1975: 1e etappe (1e deel): Charleroi - Molenbeek 94 km
1. Cees Priem (Ned) 94km/ 2.09'27" 2. Eddy Merckx (Bel) 3. Ronald De Witte (Bel) 4. Lucien Van Impe (Bel) 5. Joop Zoetemelk (Ned) 6. Michel Pollentier (Bel) 7. Francesco Moser (Ita) 8. Gerrie Knetemann (Ned) 9. Karel Rottiers (Bel) 7" 10.Rik Van Linden (Bel) 53"
1980: 10e etappe: Rochefort-sur-Mer - Bordeaux 163 km
Tussen de Zeeuw Cees Priem en de Tour de France heeft altijd een merkwaardige haat-lief de-verhouding bestaan. Priem wist dat hij in de maand juli in Frankrijk moest zijn omdat daar 's werelds beste wielrenners zich verzamelden VOor de heroïeke helletocht, maar tegelijkertijd moest de stoere renner niets hebben van dat drukke Franse gedoe. Vijfmaal stapte hij op, nooit haalde hij Parijs. Even veelzeggend als curieus.
In 1975 haalde hij een prachtige etappe zege binnen. De Tour stond in het teken van het duel tussen de gearriveerde Merckx en eerstejaars Maser en de Italiaan versloeg, op Belgische bodem nog wel, de Belg in de proloog. Priem: 'Ik was daar gevallen, had mijn been open met allemaal van dat kolengruis erin. De dag erop waren er twee etappes, eentje van bijna honderd kilometer naar Brussel... die was helemaal voor Merckx gemaakt, we finishten vlak bij zijn huis. Daar mocht niemand anders winnen dan hij, dat was me al gauw duidelijk. Op zeker moment rijdt er een groep weg met Merckx en ik zit er ook bij. Moser en Van Impe zaten erbij, wat knechten van Merckx, en Joop geloof ik ook, en misschien zelfs nog wel Knetemann, maar dat weet ik niet meer precies. (wie was die renner op vier benen ?)
Het was een groep van misschien tien man en er werd vreselijk hard doorgereden, kop over kop. Merckx moest koste wat kost winnen, maar ze hadden dus niet met mij gerekend, ze wisten daar niet eens wie ik was. Ik kwam uit Merckx zijn wiel en won. Ja, je hebt een kopgroep met Moser, Merckx, Van Impe en Zoetemelk en dan komt Priem er de sprint winnen.' Vijf jaar later won Priem nogmaals een etappe, ditmaal in Bordeaux. De zege mag toegeschreven worden aan zijn aanvalslust, maar ook aan de manier waarop provinciegenoot en vriend Jan Raas de vlucht van Priem en diens Franse tegenstrever Jacques Osmont (van de kleine Belgische Bostonploeg) afschermde. Priem was gedemarreerd en had de lastige Fransoos in zijn wiel meegekregen. De op hol geslagen bende kwam op de twee af en Raas zelf (hij had al drie etappes gewonnen) regelde de achtervolging. Wat dat wilde zeggen? Priem, eerst wat weifelend, dan lachend: 'Dat Jan die mannen allemaal klem zette. We kregen een bocht en hij had gezien dat ik die man in mijn wiel de baas kon blijven en dus reed hij de bocht toen wat scherp aan... ja, toen moesten ze met zijn allen vol in de remmen.'
De mannen van Theo Middelkamp, Vlnr Peter Hoondert, Henk de Jong, Tonny Huyzen, Jan Raas, Heddie Nieuwdorp en Cees Priem.
Een van de succesvolste wielerploegen uit de jaren '70 was wel de Ketting-Didam ploeg. Met grote renners als, Hennie Kuiper, Aad van den Hoek, Jan Aling, Klaas Balk, Roy Schuiten, Frits Schür en Jan Lenferink. Deze mannen fietste vaak voorin in de hollandse klassiekers. En Kuiper, Schuiten , en van den Hoek slaagden ook als beroepsrenner. Jan Aling was een bijzonder sterk amateur, maar is als prof helaas nooit tot de top doorgedrongen. had volgens mij toch de capaciteiten van een Jan Raas in huis.
Ketting-Didam 1972 Manager:A.H.L. Ketting Directeur-sportief: A.P. Romijn Soigneur: F. v.d. Poll Mecanicien: P. Soetekouw Beroepsrenner: Cees Stam Amateurs: Jan Aling, Klaas Balk, Cees van Espen, Aad van der Hoek, Jan Huisjes, Piet van Katwijk, Hennie Kuiper, Jan Lenferink, Fred Niemeijer, Wim Pater, Albert Scheffer, Roy Schuiten, Frits Schür, Gertie Wildeboer, Jappie van Dijk, Jacques van Dijk, Wim Hofstede, Nico Rinkel, Gert Robertsen en Cees Valentijn Dames: Minie Brinkhof, Willy Engelen, Marlies Geelkens, Willy Kwantes en Truus van der Plaat
Kon als gevreesde finisher en sterke spurter 7 grote wielerklassiekers winnen. Zo won hij in 1956 Milaan – San Remo. En in 1956-58 en 59 Luik-Bastenaken-Luik of la Doyenne. De Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en Parijs – Tours in 1957. Fred won in 1956 ook de 1e, de 6e en de 10e etappe in de Ronde van Frankrijk. Na een aantal valpartijen en een zwaar verkeersongeval beëindigde hij zijn wielerloopbaan in 1961. Van 1962 tot 1977 was hij sportjournalist voor BRT, eerst bij de radio en nadien voor de televisie. Fred en Rik Van Steenbergen waren mijn eerste wieleridolen.
