NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Inhoud blog
  • 30 april Perpignan et le bricoleur
  • 28 april de wind zet ons een hak (met de H van hevig)
  • 26-27 april treinen en treinen en trainen
  • 25 april we zoeken en vinden ....Valencia!
  • 24 april lange duik naar de zee
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Gastenboek
  • Wens u nog een fijn weekend
  • hallo
  • negen procent
  • Blog is prachtig
  • michel

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    fietsen door la douce France
    fietsende fiets
    30-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.30 april Perpignan et le bricoleur

    Geert heeft een nieuwe hobby die mij met ontroerende verbazing vervult.  Hij kruipt op het dak en begint te bricoleren.  Want, we hebben een lek ontdekt in de kamer boven.  Ik stel een dakwerker voor, maar Geert zal dat zelf wel eens opknappen.  Binnen de kortste keren zie ik hem met een pan jongleren en cement in een pot roeren.  Er zijn pannen gebarsten, hij gaat ze tapen en met cement toeplakken. Is dat wel de juiste werkwijze, vraag ik me wat zorgelijk af ?  Zijn er ooit dakwerkers geweest die met tape op een dak kruipen om pannen aan elkaar te lijmen ? Ik denk dat hij ook zijn twijfels heeft want hij anticipeert al door te zeggen : 'het zal wel niets uithalen, maar ik heb het toch geprobeerd'. Dat is een veilige uitspraak.



    Deze namiddag plannen we een busrit naar Perpignan.  Nog steeds kost zo een rit slechts 1 euro en daarvoor kunnen we onze auto niet van stal halen. En zo zitten we een uurtje te suffen op de autobus van het zuiden. In Perpignan scheiden onze wegen, ik stuif het grootwarenhuis Lafayette binnen, Geert slentert wat in het rond. We spreken af om 16 uur aan de stadspoort, om samen nog iets te drinken. En zo geschiedt. Aan ons tafeltje zit een (in mijn ogen) oudere man, die vraagt waar we vandaan komen. Hij vindt het Vlaams erg melodieus klinken, zegt hij. Daar hebben wij nog niet over nagedacht, maar we vinden wel dat de Zuidfransen een raar taaltje spreken. Ja, dat kan hij bevestigen, ze zijn moeilijk te verstaan, maar waar hij vandaan komt, het centrum van Frankrijk, daar spreken ze perfect frans. Horen wij dat dan niet? Ja hoor, we geven hem rap gelijk, het is héél schoon frans.

    Tijdens het winkelen heb ik gemerkt dat ik meer en meer gelijkenissen begin te vertonen met een Afghaanse windhond en dan nog een heel onverzorgde. Dringend tijd voor een kappersbezoek. Maar dat zal in België moeten gebeuren, want morgen is het ook hier de dag van de arbeid en donderdag vertrekken we terug huiswaarts. Tot zolang, wafwoef.

    30-04-2019 om 20:32 geschreven door geert en hilde op de fiets

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.28 april de wind zet ons een hak (met de H van hevig)

    We krijgen een superlekker ontbijtbuffet in l’auberge du Roua, waar ik alleen vrouwen zie rondlopen (girlpower!!), die doen dat hier prima. Wat mij betreft is dit een adres om te onthouden, Geert is terughoudend wegens autosnelweg dichtbij. Het dubbel glas doet goed werk in zo’n geval.
    Ansignan ligt ten noordwesten en het wil toch wel lukken : de wind komt uit het noordwesten. Krachtig en robuust doet hij onze oren en haren wapperen, het komt de gemiddelde snelheid niet ten goede. Onze eerste focus is Thuir en daar is de cirkel rond, toen we vertrokken deden we Thuir aan en aten daar de dikke bonenbrij. Die brij gaan we nu vermijden, we vinden een pizzeria, waarvan de chef ook konijn met Riesling bereid heeft als dagschotel. Vanwaar die plotse Moezelgekte ? We weten het niet. Geert ziet zo’n konijntje wel zitten, ik kies een halve pizza met een slaatje. Het smaakt ons buitengewoon goed en we laten dat ook blijken. Er zit verder geen mens in de doening en de kok verdient een steuntje in zijn Rieslingkonijnerug.
    Al een tijdje zien we in de verte de pic de Canigou met zijn 2.784 m boven al zijn broeders en zusters oprijzen. Hij heeft nog zijn sneeuwkleed aan en geen vurige zon, geen hartstochtelijke wind heeft hem zo ver gekregen dat hij dat winterdek van zich laat afglijden. Het is een prachtig, imposant gezicht, met deze trotse keizer valt niet te lachen. Ik weet trouwens van wie deze reus is, het stond in een dorpje waar we zonet voorbijfietsten : ‘le Canigou est à nous’. Tof om te weten, hebben ze hem gekocht ? En gaan ze hem nu in schijfjes snijden en hem verder verkopen ? Hoe gaat dat eigenlijk met bergen ? Kan je daar een lapje grond kopen, in de hoop dat het geen vertikaal stuk is ? Iets om mijn kop op te breken.
    We naderen Millas, een stadje dat er in eerste instantie hoopvol gezellig uitziet, maar bij een tweede, grondiger blik hopeloos verwaarloosd en vuil is. Vlug, vlug, hiervandaan, de Têt over naar de Col de la Bataille. We zeggen Col, maar hij is maar 265 m hoog. Zo arrogant word je als je recent 1.700 m overwonnen hebt, 265 m, een prutscolletje van niemendal. Mijn batterij denkt daar anders over, ze slinkt, ze kan niet tegen de wind. We dachten makkelijk genoeg energie te hebben met de inhoud van één battterij. Het is niet zo. De streek die we zo goed kennen, ze neemt ons in de maling, we hebben onszelf overschat. Ondertussen rijden we al richting Bélesta, met windhozen van tegen de 100 km/h, ik stap verschillende keren af omdat ik niet verder durf. Het is vermannen, vermannen, vermannen. En af en toe een schreeuw laten, een zucht, een klagelijk gezang. Bélesta, het laatste stukje ga ik te voet, Geert rijdt op mijn fiets en heeft een gewillige dikke man gevonden die onze batterij wil opladen. Want : geen enkele bar meer in Bélesta, sinds geruime tijd. De dorpjes ontvolken, wie achterblijft kijkt nostalgisch achterom en probeert er het beste van te maken. De vriendelijke man heeft al vier à vijf leegstaande huizen gekocht, knutselt in het ene, woont in het andere. Als zijn huwelijk wringt gaat hij even elders wonen en na een tijd van rust en bezinning is alles weer als nieuw en het echtpaar gelukkig herenigd.
    Nu rest ons nog het dorpje Caramany, gelegen aan de afdamming van de Agly, hetgeen een prachtig, lang uitgestrekt meer heeft veroorzaakt. We zien het schitteren heel diep beneden ons, daar, dat meer, c’est à nous !! De vele wijngaarden staan in hun eerste groene blad, nog pril en scherp afstekend tegen het zwarte hout van de wijnstok. Mooi is dat.
    De batterij geraakt algauw terug in ademnood, deze beukende wind is als een omstuimig kind dat met zichzelf geen blijf weet, blij als het is dat we teruggekomen zijn, hier ben ik, de wind, ken je me nog, ik dans en spring en rol en roep ‘woeiiiha, woeiiha’. Deins terug, gij nietige mens, gij temt mij niet, gij vloert mij niet, gij krijgt me niet ! Jaja, het is al goed, maar laat ons nu even passeren.
    Batterij valt plat. Geert moet met fiets en kar de berg op. Ik ga te voet, het is de laatste kilometer. Een glorieuze aankomst kunnen we dit niet noemen, maar wie maalt er om ? Ik ben gewoon doodmoe en ongewoon blij dat we behouden aankomen. We hebben 64 kilometers gereden. Voor nu is dit even voldoende. Morgen zien we wel weer.

