De afdeling "kinderverzorging" van het Heilig Hartinstituut. Er wordt gezegd dat de helft van Oudergem er geboren werd.
Aanbidding van de 3 koningen
De val van Adam
De rouwklacht van de 3 Maria's en Johannes
Emile Wauters schilderde in 1872 Hugo van der Goes, omringd door koorknapen die voor hem zingen. Het was de visie van Emile Wauters op de waanzin van Hugo van der Goes. Het zou bedoeld geweest zijn als therapie.
Henri de Brouckère
St.Annakasteel
Het St.Annakasteel vandaag. Het vroegere gebouw werd gesloopt en vervangen door dit kasteel, dat nu toebehoord aan de E.G.
Rondom 1960 besloot een groep Belgische en Europese bewindsleiders dat Brussel een ontmoetingsplaats nodig had om de diplomaten en vooraanstaande Europese ambtenaren een gelegenheid te geven elkaar te ontmoeten en zich in het Belgische sociale leven gemakkelijker te kunnen integreren. Zo ontstond in 1961 de "a.s.b.l. Maison Européenne de Val Duchesse"Het "Chateau Sainte-Anne" was de enige geschikte plaats om hun behoeften tegemoet te komen ; bovendeels was het gelegen vlak bij het kasteel Val Duchesse,waar de Europese Unie ontstond en het Verdrag van Rome werd ontworpen. In 1968 handigde de Heer Pierre Harmel, Minister Buitenlandse Zaken, officieel het "Château Sainte-Anne" over aan de "a.s.b.l. Maison Européenne Val Duchesse".In 1969 ontstond het "International Club Chateau Sainte-Anne" onder de verantwoordelijkheid van de "Maison Européenne de Val Duchesse", een club voor zakenlieden dat alle restauratie-, vegaderings- en sport mogelijkheden kon aanbieden. Het zwembad werd in 1970 geopend en de Sporthal in 1974.
de Brouckèreplein
Het Leonardkruispunt
Leonardkruispunt in 1916
Luchtfoto van het Leonardkruispunt
Leonardkruispunt nu
Leonard bij zijn woonwagen (Degreef)
Chez Leonard
Het huidig beeld van "Chez leonard"
De priorij van Hertoginnedal
Het kasteel van Hertoginnedal in 1917
Het kasteel van Hertoginnedal
De Hollandse tuin van Hertoginnedal
Zoeken in blog
Manneken Pis in zijn blootje
Onze soldaten aan het front
Gemeenteschool nr4
Nationaal Comité van Hulp en Voeding
De kinderen met een broodje en een bekertje in hun hand
Gemeenteschool nr2
Muntstuk gemaakt ter ere van Hoover
HEEMKUNDIGE KRING OUDERGEM (AUDERGHEM)
Al wat u wilt weten over historisch Oudergem
05-11-2011
OPROEP
Wie kan er inlichtingen verschaffen over
Zuster Bernardine ( Maria Theresia DEROOVER) die Overste was in het Heilig Hart
in Oudergem?
Zijn er verdere inlichtingen terug te
vinden over zuster Bernardine, haar werk/leven in het klooster? Zo ja, waar?
Antwoorden via E-mail op deze blog.
Hartelijk dank
05-11-2011 om 17:38
geschreven door Heemkundige kring Oudergem
In de dagelijkse drukte van een grootstad stelt de gewone voetganger (of de automobilist) zich geen vragen bij gedenkstenen aangebracht langs openbare wegen. Hij is slechts bezeten door één enkele gedachte: zo vlug mogelijk uit de verkeersdrukte geraken of veilig de straat oversteken, om de thuishaven te bereiken.
Men kan zich afvragen hoeveel Oudergemmenaren die langs de Vorstlaan komen, weten wat de stenen zuil aan het Vorstrondpunt betekent.
Hier dus de uitleg: van zodra de Duitse soldaten in 1918 het land ontvluchtten, plantte Oudergem een vrijheidsboom op deze plaats. Nog geen jaar later, op 18 mei 1919 – ongeveer een maand voordat het vredesverdrag van Versailles ondertekend werd – onthulde onze toenmalige burgemeester, Carl Herrmann-Debroux, er een gedenksteen ter nagedachtenis van de oorlogsslachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog.
Op 12 september 1964 werd op de bestaande steen een bovenstuk geplaatst, met een medaillon in patinabrons met de beeltenissen in reliëf van Albert I en Leopold III, de twee opperbevelhebbers van het Belgische leger tijdens de oorlogen van 1914-1918 en in 1940. Het medaillon is van de hand van kunstenaar Gustave Fischweiler (1911- 1990)
De namen van de slachtoffers van beide oorlogen staan gebeiteld in de blauwe gedenksteen.
Zowel de vrijheidsboom als de gedenksteen hebben de verkeersdrukte kunnen trotseren. Zij nodigen ons uit om de zinloosheid van die gebeurtenissen nooit te vergeten.
05-09-2011 om 22:53
geschreven door Heemkundige kring Oudergem
Als Heemkundige Kring zijn wij o.a. verzamelaars van oude postkaarten. Graag zouden wij onze stock willen aanvullen. Wie heeft thuis (kelder, zolder …) oude postkaarten e.a.:
- Prentkaarten van Oudergem en van gans België
- Prentkaarten van buitenland (gans de wereld)
- Fantasiekaarten
- Religieuze prentjes
- Bidprentjes
Uiteraard moeten jullie dit niet gratis geven; een redelijke prijs is overeen te komen.
Contact: E-mail: irene.arquin@brutele.be
Bij voorbaat dank.
