Uw eigen gratis blog? Klik hier!
Ga naar willekeurig blog, klik hier.
Camino Portugues 2009
Van Lissabon naar Santiago de Compostela.
30-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

   Camino Portugues Central

 

              Voettocht van Jan Aartsen en Jef Buijs

 

 

                       Lissabon – Santiago de Compostela

 

 

                                    13 mei – 06 juni 2009

 

             

                                      

Voorwoord.

 

De Caminho Portugues met als startplaats Lissabon is nog niet erg bekend. De meeste pelgrims, die deze pelgrimstocht doen, starten in Porto of Tui.

Om deze reden zijn ook de voorzieningen, speciaal voor pelgrims vóór Porto zeer beperkt.

Voor aanvang was voor ons de grote vraag hoe zullen de markeringen zijn? Is het goed bewegwijzerd? Na Porto is algemeen bekend, dat de route goed is aangegeven, maar vóór Porto is een grote vraag.

Op Internet is er niet veel te vinden, behalve misschien in het Spaans of Portugees.

Ook routeboeken zijn er weinig. Ik heb er 2 kunnen vinden en aangeschaft.

Nl. :

-         Le Chemin Portugais Van Géreard Rousse. Dit boekje is een Franse uitgave en beschrijft de route via Fatima.

-          Pilgrimguide to the Camino Portugues van John Brierley. Dit boekje is een Engelse uitgave en beschrijft de route via Tomar.

De kaartjes en teksten in de boekjes zijn zeer goed te gebruiken.

 

                 




28-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.de route

De route.

 

De route van de Caminho Portugues start in Lissabon.

Vervolgens loopt de route langs de volgende grotere plaatsen: Vila Franca de Xira, Santarem, Fatima, Coimbra, Albergaria, Porto, Barcelos, Ponte de Lima en Valenca in Porugal.

In Spanje worden de volgende plaatsen gepasseerd: Tui, Redondela, Pontevedra, Calas de Reis en Santiago de Compostela.

In de 16e eeuw heeft een Italiaanse priester deze route voor de 1e maal te paard afgelegd. Deze route is destijds ook beschreven en dient nog als belangrijkste leidraad voor de huidige route.

De totale afstand bedraagt ca. 635 kilometer.

De route is redelijk vlak. Het hoogste punt ligt op ca. 425 meter.

 

                            




27-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Routekaart
Klik op de afbeelding om de link te volgen                                                                kaart aanclicken voor vergroting.


26-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 0

Dag 0:  Dinsdag 12 mei 2009.  Etten-Leur - Lissabon.

 

Het vliegtuig vertrekt vanuit Brussel naar Lissabon om ca. 17.00 uur. We hoeven nu niet bang te zijn, dat we ons zullen verslapen.

Om 7.30 uur sta ik op en loop alles nog even na voor thuis en de reis.

Corrie en Jeanne zullen met ons mee reizen naar Roosendaal.

We vertrekken tijdig, zodat we in Roosendaal nog even samen koffie kunnen drinken.

De trein vertrekt in Roosendaal om 11.30 uur.

We nemen afscheid, stappen in de trein en vertrekken.

In Brussel Centraal zullen we overstappen naar het vliegveld Zaventem.

De trein stopt in Brussel. We hebben niet het bord Brussel Centraal gezien. Ik stap uit om te kijken. Meteen sluiten de deuren. Jef zit in de trein en ik sta buiten. Dat is fraai.

Even later belt Jef. We spreken af ieder op eigen gelegenheid naar het vliegveld te reizen. Het is niet zo’n probleem.

Ik ben vrij snel op het vliegveld en Jef volgt na een kwartier.

We hebben ruim de tijd voor het vertrek. Een behulpzame juffrouw laten we onze tickets uit de automaat halen m.b.v. onze internetreservering. In het vervolg kunnen we het zelf.

Onze bagage kunnen we meteen inklaren. Het gewicht van mijn rugtas is 13 kg.  De tas van Jef weegt 15 kg, exclusief wat hij nog als handbagage heeft. Dat wordt onderweg sjouwen voor Jefke.

We moeten instappen bij Gate 56.  De mensen, die ook zitten te wachten gaan allemaal lopen. We kijken op het scherm en zien, dat onze instapgate is gewijzigd in 44. Dus we verplaatsen naar 44.

Vrij snel kunnen we instappen. Er zit een Australische Nederlander naast mij. Hij heeft veel te vertellen. Hij spreekt “bloemkolen” Nederlands. Dus moeilijk te verstaan.

Hij gaat eerst naar Lissabon en dan naar Porto. Dan weer terug naar Lissabon en dan naar Helsinki. Hij was vroeger boxer en woonde in Rotterdam en zat in 1952 in de Olympische selectie.

In Australië was hij aannemer. De laatste 20 jaar heeft hij gewerkt als masseur.

Op 16 juni vliegt hij terug naar Sidney.

Om 18.45 uur landen we in Lissabon. De tijd in Lissabon is een uur eerder dan bij ons.

We lopen de luchthaven uit naar de taxi’s. Ik laat aan een chauffeur het adres zien van de Jeugdherberg. Het is hem helemaal duidelijk.

Hij rijdt een half uur door Lissabon. Hij stopt en wijst ons het gebouw, waar we moeten zijn.

Als we bij het gebouw aankomen, zien we, dat het niet de jeugdherberg is. Het gebouw wordt gerestaureerd.

We vragen een paar jonge dames waar de juiste straat is. Er komt een jongen bij. Het is ons wel duidelijk, dat we nog ver verwijderd zijn van de Jeugdherberg.

We laten een taxi stoppen. De chauffeur weet meteen waar we moeten zijn. Hij rijdt ook weer een half uur eer we bij de jeugdherberg zijn. Totale kosten taxi: € 14,-. Het valt nog niet tegen.

We laten ons inschrijven in de jeugdherberg. We slapen in een 4 persoonskamer.

We gaan eten in het tegenover liggende winkelcentrum.

Als we terug op de kamer komen, hebben we 2 kamergenoten gekregen. Een Australiër en een Fransman. De Australiër is gedurende 6 weken op vakantie in Europa. De Fransman heeft eerder een Camino gelopen vanaf Bayonne.

Om 22.00 uur gaan we slapen.

Morgen begint het.

 

 

 

Dag 1: Woensdag 13 mei 2009. Lissabon – Alverca de Ribatejo: 32 km.

 

Om ca. 7.30 uur vertrekken we na een slechte nachtrust. Om 8.30 uur is het ontbijt in de jeugdherberg. We wachten er niet op.

Tegenover de Jeugdherberg is een bar, die al open is. Het is eigenlijk een pasteleria. Dat is een banketbakkerij met een bar, café, lunchroom en soms nog restaurant.

We gaan naar binnen. We eten ieder een broodje en nemen 2 koffie. Kosten € 4,- Dus, dat is erg goedkoop.

We lopen via de Avenue de Liberdade richting de Cathedral Sé. Deze Cathedraal is het beginpunt van de Caminho Portugues.

Op diverse kruispunten staan grote monumenten en standbeelden uit de gouden tijden van Portugal.

Aan het eind van een straat zien we de Santa Justa lift. Deze lift brengt de mensen van de Santa Justastraat naar het hoger gelegen Carmoplein. Deze lift werd in 1900 ontworpen door een leerling van Eiffel en is gebouwd van staal en hout.

Aan het eind van de Avenue staat een triomfboog met daar achter een ruiter te paard.

Op het trottoir liggen nogal wat zwervers op banken. Ze hebben zich ingepakt in  plastic vuilniszakken.

We moeten een paar keer informeren waar de kerk staat. De kerk staat tussen andere hoge gebouwen. De kerk is op afstand niet te zien. De kerk heeft ook geen hoge torens.

Als we bij de kerk aankomen, is de kerk nog gesloten. De kerk gaat pas om 9.30 uur open. We wachten hier niet op.

Op een hoek van de kerk is de eerste gele pijl aangebracht.

Als we hier verder gaan, lopen we door heel smalle straatjes met op de begane grond kleine winkeltjes en op de verdiepingen bovenwoningen. In de winkeltjes is van alles te koop. Van brood tot wasmachines en specerijen. Er staat ook veel uitgestald op het trottoir.

Het weer is goed. De zon schijnt volop en het is ca.15 graden.

Er zijn hier veel gele pijlen aangebracht. Als het zo blijft, dan komt een blind paard ook in Santiago aan.

Als we de pijlen volgen zien we de rivier de Taag (Rio Tego). Er ligt nog een groot spoorwegemplacement tussen.

Op een bank ritsen we onze broeken af en gaat het vest in de rugtas.

Het is heerlijk lopen zo.

Om 9.30 uur hebben we nog steeds Lissabon niet verlaten.

We lopen door oude straten met veel verkeer en lawaai. De meeste gebouwen staan er wat triest bij. Verf, dat afbladdert en stucwerk, dat van de gevels valt, etc.

We arriveren bij het Parque das Nacoes. Dit is een park met kantoren en evenementgebouwen.

Er staat veel, dat herinnert aan de Wereldtentoonstelling van 1998.

We lopen langs de Torre de Vasco de Gama. Dit gebouw was gezichtsbepalend in 1998, zoals het Atomium in Brussel in 1956. Er wordt nu een lelijk gebouw naast de toren gebouwd, waardoor de toren maar gedeeltelijk zichtbaar is.

Hier treffen we voor het eerst de gecombineerde routeaanduiding voor de Caminho de Santiago en de Caminho de Fatima. De pijlen naar Santiago zijn geel en naar Fatima blauw. Ze wijzen tot Fatima in dezelfde richting.

We komen bij de Ponte (brug) de Vasco de Gama. Het is een brug van ca. 17,2 kilometer lang en is de langste van Europa.

We lopen via pontons door een moerassig gebied. We geraken nu Lissabon uit.

We blijven een tijd langs de Rio Tejo lopen.

Om ca. 11.30 uur verlaten we de Rio Tejo en gaan verder langs de Rio Francao.

We zien steeds meer, naast de gele pijlen, ook blauwe pijlen richting Fatima.

We gaan richting Sacavem. We drinken koffie in een bar langs de route.

De TV staat aan. Er is een uitzending van een misviering vanuit Fatima. Het is vandaag 13 mei. Dat is de dag, waarop Maria voor de eerste maal is verschenen aan de 3 herderskinderen.

Deze datum is in Portugal een feestdag en zijn er heel veel pelgrims in Fatima. Velen zijn te voet naar Fatima gelopen. De meesten lopen langs de grote wegen in gele hesjes.

Voor Scavenem gaan we een brug over en gaan via een industriegebied verder zonder in Scavenem te komen.

We gaan door een vallei. De rivier met aan beide zijden heuvels. Het is een natuurgebied met heel veel vogelgeluid.

Tegen en op de heuvels liggen de dorpen.

We zien, dat hier veel huis- en bouwafval wordt gedumpt.

Naast de rivier is het gebied moerassig en vliegen er plotseling meerdere vogels boven ons, die veel lawaai maken. Jef zegt, dat het Oranjefranjepoten zijn. Wij lopen door hun broedgebied. Ze willen ons verjagen. Ik geloof Jef wel.

Na 12,5 kilometer en ca. 3 uur lopen komen we langs Granja.

Regelmatig passeren we stukjes terrein, die afgezet zijn met golfplaten en gaas. Er staat een hutje ook van plaatwerk, dat bewoond wordt. Er lopen meestal een aantal honden rond. Soms is er ook een groentetuintje. Hoe kunnen mensen zo wonen.

Het is intussen ca. 20 graden, soms bewolkt, soms helder. Er waait een zacht windje. Het is prima wandelweer.

Om ca. 14.00 uur zijn we in Alpriate. Er is een marktplein. We gaan op een bank zitten en  eten wat.

Na Alpriate lopen we even langs de weg. Als we deze verlaten, lopen we over een puinpad. Dit pad is aan beide zijden begroeid met bamboe. Het is aangenaam lopen.

We passeren weer een hutbewoner, want we horen hondengeblaf vanuit het riet.

Het pad wordt weer ontsierd door illegale vuilstortingen.

We komen in Povoa de Santa Iria. Langs de weg naar het dorp staan aan beide zijden veel garagebedrijven. Na het dorp gaan we een spoorbrug over en gaan richting de Tejo. In de verte zien we de rivier.

Onderweg drinken we een cola in een bar en lopen verder langs een spoorlijn. Aan de andere kant van de weg zijn veel industriële gebouwen, die meest betrekking hebben op de logistiek. Vele grote hallen en veel opslag.

Als we het industrieterrein verlaten, lopen we door een gebied met gemaaid gras, drogend gras en gras, dat al is gepakt.

Na een viaduct moeten we langs een weg verder en komen we bij het station in Alverca.

We vragen naar de Bombeiros (brandweer). We moeten door het station naar de andere kant en de weg vervolgen. Regelmatig vragen we naar de Bombeiros Voluntarios (vrijwillige brandweer).

Om 16.00 uur arriveren we bij de Bombeiros. We gaan naar binnen en vragen of we hier kunnen slapen. Helaas, we kunnen hier niet slapen. Ze verwijzen ons naar de Bombeiros 5 kilometer verder in Alhandra. Dat is teveel.

Er wordt iemand bijgehaald, die een beetje Engels spreekt. Hij vertelt, dat er 1,5 kilometer terug een Hostal is. Hij belt en reserveert voor ons.

We lopen terug. Na een paar maal vragen komen we bij Dormidas Alojamentos Particulares.

We krijgen een 2 persoons kamer.

Na het douchen en kleren wassen ga ik schrijven.

Om 19.00 uur gaan we eten in een restaurantje aan de overzijde. We krijgen een menu voor

€ 7,25 per persoon. Het bestaat uit soep, spaghetti met gehakt en een schaaltje aardbeien. Ook een fles wijn voor 2 personen. De koffie hebben we geweigerd.

Daarna gaan we terug naar onze kamer. Ik ga verder met schrijven. Jef maakt brood klaar voor morgen.

Om 21.30 uur zijn we helemaal klaar en gaan slapen.

Morgen gaan we naar Azambuja.

 

                                                           ===========




25-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 2

Dag 2: Donderdag 14 mei 2009. Alverca do Ribatejo – Azambuja: 32 km.

 

Na een redelijke nachtrust en een blarenbehandeling bij Jef gaan we om 7.00 uur naar de bar voor een ontbijtje.

We nemen 2 grote koffie en een broodje. Kosten € 4,75 voor 2 personen.

Het is weer erg druk, waarschijnlijk meest bouwvakkers of i.d.

Om 7.30 uur vertrekken we. We moeten weer terug naar de route. Het is ca. 1,5 kilometer lopen.

We lopen vrij snel Alverca uit en lopen langs een eenvoudig voetbalstadion en richting een industriegebied. Het heeft ook hier weer te maken met logistiek.

We lopen door het plaatsje Sobralinho en gaan meest langs een verkeersweg. Veel asfalt en veel lawaai.

Na de verkeersweg N10 komen we Alhandra binnen. We verlaten de weg en lopen naar het centrum. Op het marktplein drinken we koffie.

Rond het plein staan veel mooie betegelde huizen. Dit zijn geschilderde tegels ter versiering. Deze tegels heten Azulejos.

Daarna lopen we door het station, waar we aan de andere kant verder gaan door het stadspark.

We gaan via 2 trappentorens over de spoorlijn.

We gaan weer langs de N10 verder. Steeds weer asfalt, druk verkeer en lawaai.

Links van de weg staan veel flatgebouwen, allemaal dezelfde gebouwen. Bijna alle rolluiken zijn dicht en er hangt veel wasgoed buiten.

We lopen Vila Franca de Xira binnen.

Er staan hier veel kleurloze gebouwen en huizen betegeld in de Azulejosstijl.

Er is een arena voor stierengevechten. Er staan diverse standbeelden bij de arena, die betrekking hebben op stierengevechten.

Na Villa Franca gaan we weer via een verkeersweg verder. We hebben nu ca. 10 kilometer afgelegd. Het is ca. 10.00 uur.

Bij een benzinestation zie ik, dat de benzineprijs hier € 1,24 bedraagt. Dat is ongeveer gelijk aan de prijs bij ons.

Links van de weg staan weer flats en rechts industriële gebouwen.

We verlaten deze drukke weg en gaan via een iets minder drukke weg naar Castanheira do Ribatejo.

We komen niet in deze plaats, maar passeren wel een splinternieuw station. Het is een groot, meest glazen complex. Er zijn eigenlijk geen mensen te zien. Het is er vrij stil, hoewel er veel auto’s op de parkeerplaats staan.

In een bushokje eten we onze broodjes.

Even verder verlaten we deze weg en gaan we richting een kerncentrale met 2 koeltorens en veel schoorstenen.

Het is nu bijna 12.00 uur.

We komen in de plaats Carregado en gaan een brug over naar de kerncentrale.

Volgens ons routeboek zullen de markeringen de komende kilometers erg schaars zijn.

Het waait hier erg hard. Het is bewolkt en fris.

Hier zien we voor de 1e keer, dat het land bewerkt is. Akkers met aardappelen en land, dat bewerkt wordt door boeren.

Op de weg is het erg rustig. We komen weinig auto’s tegen. Het is hier, ondanks het asfalt, zalig lopen.

We komen uit bij de N3 en moeten deze weg volgen, na een uitstapje naar Nova de Raina.

We lopen naar de witte kerk. Deze is echter gesloten.

We vervolgen onze route via de N3 en lopen nog steeds over de weg met aan beide zijden industrie.

Het is nu nog ca. 7 kilometer naar Azambuja.

We verwachten er om ca. 15.00 uur te arriveren.

In een bushalte eten we een broodje. Als we daar zitten, passeert ons een groep van ca. 10 vrouwen. Ze stoppen en vragen of we naar Fatima en Santiago gaan. Zij zijn onderweg naar Fatima. Dus dit zijn de Portugese pelgrims, die met een klein rugzakje, met gele hesjes en sportschoenen langs de verkeerswegen naar Fatima gaan. Het beeld klopt helemaal.

Als we bevestigen, in het Engels, dat we via Fatima naar Santiago gaan, willen ze alles weten.

Als we verder gaan, passeren we hen weer. Dan vragen ze waar we begonnen zijn en waar we vandaan komen.

Sinds 13.00 uur is de lucht helemaal opgeklaard en schijnt de zon volop.

Om 15.00 uur arriveren we in Azambuja. De Bombeiros Voluntarios is snel gevonden. We kunnen hier slapen.

We zien hier, dat de Bombeiros niet alleen brandweer is, maar ook de ambulancediensten verzorgt.

De slaapgelegenheid is een toneelzaal met wat losse matrassen op de grond.

Er is een Koreaanse vrouw en een man uit Bilbao gearriveerd. De Koreaanse heet Kim Hyo Sun. Kim is haar achternaam. Ze heeft alleen kleine kaartjes voor de route. Ik geef haar mijn boek, zodat ze kan overnemen, wat ze belangrijk vindt.

Vorig jaar heeft ze de Ruta de la Plata en de Camino Frances gedaan. Ze is schrijfster en schrijft boeken over de verschillende Camino’s in het Koreaans.

Na het douchen en wassen (kleren gedroogd in de droger van Bombeiros) ga ik schrijven.

Kim komt ons een Koreaans waaiertje geven met haar naam erop als herinnering.

Om ca. 19.00 uur gaan Jef en ik eten. We eten een Portugese beeftek en een flesje wijn uit deze streek.

Om ca. 20.30 uur zijn we terug bij de Bombeiros en gaan om 21.00 uur slapen.

 

                                                           ===========




24-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 3

Dag 3: vrijdag 15 mei 2009. Azambuja – Santarem: 32 km.

 

We staan vroeg op en vertrekken al vóór 7.00 uur.

We hebben allebei redelijk goed geslapen.

De twee anderen zijn al vertrokken.

De route is nabij de Bombeiros. We komen bij het station, waar we koffie drinken in een bar annex pastelaria.

We gaan via een brug over het spoor en zijn vrij snel Azambuja uit.

We lopen over een asfaltpad met aan beide zijden grote bomen, waaronder ook eucalyptusbomen. Het zijn oude dikke bomen, die flink vervellen.

We horen de vogels fluiten, waaronder zelfs een nachtegaal.

Als we een brug gepasseerd zijn, gaan we over een zand/puinpad tussen de akkers.

Op de meeste akkers staan kleine plantjes met ernaast slangetjes om de plantjes te bevochtigen.

Als we de plantjes van nabij goed bekijken, zien we, dat het tomatenplantjes zijn. De plantjes staan maar 10 cm uit elkaar en de rijen wel een meter.

We zien steeds meer tomatenvelden. Er loopt ook een irrigatiekanaal tussen de velden met kleine aftakkingen, waaruit water wordt gepompt.

Om ca. 8.00 uur lopen we nog steeds tussen de tomaten. Soms zijn de planten erg klein, soms wat groter.

Het weer is goed. De zon schijnt volop en het is een heldere hemel.

We komen langs het vliegveld van Azambuja. Ik denk, dat het bestemd is voor sportvliegtuigjes. Er zijn geen activiteiten.

De teelt op de akkers blijft nog steeds tomaten.

We komen bij een perceel, waar men bezig is de tomaten te planten.

De plantjes staan in plantenbakken in een kluitje van 1,5 x 1,5 cm. Er staan ca. 350 plantjes in een tempex bak.

Op de machine gooien vrouwen de plantpotjes uit de bak en de plantjes rollen in de voorgevormde gaatjes in de grond. Er lopen een paar vrouwen achter de machine om de mislukte plantjes alsnog in de gaatjes te plaatsen.

