1914, Wielrijden op de Raaijberg in Bergen op Zoom.
Foto's uit archief van Rein Lambregts.
Huldiging van de Nederlands baankampioenen 1922, op De Raaijberg te Bergen op Zoom. Links Toine Mazairac (30km amateurs) en rechts Jo van Boxsel (sprint profs).
De wedstrijd heette sedert zijn ontstaan in 1945 Omloop Het Volk naar de organisator, de Vlaamse krant Het Volk. Deze is in 2008 opgegaan in Het Nieuwsblad en vanaf 2009 draagt de wedstrijd dan ook de naam Omloop Het Nieuwsblad. In 1973 won Eddy Merckx deze klassieker voor de tweede keer.
„Is het niet zo, dat men in de wielersport ook een grote dosis geluk moet hebben, het is echt niet alleen maar hardfietsen en het “koppie" gebruiken!" Deze wijze, rake woorden liet zich de jeugdige Herman Hoogzaad uit het Noordhollandse Venhuizen ontvallen, toen hij als winnaar van de achtste Internationale Ster van Zwolle door onder andere ons gevraagd werd hoe hij zijn rivaal Cees Rentmeester kwijt had gespeeld.
Rentmeester, met een prachtige overwinning in de Omloop van de Vlaamse Ardennen in de portefeuille en algemeen favoriet voor de zege in deze eerste klassieker van het Nederlandse amateur-wielerseizoen 1968, was helaas te gulzig geweest. Had bij het binnenrijden van Zwolle de niet meer te herstellen fout gemaakt achter de auto van de Rijkspolitie aan te gaan en zodoende rechtsaf te slaan. Herman Hoogzaad daarentegen, had eens omgekeken of de voorsprong nog voldoende was en zag hoe de wedstrijdleider Stef van de Berghe al zwaaiend en fluitend op de fout wees, die Rentmeester aan het maken was.
Toch wil het beslist niet zeggen dat de op 20 april 1946 geboren Herman Hoogzaad zijn overwinning zomaar cadeau heeft gekregen. Ook niet dat Cees Rentmeester, die niet alleen qua uiterlijk maar ook qua stijl en koersinzicht zoveel weg heeft van zijn beroemde provinciegenoot Jo de Roo, gewonnen zou hebben als hij de jammerlijke vergissing niet begaan had. Maar wij weten wel dat Rentmeester een keiharde aankomst, om zo te zeggen: een verschrikkelijke „punch" heeft, die mogelijk voor Hoogzaad te veel was geweest.
REEDS VORIG JAAR
Het is gelukkig dat zich ieder wielerjaar weer nieuwe namen presenteren. Daardoor blijft de sport levendig, daardoor ook, kan men bijzonder moeilijk bepaalde renners als gedoodverfde favorieten aanmerken. Niemand had bij voorbeeld kunnen voorspellen dat Herman Hoogzaad in Zwolle de eerste grote overwinning van 1968 zou behalen; toch kondigde hij reeds vorig jaar zijn ,komst" aan. Als Peugeot-Michelin-rijder was hij namelijk eens naar het Franse Fauloin getogen en openbaarde zich daar als een ,geboren" klimmertje. Een knaap, die een uitermate schrander koersinzicht heeft en toen tussen vele sterke amateurs uit Frankrijk, Spanje, Duitsland, Belgie en Rusland een prachtige vierde plaats (op nauwelijks 28 seconden van de winnaar) opeiste. Die wedstrijd voerde over moeilijke bergen van zo'n duizend meter hoogte en Hoogzaad bewees daarin dat hij een “rijke inhoud" heeft. Ogenschijnlijk lijkt het alsof hij met zijn tengere figuur niet zo erg sterk gebouwd is, maar wie hem na een inspannende koers - en de Ster van Zwolle mag zeker als een der zwaarste Nederlandse klassiekers beschouwd worden - eens goed in de ogen kijkt, weet dat hij veel, erg veel kan hebben.
