NIEUW: Blog reclamevrij maken?
HET IS NIET ALTIJD DE BUTLER DIE HET GEDAAN HEEFT
Inhoud blog
  • Het geheim
  • Zon & Regen
  • Braaf!
  • BMI
  • Wodansdagen
  • Misdaad in Vlaanderen
  • Kruistocht
  • Verkleurmannetjie
  • Dakloos
  • Hellevaart
  • Schuilen
  • Blonde woede
  • Dobberman
  • Morgana
  • Zoute-Watergem
  • Met name
  • STORY OF MY STORIES
  • Rise&Shine (my Shoes)
  • Waakvrouw
  • Lullaby
  • Weerzien
  • Acetijd
  • Waardigheid
  • Jack-o'-Lantern
  • Boren naar olie
  • Moord in Memory Lane
  • Verslag
  • Dood
  • Blaesstraat / Rue Blaes
  • Blinde vink
  • Moeskopper
  • High Noon
  • Woede
  • Moord op Killmouski
  • Windmolentje
  • Beschaving Waterstaat
  • De Chinees
  • Martelaar
  • Rus
  • Essence
  • Vaert wel
  • Kijkgelijken
  • Rouwkop
  • Spa
  • Frietpeace
  • Rough & Tough
  • Allojjo
  • Play it (again), Sam
  • Zwanenzang
  • De Donderdagpapers
  • De klakkelozen
  • Droomvrienden
  • Waarom God zwijgt
  • Droomoord
  • Tentoonstelling!
  • Japan
  • Verborgen geschiedenis
  • Geen verhaal
  • Paaps, Turks, Pruisisch
  • Bakkes
  • Split
  • Geen genade
  • Onbewaakt ogenblik
  • Maar...
  • Van de kook
  • Wild!
  • KLKN
  • Trio
  • Black Musk
  • Stok
  • Winnetou
  • Kid Katanga
  • Curriculum vitae
  • G, seriemoordenaar
  • Red & Yellow
  • Openbare vervoering
  • Man, Robocop, Skeletor
  • Moord op mama
  • Als het hert spreekt
  • Sluis!
  • Raaf
  • Horen en zien
  • Percussie
  • Cafépraat
  • Uw Koninkrijk
  • Engel in Avelgem
  • Au Relais
  • IJsdood
  • Mensenmepper
  • License to Drink
  • Rolex
  • Liefdadigers
  • Mutilatie
  • Levend begraven
  • Bloed & wonden
  • Gastronomie
  • Grote kuis
  • Ruis
  • Tweering
  • A Dog's Life
  • Encyclopaedia Britannica
  • Smashing
  • Lotto
  • The Fly
  • De vogel
  • You're in the Army Now
  • Tearoom Tilly
  • Luchtmisdrijf
  • Charon
  • Etappes
  • De catering-collectie
  • De avonden
  • Bloeddorst
  • Rach 3
  • Een kraai in Cadzand
  • Coupable
  • De horlogemaker
  • Een photo
  • Epoque
  • Robin Cruysse, (dr)enkeling
  • De Varkenshazy's
  • Een dezer dagen
  • Q8
  • Ogen gesperd dicht
  • Suzannes herenhuis
  • De Mystery Shopper (m/v)
  • In een grot met klaprozen
  • Kunst met peren
  • 'De handel waarvan gij slapte vreest'
  • Rigor Fortis
  • 'Zij die de legermacht ontbindt'
  • Driekoningen
  • Darwin, geen leven
  • Kop-en-schotel
  • Het peperkoekenhuis
  • Kwantum
  • Wurgseks
  • MM: detective zonder grenzen
  • MM: de moord op Marlowe
  • MM: Red Rum
  • MM: de vernissage
  • MM: het klokvaste drama
  • MM: komkommertijd
  • MM:de huurmoord
  • MM: de sixtieskilling
  • MM: de vleespenmoord
  • MM: het galgenmaal
  • Morse: een apologie
  • Het Jaar 11
  • Grieveltje
  • Meatlife
  • Eerwaarde
  • Zijn alle zwanen wit?
  • R@T
  • Kranig
  • Dode adder
  • Grensgeval (reportage)
  • Make love, not war
  • Green Horse
  • Schaakmaat
  • DRAMA
  • OBLOMOW
    Zoeken in blog

    Foto
    Weekend at Crimesea
    Foto
    A sit-down in Tunesia
    Foto

    Murdercompany DW, JD, JV & PV at Saint-Omer

    Foto

    Dog with latest criminews

    MOORD! (Sjors DNO)
    VERHALEN MET EEN VREESLIJKHEIDSGEHALTE
    20-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MM: de sixtieskilling

     

                             MICK MAUSER EN DE SIXTIESKILLING

                                       Een hippe policier


    Dokter Esterhàzy had hem het manuscript vanuit Vreed-en-Hoop in Guyana toegezonden. Mick Mauser klapte het lijvige dagboek open. De dokter had een oud blanco kasboek gebruikt om puin en pijn van zijn patiënte B.U. te beschrijven: via observaties, gedachten (van beiden), gedichten, ziekenhuisverslagen, dagboeknotities, dromen en teksten van Bärbel en bedenkingen van hemzelf werd wat licht geworpen op de vrouw die 28 scholieren naar de andere wereld had geholpen. ‘Leven & Werken van Bärbel Urquhart’, mompelde Mick Mauser. ‘Ik ben eens zeer benieuwd’. Hij bladerde terug naar bladzijde 1 en schroefde langzaam de dop van een fles wodka.

                              

                                    

     

    Bijlagen:
    MICK MAUSER EN DE SIXTIESKILLING.pdf (124.7 KB)   


    18-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MM: de vleespenmoord

                                  

                              MICK MAUSER EN DE VLEESPENMOORD

                                         Een crime de la crime

    De grote pendule sloeg vijf keer. Mick Mauser schonk zich een royale wodka  in en ging voor het raam staan. Herfstige kruidigheid hing in de lucht. De meeste bladeren hadden hun bomen al verlaten. Mick Mauser mocht van geluk spreken. Hoe dat zo kwam, maakt het volgende misdaadverhaal duidelijk.

                                        

    Bijlagen:
    MICK MAUSER EN DE VLEESPENMOORD.pdf (88.7 KB)   


    17-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MM: het galgenmaal

                                 MICK MAUSER EN HET GALGENMAAL
                                     Een vrolijke whodunit

    Detective Mick Mauser fronste zijn wenkbrauwen toen hij het krantenbericht las. Het askegeltje van zijn sigaret viel in zijn schoot, maar hij merkte het niet.

                                                 Galgenmaal?

    Eén maand voor de viering van 10 jaar restaurant De Zevensprong deed zich bijna een drama voor aldaar. 14 gasten, voor wie door een onbekende op zaterdagavond jl. in het aparte kleine zaaltje gereserveerd was, werden met een voedselvergiftiging naar het Aloysiusziekenhuis afgevoerd. Op het ogenblik dat de 14 personen onwel werden, weerklonk in het gastronomisch zaaltje minutenlang het gebrabbel van een peuter, via de klankinstallatie. Na ondervraging van de getroffenen bleek dat 7 onder hen het gebrabbel thuis al telefonisch hadden meegemaakt, vrij recent. Het gaat om VDW (schrijver), BB (reclamevrouw), TB (cultuurfunctionaris), JD (redacteur), ET (professor), EH (taverne-uitbater) en AMV (bediende). Hun partner was telkens medeslachtoffer van de voedselvergiftiging. De 7 hoger vermelden werden onder een vals voorwendsel die zaterdagavond naar het restaurant gelokt. Enkelen werd een interviewafspraak met een bekend blad voorgespiegeld; anderen kregen een gratis etentje aangeboden zg. door de zaak, uit dank voor of in het licht van toekomstige samenwerking. Omtrent de identiteit van de beller/brieven-schrijver tast men in het duister. Zaakvoerder, chefs en keukenhulpjes van De Zevensprong moeten zich voor verdere ondervraging beschikbaar houden. De gerechten van die avond, geserveerd in het aparte gastronomische zaaltje, worden aan een labo-onderzoek onderworpen. Het ging die avond om het zg. Summersetmenu; getonijnd kalfsvlees vormde het hoofdgerecht. Naar verluidt zijn in de broodjes die het voorgerecht begeleidden, sporen van ergot-alkaloïden gevonden. Die worden geproduceerd door een op graan levende schimmel. Ten gevolge van consumptie van brood van dergelijk besmet graan vielen bijvoorbeeld in de middeleeuwen veel slachtoffers. In de marinade van het tussengerecht ten slotte trof men tevens sporen aan van mannelijk zaad. Een hoogst onsmakelijke zaak dus. De Zevensprong viert op 15-16 augustus zijn 10-jarig bestaan. De zaakvoerder begrijpt niet hoe een en ander is kunnen gebeuren. Inmiddels zijn de 14 slachtoffers buiten gevaar. (KLF)

    Bijlagen:
    MICK MAUSER EN HET GALGENMAAL.pdf (98.5 KB)   


    04-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Morse: een apologie

                                         MICK MAUSER

                                              (INTRO)

     

    Mick Mauser is een background detective van zeer menselijk allooi. Soms duikt hij even à la Hitchcock in een verhaal op; soms is hij permanent toeschouwer, ooggetuige of betrokkene. Het apologetische Woord Vooraf door de beroemde maar inmiddels betreurde chief-inspector Morse zet de toonaard van zijn aanpak. In elk verhaal komen we ook iets te weten over detective Mick Mauser zelf en zijn leefgenoten, met mondjesmaat. In toekomstige verhalen zal meer en meer worden prijsgegeven over deze ogenschijnlijk wazige, maar toch erg belangrijke nevenfiguur. Voorlopig blijft hij de enige detective die niet altijd als hoofdpersonage in zijn eigen drama’s rondloopt. Samen met Mick Mauser kan de lezer(es) zittend denkwerk verrichten. Enig talent voor humor is daarbij wenselijk. ‘Een kneepje in de kont van Miss Marple, een snuifje achter de rug van Hercule Poirot, een stiekem lurkje aan de pijp van Maigret en een kopje thee-verkeerd met Sherlock Holmes’, aldus Mick Mauser zelf over zijn avonturen. What’s up, Watson?

    Bijlagen:
    CHIEF.pdf (66 KB)   


    19-12-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Jaar 11
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

                                HET JAAR ELF                                                                                                         

                        GEMENGDE GEVOELENS

                              (Een journaalboek)                                                          

                                                        SJORS DNO
       

    INTRO


    Wordt het jaar elf een scharnierjaar in de eenentwintigste eeuw? Horen we het tandenknarsen van een nog jonge eeuw of zwaaien de poorten naar verandering gezwind en geolied open? Gemengde gevoelens overheersen: misschien vallen er lessen te trekken uit de Arabische Lente die een bloedhete zomer werd, de Japanse natuurramp die ook het menselijk falen evoceerde, de binnenlandse euforie (bij velen) van veranderend stemgedrag die in regeringloosheid verzandde, de yeswecanslogan die afgezwakt moest worden om de Verenigde Staten voor faillissement te behoeden.