Met dezelfde machine wordt gelijktijdig de bevloeiingsslang gelegd.

Het is interessant dit te zien.

We komen op een asfaltweg, die richting Reguengo loopt. Om ca. 9.00 uur arriveren we in deze plaats.

Het is een kleine plaats met mooie huizen.

We vervolgen de weg en komen in Valada. Hier zijn we om ca. 10.00 uur.

We lopen hier weer vlak langs de Tejo. Naast de weg ligt een basaltstenen geplaveide dijk.

Over het algemeen staan er mooie huizen. Er staat ook een mooi kerkje.

Buiten de plaats is de bebouwing soms mooi, maar er staan ook nogal wat bouwvallen. Het verschil is erg groot.

Na een paar kilometer komen we in Porto de Mugo. Aan het eind van het plaatsje drinken we koffie bij een houten gebouwtje.

Als we onder een brug door gelopen zijn, komen we op een breed pad. De bodem is gewalst puin. Dat is erg fijn lopen.

Het is tot Santarem nog 15 kilometer lopen. Het is nu 11.30 uur.

De teelt wordt hier meer druiven, graan, maïs en broccoli.

We zien hier ook, dat de rijen maïs regelmatig worden voorzien van irrigatieslangetjes.

Het weer is nog steeds goed.

In de verte zien we Santarem liggen op een berg. Het zal nog wel een paar uur duren eer we daar aankomen.

We gaan richting een brug over de Rio Tejo. Aan beide zijden van het pad ligt hier veel illegaal gestort afval. Het is niet fraai en het is jammer.

Als we onder de brug door zijn, komen we even later in Omnias.

Hier gaan we links af en begint de klim naar Santarem.

Om ca. 14.00 uur arriveren we bij het bord Santarem. We lopen door. Als we in de stad zijn, vragen we naar het gebouw van de Bombeiros. We worden overal heen gestuurd.

Jef heeft nu behoorlijk last van zijn blaren. Het gaat steeds minder met hem.

Een man, die goed Engels spreekt, adviseert ons naar het Hospital te lopen en daar nog eens te vragen naar de Bombeiros. Het is daar in de buurt. Dus naar het Hospital. Het is toch weer 30 minuten lopen en meerdere keren vragen.

Het gebouw van de Bombeiros is nieuw en ziet er fraai uit.

We melden ons bij de receptie. Een norse commandant deelt ons mede, dat we daar niet kunnen slapen. Dit is al de 2e keer, ondanks, dat in het boek staat, dat je hier kunt slapen.

Als we naar buiten gaan, komt ook Kim aanlopen. Ik vertel haar, dat we er niet kunnen slapen.

We houden een taxi aan. Hij brengt ons naar de jeugdherberg. Hier krijgen we te horen, dat er geen plaats is.

We vragen de vrouw van de receptie naar een Hostal. Ze gaat bellen en we kunnen terecht bij Residential Vitoria. Er is een kamer voor 3 personen beschikbaar.

We gaan op pad. Het is ca. 20 minuten lopen. We arriveren er om ca. 16.30 uur.

We krijgen een ruime kamer.

Terwijl ik ga douchen, geeft Kim Jef een blarenbehandeling. Hij heeft flink last van de blaren. Ze lijkt mij een goede verpleegster. Bovendien geeft zij hem een voetmassage.

Ik was mijn kleren nog en ga schrijven. Om ca. 18.30 uur ben ik klaar met schrijven.

In de hal van de Residential staan wel 10 kleine rugzakjes. Die zullen wel van Portugese Fatimagangers zijn. Ze zijn nog niet gearriveerd.

Om 19.00 uur gaan Jef en ik eten in een Shoppingscenter vlakbij de Residential. De 2e verdieping bestaat uit alleen restaurantjes. Hier kunnen we maar kiezen.

We eten draadjesvlees met frietjes en een glas wijn. We nemen een ijsje na.

Daarna gaan we terug naar de Residential.

Kim vraagt of ze morgen met ons mee kan lopen, omdat ze vandaag alleen langs de hoofdweg heeft gelopen. Wij kunnen wel een goede verpleegster gebruiken.

Ik reserveer voor 3 man in Casa O primo Brazillo in Arneiro das Milharicas.

De wandeling was vandaag mooi en interessant, maar 3 uur zoeken naar onderdak was minder.

Om 21.00 uur liggen we in bed.

 

                                                           ===========

 




23-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 4

Dag 4: zaterdag 16 mei 2009. Santarem – Arneiro das Milharicas: 21 km.

 

Om 7.30 uur ontbijten we in de Residential. Het is een goed ontbijt met veel koffie.

Er zitten ook een paar Portugese dames, die we eerder zagen langs de hoofdweg.

Jef krijgt voor vertrek nog een blaarbehandeling van Kim. Het ziet er nu beter uit.

We gaan met zijn drieën op pad. Tegen 8.00 uur vertrekken we.

We lopen naar het gebouw van de Portugese Communicatie en proberen de route te vinden. Het klopt helemaal niet. We vragen het meerdere malen en zoeken naar aanwijzingen. Het lukt niet. Iedereen wil ons naar de hoofdweg sturen, waar langs ook alle Portugezen lopen.

We gaan toch Santarem maar uit via de hoofdweg naar Fatima.

De weg gaat richting Azoia de Baixo. We zijn dan al meer dan 1 uur onderweg. Volgens het boek kruist deze weg de route.

Bij het vertrek regende het een beetje, maar het is intussen droog geworden. De hemel is wel zwaar bewolkt, maar de temperatuur is aangenaam.

In de plaats Portela das Padeiras kunnen we koffie drinken.

We zien een bord met een verwijzing naar het klooster van de missionarissen Camboniasos. Dit klooster wordt ook in ons routeboek genoemd. Dus we lopen hier niet ver van de route.

Na de koffie zien we vrij snel een markering van de route. De markering geeft aan, dat we van de weg af moeten.

Het is intussen weer gaan regenen. We nemen het zekere voor het onzekere en trekken onze beenkapjes aan en houden de poncho bij de hand.

De paaltjes met markeringen zien we nu regelmatig. We zien het bord met de verwijzing naar de plaats Casais de Besteira.

Het gaat harder regenen en we trekken onze poncho aan. Als alles goed en wel is geïnstalleerd, houdt het op met regenen. Even later gaat alles weer uit.

We lopen langs een rustige weg tot we op een kruising komen met de N3. Hier staat weer een aanwijzing en vervolgen we de route.

We komen in Azoi de Baixo. We hebben nu ca. 9 kilometer afgelegd.

Na deze weg lopen we over een zeer rustige asfaltweg tussen de kurkeiken en soms naaldbomen. De kurk is meestal van de stammen verwijderd. We lopen over een hellingweg. Het gaat op en neer. Ook zien we regelmatig de heerlijk ruikende kamperfoelie.

Na een pittige klim komen we in het dorp Advagar. We passeren een aantal huisjes langs de weg. Er staan veel bouwvallen tussen. Soms worden ze nog bewoond. Het is soms onbegrijpelijk, dat mensen zo kunnen leven. Bij deze huizen staat practisch altijd een aantal tuinstoelen met een barbecue en er lopen altijd een aantal blaffende honden.

Als we een dergelijk bouwval passeren, horen we, dat een man en vrouw flink ruzie hebben. Er wordt flink gescholden. Als we ca. 50 meter verder zijn, horen we ze nog steeds.

We passeren een perzikenboom. Er hangen volop perziken aan. Ik pluk er een. Hij is hard, maar smaakt wel. Ik stop er een paar in mijn broekzak.

Als we zo lopen, loopt Kim meestal ca. 50 meter achter ons. Ze vindt het moeilijk ons te volgen. Zo nu en dan stoppen we even, zodat zij ons kan inhalen.

We komen langs zeer oude olijfbomen. Ze zijn zeer mooi gevormd. Deze bomen kunnen wel 1500 jaar oud worden.

Ook staan er op een veld erg kleine druivenstruikjes. Je moet goed kijken, anders zie je ze niet.

We lopen over een hellende weg met aan beide zijden olijfbomen, kurkeiken en andere bomen. Er heerst hier een serene rust. Alleen de vogels horen we.

Herten, konijnen of hazen zie je niet. Soms een toevallige eekhoorn. Het lijkt wel, dat hij dan is verdwaald.

Het gaat redelijk goed met Jef. Hij gaat niet snel, maar gaat wel door en heeft, zo te zien, niet veel last van de blaren.

Om 11.30 uur komen we in een klein plaatsje. Het eerste huis is een bar. We gaan hier koffie drinken. We bestellen 3 café con leite grande. Jef rekent af. Kosten € 1,80. Dit zijn nog eens goede tijden.

Het was een heel aardige vrouw. Ze vertelde, dat we morgen ongeveer hetzelfde weer zouden krijgen als vandaag.

Als we om ca. 12.00 uur verder gaan, schijnt de zon volop met een zacht windje.

Na Advagar gaan we over een brede puinweg verder. Het is klimmen en dalen. We krijgen mooie uitzichten over de omgeving.

We zijn nu onderweg naar Santos. Na het asfalt in Santos gaan bij het verlaten van deze plaats weer over een puinweg tussen de kurkeiken.

Het is hier weer klimmen en dalen. Het geeft weer prachtige panorama’s.

De zon schijnt volop. Soms is er een wolkje voor de zon.

Na een tijdje verlaten we de puinweg en komen in de plaats Casais de Ferreira. Deze plaats loopt over in Casais da Miharica en daarna Arneiro das Milharicas.

Als we in de plaats zijn, gaan we op zoek naar de Casa O Primo Bazillio.

Na een paar keer vragen, hebben we de Casa snel gevonden.

Als we aankomen, is de deur gesloten. Er hangt een briefje met een telefoonnummer, maar niemand spreekt Portugees. Er stopt een auto. De bestuurder begint te bellen. Hij steekt zijn duim op, alsof hij wil zeggen, dat het geregeld is. Dus we wachten even.

Vrij snel komt de beheerder met zijn vrouw. Het is een vriendelijk stel. Hij laat ons binnen.

Het is een mooi huis, zowel van binnen als van buiten. De inrichting binnen is in oud Portugese stijl. Het lijkt wel een beetje Frans.

Om 14.00 uur zijn we op onze kamer.

Als we onze werkzaamheden hebben gedaan, gaan Kim en ik boodschappen doen. Jef heeft rust nodig.

Zijn blaren zien er goed uit. Hij krijgt weer een behandeling van Kim.

Na de boodschappen gaan we een biertje drinken. In een nabij gelegen café. Na het café brengen we een bezoek aan de kerk.

Na terugkomst ga ik schrijven en Jef krijgt weer een blarenbehandeling van Kim. Soms ben ik wel een beetje jaloers op hem.

Om 18.45 uur ben ik klaar.

Jef en ik gaan op zoek naar een restaurant. We moeten ca. 500 meter lopen. Kim gaat niet mee. Zij eet 2 tomaten met brood.

Tijdens het erheen wandelen, passeren we een hut. Er lopen langs het gaas 5 honden aan de lijn, die ons begeleiden met een hysterisch geblaf.

We eten in een cafetaria. De eigenaar adviseert ons Sopa Legumas en kip met frietjes en salade. En natuurlijk ook met wijn. Dat doen we en we hebben er geen spijt van. Het smaakt prima.

Als we teruggaan, worden we weer begeleid door de honden.

Om 21.00 uur gaan we naar bed.

 

                                                           =============




22-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 5

Dag 5: zondag 17 mei 2009. Arneiro das Milharicas – Minde: 19 km.

 

Om 7.00 uur kunnen we ontbijten. Er staat een prima ontbijt klaar met vers brood.

Het echtpaar geeft ons een hand en vraagt of we goed geslapen hebben.

We krijgen een grote kom koffie bij het ontbijt.

Het zijn ontzettend aardige mensen. Ze spreken redelijk Frans. Ze vragen of we in het gastenboek willen schrijven. Dat doen we graag.

We krijgen een sleutelhanger en een button als souvenir. Ook maken we een paar foto’s.

Na het afscheid vertrekken we om 7.30 uur. We zijn vlak bij de route.

Het is prachtig weer. Volop zon met heldere hemel. Al snel trekken we onze vesten uit.

Als we het dorp uitlopen, krijgen we meteen een flinke klim.

Terwijl we klimmen, zien we overal in de verte dorpjes tegen de hellingen.

We komen bij 3 oude windmolens. Een ervan is nog geheel intact. De anderen zijn meer ruïnes.

Al vrij snel na de windmolens zijn we op het hoogste punt.

Overal in de omgeving zien we dorpjes met witte huizen en rode daken.

Daarna gaat het weer dalen over een pad met aan beide zijden gestapelde muurtjes, zoals ik ook vaak in Frankrijk en Spanje heb gezien. Het blijft fascineren. Achter de muurtjes staan olijfbomen.

We lopen door het dorp Cha de Cima.

Om ca. 8.30 uur lopen we over een zandpad. We hebben regelmatig prachtige panorama´s.

De markeringen zijn erg goed. Er staan voldoende paaltjes met gele en blauwe pijlen.

We komen uit op een asfaltweg, die verder daalt. Er zijn geen auto´s op deze weg. Misschien komt dat ook, omdat het vandaag zondag is.

Aan beide zijden van de weg is te zien, dat er hier bosbranden hebben gewoed. Er staan weer struiken, kurkeiken en eucalyptusbomen, die zich weer herstellen.

Na enkele kilometers dalen, gaan we bij een camping van deze weg af. We komen op een puinweg. Het eerste stuk is erg steil. Daarna wordt het iets minder. We hebben volop zon en mooie uitzichten.

Wat is het mooi hier te wandelen, mooier dan de mooiste vakantie.

We blijven op het puinpad. Het gaat weer flink stijgen.

In de verte zien we Monsanto liggen. Daar zullen we wel koffie kunnen drinken.

Een van de eerste huizen is een bar. Daar gaan we naar binnen. We nemen 3 café con leite.

Als we om ca. 10.15 uur verder gaan, zien we een Portugees echtpaar hand in hand, met gele hesjes en een klein rugzakje op weg naar Fatima. Het is aandoenlijk dit te zien.

We passeren de kerk. De kerk is open en we gaan naar binnen. Het is mooi van binnen.

We gaan verder over een steile asfaltweg richting de bergen.

Na een flinke klim is het weer langzaam dalen.

We komen in het dorp Cavao do Feto. Als we het dorp in lopen, staat er een picknicktafel. We eten hier onze lunch.

Om ca. 11.45 uur gaan we van de weg af en gaan via een puinpad omhoog. Het is een smal pad met grote rotsstenen. Langs het pad staan gestapelde muurtjes, ook van rotsstenen.

Het is flink steil en vermoeiend. We moeten goed opletten. Het is niet ongevaarlijk. Gelukkig is het nu droog weer. Bij regen zijn deze stenen spiegelglad.

Het is een prachtig gezicht. Het is hier echt genieten. Het pad tussen de muurtjes werd vroeger gebruikt als geitenpad. Het gehele terrein om ons heen staat vol met muurtjes, welke dienst doen of deden als afscheiding. Op een helling hebben we een mooi overzicht over het terrein.

Om 12.30 uur lopen we nog steeds over het steile geitenpad omhoog.

Overal zijn markeringen voor de route op geschilderd.

Dit is het mooiste gedeelte van de route tot nu toe. Het is geweldig. De eerste dagen hadden we regelmatig te veel asfalt, maar dit maakt veel goed.

Het blijft klimmen over de steile paadjes.

Als we boven komen, staan we voor een aantal picknicktafels. Dit is de beloning na de lastige, maar zeer mooie klauterpartij. Kim komt iets later boven, maar het is een bijtertje. Zij maakt veel foto´s onderweg en dat kost ook tijd.

We rusten even en drinken wat.

Via een asfaltweg gaan we weer dalen. We hebben een mooi overzicht over de vallei. Er liggen veel dorpen.

Na ca. 500 meter gaan we via een steil pad van de weg af naar beneden. Het is een puinpad. Dus opletten.

We zien Minde liggen.

Als we na de klauterpartij beneden komen, arriveren we in Minde.

We gaan richting het centrum en vragen een paar keer naar de Bombeiros.

Vrij snel arriveren we bij de Bombeiros. Een zeer vriendelijke dame vertelt, dat we hier kunnen slapen. Het is nu ca. 13.00 uur. Dus we zijn vandaag lekker vroeg.

Onze slaapplaats is een toneelzaal. Kim geeft een optreden als zangeres en zingt een liedje in het Koreaans.

Onze slaapplaatsen zijn weer een paar matrassen op de vloer.

We drinken in de bar van de Bombeiros koffie en een bier. Daarna douchen en schrijven.

Om 16.45 uur zijn we overal mee klaar.

We gaan naar de bar. Een klant trakteert ons op 3 halve liters bier. Dat is teveel voor ons. Als hij even niet kijkt, zetten we het bier achter de gordijnen.

Daarna doen we boodschappen en kijken meteen waar we kunnen eten.

Tegen 19.00 uur gaan Jef en ik eten. Kim eet vandaag weer tomaten.

In het restaurant adviseert iemand ons om Favas com carne te nemen. Het is een regionaal gerecht. We volgen zijn advies. Het smaakt prima. Het bestaat uit draadjesvlees met een soort grote tuinbonen. Verder geen rijst of aardappelen. Vooraf nemen we Sopa Legumas en een karaf wijn. Dat hoort er hier steeds bij.

Om 20.30 uur zijn we weer terug bij de Bombeiros.

Er zijn geen pelgrims bij gekomen.

We gaan meteen slapen. Het is vroeg, maar ik val bijna meteen in slaap.

 

                                                           ===============




21-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 6

Dag 6. Maandag 18 mei 2009: Minde – Fatima: 18 km

 

Om 6.15 uur staan we op. We willen om 7.00 uur ontbijten in de bar van de Bombeiros.

Als we daar komen tegen 7.00 uur is de bar nog gesloten. We wachten niet en vertrekken meteen en eten een paar koekjes.

Als we het dorp verlaten, staan er veel markeringen.

Het is naar Fatima slechts 18 km. Dus we moeten wel om 12.00 uur in Fatima kunnen zijn.

We lopen het dorp uit over een asfaltweg. Overal markeringen in allerlei vormen, kleuren en maten.

Het is helder weer en de zon schijnt. Het is wel fris, maar goed wandelweer.

Om 7.30 uur lopen we het plaatsje Cavao de Coelho in. We zien een mooie kerk. Vlakbij is een bar. We gaan naar binnen en drinken koffie.

Als we verder willen gaan, staan er markeringen in 2 richtingen. We vragen aan een oudere vrouw hoe het zit. We houden ons boek erbij. Ze zegt, dat het boek niet goed is en dat we rechtdoor moeten.

Ik begrijp het. Zij wil ons naar de hoofdweg sturen, waar ook alle Portugezen langs lopen.

Als we besluiten het boek te volgen en niet de verkeersweg maakt ze een gebaar alsof we gek zijn.

De route volgens het boek is moeilijker en langer.

We volgen de route en lopen even over een asfaltweg. Daarna gaan we van deze weg af en gaan via een puinpad verder. Het gaat langzaam omhoog. We voelen het wel, want we zijn nog niet warm gedraaid. Daarna is het weer vlakker en fijn om te lopen.

We lopen door een gebied met veel eucalyptus- en dennenbomen. Er heeft onlangs een flinke brand gewoed. De struiken staan er weer en de eucalyptusbomen herstellen zich weer.

Om 8.30 uur passeren we een markeringspaal, waar op staat, dat de afstand naar Fatima nog 12,1 km is.

We gaan steeds over puinpaden en komen bij een windmolenpark in aanbouw. Een gedeelte van de windmolens draait al. Het andere gedeelte staat nog stil.

Het is hier winderig en fris, maar omdat we hard moeten werken hebben wij het niet koud.

Om 9.00 uur lopen we door een gebied, waar veel lawaai is. Eerst denken we aan een verkeersweg. Later zien we, dat er een puinbreker bezig is rotsen te breken. We zien grote hopen materiaal liggen bij een groeve.

We arriveren in de plaats Giesteira en lopen aan de rand van de plaats langs mooie huizen.

Verderop gaan we bij een splitsing op enkele rotsblokken zitten en eten wat.

Daarna gaan we over een breed puinpad verder. We zien op een markeringspaal, dat het nog 7,7 km is naar Fatima.

We lopen over een mooi breed pad. De paden zijn over het algemeen breed, omdat de brandweer in geval van brand snel bij de vuurhaard kan komen.

Het is hier erg rustig. Er is geen verkeer.

We zien een aantal mooie gele bloemen, die we nog niet eerder gezien hebben. We maken er foto’s van. Ze zijn al mooi, als de bloemen in knop staan.

We lopen tussen de eucalyptus- en dennenbomen. Het ruikt heerlijk.  De geur van de eucalyptus is erg aangenaam.

Als we in het open veld lopen, is het toch fris, maar onder de bomen is het heerlijk. Jef zegt, dat het nu 15 graden is. Jef heeft namelijk een horloge met thermometer. Hij is een erg luxe pelgrim.

We komen in de buurt van het dorp Moita do Marthino. Er is hier langs de weg weer veel illegaal gestort.

In het dorp drinken we café con leite in een bar. De bar ziet er van binnen erg leuk uit. De wanden bestaan uit gevoegde rotsblokken en het plafond is voorzien van zware eiken balken.

Het ziet er lux uit.

Bij de koffie worden er brood met bolletjes kaas en vispaté op tafel gezet. We vinden dit een geweldige service.