06-07-2011 om 23:41
geschreven door Heemkundige kring Oudergem
In ons artikel van 16 september 2007 (klik op "Archief" - "Alle berichten" bovenaan rechts) vertelden we jullie reeds over de St.Annakapel en zijn retabel. Wie echter ter plaatse méér uitleg wil over de geschiedenis van de St.Annakapel kan deelnemen aan een gegidst bezoek op volgende data:
-maandag 1ste juni 2009 (maandag van Pinksteren)
-zondag 26 juli 2009 (Feest van Sint-Anna)
-zondag 13 september 2009
-zondag 11 oktober 2009
Inschrijven via de gemeente Oudergem is wel verplicht:
Het kasteel de Valduc (sommigen zouden misschien de voorkeur geven aan de benaming "landhuis"), van eclectische stijl, werd in 1870 gebouwd door de baron Paul de Cartier (1835-1908). De ingang bevindt zich nu op de Edmond Cordierlaan, nr 1. De vermoedelijke architect is Henri Beyaert, meester van de eclectische architectuur.
Lang voordat er 3 straten doorheen het landgoed aangelegd werden, was de toegang van het domein gelegen langsheen de huidige Paradijsvogelslaan. Een oude postkaart toont ons het kasteel in al zijn glorie, met zijn ruim grasperk, omzoomd door bomen en struiken.
Aan de achterkant van het gebouw onthult een blazoen, geplaatst tussen de twee trappen van het perron, de bouwdatum. Boven de twee schilden die erin gegrafeerd zijn, staat een kroon en een helm. Op het éne schild staan de wapens van de familie de Cartier en op het andere die van de familie de Burtin d’Esschenbeek. Paul de Cartier (1835-1908) huwde in 1867 met Idalie de Burtin d’Esschenbeek (1836-1875). Paul de Cartier was de zoon van Eugène-Amour de Cartier, burgemeester van Watermaal in 1842, waarvan sprake in de rubriek "Kasteel Hertoginnedal".
In 1876 verkocht Paul de Cartier zijn kasteel aan Emmanuel de Prelle de la Nieppe (1809-1887) en zijn echtgenote Charlotte de Haussy (1820-1883). Eén van hun vier kinderen, Claire de Prelle de la Nieppe (1844-1935), echtgenote van Auguste van Maldeghem (1841-1911), neemt het deel over van haar broers en zusters in 1893. Auguste van Maldeghem was achtereenvolgens Advocaat-generaal in 1879, Raadgever aan het Hof van Cassatie in 1887, Voorzitter van de Kamer in 1903 en Eerste Voorzitter van het Hoogste Gerechtshof in 1907. De benaming "Kasteel Valduc" dateert van die periode. Dokter Edmond Cordier (1876-1955), beroemde kinderarts, kocht het in 1921. Na zijn overlijden werd een groot deel van het domein verkaveld, maar het kasteel bleef in de familie. Een afstammeling van dokter Cordier en haar familie bewonen het.
02-03-2009 om 12:27
geschreven door Heemkundige kring Oudergem
Op een steenworp van Hertoginnedal, ter hoogte van de huidige de Wahalaan, langs de weg die vroeger naar de watermolen leidde (thans de oude Molenstraat), ontdekken we het huidige Sint-Annakasteel, gebouwd in 1910.
Van zodra we het domein betreden via het hek, laat het voorplein een diepe indruk na. Een prachtige laan kronkelt rondom een kom in Louis XVI stijl, gevoed door vier dolfijnen en een bosgod. Het brede perron leidt naar het voorportaal van het kasteel dat uitkijkt op een luisterrijke hal in Franse steen. Deze hal geeft toegang tot een bar, twee zalen en een groot terras. Op de verdieping wordt de hal omringd door vijf salons. De inrichting van het gebouw, de omlijsting van de plafonds, de pastelkleuren en de vergulde lambrisering, stemt overeen met de harmonieuze en rustgevende stijl van de vervlogen eeuwen. Terwijl de inrichting van het kasteel bestemd is voor cultuur, comfort en gastronomie, is het park daarentegen ingericht voor sport. Het domein omvat verschillende tennisvelden en een groot zwembad.
Een beetje geschiedenis:
De bankier Baudier was eigenaar van het domein rond 1810. Henri de Brouckère, de toekomstige eerste burgemeester van Oudergem, kocht het domein rond 1843. De naam St-Annakasteel ontstond waarschijnlijk rond deze periode, aangezien Henri de Brouckère in 1860 ook eigenaar werd van de nabij gelegen Sint-Annakapel (hij zal de kapel in 1885 aan een familielid schenken). Na zijn dood wordt Mw. A. Dujardin-Dansaert in 1897 de nieuwe eigenares van het domein tot omstreeks 1902.
(Méér inlichtingen aangaande Henri de Brouckère kunnen bekomen worden op deze site).
Het domein werd vervolgens gekocht door Charles Waucquez, een succesrijke handelaar in textiel. Hij liet het kasteel volledig afbreken en liet een tiental meter meer noordwaarts het huidige kasteel bouwen (opdat de ingang juist in het verlengde zou komen te liggen van de de Wahalaan).
We bemerken dat de bouwplannen niet "Château Ste Anne" vermelden, maar wel "Château de Mr. Waucquez", een benaming die trouwens gebruik werd door de Oudergemnaren.
De staat, eigenaar van het domein sinds 1959, stelde het kasteel en het domein ter beschikking van "La Maison Européenne de Val Duchesse", opgericht in 1961. De "Club international Château Ste-Anne" is sinds 1996 in het kasteel gehuisvest.
Deze club heeft tot doel het promoten van culturele en sociale uitwisselingen tussen de lidstaten van de Europese Unie, de NAVO en de diplomatische corpsen.
