik had als germanist zelf de gebrekkige ‘opleiding’ in het aggregaat meegemaakt: getheoretiseer verspreid over een viertal vakken plus een onvoorbereide geforceerde stage te velde op het thuisfront (zonder opvolging vanuit de unief) gevolgd door twee examenlessen in scholen in de nabijheid van de universiteit. Dat aggregaat leek vooral een onderdak voor opzijgezette proffen te zijn. Toen enkele decennia later bleek dat de universiteiten verlekkerd waren op de lerarenopleidingen, ging ik mee opstappen in de antibetogingen. De praktische vorming aan onze hogescholen was de aangewezen weg om leraar te worden. Ofwel moest die vorming op haar geheel in de universitaire opleidingen opgenomen worden. Met ons erbij natuurlijk. Er was echter een groot verschil tussen academisch getheoretiseer en hogeschoolpraktijk. De balans tussen kennis en vaardigheden was in beide kampen nog niet in orde. Maar het was duidelijk dat die in het voordeel van de hogescholen was waar het lesgeven betrof, en het leren lesgeven. Je mag nog zoveel lijvige syllabi over onderwijs van buiten leren als je wil, je kunt binnen het halfuur ook sneuvelen voor een klas die jouw onkunde ruikt. You teach or you do, remember.


    23-05-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (17)

    HOGESCHOOLVOS (17)

    Ik volgde als jonge snaak een paar coryfeeën op. Een tijdlang was ik ook nog hun collega, tijdens hun laatste lesjaren. Guido Cafmeyer was een bekend toneelregisseur (hij won met toneelkring Rembert Torhout diverse keren het Landjuweel) en een geducht leraar Dictie. Ikzelf had hem als leraar in het middelbaar gehad. Priester-dichter Roger Verkarre, Gezellekenner, was de grote te duchten man voor Nederlands en Duits. Ook Jef Tytgat was een legendarische collega voor Taal- en Letterkunde. Die kaap ronden was voor veel studenten een heel karwei. Zoals in de afdeling Lichamelijke Opvoeding het vak Biologie ook voor velen een struikelsteen vormde. Tegelijk met mij deden een aantal jongere collega’s hun intrede in de hogeschool, zodat de ‘oude stijl’ al vlug tot het verleden behoorde. Pedagogen als Danny Wyffels, Raf Feys en Pieter Van Biervliet bijvoorbeeld kregen bekendheid als denkers en publicisten over het onderwijs. Ook vakspecialisten als Ilka Gyselen (wiskunde) en Marc Reybrouck (musicologie, beweging, therapie) lieten zich niet onbetuigd aan het publicatiefront. Toch bleven we nog jaren bekend staan als een strenge ouderwetse school, die niet erg in was voor vernieuwingen. We raakten maar moeizaam af van dat cliché. Onze oude gebouwen hielpen daar niet bij. Een bepaalde periode trokken zelfs vrij veel West-Vlaamse studenten naar de Brusselse hogeschool Sint-Thomas, om daar de lerarenopleiding te volgen. Ik gaf de jongere broer van mijn vrouw de raad dat ook te doen.


    20-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pauze

    ALS DE ROOK OM JE HOOFD IS VERDWENEN

    (Herinnering aan de oude rookkamer in het Sint-Jozefsinstituut in Torhout)

    Het was het tijdperk van ‘Sprint, de sigaret voor de sportman’. De voltallige rookkamer van het instituut is inmiddels… nou: uitgerookt. Vroeger rook het hele instituut naar een rokerij. Allemaal rokerigheid. In de gangen en lokalen hing permanent een verschaalde lucht, bijwijlen zelfs zichtbaar zeilend in slierten die op lijkwaden leken. Half gedronken koppen koffie en te haastig uitgedrukte peuken zorgden daarvoor. De cultus van de sigaret heerste zo ontegensprekelijk dat zelfs niemand er aanstoot aan nam dat peuken op de grond werden gegooid en simpelweg platgetrapt. Zoals in vrijwel elke film. Daarna kwamen er toch asbakken. Eerst van die grote lelijke ijzeren ondingen die op tafels werden neergepoot, in het middelpunt van de belangstelling. Vervolgens nog lelijker gedrochten in de vorm van metalen zuilen op handhoogte naast elke denkbare deur. Nog later verdwenen ook die dan, aan het einde van het tijdperk met gedoogbeleid. Er kwamen hele batterijen politiek correcte verse afvalbakken voor in de plaats: papier, plastic, resten, fruit, groente, batterijen, glas… Die hielden de gebouwen en de omgeving wat schoner, maar ontsierden die ook. In elke hoek of gang trof je zo’n hongerige slagorde ongelijke monsters-met-kleppen aan, in de lelijkste kleuren en bepleisterd met pictogrammen. Afval moest opvallen. Want er waren altijd hardleerse bewoners van Moeder Aarde, die hun klokhuis in de blauwe bak mikten, of die hun boekbespreking in de grijze klep van het restafval propten. Ze konden niet met het luxeprobleem omgaan. Ze hielpen de wereld om zeep.

    Naast de lerarenkamer (waar dapper gerookt werd) was er ook nog een speciale rookkamer, een verdieping hoger. Daar werd koffie gedronken tussen de middag. De leraren speelden er kaart en rookten er nog intenser dan in de lerarenkamer. Het oude hout van de bekleding en de meubels vertoonde ettelijke lagen nicotine, als de jaarringen van een boom. (‘Starcke Tronck, Altijt Jonc’: die spreuk prijkte in een brandglasraam op de eerste verdieping, naast het obligate ‘Ora et labora’).

    In de loop der moderne tijden (computer, gemengd onderwijs, vernieuwde spelling, Europa) begon het: af en toe stopte iemand met roken, met vallen en opstaan, opgeschrikt door de dood van een bekende. Hij bleef wel kaarten en koffiedrinken. De vingers waarmee hij zijn waaiertje kaarten bijeenhield, werden minder geel. Hij werd een kleine held of een rare snuiter in de rokerige wereld van de leraren. Stiekem keek hij wel toe hoe zijn kaartkornuiten hun rook verzaligd inhaleerden en smakelijk weer uitbliezen. Hoe tussen de praatballonnetjes zich ook rookgordijntjes ontwikkelden. Hij was er ‘nog niet van af’. Maar naarmate er meer gestorven werd, werd er ook meer gestopt met roken. De laatste der Mohikanen waren met z’n vieren. Ze speelden kaart aan eenzelfde tafel, vaak bespied door afgunstige ‘stoppers’ die zich afvroegen waarom ze ook alweer gestopt waren. Want die vier bleven maar leven. In dit mekka van de mokka ontbrak er iets. Maar het wende. Uiteindelijk rookten tijd en ouderdom de hele leraren- en rookkamer van het instituut uit. De ultieme democratie, waar de lat voor iedereen gelijk ligt: plat. Nieuwe generaties hebben de oude lokalen een verse bestemming gegeven. Ja: het leven is een sprint naar het graf.


    18-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (16)

    HOGESCHOOLVOS (16)


    Men vond – mee met de trends – allerlei benamingen uit voor wie aan het roer van de hogeschool stond: directeur, prefect, departementshoofd… Maar lang voor daarvan concreet sprake was, lag de echte macht bij de algemeen directeur van het hele jongensscholencomplex (later ‘gemengd’) in mijn stadje. Jozef Noterdaeme, een priester van indrukwekkende hoogte, was letterlijk en figuurlijk de grote man, van lagere school tot regentaat-normaalschool. Hij straalde autoriteit uit, maar legde ook veel begrip aan de dag in diverse moeilijke situaties. Jarenlang nog zat hij de deliberaties op onze hogeschool voor, en hij kende iedere student. Hij was ook als pionier rechtstreeks betrokken bij diverse experimenten in het onderwijs. Zo aarzelde hij bijvoorbeeld niet om als eerste school in Vlaanderen de vernieuwende afdeling Mens-Wetenschappen op te starten, waarbij ikzelf ook een van de proefkonijnen was na drie jaar ‘gewoon' middelbaar. In de middeleeuwen van mijn prillere jeugd, toen ik het eerste leerjaar achter de rug had, zag ik hem voor het eerst op de toenmalige prijsuitreiking in de feestzaal van het instituut: een rijzige statige kerel met zwart krulhaar in een zwart gewaad met oneindig veel knoopjes gehuld. Ik ontving mijn prijsboek (‘Van een konijntje en een ei’) en mijn palmares uit zijn handen. Daarna keken we met z’n allen film: ‘Bambi’. Decennia later zou ik altijd goede contacten blijven hebben met deze uitzonderlijke man: eerst als leerling, daarna als scholier, later als lector aan ‘zijn’ hogeschool, waar hij ook ooit lesgegeven had. Jozef Noterdaeme was een uitermate intelligent en tolerant mens, die ook van bepaalde aspecten van het ontspannende leven kon genieten. Hij loodste diverse probleemgevallen onder zijn personeel doorheen de stormen van de jaren zeventig, tachtig en negentig. Legendarisch waren zijn werkruimtes, die telkens weer op andere plekken ingericht werden, omdat alles ‘groter’ en ‘meer’ werd, vlak voor de computers hun intrede deden. Blijkbaar verhuisde hij zijn werkzaamheden graag eens. De uren waarop hij ’s ochtends begon te werken, spraken evenzeer tot de verbeelding. Ook zijn wijnkelder veroorzaakte wel eens eerbiedig gefluister bij intimi. Toen hij later uit beeld verdween en op een appartement in het stadje ging wonen, belde hij me nog elk jaar op mijn verjaardag op. Mijn respect voor deze man is groot. Latere ‘roergangers’ van de hogeschool hadden best wel weer even bij hem in de leer mogen gaan, om oefeningen te doen in intelligentie, begrip, bevattingsvermogen, ontspanningstalent en verdraagzaamheid. Jozef Noterdaeme was de meest humane religieus die ik aan de frontlinie van het ‘vrij’ onderwijs leerde kennen. Hij maakte onze school zowel groot als bekend.


    25-03-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (15)

    HOGESCHOOLVOS (15)

    Lang geleden, toen de dieren nog West-Vlaams spraken, was er een ‘verzonken’ bibliotheek, in de souterrainverdieping. Beregezellig, vooral bij slecht weer. Door de ramen van het leeszaaltje zag je een parade van benen passeren. Ik heb er aangename herinneringen aan. Ik correcteerde er onder andere de proefdruk van een van mijn eerste romans. De bibliotheek had een hoofdingang onder aan de trappen benedenwaarts en een achteruitgang die zelden gebruikt werd. Om de haverklap was er wateroverlast. Andere schade betrof boekendieven. Lesgevers ontleenden vakliteratuur. Die bleef jarenlang in hun schooltas of werkkamer. Zo dunde de voorraad boeken zienderogen uit. Honderden werken verdwenen in de loop der jaren. De toenmalige biebbaas liet dit oogluikend toe. Enkele boekendieven waren immers oud-leraars van hem. Later verhuisde de bibliotheek, naar hogere verdiepingen. ‘Oude’ exemplaren werden verramsjt. Nog later drong de mediatheek de ouderwetse boekenbieb terug. Cassettes, videobanden, dvd’s, computers, USB-sticks, laptops en tablets deden hun intrede en eisten hun plek op. Weldra nam de – in eigen pr-teksten – zo geroemde vakbibliotheek van de hogeschool veel minder ruimte in dan de ‘moderne’ vleugel. De oude boekerij verbleekte. Bovendien werd uit boeken vooral gekopieerd, o.a. voor lesvoorbereidingen en stages. Vier à vijf fotokopiemachines zoemden dagelijks gezwind. Paradoxaal: in de ruime nieuwe leeszaal zag je bijna niemand echt lezen.


    05-03-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verlichte gedichten

    PERSBERICHT VERLICHTE GEDICHTEN


    Na ‘Amuzementen’ (Leerboek met concrete sessies Muzisch Taalgebruik) publiceert uitgeverij Acco Leuven/Den Haag nu ‘Verlichte gedichten’ (Leerboek over omgaan met poëzie + bloemlezing gedichten) van Joris Denoo. De doelgroep is opnieuw jongeren van 9 tot 14 plus hun juffen, meesters, leraren, docenten of begeleiders. Ook buiten een schoolcontext kan ‘Verlichte gedichten’ functioneren. Leuk, concreet en leerzaam. Net als ‘Amuzementen’ dat kan. Denkt u hieraan ter vervanging van het klassieke paasei, de nieuwe vulpen, het zoveelste kookboek voor een verjaardag, het moeizaam bedachte sintcadeau, de eindeschooljaarsgift aan uw teamgenoten of bij bezoek aan de Boekenbeurs. U kan dit leukste en leerrijkste poëzieboek voor jongeren en ex-jongeren ook vlot bestellen via www.acco.be, rubriek Uitgeverij. Ook voor 'Amuzementen' kan dit nog. Lukt dit niet, dan kan dat ook via joris.denoo@telenet.be of 0479630279. Hier kan u ook een concrete Taalmuzische workshop voor juffen en meesters bestellen, en voor uw pedagogische studiedagen, waarin de beide leerboeken geconcretiseerd worden. September 2017 publiceert de Nederlandse uitgeverij Kleinood & Grootzeer ook een nieuwe dichtbundel van Joris Denoo:  ‘Zwaartekracht’. De gedichten hebben een heel specifiek thema.

    Bron van inspiratie

    'Verlichte gedichten' biedt een mooie bloemlezing poëzie, waarin niet alleen leraren, maar ook leerlingen inspiratie kunnen vinden. Het boek levert bovendien gespreksstof over poëtische teksten van allerlei slag.

    De auteur

    Joris Denoo heeft jarenlang ervaring als docent aan de Lerarenopleiding van Vives, campus Torhout. Hij is ook schrijver, dichter, blogger en columnist en werd bekroond met allerlei verhalenprijzen.

    Contact

    Voor een persexemplaar, de boekcover en de contactgegevens van de auteur:
    Camille Vielvoye, camille.vielvoye@acco.be, 016 62 80 51


    Amuzementen. Muzische momenten met taal, Acco, ISBN 9 789033 480591
    Verlichte gedichten. Omgaan met poëzie, Acco, ISBN 9 789463 441216

    September 2017

    Zwaartekracht. Gedichten, Kleinood & Grootzeer (Nl), ISBN/EAN 978-90-76644-83-7

    Bijlagen:
    CoverVG.pdf (264.5 KB)   


    17-02-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (14)

    HOGESCHOOLVOS (14)


    Doorlichtingen… Visitaties… Controlecommissies… Er was de voortdurende vrees dat ‘the old skool’ gesloten zou worden, of onherkenbaar opgeslorpt en vermalen door een groter geheel, waardoor de ‘eigenheid’ zou verdwijnen. Oudere collega’s woonden ook vaak in de omgeving. Ze hadden er een huis gebouwd. Ze waren er blijven of komen wonen in de waan dat die oude wereld nooit op zou houden te bestaan. Toen de eerste golf van fusies bekend werd – de hogescholen van Torhout, Tielt en Roeselare zouden samengaan met de hoofdcampus in Kortrijk, waar er een vijftal hogescholen floreerden – sloeg de paniek toe. Het oude bestel beefde op zijn grondvesten. Zouden ze dan naar ‘ginder’ moeten om les te geven? Maar allez… dat kon toch niet! Terwijl ikzelf wel een aantal keren per week de omgekeerde beweging beschreef: ‘woonachtig’ zijnde ‘te’ Kortrijk, pendelend naar mijn geboortestadje, om er om den brode les te geven. Enkele grijze muizen verklaarden me ‘zot’. Nee: ik had helemaal geen fusievrees. Van mij mochten alle campussen in Kortrijk gegroepeerd worden, op het Hoge, halleluja. Maar de vrees van de honkvaste oldskoolers was ongegrond. We hadden zo diep wortel geschoten in hartje Houtland dat we mochten blijven bestaan. De lokale angsthazen en doemdenkers konden op beide oren slapen. Sterker nog: ze solliciteerden dankzij die schaalvergroting enkele jaren later zelf naar internationale contacten en stages. Maar daar waren Europese centen voor. Snap je?