Als Jef betaalt, worden de bolletjes geteld en mee afgerekend. We hadden het kunnen weten.

Als we een grote weg moeten oversteken, is het volgens mijn boek nog 30 minuten lopen naar Fatima.

We zien het bord Fatima en moeten een verkeersweg oversteken en komen op een erg grote parkeerplaats.

Als we zijn overgestoken, staan we meteen op het grote voorplein. De kerk staat 200 meter van ons vandaan.

Er zijn maar weinig mensen te zien. We lopen over het voorplein richting de Cathedraal.

Ik vind de Cathedraal kil. Het is spierwit en heeft geen warme uitstraling.

Als we het infokantoor passeren, gaan we naar binnen. We vragen een plattegrond en waar we een albergue kunnen vinden voor de overnachting. We krijgen ook een stempel in de Credential.

Overal op het voorplein klinkt Gregoriaanse muziek.

We gaan de Cathedraal binnen. Het is hier ook niet druk.

We bekijken de kerk. We zien de graven van de drie herderskinderen. Twee zijn al op 10 en 11 jarige leeftijd overleden. We maken enkele foto’s.

De albergue is achter de Cathedraal. Er kunnen hier 300 mensen slapen. Mannen en vrouwen slapen apart.

Als we onze tassen hebben gedeponeerd, gaan we weer naar het centrum. We willen nog een e-mail versturen. Het lukt bij de bibliotheek.

Om ca. 15.30 uur zijn we klaar en gaan weer naar de Cathedraal. We zien ook hier overal souvenirwinkeltjes.

We bekijken morgen ook waar we de route kunnen oppakken. We zien wel de straatnamen, maar geen markeringen. We zijn bang, dat de markeringen tot Fatima goed zijn en later minder.

De start voor morgen is bekend en de rest zien we morgen wel.

Daarna gaan we terug naar de albergue.

Er komen nog 5 Italianen binnen. Zij beginnen morgen met de tocht. Zij gaan tot Porto.

Wij willen naar de H.Mis van 19.30 uur.

Er komen 2 Zweedse dames binnen. Zij hebben practisch alleen langs de verkeerswegen gelopen.

Het is erg koud buiten. We trekken onze lange broeken en een jack aan.

Niemand kan ons iets vertellen over de route voor morgen. Wel of geen markeringen. Niemand kan antwoord geven.

We zijn tijdig in de Cathedraal. Er zitten niet veel mensen in de kerk. Het is een dienst met 3 heren. Er wordt alleen in het Portugees gesproken en gezongen.

De dienst is om 20.15 uur afgelopen.

Jef en ik gaan nog wat boodschappen doen en gaan eten.

Als we klaar zijn, gaan we via het voorplein naar de albergue.

Als we over het plein lopen, zien we een aantal mensen op hun knieën naar de Cathedraal kruipen. Meest oudere mensen. Het is mensonterend om te zien. Het is eigenlijk niet om aan te zien.

Als we achter de Cathedraal over de parkeerplaats lopen, staan er een paar Nederlandse campers. Zij zijn van Spanje via Porto naar Fatima gereden en hebben elke dag regen gehad. Het is vandaag de eerste droge dag.

Om ca. 21.30 uur zijn we weer in de albergue en gaan meteen naar bed.

De Italianen komen een uur later. Ik ben weer wakker.

De verschijning van H. Maria aan de 3 herderskinderen in Fatima in 1917.

 

Op 13 mei 1917 is de eerste verschijning van H. Maria.

H. maagd Maria vroeg de drie herderskinderen, Francisco, Jacinta en Lucia, om achtereenvolgend zes maanden op de dertiende op hetzelfde uur terug te komen.

“Dan zal ik jullie zeggen wie ik ben en wat ik wil. Daarna zal ik nog voor de zevende keer komen”.

De kinderen kwamen elke dertiende van de maand terug. De H. Maagd Maria vroeg hen steeds veel te bidden.

Bij elke verschijning waren er steeds meer mensen aanwezig.

Op 13  september waren er wel 25.000 mensen aanwezig. De H. Maria beloofde op dertien oktober een wonder te zullen doen.

Op 13 oktober waren 70.000 mensen aanwezig. Ze waren de avond voorafgaand al aanwezig.

De H. Maagd maakt zich bekend als de O.L. Vrouw van de Rozenkrans en vraagt eenieder de rozenkrans te bidden en boeten te doen. “Ik verlang hier een kapel. Als de mensen zich bekeren, zal er vrede op aarde komen”.

De H. Maagd verdween in het felle zonlicht.

Daarna verscheen O.L.Heer en O.L.Vrouwnaast de zon. O.L. Heer zegende de wereld. Daarna verdween de verschijning.

 

In 1918 werd Francisco ernstig ziek. Tijdens zijn ziekte bleef Francisco offers brengen. “Ik lijdt veel, maar ik lijd uit liefde voor Jezus”. Op 4 april 1919 sterft hij in Fatima en wordt op de begraafplaats begraven.

In 1952 wordt wordt het stoffelijk overschot opgegraven en bijgezet in een zijkapel van de Basiliek van Fatima.

 

Ook in 1918 begon Jacinta de kruisweg met een ziekte.Ze kreeg een open wond aan de borst. Ze vroeg steeds af of Jezus tevrden zou zijn met dit lijden.

In februari 1920 kwam ze in het ziekenhuis van Lissabon terecht, ver van haar familie. O.L. Vrouw bezocht haar 3 maal in het ziekenhuis.

Ze overleed op 20 februari 1920 en werd begraven op het kerkhof van Vila Nova de Ourem. In 1935 werd ze herbegraven op de begraafplaats van Fatima. In 1951 werden de stoffelijke resten opgegraven en bijgezet in de zijkapel van de Basiliek in Fatima.

 

In 1925 trad Lucia in bij de zusters van de H. Dorothea in Spanje. Op 3 oktober 1934 mocht Lucia haar eeuwige gelofte afleggen.

In 1946 trad zij in de orde van de Karmelietessen in het Convent van Coimbra. Ze leefde tot haar dood in afzondering in een oud klooster van de Karmelietessen in Coimbra

Op 13 februari 2005 overleed zij op  98 jarige leeftijd  in het klooster van Avila.

 

Een vreugdevolle gebeurtenis voor Lucia was de bedevaart naar Fatima van paus Paulus VI op 13 mei 1967. 50 Jaar na de eerste verschijning. Paus Paulus wenste, dat Lucia daar ook bij aanwezig zou zijn. Zij mocht de paus de hand drukken en met hem spreken.

Ditzelfde gebeurde bij het bezoek van Johannes Paulus II in 1982 en 1991.

Op de zaligverklaring van Francisco en Jacinta op 13 mei 2000 was zij aanwezig, evenals een half miljoen toeschouwers.

 

Maria zou de kinderen bij haar verschijning 3 geheimen verteld hebben.

  • Het eerste geheim bleek een beschrijving van de hel te zijn.
  • Het tweede geheim, dat Maria opriep tot gebed voor de bekering van Rusland en zou verwijzen naar de opkomst en ondergang van het Sovjetrijk.
  • Het derde geheim sloeg op de aanslag op de paus. Paus Johannes Paulus II werd in 1981 het slachtoffer van een aanslag.

 

 

==============

 

 




20-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 7

Dag 7: dinsdag 19 mei 2009. Fatima – Caxarias: 19 km

 

Kim, Jef en ik vertrekken vóór 7.00 uur.

We lopen naar de route, die we gisteren bekeken hebben aan de hand van het routeboek. We hebben onze vraagtekens bij de bewegwijzering na Fatima. In het boek staat, dat na een paar kilometer de eerste markeringen zijn aangegeven. We zijn benieuwd.

De zon schijnt al. De koude van gisteravond is helemaal verdwenen.

Als de aanwijzingen onvoldoende zijn, zijn we genoodzaakt langs de weg te lopen.

We verlaten Fatima over een asfaltweg. Het is nog erg rustig op de weg.

Na enkele kilometers zien we inderdaad de eerste pijlen. Een richting Santiago en een terug naar Fatima. Weer geel en blauw.

We gaan van de weg en via een onverharde weg verder.

We blijven op deze weg. Het is een mooi gebied met eucalyptus-, olijf- en dennenbomen.

Als we weer op asfalt komen, zien we in de verte de kerk van Gondamaria.

We passeren een cementfabriek. Even verder een heel groot opslagterrein bij een betonfabriek. Het terrein ligt helemaal vol met betonbuizen, platen, blokken, stenen, etc.

In Gondemaria drinken we koffie en eten een broodje. We maken geen haast, want we hebben tijd genoeg.

We verlaten het erg rustige dorp.

Na ca. 30 minuten lopen we door het dorpje Ventlharia. Er staan een paar erg mooie huizen, maar voor de rest stelt het dorp niet veel voor.

Het is intussen erg warm geworden. De zon schijnt volop. Er waait wel een zacht windje.

We lopen door enkele dorpen, zoals Cardal, Tomaris en Paverra. De dorpen lopen bijna in elkaar over.

De mensen zijn over het algemeen erg vriendelijk tegen ons. ’s Morgens zeggen ze “Bom Dia” en ’s middags “Boa Tarde”.

De markeringen zijn voldoende. De route komt overeen met het boek.

We rusten op een muurtje langs de weg.

We praten met Kim over het leven in Zuid Korea en bij ons. Het is een interessante uitwisseling. Er zijn in Zuid Korea, volgens haar, geen arme mensen. Iedereen heeft te eten. Zij zegt dus, indien iedereen te eten heeft, is er geen armoede.

Haar vader was professor aan de universiteit. Zij heeft ook aan de universiteit geschiedenis gestudeerd. Haar man is advocaat. Ze heeft 2 dochters, die in New York wonen en werken. Ze heeft nog geen kleinkinderen.

Het gebied links en rechts van de weg is heuvelachtig en wisselend. Soms liggen er akkers, maar meestal staan er struiken en bomen.

De huizen langs de weg zijn hier mooi en vaak wit geschilderd, soms met plinten of vlakken in een andere felle kleur.

Om 12.00 uur lopen we Caxarias binnen.

Voor het dorp drinken we koffie en vragen de weg naar de Residential Manalvo. Het is nog ca. 2 kilometer.

We passeren een nieuwe kerk, waar we binnen kunnen kijken.

We gaan verder en bereiken om ca. 13.00 uur de Residential Manalvo. We kunnen er slapen.  Het is beslist geen 5 sterren residentie, maar goed genoeg voor arme pelgrims.

We drinken eerst een pilsje voor we naar onze kamers gaan.

Intussen gebruiken we regelmatig het woord “dank je wel”in het Portugees. Het is “obrigado of obrigada”.

De kamer ziet er redelijk uit. De rest op de verdieping is erg toe aan onderhoud en vernieuwing.

Jef en ik wandelen door het dorp en doen wat boodschappen.

Als we terug zijn, gaan we de was doen en daarna ga ik schrijven.

Om 19.00 uur kunnen we eten.  We nemen een heerlijke groentesoep. Het hoofdgerecht bestaat uit stukjes vlees met groente en frietjes. Het nagerecht is flam. Het smaakt uitstekend.

Het restaurant is een grote zaal voor min. 100 mensen. Wij zitten er alleen.

De vrouw van de eigenaar doet alles. Ze kookt en bedient. Het is erg moeilijk converseren met haar. Ze praat alleen Portugees tegen ons en als we haar duidelijk proberen te maken, dat we haar niet verstaan, praat ze maar door. We bestellen maar iets om er vanaf te zijn.

Om 20.00 uur gaan we naar onze kamer. Kim verzorgt de blaren van Jef. De eerste blaren zijn zo goed als genezen. Nu heeft hij weer een paar nieuwe. Hij is er een beetje beduusd van.

Om 21.00 uur gaan we slapen.

 

                                                           ================




19-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 8

Dag 8. Woensdag 20 mei 2009.  Caxarias – Ansiao: 30 km.

 

Om 7.30 uur kunnen we ontbijten en om 8.00 uur vertrekken we.

We gaan op weg naar Ansiao. We lopen naar de kerk, zodat we daar weer de route kunnen vervolgen.

Volgens het boek is een gedeelte van de route van vandaag niet gemarkeerd. Dus ik moet vandaag echt mijn boek goed gebruiken.

Als we net op de route zijn, zien we aan de overkant van de weg 3 oudere Portugese pelgrims lopen, die op weg zijn naar Fatima.  Zij dragen ook gele hesjes. Het lijken net kanaries. Ze groeten ons hartelijk, zoals lotgenoten dat doen.

We lopen over een asfaltweg en lopen richting Rio de Couros. Het blijft asfalt.

Om ca. 9.30 uur komen we in Perucha.

Naast de weg is het erg mooi. Heuvelachtig met veel eucalyptus-, olijfbomen en wijngaarden.

We komen nu om de paar kilometer door een dorpje. Het zijn leuke dorpjes, met steeds wel een bar en een winkel en vaak een mooie kerk, maar minstens een kapel.

We komen in het gehucht Pavoa. Iets van de weg af is een bar. We drinken daar koffie en gaan verder.

Het wandelen gaat bij iedereen goed. We houden er een flink tempo in. Het weer is goed, de lucht is droog, zodat we niet transpireren.

Ik kijk op mijn kaartje en zie, dat we verder zijn dan ik had gedacht. Ik dacht, dat we nu in Perucha zouden zijn. We zijn niet door Perucha gelopen, maar om de plaats heen. We lopen nu door Candal.

Om 11.45 uur passeren we het bord van de plaats Malaguarda. Het is nog steeds asfalt. De gehele morgen al. Nog geen puinpad gezien. Maar gelukkig is het rustig op de weg en de omgeving is mooi.

We komen in de plaats Arneiro. Er staat weer een mooie, goed onderhouden, kerk. Helaas is ook deze kerk gesloten.

Nu naderen we het gedeelte van de route, dat niet of slecht is gemarkeerd. Ik moet nu echt de tekst uit het boek volgen.

We gaan in de buurt van Almoster wat eten in de berm van de weg.

Als we verder gaan, horen we klokkengelui en zien even van de weg een heel moderne, witte kerk staan. We gaan er heen. Het is een geheel andere kerk. Strak van vorm en ook wit. Naast de kerk staat een mortuarium in dezelfde stijl.

We komen bij een T splitsing. Rechtsaf is het 8 kilometer naar Malaguarda en linksaf 8 kilometer naar Ansiao. De laatste is voor vandaag ons eindpunt. Hier komt ook de route via Tomar op onze route. In Santarem splitste de route zich. We konden kiezen via Fatima of Tomar.

Het wordt weer 8 kilometer asfalt, maar naast de weg is de natuur erg mooi.

Om ca. 12.30 uur is het erg warm. Heldere hemel en geen wolkje te zien.

We passeren een paar vrouwen, die op het land werken. Als ik “Bom dia” zeg, reageren ze meteen. Ik begrijp, dat ze bedoelen, dat we hen moeten komen helpen.

Langs de weg zien we een paar mimosabomen staan. Ze staan nog niet in bloei. Dat komt pas na juli, maar het doet mij wel denken aan vorig jaar. Toen stond de Mimosa eind augustus volop in bloei tijdens de Ruta de la Plata.

Hier is te zien, dat de eucalyptus ook aangeplant wordt. We zien een groot veld met kleine planten, die exact op een rij staan.

We lopen weer door een paar dorpen. Het weer is nog steeds heel goed.

We passeren een bar met reclame voor ijs. We nemen een magnum. Heerlijk bij dit weer.

We naderen Ansiao.  Langs de weg staan prachtige villa’s.

Als we Ansiao inlopen, vragen we naar een Hostal of residential. Iemand adviseert ons Residential Nova Estrella. We vinden de Residential vrij snel.

We worden goed ontvangen en de kamers zijn netjes. Kosten € 25,- voor een 2 persoonskamer. We kunnen hier ’s avonds ook een menu del dia eten.

Kim bekijkt bij Jef de staat van de blaren. Er is een blaar bij gekomen. De ouden zien er goed uit.

Na het douchen wandelen we door het dorp en doen we boodschappen.

Er is ook een Frans stel aangekomen. We zagen ze ook vanmorgen aan het ontbijt.

Om 19.30 uur gaan we eten. Kim gaat ook mee. Vandaag eet ze geen tomaten met brood.

Als we aan de soep zitten, komt ook het Franse stel binnen. Ik vraag of ze bij ons willen komen zitten. Dat willen ze wel.

Ze wonen in Saint Germain en Lay bij Parijs. Ik vertel, dat ik daar 2 jaar geleden nog ben geweest en de koningsgraven heb bezocht. Zij zijn gestart in Fatima.

We hebben een gezellige conversatie.

Bij het verlaten van het restaurant, worden we begroet door een Noord Iers stel. Zij rijden met de fiets van Lissabon naar Santiago en willen er 28 dagen over doen. Ze nemen er de tijd voor en blijven  regelmatig in een plaats een paar dagen.

Om 21.00 uur zijn we weer op de kamer.  Kim behandelt de blaren van Jef nog en om 21.30 uur gaan we slapen.

 

                                                           ============




18-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 9

Dag 9. Donderdag 21 mei 2009. Ansiao – Condeixa a Nova: 30 km.

 

We kunnen in het residential niet ontbijten. Dus we vertrekken om 7.00 uur.

We verlaten Ansiao. Er zijn nog geen bars open voor een ontbijtje.

Buiten Ansiao lopen we over een bospad. Hier staan weer de bekende bomen.

Bij de naaldbomen constateren we iets, wat we nog niet eerder hebben gezien. Bij meerdere bomen is een stuk schors verwijderd en in dit gedeelte een opvangbakje aangebracht om hars op te vervangen. Hars wordt o.a. gebruikt voor het maken van kunsthars.

Het weer is uitstekend. Volop zon en geen wind. Bovendien is de omgeving erg mooi.

We lopen door een paar gehuchten. Alle rolluiken zijn nog dicht. We zien niemand. Het lijkt wel of iedereen nog slaapt.

In de buurt van Granja komen we op een verkeersweg. Vlakbij is een benzinestation met een bar. Hier gaan we ontbijten en koffie drinken.

Als we verder gaan, gaan we richting Santiago da Guarda.

We passeren een kapelletje. Ik loop erheen, omdat er een flink hek voor staat. Als ik weg wil gaan, stap ik in een afvoergoot en struikel. Mijn rechter knie is weer flink beschadigd op dezelfde plaats, waar ik vorig jaar op gevallen ben.

We gaan verderop van de snelweg af en gaan een zandweg in.

We lopen via een gehucht verder.

Daarna gaan we over een mooi pad door bossen. Het is behoorlijk veel klimmen en dalen.

Het pad bestaat uit rotsblokken en het is opletten.

We komen in de plaats Alvorge en lopen via de marktplaats verder.

We lopen over een nieuwe asfaltweg. Hierdoor zijn er geen markeringen meer te zien.

We komen bij een kerk en vragen aan mensen hoe we verder moeten naar Rabacal. We lopen naar de kerk en kunnen naar binnen.

Er zitten enkele mensen in de kerk. Als we buiten komen, zien we een stoet mensen aankomen, die naar de kerk gaan.

De eerste 30 á 40 mensen dragen rode costuums en daarachter lopen ca. 100 mensen in gewone kleding.

Het lijkt of er een begrafenis gaat plaats vinden, maar we zien geen kist.

We gaan verder en zijn genoodzaakt nog een keer naar de route te vragen.

Dan zien we weer pijlen en kunnen verder.

We gaan verder over hellingen via graspaden en hebben mooie uitzichten over de omgeving. Het is nu ca. 10.15 uur.

We gaan richting Rabacal.

Volgens het boek komen we niet in Rabacal, maar lopen in de bergen en zien Rabacal op afstand liggen.

Op een moment weten we niet meer waar we exact zijn. Het is erg moeilijk de route via het boek te volgen.

We zien geen pijlen meer en bij een kruising zijn geen markeringen te vinden.

We houden een auto aan en vragen naar de Caminho de Santiago. De chauffeur wijst ons een richting, die we gaan volgen. Echter pijlen zien we niet.

Na verloop van tijd zien we op een kruising een pijl. De route kruist het pad, waarop wij lopen. Nu kunnen we de route weer vervolgen.

We komen in een plaats. We zijn erg benieuwd welke plaats dit nu is.

We komen bij een bar en drinken er koffie. Deze plaats blijkt Zambujal te zijn. Dan zijn we toch flink opgeschoten.

We vragen naar de route. Een man legt het goed uit, zodat we vlug weer op de route lopen.

We lopen over een graspad tegen een berghelling. Overal dezelfde teelt als eerder, druiven, olijven en bossen.

We lopen door de gehuchten Fonte Conberta en Poco. Daarna komen we weer in een prachtig natuurgebied met erg mooie vergezichten. Wat we zien is zo mooi, dat het niet te beschrijven is. We genieten er van. Overal zijn bergen. Voor, achter, links en rechts en alles golft.

Het is hier erg warm en windstil. De temperatuur is boven de 30 graden, maar we genieten ervan. Alle hellingen zijn begroeid met vegetatie.

Om ca. 15.00 uur lopen we dit gebied uit en zien in de verte Condeixa a Nova liggen. Het duurt even eer we de rand van het dorp bereiken.

Als we er aankomen, is er een bar. We drinken daar een cola en vragen naar de Bombeiros Voluntarios. Het is ca. 1 kilometer verder.

Als we bij de Bombeiros aankomen, kunnen we er niet slapen.

We worden verwezen naar een residential, iets verder in dezelfde straat.

