Je kroop daarstraks door een deur in mijn buik Je stampte wat rond
en rekte je uit Stak je armen in mijn armen - als in een trui - stak je benen in mijn benen - als in een broek - strekte je vingers in mijn vingers uit
en liep met me mee naar het strand
waar de wind grote golven maakte
en het zand als wilde paarden over golfbrekers stoof
en je lachte met mijn mond met het zand tusen mijn tanden met de tranen in mijn ogen
Marleen Pas (2002)
Niet ik, o nee, of jij, het zou niet kunnen. Wij zijn te dom daarvoor misschien te oud, spreken te veel en mogelijk ook zingen te vaak wanneer de lente weer ontwaakt. Maar wel het 'kind' dat zonder woorden ongeboren nog is en niemand spreekt van zijn geluk, luistert aandachtig naar de vreugde; kan niet dansen maar wel ontluiken als de eerste knop herleeft.
Marleen Pas
28-03-2008 om 10:27
geschreven door HGPAS
|