Het eerste nummer van "Erfwacht" , ons tijdschrift, verscheen in de maand september 1990. Om de drie maanden verschijnt er een nieuw nummer, als U interesse hebt, kunt U ons mailen !
Oude schoolkaart van Beverlo
V.Z.W. Heemkundige Kring Beverlo: ons bestuur...
Erevoorzitter: Louis Vandermeeren Voorzitter: François Cruysberghs Onder-voorzitter: Marc Bertrands Secretaris: Charles Cuppens Schatbewaarder: André Schraeyen Webmaster: Robert Leyssens Archief: Jos Caerts Leden: Albert Beerten Roza Dirikx Eddy Fillee René Helsen Romain Kaerts Sven Laenen Annie Makowski François Noels Julien Put Jeanne Wuyts Jules Wuyts Maria Vranckx-Vanhees Paul Ooms
Kerk Oostham Het onderste stenen gedeelte van de kerk van Oostham dateert uit de 10de eeuw (oudste kerktoren van België) Beverlo, Oostham en Kwaadmechelen vormden eertijds het Land van Ham. Thans zijn Oostham en Kwaadmechelen gefusioneerd tot Ham.
Wapen van Loon
1 Liard Luikse munt
Oud wapen van Beringen, één der goede steden uit het Land van Loon.
Terwijl het kasteel van de Heren van Hoensbroeck in Oostham al eeuwen is gesloopt, prijkt in het Nederlands-Limburgse Hoensbroek nog steeds dit prachtige gebouw. Het is zeker een der mooiste kastelen van Nederland en een bezoek overwaard. Het dateert uit 1250.
In Beverlo spreekt men bijna nooit over Leopoldsburg, maar de term "Kamp" wordt nog steeds gebruikt. Zaterdag is het marktdag in Leopoldsburg... Kamp-met, zegt men hier...
De kollebloemen van Vlaanderen
(Vert. Rachel Schaballie, 1919)
Vlaanderens hart bloedt in zijn kollebloemen open, tussen de kruisjes door, die, rij naast rij geplant, het simpel teeken zijn, waaronder wij steeds hoopen, dat onze milde dood de vree werd voor dit land.
Bij rooden dagerad volgden wij in het blauwe den zoeten leeuwerik, wiens jubel werd gestoord door schroot en vloek en klacht. Tot men ons kwam houwen en op dit Vlaamsche veld ons streven werd gesmoord.
Gij, die nu na ons leeft, wij reiken u de toortsen, verheft ze naar het licht, elk roepe een nieuwen held: verbreekt gij onze trouw, dan wordt in wreedste koortsen ons 't heilig verbod te slapen in dit veld: in elken kollebloem zouden wij blijvend bloeden!
De originele handgeschreven tekst van John McCrae
Lancaster bommenwerper.
12 mei 1944 foto onder: lange rijen kisten op het plein voor de kerk van Beringen-Mijn, waar de begrafenisplechtigheid plaats vond. De kerk van Beverlo had ook schade ondervonden en zowel de Zuidstraat als de Tuinwijk telde talrijke slachtoffers.
Kapel O.L.Vrouw Bijstand Korspelse steenweg
Het kinderkoor luistert de mis op... rond 1955
Orgelwinning (thans jeugdlokalen) 2005
Het kasteeltje van meester Lowis (juni 2005)
Herinneringsprentje Gaston Ooms
Bjêvels volkslied
Waar de geur van dennengroen
onze longen vult
Waar de duivenmelker wacht
met engelengeduld
Waar men in de zomer nog
de roep der koekoek hoort
Daar voelen wij ons thuis
Bjêvels dierbaar oord
Daar voelen wij ons thuis
Bjêvels dierbaar oord
Waar de Sint-Lambertuskerk
hoog te pronken staat
Sint-Lambertus in zijn nis
’t leven gade slaat
Waar de zang der torenklok
langs de hemel boort
Daar voelen wij ons thuis
Bjêvels dierbaar oord
Daar voelen wij ons thuis
Bjêvels dierbaar oord
Waar onz’ vaders zwoegden eens
in diepe ondergrond
Men ‘s avonds na een zware dag
geluk en liefde vond
Waar in zwoele avondlucht
’n pijpje werd gesmoord
Daar voelen wij ons thuis
Bjêvels dierbaar oord
Daar voelen wij ons thuis
Bjêvels dierbaar oord
Waar er op de Mettenberg
de heidebloem nog bloeit
De Kleine en de Grote Beek
door het broekland vloeit
Waar men van de Neaniasclub
een serenade hoort
Daar voelen wij ons thuis
Bjêvels dierbaar oord
Daar voelen wij ons thuis
Bjêvels dierbaar oord
wijze: Limburgs Volkslied (Henri Thijsen)
Tekst R.L.
Tetragrammaton
Hoog tegen het plafond boven het koor van de Sint-Lambertuskerk bevindt zich een goudkleurige driehoek met in zijn kern 4 tekens. Deze tekens zijn de Hebreeuwse letters J H W H en staan voor Jaweh of "Hij die zal zijn".
Jozef Beckers
Jefke Beckers *Beverlo 10 februari 1893
Hij begon zijn muzikale loopbaan bij de fanfare "De Heropkomst" Als 12-jarige speelde hij trompet. Zijn eerste leraar was Jules Loos, horlogemaker en organist. Wij schrijven 1905. Bij deze fanfare speelde hij tot in 1921. Vanaf 1920 speelt hij bij de Neaniasclub. Hij componeerde de Neaniasmars.
Clemens Van der Straeten *Hasselt 21 januari 1887 +Hasselt 9 oktober 1961
Pastoor van Beverlo 1934-1955
Priester-dichter
Aan zijn klavier (aan mijn vader zaliger)
Aan zijn klavier, bij avond, bleef hij uren, en, gleden zijne vingeren heen en weer, zijn halfgeloken ogen bleven turen deemoedig in het vage, maar zo teer...
En, wilde in huis de stille wijding duren, dan kwam de nachtelijke schemer neer op rythme van gedempt gemoduleer: Beethovens's schimme waarde langs de muren.
Van uit mijn onverroerde kamerhoekje heb ik zo dikwijls, dromend kind, geluisterd naar 't murmelende ruisen der sonaten.
Ik wendde dan geen blad meer van mijn boekje en nu-hij heeft ons al zo lang verlaten,- komt nog die melodie mij toegefluisterd.
Clemens Van der Straeten
Kok Stef geeft uitleg over de werkwijze van koken in de 19de eeuw. Boven: Stilleven met erwtensoep.