Trouwens, het succes in Fauloin zou enkele maanden later nog veel duidelijker onderstreept worden en wel in Duitsland, waar hij aan de start kwam voor de Grote Prijs van Fraulautern. Daarin moesten de renners over de lastige Felsberg en opnieuw bewees Hoogzaad hoe gemakkelijk hij omhoog gaat. Alles en iedereen reed hij uit het wiel, ging in stromende regen een solo-tocht van meer dan dertig kilometer met een klinkende zege voltooien. Aan de streep had hij liefst drie minuten en vijftien seconden voorsprong en deed Franse, Belgische, Zwitserse, Duitse en wat andere Nederlandse amateurs verstomd staan van zijn kunnen.
Daarom mag de organisatie van de perfect geregelde 8e Internationale Ster van Zwolle, in casu de heren Van Berkum, Niemeijer, Zomerdijk en enkele anderen, zich uiterst gelukkig prijzen dat er opnieuw een sprekende naam op de erelijst kan worden bijgeschreven. Natuurlijk had men graag gezien, dat het tussen Hoogzaad en Rentmeester tot een verwoed eindgevecht was gekomen en wellicht had de donkere Zeeuw dan de meeste kans gehad, maar tenslotte was Herman Hoogzaad zo pienter om bijtijds een op handen zijnde vergissing in te zien en gebruik te maken van de situatie. Daarom is en blijft deze overwinning absoluut een knappe zege!
EPILOOG
Ieder voorjaar kan men weer merken hoeveel renners er zijn, die zich eigenlijk onvoldoende op een dergelijk groot treffen hebben voorbereid. Nog voordat de boom werkelijk goed geschud wordt, vallen zij als onrijpe appels van de takken. Evenzeer is te bemerken, hoe de renners verlangen naar het seizoen, want gelijk “dartele veulens" klepperden zij de “wielerwei" in, bezeten van drift om zich toch vooral maar te presenteren.
Daarbij komt dat men zich ook graag wil meten met de winnaars van de eerste koersen, welke in binnen- of buitenland reeds aan de orde zijn geweest. Ook is het zo, dat vele overgestapte nieuwelingen hun debuut als amateur zo duidelijk mogelijk willen laten uitkomen.
Natuurlijk is een eventueel goed rijden in de Ster van Zwolle geen maatstaf om te zeggen dat men nu wel een goed seizoen tegemoet zal gaan, maar men kan evenmin te berde brengen dat “het eerste gewin maar kattegespin" is. Het is toch zo, dat men dan enigszins zelf weet hoe ver het met de conditie en „forme" staat; waarborgen waaruit successen toch moeten voortkomen.
In het afgelopen stille seizoen hebben we van diverse kanten gehoord dat ons amateurleger een zware aderlating had ondergaan omdat vele renners waren overgestapt naar de rangen der professionals. Inderdaad is daardoor een „leegte", een soort ,gat" ontstaan, maar we zijn er van overtuigd, dat dit binnen de kortste tijd weer zal zijn aangevuld. We behoeven slechts de namen van een Hoogzaad, een Rentmeester, een Rink Cornelisse, een bijzonder gemakkelijk rijdende Leo Bogers, een Frits Sluper, Henny van Leeuwen, Ko de Vrieze en nog een heel stel andere jongeren te noemen om te weten dat de huidige top (Ger Harings, Rene Pijnen, Leen de Groot, Joop Zoetemelk, Jan Krekels en al of niet Fedor den Hertog en Daan Holst) met deze nieuwe jonge garde nog heel wat te stellen zal krijgen.
VAN START TOT FINISH ...
De 8e internationale Ster van Zwolle werd verreden in fris weer, waarbij de zon zo nu en dan door een dicht wolkendek priemde. Ook stond er nogal flink wat wind, hetgeen er in resulteerde dat “het lint" herhaaldelijk brak, soms weer voor een belangrijk deel samenvloeide, maar toch het kaf duidelijk van het koren scheidde. De meest sprekende fases waren dan ook:
Vanaf de start ging het voor de wind al meteen keihard. De eerste lossers, onder andere Henk Uittenbogaard, Wim Breukel, Gerard Bruinsma, Frans Masen en Evert Boekhold, meldden zich. Leo Hesen reed lek en Piet Baede kon afstappen vanwege een slingerend voorwiel.
