NIEUW: Blog reclamevrij maken?
HET IS NIET ALTIJD DE BUTLER DIE HET GEDAAN HEEFT
Inhoud blog
  • Braaf!
  • BMI
  • Wodansdagen
  • Misdaad in Vlaanderen
  • Kruistocht
  • Verkleurmannetjie
  • Dakloos
  • Hellevaart
  • Schuilen
  • Blonde woede
  • Dobberman
  • Morgana
  • Zoute-Watergem
  • Met name
  • STORY OF MY STORIES
  • Rise&Shine (my Shoes)
  • Waakvrouw
  • Lullaby
  • Weerzien
  • Acetijd
  • Waardigheid
  • Jack-o'-Lantern
  • Boren naar olie
  • Moord in Memory Lane
  • Verslag
  • Dood
  • Blaesstraat / Rue Blaes
  • Blinde vink
  • Moeskopper
  • High Noon
  • Woede
  • Moord op Killmouski
  • Windmolentje
  • Beschaving Waterstaat
  • De Chinees
  • Martelaar
  • Rus
  • Essence
  • Vaert wel
  • Kijkgelijken
  • Rouwkop
  • Spa
  • Frietpeace
  • Rough & Tough
  • Allojjo
  • Play it (again), Sam
  • Zwanenzang
  • De Donderdagpapers
  • De klakkelozen
  • Droomvrienden
  • Waarom God zwijgt
  • Droomoord
  • Tentoonstelling!
  • Japan
  • Verborgen geschiedenis
  • Geen verhaal
  • Paaps, Turks, Pruisisch
  • Bakkes
  • Split
  • Geen genade
  • Onbewaakt ogenblik
  • Maar...
  • Van de kook
  • Wild!
  • KLKN
  • Trio
  • Black Musk
  • Stok
  • Winnetou
  • Kid Katanga
  • Curriculum vitae
  • G, seriemoordenaar
  • Red & Yellow
  • Openbare vervoering
  • Man, Robocop, Skeletor
  • Moord op mama
  • Als het hert spreekt
  • Sluis!
  • Raaf
  • Horen en zien
  • Percussie
  • Cafépraat
  • Uw Koninkrijk
  • Engel in Avelgem
  • Au Relais
  • IJsdood
  • Mensenmepper
  • License to Drink
  • Rolex
  • Liefdadigers
  • Mutilatie
  • Levend begraven
  • Bloed & wonden
  • Gastronomie
  • Grote kuis
  • Ruis
  • Tweering
  • A Dog's Life
  • Encyclopaedia Britannica
  • Smashing
  • Lotto
  • The Fly
  • De vogel
  • You're in the Army Now
  • Tearoom Tilly
  • Luchtmisdrijf
  • Charon
  • Etappes
  • De catering-collectie
  • De avonden
  • Bloeddorst
  • Rach 3
  • Een kraai in Cadzand
  • Coupable
  • De horlogemaker
  • Een photo
  • Epoque
  • Robin Cruysse, (dr)enkeling
  • De Varkenshazy's
  • Een dezer dagen
  • Q8
  • Ogen gesperd dicht
  • Suzannes herenhuis
  • De Mystery Shopper (m/v)
  • In een grot met klaprozen
  • Kunst met peren
  • 'De handel waarvan gij slapte vreest'
  • Rigor Fortis
  • 'Zij die de legermacht ontbindt'
  • Driekoningen
  • Darwin, geen leven
  • Kop-en-schotel
  • Het peperkoekenhuis
  • Kwantum
  • Wurgseks
  • MM: detective zonder grenzen
  • MM: de moord op Marlowe
  • MM: Red Rum
  • MM: de vernissage
  • MM: het klokvaste drama
  • MM: komkommertijd
  • MM:de huurmoord
  • MM: de sixtieskilling
  • MM: de vleespenmoord
  • MM: het galgenmaal
  • Morse: een apologie
  • Het Jaar 11
  • Grieveltje
  • Meatlife
  • Eerwaarde
  • Zijn alle zwanen wit?
  • R@T
  • Kranig
  • Dode adder
  • Grensgeval (reportage)
  • Make love, not war
  • Green Horse
  • Schaakmaat
  • DRAMA
  • OBLOMOW
    Zoeken in blog

    Foto
    Weekend at Crimesea
    Foto
    A sit-down in Tunesia
    Foto

    Murdercompany DW, JD, JV & PV at Saint-Omer

    Foto

    Dog with latest criminews

    MOORD! (Sjors DNO)
    VERHALEN MET EEN VREESLIJKHEIDSGEHALTE
    28-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wurgseks

    WURGSEKS

    Medio jaren zestig van de vorige eeuw werd het middelgrote polderdorp Tiksmonde even uit zijn halfslaap gerukt door de moord op de gemeentesecretaris. Die werd gewurgd met een dode adder. Van de dader(es) werd nimmer een spoor gevonden. Tenzij die dode adder dus: hoe kon dat nou, dat beest kwam toch helemaal van de andere kant van het land? Het was wel een origineel moordwapen. De dorpsbewoners vergaten al vlug de onbekende dader(es). Vooral ook omdat de scène van de moord vanzelf al louche was: de bar Kanaal II op het platteland ten noorden van Tiksmonde. Maar over die dode adder bleven ze nog lang prakkezeren.

    Bijlagen:
    WURGSEK1.pdf (276.5 KB)   


    27-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MM: detective zonder grenzen

                                MICK MAUSER: DETECTIVE ZONDER GRENZEN

                                      Een farmaceutisch horrorverhaal

     

     

    Elk jaar stelden de rijke nachtbrakers van de plaatselijke Tigers Service Ring een goede daad. Ze aten en dronken zich een paar keer benefietgewijs te pletter. Met de opbrengst van deze gelagen werd een heuse fonkelnieuwe jeep gekocht. Omstreeks juli werd het ding naar het Donkere Continent gebracht, naar een land dat het moeilijk had. Walter P., zeepbaron, Franz V., advocaat-politicus en Siegfried B., oogarts, kweten zich in naam van de Tigers elk jaar met veel plezier van deze nobele taak. Apotheker Vondel, ooit de vierde onafscheidelijke in dat gezelschap, was uit het illustere Tigerskliekje weggeschrapt. Jarenlang was hij een van die musketiers geweest, maar zowel zijn leeftijd (zeg maar: ouderdom) als zijn gedrag bij onze zwarte broeders en vooral zusters lieten zoveel te wensen over dat hij gedesavoueerd werd. Eigenlijk kwam het er op neer dat de drie anderen een bezadigde pottenkijker als Vondel konden missen als kiespijn.

    Bijlagen:
    MICK MAUSER.pdf (64.9 KB)   


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MM: de moord op Marlowe

                                     MICK MAUSER EN DE MOORD OP MARLOWE

                                        Een historisch spionageverhaal

     

     

    Christopher Marlowe werd als schoenmakerszoon in Canterbury geboren, op dezelfde dag als William Shakespeare. Sommige literaire onderzoekers beweren dat ze een en dezelfde persoon waren. Marlowe, toneelschrijver, vertoonde dezelfde eigenschappen als Sidney Reilly, eeuwen later de eerste professionele spion (weliswaar van Russische afkomst) in het westen: drinking, gambling, fighting, womanizing. Voor het beoefenen van deze hobby’s had Marlowe veel geld nodig.

