Het is bekend dat de misdaad in het grensgebied van West-Vlaanderen met Noord-Frankrijk bloeit. Om de haverklap lees je over ramkraken in West-Vlaanderen door Franse daders, maar je leest maar zelden iets over opheldering van misdrijven. Wat ik recent in de nieuwsbrief van de Krant van West-Vlaanderen las tart bepaald de verbeelding. Stefaan Cottyn, de baas van de transportfirma Transcot in Menen, is samen met enkele werknemers een bij hem gestolen trekker in Tourcoing gaan ophalen. Eerst had hij geprobeerd, zoals ieder normaal mens dat zou doen, om de zaak te laten regelen door de politie. Helaas, de politie kon niets doen. De Belgische politie kon niet ingrijpen op Franse bodem, de Franse gendarmerie constateerde dat de trekker niet internationaal geseind stond en zag zich derhalve verplicht de zaak blauwblauw te laten. (Wie de Fransen een beetje kent, weet hoe dol ze zijn op een ingewikkelde bureaucratie. Het ontbreken van een stempeltje of een documentje, ook al alles zonneklaar is, verlamt hen.) En let wel: indien de gestolen trekker wel internationaal geseind was geweest, dan was het ding opgehaald en naar een veilige plaats gebracht voor sporenonderzoek, dit alles op kosten van de eigenaar. Of wat dacht je? Cottyn heeft het zeer terecht over Absurdistan. Op deze manier maakt de politie zich in elk geval overbodig. Misschien moet de bedrijfsleider om deze gang van zaken aan te klagen wat stampij maken, een groep mensen warm maken om in Brussel te betogen en dan op audiëntie gaan bij de blauwe minister van Justitie. Andere mogelijkheid: eens aankloppen bij de burgemeester van Kortrijk. Was die in een recent verleden ook niet minister van Justitie? Misschien kent hij nog de weg om de politiediensten aan weerskanten van de grens aan te sporen om hun job naar behoren in te vullen.
|