    30-04-2019 om 10:52 geschreven door geert en hilde op de fiets

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.26-27 april treinen en treinen en trainen

    De eerste grote ruk naar het Noorden op 26 april : van Sagunt naar Barcelona met de regionale trein, die we op een haar na mislopen omdat twee minuten vóór de onze op hetzelfde spoor een trein stopt die naar Castillò gaat.  Weten wij veel waar Castillò ligt.  Kan best een station in Barcelona zijn.  Gelukkig vraagt Geert in ultimo tempo of die trein toch naar Barcelona gaat. Neeneen, deze trein gaat maar een boogscheut ver. Net op tijd gestopt in onze omstuimige opstapdrang. Al heeft de loketmadame ook wel een aandeel.  Half in slaap zit ze in haar loket in haar neus te peuteren in plaats van ons wat duidelijke uitleg te geven.  Geen toegangsticketjes, geen uitleg wat we juist met onze fietsen moeten doen, geen waarschuwing dat er een trein gaat stoppen enkele minuten voor de onze, terwijl er drie kwartier lang geen enkele stopt.  Dat moet beter kunnen, die spoorwegleer. 


    Op de trein naar Barcelona staat mijn nek stijf van de stress.  Onze fietsen en de kar staan een compartiment verder en dat heeft zich gevuld met schlemielen en idioten die zich te pletter zuipen en lijntjes snuiven (mijn gedacht).  En dus rek ik mijn nek in een voortdurende poging om enigszins controle te houden op onze eigendommen in de linkse verte, terwijl Geert er gerust in is en Stefan Brys leest.


    Wat ben ik blij dat we in het station Sants nog compleet met zijn vijven zijn en geen heroïnespuit in huid en haren terugvinden. Op naar Montjuïc door het bruisende avondlijke Barcelona, warm, vurig, dansend, drinkend, lachend, levendig Barcelona.  Straks mogen jullie naar de stembus, Barcelonieten, wat gaan jullie daar mee doen ? Het appartementje is niet goedkoop, maar wel knus en comfortabel, met een klein balkonnetje.  We loodsen onze fietsen binnen, kar ook mee naar boven. Licht uit, de klok wijst half twaalf.  Morgen kopen we tickets voor Portbou.  Heimelijk hoop ik dat er geen treinen rijden en we een dag extra in Barcelona kunnen blijven.  Rondbaggeren, koopjes doen, bankje zitten, mensen kijken, terrasje bezetten...ik zou het wel weten.  Maar de planning zit anders in het hoofd van Geert en het is raadzaam daar niet veel aan te sleutelen, want dan gaat de sirene om de haverklap af. Dus, dus, dus, koop ik in de vroege ochtend van zaterdag 27 april 2 tickets voor het laatste station van Spanje en zullen we eens op het gemakje opkrassen en treinwaarts fietsen.


    Het opstappen is toch weer spannend. Er is één deur in de trein die een lage opstap heeft voor fietsers en rolstoelen, maar je moet al heel veel geluk hebben dat die deur juist voor jouw fiets halt houdt.  Dan komt het er op aan zo vlug mogelijk die speciale deur te vinden zodat je met fiets of ander wielergewaal in de trein kunt.  In ons geval is dat erg moeilijk omdat we 3 stuks op wielen hebben.  Maar Geert heeft zich heel vlug de handigheid eigen gemaakt om zich zowel met kar als fiets (in elke hand één stuk rollend materieel) sprintend te kunnen verplaatsen.  Willen is kunnen !  En zo duiken wij de trein binnen.  Geen conducteur, die kijkt of iedereen er op zit, geen fluitje om te vertrekken.  Tuut zeggen alle deuren en ze gaan toe.  Wie er tussen zit, moet een schietgebedje doen en zijn testament maken.


    Er zit deze keer beschaafd volk op de trein, al is er toch een oudere dame die het bloed van Geert op kooktemperatuur brengt.  Zij stapt op en vindt dat onze fietsen weg moeten want de buggy van haar kleinkind moet daar staan. Daar dient die plaats voor. In haar ogen. Misschien ook in de ogen van Renfe.  We weten het niet en plooien, maar de 'heks' heeft het gedaan en ze moet in de stoof. Een duwke in haar kruis en we zijn er van af. Met kop en staart het vuur binnen. Vreselijke rook, geknetter, vonken springen in het rond : heks is opgebrand.


    Portbou is op het eerste gezicht troosteloos.  Verouderd, verwaarloosd, een godvergeten dorpje aan het einde van Spanjeland. Maar als we het dorpje verder in rijden en op de Middellandse Zee stuiten, kan het ons toch bekoren.  Het is ook wel speciaal : het laatste dorpje van een land, geheel omsloten door bergen en zee, een eiland in het land. Blijft dit levendig of glijdt het af in ontvolking en leegstand ? Ik vraag het me af.  We zullen binnen tien jaar eens terugkomen en checken. 


    Maar, we moeten nog fietsen vandaag. Er staan maar een ruwe 30 kilometer op het programma (tot Argelès sur Mer), maar ze kunnen wel tellen.  Niet verwonderlijk dat hier de grens tussen twee landen ligt, boven op de eerste klim is de effectieve scheidingslijn.  Ik stel me de twee landen voor, verwikkeld in een bloedige oorlog.  Langs beide flanken kruipen soldaten omhoog, 'schieten op al wat beweegt', nou ja, er beweegt heel veel, maar het is niet te zien, want het is net over de top. Ze komen boven, loeren over het topje heen en kijken recht in de ogen van de vijandelijke soldaat die ook net over het topje kwam gluren.  Wat nu gedaan ?  Schieten kan niet meer, de loop is te lang, de vijand te dicht,  de schok is te groot. In het beste geval vallen ze omver van het lachen, drinken samen een pint en gaan naar huis. Prikklok  krikkrak,  de werktijd zit er op.