Over de smalle dijken naar Wijhe - slingerend door Salland - boorde zich een kopgroep van ongeveer twintig renners van het peloton los.
Voor Nanno Bakker en Rinus van der Klooster was de vreugde van korte duur, zij kregen met pech te kampen en zagen langs de kant hoe een omvangrijke volggroep keihard koerste om de aansluiting te volbrengen. Vlak voor Lemelerveld (na36 km) moest ook Jan de Wit uit Meppel voor een lekke tube van de fiets terwijl Jan van de Beek, de Barnevelder, duidelijk lucht en macht te kort kwam om met een groepje anderen, waarmede hij zo'n stevige jacht op de spits maakte, om eveneens deel uit te gaan maken van een hoofdmacht, welke omstreeks zeventig renners zou gaan uitmaken.
Al leek het erop, dat Bram Breur met voorsprong door Zwolle reed, later gaf hij ons volmondig toe “afgestoken' 'te hebben. ,Breurtje" werd ook door pech geveld, stond wat verder te kijken hoe de meute doordenderde in een akelig hoog tempo. Het smalle Oude Berkummerbruggetje deed deze macht weer uiteenspatten. Er kwamen weer diverse “waaiers", vooraan gingen Arie Versluis en Theo van der Leeuw eens een demarrage ondernemen, terwijl Jo Klinkers en Egbert Brander het contact verloren uit de spits. Bij het prachtige kasteel Rechteren waar de officiele materiaalwagens werden ingezet en later door de bosrijke omgeving van Vilsteren tekenden wij een hoofdmacht van vijftig renners met daarachter een jachtgroep van negentien dapperen op. Toen Omen (na84 km) was gepasseerd, kreeg Daan Holst een lekke band, maar sterk als hij is, wist de Amsterdamse treinloper toch weer aan te sluiten.
Vlak voor Balkbrug ontstond een valpartij, waarbij Gerrit Huisjes uit Bergentheim zich nogal flink blesseerde. Versuft bleef hij op de weg liggen. Anderen die hierdoor gedupeerd werden, waren Piet Kettenis, Fred Niemeijer, Adrie Wouters, Harrie Schoofs en Jo Vrancken. Voor Daan Holst - na zijn lekke band weer net aangesloten en uitblazend aan de wielen - Jan Buis, Nico Been en Hans Verboom betekende deze „smak" een definitief verlies met het peloton, evenals voor Henk Strijbosch en Adrie van Hest, die nog duidelijk kilometers te kort komt. Ook Gerard Thijssen, Jan van Kessel, Jan Krekels, Wim Neeskens en de Zuid-Afrikaan Danny Brink, die bij Wieler Vereniging De IJsselstreek wat Nederlandse “wielerles" opdoet, werden in de schilderachtige omgeving tussen Ommen en Balkbrug resoluut afgehaakt.
Inmiddels waren vooraan tien renners - Versluis was na zijn avontuur met Van der Leeuw door kramp afgestapt en ook zijn makker had men ingerekend - op de loop gegaan. De sterke Pier Hoekstra, de animator om deze aanval kracht te geven, Leen Poortvliet, Cees Rentmeester, Henk Nieuwkamp, Herman Hoogzaad, Rink Cornelisse, Bennie Groen, Jan Serpenti, Siem van de Burgh en Bart Solaro waren de durvers, die voor dit verdragende spektakel zorgden.