    Het getal 11 is van oudsher ‘gekleurd’. Het wordt, zeker na 11 september 2001, ook als een bijzonder wrang getal gezien. Het is het eerste meestergetal binnen de Kabbala. Elf is in het dagelijkse spraakgebruik het gekkengetal. Elf overschrijdt het geheel van de tien geboden. Binnen de dertiendaagse scheppingscyclus van de Maya’s staat het getal elf voor tijdelijke dissonantie en chaos. Je zou daarbij kunnen denken aan de elfde september, toen de Twin Towers, die samen het cijfer elf vormden, tot verbijstering van velen instortten. Ook in de numerologie is 11 het eerste meestergetal. 11 heeft in zich de 1, maar ook de 2, omdat 1 + 1 = 2 is. Daarom wordt de 11 als een lastig, moeilijk getal gezien met tegengestelde tendenties in zich. Dat wijst op innerlijke strijd; 11 wordt dan ook als de strijder gezien.

    Dit is HET JAAR ELF geweest:

    Bijlagen:
    HET JAAR ELF.pdf (1.3 MB)   


    23-06-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Grieveltje

    GRIEVELTJE

    Een ruiker paasbloemen ontsierde de tafel. Door die bloemen konden ze mekaar niet goed zien zitten. Er was koffie en gebak. De kopjes en de schoteltjes, daar had een Boergondisch postorderbedrijf voor gezorgd. In een kast met in lood gevatte schuifraampjes stond een onvolledige Winkler Prins receptenverzameling en een dik boek van Walter Van Den Broeck, moederziel alleen daar tegenaan leunend.
    ‘Hij gaat nu nog springen ook,’ zei iemand.
    ‘Ja?’
    ‘Die cursus is al vier weken bezig en nu zaterdag al, eh … ja: zaterdag, springt ie voor de eerste keer.’
    ‘Amaai. Rina is daar zekers nie gelukkig mee?’
    ‘Ne vogel als vent, hihihi!’
    ‘’Kunt ge peinzen! Zoudt gij op uw gemak zijn?’
    ‘En dan moet ge hem eens horen vertellen over de vrije val! D’er is al een keer eentje gewoon te pletter gevallen, jaja: zo doodgewoon naar beneden gekukeld, dat vertelde hij erbij. Hij zat tot aan zijne kop in de grond.’
    ‘Jaja, daar is-‘t-ie sterk in.’
    ‘Tja … ieder zijn goesting hé. ’t Is zijn eerste en zijn laatste stoot nog niet hé.’
    ‘Neenee.’
    Een tijdlang hoorde men het getik van vorkjes op postorderschoteltjes.
    ‘’t Smaakt hoor.’
    ‘Ja.’
    ‘Met zoiets kunt ge nooit missen.’
    Een hand schoof de vaas met bloemen opzij om aan de suiker te kunnen.
    ‘Hebt ge dat gelezen?’
    Iemand knikte naar de boekensteun van Van Den Broeck.
    ‘Die brief naar onze koning?’
    ‘Ja.’
    ‘’k Ben d’er een keer in begonnen, maar ‘k heb te weinig tijd voor zo’n boek. Enfin, zo’n dikke brief … hihi.’
    ‘Wie is die Van Den Broeck eigenlijk?’
    ‘Een schrijver, op een echte eenzame hoogte,’ zei iemand die tot nu toe nog niet gesproken had.
    ‘Wat?’
    ‘Een schrijver. Hij heeft er al een grote prijs mee gewonnen.’
    ‘Gekaapt, dat zeggen ze ook.’
    ‘Ach ja.’
    ‘Is dat ook al een beroep?’
    ‘’t Komt van de boekenclub zekers?’
    ‘Ja. We hebben te laat onze kwartaalbon ingevuld en plotseling kregen we dat aan ons been.’
    ‘Nu, ’t is geen misser geweest.’
    ‘En ’t heeft een prijs gekregen, zegt ge?’
    ‘Ja. Maar welke juist, dat weet ik niet meer hoor. ’t Stond in al de kranten.’
    ‘’t Is nog nie lang geleden zekers?’
    ‘Nee.’
    ‘Die Van Den Broeck, of hoe is zijn naam juist, die zou dus ook eens zijn eigen postzegel kunnen krijgen.’
    ‘Haha.’
    ‘Als de tarieven voort zo opslaan, zullen ze d’er nog veel nieuwe moeten uitvinden. Subiet is 2 euro ook al nie genoeg meer om een simpele brief te versturen. Wat doen ze dan met al die oude zegels?’
    ‘Als die daar zijne dikke brief opstuurt, moet er zekers 100 euro op?’
    ‘Hahaha!’
    (Allen keken nu naar het moederziel alleenstaand boek van Walter Van Den Broeck, aanleunend tegen een onvolledige Winkler Prins receptenverzameling. Het gelach was niet van de lucht en het was Pasen.)
    ‘Misschien moet hij wel niets betalen daarvoor. ’t Is goeie reclame voor de koning hé!’
    ‘Jaja, haha!’
    Iemand stond op en schonk de liefhebbers nog eens in. Niemand legde een afwerend handje op zijn postorderkopje.
    ‘Dank je.’
    ‘Dat zal ergens deugd doen.’
    ‘Luister een keer naar dat weer! ’t Kan weer niet op.’
    ‘En dat voor april. Je zou er geen hond door jagen.’
    ‘Passeert de Ronde van Boergondië hier vandaag niet?’
    ‘Hei! Hei! ’t Is hier geen toneel van Claus hé! De Ronde van Boergondië passeert hier vandaag nié, begrepen?’
    ‘Ze passeert elders zekers? Hihihi!’
    ‘’En dan?’
    ‘Pff.’
    ‘Wel?’
    ‘Ze moet toch érgens passeren zekers?’
    ‘Jaja, gij gaat ’t wel zeggen. Dat is al twee weken geleden, slimmeke. Ge moest een andere koers uitgekozen hebben om mee te lachen. En gij woont toch ook in zo’n boerengat?’
    ‘Ik lach daar toch nie mee!?’
    ‘Nee zekers! ’t Scheelt toch nie veel. Ge zoudt nog de eerste zijn om naar buiten te lopen als ge een luidspreker zoudt horen.’
    ‘Allez allez: geen spel hier hé! Drinkt uw koffie op voordat hij koud wordt.’
    ‘Ik drink graag koude koffie.’
    Met een lichte klap viel plotseling het boek van Van Den Broeck in de kast om. De in lood gevatte schuifraampjes trilden even mee van de opwinding.
    ‘Oei. Kijk nu!’
    ‘D’er passeert weer zo’n groot getrek zekers?’
    ‘’t Is toch al maanden dat de straat hier doodloopt!? De barrière op ’t einde is ook voorgoed toe.’
    ‘Nee, d’er is bijna geen verkeer meer. Ze weten het nu wel. Wie nu nog doorrijdt, is een kieken.’
    ‘In ’t begin was ’t nogal een gemanoeuvreer zekers hier?’
    ‘Dat ziet ge van hier.’
    ‘Zeg: zet dat boek weer een keer recht. Subiet valt heel mijne winkler prins ook omver. Een appelflauwte, hihihi!’
    ‘Menuutje.’
    ‘Die recepten, hebt ge die allemaal gelezen?’
    ‘Da’s nie om te lezen hé.’
    ‘D’er wordt hier af en toe goed gesmikkeld zekers?’
    ‘Ge moest eens meer afkomen, dan zoudt ge dat zien. Dan zult ge ’t wel ondervinden. Met uw eigen ogen.’
    ‘Soepogen.’
    ‘Hihihi.’
    ‘’t Is maar een woord!’
    ‘De jongste in het gezelschap pierde een sigaretje. (We herkennen in deze figuur Repelsteel Van Der Weyden.) Hij morste geparfumeerde korrels op het hagelwitte tafellaken dat als een maagdelijke bruidsjapon etc … of als een sneeuwtapijt etc … ‘Zeg, ze groeien op uw rug zekers?’
    ‘Aha. Da’s dan dat wat ik de laatste tijd zo voelde jeuken!’
    ‘’Hè hè hè!’ (Geuit door een dichte verwant van de jongeling, zelf ook nog betrekkelijk jong, maar met vast werk.’
    ‘Hij zit nooit om een antwoord verlegen.’
    De jongste schraapte nu met zijn rechterhand de korrels bijeen en ving die in het plastic pakje op.
    ‘’t Is nog de goedkoopste niet dat ge smoort.’
    ‘O, dat scheelt allemaal nie veel.’
    ‘Het beste is nog van nié te smoren.’
    ‘Jaja, zeg dat maar tegen de muren. En kijkt eens naar mijn gordijnen!’
    Enkelen begonnen nu ook diverse dingen te roken of te laten roken: een Hollands sprietje, een gekochte Belga, een pijp, een serieuze sigaar. Eén vrouw rookte ook mee: een filter, Stuyvesant.
    ‘k Ga het raam een beetje openzetten.’
    ‘Ja, dan kan de luchtvervuiling binnenwaaien.’
    ‘Hela! Zit de wind wel goed? ’t Vettekot werkt in ’t weekend ook hoor!’
    ‘De wind komt nu van aan de draai ginder. ’t Is goed.’
    ‘Als ’t nu maar nie te koud wordt hier, met zo’n weer.’
    ‘Niet smoren, hé!’
    ‘Of je warmsmoren!’
    ‘Rrr!’
    ‘De bel gaat, luistert.’
    ‘k Ga een keer zien wie dat wel mag zijn.’
    Een vrouw begaf zich naar de smeedijzeren voordeur en sleurde die moeizaam met één hand open, want in de andere hield ze de filtersigaret als een maagdenkaarsje omhoog. Je merkte dat ze ’t niet gewend was.

    (Wie had aangebeld? Zeker geen pastoor in lange rokken, want dit is geen roman van Roobjee, Pjeeroo. Ook geen ex-gevangene met een Franse voornaam die veel in Vlaanderen voorkomt, want dan zitten we weer bij Claus, Hugo. Misschien was het Kilroy? Peeping Tom? Baekelandt? De Leprechaun? De Graaf van Monte Christo? Robin Hood? In dat verdomde nest hier is alles mogelijk.)