05-08-2008 om 19:19
geschreven door Heemkundige kring Oudergem
De hoofdingang van het kasteel bevindt zich aan de Hertoginnedallaan, op het einde van de Oude Molenstraat. Zijn geschiedenis begint lang voor die van het kasteel van Dry Borren, die we onlangs bespraken. Oorspronkelijk was Hertoginnedal echter geen "kasteel".
In 1262 werd op deze plaats van de Woluwevallei een Priorij gesticht door hertogin Aleyde, weduwe van Hendrik III, hertog van Brabant; vandaar de naam "Hertoginnedal". Het betrof de eerste vrouwelijke gemeenschap die in de Nederlanden gesticht werd en waar de regels van Sint Dominicus van toepassing waren.
Tijdens haar bloeiperiode telde de priorij een zestigtal kloosterlingen. De godsdienstoorlogen veroorzaakten ernstige vernielingen aan de priorij die daarna herbouwd werd. Na twee relatieve rustige eeuwen moesten de deuren echter in 1783, onder Jozef II, gesloten worden. De Witte Dames (zo genoemd naar de kleur van hun kledij) mochten later terugkomen maar het Frans bewind verjaagde ze voorgoed in 1796. Het klooster werd verkocht met de bijgebouwen en verschillende eigenaars volgden elkaar op.
Het grootste deel van de gebouwen werd afgebroken, met uitzondering van het priorinnenkwartier dat tussen 1770 en 1781 gebouwd werd in Lodewijk XVI stijl, onder impuls van de voorlaatste priorin, Cécile de Neufforge.
In de 19e eeuw werd dit gebouw, dat nog te zien is vanaf het einde van de oude Molenstraat, vlug als "kasteel Hertoginnedal" omschreven. In 1840 werd het eigendom van Eugène-Amour de Cartier, burgemeester van Watermaal-Bosvoorde in 1842 (Oudergem maakte toen nog deel uit van Watermaal-Bosvoorde).
Een dochter van de Cartier, Mw. F. Puissant d'Agimont, erfde het goed. Na haar dood kocht bankier A. Franck-Morel het gebouw. In 1903 kwam het kasteel uiteindelijk in handen van Charles Dietrich (1865-1939), die later de overblijvende bijgebouwen van de oude priorij en de omliggende velden kocht, evenals de Sint-Annakapel. Hij maakte van het domein Hertoginnedal wat het nu nog altijd is. Tussen 1904 en 1907 werden er talrijke verbouwingswerken uitgevoerd aan het gebouw dat men nu het kasteel noemt, onder leiding van de architect Edmond de Vigne.
Binnen, op het gelijkvloers, vinden wij de opmerkelijke hall wegens de kwaliteit van de marmers aangewend voor het bedekken van de grond en de muren. Iedere vensteropening is ingesloten tussen pilasters van groen marmer van Aoste. De omlijstingen zijn in wit marmer van Carrare, terwijl de grond en de muren bedekt zijn met roze marmer van Portugal. De trap is in Beaux-Arts stijl. In de verschillende salons van de gelijkvloers vinden we chronografische friezen en beeldhouwwerken die taferelen voorstellen van de geschiedenis van de priorij. De muren van de Hollandse salon zijn bedekt met blauwe ceramiektegels van Delft. De vijf vensters met loodglazen zijn voorzien van een rondeel die de spreekwijzen illustreren van Jacob Cats. In andere salons hernemen de loodglazen de maanden en de fabels van La Fontaine. De bibliotheek of bureau van Dietrich is in Vlaamse neo- Renaissancestijl. De linnen muren zijn versierd met talrijke motieven opgedragen aan het thema "fortuin" die toespelingen maken op het beroep van wisselagent dat Charles Dietrich uitoefende. De schoorsteenmantel is versierd met sterren en voorzien van de lijfspreuk van Dietrich: POSTEO NON SEQUOR ( Ik kom daarna (maar) ik volg niet).
Het geheel van de gebouwen dat zichtbaar is vanaf de Vorstlaan, tegenwoordig onterecht de priorij genoemd en dat op veel postkaarten als begijnhof beschreven wordt, is het resultaat van de heropbouw van vroegere bijgebouwen van de priorij (boerderij, remises, stallen). Daarvoor deed Dietrich in 1915 beroep op de architect Albert Roosenboom. Voor de duidelijkheid: er is nooit een begijnhof geweest op Hertoginnedal. In 1930 schenkt Dietrich het domein aan de Koninklijke Schenking.
Het kasteel van Hertoginnendal werd door de Koninklijke Schenking ter beschikking gesteld van de intergouvernementele conferentie voor de Europese Commissie en de Euratom, die er hun zittingen hebben gehouden van 26 juni 1956 tot 24 maart 1957. Onder het voorzittersschap van Paul-Henri SPAAK, Minister van Buitenlandse Zaken van België, hebben de Belgische, Duitse, Franse, Italiaanse, Luxemburgse en Nederlandse delegaties de teksten opgesteld van de verdragen die aan de basis liggen van de Europese Economische Gemeenschap en aan de Europese Gemeenschap van de Atoomenergie. Men mag dus terecht beweren dat de wieg van de Euopese Unie zich in Oudergem bevindt, in een priorij, die door omstandigheden, een kasteel werd.
26-04-2008 om 00:00
geschreven door Heemkundige kring Oudergem
Op het einde van de Charles Schallerlaan ontdekken we aan de zoom van het Zoniënwoud, op een steenworp van Dry Borre, deze weelderige woning in witte Euvillesteen, van veertig meter lang op twintig meter breed.