    Wat mij betreft: hoe meer en hoe groter er gefusioneerd werd, hoe liever ik het had. Ik kreeg het gevoel dat we, na het ancien regime, eindelijk een volwassen en volwaardige hogeschool geworden waren. Bovendien leverden de samensmeltingen tal van extra contacten op, niet alleen met vakgenoten en gelijkgestemde collega’s, maar ook met andere onbekende werelden. Er was maar één zaak waar wij zelf in uitblonken: ons product betrof onderwijs. Maar was dat wel een product? Nou: eerder een proces. We gaven les over onderwijs. We onderwezen onderwijs. En net die wetenschap maakte dat de andere hogescholen uit onze constellatie ons soms ietwat vinnig of achterdochtig behandelden. We konden immers beschouwd worden als de betweters uit het onderwijs, de pedagoochelaars die best wel wisten welke de aangewezen onderwijsvormen waren en dat ook door wensten te drukken. Ook hier dus woekerden clichés. We waren nooit de meest geliefde afdeling. Leraar? Een beroep dat blijvend gemengde gevoelens oproept. Het zal nooit anders zijn. Tenzij het verdwijnt. En er bestaat een vreselijk gezegde over: ‘Those who can, do. Those who can’t, teach.’


    26-01-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (13)

    HOGESCHOOLVOS (13)


    Een nagel aan mijn doodskist betrof het zogenaamde studentenblad ‘Renoveren’ (cf. ReNo, lees Reno-veren, hebbes?). Jarenlang kweet ik me met grote tegenzin van deze opgelegde taak: het hoofdredacteurschap van een blad ‘voor en door studenten’ dat vooral door immer dezelfde lectoren volgeschreven werd. Het verscheen driemaal per academisch jaar en werd gratis uitgedeeld. Een tijdlang werd het op de moedercampus in Kortrijk gekopieerd. Later werd het uitbesteed aan een heuse drukker vlak bij onze hogeschool in Torhout. Helaas veroorzaakte diens personeel in de behandeling van de teksten om onbegrijpelijke redenen (ik leverde alles op toenmalige diskettes aan) ettelijke druk- en spelfouten. Zelfs na mijn correcties van de proefdruk. Tot grote woede van de auteurs van de teksten. Ik kreeg dan uiteraard telkens de volle laag, terwijl ik nooit heb kunnen achterhalen wat voor geheimzinnigs of vreemds er in de drukkerij met de diskettes en de teksten gebeurde. Het leek er soms op alsof iemand alles nog eens overgetypt had. Nog later mailden we alles rechtstreeks door, en toen ging het wat beter. Tijdens mijn laatste jaren op de hogeschool werd er een kleinere oplage van het blad gedrukt, want weinigen lazen het en je moest al hemel en aarde bewegen om enkele studenten zover te krijgen dat ze eens iets schreven. Het waren dan ook vooral de collega’s die op internationalisering trokken die reportages over hun buitenlandse ervaringen voor Renoveren inleverden. Enkele andere collega’s beloofden jarenlang ‘een stuk’. Zulke stukken schitterden telkenmale door hun afwezigheid. En de makers van die abstracte ‘stukken’ hadden gewoonlijk ook wel aanmerkingen op vorm of inhoud van het blad. Renoveren? Pek en veren.


    11-01-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (12)

    HOGESCHOOLVOS (12)

    Internationalisering, diversiteit en multicultuur werden wel hoog in het vaandel gedragen, maar de eigen ‘allochtone’ studenten vormden in onze hogeschool hoge uitzonderingen, zij het als student, zij het als lector. De provincie West-Vlaanderen lag natuurlijk wel het verst van de grote wereld verwijderd. Vooral mijn eigen campus, in Torhout, hartje Houtland, kreeg zelden een kleurtje. Misschien ook was een lerarenopleiding het laatste waar men dan aan dacht. Ik heb drie zwarte medemensen gekend in het stadje mijner jeugd. En een Hongaars gezin. Lange jaren ook vormde de katholieke godsdienst, niet alleen als schoolvak, maar ook als levenshouding en geloof, een struikelblok voor al wie anders dacht of op een of andere manier van ergens anders afkomstig was. De verstikkende greep van de clerus en hun krampachtige vazallen op het ‘vrije’ onderwijsnet bleef echter nog lang een feit. Ondanks hun evangelie. De katholieken zijn sterk in hun katholicisme onder hun eigen kerktoren. Daar is veel schaduw. Daar ‘verdragen’ ze de zon. Gezegend zij de kerel of de vrouwe die KATHO verving door VIVES.


    What’s in a name? Naamveranderingen hebben, buiten ‘beu’, een reden. Dexia werd Belfius om blamages en schaamrood uit te gommen. PMS werd CLB omdat de leerling centraal moest komen te staan. PVV werd Open VLD omdat er kiezers wegliepen. CVP werd CD&V omwille van dat modernistisch ogend ampersandje. BSP werd sp.a in een wanhopige poging om de oude cultuur de rug toe te keren en weer nederig te worden. Agalev werd Groen! omdat die hippie-afko er te Oostblokachtig uitzag. Het Blok werd juridisch afgeblokt en werd Belang. Lijst Dedecker dekte zichzelf toe. KATHO werd VIVES om andersdenkende ouders, voogden of nieuw samengestelde gezinnen met abituriënten in hemelsnaam niet af te schrikken. Het klonk ook een stuk vrolijker dan die ‘eerbiedwaardige’ mottenballennaam. Mensen vielen of knielden niet meer voor de wierookwalmen van de grote K. En de heidense concurrenten boerden bovendien verdraaid goed. ‘Innovatief’: alle hogescholen stalen voortdurend dat woord van elkaar, zoals tientallen firma’s en bedrijven zich de slogan ‘Wij maken het verschil’ toegeëigend hadden. Wanneer alles en iedereen op elkaar begint te lijken, kies je een andere naam. Ook onze lerarenopleiding zelf onderging diverse facelifts wat de naam betreft. De bloemlezing:


    Regentaat-Normaalschool (de ReNo – leuk bedoeld letterwoord)
    PS (Post-Secundair – ze raakten maar niet van dat middelbaar los)
    PHO (Pedagogisch Hoger Onderwijs – eindelijk ernst)
    LNS (Lagere Normaalschool – klonk zelfbeschuldigend)
    MNS (Middelbare Normaalschool – klonk ook al zo guldenmiddenwegachtig)
    ILLO (Initiële Lerarenopleiding Lager Onderwijs – hogerhand begon zich te moeien – klonk als een koffiemerk)
    ILSO (Initiële Lerarenopleiding Middelbaar Onderwijs – klonk als een meisjesnaam)
    BALO (Bachelor Lager Onderwijs – de intrede van de bavianentaal)
    BASO (Bachelor Secundair Onderwijs)
    En op den duur hadden we ook OAR: Open Avond Regentaat (door sommigen als ‘bo(a)ring’ ervaren)


    26-12-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (11)

    HOGESCHOOLVOS (11)


    Hoelang kan een weetgierige student (soms met ADHD, een variant van de snelle verbinding ADSL) stilzitten om te luisteren naar de hem of haar gepredikte kennis? Soms op oersaaie PowerPoint presentaties in halfverduisterde lokalen waar de lector ook nog eens doorheen ijsbeert? Mijn hogeschool bevond zich op de terreinen van een groot scholencomplex (lager en middelbaar onderwijs in alle varianten). Dat waren ook onze oefenscholen. Later kwamen er nog bij, door de groei van de studentenaantallen. Maar door deze vervlechting met middelbare opleidingen vlakbij hanteerde de campus van mijn hogeschool ook lesuren (later genoemd: contacturen) van vijftig minuten. Zoals bij de leerlingen dus. In andere departementen van onze hogeschoolconstellatie was dat gewoonlijk zestig minuten, eufemisme voor een uur. Later werden we daar wel op afgerekend. Onze ‘lesuren’ vermenigvuldigden zich plotseling. We presteerden alleszins meer dan voldoende werkuren. Overleef maar eens elke dag een (half)volle aula Sturm und Drang, testosteron en ongenadige fashionistablikken. Voorwaar: het waren intense sessies. En sommige liepen vanzelf al uit tot dat symbolische ‘uur’.


    Kwamen ze nog op straat? Om achter borden en spandoeken aan te lopen en leuzen te scanderen? Ik maakte tijdens mijn vier jaar aan de universiteit meer betogingen mee dan tijdens mijn pakweg vier decennia aan de hogeschool. Ik was dan ook extreem geëngageerd, in studententermen althans. Mijn betogingen en stakingen waren puur politiek gekleurd. Een keer bezetten we ook drie weken lang de centrale bibliotheek in Leuven, uit protest tegen de lesinhouden van een Zuid-Afrikaanse professor in onze faculteit. De opstandjes van de hogeschoolpopulatie en hun directies plus lectoren hadden altijd te maken met een tekort aan centen en in den beginne met de vrees voor fusies. De opeenvolgende ministers van Onderwijs kregen ervan langs, maar drukten toch telkens weer hun maatregelen door. Overigens was er ook weinig sympathie van het volk of de burger voor een bende betogende leraren, de recordhouders van ‘vakantiedagen’. En iedereen had in zijn prille jeugd wel eens een muilpeer om de oren of een stevige tik op de knokkels gehad van zo’n schoolvos. Nee: niemand vreesde de onderwijsbetogingen. Vooral niet die van de ‘niche’ van de hogescholen, die toen voor Meat Pie Johnny en House Cooking Sally onbekend terrein was. Later kwamen de hogescholen beter in beeld, via pr, sociale media en een nieuwe beroepscultuur.


    01-12-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (10)

    HOGESCHOOLVOS (10)


    Het oersaaie gedoe van Zinsleer en Grammatica, dat bloederige slachthuis van taal waarin ze de kop en de buik van een zin (‘onderwerp’ en ‘gezegde’) om god weet welke reden van elkaar scheidden, vermeed ik door Tekstvergelijkende Taalbeschouwing in te voeren. Wie spreekt of schrijft met één zin in het werkelijke communicatieve leven? Bijna niemand. Dus ging ik voor tekstfragmenten, die ik onderling vergeleek via een tiental eenvoudige vragen. Ik kopieerde een stuk tekst uit een jeugdboek, een krant, een reglement, een sprookje, een weerbericht, een recept… en bracht er daarnaast ook in een tweede of derde versie naargelang van de aard van de tekst veranderingen in aan: weglatingen, tegengestelde woorden, toevoegingen. De studenten of leerlingen onderstreepten in één tekst de verschilwoorden. Dan volgden de vragen. Kun je bijvoorbeeld in een jeugdverhaal overal mensennamen gebruiken? Zijn alle bijvoeglijke naamwoorden in een sprookje belangrijk? Wat gebeurt er als je de tegengestelde woorden gebruikt? Kun je plaatsnamen of dagen en uren weglaten in een krantenbericht? Hoe klinkt een reglement als je gewone zinnen gebruikt? Welke versie klinkt het best? Is het kortst? Kun je zelf een naam bedenken voor de verschilwoorden die je hebt onderstreept? Heb je al die woorden wel nodig? Kun je ze soms vervangen door andere? Klinkt het fragment beter in een andere tijd? Welke van twee of drie versies komt uit een boek? Een krant? Zo bedreven we Taalbeschouwing die rechtstreeks verband hield met de werkelijkheid, en niet wereldvreemd gebaseerd was op één geïsoleerde zin. We trokken conclusies op stilistisch vak. Bijvoorbeeld: varieer je mensnamen en korte persoonswoordjes. Anders wordt je tekst te onduidelijk of te lang. Overdrijf niet met versierwoorden. Kies consequent voor tegenwoordige of verleden tijd. En ja: de kern van de boodschap van een zin heeft vaak best wel een tijdstip en een plaats nodig, hoewel de muffe grammatica de traditionele bijwoordelijke bepalingen niet tot de korte zin of zinskern rekende. Die konden wegvallen, asjeblief! Laat eens tijd en plaats achterwege op je uitnodiging voor een feestje… !


    Creatief Schrijven had helemaal niks te zien met muffe opstellen over klassieke onderwerpen. Ik lanceerde de OPERA-methode. Elk verhaal, elke film, elk scenario, elk toneelstuk kent ongeveer wel die structuur: Opening, Probleem, Evolutie, Rust, Afloop. Ik gaf de keuze tussen een aantal openingszinnen, waarin een selectie uit wie-wat-waar-wanneer stak. ‘Op de fuif schonk de leider alleen maar rode limonade.’ ‘Ik moet morgenavond om 19 uur in Moskou zijn.’ ‘De zangeres schraapte haar keel en probeerde de eerste noot.’ Daarna moest er iets gebeuren, in de tweede zin. Er moest een probleem opduiken. Dat bracht in de derde regel de motor van het verhaal op gang. Dat moesten we in de vierde regel zien op te lossen. Om in de vijfde regel het deksel op de doos te doen. Leuk? Ze smeekten om meer. Geen probleem: verdubbel elke regel. Geen idee of inspiratie? Geen probleem: jij illustreert het verhaaltje. Leuk het op met typograpjes, kleurwoorden, lettertypes op computer. Bedenk een leuke titel. Wanneer iedereen klaar is, luisteren we naar de verhalen. Wie dat wil, leest voor. Of prikt ze aan het publicatiebord. We vergelijken ook even de opera’s die op eenzelfde beginregel zijn gebaseerd. Leuk! Een kleine raadgeving: ‘Wissel je zinsbouw af.’ ‘Zet er eens een vraag tussen.’ ‘Laat eens iemand iets zeggen of uitroepen.’ ‘Gebruik in je vijf of tien zinnen overal dezelfde tijd.’ ‘Probeer het nu eens in de verleden tijd.’ Alweer zinvolle stilistiek dus. Ik hoorde het wel vaker: ‘Wanneer schrijven we nog eens een opera?’ ‘Ik heb gisteravond zomaar drie nieuwe opera’s geschreven!’. Of omgekeerd: ‘Ik heb de opera gezien in die film op tv.’ ‘Ik herken de opera van dat jeugdboek.’ Ja: schrijven werd een hit. De schrijver in mij juichte. Het was afgelopen met de opstellen over sneeuwtapijten en mijn vakantie.