    Bijlagen:
    MICK MAUSER EN DE MOORD OP MARLOWE.pdf (52.3 KB)   


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MM: Red Rum

                                

                                        MICK MAUSER EN DE RED RUM

                                           Een maritieme droommoord

     

    Kunnen de bewegingen van een vlinder in Tokio een regenbui boven Central Park in New York veroorzaken?’ vroeg ik me af. Het was mijn eigen gedachte, maar de formulering ervan had ik gepikt van een personage uit de film ‘Jurassic Park’. Die kerel was net als ik een fan van de chaosleer en een liefhebber van onvoorspelbare attractoren. Ik keek naar het ballet van enkele meeuwen die de boot naar Ramsgate volgden. De zon schitterde in mijn taksvrije fles ’12 years old malt whisky’. Ik nam een slok en plantte de fles tussen mijn benen. Hier op het achtersteven was het windvrij. Ik zat tegen een trap geleund. Drie weken vrij kon ik nemen. Het laatste optreden van onze groep MIRACLE BLUE was pas enkele uren achter de rug. Ik had mijn drumstel ingepakt en met het busje richting binnenland meegegeven. Samen met Marc, onze basgitarist, had ik vanochtend vroeg de ferry Oostende-Ramsgate genomen, na nog enkele uren nachtelijk stappen in De Koningin der Badsteden, en vooral: scoren.        

            

                               

    Bijlagen:
    MICK MAUSER EN DE RED RUM.pdf (58.8 KB)   


    25-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MM: de vernissage

                                    MICK MAUSER EN DE VERNISSAGE-AFREKENING

                                            
                                              Een artifictieve docusoap

     

     

    ‘Ik vertrouw die advertentiekerel van AHA! voor geen haar’, dacht Mick Mauser, terwijl hij, gecamoufleerd door druk babbelend volk, Jan in de gaten hield. Om diens nek bungelde een fotoapparaat.

    ‘Wat heeft die oen van Verkeersveiligheid hier te zoeken?’, vroeg de hoofdredacteur van AHA! zich af. ‘Is er iets loos? Het kleinste kind in de stad weet dat Mauser eigenlijk hondenmepper is. En burgemeestersvriendje’.

    Detective 'stadsarend' Mick M. nipte van zijn glaasje vernissage-apezuur. Ad-man Jan VDW nipte eveneens van zijn gazeuze suikerwater. In de naam van de schone kunsten vond hier een samenscholing plaats: in het Kortrijkse Cultureel Centrum ’t Yserleiepand, ter gelegenheid van de expositie ‘Schimmen & Schaduwen’ én de uitreiking van de trofee Het Gulden Spoor voor Kunst- en Cultuurverdienste door de Tigers Service Ring aan professor Alfred Pierloo. 

    Bijlagen:
    MICK MAUSER EN DE VERNISSAGE.pdf (131 KB)   


    22-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MM: het klokvaste drama

                                   MICK MAUSER EN HET KLOKVASTE DRAMA

                                         Een luguber railroadsprookje        

    In het kader van zijn activiteiten voor de Civiele Cel, het Fonds voor Opheldering, de dienst Verkeersveiligheid en de Vereniging voor Vermiste en Verdwenen Personen nam Mick Mauser af en toe de trein heen en terug naar de provinciehoofdplaats. Hij had altijd al een boontje gehad voor deze vorm van openbare vervoering. Maar zelfs daar werd hij niet met rust gelaten. De dood trekt zich niks aan van ‘right or wrong side of the track’: de trein is altijd een beetje reizen, bijvoorbeeld naar het hiernamaals.

    Bijlagen:
    MICK MAUSER EN HET KLOKVASTE DRAMA.pdf (85.1 KB)   


    21-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MM: komkommertijd

                                           MICK MAUSER EN DE KOMKOMMERTIJD

                                            Een misdadige round-up

    Het was kalm op het Europese vasteland eind juli 1996. Detective Mick Mauser genoot met volle teugen van 3 ½ weken vakantie, alleen thuis. Vrouw en kinderen waren met een lastminute  vlucht naar The Gambia gevlogen. Ze zouden er een humanitaire vriendin opzoeken.

    Bijlagen:
    MICK MAUSER EN DE KOMKOMMERTIJD.pdf (55.9 KB)   


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MM:de huurmoord

                                                MICK MAUSER EN DE HUURMOORD

                                        Een stream of consciousness

    Van deze zaak zou Mick Mauser vooral de hoge temperaturen onthouden. ‘De kraaien gaan te voet’, zeiden de mensen. Bijen lagen vleugellam van de warmte op het tuinpad. In die periode had Mick Mauser zwaar te kampen met hooikoorts. Constant slikte hij polaraminepilletjes, die om de drie uur een aanval van slaperigheid veroorzaakten. Daarom opereerde hij vanuit zijn rocking-chair thuis: hij behandelde deze huurmoordzaak schriftelijk.

    Dit is zijn verhaal, gebracht vanuit het ik-perspectief van de hoofdbetrokkene. Het verheldert meer dan een verslag door een getuige of een onderzoeker. Mick zond het door naar het Fonds voor Opheldering, met excuses erbij voor de zweterigheid van het papier en enkele theevlekken.

    Bijlagen:
    MICK MAUSER EN DE HUURMOORD.pdf (74.6 KB)   


    20-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MM: de sixtieskilling

     

                             MICK MAUSER EN DE SIXTIESKILLING

                                       Een hippe policier


    Dokter Esterhàzy had hem het manuscript vanuit Vreed-en-Hoop in Guyana toegezonden. Mick Mauser klapte het lijvige dagboek open. De dokter had een oud blanco kasboek gebruikt om puin en pijn van zijn patiënte B.U. te beschrijven: via observaties, gedachten (van beiden), gedichten, ziekenhuisverslagen, dagboeknotities, dromen en teksten van Bärbel en bedenkingen van hemzelf werd wat licht geworpen op de vrouw die 28 scholieren naar de andere wereld had geholpen. ‘Leven & Werken van Bärbel Urquhart’, mompelde Mick Mauser. ‘Ik ben eens zeer benieuwd’. Hij bladerde terug naar bladzijde 1 en schroefde langzaam de dop van een fles wodka.

                              

                                    

     

    Bijlagen:
    MICK MAUSER EN DE SIXTIESKILLING.pdf (124.7 KB)   


    18-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MM: de vleespenmoord

                                  

                              MICK MAUSER EN DE VLEESPENMOORD

                                         Een crime de la crime

    De grote pendule sloeg vijf keer. Mick Mauser schonk zich een royale wodka  in en ging voor het raam staan. Herfstige kruidigheid hing in de lucht. De meeste bladeren hadden hun bomen al verlaten. Mick Mauser mocht van geluk spreken. Hoe dat zo kwam, maakt het volgende misdaadverhaal duidelijk.

                                        

    Bijlagen:
    MICK MAUSER EN DE VLEESPENMOORD.pdf (88.7 KB)   


    17-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MM: het galgenmaal

                                 MICK MAUSER EN HET GALGENMAAL
                                     Een vrolijke whodunit

    Detective Mick Mauser fronste zijn wenkbrauwen toen hij het krantenbericht las. Het askegeltje van zijn sigaret viel in zijn schoot, maar hij merkte het niet.

                                                 Galgenmaal?