Dit kasteel, in neoklassieke stijl opgetrokken, werd voor prinses Marie Ludmille d’Arenberg, beter gekend als "de hertogin van CROY", gebouwd. Hoewel ze in xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />1870 in Heverlee werd geboren had ze de Duitse nationaliteit.
Met zijn twee verdiepingen en zijn negen gigantische vensters, weerspiegeld dit kasteel een luisterrijk aspect. Het geheel wordt beklemtoond door een dubbele trapleuning die naar de prachtige smeedijzeren ingangsdeur leidt. De plannen zijn van François Malfait, toen architect van de stad Brussel.
De echtgenoot van de prinses, de hertog van CROY, stierf in 1906. In 1913 nam de prinses, samen met haar vier kinderen: de prinsen Karel, Engelbert en Antoine en eveneens met prinses Isabelle van CROY, haar intrek in dit kasteel. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verlieten haar kinderen Oudergem. Daardoor bleef de prinses hier alleen achter, niettegenstaande ze omringd werd door talrijk personeel.
Dat was waarschijnlijk de rede waarom ze dit kasteel "La Solitude" noemde. Misschien ook door de ontgoocheling die ze van de mensheid had. Er werden veel geruchten over haar verspreid. Meer bepaald dat de neef van koning Leopold II – prins Boudewijn, vermoedelijke erfgenaam – gedood werd tijdens een duel, wegens de verhouding die hij met de hertogin zou gehad hebben. Volgens de officiële versie zou de prins echter gestorven zijn aan de gevolgen van een zware ziekte.
De hertogin leidde in haar kasteel een teruggetrokken leven.Ze wijdde zich aan de bescherming van de dieren. Een deel van haar tuin werd zelfs omgebouwd en diende als dierenkerkhof.
De prinses stierf op 9 september 1953, op 83 jarige leeftijd. Het eigendom – 11ha27a19ca groot – werd door de staat gekocht die het gedurende vele jaren in een school voor kermiskinderen veranderde. Het kasteel "La Solitude" werd heel lang verwaarloosd en deed zijn naam, dat het van Marie Ludmille d’Arenberg kreeg, alle eer aan. Het domein werd gedurende enkele tijddoor een aantal daklozen bezet. Het werd uiteindelijk aan een privé firma verkocht die het nu beheert.
18-02-2008 om 00:00
geschreven door Heemkundige kring Oudergem
Deze nogal verrassende titel zal, wat betreft het aantal bestaande kastelen in Oudergem, méér dan één persoon kunnen verwonderen.
Maar wat verstaan we onder "kasteel"? De Van Dale beschrijft het als volgt: versterkte, nogal middeleeuwse woning van een adellijke familie / slot/ burcht/ groot aanzienlijk huis/ landhuis. De vijf gebouwen die we samen gaan ontdekken, beantwoorden allen aan één van deze criteria; oordeel zelf maar.
Aan diegenen die de gemeente niet kennen herinneren wij eraan dat het dorp Oudergem, tot aan het Frans Regime, deel uitmaakte van Vlaams Brabant en gehecht was aan Watermaal-Bosvoorde. In 1863 verwierf het dorp het statuut van zelfstandige gemeente en maakte ze uiteindelijk deel uit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Een derde van haar oppervlakte strekt zich uit binnen het Zoniënwoud.
1. HET KASTEEL VAN DRY BORREN
Ter hoogte van het nr 2241 van de Waversesteenweg bemerken wij Dry Borren, een klein kasteel zorgvuldig verstopt in het Zoniënwoud.
Op de ets van Vorstermans zien we de omheiningsmuur en een valbrug. De bouw dateert van het begin van 14e eeuw; de hertog van Brabant, Jan III, verbleeferveelvuldig gedurende de jachtperiodes. De oudste reproductie van het kasteelstaat afgebeeld op één van de wandtapijten, "Les Belles chasses de Maximilien", eigendom van het museum "Le Louvre" in Parijs.
Vanaf het einde van de 15e eeuw werd het gebruikt als residentie voor de woudmeesters, maar, gedurende drie eeuwen en tot in 1786, diende ze ook als gevangenis voor bosdeliquenten.
.
Daarna werd het kasteel verwaarloosd;de toren werd om veiligheidsredenen in 1822 afgebroken, maar ook omdat ze nutteloos geworden was en teveel plaats innam. De Belgische staat werd in 1906 eigenaar van Dry Borren.Werklieden mochten er hun nederige woning van maken. Uiteindelijk werd het vroegere boskasteeltjein 1976 gerestaureerd. Regelmatig werd het gebruikt voor tentoonstellingen. Dit gebouw, gevangen in het bos, wacht echter sinds lange tijd op een nieuwe bestemming.
DRY BORREN vandaag
WORDT VERVOLGD ....
Geraadpleegde bron: Drie Borren. Door A. Maes. Malvaux Bxl.
21-10-2007 om 20:38
geschreven door Heemkundige kring Oudergem
Iedereen die een beetje vertrouwd is met de geschiedenis van Oudergem, weet wellicht dat de Sint-Annakapel een bouwwerk is opgericht in eenvoudige Romaanse stijl, tijdens de 11de/12deeeuw. Ze ligt buiten de omheiningsmuur van de oude priorij Hertoginnedal die zo vaak in de radio en TV nieuwsberichten wordt vermeld. Toch even aanstippen dat de kapel al bestond voordat de priorij werd opgericht.
Het was lange tijd een bedevaartsoord en vanaf 1802 tot 1843 was ze ook de hulpparochiekerk van Watermaal.