    De kuststreek is hier prachtig, net zoals de Costa Brava in al haar ongetemde ruwheid prachtig is.  Rechts de zee, links de bergen. En wij, bergop bergaf. Het doet deugd om nog eens te fietsen en het doet deugd om terug in bekend gebied te zijn.  We herkennen Port Vendres, Collioure. En Argelès sur Mer, waar ons hotel op ons wacht.  Voor één keer een viersterrenhotel, met een viersterrenrestaurant waar we heel lekker eten om onze laatste uithuizige avond te vieren. Bon appétit !


    's Avonds in bed bedenk ik nog dat ik zal moeten afleren om 'ola' te roepen tegen de tegenvoetse medemens die ons pad kruist. In Spanje roept iedereen 'ola' tegen elkaar. Alsof heel Spanje een levende ijsjesventerij is. En ook het woordje 'si' moet ik nu wel uit mijn woordenboek schrappen, want als ik in Frankrijk 'si' zeg, tja, dan beginnen die in de voorwaardelijke wijs te denken. Die fransen toch.




    27-04-2019 om 22:31 geschreven door geert en hilde op de fiets

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    26-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.25 april we zoeken en vinden ....Valencia!

    We overslapen ons grondig : het is kwart voor tien als er ergens een vermoeden code oranje in ons opborrelt dat de zon al een poosje aan het spinnen is en de vissers weergekeerd van hun jacht op de emperadores.   Tijd om op te staan.  Het ontbijt kan tot half elf, dus roef roef en oef.

    Geert heeft op google maps zitten snuisteren en is overtuigd dat er een fietspad loopt langs de kust tot in Valencia. De haven van Sagunt ligt wel wat in de weg, maar daar kunnen we met een grote boog rond. We checken dat even aan de balie.  Priscilla schrikt zich rot.  Naar Valencia met de fiets, impossible. Overleg met de andere Priscilla. Tja, misschien toch, misschien niet, te proberen, groot avontuur....  Laat ons weten of het gelukt is, vanavond, besluiten ze unaniem.  Dat willen we best doen, dienst voor toerisme spelen voor het hotel. Maar moet het niet eerder andersom zijn ?

    Het begint goed, asfalt langs de duinenrij, richting het zuiden.  Het miezert ondertussen wel, maar eigenlijk deert dat niet omdat het lekker warm is. Daar doemen de eerste kranen en fabrieksgebouwen op. Algauw zitten we op een autovía, druk en vol vrachtverkeer.  We weten zelfs niet of we hier met de fiets mogen rijden.  Maar er is weinig protest van de automobilisten en er is een brede pechstrook, dus fietsen we dapper verder. Geert wil kost wat kost terug naar de kust om het fietspad te zoeken, ik wil rechttoe rechtaan naar Valencia. Ik zwicht, we slaan linksaf, richting Parc de Sagunt. Dat park heeft een imposante oprit, maar meer dan dat zien we niet, want de oprit loopt dood op een zandweggetje.  Misschien, heel misschien ja, zou dit wel eens naar HET fietspad kunnen lopen.  We nemen het risico niet en keren om en vinden een wegwijzer naar Puçol. Dat is goed, een stuk in de goede richting.

    Niet ver van ons loopt de autovía nog steeds in dezelfde richting, en tussen onze kleinere baan en die autovía zien we plots : een rusthuis. U vraagt zich af wat dat nou met onze tocht naar Valencia te maken heeft.  Niets eigenlijk, maar het geeft me wel de mogelijkheid om me even op te winden.  Welke petoeter haalt het in zijn hoofd om een rusthuis in te planten ergens nergens, vlak bij drukke wegen, ver van elke andere menselijke activiteit ? Afspanning rond het domein, de oudjes zitten goed weggestopt, nemen geen deel meer aan het maatschappelijk leven, kunnen zelf geen uitstapjes maken naar een winkel of een parkje of een oude vriend. Gevangen en gekooid en met een extra kuchje door de uitlaatgassen. Neen, de Vandeurzen van Spanje heeft dit niet goed bedacht, mijn gedacht.  Maar tot zover deze oprisping.

    Puçol is bereikt en per toeval zie ik in het boekje van onze vriend Benjaminse dat er een Via Verde loopt van dit stadje tot in Valencia. Hoera voor de Minister van Verkeer.  Dat moet een fervente fietser zijn. Vanaf nu wordt het een ieziepiezie.  Het fietspad is mooi geasfalteerd, rood gekleurd, en spotgemakkelijk te vinden. Langs de kant van de weg : velden met ajuinen, kolen, aardappelen én een soort reusachtige distels. Kweken de Spanjaarden distels ?  Het blijken artisjokken te zijn. Het is de eerste keer in mijn leven dat ik een artisjokkenplant zie.  Het is ook de eerste keer dat ik iemand in april aardappelen zie oogsten. Zo vroeg ? Toch zijn het gezonde grote (friet)patatten. Het doet me mijmeren en in een Spaanse klas belanden.  De juf vraagt : hoe bereid je een aardappel ? Kindjes zeggen : in de frituurpan. Ik steek mijn vinger op en zeg : mijn mama maakt er puree van, samen met broccoli. Alle kindjes lachen, de juf lacht het hardst.  Wat een idee, wat een raar kind.  Maar, daar komt Jeroen Meus het klaslokaal binnen.  Hij steekt zijn wijsvinger bezwerend op : Jullie moeten allemaal leren om out of the patattenbox te denken, want anders ! Anders wordt het nooit anders. Juist, Jeroen, en bedankt.

    Ik moet eerst duidelijk maken wat onze plannen zijn.  We willen, liefst morgen, de trein nemen naar Perpignan, daar overnachten en zaterdag verder fietsen tot in Ansignan.  Vandaag proberen we dat te regelen.

    Geert, de navigator van de dag, weet waar het station van Valencia ligt.  Dus fietsen we daar naartoe. Hm, klein station, maar de loketten zijn allemaal toe.  Cerrado en dat voor de rest van de dag. Een hulpvaardig geel hesje komt ons ter hulp. We moeten naar Valencia Nort, in het oude stadsgedeelte. We passeren het voetbalstadion van Valencia (groot !) en zien opvallend veel elektrische steps in de stad. Het blijkt hier het vervoermiddel bij uitstek. Het oude stadsgedeelte is rustig.  We doen een terrasje, genieten van de zon en eten een lekkere paëlla.  Valencia heeft merkwaardig veel markante gebouwen, we komen ogen te kort als we onze weg verder zetten. Mooie stad !  Ook het Noordstation is opvallend mooi en vooral, dat merken we als we binnen zijn, afgestemd op het bewonderen van het gebouw en niet op het verschaffen van treintickets. Toch niet als je tickets wilt voor de volgende dag. Voor vandaag, dat kan nog net, aan de loketten die er als nostalgische kermisattracties uitzien. Ik vind in een zijkantoortje een man die me in het Engels wil uitleggen wat ik kan doen. We moeten naar een ander station, vijf minuten verderop. Valencia Joaquin Sorolle.  Daar kunnen ze ons verder helpen. Fietsen kunnen mee, maar enkel op regionale treinen. Dat klinkt al beter dan het inpakken van de fietsen, wat we eerder hoorden. Op naar het derde station van de dag. Lange wachtrijen aan de loketten, Geert stuift in en uit (nog niet aan de beurt ?), de tickets vallen wat anders uit dan verwacht.  Morgen kunnen we tot in Barcelona Sants met de trein van 17u10.  Een  boemeltrein die er vijf uur over doet. Dat wordt overnachten in Barcelona. De dag daarop kunnen we tot in Portbou, dat is het laatste station op Spaans grondgebied. Verder wil die trein niet.  Train says no. Goed voor ons, dan zijn we al zo ver. Ik koop de tickets en we poetsen de plaat.