De herinnering is de hoeder van alle dingen
18-05-2005
Welkom
Welkom bij de Heemkundige Kring van Beverlo ----------------------------------------------
Een Onverhoopt Begin. Heel zijn getrouwd leven voelde Charles Cuppens het als een gemis aan dat Beverlo geen heemkundige kring herbergde. Als die in de zestiger jaren had bestaan, zou het centrum alleszins niet beroofd zijn van de kiosk, het oude gemeentehuis en het notariaat-Ooms, vond Charles. Toevallig brachten enkele ontmoetingen in 1988 en 1989 hem op een idee en wie Charles kent, weet dat hij dan weldra bevalt van een zoveelste lofwaardig initiatief.
Wij schreven 2 januari 1990, toen Charles in de pen kroop en enkele geïnteresseerde Beverlonaren het volgende voorstelde:
“Beste, Vooreerst mijn beste wensen voor 1990 voor U en voor degenen die U dierbaar zijn. Zoals U zeker wel weet, wordt er deze maand werk gemaakt van een boek over ons Beverlo, samengesteld door de heer Marc Bertrands en dit met de medewerking van verschillende inwoners van ons dorp.
We hebben in de loop der jaren vele mooie gebouwen en plaatsen in Beverlo zien verloren gaan. De Open-Monumentendag van september ll. riep bij velen van ons een soort nostalgie op. Anderzijds zijn verschillende mensen uit Beverlo reeds geabonneerd op het Hamse heemkundige tijdschrift ‘Het Land van Ham’.
Al deze elementen samen hebben er mij toe gebracht om in Beverlo zelf ook te starten met een heemkundige kring.
Ten einde hierover van gedachten te wisselen, zou ik U graag bij mij thuis ontmoeten op maandag, 28 januari 1990, te 20 u.
Hopende dat U deze datum duidelijk noteert in Uw agenda,
Met genegen groeten,
Charles Cuppens”
Niemand kon toen vermoeden welke gevolgen deze oproep zou hebben, maar vandaag weten we dat de Charles’ schrijven intussen ingekaderd prijkt in het walhalla van historische brieven.
Inderdaad, die 28ste januari 1990 opende Charles ’s avonds de voordeur van ’t Kasteelke voor Louis Vandermeeren, Marc Bertrands, Jos Caerts, Maria Vanhees, Paul Ooms, François Cruysberghs, Albert Mulders en Ronny Vandermeeren. En onmiddellijk werden spijkers met koppen geslagen. Nadat Marc had verteld over de publicatie van zijn toekomstige boek over de geschiedenis van Beverlo en iedereen zijn steun had toegezegd, werden de bestuursfuncties die nodig dienen bekleed te worden in een VZW, verdeeld: Louis Vandermeeren zou de voorzittershamer hanteren, Charles Cuppens werd secretaris en Albert Mulders schatbewaarder.
Albert kwam die avond trouwens bijzonder spitsvondig uit de hoek. Toen geopperd werd dat een driemaandelijks tijdschrift onontbeerlijk was om alle Beverlonaren op de hoogte te houden van de werking van de kring en in te wijden in de geschiedenis van hun dorp, lanceerde hij onmiddellijk een passende titel: ‘Erfwacht’. Dat was recht in de roos! Zouden wij in de toekomst immers niet waken over de erfenis van onze voorouders? Onze schatbewaarder maakte met deze vondst voor ons zijn naam onsterfelijk.
Het was al laat toen we opstapten, die avond. Maar we zijn ervan overtuigd dat Charles, eenmaal terug ‘op zijn gemak’, luidkeels “Habemus Papam!” heeft geroepen. De haan had gekraaid: Heemkunde-Beverlo was een feit!
Over de herkomst van de naam Beverlo zijn de specialisten het niet altijd eens. Het 2de lid van de naam, lo of loo, is algemeen bekend: beboste plaats.
Bever zou afstammen van het Germaanse woord bibara, dat te maken heeft met water en waterlopen.
Volgens J.Lindemans in Plaatsnamen, een Keltische studie (1925) is Beverlo een Keltische naam. Bibara betekent gewoon: water, verwant met het latijnse bibere (drinken). De diernaam bever is hier ook mee verwant.
In het dialect zegt men: Bjèvel en in oudere geschriften treft men de volgende schrijfwijzen aan: Beverloe, Beverlee, Beverle, Beverloo.
De Salische Franken kwamen in de vijfde eeuw naar onze streken en waarschijnlijk heeft er een stam zich gevestigd in ons dorp. De driehoekige vorm van het dorpsplein verwijst hiernaar. In het midden van het plein was er een drinkpoel gelegen.
De Taxanders waren reeds in de Kempen aanwezig omstreeks 77 na C. De naam Tessenderlo zou betekenen: bos van Taxanders. Tessenderlo is gelegen op een 10tal km. van Beverlo.
Naar verluidt is onze gemeenschap door de Franken gesticht, al zullen er op het grondgebied van Beverlo ook wel Toxandriërs rondgezworven en verbleven hebben. Nabij de Visbedden, op de Grote Heide werd er ooit een schrabber uit silexsteen gevonden, in Beverlo zelf waren de vondsten talrijker. De dorpskern van Beverlo verwijst naar Frankische oorsprong, aangezien de driehoekige vorm van de dorpskern. De Salische Franken groepeerden hun woonsteden immers rond een driehoekige open plaats, biest of opstal genoemd. In het midden van dat pleintje lag een drinkpoel. De primitieve boerderijtjes omzoomden de driehoek en achter deze gebouwen lagen de velden en weiden. Van de Franken stamt ook de wisselbebouwing. Er werd bebouwd in 3 paarten: een deel voor het winterzaaisel, één deel voor de zomervruchten en één deel dat braak bleef. Om de grond niet uit te putten, werd dan ook om de seizoenen gewisseld. De heide was gemeenschappelijk bezit, waar iedere bewoner het recht had om strooisel en brandstof te halen. Men had er tevens jachtrecht en mocht er vrij hout kappen.
Om de dapperheid van de Frankische opperhoofden te belonen, werden veroverde gebieden ten tijde van de Merovingers als oorlogsbuit verdeeld. Hofmeier Pepijn II van Herstal werd voor zijn moed beloond met een groot deel van het Kempenland. Na zijn bezoek aan het graf van Sint-Trudo in 698, schonk hij zijn bezit in Ham (Land van Ham) en Eksel aan de abdij van Sint Truiden. Beverlo vormde in die tijd, samen met Oostham en Kwaadmechelen, het land van Ham. Tussen deze dorpen waren er nog geen vastgelegde grenzen. De abt van de abdij had alzo het recht tienden en schattingen te heffen van de horigen. De abdij stond in voor de aanstelling van een pastoor. Aanvankelijk stond er maar één kerk in het land van Ham, mogelijk hebben de monniken ook de eerste kerk van Beverlo gebouwd. Pepijn van Herstal was de zoon van de heilige Begga (mogelijk is de naam begijn van haar naam afgeleid. Zij is patrones der begijnen). Begga was de dochter van Pepijn van Landen en gehuwd met Ansegiselus. Pepijn van Herstal, *ca 635, overleed te Jupille in 695.