De heilige Anna, moeder van Onze Lieve Vrouw Maria en dus grootmoeder van Jezus, werd in onze streken aanbeden vanaf het einde van de Middeleeuwen. Zij was de patrones van de moeders, bezorgd om de goede opvoeding van hun kinderen. Niet zelden gingen jonge meisjes haar opzoeken om een goede man te vinden of vervulde ze de rol van voorspreekster voor de onvruchtbare.
Niet te verwonderen dus dat de kapel een prachtige retabel bezat met de "Maagschap van de heilige Anna" (voorstelling van haar familieleden) dat vervaardigd werd in het begin van de 16e eeuw. Het kostbare kunstwerk, met uitzonderlijk mooie gepolychromeerde figuren, stelt centraal de groep voor met Anna, haar dochter en Jezus , omringd door haar familie. De retabel telt ongeveer dertig personages.
Het kunstwerk van onschatbare waarde, werd volgens sommige bronnen ("Histoire de la commune d'Auderghem" door M J. Verhoeven) in 1844 door de pastoor van Oudergem verkocht aan een Russische prins. Het jaar voordien werd namelijk de te klein geworden kapel vervangen door de Sint-Annakerk op de Tervurensesteenweg.
Hoewel dit onvoorstelbaar mooie kunstwerk al meer dan 160 jaar uit Oudergem is verdwenen, kan het nog altijd bewonderd worden op een boogscheut van de plaats waar het jarenlang gestaan heeft; namelijk in het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis, gelegen in het Jubelpark te Brussel.
De brochure van deze retabel vermeldt: "De retabel werd in 1844 geschonken aan het museum". Zou de bovenvermelde prins het gekocht hebben om het aan het museum te schenken?
Wie zal het ons vertellen?
16-09-2007 om 18:37
geschreven door Heemkundige kring Oudergem
Louis Schreyers, welbekend bij zijn medeburgers als auteur van 4 boeken over Oudergem en als ereburger van zijn geliefde dorp en Irène Arquin, oudergemnaar sinds 36 jaar, brengen in dit tweetalige boek verschillende, min of meer historische getuigenissen, de éne al sappiger dan de andere, waarvan het eerste, "Wandelingske in Avergoem", in het Brussels!
Door de vele postkaarten is dit een boeiend boek voor zij onder ons die de goede oude tijd koesteren.
Hou je van Oudergem? Ben je nieuwsgierig hoe deze gemeente veranderd is in de loop der jaren? Dan moet je zéker naar de tentoonstelling die doorgaat in het
GC DEN DAM – Waversesteenweg 1747 te 1160 OUDERGEM.
Oude postkaarten van Louis SCHREYERS en nieuwe foto's van Irène ARQUIN zijn er te bekijken vanaf 15 september tot 30 september 2007.
Jullie kunnen ook deelnemen aan een wedstrijd. Er is een mooie prijs te winnen.
Doen maar zou ik zo zeggen!
Een voorsmaakje?
01-09-2007 om 17:41
geschreven door Heemkundige kring Oudergem
Wat hebben de stad Gent en de Brusselse gemeente Oudergem gemeen?
In Gent is er een gedenkplaat aangebracht, dicht bij de hoek van de Sint-Pietersnieuwstraat en de Jozef Plateaustraat, die eraan herinnert dat kunstschilder Hugo van der Goes gedurende enkele jaren op die plaats heeft gewoond. Op de gevel van de priorij van Rooklooster in Oudergem vinden wij ook een gedenksteen die aantoont dat Hugo van der Goes er leefde en er gestorven is.
Er werd al véél geschreven over Hugo van der Goes. Ziehier de voornaamste gegevens uit zijn biografie: Hij werd waarschijnlijk in 1440 geboren in Gent. Op voorstel van Justus van Gent trad hij op 5 mei 1467 toe tot het kunstenaarsgilde en werd in 1474 zelfs gekozen tot deken evenals in de jaren 1475 en 1476. Hij werkte in de traditie van de Vlaamse Primitieven en wordt gezien als één van de belangrijkste en vooruitstrevendste leden. van der Goes heeft geen enkel werk ondertekend en het is compleet onduidelijk hoeveel schilderijen zijn oeuvre omvat. Toch werden er met zekerheid een aantal kunstwerken aan hem toegeschreven, waaronder zijn belangrijkste en bekendste werk, het gigantische altaarstuk "Aanbidding der Herders" beter bekend als "Portinari Triptiek". Het drieluik werd in 1475-76 gemaakt in opdracht van Tomasso Portinari, een vertegenwoordiger van de Medici-familie in Brugge. Het altaarstuk was bedoeld voor de kapel van het hospitaal van Santa Maria Nuova in Florence. Toen het daar aankwam bracht zijn realisme een ongelofelijke sensatie teweeg. Het had grote invloed op de Florentijnse schilders. Het middenpaneel (2,5 bij 3 meter) laat het pasgeboren kind Jezus zien met Jozef en Maria, aanbeden door herders en engelen. Op de zijpanelen zijn de leden van de familie Portinari afgebeeld met hun beschermheiligen. De Portinari's lijken abnormaal klein, dit heeft een symbolische betekenis, het laat zien dat ze lager in rang zijn. Ook de engelen van het middenpaneel zijn van dit formaat. Naast deze en andere symboliek (zoals die van de stillevenaspecten zoals de sandaal en bloemen) laat het werk ook een scherp vroegnoordelijk realisme zien. van der Goes accentueert de emotie in de handen en gezichten en schildert met een feilloos gevoel voor compositie, expressie en kleur. Zijn realisme richt zich niet op details, maar op beweging, ruimte en de spanning tussen de figuren. Dit meesterwerk is te bewonderen in het Uffizi-museum in Firenze.