Hier zijn kamers voor ons. Na het douchen en wassen drinken Jef en ik een biertje in de bar naast de residential.

Als ik ga schrijven, doen Kim en Jef boodschappen.

Er is ook een Frans stel binnen gekomen. Ze komen uit Dinant, vlakbij Le Mont Saint Michel in Normandië. Zij wandelen van Santiago naar Fatima.

Om 19.00 uur kunnen we in de residential ook eten. We eten soep, varkensvlees met frietjes en salade. Het smaakt goed.

Kim vertelt, dat ze ook een boek schrijft over de Japanse schilderkunst. Hiervoor gaat ze dit jaar nog 3 maal naar Japan.

Het Franse echtpaar komt nog even een praatje maken. De man vertelt welke tochten hij al gemaakt heeft. Dat zijn er velen. Hij is ook naar Rome gewandeld.

Jef krijgt van Kim nog een EHBO behandeling. Er is weer een blaar bijgekomen. Als er een blaar is genezen, komt er weer een nieuwe bij.

Om 21.30 uur lig ik in bed.

 

                                                           ===========




17-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 10

Dag 10. Vrijdag 22 mei 2009. Condeixa a Nova – Coimbra: 20 km.

 

Om 7.00 uur kunnen we ontbijten en vertrekken om 7.45 uur. We lopen terug naar de bar, waar we gistermiddag een cola hebben gedronken. Hier hebben we gisteren de route verlaten. Het is ca. 2 kilometer lopen.

We komen via de route niet meer in Condeixa.

Het is bewolkt, maar de temperatuur is goed. Dat is bijna elke morgen hetzelfde. Om ca. 9.00 uur begint dan de zon volop te schijnen.

We komen in de plaats Orelhude. Het is maar een gehucht. Hier loopt een oudere vrouw met een paar kisten op haar hoofd, zonder haar handen te gebruiken, en een sikkel om haar nek. Als we haar passeren, vindt ze het wel leuk, dat we haar aandacht geven en ze wil ook wel op de foto.

Als je “Bom Dia” zegt, zeggen de mensen altijd wat terug. Soms zeggen ze alleen “Bom”. Soms vragen ze of we naar Santiago lopen. Als we dat bevestigen, vinden ze dat wel leuk. Er zijn ook mensen, die Frans beginnen te praten. Als je verder praat, blijkt meestal, dat ze vroeger een aantal jaren in Frankrijk hebben gewerkt.

We lopen door de plaats Poussada. Het is een dorp met witte huizen en een erg oude kerk.

De zon begint nu volop te schijnen.

We lopen door een mooie natuur met brede holle paden.

Deze paden zijn zo breed, opdat de Brandweer bij bosbranden dicht bij de brandhaarden kan komen. Er is geen ander verkeer te zien. Ook dienen deze paden bij onweer voor de afvoer van het water. Dan stroomt het water met grote snelheid naar beneden.

Na Cernache gaan we richting Antalhol.

We genieten van de omgeving en het mooie weer. We moeten flink klimmen en dalen, waardoor ik het behoorlijk warm krijg.

Kim blijft de hele morgen al meer achter ons. Ze heeft pijn aan de bovenzijde van haar rechtervoet. Ik geef haar mijn wandelstokken. Ik zie, dat het dan wat beter gaat. Ze laat niet merken hoeveel pijn ze heeft. Het is een taaie.

De markeringen zijn hier zo goed, dat ik mijn boek niet hoef te gebruiken.

Later blijkt, dat de gemarkeerde route anders is dan volgens het boek. We komen toch in Antanhol uit.

We lopen weer door een natuurgebied en komen in de plaats Cruz dos Moroucos.

Het is dan 11.45 uur. We drinken koffie in een bar.

Als we het dorp uitlopen, zien we in de verte in een dal Coimbra liggen. Het is dan nog 5 kilometer.

Als we aan de rand van de stad arriveren, worden hier weer grote, nieuwe wegen aangelegd. Zelfs een eeuwenoud aquaduct moet eraan geloven. Er wordt gewoon 15 meter tussenuit gezaagd voor de nieuwe weg. Dat zou in Nederland niet kunnen.

Het daalt steeds. Er zijn voldoende pijlen aangegeven. Het loopt snel.

Om 12.30 uur lopen we richting het centrum en de Cathedraal Santa Clara. We komen bij een winkel van Lidl. We kopen er batterijen. Hiervan ken ik de kwaliteit, niet van de andere batterijen, die ik hier koop.

Om 12.45 uur lopen we over de brug Ponte de Santa Clara, die de rivier Rio Mondego overspant. Net over de brug zie ik een residential. Ik kijk in mijn boek en zie dat deze vermeld staat in mijn boek.

We gaan naar binnen. Het is een nette kamer. Kosten € 15,- p.p. Geen geld.

Na het douchen gaan we op zoek naar een schoenmaker (zapatero), want een naad van mijn schoen is los en de tas van Kim moet ook gestikt worden. Het is vlakbij de residential. We worden meteen geholpen. Kosten € 1,50 p.p.

Daarna gaan Jef en ik op zoek naar Internet. Nadat dit gebeurd is, maken we een wandeling door de stad met vele mooie gebouwen en kerken. We bezoeken de Cathedraal Santa Klara. Coimbra is een universiteitsstad. Er leven ca. 20.000 studenten. De stad heeft ca. 80.000 inwoners.

Om 17.00 uur ga ik schrijven. Om 18.00 uur ben ik klaar.

Daarna gaan we op zoek naar een mini-mercado. Na lang zoeken en veel vragen vinden we er een.

We komen ook het fietsende echtpaar uit Noord Ierland tegen en maken een praatje.

Kim gaat terug naar de residential en Jef en ik gaan op zoek naar een restaurantje.

We bestellen een dagmenu.

Als voorgerecht krijgen we een soort preisoep, Het smaakt uitstekend. Het hoofdgerecht is varkensvlees met frietjes en salade. Het nagerecht is gekookte rijst met kaneel. En natuurlijk de vinho tinto. Totale kosten € 12,- Misschien is men de wijn vergeten.

Ik heb gelezen, dat hier in mei altijd studentenfeesten zijn. We merken hier vandaag niets van.

Daarna lopen we terug naar de residential.

Het is dan ca. 21.15 uur. We gaan meteen naar bed.

 

                                                           ============




16-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 11

Dag 11. Zaterdag 23 mei 2009. Coimbra – Mealhada: 23 km.

 

Om 7.00 uur vertrekken we. We hebben geen ontbijt besteld, want we kunnen pas ontbijten vanaf 8.00 uur.

Als we buiten komen is het vrij druk op straat. We weten niet of het nog late nachtmensen zijn of vroege ochtendmensen. Het is vandaag zaterdag. Ik denk, dat er toch veel nachtmensen bij lopen, want een aantal ziet er flink gehavend uit.

De eerste bar is nog niet open. De tweede wel.

We gaan naar binnen en bestellen koffie.

Kim krijgt een telefoontje, dat de vorige president zelfmoord heeft gepleegd. Ze had al eerder verteld, dat hij en zijn familie in zijn regeringsperiode zich flink verrijkt hadden. Hij zat nu flink in de problemen, omdat nu heel veel boven water kwam.

In Zuid Korea is het 5 uur later dan hier.

Na 2 café con leite vertrekken we. We lopen door smalle straatjes en komen uit bij de rivier Rio Mondego. Deze rivier volgen we een tijdje. Daarna lopen we langs een verkeersweg, de N111.

De zon schijnt volop. We lopen in korte broek en shirt.

Even later verlaten we deze weg en gaan de natuur in.

Om ca. 8.30 uur lopen we door het plaatsje Ademia. We eten op een muurtje en in de zon een broodje.

Soms passeert ons een auto Het is niet druk vandaag, waarschijnlijk omdat het zaterdag is.

We lopen daarna richting Trouxemil. Het is een asfaltweg. Het is te zien, dat het land hier vruchtbaar is, want al het land is in gebruik als landbouwgrond. Er staat maïs, aardappelen en diverse groenten.

Om ca. 9.15 uur gaan we middels een viaduct over een grote verkeersweg. Op het viaduct hebben we een mooi uitzicht over de weg en de bergen op de achtergrond.

Even later komen we in Trouxemil. We gaan koffie drinken in café Laoa. Daarna lopen we door het dorp.

Na dit dorp lopen we door een gehucht met de mooie naam Sargento Mor. Hier staan langs de weg weer prachtige huizen. Het is te zien, dat het een aantal mensen erg goed gaat.

We komen nu bij de verkeersweg van Coimbra naar Porto. We moeten even langs de weg lopen en komen dan in Santa Luzia.

Aan de overzijde van de weg lopen 2 vrouwen met gele hesjes. Ze gaan naar Fatima en zwaaien ons toe en roepen nog “Bon Voyage”.

Voor het plaatsje Carqueijo gaan we van de weg af.

We gaan op een muurtje zitten op een terrein van een bedrijf, waar men BBQ’s maakt. Er staan er veel opgesteld. Na wat gegeten en gedronken te hebben, loop ik een rondje tussen de BBQ’s. Er staan hele mooie bij. De prijs varieert van € 300,- tot € 1000,- . Ik maak van een paar mooie foto’s.

Als we door het dorp lopen, passeert ons weer het Noord Ierse stel. Ze zwaaien naar ons.

Als we het dorp weer uit komen, komen we weer op de verkeersweg.

Er zijn hier 2 mogelijke routes. De ene loopt langs de weg en de andere gaat door de bossen, maar is langer.

We kiezen voor de laatste. We lopen over een pad door een eucalyptusbos.

Als we het bos uitkomen, komen we in het dorpje Mala. Het dorp is een straat met alleen hele mooie, grote huizen. Alleen de tuinen liggen er verwaarloosd bij. Het gras is meestal te lang en er staan weinig planten in de tuin.

Na Mala komen we via een asfaltweg in het dorp Lendiosa.

We gaan hier in een bushokje zitten om te eten.

Het is ca. 12.00 uur als we verder gaan. We gaan van de weg af en gaan via een pad richting Maelhada.

We zien de plaats in de verte liggen.

Op een akker is een vrouw onkruid aan het wieden op een maïsveld met een zware hark. Ik vraag of ik ze mag fotograferen. Het mag. Ze gaat snel door met harken. Ze kijkt niet op of neer.

Even later lopen we over een pad tussen metershoog riet. Het is een mooi pad.

Als we uit het riet komen, zijn we bijna in Mealhada.

Als we het dorp inlopen, vragen we naar de Bombeiros.

Het is nog ca. 400 meter lopen. We passeren een grote Intermarché. Hier drinken we koffie met een broodje.

Om 13.00 uur arriveren we bij de Bombeiros. We kunnen hier slapen.

We worden begeleid naar de sporthal. Boven in de hal zitten heel veel mussen, die flink tekeer gaan.

Na de koude douche gaan we kleren wassen. Drogen wordt moeilijk, want het gaat regenen.

De was gaat van buiten naar binnen. We hangen ons wasgoed op aan het net van een doel.

Daarna gaan we boodschappen doen bij de Intermarché.

Als we terug zijn bel ik Corrie. Alles is o.k.

Ik ga schrijven. Jef gaat de flessen vullen en smeert brood voor morgen.

Om 17.45 uur zijn we hiermee klaar.

Daarna gaan Jef en ik weer naar de Intermarché. We kunnen er niet eten. De barjuf verwijst ons naar bar Kalkequero. Dat restaurant zou goed en goedkoop zijn. Ze tekent het op een plattegrondje.

We gaan weg met het plattegrondje. Er klopt helemaal niets van. We vragen het nog een keer. Daarna hebben we het restaurantje snel gevonden. Het is een sober zaakje, maar de baas helpt ons correct.

We eten soep, lomo met frietjes en salade met een fles wijn. Het smaakt goed. De kosten zijn € 6.- p.p.

Om 20.30 uur zijn we weer terug bij de Bombeiros.

We gaan meteen slapen.

 

                                                                       ===============




15-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 12

Dag 12. Zondag 24 mei 2009. Mealhada – Agueda: 26 km.

 

Om ca.7.00 uur vertrekken we.

De temperatuur is goed, maar de hemel is donkergrijs.

We hebben de regenspullen bij de hand, als het zou gaan regenen.

Ik heb vannacht slecht geslapen. De matrassen lagen gewoon op de grond. Het tochtte flink over de vloer. Dat was goed voelbaar.

We werden ook al vroeg gewekt door de mussen, die om 5.30 uur al begonnen te kwetteren.

Om 6.15 uur waren we allemaal klaarwakker. Dus we gaan op tijd weg.

We lopen terug naar de Intermarché, waar we gisteren de route verlaten hebben.

Het is erg stil op straat. Het is zondag. Overal zijn de rolluiken nog gesloten.

In het centrum is een bar open. We gaan naar binnen. Er wordt nog volop schoongemaakt.

We nemen koffie met een croissant.

Buiten het dorp komen we op een weg, die aan de overzijde is afgezet met bouwhekken, omdat er een park wordt aangelegd.

We gaan linksaf. Even verder zien we toch weer markeringen en steken we de weg over.

Om ca. 8.30 uur komen we door Aguim. Ik maak foto’s van een mooi kerkje.

Het valt mij steeds op, dat de kerken in Portugal over het algemeen erg goed worden onderhouden. En ze zijn bijna altijd stralend wit geschilderd.

De route is weer goed gemarkeerd. Het verbaast mij toch wel. Dat had ik echt niet verwacht.

Als we een bos uitkomen, komen we uit bij nieuwe wegen.

We passeren ook een nieuw voetbalcomplex, waar al voetbalwedstrijden worden gespeeld. Het is nu ca. 9.15 uur.

Even later komen we in de plaats Anadia. We lopen aan de rand van de plaats en gaan richting Avellas de Caminho. Het duurt even eer we het dorp uit zijn.

De laatste dagen hebben we regelmatig afbeeldingen gezien van St. Antonius van Padua. Deze heilige wordt hier veel vereerd. Er worden in de dorpen ook feesten gevierd ter ere van St. Antonius.

Kim vraagt, waarom deze heilige wordt vereerd. We vertellen haar, dat tot deze Heilige wordt gebeden, als men iets is verloren. Men hoopt dan het verlorene terug te vinden. Kim begrijpt het niet helemaal.

Tussen Anadia en Avellas de Caminho gaan we op een muurtje wat eten en drinken.

Het weer is intussen opgeklaard en het is weer flink warm. Het is goed wandelweer.

We spreken af, dat we onze foto’s bij thuiskomst zullen uitwisselen middels een CD of DVD. Ik verwacht, dat we dan zeker 3.000 foto’s hebben. Kim maakt erg veel foto’s.

We komen in Cavello de Caminho. We passeren een kerkhof met veel familiegraven. Het zijn soms complete gebouwen. We maken er een foto van.

In de plaats Avellas de Caminho drinken we koffie.

We lopen het dorp uit. We steken een verkeersweg over en gaan richting San Joao da Azehma. We hebben nu ca. 14 kilometer afgelegd en hebben nog 12 kilometer te gaan.

We lopen op een rustige asfaltweg naar Aguada de Baixo. Jef zegt, dat het dan nu nog 7 kilometer is.

In Aguada de Baixo nemen we een ijsje. We zitten heerlijk onder een parasol.

We verlaten Agueda via een erg lange straat.

We gaan nu richting Brejo. We lopen weer over een asfaltweg. Links van de weg staan struiken en rechts meest dennenbomen.

Op enige afstand zien we enkele dorpen liggen. Dit zien we eigenlijk al de gehele dag. Steeds zien we in de verte wel dorpen liggen.

Als we uit een bos komen, gaan we onder een verkeersweg door. Daarna gaan we linksaf en lopen enkele kilometers door een industriegebied. Het is nu erg rustig hier, omdat het zondag is.

Links en rechts staan allerlei gebouwen, zoals hallen, showrooms van allerlei zaken en kantoren.

Na het industriegebied lopen we langs een eucalyptusbos. Door de regen van gisteravond en vannacht en de felle zon van nu, ruikt het heerlijk naar de eucalyptus.

We gaan op weg naar Brejo. Als we in een plaats komen, zonder plaatsnaambord, vraag ik of we in Brejo zijn. Inderdaad we zijn in Brejo. Het is dan nog enkele kilometers naar Agueda.

Ik zie hier regelmatig zuiltjes met de straatnamen in Azulejosstijl. Ik maak van een paar zuiltjes een foto. Per abuis neem ik hierdoor een verkeerde straat.

Als Jef en Kim even later komen en mij verkeerd zien lopen, roepen ze mij terug. Ze vinden het geweldig, maar ze vergeten, dat ik de gehele dag voorop loop met een Franse routebeschrijving en gelijktijdig naar de pijlen kijk. Ze mogen ervan genieten.

We lopen Agueda binnen. De eerste man, die we tegenkomen vragen we naar de Bombeiros.

We moeten rechtdoor en over de brug over de Rio Agueda.

We vragen het nogmaals. Dan is het nog 300 meter.

Als we bij de Bombeiros aankomen, moet er weer gebeld worden voor toestemming. Het mag.

We worden naar boven geleid en komen in een grote vergaderzaal. We moeten hier enige tijd wachten.

Ik ga achter het spreekgestoelte staan en vertel mijn ervaringen op de Caminho Portugues.

Als ik klaar ben, gaat Kim op de voorzittersstoel zitten en stelt zich voor als de vorige president en zegt, dat ze meer geld wil. Ik film haar pleidooi.

Na een half uur komt er iemand met de juiste sleutel en we kunnen naar de slaapzaal.

Er staan ca. 20 stapelbedden. Deze worden normaal gebruikt, als de brandweerlieden paraat moeten zijn.

Het is allemaal wat rommelig, maar we passen onze normen aan.

Als we gedouched, kleren gewassen en opgehangen hebben, gaan Jef en ik de stad in. We gaan naar de kerk en maken enkele foto’s van mooie gebouwen.

Ook bekijken we de route voor morgen. Dan gaan we terug naar de Bombeiros.

Ik ga schrijven. Jef maakt brood klaar voor morgen.

Om 18.00 uur gaan we naar een restaurant om te eten.

Tijdens het eten vertelt Kim over haar werk. Ze vertelt, dat ze vaak 18 uur achter de computer zit te werken. Als haar lichaam erg veel last krijgt door het typen, gaat ze zwemmen, naar de sauna of naar de fysiotherapeut. Ook doet ze haar handen, voeten en ellebogen regelmatig in de paraffine.

Om 19.30 uur zijn we terug bij de Bombeiros.

Ik ga verder met schrijven en Kim geeft Jef weer een blarenbehandeling.

Om 20.30 uur ben ik klaar en ga me gereed maken voor een verdiende nachtrust.

 

                                                           ================

 




14-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 13

Dag 13. Maandag 25 mei 2009. Agueda – Albergaria a Vehla: 16 km.

 

We staan om 6.30 uur op. We hoeven niet te haasten, want het is vandaag een erg korte afstand.

Om 7.00 uur kunnen we ons paspoort ophalen. Om 9.00 uur kunnen we pas een stempel krijgen in onze Credential. Hier wachten we niet op. Dus we vertrekken meteen om 7.00 uur.

Het heeft vannacht flink geregend en het ziet er nu ook niet goed uit. Onze beenkappen hebben we al aan, de poncho houden we paraat en de hoes zit om de rugtas.

We lopen door de stad. Als we een koffiebar passeren, gaan we naar binnen.

We nemen koffie met een broodje. We kunnen hier ook een stempel krijgen.

Om 7.45 uur gaan we weer verder.

We lopen terug naar de brug over de Rio Agueda, waar we de route weer kunnen vervolgen.

Tijdens de koffie is het buiten droog geworden.

We lopen een tijdje langs de rivier en gaan rechts af. Het gaat flink omhoog. Dat duurt wel een half uur. Ik ga er flink van transpireren. Als we boven zijn, stoppen we even. Ik trek mijn vest uit en ga in korte broek en shirt verder.

Af en toe vallen er wat druppels. Achter ons is het zwaar bewolkt. Ik verwacht niet, dat het droog blijft.

Met de blaren van Jef gaat het steeds beter. Ze genezen redelijk snel door de goede geneeskundige behandeling van Kim. Zelden komt er nog een bij. In Santiago zullen de blaren wel genezen zijn. Ik verdenk hem soms van opzet.

Kim heeft nog last van haar voet en bil, maar ’s morgens gaat het goed, zegt ze.

Na de flinke stijging wordt het weer even vlak.

Even later lopen we weer door een groot industrieterrein. Er is nu veel meer bedrijvigheid dan gisteren, maar het is nu ook maandag.

Om 8.30 uur is de hemel nog steeds zwaar bewolkt, maar het is droog en de temperatuur is goed. Het is prima weer om te wandelen.

We lopen de gehele morgen al van dorp naar dorp. Het ene dorp gaat over in het volgende.

Eigenlijk zou je niet verwachten, dat Midden Portugal zo dicht bevolkt is.

We komen in het plaatsje Mourisca do Vouga. Het is weer een lange straat met lintbebouwing. Er is erg veel verkeer.

De huizen langs de weg zijn niet bijzonder. Er staan wel een paar mooie historische gebouwen. Het zijn huizen van rijke kolonialen. Helaas zijn deze nu in verval en niet in gebruik.

Dit dorp gaat over in het dorp Lamas. Het stelt niet veel voor. We zijn er snel doorheen. Er is zelfs geen bar.

We steken een drukke verkeersweg over, lopen even door een bos en komen op een oude Romeinse weg met een brug, die gerestaureerd wordt. Het ziet er erg interessant uit.