Nadat het Land van Ham eigendom was geworden van de Sint Truidense abdij, had de abt het recht om de tienden en de cijnzen van de horigen op te eisen. Hij moest dan wel zorgen voor het geestelijk en stoffelijk welzijn der bewoners. Herhaalde invallen der Noormannen tastten de weerbaarheid van de abdij gevoelig aan, zodat opkomende, wereldlijke Heren zich menig stuk van hun grondgebied konden toeëigenen. Zo kwam het Land van Ham, rond het jaar 1000, in Loons bezit.
Het Land van Ham onder de prinsbisschop van Luik.
In 1365 werd het graafschap Loon aan het prinsbisdom Luik gehecht, zodat de prins-bisschop, die tevens graaf van Luik was, de leenheer werd van de heerlijkheid Ham. Dit gebied bleef onder het bestuur der leenmannen van Luik, tot aan de Franse overheersing.
Beverlo, met zijn gehuchten Korspel en Heppen en de Grote Heide, was zeer uitgestrekt en werd wel eens aanzien als een achterleen der Heerlijkheid Ham.
In 1617 kwam alzo dit achterleen, door bijzondere toedracht, toe aan Willem van Hoensbroeck, zoon van Herman van Hoensbroeck. Hij vermaakte het later, bij testament, aan zijn dochter Anna Catharina. Door haar huwelijk vervielen echter haar rechten op het grondgebied, ze werden overgedragen op Isabella Agnes van Hoensbroeck. Deze trad in het huwelijk met markies Henri-Honoré Arnold de Trichateau et de Châthelet. Op 27 juli 1684 werden de beide gebieden weer verenigd. Bij de Heerlijkheid ontving hij ook nog Beringen met zijn uitgestrekte aanhorigheden te leen. Gebrek aan geld bij deze families waren steeds de oorzaak van onderlinge twisten. Het ging zelfs zover dat de Heerlijkheid in het gedrang kwam. Baron van Canneburg werd toen heer van Beverlo en baron van Rollingen behield het overige deel. Men noemde hen van toen af: halfheren.
In 1794 hield de Heerlijkheid op te bestaan, bij de inval der Fransen. Onder de Franse overheersing kregen Beverlo, Oostham en Kwaadmechelen, ieder een zelfstandig bestuur.
Toen de Franse in aantocht waren, kregen de inwoners van Beverlo reeds een voorproefje van wat hen te wachten stond.
De Fransen waren eind 1792 te Beringen en zijn buitingen aangeland en Beverlo kreeg mede zijn deel te dragen van de zware opeisingen (…op het land van Ham afgesonden…) door schout en borgemeester, verdeeld over de 3 gemeenten van het land van Ham. De gehate requisitie-wet eiste van de inwoners grote hoeveelheden stro, hooi, rogge, haver, meel, vlees, enz., die ze te leveren hadden in de legermagazijnen en de garnizoensteden Diest, Hasselt, Tongeren, Maastricht, e.a.
In april 1793 mocht de gemeente ook een afdeling keizerlijke soldaten huisvesten en gedurende een tiental dagen de buitensporigheden van de soldaten verdragen. Werd er door de Fransen of de keizerlijke troepen gespan opgevorderd om de legertros te volgen, dan moest Beverlo …voor sijn quote… ook een aantal paarden en karren leveren. Ze bleven even zoveel dagen op weg en vreesden dat hun gespan in de handen der troepen zou achterblijven. In de belasting op de 7de of 8ste koe, kregen de inwoners hun deel te dragen en ging het soms wat al te ver met leveringen en opeisingen, dan zonden ze af en toe, in de eerste jaren althans, een borgemeester als afgevaardigde naar Hasselt of Tongeren, om voor de 3 Hamse gemeenten ten beste te spreken.
Met het doel, de onkosten te dekken voor de oorlogen van de vrijheid, werd er een gedwongen lening uitgevaardigd op de onbebouwde eigendommen. In het noordoosten van het land van Ham lagen 4000 ha. Heide, die eertijds als gemeyne heyde werden gebruikt. De prefect van het departement van Neder-Maas, te Maastricht, besliste dat Beverlo alleen hier voor diende te betalen, alhoewel de 3 Hamse gemeenten altijd lief en leed hadden gedeeld. Al deze zaken deden een diepe kloof ontstaan tussen bewoners en overweldigers. De beroering die er uit groeide zou welhaast overslaan in oproer, toen in 1797 de godsdienstoorlog met verdubbelde kracht uitbrak en nog later, toen de gehate conscriptie over het land voer. Deze dwang inzake krijgsverplichtingen, die hier niet gekend was (de legers bestonden tot hier toe uit huurlingen), bracht grote verslagenheid en verontwaardiging. De jongeren zwoeren vijandschap aan het Frans bewind en zetten mekaar aan tot gewelddadig verzet.
Frans Berrevoets, inwoner uit Beverlo, schaarde zich ook onder de kruisbanier der boeren. Voor zijn vertrek naar Meerhout, om deel te nemen aan de slag van 12 november 1798, kwam hij nog even naar het ouderlijk huis. Zijn 12-jarige zuster Theresia borg nog enkele appelen in z’n weitas om tijdens de tocht op te peuzelen. Na de veldslag vond men Berrevoets tussen de gesneuvelde helden. Theresia vond nog enkele appels in haar broers weitas…
In die rumoerige maanden was de kerk gesloten. De gelovigen kwamen in het geheim samen, in een hoeve, en daar werden ook missen gelezen. Deze hoeve was gelegen langs de baan Beverlo – Heppen en hoorde toe aan de familie Mariën-Ceyssens. In het bakhuis aldaar werd in het grootste geheim Catharina Gielen gedoopt, in de volksmond Katoke van de graaf geheten. Zij was de dochter van meier Pieter Frans Gielen, die op 7 vendémiaire, jaar IX, tot municaal raadsheer was aangesteld.
De opstand der boeren werd door het Directoire toegeschreven aan de kuiperij der priesters en werd als voorwendsel aangegrepen voor een reeks van hatelijke plagerijen. Het werd een treurige tijd voor Beverlo. Onverwachts viel een afdeling sansculotten het dorp binnen. Ze nam zonder verdere plichtpleging haar intrek bij de inwoners. Eens gevestigd ving ze haar gewone werk aan: priesters opzoeken, de klokken uit de kerktoren halen om ze stuk te slaan en het kruis van de torenspits verwijderen.