    De terugkeer naar ons hotel loopt stukken vlotter.  We hebben wind in de rug en staan in ruim twee uur terug van waar we deze voormiddag vertrokken.  Een tocht van 81 kilometer. Voldoende voor vandaag.  Rest enkel nog een slaapplaats te vinden voor de volgende nacht.  Barcelona is schabouwelijk duur. We vinden toch een appartementje in Montjuic, een grote kilometer van het station Sants, en hopen, vragen of we onze fietsen kunnen bergen. Montjuic, ik hou wel van die buurt, we logeerden er zeven jaar geleden met Pieter en Margo, toen we Barcelona bezochten en hebben er toen avonden lang gekaart in ons knus appartementje, hoog en droog en in een straatje, zo smal dat we bijna het overstaande huis konden aanraken.

    26-04-2019 om 12:10 geschreven door geert en hilde op de fiets

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (8 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    25-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.24 april lange duik naar de zee

    De andere fietsers hebben mountainbikes, maar zijn nog later aangekomen dan wij en als ik ze begluur/bekijk vanop ons terrasje dan zie ik ze stretchen dat het een lieve lust is.  Hebben wat meegemaakt. We roepen hen toe en vragen of het vervolg van de Via Verde ook zulke rode modder in petto heeft.  Heel goed weten ze het niet, maar ze denken (hopen?) van niet.  Het daalt altijd verder (zo'n 950 hoogtemeters moeten we zakken) en de bergen zullen stilaan verdwijnen.

    De volgende morgen zijn ze al ribbedebie en we zien ze niet meer terug. De tocht is lang : 77 kilometer in het boekje van Benjaminse. (het zullen er uiteindelijk 89 worden).  Maar voor het eerst sinds dagen schijnt de zon weer, al laat ze zich domineren door een al te gure wind. We hebben onze gele windhesjes aan, vooruit met de geit. Het is niet verwonderlijk dat er hier tientallen windmolens staan, we rijden er middenin, die draaiende en maaiende kolossen, de ene na de andere.  Het veroorzaakt zwaai- en dwaallichten in mijn hoofd, ben ik nog wel op aarde of is dit een buitenaards desolaat godvergeten maanlandschap ? En wie is die gele ster die de ganse tijd achter mij aan flikkert ? En wat springt er daar uit het struikgewas en steekt het fietspad over, verdwijnt huppeldehup, het wit puntje van zijn staart op en neer en wegwegweg.  'Dat is een vos', zegt de gele ster.

    Die via verde mag dan gisteren al een lastig stuk vreten geweest zijn, vandaag is hij prachtig en gewillig.  We kijken met argusogen naar alle rode sporen op de weg, want die leiden naar lijmige klei en dat is : ONHEIL. Maar het valt best mee. Brokken rood, dat wel, stukken die losgekomen zijn van de rotswanden, maar die zich nog in een vast samenwerkingsverband met elkaar bevinden en in dikke klompen op het fietspad liggen.  Een enkele zware brok hangt nog -ik schat- met een draadje vast aan zijn moederkoek, een duw met mijn pink en hij valt op mijn kop.  Rap voorbij fietsen, adem inhouden, niet omkijken. Soms hebben die rotsen ook diepe gaten, het lijken berenholen en een enkele keer zie ik een deurlijst in zo een gat. En daarnaast een piepklein raampje. En achter dat raampje een piepklein vrouwtje dat met een krom vingertje naar ons wenkt : 'kom kindertjes, kom maar binnen'.

    De eerste twintig kilometers komen we geen mens en ook geen dorpje tegen. Maar het landschap is uniek mooi. Ik stel me voor dat om dit te creëren, er honderd ontwerpers waren die geenszins hetzelfde ontwerp wilden neerzetten, zeker geen uitwisseling met de anderen wilden en straal hun eigen zin deden. Ze waren creatief en maakten er samen een echt mannekesblad van.  Soms zitten we tussen de rotsen, weerom in de snede van het broodmes, maar even goed kunnen we hoog op een berm fietsen en ligt al de rest lager, er zijn veel pijnbomen, maar er is ook sappig gras en groen, bloemen in alle formaten (we zien trossen aronskelk aan een watertje), er zijn weer tunnels (de lichten springen gelukkig altijd aan, ze werken op zonne-energie en bewegingssensoren, maar dat heb ik misschien al verteld) en er zijn hoge bruggen met diep daaronder een kloof of een watertje, soms zijn de rotsen terracotta rood, maar even verder zijn ze dan weer okergeel, er is heide, er is brem, er zijn vogels en er is een stem.  Die zegt : 'hou je stuur vast en kijk niet zo rond, want voor je het weet lig je op de grond'.  U moet weten, dit is geen fietsautostrade, dit is een deels onverharde fietsweg, vol putten en stenen, grind en kiezel, soms een stukje asfalt. Dus, als U echt alles wilt weten, dan moet U hem beslist zelf eens doen.

    Ondertussen zijn we al een flink stuk gezakt en stilaan voelen we de warmte van de costa, die zich als een deken rond ons legt. Dat doet deugd ! Het landschap verandert, meer dorpjes, meer mensen, fietsers, wandelaars, bewerkte velden, amandelboomgaarden, de eerste sinaasappelbomen verschijnen. En de Spanjaarden hebben hun best gedaan.  Sinds het boekje van Benjaminse verscheen hebben ze de Via Verde verlengd tot in Sagunt, een heel nieuw stuk en mooi geasfalteerd. Dankjewel Spanje !

    Nog even en we zijn in Sagunt, waar we ons hotel zoeken, maar dat blijkt nog 8 kilometer verder te liggen, pal aan de zee. Leuk vinden we dat voorlopig niet, maar we trappen flink door, langs kilometers en kilometers (acht in totaal, ha ja) sinaasappelgaarden.  Niet te geloven dat er zoveel appelsienen bestaan. Al die oranje dikke bollen aan de bomen, maar vooral onder de bomen, verrot, verspijsd, gesmoesd en geplet. En aan diezelfde bomen bloesems. ???? Verstaat iemand dat ?  Een boom die bloeit en vruchten draagt tegelijkertijd ? Of hangen die vruchten er nog aan van het jaar voordien en zijn ze nooit geplukt ? Wat een immense verspilling, lijkt me dat. Ik kan het niet uitleggen.  Geert ook niet, maar die staat al gauw appelsienen te pikkedieven.  Blijken ze rot. Mooi oranje maar toch rot.