    04-11-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (9)

    HOGESCHOOLVOS (9)

    We publiceerden onze inzichten en tactieken bij diverse bekende uitgeverijen, in Vlaanderen en Nederland. Soms werden we daardoor zelfs concullega’s, op een ander vlak dan. Een deel van mijn schrijverscarrière is op die manier omgebogen naar de educatieve sector. Eerst kreeg ik zelf kinderen, later gaf ik les aan studenten die les zouden geven aan leerlingen en kinderen. Je moest het als lector ook zelf kunnen. Dus ging ik kinder- en jeugdboeken schrijven en publiceren. En ik ging er het land mee rond, voor grote en kleine groepen kinderen, in biebs, op scholen, in cultuurcentra. Ik leerde daardoor ook op niveau schrijven. Een van mijn oud-studenten werd inspecteur, en daarna uitgeefdirecteur van een grote educatieve uitgeverij. Al jarenlang ben ik daar ook actief als medewerker aan taalmethodes en organisator en schrijver van leesbibliotheken. Ik hou aldus ‘voeling met het veld’ – met excuus voor dit stafrijmende directeurencliché.
    Ik had enkele tactiekjes waar ik me kiplekker bij voelde. De studenten ook. En het zette zoden aan de dijk. De grijze muisjes van leerplannen, eindtermen en diverse doelen konden op hun beide oortjes slapen. Zowel het proces als het product waren zinvol. En verweven met de realiteit. We bereikten ermee wat we wilden en moesten bereiken, op het vlak van Spelling, Taalbeschouwing en Creatief Schrijven. En er heerste vreugde.


    Spelling, dat zwarte beest van velen, betreft maar een technische kant van taal. Nochtans word je er als intellectueel soms zwaar op afgerekend. Vooral die fameuze dt-affaire blijkt een struikelblok te zijn. Terwijl het ‘probleem’ hem enkel en alleen zit in het al of niet toevoegen van een t. Of even luisteren naar de verlengde vorm in geval van voltooid deelwoord. Terwijl bovendien eigenlijk de ei/ij-verwarring nog hoger scoort in de statistieken van de euvels. Spelling is een vaardigheid. Een vaardigheid moet je trainen en onderhouden. Elke les begon ik met tien minuten woordentennis. Ik mepte woorden de groep in. Die schreven ze op. Een twintigtal betwijfelbare woordvormen, enkele werkwoordvormen. Onmiddellijk daarna bood ik de correcte vormen aan. Spelling oefenen via een spelelement: het fietste er op den duur wel in. Ik zorgde er ook voor dat sommige woorden werden herhaald. Op het einde van een semester scoorden veel studenten prima voor Spelling. En na een (zelfs korte) vakantieperiode zag je de curve zo weer dalen: ja, Spelling is een vaardigheid. Elke dag even boven de put, als het kan. Desgewenst quizmatig, spelenderwijs.


    07-10-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (8)

    HOGESCHOOLVOS (8)


    Het sjabloon ‘leraar’ (juf, meester, kleuterleider, lector, docent, professor) krijgt vaak zijn invulling met clichés als ‘vakantie’, ‘stofjas’, ‘krijt’, ‘bord’, ‘punten’, ‘straf’ en nogmaals ‘vakantie’. Ook die ‘cultuur’ is aan het tanen, hoewel de clichés nog hardnekkig de ronde doen, vooral die in verband met vrije tijd en vakantiedagen. Piet-uit-de-Polder en Marina Meesmuiltje mogen daar graag over fulmineren. Zowel mijn collega’s als de juffen, meesters en leraars te velde die we ter gelegenheid van stages bezochten, werkten een behoorlijk aantal uren, ook na schooltijd en tijdens weekends. Ik heb er onderdoor zien gaan aan werkdruk en taaklast. Op de hogeschool kregen we met steeds grotere aantallen studenten te maken, die vaak ook nog een heel eigen parcours volgden. We gaven onze lessen steeds vaker in aula’s. Je kon jezelf een lawine van taken en opdrachten berokkenen.

    Tegelijkertijd werd je ook geacht voor een stuk deel te nemen aan het leven op de campus, soms wel in het kader van Operatie Charme. Ik heb geen enkele leraar of lerares gekend die nooit eens het woord ‘papierwinkel’ in de mond nam. Wie waren toch die onzichtbare grijze mannetjes die iedereen die lesgaf met papieren en documenten om de oren wapperden? We zagen het met lede ogen gebeuren: hoe de tweede klasse van talentloze leraren aan het roer van scholen ging staan en dictaten de wereld in zond. Hoe de directeurtjes van de lege dozen de ‘arbeidssatisfactie’ en het ‘welbevinden’ van hun ‘personeel’ (allemaal woorden die ze zelf hanteerden, omdat ze die ergens gelezen of gehoord hadden) smoorden en hun zogenaamde beleid via opgelegde krampachtige functioneringsgesprekken voerden. En toch had ik parels van collega’s. Krachtige karakters, autoriteiten op hun vakgebied, die zich niet van de wijs lieten brengen door de papieren winden van de nieuwe lichting bureaucraatjes en warmeluchtverkopers.


    12-09-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (7)

    HOGESCHOOLVOS (7)

    Ook het oude geloof verloor van zijn pluimen. We behoorden met onze hogeschool tot het zogenaamde ‘vrij’ onderwijs. Anderhalve eeuw lang zwaaide een bepaald genre clerus er de plak. Na de jaren zeventig begonnen ze al vlug uit te dunnen. Ze trouwden, of ze belandden in de gevangenis, of ze gooiden simpelweg hun kap over de haag. De secularisering van onze hogeschool verliep vrij snel. Bij mijn einde loopbaan werden we ook eindelijk van de onwelriekende benaming ‘KATHO’ verlost. Het werd ‘VIVES’. Ik heb jarenlang het afkowoord voor Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen met tegenzin uitgesproken. Ik ergerde me ook aan dat opgelegde e-mailadres. ‘VIVES’ bekt ietwat humaner. Erasmus was namelijk een tijdlang een goede bekende van bedoelde man. En het is geen duistere afkorting. Hoewel twee van mijn drie departementshoofden priester waren, heb ik me nooit belemmerd gevoeld in doen en laten wat religie betreft. Gaandeweg verviel de verplichting om bepaalde rituelen massaal mee te maken. Het vreemde ‘vak’ Godsdienst werd door de betrokken collega’s ook meer en meer filosofisch ingevuld. Internationalisering zat daar voor een flink stuk tussen: de wereld woei onze school binnen, en wijzelf waaierden ook uit. De laatste twee decennia van mijn carrière merkte ik ook dat onze studenten meer en meer stage liepen in andere onderwijsnetten, en er zelfs definitief werkzaam bleven. Ook in het buitenland.


    Ze zeggen dat je twee beroepen met veel kansen op een correcte gok kunt herkennen: apotheker en leraar. Over de pillendraaier kan ik het niet hebben. Ik wou ooit wel van poedertjes, pillen en drankjes mijn beroep maken, tot ik besefte dat ik daartoe ook ‘winkel’ moest houden en dagelijks met zieke oude vrouwtjes en mannetjes te maken zou krijgen, tot laat in de avond en ’s zaterdags. Dat plan werd door mij geaborteerd; ik werd geen witjas die hoestpastilles verhandelde en onnodig kuchte bij de verkoop van condooms.


    21-08-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (6)

    HOGESCHOOLVOS (6)


    De almacht van de leraar en zijn school taande. Ouders of voogden werden mondiger; advocaten roerden zich. Cijfers moesten gestaafd kunnen worden. Vaag gemompel over gebrek aan kennis, onvolkomen vaardigheden of twijfelachtige attitude werd niet langer aanvaard. Ooit werd een telefoongesprek van mij met een oudere broer van een gezakte student opgenomen; mijn gesprekspartner bleek advocaat zijn. Ik kwam heelhuids uit de situatie, maar was een verwittigd man. Een andere keer probeerde een vader me te beïnvloeden middels huisbezoek met een reusachtige zak snoep voor mijn kinderen. Ik stuurde mijn vrouw wandelen en werkte op een zo beleefd mogelijke manier de kerel naar buiten. Ik zond daarna de gezakte student nog extra documentatie en oefeningen, maar die liet niets meer van zich horen en koos na die zomer voor een andere hogeschool. Zonder dank.


    De oude cultuur verbleekte zienderogen. Ook in dit bastion van onderwijs, bijna per definitie een heel conservatieve burcht. Diplomaplechtigheden werden opgeleukt met prettige speeches, waar ik na verloop van jaren voor aangesproken werd. Ik maakte er telkens een orgelpunt van, onder de spetterende zon van juni of september. Leuke reizen en internationale uitwisseling gingen tot de mogelijkheden behoren. Struikelblokken en obstakelvakken konden de studenten meenemen naar een volgend studiejaar, om het euvel pas dan aan te pakken. De student moest centraal staan. Enjoy Learning: de Centrale Diensten van onze hogeschool bekten een mondvol Engels om duidelijk te maken dat het er leuk aan toeging. Nou, leuk was alvast de jaarlijkse driedaagse trip naar Parijs met de laatstejaars, waar ik, samen met twee andere collega’s, ’titularis’ van was. Het werd telkenjare meer een kroon op het werk dan een pedagogische trip. De laatste jaren bezochten we zelfs geen scholen meer; we vervingen alle schoolvosserij door cultuur en amusement. Want bij thuiskomst wachtten de slotkilometers van de opleiding, met o.a. ook het afleveren en verdedigen van het eindwerk. Vaak kreeg ik in die gezellige bus naar Parijs een achterwaarts visioen, zeg maar nachtmerrie: hoe ik als scholier op woensdagnamiddagen een lange sliert ‘normalisten’ en ‘regenten’ door mijn stad zag trekken, per twee, in een ‘rang’, begeleid maar vooral in de gaten gehouden door een paar onnodig strenge ‘studiemeesters’. Dat betrof een portie ‘ontspanning’ op de toenmalige hogeschool. Gedachten aan gevangenissen en concentratiekampen lagen voor het rapen. Nee: ik heb er nooit van gedroomd in zo’n muffe rij te stappen. Of ooit zo’n kudde te leiden.


    28-07-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (5)

    HOGESCHOOLVOS (5)


    Onder mijn collega’s was ik de schrijver en de notenkraker. Ik slaagde er na verloop van jaren zelfs in om zo’n in onbruik gebleven internaatskamertje op de hoogste verdieping in te palmen als werkplekje en stapelplaats. Men gunde me dat als schrijver. Het notenkraken bedreef ik allang. Ik was verslingerd aan okkernoten. Misschien ook omdat ze op hersentjes leken. Elk jaar kreeg ik zakken van dat lekkers cadeau van collega’s met dergelijke bomen. Ik kon er het hele jaar mee door, in die mate zelfs dat ik er een flinke hoeveelheid van verder liet drogen en ze pas een jaar (of twee) later kraakte, want ik hield vooral van de droge. Mijn werkplekje werd aldus ook een voorraadschuurtje. Het droevigste moment van mijn afscheid aan de hogeschool betrof de vijf foto’s die ik van mijn biotoopje nam. Ik zou de fluitende wind missen, het uitzicht op de spoorweg en het even alleen-zijn midden een prettige drukte.


    Drie jaar lang ongeveer, nog net voor de grote gelijkmakers en de uniforme verordenaars hun intrede deden, liet ik mijn syllabi op geel papier kopiëren, omhuld met een rozerode cover. Mijn studenten hadden dat graag. Ze vergaten hun syllabus Nederlands ’s ochtends niet, wanneer het vak die dag op het rooster stond: hij viel zo op tussen de andere bleke syllabi. Wanneer ze mijn syllabus in de klas of de aula open spreidden, soms zo’n veertig à vijftig, werd het een bijzonder kleurrijke les. Overal bloeiden zonnebloemen. Maar toen sloop de goedkope gelijkmakende uniformiteit van de grijze muizen in de hogeschool binnen. Terwijl net die dassendragers hun mond en PowerPoints vol hadden van creativiteit en diversiteit. En het werd met de jaren erger, toen alles even plat gemaakt werd. Veiligheid, grijsheid, herkenbaarheid. En dan maar gastsprekers over laten komen in verband met expressie, creativiteit en muzische vorming. Het is een van de weinige redenen waarom ik blij ben dat ik daar geen deel meer van hoef uit te maken. Ik zou stikken.


    06-07-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (4)

    HOGESCHOOLVOS (4)

    Het was mijn droom niet. Vooral niet wat de plek betreft: terug naar af, zo voelde het aan. Maar het wende. En ik begon er van te houden. (Zelfs op zo’n antieke Dag van de Arbeid, 1 mei, spoedde ik me ooit naar ‘mijn werk’, in het gezelschap van een al net zo werkwillige student. Bij aankomst verwonderden we ons over de stilte om ons heen. Dat is maar eenmaal gebeurd.) De hogeschool, waar ik tijdens mijn jeugdjaren met argwaan naar gekeken had (die lag vlak naast onze middelbare school), werd gaandeweg ‘mijn’ hogeschool. Maar nog vele jaren zeiden en schreven we: Normaalschool en Regentaat. Pas later werden die oubollige termen vervangen door deftiger aanduidingen. De trein was ook altijd een beetje reizen, zoals een van de slogans toen luidde: het pendelen, hoewel het zich in mijn geval provinciaal voltrok, gaf me toch een klein beetje een gevoel van vrijheid, al moest ik er soms vroeg voor uit de veren.


    Mocht men me naar mijn beste ervaring of herinnering vragen, dan zou ik ongetwijfeld mijn omgang en contact met de studenten vermelden. Nog altijd is er mail- en mediaverkeer tussen tientallen van ze en ikzelf, in mijn hoedanigheid van oud-lector of schrijver. Met sommige ervan ben ik levenslang bevriend geworden. Enkele zijn zelf schrijver geworden. Of acteur. Zelfs stand-upper. Ik ontmoette er ook die ik voor mijn vakken gezakt had. Dat liep nooit op een schermutseling uit. Er heerste begrip. Een politieagent uit Brugge laat nog af en toe iets van zich horen… en dat is zielenzalf. Idem dito voor een slager uit de polders, die me bijna veertig jaar na datum in een brief bedankt voor de bijlessen Engels die ik hem in mijn debuutjaar gaf. En mijn jongste zus (en mijn pa) hebben het me ondertussen, naar ik hoop, vergeven dat ik haar voor Spelling een onvoldoende gaf. Maar er gaat ook geen jaar voorbij, of er wordt onder die duizenden oud-studenten gesneuveld. Iemand verongelukte. Iemand hing zich op. Iemand viel uit een raam. Iemand werd vermoord. Iemand (maak hier maar meervoud van) verloor de strijd met de grote K. Iemand verdronk. Iemand verdween. Ik zie ze nog voor mij, waar ze zaten in de klas: Ludo, Carine, Jan, Gino, Els, Lieven, nogmaals Jan, Sophie, Bianca, Patrick, Virginie, Emmy, Sarah… en de anderen. Ik hoor het nog zeggen: ‘We zullen je nooit vergeten’.


    Drie jaar voor ik de hogeschool verliet, lag er een anoniem briefje in mijn correspondentiebakje in de hall: ‘I wish I’d had a father like you’. Nauwkeurig leesbaar gekalligrafeerd. Ik heb nooit geweten van wie het kwam. Een mooier compliment kon ik me niet wensen.


    06-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (3)

    HOGESCHOOLVOS (3)


    Carpooling en kotleven hadden al geruime tijd het ancien regime van inslapende studenten in piepkleine instituutkamertjes verdrongen. Van klassieke reguliere studenten was ook in mindere mate sprake. Velen deden aan gevarieerd leren, aan gecombineerd werken en studeren, aan avondonderwijs, aan afstandsopleiding. Ze waren mobiel geworden. Propageerde de hogeschool immers zichzelf niet middels de wervende woorden ‘centraal gelegen – vlot bereikbaar’? Koketteerde ze niet met de metafoor ‘de navel van de provincie’?