Een priester, wiens naam niet is gekend, hield zich schuil in de hoeve, gelegen voor de kerk. De manschappen van de colonne mobile hadden zijn verblijf kunnen ontdekken. Ze drongen langs voor binnen, doch de priester wist nog juist langs de achterdeur te ontsnappen. Hij vluchtte langs het voetpad in de richting van Oostham en wou zich verbergen in het bakhuisje van Pieter Tessemans, 50 meter voorbij zijn eerste schuilplaats. Hij werd er echter door de Fransen ontdekt en weggeleid. Wat er verder met hem gebeurde staat nergens vermeld.
Ook de toenmalige pastoor van Beverlo, Joris, hield zich ergens schuil. Na de vervolging nam hij zijn taak weer op.
De grote Sint-Donatusklok hing nog steeds in de toren, maar toen de Fransen, door verraad van ene Lebon en ene Vandewijngaerd, de grote klok ontdekten, werd ze alras uit de toren gehaald. Ze werd onder woest getier door de Fransen stuk geslagen op de kerkhoftrappen, die richting Oostham leidden. (Deze trappen zijn reeds lang verdwenen.) Hiervoor gebruikten ze de voorhamer van smid Vanderoy. Het verhaal ging later, dat de bevolking op de beide verraders zo kwaad was, dat niemand gevonden werd om de doodsklok te luiden bij hun afsterven.
Ook het kruis moest van de torenspits. Een zekere Frans Tesselaers werd opgeëist om deze gevaarlijke karwei op te knappen, misschien vonden de Fransen dit werk voor zichzelf te gevaarlijk. Frans werkte zes weken aan het uitzagen der staven uit de stralenkring. Het duurde tot 1830 eer er een nieuw kruis werd geplaatst en dat gebeurde door vieze Baptist.
Ondertussen had het leger van de keizer steeds nieuwe soldaten nodig, om de uitgedunde rangen aan te vullen. In Beverlo dienden elf jongelingen onder Napoleon, van twee onder hen is ons iets bekend.
Willem Schaken was infanterist en streed vooral in Spanje. Hij werd door een kogel in de nek getroffen. Achteraf vertoonde hij vaak zijn vingers, die verschroeid waren door het vele schieten en hij wist ook te vertellen, dat de soldaten door de Spaanse bevolking zo gehaat werden, dat het niet geraadzaam was de rangen te verlaten. Wie zelfs maar even achterbleef om aan een natuurlijke behoefte te voldoen, liep groot gevaar.
Pol Berrevoets deed dienst bij de transporttroepen.
Vele jongelingen vertikten het om dienst te nemen en ontvluchtten daarom het ouderlijke huis, om zich te gaan verschuilen in de bosrijke streek, oostwaarts van de parochie Korspel, Het Kraaienbosch genaamd.
Veldwachter Roelants moest op bevel van de meier de deserteurs opzoeken en aanhouden. Eén dezer werd ontdekt. Toen Roelants gebood hem te volgen, haalde de jongeling twee pistolen te voorschijn, zette de lopen op de borst van de velwachter en bezwoer hem te zwijgen of te sterven. Pas later zou het geval aan het licht komen.
Eén dezer vaandelvluchtigen was door verklikking in de handen van de Franse gendarmes geraakt. Bij schout Moons aangekomen, verzocht deze de gendarmen een glas wijn in een aangrenzend vertrek te komen drinken. Ze lieten hun gevangene in de keuken achter. Op aandringen van de vrouw des huizes vluchtte hij. Een paar kogels werden hem achterna gezonden, maar misten gelukkig hun doel.
Om dienstweigeraars op te sporen, deed men bij de ouders dezer jongens, garnissarissen inkwartieren. Dat waren oorlogsverminkten, die het er op aan legden, de mensen zoveel mogelijk te sarren. Veldwachter Roelants drong, op bevel van de verantwoordelijke schout, in een huis van een ontvluchte binnen. Hij bedreigde de ouders met Krommen Buul te zenden, tot de zoon zou terugkeren. Krommen Buul was een erg verminkte, die bij de meest weerbarstigen werd ingekwartierd.
Zo ondervonden de boeren hoe het Franse bestuur de akkermans bijzonderlijk vevoordeelt…en …aen iedereen de vrijheid laet van sijn vernuft te oefenen op de weyze als hij het meest vermeynt over-een-komstig te wezen met sijn belangen…
Bronnen: "De Zuiderkempen jg 6 1937 bijdrage H. Jamar Gemeentearchief, parochiearchief Beverlo.- Rijksarchief Hasselt
Op 18 mei 1804 werd Napoleon Bonaparte keizer. Tegelijkertijd werd door artikel 6 van de Seraties Consulte voorgeschreven, dat alle municipalen (gemeenteraadsleden), de eed van trouw moesten zweren aan de keizer. Die maatregel werd genomen, omdat men vreesde dat vele republikeinen niet rechtzinnig het absoluut beheer van de keizer zouden aankleven.
Sommige raadsleden weigerden deze eed af te leggen. Vele eedweigeraars werden overgedragen en zij werden uit hun ambt gezet. In Beverlo waren er twee eedweigeraars: Pierre Convents en Gaspard Zels.
Anekdote van Hendrik Lebon uit Beverlo, ten tijde van Napoleon.
Hendrik Lebon, buurman van Frans Jamar, stond in de opgeslagen bak van een kar, recht voor het huis, dat gelegen was tegenover het kerkschip, toen een Duitse troepenmacht daar passeerde. De Duitsers trokken naar Diest en zouden gaan deelnemen aan de veldslag van Waterloo. In versnelde pas en in dichte gelederen trokken ze voort, acht ruiters op een rij. De ganse breedte van de weg hadden ze nodig en het leek voor Hendrik Lebon onmogelijk het voertuig te verlaten of van standplaats te veranderen. Aanhoudend snauwden hem de voorbijtrekkende soldaten toe in hun, voor Lebon, vreemde taal: "Wie ferne nog, zum Diest?"...Hoe ver nog naar Diest... Aanvankelijk scheen Lebon hier weinig van te verstaan en wist niet wat te antwoorden. Zijn schouderophalen beviel echter de Duitsers niet, zodat stompen en scheldwoorden hem ten deel vielen. Het drong toch eindelijk tot de man door, wat de soldaten bedoelden en hij mocht tot zijn leed en tot vermaak van de militairen, dedurende ongeveer een halve dag op hun aanhoudend gevraag antwoorden: "Drei stonden...drei stonden!"
Jarenlang is deze anekdote blijven hangen bij de inwoners van Beverlo, zelfs een halve eeuw later was het antwoord als voorbijtrekkende soldaten de weg vroegen: "Nog drei stonden!..."