Langs de voor een zeer groot deel gedempte Dedemsvaart trok men door Den Hulst en Lichtmis op Hassell (na 115 km) aan en vervolgens over de smalle, slingerende dijken naar Genemuiden, dat bekend staat om de rietvlechtindustrie. Het werd tussen de tien koplopers en de rest een felle strijd, waarbij de grootste voorsprong zo ongeveer zeshonderd meter bedroeg. De groep was al eens gesplitst geworden, waarbij Koos van der Knaap, Henny van Leeuwen, Ko de Vrieze, Ted Blom, Jan Smulders, Wimke Prinsen, Frits Sluper en Sander Douma, Roel Snijder, Cees Frijters, Henk Brand, Adrie Kraan, Theo van der Leeuw en Leo van de Berg, Marcel Pennings, Ge van der Winden, Hans Verbeek en nog wat anderen er wel voor zorgden bij de eerste jachtgroep te zitten. Toch smolt het daar weer samen en toen in het uitgelopen Kampen de tien vluchters nog maar zo'n tweehonderd meter voorsprong bezaten, was het pleit gauw beslecht. Alleen Herman Hoogzaad en Cees Rentmeester bleven stand houden. Samen knotsten zij vooruit en bleven weg. In de finale reed Rentmeester jammer genoeg verkeerd, zodat men verstoken bleef van bet definitieve eindgevecht tussen de twee coureurs. Een duo, dat het bestond om het hoofd te bieden aan de achtervolging van een op volle toeren draaiend peloton. BRON: JAN BALDER
Amateurs: 1. H. Hoogzaad, Venhuizen, 150 km in 3.32.05; 2. op 10 sec. C. Rentmeester, Ovezande; 3. op 22 sec. R. Cornelisse, Amsterdam; 4. H. Nieuwkamp, Borne; 5. B. Solaro, Den Bosch; 6. L. Bogers, Ossendrecht; 7. C. Baars, Haarlem; 8. S. Douma, Grouw; 9. J. Serpentie, Wijk aan Zee; 10. T. Blom, Haarlem; 11. G. van der Winden, Beverwijk; 12. H. Brand, Roderwolde; 13. F. Sluper, Terwinselen; 14. P. Hoekstra, Dokkum; 15. H. van Leeuwen, Haarlem; 16. P. Oosterhof, Eelde; 17. K. de Vrieze, Souburg; 18. M. Pennings, Nieuw-Vennep; 19. J. Smulders, Tilburg; 20. L. van Schalen, Lierop; 21. ex aequo L. Poortvliet, Herkingen; W. Deelen, Nieuw Lekkerland; R. Snijder, Haarlem; G. Velthuizen, Maasdam; C. Frijters, Zegge; H. Verbeek, Poeldijk; L. van de Berg, Noordwi<jk; W. Prinsen, Hank; Th. van der Leeuw, Echt ; 30. op 1.35 min. S. van de Burgh, Berkel ; 31. B. Groen, Steenwijk; 32. op 1.45 min. C. Smit, Rotterdam; 33. K. van der Knaap, De Kwakel; 34. H. van Duynhoven, Stiphout; 35. op 2.11 min. C. Swinkels, Goirle; 36. op 2.20 min. A. Kraan, Oudewater; 37. op 5.54 min. G. Leliaert, Helvoirt; 38. T. Gruyters, Stiphout; 39. op 8.15 min. H. Eckelboom, Heerde; 40. R. Liebrechts, Vlaardingen; 41. A. Koster, Leeuwarden; 42. J. Bakker, Zaandam; 43. B. Kroonen, Dordrecht; 44. M. Bertou, Den Haag; 45. op 13.20 min. A. van Hest, Tilburg; 46. D. Brink (Zuid-Afrika), Harderwijk; 47. D. Holst, Amsterdam; 48. G. Leferink, Haaksbergen; 49. H. de Haan, Oudega; 50. G. Thijssen, Groesbeek; 51. J. Buis, Zwanenburg; 52. H. Tesselaar, Tuitjenhorn; 53. H. Strijbosch, Eelde; 54. op 15.18 min. J. van Kessel, Deurne; 55. op 17.45 min. H. Schoofs, Bladel; 56. op 19.57 min. F. Bosman, Rotterdam; 57. op 22.07 min. N. Vermeulen, Amsterdam; 58. J. Hordijk, Rotterdam; 59. J. Klinkers, Hoensbroek; 60. E. Brander, Groningen; 61. W. Sipma, Rolde; 62. op 27.30 min. C. Schijff, Rijnsburg; 63. Ch. Wekema, Peize; 64. M. van der Klooster, Drachten; 65. Chr. Hoedelmans, Deurne; 66. A. Stet, Heerhugowaard; 67. H. Kuiper, Denekamp; 68. J. Hubers, Doetinchem; 69. J. Lookamp, Vroomshoop; 70. op 27.55 min. M. Douma, Gerkesklooster; 71. op 28.42 min. W. de Groot, Zevenhoven.