    En dan is daar het hotel, Els Arenals, een echt costahotel. Comfortabel, modern, maar niet met de ziel van de berghotels die we al die tijd bewoonden.  Het deert ons niet, we hebben een goed bed op het gelijkvloers en de fietsen staan dicht bij ons in een patio, we hebben een bad en een toilet, wifi die niet altijd werkt, eten en drinken en veel tijd om te slapen. Morgen gaan we naar Valencia, maar dat is alsnog een ander verhaal.

    25-04-2019 om 23:35 geschreven door geert en hilde op de fiets

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    23-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.23 april gevecht tegen de rode klei
    Het miezert als we vertrekken. De man van het hotel zegt dat het niet wou regenen in de winter en nu, tijdens het Paasweekend...hij trekt zijn schouders op en spreidt zijn armen, het is niet zijn schuld, dat moeten we toch geloven.


    Er wacht ons een korte klim (ik moet tweemaal stoppen om naar adem te happen, wat een buikgriep toch doet met een mens) en dan schieten we als twee valken vanuit de gesloten dennenbossen naar beneden. De ene valk durfal en de ander valk hey pas oep (ik ben de valkuilen van het vallen nog niet vergeten). Boven onze hoofden vliegen de tsjieftsjiefjes ons in tegenovergestelde richting voorbij (ze zijn op weg naar België om te broeden, Dirk Draulans) evenals een enkele vogel bisbisbis, waar iedereen zo bang voor is (Annie M.G.Schmidt). We letten niet op hen, neen, we letten op de baan, dat hebben we met de hand op het hart beloofd aan onze kinderen.


    Het gaat ongelooflijk goed vooruit, voor de klok twaalve slaat, staan we aan de autosnelweg die Teruel met Valencia verbindt. Nu komt het er op aan om aansluiting te vinden met de via verde die ons tot in Sagunto gaat voeren, waar we morgenavond zullen slapen.

    We schatten dat het nog ongeveer 15 kilometer is tot Barracas, ons verblijf voor vanavond. Een klein uurtje rijden dus. Maar dat draait even anders uit. Het begin is prachtig, zowel op als naast de fietsweg. We rijden over een oude spoorwegbrug, tientallen meters boven de grond en zien beneden een riviertje klateren en schateren. Wellicht is het een gemeen riviertje en lacht het ons vierkant uit. Maar dat weten we nu nog niet.

    Daar komt weer een tunnel aan. Ik ben er niet gek zot van, die donkere onvoorspelbare gaten, maar deze is kort en heeft verlichting. Oef dus. Het landschap lijkt met een broodmes in twee gesneden en in die snee fietsen wij. Mooie rode terracotta rotsen aan weerszijden. Het heeft hier ontzettend veel geregend de laatste dagen en we ondervinden dat : de rode klei is weggespoeld en ligt als een dikke modder op het fietspad. Leuk om mee te boetseren maar niet om op te fietsen. Binnen de kortste keren plakt een dikke laag rode smurrie aan onze banden. Fietsen blokkeren. Stop en poetsen. We behelpen ons met stenen en takken om de klei van de banden te krabben. Voorwaarts alweer. Een accident de parcours, we happen ons erdoor. Tja, dat hadden we maar gedacht. Die terra cottapoelen blijven ons opwachten. We waden, we stoppen, we poetsen. En nog. En nog. En nog. We heffen de fietsen, we heffen de kar, ik voel me algauw deelnemer aan een programma van jaren terug dat Lieve Blanquaert maakte met mensen met een.beperking die zichzelf moesten voorthijsen over mulle stranden. Er lijkt geen einde aan te komen. Geert zegt 'no way dat ik morgen nog over deze via verde rijd'. Maar wat is het alternatief ? De ruta nacional met zijn druk verkeer? Ik ga er ook van uit dat de rode aarde niet tot in Valencia doorloopt maar plaats zal maken voor iets anders dat niet plakt en samenkoekt. Laten we dit overlaten aan het gezond verstand van morgen, vandaag plakken onze hersenen vol rode frustratie. We doen drie uur over vijftien kilometers. En zijn wat blij als we het bordje Barracas zien staan. En even later de madame van casa rural carlos, die alleen Spaans spreekt. Dat kan ons al lang niet meer schelen, we lachen en we knikken en we palmen het appartement in. We doen de wasmachine draaien. Ik kruip in bed. Geert stooft groenten. Geert gaat naar de winkel. Ik blog.

    Er worden nog twee keer 3 cyclistas verwacht naast en onder ons. Benieuwd wat zij te vertellen hebben.

    23-04-2019 om 19:27 geschreven door geert en hilde op de fiets

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (8 Stemmen)
    >> Reageer (3)
    22-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.20-22 april berggewoontes

    Sinds vrijdag zijn we ondergedoken in de Sierra de Gúda, een onherbergzame bergketen die ons pad kruiste.  We logeren in een schaapstal hoog op een bergflank en slapen samen met de schapen (zo'n 30-tal) en de geiten (2 miekes en een bok) in één groot bed, want meer is er niet.  Gelukkig zijn die beesten allemaal zindelijk, op een klein ongelukje na af en toe, en valt het dus allemaal wel mee. De herder is een oude doorwinterde bergman, die niet hoeft te slapen.  Hij heeft voortdurend één van zijn twee ogen open, aangeleerde waakzaamheid.  Als hij toch eens behoefte heeft om een tukje te doen, zet hij zich in de grote schommelstoel (alleen voor hem bestemd), een stuk van 2 euro in zijn rechterhand. Dan dommelt hij in en valt het geldstuk op de grond, rinkelderinkel, de schapen en de geiten beginnen te mekkeren en hij is terug wakker. Een héél alerte man.  We eten kaas en drinken melk en als de bakker zijn ronde doet en tot bij ons geraakt hebben we ook brood.

    Buiten loopt al eens een enkele donkerbruine beer (hoe donkerder hoe vriendelijker, zegt men hier), maar die heeft het niet op geiten en schapen voorzien, het enige wat die beer wil is de Sardane dansen.  Hij is dan ook overgewaaid uit de Pyrenneeën en kan zijn heimwee niet onder stoelen of banken steken, want die zijn hier helemaal niet. Ondanks de vriendelijkheid van de beer, worden toch de nodige voorzorgsmaatregelen genomen voor het geval dat en moeten we regelmatig evacuatie- en verstopoefeningen doen. Als je het mij vraagt, allemaal drukte om niets. Die schapen worden er alleen maar wild en melkloos van en de geiten denken dat ze voorrang hebben op de schapen en dan moet de herder met harde hand optreden. En wij zitten daartussen.

