Op 20 juli 2001 openen José en Tine voor het eerst de deur van hun tot café verbouwde privéwoning. De nieuwe horecatelg krijgt de naam " staminee Den Boulevard ". Staminee is oudkortrijks voor " estaminet " (kroeg) en boulevard (=bolwerk) is een laan met bomen aangelegd op de vroegere stadswallen. Onder de pracht van deze honderdjarige bomen kan je iedere zomer genieten van 'n rustig terras waar het zalig toeven is... Maar ook in de winter is " Den Boulevard " synoniem voor tijdloze gezelligheid. Daar staat de jarenlange ervaring van José en Tine borg voor. Sinds 1969 schrijft José Kortrijkse kroeggeschiedenis met achtereenvolgens " De Kilo ", " Den Grooten Bak " en " Het Bierhuis ". In al die tijd verzamelde hij niet alleen 'n schat aan vakkennis maar ook 'n uitgebreide en zéér gevarieerde muziekcollectie die onmiskenbaar bijdraagt tot de warme sfeer. Dit en de zeer verzorgde kaart met 'n pleiade aan wijnen uit de hele wereld, 'n succulent assortiment fijne kazen, vleeswaren en zuiderse hapjes en , last but not least, 'n prachtig palet van meer dan 120 streekbieren maakt " Den Boulevard " , die sedert 1 januari 2007 ook volledig rookvrij is, tot 'n oase waar je de sleur van elke dag vergeet.
Blog: De virtuele krant van den boulevard. Voor al het recente nieuws van de staminee: http://denboulevard.wordpress.com/ : de Boulevardpers http://denboulevard.be zie website voor openingsuren Tekst overgenomen uit de website van Den Boulevard met vriendelijke toestemming
Na enkele jaren of met de auto of met het vliegtuig op reis te zijn geweest, kwamen we tot de beslissing om een motorhome aan te schaffen. Het -"vrij" zijn trok ons enorm aan. Niet plaats- en tijdsgebonden, het dicht bij de natuur staan, geen verplichtingen, het mobiel zijn, allemaal zaken die we leuk vonden. We bezitten reeds een aantal jaren een motorhome waarmee we reeds heel wat uitstappen en reizen hebben gemaakt. Bedoeling van deze blog is u als lezer af en toe te laten meegenieten van onze avonturen. Onze eerste motorhome was “Bakske” een Fiat Ducato 13 van om en bij de 20 jaren oud. Deze had een Dethleffs opbouw. Met bakske zijn we dus als groentjes gestart in deze o zo fascinerende wereld van reizen en rondtrekken. Dat we met Bakske heel wat hebben meegemaakt is dus volkomen normaal te noemen. Zo verloren we tijdens een bezoek aan de Eifel (D) onze uitlaatpijp, onze batterijen deden soms rare dingen of helemaal niets, het mag gezegd dat we ook mooie uitstappen en reizen hebben gemaakt, zoals bijvoorbeeld onze grote reis doorheen Beieren (D). We trokken ook regelmatig naar de streek van Cap Blanc- en Gris nez, onze eigenste ardennen enz… . Wat ons altijd zal bijblijven was onze Toscane reis. Alles ging voortreffelijk tot we 12 km voor de Italiaanse grens zouden tanken. Een luide knal , witte rook….. lap Cylinderkoppakking (Joint de Culasse) naar de vaantjes. Daar stonden we dan, Bakske werd weggesleept naar een garage in de buurt, herstellen kon maar het zou meer dan een week duren, en we zaten in een ongeloofelijk klein dorpje zodat dit dus geen opte was. We werden uiteindelijk gerepatrieerd naar Belgie (2 x in een vliegtuig en dan per taxi van Zaventem naar ons huisje). Bakske kwam 14 dagen later af en werd ter herstelling naar een garage gebracht. Sedert maart dit jaar beschikken we over een jonger type motorhome, een Fiat Ducato 1.9 TDI van zo’n 10 jaar oud. Ons “Fidelleke” vanaf hier start onze blog met verslagen en weetjes. Veel plezier met onze avonturen.
Dit is ons"Fidelleke" waar we heel dikwijls mee op zwier gaan, in 2007 hebben we heel wat kleine trips gemaakt, oa naar Zeeland, De cote d'opale,(cap blanc-nez en omstreken, Oye plage), De baai van de Somme, De Ahr vallei in Duitsland. Ik ga er hier niet verder op in maar liefhebbers kunnen de foto's bekijken via volgende link. http://picasaweb.google.com/fidelleke
Het is onze bedoeling om deze zomer naar Tsjechië te vertrekken doch de weergoden laten ons op het laatste ogenblik beslissen wat zuidelijker te gaan. Het wordt uiteindelijk de LANGUEDOC–ROUSSILLON. We hopen dat Carcassonne één van de hoogtepunten wordt.
We vertrekken op dinsdag 24 juli in de vooravond. Het is de bedoeling om tot voorbij Parijs te rijden om geen moeilijkheden te ondervinden tijdens de ochtendspits. Alles blijft rustig rond Parijs en het vlot beter dan verwacht. We rijden door tot bijna in Orléans waar we in een onbekend dorpje voor de eerste maal overnachten op een rustig plaatsje aan het openbare zwembad.
De volgende morgen staan we op bij miezerig weer : koud, betrokken, grijs….. Alles behalve het vakantieweer dat we beiden verwachten. Nu ja, ons doel ligt toch nog zuidelijker, dus geen paniek. Via de route nationale rijden we op het gemak zuidwaarts tot we 's avonds rond 19u. eindelijk in Villefranche-de-Rouerge aankomen waar een 4-tal camperplaatsen zijn voorzien. Gelukkig is er nog één plaatsje vrij voor ons. Om onze vakantie definitief in te zetten en nemen we een Ricard als aperitief terwijl we de zon begroeten die hopelijk gedurende gans onze reis aan het zenith zal staan. Na het avondeten trekken we voor een eerste verkenning het stadje in om dan niet al te laat tevreden ons nestje in te duiken.
Bij een stralend heldere hemel en een deugddoende warmte ontwaken we. Als dat geen vakantie is ! Er blijkt in Villefranche-de- Rouerge een markt te zijn met heel wat plaatselijke specialiteiten, en die willen we niet missen. De markt is immens groot en verspreid over verschillend pleinen en straten. Zuiderse marktjes bezoeken vinden wij steeds een aangenaam tijdverdrijf : wandelen tussen de kraampjes, de geuren opsnuiven, genieten van het bonte spektakel van kleuren en mensen... Daar zien we voor het eerst de fameuze Ail Rose (roze look) waarvan we er meteen wat kopen. We nuttigen nog een aperitief in de luwte en lommer van de talrijke platanen en vinden het dan stilletjes aan tijd om daar te vertrekken.
We rijden tot in Najac waar we in het begin van de namiddag aankomen. Najac, één van Frankrijks mooiste dorpjes, is een middeleeuws stadje gelegen middenin het groen. Het is er heel rustig vertoeven ; van massatoerisme is hier geen sprake. Najac wordt gedomineerd door de hoger gelegen burcht uit de 12e eeuw. Kuierend tussen de smalle straatjes genieten we van de alom aanwezige bloemen en de rust, van tjirpende krekels, mooie huisjes en hoekjes. Ach... vakantie… Na deze heerlijke namiddag gaan we overnachten in Cordes.
's Anderendaags trekken we naar Castelnaudary, dé bakermat van de CASSOULET. Echt veel heeft Castelnaudary niet te bieden, tenzij de Cassoulet die enorm duur blijkt. Persoonlijk vinden wij € 20 voor een blik cassoulet iets teveel van het goede. We besluiten naar Carcassonne af te zakken met nog een tussenstop te Fanjeaux. Er is een camperplaats waar we het middagmaal nuttigen. Na een wandeling in het kleine dorpje, dat niet zoveel voorstelt, starten we weer de motor van Hotel Fidel. In Carcassonne vinden we niet meteen de camperplaats en rijden dan maar door naar Trèbes waar je naast le Canal du Midi kan staan. Omdat er geen faciliteiten zijn en we reeds enkele dagen rondtrekken vinden we het toch wel tijd om te lozen en vers water in te slaan. Daarom gaan we in Trèbes op camping waarvoor we € 16 betalen. De camping is proper maar eerder rudimentair (waarmee we niet willen zeggen dat wij behoefte hebben aan grote luxe).
Na het inslaan van de nodige boodschappen richten we de volgende morgen de neus van onze motorhome richting Carcassonne. Gelukkig lopen we aan de supermarkt een behulpzame stadsburger tegen het lijf die ons perfect de weg naar de camperplaats uitlegt. Deze ligt vlakbij de cité (bovenstad) en er is voldoende plaats voorzien. Men kan er lozen en water inslaan, wat meteen ook mooi meegenomen is. Kostprijs voor dit alles is € 10 voor 24 uur. Het enig nadeel zijn de Muriers Platanes ; dit zijn niet al te grote bomen die bessen dragen (ze gelijken een beetje op zwarte frambozen). De bessen, die overal onder de bomen liggen verspreid, blijven hardnekkig kleven aan je schoenzolen en geven binnenin de motorhome paarse vlekken af op de linoleumvloer. We merken dat natuurlijk pas op als het te laat is. Het heeft ons zeker een half uur gekost om al die viezigheid van onze schoenen te verwijderen.
Het eerste wat opvalt bij het binnengaan van de cité is de relatieve kalmte die er heerst. Eenmaal voorbij de ingangspoort kom je in een straatje terecht waar allerhande souvenirs staan te schreeuwen om aandacht en eventuele kopers, maar eens die straat voorbij is het heel wat rustiger en kan men genieten van al het moois dat Carcassonne te bieden heeft. We besluiten om eerst uit te kijken naar een leuk terrasje, want ondertussen is het aperitieftijd en moet ook de inwendige mens versterkt worden. Terwijl Trui een aanslag pleegt op een royale salade met foie-gras en magret de canard laat ik de kans niet liggen om een authentieke cassoulet te eten. We spoelen alles door met een kopje koffie waarna het tijd is om Carcassonne verder te verkennen. Tegen de avond wandelen we naar de Bastide (benedenstad) om de cité van op afstand te bewonderen. Na het maken van diverse foto’s duiken we opnieuw de feeëriek verlichte stad in, ditmaal om de avondsfeer op te snuiven. Na een verkwikkende nachtrust gaan we het kasteel en de bijhorende rempards verkennen. In het kasteel wacht ons een videovoorstelling over het leven van de Katharen, de ondergang van Carcassonne en haar restauratie. Het bezoek aan de rempards kan enkel onder begeleiding van een gids (een aanrader!). Maar de dag is nog niet ten einde en het hoogtepunt moet nog komen ! Vanuit België reserveerden we tickets voor het zomerfestival, meer bepaald voor het optreden dat Zucchero die avond geeft in het plaatselijk (openlucht)arenatheater. De show is spetterend ! Nummers van de nieuwe cd worden afgewisseld met hits die door iedereen worden meegezongen. Er wordt gedanst & gelachen en we worden gedurende twee uur geboeid. Wat een avond ! Het is onbeschrijfelijk welke ambiance en sfeer er heersen bij een openluchtoptreden in zo’n prachtig historisch kader.
Met dit optreden zetten we een punt achter ons weekendje Carcassonne. Met een beetje weemoed vervolgen we onze reis. Het is net alsof de zon onze gevoelens deelt want ze is vergeten op te staan. De hemel is zo grijs als iets en we vragen ons af hoelang het zal duren vooraleer het begint te regenen. Gelukkig blijft het droog terwijl we richting Peyrepertuse (een van de vele overblijfselen van de Katharen) rijden. Onderweg stoppen we hier en daar om wat foto’s te maken van de omgeving. De middagpauze houden we in Rennes-les-bains waar de tijd blijkbaar heeft stilgestaan. Dit dorpje was ooit een bloeiend kuuroord, maar op heden valt er weinig of niets meer te beleven. Het mooie dorpsplein noodt ons wel uit om plaats te nemen op een terrasje onder de platanen.
Na alweer een uurtje gereden te hebben via smalle paadjes zien we een bordje naar een Romeinse brug. We strekken onze benen tijdens de half uur durende wandeling en genieten van de natuur om ons heen. De Romeinse brug is klein maar bekoorlijk. Terug met Fidel op pad besluiten we om de Gorges de Galamus te verkennen. Motorhomes zijn op die weg niet toegelaten maar dit wordt tijdig aangekondigd met een verkeersbord. Te voet dan maar. Ondertussen is de zon weer van de partij maar ditmaal is ze vergezeld van een felle wind. Zo’n harde wind hebben we nog niet veel meegemaakt ; Trui waait zelfs bijna weg. Toch zou blijken dat die wind gedurende onze ganse vakantie geregeld van de partij zou zijn. Hoe ruig maar prachtig de natuur kan zijn wordt ons daar volledig duidelijk. Een mens voelt zich nietig bij die overweldigende natuurpracht. De rotsformaties van de Gorges de Galamus zijn een ware lust voor het oog.
Uiteindelijk rijden we door naar Duilhac sous Peyrepertuse waar een camperplaats is. Je kan er lozen en water nemen en normaal gezien ook elektriciteit, maar voor dat laatste moet je een jeton halen bij een plaatselijk restaurant dat echter gesloten is. Van op de camperplaats hebben we een mooi uitzicht op de Peyrepertuse waarvan het niet echt duidelijk is of deze burcht (nu een ruïne) ooit aan de Katharen heeft toebehoord… althans volgens een op rust gestelde leraar geschiedenis die daar woont en waarmee we ‘s avonds een praatje maken.
De volgende morgen gaan we onder een stralende hemel Duilhac sous Peyrepertuse verkennen. Duilhac is een klein dorpje waar niet zoveel te beleven valt, maar aangenaam om eens door te wandelen. Hier en daar heeft een Belg wat "ludieke kunst" neergepoot wat wel een speelse noot aan het plaatsje geeft. Daarna besluiten we de Peyrepertuse zelf te bezoeken. Met de motorhome gaat het steil omhoog via haarspeldbochten tot aan de parking. Deze is gelegen aan de voet van de heuvel waarna ons nog een klim wacht tot aan de ruïne zelf. Wat zeggen we ? Een klim ? Dat is nogal zacht uitgedrukt. Het is een fameuze klim : smalle oneffen paadjes, diepe afgronden... Zeker niets voor mensen met hoogtevrees. Maar de inspanning is méér dan de moeite waard want het uitzicht van op de top is gewoonweg magisch !
Na deze duik in de geschiedenis der Katharen vertrekken we naar Gruissan. Op de camperplaats "les quatres vents" kunnen we nog een plaatsje bemachtigen. Voor de prijs van € 6,50/24u kan je er lozen, water nemen, en als je wilt zelfs een ganse dag onder de douche staan. Op de camperplaats is het redelijk druk en een mengelmoes van nationaliteiten. Na het avondeten maken we nog een korte wandeling langs de jachthaven en duiken dan onze beddenbak in.
Onder een grijze hemel rijden we de volgende morgen naar Lagrasse. De zon wil er maar niet door komen maar daardoor laten we ons de pret niet bederven. Lagrasse, één van Frankrijks mooiste dorpjes, is een echte aanrader. Je kan er mooi wandelen en de oude abdij bezoeken, er is een prachtig kerkhof met monumentale graven en winkeltjes met plaatselijke specialiteiten. Veel restaurantjes zijn er niet, maar je kan er wel heel lekker eten. Na een fijne dag keren we terug naar Gruissan om te overnachten. Meteen bij aankomst zien we op de camperplaats een motorhome met een campersitesticker ! Het wordt een leuk kennismaking met Nor & Anita, de enige campersiters die we tijdens ons verlof zullen ontmoeten.
Joepie, roepen we bij het opstaan ! De zon is terug van de partij en we besluiten het oude deel van Gruissan te verkennen. Dat valt wel wat tegen. Naar onze mening valt hier niet veel te beleven. Het is ook jammer dat de ruïne die boven de stad uitsteekt wegens onderhoudswerken niet te bezoeken is. Van daaruit kan je pas goed zien dat Gruissan gebouwd is in cirkelvorm, maar deze attractie gaat dus aan onze neus voorbij. In de hoofdstraat is er sprake van enige drukte maar voor de rest is het er (té) kalm. Zou iedereen zich soms vermaken in en rond de artificiële jachthaven? 's Namiddags gaat Trui rond het meer fietsen terwijl ik wat rust en lees in “Het verloren labyrint”. ’s Avonds maken we nog een anderhalf uur durende boottocht waarbij we genieten van de zon op onze huid. We moeten wel oppassen voor zonnebrand want even later komt ook de wind weer in alle hevigheid opsteken
We laten Gruissan achter ons en vertrekken de volgende dag naar Minerve. Volgens de gegevens waar wij over beschikken is dit terug één van Frankrijks mooiste dorpjes. In Minerve zelf mag men niet binnenrijden (met uitzondering van de inwoners) en motorhomes moeten een gans eind buiten de stad parkeren. Vandaar is het nog een heel eind te voet naar het stadje, maar dat geeft ons wel de gelegenheid om de prachtige ruige natuur te bewonderen. Het is pas als we in Minerve rondkuieren dat we bemerken dat er een kortere weg van en naar de parking is. Ook hier valt de rust ons op ; er zijn bijna geen toeristen… Minerve is mooi gelegen middenin “les colinnes”. De natuur heeft hier grondig haar werk gedaan en in de rotswanden twee natuurlijke bruggen uitgeslepen die best de moeite waard zijn om te gaan verkennen. Hier en daar zijn ook nog overblijfselen te vinden van de alomtegenwoordige Katharen.
We besluiten te overnachten in St. Pons de Thomières maar bij aankomst ontdekken we dat de in onze kampeergids vermelde camperplaats verdwenen is. We zoeken tevergeefs maar ze is weg, foetsie….. Een gesprek met een vriendelijke winkelier leert ons dat deze werd opgedoekt wegens vandalisme door de plaatselijke jeugd. Ja, veel plezier valt voor deze jongeren niet te beleven in deze onooglijk kleine dorpen en steden. Niet dat hun gedrag goed te praten is, maar…… We plaatsen ons dan maar onder de platanen waar we al vlug het gezelschap krijgen van enkele andere motorhomes. Na een lekkere maaltijd buiten op een bankje spelen we nog een spelletje petanque. Nu we daar de gelegenheid toe hebben is dit voor ons wel een 'must'. Trouwens, we zijn niet de enige want even later duikt een groep “lokalen" op en ook zij vullen hun tijd met het gooien van de ballen. Het getik van metaal op metaal gaat door tot het té donker wordt om verder te spelen. Tevreden kruipen we in ons beddeke en hebben opnieuw een goede nacht.
De volgende dagen willen we het wat rustiger aan doen en vinden een plekje op de Camping Municipale in St. Chinian. We genieten er van de stilte maar ook van de lekker warme douches. Ook al heeft de camping niet veel om het lijf, hij is wel goed gelegen, proper, goedkoop en vooral héél rustig. Als buur hebben we een flegmatieke Engelsman die reeds enkele maanden op reis is met zijn echtgenote en hun Duitse herder. Bij een glaasje wijn hebben we een heel aangename kennismaking (één van de zovele tijdens onze reis). Doorheen de wijngaarden wandelden we naar het stadje dat niet echt spectaculair is. Onderweg kunnen we ons wel verfrissen in een ondiep riviertje waarvan het ijskoude water uit de bergen komt gestroomd. Ook verfrissend is de rosé waar St. Chinian heel bekend om is. Net zoals zijn bewoners is hij koppig van aard maar wel lekker. Zeker en vast een aanrader ! We horen dat er de volgende dag een "Grand Marché" is op het dorpsplein. Na het zondags ontbijt bezoeken we die "Grand Marché", maar een markt met nog geen 40 kraampjes is in onze ogen een piepklein marktje.
Op maandag bezoeken we vanuit St. Chinian (spreek uit sentchiniang) Roquebrun. Alweer een stadje uit een boekje (un des plus beaux villages de France). Niet al te groot maar best leuk om er een halve dag te vertoeven en mooi gelegen aan een rivier waar kajakken en kanovaren tot de mogelijkheden behoren. We wandelen door de meditterane tuin en vergapen ons aan alle verschillende soorten cactussen.
Daarna rijden we verder naar Olargues. Dit zou terug één van de mooiste dorpjes van Frankrijk zijn, maar wat een tegenvaller ! Er hangt geen sfeer. Komt dit misschien omdat de jaarlijkse kermis net achter de rug is, maar Olargues is vuil, grauw en lijkt uitgestorven. Omdat ook de hemel dezelfde kleur heeft besluiten we hier snel te vertrekken. Maar dat is rapper gezegd dan gedaan. Plots gaan de hemelsluizen open en valt het water met bakken naar beneden. De hevige regenbui duurt zeker een half uur. Plots bedenken we dat onze dakkoepels nog openstaan. Door die hevige bui lopen is echt wel geen optie want de straten zijn gevaarlijk glad. Nadien kunnen we gelukkig vaststellen dat het allemaal nogal meevalt en dat de regen voor ons vanuit een gunstige richting kwam.
Het is pas dinsdag maar het zal volgens de weerberichten zeker slecht weer blijven tot vrijdag. Op aanraden van iemand die we in St. Chinian tegenkwamen vertrekken we naar Collioure, gelegen dichtbij de Spaanse grens, zodat de kans op beter weer toch wat groter is. We moeten door Perpignan maar reeds kilometers op voorhand staan we in file. Een blik op de kaart leert ons dat we ook de kustweg kunnen volgen, zodat we met veel plezier de snelweg verlaten. Ook langs de kust gaat het niet echt snel, dankzij de snelheidsbeperkingen en de vele ronde punten, maar het rijden is minder stresserend. Om 20.10 uur rijden we eindelijk de camperplaats op in Argelès sur mer. Meteen valt ons het bordje op met de vermelding dat de camperplaats enkel toegankelijk is van 07 tot 20 uur. Vermits de (ongezellig ogende) camperplaats al redelijk vol staat besluiten we ons erbij te zetten. We voelen ons als sardienen in een blikje, maar voor één nacht overleven we dit wel. Straks zullen we het stadje gaan verkennen, maar eerst is het tijd voor een laat avondmaal. Omstreeks 22u bemerken we een ongewone drukte op het terrein Nieuwsgierig als we zijn willen we weten wat er gaande is en verlaten ons Hotel Fidel. Buiten ontdekken we een groep van zo'n 30 personen (Fransen, Belgen, Italianen, Spanjaarden) naast een politiecombi. Allemaal luisteren ze aandachtig naar een politieagent die ons de raad geeft daar te vertrekken want overnachten op de camperplaats is verboden. Als dat niet raar is : een camperplaats waar men niet mag overnachten. Wij houden ons een beetje op de vlakte, maar de meeste Fransen worden redelijk boos en dreigen om de volgende dag de stad te blokkeren met een groep MH's. Het verwondert ons niet als we plots vernemen dat de burgemeester eigenaar is van één van de plaatselijke campings. Men wil ons verplichten daar te overnachten maar dat is buiten de waard gerekend. Niemand is zinnens zich te verplaatsen, wij ook niet. "On ne bouge pas!" is op dat ogenblik de leuze van iedereen. De agent deelt mee dat hij normaal gezien 's nachts om 3u. zal terugkeren om boetes uit te schrijven. Op onze vraag hoeveel die bedraagt antwoordt hij : € 11. Nu, dat is nog altijd goedkoper dan een nachtje op camping waarvoor we €42 zouden moeten ophoesten of een nachtje langs de straatkant waarbij we een boete van €35 riskeren. Neen, we gaan niet weg ! We zullen allemaal samen burgelijk ongehoorzaam zijn. Eens zien wat ze zullen doen tegen een groep die vastbesloten is haar rechten(?) te doen gelden. Natuurlijk treft de politieman geen enkele blaam, hij doet ook alleen maar zijn werk. We blijven allemaal staan en slapen als roosjes. De volgende morgen kijken we vlug benieuwd of er iets te vinden is onder onze ruitenwisser, maar vannacht heeft niemand een bekeuring gekregen ! In Argelès sur mer zien ze ons zeker nooit meer terug want het ruikt er verdacht naar Belgische kusttoestanden... als je het ons vraagt.
Onder een vieze motregen vervolgen we onze weg naar Collioure. De zon laat ons nu reeds enkele dagen in de steek. Eenmaal in Collioure aangekomen blijken de weergoden ons niet goed gezind te zijn. In de gietende regen parkeren we ons op de grote parking die even buiten Collioure op een heuvel ligt. Dit kost ons € 7,50/24 uur maar de plaats is zeker zijn prijs waard. Je kan er lozen en water nemen en er zijn ook enkele plaatsen voorzien voor zij die nood hebben aan elektriciteit. Maar het beste is misschien nog wel de constante videobewaking en de aanwezigheid van parkeerwachters die 24u op 24 aanwezig zijn om alles in de gaten te houden. Tevens is er een gratis busdienst die van 8 tot 19 u van en naar het centrum pendelt. Maar goed ook, want te voet duurt de afdaling tot in het centrum al vlug zo'n 45 minuten, om dan nog niet te spreken van de klim terug. We besluiten niet langer te wachten en trekken gewapend met regenjas, pull en paraplu naar het centrum. Een klein half uurtje later breekt de zon stralend door het wolkendek. Daar staan we dan, ingeduffeld alsof we een poolexpeditie gaan ondernemen. Gelukkig zijn we voorzien van een rugzak met zomerse kleren die we dan ook aantrekken na een lekkere maaltijd op een druk terrasje. Reeds dagen verlangt Trui naar een pizza en hier hebben ze keuze genoeg. Terwijl zij smult eet ik een portie Catalaanse mosselen waarbij duimen en vingers worden afgelikt. We hebben een echt vakantiegevoel in Collioure ! We slenteren door het mooie oude stadsgedeelte en kuieren op het strand. In de leuke kleurige straatjes bewonderen we het werk van diverse kunstenaars (schilders en pottenbakkers), rusten regelmatig op een zuiders terrasje en ontdekken dat er genoeg mogelijkheden zijn om de inwendige mens te versterken. De dag erop brengen we een bezoekje aan de plaatselijke burcht maar dat is weggegooid geld. We laten het niet aan ons hart komen en bezoeken een fototentoonstelling over het boerenleven en de wijnbouw. Daarna duiken we ergens binnen om Banyuls te proeven. Dit is een aperitiefwijn genoemd naar het stadje Banyuls dat net naast Collioure ligt. Het smaakt, dus kopen we rode en witte Banyuls (deze laatste past perfect bij een voorgerecht als foie-gras of kan gebruikt worden als desertwijn). Een lekker souvenir !