    Oude tuchtmeesters hadden geen vat meer op dit alles. De school plooide zich naar de realiteit. Alleen nog voor zware delicten tijdens contacturen, examens of op stage kon je geschorst worden. Voor de rest kon geen enkele pedagogische dinosaurus je nog aanspreken in verband met haartooi, klederdracht, neusringetje, tatoeage of seksuele voorkeuren. De gezagsverhouding meester - leerling was volwassen geworden. Er kon gepraat en gediscussieerd worden. Op deliberaties over stage- en examenpunten werden objectieve maatstaven gehanteerd, want hier was de computer de baas.

    Het is nooit mijn droom geweest om leraar te worden. Ik ben er wel van gaan houden, in de loop van de jaren. Mijn keuze voor Germaanse filologie aan de universiteit had enkel en alleen te maken met mijn liefde voor taal en boeken. We waren de erudiete post-zestig generatie. ‘Under the Volcano’ van Malcolm Lowry en ‘Harvest’ onder de naald van Neil Young waren onze bijbels. Tot ons afgrijzen doemde in het eerste licentiejaar van onze ‘masteropleiding’ het spook van het ‘aggregaat’ op: een pakket theoretische en praktische zaken die leidden tot het verwerven van een extra getuigschrift om les te mogen geven. Dat stond haaks op onze wereld, waarin helaas weinig plek was voor journalisten, kunstenaars en schrijvers. Twee gedrochten gaapten de meesten van ons aan: het leger en het onderwijs. Na een afketsende poging tot vervangende culturele burgerdienst ging ik omwille van familiale omstandigheden nogal laat in mijn leven dan maar het Belgisch leger in, afdeling Medische Dienst, sectie Personeel. Ik was zelfs al getrouwd, en in volle verwachting van een tweeling. Ik leerde er met ambulances, jeeps en vrachtwagens rijden, banden wisselen, dokters assisteren, marsbevelen en treintickets uitschrijven en gewonde dronken militairen transporteren. Voor boekenwurmen als ik leek het onderwijs de minst slechte van de mogelijkheden. Het ging toen echter niet goed op die arbeidsmarkt, medio jaren zeventig. Maar uiteindelijk, na korte omzwervingen in een middelbare school en in een hoger instituut voor toerisme en vertaler-tolk (waar een aantal van mijn studenten ouder waren dan ikzelf), belandde ik in de hogeschool voor lerarenopleiding, in mijn eigen geboortestad dan nog wel, waar ik inmiddels uit verhuisd was.


    18-05-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (2)

    HOGESCHOOLVOS (2)

    Er schiet me een ‘schoolvoorbeeld’ te binnen van de oude cultuur waarin ik aanvankelijk belandde. Op dinsdagvoormiddagen stonden voor bepaalde groepen demonstratielessen gepland in onze lagere oefenschool. Op mijn uurrooster merkte ik dat ik op diezelfde tijdstippen ook theoretische lessen moest geven aan andere groepen. Ik informeerde naar de haalbaarheid hiervan. ‘Geen probleem’, vertrouwde de toenmalige directie me toe. ‘Dat zijn onzichtbare uren. Je kiest zelf. Maar probeer toch de eigenlijke lesuren voorrang te geven.’ Ja: het was er oud, maar ook ‘rekkelijk’.


    ‘Uitgesleten’. Het is het woord dat het best weergeeft hoe de gangen, deuren, trappen, banken er in dat oude gebouw bij lagen, hingen of stonden. Koelte en warmte tegelijk. Niets kon er stuk gaan. Alles was er te stevig. Op termijn voorzien op passages door duizenden jongelui met Sturm und Drang. Dit gebouw kon de wildste betogingen en hevigste samenscholingen aan. Zijn gangen konden kolken van verzet en oproer slikken. Zijn deuren konden traditie barricaderen. Zelfs de oude complete collectie Encyclopaedia Britannica, die zich niet in de bibliotheek maar in geprangde slagorde in een pronkkast in de ‘club’ bevond, leek een deel van de versterkte vesting te vormen. Een onderdeel eruit wrikken, zou krachten vergen. In die ‘club’ kwamen de studenten tijdens de lespauzes samen, zittend op lange banken die tegen de wanden aan waren gemonteerd. Verder was er vrijwel niets, tenzij enkele grote metalen asbakken op een zestal tafels. Het binnenplein was van eenzelfde orde. Het bestond anderhalve eeuw uit niets. Steen. Het was een kopie van zoveel speelplaatsen of schoolpleinen in de middelbare en de lagere scholen, maar er werd niet meer gespeeld, wegens te oud en te ernstig. Er werd alleen maar gerookt. Pas eind twintigste eeuw plantte de burgemeester van de stad er een boom. Er kwam een heuse binnentuin, met zitbanken, asemmers en vuilnisbakken. Tolerantie, diversiteit en milieu, weet je wel. Ik herinner me zowel de oorlogsdampen in examentijd en de platgetrapte peuken in de gangen als het latere extreme rookbeleid op milieubewust recyclagepapier. Met de nieuwe verdraagzaamheid had een ander soort intolerantie zijn intrede gedaan.


    ‘Glas’. Dat is het transparante woord dat het best weergeeft hoe het nieuwe gebouw het oude uitbreidde, ja: stutte. De overgang tussen oud en nieuw, gelijk de entree tot de nieuwe kathedraal, werd gevormd door een commercieel uitgebate eetruimte voor de studenten. Makkelijke zitplaatsen, ronde tafels, fruitbalie, vlotte aanschuifmogelijkheid met zicht op allerlei snacks. Vanuit deze pitstop had je een panoramisch zicht op de nieuwe sporthal. Brood en spelen, moderne versie. Zelfs de vloer waarop je liep om bepaalde praktijklokalen te bereiken, was van glas. Dit nieuwe gedeelte werd omgeven door een gazon met een kunstwerk en een aantal parkeerplaatsen. Op de interessantste zijde van de kale huls van deze robuuste kathedraal prijkten in rode en zwarte koeienletters op een gigantisch canvas de naam van de hogeschool en zijn afdelingen: de kant gericht naar de spoorlijnen. Onbetaalbare reclame. Eerbiedwaardigheid kreeg marktwaarde. Ook op het nabijgelegen voetbalveld verrees een houten paneel met dezelfde barnumbedoelingen.


    28-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hogeschoolvos (1)

    HOGESCHOOLVOS (1)

    Eerst was er alleen maar het oude centrale gebouw. Dat was natuurlijk ooit nieuw geweest, maar ze gingen er prat op dat hier de oudste vestigingsplaats van het land was voor lerarenopleiding. Daar hoorde dus een vroegoud pand bij. De grens tussen mufheid en vintage was makkelijk te trekken: muffe mensen kenden het begrip ‘vintage’ niet, vintage folks moesten geen mottenballenmensen. Vroegoud dus. Een tijdelijke sarcofaag voor duizenden jonge mensen die meester wilden worden. Of leraar. Veel later kwamen er stukken bij, wegens gebrek aan ruimte, en om te kunnen concurreren met andere hogescholen, meer dan honderd vijftig jaar moderner dan het moederschip. In die nieuwste gedeelten werden ook de meer praktische vakken ondergebracht: muziek, beweging, sport, dans, biologie. Gaandeweg zelfs voedingsleer, verzorging en bio-esthetiek. De theoretische en pedagogische vakken bleven in het oude gebouw, waarvan de ruime souterrains onderdak boden aan de beeldende vorming van de studenten. Informatica kreeg de middelste verdieping toegewezen.


    Vanuit bijna het hele gebouw keek je op een begraafplaats uit, daterend uit de tijd dat het nog voor een groot deel een kerkhof was, vooral bestemd voor het kruisleger van de katholieken. In de loop der jaren was aan de periferie van de stad een nieuwe begraafplaats verrezen, met meer oog voor diversiteit, hoewel die ook voor driekwart bestond uit egale krijtwitte kruisen met egale inktzwarte letters en cijfers.


    In de lerarenkamer van weleer kwamen alleen wereldvreemde dinosaurussen: de heren die doceerden. Ze hadden ieder hun voorbehouden stoel, predikten hun kennis van achter katheders en hingen wekenlang hun doorrookte lijf in hetzelfde grijze kostuum op. Een oudere poetsvrouw voorzag ze van koffie middels een rochelend en smachtend apparaat uit de tijd toen de kippetjes nog keurslijven droegen. Er hing een geur van geleerde mufheid in die antieke lerarenkamer. Portretten van oude directeuren en een afbeelding van piramiden ontsierden de ene wand. Voor de andere stond een gigantische kast op hoge poten, waar de docenten papieren in kwijt konden. In een latere epoque, toen public relations, gemengd onderricht en sociale media belangrijk werden, barstte de oude hogeschool uit haar voegen. De lerarenkamer, waar ondertussen ook al vrouwenstemmen in weerklonken, verhuisde naar een ruimere plek, en het korps (m/v) vervijfvoudigde.


    Sommige studenten vonden het er vreselijk; andere beleefden er de tijd van hun leven. Er werden er zowel verwijderd als bevoordeeld. Na de jaren zeventig groeide de tolerantie, maar die werd nog meer en vooral benadrukt door de concurrentie met andere hogescholen, hakbijlcomités die nauwgezet studentenaantallen en lectorenopdrachten in de gaten hielden en allerlei controlecommissies. Als je als instituut wilde overleven, moest je scoren met aantallen. Werven werd de boodschap. Iedereen welkom. Offensief Charme. Diversiteit, tolerantie. Bovendien kwam de oude lerarenschool in de jaren negentig terecht in een extra stroomversnelling: die van de grotere gehelen. Weldra was de oudste ‘normaalschool’ van het land een onderdeel van een constellatie die zich provinciaal, later nationaal voordeed. Alleen de onderwijsnetten veroorzaakten nog scheidingen, niet langer de geografie. De docenten van de lerarenopleiding kregen nu ook collega’s op vakgebieden als biotechnologie, dierenzorg, handelswetenschappen, bedrijfskunde, agro-industrie, informatica, verpleging, vroedkunde, recreatiemanagement, hotelwezen, eventorganisatie en toerisme.


    Van medio jaren zeventig tot medio tweede decennium van de daaropvolgende eeuw was ik er lector Taal, Letterkunde, Nederlands, Expressie, later aangevuld met Culturele Animatie, Uitdieping Expressie, Taalmuzische Vorming en Omgaan met Anderstaligen. Na de fusies van de hogescholen in de jaren negentig, vaardigde men uit dat de term ‘lector’ geprefereerd werd boven ‘docent’ om onze functie aan te duiden. Net toen ik van deze arbeidsmarkt verdween, veranderde de naam van mijn hogeschool. KATHO werd VIVES. Ik heb dus de oude en de nieuwe tijden meegemaakt. Ook wat ruimte betreft, maakte ik bewegingen mee. Ik ben geboren in Torhout, waar mijn hogeschool gevestigd is. Na mijn studies in Leuven verhuisde ik naar Kortrijk, waar de centrale diensten en een flink deel van de andere hogescholen zijn. Dat werd dus pendelen… naar waar ik oorspronkelijk vandaan kwam. Ietwat bizar, maar de wereld is klein. Andere factoren speelden daar een rol in.


    12-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 30: Eenhoorn

    EEN EENHOORN IN JE TUIN


    Pippa ziet af en toe een eenhoorn in de tuin van Opoe. Wie anders kan die mooie tulpen opgegeten hebben? Wie gelooft haar? Wie gelooft haar niet? En bestaat de eenhoorn nu echt? Meester Brekebeen heeft er alvast grote problemen mee.

    Bijlagen:
    EENHOORN.pdf (603.3 KB)   


    10-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 29: Schaak!

    SCHAAK!


    Is schaken moeilijk? Kun je het makkelijk leren? Is het leuk? Hoe zit het in elkaar? De piepjonge Wilma heeft er alvast weinig problemen mee. Leer schaken samen met haar!

    Bijlagen:
    SCHAAK.pdf (331.1 KB)   


    08-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 28: Hop!

    HOP PAARDJE HOP!


    Wie kent het paard van Troje niet? Het is wat men noemt een klassieker. Maar hoe zat het ook weer in elkaar? Dit verhaal vertelt het.

    Bijlagen:
    HOP.pdf (2.4 MB)   


    06-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 27: Hoorspel

    SPANNING IN HET HAVERMANSNEST

    LUISTERSPEL

    Wist je dat leerlingenhoofden na schooltijd opzwellen?

    Bijlagen:
    HAVERMANSNEST.pdf (1.6 MB)   


    05-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 26: Wuif

    DE WOENSDAGWUIF

    De opa van Wilma is een beetje gek. Nou: niet echt gek, maar leuk gek. Hij zegt soms dat hij Europa heet. Dan tovert hij chocoladen euro’s uit je oren. Hij zegt dat meeuwen schreeuwen omdat ze bang zijn dat ze kunnen vallen. De oma van Wilma bakt lekkere cake met noten. Die gekke Europa noemt haar soms Aroma omdat het dan zo heerlijk ruikt in de keuken. Ze maakt ook soldaatjes van brood. Die gaan kopje-onder in het geel van een ei. Of in een zeetje van melk.

    Bijlagen:
    DE WOENSDAGWUIF.pdf (180.9 KB)   


    04-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 25: Vallen

     ZWAARTEKRACHT                                                                                         

     

     

    Boekhouder Arend en lerares Rapunzel ontmoeten elkaar doordat ze allebei van de wind houden. Ze trouwen en krijgen een dochter: Sheree. Het is een heel speciaal kind. Een verhaal over vliegeren, een spiegel, graffiti en zwaartekracht. Met een echte getuigenis erbij.

     

    Bijlagen:
    ZWAARTEKRACHT.pdf (425.8 KB)   


    03-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 24: Schoenen

    STOUTE SCHOENEN & SPIKES                                               

    (0f hoe ik kampioen hardlopen werd)     

     

    In de straat van Tom (de ik-figuur), broer Bart en broer Filipje is een groothandel die lelijke schoenen verkoopt. Er is ook een kleine bieb in dat gebouw, dat bewaakt wordt door een vervaarlijke hond aan een ketting. Tom heeft twee grote problemen en zoekt naar een oplossing …

     

    Bijlagen:
    STOUTE SCHOENEN.pdf (434.7 KB)   


    02-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 23: Stilte!

    STILTE !                                                                                                         

     

     

    Het smartboard in de klas van meester Tim vormt de grens tussen een stille wereld en een lawaaiwereld. Voorbij die grens worden de meester en zijn zesdeklassers andere mensen. Na een uitstapje in de stiltewereld openen de kinderen van de zesde klas een stiltewinkel midden in de dreunende stad. Wat verkopen ze daar allemaal?