Kikkerop wielerploeg 1967 v.l.n.r. soigneur Wim Zuiker (Etten-Leur), Anton Konings (Sprundel), Carel Willemse (Lage Zwaluwe), Paul van de Wegen (Tilburg), Cor Stultjes (Oosterhout), Kees Frijters (?) Mat van Groezen (Made), en ploegleider Piet Lambregts.
Het is zo ver, mijn blogis bijnavol. Dus ben ik genoodzaakt om een nieuw blog aan te maken, Het begin is gemaakt Klik maar op AA de fietser en we gaan weer gewoon vrolijk verder.
Het is zo ver, mijn blogis bijnavol. Dus ben ik genoodzaakt om een nieuw blog aan te maken, Het begin is gemaakt Klik maar op AA de fietser en we gaan weer gewoon vrolijk verder.
Geen loon naar werk voor Wout Wagtmans, na prachtige solo-vlucht, in de de etappe
Meer dan eens hebben wij onze renners voorgehouden, dat het succes uiteindelijk voor de durvers, voor de doorbijters is. Het is de wil, die de grote mannen maakt.
Of hebt U niet gehoord of geleden van Woutje Wagtmans' solotocht in de voorlaatste etappe van de zojuist geeindigde Ronde van Nederland? De kleine, grillige Bredanaar heeft daar op vaak eindeloze wegen tussen Rotterdam en Utrecht een stukje vechtlust ten toon gespreid, waarover nog jaren met waardering zal worden gerept.
Individueel klassement: 1. W v. Est, 3Z uur 17 min. 56 sec.; 2. G. Schulte, 32.22.45; 3. G. Voorting, 32.22.56; 4. N. v. Est, 32.27.27; 5. P. Haan, 32.28.47; 6. W. Wagtmans, 32.29.47; 7. H. Faanhof, 32.31.56; 8. C. Bakker, 32.32.47; 9. F. Gielen, 32.33.34; 10. K. Borgmans, 32.33.41; 11. J. Lambrichs, 32.34.38; 12. E. Sorgeloos, 32.37.12; 13. J. Plas, 32.37.29; 14. T. v. Oers, 32.37.42; 15. J. Maenen, 32.38.06; 16. J. Janssen, 32.39.41; 17. H. Stevens, 32.42.49; 18. H. Muller, 32.45.36; 19. H. v. Breenen, 32.48.07; 20. P. v. Roon, 32.54.11; 21. C.' Paymans, 32.57.27; 22,. H. Gelissen, 33.01.13; 23. H. Schwarzenberg, 33.04.12; 24. A. Guns, 33.05.10; 25. J. Schmit, 33.05.47; 26. M. Brinkman, 33.10.08; 27. C. Witteveen, 33.12.43; 28. P. Schulte, 33.14.21; 29. N. Koch, 33.14.34; 30. J. Plantaz, 33.19.01; 31. P.v. As, 33.22,31; 32. G. Otte, 33.22.44; 33. J. Pascal, 33.28.13; 34. B. Schellingerhout, 33.28.51; 35. J. v. Osta, 33.32.07; 36. P. Willekes, 33.33.21; 37. L. Gijbels, 33.36.32; 38. J. la Grouw, 33.41.40; 39. H. Dekkers, 33.42.52; 40. H. Predskeit, 33.50.14; 41. A. v. Elderen, 33.56.49; 42. T. Paas, 34.02.46; 43. F. v. Sambeek, 34.06.34; 44. J. Fooy, 34.19.56.
Het is zo ver, mijn blogis bijnavol. Dus ben ik genoodzaakt om een nieuw blog aan te maken, Het begin is gemaakt Klik maar op AA de fietser en we gaan weer gewoon vrolijk verder.
Olympia's Tour 1927: Op de schouders van de supporters herkennen wij v.l.n.r. Jan Maas, de Duitse winnaar Rudolf Wolke, Adriaan Braspenninck (tweede) en Evert Lammers. (de latere journalist Evert van Mokum).
Finale ploegachtervolging Olympische spelen 1928 in Amsterdam. De Nederlandse ploeg met v.l.n.r. Jan Maas, Adriaan Braspennincx, Piet van der Horst en Jan Pijnenburg.
De trotste winnaars van de zesdaagse van Brussel 1932 Adriaan Braspennincx en Jan Pijnenburg.
Eerbetoon van de legendarische George Hogenkamp aan Adriaan Braspennincx bij diens 34e verjaardag.
Publiciteits foto uit 1935 voor de pettenfabrikant Super-Sport, met Jan Pijnenburg (L) en Adriaan Braspennincx (R).