Na de omwenteling van 1830 bleven de Hollanders een bedreiging vormen - gedurende 9 jaren - voor ons onafhankelijke land en de regering zag zich verplicht om een betrekkelijk sterk leger onder de wapens te houden. Langs de noordergrens van België werden er tussen 1830 en 1835 voorlopige legerkampen opgericht (Bouwel, Schilde, Zonhoven en Diest). Deze legerplaatsen bestonden uit tenten en houten of strooien barakken. De huur van de gronden waarop deze kampen gevestigd waren, plus het onderhoud van de barakken, kwam de schatkist van de jonge staat niet ten goede.
In 1835, toen de moeilijkheden met de Hollanders enigszins waren geluwd, besloot de regering om de voorlopige kampen te vervangen door één enkel kamp, dat uitgestrekt genoeg was om aan de noodwendigheden van een degelijke legerplaats te voldoen. Het mocht niet te ver verwijderd zijn van de bedreigde noordergrens en het moest tevens gemakkelijk te bereiken zijn vanuit het binnenland. Het terrein moest droog zijn en toch voorzien van voldoende drinkwater. Koning Leopold I, in gezelschap van zijn gevolg, waaronder hoge militairen, ging zelf op verkenningstocht door de Kempen in het jaar 1834 om een geschikte legerplaats te vinden. Op 2 oktober 1834 woonde hij legeroefeningen bij in Diest. In zijn gezelschap vertoefden eveneens oppergeneraal Hurel, die algemeen legerstafoverste was en brigadegeneraal Magnan. Op 3 oktober begaven ze zich naar Beringen en van daar ging de tocht over Hechtel, door de heide, naar Balen en Olmen. De heide van Beverlo, die zich uitstrekte tot aan de baan Hasselt - Baarle-Hertog, voldeed in alle opzichten: ruim en onbewoond.
Leopold besliste dan ook dat er hier een waarnemingskamp moest komen.
In 1835 keerde hij er terug, vergezeld van luitenant-generaal Evain, om er de plaats aan te duiden waar weldra het kamp diende opgebouwd te worden. Dadelijk werden de nodige terreinen gehuurd van de betrokken gemeenten.
In mei 1835 kwam er in de hei een afdeling van 200 sapeurs aan, die hun voorlopige intrek namen in de hoeve van landbouwer Pauwels, die in Heppen woonde. Met de hulp van werklieden uit de naburige dorpen werd het kamp opgebouwd.
Sappeurs: soldaten met voorbereidende grondwerken gelast.
Heppen, thans deelgemeente van Leopoldsburg, behoorde eertijds bij Beverlo, niet alleen op gemeentelijk, maar ook op parochiaal vlak. Toen op de eerste zondag van oktober 1777 de kerk van Beverlo afbrandde, grepen de inwoners van Heppen hun kans om te pleiten voor een eigen kapel. Dat ging gepaard met de nodige perikelen, want de pastoor van Beverlo zag dat allemaal niet zo zitten, maar die van Heppen zetten toch door en de heikappers hadden hun kapel in 1778.
Nog voor 1778 ten einde liep waren het nief schanshuys ende kapel kant en klaar. De erste miesis gesongen op Sinte Silvester dach, dach voor nieve jaer....
Godefridus van Muysen werd voor 3 jaar aangesteld als proost.
De Heppenaren waren nog niet tevreden, want ze wilden een zelfstandige parochie en ook dat ging met het nodige geschimp gepaard... Die van Beverlo: "Die van Heppen zijn geschoren, ze hebben een kerk, maar genen toren..."
Aangezien de nieuwe kerk van Beverlo een fraaier uitzicht kreeg dan de vorige, schimpten die van Heppen terug: "Bjèvel heeft wel de pracht, maar Heppen heeft de macht!..."
Verzoekschriften werden ingediend en tenslotte werd Heppen toch een zelfstandige parochie. Op 25 september liet de vorst, via de minister van onderwijs Leroy weten: Vanaf 1 januari 1840 zal de parochie Heppen succursaal worden van de dekenij Beringen...
Tien jaren later wordt Heppen een zelfstandige gemeente.
Leopoldsburg
De eerste soldaten verschenen op de Grote Heide en trokken meteen de eerste leurders en handelaars aan. Ze vestigden zich op militaire terreinen, waarvoor ze toelating gekregen hadden, dicht bij het paleis, dat voor Leopold I opgetrokken was. De eerste hutten, dewelke de handelaars hadden opgebouwd, bestonden uit leem of planken en waren gedekt met stro, enkelen hadden een pannen dak. Spottend noemden de soldaten deze groep hutten wel eens: het strooien dorp. In 1844 telde de jonge kolonie reeds 75 gezinnen met 378 personen.
Op 7 juli 1850 werd bij K.B. de zelfstandigheid van de gemeente bekrachtigd. Het dorp telde op dat ogenblik 708 inwoners en 163 huizen...
In 1998 was het 80 jaar geleden , dat de eerste Wereldoorlog werd beëindigd, de heemkringen van Groot-Beringen staken de koppen samen en brachten samen een herinneringsboek tot stand, dat de titel "Grootvaders oorlog" meekreeg...
Een fragmentje, een getuigenis, nagelaten door ooggetuige pastoor Scraeyen:
"De 17 en 18 Oogst (1914) werd Beverlo geplunderd door een escadron huzaren. Vele mensen waren gevlucht uit schrik. Zo vonden de Duitsers de winkels en herbergen ledig. De heer notaris Ooms, die de opperofficier herbergde, maakte de majoor opmerkzaam op de plunderingen van de soldaten. Hij kreeg als antwoord: Laat ze maar doen, men kan dat in oorlogstijd niet beletten."
In het boek werd een eregalerij opgenomen van alle oudstrijders...
Beverlo bleef niet gespaard van de verschrikkingen der Tweede Wereldoorlog. Deportatie 's, wegvoeringen... Burgemeester Gaston Ooms liet het leven in het concentratiekamp van Flossenburg, nog andere dorpsgenoten beleefden er verschrikkelijke momenten...
Het bombardement liet letterlijk en figuurlijk sporen na...
In de nacht van donderdag 11 mei op vrijdag 12 mei 1944 werd Beverlo gebombardeerd door Engelse vliegtuigen. Vooral de Zuidstraat en de Tuinwijk (Beringen-Mijn) hadden het erg te verduren. Nagenoeg 70 doden vielen te betreuren. Daags tevoren was de Zuidstraat nog in feest ter gelegenheid van de Gouden Bruiloft van Metten Jansen en Rosalie Stalmans...Het bombardement bleek een vergissing...
Tijdelijk verbleven joden in Beverlo, Marc Bertrands beschrijft hun wedervaren in het boek: "Kroniek van een klopjacht."