Omstreeks 1478 neemt Hugo van der Goes zijn intrek bij de monniken van het Rooklooster, waar zijn halfbroer Nikolaas monnik is. Hij wordt er opgenomen als werkbroeder. Hij zou geleden hebben aan een geestesziekte. Hij bleef nog enige tijd schilderen en ook reizen, maar zijn geestesziekte speelde hem steeds meer parten. Het is in die periode dat hij "De dood van Onze-Lieve-Vrouw" schilderde. Dit werk is te bezichtigen in het Groeningemuseum te Brugge.
In 1482 vindt hij een vroege dood in Rooklooster. Niet ver vandaar wordt vijf eeuwen later in Oudergem een straat naar hem genoemd
Oudergem heeft een de Brouckèrelaan, de stad Brussel een de Brouckèreplein; welk verband is er tussen deze twee personen?
Onze oudergemse Henri Ghislain Joseph Marie Hyacinthe de Brouckère werd op 24 januari 1801 te Brugge geboren .
De oorspronkelijke Brugse naam was de Brouckere, zonder accent en werd ook zo uitgesproken.
Henri de Brouckère was een
jurist, hoogleraar aan de ULB, politicus, procureur des konings in het Koninkrijk der Nederlanden en werd tijdens de Belgische Revolutie (1830) benoemd tot raadsheer in het hof van beroep te Brussel en secretaris van het Nationaal Congres. In augustus 1831 werd hij liberaal volksvertegenwoordiger. Hij was achtereenvolgens gouverneur van Antwerpen (1840–1844) en van Luik (1844–1846) en gezant bij de H. Stoel en de Italiaanse hoven (1849–1852). In 1849 werd hij minister van staat en in oktober 1852 vormde hij een gematigd-liberaal kabinet (tot maart 1855), waarin hij de portefeuille van Buitenlandse Zaken beheerde, dat door toegevingen aan Napoleon III de betrekkingen met Frankrijk verbeterde. Henri de Brouckère behoorde tot de progressieve vleugel binnen zijn partij. Nadat hij in 1864 een formatieopdracht had geweigerd, trok hij zich in 1870 uit het politieke leven terug.
Henri de Brouckère lag niet alleen aan de wieg van onze gemeente Oudergem, maar ook aan die van België.
Inderdaad, in april 1831 maakte hij deel uit van de deputatie die naar Engeland trok, om er de Belgische kroon aan te bieden aan Prins Léopold van Saksen-Cobourg.
Henri de Brouckère hield van het landelijke karakter van Oudergem, waarvan het naburige Zoniënwoud hem bekoorde. Omstreeks 1843 kwam hij in het bezit van het St. Annakasteel (later meer daarover), met het domein eromheen, dat op het einde van de toenmalige Schapenputstraet gelegen was.
Samen met andere personaliteiten ijverde hij voor de autonomie van Oudergem, dat in die tijd deel uitmaakte van de grote gemeente Watermael-Bosvoorde-Oudergem. Zo komt het dat hij in 1863 als eerste burgemeester van Oudergem verkozen werd. Hij blijft burgemeester tot in 1872, wanneer hij om gezondheidsredenen de gemeentelijke politiek verlaat. Hij werd blind en stierf op 25 januari 1891.
In 1874, dus toen hij nog leefde, werd zijn naam aan een oudergemse laan gegeven.
Het welbekende de Brouckèreplein in Brussel werd naar zijn broer Charles genoemd, die er burgemeester was van 1848 tot 1860
< body>
24-05-2007 om 00:00
geschreven door Heemkundige kring Oudergem
Wie kent er niet het Léonardkruispunt? Ongetwijfeld één van de drukste kruispunten van België. Het ontstond tussen 1831 en 1836, toen in het Zoniënwoud een weg aangelegd werd die de Waversesteenweg doorkruiste. Het gebeurde op initiatief van de Generale Maatschappij, de toenmalige eigenares van het bos. De weg verbond St.Jansberg (Waterloo) met de weg te Tervuren, die ook naar Mechelen zou leiden. Hij kreeg de naam “steenweg op St.Jansberg, route de Mont St. Jean” maar werd ook dikwijls de “weg van de Bank” genoemd.
Er ontstond dus een kruispunt midden in het bos, ter hoogte van kilometerpaal nr. 10, op de Waversesteenweg. Het kruispunt bleef een eeuw lang naamloos achter. Het geraakte tenslotte aan een naam, op een zeer eigenaardige manier.
In 1884 had namelijk in de onmiddellijke buurt van het kruispunt een zekere Léonard Boon zijn woonwagen opgesteld. Hij werd geboren op 23 oktober 1842 als oudste zoon van een kroostrijk landbouwersgezin, uit Jezus-Eik. Gedurende jaren heeft hij eenzaam aan dat kruispunt geleefd, waar hij zonder vergunning illegaal drank durfde te verkopen, aan de voorbijgangers. De wagen had als uithangbord “A l’Ambulance. Estaminet - Léonard Boon”. Hij had twee waakhonden en enkele tientallen kippen om desnoods aan de wandelaars ook een lekkere eierschotel te kunnen opdienen. In zijn staminee prijkte een bordje, waarop volgende tekst te lezen was:
" Ik woon hier in het bosch
Waar kan ik beter wenschen
de zegen van de Heer
En de toevlucht van de menschen".
Léonard kon zijn handeltje rustig blijven doen, tot aan de dood van zijn beschermheer Prins Boudewijn in 1891, de graaf van Vlaanderen en troonopvolger van België. Hij had namelijk de verdwaalde prins ooit hulp kunnen verlenen en daardoor kon hij op de prinselijke steun rekenen, om eventuele vervolgingen tegen zijn illegale uitbating te voorkomen.