    Bijlagen:
    STILTE!.pdf (420.7 KB)   


    01-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 22: Eliott

    ELIOTT DE RAAF                                                             

    (3, 7, 21, 28, 39, 42, -5-)

     

     

    Terwijl de redactieleden van magazine AHA! vergaderen in café De Noorman, steelt een getemde raaf een winnend loterijbriefje van een oude vrouw en vliegt ermee weg. Op hetzelfde ogenblik hebben ergens in een stadsparkje Gwenny en Arne ruzie …

    Bijlagen:
    ELIOTT DE RAAF.pdf (442 KB)   


    31-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 21: Maanreis

    EEN VLAMING OP DE MAAN                                                   

    (Een historisch scifiverhaal)

    2024. Sidderend van verlangen om aan de aardse zwaartekracht te ontsnappen, stijgt de raket ALICE van op de Amerikaanse basis MOONSHINE op naar de maan. Aan boord bevinden zich een Mexicaans-Canadese en een Vlaamse astronaut. De landing op de maan wordt door miljoenen mensen via satelliet gevolgd. En dan gebeurt het…

    Bijlagen:
    EEN VLAMING OP DE MAAN Joris Denoo.pdf (553 KB)   


    30-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 20: Gans

    DE SNEEUWGANS                                                                          

    Een verhaal van Duinkerken

     

    Af en toe wordt de wereld opgeschrikt door oorlogen. Vroeger moesten we de plaatsen en de data van al dat krijgsgewoel uit het hoofd leren. Om goede punten te behalen? Om de wereld van vandaag beter te kunnen begrijpen? De mooiste verhalen en geschiedenissen zijn echter niet in de leerboeken beschreven. Die moet je zelf zoeken. Of toevallig ontdekken. Je krijgt er ook geen goede punten voor. Maar als iedereen ze zou lezen, zouden het wapengekletter en kanongebulder op deze planeet al vlug verstommen. Het verhaal dat hier volgt, is er zo een. Het werd geschreven door Paul Gallico (1897 – 1976). Het is een verhaal over liefde, oorlog, opgroeien, kunst en natuur. Het heet De Sneeuwgans, een verhaal van Duinkerken. Maar het speelt zich ook voor een stuk in ons land af. Het is het ontroerendste verhaal dat ik ooit las. Het verscheen (in het Engels) voor het eerst in 1941. Na de Tweede Wereldoorlog, in 1946, werd het in het Nederlands vertaald. Op mijn beurt vertel ik het na.

    Bijlagen:
    De Sneeuwgans Joris Denoo.pdf (494 KB)   


    29-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 19: Kiezen

    ROOD OF GEEL

    (eerste leerjaar)

    Bijlagen:
    Rood of geel.pdf (297.7 KB)   


    28-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 18: Vis

    IRMA LUST GEEN VIS

    (eerste leerjaar)

    Bijlagen:
    Irma lust geen vis Joris Denoo.pdf (305.7 KB)   


    27-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 17: Niet nat

    NIET NAT, LIN!

    (eerste leerjaar)

    Bijlagen:
    Niet nat.pdf (253.7 KB)   


    26-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 16: Bloot

    BLOOT IN DE BOOT!

    (eerste leerjaar)

    Bijlagen:
    Bloot in de boot Joris Denoo.pdf (235.3 KB)   


    25-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 15: Tingeling

    TINGELINGELING!   

     

     

    Winkelen, shoppen, kopen, verkopen, het winkeltje, de kiosk, de markt, de galerij: waar hebben we allemaal centen voor nodig? En waar halen we wat?

     

    Bijlagen:
    TINGELINGELING.pdf (104 KB)   


    24-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 14: Windekind

    WINDEKIND                                                    

     

      

    Windekind houdt zielsveel van waaiweer. In dit verhaal droomt en schrijft het over de grillen en de fratsen van de wind.

    Bijlagen:
    WINDEKIND.pdf (142.5 KB)   


    23-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 13: Jasmien

    JASMIEN DERTIEN

     

    Het is kwart over vier. Oktober, een rustige herfst. In villa Perlefina in de Anjelierenlaan in Engeldam is het zo stil als op de maan. Alleen als je je oren spitst, dringt het rinkelbelkabaal van het schoolpiekuur tot hier door. Villa Perlefina is een oase van groen, bruin en oker. In de tuin lispelt de herfstwind in de boomkruinen. In huis is het bladstil, op het tikken van de staande klok na. Achter in de tuin ligt de gevlekte hond Pavlov kwijlend aan zijn ketting te suffen. Hij is al zo oud als de straat waar hij woont, en eigenlijk helemaal niet gevaarlijk. Van de meeste villahonden kun je dat laatste niet zeggen. Die ketting belet hem te verdwalen in de uitgestrekte tuin voor, naast en achter villa Perlefina. Hij heeft zoveel vlekken op zijn huid dat het lijkt alsof hij hevig ziek is. Maar Pavlov heeft noch de mazelen, noch de windpokken. In zijn hondenleven heeft hij alle pupziektes al gehad. Hij is alleen maar een bejaarde, vermoeide, gevlekte viervoeter met een Russische naam. Pavlov mag dan al oud zijn, zijn dromen zijn wel nog altijd zo rood als de vitrine bij slager Hennebel in de Lenteslastraat. Het bord aan het ijzeren toegangshek is dus een waarschuwing die je rustig in de wind kunt slaan: HIER WAAK IK! OPGEPAST: GEVAARLIJKE HOND.

    Bijlagen:
    JASMIEN DERTIEN.pdf (322.4 KB)   


    22-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 12: Splash!

    SPLASH !

     

    (TSUNAMI IN DE PEPERSTRAAT)

                                                                                          

    De lucht boven de stad zag zo grijs als een olifantenvel. Vele liters hemelwater waren daarnet naar beneden gesausd. Het regende nu nog wat na. Auto’s passeerden op pletsende banden. In de grote winkelstraat was het een ballet van paraplu’s geweest. Nu verdwenen die een na een in het niets, als bellen die stukspatten.

    Bijlagen:
    SPLASH!.pdf (1.8 MB)   


    21-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 11: Poëzie

    DE VUILNISKAR ZINGT HALLELUJA

     
    Poëzie voor jong en ouder

     

     

                                                    

    De vuilniskar zingt halleluja, de zeehond traint de oppasser, de aardbeientaart is jarig, de bomen veroorzaken wind: in deze poëzie voor jong en ouder krijgt taal een halve draai om de oren, zodat een en ander eens vanuit een ongewone invalshoek wordt bekeken. Door de ogen van de dichter krijgen de dingen een kleurtje, zodat ze soms zelfs ophouden gewoon ding te zijn. Dat proberen deze gedichten te doen: vuilniswagens te doen zingen. Gesnopen?

    Bijlagen:
    VUILNISKAR.pdf (2.4 MB)   


    20-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 10: Help!

    HELP! WOORD OVERBOORD!

     

     

    Goedemorgen, lezeressen, lezers

    Hier sterreporter Elvies Pokkepop van Krantenpraat.

     

    Bijlagen:
    HELP.pdf (2.7 MB)   


    19-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 9: Blossen

    RODE BLOSSEN

     

     

    Verlegenheid, opwinding, vreugde, verliefdheid, woede, schaam­te, verdriet hebben alle iets gemeen. Ze doen de mensen er anders uitzien. Ze kleuren bijvoorbeeld hun gezicht. In dit verhaal worden de belangrijkste rollen gespeeld door rode blossen. Het zijn soms leuke, soms vervelende dingen, die ook op wangen van kinderen kunnen verschijnen. Dan krijgen die een hoofd als een biet. Of een hoogoven. Het worden bewolkte kinderen. Of gloei­ende. Waarom? Hoe komt dat?

     

    Om dat te weten te komen, moet je de avonturen van Frederik, Hannes, Lies, Tim, Bram, Evelien, Pieter, Brahim, Fiene, Aisheh, Elien en vele andere kinderen eens lezen. Je kunt er zelf rode blossen van krijgen. Nog iets: er is ook een hond in het spel. Het is een bijna-rode hond met een gekke naam.

     

     

    Bijlagen:
    RODEBLOSSEN.pdf (700.1 KB)   


    18-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 8: Revolutie

    KINDERREVOLUTIE

    Kinderen de baas?? Waar heb ik dat nog gehoord? In dit verhaal gebeurt het echt. De ouderdagverblijven zitten eivol. Maar die ex-kinderen komen ook in opstand. Hoe zal dat allemaal opgelost raken? En… loert er alweer geen nieuwe revolutie om het hoekje? Wat is de burgemeesterin bijvoorbeeld van plan? Een razend spannend en grappig verhaal voor kinderen en ex-kinderen die niet zitten te suffen of te surfen.

     

    Waarin kinderen de baas worden over de ex-kinderen                                                               

     

     

     

    'Hier linksaf draaien, mam. Rustig maar. En kijk uit voor die voetgangers op het trottoir: met ouders kan je niet voorzichtig genoeg zijn'.

    'Ja, Franklin'.

    'En vergeet je boterhammetjes niet mee te nemen als je uitstapt'.

    'Nee hoor, Anaïs'.

    Een minuut later parkeert mam de auto netjes in de rij. Het is al een drukte vanjewelste bij het ouderdagverblijf BRAAF!

    'Heb je je pilletje bij je?'

    'Jaja'.

    'Om twaalf uur vanmiddag slik je dat netjes door, hé. Anders is er weer geen huis met je te houden'.

    'Maar hoe weet ik dat het twaalf uur is? Kloklezen is voor oude ouders. Het is zo moeilijk'.

    'Je vraagt het maar aan de ouderoppas'.

    'En als die dan net op het toilet zit?'

    'Dan luister je zelf maar naar het belletje van de klok, mam'.

    Anaïs, Franklin en mam stappen uit. Als een brave ouder geeft mam de autosleutels aan Franklin af.

    Bijlagen:
    KINDERREVOLUTIE.pdf (306.6 KB)   


    17-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 7: Kind toch!

    KIND TOCH!                                                                                      

                                         

     

    Een bad op straat

     

     

    Bom bom bom bom

    Bom bom bom bom

    doet de klok op het plein.

    Het is acht uur.

    Noor stapt naar haar school.

    Het is erg nat op straat.

    En ook op het plein.

    Kijk, daar staat Vik al op de hoek.

    Hij wacht op Noor.

      Dag Noor, wuift Vik.

      Hei Vik, roept Noor.

    Ze gaan naar school.

      Waar is de zon, Noor?

      Die neemt nu een bad, Vik.

      Ha, dat wil ik ook wel.

                                                                                 

    Bijlagen:
    KINDTOCH!.pdf (103.5 KB)   


    16-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 6: Krant

    KRANTENPRAAT

     

     
    Zeven jongeren geven een bescheiden weekblad uit: Krantenpraat. Ze hebben ieder hun eigen rubriek. In de loop van hun eerste jaargang krijgen ze af te rekenen met enkele problemen: moet er geadverteerd worden om zaad in het bakje te krijgen? Hoe bied je de concurrentie het hoofd? Wat doe je met neplezersbrieven? En als je eigen tante zichzelf op de voorpagina wil zien staan? Er gebeuren ook leuke dingen. Zo kaapt de huisfotograaf van Krantenpraat de Junior Persprijs weg. En een zonderlinge kerel met een raket in zijn tuin heeft warempel de maan gekocht. Wordt Krantenpraat ooit een heuse krant? Je weet nooit hoe een euro rollen kan… 

     

     

    Wie doen met name mee?

     

     

    Eenvoudige Ivan, ook E.I., jong, hoofdredacteur.

    Oom Inkt (Antonie), niet meer van de jongsten, de drukker van Krantenpraat. Er is geen tante Inkt.

    Elvies Pokkepop, jong, wil wat, schrijver van de wekelijkse rubriek ‘Help! Woord overboord!’, branieschopper.

    Merel, jong, tweelingzus van Mikkel, redactielid.

    Mikkel, jong, tweelingbroer van Merel, fotograaf.

    Dubbelgeoorlelde Veroniek, jong, redactielid. Zij heeft iets wat niemand heeft.

    K’leen, jong, redactielid, knap, verstandig, ietwat stil: het brein!

    Marian van Munkhuizen, jong (wat dacht je), schrijfster van de wekelijkse rubriek ‘Het Wonderbaarlijke Dagboek van Marian van Munkhuizen’. 

    Pamela P.J. Doornroos, tante van Veroniek, op even dagen zuurpruim, op oneven dagen gifkikker. Abonnee op Krantenpraat, later ex-abonnee.

    Piek Harold, 52 jaar, reiziger in hamburgers, bitterballen en frikadellen, maar bovenal maankundige. Slachtoffer van de pers, maar daar doet hij wat aan.

                                                  

    Bijlagen:
    KRANTENPRAAT.pdf (714.4 KB)   


    15-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 5: Stoef!

    STOEF !          

     

    Dag.

    Ik heet Marian. Voluit is dat: Marianne. Misschien zelfs Marie-Anne. (Mijn voormoederen bewoonden kastelen). Maar bescheiden als ik ben, hou ik het liever kort.

    Marian dus.

    Wil je nog het toetje erbij? Nou dan, voor een keer: Marianne Demuynck. Met een toefje verbeelding: Marian van Munkhuizen.

    Marian van Munkhuizen is mijn schuilnaam. Veel schrijfsters gebruiken zo’n pseudoniem. Het beschermt ze tegen opdringerige mensen in warenhuizen en op straat. Misschien weet je ook waar ik mijn mooie schuilnaam vandaan haal?

    Bijlagen:
    STOEF!.pdf (175.8 KB)   


    14-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 4: Kletskaas

    KLETSKAAS

     

    Anoniemuis was klein en grijs. Ze werd achternagezeten door haar staart. Daarom keerde ze altijd terug naar haar holletje. Dat was piepklein. Er kon net een staart in waar een muisje aan hing.

    Op een dag kon Anoniemuis niet meer in haar hol. Was haar staart te lang geworden? Werd ze te dik? Het was allemaal de schuld van die lekkere kletskaas.

    Luister maar even.

    Bijlagen:
    KLETSKAAS.pdf (371.3 KB)   


    13-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 3: Appelonia

    APPELONIA

                                                

    1. Een ommetje in Tuinesië

    De zomer is voorbij. De school is alweer aan. Op een dag komt de appelschudder langs in Tuinesië, de boomgaard van Moes en Pap Appelaar. Het eerste briesje van de herfst. Hij geeft alle bomen in Tuinesië een luchtkus. O! Wat een verrassing!
    Sommige appels ploffen van pret in het gras.
    Enkele appels schrikken en worden rood.
    Sommige appels worden geplukt.
    Enkele appels springen zelf.
    Zoveel takken zonder appels!
    Enkele appels willen groen als het gras zijn.
    Sommige appels zijn geel als de zon.
    Enkele appels glanzen als goud.
    Rode, groene, gouden en gele appels liggen overal als sproeten in het gras.
    Kort daarna verhuizen ze weer.

    Bijlagen:
    APPELONIA.pdf (171.9 KB)   


    12-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 2: Appelen

    APPELEN                                                                                      

    Een vertel-, Voorlees-, Hoor- & Kijkstuk voor jong en oud, in stukjes    

    Ook een dichtbundel.     

     

    Toegangsprijs 1 appel                           

     

    Personages

    Appelman, Appelvrouw & dichte of verre verwanten

    Rekwisieten

    Een mand appelen; alle rekwisieten worden vertolkt door appelen

     

    OM OP TE WARMEN

     

     

    (1)

     

    A – Wat eet jij het aller-, allerliefst?

    B – Een kilo chocolade. En jij?

    A – Een hele emmer  ijs met een liter cola erbij.

    B – Appelsap is ook lekker, mm!

    A – Zou een appel pijn hebben als je erin bijt?

    B – Maar neen. Doe niet zo flauw.

    A – Weet je hoe je water in je mond krijgt?

    B – Nou, gewoon een slok water nemen.

    A – Of door heel hard op een appel te denken.

    B – Met een appelsien lukt het ook.

    A – Appels houden van monden.

    B – Appels verlangen naar het gehemelte.

    A – Doe je ogen eens dicht.

    B – Nou, oké, en nu?

    A – Proef je welke kleur jouw appel heeft?

    B – De smaak is altijd raak: geel, groen, rood.

    A –Maar welke kleur?

    B – Ik proef er altijd de zomer in – gewoon, alle leuke kleuren samen.