    Eén maand voor de viering van 10 jaar restaurant De Zevensprong deed zich bijna een drama voor aldaar. 14 gasten, voor wie door een onbekende op zaterdagavond jl. in het aparte kleine zaaltje gereserveerd was, werden met een voedselvergiftiging naar het Aloysiusziekenhuis afgevoerd. Op het ogenblik dat de 14 personen onwel werden, weerklonk in het gastronomisch zaaltje minutenlang het gebrabbel van een peuter, via de klankinstallatie. Na ondervraging van de getroffenen bleek dat 7 onder hen het gebrabbel thuis al telefonisch hadden meegemaakt, vrij recent. Het gaat om VDW (schrijver), BB (reclamevrouw), TB (cultuurfunctionaris), JD (redacteur), ET (professor), EH (taverne-uitbater) en AMV (bediende). Hun partner was telkens medeslachtoffer van de voedselvergiftiging. De 7 hoger vermelden werden onder een vals voorwendsel die zaterdagavond naar het restaurant gelokt. Enkelen werd een interviewafspraak met een bekend blad voorgespiegeld; anderen kregen een gratis etentje aangeboden zg. door de zaak, uit dank voor of in het licht van toekomstige samenwerking. Omtrent de identiteit van de beller/brieven-schrijver tast men in het duister. Zaakvoerder, chefs en keukenhulpjes van De Zevensprong moeten zich voor verdere ondervraging beschikbaar houden. De gerechten van die avond, geserveerd in het aparte gastronomische zaaltje, worden aan een labo-onderzoek onderworpen. Het ging die avond om het zg. Summersetmenu; getonijnd kalfsvlees vormde het hoofdgerecht. Naar verluidt zijn in de broodjes die het voorgerecht begeleidden, sporen van ergot-alkaloïden gevonden. Die worden geproduceerd door een op graan levende schimmel. Ten gevolge van consumptie van brood van dergelijk besmet graan vielen bijvoorbeeld in de middeleeuwen veel slachtoffers. In de marinade van het tussengerecht ten slotte trof men tevens sporen aan van mannelijk zaad. Een hoogst onsmakelijke zaak dus. De Zevensprong viert op 15-16 augustus zijn 10-jarig bestaan. De zaakvoerder begrijpt niet hoe een en ander is kunnen gebeuren. Inmiddels zijn de 14 slachtoffers buiten gevaar. (KLF)

    Bijlagen:
    MICK MAUSER EN HET GALGENMAAL.pdf (98.5 KB)   


    04-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Morse: een apologie

                                         MICK MAUSER

                                              (INTRO)

     

    Mick Mauser is een background detective van zeer menselijk allooi. Soms duikt hij even à la Hitchcock in een verhaal op; soms is hij permanent toeschouwer, ooggetuige of betrokkene. Het apologetische Woord Vooraf door de beroemde maar inmiddels betreurde chief-inspector Morse zet de toonaard van zijn aanpak. In elk verhaal komen we ook iets te weten over detective Mick Mauser zelf en zijn leefgenoten, met mondjesmaat. In toekomstige verhalen zal meer en meer worden prijsgegeven over deze ogenschijnlijk wazige, maar toch erg belangrijke nevenfiguur. Voorlopig blijft hij de enige detective die niet altijd als hoofdpersonage in zijn eigen drama’s rondloopt. Samen met Mick Mauser kan de lezer(es) zittend denkwerk verrichten. Enig talent voor humor is daarbij wenselijk. ‘Een kneepje in de kont van Miss Marple, een snuifje achter de rug van Hercule Poirot, een stiekem lurkje aan de pijp van Maigret en een kopje thee-verkeerd met Sherlock Holmes’, aldus Mick Mauser zelf over zijn avonturen. What’s up, Watson?

    Bijlagen:
    CHIEF.pdf (66 KB)   


    19-12-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Jaar 11
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

                                HET JAAR ELF                                                                                                         

                        GEMENGDE GEVOELENS

                              (Een journaalboek)                                                          

                                                        SJORS DNO
       

    INTRO


    Wordt het jaar elf een scharnierjaar in de eenentwintigste eeuw? Horen we het tandenknarsen van een nog jonge eeuw of zwaaien de poorten naar verandering gezwind en geolied open? Gemengde gevoelens overheersen: misschien vallen er lessen te trekken uit de Arabische Lente die een bloedhete zomer werd, de Japanse natuurramp die ook het menselijk falen evoceerde, de binnenlandse euforie (bij velen) van veranderend stemgedrag die in regeringloosheid verzandde, de yeswecanslogan die afgezwakt moest worden om de Verenigde Staten voor faillissement te behoeden.

    Het getal 11 is van oudsher ‘gekleurd’. Het wordt, zeker na 11 september 2001, ook als een bijzonder wrang getal gezien. Het is het eerste meestergetal binnen de Kabbala. Elf is in het dagelijkse spraakgebruik het gekkengetal. Elf overschrijdt het geheel van de tien geboden. Binnen de dertiendaagse scheppingscyclus van de Maya’s staat het getal elf voor tijdelijke dissonantie en chaos. Je zou daarbij kunnen denken aan de elfde september, toen de Twin Towers, die samen het cijfer elf vormden, tot verbijstering van velen instortten. Ook in de numerologie is 11 het eerste meestergetal. 11 heeft in zich de 1, maar ook de 2, omdat 1 + 1 = 2 is. Daarom wordt de 11 als een lastig, moeilijk getal gezien met tegengestelde tendenties in zich. Dat wijst op innerlijke strijd; 11 wordt dan ook als de strijder gezien.

    Dit is HET JAAR ELF geweest:

    Bijlagen:
    HET JAAR ELF.pdf (1.3 MB)   


