VIJANDEN
Slangen hebben vele vijanden, zoals andere slangen, vogels, zoogdieren en
zelfs vissen en amfibieën zijn een gevaar voor slangen. Niet altijd omdat ze de
slang opeten, sommige kikkersoorten dragen een voor slangen dodelijk gif.
Zoogdieren die slangen eten zijn vooral marterachtigen als de wezel, maar
ook mangoesten, jakhalzen, dassen, grote katachtigen, primaten en zwijnen eten
slangen. Kleine gravende slangen worden ook belaagd door mollen en spitsmuizen.
Hoefdieren vertrappen slangen om zichzelf en het kroost te beschermen.
Reptielen als krokodillen en grote schildpadden grijpen slangen die in het
water komen, op het land hebben slangen alleen grote hagedissen zoals varanen
als vijand. Naast eerder genoemde koningsslang is ook de in Europa veel
voorkomende gladde slang (Coronella austriaca) een geduchte slangenjager.
Slangen die andere soorten eten worden overigens niet gezien als
kannibalistisch, omdat het gaat om verschillende soorten.
Vogels die slangen eten zijn altijd grotere roofvogels. De slangenarend is
een voorbeeld van een soort die zich heeft gespecialiseerd in het vangen van
slangen.
De belangrijkste vijand is de mens, doordat grote delen van het leefgebied
van slangen zijn aangetast. Vele slangen worden ieder jaar gedood omdat ze
gevaarlijk zouden zijn, maar slangen helpen met hun dieet van voornamelijk
knaagdieren juist actief de opbrengst van oogsten te verhogen.