VROEGE
BESLISSING
Dat
er bij Caballero wat broeide, was gelijk zichtbaar. Gerard Vianen patste
namelijk al direct na het vertrek naar voren. Om een soort bruggehoofd te staan,
waarop misschien de mannen van Willem II-Gazelle zich zouden nestelen en zich
dan door, een te gretige inzet zouden te pletter rijden. De man, die
in Zwitserland een zeer fraaie etappe-zege behaalde, kreeg evenwel geen kans en
toen werd Piet de Wit naar voren gedirigeerd.
Later
kreeg hij gezelschap van Jo Moonen en toen kwam er zomaar een kloof van bijna
een minuut. Het was evenwel nog veel te vroeg. In zo'n eerste uur is nog nimmer
een kampioenschap betwist of beslist. Laat staan dat men in het peloton, dat
soms verschrikkelijk hard reageerde, een dergelijke brutale uitdaging zou
dulden. Bovendien speelde Jan Janssen een rol, die niet geheel duidelijk was.
Dat hij te “vreemde dienst" rijdt. In ieder geval worden De Wit en Moonen door
een massale reactie weer tot de orde geroepen en toen, na zo'n
xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />60 km koersen,
patste Peter Kisner weg. Men liet de voor velen onbekende en daardoor totaal
onderschatte man uit het Belgische Stekene een halve minuut nemen. De
Caballero-rijders - in koers tot en met gecoached door captain Huub Harings -
kwamen tot een felle reactie.
Henk
Benjamins, Daan Holst (kwam na twee lekke banden prachtig terug), Wim Schepers
en Harrie Steevens knalden naar voren. Met Wim Deelen van Batavus-Alcina, met
Peter Heijnig van Brandpunt-Buitenspel, met de altijd aanwezige Eef Dolman en
zijn Willem II-Gazelle-ploegmakker Albert van Midden alsmede met de twee groots
samenspannende Mars Flandria-renners Joop Zoetemelk en Eddy Beugels. Dat was
dan het keiharde antwoord op de tot mislukken gedoemde poging die Jos van der
Vleuten, Jan Janssen, Riny Wagtmans en de controlerende Adrie Wouters van
Caballero hadden ondernomen om Jo Moonen in te rekenen en die voorafging aan de
verrassend geslaagde uitval van Peter Kisner. Het elftal, Kisner werd namelijk
spoedig achterhaald, kreeg steeds meer ruimte. Gleed steeds verder weg en in het
peloton waar vooral de rivaliteit tussen Janssen en Wagtmans, maar ook de
stringente doorvoering van ploegdiscipline zich meer en meer accentueerde,
begreep men dat de slag was gevallen. Voorgoed?
AFWACHTEND
Zeer
beslist niet voorgoed. Want Jos van der Vleuten, op een steenworp van Helmond
wonend, wilde zich hoe dan ook presenteren. Hij ging met Harrie Jansen en met
Leo Duyndam en de waarlijk groots pedalerende Jos van Beers op jacht. Kon als 't
ware zomaar de poort van de compacte en dikwijls naar adem happende groep
ontgrendelen. Riny Wagtmans, zelf zo gevangen in een ijzeren greep, had het Van
der Vleuten toegeroepen, had met een tweetal ronden keihard rijden deze uitval
voorbereid. Toch moest „de Vleut" met zijn compagnons een gat van meer dan
tweeenhalve minuut dichtrijden. ledere ronde kwam men evenwel nader en nader.
Met nog 70 kilometer te rijden was het voltooid, de koplopers waren bijgehaald
en toen, ja toen telde de overheersende Caballero-garde maar liefst zes man. Het
kon haast niet anders of de nieuwe kampioen zou uit deze gelederen te
voorschijn komen. Want het KNWU-voorschrift mag dan wel luiden dat er zuiver
individueel gereden moet worden, bij professionals blijft dat een utopie.
Vooral indien men het allemaal geraffineerd speelt en de schijn wekt alsof er
werkelijk volgens de reglementen wordt gekoerst. Trouwens wie zegt ons dat
Caballero het inderdaud niet zo deed. Want anders is het toch onbegrijpelijk dat
men zich zo in de boot heeft laten nemen. Van de mannen zonder „steun" in de
kopgroep, te weten Peter Kisner (bereidde zich een maand lang voor), Harrie
Jansen, Peter Heijnig en Wim Deelen behoefde men niet te verwachten dat zij een
verdere splitsing zouden uitlokken. Van het driemanschap Jos van der Vleuten-Eef
Dolman-Albert van Midden en het tweemanschap Joop Zoetemelk-Eddy Beugels
behoefden de Caballero's evenmin wat te verwachten. Die zouden onverwijld alle
initiatief aan de zo voluit, aan de zo dominerend op de voorgrond tredende
“trein" overlaten., En toch miste men daar bepaald ook de kracht, want hoe
gemakkelijk kwam Jos van der Vleuten weer terug, toen hij net na het ingaan van
de voorlaatste ronde platreed. Daartegenover staat dat Joop Zoetemelk die
herhaaldelijk aanging, meteen door Henk Benjamins (de man uit Hollandscheveld
gaat steeds beter rijden) werd ingerekend en dat aan de andere kant ook Leo
Duyndam, nota bene zelf van Caballero, geen meter respijt kreeg. Moest alles dan
toch op de kaart Harrie Steevens of misschien op de bliksemende eindmeters van
de razendsnelle Jos van Beers worden gezet ?,
Peter
Kisner, Harrie Jansen en de op een ,afloper" spurtende Jos van der Vleuten
hebben duidelijk, meer dan duidelijk gemaakt, dat een ,blok" toch te kloven
valt. Dat men de koers pas op de streep in hadden heeft of ...
had.

Beroepsrenners:
1. P. Kisner, Stekene (B.) 230 km in 5.23.36;
2. H. Jansen, Westzaaa; 3. J. v.d. Vleuten, Mierlo-Hout; 4. H. Steevens, Elsloo;
5. E. Dolman, Klimmen; 6. J. Zoetemelk, Rijpwetering; 7. J. v. Beers, Vosselaar
(B.); 8. W. Deelen, Nieuw-Lekkerland; 9. H. Benjamins, Hollandscheveld;
10. A. v. Midden,
Hilversum; 11. W. Schepers, Meers; 12. D. Holst, Amsterdam; 13. E. Beugels,
Sittard; 14. L. Duyndam,
Honselersdijk; 15. P. Heijnig, Rotterdam; 16. op 9.20 min. R. Bukacki, Axel ;
17. op 9.23 min. H. Ottenbros, Hoogerheide; 18. op 10.23 min. P. Hoekstra,
Dokkum; 19. J. Krekels, Born; 20. J. Serpenti, Wijk aan Zee;
21. M. Gerrits,
Oploo; 22. L. Poortvliet,
Dorksland; 23. C. Rentmeester,
Ovezande; 24. op 10.30 min. F. Hoogerhelde, Ossendrecht; 25. C. Zoontjens,
Tilburg; 26. J. v. Katwijk, Oploo; 27. ex aequo (een ronde voor het einde
ingelopen en uit koers gehaald) W. du Bois, Zuidzande ; G. Deene, Den Haag; H.
Hiddinga, Montargis (Fr.); A. Wouters, Zundert; B. Zoet, Bergen op
Zoom.