    23-06-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Grieveltje

    GRIEVELTJE

    Een ruiker paasbloemen ontsierde de tafel. Door die bloemen konden ze mekaar niet goed zien zitten. Er was koffie en gebak. De kopjes en de schoteltjes, daar had een Boergondisch postorderbedrijf voor gezorgd. In een kast met in lood gevatte schuifraampjes stond een onvolledige Winkler Prins receptenverzameling en een dik boek van Walter Van Den Broeck, moederziel alleen daar tegenaan leunend.
    ‘Hij gaat nu nog springen ook,’ zei iemand.
    ‘Ja?’
    ‘Die cursus is al vier weken bezig en nu zaterdag al, eh … ja: zaterdag, springt ie voor de eerste keer.’
    ‘Amaai. Rina is daar zekers nie gelukkig mee?’
    ‘Ne vogel als vent, hihihi!’
    ‘’Kunt ge peinzen! Zoudt gij op uw gemak zijn?’
    ‘En dan moet ge hem eens horen vertellen over de vrije val! D’er is al een keer eentje gewoon te pletter gevallen, jaja: zo doodgewoon naar beneden gekukeld, dat vertelde hij erbij. Hij zat tot aan zijne kop in de grond.’
    ‘Jaja, daar is-‘t-ie sterk in.’
    ‘Tja … ieder zijn goesting hé. ’t Is zijn eerste en zijn laatste stoot nog niet hé.’
    ‘Neenee.’
    Een tijdlang hoorde men het getik van vorkjes op postorderschoteltjes.
    ‘’t Smaakt hoor.’
    ‘Ja.’
    ‘Met zoiets kunt ge nooit missen.’
    Een hand schoof de vaas met bloemen opzij om aan de suiker te kunnen.
    ‘Hebt ge dat gelezen?’
    Iemand knikte naar de boekensteun van Van Den Broeck.
    ‘Die brief naar onze koning?’
    ‘Ja.’
    ‘’k Ben d’er een keer in begonnen, maar ‘k heb te weinig tijd voor zo’n boek. Enfin, zo’n dikke brief … hihi.’
    ‘Wie is die Van Den Broeck eigenlijk?’
    ‘Een schrijver, op een echte eenzame hoogte,’ zei iemand die tot nu toe nog niet gesproken had.
    ‘Wat?’
    ‘Een schrijver. Hij heeft er al een grote prijs mee gewonnen.’
    ‘Gekaapt, dat zeggen ze ook.’
    ‘Ach ja.’
    ‘Is dat ook al een beroep?’
    ‘’t Komt van de boekenclub zekers?’
    ‘Ja. We hebben te laat onze kwartaalbon ingevuld en plotseling kregen we dat aan ons been.’
    ‘Nu, ’t is geen misser geweest.’
    ‘En ’t heeft een prijs gekregen, zegt ge?’
    ‘Ja. Maar welke juist, dat weet ik niet meer hoor. ’t Stond in al de kranten.’
    ‘’t Is nog nie lang geleden zekers?’
    ‘Nee.’
    ‘Die Van Den Broeck, of hoe is zijn naam juist, die zou dus ook eens zijn eigen postzegel kunnen krijgen.’
    ‘Haha.’
    ‘Als de tarieven voort zo opslaan, zullen ze d’er nog veel nieuwe moeten uitvinden. Subiet is 2 euro ook al nie genoeg meer om een simpele brief te versturen. Wat doen ze dan met al die oude zegels?’
    ‘Als die daar zijne dikke brief opstuurt, moet er zekers 100 euro op?’
    ‘Hahaha!’
    (Allen keken nu naar het moederziel alleenstaand boek van Walter Van Den Broeck, aanleunend tegen een onvolledige Winkler Prins receptenverzameling. Het gelach was niet van de lucht en het was Pasen.)
    ‘Misschien moet hij wel niets betalen daarvoor. ’t Is goeie reclame voor de koning hé!’
    ‘Jaja, haha!’
    Iemand stond op en schonk de liefhebbers nog eens in. Niemand legde een afwerend handje op zijn postorderkopje.
    ‘Dank je.’
    ‘Dat zal ergens deugd doen.’
    ‘Luister een keer naar dat weer! ’t Kan weer niet op.’
    ‘En dat voor april. Je zou er geen hond door jagen.’
    ‘Passeert de Ronde van Boergondië hier vandaag niet?’
    ‘Hei! Hei! ’t Is hier geen toneel van Claus hé! De Ronde van Boergondië passeert hier vandaag nié, begrepen?’
    ‘Ze passeert elders zekers? Hihihi!’
    ‘’En dan?’
    ‘Pff.’
    ‘Wel?’
    ‘Ze moet toch érgens passeren zekers?’
    ‘Jaja, gij gaat ’t wel zeggen. Dat is al twee weken geleden, slimmeke. Ge moest een andere koers uitgekozen hebben om mee te lachen. En gij woont toch ook in zo’n boerengat?’
    ‘Ik lach daar toch nie mee!?’
    ‘Nee zekers! ’t Scheelt toch nie veel. Ge zoudt nog de eerste zijn om naar buiten te lopen als ge een luidspreker zoudt horen.’
    ‘Allez allez: geen spel hier hé! Drinkt uw koffie op voordat hij koud wordt.’
    ‘Ik drink graag koude koffie.’
    Met een lichte klap viel plotseling het boek van Van Den Broeck in de kast om. De in lood gevatte schuifraampjes trilden even mee van de opwinding.
    ‘Oei. Kijk nu!’
    ‘D’er passeert weer zo’n groot getrek zekers?’
    ‘’t Is toch al maanden dat de straat hier doodloopt!? De barrière op ’t einde is ook voorgoed toe.’
    ‘Nee, d’er is bijna geen verkeer meer. Ze weten het nu wel. Wie nu nog doorrijdt, is een kieken.’
    ‘In ’t begin was ’t nogal een gemanoeuvreer zekers hier?’
    ‘Dat ziet ge van hier.’
    ‘Zeg: zet dat boek weer een keer recht. Subiet valt heel mijne winkler prins ook omver. Een appelflauwte, hihihi!’
    ‘Menuutje.’
    ‘Die recepten, hebt ge die allemaal gelezen?’
    ‘Da’s nie om te lezen hé.’
    ‘D’er wordt hier af en toe goed gesmikkeld zekers?’
    ‘Ge moest eens meer afkomen, dan zoudt ge dat zien. Dan zult ge ’t wel ondervinden. Met uw eigen ogen.’
    ‘Soepogen.’
    ‘Hihihi.’
    ‘’t Is maar een woord!’
    ‘De jongste in het gezelschap pierde een sigaretje. (We herkennen in deze figuur Repelsteel Van Der Weyden.) Hij morste geparfumeerde korrels op het hagelwitte tafellaken dat als een maagdelijke bruidsjapon etc … of als een sneeuwtapijt etc … ‘Zeg, ze groeien op uw rug zekers?’
    ‘Aha. Da’s dan dat wat ik de laatste tijd zo voelde jeuken!’
    ‘’Hè hè hè!’ (Geuit door een dichte verwant van de jongeling, zelf ook nog betrekkelijk jong, maar met vast werk.’
    ‘Hij zit nooit om een antwoord verlegen.’
    De jongste schraapte nu met zijn rechterhand de korrels bijeen en ving die in het plastic pakje op.
    ‘’t Is nog de goedkoopste niet dat ge smoort.’
    ‘O, dat scheelt allemaal nie veel.’
    ‘Het beste is nog van nié te smoren.’
    ‘Jaja, zeg dat maar tegen de muren. En kijkt eens naar mijn gordijnen!’
    Enkelen begonnen nu ook diverse dingen te roken of te laten roken: een Hollands sprietje, een gekochte Belga, een pijp, een serieuze sigaar. Eén vrouw rookte ook mee: een filter, Stuyvesant.
    ‘k Ga het raam een beetje openzetten.’
    ‘Ja, dan kan de luchtvervuiling binnenwaaien.’
    ‘Hela! Zit de wind wel goed? ’t Vettekot werkt in ’t weekend ook hoor!’
    ‘De wind komt nu van aan de draai ginder. ’t Is goed.’
    ‘Als ’t nu maar nie te koud wordt hier, met zo’n weer.’
    ‘Niet smoren, hé!’
    ‘Of je warmsmoren!’
    ‘Rrr!’
    ‘De bel gaat, luistert.’
    ‘k Ga een keer zien wie dat wel mag zijn.’
    Een vrouw begaf zich naar de smeedijzeren voordeur en sleurde die moeizaam met één hand open, want in de andere hield ze de filtersigaret als een maagdenkaarsje omhoog. Je merkte dat ze ’t niet gewend was.

    (Wie had aangebeld? Zeker geen pastoor in lange rokken, want dit is geen roman van Roobjee, Pjeeroo. Ook geen ex-gevangene met een Franse voornaam die veel in Vlaanderen voorkomt, want dan zitten we weer bij Claus, Hugo. Misschien was het Kilroy? Peeping Tom? Baekelandt? De Leprechaun? De Graaf van Monte Christo? Robin Hood? In dat verdomde nest hier is alles mogelijk.)