    Nee, nee: ’t was verdorie Grieveltje-uit-Ullegem!
    ‘Ah! Dag Grieveltje! En ’t is geen wekedag, jong!’
    ‘Neet madam, neet: ’t weet dat wel. Maar ‘k moest passeren en ’t is simpelweg om te komen zeggen dat ge morgen of vandeweek een keer weer bij Susa Nina zoudt moeten binnenlopen.’
    ‘O?’
    ‘Ze kan weer geen weg. En ‘k moest hier nu toch passeren, en ‘k dacht … ‘
    ‘’t Is al goed, Grieveltje. ’t Komt in orde.’
    ‘Bedankt madam. Als ge dat wilt doen.’
    ‘Allez: tot morgen misschiens hé.’
    ‘Ja madam. Nog een keer bedankt. Aan ’t feesten zekers?’
    ‘Bah ja, ge kent dat hé?’
    ‘Ha ja.’
    ‘Allez: goeiendag hé!’
    ‘Goeiendag madam.’
    De vrouw morste as in de gang toen ze de deur voor Grieveltjes neus weer dichtduwde. Ze hurkte en probeerde de vuiligheid met haar hand op te scheppen. Het askegeltje rolde echter steeds verder weg, tot tegen de muur, voortbewogen door een tocht die van onder de voordeur blies.
    ‘Godver.’
    Het kraakte in haar dikke knieën toen ze, als een eend maar zonder kwaken en zonder pluimen, één poot verder opzij zette;
    ‘Dààr, begot!’
    Met deze niet-provinciale vloek stampte ze ten slotte het kegeltje plat. INTUSSEN WAS ER ECHTER AL EEN TWEEDE ASKEGELTJE AAN HAAR SIGARET GEGROEID! Ze haastte zich weer naar het gezelschap.
    ‘Wie was ’t wel hé dat ge zo rood ziet!?’
    ‘Die vent van Susa Nina … pff … Ze kan weer geen weg. Grieveltje vroeg of ‘k morgen ga.’
    ‘Jaja, ’t is weer ’t zelfde liedje. Da komt nie meer goed.’
    ‘Grieveltje? ’t Is toch zo hé? Rare naam. Waar komt dat van.’
    ‘’t Is lijk een naam voor een spookske.’
    ‘Da komt van vroeger, van in ’t toneel. Grieveltje – verdraaid, ‘k moe moeite doen om op z’n echte naam te komen, zie je wel: ‘k weet het nu niet, ’t schiet me … – ewel, Grieveltje was in zijne glorietijd de penningmeester van ’t parochietoneel. En iedere keer als dat toneel iets speelde, maar Grieveltje zelf – tiens, hoe heet die nu eigenlijk – eh … Grieveltje speelde zelf nie mee, eh … iedere keer als ze iets speelden, moest Grieveltje vooraf op de scène komen en een woordje uitleg geven aan de mensen die kwamen kijken. En op ’t einde zei ie altijd dat ze niet mochten zitten grievelen met papiertjes van snoep en zo, want dat dat stoorde. En … ah ja, hij zei dat iedere keer hé en zo, op den duur begonnen de mensen mee te zeggen van dat grievelen en zo.’
    ‘Hij moest dat zeggen van de voorzitter misschiens.’
    ‘Ah ja.’
    ‘En zijn wuufke is nu weer niet te been. ’t Is toch wat.’
    ‘Is-t-ie al oud misschiens?’
    ‘Oud? Bah, ‘k zou het nie weten. Maar we gaan daar onze patatten halen hé.’
    ‘Ah ja.’
    ‘Een paar keers aan de klap geraakt. ‘k En kan geen mensen in de puree zien zitten, ik. Zij is al een beetje van ouderdom, ja.’
    ‘En alzo doet gij ook uw goed werk.’
    De meeste opgerookte dingen werden nu doodgeduwd in de krullerige asbak met het gouden blaadje eraan, waarop één sigaret even te rusten kon worden gelegd. Hierbij botsten de hand met de opgerookte Belga en de hand met het opgerookte Hollandse sprietje onzacht.
    ‘Au, godver … ‘
    ‘Ik was eerst, makker. Sigaren gaan voor.’
    ‘Noemt gij dat een sigaar?’
    ‘En ge moet uw nagels knippen.’
    ‘Tuttuttut!’
    De jongste stond nu op en stak een cassette in de radio.
    ‘Hei! Kan dat ook daarin?’
    ‘Da’s wel gemakkelijk hé!’
    ‘Wat is ’t dat ge oplegt?’
    ‘Oplegt, oplegt: d’erin schuift, bedoelt ge! Hihihi!’
    ‘Simon en Garfunkel.’
    ‘Karbonkel wie?’
    ‘Wat?’
    ‘Een concert in New York van twee zangers. In openlucht. Niet gezien op de tv?’
    ‘Nee.’
    De eerste tonen weerklonken.
    ‘Zeg, noemt gij dat een concert?! Ze beginnen al met te roepen en te tieren voordat ze … ‘
    ‘’t Is uw genre nie zekers.’
    ‘‘k Heb geen ene zanger die ik graag hoor. ’n Beetje muziek op de achtergrond, da’s al genoeg voor mij.’
    ‘Voor mij ook. Ge zoudt beter een keer luisteren.’
    ‘Jaja. En hoorndul worden zekers!’
    ‘Oei! (Een andere vrouw). ‘En ‘k had nu wel die jenever koel gezet! Wie moet er eentje?’
    ‘AH!’ (Drie mannenstemmen).
    ‘Ge moet ons nie forceren hé moeder. Allez.’
    Kleine unic-glaasjes werden op tafel getoverd. Weer verschoof iemand die vaas met bloemen.
    ‘Laat dat nu een keer staan. ’t Zijn zulke schone.’
    ‘Maar ‘k zie niks.’
    ‘Als ge ‘t maar hoort.’
    ‘’k Zou op den duur scheel beginnen kijken. ’t Is allemaal geel voor mijn ogen.’
    ‘Scheel en geel, da’s gezond. En ’t rijmt nog ook, haha.’
    ‘Wat zit gij daar nu zo in uzelf te lachen? Als ’t een klucht is, vertelt hem dan maar hé.’
    ‘’t Is met dat grievelen nog altijd.’
    ‘O, gij kunt gij wel tegen nie veel.’
    ‘Gij ook een druppel?’
    ‘Ja?’
    ‘Ja.’
    ‘Stuikt hem niet omver.’
    ‘‘k Zal hem wel in mijne mond omstuiken.’
    ‘Hoor dat een keer!’
    ‘Pff. Grievelaars!’
    ‘Haha! Grievelaars zegt hij! Goed gevonden hé?’
    ‘‘k Zei toch al dat-ie nooit om een antwoord verlegen zit?’
    ‘Allez jongens: santé!’
    ‘Ja. Santé. Op den zaligen hoogdag. Dat we er nog veel mogen beleven.’
    ‘En op Grieveltje-uit-Ullegem, hihi.’
    ‘Gij lachers!’


    22-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Meatlife

    MEATLIFE

    Hij noemde haar soms De Rode Ridder
    omdat haar kapsel er zo middeleeuws uitzag,
    soms Jeanne d’Arc
    omdat er naast haar huis onveranderlijk een stapel brandhout lag.

    Wanneer hij haar in haar aars nam, stootte hij ridderlijke kreten uit.

    < HO! HA! HOHA! >

    Wanneer hij haar voorste liefdesgrot bevolkte, uitte hij vurige klanken.

    < SSS …. (implosief) … AAA … AAA … >

    Ah, immortality!

    Dat alles gebeurde noodgedwongen in het ‘diepste’ geheim.

    Immers.

    Hij was schoonmaker in het abattoir Corneille-Staes.
    Zij was de dochter van de slachthuisbaas en studente lerarenopleiding.

    Les extrêmes se touchent. ( ! WANT DE UITEINDEN VOEDEN ELKAAR ! )

    How come?
    Listen.

    Er was het liefdadige kerstdiner van de firma Corneille-Staes. Hanentestikels en zwijnenkop op het menu. Je werkt op een slag/slachtveld of je werkt er niet …
    Liefdadige dochter Inez viel toen voor de schoonste schoonmaker Lutz, na een gesprek over kanonnenvlees uit de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Jonge gesneuvelden brachten levende lijven nader tot elkaar.


    Leraarschap en schoonmakerschap versmolten met elkaar tot ze elkaar ophieven. Inze en Lutz hielden vol, ondanks bloederigheid alom. Ze maakten kinderen en slachtten dieren. Tot wanhoop van de slachthuisbaas en diens wettelijk geregelde vrouw.

    De oude Corneille ging dood. Zijn vrouw kort daarna ook.

    De opvolging was verzekerd: Lutz en Inez beheerden abattoir Corneille-Staes.

    Ah, love & business!

    Maar zoals de dood met de vinger op zijn lippen door het leven sluipt, zo naderde haneschree na haneschree de economische crisis. Nieuwe loopgraven ontstonden. Lutz en Inez hadden er één flauw idee van. Er kwamen plotseling geen wagyu-orders meer binnen. Op een nacht braken zestig kostuumpjes op Lutz’ lijf het zweet uit. Hij ijlde. Een hond naderde, in de vorm van een hond. Wat nu geblazen? dacht Inez slapeloos. Een bankier dook in het donker.

    1929, 1987, 2001, 2008, 2013

    < draadloze diepzeegedachten vandaag zo’n dinsdag met regen in rome en zon in de kelder de beurs is beurs joelend gooit de sjamaan een handvol doodsprentjes in het portaal en vlucht als de wind weer henen het huis rammelt als een spaarpot oude centen en omhult ze als een sarcofaag >

    ER LIGT EEN DODE DIERENDODER OP DE LAATSTE LOPENDE BAND IN ABATTOIR CORNEILLE-STAES.

    Hij had er één flauw idee van.

    Rosbief voor Inez en diegenen die uitdrukkelijk uitgenodigd waren om de familie te volgen.

    Vleselijk.


    06-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Eerwaarde

    EERWAARDE


    Een kraai kraste op het land.
    Eerwaarde fladderde over de kerkwegel.
    Een misdienaar baande de weg voor hem met dwingend geklingel,
    dat in flarden over de velden wegwoei.
    Januari, vervloekte maand na giftige geschenken.
    Wind uit oude dagen beulde bomen af.
    Wind, overal wind: kruistocht.
    Er hing modder aan de schoenen van eerwaarde toen hij het erf betrad.
    Dat deerde hem niet echt.
    Hij trok ten strijde voor het Leger van God.
    Smeer van ça-va-seul en speeksel van Rosalie zouden die kleine erfzonde wissen.
    Een hond sloeg even aan en dimde klaaglijk weg.

    Dag meneer pastoor.
    Dag Madeleine, ik ben nog niet te laat, hoop ik.
    Hij asemt nog zwakjes, meneer pastoor.
    De Heilige Geest doet zijn werk. Vooruit, Lewie: de trap op. We gaan een ziel redden van het hellevuur.
    Ja meneer de pastoor.
    We sterken hem met de Sacramenten der Zieken. Hebt gij dat al op school geleerd, Lewie?
    Ja meneer de pastoor.
    Allez, linksaf, Lewie, daar is de slaapkamer. Eh … rechts is de logeerkamer.
    Ge weet hier goed de weg, meneer de pastoor.
    Zwijg Lewie, dat is een sacrament. Madeleine: volg je nog?
    Ja meneer pastoor. Ochheregodtoch, dat ik nu alleen val ...

    Lewie, ge moogt nu gerust beneden wachten. ’t Is hier bijna gedaan, maar ’t kan ook nog een tijdje duren.
    Ja meneer de pastoor. Mag de bel weer mee?
    De bel mag weer mee, jongen. Maar hou de klepel vast in je hand. Geen lawaai meer. Boer Hilaire is dood. Rust voor de doden.
    Ja meneer de pastoor.
    Wij houden hier nog een wake.
    Er staat een doos met koekjes op de keukentafel, jongen. Neemt en eet maar.
    Dank u madame Madeleine de boerin.

    Hij heeft niet veel geleden hé, eerwaarde.
    Nee Madeleine. En altijd hard gewerkt.
    Ziet eens hoe rustig hij daar nu ligt.
    Ja. Laten we hem even alleen voor zijn laatste reis naar het hiernamaals.
    Lewie! Vind je de koekjesdoos?
    Ja madame Madeleine de boerin!
    Goed Lewie.

    Ach Madeleine …
    Ik ga u voor, meneer pastoor … Eerwaarde Vader … zegen mij …

    Een hond sloeg aan op het erf.
    Wind rammelde met dakpannen.
    Eerwaarde ontknoopte zijn gewaden.
    Stijf van lust diende hij boerin het heilig oliesel toe.
    Het Leger van God groeide andermaal, uit putlucht.
    Modder, speeksel en smeer vermengden zich.

    Ah Madeleine.
    Eerwaarde Vader, zegen mij en al die na mij komen.
    Blijft ge ook eten?


    15-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zijn alle zwanen wit?

    ZIJN ALLE ZWANEN WIT ?