We verlaten in de late namiddag Collioure en gaan richting Fleurie les Cabannes, een tussenstop om zo wat dichter bij Béziers te zijn. Ook daar is de camperplaats ondanks protest van de handelaars opgedoekt.Gelukkig kunnen we naast een riviertje staan bij enkele andere mobilhomes. Het blijkt privé grond te zijn van een plaatselijke landbouwer maar die heeft geen bezwaar tegen onze aanwezigheid. Gelukkig maar. Na een min of meer rumoerige nacht (blijkbaar is er vlakbij een camping waar men het nodig vindt om tot in de late uurtjes luide muziek te maken), gaan we richting Béziers.Een parking vinden is er niet evident. We vinden Béziers wat overroepen en blijven er niet te lang hangen. Na een bezoekje aan de 9 sluizen vertrekken we naar waar Fidelleke ons brengt. Pézenas is onze volgende stop, een stad met een middeleeuwse kern die bekend staat om zijn mooie deuren. Je kan er uren kuieren en genieten. Voor fotografiefanaten is dit echt het Mekka. In de buurt van Pézenas vinden we een dorpje met een camperplaats (vraag ons de naam niet want die zijn we vergeten op te schrijven). Het is er rustig en we staan met een 5-tal motorhomes. Dankzij de rust hebben we wat verloren slaap kunnen inhalen en zijn we fris opgestaan om naar St. Guilhem le désert te vertrekken. Eerst nog een fotostop bij "Le pont du diable". In St. Guilhem le désert is het moeilijk om parking te vinden dus rijden we een stukje door. Trui geniet eerst van een verfrissende duik in een riviertje terwijl ik wat verder lees in "het verloren labyrint". In de vroege namiddag fietsen we dan naar St.Guilhem le désert. Iemand zei ons dat het de moeite niet waard was maar vinden het tegendeel. Zo zie je maar dat iedereen wel een andere mening kan hebben. Wij blijven daar in de buurt overnachten en stilletjes aan moeten we beginnen denken aan de terugreis. Mooie liedjes duren inderdaad niet lang!
Via la Couvertoirade, een klein tempeliersdorp waar we iets eten, en "Les gorges du Tarn" komen we uiteindelijk in Millau aan, waar we de brug met eigen ogen aanschouwen. We overnachten in St.Flours en rijden de volgende dag zonder ongelukken terug naar huis, het einde van een drie weken durende vakantie.
Nadat voor Trui de werkweek er op zit vertrekken we op vrijdagavond 16 september nog naar Diskmuide om er in de streek het weekend door te brengen. We parkeren ons vlak bij de alom bekende IJzertoren en genieten er van een rustige nacht.
Onder een stralend blauwe hemel gaan we ’s voormiddags in Diksmuide de stadswandeling maken. Deze “stadslink” kan je gemakkelijk volgen door de aangebrachte koperen nagels in de grond. Je komt er via de Grote Markt, waar het mannetje in de maan een plaats heeft gevonden, en diverse steegjes en straten voorbij de bezienswaardigheden van Diksmuide. Deze 2,9 lange wandeling doen we op het gemak ; het is mooi weer en er zit niemand achter ons aan. Het bekoorlijk kleine begijnhof en de bloemmolens zijn zeker en vast een bezoek waard. Vergeten we ook niet de mooie trapgevels van diverse huizen te vermelden.
In de namiddag nemen we onze fiets en gaan de “Dodengang” bezoeken. Deze dodengang was een vooruitgeschoven loopgravennetwerk tijdens de grote oorlog 1914-1918. Dit monument is gratis toegankelijk en speelt wel in op de gevoelens. We worden er beiden wat stil van. Een vreselijke tijd moet dat geweest zijn! Na een bezoek van ongeveer een uur fietsen we beladen met heel wat indrukken verder naar Stuivekenskerke ( één van de 15 mooiste dorpen van Vlaanderen). Fietsend langs de Ijzer valt het wel op hoe rustig het hier is. We genieten van mooie vergezichten, hier en daar even onderbroken door een prachtige hoeve. Ja, het hinterland heeft zijn charmes. We stoppen in de enige herberg van Stuivekenskerke voor een drankje en fietsen dan verder richting Pervijze om vervolgens via de oude spoorwegbedding (“Frontzadelpad” of in het plaatselijk dialect "Frontsoate") terug te keren naar Diksmuide.
We beslissen om met onze motorhome verder door te rijden naar Veurne waar we een plaatsje vinden aan de jachthaven. We eten nog een wokgerechtje en gaan wat later moe en tevreden naar ons bedje.
We ontwaken bij een redelijk open hemel en nemen ruim de tijd om te ontbijten. Vervolgens gaan we te voet Veurne verkennen. Jammer dat zo’n mooie grote markt ontsierd wordt door schreeuwlelijke reclames aan de diverse trapgevels. Foto’s nemen zit er daarom niet echt in. In de namiddag fietsen we langs de Loovaart naar Steenkerke. Niet alleen woont in dit rustig dorpje Willem Vermandere (zanger, beeldhouwer, kunstenaar), hier is tevens een Belgisch soldatenkerkhof met honderden zerken van piepjonge soldaten die uit alle windstreken van Belgie kwamen om hier in de streek te vechten, en jammer genoeg te sneuvelen, tijdens de grote oorlog.
Later op de middag rijden we nog naar Vladslo om daar het Duitse kerkhof te bezoeken en eventjes stil te worden bij het “treurend ouderpaar”, een beeldhouwwerk van de Duitse Käthe Kollwitz. Ze ontwierp deze sculpturen uit verdriet en liefde voor
haar 18-jarige zoon Peter die sneuvelde nabij Diksmuide en in Vladslo begraven werd.
Dan wordt het stilaan tijd om de neus van onze motorhome richting huis te richten. Na een rustige rit komen we veilig en wel thuis.
Het was alweer een geslaagd weekendje met Hotel Fidel.
In de vooravond vertrokken we met onze Fidel richting Doel.Daar hadden we afgesproken met een 35-tal andere campersiters om er het weekend door te brengen. Eens aangekomen bleek dat wij de laatste waren.Terwijl de enen deftig kennis maakten met de nieuwe gezichten die talrijk waren opgekomen stonden anderen reeds te keuvelen met oude bekenden. De sfeer zat er goed in ; iedereen had wel iets uitgehaald om te drinken of te knabbelen. Het bleef droog zodat we toch tot de late uurtjes buiten konden blijven. Omstreeks middernacht (of was het erna ?) ging iedereen toch richting bedstee.
De volgende morgen werden we wakker in de gietende regen.Ditmaal waren de weergoden ons blijkbaar niet goed gezind. Met personenwagen en een minibus (dank u, Bernard) ging het richting Deurgangdok waar we verwelkomd werden met een kop koffie. In de werfkeet waren de sporen van de dijkbreuk van begin deze week niet meer te zien maar buiten was het overal modder en zand. Men kon nog duidelijk zien hoe hoog het water er heeft gestaan.
We kregen er een powerpoint voorstelling van de werken aan het Deurgangdok en nadien was er tijd om vragen te stellen. Het is bijna niet te vatten welke omvangrijke werkzaamheden daar reeds gebeurd zijn.Na nog een voorstelling over het hoe en waarom van dit dok konden we samen de tocht te voet aanvatten voor het eigenlijke bezoek aan het dok, ook al was het nog steeds hevig aan het regenen.Op de plaats waar we het dok zouden binnengaan werden we tegengehouden door een werfleider.Blijkbaar was men nog steeds bezig met het versterken van de dijkbreuk en aangezien er nogal wat grote voertuigen en machines rondreden was het niet aan te raden om zonder veiligheidskledij, die we natuurlijk niet bij ons hadden, de voorziene trip aan te vangen.Iedereen had daarbegrip voor.Het Deurgangdok loopt immers niet weg en er komen nog genoeg andere momenten om dit ooit eens te bezoeken. Enkele dapperen keerden met de apostelpaarden terug naar de parking die ons door de gemeente ter beschikking was gesteld.
In de namiddag werd een wandeling gemaakt door Doel zelf.Er hangt een eigenaardige sfeer doordat zoveel huizen leeg staan en duidelijk sporen tonen van plundering en vandalisme.Andere leegstaande woningen worden bewoond door mensen van verschillende pluimage.Het was een bijna surrealistische wandeling.
Tegen de avond gingen we allen samen naar de molen en het bijhorende restaurant waar de inwendige mens werd versterkt.Een waar genot voor de smaakpapillen en een mooie afsluiter van alweer een leuke dag.
Zondag deed zijn naam alle eer aan want onder een stralende hemel vertrokken we met zijn allen naar Lillo.Daarvoor maakten we gebruik van de gratis veerboot.We genoten van onze rustige tocht in dit mooie plaatsje.De hoge dijken accentueren duidelijk de stervorm van Lillo-Fort, geïnspireerd op ontwerpen van Vauban in de Napoleontische tijd.Lillo is klein maar fijn.Er staan mooie huizen en zelfs een kruitopslagplaats die men volop aan het restaureren is.We genoten met zijn allen op een terras van een zomers aperitiefje om daarna terug te keren naar Doel.Na het ietwat late middagmaal voelden enkelen zich geroepen om depetanqueballen boven te halen.Het spel zelf ging vergezeld van drank, koekjes en zelfgebakken cake.De sfeer zat er goed in en er werd heel wat gelachen.Tegen de avond begon iedereen zich klaar te maken om huiswaarts te keren na alweer een geslaagd weekend !
Blijkbaar zijn de goden ons alweer goedgezind want we hebben een stralende dag achter de rug als we bij valavond ons Fidelleke naar Maredsous sturen. Alex heeft er in overleg met één der Paters toestemming gekregen om op een gedeelte van deparking van de abdijeen campersiteweekend door te brengen.We zijn met zo’n 34 motorhomes en staan met zijn allen geparkeerd in twee lange rijen. Er heerst reeds een gezellige drukte als wij omstreeks 21 uur aankomen. Er zijn bekenden maar ook veel nieuwe gezichten, en blijkbaar drank en hapjes genoeg voor iedereen, dus dat belooft voor het weekend.
Op zaterdag zijn er voor de liefhebbers twee wandelingen voorzien.Onder een staalblauwe hemel vertrekt rond 10 uur een groepje enthousiastelingen voor de eerste wandeling terwijl anderen dan weer bij de motorhomes blijven en genieten van de prachtige locatie en elkaars gezelschap.De aanwezige honden kunnen ondertussen ongestoord spelen op het gras.Ik maak van de gelegenheid gebruik om het ontvangstcentrum van de abdij te gaan bekijken maar besluit algauw om er niets aan te schaffen.De paterkes kennen namelijk hun prijs.
Na het aperitief en middagmaal start een tweede wandeling.Het is een mooie panoramische tocht waarbij men op een bepaalde plaats zowel de abdij van Madredet als die van Maredsous kan zien.Van fotogeniek gesproken…Tijdens de wandeling door het glooiende landschap wordt volop genoten van het prachtige kleurenspel dat door de herfst op de bomen wordt geschilderd.Eens terug aan ons rijdend huis is het tijd om de hongerigen en dorstigen te laven. Uit iedere motorhome komt wel iets tevoorschijn : cakes, koekjes, taarten, verschillende soorten drank…De prachtige vooravond zorgt ervoor dat het buiten heerlijk zitten is.’s Avonds, zo rond een uur of negen, speelt zich boven onze hoofden een fantastisch schouwspel af van fonkelende sterren en sterrennevels.Iets waar men stil van wordt en zich nietig bij voelt.Als klap op de vuurpijl worden we ook nog getrakteerd op een vallende ster.Niet iedereen heeft die gezien (sommigen waren immers in hun glas aan het staren), maar de gelukkigen deden vlug een wens en voelden zich even heel nauw met elkaar verbonden…
Moe maar voldaan zoeken we daarna onze bedstee op.
Zondag is het zowaar nog zonniger dan de vorige dagen.Vandaag staan er twee wandelingen op het programma : een forse van zo'n 12 km en een kleinere van ongeveer 6 km. Trui sluit zich aan bij de grote meerderheid die voor de korte wandeling kiest. Ikzelf blijf bij de motorhome en praat wat met de andere achterblijvers. De zon en de rust doen enorm veel deugd. Na de terugkeer van de wandelaars wordt er nog wat verbroederd maar als een al té uiverige parkeerwachter ons komt melden dat we omstreeks 15 uur moeten vertrekken begint zowat iedereen op te ruimen en wordt de terugtocht aangevat. Het was alweer een weekend om nooit te vergeten.
Woensdagavond, na een lange rit met wat hindernissen (file, zoektocht naar diesel), besluiten we omstreeks 23 uurte stoppen in Virton.We rijden door een stuk bos en parkeren nabij het bungalowpark. Het is er zeer rustig staan en beiden genieten we van een goede nachtrust.
De morgen maakt ons meteen blij met een staalblauwe hemel en een zon die uit volle kracht schijnt.Wat kan een mens zich nog meer wensen. We rijden richting Torgny.Dit zuidelijk gelegen dorpje kan ons echt wel bekoren en doet inderdaad een beetje aan de Provence denken.We kuieren op ons gemak wat rond, nemen een aperitiefje en genieten.
Daarna gaat het verder naar het Franse dorp Marville met zijn 16e-eeuwse begraafplaats annex knekelhuis. We bereiken het kerkhof pas na een steile klim maar het is echt wel de moeite waard om te doen, vooral nu het 1 november is en bijna alle graven worden opgesmukt met bloemstukken. Typisch Frans, dat wel, met kunststofbloemen in schreeuwlelijke kleuren die wedijveren met de natuurlijk pracht van echte bloemen. Het oude kapelletje is open en binnenin staan eeuwenoude grafzerken te pronken. Buiten is het een komen en gaan van mensen.De oude grafzerken zijn ware pareltjes ; hier kan de (amateur)fotograaf zijn hartje ophalen. Het knekelhuis met daarin meer dan 40.000 beenderen en schedels lijkt op het eerste zicht misschien wat eigenaardig maar is zeker niet luguber.Het opschrift erbij luidt : “ Wij waren als U - U wordt zoals ons - Gedenk ons in Uw gebeden.”Daarna wandelen we tot in het centrum van dit stadje.Marville lijkt wel een spookstad met zijn verlaten straten en oude zandstenen huizen.Hier en daar staan er enkele prachtig gerestaureerde exemplaren tussen en die zijn wel een streling voor het oog . Zoals een brochure vermeldt heeft Marville (metde nodige verbeelding) inderdaad iets mee van een Spaans dorpje.
We besluiten om door te rijden naar Montauban om de citadel te gaan bekijken.We komen aan omstreeks 16 uur.Als we tickets willen aanschaffen bemerken we dat de toegang tot de rempards om 16.30 uur sluit.Omdat het al vroeg donker wordt gaan we dan maar wandelen in het kleine dorpje dat binnen de muren van de citadel ligt. Hier is nog veel restauratiewerk nodig maar desondanks heeft het zijn charmes. Na de inwendige mens te hebben voorzien van een drankje rijden we door tot Avioth.Daar willen we een bezoek brengen aan de replica van de kathedraal van Reims.We vinden er echter geen enkele vlakke plaats om te overnachten zodat we doorrijden tot Orval.Daar kunnen we de nacht doorbrengen op de parkeerstrook voor de abdij.Om te gaan slapen is het nu nog te vroeg dus gaanwe eerst iets drinken in het vlakbij gelegen café/restaurant “Ange Gardien”.Trui kiest voor een maitrank (een licht aperitiefje) terwijl ik resoluut kies voor een echte Orval. Na een avondmaal in Fidel is het tijd geworden om onze beddenbak te gaan opzoeken.Het is ongeveer 22 uur en pikdonker.De klokken hebben een laatste maal geluid rond 20.30 uur en nu is het ongelooflijk stil.Het belooft een zalige nacht te worden.
De volgende morgen nemen we ruim de tijd voor het ontbijt, waarna we ons klaarmaken om op het gemak de ruines van de abdij te gaan bezoeken. Op allerhande informatiepanelen wordt de historie achter deze plaats duidelijk uitgelegd. We genieten van al dat moois en ook hier kunnen de fototoestellen niet werkloos blijven.Ook het museum is de moeite waard.
Na de obligate aankoop van een kartonnetje Orval gaat het verder richting Florenville waar men achter de kerk een mooi panoramisch uitzicht heeft over de loop van de Semois. Het is er ons echter te druk en veel speciaals valt er niet te zien.Na wat inkopen te hebben gedaan rijden we door naar Chassepiere, een onooglijk klein dorpje waar een typisch Ardense sfeer hangt.Als je rond het prachtige kerkje wandelt wordt je alweer beloond met een adembenemend uitzicht op het landschap.Enkele zeer oude grafstenen maken het geheel af.
Onze eindbestemming voor vandaag is Muno waar we een grote parking (zonder voorzieningen) vinden op de plaats van het oude station.Vandaar heb je zicht op het dorp en het is er heerlijk rustig.Na het avondmaal wagen we ons aan een spelletje Uno waarin Trui de bovenhand haalt. Omstreeks 23 uur gaan we slapen doch we worden eventjes later gewekt door een tweede motorhome die ook de weg hier naartoe heeft gevonden en zich naast ons parkeert.Gelukkig kunnen we onmiddellijk de slaap weer vatten.
De volgende morgen gaan we op pad en volgen de oude spoorwegbedding tot aan het natuurreservaat xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />La Roche d’appel. De wandelpaden zijn hier niet zo goed aangegeven zodat we ons niet al te ver wagen. We wandelen tot aan de picknickplaats en keren dan op het gemak terug terwijl we genieten van de kleurrijke klederdracht van de bomen.
Herbeumont wordt onze laatste stopplaats.Bij aankomst blijken er al zo’n 20 motorhomes te staan maar we zien wel geen enkele Campersite-sticker (waar is iedereen naartoe ?).We besluiten de omgeving eens te verkennen en volgen de pijlen naar de 12e-eeuwse ruines van het kasteel.Deze site blijkt echter afgesloten te zijn voor het publiek wegens rigoureuze werkzaamheden. Veiligheid boven alles !!We beginnen dan maar aan een andere uitgestippelde wandeling naar de Vannes de Conques.Tijdens het eerste stuk moeten we de hoofdweg volgen om tenslotte langs een camping te passeren alvorens we het bos kunnen induiken.De Vannes de Conques blijkt niet zoveel om het lijf te hebben.Er zijn enkele fotogenieke plekjes maar toch kan deze wandeling ons maar weinig bekoren.Eens terug op de camperplaatskomen we enkel oude bekenden tegen, nl. Erin met zijn vrouwtje en hun hond Zirka.Het wordt een gezellig weerzien. ‘s Avonds gaan we iets eten in Le Randonneur, een zaak die pas sedert juni geopend is. We blijken de enige gasten te zijn maar het eten is voortreffelijk .Een geslaagde laatste avond.
Fit staan we ‘s zondags op om onze laatste wandeling van dit lang weekend te maken.De route Les Crêtes brengt ons langs de bochten van de Semois en we krijgen een steeds afwisselend panorama voorgeschoteld.Het is een niet al te zware wandeling door een sprookjesachtig uitziend bos.We genieten van de geuren en kleuren van de herfst…en dan is het echt wel tijd om terug naar huis te gaan.Dit was waarschijnlijk onze laatste uitstap van dit jaar en alweer was het de moeite waard ! Foto's zien? http://picasaweb.google.nl/fidelleke/ZuidelijkBelgi
Na een treffen in Stabroek, met o.a. een bedrijfsbezoek aan mouterij Dingemans en enkele streekwandelingen, volgde een minitrip naar Hasselt. Daar bezochten we enkele vrienden, ontdekten het Jenevermuseumen sloten het weekend af met een uitstap in de Olmense Zoo. Nu het Paasweekend is aangebroken hebben we de gelegenheid om er weer eens voor een lang weekend op uit te trekken. De geplande uitstap naar de Champage wordt uitgesteld tot een volgende keer want de voorspelde regen gooit roet in het eten. Maar... men heeft sneeuw voorspeld in ons eigen Belgenlandje en dat willen we voor geen geld missen. Fidel zal ons naar de Oostkantons en de Hoge Venen brengen.
Onder een staalblauwe hemel profiteer ik ervan om alles in gereedheid te brengen voor onze eerste “ sneeuwtrip”.
Trui stopt met werken omstreeks 18 uur zodat het wat laat wordt om te vertrekken, maar geen nood, we zijn op vakantie en doen alles rustig aan. Omstreeks 23.15 u. komen we aan in Burg Reuland. Er ligt sneeuw en dat was net wat we wilden. Zonder te talmen zoeken we onze alkoof op want morgen is het vroeg dag en we willen optimaal genieten van de sneeuw en de korte vakantie.
Na een korte nacht worden we rond 7 uur gewekt door een ratelend geluid. Het blijkt de plaatselijke jeugd te zijn die aan het “klepperen” is. In groep en gewapend met ratels en houten tuigjes die een enorm lawaai maken gaan de kinderen zingend van deur tot deur om eieren of snoep.
Het ratelend geluid vervangt de klokken die naar Rome zijn vertrokken. Het is een aloude traditie die hier nog in ere wordt gehouden. Na het ontbijt steken we ons licht op in het plaatselijk infokantoor en krijgen van een vriendelijke dame enkele brochures aangeboden. Er zit een verkenningstocht tussen van zo’n 5 km. en we besluiten deze wandeling te maken die ons in de gelegenheid stelt de omgeving van het kleine maar schilderachtige Burg Reuland te verkennen.
Via het poortgewelf van het huis Zeyen gaat men over de Ulm en volgt de nogal steile kruisweg naar het dorpje Weweler dat prachtig gelegen is op een heuvel. Van hieruit heeft men een prachtig zicht op de omgeving, en met de verse sneeuw van deze nacht is het een pareltje. De St Hubertuskerk is reeds van ver te zien. Een ommetje rond dit mooikerkje loont de moeite want er zijn enkele monumentale graven te bewonderen. Na wat geglibber op een met sneeuw bezaaid landweggetje komen we aan op de hoofdweg die we na enkele meters verlaten om dan via de oude spoorbedding terug naar Burg Reuland te gaan. Daar bewonderen we enkele prachtige woningen en werpen een blik in het plaatselijke kerkje aan dat men duchtig aan het renoveren is. De verfgeur is overweldigend. Er wordt overvloedig bladgoud gebruiktom de ornamenten te versieren . Binnenin de kerk staat een zwart marmerensarcofaag met levengrote afbeeldingen van Balthazar von Pallant (+1625) en zijn vrouw Elisabeth von Millendonck (+1614). Daarna gaan we de burcht bezoeken die door de Heren van Reuland in 1148 werd opgetrokken en zijn naam gaf aan dit rustig dorpje. Na deze wandeling doorheen een besneeuwd landschap sturen we Fidel richting Ouren.
Kort na de middag komen we in deze oase van rust terecht. Eens over de brug is er direct rechts een parking met kiezeltjes en daar kan men gerust parkeren. We stonden er trouwens niet alleen. We vatten de blauwe kruisjeswandeling aan van zo’n 8 km" w:st="on">8 km. Deze tocht moet ons zowel naar Luxemburg als Duitland brengen en passeert onderweg langs het Europamonument.
Na zowat een half uurtje gewandeld te hebben moeten we onverrichterzake rechtsomkeer maken. De wegen zijn door de smeltende sneeuw onbegaanbaar geworden en alles is herschapen in een grote modderpoel. Aangezien we door de bossen moeten en we de weg hier niet kennen staken we deze nochtans veelbelovende wandeling. Vooraleer een nieuwe tocht aan te vatten gaan we in een plaatselijk hotel genieten van een koffie/warme chocomelk en een taartpunt. We worden bediend door een norse eigenaar wat opvalt want het is de eerste keer dit weekend dat we niet vriendelijk behandeld worden. Nu we weer wat energie hebben opgedaan volgen we de gewone wegen naar het Europamonument, is aan het meest zuidelijke punt van het dorp waar de grondgebieden van België,Duitsland en het Groothertogdom Luxemburg samenkomen. Het monument, dat er wat verwaarloosd en desolaat bij ligt, bestaat uit vijf rotsblokken van een verschillend materiaal en staat symbool voor de landen die in 1977, bij de inwijding van het monument, de Europese Gemeenschap vormden . De rotsblokken staan in een wijde kring rond een centrale steen die de namen draagt van de ondertekenaars van het Verdrag van Rome. Via de Georg Wagner-brug, een klein houten brugje dat werd opgedragen aan de initiatiefnemer van deze gedenkplaats, kom je vanuit België in Duitsland terecht. De landsgrens ligt namelijk pal in het midden van dit bruggetje en midden in de rivier Our. Vermoeid keren we terug naar de motorhome en rijden door tot Recht waar we bij de plaatselijke Pizzeria een overnachtingsplaats vinden. We besluiten onszelf te verwennen met een etentje. De Jagerschnitzel en de pizza met biefstukjes zijn lekker en betaalbaar. Ook over de bediening valt niet te klagen. Als je dit wenst gebeurt die zelfs in het Nederlands en de uitbaters zijn heel vriendelijk en behulpzaam. Dit eethuisje is zeker een aanrader. De parking is groot en rustig gelegen en we mogen er zonder problemen overnachten.
Het is Pasen enwe nemen ruim de tijd om te ontbijten. Overal om ons heen ligt sneeuw en dat stemt ons beiden vrolijk. We rijden richting Sourbrodt en dachten dat we er via de afslag Francorchamps zonder problemen zouden geraken, maar niets is minder waar.. . Overal staan auto’s geparkeerd en de weg is totaal niet vrijgemaakt. Rijden wordt hier glijden, het lijkt precies een mierennest, iedereen is op zoek naar een parkeerplaats en mensen lopen daar waar ze maar kunnen. Met Fidel is het geen evidentie om hier te rijden. Algauw komt er uit tegenovergestelde richting een motorhome aan en de vriendelijke chauffeur laat ons weten dat doorrijden geen zin heeft, alles zit muurvast. Gelukkig kunnen we 50 meter verder rechtsomkeer maken. Tja, dan maar een stad gaan bezoeken, denken we. Fidel gaat richting Spa als we zien dat de weg richting Baraque Michel volledig vrij is gemaakt.Zonder dralenkiezen we die richting.Op de Baraque Michel is het aangenaam druk.Gelukkig vinden we een parkeerplaatsje langs de kant van de weg en houdt de politie een oogje in het zeil.Foutparkeerders worden zonder pardon aangepakt.
Het is er prachtig, er ligt een dikke sneeuwlaag en de hemel is staalblauw.Wat moet een mens nog meer?Goed ingeduffeld vertrekken we voor een wandeling. We staan geparkeerd aan Mont Rigi en slaan algauw Le Fagne de Poleûr in. Dit veen is zo’n 54 ha groot en er is een mooi wandelpad in aangebracht. Via de besneeuwde houten wandelpaden komt men aan de rand van het veen en daar moeten we met een steile klim het bos in. Overal zijn er doorkijkjes en telkens opnieuw valt op hoe prachtig het veen erbij ligt met zijn sneeuwdeken. Overweldigend is het en praten doen we niet zoveel, we genieten en nemen op tijd en stond foto’s. We dalen terug af en gaan verder via de grote wandelpaden. Langlaufers doen hun best om op de latten te blijven en voetgangers bekijken met een lach de capriolen van sommige onder hen. Iedereen is uitgelaten en blij, het decor is dan ook prachtig.
Na een fikse en deugddoende wandeling stoppen we aan de herberg Baraque Michel. Dit café-restaurant is ongetwijfeld een van de beroemdste herbergen van België en de bekendste in het buitenland.
Zijn geschiedenis begint in het jaar 1798, toen Michel Schmitz, een Duitser die zich interesseerde in het veenmoeras, in Herbestier-Jalhay kwam wonen. Hij hield ervan om in de eenzaamheid van deze ruwe en betoverende landschappen rond te dwalen. Daar bouwde hij een primitieve hut met behulp van klei, turf en graszodes. Hij leefde er als een kluizenaar die zowel behulpzame als winstgevende activiteiten uitoefende ten behoeve van de reizigers die deze strategische weg van Eupen naar Malmedy volgden. Het succes van deze onderneming zette hem hoogst waarschijnlijk ertoe aan om een stenen huis te bouwen, dat weliswaar wel niet erg comfortabel was, maar toch kon dienen als nachtverblijf of tussenstop.
In de winter van 1819 raakte een notabele uit Malmedy-Rondchêne verdwaald tijdens een jachtpartij. Hij werd in extremis opgevangen door de bewoners van de Baraque Michel en ontsnapte op die manier aan een gewisse dood. Ridder Hendrik-Toussaint Fischbach wou zijn dankbaarheid betuigen voor de hulp aan zijn schoonvader en deed het nodige om de woning in 1826 om te vormen tot een aangename herberg.
