Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
fietsen door la douce France
fietsende fiets
03-09-2019
maandag 2 september 2019 de grote sprong voorwaarts
We krijgen een lekker ontbijt bij de man van de Groene Poort, die vooral zijn vrouw laat werken. Michel grijpt gretig in het bord van zijn buur omdat daar lekkere abrikozen op liggen. Gelukkig is zijn buur Geert en niet de stugge duitser die een stoel verder zit. Weeral een wereldoorlog vermeden.
De poes des huizes houdt ons argwanend in de gaten als we in haar domein (de garage) de was opvouwen en de fietsen van stal halen. En Johan heeft een platte band én, je houdt het niet voor mogelijk, het reservebandje heeft ook een gat. (zie pagina 13 van vorige fietsreis, idem dito verhaal). Gelukkig is er nog de back up Michel, die alles in het dubbel bij heeft. (vandaar dat onze auto zo vol zit)
We vertrekken vandaag met de auto naar Villard de Lans, voorwaar een hele sprong voorwaarts, maar het brengt ons zonder geknoei naar de Vercors en daar willen we fietsen. We starten al onmiddellijk prachtig door de gorges de la Bourne, dalend en dalend tussen de hoogopstaande rotsen. Rotsaert zal er ook door moeten rotsen met de auto, we gniffelen bij de gedachte dat hij niet op zijn gemak gaat zijn op die smalle weg, vol bochten en weinig uitwijkmogelijkheden. Blijkt later onnodig te zijn geweest, hij vond het lekker rijden. Niets is wat het lijkt, blijkt nog maar eens.
Het is killig, de zon is met vakantie, maar niet in de Vercors. De weg hobbelt op en neer, door een brede, groene vallei. Leuk en makkelijk rijden, de kilometers zoeven weg onder onze goed opgepompte banden. Michel heeft boodschappen gedaan en wacht ons op in St. Martin en Vercors om te lunchen. Er is bitter weinig beweging op straat, het sombere weer zal er wel voor iets tussen zitten. Maar niet getreurd, we moeten verder, er wacht ons nog de col de Rousset als kers op ons toetje. Op de top wordt er weer gewacht, dat is zo ongeveer afgesproken, maar de juiste locatie van de top is voor interpretatie vatbaar en tussen die twee interpretaties ligt een lange tunnel en zo gebeurt het dat ik door de tunnel rijd en daar wacht op iets dat niet komt en dat de twee mannen vóór de tunnel gaan zoeken waar ik nu weer zit. Bij hen is het kouwig, maar bij mij is het ijzig en waait de woeste wind dwars door mijn lijf. Michel komt -vroemvroem- aangereden, zijn pet en zijn broek waaien bijna af en uit en hij vlucht terug naar de andere kant van de tunnel, de mannenkant. En ik maar wachten en bevriezen en wachten en grommen en schudden en beven. Gelukkig is er de mooie aanblik van de afdaling, vol haarspeldbochten, en heel in de verte het stadje Die, waar Claire haar bubbelette fabriceert. We storten ons naar beneden, wat een sensatie als de snelheidsmeter meer dan 50 km/uur aangeeft. De wind spartelt nog wel tegen en doet wat gas terugnemen (met dank aan Geert die galant op me wacht), maar we voelen de warmte van het dal ons omarmen met inhalig lange zwoele flarden. Wat doet dat deugd !
We logeren in een licht, comfortabel huis, dat gerund wordt door 2 zussen en hun echtgenoten, aan de rand van het stadje Die, dat wat tegenvalt door de leegstand en verpaupering. We vinden het enige restaurant dat open is vandaag, proeven een glaasje Clairette en verdelen broederlijk onze frietjes en groenten. De pichet witte wijn neemt Michel (bijna helemaal) voor zijn rekening. Dessert en koffie laten we aan ons voorbijgaan. We zijn voldaan, zowel ons buikje als ons kopje. De tocht door de Drôme kan beginnen. Morgen.
1 september 2019 col du glandon en het ijzeren kruiske
Alhoewel de beklimming van de col du Glandon niet van de minste is en dus nu een uitgebreid verslag zou moeten volgen, gaat het geschrevene over deze supermooie berg eerder beperkt zijn.
Afgesproken is : Johan is chauffeur tot aan de top, daarna neem ik het stuur over. Geen probleem, dat lukt.