    De auteur schreef deze eenakter na lectuur van diverse boeken van Nassim Nicholas Taleb, oud-beurshandelaar en professor in de toevalskunde. Die handelen over de rol van het toeval in de economie en in het leven. Bepaalde gebeurtenissen worden door hem ‘zwarte zwanen’ genoemd: toevallige gebeurtenissen met verstrekkende gevolgen. Het schrijven van een bestseller, het winnen van de lotto, een wereldramp of een gigantische aanslag zijn zwarte zwanen. Ook Wall Street kende zijn zwarte zwanen.

    In ZIJN ALLE ZWANEN WIT ? komt een raadselachtig pak pardoes uit de lucht te vallen, tussen twee mensen in. Wat steekt erin? Lode en Claude (of desgewenst Christa en Christine) – twee doorsnee vertegenwoordigers van het menselijk ras – krijgen ermee te maken.

    Een eenakter voor drie personen en een fles melk. Geen decor. Duur: vijfenveertig minuten.


    Claude – Dag Lode. (Christa)
    Lode – Dag Claude.
    (Christine)
    Claude – Hoe maak je het nog, Lode?
    Lode – Ewel Claude, dat verklap ik je niet.
    Claude – En waarom niet, Lode?
    Lode – Omdat je ’t dan zelf zou maken, Claude. Je imiteert me zo vaak!
    Claude – Je imiteert me zo vaak! En jij niet zeker?! Amai, je wikt je woorden nogal, zeg!
    Lode – Het wikken van woorden is als het wokken van groenten.
    Claude – Je vergat er ‘Claude’ aan toe te voegen.
    Lode – Claude.
    Claude – Ah, je maakt de groenten dus hard? Als je woorden?
    Lode – Maar nee: net zacht! Of halfzacht. Jij lijkt me ook geen keukenpiet.
    Claude – Ik kook al bij de gedachte.
    Lode – En wat zeg je dan?
    Claude – Lode.
    Lode – En voluit … wordt dat dan …
    Claude – Ik kook al bij de gedachte, Lode.
    Lode – Prima, Claude. Altijd met zeven woorden spreken. Je hoeft daarvoor toch niet zo’n klootzak te zijn hé?
    Claude – Nee hoor, Claude. Eh … ik bedoel: Lode.
    Lode – Bezoedel jezelf niet, Claude. Wok je woorden!
    Claude – Lode, iets anders: hoe oud ben je nu eigenlijk?
    Lode – Wel, Claude, ik ben nog nooit zo jong geweest als nu.
    Claude – Dat is verdomd goed nieuws.
    Lode – Ik had het graag voor mezelf gehouden.
    Claude – O, bang om een rondje te moeten geven, Ebenezer Scrooge?
    Lode – Zit toch niet zo op mijn vel!
    Claude – Weet je: elk jaar passeren we ook onze sterfdag.
    Lode – En een kapotte klok duidt ook tweemaal per etmaal het juiste uur aan.
    Claude – Jij bent niet voor één gat te vangen hé.
    Lode – Gelijk ik op een muis misschien?
    Claude – Dan imiteer ik je zeker nooit ofte nimmer.
    Lode – De muis dirigeerde nochtans een tijdlang de digitale wereld.
    Claude – Tja … zo gepiept hoor. Maar wil je er niet over praten?
    Lode – Waarover?
    Claude – Over je leeftijd.
    Lode – Nee.
    Claude – Godzijdank!
    Lode – … piepte de muis.
    Claude – Kunnen we … Kunnen we nu misschien de metafoor van de muis eh … in zijn holletje laten?
    Lode – Zijn holletje!? Is dat misschien een … een petofoor?
    Claude – Zeg … we zijn ver heen hé.
    Lode – Ja … in een godverlaten gat van de wereld …
    Claude – Je kunt het echt niet laten hé.
    Lode – Maar jij bent begonnen hé, Claude!
    Claude – Allez, vooruit: we gooien het over een andere …

    ER KOMT IETS GROOTS UIT DE LUCHT VALLEN; DAT KUKELT MET EEN ENORME BONS OP DE BEGANE GROND TUSSEN LODE EN CLAUDE IN. ZE SCHRIKKEN ZICH EEN AAP. HET DING IS IN ZEILDOEK VERPAKT. ONDEFINIEERBARE VORM.

    Lode – EEKK!!!
    Claude – AAAHH!!!
    Lode – … boeg?
    Claude – Hé?
    Lode – … andere … boeg?
    Claude – Duidelijk!

    (Ze bekijken het ding een poos en controleren ook het luchtruim).

    Lode – Als je ’t mij vraagt: hier is iets niet pluis.
    Claude – Ewel, Lode: ik val eerlijk gezegd ook uit de lucht.
    Lode – Uitkijken met metaforen hé, Claude.
    Claude – Maar wat is dat eigenlijk?
    Lode – Het gewicht van de wereld?
    Claude – Tachtig kilogram Newton?
    Lode – Een ontsnapte para… chute?
    Claude – Een gevallen engel?
    Lode – Eh … een … eh … deus ex machina misschien?
    Claude – Wat voor machien?
    Lode – O … iets met lucht. En in ’t Latijn.
    Claude – Iets dat dus wel pluis is?

    (Claude beroert met een voet omzichtig het ding).

    Lode – Tja … In ’t Latijn is ’t gewoonlijk goed hé.
    Claude – Dat is Latijn voor mij.
    Lode – Ja, ik zwijg al, Claudius. (Christina)

    (Ze ‘besnuffelen’ nieuwsgierig het pak).

    Lode – Riek jij iets?
    Claude – Rieken of ruiken?
    Lode – Laten we het hier maar op rieken houden.
    Claude – Mijn neus vertelt me niets.
    Lode – Je gaat nochtans prat op je neus voor zaken.
    Claude – Dat zou hier best wel eens een onwelriekend zaakje kunnen zijn.

    (Maakt aanstalten om het ding aan te raken).

    Lode – Sstt … ! Niet doen! Aankomen is kopen!
    Claude – Verdomd, je doet me meer schrikken dan dat pardoesding hier!
    Lode – Dat wàt?
    Claude – Pardoesding.
    Lode – Wat is dat voor rariteit?
    Claude – Wel: iets dat pardoes uit de lucht komt te vallen.
    Lode – Ja, maar we weten nu nog altijd niet wat erin steekt hé. Alleen de … pardoeserigheid kennen we.
    Claude – Zouden we het niet openmaken? Openknopen? Openritsen?
    Lode – Ik kom daar niet aan!
    Claude – Allez … schijtlijster: ’t is Toetanchamon niet, hoor.
    Lode – Mocht het de Toet zijn, dan waren we hier aan het stofzuigen.
    Claude – Die hier ziet er inderdaad wat properder uit.
    Lode – Maar wie zegt dat het een mens is?
    Claude – Geef het eens een duwtje.
    Lode – Ik kom daar niet aan bis!
    Claude – Tja … We zitten hier duidelijk met een probleem.
    Lode – Als we er niet naar kijken, hebben we dat probleem niet, Claude.
    Claude – Misschien heb jij ook liever dat ik jou niet aankijk, Lode?
    Lode – Ik zal dat maar als een retorische oprisping beschouwen.
    Claude – Er komt ook geen geluid uit.
    Lode – Tja … na zo’n doodssmak … hoe zou je zelf zijn.
    Claude – Voor eeuwig en altijd … stil.

    (Even stilte. Lode en Claude – of Christa en Christine – lopen wat kringetjes om het ding heen. Ze verwijderen er zich even van, handen op de heupen, peinzend toekijkend. Dat mag eventueel symmetrisch gebeuren. Plotseling is er minimale beweging merkbaar in het pak, even maar. Lode en Claude reageren daar echter helemaal niet op. Mocht het publiek nu al daarop reageren, dan negeren de beide personages dat).

    Lode – Hopelijk ontploft dat ding niet plotseling.
    Claude – De meeste ontploffingen gebeuren nogal plotsklaps, hé.
    Lode – Taalterrorist.
    Claude – Het is misschien aan het gisten; god weet wat we ontdekken als we de verpakking …
    Lode – Kom er niet aan, hé!
    Claude – Kijken mag toch, hé.
    Lode – Zeg: heb jij daarnet eigenlijk een vliegtuig horen passeren?
    Claude – Eh … nee. Wie let er daar nu op. Het is wel vaker spitsuur in de lucht.
    Horen en zien vergaat je soms.
    Lode – Zou het kunnen dat een vliegtuig een stuk van zijn vracht heeft verloren?
    Claude – Of het kan ook een afrekening zijn. Die verpakking ziet er eh … vakkundig uit. Professioneel werk. Precies een eh … delivery van de maffia. Kant-en-klaar aan huis geleverd.
    Lode – Die delivery valt dan wel pardoes ons leven binnen. Net zo goed was het op onze kop. Nou: een van onze koppen.
    Claude – Misschien was het een aanslag?
    Lode – We vormen wel heel kleine doelwitjes.
    Claude – Waar twee of meer samenzijn … daar ben Ik in hun midden.
    Lode – Waw … Bijbelvast, ja? God komt uit Zijn hemel te vallen?

    (Hier is er andermaal wat beweging onder het zeildoek te bespeuren, ietwat duidelijker dan daarnet. De beide personages reageren nog altijd niet. Ze negeren ook eventuele reacties uit het publiek).

    Claude – Zeg, Lode: en als we nu eens het grotere geheel bekeken?
    Lode – Ja … je kunt gelijk hebben. The big picture, hé …
    Claude – Dat werpt misschien wat licht op de zaak.
    Lode – We zijn inderdaad te veel op dat ding hier gefocust. Tijd voor een stapje achteruit.
    Claude – Of vooruit. Het grotere geheel dus …

    (Ze komen naar voren, wenden zich naar de zaal en buigend turend over de hoofden heen naar de verte).

    Lode – The sky is the limit.
    Claude – Dat ziet er hier nogal chic uit. Is it sky or is it leather?

    (Ondertussen beweegt het pak ten derden male even, achter ze. Ze merken dat natuurlijk niet).

    Claude – Iets opvallends te signaleren, Lode?
    Lode – Niets opvallends te signaleren, Claude.
    Claude – Het is één groot zwart gat hé.
    Lode – Een oneindige duisternis inderdaad. Ik word er bijna rustig van.
    Claude – Ben je veranderd van medicatie misschien?
    Lode – We zijn allebei nachtblind. Zoals iedereen.
    Claude – Waw, dat is nog eens een filosofie zeg! Heb je misschien ook een broer aan de universiteit in bokaal nummer 7?
    Lode – Ja, en als doctor in de filosofie zou ik je toch ook een blauw pilletje voorschrijven, grote verpakking. Twee voorschriften in één keer.

    (Even stilte. Ze turen nog wat in de onbestemde verte en keren dan terug naar hun posities, ieder een paar meter verwijderd van het pak).

    Lode – Gewoonlijk wordt iets dat verpakt is, een cadeau genoemd.
    Claude – En iets dat uit de lucht komt te vallen … een verrassing.
    Lode – Of een regenbui.
    Claude – Openmaken dan maar?
    Lode – Hoe groter het cadeau, hoe groter de ontgoocheling. Laten we de spanning nog even …

    (Nu rolt het ding zich plotseling in één beweging op zijn andere zijde. L en C reageren verbijsterd en springen opzij).

    Claude – Shit man!
    Lode – Godver in de hoge hemel!

    (Ze staren een minuut lang beweging- en sprakeloos naar het ding, dat verder niet meer lijkt te bewegen. L en C communiceren een poos pantomimisch en mimisch).

    Claude – Maar daar kom ik niet aan, hoor!
    Lode – En ik nog veel minder!

    (Claude mikt nu een van de grond geplukt steentje naar het pak).