Aan de voorgevel liet hij een klok ophangen die diende als oriëntatiepunt voor wie in de mist de weg kwijt raakte. Veel reizigers groeten „de klok der verdwaalden", die bij slechte weersomstandigheden geluid werd door familieleden van Schmitz en later door hun opvolgers. De namen van de overlevenden werden opgetekend in een register, dat ook „Livre de fer" genoemd werd. Daar genieten we van een lekker biertje, een witte van Francorchamps en een Cuvée Baraque Michel. Dat laatste is een mooi amberkleurig biertje van 8° met een lekkere afdronk, enkel te verkrijgen in een fles van 75 cl maar zeker een aarader voor wie van lekkere biertje houdt. We gaan terug naar Mont Rigi en halen de Yahtzee boven in afwachting van een plaatsje op de parking tegenover de herberg. Ondanks het feit dat we langs de grote baan Verviers Malmédy staan is het er die nacht erg rustig.
Op Paasmaandag zijn we benieuwd welk weer het is.We schuiven het gordijntje open en ontdekken een grijze en bewolkte hemel.Deze nacht is er ook een flink pak sneeuw bijgevallen.We zijn een beetje bezorgd dat we in zulk weer huiswaarts zullen moeten rijden, maar dat zijn zorgen voor later. In enkele minuutjes tijd staat de parking tjokvol.Gelukkig houdt de politie een oogje in het zeil want anders waren we gegarandeerd ingesloten.Sommige autobestuurders parkeren hun voertuig waar het hen best uitkomt en houden totaal geen rekening met anderen. Na het ontbijt maken we eerst een kleine rondwandeling die we moeten aanpassen door de geringe zichtbaarheid (er duikt plots zware mist op) en de staat van de wandelpaden. Na deze korte wandeling gaan we een aperitiefje drinken in de herberg om daarna een tweede wandeling aan te vatten.Het is moeilijk wandelen, de loopplanken zijn goed ondergesneeuwd maar mits een beetje opletten is het best te doen. Het ziet er allemaal sprookjesachtig uit, net alsof iemand er reuzengrote marshmallows heeft neergepoot. We krijgen er maar niet genoeg van. De oorverdovende stilte, de zon die af en toe komt piepen en een natuurpracht zoals men ze maar zelden ziet. Alhoewel het op de parking een drukte van jewelste was blijkt dat tijdens onze wandeling nogal mee te vallen. Slechts nu en dan kruisen we enkele wandelaars die eveneens aan het genieten zijn van deze buitenkans. Er zijn duidelijk meer langlaufers dan wandelaars. Onze wandeling blijkt groter dan gedacht want blijkbaar hebben we een mix gemaakt van twee uitgestippelde tochten zodat de geplande 2,5 km er uiteindelijk 6 worden. Op de lange duur is het moeilijk gaan in de sneeuw en we beginnen het beiden te voelen in onze benen. Maar de inspanning was de moeite waard en we werden beloond met veel moois. Na het in de motorhome verorberen van een tas hete soep wordt het tijd om aan terugrijden te denken. Het is redelijk rustig op de autosnelweg maar we krijgen zowat alle weersomstandigheden over ons heen.Regen wordt gevolgd doorsneeuw, waarna het gaat hagelen terwijl de zon schijnt, en er staat een strakke wind.Blijkbaar worden alle registers opengetrokken. Het vergt wat inspanning om veilig naar huis te rijden maar zo’n 4 uur later houdt Fidel halt bij onze woonst. Een driedaagse trip is voorbij en we hebben er met volle teugen van genoten.
Rijkelijk laat vertrekken we richting Mareuil sur Ay, iets onder Epernay gelegen. Omstreeks 23 uur zijn we ter plaatse en zoals we al vreesden is alles er volzet. In onze campergids staat dat er 4 plaatsen zijn maar deze zijn ondertussen opgelopen tot 9. Gelukkig kunnen we met onze Fidel op een normale parkeerstrook aan de rand plaatsnemen, blijkbaar dus goed dat er ook kleinere motorhomes bestaan.
's Morgens doet de zon haar uiterste best om de nevel en de mist op te lossen en dus beloofd het een mooie dag te worden. Na het obligate stokbrood gaat het richting Epernay waar we het huis Mercier wensen te bezoeken. De Avenue Champagne is momenteel een bouwwerf maar nu reeds is het te zien dat, eens de werken ten einde zullen zijn, het een statige Avenue, die naam waardig, zal worden. We komen pas rond 11.30 aan bij het huis Mercier en de laatste rondleiding van de voormiddag is reeds begonnen, dus moeten we onverichterzake terugkeren om 14 uur. We besluiten dan maar wat te kuieren door Epernay dat eigenlijk heel weinig om het lijf heeft. We nemen een aperitiefje en eten een kleinigheid om de tijd wat te doden en om 14 uur staan we terug bij Mercier. Het eerste wat opvalt is het immens grote vat dat in de inkomhal staat en waar zo'n 213000 flessen champagne in bewaard kunnen worden. 20 jaar werd er aan gewerkt en 150 eiken werden uit Hongarije naar Frankrijk gehaald, iets wat in die tijd (1869) zeker geen evidentie zal geweest zijn. Het vat werd ter ere van de wereldtentoonstelling in 1889 door 24 ossen en 18 paarden naar Parijs gebracht, al moesten er wel enkele huizen worden aangekocht én afgebroken om die kolos toch maar ter plaatse te krijgen. Mercier was zijn tijd ver vooruit op het vlak van publiciteit. Zo was er tijdens de wereldtentoonstelling ook een luchtballon met zijn reclame en in het paviljoen van Mercier werd de allereerste reclamefilm over het maken van Champagne vertoond. Nu nog is een bezoek aan de 18 kilometers lange kelders in het huis Mercier een ervaring; Truivoelt zich net als in een pretpark. Eerst worden we getrakteerd op een filmpje om vervolgens met een lift 30 meter onder de grond te gaan. Ook dat is een ervaring want met een klank- en lichtspel worden de bezoekers zoet gehouden. Eenmaal in de kelders aangekomen, waar een constante temperatuur van 10°c heerst en een vochtigheidspercentage van 90% gaat het via een lasergestuurde trein door de verschillende gangen waar miljoenen flessen liggen te wachten en rijpen tot ze klaar zijn voor consumptie en wereldwijd verkocht worden. Als men dan bedenkt dat alle gangen met de hand uitgehouwen werden sta je toch eventjes bij stil wat een labeur dat moet geweest zijn. Na de rondrit krijgt iedereen een glas champagne aangeboden. Zo eindigt ons bezoek aan huis Mercier
Na ons bezoek aan Epernay gaan we naat Hautvillers waar we een plaatsje vinden op de kleine parking van het dorp. Eventjes binnenwippen in het toerismebureau en daar krijgen we een mapje met verschillende wandelingen uit de streek. De wandeling rond en door Hautvillers neemt ons mee op ontdekkingstocht. Dit kleine dorpje doet bijwijlen zuiders aan, een andere keer waant men zich in een Duits wijngebied, mede door de 140 gietijzeren uithangborden die her en der aan de gevels zijn bevestigd. In het dorpje is er tevens een Lavoir (openbare wasplaats) en valt het op dat alles er heel netjes is. Het is er een oase van rust. In de plaatselijke kerk ligt ook het graf van Dom Perignon dat we natuurlijk ook eens gaan bekijken. Na onze leuke wandeling beslissen we om daar ter plaatse te blijven en op voormeld parking te blijven overnachten.
We besluiten de volgende morgen om buiten te eten aan de grote picknicktafel die daar door een Duits bevriend dorp is neergezet. Het is nog vrij kalm en alvorens we de omliggende dorpjes zullen bezoeken genieten we van een heerlijk Frans stokbrood met lekkere boter. We nemen ruim de tijd en genieten van het uitzicht. Het is wel een beetje jammer dat de wijnstokken nog maar pas beginnen uit te lopen en de wijngaarden er wat kaal bijliggen, maar ook nu valt op hoeveel wijnstokken hier wel staan (ik zou ze niet willen tellen). Na ons ontbijt rijden we via de wijngaarden richting Champillon met in ons achterhoofd het plan daar te wandelen. Bij gebrek aan een goede parkeerplaats rijden we dan maar door naar Dizy en stellen vast dat dit gehucht overspoeld word door Honda Goldwing motoren ( zo'n 2000 hoorden we achteraf). Vlug nog wat bijtanken en wegwezen want ook hier kunnen we niets aanvangen. De Gendarmerie gebruikt een parking om kunstjes uit tevoeren met hun motoren. Wel leuk om te zien maar we besluiten hier niet langer te blijven hangen en een stuk van de chamapgneroute te volgen. Onderweg zien we Cumière waar we halt houden voor een wandelingetje door het dorpje en een ommmetje maken naar een uitkijkpunt. Cumière is een oud dorpje gelegen aan de Marne, en onze aandacht wordt getrokken door een bordje met de vermelding "Bateau". Gelukkig kunnen we nog mee met de rondvaart die zo'n 3 uren in beslag neemt. Rustig varend op de gekanaliseerde Marne genieten we van het voorbijglijdend landschap waar dorpjes zich van hun charmanste kant tonen, hun in de zon badende kerkjes staan er statig bij. Wij krijgen ook de unieke ervaring om door 2 sluizen te moeten varen en dat is toch altijd een beetje avontuur. Wijngaarden en grote lappen bloeiende koolzaadvelden wisselen elkaar af. De plaatselijke fauna en flora lijken tevreden met deze eerste zonnige dagen. Een fiere reiger speelt kat en muis met mijn videocamera, zacht wiegend verdwijnt langs de oevers van de Marne. Het is overheerlijk toeven op hetbeschaduwde bovendek. Goed dat we die kans gegrepen hebben want we komen echt helemaal tot rust
Na deze unieke ervaring rjden we richting Damery om de inwendige mens te versterken langs de oevers van de Marne. Daarna rijden we door naar Chatillon sur Marne om het 25 meter hoge standbelld van Paus Urbanus II te aanschouwen. We kuieren wat rond in dit blijkbaar uitgestorven dorpje en na een terrasje gaat het richting Dormans waar we het kasteelpark met een bezoekje vereren. Het is er rustig en de natuur is er heel mooi. Naar de avond toe naderen we Reims want dat is voor morgen onze laatste halte alvorens weer naar huis te vertrekken. Op het eerste gezicht vinden we niet direct een ideale overnachtingsplaats en daarom verlaten we de hoofdweg en rijden het dorpje Bligny binnen. Daar vinden we een mooi plaatsje aan het Duits oorlogskerkhof. Het is er doodstil en van onze 4732 buren hoeven we niets te vrezen. Nog wat eten en de obligate afwas, wat nakaarten over de voorbij dag en dan zoeken we stilletjes ons bed op. Morgen is get immers vlug dag en Reims lonkt. Gedurend de nacht rijdt er wel weer één of andere idioot langs die het niet kan nalaten bij het passeren zijn klaxon te testen..... . Wat bezielt die mensen toch?
Het is nog redelijk vroeg als we in Reims aankomen waar we een parkeerplaats vinden op zo'n 500 meter van de kathedraal. Reims ligt er op deze zonnige zondag verlaten bij. We bezoeken de kathedraal en het naastliggend bischoppelijk paleis dat tot eind juni gratis te bezoken is (door restauratiewerken zijn immers een paar zalen afgesloten). Nadien kuieren we nog wat rond in het nog steeds rustige Reims en rond de middag nemen we plaats op een terrasje waar we genieten van een aperitiefje en een salade met warme geitenkaas.... . Lekker ! omstreeks 14 uur is het zover. Via de routes nationals en départementals gaat het richting huis. We genieten onderweg van de afwisselende landschappen en het mooie weer en rond 18 uur komen we veilig en wel thuis. Onze poezen zijn blij ons weer te zien. We genoten van een relaxed weekend en hebben weer energie opgedaan. Op naar de volgende uitstap !
Omstreeks 19 uur is het zover, onze grote vakantietrip kan aanvangen. We gaan richting Haute-Provence, Alpes–Maritimes en Cote D’Azur, en dat is toch een hele trip. Eens we Luxemburg voorbij zijn houden we onze eerste stop. We overnachten in een klein dorpje net over de grens. Na een verkwikkende nacht en een goed ontbijt trekken we verder richting zon. Na heel wat gedool rond Dole vinden we uiteindelijk de goede richting terug, en dan zeggen dat we een GPS mee hebben, maar ons “Ulla” is blijkbaar ook met vakantie… Het rotding werkt totaal niet en vliegt dan maar in een kast en zal daar blijven tot de reis ten einde is. We naderen Vallence en besluiten om te stoppen voor vandaag. We vinden een grote parking waar het rustig toeven is.
Na een goede nacht en nog veel rijden komen we omstreeks 17.30u te Castellanne waar we nog een plaatsje op een camping kunnen bemachtigen. De camperplaats staat vol en er is helemaal geen beschutting tegen de zon, men staat er als sardienen in een blik naast elkaar maar het is vooral een parking waar ook auto’s mogen staan ; van enige rust is er dus weinigsprake. Het is vakantie en we willen toch ook eens buiten kunnen zitten, vandaar de keuze voor de camping.
Rustig geslapen. We openen de luikjes en zien de zon, oef …. Daar hoopten we op. Lekkere croissants liggen reeds klaar aan de infobalie. Da’s vakantie : genieten van het mooie weer en al het lekkers wat Frankrijk te bieden heeft. Zoals afgesproken doen we het rustig aan. Trui gaat winkelen terwijl ik de waterhuishouding onder handen neem. Grijs water aflaten in de daarvoor voorzien ruimte en vers water bijtanken.
Tijd voor een aperitiefje en een goed boek. Wat kan een Ricard toch smaken onder de zon. Het is gezellig zitten onder onze luifel. Na het middagmaal zetten we ons beste beentje voor en gaan per fiets naar de kern van Castellanne, een klein stadje waar je deProvence kan opsnuiven. In de kleine steegjes leunen souvenirwinkeltjes tegen elkaar aan ; vanuit iedere deur komt een wolk van lavendel je tegemoet. Allerhande prullaria schreeuwen om aandacht en eventuele kopers. We wachten af… een marktje lijkt ons leuker om zeep en plaatselijke specialiteiten te kopen.
Na enkele uurtjes kuieren keren we terug naar camping Notre Dame om eindelijk eens een BBQ-tje klaar te stomen waar we met volle teugen van genieten want in ons belgenlandje kregen we daar nog niet veel de kans toe. Het doet deugd om de zon te voelen en even het gejaag en gerush achter ons te laten.Met volle teugen genieten we van de prachtige natuur en van elkaar. Vakantie !!
Ontwaken met de zon hoog aan de hemel is toch fantastisch ! Vandaag wordt een verplaatsingsdag, met de nodige stops natuurlijk. Eerst gaat het richting Point Sublime in de Gorges du Verdon, zo’n 15 km van de camping gelegen. De ene na de andere verbazing valt ons te beurt. Prachtige natuur, mooie vergezichten. Het is wat werken achter het stuur van Fidel maar eens we het Point Sublime hebben bereikt loont het echt de moeite. Eens te meer stellen we vast dat Frankrijk een fantastisch vakantieland is, met een onmetelijke natuurpracht. Ach, men zou al beginnen mijmeren hoe het is om hier te leven, te werken en te genieten. Na het aanschouwen van al deze natuurpracht en het nemen van de obligate foto’s gaan we richting Grasse. De cols zijn niet zo zwaar als we verwacht hadden en Fidel doet het goed met zijn 1.9 TD, al heeft een steentje wel zijn sporen nagelaten en zitten we nu met een barst in de voorruit. Zorgen voor later, nu komt het er op aan om te genieten en onze ogen de kost te geven. Grasse, waar we zoveel van verwacht hadden, blijkt wat tegen te vallen. Allereerst is er de zoektocht naar een parkeerplaats die de nodige stress met zich meebrengt. Het is zwaarbewolkt en Grasse ziet er grauw en triest uit. We kuieren wat door de straatjes en bezoeken parfumerie Fragonard waar we deskundige uitleg krijgen door een vakbekwame gids. Na de interessante rondleiding komen we in de shop terecht waar een walm van verschillende parfums ons tegemoet komt. Je zou er warempel hoofdpijn van krijgen. Met de geur van parfum in de neus en de smaak in de keel hervatten we onze weg richting Fayence, een van de vele “villages perchés” in de streek. Aangezien we niet direct een pleisterplaats vinden ( die zijn hier blijkbaar schaars) maant Trui me aan om een klein weggetje in te draaien. We ontdekken een idyllisch plaatsje vlak bij een wijnboer. We kopen wat wijn en kaas en krijgen de toestemming van deze vriendelijke man om er te overnachten en enkele dagen te blijven staan mochten we dit willen.Hier heerst totale rust. We staan bij een oud kapelletje, met vlakbij een bron en een pracht van een kerkje. We staan hier goed in de Var.
Plots zit de hemel zit volgepakt met zwarte wolken, het rommelt in de verte… Onweer op komst? Dat is niet de bedoeling natuurlijk. Terwijl we aperitieven bekijken we de bliksem hoog boven de bergen ; een hallucinant klank- en lichtspel. De regen overvalt ons en we moeten noodgedwongen binnen blijven. We spelen nog wat Uno met in ons achterhoofd het idee dat het morgen terug goed weer zal zijn…
Met de zon hoog aan de hemel breekt er alweer een veelbelovende dag aan. Rustig verorberen we ons ontbijt onder een staalblauwe hemel. Niets moet, alles mag is de leuze. We profiteren van de rust en de stilte, gaan eventjes fietsen, aperitieven en nemen ruim de tijd voor ons middagmaal. Na de middag gaan we per fiets Fayence verkennen. We rijden tot aan de benedenstad en besluiten de rest te voet te doen. Via steile wandelpaadjes en onder een beukende zon bereiken we uiteindelijk de oude stadskern. Alles lijkt hier te zijn uitgestorven... Het stadje heeft ongetwijfeld zijn charmes maar voor ons is het een beetje déjà vu. We keren dan maar terug naar onze voorlopige stek en genieten nog wat van de omgeving. Als de avond reeds lang gevallen is gaan we tevreden slapen.
Maandag 28-07
Een eitje voor ontbijt kan er altijd in. We proberen de impressies van gisteren nog wat vast te houden. De lieve poes van de wijnboer, de loebas van een hond die eventjes goedendag kwam zeggen. De mevrouw die kwam vragen of we haar placemats niet gevonden hadden die ze enkele weken daarvoor was vergeten op deze plaats... Ik maak gebruik van de bron om ons water bij te vullen en we gaan richting Vence, maar eerst onderweg nog wat bijtanken. We kijken altijd uit naar een of andere supermarkt want daar kan men het goedkoopst tanken, en aangezien diesel nogal duur is zijn die paar kilometertjes omrijden best rendabel. We houden halt in Vence en nu blijkt dat onze verwachtingen (alweer?) té hoog lagen. Vence hebben we vluchtig bezocht en we rijden algauw verder. Onderweg houden we een plaspauze in een klein dorpje en daar moeten we 7 euro betalen voor 2 Ricards, stelletje oplichters !!! We vervolgen onze weg en rijden door een middeleeuws dorpje dat ons wel aantrekt. Beneden gekomen is er een grote parking waar we Fidel achterlaten en zoeken een restaurantje op, want onze maag is vervaarlijk aan het grollen. Daarna gaan we via de toegangspoort Tourette-sur-Loup binnen, alweer zo'n typisch oud Frans dorpje. We kuieren op ons gemak wat rond en komen zo langs een ijsboetiekje met een uitgebreide keuze. Terwijl ik kies voor een ijsje met viooltjes (mmmmm... lekker) laat Trui zich vangen aan een lavendelijsje. Prachtig van kleur, dat wel, maar de smaak doet veeleer denken aan WC-eend of wasverzachter. Zelfs na het drinken van enkele glazen water is die artificiële smaak nog steeds niet verdwenen. Conclusie : 't is niet omdat het lekker ruikt dat je het ook moet gaan opeten. In de latere namiddag rijden we door naar Cagnes-sur-Mer, ons eindpunt voor vandaag, waar we een leuke camping vinden tegen een redelijke prijs. Hier zullen we enkele dagen blijven om de omgeving te verkennen.
Na enkele dagen in de streek te vertoeven hebben we zin om eens een marktje te bezoeken en nu blijkt er vandaag eentje te zijn in Cagnes-sur-Mer. Wij met de fiets daarheen natuurlijk. Het blijkt een gewone voedingsmarkt te zijn : vis, vlees en allerhande groenten stralen hier op hun best. We kopen een lekkere meloen, hesp en bouchot mosseltjes. Tijdens het terugrijden missen we ergens een afslag waardoor we een grote omweg maken en we een steile helling op moeten, wat in dit warme weer niet zo evident is. We gaan meer te voet dan per fiets. Na een half uur zwoegen komen we zwetend en uitgeput aan op de camping. Vlug ploffen we neer in onze stoel met een drankje zodat we weer wat op onze positieven kunnen komen.
In de late namiddag vatten we de klim aan naar Haute Cagnes. Het is er heel kalm. We vinden het dorpje sprookjesachtig mooi : oude huisjes leunen tegen elkaar aan, bloemen bloeien welig. Een paradijs om foto’s te nemen. We vinden het beslist de moeite waard om Cagnes-sur-Mer en dan vooral HautCagnes te bezoeken. Op de camping aangekomen nemen we een frisse duik in het zwembad en even later eten we onze mosseltjes op. We moeten toegeven dat we al betere gegeten hebben.
Woensdag 30-07
Vandaag staat een fietstocht naar Antibes op het programma, op zo’n 8 km van Cagnes. De fietsvoorzieningen in Cagnes zijn prima maar eens daarbuiten is het opletten geblazen. Als er al een fietspad ligt is dat langs een drukke baan en met de rijstijl van de Fransen is het een half wonder te noemen dat we heelhuids aankomen. Aangekomen te Antibes plaatsen we onze fietsen op de parking tegenover het Fort Carré en nemen we de gratis navette bus naar het centrum. Antibes is tamelijk druk en het is er zeer warm. We nemen ruim de tijd om alles in ogenschouw te nemen en houden op tijd en stond halt om iets te drinken. Na enkele uren nemen we de bus terug tot aan het fort en gaan dit - ondanks de verzengende hitte - toch bezoeken. Op weg ernaar toe komen we oog in oog te staan met een slang van zo’n50 cm lang. Kalm blijven is de boodschap. Het diertje vervolgt uiteindelijk zijn weg en wij komen er zonder kleerscheuren vanaf. Het Fort Carré is sedert een tiental jaar eigendom van de stad en na de nodige restauratiewerken is het te bezoeken met een gids. Ook hier in dit fort heeft Vauban zijn stempel achtergelaten. Waar is die trouwens niet geweest, vragen we ons af. Het fort is best een bezoekje waard ,al was het maar om de mooie vergezichten die men heeft vanaf de rempards. Bij het terugrijden zien we verschillende motorhomes staan langs de kustlijn. In deze bijna ondraaglijke hitte staan ze zonder enige vorm van schaduw te glimmen in de zon. Pfff, véél te warm naar ons gevoel ! Geef ons maar de lommer van onze plaats op de camping en de bijhorende voordelen, zoals het zwembad waar we bij aankomst nog eens gebruik van maken. Nadien wrijven we ons in met muggenlotion, wat heel hard nodig is want beiden hebben we de nodige sporen van de aanvallen van die insecten. Trouwens, bijna iedereen op de camping heeft er last van. Het blijken doorbijters te zijn dit jaar. Vervelend aan gans de zaak is dat de beten een allergische reactie teweegbrengen waardoor onze benen precies onder de pokken zitten, om dan nog niet over de vervelende jeuk te praten.
De meloen met hesp gaat er vlot in. Later op de avond praten we bij een Belgisch biertje nog wat nog wat met onze Franse buren. Voor de zoveelste keer komt “ de oorlog” in België aan bod en proberen wij uit te leggen hoe het er in ons landje aan toe gaat, wat niet zo evident is. Omstreeks 23 uur gaan we onder de wol, maar dit laatste mag je zeker niet letterlijk nemen.
We vertrekken richting St. Paul (de Vence), met in het achterhoofd het idee dat we daar hoogstwaarschijnlijk geen plaats zullen vinden om onze Fidel te parkeren. Hier in de streek zijn de camperplaatsen dun gezaaid en de parkings zijn meestal voorzien van hatelijke hoogtebarelen. Groot is onze verbazing dat in St. Paul plaatsen voorzien zijn om motorhomes te parkeren, met waarschuwingsborden dat deze plaatsen enkel voor dit type voertuigen bedoeld zijn. Goed zo ! St. Paul is mooi gelegen op een heuvel en schittert in de zon. Via een hoger gelegen straatje en muren vol bloemenpracht slenteren we naar de ingangspoort. Een belletje gaat rinkelen, zo’n ervaring hebben we al eens gehad. Even worden we teruggeflitst naar vorig jaar en bevinden we ons weer in Carcasonne. De eerste aanblik en het gevoel stemmen overeen, want ook hier in St. Paul moet je eerst door een donkere ingangspoort waarachter zich kleine steegjes bevinden en geveltjes overwoekerd met zoetgeurende jasmijn, bougainvillea, trompetbloemen.. . St. Paul, dat soms in één adem vernoemd wordt met Vence, is fabelachtig mooi. Op dit moment hangt er nog een serene sfeer, alhoewel we vermoeden dat het in de namiddag wel heel erg druk zal zijn. We beginnen onze verkenning met een wandeling langs de rempards die ons rond St. Paul leiden. Pas dan gaan we in de binnenstad onze ogen de kost geven. De binnenstad, bestaande uit een wirwar van kleine steegjes, zit propvol winkeltjes met souvenirs, maar er zijn ook heel wat panden waar kunstenaars het beste van zichzelf tonen. Hier en daar staat een fontein waar we even verkoeling vinden, net als de vele andere toeristen van allerlei slag die zo langzaam beginnen toe te stromen. Eethuisjes en cafeetjes zijn er genoeg, en we verwennen onszelf met een maaltijd op een terras vanwaar we een fabuleus zicht hebben op de omgeving. Het eten is lekker en niet (overdreven) duur. Na onze maaltijd strekken we nog eens de benen en verlaten we St. Paul om andere oorden te gaan opzoeken. Biot staat ook op onze verlanglijst en daar brengt Fidel ons heen. In Biot is er helemaal geen parkeergelegenheid voor ons, dus parkeren we maar in de lommer van enkele bomen net buiten het centrum. We nemen de gratis Navette bus naar het hoger gelegen dorpje maar na St. Paul heeft Biot toch wat mee van een koude douche. Dan maar naar de "verrerie" waar men glasblazers aan het werk kan zien en waar je een volledig vakantiebudget kan spenderen aan vakkundig mondgeblazen prullaria. We vinden helemaal niets naar onze gading en ook al zijn sommige voorwerpen verschrikkelijk duur, toch worden ze door ons geklasseerd onder de noemer "kitch". Met in het achterhoogd het gezegde "Les gouts et les couleurs..." gaan we na deze korte stop richting Vallauris. Daar vinden we een parkeerplaats aan het toerismebureau, jammer genoeg vlakbij een drukke kustweg en eigenlijk op een plaats voorzien voor bussen (maar we hebben toestemming om daar te overnachten). Na het avondeten gaan we even rondzien of we niks beters vinden om de nacht door te brengen. Op onze korte wandeling hebben we een onveilig gevoel, de stad biedt een vuile aanblik... wegwezen dus maar. We rijden door naar Mougains waar we aan de rand van een bos een rustige plaats vinden om te overnachten .