We passeren een huis, waar weer 4 blaffers achter het hek staan. Waar is dit nu voor nodig. Afgelopen nacht was er in de buurt van de Bombeiros de hele nacht een hond aan het blaffen. Je zou er naast wonen.

In het plaatsje Macinhata do Vouga drinken we koffie. Als we binnen zitten, gaat de barjuf de vloer moppen. Het water stinkt zo smerig, dat we snel weggaan voor we flauw vallen.

We lopen naar de plaats Serem. Als we het dorp uitlopen komen we een man tegen met 2 honden.

Hij is erg vriendelijk en begint tegen ons in het Engels te praten. Hij vertelt, dat hij 20 jaar in Amerika en Canada heeft gewoond en dat hij in de wegen- en bruggenbouw heeft gewerkt. Daarvoor heeft hij als soldaat gediend in Angola. Hij mist aan een hand bijna alle vingers. Zonder, dat wij het vragen, vertelt hij dat dit gebeurd is door een ongeluk op 12 jarige leeftijd.

Daarna gaan we verder langs een bos. Kim loopt een stuk achter ons. Plotseling roept ze ons. We gaan terug. Ze heeft de route gevraagd aan iemand en ze vreest, dat we verkeerd lopen. We lopen terug naar de laatste pijl. Als we daar aankomen, twijfelen we welke richting de pijl aangeeft.

We nemen de andere weg door het bos en even later zien we een pijl op een eucalyptusboom.

Het is een bos met alleen eucalyptusbomen. De bomen zijn over het algemeen erg jong en staan in rijtjes. Hieraan is te zien, dat het bos is aangeplant.

We lopen bijna een uur door dit bos over een breed puinpad, speciaal aangelegd voor de brandweer.

Als we het bos uitkomen, zijn we al meteen in Albergaria. Als we iemand tegen komen, vragen we naar de Bombeiros. Het is nog ca. 1,5 kilometer.

We vragen het nog een paar keer en om goed 12.00 uur arriveren we er.

We zijn net op tijd, want het begint net te regenen.

Bij de Bombeiros krijgen we te horen, dat we daar alleen kunnen douchen en verwijzen ons naar de pastorie om te slapen. Iemand begeleidt ons naar de pastorie. Hij belt aan, nog eens en nog eens. Hij zegt, dat de pastoor waarschijnlijk slaapt.

Hij adviseert ons op een bank naast de voordeur te wachten en regelmatig te bellen.

We doen onze rugtas af en gaan aan de overzijde in een bar koffie drinken.

Om 13.00 uur gaan we bellen. Een zeer onvriendelijke pastoorsmeid, die waarschijnlijk wakker is gebeld, opent de deur.  Er kan totaal geen glimlach af. We mogen beslist niet binnen komen. Ze neemt ons mee naar een gemeenschapshuis. Ze laat een zaaltje zien, waar we kunnen slapen en wijst ons in een berging de matrassen. Ze gaat meteen weg, zonder verder iets te zeggen.

Het is een zaal, die vol staat met kleine kinderstoeltjes. We maken wat ruimte en leggen er de matrassen neer.

Nadat we ons geïnstalleerd hebben, gaan Jef en ik kopieën maken van de route voor de komende dagen.

Als we terug komen, ga ik schrijven. Jef en Kim gaan boodschappen doen.

Als het schrijven gereed is, gaan we douchen. Er komt alleen koud water uit de douchekop.

Het regent buiten en het is koud.

Het is erg ongezellig in het gemeenschapshuis. We slapen tussen de kinderstoeltjes. Het is echt weer aanpassen, maar het kost ook niets.

Om 18.00 uur gaan Jef en ik uit eten. We gaan een restaurantje binnen, maar we kunnen pas vanaf 19.00 uur eten. We besluiten maar te wachten en bestellen een bier. Dat is ook al erg koud.

Om 19.00 uur kunnen we eten. We nemen een groentesoep, rundvlees met rijst/bonen en salade. Als nagerecht nemen we een chocolademousse. Het smaakt goed.

Om ca. 20.30 uur zijn we weer in het gemeenschapshuis terug.

Ik ga mijn rugzak inpakken en vóór 21.00 uur ga ik slapen.

 

                                                           ==========




13-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 14

Dag 14. Dinsdag 26 mei 2009. Albergaria a Vehla – San Joao da Madeira: 29 km.

 

Vóór 7.00 uur vertrekken we. De eerste bar gaan we naar binnen en drinken koffie met een broodje.

Om 7.15 uur gaan we verder. Het weer ziet er goed uit. Het is een strak blauwe lucht met volop zon. Het is wat fris, maar dat zal snel veranderen.

De voorspelling op Internet is, dat het de komende dagen steeds warmer wordt, tot zelfs boven 30 graden.

We verlaten Albergaria via een asfaltweg met saaie, kleurloze appartementsgebouwen.

Als we het dorp uit zijn, gaan we via een zandpad door eucalyptusbossen. Het pad is erg modderig door de regen, die de voorbije dagen hier is gevallen.

We komen uit bij een grote plas, die de gehele breedte van de weg verspert. Via de zijkant van de plas kunnen we met droge voeten de overkant bereiken.

We komen langs een groot terrein, waar alle eucalyptusbomen zijn gerooid. Men is bezig de stammen te ontdoen van de takken en schors. De stammen worden gezaagd op een lengte van ca. 1,50 meter. Dit alles gebeurt door een machine in een handeling. Het gaat erg snel en het is mooi om te zien.

We lopen een tijd door eucalyptusbossen met veel gerooide bomen. Zelfs mimosabomen moeten het ontgelden.

We komen dan weer langs terreinen, waar jonge eucalyptusbomen zijn geplant.

We komen uit bij een asfaltweg. Langs deze weg liggen allemaal terreinen met jonge eucalyptusbomen. Daar tussen zijn dan weer jonge mimosaboompjes geplant. Zo wordt de natuur een beetje geholpen.

We verlaten deze weg en lopen weer door bossen.

Het is een mooi gezicht, als de felle zon door de bomen schijnt. Het geeft heel mooie effecten.

De paden zijn soms zeer slecht, doordat de machines over de zandpaden rijden i.v.m. de boskap. De kuilen op het pad staan vol water. Dus het is steeds opletten.

In Branca drinken we koffie op een bank bij de kerk. Er staat een kapelletje met een kruisbeeld. Er zit glas en een hekwerk voor het beeld. Het kruisbeeld is bijna niet te zien.

Er komt iemand naar ons toe en vraagt of wij in het kapelletje willen kijken. Dat willen wij graag. Hij heeft de sleutel en opent het hekje. Het is een erg mooi kruisbeeld van natuursteen. Het natuursteen is verweerd. Vandaar de glasbescherming.

Aan het eind van het dorp lopen we een tijdje langs een enkel spoortje, dat volgens mij al tijden niet meer gebruikt is.

We komen uit bij een verkeersweg. We lopen er een paar kilometer langs. Dan merken we, dat we verkeerd lopen. De beschrijving is niet duidelijk. We weten, dat een stuk verder de route deze weg kruist. Dus we lopen verder.

Om ca. 10.00 uur lopen we door Pinheiro de Bemposra. We drinken hier koffie.

Als we verder gaan, zien we snel, dat hier de route deze weg kruist. We vervolgen nu de route.

We gaan richting Travanca.

Na verloop van tijd lopen we weer van dorp naar dorp. Er staan geen plaatsnaamborden. Het kan ook zijn, dat we Travanca al gepasseerd zijn.

We lopen steeds over asfalt. Jef en ik lopen lekker door. Steeds als we een bocht ingaan, kijken we of Kim volgt.

Na enige tijd zien we geen Kim meer. We wachten even. Er komt geen Kim. Ik ga terug, maar ik zie geen Kim.

Plotseling zie ik een gele pijl onder een spoorbrug. Hoe is het mogelijk, dat er pijlen in 2 richtingen staan. De pijlen, die wij gevolgd hebben, zijn waarschijnlijk neppijlen. Volgens mijn boek moeten we ook onder de spoorbrug door. We vervolgen de route in een flink tempo. We kruisen het spoor en in de verte zien we Kim lopen.

Even later halen we Kim in. Ze moet er erg om lachen. Zij loopt op haar gemak te wandelen en te fotograferen en wij komen hijgend achter haar aan.

Langs de weg zien we een oude horreos (graanopslag) staan. Dit is de eerste, die we zien. In Galicië zullen we die nog wel vaker zien.

We komen in Oliveira de Azemeis. Het is een tamelijk grote stad. Het is nu ca. 12.00 uur.

We drinken een glaasje fris. Het is intussen erg warm geworden en zeker in de stad.

Als we de stad uitlopen, komen we vrij snel in Santiago de Riba-Ul. De kerk, die in dit dorp staat, is vernoemd naar, hoe kan het ook anders, naar St. Jacobus.

We gaan even van de route af en gaan naar de kerk. In de gevel staat in een nis een beeld van St. Jacobus. In de kerk staat ook een beeld van St. Jacobus.

Als we verder gaan passeren we een café, dat Santiago heet.

We verlaten het dorp en gaan over een pad, dat aan beide zijden is voorzien van muren van wel 2 meter hoog. Het is hier ontzettend heet.

In het volgende dorp drinken we koffie. Kim komt wat later aansjokken. Als ze aankomt, lijkt het alsof ze totall loss is. Als ze zit, klaart haar gezicht weer snel op en is het weer een en al vrolijkheid.

We lopen via een steile weg het dorp uit. We moeten even in de schaduw rusten. Het is erg warm en vermoeiend.

In een beetje schaduw gaan we op een muurtje zitten en drinken wat.

Ik vraag aan een man, die zijn auto wast, hoeveel kilometer het nog is. Het is nog 2 á 3 kilometer. Dat valt niet tegen. Hij geeft ons nog vers, koel water.

Om ca. 14.30 uur lopen we Sao Joao da Madeira in.

We volgen de route door de stad. Ik vraag naar de Bombeiros. Het is nog 3 kilometer.

We drinken wat in een bar en besluiten in een residential aan de route te overnachten.

In het centrum vinden we een residential. Het is gelegen aan een groot plein. Het is een mooie kamer voor 3 personen en niet duur.

Na het douchen gaan we het centrum bekijken. Het is een vrij grote plaats met mooie kerken en gebouwen.

Om 19.00 uur gaan we samen eten.

Om 21.00 uur zijn we weer in de residential terug en gaan meteen slapen.

 

                                                           ============




12-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 15

Dag 15. Woensdag 27 mei 2009. San Joao da Madeira – Porto: 34 km.

 

Om 6.15 uur vertrekken we. We gaan vandaag naar Porto. Het is goed weer. Ik heb mijn vest aangetrokken, maar het voelt al meteen warm aan.

Er zijn weinig mensen op straat. Er passeert zo nu en dan wel een auto, maar het is erg rustig.

We kunnen voor we het stadje verlaten nog koffie drinken en een broodje eten.

Het duurt een hele tijd eer we deze plaats uit zijn.

We lopen langs de verkeersweg N1. We moeten even later linksaf.

Jef en ik volgen deze markering en dalen flink.

Plots horen we Kim roepen. We gaan terug, maar nu is het flink klimmen.

Ze vertelt, dat iemand haar gezegd heeft, dat we nog zeker 2 kilometer langs de N1 moeten blijven en dan pas afslaan.

We volgen haar. We lopen een tijd zonder een markering te zien. Steeds langs de N1. Het duurt een hele tijd voor we een pijl zien.

Dan gaan we van de verkeersweg af en komen op de Ruda da Estrada Romana. Het is een weg met een oude basaltkeien bestrating. Het is een oude Romeinse weg. De naam zegt het al.

We lopen door een dorp. In een tuin staat een beeld van een dame, die niet geheel is gekleed. Als Jef haar passeert maakt hij er een foto van. Even verder staat in een tuin een beeld van Maria. Ik zeg tegen Jef: maak hier een foto van.

Terwijl ik dat zeg, wil ik op het trottoir stappen. Er is een groot hoogteverschil. Ik stoot met mijn voet tegen het trottoir en val met mijn gezicht vol op het trottoir. Jef en Kim schrikken er ook van.

Een bult op mijn hoofd, hoofd geschaafd evenals mijn knie. Kim vervult meteen haar taak als verpleegster.

Even verder drinken we koffie in een bar. Kim maakt haar taak als verpleegster af.

We zijn nu in Lourosa en gaan richting Grijo.

Vanaf Grijo lopen we van het ene in het andere dorp. We lopen steeds over asfalt of bestrating. Vaak zijn het kinderkoppen, wat niet gemakkelijk loopt.

In de verte zien we de zee liggen en ook een flinke grote stad. Dat zou Greijo kunnen zijn.

We gaan van de weg en lopen een eucalyptusbos in. Daarna zouden we Grijo in moeten lopen.

Om ca. 11.30 uur zijn we in Grijo. We hebben nu 18 kilometer afgelegd en zouden nog 16 kilometer moeten lopen.

In een bar drinken we een glaasje coca cola en gaan verder.

Het weer is uitstekend. Het wordt erg warm.

We gaan richting Sermonde. Dit is enkele kilometers verder. We drinken nog wat in de schaduw. We moeten vandaag veel drinken.

Het is bij steeds lopen over asfalt of bestrating, wat het nog warmer maakt. Als we over asfalt lopen voelen we de warmte opstijgen.

Om ca.13.30 uur zijn we in Sermonde. Na het verlaten van dit dorp lopen we over een Romana Calzada. De weg gaat behoorlijk steil omhoog. Langs deze weg staan aan beide zijden eucalyptusbomen. Het is een hardnekkige klim, een echte kuitenbijter.

De Calzada is zeker een paar kilometer lang. Na enige tijd houden de bomen op en staat er aan beide zijden van de weg een hoge muur. Tussen de muren is het verschrikkelijk heet.

We rusten nog een paar keer, want dit vergt erg veel. Kim volgt goed, al is het op enige afstand.

Als we eindelijk deze weg verlaten, komen we weer in dorpen met een lintbebouwing. Eerst langs een aantal prachtige villa’s.

In de verte zien we weer de zee. Er waait hier een koel windje.

Het is 14.30 uur, als we in een bar nog iets fris drinken. We vragen in de bar hoeveel kilometer het nog is naar het centrum van Porto. Het blijkt nog ca. 7 kilometer te zijn.

Dat valt tegen. We hadden verwacht, dat het minder zou zijn.

We komen in Laborin. Dan is het nog 6 kilometer. We lopen steeds over het trottoir. Naar het centrum is steeds rechtdoor.

Het duurt erg lang, ondanks dat we flink doorstappen.

Veel stoplichten, veel verkeer en veel lawaai.

Om ca. 16.00 uur lopen we eindelijk op de brug over de Douro, richting het centrum van Porto. De brug is een ontwerp van Gustave Eiffel, de ontwerper van de Eiffeltoren in Parijs. Op de brug hebben we een prachtig uitzicht over de stad, de huizen langs de rivier en de rivier. Na de brug lopen we richting de Cathedraal Sé.

Als we aankomen, na een pittige klim, kunnen we in de kerk. Het is een mooie Romaanse  kerk.

Daarna gaan we opzoek naar het informatiebureau van de Camino. Als we het adres eindelijk gevonden hebben, blijkt deze gesloten te zijn. We worden doorverwezen naar het toeristenbureau vlakbij de Cathedraal. Dan weer de hele route terug en het is zo verschrikkelijk heet.

Bij het toeristenbureau vertelt men, dat we in de Cathedraal moeten zijn. Hier vertelt men ons, dat er geen speciale Credential zijn voor de Caminho Portugues.

Het is intussen al 17.30 uur. We gaan weer terug naar het toeristenbureau voor een overnachtingplaats. Zij geven ons informatie voor enkele slaapplaatsen.

Kim kan niet meer. Ze is helemaal totall loss. Ze vraagt of we snel naar een overnachtingplaats kunnen gaan.

Als we er heen lopen, zien we vrij snel een pension. We gaan vragen of we er kunnen slapen. Dat kan en voor een vriendelijke prijs. De kamer ziet er erg netjes uit.

We kunnen hier niet de kleren wassen. Dus dat slaan we vandaag over. Eigenlijk vind ik het wel goed. Ik heb er ook helemaal geen zin in.

Na het douchen gaan Jef en ik boodschappen doen en ansichtkaarten kopen.  We komen langs een heel mooie kerk. Hij wordt net gesloten, als wij aankomen.

Als we terug komen, ga ik eerst kaarten schrijven.

We gaan in het centrum eten. Kim gaat ook mee. Het is een zwoele, warme avond.

In het restaurant staat, zoals altijd de TV aan. De wedstrijd Barcelona – Manchester United wordt gespeeld. Het is de finale Europacup.

We kunnen er goed eten.

Daarna lopen we nog een rondje door het centrum.

Als we weer in de hostal zijn, ga ik schrijven. Om 22.00 uur ben ik klaar.

Ik ga meteen slapen.

Het was erg warme, lange en erg zware dag.

 

                                               ================

 

 

 




11-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 16

Dag 16. Donderdag 28 mei 2009. Porto – Vilarinho: 27 km.

 

We vertrekken vanaf de hostal om 6.45 uur en lopen naar de Cathedraal Sé.

Hier kunnen we de route vervolgen.

Deze Cathedraal is voor degenen, die in Porto starten het beginpunt. We zien er nu niemand.

We vinden vrij snel een bar, waar we een ontbijtje kunnen nemen.

Hier overleggen we met de barman hoe we verder moeten, want tot deze bar zijn er weinig aanwijzingen.

We moeten via een rechte weg Porto uit. Ook passeren we een paar mooie kerken.

Het is een lange weg, steeds rechtdoor. Als we Porto uitlopen, komen we in voorsteden.

Er is erg veel verkeer. Op het trottoir is het ook druk. Allemaal mensen, die waarschijnlijk naar hun werk gaan. Het is niet fijn lopen hier. Veel mensen hebben haast en vinden, dat je steeds maar opzij moet.

Het duurt wel 1,5 uur voor we uit de steden zijn.

In het plaatsje Aranjo staat een mooi kerkje met daarbij een “heilige boom”. In deze eik staat in een opening een beeldje van St. Pieter.

Het boek geeft hier een alternatieve route aan, die iets langer is, maar waar een leuk kapelletje zou staan. We kiezen voor deze route.

Het is een weg tussen hoge muren van basaltkeien. Even later moeten we een verkeersweg oversteken. Daar moet ergens het kapelletje staan. We zien geen kapel.

We passeren weer de verkeersweg. Dus de kapel kunnen we vergeten.

We moeten nu weer terug naar de route.

In Maia staat weer een mooie kerk.

Het is nu ca. 10.15 uur. We komen nu in een industriegebied, dat niet langs de weg ligt, maar achter bossages.

We lopen nog steeds over de asfaltweg. Het is al vanaf 7.00 uur niet anders dan stenen of asfalt en steeds rechtdoor de weg blijven volgen.

Om ca. 11.00 uur steeds maar hetzelfde, steeds maar asfalt.

We lopen door verschillende sectoren van het industriegebied van Maia. Dat duidt erop, dat het een groot industriegebied moet zijn.

Ik word moe van het verkeer. Er is maar steeds een smal strookje naast de weg om over te lopen.

We lopen Gemunde in. Het is weer een langgerekt dorp, een lintbebouwing van enkele kilometers.

We gaan nu naar Mosteiro. Volgens het boek, zal het ca. 1 kilometer zijn. Door de lintbebouwing is het een stuk meer.

Het blijft maar asfalt. De velden naast de weg zijn buiten de bebouwing in gebruik voor landbouw, zoals aardappelen, maïs en soms druiven. Het lijkt me hier een vruchtbaar gebied.

Om ca. 11.45 uur lopen we nog steeds over dezelfde rechte weg naar het noorden, behalve het stukje alternatief.

De plaats Gemunde loopt over in de plaats Mosterio. Vanaf hier is het nog 8 kilometer naar Vilarinho. We kunnen er om ca. 14.00 uur zijn.

In een parkje in Mosterio gaan we op een bank zitten. Het is een mooi plekje in de schaduw.

Het is intussen erg warm geworden. Het is boven de 30 graden. We eten hier onze lunch.

We gaan verder over asfalt het dorp uit.

We komen in Vilar en lopen verder naar Giao.

We passeren een Frans echtpaar, dat in een bushokje zit te eten. Ze zijn vanmorgen gestart in Porto. Eerder hebben ze van Fatima naar Porto gelopen. Ze wonen in Angers. Ze gaan vandaag ook naar Vilarinho. Dus zullen we ze vanavond nog wel treffen.

De weg van Giao naar Vilarinho is een tweebaansweg met nagenoeg geen loopstrook en daarnaast een afvoergoot. Er is erg veel verkeer en de weg heeft veel bochten. De auto’s rijden ook ontzettend hard. Het is levensgevaarlijk hier te lopen. Veel chauffeurs van vrachtwagens en bussen letten alleen op de tegenliggers en niet op de wandelaars.

Er zijn zelfs chauffeurs van personenauto’s, die op je inrijden. Dit is niet verantwoord. Deze weg is ca. 4 kilometer lang tot Vilarinho.

Ik ben blij, als we heelhuids in Vilarinho aankomen.

Hier moeten we ca. 500 meter van de route af. Ik wacht op Jef en Kim. We drinken nog wat in een park in de schaduw. En gaan weer verder naar het sportcomplex, waar we vannacht kunnen overnachten.

Het is intussen wel erg warm geworden.

Om ca. 14.30 uur arriveren we bij het sportcomplex. Alles is gesloten. Naast het complex is een kleuterschool. Daar vertelt een juffrouw, dat we de sleutel kunnen ophalen in de Farmacie.