    Lode – Hij is weer in slaap gevallen.
    Claude – Hij? Het? Zij?

    (Lode gooit nu ook een van de grond geplukt steentje naar het pak).

    Claude – Kijk wie er nu wie imiteert!
    Lode – Zeg … lichtgeraakt persoontje! (Gooit nog een steentje naar het ding.) Van die hier kun je dat niet zeggen …
    Claude – Als dat ding nog één keer beweegt, dan …
    (vluchtgebaar).
    Lode – … Ik ook!
    (idem)
    Claude – We zitten hier toch wel met een rare bevalling.
    Lode – One way ticket … recht van God de Vader. Gewoonlijk is het omgekeerd: reizen Hiernamaals.
    Claude – Zeg, moeten we niet ergens naartoe bellen?
    Lode – Ja, maar naar wie? Wat? De dienst Gevallen Voorwerpen?

    (Het pak wentelt zich nu weer op zijn andere zij. Lode en Claude deinzen geschrokken achteruit).

    Claude – … of de dienst Levende Zielen!
    Lode – Nu heb ik er genoeg van.
    Claude – Ofwel …
    Lode – Ofwel …
    BEIDEN – Ofwel …

    (Ze beschrijven steeds kleiner wordende cirkels om het pak heen).

    Lode – Zeg Claude, wist je dat de Russen hun frambozen pletten in spierwitte melk?
    Claude – Maar Lode, wat zeg jij nu!? Wat heeft dat godverongelukt met dat ding hier te maken!?
    Lode – Je weet nooit dat er een Rus in zit.
    Claude – Ja, met een fles melk in zijn hand zeker. Jij bent ver heen, hij is ver heen. Flauwe plezanterik.

    (Totaal onverwacht staat het ding nu op. Razendsnelle ‘ontmanteling’. Komt tevoorschijn: een kerel in ‘legerstockplunje’ met een fles melk in zijn hand. Hij steekt die omhoog en toast Lode, Claude en vervolgens de zaal toe: NAZDROVJE !!)

    Lode (triomfantelijk) – Voila, en nu jij!!
    Claude (berustend, verslagen) – De moraal? We zullen inderdaad nooit te weten komen of alle zwanen wit zijn.
    Lode – Ik ben blij dat je het zelf zegt, Claude. Deze apparatsjik kan nu veilig uit dit stuk verwijderd worden.

    DOEK


    06-01-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.R@T

    R@T

    Rough: Rattenkop !

    Tough: Schijtlijster !

    Rough: Dooievisjesvreter !

    Tough: Ossenmelker !

    Rough: Kloothommel !

    Tough: Melkmuil !

    Rough: Angsthaas !

    Tough: Pezewever !

    Rough: Zeurpiet !

    Tough: Pottenkijker !

    Rough: Schreeuwlelijkerd !

    Tough: Gebraden haan !

    Rough: Slijmjurk !

    Tough: Mierenneuker !

    Rough: Slapjanus !

    Tough: Lamstraal !

    Rough: Stoethaspel !

    Tough: Muggenzifter !

    Rough: Dikdoener !

    Tough: Veelvraat !

    Rough: Die je zelf bent !

    Tough: Jij ook !

    (Rough neemt een vismes en fileert Tough. Tough rukt ondertussen diens hart eruit. Beiden gaan dood.)


    26-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kranig

    KRANIG

    Het korte droevige verhaal van de man wiens haar nooit nat werd, zelfs nadat hij in het water was gedoken. Deze man woonde bij een vrouw met mooi halflang haar, dat het ene ogenblik aan de westelijke kant, het ogenblik daarop aan de oostelijke kant van haar hoofd hing. Zo kreeg men altijd verrassende beelden en was men eigenlijk ook vaak afgeleid van het aan de gang zijnde gesprek. Maar het gaat niet over haar.

    Het gaat over de droge man. De eigenschap die hij niet bezat, namelijk dat zijn haren in het water nat werden, zoals die van de anderen, bezorgde hem achter zijn rug om de bijnaam droogkloot. Het betrof een zeer belangrijk man die hoog in aanzien stond. Als aannemer had hij de stad bevolkt met fraaie gebouwen. Noch kappers, noch dokters, noch kruidenverkoopsters, noch psychiaters konden hem echter helpen. Ze vleiden of troostten hem met opgewekte vaagheden, valse voorspellingen of niet ter zake doende verzuchtingen. Er was niets aan te doen.

    Hij was zo kaal als een kei. Altijd geweest.

    Hij werd daar gaandeweg zo treurig door, dat hij zichzelf een lange nagel zonder kop door de schedel sloeg en zich van een hoge kraan te pletter liet vallen. De smak was zo hevig dat er terstond één dodelijk geschrokken grijs haar uit zijn schedel priemde. Het was zijn eerste en enige haar. Het regende die dag ook treurig.

    Het was niet lang zoeken naar de doodsoorzaak van de droge man. Men sloeg de nagel op de kop.


    29-09-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dode adder

    DODE ADDER

    Bekroond met de Nestor de Tière Toneelprijs 00 – 02 van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 02 en de Eerste Premie West-Vlaamse Theaterschrijfprijs 06

    DODE ADDER is een dialoog waarin een headhunter een sollicitant ondervraagt. Geleidelijk aan worden de rollen omgekeerd. Het eindigt op een moord.

    Spelers: een sollicitant, een headhunter, Eliott de raaf (op diens linkerschouder), een dode adder

    Rekwisieten: opgezette raaf, gsm met London Bridge-tune, aktetas met dode adder, kaartspel, whisky, sigaretten

    Ruimte, decor: kantoor

    -Ik moet mijn partner verontschuldigen. Persconferentie.
    -Geen probleem met iemand buiten beeld.
    -Let u vooral niet op de vogel.
    -Hij lijkt niet erg uitgestorven.
    -Zo is dat.
    -Erger ware een verdwaalde kogel.
    -O?
    -Daar kan men niet op letten.
    -O, op die manier. Erwtensoep?
    -Graag even uitstellen. Het is nog vroeg.
    -U weet waar u aan begint?
    -Zeer zeker. Het zittend beroep van wielrenner spreekt me niet aan.
    -Haha. Die zit.
    (-Kaasje! Kaasje!
    -Bek dicht, ongedierte.)
    -Kalm weertje vandaag.
    -Te beamen. Gisteren was het ruiger.
    -Dit is 'strictly business', zoals u weet.
    -Ja. 'Nothing personal'.
    -Welaan dan. Zit u goed?
    -Als gebeiteld.
    -Ik vraag u telkens binnen de anderhalve seconde een antwoord te geven.
    -Niet anders zal het zijn.
    -Vindt u dat niet vervelend?
    -Ik ga voor goud.

    Bijlagen:
    ADDER.pdf (265.3 KB)   


    24-07-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Grensgeval (reportage)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen





















                                                                                  Grensgeval

     

    Bijlagen:
    GRENSFOTOS.pdf (74.5 KB)   
    GRENSGEVAL.pdf (272.7 KB)   


    24-05-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Make love, not war

    MAKE LOVE, NOT WAR

    De 38-jarige bibliothecaris Vasco Dehaene (asblonde haren, geen bril) bleef zijn minnares Annabel Deprez (thuiswerkend) amper zeventien zaadlozingen trouw. Toen wipte hij, in de periode van de klassieke voorjaarsstormen, over op een andere vrouw: Mireille Vandenbossche, de schoonste schoonmaakster van het instituut, in zijn geheime gedachten en gedichten ook genoemd 'Ladypoes', bij hevige dronkenschap 'Spartakut'. Annebel verdween; Mireille kwam. Het was goed zo.

    Vasco Dehaene streelde boeken en proefde woorden. Hij had er zelfs zijn beroep van gemaakt. 'Boekhouder', antwoordde hij soms glimlachend, gevolgd door 'grapje'. Tevens hield hij van een wakkere kut. In de ogen van Mireille werden honderden boeken weerspiegeld, maar zelf had ze nooit meer gelezen dan haar verplichte titeltjes op school: 350 gram Ruyslinck, 180 gram Vandeloo. Daar was het bij gebleven, en het was goed zo.

    Toen Vasco 38 werd, deed hij een schokkende ontdekking: hij begon van koffie te houden. Hij werd verslingerd op de hete damp die in sluiers over de rand van zijn bakje troost waaierde. Ook werd hij telkenmale ietwat opgetild door de cafeïne en zweefde hij bij elke slok even tussen hemel en aarde: hij werd voorwaar een Mohammed van de Mokka.
    Tot voor deze gezegende leeftijd slurpte hij koffie zoals hij Annabel en vele anderen placht te nemen: slordig voltankend. Op 38-jarige leeftijd begon Vasco Dehaene tevens nauwlettend de verouderingsverschijnselen bij anderen in de gaten te houden. Geriatrie werd een passie. Wallen onder de ogen bijvoorbeeld beschouwde hij niet langer als lauwerkransen, maar als jaarringen, zoals bij de bomen. Verlangen naar een bepaalde datum of gebeurtenis deed hij ook niet zo hevig meer. Dat er vooral niks voorviel, vond hij al aardig meegenomen in het belang van de wedloop tegen de tijd. Meer en meer hield hij rekening met de weersomstandigheden. Langer aarzelde hij voor zijn kleerkast. Vaker spiedde hij de Vlaamse luchten af. Gedachten aan een hoofddeksel verdrong hij voorlopig. Hoofddeksels vervormden het gelaat, maakten je oud, wijzigden de gedaante en klapten het deksel op je neus. Die dingen werden 'gedragen' door oudere schoolmeesters en verzekeringswezens. Kortom: ongelukkig was de bibliothecaris Vasco Dehaene niet, maar hij begon lelijk van koffie te houden.

    En alzo zat Vasco die donderdagmiddag aan de koffie. Dat was hij althans van plan. Als kind al wou hij apotheker worden, zoekend naar het levenselixir. Formules, poeders en reageerbuizen fascineerden hem echter meer dan wetenschap en handigheid. Daarom ook zat hij nu te snakken naar koffie, maar tevens te sakkeren op dat godgenagelde zetapparaat dat wel rochelde als een oude apotheker na vervaldatum, maar geen druppel zwarte troost veroorzaakte. Vasco Dehaene slaagde er niet in koffie te zetten, meer dan 100 jaar na de Max Havelaar.
    En het regende oude wijven: een poel van ellende. Hij legde het apparaat het zwijgen op en keek treurig naar de regen. Het was een muisgrijze donderdagmiddag in Vlaanderen, na de voorjaarsstormen. Het regende tergend: alsof het nooit ofte nimmer op zou houden. Vasco was alleen in de koffiekamer. Ofschoon zich in het Instituut voor Interbellumstudie nu honderden mensen bevonden, was het overal zo stil als op de maan. Af en toe drong een ver, onbestemd gerucht tot hier door. Het versterkte de stilte.

    Vasco Dehaene ging aan een venster staan. Ginds, half verzonken, bevond zich zijn bibliotheek: zijn Titanic, zijn Elba, zijn Interbellumboekerij. Om de naslagwerken in dat souterrain te bereiken, moest je een trapje met vier treden nederdalen en je voeten soppen in een altijddurend kokhalzend afvoerroostertje waar je niet omheen kon. De studentes en studenten uit het Instituut voor Interbellumstudie, kort: IVIS, daagden meestal in Vasco's krocht op om te fotokopiëren. Die vervelende, lawaaierige, kankerverwekkende lichtbak was een obstakel in diens bestaan op deze aarde, nou: 'onder' deze aarde. Al 15 jaar lang reproduceerde hij miljoenen overdrukjes, die als lijkbleke, platte drollen werden uitgebraakt en verkocht à 1 BEF, later 2 BEF, nog later 8 eurocent de bladspiegel. Niemand trok zich ooit iets aan van dat prachtige gedicht voor in elk boek:

    'Niets uit deze uitgaaf mag zonder toestemming van de uitgever etc .. etc .. '.