    Nee, nee: ’t was verdorie Grieveltje-uit-Ullegem!
    ‘Ah! Dag Grieveltje! En ’t is geen wekedag, jong!’
    ‘Neet madam, neet: ’t weet dat wel. Maar ‘k moest passeren en ’t is simpelweg om te komen zeggen dat ge morgen of vandeweek een keer weer bij Susa Nina zoudt moeten binnenlopen.’
    ‘O?’
    ‘Ze kan weer geen weg. En ‘k moest hier nu toch passeren, en ‘k dacht … ‘
    ‘’t Is al goed, Grieveltje. ’t Komt in orde.’
    ‘Bedankt madam. Als ge dat wilt doen.’
    ‘Allez: tot morgen misschiens hé.’
    ‘Ja madam. Nog een keer bedankt. Aan ’t feesten zekers?’
    ‘Bah ja, ge kent dat hé?’
    ‘Ha ja.’
    ‘Allez: goeiendag hé!’
    ‘Goeiendag madam.’
    De vrouw morste as in de gang toen ze de deur voor Grieveltjes neus weer dichtduwde. Ze hurkte en probeerde de vuiligheid met haar hand op te scheppen. Het askegeltje rolde echter steeds verder weg, tot tegen de muur, voortbewogen door een tocht die van onder de voordeur blies.
    ‘Godver.’
    Het kraakte in haar dikke knieën toen ze, als een eend maar zonder kwaken en zonder pluimen, één poot verder opzij zette;
    ‘Dààr, begot!’
    Met deze niet-provinciale vloek stampte ze ten slotte het kegeltje plat. INTUSSEN WAS ER ECHTER AL EEN TWEEDE ASKEGELTJE AAN HAAR SIGARET GEGROEID! Ze haastte zich weer naar het gezelschap.
    ‘Wie was ’t wel hé dat ge zo rood ziet!?’
    ‘Die vent van Susa Nina … pff … Ze kan weer geen weg. Grieveltje vroeg of ‘k morgen ga.’
    ‘Jaja, ’t is weer ’t zelfde liedje. Da komt nie meer goed.’
    ‘Grieveltje? ’t Is toch zo hé? Rare naam. Waar komt dat van.’
    ‘’t Is lijk een naam voor een spookske.’
    ‘Da komt van vroeger, van in ’t toneel. Grieveltje – verdraaid, ‘k moe moeite doen om op z’n echte naam te komen, zie je wel: ‘k weet het nu niet, ’t schiet me … – ewel, Grieveltje was in zijne glorietijd de penningmeester van ’t parochietoneel. En iedere keer als dat toneel iets speelde, maar Grieveltje zelf – tiens, hoe heet die nu eigenlijk – eh … Grieveltje speelde zelf nie mee, eh … iedere keer als ze iets speelden, moest Grieveltje vooraf op de scène komen en een woordje uitleg geven aan de mensen die kwamen kijken. En op ’t einde zei ie altijd dat ze niet mochten zitten grievelen met papiertjes van snoep en zo, want dat dat stoorde. En … ah ja, hij zei dat iedere keer hé en zo, op den duur begonnen de mensen mee te zeggen van dat grievelen en zo.’
    ‘Hij moest dat zeggen van de voorzitter misschiens.’
    ‘Ah ja.’
    ‘En zijn wuufke is nu weer niet te been. ’t Is toch wat.’
    ‘Is-t-ie al oud misschiens?’
    ‘Oud? Bah, ‘k zou het nie weten. Maar we gaan daar onze patatten halen hé.’
    ‘Ah ja.’
    ‘Een paar keers aan de klap geraakt. ‘k En kan geen mensen in de puree zien zitten, ik. Zij is al een beetje van ouderdom, ja.’
    ‘En alzo doet gij ook uw goed werk.’
    De meeste opgerookte dingen werden nu doodgeduwd in de krullerige asbak met het gouden blaadje eraan, waarop één sigaret even te rusten kon worden gelegd. Hierbij botsten de hand met de opgerookte Belga en de hand met het opgerookte Hollandse sprietje onzacht.
    ‘Au, godver … ‘
    ‘Ik was eerst, makker. Sigaren gaan voor.’
    ‘Noemt gij dat een sigaar?’
    ‘En ge moet uw nagels knippen.’
    ‘Tuttuttut!’
    De jongste stond nu op en stak een cassette in de radio.
    ‘Hei! Kan dat ook daarin?’
    ‘Da’s wel gemakkelijk hé!’
    ‘Wat is ’t dat ge oplegt?’
    ‘Oplegt, oplegt: d’erin schuift, bedoelt ge! Hihihi!’
    ‘Simon en Garfunkel.’
    ‘Karbonkel wie?’
    ‘Wat?’
    ‘Een concert in New York van twee zangers. In openlucht. Niet gezien op de tv?’
    ‘Nee.’
    De eerste tonen weerklonken.
    ‘Zeg, noemt gij dat een concert?! Ze beginnen al met te roepen en te tieren voordat ze … ‘
    ‘’t Is uw genre nie zekers.’
    ‘‘k Heb geen ene zanger die ik graag hoor. ’n Beetje muziek op de achtergrond, da’s al genoeg voor mij.’
    ‘Voor mij ook. Ge zoudt beter een keer luisteren.’
    ‘Jaja. En hoorndul worden zekers!’
    ‘Oei! (Een andere vrouw). ‘En ‘k had nu wel die jenever koel gezet! Wie moet er eentje?’
    ‘AH!’ (Drie mannenstemmen).
    ‘Ge moet ons nie forceren hé moeder. Allez.’
    Kleine unic-glaasjes werden op tafel getoverd. Weer verschoof iemand die vaas met bloemen.
    ‘Laat dat nu een keer staan. ’t Zijn zulke schone.’
    ‘Maar ‘k zie niks.’
    ‘Als ge ‘t maar hoort.’
    ‘’k Zou op den duur scheel beginnen kijken. ’t Is allemaal geel voor mijn ogen.’
    ‘Scheel en geel, da’s gezond. En ’t rijmt nog ook, haha.’
    ‘Wat zit gij daar nu zo in uzelf te lachen? Als ’t een klucht is, vertelt hem dan maar hé.’
    ‘’t Is met dat grievelen nog altijd.’
    ‘O, gij kunt gij wel tegen nie veel.’
    ‘Gij ook een druppel?’
    ‘Ja?’
    ‘Ja.’
    ‘Stuikt hem niet omver.’
    ‘‘k Zal hem wel in mijne mond omstuiken.’
    ‘Hoor dat een keer!’
    ‘Pff. Grievelaars!’
    ‘Haha! Grievelaars zegt hij! Goed gevonden hé?’
    ‘‘k Zei toch al dat-ie nooit om een antwoord verlegen zit?’
    ‘Allez jongens: santé!’
    ‘Ja. Santé. Op den zaligen hoogdag. Dat we er nog veel mogen beleven.’
    ‘En op Grieveltje-uit-Ullegem, hihi.’
    ‘Gij lachers!’


    22-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Meatlife

    MEATLIFE

    Hij noemde haar soms De Rode Ridder
    omdat haar kapsel er zo middeleeuws uitzag,
    soms Jeanne d’Arc
    omdat er naast haar huis onveranderlijk een stapel brandhout lag.

    Wanneer hij haar in haar aars nam, stootte hij ridderlijke kreten uit.

    < HO! HA! HOHA! >

    Wanneer hij haar voorste liefdesgrot bevolkte, uitte hij vurige klanken.

    < SSS …. (implosief) … AAA … AAA … >

    Ah, immortality!

    Dat alles gebeurde noodgedwongen in het ‘diepste’ geheim.

    Immers.

    Hij was schoonmaker in het abattoir Corneille-Staes.
    Zij was de dochter van de slachthuisbaas en studente lerarenopleiding.

    Les extrêmes se touchent. ( ! WANT DE UITEINDEN VOEDEN ELKAAR ! )

    How come?
    Listen.

    Er was het liefdadige kerstdiner van de firma Corneille-Staes. Hanentestikels en zwijnenkop op het menu. Je werkt op een slag/slachtveld of je werkt er niet …
    Liefdadige dochter Inez viel toen voor de schoonste schoonmaker Lutz, na een gesprek over kanonnenvlees uit de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Jonge gesneuvelden brachten levende lijven nader tot elkaar.


    Leraarschap en schoonmakerschap versmolten met elkaar tot ze elkaar ophieven. Inze en Lutz hielden vol, ondanks bloederigheid alom. Ze maakten kinderen en slachtten dieren. Tot wanhoop van de slachthuisbaas en diens wettelijk geregelde vrouw.

    De oude Corneille ging dood. Zijn vrouw kort daarna ook.

    De opvolging was verzekerd: Lutz en Inez beheerden abattoir Corneille-Staes.

    Ah, love & business!

    Maar zoals de dood met de vinger op zijn lippen door het leven sluipt, zo naderde haneschree na haneschree de economische crisis. Nieuwe loopgraven ontstonden. Lutz en Inez hadden er één flauw idee van. Er kwamen plotseling geen wagyu-orders meer binnen. Op een nacht braken zestig kostuumpjes op Lutz’ lijf het zweet uit. Hij ijlde. Een hond naderde, in de vorm van een hond. Wat nu geblazen? dacht Inez slapeloos. Een bankier dook in het donker.