De sint-Lambertuskerk van Beverlo-centrum is een classistische kruiskerk, in baksteen, met lijsten van natuursteen van 1780. We mogen aannemen dat vanaf de 7e - 8e eeuw in Beverlo bewoning tot stand kwam. Er ontstonden 3 heerdgangen of woonkernen, Heppen, Korspel en Santstraten. Waarschijnlijk in de 8e eeuw is de parochie Beverlo ontstaan, waarbij de drie heerdgangen zich akkoord verklaarden om een kerkje te bouwen en een geestelijke te onderhouden. Het kerkje werd gebouwd op een sterk geërodeerde heuvel, ten zuiden van de heerdgang "Santstraten".
In het portaal van de kerk hangt een herinneringsplaat met daarop de namen van de pastoors, die de parochiekerk bedienden van 1266 tot 1999. In 1999 werd de paochie opgenomen in de federatie Beringen. Karel Lievrouw was de laatste pastoor. Clemens Vanderstraeten, pastoor te Beverlo van 1934 tot 1955 leeft voort in zijn dichtbundels...
Gaston Ooms was notaris en oud-burgemeester van Beverlo. Hij leidde het fanfarekorps, de Koninklijke en Neaniasclub en was organisator van talrijke evenementen. Hij overleed als politiek gevangene in het Duitse concentratiekamp van Flossenbürg, in het voorjaar van 1945.
Op vrijdag 27 april 2007 richt onze Kring een Heemkundige avond in. Plaats: Kardijk (Burgemeester Heymansplein) Aanvang: 19h00 Met powerpointreportage: Beverlo in de 19e eeuw.
Voor Beverlo was de 19e eeuw op zijn zachtst gezegd ingrijpend. Eeuwenlang leek onze woongemeenschap, destijds nog veilig ingebed in het aloude Land van Ham, ingeslapen. Het leven ging hier zijn gangetje, af en toe verstoord door een verdwaalde roversbende of opgefleurd door de inhaling van een nieuwe pastoor. Tweehonderd jaar geleden veranderde alles...
Omstreeks 20h00 worden we in de 19e eeuw ondergedompeld op culinair gebied. Stefan Wouters zorgde voor deze gelegenheid voor een buffet van groenten, ingrediënten, enz. die in de 19e eeuw veelvuldig gebruikt werden en vandaag nog herkenbaar zijn.
4 gangen worden opgediend en U kan kiezen uit 2 mogelijkheden:
Gang 1: Haringsalade of paté van moeders moeder. Gang 2: Spruitjessoep of erwtensoep met varkenspoten. Gang 3: Hutsepot of zure rundernieren Gang 4: Rijstpap of gebakken peren in koffie
Met 19e eeuwse drank!
Dit alles voor 15 euro.
Wij heten U van harte welkom.
Via een mailtje kan U inschrijven en wordt U ons bankrekeningnummer medegedeeld.
De huizen van onze (over)grootouders, begin 20ste en einde 19de eeuw hadden meestal slecht sluitende ramen en deuren., zodat me veel tocht in huis had. In het putteke van de winter trachtte men reten en kieren te dichten met allerhande materialen, zoals baalzakken. Glas in de ramen was in die tijd ook niet altijd evident. Men beschermde zich tegen de kou, door de houten luiken toe te klappen. Waar het glas in de ramen ontbrak trachtte men dit te verhelpen met een plank of een stuk karton. Om de tocht langs de deurposten te verminderen werd er een vlechtband van stro tegen bevestigd. In de 19e Eeuw hadden praktisch alle grote woningen op de landelijke buiten een open haard. Dat was een stookplaats die was aangelegd tegen een dwarse wand in de woning. De wand waartegen gestookt werd moest uiteraard van steen zijn. Boven het vuur werd een uitspringende kap gebouwd, de “schoorsteenboezem”. Het gemetselde rookkanaal, dat uiteindelijk uitgaf op het dak, had een dubbele functie. Vooreerst ontstond alzo de nodige luchttrek voor een goede verbranding, anderzijds kon via deze pijp de vaak grote hoeveelheid rook ontsnappen. Als men via de ruime pijp naar buiten keek, ontwaarde men heel duidelijk de blauwe hemel. Het spreekt vanzelf dat in de winter er via deze schoorsteen een heel pak warmte ontsnapte. Tijdens de ijzige winteravonden gingen de huisbewoners met de neus op de open haard zitten, om zodoende van koude gevrijwaard te blijven. Aan de voorzijde was het lekker warm, maar aan de rugzijde bleef het koud.
“Van voren verbranden, vanachter bevriezen” was dan ook een uitdrukking uit die tijd…
Men trok op tijd naar de alkoof om van de warmte van de strozak te genieten.
Maar verder met onze haard…Om hun rug tegen de koude te beschermen staken de mensen een schapenpels onder hun hemd van grof linnen. Daar aan die “open haard” werden “straffe” verhalen verteld. Dan vormde men een kring, vaak waren er ook buurtbewoners aanwezig. Dat noemde men “uchteravonden”. Gezeten rond de haard bad men de rozenkrans. Ook spinsters, houtsnijders, mandenvlechters en andere beoefenaars van huisvlijt, schoven hun stoel dicht bij de haard. De haard was natuurlijk ook een lichtbron.
De Sint-Lambertuskerk in 1836 (schets van legerkapitein J.B.Gratry)
Bjèvel Boven !
De geschiedenis van Beverlo vanaf de préhistorie tot aan het gemeentefusiejaar 1977 auteur: Marc Bertrands 1990
Oude kaart van Beverlo. In het noorden lagen Heppen en de Grote Heide (later Leopoldsburg), in 1850 werden Heppen en Leopoldsburg onafhankelijke gemeenten.
Het schanshuis op het domein van Bokrijk stond eertijds in Beverlo.
Bestuursleden op uitstap in Zoutleeuw 1999
Parochiekerk Sint-Lambertus Beverlo
Parochiekerk Sint-Theodardus Beringen-Mijn
Parochiekerk Heilig Hart Korspel
Evenementenkalender: Vrijdag 27 april 2007: Bjêvelse avond Middels een aanschouwelijke voorstelling zal U kennismaken met de 19e eeuw, zoals die zich in Beverlo heeft afgespeeld.
Plaats van het gebeuren: De Kardijk, Beverlo-Dorp, aanvang 19h00
Beelden uit Beverlo... De parochiekerk Sint-Lambertus.
De Neaniasclub trekt door het dorp.
1955
Foto boven en onder:
De Kajotters van Beverlo zorgen voor ontspanning, toneel en voetbal, omstreeks 1956
Oude postkaart
Steenweg op Beringen (thans Koolmijnlaan) met zicht op de kerk van Beverlo. De kerk is gebouwd op een heuvel. Centraal ziet men nog de tramsporen, die enkele jaren na de 2de W.O. werden opgebroken.