Nog afgesproken is : na 10 kilometers fietsen, in het dorpje halverwege stoppen we om nog iets te drinken. Maar bibi is ribbedebie. Mannen op zoek naar vermiste vrouw. Vrouw zit boven te wachten op de top. Ik geef toe : het is mijn fout, halverwege de klim lijkt me zo fiederalala flets om te stoppen dat ik onmiddellijk en zonder versagen doorrijd naar de top. Strafpunt verdiend.
Het is zondag, er zijn nogal wat fietsers en moto's en auto's die vandaag de ingeving hebben gehad om de col du Glandon te beklimmen. Dat betekent dat veel strak uitgedoste klimmers, man en vrouw, zich moeten laten voorbijsteken door 'vrouw met brommertje'. Ik zeg vriendelijk 'bonjour' en meestal schrikken ze even en prevelen dan iets terug dat ook op bonjour lijkt. Een enkele olijkerd roept iets over 'tricher'. Wat ? Tricher ? Rijden we koers dan ? En roepen ze dat tegen de moto's ook ? Denken ze dat hun favoriete col gaat wegsmelten als ik met mijn brommertje erover rijd ?
Het valt nog meer op als ik boven kom : geen moegeploegde fietser zegt nog een woord tegen mij. Ik lach al eens vriendelijk, probeer een klein mompelingetje. Ze zeggen niks terug. Haha, daar moet ik stilletjes mee lachen, hoe groter het ego, hoe strakker ze voor zich uit kijken. Alleen de man met de twee knielappen die we helemaal in het begin zagen vertrekken met zijn pistolets in zijn truitje, kijkt me vriendelijk aan.
Johan is ondertussen ook boven gekomen en samen bewonderen we de lange uitgestrekte vallei en het rotsgebergte dat ons helemaal omringt. Hij heeft, net als ik, zich een weg moeten banen tussen de schapen die op de hoogste weiden aan het grazen zijn en het verschil niet kennen tussen een mensenpad en een schapenpad.
Het ijzeren kruisje kan ik ook nog oprijden, het is maar een boogscheut verder, maar ik laat het voor wat het is. Wat mooi was, mag mooi en genoeg blijven.
De twee mannen komen boven, in de verte lijkt het alsof ze aan elkaar vasthangen : wit en blauw. De ene keer wit van voor, blauw eraan vast, de andere keer ook zo. Blauw probeert er nog een sprintje uit te persen, maar het is maar een mager beestje. Ze melden nog dat er een schakelprobleem geweest is op 2 km van de top, maar nu is alles opgelost. Ook hun energie is volledig opgelost, dus moet er dringend gegeten worden. Johan heeft al een buffet klaargezet en we schuiven gretig aan, terwijl de schaapjes op de achtergrond ons, jawel, schaapachtig aankijken.
Veel wind boven op de Glandon, de afdaling gaat daardoor minder woest en Michel kan goed volgen deze keer. Er moet nog een laatste keer geklommen worden en dan stuiven we de b&b binnen, even van de grote, drukke weg af die naar Bourg d'Oisans leidt. De gastheer is een Belg, een Vlaming zelfs, en hij studeerde kokschool in de Groene Poort in Brugge. Veel kookt hij niet meer, uitgekookt. Zijn vrouw is een oneindig vriendelijke vrouw met een wijsneuzig dochtertje en we voelen ons al vlug thuis in onze 'chambre quadripule'.
We gaan uit eten, de nacht valt, Johan en Michel kruipen achter hun gordijn om te slapen. Maar eerst moeten ze nog tellen hoeveel stappen ze moeten zetten om zonder stommelen en rommelen naar toilet te kunnen. Want 's nachts lopen die mannen graag rond en nu moeten ze telkens voorbij ons bed. We bereiden ons voor op het ergste, maar het valt wel mee. Enkel de stofhoest van Johan zorgt voor enig klankspel, niet in het minst voor Michel die, in zijn bed op amper 50 cm, een schrik pakt van dat geblaf. Morgenavond geven we ze allebei een pilletje of een karaf witte wijn. Alles voor de rust, er slapen nog mensen in huis hoor.
En nog een laatste noot : dat beperkt schrijven is toch nog een dikke boulette geworden. Ondanks de lome vermoeidheid.