    1929, 1987, 2001, 2008, 2013

    < draadloze diepzeegedachten vandaag zo’n dinsdag met regen in rome en zon in de kelder de beurs is beurs joelend gooit de sjamaan een handvol doodsprentjes in het portaal en vlucht als de wind weer henen het huis rammelt als een spaarpot oude centen en omhult ze als een sarcofaag >

    ER LIGT EEN DODE DIERENDODER OP DE LAATSTE LOPENDE BAND IN ABATTOIR CORNEILLE-STAES.

    Hij had er één flauw idee van.

    Rosbief voor Inez en diegenen die uitdrukkelijk uitgenodigd waren om de familie te volgen.

    Vleselijk.


    06-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Eerwaarde

    EERWAARDE


    Een kraai kraste op het land.
    Eerwaarde fladderde over de kerkwegel.
    Een misdienaar baande de weg voor hem met dwingend geklingel,
    dat in flarden over de velden wegwoei.
    Januari, vervloekte maand na giftige geschenken.
    Wind uit oude dagen beulde bomen af.
    Wind, overal wind: kruistocht.
    Er hing modder aan de schoenen van eerwaarde toen hij het erf betrad.
    Dat deerde hem niet echt.
    Hij trok ten strijde voor het Leger van God.
    Smeer van ça-va-seul en speeksel van Rosalie zouden die kleine erfzonde wissen.
    Een hond sloeg even aan en dimde klaaglijk weg.

    Dag meneer pastoor.
    Dag Madeleine, ik ben nog niet te laat, hoop ik.
    Hij asemt nog zwakjes, meneer pastoor.
    De Heilige Geest doet zijn werk. Vooruit, Lewie: de trap op. We gaan een ziel redden van het hellevuur.
    Ja meneer de pastoor.
    We sterken hem met de Sacramenten der Zieken. Hebt gij dat al op school geleerd, Lewie?
    Ja meneer de pastoor.
    Allez, linksaf, Lewie, daar is de slaapkamer. Eh … rechts is de logeerkamer.
    Ge weet hier goed de weg, meneer de pastoor.
    Zwijg Lewie, dat is een sacrament. Madeleine: volg je nog?
    Ja meneer pastoor. Ochheregodtoch, dat ik nu alleen val ...

    Lewie, ge moogt nu gerust beneden wachten. ’t Is hier bijna gedaan, maar ’t kan ook nog een tijdje duren.
    Ja meneer de pastoor. Mag de bel weer mee?
    De bel mag weer mee, jongen. Maar hou de klepel vast in je hand. Geen lawaai meer. Boer Hilaire is dood. Rust voor de doden.
    Ja meneer de pastoor.
    Wij houden hier nog een wake.
    Er staat een doos met koekjes op de keukentafel, jongen. Neemt en eet maar.
    Dank u madame Madeleine de boerin.

    Hij heeft niet veel geleden hé, eerwaarde.
    Nee Madeleine. En altijd hard gewerkt.
    Ziet eens hoe rustig hij daar nu ligt.
    Ja. Laten we hem even alleen voor zijn laatste reis naar het hiernamaals.
    Lewie! Vind je de koekjesdoos?
    Ja madame Madeleine de boerin!
    Goed Lewie.

    Ach Madeleine …
    Ik ga u voor, meneer pastoor … Eerwaarde Vader … zegen mij …

    Een hond sloeg aan op het erf.
    Wind rammelde met dakpannen.
    Eerwaarde ontknoopte zijn gewaden.
    Stijf van lust diende hij boerin het heilig oliesel toe.
    Het Leger van God groeide andermaal, uit putlucht.
    Modder, speeksel en smeer vermengden zich.

    Ah Madeleine.
    Eerwaarde Vader, zegen mij en al die na mij komen.
    Blijft ge ook eten?


    15-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zijn alle zwanen wit?

    ZIJN ALLE ZWANEN WIT ?


    De auteur schreef deze eenakter na lectuur van diverse boeken van Nassim Nicholas Taleb, oud-beurshandelaar en professor in de toevalskunde. Die handelen over de rol van het toeval in de economie en in het leven. Bepaalde gebeurtenissen worden door hem ‘zwarte zwanen’ genoemd: toevallige gebeurtenissen met verstrekkende gevolgen. Het schrijven van een bestseller, het winnen van de lotto, een wereldramp of een gigantische aanslag zijn zwarte zwanen. Ook Wall Street kende zijn zwarte zwanen.

    In ZIJN ALLE ZWANEN WIT ? komt een raadselachtig pak pardoes uit de lucht te vallen, tussen twee mensen in. Wat steekt erin? Lode en Claude (of desgewenst Christa en Christine) – twee doorsnee vertegenwoordigers van het menselijk ras – krijgen ermee te maken.

    Een eenakter voor drie personen en een fles melk. Geen decor. Duur: vijfenveertig minuten.


    Claude – Dag Lode. (Christa)
    Lode – Dag Claude.
    (Christine)
    Claude – Hoe maak je het nog, Lode?
    Lode – Ewel Claude, dat verklap ik je niet.
    Claude – En waarom niet, Lode?
    Lode – Omdat je ’t dan zelf zou maken, Claude. Je imiteert me zo vaak!
    Claude – Je imiteert me zo vaak! En jij niet zeker?! Amai, je wikt je woorden nogal, zeg!
    Lode – Het wikken van woorden is als het wokken van groenten.
    Claude – Je vergat er ‘Claude’ aan toe te voegen.
    Lode – Claude.
    Claude – Ah, je maakt de groenten dus hard? Als je woorden?
    Lode – Maar nee: net zacht! Of halfzacht. Jij lijkt me ook geen keukenpiet.
    Claude – Ik kook al bij de gedachte.
    Lode – En wat zeg je dan?
    Claude – Lode.
    Lode – En voluit … wordt dat dan …
    Claude – Ik kook al bij de gedachte, Lode.
    Lode – Prima, Claude. Altijd met zeven woorden spreken. Je hoeft daarvoor toch niet zo’n klootzak te zijn hé?
    Claude – Nee hoor, Claude. Eh … ik bedoel: Lode.
    Lode – Bezoedel jezelf niet, Claude. Wok je woorden!
    Claude – Lode, iets anders: hoe oud ben je nu eigenlijk?
    Lode – Wel, Claude, ik ben nog nooit zo jong geweest als nu.
    Claude – Dat is verdomd goed nieuws.
    Lode – Ik had het graag voor mezelf gehouden.
    Claude – O, bang om een rondje te moeten geven, Ebenezer Scrooge?
    Lode – Zit toch niet zo op mijn vel!
    Claude – Weet je: elk jaar passeren we ook onze sterfdag.
    Lode – En een kapotte klok duidt ook tweemaal per etmaal het juiste uur aan.
    Claude – Jij bent niet voor één gat te vangen hé.
    Lode – Gelijk ik op een muis misschien?
    Claude – Dan imiteer ik je zeker nooit ofte nimmer.
    Lode – De muis dirigeerde nochtans een tijdlang de digitale wereld.
    Claude – Tja … zo gepiept hoor. Maar wil je er niet over praten?
    Lode – Waarover?
    Claude – Over je leeftijd.
    Lode – Nee.
    Claude – Godzijdank!
    Lode – … piepte de muis.
    Claude – Kunnen we … Kunnen we nu misschien de metafoor van de muis eh … in zijn holletje laten?
    Lode – Zijn holletje!? Is dat misschien een … een petofoor?
    Claude – Zeg … we zijn ver heen hé.
    Lode – Ja … in een godverlaten gat van de wereld …
    Claude – Je kunt het echt niet laten hé.
    Lode – Maar jij bent begonnen hé, Claude!
    Claude – Allez, vooruit: we gooien het over een andere …

    ER KOMT IETS GROOTS UIT DE LUCHT VALLEN; DAT KUKELT MET EEN ENORME BONS OP DE BEGANE GROND TUSSEN LODE EN CLAUDE IN. ZE SCHRIKKEN ZICH EEN AAP. HET DING IS IN ZEILDOEK VERPAKT. ONDEFINIEERBARE VORM.