Jef en ik gaan de sleutel ophalen.

Een vriendelijke mevrouw helpt ons. Ze geeft ons ook een stempel in de Credential.

Om 15.00 uur kunnen we naar binnen.

Ik ga eerst mijn kleren wassen. Dat is 2 dagen niet gebeurd, omdat we in de 2 vorige Residentials geen droogplaats hadden. Het drogen moet bij deze temperatuur geen probleem zijn.

Het is vandaag een koude douche. Het is nu eigenlijk wel lekker.

Jef en ik gaan boodschappen doen en ook een bericht via Internet versturen.

Als ik geld uit een pinautomaat wil halen, word ik bijna bevangen door de hitte.

Als we terug komen, arriveert het Franse echtpaar ook en later een drietal Zweedse dames en 2 dames uit Hamburg.

Om 18.30 uur gaan we eten in een restaurant in het dorp. Kim gaat vandaag ook mee. Als we in het restaurant zitten, komt het Franse stel hier ook eten.

Als we terug komen in het sportcomplex is de was droog. Ik ga een praatje maken met de 2 Duitse meisjes. Een van de twee heeft flink wat blaren.

Dan ga ik buiten mijn dagboek schrijven. Om 21.45 uur ben ik klaar en ga ik slapen.

Het zal een warme nacht worden.

 

                                                           ===========

 

 




10-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 17

Dag 17. Vrijdag 29 mei 2009. Vilarinho – Barcelos: 28 km.

 

Om ruim 6.30 uur vertrekken we. Iedereen is al op en gaat vertrekken of is al vertrokken.

De zon komt op, maar staat nog laag. Het is al warm.

We vertrekken meteen in korte broek en shirt.

Volgens het routeboek moeten we vandaag weer ca. 20 kilometer langs de weg lopen. Sinds gisteren hebben we hieraan een verschrikkelijke hekel.

Als we weer in het dorp aankomen is de eerste bar al open. We nemen hier een ontbijt met koffie.

Als we in het centrum aankomen, gaan we rechtsaf en vervolgen de route.

De eerste kilometers lopen we naast de weg. Daarna gaan we naar rechts de weg af.

We komen bij de Ponte de Zameiro. Het is een Romeinse brug, die onlangs is gerestaureerd. De brug loopt over de Rio Ave. Het is een mooie brug en is met granietblokken geplaveid.

Na de brug lopen we door een dorp met basaltblokjes geplaveide straten. De straatjes zijn aan beide zijden voorzien van meer dan  2 meter hoge muren.

Uiteindelijk komen we weer uit op de verkeersweg N306. Het was een mooi stukje route.

We gaan verderop weer van de weg en lopen weer over een weg van basaltkeien.

We lopen om een dorp heen en onder de N306 door.

De route gaat richting eucalyptusbossen. We lopen over een asfaltweg, maar er is geen verkeer. Het is erg rustig op deze weg. In de bossen kunnen we in de schaduw lopen. Het is hier goed vol te houden, want het is al snel erg warm geworden.

Om ca. 8.30 uur hebben we ca. 6 kilometer afgelegd. Het gaat over een dalende weg.

In de verte zien we een dorp met een grote kerk. Het dorp ligt in een dal. Op het land naast de weg staat in hoofdzaak maïs.

We komen bij een Romeinse brug de Puenta de Arcos en overspant de Rio Este. Het dorp Arcos zijn we snel door. We hebben nu ca. 7,5 kilometer afgelegd.

Na ca. 3 kilometer komen we in een grotere plaats. Het is Sao Pedro de Rates. Eerst lopen we nog door een eucalyptusbos.

Op een afstand is goed te zien, dat het een vrij grote plaats is. Het ligt in een dal. Volgens het routeboek zijn er ook pelgrimsvoorzieningen.

We lopen de plaats in. Het is inderdaad Sao Pedro de Rates. Voor in het dorp staat een oude Romaanse kerk. Op een staat te lezen, dat de kerk begin vorige eeuw is herbouwd in de stijl en uiterlijk, zoals de kerk voorheen was.

Net voorbij de kerk kunnen we koffie drinken.

Het Franse echtpaar zien we zoeken naar de route.

Als we verder gaan, moeten wij ook even zoeken. Een man wijst ons de route.

Onderweg zien we een Frans stelletje, dat zielsgelukkig is, omdat ze in een kerk een mooie stempel hebben gekregen. Wij gaan er niet voor terug.

Als we het dorp uit zijn, lopen we door een landbouwgebied met veel maïs.

We lopen langs een bosrand met aan de ene zijde eucalyptusbomen en aan de andere zijde van het pad meest maïs.

In de zon is het erg warm. Onder de eucalyptusbomen is het heerlijk.

Om ca. 11.00 uur lopen we de ene keer in de volle zon en even verder in de schaduw onder de bomen. Het blijft steeds wisselen.

We lopen over een bospad, dat weer aan beide zijden is omgeven door hoge muren, wat erg warm is.

Om de maïsvelden staan hier regelmatig portalen begroeid met druiven.

Als we in Pedra Furada aankomen, kunnen we koud water bijvullen. Dat is nu lekker. Verderop komen we uit bij Restaurant Pedra Fourada van Antonio.

Hij ontvangt iedereen met alle egards en probeert ook iedereen een volledige maaltijd te laten gebruiken. Hij is een innemende man met verstand van zaken. Er zitten hier wel 10 pelgrims binnen. Zoveel heb ik er nog niet gezien tijdens deze tocht. Hij spreekt in alle talen een paar woorden. Hij maakt foto’s en serveert maaltijden. Wij nemen een groentesoep en een broodje met gebakken vlees. Bij vertrek geeft hij iedereen advies over de te lopen route.

Het is toch een leuke man. Hij staat zowat in alle boeken van deze Camino met foto afgebeeld.

Ook krijgen we van Antonio een stempel in onze Credential.

We horen, dat veel pelgrims met de bus van Porto naar San Pedro de Rates rijden en hier hun Camino beginnen, vanwege het saaie en gevaarlijke deel  van Porto naar hier.

Kim geeft hem een Koreaans waaiertje met haar naam, die hij in zijn zaak zal ophangen.

Als we verder gaan, kiezen we voor een alternatieve route, die langs 2 kapelletjes en een ruïne gaat. Het is een route, die tussen de eucalyptusbomen over een asfaltweg gaat.

Het is ca. 13.00 uur, als we aan deze route beginnen. Het is nu nog ca. 10 kilometer naar Barcelos.

Op de alternatieve route zien we geen markeringen. De weg gaat steil omhoog. Het blijft duren zonder te verflauwen.

Als we na 1 uur nog steeds moeten klimmen, zien we in de verte waarschijnlijk een beeld op een zuil. We kunnen er niet komen, ook niet bij de kapel. We hebben door het lastige klimwerk, bij deze hitte, totaal geen puf meer om daar eventueel heen te klauteren.

Als we boven arriveren staat er een bord, dat de richting naar Barcelos en een ruïne aangeeft.

Dan gaan we dalen. Even stijl, als naar boven. Dus we zullen vrij snel beneden zijn. Waar we tussen de bomen kunnen kijken, zien we waarschijnlijk Barcelos met voorsteden. Het is ca. 14.00 uur als we beginnen te dalen.

Er staan om de ca. 150 meter oude kruisbeelden.

Het is erg warm, maar het ruikt heerlijk door de eucalyptusbomen.

Halverwege de afdaling staat om ca. 100 meter van de weg een grote kapel. Jef en ik gaan er heen. Kim gaat niet mee. Zij wil even rusten.

Op een bank zitten een aantal mannen een biertje te drinken. Als Jef en ik terug komen vragen ze of wij ook een biertje willen. Wij doen deze keer niet mee. De mannen zeggen, dat het nog ca. 4 kilometer is.

We blijven dalen. Op deze alternatieve route hebben we nog steeds geen pijlen gezien.

Om ca. 15.00 uur zijn we beneden. We moeten eerst nog een voorstad Barcelinos door eer we Barcelos bereiken. Het is een hele route door de stad. Het blijft maar duren en het is verschrikkelijk heet.

We drinken nog een cola onderweg.

In mijn routeboek staat een stadsplattegrond van Barcelos. De route gaat door het oude gedeelte van de stad. We lopen langs de Cathedraal en andere oude gebouwen.

We kijken uit naar een residential. Op de Avenida da la Liberdade vinden we Residential Liberda. Het is midden in de stad. We informeren naar een driepersoons kamer. Kosten € 20,- per persoon.

Het ziet er goed uit. We hebben een mooie royale kamer

Na het douchen gaan Jef en ik een biertje drinken op een terras en maken een rondje door het centrum.

Er staan veel afbeeldingen van een haan. In deze plaats is ook een legende van de haan

De 2 Duitse dames komen ook langs en gaan ook informeren bij de residential.

Om ca. 18.30 uur gaan we eten. We hebben alle 3 een erg grote honger.

Om 19.45 uur zijn we weer terug. Ik ga schrijven.

Om 21.00 uur ga ik naar bed. Morgen willen we om 5.15 uur opstaan.

 

 

 

Legende van de haan.

De haan van Barcelos.

 

Het gebeurde in Barcelos, tijdens een diner, aangeboden door de rijke eigenaar, dat er een zak vol met gouden munten werd gestolen.

Een van de aanwezigen werd ten onrechte van de misdaad beschuldigd. Hij probeerde zijn onschuld te bewijzen, echter zonder resultaat. Toen hij gevangen genomen werd, zag hij op een van de schalen een haan, die als souper zou dienen, en schreeuwde: “indien ik onschuldig ben, zal deze haan kraaien”.

Iedereen lachte om deze waanzin en niemand geloofde hem totdat men ineens een vreemd geluid hoorde en het dier tot leven kwam en kraaide.

Daarna liet de gastheer hem, bijzonder verrast en gelukkig, in vrede heen gaan, want zijn onschuld was bewezen.

 

                                                           =============

 

 

 

 

 




09-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 18

Dag 18. Zaterdag 30 mei 2009. Barcelos – Ponte de Lima: 36 km.

 

We vertrekken voor 6.00 uur. Het is mooi weer. We willen vroeg op pad, want er moeten vandaag veel kilometers worden afgelegd. Bovendien wordt vandaag een temperatuur voorspeld van 35 graden.

Op de straat zien we enkele pelgrims lopen. Verder niemand, want het is vandaag zaterdag.

We lopen een stukje op met 4 Duitsers.

Ik heb me vandaag flink met zonnebrand ingesmeerd, want gisteren ben ik flink verbrand in mijn gezicht.

We lopen richting San Jao. Dit is ca. 3,5 kilometer vanaf Barcelos.

In San Jao gaan we even zitten op een kerktrap. Net buiten dit dorp is een bar, die nu al open is. We drinken koffie en gaan verder.

Het weer is erg goed. Het is nu al behoorlijk warm. De zon komt nu op en het wordt steeds warmer.

We lopen door een landelijke omgeving. Op het veld staat meest maïs. Aan de randen van de akkers staan steeds portalen, die begroeid zijn met druiven.

De laatste dagen heeft Kim wat last van ongemakken. Dan zegt ze: “No pain, No glory”. Nu zegt ze: “I have mucho glory in Santiago”. Ik zeg haar, dat we in Santiago een paar kaarsen voor haar zullen aansteken.

Om ca. 7.30 uur lopen we een dorp in, nadat we door een heerlijk ruikend eucalyptusbos zijn gewandeld.

Om 8.15 uur zijn we in Portella. We hebben nu al ca. 10 kilometer afgelegd.

Na Portella dalen we een tijdje.

In Aborim nemen we een alternatieve route, die enkele kilometers langer is.

We krijgen mooie uitzichten te zien en kunnen regelmatig in de schaduw van bomen lopen.

We lopen nu weer regelmatig over bestrating met kinderkoppen. De laatste dagen hebben we dit regelmatig. Het lijkt hier een trend te zijn.

Voor Quintiaes lopen we over de Ponte das Tobias. Het is een mooie Romeinse brug. Hier nemen we een rustpauze. Het is erg warm.

We gaan verder over een zacht pad. Dat is wel prettig.

We lopen door kleine dorpen. De 4 Duitsers, die we vanmorgen zagen in Barcelos, stoppen bij ons, als we een rust nemen. We maken een praatje met hen. Ze wonen in Berlijn en Dresden.

De mensen in de dorpen zijn erg vriendelijk. Dit in tegenstelling tot de mensen in Porto. Daar lopen ze je het liefst van de weg af.

We lopen door een heuvelachtig gebied met veel druiven en maïs. Het is een druivengebied.

Tegen de hellingen van de heuvels liggen overal dorpen. Dit blijft de hele voormiddag zo.

We komen in Vitorino dos Piâes.

In de kerk staat een trouwpartij op beginnen. Het is druk en de mensen dragen feestelijke kleding.

Verderop is een bar. Daar gaan we heen. We eten soep en nemen een broodje met koffie. Het smaakt heel goed.

Intussen is de mercado gesloten vanwege de siësta.

Als we verder gaan, moeten ca. 100 meter klimmen en daarna dalen we naar Ponte de Lima.

Om ca. 13.45 uur passeren we het dorp Albergaria. Het is dan nog 10 kilometer naar Ponte de Lima.

We komen bij een Jacobskapel. Er zit een Duits meisje op de trap. Ze komt uit Hamburg.

Iedereen stopt hier en zoekt de schaduw op. Er staat ook een losstaande nis met een beeld van Jacobus.

We gaan verder over een Romeinse weg met basaltblokken.

Net voor Facha drinken we koffie. Het is nu ca. 15.00 uur en nog 6 á 7 kilometer.

We gaan verder over asfalt naast een verkeersweg en passeren het dorp Anta Paco.

Om ca. 16.00 uur zijn we bij de Ponte de Barros. Het is een oude Romeinse brug. We passeren weer een oude kapel. Even later lopen we onder druivenportalen en komen bij de rivier de Lima. Hier blijven we een tijd langs lopen.

In de verte zien we de brug over de Lima. Het is ook een oude Romeinse brug. Langs de rivier is een boulevard, waar nu veel mensen zijn. Het is zaterdag en het is prachtig weer. Ook op het strandje langs de rivier is het erg druk.

Jef en ik komen bij de brug. Kim loopt een stuk achter ons.

We gaan over de brug. Halverwege stoppen we even om foto’s te maken. Na het fotograferen kijken we waar Kim blijft. We zien haar niet meer. We wachten een tijdje, maar er komt geen Kim.

We lopen verder naar de albergue, die net over de brug is. De albergue is gesloten. Na enkele keren vragen, blijkt dat de albergue pas in juli open gaat. Dat staat niet in de boeken.

Dan komt Kim opdagen. Ze is bij een farmacie geweest voor geneesmiddelen tegen de hoofdpijn. Daar heeft ze de gehele middag al last van.

We kijken in het boek en zien, dat er een hostal is aan de andere kant van de brug. Dus we gaan erheen. Het is al 17.00 uur geweest. We zijn aan wat rust toe.

We komen bij Residential Pensao Sao Joao.

De vrouw, die ons ontvangt, spreekt geen woord Engels of Frans, alleen vloeiend Portugees. Later komt haar dochter erbij en zij legt alles in het Engels uit. We kunnen hier slapen en eten vanavond.

We gaan op een terras naast de Pensoa op een terras een biertje drinken. Dat smaakt wel na zo’n warme, vermoeiende dag.

Hier passeert een Duitse vrouw, van het gezelschap uit Berlijn en Dresden. Ze is de anderen kwijtgeraakt. Ze is helemaal in paniek en vraagt of wij de anderen gezien hebben. Ze is de anderen al een paar uur kwijt. Nee, die hebben wij niet gezien.

Daarna gaan we terug naar de Pensoa. We gaan douchen en om 19.30 uur gaan we eten.

Het Duitse meisje van vanmiddag komt bij ons zitten.

Om 21.00 uur gaan we naar onze kamers. Ik ga schrijven en ben om 22.15 uur klaar.

Ik ga meteen slapen. Het is erg warm op de kamer.

 

                                                           ============

 

 




08-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 19

Dag 19. Zondag 31 mei 2009. Ponte Lima – Rubiaes: 21 km.

 

We vertrekken om 6.45 uur. We lopen over de Ponte de Lima. Net over de brug gaan we rechtsaf en verlaten dit dorp.

Het is weer erg mooi weer op dit tijdstip van de dag. Volop zon en geen wolkje aan de lucht. De zon staat erg laag, waardoor lange schaduwen ontstaan.

Het wordt vandaag veel klimmen en dalen.

Kim denkt, dat er een botje in haar voet is gebroken. Ze heeft er dag en nacht last van.

Ik heb haar vanmorgen voorgesteld, dat zij vandaag met de bus naar Rubiaes gaat, zodat haar voet wat rust heeft. Ze heeft ook een aantal blaren. Ze wil er niet van weten. Ze zegt maar: “No pain, No glory”.

Het is een bijter. Ze slaat zich er wel doorheen en haalt met ons Santiago.

Buiten het dorp lopen we over paden tussen muren of een muur aan de ene zijde met aan de andere zijde druiven.

Het is vandaag 1e Pinksterdag. Er is bijna geen mens te zien.

We komen in de plaats Arcozelo. Er zijn veel mensen op straat, die naar de H.Mis gaan. Het is dan tegen 7.30 uur. Een paar vrouwen nodigen ons ook uit, maar we geven er geen gehoor aan.

Volgens mijn boek is er over 6 kilometer een bar. Om 7.45 uur zien we een bord, waarop staat, dat er 200 meter van de route een bar is. We gaan er heen. We eten een paar broodjes met koffie.

Als we verder gaan komen we uit bij de A3. Het is een grote verkeersweg, maar het is nu niet druk op deze weg.

Het gaat langzaam omhoog. We lopen over bospaden met naast de paden hei, brem, taxus en naaldbomen.

Het is wisselend. Soms is het flink klimmen, dan weer dalen. Zo krijgen we prachtige uitzichten te zien. Het is hier geweldig mooi.

Soms lopen we in de felle zon, soms in de schaduw.

In het dorp Arca is een bar, waar we koffie drinken. Het is de enige bar voor de rest van de route.

Hier zien we een groep Portugese wandelaars onder begeleiding. Zij lopen in de weekenden een paar dagen.

We eten nog wat, want over enkele kilometers gaat de klim naar een hoogte van 410 meter beginnen.

We lopen over een pad met een mooi uitzicht op een dorp, dat tegen een helling ligt aan de andere zijde van een dal. Er klinkt harde muziek. Ik vraag aan een man, wat dit betekent. Hij vertelt, dat in het dorp aan de overzijde vandaag feest is.

Om 9.15 uur arriveren we bij een fontein, vanwaar de klim begint naar de Alto da Portela Grande.

We vullen onze flessen met koel water uit de fontein.

Het pad is vanaf het begin stijl en bestaat uit granieten blokken. De opstappen zijn soms erg hoog.

Er zitten weinig vlakke stukken in het pad. Het is hier echt vechten om vooruit te komen.

Het is warm. We lopen vaak in de zon en het is windstil. Bovendien is het pad vaak slecht begaanbaar door grote, losliggende keien.

Onderweg kunnen we ons water nog verversen. We houden ook onze petten nog onder de wateruitloop. Dat is heerlijk koel.

Kim volgt op enige afstand. We wachten regelmatig op haar en laten haar dan ook rusten. Ze heeft het erg moeilijk. Wat is ze een doorbijter.

Na een tijd ploeteren over slechte, steile paden komen we bij een houten kruis met steentjes er omheen. Het is niet het Cruz dos Franceses. Die komt verderop.

We moeten nog 15 minuten flink vechten om boven te komen. We hebben geluk, dat het niet geregend heeft. Bij regen is het bijna niet te doen. Dan zijn de hellingen modderpoelen en de natuursteenblokken zijn spekglad.

Het kruis, Cruz dos Franceses, is niet zo indrukwekkend in vergelijking met het Cruz de Ferro op de Camino Frances in Spanje. Op de horizontale vlakken van het kruis liggen veel steentjes en op de bodem ligt ook een hoop om de staander, allemaal neergelegd door pelgrims.

Daarna moeten we nog naar het hoogste punt. Het is nog 20 minuten worstelen, alvorens we de top bereiken. Het is de Alto da Portela Grande.

Het is een plateau van natuursteen. Als we boven arriveren, komt ook een Duitser net boven, die we gisteren ook ontmoet hebben.

Ik vraag hem of het echtpaar elkaar gisteravond nog gevonden heeft. Ze hebben elkaar nog getroffen.

We maken op het plateau een paar foto’s.

Als we het plateau verlaten, gaan we via een grof puinpad naar beneden. Het is nu ca. 12.00 uur. Het is nog ca. 5,5 kilometer. Dus om 13.30 uur moeten we in Rubiaes kunnen zijn.

Op de stukken pad, die goed zijn, kunnen we er flink tempo in houden. Soms is het zwaar door de steile helling naar beneden. Als het wat minder steil is, loopt het gemakkelijker.

Halverwege komen we een Engelsman tegen op een mountainbike. Hij loopt nu naast zijn fiets. Hij is gestart in Santander en is onderweg naar Porto.

Ik leg hem uit, dat wij een flinke klim achter de rug hebben. Dat wordt voor hem een gevaarlijke afdaling. Hij zal wel zien en zit er niet mee en neemt het, zoals het komt.

Om ca. 13.00 uur zijn we ongeveer beneden. Op de weg staat, dat het nog 2 kilometer is naar de albergue. Hier rusten we even in de berm van de weg.