    Hoe graag ook had Vasco eens toegegeven aan zijn experimenten- en ontdekkingsdrift door bijvoorbeeld in alle rust en kalmte het poesje van een studente op reproduceerbaarheid te controleren!

    [ 'Dag lieve Ann-Sofie'. (Katlijn, Veerle, Line)
    'Dag meneer Vasco. Alles kits hier beneden?'
    'Ja, dank je. Je mag je nu ontkleden'.
    'Graag, meneer Vasco. Helemaal?'
    'Helemaal, kind'.
    'Alstublieft'.
    'Pico bello. Als je nu even op je buik op het apparaat wil gaan liggen ... ja, zo ... de benen
    eventjes spreiden ... wacht, ik neem dat potlood weg … '
    'Hihi, net een autootje boven de put!'
    'Ja hé, Ann-Sofie. Net een autootje ... een smeerbeurt, haha. Nog even wat drukken, ja ... '
    'Het voelt lekker koel aan, meneer Vasco'.
    'Is dat zo. Mm … even denken … DIN A4 ... DIN A3 ... '
    'Zou u niet meteen een groot formaat nemen, meneer Vasco?'
    'Waarom niet eigenlijk hé, kind. En 100 exemplaren. Hupsakee, daar gaat ze dan, de machine!'
    zzzz zzzz zzzz zzzz zzzz zzzz zzzz zzzz zzzz zzzz zzzz zzzz ]

    Vasco Dehaene ging weer zitten. Treurig bekeek hij het impotente koffiezetapparaat. Hoofden van Lebak! Waarom gaf die godverongelukte fotokopiemachine er nooit eens de brui aan!?
    Hij controleerde hoe veel tijd hij nog had voor de eerste studenten weer niet zouden komen. Nog 7 minuten had hij. Dan toefde hij weer tussen de boeken, om geld te verdienen, waarmede hij kocht: weer andere boeken, een appartement, drank, kleren, levensmiddelen … koffie!
    Om niet gek te worden van spijt stak hij nog vlug een sigaret op. In zijn bibliotheek rookte hij namelijk nooit. Hij had daar een punt van gemaakt. Als apotheker zou hij bijvoorbeeld zeker ook nimmer in zijn apotheek hebben gerookt. V. Dehaene vond: elke sigaret betekende niet alleen 5 minuten van je leven, maar ook werkverlet, verminderde prestatie. Men moest zich volledig geven, of helemaal niet.

    Klopklop.
    Daar kwam Mireille Vandenbossche binnen, de schoonste schoonmaakster van het IVIS.
    'Dag meneer Vasco'.
    Ook hij groette.
    'Heeft u nog geen koffie gezet?'
    Wat was ze lief.
    Hij ontkende inderdaad.
    'Dan zal ik dat maar even doen, daar word ik toch voor betaald, hihi'.
    'Zeker', bevestigde Vasco. Hij keek naar niets, naar buiten, door opake gordijnen als lijkwaden, om te camoufleren dat hij er niet in geslaagd was deze koffie te zetten. Mireille moest eens denken dat hij ook thuis niet ... !
    Klik, deed ze. Ook bukte ze zich een keer op haar prachtige hurken. Daarna prutste ze wat aan het bovenstel van het apparaat. En zie: het wonder geschiedde.
    'U hàd er al water ingedaan, en koffie!' constateerde Mireille verrast.
    'Ja,' knikte Vasco. Hij speelde verstrooidheid.
    'Doch zonder resultaat. Ik moet ergens een dwaasheid hebben begaan'.
    Onmiddellijk na deze Chinese zelfbeschuldiging werd Vasco kwaad op zichzelf.
    'Ziedaar de eerste druppels reeds, meneer Vasco'.
    'Zeker. Mijn dank is groot, Mireille'.
    De schoonmaakster wierp nog een laatste, goedkeurende blik op het koffiezetapparaat en ging weer weg. Vasco drukte zijn sigaret uit.
    'Godverdomme', zei hij.
    Het werd tijd om tussen de verzonken boeken te gaan zitten, laatste sessie van vandaag, van 15 uur 10 tot 17 uur 30. Op de koffie wachtte hij niet meer.

    Vasco Dehaene liep over het glimmende binnenplein. De IVIS-studenten noemden dit het Plein van de Hemelse Vrede. In het fietsenberghok in de hoek bijvoorbeeld harpoeneerden jongens hun tong in de mond van meisjes. Of ze grepen ze bij hun truitje. Ginds besteeg Mireille Vandenbossche op haar hagelwitte klompjes ijverig de trap naar de aula. Hijzelf daalde vier treden af, sopte zijn rechtervoet in het gorgelende afvoerroostertje en trad zijn fotokopiebedrijf binnen. Het voorportaal van zijn bieb was een leeszaaltje: een ruim van licht voorziene krocht die door middel van veel vensters rechtstreeks op het Plein van de Hemelse Vrede uitgaf. Daardoor had Vasco Dehaene een laag-bij-de-gronds, doch prima panorama op de onderste ledematen van de menselijke soort. Zelf zat hij daarbij in een tussen de boekenrekken uitgespaarde vierkante ruimte: verboden terrein voor de studenten, die hun boeken aan zijn balie dienden op te vragen. Wat hij aldus van de mensen te zien kreeg, waren de benen en een stukje van het onderlijf, tot op navelhoogte ongeveer. Na verloop van jaren was hij er in geslaagd op eender welk onderlijf de bijhorende kop in te vullen, ook al verbleven de meeste studenten hier maar drie jaar. De studie van de kopvoeters (hun stap, hun tieten, hun onzichtbare stem) vormde aldus, naast het lezen en het fotokopiëren, een belangrijk onderdeel van zijn dagtaak in deze catacomben.

    De studenten zelf bestudeerden de interbellumproblematiek: de periode tussen WO I en WO II met name, zoals ze het gewoonlijk afkortten. Omdat een interbellum een tijdsstrook tussen twee oorlogen is, zitten we dus voortdurend in een interbellum. Je mag het draaien en keren zoals je het wil. De nobele doelstelling van het IVIS luidde als volgt:
    Door de studie van het interbellum wordt gepoogd bij te dragen
    tot het zo lang mogelijk rekken van het aan de gang zijnde interbellum.
    Een voortdurend uitstellen van oorlog, zeg maar, zo lang de voorraad vrede strekte.
    'Maar uitstel is daarom nog geen afstel', zei Vasco Dehaene plotseling hardop. Hij schrok van zijn eigen stem. Vlug sprong hij op om te controleren of er zich niemand tussen de boekenrekken bevond. Het ordeningsprincipe in zijn bieb was het alfabet, maar dan op zijn meest onbruikbare wijze: het betrof namelijk een landenalfabet. In compartiment A vond je dus zowel Angola als Albanië als Afghanistan, waaronder dan telkens de boeken alfabetisch op de auteursnaam gerangschikt stonden. Wie dàt systeem had uitgedokterd, moest een grote steenezel geweest zijn. Stel dat Japan oorlog begon te voeren met Rusland: dan moest de arme Vasco heen en weer draven tussen twee verafgelegen compartimenten. Terwijl het zo veel eenvoudiger had gekund! Al sinds 1918 (het jaar waarin het IVIS werd opgericht) was dit onnuttige systeem in voege. Daardoor was ook de boedel niet om aan te zien; alle formaten, kleuren, diktes en oorlogen stonden aldus kriskras door elkaar geordend. Van A tot Z was de boekerij van het IVIS een grote puinhoop. En elke aanvraag tot rationalisatie stuitte op een stug veto bij de directie, die de naam van de stichter alzo in ere wou houden.

    Geen enkele luistervink hield zich bij een der landen respectievelijk letters op. Gerustgesteld ging Vasco weer zitten. Wat zou hij uitvreten vanavond? Zijn kleurentelevisie was naar de knoppen. Het betrof een vreemd mankement: het ding wou simpelweg niet meer ùit. Gisteravond had Vasco dan maar de hele bedrading ineens met een nijdige ruk uit diverse contacten getrokken. Onmiddellijk daarna ontstond een stank als van verschroeide haren. Toch ging hij slapen als vanouds. Niets gebeurde, maar zijn tv was wel degelijk stuk. Die wou nu niet alleen meer ùit, daarenboven wou hij vanochtend ook al niet meer in.
    Terwijl Vasco naar buiten staarde, naar het binnenplein, naar niets, vormden zijn lippen de naam 'Mireille'. En daarna: 'Annabel'.
    'Mireille'. 'Annabel'. 'Mireille'. 'Annabel'.
    Hij proefde de beide namen en betastte ze met zijn tongpunt.
    Hij hutselde de letters: 'Mirabel'. 'Annamira'.

    Plotseling sprong hij op. Besluitvaardig begaf hij zich naar de afdeling Peresjtroika/Glasnost in het compartiment USSR/GOS. Dit was hét zorgenkind van de boekhouder; alfabetisch gezien was het een kluwen. Sinds 1988 had hij daarom ook een 'Russische hoek' in de leeszaal geïnstalleerd: steeds meer studenten immers wensten boeken en drukwerk omtrent dit fenomeen te kopiëren. Uiteindelijk had Vasco een deel van deze gezochte ontspanningslectuur gemakshalve maar bijeengezet, zich niks meer van dat godverongelukte, achterhaalde alfabet aantrekkend.
    Hij kantelde een nooit meer geraadpleegde, halve jaargang van Kroniek van de Lopende Gebeurtenissen uit de rij. Daarachter was de fles verborgen. De whisky legde de omloop van zijn mond af en verdween dan zegevierend benedendeks. Daarna slikte hij een reukloze lookpastille door. Tijdens de week beperkte Vasco zich tot het innemen van deze levensverlengende, bloedzuiverende dingetjes: vijf per dag. In de weekends daarentegen gaf hij zich over, volmondig, aan zijn, hij ontkende het niet, lookverslaving. Alle door hem genuttigde levensmiddelen gingen dan gepaard met echte, messcherpe look. Het was een prima manier om gezond te blijven: het zuiverde je bloed, het rekte je leven, het hield andere mensen van je af, en het belette je, wegens stank, andermaal te gaan stappen. Het betekende gelijk een besparing. Voldoening alom dus. Alhoewel: was dat wel nodig, dat gerék? Stel dat er weer een nieuwe oorlog op komst was ... Eigenlijk zat de boekhouder Vasco dus zo'n beetje met een lookprobleem.

    Peinzend verborg hij de fles weer achter de Samizdat-jaargangen. En stappen, was hij daar niet eens dringend aan toe? In zijn USSR/GOS-hoek bleef hij daar een wijle over prakkezeren, leunend tegen de grote Ontspanningsgeschriften van nieuwlichtende politici.
    'Een donderdag', mompelde hij. Hij keek op zijn horloge.
    'Kwart voor vier uur. Looft de Heer. De dag schuift op. Het regent nog'.
    Wat werd het vanavond?
    'Bier & Biologie misschien', fluisterde hij in het Engels.
    'Downtown'.
    Gisteravond hoorde hij krek hetzelfde zeggen, door een kletsnat meisje in een BBC-feuilleton, net voor zijn treurbuis de geest gaf. Door Bier was ze dronken genoeg geworden om aan Biologie te doen: het afhandelen van enige lijven, het bepotelen van enkele lichamen. Nuchterheid was daarbij inderdaad volkomen overbodig.
    Liet Vasco zichzelf hedenavond ook vol lopen en daarna weer leeg? Of zou hij zichzelf weer eerst pijnigen, look etend? Zichzelf aldus tot honkvast thuisblijven veroordelend? En dan, bij nader inzien, naar de peterselie grijpen, het bekende stankwerende tegengif? Om uiteindelijk omstreeks het middernachtelijke uur toch nog uit te rukken?
    Altijd beter dan zichzelf af te rukken. Zo zielig.