    Lode – EEKK!!!
    Claude – AAAHH!!!
    Lode – … boeg?
    Claude – Hé?
    Lode – … andere … boeg?
    Claude – Duidelijk!

    (Ze bekijken het ding een poos en controleren ook het luchtruim).

    Lode – Als je ’t mij vraagt: hier is iets niet pluis.
    Claude – Ewel, Lode: ik val eerlijk gezegd ook uit de lucht.
    Lode – Uitkijken met metaforen hé, Claude.
    Claude – Maar wat is dat eigenlijk?
    Lode – Het gewicht van de wereld?
    Claude – Tachtig kilogram Newton?
    Lode – Een ontsnapte para… chute?
    Claude – Een gevallen engel?
    Lode – Eh … een … eh … deus ex machina misschien?
    Claude – Wat voor machien?
    Lode – O … iets met lucht. En in ’t Latijn.
    Claude – Iets dat dus wel pluis is?

    (Claude beroert met een voet omzichtig het ding).

    Lode – Tja … In ’t Latijn is ’t gewoonlijk goed hé.
    Claude – Dat is Latijn voor mij.
    Lode – Ja, ik zwijg al, Claudius. (Christina)

    (Ze ‘besnuffelen’ nieuwsgierig het pak).

    Lode – Riek jij iets?
    Claude – Rieken of ruiken?
    Lode – Laten we het hier maar op rieken houden.
    Claude – Mijn neus vertelt me niets.
    Lode – Je gaat nochtans prat op je neus voor zaken.
    Claude – Dat zou hier best wel eens een onwelriekend zaakje kunnen zijn.

    (Maakt aanstalten om het ding aan te raken).

    Lode – Sstt … ! Niet doen! Aankomen is kopen!
    Claude – Verdomd, je doet me meer schrikken dan dat pardoesding hier!
    Lode – Dat wàt?
    Claude – Pardoesding.
    Lode – Wat is dat voor rariteit?
    Claude – Wel: iets dat pardoes uit de lucht komt te vallen.
    Lode – Ja, maar we weten nu nog altijd niet wat erin steekt hé. Alleen de … pardoeserigheid kennen we.
    Claude – Zouden we het niet openmaken? Openknopen? Openritsen?
    Lode – Ik kom daar niet aan!
    Claude – Allez … schijtlijster: ’t is Toetanchamon niet, hoor.
    Lode – Mocht het de Toet zijn, dan waren we hier aan het stofzuigen.
    Claude – Die hier ziet er inderdaad wat properder uit.
    Lode – Maar wie zegt dat het een mens is?
    Claude – Geef het eens een duwtje.
    Lode – Ik kom daar niet aan bis!
    Claude – Tja … We zitten hier duidelijk met een probleem.
    Lode – Als we er niet naar kijken, hebben we dat probleem niet, Claude.
    Claude – Misschien heb jij ook liever dat ik jou niet aankijk, Lode?
    Lode – Ik zal dat maar als een retorische oprisping beschouwen.
    Claude – Er komt ook geen geluid uit.
    Lode – Tja … na zo’n doodssmak … hoe zou je zelf zijn.
    Claude – Voor eeuwig en altijd … stil.

    (Even stilte. Lode en Claude – of Christa en Christine – lopen wat kringetjes om het ding heen. Ze verwijderen er zich even van, handen op de heupen, peinzend toekijkend. Dat mag eventueel symmetrisch gebeuren. Plotseling is er minimale beweging merkbaar in het pak, even maar. Lode en Claude reageren daar echter helemaal niet op. Mocht het publiek nu al daarop reageren, dan negeren de beide personages dat).

    Lode – Hopelijk ontploft dat ding niet plotseling.
    Claude – De meeste ontploffingen gebeuren nogal plotsklaps, hé.
    Lode – Taalterrorist.
    Claude – Het is misschien aan het gisten; god weet wat we ontdekken als we de verpakking …
    Lode – Kom er niet aan, hé!
    Claude – Kijken mag toch, hé.
    Lode – Zeg: heb jij daarnet eigenlijk een vliegtuig horen passeren?
    Claude – Eh … nee. Wie let er daar nu op. Het is wel vaker spitsuur in de lucht.
    Horen en zien vergaat je soms.
    Lode – Zou het kunnen dat een vliegtuig een stuk van zijn vracht heeft verloren?
    Claude – Of het kan ook een afrekening zijn. Die verpakking ziet er eh … vakkundig uit. Professioneel werk. Precies een eh … delivery van de maffia. Kant-en-klaar aan huis geleverd.
    Lode – Die delivery valt dan wel pardoes ons leven binnen. Net zo goed was het op onze kop. Nou: een van onze koppen.
    Claude – Misschien was het een aanslag?
    Lode – We vormen wel heel kleine doelwitjes.
    Claude – Waar twee of meer samenzijn … daar ben Ik in hun midden.
    Lode – Waw … Bijbelvast, ja? God komt uit Zijn hemel te vallen?

    (Hier is er andermaal wat beweging onder het zeildoek te bespeuren, ietwat duidelijker dan daarnet. De beide personages reageren nog altijd niet. Ze negeren ook eventuele reacties uit het publiek).

    Claude – Zeg, Lode: en als we nu eens het grotere geheel bekeken?
    Lode – Ja … je kunt gelijk hebben. The big picture, hé …
    Claude – Dat werpt misschien wat licht op de zaak.
    Lode – We zijn inderdaad te veel op dat ding hier gefocust. Tijd voor een stapje achteruit.
    Claude – Of vooruit. Het grotere geheel dus …

    (Ze komen naar voren, wenden zich naar de zaal en buigend turend over de hoofden heen naar de verte).

    Lode – The sky is the limit.
    Claude – Dat ziet er hier nogal chic uit. Is it sky or is it leather?

    (Ondertussen beweegt het pak ten derden male even, achter ze. Ze merken dat natuurlijk niet).

    Claude – Iets opvallends te signaleren, Lode?
    Lode – Niets opvallends te signaleren, Claude.
    Claude – Het is één groot zwart gat hé.
    Lode – Een oneindige duisternis inderdaad. Ik word er bijna rustig van.
    Claude – Ben je veranderd van medicatie misschien?
    Lode – We zijn allebei nachtblind. Zoals iedereen.
    Claude – Waw, dat is nog eens een filosofie zeg! Heb je misschien ook een broer aan de universiteit in bokaal nummer 7?
    Lode – Ja, en als doctor in de filosofie zou ik je toch ook een blauw pilletje voorschrijven, grote verpakking. Twee voorschriften in één keer.

    (Even stilte. Ze turen nog wat in de onbestemde verte en keren dan terug naar hun posities, ieder een paar meter verwijderd van het pak).

    Lode – Gewoonlijk wordt iets dat verpakt is, een cadeau genoemd.
    Claude – En iets dat uit de lucht komt te vallen … een verrassing.
    Lode – Of een regenbui.
    Claude – Openmaken dan maar?
    Lode – Hoe groter het cadeau, hoe groter de ontgoocheling. Laten we de spanning nog even …

    (Nu rolt het ding zich plotseling in één beweging op zijn andere zijde. L en C reageren verbijsterd en springen opzij).