We rijden naar Auribeau-sur-Siagne en daar vinden we terug een “ villageperché” dat er heel verzorgd uitziet. Het is er heel rustig en men kan er als amateurfotograaf zijn hartje ophalen.
Het is een dorpje zoals wij ze graag zien, gelegen op een hoogte, met heel wat kleine steegjes, oude huisjes, een overvloed aan bloeiende bloemen en prachtige doorkijkjes die je een blik gunnen op de mooie omgeving. Oude verweerde deuren doen je denken aan het verleden. Oud en nieuw worden tegen elkaar uitgespeeld en geloof ons, oud is hier duidelijk de winnaar. We nemen ons aperitiefje in de enige bar die dit dorpje telt ; de stamgasten hebben reeds hun tafeltje ingenomen om de toeristen te kunnen gadeslaan en de laatste nieuwtjes aan elkaar te vertellen. Trui moet naar het toilet en krijgt een sleutel van de waardin die erbij zegt: “Au deuxième platane à droit, Madame”. Inderdaad, er is geen toilet in deze anders heel verzorgde bar, maar naast de openbare toiletten die ondergronds gelegen zijn heeft de waard zijn privé toilet. Zoiets zien we toch niet gebeuren bij ons. Frankrijk heeft wel degelijk zijn charmes.
We besluiten om vandaag niet ver meer te rijden maar wat boodschappen te doen en dan een camping op te zoeken om de rest van de dag door te brengen. Rust roest misschien, maar het is vakantie !
Er is een aangenaam zwembadje bij de camping en daar maken we dankbaar gebruik van. Onze 2 sterren camping is niet luxueus maar het is er proper en er is weinig rumoer. Meer moet dat voor ons niet zijn. Alweer worden we aangesproken over de crisis in ons land. Missen wij iets ? Bestaat België nog, vragen wij ons af. Bijna iedereen in Frankrijk doet daar nogal paniekerig over. Ach wat, het zijn momenteel onze zorgen niet, en als je moet uitleggen aan mensen dat we 4 deelregeringen en 1 federale regering hebben, gemeenten met faciliteiten, 3 landstalen enz enz., dan beginnen ze zowaar medelijden met ons te krijgen of zie je ze denken dat we wellicht de grootste wartaal aan het uitkramen zijn. De rest van de dag houden we siësta, lezen een boekje, wisselen af met een zwempartijtje en gaan ‘s avonds eens kijken naar een “chanteur” die zijn ding komt doen, maar het kan ons niet bekoren. Al heel vlug gaan we slapen, moe van niets te doen.
Zaterdag 02-08
We hebben reeds veel gezien en we hebben nog een week voor de boeg, dat belooft dus. Na de nodige karweitjes, die reizen met een motorhome met zich meebrengt, gaan we richting Tourtour. Het is zo’n 32° . Via kronkelende wegen, waar amper plaats is voor twee gewone voertuigen, dalen en klimmen we. Een bocht naar links wordt onmiddellijk gevolgd door alweer een bocht naar rechts, en zo gaat het maar door. Echt rap gaat het niet vooruit, maar de Fransen vliegen ons hier voorbij. Ze hangen tegen onze motorhome geplakt en zijn ongedurig als een kolonie mieren in een suikerpot. Waar ze ons inhalen? Liefst in een bocht natuurlijk ! Ze razen ons voorbij met een arm bungelend door het zijraampje, rakelings langs onze neus, om dan een paar honderd meter verder in de remmen te moeten gaan omdat daar alweer een haarspeldbocht ligt. Begrijpe wie kan.Ik raak maar niet gewend aan deze rijstijl en Trui maant me aan rustig te blijven en me niet te laten opjagen. We bereiken Tourtour en vinden langs de kant van de weg een parkeerplaatsje in de schaduw. We trekken het dorpje in, met bontgekleurde luiken aan de huisjes. Gewoonweg prachtig ! In het kleine kerkje is een huwelijk aan de gang, en iedereen ziet er op zijn paasbest uit. Overenthousiast versierde auto’s staan te glimmen in de provençaalse zon, geurende parfumwolken komen je tegemoet als je het kerkje nadert. We maken een ommetje langs het kleine verzorgde kerkhof alvorens naar de dorpskern te trekken. Een dorpsplein zoals ze die alleen maar in Frankrijk hebben, net als uit een oude film. Grote platanen omzoomen het rechthoekige pleintje waar een fonteintje klatert. De grote terrassen van eethuisjes en café’s zien er aanlokkelijk uit en zitten algauw vol toeristen. Verschillende ambachtslui maken reclame voor hun artisanale producten. Het dorp is niet groot maar schilderachtig mooi met ontelbare doorkijkjes en punten waar je de weidse omgeving kan aanschouwen. Krekels zingen om ter luidst hun lied, bloemen pronken in een veelkleurige pracht. Tevreden nippen we van een verfrissende menthe à l’eau (zo'n half litertje want we hebben grote dorst). Daarna zetten we koers naar Sillans-la-Cascade waar we een plekje vinden aan de oevers van het riviertje. We staan volledig beschut tegen de zon en terwijl Trui leest kijk ik naar enkele bejaarden die hier een partijtje jeux de boules uitvechten. Wellicht zullen we hier enkele dagen blijven...
Terwijl Trui om stokbrood gaat zorg ik voor geurende koffie en zet de tafel en stoeltjes buiten op de voorziene plaats. Zalig gewoon, zo een ontbijt in openlucht naast een klaterend riviertje. De koffie smaakt, net als het stokbrood met boerenboter. Daarna trekken we erop uit. Sillans-la-Cascade is zo klein dat we in een half uurtje het dorpje hebben verkend. De grootste troef is in feite de waterval die wat verderop ligt, dus besluiten we maar in die richting te gaan. Na een half uurtje stappen horen we geklater van een grote hoeveelheid water. Even later worden we aangenaam verrast door het zicht op de waterval die zich zo’n 42 meter naar beneden stort. Onophoudelijk klettert het water in de lager gelegen groen-blauwe lagune. Trui wil deze namiddag zwemmen dus keren we terug naar onze stek om spullen te halen, maar eerst houden we halt in restaurant La Cascade" om de inwendige mens te versterken. Een bord met heerlijke charcuterie en kazen, olijfjes, tomaatjes en andere tongstrelende lekkernijen wordt ons middagmaal. Na een koffie met een likeurtje erbij (het is tenslotte zondag) kunnen we er weer tegen. Vol goede moed keren we terug naar de waterval waar het niet lang duurt alvorens Trui zich in het ijskoude heldere water waagt. Ze is niet alleen, in en om het meertje is het zeer druk. Blijkbaar is dit "the place to be" voor vandaag. Na de zwempartij wordt het alweer tijd om naar de motorhome te gaan, maar eerst houden we nog eens halt in het plaatselijke restaurant waar we ons tegoed doen aan een vruchtensorbet. Het was een geslaagde dag.
Maandag 04-08
We verlaten Sillans-la-Cascade en rijden richting Cotignac. Iemand vertelde ons dat het beslist de moeite waard was om te bezoeken. De weg daarheen klimt en kronkelt, maar dat zijn we ondertussen al gewoon. Cotignac ligt heel mooi tegen een berghelling aan, alleen jammer dat er geen uitwijkmogelijkheden zijn om enkele foto’s te nemen. Cotignac zelf is niet groot zodat we het al gauw voor gezien houden. Het typisch Franse middeleeuwse dorpje is mooi maar bezorgt ons geen "waauw"-gevoel. Enig pluspunt misschien : de heel grote parking net buiten de dorpskom waar zowaar twee motorhomes staan. We denken dat het er rustig vertoeven moet zijn, maar zelf vervolgen we onze weg richting Aups. Op één van de twee grote parkings net buiten het centrum laten we Fidel achter. We hadden meer verwacht ; Aups voldoet niet aan onze verwachtingen. Het is slechts enkele straten groot en heel wat winkels zijn gesloten. In het toerismebureau krijg ik nog wat info over de streek en dan vooral over het Lac de St. Croix, onze eindbestemming voor vandaag. Onderweg houden we nog eventjes halt in Régusse waar twee prachtig gerestaureerde windmolens staan. Geen werelderfgoed, maar wel vermeld op de Franse monumentenlijst. Het dorpje heeft de indruk uitgestorven te zijn, het is er oorverdovend stil. Plots steekt de mistral zijn kop op, dus wegwezen maar. We rijden verder richting Lac de St. Croix. De rit daarheen loont beslist de moeite. De natuur is prachtig, de wegen zijn rustig, het is een waar plezier om hier te rijden. Eindelijk zien we een lavendelveld dat nog in bloei staat (het is augustus en de meeste velden zijn al gesnoeid) en kunnen gelukkig stoppen om wat foto’s te maken. De geur van verse lavendel komt ons tegemoet als we uitstappen. Na een kwartiertje hervatten we onze tocht. Plots, na het nemen van een bocht, doemt in de verte het meer voor ons op. Het zicht is ongelooflijk prachtig ! Die eerste aanblik van het azuurblauwe meer, omgeven door bergen, is een echt plaatje. Na Cotignac en Aups maakt dit veel van onze dag goed. Nu maar hopen dat er in Bauduen plaats is op één van de 8 campings. De eerste camping ligt redelijk ver van het stadje. Er staan tamelijk veel motorhomes, maar wel in de blakende zon. Nergens is er ook maar een beetje schaduw. De tweede camping is volzet. We komen aan bij de municipal van Bauduen waar we nog een plaatsje kunnen bemachtigen. Voor de spotprijs van nog geen 10 euro per dag staan we op een nette camping die, ondanks de vele staanplaatsen, gemoedelijk en kalm is. We kunnen genieten van lekker warme douches, er is de mogelijkheid om brood te bestellen... Wat wenst een mens nog meer? Met de (tussendoor) vers gekochte groenten maak ik een heerlijke ratatouille die goed past bij de merguez. Lekker ! Na een avondwandelingetje op de camping zoeken we ons bedje op. De rest is voor morgen.
Het wordt een dag van relatieve rust, en blijkbaar denkt iedereen op de camping er zo over. Het is net alsof we allemaal "lam" zijn van de zon en de warmte. Trui trekt zich met een goed boek terug in de schaduw en ik zorg dat het grijswater weggeraakt. Dit moet manueel gebeuren zodat ik een vijftal keren heen en weer moet wandelen naar het losingspunt, zodat Trui spontaan met de woorden van Boudewijn De Groot begint te zingen : “ Waterdrager draag het water naar de zee...” Eens deze karweitjes achter de rug zijn denk ik al aan een aperitiefje terwijl Trui eerst de afwas uit de weg ruimt om daarna op handen en knieënde leefruimte van Fidel een goede poetsbeurt te geven. In de namiddag gaan we naar Bauduen. Omdat het ons te lastig lijkt om hiervoor de fiets te nemen (bij de terugkeer zou het bergop zijn) doen we dit te voet. Een wandeling van zo’n 3 km in de felle zon op een hete asfaltbaan, dat wordt puffen en zweten. Trui besluit om autostop te doen, maar de auto’s razen ons voorbij. Als ik de hoop op geluk al begin op te geven stopt er een aftandse RenaultMaster. Het blijkt een geïmproviseerde camper te zijn. We mogen mee. De deur gaat open, de jonge dochter van het Franse koppel lacht ons toe. Binnenin is het een warboel van jewelste, het bed is onopgemaakt, hun zwarte poedel komt op onze voeten liggen, maar we genieten van de wind die via een opstaand raampje binnen komt waaien en zijn blij dat we niet meer moeten wandelen. Deze mensen staan net als wij op demunicipal en gaan in Bauduen inkopen doen. Als we willen mogen we met hen terug mee, maar naast inkopen doen willen we het dorpje zelf ook eens bezoeken. Volgens hen is het véél te warm om zo’n inspanningen te doen, maar toch slaan wij hun vriendelijk aanbod af. Bauduen is alweer een oud dorpje dat uitgedoofd lijkt, maar er zijn prachtige plaatjes te schieten. Overal waar je kijkt zijn het precies tot leven gekomen postkaarten. Trui geniet van een ijscoupe terwijl ik een Duvel drink. Duur, dat wel, maar het is vakantie en dan moet zoiets toch zeker kunnen. We keren op onze stappen terug, wetende dat het dit keer klimmen wordt naar de camping maar vooral dat de temperatuur nog niet gezakt is. Pffff, onze duim gaat terug de hoogte in en ditmaal hebben we vlugger geluk. Een auto stopt en twee mensen beginnen achteloos wat spullen van op de achterbank in de koffer te gooien. Het blijkt de ober te zijn van het café waar we net nog zaten. Hij brengt ons tot aan de receptie van de camping, als dat geen luxe is. Na deze trip kunnen we best een beetje afkoeling gebruiken en zoeken het lager gelegen meer op. Trui geniet van haar zwempartijtje en ik mijmer wat over het gesprek dat we net hadden met een Waalse landgenoot over hoe de politiek in ons land er een zootje van maakt en dat onze grootouders in de oorlog nochtans gevochten hebben om ons land samen te houden. Foert, het is vakantie, niet teveel nadenken. Na een tijdje gaan we terug naar de motorhome en spelen nog een partijtje petanque alvorens te eten, kwestie van de honger nog wat aan te scherpen.
Ondertussen beslissen we ook dat we nog een dag langer zullen blijven om nog eens naar het meer te gaan en de luierik uit te hangen. Die woensdag leven we gewoon zoals God in Frankrijk.
Na een rustdag en een verkwikkende nacht gaan we richting St. Croix du Verdon. Er is daar waarempel een camperplaats ! Gratis overdag en tussen 19u. en 8u. betaalt men 6 euro. We kopen hier nog wat souvenirs en gaan eens lekker eten. Trui kiest een Bruschetta terwijl ik opteer voor een overheerlijke Aïolie ; dat is niet enkel de saus maar een schotel met mosseltjes, vis, wulken en verschillende groenten. Heerlijk maar wel stevige kost. Na de koffie staat Riez op de planning. We doen er nog wat inkopen in een supermarkt en wandelen dan eventjes door de autovrije straatjes. Na dit bezoekje rijden we naar MoustiersSt .Marie dat in de hoogte ligt en waar we een plekje vinden op de lager gelegen camperplaats. We ontmoeten voor het eerst Hugo en zijn vrouw Leen die ook actief zijn op campersite. Leen zet een kop lekkere koffie en we wisselen wat reiservaringen uit. Zij vertrekken nog in de richting waar wij net vandaan komen, dus wederzijdse tips zijn altijd welkom. Voor ons wordt het morgen de laatste dag ter plaatse want dan zit de vakantie er voor ons op. Maar aan huiswaarts keren willen we nu nog liever denken. Tegen de avond komt de plaatselijke politie de 6 euro halen die we moeten betalen voor onze overnachting. Van hen leer ik ook dat het verplicht is om in de wagen reservelampen bij te hebben, samen met de fluovestjes en een verkeersdriehoek (was vroeger in Frankrijk niet nodig). Een verwittigd man is er twee waard.
Vrijdag 08-08
Trui vertelt me dat het wat geregend heeft deze nacht, maar zelf was ik in dromenland en heb er niets van gemerkt. Er is alweer volop zon en we gaan Moustiers St. Marie verkennen. Het plaatsje is een complete verrassing, mooi en gezellig. En eindelijk is er een kleurrijk Provençaals marktje waar we de ganse vakantie naar uitgekeken hebben. De nauwe straatjes , de kromgetrokken gevels en de sfeer die hier hangt zijn formidabel. Na een terrasje en een belegd broodje zijn we klaar om de klim aan te vatten naar de hoger gelegen kapel die vanop de rotsen waakt over het stadje. We volgen de wijze raad van Hugo en Leen en doen onze wandelschoenen aan. Dat is maar best ook want we zien nogal wat mensen die naar boven strompelen maar vooral naar benenden sukkelen op allerlei soorten teenslippers. Tja, je hebt zo van die mensen hé. Het pad is niet al te steil maar de stenen zijn spiegelglad door de vele passanten. Het is geen gemakkelijke klim maar het loont zeer zeker de moeite. Eens boven is het genieten van de vergezichten en de serene sfeer die er heerst bij de kapel van Notre Dame de Beauvoir. We dalen terug af naar de camperplaats en in de vooravond beginnen we aan de terugtocht naar België. We doen het kalmpjes aan en voorzien onze thuiskomst op zondag. Onderweg stoppen we in Aspre sur Buech waar we op een groot plein omgeven door platanen een overnachtingsplaats vinden. Enig nadeel zijn de treinen die vlakbij voorbijrazen gedurende de nacht, maar al bij al hebben we goed geslapen.
Zaterdag 09-08 & zondag 10-08
Deze morgen vertrekken we via de N- en D-routes terug naar ons huisje. We rijden tot in Goncourt waar we een mooie camperplaats vinden, vlak naast een riviertje. Het is een rustige overnachtingsplaats, je kan er water lozen en bijtanken, het chemisch toilet ledigen, en dit alles voor een vrijwillige bijdrage van 2 euro. Toch zijn er mensen die het vertikken om iets in de daarvoor voorziene bus te werpen, vernemen we van een dorpsbewoner. Spijtig is dat. We zijn nog 500 km van huis verwijderd en die afstand zullen we morgen afleggen.
We zijn goed uitgerust en vatten de laatste etappe aan. Tijdens een rustpauze in Luxemburg komt iemand uitleg vragen over de motorhome. Hij zou zoiets wel willen maar zijn echtgenote ziet dat niet zo goed zitten, Trui laat de mevrouw binnen in de motorhome en begint wat uitleg te geven. Het resultaat is dat mevrouw begint bij te draaien en aan haar man laat weten dat ze nu een andere kijk heeft op reizen met de motorhome.
We rijden de grens met Luxemburg voorbij en na nog geen twee minuten later mag ik de ruitenwisser gebruiken, voor het eerst in bijna 3 weken. Nu weten we het zeker, we zijn terug in België ! We geraken veilig en wel thuis, tot groot jolijt van onze poezen. Het dagelijkse leven vat weer aan, maar we kunnen terugblikken op een deugddoende vakantie met zalig weer en prachtige herinneringen.
Vrijdagavond verterekken we richting St.Job in ’t Goor waar we even halt houden bij mijn broer en schoonzus. Gelukkig maar want onderweg denk ik eraan dat mijn jas nog thuis hangt en ik mag er een lenen van mijn broer. Na een lekkere maaltijd kruipen we onder de wol in onze Fidel die op hun oprit staat. De volgende morgen rijden we in de gietende regen richting Herentals, en dat is natuurlijk minder leuk. Maar we wilden toch eens de Antwerpse Kempen bezoeken en regen zal ons niet tegen houden. We parkeren ons langs de ring van Herentals op amper 5 minuten stappen van het centrum. We wachten tot de meeste regen voorbij is en vatten eene stadswandeling aan. Deze brengt ons langs de markt waar het standbeeld van de Boerenkrijg staat, vervolgens komen de resten van de Abdij en het Begijnhof aan bod. De regen begint met bakken uit de lucht te vallen zodat we op onze stappen terugkeren en een taverne op de Markt binnengaan om te schuilen. Na het verkwikken van de inwendige mens vervolgen we onze weg en bezoeken nog het binnenhof waar nu het Wit-Gele kruis gevestigd is. Het binnenhof ziet er ondanks de overvloedige regen toch aantrekkelijk uit. Het wordt stilaan donker en we keren terug naar de motorhome. Ik telefoneer naar een vriend van campersite die daar in de buurt woont en we spreken af om morgen samen de toeristentoren en de streek wat te verkennen. In het donker gaan we op zoek naar een parking dicht bij de fameuze Toeristentoren en plaatsen ons daar om de nacht door te brengen. Dat blijkt niet zo’n goede keuze te zijn want we staan vlakbij een overweg en hebben nogal wat last van de voorbijrazende treinen. Midden in de nacht is er dan nog een groepje nachtbrakers dat het nodig vindt om vlak naast de motorhome een discussie aan te gaan. Als we het raampje van de alkoof openschuiven verontschuldigen ze zich en vertrekken. De rest van de nacht is het redelijk kalm.
We ontwaken met mooi weer. René is stipt op tijd en samen met zijn echtgenote gaan we richting Toeristentoren. Dankzij het goede weer wordt onze klim beloond met mooie vergezichten. We merken de koeltorens van Doel op, het reuzenrand van Bobbejaanland, Geel, ... eigenlijk teveel om op te noemen maar het loont echt de moeite om deze klim te doen. Daarna wandelen we wat door de bossen en keren via het kasteel “LePaige” met zijn prachtige tuin terug naar Herentals centrum waar we de rest van de stadswandeling afwerken. Dankzij onze goede gids is het een mooie dag geweest. In de late namiddag verorberen we samen de lekkere fruittaart die René en Magda mee hadden en dan is het tijd om afscheid te nemen. Terwijl zij terug huiswaarts gaan rijden wij naar Oost-Malle waar we mogen overnachten op de parking van het kasteel “Renesse”. We hadden vooraf een mailtje gestuurd naar de dienst toerisme van Malle en kregen al heel spoedig de bevestiging dat we daar de nacht mochten doorbrengen. Een korte verkenningstocht en zin in een aperitief leert ons dat "'t Koetshuis" een gezellige taverne is. Dit gerenoveerd koetshuis met een mooi interieur nodigt uit om te genieten. Omdat we het er zo sfeervol vinden reserveren we een plaatsje om daar later op de avond te gaan dineren. Voor een correcte prijs krijgen we een tot in de puntjes verzorgde mixed grill die heel lekker smaakt. We genieten van een leuke avond en gaan dan ook moe maar tevreden slapen. Het is er enorm rustig en we slapen fantastisch goed. Op maandagmorgen ontwaken we bij lichte regen. Van de grote voorziene wandeling zal niet veel in huis komen. We kuieren wat door het grote kasteelpark en beslissen om hier zeker eens terug te komen bij beter weer. Rond de middag vinden we het tijd geworden om de jas terug te bezorgen aan zijn rechtmatige eigenaar en daarna naar huis te gaan. Ondanks het minder goede weer was het toch weer een plezant weekend.
Omstreeks 18 uur vatten we onze tocht aan met bestemming Eifel (D). Het verkeer vlot goed maar na ongeveer twee uur komen we in een file terecht, te wijten aan wegeniswerken. We hebben tijd en proberen ons niet op te jagen ; eens Luik voorbij zal alles wel weer vlot verlopen. Rond 21.45u komen we in Prüm aan. Nog even zoeken naar de motorhomeplaats en ons weekend kan van start gaan. Na een zoektocht van een tiental minuutjes komen we op de kleine camperplaats terecht. Ondanks het bordje "NurfürWohnmobile" staat de plaats vol met personenwagens! We zetten ons wat verder, strekken nog eventjes de benen en gaan dan slapen.
Zaterdag 8-11-2008
Na een min of meer rustige nacht nemen we ruim de tijd om te ontbijten en gaan dan eventjes wandelen in Prüm. Onze aandacht gaat vooral naar de Sint Salvator basiliek waar het schrijn met de sandalen van Jesus zich bevindt. We kuieren door de basiliek maar zien geen schrijn. Gelukkig komt er een vrouw naar ons toe die zowaar uitleg begint te geven over het ontstaan van de basiliek en de verdere historie. Nadat we haar aanspreken over het schrijn zegt ze dat dit achter een gesloten paneel zit, maar dat ze het ons zal tonen, wat allesbehalve normaal is want eigenlijk gaat dit maar eens per jaar open. Het schrijn bestaat uit rood en geel koper en is belegd met bladgoud en rijkelijk versierd met email en halfedelstenen. Prachtig ! Héél mooi en fijn afgewerkt. De sandalen van Jezus doen een beetje denken aan Arabische slofjes. Alhoewel ze nu toch méér dan 2000 jaar oud zijn, zien er nog verrassend goed uit. Vraag is natuurlijk hoe oud ze echt zijn. We kopen een foto van het schrijn (fotograferen mocht niet), nemen afscheid van deze lieve dame en verlaten de basiliek om wat frisse buitenlucht op te snuiven. Na een korte wandeling met een venijnige klim bereiken we de kalvarieberg waar een enorme krater te zien is. Deze onstond na een explosie van een ondergronds munitiedepot met heel wat slachtoffers en materiële schade tot gevolg. Daarna doen we enkele boodschappen en verlaten Prüm. In Gerolstein vinden we zonder moeite de mooie camperplaats en ontmoeten er Franco & Liliane. We zijn dus niet de enige campersiters die die richting zijn uitgegaan. Na een middagmaal gaan we de omgeving wat verkennen en genieten van het mooie weer. We wagen ons aan een klim naar het panoramisch uitzichtpunt van waaruit we de ganse omgeving kunnen aanschouwen. Daarna gaan we het stadje verkennen dat eigenlijk niet zoveel te bieden heeft. De natuur is er wel prachtig en de streek is een echt wandelparadijs. Het is zaterdagnamiddag en in Duitsland is alles potdicht, wat voor ons toch wel event wennen is. Gelukkig vinden we toch nog een Konditorei waar we genieten van een stuk taart met respectievelijk koffie en chocomelk.. De avond valt als we terugkeren naar de motorhome, waar we nog wat lezen alvorens aan het avondeten te beginnen. Na de afwas spelen we nog een partijtje scrabble en duikelen onze beddebak in.
Het heeft de ganse nacht geregend en nu nog is het aan het motregenen maar dat mag echter de pret niet derven. We zijn gekomen om te genieten en te wandelen en dat zullen we doen ook ; een beetje regen zal ons niet tegenhouden. We verlaten Gerolstein en rijden naar Daun om er de kratermeren (maare) te bekijken en te verkennen. Er zijn heel wat wandelmogelijkheden en ook al leent het weer er zich niet toe om grote wandelingen te maken, toch trekken we erop uit. We vinden een mooie uitgestippelde route die ons langs het Weinfelder Maar en de 'kerk zonder dorp' omhoog brengt naar de “Dronketurm”. Dat is een monument opgericht ter ere van Dhr. Dronke die de stichter en bezieler was van het "Eifelverein". Hij deed dit omdat er na Wereldoorlog I heel veel werkloosheid was in de streek en hij wou vooral het toerisme weer nieuw leven inblazen. Van op de toren kan je de omgeving in je opnemen en heb je een uitstekend zicht op het Gemünder Maar. Jammer dat het zo’n guur weer is anders gingen we zeker een grotere wandeling maken, maar dat zal voor een volgende keer zijn. We keren terug naar onze Fidel en richten z'n neus naar Manderscheid. Onbegrijpelijk dat ook hier alles potdicht is, terwijl er toch heel veel toeristen rondlopen. Zelfs de weinige cafeetjes zijn gesloten. Gelukkig zijn de kasteelruïnes wel te bezoeken. We wagen ons via een glibberige voetweg naar de Unterburg. Voor de inkomprijs van 2€ mag je hier rondwandelen. De in de hoogte gelegen burcht is dé ideale plaats om de omgeving in ogenschouw nemen ; de herfsttooi van de bomen is sprookjesachtig mooi. Na dit aangenaam gaan we andere oorden opzoeken waar wat meer vertier is om de avond door te brengen. Het wordt Wittlich waar we als tweede (en laatste) motorhome een plekje innemen op de grote camperplaats (voorzien voor wel zo'n 50 MH's). Via een wandelpad houden we in het donker een eerste ontdekkingstochtje ; de stad ziet er veelbelovend uit. Ik zou en moest een Bittburger drinken dus duiken we op de markt een kelder binnen, wat niet echt de juiste keuze blijkt te zijn. De waard en enkele jongelui zitten ferm te pokeren en wij worden nogal raar bekeken, zoals de spreekwoordelijke eend in de bijt. We blijven hier niet te lang hangen en zetten onze wandeling verder. Aan een Asia Wok bekijken we de menukaart. De prijzen zijn zeer aantrekkelijk, en in plaats van terug te keren naar Fidel voor het avondeten beslissen we onszelf te trakteren op een etentje. We bestellen een lekkere wokschotel, die voor onze ogen wordt bereid. Om de eerste honger al te lijf te gaan nemen we enkele loempia's als aperitief/voorgerecht. Alles is lekker vers en de geuren van de kruiden heerlijk. Neem daar nog bij dat de wokgerechten nog geen 6 € kosten en de porties reuzengroot zijn. Wat kan een mens nog meer verlangen ? Daarna zoeken we onze weg terug naar de motorhome waar we weer een partijtje Scrabble spelen alvorens de slaap te vatten. Tijdens de nacht gaan de hemelsluizen weer open maar wij liggen lekker droog en warm in ons bedje, dus maken we ons daarover geen zorgen.