Deze jeugdige organist is thans bestuurslid van onze Kring. Hier tovert hij muzikale klanken uit het orgel van de Beverlose parochiekerk. Jules in ondertussen al meer dan 50 jaren organist, de laatste jaren meestal in de kerk van Beringen-Mijn.
Misdienaars... wie herkent zichzelf op de foto uit 1954?
Een bekende Vlaming als gastorganist: François Glorieux.
Mijn Limburgs Kempenland
Kempenland in zonnelicht Kempenland in regen Purperbloeiend heideland In elk seizoen een zegen
Wij hebben hier geen noordzeestrand Geen hoge bergen, nee 'n Lichte glooiing hier en daar We doen het er wel mee
Want eenvoud siert mijn Kempenland Geen brede stroom... Enkel wat lieflijk kabbelende beken De hechte band Van mijn Limburgs Kempenland Kan geen mens verbreken
Eeuwigdurend sprookjesland Geworteld in het mulle zand M'n liefde en m'n leven Dank je wel voor 't dennengroen De avondlijke zonnezoen De erica, de boterbloem Al wat je ons hebt gegeven
O, dierbaar Limburgs Kempenland Onschatbaar is je waarde Jij bent voor mij in eeuwigheid De mooiste plek op aarde !
R.L.
Uitgaven Heemkundige Kring Beverlo
Boeken en folders
ERFWACHT jaarabonnement: 10 euro (driemaandelijks tijdschrift van Heemkunde-Beverlo, ca. 45 pagina's)
11.943 SPREUKEN, SPREEKWOORDEN EN GEZEGDEN24 euro (alfabetisch verzameld en gerangschikt door Louis Vandermeeren - 1999)
BACCHUS TER ERE !2,50 euro (de inventaris van de Beverlose cafés vroeger en nu ) - Heemkundige Kring Beverlo - 60 p. - geïllustreerd - 1997)
BEVERLO, GEBOORTEN EN OVERLIJDENS (1567 - 1900) + BEVERLO, HUWELIJKEN (1567 - 1900) 2 boekdelen: 25 euro (de complete inventaris, overzichtelijk voorgesteld - Jos Caerts en Henri Beliën - 361 en 120 p. - 1999)
BEVERLO, HEPPEN EN KORSPEL TIJDENS DE 17de EEUW 5 euro (kroniek van het leven in de drie gehuchten van de parochie Beverlo in de genoemde periode - Jos Caerts - 71 p. - 2003)
BEVINDINGEN NA VIJFTIG JAAR 5 euro (de filosofisch getinte poëzie van de Beverlose oud-hoofdonderwijzer Mathieu Ketelbuters - samengesteld door Louis Vandermeeren - 28 p. - 1999)
BJÊVELS 2,50 euro (CD met voorbeeldzinnen en dito teksten die afwisselend in het Algemeen Nederlands en het Beverlose dialect worden voorgesteld - Louis Vandermeeren en Marc Bertrands - 2003)
BJÊVELS 20 euro (het Nederlands-Bjêvels woordenboek met talrijke voorbeeldzinnen en een handige uitspraakwijzer - Louis Vandermeeren - 318 p. - 1995)
BJÊVELS, SUPPLEMENT 2001 2,50 euro (aanvullingen, op dezelfde wijze geïnventariseerd als in de uitgave van 1995 - Louis Vandermeeren - 22 p. - 2001)
BJÈVEL BOVEN ! 24 euro (de geschiedenis van Beverlo vanaf de prehistorie tot aan het gemeentenfusiejaar 1977 - Marc Bertrands - 276 p. - geïllustreerd - 1990)
DE LAATSTE DAGEN VAN GASTON OOMS 24 euro (over de arrestatie en de gevangenschap en dood van de Beverlose notaris en oud-burgemeester Gaston Ooms in het Duitse concentratiekamp Flossenbürg - Marc Bertrands - 270 p. - geïllustreerd - 1993)
DE LANDELIJKE OPSTAND TEGEN DE DIENSTPLICHTWET 10 euro (over de reactie op de genoemde wet in de Besloten Tijd en gedurende de Boerenkrijg in het grensgebied Brabant-Loon (1797-1802) - geschied- en heemkundige kringen van Beverlo, Ham, Tessenderlo, Laakdal, Meerhout en Olmen -131 p. - geïllustreerd - 1998)
DE LANDTHEEREN 7,50 euro (archivalische opzoekingen over bendevorming in de Kempen tussen 1685 en 1715 - Jos Caerts en Marcel Loos - 62 p. - geïllustreerd - 1998)
DE SCHANSEN (UITVERKOCHT) (historische studie van de schansen in Beverlo, Meerhout, Oostham, Kwaadmechelen, Olmen, Heppen, Vorst en Koersel - de geschied- en heemkundige kringen van de genoemde dorpen - geïllustreerd - 1994)
DE STAM PLEES UIT BEVERLO (UITVERKOCHT) (de stamboom van een Beverlose familie, gekruid met interessante achtergrondinformatie - Jos Caerts - 1996)
4 euro (gedichten over Beverlo - Robert Leyssens - 22 p. - geïllustreerd - 2003)
KRONIEK VAN EEN KLOPJACHT 24 euro (de lotgevallen van 199 joden uit Beverlo tijdens de Tweede Wereldoorlog - Marc Bertrands - 231 p. - geïllustreerd - 2000)
MET DE GROETEN VAN TANTE NONNEKE UIT BEVERLO 12,50 euro (het volledige overzicht van de vrouwelijke religieuzen van Beverlo, samengesteld ter gelegenheid van de honderdjarige aanwezigheid van de Zusters van Maria in het dorp - Jos Caerts en Marc Bertrands - 80 p. - geïllustreerd - 2001)
Moeder (uitverkocht)Dichtbundel (familiegedichtjes) 23 pag. Robert Leyssens - 2003
MONUMENTAAL BEVERLO, FOCUS OP EEN DORP 15 euro (prentbriefkaarten en foto's van Beverlo, deel 1: particuliere huizen vroeger en nu - Heemkundige Kring Beverlo - 99 p. - 2000)
OOK TOEN BRANDDE DE LAMP TE BEVERLO (de geschiedenis van de elektriciteit te Beverlo, gepubliceerd ter gelegenheid van driekwart eeuw C.V. Interelectra - Louis Vandermeeren - 1996)
STAF BEERTEN 12,50 euro (retrospectieve van de Beverlose schilder ter gelegenheid van zijn 65ste verjaardag - auteur(s): Staf Beerten en Jos Lemmens - geïllustreerd - uitgegeven in: 1988)
"VRIJHEID IS GEEN GESCHENK VAN DE HEMEL" 2,50 euro (de bevrijding van Beringen, Beverlo, Heppen en Leopoldsburg (6-12 september 1944) - Heemkundige Kring Beverlo - 18 p. - 1994)
PAX VOBISCUM - VREDE ZIJ MET U 2,5 euro (het bombardement op Beverlo van 12 mei 1944 in gedichten herdacht - Robert Leyssens - 15 p. - geïllustreerd - 2004)
Grootvaders Oorlog 25 euro Het verhaal van de Eerste Wereldoorlog in Beringen, Beverlo, Koersel en Paal Geïllustreerd met o.a. foto's van de oudstrijders. 1998
Wees gegroet 15 euro
De kapelletjes van Beverlo, met plan "kapelletjesroute" (ongeveer 23 km) 2005
Herdenking 60 jaar bombardement, 12 mei 2004. Na de dienst in de kerk, gaat het processiegewijs naar het kerkhof, waar er aan de graven een hulde wordt gebracht. Burgemeester Mondelaers houdt een toespraak aan het oorlogsmonument.