    Claude – Shit man!
    Lode – Godver in de hoge hemel!

    (Ze staren een minuut lang beweging- en sprakeloos naar het ding, dat verder niet meer lijkt te bewegen. L en C communiceren een poos pantomimisch en mimisch).

    Claude – Maar daar kom ik niet aan, hoor!
    Lode – En ik nog veel minder!

    (Claude mikt nu een van de grond geplukt steentje naar het pak).

    Lode – Hij is weer in slaap gevallen.
    Claude – Hij? Het? Zij?

    (Lode gooit nu ook een van de grond geplukt steentje naar het pak).

    Claude – Kijk wie er nu wie imiteert!
    Lode – Zeg … lichtgeraakt persoontje! (Gooit nog een steentje naar het ding.) Van die hier kun je dat niet zeggen …
    Claude – Als dat ding nog één keer beweegt, dan …
    (vluchtgebaar).
    Lode – … Ik ook!
    (idem)
    Claude – We zitten hier toch wel met een rare bevalling.
    Lode – One way ticket … recht van God de Vader. Gewoonlijk is het omgekeerd: reizen Hiernamaals.
    Claude – Zeg, moeten we niet ergens naartoe bellen?
    Lode – Ja, maar naar wie? Wat? De dienst Gevallen Voorwerpen?

    (Het pak wentelt zich nu weer op zijn andere zij. Lode en Claude deinzen geschrokken achteruit).

    Claude – … of de dienst Levende Zielen!
    Lode – Nu heb ik er genoeg van.
    Claude – Ofwel …
    Lode – Ofwel …
    BEIDEN – Ofwel …

    (Ze beschrijven steeds kleiner wordende cirkels om het pak heen).

    Lode – Zeg Claude, wist je dat de Russen hun frambozen pletten in spierwitte melk?
    Claude – Maar Lode, wat zeg jij nu!? Wat heeft dat godverongelukt met dat ding hier te maken!?
    Lode – Je weet nooit dat er een Rus in zit.
    Claude – Ja, met een fles melk in zijn hand zeker. Jij bent ver heen, hij is ver heen. Flauwe plezanterik.

    (Totaal onverwacht staat het ding nu op. Razendsnelle ‘ontmanteling’. Komt tevoorschijn: een kerel in ‘legerstockplunje’ met een fles melk in zijn hand. Hij steekt die omhoog en toast Lode, Claude en vervolgens de zaal toe: NAZDROVJE !!)

    Lode (triomfantelijk) – Voila, en nu jij!!
    Claude (berustend, verslagen) – De moraal? We zullen inderdaad nooit te weten komen of alle zwanen wit zijn.
    Lode – Ik ben blij dat je het zelf zegt, Claude. Deze apparatsjik kan nu veilig uit dit stuk verwijderd worden.

    DOEK


    06-01-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.R@T

    R@T

    Rough: Rattenkop !

    Tough: Schijtlijster !

    Rough: Dooievisjesvreter !

    Tough: Ossenmelker !

    Rough: Kloothommel !

    Tough: Melkmuil !

    Rough: Angsthaas !

    Tough: Pezewever !

    Rough: Zeurpiet !

    Tough: Pottenkijker !

    Rough: Schreeuwlelijkerd !

    Tough: Gebraden haan !

    Rough: Slijmjurk !

    Tough: Mierenneuker !

    Rough: Slapjanus !

    Tough: Lamstraal !

    Rough: Stoethaspel !

    Tough: Muggenzifter !

    Rough: Dikdoener !

    Tough: Veelvraat !

    Rough: Die je zelf bent !

    Tough: Jij ook !

    (Rough neemt een vismes en fileert Tough. Tough rukt ondertussen diens hart eruit. Beiden gaan dood.)


    26-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kranig

    KRANIG

    Het korte droevige verhaal van de man wiens haar nooit nat werd, zelfs nadat hij in het water was gedoken. Deze man woonde bij een vrouw met mooi halflang haar, dat het ene ogenblik aan de westelijke kant, het ogenblik daarop aan de oostelijke kant van haar hoofd hing. Zo kreeg men altijd verrassende beelden en was men eigenlijk ook vaak afgeleid van het aan de gang zijnde gesprek. Maar het gaat niet over haar.

    Het gaat over de droge man. De eigenschap die hij niet bezat, namelijk dat zijn haren in het water nat werden, zoals die van de anderen, bezorgde hem achter zijn rug om de bijnaam droogkloot. Het betrof een zeer belangrijk man die hoog in aanzien stond. Als aannemer had hij de stad bevolkt met fraaie gebouwen. Noch kappers, noch dokters, noch kruidenverkoopsters, noch psychiaters konden hem echter helpen. Ze vleiden of troostten hem met opgewekte vaagheden, valse voorspellingen of niet ter zake doende verzuchtingen. Er was niets aan te doen.

    Hij was zo kaal als een kei. Altijd geweest.

    Hij werd daar gaandeweg zo treurig door, dat hij zichzelf een lange nagel zonder kop door de schedel sloeg en zich van een hoge kraan te pletter liet vallen. De smak was zo hevig dat er terstond één dodelijk geschrokken grijs haar uit zijn schedel priemde. Het was zijn eerste en enige haar. Het regende die dag ook treurig.

    Het was niet lang zoeken naar de doodsoorzaak van de droge man. Men sloeg de nagel op de kop.


    29-09-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dode adder

    DODE ADDER

    Bekroond met de Nestor de Tière Toneelprijs 00 – 02 van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 02 en de Eerste Premie West-Vlaamse Theaterschrijfprijs 06

    DODE ADDER is een dialoog waarin een headhunter een sollicitant ondervraagt. Geleidelijk aan worden de rollen omgekeerd. Het eindigt op een moord.

    Spelers: een sollicitant, een headhunter, Eliott de raaf (op diens linkerschouder), een dode adder

    Rekwisieten: opgezette raaf, gsm met London Bridge-tune, aktetas met dode adder, kaartspel, whisky, sigaretten

    Ruimte, decor: kantoor

    -Ik moet mijn partner verontschuldigen. Persconferentie.
    -Geen probleem met iemand buiten beeld.
    -Let u vooral niet op de vogel.
    -Hij lijkt niet erg uitgestorven.
    -Zo is dat.
    -Erger ware een verdwaalde kogel.
    -O?
    -Daar kan men niet op letten.
    -O, op die manier. Erwtensoep?
    -Graag even uitstellen. Het is nog vroeg.
    -U weet waar u aan begint?
    -Zeer zeker. Het zittend beroep van wielrenner spreekt me niet aan.
    -Haha. Die zit.
    (-Kaasje! Kaasje!
    -Bek dicht, ongedierte.)
    -Kalm weertje vandaag.
    -Te beamen. Gisteren was het ruiger.
    -Dit is 'strictly business', zoals u weet.
    -Ja. 'Nothing personal'.
    -Welaan dan. Zit u goed?
    -Als gebeiteld.
    -Ik vraag u telkens binnen de anderhalve seconde een antwoord te geven.
    -Niet anders zal het zijn.
    -Vindt u dat niet vervelend?
    -Ik ga voor goud.

    Bijlagen:
    ADDER.pdf (265.3 KB)   




                                                 COPYRIGHT JORIS DENOO
    Blog als favoriet !

    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Poëzie
  • Een blauwe plek
  • Schuine teksten
  • Meester in de Vakken
  • De ongecomponeerde noot
  • Romaneske boeken
  • Satisfiction
  • Romans & Theater
  • Vreeslijke verhalen
  • Miljarden flarden

    Foto

    Foto

    Foto

    Archief per jaar
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2007
  • 2006
  • 2005

    Foto

    Foto

    Foto

           Whose red shoes?


    Foto

                     Crimikid



    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!