Nadien trad hij in het huwelijk met Catharina Debecker en samen vestigden ze zich in een huis, langs de Waversesteenweg, op amper 400 m van het kruispunt, waar hij zolang alleen geleefd had. Daar baatte het gezin - wettelijk dan - een café uit en zal het paar drie kinderen hebben. Léonard Boon stierf in 1912.
Het kruispunt wat verderop, richting Jezus-Eik, had nog altijd geen officiële naam gekregen. Het werd door de plaatselijke bevolking eerst aangeduid als de Vier armen van Oudergem. Later, wanneer Léonard Boon er zich met zijn woonwagen kwam vestigen, spraken sommigen van aan Léonard.
Wanneer er dodelijke ongevallen veroorzaakt werden, door het almaar drukker autoverkeer, zal daar een waarschuwend knipperlicht geplaatst worden. Vanaf dan werd de plaats, door de mensen van de streek, aangeduid als de Pinker.
Pas in 1983, bij de opening van een tweede tunnel onder het kruispunt, zal burgemeester Outers, voor het eerst, in zijn toespraak de naam “Léonardkruispunt” gebruiken.
Sindsdien horen wij de naam dagelijks op de radio vallen... of hoe een typisch figuur uit Oudergem een vaste plaats verwierf in de verkeersinformatie.
Wie kent er de blauwe boshyacinten van Oudergem? Ze zijn misschien niet zo talrijk als in het Hallerbos, maar ze zijn zéker zo mooi. Deze prachtige lentebloemen kunnen slechts een veertiental dagen in al hun glorie bewonderd worden. Naargelang de weersomstandigheden bloeien ze eind april-begin mei. Laat je op een mooie zonnige namiddag verleiden tot een wandelingnaar het Zoniënwoud. Inde strooktussen de Kardinaal Micaralaan, de Isidore Gerardlaan, de Tervurenselaan, de Tervurensesteenweg en de Vosdreef ontdek je een schitterend dik blauw tapijt,gevormd door duizenden boshyacinten. Het blauwe tapijt is niet alleen een streling voor het oog, ook je reukorgaan wordt getrakteerd op een heerlijk aroma. Een aanrader!
Wist u dat de wieg van de Europese Gemeenschap in Oudergem ligt?
Wie in België hoorde niet spreken van Hertoginnedal? Juist, daar waar zovele ministeriële vergaderingen gehouden werden tijdens de regeringen Martens en Dehaene, in de jaren ’80 en ’90. Maar wat is Hertoginnedal?
In 1262 ontstond in de vallei van de Woluwebeek, in het Zoniënwoud, een priorij die gesticht werd door de toenmalige hertogin Aleyde, weduwe van de hertog van Brabant, HendrikIII. Het was de eerste vrouwengemeenschap van de Nederlanden waar de regels van de Heilige Dominicus golden.
In haar meest welvarende periode telde de priorij een zestigtal religieuzen. Tijdens de godsdienstoorlogen liep Hertoginnedal zware averij op, maar werd nadien heropgebouwd. Na twee eeuwen relatieve rust werd de priorij in 1783 verplicht gesloten door Jozef II. Toch konden de Witte Vrouwen – zo werden ze genoemd omwille van hun kledij – nog een tijdje terugkeren. Met de komst van het Franse bewind werden ze er in 1796 voorgoed verdreven.
De priorij werd verkocht en er volgden verscheidene eigenaars. In 1903 kocht Charles Dietrich een deel van het domein, en maakte er uiteindelijk zijn landgoed van dat nu nog altijd bestaat. Hij schonk het in 1930 aan de Koninklijke Schenking.
Het priorinnenkwartier, dat op het eind van de domeinweg te zien is, werd tussen 1770 en 1781 gebouwd. Het werd opgetrokken in Lodewijk XVI stijl. Reeds in de19e eeuw werd het gebouw omschreven als het ’’Kasteel van Hertoginnedal’’.
Van 26 juni 1956 tot 24 maart 1957 kwamen onder het voorzitterschap van P. H. Spaak, Europese deskundigen uit België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland, daar bijeen om er de teksten van de E.E.G. en de Euratomverdragen op te stellen. Daarna werden deze teksten officieel ondertekend, in Rome. Vandaag spreekt men nog uitsluitend over het Verdrag van Rome.
Maar in Oudergem zijn wij niet vergeten dat alles hier besproken werd!
De wassersactiviteit van Oudergem is dan misschien niet meer wat het was, doch de voornaamste Brusselse burger kreeg op 30 september 2005 een "wasserskostuum" aangeboden door de vzw "Artisanat de Création et de Tradition". Toch een mooie hommage, niet?
09-04-2007 om 21:17
geschreven door Heemkundige kring Oudergem
Wie bezit er niet één of andere postkaart of foto van een schoolklas van zijn dorp, waarop een leerling een bord vasthoudt met een dankwoord erop geschreven? Zoals bijvoorbeeld die 1ste postkaart links, waarvan de tekst luidt: Souvenir du repas scolaire – Ecole communale n°4 - Auderghem
De tentoonstelling Remembering Herbert Hoover, die plaats had in Brussel van oktober tot december 2006,bewees dat in alle Belgische gemeenten, ook in die van Noord-Frankrijk, dergelijke foto's getrokken werden.