Op onze laatste dag ontwaken we met regen, geen gestaag gedruppel maar een stevige bui.Jammer, want eigenlijk wilden we nog een wandeling doen maar de weergoden gooien roet in het eten.Zodoende vertrekken we wat vroeger naar huis dan voorzien. Eens we in de Ardennen zijn komt de zon door de wolken priemen.We rijden af in Malmedy om hier nog even de benen te strekken. De uitgestippelde wandeling is echter veel te drassig en dus vereren we de plaatselijke horeca met een bezoekje. Een ‘bière blonde de Malmedy’ smaakt lekker als aperitief. We gaan ook nog eventjes langs bij de plaatselijke beenhouwer en kopen een echte Ardense worst van everzwijn.Dat zal smaken want zoals de reclame het zegt : “de beste worst is Ardense worst”. Na deze aankoop gaat het richting huis waar de poezen ongeduldig op ons zitten te wachten. Ondanks het wat minder goede weer hebben we toch een leuk weekend achter de rug.
Iets na negen vertrekken we voor wat de laatste trip van dit jaar zal worden. Het gaat richting Elzas (Fr) waar we 20 jaar geleden op huwelijksreis waren. Na een half uur rijden bemerktKoen dat de boorddocumenten nog thuis liggen, dus dat betekent rechtsomkeer om die op te halen. Om 10 uur kunnen we eindelijk naar Colmar vertrekken, onze eindbestemming voor die dag . Na een halte in Kapellen (Lux) waar we een half uur in de rij staan om te tanken gaat het verder richting Colmar via de Col du Bonhomme geraken. Boven op de col ligt er wat sneeuw maar in Colmar zelf is daar niets van te merken. We vinden vlot de camperplaats waar ruimte zat is. Het is omstreeks halfzeven, dus tijd voor het avondmaal waarna we nog op het gemak wat gaan rondkuieren in de straatjes van Colmar. Hier hangt duidelijk Kerstsfeer, zoveel lampjes hebben we nog nooit gezien. Het is bar koud en na anderhalf uur wandelen belanden we uiteindelijk in een brasserie waar we een café Alsacien drinken (= koffie met Marc de Gewurztraminer). Trui vind dit niet zo lekker dus offer ik me maar op. Een Choco Viennoise die meer slagroom dan chocomelk bevat kan haar ook niet bekoren dus gaan we maar naar de motorhome. Onder onze dons is het lekker warm en al gauw zijn we beiden in dromenland.
Na het onbijt duffelen we ons goed in en gaan de verschillende kerstmarkten van Colmar gaan bezoeken. Allerhande prullaria lacht ons tegemoet, kerstballen in alle maten en kleuren met één ding gemeen : Duur !! 20 euro voor een kerstbal met een doorsnede van nog geen 10 cm is toch wat overdreven. Je kan hier een volledige maandwedde en meer spenderen aan versiering voor de kerstboom. Een bretzel hoort wel tot de mogelijkheden, en hij is nog lekker ook. We slenteren echt van het ene plein naar het andere. De sfeer zit er goed in. Het is koud maar we hebben een straalblauwe hemel boven ons. Een glühwein houdt de inwendige mens warm, geuren komen ons tegemoet waaien uit verschillende kraampjes. Na enkele uren wandelen en genieten begint onze maag te rommelen en geven we uiteraard gehoor aan deze oproep. Trui kiest voor Civet de Marcassin terwijl ik opteer voor een onvervalste Choucroutte, met een kerstbiertje waarin kaneel en sinaasappelschillen zijn verwerkt. Het smaakt ons beiden heel erg. Het restaurant is blijkbaar erg in trek want hele drommen mensen komen hier binnen, allemaal worden ze naar de kelder verwezen. Blijkbaar heeft men daar plaats zat. We genieten nog wat van de kerstsfeer en als we zowat alles gezien hebben doen we nog wat inkopen in een supermarkt. Daarna reizen we verder naar Eguisheim. Dit dorpje verrast ons aangenaam ; een charmant plaatsje volledig rond de kerk gebouwd. Als je daar de Rue des Rempards neemtloop je zonder het te merken in een cirkel rond de kerk. Je valt hier van de ene verbazing in de andere. Vakwerkhuisjes in alle kleuren leunen tegen elkaar aan. Fotogenieke hoekjes, details in verschillende van die huisjes maken het wandelen aangenaam ondanks de vrieskou. Het loont écht de moeite om hier eens halt te houden en de sfeer op te snuiven. Eens we rondgewandeld zijn gaan we naar het hart van dit dorpje. Wijnhuizen lokken de toeristen met hun waren, er is volop kans tot proeven. Wij stellen de aankoop van wijn nog wat uit maar genieten op een pleintje van een vin chaud blanc. Lekker! Het begint donker te worden dus op naar de volgende overnachtingsplaats. We kiezen voor Rouffach. Het grote kerkplein ligt er zo goed als verlaten bij maar om het kwartier gaan de klokken hier aan het beieren, zodat deze plaats niet zo ideaal blijkt te zijn. We rijden verder naar Westhalten maar de camperplaats gelegen vlak langs een drukke weg is ook niet bevorderlijk voor de rust en kan ons dus niet bekoren. We rijden uiteindelijk verder naar Guebwiller waar we langs de Avenue Foch een plaats vinden. In het begin van de avond is er wel wat verkeer maar het is er donker en naarmate de avond vordert wordt het hier toch heel rustig. We gaan opnieuw een goede nacht tegemoet.
Na een redelijk rustige nacht en een stevig ontbijt wandelen we toch eventjes tot het centrum van Guebwiller. Er zijn hier meerdere kerken te zien maar daar hebben we nu eventjes geen zin in. De eerste aanblik is er een van een grauwe industriestad en alles lijkt uitgestorven.Héél vlug zijn we weer bij onze motorhome en we rijden verder naar Murbach dat een kleine vijf kilometer verderop ligt.Tot onze verbazing merken we bij het binnenrijden van het dorpje een perfect aangelegde camperplaats. Alles ziet er nieuw uit. Jammer , slapen zou hier wel rustiger geweest zijn dan vorige nacht. Murbach is een klein dorpje met amper een restaurantje. Het is pittoresk en er staat een prachtige abdijkerk die beslist de moeite waard is om te bekijken. Als je de kruisweg volgt kom je uit bij een kapelletje dat werd gerestaureerd in 1998. Men heeft er prachtig werk geleverd, de muurschilderingen en het plafond zijn adembenemend mooi. We wandelen nog wat rond in het dorpje maar een ijzige wind doet ons vlug terug keren naar Fidel. We beslissen om naar Neuf Brissach te rijden en vinden er een plaats op het marktplein. Na een aperitiefje en middagmaal plannen we een rondwandeling op en rond de vestingen die ooit gebouwd werd onder het toeziend oog van” hoe kan het ook anders” Vauban. Binnen in de vestingen is er een museum ondergebracht waar men alles kan te weten komen over deze toch bijzondere bouwheer. Nu blijkt het museum echter gesloten te zijn. Tijdens ons middagmaal zien we dat de straten en het marktplein worden afgesloten, heel wat mensen in trainingspakken zijn zich aan het opwarmen vooreen stratenloop. Naar we vernemen zou die omstreeks 16.30 afgelopen zijn.Geen probleem, we doen rustigonze wandeling en dan zien we wel. Na een goed uur stappen zijn we volledig rondgegaanen veel meer dan deze rondwandeling valt er niet echt te beleven in dit vestingsstadje. Het is nog maar 15 uur als we terug zijn bij de motorhome. We kunnen onmogelijk verder rijden en gaan dan maar naar de plaatselijke bakkerij voor een kopje koffie met een stuk taart. Na deze lekkere versnapering moeten we nog een anderhalf uur wachten alvorens we weer op weg kunnen. Gelukkig voor ons kunnen met de goedkeuring van een official tussen twee groepen in het marktplein verlaten en doorrijden naar het Duitse Breisach. Een kleine verkenningstocht in de benedenstad en een lekker glaasje wijn later nemen weons avondmaal en genieten van de rust op de camperplaats. Morgen gaan we dit stadje een grondig verkennen.
Het is rustig toeven op de motorhome parking van Breisach die gelegen is vlak naast de Rijn. Na een kalme nacht, een kop koffie en het ontbijt trotseren we de kou en trekken het stadje in, meteen naar de oude bovenstad. Breisach valt wat tegen ; de kerk staat in de steigers, er is totaal geen sfeer... In het verleden bezochten we al mooiere en meer pittoreske dorpjes en steden. Na een korte wandeling keren we terug naar de motorhome en gaat het richting Kaysersberg. Afgelopen nacht moet het wel hard gevroren hebben want de afvoer van de grijswatertank zit potdicht. Een probleempje dat we in Kaysersberg zullen oplossen. Daar aangekomen vinden we een plaatsje op de grote motorhomeparking die toch al voor de helft gevuld blijkt te zijn. Met behulp van een houten spatel krijg ik de ijsprop los die de afvoerkraan verstopte en kunnen we uiteindelijk lozen. We plaatsen een emmer onder de afloop en de kraan wordt niet meer gesloten. Het is 20 jaar geleden dat we hier in Kaysersberg waren (tijdens onze huwelijksreis) geweest en onze herinneringen aan dit dorpje zijn vaag. Het is bar koud, maar we genieten van de zon die voor een mooie blauwe hemel zorgt, en van de sfeer die hier heerst. Kaysersberg is een aanrader, niet al te groot maar het heeft wel iets. Hier staat ook het geboortehuis van Dokter Schweizer , naast heel wat andere mooie vakwerkhuizen, en het is een genoegen om tussen de vele andere toeristen te slenteren door de straatjes en steegjes. Er zijn ook meer dan genoeg mogelijkheden om een pauze te nemen in een van de vele eethuizen en café’s. Wij genieten nog maar eens van een lekkere koffie en een stukje taart, waarna een kleine klim naar de burchtruïne beloond wordt met een mooi panoramisch uitzicht. Kaysersberg is ook een goede uitvalbasis om wandelingen in de streek te doen. Van hieruit vertrekken heel wat bewegwijzerde wandelingen. Als de avond valt gaan we in de plaatselijke supermarkt onze inkopen doen voor oudejaarsavond en nieuwjaarsdag. Terug aangekomen bij de motorhome zien we dat de parking afgeladen vol staat. Na het avondmaal spelen we nog wat Uno alvorens we moe maar voldaan gaan slapen.
Een goede nachtrust is dit keer niet weggelegd voor ons. Eén of andere idioot vindt het nodig om rond 4.30 zijn stroomgroep in gang te trekken. De pruttelmachine staat op amper twee motorhomes van de onze verwijderd. Na een half uur stop het helse lawaai om omstreeks 7 uur in alle hevigheid te herbeginnen. Men kan dit bezwaarlijk respect voor de medekamperaars noemen. Blijkbaar zijn er mensen die naar niets of niemand omkijken. Terwijl ik wat later op de ochtend het afvalwater uit de emmer ga lozen is er een verhitte discussie aan de gang tussen een motorhomegebruiker en de eigenaar van de stroomgroep. Helaas , het blijken woorden in de wind te zijn. Nu we alles gezien hebben in Kaysersberg willen we nog eens naar Riquewihr waar we mooie herinneringen aan hebben . We weten dat we geen volledige dag in dit kleine dorpje kunnen doorbrengen en lassen voor vandaag ook een bezoek aan Ribeauvillé in ons programma. Riquewhir baadt in het zonlicht en we kuieren er gezellig door de hoofdstraat waar het hoogste vakwerkhuis van de Elzas staat. Het is er gezellig druk, wat normaal is want met zijn vele winkeltjes en restaurants is Riquewihr een pareltje aan de kroon van de Elzas. Van hieruit kan men perfect wandelen tot in Hunawihr waar zich een ooievaarspark bevindt. We deden dze wandeling op onze huwelijksreis maar haken voor vandaag af. Na een paar uur hebben we het hier gezien. Ondertussen hebben we ook geleerd dat een briefje van 100 euro hier niet zomaar gewisseld raakt, noch in de BNP noch in het postkantoor wil of kan men wisselen. Dan maar in Ribauvillé proberen. Onderweg stoppen we nog aan de rand van het ooievaarspark te Hunawihr. De ooievaars staan met velen in de berm naast de weg en doen hun uiterste best doen om de toeristen te vermaken. Dankbaar nemen ze een stukje brood aan, de stoutste durft het zelfs van tussen mijn vingers weg te pikken . In Ribauvillé vinden we vlug de motorhome- stelplaats die wat klein uitvalt en gaan dan eerst zorgen voor de inwendige mens. We lopen een gezellig restaurant binnen en kiezen resoluut voor een magret de canard met foie gras en een bijpassend elzasserswijntje. Wat kan een mens zich nog meer wensen? We worden aangenaam verrast door Ribauvillé. Oké, ook hier zijn er weer veel vakwerkhuisjes maar er zijn er geen twee dezelfde. De veelkleurige gevels zijn een ware lust voor het oog. Net als in de overige dorpen hangt ook hier mooie kerstversiering. We worden bedwelmd door de typische geur van glühwein die her en der wordt verkocht. We kopen wat wijn en als we bij de motorhome aankomen is het reeds donker. We besluiten hier niet te blijven maar naar de Camping Municipale van Obernai te trekken. Het is er rustig en proper maar vooral het goed verwarmde sanitairblok en de lekkere warme douches kunnen ons bekoren. We maken gretig gebruik van deze luxe. Een mens voelt zich herboren na een heerlijk warme douche, bij deze extreme koude krijgt men er zelfs vanbinnen warm van. We bekijken nog een filmpje op de laptop en gaan dan niet al te laat onder de wol voor wat dit keer hopelijk een rustige nacht zal worden.
We slapen lekker uit en nemen rustig de tijd om te ontbijt te nemen. Tijd genoeg, want jammer genoeg is het weer omgeslagen en zitten we nu in een dikke nevel. Vannacht heeft het ook wat gesneeuwd. Na de obligate klusjes zoals de cassette ledigen en water vullen rijden we naar het centrum van Obernai. Ook hier worden we aangenaam verrast. Ondanks het grauwe weer straalt Obernai een zekere charme uit. De vele vakwerkhuisjes, mooie binnenplaatsen en de ornamenten op de huizen zijn een lust voor het oog en het fototoestel. De laatste restanten van de kerstmarkt gaan dicht terwijl bakkerijen vol lekkers de voorbijganger proberen te verleiden. Mmm, het ziet er allemaal ongelooflijk lekker uit maar er hangt wel een serieus prijskaartje aan vast. Na wat rondgewandeld te hebben zakken we af naar Saverne om de de nacht door te brengen en het nieuwe jaar in te ingaan. We volgen de bordjes naar het Chateau en komen terecht op een idyllische plaats met een oud kasteel, maar dit is niet waar de officiële motorhomeparking zich bevindt. Trui krijgt hiervoor slechte punten, want dit baantje bestaat uit tal van haarspeldbochten en het begint te vriezen zodat de weg al snel akelig glad zal worden. Voorzichtig rijd ik terug naar beneden. Aan de achterkant van het voormalig bisschoppelijk paleis vinden we de echte parking. Jammer genoeg is deze plaats ongelooflijk schuin zodat we ons aan de overkant van het kanaal naast twee andere motorhomes plaatsen. Vlak voor ons staat een kraampje waar men allerhande vuurwerk en knallers verkoopt. Het is er een komen en gaan van mensen, vooral jongeren, die er hun voorraad inslaan. Dat belooft voor deze nacht, knallen zal het hier zeker. Omstreeks 22.30 begint hier en daar een enkeling wat vuurwerk af te steken, naarmate de avond vordert schiet men langs alle kanten vuurwerk af, en om middernacht volgt het absolute hoogtepunt. We gaan buiten kijken en heffen samen met onze Duitse buren het glas op dit nieuwe jaar, om een half uurtje later te gaan slapen. Het afschieten van vuurwerk blijft tot een stuk in de nacht duren...
01 & 02-01-2009 Saverne-La Petite Pierre& huiswaarts
Na een korte nacht, doorspekt met het geluid van knallend vuurwerk, trekken we het centrum van Saverne in. Het is er enorm rustig, blijkbaar is iedereen nog zijn roes aan het uitslapen. Daarbij komt nog dat het mistig is en koud is, dus alles lijkt hier troosteloos. De straten liggen bezaaid met overblijfselen van het massale vuurwerk van deze nacht, er werd dus heel wat afgeschoten. De hoofdstraat van Saverne is mooi maar niet overweldigend, met slechts één troef : het “Maison Katz”. Deze taverne bezit een gevel van ongekende schoonheid. Kunstzinnig houtsnijwerk wordt afgewisseld met prachtige muurschilderingen. Een echt pareltje. Het voormalig bisschoppelijk paleis trekt ook even de aandacht maar veel valt hier niet te beleven. We trekken dan maar verder naar La Petite Pierre. Een half uur en een kleine col later bereiken we de parking van dit kleine maar mooie oord. We zitten volop in de mist maar trekken toch het oude gedeelte in. Jammer genoeg valt er door de hardnekkig laaghangende wolken niet veel te zien. We maken een wandeling op de rempards en zien hoe de vrieskou hier en daar kollosale ijspegels heeft gecreëerd op de natte rotstenen. Mooi om zien. Dit oude dorpje heeft zeker zijn charmes maar komt wellicht beter tot zijn recht op zonnige dagen. Door het mindere weer besluiten we stilaan huiswaarts te rijden. Na enkele uren rijden komen we aan op de ons welbekende camperplaats te Herbeumont voor onze laatste overnachting van deze trip. Na een lekker avondmaal (tomaat-garnaal) en het obligate spelletje Uno duikelen we ons nestje in. 's Morgens houden we nog een stop te Bertrix voor enkele inkopen. In de vroege namiddag komen we veilig en wel thuis. Tevreden kunnen we terugkijken op een mooie reis, zonder tegenslagen
Nadat de dagtaak van Trui erop zit vertrekken we voor onze eerste uitstap van dit jaar. Het gaat richting Boulogne-sur-Mer. In een ver verleden hebben we deze stad al eens eerder bezocht maar de herinneringen zijn nogal vaag geworden. Aangezien er een plaats is te Boulogne waar men mag overnachten verwachten we geen problemen. Aangekomen te Boulogne zien we dat er inderdaad plaatsen voorzien zijn aan de kaai, met een mooi zicht op de inham, vlakbij het strand en het oude stadcentrum. Wat kan een mens nog meer verlangen. Ons buikje spreekt en we halen frietjes bij een uiterst opgewekte Fransman en, ja hoor, ze waren voortreffelijk. Het hadden net zo goed Belgische kunnen zijn. Na ons avondmaal maken we nog een korte avondwandeling, gevolgd door het obligate spelletje Uno. Dan is het tijd om onze alkoof op te zoeken en een welverdiende nachtrust tegemoet te gaan. Een stralende zon lacht ons tegemoet nadat we zijn wakker geworden van wat lawaai rond onze motorhome. Blijkt dat we op amper enkele meters verwijderd staan van de viskraampjes, waar het een komen en gaan is van jewelste. Vanuit onze motorhome kunnen we alles rustig gade slaan terwijl we ons ontbijt nuttigen. Na het lekkere ontbijt is het tijd om erop uit te trekken met als hoofddoel het oude ommuurde stadsgedeelte. Eerst eventjes kijken hoe mooi de waren uitgestald liggen bij de viskraampjes. Iedereen doet zijn uiterste best om zijn waar aan te prijzen, maar wij beperken ons tot kijken.. Algauw komen we bij het oude stadsgedeelte terecht en gaan door de ingangspoort binnen in een oase van rust. We kuieren wat rond en kiezen dan bewust voor de wandeling op de vesten. Hier en daar is e een doorkijkje zodat je Boulogne-sur-Mer vanuit verschillende hoeken kan waarnemen. Echt de moeite om deze korte wandeling te doen. Het is hier zeer rustig en we kunnen genieten van de zon en de stilte. Na deze wandeling trekken we terug de stad in en genieten van een drankje op een zonnig terras. We beslissen om de rest van Boulogen aan ons te laten voorbij gaan en rijden richting Wimereux waar we de rest van onze dag zullen doorbrengen met wandelen en genieten van de zon. We staan er geparkeerd aan het natuurreservaat Pointe aux Oies en de aangrenzende Dunes de Slack en genieten van de pracht om ons heen. Al heel vroeg in de morgen zijn er heel wat wandelaars die hier de parking komen opgereden om te genieten van het lentezonnetje. Al gauw loopt de parking vol met wagens, tijd voor ons om op verkenning te gaan. We wandelen bovenop de klif terug naar de houten huisjes van Wimereux en genieten volop van het weer en het uitzicht. Na de middag en een hapje eten gaan we richting Ambleteuse. Daar aangekomen bemerken we dat er een fort staat, middenin het water. We zoeken een weg om daarheen te gaan, maar precies daar waar het fort ligt mondt de rivier Le Slack uit in zee. Het water in de rivier is ijskoud en nogal diep, en nergens is een bruggetje te zien zodat we niet tot vlakbij het fort geraken. We keren dan maar op onze stappen terug en maken, alvorens terug naar huis te rijden, nog een ommetje maken om in Ambleteuse te stoppen en via de andere kant aan het fort te geraken. Men kan er jammer genoeg niet in maar het is wel een ervaring om op de grote keien die rond het fort liggen te wandelen en zo 360° rond het fort te wandelen. Hier liggen ook heel veel bouchot mosseltjes die vragen om geplukt te worden... maar dat zal voor een volgende keer zijn want jammer genoeg zit ook deze weekenduitstap er alweer op.
Het Scheldeland : streek van “Stille waters” Tijdens dit verlengd weekend trekken we naar de streek gekend uit de serie “Stille waters”, maar beginnen doen we met een bezoek aan het beruchte fort van Breendonk. We hebben er al veel van gehoord maar zelf nog nooit bezocht. Op deze 1 mei zijn er weinig bezoekers dus nemen we ruim de tijd om alles te bekijken. De stilte grijpt ons naar de keel, en via het audiosysteem ziet men algauw de ruwe & rauwe realiteit voor ogen, de gruwel en folteringen.. Het bezoek laat een diepe indruk na op ons. Hoe zoiets ooit is kunnen gebeuren blijft een vraag die ons wellicht altijd zal bezig houden. Na het bezoek aan het fort rijden we richting Bornem en krijgen van een vriendelijke dame in het infokantoor wat uitleg en brochures mee. We wandelen wat rond in Bornem en gaan dan op zoek naar het kasteel, maar dat is niet zichtbaar en evenmin toegankelijk. Wel genieten we van de schoonheid van de dreef die naar het kasteel leidt en van het zonlicht dat prachtig gefilterd wordt door het bladerdek . Na al dat wandelen wordt het hoogtijd om de dorst te laven en dat doen we op een terrasje nabij de kerk. Er heerst hier een gezellige drukte. Tegen de avond gaat het richting St. Amand waar we op de camperplaats een plekje vinden om de nacht door te brengen. We maken nog een avondwandelingetje op de dijk en gaan vroeg onder de wol. Na een rustige nacht halen we onze fietsen van het fietsenrek en maken ons klaar voor een dagje fietsplezier langs de Schelde en de pittoreske dorpjes van de streek. Met het veerpont gaat het eerst richting Moerzeke, waar we een stukje fietsen en ons dan met een andere veerboot laten overzetten naar Mariekerke. Daar genieten we van een zonnig terrasje alvorens we verder fietsen naar Weert waar men een mooi zicht heeft op het kasteel van Bornem. Het is hier leuk fietsen op de dijken. Men volgt de kronkels van de Schelde en men kan genieten van veel mooie vergezichten. Het wordt stilaan tijd om aan de oproep van de hongerige maag te voldoen. We stoppen aan een uitspanning en vragen een portie frietjes; deze worden ons gebracht in een echte puntzak en die staat in een export glas. Leuk ! Het weer begint stilletjes aan te veranderen, er komen enkele dreigende wolken opzetten, en dus maken we rechtsomkeert naar de motorhome. Gelukkig houden we het droog, pas tegen de avond begint het te regenen. We rijden verder naar het Provinciaal Domein de Schorre te Boom om aldaar op de camperplaats te overnachten. Het is er zeer kalm en we genieten dan ook van een goede nachtrust. De volgende morgen regent het nog altijd, wat onze plannen voor vandaag danig in de war stuurt. We blijven lekker lang liggen en gaan, alvorens naar huis terug te keren, nog eventjes langs bij vrienden. Al bij al een leuke uitstap en de Scheldestreek is zeker een aanrader voor al wie van fietsen en wandelen houdt.