    A – Ook in appeltjes van oranje?

    B – Ook in appeltjes van oranje.

    A – Heb je ook klokhuiswerk vandaag?

    B – Reken maar. Ik moet twintig appeltjes voor de dorst schillen.

    A – O, ga je appelmoes maken?

    B – Nee, mijn oma Appolonia bakt een appeltaart.

    A – Mm …

    B – Met een hele emmer ijs op.

    A – En een liter cola bij?

    B – Nee, twee liter appelsap.

    A – Zo, nu is mijn appel op.

    B – De mijne ook.

     

    (2)

     

    P – Jij bloost wel, zeg!

    A – Dat komt door jou.

    P – O?

    A – Ik vind je een toffe peer.

    P – Maar dat is te veel eer!

    Bijlagen:
    APPELEN.pdf (339 KB)   


    11-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Biebjong 1: Aristide

    ARISTIDE

    (of)

    DIE KAT KOMT WEER

     

    De twintigste eeuw was een hel voor kinderen. Sommige vervelende dingen uit die droevige, ouderwetse tijd gebeuren nu nog af en toe. Gelukkig doet zich dat niet zo vaak meer voor. Maar toch. Dat gedoe met limonade bijvoorbeeld. Is een half glas limonade halfvol of halfleeg? Luister naar een gesprek uit de twintigste eeuw tussen een grote mens (1 meter 83, ex-kind) en een kind (1 meter 57).
    'Je drinkt verdorie weer te gulzig'.
    'Mmpff'.
    'Slokop!'
    'Mmpff'.

    Bijlagen:
    ARISTIDE.pdf (1.1 MB)   


    09-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Award?

    Het educatieve gameplatform Kweetet van uitgeverij die Keure komt in aanmerking voor een International Excellence Award op The London Book Fair - uitsluitsel op 12 april 2016. Blij voor doctor Kosmon, Madame Q, Oculientje, Monocle en andere trawanten.


    06-02-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kersverse boekjes

    KERSVERSE BOEKJES

    Een eenhoorn in je tuin: jeugdtheater

    Kletskaas: een volslanke muis loopt in de val

    Schaak!: leer schaken met Wilma

    De vuilniswagen zingt halleluja: gedichten die een draai om hun oren hebben gekregen

    Bijlagen:
    V-boekjes1.pdf (881.5 KB)   
    Vboekjes2.pdf (961.1 KB)   


    15-01-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bieb bieb bieb

    De Verrekijker-bieb van uitgeverij die Keure verovert de scholen: tientallen hardcover boekjes op maat geschreven en geïllustreerd door vakkundige auteurs en illustratoren voor alle leerjaren van het lager onderwijs, zowel fictie als non-fictie, waaronder reportage, strip, luisterspel, toneelstuk, interview, biografie, musical, reisverhaal, etc...


    14-12-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wonderklas

    WONDERKLAS


    In de donkere dagen van december 2015, terwijl de klimaattop in Parijs ononderbroken bij 10° Celsius plaatsvond, zag ik na 17 jaar een deel van mijn 'wonderklas' uit de lerarenopleiding terug. Een emotioneel hoogtepunt voor mij, terwijl er zich diezelfde week ook een dieptepunt voordeed: mijn nicht Greet V. overleed. Anno 1998 zette ik met de studenten uit de 'wonderklas' een zelfgeschreven stuk op de planken van cultureel centrum De Brouckère in Torhout, na enkele herfstmaanden voorbereiding. Het werd de prettigste en meest deugddoende samenwerking met een groep studenten die ik ooit meemaakte. Zielenzalf. Vandaar dat ik ze aansprak met de eretitel 'Wonderklas' - nu nog altijd. Oud-studente Maaike M. - één van hen - (die als Pippi Langkous in het stuk figureerde) vroeg ik onlangs, pakweg een jaar geleden, om enkele boekjes te schrijven voor een jongerenleesbieb in het kader van een taalmethode.
    Ik las immers een ander manuscript van haar, waardoor ik haar contacteerde. Talent, zeker weten. Na vele maanden mailverkeer besloten we tot een date in levenden lijve, op Ieperse bodem. Na een deugddoend weerzien bij een snack in een praat- en eetcafé nam Maaike me nogal overtuigend en doelgericht mee de stad in. Er zat verdacht vaart achter, vond ik. Daar botsten we op een tiental oud-studenten uit de wonderklas van toen. Opgezet spel natuurlijk van Maaike, de daderes. Gek, maar ik was bijna te verbouwereerd om het goed te bevatten. Maar het betrof wel degelijk een tiental van die memorabele mensen. Zielenzalf bis! Voetnoot: jammer dat we die avond vooral water moesten drinken, omwille van het aangekondigde 'meer blauw' op straat.


    14-10-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van A tot Z

    Zijnde de curator van de 2de editie van deze poëziewedstrijd nodig ik bij dezen de schrijvende lezers van deze blog uit tot deelname. 


    (Skuus voor deze dezerigheid)

    Bijlagen:
    2016_POEZIE_van_A_tot_Z_poeziewedstrijd.pdf (707.4 KB)   


    08-10-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verrekijker

    Taalmethode en leesbieb Verrekijker is de opvolger van Kameleon bij uitgeverij die Keure Brugge. Ben andermaal een week stand-by geweest om 144 leesboekjes fictie en non-fictie voor derde graad lager onderwijs te organiseren. Drieëndertig auteurs leveren een breed gamma aan verrassende onderwerpen, thema's en genres. Geïllustreerd met tekeningen of foto's. De Kameleonbieb was een succes; de Verrekijkerbieb wordt successer. Nu met hardcover!

    Bijlagen:
    http://www.diekeure.be   


    29-09-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HOE IK BRIDGE LEERDE

    HOE IK LEERDE BRIDGEN

    In de middeleeuwen van mijn jeugd was ik een stevig dammer. De goede man gooide namelijk vooral gezelschapsspelen door de schoorsteen. Later bedreef ik – met lange tussenpozen – decennialang het edele schaakspel. Er zat zelfs even een jaar intens correspondentieschaak tussen. Vele veldslagen later leerde ik ook mijn vierjarige kleindochter Wilma de beide schuifdenksporten aan.

    Toen ik zestig werd, kreeg ik uitzicht op een zee van tijd. Ik wou die zee zinvol bezeilen en verkennen. Eerst zou ik een brug bouwen. Ik leerde bridge.

    Bijlagen:
    HOE IK LEERDE BRIDGEN.pdf (456.2 KB)   


    01-09-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Defence House BV

    GEWEID DEFENCE HOUSE BERT VANWYNSBERGHE 28 AUG 15

    Joris Denoo

    (Inwijding tuinhuis met gewei van kunstschilder Bert Vanwynsberghe)


    In de achterhoede van het huis van de schilder – die geen gewone huisschilder is – staat een defence house met twee speerpunten. Die twee speerpunten zijn vertakt in meerdere speerpunten. Deze vertakkingen verdedigen het huis van de schilder met verve. Een passive attack. Een glimlach die een grimlach kan worden. Typisch Bert, typisch glossy. Die vertakkingen maken er ook een geweid huis van. Met gekipte ei. Inwijding is hier dus op zijn plaats. Ten huize zelf is uiteraard ook een maquette geboren. En de defence loveboat steekt binnenkort eveneens van wal. Met uw alziend jagersoog hebt u dat wellicht ook al gespot. De bewoner van dit geweide huis gaat gebukt onder de initialen B.V. Daarom verschanst hij zich op gezette tijdstippen en met de regelmaat van een boeddha bij zijn defence house. Het is quasi-brandbaar. Daarom rookt B.V. met een zekere onregelmaat. Hij houdt van risico’s en tart de afgoden. Dat gewei op zijn defence house is trouwens ook bedoeld om de afgoden te pesten en eenhoorns en neushoorns jaloers te maken. Het dient dus niet alleen als symbool van een brons(t)tijdperk. De beide uitsteeksels waren de ingewikkelde vooruitzichten van een hartelijk beest dat nu dood is. De een z’n dood is de ander z’n schroot: B.V. heeft er zijn eigen hiernamaals in zijn tuin mee opgesmukt. Dat is termijndenken. Het defence house staat verder ook open voor onverklaarbare bezoekers, schilderachtige vampen met leuke dampen, wodkapriesteressen en Bengaalse vuurwerksters. Een waarschuwing: tuin er niet in en haper niet met uw Hugo Boss of Talking French aan een van die vooruitzichten. Anders ‘hebt u het te hoog op’, zoals ze hier zeggen. Vier meter, met name. Aan textiele werkvormen heeft Bert geen behoefte. Hij heeft wel graag dat je gebruik maakt van zijn kunst. Dat je er dus figuurlijk aan hapert. Humor is nooit ver weg. Vandaar de gloss. Zelf heeft Bert op een bepaald moment ook plaatsgenomen op het gewei. Een beeld dat we ons dankzij de sociale media haarscherp herinneren. Deze Atlantik Wall in de onrustige Markebeekgemeente Marke beschermt en verdedigt Bert tegen aanvallen van onderdanen van Koning Onbenul, Kroonprins Middelmaat, Jantje Pedantje en Miet Stoverij met Friet. Omdat hij niet altijd als Andy Warhol rond kan lopen, heeft hij deze defensie opgetrokken. Zijn laatste echte pruik dateert overigens van de tijd toen hij nog Viking was. Het defence house is een verweerhuis, dat je op het eerste zicht van symmetrie kunt verdenken. Dat is onjuist. Want het ding (soms een mens) tegen wie je je verweert, moet je verrassen met onverwachte asymmetrie. Want perfectie is gewoonlijk saai. Moet de ene Griekse zuil per se een andere Griekse zuil oproepen? Moet je ook bèta zeggen als je al alfa hebt gezegd? Kijk wat er geworden is van Griekenland. Alsof ook symmetrie voor structuur of perfectie zou staan. Zoek dus de zeven verschillen. Het defencehouse in dit platte Vlaanderen is echter ook geen blijf-van-mijn-lijfhuis. De compartimenten van het gewei steken uitnodigend als armen uiteen, klaar om u te omarmen. Want het hertelijk gehalte is hoog. Bert is namelijk in hoge mate… nou: Bert. Maar gelijkt hij nu op een… hert?

    Gedaan te Heule en te Marke, zomer 2015








    29-07-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sybren Polet

    De Nederlandse schrijver en dichter Sybren Polet is op 91-jarige leeftijd overleden. Hij heette voor de burgerlijke stand Sybe Minnema. Hij is vooral bekend van de roman "Mannekino" uit 1968. En als 'experimenteel' schrijver.

    In 1975 schreef ik aan de KULeuven een licentiaatsverhandeling over zijn dichtbundels. Voor sommige ervan moest ik Amsterdamse antiquariaten bezoeken.

    Polet publiceerde naast proza ook poëzie en teksten voor toneel. Hij kreeg in 2003 de Constantijn Huygensprijs. Daarnaast werd hij bekroond met nog andere literaire prijzen gedurende zijn carrière.

    Polet was een van de minder bekende Vijftigers, een groep jonge vooruitstrevende dichters die na de Tweede Wereldoorlog opkwamen. Tot die groep behoorden ook Simon Vinkenoog, Remco Campert, Jan Hanlo en Lucebert.

    Klop klop.
    Hier komt de dichter met zijn woorden,
    als een vriendelijk geklede avond,
    een avond in sportkostuum.


    31-05-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lente a/d Leie

    In aanwezigheid van koning Filip werd op 31 mei 2015 in Kortrijk de Leieslag uit WOII herdacht, die 75 jaar geleden plaatsvond. Dit zijn de drie reflectieteksten die ik voor die gelegenheid schreef en voordroeg. Dominique Lannoo vertaalde een tekst in het Frans en droeg die ook voor.

    HERDENKING LEIESLAG KORTRIJK 2015                                             Reflectieteksten Joris Denoo

    01

    Samenkomen om niet te vergeten.
    Samenkomen om steen te laten spreken.
    Hier aan het water herdenken we voor later.
    Omwille van de lieve vrede.
    Omwille van de wrede oorlog.
    Omwille van zij die hier vielen voor vrede.
    Omwille van zij die eind mei
    in de lente aan de Leie
    hier hun leven lieten.
    Als er licht is in de ziel, zal er schoonheid zijn in de mens.
    Als er schoonheid is in de mens, zal er harmonie zijn in het huis.
    Als er harmonie is in het huis, zal er rust zijn in het land.
    Als er rust is in het land, zal er vrede zijn op aarde.
    Vrede is een voorschot op geluk.
    We hopen dat de voorraad zeer lang strekt.
    Want soms was en is de wereld verkaveld in schootsvelden.
    Soms hangt er een schroeilucht onder de zon.
    Soms vertoont een landschap littekens,
    en is er een gedenkteken nodig.
    Verse vrede mag geen opmaat naar een nieuwe oorlog zijn.
    Laten we daarom dit gedenken
    aan dit water, ook voor later.


    02

    Samenkomen om niet te vergeten.
    Samenkomen om steen te laten spreken.
    Hier aan het water herdenken we voor later.
    Omwille van de lieve vrede.
    Omwille van de wrede oorlog.
    Omwille van zij die hier vielen voor vrede.
    Omwille van zij die eind mei
    in de lente aan de Leie
    hier hun leven lieten.
    In de boekenkasten groeien de boeken over oorlog en vrede.
    Er zijn witte en er zijn zwarte bladzijden.
    Op de schermen spelen de films over oorlog en vrede.
    Er zijn witte en er zijn zwarte doeken.
    Wat is makkelijker te nemen:
    de foto van de vrede of de foto van de oorlog?
    De dood zaait en maait met mensenhanden:
    meervoudig, makkelijk.
    Gelederen, gemoederen:
    moeilijke meervouden,
    zoals in kinderen.
    Zij reizen herrijzen verdwijnen verschijnen.
    Zij vallen ter plaatse van heinde en verre
    in dalen terneer in talen ter wereld
    in namen van zonen
    in namen van vaders.
    Zij kruisen symmetrisch, zij krijsen voor eeuwig.
    Zij doemen weer op, zij huilen om vrede.
    En altijd nieuwe wind waaiert over steen
    en bladert steeds nieuwsgierig weer in kruinen van bomen
    en lispelt in de stad van steen en stilte
    de namen van de vaders en de zonen.
    Laten we daarom dat gedenken
    aan dit water, ook voor later.

    03

    Samenkomen om niet te vergeten.
    Samenkomen om steen te laten spreken.
    Hier aan het water herdenken we voor later.
    Omwille van de lieve vrede.
    Omwille van de wrede oorlog.
    Omwille van zij die hier vielen voor vrede.
    Omwille van zij die eind mei
    in de lente aan de Leie
    hier hun leven lieten.
    Vrede is de geur na verse regen.
    Vrede is het uitzicht op een zon.
    Vrede is de duif die veilig landt.
    Vrede zijn de mensen op het plein.
    Vrede is een stille zegen.
    Vrede is de smaak van veilig water.
    Vrede is een speelbal in het zand.
    Vrede zou er altijd moeten zijn.
    Vrede valt niet op.
    Bewaar daarom de vrede goed.
    Want vrede is grenzeloos
    en oorlog gaat om grondgebieden.
    Laten we daarom dat gedenken
    aan dit water, ook voor later.