    Overdaad schaadt.
    Een overdaad aan peterselie kan uw gezondheid ernstige schade toebrengen.

    Hij kreeg geweldige trek in een sigaret. Minutenlang had hij nodig om dat verlangen te onderdrukken. Nooit zou hij echter roken in zijn catacomben! Het betrof hier een versterving waar hij ten hemelschreiende moeite voor moest doen. Terwijl hij naar buiten staarde, wachtend op tekens van leven van de kopvoeters, proefde hij de volgende woorden:

    kreeft
    ladypoes
    spartakut
    openbare
    boekerij
    kreeft

    Het was verleden jaar geweest, mei-juni ongeveer. Het academisch jaar aan het IVIS liep ten einde. De studenten trokken zich terug om te roken en te hengsten in hun naar te weinig slaap en te veel soloseks stinkende hokken, holen en kotten. Het was heel erg stil in het IVIS. Zo stil moest het op de maan ook zijn. Vasco's fotokopiemachine zweeg als vermoord. Hij was een gelukkig mens. Het Plein van de Hemelse Vrede lag er zonovergoten maar leeg bij. Afgelopen die kuiten- en dijenparade. De directie was spoorloos (Thailand, Benidorm, Jemen). De docenten waren naar huis.
    Op een bloedhete middag, de kraaien gingen te voet, kwam Mireille Vandenbossche met emmer en zwabber de bieb binnen.
    'Tja,' zei Vasco, opkijkend uit een biografie over vader Kennedy, 'ook dat moet gebeuren, nietwaar'.
    'Nietwaar,' bevestigde Mireille glimlachend. Ook toen al had ze die sneeuwwitte klompen aan haar voeten. En haar kieltje had zomerse afmetingen: het reikte tot ver boven haar knieën, zoals bij de meisjesdokters in het Australische tv-feuilleton
    Flying Doctors.
    De mooie schoonmaakster bukte zich en schoof een van haar witte klompen, die ze verloren had bij de treden benedenwaarts, weer aan haar fraai gevormde voet. Terwijl ze vervolgens een en ander nat begon te maken, bladerde Vasco ter afwisseling in de memoires van generaal De Gaulle. Doch een gesprek drong zich op: het was 32 graden in de schaduw, en iedereen was weg.
    Mireille Vandenbossche was een vriendelijke, mooie meid, alleen maar geteisterd door het schoonmaakstersuniform van het IVIS. Blauw natuurlijk, de kleur zonder seks of erotiek: formidabel ellendig hemeltergend lelijk blauw. Zelfs dat kieltje.
    Het scheen dat M. Vandenbossche haar weekends in discotheken sleet; soms sliep ze maar een nacht per weekend!
    'Eigenlijk is het niet nodig dat ik uw boekerij ondersop, meneer Dehaene,' merkte ze plotseling op.
    'Met de studenten die weg zijn, blijft de boel hier proper'.
    Vasco keek uit zijn memoires op.
    'Nee,' bevestigde hij, 'inderdaad. Helemaal niet. Wil je koffie?'.
    Het was eruit.
    Ze had een petieterig moedervlekje op de linkerdij.
    'Ah!' lachtte ze verrast. 'Zou ik?'
    'Ik trek twee koffies uit de automaat naast de kaartenkamer, minuutje,' zei Vasco, besluitvaardig opspringend.
    Vijf minuten later zaten ze in de leeszaal gezellig troost uit plastic bekers te slurpen.
    'Voor koffie zou ik een moord begaan,' bekende Mireille toen in een opwelling. Een witte klomp kletterde op de grond.
    'O ja!' deed Vasco verbaasd. 'Dat heb ik soms met sigaretten'.
    'Ha,' zei ze, 'iedereen heeft wat'.
    Was het de warmte? De stilte? De vakantie in het verschiet? Het eilanderige gevoel in het verlaten IVIS? Hij wist het niet meer: plotseling bood hij haar en zichzelf toen zomaar een sigaret aan! Dubbel tegendraads handelde hij:

    1. Mireille Vandenbossche rookte niet.
    2. Hijzelf rookte nooit in zijn bieb, zijn cenakel!

    'Hé!' deed ze verrast. Een tweede klompje viel pardoes op de vloer, en ze greep zonder nadenken. Hij reikte haar vuur aan en improviseerde een asbakje met de boekwikkel van Komen de Russen?, deel 2. Uiterst onhandig begon Mireille Vandenbossche te roken, heen en weer zwiepend met haar ene been over het andere. Het was toen dat haar schoonheid hem begon op te vallen.
    'Jij bent waarschijnlijk ook een Kreeft,' waagde hij het plotseling te zeggen.
    'Nee ..!' protesteerde ze lachend, 'kuisvrouw'.
    'Ik bedoel: van sterrenbeeld'.
    'O,' zei ze verlegen, 'juist, ja. Hoe ... hoe weet u dat zo vlug?'
    'Kreeften zijn geheelonthouders die voor alle verslavingen openstaan,' doceerde hij toen. 'Geef ze de kans, en ze doen het. Eigenlijk zijn het ook bodemloze vaten, of stille waters zoals ze soms zeggen. Ze kennen geen mate: het is niks of het is alles. Onrustige naturen ook. U bijvoorbeeld rookt nooit, maar rookt wel nu. Ik bijvoorbeeld rook nooit in mijn bieb, maar nu wel'.
    'Bieb,' had hij gezegd. 'Bieb'.
    'Haha!' lachte ze. 'Kreeft, hé!'
    Dat was verleden jaar geweest, in een broeikashitte: hete koffie, verzengende benen, en een schone schoonmaakster die nog had gezegd:
    'Laten we eens lekkere kreeftensoep maken'.

    En dit jaar, tijdens de klassieke voorjaarsstormen, en omdat Annabel zelf toch niet meer opbelde, had Vasco tussen de IVIS-boekenrekken de voorpagina van Mireille Vandenbossche opengeslagen. En ze bleef komen: schoon, proper, stilletjes, vlezig en kruidig. Het was goed zo.
    Hoe het gesprek toen nog verder was verlopen, wist Vasco niet zo goed meer. Daar naderde namelijk een kopvoeter, zijn gedachtenstroom onderbrekend.
    'Weinig sex-appeal,' constateerde hij met kennersblik. 'Erudiet, dat wel. Wat lezen we vanavond, jongedame? Jouw appartementje of het mijne? Broodje-polemologie of broodje-kut?'
    De kopvoeter verdween weer in de regen. Vasco Dehaene bedacht plotseling dat hij Mireille nog nooit op een uitstapje had geïnviteerd. Moest hij dat doen? Hun interbellaire liefde hoefde zich toch niet altijd hier tussen de IVIS-boeken af te spelen!? Maar zou ze dan willen blijven tot de ochtendkoffie?

    Hij stond op en pakte het nooit geraadpleegde Richtlijnen voor Middellang-Afstandsdenken uit een rek, compartiment Koude Oorlog. Op de achterkant van dit lijvige boekdeel had Vasco een spiegel vastgekleefd. Hij zette het boek voor zich op tafel en bestudeerde zijn gelaat. Onder zijn linkeroog vormde zich een permanente wal. Hij had nochtans diverse volgeslapen nachten achter de rug. Twee rimpels begonnen zich dwars over zijn voorhoofd af te tekenen. Ook dat nog. Onder het rechteroog kromp ook een en ander ineen. De huid leek er meer verschrompeld dan pakweg de huid van de wang onmiddellijk daaronder. Van heel dichtbij had die een blauwachtige schijn. De haren dan. Behoorlijk lang droeg hij die, zoals het een bewaker van boeken betaamt. Vooraan had hij al inhammen. Die camoufleerde hij door de haren errond nog wat langer dan de andere te laten groeien. Zijn grote bruine ogen waren oceanen waarin ... STOP!
    'De ogen van een koe,' riep lang geleden zijn moeder eens, in een zoveelste driftbui. Vasco was toen nog een puber.
    'Koeienogen!'
    Ze spuwde het woord uit zoals een echte koe haar staart heft om de drek de vrije loop te laten.
    'Waarom geen spiegeleieren?' dacht de zoon al die jaren.
    Goed, al goed, oké: oceanen van koeienstront dan. Dag mama. Wat wil je voor je verjaardag?
    Aan dat haar zou hij iets moeten doen. Heden ten dage roetsjten ze het allemaal af, tot vlak tegen hun schedel, om oprukkende kaalheid te verbergen. Een goede oplossing, daar niet van. Kaalheid opgetild tot mode: je moest er maar voor uit durven te komen. Gedaan met ten oosten en ten westen van de kop de haren op te sparen en die dan over de kale middenberm van het schedeldak te plakken. Vasco beademde de spiegel.
    Daar verscheen een bos van benen op het Plein van de Hemelse Vrede. Hij stopte de Richtlijnen weer weg. Honderden kopvoeters spoedden zich nu door de Vlaamse regen.

    < Niemand een kopietje?
    Iemand een vluggertje?
    Een ijlings overdrukje?
    Dat is dan 8 eurocent, Pieter.
    Neenee, Myriam: recto-verso zelfde prijs, papier speelt geen rol.
    Mag ik morgen betalen?
    Niets uit deze uitgaaf mag zonder toestemming ...
    De directeur heeft het niet graag.
    Voor een keer …
    Allez dan, Hannelore. >

    Leve het interbellum: het bleef maar duren.Want de Golf, dat was geen echte oorlog. Noch I, noch II. Dat was CNN. En Joegoslavië was kinderspel. De achtertuin van Europa.

    'DAG BOEKENWURM!' klonk het plotseling knoerthard tussen de rekken. Vasco had het verwacht, en toch schrok hij zich rot. Zijn hart sprong als een jojo op en neer. Met een ruk schoof hij zijn stoel achteruit. Dat die binnendeur op de gang ook nog open was, natuurlijk.
    'Dag Mireille, je deed me potvolkoffie wel schrikken!'
    'De meesten zijn al naar huis,' zei ze zacht.
    Vasco keek naar buiten: 'Ja, de school loopt leeg. Kom je?'
    Hij sloot de beide deuren en draaide de bordjes om.

    GESLOTEN. TERUG OM 16.45.

    Via de 'Russische hoek' legden ze het circuit af naar de letter G (Golf, GOS). Vanaf de G waren de boekenrekken hoger, tot en met de W. Vooral het J-compartiment breidde sterk uit: de versplintering van Joegoslavië kreeg er alsnog een onderkomen. Vasco nam de linkerhand van Mireille in zijn rechterhand en schuifelde met haar langs de interbellaire literatuur, terwijl hij 'en passant' met zijn linkerhand vele boekenruggen streelde. De X en de Y waren in een lagere, houten kast geherbergd. Die vormde tevens de bergplaats voor boekjes, brochures, pamfletten en krantenknipsels over petieterige eilandjes, soms atollen, waar nucleaire proeven plaatsvonden. Het Bikini-eilandje bijvoorbeeld zat niet in het B-compartiment. En de Zuidzee, op zich geen land!, zat niet in de Z-afdeling. Bij deze explosieve houten kast gekomen, schopte Mireille Vandenbossche resoluut haar hagelwitte klompen uit en stak een handje toe. Met vereende krachten schoven ze de X/Y-kast 50 cm naar voren. Achter de kast stond een veldbed, voor niemand zichtbaar. Het was een achtergebleven souvenir, van toen het IVIS tijdens de Tweede Wereldoorlog als Duits lazaret werd gebruikt. Mireille bukte zich en gooide haar klompjes in hun donker liefdeshol, dat ze weer hermetisch afsloten met de X/Y-kast.