    Het is maar om te zeggen dat we ons hier wat afgesneden voelen van het verre bewoonde België en moeten wachten tot het weer een opgaande beweging maakt en mijn buikgriep een neerwaartse. Ondertussen proberen we de tijd te doden met rusten, slapen, mediteren, wc-geloop, eten (bah, smaakt me niet), bloggen schrijven.  Gelukkig is de hotelier een soort zwarte engel die een boontje heeft voor oude schildpadden zoals ik, zeker als ze ziek zijn.  Gisteren heeft hij mij een tasje thee willen brengen, maar bij het zien van het bordje aan onze kamer : 'niet storen' 'no molestar' teruggekeerd op zijn stappen, thee meegegeven met Geert 'met de beste groeten'.  En vandaag, toen ik het eten in de eetzaal niet meer kon ruiken en terug naar boven was gevlucht, heeft hij wederom een geschenk meegegeven : een appel en een yoghurtje. Een lieve, attente man.

    Moesten we hier voor eeuwig vastgeraken, hetgeen altijd kan als er een aardbeving zou plaatsvinden of een meteorietinslag, dan zou ik me aanbieden om in de keuken te werken, aan het fornuis, en de omgekeerde voedingsdriehoek uitleggen.  Want vlees wordt hier nog altijd als een hoofdhoofdhoofdbestanddeel beschouwd.  Waar wij al meer op een variëteit van groenten verlekkerd zijn, komt hier steeds op tafel : drie lappen vlees (of vis), petieterig schepje champignons, tien gefrituurde aardappelen.  Elke dag zijn die champignons daar weer. En waar zitten al de lekkere bloemkolen en broccoli's en courgettes en aubergines en erwtjes en worteltjes ? 

    Geert begint er al champignonachtig van te kijken, maar dat komt ook omdat hij een leesbril heeft die hij intuïtief verwerpt en zonder bril leest dus.  Daar beginnen zijn ogen zo op zijn champignons van te wateren en dan kan hij niet meer verder lezen en zit hij als een stuurse kapitein zonder schip voor zich uit te staren.

    En, nog iets anders, hij is er van overtuigd dat Virgen de la vega, het dorpje waar we zitten, het Davos van Spanje is.  'Ik zie dat aan de auto's', zegt hij, 'dat is gene krakkemik.'  Ik kan hem daarin niet bijtreden, want een auto komt bij mij overeen met de kleur die hij heeft. Vrouwen hé!!!

    Morgen springen we terug de fiets op, de schaafwonden staan gescherpt en gebruind, dan gaan we naar Barracas.  Helaas is daar geen internet, maar wel een wasmachine en een keuken.  En dus eten we morgenavond groenten met groenten. Ze zijn al gekocht en ze liggen op de vensterbank van onze kamer.  Een betere frigo kunnen we ons niet voorstellen.

    22-04-2019 om 00:00 geschreven door geert en hilde op de fiets

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (8 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    20-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.20 april rust-roest-dag

    een rustdag in het familiehotel

    bankautomaat gevonden die niet vreet maar geeft

    wandelingetje gemaakt langs overstroomde gebieden

    regen beloofd, zon gekregen, die Spanjaarden toch

    20-04-2019 om 17:10 geschreven door geert en hilde op de fiets

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (3)
    19-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.19 april un día de calamidades pequeños en la sierra de Gudád

    Allepoes (volgens sommigen onder jullie) ontwaakt uit zijn nachtelijke festiviteiten en wij evenzo.  De kerkklok slaat 9 uur, tijd om te gaan ontbijten in de bar om de hoek. De cafébazin is razend enthousiast over de vorige nacht, niet omwille van het feest, maar omdat het zo overvloedig geregend heeft.  De rivier beneden is er ook vol van. Wij zijn blij, wat er vannacht uitgevallen is kan vandaag niet meer vallen.  En de troosteloze droge beddingen van al die lekkere riviertjes liggen nu gezwollen te roetsjen en te klateren, het rode stof wordt omwoeld en weggespoeld en morgen is de hele montana hier frisgroen.

    Wij verkassen vandaag van Allepuz naar La Virgen de Vega, een kleine 20 kilometer verder. Het is ons enkel te doen om een bed te vinden voor de volgende nachten, want in de hostal van vandaag is alles bezet. Bovendien hebben ze heel veel regen beloofd en met deze temperaturen is dat geen pretje op de fiets.  We kleden ons navenant en toeteren de aftocht.

    Vandaag verlaten we de fietsroute van Benjaminse. Die loopt naar Teruel, en van daar verder naar het zuiden, of langs de Via Verde naar Valencia.  In Teruel is er helaas geen overnachting mogelijk en dus hebben we besloten een stuk af te knoezen en binnendoor naar de Via Verde te fietsen.  Maar eerst gaan we tijdens de Paasdagen onderduiken en afwachten tot het slechte weer voorbij is. Dat is ten vroegste volgende dinsdag. Dat is niet leuk, maar we overleven het wel.

    Voorlopig regent het niet. Maar het waait wel.  Die olijkerd van een wind krijgt meer en meer gemene trekjes en pakt ons met rukwinden van 80 km/u onverhoeds in de linkerflank. We komen in de Sierra de Gudád, een natuurgebied waar ook geskied wordt in de winter. Dorpjes zijn er amper, we zien Gudád liggen hoog in de bergwand en zijn blij dat we daar niet naar toe moeten via het smalle steile weggetje. Overal pijnbomen en beneden het woeste riviertje.  Koeien langs de rivier, waarschijnlijk ook blij met het sappige gras, staan gretig te grazen.

    Ik rijd op kop en weet niet wat er gebeurd is, maar plots wordt mijn fiets onderuit geslagen en duikel ik het asfalt op.  Loeiende pijn in mijn linker knie en mijn rechter dij. Geroep en gedonder achter mij, dat er toch veel plaats is naast de kant van de weg en dat ik beter moet oppassen, maar eerlijk, ik ben niet zelf naast de baan gaan rijden, het is de wind geweest.  De menselijke storm gaat vlug liggen, bezorgdheid neemt de overhand.  Ik kan voorlopig niet stilstaan, moet rondstappen om de pijn de baas te kunnen.  Dat asfalt is ook zo grof gelegd ! We meten de schade op : schaafwonden die aan het bloeden zijn gegaan, maar verder wel in orde.  Fiets en kar worden overeind getrokken, ook daar is het niet zo erg. Gelukkig maar.

    Aanvankelijk durf ik niet meer te fietsen, de wind is helemaal niet gaan liggen, dus wat eens gebeurd is kan nog een keer toeslaan.  Geert dus op mijn fiets en ik te voet verder met zijn fiets aan de hand, maar de ratio wint het toch van de schrik en we doen terug gewoon verder. Van de natuur kan ik nu niet veel genieten en ik ben dolblij als we het hotel vinden. We krijgen een mooie grote kamer en bij het zien van de bloedende knie ook ontsmettingsmiddel en gaasjes. Het zal helen met tijd en boterhammen zou mijn moeder zeggen.

    Het hotelbed nodigt uit om te bekomen van deze calamiteit en we proberen wat te slapen.  Ik bedenk nog dat ik beter mijn volleyknielappen had meegebracht, die nodigen meer uit om elegant te vallen.