Met het verlengd weekend van hemelvaart hebben we weer wat vrije dagen om een uitstap te maken. Dit keer gaat het richting Vresse sur Semois (B), een pareltje in de Naamse Ardennen. Hier kronkelt de Semois zich doorheen het landschap, wat heel wat mooie plaatjes kan opleveren. Een paradijs voor wandelaars en fotoliefhebbers. We overnachten bij het locomotiefje van Vresse s/semois tegenover het plaatselijk infokantoor. Rustig gelegen en aangenaam staan, al zijn er wel geen voorzieningen. Donderdagmorgen zijn de weergoden ons goedgezind, het is een prachtige dag en het belooft zo te blijven. We nemen ons voor om de uitgestippelde wandeling “Le maquis” te volgen (blauw-wit gestreept rechthoekje), een wandeling van zo’n 9 km., moeilijkheidsgraad C, die ons doorheen het bos naar het Camp du Maquis de Blaireaux zal brengen. Dit was tijdens de Tweede Wereldoorlog een verzetskamp dat verscholen lag in de bossen. De wandeling start aan het toerismebureau van Vresse s/Semois. Het is een afwisselende wandeling die ons doet klimmen en dalen , dan weer plat om ons vervolgens een ferme kuitenbijter voor te schotelen. Het weer is goed en we nemen ruim de tijd voor deze wandeling. We hebben onze picknick en drankjes bij, dus geen zorgen. We wanen ons alleen op de wereld, niemand maar dan ook niemand kruist ons pad. De natuur om ons heen is zo overweldigend mooi dat we er beiden stil van worden. Bij onze terugkomst in Vresse staat een ijskar uitdagend te wachten langs de Semois, daar moeten we zijn. Een beloning voor onszelf na deze mooie maar lastige wandeling die ons de pracht van de streek liet zien. We hebben er nog niet genoeg van en wandelen nog naar Laforet, op een 5-tal minuutjes, wat een van de mooiste dorpjes van Walonië zou moeten zijn. Tja … het is niet lelijk te noemen maar zo overweldigend is het nu ook weer niet. Ik geniet van een Orval van minstens 16 maand oud, Trui houdt het bij een Blanche de Namur. We keren terug naar de motorhome en gaan richting Membre waar langs de Semois een gedoogplaats is. Mooi om te staan, vooral met dit mooie weer. We houden ons low profile, wat van enkele anderen niet kan gezegd worden. Iemand uit de stad “A” acht het echt wel nodig om ons uit te leggen waar we wel en niet mogen staan. Het komt erop neer dat we vooral niet voor of in de omgeving van zijn motorhome mogen staan. Blijkbaar is niet alleen de stad van hem, ook dit stukje gedooggrond waar hij openlijk staat te camperen aanschouwt hij als zijn eigendom. Foei! We weigeren ons eraan te ergeren en plaatsen ons wat verder, waar we niemand storen. We genieten volop van de zon en de rust ver weg van druktemakers. Het is aangenaam en een troep eenden bezorgt ons de lachkrampen met hun capriolen. Echt plezant om te zien hoe het mannetje zijn vrouwtje afschermt van soortgenoten en haar geen moment alleen laat. Na onze maaltijd genieten we nog wat na van onze fijne dag en vooral van de pracht van de natuur om ons heen. Wat later komt een vriendelijk koppel uit Luik achter ons staan en raken we aan de praat, onder het genot van een door hun zoon gemaakte Limoncello. Een leuke manier om de dag af te sluiten. Vrijdagmorgen is veelbelovend met een straalblauwe hemel en een zon die blaakt van zelfvertrouwen, de dag kan niet meer stuk. Na ons ontbijt gaat het richting Bohan waar we een wandeling van 5 km. zullen maken : "La table des fées" (gele ruit, moeilijkheidsgraad C). Deze wandeling neemt ons mee door het bos en via open plaatsen krijgt men een prachtig zicht op het verloop van de Semois. Een echte aanrader voor wie wat kan klimmen en klauteren, men moet over heuse rotsblokken heen, maar telkens weer worden die inspanningen beloond met een uitzicht om U tegen te zeggen.. Daarna keren we terug naar Membre om wat uit te rusten en te genieten van al het moois om ons heen. De eenden zijn nog altijd van de partij en werken nog steeds op onze lachspieren. We genieten wat van de zon met een boekje en een drankje. Wat moet een mens nog meer? Tegen de avond rijden we weer naar Vresse s/ Semois want morgen staat een autozoektocht op het programma die daar vertrekt. Zaterdagmorgen zijn we wat vroeger uit de veren dan gewoonlijk maar dat heeft alles te maken met de autozoektocht die we gepland hebben voor vandaag. Na de inschrijving wacht ons een stevig ontbijt om vervolgens te vertrekken met onze lijst opdrachten. Achteraf blijkt het een zware tocht te zijn. We moeten bijna constant rijden om toch maar een beetje met het tijdsschema in orde te blijven. We rijden door onooglijke dorpje waar we niet eens het bestaan van kenden. Het landschap is afwisselend en mooi maar we vinden het wel wat spijtig dat we niet echt ten volle kunnen genieten van de dorpjes en het natuurschoon door de “ rush” van de zoektocht. Iedereen komt te laat binnen en ondergaat gelaten de prijsuitreiking, die vooral de groep mensen uit de Elzas plezier doet. Wij hebben pech en zijn niet bij de uitverkorenen maar geen nood, we genoten toch van deze dag maar zullen in het vervolg niet meer inschrijven vanwege het té strakke tijdsschema . Aangezien we dringend moeten lozen en er in de buurt niets voorhanden is moeten we wel naar Han-sur-Lesse waar een parking met faciliteiten is voorzien. Het staat er goed vol en we vinden nog net een plaatsje op de officiële kant van de parking. Ook hier staat er weer iemand die 3 plaatsen inneemt met zijn luifel en privéparking voor de fietsen van het ganse gezin. Niet goed te praten maar blijkbaar stoort deze persoon zich niet aan het commentaar van velen, zelfs niet van de ambtenaar die het parkeergeld komt innen. Zo’n mensen maken het voor iedereen kapot natuurlijk... Op zondagmorgen gaan we op zoek naar een bakker om toch een ontbijt te hebben alvorens ook hier een wandeling maken. Na wat heen en weer geloop spreken we iemand aan die ons vertelt dat er sinds jaren geen bakker meer is in Han s/Lesse. Dan maar naar de plaatselijke supermarkt om wat eetbaars te halen, en dan starten we onze wandeling "Belvédère" (5 km., gele ruit, moeilijkheidsgraad B). Het vertrek is aan de ingang van de grotten van Han en leidt ons buiten het dorp om dan plots het bos in te duiken. Meestal blijven we aan de rand van het bos lopen, en dat levert mooie vergezichten op Na een steile klim belanden we bij "Belvédère". Het zicht dat ons daar wordt voorgeschoteld is prachtig. Beneden ons ligt een vallei, daarrond beboste heuvels... Onbeschrijfelijk mooi ! Het laatste stuk van de wandeling loopt langs de grote baan, wat minder leuk is. Terug in Han ploffen we neer op een terrasje en lessen er onze dorst met een fris biertje. Alvorens de terugweg aan te vatten eten we nog een hapje in de motorhome. We genoten wederom met volle teugen en hebben opnieuw enkele leuke ontmoetingen gehad met andere zwerfwagenreizigers. Na een veilige rit komen we met een goed gevoel , moe maar voldaan thuis.
We vertrekken rond 18.30 richting Tsjechië. Hetverkeer valt redelijk mee en het weer is goed. Na een tankbeurt in Capellen Luxemburg rijden we nog wat verder om in Duitsland te overnachten. We vinden algauw een rustig dorpje en een goed plaatsje. Als we nog met net geïnstalleerd zijn breekt een onweer van jewelste los. Met bakken valt het water naar beneden. Gelukkig zitten we binnen en droog. Al bij al hebben we een goede nachtrust.
Donderdag 23/07/2009 : van Duitsland naar Plzen (Tsjechië).
Omstreek 8.30u ontwaken we en merken dat we vergeten zijn om te schakelen naar gas. Geen koffie dus. We besluiten dan maar om ergens langs de autostrade een koffietje te drinken. Het is een rijdag vandaag met bar slecht weer, felle regenbuien, donder en bliksem. Er staat veel water op de snelweg en mede door de vele wegeniswerkengaat het traag vooruit. Af en toe hebben we tamelijk lange files. Rond 19.30 stoppen we uiteindelijk in Plzen nadat we aan de grensovergang een wegenvignet hebben gekocht voor € 16. Omstreeks 21 uur stopt het uiteindelijk met regenen maar een verkennende avondwandeling zit er niet in. Daarvoor zijn we wat moe. Na nog wat gelezen te hebben gaan we voor ons doen redelijk vroeg slapen.
Vrijdag 24/07/2009 : bezoek aan Plzen en rit naar Praag.
Na een rustige nacht op een plein te Plzen ontbijten we en dan gaat het te voet richting centrum. Ik wip nog even binnen bij een apotheek om de juiste weg te vragen en om te informeren of we veilig staan met de motorhome, maar men heeft er veel moeite om Engels of Duits te praten. Nochtans hadden wij gedacht dat dit geen probleem zou zijn maar we hebben kunnen ervaren dat niet iedere jongere met vreemde talen overweg kan . Maar met enige goodwill en gebarentaal raakt men er ook. Het centrum van Plzen is mooi en fotogeniek maar verder is het wel een beetje een grauwe industriestad. We zijn voornamelijk hier onze reis gestart omdat Koen de Urquell Prazdroj Pivovary(Urquell Pilsner brouwerij) wil bezoeken. Het bezoek aan de brouwerij is zeker de moeite waard en duurt minstens anderhalf uur. Ondertussen gaat Trui naar de supermarkt vlakbij en moet ervaren dat ook daar weinig tot geen Engels of Duits gepraat wordt. Ondertussen wordt in de Urquell brouwerij het volledig brouwproces uitgelegd door een deskundige gids. Het bezoek aan de afvulinstallatie waar 125.000 flesjes en 70.000 blikjes per uur worden gevuld is indrukwekkend. Al die flesjes op de transportband maken een hels kabaal en het is er broeiend heet want in deze ruimte worden de flesjes ook gespoeld en gereinigd. Vandaar gaat het naar een zaaltje waar een film van 15 minuten wordt vertoond over het ontstaan van de pils. Ook het bezoek aan de kilometers lange ondergrondse gangen blijkt de moeite waard. En zeggen dat dit alles met de hand werd uitgehouwen vanaf 1842, zowaar een hard labeur. In deze gang kan men ook proeven van het zogenaamde “groen” bier, dit is pilsner die nog niet gepasteuriseerd is en daardoor iets donkerder en troebeler dan hetgeen men in de handel koopt. Urquell is dubbel gehopt en daardoor ook wat bitterder dan onze pils maar wel héél lekker. We laten Plzen achter ons en rijden via de snelwegrichting camping Drusus te Praag. Deze camping ligt aan de buitenring van Praag maar is toch rustig. We betaalden 540 CZK per dag ( €22). De bushalte is 200m verder, en vandaar kan men naar halte “Luka” om dan over te stappen op de metro. Dit traject duurt ongeveer een half uurtje. Maar dat is pas voor morgen, nu nog wat genieten van de zon en de rust op de camping. 's Avonds gaan we in het campingrestaurant lekker en uitgebreid eten voor de prijs van 470 CZK, omgerekend zo’n € 18. Voor we gaan slapen nemen we nog wat documentatie over Praag door, zo zijn we toch wat voorbereid voor onze uitstapjes van de volgende dagen.
Na een nogal rumoerige nacht ( een groep jongeren vond het nodig vlak naast onze motorhome hoogoplopende discussies te voeren tot een gat in de nacht) blijven we nog wat op de camping om ons te verplaatsen. Algauw komt er een ander plaatsje vrij ; hopelijk staan we hier wat rustiger. Na de verhuis gaat het met de bus en metro richting Praag centrum. Eens aangekomen in het metrostation Mùstek kijken we onze ogen uit. Nog nooit van ons leven hebben we zulke steile roltrappen gezien ! Mensen buigen achter- of voorover naargelang de richting die ze uitgaan. Een plezant kijkspel en eenleuke ervaring ,dat is zeker. Alvorens Praag te ontdekken gaan we een pizza eten in een Grieks restaurant !?! Het eten is er lekker en helemaal niet duur. De volledige namiddag en een stuk van vooravond genieten we van de aanblik van Praag en slenteren we straatje in, straatje uit. We bewonderen de prachtige gevels en genieten van de het prachtige weer. Op een tweetal pleinen in de stad staan er podia opgesteld, er is een internationaal volksdansfestival aan de gang en daar pikken we ook een graantje van mee. Praag overvalt ons een beetje, er loopt heel wat volk rond en we hebben onze stadsgids niet bij zodat we niet echt kunnen plannen waar we heen moeten. Gelukkig hebben we een plannetje zodat we ons toch min of meer kunnen oriënteren en zaken herkennen. We trotseren de massa om de Karelsbrug over te steken maar besluiten toch om dit deel van Praag te laten voor morgen. We keren in de late namiddag terug naar de camping en genieten van een aperitiefje alvorens aan het avondmaal te beginnen. We sluiten onze avond af met een spelletje Uno en gaan redelijk vroeg slapen.
Zondag 26/07/2009 : Praag.
Vandaag bezoeken we HradČany, het hoger gelegen deel van Praag waar zich de burcht en de St. Vitus-kathedraal bevinden. Je kunt er ook het Strahovklooster gaan bezoeken , allemaal zeker de moeite waard.We nemen alweer bus en metro maar stappen deze keer af in metro station Námesti Republiky. Dit metrostation is gelegen vlakbij de Karelsbrug en de Opera. De burcht met zijn verschillende pleinen is indrukwekkend maar vooral de “Gouden poort” van de St.Vituskathedraalis een bezoek waard. De brandglazen in de kathedraal zijn écht mooiom te zien. We wandelen op ons gemak op de verschillende pleinen en gaan uiteindelijk iets eten in een restaurant binnen de muren van de burcht. Lekker en in tegenstelling tot wat gangbaar is in Praag hanteert men hier normale prijzen. We krijgen worstjes die op een speciale manier worden gebakken en geserveerd ; ze doen 'n beetje aan een narrenmuts denken. We verlaten de burcht en bezoeken ook het Strahovklooster om dan terug te keren naar de Karelsbrug en van de gelegenheid gebruik te maken om diverse kleine straatje te verkennen. Het is opvallend hoeveel woningen hier een mooie gevelversiering hebben. Alvorens de brug over te steken bezoeken we ook de kerk waar het wereldberoemde Kindje van Praag te zien is. We hebben dorst gekregen en pikken nog een terrasje mee, waarna het terug richting camping Drusus gaat.
Genoeg Praag voor ons, andere oorden lonken. We genieten nog wat na van onze dag en zijn heel blij dat we vandaag écht goed weer hebben gehad.
Tijd om Praag te verlaten, maar eerst water lozen en vullen en dat neemt toch wat tijd in beslag. Eens deze taken achter de rug zijn vertrekken we naar Kutná Hora waar zich de prachtige St.-Barbara-kathedraalmet haar driedelig tentdak bevindt.We rijden er twee uur aan want om één of andere reden moeten we de snelweg verlaten en via secundaire wegen rijden. Kutná Hora staat op de werelderfgoedlijst van de Unesco en toch is het hier bijzonder rustig in vergelijking met Praag. In een paar uur kan je het stadje bezoeken dat toch heel wat te bieden heeft als je van monumenten en gebouwen houdt. Het Jezuzuïetenklooster, de prachtige brug met haar mooie beelden, het Italiaanse Hof waar zich een klein parkje bevindt vanwaar je een mooi uitzicht hebt op het klooster en de kathedraal... Jammer genoeg moet je ook hier voor alles betalen en dat lijkt ons wat van het goede teveel. We wandelen dan maar wat rond in het stadje en genieten van een ijsje en een terrasje.
Op de weg naar Pardubice in Sedlec bevindt het knekelhuis. Dit befaamde knekelhuis werd in 1870 door Franz Rint opgeluisterd met de resten van 40.000 skeletten . Er zijn o.a.kroonluchters en een monstrans uit knoken gemaakt. Eigenlijk een beetje luguber, maar toch heeft het wel iets. Na dit bezoekje rijden we richting Hradec Králové. Onderweg draaien we een bosweggetje in om daar de avond en nacht door te brengen.
Dinsdag 28/07/2009 Hradec Králove – Jičín – Český Raj
We ontwaken na een rustige nacht terwijl het onophoudelijk aan het regenen is, blijkbaar wordt het een kletsnatte dag vandaag. We laten het niet aan ons hart komen en lezen nog wat na het ontbijt, gevolgd door een partijtje Uno. We hebben tijd en in dergelijk weer is het ook niet aangenaam wandelen. Tegen de middag klaart het op en rijden we door naar Hradec Králové. Daar aangekomen volgen we de pijlen richting centrum en komen plots oog in oog te staan met een hoogtebord van 3,20 meter. Daar kunnen wij onmogelijk door, dus wordt het omkeren en een alternatieve weg zoeken. Gelukkig vinden we die redelijk vlug, evenals een parkeerplaatsje naast de rivier. We hebben juist genoeg muntjes om 2,30u. te blijven staan. In het nieuwe stadsgedeelte is het aangenaam drukterwijl het oude stadscentrum bijna verlaten lijkt. De Heilige Geestkathedraal, het oude stadhuis en de pestzuil domineren de ruime markt. Verder vallen de gevels geschilderd in diverse pasteltinten ook wel op. Tussen het stadhuis met zijn beide torens en de "witte toren" ligt de barokke St.-Clementskapel. Men kan deze niet missen als men de gouden kroon volgt die bovenop het dak staat en die vanop alle hoeken van het marktplein te zien is. Veel sfeer is er hier niet zodat de parkeertijd die we hebben ruim voldoende is. We keren terug naar Hotel Fidel en rijden verder richting Jičín. De zon is ondertussen weer volop van de partij zodat onze dag niet meer stuk kan. Via de Valdická Brána (Waldlitzpoort) komt men op het feeërieke marktplein. De bijnaam van dit stadje is dan ook niet voor niets "De sprookjesstad", maar momenteel is men bezig het volledige plein opnieuw in kasseien aan te leggen waardoor er overal hekkens, en dat komt de sfeer iets minder ten goede. Net als op zoveel andere marktpleinen staan ook hier wagens kriskras door elkaar geparkeerd zodat een foto nemen zonder wagen erop haast onbegonnen werk is. We wippen even binnen bij de toeristische dienst van de streek en schaffen ons een boekje aan over het "Boheems Paradijs" aan. De Český Raj wordt in iedere brochure volop aangeprezen en aangezien we wat stadsmoe zijn wordt dat wellicht een aangename afwisseling. Eventjes de natuur verkennen en volop van de rust genieten. Na het verlaten van Jičín vinden we al heel gauw een camping vlakbij het natuurgebied Prachovské Skály. Men heeft hier blijkbaar geen ervaring met motorhomes want er zijn geen voorzieningen, maar met een beetje goede wil is aan alles een mouw te passen natuurlijk. Na de regenval van deze voormiddag ligt de camping er nogal drassig bij maar we vinden een plaatsje bij de vijver waar het goed toeven is. De douches zijn een gemeenschappelijke ruimte (t.t.z. er zijn geen afzonderlijke douches zodat van privacy geen sprake is) en dat spreekt ons toch minder aan.
Woensdag 29/07/2009 Česky Ráj.
Het is vandaag prachtig weer, ideaal om te gaan wandelen! De Česky Ráj is het oudste natuurreservaat van Tsjechië, een fraai landschap vol rotsformaties en kastelen. De stenen steden, waar je uren kan wandelen en steeds opnieuw in bewondering staat voor de natuurpracht, zijn uniek. Na een half uurtje wandelen vanuit de camping sta je midden tussen de 200 zandsteenrotsen van de Prachovské Skály. In het begin van de wandeling blijkt dat we niet alleen zijn. Een hele troep mensen loopt het natuurpark binnen, en iedereen volgt de rode merktekens (er zijn verschillende uitgestippelde wandelingen). Na een tijdje kiezen we voor de groene merktekens en algauw is het heel wat minder druk. We klauteren over rotsen en wringen ons door smalle kloven. Af en toe worden we vergast op prachtige vergezichten of duiken er immense rotsformaties voor ons op. Onze fototoestellen maken overuren. We genieten van al dit moois, het is echt om stil van te worden. Na enkele uurtjes bereiken we de toeristenhut waar men iets kan drinken en/of eten. We rusten wat uit en genieten van een drankje alvorens op onze stappen terug te keren, dit keer wel via het rode wandelpad dat iets gemakkelijker is. We keren terug naar de camping waar we een fles champagne kraken die een vriend ons had meegegeven met de boodschap "enkel op te drinken op een speciaal moment". We denken dat dit vandaag wel van toepassing is. De gasbarbecue wordt klaargezet om kippenbouten klaar te maken. De champagne smaakt verrukkelijk, wat van de kip niet gezegd kan worden. Die smaakt naar rubber en is taai, zodat we al lachen zeggen dat het wellicht een soepkip is. Wat precies op de verpakking staat kunnen we toch niet lezen... Een kleine tegenvaller na een perfecte dag, maar dit kan de pret niet drukken, een lekkere koffie met 'n stukje chocolade maakt veel goed. Terwijl de avond valt begint zowat iedereen rondom ons een vuurtje te stoken. Het dal waarin de camping gelegen is wordt na verloop van tijd gevuld met rook en de geur van smeulend hout. Op zich misschien wel plezant maar op de duur beginnen je ogen te tranen en dan is het leuke er natuurlijk van af. Onze motorhome ruikt naar brand en in de wijde omgeving hangt een rookgordijn. De CO-uitstoot van Tsjechië moet wel heel hoog zijn als er op iedere camping wordt gestookt zoals hier. En dan te bedenken dat we in een natuurgebied verblijven...
Op de camping blijft het rustig tot 01.30u en dan begint een of andere onverlaat op zijn gitaar te tokkelen en samen met zijn drinkebroers liederen te kwelen. Dat is hier normaal, hoor ik de volgende morgen. Op deze camping staan bijna uitsluitend Tsjechen en als ze genoeg pilsner binnen hebben denken ze dat ze Bob Dylan kunnen evenaren. Traditie hé. We moeten nog heel wat doen alvorens we kunnen vertrekken. Op de camping zijn totaal geen voorzieningen zodat het lozen moet gebeuren in een putje langs de kant van de weg, het water vullen moet met jerrycans en het chemisch toilet moeten we in een gewoon toilet kieperen, aldus de campinguitbater. Na deze taken te hebben uitgevoerd trekken we naar Sobotka, een lieflijk dorpje waar ook het kasteel Humprecht staat. Dit kasteel is gebaseerd op de Galatatoren uit Istanboel. Alvorens het te te bezoeken nemen we een middagmaal op het marktplein van Sobotka. Héél lekker maar niet zo eenvoudig om te kiezen want de menukaart is uitsluitend in het Tsjechisch en men spreekt er geen andere talen. Overschakelen op gebarentaal dan maar. Trui kiest voor worstjesdie eerst worden gewogen alvorens men kan afrekenen, Koen laat zich verleiden tot schnitzel. Alles samen betalen we nog geen 150 Czk (ongeveer € 6), dranken inbegrepen. Het is duidelijk, hier hoef je niet zelf te koken. We bezoeken vervolgens het kasteeltje en krijgen een rondleiding in het Tsjechisch. Weliswaar krijgen we een papiertje met wat uitleg in het Engels zodat we toch een beetje kunnen meevolgen, ook al is die uitleg zeer beknopt. Het slot is niet zo groot en volledig rond. Beneden zijn er enkele kamers en de keuken, boven de slaapkamers en een ovale zaal waar een bijzondere akoestiek hangt en de muren beschilderd zijn met prachtige fresco's. Buiten kan men op een terras rond de toren wandelen waarbij je en prachtig uitzicht hebt op Sobotka en omgeving. We rijden nadien verder naar het kasteel Kost, wat zoveel betekent als 'stevig'. Het is inderdaad een indrukwekkend gebouw. Wij wandelen wat rond en genieten van het zonnetje en een frisse pint, waarna we doorrijden naar de ruines van (kasteel) Trosky. We maken een grote omweg en zijn duidelijk ergens verkeerd gereden, maar dat geeft niet want de omgeving is schitterend. Uiteindelijk komen we aan bij de ruines en alles blijkt al potdicht te zijn. Op de nieuw aangelegde parking vinden wij een goed plaatsje om te overnachten. We genieten nog wat van de avond en hopen dat er hier geen nachtelijke zangstonden zullen zijn...
Vrijdag 31/07/2009 Hrubá Skála en omgeving – Harrachov.
Lekker geslapen, wat een rustige nacht! Omstreeks 9 uur beginnen de dagjesmensen toe te komen op de parking van Trosky Hrad. Wij ontbijten op ons gemak en vertrekken richting Hrubá Skála, de tweede grootste rotsstad in het Boheemse Paradijs. We parkeren ons in een zijwegje en trekken het bos in, maar na een hele poos wandelen, begint het ons te dagen dat dit wellicht niet de juiste weg is. Een jong paartje behulpzame Tsjechen wijst ons uiteindelijk de goede richting. De ingang naar de rotstad begint vanuit de parkeerplaats van het kasteel Hrubá Skála, en die blijkt zich op nog geen 500 meter van onze motorhome te bevinden. Hier zijn we toch wel volledig de mist ingegaan, figuurlijk dan want het zonnetje staat hoog aan de hemel en verblijdt ons met haar warmte. Nu ja, ondertussen hebben we toch maar een mooie boswandeling van ongeveer een uurtje, achter de rug. Als we uiteindelijk via het “muizengat” de rotstad binnenkomen zijn we lichtjes ontgoocheld. Het is heel wat minder indrukwekkend dan Prahovské Skály. De omgeving is bosrijk maar er zijn bijlange niet zoveel rotsformaties te zien. Hier en daar zijn mooie vergezichten en staan er raar gevormde rotsen. Het zicht op het kasteel is als een plaatje uit een boek. We passeren ook aan het symbolische kerkhof gewijd aan Boheemse bergbeklimmers die door het uitoefenen van hun hobby het leven verloren. Na een tocht van enkele uren keren we terug naar de motorhome om onze reis verder te zetten richting Harrachov, het meest westelijk gelegen toeristisch centrum van de Krkonoše (Reuzengebergte). Hier plannen we een meerdaags verblijf om wat te rusten en te wandelen. In Harrachov is een glasfabriekje en in de onmiddellijke omgeving vind je de Mumlava watervallen. Onderweg naar het Reuzengebergte hebben we bijna een ongeval. Twee tieners die op het voetpad wandelen, doen gek met elkaar en plots duwt het ene meisje haar vriendin op straat, op enkele meters vóór onze motorhome. Gelukkig rijdt Koen niet snel maar hij moet wel bruusk remmen, met als gevolg dat de lades uit de kastjes vliegen en ons bestek overal verspreid op de vloer ligt. Alles wat in de kasten staat werd door elkaar geschud. We proberen wat van de schrik te bekomen tijdens het opruimen en rijden dan extra voorzichtig weer verder. Ondertussen is onze maag beginnen knorren zodat we halt houden aan een hotel en er heerlijk uitgebreid eten voor alweer weinig geld. Eens op de camping aangekomen vinden we een goed plaatsje op een mooi stukje gazon naast een murmelend beekje. De camping is voorzien van een centrale vuurplaats waardoor niet her en der vuurtjes zullen worden gestookt. Het is er rustig, het sanitair blok is volledig vernieuwd en er zijn zelfs voorzieningen voor motorhomes.
Van een rustige nacht is helemaal geen sprake ! Een groep Duitse jongeren mèt begeleiders notabene, die pal achter onze motorhome een huisje betrekken, vinden het niet nodig om tijdig de rust van de camping te respecteren. Geroep, getier en gelach alom. Omstreeks 23.30u doen we een poging om hen te vragen toch iets stiller te zijn, wat enkel resulteert in hoongelach en nog meer lawaai. We proberen om te slapen maar het lukt echt niet. Dan maar iets dringender vragen, wat weer niets oplevert. Blijkbaar zijn ze bezig met een avondje “buren wakker houden “ of zoiets. Na de komst van bijgehaalde politie blijven ze gewoon volharden in de boosheid. We kramen dan maar op, en terwijl we in het holst van de nacht de luifel indraaien wordt er nog meer gelachen en nemen ze zelfs foto’s van ons. De elektriciteit wordt afgekoppeld, we rijden van de wielkeggen en verplaatsen ons naar een rustiger deel van de camping. We proberen dat te doen zonder al teveel lawaai te maken. De groep blijft luidruchtig tot na drieën. Anderen hebben er blijkbaar geen last of willen/durven niet reageren. Koens respect voor Duitse kampeerder krijgt een ferme deuk. In hun eigen land zijn ze ordentelijk en respectvol, maar in het buitenland hangen ze het varken uit. Jammer toch dat wederzijds respect soms ver te zoeken is op een camping. Omstreek 8u. staat Koen bij de campinguitbater. Niet alleen wij hadden klachten, ook een groep Nederlandse kampeerders met 10 caravans heeft reeds zijn beklag gedaan. We vragen ons af waarom onze noorderburen deze nacht niet eens kwamen zien wat er gaande was... De eigenaar zegt dat zoiets nog nooit gebeurde en dat het probleem zal worden aangepakt. Wat later krijgen we een nieuwe staanplaats toegewezen en de uitnodiging om nog een dag langer gratis te blijven, die we aannemen want we waren sowieso van plan nog een dag langer in Harrachov te blijven.