Om 13.30 uur treffen we een bordje, waarop staat dat de albergue over 100 meter is.

Als we aankomen, zijn er 3 Portugezen. Het duurt even voordat we in de gaten hebben, dat zij van een cateringsbedrijf zijn.

We zetten onze tassen op een kamer en gaan even verderop naar een café/restaurant.

We hebben honger en eten kip met frieten. Het is veel teveel. Wat over is laten we inpakken en nemen dit mee om vanavond op te eten.

Om 15.00 uur zijn we terug in de albergue. De eetzaal zit vol met Portugezen, die zitten te eten. De Duitsers zitten er ook tussen. Ik vraag aan de vrouw of ze de mannen gisteren toch nog gevonden had. Ze vertelt, dat de mannen met behulp van de politie gevonden zijn.

De grote groep bestaat uit wandelaars, die we vanmorgen bij de bar troffen. Ze gaan vandaag nog verder naar Valenca.

Ze vragen of wij ook nog mee willen eten. Daar hebben we nu geen behoefte aan.

Ik ga douchen, wassen, drogen en schrijven.

Om ca. 18.00 uur ben ik klaar met de werkzaamheden.

Het is een hele drukte met de Portugezen. Ze hebben flink wijn en sterke drank gedronken. Ik drink een Brandy met een van hen. Hij wil, dat ik meer drink, maar daar heb ik geen behoefte aan. Het is mij te sterk.

Als de wandelaars zijn vertrokken, hebben wij nog een gezellig gesprek met Jürgen en zijn vrouw. Ze wonen in Koblenz. Kim is daar ook eens geweest en ik trouwens ook. Eén Duitser uit Berlijn ligt in zwembroek vlak bij ons op het gras stiekem mee te luisteren. Kim heeft een hekel aan de man gekregen. Hij komt steeds te dicht bij haar staan.

Om 19.00 uur gaan Jef en ik een biertje drinken in de bar/restaurant. We zitten buiten op het terras. Het is heerlijk weer, maar wel warm.

Om 20.15 uur zijn we terug in de albergue. Kim dekt de tafel. We eten de kip en de frietjes met brood, dat we vanmiddag hebben meegenomen. Het smaakt goed, ondanks dat alles koud is.

We hebben een leuk gesprek tijdens het eten.

Om ca. 21.00 uur zijn we klaar. We wassen om en gaan slapen.

Morgen zijn we in Spanje.

 

                                               ============




07-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 20

Dag 20. Maandag 01 juni 2009. Rubiaes – Tui: 21 km.

 

Om ca. 6.00 uur staan we op. Als we vertrekken is de bar nog niet open. We willen niet wachten tot 7.00 uur.

We gaan verder, want na een paar kilometer moet er nog een bar zijn.

We komen vrij snel bij de bar. Deze is wel open. We nemen koffie met een broodje.

Het is vandaag 2e Pinksterdag. Het is overal nog vrij rustig.

We passeren een Ponte Romano, de Ponte Nova Rubiäes over de Rio Coura. Er staan veel bomen bij de brug, waardoor ik eigenlijk geen goede foto kan maken.

We lopen nu over landelijke paden en we hebben mooie uitzichten.

Het is erg mooi weer. Het is op onze 20e wandeldag ’s morgens vroeg wel genieten.

We merken, dat we richting Santiago gaan. Vele straatnamen en extra markeringen zijn gericht op Santiago. Het is nu nog ca. 130 kilometer te gaan.

Om 8.00 uur arriveren we in Sao Bento da Porta Aberta. We kunnen hier weer koffie drinken.

Als we weer verder gaan, lopen we weer langs een verkeersweg. Al snel zien we geen gele pijlen meer. We overleggen en besluiten z.s.m. van deze weg af te gaan, want de route loopt, volgens het routeboek, parallel aan deze verkeersweg. Het duurt even eer we deze weg kunnen verlaten. Als het lukt, zijn we vrij snel weer op de route. Het blijkt ook zo te zijn.

Het is nog steeds mooi weer. We zien mooie landschappen en komen door leuke, kleine dorpen.

Vóór Fontoura Fuente passeren we een kapel. Deze kapel is aangeboden door de Duitse St. Jacobsvereniging van Duitsland.

In Fontoura is weer een stopplaats voor koffie. Hier treffen we de Duitse Jürgen met zijn vrouw Martina. Zij gaan vandaag ook naar Tui. Zij gaan vrij snel verder.

Na Fontoura gaan we verder over rustige asfaltwegen.

Op een splitsing zijn er 2 routes. We kiezen voor de alternatieve, want dat is een zandpad met aan beide zijden struiken en veel stokrozen, die volop in bloei staan.

Verderop lopen we over een pad met hoge struiken. De bloesem ruikt heerlijk.

We passeren een mooie kerk. Hier zien we een mooi natuursteen bord met de tekst “Caminho de Santiago”.

Tot enkele dagen geleden zagen we nog regelmatig betegelde huizen. Dat is nu veel minder. De meeste huizen zijn hier bepleisterd.

Ik denk, dat het vandaag redelijk goed gaat met Kim. Ze kreunt soms nog wel als een tennisster, maar ik denk, dat ze ook wel houdt van aandacht.

Voor Padreira passeren we weer een Romeinse brug. Het is de Ponte Romana Padreira over de rivier de Rio Padreira.

We steken een asfaltweg over en moeten meteen weer klimmen over een pad met basaltblokken.

Om 11.00 uur nemen we een rustpauze en eten wat. We maken ook foto’s.

Om 11.15 uur krijgt Jef een sms van onze vrouwen met het bericht, dat ze in Brussel op de luchthaven zijn gearriveerd.

Het is al erg warm geworden.

Kim draagt steeds een shirt met lange mouwen en een lange broek. Als de zon flink schijnt zelfs met halve handschoentjes. Ze vertelt, dat men in Korea niet bruin wil worden.

Tegen 12.00 uur komen we bij een hoofdweg met een wegrestaurant. We gaan naar binnen om wat te eten. We nemen soep en een salada mixta.

Het smaakt uitstekend.

Om 12.30 uur gaan we verder. Als we buiten komen is het erg heet. Jef heeft het moeilijk met deze hitte.

In de verte zien we Valenca do Minho liggen. We lopen door een dorp, dat overgaat in Valenca.

De route naar Tui gaat om Valenca heen en we zien erg weinig van Valenca.

We passeren Jürgen en Martina.

We komen bij de brug van Valenca naar Tui. Het is een stalen brug over de Rio Minho.

Aan de Portugese zijde staat het bord Portugal.

We lopen over het voetpad van de brug naar de overzijde, waar Tui ligt.

Op de brug ontmoeten we een jong stel met een hond. Zij zijn gelift vanuit Turijn in 2 dagen naar hier.

Aan de andere zijde van de brug staat op een bord Espagna.

We zijn om 13.30 uur Portugese tijd, 14.30 uur West Europese tijd, in Spanje aangekomen.

We vervolgen de gemarkeerde route. De routeaanduidingen staan hier, volgens Galicische gewoonte, op granieten zuiltjes.

We lopen naar de rivier en daarna richting Cathedraal. Als we daar aankomen, gaan we in de schaduw zitten. Op een zuil lezen we, dat het 35 graden is.

Achter de kerk is de albergue. We arriveren er om ca. 15.15 uur. Het is een mooi oud gebouw. Het wordt goed onderhouden en er zijn voor de pelgrims strikte regels. Deze regels worden ons meteen uitgelegd. Het gaat dan over de plaats van de schoenen, niet roken, licht uit en licht aan, etc.

We worden ingeschreven en krijgen een stempel in de Credential. Kosten € 3,- per nacht. Schandalig weinig eigenlijk.

Na het douchen en kleren wassen gaan we naar de Cathedraal Santa Maria de Tui. Het is een Romaanse kerk uit 1120. We krijgen er een stempel in onze Credential. We kunnen de kerk en tuinen bezichtigen en kunnen ook in de toren. Vanaf het bordes om de toren kunnen we foto’s maken van de stad en de Rio Mino.

Daarna gaan we naar een bar om een koud biertje te drinken. Jürgen en zijn vrouw komen ook binnen.

Om 18.00 uur krijgen we een sms met het bericht, dat de dames op het vliegveld in Santiago zijn aangekomen.

Om 18.30 uur zijn we weer terug in de albergue. Ik ga schrijven. We spreken met de Duitsers af om samen te gaan eten.

Er komen nog een paar pelgrims bij. Een Italiaan met zijn vrouw. Zij zijn gestart in Rome. Zij zijn naar Santiago gewandeld en lopen nu naar Faro in Zuid Portugal.

Om 19.45 uur ben ik klaar met schrijven en gaan we eten. Het is erg gezellig.

Kim vertelt over haar Transsiberische treinreis. Ze vertelt, dat in de trein wodka werd aangeboden en dat even later een agent langs kwam, die je bekeurde, als je hem niet betaalde. Het geheel was een voor opgezette truc.

We eten prima met lekkere wijn. De kosten per persoon: nog geen € 10,-

Om 21.30 uur zijn we terug in de albergue en gaan meteen slapen.

 

                                                           ===========

 




06-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 21

Dag 21. Dinsdag 02 juni 2009. Tui – Redondela: 32 km.

 

We vertrekken om 7.00 uur. Er is net voldoende licht om de aanwijzingen te kunnen zien.

Het is vandaag de laatste lange afstand, ca. 32 kilometer.

De albergue is in het oude gedeelte van de stad gelegen. We dalen af uit het oude gedeelte.

We lopen vrij snel de stad uit en komen in agrarisch gebied. Met akkerbouw en grasland.

We komen langs een Romeinse brug. Het is de Puente da Veiga over de Rio Louro.

Hierna gaan we over een zandpad verder. We komen bij een kruis, Cruceiro San Telmo. Het kruis is versierd met bloemen. Even later langs 3 kruizen. We passeren hier de Duitsers.

De route gaat over zandpaden en rustige asfaltwegen, zonder verkeer.

De vogels zingen luid deze morgen.

Het is wat mistig, maar het is heerlijk wandelen.

We komen weer bij een Romeinse brug, de Puente das Febres, weer over de Rio Louro.

In Obenlle is een bar, waar we koffie kunnen drinken. We hebben nu 9,5 kilometer afgelegd.

Er komt een Koreaan binnen. Kim vindt het erg leuk en gaat er meteen op af. Ze praat enthousiast met hem. Later vertelt ze, dat hij haar naam kende. Hij wist ook, dat ze onderweg was. Dit door een gezamenlijke kennis van de universiteit. Zij belt meteen deze kennis op om te vertellen, dat zij deze man heeft ontmoet.

We komen uit bij een lange weg door een industriegebied. Er zijn grote terreinen, die helemaal vol staan met nieuwe auto’s van allerlei merken. De weg is ca. 3,5 kilometer lang.

Er is ook veel industrie voor granietverwerking. Het graniet is in hoofdzaak rose graniet. Dit zal wel hier in de buurt gedolven worden. Er rijden ook regelmatig vrachtwagens met grote blokken graniet.

Om ca. 10.00 uur lopen we door Porrino. We drinken hier nog een cola.

We passeren het punt, dat het nog 100 kilometer is naar Santiago.

Door Porrino loopt een verkeersweg, die erg druk is. Langs de weg zijn veel bars.

We lopen door het centrum. Practisch alle nieuwe gebouwen hebben gevels van rose graniet. Het graniet uit Galicië.

Als we de stad uit zijn, komen we weer uit bij een drukke verkeersweg, waar langs we verder moeten. Het is weer 3 kilometer.

Bij een benzinestation eten we in de schaduw, want het is weer erg warm geworden.

Voor de plaats Mos is een albergue. Het Duitse meisje, dat we net inhalen, overnacht hier.

Het is een leuk dorpje, maar er is ook helemaal niets te doen.

We drinken bij de albergue een cola. Het Duitse meisje blijft achter en wij gaan verder. We zingen “auf wiedersehen”. Ze kan het wel waarderen.

Langs de weg staan nog steeds veel huizen met gevels van rose graniet.

Na Mos gaan we stijgen naar de Monte Corned, die op 210 meter ligt.

In Parque staat een milario (Romeinse mijlpaal). Na het hoogste punt, gaan we langzaam dalen. Het is nu nog 5,8 kilometer naar Redondela.

We passeren nog een Braziliaans echtpaar. Ze vertellen, dat er vandaag een Frans vliegtuig voor de kust van Brazilië is neergestort.

In de verte zien we Redondela liggen. We lopen door de plaats Vilar.

Er zijn hier overal werken bezig voor de nieuwe TGV van Ourense naar la Coruna. Het zijn grote bouwplaatsen. Deze bepalen het beeld van de omgeving.

Het duurt toch nog 1,5 uur voor we in Redondela aankomen. We vragen een paar maal waar de albergue is.

Om 15.30 uur arriveren we bij de albergue. Het is weer een albergue van dezelfde organisatie, als eerder in Spanje. Het is een gebouw uit de 16e eeuw en heet Casa da Torre.

Het is druk. Ik denk, dat er al wel 30 man/vrouw is. Dat hebben we nog niet eerder meegemaakt. Hieraan kun je zien, dat er ook veel pelgrims zijn begonnen in Tui. Later komen er nog meer. De albergue raakt aardig vol, ca. 50 man/vrouw. Jürgen en Martina komen ook.

Ik ga meteen douchen, kleren wassen en schrijven.

Om 20.00 uur gaan we met zijn vieren eten. De mevrouw van de albergue adviseert ons te gaan eten bij bar Porrou. Het is even zoeken, maar als we de bar gevonden hebben, is het meteen gezellig.

De man van de bar heet Enrique. Hij geeft ons direct een advies wat we moeten eten. We volgen zijn advies op.

Het voorgerecht is een broodje, gevuld met vlees en groente. Het is niet duidelijk, wat voor vlees en groente het exact is. Het smaakt wel.

Daarna dunne lapjes varkensvlees met salade en frietjes en fruit als nagerecht.

Achter de bar staan CD’s, die hij zelf heeft opgenomen. Hij zingt een stukje. Het lijkt wel op Carreras. Als hij “O Sole Mio”zingt, vallen wij meteen in. Hij wordt steeds enthousiaster en vindt zich een geweldige zanger. Zeker als Kim en ik een CD van hem willen hebben.

Als ik het doosje open, zie ik, dat het gecopieërde exemplaren zijn. Ik voel me een beetje in de maling genomen.

We nemen afscheid van hem. Hij omhelst iedereen bij vertrek. We hebben wel een gezellige avond met hem gehad en veel kunnen lachen.

Om 21.30 uur zijn we weer terug in de albergue.

De meesten liggen al in bed.

 

                                                           ===========




05-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 22

Dag 22.  Woensdag 03 juni 2009. Redondela – Pontevredra; 20 km.

 

Het was gisteravond nog lang onrustig op de zaal. Ik heb goed geslapen, maar de anderen vertelden er over.

De eersten begonnen al om 5.30 uur te rommelen en vertrokken in het donker. Wij blijven tot 6.45 uur liggen.

Als wij opstaan, zijn de meesten al vertrokken. We hebben dan ruimte genoeg om de spullen in te pakken.

Om ca. 7.30 uur vertrekken we.

Als we Redondela hebben verlaten, lopen we over een mooi pad met nog mooie vergezichten.

Tussen de huizen staat een horreos.

We lopen over een viaduct van een enkel spoorlijntje.

Soms lopen we over een rustige verharde weg of over een pad. Het is een mooie omgeving.

Om 8.30 uur arriveren we bij Bar Jumboli.

Hier drinken we koffie. Jürgen en Martina komen ook binnen.

Als we verder gaan, letten we niet goed op en nemen de verkeerde weg. Na een paar honderd meter hebben we nog geen markeringen gezien. Dus we moeten fout lopen.

We gaan terug en zien, dat we na de bar hadden moeten oversteken.

We lopen over een rustige asfaltweg. We passeren 3 Japanners. Ze zijn erg enthousiast en vrolijk.

Even verder komen we bij een mooie fontein. We maken er foto’s. De Japanners komen er ook bij en willen ook foto’s van ons maken. Wij doen dat ook van hen.

We gaan verder door een mooi natuurgebied en passeren 2 millarios.

Regelmatig hebben we uitzicht over de Ria de Vigo. Het is een groot fjord.

Het is echt nevelig. Hierdoor hebben geen helder uitzicht.

In de verte zien we een grote brug over de fjord. Door de mist is het slechts vaag zichtbaar.

Ook zien we de grote projecten aan het nieuwe TGV spoor. Er is een groot bord bij geplaatst, waar op staat, dat deze werken worden gesubsidieerd door de Europese Unie.

Om 9.30 uur arriveren we in Arcade. We lopen eerst om de plaats heen. We passeren een huis met in de gevel een nis. Om de nis hangen allerlei Camino-attributen, zoals schelpen en wandelstokken.

In de nis staat een beeld van Jacobus, ook met allerlei attributen.

We lopen door de plaats. Waar wij lopen is er weinig leven op straat. Alle bars zijn dicht, zowel voor als na de Romeinse brug. Het lijkt wel uitgestorven.

Als we constateren, dat er voorlopig geen bar komt, gaan we op een bank van basalt zitten en eten ons brood.

Het is wel koud op de bank, maar het ziet er leuk uit. Er staat ook een overkapping boven.

De Romeinse brug heet de Ponte Sampaio over de Rio Verdugo.

Als we over de brug lopen is het ca. 10.00 uur.

We moeten een weg oversteken en een pad volgen.

Al snel blijkt, dat dit niet het juiste pad is. We moeten langs een stel paarden en over heel grote rotsblokken. Daarna worden de hindernissen zo groot, dat we hieruit de conclusie trekken, dat we niet goed lopen. We gaan terug, want dit kan niet de bedoeling zijn. We gaan terug en nemen de asfaltweg.

Even later zien we toch weer pijlen. De route gaat door een erg mooi natuurgebied. Het is heuvelachtig. De paden bestaan uit rotsblokken, die het lopen niet gemakkelijk maken. Soms hebben we mooie vergezichten.

We komen op een punt, dat een sloot het pad kruist. Het lukt mij met behulp van mijn stokken droog over de sloot te komen. Jef en Kim worstelen zich door de struiken en bereiken ook droog de andere zijde.

Om ca. 11.30 uur zijn we uit dit gebied. We gaan verder over een rustige asfaltweg. We passeren de dorpen Boullosa en Bertola.

Om ca. 12.30 uur arriveren we bij de kapel van Santa Marta. Er staat ook een beeld van St. Jacobus. Het hoofd van Jacobus wordt gevormd door een kruisbeeld. Op het kruisbeeld is een hoed aangebracht. Op de achterzijde van het kruis staat een beeld van St. Jacoba met een kind op haar arm.

Het is nu nog 3 kilometer naar Pontevreda.

We gaan verder. Op een stukje weiland is een vrouw bezig hooi te keren. Ik vraag haar of ik een foto van haar mag maken. Ze vindt het leuk, als ik haar de foto laat zien.

We komen aan de rand van Pontevreda. Het is een grote stad met 80.000 inwoners.

De albergue is aan de rand van de stad. Na een keer vragen, bereiken we vrij snel de albergue. Het is een mooi complex. Het is nog vrij nieuw en is met een hekwerk omheind. Bij de ingangspoort moeten we bellen. De electrische poort gaat daarna open.

We melden ons bij de balie en worden we ingeschreven.

We slapen op een zaal met ca. 50 bedden.

In de tuin en in de hal staan een paar mooie beelden.

Jeanne en Corrie bellen, dat ze met de trein onderweg zijn naar La Coruna.

Het is nu ca. 13.30 uur.

We gaan eerst eten, want we hebben een erge honger. Er is een bar/restaurant tegenover de albergue, dat reclame maakt voor een “Menu Peregrino”. De bar heet Bar el Peregrino.

We eten een vorstelijke maaltijd met sparerib, kip, gegrild varkensvlees met frietjes. We eten er goed van, maar alles kunnen we niet op.

Als we terug in de albergue zijn, gaan we eerst douchen en kleren wassen.

Daarna gaan Jef en ik naar het centrum om boodschappen te doen en te internetten.

Om ca. 17.30 uur zijn we terug.

Als we terug komen, zijn er ca. 20 pelgrims gearriveerd.

Ik ga schrijven in een zaaltje. Hier zitten ca. 10 dames te kantklossen. Dit geeft een klosherrie. Ik maak er een paar foto’s van.

Kim gaat naar de farmacie, want ze heeft veel last van haar beenspieren. Ook heeft ze er een paar blaren bij. Ze heeft het niet gemakkelijk. Ze heeft met een Spanjaard gesproken. Hij heeft haar geadviseerd zooltjes te kopen met ter plaatse van de hakken en de bal van de voet een vulling met siliconen.

Als Kim terug komt, heeft ze alles bij zich. Ik hoop voor haar, dat het helpt.

We kopen bij de balie alle drie een shirt van de Caminho Portugues.

Jef en ik eten vanavond stokbrood met kaas en vleeswaar. Na de maaltijd van vanmiddag

Hebben we geen behoefte meer aan een pelgrimsmenu.

Om 20.30 uur gaan we naar bed.

 

                                                           =============




04-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 23

Dag 23. Donderdag 4 juni 2009. Pontevreda – Caldas de Reis: 24 km.

 

We vertrekken om ca. 7.00 uur en lopen de hele stad door.

Het duurt bijna een uur voor we de stad uit zijn. We krijgen wel een goed beeld van de stad met een paar mooie kerken. Met name de Santuario da Peregrina is erg mooi.