    02 (vertaling Dominique Lannoo)

    Se réunir pour ne pas oublier.
    Se réunir pour écouter les pierres.
    Ici, au bord de l’eau, nous nous souvenons pour plus tard.
    A cause de la paix si douce.
    A cause de la guerre cruelle.
    A cause de ceux tombés pour la paix.
    A cause de ceux qui, fin mai,
    Au printemps, aux bords de la Lys,
    Ici, ont laissé leur vie.
    Dans les bibliothèques s’entassent les livres de guerre et de paix.
    Il y a des pages blanches et il y a des pages noires.
    Sur les écrans passent les films de guerre et de paix.
    Il y a des tissus blancs et des tissus noirs.
    Qu’est-ce qui se prend plus facilement :
    La photo de la guerre ou la photo de la paix ?
    La mort sème et récolte de mains humaines :
    répétitif, facile.
    Rangs, esprits, et … enfants aussi:
    mots trop difficiles au pluriel.
    Ils voyagent ressuscitent disparaissent paraissent.
    Ils meurent sur place de loin et de près
    abattus dans les vallées dans toutes les langues du monde
    au nom des fils
    au nom des pères.
    Ils se croisent en symétrie, ils se crient pour l’éternité.
    Ils resurgissent, ils implorent la paix.
    Et toujours un nouveau vent lèche les pierres
    et feuillette encore curieusement les faîtes des arbres
    et murmure dans la ville de pierre et de silence
    les noms des pères et des fils.
    Pour cela souvenons-nous-en
    Au bord de cette eau, ici, pour plus tard.

    Bijlagen:
    IMG_0940.JPG (60.7 KB)   
    IMG_0954.JPG (49.6 KB)   
    IMG_0957.JPG (52.4 KB)   
    KINGSPEECH1.jpg (44.7 KB)   


    20-03-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kanalfabetisme

    KANALFABETISME

    ( . . . en het woord werd tot chip geplet op het aambeeld van communicatie . . . )

    'Wie schrijft die blijft, maar buiten beeld'

    'De analfabeet van de toekomst is hij die de machtige taal van het beeld niet begrijpt'.

    Dooddoener? Cliché? Boutade? Profetie? Oprisping? Het is een twoliner uit de late jaren tachtig. Hij is opgetekend uit de mond van een docent Beeldende Opvoeding aan een instituut voor lerarenopleiding ergens in Vlaanderen. Hierover nemen we even het woord…

    PS Dit essay werd bekroond met de A.H. Cornette Essayprijs, periode 91-95, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 96

    Bijlagen:
    KANALFABETISME.pdf (222.6 KB)   


    09-03-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Abraham op Kulak

    Onlangs werd de Kulak, de Kortrijkse Universiteit van Leuven, jaja, vijftig jaar. Ook ik was ooit een van hen. Lang geleden, toen de dieren nog West-Vlaams spraken. Er waren (gelukkig) enkele leuke speeches. Hilde Crevits bezwoer een kulakiaanse midlifecrisis. Rik Torfs - een klein kereltje in onderwijsribfluweel gehuld, weliswaar zonder elleboogstukjes - deed zijn uiterste best om zonder briefje de Kortrijkse unief niet als een kolonie van de Leuvense Alma Mater te bestempelen. In die optiek verklaarde hij guitig dat A'pen en Brussel provinciestadjes waren. Vincent Van Quickenborne memoreerde enkele proffen en plekken uit het Kulakverleden - gevat en gedurfd. Zijn liberale opvattingen kregen volgens hem mede vorm door de colleges filosofie aan de Kulak. Ikzelf heb als oud-Kulakker met plezier naar deze sprekerds geluisterd. Humor en tempo, weet je wel. Om mij heen stond allerlei grof geschut uit de politieke, de academische en de zakelijke wereld. Een gedicht zat er echter niet in. Anders zou mijn oude professor Taalkunde en Taalhygiëne, de gierige Hollandse gruwel P.C. Paardekooper, zich omdraaien in zijn graf. Hij had het in mijn tijd altijd al moeilijk met fictie, hoewel hijzelf als een vampier over de campus wapperde. Ach, die goede oude tijden.


    27-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.R-woord

    Een generatie oud-studenten van de hogeschool voor lerarenopleiding waar ik Taal doceerde, plant nog eens een reünie. Na rijp beraad met mezelf heb ik besloten te spijbelen. De beleeftijdspolitie zal me daarvoor niet beboeten. 'Reünie' lijkt te veel op 'ruïne'.


    14-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verrekijker

    VERREKIJKER wordt de opvolger van KAMELEON, de taalmethode annex leesbieb van uitgeverij die Keure voor de lagere school. Wanneer de leerlingen even uitblazen van KWEETET, het educatieve gaming platform van dezelfde uitgeverij, zullen ze in een alleraardigste verzameling teksten kunnen duiken om die vloeiend te lezen. Er komt ook weer een geïllustreerde bieb per leerjaar, speciaal geschreven en getekend of gefotografeerd door diverse Vlaamse auteurs en illustratoren.


    26-12-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Friesland

    Ik was zeven jaar geleden in Harlingen, Friesland. Het was september; de remsporen van de zomer waren nog in de lucht te zien. Dichters en beeldend kunstenaars ontmoetten er elkaar. Ik zag er o.a. ook Jan Roos. Hij maakte het jaar daarvoor een tekening van mij terwijl ik aan het voorlezen was uit eigen werk. (Zie bijlage). Dat gebeurde ter gelegenheid van de ontmoeting Vlaanderen - Friesland, in Transfo Zwevegem. In Harlingen vond een jaar later (of twee?) de tweede editie plaats. Tweemaal leerde ik ook de schilderijen van Gea Koevoets kennen. Ik moet dringend es weer naar Harlingen, waar bij stormweer op zee de toeristen liggen te schudden in hun bedden.

    Bijlagen:
    JROOSjd.pdf (102.5 KB)   


    15-12-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.And the winner is...

    Het waaide en regende die vrijdag dat het een lieve lust was. Een hoogdag voor mij. Des avonds echter ging de wind wat liggen. Dat was geen goed teken. Ik spoedde me naar het Cultureel Centrum De Brouckère in mijn geboortestad Torhout. Reden: mijn nominatie door de Cultuurraad voor een Life Time Achievement. Er waren nog vier genomineerden. Ik was beduidend de jongste in de rij. En ik was al meer dan 35 jaar geleden verhuisd uit mijn geboortestad. Paste ik daar wel in? Was ik niet beter thuis gebleven? Ik had al een slecht gevoel bij de clichévragen die de presentator (zo'n vlotte microjongen die ijverig articuleert) aan de nominees stelde. (Ik zat op de laatste stoel in het rijtje feestvarkens op het podium). Een kunstschilder begon zelfs over zijn rugoperatie. Toen het mijn beurt was, was de inspiratie blijkbaar opgedroogd. Ik kreeg de meest dwaze vraag die je op zo'n ogenblik te horen kunt krijgen: 'Bent u veel veranderd sedert u in 1977 begon te publiceren?' Of zoiets. Nou moe. Vooral verouderd, zeker? Ik kukelde bijna van mijn podiumstoel door deze fantastische vraagstelling. En hij had er nog eentje in voorraad, nadat ik het 'interview' eigenlijk al geaborteerd had door een noodgedwongen nietszeggend antwoord te geven: 'Wat zijn uw plannen voor volgend jaar?' Of zoiets. Nou moe. Voortdoen, zeker? De kunstschilder met de rugklachten won de Life Time Achievement. Troost in domme dagen: op maandag arriveerde mijn interview met redacteuren van het Leuvense Germanistenblad.


    02-12-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bij leven & welzijn

    Ik ben door de Cultuurraad genomineerd voor Life Time Achievement van de stad Torhout. Dat is leuk.


    19-11-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Too far

    Laat me gerust. Ik beantwoord aan een van de grootste clichés op aarde. Ik leer bridge.


    03-09-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Muilpeer

    MUILPEER

    - Ai! Ai! Al die kleuren! Dat doet pijn aan mijn ogen!
    - Waarom ben je dan gekomen?
    - Ik zoek Zure Appel.
    - Hoe heet je? Ben je Zuurpruim misschien?
    - Maar nee. Muilpeer. Ik heet Muilpeer. En wie zijn jullie?
    - Oogappel.
    - Adamsappel.
    - Appeltje van Oranje.
    - Dennenappel.
    - Appelflap.
    - Kilo appelen.
    - Waar kan ik Zure Appel vinden?
    - Hier is geen Zure Appel.
    - Kijk nog eens goed: hij lacht zo groen als ik.
    - Zo groen als een Muilpeer?
    - Ja. We verdragen geen andere kleuren.
    - Rep je dan maar vlug terug, groentje.
    - Ja, of je loopt een blauwtje.


    01-09-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AMUZEMENTEN

    AMUZEMENTEN                                                                                  JORIS DENOO

    Muzisch omgaan met taal

    Een sessie Muzisch Taalgebruik begin ik met twee afschuwelijke Nederlandse woorden: ‘Ik heb geen hand-out of PowerPoint gemaakt. Ik ben een aanhanger van de Zwitserse eenthemapartij Anti PowerPoint. PP’s zijn niet muzisch. Ze doen zich voor in halfverduisterde leslokalen, via saaie projecties en herhaling van die saaie projecties op papieren hand-outs die je in dat halfduistere leslokaal eigenlijk maar half ziet. En vooraan loopt iemand voortdurend heen en weer door en voor het beeld. Ik weet: er bestaan fantastische leerboeken en leerlijnen en didactische werkbundels, maar ik mis er de taalvreugde in. Ik tref er vaak bloedloos en vreugdeloos getheoretiseer in aan.

    Het is niet omdat je met een stift een snor op je bovenlip schildert, even in de verkleedkoffer graait en met een halve kilogram gel je haar steil achterover harkt dat je muzisch bezig bent. Soms helpt het wel. Haaks op deze goedkope theatrale verkleedpartij staat de taalmuzische grondhouding (attitude, mentaliteit, roeping). Te vaak is taal het Assepoesje van de Muzische Opvoeding. Taal blijft vaak verweesd achter in het verdomhoekje van de creativiteit. U kent het cliché wel: iedere leraar is leraar taal. Taal zit in elk vak. Nou, ik had ongaarne mijn taal van mijn leraren wiskunde geleerd. Muziek, drama, beweging: we kennen dat. Stukje spelen, liedje zingen, gedicht voordragen en uitbeelden, tekening maken, dansje doen en hopla, om het geweten te sussen gooien we dat op een namiddag allemaal samen in één collectieve creatieve kramp. De doorlichters/visitatoren zullen wel tevreden zijn. De bachelorproeven en leerboeken staan bol van dergelijke initiatieven. Wat taal betreft zou dat moeten zijn: onbevangen creativiteit, verwondering, originaliteit, durf, ongewoonheid, plezier, ontvankelijkheid, communicatie, een open mind voor onverwachte of onbekende zaken, het onderhouden van een dagelijks sinterklaas- of paaseierengevoel. Verwondering dus, en sympathie voor dat vehikel van gedachten, gevoelens, gedichten, moppen, raadsels, verhalen en ideeën. Taal(onderwijs) is nog te vaak gevangen als een leeuw in een kooi… van grammatica en ‘zinsleer’. Hier situeert zich dan het slachthuis van de taal. Men neemt een alleenstaande zin, afgezonderd van zijn normale kuddecontext, en men hakt de kop van de romp. Het bloed spuit eruit. Waarom? Waartoe? Wat is de zin van zinsleer waarin we zinnen in tweeën hakken en het onderwerp van het gezegde scheiden? Dan nog niet eens in een natuurlijke context van tekst en communicatie?

    Taal kan onverdacht veel leuker en net zo goed al de doelen bereiken die de grijze meneren dicteren. In mijn sessie Muzisch Taalgebruik geef ik welgeteld 300 seconden verantwoording en uitleg over wat ik ga doen. Daarna voeren we (zo de tijd dit toelaat) elke sessie uit: 120 seconden instructie en opstap, daarna aan de slag: alle leeftijden, collectief, veilig, leuk, gezellig. We bedrijven liefdevol voorlezen, luisteren, spreken, bewegen, kiezen, schrijven, illustreren, improviseren, raden, denken, vergelijken, roepen, fluisteren, tekenen, herkennen, beschouwen, zoeken, dromen en spelen.
    Er heerst collectieve en individuele arbeidsvreugde op elk eilandje. Iedereen doet mee, beschut door de groep. En een stil talent kan niettemin ook plotseling opglanzen, wanneer blijkt dat we in ons midden een dichteres hebben, een regisseur, een actrice, een quizzer, een goede verstaander, een rappe anagrammer, een talenknobbel, een detective, een rekenaar, een stand-upcomedian, een sit-downcopywriter.  

    Ik ben aan mijn sessies AMUZEMENTEN begonnen nadat ik collega’s (moeder)taal en mezelf wel vaker hoorde verzuchten:

    - Nederlands is toch zo’n bestraffend repetitief vak; ik moet altijd alles herhalen.
    - Hebben wij eigenlijk wel een inhoud?
    - Elke dag moet dat krakende vehikel boven de smeerput.
    - Taal bestaat uit honderden details.
    - Ik voel me altijd vermanend en betuttelend: zeg niet… zeg wel…
    - Perfectie is saai; waarom moet ik dat bekakte Nederlands propageren?
    - Wat is de zin van zinsleer, dat slachthuis van de taal? Bloederig en ongezond!
    - Talloos zijn de taallozen.

    Het taalplezier was ver te zoeken. Ik zocht dus andere invalshoeken. Leuke maar daarom niet minder interessante. Een vreselijke les Creatief Schrijven (die ik moest beoordelen) deed voor mij de deur dicht. Ik ontwierp een dertigtal Muzische Taalsessies waar ik (en met mij vele (oud-)studenten) ondertussen met alle leeftijden en in heel diverse opleidingen veel plezier aan beleef. En de grijze meneren zijn tevreden. Kinderen, leerlingen, scholieren en studenten verlangen weer naar Taal. Assepoesje schittert.

    En wel hierom.

    AMUZEMENTEN voegt in leuke sessies met muzische taal de daad bij het woord en het woord bij de daad. Je kunt er zo mee aan de slag; het is helemaal niet zoeken naar woorden.

    AMUZEMENTEN is in de praktijk gebracht in vele sessies met leerlingen, scholieren, studenten en volwassenen. Dat leverde muzische momenten met taal op, in diverse opleidingen en in alle geledingen van de creatieve communicatie.

    AMUZEMENTEN is een uitermate praktische en leuke gids voor wie creatief met taal wil werken. De instructies zijn kort, de oefeningen concreet. Voorop elke sessie geven we u een kontje via een opstapje.

    Bijlagen:
    AMUZEsyll.pdf (627.7 KB)   


    24-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Taalstrijd

    TAALSTRIJD

     

    Toen Sananas naar de taalgevangenis werd gebracht, was het geenszins de bedoeling zijn tong eruit te rukken. Hij moest wel van zijn moedertaal beroofd worden, maar, erger nog: een nieuwe taal in plaats daarvan gebruiken. Het was zoals de KGB in Rusland vroeger opereerde: kinderen van dissidenten in weeshuizen onderbrengen en dan daaruit rekruteren voor de KGB, zodat die kinderen later werden wat hun ouders verafschuwden.

    De taalgevangenis bevond zich op het eiland Ei, omgeven door permanent springtij. De wateren eromheen waren bevolkt door palindromische hamerhaaien, zelfverwijzende elektrische sidderalen en metatalige kwallen. Ontsnappen via glottisslagen of gekloofde zinnen was onmogelijk. Een cynisch bord verwelkomde de gevangenen: ‘Wat is mooier dan een dooier?’