Wij hoeven er niet aan te herinneren dat, vóór de vijandigheden in 1913, België een economisch sterke natie was. Bij het uitbreken van de oorlog, op 4 augustus 1914, stortte de wereld in elkaar! De meeste mannen werden naar het front gestuurd of werden gevangen genomen. (Zie de 2de postkaart links, die uitgegeven werd ten bate van de tehuizen van de Belgische Invalide Soldaten).
Vrouwen en kinderen trachtten te overleven en vormden de voornaamste radertjes van onze economie. Ons land onderging de Britse blokkade, en was tevens bezet door het machtigste leger ter wereld. Héél vlug waren nagenoeg 7 miljoen Belgen bedreigd met hongersnood .
De Amerikaan Herbert Hoover, een internationaal succesrijke mijningenieur, wonende in Londen, werd door zijn regering gekozen om de repatriëring van ongeveer 120.000 landgenoten te organiseren. Zij zaten klem op het Europese werelddeel. Hoover stond eveneens aan het hoofd van een commissie van bijstand, Commission for Reliëf in Belgium, om de ravitaillering van België te coördineren. Hij werkte er in samenwerking met onze landgenoot Emile Francqui, die hij zeer goed kende. Deze creëerde met andere Belgische persoonlijkheden, zoals Adolphe Max, Ernest Solvay en anderen, het Nationaal Comité van Hulp en Voeding.( zie 3de foto links)
Tijdens de Grote Oorlog werd in heel België de verdeling van levensmiddelen, kleding en andere producten van primair belang georganiseerd. Ik ben ervan overtuigd dat vele verzamelaars één of andere postkaart bezitten die herinnert aan deze ongelukkige gebeurtenissen. Misschien zullen zij er nog bepaalde personen op herkennen, maar zonder kennis van de hele geschiedenis?
Een reproductie waarop kinderen staan die een broodje en een geschilferd bekertje (voor de warme chocolade) in hun handen houden, evenals een kruikje en mand gevuld met Hoover broodjes, getuigen vandaag nog van deze moeilijke momenten. Ondanks de melancholische blik van sommigen, waren zij allemaal héél net gekleed voor de fotozitting. Wij waren een trots volk! (zie 4de foto links)
Bij wijze van dank werden deze kaarten vaak naar de Verenigde Staten gestuurd, maar ook, veronderstel ik, om nieuwe fondsen te verzamelen voor de noodzakelijke hulp.
Dankzij zijn humanitaire actie, redde Herbert Hoover het Belgische volk van de hongersnood.
Na de oorlog was Herbert Hoover van 1928 tot 1932 president van de Verenigde Staten. Hij stierf in 1964 op 90 jarige leeftijd.
Ik bezit helaas geen enkele postkaart van Herbert Hoover, maar enkel de foto die in een foldertje stond. Kan iemand mij aan een postkaart helpen?
Kort na de Eerste Wereldoorlog groeide Oudergem uit tot een belangrijke hoofdstedelijke randgemeente. De inwoners van de meeste andere randgemeenten kregen al geruime tijd toenamen naar het hoofd geslingerd, zoals: de beizemmoekers (bezemmakers, Bosvoorde), de keekefretters (kippenvreters, Brussel), de voetkapoone (vaartkapoenen, Molenbeek), d'eizels (ezels, Schaarbeek), de kuulkappers (koolkappers, Sint-Gillis) ... Onze voorouders werden daarentegen nooit met een toenaam onthaald; waarschijnlijk was Oudergem hiervoor nog een véél te jonge gemeente, hoewel die van "wassers" gepast zou hebben. Onze wasvrouwen werden gedurende decennia lang in Brussel en omliggende gemeenten om hundiensten door de burgerij gewaardeerd. In1931 telde bv de Kleine Wijngaardstraat, 22 familiebedrijfjes met wasvrouwen - maar ook wassers - en 19 strijksters. Hier werd de vuile was nooit buiten gehangen.
Het "Jaarlijksch verslag van het Kollegie en van de vereenigde sectiën aan de Gemeenteraad. Jaar 1896" vermeldt reeds het volgende over de wasactiviteit in Oudergem, dat toen 3.669 inwoners telde:
"Het wasschen van linnen is de voornaamste nijverheid der inwoners onzer gemeente. Doch wij hebben geene waterafleidingen en het afloopen van waschwater langs de straten is een gevaar voor de openbare gezondheid.
Wij hebben die moeilijke zaak ter studie gelegd, en wij hopen weldra de noodige middelen te vinden om afleidingen te
maken, hetgeen aan de weekwasschers ernstige moeielijkheden zal sparen; want het is, volgens het reglement van politie, verboden water langsheen de straten en op de openbare plaatsen te laten vloeien". Wasvrouwen, wassers en strijksters (kortom de wasserijen), vestigden zich overal in Oudergem.
Hebt u de veranderingen in de mode opgemerkt? Let ook op de kapsels.
Vanaf de jaren '30, zal M. Minet zijn familiaal bedrijfje uitbouwen, vooral na de Tweede Wereldoorlog, tot een wasserij met industriële allures. Zijn bedrijf was gelegen in het centrum van de gemeente, langs de Waversesteenweg, daar waar nu de noordelijke gevel is van het gebouwencomplex rond het Gemeenteplein. Naar verluid noemde hij zijn onderneming REMA, naar de beginletters van de twee voornamen REné en MArcel. De wasserij zou enkele tientallen arbeiders in dienst gehad hebben en bleef overeind tot de Golden Sixties. Zeer paradoxaal werd toen, hier in Oudergem, een bijna honderd jaar durende wasactiviteit afgesloten.
Als Oudergem geworden is wat het nu is, hebben wij dat in feite niet voor een deel aan onze wasvrouwen te danken?
De foto's kunnen vergroot bekeken worden op de volgende website