We lopen over de Puente del Burgo, een Romeinse brug over Rio Lerez.

Voor we de stad uit zijn, kunnen we nog koffie drinken.

We lopen over zandpaden verder.

We passeren een paar pelgrims, die in dezelfde albergue hebben geslapen.

Om ca. 8.30 uur komen we bij een grote kapel. Het is met hekken afgezet, zodat we er niet in kunnen. Er staat een mortuarium bij. Het is ook een flink bouwwerk. Er staat ook een kruisbeeld met de afbeelding van Jacobus.

Het weer is, ondanks de weersvoorspelling, goed. Het zou volgens de berichten gaan regenen, maar het ziet er nu niet naar uit.

We lopen door een dorp langs een gevaarlijke weg en gaan daarna weer een bos in.

Het is een hol pad en plaatselijk moeten we van het pad af vanwege het vele water, dat naar beneden komt.

Regelmatig hebben we mooie uitzichten over de omgeving.

We gaan een beekje over met een brug van grote granieten platen.

Als we het bos uitkomen, is er een bar in San Amaro. We gaan koffie drinken. Het is ca. 10.00 uur.

Er komen nog een aantal pelgrims binnen. De meesten hebben we in de albergue in Pontevredra al gezien.

Als we verder gaan, zien we een boom met erg grote witte bloemen van wel 15 centimeter.

De laatste dagen zien we steeds meer kruizen met afbeeldingen aan de voor- en achterzijde. Meestal aan de ene zijde een afbeelding van Maria met kindje Jezus op de arm en aan de andere zijde een afbeelding van St. Jacobus.

Ca. 300 meter vanaf de route wordt hard gewerkt aan de nieuwe HSL van Vigo naar La Coruna.

We lopen verder over een rustig asfaltpad. Naast het pad ligt een spoorlijn. We lopen er een tijd langs. Er passeren geen treinen. We weten niet of dit spoor bij de HSL hoort.

Om ca. 11.30 uur eten we wat in een bushokje, want in de buurt kunnen we nergens fatsoenlijk zitten.

Het is wel warm, maar we zitten gedeeltelijk in de schaduw. We zitten tegenover het natuurpark Ria Barosa.

Als we verder gaan, lopen we langs een drukke verkeersweg. Daarna lopen we over een pad tussen druivenvelden. De palen om de druiven te steunen zijn allemaal van graniet. Graniet moet hier wel goedkoop zijn, anders zou men hier de palen niet voor gebruiken.

We passeren hier een albergue van dezelfde organisatie als waar we vannacht hebben geslapen.

In de plaats Souto wordt de route omgeleid, vanwege de werkzaamheden aan de nieuwe HSL. De omleiding staat duidelijk aangegeven. Er hangen grote borden boven de route met de aankondiging. Een pelgrim uit Irun legt mij uit wat er op het bord staat.

We lopen Caldas de Reis binnen. Het duurt even eer we de brug passeren. Dan zijn we aan de rand van de plaats.

We gaan naar het klooster, waar we zouden kunnen overnachten. Een non legt ons in vloeiend Spaans uit, dat we er niet kunnen slapen. Dat begrijpen we tenminste uit haar reactie.

Dan is er nog hotel Lotus. Dit hotel is in dezelfde straat en is snel gevonden.

We kunnen er overnachten. We drinken eerst koffie in een cafetaria.

We hebben een mooie kamer. Alleen moeten we door een raam van de doucheruimte om ons wasgoed op te hangen op een balcon.

Na het douchen gaan we de stad in en gaan naar de Romaanse brug. Het is weer een juweel van een brug, zoals we die al vaak gezien hebben.

Daarna gaan we naar de Hot Spring, de bron met warm, al dan niet geneeskundig, water. Jef en Kim gaan met de voeten in het water. Het is erg warm. Het is misschien wel goed voor de blaren.

Er komen meer mensen langs. De een om zijn gezicht te wassen, een ander met een paar flessen om te vullen.

Daarna gaan we naar een Supermercado. We nemen de benodigde boodschappen voor morgen.

Onderweg naar het hotel drinken we nog wat. Het is erg warm.

Terug in het hotel ga ik schrijven.

Om 20.00 uur gaan we eten in het restaurant van het hotel aan de overzijde van de straat.

Jürgen en Martina komen daar ook eten. We eten samen. Het is gezellig.

Vandaag zien we hen misschien voor het laatst. Zij willen morgen lopen tot Padron. Wij willen naar Areal.

Om 21.30 uur gaan we terug naar het hotel en gaan slapen. Het is nog 2 dagen lopen naar Santiago.

 

                                                           ==============

 

                                              

 




03-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 24

Dag 24. Vrijdag 5 juni 2009.  Caldas de la Reis – Areal: 29 km.

 

Voor 7.00 uur verlaten we het hotel. Het is zwaar bewolkt. Het ziet er naar uit, dat het elk ogenblik kan gaan stortregenen, maar het is bij vertrek nog droog.

We lopen naar de Puente Romana over de Rio Bermana.

We lopen een stukje langs de rivier.

Als we bij de N550 komen, komen we bij een nieuwe weg, die op peilers ligt van wel 15 meter hoogte.

Op een pijler staat een schelp aangegeven, die de looprichting aangeeft.

We volgen het pad langs de pijlers. Het is een slecht puinpad, dat flink klimt. We zien geen aanwijzingen meer en gaan er vanuit, dat we goed lopen, omdat er geen andere mogelijkheden zijn.

Na enige tijd komen we uit bij een asfaltweg. Hier zijn geen markeringen te vinden. We houden de noordelijke richting aan.

Als we op deze weg lopen begint het te stortregenen. We trekken snel onze poncho en beenkappen aan. We lopen tegen een helling omhoog en het water komt met een flinke vaart naar beneden. Mijn voeten blijven redelijk droog.

We komen in een dorpje, waar een bar is. Een oudere vrouw ziet ons binnen komen. Ze kijkt ons meewarig aan

We drinken koffie en eten wat. We vragen de vrouw naar de route. Ze zegt, dat we de weg moeten volgen. Dan komen we vanzelf op de route.

Als we verder gaan vragen we nog een paar maal naar de route. Iedereen zegt hetzelfde. Dus we vervolgen deze weg.

Het blijkt, dat we toch behoorlijk van de route zijn verwijderd.

Het wordt toch weer wat droger, maar voorlopig kunnen we nog niet zonder poncho.

We passeren een paar dorpen, zoals Igrexia en Balten.

Om ca. 10.00 uur komen we bij de kruising van de N550 en de A9.

Er is een bar. We gaan koffie drinken, want het regent nog steeds.

We zijn hier vlakbij de route, maar we kiezen er niet voor, omdat deze zeer slecht kan zijn.

We volgen de N550. Bij Valva vervolgen we toch de route, omdat het niet gemakkelijk is langs de weg met het opspattende water.

We komen door mooie dorpen.

Om ca. 11.00 uur zijn we in Valva. Op een verkeersbord staat, dat het nog 24 kilometer is naar Santiago. Dat is wel de afstand via de verkeersweg.

Om ca. 12.00 uur lopen we over de Rio Ulla in Pontesecures. We trekken hier onze poncho uit, want het is nu eindelijk droog.

Het duurt niet lang, want de zon verdwijnt weer en er komen zware wolken voor in de plaats.

We komen langs een pulpo- en vismarkt. Het stinkt vreselijk.

Om ca. 12.30 uur komen we in Padron bij de Cathedral de Santiago. We krijgen een stempel in onze Credential. Hier staat de “paal”, waar de boot, waarop het lijk lag van Jacobus, is aangemeerd.

Daarna gaan we naar de Fuente de Carmen. Het is een kapel met boven de kapel een beeltenis van de boot, waarmee het lijk van Jacobus naar Padron is gevoerd.

We lopen weer terug naar de route om de stad te verlaten. We drinken en eten nog wat in de stad.

Het gaat weer regenen, zodat we de poncho weer kunnen aantrekken.

We vervolgen de route. In Romeris komen we langs een kerkhof. Er zijn graven bij, die helemaal bedekt zijn onder bloemen.

We lopen door een paar armoedige dorpjes en een mooie natuur.

Om 14.00 uur moet de poncho weer aan. De regen valt met bakken uit de hemel.

In Vilar gaan we koffie drinken. Dan zitten we even droog. Kim heeft door de regen flink natte voeten gekregen. Ze heeft het moeilijk met de blaren.

In Esclavitude gaan we een bar in om te overleggen wat we doen met verder lopen. Kim geeft aan, dat ze ook wel door wil lopen tot Areal. We wachten een tijdje, want het regent erg hard.

Als het weer een beetje is opgeklaard, gaan we verder.

We volgen de route. Het is een mooie route door mooie natuur. Het ruikt door de regen lekker naar de eucalyptusbomen.

We komen een gezelschap tegen van 10 man. Het zijn Duitsers, die via Padron naar Fisterra willen lopen. Ze willen ook de Cathedral bezoeken in Padron.

Ze zeggen, dat we vrij dicht bij Areal zijn. Dus we vervolgen de route.

Om ca. 16.00 uur arriveren we bij Alfonso Café, bar/restaurant en hostal. We nemen 2 kamers. Het ziet er fantastisch uit. Kosten € 20,- p.p.

Na het douchen gaan we naar de bar en drinken een bier. Daarna ga ik schrijven.

Om 20.00 uur gaan we eten in het restaurant.

Kim vertelt, dat haar vader professor was. Al haar broers en zussen hebben een universitaire opleiding gevolgd. De familie van haar vader was erg rijk. 3 Ooms van haar vader zijn in de Koreaanse oorlog door Noord Koranen dood geschoten, omdat de familie zo rijk was.

Vorig jaar kreeg haar familie via het Rode Kruis een bericht, dat er nog een oom in leven zou zijn. Ze konden hem ontmoeten, maar dan moest er eerst geld betaald worden aan de Noord Koreaanse regering. De ontmoeting heeft plaats gevonden. De “oom”was een oude demente man. De familie verdenkt er de Noord Koreaanse regering van een ontmoeting te hebben geregeld om het geld. De familie betwijfelt of het inderdaad een oom was.

Om 21.30 uur gaan we weer naar onze kamer en gaan slapen.

Morgen de laatste dag.

 

                                                           ================




02-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.dag 25

Dag 25: zaterdag 6 juni 2009. Areal – Santiago de Compostela: 15 km.

 

Om 6.00 uur staan we op. We willen vroeg in Santiago aankomen.

Om 6.15 uur vertrekken we. Het regent flink. We trekken meteen onze regenkleding aan.

Het is nog ca. 14,5 kilometer naar Santiago.

Kim heeft last van buikloop. De sla in het restaurant was ook rijkelijk besprenkeld met olijfolie. Ze moest de afgelopen nacht vaak naar het toilet.

We volgen de Caminoroute. Ondanks het slechte weer vlot het wandelen goed.

We passeren na O Seve een Romeinse brug over de Rio Tinto.

Enkele kilometers na O Seve lopen we naar de N550, want Kim wil wat drinken en naar het toilet. We kunnen onze poncho weer uitdoen.

Er zijn geen bars open, want het is zaterdag. Bovendien regent het flink. Het is dan ook rustig op straat.

Als we in de voorstad van Santiago, Maladoire komen, is er eindelijk een bar open.

We gaan naar binnen en eten wat. Kim houdt het op water.

Voor we vertrekken, doen we onze poncho’s weer aan.

We lopen via de voorstad richting Santiago de Compostela.

Onderweg gooi ik mijn wandelstokken weg. De kwaliteit is slecht en schuiven steeds in elkaar.

Als Kim de stokken ziet liggen, roept ze ons, want ze denkt, dat ik de stokken ben verloren.

Een stukje verder leg ik mijn pet op een brugleuning. Even later zwaait Kim weer met mijn pet. Maar ze legt hem toch terug.

Als we Santiago inlopen, zien we in de verte de Cathedraal al staan.

Bij de kapel Santa Marta volgen we weer de route, via de Avenue de Castro, door het park met de kapel Santa Suzanna, de Porto Faxeira en de Rua Franco.

Onderweg is het weer droog geworden. We trekken onze regenkleding weer uit.

We lopen langs het Pelgrimsbureau en komen op het voorplein van de Cathedraal. Het is niet druk op het plein.

Jeanne en Corrie staan ons op te wachten. Het is een hartelijke ontvangst.

Kim, Jef en ik feliciteren elkaar, omdat we het weer gehaald hebben.

Om 11.00 uur gaan we naar de cathedraal. We willen een mooi plaatsje in de kerk hebben, zodat we alles goed kunnen zien en ook een stukje kunnen filmen.

De kerk loopt helemaal vol.

Het is een H. Mis met 8 Heren. Het is een plechtige dienst. De zuster met de mooie stem zingt vandaag ook in de kerk.

Aan het eind van H. Mis zwaait de Butafumeiro ook weer door de kerk. Het is weer een bijzondere gebeurtenis. Ik maak een mooi stukje film met mijn fototoestel.

Na de Mis gaan we met zijn allen wat eten. Soep met een tortilla. Het is wel wat veel, zodat ik geen honger meer heb.

Daarna gaan we naar de hostal.

Na het douchen gaan Kim, Jef en ik naar het Pelgrimsbureau om onze Compostela op te halen. Het is niet druk. We zijn vrij snel aan de beurt.

Daarna gaan we nog wat drinken en terug naar de hostal. We zijn terug om 17.30 uur.

Ik ga schrijven.

’s Avonds gaan we met vieren eten. Kim heeft iemand ontmoet, die ze nog kent van vorig jaar. Zij gaan samen eten.

 

                                                           ==========




01-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Laatste dagen

De laatste dagen.

 

De zondag gebruiken we om wat souvenirs te kopen en nog wat te bezichtigen.

Corrie heeft voor Kim een shirt mee gebracht van het Nederlands elftal. Daar is ze erg blij mee. De rest van de dag draagt ze het shirt.

Zij geeft ons een waaiertje met de bekende poppetjes met goede wensen.

’s Avonds eten we met zijn allen. Het is heel gezellig.

 

Maandagmorgen vertrekken we om 6.30 uur met de taxi naar het vliegveld. Kim zwaait ons uit.

 

Bij aankomst in Brussel blijken de rugtassen in Madrid te zijn gebleven. Deze worden dinsdagmiddag thuis bezorgd.

 

Dit is weer het einde van de Caminho Portugues.

 

                                                           ==============

 

 

Nawoord.

 

De Camino zal in gedachte blijven vanwege het heel mooie weer. 23 Dagen zonder regen, ondanks regelmatig regenvoorspelling.

Lissabon, Coimbra, Porto en Barcelos zijn heel mooie steden. We hebben slechts korte tijd gebruikt om deze steden te bezichtigen, omdat je toch meer met het wandelen bezig bent.

De mensen zijn, behalve in Porto erg aardig en behulpzaam.

Ondanks, dat we maar enkele woorden Portugees kenden, hebben we ons kunnen redden. Er zijn Portugezen, die ook een paar woorden Frans, Duits en Engels spreken. We hebben nogal wat mensen ontmoet, die in Frankrijk en Duitsland hebben gewerkt. Dan zijn ze blij om deze taal te spreken.

We werden vooraf gewaarschuwd voor de stromen Portugese pelgrims op weg naar Fatima. We hebben er niets van gemerkt, omdat zij practisch alleen de hoofdwegen gebruiken en wij meer door de natuur en kleine dorpen gaan.

Het is wel frustrerend om vaak over asfalt en verharde wegen te moeten. Het lopen langs de wegen is soms levensgevaarlijk, ook omdat de Portugezen wel letten op de tegenliggers, maar niet op de pelgrims. Naast de wegen ligt geen vluchtstrook. Naast de witte streep is vaak niet meer ruimte dan 15 centimeter. Voor de Portugezen is dit normaal, want zij lopen vaak op deze strook.

Ook de passages door vele en grote industrieterreinen is niet altijd aangenaam. Op door de weekse dagen is het er erg druk met veel verkeer.

Tot Porto hebben we practisch geen andere pelgrims ontmoet. Totaal misschien 6 man/vrouw.

Na Porto en Tui werd het steeds drukker, maar dan met voornamelijk Portugezen, Spanjaarden en Duitsers, geen enkele Nederlander of Belg. Die ontmoeten we weer in Santiago.

De natuur in Portugal is mooi. Alleen is het jammer, dat overal huis- en bouwafval illegaal gedumpt wordt.

De overnachtingen in Portugal zijn vaak niet geweldig. Bij de Bombeiros is het niet geweldig, maar het kost ook niets. Bij de meeste Bombeiros konden we niet terecht. Dit in afwijking van het routeboek. De Residentials zijn vaak ook niet best, maar de prijs is meestal laag.

Het verschil wordt meteen merkbaar, als je in Spanje komt. Mooie Albergues voor € 3,- per nacht ( onbegrijpelijk). De Hostals zijn ook beter, soms zelfs erg goed.

De bewegwijzering is erg meegevallen. De berichten en de informatie was niet best. Ik denk, dat er de laatste jaren erg veel is verbeterd.

De ontmoetingen onderweg blijven een leuke herinnering, alhoewel we tussen Lissabon en Porto niet veel medepelgrims hebben ontmoet. In Azambuja hebben we voor de eerste keer Kim ontmoet en vanaf de volgende dag heeft ze steeds met ons gelopen. Het was een mooie ervaring om met deze Koreaanse vrouw te lopen. Ze deed de blaren verzorgen bij Jef en later kon ze hetzelfde doen bij zichzelf.

Haar uitspraak “No Pain, No glory”heeft ook voor haar gegolden. “Mucho Glory in Santiago”zei ze, toen ze problemen had.

 

Het was voor ons weer een mooie ervaring.




30-04-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pilgrim (Enya )

 

 

            Pilgrim ( Enya )

 

 

            Pilgrim, how you journey

            on the road you chose

            to find out where the winds die

and where the stories go.

All days come from one day

that must you know

but only where you go.

 

One way leads to diamonds,

one way leads to gold,

another leads you only

to everything you’re told.

In your heard you wonder

which of these ia true;

the road leads to nowhere,

the road that leads to you.

 

Will you find the answer

in all you say and do?

Will you find the answer

in you?

 

Each heart is a pilgrim,

each one wants to know

the reason why the winds die

and where the stories go.

Pilgrim, in your journey

you made travel far,

for pilgrim it’s a long way

to find who you are.

 

Pilgrim, it’s a long way

to find out who you are….

 

Pilgrim, it’s a long way

to find out who you are….




29-04-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.afstanden

Afgelegde dagafstanden.

 

Dag 1.             Lissabon – Alverca de Rabatejo:                                 32 km

Dag 2.             Alverca de Rabatejo – Azambuja;                               32 km

Dag 3.             Azambuja – Santarem:                                    32 km

Dag 4.             Santarem – Arneiro das Milharicas:                             21 km

Dag 5.              Arneiro das Milharicas – Minde:                                  19 km

Dag 6.              Minde – Fatima:                                                          18 km

Dag 7.             Fatima – Caxarias:                                                      19 km

Dag 8.             Caxarias – Ansiao:                                                      30 km

Dag 9.             Ansiao – Comdexa de Nova:                                      30 km

Dag 10.           Comdexa de Nova – Coimbra:                                   20 km

Dag 11.           Coimbra – Mealhada:                                                 23 km

Dag 12.           Mealhada – Agueda:                                                   26 km

Dag 13.           Agueda – Albergaria a Vehla:                          16 km

Dag 14.           Albergaria a Vehla – San Joao da Madeira:                 29 km

Dag 15.           San Jaoa da Madeira – Porto:                                     34 km

Dag 16.           Porto – Vilarinho:                                                        27 km

Dag 17.           Vilarinho – Barcelos:                                                   28 km

Dag 18.           Barcelos – Ponte de Lima;                                          36 km

Dag 19.           Ponte de Lima – Rubiaes:                                            21 km

Dag 20.           Rubiaes – Tui:                                                             21 km

Dag 21.           Tui – Redondela:                                                         32 km

Dag 22.           Redondela - Pontevedra:                                             20 km

Dag 23.           Pontevedra – Caldas de Reis:                                      24 km

Dag 24.           Caldas de Reis – Areal:                                               29 km

Dag 25.           Areal – Santiago de Compostela:                                15 km

 


 

Totaal afgelegd:                                                                                 634 km            




E-mail mij

Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

Mijn favorieten
  • Mijn dagboek Camino de Santiago 2006
  • Mijn dagboek Ruta de la Plata 2008
  • Berichten onderweg Camino Portugues 2009
  • Mijn dagboek Via Tolosana 2009
  • Mijn dagboek Via Podiensis 2007
  • Mijn dagboek Via Gebennensis 2007
    Inhoud blog
  • de route
  • Routekaart
  • dag 0
  • dag 2
  • dag 3
  • dag 4
  • dag 5
  • dag 6
  • dag 7
  • dag 8
  • dag 9
  • dag 10
  • dag 11
  • dag 12
  • dag 13
  • dag 14
  • dag 15
  • dag 16
  • dag 17
  • dag 18
  • dag 19
  • dag 20
  • dag 21
  • dag 22
  • dag 23
  • dag 24
  • dag 25
  • Laatste dagen
  • Pilgrim (Enya )
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 1
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 2
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 3
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 4
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 5
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 6
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 7
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 8
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 9
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 11
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 12
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 13
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 14
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 15
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 16
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 17
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 18
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 19
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 20
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 21
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 22
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 23
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 24
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 25
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    dag 26
    Foto
    dag 27
    Foto
    Foto

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!