We kunnen eindelijk ontbijten en gaan daarna het dorpje in. Niet zo speciaal maar wel mooi gelegen. De bergen lonken en de zon is weer volop van de partij. Deze namiddag gaan we de Mumlava waterval opzoeken, maar eerst wat boodschappen doen en dan op de camping gaan lunchen. Sinds gisteren heeft Trui wat last van een rood oog en naarmate de dag vordert verergert alleen maar. We besluiten een dokter op te zoeken. Volgens de campinguitbater is er geen dokter in het dorp, wel een “medical center” (privékliniek) waar permanentie is. We kunnen ook naar het ziekenhuis rijden dat 65km. verder ligt. We worden gewaarschuwd dat een doktersbezoek redelijk duur is in Tsjechië. Maar er zit niets anders op en na het eten trekken we eerst naar het medisch centrum, de waterval loopt immers niet weg.
Verdorie ! We zijn net 15 min. te laat, het medical center sloot om 15u. Inlichtingen kunnen we krijgen in een restaurant vlakbij, maar daar blijkt dat ze enkel kunnen proberen om iemand telefonisch te bereiken... tevergeefs. We proberen dan zelf maar te bellen en na enkele pogingen krijgen we eindelijk iemand aan de lijn. Ja, de noodarts kan komen als we een uurtje geduld hebben. We doden de tijd op een terrasje, en stipt een uur later komt een vriendelijk ogende man naar het centrum die ons perfect ten dienst staat. De man spreekt gelukkig redelijk goed Engels en Duits. Trui blijkt een scheurtje te hebben in het hoornvlies van haar rechteroog dat goed verzorgd moet worden. Het was dus best bij de dokter langs te gaan. Dan volgt de rekening... en bijna vallen we beiden achterover. 5.250 Czk (ongeveer € 210), is dat even schrikken ! Het doktersbezoek zelf kost 3.500 czk (€ 140), de medicatie 750 czk (€ 30) endaar komt nog 1.000 czk (€ 40) bij voor een weekendconsultatie. Maar we betalen zonder morren want Trui is geholpen en we zijn gerust gesteld. We keren terug naar de camping en houden ons voor de rest van de dag rustig terwijl we genieten van de stilte (eindelijk) en het zonnetje.
Verdorie ! We zijn net 15 min. te laat, het medical center sloot om 15u. Inlichtingen kunnen we krijgen in een restaurant vlakbij, maar daar blijkt dat ze enkel kunnen proberen om iemand telefonisch te bereiken... tevergeefs. We proberen dan zelf maar te bellen en na enkele pogingen krijgen we eindelijk iemand aan de lijn. Ja, de noodarts kan komen als we een uurtje geduld hebben. We doden de tijd op een terrasje, en stipt een uur later komt een vriendelijk ogende man naar het centrum die ons perfect ten dienst staat. De man spreekt gelukkig redelijk goed Engels en Duits. Trui blijkt een scheurtje te hebben in het hoornvlies van haar rechteroog dat goed verzorgd moet worden. Het was dus best bij de dokter langs te gaan. Dan volgt de rekening... en bijna vallen we beiden achterover. 5.250 Czk (ongeveer € 210), is dat even schrikken ! Het doktersbezoek zelf kost 3.500 czk (€ 140), de medicatie 750 czk (€ 30) endaar komt nog 1.000 czk (€ 40) bij voor een weekendconsultatie. Maar we betalen zonder morren want Trui is geholpen en we zijn gerust gesteld. We keren terug naar de camping en houden ons voor de rest van de dag rustig terwijl we genieten van de stilte (eindelijk) en het zonnetje.
Na een rustige nacht en het ontbijt trekken we terug naar het dorp om een zonnebril te halen voor Trui. Het duurt een tijdje alvorens we iets vinden wat op haar neus past, maar we hebben tijd. Het is enorm warm, de temperatuur loopt op tot 36 graden. Opeens zien we dat de stoeltjeslift in werking is zodat we terugkeren naar de camping om onze wandelschoenen aan te trekken en de rugzak te vullen met onze spullen zodat we richting bergtop kunnen gaan. Niet dat die zo hoog is 1020 m.) maar hier in Harrachov zijn geen hogere. De stoeltjeslift nemen is toch altijd een beetje 'n avontuur; daar hang je dan voor een 15-tal minuten in de lucht, overgeleverd aan wind, aan een stel kabels dat het geheel in goede banen moet leiden. Boven aangekomen drinken we een kop koffie die ons gratis wordt aangeboden. We nemen er een druppeltje bij en genieten van het weidse panorama. Op ons gemak dalen we af. Onderweg kunnen met eigen ogen aanschouwen hoe steil de skischansen wel zijn. Uit nieuwsgierigheid klimmen we de trapjes van een dergelijke schans op. Brr, dat moet toch maar een raar gevoel in het buikje geven als je met een rotvaart van dit ding naar beneden schuift... en daarna de lucht in gekatapulteerd wordt. Terug in het dal genieten we van een drankje alvorens naar het busstation te trekken waar de wandeling naar de Mumlavsý vodopád ( mumlava waterval ) begint. Het is20 minuten wandelen tot aan de niet zo hoge waterval (9 meter). De waterval ligt idyllisch verscholen in het bos. Je voelt de nevel van het water, lekker fris bij deze temperatuur.
Kristalhelder water klatert naar beneden en zoekt zijn weg over de granietrotsen die hier liggen. Prachtige natuur hebben ze hier. In de lommer van de bomen is het goed toeven want het is nog altijd snikheet. Daar komt gegarandeerd donder en bliksem van.We keren op ons gemak terug naar de camping en rusten wat uit, mijmerend over de voorbije dag bij een lekker fris pintje. We gaan douchen en straks uit eten om deze mooie dag te beëindigen.
Maandag 03/08/2009 : Harrachov - Hřensko.
Afgelopen nacht is het beginnen regenen, water gieten eigenlijk. Een onweer pal boven ons hoofd maakt ons verscheiden keren wakker, het is net alsof de aarde vergaat. 's Ochtend staan de hemelsluizen nog altijd open maar we vertrekken vandaag uit Harrachov en gaan richting Hřensko om daar de langste natuurlijke zandstenen brug van Europa te bezoeken, gekend als "de poort van Pravcice" of "Pravčická Brána". Deze is 21 m. hoog en 26 m. breed. Door allerhande wegeniswerken (alweer) schieten we niet op en vorderen met een slakkengangetje. We houden even halt in Liberec te stoppen om in een grote supermarkt wat boodschappen te doen. Ook hier weer is het Tsjechisch de enige taal, maar ondertussen zijn we dat al gewend en trekken goed onze plan. Het is al laat in de namiddag als we uiteindelijk in Mizný Louka aankomen. Hier kan je ook naar de poort wandelen. Het voordeel is dat hier een ruime parking is die goed wordt bewaakt zodat je met een gerust hart aan de 6,5 km. lange wandeling kan beginnen. Geen probleem om hier straks te overnachten. Vanaf de parking volgen we de rood-witte markeringen die ons naar de brug leiden. De wandeling is nogal zwaar ; ze begint met een lange steile klim en gaat verder door de bossen langsheen enorme zandstenen rotsformaties. Het is een prachtige wandeling maar men moet toch wel een beetje geoefend zijn om deze te kunnen maken. Onze inspanningen worden echter beloond met prachtige vergezichten. Na anderhalf uur bereiken we de prachtige poort van Pravcice met bijhorend kasteeltje dat nu ingericht is als restaurant. Het is al omstreeks 17 u. als we daar aankomen en de vriendelijke loketbediende geeft ons een serieuze korting omdat het domein slechts toegankelijk is tot 18 uur. Bedankt! We lessen eerst onze dorst en nemen dan de tijd om wat foto's te nemen. Het voordeel van de late aankomst is dat er bijna geen toeristen meer aanwezig zijn zodat we ongestoord kiekjes kunnen nemen. We keren wat later goedgemutst naar de motorhome terug. We zouden zelf iets koken deze avond maar na deze zware tocht hebben we daar niet echt veel zin meer in. Gelukkig is vlakbij de parking een restaurant, waar we genieten van zeer lekkere knoflooksoep, gevolgd door een bord goulash. Dat smaakt ! Moe maar voldaan kruipen we vroeg onder de wol en gaan hopelijk een rustige nacht tegemoet.
We hebben inderdaad een rustige nacht achter de rug. Na het ontbijt rijden we verder naar Hřensko waar we de "Tichá soutěska" of "Edmund kloof" willen bevaren. Omstreek 10 u. zijn alle parkings bezet, maar gelukkig zijn wij wat vroeger aangekomen en konden nog een plaats bemachtigen. Na alweer 100 Czk te hebben betaald voor de parking trekken we erop uit. Het valt op dat je hier bijna voor iedere parking moet betalen, altijd is er wel iemand die om het gepaste geld komt vragen. Nu, ? 4 voor een ganse dag is niet overdreven, zeker niet als je er ook nog kan blijven slapen. Wat ons ook opvalt, is dat je de mensen in Tsjechië op elk uur van de dag ijsjes ziet eten. Blijkbaar een zeer populaire nationale sport. De ingang van de Edmundkloof is op een half uurtje stappen van de parking. Eerst gaat het langs een riviertje en door het bos om uiteindelijk aan te komen aan de plaats waar de bootjes liggen te wachten. Na een kwartier kunnen we de boot instappen waar ongeveer 20 mensen in kunnen. Deze wordt voortuitgeduwd met een lange stok. Doordat we stroomopwaarts varen heeft de bootsman het knap lastig; het zweet parelt op zijn voorhoofd. Terwijl het traag vooruit gaat geeft de man hier en daar wat uitleg en het ganse gezelschap geniet van de rust en de omliggende natuur. 20 minuten later komen we aan op het eindpunt bij een taverne waar de dorstigen zich kunnen laven en de hongerigen zich kunnen spijzen. Ook hier is weer een vuurtje aan het smeulen. De wandeling naar de kloof door het bos en de kloof zelf zijn van een uitzonderlijke schoonheid, omgeven door prachtige rotsformaties... Echt een aanrader voor een rustige ochtend. We besluiten om te voet terug te keren naar de motorhome, maar als we hadden geweten dat het zo'n zware tocht zou worden (6 km. en we hebben nog pijnlijke benen van gisteren) waren we met de boot teruggevaren. Het lijkt alsof er geen eind komt aan de wandeling en we zijn maar wat blij als we eindelijk weer bij onze motorhome zijn aanbeland. Na 'n hapje eten kuieren we nog even door Hřensko zelf, maar het dorpje kan ons niet bekoren. Het is gelegen tegen de Duitse grens en bestaat vooral uit winkeltjes waar de Duitsers gaan shoppen. Vandaar vertrekken we richting Terezin. We komen langs het vestingstadje Litoměřice dat uitnodigend naar ons lonkt en houden hier even halt. Litoměřice is een mooi stadje met autoluwe straten en een groot marktplein waar heel wat mooie gevels te bewonderen vallen. We kopen in een bakkerij een brood en vragen met handen en voeten of het kan gesneden worden. Maar gesneden brood en/of snijmachines kent men hier niet zodat de dame achter de toonbank het dan maar eigenhandig snijdt. We genieten nog wat van het mooie weer op een terrasje en tegen de avond rijden we door naar de kleine vestig van Terezin waar we op de parking van dit herdenkingsmonument blijven overnachten.
We zijn vroeg uit de veren vandaag, omstreeks 7.30u staan we op en maken ons klaar om "de kleine vesting" te bezoeken. In 1942 richtten de nazi's hier een doorgangskamp in voor joden uit verschillende Europese landen. Om de wereld een rad voor de ogen te draaien maakten ze ook een "modelstad" waarin de joden zogezegd zelfbestuur hadden. Terwijl in de modelstad culturele - en sportmanifestaties werden gehouden, saste men langs de achtdeur mensen naar Auschwitz. Op het nationaal kerkhof dicht bij de kleine vesting liggen 30.000 joden begraven. Rond 9 uur betreden we de kleine vesting, het is gezien het vroege uur nog heel rustig. Hier en daar zijn zwaluwen in de weer met het af en aan vliegen om hun hongerige jongen te voldoen. De zwaluwen maken hier gretig gebruik van de diverse lokalen waar ze zo in en uit kunnen vliegen. Her en der zijn er ramen stuk en de deuren staan wagenwijd open. Nesten hangen er in ieder lokaal en het onophoudelijk gepiep van de jongen zorgt voor een surreële sfeer. We kuieren ongeveer drie rond op deze site en keren gelaten terug naar de motorhome en rijden terug naar Litomerice om ons daar een dvd-speler aan te schaffen. Stukken goedkoper dan in ons Belgenlandje ! Na een aperitiefje gaat het verder richting Karlovy Vary, maar eerst houden we halt in Kadaň waar we ons maagje zullen vullen. Kadaň ligt in een dal van de Ohře en bezit fraaie burgerhuizen met galerijen in allerlei bouwstijlen die de markt omzomen. Er staat een mooie pestzuil en het stadhuis met zijn koepeltoren is ook de moeite waard. Er zijn hier weinig of geen toeristen te ontwaren dus is het heel rustig. In de tuin van een restaurant genieten we alweer van een lekkere, betaalbare maaltijd. Na het eten gaat het verder richting Karlovy Vary waar we rond 17.30u aankomen. Het is er vrij druk maar we vinden toch een parkeerplaats vlakbij het centrum. Het is zeker geen optie om hier te blijven overnachten maar dat zien we later dan wel. We trekken het centrum in en het eerste wat opvalt, zijn de verschillende kannetjes die toeristen bij zich hebben om uit te drinken. Daarmee wandelen ze van bron tot bron en kunnen op die manier van al het water proeven want het kuuroord heeft 12 warme minerale bronnen die elk een verschillende samenstelling en temperatuur hebben, gaande van 40 tot 73 graden Celcius. De kannetjes zelf kan men kopen aan stalletjes die verspreid staan rondom de wijk met kuurbaden. Er zijn kannetjes in alle kleuren en vormen, van kitscherige kannetjes met tekeningen van de stad tot kannetjes in de vorm van muizen, katten, draken... in de meest opvallende kleuren. Het is zowaar een gek gezicht om de mensen van bron tot bron te zien gaan en dan uit de teut van hun kannetje te drinken. De befaamde Becherovka (kruidenlikeur) wordt ook hier gefabriceerd. Er is zelfs een Becherovka museum. Karlovy Vary is mooi maar druk en de gevels dragen duidelijk de stempel van hun Weense bouwmeesters. Er zijn protserige hotellobby's met dienstboden in livrei voor de deur, over glimmend koper en bladgoud, veel pracht en praal. Het is een beetje de "place m'as-tu vu" en we hebben er na een paar uur toch wel genoeg van. Trop is ook hier teveel. Het is er té druk en we keren dan maar terug naar de motorhome om door te rijden naar Mariánské Lázně. Het is al donker als we daar aankomen en we gaan op zoek naar een plaatsje om te overnachten. We rijden het stadje door, vinden niets en besluiten hier niet te blijven want wat we gezien hebben kan ons niet echt behoren. Dan maar naar Stanoviště waar we omstreeks 22.00 u. nog een plaatsje vinden op de nette camping Stanowitz. De twee vriendelijk uitbaters zijn behulpzaam en praten vloeiend Engels. We genieten nog wat van de rust op de camping en gaan na een goed gevulde dag slapen.
Donderdag 06/08/2009 : Rustdag op camping Stanowitz.
Na een muisstille nacht waarbij we heerlijk geslapen hebben beslissen we vandaag eens te niksen. Als je wilt kan je van hieruit in 50 minuten te voet naar Mariánské Lázně, met de trein naar Karlovy Vary of wandelen en fietsen in de omgeving. Niets van dit alles voor ons, wij willen gewoon genieten van de rust en stilte. Een boek, een drankje en 'n hapje binnen handbereik, meer hoeven we vandaag niet.
Vrijdag 07/08/2009 : Teplá - Cheb.
We verlaten de camping na een verkwikkende rustdag en rijden naar Teplá waar we het Premonstratenzerklooster willen bezoeken. Het wordt een kort ritje, amper 15 km. Na een poosje zien we het klooster al liggen in de verte, wat een mooi zicht oplevert. Het grote gebouwencomplex heeft iets statigs maar is dringend aan restauratie toe. We bewonderen het mozaïek boven het schitterende portaal van de Maria Boodschapkerk en maken een wandeling op het domein rondom de gebouwen. In de kerk zelf mag je niet fotograferen of filmen, dus nemen we genoegen met de buitenkant. Vandaar rijden we door naar Cheb, één van de oudste steden van Bohemen. Het middeleeuws marktplein met bonte 17e eeuwse huizen mag gezien worden, vooral de "Špalíček" aan het smalle uiteinde, bestaande uit elf vakwerkhuizen van Duits-Joodse kooplieden. Deze zijn mooi bewaard gebleven. We bezochten al vele steden en dorpjes maar Cheb kan ons waarlijk bekoren. We blijven hier een paar uur, kuieren wat door de kleine straatjes, genieten van een ijsje, een drankje en het prachtige weer. Cheb is helemaal niet druk en dat is altijd aardig meegenomen. Tegen de avond aan verlaten we Cheb , met de bedoeling te overnachten in Soos. Dit zou een vulkanisch gebied moeten zijn waar men doorheen kan wandelen op houten vlonders. Dat willen we morgen zeker doen. In Novy Horá, een dorp vlakbij Soos, staan een pak auto’s en loopt er enorm veel volk rond. Nieuwsgierig vragen we ons af wat er gaande is en parkeren ons even buiten het onooglijk dorpje. Er blijkt een jazzfestival aan de gang te zijn en er heerst een echte vakantiesfeer. In een mooi gerestaureerde vierkantshoeve is een restaurant en op het terras staan lange zitbanken. We schuiven aan en bladeren tijdens een drankje even door de menukaart. Het water loopt ons in de mond als we zien dat we hier hertengoulash kunnen eten voor een zacht prijsje. Deze kans laten we niet liggen en we beklagen het ons zeker niet, het is écht lekker. Daarna worden we aangesproken door een Tsjech die momenteel in Frankfurt woont en nieuwsgierig vraagt of we soms Denen of Noren zijn. We voeren een gesprek in gebrekkig Duits (wat is dat toch 'n moeilijke taal) waarna we onze tocht naar Soos hervatten. Op de parking bij het natuurgebied zullen we de nacht doorbrengen. Af en toe horen we in de verte een trein langskomen, maar verder is het er heel rustig. We zijn moe en gaan dan maar redelijk vroeg slapen. Morgen wacht ons weer een nieuwe dag.
Na het ontbijt trekken we het natuurgebied Soos in, een moerassig gebied met warmwaterbronnen, wat duidt op betrekkelijk recente vulkanische activiteit. Een speciaal aangelegd houten pad van 1.200 meter brengt ons langs het maanlandschap vol borrelende mofetten, (gasbronnen) en speciale planten (halofyten) die eromheen staan. De geur van solfer is overweldigend. De aarde heeft hier een opvallend goudgele korst door de aanwezigheid van zoutkristallen. We zien niet zoveel mofetten als we verwacht hadden maar het is wel een leuke ervaring om doorheen dit natuurgebied te wandelen. Het bijhorende museum is niet veel zaaks; er zijn enkele fossielen en piepschuimen dino’s uitgestald, dus daar houden we het vlug voor bekeken. We vertrekken richting Františkovy Lázně, onze laatste bestemming in Tsjechië. Daar aangekomen valt het ons op dat her er bijzonder kalm is, in het centrum rijden bijna geen auto’s. We draaien een straatje in op zoek naar parking maar dat loopt dood. We trachten te keren maar een agent komt onze richting uit. In perfect Duits legt hij ons uit dat we ons in “het kuurgebied” bevinden en hij vraagt onze toelating om hier te mogen rijden. Oei, hebben we niet natuurlijk. De man blijft kalm en legt ons uit dat er borden staan bij het binnenrijden van de kuurzone die vermelden dat men hier zonder pasje (20 Czk) niet mag rijden. Ja, we hebben inderdaad een bord gezien met een Duitse tekst, maar de inhoud ervan begrepen we niet echt goed. De boete voor deze overtreding bedraagt 2.000 Czk. 80 euro, daar moeten we toch even van slikken. Blijkbaar is de man in een goede bui of komen wij tamelijk onschuldig over want hij beslist plots om het bij 200 Czk (€ 8) te houden. Hij neemt Koens identiteitskaart mee en keert terug met de boete die Koen moet ondertekenen. Daarna rijdt hij ons voor naar een parkeerplaats even buiten het centrum, in een straat waar we 48 uur gratis mogen blijven staan. Na nog een hartelijke groet verdwijnt hij, op zoek naar andere overtreders. Na dit avontuur trekken we het kalme centrum binnen, een oase van groen met diverse stadsparken en neoclassicistische huizen die allemaal in het geel geschilderd zijn. Het symbool van de stad is het beeld van František, een naakt jongentje met een vis in zijn handen. Het bijgeloof zegt dat men het beeld moet aanraken daar dit de conceptie zou bevorderen. Zo te zien zijn er heel wat bijgelovige mensen, want een bepaald deel van het beeld glimt als geen ander. Het kuuroord loopt vol met bejaarden, blijkbaar vooral reumapatiënten. Omdat we onze laatste Tsjechische kronen willen opdoen (bijna was dit al gebeurd toen we onze boete kregen) gaan we uit eten in het Casino, een poepsjieke bedoening waar de obers in livrei gekleed zijn en de vloer bestaat uit zware glasplaten zodat je onder je voeten enorme karpers ziet zwemmen. Het interieur straalt een klasse uit die we zelden zagen. Ook al zijn we in short en T-shirt, toch is het geen probleem hier te eten. Om ons wat meer op ons gemak te voelen zetten we ons op het terras. We nemen de tijd en drinken een aperitiefje. Na het eten bestellen we koffie met stuk taart en een poussecafé, kwestie van onze centen op te doen. Maar de rekening bedraagt slechts 780 Czk, nog geen 32 euro. Met onze laatste kronen gaan we dan maar tanken en vertrekken richting Duitsland waar we aan de Neckar een overnachtingplaats vinden. Ons Tsjechisch avontuur is voorbij.
Zondag 09/08/2009 : Rit huiswaarts.
We hadden gedacht om nog een dagje te niksen op een camping aan de Neckar, maar het weer laat ons in de steek. Verder naar huis dan maar, het is mooi geweest.
Van Tsjechië onthouden we vooral dat het een mooi land is met veel bezienswaardigheden, een prachtige natuurlijke rijkdom en vriendelijke, behulpzame mensen, ondanks de taalbarrière, maar met wat goede wil valt dit te overbruggen. De wegen zijn van goede kwaliteit en de Tsjechen zijn voorbeeldige chauffeurs die zich aan de snelheidsreglementering houden. Er zijn weinig voorzieningen voor motorhomes maar op de meeste campings kan je jezelf wel behelpen. Het is ons wel opgevallen dat we tijdens onze rondrit van zo'n 1.000 kilometer bijna geen motorhomes hebben gezien. De keuken is er lekker en niet duur, en je kunt hier op ieder uur van de dag een warme maaltijd krijgen.. De uitstekende pilsner is ook een aanrader. Overal vind je bankautomaten en er zijn zeker genoeg supermarkten die tot ’s avonds laat en in het weekend open zijn, zelfs op zondag. Een op en top vakantieland waar we zeker nog eens zullen teruggaan, en helemaal niet zo veraf.
We vertrekken op 21 juli rond 16 uur en gaan richting Ardèche, we hebben geen haast en rijden richting Troyes, onderweg houden we halt in een klein dorpje om te overnachten.
22-07-2010
Na een rustige nacht gaat het richting Troyes, we vinden er een goede parkeerplaats nabij het oude centrum. We hebben ons voorgenomen om hier en daar te stoppen en te genieten van al het moois dat Frankrijk te bieden heeft. Troyes heeft een rijk verleden en dat zie je ook als je de stad bezoekt. De kathedraal met zijn beroemde glasramen is zeker de moeite waard, vooral het glasraam in de OLV-kapel kan ons zeker bekoren. De vele vakwerkhuizen die heel goed bewaard zijn lonen echt de moeite om een stop te houden in Troyes. De talrijke kleuren van de gevels geven Troyes een plezante aanblik. De huizen hellen langs alle kanten en leunen tegen elkaar, kleine steegjes en leuke pleinen volgen elkaar op. Men heeft ogen tekort. Aan het Alexandre Israel plein is het een drukte van jewelste, hier kan men uitgebreid kiezen uit verschillende bars en restaurants. Toerisme viert hier hoogtij, we besluiten om een middagmaal te nemen in een van de typische brasseries, je kan hier lekker eten voor een redelijke prijs, wat altijd mooi meegenomen is. We slenteren nog wat door Troyes en geniet volop van wat deze stad te bieden heeft. We trekken naderhand verder richting Beaune waar we op de ruime voorzien parking overnachten om morgen Beaune te bezoeken.
Het heeft gedurende de nacht heel wat geregend maar we ontwaken toch met een helder blauwe hemel, dat beloofd voor het bezoek aan de oude binnenstad, we slenteren daar de oude straten en steegjes en genieten volop. De Bourgogne wijn is lekker dat is iets dat buiten kijf staat. 25 euro en zelfs meer vinden wij toch iets van het goede teveel dus laten we deze kelk aan ons voorbij gaan. Uiteraard bezoeken we “ L’hospice de Beaune”, La grande vadrouille met Louis de Funes en Bourvil is hier niet ver af. Het veelkleurige dak van l’hospice is bij iedereen gekend maar eens je er echt voor staat word je met verstomming geslagen, we worden er zowaar stil van. Het prachtige gebouw met zijn typische bouwstijl is een lust voor het oog. Het heeft waarlijk iets sprookjesachtig, de realiteit was echter anders.
Naar het einde van de honderdjarige oorlog (1337-1453) heerste in Frankrijk een grote armoede en hongersnood. Het verdrag van Arras[1] maakte in 1435 weliswaar een einde aan de oorlog tussen de Bourgondische Nederlanden en Frankrijk, maar toch bleven de gevolgen in de daaropvolgende jaren aanzienlijk. Deze hongersnood kostte in Beaune alleen al aan drie vierde van de inwoners het leven. In het licht van die situatie beslisten Nicolas Rolin, kanselier van de Hertog van Bourgondië Filips de Goede, en zijn vrouw Guigone de Salins op 4 augustus 1443 om een hospitaal voor armen te voorzien. Er was vooraf twijfel over de locatie tussen Autun en Beaune. De keuze viel uiteindelijk op de laatste omwille van de ligging en het ontbreken van een kloosterorde in de stad. Op 1 januari 1452 werd de eerste patiënt in het centrum verzorgd. Ouderen, invaliden, wezen, zieken, zwangere vrouwen en armen hadden er van de middeleeuwen tot in de 20e eeuw gratis toegang. In 1459 wordt door Rolin de orde Sœurs Hospitalières de Beaune opgericht, die een kloosterleven combineren met de hulp aan de armen. Gedurende eeuwen was het Hôtel-Dieu hun werk- en woonplaats. Tijdens ons bezoek begint het echt water te gieten, en het ziet er naar uit dat het voor een tijdje zal blijven regenen, dus vertrekken we richting eindbestemming Ardèche, tijdens het rijden zijn we getuige van prachtige regenbogen die zich van de ene heuvelrug naar de ander lijken uit te spannen. We blijven op de gewone wegen en zo zien we nog iets van de omgeving, omstreeks 21 uur komen we aan in Tournon sur Rhône waar we nog een plaatsje vinden op de camping die vlak bij het stadscentrum is gelegen.