    We besluiten om toch nog eens buiten te gaan op zoek naar een winkel en een bankautomaat.  La Virgen de Vega is een eigenaardig dorpje dat eigenlijk geen echt dorpje is maar een wintersportoord. Het heeft geen dorpskern, geen kerk, maar het staat volgebouwd met hotels en appartementen. Niet zo ver hiervandaan is een echt dorpje : Alcala del Selva, wellicht vinden we daar wat we zoeken.  Het is een drietal kilometers stappen, nog steeds geen regen, dus we wagen het er op.

    Mooi, authentiek dorpje zoals we ze hier gewend zijn, maar weinig volk op straat, het is amper zeven graden. We vinden een bankautomaat 'Caja Rural' en Geert geeft zijn kaart prijs aan de machine.  Letterlijk dus.  Machine denkt : gegeven is gegeven, dit krijg je niet terug. Er komt geen geld, er komt geen kaart.  We drukken op alle knopjes.  Machine says no. Groene oogjes trekken naar ons, dat wel, maar geen geld.  De bank is niet open, morgen niet, zondag niet, maandag niet.  We vragen in een bar of de man van de bank thuis is vandaag en of hij in het dorpje woont.  Neen, hij woont een dorp verder en hij komt pas volgende week even langs. Dan zit er ons niets anders op dan met het weinige cash geld dat we nog hebben verder te boeren en onze kaart te blokkeren.  En zonder boodschappen terug naar huis te gaan.  Een beetje op rantsoen te leven misschien.  We zien wel.  We zitten hier in half pension, dus echt verhongeren zullen we allicht niet doen.  Maar het lijkt wel een beetje op vrijdag de dertiende vandaag. Als er op de terugweg een dikke tak afkraakt van een populier en bijna op ons hoofd terechtkomt, beginnen we schier in het noodlot te geloven.  De zwarte hond met de grote tanden en zijn zielige medebroeder die zich achter hem met wilde blik verschanst hangen gelukkig (voor ons toch) aan een ketting die net te kort is voor hun moorddadige plannen. En de garage waar onze fietsen staan valt net niet toe als Geert er binnen gaat om nog wat kleren te gaan halen.  De badkuip is niet glad en de poten van de zetels staan vast. De stopcontacten hebben aarding. 

    Hebben wij effe geluk!

    19-04-2019 om 21:48 geschreven door geert en hilde op de fiets

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (3)
    18-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.18 april gisteren dierendag, vandaag het koude Patagonië

    De rustieke bedden van hostal Julian zijn goed meegevallen, geen tegenliggers op onze nachtelijke weg naar het toilet en een degelijk ontbijt, zo begint onze wandeldag vanuit Iglesuela del Cid.  We hebben afgesproken met Piet en Mathieu in hun hotel, daar zal Raquel staan met haar autootje en ons vervoeren naar het dorpje in kwestie.  Raquel is van de streek en vertelt dat er 3.500 inwoners zijn in heel de streek van Maestrazgo.  Dat is zo futiel weinig aan mensen en zo overweldigend veel aan natuur, we kunnen ons dat moeilijk voorstellen.

    Vanuit Iglesuela del Cid kunnen we twee bewegwijzerde lussen maken, een van tien kilometers en een van vijf.  Verstandig, zo denken we, om te beginnen met die van tien, dan is het grootste deel al van de baan. Vol verwachting hebben we onze dierenspotogen opgezet.  Mathieu moet nog even zijn kompas gebruiken om het dorpje in de goede richting te verlaten, maar hij is de handleiding vergeten lezen en het Zuidoosten ligt langs alle kanten.  Dan maar een levend kompas opzoeken (werkende tuinman) en we zijn op weg. De eerste merkwaardigheid die we tegenkomen is een ronde stenen hut, gebouwd zonder specie, gewoon stenen op elkaar gestapeld, met een rond puntdak. Een wonder dat dat niet instort.  Prachtig stulpje ! We zullen er zo verschillende tegenkomen.  Evenzo stenen muurtjes (dry walls) : gestapelde muurtjes met horizontale platte stenen en daarop terug platte stenen, maar dan vertikaal, als dominostenen rechtop.  Ik zeg nu wel stenen, maar dat zijn nogal plakkaten, en die muurtjes lopen kilometers ver en altijd maar verder en boorden zo stukken land af en doorgangen voor grazende schapen.  Ik vind het nogal een omslachtig systeem, want hoeveel werkuren er daar inzitten, ik durf dat niet uitrekenen.  Maar het is hier de gewone manier van doen en het is een uniek mooi zicht. De eerste beesten die we tegenkomen (achter zo'n muralla) zijn vier witte paarden. We wanen ons onmiddellijk in een ridderlijk verleden, maar ik bespaar u de fantastische rijmelarijen die in me op komen.

    In de lucht hangen lammergieren. Met hun spanwijdte van 2m40 domineren ze het zwerk (dat woord wordt me aangedragen door wittepaardenprins Geert, ahum), al zien we even later ook een arend.  De lammergieren zijn de plaatselijke reinigingsdienst, de arenden zijn de moorddadige rovers. We hinken vrolijk verder, het tempo ligt niet al te hoog, maar dat ligt niet aan de gemiddelde leeftijd. Het is eerder het zwalpgedrag van de kaartlezer dat hier verantwoordelijk voor is. Hij kan er zelf best om lachen.

    Een koe komt ons tegemoet in de verte.  Zoals gezegd is de doorgang tussen de muurtjes smal, wat gaat dat beest doen met die rare snuiters ? Ze is niet alleen, boer en hond zijn er ook bij, en nog zeven zusters, één broer.  De boer doet teken dat we nader moeten komen.  Zijn beesten doen niets, ze kijken alleen (dom). Ja, dat is waar, ze kijken saffraansgewijs en zelfs de broer lijkt niet van plan om zijn zeven zusters te beschermen.  Alleen de hond (hondje) is wild en weg van ons, maar nog meer van de koeien die hij moet hoeden door ze in de poten te bijten en luid te keffen. De boer lacht zijn tanden bloot.  Sociale contacten zijn hier kostbaar.

    We picknicken op het pleintje van het dorp. Er was een frisse dag beloofd, maar het is toch lekker in het zonnetje.  Een man, kort van was, maar sterk van poep en benen loopt rond in het dorp.  We denken dat het de postbode is, hij draagt pakketjes. Maar hoe ongestructureerd doet die man dat ? Hij loopt een straat in en dan weer uit, volgende straat in en uit, de eerste weer in. Dan komt hij van de andere kant, weer dezelfde straat in.  En alles met een brede glimlach en pakketjes onder de arm. Hij slaat een praatje met elke mens die hij tegenkomt.  Is het dan de burgemeester misschien ? De organisator van de processie van de semana santa ? Hij verdwijnt even, we zien hem uit een winkel komen met een volledige ham, pakketjes nog onder de arm. Ham in de geparkeerde auto, straat in en uit.  Pakketjes nog steeds onder de arm. Kinderen spreken hem aan.  Hij begint druk te bellen. Kruipt onder een wegversperring. Verse beton gegoten door de wegwerkers en een seconde later staat de voetafdruk van de man diep in het beton.  Dit begint op onze lachspieren te werken, we kunnen dit niet thuisbrengen en het wordt steeds vreemder.  Nog één keer verschijnt hij, stampend met zijn ene voet die vol beton hangt, nog steeds dat vreemde pakketje onder de arm. Dan zien we dat hij ook een soort meter vast heeft. 'Die moet vast de radio-activiteit meten in het dorp', zegt Geert droog. Het is een puzzel zonder oplossing, we komen het niet te weten.  Even plots als hij verscheen, is hij ook weer verdwenen.