    Haastig pelde de schoonste schoonmaakster haar kleren af. De bibliothecaris deed hetzelfde. Toen drukte hij zijn blanke vredesduif uit het interbellum stevig tegen zich aan. Zo lang de voorraad Vlees & Vrede strekte, zou hij haar en haar moedervlekje beminnen, met lange, krachtige stralen Darwinzaad.
    Het was donderdag, en het bleef maar oude wijven regenen.


    06-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Green Horse

    A HORSE CALLED GREENPEACE

    Op de markt van Kortrijk waren die donderdagavond in juli alle caféterrassen volzet. Er was een hittegolf voorspeld die tien dagen zou duren. De komende nacht zou zelfs geen afkoeling brengen. Klokslag negen uur op de toren van de Sint-Maartenskerk verscheen een ruiter te paard. Iedereen keek met open mond toe. Alle gesprekken vielen stil. Obers bevroren in hun houding. De ruiter had geen hoofd en het paard was grasgroen geverfd. Traag paradeerde de vreemde combinatie klikklakkend en schrapend voorbij de terrassen. Dat herhaalde zich zo een zevental keren. Ondertussen bleef het doodstil. Honderden verbaasde ogen sperden zich. Om kwart over negen verdwenen paard en ruiter via de O.L.Vrouwstraat uit het zicht, met achterlating van een droge drol ter hoogte van café West-Vlaanderen. Stemmen werden bevrijd; geroezemoes brak los. De betovering was verbroken. De burgers van Darlingen begonnen druk te speculeren. Iedereen vergat het groene paard en zijn koploze ruiter na te hollen.

    Bijlagen:
    GREENPEACE.pdf (378.3 KB)   


    20-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schaakmaat

    SCHAAKMAAT              

    Intro (het idee van Tsjech-mate)

    De acteurs: 32 stukken van het schaakspel. Uiteraard wit – zwart. Voor elk specifiek stuk moet iets typisch bedacht worden, bijvoorbeeld een scepter voor de koningen, een kroon voor de koninginnen, puntmutsen voor de lopers, hoge hoeden voor de torens en rijlaarzen met zweepje en bijhorend hoofddeksel voor de paarden. De pionnen houden het bij simpel zwart en wit (schmink, maskertjes, …).

    Twee spelers: Jurkov versus Spoetin.

    Een scheidsrechter.

    Het voortbewegen over het bord of het slaan van een vijand gebeurt theatraal; ook hier zijn diverse vondsten mogelijk (koprol, schermutseling, verbale twist, een schot, wegzappen, …  De beide koninginnen kunnen zich, gezien hun groot bereik, van een zaptoestel bedienen).

    Rekwisieten: een geblokte grond (het Conscienceplein?) en een grote schaakklok of zandloper.

    Bijlagen:
    SCHAAKMAAT.pdf (444.7 KB)   


    19-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DRAMA

    DRAMATISCH NIEUWS

    Ik neem de vrijheid u en uw gezelschap enkele van mijn theaterstukken onder uw welwillende aandacht te brengen. Zowel Toneelfonds J. Janssens (Borgerhout) als Theaterburo Almo (Antwerpen) als Vink, Alkmaar (NL) publiceerden mijn dramatisch werk. Mocht u eventueel interesse hebben i.v.m. opvoering, dan moeten de scripten bij deze literaire agenten opgevraagd worden.

    EEN EENHOORN IN JE TUIN (J. Janssens, 1996): jeugdtheater voor kinderen, door kinderen en desgewenst volwassenen. Meerdere rollen mogelijk, o.a. een hele klas. Thema: fantasie. Avondvullend.

    THUIS HEBBEN WE GEEN TREIN (J. Janssens, 1998): avondvullende monoloog. Aan het woord is een geprepensioneerde treinconducteur. Thema: station, sporen, pendelen,  treinen, reizen. Meerkeuzemogelijkheden voor het slot. Genre: hilarische komedie.

    DODE ADDER (Almo, 2000): bekroond met de Nestor de Tière Toneelprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde Gent en met de Premie Theaterschrijfprijs Provincie West-Vlaanderen. Avondvullende dialoog voor 2 mannen of vrouwen en een zwarte vogel (raaf). Een ironisch sollicitatiespel dat uitmondt in rolomkering en moord. Genre: wrang-ironische komedie.

    HIEP HIEP HYPO! (J. Janssens, 2002): eenakter voor een 10-tal personages. Een man koestert zelfmoordplannen en gaat daarom een laatste keer shoppen in het warenhuis. Hij ontmoet er overledenen die hem tot andere gedachten proberen te brengen. Thema: zwaarmoedigheid. Genre: komedie.

    DE BIERKAAI (Almo, 2002): avondvullend volksstuk in 14 staties met een ‘catering’-einde, zich afspelend in een randstedelijk stamcafé. Een 20-tal rollen, verwisselbaar (m/v). Graag ook een hond. Diverse thema’s. Genre: komedie.

    DRIE MINIMONOLOGEN (J. Janssens, 2003 & Vink, Nl, 2009): duur van elke monoloog is een halfuur. ALS HET HERT SPREEKT: een jachttrofee-met-gewei aan een cafémuur lucht zijn hart. MAMA: een zoon lucht zijn hart over zijn vrouwelijke ouder. ROLEX: een bedrogen minnares lucht haar hart over haar ex-geliefde.

    ZEG, LUISTER JE NOG? (Almo, 2004): een veertigtal korte sketches in dialoogvorm. Genre: absurd, laconiek, ironisch.

    ’T PARADIJS, EEN GRENSGEVAL (Almo, 2007/08): een volksstuk in opdracht, geschreven voor de bewoners van de grenswijk ’t Paradijs/Rekkem, waarin de typische grensproblematiek wordt geëvoceerd, o.a. de smokkel. In 2008 wordt dit volksstuk opgevoerd ter plekke.

    DAMIAAN, MIJN DING
    (2007/08): een jeugdtheaterstuk in opdracht van Damiaanactie en Revinzeschool Torhout. Eerste opvoering juni 08.

    HOTEL DE STERVENDE OLIFANT (Almo, 2009): een avondvullende theaterthriller met bloeddoping in de wielrennerij als thema. 15-tal rollen; 3 decors.

    ZZOEF!! (IBVA Alkmaar, Vink, NL, 2009): eenakter in 12 taferelen over de snelheid van het leven. Combinatie ernst & humor. Verwisselbare rollen (5 à 6 duo's). Anno 2011 in een bewerking opgevoerd door afstudeerstudenten Nederlands RENO Torhout.

    VEE (Almo, 2009): komisch stuk over teambuilding, groepsdynamiek en zwak leiderschap. 11-tal rollen; 3 decors. Duur: 80 min.

    APPELEN (2010): een kijk- en hoorspel dat door actrice Bianca Vanhaverbeke geïnterpreteerd wordt om door kinderen gespeeld te worden.

    ZIJN ALLE ZWANEN WIT? (J.Janssens, 2010): absurde eenakter van drie kwartier met twee rollen. Thema: toeval en geluk.

    MEERVOUD (M/V) (Vink, Alkmaar, 2010): spektakelstuk voor twee rollen (desgewenst zes) op en rond een dubbele schommel, waarin Fred & Ginger, Julius & Cleo en Dolf & Eva op hun leven op aarde reflecteren. Duur: anderhalf uur. Dans- en zangscènes mogelijk.

    Hopelijk eens tot in de zaal of op de planken (en niet ertussen):

    JORIS DENOO

    www.jorisdenoo.be

    Bijlagen:
    DE BIERKAAI.pdf (497.9 KB)   
    EENHOORN.pdf (951.6 KB)   


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OBLOMOW

    OBLOMOW IN HANDZAME

    De nieuwe gedichtenbundel van Joris Denoo, uitgegeven door Poëziecentrum, Vrijdagmarkt 36, 9000 Gent.   <  info@poeziecentrum.be  > 

    Oblomow, of burgerlijke tevredenheid kamerbreed uitgestrekt: het blijft een boek met open einder, reikhalzend in tijd en ruimte. Deelname of innige deelneming. Reizen of blijven. Schrijven of beschrijven. Als de Vent de Vorm van zijn leven vindt, schrijft hij geschiedenis: als oblomow, biedermeier, pionier, soldaat, kamikaze of getroffene. Hij vindt voortdurend zichzelf weer uit.

    Voltooid Verwarmde Tijd (1992, Manteau)) beschreef persoonlijke geschiedenis.
    Linkerhart (2000, Poëziecentrum) omschreef een welbepaalde ruimte. Deze bundel werd in manuscriptvorm bekroond met de 5-jaarlijkse Guido Gezelle Poëzieprijs Brugge 1999.
    Oblomow in Handzame doet beide en maakt de accolade naast het binnenverblijf van de dichter en de buitenwereld. De hoge, waaiende bomen in het vlakke Handzame-landschap (West-Vlaanderen) en herhaalde, landerige lectuur van Oblomow (Gontsjarow) inspireerden Joris Denoo tot deze bundel, zes jaar na het bekroonde Linkerhart.

    Voorpublicaties

    De cyclus Oblomow in Handzame werd onderscheiden door SNS-Lux Nijmegen & verscheen ook in Poëziekrant.
    Het gedicht Winkeldochter (uit de cyclus Eltsenien) werd bekroond met de Dunya Prijs Rotterdam. In de laureatenbundel Het Dolpension van de Hemel verscheen ook de cyclus Schrijven naar Zweden.
    Het gedicht Mannen, Tibet werd bekroond met de Poëzieprijs Culturele Centrale Boontje Sint-Niklaas.
    De cyclus Inpakken en wegwezen verscheen in
    DW&B.
    De cyclus Biedermeier verscheen in
    Digther.
    De cyclus Arctic verscheen in
    De Brakke Hond.
    Vlaamse koppen was het openingsgedicht van het themanummer van Yang, 04, dec. 01: Flanders Language Valley Revisited/Over de Vlaamse literatuur zoals zij was, is en ooit nog zal zijn.
    Vrouwen, Seattle verscheen in Ballustrada (Nl).
    De cyclus Vier brieven aan mijn zoon verscheen op NV Poëzie, De Gekooide Roos (Nl), Tortuca (Nl), Poëziekrant en figureerde ook t.g.v. ’90 jaar later’ (mei 2005, In Flanders Fields, Ieper).




                                                 COPYRIGHT JORIS DENOO
    Blog als favoriet !

    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Poëzie
  • Een blauwe plek
  • Schuine teksten
  • Meester in de Vakken
  • De ongecomponeerde noot
  • Romaneske boeken
  • Satisfiction
  • Romans & Theater
  • Vreeslijke verhalen
  • Miljarden flarden

    Foto

    Foto

    Foto

    Archief per jaar
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2007
  • 2006
  • 2005

    Foto

    Foto

    Foto

           Whose red shoes?


    Foto

                     Crimikid



    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!