De camping die vlak aan de Rhône gelegen is, is niet rijk uitgerust maar wel rustig, we nemen ruim de tijd om te ontbijten alvorens het stadje in te trekken. Er was een markt en die hebben we gemist maar gelukkig voor Trui stond er nog een kraampje met zeepjes, je zou er zo in bijten. De verscheidenheid aan geuren en kleuren heeft wel iets. We slaan onze voorraad in en gaan verder op ontdekkingstocht. Tournon sur Rhône is niet zo groot maar het heeft wel iets. Wandelen onder een straalblauwe hemel is altijd plezant. Er staat wel een harde wind maar dat kan de pret niet drukken. We bezoeken het kasteel dat niet zo speciaal is maar het panoramische zicht van op het dakterras loont wel de moeite. De beide kabelbruggen zijn goed te zien net als de mooie meander die de Rhône maakt vlak voor de camping. Na het kasteelbezoek vatten we de panoramische wandeling aan en kunnen zo nog meer genieten van de natuurpracht en de charmes van dit kleine stadje. Door de felle wind zijn we ’s avonds genoodzaakt om binnen te blijven maar we hebben toch een mooie dag gehad.
25-07-2010 Vanuit Tournon sur Rhône naar Tain L’Hermitage
Iets wat ons opvalt vanuit de camping is een kapelletje die midden de wijngaarden ligt aan de overkant van de Rhône. Het ligt bovenop een heuvel en nodigt uit tot een bezoekje. Via de 187 meter lange houten brug bereiken we Tain L ’Hermitage (ja ja van de Hermitage wijn). Het plaatsje zelf heeft niet zoveel te bieden maar het lijkt ons leuk om naar het kapelletje te gaan en vanuit de hoogte de omgeving te aanschouwen. We komen aan bij het beginpunt van de wandeling en kunnen kiezen tussen een wandeling van 1,2 of 2,5 kilometer. Het is mooi weer en we hebben tijd zat dus kiezen we voor de langste weg. Na een tijdje zijn er geen wegwijzers meer te bespeuren en gaan we af op ons richtingsgevoel. We zien een vriendelijke man die echter enkel Spaans spreekt wat de communicatie niet echt ten goede komt. Via gebaren leggen we uit dat we naar het kapelletje willen en de man neemt ons op sleeptouw. Via een steile klim komen we in een privaat domein en we beginnen nattigheid te voelen, dit is niet de juiste weg. We komen uiteindelijk aan bij een wijnhuis dat op een andere heuvelrug ligt en zien het kapelletje in de verte liggen. Via dewijngaard van Tain L ’Hermitage en wat geklauter over muurtjes, geraken we toch in de goede richting. De rust die er heerst in de wijngaarden, het zonnetje en de natuurpracht doet ons echt deugd. Het uitzicht dat we hebben over de Rhône en de wijngaarden is fabelachtig mooi. Na een half uur klauteren en zwoegen, komen we uiteindelijk bij het kapelletje terecht. De kapel staat op overblijfselen van een Romeinse tempel die aan Hercules gewijd was. Heremieten woonden er van de 16e tot de 18 e eeuw. De kapel werd herbouwd in 1861 en de familie Jaboulet kocht ze aan in 1919 en liet ze volledig restaureren in 1980. Het uitzicht vanaf de kapel is formidabel, echt de moeite waard om deze kleine wandeling te maken. We keren op het gemak terug naar de camping waar we de rest van de dag doorbrengen met wat lezen en genieten.
26-07-2010 Diverse kleine dorpjes en Lac D’Issarlès
De campinguitbater had ons aangeraden om zeker naar Boucieu Le Roi te gaan want dat was een van de vele Villages Caractères van Frankrijk. Zoals er zoveel zijn. Hij was van daar afkomstig en vond dat we dat zeker moesten gezien hebben. De weg ernaar toe is mooi om te doen, afwisselende natuur en mooie vergezichten. In Boucieu Le Roi is er een camperplaats waar men alle voorzieningen heeft. We stoppen daar en gaan te voet naar het dorpje. We hebben er geen goed gevoel bij, dit dorpje is volledig opnieuw aangelegd en gerestaureerd. Alles is kraaknet, te proper, te mooi onderhouden. Het is zo artificieel dat het dorpje geen ziel meer heeft. Na een kleine verkenningstocht gaat het richting Desaignes. Dat dorpje is wel nog zoals vroeger en heeft een ziel. Jammer genoeg laat het weer ons in de steek zodat we enkel het middeleeuwse stukje doorwandelen om onze weg te vervolgen. Het gaat richting St. Agrève, dit dorpje staat met 2 sterren aangeduid op onze kaart dus onze verwachtingen liggen hoog. Er is markt als we daar aankomen en we slaan onze boodschappen in, voor de rest heeft dit dorpje niet zoveel te bieden zodat we vlug te einde zijn. We besluiten om naar Lac D’Issarlès te rijden om daar de nacht door te brengen. Onze Gps stuurt ons via een onooglijk klein weggetje in die richting, men hoopt echt van geen tegenliggers tegen te komen. Via een kronkelende weg naderen we stilletjes aan onze bestemming. De natuur om ons heen is prachtig, we worden er zowaar stil van. We nemen enkele Cols en komen opeens in Borée terecht waar een enorm Maria beeld over de omgeving tuurt. We stoppen en tot onze verbazing zien we in de vallei achter het beeld een grote groep Dolmen staan. Een plaatselijke kunstenaar heeft die daar neergepoot als een eerbetoon aan zijn voorvaderen. De man heeft 54 rotsblokken volgen een astrologisch patroon verspreid en heeft die stuk voor stuk bewerkt. Hij is leraar beeldhouwen en is getrouwd met een Belgische dame. Dat levert onmiddellijk stof op tot een goed gesprek. Het moet gezegd zijn werken zijn van een hoge kwaliteit en je ziet de liefde voor zijn vak er vanaf stromen. Na de obligate foto’s trekken we verder en rijden over prachtige Cols, het is zwaar bewolkt en soms heeft het uitzicht een surrealistisch beeld. Na enige tijd komen we aan in Lac D’Issarlès en vinden zonder veel moeite de camperplaats. Mensen zijn Pétanque een het spelen en er heerst een ongedwongen sfeer. We hebben een leuke ontmoeting met een Frans koppel en drinken samen een aperitief. De mevrouw is herstellende van longkanker maar zit vol levenslust, haar man is een joviale heer die graag lacht en nogal wat interesse vertoont in ons Belgenlandje.
Als we ontwaken, zit de hemel potdicht met zwarte wolken, dat is niet zo leuk, er waait een koude wind en het vakantiegevoel is wel wat zoek. We laten ons niet kennen en vatten toch de wandeling rond het meer aan. Eigenlijk is deze wandeling niet zo bijzonder, men kan net zo goed rond de Gavers gaan wandelen, merkt Trui droogjes op. Ze heeft gelijk, we besluiten om ons wat te verleggen en gaan richting Antraigues sur Volane. De rit daarheen is weer uitzonderlijk mooi, we vinden ook de camperplaats maar besluiten om daar niet te blijven staan, de plaats is gelegen langs een drukke weg, niets van voorzieningen en je staat er als sardientjes in een blik. We rijden verder het stadje in en via een ringweg komen we op een mooi plaatsje aan het water uit. We staan uit het zicht en storen niemand, we besluiten om naar het dorpje te gaan om het wat te verkennen klauteren via een klein steil weggetje naar boven. We komen uit op het dorpsplein waar een afzichtelijk bordeaux geschilderde fontein het plein overheerst. Er staan geen wagens en een groep pétanque spelers genieten van de zon en het spel. Ze draaien rond de fontein en wij genieten van een drankje en het geluid van tegen elkaar spattende pétanque ballen. We besluiten om in een plaatselijk restaurantje wat te eten en zo onze dag af te sluiten. In het pikdonker vatten we onze terugweg aan, we zien geen hand voor ons ogen en het weggetje ligt niet effen, afgesleten gladde keien en putten wisselen elkaar af. Behoedzaam dalen we af, nog een geluk dat we geen botten hebben gebroken. Het is muisstil op de parking waar we staan, het beloofd een rustige nacht te worden.
Trui doet ’s morgens de klim naar de bakker om een stokbrood te halen, niets is zo lekker als een vers gebakken stokbrood met wat boter. Mmm …, tegen de tijd dat Trui terug is staat een geurende pot koffie klaar en we nemen buiten in het zonnetje op ons gemak ons ontbijt. Na het ontbijt trekken we opnieuw het stadje in. Het marktplein staat vol met wagens en biedt een volledig andere aanblik dan gisteren. Geen pétanquespelers vandaag. Het is plezant om door de smalle steegjes te wandelen en op zoek te gaan naar de verscheidene kopjes die in de gevels zijn verwerkt. Soms zijn ze heel duidelijk te zien andere moet je heel goed zoeken, je bent al gauw een uurtje kwijt met het zoeken naar deze verborgen schatjes. We bezoeken ook het plaatselijke kerkhof waar we een groet brengen aan het graf van Jean Ferrat, hij was gedurende 41 jaar burgemeester van deze stad en schreef ook Les Montagnes terwijl hij daar verbleef. Later werd dit lied door Wim Sonneveld vertaald als ons Dorp. Jean Ferrat was in goed gezelschap want ook Bourvil, Jacques Brel, en Lino Ventura woonden ooit in Antraigues sur Volane. Aizac is een dorpje iets verderop en is vernoemd naar de vulkaan die er ligt. We vatten met goede moed de tocht aan naar de krater, onder het bos van de kastanjebomen die hier weelderig groeien is het leuk toeven. De tocht is zwaarder dan we geschat hadden en wegens te zwaar voor Koen keren we op onze stappen terug. Op het dorpsplein aangekomen willen we wat groenten kopen maar de winkel gaat pas open om 16 uur, we verfrissen ons met een ijskoude rosé en wachten geduldig tot de winkel opengaat. Het valt op dat het dorpje weer rustig aan het worden is, de vele toeristen zijn al lang vertrokken, we dalen terug af naar de motorhome en zien nu pas wat voor weg we gisteren in het pikdonker hebben afgelegd. Gelukkig zijn we er zonder kleerscheuren vanaf gekomen. Trui geniet nog wat van een goed boek terwijl ze langs de Volane zit. Buiten eten zit er echte niet in want opeens worden we overvallen door horden vliegende mieren en wat later gaan de hemelsluizen alweer open.
Het is tijd om wat verder te trekken en de bedoeling is om enkele dorpjes te gaan verkennen om tegen de avond in Vogué aan te komen. Meyras is een van de eerste stopplaatsen er is een mooie camperplaats aangelegd net buiten de dorpskom. Het dorpje doet echter artificieel aan, mooi maar helemaal niets van sfeer. Een volgend dorpje is Thueyts, onderweg daarheen zien we opeens een pijltje staan richting “Pont du diable”, we gaan natuurlijk deze richting uit en na enkel minuten komen we aan, we zijn genoodzaakt om langs de kant van de weg te parkeren want hoogtebarelen maken het onmogelijk om op de parking te komen. We dalen af naar de oude brug die heel idyllisch gelegen is. Het is er redelijk druk en iedereen geniet van het verfrissende water, enkele waaghalzen springen en duiken van de rotsen in het ondiepe, heldere water. We doen wat aan pootje baden en nemen enkele foto’s alvorens we onze weg verder zetten naar Thueyts waar we voor een redelijke prijs de inwendige mens versterken. Dit dorpje is niet zo groot maar je hebt er vanaf het uitzichtpunt een prachtige blik op de pont du diable. Tegen de vooravond komen we aan in Vogué waar we op de camping Oasis een plaatsje toegewezen krijgen. We delen een plaats met een jong stel Nederlanders. Achter ons bevinden zich een groep jongeren. Als dat maar goed afloopt. Er is voor die avond een Karaoke gepland en buiten het extreem vals zingen van enkele would be artiesten hebben we er niet echt last van. Al vragen we ons wel af of een dergelijke animatie eigenlijk wel nodig is, voor ons hoeft het in ieder geval niet maar tja ieder zijn smaak nietwaar. Dit zal wel een gevolg zijn van de spreekwoordelijke kuddegeest zeker? Eet meer gras dat bevordert pas de kuddegeest.! Tegen middernacht is de karaoke eindelijk afgelopen. Oef eindelijk rust. De jongeren naast ons zijn nogal opgepept en gaan tot half vijf door met zingen en roepen, ondanks de vele beleefde pogingen van onze kant om het wat rustig te houden. Nooit meer een camping met animatie dat staat als een paal boven water.
We gaan ’s morgens ons beklag gaan doen bij de campinguitbater en krijgen een andere plaats aangeboden maar die weigeren we. Ons besluit staat vast we vertrekken dit tot groot ongenoegen van de eigenaar. Trui heeft op een naburige camping, Les Peupliers een plaatsje voor ons gevonden, hier geen animatie en tevens moet het hier vanaf 22 uur stil zijn, een nachtwaker ziet daarop toe. Dat ziet er heel wat beter uit. We gaan in de namiddag op stap naar het oude dorpje, hier al wat meer sfeer en ze hebben er lekkere ijsjes, Trui eet een ijs met grote stukken nougat in terwijl ik geniet van een kastanje ijs. MMMMMMMMMMMm lekker!! Na een wandelingetje door het dorpje keren we terug naar de camping waar we het verder rustig aan doen. Trui gaat zich nog eventjes verfrissen in de Ardèche en voor de rest van de avond is hert heel rustig toeven op deze camping.
Balazuc ligt op zo’ 10 km van Vogué, het is een mooi dorpje dat zijn middeleeuws karakter heeft behouden. Smalle steegjes en trapjes leiden ons doorheen het dorp. Er is aardig wat volk op het been, wat de sfeer ten goed komt. We kuieren het gemak verder en beslissen om over de middag een “Bistro de pays” te bezoeken. Deze meestal kleine zaken zijn geroemd in de Ardèche en moeten aan bepaalde eisen voldoen om deze label te mogen dragen. Verwacht hier geen hoogstandjes op culinair gebied, hier wordt eerder met streekproducten gewerkt en het is degelijke kost voor een redelijke prijs. Eerlijke producten die op een traditionele wijze bereid en geserveerd worden. Onze volgende halte is La Beaume, een village Caractères, volgens de reisgidsen is het een aantrekkelijk plaatsje, wij geraakten er niet eens! Via de weg die we aan het volgen zijn kunnen we onmogelijk het dorpje binnen want: “ verboden voor motorhomes”! Een ander weg is er niet in de buurt (omweg van ongeveer 40 kilometer en dat zien we niet echt zitten. De motorhome achterlaten is geen optie want men mag daar niet parkeren en volgens een plaatselijke bewoner komt de gendarmerie regelmatig controleren en bij iedere inbreuk volgt een serieuze boete. Dat hebben we er niet voor over. Helaas La Beaume zal voor een andere keer zijn. We vervolgen onze weg richting Vallon Pont D’arc na wat geklungel in de smalle straatjes van het centrum vinden we opeens een bordje naar de aire de camping car. We volgen deze piepkleine bordjes en maken een omtrekkende beweging rond het dorp. Goed uitkijken hier want de bordjes zijn verdomd klein. Uiteindelijk vinden we de camperplaats die op een boogscheut van het centrum ligt. We betalen 7 euro voor 24 uur. De verkenningswandeling kan beginnen, het is een leuk en levendig plaatsje, dat belooft voor deze avond. Na het avondeten gaan we er echt op uit, er is enorm veel sfeer en dorst hoef je zeker niet te hebben, er zijn vele uitnodigende terrasjes. Op een plein is een muzikant bezig met heb beste van zichzelf te geven. Leuke muziek en die man verkoopt 2 cd’s voor 10 euro. Daar kan Koen niet aan weerstaan. Tex’o is de naam van deze vriendelijke man. www.texo.fr is zijn webstek. Een aanrader!!
“Ondertussen onderhoudt Koen contact met deze muzikant en zijn laatste cd is zeker een smaakmaker, Tex’o stuurt deze mits betaling met plezier op naar België.”
Onder een straalblauwe hemel gaan we op zoek naar de plaatselijke markt, eerst nog wat wandelen door de drukke winkelstraten, de markt zelf is niet zo groot dus zijn we genoodzaakt om de Intermarché binnen te gaan om onze voorraad in te slaan. Het lijkt wel of iedereen uit de streek inclusief toeristen zich aan het bevoorraden is, een drukte van jewelste en lange rijen aan de kassa’s, geduld is hier een mooie deugd. Vlug de aangekochte waren naar de motorhome en dan genieten van een zonovergoten aperitief op het centrale plein waar een prachtige draaimolen en mensen van verschillende pluimage voor de nodige sfeer zorgen. Na het Aperitiefmoment gaat het richting opstapplaats van de gratis “navettebus” die ons naar het befaamde Pont d’Arc zal brengen. Er heerst daar een gezellige drukte, mensen zwemen, doen aan pootje baden terwijl de moedigen in veelkleurige kano’s de Ardèche proberen te bedwingen. Enkele waaghalzen springen onder luid gejoel van de massa vanop een hoge richel het azuurblauwe water in. Hier is het vakantiegevoel volop aanwezig al moet het voor ons niet noodzakelijk zo druk zijn. Na enkele uurtjes toeven aan dit mooie stekje langs de Ardèche gaat het terug richting kamperplaats. Omstreeks 19 uur komen twee agenten de 7 euro innen. Een ervan stelt meteen orde op zaken. Zowat iedereen moet zich verplaatsen, gèèn opengedraaide luifels meer, tafels en stoelen aan de kant en maximum anderhalve meter tussen de motorhomes. Veilig? Daar hebben we toch af en toe onze twijfels over. Hoe dan ook de plichts- (machts) beluste politieman weet van geen lievemoederen, dat lokt de nodige reactie uit maar wil is blijkbaar wet hier. Een fel onweer breekt los en dat blijkt de gemoederen toch iets af te koelen. Tja, een camperplaats is nu eenmaal geen camping en er zal wel altijd discussie ontstaan over dit onderwerp. Wij gaan slapen.
Vandaag maken we de ganse dag tijd vrij om dwars door de Gorges de L’ Ardèche te rijden en de nodige tijd te nemen om halt te houden en te genieten van de natuur. Het weer is na het onweer van gisteren ietsje frisser geworden en af en toe hangt er lage bewolking. Met een motorhome is de Gorges gemakkelijk af te rijden en er zijn ruime parkings voorzien op diverse stopplaatsen. Af en toe gaan we aan de kant om de achterliggers voorbij te laten, wij hebben tijd zat anderen maken er blijkbaar een snelheidsrace van. Elk zijn smaak natuurlijk. De massieve rotsen torenen hoog boven de Ardèche uit, die af en toe lijkt op een klein beekje. De Ardèche konkelt zich door het landschap heen en is bezaaid met heel wat kano’s die een mooi kleurenpalet toveren op de rivier. Men kan de schoonheid van de omgeving moeilijk in woorden vatten. Tegen de middag zijn de wolken verdwenen en wordt het broeierig heet. We stoppen aan een auberge waar we een lekkere maaltijd krijgen voorgeschoteld. De hond des huizes Ullyses, een Cocker Spaniël is onmiddellijk vriend van ons, hij laat zich de aaitjes welgevallen en schurkt zich tegen ons aan. We zetten onze weg verder en genieten van zoveel natuurpracht. Bij de grotten van St. – Marcel aangekomen houden we halt om deze te bezoeken een welkome frisse afwisseling. Deze grotten zijn werkelijk een lust voor het oog vooral dan de zaal met waterbekkens die uniek zijn in Europa, een mooi klank en lichtspel zorgt voor de nodige sfeer. Net als we rond 18 uur in St. – Marcel D ’Ardèche aankomen, breekt een ongelooflijk onweer los, het water stroomt door de kleine straten en veranderen ze in modderpoelen, gelukkig vinden we een plaatsje op de camping municipale, waar we verder genieten van de indrukken die we opgedaan hebben.
03-08-2010 Aiguèze – St. – Remèze (lavendelmuseum) – Viviers
Met de motorhome steken we de brug richting Aiguèze over en belanden zo in de Gard. Het middeleeuwse dorpje nodigt echt uit om te bezoeken. Vanuit St. – Martin heb je een mooi zicht op het versterkte dorpje, vandaar ons besluit om daar eens heen te gaan. Het dorpje is piepklein maar oogt gezellig, aangezien we tamelijk vroeg op de morgen hier zijn is het niet super druk en kunnen we ruim de tijd nemen om alles te bezoeken. Het kerkje ligt op een mooi pleintje en loont zeker de moeite om eens binnen te gaan al was het maar om de mooie muurschilderingen te bekijken. Het lijkt wel een kleurboek in pasteltinten. We slenteren doorheen de middeleeuwse straatjes en staan vol bewondering van de mooie doorkijkjes die we voor onze lens krijgen. Tegen de middag gaan we in een plaatselijk café een aperitief nemen en bestellen meteen ook enkel tapas. Lekker! We trekken verder richting St.- Remèze waar we het plaatselijk lavendelmuseum bezoeken. Trui is al lang op zoek naar een mooi potje om lavendel essence in te doen. Gelukkig voor ons hebben ze dat hier, we waren al gans de reis aan het zoeken en vonden niets. Het museum is enkel te bezoeken met gids en die kwijt haar voortreffelijk van haar taak. We krijgen eerst een videofilm te zien, en krijgen dan uitleg over het distilleerproces en de verschillende soorten lavendel die er bestaan en welke men het meest gebruikt. Buiten is men volop bezig met het distilleren van lavendel en de geur komt je zo tegemoet. Een leuk tijdverdrijf waar men nog iets van opsteekt ook.
Na dit bezoek gaat het richting St.-Montan we komen langs in Larnas waar een mooi Romaans kerkje plompverloren tussen de velden staat. Tijd voor een foto stop. Het kerkje is idyllisch gelegen en is omzoomd door cipressen. Echt een stop waard. We trekken verder St.-Montan waar we opeens een verbodsteken tegenkomen. Verboden voor Mh en Caravans. Via deze weg kunnen we er niet geraken, dus keren we terug en stoppen we in het toerismebureau van Larnas. Via een omweg van ongeveer 50 kilometer kunnen we er geraken maar dat is ons net iets teveel, dus gaat her richting Viviers, de mevrouw in het toeristisch bureau zet ons op weg met de belofte dat het zeker te doen is met onze motorhome. Gelukkig is Fidel niet zo groot want anders was het een drama geweest. Via een onooglijk kleine weg geraken we in de goede richting, gelukkig voor ons komen er geen tegenliggers af, langs beide zijden van de motorhome hebben we amper 10 cm over. Op een bepaald moment moeten we een bocht van 180° nemen en met het nodige gemanoeuvreer lukt het ons uiteindelijk. Een grotere motorhome zou zich hier zeker klem gereden hebben. We moeten ook nog over een smal stuk beton dat als brug over een rivierdienst doet en ook daar is het millimeterwerk. Oef, via een departementaal geraken we toch in Viviers en op een parking nabij de jachthaven staan enkele motorhomes. In eerste instantie staan we op een lager gelegen stuk van de parking maar staan in de volle zon, Trui gaat eventjes op verkenning en besluit om te vragen of er iemand wat kan opschuiven zodat we ook in het lommer kunnen staan. De Bretoen heeft daar helemaal geen probleem mee en zelfs de Zwitser naast hem schuift wat op zodat we er tussen kunnen staan en we met zijn allen nog ruimte genoeg hebben om buiten te zitten. Tegen de tijd dat we uitstappen is de Zwitser al een aperitief voor ons aan het schenken, tja dat zijn van die toevallige ontmoetingen die bijblijven. Het wordt al snel een internationaal avondje waar we met zijn allen plezier aan beleven. Tot in de vroege uurtjes gaan onze gesprekken door. Een leuke avond die niet gepland was.
04-08-2010 Viviers – Alba La Romaine – La Roche – Rochemaure
We bezoeken in de voormiddag Haute Viviers waar enkele prachtige gevels te zien zijn. Samen met de eeuwenoude steegjes is het een leuke omgeving om te toeven. Vanop een plein naast de kathedraal heb je een mooi zicht op het dorp en de oude daken. We houden van de aanblik van tegen elkaar aanleunende huizen en de verweerde daken. Over de middag eten we lekkere mosseltjes en zetten onze reis daarna verder. We gaan richting Alba La Romain, een dorpje dat weinig meer te bieden heeft dan enkele straten maar er is een camperplaats zodat we kunnen lozen en vers water nemen. Er is ook een archeologische site en die bereiken we via een mooi wandelpad. De site is gratis te bezoeken en is niet al te groot, nu we hier toch zijn nemen we dat natuurlijk mee. La Roche is een mooi oud dorpje waar je rustig kan kuieren door steegjes en waar men mooie foto’s kan maken. Dat stemt ons meteen vrolijk. We trekken verder na Montelimar maar gezien het late uur van aankomst zijn alle winkels al dicht en de aanblik is eerder desolaat en triestig zodat we hier niet lang blijven. We hadden een bruisende stad verwacht en dat valt dik tegen. We trekken verder richting Cruas maar onderweg komen we Rochemaure tegen waar een kasteelruïne pronkt op een berg. Het dorpje ziet er levendig uit en we zoeken en vinden een plaatsje om hier te overnachten zodat we morgen de klim kunnen aanvatten naar de ruïne. Het is een af en aan gerijd van auto’s langs de motorhome want even verder is een bron en blijkbaar is het water drinkbaar want veel mensen komen hier flessen en bidons vullen. Tegen 22 uur valt alles echter stil en kunnen we moeiteloos genieten van een rustige nacht.
Rochemaure ziet er uitnodigend uit, de wandeling doorheen het dorp met een steile klim naar de kasteelruïne loont echt de moeite. Prachtige natuur en doorspekt met mooie fotohoekjes. Eenmaal aangekomen aan de ruïne staan we voor een gesloten poort, niet lang echter want algauw komt een gids ons oppikken. De weersomstandigheden zijn aan het veranderen, er steekt een harde wind op en onweerswolken komen dreigen. Terwijl we de ruïne ontdekken krijgen we het af en toe koud omwille van de harde wind, gelukkig voor ons waait de mistral de onweerswolken uiteen en krijgt de zon de overhand. Na een deskundige uitleg van ongeveer een uur dalen we terug af naar onze motorhome. Via de Chemin du Madame komen we voorbij het charmante kapelletje men bijhorende begraafplaats uit begin 19 eeuw. Een slang glibbert door het struikgewas en blijft wat in de zon liggen, juist lang genoeg om er glimp van op te vangen. We verlaten Rochemaure en rijden richting Cruas, wat veelbelovend leek op de website blijkt een tegenvaller van formaat te zijn. Het middeleeuwse gedeelte is dringend aan renovatie toe en voor de rest is het stadje doods. We rijden verder en in Soyons zien we een bordje naar de prehistorische grotten, via een steile klim komen we boven aan de ingang en een gids troont ons mee, de grotten zijn leuk om zien maar niet zo overweldigend. We trekken verder en komen ‘s avonds aan in Tournon sur Rhône op de camping waar we onze reis door de Ardèche zijn gestart. De eigenaar van de camping herkent ons en weet zelfs onze naam nog. We beslissen om uit eten te gaan en kiezen uit een van de vele restaurants een zaak die zich gespecialiseerd heeft in Armeense, Griekse en Libanese keuken. Een echte aanrader en zeker niet duur. Daarmee besluiten we onze avond.