    We doen nog de tweede lus van 5 kilometers, dat is een klauterwandeling.  En daar zien we plots een familie steenbokken. Opgeschrikt door ons getater schieten ze schichtig in het struikgewas. Geert wordt er helemaal gek van, wil een fotootje nemen, maar vindt natuurlijk het juiste knopje niet op zijn smartphone. Even later zien we ze weer, langs de rotsen, op de smalle richels, daar waar geen mens hen achterna durft. Onze verwachtingen zijn ruim ingelost, zowel de lammergieren als de steenbokken hebben zich laten zien. We drinken nog een glaasje fris in de plaatselijke kroeg.  Kaartende mannen.

    Raquel komt ons terug ophalen, dit was een geslaagde wandeldag, een leuk intermezzo, ik voel het aan mijn stijve kuitspieren de volgende dag.

    In de Maestrazgo wordt er veel aan mountainbiken gedaan.  We zien het de volgende morgen aan het ontbijt.  Een tiental niet meer zo jonge mountainbikers logeren ook bij Julian en staan op het punt om te vertrekken.  Moedige fietsers, zonder batterij, en dat op die leeftijd.  Later zullen we zien dat Fortanete, een klein dorpje dat we passeren, zichzelf het centrum van deze mountainbikestreek noemt.

    Het tafelkleed heeft hier in een heel slechte droogkast gezeten want de kreukels zijn hier op zijn ergst, dit is het moeilijkste stuk van de fietstocht en we gaan het hoogste punt (van de tocht) bereiken. Dat ligt op 1700m. Het is ronduit koud en er is regen voorspeld in de namiddag.  Laten we er dus maar vlug aan beginnen.

    Cantavieja (zelf een adelaarsnest) ligt op 1100 m en we zijn het dorpje nog niet uit of het begint al onmiddellijk te klimmen. Nijdig in het begin, maar stilaan wat genadiger.  Of hebben we tijd nodig om het juiste ritme te vinden ?  We winnen snel in hoogte en hebben een mooi uitzicht over het dal dat zich in dennenbomen hult.  Ik heb een boerderij, die hoog tegen de flank staat, in het vizier, als ik me kan focussen op een doel lijkt het beter te gaan. De boerderij (met koeien die kouwelijk staan te kijken) wordt veroverd, bocht naar links, het blijft klimmen. We zitten nu tussen de pijnbomen, het zicht op de vallei is verdwenen.  Weer die focus op een verkeersbord, een bocht, om het even wat. De top ligt op 1657 m, Puerto de Cuarto Pelado, we bereiken hem naar mijn aanvoelen redelijk vlot.  Batterij en ik zijn tevreden, we hebben nog wat over.  Er volgt een afdaling over 9 kilometer naar het dorpje Fortanete, waar we doorvlammen (nou ja) en dan moeten we onmiddellijk terug beginnen klimmen naar de Puerto de Villarroya, de topperdetop.

    Ik vind dat we van veel geluk mogen spreken, de regen laat het voorlopig afweten en de wind die erg fel is vandaag, blaast ons vooruit. Het landschap is weer anders, we zitten tussen de weiden, golvend en buitelend, glooiend, zich plooiend.  Het is hier mooi.  Wolken sluieren met ons mee. De wind doet wat hij kan en wij ook. Er staat een bord langs de kant van de weg met de coördinaten van de col. Dat moet op de foto van Geert.  Niet dat die foto ooit boven zal komen, maar ik vermoed dat hij het naar Thomas zal sturen.  Die heeft net de Ronde van Vlaanderen gereden en de vader-zoonclash is nooit ver weg, zij het ieder op zijn niveau.

    De klim transformeert van rechttoe rechtaan naar haarspeldbochtenfestijn.  Weet U wat dat betekent ? Ik ondertussen al wel. Beetje op de tanden bijten, mezelf toespreken, de batterij een bemoedigend klopje geven, paard en kar rijden over de streep, het hoogste punt is bereikt. Maar wat is het hier koud en hoe waait de wind hier nog veel krachtiger dan voorheen. Wat nu volgt is van een duizelingwekkende schoonheid.  We hebben zicht op dicht en ver, en ook nog verder dan ver.  De naburige bergen liggen aan de einder en onder ons strekt zich een ruig berglandschap uit met nog dieper een brede vallei. De afdaling is al even duizelingwekkend. El Falco schiet me voorbij, ik trek geregeld mijn remmen toe. Er moet niet veel gebeuren om hier te vallen, vooral omdat de wind nu tegendraads aan onze flanken rukt. Er is geen huis, geen dorp te zien.  Desolaat en indrukwekkend, zo is het hier.  Moest iemand me zeggen dat we in Patagonië zijn, ik zou het kunnen geloven.

    Plots staan er koeien en een kudde schapen.  Ze staan dicht bij elkaar en vragen zich af waar de lente gebleven is.  Een herder met een rode pet zit er bij. Zijn hond, nerveus, loopt heen en weer.  Waarschijnlijk zijn wij hét spektakel van de dag voor deze mens en zijn dieren.

    Nog één klim(metje) hebben we te goed vanuit het kleine dorpje Villarroya de los Pinares.  Naar de Puerto de Sollavientos op 1507 m. Vientos is alleszins goed gekozen voor deze col, want de wind wakkert steeds aan en we hoeven ons stuur hier niet te lossen of we belanden met fiets en kar in de gracht. Ons eindpunt is Allepuz, nog enkele kilometers te gaan. We logeren in een kleine hostal en Geert ontdekt dat er vanavond feest is in het dorp aan de kerk.  Wij logeren onder de kerktoren, dus dat belooft aan Spaanse vrolijkheid en nachtelijke frivoliteiten.  Geert oefent zich alvast in zich kwaad maken.

    18-04-2019 om 21:23 geschreven door geert en hilde op de fiets

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (11 Stemmen)
    >> Reageer (2)


    Archief per week
  • 29/04-05/05 2019
  • 22/04-28/04 2019
  • 15/04-21/04 2019
  • 08/04-14/04 2019
  • 01/04-07/04 2019
  • 25/03-31/03 2019
  • 10/09-16/09 2018
  • 03/09-09/09 2018
  • 02/10-08/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 17/07-23/07 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 08/05-14/05 2017

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!