Bjêvels, het dialect van Beverlo
een greep uit het woordenboek van Louis Vandermeeren:
Bijdehand: hèneg, hè's onner zich öt. Bijvoorbeeld: pèrèkzempel Bladeren: bloare Blauw: blaat Bloedworst: pèns Bonestaak:bungèr Dauw: daa (vur dag en daa) Deeg: dieëg Eigenzinnig: zène kop ötwerke Graven: groave Groeizaam: wasseg ('t war ö wasseg weer) Krent: krint Meisje: masjke, maske Onzin: ziëver Deken: sarge
Ich gön zoe stillaon noa de sestig...
Ich gön zoe stillaon nao de sestig en da wön ich goe gewaor ich krèèg het hie en dao wa lestig en de mot zit in men hoar
men kneie huur ich van tèèd kraoke vur menne rug pak ich 'n pil mèè gehuur begint af te hoake ich kannemië leze zonder bril
as ich wa te lank moet werke wön ich noa nen tèèd zoe muug veul ruste, om wa bèè te sterke men batterej stöt van tèèd druug
wier 'n rumpel bèè imme gezicht 'k zèn ne mië zéker op 'n liër en aon de huwelèèkse plicht verzoak ich oog al miër en miër
R.L.
"Liesbethje"
werk van Staf Beerten *Beverlo 8-6-1930
Waar is de tijd...
klasfoto met zuster... zowat een halve eeuw geleden
Anno 2001 werden de nieuwe klaslokalen van Korspel plechtig ingehuldigd.
Directrice Zuster Gilberte houdt een toespraak.
Ondertussen geniet Gilberte van een welverdiend pensioen !
Ziekenzorg 2003 De toeschouwers kijken geboeid naar de diavoorstelling, gepresenteerd door onze erevoorzitter...
Elke bom is een vergissing
Elk bombardement is een vergissing
grijpt onschuldig leven bij de keel
Vrede op aard aan alle mensen…
Elke bom die viel, was ’n bom teveel
Beverlo, een lentenacht in mei,
de nachtegaal verstomt zijn lied
als vreemde vogels onrust zaaien
Voorboden van heel veel verdriet
Een moeder drukt haar kind aan ’t hart
diep in een kelder weggedoken
Niet bang zijn, ik hou je stevig vast
Haar laatste woorden ooit gesproken
Twaalf mei, de morgenstond
heeft in de mond geen goud
Leven zoeken, doden tellen
Twaalf mei, Beverlo rouwt
Zwaar beladen, zeven wagens
Door stille straten trekt de stoet
Tranen vloeien, vele vragen
Bjêvelse grond doordrenkt met bloed
De meimaand is nog niet ten einde
Bommen op ’t Kamp gezaaid
Leopoldsburg, duizend levens
worden ditmaal weggemaaid
Pinksternacht, vurige tongen
dalen uit de hemel neer
Velen, die uit het oosten kwamen
zagen nooit hun heimat weer
De prijs van vrijheid en van vrede
werd weer te duur betaald die nacht
Ooit heeft een geest, heel lang geleden
Wijsheid en verstand gebracht
Elke bom die viel, was er één teveel
Oorlogsgeweld brengt enkel verdriet en pijn
Geen enkele oorlog kende ooit een winnaar
Laat het nooit meer oorlog zijn...
R.L.
Deze windmolen siert thans het landschap in Schaffen...Ooit stond hij in Beverlo.
Kerststal aan de kerk rond 1955
De Dorpsstraat rond 1955
"De Nieuwe Kroon" in Korspel is nog een gezellig volkscafétje...
Op vrijdag 27 januari 2006 werd een nieuwe uitgave van onze Kring voorgesteld "Wees gegroet..." De Beverlose kapelletjes, een inventaris. kostprijs 15 euro. In dit boek is een fietsroute opgenomen van 25 km, die practisch al de kapelletjes aandoet.
2006 75 jaar parochie Korspel
Korspels Volkslied
Waar de geur van dennengroen onze longen vult Waar de duivenmelker wacht met engelengeduld Waar de 'Red-Star'voetbalploeg zo vaak heeft gescoord
Daar wonen wij zo graag Korspel dierbaar oord Daar wonen wij zo graag Korspel dierbaar oord
Waar de Sint-Antoniusgild' schiet met pijl en boog Waar er prijkt een kerkje klein ware lust voor 't oog Waar men in de zomerzon ook de koekoek hoort
Daar wonen wij zo graag Korspel dierbaar oord Daar wonen wij zo graag Korspel dierbaar oord
Waar onz' vaders zwoegden eens in de ondergrond Waar men op pedalen stoempt voor het hart gezond Waar in d'oude volkskapel 't houtretabel gloort
Daar wonen wij zo graag Korspel dierbaar oord Daar wonen wij zo graag Korspel dierbaar oord
Waar Coletje Rijstpap eens heerlijk papje schonk Waar men in de volkscafé 's menig pintje dronk Waar de paarse heidebloem steeds ons hart bekoord
Daar wonen wij zo graag Korspel dierbaar oord Daar wonen wij zo graag Korspel dierbaar oord
Melodie: Limburgs volkslied (Henri Thijsen)
Tekst: R.L. 2006
75 jaar Korspel
Tentoonstelling Heemkundige Kring
Sint-Barbara
Ter gelegenheid van het feest van Sint-Barbara op 4 december 2005, werd er te Beringen-Mijn, door het Mijnmuseum, in samenwerking met de Heemkundige Kring van Beverlo een boekje uitgegeven over de geschiedenis van Sint-Barbara en de specifieke feestviering van "Sint-Baar" te Beringen. Kostprijs: 6 euro.