    Eerst werden Sananas’ klinkers (ofte sonore klanken) weg gemarteld. Daartoe werd hij op ouderwetse wijze op het reuzenbed uitgerekt aan zijn ledematen, terwijl ter hoogte van zijn teelballen met een lasapparaat en een kolonie mieren werd gedreigd. Weldra waren zijn a’s, o’, e’s, i’s en u’s in alle mogelijke varianten onherstelbaar beschadigd en blijvend onherkenbaar geworden. Dat was al iets. Maar het was nog niet genoeg: veel Arabische talen bijvoorbeeld bedienden zich niet eens of in zeer geringe mate van die overbodige klanken of klinkers. Er moest dus nog steviger gemarteld worden. Nadat de taalbeulen de basisklanken met blijvend letsel geradbraakt hadden, was het de beurt aan de medeklinkers en de meerklanken.

    Ook moest Sananas verder van zijn zinnen beroofd worden. Zijn voetzolen werden beslagen met punaises en daarna omgord met ijzeren schoenen waar een slot op zat. Dagen- en nachtenlang werd zijn cel volgepompt met snoeiharde decibels dialect uit de Vlaamse Ardennen en Limburgse heide, terwijl ook versleten clichés niet van de lucht waren. Een ware kakofonie. Sananas werd knettergek van miljoenen keren ‘Ik heb zoiets van’, ‘Er hangt een prijskaartje aan vast’ en ‘Laat ons duidelijk zijn’ in de ergste dialecten. Ook onderging hij bij herhaling Facebook-geleuter: ‘Oei. Da’s minder’. ‘Tsss…’ ‘Ah, je weet het.’ Bovendien werd er permanent Vlaamse regen veroorzaakt in zijn cel, versterkt door afwisselend geklots en gebulder van zeegolven. Men wou hem zodoende de snelheid van de waterdialecten eigen maken.

    Toen hij al zevenmaal uitgeplast was, voelde hij nog hevige aandrang om te plassen.
    Na drie weken werd de taalgevangene gelucht en onderzocht. Hij stiet alleen nog wartaal uit. Gevraagd naar zijn naam zei hij deze achterstevoren. Tijd dus voor de implementatie van een verse taal. Sananas werd uit de taalgevangenis op Ei ontslagen en op stage gezonden in de politiek om zich te vervolmaken in holle woorden en wartaal. Daarna moest hij in de leer bij enkele advocaten om worstenzinnen en eufemismen te oefenen en bij de tv-nieuwsdienst, waar elk nieuwsitem driemaal herhaald werd: door de nieuwslezer, nog eens door een stem buiten beeld en nog eens door de geïnterviewde. En zie, voorwaar: het duurde geen kwartaal of Sananas had zich de nieuwe taal eigen gemaakt. Hoe meer hij sprak, hoe minder hij zei. En men hoorde dat het goed was.           


    19-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Taaltreur

    TAALTREUR               

             

    De bomgenoten bleken samen dezelfde kotsschool in het Ouderwesten van Angelland ondergaan te hebben. Ze spraken eenzelfde krastaal. Gedragzagers mochten ‘m nog zo van latje of jetje geven, er was geen lievemoederend huishouden aan met die twee nietsnuiten. Geen mirakel dus dat ze later vliegtuigen opbloesden en treinen verschaakten. Metaal gehandicapt sluisden ze door eender welke detector – overal hadden ze namelijk vermolmde linksharige en roodhandige tarwanten die hun crime de la crime perfect voorbereidden tot in de verste plintjes. Toen Karel De Gucht ook de keukenhanddoek op Yasser Arafats hoofd verbood, naar aanleiding van diens bezoek aan de Belgische Vereniging van Bommoeders, waren de maten vol. De twee kornieten planden een afslag op het levende lijf van de onvermetele. In de nacht van vrijdag op maandag klapten de bomgenoten toe. De hierboven vernoemde en hieronder niet meer vernoemde Karel De Gucht werd in achthonderd stukjes verkaveld aangetroffen in de omgeving van een gezinsvervangende wagen die de zijne moest zijn geweest. Aan de hand van de reepjes zwaluwstaart en de met rood bloed bespatte nulvingerige witte handschoenen stelde men op het parket vast: ‘Voorwaar, hij was het, hij is er geweest’. Maar in het Ouderwesten konden ze er niet mee lachen. Zonder vlag of stoot werd het naderende vliegtuig van Arafat weer afgelijnd naar het verdere oosten. Er kwam een giganteske autozoektocht naar de daders, waarbij de regenbanden niet werden gespaard. Al wie er verwacht uitzag, werd voorgefouilleerd en weggeleid. Niemand ontsnapte aan deze innige daad van aandacht. En terwijl enkele dagen later de koude terreurwilgen klapperbladerden in de wind, werd de vermoorde bilaterale politicus ter aarde gedragen. Deze onderdegrondstopping werd mede bijgewoond door enkele afwezigen die zich dienaangaande jammerlijk verontschuldigden. Van de wrede bomgenoten werd geen voetspoor aangetroffen. Hoewel hun ondaad lang bleef nadeinzen onder de bevolkerende landgenoten onder en over de taalgrens, verbijsterde men elke aanwijzing. Zelfs een slopjacht in hartje-Brussel bood geen vingerwijziging. Het is zeer het antwoord dat de politie dit schuim der aarde nooit in de ketenen zal kunnen slaan. Het onderzoek wees tot nu toe niet veel zeeps uit. Men verstruikelde zich in allerlei netwerken. Voor eenzelfde geld zaten de twee daders zich nu te verkneutelen bij een van hun bomma’s in een land dat vele onderdaken bood aan dergelijke sujajetten. Wellicht zal deze sluier nooit ofte immer getipt worden. Ondertussen bloeden de zaken van de alarminstallateurs en andere dranghekkens natuurlijk welig. Nog even en we krijgen met z’n allemaal een avondhorloge om de enkel. Is dàt de vrijheid waar we van droomden toen we tot onze trouwe viervoeters gewapend Jeruzalem gingen bevrijden van allerlei ongespuis met kromme zwaarden? Of ben ik hier over aan het drijven? Nee toch? 


    08-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PVO in de klas

    Gedicht bekroond t.g.v. Poëziewedstrijd 'Verwondering' tijdschrift Klasse (2014)

     

    Paul Van Ostaijen in de klas

    (Slagen en verwonderingen) 

    Drukke letters op een blad.
    Dansende woorden als dronken soldaten.
    Maar ikzelf moet altijd schoner schrijven
    en eindelik en typies mogen ook al niet.

    's Morgens groet ook ik de dingen:
    dag linkerbeen, dag zere teen.
    Maar beroemd? Vergeet het maar.
    Eerder betoeterd, zeggen ze allemaal.

    Ja, ik slaap als een rozeke
    en pluk gezwind uit het zoetekoeksdozeke.
    Zucht, krijg ik, wonderkind, daarvoor dan een prijs?
    Nee, nog eerder vliegt een varken door de lucht.

    Wees dan maar dichter; doe maar de woorden
    marsjeren, reeds op je dertiende! Talent,
    beste dames, fijne heren, wordt nooit op z'n tijd
    erkend. Ach, ik word maar gewoon bediende.

    Geen wonder dus dat ik na al dat gedonder
    het woord racecar achterstevoren schrijf
    en uit pure dichterlijke vrijheid vier vogels
    vang en verschuil in het woord valkuil.

    Zij zien het niet en ik slaag voor schrijven.
    Rijm is het enige waar ze nog over kijven.


    26-02-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Staat van medewerking

    Binnenkort ben ik al een halfjaar van de officiële arbeidsmarkt verdwenen. Ik heb ondertussen twee korte romans en vier verhalen geschreven, zesentwintig boeken gelezen, mijn kleindochter leren schaken, Kreta bezocht en een onnoemlijk aantal kleine zaken en dingen gedaan die nu eenmaal bij een mensenleven horen. Iets is me duidelijk geworden: aan het eind van zo'n mensenleven - zelf kunnen we daar vooralsnog geen mijlpaaltje bij neerpoten - zit een (oud?) nijdasje dat steeds strakker aan het tijdstouw trekt. Dat is niet rechtlijnig, maar cirkelvormig, zodat het als een lus werkt. Vergeet dus maar de tijdsfriezen uit de jonge jaren van je lagere school, met de pijlen en de stroken van links naar rechts. Tijd is inderdaad een wervelende kolk, een wurgende spiraal, of een dodelijke lus. Het helpt echter niet om die tijd in vicieuze cirkels aan muren op te hangen, op klokken- en kerktorens te bevestigen of die om je pols vast te binden in de ijdele hoop die te beheersen. De nijdas (zijn gezicht zo gerimpeld als een appeltje uit de vorige herfst) weet beter. 


    15-02-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Raf

    Vandaag hebben we Raf F. begraven. Het is 15 februari. Sprokkelmaand. De wind gierde om de kerk in Varsenare. Raf was eredocent aan onze Vives hogeschool voor lerarenopleiding. Hij was een bijzonder geliefd man. Ik vind hem een van de fijnste en gezelligste collega's die ik heb gehad.


    28-01-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gedichtendag 2014

    Vrijdag 31 januari 2014 lezen Sarah Denoo (dochter/schrijfster) en Joris Denoo (vader/schrijver) in het KVK-café (voetbalstadion KVK, Moorseelsestraat 111, 8500 Kortrijk) een kwartet uit hun voorkeurpoëzie voor. Dat doen dan ook Jozef Allijns (voorzitter KVK), Thomas Jacques (blogger/journalist), Stefaan De Clerck (politicus) en Koen Byttebier (politicus).

    Net op Gedichtendag 14 krijg ik heuglijke tijdingen: ik ben medewinnaar van de 'Verwondering' Poëzieprijs van het tijdschrift Klasse (met het gedicht 'Paul van Ostaijen in de klas') en Holland Park Press (Londen) nomineert mijn gedicht 'Foto van een oude straat'. Vorig jaar was ik in de Holland Park Press literaire wedstrijd ook de 'Dutch runner-up'. Eind februari lees ik voor in Great Western Studios, Alfred Road, London.


    16-01-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kweetet !

    Op donderdag 23 januari 2014 wordt in het Hadewijchauditorium van het Vlaams ministerie van Onderwijs & Vorming KWEETET aan de pers voorgesteld, het eerste full 3D educatief takenplatform voor het basisonderwijs van uitgeverij die Keure. KWEETET.be (LEERet, SPEELet, WEETet) motiveert kinderen moeiteloos om de leerstof te oefenen. Begeleiders (ouders, leerkrachten, logopedisten...) kunnen de resultaten van nabij opvolgen. Bij de ontwikkeling van dit platform werd rekening gehouden met de resultaten van twee jaar onderzoek met de steun van de universiteiten Gent, Leuven en Brussel. KWEETET.be sluit aan bij de methodes voor alle leergebieden van het basisonderwijs. Een team jeugdauteurs onder leiding van Joris Denoo schreef een spannende verhaallijn voor KWEETET.be. Een schitterende cast geeft stem aan de hoofdpersonages, o.a. Linde Merckpoel, Jelle Cleymans en Joyce Beullens. Op de persvoorstelling voert ook Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet het woord over het VAF Gamefonds en het belang van games voor het onderwijs, terwijl Vlaams minister van Innovatie, mevr. Lieten, voor een videoboodschap zorgt. Uitgevers Nic Pappijn en Vicky Vermeulen stellen KWEETET.be voor. Met muzikale omlijsting door The Chambers Players, het huisorkest van KWEETET.

    www.facebook.com/Kweetet 


    22-12-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.2014

    2014

    De veerman wenkt.
    Wie niet weg is, is gezien.
    Veertien komt eraan.
    Dertien is ribbedebie
    en krijgt zijn vertrekpremie.
    De beleeftijd van dat getal
    bedroeg alweer goede en kwade dagen,
    boze buien, brede opklaringen en vlagen,
    365 om samen te beramen.
    Moge de Groote Vrede nu eindelijk aanbreken,
    honderd jaar na een ander ouder veertien.
    Laat u niet pramen:
    veertien tikt al tegen de ramen.
    RENO wenst u en de uwen
    een rinkelende twinkelende wisseling
    en een vaardige passage met de veerman
    naar de velden van tweeduizend veertien.

    Namens VIVES-RENO,
    Joris Denoo
    oud-docent Taal 


    17-12-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ik had jullie willen schrijven

    IK HAD JULLIE WILLEN SCHRIJVEN

     

    In deze briefroman schuiven twee werelden in elkaar en naast elkaar heen: het kunstenaarschap en het lerarendom. Weemoed en begrip kleuren van herfst tot zomer dit verhaal, dat vorm krijgt in brieven en intermezzi.

     

                                                      

     IK  HAD  JULLIE  WILLEN  SCHRIJVEN        

                     

     Briefroman

      

                           ''t Is toch maar goed, dat niemand,

                            ook m'n vrouw niet, dit dagboek leest,

                            want wat zouden ze wel denken van

                            't opschrijven, 't serieus opschrijven

                            van zulke pure schoolmeesterij?'

     

                             (Theo Thijssen, Schoolland, 1925)

    Bijlagen:
    IKHAD.pdf (375.4 KB)   


    11-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Amusant
    Ik ga deze herfst op minitournee in mijn eigen provincie met mijn leerboek AMUZEMENTEN. (MUZISCHE MOMENTEN MET TAAL) - uitgeverij Acco Leuven/Den Haag. Op uitnodiging van een oud-collega gebeurt dat onder andere in Vives Torhout, mijn eigen 'oude' hogeschool voor lerarenopleiding, waar ik tot september 2013 werkzaam was. Daarna doe ik de workshop in Oostende en andere leuke plekken in deze lage streek waar het momenteel wemelt van de geruchten over De Groote Oorlog. Ik probeer plezierige dingen met taal te doen: na een drieminuteninstructiemoment kan iedereen concreet aan de slag. Ik voeg de daad bij het woord en het woord bij de daad. Goede herinneringen bewaar ik aan de sessies met mijn eigen hogeschoolstudenten. Het helpt natuurlijk geweldig als je zelf ook schrijver bent...

    07-10-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oprotregeling
    Ik ben al ruim een maand vrijwillig afgezwaaid van mijn hogeschool. Van nu af aan ontvang ik elke maand een uitwuifpremie van Vadertje Staat. Let wel: niet in één keer, maar gespreid over elke maand. Mocht ik immers 'komen te gaan', dan stopt dit. Net win for life. Ik zal die premie alleen maar aan goede daden besteden. Meer zit er niet in.



    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Poëzie
  • Verhalen
  • Schuine teksten
  • Moord !
  • Romaneske boeken
  • Plankenkoorts
  • Romans & Theater
  • Miljarden flarden

                                           COPYRIGHT JORIS DENOO
    Foto

    Blog als favoriet !

    Foto

    TAAL IS EEN AARDIG DING
    Archief per jaar
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005

    Foto

                Opa & Wilma 2009


    Foto

                  Opa & Leo 2011
    Foto

    Wat je zegt, ben je zelf


    Foto

           Vallen en opstaan
    Foto

    Eén paar kinderen, graag


    Foto

    Het mysterie van Merlijn


    Foto

    Met Sarah & Hanne in Standaard Boekhandel Kortrijk: presentatie romandebuut HARDZIEK van Sarah Denoo
    Foto

    Me & Wilma 30 june 13
    Foto

    Me & Leo & 'Tutta'

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!